You are on page 1of 17

De Lössgebieden in Midden-Europa

Joannes Richter

Abstract
In central Europe the loess-sediments (Börde – North German loess regions and Gäue – South
German loess regions, Beauce in France) are located in a broad corridor between Belgium and
northern France via central Germany towards Ukraine towards Asia.
In the Ice-Age the northwestern winds transported the sand particles towards isolated hills or
mountain ridges, where the loess may be deposited at the slopes of the hills or in the wind-shadows
of the mountains. Isolated hills or mountains often produced straight line-patterns in the wind-
shadows.
Normally the Dutch and German “Hell”-, “Heal”- and “Hail”-roads reveal straight line-patterns,
which during Ice-Ages have been formed in the shadows of hills like the Tafelberg (36m), the
Amerongse Berg (69m), the Hettenheuvel (68m), the Hoenderberg (96m) and the Aardmansberg
(100m).
In Germany the loess-patterns may have been named “Hellweg”, but the “Hellweg”-markers have
been restricted to the northern half of the central districts.
Other “Hell”-markers refer to the “brick-earth”, which is found in England, (sample: Quarry Lake –
Chichester). In French the equivalent name for the “Hellweg” was “Rue d'Enfer” or “Rue de
l'Enfer”.
In this paper I investigated some “Hellweg”-labels and found some interesting explanations. In
northern Germany, in northern Dutch and Belgian and in French regions the “Hell”-markers often
label the “brick-earth”-deposits
Inleiding
Elke zelfstandige staat heeft een inkomstenbron nodig om het voedsel te kunnen verschaffen,
waarvan de bevolking leeft. Als het voedsel niet uit eigen bronnen kan worden verschaft, moet de
staat over andere middelen beschikken om het volk te voeden.
In Midden-Europa beschikten alle grote volksgroepen vanaf het begin over de benodigde
voedselbronnen, die vooral door de vruchtbare grondsoort löss worden gevormd en gouwen
(respectievelijk in het Duits Gäue of Börden en in het Frans Santerre of Beauce) worden genoemd.
Elke lössbron baseert op een berghelling, gebergte of bergtop, waartegen de lössafzetting is
ontstaan. Een alternatieve soort lössafzetting vindt plaats in een windschaduw van een berg,
waarachter de lössafzetting ontstaat.
In Frankrijk vormt de Beauce een soort trechter, waarbinnen de lössafzetting zich in de ijstijd door
de wind heeft laten deponeren.
In België zijn het de Henegouwen en Haspengouw (tegen de heuvels der Ardennen), in Frankrijk de
Santerre regio (achter de Ardennen), waar de löss zich heeft laten deponeren.
In Sachsen bestaan de lössafzettingen uit de Maagdenburger Börde en in het Vogtland (tegen de
hellingen van het Ertsgebergte) de Blankenhain, in Thuringen het Thüringer Bekken, in
Württemberg de Filder, Kraichgau, Zabergäu, Heckengäu, in het Roergebied (tegen het
Sauerlandgebergte) het Roerdal en in Franken (rond de Haßbergen) de Haßgau, Würgau en
Knetzgau, enz.
Omdat met name in Duitsland elke koninkrijk over eigen lössafzettingen beschikte konden in het
Europese centrum zeer vele kleine staten ontstaan.
In Nederland en Duitsland correleren de lössafzettingen met de Hellwegen, Heilwegen en
Heelwegen. Soms is niet de vruchtbare löss een naamgevingsfactor, maar is de leem als
bouwmateriaal voor de tegelindustrie interessant. Dit is kennelijk gebeurd in de Schwinzer
Hellberg-Tongrube te Dobertin en Heel (Panheel)1 in de omgeving van Roermond.
De Rue de l'Enfer-markeringen bevinden zich vrijwel overal aan de rand van de Beauce. Een directe
samenhang met de lössafzetting kon niet geregistreerd worden. De Rue de l'Enfer kan echter de
transportroute tussen Beauce en Parijs respectievelijk Orleans gemarkeerd hebben.

1 De familie Van Ghoor, waarschijnlijk een afsplitsing van Van Horn bezaten vanaf het begin der 15e eeuw de
heerlijkheid Pol en Panheel, alsmede het kasteel Heel. (HARTEMINK, RALF, Heel. Nederlandse Gemeentewapens)
De lössgebieden in Frankrijk
De benaming van de Franse Helwegen (Rue d'Enfer en Rue del'Enfer) zijn wellicht overgenomen
uit de Belgische Helwegen (en Duitse Hellwegen) of zelfs de Nederlandse Heelwegen en
Heilwegen. Vaak is de leem bedoeld als bouwmateriaal voor stenen, dakpannen of tegels.
De Rue d'Enfer (Nantes) is een straatje in de binnenstad van Nantes. De naam Rue d'Enfer
(Nantes)2 stamt kennelijk van een gebouw, waar de heer Isaac Caron, maitre apothicaire (1)
gewoond heeft. Ook de Avenue du Rocher d'Enfer, 44100 Nantes ligt in de binnenstad.
Ook in Parijs en andere Franse steden (zoals une rue de Saint-Michel-sur-Orge liggen de Enfer-
straten vaak in het centrum3, alsof men daar vroeger de leemputten heeft gegraven:
• la rue d'Enfer, sur la rive droite, rebaptisée rue Bleue en 1789 ;
• la rue d'Enfer, sur l'île de la Cité, rattachée à la rue des Ursins ;
• la rue d'Enfer, sur la rive gauche, en partie rattachée au boulevard Saint-Michel et dont la
partie subsistante, renommée « rue Denfert-Rochereau » en 1878, a été scindée en 1946 en
deux rues, avenue Denfert-Rochereau et rue Henri-Barbusse.

Santerre
In Frankrijk is het typische lössgebied Santerre in de Picardië, tussen Amiens en Saint-Quentin.
In het departement van de Somme liggen een aantal gemeenten, waarvan de naam nog refereert aan
de oude provincie:
• Beaucourt-en-Santerre (58 - 99 m),
• Beaufort-en-Santerre (84 - 98 m),
• Belloy-en-Santerre (57 - 86 m)
• Berny-en-Santerre (62 - 87 m),
• Cayeux-en-Santerre (49 - 96 m),
• Foucaucourt-en-Santerre (50 - 87 m),
• Hangest-en-Santerre (84 - 109 m),
• Laboissière-en-Santerre (66 - 107 m)
• Mézières-en-Santerre (63 - 105 m ),
• Rosières-en-Santerre (70 - 106 m) ,
• Rouvroy-en-Santerre (87 - 103 m).

2 Camille Mellinet indique qu'il y avait dans cette rue, un « Jeu de Paume de la maison d’Enfer ». Cette maison fut
habitée par un certain Isaac Caron, maitre apothicaire1.
3 plusieurs rues parisiennes : voir Rue d'Enfer (Paris)
Beauce
Beauce is een geografische regio in Midden-Frankrijk, tussen de rivieren Seine en de Loire. De
gemiddelde hoogte is 140m.
Het omvat het huidige departement Eure-et-Loir en delen van de departementen Loiret en Loir-et-
Cher in de regio Centre-Val de Loire. Ook een deel van het departement Essonne in Île-de-France
maakt er deel van uit.
De streek deelt de geschiedenis van de provincie Orléanais en het graafschap Chartres, die nu de
enige grote stad is in de regio. De Beauce wordt wel omschreven als de graanschuur van Frankrijk.
Het landschap is uiterst vlak, en wordt beheerst door de akkerbouw.

Leemgroeven
De Rue de l'Enfer-markeringen bevinden zich vrijwel overal aan de rand van de Beauce. Een
samenhang met de vruchtbare lössafzetting kon niet geregistreerd worden. Wellicht werd de leem in
de leemgroeven aan de “Rue de l'Enfer” als bouwmateriaal afgebouwd en verwerkt.

Locaties in de Beauce
De belangrijkste steden van de Beauce zijn (van het noord naar zuid):
• Dreux (ca. 30.000, 75–139 m),
• Maintenon (ca. 4.500, 97–166 m),
• Chartres (ca. 40.000, 121–161 m) en
• het ca. 50 km oostelijk gelegen Étampes (ca. 25.000, 66–156 m),
• Rue d'Enfer, 28800 Bonneval (ca. 5.000, 112–175 m ) en
• Châteaudun (ca. 13.000, 102–152 m) in het zuiden.
In de omgeving liggen hogere heuvels, terwijl naar het noordwesten een opening ligt:
• west: L'Enfer, 28480 Frétigny, Min. 158 – Max. 281 m
• west: L'Enfer, 28480 Luigny, Frankreich , Min. 173 m – Max. 257 m
• noordwest, Senonches, 183–278 m
• noord: Chemin d'Enfer, 28500 Crécy-Couvé, Frankreich, 65 m
• noord: Rue de l'Enfer, 27650 Muzy, Frankreich , 76–137 m
• noord: Rue d'Enfer, 78720 Cernay-la-ville, Frankreich, 111–178 m
• oost: Rue d'Enfer, 91150 Étampes, Frankreich , 66–156 m
• zuid-oost: Rue de l'Enfer, 45450 Fay-aux-Loges, Frankreich , 102–126 m
• zuid: Rue de l'Enfer, 45130 Meung-sur-Loire, Frankreich , 82–113 m
1: Beauce vormt een vallei (tussen het Perche gebergte en de Loire) met als uitgang de rivier Eure

De weg van Beauce naar Parijs


Vanuit Petit Pont voert de Rue d'Enfer via de Barrière d'Enfer naar de groentevelden van Beauce.
In Die Rue d'Enfer als Hellweg auf der Hauptachse von Paris is gedocumenteerd welke varianten in
de Rue d'Enfer (de Franse “Helweg”) plaatsgevonden hebben.
Pas 1630 wordt een Rue d'Enfer in de kaart van Parijs vermeld:
• De Rue d'Enfer wordt voor het eerst vermeld in 1630 (Tavernier).
• De Barriere d'Enfer wordt voor het eerst vermeld in de kaart 1789 (Vidal de La Blache).
• De Avenue d'Enfer wordt voor het eerst vermeld in 1815 (Collin).
De spelling varieert tussen Rue de Fer, Rue Denfers, Rue d'Enfer en Rue d'Enfers.

De weg van Beauce naar Orleans


Nog korter was echter de weg van Orleans naar Beauce. In de omgeving van Orleans is de
concentratie van “Enfer”-markeringen hoger dan elders in de omgeving.
De Belgische lössgebieden
De Franse lössgebieden4, Henegouwen en Haspengouw worden door de Rue d'Enfer (Helwegen)
gemarkeerd, die als Heil-, Heel- en Hellwegen ook de lössstroken in Nederland en centraal
Duitsland begeleiden.
Vaak worden de Hellegaten als leemgroeve toegepast. Deze leem is in veel plaatsen als grondstof
voor de steen-, pannen- en pottenbakkers gebruikt, o.a.:
• rond Venlo (Helbeek, Venlo, Helling, 5921 Venlo),
• aan de Maas, bij 6097 Heel en Panheel (bij Roermond), en bijvoorbeeld aan of bij de
Holleweg, 5954 AT Beesel. In Beesel waren 5 brouwerijen en 9 branderijen en 1
pannenfabriek5. Wellicht waren ook de Hellegaten bij Roermond leemgaten (?).
• In België liggen veel steenfabrieken6 aan Hellegaten zoals Niel-Hellegat7, Hellegat aan
Noeveren (die gedeeltelijk in documentaires en speelfilms zoals Hellegat8 gedocumenteerd
zijn).

Henegouwen
De provincie Henegouwen behoort tot Wallonië en is dus Franstalig maar telt wel vier gemeenten
(Komen-Waasten, Moeskroen, Vloesberg en Edingen), waar bij het vastleggen van de taalgrens in
1963 taalfaciliteiten toegekend werden aan de Nederlandstaligen. De provincie ligt dus ten zuiden
van de taalgrens.
Zowat de helft van het historische graafschap Henegouwen (in de Karolingische tijd: “pagus
Hanoniensis”) werd geannexeerd door de Franse koning Lodewijk XIV. De historische graafschap
Henegouwen grenst ongeveer aan de zeer vruchtbare (Franse) Santerre regio.

De Haspengouw
De Haspengouw wordt gekenmerkt door een glooiend landschap van zeer vruchtbare gronden die
gebruikt worden voor landbouw en veeteelt. Het is een deel van de Leemstreek (löss) en valt deels
samen met het Haspengouws Plateau.
In het Limburgse deel bevinden zich de steden Bilzen, Borgloon, Herk-de-Stad, Maastricht, Sint-
Truiden en Tongeren; het Luikse deel omvat de streek rond Borgworm en Hannuit. De steden
Geldenaken, Landen, Tienen en Zoutleeuw liggen in het Brabantse deel van Haspengouw.
Ook Maastricht (ten westen van de Maas) ligt historisch in de Haspengouw, echter omdat deze stad
in Nederland ligt, wordt de stad tegenwoordig niet tot dit gebied gerekend. Toch wordt ook
Maastricht door een Helpoort en Helstraat gemarkeerd als lössgebied.
Haspengouw kenmerkt zich door een groot aantal kleine dorpen, vaak zogenaamde hoopdorpen.
Vierkantshoeven zijn kenmerkend voor dit gebied.

4 Investigations of the Rue d'Enfer-Markers in France ; Die Entwicklung des französischen Hellwegs ("Rue d'Enfer")
5 De nieuwe koerier : Maas- en Roerbode : provinciaal Limburgsch
6 Rupelstreek met de wijk Hellegat en via de Rupeldijk naar de voormalige steenbakkerijsite Frateur (bron: Noeveren
Bruist)
7 "Het Hellegat" is een gehucht van Niel. Vroeger stond hier een steenfabriek en droogloodsen (De Wandelaar)
8 Hellegat is een Vlaamse film uit 1980 van regisseur Patrick Le Bon, gefilmd in het Nielse gehucht Hellegat in de
Rupelstreek.
De taalgrenzen
Haspengouw was, wegens haar vruchtbaarheid, een relatief dichtbevolkt gebied en van belang in
zowel de Romeinse tijd als tijdens de Merovingen (Austrasië) en later.
De taalgrens loopt door dit gebied. Deze kwam tot stand nadat het Romeinse Rijk instortte en de
Franken, die het gebied veroverden, de Gallo-Romeinse cultuur assimileerden terwijl noordelijk van
Haspengouw vrijwel geen mensen woonden en de Romeinse cultuur minder aanwezig was.
Deze taalgrens wordt ook in Duitsland voortgezet tussen de Duitse dialecten met de “ik”/”ich”-
scheidingslijn, die min of meer de lössafzettingen begeleidt en markeert.
De lössgebieden in de Nederlands- en Duitstalige regio's
Alleen in het noordelijker gelegen Munsterland en het Roergebied vindt men op grote schaal
Helwegen, die de lössbodems markeren. De gouwen (en Börden) markeren kennelijk regio's en de
Helwegen, Heilwegen en Heelwegen wijzen op lintvormige “wegen”, waarlangs men
lössafzettingen kon vinden. Dit mechanisme is beschreven in “De Helwegen als leemwegen” en
“Over het ontstaan van de Halserug, de Heelwegen en Heilwegen in de windschaduw van de
Veluwe“.
De Dietse en Duitse Heilwegen, Heelwegen en Helstraten vormen overwegend rechtlijnige
wegpatronen, die zich tijdens de IJstijd in de schaduwheuvels zoals de Tafelberg (36m), de
Amerongse Berg (69m), de Hettenheuvel (68m), de Hooge Hoenderberg (96m) en de
Aardmansberg (100m) hebben gevormd.
Een groot deel van deze Helwegen oriënteert zich aan de noordwester winden, die zich merendeels
in Duitsland bij Haltern am See en de Sythener Hellweg focusseren.
Deze these hangt af van de vergelijking van de ligging van de 5 tot 6 kleinere dekzandruggen met
“Heelweg”-patronen met de grootste dekzandrug Halserug met het grootste “Heelweg”-patroon.
Normaal gesproken bedraagt de extra zandlaagverhoging op de dekzandruggen circa 1-3m
hoogteverschil.
Waar Helwegen geregistreerd staan kan men soms, maar niet altijd op vruchtbaar akkerland (löss)
rekenen. Het netwerk der Heelwegen kan echter ook als “heilige wegen” of handelswegen
opgebouwd zijn.
Waarom deze wegen “heil”, “heel” of “hel” genoemd worden is nog onduidelijk. Wellicht hangt de
naam “heil” of “heel” samen met het “helen” in de betekenis “gezond maken”. Ook is het mogelijk,
dat deze namen de leemgroeven aanduiden, die plaatselijk als bouwmateriaal benodigd werden.
De Nederlandse “Heelweg”-namen kunnen alleen in Zuid-Limburg gecorreleerd worden met de
“Hel”-betekenis, die met de Belgische en Franse “Enfer”-namen overeenkomt. In Noord-Nederland
zijn de namen overwegend gebaseerd op “Heil” en “Heel”.
De lössgebieden aan de grens tussen Thüringen en Vogtland
In de periode 23.3.2018-27.3.2018 reisde ik naar het oostelijke deel van Duitsland om de
lössafzettingen te bestuderen.
Op vrijdagmorgen rijden wij naar Plauen om een vijfdaagse rondreis door het Vogtland en het
aangrenzende deel van het Ertsgebergte te starten. Het Vogtland is vergelijkbaar met de “Mark” en
vormde een grensgebied, waarin de Duitstalige bevolking zich in de Middeleeuwen uitgebreid
heeft.
De oorspronkelijke bewoners waren kennelijk Slaven, Wenden of Sorben, wat men bijvoorbeeld
aan de namen van de dorpen en steden met een naamuitgang op “-itz” kan aflezen. Ten noorden van
Dresden (tussen Dresden en Cottbus) worden in de Winkelmann atlas de Wenden gelokaliseerd, die
als de Duitsers „de Anderen“ als beschouwden.
Het Ertsgebergte is om diverse redenen enkele eeuwen lang een bijzonder rijke regio geweest.
Tegen de berghellingen had zich een vruchtbare lössbodem gevormd, terwijl de bergen zelf aan een
belangrijke handelsweg lagen en zich in de bergen talloze ertssoorten bevonden. De naam voor de
daalder stamt van Joachimsthal en de zilvervondsten waren onontbeerlijk voor de schatkisten van
de landelijke heersers.

Adam Ries
Door de rijkdom van de zilvervondsten werden talloze mijnwerkers aangelokt, die in de mijnen
wilden werken. Talrijk waren ook de vakmensen zoals Adam Ries9, die als wiskundige de bevolking
leerde rekenen door het publiceren van rekenboeken. Zijn methode overtuigde de bevolking, dat het
Arabische rekensysteem geen toverwerk was, waarin volgens de Kerk de nul een duivels
bedrogmiddel vormde. Wij bezoeken op zaterdag 24.03. het museum van Adam Ries in Annaberg
en kunnen in dat museum ook originele publicaties bestuderen. Een cursus in rekenen 10 met de
abacus overtuigt ons, dat de oude rekenmethode met de Latijnse basiscijfers I en V onnodig veel
problemen veroorzaakt. Na deze cursus valt mij op dat de Romeinen geen 10-tallig rekenstelsel
toepasten maar een combinatie van een 2-tallig en een 5-tallig stelsel gebruikten.
De rekenmethode om de eenvoudige som “2000-1” met het Romeinse talstelsel “op de lijn” 11 te
berekenen is complex. In Tino Hempel: Adam Ries – Rechnung auff der linihen en Rechnen auf den
Linien eines Rechenbretts wordt de rekenmethode beschreven.
Adam Ries heeft in zijn boek “de Coß12” ook de wiskundige methode beschreven waarin met
variabelen gerekend kan worden. De Coß is daarin de middeleeuwse benaming voor de variabele 13.
Het boek werd in het museum te Annaberg als origineel beschreven, maar was volgens mij een
hoogwaardige Facsimile-uitgave op blank papier.

9 Adam Ries (1492–1559 uit Staffelstein)


10 Die Annaberger Rechenschule – Erleben Sie das Rechnen auf den Linien - wie bei Adam Ries
11 Rechnung auff der Linihen und Federn
12 Die erste Fassung der Coß wurde 1524 vollendet (Edition. Auszugsweiser Abdruck in Gebhardt).
Die zweite Fassung entstand zwischen 1544 - 1550. Inhalt: (nach Gebhardt)
13 Adam-Ries-Bund
De lössgronden van Blankenhain
Tegen de berghellingen werd in de omgeving van het op ca. 331m 14 gevestigde ridderslot
Blankenhain vruchtbare löss opgewaaid. In het ridderslot Blankenhain is ook het Duitse
Landwirtschaftsmuseum15 gevestigd, dat wij op 25 maart bezoeken. Op 11 hectare zijn in 80
gebouwen een slotmuseum, openluchtmuseum, technisch museum en volkskundemuseum .[1]
Een fabrikant kocht het slot in 1924 en bewoonde het gebouw van 1925-1945. Daarna werd het
door de autoriteiten aan vluchtelingen ter beschikking gesteld. In het museum kan men op de eerste
verdieping de inrichting en meubels van de laatste bezitter en op de tweede verdieping de inrichting
van de vluchtelingen bezichtigen. In de omliggende gebouwen bevinden zich apparatuur (tractoren,
ploegen, stoommachines, een bierbrouwerij, een sproeivliegtuig, etc.) en documentatie. Om
vluchten van het sproeivliegtuig te voorkomen waren deze in het grensbereik van extra rode
verfstroken voorzien en mocht alleen door betrouwbare piloten worden gevlogen....

Rangorde der vruchtbaarheid


De museumgids vertelt, dat de landerijen van slot Blankenhain de derde plaats innemen in de
vruchtbaarheid van Duitse akkers (na de Fildern bij Stuttgart en de Maagdenburger Börde).
Oorspronkelijk lag de lössgrond van de Maagdenburger Börde op de eerste plaats16, maar door
erosie hebben deze volgens de museumgids aan vruchtbaarheid verloren.

Het Thüringer Becken


De akkers in de omgeving van Halle, in het Thüringer Becken (dat door droogheid wordt
benadeeld17) en in de Keulse hoek zijn qua opbrengst met de Maagdenburger Börde (Magdeburger
Börde) vergelijkbaar.

Pegau
De stad Pegau ligt ten zuidwesten van Leipzig (Sachsen) en wordt door lössafzettingen gemarkeerd:
In einen alten Rechnungsbuche von aus dem 17. Jahrhundert von einem Vorfahren von
mir, ist vom Anbau von Zwiebeln und Gurken die Rede. Da nun bekanntlich die
Edelgemüsearten (Zwiebeln, Gurken, Blumenkohl) nur auf besonders gutem Boden
gedeihen, so muß also derselbe hier vorhanden sein. Bei der letzten Bodenschätzung
oder Bonitierung wurde festgestellt, daß der Schwarzerdeboden in Zauschwitz zu den
besten Böden Deutschlands gehört. In Zaschwitz, in der Nähe des Dorfes, beträgt die
Tiefe der Schwarzerde eineinhalb bis zwei Meter und wird nach der Tiefe zu immer
humusreicher 18

14 Was Blankenhain so besonders macht


15 In samenwerkingsverband met de Universität Hohenheim (Baden-Württemberg)
16 Börde hat den besten Boden Deutschlands (2013)
17 Das Thüringer Becken ist eine der trockensten Regionen Deutschlands mit Jahresniederschlägen von teilweise unter
500 mm.
18 Die Pegauer Pflege
De gouwnamen (in Württemberg en Franken)
Op de kaart Bodengüte-Karte kan men de opbrengst van Duitse akkers aflezen. De vruchtbare
akkers werden vaak met de naam gouw 19 opgesierd. De naam gouw beschrijft een ontbost gebied,
dat ook als openliggend akkerland kan worden beschouwd.

De Kraichgau, Zabergäu, Heckengäu (in Württemberg)


In de Kraichgau (in het noordwesten van Baden-Württemberg) bereikt de lösslaag de maximale
dikte van 30m voor Duitse bodems. Daarnaast liggen nog de Zabergäu (met een mild klimaat) en
Heckengäu.

De Filder (in Württemberg)


Het vruchtbaarste Duitse gebied (met de Parabraunerden) is de licht golvende hoogvlakte Filder
(met bergen tussen 421 tot 549m hoogte) tussen Esslingen en Stuttgart. De naam stamt van
“velden” af. De naamgeving is zo oud, dat de huidige bewoners het woord Filder (meervoud:
Fildern) niet meer correct verbuigen. De lösslaag van deze regio is ongeveer 4 meter dik 20. De
vruchtbaarheid (Bodenwertzahl) varieert overwegend (50%) rond de 75 (tot plaatselijk maximaal
90). Op deze akkers wordt overwegend groente (het spits gevormde Filderkraut) aangebouwd.
De vruchtbaarste bodem van Duitsland is inmiddels echter al minstens gehalveerd door massieve
bebouwing (met een luchthaven, een nieuwe jaarbeurs (Messe), de A8 en de spoorlijnen resp.
tunnels voor de treinverbindingen van Stuttgart 21).

De gouwnamen Haßgau, Würgau en Knetzgau (in het Frankenland)


Op de terugreis nemen wij vanaf het Erzgebergte de A7-snelweg via Würzburg, die door het dal van
de Main leidt. In deze regio ligt ook de Haßgau21. Tijdens die rit merk ik, dat bij het passeren van de
Würgau (op 373m, ca. 15 km van Bamberg verwijderd, aan de noordwestelijke rand van de aan de
noordwestelijke Rand der Fränkischen Schweiz) en de Knetzgau (238m aan de rand van de
Haßbergen) de weg van west naar oost naar beneden helt.
De namen van de oude Slavische dorpen dragen overigens de naamgeving “-wind”:
Ditterswind (Dietrichswinden), Voccawind (Voigtewind), Geroldswind, Bischwind
(Bischofswinden), Kurzewind, Ibind (Immenwinden), Windberg, Winhausen, etc. 22

19 Gäulandschaft
20 Im Eiszeitalter wurde auf die Filderebene eine mächtige, bis zu vier Meter starke Lössschicht aufgeweht, die in den
Kälteperioden der Eiszeiten in anderen Gebieten durch Winderosion abgetragen und hier abgelagert wurde. Später
entstand daraus durch Verwitterung Lösslehm (Filderlehm), der für die fruchtbaren Böden der Filderebene
verantwortlich ist. (Geologie Filder)
21 Die über die Nassach entwässernde, flachwellige Landschaft westlich dieses Kammes wird Haßgau genannt und ist
naturräumlich bereits Teil der Gäulandschaft des Grabfelds, in dessen Kernland sie in einem schmalen Korridor
nach Norden fließend übergeht.
22 Haßberge Geschichte
De Börden (in Sachsen-Anhalt)

De lössgrens
In het noorden vormt de Lössgrens de vestigingsgrens voor de grote steden. Minden, Hannover en
Magdeburg liggen bijvoorbeeld op de lössgrens.

2: Wiehengebirges zwischen Bramsche in Niedersachsen und Porta Westfalica in Nordrhein-


Westfalen. Gemeinfrei – (FalkOberdorf)

Stemweder Berg (181,4 m boven NAP)


De onderste berghelling van de noordelijke Stemweder Berg (181,4 m boven NAP)bestaat uit
lössafzettingen uit de ijstijd, waardoor de grond vruchtbaar is. In contrast tot die vruchtbare bodem
bestaat het nabijgelegen laagland rond de Dümmer uit onvruchtbare zand en veenbodem.

De Braunschweig-Hildesheimer Lößbörde (in Nedersaksen)


De Braunschweig-Hildesheimer Lößbörde met Hildesheimer, Ilseder und Lebenstedter Börde (in
Nedersaksen) wordt in zuidelijke richting begrensd door de bergen Vorholz (tot 243 m), in het
westen door de Giesener Berge (in het zuiden 234 m, en in het noorden door Pforte von
Himmelsthür met 181 m ü. NHN).
De lössafzetting is 1 tot 2m dik. Er worden suikerbieten en tarwe verbouwd. De oogstopbrengst
bereikt waarden van gemiddeld 0,8 kg tarwe of 5,5 kg suikerbieten per vierkante meter geerntet.
De Calenberger Lössbörde en in het oosten de Ilseder Börde vormen aansluitende buurregio met
lössafzetting.
De Magdeburger Börde (in Sachsen-Anhalt)
De Magdeburger Börde baseert op de Chernozem (zwarte aarde) ten westen van Maagdenburg in
Sachsen-Anhalt. Dit gebied werd door Karel de Grote veroverd en ontsloten door de stichting van
de stad Maagdenburg als een van de centra van het Heilige Roomse Rijk.
Keizer Otto I (912–973) had er zijn keizerlijke palts en stichtte er een bisdom, dat nog tijdens zijn
leven werd verheven tot aartsbisdom Maagdenburg en dat een belangrijk steunpunt was tegen de
heidense Slaven.
De Chernozems zijn zeer vruchtbaar en behoeven geen grondverbeteraars, zodat ze voor de
landbouw worden beschouwd als goede gronden. De zwarte aarde is geschikt voor de verbouw van
tarwe en andere granen. Het enige nadeel is dat er vaak droogteperioden optreden, waardoor de
omvang van de oogst per jaar sterk kan wisselen23.
De Magdeburger Börde ligt in de schaduwzone van het Harz-gebergte en behoort tot de droogste
gebieden van Duitsland, alhoewel het niet tot de warmste of zonnigste regio's behoort.

De Hellestraße, 39112 Magdeburg


De Hellestraße, 39112 Magdeburg is een weg, die direct naar de Sternbrücke (over de Elbe) leidt,
maar geen Hellweg-markering vormt.
De Hellestraße; Stadtteile Sudenburg und Leipziger Straße; PLZ 39112 is benoemd naar de
suikerfabrikant Ernst Carl Helle, die aan deze straat een fabriek had gebouwd24.

Het Lübbecker Lößland


Lübbecker Lößland ten noorden van het Wiehengebergte op de grens tussen Nedersaksen en
Noordrijn-Westfalen.

De Hellwegbörden in Noordrijn-Westfalen
De Hellwegbörden, (inclusief de Soester, de Geseker en de Werl-Unnaer Börde) vormen een
lössgebied, dat zeer sterk door Hellweg-markeringen wordt gekenmerkt.
• De Warburger Börde ligt in het noordelijke deel van Noordrijn-Westfalen, in de omgeving
van Detmold.
• De Jülich-Zülpicher Börde ligt in het Rijnland (Noordrijn-Westfalen) ten noorden van de
Eifel-bergketen.
• De Soester Börde ligt tussen het Sauerland (Zuidland) en het Münsterland.

23 Chernozem
24 Magdeburger Straßen/H
“Helle” - markeringen in Mecklenburg-Vorpommern
In het noorden van Duitsland is de kans op vruchtbare lössafzettingen gering, terwijl er toch “Hell”-
markeringen gevonden worden. Deze plaatsnamen duiden vaak op leemgroeven.

Helle
Helle mndd. helde, helle268, steht für Abhang, Halde in Flurnamen wie Hellberg
(Goldberg, Lohme, Ruschvitz, Roggendorf), Große u. Kleine Helle (Plüggentin),
Hellbarg (Badekow, Friedrichsmoor, Strassen), Hellbusch (Wiebendorf), In de Hell
(Dümmer), Hellsoll (Nehringen), Die Hell (Döbbersen), Die Helle (Tribsees, Leezen),
Hellenberg (Stubnitz), Hellberg und Deep Hell (Spendin), Hellwisch (Goldberg),
Hellmohr (Klein Wangelin), wohl auch Hallgraben (Lassahn).

Häufig wird Helle volksetymologisch zu Hölle umgedeutet25.

Heller
Heller steht für Fischhälterteiche269, häufig an Burgwällen, in Der Heller (Boizenburg,
Wittenburg, Redefin, Stralendorf/Sn., Setzin-Ruhetal), Der alte Heller (Dreilützow),
Hellersoll (Landsdorf)26

De landgoederen Groß Helle en Klein Helle


Am 1. Januar 1951 wurden die bisher eigenständige Gemeinden Groß Hölle und Lüdersdorf
eingegliedert27.
Groß Helle fand 1363 erste urkundliche Erwähnung. Das Gut befand sich im Besitz der
Familien von Maltzan (ab 1501), ab 1656 von Joachim Engel, ab 1751 von Gotthard
Karl Friedrich von Peccatel auf Wrodow, ab 1785 wieder von Maltzan, ab 1802 Carl
David Heinrich Lüders und von 1816 bis 1945 von Flügge. Nach 1945 fand eine
Aufsiedlung statt. Das zweigeschossige Gutshaus vom Anfang des 18. Jahrhunderts
wurde im 19. Jahrhundert klassizistisch umgebaut. Es war nach 1945 Kindergarten,
Wohn- und Kulturhaus; es wurde bis 2013 als Wohn- und Ferienhaus saniert.

Klein Helle: Das Gut bzw. einzelne Höfe gehörte u. a. im 14. Jahrhundert den Familien
Muggesfeld, im 15. Jahrhundert von Maltzan, von Voß, von Woosten und von Parsow
und im 17. Jahrhundert von von Voß, die dann das ganze Dorf besaßen. Es folgten die
Familien von Schuckmann (ab 1759), von Zülow (ab 1789), von Ferber (1812–1871)
und der Fabrikant Carl Schwanitz (ab 1898), der das Gutshaus zum Herrenhaus
erweiterte und dem Ort das einheitliche Erscheinungsbild gab. Nach 1945 war hier die
Schule und später bis 2003 ein Kinderheim. Der Landschaftspark mit einem kleinen See
wurde Ende des 18. Jahrhunderts angelegt und um 1900 umgestaltet.[2] .

25 Flurnamen in Mecklenburg-Vorpommern mit einem Lexikon der Flurnamenelemente (Flurnamen von A bisZ) –
Verfasser: Dieter Greve (2016) – D.Greve - Flurnamen von A bis Z - Stiftung Mecklenburg
26 Flurnamen in Mecklenburg-Vorpommern mit einem Lexikon der Flurnamenelemente (Flurnamen von A bisZ) –
Verfasser: Dieter Greve (2016) – D.Greve - Flurnamen von A bis Z - Stiftung Mecklenburg
27 Mölln (Mecklenburg)
De Hellberg bij Dobbertin als leemgroeve
De Hell kan ook als leem worden geïdentificeerd. Dit is het geval in de Hellberg bij Dobbertin als
leemgroeve:
Das Vorkommen liegt inmitten einer eiszeitlich geprägten Landschaft. Weichselzeitliche
Gletscher stießen vor etwa 20.000 Jahren in dieses Gebiet vor und schabten die hier
oberflächlich lagernden Gesteinsschichten ab. Dabei wurde auch Material erfasst, dass
über der Spitze eines nahe gelegenen Salzdiapirs lag, der Lias-Ton.

Das Material wurde einige Kilometer verfrachtet und an der Nordflanke des Hellbergs
abgelagert, an der später die Tongrube entstand. Beim Transport vermengte sich der Ton
mit eiszeitlichem Sand.

Im Jahre 1873 wurde damit begonnen, Ton für die Ziegelherstellung abzubauen. Das
Ziegelwerk wurde nach dem Ende des Zweiten Weltkrieges demontiert. In den Jahren
1952/1953 wurde der vergebliche Versuch unternommen, ein neues Ziegelwerk zu
errichten. 28.

28 Geologie – Schwinzer Hellberg-Tongrube


De lössafzettingen aan de Alpenrand
Ten zuiden van de noordelijke lössafzettingen liggen de gebieden, waarin de löss vanuit het zuiden
aangevoerd werd. Het herkomstgebied van deze löss lag voornamelijk in de noordelijke Kalkalpen.

De Kaiserstuhl
De 557 m hoge Kaiserstuhl is een klein laaggebergte van vulkanische oorsprong in het zuidwesten
van de Duitse deelstaat Baden-Württemberg.
De gesteenten van de Kaiserstuhl worden door een laag löss uit het laatste glaciaal
overdekt. In het glaciaal was de Rijnvlakte met de Kaiserstuhl ijsvrij, maar de
omringende gebergtes waren bedekt met gletsjers. Omdat er nauwelijks begroeiing was
in het periglaciale gebied, had de wind vrij spel. Het herkomstgebied van de löss lag
voornamelijk in de noordelijke Kalkalpen. Het lichtste materiaal werd door de wind
meegenomen en waar hindernissen (zoals de Kaiserstuhl) voorkwamen afgezet. Dit
zorgde voor een dikke, vruchtbare wigvormige laag löss tegen de Kaiserstuhl aan. De
dikte varieert tussen de 10 en 40 meter.

Door de kalkrijkheid komen in de löss zich onregelmatig herhalende roestbruine laagjes


voor, ontstaan door de verwering van kalkdeeltjes in een fase van langzamere
sedimentatie. De verweerde löss wordt lössleem genoemd29.

De Heilweg, 79379 Müllheim


Een tweede locatie, waar de wind löss afgezet kan hebben is de Heilweg, 79379 Müllheim. Op deze
akkers worden intensief wijndruiven aangebouwd.
Over de hoogwaardige lössafzetting in Britzingen staat geschreven:
Die Rebe stellt hohe Ansprüche an Boden und Klima, weshalb sie sich in den
tiefgründigen und gehaltvollen Britzinger Löss- und Lehmböden mit kalkhaltigem
Untergrund besonder wohl fühlt30.

Een tweede wijnbouwer beschrijft de hoogwaardige lössafzetting als volgt:


Bereits im 16.Jahrhundert standen hier Burgunder-Reben, die ihren feinen Charakter
diesem Terroir verdanken. Mit dem Wissen vieler Winzergenerationen reifen sie heute
zu gefragten Spezialitäten heran. Im Übrigen ist es der sehr nährstoffreiche Löß, auf
dem die Weine ausgesprochen gut gedeihen und das Britzinger ... 31

29 Lössbedekking
30 Gutedel | Weißwein | Britzinger-Wein
31 weinlagen
Inhoud
Abstract.................................................................................................................................................1
Inleiding................................................................................................................................................2
De lössgebieden in Frankrijk................................................................................................................3
Santerre............................................................................................................................................3
Beauce..............................................................................................................................................4
Leemgroeven...............................................................................................................................4
Locaties in de Beauce..................................................................................................................4
De weg van Beauce naar Parijs...................................................................................................5
De weg van Beauce naar Orleans................................................................................................5
De Belgische lössgebieden...................................................................................................................6
Henegouwen....................................................................................................................................6
De Haspengouw...............................................................................................................................6
De taalgrenzen.................................................................................................................................7
De lössgebieden in de Nederlands- en Duitstalige regio's....................................................................8
De lössgebieden aan de grens tussen Thüringen en Vogtland.........................................................9
Adam Ries...................................................................................................................................9
De lössgronden van Blankenhain..............................................................................................10
Rangorde der vruchtbaarheid....................................................................................................10
Het Thüringer Becken...............................................................................................................10
Pegau.........................................................................................................................................10
De gouwnamen (in Württemberg en Franken) ..............................................................................11
De Kraichgau, Zabergäu, Heckengäu (in Württemberg)...........................................................11
De Filder (in Württemberg).......................................................................................................11
De gouwnamen Haßgau, Würgau en Knetzgau (in het Frankenland).......................................11
De Börden (in Sachsen-Anhalt).....................................................................................................12
De lössgrens..............................................................................................................................12
Stemweder Berg (181,4 m boven NAP)...................................................................................12
De Braunschweig-Hildesheimer Lößbörde (in Nedersaksen)...................................................12
De Magdeburger Börde (in Sachsen-Anhalt)............................................................................13
De Hellestraße, 39112 Magdeburg.......................................................................................13
Het Lübbecker Lößland............................................................................................................13
De Hellwegbörden in Noordrijn-Westfalen..............................................................................13
“Helle” - markeringen in Mecklenburg-Vorpommern........................................................................14
Helle...............................................................................................................................................14
Heller.............................................................................................................................................14
De landgoederen Groß Helle en Klein Helle............................................................................14
De Hellberg bij Dobbertin als leemgroeve................................................................................15
De lössafzettingen aan de Alpenrand.................................................................................................16
De Kaiserstuhl................................................................................................................................16
De Heilweg, 79379 Müllheim ..................................................................................................16