POLDERGEEST

NIEUWSBULLETIN STICHTING REGIONALE ARCHEOLOGIE “GHEESTMANAMBOCHT” ARCHEOLOGISCHE WERKGROEP KOP VAN NOORD-HOLLAND
Jaargang 5, nr. 10 mei 2010

Afbeelding 1 Luchtfoto (vanuit het westen) van het terrein waar ooit een middeleeuwse zijtwinde heeft gelegen (ongeveer in het midden van de foto van beneden naar boven). Links van de Saskevaart de Wagenweg met aan weerszijden het uitbreidingsterrein van Recreatiegebied Geestmerambacht De Druppels. Onder: Koedijk De Noord en het Noord-Hollands Kanaal.

Inhoud Poldergeest 10
Voordewind met de POLDERGEEST en zijdewind met de ZIJTWINDE..........................................2 Nieuwe dwarsverbindingen....................................................................................................................3 RAGebollen met Frans Diederik ...........................................................................................................4 Open dag bij De Druppels......................................................................................................................5 Uw e-mailadres graag! ...........................................................................................................................7 Wordt begunstiger van de RAG ............................................................................................................7 Zijtwinde revisited ..................................................................................................................................8 Wel of geen zijtwinde bij Koedijk?...................................................................................................... 10 Kerken kijken in Broek en Oudkarspel .............................................................................................. 14 Kerk- en Dergmeer in West-Friesland toen en nu ............................................................................... 14 De stadt Alkmaer met haare dorpen ................................................................................................... 15 RAG-iteiten........................................................................................................................................... 15 De Nuwendoorn herrijst....................................................................................................................... 16 RAGenda .............................................................................................................................................. 16

-1-

Voordewind met de POLDERGEEST en zijdewind met de ZIJTWINDE
Ger Kalverdijk
eze Poldergeest nummer 10 voelt zich een beetje jarig. Daar passen enkele feestelijke woorden van een trots RAG-bestuur dus wel bij. Hopeloos ouderwets vergeleken met het staaltje techniek, dat nu weer voor ons ligt, wil ik als ex- schoolmeester daarbij “de 10 met de griffel” (of beter twee tienen) graag uitdelen aan de twee redacties, die vanaf november 2005 twee maal per jaar ons nieuwsbulletin met veel zorg, zelfs in kleur, uitgaven. De eerste periode tot oktober 2007 was Charles Barten de poldergeestelijke vader van de geelgekleurde Poldergeesten. Vanaf april 2008 nam onze enthousiaste Jaap van Rossum de redactie over en werd de huiskleur blauw. Beiden waren verdienstelijke fotografen en creatief bij het vormgeven van ons mooie blad, dat door een groeiend aantal lezers wordt gelezen en gezien de reacties zeker wordt gewaardeerd. Het gaat dus nog steeds voordewind met de Poldergeest, die een goede afspiegeling is van de “niche”, de zinvolle plek die de Stichting RAG in het archeologische landschap van Noord- Holland heeft ingenomen. In de afgelopen maanden zijn er bij RAG weer een flink aantal leden/begunstigers bijgekomen, onder meer na de lezing van Monique in Schoorl, oktober 2009. Wij heten onze aanwas tot ongeveer 60 leden van harte welkom! De wind hebben we ook mee gehad door de samenwerking met de Werkgroep Kop van Noord- Holland. De Nieuwe Nes, de Schager werkplaats, is door ons al enkele malen bezocht, waarbij Frans en Arend onze gastheren waren. Frans is nu zelfs een eigen archeologisch bureau begonnen en is op de Kolfbaanlocatie in Oudkarspel met Wijb als intermediair naast RAAP opgetreden. Arend Grijsen, zijn trouwe en ervaren medewerker, is toegetreden tot het bestuur van Stichting RAG, waardoor de band met Schagen versterkt wordt. Arend, hartelijk welkom! Dit voorjaar werd de Afdeling 2 van de landelijke Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland (AWN) uit een diepe slaap gewekt, doordat in Hoorn een nieuwe werkgroep was gestart onder de naam Archeologie Land en Water Noord- Holland- Noord. In de Algemene Vergadering van 15 maart te Zwaag is mede door enkele afgevaardigden van Schagen, Heiloo en Geestmerambacht, in aanwezigheid van het Hoofdbestuur, het Hoornse ALWNHN-bestuur gemachtigd tot nader order ook als bestuur voor de AWN-Afdeling 2 te fungeren. De bevroren financiële reserve van het Hoofdbestuur is uit de ijskast gehaald en zal als vlieg-

D

wiel de start van de nieuwe werkgroepmotor in Hoorn vergemakkelijken. Er is een z.g. sidescanner voor zeebodemonderzoek voor gekocht. Wij als RAG-gers en Schagers wensen onze Hoornse collega’s veel succes, waarbij hopelijk een goede samenwerking binnen Afdeling 2, ondanks de wat grotere afstand, tot stand kan komen. Wijb Ouweltjes gaf te kennen dat hij na zeven jaren het secretariaat nu liever wil overdragen. Hij was medeoprichter en secretaris vanaf het begin van onze werkgroep/stichting en bovendien het veldarcheologisch gezicht van de Langedijk, inclusief Sint- Pancras. Heel veel dank, Wijb! We konden altijd op je rekenen, zelfs toen je gezondheid wat achteruitging. Gelukkig is Wijb nog bereid als gewoon bestuurslid zo lang mogelijk door te gaan. Monique Zwetsloot wil gelukkig de taak van hem overnemen, ook daarvoor onze dank. Maar we hopen uit ons kerngebied Langedijk of Harenkarspel nog wèl meer versterking van het bestuur te krijgen. Vrijwilligers zijn van harte welkom! In deze Poldergeest rapporteren we, behalve vele andere zaken, weer enkele resultaten van voornamelijk Wijb’s archeologische activiteiten, als steun aan de professionele bureaus. Ook andere leden van onze RAG en de Werkgroep Schagen (Kop van Noord-Holland) verleenden af en toe assistentie, maar dat kan nog veel beter, menen we. Dus let op de Poldergeestberichten en de emails, die we sturen en geef je zeker even op als je per e-mail geïnformeerd wil worden als er veldwerk op komst is!! Tegelijk zouden we het waarderen als jullie op de inhoud van deze Poldergeest willen reageren, dus per E- of snackmail of anderszins. Maar natuurlijk het liefst op 16 oktober als we elkaar op de excursie van RAG en COOG in Oudkarspel kunnen ontmoeten! Naast veel voordewind en weinig tegenwind zullen we in deze Poldergeest nr.10 ook nog wat zijdewind laten waaien, namelijk een kritische beschouwing over de Zijtwinde, de “afsluitdijk” van Vrone tegen de zee vanuit de Zijpe. Eigenlijk was die dijk(sloot) een minder ingeklonken land- en waterstrook op de bannegrenzen van drie dorpen die in ca. 1200 als ontginningswand (= wende, winde, wand) diende en zal zijn gebruikt door onze verre voorouders om snel van Koedijk naar de Langedijk te lopen. Pas na 1935 is die vergeten verbinding dwars door de polder Geestmerambacht in zekere zin hersteld door de aanleg van de Nieuweweg, wel iets noordelijker gelegen en parallel aan de oude Zijtwinde. Na het recente archeologisch onderzoek komt nu wat

-2-

zuidelijker dan de oorspronkelijke Zijtwinde uit ca. 1200 een “Nieuwe Zijtwinde” anno ca. 2010 terug, namelijk als vogelobservatiedijk boven en ten noorden van de verdubbelde Kleimeer. Door de wettelijke verplichting (zgn. Wet van Malta, 1 jan.2007) is aldaar ook

archeologisch onderzoek gedaan, waar wij nader op in wilden gaan in dit blad. De redactie van deze jarige Poldergeest 10 en het feestelijk gestemde RAG-bestuur wensen u ook met de andere artikelen veel leesplezier!

