You are on page 1of 14

Bijlage C Beoordelingscriteria hoofdfase

Evaluatie ‘overall-werkplekleren’ januari en juni 2017

Naam student Adriënne Egelmeers


Handtekening student

Studentnummer 2732718
Stageschool Het Palet Groep 3
Hapert
Naam mentor Ine Lunter
Handtekening mentor

De ontwikkeling van de student in zijn functioneren op de werkplek (kruis aan):


Ligt op schema x
Loopt achter op schema, geeft reden tot zorg x
Blijft sterk achter, is zeer zorgwekkend. (Uit zijn gedragingen blijkt geen geschiktheid
voor de praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening, dan wel de uitoefening van
het beroep.)
Ontwikkelingsgerichte feedback overall:
Door het uitvallen van Adriënne in deze stageperiode is enige achterstand ontstaan Daarvan is een
zeer groot deel alweer ingehaald. ER zijn dus geen zorgen ontstaan over de voortgang.

Criteria werkplekleren hoofdfase


Vanuit de Hogeschool Kind en Educatie zijn kritische handelen geformuleerd die de student moet
aantonen op de werkplek. Deze zijn hieronder gedeeltelijk weergegeven. Het betreft enkel die kritische
handelingen die gerelateerd zijn aan het werkplekleren.
Dit document kun je gebruiken als een sterkte/zwakteanalyse waar persoonlijke leerdoelen uit
voortkomen. Daarnaast is het een basisdocument voor het voortgangsgesprek aan het einde van een
stageperiode én dient het als bewijslast voor je dossier werkplekleren.
A1 Invloed uitoefenen op het pedagogisch klimaat

De student heeft inzicht in groepsprocessen. Hij kan het pedagogisch klimaat in kaart brengen,
bespreekbaar maken en beïnvloeden. Hij handelt in diverse situaties, waaronder onverwachte
situaties in interactie met leerlingen (bijv. op speelplaats) en houdt daarbij rekening met zijn
voorbeeldfunctie, zijn rol als cultuurdrager en als wereldburger. Hij kan zich verplaatsen in het
gezichtspunt van de ander en de belevingswereld van kinderen.

T.a.v. de situatie is sprake van

* gebruik maken van verschillende gesprekstechnieken;

* handelen binnen de gehele stagegroep.


De student
goed voldoende nog niet ?
voldoende

1.1 kent meerdere gesprekstechnieken en gespreksvormen x


en past deze – afgestemd op de situatie - adequaat toe;

2.1 creëert een veilige leeromgeving; x

2.2 verbetert zijn relatie met individuele leerlingen; x


4.8 improviseert ten behoeve van een goed leerwerkklimaat. x
Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t. invloed uitoefenen op pedagogisch klimaat:
Adriënne heeft oog voor de leerlingen, ze ziet wat ze nodig hebben en past haar handelen daarop
aan.

A2 Leiding geven

De student bewaakt het pedagogisch klimaat, waarin een sfeer van veiligheid en vertrouwen
heerst. Hij opent en sluit de dag en bespreekt met kinderen het dagprogramma. Hij biedt
structuur, organiseert overgangsmomenten, hanteert regels en afspraken en betrekt de kinderen
daarbij.

T.a.v. de situatie is sprake

* handelen binnen de gehele stagegroep;


* leiding hebben over de dag;
* gedurende vier aaneengesloten dagdelen.

De student
goed voldoende nog niet ?
voldoende
1.4 neemt leiding in de groep x
Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t. leiding geven:
Leiding geven gaat prima.
Nog werken aan aaneengesloten dagdelen.
A3 Gedeelde sturing

De student geeft ruimte en verantwoordelijkheid aan de kinderen en houdt daarbij rekening met
hulpvragen en de mate waarin kinderen verschillen in zelfstandigheid. Hij geeft kinderen
vertrouwen om zelfregulerend te kunnen optreden.

T.a.v. de situatie is sprake van

* handelen binnen de gehele stagegroep.

De student
goed voldoende nog niet ?
voldoende
1.3 past effectieve leerkrachtcommunicatie toe op groep en x
individu;
3.12 bevordert zelfsturing; x
4.5 maakt wederzijds afspraken en houdt zich daar aan. x
Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t. gedeelde sturing:
Effectieve leerkrachtcommunicatie is al vrij krachtig zeer bewust toegepast.

B1 Leerdoelen in samenhang stellen

De student heeft zicht op de leer- en ontwikkelingslijnen die in de groep aan de orde zijn en
verantwoordt tegenover de groepsleerkracht het gebruik van programma’s en bronnen om
leerdoelen voor de stagegroep te formuleren. Hij formuleert leerdoelen voor de stagegroep,
rekening houdend met de verschillende onderwijsbehoeften binnen de groep. Hij formuleert
leerdoelen voor een langere periode in onderlinge samenhang. Hij houdt daarbij rekening met
aspecten van taalontwikkelend leren (interactie, context, strategieën). Vanuit de grondhouding om
opbrengstgericht te werken is hij zich bewust van observatie- en/of toetscriteria om vast te kunnen
stellen in hoeverre een leerdoel is behaald.

T.a.v. de situatie is sprake van

* stellen van leerdoelen bij alle leerstofdomeinen uit de kerndoelen m.u.v. Friese taal (Nederlandse
taal, Engelse taal, Rekenen/Wiskunde, Oriëntatie op Jezelf en de Wereld, Kunstzinnige Oriëntatie;

* differentiatie in leerdoelen naar minimaal 3 niveaus bij de leerstofdomeinen Nederlandse Taal en


Rekenen/Wiskunde en het leerstofdomein van de gekozen profilering.
De student
goed voldoende nog niet ?
voldoende
3.5 beschrijft leerlijnen en past deze toe;
3.6 legt leerdoelen uit aan kinderen en controleert of deze
begrepen worden.
Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t. leerdoelen in samenhang stellen:
Adriënne heeft zicht op de leerlijnen.

B2 Leeractiviteiten in samenhang ontwerpen

De student ontwerpt, afgeleid van de leerdoelen, uitdagende leeractiviteiten voor de stagegroep en


houdt daarbij rekening met de talige moeilijkheidsgraad van leertaken. Hij benoemt de eisen die zijn
ontwerp stelt aan de bestaande fysieke en virtuele leeromgeving. Hij maakt gebruik van het
groepsplan, de schoolomgeving en de actualiteit (nationaal en internationaal). In zijn ontwerp is de
feedbackcyclus (feed-up, feed-forward, feed-back) een integraal onderdeel van het leerproces. De
student kan de in zijn voorbereiding gemaakte keuzes verantwoorden, mede in relatie tot zijn eigen
competentieontwikkeling.

T.a.v. de situatie is sprake van


* ontwerpen van leeractiviteiten bij alle schoolvakken;
* ontwerpen van leeractiviteiten in onderlinge samenhang binnen

- een geïntegreerd programma

- een cyclus van leeractiviteiten over een langere periode differentiatie naar minimaal 3 niveaus
bij de leerstofdomeinen Nederlandse Taal en Rekenen/Wiskunde en het leerstofdomein van de
gekozen profilering rekening houden met leerstijlen, leertempo, leerniveau en (meer)taligheid van
kinderen

- een dagprogramma;

* differentiatie naar minimaal 3 niveaus bij de leerstofdomeinen Nederlandse Taal en


Rekenen/Wiskunde en het leerstofdomein van de gekozen profilering;

* rekening houden met leerstijlen, leertempo, leerniveau en (meer)taligheid van kinderen.

De student
goed voldoende nog niet ?
voldoende
3.7 zet methoden effectief en efficiënt in;
3.8 past mediadidactiek toe bij verschillende vakken;
3.10 houdt rekening met verschillen door variëren in
didactiek;
4.3 richt de leeromgeving uitdagend en veilig in;
4.10 verzorgt twee dagen aaneengesloten onderwijs.
Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t. leeractiviteiten in samenhang ontwerpen:
N.v.t.

B3 Leeractiviteiten in samenhang begeleiden en tussentijds evalueren

De student begeleidt meerdere leeractiviteiten die onderling samenhangen. Hij verzorgt een
gedifferentieerde instructie, rekening houdend met het groepsplan en/of handelingsplannen. Hij
gaat na of de leerlingen de leerdoelen hebben begrepen en realiseert een passende fysieke en
virtuele leeromgeving. Hij begeleidt leerlingen bij het leerproces en biedt daarin gerichte hulp,
rekening houdend met verschillen tussen leerlingen. Hij geeft vanuit een positieve grondhouding
feedback aan leerlingen en organiseert docent- en leerlingfeedback als integraal onderdeel van het
leerproces.

T.a.v. de situatie is sprake van

* begeleiden en evalueren van leeractiviteiten bij alle schoolvakken;

* begeleiden en evalueren van leeractiviteiten in onderlinge samenhang binnen:

- een geïntegreerd programma

- een cyclus van leeractiviteiten over een langere periode

- een dagprogramma;

* leeractiviteiten begeleiden vanuit groepsplannen met gedifferentieerde instructie;

* realiseren van feedbackcyclus.

De student
goed voldoende nog niet ?
voldoende
3.6 legt leerdoelen uit aan kinderen en controleert of deze x
begrepen worden;
3.7 zet methoden effectief en efficiënt in; x
3.10 houdt rekening met verschillen door variëren in x
didactiek;
3.11 herkent en erkent veelvoorkomende problemen bij het x
leren van een vak en benoemt welke taalsteun er nodig is bij
een vak;
4.3 richt de leeromgeving uitdagend en veilig in;
4.10 verzorgt twee dagen aaneengesloten onderwijs.
Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t. leeractiviteiten in samenhang begeleiden en tussentijds
evalueren:
N.v.t.

B4 Evalueren en beoordelen van opbrengsten van samenhangende leeractiviteiten

De student onderzoekt samen met de leerlingen de opbrengsten van leeractiviteiten en evalueert


met hen het leerproces. Hij maakt daarbij gebruik van gegevens van bestaande toetsen en
analyseert en interpreteert deze samen met de groepsleerkracht. Hij doet suggesties voor volgende
leerdoelen en verbindt deze aan het groepsplan. De student formuleert op basis van de evaluatie
verbetersuggesties voor het ontwerp van de leeractiviteiten en de inrichting van de leeromgeving.
Hij stelt de persoonlijke opbrengsten voor zijn competentieontwikkeling vast.

T.a.v. de situatie is sprake

* verzamelen, analyseren en beoordelen van leeractiviteiten bij alle schoolvakken;

* verzamelen, analyseren en beoordelen van leeractiviteiten in onderlinge samenhang binnen:

- een geïntegreerd programma

- een cyclus van leeractiviteiten over een langere periode

- een dagprogramma;

* beoordelen van opbrengsten voor de eigen competentieontwikkeling;

* formuleren van verbeteracties voor ontwerp en leeromgeving.

De student
goed voldoende nog niet ?
voldoende
3.15 zet de feedbackcyclus in als begeleidingsinstrument
(feedup, feedforward en feedback);
3.16 past onderwijsactiviteiten aan op basis van evaluatie
en feedback van leerlingen.
Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t evalueren en beoordelen van opbrengsten:
N.v.t.

B5 Vakoverstijgend ontwerpen vanuit de profilering

De student ontwikkelt diepgaande kennis van vakinhoud, vakdidactiek en actuele ontwikkelingen


op basis van zijn profilering. Hij past deze kennis toe in het ontwerpen, begeleiden en evalueren van
samenhangende leeractiviteiten binnen een innovatief onderwijsprogramma. Hij houdt daarbij
rekening met de samenhang tussen de kennisbases en kan taal- en rekenonderwijs op een zinvolle
manier verbinden met zijn ontwerp. De student benoemt voorbeelden waarin de bijdrage van het
profiel aan het leren en ontwikkelen van kinderen geïllustreerd wordt. Hij herkent en stimuleert
talenten van kinderen vanuit de profilering. Hij onderneemt samen met anderen initiatieven ten
behoeve van onderwijsontwikkeling en deelt opbrengsten hiervan met collega’s.

T.a.v. de situatie is sprake van

* onderzoeken van onderwijsontwikkelingen binnen de vakgebieden en vakoverstijgend;

* ontwerpen van een vakoverstijgend onderwijsprogramma rekening houdend met de samenhang


met taal- en rekenonderwijs en overige relevante kennisbases;

* toepassen op bouwniveau.

De student
goed voldoende nog niet ?
voldoende
3.10 houdt rekening met verschillen door variëren in
didactiek;
4.3 richt de leeromgeving uitdagend en veilig in;
5.2 draagt actief bij aan onderwijsontwikkeling op groeps-
en groepsoverstijgend niveau;
6.3 haalt doelgericht de (digitale) wereld in de school.
Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t. vakoverstijgend ontwerpen vanuit de profilering:
N.v.t.

C1 Groepsplannen onder begeleiding uitvoeren en evalueren

De student informeert zich over de verschillende onderwijsbehoeften in zijn stagegroep en de wijze


waarop de groepsleerkracht hier planmatig in voorziet. Hij past in overleg met de groepsleerkracht zijn
onderwijs hierop aan en evalueert in welke mate zijn interventies voorzien in de onderwijsbehoeften van
kinderen.

T.a.v. de situatie is sprake van

* handelen in de gehele stagegroep;

* uitvoeren en evalueren van bestaande groepsplannen;

* samenwerken met de groepsleerkracht.

De student
goed voldoende nog niet ?
voldoende
2.5 bevordert ontwikkeling van leerlingen; x
2.6 signaleert hulpvragen en gaat daar onder begeleiding op x
in;
3.10 houdt rekening met verschillen door variëren in x
didactiek;
3.13 hanteert een bestaand handelingsplan/groepsplan; x
4.7 differentieert in subgroepen en/of creëert ruimte voor x
individuele begeleiding;
6.8 werkt binnen de bestaande zorgstructuur. x
Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t. groepsplannen onder begeleiden uitvoeren en evalueren:
N.v.t.

C2 Ontwikkeling van individuele kinderen systematisch volgen en begeleiden

De student onderzoekt de ontwikkeling van individuele kinderen en maakt daarbij gebruik van de
daarvoor geëigende instrumenten en systemen. Hij is zich bewust van de invloed van het taalniveau
op het ontwikkelingsproces. Hij deelt de resultaten met de groepsleerkracht en doet voorstellen
voor een mogelijk handelingsplan.

T.a.v. de situatie is sprake van

* volgen en begeleiden van enkele kinderen uit de stagegroep;

* signaleren, diagnosticeren en analyseren door:

- gebruikmaking van LVS, onderzoeksinstrumenten

- toepassing van verschillende observatietechnieken.

De student
goed voldoende nog niet ?
voldoende
2.6 signaleert hulpvragen en gaat daar onder begeleiding op x
in;
3.17 analyseert toetsresultaten volgens opbrengstgericht x
werken;
4.6 registreert leerlinggegevens; x
6.8 werkt binnen de bestaande zorgstructuur. x
Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t. systematisch volgen en begeleiden van ontwikkeling van
individuele kinderen:
N.v.t.
C3 Differentiëren naar specifieke onderwijsbehoeften

De student heeft zicht op de zorgstructuur van de school. Hij informeert zich over specifieke
onderwijsbehoeften in zijn stagegroep en de wijze waarop de groepsleerkracht in samenwerking
hier planmatig in voorziet. Hij ontwerpt in overleg met een interne deskundige een passende aanpak
voor een specifieke onderwijsbehoefte.

T.a.v. de situatie is sprake van

* differentiëren naar één of enkele leerlingen voor wie een handelingsplan beschikbaar is;

* rekening houden met leerlingkenmerken (zoals begaafdheid, taligheid, leerstijl, motivatie,


zelfvertrouwen);

* ontwerpen passende aanpak voor periode van enkele weken.

De student
goed voldoende nog niet ?
voldoende
1.3 past effectieve leraarcommunicatie toe op groep en x
individu;
2.4 houdt rekening met emoties; x
3.15 zet de feedbackcyclus in als begeleidingsinstrument
(feedup, feedforward en feedback);
3.20 verbindt leerlingvragen aan conceptuele kennis van
een schoolvak;
6.6 integreert informatie van ouders in het pedagogisch- x
didactisch handelen.
Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t. differentiëren naar specifieke onderwijsbehoeften
N.v.t.

D1 Actieve rol nemen in rapportagegesprek met ouders/verzorgers samen met de groepsleerkracht

De student neemt initiatief om betrokken te worden bij het proces van rapportage aan
ouders/verzorgers. Hij onderzoekt de wijze van rapporteren binnen de school en neemt deel aan de
totstandkoming van de rapportages. In overleg met de groepsleerkracht bereidt hij zich voor op een
actieve rol in enkele gesprekken met ouders/verzorgers. Hij houdt daarbij rekening met de
gevoelens van ouders/verzorgers.
T.a.v. de situatie is sprake van

* deelnemen aan gesprekken met ouders/verzorgers van leerlingen in een nominaal leertraject;

* toelichten van de opbouw van de rapportage aan de ouders/verzorgers.

De student
goed voldoende nog niet ?
voldoende
2.8 verantwoordt zijn pedagogisch handelen;
6.5 rapporteert aan ouders;
Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t. actieve rol nemen in rapportagegesprek met
ouders/verzorgers:
N.v.t.

D2 Partnerschap met ouders/verzorgers

De student betrekt ouders/verzorgers actief bij binnen- en buitenschoolse activiteiten. Hij verkent
de wijze waarop binnen de school vorm wordt gegeven aan partnerschap. Hij vergelijkt de aanpak
tussen meerdere scholen en vormt zijn eigen mening. Hij bespreekt deze met collega’s. In overleg
met de groepsleerkracht bereidt hij zich voor op het betrekken van ouders/verzorgers bij enkele
activiteiten. Hij neemt een actieve rol in het voorbereiden en begeleiden van ouderparticipatie. Hij
evalueert de activiteit met ouders/verzorgers.

T.a.v. de situatie is sprake van

* organiseren van eenvoudige ouderparticipatie waarbij ouders een begeleidende rol hebben;

* bespreken van visie op ouderparticipatie met collega’s.

De student
goed voldoende nog niet ?
voldoende
6.2 organiseert ouderparticipatie.
Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t. partnerschap met ouders/verzorgers:
N.v.t.
D4 Betrekken van experts, specialisten, organisaties bij leeractiviteiten vanuit de profilering

De student verdiept zich in het netwerk van de basisschool m.b.t. de gekozen profilering. Hij betrekt
regionale en/of lokale experts, specialisten of organisaties bij de voorbereiding, de uitvoering en de
evaluatie van leeractiviteiten met als doel leeropbrengsten voor kinderen te vergroten. Hij laat
daarbij een ondernemende houding zien. Hij verkent internationale, landelijke en/of regionale
expertisenetwerken.

T.a.v. de situatie is sprake van

* tonen van actief ondernemerschap;

* doelgericht contact leggen.

De student
goed voldoende nog niet ?
voldoende

6.3 haalt doelgericht de (digitale) wereld in de school.


Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t. betrekken van experts, specialiseren, organisaties bij
leeractiviteiten:
N.v.t.

E1 Eigen werkconcept verwoorden en onderbouwen

De student onderzoekt zijn eigen werkconcept systematisch op meerdere niveaus: drijfveren,


motivatie en identiteit; beroepsethiek (normen en waarden) en opvattingen over de taak van de
leraar en de school (missie); opvattingen over leren, opvoeden en onderwijzen (visie); zijn ideale
onderwijsconcept en de rol van de leraar daarin. Hij onderbouwt zijn werkconcept vanuit actuele,
relevante theorie en zijn eigen praktijkervaringen. Hij deelt zijn werkconcept met anderen en past
het aan op basis van nieuwe inzichten en ervaringen.

T.a.v. de situatie is sprake van

* kernachtig presenteren van het werkconcept geïllustreerd vanuit de eigen praktijk;

* consistent verbinden van de verschillende niveaus in het werkconcept;

* delen van het werkconcept met peers, opleidingsdocenten en collega’s op de basisschool.


De student
2.8 verantwoordt zijn pedagogisch handelen; goed voldoende nog niet ?
voldoende
x
5.3 gaat professioneel om met verschillen tussen collega’s. x
Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t. verwoorden en onderbouwen van eigen werkconcept:
N.v.t.

E2 Collegiale consultatie organiseren en uitvoeren

De student organiseert collegiale consultatie voor het geven en ontvangen van


ontwikkelingsgerichte feedback.

T.a.v. de situatie is sprake van

* feedback geven en ontvangen op het handelen als leerkracht, de kwaliteit van leerproces, de
opbrengsten van leeractiviteiten;

* opbrengsten uitwisselen en vergelijken op niveau van de eigen bouw;

* actieve rol in teamleren vervullen.

De student
goed voldoende nog niet ?
voldoende
5.1 toont een professionele houding.
Ontwikkelingsgerichte feedback m.b.t. organiseren en uitvoeren van collegiale consulatie:
N.v.t.