You are on page 1of 7

type 8

GETALLENKENNIS tot 1000 rekengroep: ____________________ periode: ____________________

1. VOORSTELLEN - LEZEN - SCHRIJVEN

- auditief  MAB - visueel  MAB - MAB  noteren - MAB  lezen - positiekaart invullen - lezen - schrijven
2. INZICHT GETALSTRUCTUUR

24

- positiewaarde van elk cijfer - samenstellen met geg. rangewaarde - opsplitsen per rangewaarde - ombouwen bij geg.rang - weergeven hoeveel E,T,H, in een geg. getal gaan (10, 100)
3. INZICHT GETALLENRIJ

15

- tellen: - door/terug per 1 - door/terug sprongen - get. vergelijken, ordenen - assen: - aflezen/situeren (per 1) - afl./situeren (sprongen) - getalreeksen inzien en in- of
aanvullen

4. BEGRIPPEN

1-2

- plaatswaarde:

voor/na midden tussen - kwalitatief: >,< grootste, kleinste - kwantitatief: meer, minder =

type 8

1000/ 1

BREUKEN A rekengroep: ____________________ periode: ____________________
49 55
A. BREUK ALS RATIONEEL GETAL (breuk van 1 geheel)

1. stambreuk herkennen, C duiden, benoemen, O 2. Stambreuken N ordenen, C 3. Veelvoud van R (< of = 1) herk., aand., E benoemen, nemen E 4. Gelijknamige breuken T vergelijken, ordenen rangschikken S C 1. stambreuk herk., aand., H benoemen, arceren, E kleuren M 2. stambreuken vgln, A ordenen, rangschikken T 3. veelvoud van stambreuk I (> of = 1) herk., aand., S benoemen, arc., kl. C 4. gelijknamige breuken H Vgln A B S T R A C T 1. Begripsvulling: stambreuk breuk, teller, noemer 2. breuken, lezen, schrijven, languit verwoorden 3. stambreuken vergelijken 4. gelijknamige breuken vgln., ordenen rangschikken
(breuk van een hoeveelheid/aantal)

B. BREUK ALS OPERATOR

C O N C S C H E M

1. 2. 3. 4.

idem A. idem A. idem A. idem A.

1. idem A, omkringen 2. idem A. 3. idem A, omkringen 4. idem A.

A 1. Stambreuk van getal B nemen S 2. Veelvoud stambreuk van T een getal nemen R
type 8

1000/ 2

HOOFDREKENEN VERBAAL

tot 1000 rekengroep: ____________________ periode: ____________________

1 - 2/ 35
BEGRIPPEN EN VERBALE OPDRACHTEN INZIEN, BEGRIJPEN EN TOEPASSEN

+

… plus … de som van … … optellen bij … … vermeerderen met… … bijvoegen bij … … min … het verschil tussen … … aftrekken van … … verminderen van … … wegnemen van … keer … … maal … het product van … … vermenigvuldigen met … het dubbel van … - VOUD… delen door … het quotiënt van … het … deel van … de helft … … is de som van … … is het verschil van … is … van …

-

x

:

=

1000/ 3

type 8

HOOFDREKENEN tot 1000 rekengroep: ____________________ periode: ____________________

30 31
1. TEMPOREKENEN/AUTOMATISEREN

tot 20 tot 100

2. OPTELLEN

Z Br. 1 Br. 2 Br. Puntoef. Aanvullen tot H.D. voordeelrekenen

3. AFTREKKEN

Z Br. 1 Br. 2 Br. Aftrekken vanaf D puntoefeningen a - . = b .-c=d voordeelrekenen

type 8

1000/ 4

TAFELS rekengroep: ____________________ periode: ____________________

B

1.TAFELS TOT 10 AUTOMATISEREN

32 / 42 x2 x4 x8 x5 x10 x3 x6 x9 x7 x1 x0

:2 :4 :8 :5 :10 :3 :6 :9 :7 :1 x per minuut : per minuut 2. DEELTAFELS TOT 10 MET REST :2 :10 :5 :4 :3 :6 :8 :9 :7
3. X- TAFELS TOT 20:

45

11/12/13/14/15
4. TIENVOUDTAFELS

45

x20 x50 x30

:20 :50 :30

1000/ 5

type 8

CIJFEREN tot 1000 rekengroep: ____________________ periode: ____________________

36 - 37 - 38 39 1. + zonder onthouden - zonder lenen x zonder brug TE x E HET x E : opgaand zonder deelrest TE: E HET : E ATTITUDE

2.

+ x :

1x ONTHOUDEN van T 1x LENEN van T met ONTHOUDEN van T opgaand met deelrest

3.

+ x :

1x onthouden van H 1x lenen van H onthouden van H met deelrest

4.

+ 2x onthouden - 2x lenen x onthouden T en H

5.

- lenen met O bij E of T - lenen van één O : met een O in quotiënt

6.

Begrippenkennis

35 75 -

ZRM 77

1000/ 6

MEETKUNDE rekengroep: ____________________ periode: ____________________

A

zie curriculum meetkunde
1. HET VLAK

abstractievermogen “oneindig”
2. SOORTEN LIJNEN

rechte kromme halfrechte lijnstuk * herkennen & benoemen * construeren & benoemen
3. ONDERLINGE STAND VAN RECHTEN

kruisend snijdende evenwijdig * herkennen en benoemen * b en c construeren
4. VLAKKE FIGUREN

inzicht ontstaan ervan veelhoeken 3 hoeken 4 hoeken 5 hoeken …. Hoeken Trapezium Parallellogram * rubriceren en benoemen * construeren

1000/ 7