Nieuwe dwarsverbindingen
Ger Kalverdijk

N

a de Nieuweweg nu dus ook de Nieuwe Zijtwinde, opnieuw een opvallende wijziging in het landschap. Beide zijn oost-westverbindingen in het Geestmerambacht, de eerste een strakke asfaltlijn door het oude kronkelende waterrijk van mijn jeugd, de tweede een groene zichtlijn in een totaal van karakter veranderd recreatie- en natuurgebied. Ik vroeg me af hoe heel anders wij, als vrijetijdsjagers, nu leven in vergelijking met onze sappelende voorouders. Ook overdacht ik hoe wij zelf en mogelijk ook onze voorouders alle ingrepen in leven en landschap van de laatste eeuw hebben ervaren. Hieronder dus historie gemengd met wat zelfreflectie… “Je loike deer op de Nuweweg altoid wel teugewind of skuin- zoidewind te hewwe” mopperden we als Langedijkers vroeger vaak als we na een mooie stranddag met de laatste loodjes in de benen vanaf Koedijk over de Nieuweweg tussen Noord-Scharwoude en Koedijk (thans N504) huiswaarts fietsten. Nu beeldden we ons dat draaien van zeewind naar landwind, juist op warme dagen, weliswaar niet in, zoals later de meteorologie ons leerde, maar we waren in de ogen van onze (groot)ouders toch al wel verwende zeurpieten. Zij immers waren nog verplicht halve en hele marathons op klompen of slecht schoeisel te lopen, maar werden rond 1900 verblijd met de opkomst van de velocipèdes. Daardoor konden ze zich plotseling zo’n drie keer sneller voortbewegen dan te voet of met de schuit. In het kader van de werkverschaffing in de dertiger jaren hadden ze vervolgens ook nog de eveneens vele malen kortere verbinding naar de kust cadeau gekregen. Vóór die tijd moesten ze zo’n halve dag lopen naar

elkaars dorpen via de omweg Schoorldam of Sint- Pancras. Het plankenpad naar de Diepsmeer, dat over de sloten was gelegd op de kopeinden van de akkers werd door één dwarse boer op een kwade dag geblokkeerd, zodat de enige woongemeenschap van het Geestmerambacht, liggende in die droogmakerij, tot de jaren ’70 alleen nog met kloet of “metòr” te bereiken was. Feitelijk een primitievere situatie dan in de Middeleeuwen, toen de oude Zijtwinde een welkome verbinding tussen de bannes, de dorpen van Geestmerambacht, zal zijn geweest. Nu de Nieuweweg grotendeels autoweg is en de Efietsen lachen om een “teugenwindje” lijkt de wereld soms aan vlijt, dus haast, ten onder te gaan. Maar zolang er rustzoekers op de Nieuwe Zijtwinde in de zon liggen te “spragen” en de kiekendieven kieken is er nog hoop op herstel van de gezonde balans. Ik ben om die reden ook dankbaar dat ik over de schouders van grote voorgangers als Geus, Du Burck en Schermer heb mogen meekijken en hun kennis over het Geestmerambacht heb kunnen doorgeven in o.a. de klankbordgroep Uitbreiding Geestmerambacht en de Erfgoedcommissie. Dat zijn de achtergronden geweest, waardoor de Nieuwe Zijtwinde er deels al is aangelegd en binnenkort verder zal worden afgemaakt, terwijl de Oude Zijtwinde terecht ongerept (in situ) blijft. Ik zal echter pas tevreden zijn als de onderzoeksresultaten redelijk zijn geïnterpreteerd en een stevig informatiebord naast de dijk staat, waar niet alleen een blije vogelaar op kijkt, maar ook duizenden andere fijnproevers van het fraaie recreatiegebied Geestmerambacht!

Bezoek ook “Poldergeest on line”, de website van de Stichting RAG

www.rag-archeologie.nl
Oók voor actuele agendagegevens

Van de penningmeester
Begunstigers van de Stichting RAG ontvangen bij deze Poldergeest een briefje, waarin hen wordt gevraagd de financiële bijdrage van (minimaal) € 5,-- voor 2010 te voldoen. Wij zien graag vóór 1 juli deze bijdrage op betaalrekening 77 91 46, t.n.v. Stg Reg Arch Gheestmanambocht, Alkmaar. Bij voorbaat dank.
-3-

Proefsleuvenonderzoek Het Huis de Brederode
Wijb Ouweltjes

T

ussen 19 en 21 april heeft in bijzijn van enkele RAG-gers een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden naast de oude kolfbaan in Oudkarspel, waar voorheen logement Huis de Brederode heeft gestaan (afgebrand in 1954)*. Het onderzoek is uitgevoerd door RAAP. Frans Diederik was aanwezig namens de opdrachtgever. Ter plaatse staat een nieuw bouwplan op stapel, wat archeologisch onderzoek noodzakelijk maakte. Zoals het er nu naar uit ziet zijn de resultaten niet echt spectaculair. Een oudere woonlaag dan die van het café ‘Huis te Brederode’ is niet gevonden. Verreweg de meest scherven, gevonden in de naast het café gelegen

sloot, zijn van het begin van de zeventiende eeuw. Meer tegen de Dorpsstraat aan zijn enkele scherven van kogelpotten gevonden, dus van één tot meer eeuwen vroeger. De oudste vindplaatsen zijn waarschijnlijk eerder te verwachten aan de oostkant van de Dorpsstraat. Er verschijnt t.z.t. een rapport van RAAP over dit veldonderzoek. In een volgende Poldergeest volgt een samenvatting van de definitief vastgestelde resultaten.
*In deel 2 van de serie West-Friesland toen en nu staat een artikel over de Kolfbaan van Brederode in Oudkarspel (Uitgeverij Waanders, 2009), zie ook blz.14.

RAGebollen met Frans Diederik
Monique Zwetsloot
ls bestuurslid van het eerste uur van de Stichting RAG en als auteur van twee boeken, Archeologica en Schervengericht, is Frans Diederik een interessante figuur om eens bij op bezoek te gaan. Hij stelt zich meer op als adviseur en volgt niet al onze bestuursvergaderingen. Ik ontmoet hem in de werkruimte van de Archeologische werkgroep Schagen in de Nieuwe Nes te Schagen. Om zijn activiteiten als amateurarcheoloog meer professioneel uit te kunnen bouwen heeft hij in 2009 een eigen bureau Archeocultura opgericht. Zijn eerste opdracht was beter kaartmateriaal te ontwikkelen bij de nota cultuurhistorie van de gemeente Schagen. Dit heeft hij samen met bureau RAAP uitgevoerd. Samen met RAAP heeft hij meer projecten in de pen binnen het ODC. Meest verwerken en interpreteren van oud materiaal wat nog schoongemaakt en geordend moet worden. De bedoeling is aan het eind van dit schooljaar te stoppen met lesgeven als leraar Engels in Den Helder. Nu de Archeologische Werkgemeenschap van Nederland de afdeling in onze regio op initiatief vanuit Hoorn weer opnieuw wil oprichten, vertelt Frans dat hij van 1989 tot 1992 daar secretaris van is geweest! Door gebrek aan bestuursleden en het overlijden van de penningmeester is deze afdeling ter ziele gegaan maar Frans heeft daar in september 2008 nog een brief over gestuurd aan het hoofdbestuur. Er was ook altijd een bijdrage aan de afdelingen dus eventueel is er voor ons nog geld beschikbaar. Frans wil wel naar de eerste vergadering. Als bezige bij heeft hij ook van het begin af aan bij de oprichting van de Nieuwe Nes gezeten als penningmeester. En nu heeft hij zijn eigen werkgroep en als een van de huurders een hele mooie eigen ruimte waar vrijwilligers elke zaterdagochtend en woensdagavond bezig zijn met archeologisch materiaal, de bibliotheek of het invoeren ervan in een groot digitaal systeem. Mocht Frans gebruik maken van de ruimte voor eigen werkzaamheden dan stelt hij daar natuurlijk een financiële vergoeding tegenover.

A

Afbeelding 2 Frans Diederik met de edelmanboor in de aanslag

-4-

Open dag bij De Druppels
Jaap van Rossum

I

n Poldergeest 8 en 9 is aandacht geschonken aan het archeologisch onderzoek in deelgebied De Druppels. Omdat het de bedoeling is dat in deze uitbreiding van het recreatiegebied Geestmerambacht een hoger en flexibel waterpeil, gevarieerde grondlichamen en de mogelijkheid voor piekwaterberging worden gerealiseerd, is hier gekozen voor opgraving van de archeologisch waardevolle vindplaatsen. De Wet Malta maakt dit immers noodzakelijk. Deze opgravingen hebben de laatste twee maanden van 2009 plaatsgevonden en zijn uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten. Op 16 december 2009 was er een open dag voor belangstellenden. ’s Middags tussen drie en vier uur was er speciaal voor RAG- en COOG-begunstigers een rondleiding o.l.v. archeoloog Sander Hakvoort van ADC ArcheoProjecten (zie Afbeelding 3).

Bezoekers en excursiegangers werden gastvrij met koffie, thee, glühwein en cake ontvangen in een speciaal voor de gelegenheid opgezette ontvangsttent (zie Afbeelding 4). De belangstelling was groot. Het was een uitgelezen dag, droog en betrekkelijk zacht weer i.t.t. de dag ervoor (steenkoud) en de dag daarna (sneeuw!). Sander Hakvoort vertelde in de ontvangsttent eerst iets over de aanleiding van het onderzoek, nl. de uitbreiding van het recreatiegebied Geestmerambacht. Vervolgens ging hij dieper in op het archeologisch onderzoek zelf en enkele resultaten hiervan tot dat moment. Het in 2008 uitgevoerde sleuvenonderzoek had twaalf behoudenswaardige vindplaatsen opgeleverd, waarvan tien nu een vlakdekkend onderzoek ondergaan en twee in situ blijven. Het onderzoeksgebied ligt aan weerszijden van de Wagenweg. Tot 1500 vóór Chr. lag hier een waddenlandschap met kreken en nog geen bewoning. Na 1500 vóór Chr. vond er veenvorming plaats. In de Romeinse tijd was er wel sprake van bewoning (boerderijen) met akkerbouw op het op de hoger gelegen kreekruggen gelegen veen; veeteelt vond plaats in de wat lager gelegen gebieden. Op de dag van de rondleiding waren er gegevens bekend over twee vindplaatsen, beide gelegen aan de zuidzijde van de Wagenweg: De eerste vindplaats betreft een nederzetting uit de eerste/tweede eeuw na Chr. (zgn. “Romeinse IJzertijd”). Hier zijn aardewerk (zie Afbeelding 5), twee potten (waarvan één compleet, zie Afbeelding 6) en een bovenbeen van een rund aangetroffen. De inhoud van de pot moest nog worden onderzocht. De vraag is of er bijzondere (rituele?) betekenis aan deze complete pot in combinatie met het been van een rund moet worden toegekend. Een kookpot met knobbeloren kon gedateerd worden uit de Romeinse IJzertijd. Er is ook een klein scherfje terra sigillata gevonden, d.i. Latijn voor gestempeld aardewerk, hetgeen aangeeft dat het om luxegoed (een luxe product) gaat. Bij de tweede vindplaats gaat het om een nederzetting uit de 12e/13e eeuw, gelegen vlakbij de huidige boerderij en aan weerszijden van de Wagenweg. Deze opgraving werd even later ook buiten “in natura” bezichtigd. Te zien waren daar o.a. ontginningssporen. Sporen van een boerderij zijn (nog) niet gevonden. Deze liggen

Afbeelding 3 De excursiegangers luisteren aandachtig

Afbeelding 4 Speciale ontvangsttent

-5-

mogelijk onder de Wagenweg of onder de huidige boerderij (Wagenweg 22-24). Er is een waterput van 2 x 2 meter aangetroffen met op de bodem een vlechtwerken / tenen mand om opwellend water op te vangen. Andere bijzondere vondsten zijn een benen fluitje (zie Afbeelding 7) en een dobbelsteen (zie Afbeelding 8). In deze put is de grond afgegraven tot op het waddenniveau. Goed te zien waren o.a. verschillende (gebogen) lopende greppels uit de Romeinse tijd, die op zich weer uit verschillende tijdstippen stammen; ze lopen door elkaar heen (zie Afbeelding 9). Verder waren er een greppel (zie Afbeelding 10) en een vierkante waterput, gevuld met veenresten blootgelegd (zie Afbeelding 11). De sporen zijn door de 20ste eeuwse ruilverkaveling nauwelijks verstoord. De huidige pikkleiafzetting stamt uit latere middeleeuwen. Een tweede put, die werd bezocht, lag meer richting Saskevaart, in de buurt van de nieuwe fietsbrug. Hier was een verkavelingspatroon aanwezig met zichtbare greppels (zie Afbeelding 12).
Afbeelding 7 Benen fluitje uit de Middeleeuwen

Afbeelding 8 Dobbelsteen uit de Middeleeuwen

Afbeelding 5 Scherven uit de Romeinse IJzertijd

Na deze uitstekend georganiseerde open dag is het onderzoek nog enkele weken voortgezet. Na de open dag zijn er echter geen zeer bijzondere vondsten meer gedaan. Er zijn toen alleen nog aardewerkconcentraties op het veen gevonden. In totaal zijn er 33 echte putten aangelegd en één zogenaamde profielput, waarbij er alleen naar de bodemopbouw is gekeken. Het eindrapport zal conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie over 2 jaar verschijnen.

