De religieuze basis van het PIE-Concept

- Het decoderen van het Proto-Indo-Europees J.W. Richter

Fig. 1: Het juk als symbool voor een huwelijk
gepubliceerd in Wikimedia Commons (GNU Free Documentation License, door Cgoodwin)

Het Proto-Indo-Europees
Het Proto-Indo-Europees1 (PIE) is de hypothetische voorouder van de Indo-Europese talen. Deze zou tot het 3e millennium voor Christus gesproken zijn in Anatolië en in het gebied rond de Kaspische zee, alvorens uiteen te vallen in vele Europese, Iraanse en Zuid-Aziatische talen. Schriftelijke bewijzen ervan zijn nooit gevonden, maar van het bestaan ervan wordt sinds een eeuw uitgegaan door taalkundigen. Er zijn vele pogingen ondernomen om deze te reconstrueren. Er zijn echter nog veel twistpunten en onduidelijkheden overgebleven. Voor de reconstructie van het PIE zijn niet alle Indo-Europese talen even nuttig gebleken. Talen waarvan al heel vroeg geschreven bronnen teruggevonden zijn zoals Sanskriet, Grieks en Hettitisch of talen die weinig veranderingen ondergaan hebben zoals de Baltische talen zijn van groter belang dan bijvoorbeeld het Albanees of het Afrikaans. Wel is het zo dat sommige talen het ene kenmerk beter behouden hebben dan het andere. Baltische talen hebben bijvoorbeeld de verbuigingsuitgangen goed bewaard, Germaanse talen juist de ablaut in de vervoeging van werkwoorden. Er waren drie geslachten van zelfstandige naamwoorden: mannelijk, vrouwelijk en onzijdig, hoewel het ontstaan van het vrouwelijk woordgeslacht een wat latere ontwikkeling was. De vroegste Indo-Europese talen waarvan geschreven bronnen zijn, de Anatolische talen zoals Hettitisch onderscheidden twee klassen: levend en niet-levend. Bijvoeglijke naamwoorden en betrekkelijke voornaamwoorden volgden naar geslacht en getal.
1

Het Proto-Indo-Europees

2

Een kenmerk van het PIE dat op de huidige dag in het Nederlands nog behouden is, is de vorming van tijden van het werkwoord door een verandering in de klinker van de stam van het werkwoord, zoals in: ik zwem - ik zwom. Deze ablaut is bijzonder oud.

3

De religieuze basis van het PIE-Concept
Het spreekt als het ware vanzelf, dat een zo succesvol taalontwerp, dat al minstens 5000 jaar in bedrijf is, op een religieus fundament baseert. Deze these2 wordt gesteund door de PIEnaam van de hemelse god, die men onder de naam Dyaus heeft geïdentificeerd. De namen voor de uit Dyaus afgeleide IndoEuropese hemelse goden baseren op de stam *Iou (→dyeu), die niet alleen voor de goddelijke naam, maar ook voor de goddelijke rechtvaardigheid (ius)3 en de symbolische, verbindende krachten der samenleving werden toegepast. Deze verbindingen werden gesymboliseerd door het juk, met name door het juk der echtelijke verbinding. Het ontwerp voor de PIE-taal baseert echter niet alleen op een min of meer willekeurig gekozen taalkundig fundament. De klanken en de bijbehorende letters zijn met voorbedachte rade gekozen om een symbolisch doel uit te beelden. Bij analyse van de belangrijkste woorden der Indo-Europese talen blijkt het persoonlijke voornaamwoord der eerste persoon enkelvoud in het algemeen in de naam van de hemelse god te zijn afgebeeld. Een dergelijke constructie is niet alleen op zichzelf opvallend, maar lijkt ook veel op de scheppingslegende, waarin God de mens naar zijn gelijkenis vormt. Tot de persoonlijke pronomina, die deze eigenschap (dat God de mens naar zijn gelijkenis vormt) vertonen behoren o.a. de afleidingen van het pronomen “ego”4
2

