You are on page 1of 8

Algemene economie:

Algemene Economie (micro) P1

Bij algemene economie wordt onderzocht hoe er met beperkte middelen keuzes worden
gemaakt uit oneindige behoeften.
Middelen (geld, tijd) ←--- → Behoeften (materieel: auto, huis + immaterieel:
gezondheid, geluk)
Macro-economie = Op schaal van landen
Micro-economie= bedrijven en gezinnen

Prijselasticiteiten

De elasticiteit laat zien in welke mate een procentuele verandering van het ene zorgt
voor een procentuele verandering van het andere!

De formule: % verandering vraag (gevolg)


% verandering prijs (oorzaak)

SWOT- Analyse
Hiernaast zie je de SWOT-
analyse. Je gaat bij de SWOT-
analyse kijken naar de sterkten,
zwakten, kansen en
bedreigingen voor een bedrijf.
De sterkten en zwakten
(bovenste laag van de analyse)
zijn intern. Deze kan je namelijk
binnen je bedrijf veranderen en
aanpassen. De kansen en
bedreigingen (onderste laag van
de analyse) zijn extern. Deze
zijn namelijk ook afhankelijk van je concurrenten.

In het schema hieronder zie je de verschillende marktvormen met de


kenmerken. Er zijn 4 verschillende vormen:
- Volkomen concurrentie
- Monopolistische concurrentie
- Oligopolie
- Monopolie
Management periode 1:
Het 7S-Model van McKinsey
Auteur: McKinsey
Het 7S-Model biedt elke manager een gedegen handvat om een organisatie te
beschrijven en te analyseren. Het uitgangspunt van het 7S-Model zijn de volgende
samenhangende dimensies:
1. Strategie De doelen die de organisatie wil bereiken en de manier waarop
2. Structuur De wijze waarop de organisatie in elkaar zit. Qua taakverdeling en
hiërarchie.
3. Systemen Gestandaardiseerde manieren om dingen te doen in een organisatie.
4. Personeel Kenmerken van het personeelsbestand
5. Managementstijl De manier van leidinggeven binnen een organisatie
6. Gemeenschappelijke waarden De overtuigingen van de organisatieleden ten
aanzien van wat goed en verkeerd is.
7. Sleutelvaardigheden Combinatie van kennis, motivatie, vaardigheden en
persoonskenmerken.
Linkert en zijn ‘Linking-Pin’ principe
Auteur: Linkert
Likert was een organisatiekundige die streefde naar een samenvoeging van de klassieke
en de gedragskundige stroming.
Het Linking-Pin principe is: een organisatie bestaat uit elkaar overlappende groepen die
bij elkaar gehouden worden door personen die als verbindende schakel functioneren.
Relevantie: Hoofdpunten van managen en organiseren, 1.4.2 blz. 24

McGregors X- en Y-Theorie
McGregor
McGregor was van mening dat je op twee manieren naar mensen kan kijken: Namelijk
volgens theorie X of volgens theorie Y.
Theorie X: De mens is van natura lui, alleen tot werken te krijgen door middel van
dwang. Geen ambitie om door te groeien. Werkt alleen voor het geld.
Theorie Y: De mens wil van natura graag werken, kunnen zichzelf onder controle houden,
zoeken verantwoordelijkheid en hebben behoeften om hoger op te komen in hun baan.
De taak van de manager: Rekening houden in de manier waarop hij medewerkers
aanstuurt.
Relevantie: Hoofdpunten van het managen en organiseren 1.4.2 blz. 24

Blake en Moutons ‘Managerial grid’


Robert Blake en Jane Mouton
Blake en Mouton ontwikkelden een schema waarin je kan aflezen wat de beste
managementaanpak is: het zogenaamde teammanagement.
Dit schema is verdeeld in: de zorg voor de mensen en aan de andere kant de zorg voor
de productie.
Relevantie: Hoofdpunten van het managen en organiseren 1.4.2 Blz. 24
EFQM-Model
Auteur niet beschikbaar
Het EFQM-model is niet alleen een systeem om de kwaliteit te waarborgen, maar ook een
systeem om het functioneren van delen of van de hele organisatie door te lichten.
Het EFQM-model kent negen aandachtsgebieden, namelijk: Leiderschap, Beleid en
strategie, personeelsmanagement, middelmanagement, management van processen,
waardering door klanten, waardering door personeel, waardering door de maatschappij
en de eindresultaten.
Elk aandachtsgebied kent vier tot zeven onderdelen, elk onderdeel kan zich ontwikkelen
van fase I tot fase V. In de vijfde fase is er sprake van een open systeem: De organisatie
die geheel is ingebed in een omgeving en op alle belangrijke signalen daarvan reageert,
maar ook invloed daarop uitoefent.

Bedrijfscultuurmodel (Ui-model) van Sanders en Neuijen (1997)


Sanders en Neuijen (1997)
Uitleg aan de hand van de afbeelding hieronder:
Symbolen: Taalgebruik, kleding, kantoorinrichting, bedrijfsauto’s en het logo
Helden: Grondlegger van het bedrijf, belangrijke leidinggevenden en
uitblinkers
Rituelen: Vergaderingen, overwerk, communicatievormen en bijeenkomsten
Waarden: Zorg voor het milieu, bescherming van de zwakkeren etc.
Normen: Autogebruik beperken, chloorvrij papier gebruiken, aandacht voor
veiligheid
DESTEP-factoren
Auteur niet beschikbaar
Voor alle organisatie gelden de DESTEP-factoren:
1. Demografische factor
2. Economische factor
3. Sociaal-Maatschappelijke factor
4. Ecologische factor
5. Politieke factor
Voor elke organisatie hebben deze factoren een andere invloed, de omgeving van de
organisatie is dus van zeer groot belang.
Communicatie:

Basismodel Communicatie
Auteur niet beschikbaar
Zakelijke communicatie is het proces waarbij een organisatie als zender de intentie heeft
een boodschap over te brengen via een medium aan een ontvanger.
Encoderen: De boodschap die in je hoofd zit omzetten naar de ontvanger duidelijke
woorden, beelden of geluiden.
Decoderen: De ontvanger gaat de boodschap van duidelijke woorden, beelden of
geluiden omzetten naar voor hem of haar begrijpelijke gedachten.

Corporate Identitymix
Birkigt & Stadler
Aan de hand van een schema kun je de identiteit van de organisatie beschrijven.
Persoonlijkheid: Hetgeen dat de organisatie karakteriseert, komt tot uiting in
kernwaardes
Gedrag: Het dagelijks handelen van medewerkers zoals bijv. het omgaan met klanten
Communicatie: Berichtgeving middels folders, brochures en advertenties etc.
Symboliek: Het visuele beeld van de organisatie zoals de huisstijl of het logo
Huisstijl: De visuele identiteit van een organisatie

Communicatieplan
Auteur niet beschikbaar
1. Probleem
2. Analyse
3. Communicatiedoelgroep
4. Communicatiedoelstellingen
5. Boodschap
6. Communicatiestrategie
7. Communicatiemiddelen
8. Tijdsplanning
9. Budget
10. Evaluatie
Bedrijfseconomie periode 1:
Bedrijfseconomie
Model/Theorie
Auteur: samengesteld door Avans hogeschool ‘s-Herthogenbosch
Vakgebied: Bedrijfsadministratie
Beschrijving: Werken met een balans

Model/Theorie
Auteur: samengesteld door Avans hogeschool ‘s-Herthogenbosch
Vakgebied: Bedrijfsadministratie
Beschrijving: Bekend met het gebruiken, samenstellen en aflezen van
liquiditeitsoverzicht

Model/Theorie
Auteur: samengesteld door Avans hogeschool ‘s-Herthogenbosch
Vakgebied: Bedrijfsadministratie
Beschrijving: Verlies- en winstrekening kan worden samengesteld en afgelezen

Model/Theorie
Auteur: samengesteld door Avans hogeschool ‘s-Herthogenbosch
Vakgebied: Bedrijfsadministratie
Beschrijving: kolommenbalans, de voorgaande modellen kunnen hierin worden
samengevoegd.

Model/Theorie
Auteur: samengesteld door Avans hogeschool ‘s-Herthogenbosch
Vakgebied: Bedrijfsadministratie
Beschrijving: Het samenstellen van journaalposten uit financiële gebeurtenissen.
Recht periode 1:
Inleiding Recht:
Auteur: Onbekend
Publiekrecht
Publiekrecht: Staatsrecht, bestuursrecht en strafrecht
Privaatrecht
Privaatrecht: Burgerlijk recht

Rechtsbronnen
Auteur: Verschillend.
Rechtsbronnen: Wet, Jurisprudentie, Verdragen en Gewoontes
Inhoud: In de Jurisprudentie staan alle uitspraken die ooit door rechters zijn gedaan. Zo
kunnen bij gelijkwaardige gevallen deze terug opgezocht worden en als voorbeeld
worden gebruikt om zo tot een goede uitspraak te komen.
De wet en verdragen worden opgesteld door de overheid.
De gewoontes zijn manieren van leven die in een land als normaal worden gezien.

Rangorde regelgeving
Auteur: Onbekend.
Rangorde regelgeving:
1. Internationale verdragen en Europese verdragen
2. Grondwet
3. Wet in formele zin
4. AMvB Algemene Maatregel van Bestuur
5. Ministeriële regeling
6. Provinciale verordening of van de SER
7. Gemeentelijke verordening of van de waterschap
8. Verordening bedrijfschap.

Bestuurshandelingen
Auteur: Onbekend
Bestuurshandelingen: 1. Feitelijke handelingen
2. Rechtshandelingen: 1. Privaatrechtelijke handelingen
2. Publiekrechtelijke
handelingen: 1. Eenzijdig

2. Meerzijdig