You are on page 1of 229

De Oerknal herzien: Drie-velden Hypothese

over kwanta, informatie en affiniteit

Dit is geen plaatje van de Oerknal1 maar van de Oorkwal, de Aurelia aurita2.

Deze tekst is gepubliceerd op 01-10-2018

Prof. emeritus Ir. J. Korsmit

1
Dit beeld kan naar de situatie na de Oerknal verwijzen: een ‘begrensd universum’, sterren stelsels, natuurconstanten, levensvormen. Dat
alles kan in dit plaatje herkend worden. In deze tekst wordt het begrip de Oerknal afgewisseld met de ‘Big Bang’. Beide betekenen
hetzelfde en duiden het begin van het ontstaan van het universum aan. Dit plaatje geeft ook een indruk van hoe een organische cel eruit
kan zien. De oorkwal kan tot 40 cm groot worden en bestaat uit vele duizenden cellen, die elk een specifieke functie hebben. Eind
september 2018 spoelden miljoenen oorkwallen aan op de Waddeneilanden. Zou dat ook zo maar kunnen met de Oerknallen?
2 Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Oorkwal
Affiniteit Korsmit juli 2018

Overwegingen bij het schrijven


Deze tekst gaat over een theorie met betrekking tot de ontstaansgeschiedenis van ons universum en
van het leven op aarde. Ik beschouw deze ontstaansgeschiedenis vanuit een constructivistische
optiek. Daarbij heb ik drie velden onderscheiden: het Kwantumveld, het Informatieveld en het
Affiniteitsveld. Deze drie velden tezamen hebben het ‘bouwwerk’ van ons universum en van het
leven op Arde opgericht. Dit ‘bouwwerk’ heb ik in en schema uitgewerkt. Dit schema is nog niet
compleet en zal moeten worden aangepast.

In deel 1 ga ik in op de allerkleinste en de allergrootste deeltjes en de theorieën die daarbij horen, de


kwantummechanica en de algemene relativiteitstheorie. Het gaat in deze studie om de hypothese
dat de ontwikkeling van ons universum en het leven op Aarde is bepaald door de werkingen van drie
velden. Het kwantumveld is de basis van onze fysica. Het Informatieveld is ten dele salonfähig als
onderdeel van het Kwantumveld. Daarnaast zijn er hierover vele zeer verschillende theorieën. Maar
dat is niet zo met het Affiniteitsveld. Over affiniteit wordt wel gesproken in de bio-morfologie, maar
niet in termen van een ‘veld’. Toch meen ik dat juist dit veld een cruciale rol speelt in de
ontwikkeling, met name in de ontwikkeling van het ‘leven’. Dit veld maakt het mogelijk om efficiënt
en gericht om te gaan met de Tweede wet van de thermodynamica en tijdelijk te omzeilen.

In deel 2 gaat het over het leven op Aarde, waarbij de evolutietheorie ruimschots aan bod komt. Ik
ben me bewust dat het toeval een zeer grote rol heeft gespeeld in de evolutie. Ik ga er echter vanuit
dat dit niet de enige verklarende factor is. Vanuit die theorie is de ontstaansgeschiedenis een strijd
van allen tegen allen, waarin alles geoorloofd lijkt en de meest flexibele soort wint. Ik meen dat
hiermee geen recht wordt gedaan aan een drietal zaken: ondanks die strijd is er een steeds hogere
orde ontstaan. Het ‘toeval’ kan deze ontwikkeling niet verklaren. Daar waar het onzekerheidsprincipe
van Heisenberg stabiliteit oplevert zal het toeval instabiliteit opleveren. Ook emergenties kunnen
vanwege hun enorme complexiteit hiermee niet verklaard worden. Ten derde is er het probleem van
het ontbreken van tussenstappen in evolutionaire ‘sprongen’. Ik vind het onbevredigend om het
toeval als en fundamentele verklaringsgrond te zien voor zoiets groots als ons universum en het
‘leven’. Daarom zie ik het Affiniteitsveld als een gelijkwaardig veld met de andere twee velden.
Affiniteit heeft, naar mijn mening, bij keerpunten in de evolutie een rol gespeeld. Dat zouden we
moeten willen onderzoeken. In Deel 3 ga ik daar verder op in.

Ik meen dat de mensheid zich steeds meer bewust is van haar plaats in deze geschiedenis. De
mensheid drukt zijn stempel op de natuur en is in staat is onomkeerbare schade aan de natuur en
daardoor indirect aan zichzelf toe te brengen. De mensheid, heeft de tools en de inzichten om dit te
beseffen en ook om dit te keren. Er zijn zeer veel wetenschappers bezig om de raadsels van de
natuur te ontrafelen en om zin en betekenis te egven aan de ontstaansgeschiedenis van ons
universum en het leven op aarde. Ik verwijs hierbij naar de site Closer to te truth waar zeel veel
interviews van wetenschappers door Robert Lawrence Kuhn 3 te vinden zijn.

Vanuit die bekommernis heb ik deze tekst geschreven om het inzicht in de ontstaansgeschiedenis te
verbreden en het bewustzijn te vergroten dat de mensheid alleen kan overleven als de strijd van
allen tegen allen wordt opgeheven en alles gedaan wordt om een duurzame cohabitatie van de

3
Zie: https://www.closertotruth.com/

2
Affiniteit Korsmit juli 2018

mensheid met de natuur mogelijk te maken. In deze notitie wordt de strijd toegespitst op die tussen
fysica en metafysica in de vorm van een Affiniteitsveld, tussen reductionisme en constructivisme.

Vandaar ik in deel3 mijn best heb gedaan om het Affiniteitsveld te beschrijven en te ‘onderbouwen’
met indirecte aanwijzingen voor het bestaan hiervan. Mijn geloof alleen is echter niet voldoende. Er
moeten hardere aanwijzingen en omschrijvingen en theorieën komen. Ik weet zeker dat er mensen
zijn, die dat kunnen.

3
Affiniteit Korsmit juli 2018

4
Affiniteit Korsmit juli 2018

Inleiding
We leven in een fascinerende tijd. Onze kennis reikt verder dan de ‘platheid’, die de leefwereld van
de eerste mensen en culturen kenmerkte, dan de op de goden gerichte heliocentrische culturen met
hun centrale macht. Wij, tenminste de mensen in de Westerse wereld, leven een humanistische en
‘verlichte’ wereld met zijn ontdekkingen op velerlei gebied. Dit heeft mede geleid tot een wereld,
waarin steeds meer mensen een goed bestaan kunnen vinden. Maar het heeft ook geleid tot een
wereld, die steeds meer globaliseert.

In de twintigste eeuw is er veel veranderd in de verhouding tussen de natuurwetenschappen4 en de


geesteswetenschappen5. De sinds de Verlichting gebruikelijke tweedeling van de heldere, objectieve,
niet speculatieve maar empirische natuurwetenschap versus de ‘onheldere’, subjectieve, niet
verifieerbare en wel speculatieve theologie, verliest thans veel van haar plausibiliteit. Dit komt door
bevindingen van de kwantummechanica, van wiskundigen als Gödel en van veel biowetenschappers,
die aantonen dat de werkelijkheid soms even vreemd aan ons verschijnt als de theologie, zo niet
vreemder .

We leven ook in een tijd vol spanningen, omdat al deze denk- en leefwerelden nu in meer of mindere
mate tegelijkertijd aanwezig zijn en met elkaar botsen. Zo kan men kennis maken met de religieuze
onderzoeker, die zijn waarden en betekenisgeving van het bestaan rationeel tracht te onderbouwen
en de wetenschapper, die fanatiek gelooft in zijn paradigma’s en kijk op de werkelijkheid. Het botst
en het gaat vooruit, in een steeds sneller tempo. Wij vragen ons af waardoor dat alles zo ontstaan is.

De titel, die wij aan onze studie hebben meegegeven is: De Oerknal Herzien: Drie-Velden
Hypothese. Het gaat in deze studie minder over de Oerknal en meer over de Drie-Velden Theorie.
We komen hierop in het verdere herhaaldelijk terug.De Drie-Velden zijn respectievelijk het
Kwantumveld, het Informatieveld en het Affiniteitsveld. Wij zien deze drie velden als een
gecoördineerde slagorde, die de ontwikkeling van ons universum en het leven op Aarde heeft
bepaald. Deze studie gaat vooral over Affiniteit, een werking die wij verbinden met orde en
stabiliteit. In deze inleiding wille we een aantal punten vooraf bespreken. Daarna gaan we in de
hoofdtekst iieper in op het ontstaan van ons universum respectievelijk het keven op Aarde en de
theorie van het Affiniteitsveld.

Om de context van onze studie te verduidelijken geven we enige over hoe we tegen en aantal
problematische zaken aankijken: de Oerknal, hoe wij tegen de werkelijkheid aankijken en hoe de
werking van Affiniteit zien.

De Oerknal
Hoe kon er uit ‘niets’ ons universum ontstaan? Waar kan een verhaal over de Oerknal beginnen?
Beginnen wij met de situatie vóór de Oerknal, welke grotendeels onbekend en onbeschrijfbaar is, of
beginnen wij met de ‘werkelijkheid’ daarna?

4 Ten dele leeft bij natuurwetenschappers de deïstische zienswijze, ten dele verstaan deze de natuurwetenschap als a‑ of antitheïstisch.
5 Latour: ‘Wetenschap en religie worden vaak gezien als tegengesteld, waarbij men deze tegenstelling beschrijft in termen van "kennis" en
"geloof. Hij zegt dat dat dat niet zijn insteek is. Hij bepleit om deze tegenstelling heel anders te zien. Geloof kan een karikatuur van religie
zijn, precies zoals kennis een karikatuur kan zijn van wetenschap’. We zullen deze karikaturen moeten laten verdwijnen.

5
Affiniteit Korsmit juli 2018

De huidige wetenschap kan niet verklaren hoe de Oerknal kon ontstaan. De wetenschap constateert
dat er een emergentie was van een plasma van massa-energie in de vorm van elementaire deeltjes,
die zich op verlei manieren verenigden. Dit proces ging en gaat wellicht nog steeds door. Uit de
elementaire deeltjes vormden zich atomen. Deze werden in de kern van sterren tot steeds
‘zwaardere’ elementen omgevormd. Door ‘samenklontering’ tot grotere ruimtelijke ‘lichamen’ als
sterren kon ons universum ontstaan. De mensheid wist als enig bewust wezen inzicht te krijgen in
bepaalde wetmatigheden van ons universum. Dit inzicht vergrootte door het werk van Newton en
Einstein, die met zijn algemene relativiteitstheorie de de moderne natuurkunde aangevuld met een
kosmische dimensie. Door de uitwerking van de theorie van de kwantummechanica werd de
moderne natuurkunde tegelijkertijd uitgebreid met meer inzicht in de werking van de elementaire
deeltjes op het kleinste schaalniveau. Beide theorieën leunden zwaar op het onderzoek in die
verlichte periode rond de eeuwwisseling naar de 20-ste eeuw met nieuwe wiskundige theorieën, de
hermodynamica en de uitwerking evolutietheorie van Darwin. Deze theorieën maakten complexe
processen wetenschappelijk toegankelijk.

Zo kreeg de mensheid vanuit een wetenschappelijke optiek een beeld van hoe de materie gevormd is
en het universum en het leven op Aarde. De ontdekking van Hubble van het uitdijend heelal maakte
de conclusie van een eerste begin, van de Oeknal wetenschappelijk acceptabel. Vanuit die optiek
bestond er geen universum vóór de Oerknal en dus ook geen tijd en ruimte en ook geen
natuurwetten, zoals wij die thans omschrijven. Dit suggereerde fat eerste begin dat er geen
‘werkelijkheid‘ bestond in het ‘niets’ voorafgaand aan de Oerknal . Dit ‘niets’ bleef voor de
wetenschap ontoegankelijk en elke beschrijving als is fictief, voluntaristisch of metafysisch afgedaan.
Wij zullen deze ontwikkeling in het westerse denken meenemen in de opbouw van deze notitie. Wij
menen echter dat de Oerknal niet her eerste begin was. Wij introduceren het concept van The
Unknown, waaruit de Oerknal is ontstaan. De opbouw van onze studie volgt deze lijn. In Deel 1
geven we een beschrijving van het ontstaan van ons universum. In Deel 2 schetsen wij een aantal
apecten van de ontstaansgeschiedenis van van het leven op Aarde en en in Deel 3 schetsen wij de
werking van ‘Affiniteit en werken wij een aantal elementen van de theorie uit.

Hoe zien wij de werkelijkheid?


De ‘werkelijkheid’ is voor iedereen verschillend. Al doen we nog zo ons best om deze in woorden,
begrippen of beelden te vangen, het blijft moeilijk ons beeld van de werkelijkheid te verklaren. Het
wordt er niet beter op met met augmented reality , reality TV en fake news. Men kan op velerlei
manieren tegen de ‘werkelijkheid’ aankijken. De eerste vraag die men zich moeten stellen is: ‘is mijn
werkelijkheid, ook de werkelijkheid van de anderen?’ Deze vraag wordt helaas zelden gesteld, met
veel onbegrip tot gevolg.
Het feit dat men op heel verschillende manieren tegen de werkelijkheid kan aankijken wordt zelden
als een meerwaarde gezien. Voorbeelden zijn: een ‘emotionele, zintuiglijke’ beleving van de
werkelijkheid; middels een ‘rationele, wetenschappelijke’ beschrijving van fenomenen van de
werkelijkheid; een beschrijving middels ‘abstracte, filosofische of wiskundige’ begrippen; een
theoretische beschrijving van de wekelijkheid of een kijk hierop door de bril van een ‘geloof of religie
of overtuiging’. Er zijn veel mogelijkheden, maar in plaats van als een verrijking wordt dit vaak als
oorzaak van onbegrip, spanningen en zelfs vijandigheid gezien.
Men kan geroerd raken door astronomie of astrologie of men kan met telescopen en
radiotelescopen het universum verkennen of men kan met theorieën de natuurkundige processen in
het universum beschrijven of men kan geloven in een scheppingsverhaal vb. Genesis. Hoe mooi zou
het zijn al deze optieken op bepaalde punten te verenigen waren.

6
Affiniteit Korsmit juli 2018

Al deze werkelijkheden komen samen in vb. Dat er een ‘begin’ moet zijn geweest past bij onze
menselijke ratio. We kunnen ons moeilijk een ‘werkelijkheid’ voorstellen zonder begin en eind. Zelfs
in de filosofie is dat moeilijk en ook in de wiskunde levert dat ‘oneindig’ veel problemen op.
Als men de Oerknal als onderdeel van de ‘werkelijkheid’ van ons universum analyseert, dan ontkomt
men niet aan de indruk, dat dit beeld vooral vanuit een wetenschappelijke ‘optiek’ is ontstaan. Naast
de metingen, die een uitdijend universum aantoonden, waren er theorieën, die hiervoor een
verklaring konden geven. In deze optiek van de werkelijkheid is de Oerknal een ‘singulariteit’, die het
beginpunt van onze meetbare werkelijkheid markeert.
Ook in deze studie ligt het accent op een wetenschappelijke optiek. De Oerknal zelf kan niet
‘bemeten’ worden en is geen onderdeel van de werkelijkheid, zoals wetenschappers die zien. Ook wij
beseffen dat we over de Oerknal niets kunnen ‘weten’. Dat geldt in extremis voor wat wij benoemen
als ‘The Unknown’. We kunnen slechts theorieën opstellen en hypothesen formuleren.

Op dit moment zijn er drie ‘grote theorieën’, die het ontstaan van de materie na de Oerknal, van de
ontwikkeling van het universum en van de processen in de natuur verklaren: de kwantummechanica,
de algemene relativiteitstheorie en de thermodynamica. In deze theorieën spelen wiskundig
beschrijvingen een grote rol. Hierin is geen plaats voor veel van de eerder genoemde optieken. Hoe
plausibel de wetenshappelijke benadering ook lijkt, hier ligt wellicht toch een ‘manco’ of een
‘tekort’, dat door de reductionistische wetenschap is ‘weggerationaliseerd’. Elementen van dat
‘tekort’ zijn:
-het terugvallen op ‘toeval’ als men geen wetenschappelijke verklaring kan vinden
-het ‘externaliseren’ van verschijnselen in vb. singulariteiten, waar de wetenschappelijke
theorieën niet toepasbar zijn
-het ontkennen van de mogelijkheid van het bestaan van andere ‘werkingen’ dan die van
‘massa-energie’, doordat deze de enige materiele basis vormen voor genoemde theorieën.
Nieuwe inzichten ontstaan niet door een proces van deductie maar door een ‘inventie’, waarbij
nieuwe inzichten emergeren. Het inzicht komt eerst, waarna vaak vele jaren volgen van
theorievorming, metingen en onderbouwing met vb. nieuwe wiskundige methoden.

De wetenschap heeft steeds weer ontdekt dat de werkelijkheid veel complexer is dan zij eerst dacht.
Wij werken in deze notitie de theorie uit dat er tijdens de Oerknal niet alleen massa-energie
emergeerde vanuit ‘the Unknown’ maar ook een ‘streven naar orde’ en ook een ‘vastlegging van
informatie’ over deze ordening. Wij beschrijven deze werkingen in deze notitie als als de werking van
een ‘Affiniteitsveld’ en een ‘Informatieveld’. Naar de werking van massa-energie is uitgebreid
wetenschappelijk onderzoek gedaan. Maar met betrekking tot de werkingen van ‘Informatie en’ van
‘Affiniteit’ kan men in de wetenschappelijke literatuur weinig vinden. Deze studie richt zich
hoofdzakelijk op de hypothese van de werking van Affiniteit binnen het ‘Affiniteitsveld’ en probeert
hiervoor een wetenschappelijke onderbouwing te vinden.

Duiding van het begrip Affiniteit


Als men de literatuur doorneemt komt men tot heel verschillende benamingen tegen voor
verschijnselen, die wij met de ‘werking van Affiniteit in verband brengen. Enige voorbeelden zijn:
-het onderzoek van Thornton naar covalente bindingen en waterstofbruggen. De sterkte van
de binding wordt in veel gevallen bepaald door het aantal waterstofbruggen tussen
moleculen.

7
Affiniteit Korsmit juli 2018

-Peter Corning6 werkt aan een 'multi level selectie theorie', waarbij gekeken wordt naar het
streven naar ‘toenadering’ (affiniteit) tussen de verschillende delen. Ook wetenschappers als
Frank Zindler7 en Stuart Kauffman8 wijzen in de richting van de werking van Affiniteit in
termen van toenadering, doelgerichtheid, gelijksoortigheid, anti-entropie (negatieve
entropie).

In deze studie worden deze en veel andere onderzoeken besproken. Daarbij spelen ‘bindingen’
steeds een belangrijke rol. Dat lijkt de suggestie te wekken dat deze ‘bindingen ’ een aangrijppunt
zijn voor de werking van Affiniteit.
Ook op het niveau van het bewustzijn ziet men dat in veel samenlevingen en culturen de aanpassing
van het gedrag aan wetten en normen centraal staat. Daarbij kan men Affiniteit zien als een werking,
die bevordert dat gezamenlijke doelen worden bereikt.

Wij gebruiken de term ‘Affiniteit’ als een voorlopige werknaam voor een ‘werking’, die zich
manifesteert in het ontstaan en de evolutie van materie, het universum en de natuur. Het meest
zichtbaar is deze werking bij processen waarbij, in tegenspraak met de wetten van de
thermodynamica, negatieve entropie (negentropie) een rol speelt. Omdat de klassieke theorieën dit
niet kunnen verklaren zien wij hierin de werking van Affiniteit. Affiniteit staat voor ee streven naar
orde, heelheid, stabiliteit en harmonie in d ontwikkeling van materie, organismen en geest.
-

Affiniteit als onderzoeksproject


In de wetenschappelijke benadering staan de natuurkundige wetmatigheden en de
wetenschappelijke methode centraal. In religies staan zingeving en waarden centraal. Daar ligt het
accent o.a. op ontologie, teleologie of eschatologie9. Deze verschillende benaderingen leveren zeer
verschillende vraagstellingen op. Een voorbeeld is de vraag naar het ontstaan van het universum:
Oerknal of Schepping.
Zowel de Oerknaltheorie als de "beginloosheid" van de materie van Stephen Hawking geven geen
antwoord op de vraag waarom materie überhaupt existeert. En zo is er een modus vivendi ontstaan,
waarin de natuurwetenschapper zijn wetenschappelijke onderzoeken kan doen zonder op de vraag
naar de ‘zin van het zijn’ of naar het onderscheid tussen ‘het zijn’ en ‘het niets’ in te gaan. In de
woorden van de evolutiebioloog Stephen Jay Gould zijn religie en natuurwetenschap Non
Overlapping Magisteria.
Al in de oudheid wilden ‘wetenschappers’ verklaringen vinden voor het ontstaan van hemel en aarde
en van het ontstaan van de mensheid en de plaats van de mens binnen de natuur en de wereld van
de goden. De kosmologische en ecologische inzichten waren ook in de oudste culturen vaak
verbluffend. Voorbeelden zijn:
-in de tijd van het Griekse Hellenisme werd het geocentrische wereldbeeld van de Ionische
natuurfilosoof Anaxagoras populair. Dit werd later door Ptolemaeus beschreven in de
Almagest, die eeuwenlang de kosmologie in het Westen zou bepalen.
-een alternatief heliocentrisch wereldbeeld was enkele eeuwen eerder al voorgesteld door
Aristarchus van Samos. Hij berekende de afstand tot de maan en de zon.

6
Zie: Evolution ‘on purpose’: ‘how behaviour has shaped the evolutionary process : “Cybernetische systemen spelen een belangrijke rol in
het bepalen van de richting van de evolutie. Corning noemt dit de werking van 'Teleonomic selectie'. Intelligentie speelt daarbij een rol en
het zou werkelijk zo kunnen zijn dat onze soort, de mens, ‘zichzelf mede heeft uitgevonden”.
7 Scheppingswetenschap en het feit van de evolutie: Affiniteit als een soort gelijkenis tussen soorten vb. vertebraten met de echinieten

8 Free Will, God, ESP and Other Mysteries: “The anti-entropic process may be, with others, sufficient”.

9 Thou Shall Not Freeze Frame, or How Not to Misunderstand the Science and Religion Debate , Bruno Latour

8
Affiniteit Korsmit juli 2018

-de grootte van zijn heelal zou volgens de berekeningen van Archimedes neerkomen op
(omgerekend) ongeveer 1 lichtjaar.
-

In de scheppingsverhalen en ontstaansmythen speelt de invloed van Affiniteit in allerlei vormen een


grote rol. Wij geven hiervan een aantal voorbeelden, maar nemen deze niet mee in deze studie over
de ‘werking van Affiniteit’. Ook al kunnen de Westerse Religies met het concept van een Oerknal
leven, er blijven grote meningsverschillen. Frank Zindler stelt:
‘Omdat een intelligente toepassing van het woord ‘Schepping’ onvermijdelijk het bestaan van
een Schepper impliceert, en omdat de Schepper van alles dat natuur is zeer letterlijk
‘bovennatuurlijk’ zou moeten zijn, zien we dat de fundamentele kracht in
‘scheppingswetenschap’ een bovennatuurlijke kracht is, wat een beleefde term is voor
magie. Wetenschap bemoeit zich niet met het bovennatuurlijke en houdt zelfs op
wetenschap te zijn, wanneer zij probeert fenomenen te verklaren door zich te beroepen op
bovennatuurlijke krachten.’

Het is duidelijk dat deze houding van de wetenschap weinig productief is. Veel belangrijke zaken ‘des
levens’ gaan over het ‘bovennatuurlijke’ of de metafysica, vb. over ‘waarden’. De Franse filosoof
Luc Ferry stelt dat het in onszelf is, in ons denken of in ons voelen, dat de transcendentie van
waarden zich manifesteert. Hij noemt als belangrijkste waarden de waarheid, de schoonheid, de
gerechtigheid en de liefde. Deze zijn fundamenteel transcendent voor het individu en niet
toegankelijk voor de klassieke wetenschap. Wellicht moeten wetenschappers zich meer bewust
worden dat ook zij ‘gelovigen’ zijn en dat zij met andere ‘gelovigen’ moeten communiceren om over
duurzame oplossingen na te enken.
Wetenschap is ten diepste een bepaalde wijze om naar de werkelijkheid te kijken. Deze hoeft niet
per se de enige juiste te zijn. Vanuit de reductionistische, wetenschappelijke optiek kunnen of mogen
de natuurkrachten niet ‘bovennatuurlijk’ zijn.
Vanuit deze optiek is een verbinding tussen de werkingen in ‘The Unknown’ en de materiele wereld
na de Oerknal onmogelijk. In deze studie wordt de mogelijkheid van het bestaan hiervan te
onderzoeken. Wij menen dat dat een grote verrijking zou kunnen geven aan zowel de wetenschap als
aan de menselijke waardigheid.

Motivatie voor deze studie


Wij hebben deze vraag naar onderzoek naar de werking van Affiniteit opgepakt. Wij zien een drietal
’velden’, welke bepalend waren en zijn voor het ontstaan de de ontwikkeling van ons universum en
het leven op Aarde. Wij pogen een verantwoording te vinden voor onze Drie-Velden Hypthese.
Massa en energie manifesteren zich in het universum als ‘materie’, welke onder de werking van
‘natuurkrachten’ wordt gevormd en vervormd. Veel i wetenschapsgebieden zoals kosmologie,
aardwetenschappen en natuurwetenschappen houden zich hiermee bezig. Met behulp van de exacte
wetenschappen worden beschrijvingen gegeven van de processen, die deze ontwikkelingen hebben
bepaald. Hiermede probeert men een exact beeld te krijgen, dat overeenkomst met de metingen en
andere waarnemingen.

Wij stelden ons een aantal ventrale vragen:


-‘Wat verstaan we onder Affiniteit?’

9
Affiniteit Korsmit juli 2018

-‘Op welke wijze oefent Affiniteit een werking uit op het ontstaan van materie en
organismen?
-Kunnen wij een aanzet geven voor een theorie over Affiniteit ?

De eerste vraag wordt aan de orde gesteld in Deel 1. In Deel 2 gaan we dieper in op de werking van
Affiniteit bij het ontstaan van leven en de evolutie hiervan. In Deel 3 komt de theorie uitgebreid aan
de orde.

Om het begrip ‘de werking van Affiniteit’ te kunnen definiëren moeten we eerst te weten komen op
welke ‘terreinen’ deze ‘werking’ zijn invloed uit oefent. Daartoe beschrijven we op basis van
wetenschappelijke analyse de ontstaansgeschiedenis van het universum en het leven op aarde. In
Deel 1 komt de hypothese van de Oerknal (Big Bang) aan de orde en ook de Algemene
Relativiteitstheorie en de Kwantummechanica. Daarbij wordt ook een verkenning gemaakt van
ingangen naar deze ontstaansgeschiedenis vanuit de geesteswetenschappen zoals de mystiek met
zijn mythen, religieuze ontstaansgeschiedenissen en filosofische verklaringen.

In Deel 2 gaan we de ontwikkeling van het leven op aarde, de natuur en de mensheid, vanuit
eenzelfde wetenschappelijke optiek, maar ook met het oog gericht op religieuze en filosofische
benaderingen, beschrijven. Het onderwerp van deze studie is niet nieuw. De mensheid heeft steeds
getracht het leven op aarde zin en betekenis te geven en ook om de ontwikkelingsgeschiedenis te
begrijpen. Dat was al zo bij het vertellen van oude mythes en bij de vele ontstaansgeschiedenissen in
velerlei religies. Westbroek heeft in zijn boek De Ontdekking van de Aarde een poging gewaagd een
hedendaagse ontstaansgeschiedenis van het leven op aarde, en van de mensheid in het bijzonder, te
beschrijven10. De mensheid is uniek door het feit dat het de eerste ‘soort’ is, die het bewustzijn heeft
om een dergelijke geschiedenis te kunnen schrijven.

Westbroek stelt dat mensen zich onderscheiden van dieren door een groter bewustzijn en
betrokkenheid en door beschaving en organisatorische en technologische ontwikkelingen. Een ander
onderscheid is een hogere ontwikkeling van het denkvermogen en het geheugen en ook van het
communicatievermogen, die tezamen een grotere capaciteit voor onderzoek en het bedenken van
creatieve oplossingen mogelijk maken. Hij schetst hoe de mensheid in staat was zich steeds weer
vanuit een integrale visie, en met de nodige distantie en creativiteit, aan te passen aan de
leefomstandigheden en zo de ontwikkeling van de mensheid op een hoger niveau te brengen. Hij
stelt echter ook dat de mensheid in zichzelf een natuurkracht is geworden, die sterk genoeg is om
het leven op aarde ingrijpend te veranderen. We bespreken de Evolutietheorie met zijn vele
variaties, om ons daarna te concentreren op de onderbouwing van onze hypothese m.b.t. het
bestaand van een Affiniteitsveld in ‘The Unknown’.

Na al deze beschrijvingen en analyses werken we in Deel 3 het begrip Affiniteit verder uit en
verkennen wij de werking hiervan op de verschillende niveaus van de ontstaansgeschiedenis. We
willen aantonen dat de ontstaansgeschiedenis van het universum en van het leven op aarde niet
alleen door massa-energie, en natuurkrachten en door het ‘toeval’ is bepaald is maar dat er daarbij
ook steeds de werking van Affiniteit aanwezig was.

10Peter Westbroek: spreekt over een palrad van emergenties. intrigerend is de paragraaf "naar een nieuwe theorie van de aarde 'p.220-
223 met figuur van niveaus van organisatie. "De scherpe punten geven niveaus van organisatie aan - de pieken waar eenvoud uit chaos
emergeert en waar zinvolle modellering mogeljk zou zijn. Buiten deze punten bevindt zich de wereld van de chaos en de
spagettimodellering." Daarnaast op p. 257: "Wat de oorzaak ik van de planetaire differentiatie, ik zou het niet weten." en verderop :
"Gezien vanuit de Earth System Science is het civilisatieproces daarom niet het privilege van de mensheid, maar een emergente eigenschap
van de planetaire dynamiek. In eerste instantie is het de aarde die civiliseert, en niet wij!"

10
Affiniteit Korsmit juli 2018

Inhoud

Inleiding ............................................................................................................................................... 5

Samenvatting notitie ......................................................................................................................... 13

Deel 1. Ontstaansgeschiedenis van het universum............................................................................... 22

1.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 22

1.2 Big Bang (Oerknal) ....................................................................................................................... 31

1.2.1 Massa-energie ...................................................................................................................... 32

1.2.2 Natuurkrachten .................................................................................................................... 34

1.2.3 Kwantummechanica ............................................................................................................. 38

1.2.4 Relativiteitstheorie van Einstein........................................................................................... 41

1.2.5 Theoretische achtergronden Kwantummechanica .............................................................. 46

1.2.6 Toestand van een kwantum: deeltje of golf......................................................................... 49

1.2.7 Toepassingen van de kwantummechanica.......................................................................... 52

1.2.8 Raadsels en problemen m.b.t. Kwantumechanica ............................................................... 58

1.2.9 Dualisme: Kwantummechanica en materialisme ................................................................. 62

1.3 De Oerknal reconsidered ............................................................................................................. 73

1.3.1 Commentaar op de theorie van de Oerknal (Big Bang) ...................................................... 75

1.3.2 Opkomst van nieuwe theorieën .......................................................................................... 78

1.3.5 Theorie van Verlinde ........................................................................................................... 79

1.3.4 Het Universum en Affiniteit................................................................................................. 81

Deel 2. Het ontstaan van het leven op aarde ........................................................................................ 84

2.1 Earth System Science................................................................................................................... 86

2.1.1 Onstaan van het leven op aarde .......................................................................................... 91

2.1.2 Emergenties en Differentiaties............................................................................................. 92

2.2 Evolutietheorie ............................................................................................................................ 94

2.2.1 Aanvullende Theorieën op het werk van Darwin ................................................................. 98

2.2.2 Theorieën op basis van meer recente inzichten ................................................................ 103

2.2.3 Theorieën die een bredere onderzoeksagenda hebben .................................................... 110

11
Affiniteit Korsmit juli 2018

2.2.4 Kritiek op het Darwinisme ................................................................................................. 117

2.3 Onderliggende ‘werkingen’ in al deze theorieën. .................................................................... 121

2.3.1 Hoe nu verder met de Evolutietheorie............................................................................... 122

2.4 Terug naar Earth System Science .............................................................................................. 125

2.5 De mensheid in conflict met zichzelf en de natuur ................................................................... 126

2.5.1 Ontwikkelingsgeschiedenis van de mensheid .................................................................... 127

2.5.2 De voetafdruk van de Mensheid ........................................................................................ 130

2.5.3 Opgave voor de Mensheid ................................................................................................. 131

2.6 Affiniteit als basis voor leven en levenskracht .......................................................................... 132

Deel 3 Theorie van het ‘Affiniteitsveld’ .............................................................................................. 136

Drie velden, drie inzichten, drie structuren................................................................................ 138

3.1 Logisch Kader voor Theorie over Affiniteit ................................................................................ 143

3.1.1 Elementen van de Theorie ................................................................................................. 150

3.1.2 Bouwstenen van het universum en het leven ................................................................... 160

3.2 Het bouwwerk van het universum en van het leven ................................................................ 181

3.2.1 Werkingen en Processen ................................................................................................... 181

3.2.2 Het Bouwwerk .................................................................................................................... 182

3.2.3 Beschrijving per niveau ...................................................................................................... 186

3.3 Werking van Affiniteitsveld ....................................................................................................... 199

3.3.1 Velden................................................................................................................................. 199

3.3.2 Relatie Affiniteit met klassieke veldentheorie ................................................................... 201

3.3.3 Werking van Het Affiniteitsveld......................................................................................... 207

3.4 Aanwijzingen voor het bestaan van het ‘Affiniteitsveld’ .......................................................... 212

3.5 Hypothesen m.b.t. Affiniteit ...................................................................................................... 217

Falsificeerbare hypothesen ......................................................................................................... 219

Samenvattende hypothese ......................................................................................................... 223

3.6 Nabeschouwing ......................................................................................................................... 224

Literatuur waar naar verwezen wordt ................................................................................................ 227

12
Affiniteit Korsmit juli 2018

Samenvatting notitie
In de inleiding wordt een overzicht gegeven van de verschillende optieken waarmee naar de
ontstaansgeschiedenis van ons universum kan worden gekeken. Daarbij blijken er nog veel open
vragen te zijn. Voor het vinden van antwoorden hierop gaan wij uit van de hypothese dat de Oerknal
een emergentie was vanuit ‘velden’, die in The Unknown aanwezig zijn. Wij gaan in deze notie ook uit
van een constructivistische werkwijze, waarbij wij beginnen met de elementaire deeltjes en van
daaruit het bouwwerk van het universum en het leven op aarde optrekken. Wij zien daarbij een
belangrijke rol weggelegd voor de werking van ‘Affiniteit ‘.
We hebben deze notitie opgedeeld in 3 delen: het ontstaan van ons universum, het leven op aarde
en de theorie van het Affiniteitsveld.

In Deel 1 van deze studie wordt de ontstaansgeschiedenis van het universum Vanuit verschillende
invalshoeken geschetst. In gangen zijn naast de vele ontstaansmythen vooral wetenschappelijke
theorieën over de Oerknal en daarvan afgeleide theorieën. Alhoewel de theorie van de Oerknal
brede wetenschappelijke ondersteuning krijgt, is er op bepaalde aspecten ook kritiek. Deze kritiek
richt zich o.a. op het idee dat de Oerknal op één punt plaats vindt en niet op meerdere punten
tegelijkertijd, op het ontbreken van een dualistische benadering en op een beperking van de theorie
tot de werking van massa-energie.

Wij hebben eerst de verschillende theorieën over de Oerknal onder de loep genomen. Alhoewel de
benaming ‘Oerknal’ vrij algemeen door wetenshappers wordt gebruikt, bestaat er een veelheid aan
theorieën over het ontstaan van ons universum en over de mogelijkheid van het bestaan van
meerdere universa. Voorbeelden zijn de theorieën van Lemaître, van Hawking, van Verlinde….
We besteden ook aandacht aan de ontstaansmythen, niet omdat wij in de realiteitswaarde hiervan
geloven. Maar omdat deze mythen een dieper inzicht geven in metafysische aspecten van de
evolutie. In de paragraaf over dualiteit in de wetenschap gaan we daar dieper op in.
Om een dieper inzicht te krijgen in wetenschappelijke onderbouwing van deze theorieën gaan we
eerst in op een beschrijving van de relativiteitstheorie van Einstein, waarin de zwaartekracht een
centrale rol speelt, en op de kwantumtheorie, die de opbouw van materie uit de elementaire deeltjes
beschrijft.
Wij introduceren onze theorie van de werking van het ‘Affiniteitsveld’, die bij de opbouw van de
materie en van de levende organismen een rol speelt. Wij zien de Oerknal als een emergentie van
plasma van massa-energie vanuit een drietal velden, die in The Unknown aanwezig zijn: het
Kwantumveld, het Informatieveld en het Affiniteitsveld. Vanuit dit plasma emergeerden de
natuurkrachten en het ruimte-tijd veld. Deze vormden de materie van ons universum, waarvan een
deel zich manifesteerde als de materie, die uiteindelijk alle sterren, planeten en het leven op aarde
vormde. We geven hiervan een korte beschrijving op basis van de genoemde theorieën. Daarbij zijn
er nog veel ‘open vragen’. De zwaartekracht is geen primair maar eerder een afgeleid krachtveld i.t.t.
het kwantumveld. Hierdoor is er een spanningsveld tussen de kwantumtheorie en de
relativiteitstheorie op het raakvlak, waar materie wordt ‘gevormd’ door collaboratie van
kwantumgolven in de vorming van elementaire deeltjes en atomen, die ‘massa’ bezitten. De
kwantumgolven ontstaan binnen en vanuit het kwantumveld, maar de atomen behoren tot de
materiële wereld. In ons ‘bouwwerk’ zijn dit twee verschillende niveaus met verschillende
fenomenen en theorieën. We denken dat het streven naar een eenheidstheorie gedoemd is te
mislukken als men uit blijft gaan van de ‘dingmatige’ relativiteitstheorie, omdat er op het niveau van
de kwantumvelden, die volgens ons onderdeel zijn van of geëmergeerd zijn uit The Unknown, een
andere orde heerst. Het ‘dingmatige’ is ontstaan vanuit de velden van The Unknown in de vorm van
wat wij de emergentie van het plasma massa-energie noemen. Deze twee niveaus kunnen niet met
één theorie ‘beschreven’ worden.

13
Affiniteit Korsmit juli 2018

We gaan dieper in op de kwantumtheorie, met zijn vele mysterieuze eigenschappen en vaak


onverklaarbare verschijnselen als ‘verstrengeling’ en collaboratie van kwantumgolven in
elementaire deeltjes. Wij wijzen op de vele nuttige toepassingen van de kwantummechanica zoals
vb. lasers, coatings en kwantumcomputers. Wij wijzen ook op kwantumprocessen in de natuur zoals
vb. fotosynthese en DNA-mutaties.
Kijkend naar alle raadselachtigheid, waar in het voorgaande over gesproken is, dringt de vraag zich
op hoe de kwantumtheorie zich verhoudt tot religie, wetenschappelijke raadsels en mystiek. Daarbij
willen wij niet verbloemen dat de paradigma’s toch wel heel verschillend zijn. Het verschil tussen een
wetenschappelijk ‘mysterie’ en een religieuze mystiek’ is fundamenteel.
Fluctuaties en instabiliteit blijken in de Kwantummechanica uitermate relevant geworden te zijn en
ook het verschijnsel van meervoudige keuzemogelijkheden. Zekerheid lijkt verdwenen en wordt
vervangen door ‘waarschijnlijkheid’. Dit alles zal o.a. in de Evolutietheorie, waar het ‘toeval’ regeert,
nog zijn plaats moeten vinden. Uit ons onderzoek leiden wij een inconsistentie af in de theorie van de
Thermodynamica. De tweede hoofdwet van de thermodynamica geeft, globaal gezegd, aan dat
processen verlopen in de richting van een minimale vrije energie en daarmee veelal in de richting van
meer wanorde ('entropie'). Desondanks vertonen met name levende organismen, vaak gedurende
langere tijd, een grote mate van geordendheid. Deze geordendheid kan zelfs via de genen worden
doorgegeven aan latere geslachten.
Wij verklaren dit eveneens door een niveauverandering. De theorie van de thermodynamica is
ontwikkeld voor de wetmatigheden van de materiële wereld. Organismen werden altijd vanuit die
optiek bestudeerd. Leven is echter meer dan scheikundige en mechanische interacties. Wij hebben
veel onderzoek gedaan naar de werking van entropie en negentropie. Het deeltje-golf dualisme
vormt de grondslag van de kwantummechanica, maar de wereld van de klassieke mechanica van
Newton zijn bewegingen van lichamen voorspelbaar en volgt energie de wetten van de
thermodynamica.
Het leven speelt zich af op een ander, hoger organisatieniveau. Daar blijven de wetten van de
kwantummechanica, de relativiteitstheorie en de thermodynamica gelden, maar zij worden
aangevuld, gespecificeerd door de wetten van het leven en het bewustzijn. Wij menen dat deze
wetten in de velden, die uit The Unknown emergeerden, besloten waren. Affiniteit speelde altijd al
een rol, maar deze werking wordt sterker gevoeld op het niveau van het leven en het bewustzijn.
Filosoof Hans Halvorson stelt dat de Kwantummechanica en het materialisme verenigbaar zijn. Dit
kan volgens hem alleen als de ‘geest’ niet als een fysische grootheid wordt gezien. Dit is voor veel
‘klassieke’ wetenschappers een stap te ver. Wij gaan een stap verder en menen dat ook het
Affiniteitsveld en het Informatieveld met invloed hebben op de materiele wereld.
Vanuit die optiek hebben we een verkennende studie gemaakt naar de dualiteit tussen fysische en
metafysische verschijnselen. Wij menen dat de theorie van het ‘Affiniteitsveld’ het probleem van de
dualiteit kan oplossen, omdat het op de werkingen van het Kwantumveld invloed kan uitoefenen.
Hoe deze werking precies plaats vindt weten wij (nog) niet. We denken dat de werking van het
Affiniteitsveld als een beïnvloeding van de keuzen bij de collaboratie van verstrengelde
deeltjes/systemen en van bindingen tussen atomen binnen moleculen gezien kan worden.

Na deze theoretische vragen gaan we in op de argumenten pro en contra de Oerknal theorieën en


enige nieuwe theorieën over het ontstaan en de ontwikkeling van ons universum. We kijken daarbij
ook naar een evt. invloed van het Affiniteitsveld. Er zijn vrij veel kritische wetenschappers, die vragen
stellen bij de theorie van de Oerknal. Dat vragenstellen is niet altijd gemakkelijk en ook niet zonder
risico. Klokkenluiers zijn nergens welkom. Er zijn veel geloofwaardige en plausibele modellen om het
0ntstaan van ons universum te verklaren. Wij leggen met onze hypothese dat er in The Unknown
een ‘Affiniteitsveld’ aanwezig is geen relatie met een Goddelijke aanwezigheid of interventie in de
ontstaansgeschiedenis van ons universum. Er zijn meerdere modellen denkbaar van de ontwikkeling
van ons universum. Als voorbeeld hiervan hebben wij Deel 1 afgesloten met een paragraaf over de

14
Affiniteit Korsmit juli 2018

theorie van Verlinde, die naast massa-energie ook ‘Informatie als een belangrijke structurerende
werking meeneemt. Verlinde ziet de Kwantummechanica als de basis voor het onderzoek naar de
ontstaansgeschiedenis en de ontwikkeling van het universum. Wij zien daarbij nog de werking van
Affiniteit, die invloed uitoefent op hoe ‘Informatie en ‘massa-energie’ wordt ‘vervormd tot materie
en levende organismen’.

In Deel 2 verkennen wij het ontstaan van het leven op Aarde en de verschillende theorieën die de
evolutie van organismen beschrijven. De Aarde is wellicht niet de enige planeet waar leven is
ontstaan, bijna zeker niet, maar deze is wel de enige, die wij kennen en kunnen bewonen. Het is ons
thuisland. Wij laten ons in het beschrijven van de ontstaansgeschiedenis leiden door Peter
Westbroek en vele anderen.
Op het eind van Deel 1 hebben we kennis gemaakt met wetenschappers, die naast de werkingen van
materie en energie ook de werking zien van andere ‘invloed grootheden’ zoals vb. de theorie van
Lanza, die de biologie centraal stelt en laat zien dat het universum zoals wij het waarnemen het
product is van ons leven en bewustzijn, de theorie van Roger Lewin, die stelt dat Complexiteit de
overheersende factor is in het wetenschappelijk onderzoek, en de theorie van Verlinde, die
kwantuminformatie als de belangrijkste bouwsteen van de werkelijkheid ziet.
Ook wij geloven niet dat het universum louter op basis van de ‘onbuigzame’ werking van
deterministische processen is ontstaan. Wij menen dat onderzoek van o.a. Corning, Lewin, Lanza en
vele anderen, waarnaar wij in eze notitie verwijzen, voldoende aanwijzingen geven om te
veronderstellen dat er naast massa-energie ook andere ‘werkingen’ van invloed zijn geweest en nog
op de ontstaansgeschiedenis van het leven op Aarde.
We laten ons leiden door het ‘palrad’ van Westbroek. Het palrad beschrijft de verschillende
emergenties. Dit palrad hebben wij meegenomen in het ontwerp van het ‘bouwwerk’ van de
ontstaansgeschiedenissen van het uiversum en het leven op aarde. , dat verderop is weergegeven.
De toelichting daarop is in Deel 3 opgenomen.
Bij het onderzoek naar het ontstaan van het leven en gaat men uit van het onderzoek naar fossielen,
waaruit een grote rijkdom aan levensvormen blijkt. Het eerste leven op Aarde ontstond ongeveer
anderhalf miljard jaar na het ontstaan van de Aarde zelf. Dat was nog voordat de fotosynthese werd
‘uitgevonden’ door de eerste planten. Dat kon ook niet omdat de Aarde toen nog te heet was en er
ook geen zuurstof aanwezig was voor de fotosynthese. We beschrijven zeer beknopt, geïnspireerd
door Westbroek, het ontstaan van het water, de atmosfeer, de kalkrotsen en de zuurstof. Dit maakte
de eerste levensvormen op Aarde mogelijk, ook omdat de Aarde precies de juiste natuurconstanten
had. Er waren enorm ingewikkelde biologische aanpassingen nodig om in een zuurstofrijke
atmosfeer te kunnen leven en overleven. In de loop van drie en een half miljard jaar evolueerden
eencellige levensvormen tot meercellige organismen. Daarbij speelde het ontstaan van DNA een
cruciale rol. Het is wonderlijk dat de ‘uitvinding’, of was het een emergentie, van DNA kon ontstaan
en de loop van de geschiedenis van het leven op aarde vastleggen. Uiteindelijk evolueerden deze
organismen in een onvoorstelbare diversiteit van planten en dieren, waarbij het DNA een belangrijke
rol speelde in de overerving van alle eigenschappen. We kunnen ons de leefwerelden van vroeger
moeilijk voorstellen. vb. aan de dinosauriërs in het Jurassic, waar al heel wat over gefabtaseerd is.

De mensheid staat door zijn ‘bewustzijn’ bovenaan de ladder van de evolutie van een zeer grote
verscheidenheid aan levensvormen. Dit legt de mensheid een grote verantwoordelijkheid op met
betrekking tot het in stand houden van ‘System Earth’. Veel wetenschappers zien de Aarde als een
‘systeem’, waarin alles met alles samenhangt. Zij spreken over Gaia en over Earth System Science.
Men moet dit niet verwarren met de aanpak van Global Change, om de opwarming als gevolg van de
toename van CO2 in de atmosfeer met Earth engineering tegen te gaan. Natuurlijk is dat ook nodig,
maar lang niet voldoende on de Aarde, of liever het bestaan van de mensheid op Aarde, zeker te
stellen.

15
Affiniteit Korsmit juli 2018

We zien dat het ‘organisatieniveau’ in de ontwikkelingsgeschiedenis van de Aarde steeds hoger is


geworden. Het leven heeft vele vormen aangenomen en de bodem van de Aarde vervormd. Het is
voor ons bijna onvoorstelbaar dat bodem waarin en waarop ij leven al vele malen de metabolische
netwerken van de levende systemen is gepasseerd en hierdoor is getransformeerd. Denk daarbij vb.
aan de kalkrotsen, die overal ter wereld in dikke lagen zijn afgezet. In dit symbiotisch wereldbeeld
wordt het ‘leven’ gezien als een geologische kracht. Daar weten we relatief weinig van. Het Systeem
Aarde kent zeer vele terugkoppelingen, waarvan velen nog onbekend zijn. Dat maakt klimaatstudies
en het duurzaamheidsonderzoek erg gecompliceerd.

In deze studie is veel ruimte ingericht voor emergenties en evoluties. We bespreken de


Evolutietheorie van Darwin als basis voor de verklaring van het ontstaan van de verschillende
soorten. De Evolutietheorie van Darwin is meer uitgebreid besproken, omdat deze door zeer veel
wetenschappers als de basis wordt gezien van ‘alle’ ontstaansgeschiedenissen, welke door het toeval
en het optreden van variaties en imperfecties bepaals worden. Met name het universeel Darwinisme
en de kritiek daarop komt uitgebreid aan de orde. Wij gaan ook in op de vele aanvullende theorieën
en theorieën op basis van meer recente inzichten, die een bredere onderzoeksagenda hebben, waar
naast het toeval ook andere factoren een rol spelen in de evolutie. Voorbeelden zijn de
symbiogenetische theorie van Lynn Margulis, de multi level selectietheorie van Michon en Roze,
fenotypische plasticiteit, de universele Selectie van Kelley, multilevel progressieve evolutie van
Corning, de theorie van de spontane evolutie van Lipton en Bhaerman, inventies van Nick Lane en de
co-evolutie theorie. Uit al deze studies blijkt dat er naast het toeval ook andere factoren werkzaam
zijn.
We hebben in al deze verschillende theorieën een impliciete kritiek op de moderne interpretaties
van de traditionele Evolutietheorie gevonden. Veel wetenschappers zijn bezig met We hebben
geprobeerd deze kritiek op de Evolutietheorie en op een aantal aanvullingen , waaronder
verschillende theorieën uit het Neodarwinisme, mee te nemen in een bredere visie op de
Evolutietheorie. Wij zien in verschillende studies aanknopingspunten met Affiniteit.

Vervolgens hebben we ons geconcentreerd op de opgave voor de mensheid om zijn voetafdruk en


zijn invloed als een negatieve ‘natuurkracht’ te beperken. De mensheid zal een duurzame relatie met
zijn ‘thuisland’ moeten opbouwen. Daarbij gaan we kort in op Earth System Science en op de
noodzaak voor de mensheid op globaal niveau samen te werken. Bij het zeer complexe onderzoek
kunen interrelaties en invloedsgrootheden, die bij Earth System Science betrokken zijn, met Big Data
analyses verkend worden. Men kan zich afvragen hoe de complexiteit van de natuur en van het
menselijk denken en -gedrag ooit zodanig gepresenteerd kan worden in tekst en/of beeld, dat een
significant deel van de mensheid dit kan bevatten en kan omzetten in actie. Hier ligt een
gezamenlijke opdracht voor maatschappelijke organisaties, de ’politiek’ en de media.
Deze opgave gaat het huidige organisatieniveau van de mensheid en ook de nodige gedeelde
inzichten in de nodige acties. Wij hopen dat de werking van ‘Affiniteit ’ de mensheid daarbij kan
helpen om tot een soort van super- of globaal bewustzijn te komen dom dit alles te realiseren.

In Deel 3 bespreken we hoe er vanuit The Unknown een drietal ‘velden’ zijn geëmergeerd: het ‘veld’
van ‘Massa-Energie’, het ‘Informatieveld’ en het ‘Affiniteitsveld’. In hoeverre deze ‘velden’
verbonden zijn binnen The Unknown en of er nog andere ‘velden’ zijn kunnen wij niet weten. Wij
zien het ‘Affiniteitsveld’ als een veld dat de ‘heelheid’ van alles bevordert. Of daarin ook een
‘doelgerichtheid’ aanwezig is weten wij niet, wel een gerichtheid op ordening en op meer
complexiteit en in bepaalde opzichten ook op meer efficiency, vb. m.b.t. energiegebruik en
informatie.

16
Affiniteit Korsmit juli 2018

In hoofdstuk 3.1 werken we het logisch kader voor het Affiniteitsveld uit. Daarbij beginnen wij met
een theoretische begrippen als de context, zowel reductionistisch als holistisch, symmetrie, entropie
en negentropie . Vervolgens gaan we kort in op een aantal elementen van de theorie zoals ‘hoe zou
het Affiniteitsveld er uit kunnen zien’ en op de sterkte van dit veld uitgedrukt in de de
‘Affiniteitswaarde’.
We beginnen met de traditionele indeling van elementaire deeltjes, atomen, moleculen en
organismen. We gaan hier dieper in op wat in Deel 1 hierover al is gezegd. Onze insteek is vooral de
relatie met Affiniteit. Daarom zijn wij dieper ingegaan op de zelfreplicatie van organismen, waarbij
het RNA en het DNA een belangrijke rol spelen. We geven enige suggesties voor mogelijke
aangrijppunten voor de werking van Affiniteit, waarbij wij denken aan ionen, waterstofbruggen. We
sluiten dit hoofdstuk af met een korte bespreking van de relatie tussen materie en leven en de
werking van Affiniteit.

In het tweede hoofdstuk gaan we dieper in op de ordening, welke wij aanbrengen in de verschillende
niveaus, welke ordening wij het ‘bouwwerk van ons universum en het leven op Aarde’ noemen.
Daarbij werken wij op basis van de bevindingen in hoofdstuk 1 een model uit, waarin de
verschillende niveaus’, of zoals we deze verderop ook wel noemen verschillende ‘bouwlagen’, elk
hun eigen plaats krijgen.
We beginnen met de werkingen en processen, welke ‘emergenties’ mogelijk maakten in
dissiptatieve, open systemen. Daarna presenteren wij in schemavorm het ‘bouwwerk’ van ons
universum en het leven op arde. Elke indeling is willekeurig. Onze ingangen zijn: niveaus, events,
kenmerken, theorieën en verschijningsvorm. Daarbij hebben wij de niveaus zijn onderverdeeld naar:
,The Unknown, Kosmos, Ons universum, Natuur en organismen op onze aarde en Mensheid met een
Bewustzijn. Ter informatie geven hiernaast dit overzicht in schemavorm:

Wij zien The Unknown als de basis, waaruit de


drie velden Massa-energie, Informatie en
VELDEN
FENOMENEN NIVEAUS Affiniteit zijn geëmergeerd. Uit het Massa-
energieveld emergeerde er vervolgens een
het Al plasma dat de basis vormde voor de
???????
THE subelemetaire deeltjes, waaruit de elementaire
UNKNOWN
deeltjes en atomen in hectische processen zijn
INFORMATIEVELD
AFFINITEITSVELD
ontstaan. Wij benoemen dit proces in navolging
KWANTUMVELD van veel wetenschappers als de Oerknal. In
tegenstelling tot deze wetenschappers zien wij
PLASMA VAN de Oerknal als een eindpunt, een gevolg van
MASSA-ENERGIE emergenties vanuit The Unknown. Dat maakt
ELEMENTAIRE KRACHTVELDEN ons universum enerzijds uniek, anderzijds een
DEELTJES
OERKNAL Tijdruimte onderdeel van de kosmos., het Al.
MATERIE

Hoe ons universum emergeerde tijdens de


UNIVERSUM
Oerknal weten we niet. Verlinde ziet dat meer
STERREN
als een kristallisatie in de materiële en
EN AARDE
‘geestelijke’ werkelijkheid van ons universum.
NATUUR
MORFOGENESE
We beschrijven voor elk van de niveaus de
ORGANISMEN
emergenties en de theorieën, die op dat niveau
FLORA
van toepassing zijn. We gaan daarbij wat dieper
FAUNA
in op de Aarde als een superorganisme, op de
MENSHEID invloed van de mensheid hierop en de

17
Affiniteit Korsmit juli 2018

bedreigingen, die hierdoor ontstaan. Om deze bedreigingen het hoofd te bieden zal de mensheid zich
bewust moeten worden van deze bedeigingen en van de noodzaak deze te bedwingen. Daarbij wordt
ingegaan op de mogelijkheid van een groeiend bewustzijn door een verbreding hiervan, welke wij de
emergenie an een globaal bewustzijn noemen. Dit is in het schema als hoogste niveau van ‘ordening’
in de ontwikkelingsgeschiedenis van het leven op Aarde opgenomen.
Wij zien een emergentie naar een globaal bewustzijn niet foor toeval maar alleen door de werking
van Affiniteit mogelijkerwijs optreden. Hierop gaan we in hoofdstuk 3.3 verder in.

