You are on page 1of 8

1

Met de komst van CUR-Aanbeveling 77 over onderwaterbetonvloeren
in 2001 (CA 77:2001) werd voorzien in een grote behoefte van
bouwend Nederland. Deze CA is in de afgelopen jaren op grote
schaal toegepast en heeft haar waarde bewezen als ontwerpinstru-
ment. In 2014 is een herziene versie uitgekomen (CA 77:2014). Dit
derde artikel in een serie van vier gaat over drie specifieke onderwer-
pen in deze herziene aanbeveling: pons en dwarskracht, de hoogte
van de boogaanzet in de korte richting en de membraanwerking.

Enkele aspecten aanbeveling over onderwaterbetonvloeren
nader beschouwd

Herziening CUR-
Aanbeveling 77 (3)
50 8 2015 Herziening CUR-Aanbeveling 77 (3)

500 2023 kN 320 210 ) De auteurs zijn allen lid van SBRCURnet-voorschriftencommissie 95 ‘Rekenregels voor ongewa- 1 250 pende onderwaterbetonvloeren’ (VC95). voorspanstaaf Ø32 schaal toegepast.b. Eelco de Winter RO 1) foto: Rijkswaterstaat / Ton Poortvliet Royal HaskoningDHV 2 Afmetingen van de proefstukken (in dr. G4 en C1) sparingen t. [7]) handelde over de inhoud en de achtergronden.v. het tweede artikel 550 mm. fac. 5] TU Delft.v. te weten (a) pons en dwarskracht. Kennis van die aanbeveling is dus nodig bij het lezen van dit artikel. Numerieke R1 5x600 2000 simulaties hebben aanleiding gegeven tot vragen over de theore- 3450 tische bezwijkveiligheid van de verankering van de trekelementen in de vloer [2]. Sinds het verschijnen van CA 77 in 2001 [1] is deze op grote oplegvlak t. De bovenste 3450 In dit artikel worden drie onderwerpen van CUR-Aanbeveling 77 5 x 600 ‘Rekenregels voor ongewapende onderwaterbetonvloeren’ 2000 nader beschouwd. De betonvloer is weergegeven in figuur 2. Peter Hagenaars is secretaris/rapporteur. die het proces heeft begeleid om tot CUR-Aanbeveling 77:2014 te komen. [5]) vormde de inleiding.v. locatie van anker met schotel of paal met ribbels [3. Ook de ‘ponstoets’ bij trekelementen belastingsframe 300 met ribbels moest worden aangepast. De beton- artikelen over de herziene CUR-Aanbeveling 77. G). Het bovenaanzicht toont de vier oplegvlakken van het belastingsframe. zoals het gebruik van belastingsframe 300 niet-lineaire berekeningen gebaseerd op de eindige-elementen- methode. met enkele rekenvoorbeelden. De resultaten van het onderzoek [3] zijn gebruikt bij het herzien van CA 77. Peter Hagenaars RO. CiTG Pons Artikelenserie In het Stevinlaboratorium zijn experimenten uitgevoerd op Dit artikel is de derde van een serie van vier (aanvankelijk drie) schotelankers en betonpalen met tweezijdig ribbels. 2 425 2600 425 923 kN Herziening CUR-Aanbeveling 77 (3) 8 2015 51 . het bezwijkmechanisme en het bezwijk- In het vierde zullen de nieuwe rekenregels worden verduidelijkt beeld.b. De reden is dat deze onderwerpen een belangrijke rol spelen bij de toetsen en deze bij de herzie- ning ingrijpend zijn gewijzigd dan wel zijn toegevoegd. Ø350 320 In opdracht van Rijkswaterstaat is in 2002 experimenteel onderzoek uitgevoerd in het Stevinlaboratorium van de TU 425 2600 425 Delft.v. Verder ontbrak de dwars. 500 of 750 200 krachttoets voor de ongewapende owb-vloer. Zo werd mogelijk de ponssterkte bij onder andere sparingen t. Nieuwe rekenmethoden.m. Op R2 diverse plekken in dit artikel wordt verwezen naar die CA 77. stellen van de maximale trekkracht die op de ankers kon In dit derde artikel worden enkele onderwerpen nader behandeld. voorspanstaaf Ø32 schotelankers overschat.ir. worden uitgeoefend. Ruud Arkesteijn 1) 1 Werkzaamheden aan de betonnen ABT vloer van de noordelijke toerit van het Ringvaartaquaduct ir. In het navolgende wordt nader ingegaan op de achtergronden van de toetsen op 750 1110 pons en dwarskracht in de nieuwe CA 77 [4]. Doel van het experimentele onderzoek was het vast- (Cement 2015/3. Dat heeft ertoe geleid dat de verankering van de trekelementen in de owb-vloer de zwakste schakel kan worden. Hierin stond de capaciteit in de uiterste grenstoestand van de verbinding tussen trekelementen (betonpaal of trekanker) 1867 kN en een owb-vloer centraal. Cor van der Veen 1) mm). ing.b. onder meer naar de diverse toetsen (A t. (b) de inwendige hefboomsarm in de UGT in de korte richting en (c) de membraanwerking. 3450 5 x 600 R1 2000 5x600 3450 2000 Pons en dwarskracht (toets G2. oplegvlak t.b.ir. Het eerste artikel dekking in de uittrekrichting op de schotel bedroeg 300 mm of (Cement 2013/3. hebben ervoor gezorgd dat de onderwaterbetonvloeren R2 (owb-vloeren) steeds slanker kunnen worden gedimensioneerd.

Bij 550 mm dekking zijn de gemiddelde pons- In de Eurocode wordt het ponsdraagvermogen als functie van waarden 1680 kN en 1692 kN voor respectievelijk zonder en de (karakteristieke) cilinderdruksterkte of prismadruksterkte met eenzijdige druk voorspanning in de betonnen vloer.3 MPa (gemiddelde sterkte).3 MPa voor respectie- dmin = 550 mm velijk een dekking van 300 mm en 550 mm. 3 dekking op de schotel hmin vergelijking 6. Hiermee wordt nu het ponsdraagvermogen bepaald. Wanneer men dit vergelijkt met de vroeger gehanteerde veilig- ning vmin worden bepaald volgens: heidsfactor gebruikt in de VB74/84 (in de EC2 is probabilis- tisch gerekend en is een centrale veiligheidsfactor lastig te vmin = 0.489 MPa fck = fcm – 8 (MPa) VRd = 0.3). Echter. Bij de laatste splijtsterkte omgerekend naar een gemiddelde prismadruk. Naar aanleiding van de experimenteel gevonden waarden in de ponskracht van schotelankers is in 2004 door RWS een reductiefactor van 0. 1. Voor de schotel met 300 mm ‘dekking’ wordt in het vervolg gerekend met fck.4 MPa en 22.2 op de water- 200 k = 1 + ≤ 2. is de gekozen waarde hoger. d moet dus het volgende gelden: Het ponsdraagvermogen wordt bepaald volgens: VRd = vmin π dmin (4dmin + B) 1. vmin = 0. Het effect blijkt ook verwaarloosbaar te zijn.0 0.2 ∙ 1. De bepaald (vergelijking 6.60.mean) 52 8 2015 Herziening CUR-Aanbeveling 77 (3) .2 (5): dmin = 300 mm k = 1 + (200/300)0. druk en een extra factor van 1. De experimenteel gevonden gemiddelde ponswaarden voor 300 mm dekking is 1018 kN.25 op de verbinding toepast.3 in EC2). dmin = 300 mm en 500 mm: Hiertoe wordt de gemiddelde prismadruksterkte omgerekend naar de karakteristieke sterkte volgens EC2 toepassing 3. De experimenteel bepaalde ponskrachten op schotelankers zijn ten behoeve van de herziening van CA 77 vergeleken met de 300 600 900 berekeningsmethode volgens Eurocode 2 (NEN-EN 1991-1-1+C2.5 = 1. Hiervoor worden gemiddelde materiaaleigen- schappen gebruikt.489 π 300 (4 ∙ 300 + 350) = 715 000 N = 715 kN Dit resulteert in een fck = 24.3 uit EC2 kan de maximale schuifspan.391 π 550 (4 ∙ 550 + 350) = 1 723 000 N = 1723 kN VRd = VRd (fck / fck.mean. De bijbehorende k = 1 + (200/550)0. De tweede dwarsdoorsnede toont de paal met ribbels. De resul- taten van deze proeven zijn beschreven in [5].82.9 0.5 = 1. Wanneer men een partiële belastingsfactor van 1.mean.mean = 30.0 met d in mm.7 0.25 ∙ (Vexp / VRd ) = 2 en dus moet gelden: Vexp / VRd = 1. Volgens vergelijking 6.1.mean = 32.035 k3/2 ∙ fck1/2 geven) van 1.8 reductiefactor kr vastgesteld op de ponsresultaten bepaald met de toen geldige VBC-methode.7.6 dwarsdoorsnede geeft de positie van het anker met de schotel. Daarna wordt de rekentoestand beschouwd en wordt de totale veiligheidsfactor bepaald en vergeleken met de gewenste veiligheidsfactor. men wil voorkomen dat de verbinding trekelement-owb-vloer maat- waarin: gevend wordt en hoewel de owb-vloer een tijdelijke constructie fck is karakteristieke cilinderdruksterkte in MPa is.33 of VRd / Vexp = 0. is een hogere veiligheidsfactor van 2. Daarom is de gemiddelde berekende waarde van 1723 kN is iets hoger. uitgangspunt wordt een veiligheidsfactor van 2. De rekenwaarde VRd wordt in NEN-EN 1991-1-1+C2. De berekende waarde van 715 kN Schotelanker ligt hieronder. sterkte fck.4 MPa en voor de schotel met Belangrijk is nu hoe hoog de (centrale) veiligheidsfactor is. vmin = 0. berekening is het effect van de drukvoorspanning op 0 gesteld.75 In de uitdrukking voor vmin wordt nu fck vervangen door fck.3 met de karakteristieke prismadruksterkte fck bepaald.8 0. vergelij- Dit levert de volgende waarden voor respectievelijk king 6.0 genomen.391 MPa rekenwaarde van het ponsdraagvermogen is VRd = 0.0 gekozen. Als 550 mm ‘dekking’ met fck.

Een berekening volgens de pons- opgemerkt dat bij grotere dekkingen de trekcapaciteit van de toets (toets G2) levert 1406 kN als uittrekkracht VRd op.25 ∙ 2364 / 1406 = 2. De experimenten op palen met ribbels zijn ‘hol’ uitgevoerd: deze palen worden van ‘onderaf ’ door een trekelement met kopplaat door het proefstuk heen geduwd. wat ruim voldoet. en de uitgetrokken gebaseerd op het feit dat bij afschuifbuigbreuk een schuine Herziening CUR-Aanbeveling 77 (3) 8 2015 53 . de reductiefactor rekenwaarde betondruksterkte bij ongewapend beton zoals genoemd in de nationale bijlage. Dit resulteert Palen met ribbels in 1.2 ∙ 1. Afgezien is om deze factor αcc. zoals aangenomen was in de vorige CA 77. De centrale veiligheid is bij 300 mm dekking echter ruim voldoende (1. Deze aanname is Het bezwijkbeeld wordt ‘pull-out’ genoemd. Opge- trekstaaf bepalend is voor de maximale ponskracht.85 nodig is bij een dekking van 550 mm. maar een correctie van 0.62 = 2.pl toe te passen. terwijl de paalstukken over 500 mm.64 > 1. Daarom is in CA 77 een variabele reductiefactor kr vastgesteld die moet worden vermenigvuldigd met de uitdrukking voor vmin (zie toets G4. het ontbreken van experimentele resultaten voor grotere De gemiddelde uittrekkracht (zes proeven) was gelijk aan dekkingen kan de veiligheid niet worden bewezen. Dit is aangetoond tot een dekking van 550 mm en deze trend is geëxtrapoleerd naar grotere dekkingen. de dikte van de aangenomen dat de trend voldoende is ‘afgedekt’.33 voldoet niet. Met de voorgestelde reductiefactor wordt een voldoende grote veiligheidsfactor verkregen voor grotere dekkingen (dikkere 4b owb-vloeren). Dus geldt: 1. Verder wordt betonplaat. maar wordt 2364 kN.a).33 voldoet. kon optreden in de ongewapende owb-vloer. Na het bereiken van Dwarskracht de maximale belasting wordt uiteindelijk de betonpaal met In de vorige CA 77 was geen dwarskrachttoets opgenomen. leidde tot vragen bij toetsende instanties.23 > 2. Door de toenmalige Er is geen sprake van lokaal afschuiven op de grenslaag beton. Ook nu moet de centrale veiligheid gelijk zijn aan minimaal 2.14 < 1. waren ingestort. Door conus komt overeen met de nu gehanteerde ponstoets in CA 77.pl apart te benoemen.5 ∙ 1.8. Dit omhullende betonconus uit de betonvloer getrokken (foto 4). is in de reductiefactor kr inbegrepen. zodat de merkt wordt dat voor dmin de volledige dikte van 500 mm is veiligheid ook bij grotere vloerdikten voldoende moet zijn. VRd = 1478 kN bij 550 mm dekking met Vexp / VRd. Deze reductiefactor is grafisch weergegeven in figuur 3.c = 1680 / 1478 = 1. omdat gekozen is voor een variabele reductiefactor die begint bij een dekking van 300 mm. Opmerking: de factor αcc.0) om ook daar bij een reductiefactor van 1 geen αcc.c = 1018 / 620 = 1.85. CUR-commissie was aangenomen dat geen dwarskrachtbreuk paal – betonvloer.8.pl = 0. 4a 3 Reductiefactor kr om ponsdraagvermogen voor schotelankers te bepalen 4 Pull-out-conussen van twee proefstukken met paal met ribbels [3. Veiligheidshalve is de betondrukspanning in de owb-vloer ten gevolge van de stempelkracht op 0 aangenomen. is niet experimenteel bepaald. Hoe de veilig- heid bij een grotere dekking (dikkere owb-vloer) verloopt. De verwachting is echter (geba- seerd op de twee eerder berekende waarden) dat ook bij grotere dekkingen de veiligheid niet voldoende is.2 ∙ 1.33 = 0. Het blijkt dat het ponsdraagvermogen (ruim) voldoende veilig wordt bepaald bij een ‘dekking’ van 300 mm.14/1. De VRd bij een dekking van 550 mm moet worden gecorrigeerd (verlaagd) met een factor 1. gebruikt.25 ∙ (Vexp / VRd ) = 2. 5] VRd = 620 kN bij 300 mm dekking met Vexp / VRd.

Echter. overige verbindingsdetails zijn hiervan afgeleid. Eigenlijk model.0 -6000.b).0 -12 163.0 -5600.8 5a 5b n2 [kN/m] 60.0 -3600. waardoor een differentiatie wenselijk zou zijn. vandaar eerst een eenvoudige toets op afschuifbuigbreuk ingevoerd. De ondersteuningen aan de toets een grotere rekeninspanning oplevert.0 -1200.0 -5000.7 -400. fysieke beperkingen vanuit materiaaleigenschappen.0 -6347.0 -500.0 -4000. Bij de schotel is de reactie driehoekig. linkerzijde. in de korte richting. Voor de schotelverankering volgt een boogaanzet die bij bena- dering vertrekt vanuit het hart van de schotel. n2 [kN/m] 1000. toets C2. In boven- (toets B2) staande modellen wordt echter geen rekening gehouden met Het vermoeden bestond dat de aanname in [1] van een boog. bij toetsing volgens EC2 wordt in hoofdstuk 12 NEd × hefboomsarm z) is benaderd in een fysisch niet-lineair voor ongewapend beton toetsing op dwarskracht geëist. bij de ribbels Voldoet deze toets (stap 1 toets C1) dan voldoet de owb-vloer en ontstaat eveneens een driehoekig spanningsverloop maar de anders moet men de toets op afschuiftrekbreuk uitvoeren die dan verschillende vlakken van de ribbels vertroebelen dat beeld. betonpalen.0 -2400. Ervan 54 8 2015 Herziening CUR-Aanbeveling 77 (3) . ze worden hierna kunnen hebben. waarmee vanuit een lineaire BGT-berekening iteratief het achtig of zo’n schuine scheur bij ongewapend beton wel kan kritieke punt van het UGT-bezwijkmechanisme (1/8 qEd l2 = optreden.0 -2000.0 -2800. Visuele weergaven van de belangrijkste modelresultaten toetst men dan of afschuiftrekbreuk optreedt. Ook voor de prefabbetonnen ribbelpaal ligt de geboorte van de drukboog Inwendige hefboomsarm in de UGT korte richting aanmerkelijk hoger dan het midden van de vloer.0 -800.0 -1500. waarbij de wape. Analyse Hoogte boogaanzet De geboorte van de boogaanzet ter plaatse van de verbinding Fysieke beperkingen volgen uit de betondruksterkte van het met de trekpaal is bij de herziening van CA 77 onderzocht beton en de krachtsinleiding in het trekelement. In de vertaling naar ontwerpregels (bijvoorbeeld ribbels of schotels) hier een grote invloed op zijn deze aspecten uiteraard wel beschouwd. wordt ter plaatse van de treke- van de krachten en spanning over de hoogte van de betonvloer lementen uitgegaan van een driehoekig spanningsverloop. boog moet worden ingeleid in de wapening van de paal.0 -2000.0 -4800. Het kritieke punt is bepaald door voor heeft men de uitdrukking voor de vmin gebruikt die een het criterium van een driehoekig verloop van de reactie aan de absolute ondergrens bepaalt van de dwarskrachtcapaciteit.0 -1600.0 -1000. een hogere dwarskrachtcapaciteit oplevert (zie CA 77 bijlage A stap 2. de aanzet in het midden van de vloer voor veel situaties overmatig beperkte breedte van het verankeringselement in de lange rich- conservatief is.a en stap 3.0 0.0 -5500. Bovendien zou het type verbindingselement ting en uitvoeringstoleranties.0 -4400. ning goed is aangehecht aan het omringende beton zoals bij Per verbindingstype zijn diverse rekenmodellen opgesteld geprofileerd wapeningsstaal het geval is.0 -3500. Het onderzoek was primair gericht op Voor de prefab-betonpalen geldt dat de kracht vanuit de druk- schotelverbindingen van ankerpalen en ribbels van prefab. de fysische niet-lineariteit.0 -3200. Omdat deze laatste zijn gepresenteerd in figuur 5 en 6.1 6a 6b scheur alleen kan optreden in gewapend beton.0 -7000.0 -3000.0 -4000. is in CA 77 nu toch linkerzijde van het model kunnen geen trek opnemen.0 -4500. Daarom is het twijfel.0 -5200. Hier. Net als voor de met een 2D-schijfmodel dat een beeld geeft van het verloop betondrukzone in het vloerveld. toets C2. één voor één belicht.

mag worden afgeweken van 300 mm. Er is afgeleid dat 300 mm voor een gangbaar ontwerp van een prefab-betonpaal altijd voldoende is om de OWB trekkracht de paal in te leiden. stempel mienmaten in lineair model en (b) UGT voor half stramien Lx in niet-lineair model 7 Weergave van grond. Een belangrijk deel van schotels in de bovenste helft van de vloer worden geplaatst en. Het toepassen van gladde palen is stempelwerking (zie bovenstaande) is de veiligheid van de hierdoor slechts in zeer uitzonderlijke situaties acceptabel. Voor ribbel. type verbinding de toelaatbare schuifkracht over het verbin. In hoofdstuk 7.4. gevolge van het leegpompen.totaal σp σp bij ‘Gevolgen voor dimensionering’. is derhalve de factor 0. Aanvullend is voor dit ting hierop.eff = σv. Het effect van de grondkerende functie is echter Aanvullend zijn randvoorwaarden geformuleerd voor de diep. Daarnaast kan een significant palen die door de vloer heen steken.6)). ––– = waterdruk = σp Breedte boogaanzet ––– = p  assieve horizontale gronddruk = Door de beperkte breedte van het verankeringselement in de σv. Hiermee wordt afgedwongen dat voorafgaand aan de stort van de owb. de stempeldruk is derhalve afkomstig uit de waterdruk ten in theorie. Binnen de formulering zocht of voor dit toepassingsgebied optimalisatie mogelijk is van de minimaal benodigde betondrukzone ter plaatse van het door de bijdrage vanuit membraanwerking in rekening te trekelement.en waterkerende functie van de plaatsingshoogte van een verankering (tolverankering).2 en bijlage A2 en B4 van CA 77:2014. Afgezien van gladde palen leidt de herziene rekenregel tot Een belangrijke toevoeging in CA 77:2014 is toets B3 waarin optimalisatie van de vloerdikte in het geval dat de vloer wordt aanvullend het gunstige effect van membraanwerking kan gedimensioneerd op drukboogwerking. Herkomst stempelkracht Uitvoeringstoleranties Voor de dimensionering van een ongewapende owb-vloer is de Naast de uitvoeringstoleranties op de vloerdikte (tolonder en tolboven) aanwezigheid van normaaldrukkracht van groot belang. zijn schematisch weergegeven in figuur 7. Binnen het traject van herziening is onder- maat in langsrichting (Ly) bedraagt [2]. moet de verankeringslengte in de vloer aanwezig zijn. Het is echter overmatig conservatief te veronderstellen dat de normaaldrukspanning zich volledig centreert over de breedte Membraanwerking (toets B3) van het verbindingselement.pl 0. in tegenstelling tot het spanningsverloop 7 in het vloerveld.5 Verloop normaaldrukspanning in model met schotelverankering voor (a) BGT over vier stramienmaten in lineair model en (b) UGT voor half stramien Lx in niet-lineair model 6 Verloop normaaldrukspanning in model met prefab ribbelpalen voor (a) BGT over vier stra. Gevolgen voor dimensionering Bezwijkmechanisme B met membraanwerking (toets B3) Voor gladde palen is de hoogte van de boogaanzet onzeker. evenals Daarom is ervoor gekozen om voor palen zonder speciale in [7] wordt de membraanwerking uitgebreid beschouwd. keerwand. digend resultaat. beperkt omdat de bouwkuip reeds in den natte is ontgraven teligging p van de schotel. Op basis van de minimaal aanwezige normaaldrukkracht uit dingsvlak drastisch verlaagd. minimaal 60% van de stramien. worden meegenomen. Toch verbindingsdetaillering vast te houden aan de boogaanzet blijkt er behoefte te bestaan aan verduidelijking en/of toelich- halverwege de vloerdikte conform [1]. dat de normaaldrukkracht zich via de druk- boog zal centreren rond de breedte van het verankeringselement. niet boven de vloer zullen uitsteken. constructie gegarandeerd tegen bezwijken volgens toets B2. met σv. Voor de boogaanzet bij gladde palen zie σv. toets B2 (uitdrukking xstpt = 2 NEd / (fcd. wordt veiligheidshalve deel van de stempeldruk voortkomen uit passieve gronddruk uitgegaan van de meest ongunstige ligging van de bovenkant ten gevolge van buiging in de damwand. Op basis van DIANA-volumemo.totaal – σp lange richting geldt. deze effecten worden beperkt geacht en zijn daarmee voldoende afgedekt door de aan te houden materiaal- factoren en toleranties. Bij ontwerpen conform CA 77:2001 gaf het drukbogensysteem dellen volgt dat de meewerkende breedte. Herziening CUR-Aanbeveling 77 (3) 8 2015 55 .6 opgenomen in CA 77 bij brengen.eff ∙ Kp. Indien de verankeringslengte van de wapening in de paal bekend is. Deze is in de herziene CA ook een tolerantie geïntroduceerd voor de druk is afkomstig uit de grond. Er zijn ook vraagtekens te zetten bij de uniforme aanwezigheid en kwaliteit van de beton tussen de ribbels en onder de schotels. Deze twee bijdragen van de vloer én de bovenste ribbel.en waterdruk die bijdragen aan de stempeldruk uitgaande dat de palen worden gesneld op een geringe afstand vervormde keerwand boven de owb-vloer. voor een gangbare voor ondiepe bouwkuipen met slappe ankers vaak geen bevre- geometrie van owb-vloeren.

men met de benodigde waarde van ΔF in het mechanicamodel van toets B3.pl positie positie keerwandp keerwand tol2 ƒcd. een vervorming tegen het grondmassief in. voegen ná het leegpompen met ΔF.pl ∆u ∆u ∆u ∆u 8 q u q u De start van toets B3 is toets B2 zonder extra horizontale De membraanveer volgt uit: verplaatsing (fig. waardoor vanuit de keerwand op de vloer.pl ∆u ∆u ∆u ∆u abonnees is CA 77 ook gratis toegankelijk tol1 + av op www. 8a). indien de verlen. Voor Cement. De waarde van u2 bij Fstempel + ΔF moet daarom in gedrag. ƒcd. ƒcd.5 van CUR166) waarbij 1. In het mechanicamodel van te zijn dan toets B2.pl F0 A= hgem /2 F0 A stijfheid = ∞stijf p xstpt 1  8 Drukbogensysteem zonder membraanwerking tol2 conform toets B2 (a) en met membraanwerking ∞stijf A= hgem /2 F0 F0 stijfheid = ∞stijf conform toets B3 (b) xstpt A 1  9 Bepaling membraanveer in D-Sheet Piling met hgem /2 x veld u1 na leegpompen met vloerstempel (model 1) ∞stijf tol1 en bepaling u2 met stempelkracht Fstempel + ΔF in ƒcd. Hiermee zou men de damwand namelijk eerst maximaal laten vervormen om deze De indrukking van de keerwand leidt tot een extra drukkracht vervolgens tegen de gronddruk in terug te drukken.cur-aan­bevelingen.pl p tol2 ƒcd. van scheurvorming in de vloer is onzeker. kmembraan = ΔF / Δu met Δu = (u1 – u2) nisme beschouwd volgens figuur 8b.pl qu0 foto: Marique Ruijs. 2 =A x veld = F0 + ∆F xstpt regels voor ongewapende onderwaterbetonvloeren’ is verkrijgbaar op x veld tol1 + av www.nl. In de beschreven methodiek wordt rekening Voor de bepaling van deze veerkarakteristiek is een goede gehouden met bovenstaande aspecten. worden bepaald met behulp van het softwareprogramma D-Sheet Piling. Deze verlenging kan leiden tot: ning in D-Sheet Piling (verificatiestap 6. De membraanveer moet het leegpompen (en nadat de keerwand maximaal is dus níét worden bepaald door in D-sheet Piling een fase toe te vervormd). een vermindering van de maximale keerwandvervorming. Het moment 2. De In toets B3 is de membraanveer een belangrijke parameter. Opwaartse verplaatsingen als gevolg van scheurrotatie gaan gepaard met horizontale De basis van de methodiek gaat uit van een keerwandbereke- ‘verlenging’ van de vloer. Hiervoor wordt het mecha. membraanveer genoemd. de kans is groot dat ging van de vloer groot is en/of scheurvorming optreedt na dit al tijdens het leegpompen gebeurt.pl Ftot A Ftot Verkrijgbaarheid p 2 =A = F0 + ∆F xstpt CUR-Aanbeveling 77 tol2 Ftot A Ftot CUR-Aanbeveling 77 ‘Reken. tale vervorming u1 op hmin/ 4 van de owb-vloer. In membraanveer moet dan iteratief worden bepaald: de waarde bijlage B4 van de aanbeveling [4] is een methodiek voorgesteld van ΔF die gemodelleerd is in D-Sheet Piling moet overeenko- om de horizontale membraanveer te bepalen. overschat.cement­online. Uit indien de verlenging beperkt is en de scheurvorming tijdens deze modellering volgt een Fstempel (zonder ΔF) bij een horizon- het leegpompen optreedt. zoals bijna altijd bij stijfheden vanuit bezwijkveiligheid volgens toets B3 in veel gevallen hoger blijkt grond.pl hgem /2 de fase gelijktijdig met leegpompen (model 2) L x veld 10 Stort van onderwaterbeton voor het Groninger tol1 Forum ƒcd. In de bijdrage vanuit de passieve gronddruk zou kunnen worden geval van 1) komt de membraanveer voort uit actief grond. waardoor de membraanveer heeft. In bijlage B4 van CA 77 is met leegpompen gelijktijdig het vloerstempel wordt vervangen beschreven hoe de membraanveer op een veilige wijze kan door een kracht gelijk aan Fstempel + ΔF. BAM Infraconsult L qu0 positie positie keerwand keerwand ƒcd. geen lineaire karakteristiek. De werking zal de normaaldrukkracht toenemen. In geval van 2) draagt ook passieve gronddruk bij aan een aanvullende berekening worden bepaald waarbij in de fase de waarde van de membraanveer.nl. toets B3 kan deze echter wel zo worden beschouwd. De resulterende krachtswerking in de keerwand 56 8 2015 Herziening CUR-Aanbeveling 77 (3) . is vervorming nodig. Vanwege membraan. Voordat daadwerkelijk bezwijken kan optreden. de owb-vloer is gemodelleerd als een stempel of grondlaag. afstemming vereist tussen constructeur en geotechnicus. ƒcd.

te weten u2. Hierdoor wordt het tevens makkelijker om ook bij situaties die 5. De nadere beschouwing van pons en dwarskracht. A. Cement 2013-3. van der. 3. de rekenregels verantwoord toe te passen.A.5-03-03. van der.. 6 Hagenaars. een veilige begrenzing ingesteld voor bouwkuipen waarbij de 2. Galjaard. Gouda.A. Controleer of de minimaal benodigde waarde van ΔF overeen- komt met de waarde in D-sheet en verifieer dat de keerwand voldoet zonder vloeien. beveling 77 (1). Veen. de hoogte van 4. Veen. C. verbinding in een onderwaterbe. moet deze worden gedeeld de hand van een aantal rekenvoorbeelden.0. lisatie van membraanwerking hebben geleid tot geoptimaliseerde doch acceptabele vloerdikten voor ondiepe bouwputten. C. af de stempelkracht Fstempel. Galjaard.. Stevinrapport 25. In de berekeningsresultaten van model 2 volgt een iets de boogaanzet in de korte richting en de membraanwerking geeft kleinere verplaatsing van de keerwand in de fase van het inzicht in de achtergronden voor de drie specifieke onderwerpen. 7. Civiele Techniek. C. Vooralsnog is voor het rekenen met membraanwerking van de owb-vloer als stempelconstructie op hmin/ 4 (model 1). J. TU Delft. van der. Veen.. 10 ● LITERATUUR 1 CUR-Aanbeveling 77:2001 Reken­ 4 CUR-Aanbeveling 77:2014 Reken­ regels voor ongewapende onder. C. constructies). leegpompen ter hoogte van hmin/ 4. SBRCURnet. zoek naar bezwijkvorm en draag- juli 2001 (tevens afstudeerverslag vermogen. G. C.R. Herziening CUR-Aanbeveling 77 (3) 57 . 2 Kwaaitaal.  ☒ door een veiligheidsfactor 2. onderwaterbetonvloeren.. Lees uit model 1 de bijbehorende verplaatsing af in de fase waterdruk onder de vloer niet groter is dan 10 m waterkolom van het leegpompen ter hoogte van hmin/ 4. P. deld. Gouda.. E. Onder- 01023. C. J. september 2003. De Bovenstaande beschrijving ziet er in een stappenplan (uitgebreider extra ontwerpinspanning is wel enigszins complex en vraagt om dan in CA 77) als volgt uit: een nauwlettende afstemming op het raakvlak met geotechnische 1. Beton. De membraanveer volgt uit: kmembraan = ΔF / Δu met afwijken van de standaardsituaties die in CA 77 worden behan- Δu = u1 – u2. Cement 2015/3..J. Veen. Rapport BSRAP-R. Maak een kopie van het bestand van model 1 waarbij in de fase van het leegpompen het stempel is vervangen door een Tot slot kracht ter grootte van Fstempel + ΔF (model 2).Krachtswerking en 5 Braam. dit is u1. Herzie- tonvloer. regels voor ongewapend onder­ waterbetonvloeren. van der en scheurvorming in onderwater­ Boer. Vloeien van staal in de keer. waterbetonvloeren.P. Trekelementen in betonvloeren. de. Herziening CUR-Aan­ 3 Braam. lees ook gemeten vanaf de bovenkant van de owb-vloer.R. Het beginpunt is een D-Sheet-berekening met modellering aspecten.. In het volgende 6.J. Winter. Uittrekproeven op een schotel­ 7 Hagenaars. P. SBRCURnet. de. Om van bovenstaande karakteristieke/BGT membraanveer en tevens laatste artikel zal CA 77 worden gedemonstreerd aan een veilige rekenwaarde te maken. Cement 2013/3. vervangen door 9 moet eveneens worden getoetst. ning CUR Aanbeveling 77 (2).J. Gebleken is dat het verhogen van de boogaanzetten en de mobi- wand moet worden uitgesloten. Bouwdienst Rijkswaterstaat.