Afbeelding 6 Potten uit de Romeinse IJzertijd

-6-

Afbeelding 9 Greppels uit de Romeinse tijd

Afbeelding 11 Sporen van een waterput

Afbeelding 10 Sporen van een greppel

Afbeelding 12 Verkavelingssporen

Uw e-mailadres graag!

O

p 16 december van het vorig jaar is door ADC ArcheoProjecten een open dag georganiseerd bij de archeologische opgravingen op het terrein De Druppels aan de Wagenweg bij Oudkarspel/Koedijk. Speciaal voor donateurs van o.a. de Stichting RAG is toen ‘s middags een rondleiding georganiseerd (zie het artikel hiervoor). Deze open dag en de rondleiding zijn aangekondigd op onze website (www.rag-archeologie.nl). Donateurs van wie wij de beschikking hebben over een e-mailadres, hebben wij per e-mail geïnformeerd. Heeft u wel e-mail, maar toen geen uitnodiging ontvangen, dan betekent dit dat wij niet beschikken over uw e-mailadres. Wilt u van actuele zaken op de hoogte worden gehouden, geef ons dan a.u.b. uw e-mailadres door (mail naar info@rag-archeologie.nl). Heeft u geen e-mail, houd dan regelmatig onze website goed in de gaten (rubriek Agenda en nieuws). Heeft u ook geen beschikking over internet, geef dan aan een van de bestuursleden door of u toch van actuele zaken op de hoogte gehouden wil worden (zie colofon voor onze telefoonnummers) en zo ja, hoe (telefonisch of schriftelijk). Poldergeest verschijnt twee maal per jaar. Hierdoor is het niet altijd mogelijk actuele zaken in dit informatiebulletin op te nemen. Hartelijk dank voor uw begrip en medewerking.

Wordt begunstiger van de RAG

B

ent u geïnteresseerd in de archeologie en de cultuurhistorie in het gebied Geestmerambacht en Schagen en omgeving? Word dan begunstiger van de Stichting Regionale Archeologie Gheestmanambocht en ontvang twee maal per jaar het nieuwsbulletin Poldergeest! Dit kost u dit jaar nog maar € 5,-- (m.i.v. 2011 € 7,--). Stort dit bedrag op betaalrekening 779146 t.n.v. Stg Reg Arch Gheestmanambocht te Alkmaar. Een iets hoger bedrag mag natuurlijk ook. Vermeld bij internetbankieren a.u.b. ook uw adres + e-mail.

-7-

Zijtwinde revisited
Ger Kalverdijk en Jaap van Rossum

Z

oals trouwe lezers van Poldergeest weten, hebben verscheidene auteurs in het laatste kwart van de vorige eeuw aandacht besteed aan de middeleeuwse zijtwinde bij Koedijk. Door de (veldnaam)onderzoeken van J.P. Geus1 en de bodemkartering van Ir. P. du Burck2 is het bestaan van een ca. 4 km lange dwarsdijk, sidewinde of zijtwinde, vastgesteld, die vanaf de noordkant van Koedijk langs de zuidzijde van de Diepsmeer naar de Winterweg omstreeks 1200 zou zijn aangelegd om Vrone tegen de Rekere te beschermen. De Winterweg naar het noorden eindigde vervolgens op de Ambachtsdijk en een verlengd bannegrensdijkje liep naar het oosten langs de latere Kalverdijksloot en eindigde op de Langedijk, waar Oudkarspel en Noord-Scharwoude samenkomen. Omdat de Rekeregorsgrond aan de zuidzijde van de zijtwinde ontbreekt (behalve bij een tweetal doorbraken) kon de datering van deze primitieve dijk vastgesteld worden: na de pikkleivorming, maar vóór de sedimentatie van de Rekeregorsgrond, waarschijnlijk eind 12e, begin 13e eeuw. Du Burck schrijft dat het overstromingsgevaar voor de afzonderlijke bannen (oude waterschapsdistricten, waarvan de grenzen voor een groot deel samenvallen met die van latere gemeenten) in het Geestmerambacht aanleiding is geweest dijken of kaden aan te leggen. Een van deze dijken zou de zgn. zijtwinde zijn. Deze dijk moet onder meer op een plek zijn doorgebroken, waar deze om het ontstane wiel is gelegd (perceel “de Kromme”/”Cromme Zijdwinde”). J.P. Geus beschrijft deze afsluitdijk die in de 13e eeuw vermeld wordt als afsluiting van het Vronlegeister Ambacht, de voorloper van (het zuidelijk deel van) de polder Geestmerambacht. Geus heeft dit op kaarten zichtbaar gemaakt, zie Afbeelding 13 t/m Afbeelding 15. Volgens A. Schermer3 vertoonde een pas geploegde akker op het Blok 1972, locatie 1, zie Afbeelding 16 linksonder, een geringe verhoging van ongeveer 30 cm. Er zijn op deze plek 32 betrekkelijk kleine scherven gevonden, die gedateerd konden worden uit de 11de en 12de eeuw.

Afbeelding 13 (noorden is links) Vak I linksonder correspondeert met vak I in Afbeelding 14 en Afbeelding 15

1

- J. P. Geus, Het Vronlegeister ambacht, één der oudste bedijkingen van Holland, in: Alkmaars Jaarboekje 1973, negende jaargang, uitgeverij Ter Burg, Alkmaar. - J.P. Geus, Koedijk meer dan 4 eeuwen water en veldnamen, Stichting COOG, 1996. Zie ook: G. Kalverdijk, Sporen zoeken in de Polder Geestmerambacht, 2004 (te vinden op de website van St. RAG). 2 Ir. P du Burck, De bodemkartering van Nederland deel XVII, het tuinbouwdistrict Geestmerambacht”, Uitg. Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, 1957. 3 West-Friesland Oud en Nieuw, nr. 40 (1973).

