You are on page 1of 4

Verslag 1e Bijeenkomst Klankbordgroep

Elperstroom
11 juni 2008
De Koekoekshof, Hoofdweg 1, Elp.
Aanwezig: Judith van den Berg (Milieufederatie Drenthe), Jan Boer (Boermarke Elp),
Wim Bos (Boermarke Elp), Hans Brinke (LTO-Noord Midden Drenthe), Gertjan
Elzinga (voorzitter), Wiebe Enting (LTO-Noord Midden Drenthe), Jan en
Liesbeth Essink (inventarisatie vrijwilligers Staatsbosbeheer en
vrouwenvereniging Elp-Zuidveld), Ton Fouwels (WBE ‘Diana’), Piet op ’t Hof
(DLG), Willem Molenaar (Staatsbosbeheer), Nico Steyn (Elp-zuidveld
website), Christina Schipper (DLG), Rienko van der Schuur (DLG), Herman
Thije (provincie Drenthe), Jelle de Vries (Vlinderwerkgroep Drenthe), Arend
Weurding (Boermarke Elp), Gart Zweers (Drents Particulier Grondbezit)
Afwezig met kennisgeving: Karen Beukema (secr. BC Drentsche Aa), Kees Folkertsma
(Gebiedscommissie Drentsche Aa), Ymkje de Boer (Recron), Barbare van Dijk
(Recreatieschap Drenthe), dhr. H. Brink (Stichting Natuur- en Milieugroep
Midden-Drenthe).

Gert Jan Elzinga opent als voorzitter de vergadering om 20:10 uur. Als eerste volgt een
voorstelrondje. Er is een goede opkomst vanuit diverse belangen. Wat is het doel
waarvoor we hier bij elkaar zitten? De klankbordgroep is bedoeld om alle
belanghebbenden in en rond het Natura 2000 gebied Elperstroom goed te informeren en
te betrekken bij de planvorming. In 2008 zal deze groep in ieder geval drie keer bij elkaar
komen. De bedoeling is om het beheerplan verrassingvrij op te leveren. Iedereen moet in
redelijkheid kennis genomen kunnen hebben van de ontwikkelingen die leiden tot het
beheerplan Elperstroom. Dat betekent niet dat alle betrokkenen het eens moeten zijn met
het beheerplan, maar vooral dat alle betrokken belangen zijn meegenomen en -gewogen
in het eindresultaat en dat er geen zaken vergeten worden. De klankbordgroep heeft
geen formele status. De formele inspraakprocedure rondom de begrenzing heeft
inmiddels plaatsgevonden en de formele inspraakprocedure over de
instandhoudingsdoelen in het Beheerplan volgt naar verwachting in de loop van 2009.
Avonden als vanavond zijn dus extra om iedereen goed te informeren en om de
plannenmakers te voeden met wat leeft in deze streek.

Na een rondje voorstellen volgen drie presentaties over:


1) Toelichting proces door Christina Schipper
2) Bestaand gebruik door Rienko van der Schuur
3) Uitwerking instandhoudingdoelstellingen door Rienko van der Schuur.

Vragen en Discussie
Planning na oplevering
Hoe zit het met de planning na het opleveren van het concept beheerplan aan het einde
van dit jaar?
Piet op ’t Hof maakt hierin een onderscheid tussen de beheerplannen waarvoor de
provincie voortouwnemer is en de plannen waarvoor het ministerie van LNV
voortouwnemer is (zoals de Elperstroom). Bij de ‘provinciale’ plannen kan na het
opstellen nog gesleuteld worden aan de doelstellingen en de begrenzingen. Hierdoor kan
de nodige vertraging optreden bij het uiteindelijke vaststellen van het plan (inclusief de
doelstellingen en de begrenzing). Pas nadat het plan is vastgesteld is wordt de publieke
voorlichting ingezet en is inspraak mogelijk tot een termijn van 6 weken na de datum van
vaststelling. De ‘DLG’-plannen laten de voorlichting al vanaf het begin van het traject
plaatsvinden zodat het beheerplan niet rauw op het dak van betrokken inwoners valt. Om
diezelfde reden is ook de klankbordgroep ingesteld voor de ‘DLG’-plannen. Al heeft de
klankbordgroep geen formele status, alle relevante ideeën, maatregelen, onderzoeken of

Verslag klankbordgroep 11 juni 2008 1 versie 26 juni 2008


andere voorstellen die uit het gebied komen (en een bijdrage leveren aan Natura 2000
doelen) zullen zeker een plaats krijgen in het beheerplan.

Herman Thije vraagt of deze aanpak voor alle gebieden hetzelfde is.
Christina Schipper antwoordt dat dit zo is voor alle ‘DLG’-gebieden, de
‘provinciale’-gebieden hebben een andere ‘volgordelijkheid’ waarbij begrenzingen en
doelstellingen zoals gezegd bespreekbaar zijn. Momenteel wordt binnen de provincie wel
gedacht over het eventueel opnemen van een klankbordgroep in de procedures voor het
opstellen van een beheerplan.