In hoofdstuk 3.3 gaan we in op de werking van Affiniteit op elk van de hiervoor beschreven niveaus.
Daarbij geven we eerst voorbeelden van veldentheorieën, waarna wij de relatie tussen het
Affiniteitsveld en de klassieke veldentheorieën leggen. In de wetenschappelijke literatuur worden
naast Kwantumvelden en KwantumInformatievelden ook verschillende velden beschreven, die
verbonden worden met de metafysica. Voorbeelden hiervan zijn oa. Het Nulpuntveld en
Waarschijnlijkheidsvelden en structurerende strevingsvelden. Het Nulpuntveld wordt door
verschillende onderzoekers verschillend geïnterpreteerd. We gaan in onze studie hier niet verder op
in, al is het denkbaar dat er op bepaalde punten overeenkomsten zijn met het Affiniteitsveld en het
Informatieveld.
Wij gaan ervan uit dat de Affiniteitswaarde naast de natuurkrachten mede bepalend is voor
processen, die de vorming van materie en organismen bepalen. Daarbij spelen ‘bindingen’ op de
verschillende morfogenetische niveaus een belangrijke rol. Voorbeelden zijn: bindingen op het
niveau van de elementaire deeltjes en de atomen, thermodynamische en chemische bindingen op
het niveau van moleculen, waterstofbruggen op het niveau van organismen en synapsen op het
niveau van kennis en bewustzijn.
We gaan in op de basisformule voor het beschrijven van de toestand van een kwantumdeeltje, de
Schrödingervergelijking, die een waarschijnlijke uitkomst voor de kwantumtoestand van dat deeltje
oplevert. We gaan ook in op de entropie-formule van Bolzmann, die een relatie met de
Affiniteitswaarde mogelijk maakt. Hiermede kunnen berekeningen gemaakt worden met betrekking
tot energiebalansen in relatie met de Affiniteitswaarde.
We sluiten dit hoofdstuk af met een schema, waarin de toestand van elk der drie velden, zoals wij
dat zien, wordt weergegeven voor The Unknown, voor de situatie na de Oerknal en voor de toestand
in Zwarte Gaten:

.
Veld Informatieveld Kwantumveld Affiniteitsveld
Inhoud Kwantum-Informatie Kwanta, Massa-energie Affiniteit (waarden)

Werking Momentaan Lichtsnelheid Momentaan

Doel Communicatie Materialisatie Organisatie

Toestand
The Unknown informtie-structuur plasma van massa-energie Affiniteitswaarden-structuur

Tijdruimte oneindig

Na de Oerknal Veld met infosysteem en Elementaire deeltjes Veld met gelokaliseerde


Communicatiesysteem affiniteitswaarden
Materie en organismen

18
Affiniteit Korsmit juli 2018

Relatie met andere velden voor Sterke en zwakke


Krachtvelden voor kenrkrachten
zwaartekracht en electro-
magnetische kracht

Zwart Gat Ontoegankelijk Info- en Plasma massa-energie Geen Affiniteitswaarde


communicatiesysteem tijdruimte zero

In hoofdstuk 3.4 gaan we in op indirecte aanwijzingen voor het bestaan van het Affiniteitsveld. Wij
zien als belangrijkste argument een streven naar een hogere organisatiegraad, warbij de energie-
efficiëntie relatief steeds hoger wordt. We geven op een drietal verschillende gebieden indirecte
aanwijzingen: de maatvoering van ons universum en van organismen, de opbouw van massa-energie
en metafysische zaken als bewustzijn en waarden.
Bij de maatvoering gaan we in op de natuurconstanten, zoals vb.:
-de constante e, ook wel bekend als de constante Napier, is de limiet van (1 +1/n) lopende
van n tot oneindig. De waarde van e is ongeveer 2,71828......
-het getal pi π heeft een waarde van ongeveer 3,14285.... . . π is onmisbaar in de
getaltheorie, wiskunde, fysica etc. Een tweetal voorbeelden: inhoud bol = 4/3πR3 ;
constante van Dirac ћ is een kwantum van impulsmoment, afgeleid van de constante van
Planck h: ћ = h / 2π.
-De Gulden Snede, waarbij de verhouding tussen twee delen a en b van een lijnstuk
zo is dat: a/b = (a+b)/a
-veel constanten o.a. van Constante van Avogadro, verhouding tussen de elementaire
deeltjes van de atomaire en van de moleculaire wereld; van Boltzmann, verband
tussen temperatuur en energie en ook tussen entropie en waarschijnlijkheid;
gravitatieconstante, relatie tussen zwaartekracht tussen twee voorwerpen
afhankelijk van hun hun massa's en onderlinge afstand.

Wat opvalt is dat al deze constanten een irrationele en transcendente waarde hebben, welk niet in
een natuurlijk getal zijn uit te drukken. Kennelijk zijn onze getallenstelsels niet afgestemd op op een
wereldbeeld dat alleen uit waarschijnlijkheden, afgeleiden en buigpunten bestaat. Linealiteit is
eerder de uitzondering.
Dat bracht ons op de symmetrie. De vraag is waarom het Kwantumveld geen symmetrie afdwingt en
ook hoe het Affiniteitsveld kansen aangrijpt om uit deze ‘diffuse oerstof’ ons universum en het leven
op aarde te modelleren. We zien dat er in de hele natuur nieuwe ‘bindingen’ ontstaan, waarvoor de
huidige wetten van de fysica geen eenduidige verklaring hebben. Bij thermodynamische processen in
de ‘dode natuur’ is er wellicht een relatie met het onzekerheidsprincipe van Heisenberg te leggen en
bij bio-morfologische processen in organismen is daar wellicht een verband te vinden met de
negentropie, met een optimale uitputting van beschikbare energie, met ‘levenskracht’.
We gaan ook in op metafysische zaken en hebben gezien dat deze meer bespreekbaar worden. Wij
beperken ons tot de onpeilbare onzekerheden m.b.t het ontstaan van het leven, van het ‘bewustzijn’
en van de ‘opdracht’ om in ‘harmonie met de natuur’ te leven. Al deze zaken zijn thans
bespreekbaar. Dan bedoelen wij niet vanuit een ‘religieus inzicht maar vanuit een wetenschappelijke
nieuwsgierigheid. In The Mind of the Universe merkt Robbert Dijkgraaf op: ‘Wij zijn de plek waar het
universum over zichzelf nadenkt!’.

19
Affiniteit Korsmit juli 2018

Vervolgens hebben wij in hoofdstuk 3.5 op basis van ons ‘bouwwerk’ een aantal hypothesen
opgesteld m.b.t. ons universum, de natuur en organismen en voor wat wij in de toekomst mogen
verwachten. Onze verwachting voor de toekomstige ontwikkeling is dat er een emergentie plaats zal
vinden, die het individuele bewustzijn zal verruimen naar een meer collectief bewustzijn. De invloed
van het Het collectieve bewustzijn zal meetbaar zijn in de organisatiegraad en in het stressniveau in
de wereld.
Wij menen dat er onder bepaalde omstandigheden uit de aanwezige keuzemogelijkheden door de
werking van Affiniteit bindingen tot stand komen, die leiden tot een hogere mate van orde, heelheid
en stabiliteit. Op basis van dat inzicht hebben wij een falsifieerbare c hypothese opgesteld:
- Er is niet één biochemisch proces te vinden, dat ten diepste alleen door masssa-energie en
de hieruit geëmergeerde natuurkrachten volledig verklaard kan worden. Wij stellen dat er
altijd ‘bindingen’ zijn, die niet volledig gedetermineerd zijn.
- Deze ‘bindingen’ kunnen ofwel door ‘waarschijnlijkheden’ en/of het ‘toeval’ een bepaalde
vorm aannemen ofwel door de invloed van ‘Affiniteit’. Onderzoek zal veranderingen in deze
‘verbindingen’ aantonen. Zonder te kunnen uitmaken welke de oorzaak is van deze
veranderingen.
- De oorzaak van deze veranderingen kan indirect worden aangetoond door naar de afgeleide
gevolgen van deze veranderingen in de bindingen te kijken. Daarbij denken wij aan de
gevolgen op het gebied van een grotere mater van ‘ordening’, grotere energie-efficiency en
zelfreplicatie. Hoe groter deze veranderingen zijn hoe groter de kans dat dit niet door het
toeval maar door de invloed van Affiniteit komt.

Helaas zijn we niet in staat dit onderzoek zelf uit te voeren. Wij sluiten af met onze hoop dat
interdisciplinair onderzoek naar een dergelijke hypothese, welke wij zien als een pars ro toto voor de
grote problemen, waarvoor de mensheid zich thans gesteld ziet. Affiniteit kan daarbij een rol spelen
bij de transitie naar een hoger, meer collectief organisatieniveau van de mensheid.

20
Affiniteit Korsmit juli 2018

Deel 1 schetst een beeld van het ontstaan vn ons universum

21
Affiniteit Korsmit juli 2018

Deel 1. Ontstaansgeschiedenis van het


universum

1.1 Inleiding
Ook in de oudheid waren er onderzoekers bij de Egyptenaren, Babyloniërs, Chinezen, Indiërs en later
bij de Grieken en vb. de Azteken, die de hemel bestudeerden. Er waren zeer goede wiskundigen bij
de Egyptisce en Babylonische astrologen en astronomen. . Deze kennis werd o.a. door Griekse
geleerden omstreeks 600 v. Chr. Overgenomen in hun zoektocht om uit eigen waarnemingen het
heelal te verklaren. Zo kon de Griekse filosoof Thales van Milete de zonsverduistering van 585 v. Chr.
verklaren. Uit het feit dat men de zon ‘s morgens in het oosten zag opkomen en ‘s avonds in het
westen zag ondergaan en dat men iedere heldere nacht maan en sterren langs de hemel zag gaan,
leidde zijn landgenoot Anaximandros af dat alles aan de hemel draaide en dat de aarde het
middelpunt van het heelal was. We gaan op deze verklaringen van het , hoe interessant ook, hier
verder in en verwijzen voor een verdere oriëntatie11naar een aantal websites.

We maken een grote sprong vooruit in de tijd van nu. We bevinden ons in een universum dat 13,7
miljard jaar oud is. Omdat dit universum volgens moderne waarnemingen uitdijt, weten we dat het
zichtbare universum nog groter is. Een sterrenstelsel, waarvan het licht 10 miljard jaar naar ons
onderweg is, bevindt zich volgens onze waarneming op 10 miljard lichtjaar afstand. Het is echter veel
verder weg, omdat het heelal in die tijd is uitgedijd, en het sterrenstelsel zich van ons heeft
verwijderd, terwijl het licht naar ons toe kwam. De straal van het zichtbare heelal komt daarmee
volgens de nieuwste schattingen op 42 miljard lichtjaar. Dat noemen we het Hubble-universum. Het
is niet ondenkbaar dat er iets buiten dit gebied ligt. De ‘Oerknaltheorie’, welke verderop wordt
uitgewerkt, laat ruimte voor het idee dat er zich een oneindig groot universum buiten het Hubble-
universum bevindt.

Theoretici gaan er van uit dat er in het begin der tijden, dus direct na de Oerknal, er op elke miljard
antimateriedeeltjes een miljard plus één materiedeeltjes gevormd waren. Door deze extreem kleine
onbalans ontstond er voldoende materie om ons universum te vormen en bestaat ons universum
nog steeds. Die onbalans wordt in de wetenschap de CP-symmetrie genoemd. Dat is een van de vele
theorieën over het ontstaan van ons universum, welke nog verklaard moeten worden en ingepast in
onze visie op de ontstaansgeschiedenis van het universum. Daarvoor zal nog veel experimenteel
werk verzet moeten worden. Ondanks veel onderzoek door natuurkundigen is de theorie van de CP-
symmetrie nog steeds niet gefalsificeerd, waardoor deze theorie steeds plausibeler wordt. In
proeven in het Fermilab in 2010 werden één procent meer muonen gevormd dan antimuonen. Dit is
een significante, grote afwijking, maar waardoor deze afwijking is opgetreden weten we helaas nog
niet. Wel weten we dat we moeten uitgaan van een wereldbeeld, dat voor een groot deel gebaseerd
is op sterke symmetrieën in de natuurwetten. Ook daarop komen we in het verdere op terug.

11
Opvattingen van wetenschappers uit de oudheid over het ontstaan van het heelal zijn te vinden op vele websites o.a.:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Geocentrisme of voor een korte samenvatting http://www.voorbeginners.net/hoe-stelde-een-
sterrenkundige-uit-de-oudheid-zich-het-heelal-voor

22
Affiniteit Korsmit juli 2018

We kunnen met de nieuwste telescopen sterrenstelsels waarnemen, die binnen 500 miljoen jaar na
de ‘Oerknal zijn gevormd. Hierdoor kunnen we een beeld krijgen van hoe het universum er uit zag
vrij kort na de Oerknal. Dankzij deze observaties hebben astronomen een beeld verkregen van hoe
de vorming van sterrenstelsels is verlopen. Dit was geen geleidelijk en ‘vreedzaam proces. Astronoen
beschrijven hoe kleine stelsels op elkaar botsten en na verloop van tijd versmolten tot grotere
sterrenstelsels, die uiteindelijk het universum vormden zoals wij dat nu kennen. Hoe dat proces
precies is verlopen, hoe de materie zich in het ons bekende universum heeft gevormd en vervormd
weten we niet. Wel zijn er theorieën opgesteld, die de eerste fase van het ontstaan van het ons
bekende universum verklaren.

In wat voor soort universum leven wij?


Hoe wij naar ons universum moeten kijken is voor de wetenschap nog niet geheel duidelijk.
Logischerwijze zijn er meerdere mogelijkheden:

-de eerste opvatting is dat ons universum een doel heeft, vb. ‘leven’ mogelijk maken of zelfs
‘bezieling’, en dat dit op een bepaalde manier ‘geschapen’ moet zijn. Dit is een religieus
standpunt, dat buiten het bestek van de wetenschap valt. Deze opvatting past bij een
religieuze optiek van de werkelijkheid.

-de tweede opvatting is dat ons universum is gevormd onder invloed van ‘altijd en overal
geldende’ natuurwetten, die tezamen een samenhangend geheel vormen. Als er één
verandert, heeft dat gevolgen voor de andere. Een universum met een volkomen ander stel
wetten en natuurconstanten is misschien ook wel geschikt voor leven. Deze opvatting past bij
de rationele, wetenschappelijke optiek van de werkelijkheid.

-de derde mogelijkheid is dat er vele universa zijn, vb. 10500 volgens de snaartheorie, met elk
hun eigen natuurwetten. In dat geval is het niet zo vreemd dat er in een aantal universa leven
kan ontstaan. Deze opvatting past bij een abstracte optiek van de werkelijkheid.

Er zijn meer mogelijkheden denkbaar, maar al deze sterk afwijkende optieken om naar de
werkelijkheid te kijken maakt de discussies over de werkelijkheid tussen wetenschappers uit
verschillende domeinen complex, en vaak onmogelijk.

Een gemeenschappelijke noemer lijkt het uitgangspunt van een ‘lege ruimte’, waar de wetten van de
kwantummechanica heersen, te zijn. Voor ons is dat een belangrijk uitgangspunt, want wij zijn in
onze studie op zoek naar mogelijke theorieën, die een antwoord kunnen geven op de vraag wat er
voorafgaand aan de Oerknal ‘aanwezig’ was. Volgens een van deze theorieën is er binnen een
oneindig groot heelal een eeuwige inflatie van de lege ruimte, waarin voortdurend universa ontstaan
en uitdijen. Ons universum zou dan slechts een van de waarschijnlijk oneindig veel universa zijn, een
‘bel’ te midden van vele anderen. De andere universa zijn zo ver weg in tijd en ruimte, dat alle
communicatie onmogelijk is. Andere theorieën werken met cyclische universa, die ontstaan,
instorten en weer opnieuw ontstaan. In deze theorie zou de Oerknal een kantelpunt kunnen zijn
tussen ons en andere universa. Deze theorieën lossen het fundamentele raadsel van het ontstaan
niet op: ‘waarom is er iets en niet niets?’.

Als ons universum slechts een ‘bel’ is binnen een multiversum, dan is de vraag of de natuurwetten
binnen alle ‘bellen’ gelijk zijn. Daarover kan geen zinnig woord gezegd worden. Maar we kunnen zelfs

23
Affiniteit Korsmit juli 2018

geen zinnig woord zeggen over de vraag of ons steeds sneller uitdijend universum in een verre
toekomst weer zal uitdoven doordat vb. rode dwergsterren opgeslokt worden door Zwarte Gaten,
die leiden tot een Big Crunch op het einde der tijden. Dan zou alle materie in één zwart gat
verdwenen kunnen zijn. Of er daarna uit deze singulariteit weer een ‘Oerknal zou ontstaan is stof
voor de fantasie. Alleen vanuit een abstracte optiek kan daaraan gerekend worden. Uit die
berekeningen blijkt dat we de eerstkomende 100 miljard jaar ons daar geen zorgen over hoeven te
maken. Ook theorieën als een Big Rip, waarin donkere energie de ruimte uit elkaar rukt, horen
eerder op het bord van de abstracte optiek, denkbaar, berekenbaar, maar volledig onkenbaar.

We laten dergelijke bespiegelingen over aan abstracte wetenschapers en filosofen en kijken in deze
notitie naar algemeen geaccepteerde inzichten in de ontwikkeling van ons universum. Daarbij maken
wij gebruik van de uitgebreide informatie uit het werk Het Universum van Stephen Hawking12, dat is
samengevat door Jan Simons in Het heelal in een notendop. Een aantal belangrijke punten hieruit
zijn:

-het meest voor de hand liggende kenmerk van de ruimte is dat zij altijd verder reikt dan het
oog kan zien. Met de Hubbletelescoop zijn miljarden melkwegstelsels te ‘zien’, met ontelbaar
veel sterren, waarvan vele worden omgeven door planeten,.

-wij leven op de planeet Aarde, in een baan om de zon ergens in het uiteinde van een arm
van het spiraalvormige sterrenstelsel dat wij ‘Melkweg’ noemen. Interstellaire stof verspert
ons blikveld in het vlak van de Melkweg, maar aan weerszijden hebben we een helder zicht
op het universum.

-Hubble ontdekte in 1923 dat veel zwakke lichtvlekjes ‘nevels van sterren’ zijn van andere
melkwegstelsels. De afstanden tussen deze sterrenstelsels en onze Melkweg bedragen vele
miljoenen tot miljarden lichtjaren. Zo toonde hij aan dat het begin van ons universum niet
slecht’ enkele duizenden jaren terug kan liggen.

-Hubble ontdekte ook dat bijna alle sterrenstelsels zich van ons af bewegen en dat de
snelheid hoger wordt naarmate deze stelsels verder weg zijn. Dit duidt er dus op dat het
heelal steeds uitdijt.

-hieruit leidde hij af dat als sterrenstelsels zich van elkaar af bewegen, deze in het verleden
dichter bij elkaar moeten hebben gelegen.

Dit soort ontdekkingen leidde tot het inzicht dat ons universum een beginpunt had. In de paragraaf
over de ‘Oerknal’ gaan we daar dieper op in. Tijdens dit beginpunt is een onvoorstelbare hoeveelheid
massa en energie geëmergeerd. Dit beginpunt, het ontstaan, van ons universum vond 13,7 miljard
jaar geleden plaats. Ongeveer 4,6 miljard jaar geleden ontstond de Aarde en ongeveer 500 miljoen
jaar geleden de flora en fauna en ongeveer 5 miljoen jaren geleden de mensheid.

Het begin van de 20-ste eeuw was een tijd vol grote ontdekkingen in de astronomie zoals de
Algemene Relativiteitstheorie, de Kwantumtheorie. In de astronomie werkte Hubble met George
Hale op het Carnegie Institution for Science's Mount Wilson Observatorium, in de buurt van
Pasadena. Hij kon dankzij zijn enorme telescoop sterrenstelsels in veel meer detail waarnemen, dan
daarvoor ooit mogelijk was. Hij onderzocht de relatie tussen afstand en roodverschuiving van

12Stephen Hawking's Universe is een astronomische documentaire uit 1997 gemaakt voor de Public Broadcasting Service met de
theoretische natuurkundige Stephen Hawking. De serie van zes aflevering bespreekt de geschiedenis van de astronomie, evenals Zwarte
Gaten en donkere materie https://en.wikipedia.org/wiki/Stephen_Hawking%27s_Universe

24
Affiniteit Korsmit juli 2018

melkwegstelsels. Hij vond een lineaire relatie tussen de afstanden van de sterrenstelsels en hun
roodverschuiving, een ontdekking die later bekend werd als de wet van Hubble. Hij verklaarde deze
wet door de roodverschuiving, welke optreedt als een lichtbron zich verwijdert, met een anologie
van het geluid, dat van toonhoogte verandert als de geluidsbron zich sneller van ons af beweegt. Uit
de roodverschuiving concludeerde Hubble13 dat de verste sterren zich het snelst van ons verwijderen.

Door Lemaître14 werd hieruit de conclusie getrokken, zoals ook Einstein dat had gedaan, dat er in een
ver verleden er een beginpunt voor ons universum moest zijn geweest. Lemaître werkte deze
ontdekking uit in zijn hypothese van het oeratoom. Deze hypothese kon door de rooms-katholieke
kerk in relatie gebracht worden met het scheppingsverhaal Genesis uit de Bijbel. Sindsdien werd deze
hypothese uitgewerkt, onder meer door George Gamow. Tegenstanders noemden deze theorie
spottend de ‘Big Bang’, een allitererende benaming die onbedoeld veel heeft bijgedragen aan de
populariteit van de theorie van de ‘Oerknal’.

Het voorgaande toont aan dat de inzichten over het ontstaan van ons universum in de loop van tijd
sterk veranderden. Deze inzichten vormen nog steeds onderwerp van wetenschappelijke discussies.
Het is goed bij al deze theorievormingen te bedenken dat er ook op dit terrein een evolutie plaats
vindt, die steeds sneller lijkt te verlopen. Voorbeelden zijn de opeenvolgende, evoluerende theorieën
van vb. Newton, over de zwaartekracht, van Einstein met zijn Algemene relativiteitstheorie en
recentelijk de theorie van Verlinde, die de ‘Oerknal en ook de donkere Materie af serveert in zijn
gravitatietheorie. De Algemene Relativiteitstheorie en de Kwantumtheorie, vormen momenteel de
meest belangrijke basis voor het wetenschappelijk astronomisch onderzoek en ook voor het
onderzoek naar het leven op Aarde. De ‘Oerknal ‘wordt in deze theorieën als een singulariteit gezien,
evenals de ‘Zwarte Gaten’, waarover geen uitspraken gedaan kunnen worden. In het verdere wordt
nader op deze theorieën ingegaan, omdat wij een relatie willen leggen tussen deze theorieën en
‘Affiniteit’. .

In onze zoektocht naar de ontstaansgeschiedenis van ons universum en het leven op Aarde hebben
wij ook gekeken naar de oudste inzichten, die zijn vastgelegd godsdienstig geïnspireerde mythen
zoals vb. Genesis (Bijbel) en in de Theogonia (geboorte van de goden uit de voorwereldlijke Chaos)
van Hesiodos. Het is zeker zeer interessante literatuur, waar we in het verdere op terug komen.
Maar we moeten wel beseffen dat men gezien de beperkte tijdshorizon van de aardbewoners uit de
eerste ‘culturen’ geen wetenschappelijk verantwoorde inzichten in het ontstaan van het universum
kan verwachten. Maar toch willen wij de mogelijkheid niet uitsluiten, dat er bij het ontstaan van ons
universum een invloed aanwezig was, die in het onderbewuste sinds lang de mensheid heeft
geïnspireerd. Dat is precies wat de godsdienstig geïnspireerde mythen pretenderen, een goddelijke
inspiratie. Wetenshappers geloven daar niet in.

Daarover valt met hen niet te discussiëren, dat is een zaak van ‘geloof’. De wetenschap houdt zich
daar verre van, of toch niet? De hypothese van het uitdijende universum werd in 1927 door Georges
Lemaître (1894-1966) 15geformuleerd en in 1931 werd mede door hem e Oerknaltheorie opgesteld.

13 Edwin Hubble (1889-1953) is tegenwoordig meer bekend om de telescoop, die rond de aarde draait en fantastische beelden over het
universum doorgeeft, dan de Amerikaanse astronoom, die een cruciale rol speelde bij de vaststelling van het gebied van Extragalactische
sterrenkunde en Observationele Kosmologie. Hij wordt beschouwd als een van belangrijkste astronomen van alle tijden.
https://en.wikipedia.org/wiki/Edwin_Hubble
14
https://nl.wikipedia.org/wiki/Georges_Lemaître Georges Lemaître (Charleroi (1894 – 1966) was een Belgisch priester, astronoom,
kosmoloog, wiskundige en natuurkundige. Zijn belangrijkste wetenschappelijke bijdragen leverde hij aan de algemene relativiteitstheorie
en aan de kosmologie door zijn hypothese van het uitdijende heelal (1927) en als grondlegger van de Oerknaltheorie (1931).
15 Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Georges_Lema%C3%AEtre Georges Henri Joseph Edouard Lemaître was een Belgisch priester,

astronoom, kosmoloog, wiskundige en natuurkundige. Zijn belangrijkste wetenschappelijke bijdragen leverde hij aan de algemene
relativiteitstheorie en aan de kosmologie. Lemaître was professor aan de Katholieke Universiteit Leuven, titulair kanunnik, vanaf 1960

25
Affiniteit Korsmit juli 2018

Hij zag de Oerknal als een oneindig klein ‘deeltje’, het ‘oeratoom’, met oneindig veel energie, dat zich
in oogwenk ontwikkelde tot de basis van ons universum Zo maakte hij de Oerknal , salonfähig voor
zowel wetenschappers als voor de Katholieke kerk. Wie anders dan ‘God’ had dit kunnen bewerken?
Hij werd voor zijn wetenschappelijke werk door de katholieke kerk tot bisschop gewijd. Veel
wetenschappers kunnen tot nu leven met dit denkmodel, waarin een ‘oeratoom’ het begin van alles
is. We zullen later zien dat de afstand tussen wetenschap en geloof steeds kleiner lijkt te worden.

We gaan in deze Inleiding dieper in op relevante wetenschappelijke theorieën en op het benoemen


van enige mythen. Vervolgens gaan we in op de relatie tussen deze beschouwingswijzen en Affiniteit,
welke wij zien als een ordenende werking in de ontstaansgeschiedenis van het universum en het
leven op Aarde. .

Theorievorming over het ontstaan en de ontwikkeling van ons


universum
Zoals hiervoor werd opgemerkt zijn er vele theorieën uitgewerkt, die bepaalde aspecten van het
universum beschrijven. We noemen hier een aantal theorieën, die in de volgende paragrafen verder
toegelicht worden o.a. de ‘Oerknal, de Algemene Relativiteitstheorie en de Kwantummechanica.

Astrologie heeft de mensheid altijd al geboeid. Al in de oudheid vb. in Egypte en China en later ook
vb. bij Inca’s en Azteken waren er wetenschappers, die de stand van de zon en d sterren,
zonsverduisteringen , de precessie ed. konden voorspellen. Ptolomeus was een van de eerste
kosmologen, die uitging van de aarde als centrum, waar omheen in verschillende kringen de zon en
de sterren draaien. Copernicus16 verving dit geocentrische wereldbeeld door een heliocentrisch
wereldbeeld, hetgeen door Gallileo bevestigd werd door middel van observaties met een verbeterde
telescoop, waarmee hij de maan en Venus bestudeerde. Zijn empirisch onderzoek leverde feiten op,
die in tegenspraak waren met de leer van o.a Aristoteles en de kerk.

Daarmee veroorzaakten zij een eerste wetenshappelijke revolutie, door tegen ‘autoriteit’ in te gaan,
zonder dat zij de ‘autoriteit’ zelf wilden ondermijnen. Later werkten wetenschappers als Keppler 17,
die de bewegingen van planeten berekende en verklaarde, en Newton18 dit verder uit in de wetten
van de traagheid, de tweede hoofdwet van e mechanica en de wet van actie en reactie. Newton
ontdekte dat de banen van planeten konden worden berekend m.b.v. de zwaartekracht. Ook de
Nederlander Christiaan Huygens19 mag in dit rijtje zeker niet ontbreken.

Een grote doorbraak in de wetenschappelijke benadering van de ontwikkeling van ons universum
binnen een vierdimensionale tijd-ruimte was de Algemene Relativiteitstheorie van Einstein. Hij
ontdekte dat de zwaartekracht de tijd- ruimte beïnvloed. De tijd-ruimte wordt hierdoor ‘gekromd’,
waarbij de kromming afhankelijk is van de sterkte van het zwaartekrachtsveld. Deze theorie wordt
later besproken. De theorie van Einstein maakte een wetenschappelijke benadering van het
onderzoek naar het ontstaan van het universum mogelijk. Het gaf een basis voor het kosmologisch

Pauselijk huisprelaat en tevens vanaf 1960 tot aan zijn dood voorzitter van de Pauselijke Academie voor de Wetenschappen waar hij reeds
sinds 1931 lid van was.
16
Zie presentatie van Tom Richey: https://www.youtube.com/watch?v=y-XiG8S4o_A
17
Keppler zie: https://wetenschap.infonu.nl/wetenschappers/12623-uitvinders-johannes-kepler.html
18
https://nl.wikipedia.org/wiki/Isaac_Newton
19
Christiaan Huygens: https://nl.wikipedia.org/wiki/Christiaan_Huygens

26
Affiniteit Korsmit juli 2018

onderzoek, die veel steviger was dan die van Newton. Einstein werkte zijn theorie uit in wiskundige
termen, waarin hij ook een ‘kosmologische constante’ introduceerde. Deze constante heeft tot veel
inspiratie en discussie geleid.

De singulariteit van de Oerknal, waar de wetten van de Algemene Relativiteitstheorie niet gelden, gaf
reden tot veel discussie. De astrofysicus Lemaître toonde samen met Eddington aan dat de Algemene
Relativiteitstheorie van Einstein geen stabiel, statisch en eeuwig heelal opleverde. Einstein achtte
deze constante vervolgens overbodig, terwijl Lemaître deze vanuit theoretisch oogpunt behield.
Volgens Lemaître was deze constante ook reëel werkzaam. Hij verklaarde in 1934 de natuurkundige
betekenis van de kosmologische constante door ze te interpreteren als de energie-inhoud van het
vacuüm.

De tijd direct na de eeuwwisseling was wetenschappelijk gezien een zeer vruchtbare tijd. Naast de
relativiteitstheorie was Einstein, met veel anderen, bezig met de kwantumtheorie. Wetenschappers
als Sommerfeld, Compton, de Broglie, Heisenberg, Pauli en vooral ook Bohm leverden elk een eigen
bijdrage aan deze theorie. We komen op dat onderzoek nog terug.

Niet alleen werden de telescopen veel krachtiger ook het onderzoek naar de kosmische straling werd
gedegen onderbouwd. Vanaf 1928 waren er door de experimenten van Walther Bothe en Werner
Kolhörster aanwijzingen gevonden, dat de kosmische straling niet uit een soort super-gammastraling
bestond - zoals eerst was aangenomen - maar in werkelijkheid uit hoogenergetische geladen
deeltjes. Deze hoogenergetische deeltjes zouden beïnvloed moeten worden door het
aardmagnetisch veld. Hierdoor zou het aantal deeltjes dat de Aarde bereikt afhangen van de richting
en de sterkte van het aardmagnetisch veld. Volgens Lemaître, die ook onderzoek deed naar
kosmische straling, konden deze deeltjes als ze afkomstig zijn van de sterren, ook afkomstig zijn van
het ‘beginpunt’, het ‘oeratoom’. Zijn hypothese in 1932 was, dat deze deeltjes het restant waren van
het verval van radionucliden. Hij voorspelde het bestaan hiervan. Het harde bewijs20 hiervoor werd
geleverd in de jaren 1960. In 1965 ontdekten Arno Allan Penzias en Robert Woodrow Wilson het
bestaan van een kosmische achtergrondstraling, waarmee de ‘Oerknaltheorie’ uiteindelijk door de
meeste wetenschappers werd aanvaard.

De theorie van Einstein werd later aangevuld door andere wetenschappers o.a. Stephan Hawking en
Erik Verlinde. Hawking21 ontwikkelde zijn snaartheorie in zijn zoektocht naar de ‘theorie van alles’.

20
Twee radio-ingenieurs (Arno Pensius en Robert Wilson), die met een grote radiotelescoop een ruissignaal, een storend signaal, vonden,
dat later werd herleid tot de Oerknal. Hoewel tegenwoordig bekend is dat deze kosmische straling uit onze eigen Melkweg komt, was het
wel een interessant idee. In 1932 voorspelden Lemaître en de Mexicaan Manuel Sandoval Vallarta, de Lemaître-Vallarta-theorie, dat dicht
bij de magnetische evenaar de intensiteit van de kosmische straling lager zou liggen. Ook zou de intensiteit afhangen van de richting, waar
de deeltjes vandaan kwamen. Deze voorspellingen werden spoedig bevestigd door Arthur Compton, Thomas Hope Johnson en Luis Alvarez,
waarna algemeen als bewezen werd aangenomen dat de kosmische straling bestond uit geladen deeltjes.
21
Jan Simons wijst op de singulariteit van de Oerknal: ‘de theorie liet het ‘in de buurt van de Oerknal’ afweten, omdat het een klassieke
theorie is, die niet de onzekerheidsrelatie van Heisenberg omvat. Einstein had hier problemen mee , omdat hij het toevalselement van de
Kwantumtheorie niet wilde accepteren. Volgens hem was alles gedetermineerd, omdat hij er van overtuigd was dat God niet dobbelt’. De
kwantumtheorie is wel in staat om de processen direct na de Oerknal te beschrijben. In deze context ontwikkelde Hawking zijn
snaartheorie.
De snaartheorie is tot nu toe het beste model om de relativiteitstheorie en de kwantumtheorie met elkaar te verenigen. Men noemt deze
theorie ook wel de theorie ‘van alles’. De kwantumtheorie gaat over de allerkleinste deeltjes, die afmetingen hebben av enkele
Plancklengten (10−35 meter). Het experimenteren op basis van deze theorie is met de huidge techniek zeer moeillijk, omdat de kleinst
meetbare afstand 10−15 meter is. De snaartheorie beschrijft de atomaire deeltjes niet als punten zonder uitbreiding, maar als snaren, die
kunnen trillen in een 7-tal richtingen. Het is niet eenvoudig om de werking van de snaartkeorie te beschrijven. De trilling van de kleinste
deeltjes zou plaats vinden in de zogeheten Calabi-Yau-ruimten. De 'extra' dimensies zijn 'opgerold' in deze ruimte en voor de huidige
deeltjesversnellers tot nu niet zichtbaar. Een vergelijking die vaak gebruikt wordt om het begrip van 'opgerolde' (ook wel 'compacte')
dimensies uit te leggen, is de volgende: een tuinslang is een object dat er voor 'waarnemers op grote afstand' uitziet als een
eendimensionaal object. Een tuinslang heeft immers één richting: zijn lengterichting. Echter, voor een mier die op de tuinslang loopt ziet
dit er heel anders uit. Voor de mier is er (naast de lengterichting) ook nog de richting rondom de tuinslang. Een mier ziet dus één dimensie

27
Affiniteit Korsmit juli 2018

Ook Hawking toonde aan dat Einsteins Algemene Relativiteitstheorie erop duidde, dat het heelal en
de tijd zelf een begin moeten hebben gehad in de vorm van een Oerknal. Erik Verlinde stelt het
bestaan van de Oerknal en van donkere massa en energie ter discussie. We komen op al deze
theorieën meer uitgebreid terug. We willen in deze inleiding de nadruk leggen op de optiek
waarmee naar het universum wordt gekeken. De zwaartekrachttheorieën beschrijven deze
ontwikkeling vanuit de macro verschijnselen van het universum, in feite vanuit de optiek van de
natuurkrachten. Op het niveau van de elementaire deeltjes beschrijft de kwantumtheorie de
allerkleinste bouwstenen van het universum. In deze notitie gaan we dieper in op de relatie tussen
theorieën en het niveau van de opbouw van ons universum en et leven op Aarde.

Het doel van deze studie is niet om een volledige beschrijving te geven van alle theorieën, die voor
de ontstaansgeschiedenis van het universum van belang zijn. Het gaat om een verkenning van de
optieken van waaruit een verklaring van belangrijke verschijnselen uit de werkelijkheid verkregen
kan worden. De wetenschappelijke optiek met zijn goed onderbouwde theorieën is daarbij zeer
waardevol Maar we moeten niet vergeten dat de abstracte, wiskundige beschrijvingen, die daarbij
gebruikt worden een middel zijn om deze verschijnselen te beschrijven ,niet om deze te verklaren.
De verklaring van deze verschijnselen kan wellicht mede geschieden op basis van inzichten verkregen
uit andere optieken. Daarom worden hier ook enige ontstaansmythen gepresenteerd.

Mythen
In veel ontstaansmythen wordt aangenomen dat door een ‘goddelijke interventie’ de natuur volgens
bepaalde regels is geschapen. Daarbij werden aan de mensen gedragsregels en morele waarden
opgelegd. Deze ontstaansgeschiedenissen geven vanuit specifieke leefsituatieseen invulling aan het
ontstaan van de wereld en de kosmos. Voorbeelden zijn de ontstaansmythen van de Eskimo’s, van de
Polinesiers, van de woestijnvolken etc. Deze mythen geven veel inzicht in het denken van oude
volken en zijn als zodanig leerzaam voor de ontwikkelingsgeschiedenis van de mensheid. Zij zijn vaak
erg ‘interessant’ en geven mooie staaltjes van menselijke creativiteit. Voor de exacte
wetenschappers zijn deze mythes vrij gemakkelijk feitelijk te falsificeren, maar voor de geestes- en
sociale wetenschappen ligt hier en rijke bron aan informatie. Het gaat bij deze mythen ook niet om
de ‘waarheid’ m.b.t. de feitelijke geschiedenis, maar om de ‘waarden’., die centraal moeten staan.

Exacte wetenschappers zien mythes vaak als louter speculatie en als zodanig niet acceptabel als basis
voor nader onderzoek. Maar klopt dat? Als er op basis van deze mythen hypothesen kunnen worden
opgesteld, die de werking van een richtinggevend principe (vb. Affiniteit) suggereert, zou dat dan niet
de kwintessens van deze mythen kunnen zijn? Zou hier dan niet een basis kunnen liggen voor meer
begrip en wellicht gezamenlijk onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis? Wellicht kan gestart
worden met een zoektocht naar de ‘mind of the universe’, waar belende wetenschappers naar
verwijzen..

meer dan wat een ‘waarnemer op grote afstand’ ziet, die alleen grote lengteschalen kan waarnemen. Op dezelfde manier zouden er voor
nog veel kleinere ‘waarnemers’ meer dimensies (snaren) kunnen zijn. Deze dimensies (snaren) zijn met de bestaande meetechnieken niet
waar te nemen. Deze zeer kleine deeltjes zijn, als zij een zeer hoge energetische waarde hebben, waar te nemen met deeltjesversnellers.
Er zijn tot nu toe geen bewijzen voor het bestaan van méér dimensies dan de vier waar Einstein mee werkte. Dat er sprake zou moeten zijn
van 11 dimensies, niet meer of minder, volgt uit zeer abstracte, wiskundige berekeningen, die afgeleid zijn van de kwantumtheorie.

28
Affiniteit Korsmit juli 2018

Barry B. Powell 22 beschrijft in zijn boek The Big Bang Is Hard Science. It Is Also a Creation Story ,
2014, een theorie waarin hij deze beide ingangen met elkaar in verband brengt. Hij stelt dat de
geschiedenis van de wetenschap, de geschiedenis is van de filosofische weerstand tegen
mythologische verklaringen van de werkelijkheid is. Als men in de oude wereld vroeg ‘waar komen
wij vandaan?’ dan werden er ontstaans-mythen verteld. In onze westerse wereld wordt een
wetenschappelijk verhaal verteld over de Oerknal.

Powel23 stelt dat de Big Bang, de Oerknal, in feite ook een mythe is, verteld door wetenschappers, die
een magische invloed heeft op de huidige samenleving. De werkelijkheid wordt door hun
wetenschappelijke ogen bekeken. De kosmogonie wordt naar de achtergrond verdrongen en de
astronomie wordt verklaard vanuit wetenschappelijke theorieën vb. de algemene relativiteitstheorie.
De Oerknal blijft een fascinerend moment, een singulariteit, dat vele grote geesten bezighoudt. Maar
ook dit ‘wetenschappelijke verhaal’ over de ontstaansgeschiedenis heeft parallellen met de vroegere
ontstaans-mythen: zo is er een parallel met de moderne ‘explosies’, de atoombommen. Er is ook een
parallel met de ‘eenvoud van taalgebruik’, waarin een zeer complex verhaal aan de ‘gelovigen’
verteld wordt.

Verlinde e.a. wijzen erop dat er niet één beginpunt was van de Oerknal, maar dat de Oerknal
tegelijkertijd op oneindig veel punten plaats vond. Zij maken een parallel met een medium, dat op
een bepaald moment, onder bepaalde voorwaarden, uitkristalliseert. Uiteindelijk kunnen we niet
echt weten hoe het heelal en de wereld was vóór de creatie hiervan. Er zijn vele alternatieve
scheppingsverhalen.

Het staat wetenschappers vrij om theorieën en hypothesen te formuleren. Het enige wat hen bindt is
de ‘wetenschappelijke methode’. Het verhaal van de Oerknal werd een verhaal vol spanning en
verwachting, het lijkt in veel opzichten op een mythe. Het is alleszins de moeite waard om naast de
wetenschappelijke theorieën over de Oerknal ook kennis te nemen van de vele, vaak zeer oude
ontstaans-mythen, omdat hierin veel inzichten verborgen liggen, die voor de mensheid van belang
zijn. . Voor een uitgebreid overzicht hiervan zie Wikipedia24. Daarin wordt onderscheid gemaakt naar:

-scheppingsverhalen (of creatie-verhalen) zijn een culturele, traditionele of religieuze


ontstaans-mythen, die het vroegste begin van de huidige wereld beschrijft. Een
scheppingsverhaal wordt meestal verklaard door degenen die zich als intermediair tussen de
mensen en de goden beschouwen.

-verwezenlijkingsmythen zijn de meest voorkomende vorm van deze mythen. Deze zijn
meestal eerst in orale tradities, ontwikkelt en ze zijn te vinden bij alle menselijke culturen.
Deze verhalen worden als een overgeleverde waarheid behandeld, al horen deze niet per se
in een historische of letterlijke zin begrepen te worden. Deze mythen hebben vaak een
kosmogonische25 achtergrond. Zij beschrijven de ontwikkeling van de kosmos van een
toestand van chaos naar ordening26.

22
Zie http://nautil.us/issue/17/big-bangs/the-big-bang-is-hard-science-it-is-also-a-creation-story .
23 https://en.wikipedia.org/wiki/The_Power_of_Myth en http://www.theosofie.nl/bibliotheek/collectie/esoterie/eso-9-1-antroposofie/
24 Zie Wikipedia voor uitstekend overzicht met de mogelijkheid om naar elk van deze mythen ‘door te klikken’:

https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_creation_myths

25Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kosmogonie Kosmogonie (van het Grieks: kosmo- "wereld" en gon- "verwekken") verwijst naar
verklarende modellen voor de vorming en ontwikkeling van het universum. Een kosmogonie is dus een verhaal over hoe het heelal is
ontstaan. Het scheppingsverhaal uit het Genesis is zulk een kosmogonie en er zijn er vele andere, zowel wetenschappelijke als

29
Affiniteit Korsmit juli 2018

Bijna alle religies hebben een scheppingsverhaal, waarin niet alleen de verwezenlijking van de
schepping beschreven wordt maar vooral ook de ‘waarden en normen’, die van belang zijn voor een
samenleving. .

Het is een belangrijk streven van deze studie om de opvattingen over het ontstaan van ons
universum ‘open te breken’. Er is enerzijds veel gemeenschappelijke grond tussen de theorievorming
van de exacte wetenschappen en de geesteswetenschappen en de ideeënwereld van de
scheppingsverhalen. Anderzijds zijn er nog veel onbekenden en diepgaande vragen met betrekking
tot het ontstaan van alles. In het voorgaande zijn de kiemen voor deze vragen gelegd. Deze studie is
een zoektocht naar mogelijke antwoorden op deze vragen. Wij zoeken daarbij naast de exacte,
meetbare, materiële benadering naar een verklaring van de ontstaansgeschiedenis , waarin affiniteit
en informatie een essentiële rol spelen.

Affiniteit
In onze studie wordt de hypothese van het bestaan van de werking van ‘Affiniteit’ uitgewerkt. Deze
hypothese stelt dat er tijdens de Oerknal naast het plasma van massa-energie ook een ‘ordenende
werking‘ een rol speelde. Dit benoemen wij als de werking van ‘Affiniteit’. Deze werking is alom en
altijd aanwezig. Hierdoor was er de omvorming van massa-energie in de materie, die ons universum
vormde, een bepaalde voorkeur in de de wijze waarop materie werd ‘geordend’. Op elk
organisatieniveau van de materie en van het ‘leven’ doet deze werking zijn invloed gelden en is deze
ook ‘zichtbaar’ in een ‘voorkeursrichting’ in de ontwikkeling naar een steeds hoger niveau van orde,
meer ‘heelheid’ en een optimaal gebruik van beschikbare energie. Dit ‘ordenend principe’ zien wij
als tegenhanger van de werking van entropie in de materiele wereld. Entropie is eerder een streven
steeds minder ‘bruikbare’ energie met meer chaos en verval tot gevolg. Wij zien ‘Affiniteit’ ook als
een tegenhanger van het ‘toeval’, dat de ontwikkelingen mede bepaalt.

In de literatuur zijn veel voorbeelden van dergelijke ‘voorkeursrichtingen’ te vinden. Westbroek en


anderen spreken in dit verband over het ‘emergeren van het universum en de natuur naar steeds
hogere, complexere organisatieniveaus’. Onderzoeksvragen bij deze hypothese m.b.t. Affiniteit zijn:
hoe ‘bewerkt Affiniteit’ een voorkeursrichting in de ordening van materie of een organisme? Een
volgende vraag is dan: hoe ontstaat een emergentie? Kan deze door ‘toeval’ ontstaan? Welke andere
verklaringen zijn er denkbaar voor het ontstaan van een emergentie?

Bij de mens, het organisme dat aan de top staat van het palrad van emergenties, aldus Westbroek27,
zou het ‘bewustzijn’ gezien kunnen worden als de laatste emergentie. De vraag is of dit individuele
bewustzijn zou kunnen emergeren naar een ‘algemeen of globaal bewustzijn’? Zou dit globale
bewustzijn een directe invloed kunnen hebben op de ‘wereldorde’?

Natuurlijk ontstaan er door ‘toeval’ vaak nieuwe ordeningen, maar kunnen deze de emergenties naar
een hoger organisatieniveau verklaren? Deze vraag zullen we bij de bespreking van de

mythologische. In de huidige astrofysica is het een tak die zich bezighoudt met de studie van het ontstaan en de structuur van het heelal in
zijn geheel (in tegenstelling tot de astronomie die zich bezighoudt met het bestuderen van bepaalde hemellichamen).
26 -filosofen proberen logische verklaringen te geven voor mythen vb.: Waarom is er ‘íets’ in plaats van ‘niets’? (De vraag van Leibniz uit

1714)
-ook wetenschappers doen dat, zij vragen zich vb af: ‘Hoe kan orde uit chaos ontstaan als de tweede wet van de thermodynmica geldt die
juist he omgekeerde stelt: van orde tot chaos (entropie.)?
27
. Westbroek heeft in zijn boek De Ontdekking van de Aarde een poging gewaagd een hedendaagse ontstaansgeschiedenis van het leven
op aarde, en van de mensheid in het bijzonder, te beschrijven.

30
Affiniteit Korsmit juli 2018

evolutietheorie?28 Aan de orde stellen.. Het vraagt de nodige distantie en openheid van
wetenschappers om minder plausibele theorieën te onderzoeken. Wij presenteren in deze notitie
een ‘bouwwerk, waarin de hypothese is opgenomen dat de Oerknal een emergentie was vanuit de
‘velden, die in The Unknown aanwezig waren. Onze hypothese is dat een van die velden het
‘Affiniteitsveld’ is. Deze hypothese wordt in deze notitie uitgewerkt en onderbouwd. Wij laten ons
inspireren in onze zoektocht naar de werkingen in The Unknown door Carl Sagan: ‘Somewhere,
something incredible is waiting to be known.

In het volgende gaan we verder in op het wetenschappelijk speurwerk naar het ontstaan van het
universum. Dat doen we vanuit een nieuwsgierigheid naar de creativiteit van de mensheid om een
geloofwaardig verhaal te bedenken voor de oorsprong van zijn bestaan. Vanuit de wetenschap wordt
een reductionistische benadering toegepast, waarbij een ‘bouwwerk, vb. materie, een ster of een
organisme, wordt ontleed in zijn samenstellende delen, die diepgaand worden bestudeerd, en die
meestal weer verder worden ontleed in nog kleinere ‘bouwstenen’. Wij zullen in deze notitie
aansturen op een andere optiek, waarbij wij vanuit de bouwstenen een bouwwerk optrekken.

1.2 Big Bang (Oerknal)


De vraag rijst of de Oerknal wel werkelijk het beginpunt van ons universum was. Salvatron stelt dat
de vraag naar het ontstaan van het universum niet de goede vraag is. Hij zegt:

‘Als men vraagt "hoe kan er vanaf niks een heelal ontstaan", dan lijkt het mij bijzonder
vreemd om alleen uit te leggen hoe vanaf iets het heelal ontstaat. Dat is geen probleem van
de theorie, maar van degene die de verkeerde vraag beantwoordt. Als iemand vraagt waar
baby’s vandaan komen begin je toch ook niet pas bij de bevalling?’

‘Ten eerste kan de vraagstelling op verschillende manieren opgevat worden. Als er "heelal"
staat dan vat ik dit op als het universum. Als dus het heelal uit natuurwetten ontstaat dan zijn
de natuurwetten geen deel van het heelal. Wat dus suggereert dat er nog een andere
werkelijkheid bestaat waar dat heelal vandaan komt.

‘Ten tweede geeft hij een antwoord op de stelling van lieden, die stellen dat er geen tijd vóór
de Oerknal was en dat er niets gezegd kan worden over waar die Oerknal vandaan kwam. Dat
kan wel, want onze kosmische tijd is weliswaar pas begonnen met de Oerknal, maar daarvoor
kan er best een ‘andere tijd’ zijn.

‘Ten derde stelt hij dat er op de vraag ‘waar de natuurwetten vandaan komen’ geen
bevredigend, volledig antwoord komt. De reden is de zelfreferentie naar de de ons bekende
natuurwetten. Hij maakt de vergelijking met de vraag "waar komen baby’s vandaan?". Het
antwoord "babies komen uit de buik van hun mama" is wel correct, maar niet volledig.’

Salvatron was niet de enige die vragen stelt bij de Oerknal.

28
Zie artikel van G. Sander van Doorn over sympathische en allopathische soortvorming:
http://www.natuurinformatie.nl/ndb.mcp/natuurdatabase.nl/i000255.html

31
Affiniteit Korsmit juli 2018

Maar er is ook veel wetenschappelijk bewijs dat ons universum als door explosie is ontstaan.
Recentelijk29 nog door James Bock van het Bicep2-team, die in het tijdschrift Nature liet weten dat de
radiotelescoop op de Zuidpool vervormingen in de stralingsruis uit de kosmos had gevonden, die
duiden op een extreem heftig begin van ons universum, een Oerknal. De waarnemingen leken
prachtig aan te sluiten bij het idee van kosmische inflatie, waarbij meteen na de Oerknal het
universum lijkt over te koken. Dat kan verklaren waarom het heelal tot in de verste uithoeken
dezelfde temperatuur heeft, ook als delen onderling nooit meer in contact zijn geweest. Zonder
inflatie is dat onbegrijpelijk. Kosmoloog Andrei Linde van Princeton, een van de bedenkers van de
inflatietheorie, zei dat dit zijn zijn idee uit de jaren tachtig leek te bevestigen. In 2018 bleken echter
stofwolken in de Melkweg de waarnemingen te hebben beïnvloed. 'Kosmologische conclusies zijn
hieruit niet te trekken', aldus de Amerikaanse kosmoloog David Spergel. 'Er is gewoon geen bewijs
voor of tegen inflatie.' Ondanks deze onzekerheden beginnenwe bij de theorie van het ‘beginpunt’,
het ‘oeratoom’ , van de zeer veelzijdige en getalenteerde Belgische wetenschapper Lemaître .

De theorie van de Oerknal is in het voorgaande reeds aan de orde gekomen. Deze theorie is niet het
werk van één wetenschapper geweest. Hubble speelde een rol bij de waarnemingen, Einstein maakte
deze theorie mogelijk met zijn algemene relativiteitstheorie en Georges Lemaître maakte de
vertaalslag naar een beginpunt van ons universum door dit te formuleren als het ‘Oeratoom’, een
enorme bundeling van massa-energie. De ontwikkeling van het universum uit dit ‘oeratoom’ vond
plaats onder invloed van de Natuurkrachten. De beschrijving van de werkingen in de eerste seconden
na de Oerknal kan worden beschreven met de Kwantumtheorie. Hiermee kan het proces van het
ontstaan van elementen en materie worden beschreven en verklaard.

De Algemene Relativiteitstheorie van Einstein is nog steeds de beste basis voor de analyse en
verklaring van het ontstaan van de sterrenstelsels binnen een tijd-ruimte veld. Daarmee kunnen vele
verschijnselen van het universum beschreven worden. Singulariteiten als Zwarte Gaten blijven echter
nog steeds grotendeels en raadsel. We gaan kort in op een aantal aspecten en theorieën, zoals
massa-energie, de natuurkrachten, tijd-ruimte en de hier genoemde theorieën.

1.2.1 Massa-energie
Lemaître sprak over een ‘Oeratoom, dat het bestaan van ons universum mogelijk maakte. De Oerknal
vond ongeveer 13,7 miljard jaar geleden plaats. Men kan zich de Oerknal voorstellen als een
emergentie van een enorme hoeveelheid massa-energie, een enorm heet plasma (ca. 1028 K), met
een oneindig grote massadichtheid en energiedichtheid. Aangezien massa en energie slechts
verschillende verschijningsvormen zijn van eenzelfde ‘werking’ zou men ook kunnen spreken van een
‘plasma’ met een bijna oneindig grote hoeveelheid energie samengebald in één punt.