-8-

Afbeelding 14 Vak I – Situatie rond 1530 Let op de toponiemen Westerzijtwinde en Oosterzijtwinde

Afbeelding 15 Vak I – Situatie rond 1970, met de dan nog in gebruik zijnde namen

Afbeelding 16

Schermer fotografeerde begin jaren ’70 tevens de verse walkant van een nieuwe, haaks op de voormalige zijtwinde aangelegde sloot, zie Afbeelding 17. Hij stelt dat deze afbeelding de dwarsdoorsnede laat zien van een restant van de voormalige zijtwinde. De zichtbare zwarte band juist boven het water is de scheiding tussen de oude en de jonge zeeklei. De woning is de meest oostelijk gelegen woning op (het vroegere eiland) De Noord in Koedijk (zie ook Afbeelding 16). Deze woning staat daar nog steeds en biedt dus een belangrijk aanknopingspunt voor de bepaling van de plaats van de vroeger zijtwinde.

Afbeelding 17 Meest oostelijke woning op de Noord (Koedijk) (Foto uit 1973)

Afbeelding 18 Het zelfde huis (nu met aanbouw) als op Afbeelding 17 (foto uit 2010)

-9-

Wel of geen zijtwinde bij Koedijk?
Ger Kalverdijk en Jaap van Rossum

I

n de vorige Poldergeest (nr. 9) schreven we al in het kort iets over de resultaten van het proefsleuvenonderzoek in het noorden van het deelgebied Uitbreiding Kleimeer, een van de onderdelen van de uitbreiding van het recreatiegebied Geestmerambacht. Wij citeerden toen een fragment uit de nieuwsbrief van augustus 2009 van Het Groene Mirakel. Deze nieuwsbrief stelde over de veronderstelde aanwezigheid van een middeleeuwse dijk met dijksloot ofwel de zijtwinde: “De aangetroffen hoogte in het historische landschap blijkt op natuurlijke wijze te zijn ontstaan. Een zanderige kreekbedding is door inklinking van omliggende veengronden hoger komen te liggen. Het onderzoek geeft geen aanwijzingen dat het een door mensen aangelegd dijklichaam betreft.” M.a.w. er wordt gesuggereerd dat er geen sprake zou zijn geweest van de aanwezigheid van een zijtwinde. Inmiddels is het definitieve onderzoeksrapport van het proefsleuvenonderzoek beschikbaar en kunnen we nader ingaan op het al of niet bestaan hebben van de zijtwinde bij Koedijk. De kern van het probleem is dat enerzijds op grond van verschillende publicaties, o.a. van P. du Burck, J.P. Geus en A. Schermer, duidelijk is geworden dat er historische en bodemkundige aanwijzingen zijn dat er ca. 1200 sprake is geweest van een zijtwinde tussen Oudkarspel en Koedijk. En dat anderzijds gedegen en deskundig archeologisch veldonderzoek sporen van deze zijtwinde niet heeft aangetroffen. Wat is hier aan de hand? Zitten du Burck, Geus en Schermer ernaast? Of hebben de archeologen het mis? Hieronder zal worden aangetoond dat noch het een, noch het ander het geval is, maar wel dat in het archeologische onderzoeksproces blijkbaar niet alle beschikbare relevante bronnen altijd consequent zijn gevolgd en dat daardoor verwarring is ontstaan bij het bepalen van de precieze ligging van de zijtwinde. Wat is een zijtwinde en waar treft men die doorgaans aan? Een zijtwinde of –wende is een “zijwand” of zijkade die doorgaans gelegen is op de grens tussen twee middeleeuwse ontginningsblokken. In het onderhavige geval is dit de oude grens tussen de “Banne Oudkerspel” en de “Banne Coedyck”. Een zijtwinde kan aangelegd zijn, maar kan ook een aanvankelijk niet ontgonnen veenstrook zijn, die minder ingeklonken is dan de veenontginningen aan weerszijden daarvan en die zodoende een “pseudo-veendijkje” opleverde dat de twee ontginningsblokken waterstaatkundig en juridisch van elkaar afgrensde4. In het laatste geval zeker, maar meestal ook in het eerste geval, zijn er waarschijnlijk geen archeologisch traceerbare resten te verwachten, anders dan hooguit wat archeomateriaal, dat samenhangt met de zijtwinde als loopverbindingsroute. Door de grootscheepse ruilverkavelingen in de jaren ’60 en ’70 van de 20ste eeuw is van de beschreven restanten van de zijtwinde bij Koedijk, behalve in de naamgeving, niets meer terug te vinden. Om toch een beeld te krijgen van waar deze zijtwinde precies lag, zijn we aangewezen op oude topografische kaarten, zoals Afbeelding 19. De min of meer west-oost getekende zwarte streepjeslijn op deze Bonnekaart uit 1880 geeft de oorspronkelijke grens aan tussen Koedijk en Oudkarspel. Deze grens markeert tevens de ligging van de middeleeuwse zijtwinde. Zie ook het artikel Zijtwinde revisited elders in deze Poldergeest. De dunne witte lijntjes op de kaart van Afbeelding 19 geven de huidige infrastructuur in het landschap weer. Wie goed kijkt ziet niet alleen de Saskevaart (die overigens niet samenvalt met de vroegere Saskesloot!) ingetekend, maar ook dat de oude bannegrens en dus de zijtwinde slechts op korte afstand ten zuiden van het Vlasgat ligt (de smalle geasfalteerde toegangsweg vanaf de Kanaaldijk naar recreatiegebied Geestmerambacht) en wel ongeveer ter plaatse (waarschijnlijk pal langs de zuidoever) van de huidige brede, naamloze sloot, die ook op de onderste helft van Afbeelding 20 is afgebeeld.

4

Voor een uitvoerig betoog over (brede) zijtwinden, zie Chris de Bont, Vergeten land: ontginning, bewoning en waterbeheer in de WestNederlandse veengebieden (800-1350), Wageningen, Alterra, 2009.

- 10 -

Vlasgat

Wagenweg

Saskevaart

Afbeelding 19 Grens tussen Koedijk en Oudkarspel/ongeveer locatie van de zijtwinde

Ligging proefsleuven

Toekomstplannen Wat zijn nu de toekomstplannen voor het noordelijk deel van het Kleimeergebied? Twee nieuw te ontwikkelen landschapselementen zijn hier van belang: de aanleg van een fietspad en een vogelobservatiedijk. Deze dijk is afgebeeld op de plankaart, waarvan Afbeelding 20 een fragment is. In de onderste helft van deze afbeelding is de groene rechte west-oost lopende dijk in twee delen met zigzagopening goed zichtbaar. Naar verluid zal deze dijk in de toekomst de naam Zijtwinde dragen, als blijvende herinnering aan de middeleeuwse zijtwinde, die ooit de Vroonlanden tegen de woeste zee zou hebben beschermd. De Stichting RAG adviseert liever de naam Nieuwe Zijtwinde te gebruiken om verwarring met de noordelijker gelegen oorspronkelijke Zijtwinde te voorkomen.
Vlasgat Saskevaart

Afbeelding 20 Naamloze sloot/ongeveer locatie zijtwinde Geprojecteerde vogelobservatiedijk