FBE of WBE in gebiedsgroep


Ton Fouwels wil weten of er alleen met Staatsbosbeheer gepraat wordt. De WBE’s via de
FBE hebben ook een beheerplan hebben opgesteld. Hij zou graag zien dat de FBE zou
worden toegevoegd aan de gebiedsgroep.
Piet op ’t Hof merkt op dat binnen natuurbeheer faunabeheer plaatsvindt volgens het
‘nee, tenzij’ principe. In die zin worden de beheerplannen van de FBE niet meegenomen
in het voortraject. De belangen van de WBE en de FBE zijn in zijn visie dan ook het beste
gediend met een plaats in de klankbordgroep en niet in de gebiedsgroep.

Begrenzing
De heer Zweers vraagt wanneer de minister de grenzen van de vogel- en
habitatrichtlijngebieden heeft vastgesteld.
Piet op ’t Hof geeft aan dat de minister nog geen besluit heeft genomen over de
begrenzing. Het gaat hier slechts om een voorlopig aanwijzingsbesluit.

Aanvulling bestaand gebruik


Herman Thije merkt op dat de lijst met relevante beleidskaders aangevuld dient te
worden met de landschapsvisie Nationaal Park Drentse Aa en het hieraan verbonden
uitvoeringsplan. Rienko van der Schuur zegt dit toe.

De heer Zweers merkt op dat de peildatum voor bestaand gebruik niet 1 september 2005
is maar 1 oktober 2005.
Rienko van der Schuur beaamt dit en zal dit in de presentatie corrigeren. De heer Zweers
wil graag enige verduidelijking van de toetsing voor wat betreft bijvoorbeeld
uitbreidingsplannen. De heer van der Schuur antwoordt dat de bestaande
uitbreidingsplannen zullen worden getoetst aan de doelstellingen van het gebied.

Instandhouding versus ontwikkeling


Er bestaat de nodige spraakverwarring over instandhoudingdoelstellingen waarover wordt
gesproken en het feit dat er naast het instandhouden van de huidige situatie dus blijkbaar
meer natuurwaarden moet komen dan er nu al is. Dit zal inhouden dat binnen de
begrenzing meer hectares gaan voldoen aan specifieke natuurdoelen (vertaalt in
habitattypen). Het zou dus juister zijn om te spreken van ontwikkelingsdoelstellingen
aangezien instandhoudingdoelstellingen impliceren dat er geen ontwikkeling van
natuurwaarden meer aan de orde is, aldus de heer Zweers.
Piet op ‘t Hof snapt het probleem en legt uit dat de term instandhoudingdoelstelling
vooral vanuit Europees perspectief gezien moet worden. De doelstelling van Natura 2000
is om de bestaande biodiversiteit in Europa in stand te houden, vandaar de naam. Op
lokaal gebied kan er echter sprake zijn van ontwikkelingsdoelstellingen zoals in de
Elperstroom. Gertjan Elzinga voegt hieraan toe dat het gaat om
ontwikkelingsdoelstellingen binnen de huidige begrenzing. Het gaat niet om het binnen
het Beheerplan aanpassen van de nu aangegeven grenzen van het Natura 2000 gebied.
De term instandhoudingsdoelen leidt inderdaad tot de nodige onduidelijkheid. Vanuit de
communicatie dient hier aandacht aan besteedt te worden.

Jelle de Vries is geschrokken van de geringe omvang van het huidige blauwgrasland en,
nog erger, van het nietige stukje kalkmoeras.
Willem molenaar beaamt dit en stelt dat er niet voor niets een ‘sense of urgency’ voor het
gebied is uitgesproken. Willen we de doelstellingen halen dan is het zaak om snel tot
verbetering te komen omdat anders de waarden zullen zijn verdwenen.

Verslag klankbordgroep 11 juni 2008 2 versie 26 juni 2008


Omvang doelstelling
Er bestaat de nodige zorg over de uitbreiding van de doelstelling, hoe hard zijn de
doelstellingen in hectares in de toekomst? En wat gebeurt er als de doelstellingen niet
gehaald worden komt er dan een sanctie vanuit Brussel?
Christina Schipper stelt de mensen gerust. Er is altijd nog zoiets als het ‘haalbaar en
betaalbaar’ principe. Alleen als aan dit criterium wordt voldaan gaan we verder. Als zou
blijken dat de doelstelling niet gehaald kan worden dan kan er alleen een juridische
consequentie aan vast zitten als zou blijken dat er sprake is van nalatigheid.

Vossen
Ton Fouwels stelt dat het voor vogels in het gebied moeilijk is om succesvol tot broeden
te komen door de grote hoeveelheid vossen dat in het gebied aanwezig is. Heeft dit geen
negatieve effecten op de natuurwaarden en moet hier in het plan geen aandacht aan
worden besteedt?
Willem Molenaar merkt op dat de Grauwe Klauwier, waarvoor het gebied een doelstelling
heeft geen bodembroeder is en dus weinig problemen zal ondervinden van vossen. Voor
de habitatdoelstelling spelen vossen ook geen rol.

Maar er zijn volgens Ton Fouwels binnen het gebied ook andere bedreigde soorten
waarvoor de habitatdoelstelling geen soulaas biedt.
Willem Molenaar benadrukt nogmaals dat het hier gaat om een beheerplan voor Europese
doelen. Eventuele lokale doelen worden in principe niet meegenomen maar kunnen
eventueel natuurlijk wel profiteren van de voorgestelde maatregelen. Gertjan Elzinga
concludeert dat de relatie tussen wildbeheer en de Natura 2000 als zodanig niet bestaat.
Wel een relatie tussen wildbeheer en overige natuurdoelen van bijvoorbeeld de Provincie,
maar daar gaat dit Beheerplan Elperstroom niet over.

Hydrologie
Jan Boer vraagt hoe het kan dat de oostelijke sloot langs de Reitma zo veel kwel afvangt
dat realisatie van de doelstelling niet meer mogelijk is.
Piet op ’t Hof zegt dat er een forse invloed is van deze sloot maar dat onvoldoende
duidelijk is hoe groot de invloed is. Het huidige stationaire hydrologische model biedt
onvoldoende duidelijkheid. Vanuit de gebiedsgroep is een hydrologie-werkgroep
geformeerd die bezig is de onderzoeksvraagstelling vast te stellen voor het opzetten van
een dynamisch hydrologisch model dat wel uitsluitsel kan geven over de omvang van de
verschillende knelpunten in de hydrologie. De GGOR-studie die ten grondslag ligt aan het
waterbesluit Elperstroom is onvoldoende om een onderbouwing te geven voor alle
hydrologische vraagstukken die spelen bij Nattura 2000. Hiermee dus ook ontoereikend
om wettelijk stand te houden als onderbouwing van alle te nemen maatregelen in het
beheerplan. Judith van den Berg vraagt of dit betekent dat alle noodzakelijke maatregelen
pas over zes jaar genomen kunnen worden als het dynamische model klaar is. Dit is niet
het geval. Maatregelen uit het Waterbesluit zullen opgenomen worden in het beheerplan
mits de effecten ervan voldoende duidelijk zijn (“Raad van State Proof”).

Jan Boer constateert dat de landbouw in 1950 wel voor kalkmoeras kon zorgen en
Staatsbosbeheer bijna 60 jaar later met alle moderne hun ten dienste staande middelen
niet. De landbouw in het Elperstroomgebied is in die 60 jaar nauwelijks veranderd en Jan
Boer kan zich niet voorstellen dat het juist de landbouw is die verantwoordelijk is voor de
achteruitgang van de natuurwaarden in het gebied.
Gert Jan Elzinga vraagt welke suggestie de landbouw heeft om de verdere achteruitgang
van de natuurwaarden te stoppen.
Jan Boer wijst een tweetal oorzaken aan: ten eerste de geringere hoeveelheid neerslag nu
in vergelijking met vroeger en ten tweede de oudere bossen op de oostflank die veel
meer water verdampen dan destijds de heidevelden en jonge bossen.

De Boermarke Elp vraagt zich af of het hele gebied onder water moet komen te staan.
Rienko van der Schuur antwoordt dat de ideale situatie voor blauwgrasland betekent dat
het kwelwater in de winter op het maaiveld moet staan en in de zomer op een diepte van
0-40 centimeter onder het maaiveld.

Verslag klankbordgroep 11 juni 2008 3 versie 26 juni 2008


Hoe kan het dat er vroeger meer sloten lagen in de aangrenzende percelen en er dus
meer afvoer was, en er desalniettemin toch veel hogere natuurwaarden in het gebied
aanwezig waren.
Piet op ’t Hof beaamt dit maar zegt bovendien dat die sloten vooral tot gevolg hadden dat
het oppervlakkige, zure regenwater werd afgevoerd maar dat het basenrijke kwelwater
volop in het gebied opborrelde. Juist dit kwelwater is de motor van blauwgraslanden.
Regenwater hindert de ontwikkeling van blauwgraslanden zelfs en dit is ook de reden
waarom ook nu regenwater wordt afgevoerd ondanks onvoldoende kwelwater om de
vochtigheid van het gebied vast te houden.

Vervolgplanning
In de zomer van 2008 zal het bestaand gebruikt verder worden geïnventariseerd en zal
worden begonnen met de eerste toetsingen aan de instandhoudingsdoelstellingen. Bij het
eerstvolgende gebiedsgroepoverleg op 11 september zal de eerste concept toetsing
worden besproken. De eerstvolgende klankbordgroep zal plaatsvinden aan het einde van
september, na de tweede publieksbijeenkomst.

Judith van den Berg vraagt zich af waarom eerst het grote publiek wordt geïnformeerd en
pas daarna de klankbordgroep.
Christina Schipper antwoord dat de eerste publieksbijeenkomst alleen het proces van de
totstandkoming heeft behandeld en niet de toetsing van het bestaand gebruik. De
tweede publieksbijeenkomst zal vooral gaan over het bestaande gebruik zonder de
toetsing. De klankbordgroep zal dus altijd iets voorlopen op de publieksbijeenkomsten.

Aldus opgemaakt op 26 juni 2008 door Rienko van der Schuur

Verslag klankbordgroep 11 juni 2008 4 versie 26 juni 2008