You are on page 1of 14

1

Deel I: Basisvaardigheden in een labo

1. Correct gebruik van een pipet

Opdracht

 Oefen eerst het vullen (met water) en ledigen van een pipet, zowel met een pompje
als met een peer, zodat je hier vlot mee kan werken.
 Om goed te zijn moet je je pipet altijd 3 maal voorspoelen met de oplossing die je
wilt afmeten. Doe dit voor de kleurstofoplossing die je in onderstaande opdracht
gebruikt.
 Maak een verdunningsreeks met de beschikbare kleurstofoplossing. Verdun de
oplossing 10 keer en herhaal dit 3x (telkens verder verdunnen!). Wat stel je vast met
betrekking tot het voorspoelen van de pipet en met betrekking tot de
verdunningsreeks zelf? Maak een foto.
 Vervolgens maak je een 5 % zoutoplossing. Verdun tot 1%, 0,5 % en 0,1%. Bereken
de moleculaire concentratie van je oplossingen.

1.1 Resultaten

Foto verdunning:

Berekening:
2
3

2. Correct gebruik bunsenbrander

Opdracht

 Ga eerst na hoe je de vlam van de bunsenbrander kan regelen. Een oranje-gele vlam
wordt ook de roetvlam genoemd. Als je deze gebruikt om glaswerk te verwarmen, zal
er een zwarte aanslag ontstaan.
 Welke vlam geeft het meeste warmte? Stel een (eenvoudig) kwantitatief experiment
op om je hypothese te controleren en voer het uit. (Er zijn geen thermometers
voorhanden om de temperatuur van de vlam te meten!!)
 Maak een verslag van dit practicum waarin de wetenschappelijke methode gevolgd
wordt.
 Plooi vervolgens de glasbuis (bijvoorbeeld in een letter) en trek een pipetje.
4

Deel II: Scheidingstechnieken

Om stofeigenschappen eenduidig te kunnen bestuderen gebruikt de chemicus zuivere
stoffen. Mengsels dienen dus eerst gescheiden te worden. Hiervoor bestaan meerdere
technieken. De keuze van de scheidingstechniek hangt af van het soort mengsel en
wordt hoofdzakelijk bepaald door de verschillen in fysische eigenschappen van de
bestanddelen. De gebruikte scheidingstechniek kan ook verschillen naargelang het om
een homogeen of een heterogeen mengsel gaat.

Modelvoorstelling

+ +

mengsel afzonderlijke bestanddelen

Je zult tijdens dit practicum onderstaande scheidingstechnieken uitproberen (bronnen:
Chemie Expert, cursus chemie van MJ Janssen, 2003 en Technopolis). Zorg dat je alle
scheidingstechnieken doorlopen hebt.

Proef 1: Filtratie van water en krijt

Benodigheden: Materiaal:
 Erlenmeyer van 250 ml
Stoffen:  trechter
 ½ krijtje  maatbekers van 250 ml
 100 ml water  filtreerpapier
 roerstaaf
 stamper en mortier

Werkwijze:

Maak het krijtje fijn met stamper en mortier. Maak een mengsel met 100 ml water en het
krijtpoeder in de maatbeker. Vouw het filtreerpapier op de juiste manier en plaats het in
de trechter. Zet de trechter op de erlenmeyer. Giet voorzichtig het mengsel in de
trechter. Gebruik eventueel de roerstaaf.

Beschrijf de stof in de erlenmeyer:..........................

Beschrijf de achtergebleven stof in het filtreerpapier: ........................................

Besluit:

Deze scheidingstechniek wordt gebruikt bij .............…………. mengsels van een
….............. stof en een ...............……… De keuze van het filtreerpapier wordt bepaald
5

door de ..........………........ van de vaste stof. De poriën van het filtreerpapier hebben
dezelfde functie als de mazen van een zeef.

De vaste stof die na een filtratie op de filter achterblijft = ............…….

De vloeistof die door de filter loopt = .........………

Modelvoorstelling:

Toepassingen in het dagelijks leven:

- zuiveren van water met een zandfilter
- afzuigkap in de keuken
- rook- olie- en sigarettenfilter
- het zetten van koffie

Proef 2: Bekijk je eigen DNA

Benodigheden:

Stoffen: Materiaal:
 0,5 g keukenzout  Bekertje
 10 ml water  Roerstaaf
 afwasmiddel  pipetje
 10 ml koude ethanol
6

Werkwijze:

Los 0,5 g NaCl op in 10ml water. Doe dit in een bekertje (geen laboglaswerk gebruiken!)
Spoel je mond met deze oplossing gedurende 30 seconden (met je tanden langs je wang
en tong schrapen). Spuw weer uit.
Voeg 1 druppel afwasmiddel toe, meng met roerstaafje zonder dat het schuimt!
Voeg 10 ml koude ethanol toe, door heel voorzichtig langs de rand te gieten.
Het wit “wolkje” dat je ziet is je eigen DNA. Met een pipetje kan je dit eventueel
opzuigen. Maak een foto.

Besluit :

Dit experiment is een voorbeeld van de scheidingstechniek:………………………………………………
Leg ook uit waarom.

Zie ook: http://www.willemwever.nl/page/proefje-haal-je-dna-uit-je-eigen-spuug

Proef 3: Chromatografie van viltstiften en M&M’s

Benodigheden:

Stoffen: Materiaal:
 Potlood  2 maatbekers van 100 ml
 Water  Strookjes filtreerpapier
 2 maal 5 M&M’s van dezelfde kleur  Pastieken pasteurpipet
of 2 viltstiften

Werkwijze:

Doe 5 M&M’s van dezelfde kleur in een maatbeker.
Ontkleur deze met een paar druppels water. Haal de M&M’s uit de maatbeker als deze wit
kleuren.
Neem de strookjes filtreerpapier. Teken een potloodstreepje op 1 cm van de onderste
rand. Laat boven het potloodstreepje een druppel vallen van de M&M oplossing m.b.v.
een pasteurpipet of zet een stip met de viltstift. Droog eventueel met de haardroger en
laat een 2de druppel vallen.
Noteer bovenaan de oorspronkelijke kleur.
Doe in de 2de maatbeker 1 cm loopvloeistof. Bij de M&M’s is dit water, bij de viltstiften
een mengsel van aceton en water (1:1).
Plaats het strookje filtreerpapier in het bekerglas zodat de onderste stip vlak boven de
vloeistof staat, maar er NIET in hangt. Wanneer de loopvloeistof minstens 5 cm
gestegen is halen we het papier uit de vloeistof en laten het drogen.

Maak een foto en voeg toe aan je verslag.
7

Modelvoorstelling:

Besluit:

Wat we oorspronkelijk als één kleur zien, blijkt te bestaan uit verschillende
kleurcomponenten. De bestanddelen van dit kleurenmengsel lopen met een verschillende
snelheid naar boven als gevolg van het verschil in ………………………………… en het verschil in
adsorptie aan het papier.

De vloeistof die, bij papierchromatografie, in het papier wordt opgezogen, is de
……………………………… fase. Het papier is de .....................…………………………… fase.

Chromatografie wordt toegepast om zeer moeilijke of zeer kleine hoeveelheden mengsels
te scheiden.

Hieronder vind je een duidelijke voorstelling van wat chromatografie betekent. Alle
bootjes vertrekken gelijktijdig aan de start maar varen niet even snel. Op die manier
geraken ze na een korte tijd soort per soort gescheiden van de andere.
8

Proef 4: Decanteren: afgieten van een water - zandmengsel

Werkwijze:

Probeer op de manier zoals afgebeeld, een zo helder
mogelijke vloeistof te bekomen. Maak een foto.

Besluit:

Deze techniek kan men toepassen bij ..............…………..
mengsels van een vaste stof en een vloeistof, indien de
vaste stof uit grotere deeltjes bestaat die bezinken. Deze
techniek steunt op het verschil in ................………….. van niet-mengbare bestanddelen.

Decanteren is geen nauwkeurige scheidingstechniek. Waarom niet?

Voor een meer nauwkeurige scheiding maakt men gebruik van een filtratie of van
decanteren met scheitrechter (zie proef 5) of van decanteren na centrifugeren.

Toepassingen in dagelijks leven:

- decanteren van wijn
- afgieten van aardappelen na het koken

Proef 5: Olie – watermengsel decanteren met scheitrechter

Werkwijze: scheid het water van de olie door ze om beurten te laten uitlopen.

Besluit: Deze techniek kan men toepassen bij ………………… mengsels van minstens 2
…………………………………… Deze techniek steunt op het verschil in …………………………………
tussen niet-mengbare bestanddelen.
9

Proef 6: Destilleren van rode wijn

Werkwijze:

Maak de opstelling zoals weergegeven in de figuur. Laat controleren vooraleer de
bunsenbrander aan te zetten! Verwarm de rode wijn in de kolf. Bij 79°C .............………
de alcohol. Deze damp wordt naar de liebigkoeler geleid en wordt .......................……..

Besluit:

Deze methode wordt gebruikt voor een oplossing waarvan de componenten een uit
elkaar liggend ...............……… hebben. In het destillatietoestel wordt het meest
................... bestanddeel eerst verdampt. De damp wordt opgevangen in een
Liebigkoeler waar ze condenseert.

De vloeistof die men aan de koeler opvangt noemt men het ....…….............
De stof die in de kolf overblijft is het ...........………………………………..

De thermometer in de stop van de kolf is nodig om …………………………………………………..

Bij destilleren heeft men tot doel het oplosmiddel terug te winnen, wat niet het geval is
bij kristalliseren of uitdampen.

Toepassingen in het dagelijks leven:

- destillatie van ruwe aardolie
- bereiden van sterke alcoholische dranken
- ontzilting van zeewater
10

Proef 7: Scheidingsschema (alleen uitwerken op papier!)

Bij een complex mengsel gebruik je meerdere scheidingtechnieken na elkaar. Om dit
overzichtelijk voor te stellen, maak je een scheidingsschema.

VOORBEELD: mengsel van zout en zand

EXTRAHEREN met water

mengsel van zout water en zand

FILTREREN

zout water = filtraat zand = residu

KRISTALLISEREN

zout waterdamp

Benodigdheden

Materiaal Stoffen
3 stukken filtreerpapier IJzeren spijkers
Erlenmeyer 250 ml Knikkers
Indampschaaltje Krijt
Maatbeker 250 ml Kristalsuiker
Magneet Olie
Petrischaal Water
Roerstaaf Zand
Trechter
Zeef

Opdracht

1. Maak een mengsel met minimum drie en maximaal vijf stoffen. Houd er rekening mee
dat je het mengsel moet kunnen scheiden met de opgesomde materialen.
2. Stel een scheidingsschema op voor je mengsel.
11

Deel III: Titratie

Het eigenlijke doel van een titratie is het bepalen van de (onbekende) concentratie van
een zuur – oplossing, door er een basische oplossing met bekende concentratie (of
omgekeerd), aan toe te voegen. Bij het samenvoegen van een zuur en een base
combineren de waterstofionen (H+) van het zuur met de hydroxide-ionen (OH-) van de
base, tot water. Er ontstaat een neutrale oplossing (met een zout in) en men noemt dit
dan ook een neutralisatie-reactie.

Door een base toe te voegen aan het zuur, zal de pH hiervan dus stijgen. Op het
zogenaamde omslagpunt (alle H+- ionen zijn weggereageerd) wordt de oplossing
neutraal, d.w.z. pH = 7. Door gebruik te maken van een geschikte zuur-base
kleurindicator, kan dit omslagpunt gevisualiseerd worden. Door de indicator toe te
voegen, zal de kleur van de zure oplossing veranderen op het moment dat de oplossing
niet meer zuur is. Zo kan men nagaan hoeveel ml base men moet toevoegen om alle H+-
ionen te laten reageren, en kan men daaruit de concentratie van het zuur bepalen.

Er kunnen verschillende zuur-base indicatoren gebruikt worden: broomthymolblauw (geel
 blauw), fenolftaleïne (kleurloos  paars), methyloranje (rood  geel) of rode koolsap
(paars  blauw).

Elke student voert de titratie 3x uit zoals hieronder beschreven. Per duo gebruik je elk
een verschillende indicator. Vergelijk de indicatoren in je besluit van het verslag.

Schrijf eerst de reactievergelijking:

Welk zout is er dus nog na de reactie opgelost in het water?

Materiaal

 Buret
 Pipet (25,00 ml)
 Erlenmeyer (100 ml) of eventueel bekerglas (100ml) als reactievat
 HCl - oplossing met onbekende concentratie
 0,1 M NaOH - oplossing
 Indicator (broomthymolblauw of fenolftaleïne of methyloranje of rodekoolsap)
 Vel wit papier
 Afvalvat
12

Opstelling

Figuur 1: opstelling titratie
(Bron: http://www.xkgfs.com/images/practice-acidbase-titration-problems.jpg )

1.2 Werkwijze

 SPOEL TELKENS HET GLASWERK OP DE JUISTE MANIER VOOR! (meestal 2x met
gedestilleerd water, dan 1x met de te gebruiken oplossing en daarna pas je
oplossing pipetteren of titreren). Bekerglazen, erlenmeyers en maatcilinders die
uit de kast komen, moeten helemaal schoon zijn.
 In de pipet blijft in het puntje nog wat vloeistof zitten; probeer dit er niet uit te
halen. De pipet is hierop geijkt!
 Pipeteer zeer nauwkeurig 25,00 ml HCl in de erlenmeyer .
 Voeg hieraan enkele druppels indicator toe.
 Vul de buret tot bijna bovenaan maar onder de 0 ml streep, noteer de beginstand
in de tabel onderaan dit practicum.
 Voordat je de titratie begint, maak je eerst een schatting van de hoeveelheid
natronloog die moet worden toegevoegd. Schatting:_____ ml.
 Voer de titratie 3x uit. De eerste keer globaal om het omslagpunt te bepalen.
Daarna nog 2x heel precies en van deze laatste 2 waarden neem je het
gemiddelde. Omdat je nu redelijk precies weet waar het omslagpunt van de
titratie zich bevindt, kun je 1 à 2 ml voor het omslagpunt beginnen met
nauwkeurig druppelen.

Globale eerste titratie

 Zet de erlenmeyer met HCl op een wit papier (dit is om de kleuromslag goed te
kunnen waarnemen) onder de buret.
 Zet het kraantje open en laat ongeveer 20-23 ml natronloog uit de buret lopen.
 Draai het kraantje bijna helemaal dicht zodat het nog wat druppelt, houd de kleur
van de vloeistof goed in de gaten. Als de kleur behouden blijft na (voorzichtig)
13

zwenken, stop je de titratie en noteer je de eindstand (in de tabel). In onderstaande
figuur is aangegeven hoe het (wel en niet) moet (indicator = fenolftaleïne).

Figuur 2: Goed en slecht eindpunt van de titratie
(bron http://catatankimia.com/wp-content/uploads/011111_0448_TEvsTAT1.jpg )

Precieze tweede en derde titratie

 Vul de buret opnieuw met NaOH en noteer de beginstand in 4 cijfers significant.
 Je weet nu waar het omslagpunt zich ongeveer bevindt, laat de base uit je buret
lopen tot je ongeveer 1,5 ml van het omslagpunt verwijderd bent.
 Druppel voor druppel voeg je de natronloog aan het zoutzuur toe tot de kleur
omslaat (de uitslag is dus tot op de druppel (V = 0,03 ml) precies), tijdens het
druppelen mag je de erlenmeyer even zwenken, maar zorg ervoor dat er geen
druppels naast vallen.
 Noteer de eindstand in 4 cijfers significant.
 Herhaal de procedure.
 LET OP: Druppels die nog aan de buret hangen na de titratie, moet je meenemen!
 Bereken met behulp van het aantal ml toegevoegde natronloog de molariteit van
de zoutzuuroplossing. Neem voor je berekening de gemiddelde waarde van titratie
2 en 3.

Metingen

Beginstand Eindstand ml toegevoegd

Titratie 1 globaal

Titratie 2 precies

Titratie 3 precies
14

Berekening

Aangezien er eenzelfde hoeveelheid mol NaOH reageert met HCl, geldt dat

𝑛 𝑛𝑁𝑎𝑂𝐻
= 𝑛𝐻𝐶𝑙 en met 𝑐= geldt dat 𝑐1 𝑉1 = 𝑐2 𝑉2
𝑉

Waarbij

c1 = concentratie van NaOH = 0.1M

V1 = volume NaOH toegevoegd (in ml)

c2 = onbekende concentratie van HCl (en dus te berekenen)

V2 = volume HCl = 25 ml

0.1 ∙ 𝑉1
𝑐2 =
25

Schrijf in je verslag de berekening volledig uit en trek een besluit.