Immers, een cruciaal punt in dit verhaal is dat de geprojecteerde vogelobservatiedijk op enige afstand ten zuiden van de eerder genoemde brede, naamloze sloot komt te liggen en dus ook zuidelijker dan de locatie van de vroegere

- 11 -

zijtwinde. Met andere woorden: het tracé van de middeleeuwse zijtwinde valt niet samen met het tracé van de geprojecteerde vogelobservatiedijk Archeologisch onderzoek Bij verstorende ingrepen als het aanleggen van een fietspad of een vogelobservatiedijk is het volgens het verdrag van Malta wettelijk verplicht onderzoek te (laten) doen naar eventuele aanwezige archeologische waarden. Het is dan ook volkomen terecht dat het archeologisch onderzoek ter plaatse zich heeft geconcentreerd op de locatie van de geprojecteerde vogelobservatiedijk. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden in de gebruikelijke volgorde: bureauonderzoek, booronderzoek en proefsleuvenonderzoek. Vlakdekkend onderzoek is niet uitgevoerd. Bureauonderzoek Voor het gebied Kleimeer Noord is in 2007 het bureauonderzoek uitgevoerd door Beek en Hekman van de Grontmij5. Op basis van dit onderzoek werden ten minste twee verschillende vondstlagen verwacht: een venige humeuze kleilaag met vondsten uit de Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen en op deze venige kleilaag pikklei met mogelijk vondsten uit de late Middeleeuwen. In dit gedegen bureauonderzoek zijn naast andere bronnen, die de Stichting RAG destijds aan de auteurs heeft doorgegeven: Du Burck6, Geus7, Schermer 8 en Kalverdijk9. De Archisgegevens van Frans Diederik en de CHW-kaart10-gegevens, indertijd ingebracht door Ger Kalverdijk van Stichting COOG, zijn eveneens vermeld en ook ingetekend op een van de kaarten in de bijlage. Feit is niettemin dat in de rapporten van de vervolgonderzoeken (booronderzoek en proefsleuvenonderzoek) telkens wel over “de zijtwinde” wordt gesproken zonder onderscheid tussen de geplande nieuwe dijk en de oorspronkelijke Zijtwinde. Mogelijk is er door veronachtzaming van voornamelijk de zeer precieze locatiegegevens van J.P. Geus toch onduidelijkheid blijven bestaan over de oorspronkelijke locatie of/en heeft men de breedte van de Zijtwinde veel te breed ingeschat.

Afbeelding 21 Boorpunten en de vermeende locatie van de zijtwinde, de dijksloot en de doorbraak volgens de resultaten het booronderzoek.

J.L. Beek en J.J. Hekman, Archeologisch onderzoek Recreatiegebied Geestmerambacht, Assen, Grontmij Archeologische Rapporten 30. Zie voetnoot 2. 7 Zie voetnoot 1. 8 Geestmerambacht IV in WFO&N nr. 40 (1973). 9 G. Kalverdijk, De Zijtwinde als cultuurhistorisch monument? in Coogblick 6/2 en Een Zijdewind als noordelijke begrenzing van de Vroonlanden in Coogblick 7/1.
6 10

5

CHW: Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Holland.

- 12 -

Booronderzoek Vervolgens is in april 2008 een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen uitgevoerd door ACVU-HBS Archeologische Projecten11. Het rapport van dit onderzoek stelt dat ondergrondse resten van het dijklichaam van de zijtwinde zijn gevonden. Het zou gaan om een 10 tot 15 meter breed pakket van zand of klei(brokken). Bovendien zou op twee plaatsen ten zuidoosten van de zijtwinde een opgevulde dijksloot zijn aangetroffen. Tot slot zou vanuit het noordwesten de zijtwinde doorbroken zijn geweest. Een en ander is weergegeven in Afbeelding 21. Het rapport adviseert de vindplaats in de Kleimeer Noord nader te onderzoeken door middel van een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven. ACVU-HBS meende dus resten van de zijtwinde te hebben aangetroffen op een locatie waar deze middeleeuwse zijtwinde volgens de inzichten van de eerder genoemde literatuur niet aanwezig was. Bovendien wijkt de oostwestoriëntatie van de vermeende zijtwinde nogal af van de algemene verkavelingsrichting in dit gebied! Overigens wordt in recente archeologische literatuur de grondboor als een onbetrouwbaar instrument beschouwd voor het meten van de archeologische kwaliteit van een terrein12.

Afbeelding 22 Contouren van Put 2 met op de voorgrond de naamloze sloot langs de zuidzijde van het Vlasgat

Proefsleuvenonderzoek Het geadviseerde proefsleuvenonderzoek is in oktober 2008 uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten13. In de rode lijntjes boven en links van het woord Koedijk op Afbeelding 19 (overgenomen uit het onderzoeksrapport van ADC ArcheoProjecten) is de ligging van de drie opgravingputten weergegeven. Op Afbeelding 22 zijn de contouren van de weer dichtgemaakte proefsleuf (put) nr. 2 in het landschap te zien. Op de voorgrond van deze afbeelding is nog juist de oever zichtbaar van de eerder genoemde naamloze sloot, die ten zuiden van en evenwijdig aan het Vlasgat ligt. Omdat het proefsleuvenonderzoek voortborduurt op het booronderzoek zijn ook deze sleuven gegraven op plaatsen waar de vogelobservatiedijk is geprojecteerd en waar de middeleeuwse zijtwinde dus niet gelegen heeft. Het is dan ook geen verrassing dat bij dit onderzoek geen restanten van de zijtwinde zijn aangetroffen. ADC acht het -terechtwel aannemelijk dat de zijtwinde nog meer noordelijk te verwachten is, buiten het bereik van de aangelegde proefsleuven. Het ADC-onderzoek beveelt hier overigens geen vervolgonderzoek aan in de vorm van aanvullend proefsleuvenonderzoek nog noordelijker of een vlakdekkend onderzoek ter plaatse (een dergelijk advies werd wel gegeven voor het nabijgelegen archeologisch onderzoeksterrein De Druppels, ten noorden van de Saskevaart, zie elders in deze Poldergeest). Verdere bevindingen van het proefsleuvenonderzoek Het ADC-onderzoek trekt verder nog een aantal interessante conclusies op basis van de bevindingen van het proefsleuvenonderzoek, die de moeite van het vermelden waard zijn.

11

Boreel, G.L., 2008: Uitbreiding van het recreatiegebied Geestmerambacht, plangebied Kleimeer Noord, gemeente Langedijk. Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen, Amsterdam. Zuidnederlandse Archeologische Notities 154. (De informatie over deze titel is ontleend aan het rapport Een dijk bij Koedijk?, zie noot 13). 12 W. Hupperetz, e.a. (red.), Van bodemvondst tot database. Handboek voor de amateurarcheoloog, blz. 69, Uitgeverij Matrijs, 2009. 13 Een dijk bij Koedijk? Archeologisch onderzoek in deelgebied Kleimeer Noord, gemeente Langedijk, Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven, Onder redactie van: M.E. van Kruining en M.C.E Houkes, rapport 1762 van ADC ArcheoProjecten. te Amersfoort.