Een engelse versie van deze these is gepubliceerd in The PIE Concept (Proto Indo European Language) 3 Het Latijnse woord ius, leidt tot o.a. tot de vorming van de Nederlandse woorden zoals justitie, juist, jus, enz... 4 Bronvermelding (Wikionary): Etymology for Ego

4

Afleidingen van het pronomen “ego”5
Proto-Indo-European root *éǵh₂.
Taal Ego (Ik) Goddelijke naam

Aragonees Aromaniaans Catalaans Frans (oud Frans) Galicisch Interlingua Italiaans Gascons (Occitaans) Langadoc'se taal Portugees Romaans Romansch Sursilvaans Sutsilvaans Sardinisch Siciliaans Spaans Volks-Latijn
5

yo iou , io jo je eu io io jo ieu , jo eu eu jau, eau jeu jou eo iu yo eo Dieu Deus Zeu, Dumnezeu Dieu Dieu Dieu Déu Diu Dios Deus Dio Deus, Déu Dieu, Diex , Dex Deus

Bronvermelding (Wikionary): Etymology for Ego

5

De bipolaire structuur
Een aantal pronomina blijkt niet alleen daaraan te voldoen, maar ook nog een bipolaire structuur te vertonen, die voldoet aan de beschrijving: “...man en vrouw schiep Hij ze”. Zodoende kan men zich voorstellen, dat de priesters het gehele Bijbelverhaal van de schepping bijvoorbeeld in één woordkern (iéu) van drie letters hebben kunnen coderen:
Genesis 1-27

En God schiep den mens naar Zijn beeld; Zijn Beeld is (in het Provençaals) Diéu .

naar het beeld van God schiep Hij hem; naar het beeld van God (Diéu) schiep Hij iéu; man en vrouw schiep Hij ze. man (i) en vrouw (u) schiep Hij iéu.
1-28

En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt. En God zegende iéu en God zeide tot iéu, “Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt“.

1-28

Genesis 1-31

En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.

6

Het middelste symbool é in het pronomen iéu wordt wellicht omschreven in het volgende Bijbelcitaat:
Hosea 11-9

Ik zal niet wederkeren om Efraïm te verderven; want Ik ben God en geen mens, de Heilige in het midden van u, en Ik zal in de stad niet komen. De kleurcodes voor de elementaire symbolen I en U worden wellicht vastgelegd in het Bijbelcitaat: want Ik ben Diéu en geen iéu, de Heilige (é) in het midden van iéu;
Exodus 28-4Z

ij zullen dan voor uw broeder Aäron heilige klederen maken, en voor zijn zonen, om Mij het priesterambt te bedienen. 5 Zij zullen ook het goud, en hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen nemen;

7

Samenvatting
In dit onderzoek6 wordt de correlatie tussen een aantal goddelijke namen, de persoonlijke voornaamwoorden en de daarin geïdentificeerde bipolaire elementen gedocumenteerd. De etymologie der Indo-Europese talen baseert op de stam *Iou (→dyeu) van de hemelse god, die wellicht het zuiverst in de Provençaalse taal als Diéu wordt afgebeeld. Het bijbehorende persoonlijke voornaamwoord (iéu) voor de eerste persoon enkelvoud correleert duidelijk met Diéu7. Nader onderzoek toont aan, dat dit mechanisme in meerdere talen kan worden vastgesteld: Frans, Galicisch, Italiaans, de Langadoc'se taal, Portugees, Romaans, Siciliaans, Spaans en Sursilvaans. Tegelijkertijd zijn ook details uit de scheppingslegende in bipolaire elementen (het mannelijke symbool I en het vrouwelijke U, respectievelijk O) in het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud (bijvoorbeeld iéu, iau of iou) gecodeerd. Dergelijke IU-, IO-, IAU- en IOU-combinaties zijn geïdentificeerd in de talen Aromaniaans, Langue d'oc, Romaans, Sursilvaans, Sutsilvaans, Siciliaans, Aragonees, Aromaniaans, Catalaans, Interlingua, Italiaans, Gascon (Occitaans) en Spaans.

6

Een engelse versie van deze these is gepubliceerd in The PIE Concept (Proto Indo European Language) 7 Details zijn gedocumenteerd in: The Keywords in God's Name

8

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful