You are on page 1of 9

Aantekeningen Maatschappijwetenschappen

4VWO (2009-2010)
Programma
SE CSE
V4 3 periodes 2 uur onderwerpen: 1 t/m 5
V5 5 periodes 2 uur
V6 4 periodes 3 uur + PO (25%) periode 5: eindexamen

Thema’s
Verplicht
1. inleiding MAW (+onderzoekstechnieken)
2. politieke besluitvorming
3. massamedia
4. criminaliteit
5. Europa

Ook voor het S.E.
∗ Mens en werk
∗ Multiculturele samenleving

Cultuur: waarden en normen, opvattingen, oordelen en vooroordelen, die we ‘geleerd’ hebben
en die (dus) overdraagbaar zijn.

Vrijheid van godsdienst vrijheid van meningsuiting

Basiswetenschappen
∗ Sociologie:  mensen die in groepen samenleven: patronen,
 waarden, normen, cultuur,
 stereotypieën  self-fulfilling prophecy
∗ Politicologie
∗ Culturele antropologie
∗ Hulpwetenschappen:  criminologie
 rechten
 Geschiedenis
 Sociale geografie
 Economie
 Etc.
Culemborg:
27000 inwoners
800 molukkers X
2000 marokkanen X

S.G.P. (Staatkundig Gereformeerde Partij) wil theocratie
Ir. B. v.d. Vlies geen TV
Iconoclasten (iconoclasme) = beeld o.i.d. breken

Huur/renteaflossing.30 uur ∗ Sociaal-culturele benaderingswijze: ‘gedrag is moeilijk te veranderen’ ∗ waarden en normen van individuen en van groepen ∗ bv. Regering: K + ministers: veiligheid. werkweken. etc. kinderen en zichzelf. . NS treinen… Keuzes Easton: Politiek is als een taart.8. schoolgeld. v.05 / km Spits: 7. vakantie. schoenen. zakgeld/kleedgeld. hoe laat? Dure uren/ daluren bankrekening/pincode € 0.00 . garantie van spaargeld.Hoofdstuk 2: benaderingswijzen van maatschappijwetenschappen Maatschappelijke problemen Fileprobleem ∗ Politiek-juridische invalshoek: kastje: waar ik ben (soort weg) duur/goedkoop. gas en licht. verzekering. handelen ∗ politiek-juridisch ∗ sociaaleconomisch ∗ sociaal-cultureel: anders gedragen? ∗ Verandering/vergelijkend Politieke besluitvorming: Politicologie Easton: politiek: gezaghebbende toedeling van waardevolle zaken voor de samenleving.€ 0.09 Heel Ned. Gezin: moeder verdeelt schaarse goederen onder man. 4 mobiele abonnementen. normen overtuigingen op bas. huishoudgeld.03 / km € 0. Bedrijfsleven 1 uur opschuiven ∗ verandering-/vergelijkende benaderingswijze: ∗ hoe gaat dat eigenlijk in België? In Duitsland? In Oslo? Sociale bril: referentiekader = geheel aan waarden. Je moet de stukjes verdelen onder de verschillende ministeries en departementen. onderwijs naar voren.

soevereine macht regeert over mensen 4.§ 1. Overheid: in stand houden van onze collectieve goederen PTT TNT NS ∗ onderwijs ∗ wegen ∗ plantsoen Tot ca. Van wieg (AKW) tot graf (AOW) Verzorgingsstaat zorgzame samenleving: vangnet ∗ liberalisering ∗ privatisering ∗ decentralisatie ∗ deregulering .3: Macht en gezag Invloed Gedrag van andere te wijzigen overeenkomstig Mijn doelstellingen MACHT Gezag = macht die geaccepteerd wordt = gelegitimeerde macht Charismatisch gezag = uitstraling Politieke macht. 1830/1870: nachtwakersstaat. beschikt over geweldsmonopolie: alleen de overheid (politie/leger) + grondwet: Rechtsstaat. soevereine macht: naar eigen inzicht je ‘land’ inrichten 3. Overheid:  defensie  veiligheid op straat.2: Staat en overheid Staat: 1. grondgebied 2. Nu: verzorgingsstaat. §1.

D’66 63 zetels. Rinooy Kam. CDA: 1945-1994 in regering. VVD. H. Nationaal kabinet.Lokale verkiezingen (leerlingen GHL) Peiling 3/3/2010 Partij % Partij % Partij TK Peiling +/- VVD 18% Beter Alphen 4% CDA 41 29 -12 PvdA 16% Leefbaar 2% PvdA 33 27 -6 Alphen VVD 22 21 -1 CDA 7% D’66 14% PVV 9 24 +15 SP 8% TON 11% D’66 3 15 +12 CU 3% Nieuw ELAN 4% CU 6 7 +1 Alphen één 3% SP 25 11 -14 GL 0 6 +6 76 PVV GL SP 74 VVD 68 D’66 CDA PvdA 0 PAARS: PvdA. . raadsverkiezingen Voorjaar 2002 Mei 2002: nieuwe verkiezingen: Partij 200 was 2 CDA 43 29 PvdA 23 45 SP 9 5 VVD 24 38 GroenLinks 10 11 D’66 7 14 LPF 26 - Zakenkabinet: zonder parlementaire binding A. Dr. Fortuyn LPF Gem. Paars: Kok II  PvdA – VVD – D’66 Viel: Srebrenica 2002 2001: prof. Wijffels Brinkman: RABO. P.

“de onderdanen accepteren de ‘invloed’ van de koning” Corvey. Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Unie. 1813. ministers worden niet gekozen. Niet-democratisch: ∗ Regering: want de koningin wordt niet gekozen. Macht en gezag Invloed gezag= gelegitimeerde macht afbrokkelen Macht. s.A.p. Min.35.O. Constitutioneel monarch.Links CPN * VS PPR * VK 1946: 10% EVD * Sov. D’66 mr. Verzet: 40% comm. Plasterk PvdA Mid. Gezag. 40% geref.s. Dijksma PvdA . CPM PSP vriendjes WOII Gr. van Mierlo burg/CvK/M.alleenheerser  alleen communistische partij: CPN. ∗ Commissaris van de Koningin wordt benoemd.P. Selffulfilling prophecy = onjuiste definitie van de situatie die in haar consequenties waar wordt. Vermogen om het gedrag te wijzigen/continueren overeenkomstig de doelstellingen van de machthebber. Grondwet koning.P.000 AOW(67) €2200 p. ∗ M.M. H.s.F. gekozen “kroonjuwelen” Regering + koningin Ministers Staatssecretarissen O C W Cultuur + univ. Communisme: . Bijsterveld CDA Kleuter + basis ond. komt doorgaans uit de grootste partij ∗ Burgemeester wordt benoemd.000|000. School s.

Vice-voorzitter Raad van Staten 2. Voorzitter 1e Kamer 3. Voorzitter 2e Kamer informateur 4.Parlement = 1e + 2e Kamer = Staten – Generaal 225 leden. = volksvertegenwoordiging ∗ Representatiedemocratie ∗ Geen referendum. 10 juni: koningin wint advies in bij: 1. Alle fractievoorzitters . Kabinet: ministers + staatssecretarissen: coalitie (CDA. hoofddoeken verbod SP PVV Gr. CU)/ Regering: K + ministers regering is gevallen Demissionair ‘op de winkel passen’ Tot er een nieuwe regering is (9/6/’10) Verkiezingen Uitslag: 2002 CDA 43 CU 4 9/6/2010 PvdA 23 D’66 7 SP 9 SGP 2 VVD 24 LPF/PVV 26 GrL 10 LN 2 10 juni 2010 Noordeinde Vice-voorzitter Raad van Staten informateur Voorzitter 1e Kamer Voorzitter 2e Kamer Alle fractievoorzitters Centrifugale krachten in het electoraat 100% kiezers. L GAT CU D’66 Formatiestappen: 1. 9 juni: verkiezingen 2.

PVV 2e K werkenden. Pensioen: voor jezelf. 3. informateur onderhandelt met alle fractievoorzitters over welke partijen een coalitie gaan vormen voor een meerderheidsregering 4. 5.  debat. meerderheidscoalitie  onderhandelen over regeerakkoord: overeenkomst tussen coalitiepartijen over te voeren beleid. (model = ideale norm) Systeemmodel omzetting input output 800 miljard € Vertrouwen in de € feedback Griekenland: iedereen 53 jaar  pensioen 67 jaar. Regeringsverklaring: wijze waarop een nieuwe regering van plan is de komende 4 jaar te regeren met als uitgangspunt het regeerakkoord. zodat de partijen hierover niet in conflict kunnen raken.  formateur: * regeerakkoord verder uitwerken * ministeries verdelen over coalitiepartners * ministers + staatssecretarissen voor regeerakkoord uitvoeren 6. Constituerend beraad: eerste bijeenkomst nieuwe kabinet 7.↑ pressiegroepje Barrièremodel De ‘drempels’ die genomen moeten worden om wensen van de bevolking om te zetten in wetgeving. Nederland 65+ AOW: overdracht werkenden  niet. Model: versimpelde weergave van de werkelijkheid.110 miljard. jij en ik . Oppositiepartijen hebben weinig in te brengen. - /. ABP: 800 miljard. Regeerakkoord= vooral twistpunten.

Cultureel universalisme: het bekijken/beoordelen van andere culturen. waarden en normen. Vrouwen krijgen steeds meer dezelfde rechten en mogelijkheden in de samenleving als mannen. Outgroup: groep die alles verkeerd doet en verkeerd ziet. Cultureel relativisme: het volstrekt neutraal kijken naar andere culturen zonder de eigen ‘westerse bril’ te hanteren. Beeldvorming: het beeld dat je van iemand of groepen mensen krijgt Cultureel kapitaal: taalgebruik. tradities. eetpatroon en vakanties. Ingroup: groep die alles goed doet en goed ziet. Democratisering: afstand tussen rangen en standen vermindert. rituelen. die de meeste invloed uitoefent op de samenleving. Feminisme: vrouwenemancipatie. Etnocentrisme: het beoordelen van mensen uit andere culturen naar de waarden en normen van je eigen samenleving Globalisering/ internationalisering: het steeds meer sprake zijn van toenemende banden en wederzijdse afhankelijkheid tussen samenlevingen over de hele wereld. behandeling. Global village: ‘groot dorp’ Identiteit: herkenbaarheid Individualisering: het steeds meer nadruk leggen op het individu Informatiemaatschappij: maatschappij waarbij door allerlei technische ontwikkelingen steeds meer de mogelijkheid ontstaat informatie te verzamelen. . symbolen. Mensenrechten/grondrechten: onvervreemdbare rechten: rechten die niemand je mag afnemen. Indoctrinatie: extreme vorm van manipulatie waarbij voortdurend en systematisch een bepaalde leer (doctrine) wordt ingeprent Marktdenken: opvatting dat een economie het beste floreert als er sprake is van een zo terughouden mogelijke overheid Massamedia: communicatiemiddelen waarmee een groot publiek kan worden bereikt. Minderheidsvorming: groepen in een samenleving die zich benadeeld of gediscrimineerd voelen. Emancipatie: het op gelijke hoogte komen met andere mensen: gelijke rechten. gelijkwaardigheid verkrijgen. voorkeuren op het gebied van levensstijl. Informatieblindgang: zoveel informatie dat we het helemaal niet geestelijk kunnen verwerken Internalisatie: het bewust aanvaarden en naleven van regels. gewoontes. Sociale hiërarchie: afstand tussen rangen en standen.Begrippen Acculturatie: enkelingen of groepen gaan culturele eigenschappen overnemen van andere culturen als ze ermee in aanraking komen. te bewerken en door te geven. waarden en normen Manipulatie: het op een ‘handige’ manier de mening van een ander beïnvloeden zonder dat hij/zij er erg in heeft. Cultuur: alles wat geen ‘zuivere’ natuur meer is: levenswijze: voorstellingen. Er zijn algemene waarden die als uitgangspunt zouden moeten dienen voor het handelen van iedereen. Deviant gedrag: afwijkend gedrag Discriminatie: het ten onrechte onderscheid maken tussen mensen op verkeerde gronden Dominante cultuur: grotere cultuur. Klassieke grondrechten: erg belangrijke en fundamentele rechten Sociale grondrechten: rechten die betrekking hebben op de zorggebieden van de overheid. Multiculturele samenleving: Multi-etnische samenleving: feitelijke situatie waarin duidelijk merkbare etnische groeperingen leven.

. Referentiekader: geheel van persoonlijke waarden.Nature-nurture debat: debat tussen wetenschappers waarin de vraag centraal staat of menselijk gedrag meer is aangeboren of aangeleerd Norm: verwachting over het gedrag van anderen. Pluriformiteit: veelvormigheid. Objectiviteit: onpartijdigheid  subjectiviteit Ontkerkelijking: het zich vervreemden van de kerk als instelling Ontzuiling: het loslaten van de band tussen mens en een levensbeschouwelijke of politieke zuil. normen. Politieke stroming: verzameling van mensen die hetzelfde denkt over bepaalde zaken. Ook wel multiculturele samenleving. verscheidenheid. kennis en ervaring Rolpatronen: de rol die iemand in de samenleving op een bepaald moment in een bepaalde situatie vervult. Opdelen van de samenleving in levensbeschouwelijke of politieke zuilen. Waarde: zaken die mensen het nastreven waard of waardevol vinden. Verzuiling: tegenovergestelde van ontzuiling.