- 13 -

·

De aangetroffen archeologische resten beslaan voornamelijk sloten en greppels, daterend in de Nieuwe Tijd. Daarmee worden kwaliteit en complexiteit als ‘laag’ ingeschaald. · Vanwege het ontbreken van duidelijke sporen en het ontbreken van aanwijzingen voor een dijklichaam worden de resten als niet-behoudenswaardig gewaardeerd. · De sloten en greppels bevinden zich in- en verspreid over- alle vlakken en komen veelal direct onder de bouwvoor tevoorschijn. · De sloten vormen de jongste sporen daterend in de 19de eeuw. Dit systeem heeft voorgangers gehad die in ieder geval in de 17de eeuw maar mogelijk ook eerder te dateren zijn. · Brandresten van houtskool duiden op jaarlijks vruchtbaar maken van de bovenlaag en mogelijk ook op moernering, dus zoutwinning door verbranding van veen. Het laaggelegen landschap is gevormd onder invloed van water. Tot de 13de eeuw zijn dit vooral mariene invloeden geweest. Daarnaast heeft ook een hoge grondwaterspiegel en moeizame afwatering een grote rol gespeeld. Dit heeft geresulteerd in verschillende afzettingslagen die zowel in het profiel als in het vlak zichtbaar waren. Als reactie lopen hier diverse sloten en drainages doorheen. Conclusies Hoewel in het bureauonderzoek de beschikbare historische bronnen voldoende zijn nageplozen is de juiste locatie van de middeleeuwse zijtwinde volgens de rapporten van de vervolgonderzoeken (proefboringen en proefsleuven) niet helder in beeld gekomen. Er is uitgebreid voorbereidend archeologisch onderzoek verricht op een plek ten zuiden van de middeleeuwse zijtwinde, waar o.a. een nieuwe vogelobservatiedijk is geprojecteerd. Dat resten van de middeleeuwse zijtwinde uiteindelijk niet zijn aangetroffen is dan ook niet meer dan logisch: men groef immers (overigens om volstrekt valide redenen) op een plek waar deze dijk niet heeft gelegen. Maar daarmee is de conclusie niet gerechtvaardigd dat deze er ook nooit is geweest. Het is tot slot, zoals eerder gesteld, ook nog maar de vraag of er überhaupt resten van de zijtwinde aanwezig zijn, temeer omdat er betrekkelijk recent ter plaatse een forse sloot is gegraven, nl. de eerder genoemde “naamloze” sloot.

Kerken kijken in Broek en Oudkarspel
n de vorige Poldergeest stond een verslag over de succesvolle excursie naar vijf kerken in Broek op Langedijk. In een vervolgartikel gaf Carla Rogge een verkennende beschrijving van het gebouw en de inventaris van de Hervormde Kerk van Broek. Voor de eerstvolgende Poldergeest werd toen een artikel in het vooruitzicht gesteld over de overige vier kerken in het dorp:

I

de Gereformeerde Kerk, de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, de Christelijk Gereformeerde Kerk en de Doopsgezinde Vermaning. Dit artikel zal echter wegens drukke werkzaamheden van Carla Rogge naar verwachting in Poldergeest 11 verschijnen. Zie de RAGenda op blz. 16 voor de op stapel staande excursie naar o.a. de Allemanskerk in Oudkarspel.

Kerk- en Dergmeer in West-Friesland toen en nu
n deel 5 van de serie West-Friesland toen en nu met als titel Droge voeten is o.m. aandacht geschonken aan het gemaaltje met molenaarshuis van de Kerk- en Dergmeer aan de Kerkmeerweg bij Oudkarspel. Ruud Spruit, de vroegere directeur van het West-Fries Museum, schreef een met schitterende foto’s geïllustreerd artikel over deze mogelijk oudste droogmakerij in Nederland. De geleerden zijn het er volgens Spruit namelijk niet over eens of deze Dergmeer in het Geestmerambacht, dan wel de Achtermeer bij Alkmaar de eerste was. Een feit is dat beide polders ongeveer in dezelfde tijd -tussen 1530 en 1550- droogvielen. Andere onderwerpen waarover tot nu toe in deze thematisch opgezette serie is gepubliceerd en die betrekking hebben op het gebied Geestmerambacht en Schagen e.o. zijn: Het Huis te Nuwendoorn bij Eenigenburg, De

I

kapel van Keinse bij Schagen, Kolfbaan van Brederode in Oudkarspel, Beeld van dansend paar in Schagen, Bakkerij Van den Berg en Zoon in Krabbendam, Zuurkoolfabriek Kramer in Zuid-Scharwoude, Modehuis Schmalz in Schagen, Museum Broeker Veiling in Langedijk, De Markt in Schagen, Voormalige herberg aan de Niedorper Verlaat, Terp Avendorp bij Schagen, De Zeswielen bij Alkmaar, Het Poldermuseum in Heerhugowaard, Voormalig Polderhuis Waard- en Groetpolder, “De slag in de Sont’ op een schilderij in Alkmaar, Het graf van Dirck Rembrandtsz van Nierop, Kolhorn, oude haven in het binnenland, Het Witte Kerkje in Sint Pancras, Herenhuis in Oudkarspel en de Bunker in Schagen. Meer informatie over deze 15delige serie (er zijn inmiddels 7 delen verschenen) op www.waanders.nl of www.westfrieslandtoenennu.nl.

- 14 -

De stadt Alkmaer met haare dorpen

O

p vrijdag 16 april jl. heeft het Regionaal Archief Alkmaar de uitgave van het manuscript 'De stadt Alkmaer met haare dorpen' van de Alkmaarse geschiedschrijver Gijsbert Boomkamp gepresenteerd. Dit manuscript bevat beschrijvingen uit 1740 van dorpen en gehuchten in het noorden van Noord-Holland, geïllustreerd met ruim 70 pentekeningen. Het manuscript is vervaardigd door de Alkmaarse geschiedschrijver Gijsbert Boomkamp en wordt momenteel bewaard door het Regionaal Archief Alkmaar. Het tot dusver onuitgegeven gebleven manuscript is vaak de enige bron die ons iets kan vertellen over inmiddels al weer afgebroken kerken en andere monumenten. De stadt Alkmaer met haare dorpen is nu eindelijk uitgegeven. De oorspronkelijke tekst is aangevuld met een moderne hertaling, zodat het werk voor iedereen goed leesbaar is. Het boek geeft een verrassend en compleet beeld van de Noord-Hollandse dorpen en gehuchten in de achttiende eeuw. Extra aantrekkelijk daarbij zijn de charmante pentekeningen die de beschrijvingen illustreren. Moderne foto’s tonen wat er vandaag de dag te zien is op dezelfde plek. Het Geestmerambacht e.o. is in dit boek goed vertegenwoordigd met beschrijvingen van o.a. Broek op Langedijk, Burghorn, Eenigenburg, Haringhuizen, Heerhugowaard, Huiswaard, Koedijk, Krabbendam, Nieuwe Niedorp, Noord-Scharwoude, Oude Niedorp, Oudorp, Schagen, Schoorldam, Sint Maarten, Sint Pancras, Valkkoog, Warmenhuizen, Winkel, Zijdewind, Zuid-Scharwoude en Sint Pancras.

Afbeelding 23 Kerkje van Sint Pancras

Ook een hoofdstuk over geheel Geestmerambacht ontbreekt niet. Hierin worden beschreven de taken van de dijkgraaf en de hoofdingelanden en het eindvonnis van het Groot Proces om de verdeling van de lasten van de West-Friese Omringdijk. De eerste exemplaren van het boek zijn uitgereikt aan de historische verenigingen uit de regio. Uitgever: Stichting Uitgeverij Noord-Holland, omvang: 336 pagina’s, prijs: € 24,95, ISBN: 978 9078381 365.

RAG-iteiten
Ger Kalverdijk
an Otto Koedijk te Sint Pancras ontvingen we vier kleine objecten, die door zijn zoon Pieter achter het huis aan de Dijkstalweg naar oven kwamen bij het “omzanden” ten behoeve van bollenland (zie Afbeelding 24).

V

Afbeelding 24

Vanuit een paar meter diepte van de vroegere z.g. Baljuwsweiden werd volgens Frans Diederik aangetroffen: 1) een dobbelsteentje van ca. 1 cm3, uit bot gesneden, net als de vondst in de Druppels, 2) een plat vuursteentje met een dunnere zijkant, mogelijk om huid of schubben te verwijderen. Het doet echter ook sterk denken aan een 'flint', die zowel bij musketten werd gebruikt, maar ook voorkwam in de tondeldoos; in combinatie met een vuurijzer kon er een vonk worden gemaakt, 3) een donkergrijze haaientand van de carcharodon, 4) een dominosteentje, ook uit bot in hetzelfde formaat gemaakt. Alleen de haaientand kwam uit de blauwzandlaag op ± 2 meter diepte, de andere drie objecten waren al eerder in de bovenste teelaardelaag gevonden! Interessant was dat de teelaardelaag ± 50 cm bedroeg, daaronder ± 1 meter klaarveen met een bruinwitte zandlaag, gekleurd door worteling of/en uitloging, daar weer onder zonder schelpen (opgelost?) en dan de haaientand boven in de blauwzandlaag.

- 15 -

De Nuwendoorn herrijst
Jaap van Rossum

N

a de afronding in juli 2008 van het archeologisch onderzoek op en rond het kasteelterrein (zie Poldergeest 8, blz. 9), is het al aangekondigd: het oude kasteelterrein van de Nuwendoorn zal worden opgeknapt. Men heeft intussen niet stilgezeten. Van het kasteel zijn delen van muren en torens inmiddels herrezen. De voormalige Noordwesttoren is in staal herbouwd, zodat de Nuwendoorn al van verre in het landschap zichtbaar is, zie Afbeelding 25. Ook is het tracé van een oude versie van de Omringdijk inmiddels hersteld. Op woensdag 19 mei 2010 is het hoogste punt van de toren bereikt. Gedeputeerde Sascha Baggerman heeft op die dag dit “hoogtepunt” onthuld. Over deze gebeurtenis en over de resultaten van het archeologisch onderzoek hopen wij u in een van de eerstvolgende Poldergeesten en op onze website verder te informeren.

Afbeelding 25 De “bouwplaats” Nuwendoorn op 6 mei 2010; foto rechts: artist's impression

RAGenda

O

p zaterdag 16 oktober 2010 wordt door RAG i.s.m. COOG o.l.v. Carla Rogge een excursie naar de Allemanskerk in Oudkarspel georganiseerd. Deze excursie wordt gecombineerd met een bezoek aan het gemaal Kerken Dergmeer o.l.v. Björn de Vries met als tussendoortje (na opgave vooraf) een lunch in café De Knip. Zoals het er nu naar uitziet zal op die dag ook het nieuwe boek van Björn de Vries “Een West-Friese affaire, Malers van de Kerk- en Dergmeer” worden gepresenteerd. Nadere informatie volgt, zie onze website www.rag-archeologie.nl.

Colofon
Poldergeest is het nieuwsbulletin van de Stichting RAG en verschijnt twee maal per jaar. Bestuur: Ger Kalverdijk, Monique Zwetsloot, Jaap van Rossum, Wijb Ouweltjes, Frans Diederik, Arend Grijsen, Stichting RAG Redactie: Jaap van Rossum voorzitter, secretaris, penningmeester, bestuurslid, bestuurslid, bestuurslid, g.kalverdijk@rag-archeologie.nl tel. 072-5330679 m.zwetsloot@rag-archeologie.nl tel. 072-5095253 j.van.rossum@rag-archeologie.nl tel. 072-5157122 ouweltjes@quicknet.nl tel. 0226-313138 fransdiederik@quicknet.nl tel. 0224-296548 grijshaar@quicknet.nl tel. 0224-215391 info@rag-archeologie.nl www.rag-archeologie.nl Inschrijvingsnummer Kamer van Koophandel: 37116370

Begunstiger worden van de St. RAG? Dit kost slechts € 5,-- per jaar.
Stort dit bedrag op betaalrekening 779146 t.n.v. Stg Reg Arch Gheestmanambocht te Alkmaar. Vermeld a.u.b. uw e-mail en bij internet bankieren ook uw adres.

Verantwoording van de afbeeldingen: Afbeelding 1: Google Earth, Afbeelding 2 t/m Afbeelding 12, Afbeelding 18, Afbeelding 22 en Afbeelding
25: Jaap van Rossum, Afbeelding 13 t/m Afbeelding 15: J.P. Geus, Koedijk meer dan 4 eeuwen water en veldnamen, Stichting COOG, 1996, Afbeelding 16 en Afbeelding 17: West-Friesland Oud en Nieuw, nr. 40 (1973), Afbeelding 19: "Een dijk bij Koedijk? Archeologisch onderzoek in deelgebied Kleimeer Noord, gemeente Langedijk, Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven, Onder redactie van: M.E. van Kruining en M.C.E Houkes", rapport 1762 van ADC ArcheoProjecten. te Amersfoort, Afbeelding 20: www.hetgroenemirakel.nl à Downloads à Kaart de Druppels en uitbreiding Kleimeer, Afbeelding 21: Boreel, G.L., 2008: Uitbreiding van het recreatiegebied Geestmerambacht, plangebied Kleimeer Noord, gemeente Langedijk. Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen, Amsterdam. Zuidnederlandse Archeologische Notities 154, Afbeelding 23: Website Regionaal Historisch Centrum Alkmaar.

- 16 -

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful