You are on page 1of 26

RAAD VAN ADVIES

CURAQAO
KONSEHO DI KONSULTA K0RSOU

Aan de Voorzitter van de
Staten van Cura9ao
Wilhelminaplein 4
Cura9ao

RvA no. RA/10-18-LV

Onderwerp: Initiatiefontwerplandsverordening tot wijziging van de Wegenverkeersverordening
Cura9ao 2000 (A.B. 2010 no. 87) (Zittingsjaar 2017-2018-086)

Advies: Met verwijzing naar uw adviesverzoek d.d. 12 maart 2018 om het oordeel van de
Raad van Advies inzake bovengenoemd onderwerp en naar aanleiding van de
behandeling hiervan op 21 mei 2018, bericht de Raad u als volgt.

I. Algemeen

1. lnleiding
De Raad heeft van de Staten een adviesverzoek ontvangen over een
initiatiefontwerplandsverordening (hierna: het initiatiefontwerp) tot wijziging van
de Wegenverkeersverordening Cura9ao 2000 (hierna: WWC-2000). Bij bedoeld
adviesverzoek zijn niet alleen het aanbiedingsformulier, het initiatiefontwerp en
de memorie van toelichting gevoegd maar ook andere parlementaire stukken.
Deze betreffen een voorlopig verslag van de vergadering van de Centrale
Commissie van de Staten d.d. 3 november 2017, een nota naar aanleiding van
het voorlopig verslag d.d. 8 maart 2018 en een nota van wijziging d.d. 8 maart
2018. Dit advies van de Raad gaat uit van het initiatiefontwerp, de memorie van
toelichting en de nota van wijziging.

De Raad heeft op 21 juni 2016 het advies met kenmerk RvA no. RA/ 0616-LV
(hierna: het advies d.d. 21 juni 2016), ter zake de
initiatiefontwerplandsverordening tot wijziging van de Wegenverkeersverordening
Cura9ao 2000 (Zittingsjaar 2015-2016-086) uitgebracht die van nagenoeg
gelijke strekking is als het onderhavige initiatiefontwerp.

2. De wegenverkeerswetgeving in evenwicht

a. Het nagestreefde doel
De WWC-2000 kan beschouwd worden als een algemene · landsverordening
(moederwet), waarin algemene gedrags-, verbods-, en gebodsregels betreffende
het wegenverkeer zijn opgenomen. Deze regels dienen zoveel mogelijk in
evenwicht te zijn. Dit evenwicht is niet alleen van invloed op het verkeer op de
openbare weg maar is ook extern van invloed op bijvoorbeeld het profiel van de

Architectenweg 1, Curac;ao, Tel: (5999) 461 2678, Fax:( 5999) 465 2676, e-mail: info@raadvanadvies.cw
www .raadvanadvies.cw
criminaliteit, het veiligheidsgevoel van de burger, de economie, het investeringsklimaat en de
algehele welvaart van het Land. De wetgever, zijnde de regering en de Staten tezamen, dient er
alles aan te doen om naar een evenwicht in de wegenverkeerswetgeving toe te werken of dit te
behouden of te verbeteren. Een middel om dit evenwicht te bereiken is het hebben van een
bestendige algemene landsverordening met gedetailleerde en in werking getreden
uitvoeringsregels die in overeenstemming zijn met de regels neergelegd in diverse
overeenkomsten met andere mogendheden en met volkenrechtelijke organisaties betreffende
het verkeer op de openbare weg. Het vastgestelde wetskader dient op een samenhangende
beleidsvisie gebaseerd te zijn.

b. De verhouding van het initiatiefontwerp met het regeringsbeleid
In het Regeerprogramma 2017-2021 "Ontplooien van Cura9ao's potentieel " vormt het belang
van de veiligheid in het verkeer een centraal aandachtspunt.1 De Raad mist in de memorie van
toelichting een onderbouwing op welke wijze de in het Regeerprogramma besproken veiligheid
in het verkeer en het hebben van motorvoertuigen op de weg met verdonkerde ruiten zich tot
elkaar verhouden.
De Raad adviseert om in de memorie van toelichting in te gaan op het bovenstaande.

3. De noodzaak van gedegen onderzoek

a. lnleiding
Uitgangspunt van de WWC-2000 is het bevorderen van de veiligheid in het verkeer. De
wegenverkeerswetgeving is , zeals reeds vermeld in het advies d.d. 21 juni 2016 2 een
complement van regels die steeds in evenwicht dienen te zijn om de naleving ervan door de
weggebruiker te bevorderen. Gezien het hoge aantal verkeersongelukken en -doden kan niet
gesteld warden dat het verkeer op de openbare weg in Cura9ao ordelijk verloopt.3 Het is om de
in voornoemd advies genoemde redenen van belang dat, alvorens de wegenverkeerswetgeving
wordt gewijzigd, gedegen onderzoek wordt verricht naar de korte en langetermijneffecten van
deze voorgenomen wijziging. Daarbij dient tevens de effectiviteit en de opportuniteit van de
voorgestelde wijziging in beschouwing genomen te warden.

b. De noodzaak van het initiatiefontwero
In aanwijzing 5 van de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt bepaald dat alvorens tot het
treffen van een regeling (lees: nieuwe regeling of wijziging daarvan) wordt besloten, een aantal
stappen gezet dienen te warden. Deze stappen betreffen ender meer het vergaren van kennis
van de relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot het onderwerp en het
onderzoeken of de gekozen doelstellingen voor overheidsinterventie kunnen warden bereikt
door aanpassing of beter gebruik van bestaande instrumenten, dan wel welke andere
mogelijkheden er zijn. In paragraaf "1. Algemeen dee! " van de memorie van toelichting wordt
aangegeven dat in de samenleving de behoefte blijkt te bestaan om de te handhaven
lichtdoorlaatbaarheidsnorm te wijzigen in 40% (lees: 35%).4 Daarbij zou het gaan om vooral het
weren van schadelijke ultraviolette stralen en het reduceren van de temperatuur in een
motorvoertuig. Een kart onderzoek heeft uitgewezen dater minstens een alternatief bestaat voor
het verdonkeren van autoruiten waarbij het gewenste effect van het weren van schadelijke
ultraviolette stralen en het reduceren van de temperatuur in het motorvoertuig wordt bereikt
door de autoruiten met een witgekleurd nano-technologische film te beplakken.s Het zicht van

1 Zie pagina 's 21 en 57 tot en met 63 van het Regeerprogra mma 2017-2021.
2 Zie pagina 6, onderdeel 2. "e. Verhoging van de veiligheid in het verkeer" van het advies d.d. 21 juni 2016.
3 Zi de website www.vvvcur.com
4 Zi de eerste en tweede volzin van het tweede tekstblok van paragraaf "1. Algemeen deel ".
s Z de website www.3m .com van het bedrijf 3M Science. Applied to Life. voor het product 3M Automotive
Wi dow Film Crystalline Series.
RvA no. RA/ 10-18-LV 2
buitenaf in het motorvoertuig en omgekeerd zal hierdoor niet belemmerd worden. Uit de
memorie van toelichting en de overige bij het adviesverzoek gevoegde stukken kan niet worden
opgemaakt dat voldoende onderzoek is gedaan naar het bestaan van alternatieven voor het
verdonkeren van autoruiten zoals voorgesteld in het initiatiefontwerp.

c. De neveneffecten van het initiatiefontwero
Bij de afweging om de lichtdoorlaatbaarheidsnorm van 70% in de WWC-2000 aan te passen
moet in het licht van het bepaalde in onderdeel b van aanwijzing 6 van de Aanwijzingen voor de
regelgeving nagegaan worden welke de neveneffecten zijn en moet worden bezien in hoeverre
eventuele negatieve neveneffecten de aanvaardbaarheid van de regeling be"invloeden.
In de WWC-2000 heeft de wetgever uit verkeersveiligheidsoverwegingen besloten om het
verdonkeren van autoruiten te reguleren , waarbij gekozen is voor een
lichtdoorlaatbaarheidsnorm van 70%. lndien deze norm , zoals voorgesteld in het
initiatiefontwerp, teruggebracht zou worden naar 35%, dan zal dit, zoals reeds aangegeven in
het advies d.d. 21 juni 2016, consequenties met zich meebrengen voor een andere groep
burgers die ook aan het verkeer deelnemen. lmmers, de zichtbaarheid in een motorvoertuig
zowel naar buiten als naar binnen zal afnemen doordat de autoruiten donkerder getint zullen
zijn. De voorgestelde wijziging kan enigszins negatief zijn voor bijvoorbeeld de veiligheid in het
verkeer en de handhavingstaak van de politie.

d. Conclusie
Uit de memorie van toelichting en de overige bij het adviesverzoek gevoegde stukken kan niet
worden opgemaakt dat er een gedegen onderzoek door de bevoegde instanties is uitgevoerd
naar de effectiviteit, opportuniteit en de lange en korte-termijn consequenties van de in het
initiatiefontwerp voorgestelde wijziging van de WWC-2000.
De Raad is van oordeel dat eerst gedegen onderzoek moet warden verricht a/vorens de WWC-
2000, zoals voorgesteld in het initiatiefontwerp, kan warden gewijzigd en adviseert om hiertoe
over te gaan.

4. Adviezen van derden
Gezien het onderwerp dat voorgesteld wordt in het initiatiefontwerp en het belang van het
verrichten van gedegen onderzoek naar de korte en langetermijneffecten hiervan is het van
belang dat advies hierover wordt ingewonnen en verkregen van het Ministerie van Verkeer,
Vervoer en Ruimtelijke Planning, het Ministerie van Justitie en meer in het bijzonder de
daaronder ressorterende Openbaar Ministerie en Korps Politie Curayao.
De Raad adviseert om a/vorens over te gaan tot behandeling van dit initiatiefontwerp de regering
nogmaals te verzoeken ten behoeve van de Staten advies van de hierboven genoemde diensten
en organisaties in te winnen.

II. lnhoudelijke opmerking

De foutmarge

a. De term
Volgens de nota van wijziging wordt er een tweede volzin aan onderdeel 4 ° van onderdeel c van
het eerste lid van de artikelen 88, 89 en 90 van de WWC-2000 toegevoegd, waarin wordt
bepaald dat voor de meting van de lichtdoorlaatbaarheid een foutmarge wordt gehanteerd. In
de toelichting behorende bij de nota van wijziging wordt gesproken van een tolerantiegrens. Een
foutmarge behoort tot de technologie en werking van een apparaat. Een tolerantiegrens geeft
aan wat door de bevoegde autoriteiten wel of niet wordt geaccepteerd ten aanzien van het
begaan van een specifiek strafbare feit. De Raad is van oordeel dat de hierboven omschreven
discrepantie tussen het initiatiefontwerp en de memorie van toelichting opgeheven dient te
warden. Voorts is het aan te bevelen om de betekenis van de juiste term in de begripsbepaling
(artikel 1) van de WWC-2000 aan te geven.
RvA no. RA/ 10-18-LV 3
De Raad adviseert om met inachtneming van het bovenstaande de memorie van toe/ichting en,
indien nodig, het initiatiefontwerp aan te passen.

b. De waarde
Volgens het initiatiefontwerp, zoals gewijzigd bij nota van wijziging, wordt voor de meting van de
lichtdoorlaatbaarheid een foutmarge of tolerantiegrens van drie procent aangehouden. De Raad
mist in de toelichting op voornoemde nota van wijziging een onderbouwing om we Ike reden voor
de waarde van drie procent is gekozen aangezien er meetapparatuur zou kunnen bestaan die
een hogere of lagere foutmarge of tolerantiegrens heeft of vergt.
De Raad adviseert om met inachtneming van het bovenstaande de memorie van toelichting en,
indien nndig, het initiatiefontwerp aan te passen.

Ill. Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard

Opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard zijn in een bijlage bij dit advies
opgenomen en warden geacht hiervan integraal onderdeel uit te ma ken.

Willemstad , 22 mei 2018

de 0 dervoorzitter,

RvA no. RA/ 10-18-LV 4
Bijlage behorende bij het advies van de Raad van Advies. RvA no. RA/10-18-LV

Zowel het initiatiefontwerp, de memorie van toelichting als de nota van w1Jzigmg heeft
wetstechnische en redactionele onvolkomenheden. De Raad noemt de volgende voorbeelden .

1. Algemeen

Het opschrift
Voorgesteld wordt om de vindplaats "(A.B. 2010 no. 87)" door de juiste vindplaats van de WWC-
2000 te vervangen en deze in een voetnoot te plaatsen.

2. Het initiatiefontwerp

a. De considerans
Voorgesteld wordt om "Oat" te vervangen door "dat" en om "lichtdoorlaatbaarheidnorm " te
vervangen door "lichtdoorlaatbaarheidsnorm ". Voorts dient de punt aan het einde van de
overweging vervangen te warden door een puntkomma.

b. De aanhef
Voorgesteld wordt om de punt achter de volzin "Heeft, de Raad van Advies gehoord , met gemeen
overleg der Staten, vastgesteld onderstaande landsverordening" te vervangen door een dubbele
punt.

c. Artikel I
In navolging van aanwijzing 61, derde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving dient telkens
"sub 4" vervangen te warden door "onder 4 ° ".

In navolging van aanwijzing 173, tweede lid , van de Aanwijzingen voor de regelgeving dienen de
aanhalingstekens geschrapt te warden.

d. Het onderschrift
Voorgesteld wordt om het onderschrift in overeenstemming te brengen met artikel 10 van de
Bekendma ki ngsverorden ing.

3. De memorie van toelichting

a. Pagina 1
Voorgesteld wordt om:
in de eerste volzin van het eerste tekstblok "artikel " te vervangen door "artikelen ";
in de derde volzin van het tweede tekstblok "ander" te vervangen door "andere ";
in de vierde volzin van het tweede tekstblok de zinsnede "Wat daarvan ook zij," te
schrappen en vervolgens de eerste "de " te vervangen door "De ";
in de eerste volzin van het derde tekstblok "rechtstatelijke " te schrappen;
in de eerste volzin van het derde tekstblok "is" te schrappen.

b. Pagina 2
Voorgesteld wordt om :
in de eerste volzin van het eerste tekstblok van paragraaf "2. Internationale verdragen " de
zinsnede "is zo ingericht" te vervangen door "zo ingericht is";
in de eerste volzin van paragraaf "3. Financien " na "gevolgen " in te voegen "voor het
Land ";
in de tweede volzin van paragraaf "3. Financien " de zin te beginnen met een hoofdletter;

RvA no. RA/ 10-18-LV 5
paragraaf "4. Artikelsgewijze toelichting", in navolging van aanwijzing 160 van de
Aanwijzingen voor de regelgeving en de toelichting daarop, te schrappen.

4. De nota van wijziging

Het artikelonderdeel
In navolging van aanwijzing 61, derde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving dient tel kens
"sub 4" vervangen te worden door "onder 4 ° ".

In navolging van aanwijzing 173, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving dienen de
aanhalingstekens v66r "4" en na "toegestaan " geschrapt te worden.

RvA no. RA/ 10-18-LV 6
PARLAMENTO DI KORSOU
Parliament of Curai;:ao · Parlamento de Curazao · Staten van Curai;:ao
VOORZITIER DER STATEN
VAN CURACAO

Aan
De Raad van Advies
d.t.v. de Ondervoorzitter
mw. mr. L.M. Dindial
Architectenweg 1
Willemstad

Willemstad, 12 maart 2018

Uw kenmerk: Uw brief: Ons nummer:
360b V/15-16

Onderwerp: Aanbieding initiatiefontwerp

Mede op verzoek van de indieners en uw brief d.d. 19 december 2017, bied ik u aan de onderdelen 1
t/m 6 van het "lnitiatiefontwerp tot wijziging van de Wegenverkeersverordening Curai;:ao 2000"
(2017-2018-086)".

Zoals blijkt uit de brief van de initiatiefnemers d.d. 8 maart 2018 (zie bijlage), hebben zij slechts de
reactie van de Minister van Gezondheid, Milieu en Natuur ontvangen. Zij wensen verdere vertraging
van het wetgevingstraject te voorkomen en leggen het initiatiefontwerp aan uw Raad voor ter
advise ring.

Hoogachtend,

Wilhelminaplein 4 • Willemstad · Cura~ao
telefon +599 9 434-6000 ·fax +599 9 461-4491 ·e-mail : info@parlamento.cw ·website: www.parlamento.cw
ST ATEN VAN CURA<;AO

STATEN VAN CURACAO
ZITTINGSJAAR2017-2018 .. 08.b Ont-I.:
No.:

LANDSVERORDENING tot wijziging van de Wegenverkeersverordening Cura<;:ao
2000
(A.B. 2010 no. 87)

No. 2 ONTWERP

In naam van de Koning!

De Gouverneur van Cura<;:ao,

In overweging genomen hebbende:

Oat het wenselijk is de Wegenverkeersverordening Cura<;:ao 2000 te wijzigen
teneinde de lichtdoorlaatbaarheidnorm van voorzijruiten opnieuw vast te stellen.

Heeft. de Raad van Advies gehoord, met gemeen overleg der Staten, vastgesteld
onderstaande landsverordening.

Artikel I

De Wegenverkeersverordening Curaryao 2000 wordt als volgt gewijzigd :

Attikel 88, eerste lid, onderdeel c, sub 4, artikel 89, eerste lid, onderdeel c, sub 4, en
artike l 90, eerste lid, onderdeel c, sub 4 worden gelezen als volgt:

"4. het is toegestaan om enig rnateriaal aan, op oftegen de voorzijruiten te hechten,
te plakken of aan te brengen met dien verstande dat een
lichtdoorlaatbaarheidsnorm van 40% wordt gehandhaafd."

Artikel II

Deze landsverordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
bekendrnaking.

Gegeven te Willemstad de

De Minister van Verkeer, Vervoer en Ruirntelijke Planning,

Uitgegeven de Minister van Algemene zaken
STATEN VAN CURA<;AO

STATEN VAH CURACAO
ZITTINGSJAAR2017-2018 - O~ Ontv.: . 2
No.:

LANDSVERORDE ING tot wijziging van het Wegenverkeersverordening Cura9ao
2000 (A.B. 2010 no. 87)

No. I AANBIEDING

Gebruikmakende van het recht van de Staten, toegekend in a11ikel 77 van de
Staatsregeling van Cura9ao, hebben ondergetekenden hierbij de eer de Staten ter
goedkeuring aan te bieden een ontwerplandsverordening tot wijziging van de
Wegenverkeersverordening Cura9ao (A .B. 20 I 0 no. 87).

Willemstad,

Gilbert Doran
STATEN VAN CURA<;AO

STATeN VAN CURA.;Ao
ZITTINGSJAAR 20 17-2018 - 6 g(;. Ontv.:

LANDSVERORDENING tot wijziging van de Wegenverkeersverordening Curai;:ao
2000
(A.B . 20 I0 no. 87)

No. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

1. Alge meen deel

Volgens de thans geldende bepalingen in de artikel 88, 89 en 90 van de
Wegenverkeersverordening Cura<;ao 2000, hierna: WVVC 2000, is het ten aanzien
van respectievelijk in die artikelen bedoelde motorvoertuigen, vrachtauto's en
autobussen toegestaan om enig materiaal aan , op of tegen de voorzijruiten te hechten,
te plakken of aan te brengen met dien verstande dat een lichtdoorlaatbaarheidsnorm
van 70% wordt gehandhaafd.

In de samenleving blijkt de behoefte te bestaan om de te handhaven
lichtdoorlaatbaarheidsnorm te wijzigen naar een doorlaatbaarheid van 40%. Het gaat
daarbij vooral om het weren van schadelijke UV-straling en het reduceren van de
temperatuur in het voertuig. Daarnaast worden ook ander voordelen genoemd van het
aanbrengen van materiaal op oftegen de voorzijruiten. Wat daarvan ook zij , de vraag
naar de effectiviteit daarvan is hier niet aan de orde, omdat het in beginsel tot de
vrijheid van gebruikers van de bedoelde voertuigen behoort om de
lichtdoorlaatbaarheid van voorzijruiten te beperken. Overwegingen van dien aard
kunnen met name ook van belang zijn voor gebruikers van motorvoertuigen die
daarin dagelijks een aanzienlijk deel van hun tijd moeten doorbrengen. De bepaling
van de minimaal geboden lichtdoorlaatbaarheid in de WVVC 2000 dient daarentegen
slechts het belang van de verkeersveiligheid.

Oat betekent dat van uit een oogpunt van rechtstatelijke regelgeving de vrijheid van
burgers om de Iichtdoorlaatbaarheid van voorzijruiten te beperken slechts begrensd
behoort te worden door een normering waarbij het belang van de verkeersveiligheid
we liswaar voorop staat, maar tegelijkertijd die vrijheid zo veel als mogelijk is wordt
geeerbiedigd. De indieners menen dater voldoende reden is om tegemoet te komen
aan de wensen van gebruikers van motorvoertuigen vrachtauto ' s en autobussen,
waarbij tegelijk de verkeersveiligheid afdoende is gewaarborgd bij handhaving van
een Iichtdoorlaatbaarheidsnorm van 40%. Zij menen daarom dat de desbetreffende
bepalingen in de WVVC 2000 in die zin behoren te worden gewijzigd.
2. Internationale verdragen

In het in Curayao geldende Verdrag nopens het wegverkeer, Geneve 1949, Trb 1951 ,
81, is in bij lage 6, onderdeel II 1, subj bepaald, dat elk motorrijtuig is zo ingericht, dat
de bestuurder voldoende uitzicht heeft naar voren, naar links en naar rechts, om veilig
te kunnen rijden. Daarbij wordt geen concrete normering genoemd, zodat het voorstel
niet in strijd is met het Verdrag nopens het wegverkeer.

Oat is evenmin het geva l bij de ook in Curayao geldende Overeenkomst betreffende
de vaststelling van mondiale technische reglementen voor wielvoertuigen,
uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op
wielvoertuigen, Geneve, 1998, Trb 2001, 78. In de daartoe behorende Regulation No.
43, getiteld Uniform provisions concerning the approval of safety glazing materials
and their installation on vehicles, zijn ook geen bepalingen te vinden betreffende de
lichtdoorlaatbaarheid van ruiten van motorvoertuigen, laat staan een normering. De
overeenkomst zelf bevat slechts regelingen van procedurele aard.

In dit verband kan worden gewezen op de desbetreffende regelgeving in de
Amerikaanse staat Florida, waarin voor de voorruit en voorzijruiten van een voertuig
een minimale lichtdoorlaatbaarheid geldt van 28%, terwijl dat voor achterzijruiten en
de achterruit slechts 15% is. Het merendeel van de Amerikaanse staten kennen een
doorlaatbaarheidsnormering van 50% of lager, veelal slechts 35%. 1 De Verenigde
Staten van Amerika zijn eveneens partij bij de hiervoor genoemde internationale
overeenkomsten.

3. Financien

De voorgestelde wijzi ging heeft geen financiele gevolgen. de handhaving van een
lichtdoorlaatbaarheidsnorm van 40% is niet anders dan de thans bestaande
handhaving van een lichtdoorlaatbaarheidsnorm van 70%.

4. Artikelsgewijze toelichting

Voor een artikelsgwijze toelichting op het voorstel bestaat geen aanleiding.

Gilbert Doran

1
hnp ://tintlaws.com/
Lichtdoorlaatbaarheid Tabel
STATEN VAN CURAc;AO

Zittingsjaar 2017-2018-086

Landsverordening tot wijziging van de
w egenverkeersverordening 2000 (A.B. 2000 no. 54)

No. 4 VOORLOPIG VERSLAG

De bespreking van de onderhavige ontwerplandsverordening heeft
dezerzijds aanleiding gegeven tot het maken van de navolgende op- en
aanmerkingen.

Vier van de vijf !eden van de Movementu Futuro Korsou-fractie (hierna :
MFK-fractie) hebben de onderhavige ontwerplandsverordening
ondertekend als indieners. De fractie heeft de navolgende op- en
aanmerkingen. Volgens de indieners betreft dit ontwerp een vervolg op
een eerder ontwerp van een andere fractie, die thans geen zetel meer
heeft in de Staten.
Op de lokale markt zijn verschillende soorten tinten verkrijgbaar. De
fractie heeft een vergadering belegd met de grootste
aanbieders/importeurs op de lokale markt van de zogeheten "after
market tints". Uit die vergadering is onder meer gebleken dat een
wijziging van de bestaande regeling naar een lichtdoorlaatbaarheid naar
40% voor de praktijk complex zal zijn, omdat de meest voor de hand
liggende en beschikbare merken in denominaties van 5%, 20%, 35% en
50%. Aan de hand daarvan hebben de importeurs aanbevolen om te
kiezen voor een wijziging van 35%. De tint van 40% is niet makkelijk te
verkrijgen in de op de lokale markt beschikbare merken. Er zijn weinig
fabrikanten die de tint van 40% produceren met als gevolg dat dit type
duurder is dan overige denominaties, zoals de onderhavige 35%.
Daarnaast is er ook een verschil met hetgeen de fabrikanten aanbieden
aan percentage en de werkelijk gemeten waarden na plaatsing op de
ruiten. Als voorbeeld wordt genoemd een tint onder het handelsmerk
"Solar Guard Smoke Plus 50" welke bij meting na installatie 47% als
waarde aangeeft. "Solar Guard Smoke Plus 35" geeft bij meting na
installatie de waarde van 38% aan . Op grond hiervan hebben de lokale

1
importeurs ook aangegeven om rekening te houden met een marge van
tolerantie, welke zowel boven als beneden de door de fabrikant
aangegeven waarde kan uitkomen. In de praktijk blijkt een marge van 3%
overeen te stemmen met de werkelijk gemeten waarde na installatie. Op
grond van deze aanbevelingen is de fractie voornemens om v66r de
behandeling van het ontwerp in een openbare vergadering van de Staten
een amendement in de dienen waarbij hiermee rekening wordt
gehouden. Enerzijds zal de lichtdoorlaatbaarheid worden gewijzigd van
40% naar 35% en anderzijds zal een tolerantiemarge (3%) worden
meegewogen . Met deze tolerantiemarge zal rekening moeten worden
gehouden bij controles en voertuigkeuringen.
Een tint regelt niet alleen de hoeveelheid licht die wordt doorgelaten
(Visible Light Transmission, oftewel VLT), maar regelt ender andere oak
hoeveel licht wordt gereflecteerd (Visible Light Reflectance, oftewel VLR)
en Ultra Violet Rejection (bescherming tegen UV-straling). De tint dient
oak als bescherming tegen blootstelling van de huid aan zonnestralen . In
Engelse termen helpt de tint met VLT, VLR, Total Solar Energy Rejection,
Glare Reduction, Ultra Violet Rejection en Sun Protection Factor. De
fractie noemt een lijst met namen van diverse Staten in de Verenigde
Staten (VS) die getinte voorruiten toestaan. In bijna al die Staten wordt
als norm 35% gehanteerd.
Op grand van de bestaande regel ing kan de Minister van Verkeer Vervoer
en Ruimtelijke Planning ontheffing verlenen voor het verdonkeren van
voor- en zijruiten van motorvoertuigen. Tot welke mate die verdonkering
mag zijn is niet in de wet opgenomen. Het ministerie hanteert thans als
norm bij het verlenen van ontheffing een standaard van 35%
lichtdoorlaatbaarheid. Gezagdragers kunnen ontheffing verzoeken en
verkrijgen. De MFK-fractie wenst echter dat dit niet een privilege is van
slechts een kleine groep van de gemeenschap, maar dat het wettelijk
wordt geregeld en dat alien in de gemeenschap een beroep daarop
kunnen doen en de voorruiten van hun voertuigen laten tinten.
lnvoering van de voorgestelde w ijziging valt volgens de fractie ook binnen
de internationale marges die volgens het Verdrag nopens het wegverkeer
hier te lande gelding heeft.
De fractie heeft geen rechtsreeks toegang tot de overheidsdiensten om in
dit verband schriftelijke adviezen op te vragen. Daarvoor is de MFK-
fractie geheel afhankelijk van de betrokken ministers. lndien de ministers
niet of niet tijdig reageren staat de fractie met lege handen.

De Pueblo Soberano-fractie (hierna: PS-fractie) heeft kennis genomen
van het onderhavige ontwerp en heeft een aantal op- en aanmerkingen
naar voren gebracht.
Voor de PS-fractie staat het belang van de politieambtenaren voorop.
Deze hebben in hun controlewerk op straat direct te maken met dit

2
onderwerp. De veiligheid van de politieagent st aat volgens de fractie
voorop . De fractie stelt voor om anders de norm van 35% te hanteren
voor alle ruiten van een voertuig. De fractie is niet tegen een wijziging,
maa r de w ijziging moet in de ogen van de fractie correct zijn en geen
gevaar opleveren voor het werk van de controlerende ambtenaren en
politie.

De MAN-fractie heeft ook kenn is genomen van het ontwerp en heeft de
volgende op- en aanmerkingen en vragen. Er is eerder een ontwerp
ingediend door de voormalige PNP-fractie (dhr. H. Davelaar}. Waarom
heeft de MFK-fractie geen gebruik gemaakt van de oorspronkelijke versie
van dhr. Davelaar? lmmers, voor die versie was reeds een advies van de
Raad van Advies uitgebracht. Voor de onderhavige versie van MFK is nog
geen advies van de Raad van Advies uitgebracht.
De indieners hebben gesproken met de importeurs. Er is niet gesproken
met de politie die in hun werk te maken hebben met de aspecten die
geregeld warden met het ontwerp, waaronder gevaar. Door tint op de
voorzijruiten van voertuigen toe te laten - oak al zal die tint niet meer
dan 35% zijn - waarb ij tegelij kertijd de achterzijruiten zijn getint, het
zicht in de auto helemaal wordt geblokkeerd. Men kan dan van buitenaf
niet meer zien wie in een voertuig zit en wat zich daarin afspeelt. Dit
levert gevaar op voor de pol itieambtenaren . Ook deze fractie wil het
tinten van alle zijruiten van voertuigen, met een maximum van 35%,
bespreekbaar maken . De fractie wenst schriftelijke adviezen in te winnen
van instanties zoa ls de politie, het Openbaar Ministerie, de importeurs
van tintmateriaal, het Ministerie van Verkeer Vervoer en Ruimtelijke
Planning voor wat betreft de aspecten die onder Openbare Werken
vallen en van de Raad van Advies aangezien het volgens de fractie om
een nieuw ontwerp gaat.
De fractie feliciteert de Voorzitter van de Staten die binnen afzienbare
tij d het ontwerp op de agenda van de Staten heeft geplaatst. De fractie
acht het ontwerp niet rijp voor behandeling in een Openbare Vergadering
van de Staten na beantwoording van de vragen, aangezien er nag veel
discussiepunten open staan die wederom in de Centrale Commissie
moeten warden voorbereid .
Voorts merkt de fractie op dat het ontwerp schrijffouten bevat.
Uit het advies van de Raad van Advies bij het oorspronkelijk ontwerp van
dhr. Davelaar wordt geciteerd: "Jndien in het initiatiefontwerp een
reductie van de lichtdoorlaatbaarheidsnorm wordt beoogd, dient de
lichtdoorlaatbaarheidsnorm niet maximaal 35 procent maar minimaal 35
procent te bedragen. De Raad adviseert om met inachtneming van het
bovenstaande onderdee/ A van artikel I van het initiatiefontwerp aan te
passen." De indieners hebben onvoldoende of geen rekening hiermee
gehouden.

3
Is er een rapport van de lokale importeurs waarin is aangegeven dat het
tinten van de zijruiten beschadiging van UV-stralen zal vermijden? lndien
dat rapport aanwezig is wenst de fractie een kopie hiervan te ontvangen.
Wat is de maximale filter {lichtdoorlaatbaarheid) van de achterzijruiten?
Zander een maximum-norm (percentage) voor de achterzijruiten zal het
effect ervan zijn, in samenhang met de filters op de voorzijruiten, dat het
voertuig veel donkerder zal warden. Hoeveel gevallen van huidkanker of
andere huidziekten als gevolg van zonnestralen zijn op Curai;:ao
geregistreerd? Zijn daarvan specialistische rapporten beschikbaar? Het
Openbaar Ministerie wil meer gaan controleren op verkeersveiligheid
(veiligheidsgordels etc.). Wat zij de adviezen t.a.v . het controleren op
deze veiligheidsaspecten? De fractie stelt voor om het effect van de
voorgestelde wijziging zichtbaar te maken door een voertuig te
bezichtigen waarvan alle zijruiten (zowel voor- als achterzijruiten) zijn
getint (35%). De MAN-fractie merkt op dat een studie aantoont dat een
doorsnee chauffeur niet !anger dan een uur achtereenvolgens achter het
stuur zit. Wat zou de beoogde wijziging feitelijk betekenen voor een
doorsnee chauffeur?

De fractie van Movementu Progresivo (hierna: MP-fractie) heeft ook op-
en aanmerkingen ten aanzien van het onderhavige ontwerp. Volgens de
MP-fractie staat de veiligheid en privacy van de burger voorop in het
ontwerp. Ook deze fractie wenst een advies te zien van de Raad van
Advies.
Volgens de indieners brengt de voorgestelde wijziging geen financiele
gevolgen met zich mee. Hoe verhoudt dit zich met het feit dat de politie
meetapparatuur moet hebben om de lichtdoorlaatbaarheid te meten bij
hun handhavingswerk? Betekent dit niet dat in de meetapparatuur moet
warden ge·investeerd? Wat zijn de financiele gevolgen hiervan?

Ook de fractie van Partido Alternativa Real {hierna: PAR-fractie) draagt
kennis van het onderhavige ontwerp en wenst daaromtrent op- en
aanmerkingen aan te voeren. Het tinten van zijruiten van voertuigen kan
zowel voordelen als nadelen hebben. De voorgestelde wijziging heeft
zeker nadelige gevolgen voor de handhavingsautoriteiten. Het zal voor de
politie moeilijk zijn om zicht te hebben in wat zich binnen in het voertuig
afspeelt. Vooral in het danker zullen de risico's groter zijn voor de politie.
Ook voor het verkeer zal dit negatieve gevolgen hebben. Deze wijziging
heeft volgens de fractie geen prioriteit. Hebben indieners gesproken met
vertegenwoordigers van Asosashon Trafiko Sigur Korsou {ATSK)? Is er een
schriftelijk verslag van ATSK over de voorgenomen wijzigingen? De
overheid kan nadere regels stellen bij besluit ten aanzien van het
onderhavige onderwerp. Dit is bijvoorbeeld gebeurd bij besluit (A.B.
2007, no. 22) dat regels geeft ten aanzien van fabrieksmatig verdonkerde
ruiten. Hebben indieners rekening gehouden met dit besluit? Er is ook
een besluit dat regels stelt inzake de ontheffing (A.B. 2008, no. 98). Hoe is
rekening gehouden met dit besluit? Hoe is rekening gehouden met artikel
64 van de Staatsregeling van Curac;:ao met de daarbij behorende
toelichting? Waarom is de Raad van Advies niet benaderd met dit
ontwerp? De huidige landsverordening houdt voldoende rekening met
veiligheidsaspecten; veiligheid van verkeerdeelnemers en politie. Op
basis van artikel 29 moet de politie kunnen controleren of de in een
voertuig aanwezige personen zich aan de verkeersregels houden. Hoe
houdt het voorgestelde ontwerp rekening met de veiligheid in het
verkeer? Hoe houdt het ontwerp rekening met veiligheid van de politie?
Hoe garandeert het ontwerp de veiligheid van de burgers (in de wijken)?
Eenmaal aangenomen als wet, kan de politie nog de controle op
verkeersveiligheid kunnen uitvoeren? Kan de politie dan controles op het
dragen van veiligheidsgordels kunnen uitvoeren? Heeft de politie daarna
nog voldoende zicht van wat zich binnen in een voertuig afspeelt om zijn
eigen veiligheid te kunnen garanderen? Wat zullen de consequenties zijn
voor het uitschrijven van verkeersboetes en landskas? Er is een brief van
de Korpschef gedateerd 7 oktober 2008 met verschillende overwegingen
t.a .v. het verlenen van ontheffing. Dragen indieners kennis van deze
brief? Hebben indieners rekening hiermee gehouden? Welke indieners
hebben eerder (in de Eilandsraad) voor het besluit A.B. 2007, no. 86
gestemd? Welke indieners hebben tegen voornoemd besluit gestemd? Is
contact opgenomen met de Minister van Justitie en de Korpschef over de
voorgenomen wijzigingen? Hoe zal politie zijn controlerende taken
kunnen uitoefenen na invoering van het ontwerp? Zullen indieners alsnog
advies van de Raad van Advies verzoeken? Via de Minister van Verkeer
Vervoer en Ruimtelijke Planning verwacht de fractie alsnog een
schriftelijk advies van OW (Keuringslokaal). De fractie stelt voor om een
voorlopig verslag op te maken .
Volgens de Raad van Advies zal verlaging van de
lichtdoorlaatbaarheidsnorm naar 35% tot gevolg hebben dat de
handhavingstaak van de politie wordt bemoeilijkt. Ook zal dit tot
toename van geweldmiddelen leiden. Hoe zien indieners deze toename
van problemen?
De PAR-fractie meent dat het ontwerp armzalig is.

De fractie van Korsou di Nos Tur (hierna: KDNT-fractie) heeft ook kennis
genomen van het onderhavige ontwerp. De fractie deelt niet de mening
dat het ontwerp armzalig is. De aangevoerde argumenten dat getinte
zijruiten het zicht van de politie belemmeren slaat kant noch wal,
aangezien in de nachtelijke uren, als het donker is, geen zicht is in een
voertuig van buitenaf.

5
De KDNT-fractie meent dat dit onderwerp benaderd moet worden vanuit
gezondheidsaspecten en niet vanuit justitiele aspecten. De gezondheid
van de burgers moet voorop staan in de discussie random de
voorgestelde wijzigingen.

Dit is een voorlopig verslag.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Centrale Commissie
van de 3e november 2017.

6
STATEN VAN CURA<;:AO

ZITTINGSJAAR 2017-2018 - 0 ~6

LANDSVERORDENING tot wijziging van de Wegenverkeersverordening Cura~ao
2000 (A.B. 20 l 0 no. 87)

No. 5 NOT A NAAR AANLEIDING VAN HET VOORLOPIG VERSLAG

De indieners van het ontwetp hebben bij schrijvens van 14 november 2017 de
ministers van Justitie, van Verkeer. Vervoer en Ruimtelijke Planning en van
Gezondheid. Milieu en Natuur om nadere inlichtingen gevraag, met name ook wat de
in formatie betreft die gegeven kan worden door verschillende betrokken instanties.
Slecbts van de minister van Gezondheid. Milieu en Natuur is binnen de daarvoor
geldende termijn van 2 maanden bericht ontvangen. Om de voortgezette bebandeling
van bet ontwetp niet verder te vertragen beantwoorden de indieners hierbij de
blijkens het voorlopig verslag van de vergadering van de Centrale Commissie
gestelde vragen.

Het lid Cleopa (MAN) vraagt waarom geen gebruik is gemaakt van bet indertijd door
het toerunalige lid Davelaar ingediende ontwetp tot wijziging van de normering van
de licbtdoorlaatbaarheid van voorzijruiten. Van bet ontwetp-Davelaar is bij de
opstelling van bet ontwetp gebruik gemaakt. evenals van het daarover door de Raad
van Advies uitgebrachte advies ..

V oor de eveneens door de !eden Moses (MP), Rozendal (MAN), Walroud (PAR) en
Obispo (PAR) gestelde vraag waarom (conform artikel 64 Staatsregeling) geen advies
is gevraagd aan de Raad van Advies, geldt, dat bet daarbij gaat het om een besluit van
de voorzitter van de Staten. waarop de indieners geen bijzondere invloed hebben
gehad. (zie advies analyse tabel Wet fractie PNP en Wet fractie MFK griffie 17
Oktober 20 I 7)

Voor de overige door bet lid Cleopa gestelde vragen. met name met betrekking tot
advisering door diverse betrokken instanties. geldt dat daarover bericht is gevraagd
aan de ministers van Justitie en van Verkeer. Vervoer en Ruimtelijke Planning, die de
betrokken instanties kunnen benaderen. De gevraagde berichten zijn echter nog niet
ontvangen.

Het lid Moses vraagt naar de financiele gevolgen nu gebleken is dat de politie nog
niet beschikt over adequate meetapparatuur. De indieners menen dat bij het ontwetp
dient te worden uitgegaan van de bestaande situatie. De noodzaak voor het door de
politie kunnen beschikken over meetapparatuur geldt evenzeer zonder de
voorgestelde wijziging van de nonnering, zodat aan de voorgestelde wijziging geen
bijzondere financiele gevolgen zijn verbonden.

Aan de opmerking van het lid Rozendal dat in plaats van ··maximum" gesproken zou
moeten worden over een .. minimum·• met betrekking tot de lichtdoorlaatbaarheid
slaat kennelijk op bet ontweip-Davelaar. In het voorliggende ontwetp wordt slechts

1
gesproken over de handhaving van een lichtdoorlaatbaarheid van 35%. Daarbij gaat
het uiteraard om een minimale lichtdoorlaatbaarbeid.

Naar aanleiding van de vraag van het lid Rozendal over de beschikbaarbeid van
materiaal om een rninimale lichtdoorlaatbaarbeid van 35% te bereiken. verwijzen de
indieners naar overgelegde informatie van de importeur daarvan. zoals door de
indieners blijkens bet voorlopig verslag ook al is uiteengezet. Naar aanleiding
daarvan is in het ontwerp gewijzigd door in plaats van voor een minimale
lichtdoorlaatbaarheid van 40% te kiezen voor een rninimaJe lichtdoorlaatbaarheid van
35%.

De vragen van het lid Rozendal met betrek.king tot de gezondheidsaspecten van de
licbtdoorlaatbaarheid zijn voor het ontwerp in zoverre van belang. dat een oordeel
daarover voor de indieners een gegeven is dat ter beoordeling van de gebruikers van
de betrokken voertuigen staat. Voor de wettelijke regeling van een mini.male
lichtdoorlaatbaarheid dient dat gegeven afgewogen te warden tegenover belangen van
de verkeersveiligheid, waaronder vanzelfsprekend ook de handhaving daarvan door
de politie en de veiligheid van politieambtenaren. Voor bet maken van die afweging
zijn de indieners mede afhankelijk van berichten van de ministers van Justitie en van
Verkeer. Vervoer en Ruimtelijke Planning. De indieners zijn nog steeds in afwachting
van de al op 14 november 2017 gevraagde berichten. Van de minister van
Gezondheid. Milieu en Natuur is op 20 december 2017 bericbt ontvangen, waarin
gesteld wordt dat algemeen wordt aangenomen dat een beperking van de
lichtdoorlaatbaarheid van ruiten van voertuigen voor de gezondheid van gebruikers
van belang is. Exacte resultaten van specifiek daarop gericht onderzoek zijn bij de
minister echter niet bekend.

Ten aanzien van de eveneens door het lid Obispo gestelde vraag naar de het zicht van
politieambtenaren op inzittenden van een voertuig en de veiligbeid van
politieambtenaren zij verwezen naar daarover nog te ontvangen bericht van de
minister van Justitie.

Ten aanzien van de door het lid Ayoubi gemaakte opmerking dat door een verlaging
van de norm voor de rninimale lichtbaarheid van zijruiten problemen kunnen ontstaan
voor de veilgheid van politieambtenaren en de handhaving van de belangen van de
verkeersveiligheid, zij naast het bovenstaande nog verwezen naar de praktijk in
sommige staten van de Verenigde Staten van Amerika. waar ook een normering van
minimaal 35% geldt.

Het lid Obispo vraagt specifiek naar het oordeel van de Asosashon di Trafiko Sigur di
Korsou. Voor de beantwoording daarvan wordt door de indieners eveneens nog
gewacbt op bericbt van de minister van Verkeer. Vervoer en Ruimtelijke Planning.

De indieners hebben kennis genomen van de door het lid Obispo genoemde
Eilandsbesluiten AB 2007, nr. 22 en AB 2008 , or. 98. Bij het laatse besluit gaat het
om ontheffingen. waarvan de gelding onverminderd blijft bestaan. In de praktijk gaat
bet daarbij ook om de bandhaving van een minimale lichtdoorlaatbaarheid van 35%.
In het eerste besluit gaat bet om fabrieksmatig verdonkerde ruiten. waarvoor in bet
Eilandsbesluit een normering is geregeld van een rninimale lichtdoorlaatbaarheid van
70% voor voorruiten en voorzijruiten. De voorgestelde wijziging beoogt een
verdergaande verrnindering van de licbtdoorlaatbaarbeid van slechts de voorzijruiten.
De normering van 70% voor voorruiten conform het Eilandsbesluit blijft bestaan.

Het lid Obispo vraagt verder of en op welke wijze rekening is gebouden met bet in
artikel 64 van de Staatregeling bepaalde. waarin bet gaat over de verplicbting tot bet
horen van de Raad van Advies over onder mer alle ontwerpen van
landsverordeningen. Hiervoor is er al op gewezen dat de indieners daarbij geen rol

2
spelen of hebben gespeeld. Het horen van de Raad van Advics wordt in geval van
initiatief-ontwerpen verzocht door de voorzitter van de Staten. Op advies van bet
hoofd Constitionele Zaken van 17 oktober 2017. zoals overgenomen door de griffier
van de Staten in zijn advies van dezelfde datum heeft de voorzitter kennelijk besloten
dat geen advies behoefde te worden gevraagd. omdat de Raad al eerder had
geadviseerd naar aanleiding van een initiatief-ontwerp van dezelfde strekking als het
onderhavige van het toenmalige lid Davelaar. Daarover adviseerde de Raad van
Advies op 21juni2016 (met kenmerk RvA no. RAJ 06-16-LV). Omdat bet hierbij
gaat om een besluit van de voorzitter van de Staten. regardeert de kwestie de
indieners niet.

De indieners hebben overigens, zoals hiervoor al werd aangegeven, we! rekening
gehouden met het in 2016 over bet ontwerp-Davelaar door de Raad uitgebrachte
advies. Ze delen daarbij niet de kennelijke zienswijze van de Raad. dat de effectiviteit
van de voorgestelde regeling vanuit een oogpunt van onder meer de gezondheid van
de gebruikers van de betrokken voertuigen door de indieners behoorlijk dient te
worden onderbouwd. Zij menen. zoals ook in de memorie van toelichting is
uiteengezet. dat het daarbij om de vrijheid van diezelfde gebruikers gaat. die slechts
baar begrenzing vindt in maatregelen die uit een oogpunt van verkeersveiligheid en
de bandbaving daarvan door de politie noodzakelijk zijn. Het gaat immers in de
WVVC 2000 niet om regels met betrekking tot de volksgezondheid, maar om
regeling van de verkeersveiligheid. Daarbij geldt dan dat die belangen naar het
oordeel van de indieners voldoende zijn verzekerd bij een rninimale
lichtdoorlaatbaarheid van de voorzijruiten van 35%.

Daartoe wordt door de indieners bij het ontbreken van relevante internationale
regelgeving en van resultaten van proefondervindelijk onderzoek. verwezen naar de
praktijk in een aantal staten van de Verenigde Staten van Amerika. waar een
dergelijke norrnering op dit moment geldt. Het gaat daarbij om 32 Staten met een
voorgescbreven minimale Iicbtdoorlaatbaarheid van 35% of minder van voorzijruiten
in Alaska (32%), Arizona (33%), Arkansas (25%). Colorado (27%). Connecticut
(35%), Florida (28%), Georgia (32%). Hawaii (35%). Idaho (35%), lllinois (35%),
Indiana (30%). Kansas (35%). Kentucky (35%), Maryland (35%). Massachusetts
(35%). Maine (35%)) Maryland (35%) Missouri Mississippi (28%), Montana (24%),
Nebraska (35%), North Carolina (35%), New Mexico (20%), Nevada (35%),
Oklahoma (25%), Oregon (35%), South Carolina (27%), South Dakota (35%).
Tennessee (35%). Texas (25%). Washington (24%), West Virginia (35%) en
Wyoming (28%).

Voor de beantwoording van vragen van het lid Walroud ten aanzien van de
medeindiening van bet ontwerp door het lid Pisas geldt, dat hij het ontwerp mede
heeft ingediend als lid van de Staten en niet vanuit een vorige betrekking (zie nota
van wijzigingen en memorie van toelicbting) en conform artikel 45 lid i vervuld dhr.
Pisas de functie van Staten lid sedert 10-10-2010.

d. 8 maart 2018

3
Lichtdoorlaatbaarheid Tabel

4
STATEN VAN CURA<;::AO

ST.\TEN VAN CURACAO
Ontv.:
ZITTINGSJAAR 2017-2018

Wijziging van de Landsverordening tot wijziging van de Wegenverkeersverordening
Cura9ao 2000 (A.B. 20 I 0 no. 87) in verband met de mate van lichtdoorlaatbaarheid
van voorzijruiten van motorvoertuigen. vrtachtauto's en autobussen.

10. 6 NOTA VAN WIJZIGINGEN

Artikel 88. eerste lid. onderdeel c. sub 4. artikel 89. eerste lid. onderdeel c. sub 4 , en
artikel 90. eerste lid. onderdeel c, sub 4 worden gelezen als volgt:

"4. het is toegestaan om enig materiaal aan. op oftegen de voorzijruiten te hechten,
te plakken of aan te brengen met dien verstande dat een
lichtdoorlaatbaarheidsnorm van 35% wordt gehandbaafd. Voor de meting van de
lichtdoorlaatbaarheid is een foutmarge van 3% toegestaan."

TOELICHTING

Nader onderzoek heeft aan het licht gebracht dat de verkrijgbaarheid van materiaal
waarmee een lichtdoorlaatbaarheid van 40% bereikt kan worden problematisch kan
zijn. Dat geldt niet voor materiaal waarmee een doorlaatbaarheid van 35% wordt
bereikt. Op grond van de normering van 35% in andere staten mag worden
aangenomen. dat vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en de handbaving
daarvan een lichtdoorlaatbaarheid van voorzijruiten van de desbetreffende voertuigen
van 35% aanvaardbaar is.

Ten aanzien van de productie van het desbetreffende materiaal geldt een foutmarge
van 3%. Daannee dient bij de ambtshalve meting van de feitelijke
lichtdoorlaatbaarheid rekening te worden gehouden. zodat bij de toepassing van de
bepaling een tolerantie van 3% toelaatbaar moet worden geacht.

De indieners menen dat ook een minimale lichtdoorlaatbaarheid van zijruiten van
35% verantwoord is vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid en de handhaving
daarvan.
PARLAMENTO DI KO RS OU
Parliament of Curac;ao • Parlamento de Curazao • Sta ten van Curac;ao

Aan de voorzitter van de Staten
Hr. W. Millersoo
Wilhelminaplein 4
Alhier

Cura<;ao, 8 maart 2018,

Betreft: lnitiatiefontwerp Wijziging WVVC 2000

Geachte voorzitter,

Bijgaand doen wij u een nota naar aanleiding van het voorlopig verslag en een nota
van wijzigingen toekomen met betrekking tot de door ons ingediende
ontwerpplans-verordening tot wijziging van de Wegeoverkeersverordening
Cura<;ao 2000 (A.B. 2000, no. 54), terzake van de normering van de
lichtdoorlaatbaarheid van zijruiten van voertuigen.
'
Wij merken daarbij nog het volgende op;

We hebbeo als indieners van het ontwerp naar aanleiding van de behandeling in de
vergadering van de Centrale Commissie van 3 november 2017 bij brieven van 14
november 2017, de minister van Jus ti tie, de minister van V erkeer, V ervoer en
Ruimtelijke Planning en de minister van Gezondheid, Milieu en Natuur verzocht
ons met betrekking tot in die vergadering gestelde vragen te informeren. In een
aantal gevalleo ging het daarbij immers om vragen die slechts via de betrokken
minister zouden k-unnen worden beantwoord, omdat de indieners zelf niet over de
mogelijkheid beschikken ad~serende instellingen rechtsreeks te beoaderen.

Wij ontvingen via u slechts een reactie van de minister van Gezondheid, Milieu en
Natuur, gedateerd 20 december 2017. Volgens het desbetreffende protocol tussen
de Staten en de regering diende ook door beide andere ministers binnen twee
maandeo gereageerd te worden op de vanuit de Staten gestelde vragen. Ons is niet
gebleken dat daaraan door hen is voldaan. Als gevolg daarvan ontstaat uiteraard
een stagnatie in de verdere behandeling van het ontwerp. Daarbij gaat het om in
ooze Staatsregeling met betrekking tot het recht van initiatief aan de Staten
toegekende bevoegdhedeo. Dat maakt een vertraging als gevolg van nalatigheid van
de betrokken ministers onaanvaardbaar.

Wilhelminaplein 4, Willemstad, Curac;ao
Tel. : (59 9 -9} 461-3355 • Fax : (599-9} 461-4491
PAR L AM E NTO DI KO RS OU
Parliament of Curac;ao • Parlamento de Curazao • Staten van Curac;ao

Om verdere vertraging te voorkomen doen wij u derhalve reeds nu een nota naar
aanleiding van het voorlopig verslag toekomen, met daarin voor zover mogelijk de
beantwoording van in de vergadering van de Centrale Commissie gestelde vragen
en een nota v wijzigingen.naar aanleiding daarvan. Wij verzoeken u de
onverwijlde to ending daarvan aan de Raad van Advies met verzoek om nader
advies.

c ' )
~I="~
MOYl:MCNTU ruTUao KO••o1.t

Wilhelminaplein 4, Willemstad, Curac;ao
Tel. : (599-9) 461-3355 • Fax : (599-9) 461-4491
Ontwerplv tot wijziging van de wegenverkeersverordening Curac;ao

Fractie PNP (jan 2016) Fractie MFK (okt 2017)
Lichtdoorlaatbaarheidsnorm Max35 % Max40%
Wijziging Artikel 1 onder A, 3 Artikel 88, 89 en 90 ( advies van RvA)
Argumenten Klimaat, Gezondheid, Privacy Behoefte in de samenleving om
en veiligheid, doorlaatbaarheid te reduceren (weren
brandstofbesparing van schadelijke UV-uitstraling en
temperatuurverlaging in auto) . Echter,
vraag naar effectiviteit volgens indieners
niet aan de orde, in beginsel behoort tot
de vrijheid van gebruikers om
lichtdoorlaatbaarheid van voorzijruiten te
beperken . Vanuit het oogpunt van
rechtstatelijke regelgeving de vrijheid van
burgers om de lichtdoorbaarheid te
beperken slechts begrensd mag warden
door een normering waarbij het belang
van de verkeersveiligheid weliswaar
voorop staat, maar tegelij k vrijheid van
de gebruikers wordt gerespecteerd.
Financiele paragraaf Geen financiele paragraaf Volgens indieners geen financiele
gevolgen .
(RvA adviseert om fin .
paragraaf op te nemen)

Adviezen van derden Geen advies opgevraagd . Geen advies opgevraagd .

(RvA: M inisterie VVRP,
MinJus, het OM en KPC)