You are on page 1of 5

Hoofdredactie: Sanne Huysmans

Vrijdag 27 juli 2018

Er bestaan twee soorten mensen hier: WOORD VAN DE LETTERZETTER
mensen die hun onkruid wieden en weten dat het Of er een tweede editie van de zomerredac-
nooit nog ophoudt tie komt? Het antwoord daarop, daar moest
ik niet lang over nadenken. Opnieuw drie
mensen die koste wat het kost willen achterhalen dagen met het collectief, onze vertrouwde
of die rode bult een spinnenbeet is en hoe ze dat illustratoren, én een hoop nieuwe pennen aan
een literair krant werken, er zijn slechtere
hadden kunnen vermijden (bijten spinnen enkel
manieren om een hittegolf door te komen.
’s nachts en waarom) De zomerredactie van de Letterzetter, dat
is een startpunt. Een startpunt voor jonge
Hier gaat de mistroost nooit liggen en het topje schrijvers die voor het eerst hun poëzie
van de ijsberg (er staat er één) is de plek waar je en proza in de wereld werpen. Tegelijk
op gaat staan om een foto van je voeten te nemen. het begin van het intensieve parcours naar
Wanneer je terug beneden komt, moet je bewijzen Memento Woordfestival toe. Want bij die
of je het hebt gehaald. drie dagen eindigt het niet. Na zwoegen en
ploeteren op de korte teksten voor de krant,
Ze zeggen dat je het daar pas weet begint het sleutelen aan langer werk voor het
Mementoboek, een publicatie die tijdens het
op het topje
festival wordt voorgesteld en waaraan enkele
welk soort mens je bent. van de geprogrammeerde auteurs als redac-
teur meewerken.
Ik krijg hier alle tijd maar soms zuchten ze en bij elke foto van verse voeten op witte sneeuw, Maar zover zijn we niet. Eerst die krant mak-
vergroei ik een beetje meer met het kleine erf dat nu van mij is. Anderen komen en gaan en en. In boekenhuis Theoria, buiten, want daar
keren niet meer terug maar ik krijg hier alle tijd (soms zuchten ze). Hoe leg je vreemden uit dat vraagt het weer om. En net als vorig jaar:
je bang bent van onkruid dat nooit ophoudt en het toch verwoed blijft uittrekken (uur na uur onder het waakzame oog van een gevestigd
auteur. Vandaag is Sanne Huysmans
fluister ik mezelf in, dat ik het wel kan) maar je ook wakker ligt van die ene
hoofdredacteur van dienst, auteur van
rode het met de Confituur Boekhandelsprijs
bult bekroonde debuut Rafelen. Puik gezelschap
dus. De eerste ochtendvergadering is ach-
(bijten spinnen enkel ’s nachts en waarom) ter de rug, de redactionele insteek is – zo
goed als - bepaald, en enkel het geratel van
Soms droom ik: vingers op toetsen breekt nog door de stilte.
We zijn vertrokken.
Ik verlaat mijn kleine erf. Ik beklim de berg ik kom aan op de top. Ik voel het niet (enkel de on- - Jonas Bruyneel
rust waarom voel ik het niet). Ik laat mij terug naar beneden zakken. Het geluid van schoenzool
tegen steentjes. Het geluid van de pijn. De pijn van schaafwonden. Ik sta op de grond. Ik toon
geen foto. Ik wandel naar het kleine erf. Het kleine erf is nog steeds van mij. Ik vergroei met het BERM
erf en roep Door elke vierkante kilometer Vlaande-
renland loopt 4,8 kilometer verharde weg.
IK VERGROEI MET HET ERF Bospaadjes en wandelwegels niet meegeteld.
Dat wil ook zeggen: 9,6 kilometer berm.
Er is niemand die me geen gelijk geeft. Toch lopen ze als makke schapen hun berg op. Ik roep Bermen worden vlakaf voorbijgereden. Een
ellendeling gooit er af en toe een leeg blikje
IK VERGROEI MET HET ERF energiedrank in dat iemand anders ooit weer
moet oprapen, maaimastodonten millimeter-
en genadeloos de begroeiing en soms stopt
Niemand keert terug met een foto. Er zijn nooit nog verse voeten op witte sneeuw. Ze worden
er een auto, de achterdeur slaat open en een
allemaal gezogen naar hun onkruid dat nooit ophoudt en allemaal krabben ze aan de rode bult en tienerhoofd verschijnt kotsend boven het
allemaal denken ze ‘morgen is een nieuwe dag’ maar het is malse gras. Wagenziek.
dezelfde Bermen worden serieus onderschat. Sint-
Janskruid (goed voor de huid!) bloeit onver-
berg
moeibaar maanden aan een stuk, er staan
hetzelfde kruid alledaagse grassoorten met exotische namen
ik roep waar je nog nooit van hebt gehoord, braam-
struiken dijen uit tot halve kathedralen of
IK VERGROEI MET HET ERF tenminste tot vestingswalletjes.
Geen wandelroute wijst je op de bescheiden
- Siel Verhanneman pracht van bermen, geen topografische kaart
houdt rekening met het miniatuurnatuurge-
bied aan de kant van de weg. Wie de mooiste
veldbloemen wil plukken, moet vooral steen-
wegen afwandelen. Je moet haast gek zijn, en
toch. Zelfs het Zoniënwoud verbleekt toch
een beetje naast het rijk der onkruid waar de
sprinkhaan koning is.
- Sanne Huysmans
Vrijdag 27 juli 2018 (ON)KRUID 2
DE JOGGER
Gezwind loopt hij het sportterrein op.
Zijn ogen glijden over het onverharde pad
waar hij twee keer per week komt joggen.
Hij is vertrouwd met de zacht verende
ondergrond, de dichte begroeiing en het
gefilterde licht. En toch. Het eerste rondje
gaat moeiteloos. Door de warme avondzon Bocht na bocht verwacht hij een verrassing Tomatenkwestie
druppelt het zweet van zijn voorhoofd; zijn uit de struiken, een hindernis op zijn pad. Een tuinman heeft een andere visie op
ademhaling blijft oppervlakkig, ondanks de Zijn benen dragen hem verder. Uiteindelijk onkruid dan mijn groene vriendin Céline.
kilometer die hij aflegde. raakt hij de tel kwijt en blijft als vanzelf De ene neemt brandnetels mee voor de
Eerst denkt hij dat het de mensen zijn. Op rennen. Toch is de roes anders: minder composthoop, de andere maakt er soep van.
dit moment van de dag loopt de piste nor- diep, minder vast. Wanneer een mus ver- Enkel brandnetelsoep is niet genoeg. Nee,
maal vol, maar de hitte houdt veel sporters schrikt van het pad wipt, raakt hij even uit Céline maakt ook paardenbloemengelei,
thuis. Het pad knerpt onder zijn voeten. Hij balans. zevenbladthee en bakt uitsluitend in zelfge-
moet wennen aan de nieuwe sportschoe- maakte sojaolie. Zo extreem hoeft het niet
nen, misschien is het dat. De omgeving De laatste kilometers houdt hij in. Thu- voor mij. Kunnen kijken naar onkruid en
is zomers groen, de houtschors onder zijn iskomen is zijn doel, de chronometer doet zeggen ‘van jou kan ik gelei maken’ is voor
voeten diepbruin na het warmte-onweer er niet zo toe. Terwijl hij na een uur het mij voldoende. Dan groeien ze niet zo snel.
van enkele uren geleden. De lucht is vol sportterrein af jogt, valt zijn oog op een De term onkruid is subjectief. Tomaat,
van zuurstof, en toch heeft hij het lastiger achtergebleven hark. In een restje groen- bijvoorbeeld, de alom gekende vrucht die
dan gewoonlijk. afval herkent hij verbleekte grassprieten, tegenwoordig angstvallig gemeden wordt
kleine verwelkte bloemetjes en brede in smoskes, werd in de jaren 1700 als giftig
Hij stopt om zijn veter te strikken. Er is iets blaadjes weegbree. Hij draait zich om en onkruid gezien. Tomaat werd gegeten door
met de omgeving. Tussen de bomen door vanop een afstand ziet hij het: de on- voorname Europese burgers. Die aten,
kleurt de ondergaande zon stukjes hemel gebruikelijke leemte tussen het houthaksel net als alles wat ze deden, in stijl. Stijl in
roze, een briesje brengt hem verlichting. en de boordsteen van het looppad. de vorm van tinnen borden. Nu moet u
weten, tin bevat lood, en onze rode, sap-
- Sien Demuynck
pige, pompeuze vrucht absorbeert lood.
De Europese adel stierf in bosjes. Ooit is
een moordpoging ondernomen op George
Washington door een tomaat in zijn soep te
doen. Naast een onverwacht getomateerde
soep, hield George hier uiteraard niks aan
over. Hierdoor werden tomaten nog geen
onkruid. Dit komt door het fascinerende
feit dat tomatenpitjes niet verteren en zich
razendsnel konden verspreiden door de on-
dermaatse hygiënische toestanden tijdens
achttiende eeuw.
Als ik te weinig weet over een onderwerp,
bezoek ik mijn goede vriend Wikipedia. Ik
moet zeggen, Ik heb al heel wat gekke Wiki-
pedia-artikels gelezen, maar Onkruid spant
de kroon. Het artikel neemt ons mee op
een reis doorheen het gebruik van de term,
langs een gedetailleerde uitleg waarom on-
kruid ongewenst kan zijn en landt onver-
biddelijk bij de verdelging. De paragraaf
staat vol effectieve methodes. Zo zijn er
bijvoorbeeld mensen die onkruid vernieti-
gen door javel of waspoeder op de weerloze
plantjes te kappen. Als je een dennen-
naaldenfrisse tuin wil moet je dit zeker
doen. In die tuinen zal er jammer genoeg
niks meer groeien. Andere mensen ge-
bruiken azijn. Deze methode is effectief om
uw tuin te veranderen in een bruine, zure
hoop vinaigrette.

Maar mijn favoriete deel van dit artikel heet
‘Soorten onkruid naar milieu’. Ondanks de
weinig inspirerende titel staat dit deel vol
onbekende historische weetjes. Een weiland
staat bijvoorbeeld vol hoogproductief gras.
Net daarom is onkruid ongewenst. Het
haalt de productiviteit omlaag. En dat vind
ik een mooie metafoor voor het leven. Soms
is het nodig om de productiviteit omlaag te
halen. In een wereld met hoog productief
gras, is er nood aan madeliefjes.
- Oona Loncke - Martijn Verhelst
Vrijdag 27 juli 2018 (ON)KRUID 3

Sophie weet wat ze wil
Als je Sophie Vandyck moet omschrijven geweten te schoppen. In de praktijk vlotte Nu heeft ze het gevonden. Meubelen stof-
in één woord dan is het standvastigheid. In dit niet. Sophie bedacht zich en werd feren, dáár heeft ze talent voor. Nu maar
het begin had het iets bevreemdends om te vogelverschrikker. De functie was op haar hopen dat ze geen allergie heeft voor huis-
zien hoe de mensen rondom haar de drang lijf geschreven maar ze gaf dit op wegens stofmijt.
voelden om uit hun cocon in iets groter dan te uitzichtloos. Een filmavond bracht haar
zichzelf te ontpoppen. Pieter-Jan werkte ertoe filmconsulent te worden. De filmke- Sophie is wie ze is. Haar eigenzinnigheid
zich op tot consultant en eersteklas eikel, uzes leidden tot storingen in haar gemo- geeft het leven kleur. Ze heeft de hard-
Evelien startte een crèche en een gezin, edstoestand, waaronder oncontroleerbare nekkigheid van een vlek rode wijn. Of dat
Evert doctoreerde en kocht een bril, Anouk huilbuien. Het wereldrecord puzzelen leek beweert ze toch zelf. En als Pieter-Jan het
zong minder en minder en werd advocaat. meer haar ding, maar een tekort aan geduld even te druk heeft, dan is er tenminste nog
De toekomst van Sophie klonk even veel- deed haar de das om. Telkens kwam Sophie Sophie.
belovend. Ze studeerde sociaal-cultureel terug op hetzelfde punt. Maar opgeven
werk en was bereid de wereld cultuur en deed ze niet. - Oona Loncke

Over hamsters en felle make-up
met de geur van een ijskast die – onge- niet minder waar. De buurvrouw stak haar
wassen - al drie bewoners overleefde. Dit negende sigaret op terwijl ik de strijd aan-
was dus toch geen handboekmateriaal. Het ging met de vliegjes en probeerde te vatten
was wel een toonbeeld van hoe een huis al in welke werkelijkheid ik terecht gekomen
verwoest kan zijn nog voor het vuur er met was. ‘Ze moeten je kinderen niet weghalen,
zijn vernietigende tongen aan likt. ze moeten je helpen,’ richtte ze zich tot de
bewoonster. Dit was een huis in een arme
Met handschoenen gingen we ertegenaan. wijk die de bloeiende stad probeerde te
De mondmaskers die we uiteindelijk niet negeren. Als je ervoor openstond om water
Er brandde een huis af. Het huis van een hadden meegenomen, misten we elke te drinken uit een ongewassen beker, die
dame met slaapproblemen, pijnlijke tanden seconde een beetje meer. vastgekoekt zit aan het aanrecht (waarop
en een geur. Zo’n geur die je niet vergeet. een hamster ondertussen slalomt tussen
Zelfs niet na je te wassen en je te baden in Er was geen voordeur meer en de buurv- zijn eigen uitwerpselen), zou je zien dat dit
wolken van parfum. rouw zag dit als een onuitgesproken uit- gastvriendelijke mensen zijn die wellicht
nodiging. Met haar (te hoge) paardenstaart op het verkeerde moment op de verkeerde
Ze vroeg of we wilden helpen. De rom- en een T-shirt dat iets te kort was voor plaats waren.
mel moest eerst weg voor er opnieuw kon haar leeftijd keek ze in het rond. Ik schrok
worden gebouwd. Ik zag nog nooit een af- van haar zware, diepe stem die niet over- ‘Ooit had ik een grote tuin en konden mijn
gebrand huis, maar aan de combinatie van eenstemde met haar tengere figuur. Haar kinderen zich uitleven, maar nu…,’ ging de
as, water en afgebladerde muren te zien, felle make-up liet het roetzwarte huis even buurvrouw verder. Ik vroeg me af wanneer
vermoedde ik dat dit een huis was uit de opleven. zij op het verkeerde moment op de ver-
handboeken. Ik trok de frigo open en een keerde plaats was geweest waardoor ze zich
zwerm vliegjes vloog doorheen het zwarte In een melodieus accent begon ze een nu niet meer kon ergeren aan het onkruid
huis naar de vrijheid. De geur die ook rond klaagzang die zo in een lied kon worden dat tussen de voegen van het terras groeit.
de vrouw hing, sloeg in mijn gezicht. De gegoten. Ik vond het moeilijk om aan-
geur deed me denken aan geklonterde melk dachtig te luisteren, want door het verschil
die al maanden in de frigo staat, vermengd tussen haar dialect en het mijne, was wat ze
zei quasi onbegrijpelijk. Het was daarom
- Judith De Wandel
Vrijdag 27 juli 2018 (ON)KRUID 4
21 meisjes in blauw-geruite rokjes kijken in bloed druipt langs zijn muil. Hij begint aan
de lens, kniekousen op gelijke hoogte, hun de vooraf opgestelde lijst van alternatieve
glimlach breed maar bescheiden. scholen, want het is voor hem duidelijk dat
‘Wat ziet u hier, mejuffrouw?’ ik van school zal moeten veranderen. In
mijn hoofd tel ik de scholen die ik al door-
Ik zou willen dat hij stopt met me mejuf- lopen heb; het zijn er vier in evenveel jaren
frouw te noemen. tijd. Telkens ben ik er vertrokken met een
‘Mijn klasfoto.’ lijstje met redenen waarom ik toch niet zo
goed binnen de school pas. Op school num-
Zijn lippen persen samen, hij wil me wel- mer 2 was ik niet analytisch genoeg om de
licht op de vingers tikken omdat ik hem wetenschappelijke vakken aan te kunnen,
geen meneer noem maar dan wordt de lijst op school 3 te onhandig om de praktijk-
met berispingen te lang dus houdt hij zich vakken tot een goed einde te brengen. Op
in. die scholen had ik me bewust ingehouden,
BLAUWGERUIT ONKRUID
want op school 1 schreef ik te moeilijke
‘Wat wilt u eigenlijk met uw toekomst ‘Inderdaad, uw klasfoto, en kunt u me dan woorden in mijn boekverslagen en werd
doen?’ vertellen wat er niet klopt aan deze foto?’ mijn spreekbeurt over homoseksualiteit in
Zijn wijsvinger tikt er weer nadrukkelijk de vroege twintigste eeuw me niet in dank
De man die me die vraag stelt zit al even op. Nu pas zie ik dat er twintig paar ogen afgenomen. Daar vergeleek de CLB-me-
verveeld als ik aan het bureau, alleen is het strak in de lens kijken, de mijne kijken naar dewerker me met onkruid; iets dat uit-
zijn job om dat niet te laten merken. Zoals boven, naar de stadsduif die voorbij vloog geroeid moet worden als we de tuin gezond
het ook zijn job is om mij nu te vertel- maar die kun je niet zien. Het was nochtans willen houden.
len wat ik best met mijn toekomst doe en een mooie duif, met een blauwe gloed in
vooral wat ik best niet doe. Ik geef hem be- haar veren en een dieprode bek. Ik kan de ‘Weet u nu al wat u met uw toekomst gaat
wust geen antwoord, mijn ogen blijven op leerlingbegeleider er niet over vertellen doen?’ Het feit dat hij de vraag opnieuw
het bureau gericht terwijl hij door een map want ik weet dat hij tot die groep mensen stelt is het teken dat ons gesprek afgelopen
bladert en met zijn balpen enkele woorden behoort die weinig waarde hecht aan is.
onderlijnt. Het bureau en de rest van het stadsduiven, hij is iemand voor wie andere
meubilair komen uit de jaren tachtig, net dingen prioritair zijn. Waarschijnlijk is hij ‘Ik weet het nog niet, meneer.’ Ik pers er een
als het gebouw en de medewerker, denk zo iemand die winterbanden koopt in plaats glimlach uit terwijl ik uit de stoel opsta en
ik. Wat toen modern en modieus was, is van te aanvaarden dat je bij sneeuwval mijn blauw geruit rokje wat naar beneden
nu te troosteloos om op een rommelmarkt minder grip kan hebben met een auto. trek.
verkocht te krijgen, zelfs niet met een bor-
dje ‘vintage’ erbij. Zoals de meeste centra ‘Ik kijk niet in de camera.’ De lippen van de ‘Indien u nog eens wilt praten over de
voor leerlingbegeleiding is het gebouw man persen zich weer samen, misschien is scholen die ik heb voorgesteld; hier is mijn
aangekleed met planten in roodbruine pot- dat zijn poging tot glimlachen. kaartje.’ Hij legt een klein kaartje bovenop
ten en die planten hebben de onmogelijke ‘Juist ja, mejuffrouw, u kijkt niet in de cam- de stapel folders waarin de scholen worden
opdracht gekregen om het gebouw gezellig era.’ Hij lispelt een beetje. aangeprezen en ik vermoed dat hij nu
te doen lijken. Iets waarin planten zelden Ik hoor zijn hart versnellen, hij zal zijn tevreden is dat hij dat stukje onkruid uit
slagen, zeker als het vrouwentongen zijn. doodsteek geven zoals een leeuw een anti- de tuin heeft kunnen verwijderen. Ik pers
De man voor me is klaar met onderlijnen lope afmaakt. mijn laatste glimlach eruit terwijl ik de
en tikt nerveus met zijn balpen op het bu- folders aanneem en naar buiten loop. Als
reau. Ik zie dat hij een foto voor mijn neus ‘Kijk mejuffrouw, deze foto is eigenlijk ik thuiskom leg ik het kaartje en de folders
heeft gelegd; het is mijn klasfoto. een mooi voorbeeld van hoe u op school op mijn bureau, door het dichtslaan van de
ervaren wordt. U kijkt niet in de lens, u deur wordt het kaartje achter mijn bureau
‘Kijkt u hier eens naar, mejuffrouw.’ Zijn kijkt niet naar het bord tijdens de lessen, geblazen. Ik doe geen moeite om het terug
wijsvinger tikt nog eens nadrukkelijk op de u houdt u niet aan het schoolreglement te halen. Ik denk aan het citaat van Ralph
foto, alsof ik zelf niet weet naar wat ik moet en zo verder; kortom u past zich niet aan Waldo Emerson dat ik ooit las: ‘ What is a
kijken. De foto is klassiek, braaf, zedig en en zo iemand kunnen we op onze school weed? A plant whose virtues have not yet
alle andere synoniemen die bij mijn school niet gebruiken.’ Zijn punt is gemaakt, de been discovered.’
passen en waarop de school trots is. leeuw heeft de antilope bij het nekvel en het
- Vere Verheecke

- Thomas Jaqcues
Vrijdag 27 juli 2018 (ON)KRUID 5

voordeur van het slot en stap de straat op.
Nog een roos Haar voortuin ligt er ondertussen verlaten
Of hoe het kleine toch fijn kan zijn bij, maar het ongenadige geluid van de
snoeischaar is in mijn oren blijven hangen.
Ze stapt naar buiten. Het zwarte plastic Mijn witte schoenen flitsen over het asfalt
van haar zonnebril bedekt de helft van haar wanneer ik de straat oversteek. De geur van
gezicht. Haar geföhnde haar steekt schril af snoeisel wordt sterker naarmate ik dichter-
tegen de rode bakstenen van haar voorgev- bij kom. Ik houd mijn adem in als ik het
el. Een tikkeltje te enthousiast trekt ze haar slagveld zie. Kale plekken en onkruid. Dat
tuinhandschoenen met aardbeienprint aan is wat er overblijft. Een flauwe rozengeur
en stapt de voortuin in. Ik neem een slok drijft nog rond, maar van de bron blijft er
van mijn citroenthee. Ze loopt naar de ger- niks meer over. Onkruid woekert over de
eedschapskist en buigt voorover, maar staat bodem en strekt zijn stekelige armen al
meteen terug recht en hurkt dan neer. Her- vlek blijft zichtbaar. Ze richt zich terug op. uit naar de kale plekken. Mijn blik wordt
innerde ze zich plots de workshop ‘Tips en Haar hand diept een zakdoek op uit haar getrokken door een kleine, blauwe vlek.
tricks voor een gezonde rug’? Na wat ger- broekzak. Ze spuwt erop en begint haar Het vergeet-me-nietje verdrinkt bijna in
ommel haalt ze een snoeischaar tevoorschi- laars schoon te boenen. Ik zucht. Nu prutst het groen, maar rekt zich toch uit naar het
jn. Ze probeert recht te staan. Het lukt niet. ze aan de veiligheidsknop van het gereed- zonlicht. Aarzelend stap ik ernaartoe en
Was ze dan haar kunstknie vergeten? Ik schap. Het lukt haar niet. Ik zucht weer. kniel erbij neer. Het gele centrum van het
grinnik. Ze loert om zich heen. Haar aard- Tsjik. Dan toch. Met gestrekte armen neemt bloemetje vormt een minuscule zon tegen
beihandschoen grijpt een spade en plant ze de handvaten van de snoeischaar vast en de blauwe achtergrond. Wat verderop,
die in de aarde om zich er dan aan recht te houdt het ding ver voor zich uit. Knip. De onder de grassprieten, het vrolijke geel van
trekken. Haar wangen kleuren rood terwijl roos valt. Ik begrijp er niets van. Knip. Nog een boterbloem. Dunne stengels winden
ze haar witte lokken tersluiks gladstrijkt. Ik een roos. En nog één. En nog één. Ik zet zich om het metaal van de omheining en
verslik me bijna in het lauwe citroenvocht mijn tas thee op de vensterbank terwijl ze hun toppen eindigen in witte, klokvormige
wanneer ze mijn richting uitkijkt. Haastig met een laatste knip de basis van de roz- bloemen. Waar die rozenstruik vooraf al
verberg ik me achter het gordijn van mijn enstruik doorsnijdt. Tevreden veegt ze het het zonlicht stal, het rood van een kleine,
slaapkamerraam en de thee gutst over de zweet van haar voorhoofd en loopt naar de kleine bosaardbei. Ik sta recht en wrijf de
rand van mijn tas. De zonnebril draait zich andere kant van haar voortuin. Mijn handen aarde van mijn handen. De kleurvlekjes
weer van me weg. Met voorzichtige passen omklemmen de hendel van het raam wan- zijn overal. Ze liggen als verfspetters versp-
stapt ze van het keurige tegelwegje dat naar neer ze de schaar in de hortensia zet. Ik wil reid over de groene bodem en vormen een
haar voordeur leidt. Ik moet het haar wel roepen. Stop! Mijn knokkels trekken wit schilderij van doodgewone schoonheid. Ik
nageven, ze heeft niet zomaar een voortuin. weg. Een kwartier later is het afgelopen. draai me om en staar naar mijn kubusvor-
Aan de linkerkant storten de Engelse rozen Zichtbaar voldaan trekt ze haar aardbei- mige buxusplanten, mijn nauwkeurig
zich uitsloverig vooruit, de ene al groter handschoenen uit, stapt haar huis binnen en geplante tulpen en mijn getrimde haag. De
en roder dan de andere. Aan de rechterkant trekt de voordeur achter zich dicht. ingehouden lucht ontsnapt uit mijn borst-
bevindt zich een explosie van witte horten- kas. Ik werp een laatste blik op de tuin ach-
sia’s. Eenmaal aangekomen bij de rozen, Ik doe de deur open en gluur over de ter mij en stap terug naar binnen. Ik duw de
kan ze het toch niet laten om de aarde van ketting heen naar de tegenoverliggende voordeur dicht en haal mijn snoeischaar.
haar laarzen te wrijven. Een hardnekkige voortuin. Niemand. Stilletjes haal ik de
- Alice Boudry

Las mallas hierbas
Veiligheidsniveau 4. De president heeft op nationale televisie de noodtoestand uitgeroepen. Bijdragen
Een bedreiging voor de burgers. Gisteren kwamen de eerste verontrustende berichten binnen. Siel Verhanneman
De distels waren tot op honderd meter van de grens gesignaleerd. Netels langs de treinsporen. Thomas Jacques
In allerijl worden grensposten omgebouwd tot laboratoria. Het moet uitgeroeid worden, niets Sien Demuynck
mag de inheemse natuur beschadigen. Een team onderzoekers van Monsanto vliegt over. Als Alice Boudry
er iemand de crisis kan bestrijden zijn zij het wel. De specialisten van landbouwbevordering. Oona Loncke
‘This is a great company, with great people,’ zei de president in zijn speech. Over de aandelen Martijn Verhelst
repte hij geen woord. Ondanks deze bemoedigende woorden vinden de wetenschappers geen Vere Verheecke
product om ze te bestrijden. Zouten, bijtende zuren, natriumsulfaat, gasbranders. Niets helpt. Judith De Wandel
Hardnekkig winnen de distels terrein onder de loden zon.
Met spandoeken trekken mensen de straat op. Schreeuwen om een harde aanpak. Onder druk Illustraties
van de president keurt het parlement een meldingsplicht voor distels goed. Her en der zijn Flore Deman
tegenstemmen te horen, maar elk protest wordt snel in de kiem gesmoord.
Een muur, de president heeft een oplossing gevonden. Hij stelt een team van architecten Vormgeving
aan om de kilometerslange wand te ontwerpen. Met hulp van vrijwilligers is de grens al snel Billie Vanderhaeghen
afgesloten. Ter inhuldiging wordt een fles champagne tegen de muur kapot geslagen. Een heus
volksfeest. Aan de andere kant staat een prairiewolf te grazen. Een klein scheutje klimop baant Met steun van
zich een weg naar boven.

- Thomas jacques

Related Interests