Dinsdag 27 juli 2010 Cobouw 137

OPINIE ·
CARTOON/WIEGEL COLUMN/GOSLINGA
Allemaal uniek

5

H

et is crisis. En we zijn blij met elk project dat we kunnen binnenhalen. Wel bizar hoe diep we daarbij met de prijs moeten duiken om het werk te pakken. De prijzen zijn dramatisch, de concurrentie lijkt wel gek. Dit moest niet mogen. Hopen dat het herstel niet te lang op zich laat wachten zodat we het kunnen uitzingen. En ondertussen blijven schieten op alles wat beweegt om de boel aan de praat te houden. Toch? Nee! Dat is niet genoeg. En doodzonde. Een gemiste kans. In het beste geval zitten we op die manier de crisis uit en zien we op een gegeven moment de prijzen langzaamaan weer wat verbeteren, kunnen we onze wonden likken en zien dat we weer wat vet op de botten krijgen voordat… de volgende crisis zich aandient. Jazeker, maak uw borst maar nat want deze crisis is geheid niet de laatste. Ik ben een aartsoptimist maar zelfs door een roze bril valt niet te ontkennen dat het zo eens in de tien jaar bingo is. Begin van

deze eeuw, begin jaren negentig, begin jaren tachtig en nu dus ook, begin jaren tien. Kwestie van economie. Moeten we daar dan maar mee leren leven? Ja en nee. Aan conjunctuurschommelingen kunnen we weinig veranderen maar aan de impact die ze op onze bedrijven hebben is veel te doen. De bouw maakt fantastische, complexe, dikwijls unieke investeringsgoederen voor talloze zeer uiteenlopend opdrachtgevers. Daarbij draait alles om de laagste prijs, althans… als de rest er niet toe doet. Als we de o zo pluriforme vraag blijven beantwoorden met commodities waar geen klant blij van wordt. Laten we de markt toch als uitgangspunt nemen en ons daar aan spiegelen. Dan wordt het aanbod net zo pluriform als de vraag en sluit er juist daardoor perfect op aan. Niet langer dertien in een dozijn. Maar allemaal uniek. Syto Goslinga
De Bouwer & Partners

Bouw heeft nieuwe leercultuur nodig Vaste prijs voor het gehele werk
Vorige week gaven we op deze pagina ruimte aan de eerste gastcolumnist in deze zomerperiode, Roel Reuser. Deze week de beurt aan Syto Goslinga.

JURIDISCH

Remt de economische situatie het leren binnen de bouwsector? Nederland heeft de ambitie om terug te keren in de wereldtop van kennis- en innovatielanden. Benut de bouwsector het ondernemend leervermogen van haar mensen wel voldoende om haar steen bij te dragen aan de ambitie van Nederland, vraagt Menno Lammers zich af. Leren is tenslotte vernieuwing en vernieuwing is de motor achter welvaartsgroei.
Het zou fijn zijn als je elke dag kunt afsluiten met het idee dat je hebt gewerkt aan iets waar je zowel goed in bent als waar je de meeste energie van krijgt. Toch blijkt dat nog geen twee van de tien mensen op het werk hun sterke punten het merendeel van de tijd benutten. Doordat de leercultuur – werknemers zijn zelf verantwoordelijk voor hun ontwikkeling en inzetbaarheid – onvoldoende ontwikkeld is neemt de kans op langere werkloosheid toe en de snelheid van verbetering, verandering en vernieuwing daarentegen af. Waar komt dit vandaan? Uit onderzoek blijkt dat binnen de bouwsector voornamelijk voorwaardelijk leren wordt georganiseerd; dat wil zeggen leren gericht op diploma’s en certificaten, nodig voor behoud van werk of verwerven van nieuwe posities. In geringe mate vindt het reactieve leren plaats, gericht op bijblijven bij economische en technologische ontwikkelingen. Ondernemend leren, gericht op vernieuwing en innovatie, wordt niet of nauwelijks geobserveerd. Kennis wordt binnen de bouwsector nog steeds gezien als machts-

middel waarmee de concurrentiepositie wordt bepaald. Door de opkomst van onder andere Twitter, LinkedIn en Facebook liggen kennis en ervaring digitaal voor het oprapen. Oplossingen worden gevonden door crowdsourcing en co-creatie of het nu gaat om het bouwen van een huis, de aanleg van een gebied of het beheren van een woonwijk. Het motto ‘Kennis is macht’ slaat om naar ‘kennissen maakt krachtiger’.

een soort knooppunt waarbij de verschillende bloedgroepen – onderzoek, onderwijs, bedrijfsleven en de publieke sector – worden verbonden.

Het Hof ‘s-Gravenhage heeft zich onlangs uitgesproken over de vraag of in een aannemingsovereenkomst tussen hoofdaannemer en onderaannemer sprake was van een vaste prijs voor het gehele werk. De uitspraak is van groot belang. Het gaat immers om de veel voorkomende situatie waarin sprake is van een afwijking in de door de onderaannemer geoffreerde hoeveelheid werk en de daadwerkelijke omvang daarvan.

Uitdagende vragen
Ten tweede; door uitdagende vragen bij de werknemer zelf neer te leggen, roept het minder weerstand op als ‘terug naar de schoolbanken’. Het benutten van de werknemer en zijn/haar talenten zal hierin centraal staan. Bijvoorbeeld professionals van de nieuwe generatie hebben vaak veel energie, zijn erg gemotiveerd om zich te ontwikkelen, hebben een frisse kijk op bestaande processen en ruime ervaring met sociale netwerken. Het benutten van deze talenten levert een extra grote bijdrage aan de kennisproductiviteit, innovatiekracht en het ondernemend leervermogen van een organisatie. Ten derde is het noodzakelijk actief de kracht van sociale netwerken en ‘Het Nieuwe Werken’ te ondervinden en te benutten. De kennis en ervaring ligt echt op straat en op het moment dat je kunt delen, kun je ook vermenigvuldigen. Iedereen in de bouwsector moet zijn/haar ondernemend leervermogen optimaler benutten. Met als doel gezamenlijk nog betere prestaties voor de bouwsector en haar omgeving, met veel positieve vernieuwende effecten voor nu en in de toekomst. Vernieuwing is de motor achter welvaartsgroei. Durft de bouwsector het ondernemende leervermogen te implementeren, waardoor zij een grote steen bijdraagt aan de ambitie van Nederland om terug te keren in de wereldtop van kennisen innovatielanden of is de economische situatie een goed excuus om alles bij het oude te laten? Menno Lammers
Vernieuwing Bouw info@vernieuwingbouw.nl

Sociale netwerken
Deze sociale netwerken worden steeds krachtiger en machtiger en organisaties verliezen in toenemende mate de binding met klant en medewerker. Binnen organisaties moet dan ook een omslag gaan plaatsvinden: van gesloten, hiërarchisch en onpersoonlijk naar open, authentiek en verbonden. Met als doel het ondernemend leren optimaal te benutten en te vergroten. Wat is er nodig om er voor te zorgen dat mensen uit zichzelf aan

Reactief en ondernemend leren nog buiten beeld
hun ontwikkeling en inzetbaarheid werken, en werkgevers de ontwikkeling van hun medewerkers aanmoedigen en ondersteunen? Ten eerste zal er een sectorale ambitie en visie op ondernemend leren moeten worden ontwikkeld. Bij het ontwikkelen moet de nieuwe generatie een dominante rol vervullen. Per slot van rekening is zij de toekomst van de sector en van Nederland. Tijdens de visieontwikkeling is het essentieel dat de krachten worden gebundeld, als

Hoofdaannemer vraagt onderaannemer een offerte met een totaalprijs voor leveren en aanbrengen van marmoleum vloerbedekking “volgens bijgesloten bestek en tekeningen”. Bijgesloten is een door de calculator van hoofdaannemer opgestelde ‘staat van hoeveelheden’. De uitnodiging vermeldt dat deze staat ter informatie dient en geen basis voor verrekening kan zijn. De onderaannemer brengt twee offertes uit. Eerst één waarin opgenomen een specifiek aantal vierkante meters dat is overgenomen uit de ‘staat van hoeveelheden’, nadien op verzoek van hoofdaannemer, één met een totaalprijs van 32.500 euro. Partijen spreken over het uit te voeren werk. Tijdens, of kort na, die bespreking ontdekt de onderaannemer dat het aantal in de ‘staat met hoeveelheden’ vermelde aantal vierkante meters aanzienlijk afwijkt van het werkelijke aantal vierkante meters, berekend volgens bestek en tekeningen. Onderaannemer meldt dit aan hoofdaannemer voor de aanvang van de werkzaamheden, maar er ligt dan al een overeenkomst voor waarin opgenomen een totaalprijs. Na uitvoering van het werk vordert onderaannemer bijbetaling, met als een van de argumenten dat sprake is van meerwerk. Verder zou er volgens onderaannemer onder meer sprake zijn van wederzijdse dwaling. De rechtbank wijst de vorderingen van onderaannemer toe. Zij is van oordeel dat sprake is van wederzijdse dwaling en dat deze voor rekening van hoofdaannemer komt. Daarbij neemt zij in ogenschouw dat de calculator van hoofdaannemer een forse fout maakte in de ‘staat van hoeveelheden’. In hoger beroep krijgt onderaannemer nul op het rekest. Het Hof stelt

voorop dat de vraag moet worden beantwoord of de overeengekomen prijs van 32.500 euro slaat op het door onderaannemer genoemde aantal vierkante meters of op het hele werk, ongeacht het aantal vierkante meters. Het Hof is van oordeel dat onderaannemer als professional uit de uitnodiging tot een offerte en het latere verzoek van hoofdaannemer had moeten begrijpen dat deze het werk bedoelde aan te besteden tegen uitsluitend een vaste prijs. Volgens het Hof mocht hoofdaannemer er dan ook vanuit gaan dat de uiteindelijke offerte een prijs voor het gehele werk betrof, ondanks dat onderaannemer ook een prijs per vierkante meter noemde. Het Hof is bovendien van oordeel dat hoofdaannemer niet gehouden was te controleren of de door onderaannemer opgegeven hoeveelheden juist waren. Kortom: geen meerwerk. Het Hof is ook van oordeel dat sprake is van wederzijdse dwaling, gezien de fout in de ‘staat van hoeveelheden’. Deze dwaling blijft voor rekening van onderaannemer die de ‘staat’ had moeten controleren. Dat dit volgens hem niet gebruikelijk is, vindt het Hof tot de risicosfeer van onderaannemer behoren. Verder waarschuwde hij ten onrechte niet dat hij zijn offerte baseerde op de ‘staat van hoeveelheden’, in plaats van op het bestek en tekeningen. Ik ben benieuwd of de de kwestie nog aan de Hoge Raad wordt voorgelegd. De uitspraak van de rechtbank toont aan dat over de uitkomst verschillend kan worden gedacht. Mr. Daniël Bercx
Advocaat/partner bij Heijltjes Advocaten, Nijmegen bercx@heijltjes.nl