Essay over Linux (A,B & D

)
Linux valt, zoals zoveel ondernemingen, niet in te delen binnen slechts één organisatiestructuur. Hieronder wordt uiteengezet dat Linux’ organisatiestructuur het meeste weg heeft van een netwerk dan van een hiërarchie met Linus Torvalds als ‘grote leider’. Allereerst worden de karakteristieken van een netwerk besproken en hoe deze binnen Linux zichtbaar zijn en waarom. Vervolgens gebeurt hetzelfde met de karakteristieken van een hiërarchie en hoe deze zichtbaar zijn, dan wel helemaal niet zichtbaar. Ook wordt er gekeken naar manieren waarop Linux deze karakteristieken kan gebruiken om zo efficiënt mogelijk te werken en ook naar problemen die Linux kan krijgen door deze karakteristieken. Linux als netwerk Het programma Linux, dat door miljoenen mensen wereldwijd gebruikt wordt, bestaat uit de kernel, welke door de jaren heen steeds uitgebreid is, en talloze toepassingen. De kernel en vele toepassingen zijn gemaakt/ geschreven door duizenden vrijwilligers, die programmeren als een soort hobby zien, of programmeurs die het via hun werk doen. Omdat Linux zo complex is en er vele verschillende toepassingen zijn, zijn ook de programmeurs als het ware ingedeeld. Dit indelen doen ze uiteraard zelf, al naar gelang hun interesses liggen of hun werk. Zo bestaat Linux uit honderden communities wereldwijd en communicatie verloopt vaak via e-mail en forums. Binnen die communities werken mensen aan een bepaald stukje software, waarvan niemand eigenaar is en iedereen mag veranderen. Als een verandering een positieve bijdrage heeft aan het stukje software en je weet het zo uit te leggen dat anderen binnen je communitie het er mee eens zijn dat dit stukje extra software moet worden toegevoegd, voegt de maintainer dit stukje toe. Als de maintainer dit bijvoorbeeld niet doet en niet duidelijk maakt dat het extra stukje software niet bij het geheel past, zullen de mensen die vinden dat dat wel had gemoeten eventueel een eigen communitie opstarten met de software (inclusief aanpassing) als basis. Dit komt echter niet vaak voor. Er bestaan verschillende duidelijke kenmerken van een netwerk binnen Linux: • Allereerst, zoals hierboven beschreven, bestaat er een sterke overlegstructuur binnen de verschillende communities. Er bestaan geen echte leiders, vooral het basisprincipe van kennis = macht is hier van toepassing. De maintainers bijvoorbeeld, zijn vaak degenen die het stukje software als eerste geschreven hebben en er dus het meeste vanaf weten. • Ook de structuur van de verschillende communities is onderhevig aan verschuivingen. Zo kan bijvoorbeeld de maintainer zijn interesse verliezen in een stukje software, zodat iemand anders zijn plaats kan innemen. Of als iemand zoveel toegevoegde waarde heeft voor een bepaald stukje software, dan kan deze als maintainer worden aangesteld. • Net als in het prille begin van Linux zijn (gebruikers en) programmeurs afhankelijk van elkaar. Geen enkel softwareproduct is ontwikkeld door één enkele programmeur. Om tot een goed werkend produkt te komen is kennis van vele verschillende programmeurs nodig. Als men kijkt naar de (basis) downloadversie die op www.linux.com staat en waar Linus Torvalds min of meer zeggenschap over heeft, is evident dat Linus afhankelijk is van vele vrijwillige programmeurs en deze programmeurs weer afhankelijk van Linus. Het is vooral de taak van Linus om voorzichtig met ‘zijn’ programmeurs om te springen, omdat het vaak idealistische mensen zijn die zich op geen enkele manier laten sturen. Bij deze mensen draait het vaak ook om prestige, namelijk het feit of zij als ‘credited developers’ worden genoemd bij de downloadversie. De programmeurs zijn vaak mensen die het leuk vinden om te spelen met software, dus herschrijven, verbeteren, aanpassen etc. Deze mensen doen af en toe ontdekkingen die ze graag met anderen willen delen. Dit doen ze door hun visie te geven op een bepaalde vraag die gesteld is aan hen persoonlijk of een algemene vraag in een forum. Daarnaast geven ze ook uit zichzelf hun stukje geschreven software vrij aan anderen, zodat deze hier weer feedback op kunnen geven. Omdat deze mensen dit alles volledig op vrijwillige basis doen, en omdat de toekomst van Linux afhankelijk is hiervan, moeten de mensen die wat meer betrokken zijn met de ontwikkeling van Linux en wat meer invloed hebben heel voorzichtig met deze mensen omspringen, anders zullen deze vrijwillige toevoegingen snel verdwijnen. Er kan dus moeilijk direct gestuurd worden. Indirect is dit wel mogelijk, door bijvoorbeeld je maintainers te laten weten dat er speciale aandacht moet worden besteed aan bijvoorbeeld klantvriendelijkheid. Of je maintainers dit willen doen is uiteraard afhankelijk van de manier waarop het gevraagd wordt. Een mooie typering van de Linux-gemeenschap wordt gedaan door Victor Bekkers, bijzonder hoogleraar ‘ICT-infrastructuren in de publieke en private sector’, welke het een holografische

organisatie noemt, een virtuele gemeenschap zonder hiërarchie, waar mensen door vallen en opstaan en zelforganisatie proberen te komen tot oplossingen van een probleem1. Voor Linus Torvalds bestaat ook het instrument van het zwart maken van Windows en het neerzetten van een gemeenschappelijke vijand. Als men allemaal één ideaalbeeld voor ogen heeft, namelijk een toekomst met vrije software waarvan de Source Code vrijgegeven is, is het makkelijker om mensen te sturen en tijd voor dit produkt vrij te laten maken. Het is erg belangrijk om de mensen die voor Linux tijd vrijmaken te laten voelen dat zij Linux zijn. Verder is het van belang om mensen te belonen, dus om ze maintainer te laten worden, hun naam te noemen of om gewoon positief te antwoorden, zelfs als ze een domme opmerking hebben geplaatst. Daarmee moet je uiteraard proberen wel eerlijke feedback te geven, zodat ze in de juiste richting worden gestuurd en niet nog een keer zo dom doen. Het probleem binnen Linux is nog steeds, alhoewel er tegenwoordig steeds meer aandacht op wordt gericht, dat Linux, vergeleken met Windows, nog redelijk gebruikersonvriendelijk is voor de normale consument, dus het gros van alle computergebruikende mensen. Dit komt vooral omdat Linux wordt ‘gemaakt’ door mensen die verstand van Linux hebben en dus als het ware dichter bij de computer staan dan de meeste computergebruikers. Deze mensen hebben hele andere probleempercepties, die vaak niets te maken hebben met gebruiksvriendelijkheid. Hier komt dus het probleem van moeilijk kunnen sturen naar voren. Een ander probleem komt door het feit dat het netwerk uit zoveel verschillende mensen bestaat. Veel adviezen/ veranderingen e.d. worden niet goed verwerkt, alleen doordat het er zo veel zijn. Uiteindelijk komen nuttige aanpassingen toch wel naar boven drijven, maar vaak veel later, waardoor het proces enigszins wordt vertraagd en de persoon die deze aanpassing aandroeg afgeknapt kan zijn. Linux als een hiërarchie Linux is geen echte hiërarchie en kan onmogelijk slagen als hiërarchie. Niemand binnen Linux is immers verplicht software te maken. Wel kan men Linux indelen in bepaalde lagen, maar deze lagen zijn eerder gebaseerd op betrokkenheid dan op macht. Wanneer iemand bijvoorbeeld weinig interesse meer toont in een bepaald produkt, dan zal deze automatisch een stapje terug nemen in het proces. Wel is er een echte onbetwistbare leider binnen Linux, dit is Linus Torvalds. Hij heeft, als initiator van het gehele Linux-project, erg veel aanzien en bezit de trademark “Linux” en heeft relatief veel invloed op de uiteindelijke versie die op de website van Linux komt te staan. Linus Torvalds wordt niet weinig de ‘benevolent dictator’ genoemd, op wie de hele communitie vertrouwt, leider van miljoenen (Time Mag.) of leider van een morele kruisigingtocht om de digitale massa te bevrijden van de hoopjes inferieure technologie en de industriële geldklopperij (Chicago Tribune). Naast dit kenmerk van een hiërarchie is een andere belangrijke dat de mensen over het algemeen erg loyaal zijn ten opzichte van ‘hun’ leider en erg veel respect hebben voor hem. Uiteraard maken deze punten van Linux geen hiërarchie, ook het feit dat Linus Torvalds af en toe wat uitspraken heeft gedaan die een hiërarchische toon hadden maken weinig verschil. Hiertegenover staan talloze uitspraken en opmerkingen van zijn kant waarbij de toon alles behalve hiërarchisch is. Dat er af en toe iets uitspringt is uiteraard niet gek als men kijkt hoe weinig tijd hij heeft. Ook de rolverdeling/ indeling binnen Linux is het gevolg van evolutie van gebruikers en ontwikkelaars binnen Linux. Men kan het uiteraard zien als een hiërarchie, maar in principe is het afhankelijk van betrokkenheid van de verschillende actoren. Linux zal het meeste kans van slagen hebben in de toekomst als de focus op kennis blijft liggen. Daarmee wordt bedoeld dat maintainers bij ‘hun’ project niet de baas moeten proberen uit te hangen en hun eigen zin door te drijven, maar open moeten staan voor verbeteringen en aanpassingen en zich tactvol naar de developers moeten opstellen. Ook waardering is belangrijk, dit is vooral de taak van de maintainer. Linus Torvalds kan waarschijnlijk heel veel maken, maar het is uiterst onverstandig om opschepperig of arrogant over te komen, aangezien de mensen die de toekomst voor Linux veilig moeten stellen hiervoor erg gevoelig zijn. Aan hem dus de taak om als een soort mythe over te komen en niet als daadkrachtig leider. Toekomstperspectieven Linux heeft een enorme groei doorgemaakt de afgelopen 10 jaar en er is geen enkele rede denkbaar om aan te nemen dat deze groei zich niet verder doorzet. Linux heeft zich de afgelopen jaren vooral gericht op mensen die erg veel met computers omgaan en op bedrijven en daar heeft het bedrijf ook een redelijk marktaandeel. Tegenwoordig bestaat er binnen Linux echter een trend dat gewone consumenten en wat minder op ICT-gerichte bedrijven zou moeten trekken. Dat betreft niet zozeer Linux zelf, maar wel de bedrijven op basis van Linux allerlei toepassingen en besturingssystemen maken. Ook één van de eerste zinnen die op de website voor (nieuwe) users luidt: “Onze staf is te klein om vragen over Linux één-op-één te beantwoorden of om technische hulp te bieden”. Deze hulp zou geboden moeten worden bij ‘Linux User Groups’, zogenaamde LUG’s. Deze
1

http://www.binnenlandsbestuur.nl/servlets/arp/pubsys/portals/BIB/dossiers/File_57020011128183839.html

LUG’s bestaan uit andere Linux-gebruikers, die antwoorden zouden moeten weten op al je vragen. Toch is dit niet echt aantrekkelijk voor mensen die een computer eigenlijk alleen willen gebruiken en te weinig verstand hebben om iets eraan te veranderen. Toch ligt de toekomst voor Linux, vanwege de vaak bewezen betere kwaliteit, nog erg open en kan het er erg rooskleurig uitzien. Hieronder worden gevolgen die een groeiend marktaandeel op de structuur van de Linux-communitie kan hebben. Vervolgens worden alternatieven geboden over manieren om met deze gevolgen om te springen. Gevolgen voor de Linux-communitie Wanneer Linux een programma wordt dat dagelijks door de halve wereld gebruikt wordt, zal er veel vraag zijn naar technische hulp. Het is ondenkbaar dat de huidige communitie daarvoor zou moeten opdraaien. Misschien zouden ze het willen, maar vaak zal het onmogelijk zijn. Wel wordt de communitie erg waardevol, aangezien er dan veel vraag naar kennis van Linux zal zijn. Sommigen mensen zijn bang dat de nadruk teveel op technische hulp en reclame zal komen te liggen en te weinig op innovatie en nieuwe toepassingen. Dit zal uiteraard wel meevallen, want hoe groter de groep van Linux-gebruikers wordt, des te groter ook de groep die zich interesseren zal voor het die hard programmeren. Eerder zou door de grotere groep Linux-gebruikers, ook binnen bedrijven, innovatie omhoog gaan. De samenstelling van de groep programmeurs zal weer op basis van toewijding en interesse ontstaan. Deze gemeenschap zal geen hiërarchische vorm aannemen en de structuur zal een beetje zijn zoals deze nu is, dus door zelforganisatie zullen er enkele lagen gevormd worden met waarschijnlijk Linus bovenaan, waarbinnen men zich absoluut niet hiërarchisch zal gedragen. De communitie zal zich dus opsplitsen in een gedeelte dat zich bezig blijft houden met innovatie, extra toepassingen, verbeteringen etc. en een tweede, meer commercieel denkende groep. De eerste groep (programmeurs) zullen gratis toevoegingen blijven aanbrengen op zowel de Linux-kernel als op de toepassingen die eromheen gebouwd zijn. Ook zal een grote groep ontstaan die technische hulp biedt aan de gewone computergebruiker. Dit zal vaak ook gratis zijn, in de vorm van bijvoorbeeld de LUG’s, maar ook zullen veel bedrijven hier geld aan verdienen, hierin ligt veel toekomst. Deze groep zal zich, zoals gezegd, meer commercieel instellen en de samenstelling zal een dus meer hiërarchische vorm aannemen met strakke richtlijnen wat betreft klantvriendelijkheid, procedures etc. Uit deze groep zullen succesvolle bedrijven ontspringen, die gewoon mensen in dienst zullen hebben en veel meer gericht zijn op geld verdienen dan de idealistische groep Linux-software ontwikkelaars. Linux, the choice of a GNU-generation Deze veelgebruikte quote houdt in dat Linux de toekomst is binnen een generatie waarbij software vrij is, dus dat de source-code vrijgegeven is (open source, OS) en het dus mogelijk is om deze software aan te passen op bepaalde wensen. Dit zal een snellere ontwikkeling van de technologie bewerkstelligen. Linux kan het grootste besturingsprogramma worden, maar enkele zaken moeten dan niet uit het oog verloren worden: • Programmeren moet core-business blijven; Linux heeft zich bij gebruikers al bewezen en ligt wat kwaliteit, veiligheid, betrouwbaarheid, snelheid en prijs voor op Windows. Als innovatie wegblijft zullen andere softwarebedrijven, zoals Windows, marktaandeel terugwinnen. Daarom moet Linux Linux blijven en zich niet toespitsen op reclame en technische hulp, wat overgelaten moet worden aan bedrijven als Redhat, SuSE, Lycoris en vele anderen. • Klantvriendelijkheid, technische hulp en reclame moeten, zoals eerder gezegd, worden overgelaten aan zich daarop toespitsende bedrijven. Dit betekent dus dat de software vrij is, maar dat hulp en dergelijke geld kosten. Deze bedragen zullen echter nog steeds aanzienlijk minder zijn dan de bedragen die door Windows worden gevraagd. • Het is wezenlijk dat de hierboven genoemde bedrijven, of anderen uiteraard, ook de taak op zich nemen om leken binnen Linux, vaak hun klanten dus, wegwijs te maken binnen de mogelijkheden die binnen het medium Internet liggen, aangezien het vaak nog erg onduidelijk is waar mensen heen moeten voor de beste optie binnen hun gebied. • Verder moet het mogelijk worden om computers te kopen waarbij niet hoeft worden te betaald voor de al geïnstalleerde software, zoals dat vaak het geval is. Ook hier ligt de taak aan externe bedrijven om ofwel ‘lege’ computers, ofwel met Linux geïnstalleerde computers te verkopen. • Een belangrijk punt waar voor Linux veel te winnen valt zijn de grote afnemers van software, dus gemeenten, grote bedrijven of zelfs landen. De afgelopen tijd zijn al delen van India en Frankrijk en de Duitse regering overgestapt op het gebruik van OS-software. Ook de Japanse regering wil mogelijk overstappen op Linux2. In Nederland wordt het debat gevoerd, onder leiding van Groen-Links of de Nederlandse regering ook niet zou moeten overstappen op OS-software. De Nederlandse overheid is immers
2

NRC Handelsblad, 20 november 2002

met jaarlijks een half miljard euro aan kosten te afhankelijk van deze software3. Bij grote bedrijven is IBM al wereldwijd overgestapt op het gebruik van vrije software. Het belangrijkste punt is dus dat Linux zich zal opdelen in twee groepen, de software-ontwikkelaars, welke gratis zorgen voor de innovatie op dit gebied, en de groep commerciële bedrijven die hulp bieden bij het installeren en onderhouden van de software. Deze laatste groep zal uiteraard niet gratis werken en er ligt een mooie toekomst in het verschiet binnen deze sector. Als laatste is het erg belangrijk te vermelden dat aan de toekomst van Linux in principe weinig wezenlijks gedaan kan worden, maar dat ontwikkelingen door vorming en evolutie én door het marktmechanisme zullen ontstaan. Linux kun je niet vormen, Linux wordt gevormd.

3

NRC Handelsblad, 19 en 21 november 2002

Master your semester with Scribd & The New York Times

Special offer for students: Only $4.99/month.

Master your semester with Scribd & The New York Times

Cancel anytime.