De vele wisselwerkingen tussen massa en energie kunnen met het Lambda-CDM-model30, gebaseerd
op de Kwantummechanica en de Algemene Relativiteitstheorie, nauwkeurig beschreven worden,
zodat de toestand na één seconde na de Oerknal beschreven kan worden. Het ontstaan van

29
Zie Vlkskrant 4 mei 2018: https://www.volkskrant.nl/wetenschap/direct-bewijs-voor-de-Oerknal-wankelt-een-blamage~a3665313/
30T Het Lambda-CDM-model is een parametrisatie van de Oerknal . Het is een kosmologisch model, waarin het universum een
kosmologische constante bevat, aangeduid door Lambda, welke geassocieerd wordt met donkere energie Het wordt vaak aangeduid als
het standaard model van de Oerknal kosmologie omdat dit het eenvoudigste model is, waarmee rekening gehouden wordt met de
volgende eigenschappen van de kosmos: het bestaan en de structuur van de kosmische achtergrondstraling; de grootschalige structuur in
de verdeling van melkwegstelsel s; de overvloedige aanwezigheid van waterstof, helium en lithium; de versnelde expansie van het heelal
Zie: https://en.wikipedia.org/wiki/Lambda-CDM_model

32
Affiniteit Korsmit juli 2018

chemische elementen uit het plasma van de Oerknal was een hectisch proces. Wat er in de eerste
seconde na de Oerknal gebeurd is, is onvoorstelbaar: materie die de antimaterie maar net de baas
werd ( met een factor van 1 op107 tot 1010), kosmische inflatie, vormgeving van de fundamentele
natuurkrachten en de vorming van de elementaire deeltjes en de tijd-ruimte. Een nog onbegrepen
fenomeen is de ‘donkere massa en energie’. Deze massa en energie is niet zichtbaar met onze
wetenschappelijke instrumenten. Op grond van waarnemingen door de Planck Observatory wordt
gedacht dat de totale hoeveelheid massa-energie van het heelal bestaat uit: 68% donkere energie,
27% donkere massa en slechts , 5% normale massa.

Na één seconde had het heelal nog een temperatuur van 10 miljard graden Celsius. Toen waren de
chemische elementen waterstof, helium (in gewichtsverhouding ongeveer gelijk aan de huidige
situatie van 1:3) en lithium al gevormd. Deze elementen vormden de basis voor alle materie in het
universum. Vanuit dit begin is het universum ontstaan Massa en energie beheersen nog steeds het
universum, het zonnestelsel en de aarde tot in alle details en natuurlijk ook de mensheid, die
ondertussen zelf geleerd heeft massa in energie om te zetten en de kernenergie heeft weten te
‘beheersen’. De natuurkrachten speelden een centrale rol in de omvorming van massa en energie in
materie.

In de loop der tijd vormde zich in steeds veranderende verschijningsvormen uit dit ‘plasma’ het ons
bekende universum is. De aarde werd 4,6 miljard jaar geleden gevormd en de eerste hierop levende
organismen ongeveer 4 miljard jaar geleden. De ons meer bekende flora en fauna emergeerde
ongeveer 500 miljoen jaar geleden en de eerste mensachtigen pas ongeveer 5 miljoen jaar geleden.
De homo sapiens werd ongeveer 200 duizend jaar geleden de dominante soort van de vele genera
hominis. Deze soort won het door zijn geestelijke vermogens van vb. de veel sterkere homo
Neanderthelis. De energetische voetafdruk van de home sapiens is op dit moment de grootste van
alle soorten ooit. Hierop komen wij in Deel 2 meer uitgebreid op terug.

Chemische elementen31
Vanaf de emergentie van massa-energie zijn er elementaire deeltje ontstaan, die zich verenigden tot
atomen en moleculen. In de loop der tijd zijn er steeds complexere atomen ontstaan. Op basis van
verschillende eigenschappen van de verschillende atomen zijn er tabellen worden gemaak. De meest
bekende tabel van de scheikundige elementen is die van Dmitri Mendelejev iuit1869. Hij ontwikkelde
zijn tabel om periodieke trends aan te tonen in de toen bekende elementen. Mendelejev voorspelde
ook enkele eigenschappen van toen nog onbekende elementen, waarvan hij verwachtte dat die de
gaten in de tabel zouden vullen. Toen die elementen later werden ontdekt, bleken zijn
voorspellingen grotendeels correct te zijn geweest. Het periodieke systeem van Mendelejev is
sindsdien uitgebreid en verfijnd door het ontdekken of synthetiseren van meer nieuwe elementen en
door het ontwikkelen van nieuwe theoretische modellen om het chemisch gedrag te verklaren.

De elementen met atoomnummer 1 (waterstof) tot en met 118 (oganesson) zijn inmiddels ontdekt of
gesynthetiseerd. De elektronenaffiniteit wordt als verklaring gebruikt voor de indeling van de
elementen in verschillende perioden. Zie tabel . De elektronenaffiniteit van een atoom is de

31 Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Periodiek_systeem

33
Affiniteit Korsmit juli 2018

hoeveelheid energie, die vrijkomt wanneer een elektron aan een neutraal atoom wordt toegevoegd
om een negatief ion te vormen. Hoewel de elektronenaffiniteit sterk varieert, zijn er toch trends
zichtbaar. In het algemeen hebben niet-metalen meer positieve elektronenaffiniteit dan metalen.
Chloor trekt het sterkst een extra elektron aan. De elektronenaffiniteiten van de edelgassen zijn nog
niet overtuigend gemeten, en mogelijk hebben ze een licht negatieve waarde. In het algemeen zal de
elektronenaffiniteit toenemen van links naar rechts in een periode. Dit komt door het vullen van de
valentieschil (buitenste schil) van het atoom. Als voorbeeld: een atoom uit groep 17 geeft meer
energie vrij dan een atoom uit groep 1, wanneer het een extra elektron krijgt. Dit komt doordat het
zo de valentieschil opvult en het atoom stabieler is.

32
Wiki Tabel van Mendelejev: De rijen van de tabel worden periodes genoemd; de kolommen heten
groepen. Zes groepen (kolommen) hebben namen en nummers. De atomen binnen groepen blijken
bepaalde eigenschappen gemeen te hebben, bijvoorbeeld: de elementen uit groep 17 zijn de
halogenen en die in groep 18 zijn de edelgassen.

Bij de vorming van atomen en moleculen spelen affiniteiten een rol. Wij weten niet of er hierbij een
relatie met de ‘werking van het Affiniteitsveld’ aanwezig is.

1.2.2 Natuurkrachten
De aantrekking- en afstotingskrachten of -velden, zoals die na de eerste seconde na de Oerknal het
heelal hebben gevormd zijn bekend. Men onderscheidt:

32
Wiki: https://nl.wikipedia.org/wiki/Periodiek_systeem

34
Affiniteit Korsmit juli 2018

sterke kernkracht (aantrekking binnen atoomkern)


elektromagnetische kracht (aantrekking of afstoting tussen elektrisch geladen deeltjes)
zwakke kernkracht (afstoting tussen elementaire deeltjes)
zwaartekracht (aantrekking tussen massa’s)
Deze krachten worden middels ‘uitwisselingsdeeltjes’ overgebracht: resp. het gluon, foton, boson en
graviton. In deel 3 komen wij hierop terug.

De eerste drie krachten kunnen worden beschreven door een kwantummechanische veldentheorie
(het standaardmodel) en de zwaartekracht kan worden beschreven door de algemene
relativiteitstheorie. Deze theorieën conflicteren bij discontinuïteiten zoals de Oerknal en bij Zwarte
Gaten. Het wachten is op een algemene veldtheorie, zoals vb. de snaartheorie, die beide verenigt.
Een consequentie van de snaartheorie is dat de werkelijkheid uit meer dan de ons bekende ruimte-
tijd (4 dimensies) bestaat. Dat is moeilijk voor te stellen en alleen wiskundig te bestuderen. Wij
leggen in deze notitie de nadruk op het onderscheiden van ‘niveaus’. De kwantummechanica is
geschikt voor het niveau van de elementaire deeltjes. De zwaartekracht is meer geschikt voor het
niveau van de materie en van het universum. De snaartheorie is meer geschikt voor het niveau van
het plasma dat uit de velden van the Unknown is geëmergeerd.

Al de hiervoor genoemde krachten zijn ‘mechanisch’, dat wil zeggen dat hun ‘werking’ (gevolg)
nauwkeurig door exacte berekeningen kan worden bepaald. Men zou hieruit de conclusie kunnen
trekken dat gegeven de Oerknal en de natuurkrachten de ontwikkeling van het universum een
gedetermineerd proces was. Deze opvatting is niet houdbaar, omdat er een bijna oneindige
verscheidenheid is in de verschijningsvormen van materie, zoals sterrenstelsels, sterren, gesteenten
en het leven op Aarde. Ter verklaring worden afwijkingen toegeschreven aan het toeval. Dit is ook de
centrale verklaring van de evolutie der soorten in de Evolutietheorie van Darwin. Dit mag zo zijn,
maar dit sluit niet uit dat er daarnaast ook een structurerende werking is, die het ontstaan van die
grote verscheidenheid mede kan verklaren. Wij noemen deze werking Affiniteit.

Er is nog veel onbekend. Een voorbeeld is de veelheid aan theorieën over de zwaartekracht. Voor
Newton (1687) was het een ‘kracht’, voor Einstein (1915) een ‘kromming van ruimte-tijd’. Maar
volgens Verlinde33 zou de zwaartekracht geen ‘kracht’ zijn maar een gevolg van microscopische
kwantummechanische effecten, die statistisch samen de zwaartekracht opleveren. Hij spreekt over
‘entropische zwaartekracht’ als gevolg van een informatieveld. Daar komen we in Deel 3 op terug.
Ook Hawking34 heeft daar een theorie over. Sommige wetenschappers twijfelen aan de absolute
geldigheid van de Algemene Relativiteitstheorie. Er zijn dus nog veel vragen te stellen bij wat
zwaartekracht nu precies is.

In het kader van de door ons veronderstelde ‘werkingen in The Unknown zoals Affiniteit en
Informatie kijken wij uit naar de gravitatietheorie van Verlinde. Hierin poneert hij o.a. dat de Oerknal
als zodanig niet bestaat evenmin als de donkere massa en energie. Ook zou de zwaartekracht geen
echte kracht zijn, maar het gevolg van de herschikking van informatie in een uitdijend heelal.
Verlinde stelt: 'Mijn theorie is wél goed in overeenstemming met de metingen aan dwergstelsels.'
Het goed in overeenstemming zijn van berekende waarden met gemeten waarden is echter wat

33 Een site waar op velerlei wijzen wordt gediscussieerd over o.a. de theorie van Verlinde, waarin de zwaartekracht geen echte ‘kracht’ is:
http://theorderoftime.org/ned/leden/harry/index.php/Site/2-4ZwaartekrachtAantrekkingEnAfstoting
34 Hawkingstraling of Bekenstein-Hawkingstraling is straling die een zwart gat ten gevolge van kwantumeffecten uitzendt. Deze straling is

genoemd naar Stephen Hawking die de theoretische onderbouwing leverde. Jacob Bekenstein is de natuurkundige die voorspelde dat
Zwarte Gaten een temperatuur hebben die boven het absolute nulpunt ligt en dat ze entropie hebben. Zie
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hawkingstraling

35
Affiniteit Korsmit juli 2018

anders dan hypothesen toetsen, die zijn afgeleid van een theorie. Vandaar dat men reikhalzend
uitkijkt naar zijn theorie, hypothesen en toetsing. Dat geldt natuurlijk ook voor onze theorie m.b.t. de
werking van een ‘Affiniteitsveld’ en de toetsing hiervan. Wij zien overeenkomsten met de theorie van
Verlinde zoals het bestaan van een ‘Informatieveld’ en de momentane en overal aanwezige werking
hiervan.

De meeste wetenschappers geloven wél in het mysterie van de 'donkere massa en energie', welke in
verband wordt gebracht met de kosmologische constante, die in de Algemene Relativiteitstheorie
van Einstein is opgenomen. Deze constante werkt als een negatieve zwaartekracht. Over de rol
betekenis en grootte van de kosmologische constante bleven Lemaître en Einstein he, zoals eerder
opgemerkt, t oneens. Er bestaat een uitgebreide correspondentie daarover, die ons een goed inzicht
geeft in hoe deze grote wetenschappers in alle openheid hun theorieën uitwisselden. Sinds Lemaître
en Eddington hadden aangetoond dat de Algemene Relativiteitstheorie geen stabiel statisch en
eeuwig heelal opleverde, achtte Einstein de constante overbodig. Lemaître daarentegen behield deze
vanuit theoretisch oogpunt. Maar deze constante had voor hem ook een praktisch nut, omdat hij
hiermee de levensduur van het heelal in overeenstemming kon brengen met de geologische
gegevens over de ouderdom van de aarde. Deze constante speelde verder een rol in zijn verklaring
voor het ontstaan van sterren, sterrenstelsels en clusters. Volgens Lemaître was de constante ook
reëel werkzaam. In een artikel uit 1934 gaf Lemaître een natuurkundige betekenis aan de
kosmologische constante door ze te interpreteren als de energie-inhoud van het vacuüm.

Hoe dit alles ook zij, de discussie over de kosmologische constante, de Oerknal en de donkere
energie gaat door. Het blijft een mysterie en geeft aanleiding tot zeer verschillende theorieën zoals
de snaartheorie, de theorie van parallelle universums en de theorie van de energie van het vacuüm.
Het effect van de donkere kracht is volgens vele wetenschappers meetbaar in het uitdijen van het
heelal, dat zich overal met dezelfde versnelling blijft uitdijen, zodat het universum in de tijd
exponentieel groter is geworden en nog steeds wordt. Maar ook die stelling staat ter discussie. Daar
komen we nog op terug.

Op dit punt aangekomen willen we eerst ingaan op het fenomeen ruimte-tijd, omdat deze ook in het
Affiniteitsveld een rol speelt. Vervolgens bespreken we eerst de Kwantumtheorie omdat deze
betrekking heeft op het meest fundamentele niveau. Daarna bepreken we de Algemene
Relativiteitstheorie, die betrekking heeft op het niveau van de materie van ons universum. Wij gaan
hier niet diep op in, omdat dit de scope van deze notitie te buiten gaat. We proberen de werkingen
hiervan te duiden, zodat we daar in Deel 3 bij de beschrijving van onze Affinuteitstheorie op terug
kunnen vallen.

Ruimte en Tijd
We moeten ons de ‘tijd’ durven voorstellen als een grootheid, die meerdere niveaus kent. Vanuit de
aarde hebben wij een tijd-ruimtebeeld van het universum, dat sterk vervormd wordt door de eindige
snelheid van het licht. Daardoor krijgen wij een sterke vertekening in het beeld. Wij bezien het heelal
met zintuigen of instrumenten, die de lichtsnelheid als basis hebben. Daardoor lijkt het heelal zich in
alle richtingen gelijkelijk uit te strekken. Met andere woorden: wij lijken als aardbewoners in het
centrum van ons universum te zijn geplaatst. Dat is natuurlijk niet zo. Vanuit elk willekeurig punt
binnen het universum zou zo een beeld ontstaan onder de voorwaarde dat het blikveld kleiner is dan

36
Affiniteit Korsmit juli 2018

de ‘horizon’. Er is een parallel met het beeld van de ‘platte aarde’. Voor iemand, die op een
willekeurig punt van de aarde staat, lijkt deze plat.

De kosmische tijd gaat over heel wat anders. Wellicht kent de kosmos geen tijd en is verleden en
toekomst tegelijkertijd waarneembaar35. Dat klinkt gek, maar het is niet onmogelijk. Vanuit de
theorie van de Kwantummechanica en experimenten met teleportatie36 van kwantums blijkt dat
momentane overdracht van informatie mogelijk is. Daarbij is een oneindige overdrachtssnelheid van
beelden en informatie mogelijk. Een waarnemer in de ruimte, die van dergelijke
waarnemingstechnieken gebruik maakt, zou dan beelden uit het verleden en beelden uit de
toekomst kunnen zien. Kijkt hij richting de Oerknal dan kijkt hij naar de toekomst, in de andere
richting ziet hij het verleden. Sommige onderzoekers denken dat het menselijk bewustzijn zich onder
bepaalde voorwaarden op de kosmische tijd kan instellen.

Naast de kosmische, en de tijd die bepaald wordt door de lichtsnelheid, is er nog de tijd die bepaald
wordt door het dagritme. Deze tijd bepaalt de maat van het leven op aarde. Deze is lineair en loopt
van begin naar einde, van geboorte naar dood, van ochtend naar avond. Deze tijd wordt door de klok
bepaald en de westerse beschaving is hiervan afhankelijk geworden.

Jan Simons vat de opvatting van Steven Hawking over ‘tijd’ als volgt samen:

‘Volgens Newton’s Principia Mathematica, 1687, is tijd een oneindige lijn, onafhankelijk van
wat er in de ruimte/het heelal gebeurt. Deze voorstelling van tijd veranderde grondig onder
invloed van Einsteins Algemene Relativiteitstheorie: tijd en ruimte zijn volgens deze theorie
onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder invloed van de zwaartekracht kromt en
verwringt de verdeling van massa en energie in het heelal het ruimte-tijd veld, met als gevolg
dat deze niet vlak is. Voorwerpen bewegen zich niet via rechte lijnen, maar hun wegen
volgen het ruimte-tijd veld.’

De lineaire tijd van het dagritme is in beide richtingen oneindig: tijd heeft dus geen begin en geen
eind. De oneindige rechte lijn wordt onder invloed van massa-energie een eindige gekromde lijn.
Hawking is van mening dat de ruimte-tijd niet alleen gekromd wordt door de materie, maar ook door
de daarin aanwezig energie. Omdat energie altijd positief is, verleent ze de ruimte-tijd een
kromming, die de wegen van de lichtstralen naar elkaar toe doet afbuigen. Naarmate we verder in
het verleden kijken, zorgt de positieve energiedichtheid van de materie ervoor dat de lichtstralen
steeds sterker naar elkaar toebuigen. Uiteindelijk wordt alle materie ‘gevangen’ in een gebied,
waarvan de begrenzing tot 0 is geslonken: de Oerknal. Een soortgelijke redenering geldt ook voor het
einde van de tijd, wanneer sterren of stelsels onder invloed van hun eigen zwaartekracht
ineenstorten en Zwarte Gaten vormen. Zo vormen de singulariteiten een logisch begin en einde van
ons universum.

Einstein verbond met zijn Algemene Relativiteitstheorie de ‘werkelijke’ tijd , de tijd bepaald door de
lichtsnelheid binnen het ruimte-tijd veld van de waarnemer, met de drie ruimtelijke dimensies tot
een vierdimensionale ruimte-tijd. De richting van deze werkelijke tijd komt overeen met de vector
van de drie ruimtelijke richtingen. De geschiedenis van de waarnemer neemt altijd toe in de richting
35
Augustinus schrijft in zijn Belijdenissen…kloktijd kan de Chronotisch tijd exact meten. Zij wordt als ‘tijd als duur ’ gezien, als een klok die
tikt. Deze meet niet onze subjectieve ervaringen. Daarvoor geldt de Kairotische (Kairos is de god van het geschikte ogenblik, moment) tijd
of tussentijd. Deze tijd wordt in verband gebracht met de estetische en mogelijk louterende werking.
36De wereld op quantum-niveau, op de schaal van quantum-deeltjes, is heel vreemd. Op dat niveau kunnen deeltjes "verstrengeld" zijn. Dat

wil zeggen, ze functioneren alsof zij op elkaar zijn aangesloten, zelfs aer van elkaar verwijderd zijn. Aals de toestand van een deeltje
verandert dan verandert door de momentane Informatieoverdracht ook direct de toestand van het andere deeltje.
Zie: https://www.jpl.nasa.gov/news/news.php?feature=4384

37
Affiniteit Korsmit juli 2018

van de werkelijke tijd. Deze richting gaat van verleden naar toekomst. Hier ligt een overeenkomst
met de theorie over de ‘pijl van de tijd’ van Prigogine, Daar komen we later in Deel 2 op terug.

Hawking stelt dat vanuit de kwantumtheorie er ook een imaginaire tijd kan zijn, die haaks staat op de
werkelijke tijd. In feite gedraagt deze tijd zich als een vierde ruimtelijke richting. Vanuit deze theorie
is er een veel gevarieerder scala van mogelijke ruimte-tijd theorieën, zoals vb. de snaartheorie. Het
ruimte-tijd veld kan dan velerlei vormen krijgen zoals in een plat vlak (Newton), een ruimtelijk vlak
v.b. een bol (Einstein, met kosmologische constante = 1) of een hyperbolische ruimtelijk vlak etc.

Tijd, ruimte en snelheid zijn aan elkaar gerelateerd in de lineaire tijd. Verandering van plaats in een
bepaalde tijd levert de snelheid op. Verandering van de snelheid in een bepaalde ruimte levert een
verandering in het verloop van de tijd op. Een verandering van het verloop van de tijd in een bij een
bepaalde snelheid levert een verandering van de verplaatsing binnen de ruimte. Hierdoor zijn er
verschillende manieren om naar ons universum bekijken vanuit een veranderende ruimte, snelheid
of tijd.

Wij menen dat Affiniteit verbonden is met de kosmische tijd en dat Affiniteit in al deze genoemde
domeinen van ‘tijd’ momentaan aanwezig is. Wij menen ook dat het ‘Informatieveld’ een kosmische
tijd kent, met een oneindige snelheid van informatieoverdracht m.b.t. plaatsbepalingen van ‘events’,.
die in een logische volgorde worden vastgelegd. We zouden daar graag de opvattingen van Verlinde
over kennen. In Deel 3 gaan we daar verder op in.

1.2.3 Kwantummechanica
In de omgeving van Einstein37 waren veel prominente wetenschappers met velerlei theorieën bezig.
Zij onderzochten niet alleen allerlei verschijnselen van het universum, vb. de relativiteitstheorie,
maar ook de werkingen en verschijnselen op het allerkleinste, en meest fundamentele, niveau van
de elementaire deeltjes vb. de kwantummechanica. Einstein werkte na zijn ‘ontdekking’ van de
Algemene Relativiteitstheorie in de jaren 30-tig in Princeton samen met Max Planck, Werner
Heisenberg, Erwin Schrödinger, Max Born en Paul Dirac, en met de meest filosofische en ' vader' van
de groep, de fysicus Niels Bohr.
‘Niemand begrijpt de kwantummechanica!’ schreef Richard Feynman, Nobelprijswinnaar in 1964,en
hij stond en staat daarin niet alleen. 25 jaar later schreef Roger Penrose nog steeds over
‘kwantummagie en kwantummysterie’. Dat is toch verrassend taalgebruik voor een bekend
mathematisch fysicus. Feynman legt uit dat het probleem niet zozeer de wiskunde of de abstractie is
maar het aspect dat de theorie en de empirie tegen onze intuïtie en ervaring ingaan. De
verschijnselen zijn zo afwijkend van onze dagelijkse beleving, dat wij ons deze niet kunnen
voorstellen.
In deze studie willen we een relatie leggen tussen exacte en geestes wetenschappen of in de termen
van Feynman ‘een relatie tussen wetenschappelijke, fysische en ‘mysterieuze’ verschijnselen. Wij
betrekken deze relatie niet op ‘fysische en mysterieuze’ verschijnselen maar op de verschijnselen van
‘Affiniteit en ordening’ in de hoop dat deze voor iedereen ‘zichtbaar’ worden.

37Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Albert_Einstein : In het algemeen wordt 1905 als het vruchtbaarste jaar in Einsteins wetenschappelijke
leven beschouwd. De meeste natuurkundigen zijn het erover eens dat drie van deze artikelen (over de Brownse beweging, het foto-
elektrisch effect en de speciale relativiteitstheorie) elk een Nobelprijs waard zouden zi
jn. Hij werkte in veel landen en op veel universiteiten en publiceerde zeer veel.

38
Affiniteit Korsmit juli 2018

De kwantummechanica is complex en moeilijk uit te leggen. Wij doen een poging om het inzicht in de
klassieke kwantummechanica en haar toepassingen enigszins te vergroten. Veel theorieën leveren
voor leken mysterieuze verschijnselen op, ook de Algemene Relativiteitstheorie. Maar die
verschijnselen zijn meestal met mooie plaatjes over ruimte-tijd krommingen nog wel uit te leggen.
Maar de verschijnselen van de Kwantummechanica liggen buiten onze ervaring, daar kan men geen
‘beeld’ van krijgen. Wij menen dat de reden daarvan is dat we te zeer geconditioneerd zijn door de
rationaliteit, de eis de dat alles meetbaar moet zijn, van de materiële wereld waarin wij leven. Op
kwantumniveau bestaat er geen materie, geen werkelijkheid die wij met onze zintuigen kunnen
waarnemen. Maar in ons denken is dat wel mogelijk, maar wel moeilijk, zoals ook Feynman
opmerkte. Daar komen we op terug bij de beschrijving van het ‘bouwwerk’ van ons universum in
Deel 3.

De grondleggers van de kwantummechanica, zoals Bohr en Heisenberg, die in 1924 samenwerkten


op het instituut voor theoretische natuurkunde in Kopenhagen hadden elk zo hun eigen verklaringen
en filosofieën. ‘Er is geen kwantumwereld, er zijn enkel kwantumverschijnselen’ is een typische
uitspraak van Niels Bohr. Kwam dat omdat hij zich niet kon voorstellen, dat er werkelijk een
‘kwantumveld’ is?
Voor een goede inleiding in wat kwantummechanica is en in de relatie met andere
onderzoeksvelden en ook de theologie geeft Eric Wil38 een aanzet op de site van ‘het nieuwe
denken’. Wil geeft een indruk van de ’kwantumwereld’, die meer informatief39 dan dingmatig is.
Het gaat daarbij meer om informatie dan om materie. Wat de kwantummechanica heeft ‘onthuld’ is
zo verbijsterend dat het meer op sciencefiction lijkt. Wil noemt de volgende zaken:
‘-deeltjes kunnen zich op twee of meer plaatsen tegelijk bevinden. Er zijn experimenten,
waarbij kwantumdeeltjes op wel drieduizend plaatsen tegelijk aanwezig waren!
-een kwantum40 kan zowel een deeltje zijn, dat op een bepaalde plaats kan worden
gelokaliseerd, of een golf die zich over ruimte en tijd uitstrekt
-de klassieke fysica is deterministisch en reductionistisch. Processen worden ‘afgebakend’ en
de uitkomsten worden met algoritmen berekend. De kwantummechanica is ‘probabilistisch’,
meer organisch en holistisch. De uitkomsten zijn niet met zekerheid vast te stellen. Deze zijn
afhankelijk van de ‘omgeving’
-het belangrijkste verschil is misschien wel dat de kwantummechanica de scherpe cartesiaanse
scheiding tussen subject en object, tussen de waarnemer en het waargenomene, geheel
ophief. In de kwantummechanica beïnvloedt de waarnemer het waargenomen object. Dit is in
tegenstelling met de klassieke fysica, waar het onderzoeksobject volledig onafhankelijke moet
zijn van de onderzoeker. In de ‘kwantumwereld communiceert en participeert alles met alles,
er is geen verschil tussen onderzoeksobject en onderzoeker.
-verstrengeling is wellicht het meest mysterieuze verschijnsel: Subatomaire deeltjes zijn non-
lokaal, niet-plaatsgebonden. De deeltjes kunnen hecht met elkaar verbonden zijn binnen de
‘kwantumwereld’, die op een bepaald niveau tijd en ruimte overstijgt-‘

De geschiedenis van de kwantummechanica met zijn vele onbegrijpelijke ‘onthullingen’, die zo


haaks staan op de klassieke fysica, is boeiend De eerste barst in het bouwwerk van de
Newtoniaanse fysica was de ontdekking dat atomen, de zogenaamde solide ‘bouwstenen’ van het
materiële, dingmatige, universum, voor het grootste deel uit lege ruimte bestonden. Later ontdekte
men dat die zogenaamde 'leegte' helemaal niet leeg is, het is eerder een soort ‘lege

38 Zie website: https://sites.google.com/site/hetnieuwedenken/kwantumwerkelijkheid


39 Informatie in de betekenis van een informatiesysteem dat altijd en overal antwoorden geeft op vragen over selectie en ordening van
informatie. Het is niet primair een database, alhoewel het wel denkbaar is dat er data worden opgeslagen.
40 In de fysica is een kwantum de kleinste, ondeelbare hoeveelheid van een grootheid, die bij een interactie betrokken kan zijn. De energie

van het kleinste deeltje noemt men een ‘kwantum’. Hoeveelheden van de grootheid komen alleen voor in veelvouden van een kwantum.
Een electron is een massakwantum en een foton is een lichtkwantum.

39
Affiniteit Korsmit juli 2018

volheidsruimte’41: deze bevat namelijk enorme hoeveelheden subtiele, krachtige energie. We weten
nu dat de energie toeneemt, naarmate we naar subtielere niveaus van de materie gaan. Zo is
kernenergie bijvoorbeeld een miljoen maal krachtiger dan chemische energie en de zwaartekracht is
weer veel zwakker.
Niet alleen is er 'lege ruimte' binnen atomen maar naarmate wetenschappers dieper in het atoom
doordrongen, ontdekten ze dat ook de subatomaire deeltjes, de ‘bestanddelen’ van de atomen zoals
elektronen, niet ‘vast’ zijn. Ook dat zijn geen dingmatige ‘knikkertjes’. Elektronen blijken tweeledig
van karakter te zijn. Afhankelijk van hoe we ernaar kijken, kunnen ze zich of als ‘deeltjes’ of als
‘golven’ voordoen. Deeltjes kunnen mathematisch worden beschreven als afzonderlijke, vaste
objecten met specifieke locaties in de ruimte. Golven, daarentegen, zijn niet op een punt te
lokaliseren, zijn ook niet ‘vast’, maar breiden zich uit, zoals geluidsgolven of de golven in water. Dat
alles was met de klassieke fysica niet te verklaren en zo werd de kwantummechanica geboren.

Als golven hebben de elektronen (massadeeltjes) en hun fotonen (lichtdeeltjes) géén precieze
locatie. Ze bestaan als 'waarschijnlijkheidsvelden'. Wanneer ze echter optreden als deeltjes 'stort' het
waarschijnlijkheidsveld 'ineen', het 'collabeert', tot een vast deeltje, een ‘ding’ of ‘object’, dat op een
bepaalde plaats en op een bepaald moment lokaliseerbaar is.
Het idee van een golf werd in de kwantummechanica benadrukt door Erwin Schrödinger42, die met
zijn befaamde 'golfvergelijking' de mathematisch de kans dat een elektron op een bepaalde plaats in
de golf zou ineenstorten, collaboreren, en zich als deeltje zou manifesteren berekende.
‘De werkelijkheid zoals we haar ervaren wordt elk moment nieuw gecreëerd vanuit deze verzameling
van mogelijkheden’, zegt de neurofysicist Satinover43.
Wil merkt op dat het raadselachtige hierbij is dat wat er in dat scala van mogelijkheden gaat
gebeuren, wordt bepaald door iets wat geen deel uitmaakt van het stoffelijke universum! Of zoals
dan vaak wordt gezegd: kwantumgebeurtenissen zijn de enige echt ‘willekeurige’ gebeurtenissen. Hij
betoogd dat affiniteit hierbij waarschijnlijk een doorslaggevende rol speelt. Wil onderzoekt of de
energie van een ‘elektrongolf’ kan worden berekend, zoals dat vb. bij een watergolf wel kan. Is het
vb. mogelijk zo om een ‘elektronmassa’ op te nemen in de theorie van Einstein en zo deze beide
theorieën te verenigen? Daar is nog gen uitsluitsel over. Wij menen dat dat niet mogelijk is, omdat
beide theorieën betrekking hebben op twee totaal verschillende niveaus’ s van het ‘bouwwerk’. Zie
hiervoor Deel 3.

We zullen dieper in de theorie van de kwantummechanica moeten duiken om meer inzicht in de


werking van de kwantummechanica te verkrijgen. We bespreken echter eerst de Relativiteitstheorie
van Einstein om vervolgens enige theoretische achtergronden van de kwantummechanica verder uit
te diepen. Zie daarvoor de paragrafen 1.2.5 en 1.2.6. in paagraaf 1.2.7 geven we enige voorbeelden
van recente toepassingen van de kwantummechanica. In de laatste paragraaf 1.2.8 word een relatie
gelegd tussen de kwantumwereld en het ‘Affiniteitsveld’.
We willen we eerst een aantal opmerkingen kwijt over de Algemene Relativiteitstheorie om het
inzicht in ons universum te vergroten.

41 Wetenschappers zeggen nu dat één kubieke centimeter ‘lege ruimte’, ongeveer de afmeting van een knikker, meer energie bevat dan
alle materie in het ons bekende universum. Dat is toch niet te bevatten? Een knikker, die meer materie bevat dan de hele zichtbare
kosmos?
42
Zie : https://nl.wikipedia.org/wiki/Erwin_Schr%C3%B6dinger . Minder bekend is dat Schrödinger ook beschouwd wordt als de vader van
de moleculaire biologie. In Dublin hield hij – onder grote publieke belangstelling – op 5 februari 1942 een 'openbare les', niet over een
natuurkundig maar over een biologisch onderwerp met als titel “What is Life?”. In zowel de lezing als in het boek, dat zou uitgroeien tot
een van de invloedrijkste werken van de twintigste-eeuwse wetenschap, beargumenteerde hij dat de fundamentele natuur van levende
organismen waarschijnlijk bestudeerd en begrepen konden worden in termen van natuurkundige principes, en dan in het bijzonder die van
de kwantummechanica.
43Zie: https://en.wikipedia.org/wiki/Jeffrey_Satinover

40
Affiniteit Korsmit juli 2018

1.2.4 Relativiteitstheorie van Einstein


Einstein kreeg het inzicht dat hemellichamen met hun zwaartekracht ervoor zorgen dat de ruimte-
tijd lokaal gekromd wordt. De ruimte-tijd kan men zich voorstellen als een laken, dat horizontaal is
opgespannen, waarop ballen (planeten en sterren) liggen. Door het gewicht van de ballen wordt het
laken, de ruimte-tijd , lokaal gekromd.

Met dit inzicht werkte Albert Einstein in het begin van de twintigste eeuw zijn Relativiteitstheorie uit.
Daarmee veranderde hij de klassieke wetenschap van die tijd door twee absolute waarheden van de
19e eeuw te ontkennen:
-absolute rust, die door de ether zou worden vertegenwoordigd
-absolute of universele tijd, die door alle klokken aangegeven zou moeten worden.
Door te beweren dat:
-alle beweging relatief is. Alleen de lichtsnelheid is onafhankelijk van het
voortbewegingstempo van de waarnemer
-tijd relatief is (vandaar de naam relativiteitstheorie)

Een belangrijke consequentie van relativiteit betreft de verhouding tussen massa en energie.
Einstein stelde dat niets zich sneller kan voortbewegen dan het licht. Als we energie gebruiken om
iets te versnellen, neemt door de hogere snelheid de massa toe en wordt het moeilijker om deze nog
meer te versnellen. Bij de lichtsnelheid is de massa oneindig. Massa en energie zijn gelijkwaardig:

E = Mc2 waarin: E = energie, M = massa, c = lichtsnelheid

Einsteins relativiteitstheorie was niet in overeenstemming met de bewegingswetten van Newton en


oo niet zijn wet van de zwaartekracht. Volgens deze wet zou een verandering in de verdeling van de
materie in een bepaald gebied van de ruimte een verandering in het zwaartekrachtsveld
teweegbrengen, die overal elders in het heelal bespeurd zou worden. Dit zou betekenen dat je
sneller dan het licht zou kunnen reizen en dat er een absolute tijd zou bestaan. Voor dit probleem
moest Einstein een oplossing vinden. Het was hem duidelijk dat er een verband bestond tussen
versnelling en zwaartekracht. Einstein kwam in 1912 tot het briljante idee, dat de ruimte-tijd niet plat
is, maar gekromd: massa en energie verbuigen het vlak van de ruimte-tijd. De Relativiteitstheorie
mét zwaartekracht noemt men de Algemene Relativiteitstheorie; zonder zwaartekracht noemen we
deze de Speciale Relativiteitstheorie.

later werd aangetoond dat de Algemene Relativiteitstheorie zelf een Oerknal veronderstelt. Dat
houdt ook in, dat tijd een begin heeft. Ook werd aangetoond, dat tijd ooit ophoudt, nl. in een zwart
gat. Maar zowel begin als einde van de tijd zijn een plaats waar de vergelijkingen van de Algemene
Relativiteitstheorie niet gedefinieerd kunnen worden. Het zijn plaatsen waar deze theorie niet geldig
is, het zijn singulariteiten.

Met deze ‘logische gevolgen’ was de ‘gelovige’ Einstein niet zo gelukkig. De Algemene
Relativiteitstheorie zou dus niet kunnen voorspellen wat er in deze singuliere punten precies
gebeurt. In dezelfde tijd werkte Einstein samen met anderen aan de theorie van de
kwantummechanica. Deze theorie gaat over de elementaire deeltjes, waar de natuurwetten totaal
anders zijn en waar ‘waarschijnlijkheden’ en ‘kansen’ een fundamenteel element van ijn. Deze
theorie is met name geschikt om het begin van het ontstaan van materie te beschrijven. Sommigen
zagen hierin een aanwijzing voor de vrijheid van God om in de singulariteiten het heelal te laten

41
Affiniteit Korsmit juli 2018

beginnen op elke manier die Hij wenste. Maar Einstein vond dat ‘God niet dobbelt’. Niels Bohr
bracht daar tegen in: ‘Vertel God niet wat Hij moet doen!’

De Algemene Relativiteitstheorie zorgde voor een drastische verandering in het denken over ons
universum en de ontstaansgeschiedenis hiervan. Einstein was daar niet alléén mee bezig,
integendeel. Veel onderzoekers waren bezig met de verkenning van de ruimte, het ontstaan van ons
universum en de kleinste deeltjes. Een aantal van hen zijn reeds genoemd: Hubble, Lemaître en
Eddington. Zij ontdekten dat ons universum niet statistisch is, maar dat dit uitdijt met een steeds
hogere snelheid. Op den duur zullen we geen sterren meer vanuit onze nachtelijke hemel meer zien,
omdat deze allemaal achter de ‘horizon’ zijn verdwenen.

De meningen over hoe het heelal ontstond en hoe het zich ontwikkelde waren en zijn nog steeds
zeer verschillend. Lawrence Krauss vat recente wetenschappelijke ontwikkelingen samen in zijn boek
Universum uit het niets, Waarom er iets is in plaats van niets, 2012. Hij beschrijft het ontstaan van
ons universum uit het niets op basis van de meest actuele verklaring voor de evolutie van ons
heelal44. De wiskundige relativiteitstheorie laat zich uitbreiden tot beschrijvingen van velerlei soorten
van universa en zelfs van het ontstaan en weer opgaan van deze45. Ook het boek van René Fransen
Livio, Is God een wiskundige? (2010) geeft hierover veel informatie.

Dat de Algemene Relativiteitstheorie het laat afweten op het moment van de Oerknal en in de
‘Zwarte Gaten’ heeft te maken met de niet-verenigbaarheid met de Kwantumtheorie. Na het
doornemen van meer recente studies gaan wij er voorlopig van uit dat Einstein wellicht toch gelijk
had met zijn stellingname dat er geen kosmologische constante nodig is om zijn theorie met de
werkelijkheid kloppend te maken. Wij vragen ons wel af of er überhaupt een ‘ware’ uitspraak over de
Oerknal gedaan kan worden. Lemaître en anderen kenden aan de kosmologische constante wel en
rol van betekenis toe.De wiskundige Kurt Gödel (1906‑1978) kwam in 1931 met het bewijs dat ieder
voldoende complex axiomatisch wiskundig systeem onvolledig is, dat wil zeggen dat er binnen dat
systeem altijd wel één propositie gesteld kan worden, die niet binnen dat systeem bewezen of
ontkracht kan worden. En het helpt ook niet als je slim denkt te zijn door die ene propositie als een
axioma toe te voegen aan de originele set van axioma's. Dan is ook dit nieuwe systeem op zijn beurt
onvolledig. En dit ad infinitum. Gödel bewees als wiskundige dat het onmogelijk is een bewijs te
leveren voor alle ware uitspraken. Anders gezegd, bewijsbaarheid en waarheid zijn verschillende
zaken, en er zijn uitspraken die wel waar zijn, maar niet bewijsbaar zijn. De oorzaak ligt in de zelf-
referentie. We komen daar bij de kwantumfysica op terug. De Algemene Relativiteitstheorie kamt
ook met dit euvel. Ook onze hypothese over het Affiniteitsveldis niet ‘bewijsbaar’. Daar gingen wij
ook niet vanuit, omdat het Affiniteitsveld buiten het veld van de ‘massa-energie’ en de ‘ruimte-tijd’
ligt, welke wel, zeker ten dele, met de exacte wetenschappen te beschrijven zijn. Wij menen dat het
bestaan van een Affiniteitsveld niet te onderbouwen op basis van rationele argumenten alleen, laat
staan op basis van exacte berekeningen. Hoe jammer wij dat ook vinden, wij zullen de ‘waarheid over
het bestaan van een ‘Affiniteitsveld’ zo niet kunnen aantonen. We willen dit onderbouwen op basis
van existentiële en fenomenologische gronden46.

We zijn wat ver van de Algemene Relativiteitstheorie van Einstein afgedwaald, maar Einstein zelf zou
niet liever willen. Zijn gedachte-experimenten zijn fameus. Op enkele daarvan komen we terug.

44 De hoofdlijn van dit boek vertelt Kraus in zijn lezing op youtube: https://www.youtube.com/watch?v=7ImvlS8PLIo .
45 Zie daarvoor de website: https://nl.wikipedia.org/wiki/Multiversum
46 Zie de Masterscriptie Wijsbegeerte Fenomenologie, Existentialisme en de plaats van de Ander, Cees Zweistra :

file:///C:/Users/User/AppData/Local/Packages/Microsoft.MicrosoftEdge_8wekyb3d8bbwe/TempState/Downloads/Fenomenologie,%20Exi
stentialisme%20&%20de%20Ander.pdf

42
Affiniteit Korsmit juli 2018

Einstein zou huiveren van de gedachte dat ‘een theorie kloppend maken’ bij een wetenschapper
opkwam. Dat is geen wetenschappelijk standpunt, integendeel. Het is eerder een
onwetenschappelijke houding. Toch komen we dit argument vaak tegen in theorieën, die betrekking
hebben op het ontstaan en de ontwikkeling van ons universum. Het gaat natuurlijk om de vraag:
‘welke theorie verklaart het beginpunt, vb. de zgn. Oerknal het best?’ De kwantumtheorie komt daar
wellicht het dichtst bij in de buurt. Daar komen nog op terug. Einstein gaf verklaringen en stelde
hypothesen op, maar kon deze zelf ,met de technologie uit zijn tijd, niet toetsen. Later kon dat wel en
zijn hypothesen bleken vaak te kloppen. Een voorbeeld is de voortplanting van zwaartekrachtsgolven
in ons universum.

Neutronensterren en Zwaartekrachtsgolven
Zwaartekrachtsgolven ontstaan bij een botsing van neutronensterren en ook bij het samensmelten
van onzichtbare Zwarte Gaten. Zwaartekrachtsgolven zijn rimpelingen in de ruimte-tijd. Bij
bijzondere gebeurtenissen in het universum, zoals het samensmelten van Zwarte Gaten of het
botsen van neutronensterren, ontstaan er zwaartekrachtsgolven, die zich over dat hypothetische
laken als een rimpeling voortplanten.

Einstein voorspelde meer dan 100 jaar geleden dat zwaartekrachtsgolven bestonden, maar pas in
2015 werden ze voor het eerst gedetecteerd. Inmiddels hebben onderzoekers al verscheidene keren
zwaartekrachtsgolven waargenomen: in juni 2016, juni 2017 en september 2017. Deze waren allen
het gevolg van samensmeltende Zwarte Gaten. In oktober 2017 werden door het LIGO-Virgo-
samenwerkingsverband voor de vijfde keer zwaartekrachtsgolven gedetecteerd. En voor het eerst
waren deze zwaartekrachtsgolven niet het gevolg van samensmeltende onzichtbare Zwarte Gaten,
maar van botsende zichtbare neutronensterren. En voor het eerst hebben onderzoekers dus kunnen
zien waar de zwaartekrachtsgolven vandaan komen.

“Het is voor het eerst dat een kosmische gebeurtenis zowel geobserveerd is door het licht
dat werd afgegeven als door de zwaartekrachtsgolven die deze in de ruimte-tijd
veroorzaakte,” stelt professor Matthew Bailes, directeur van het ARC Centre of Excellence for
Gravitational Waves (OzGrav). “Het is heel redelijk om te zeggen dat dit één van de grootste
astronomische ontdekkingen van deze eeuw tot zo ver is,” denkt dr. Paul Lasky, eveneens
verbonden aan het OzGrav en tevens actief binnen het LIGO-Virgo-samenwerkingsverband.

Aangezien een botsing van neutronensterren heel veel licht uitstraalt leverde deze ontdekking tevens
het bewijs op dat zwaartekracht zich voortplant met de snelheid van het licht. “Het was voor het
eerst dat astronomen de , waaruit de zwaartekrachtsgolven voortkwamen, konden lokaliseren en het
in detail met telescopen konden observeren,” vertelt onderzoeker Jeff Cooke, werkzaam aan het
Centre for Astrophysics & Supercomputing van de Swinburne University of Technology. Hij
constateerde ook dat “deze gebeurtenis ons in staat stelde om te zien waar en hoe exotische
elementen zoals goud, platinum en uranium ontstaan”. Het LIGO-Virgo samenweringsverband begint
steeds meer resultaten op te leren. In het onderzoek naar neutronensterren, sterren die een enorme
dichtheid hebben:

“Astronomen hebben er al veel ontdekt,” vertelt professor Susan Scott, ook betrokken bij het
LIGO. “Soms enkele, maar ook dubbele neutronensterren die om elkaar draaien. Wanneer ze
om elkaar heen cirkelen, geven ze zwaartekrachtsgolven af en wordt hun baan steeds kleiner.
We wisten dat uiteindelijk vele van deze sterren tijdens gewelddadige botsingen op elkaar

43
Affiniteit Korsmit juli 2018

zouden klappen, maar hadden het nog nooit zien gebeuren. Astronomen wisten simpelweg
niet waar op ze – op het juiste moment – hun telescopen moesten richten.”

De LIGO- en Virgo-observatoria, die jagen op zwaartekrachtsgolven wachten gewoon tot er iets


‘groots’ gebeurt in het universum. Zodra dat ontdekt wordt door een van de vele observatoria wordt
direct aan hen doorgegeven, zodat zij zich daarop kennen focussen. “Op 17 augustus 2017 gebeurde
er iets groots: een zwaartekrachtsgolf die het resultaat was van twee botsende neutronensterren,
130miljoen lichtjaar verwijderd benaderde onze detectoren. Het was de dichtstbijzijnde bron en het
sterkste signaal dat we tot op heden hebben aangekondigd.” Snel stuurden de astronomen de locatie
van de bron van het signaal naar collega’s wereldwijd en zij richtten hun telescopen op het
betreffende stukje heelal. En met succes, zo vertelt Lasky. “In de uren, dagen en weken die volgden
zagen we deze gebeurtenissen op alle golflengten, waaronder röntgen, ultraviolet, optisch en radio.”

Deze waarnemingen hebben een schat aan informatie opgeleverd. Ze bevestigen de ontdekking dat
zwaartekrachtsgolven met de snelheid van het licht door de ruimte bewegen. Onderzoekers leiden
dat af uit het feit dat het licht dat door de botsende neutronensterren werd geproduceerd gelijktijdig
met de zwaartekrachtsgolven op aarde arriveerde. Voor het eerst kunnen onderzoekers bevestigen
dat tijdens een fusie van neutronensterren korte gammaflitsen vrijkomen: iets wat al 50 jaar
vermoed werd maar nooit bewezen kon worden. Tevens bevestigen de waarnemingen dat een fusie
van twee neutronensterren vergezeld gaat door een kilonova: een heldere explosie die zo’n 1000
keer helderder is dan een nova. Theorieën voorspelden al dat dergelijke explosies en een fusie van
neutronensterren hand in hand gingen. “Maar het was nog nooit geobserveerd,” stelt Cooke. “Met
deze observaties hebben we voor het eerst een kilonova gezien, de theorie bevestigd en begrijpen
we nu hoe ze werken. We observeerden een kilonova, die zich voor onze ogen ontvouwde, veel
mooier dan we ons ooit konden voorstellen. Kilonovae produceren de zwaarste elementen die ons
vandaag de dag omringen. De gebeurtenis stelt ons in staat om te zien waar en hoe exotische
elementen zoals goud, platinum en uranium ontstaan.” Maar er is meer. “Nu we de afstand en de
kracht van de gebeurtenis weten, hebben we een nieuwe manier gevonden om de snelheid waarmee
het universum uitdijt en de leeftijd van het universum te meten.”

Volgens astronomen luidt deze ontdekking een nieuw tijdperk in: het tijdperk van de multi-
messenger astronomy.

“Toen de LIGO-Virgo-samenwerking zwaartekrachtsgolven detecteerde, konden we de bron


van de zwaartekrachtsgolven detecteren, maar wisten we slechts ongeveer de locatie. Nu
weten we zowel wat er gebeurd is als waar het gebeurd is,” stelt professor Peter Veitch,
eveneens verbonden aan het OzGrav. “Multi-messenger gravitational astronomy is geboren.”
En dit is nog maar het begin, zo denkt David Ottaway, eveneens verbonden aan het OzGrav.
“We hebben nu voor het eerst een gebeurtenis middels multi-messenger gravitational
astronomy gezien, maar met een verbeterde sensitiviteit kunnen we nog veel meer van deze
kosmische gebeurtenissen observeren. Met meer observaties zullen we in staat zijn om een
duidelijker beeld te krijgen van de evolutie van onze sterren en sterrenstelsels en de
geboorte en ontwikkeling van het universum.”

In het volgende baseren we ons op van het boek over de relativiteitstheorie door Steven Hawking47,
Het Universum uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 2001.

47 http://jansimons.nl/levoland/wereldorienterendedossiers/opreisdoorhetheelal/Hawkinguniversum.pdf

44
Affiniteit Korsmit juli 2018

Singulariteiten en Zwarte Gaten


Jan Simons beschrijft in een samenvatting van dit boek singulariteiten en Zwarte Gaten:

‘een singulariteit is een punt met een oneindig klein volume en een oneindig grote dichtheid.
De ruimte-tijd is hier zo sterk gekromd, dat ruimte en tijd feitelijk ophouden te bestaan. Dit
heeft onder meer tot gevolg dat in de gewone natuurkunde geldende wetten vb. de
relativiteitstheorie in een singulariteit niet meer geldig zijn. Wellicht vinden er in of in de
buurt van een singulariteit allerlei processen plaats die in de huidige wetenschap nog
onbekend zijn. Voorbeelden zijn de Oerknal, Zwarte Gaten en de zichtbare tegenhangers
van Zwarte Gaten, de Naakte Singulariteiten48, welke geen gebeurtenissenhorizon
hebben en dus in principe zichtbaar blijven.

Het bestaan van Zwarte Gaten volgt direct uit de relativiteitstheorie van Einstein, die een
zwart gat heel simpel beschrijft door een waarnemingshorizon in te voeren. Deze horizon
werkt in feite omgekeerd als een horizon in ons blikveld. Wij zien alles wat zich binnen onze
horizon bevindt. Bij Zwarte Gaten wordt alles wat zich binnen de ‘horizon’ van zijn
aantrekkingskracht bevindt ‘opgeslokt’ door de zwaartekracht in de kern van het zwarte gat.
Niets van wat zich binnen deze horizon bevindt is van buiten deze ‘horizon’ nog zichtbaar. In
deze singulariteit in de ken is alle massa in één punt zonder uitbreiding verzameld. Wat de
waarnemingshorizon in komt, verdwijnt voorgoed uit het heelal.

Maar de Britse natuurkundige Stephen Hawking toonde in 1974 uitgaande van de


kwantummechanica aan dat straling kan ontsnappen aan de waarnemingshorizon van de
Zwarte Gaten. Die straling, de Hawkingstraling, zal tot een langzame verdamping van een
zwart gat leiden. De vraag blijft alleen of de straling het mogelijk maakt om informatie uit
een zwart gat te halen. Volgens de kwantummechanica kan informatie namelijk niet zomaar
verdwijnen. De singulariteit in het midden is ook niet verenigbaar met de
kwantummechanica. Zwarte Gaten zijn veel complexer dan uit de beschrijving en analyse
m.b.v. de relativiteitstheorie blijkt.’

Astronomen denken dat Zwarte Gaten ontstaan doordat er na de Oerknal Kwantumfluctuaties


aanwezig waren, die ervoor zorgden dat het gas niet helemaal homogeen was. Dat wil zeggen dat de
dichtheid in sommige gebieden iets groter was dan in andere. In gebieden met een grote dichtheid
begon het gas zich vermoedelijk meer samen te trekken, waarna er sterrenstelsels ontstonden. Uit
berekeningen blijkt echter dat de materiedichtheid alleen niet genoeg was voor de vorming van
sterrenstelsels. Er zou dus nog een tweede oorzaak moeten zijn, welke gezocht wordt in het
verschijnsel van de donkere materie, die zich niet gedraagt als gewone materie. Simulaties tonen aan
dat donkere materie zich snel verzamelt in lange slierten, die het heelal vullen als spinnenwebben.
Vooral waar deze slierten elkaar kruisen heeft donkere materie wellicht de extra zwaartekracht
kunnen leveren die nodig was voor het ontstaan van Zwarte Gaten.

Nieuwe observaties van de Hubble en andere telescopen wijzen uit dat de verdeling van
sterrenstelsels in het heelal, globaal overeenkomt met de berekende verdeling van donkere materie
in slierten. Dus mogelijk speelde donkere materie een rol bij het ontstaan van de sterrenstelsels. Dat
alles is echter vrij ongewis, omdat we niet weten wat die donkere materie precies is. Er zijn dus nog
veel open vragen. De donkere materie kan alleen indirect worden aangetoond, o.a. door het licht van

48
Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Singulariteit_(natuurkunde) en https://nl.wikipedia.org/wiki/Naakte_singulariteit en
https://nl.wikipedia.org/wiki/Waarnemingshorizon

45
Affiniteit Korsmit juli 2018

verre sterrenstelsels te analyseren. Daaruit blijkt dat het licht van verre sterrenstelsels onderweg
naar de aarde meer wordt afgebogen dan uit de berekeningen volgens de relativiteitstheorie volgt.
Donkere materie zou de ontbrekende zwaartekracht kunnen leveren. Een tweede aanwijzing voor
het bestaan van donkere materie is de waarneming dat ons het universum zich steeds sneller uitdijt.
Daar is een afstotende kracht voor nodig, die donkere energie zou kunnen leveren. Deze donkere
energie kan worden omgerekend naar donkere materie volgens Einstein’s vergelijking: E = Mc2.
Hierdoor kunnen wetenschappers vrij precies bepalen in welk deel van ons universum donkere
materie en donkere energie aanwezig zijn. Wetenschappers vragen zich af waaruit donkere materie
zou kunnen bestaan: lichtzwakke objecten, neutrino’s of bijzondere deeltjes, die men aanduidt met
‘wimps’. We weten het niet.

De Algemene Relativiteitstheorie rust op de zwaartekrachttheorie, welke verre van eenduidig is.


Daardoor is ook de Algemene Relativiteitstheorie iets minder algemeen dan gedacht. Verlinde ziet de
zwaartekracht niet alleen als een gevolg van massa-energie maar ook van onderliggende ‘informatie’.
De theorie is door Einstein ontworpen voor het verklaren van de werking van ons universum en is
daarvoor goed bruikbaar. Problemen ontstaan bij de toepassing rondom singulariteiten en vooral bij
de relatie tussen deze theorie en de kwantumtheorie. Dit is een gevolg van de verschillen in niveaus
waarop ‘materie’ wordt bestudeerd. Daarmee werd de kwantummechanica de belangrijkste basis
voor het onderzoek naar processen op atomair niveau. De relativiteitstheorie bleef de belangrijkste
basis voor de kosmologie. We zullen ook zien dat hierover het laatste woord nog niet is gezegd.
Allereerst is er een probleem op het niveau van de ‘velden’. De zwaartekracht is geen primair maar
eerder een afgeleid krachtveld i.t.t. het kwantumveld en het door ons geïntroduceerde
‘Affiniteitsveld’ en het ‘Informatieveld’. Vervolgens ontstaat een spanningsveld tussen de
kwantumtheorie en de relativiteitstheorie op het raakvlak, waar materie wordt ‘gevormd’ door
collaboratie van kwantumgolven in de vorming van elementaire deeltjes en atomen, die ‘massa’
bezitten. De kwantumgolven ontstaan binnen en vanuit het kwantumveld, maar de atomen behoren
tot de materiële wereld. In ons ‘bouwwerk’ zijn dit twee onderscheiden niveaus. In Deel 3 wordt het
‘bouwwerk’ toegelicht en wordt dit spanningsveld verder uitgewerkt.

1.2.5 Theoretische achtergronden


Kwantummechanica
Kwantumsprongen, het onzekerheidsprincipe, non-lokaliteit en kwantumverstrengeling behoren
allemaal tot de bijna onvoorstelbare werkelijkheid van de kwantummechanica.

De Duitse fysicus Max Planck had in 1901 een theorie opgesteld, die het spectrum van zogenoemde
zwarte stralers (vb. uranium atomen) verklaarde. Hij maakte gebruik van de aanname dat energie
van deeltjes slechts een veelvoud van een bepaalde waarde kan hebben. De kleinste waarde werd
‘kwantum’ genoemd en werd de naamgever van de ‘kwantummechanica’. In het begin van de 20-ste
eeuw werd het langzamerhand duidelijk dat de natuur op extreem kleine schaal andere wetten
volgt dan de wereld, die we gewend zijn.

Op basis van experimenten met het foto-elektrisch effect, dat uitsluitend te verklaren is met
kwantummechanica, ontving Einstein in 1922 een Nobelprijs. Daarna bedacht Bohr een werkend
model, in de vorm van een atoomkern met daaromheen draaiende elektronen. Hij paste dit model

46
Affiniteit Korsmit juli 2018

toe op de opbouw van atomen voor alle elementen. Ook daarbij was de kwantummechanica
noodzakelijk. Werner Heisenberg ontdekte dat een elektron in de ‘schil’ of ‘mantel’ van een atoom
geen vaste positie en snelheid heeft. Naarmate de plaats van een elektron nauwkeuriger wordt
bepaald, wordt het meten van de snelheid onnauwkeuriger. Dat betekent dat je nooit exact zowel
de plek als de snelheid van een deeltje tegelijkertijd kunt weten. Later kwam Louis de Broglie met
het inzicht dat deeltjes óók als golven gezien kunnen worden.

Deze groep wetenschappers werkte allerlei gedachte-experimenten uit. Albert Einstein, Boris
Podolsky en Nathan Rosen (EPR) verzonnen hun gedachte-experiment, dat nog steeds bekend staat
als de EPR-paradox, om aan te tonen dat de kwantummechanica niet compleet kon zijn. Het begrip
‘lokaliteit’ speelt daarbij een essentiële rol. Lokaliteit staat voor de hypothese dat de eigenschappen
van een bepaald systeem (een deeltje of iets dergelijks) niet ogenblikkelijk kunnen worden beïnvloed
door een ander systeem dat zich ver weg bevindt. Einstein geloofde niet in ‘momentane actie op
afstand’. Voor hem was ‘lokaliteit’ een onbetwistbare voorwaarde, waaraan elke fysicatheorie moest
voldoen. Einsteins locatie-principe bleek echter onhoudbaar. Deeltjes kunnen los van locatie en tijd
direct , momentaan op elkaar reageren.

De grondleggers van de kwantumfysica, waaronder naast Max Planck ook Albert Einstein en Hendrik
Antoon Lorentz, kwamen in 1927 in Brussel bijeen tijdens de Solvay-conferentie. Zij hadden
gezamenlijk de basis gelegd voor de onderbouwing van de kwantummechanica. Op de Solvay-
conferentie bleven de discussies doorgaan. Zo bleef het Einstein problemen hebben met de
kwantummechanica, waarin toevalligheden een grote rol spelen in het gedrag van deeltjes. Einstein
wilde dolgraag weten waaróm dat zo is, maar daar geeft de kwantumtheorie geen antwoord op.
Bohr had daar minder moeite mee. Hij stelde dat zolang de theorie goede voorspellingen doet er
weinig aan de hand is. De theorievorming lag in het interbellum wat stil, omdat er geen concrete
toepassingen voor de kwantummechanica gevonden konden worden. Dat veranderde pas met de
uitvinding van de halfgeleiders. Zie daarvoor paragraaf 2.1.7.

John s. Bell publiceerde in 1964 een theorie, die later bekend is geworden onder de naam Bell-
ongelijkheden. Bell’s werk borduurt voort op dat van Einstein e.a., die verklaarden dat een deeltje
‘lokaal’ is, dat een deeltje slechts op één plaats kan bestaan. Bell toonde theoretisch aan dat dat
onjuist is. Eén van zijn gedachtenexperimenten (theorema) uit die tijd was dat subatomaire deeltjes
hecht met elkaar verbonden zijn op een bepaald niveau dat tijd en ruimte overstijgt. Dergelijke
gedachtenexperimenten konden later door de technologische ontwikkelingen met betere
meetinstrumenten getoetst worden. In 1975 noemde de theoretisch fysicus Henry Stapp het
theorema van Bell ‘de meest opzienbarende ontdekking van de wetenschap.’ Later kon deze theorie
getest worden in o.a. het ESP-project dat verderop besproken wordt.

In de buurt van singulariteiten geldt de onzekerheidsrelatie van Heisenberg49. Dit is het toeval-
element van de Kwantummechanica. Hawking toonde aan dat de Kwantummechanica, met het
nodige kunst- en vliegwerk, processen in de eerste seconden na de Oerknal kon berekenen. De
discussies over de interpretatie van een Kwantum en de Kwantummechanica duren voort. Hier willen
we wijzen op de publicatie van Christian Maes kwantummechanica als experimentele metafysica50.
Maes onderscheidt en drietal recente ontwikkelingen:

49
De onzekerheidsrelatie van Heisenberg, door Werner Heisenberg in 1927 gepubliceerd, is een van de belangrijkste resultaten van de
kwantummechanica. De relatie drukt uit dat er zogenaamde incommensurabele paren van grootheden bestaan, waarvoor geldt dat niet
van beide grootheden de waarden tegelijkertijd exact kunnen vastliggen. Een voorbeeld van zo'n paar is: plaats en impuls. Een ander
voorbeeld is: energie en tijd. Elke theorie die een kwantummechanisch systeem beschrijft moet deze relatie bevatten. Zie:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Onzekerheidsrelatie_van_Heisenberg
50 voor meer inzicht: https://www.nemokennislink.nl/publicaties/ kwantummechanica-als-experimentele-metafysica

47
Affiniteit Korsmit juli 2018

-De waarnemer: de vraag wordt gesteld of er geen kwantummechanica mogelijk is zonder waarnemers?
Kan het woord ‘meting’ uit een fundamentele beschrijving geweerd worden?
-Een tweede ontwikkeling is de acceptatie van vervlechting van deeltjes. Er zijn momenteel veel partijen
ernstig in kwantuminformatie geïnteresseerd. De recente interesse voor het preciseren van dit concept
komt van informatietheoretici (o.a. kwantumcomputers)
-De derde ontwikkeling betreft de recent gezette reuzenstappen in de technologische ontwikkelingen
die vb. het experimenteel verwezenlijken van gedachtekronkels, zoals het ERP-experiment, mogelijk
maken.

We zagen hiervoor al bij eerste kennismaking met de kwantummechanica dat er een hele parade is
van vreemde en spannende ontwikkelingen. Veelvuldig optredende begrippen hierbij zijn:
onvoorspelbaarheid, onbewijsbaarheid en waarschijnlijkheid. Als gevolg is er een omslag gekomen in
het denken bij een aantal bètawetenschappers, die hun vak niet langer binnen` de grenzen van de
klassieke wetenschap uitoefenen en die opnieuw een parallel zien of zoeken met religieuze thema's
en theologisch onderzoek. In feite warenwetenschappers als Einstein hier ook mee bezig.
Thema’swaren vb. ‘tijd’, ‘determinisme’ en ‘vrijheid’, ‘het ontstaan van de wereld’, ‘objectiviteit in
het onderzoek naar de werkelijkheid’, ‘het leven en de geest’, ‘waarheid die bewijsbaarheid
overstijgt’. Deze hébben natuurlijk onmiskenbaar een meer of mindere religieuze lading.

Het maakt wetenschappers onzeker om bepaalde zaken niet te kunnen bewijzen en om een niet-
grijpbaar en ‘wijkend’ object te hebben. Waar de natuurwetenschap eerst 'gewoon' de materiële
natuur tot object leek te hebben, wijkt dit object steeds verder terug51. De exacte wetenschap lijkt
soms steeds minder exact te worden. De atomen zijn allang geen a-tomen meer, en de deeltjes
waaruit ze bestaan worden steeds minder 'materieachtig'. Alles wat we van een deeltje zeggen geldt
meer niet dan wél: het is een deeltje maar gedraagt zich ook als een golf. Met een dergelijk wijkend
'object' is de theologie zeer vertrouwd. Bij God kunnen we niet weten wat hij is, maar wel wat hij niet
is, zegt Thomas van Aquino. En deze nadruk op het ‘niet-weten’ is sterk uitgewerkt in de zogeheten
negatieve theologie.

Deze onderlinge gelijkenis tussen natuurwetenschap en theologie biedt mogelijkheden, verrassende,


uitdagende, onzeker makende mogelijkheden, en dat laatste vooral ook door de vele dreigende
valkuilen. René Munnik verwoordt die valkuilen met verve:

"-Er is een specifiek gevaar verbonden met deze niet‑voorstelbaarheid van de betekenis van
de parameters in de mathematische beschrijving. Dat is het gevaar van een zinloze speculatie
omtrent hun betekenis, en de charme van allerlei paradoxen die het gevolg zijn van de
koppeling van de mathematische beschrijving en de haar toegedichte betekenissen. ... Een
goed deel van de aantrekkingskracht van wat men holisme of ‘new-age wetenschap’ pleegt
te noemen, is het gevolg van dit rariteitenkabinet van inadequate voorstellingen, waarin
omwille van de niet‑voorstelbaarheid de fantasie de vrije loop wordt gelaten en er dus van
alles blijkt te kunnen. ... Listig wordt er gebruik gemaakt van het argumentum ad ignorantiam
waarin verstandige theologen een rad voor ogen wordt gedraaid met een mathematisch
formalisme, dat ze niet kunnen doorzien, en waarin aan verstandige natuurwetenschappers,
dwars door alle categoriefouten heen, uitermate versimpelde metafysische inzichten wordt
aangeboden-”.

51Zie voor een oriëntatie op de relatie wetenschap en metafysica: http://www.filosofiegroningen.nl/Metafysica_wetenschap.htm

48
Affiniteit Korsmit juli 2018

Deze eigenschappen van de kwantummechanica openen een heel nieuwe ontwikkeling voor de
technologie, o.a. computers, radarsystemen, en voor de kosmologie, o.a. metingen onafhankelijk van
de lichtsnelheid, en voor het onderzoek naar het ‘Informatieveld’ en het ‘Affiniteitsveld’. Om te
kunnen begrijpen hoe deze technologie werkt gaan we eerst een beetje verder in op wat een
‘kwantum’ is en hoe dit zich gedraagt. Daarbij verwijzen wij ook naar de inaugurale rede van
prof van Houten52 van de Universiteit van Leiden, waarin hij ingaat op de ‘vreemde
verschijnselen, die optreden in complexe situaties’ op kwantumniveau.

1.2.6 Toestand van een kwantum: deeltje of golf

Ter informatie wordt hier een zeer summiere omschrijving van de in het voorgaande genoemde
begrippen als vb. ‘verstrengeling ’ en ‘’ gegeven. Enig inzicht in deze begrippen is nodig om de
werking van het Affiniteitsveld te kunnen plaatsen.

De kwantumtheorie is een natuurkundige theorie, die de interacties van kwanta op atomaire en


subatomaire schaal beschrijft53. Voor een algemene beschrijving van de kwantumtheorie zie de
website op Wikipedia54. Een kwantum kan omschreven worden als de kleinste, ondeelbare
natuurlijke eenheid, die in ons universum voorkomt.

Wetenschappers zien het elektron als kleinste eenheid in de natuur, al zijn er ook aanwijzingen dat er
‘sub-elementaire deeltjes’ zijn..

Eigenschappen van atomen en elektronen


Atomen
De atoomkern bestaat uit protonen en neutronen. De positieve lading van de kern wordt veroorzaakt
door de protonen. Neutronen hebben geen lading. Rond de atoomkern bevindt zich de
elektronenwolk, die bestaat uit een of meerdere negatief geladen elektronen. De elektronen in de
buitenste ‘schil’, de valente elektronen, zorgen voor het vormen van chemische bindingen. Omdat
een atoom neutraal van lading is, is het aantal protonen in de kern gelijk aan het aantal elektronen in
de elektronenwolk. Het aantal protonen in de kern bepaalt het atoomnummer. Het massagetal
wordt bepaald door de som van het aantal protonen en neutronen. Atomen met hetzelfde
atoomnummer maar met verschillende massagetallen noemt men isotopen. Door elektronen uit te
wisselen kunnen atomen bindingen met elkaar aangaan.

Elektronen

52 Zie: https://www.lorentz.leidenuniv.nl/history/gorter/houten.html
53
Bron: http://www.woorden.org/woord/kwantumtheorie
54 Zie Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kwantummechanica

49
Affiniteit Korsmit juli 2018

Elektronen zijn zover bekend niet deelbaar. Ze zijn dragers van de elektrische stroom. Het elektron
heeft een massa van 9,1*10-28 gram en een negatieve elektrische lading van 1,6*10-19 Coulomb. Dat
betekent dat er bij een stroom van 1 Ampère ca. 6,25 *1018 elektronen per seconde door een draad
gaan. Dat is meer dan er sterren in ons universum zijn.

Een elektron kan linksom en rechtsom draaien. Deze eigenschap kan men gebruiken om hieraan
informatie te koppelen. Een draairichting Linksom zou vb. ‘0’ en rechtsom ‘1’ kunnen betekenen.
Doordat het elektron tegelijkertijd zowel linksom als rechtsom draait, bezit hij beide waarden. Het is
niet mogelijk om die informatie direct te bekijken zonder de fragiele kwantumtoestand te
vernietigen. Maar men kan de qubits55 wél met elkaar vergelijken. Om daarbij een zeer hoog niveau
van betrouwbaarheid te realiseren kan men dezelfde informatie op vb. drie qubits plaatsen. Als er
een elektron spontaan zou zijn omgeklapt, dan is het mogelijk deze afwijking te constateren en deze
te corrigeren met microgolven. Op deze wijze kan men foutloos met informatie op elektron-niveau
werken. Op basis van deze eigenschap kunnen kwantumcomputers, welke een zeer hoge
verwerkingssnelheid en capaciteit hebben, bouwen.

Kwantummechanisch systeem
Een kwantummechanisch systeem, bijvoorbeeld het meest eenvoudige systeem van één elektron
hoeft niet in één specifieke toestand te zijn: het kan in zekere zin in verschillende toestanden tegelijk
zijn. De golffunctie, die bij het systeem hoort, kent aan elk van die mogelijke toestanden een kans
toe. Zo kan een elektron bijvoorbeeld met 50% kans in toestand A zijn, en voor 50% in toestand B.
Een situatie met meerde toestandskansen op hetzelfde moment noemen we een superpositie. Pas
wanneer we de positie van het deeltje meten, verandert deze situatie en "stort de golffunctie ineen"
en komt dat kwantummechanisch systeem voor 100% in toestand A of toestand B. Met andere
woorden: door het doen van de meting "dwingen we het systeem te kiezen", en pas op dat moment
is het deeltje niet meer in een superpositie van meerdere toestandskansen, maar gecollaboreerd
ofwel in toestand A, ofwel in toestand B.

Elektronen draaien, zoals hierboven gezegd, niet alleen linksom of rechtsom, of in beide richtingen,
maar zij hebben daarnaast ook nog een eigenschap, die we ‘spin’ noemen. Deze spin geeft een
impulsmoment aan het elektron. Het elektron heeft naast twee draaiingstoestanden ook twee
mogelijke impulsmoment draaiingstoestanden: het kan een heel klein beetje rechtsom ‘tollen’ of
linksom. Elk elektron kan dus tegelijkertijd in twee impulsmoment-toestanden zijn. Men noemt die
twee toestanden ‘spin up’ en ‘spin down’. De spin bepaalt de magnetische eigenschappen van
elektronen. Als twee elektronen van een atoom op dezelfde afstand in een baan om de kern
‘draaien’ dan hebben deze elektronen tegengestelde spins. Ook hierbij is het mogelijk dat een
elektron niet voor 100% in de spin-up toestand is of voor 100% in de spin-down toestand. Dus ook
hier zijn weer superposities mogelijk: het elektron kan bijvoorbeeld voor 40% spin-up hebben, en
voor 60% spin-down.

Als men een elektron maakt in een botsingsexperiment in vb. een deeltjesversneller, waarbij in de
botsing tussen de deeltjes oorspronkelijk geen draaiing aanwezig is, dan zal het elektron in het
algemeen in een toestand zijn waarin het voor 50% spin-up heeft, en voor 50% spin-down.

55https://nl.wikipedia.org/wiki/Qubit : Een qubit of qbit (ook: kwantumbit) is een eenheid van kwantuminformatie. Die informatie wordt
beschreven door een toestand in een kwantummechanisch systeem met twee niveaus, dat formeel equivalent is aan tweedimensionale
vectorruimte over de complexe getallen. De twee basistoestanden (of vectorruimtes) worden gewoonlijk geschreven als ‘0 ‘en ‘1’
(uitspraak: 'ket 0' en 'ket 1'). Een qubit kan dus worden gezien als een kwantummechanische versie van een klassieke databit. een
tweedimensionale vectorruimte over de complexe getallen.

50
Affiniteit Korsmit juli 2018

Voor meer inzicht in de belangrijkste principes van de kwantummechanica wordt verwezen naar de
in de voetnoot genoemde links 56. In Deel 3 komen we terug op de opbouw van atomen uit de
elementaire deeltjes. Daar gaan we ook in op de opbouw van moleculen uit meerdere atomen. Deze
opbouw vereist ‘bindingen tussen atomen’, welke bij organische moleculen vaak uit
waterstofbruggen bestaan. Dit zijn bindingen tussen twee waterstofatomen, een binding dus tussen
de twee meest eenvoudige atomen. Juist deze bindingen vormen in onze theorie van het
‘Affiniteitsveld’ een belangrijk aangrijppunt voor Affiniteit en dus voor de evolutie van materie en
organismen.

Verstrengeling
Schrödinger zou gezegd hebben dat verstrengeling niet een van de interessante aspecten van de
Kwantummechanica is, maar hèt aspect. Maar wat is dat, verstrengeling57?

Stel dat na een botsing meerdere deeltjes ontstaan vb. een elektron en een anti-elektron, of
positron. Dit paar van deeltjes kan nu in vier basistoestanden zijn: beide deeltjes kunnen spin-up
hebben, beide deeltjes kunnen spin-down hebben, het elektron kan spin-up hebben en het positron
spin-down, en omgekeerd. Kwantummechanisch gezien zijn superposities van al deze toestanden
mogelijk, dus al met al geeft de golffunctie van dit systeem ons vier kansen - één voor elk van de vier
mogelijkheden. De toestand die nu is ontstaan noemen we een verstrengelde toestand. De reden
voor deze naam is: als we kijken naar één van de twee deeltjes - bijvoorbeeld het elektron – dan
hebben we geen enkele informatie over de spintoestand van dat deeltje. Bij een meting hebben we
50% kans om voor het elektron "spin-up" te meten, en 50% kans op "spin-down". Zodra we een
dergelijke meting gedaan hebben, stort de golffunctie echter in, waarbij - één van de twee mogelijke
uitkomsten wordt gekozen. Stel dat dit ‘spin-down’ is, dan weten dat vanaf dat moment voor 100%.
zeker dat ook het andere deeltje ook ‘spin-down’ heeft. Door de verstrengeling van beide deeltjes
kunnen we de toestand van het andere deeltje te weten komen!

Het idee van verstrengeling leidt tot allerlei interessante vraagstukken. Het beroemdste van deze
vraagstukken werd opgeworpen door Albert Einstein en twee van zijn collega’s nl. de reeds
genoemde EPR-paradox. Deze paradox kan door het volgende t EPR-experiment getoetst worden:
we maken twee verstrengelde elementaire deeltjes, een elektron en een positron. Voordat we de
toestand van het elektron meten, stoppen we het positron in een doos en schieten deze met een
raket naar de maan. Als de bovenstaande redenering klopt, kunnen we een meting aan het elektron
doen, en deze heeft als onmiddellijk gevolg dat het positron op de maan in dezelfde toestand
verkeert. Einstein vond dit onmogelijk, omdat hij met zijn relativiteitstheorie bewezen had dat het
onmogelijk was om informatie sneller dan het licht te verzenden! Een signaal van het elektron zou er
dus ruim een seconde over moeten doen om op de maan te belanden. Het positron zou volgens zijn
theorie dus dan niet ‘onmiddellijk’ van toestand kunnen veranderen. Deze hypothese werd later
gefalsificeerd. Door verstrengeling het elektron en het positron kan informatie ‘onmiddellijk’,
momentaan, worden overgebracht. Hier werd dus aangetoond dat er fundamentele verschillen zijn

56 :1-Natuurkunde.nl: Principes van de quantummechanica ; onderwerpen: elektromagnetisch spectrum, radioactiviteit, atoomfysica,


kernfysica, quantummechanica. https://www.natuurkunde.nl/artikelen/338/principes-van-de-kwantummechanica
2-Wikipedia: Algemeen overzicht, ontwikkelingen, toepassingen en kritiek met theoretische achtergrnden en formules.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Kwantummechanica
3- Gerwen: Kwantummechanica simpeler dan gedacht. Inderdaad een heel eenzoudige uileg voor beginners.
https://www.visionair.nl/wetenschap/kwantummechanica-simpeler-dan-gedacht/
Maar men kan zelf naar hartenlust surfen, of een goed boek ter hand nemen vb. J.Sakurai : Modern Quantum Mechanics
57 Zie: http://www.quantumuniverse.nl/quantumfysica-7-verstrengeling

51
Affiniteit Korsmit juli 2018

tussen het Kwantumveld en vb. krachtvelden als het zwaartekrachtveld. Wij menen dat het
‘Affiniteitsveld’ op hetzelfde niveau thuis hoort als het Kwantumveld.

Het probleem van het bepalen van toestandsveranderingen in kwantumvelden wordt exponentieel
groter als het aantal verstrengelde elektronen en protonen toeneemt. Deze reageren alle op elkaar
en de waarschijnlijkheidsvelden zijn moeilijk te berekenen. Het rekenen aan kwantumvelden58 lijkt
daarmee onbegonnen werk. In zekere zin is het dat ook: de precieze wiskunde achter deze
zogeheten kwantumveldentheorie is nog altijd niet bekend. Gelukkig heeft dat fysici er niet ervan
weerhouden om toch allerlei methoden te bedenken om met kwantumvelden om te gaan. De eerste
die een dergelijke goed functionerende methode bedacht, was de Amerikaanse fysicus Richard
Feynman. Hij bedacht een manier om de resultaten van kwantumveldenberekeningen stap voor stap
te benaderen. Hoewel het exacte antwoord zelden berekend kan worden, kan het antwoord met de
methode van Feynman wel erg goed benaderd worden.

Het idee van Feynman was grofweg als volgt: zodra er sprake is van een veld, is er ook sprake van
fluctuaties in dat veld - oftewel: van golven. Verstrengeling treedt ook op in golven, waarin de
‘deeltjes’/’golven’ nauw met elkaar verbonden zijn. In plaats van te denken in termen van
golfprocessen, kunnen fluctuaties in een veld ook in termen van deeltjesprocessen gedacht worden.
Dat neemt de oneindigheden in de berekeningen niet weg - er zijn nog steeds oneindig veel van
dergelijke processen mogelijk - maar het geeft wel een goede manier om de processen te
classificeren.

Wat Feynman ontdekte, was namelijk dat lang niet al deze deeltjesprocessen een even grote kans
hebben. Om dat idee kwantitatief te maken, voerde Feynman een diagramnotatie in die
tegenwoordig bekend is onder zijn naam: Feynmandiagrammen. Een Feynmandiagram is een grove
schets van een type proces, waarbij de paden, die de deeltjes in het proces afleggen als een
ruimtelijk diagram getekend worden. Daarbij worden die paden, die een zeer kleine invloed hebben
op de uitkomst, weggelaten. Met de invoering van Feynmandiagrammen leken de oneindigheden in
de kwantumveldentheorie onder controle te brengen zijn. Al snel werd echter duidelijk dat zelfs met
de methode van Feynman bepaalde kwantumveldentheorieën nog altijd tot of onjuiste of tot
oneindig veel resultaten leiden. Om dit probleem op te lossen, was een geheel nieuwe methode
nodig. Voor het volgen van de argumentaties gericht op het aantonen van een ‘Affiniteitsveld’ is een
dieper inzicht in deze methode niet noodzakelijk. Voor geïnteresseerden wordt verwezen naar de
topologische kwantumvelden theorie (TQFT)59 van Bruce Bartlett of naar de website van Frank
Boon60 , waarin een overzicht van de kwantummechanica gegeven wordt.

1.2.7 Toepassingen van de kwantummechanica


Na deze theoretische beschouwingen is het dienstig te zoeken naar voorbeelden van toepassingen,
waarin de werking van de Kwantummechanica inzichtelijk gemaakt kan worden. We geven eerst een
aantal voorbeelden van toepassingen bij ‘materialen/dingen’ en daarna enige toepassingen in de
biologie.

58 zie ook http://www.quantumuniverse.nl/quantumfysica-11-quantumveldentheorie


59
Bruce Bartlett: https://web.science.uu.nl/ITF/Teaching/2005/Bartlett.pdf
60 Frank Boon: http://frankboon.eu/kwantummechanica.html

52
Affiniteit Korsmit juli 2018

Halfgeleiders en transistors
Halfgeleiders zijn stoffen, die onder bepaalde omstandigheden geleiders zijn en onder andere
omstandigheden isolatoren. Voorbeelden zijn germanium- of silicium-kristallen, die onzuiverheden
bevatten. Op basis hiervan had de natuurkundige Julius Edgar Lilienfeld in 1923 de eerste werkzame
transistor gebouwd. De theorie achter de silicium-transistor werd in 1947 ontdekt door John
Bardeen en Walter Brattain61 in Bell Labs van AT&T, waarbij zij gebruik maakten van de
Kwantummechanica. Zij ontdekten dat wanneer elektrische contacten aan een germanium-kristal
werden bevestigd, de elektrische stroom aan de uitgang groter werd afhankelijk van een kleine
ingangsstroom.

De term "transistor" werd bedacht door John R. Pierce. De eerste op silicium gebaseerde transistor
werd geproduceerd door Texas Instruments in 1954. Men kon in die tijd hiervoor echter geen
toepassingen bedenken. Dat duurde tot begin zestiger jaren, toen de transistorradio de wereld
veroverde. Later werden halfgeleiders gemaakt op basis van een stof, waarbij het zogenaamde
Fermi-niveau tussen twee energiebanden in ligt en waarbij het gebied tussen deze banden (de
verboden zone) niet veel breder is dan de thermische energie van de elektronen. Dit wordt ook wel
een intrinsieke halfgeleider genoemd.

Daarbij speelt vooral het verschijnsel ‘elektrontunnelwerking’ een rol. Deze werkt als een ‘klep’, die
elektrische stroom al dan niet doorlaat. Een transistor heeft een ‘basis’, die door
kwantummechanische effecten geleidend wordt, als er een elektrische stroom wordt toegevoerd.
Maar als er elektriciteit wordt afgenomen, dan wordt de basis juist een isolator. Transistoren kunnen
worden gebruikt om elektrische signalen te versterken of schakelingen te maken in binaire
netwerken, die wiskundige opdrachten kunnen uitvoeren. Men vindt ze vb. in computers,
zakrekenmachine en smartphones.

Topologische materialen
Materie heeft drie verschillende verschijningsvormen: gas, vloeistof en vaste stof. Maar bij extreem
lage temperaturen, die maar een paar graden boven het absolute nulpunt liggen, en bij extreem
dunne laagjes, die maar enkele moleculen dik zijn, blijkt materiaal zich te ordenen in nieuwe fasen,
waarin de wetten van de Kwantummechanica het voornamelijk voor het zeggen hebben. Als men die
extreme condities verwezenlijkt, dan ontstaan er verrassende effecten: topologische
faseovergangen. Voorbeelden zijn dat de elektrische geleiding vreemde sprongen maakt of het
oppervlak van een materiaal andere elektrische eigenschappen krijgt dan de ‘bulk’ aan de
binnenkant.
Thouless en Kosterlitz legden begin jaren zeventig de theoretische basis voor zogenoemde
topologische faseovergangen62. Deze komen onder andere voor in een dunne plak supergeleidend
materiaal. Zij ontdekten dat verstoringen in die supergeleiding onder een bepaalde temperatuur
netjes in paren voorkomen. Vanaf een bepaalde temperatuur beginnen deze echter van elkaar af te
bewegen. Dit noemt men de Kosterlitz-Thoules-transities Deze worden sindsdien gebruikt om

61Wikipdia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Transistor

62
De topologische fase-overgangen waar het hier om gaat zijn een geheel nieuw type fase-overgangen, niet gebaseerd op de beweging van
deeltjes, maar op de eigenschap van kwantumverstrengeling, waarbij deeltjes op afstand een relatie onderhouden..

53
Affiniteit Korsmit juli 2018

materiaaleigenschappen in vooral dunne materialen te voorspellen en manipuleren. Men vindt dit


terug in vb. de vele verschillende coatings.
Uit de topologie, de wiskundige ‘leer van vormen’, stamt het inzicht dat vormen alleen in elkaar
omgezet kunnen worden, als die een gelijk aantal gaten hebben. Een broodje, een donut en een
krakeling zijn ‘topologisch’ verschillend: ze hebben een verschillende aantal gaten. Dit wiskundige
inzicht werd door Thouless en Haldane in de jaren tachtig (afzonderlijk) gebruikt om het kwantum-
Hall-effect te voorspellen. Daarbij laat een dunne laag materie onder specifieke omstandigheden
alleen bepaalde stroomwaardes door. In 1980 was dit effect al gemeten door de Duitse fysicus Klaus
van Klitzing, die er in 1985 een Nobelprijs voor kreeg.
Alexander Brinkman, professor Kwantumtransport van de Universiteit Twente noemt als mogelijke
toepassing: topologische materialen, waarin de draairichting van elektronen (spins) zeer nauwkeurig
gecontroleerd is. Dat belooft superzuinige elektronica, die spins als informatiedrager gebruiken.

Lasers, microgolven en masers


Het woord "laser" betekent "Light Amplification door de gestimuleerde emissie van straling.". De
laser in een cd-speler is evenzeer een artefact van de Kwantummechanica als de transistor. De
toepassing is duidelijk: signalen omzetten in geluid of licht of informatie bits. De theoretische basis
van de laser werd reeds in 1917 aangedragen door Albert Einstein63. In het artikel "Zur
Quantentheorie der Strahlung" suggereert hij via een afleiding van Plancks stralingswet, de
mogelijkheid van gestimuleerde emissie van elektromagnetische straling , waaronder licht. Om een
laser te maken wordt het foto-elektrisch effect in omgekeerde richting gebruikt.

Belangrijke doorbraken kwamen pas na de Tweede Wereldoorlog in navolging van het onderzoek
naar radarsystemen. In 1951 ontwikkelde de Amerikaanse natuurkundige Charles Townes de eerste
ideeën om microgolven op te wekken (maser) met behulp van gestimuleerde emissie door populatie-
inversie. In de tussentijd werkten in de Sovjet-Unie de Russische natuurkundigen Nikolaj Basov en
Aleksandr Prochorov aan hun versie van de maser. Door twee energieniveaus te gebruiken creëerden
ze een maser die een continue output levert in plaats van de gepulstemaser van Townes.

Gorden Gould aan de Columbia-universiteit was in 1957 de uitvinder van de laser. Maar eind 1958
publiceerden Townes en Schawlow een baanbrekend wetenschappelijk artikel: "Infrared and Optical
Masers" over de theoretische mogelijkheid van een optische maser die werkt bij golflengten van
zichtbaar licht. Er ontstond een patentenoorlog, die pas in 1987 in het voordeel van Gould werd
beëindigd. In 1960 werd de allereerste functionele laser geconstrueerd. Theodore Maiman,
werkzaam bij het bescheiden Hughes Research Laboratories bleek de grote onderzoekscentra voor te
zijn. Samen met zijn assistent demonstreerde hij op 16 mei 1960 een robijnlaser, die dieprode
lichtpulsen afvuurde met een golflengte van 694nm. Als lasermateriaal gebruikte hij een synthetisch
vervaardigd robijnkristal (aluminiumoxide verontreinigd met chroomoxide), een materiaal waarvan
Schawlow eerder had gezegd dat het zeker niet ging werken.

63 https://nl.wikipedia.org/wiki/Laser_(licht)

54
Affiniteit Korsmit juli 2018

Kwantumcomputer
Op dit moment woedt er een oorlog om de kwantumcomputer. De inzet is hoog: mondiaal overwicht
op het gebied van de informatica, computercapaciteit en strategisch overwicht in defensiezaken. De
eerste werkbare kwantumcomputers zijn in ontwikkeling, o.a. op de TUD. Daarbij staat de qubit
centraal. Qubits64 kunnen onder de juiste omstandigheden veel berekeningen tegelijkertijd en met
zeer hoge snelheid mogelijk maken. De kwantumcomputer is alleen geschikt voor het oplossen van
wiskundeproblemen en het zoeken in grote databases. Voor deze computers is aparte software
nodig.

Het probleem voor het maken van een kwantumcomputer is om veel wispelturige qubits met elkaar
te laten ‘communiceren’ en in het gareel te houden, zonder dat hun delicate kwantuminformatie
verdwijnt. Bij QuTech in Delft wordt gewerkt aan het maken van supergeleidende kwantum circuits
op chips, die lithografisch gemaakt worden. De verbindingen zijn niet van silicium gemaakt, maar van
het supergeleidende niobiumtitaannitride. Op de chip worden qubits, supergeleidende circuitjes, aan
elkaar gekoppeld. Daartoe zitten er op de chip resonatoren, waarin elektrische stromen met een
specifieke frequentie trillen. Bij die frequentie wordt de resonator beïnvloed door een qubit, zónder
dat de informatie in de qubit kapotgaat. Zo kan er informatieoverdracht plaats vinden. De qubits zelf
zijn overigens ook resonatoren, waarin stromen zich gedragen als een ‘kwantumdeeltje’. De
besturing van de qubits verloopt door licht (fotonen) met een bepaalde golflengte op de qubits te
schijnen.

Het zogenoemde Majorana-deeltje, dat in 2012 voor het eerst werd gedetecteerd in Delft, kan
theoretisch de basis vormen voor een qubit. Binnen QuTech wordt daar onderzoek naar gedaan.
Men verwacht dat deze qubits in diamant veel langer stabiel zullen zijn en over een grotere afstand
met elkaar kunnen communiceren. Verstrengeling is in Delft65 al op afstanden van meer dan 1
kilometer aangetoond.

Het aantal voorbeelden van de toepassing van kwantummechanica is talloos. Zie vb. het boek van
Martijn Calmthout ‘Echt Quantum’ . De effecten van de kwantummechanica zijn niet alleen
meetbaar en merkbaar in brein brekende proeven in geavanceerde laboratoria, maar zijn in
toenemende mate ook zichtbaar in ons dagelijks leven. Van Calmthout wil met zijn boek laten zien
dat kwantummechanica niet ‘mysterieus’ of ‘spookachtig’ is. Het is doodgewoon de basis voor
moderne elektronica en dat het dat altijd al is geweest voor essentiële processen in de natuur.
Biologische fenomenen, die nu worden bestudeerd in termen van kwantumprocessen66, zijn
fotosynthese, de omzetting van chemische energie in beweging, DNA mutaties en Brownse
bewegingen in processen in de cel etc.

Fotosynthese

64
Een qubit kan worden gezien als een kwantummechanische versie van een klassieke databit.
Een qubit of qbit (ook: kwantumbit of quantum bit ) is een eenheid van kwantuminformatie. Die informatie wordt beschreven door een
toestand in een kwantummechanisch systeem met twee niveaus, dat formeel equivalent is aan een tweedimensionale vectorruimte over
de complexe getallen. De twee basistoestanden (of vectorruimtes) worden gewoonlijk geschreven als | 0 ⟩ {\displaystyle |0\rangle } en en
| 1 ⟩ {\displaystyle |1\rangle } Zie verder: https://nl.wikipedia.org/wiki/Qubit .
65
https://tweakers.net/nieuws/105905/tu-delft-bewijst-einsteins-ongelijk-met-verstrengelde-deeltjes.html
66 Zie: https://www.nemokennislink.nl/publicaties/quantummechanica-is-echt-overal/

55
Affiniteit Korsmit juli 2018

De omzetting van licht in energie heeft leven op aarde mogelijk gemaakt. Dit inzicht is nu heel
gewoon. Men hoopt met deze omzetting in zonnepanelen voldoende duurzame energie op te
kunnen wekken om de klimaatverandering af te remmen. Een zonnebatterij oplader werkt op het
principe van het foto-elektrisch effect, dat met de Kwantummechanica verklaard kan worden.
Fotonen zijn lichtdeeltjes, die een kwantum van elektromagnetische energie bevatten. Het is niet
algemeen bekend dat Albert Einstein zijn eerste Nobelprijs in 1921 kreeg voor zijn ontdekking van de
wet van het foto-elektrisch effect. Het foto-elektrisch effect is het verschijnsel dat elektronen, die
niet zo sterk gebonden zijn aan een atoom, loskomen nadat ze voldoende energie opgenomen
hebben van invallend licht.
Door dit mechanisme waarbij een foton een halfgeleider activeert tot een elektron cascade, wordt
stroom opwekt, welke kan worden omgezet in kracht, warmte of potentiele energie.
Ook de natuur maakt gebruik van het foto-elektrisch effect67 door zonlicht om te zetten m.b.v.
bladgroenkorrels, water en CO2 in suikers (glucose) en zuurstof . Via de wortels (water), de
bladgroenkorrels in het blad en de huidmondjes (CO2) kan dit proces plaats vinden. Planten kunnen
energie vrijmaken door glucose te verbranden. Zij kunnen glucose ook opslaan in wortels en knollen
of in vruchten.

Biologische fenomenen zoals DNA-mutaties


De tekst ‘Kwantumbiologie’ werd door Kappetijn op het Wetenschapsforum68 geplaatst:

‘Calmthout heeft in Echt Quantum de verhaallijn in zijn boek opgehangen aan een gefingeerd
gesprek met Albert Einstein en Niels Bohr in het fameuze Brusselse hotel Metropole. Tegen het einde
van het gesprek vertelt Calmthout aan Einstein en Bohr over de oprukkende kwantumbiologie,
waarin steeds meer biologische processen worden verklaard aan de hand van de magie van de
Kwantummechanica. De voorbeelden zijn onder andere het navigeren van trekvogels, de effectiviteit
van fotosynthese, het herkennen van geuren en de transformatie van een kikkervisje in een
kikker. Calmthout beschrijft hoe Einstein wat ongedurig wordt en mopperend uiting geeft aan zijn
weerzin tegen de Kwantummechanica met zijn spookverschijnselen zoals verstrengeling, waarbij een
deeltje op het moment dat het wordt waargenomen een ander deeltje op (grote) afstand instantaan
beïnvloedt. Dit onbegrijpelijke fenomeen van de Kwantummechanica zou een verklaring zijn voor de
manier waarop het Roodborstje iedere herfst zijn weg vindt van het noorden van Zweden naar de
Middellandse Zee. Calmthout laat Einstein zeggen: “Maar ten diepste weet de natuurkunde eigenlijk
niet wat er gaande is.” Bohr legt een hand op de arm van Einstein en zegt: “Wat doet het er toe? Als
het maar werkt!”

Kwantumbiologie werd al in 1944 door een van de grondleggers van de Kwantummechanica en


Nobelprijswinnaar Erwin Schrödinger als onderzoeksterrein genoemd in zijn boek ‘What Is Life?’ Een
van de mensen die al enige tijd flink aan de weg van de kwantumbiologie timmeren, is Jim Al-Khalili,
hoogleraar Natuurkunde aan de Universiteit van Surrey. Zie BBC documentaire ‘Het geheim van de
Kwantummechanica’ en ‘Let there be Life‘ of het boek dat hij samen met McFadden schreef ‘Life on
the Edge: The coming of age of quantum biology’ (2014). Hij stelt dat kwantumeffecten onder alle
moleculaire structuren liggen, maar dat dat niet betekent dat alle fenomenen in termen van
kwantumvergelijkingen kunnen worden verklaard. Biologische fenomenen, die nu worden
bestudeerd in termen van kwantumprocessen, zijn naast de al genoemde fotosynthese: het zien, de
omzetting van chemische energie in beweging, DNA mutaties en Brownse bewegingen in processen

67
Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Foto-elektrisch_effect
68 Deze tekst is ontleend aan: https://www.wetenschapsforum.nl/index.php/blog/5/entry-118-kwantumbiologie/

56
Affiniteit Korsmit juli 2018

in de cel. Het is boeiend te lezen hoe die waanzinnige Kwantummechanica niet alleen een belangrijke
rol speelt in dode materie, maar ook in levende materie. Ik kijk uit naar de volgende ontdekkingen.
DNA mutaties.’

Brownse bewegingen in processen in de cel69


Een organisme bestaat uit cellen, die elk een bepaalde functie hebben. Binnen een cel spelen zich
zeer complexe chemische en fysische processen af. Daarbij spelen membranen, diffusie,
concentraties van deeltjes in vloeistoffen, elektromagnetische spanningsvelden etc. een rol.

Celwanden zijn membranen, die bepaalde stoffen wel of niet kunnen doorlaten afhankelijk van
diffusie, deeltjes grootte en spanningsconcentraties. Binnen de celvloeistof diffuseren sommige
deeltjes van plekken met een hoge concentratie naar plekken met een lagere concentratie. Andere
deeltjes zoals vb. glucose worden passief getransporteerd, waarbij de wand van de cel de functie
heeft van filter. Bij actief transport kan de cel stoffen opnemen of afstaan tegen een
concentratieverschil in, dus tegen een eventuele diffusie in. Dat kan alleen als de cel deze stoffen als
het ware naar binnen en naar buiten pompt. Het actieve transport is kwetsbaarder dan het passieve,
want het vereist energie en voedingsstoffen. Door zuurstoftekort en door enkele vergiften zoals
cyanide en koolmonoxide wordt het dan ook ernstig belemmerd.

De celmembraan speelt een belangrijke rol in de relatie tussen de cel en haar omgeving. Het heeft
ook een herkenningsfunctie voor signalen, die van elders komen en die vertellen wat de cel al dan
niet moet doen. Het celmembraan is semi-impermeabel ofwel selectief doorlatend. Sommige stoffen
diffunderen via osmose door de celmembraan.

De cel reageert via een intracellulair mechanisme op signalen m.b.t. wat de cel moet doen. Daarbij
spelen receptoren, hormonen, vetzuren en de verhouding zuurstof/koolmonoxide o.a. een rol. Het
actief tansport wordt verzorgd door dragereiwitten, welke verbonden zijn aan een specifieke
molecule, die voor de passage door het celmembraan van die molecule in één bepaalde of in beide
richtingen kan zorgen. Alle cellen bezitten Na/K ATP-ase pompen. De activiteit van deze pompen
creëert een intracellulair milieu dat rijk is aan kalium en arm aan natrium. Natrium en kalium zijn
sleutelelektrolyten om de essentiële gradiënten te creëren voor het transport van de meeste
substraten.

Een cel is een uiterst complex bio-systeem, waarin nog veel te ontdekken valt. De cel bevat vloeistof,
die herinnert aan de zeeën waarin het leven ontstond, en aan de spanningsvelden die vergelijkbaar
zijn met elektrische ontladingen in bliksemflitsen. Deze hebben lang geleden wellicht bijgedragen tot
het ontstaan van leven en deze omstandigheden zijn binnen de cel nog steeds behouden. Zeer veel
processen vinden plaats op kwantumniveau. Daarbij is er zeer veel meer dat we niet weten, dan wat
we wel weten. Op kwantumniveau is niets gedetermineerd. Waarschijnlijkheden en kansen spelen
een rol. Dit maakt biologische processen zeer veel gecompliceerder dan processen met alleen
halfgeleiders of fotonen. In hoeverre bij al deze processen informatieoverdracht een rol speelt is nog
onbekend. In Deel 2 onder 2.2.3 komt deze problematiek terug.

69Zie voor meer informatie over diffusie, brownsebeweging, cellen en membranen de volgende links:
https://www.menselijk-lichaam.com/cel/diffusie/
http://www.zoelho.com/ZoelhoNL/Publish/Inleiding_Biocommunicatie/Celmembranen_werking.htm

57
Affiniteit Korsmit juli 2018

We zijn afgedwaald in de richting van de biologie en het leven op aarde. Kijkend naar alle
raadselachtigheid, waar in het voorgaande over gesproken is, dringt de vraag zich op hoe de
kwantumtheorie zich verhoudt tot religie, wetenschappelijke raadsels en mystiek.

1.2.8 Raadsels en problemen m.b.t.


Kwantumechanica

1.2.8.1 Relatie tussen kwantummechanica en religie


In de Inleiding refereerden we reeds naar een tekst van Eric Wil70, die in zijn boek What the Bleep do
we know!?, opmerkt dat de kwantumwerkelijkheid een meer geestelijke dan een dingmatige
werkelijkheid is:
-‘Er gebeurt in onze twintigste eeuw ten aanzien van de verhouding natuurwetenschap en
theologie iets merkwaardigs. Ten dele leeft bij natuurwetenschappers de deïstische
zienswijze, ten dele verstaan ze (theologen) natuurwetenschap als a‑ of antitheïstisch. Maar
er treedt ook een merkwaardige transformatie op. De sinds de Verlichting gebruikelijke
tweedeling van de heldere, objectieve, niet speculatieve maar empirische natuurwetenschap
versus de onheldere, subjectieve, niet verifieerbare en wel speculatieve theologie, verliest
haar plausibiliteit. En wel doordat de zogenaamde exacte wetenschappen even vreemd aan
het worden zijn als de theologie, zo niet vreemder dan de theologie...-’

Richard Dawkins71 schrijft in zijn boek Zijn wetenschap en religie aan het samenvallen?, 2004:
‘-Op zijn naïefst verdeelt deze verzoeningspolitiek (tussen wetenschap en religie) het
intellectuele territorium in “hoe-vragen” (wetenschap) en “waarom-vragen” (religie). Wat
zijn “waarom-vragen” en waarom zouden we het recht hebben te denken dat er een
antwoord op bestaat? Misschien zijn er diepzinnige vragen over de kosmos, die voor altijd
buiten de wetenschap liggen. De vergissing bestaat erin te denken dat ze daarom niet buiten
de religie vallen-.’

We mogen echter niet verbloemen dat de paradigma’s toch wel heel verschillend zijn. Het verschil
tussen een wetenschappelijk ‘mysterie’ en een religieuze mystiek’ is fundamenteel. Zie daartoe de
tekst Thou Shall Not Freeze-Frame, or How Not to Misunderstand the Science and Religion Debate
van Bruno, Latour. Verderop komen we hierop terug.

1.2.8.2 kwantummechanica en wetenschappelijke,


‘mysterieuze’, raadsels
Kwantummechanica is zeer bruikbaar gebleken in het realiseren van moderne technische
hoogstandjes als halfgeleiders, lasers en kwantumcomputers. Maar we weten niet precies hoe.
Waarom storten kwantumgolven72 ineen tot kwantumdeeltjes? Dat weten we niet en dus zijn er vele

70 Zie; https://sites.google.com/site/hetnieuwedenken/kwantumwerkelijkheid
71 Zie http://skepp.be/nl/levensbeschouwing-evolutie/filosofie/zijn-wetenschap-en-religie-aan-het-samenvallen#.WciaLrpuI2w
72
‘Als subatomaire deeltjes (en wat dat betreft: soms zelfs moleculen) niet worden gemeten, gedragen ze zich als een
waarschijnlijkheidwolk. Ze zijn dan tegelijkertijd op alle plaatsen in deze wolk. Deze wolk wordt weergegeven door een golffunctie, die zich

58
Affiniteit Korsmit juli 2018

‘interpretaties’ van de Kwantummechanica bedacht, die alle onbewezen zijn. Gerardus ‘t Hoofd in
Nederland en Steven Weinberg in de VS hebben pogingen gedaan om de theorie van de
Kwantummechanica te verbeteren. Men probeert Einsteins Speciale Relativiteitstheorie te
combineren met de kwantummechanica. Maar dat is nog niet gelukt. Op zijn best ziet men de
Algemene Relativiteitstheorie als een ‘achtergrond’, waarbinnen kwantummechanische processen
zich afspelen.
Daarnaast moeten er theorieën vanuit velerlei terreinen toegepast worden om de complexe
ontwikkelingen, m.n. op het terrein van de biologische ontwikkeling, te verklaren. Voorbeelden zijn
de niet-evenwichtsfysica, de theorie van de zelforganisatie, zie vb. Onderzoek van Zelforganisatie als
Onderzoek van Complexiteit van Cor van Dijkum 73 en theorieën over dissipatieve structuren en over
instabiele dynamische systemen. Daarbij spelen de systeemtheorie74 en de chaostheorie75 vaak een
rol.
Fluctuaties en instabiliteit blijken in de Kwantummechanica uitermate relevant geworden te zijn en
ook het verschijnsel van meervoudige keuzemogelijkheden. Zekerheid lijkt verdwenen en wordt
vervangen door ‘waarschijnlijkheid’. Dit alles zal o.a. in de Evolutietheorie, waar het ‘toeval’ regeert,
nog zijn plaats moeten vinden.
In een bericht op het Wetenschapsforum76 van Visionair.nl wordt verwezen naar een onderzoek uit
1986 van GianCarlo Ghirardi, Alberto Rimini en Tullio Weber (het GRW onderzoek) naar
kwantumcollaps. Dit onderzoek in 1989 verfijnd is door Philip Pearle tot de theorie van ‘ continuous
spontaneous localisation’ (CSL. Het is nog niet gelukt deze theorie in overeenstemming te brengen
met de Speciale Relativiteitstheorie, maar aan het streven hiernaar wordt hard gewerkt. Bedingham
is er in geslaagd om CSL om te vormen tot een relativistisch collapsmodel. Daartoe voerde hij twee
velden in, een ‘fluctuerende veld’ en een ‘tussenliggend’ veld, die de berekende gevolgen van beide
theorieën meer in overeenstemming brengen. Wellicht dat daardoor de eenheidstheorie dichterbij
komt. We ontkomen niet aan de gedachte dat deze beide velden een relatie hebben met het
‘Affiniteitsveld’ resp. het ‘Informatieveld’.
We denken dat het streven naar een eenheidstheorie gedoemd is te mislukken als men uit blijft gaan
van de ‘dingmatige’ relativiteitstheorie, omdat er op het niveau van de kwantumvelden, die volgens
ons onderdeel zijn van of geëmergeerd zijn uit The Unknown, een andere orde heerst. Het
‘dingmatige’ is ontstaan vanuit de velden van The Unknown in de vorm van wat wij de emergentie
van het plasma massa-energie noemen. Deze twee niveaus kunnen niet met één theorie
‘beschreven’ worden.

1.2.8.3 kwantummechanica en religieuze mystiek


Gezien het voorgaande is het gemakkelijker te begrijpen dat de gebieden fysica en mystiek elkaar
raken: ‘dingen’, vb. electronen en moleculen, zijn ogenschijnlijk gescheiden maar staan voortdurend

uitbreidt in de ruimte. Als er een meting wordt uitgevoerd, klapt de waarschijnlijkheidsfunctie echter ineen en zien we alleen het deeltje op
een precieze plaats, nooit de wazige golf zelf. De hamvraag is natuurlijk: hoe kan een deeltje weten of het al dan niet in de gaten wordt
gehouden? En waarom verandert het waarnemen van het deeltje zijn gedrag? Onzinnige vragen, zegt de Kopenhaagse interpretatie en de
meeste fysici. Weinberg en de zijnen (en ondergetekende) zijn het hier hartgrondig mee oneens.’ Bron: Visionair.nl http://www.mysterie-
wetenschapsforum.nl/phpBB3/viewtopic.php?f=38&t=8243
73 http://www.nosmo.nl/isj/dijk.htm
74
Zie wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Systeemtheorie Systeemtheorie is een multidisciplinaire theorie over de systematische
beschouwing van systemen in de natuur, wetenschap en of maatschappij. Deze theorie is gericht op de complexiteit en onderlinge
afhankelijkheid tussen en binnen deelsystemen. Dit wordt in de praktijk vaak vereenvoudigd door alleen naar bepaalde aspecten uit het
systeem te kijken. De systeemtheorie is gebaseerd op principes uit de natuurkunde, de biologie en de techniek en wordt toegepast of heeft
invloed op onder andere de cybernetica, filosofie, organisatieleer, management, psychotherapie, economie en sociologie.
75
Zie: https://www.12manage.com/methods_lorenz_chaos_theory_nl.html of wiki: https://nl.wikipedia.org/wiki/Chaostheorie
76 Zie verder op het www.wetenschapsforum.nl of www.quantumbewustzijn.nl voor vele mysterieuze raadsels.

59
Affiniteit Korsmit juli 2018

op een non-lokaal niveau met elkaar in verbinding. Materie blijkt een golffunctie te hebben en
slechts te 'collaberen', oftewel ruimtelijk ‘concreet’ te worden, wanneer ze wordt gemeten.
Mystici hebben met deze ideeën geen problemen. Wetenschappers echter hebben nog geen
oplossing gevonden voor deze onverenigbaarheid in hun theorieën. Zij gaan gewoon door met het
bedenken van ‘theorieën’, die deze onverenigbaarheden kunnen verenen tot vb. een ‘theorie van
alles’. Daarbij gaan de meeste onderzoekers door met het bedenken van theorieën en het uitvoeren
van experimenten binnen de afgebakende grenzen van de klassieke fysica. Alles wat daarbuiten valt
wordt vaak ‘genegeerd’.
Veel wetenschappers zijn nieuwsgierig naar deze metafysische verschijnselen en vaak hebben zij ook
religieuze opvattingen. Maar de mystiek van het geloof en de rationele benadering van de
wetenschap zijn strikt gescheiden, of toch niet.
Al de grondleggers van de Relativiteitstheorie en de Kwantummechanica hadden ieder zo hu eigen
‘geloof’. Maar er zijn ook hedendaagse wetenschappers, zoals vb. Prigogine, die beide ‘werelden’
kunnen verenigen. Men kan zich hiervan overtuigen door op internet te zoeken met zoektermen als
religie, kwantumtheorie en wetenschap, of door YouTube filmpjes over de verhouding tussen
wetenschap en religie te bekijken77 . Enige verwijzingen:

Filosoof Ken Wilber maant tot behoedzaamheid met het al te gemakkelijk omgaan met het
fundamentele verschil tussen wetenschap en ‘geloof’ of mystiek’ :
“-Het werk van wetenschappers als Bohm, Pribram en Wheeler is te belangrijk om te worden
belast met wilde speculaties over mystiek. En de mystiek zelf is te diepzinnig om in verband
te worden gebracht met wetenschappelijk getheoretiseer. Laten ze elkaar in hun waarde,
maar laat de dialoog en de uitwisseling van ideeën nooit ophouden.-”

Men zou allereerst een inzicht moeten krijgen in de aard van het verschil tussen wetenschap en
mystiek. In Wikipedia78 is een aanzet te vinden:
“-Kwantummystiek is een term die in pejoratieve zin wordt gebruikt voor de pogingen om
vermeende paranormale verschijnselen als aura's, geesten, en bijna-doodervaringen te
verklaren met begrippen uit de kwantummechanica. De meeste natuurkundigen wijzen dit af
omdat volgens hen de natuurwetten van verschijnselen op kwantumniveau niet door te
trekken zijn naar de grootschalige normale leefwereld van de mens.”

In het boek Het spirituele brein van Mario Beauregard en Denyse O'Leary wordt het vasthouden van
een idee in het menselijk brein verklaard als zou het een gevolg zijn van het kwantum Zeno-effect,
omdat het brein een ‘kwantumsysteem’ is, waarbij het te onthouden idee vergelijkbaar zou zijn met
een onstabiel deeltje. De natuurkundige Murray Gell-Mann karakteriseerde dit soort oneigenlijk
gebruik van het woord ‘kwantum’ als "quantum flapdoodle", kwantumonzin. Er moet kennelijk nog
veel gesproken worden over wat een ‘kwantumbrein’ zou kunnen zijn. Over de plaats waar het
geheugen zetelt zijn de wetenschappers het erg oneens. Sommigen maken onderscheid in het
werkgeheugen dat zetelt in ons brein, en het lange termijn geheugen dat zetelt in een
‘Informatieveld’, vaak het ‘Nulpuntveld’ genoemd.

Op het niveau van religies speelt mystiek een andere rol. Daar gaat het over
ontstaansgeschiedenissen, over betekenis- en zingeving, over vragen over leven en dood. Daar
worden mythen gebruikt om het onkenbare te ‘vertellen’ en ook om daaruit lering te trekken voor
het leven nu.

77
Zie vb. https://youtu.be/NWX8cterSNA . Als men toch bezig is dan is een filmpje over de relaties tussen kunst, wetenschap en
spirituliteit wellicht interessant: https://www.youtube.com/watch?v=Ys0u19SkV5I

78 Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kwantummystiek

60
Affiniteit Korsmit juli 2018

Latour stelt dat het een misvatting is de verhouding tussen Wetenschap en Religie te zien als een
verhouding tussen 'kennis' en 'geloof". Wetenschap richt zich niet in eerste instantie tot de zichtbare
werkelijkheid maar tot het onzichtbare, omdat het te groot of te klein of te contra-intuïtief is om het
in één keer te ‘vatten’. Lange ingewikkelde paden zijn nodig om van vragen tot antwoorden te
komen. Religie richt zich op het onzichtbare omdat het te dichtbij en te veel het 'nu 'is, waarvoor we
door de onverschilligheden en routines van het dagelijks bestaan heen moeten breken. Daar is
oefening voor nodig. Het woord 'geloof' is daar niet van toepassing, omdat dit met iets 'ver weg en
bovennatuurlijks' te maken heeft.
Wij vinden het een serieuze onderzoeksvraag of er middels de kwantummechanica een relatie is te
leggen is tussen wetenschap en religie. Wij menen dat er niets mis is met een zoektocht naar een
basis voor zo een discussie. Een dergelijke basis hopen wij te vinden in een discussie over de werking
van ‘Affiniteit’ en de Velden in the Unknown, waaruit al het ons bekende emergeerde.
Er zijn veel onderzoekers, die een relatie tussen kwantummechanica en leven en dood leggen. Zo
beweert Lanza dat hij met zijn theorie over Biocentrisme kan bewijzen dat het hiernamaals bestaat.
Zie hiervoor zijn boek Biocentrism: How Life and Consciousness are the Keys to Understanding the
True Nature of the Universe. Andere voorbeelden zijn: Boeddhisme79 over ‘bewustzijn’ en Al-Khalili
over ‘Hoe leven ontstaat80’.

Een lijst van religies en spirituele tradities81 alsmede van ontstaansmythen is te vinden op Wikipedia.
Het gaat te ver om hierop in te gaan, ook al is het boeiende literatuur. Het woord magie is afgeleid
van het Oudperzische maguš. Dit is de aanduiding voor Zoroastrische priesters, die astrologische
voorspellingen deden en magische kennis hadden. Deze kennis was, met name op het gebied van de
astronomie, verbazingwekkend.

1.2.8.4 De werking van entropie binnen een kwantumwereld


De tweede hoofdwet van de thermodynamica geeft, globaal gezegd, aan dat processen verlopen in
de richting van een minimale vrije energie en daarmee veelal in de richting van meer wanorde
('entropie'). Desondanks vertonen met name levende organismen, vaak gedurende langere tijd, een
grote mate van geordendheid. Deze geordendheid kan zelfs via de genen worden doorgegeven aan
latere geslachten.
Gerard Bodifée illustreert dit verschil met behulp van het beeld van een boom en een houten bank
eronder. Terwijl de bank keurig doet wat je volgens de genoemde tweede hoofdwet ook verwacht ‑
hij rot langzaam weg en valt uit elkaar. De boom echter ondergaat een een ander lot, hij groeit en
blijft gedurende lange tijd in orde. Het probleem is hoe dit typische kenmerk van ‘leven’ te rijmen is
met de thermodynamica. Dat dit ‘waar’ is staat buiten kijf.
Maar hoe is dat mogelijk? De propositie van entropie is binnen het systeem onbewijsbaar, maar wel
waar, in de zin van dat deze empirisch kan worden onderbouwd. Anders gezegd, bewijsbaarheid en
waarheid zijn verschillende zaken. Er zijn uitspraken die wel waar zijn, maar niet bewijsbaar. Gödel
had dit al bewezen. Maar het debat is nog lang niet gesloten. Dit debat is al in de jaren veertig
begonnen door o.a. door de fysicus Erwin Schrödinger en in de laatste decennia ook door lya
Prigogine.

79 http://www.wijwordenwakker.org/content.asp?m=M3&s=M122&ss=P2086 : Men vroeg Boeddha eens op de man af of er een Zelf was


of niet, maar hij weigerde te antwoorden. Toen men hem later vroeg waarom hij had geweigerd een antwoord te geven zei hij: ‘het idee
dat er een Zelf is, of geen Zelf, zijn beiden extreme vormen van onwetendheid en het maakt het pad van de Boeddhistische praktijk
onmogelijk’.z
80
https://deleesclubvanalles.nl/book-review/hoe-leven-ontstaat/
81 Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_religies_en_spirituele_tradities en https://nl.wikipedia.org/wiki/Magie

61
Affiniteit Korsmit juli 2018

Op het raakvlak van thermodynamica en biologie vindt men voorbeelden van ‘open’ systemen, die
'ver van een evenwichtstoestand gehouden worden'. Deze voorwaarden zijn noodzakelijk maar niet
voldoende om een systeem in stand te houden. Daarvoor is het in het algemeen nodig, dat de
structuur of het systeem een bepaalde kritische waarde overschrijdt. Vaak hangt dit samen met het
optreden van processen, waarvan de resultaten op het proces zelf terugwerken, die dus zichzelf
kunnen beïnvloeden (autokatalyse82 bijvoorbeeld), wat vaak gepaard gaat met niet‑lineariteit. Boven
een bepaalde kritische waarde kan er dan een structuur of systeem ontstaan die zichzelf in stand
houdt, waarbij wel voorspelbaar is dát er zo'n bepaalde ordelijke structuur zal ontstaan, maar niet
voorspelbaar is wélke orde deze zal hebben. Dit probleem wordt ook wel het probleem van het
‘dualisme’83 genoemd. Zie voor meer informatie op Infonu:
‘Het deeltje-golf dualisme vormt de grondslag van de kwantummechanica. In onze wereld
van de klassieke mechanica van Newton zijn bewegingen van lichamen voorspelbaar en is
energie niet gekwantificeerd. Bij bestudering van elektromagnetische straling introduceerde
Max Planck in 1900 de relatie E=hf die hij aanduidde met energie kwantum en in deze relatie
ligt de oorsprong van de kwantummechanica, de mechanica van het atoom en de
subatomaire wereld. In 1905 bevestigde Einstein dat energie kwanta bestaan en niet alleen
een wiskundig begrip zijn. Afhankelijk van het experiment toont licht een golf- of een
deeltjeskarakter. Golf en deeltje zijn begrippen uit onze macrowereld en moeten hier niet
letterlijk opgevat worden, beter is te spreken van deeltje- en golf-achtige entiteiten. Nog
ongewoner is dat er voor de meting geen deeltje is, het ontstaat pas door de meting zelf.’

In zijn commentaar op van het werk van kwantumwetenschapper en filosoof Hans Halvorson denkt
Rogier Tesson dat de Kwantummechanica en het materialisme verenigbaar zijn. Dit kan alleen als de
‘geest’ niet als een fysische grootheid wordt gezien. Dit is voor veel ‘klassieke’ wetenschappers een
stap te ver.

1.2.9 Dualisme: materialisme versus spititualisme


Het materialisme is de beschrijving van de werkelijkheid in natuurwetenschappelijke, fysische
termen, zoals vb. middels de kwantummechanica. Daaronder kunnen ook emoties en andere
processen in het menselijk brein worden verstaan. Dit is in tegenstelling tot vb. het idealisme of het
spiritualisme en van geloofswaarheden zoals vb. religies, die niet materieel zijn.
De Kwantummechanica heeft de traditionele materialistische wetenschap danig opgeschut. De
fysica wordt geconfronteerd en aangevuld door de Kwantummechanica met welhaast metafysische
verschijnselen. Helaas graaft de traditionele, materialistische wetenschap zich soms in met als gevolg
een ‘onnodig’ spanningsveld tussen wetenschappers, die werken in de exacte disciplines en zij die
werken in vb. de geesteswetenschappen lijke en vb. ook in biologische en medische disciplines.
Deze confrontatie is al meer dan een eeuw aan de gang. Maar van een open houding t.a.v. de
metafysica is nog e weinig sprake. Voor een overzicht van de zeer verschillende opvattingen over het
dualisme en over de rol van een Eerste, Principe God of een andere Schepper van ons universum en
van wellicht een oneindig aantal andere uniververwijzen wij naar de serie interviews door Robert
Lawrence Kuhn84 van vele vooraanstaande wetenschappers in het programma Closer to the Truth.

82 Bij autokatalyse wordt een chemische reactie versterkt door het product van diezelfde reactie.
83
Zie: https://wetenschap.infonu.nl/natuurkunde/164741-het-deeltje-golf-dualisme-grondslag-van-de-kwantummechanica.html
84 Honderden interviews met vooraanstaande wetenschappers zijn te vinden op de site: https://www.closertothetruth.com

62
Affiniteit Korsmit juli 2018

Wij hebben het werk van aantal onderzoekers bestudeerd en onderstaand enige samenvattingen van
onze bevindingen opgenomen. In de Reader bij deze notitie zijn veel publicaties opgenomen, waarin
heel verschillende opvattingen over dualiteit te lezen zijn.

1- Tesson “the soul, the measure of all things”


Halverson85 wijst er in een fascinerend artikel met de pakkende titel “the soul, the measure of all
things” er op dat het nog steeds een onopgeloste meetprobleem in de kwantummechanica voortkomt
uit het natuurkundige vertrekpunt van veel wetenschappers. Waar de canonieke versie van von
Neumann een sleutelrol toekent aan net bewustzijn (het abstracte ego) bij “het instorten van de
golffunctie” proberen deze fysici een versie te ontwikkelen, die het kan stellen zonder een sleutelrol
voor onze geest. Halvorson stelt dat superposities in de kwantummechanica nooit tot een voor ons
herkenbare klassieke uitkomst kunnen worden gebracht als de geest als een fysische grootheid wordt
gehanteerd. De kwantummechanica blijkt dan niet consistent. Veel werk aan de grenzen van de
kwantummechanica is erop gericht om deze inconsistentie op te heffen maar dat is tot nu toe niet
gelukt, en wellicht kan dit nooit lukken. Hij stelt dat pas als het meetprobleem is opgelost als
kwantummechanica en materialisme met elkaar in overeenstemming te brengen zijn. De enig
mogelijke ontsnappingsroute, vanuit het standpunt van de materialist, is de interpretatie waarbij
wordt afgezien van het instorten van de golffunctie en de metafysische positie wordt gekozen dat alle
mogelijke meetuitkomsten ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. We komen dan uit bij de vele-
werelden-interpretatie, een model dat oorspronkelijk werd ontwikkeld door Hugh Everett en
aanvankelijk niet erg serieus werd genomen vanwege proliferatie van werelden dat er uit volgt.

Halvorson is geen aanhanger van de vele- werelden-interpretatie. Niet alleen ziet hij technische
complicaties bovenal denkt hij dat de kwantummechanica veel beter combineert met het dualisme.
Voor denkers, die op filosofische gronden menen dat onze geest niet herleidbaar is tot materie, is de
kwantummechanica een natuurlijke bondgenoot. Wat slechts nodig is, is veronderstellen dat de
mentale toestanden van de geest zich niet verenigen met het superpositiebeginsel. Dat de ervaring in
onze geest alleen klassieke welbepaalde vormen aanneemt. Een aanname die uiteraard
correspondeert met onze alledaagse ervaring.

In zijn commentaar zegt Tesson niet te begrijpen dat het verlangen naar naturalistische wetenschap zo
sterk is dat veel wetenschappers bereid zijn er onze geest voor op te geven. Wat dan rest is een
deterministisch universum (niet meer Newtoniaans, maar nu Everettiaans) waarin wij niet langer vrije
agenten zijn, die morele keuzes kunnen maken omdat vrijheid niet langer bestaat en de uitkomst van
elke mogelijke keuze automatisch wordt gerealiseerd. Een deterministisch universum dat ontdaan is
van betekenis. Hij hoopt dat de mainstream van de fysica haar traditionele scepsis ten opzichte van de
vele-werelden-interpretatie hervindt en een meer open houding ontwikkelt naar een dualistische
oplossing, waarvoor het fundament werd gelegd door de al genoemde -geniale- wiskundige John von
Neumann.

2- Nobel “De muziek van het leven”


De wiskundige en hartchirurg Nobel86 ontwikkelde samen internationale wetenschappers op basis van
modellen voor menselijke cellen anatomische modellen voor ventricels, om zo met behulp van
supercomputers virtuele modellen van organen te maken en ook van het hart. Hij weeft een
muziekmetafoor door zijn verhaal dat een overtuigend alternatief geeft voor Dawkins' genetisch
reductionisme en beschrijft hoe leven voortkomt uit de even complexe als fascinerende interacties

85 The measure of all things: quantummechanics and the soul, Halverson , HansHalvorson
https://www.princeton.edu/~hhalvors/papers/hh-soul-preview.pdf
86
Bekijk hier een lezing van Denis Noble over De muziek van het leven:
https://www.youtube.com/watch?time_continue=311&v=glUjhYDZUgM

63
Affiniteit Korsmit juli 2018

tussen verschillende niveaus, binnen het organisme en tussen het organisme en zijn omgeving. Hij
stelt de vraag: wat is leven? Decennia wetenschappelijk onderzoek heeft het menselijk genoom in
kaart gebracht. Vanuit het perspectief van genen, zoals voorgesteld in Richard Dawkins bekende
bestseller The Selfish Gene, zijn levende wezens slechts tijdelijke voertuigen voor de genetische codes.
Nobel kijkt daar heel anders naar. Het denken over genen en het inzicht in hun werking evolueert zeer
snel. Hij stelt dat de mens niet alleen zijn genen is. Bij de creatie van een mens spelen naast genen nog
zeer veel andere factoren een rol. Zie hiervoor het filmpje: De muziek van het leven.

3- Verlinde “theorie een nieuwe paradigmaverschuiving in de fysica”

Volgens Verlinde87 is Informatie, of eigenlijk kwantuminformatie, de belangrijkste bouwsteen van de


werkelijkheid. Informatie blijkt niet alleen onder zwaartekracht te schuilen, maar ook onder ruimte en
tijd. Deze basisblokken van het kosmisch toneel waarop de ideeën van Einstein zich afspelen, zijn
volgens Verlinde niet het eindstation van de fysica. Je kunt nog een begripslaag dieper graven en dan
kom je uit bij informatie.

Alles is in die visie in zekere zin gemaakt uit informatie. Toch bestaat er nog geen microscopische
theorie die beschrijft hoe een verzameling bits (de nullen en enen waarmee wij informatie
beschrijven) ‘weten’ dat ze ruimte en tijd moeten vormen. Net zomin snappen we hoe bits deeltjes of
vb. een mens maken. Het enige dat Verlinde en zijn voorgangers laten zien, is dat wanneer je gaat
rekenen vanuit deze informatievisie, je een aantal fundamentele problemen kunt oplossen die fysici al
jaren achtervolgen.

Verlinde vertaalt het holografisch principe naar het echte universum. Het holografisch principe is
misschien wel het lastigste principe uit de moderne theoretische fysica. Wij leven volgens sommige
natuurkundigen in een hologram, een illusie. Volgens hen zit alle informatie van het universum
gevangen op een schil om de kosmos heen. Die schil zit op de grootst mogelijke afstand die denkbaar
is, de denkbeeldige rand om het universum. Met andere woorden: de wereld om ons heen is niet echt,
maar is het gevolg van een bizar spel van enen en nullen op een oppervlak dat miljarden lichtjaren van
ons verwijderd is.

Verlindes ideeën vormen een mogelijke opstap naar de ‘theorie van alles’. Het belangrijkste probleem
in de huidige fysica is dat de algemene relativiteitstheorie van Einstein niet wil samenwerken met de
kwantummechanica. De oorzaak is opnieuw die vermaledijde zwaartekracht. De algemene
relativiteitstheorie beschrijft de zwaartekracht aan de hand van het gedrag van ruimte en tijd. Maar de
kwantummechanica kan de zwaartekracht met geen mogelijkheid in formules vangen. De kracht blijkt
simpelweg niet te passen in de microwereld van deeltjes die de theorie beschrijft. De nieuwe theorie
van Verlinde beschrijft zwaartekracht, ruimte en tijd nu als emergent, als het spel van
kwantuminformatie op een dieper, nog onbegrepen kosmisch toneel.

4- Lewin “Complexity: Life at the Edge of Chaos”


Roger Lewin is van mening dat Complexiteit de overheersende wetenschappelijke trend van de jaren
1990 zal worden, aangezien wetenschappers uit vele disciplines beginnen te ontdekken wat de
onderliggen de overeenkomsten zijn in hun domeinen van onderzoek. De complexiteitstheorie - die
omvat chaos - houdt in het kort in dat onder alle complexe systemen in de verschillende domeinen
een paar eenvoudige regels liggen. Deze theorie brengt de notie van chaos (waarin verondersteld
wordt dat binnen schijnbaar chaotische systemen overeenkomstige regels m.b.t. ‘orde’ aanwezig zijn)
een stap verder door deze regels te identificeren. Regels die betrekking tot het gedrag van moleculen

87
Emergent Gravity and the Dark Universe, Erik P. Verlinde, Nov 2016 zie: https://arxiv.org/abs/1611.02269
Zie ook: https://newscientist.nl/nieuws/is-waarom-publicatie-erik-verlinde-spannend-is/

64
Affiniteit Korsmit juli 2018

zullen grotendeels parallel lopen aan regels met betrekking tot menselijk gedrag. Het doel van de
complexiteitstheorie is koepel te geven voor alle biowetenschappen, wellicht een ‘eenheidstheorie’. In
het Santa Fe Instituut wordt gewerkt in een multidisciplinaire aanpak aan computermodellen van
complexe systemen. Hier worden Booleaanse netwerken van interacterende genen en bestudeerd
met de niet-lineaire dynamische systemen van de chaostheorie. Het onderzoeksterrein verbreedt zich
van genen naar planetaire ecosystemen op basis van de Gaia-theorie. Het onderzoek is gericht op het
zoeken naar de regels die ‘orde’ scheppen in /uit ‘chaos’, die ‘orde’ als een emergentie van ‘chaos’
zien/verklaren.

Lewin ziet een ‘drive’ richting meer complexiteit, die steeds complexere organismen heeft
voortgebracht en uiteindelijk ook de mens, die over dit alles kan nadenken. Hij gaat in op critici, die
deze modellen wiskundig interessant maar biologisch triviaal noemen, en ook op hedendaagse
opvattingen over ‘bewustzijn’. Vanuit een globale visie zou zijn theorie over complexiteit als een
aanvulling en een corrigerende reactie gezien kunnen worden op de moleculaire biologie, als een
vernieuwing van de ouderwetse fysica en systeemtheorieën met behulp van supercomputers.

5- Corning “Thermodynamics, information and life revisited, Part I: ‘To be or to entropy”


Peter Corning richt zich in Thermodynamics, information and life revisited, Part I: ‘To be or entropy’ 88
op de verwarring met betrekking tot het gebruik van sleutelconcepten van thermodynamica en
informatietheorie in verschillende disciplines, met name ten aanzien van de theorieën van de
biologische evolutie. Het verklaart het verschil tussen orde en de geïnformeerde functionele
organisatie, die levende systemen kenmerken, en schetst wat wordt beschouwd als het passende
paradigma voor theoretiseren over de rol van energie en informatie in biologische processen. Hij
bespreekt de toepassing van thermodynamica op levende systemen. Dit is een cybernetische en
economische benadering van de analyse van de rol, die beschikbare energie speelt in de biologische
evolutie. Daarbij komt ook de rol van informatie bij terugkoppelingen aan de orde

Corning gaat vervolgens in op de thermodynamica, met bijzondere aandacht voor de toepassing ervan
op ‘levende systemen’. Daarbij presenteert hij twee concepten, welke goed zijn ontwikkeld in de
technische literatuur, maar elders weinig gebruikt worden, die krachtiger en ook gemakkelijker als
referentiekader toe te passen zijn namelijk het concept 'beheersing van de inhoud' en het concept
van ' beschikbare energie '. Beide concepten zijn in precieze wiskundige termen gedefinieerd.

In deel II89 bespreekt hij, wat hij noemt de 'thermo-economie' (het zuinige gebruik van warmte) van
levende systemen. Ook daarbij wordt een cybernetische en economische aanpak bij de analyse van de
rol van de beschikbare energie in de biologische evolutie gekozen. Hij past dit paradigma toe op het
onderscheid dat hij maakt tussen verschillende statistische en/of structurele definities van
‘Informatieen wat hij noemt ‘controle-informatie'. Hij onderzoekt de informatietheorie en geeft aan
welke informatie nodig is voor de besturing vanuit cybernetische besturingsprincipes respectievelijk
voor de ‘relaties tussen dingen’. Bij dat laatste ligt het accent op de nodige kennis om deze relaties te
beïnvloeden door de aanwending van materie/energie in doelgerichte (teleologische) processen. Hij
werkt uit hoe besturingsgegevens in de praktijk kunnen worden gemeten, en hij doet voorstellen voor
een methodologie voor het koppelen van thermodynamica en informatietheorie, die sterk
contrasteert met de bestaande benadering van dit probleem.. Tot slot betoogt hij dat
thermodynamische processen in levende systemen onderworpen zijn aan bepaalde ‘bio-economische’
principes.

88
Peter A. Corning, Stephen Jay Kline, July 1998 http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/(SICI)1099-
1743(199807/08)15:4%3C273::AID-SRES200%3E3.0.CO;2-B/
89
Zie ook Peter A. Corning, Stephen J. Kline , Thermodynamics, information and life revisited, Part II: ‘Thermoeconomics’ and ‘Control
information’ , 1998

65
Affiniteit Korsmit juli 2018

6- Kaufmann “Scientific Seeker Stuart Kauffman on Free Will, God, ESP and Other Mysteries”
Wetenschapper en ‘zoeker’ Stuart Stuart Kauffman 90 werd in 2015 geïnterviewd door John Horgan
over zaken als ‘de vrije wil, God, ESP en andere Mysteries’ . Kauffman is een veelzijdig wetenschapper
met kennis van medicijnen, biochemie, genetica, filosofie en andere disciplines. Hij kijkt over
disciplinaire grenzen heen om raadsels, die hem bezig houden, te ontrafelen. Hij stelt zich vragen als
‘Waarom is de werkelijkheid zo mooi gestructureerd in plaats van volledige chaos?’ en ‘Hoe
waarschijnlijk was het ontstaan van het leven?’ en ‘Kan de evolutie de oorsprong van het leven
verklaren en al de daarop volgende diversiteit?’ of ‘Hoe kunnen hersenen een geest (mind) maken?’.

Hij stelt dat ons wetenschappelijk inzicht in de werkelijkheid totaal onvolledig is en dat er een of
ander soort anti-entropie, een kracht die orde genereert, nog te ontdekken valt. Hij schreef hierover in
Origins of Order (1993) en At Home in the Universe (1995) en in 1995 een artikel in Scientific
American "From Complexity to Perplexity" en in 1996 het boek The End of Science.

Kauffman en veel wetenschappers van het Santa Fee Institute kregen veel kritiek op hun computer
simulaties, ‘fact free science’, en op hun visie dat er nog ‘iets anders’ moest zijn dan alleen rationele,
naturalistische, reductionistische wetenschap. Met de film Thinker of Untold Dreams van Richard
Kroehling kwam er meer erkenning voor zijn opvattingen en zijn moed om moeilijke vragen te stellen.
Zo had Kauffman kritiek op de opvattingen van Richard Dawkins en andere ‘nieuwe atheïsten’, die het
werk en de inzichten van wetenschappers ,die wel in God geloven, als nutteloos en tegendraads
terzijde schuiven.

Horgan merkt op dat sommige prominente, moderne wetenschappers als Stephen Hawking en Francis
Crick hebben gesuggereerd dat ‘vrije wil’ een illusie is. Kauffman ontkent dat dat. Hij kan een ‘vrije wil
’ niet bewijzen vanuit de naturalistische wetenschap, maar de kwantummechanica stelt dat het niet is
uitgesloten.

Horgan vraagt of de wetenschap dichter bij een oplossing komt van het mysterie van hoe het leven op
aarde begonnen is. Kauffman : Ja, er zijn verschillende wegen waarlangs het leven heeft kunnen
ontstaan. Hij wijst op de hypothese van de RNA-wereld91 en zijn eigen theorie van ‘spontane formatie
van collectieve autocatalytic sets’92, welke verbeterd werd door o.a. Wim Hordijk

Kauffman merkt op dat de klassieke kosmologie voor zijn verklaring harde wetten en constanten
nodig heeft. Deze kunnen best ‘waar’ zijn, maar ze zijn niet ‘volledig’. Anti-entropie en affiniteit
kunnen de klassieke kosmologie aanvullen, ‘volledig maken’, ‘zin geven’. Hij wijst naar de analogie met
de biologie en stelt dat er naast causale oorzaken, verklaringen en gevolgen (actie) ook ‘functies’
staan. Als je deze meeneemt dan is biologie niet reduceerbaar tot alleen fysica.

Horgan vraagt daarop naar zijn opvatting over de noodzaak van wetenschappelijk onderzoek naar
psychische fenomenen. Kauffman: ja, als de geest (mind) gedeeltelijk door kwantumprocessen
gestuurd wordt dan is non-lokaliteit mogelijk en zou ook psychokinese mogelijk zijn en zelfs toetsbaar,
evenals telepathie. Hij zegt dat we arrogant zijn als we niet met en open geest (mind) hier naar zouden
kijken. Hij verwijst naar Dean Radin, die zegt hiervan bewijs te hebben, dat echter door de meeste
wetenschappers wordt afgewezen. In elk geval zou non-lokaliteit hiervoor een goede, mogelijke
verklaring kunnen even. Met de klassieke fysica kan men echter nooit buiten de epiphenomene geest

90
Stuart Kauffman in 2015 geïnterviewd door John Horgan : https://blogs.scientificamerican.com/cross-check/scientific-seeker-stuart-
kauffman-on-free-will-god-esp-and-other-mysteries/
91
De RNA-wereld is een hypothetisch stadium in de abiogenese. De RNA-wereld bestond volgens deze hypothese uit primitieve
organismen die RNA gebruikten voor zowel enzymatische processen als voor de opslag van erfelijke informatie. De Nobelprijswinnaar
Walter Gilbert gebruikte in 1986 de term RNA-wereld voor het eerst
92
Wikipedia: An autocatalytic set is a collection of entities, each of which can be created catalytically by other entities within the set, such
that as a whole, the set is able to catalyze its own production. In this way the set as a whole is said to be autocatalytic. Autocatalytic sets
were originally and most concretely defined in terms of molecular entities, but have more recently been metaphorically extended to the
study of systems in sociology and economics

66
Affiniteit Korsmit juli 2018

(mind) komen vanwege zijn causal closure93. Zoals hij het ziet biedt alleen de kwantummechanica op
dit moment een uitweg.

Vervolgens vraagt Morgan naar zijn opvatting over de theorie van de ‘vele werelden’ en de
snaartheorie. Kauffman zegt dat hij geen natuurkundige is, maar dat hij wel bezorgd is over de vele-
werelden-theorie. Deze theorie vooronderstelt veel aannamen. Hij is er geen fan van en houdt niet
van het anthropic principle. Hij wil liever een revolutie overwegen van de natuurwetten en -
constanten om een complexer universum te creëren. Dat zou meer in de lijn van Darwin. Hij zou
willen zoeken naar de betreffende constanten en deze testen.

Daarop vraagt Horgan: zijn wetenschap en religie compatibel? Kauffman zegt misschien, in een
bepaalde betekenis. Als ideeën als ‘Penrose-Hameroff Orchestrated Objective Reduction’ of zijn
"Beyond the Stalemate" waar zijn dan krijgen we een ‘panpsychic participatory universum’. Vanuit dat
standpunt zijn alle waarnemingen verbonden met bewustzijn en een eigen wil en zullen alle
verstrengelde deeltjes gecoördineerd worden door een of andere versie van en allesomvattende
geest, mind of ordenend principe, of God waarbij denkt in de betekenis van een monotheïstische God.
Hij verwijst naar zijn boek Reinventing the Sacred, Basic Books, 2008, dat hij schreef op zoek naar een
basis voor de crreatie van universum..

7- Lanza “Biocentrism: Het nieuwe wetenschappelijke paradigma?!”


Robert Tesson bespreekt het boek Biocentrisme, Het nieuwe wetenschappelijke paradigma?! van de
vooraanstaand biowetenschapper Lanza. Lanza94 is een moedig man, die een frontale aanval uitvoert
op het naturalistisch realisme, het vigerende wetenschappelijke paradigma. Volgens het gangbare
denken gaat de kosmos vooraf aan het bewustzijn en het leven. Beiden zijn relatief late en toevallige
nevenproducten van toevallige ontwikkelingen in een blind universum. Lanza draait met een gedurfde
zet het perspectief echter om. Hij stelt de biologie centraal en laat zien dat het universum zoals wij het
waarnemen het product is van leven en bewustzijn.

Op de bekende vraag of een vallende boom in een bos geluid maakt als er niemand is om het geluid te
horen antwoord Lanza met een volmondig Nee!! Lanza laat zien dat zonder de waarnemer de externe
fysieke werkelijkheid niet actueel is maar slechts bestaat in een wazige mengvorm van potentiële
ervaring. En hij geeft sterke argumenten om deze bewering te staven. Het is de eerste openingszet in
een systematische onttakeling van het naturalistisch realisme. Lanza laat zien dat onze beste theorieën
(kwantummechanica en relativiteitstheorie) op logische wijze aansluiten bij het bio-centrische
perspectief terwijl er in het naturalistisch realistische paradigma sprake is van tal van onoplosbare
inconsistenties.

Hij laat ook zien hoe in de relativiteitstheorie ruimte en tijd radicaal subjectief van karakter zijn
geworden. Tijd en ruimte bestaan (zoals Kant al stelde) niet als een onafhankelijke externe matrix
maar zijn vormen van menselijke (en algemeen biologische??) ervaring. Lanza formuleert de principes
waarop het bio-centrische paradigma in zijn ogen op gebaseerd zou moeten zijn. Deze worden door
Tesson samengevat. Deze bieden een goed inzicht in het revolutionaire programma dat Lanza
aanbeveelt om te komen tot een nieuw en beter begrip van het universum:

1. Wat wij waarnemen als werkelijkheid is een proces waarbij ons bewustzijn betrokken is

93
Wikipedia: The physical causal closure says that "all physical states have pure physical causes" Jaegwon Kim,[ of "physical effects have
only physical causes" — Agustin Vincente. As Karl Popper says, "The physicalist principle of closedness of the physical ... is of decisive
importance and I take it as the characteristic principle of physicalism or materialism."
Zie voor veel informatie over natuurwetenschappen: https://www.nikhef.nl/~jo/quantum/qm/website/hovo2004/node1.html
94 Robert Lanza, ‘Biocentrism, theory of everything’, 2007. According to Lanza and Bob Berman, “biocentrism offers a more promising

way to bring together all of physics, as scientists have been trying to do since Einstein’s unsuccessful unified field theories of eight decades
ago.”https://www.robertlanzabiocentrism.com/biocentrism-wikipedia/

67
Affiniteit Korsmit juli 2018

2. Onze externe en interne vormen van waarneming zijn onlosmakelijk verweven


3. Het gedrag van elementaire deeltjes is onlosmakelijk verbonden met de aanwezigheid van een
waarnemer
4. Elk universum dat aan het bewustzijn vooraf is gegaan bestond uitsluitend in een toestand van
waarschijnlijkheid of potentie
5. De structuur en het universum met haar fijne afstemming van wetten en parameters kan alleen door
het biocentrisme worden verklaard.
6. Het verschijnsel tijd heeft geen onafhankelijk bestaan los van de zintuiglijke ervaring van mensen en
dieren. Tijd is het proces waardoor we verandering in het universum waarnemen.
7. Net zoals tijd is ook ruimte geen object of ding. Ruimte is eveneens een vorm van onze zintuiglijke
ervaring en ons begrip en heeft geen onafhankelijk bestaan los van de geest.

De kwantumfysicus Richard Conn Henry, professor in de fysica en de astronomie aan de John Hopkins
Universiteit, zegt het volgende over het boek van Lanza: “What Lanza says in this book is not new.
Then why does Robert have to say it at all? It is because we, the physicists, do NOT say it––or if we do
say it, we only whisper it, and in private––furiously blushing as we mouth the words. True, yes;
politically correct, hell no!”

Dit boek breekt radicaal met ons wereldbeeld en werd daarom met veel kritiek beladen, maar het
geeft ook een basis voor een school. die in de voetsporen van Lanza wetenschap gaat bedrijven. Lanza
zelf verwacht dat nieuwe doorbraken zullen ontstaan als kwantummechanische experimenten op
macroscopische objecten kunnen worden toegepast. Dan zal blijken dat de wetten van de
kwantummechanica ook in het klassieke domein geldingskracht bezitten, hetgeen een verdere
ondersteuning van de centrale thesen van het biocentrisme impliceert.

Lanza beweert niet dat alles niet bestaat als wij onze ogen sluiten. Wat wij als werkelijkheid zien blijft
bestaan, maar op zijn eigen wijze, niet op onze wijze. De wijze waarop wij deze werkelijkheid zien is
onze eigen interpretatie van ‘beelden, materie en krachten ed.’ op basis van ideologieën een/of en
theorieën over de ontstaansgeschiedenis. Wij kunnen ons geheel vinden in zijn biocentrale aanpak.

Ik ben ervan overtuigd dat vanuit deze aanpak alles beter ‘op zijn plaats valt’ en anders wordt ‘gezien’.
De waargenomen werkelijkheid zou niet veel anders zijn, maar de interpretaties zouden waarschijnlijk
totaal anders zijn. Ook al veranderen de fundamentele eigenschappen van het universum en de
kosmos niet, de theorie van het bio-centrisme zou de algemene relativiteitstheorie en de
kwantummechanica met elkaar kunnen verenigen en een aanzet kunnen geven voor paradigma
veranderingen zowel in de fysische als in de religieuze wetenshappen.

8- Stapp “Het interactieve kwantumdualisme”


Tessson95 geeft een commentaar op het interactieve kwantumdualisme van Henry Stapp, 2012. Hij ziet
Stapp als een één van de meest oorspronkelijke en vooraanstaande denkers van deze tijd. Stapp is één
van de grondleggers van de kwantummechanica, die in de traditie van de Kopenhaagse interpretatie96
van de kwantummechanica staat en voort bouwt op het werk van Heisenberg en John von Neumann.

Wat Stapp zo bijzonder maakt is dat hij duidelijk maakt dat onze meest fundamentele
wetenschappelijke theorie (de kwantummechanica) een theorie is die laat zien dat een beschrijving
van de werkelijkheid op het niveau van de elementaire entiteiten niet mogelijk is zonder een

95
Zie blogs van Tesson: http://rogiertesson.blogspot.nl/2012/03/
Henri Stapp: http://quantum-mind.co.uk/theories/henry-stapp/
Youtube film over quantumfysuca en her bewustzijn: https://www.youtube.com/watch?v=ZYPjXz1MVv0
Stapp over kwantummechanica: https://blogs.scientificamerican.com/guest-blog/physics-and-the-immortality-of-the-soul/
96
Interpretaties van dekwantummechanica: https://nl.wikipedia.org/wiki/Interpretatie_van_de_kwantummechanica

68
Affiniteit Korsmit juli 2018

constituerende rol voor het bewustzijn. De wereld van elementaire 'deeltjes' is een wereld van (naar
Aristoteles) een wereld van potentiële ervaring. De wereld van de superposities wordt pas
werkelijkheid in onze bewustzijnsstroom. Dat is wat fysici het instorten van de kwantummechanische
golffunctie noemen. De Kopenhaagse interpretatie is een interpretatie van de kwantummechanica die
geformuleerd is door Niels Bohr en Werner Heisenberg terwijl zij rond 1927 samenwerkten. Bohr en
Heisenberg breidden de waarschijnlijkheidsinterpretatie van de golffunctie, zoals geformuleerd door
Max Born, uit. De Kopenhaagse interpretatie ziet vragen als "Waar was het deeltje voordat ik zijn
positie mat" als betekenisloos. De meting zelf veroorzaakt het instantaan ineenstorten van de
golffunctie. Dit betekent dat het meetproces ordeloos één van de vele toegestane mogelijkheden van
de golffunctie van die toestand uitkiest en de golffunctie instantaan verandert om die positie te
reflecteren.

Bij Stapp is de wereld van de fysica niet gesloten maar heeft de mens via zijn bewustzijn daadwerkelijk
impact op de fysische processen. Stapp is een denker die op geniale wijze beschrijft hoe de
kwantummechanica het oude mechanische wereldbeeld van Laplace naar de vuilnisbak heeft
verwezen. In zijn magnum opus "Mindfull universe" bouwt hij op basis van het denken van Whitehead
een procesfilosofie op die de 'geest' en de ‘menselijke keuzevrijheid’ weer een plek geven als
elementaire en niet reduceerbare bouwstenen van de werkelijkheid. Niets minder dan een eerherstel
voor de visie dat mens meer is dan materie (geen robot; geen computer). Het boek geeft inzicht in de
subtiliteit van de natuurlijke orde en maakt de rehabilitatie van de mens als een geestelijke wezen
plausibel. Stapp is een denker die ons zelfbeeld radicaal veranderd en wellicht ook dat van veel
wetenschappers.

9- Tesson “De ziel en de crisis van het materialisme”


In het kader van de maand van de filosofie 2012 geeft Tesson zich bloot in De ziel en de crisis van het
materialisme. Er werd stevig gediscussieerd over de ziel en de vraag of onze geest herleidbaar is tot
materie. Voor velen geeft het boek van Dick Swaab “wij zijn ons brein” het antwoord. Tesson is
teleurgesteld over de kwaliteit van dit debat. Een flink aantal bijdragen is spiritistisch en geeft blijk van
een filosofische naïviteit. Dat uit empirisch onderzoek blijkt dat geest en materie sterk verweven zijn
zal niemand betwisten, maar het aantonen dat twee verschijnselen sterk zijn gecorreleerd is nog iets
anders dan bewijzen dat deze verschijnselen identiek zijn. De huidige trend om het subject te
reduceren tot object en bijvoorbeeld te zien als een informatie verwerkende machine (robot,
computer) heeft gevaarlijke kanten.

Als we de geest gaan beschouwen als een illusie dan verliezen we ook (als we consequent redeneren)
ons zelfbeeld als bewuste en voor ons handelen verantwoordelijke wezens. En vanuit een religieus
perspectief geldt dat wie de geest en de vrije wil opgeeft ook het beeld van de mens verliest als een
moreel en geestelijk wezen dat bestemd is voor de ontmoeting met God. Veel van het verlies aan
betekenis en de innerlijke leegte die onze moderne maatschappij kenmerken zijn uiteindelijk te
herleiden tot een verlies aan zelfrespect, dat gepaard gaat met de reductie van subject tot object.

Het nieuwe “evangelie” van het materialisme blijkt bij nadere en kritische beschouwing verbazend
zwak. Met de bijdragen van Chalmers en John Searle en een berg technisch werk van anderen bleek
steeds duidelijker dat de beloften van het materialisme niet kunnen worden ingelost. Drie
vraagstukken blijven in een materialistische context onopgelost: het vraagstuk van de subjectiviteit
(het eerste persoonsperspectief), het vraagstuk van de intentionaliteit (het vraagstuk van de betekenis
van onze bewustzijnsinhoud) en het vraagstuk van de rationaliteit (wat maakt dat we abstract kunnen
denken). Na het afserveren van het behaviorisme en het functionalisme is nu ook het
representationalisme als meest geavanceerde vorm van materialisme in toenemende mate aan kritiek
onderhevig

Tesson verwijst naar de volgende boeken voor meer informatie:

69
Affiniteit Korsmit juli 2018

1. The "case for qualia" onder redactie van Edmond Wright is een bundel uitstekende
artikelen die een krachtig pleidooi houden voor de onherleidbaarheid van het kwalitatieve
karakter van onze ervaring.
2. The “waning of materialism” onder redactie Robert C. Koons en George Bealer bevat
bijdragen van drieëntwintig vooraanstaande filosofen die het materialisme aan een kritisch
onderzoek onderwerpen en tot de conclusie komen dat het tekortschiet.
3. Een laatste boek dat ik aanbeveel is “The soul hypothesis” van Mark C. Baker en Steward C.
Goetz. In deze intelligente bundel wordt aangetoond dat er ook in het tijdperk van modern
hersenonderzoek nog steeds ruimte is voor de ziel. Het boek bevat o.a. bijdragen van
kwantumtheoreticus Hans Halvorson, die op overtuigende wijze een dualistische oplossing
voor het meetprobleem in de kwantummechanica voorstelt en zo geest en fysica tot een
harmonieuze synthese brengt en van van Robin Collins, die op wetenschappelijke grond een
veelgehoord bezwaar tegen het dualisme ondermijnt. Collins concludeert dat er op grond van
de fysica volop ruimte is voor causale werking van de geest. Tot slot: Thomas Nagel met de
veelzeggende titel ‘Mind and Cosmos. Why the Materialist Neo-Darwinian conception of
Nature is almost certainly false.”

10- Latour “Thou Shall Not Freeze-Frame, Latour”


Wetenschap en religie worden vaak gezien als tegengesteld, waarbij men deze beschrijft in termen van
"kennis" en "geloof. Vervolgens kunnen we deze kloof dichten door beleefd te blijven of we kunnen
deze juist met geweld verbreden. Latour zegt dat dat dat niet zijn insteek is. Hij bepleit om deze
tegenstelling heel anders te zien. Geloof kan een karikatuur van religie zijn, precies zoals kennis een
karikatuur kan zijn van wetenschap. Geloof wordt vorm gegeven vanuit een verkeerd idee van de
wetenschap, alsof het mogelijk is om de vraag "Gelooft u in God?" volgens eenzelfde patroon te
onderzoeken als de vraag "gelooft u in de globale opwarming van de aarde?". De eerste vraag kan niet
onderzocht worden, omdat er geen geschikt onderzoek instrumentarium is en de tweede vraag gaat
over een fenomeen, dat wellicht voor het blote oog nog ontoegankelijker zijn dan de vraag naar God,
omdat deze vraag naar klimaatverandering onderzoeken vereist m.b.t. satelliet imaging,
computersimulatie, theorieën over de atmosferische en de stratosfeer, over chemie, enzovoort.

Religie gaat niet over quasi-kennis aangevuld met een hoop godsvertrouwen om dan verder op weg te
gaan. Wetenschap is geen quasi-religie, waarmede vragen kunnen worden beantwoord door het
bekijken van zaken, die vlakbij voor het grijpen liggen. Het verschil tussen religie en wetenschap kan
niet worden verklaard door intellectuele competenties, welke worden toegepast op spirituele zaken of
op wetenschappelijk waarneembare dingen. Het verschil kan alleen begrepen worden door te kijken
naar de toepassing van deze competenties op een wetenschappelijke keten respectievelijk op op een
religieuze keten. De wetenschappelijk keten leidt naar wat onzichtbaar is, en die ook te veel omvat en
te groots is en vaak te contra-intuïtief om te worden t begrepen. Dat geldt zeker op het gebied van de
kwantummechanica. De religieuze keten leidt ook naar het onzichtbare, maar naar een ander soort
onzichtbaarheid. Deze is niet onzichtbaar omdat ze verborgen zou zijn of gecodeerd of ver weg, maar
gewoon omdat het moeilijk is zich religie of een godsbeeld voor te stellen of dit beeld te vernieuwe . "

Kort samengevat zegt Latour: door karikaturen te maken van geloof en wetenschap en deze
vervolgens belachelijk te maken vanuit het ‘andere kamp’ wordt de kloof onoverbrugbaar breed.

Dit zijn 10 opvattingen of insteken naar het probleem van de dualiteit. We proberen in het volgende
het debat daarover samen te vatten.

70
Affiniteit Korsmit juli 2018

Noodzaak van een dualistische benadering97.


Chalmers en John Searle en vele andere wetenschappers tonen aan dat het steeds duidelijker wordt
dat de beloften van het materialisme niet kunnen worden ingelost. Na het afserveren van het
behaviorisme en het functionalisme is nu ook het representationalisme98 als meest geavanceerde
norm van materialisme in toenemende mate aan kritiek onderhevig. De strikt ‘natuurlijke’
interpretatie van de werkelijkheid, waarbij ’bovennatuurlijke’ verklaringen worden uitgesloten, zou
los gelaten moeten worden. Deze wetenschappers pleiten voor een meer open houding t.a.v. een
dualistische oplossing, waarvoor het fundament werd gelegd door John von Neumann. De
kwantummechanica kan daarin een grote rol spelen.

De meeste wetenschappers benaderen de kwantummechanica vanuit een natuurkundige


vertrekpunt99. Dit veroorzaakt veel onopgeloste problemen. Het belangrijkste probleem is dat de
algemene relativiteitstheorie van Einstein niet aansluit op de kwantummechanica. De algemene
relativiteitstheorie beschrijft de materie en de zwaartekracht op een macroniveau aan de hand van
ruimte en tijd. Maar de kwantummechanica, die de microwereld van kwantumgolven en de hieruit
gecollaboreerde deeltjes beschrijft, kent in feite geen ruimte en tijd en kan de zwaartekracht met
geen mogelijkheid in formules vangen. Pas als dit probleem is opgelost kunnen de
kwantummechanica en het materialisme met elkaar in overeenstemming gebracht worden. De enig
mogelijke ontsnappingsroute, vanuit het standpunt van het materialisme, is de interpretatie waarbij
wordt afgezien van het instorten van de golffunctie en de metafysische positie wordt gekozen dat
alle mogelijke meetuitkomsten ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. We komen dan uit bij de
vele-werelden-interpretatie, die op zich weer veel problemen op roept. Tesson hoopt dat ‘de
mainstream van de fysica haar traditionele scepsis ten opzichte van de vele-werelden-interpretatie
hervindt’. Wij menen dat er ook een andere visie op de vele-werelden-interpretatie mogelijk is,
welke wij in het voorgaande reeds hebben aangeduid.

Een ander probleem is, dat de klassieke fysica werkt vanuit het paradigma van het naturalistisch
realisme. Hierin staat het meetbare oorzaak-gevolg principe centraal. Aangezien zaken als bewustzijn
en ‘leven’ met de huidige meetapparatuur niet meetbaar zijn, staan deze buiten de klassieke
wetenschap. Dit resulteert in spanningen oa. tussen de kwantummechanica en de naturalistische
wetenschap, maar vooral ook tussen de ‘exacte’ en de religieuze wetenschappen. Veel moderne
wetenschappers zien de kwantummechanica als een mogelijke uitweg. Zij verzetten zich tegen het
gangbare denken, waarin de kosmos voorafgaat aan het bewustzijn en het leven, dat pas veel later is
geëmergeerd. In die visie zijn deze relatief late en toevallige nevenproducten van toevallige
ontwikkelingen in een blind universum.

Stapp laat zien dat een beschrijving van de werkelijkheid op het niveau van de elementaire entiteiten
niet mogelijk is zonder een constituerende rol voor het bewustzijn. De wereld van elementaire
'deeltjes' is een wereld van van potentiële ervaring. De wereld van de superposities wordt pas
werkelijkheid in onze bewustzijnsstroom. Dat is wat fysici het instorten van de kwantummechanische
golffunctie noemen. Bij Stapp is de wereld van de fysica niet gesloten maar heeft de mens via zijn

97
Wikipedia: Dualisme betekent allereerst het uitgaan van het bestaan van twee tegenover of naast elkaar bestaande, tot niets anders
meer te herleiden grondbeginselen. Dit ter verklaring van op geen enkele andere manier te begrijpen antropologische, ethische of
kosmische tegenstellingen. In deze betekenis is het een begrip dat in de filosofie en de theologie wordt gebruikt.
98
Representationalism is the philosophical position that the world we see in conscious experience is not the real world itself, but merely a
miniature virtual-reality replica of that world in an internal representation. Representationalism is also known (in psychology) as Indirect
Perception, and (in philosophy) as Indirect Realism, or Epistemological Dualism. Zie: http://cns-
alumni.bu.edu/~slehar/Representationalism.html
99
Info over wetenschappelijke methode, over ntelligent design en over evolutie of echepping: http://www.allaboutphilosophy.org/dutch/schepping-versus-evolutie.htm

71
Affiniteit Korsmit juli 2018

bewustzijn daadwerkelijk impact op de fysische processen. Stapp is een denker, die op geniale wijze
beschrijft hoe de kwantummechanica het oude mechanische wereldbeeld van Laplace aan de kaak
stelt. De 'geest' (mind) en de ‘menselijke keuzevrijheid’ krijgen weer een plek als elementaire en niet
reduceerbare bouwstenen van de werkelijkheid. Ook Halvorson, die op overtuigende wijze een
dualistische oplossing voor het meetprobleem in de kwantummechanica voorstelt en zo geest en
fysica tot een harmonieuze synthese brengt, en Robin Collins, die op wetenschappelijke grond het
bezwaar tegen het dualisme ondermijnt, pleiten voor een dualistische benadering in de wetenschap.

Het debat over dualiteit blijft voortduren. Voor denkers, die op filosofische gronden menen dat onze
geest niet herleidbaar is tot materie, is de kwantummechanica een natuurlijke bondgenoot. Maar
waar de canonieke versie van von Neumann een sleutelrol toekent aan net bewustzijn (het abstracte
ego) bij “het instorten van de golffunctie”, proberen veel wetenschappers een versie te ontwikkelen,
die het kan stellen zonder een sleutelrol voor onze geest. Moderne wetenschappers als Stephen
Hawking en Francis Crick suggereren dat ‘vrije wil’ een illusie is. Maar vanuit de kwantummechanica
lijkt de idee van een ‘vrije wil’ niet uitgesloten. Het probleem van de dualiteit wordt door Halvorsson
weer in een nader licht gesteld: superposities in de kwantummechanica kunnen nooit tot een voor
ons herken bare klassieke uitkomst leiden als de ‘geest’ (mind) als een fysische grootheid wordt
gehanteerd. Wat slechts nodig is, is veronderstellen dat de mentale toestanden van de geest zich
niet verenigen met het superpositiebeginsel. Daar komen we ln Deel 3 op terug, als we de velden in
The Unknown uitvoeriger bespreken.

De neodarwinistische aanpak van Peter Corning van het onderzoek naar de rol van energie en
informatie in biologische processen spreekt ons aan. Deze theorie verklaart het verschil tussen de
‘orde’ volgens de klassieke wetenschap en de ‘geïnformeerde functionele organisatie’, die levende
systemen kenmerken. Hij bespreekt de toepassing van thermodynamica op levende systemen. De
theorie van 'thermo-economie' (het zuinige gebruik van warmte) geeft een cybernetische en
economische benadering van de analyse van de rol, die beschikbare energie speelt in de biologische
evolutie. Daarbij komt ook de rol van ‘Informatie bij terugkoppelingen in processen van levende
organismen aan de orde. Daarbij onderscheidt hij verschillende definities van ‘Informatie en wat hij
noemt ‘controle-informatie' die nodig is voor de besturing vanuit cybernetische besturingsprincipes
respectievelijk voor de ‘relaties tussen dingen’. Bij dat laatste ligt het accent op de nodige kennis om
deze relaties te beïnvloeden door de aanwending van materie/energie in doelgerichte
(teleonomische) processen.

Samenvattend concluderen wij dat er veel wetenschappers zijn, die een werking van affiniteit
waarschijnlijk achten bij het ontstaan van materie en levende organismen. Wat het begrip ‘affiniteit’
daarbij precies inhoud, wordt niet gedefinieerd. Wij zien in lle gevallen een relatie met wat wij het
‘Affiniteitsveld’ noemen. Daarbij gaat het steeds over ‘orde’ en ‘structuur’ in het universum en over
voorkeuren bij bindingen bij levende organismen. Daarbij zien wij dat ‘Affiniteit’ vooral bij levende
organismen werkt als een tegenhanger van de entropie.

Wij menen dat de theorie van het ‘Affiniteitsveld’ het probleem van de dualiteit kan oplossen, omdat
het op de werkingen van het Kwantumveld invloed kan uitoefenen op processen, die beschreven
worden door de kwantumtheorie. Hoe deze werking precies plaats vindt weten wij ook niet. We
denken dat de werking van het Affiniteitsveld als een beïnvloeding van de keuzen bij de collaboratie
van verstrengelde deeltjes/systemen en van bindingen tussen atomen binnen moleculen gezien kan
worden.

72
Affiniteit Korsmit juli 2018

Een voorbeeld: op basis van de positie van een ‘bewuste waarnemer’ stort de veelheid aan mogelijke
beelden van de werkelijkheid, vb. in de ‘vele-werelden-interpretatie, ineen tot één beeld. Aangezien
het bewustzijn van elke waarnemer niet gelijk is, zal dit beeld van de werkelijkheid per waarnemer
variëren. Het ‘wereldbeeld’ is door verschillende persoonlijke achtergronden voor elk mens anders.
Hierdoor ontstaan er door de grote verschillende tussen vb. fysische, wiskundige of religieuze
wetenschappers ook verschillende ‘wereldbeelden’, optieken om vaar de ‘werkelijkheid’ te kijken.

Ook de zoektocht naar de onderliggende regels, die ‘orde’ uit chaos scheppen, en naar de invloed
van het ‘bewustzijn’ en de ‘vrije wil’ op biologische processen kan vanuit de hypothese van het
‘Affiniteitsveld’ beter begrepen worden. De wijze waarop ‘doelgerichtheid’ in processen, een rol
speelt wordt in Deel 3 besproken.

We gaan in het volgende kort in op de argumenten pro en contra de Oerknaltheorie van o.a.
Lemaître en op enige nieuwe theorieën over het ontstaan en de ontwikkeling van ons universum. We
sluiten af met enige opmerkingen over de relaties tussen het universum en het Affiniteitsveld‘.

1.3 De Oerknal reconsidered


Na al deze theoretische beschouwingen over het ontstaan, of liever de ontwikkeling, van het
universum en de verklaringsgronden vanuit de Kwantummechanica en de Algemene
Relativiteitstheorie zou men denken dat er een steeds grotere wetenschappelijke consensus is
ontstaan over deze ontstaansgeschiedenis. Dat is niet zo.

Op basis van het werk van o.a. Albert Einstein, Boris Podolsky en Nathan Rosen kwam er een
doorbraak, die een nieuw licht deed schijnen op de ontwikkeling van het universum. Met name de
algemene relativiteitstheorie was baanbrekend voor de ontwikkeling van de astrofysica. Men kon
met enige goede wil zelfs een toenadering zien tussen geloof en wetenschap, o.a. door de inventie
van de emergentie van het Oeratoom door Lemaître. Van deze toenadering is weinig of nets meer
over. Zie o.a. Holisme en het boek der natuur100, door Geoff Ward, waarin hij refereert naar een
bijeenkomst in 2008 op het Vaticaan:

‘In het najaar van 2008 opende Paus Benedictus XVI in Rome de plenaire vergadering van de
conferentie Scientific Insights into the Evolution of the Universe and of Life, georganiseerd
door de Pontificale Academie voor Wetenschappen in Rome. Het woord 'evolueren'
betekent letterlijk 'een geschrift ontrollen', wat neerkomt op een boek lezen. De
metaforische weergave van de natuur als een boek is oorspronkelijk afkomstig uit het
Christendom en staat bij vele wetenschappers hoog in het vaandel. Galilei vergeleek de
natuur met het Heilige Geschrift in de zin dat God van allebei de schepper is. De natuur is een
boek waarvan de geschiedenis, de evolutie, de 'schrijfstijl' en betekenis op basis van
verschillende wetenschappelijke benaderingen door ons 'gelezen' wordt. Daarbij wordt
telkens de aanwezigheid van de Schepper verondersteld, die zich in het boek openbaart.
Door dit beeld gaan we ook inzien dat de wereld niet vanuit chaos is ontstaan, maar te

100
http://www.kgmn.nl/Page/432730_holisme-en-het-boek-der-natuur.aspx

73
Affiniteit Korsmit juli 2018

vergelijken is met een geordend boek. De conferentie werd bijgewoond door verschillende
wetenschappers, onder wie Stephen Hawking, Martin Rees, Werner Arber en Michael Heller.
Ondanks de woorden van de paus dat de standpunten van de kerk over de schepping en het
bewijsmateriaal van de empirische wetenschappen niet met elkaar op gespannen voet
stonden, bleek het die dag toch niet te lukken om tot een gesprek te komen.’

Er zijn veel meer voorbeelden te geven van een gebrek aan het pogen om tot wederzijds begrip te
komen. ‘Geloof’ en ‘wetenschap’ blijven gescheiden eilanden in een zee van onbeantwoorde vragen.
Dat is jammer en het valt eigenlijk ook niet te rijmen met de bevindingen uit het voorgaande. Door
de meeste wetenschappers worden De volgende uitgangspunten als basis genomen voor de
ontstaansgeschiedenis van het universum:

1) naar schatting 13,7 miljard jaar geleden ontstond wat Lemaître de "oeratoom" noemde,
welke nu de vage naam "singularity" heeft. Dit ‘oeratoom’ werd explosief opgeblazen tot
materie, die in de ruimte en tijd, die hiermee ook een beginpunt kregen, expandeert. De
symptomen hiervan zijn meetbaar in de kosmische achtergrondstraling (CMB), welke ontdekt
is in 1955 door E. LeRoux, een radio-astronomie-promovendus aan de Ecole Normale
Superieure in Parijs. Het bestaan van de CMB werd door NASA’s COBE (Cosmic Background
Explorer) satelliet bevestigd.

2) binnen seconden ontstonden subatomaire deeltjes, zoals neutronen, protonen, etc. , die
de fysieke massa van het universum vormen. Deze bewijzen berusten op de meest
voorkomende elementen van het heelal, zoals helium, deuterium en lithium, welke alleen
kunnen alleen gevormd worden bij zeer hoge temperaturen van meer dan een miljard
graden, welke kort na de Oerknal aanwezig waren.

3) het heelal dijt zich steeds sneller uit, hetgeen een beginpunt vooronderstelt.
Wetenschappelijk bewijs voor de uitdijing van het heelal is verzameld door Vesto Slipher bij
het Lowell-observatorium in Flagstaff, Arizona in 1910-1914, en ook door Edwin Hubble aan
het Mount Wilson Observatorium in de buurt van Los Angeles, Californië in 1919-1953, en
door, jarenlange astronomische waarnemingen van de moderne Hubble-ruimtetelescoop
gelanceerd in April 1990.

Deze uitgangspunten zouden voor geesteswetenschappers en geloofswetenschappers een basis


kunnen vormen voor onderzoek en interpretatie en wellicht ook ‘inventie’, vanuit hun eigen
disciplines. Daarbij mogen ‘waarschijnlijkheden’ en ‘onzekerheden’ worden meegenomen.

We gaan uit van de ‘best knowledge’ op dit moment. Deze zijn zeer zeker richtinggevend, maar
kunnen op basis van nieuwe inzichten aangepast worden. . Dat maakt wetenschap voor ons tot een
uitdaging.

74
Affiniteit Korsmit juli 2018

Wij geven in Deel 3 in een schema een eigen invulling aan de ontstaansgeschiedenis van ons
universum, waarin wij de invloed van het Affiniteitsveld en het Informatieveld meenemen. De
toelichting hierop komt in Deel 3.

Vooruitlopend op deze
FENOMENEN NIVEAUS VELDEN onderbouwing presenteren we
hiernaast de hoofdlijnen van ons
‘bouwwerk’ van ons universum
met hierin een aanduiding van de
THE
INFORMATIE UNKNOWN het Al verschillende fenomenen, niveaus
INFORMATIEVELD
AFFINITEIT ???????
AFFINITEITSVELD
en velden.
OERSTOF KWANTUMVELD

Higgsdeeltjes

PLASMA VAN

MASSA-ENERGIE

ELEMENTAIRE
DEELTJES KRACHTVELDEN
OERKNAL
MATERIE EMERGENTIE
TIJD-RUIMTE
Natuurkracht
UNIVERSUM en

STERREN

PLANETEN EN
AARDE

EMERGENTI NATUUR
E MORFOGENESE
ORGANISMEN
LEVEN
FLORA

FAUNA

MENSHEID
"

1.3.1 Commentaar op de theorie van de Oerknal


(Big Bang)
Er zijn vrij veel kritische wetenschappers, die vragen stellen bij de theorie van de Oerknal. Dat
vragenstellen is niet altijd gemakkelijk en ook niet zonder risico. Klokkenluiers zijn nergens welkom.
Een voorbeeld is de Amerikaanse astronoom Halton Arp. In 1983 werd hem na 29 jaar in het
Palomar-observatorium te hebben gewerkt, onderzoektijd geweigerd aan het observatorium

75
Affiniteit Korsmit juli 2018

vanwege kritiek op de theorie van de Oerknal. Hij was bij lange na niet de enige. Ook Hubble
geloofde op het eind van leven niet meer in deze theorie. De belangrijkste punten van kritiek zijn:
1. De Oerknaltheorie is gebaseerd op de algemene relativiteitstheorie en op astronomische
waarnemingen. De geldigheid van de algemene Relativiteitstheorie in de singulariteit van de
Oerknal wordt ter discussie gesteld, omdat deze berust op de speciale relativiteitstheorie.
Deze theorie is in bepaalde opzichten niet geldig, met name voor het concept van de
gekromde ruimte-tijd.
2. alle materie in het universum ontstond niet uit een deeltje dat kleiner is dan de grootte
van een elektron. Dit is een ‘inventie’ van Lemaître, die hieraan de naam Oeratoom gaf. Zo
maakte hij een verbinding met het scheppingsverhaal (Genesis) . Dit kan volgens veel
wetenschappers niet zo zijn: ‘Iets kan niet ontstaan uit het niets’. Echter ook op hun stelling
kan heel wat worden afgedongen. Massa-energie kan niet worden gemaakt, noch kunnen zij
worden vernietigd. Welke verklaring geven zij dan voor het subject (massa-energie) van hun
wetenschap? Massa-energie kan alleen worden ‘getransformeerd’ in verschillende
verschijningsvormen. In het ‘niets’ zou best een ons nog onbekende verschijningsvorm van
‘massa-energie aanwezig kunnen zijn. Dat kunnen we niet weten. ’In de theorie nan het
Affinteitsveld (zie het ‘bouwwerk’)’ was er vóór de Oerknal wel ‘iets’, dat wij The Unknown
noemen.
3. De conclusie dat de Oerknal werkelijk bestond is afgeleid van de spectroscopische analyse
van licht afkomstig van verafgelegen sterrenstelsels. Door de waargenomen roodverschuiving
in het licht van verafgelegen sterrenstelsels concluderen de meeste wetenschappers dat deze
sterrenstelsels van ons af bewegen. Als alle verre sterrenstelsels zich in elke richting van de
aarde af bewegen, dan zou de aarde en onze Melkweg zich in het uitdijende universum in het
centrum van het universum bevinden, tenzij wij een zeer vertekend en onvolledig beeld van
het universum hebben. Critici stellen dat wij een verkeerde interpretatie van de
roodverschuiving hebben. Zij verklaren de roodverschuiving door de theorie van ‘tired light’,
voor het eerst voorgesteld door de Duitse natuurkundige Walther von Nernst die in 1921.
Deze theorie stelt dat de lichtenergie vermindert door het ‘reizen’ door de ether. Ook Hubble
begon in 1936 openlijk te twijfelen aan de theorie van het uitdijend heelal. Later kregen Max
Born en Louis de Broglie de Nobel-prijs voor hun onderzoek naar de rood-verschuiving van
verre galaxies met de theorie van het ‘tired-light. Er waren veel meer wetenschappers die
deze theorie onderschreven zoals vb. de Amerikaanse astronoom Thomas Van Flandern, de
theoretisch natuurkundige Paul LaViolette en Halton Arp, die met Edwin Hubble
samenwerkte. Arp toonde in 1998 aan dat overtollige rode-verschuivingen zijn gecorreleerd
met jongere leeftijden van de sterren. Sinds 1911 is het bekend dat de jongste, meest
lichtgevende sterren in onze eigen Melkweg overtollige rode-verschuivingen hebben. Als
bewijsmateriaal ter staving van een groeiend universum is de roodverschuiving een zwak
fenomeen. Van Flandern concludeert: "ondanks de enorme populariteit van het Big Bang-
model is zelfs de meest fundamentele premisse, de expansie van het heelal, van
twijfelachtige geldigheid, zowel theoretisch als vanuit de waarnemingen."
4. Ook het argument dat helium, deuterium en lithium alleen gevormd kunnen zijn bij zeer
hoge temperaturen is volgens David Pratt zwak: “ het is aantoonbaar dat er minder helium
en veel minder deuterium en lithium in het universum aanwezig is dan de Big-Bang- theorie
voorspelt." . Ook Paul LaViolette stelt dat het Big Bang-model niet kan voorspellen wat de
juiste verhouding van deze elementen zou moeten zij. Hij betoogt dat sterren meer
plausibele plaatsen zijn voor de synthese van deze elementen door kernfusie.
5. Het bewijs voor een Oerknal vanuit de theorie van de kosmische achtergrondstraling
(CMB) is aanvechtbaar. Argumenten zijn: kosmische straling zou dan niet meer in ons deel
van het universum aanwezig kunnen zijn; E. Regener, Van Flanders en Halyon stellen allen
vanuit verschillende theorieën dat er geen Oerknal nodig is om het bestaan van CBM uit te

76
Affiniteit Korsmit juli 2018

leggen; Halton Arp ziet als een voor de hand liggende, en veel eenvoudiger, verklaring voor
de CMB de temperatuur van het onderliggende extragalactische medium.
6. De Big-bang-theorie voorspelt dat na de Big Bang het heelal zich gelijkmatig in alle
richtingen uitbreidde. De sterrenstelsels, die nu worden waargenomen, zouden zich alle op
een gelijke afstand moeten bevinden van de locatie van de Oerknal. De waarnemingen zijn in
tegenspraak met deze theorie. Astronomen weten nu dat sterrenstelsels en clusters van
melkwegstelsels niet gelijkmatig zijn verdeeld in het universum. In plaats daarvan zijn zij
geconcentreerd in grote clusters en ‘gordijnen en muren’, afgewisseld met grote leegtes, die
weinig sterrenstelsels lijken te bevatten.
7. De Oerknal-theorie schat dat het universum ontstond ongeveer 13,7 miljard jaar geleden.
Echter, de bovengenoemde Superclusters van sterrenstelsels hebben er ten minste 100-150
miljard jaar over gedaan om op die plaatsen terecht te komen. Halton Arp concludeert dat
het heelal veel ouder is en veel groter dan de Oerknal suggereert. Het lijkt zich voortdurend
te ontwikkelen vanuit veel punten binnen zichzelf." dat is goed mogelijk omdat het licht van
verafgelegen, nieuwe sterrenstelsels ons nog niet kan bereiken. Als voorbeeld: als een
sterrenstelsel 10 miljard jaar geleden ontstaan is op een locatie, die 11 miljard lichtjaar van
ons verwijderd is, dan kunnen we de komende anderhalf miljard jaar niet van haar bestaan
weten. Dit veel grotere universum is wellicht een verklaring voor de ‘donkere materie’101 of
‘donkere energie’.

Naast al deze argumentaties hebben Astronomen en fysici nog andere argumenten aangevoerd
tegen de theorie van de Oerknal. Zo heeft Tom Van Flandern de 30 grootste problemen met de
Oerknal benoemd. Zie vb. ook Eric Lerners boek The Big Bang is nooit gebeurd (1991). Wellicht legt
Verlinde een bom onder de theorie van de Oerknal, door te suggereren dat het universum is
ontstaan uit een soort van ‘uitkristallisatie’ van een medium, dat overal al aanwezig was of is. In deze
theorie is er een geen specifiek punt dat als Oerknal kan worden aangemerkt, maar vindt deze op
zeer veel punten al dan niet gelijktijdig plaats.
Wij menen dat deze theorie goed aansluit bij de velden, die wij in The Unknown situeren: naast het
Affiniteitsveld en het ‘Informatieveld, waarin wij op bepaalde punten een parallel met
het‘Nulpuntsveld’ zien, is er ook een veld, dat we zouden kunnen benoemen als ‘Energieveld’102,
waaruit de Oerstof kan emergeren of zich materialiseren, dat veel parallellen heeft met het
Kwantumveld. Op deze velden komen we in Deel 3 terug.
Samenvattend: er zijn andere, ook geloofwaardige en plausibele modellen om de schepping van ons
universum te verklaren. In het olgende gaan we daar kort op in. We moeten een creatief gebruik
maken van onze intelligentie en verbeelding om meer inzicht te krijgen in de ‘schepping’ van het
universum en om te komen tot inzicht in de mogelijke onderliggende krachten en ordeningen als
basis voor de ontstaansgeschiedenis van ons universum en voor het ontstaan van het leven op Aarde
en de ontwikkeling van de mensheid.
Het inzicht van Lemaître en zijn inventie van het Oeratoom paste in eerste instantie goed bij een
religieuze optiek om naar de werkelijkheid te kijken. Daar is niets mis mee voor een op het Christelijk
geloof gebaseerde wereldorde. Maar wellicht zijn er meer opties, die voor de totaliteit van de
mensheid geschikter zijn. Bij de interpretatie van Lemaître kon de Oerknal als een
scheppingsmoment gezien worden, waarbij voor de gelovige een een ‘God’ betrokken was. In die

101
Er zijn veel vragen over de donkere materie of energie. Deze materie/energie is ongeveer 25 maal zo groot/veel als het
ons bekende/meetbare, universum, d.w.z. 96% van het universum is volstrekt onbekend, of het universum is zeer veel
groter dan wij enken.
102 De term ‘Energieveld’ is een werknaam. We denken dat dit veld van een hogere orde is dan massa-energie. Wat zou

daarbij passen? Almacht? Daarmee komen we echter buiten de klassieke fysica. Zonder in goden te geloven komen we dan
toch bij een drie-eenheid uit, die in de geloofswetenschappen vaak voor komt: God de Vader, de Zoon en de Heige Geest
zijn vervangbaar door energieveld, affiniteitsveld en informatieveld. Toeval?

77
Affiniteit Korsmit juli 2018

optiek is het goed denkbaar dat er ook een ‘zingeving’ of ‘een doel of een ‘ordening of voorkeur’ in
dat scheppingsmoment is ‘ingebouwd’.
Wij leggen met onze Drie-velden hypothese geen relatie met een Goddelijke aanwezigheid of
interventie in de ontstaansgeschiedenis van ons universum.

1.3.2 Opkomst van nieuwe theorieën


Uit het voorgaande leren we dat veel moderne wetenschappers een tekort constateren, een
‘onvolledig zijn’, waarop de klassieke materialistische wetenschap geen antwoord kan geven. Men
omschrijft dit tekort als een onvolledig wetenschappelijk inzicht in de werkelijkheid of als het
ontbreken van de invloed van het bewustzijn en de vrije wil op fysische processen of over het
ontbreken van aspecten als cultuur en menselijke waarden in de beschouwingen. Voorbeelden zijn:

-naast de Big Bang spreekt men ook over de ‘Big Rip’ (het uiteenvallen van de materie door de steeds
grotere afstand tussen sterren en atomen), de ‘Big Crunch’ (verminderen van de uitdijing met als
gevolg het verdwijnen van alle materie in Zwarte Gaten), de ‘Big Bounce’ (vanuit de Big Crunch
ontstaat weer een nieuwe Big Bang), de ‘Big Freeze’ en de ‘Heat Death’ (daling van de temperatuur
naar het nulpunt als gevolg van het verdwijnen van alle energie uit het universum, of omgekeerd dat
alle energie wordt omgezet in warmte, waardoor de temperatuur sterk stijgt)

-de theorie van Lanza stelt de biologie centraal en laat zien dat het universum zoals wij het
waarnemen het product is van leven en bewustzijn103. Tijd en ruimte bestaan niet als een
onafhankelijke externe matrix, maar zijn vormen van menselijke ervaring. Hij formuleert de principes
waarop het bio-centrische paadigma104 in zijn ogen op gebaseerd zou moeten zijn: ‘het leven creëert
het universum’. Hij laat zien dat onze beste theorieën (kwantummechanica en relativiteitstheorie)
op logische wijze aansluiten bij het bio-centrische perspectief, terwijl er in het naturalistisch,
realistische paradigma sprake is van tal van onoplosbare inconsistenties. De theorie van het bio-
centrisme verandert de fundamentele eigenschappen van het universum en de kosmos niet. Maar
het kan de algemene relativiteitstheorie en de kwantummechanica met elkaar verenigen en een
aanzet geven voor paradigma-veranderingen zowel in de fysische als in de religieuze wetenshappen.

-de theorie van Roger Lewin stelt dat Complexiteit de overheersende trend in het wetenschappelijk
onderzoek zal worden. Deze theorie houdt in dat er onder alle complexe systemen in de
verschillende wetenschappelijke domeinen een paar eenvoudige regels liggen. De
complexiteitstheorie heeft ook veel aanhangers. Deze theorie brengt de notie van chaos (waarin
verondersteld wordt dat binnen schijnbaar chaotische systemen er toch regels zijn m.b.t. ‘orde’) een
stap verder door deze regels te identificeren. De veronderstelling is dat regels, die betrekking hebben
op het gedrag van moleculen, grotendeels parallel lopen aan regels, die betrekking hebben op vb.
menselijk gedrag. In het Santa Fe Instituut wordt deze theorie uitgewerkt door o.a. Halverson in
multidisciplinaire teams met gebruik van computermodellen en supercomputers. Of deze theorie ook
van toepassing is op het ontstaan van het universum moet nog blijken.

103
Lanza: ‘Biocentrism completes this shift in worldview, turning the planet upside down again with the revolutionary view that life
creates the universe instead of the other way around. In this new paradigm, life is not just an accidental byproduct of the laws of physics’.
104
Zie de video over bio-centrisme: https://www.youtube.com/watch?v=Yw55BsToVZM
Of http://www.robertlanzabiocentrism.com/video/wormhole/

78
Affiniteit Korsmit juli 2018

- Volgens Verlinde is ‘informatie’, of eigenlijk kwantuminformatie, de belangrijkste bouwsteen van


de werkelijkheid. ‘Informatie’ blijkt niet alleen onder zwaartekracht te schuilen, maar ook onder
ruimte en tijd. Hij vertaalt het holografisch principe, een lastig principe uit de moderne theoretische
fysica, naar het echte universum. Wij leven volgens sommige natuurkundigen in een hologram, een
illusie. Volgens hen zit alle informatie van het universum gevangen op een schil om de kosmos heen.
Die schil zit op de grootst mogelijke afstand, die denkbaar is, de denkbeeldige rand om het
universum. Met zijn theorie, die zwaartekracht, ruimte en tijd als emergenties van ‘Informatie’ ziet,
staat Verlinde momenteel vooraan in de ‘ Theorie van Alles’.

Omdat we menen dat onze theorie over de de aanwezigheid van het ‘Affiniteitsveld’ en ook het
‘Informatieveld’ in The Unknown aan zou kunnen sluiten bij de theorie van Erik Verlinde105 gaan we
op deze theorie meer expliciet in. Hier een korte samenvatting door Manus Visser en Marcel Vonk106

‘Ruimte, tijd en zwaartekracht bestaan op de allerkleinste schaal niet. Nieuwe inzichten in de


theoretische natuurkunde lijken althans tot die verrassende conclusie te leiden. Op
macroscopische schaal komen deze alledaagse verschijnselen als 'emergente' effecten uit de
microscopische fysica tevoorschijn. Natuurkundige Erik Verlinde presenteert vandaag zijn
nieuwe theorie van emergente zwaartekracht, die de huidige zwaartekrachtswetten van
Newton en Einstein aanpast. Zijn theorie verklaart zowel de versnelde uitdijing van het heelal
- veroorzaakt door donkere energie - als de extra zwaartekracht die onder meer wordt
waargenomen aan de rand van sterrenstelsels, en die normaliter wordt toegeschreven aan
de mysterieuze 'donkere materie'.’

Het is boeiend de vele theorieën over het ontstaan en de werking van ons universum te ontdekken.
Veel theorieën zijn even spannend als de ontstaansmythen uit oeroude tijden. Wij geven hier een
beknopte beschrijving vn de theorie van Verlinde.

1.3.5 Theorie van Verlinde107


Erik Verlinde , 1962, is hoogleraar in de theoretische fysica aan UvA, waar hij zijn eigen
gravitatietheorie heeft ontwikkeld, die geldt als een alternatief voor de oerknaltheorie. Zijn
tweelingbroer Herman Verlinde is ook met theorieën over universum bezig. Zijn onderzoek richt zich
o.a. op de snaartheorie en toepassingen daarvan in de kosmologie.

Erik Verlinde studeerde natuurkunde bij Gerard ’t Hooft op de UvU. Zijn onderzoek richtte zich op de
energiestromen in ons universum en hij ontdekte dat er steeds energie wordt toegevoegd aan ons
universum uit en nog onbekende bron. Kennelijk is de Big Bang theorie of onvolledig of onjuist. In
2009 introduceerde hij een nieuwe theorie waarmee zowel Newtons gravitatiewet als diens tweede
versnellingswet (F = m·a) op betrekkelijk eenvoudige wijze kunnen worden afgeleid uit verschillen in
informatiedichtheid in de lege ruimte tussen twee massa's en daarbuiten. In deze theorie is
zwaartekracht niet langer een fundamentele kracht, maar het emergente effect van een diepere
microscopische realiteit op kwantummechanisch niveau. Zelf vergelijkt Verlinde de zwaartekracht

105Zie video: http://astroblogs.tumblr.com/post/117454142742/video-erik-verlinde-op-fysica-2015-over-zn


106 Zie: http://www.quantumuniverse.nl/emergente-zwaartekracht-en-het-donkere-heelal#home Dit artike is ook in de Reader
opgenomen.
107 Voor meer informatie over zijn gravitatietheorie zie de Reader.

79
Affiniteit Korsmit juli 2018

met de luchtdruk: de moleculen waaruit een gas bestaat kennen zelf geen luchtdruk; deze is louter
een eigenschap van het gas, als emergentie van de vele bewegende gasmoleculen.

Met deze inzichten stelt hij vragen bij vele ‘nog onbekende fenomenen’ als de Oerknal en de zwarte
of donkere energie en massa. Deze zijn in het verleden in ‘denkmodellen’, theorieën over de
ontstaansgeschiedenis van ons universum, ingevoerd om deze theorieën ‘kloppend te maken’ met
empirische metingen. Zijn hypothese is dat er in ons universum een diepere realiteit is, welke wij in
onze studie vergelijken met een Kwantumveld en een Informatieveld. Vanuit die diepere realiteit is
o.a. de zwaartekracht geëmergeerd. In 2015 toont de overeenkomst tussen zijn theoretische
snaarberekeningen en de empirische wet van Mordehai Milgrom uit 1983 aan. Deze wet verklaart
waarom bij en bepaalde kritische waarde van de zwaartekrachtversnelling de wet van Newton
afwijkt als er geen donkere materie wordt aangenomen. Dit werd gezien als een nieuwe
zwaartekrachttheorie.

Om deze theorie inzichtelijk te maken wordt vaak de analogie met de kracht, die schepen naar elkaar
toe drijft ls deze dicht bij elkaar in het water liggen, gebruikt. Dat effect ontstaat doordat er netto
meer golven om de schepen heen aanwezig zijn , die een drukkracht op het schip uitoefenen, dan
ertussen. Door deze kracht drijven de schepen nar elkaar oe. Deze kracht wordt groter naarmate
beide schepen dichter naar elkaar oe drijven. Men zou hier kunnen spreken van een positieve
terughoppeling. Een vergelijkbaar effect speelt een rol bij het casimireffect, waarbij door
kwantumfluctuaties metalen platen op zeer korte afstand naar elkaar toe worden ‘getrokken’.

Volgens Verlinde zou de zwaartekracht geen ‘kracht’ zijn maar een gevolg van microscopische
kwantummechanische effecten, die statistisch samen de zwaartekracht opleveren. Hij spreekt over
‘entropische zwaartekracht’ als gevolg van een ‘informatieveld’. Wij zien uit naar een uitwerking van
deze theorie, omdat we denken dat hier een relatie ligt met de velden, die vanuit The Unknown zijn
ontstaan.

In het kader van de door ons veronderstelde ‘werkingen in The Unknown zoals Affiniteit en
Informatiekijken wij uit naar de gravitatietheorie van Verlinde. Verlinde stelt: 'Mijn theorie is wél
goed in overeenstemming met de metingen aan dwergstelsels.' Hier spreekt de natuurkundige-
wiskundige. Het goed in overeenstemming zijn van berekende waarden met gemeten waarden is
geen voldoende argument. Het is een aanzet om verder te gaan en te zoeken naar het ‘waarom’. De
grondlegger van de cybernetica, de Amerikaanse wiskundige Norbert Wiener (1894 - 1964) heeft
eens gezegd: ‘Information is information, not matter or energy’. Het besef groeit echter dat de rol
van informatie groter is dan alleen het beschrijven van materie, energie, deeltjes, krachten en
interacties. Ook de kwantumverstrengeling met instantaan uitwisselen van informatie tussen twee
deeltjes over grote afstanden maakt duidelijk dat er in de werkelijkheid een onderliggend proces is
waarin ‘informatie’ een hoofdrol speelt. Daar sluit de gravitatietheorie van Verlinde op aan. . Ook
Stephen Hawking sprak over de vraag of in zwarte gaten informatie verloren gaat. De
informatieparadox gaat ervan uit dat ‘informatie’ onverwoestbaar is.

Verlinde sluit ook aan op het holografisch principe van Van het Hoof, zijn leermeester. Hoe we ons
dit holografisch principe moeten voorstellen is ons (nog) niet duidelijk. De Oostenrijkse
kwantumnatuurkundige Anton Zeilinger beweerde dat het operationeel onmogelijk is werkelijkheid
en informatie over die werkelijkheid te scheiden. Het idee groeit dat op de kleinst denkbare schaal,
de Plancklengte van 1,6 10¯³⁵ m, de werkelijkheid binair is. Zelfs ruimte en tijd zouden daaruit
voortkomen. Misschien ligt het nakende artikel van Erik Verlinde straks een tipje op van deze
uitdagende sluier.

80
Affiniteit Korsmit juli 2018

Volgens Verlinde is Informatie, of eigenlijk kwantuminformatie, de belangrijkste bouwsteen van de


werkelijkheid. Informatie blijkt niet alleen onder zwaartekracht te schuilen, maar ook onder ruimte
en tijd. Deze basisblokken van het kosmisch toneel waarop de ideeën van Einstein zich afspelen, zijn
volgens Verlinde niet het eindstation van de fysica. Daar ligt nog een niveau onder, waarnaar men
kan graven. Dan stoot men op ‘informatie’. Vanuit dat fundament bezien is alles gemaakt van
‘informatie’. Er bestaat echter nog geen theorie voor de verklaring of beschrijving van hoe uit die
‘informatie’, welke men zich kan voorstellen als vrij zwevende ‘bits’ of ‘nullen en enen’, de
elementaire deeltjes en later vb. ruimte en tijd en de ‘zwaartekracht’ gevormd zijn. Dat geldt evenzo
voor de vorming van materie, organismen mensen. Verlinde laat ons zien dat wanneer men als
wiskundige deze ‘informatievisie’ uitwerkt, er een aantal fundamentele problemen van de astrofysica
verklaard kunnen worden.

Verlinde’s ideeën vormen een mogelijke opstap naar de ‘theorie van alles’. Dat betekent volgens ons
niet het in overeenstemming brengen van de algemene relativiteitstheorie van Einstein met de
kwantummechanica. Zoals wij in het verdere aantonen is dat onmogelijk, omdat elk van deze
theorieën betrekking heeft op een ander ‘niveau van het bouwwerk’. Ok Verlinde zegt dat de
zwaartekracht niet blijkt te passen in de microwereld van deeltjes die de kwantumtheorie beschrijft.
De nieuwe theorie van Verlinde beschrijft zwaartekracht, ruimte en tijd nu als emergent, als het spel
van kwantuminformatie op een dieper, nog onbegrepen kosmisch toneel.

Wij zien daarbij nog de werking van Affiniteit, die invloed uitoefent op hoe ‘Informatie en ‘massa-
energie’ wordt ‘vervormd tot materie en levende organismen’. In Deel 3 werken wij de theorie van
het bestaan van een ‘Affiniteitsveld’ verder uit.

1.3.4 Het Universum en Affiniteit


We sluiten Deel 1 af in de overtuiging dat er een relatie is tussen het ontstaan en de ontwikkeling van
ons universum en de drie velden die vanuit The Unknown zijn geëmegeerd. Ons universum is er
wellicht slechts een uit velen, maar het is wel Ons Universum. De mensheid heeft de unieke gave
gekregen om vragen te stellen over zijn eigen ontstaansgeschiedenis en afgeleid daarvan over het
ontstaan en de ontwikkeling van ons univrsum.

Vanuit die nieuwsgierigheid hebben ook wij gekeken en nagedacht en een theorie uitgewerkt voor
wat wij het ‘bouwwerk’ van ons universum noemen. Zie daarvoor het schema in 1.3. Daarin spelen
drie velden een centrale rol. Deze velden waren en zijn in The Unknown aanwezig. Wij hebben deze
in willekeurige volgorde het ‘Kwantumveld’ genoemd, het ‘Affiniteitsveld’ en het ‘Informatieveld’.

Vanuit deze velden is tijdens een singulariteit, welke wij aanduiden met de term ‘Oerknal’, alles
geëmergeerd wat Ons Universum ‘maakt’: de massa-energie, de organiserende principes en ‘het
boek’, waarin alles is vastgelegd. Vanuit onze nieuwsgierigheid willen we ‘weten’ hoe dit alles is
gegaan en geworden is. Dat ‘weten’ zal voor ons mensen altijd erg onvolledig blijven, vandaar dat we
op zoek zijn gegaan naar theorieën, hypothesen en mythen. In het voorgaande is deze zoektocht
beschreven.

Wij zien de kwantummechanica als een zeer sterke theorie voor het beschrijven van de werkingen
van de uit het kwantumveld geëmergeerde kwanta in het plasma van massa-energie. Deze theorie
beschrijft de werkingen van de elementaire deeltjes, waaruit alle materie uiteindelijk is samengesteld
en het universum is ontstaan. Wij menen dat de kwantummechanica enerzijds de verbinding kan

81
Affiniteit Korsmit juli 2018

leggen tussen materie en levende organismen en anderzijds de verbinding met de velden, die zelf
weer uit The Unknown zijn geëmergeerd.

Het Informatieveld blijft voor velen een groot mysterie, omdat dit veld in de literatuur verbonden
wordt met o.a. nulpunt-energie, bewustzijn, paranormale verschijnselen etc. Wij sluiten ons aan bij
de opvatting van Verlinde dat informatie zowel te maken heeft met het holografisch principe van
prof. Gerard ’t Hooft, als met een informatieveld, dat de werkingen van massa-energie kan
beïnvloeden. We zullen dit bij de beschrijving van de theorie van Verlinde in Deel 3 uitwerken.

Wij zijn doorgegaan met onze zoektocht geïnspireerd door wat Carl Sagan zei: ‘Somewhere,
something incredible is waiting to be known.’ Dat incredible is voor ons het ‘Affiniteitsveld’. Affiniteit
wordt vaak gezien als een belangrijke ‘werking’, die samen met de natuurkrachten de ontwikkeling
van het universum en alle leven op aarde mede heeft bepaald. Als zodanig is Affiniteit onderdeel van
de werkelijkheid, al wordt dit nog niet altijd gezien of begrepen. Affiniteit gaat over ‘orde’ en
‘structuur’ in het universum en over voorkeuren bij bindingen, die de ontwikkeling van levende
organismen bepalen. Tot nu hebben we de volgende relaties tussen dit veld en het ontstaan den de
ontwikkeling van ons universum en van het leven p aarde gevonden:

-Affiniteit kan worden gezien een ‘tegen-werking’ van de wetten van de thermodynamica, als
een negentropie.. Er zijn veel wetenschappers, die een werking van Affiniteit waarschijnlijk
achten bij het ontstaan van materie en levende organismen. Een voorbeeld is de
elektronenaffiniteit van edelgassen Affiniteit is zichtbaar in een streven naar doelgerichtheid
en toenadering tussen samenstellende delen van meer complexe organisaties.

-Affiniteit speelt niet alleen In de scheppingsverhalen en ontstaansgeschiedenissen een grote


rol maar ook in de beschrijving van groepsprocessen, culturele en religieuze bewegingen en
zaken als waarden en normen en het geweten. Naar aanleiding van onze bestudering van
dualiteit hopen wij dat affiniteit in de wetenschap een ‘katalysator’ zal zijn bij het onderzoek
maar een multi-werkelijkheid. Affiniteit kan de klassieke kosmologie aanvullen, ‘volledig
maken’ en wellicht ook ‘zin geven’.

-Affiniteit kan in relatie worden gebracht met de kwantumwereld. Kwantumgebeurtenissen


zijn de enige echt ‘willekeurige’ gebeurtenissen, waar ruimte bestaat voor de invloed van
affiniteit. Affiniteit kan op kwantumniveau invloed uitoefenen op de ineenstorting
(collaboratie) van verstrengelde deeltjes en systemen en op de bindingen tussen atomen vb.
met waterstofbruggen.

Wij konden binnen onze beperkte onderzoeksmogelijkheden op vele punten niet diepgaand
ingaan. Wij betreuren dat, omdat de onderzoeksvragen niet alleen relevant zijn maar vooral
ook razend interessant. We hebben in de voetnoten en literatuurlijst vele
aanknopingspunten gegeven voor een persoonlijke verdieping van deze studie.

Onze verkenning van de relatie tussen het ontstaan van ons universum en Affiniteit geeft ons
voldoendevertrouwen om door te gaan en de verkenning in Deel 2 uit te breiden tot de
relatie tussen het leven op Aarde en Affiniteit. De theorie achter onze hypothese van het
bestaan van de werking van Affiniteit wordt in Deel 3 uitgewerkt. In Deel 2 gaan we eerst op
zoek naar de naar de invloed van Affiniteit op de ontstaansgeschiedenis van het leven op
onze Aarde.

82
Affiniteit Korsmit juli 2018

Deel 2 gaat over het ontstaan van het leven.

83
Affiniteit Korsmit juli 2018

Deel 2. Het ontstaan van het leven op


aarde

De aarde als thuisland voor het leven en de mensheid


Er is een bibliotheek vol geschreven over het ontstaan van het leven108, over de evolutie en over de
ongelofelijk ingewikkelde processen, die dit alles hebben mogelijk gemaakt. De planeet Aarde is
wellicht niet de enige planeet waar leven is ontstaan, bijna zeker niet, maar deze is wel de enige, die
wij kennen en kunnen bewonen. Wij laten ons leiden door Nick Lane en Peter Westbroek en vele
anderen.

Nick Lane beschrijft in Life Ascending (2009):

‘het sprookje van transformatie, van plotselinge en verstrekkende veranderingen, van


uitbarstingen van vernieuwingen, die onze planeet transformeerden, die eerdere evoluties
overschreven met nieuwe lagen van complexiteit. …. Evolutie heeft geen van tevoren
opgesteld plan en maakt geen plannen voor de toekomst. Er is geen uitvinder, geen
intelligent design. De natuurlijke selectie toetst alle mogelijke ‘uitvindingen van een zeer
creatieve natuur’ en kiest het beste’.

Peter Westbroek beziet de aarde als een superorganisme en wellicht is zij dat ook. Hubble ging nog
verder. Hij zag het hele universum als een superorganisme. Wij zouden graag een uitwerking zien van
wat zij verstaan onder ‘organisme’ en onder ‘organische en duurzame ontwikkeling’. Westbroek legt
vooral de nadruk op de relaties tussen de geologische ontwikkeling en het ontstaan van het ‘leven’
op aarde. Hij beschrijft deze ontstaansgeschiedenis in zijn boek De Ontdekking van de Aarde.

Westbroek ziet deze ontwikkeling als een palrad aangedreven door ‘emergenties’. Een centrale vraag
is of dat een evolutionair proces was of dat emergenties daarbij de hoofdrol speelden. Wat waren
deze ‘emergenties’ precies en wat of wie heeft deze veroorzaakt? Het palrad geeft dit niet aan en
ook niet wat het volgende niveau zal zijn. Op deze vragen gaan we in dit Deel 2 dieper in.

Door deze emergenties ontstonden er steeds hogere organisatieniveaus, zowel in de ‘dode stof’ als
in de ‘levende natuur’. De verscheidenheid nam tie in mineralen, in biologische organismen, en bij de
mensheid in zijn bewustzijn en civilisatie.

Mensen onderscheiden zich van dieren door een groter bewustzijn en betrokkenheid, en door
beschaving en organisatorische en technologische ontwikkeling. Een ander onderscheid is een
hogere ontwikkeling van het denkvermogen en het geheugen en ook van het
communicatievermogen, die tezamen een grotere capaciteit voor onderzoek en het bedenken van
creatieve oplossingen mogelijk maken. Creativiteit vormt een belangrijk onderwerp om de
ontwikkelingsgeschiedenis van de mensheid te begrijpen.

108Een beknopt maar helder overzicht van de ontwikkeling van het leven op aarde is te vinden op de site:
https://en.wikipedia.org/wiki/Template:Nature_timeline . Men kan voor een eerste kennismaking ook veel interessante informatie vinden
op de site voor biologie 6-aheneum : http://www.bioplek.org/6ath/6ath_evolutie.html

84
Affiniteit Korsmit juli 2018

Zoals in het voorgaande al is vermeld stelt Westbroek dat er op dit moment een hoger
organisatieniveau werkzaam is in de vorm van een superorganisme. Wat dit precies betekent zegt hij
niet en wij zijn daar heel nieuwgierig naar. Zoals de Vlamingen zeggen: ‘wij blijven hier op onze
honger zitten.’ Vanuit dit denken zou het best kunnen dat de mens wellicht toch niet aan de top van
ladder kan blijven staan. Daar komen we op het eind van Deel 2 terug.

We beginnen met een summiere beschrijving va de n de Evolutietheorie. Levende wezens bestaan uit
een gestructureerd, samengesteld organisme, dat voor zijn voortbestaan afhankelijk is van zijn eigen
‘metabolisme’. De aard van een degelijk organisme kan zeer sterk verschillen van vb. een bacterie of
virus, een dier, een boom of alg etc. Steeds is er een delicaat evenwicht binnen de natuur en wellicht
zelfs op kosmisch niveau. Telkens blijken de drijvende krachten achter de omvorming van materie en
energie zeer verschillende organismen op te leveren. Wij vragen ons af of ‘Affiniteit’ in de
aanwending van deze krachten een rol speelt. De mensheid staat apart van het dierenrijk door zijn
vermogen ‘planmatig te kunnen denken’ en door zijn ‘bewustzijn’ waarmee hij over al deze zaken na
na kan denken. Wij menen dat het ontstaan van het leven en van ons bewustzijn niet met de
Evolutietheorie te verklaren is.

De mensheid staat nu op de hoogste trede en groeit versneld door tot een organisme dat een grote
stempel op de natuur drukt. Het palrad beschrijft dit wel, maar verklaart niet het ‘waarom’ en ‘hoe’
dit gebeurde. De mensheid wist steeds weer de nodige grondstoffen te winnen en de nodige
hulpmiddelen en/of organisatiestructuren te maken om de problemen, die deze groei veroorzaakt,
op te vangen. We zouden graag een onderliggende verklaring zien voor ‘hoe’ de mensheid al deze
fundamentele problemen steeds weer te boven kwam. Dit zou een inzicht kunnen geven voor de
aanpak van de huidige problemen, die ontstaan door uitputting van grondstoffen, aantasting van
ecologische systemen, ‘botsing van culturen’, digitalisering en robotisering.

Het palrad geeft niet aan wat het volgende, hogere ‘organisatie’-niveau zal zijn. Wij vermoeden dat
Westbroek bedoelt dat er op aarde (gaia) op alle niveaus terugkoppelingen zijn, die veroorzaken dat
er ‘evenwichten’ ontstaan. Deze evenwichten zijn zeer delicaat en kunnen gemakkelijk door
menselijk handelen worden verstoord. Het is dan de vraag hoe sterk en hoe snel natuurlijke
terugkoppelingen dit evenwicht weer kunnen herstellen. Volgens René ten Bos, Water, 2014 en
Michel Serres, De wereld onder de duim, 2014 is het antropogeen wellicht geen lang leven
beschoren, als we de natuur duurzaam blijven ontregelen.

Daarbij zien we, net als in Deel 1 reeds aan de orde kwam, de tegengestelde benaderingen vanuit de
wetenschappelijke optiek en mystieke en/of religieuze de optiek. Bruno Latour gaat in “Thou Shall
Not Freeze-Frame” or How Not to Misunderstand the Science and Religion Debate hierop in. Hij
bepleit om deze tegenstelling niet als karikaturen van kennis versus gelovig vertrouwen te zien. Het
gaat niet om vragen als ‘gelooft u in de globale opwarming van de aarde?’ of ‘Gelooft u in God?’.
Beide vragen kunnen niet rechtstreeks onderzocht worden. De vraag naar opwarming niet omdat
deze zeer complex onderzoek vraagt binnen zeer verschillende wetenschappelijke disciplines en de
vraag naar het geloof in God niet omdat er daarvoor geen geschikt onderzoek instrumentarium is.

Latour stelt dat wetenschap geen quasi-religie is, waarmede vragen kunnen worden beantwoord
door het bekijken van zaken, die vlakbij voor het rijpen liggen. Religie gaat niet over quasi-kennis
aangevuld met een hoop godsvertrouwen om dan verder op weg te kunnen gaan. Het verschil tussen
wetenschap en religie kan niet worden verklaard door intellectuele competenties, welke worden
toegepast op wetenschappelijk waarneembare ‘dingen’ of op spirituele zaken. De toepassing van
wetenschappelijke competenties leidt vaak tot een keten van onderzoek naar zaken, die vaak te veel

85
Affiniteit Korsmit juli 2018

omvatten en te groots of onzichtbaar zijn, om te kunnen worden begrepen, zeker als de uitkomsten
vaak contra-intuïtief zijn. Religieuze of geloofsvragen leiden vaak ook naar het onbegrijpbare, het
onzichtbare. Deze zaken zijn niet onzichtbaar, omdat ze verborgen of gecodeerd zijn of te
gecompliceerd, maar omdat het moeilijk is om de religie of het godsbeeld109 aan te passen. Deze
discussie wordt naar onze mening vooral door de universeel-darwinisten op de spits gedreven. Daar
komen we nog op terug.

Wij gaan dergelijke tegenstellingen niet uit de weg , om vin onze verkenning naar het ontstaan van
het ‘leven’, zoekend naar inzichten die verbinden. Wij denken dat de structurerende werking van
Affiniteit een goede basis is voor een studie naar Gaia, ons thuisland, het superorganisme ‘Aarde’110.
Laten wetenschappelijke én spirituele inzichten de mensheid leiden om meer inzicht te krijgen in de
werking van het Systeem Aarde, om vandaaruit zinvolle acties te ondernemen om de genoemde
problemen aan te pakken.

Samenvattend: massa en energie beheersen nog steeds ons universum, ons zonnestelsel, onze aarde
en steeds meer de mensheid. Westbroek ziet de aarde als thuisland voor de mensheid. In dit
thuisland moet al het leven in symbiose leven binnen de draagkracht van de aarde om te voorkomen
dat grote rampen ontstaan door verstoring van natuurlijke evenwichten. De ‘mensheid’ speelt
daarbij een steeds belangrijkere rol door o.a. zijn ongebreideld gebruik van fossiele brandstoffen,
gentechnologie en digitale revolutie.

De homo sapiens is als overwinnaar van alle homo genera overgebleven. Deze overwinnaar heeft
voldoende destructieve kracht om niet alleen ecosystemen maar ook zichzelf ‘op re blazen. De
mensheid handelt alsof er geen beperkingen zijn, alsof technologie de natuur de baas zal blijven. Het
thuisland van de mensheid ligt onder vuur van de mensheid zelf.

2.1 Earth System Science


Earth System Science111 omvat wetenschappen als scheikunde, natuurkunde, biologie, wiskunde en
vele toegepaste wetenschappen als vb. ecologie , die de aarde als een geïntegreerd systeem
bestuderen om een dieper inzicht in de fysische, chemische, biologische en menselijke interacties te
krijgen. Die inzichten m.b.t. de ontstaansgeschiedenis en kunnen voor de toekomst van de aarde
bepalend zijn. Zij vormen de wetenschappelijke basis voor een duurzame ontwikkeling van de
mensheid. Daar is het nodige inzicht in de ‘belastbaarheid, de draagkracht en de resources’ van de
aarde nodig. Earth System Science ziet de aarde als een systeem. Dit systeem is zo complex, dat met
recht over een superorganisme gesproken kan worden. Binnen dit concept wordt de kennis uit de

109 ‘Big Gerry Groot’ heeft een soortgelijke lezing van de moderne filosofie als ik, namelijk dat de moderne filosofie voor een groot deel een
worsteling is met het wegvallen van een absolute God. Voor wie is dit een worsteling: de gelovige of de wetenschapper of de
wetenschapper als gelovige zoals vb Einstein of Latour?
110Latour reageert op de encycliek Laudato Si van paus Franciscus: ‘! is a funny kind of text: wordy, busy, contradictory, repetitive, but this

is because it is itself channeling this immense cry which is impossible to decode rapidly, which makes one prick up one’s ears, turn one’s
head towards those other actors, so different from nature and from humanity: a sister mother earth whom we had almost forgotten was
herself capable of suffering, like the poor who are tangled up with her. It is up to the readtourers now to channel, in turn, this immense
cry…’ Zie : The Immense Cry Channelled by Pope Francis, door Bruno Latour
111
Door veel wetenschappers wordt e aarde als een ‘systeem’ of een ‘superorganisme’ gezien. Goede introducties zijn:
Youtube filmpje van NASA: https://www.youtube.com/watch?v=ciV6Uaeobxk of een overzicht met veel referenties op Wikipedia:
https://en.wikipedia.org/wiki/Earth_system_science

86
Affiniteit Korsmit juli 2018

traditionele Aardwetenschappen geïntegreerd. Daarbij worden in eerste instantie deelproblemen op


een eclectische wijze aangepakt, waarbij verschillende disciplines samenwerken om vb. de relatie
tussen het menselijk handelen en duurzaamheid aan te pakken. In een volgende fase zullen de
deelsystemen moeten worden geïntegreerd in een model van hoe ‘Gaia’ als systeem werkt.

Westbroek is niet pessimistisch112 over de mogelijkheden van de mensheid om zich aan te passen.
Alhoewel hij gelooft dat de aanpak van Global Change met zijn Geo-engineering niet toereikend is,
gelooft hij wel in een systematische, ‘brede en wetenschappelijke’ aanpak, vanuit een breed
gedragen inzicht in Earth System Science, die deze bedreigingen kan analyseren en oplossingen aan
kan reiken. Helaas blijft dit gedachtengoed in de wetenschappelijke en politieke discussies nog sterk
onderbelicht en ligt het accent op deelproblemen als de reductie van CO2 emissies. Daarmee alleen
zullen wij geen duurzame ontwikkeling kunnen realiseren.

De aarde is een zeer complex systeem, dat al sinds het begin der tijden onderworpen is aan fysische,
chemische en biologische processen. Halverwege de jaren 80-tig is de NASA begonnen met een
systeembenadering, waarbij eerst een overzicht gemaakt werd van alle elementen van het systeem-
aarde en van belangrijke elementen, relaties en afhankelijkheden. Dit is een zeer uitgebreid
meetprogramma, gericht op de invloed van menselijk handelen op deze elementen en relaties.

De beschrijving van het systeem-aarde omvat vele subsystemen, die onderling ook weer zijn
verbonden door terugkoppelingen. Voorbeelden zijn de atmosfeer, hydrosfeer, biosfeer en exosfeer.
Sommigen rekenen ook de cryo sfeer daarbij. Anderen spreken over dit geheel als de anthroposfeer
etc. Het probleem van het werken met subsystemen is dat het geheel vaak moeilijk te beschrijven of
te verklaren is. Hoe meer de subsystemen in detail worden uitgewerkt hoe minde gemakkelijk deze
bevindingen in het totaalbeeld zijn in te passen. Het lijkt een contradictie: hoe meer diepgang en
detail op deelniveau hoe moeilijker een holistische benadering van het totaalprobleem wordt.
Daarnaast speelt ook nog dat niet-meetbare zaken als waarden, cultuur en sociale belangen moeilijk
in de totaalafweging zijn in te passen. Earth System Science staat dus voor een zeer complexe
opgave.

In De wereld onder de duim stelt Michel Serres dat een rationele benadering alleen niet voldoende is.
Er zijn veel wetenschappelijke disciplines, die de feitelijke, waarneembare ontwikkelingsgang van de
mensheid onderzoeken en beschrijven. Earth System Schenke113 is nog lang niet in staat om aan
Earth engineering te doen. Serres zoekt naar een diepere begripslaag, waarbij ook metafysische
waarden en inzichten betrokken worden. Hij geeft als voorbeeld het onderzoek van NASA naar het
zonnestelsel en de Melkweg (soms aangeduid als de exosfeer). Dit onderzoek is van groot belang,
omdat hier een bron ligt van energie en kritieke ‘ontmoetingen’ met vb. asteroïden en ook omdat
deze ‘zoektocht’ naar sporen van water, sneeuw of ijs op vb. de planeet Mars, ons inzicht in het

112
de expo Lustwarande in de Oude Warande, 2017, l Disruption; Remapping Nature met als toelichting o.a.:
Vanuit een filosofisch-sociologisch gedachtegoed van Bruno Latour kan er een specifiekere verklaring geformuleerd worden. Latour breekt
met de denkkaders van de Verlichting en de Moderniteit, waarin de mens centraal staat en de wereld door de mens beschouwd,
bestudeerd, geanalyseerd, kortom verklaard wordt. Volgens Latour is er geen objectieve wereld maar slechts een geconstrueerde
werkelijkheid, waarin mens en aarde niet twee gescheiden entiteiten zijn maar eenheden die in complexe relaties en systemen met elkaar
verbonden zijn. Het menselijk handelen heeft invloed op de gesteldheid van de aarde en, omgekeerd, laat de veranderende aarde zijn
sporen na op het wezen van de mens. Sinds het nieuwe millennium iser dan ook een nieuw tijdperk voorgesteld, waarin gedachtegoed als
dat van Latour expliciet erkend wordt, het zogeheten Antropoceen. Het Antropocene denken wint steeds meer aan terrein, zodanig dat er
inmiddels gesproken kan worden van een “Generation Antropocene”(Robert Macfarlane,The Guardian, 1 april 2016h.
113
The Science Education Resource Center, Carleton College, offers the following description: "Earth system science embraces chemistry, physics, biology,
mathematics and applied sciences in transcending disciplinary boundaries to treat the Earth as an integrated system. It seeks a deeper understanding of the
physical, chemical, biological and human interactions that determine the past, current and future states of the Earth. Earth system science provides a physical
basis for understanding the world in which we live and upon which humankind seeks to achieve sustainability".
https://en.wikipedia.org/wiki/Earth_system_science#Definition

87
Affiniteit Korsmit juli 2018

universum vergroten. NASA doet ook veel onderzoek naar de planeet aarde: vb. de opwarming, het
grondgebruik en de snelle veranderingen hierin, de regenval, de hoeveelheid land- en zee-ijs en de
hoogte van zeespiegel. Hierdoor is onze kennis over fysieke verschijnselen m.b.t. de aarde sterk
toegenomen. Serres ondersteunt dit onderzoek maar ziet een tekort aan onderzoek naar dergelijke
‘gegevens’ op het gebied van culturele, sociaaleconomische, religieuze of criminele zaken, welke bij
politieke of culturele beslissingen een rol kunnen spelen, en die van belang zijn voor de het welzijn
van de mensheid als geheel.

Earth System Science valt in Nederland onder de Aardwetenschappen en omvat traditionele


wetenschappen als geologie, fysische geografie, geofysica en ingenieursgeologie, die zich met name
met de lithosfeer, de gesteenten en haar ontstaan en gedrag bezighouden. Maar behalve op
gesteenten richten aardwetenschappen zich ook op de atmosfeer, het water en het ijs. Daarom
behoren ook wetenschappen als hydrologie, glaciologie, meteorologie, klimatologie, hydrografie,
geodesie en oceanografie en nog vele andere wetenschappen, zie voetnoot114, tot de
aardwetenschappen. De geografie die zich richt op de biosfeer, heet biogeografie. Vaak wordt dit tot
de biologie gerekend, waar het een aanzet tot de ecologie vormde. Op het schaalniveau van lokale
ecosystemen is het onderzoek naar Critical Zones (CZO’s) van groot belang. Er is nog zeer veel werk
te doen om al deze deelsystemen met het ‘systeem-aarde’ te verbinden en hiervoor zinvolle
modellen te kunnen ontwikkelen. Een duurzame ontwikkeling van Gaia is een mooi en noodzakelijk
streven. De realisering daarvan vergt nog zeer veel onderzoek.

Men kan natuurlijk hopen op een gelukkig moment van serendipiteit, een inzicht, dat zoals in de
mythe van de Maelstroom een oplossing voor een schijnbaar hopeloos probleem te vinden.
Serendipiteit werkt alleen als we in het onderbewuste weten wat we in abstractie zoeken. In meer
concrete termen; de mensheid zal zich eerst bewust moeten zijn van de problemen waar het voor
gesteld staat om open te staan voor een onverwacht inzicht, een techniek, of wat dan ook een
oplossing kan bieden. We zullen dus dieper moeten graven dan de huidige wetenschappers vanuit
hun rationele paradigma’s doen binnen de context van Global Change. We zullen het terrein van de
reductionistische wetenschap moeten verlaten en en open moeten staan voor inzichten uit andere
domeinen. Alleen zo kan de mensheid effectief werken aan Global Change115 bij de aanpak van o.a.
duurzaamheidproblemen en problemen als gevolg van de digitalisering en roboticering.

We spreken in jargon over problemen die elke mens aangaan. We zullen de geesten van deze
mensen rijp moeten maken voor diepere inzichten. Wij menen dat de evolutietheorie, waarin het
toeval een centrale rol speelt, te gemakkelijk als verklaring van emergenties en differentiaties wordt
gezien. Wij streven een holistische benadering na, waarin plaats is voor ‘Affiniteit’ bij emergenties en
differentiaties. Hiermee hopen wij een bredere basis te leggen onder Earth System Science en voor
de aanpak van globale problemen.

114Hieronder volgt een alfabetische lijst van vakgebieden binnen de aardwetenschappen:


Biogeologie, Biogeografie, Bodemkunde, Fysische geografie, Geoarcheologie, Geochemie, Geodesie, Geo-informatica (GIS),
, eofysica, Geologie, Geomorfologie, glaciologie, Hydrografie, Hydrologie, Klimatologie, Limnologie, Meteorologie,
Mijnbouwkunde, Milieukunde, Mineralogie, Oceanografie, Paleobotanie, Paleoceanografie, Paleoklimatologie,
Paleontologie, Paleozoölogie, Petrologie, Kwartairgeologie, Regionale geologie, Sedimentologie, Seismologie, Speleologie,
Stratigrafie, Vulkanologie. Voor meer info. zoek op internet.
115
The term “global change” encompasses: population, climate, the economy, resource use, energy development, transport, communication, land use and land
cover, urbanization, globalization, atmospheric circulation, ocean circulation, the carbon cycle, the nitrogen cycle, the water cycle and other cycles, sea ice loss,
sea-level rise, food webs, biological diversity, pollution, health, over fishing, and more https://en.wikipedia.org/wiki/Global_change

88
Affiniteit Korsmit juli 2018

We hebben ons in deze studie sterk geinspireerd gevoeld door het werk van Peter Westbroek.
Vandaar dat we in deze notitie vaak naar hem verwijzen. Hier een korte samenvatting van zijn
ideeën.

Peter Westbroek116
Peter Westbroek, 1937, was hoogleraar geologie en geofysiologie aan de Universiteit Leiden, waar hij
o.a. de Gaia-hypothese en modellen voor de biosfeer doceerde. Hij schreef inast vele
wetenschappelijke publicaties een tweetal boeken, die door een breed publiek gelezen zijn:
Dynamiek van de Aarde, 1991 en De ontdekking van de aarde, 2013.Hierin wordt een nieuw
wereldbeeld geschetst dat een een nieuwe oriëntatie en aanvulling geeft op het heliocentrisme van
Copernicus, Galilei, Keppler en Newton. Westbroek ziet de aarde als een symbiotisch wezen.

‘Verhalen’ zoals over de mythe van de maalstroom van Edgar AllenPoe , en over. het ontstaan van
kalk en zuurstof en het eerste leven op Aarde spreken ons aan. Westbroek legt een directe koppeling
tussen de biologische cyclus en de geologische cyclus voor de organische koolstof en zuurstof. De
eerste ne cyclus verloopt zeer langzaam in de orde van ongeveer 300-500 miljoen jaar. zeer snel en
de tweede zeer snel in de orde jaren en soms zelfs van dagen. In de biologische cyclus gaat zeer veel
stof om, maar de totale biomassa is relatief klein. In de geologische cyclus zijn de reservoirs van
biomassa zeer groot. Hij verwijst naar de Russische geleerde Andrei Lapo, die het ooit zo
formuleerde: ‘Vrijwel al het materiaal dat die levenloze sferen uitmaakt is vele malen de
metabolische netwerken van de levende systemen, de biosfeer, gepasseerd en erdoor
getransformeerd’. Dit verklaart de visie van Westhoek, dat het ‘leven’ gezien moet worden als een
geologische kracht. Westbroek suggereert dat de aarde een soort van ‘geheugen’ heeft en wellicht
zelfs een bewustzijn, omdat na een globale ramp de aarde zich snel herstelt.

Hij ziet het uitwerken van Earth System Science als een eerste stap, waarin hij de geologische
betekenis van ‘leven’ in de biosfeer verbindt met andere sferen als geosfeer, atmosfeer en de
hydrosfeer. Men zou dit een symbiotisch wereldbeeld kunnen noemen, dat aansluit op de Gaia-
hypothese ., welke James Lovelock in zijn boek A New Look at Life on Earth, 1979, beschreef. Vanuit
deze visie is het een kleine stap om de aarde als geheel als een soort superorganisme te zien, waarbij
de Aarde als ‘levend wezen met een bepaalde vorm van ‘bewustzijn’ te zien. Bruno Latour werkt dit
in Oog in Oog met Gaia, 2017, verder uit in zijn studie naar kritische zones. Hubble zag het nog
breder en zag hele universum als een superorganisme.

Vragen welke wij ons stellen vanuit onze studie nar Affiniteit zijn: wat zijn de overlevingsstrategieën
van dit superorganisme? Hoe kon dit organisme emergeren naar een hoger organisatieniveau dan
‘individuele organismen? Westbroek ziet als laatste emergentie het bewustzijn, dat de mensheid
definitief op het hoogste niveau van de ladder plaatste. Dieren zoals vb. mierenkolonies en
bijenzwermen kennen bepaalde samenlevingsvormen, die gezamenlijk meer presteren dan
individuele mieren of bijen kunnen. Bij de mensheid zien we steeds hogere bewustzijnsniveaus met
schaalvergroting. De mensheid weet natuurlijke grondstoffen te gebruiken en om te vormen en zelfs
kunstmatige intelligentie te creëren en het werk uit handen te geven aan robots. Als wij deze vragen
dieper op ons laten idoordingen dan zien wij als verklaringsgrond de mogelijke werkingen van
‘Affiniteit’ en ‘Informatie’, die zich vanuit The Unknown in de Oerknal manifesteerden.

116 Zie zijn boek de ontdekking van de aarde

89
Affiniteit Korsmit juli 2018

: . Ten diepste kiest Westbroek voor een wetenschappelijke oriëntatie, die primair gericht is op het
wetenschappelijke handwerk, op het onderzoek van de meetbare werkelijkheid. Westbroek
waarschuwt voor de gevaren van een al te beperkte wetenschappelijke benadering vb. van de
aanpak van het kllimaatprobleem op basis van alleen systems engineering in het programma van
Global Change. Hij wijst op de nieuwe visie op de geologische betekenis van ‘leven’ als de grootste
verworvenheid van Earth System Science. In het symbiotisch wereldbeeld wordt het ‘leven’ gezien
als een geologische kracht, een onderdeel van het ingewikkelde krachtenspel van de Aarde. Hij toont
aan dat er nieuwe, wetenschappelijke, discipline-overstijgende benaderingen nodig zijn om het
ontstaan van het leven op aarde te beschrijven, vb. van de planeet de wisselwerking tussen
gesteente, water, lucht en leven (geosfeer, hydrosfeer, atmosfeer en biosfeer) in één alomvattende
systeemtheorie kunnen worden gegoten. Met betrekking tot het klimaatprobleem wijst hij op de
snelle opwarming, die evenwichten tussen de lange en de korte cycli kan verstoren. Het evenwicht
tussen CO2 en zuurstof, beide korte cycli, kan door de opwarming van de oceanen en door de dooi
van de permafrost, beide cycli van langere duur, worden verstoord. Dit kan nog onvoorziene
gevolgen hebben.

In het boek wordt de geologische ontwikkeling beschreven als een toename van de verscheidenheid
in mineralen, biologische organismen, intelligentie en civilisatie.. We zien dat in de
ontwikkelingsgeschiedenis van de aarde het ‘organisatieniveau’ steeds hoger wordt. Westbroek
beschrijft dit als een palrad aangedreven door emergenties. Dit niveau gaat structureel opwaarts.
Hoe komt dat? Wat zijn de oorzaken daarvoor? Het palrad beschrijft dit wel, maar verklaart dit niet.
Het geeft niet aan wat het volgende niveau zal zijn.

Dit ‘streven’, dat ik in deze studie verbind met Affiniteit, zou de basis kunnen zijn voor een meer
fundamentele benadering van de huidige wereldproblemen, en dus ook van het klimaatprobleem.
Het onderzoek naar dit verschijnsel en de toepassing hiervan zie ik als een drijvende kracht voor
Earth System Science, dat op zich de reddingsboei zou kunnen zijn om de mensheid uit de
Maelstroom te redden.

Westbroek stelt dat mensen zich onderscheiden van dieren door een groter bewustzijn en
betrokkenheid en door beschaving en organisatorische en technologische ontwikkelingen. Een ander
onderscheid is een hogere ontwikkeling van het denkvermogen en het geheugen en ook van het
communicatievermogen, die tezamen een grotere capaciteit voor onderzoek en het bedenken van
creatieve oplossingen mogelijk maken. Hij schetst hoe de mensheid in staat was zich steeds weer
vanuit een integrale visie, en met de nodige distantie en creativiteit, aan te passen aan de
leefomstandigheden en zo de ontwikkeling van de mensheid op een hoger niveau te brengen. Hij
stelt echter ook dat de mensheid in zichzelf een natuurkracht is geworden, die sterk genoeg is om
het leven op aarde ingrijpend te veranderen.

We bespreken de Evolutietheorie met zijn vele variaties, om ons daarna te concentreren op de


onderbouwing van onze hypothese m.b.t. het bestaand van een Affiniteitsveld vanuit ‘The Unknown’.

90
Affiniteit Korsmit juli 2018

2.1.1 Onstaan van het leven op aarde


In deze korte samenvatting maken wij gebruik van de beschrijving in het boek De Ontdekking van de
Aarde van Peter Westbroek. In feite gaat het meer om de ontdekking van de levensvoorwaarden en
het ontstaan en de ontwikkeling van het leven op aarde. De levensvoorwaarden worden binnen zeer
nauwe natuurlijke voorwaarden bepaald…

Daarnaast moest de aarde als het ware zelf de nodige ‘grondstoffen’ voor het leven produceren.
Westbroek bechrijft dit zeer complexe proces en geeft een tweetal voorbeelden: het ontstaan van
kalk en van zuurstof, twee elementen, die over de hele wereld wijdverbreid voorkomen en waar het
leven van afhankelijk is. Hun ontstaansgeschiedenis is zeer complex en is bepalend geweest voor alle
leven op aarde. De beschrijving van het ontstaan van de kalkrotsen is boeiend en toont aan dat de
aarde veel complexer in elkaar steekt dan veruit de meeste mensen denken. De ontwikkeling van de
biologische processen rondom ‘kalk’ en ‘zuurstof’ is enerzijds onvoorstelbaar complex en anderzijds
zijn deze processen zo reëel dat onderdelen daarvan in elk ‘lichaam’ terug te vinden zijn. Er is en er
wordt nog steeds zeer veel onderzoek uitgevoerd naar deze ontwikkelingen. IZo toonde het Max
Planck Instituut onlangs aan dat eencellige eukaryoteneen miljard jaar later op de aarde zijn
verschenen dan veel wetenschappers eerder dachten. Kalk en zuurstof zijn slechts voorbeelden om
de complexiteit van de ontstaansgeschiedenis van het leven te presenteren.

Westbroek gebruikt deze voorbeelden ook om de koppeling tussen de biologische cyclus en de


geologische cyclus te beschrijven. De biologische cyclus verloopt zeer snel, in de orde van
dagen/jaren, maar de geologische cyclus duurt in de orde van ongeveer 300 miljoen jaar. In de
biologische cyclus gaat zeer veel stof om, maar de totale biomassa is relatief klein. In de geologische
cyclus zijn de reservoirs van biomassa zeer groot. Hoe de koppelingen tussen deze cycli gestalte krijgt
en hoe de uitwerking hiervan op het klimaat uitpakt is nog onbekend. In de huidige tijd lijkt er een
snelle opwarming plaats te vinden. Dit kan evenwichten tussen beide cycli verstoren. Een vraag is of
het evenwicht tussen CO2 en zuurstof, beide korte cycli, door de opwarming van de oceanen en door
de dooi van de permafrost, beide cycli van langere duur, wordt verstoord en wat daarvan dan weer
de gevolgen zijn.

Westbroek werkt een analyse uit over het ontstaan van de atmosfeer, de luchtologie. Hij verwijst
daarbij naar het onderzoek van Holland, die de samenstelling van de atmosfeer vanaf het ontstaan
van de aarde onderzocht. Gedurende de eerste paar miljard jaar was er geen zuurstof in de
atmosfeer, wel veel waterstofgas en koolzuur. Deze ingrediënten waren voldoende voor het creëren
van ‘leven’ en het produceren van biomassa. Er werd op zeer bescheiden schaal wel zuurstof
geproduceerd door bacteriën, die de zonnewarmte gebruikten voor het versnellen van het
aanmaken van biomassa. Ongeveer 2500 miljoen jaar geleden werd zuurstof in grotere
hoeveelheden gevormd door fotosynthese. Dit resulteerde relatief kort daarna in het Great Oxigen
Event (GOE), waarna het zuurstofgehalte gestaag steeg tot ongeveer een tiende van de huidige
waarde. Daarna bleef het bijna een miljard jaar zo tot het zuurstofgehalte steeg tot ongeveer de
huidige waarde. Er deden zich een paar pieken voor tot maximaal ongeveer 35%. Er lijkt een relatie
te zijn tussen de omvang van de biomassa en de hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer. In onze tijd is
er een snelle toename van het CO2 gehalte in de atmossfeer. Hierdoor is de biomassa volgens
sommige onderzoekers met een derde gestegen.

Westbroek beschrijft de enorme biologische aanpassingen, die nodig waren om in een zuurstofrijke
atmosfeer te kunnen overleven. Er zijn ongelofelijk ingewikkelde biologische constructies nodig om
‘met zuurstof te leven’ De eerste zuurstof, een basiselement voor bijna alle dierlijk leven, is

91
Affiniteit Korsmit juli 2018

geproduceerd door cyanobacteriën 300 miljoen jaar voor Great Oxigen Explosion ongeveer ..
geleden. Deze zuurstof werd middels fotosynthese uit biomassa en zonne-energie geproduceerd

Zuurstof levert energie, maar het is ook een radicaal, die atomen kapot maakt en o.a. kanker kan
veroorzaken. Op zeer ingenieuze wijze hebben cellen zich weten aan te passen en hebben levende
wezens zich aangepast aan het ‘leven met het gif dat zuurstof is’.. Er waren veel emergenties en
mutaties nodig om met dit ‘gif’ te kunnen leven.

In het boek wordt de ontwikkeling beschreven als een toename van de verscheidenheid in
mineralen, biologische organismen, intelligentie en civilisatie.. We zien dat in de
ontwikkelingsgeschiedenis van de aarde het ‘organisatieniveau’ steeds hoger wordt. Westbroek
beschrijft dit als een ‘palrad’ aangedreven door emergenties. Dit niveau gaat structureel opwaarts.
Hoe komt dat? Wat zijn de oorzaken daarvoor? Het palrad beschrijft dit wel, maar verklaart dit niet.
Wel wijst hij op de gevolgen hiervan: een steeds grotere complexiteit van het leven op aarde en bij
de onderzoekers een steeds groter besef dat de aarde als een systeem functioneert. Hij ziet deze
visie op de geologische betekenis van ‘leven’ als de grootste verworvenheid van Earth System
Science. Het ‘leven’ in de biosfeer, beïnvloed de andere sferen: geosfeer, atmosfeer en de
hydrosfeer. Hij verwijst naar de Russische geleerde Andrei Lapo die het ooit zo formuleerde: ‘Vrijwel
al het materiaal, dat die levenloze sferen uitmaakt, is vele malen de metabolische netwerken van de
levende systemen, de biosfeer, gepasseerd en erdoor getransformeerd’. In het symbiotisch
wereldbeeld wordt het ‘leven’ gezien als een geologische kracht.

Processen die op een geologische tijdschaal beschreven worden zijn redelijk goed gekend, maar er
kunnen geen betrouwbare uitspraken gedaan worden op het niveau van een tijdshorizon van enige
eeuwen. Het zeer gedetailleerd beschrijven van processen vb. op het gebied van de uitwisseling van
energiestromen vanuit de zon en de aarde tussen de verschillende ‘sferen’ is door onvoldoende
inzicht en kennis op dit moment onmogelijk. Ook de klimaatwetenschappen kampen met dit
probleem en kunnen processen als opwarming, verzuring en verdroging weliswaar steeds beter
verklaren, maar er blijven nog te veel vragen.

Westbroek suggereert dat de aarde als of een soort supermechanisme functioneert. Telkens blijke er
weer onbekende en onvoorziene terugkoppelingen, zoals negatieve terugkoppelingen, die meestal
een dempende werking hebben, maar soms zijn deze ook positief en kunnen deze ontwikkelingen
versnellen en uit de hand doen lopen. Algemeen gesteld blijken oOntwikkelingen steeds in de
richting van een hoger niveau van organisatie te gaan. Westbroek suggereert dat de aarde ook een
soort van geheugen en wellicht zelfs een soort van bewustzijn heeft. Hij leidt dat o.a. af uit de
constatering dat na een globale ramp de aarde zich zeer snel herstelt. Hij staat daarin niet alleen. Hij
verwijst naar de Theory of the Earth van James Hutton.

2.1.2 Emergenties en Differentiaties


Voorbeelden van emergenties en differentiaties zijn het ontstaan van elementen, mineralen en
organische structuren.

92
Affiniteit Korsmit juli 2018

Inzichten m.b.t. emergenties117


Emergentie is een begrip dat centraal staat in de systeemtheorie en in filosofie. Het betreft de
ontwikkeling van complexe, georganiseerde systemen, die bepaalde eigenschappen vertonen, die
niet verklaarbaar zijn door het samenvoegen van hun samenstellende delen. 118

Voorbeelden van ‘emergeren’ in de materiële wereld zijn:


-Oppervlakte en tijd kunnen gezien worden als emergente eigenschappen vanuit de
kwantummechanische verstrengelingsentropie119.
-Zwaartekracht is volgens Erik Verlinde een emergente eigenschap van een microscopische
realiteit die samenhangt met informatieverschillen tussen massa's.
-Luchtdruk: is een emergente eigenschap van een gas. De gasmoleculen kennen geen druk.
De beweging van alle gasmoleculen tezamen bepalen de druk.

Voorbeelden van ‘emergeren’ in de bio-fysica zijn:


-‘Leven’ in biologische zin wordt soms ook als een emergente eigenschap beschouwd. Een cel
bestaat namelijk uit vele organische moleculen. De individuele organische moleculen leven
niet, maar de complexe interacties tussen al die organische moleculen zorgen ervoor dat de
cel zich in leven kan houden. Het geheel (leven) is dus meer dan de som der delen
(organische moleculen).
-Mierenkolonies: aan de hand van het gedrag van één mier kan men bijvoorbeeld niet
afleiden hoe een mierenkolonie als geheel georganiseerd is.

Voorbeelden van emergenties naar een hoger systeemniveau in de biologie120


-de ‘geest’ wordt In de wijsbegeerte soms ook een emergente eigenschap genoemd. Het idee
hierachter is dat de geest voortkomt uit fysische processen, maar niet kan worden
gereduceerd tot deze fysische processen. De emergente kwaliteit heeft een eigen aard, maar
kan niet bestaan zonder de onderliggende materiële elementen.
-De cultuur met haar zeden, instituties, taal en religie komt voort uit de interacties tussen
mensen.

Een emergente eigenschap kan worden gedefinieerd als een eigenschap, die optreedt of wordt
waargenomen wanneer men van waarnemingsniveau verandert, bijvoorbeeld van het atomaire
niveau naar het voor de mens visueel waarneembare niveau. Het begrip ‘emergentie’ onderscheidt
zich van het begrip ‘differentiatie’ of ‘variatie’ uit de Evolutietheorie. Bij emergentie is er sprake van
een zeer grote hoeveelheid oorzaken, die allemaal samen en tegelijkertijd optreden, die een ‘nieuw
individu121’ oplevert. Bij differenties gaat het eerder om selectie uit een grote hoeveelheid
‘individuen’, waarbij telkens door het toeval optredende veranderingen, variaties of oorzaken ertoe
leiden dat bepaalde individuen kunnen ‘overleven’.

Westbroek onderscheidt in zijn palrad de volgende emergenties:

117
Emergeren betekent: ‘opduiken uit zee’:, zie luctor et emergo
118 Zie voor meer informatie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Emergentie
119
Zie: http://docplayer.nl/66603594-Thesisonderwerpen-wiskundige-natuurkunde-editie.html
- https://www.biologielessen.nl/index.php/dna-7/673-organisatieniveau-s
120

121 Onder ‘individu’ wordt hier een systeem, structuur, materieel object of biologisch wezen verstaan

93
Affiniteit Korsmit juli 2018

-ontstaan van mineralen en kristallen door het aangroeien van de atomen en moleculen in
een roosteropbouw. Deze geeft informatie over de interne chemische en moleculaire
samenstelling.
-ontstaan van leven (biogenese122) , eerst in een soort 'oersoep', waarin eiwitten, enzymen
en een allereerste celmembraan-afbakening van verschillende van deze organische
elementen plaats vond.

-ontstaan van bewustzijn123 door het vermogen om te kunnen ervaren of waarnemen en


het hebben van een beleving of besef van jezelf en de omgeving.

Men spreekt in relatie met emergenties vaak van onvoorziene of spontane ontwikkelingen, die door
het toeval bepaald worden. Maar wij denken dat er daarbij een onderliggende oorzaak is voor het
optreden van deze emergenties nl. de invloed van Affiniteit, dat een streven naar een ‘hogere orde’
ondersteunt. Daar gaan we in Deel 3 dieper op in.

Het onderscheid tussen emergentie en differentiatie of specialisatie is vaak moeilijk te maken. Als er
een oorzakelijk verband te vinden is vanuit een analyse van de samenstellende delen van een
complex system of organisme, zoals bijvoorbeeld bij ‘Eusocialiteit’ en bij ‘Synergie’ met betrekking
tot onderlinge samenwerking vb. bij mieren, bijen en zwermen van vogels, waar door samenwerking
een groter rendement wordt behaald, spreekt men van differentiatie. Als er geen oorzakelijk verband
kan worden aangetoond dan spreekt men van emergentie.

Differentiaties j spelen een grote rol bijt de natuurlijke selectie. De Evolutietheorie beschrijft het
bestaan van differentiaties in de natuur, maar kan geen verklaring geven voor dat wat wij
emergenties noemen.

2.2 Evolutietheorie
We besteden in deze studie vrij veel aan dacht aan de Evolutietheorie van Darwin. Deze theorie
beschrijft hoe de meest flexibele soort overleeft in de strijd tussen soorten. Een uitzondering zijn de
huisdieren, die zich lieten domesticeren. Of waren zij juist extreem flexibel door een cohabitatie met
de mens aan te gaan? Zij overleefden, maar hun lot is thans in de bio-industrie niet
benijdenswaardig. De evolutie is geen pad naar overwinning, maar het pad dat overwinnaars
hebben afgelegd. Achteraf kan het pad getekend worden. De richting waar het pad verder heen gaat
kennen we niet. Daar gaat deze studie in paragrafen over het neo- of universele Darwinisme nader
op in. Binnen een bepaald ‘landschap’ overleefd de meest flexibele soort. Maar wat als het
‘landschap’ onbewoonbaar gemaakt wordt door die soort? In de geschiedenis zijn daar veel
voorbeelden van bekend. De mensheid zou zeker niet de eerste soort zijn die dit zichzelf zou

122
Zie: https://wetenschap.infonu.nl/natuurverschijnselen/98404-het-ontstaan-van-leven.html
Biogenese is het ontstaan van leven uit levenloze materie. In de oeratmosfeer zaten heel veel anorganische stoffen. De theorie is dat de
gassen uit de oeratmosfeer kunnen ioniseren onder invloed van de energie uit bliksemontladingen, UV-straling, lava en botsingen met
meteorieten. Zo kan er koolstof, waterstof, zuurstof en stikstof vrijkomen. Deze ionen kunnen ook met elkaar reageren, waardoor er onder
andere koolhydraten, vetzuren, aminozuren en nucleotiden kunnen ontstaan. Deze stoffen vormen de basis voor al het leven op aarde! De
oudste levensvormen zijn meer dan 3,5 miljard jaar oud.
123 Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Bewustzijn

94
Affiniteit Korsmit juli 2018

aandoen. In zo een situatie zijn emergenties nodig, of nieuwe ‘vindingen’ om het leven verder te
zette.

Lane geeft een overzicht van de ‘inventions’, die uit natuurlijke selectie voort zijn gekomen:
-fotothese (productie van zuurstof),
-beweging (waardoor dieren hun leefgebied konden vergroten)
-‘zicht’ (dat doelgerichte beweging mogelijk maakte
-‘seks’ (de ultieme absurditeit; waarom niet gewoon klonen)
-‘dood’ (de ultieme niet-existentiële absurditeit)
-‘bewustzijn’ (dat mensen tot mensen maakt).

Lane ziet het ‘bewustzijn als een ‘invention’, maar taal en samenleving ziet hij meer als resultaat van
culturele evolutie. Hij stelt dat men zich moeilijk een samenleving kan voorstellen zonder gedeelde
percepties, waarden en gevoelens, die vaak intuïtief aangevoeld worden zoals geluk, droefheid,
liefde, hoop en geloof.

Als laatste ‘invention’ noemt lane het inzicht in genetica, met name de dubbele helix van DNA, dat al
in de eucariotieden aanwezig was. Wij zien in de ‘inventions’ van Lane nieuwe ‘kwaliteiten’ en
inzichten, welke wij niet logisch kunnen verklaren uit de voorgaande situatie. Wij leggen een directe
relatie tussen ‘inventions’ en ‘emergenties’, waarbij Affiniteit een rol speelt.

Het doel van deze paragraaf is niet om een diepgaande beschrijving van van de breed gedragen
Evolutietheorie te geven, maar om te onderzoeken of er een relatie is te leggen tussen deze theorie,
waarin het toeval centraal staat, en een onderliggend ‘streven naar ordening en/of heelheid’ .
Daarbij denken wij niet aan vb. teleologie en of de aanwezigheid van een ’scheidsrechter’, die het
toeval kan beïnvloeden. Wij zien de werking van Affiniteit minder bij de differentiaties van de
natuurlijke selectie, maar vooral bij de grote stappen naar nieuwe soorten en de emergenties van
levensvormen.

De bespreking van de evolutie van het leven op Aarde kan niet om Darwin heen, ook al is de
voorgeschiedenis met zijn mythen en theïstische verklaringen reuze interessant. Deze verklaringen
worden niet meegenomen. De geschiedenis van de Evolutietheorie is onlosmakelijk verbonden met
Charles Darwin, die in zijn On the Origin of Species124 in 1859 een bom legde onder het creationisme.
Het was een moedige daad, wellicht als gevolg van de wetenschappelijke competitie met Alfred
Russel Wallace, die vergelijkbaar onderzoek deed als Darwin en die ook al had geschreven over de
evolutie van soorten. Darwin toonde aan dat: ‘Het niet de sterkste soort is die overleeft, noch de
meest intelligente. Het is degene die zich het beste kan aanpassen aan nieuwe leefomgevingen.’

Er is in de geschiedenis vermoedelijk geen wetenschapper geweest, die het menselijk denken meer
heeft doen veranderen dan Charles Darwin. Met zijn evolutietheorie en het mechanisme van de
natuurlijke selectie legde hij de basis voor alle moderne biologische kennis. Deze is nog steeds de
basis voor het ontwerpen van nieuwe theorieën en inzichten. Door zijn systematische aanpak en het
toepassen van inzichten uit verschillende disciplines staat hij model voor het succes van de
wetenschappelijke methode, de basis van de Verlichting.

In Darwins Evolutietheorie zijn twee deeltheorieën te onderscheiden125. Enerzijds kan men


veronderstellen dat de verschillende ‘soorten’ allemaal afstammen van een gemeenschappelijke

124
http://www.isgeschiedenis.nl/invloedrijke-mannen/charles-darwin-bedenker-van-de-evolutietheorie/
125 https://darwinisme.be/evolutietheorie/aanspraken

95
Affiniteit Korsmit juli 2018

voorouder. Anderzijds kan men veronderstellen dat het samenspel van toevallige wijzigingen en
natuurlijke selectie het mechanisme is dat deze evolutie tot stand brengt. De eerste deeltheorie
beantwoordt de vraag “wat is er historisch gebeurd?”, de tweede deeltheorie beantwoordt de vraag
“hoe is dat gebeurd?” Uit zijn briefwisseling blijkt dat Darwin zelf zekerder was van de eerste
deeltheorie dan van de tweede. Populair uitgedrukt: hij ziet alle leven afstammen van eenzelfde
begin maar over hoe het precies zit met emergenties, mutaties en differentiaties etc. laat hij ruimte
voor nadere invulling. Die ruimte lijkt de laatste tijd eerder kleiner dan groter te worden.

Nakomelingen zijn nooit helemaal identiek aan hun ouders en de meeste ‘soorten’126 hebben veel
meer nakomelingen dan er kunnen overleven. Het feit dat niet alle nakomelingen lang genoeg
overleven om zich te kunnen voortplanten, noemde Darwin het ‘onvermijdelijk proces van
natuurlijke selectie’. Natuurlijke selectie ontstaat doordat een populatie niet onbeperkt kan blijven
groeien. Darwin zag natuurlijke selectie als een positieve creatieve kracht, waarmee positieve
eigenschappen worden geselecteerd. De variatie was voor Darwin niet per se ongericht maar wel
ondergeschikt aan de richting, die natuurlijke selectie aangeeft. Darwin had daarbij een gradueel
proces voor ogen waarbij vele kleine stapjes systematisch worden opgeteld. Darwin veronderstelde
dat door langdurige selectie, binnen steeds veranderende omgevingen, kleine wijzigingen eindeloos
kunnen worden opgeteld, zodat uiteindelijk uit één soort een totaal andere soort zou kunnen
voortkomen.

Darwin zei in 1859: “Ik besef maar al te goed dat er in dit boek nauwelijks één enkel punt wordt
besproken, waarvoor geen feiten kunnen worden aangedragen, die dikwijls leiden tot schijnbaar
tegenovergestelde conclusies dan de mijne.’

Als goed wetenschapper beschrijf hij zijn theorie en formuleerde hij twee hypothesen, die hij ter
falsificatie aan de wetenschappelijke gemeenschap voorlegde. De eerste hypothese was dat zijn
theorie zou vallen als er complexe organismen bestonden, die niet door meerdere, kleine,
opeenvolgende veranderingen tot stand gekomen waren. Deze hypothese wordt door
wetenschappers vaak getest. De achterliggende onderzoeksvraag bij deze onderzoeken van
een complex organisme is tweeledig: ‘kan een complex organisme herleid worden tot steeds
kleinere ‘delen’, waaruit het is omgebouwd en dat herhaalt tot het ‘eerste begin?’ Een
volgende vraag is: ‘Is de som van de eigenschappen van elk van de delen gelijk aan de
eigenschappen van het complexe systeem?’
Veel wetenschappers hebben aangetoond dat er door
het samenkomen van de delen er ‘iets ‘nieuws’ is
toegevoegd. Wij spreken dan van een emergentie van
een ‘nieuw’ systeem. Dergelijk onderzoek falsificeert de
algemene geldigheid van de Evolutietheorie. Een
voorbeeld van de stapsgewijze ontwikkeling zijn de experimenten van Joe Thornton127, die
werkt aan de reconstructie van hormoonreceptoren van uitgestorven voorouders op basis
van onderzoek van zeer oude fossielen. Hij ontdekte dat bepaalde receptoren een affiniteit
hebben voor gearomatiseerde steroïden zoals oestrogeen. Het blijkt na nog gedetailleerdere

126
Onder ‘soorten’ worden ‘species’ verstaan. Dat de ‘bladeren’ aan de takken van de boom van de evolute van alle leven.
127
Het onderzoek van Thornson is te vinden op de blog van Marian: https://ascendenza.wordpress.com/2013/06/26/de-voorlopers-
van-onze-hormoonreceptoren/ hierop ook veel wetenswaardige reacties.

96
Affiniteit Korsmit juli 2018

analyse dat er subtiele veranderingen zijn op het niveau van de waterstofbruggen, met als
gevolg veranderingen in de de toestand van de energie. Deze subtiele veranderingen in de
biochemie van een paar aminozuren kan zodoende uitvergroot worden en veroorzaakt grote
verstoringen in het biofysieke gedrag van de proteïne, wat leidt tot belangrijke evolutionaire
verschuivingen in functies. Hij ziet dat evolutie inderdaad plaats heeft met kleine stapjes, die
enorme gevolgen kunnen hebben. Zonder deze hormoonreceptoren waren we nog
lampreien geweest. Thornton ziet zijn bevindingen niet als een falsificatie van de hypothese
van Darwin.
We zouden een ander licht op dit onderzoek willen werpen. Allereerst merken wij op dat de
hypothese door Thornton in zijn geheel is verworpen, ondanks dat er is niet onderzocht is of
de som van de eigenschappen van het organisme is te verklaren uit de ontwikkeling van de
delen. De mens is toch wat meer dan een uit de kluiten gewassen lamprei. Vervolgens
stellen wij vragen bij de oorzaak van veranderingen in waterstofbruggen. Was dat toeval, of
was dat een nog onverklaarbare voorkeur, of affiniteit, zoals Thornton dat noemt? Er zou
wetenschappelijk onderzoek gedaan moeten worden naar de kans dat waterstofbruggen
niet doen wat zij behoren te doen. En hoeveel waterstofbruggen zouden er dan tegelijkertijd
moeten ‘doen wat zij niet moeten doen’ om een andere functie van dat betrokken
onderdeel van het organisme te verkrijgen?
Darwin formuleerde een tweede hypothese, de nulhypothese. De nulhypothese stelt dat als
er geen verandering plaatsvindt in de biofysische omgeving van een goed aangepast
ecosysteem, er dan r geen soortvorming zou plaats vinden, dat er dan geen evolutie van de
vorm, de functie of het metabolisme van de biotische componenten zou zijn. Onderzoekers
toetsten deze hypothese door met speciale instrumenten zoals Raman spectrografie en
confocale laser scan microscopie de evolutie van fossielen in de loop der tijd te
onderzoeken. Er bleken over een periode van 2 miljard jaar nauwelijks veranderingen te zijn
in de onderzochte zwavel bacterie-gemeenschappen. Zie voor meer informatie en een
diepgaande discussie over de oorsprong van deze zwavel bacteriën en over waarom het
‘leven’ ontstaan is zoals het is ontstaan: ‘Scheppingswetenschap’ en het feit van Evolutie van
Frank Zindler op de site ‘Positief atheïsme, de site voor mensen die zelf durven denken’128.
Ook dit onderzoek lijkt de theorie van Darwin te ondersteunen.
Dergelijk onderzoek lijkt de theorie van Darwin te ondersteunen, maar het betreft hier
slechts één soort. Er zijn veel wetenschappers, die de theorie willen aanvullen en de
geldigheid hiervan willen inperken. Het commentaar op de theorie van Darwin is niet zozeer
gericht op ‘wat’ er in de evolutie gebeurde en hoe mutaties en differentiaties tot stand
kwamen, maar vooral op ‘hoe’ het leven op aarde ontstond en ‘hoe’ de ontwikkeling van
soorten plaats vond?
De PRO en CONTRA standpunten kunnen geformuleerd worden door in de evolutietheorie de twee
deeltheorieën scherp van elkaar te scheiden. De eerste deeltheorie beantwoordt de vraag: ‘WAT’ is
er historisch gebeurd?, terwijl de tweede deeltheorie een andere vraag beantwoordt, namelijk: ‘HOE’

128
: http://www.positief-atheisme.nl/atheisten/frank_r_zindler/scheppingswetenschap_en_de_.html

97
Affiniteit Korsmit juli 2018

dat is gebeurd. Dat is een vraag naar welk mechanisme er achter de evolutie zit. De consensus onder
de meeste wetenschappers is: we denken te weten wat er gebeurd is en wanneer, maar hoe dit
gebeurd is, blijft nog een groot raadsel. Dat er voor het ontstaan van het leven zelf nog geen goede
verklaring bekend is, betekent niet dat er geen natuurlijke verklaring voor zou bestaan.

De evolutietheorie van Darwin werd verder ontwikkeld tot nieuwe theorieën, die soms
aanvullend en soms afwijkend zijn van de theorie van Darwin. Achtereenvolgens worden in
2.2.1 een aantal aanvullende theorieën besproken en in 2.2.2 een aantal afwijkende
theorieën op basis van nieuwe inzichten. In 2.2.3 bespreken we een aantal theorieën, die
een bredere basis hebben, die meer holistisch zijn.

2.2.1 Aanvullende Theorieën op het werk van


Darwin

Theorie vanovererving van verworven kenmerken van Lamarck


Lamarckisme129 is het eens met de in brede wetenschappelijke kring aanvaarde idee, dat een
individueel organisme karakteristieken, die het verworven heeft tijdens zijn leven, aan zijn
nakomelingen kan doorgeven. Het staat ook bekend als ‘erfelijkheid van verworven kenmerken’ of
zachte evolutie. Dit idee maakte deel uit van de theorie over biologische evolutie, die door de Franse
bioloog Jean-Baptiste Lamarck werd voorgesteld in het begin van de 19de eeuw, en is sinds Darwins
publicatie over de theorie van natuurlijke selectie academisch in diskrediet gebracht. Individuen, die
de beste eigenschappen hebben om te overleven maken de meest kans op nageslacht en dus op
overleving van de soort. Het lijkt dat ook daarbij het toeval bepalend is. Veel wetenschappers zijn
het daar niet mee eens, zoals vb. Mayr.

Commentaar hierop door Mayr

Wellicht de grootste promotor van de Darwinisme was Ernst Mayr, nestor van de moderne
evolutiebiologie. Hij ziet in zijn boek One long argument de Darwiniaanse revolutie als de grootste
intellectuele verworvenheid van de mensheid, groter dan de relativiteitstheorie of de
kwantummechanica. Darwins evolutietheorie ontnam de mens zijn unieke plaats in de levende
natuur en maakte hem tot een detail van het evolutionaire proces. De prachtige adaptaties in de
levende natuur zijn niet geschapen door een God, maar worden verklaard door de werking van
natuurlijke selectie. Mayr is het niet eens met het Lamarckisme, de theorie van de overerving van
tijdens het leven verworven eigenschappen en ook niet met het idee van macromutaties, dat zegt
dat soortvorming met een grote sprongen gebeurt en ook niet met teleologische theorieën, die
beweren dat de evolutie van het leven op een of ander hoger doel afstevent. Het toeval bepaalt de
mutaties, die in de strijd om de ‘fittest’ de doorslag geven.

129
https://nl.wikipedia.org/wiki/Lamarckisme

98
Affiniteit Korsmit juli 2018

Mayr ziet als belangrijkste onderscheid tussen de levende natuur en de niet-levende het bezit van
genetische programma's. Hij merkt op: ‘Het fundamentele begrip ‘genetische programma’ komt in
het vocabulaire van de natuurkunde net voor. Het ontbreekt totaal evenals het begrip populatie'. Hij
stelt dat er in de biologie haast geen wetten of deterministische theorieën zijn, waarmee men
ontwikkelingen kan voorspellen. Het conceptuele raamwerk van de biologie verschilt volkomen van
dat in de fysische wetenschap. Mayer ziet de biologie als een autonome wetenschap met een
verklarende kracht, die zich niet in termen van de traditionele wetenschapsfilosofie laat analyseren.
Biologische verschijnselen als competitie, soortvorming en overwintering zijn niet in puur fysische
beschrijvingen weer te geven. Veel wetenschappers lijken zich niet bewust te zijn van de beperktheid
van hun empirisch onderzoek naar culturele en veel biologische verschijnselen. Hun afwijzing van
wetenshappelijke onderzoek naar metafysische verschijnselen beperkt het inzicht in de ‘werking’ van
evolutie, aldus Mayr.

Theorie van evolutie op basis van toeval en onvermijdelijkheid


van Monod
In zijn boek over systeembiologie legt Bernhard Palsson de historische wortels van dit betrekkelijk
nieuwe vakgebied onder andere bij de ontdekking van het zogenaamde Lac Operon130. Met deze
ontdekking legde Monod samen met Jacob het mechanisme bloot waarmee in cellen de genetische
informatie wordt omgezet in proteïnen. Ze kregen er een Nobelprijs voor. In Toeval en
Onvermijdelijkheid gaat Monod in op de filosofische achtergrond en betekenis van deze ontdekking.
Het is daarmee één van de eerste boeken in een inmiddels rijke traditie, waarin bijvoorbeeld ook de
boeken van Richard Dawkins , The Selfish Gene, 1976 en dat van Edward Wilson, Sociobiology, 1975
passen.

Levende wezens hebben volgens Monod de volgende drie karakteristieken: teleonomie (verwant aan
teleologie), autonome morfogenese en onveranderlijke voortplanting:

-teleonomie (verwant aan teleologie): Om aan te tonen dat teleonomie een objectief
verschijnsel is gebruikt Monod een gedachte-experiment. Stel dat een computerprogramma
van allerlei kunstmatige voorwerpen kan vaststellen dat er een doelgerichtheid aan ten
grondslag ligt. Het programma kan bijvoorbeeld van een horloge vaststellen wat de
bedoeling ervan is. Dan is er geen enkele reden om aan te nemen dat zo’n programma ook
niet zou kunnen vaststellen wat de bedoeling van een cel is, namelijk zichzelf delen. Deze
teleonomie is enerzijds objectief vaststelbaar en anderzijds in tegenspraak met het kernstuk
van de moderne, post-Aristoteliaanse wetenschapsmethode, dat men ook wel het
objectiviteitsprincipe noemt. Dat principe stelt dat geen wezenlijke kennis kan worden
opgebouwd als verschijnselen alleen kunnen worden verklaard door naar planmatigheid te
verwijzen. Deze tegenspraak ziet Monod als het centrale probleem in de biologie. In zijn boek
toont hij aan dat teleonomie zuiver wetenschappelijk verklaard kan worden.
- Autonome morfogenese komt altijd tot stand door krachten van buitenaf, die het voorwerp
vormgeven. Bij levende cellen is daar geen sprake van; ze bouwen zich geheel onafhankelijk
van krachten van buiten op.

130Het lac-operon is een operon dat voor de regulatie van de afbraak van lactose zorgt en voorkomt in onder andere de bacterie
Escherichia coli. Het lac-operon wordt beschouwd als het voorbeeld van prokaryotische genregulatie. Het lac-operon is een stukje DNA, dat
voor de afbraak van lactose de benodigde enzymen produceert. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Lac-operon

99
Affiniteit Korsmit juli 2018

-onveranderlijke voortplanting middels het kopieerden van DNA..

Met betrekking tot kennisethiek gaat Monod nog een stap verder door erop te wijzen dat de
moderne samenleving de vruchten van de wetenschap maar al te graag gebruikt. Hij stelt dat terwijl
de wetenschap alleen maar dankzij het objectiviteitsprincipe groot heeft kunnen worden, er veel
filosofieën, levensvisies en religies blijven hangen aan animistische ideeën, waarbij het
objectiviteitsprincipe niet wordt aanvaard. Vaak wordt gesteld dat de geschiedenis een plan heeft
(marxisme), of dat het universum zich ontplooit volgens een bepaald plan. Monod ziet een groot
gevaar in de kloof tussen deze ideeën en het uitgangspunt van de wetenschap. De samenleving zou
baat hebben bij een kennisethiek die het objectiviteitsprincipe respecteert, waarbij kennis en
waarden niet door elkaar worden gehaald.

Morod wees er op dat de loop van de evolutie, waarin het toeval en de overlevingskansen een zo
grote rol spelen, verliep ten goede en ten slechte. Alsof deze bepaald werd door de onbezonnen
'Tovenaarsleerling', van de Griekse schrijver Lucianus van Samosate131 uit de tweedee eeuw vC. De
bedoeling van het verhaal van Lucianus is niet "bezint eer ge begint", maar eerder om alle bijgeloof
belachelijk te maken. Soortgelijke thema's zijn te vinden in de legende van de Golem.

Mutatietheorie van Weismann


De opvatting dat gedrag een belangrijke rol heeft gespeeld in de evolutie heeft over de afgelopen
eeuwen zijn ups en downs gehad132. De traditionele benadering van Darwin bleef dominant Later
werd deze theorie aangevuld door o.a. August Weismann133geloofde niet de opvattingen van
Lamarck over verworven veranderingen. Hij werkte de theorie van Darwin, met een evolutie in kleine
stapjes, uit in zijn mutatie theorie.

Tegenover het hyperdarwinisme van Weismann, die kortweg de ‘almacht der natuurlijke teeltkeus’
verkondigd had, stond Spencers uitspraak uit 1893 dat we van tevoren niet kunnen herkennen wat
de geschiktste mutatie is, noch welke mutatie in elke generatie overerft wordt. Ook Hertwigs zegt
dat wij niets weten van het oorzakencomplex, dat een bepaald verschijnsel tevoorschijn heeft
geroepen zoals vb. de oogstand van de schol, die beide aan één zijde van de kop liggen. Omdat we de
oorzaken hiervan niet kennen is de facto het toeval maatgevend.

Organische selectietheorie van Boudwijns


Als onderdeel van de organische chemie wordt in de organische structuurtheorie nagegaan welke
rangschikkingen van atomen tot bestaanbare organische verbindingen kunnen voeren.
Oorspronkelijk was de organische structuurtheorie vooral een hoeveelheid ervaringswijsheid.
Boudewijns werkte deze in de lijn van de mutatietheorie uit in zijn ‘organische selectie theorie'. De
oorzaken van mutaties worden gezocht in de waterstofbruggen, die de bindingen van atomen in
moleculen beïnvloeden. Met het besef dat bindingen een vaste lengte hebben en rond een

131 Zie: https://www.researchgate.net/publication/46543971_The_Evolution_of_Evolutionary_Theo


132 Hoe verliep de geschiedenis van het evolutionaire denken? wetenschappers die zich bezig hielden met soorten, kruisingen en evolutie:
http://www.evolutietheorie.ugent.be/node/186
133 Erfelijksheidsleer zonder evolutietheorien, Dr. J.A. Honing, 1920 http://edepot.wur.nl/248735

100
Affiniteit Korsmit juli 2018

koolstofatoom onder vaste hoeken ten opzichte van elkaar staan, werd een eerste stap gezet naar
een voorspellende theorie. Met de ontwikkeling van de kwantummechanica en de computationele
chemie werd de voorspellende waarde van de theorie steeds groter. Naast de voorspellende waarde
stekt deze theorie de wetenschap ook voor uitdagingen. Waarom waterstofbindingen op atomair
niveau alleen op een specifieke wijze tot stand komen, is onbekend. Wellicht speelt het toeval een
rol, wellicht komt het door een andere werking. Wij menen dat hier een aangrijpput ligt voor de
wering van Affiniteit.

Theorie van de Ontologische evolutie van Baldwin


Het Baldwin-effect werd voorgesteld door de Amerikaanse psycholoog James Mark Baldwin. Deze
theorie wordt ook wel ontogenische evolutie genoemd. Deze theorie sluit aan bij de mutatietheorie
van Weismann en Boudewijns. In deze theorie over de evolutie wordt een mechanisme voorgesteld,
waarbij gedrag, dat voortkomt uit het algemeen leervermogen, erfelijk kan worden vastgelegd als
instinctief gedrag. Het is niet nodig dat dat gedrag in zijn geheel in één keer erfelijk wordt vastgelegd.
Het kan juist een voordeel zijn dat dit stapje voor stapje gaat. Op de lange duur kan dit ertoe leiden
dat door opeenvolgende mutaties ingewikkelde gedragingen vrijwel in hun totaliteit erfelijk worden
vastgelegd. Dit is de manier waarop de evolutie ingewikkelde instincten kan doen ontstaan. Dit kan
ook bijgedragen hebben tot de menselijke intelligentie, die volgens moderne inzichten bestaat uit
een aantal aan elkaar gekoppelde subtiele instincten.

Deze theorie ontkent dat instinct ‘primitief’ zou zijn en intelligentie ‘geciviliseerd’. Gecompliceerde
instincten en hoge intelligentie zijn beide het resultaat van een langdurig evolutieproces. Bij dieren
met een korte levensduur zijn hoogontwikkelde instincten van groot belang: zij hebben te weinig tijd
om veel ervaring op te doen en te leren. Alleen dieren met een langere levensduur, bijvoorbeeld
olifanten en primaten, kunnen zich de "luxe" van een hoge intelligentie permitteren. Die biedt
uiteindelijk meer mogelijkheden om te overleven, omdat het gedrag flexibeler wordt. Het is een
interessante theorie, maar erg omstreden. Ook hier is het de vraag of het toeval is of een andere
werking die bepalend is voor de keuze van welke ervaring in instinkt wordt vastgelegd.

Interface Theorie van Hoffman


De evolutietheorie gaat uit van een voortdurende aanpassing van levende organismen aan de
levensomstandigheden vanuit een drang of drift om te overleven. De cognitieve wetenschapper
Donald Hoffman geeft met zijn Interface Theorie een nieuw perspectief om naar de werkelijkheid te
kijken. De evolutietheorie gaat uit van een voortdurende aanpassing van levende organismen aan de
levensomstandigheden vanuit een drang of drift om te overleven. Zijn theorie is vooral gericht is op
natuurlijke selectie door een mechanisme, dat gericht is op het gedrag van individuele mensen en
dieren binnen hun ‘werkelijkheid’. Daarbij legt hij een zwaar accent op de ‘werkelijkheid’, zoals deze
zich op dat moment aan hen presenteert, of liever zoals de ‘werkelijkheid’ door een bepaald individu
op dat moment geïnterpreteerd wordt. Deze interpretatie wordt sterk beïnvloed door zijn drang om
te overleven. Hij ‘ziet’ dus voornamelijk die zaken uit de werkelijkheid, die voor zijn overleven
belangrijk zijn vb. voedsel bemachtigen en niet ten prooi vallen aan anderen dieren.

101
Affiniteit Korsmit juli 2018

Vanuit die interpretatie past hij zijn ‘leefstijl’ aan de zijn leefomstandigheden aan. Om een beeld te
krijgen van deze theorie kan men de film ‘do we see reality as it is?’134 van Donald Hoffman bekijken,
die probeert een antwoord te vinden op de vraag: ervaren we de realiteit zoals deze is? Beelden die
we zien worden door onze hersenen ‘geconstrueerd’, vervolgens worden deze beelden
gereconstrueerd op basis van onze verworven kennis. Organismen, die te veel beelden uit de
werkelijkheid krijgen of deze ‘te breed of te precies’ zien, verliezen het van organismen, die goed
kunnen reageren op specifieke signalen uit de ‘werkelijkheid’ van gevaar of van nieuwe
voedselbronnen. Het helpt als de leefstijl zich aanpast aan die omstandigheden. Dit geeft een nadere
invulling aan hoe de natuurlijke selectie plaats zou kunnen vinden.

Hoffman stelt hier een zeer belangrijk thema aan de orde: ‘de werkelijkheid’. Dè werkelijkheid
bestaat niet. Deze is vanuit verschillende standpunten en levensvormen waarschijnlijk totaal anders.
We kunnen ons geen beeld maken van hoe de werkelijkheid er uit ziet voor een haai in de diepzee of
een vleermuis in de lucht of een mens onder invloed van drugs etc..

Hoe we met de ‘werkelijkheid’ om moeten gaan in discussies over wetenschappelijk onderzoek naar
de evolutie of de kwantummechanica, of het ontstaan van het universum etc. is een uitdagende
opgave voor de toekomst. Wij hopen met deze notitie die discussie te verdiepen en verbreden.

Dawkins
Dawkins is een uitgesproken atheïst, seculier humanist. Hij studeerde zoölogie aan de Universiteit
van Oxford, waar hij les kreeg Niko Tinbergen. Dawkins werd bekend door zijn boek The Selfish Gene
(1976), waarin hij argumenten aanvoerde voor de gen-selectietheorie, zoals geformuleerd door o.a.
William Donald Hamilton en John Maynard Smith, en hierin het concept ‘meme'135 introduceerde in
de evolutietheorie.

In 1982 publiceerde Dawkins The Extended Phenotype, waarin hij formuleert dat het effect van genen
niet beperkt is tot de synthese van proteïnen, maar tevens de omgeving beïnvloedt. Het centrale
theorema van The Extended Phenotype is dat het gedrag van een dier de overleving van de genen,
die verantwoordelijk zijn voor dat gedrag, bevordert of die genen nu aanwezig zijn in dat dier of niet.
Zo kan, bijvoorbeeld, het gedrag van een gastheer gewijzigd worden door genen die enkel aanwezig
zijn in de parasiet, ten gunste van die parasitaire genen. Het concept van het uitgebreide fenotype
wordt beschouwd als Dawkins' belangrijkste bijdrage tot de evolutietheorie. Hij was ook de eerste
die de term ‘universeel Darwinisme’ gebruikte.

Dawkins maakte verder naam als auteur van vele boeken over evolutie, waaronder The Blind
Watchmaker (1986); waarin hij verklaart hoe een groot aantal kleine genetische mutaties aanleiding
kunnen geven tot complexe organismen, The Ancestor's Tale (2004) dat de fylogenetische stamboom
volgt tot aan het begin van het ontstaan van het leven en The Greatest Show on Earth (2009) dat, in
reactie op het creationisme, een samenvatting geeft van alle argumenten pro-Darwins
evolutietheorie.

134
Do we see reality as it is: http://edepot.wur.nl/248735 film van Donald Hofmann
135Een meme is een begrip uit de memetica en betekent een idee dat zich onder informatiedragers verspreidt (tot nu toe voornamelijk
menselijke hersenen en sociale netwerken), en wordt ook wel omschreven als een besmettelijk informatiepatroon. In meer specifieke
termen: een meme is een zichzelf vermeerderende eenheid van de culturele evolutie, zoals een gen de eenheid is van de biologische
evolutie.

102
Affiniteit Korsmit juli 2018

Zijn opvattingen over de evolutietheorie bracht hem vaak in discussie met creationisten en
aanhangers van Intelligent Design. Zijn boek The God Delusion (2006) kan gezien worden als zijn
afrekening met die overtuigingen, in zoverre die gebaseerd zijn op het geloof in een schepping door
een bovennatuurlijke God.

In een artikel in The Times bekritiseerde de Engelse journalist en historicus John Cornwell Dawkins en
meer in het bijzonder zijn boek The God Delusion. De toon van het boek beschreef Cornwell als
"extremistisch en dogmatisch" De atheïstische filosoof Thomas Nagel verweet Dawkins in 2006 een
reductionistische benadering bij zijn poging om in het boek The God Delusion het Argument from
Design te weerleggen. Angst voor de godsdienst dreef, volgens Nagel, Dawkins tot deze
reductionistische benadering, maar Nagel acht deze onhoudbaar: ze maakt het wereldbeeld
nodeloos vlak en dwingt ertoe om bewustzijn, denken, waarden, zin en doel als belangrijke en
zelfstandige onderwerpen uit onze beschouwingen te weren.

Michael Ruse, zelf atheïst, Darwinist en één van de hoofdredacteuren van The Oxford Handbook of
Atheism, nam in 2012 afstand van het seculiere Humanisme zoals dat belichaamd wordt door
Dawkins. Dit omdat het in zijn ogen religieuze trekken heeft aangenomen, niet open staat voor
bewijsvoering, een bijna hysterische neiging heeft om elke vorm van godsdienstigheid te verwerpen,
zich verliest in twisten over futiliteiten en omdat de leiders ervan, zoals Dawkins, worden bewierookt
door een grote hoeveelheid volgelingen.

In 2008 schreef Gray: "Dawkins-mementheorie van de religie is een klassiek voorbeeld van de onzin
die ontstaat als je het gedachtegoed van Darwin toepast buiten het gebied waarvoor het bedoeld is".

Commentaar op aanvullende theorieën op het werk van Darwin

In al deze theorieën is niets te vinden over het ontstaan van het ‘leven’, over het eerste levensbegin .
De evolutie verloopt op basis van toevallige variaties. Het toeval is alles bepalend,. Wij missen een
diepere verklaringsgrond voor het ontstaan van ‘leven’. Wat ons het meest opvalt is de
zelfverzekerdheid, de kritische toon m.b.t. het werk van ‘andersdenkenden’ en ookde intolerantie
t.a.v. alles wat niet reductionistisch te verklaren is. Nergens wordt ruimte gelaten voor
onzekerheden of andere ‘werkelijkheden’. Alleen in de in Organische selectietheorie van Boudewijns
is enige ruimte te vinden voor een relatie met Affiniteit. Boudewijns denkt dat mutaties worden
veroorzaakt door veranderingen in waterstofbruggen, die de bindingen van atomen in moleculen
beïnvloeden. Dat is ook een belangrijk aspect van de werking of liever van een mogelijk aangrijppunt
voor de werking van Affiniteit.

2.2.2 Theorieën op basis van meer recente


inzichten
Met de moderne technologie en de beschikbaarheid van veel meer onderzoeksmateriaal kunnen de
microbiologische aspecten van nieuwe organismen, meer diepgaand onderzocht worden. Op cvragen

103
Affiniteit Korsmit juli 2018

als ‘hoe het leven is ontstaan’ en de ‘hoe complexe cellen en organismen konden evolueren’ kan
wellicht een beter gefundeerd antwoord worden gegeven. Wij zouden een gedegen onderbouwing
willen zien van het ‘palrad’ van Westbroek, waarbij telkens een hoger organisatie niveau werd
bereikt. Westbroek weet niet ‘hoe’ deze emergenties zijn ontstaan. Ook in de voorgaande
evolutietheorieën wordt daar niet op ingegaan. Maar het zoeken naar de heilige graal van de
‘oorzaak van deze emergenties’ blijft een uitdaging voor veel wetenschappers.

Onderzoek op basis van DNA vb. Tijsterman van het LUMC


Dit onderzoek is gebaseerd op een veel grotere schat aan empirisch onderzoek op microbiologisch
niveau. Daarbij kan men denken aan onderzoek naar de opbouw van de cellen, naar het DNA136 en
naar de gevolgen van ‘fouten’ in het DNA. Daarbij is ook veel onderzoek gericht op de vergelijking
van DNA van verwante soorten. Daarbij wordt vb. onderzocht wat de oorzaak is van exact dezelfde
fouten, die worden gevonden in het DNA van mensen en van chimpansees. Door analyse van de
fouten in het DNA kan men de verwantschap tussen soorten reconstrueren. Dit onderzoek is o.a.
gericht op de veranderingen van het DNA van verschillende soorten in de tijd. Tot nu is er geen
overtuigende verklaring137 voor het ontstaan van DNA, de meest complexe molecuul in het
universum. Het is uitermate onwaarschijnlijk dat dit door het toeval kan zijn ontstaan. Ook de
Evolutietheorie heeft dar geen antwoord op. In de gehele ons bekende evolutie van het leven op
aarde is de basisstructuur van het DNA nauwelijks veranderd. Deze moet dus door een andere
werking of oorzaak zijn ontstaan.

Een recent ontdekte manier om DNA-schade te herstellen zorgt voor kleine veranderingen in het
erfelijk materiaal. Hiermee kan deze vorm van DNA-herstel de motor zijn achter het onderzoek van
de evolutie, zo stellen LUMC-onderzoekers in Nature Communications138. Dit mechanisme wordt ook
toegepast bij het zeer populaire 'gnome editing', een methode om het erfelijk materiaal aan te
passen met ‘knip en plakwerk’. Hoogleraar Genoomstabiliteit in het LUMC Tijsterman zegt dat niet al
ons erfelijk materiaal stabiel is. De ziekte kanker bijvoorbeeld is rechtstreeks te wijten aan
veranderingen in het erfelijk materiaal van een cel, door foutjes zou men kunnen zeggen. Maar wat
in de ene context een foutje is, hoeft dat in een andere context niet te zijn. Tijsterman:

“Als je een perfect stabiel gnoom hebt, krijg je geen kanker. Maar dan waren wij er ook niet,
want zonder veranderingen heb je ook geen evolutie. Alternatieve end joining139 lijkt een
belangrijke motor achter deze evolutie.”

Niche onderzoek vb. Waddington, Bateson


Andere wetenschappers zoeken het in een bepaalde niche, bijvoorbeeld Patric Bateson die denkt dat
de biologische evolutie direct beïnvloed kan worden door de actieve rol van het organisme in de
latere evolutie van zijn afstammelingen. Zijn theorie is een voortzetting van het Lamarckisme, dat

136
DNA: Het DNA molecuul is het ingewikkeldste molecuul op deze aarde. Een gemiddeld persoon heeft 50 triljoen cellen in zijn lichaam.
Elke cel bevat 46 DNA moleculen. Zie: http://mijn-kijk-op.infonu.nl/wetenschap/97430-evolutie-wat-vertelt-dna-ons.html
137
Er zijn vele vattingen, zie vb. de blog https://gervanpoelgeest.wordpress.com/2011/06/20/is-dna-ontstaan-door-ongeleide-evolutie-of-
door-intelligent-ontwerp/
138
https://www.lumc.nl/over-het-lumc/nieuws/2015/juni/Herstel-van-DNA-breuken-stimuleert-evolutie/
139 Zie vb. Wikipedia: https://en.wikipedia.org/wiki/Non-homologous_end_joining

104
Affiniteit Korsmit juli 2018

stelt dat een individueel organisme karakteristieken, die het verworven heeft tijdens zijn leven, aan
zijn nakomelingen kan doorgeven. Bateson verwijst naar de toegenomen belangstelling voor de
evolutionaire biologie en de epigenetica, die erfelijkheid en evolutiebiologie een nieuw leven
inblazen. Kenmerkend voor epigenetische mechanismen is dat ze niet de basepaarvolgorde van het
DNA zelf veranderen maar “boven op” (epi) de genetica werken.

De term epigenetica werd in 1968 geïntroduceerd door Conrad Waddington om aan te geven dat
niet alleen de erfelijke aanleg, maar ook het patroon van interacties tussen genen en het milieu de
ontwikkeling van een organisme stuurt, vanuit een bevruchte eicel tot een zelfstandig, volwassen
levend wezen.

Tegenwoordig onderscheiden we drie typen mechanismen die ‘merkers’ aanbrengen op het DNA:
DNA-methylering140, histonmodificatie141, en kleine interferentie-RNAs142. Deze drie processen
werken ook op elkaar in, waardoor een enorme complexiteit ontstaat. Het eindresultaat is dat een
bepaald deel van het DNA geïnactiveerd of juist geactiveerd wordt door veranderingen in de
chromatinestructuur (het complex van DNA met eiwitten). In principe worden de epigenetische
‘merkers’ allemaal uitgewist bij de vorming van geslachtscellen en hebben deze waarschijnlijk
beperkte gevolgen voor de evolutie. Of er een onderliggend werking is, anders dan de hier
genoemde, die een rol speelt bij het inactiveren of activeren van bepaalde genen blijft onduidelijk.

Holisme
Mayr merkt op dat het begrip holisme vaak ‘misbruikt’ wordt voor metafysische doeleinden, maar
afgezien daarvan is er niets mee mis. Holisme heeft niets met metafysica van doen, er is niets
mysterieus aan en het is niet in tegenspraak met welke natuurkundige wet dan ook. Het is een puur
empirische aangelegenheid. Hij ziet het holismeals een goede ingang om complexere systemen,
waarin nieuwe eigenschappen opduiken, te analyseren.

De term 'holisme' 143werd geïntroduceerd door de Zuid-Afrikaanse staatsman Jan Christian Smuts
(1870-1950) in zijn boek Holisme en evolutie, 1926. Smuts zag holisme als:

‘... de ultieme samenhang brengende, orde scheppende, organiserende en regulerende


activiteit in het universum, die een verklaring geeft voor alle structurele groeperingen en
samenstellingen daarvan, variërend van de atoom- en fysische-chemische structuren en
cellen en organismen tot de geest en de dieren en de persoonlijkheid van de mens. De
alomtegenwoordige en steeds groter wordende eenheid binnen deze structuren maakt het
holisme de basis en de leidraad voor alle andere activiteiten. Dit zorgt ervoor dat het
universum als een Holistisch Universum wordt beschouwd.’ Kelley werkt dit later uit in zijn
The Origin of Everything.

De website Natural Genesis presenteert zich als: een website die een 'holistisch vooruitzicht' biedt en
die om de bezoeker van de website te overtuigen 1.500 aanbevelingen geeft, die een 'ontmoeting
met een embryonisch (nog ongeboren), goddelijk universum' moeten bevestigen’. Deze referenties

140http://cscbiologie.jouwweb.nl/onderwerpen/erfelijkheid-dna-evolutie/epigenetica
141 http://home.kpn.nl/martine_segers/biotechnologie/histonen.html
142 https://www.studeersnel.nl/nl/document/vrije-universiteit-amsterdam/humane-levenscyclus-ii/college-
aantekeningen/hoorcollege-3-mechanismen-van-veroudering/20763/view?has_flashcards=1
143 http://www.kgmn.nl/Page/432730_holisme-en-het-boek-der-natuur.aspx

105
Affiniteit Korsmit juli 2018

laten zien dat steeds meer onderzoekers het bestaan van een organisch zelforganiserend universum
bepleiten. Wij zien hierin een mogelijke, indirecte verwijzing naar de werking van Affiniteit. De
website stelt ook dat door een holistische visie leven en intelligentie weer een prominente plaats
kunnen krijgen:

‘Mensen tellen in kosmisch opzicht weer mee en vormen de toonaangevende, creatieve rand
van de kosmos.’. Deze website is een ‘bronnenboek voor de wereldwijde ontdekking van een
scheppend organisch universum'144.

Een andere bron van informatie is het artikel van Ward Holisme en het boek der natuur145. Hierin
wordt verwezen naar een uitspraak van de paus Benedictus XVI tijdens en conferentie in 2008 op de
plenaire vergadering van de conferentie Scientific Insights into the Evolution of the Universe and of
Life, georganiseerd door de Pontificale Academie voor Wetenschappen in Rome:

‘De natuur is een boek waarvan de geschiedenis, de evolutie, 'schrijfstijl' en betekenis op


basis van verschillende wetenschappelijke benaderingen door ons 'gelezen' wordt. Daarbij
wordt telkens de aanwezigheid van de schepper verondersteld, die zich in het boek
openbaart. Door dit beeld gaan we ook inzien dat de wereld niet vanuit chaos is ontstaan,
maar te vergelijken is met een geordend boek, De wereld is een kosmos. ‘

Op deze conferentie, waar ook Stephen Hawking, Martin Rees, Werner Arber en Michael Helle
aanwezig waren, konden deze standpunten van de kerk over de schepping niet met het
bewijsmateriaal van de empirische wetenschappen met elkaar verzoend worden. De theologische
visie van de kerk bleek niet met Darwins evolutietheorie te verenigen. Wij vragen ons af of dat toch
niet mogelijk zou kunnen zijn geweest als beide kampen minder naar de letter van de leer of de wet
of de theorie hadden gekeken en meer naar de geest hiervan.

Er zijn signalen dat het holisme terug is van weggeweest. In oude beschavingen, of state societies,
zoals archeologen ze bij voorkeur noemen, leek het holisme helemaal in het dagelijks leven te zijn
geïntegreerd. In onze tijd is de populariteit van het holisme weer toegenomen onder invloed van het
new-age denken. Aan die ontwikkeling heeft zeker ook Herma Koornwinder bijgedragen met haar
idee dat er een orde achter het universum schuilgaat. Een orde die is gebaseerd op getal, geometrie
en verhouding en die zich manifesteert in aardenergieën, schommelingen van de beurzen, en de
kunst en architectuur van de oude wereld. Dat is, hoezeer wij dergelijke informatie van belang
achten omdat hier wellicht een relatie met Affiniteit gelegd kan worden, niet de insteek die Mayer
met hoisme bedoelde. De relatie tussen metafysica en fysica, geloof , vaal gezien als die tussen
geloof en wetenschap blijft erg gespannen146.

Universeel Darwinisme147
Het Universeel Darwinisme lijkt binnen wetenschappelijke kring zeer veel aanhangers te hebben. De
universele selectie theorie, soms ook wel Darwinistische metafysica genoemd, is een rijke bron,
welke verwijst naar een aantal verschillende benaderingen, die de theorie van het Darwinisme buiten
144 zie: www.naturalgenesis.net
145 145zie de website: http://www.kgmn.nl/Page/432730_holisme-en-het-boek-der-natuur.aspx
146
Voor een overzicht van het spanningsveld tussen holisme/geloof en wetenschap zie de website:
http://www.dehartspiegel.nl/art%20holisme%20en%20wetenschap.html
147
Ik maakt hier gebruik van informatie uit het afsluitend gastcollege voor de cursus 'Evolutionair Denken', UvA, 11 juni 2012 van C.J.
Buskes: http://repository.ubn.ru.nl/handle/2066/101407

106
Affiniteit Korsmit juli 2018

het oorspronkelijke domein van de biologische evolutie uitbreiden. Men poogt daarbij de
mechanismen van variatie, selectie en erfelijkheid voorgesteld door Charles Darwin toe te passen op
de evolutie in een breed scala aan andere domeinen zoals psychologie, economie, cultuur,
geneeskunde, informatica en natuurkunde etc. Het evolutie principe van Darwin wordt als een
algemeen algoritme gezien voor het bepalen van de ‘fittest’, als de ‘best aangepaste’, op basis van
drie overwegingen. Uitgangspunten daarbij zijn:
-variatie op een gegeven vorm of schema op basis van het blinde toeval door mutatie of
recombinatie.
-selectie van de ‘fittest varianten’ doordat deze overleven binnen hun ‘landschap’. De
anderen sterven uit.
-overerving en dus behoud van de eigenschappen van de ‘fittest’.

Door het steeds weer herhalen van dit algoritme kunnen zo bepaalde eigenschappen steeds verder
ontwikkeld worden. Zo stimuleert evolutie het vinden van een ‘beste’ oplossing voor het probleem
van het overleven in een bepaalde omgeving, of ‘landschap’. De ‘beste’ oplossing is dan de verkregen
oplossing, niet per se de meest gewenste.

Het universeel Darwinisme generaliseert dit door dit principe toe te passen op elk herkenbaar
patroon of systeem, dat zichzelf kopieert of herhaalt (reproduceert) zoals genen, ideeën, theorieën,
technologieën, neuronen, computerprogramma’s, bedrijven, rechtssystemen, kwantum deeltjes, ja,
zelfs past men dit toe op het niveau van het universum.

Voorwaarden daarbij zijn:


-de informatie in het patroon of systeem moet bij de reproductie worden doorgegeven
-bij de reproductie moeten kleine variaties, door het toeval bepaalde foutjes, in het patroon
of systeem mogelijk zijn
-waardoor de overlevingskansen van soorten met deze door het toeval bepaalde variaties in
sommige gevallen groter zijn, zodat soorten met deze bepaalde variaties dan overleven.

De natuurlijke selectie zal dan zorgen voor patronen en systemen, die beter aan het ‘landschap’ zijn
aangepast. Men spreekt bij selectieve voorkeur alleen in termen ‘de sterkste’, al zou ‘de meest
aangepaste of de zich het snelst aanpassende’ wellicht beter zijn. Daarbij is er geen richting of doel of
belang of dat deze voorkeur bepaald. Belangen vanuit vb. culturele, sociale, of duurzaamheids-
overwegingen spelen bij de natuurlijke selectie geen rol.

Door de voorstanders wordt gewezen op het gegeven dat theorievorming over de ontwikkeling van
culturele, sociale en economische fenomenen al lang voor de tijd van Darwin gebruikelijk was, maar
dat men het concept van de natuurlijke selectie miste. Het was Darwin zelf die dit concept samen
met wetenschappers als Herbert Spencer, Thorstein Veblen, James Mark Baldwin en William James
toepaste op domeinen (landschappen) als taal, psychologie, maatschappij en cultuur. Deze
toepassingen werden door de sociale wetenschappen in het begin van de 20-ste eeuw in de ban
gedaan, deels vanwege de slechte reputatie van sociaal Darwinisme met betrekking tot het
rechtvaardigen van de sociale ongelijkheid, maar ook vanwege de eerder gemaakte opmerking dat
deze inhoudelijke disciplines feitelijk geen rol spelen in de theorie over de natuurlijke selectie.

In de jaren 50-tig van de vorige eeuw paste Donald T. Campbell de theorie toe op de ontwikkeling
van de wetenschappen, waarbij hij focuste op de variaties en selecties van ideeën en theorieën, die
de wetenschappen vooruit hadden gebracht, waarmee hij de basis legde voor de evolutionaire

107
Affiniteit Korsmit juli 2018

epistemologie. In de jaren 90-tig werd de formulering door Campbell van een ‘mechanisme van
blinde variatie en selectief behoud’ toegepast onder de naam van ‘universele selectietheorie’ op
andere domeinen dan de biologie en de wetenschap.

Richard Dawkins was de eerste die in “The Darwinian Dynamic”, 1983, de term ‘universeel
Darwinisme’ gebruikte voor zijn veronderstelling, dat elke mogelijke levensvorm buiten ons
zonnestelsel zich zou ontwikkelen volgens het principe van de natuurlijke selectie. Hij ging daarbij in
op de evolutie van ‘orde’ in levende systemen en bepaalde niet-levende systemen. Hier zou wellicht
een relatie met Affiniteit, een streven naar toenemende orde, gelegd kunnen worden, alhoewel het
Darwinisme zulk een streven ontkent. .

Henry Plotkin legde in zijn boek Darwin Machines and the Nature of Knowledge, 1997. De link tussen
Universeel Darwinism en Campbell's evolutionaire epistemology. Filosoof Daniel Bennett
ontwikkelde in zijn boek Darwin's Dangerous Idea, 1995, de idee van een Darwiniaans proces, waarin
variatie, selectie en retentie een rol spelen in een generiek, neutraal algoritme dat toegepast kan
worden op veel kennisgebieden buiten de biologie148. Hij beschrijft de idee van natuurlijke selectie
als een ‘universeel zuur’, dat niet in een vat kan worden opgesloten, omdat het door de wand sijpelt
en zich steeds verder verspreidt, waarbij het aan allerlei domeinen raakt en deze transformeert. Hij
legt daarbij in het bijzonder de nadruk op het domein van de complexe interacties in de sociale
wetenschappen.

De universele toepassing van de evolutietheorie op processen binnen zeer verschillende


kennisgebieden, onder voorwaarde dat de uitganspunten van de evolutietheorie ook daar gelden,
druist in tegen de reductionistische wetenschap. Men kan deze toepassingen van de evolutietheorie
op willekeurige processen, waarbij theorieën en oorzakelijke verbanden geen enkele rol spelen,
eerder analyseren m.b.v. de kans- of de speltheorieën. Dat betekent niet dat dergelijke toepassingen
ongeoorloofd of onwetenschappelijk zijn. Integendeel, de resultaten zijn vaak zeer nuttig als
verklaring van historische ontwikkelingen. Eenzelfde onbehagen ondervindt de klassieke
wetenschapper bij onderzoek op basis van Big Data. Door de enorme rekencapaciteit van moderne
computers kan men relaties onderzoeken tussen honderden zo niet duizenden variabelen op basis
van miljarden ‘waarnemingen’. In feite is dit een multi-criteria-analyse op grote schaal, waarmee
men met ‘Big Data’ een ‘orde’ kan vinden in allerlei processen. Een introductie in BigData kan men
vinden in het boek De Big Data Revolutie van Viktor Mayer-Schönberger en Kenneth Cukier. Daarop
komen we in Deel 3 terug.

In overeenstemming met Bennett’s voorspelling verspreidt het Darwinisme zich binnen de sociale
wetenschappen en vandaar naar onderzoeksinstituten waar men studeert op complexe problemen in
disciplines als economie, psychologie en antropologie en de evolutie van de taal. Onderzoekers
hebben het Universeel Darwinisme toegepast op processen uit de fysica, kosmologie, scheikunde en
ook op de theorie van kwantum-Darwinisme. Dergelijke mechanismen zijn uitgebreid toegepast in de
computer wetenschap en in het domein van genetische algoritmen en evolutionaire rekenkunde.
Daarmee werden oplossingen gevonden voor complexe problemen via een proces van variatie en
selectie.

148
Met de opvatting over ‘theorievorming’ van Dennett, overgenomen door Kelley e.a., ben ik het absoluut oneens. Men komt op basis van
onderzoeksdata tot algemene conclusies, zonder daarbij eerst een theorie met falsificeerbare hypothesen te ontwikkelen. Men geeft
openlijk toe geen ander onderliggende princiepen, ‘toeval’ en ‘overleving van de fittest’ uit te werken in hoe dat toeval ontstaat of hoe
‘fittest’ gedefinieerd wordt. Kennelijk is ‘fittest’ afhankelijk van de omstandigheden, het domein of landschaap. Hun theorie is niet meer
dan een algoritme, dat er in elke situatie een ‘winnaar’ aanwijst en er veel ‘losers’ , zonder de oorzaken daarvan te benoemen. Evolutie is
dan de beschrijving van de historiek van de winnaars, evt. aangevuld met een verklaring achteraf van het ‘waarom’, die telkens aan de
omstandigheden wordt aangepast.

108
Affiniteit Korsmit juli 2018

Een van de meest omvattende verslagen van Universeel Darwinisme is dat van B. Kelley in The Origin
of Everything via Universal Selection, or the Preservation of Favored Systems in Contention for
Existence, 2013. Terwijl Darwin volhield dat natuurlijke selectie ten diepste niets meer was dan
‘survival of the fittest’ legt Kelly de nadruk op het besef ‘survival of the fittest soort’ uiteindelijk
resulteert in de ‘survival van de fittest systemen en fenomenen’. Hij ziet zowel evolutie als selectie
als een continu proces dat altijd actief inwerkt op alle systemen, die zich in de loop der tijd
ontwikkeld hebben. Kelly past de mechanismen van de natuurlijke selectie van Darwin toe op ‘alles’,
van vb. kwantumfysica, scheikunde, biologie tot astronomie. Hij past deze inzichten toe op al deze
domeinen, waardoor hij de meest significante bijdrage levert aan het Universeel Darwinisme.

De volgende benaderingen kunnen alle worden gezien als een veralgemening van de Darwinistische
ideeën buiten hun oorspronkelijke domein van biologie. Deze "Darwinistische uitbreidingen van de
oorspronkelijke theorie" kunnen worden ingedeeld in twee categorieën:
-theorieën die de biologische (genetische) evolutie als basis nemen en deze uitbreiden naar
andere disciplines (bijvoorbeeld geneeskunde of psychologie) om daar de implicaties van te
onderzoeken
-theorieën die gaan over processen van variatie en selectie binnen andere dan biologische
entiteiten, bijvoorbeeld op het gebied van computerprogramma's, bedrijven of ideeën, om
daar de implicaties te onderzoeken.
Er is echter geen strikte scheiding mogelijk, omdat de meeste van deze benaderingen bv. in
sociologie, psychologie of linguïstiek zowel genetische als niet-genetische en ook culturele aspecten
van evolutie kennen en omdat er bijna altijd interacties tussen deze zijn vb. co-evolutie, waarbij
soorten zich voortdurend aan elkaar aanpassen. Voorbeelden daarvan zijn de wederzijdse
aanpassingen tussen prooidieren en jagers.

Ook al wilde Darwin zijn theorie van de natuurlijke selectie als basis voor de evolutie op meerdere
terreinen toepassen, dan kan toch kan men vraagtekens zetten bij de huidige interpretatie van het
Universeel Darwinisme. Alhoewel de methode zeer effectief blijkt in de beschrijving van de evolutie,
kan zij geen ‘verklaringen’ geven van waarom ontwikkelingen zo zijn verlopen anders dan door het
‘toeval’. Deze theorie gaat niet uit van een teleologische principes of doelen en accepteert deze ook
niet.

Deze benadering staat haaks op die van vb. religieuze of vaak ook politieke overtuigingen, die
bepaalde doelen en gewenste ontwikkelingsrichtingen centraal stellen. Daarbij ligt het accent niet
verklaringen achteraf, maar op verklaringen voor in de toekomst te ondernemen acties. Verklaringen
achteraf zijn wetenschappelijk goed te onderbouwen in tegenstelling tot het uitwerken en
onderzoeken van hypothesen m.b.t. theorieën, die ontwikkelingen op welk terrein ook beschrijven
en trachten te verklaren. Sommige wetenschappers hebben daarom kritiek op de Evolutietheorie,
omdat deze geen voorspellende waarde heeft. Deze methode kan een evolutie op basis van het
‘blinde toeval’ en het ‘overleven van de fittest’ achteraf aantonen, maar kan deze niet voorspellen.
Deze methode kan men op bijna alles toepassen, maar wat bewijst dat? Darwin formuleerde een
aantal hypothesen ter falsifiëring van zijn theorie. De falsifiëring hiervan is tot nu niet gelukt. Dat valt
ook niet te verwachten omdat deze hypothesen een hoge mate van zelfreferentie hebben.

Men kan zich zeker waar het de menselijke evolutie betreft, afvragen of het moreel acceptabel is om
alleen op basis van willekeurige mutaties naar de evolutie te kijken, zonder oog te hebben voor
andere waarden en doelen. Als leerproces om het grote uitsterven van soorten en beschavingen in

109
Affiniteit Korsmit juli 2018

het verleden te analyseren, met het oog op lering voor de toekomst, zou het toch noodzakelijk zijn
om ‘waarden en doelen’ mee te nemen.

Wij staan niet alleen in deze kritiek. In het volgende verwijzen wij naar een aantal wetenschappers,
die kritisch zijn t.a.v. de de huidige interpretatie van het Universeel Darwinisme.. Er wordt
tegenwoordig door sommige wetenschapers meer afstand genomen van de theorie van Darwin, die
vooral zocht naar het ‘hoe’ van de evolutie en minder naar het ‘waarom’.

Het is duidelijk dat de kritiek vanuit religieuze hoek vrij fel is en omgekeerd wordt religie als et
grootste gevaar gezien door veel universeel darwinisten. Deze discussie gaan we hier niet aan.

2.2.3 Theorieën die een bredere onderzoeksagenda


hebben
De theorieën van de volgende onderzoekers worden kort toegelicht vanuit de positie van onze
zoektocht naar een ‘onderliggende werking vanuit een ordenend veld’. In Deel 3 werken we dit
verder uit.

Symbiogenetische theorie van Lynn Margulis


Margulis was een Amerikaanse biologe die, bekend is om haar 'symbiogenetische theorie' of
‘Endosymbiosis Theory' (SET) voor het ontstaan van eukaryotische cellen. Haar SET-theory wordt
tegenwoordig in brede kring aanvaard als de endosymbiontentheorie.

Toen Margulis twijfel uitte over de anorganische afkomst van gassen in de atmosfeer, omdat ze veel
bacteriën onderzocht die gassen uitstootten, werd haar aangeraden naar de Britse chemicus James
Lovelock te gaan. Vanaf dat moment ontstond er een intense samenwerking tussen de Margulis en
Lovelock. Ze stelde voor dat vooral bacteriën bijdragen aan de homeostase. Een andere belangrijke
bijdrage van haar was het idee dat de Aarde niet als een organisme moest worden bekeken, maar als
een systeem. Dit vatte ze samen in de uitspraak: "No organism eats its own waste". Margulis was,
samen met Lovelock, de mede-ontwikkelaar van de Gaia-hypothese, welke inhoudt dat op Aarde de
biosfeer op de anorganische omgeving inwerkt, zodat er een zelfregulerend systeem ontstaat.

Samen met Tony Swain was Margulis in 1979 de oprichter van het Planetary Biology Internship, die
het gevorderde studenten mogelijk maakt om te participeren in biologisch onderzoek van de NASA.
In 1998 kende het American Institute of Biological Sciences haar de AIBS Distinguished Scientist
Award toe. In 2008 kreeg ze de Darwin-Wallace Medal van de Linnean Society of London.

In haar proefschrift uit 1965 liet ze, zestig jaar nadat de Russische botanicus Konstantin Merezjkovski
de stelling had gepubliceerd dat chloroplasten zijn terug te voeren op symbiotische eencellige algen,
een "endosymbiontenhypothese" zien: eukaryote cellen zouden zijn voortgekomen uit symbiose van
diverse soorten bacteriën. Margulis stelde dat complexe celorganellen evolutionaire bewijzen ervoor
zouden bevatten. In 1967 werd haar verhandeling Origins of Mitosing Cells (De oorsprong van cellen
met mitose) in de Journal of Theoretical Biology gepubliceerd.

110
Affiniteit Korsmit juli 2018

Multi level selectietheorie van Michon en Roze


Door Richard E. Michod en Denis Roze wordt op de universiteit van Arizona in Tucson onderzoek
gedaan naar evolutionaire overgangen naar hogere organisatie niveaus. Zie A Multi-level Selection
Theory of Evolutionary Transitions in Individuality, 2000. De organisatie van de levende wereld is
hiërarchisch vb. genen, chromosomen, cellen van de bacteriën, eukaryoot-achtige cellen, meercellige
organismen en samenlevingen. In de diversificatie van leven, de overgangen tussen deze
hiërarchische niveaus, is samenwerking een dominant thema. Deze overgangen zijn meerdere keren
opgetreden bij alle grotere organismen zoals van bacteriën naar schimmels naar protisten en naar
planten en dieren. Ook de oorsprong van de bacteriën-achtige cellen, eukaryoot-achtige cellen en
samenlevingen, kennen dergelijke overgangen. Evolutionaire eenheden moeten voldoen aan Darwins
erfelijkheidsleer en er moet ook variatie in ‘fitness’ zijn.

Met behulp van een multi-level selectiestructuur is het mogelijk om te begrijpen hoe eigenschappen
kunnen ontstaan op een nieuw niveau door de evolutie van cellen of organismen. Het fundamentele
probleem bij het creëren van nieuwe evolutionaire individuen is het genereren van erfelijke variatie
in fitness op groepsniveau Tegelijkertijd , moet de variatie in fitness en de ruimte voor evolutionaire
veranderingen binnen een groep verminderd worden, om vernietiging van de groep door mutanten
te voorkomen.

Variatie in fitness hangt van veel processen en factoren af zoals specialisatie van de leden van de
groep, ontwikkeling en mutatie. Samenwerking is essentieel voor het ontstaan van nieuwe niveaus
van fitheid in de biologische hiërarchie, omdat samenwerking de geschiktheid van de groep verhoogt
en er hierdoor hogere organisatieniveaus kunnen ontstaan door samenvoeging van eigenschappen
op een lager niveau. Dertig jaar geleden kreeg het onderzoek naar samenwerking en evolutionaire
overgangen veel minder aandacht dan de andere vormen van ecologische interactie zoals competitie,
predatie en parasitisme. Samenwerking wordt nu gezien als de primaire creatieve kracht achter
steeds hogere niveaus van complexiteit en organisatie in alle sectoren van de biologie. Speelt
Affiniteit daarbij een rol?

Samenwerking leidt tot nieuwe niveaus van fitheid door het verhogen van de geschiktheid van de
groep als geheel om in nieuwe leefomstandigheden te overleven. Door het ontstaan van nieuwe
niveaus ontstaan er ook nieuwe conflicten: conflicten tussen verschillende niveaus en conflicten
binnen het nieuwe niveau, als er zich schadelijke mutanten verspreiden. Deze conflicten worden
beheerst door ‘conflict modifiers’. Deze beperken de mogelijkheid om binnen de groep te muteren
en verhogen de kansen voor de groep op ‘verbeteringen’.

Het onderzoek is gericht op op het verkrijgen van inzicht in hoe de erfelijkheidsgraad van fitness
verhoogd kan worden op het hogere groepsniveau. In tegenstelling tot het klassieke gebruik van
modifier modellen in de evolutie van dominantie en recombinatie, hebben bij de nieuwe
groepsvorming op een hoger niveau de modifiers directe gevolgen voor fitness, doordat zij de
parameters binnen organismen kunnen veranderen. De modifiers blijken vrijwel elke parameter van
het model te beïnvloeden. Het fundamentele probleem in een evolutionaire overgang is hoe en
onder welke voorwaarden een groep een nieuw soort ‘persoon’ wordt. Eerst zal de groepsfitness aan
het gemiddelde van de componenten van de samenstellende eenheden op het lagere niveau
gekoppeld zijn. Maar naarmate de evolutionaire overgang vordert wordt groepsfitness losgekoppeld
van de geschiktheid van deze eenheden, die hun fitness overdragen van het lagere naar het hogere
niveau. Daarbij spelen conflict modifiers een belangrijke rol.

111
Affiniteit Korsmit juli 2018

De evolutionaire overgangen beginnen volgens de multi-level selectie aanpak met het opdelen van
de totale verandering in de fenotypes149 en hun onderliggende genen op het lagere niveau. Deze
onderdelen worden samengevoegd met andere onderdelen binnen de groep . Groepen worden
gedefinieerd door de eigenschappen van een groep. Dit is meestal het meest voorkomende
fenotype. De totale verandering in het voorkomen van verschillende fenotypes binnen soorten en de
relatieve verhoudingen van verschillende soorten wordt ook beïnvloed door de overdracht van
groepseigenschappen tussen groepen. Zo kunnen evolutionaire overgangen stapsgewijs ontstaan.

Fenotypische plasticiteit
Fenotypische plasticiteit150 is de mogelijkheid van een organisme om zijn fenotype te veranderen als
reactie op omgevingsfactoren. In sommige gevallen kan deze plasticiteit dramatische verschillen tot
gevolg hebben in het uiterlijk van een organisme. Deze verandering is permanent. Een duidelijk
voorbeeld is het landkaartje (Araschnia levana), een vlinder met een duidelijk verschillend lente- en
zomerfenotype (seizoendimorfisme). Elk individueel dier kan een lente- of zomerfenotype worden,
maar alleen in de diapauze ontstaat er een lentevorm.

De mate van fenotypische plasticiteit, die een organisme vertoont als reactie op milieuvariabelen,
kan verschillen tussen individuen en families. Door selectiedruk kan de wijze van reageren op de
omgeving (de 'reactienorm') veranderen. Hierdoor kan fenotypische plasticiteit evolueren.
Langdurige gerichte selectie in verschillende milieus heeft een grotere plasticiteit tot gevolg. In het
algemeen is fenotypische plasticiteit belangrijker bij immobiele organismen zoals planten. De reden
hiervoor is dat deze organismen niet kunnen verhuizen op zoek naar een meergeschikte omgeving en
dat ze zich dus zullen moeten aanpassen aan de omstandigheden, waarin ze zich voortplanten.
Voorbeelden hiervan zijn het opslaan van extra energie in wortels in grond die weinig
voedingsstoffen bevat.

Volgens een epidemiologische hypothese worden hartaanvallen en diabetes type II bij mensen in
geïndustrialiseerde omgevingen veroorzaakt door een verkeerde expressie van een metabolisch
fenotype tijdens de ontwikkeling. Dit staat bekend als de 'thrifty phenotype' hypothese.

Origin of Everything: Universele Selectie van Kelley


O.D. Kelley stelt in The Origin of Everything, The Natural Order of the Universe Has Been Revealed,
dat de tweede Darwiniaanse revolutie nakende is door de toepassing van ‘universal selection’ op
‘alles’. Een belangrijke factor in deze ontwikkeling was de toepassing van de kwantumfysica op
natuurlijke processen. Het begrip ‘natuurlijk’ wordt daarbij opgerekt tot het hele universum en tot
bijna alle domeinen als sociologie, economie, fysica. Omdat de vele systemen in de natuur alle sterk
samenhangen zijn zij vaak in een onderlinge concurrentiestrijd verwikkeld. ‘Survival of the fittest’ kan
men in de hele natuur aan het werk zien. Dit heeft geleid tot het ontstaan van elk fenomeen in de
geschiedenis van de natuur. Als gevolg is het voor de stabiliteit en de zelforganisatie van het gehele

149 Ziie Wikipedia: Het fenotype is het totaal van alle waarneembare eigenschappen (kenmerken) van een organisme. Het is het resultaat
van de genetische aanleg (het genotype) van een individu en de invloed daarop van zijn omgeving. https://nl.wikipedia.org/wiki/Fenotype
150 https://nl.wikipedia.org/wiki/Fenotypische_plasticiteit

112
Affiniteit Korsmit juli 2018

universum onvermijdelijk dat er altijd en overal een selectief principe aan het werk is, dat Kelley
‘universele selectie’ noemt.

Kelley stelt dat in geen enkel ander boek de gevolgen van de ware kracht van de universele selectie
in het ontstaan van het universum met zijn sterrenstelsels en zonnen en planeten, met complexe
levensvormen als de mens zo duidelijk zijn beschreven. Zonder de universele selectie zouden de
ontelbare geheimen achter de ontwikkelingen richting een grotere ‘fitness’, die overal om ons heen
op velerlei manieren plaats vinden, nooit hebben kunnen plaats vinden. De ontwikkeling van een
stabiele kosmos met stabiele leefvormen en zelfs de mensheid kan alleen door de survival of the
fittest verklaard worden. Deze ene theorie volstaat om alle grote prestaties in een langdurige
evolutiegeschiedenis te verklaren. Daarom is de universele (als uitbreiding van de natuurlijke)
selectie 151een van de meest fundamentele natuurwetten, die ooit zijn ontdekt. Wij vragn ons af wat
Kelley met ‘wetten’ bedoelt. Een wet is eerder een ‘voorschrift’ dan een ‘verschijnsel’, wat de
selectie van de ‘fittest’ toch is.

Kelley rekt het universeel Darwinisme hiermee heel wat verder op dan Dawkins deed. Hij stelt vb.:

‘Selection has given rise not only to our own stable existence, but to our stable world and
universe.’ en "Wherever there's contention, there's always survivial of the fittest".

Daar valt veel op af te dingen. De werking van alleen natuurkrachten zou een stabiel, mechanisch en
wellicht gedetermineerd universum hebben opgeleverd . Dat dit niet is gebeurd en dat een ‘levend
universum’ is ontstaan verklaard Kelley op basis van de kracht van de universele selectie in de strijd
tussen ‘soorten’. Deze strijd en selectie (overwinning) past hij op bijna alle terreinen toe. Vanuit zijn
onderzoeksmethode, een analyse van databestanden over de ontwikkeling in de tijd van bepaalde
soorten (vb. bedrijven, diersoorten, sterrenstelsels). Hij geeft geen onderliggende verklaringen voor
de ontwikkelingen, behalve dan variatie, toeval en selectie van de fittest. Het enige fundamentele
criterium is de ‘uiteindelijke overwinning’. Hij gaat ook niet in op eventuele achterliggende doelen.
Om de beperktheid van de theorie te duiden, zou men kunnen kijken naar vb. boksen. Achteraf is
duidelijk welke bokser heeft gewonnen, de strijd heeft overleefd. Deze constatering zegt niets over
de oorzaken van zijn overwinning: fysieke gesteldheid, bokstechniek, geestelijke beïnvloeding,
ervaring. Het zegt ook niets over de doelen achter de bokssport en de regels van de sport. Juist naar
deze zaken zal de sportwetenschapper onderzoek doen, om uit te vinden waarom de winnaar de
‘fittest’ was.

De onderzoekstechniek van de darwinisten gaat over de beschrijving van de processen en


invloedsvariabelen die zoveel ‘verandering’152 teweeg brachten dat er uiteindelijk een ‘overwinnaar’
over bleef. Deze onderzoekstechniek kan inderdaad op alles worden toegepast. Wij zijn in onze

151 Wij zetten daarbij een kanttekening: in elk systeem zal uiteindelijk de sterkste, de meest aangepaste, of de zich het snelst aanpassende
variant van een soort ‘overwinnen’. Dat is ‘logisch’ en met onderzoek te bevestigen. Dat zegt echter niets over waarom en hoe die variant
de sterkste, of de meest aangepasten of zich het snelst aanpassende. We zien dat binnen de mensheid vb. bij de sport, in het zakenleven
en bij de wetenschappers en ook bij de heersende klasse. Alleen op macroniveaus kan dit metoeval verklaard worden. Op microniveau
spelen daar heel specifieke ‘oorzaken’ . daar zou het onderzoek op gericht moeten worden.
152
Radical extensions of Darwinism can expect to face criticism. For example, Massimo Pigliucci says:
Physicists talk about the evolution of the universe all the time but all they mean by that is: change over time. Now, if that is what we mean
by "evolution", then pretty much everything falls under evolution - so surely we must mean something more specific than that.
Tim Tyler in zijn bookreview: I think those writing in the area should make an effort to anticipate and address such criticisms. However,
this book doesn't seem to be written with critics in mind - rather it is a book of enthusiastic advocacy of the idea. I also think that those
working on radical reformulations r of Darwinism should probably take efforts to appear credible. The author could have taken more steps
in that direction. For one thing, I spotted a number of mistakes. For example, the book claims that trees are asexual. It claims that monkeys
and dinosaurs coexisted. It repeatedly reports a discovery of faster than light travel, which was subsequently widely discredited. These
kinds of things don't make a positive contribution to making the case.

113
Affiniteit Korsmit juli 2018

studie op zoek naar het ‘waarom’ die ene ‘soort’ de ‘fittest’ was en naar een evt. werking, die op de
achtergrond een invloed uitoefende, waardoor er een ‘hogere organisatiegraad’ of meer ‘heelheid’
of meer ‘stabiliteit’ ontstond. .

Kelley stelt dat natuurlijke selectie en ook universele selectie een natuurwet is. Dat is niet zo tenzij
deze wet vanuit de veldentheorie te verklaren is. Wij zien hiervoor geen aanknopingspunten in het
jwantumveld. Wel zien wij aanknopingspunten met het Affiniteitsveld. Of Kelley zich daarin kan
vinden weten wij niet. Kelley heeft zeer zeker bijgedragen tot de populariteit van het universeel
Darwinisme, maar hij heeft ook de tegenstellingen tussen ‘rekkelijke’ en ‘dogmatische’
wetenschappers vergroot door niet in te gaan op onderliggende doelen, verklaringen of criteria en
alleen te kijken naar de gevolgen van de evolutie, met soms een ‘verklaring achteraf’.

Multilevel, Progressieve Evolutie van Corning


Peter Corning was een van de eersten, die m.b.v. de complexiteitstheorie een nieuwe basis wilde
leggen onder de evolutietheorie. Hij schreef The synergism hypothesis , 1983 , waarin hij deze theorie
uitwerkte in de causale rol van verschillende vormen van ‘functionele synergie’ . Dit boek geeft een
belangrijke synthese van de biowetenschappen en de sociale wetenschappen. Hij toont hierin aan
dat selectieve voordelen, die verkregen worden door verschillende vormen van samenwerking, van
de eencelligen tot vb. een roedel wolven tot vb. moderne natiestaten, worden veroorzaakt door de
richting van de evolutionaire geschiedenis, die een progressie laat zien in de emergenties van steeds
complexere, hiërarchisch georganiseerde systemen. Zijn paradigma omvat en integreert veel recente
theoretische ontwikkelingen zoals de hiervoor genoemde 'multilevel selection theory’, ‘niche
construction theory’, ‘gene-culture coevolution theory’, en ‘theories of self-organization’.

Corning geeft een nieuwe benadering om thermodynamica, informatietheorie en economische


analyse toe te passen op wat hij karakteriseert als een ‘post–neo-Darwiniaanse evolutie synthese’.
Hij ziet dzijn holistische benadering van het Darwinisme als een belangrijke paradigma verandering.

De multilevel selectietheorie van Corning gaat er van uit dat gedrag een doel heeft (teleonomie). Het
gedrag wordt hierdoor ‘geregisseerd’ en is meer dan een reactie op externe signalen. Levende
organismen zijn geen passieve objecten, onderhevig aan ‘kans en noodzaak', zoals Jacques Monod
dat ziet. Corning meent dat het momenteel populaire begrip van fenotypische plasticiteit ook niet
voldoende is om het gedrag te bepalen. Het fenotype, het geheel van macroscopische en
microscopische kenmerken, zoals kleur, uitzicht, chemische samenstelling, dat een soort
onderscheidt, is onvoldoende om de evolutie te verklaren. Hij meent dat organismen zelf actief
deelnemen aan het evolutionaire proces. De 'beperkte doelgerichtheid' zou een van de belangrijke
thema's in de evolutie kunnen zijn. Wellicht was dit principe bepalend voor het ontstaan van de
mensheid. Men zou dit een 'progressieve' evolutie van zelfbeschikking kunnen noemen. De mantra
van Jacques Monod, dat organismen passieve objecten zijn, die bepaald worden door ‘kans en
noodzakelijkheid’, moet volgens Corning worden bijgewerkt. Daar kunnen wij ons geheel in vinden.

Cybernetische systemen spelen een belangrijke rol in het bepalen van de richting van de evolutie.
Corning noemt dit de werking van 'teleonomische selectie'. Intelligentie speelt daarbij een rol en het
zou werkelijk zo kunnen zijn dat onze soort, de mens, ‘zichtzelf mede heeft uitgevonden’.

Tegenwoordig worden gedragsmatige processen met de 'multi level selectietheorie' geanalyseerd,


waarbij biologische, oorzakelijke verbanden onderzocht worden en evolutionaire patronen worden

114
Affiniteit Korsmit juli 2018

ontcijferd. Corning’s theorie gaat dieper in op multicausale verbanden en op een mogelijke ‘richting’
of ‘streven’ (teleonomie), welke de ‘toenadering’ en de ‘verbinding’ tussen de verschillende delen
beïnvloeden. Onderzocht wordt hoe gedragingen van organismen van invloed zijn op hun evolutie.
Hierdoor worden bestaande paradigma’s ter discussie gesteld en aangepast. Ook stelt de
uitgangspunten van de Evolutietheorie ter dscussie. De theoretische implicaties hiervan zijn nog
steeds niet volledig geïntegreerd in ons huidige denken over evolutie. Wij menen dat Affiniteit hierbij
een rol speelt en wij vinden in het gedachtegoed van Corning veel parallellen met onze theorie over
het bestaan van een ‘Affiniteitsveld’ .

Theorie van de spontane evolutie van Lipton en Bhaerman


‘Vanuit een positivistische visie hoeven we niet langer akkoord te gaan met dramatisch donkere
toekomstperspectieven, maar kunnen we zelf die toekomst scheppen, waar we van dromen.’ Zo
ongeveer zien Lipton en Bhaerman, celbiologen van de Stanford University School of Medicine, de
toekomst. Zij gaan een aantal stappen verder dan Corning en zhebben een theorie uitgewerkt waarin
een maakbare evolutie mogelijk is.

De huidige globale crises lijken een gevolg te zijn van de onmacht van de mensheid om in te grijpen
in ontwikkelingen, die onze eigen ondergang teweeg kunnen brengen. Spontane evolutie stelt dat dit
ook echt zo is. Biologisch cel onderzoek laat zien dat we in een heel bijzondere fase van de evolutie
zitten, waarbij we als individu en samenleving als geheel de wereld drastisch kunnen veranderen. We
moeten ons daarvan bewust zijn en met onze vrije wil moeten wij in staat onze toekomst mede te
bepalen. Spontane evolutie is een boek vol informatie en inspiratie, dat zich afspeelt op het snijvlak
van wetenschap en spiritualiteit. Onderzoeksdata en eeuwenoude wijsheden ondersteunen de
opvatting dat evolutie beïnvloed wordt door de mensheid zelf. Wij zien daarvoor een groeiend
globaal bewustzijn als een mogelijkheid.

Alhoewel wij menen dat hier een bevestiging gegeven wordt van het bestaan van een Affiniteitsveld,
willen wij dergelijke gedragstheorieën buiten de scope van deze verkenning houden, omdat zij sterk
spiritueel geïnspireerd zijn. Ook al zit hier veel waarheid in en praktische informatie voor toekomstig
handelen, die men volledig mist in het (universeel) Darwinisme, geeft deze theorie geen
wetenschappelijke basis voor het uitwerken van de ‘werking’ van Affiniteit.

Inventions van Nick Lane


Nick Lane beschrijft in Life Ascending, 2015, dat evolutie geen van te voren opgesteld plan heeft en
geen plannen maakt voor de toekomst. Er is geen uitvinder, geen intelligent design. Hij gaat niet in
op hoe ‘uitvindingen’ tot stand komen, maar stelt dat de natuurlijke selectie alle mogelijke
‘uitvindingen van een zeer creatieve natuur’ toetst en kiest het beste’. Hij geeft niet aan ‘hoe’ de
natuur weet wat ‘het beste’ is. Voor hetzelfde geld wint een andere ‘soort’, die de mensheid en/of et
leven op aarde vernietigd.

In The Vital Question. Why is life the way it is153?, 2016, verteld hij dat de aarde vol leven is, in de
oceanen, in de bossen, in de lucht en in steden. Toch zit er een zwart gat in het hart van de biologie.

153
Video over een mogelijke ‘splitsing’ van cellen, over de ‘vital Question’:
https://www.youtube.com/watch?time_continue=140&v=ctd6hvO279I

115
Affiniteit Korsmit juli 2018

We weten niet waarom complexe levensvormen zijn zoals ze zijn en we weten ook niet wanneer het
leven voor het eerst begon. Dat is de belangrijkste vraag van de biochemist Nick Lane, die op een
radicale manier de evolutie herformuleert. Daarbij stelt hij een oplossing voor raadsels, die
wetenschappers tot nu niet wisten te ontrafelen. Hij geeft een voorbeeld:

Twee en een half miljard jaar geleden, vanaf het ontstaan van ‘leven’, hebben eencellige, zoals
bacteriën, zich ontwikkeld zonder hun basisvorm te veranderen. En toen, bij een unieke gebeurtenis
maakten enkele eencelligen de sprong naar complexiteit door zich te delen. Daaruit is alle complexe
leven ontstaan van paddenstoelen tot mensen. Deze complexe organismen delen raadselachtige
eigenschappen zoals sex, wat niet voorkomt bij bacteriën. Hij vraagt zich af hoe en waarom deze
radicale transformatie gebeurde. Het antwoord ligt volgens Lane in de energie: al het leven op aarde
‘leeft’ met een voltage binnen alle cellen, dat even sterk als een bliksemschicht. Deze spanning
tussen de cel in de ‘buitenwereld’ speelt een zeer grote rol in het leven van de cel, waarbij de
membranen van de cel een rol spelen.

Uitgaande van Darwins evolutietheorie baseert Lane zijn hypothese op de link tussen energie en de
biologie van de cel om een overtuigend verhaal te vertellen over de evolutie van de oorsprong van
het leven. Hij vertrekt van de premisse dat slechts één complexe cel, die op tot nu onbekende wijze
gevormd werd of is geëmergeerd, geleid heeft tot een bijna oneindige rijkdom aan soorten van
multi-cellulaire organismen. Hij geeft een overzicht van de ‘inventions’, die uit natuurlijke selectie
voort zijn gekomen: fotothese (productie van zuurstof), beweging (waardoor dieren hun leefgebied
konden vergroten) en ‘zicht’ (dat doelgerichte beweging mogelijk maakte).Hij wijst op ‘seks’ (de
ultieme absurditeit; waarom niet gewoon klonen), ‘dood’ (de ultieme niet-existentiële absurditeit)
en op het ‘bewustzijn’.

Hij stelt dat men zich moeilijk een samenleving kan voorstellen zonder gedeelde percepties, waarden
en gevoelens, die vaak intuïtief aangevoeld worden zoals geluk, droefheid, liefde, hoop, geloof. Lane
ziet ‘bewustzijn als een ‘invention’ maar taal en samenleving meer als resultaat van culturele
evolutie. Als laatste ‘invention’ noemt Lane het inzicht in genetica, met name de dubbele helix van
het DNA, dat al in de eucariotieden aanwezig was. Hij verklaart niet hoe ‘inventions’ ontstonden.
Met ‘inventions’ bedoelt Lane volgens ons hetzelfde als dat wat Westbroek emergenties noemt. Wij
zien ook overeenkomsten met de emergenties van de verschillende niveaus van het ‘bouwerk’. Of
Lane zich hierin kan vinden weten we niet.

Co-evolutie theorie
Co-evolutie is het proces in de evolutie, waarbij soorten zich voortdurend aan elkaar aanpassen en
waarvan beide soorten profijt hebben. Dit leidt tot een samenwerkingsverband, waarbij beide
soorten niet meer zonder elkaar kunnen. Soms leidt het tot een evolutionaire wapenwedloop,
waarbij de evolutie van bepaalde predatorstrategieën de selectieve, drijvende kracht vormen voor de
ontwikkeling en verfijning van prooistrategieën. Een ander kenmerk van co-evolutie is ook vaak te
vinden in fysieke veranderingen, die anders niet hadden plaatsgevonden. Bijen, maar ook vogels en
andere insecten hebben bijvoorbeeld speciale tongmaten, lichaamsvormen en kleuren ontwikkeld
om optimaal gebruik te maken van de interactie met de co-evolutie partner. Planten aan de andere
kant ontwikkelden op basis hiervan nectar, specifieke lengtes van de stelen en vormen van de

Of over het onstaan van DNA:


https://www.youtube.com/watch?v=gLcWfecmZhE

116
Affiniteit Korsmit juli 2018

bloemen .Een voorbeeld: De vijgen wesp (fam. Agaonidae) is een klassiek voorbeeld van co-
evolutie154 :

een recente studie toont aan dat de vijgenwesp zich binnen 48 uur over 160 km kan
verplaatsen. Veel vogels en andere dieren zijn afhankelijk van de vijg als voedsel. Het is
daarom belangrijk dat de vijg zich in de tropische regenwouden staande houdt. Door de
versnippering van de wouden als gevolg van kapping en landbouw, komen de vijgenbomen
verder uit elkaar te staan, maar omdat ze voor bevruchting van deze snel reizende wesp
afhankelijk zijn, kunnen ze toch goed overleven.
Een ander voorbeeld met wespen: uitvliegende vrouwtjeswespenkunnen niet zonder de vijgenbloem
bestaan:

De relatie is zo nauw dat deze ook wel verplicht mutualisme genoemd wordt. De vijgenbloem
is eigenlijk een bolletje. Het bevruchtte vrouwtje, dat vol met stuifmeel zit van een andere
vijg, gaat door een gaatje van de holle bloem naar binnen, waar zich de vrouwelijke bloemen
bevinden. Deze bloemen worden met stuifmeel bevrucht en ze laat eitjes achter in de
zaadknoppen. Dan sterft ze. Wanneer de eitjes uitkomen doen de larven zich te goed aan het
groeiende zaad. Vervolgens ontpoppen de larven zich in volwassen wespen. De mannetjes
paren met de vrouwtjes, terwijl deze zich nog in het cocon bevinden. Daarna kruipen de
vrouwtjes de inmiddels rijpe vrucht uit waarbij ze pollen verzamelen van deze vijg. De
mannetjes sterven, ze hebben immers geen vleugels. De vrouwtjes leven slechts 48 uur en
binnen die tijd moeten ze een andere vijgenboom zien te vinden om deze te bevruchte en.
Om zelf bevruchte eitjes af te zetten.

2.2.4 Kritiek op het Darwinisme

Onderzoek van Cuilenborg


Journalist Jan van Cuilenburg heeft een essay geschreven over Waarheidsvinding als journalistieke
missie, 2016. Hierin bepreekt hij o.a. het Universeel Darwinisme, de Keynesiaanse Revolutie, de
gGene-culture Coevolution, evolutionaire Kennistheorie en de valkuil van Confirmation bias. Enige
opvallende punten hieruit zijn:

De evolutionaire kennistheorie kan men als een onderdeel zien van de algemene epistemologie, de
theorie over over hoe kennis groeit, elke gebruikt maakt van inzichten uit het universeel Darwinisme.
Daarin worden zeer uiteenlopende processen – biologische, culturele, maatschappelijke –
onderzocht aan de hand van het Darwiniaanse evolutie-algoritme van natuurlijke selectie.
Wetenschap is een moeizaam en verkwistend evolutionair selectieproces. Goede ideeën dienen zich
niet vanzelf aan en voor elk succesvol idee zijn honderd andere een stille dood gestorven. Alle
kennisgroei is het resultaat van cumulatieve selectie, van gissen en missen, en weer verder gissen.
Popper laat ons zien dat gissen en missen, en weer verder gissen de uitgelezen weg is om waarheid

154
Blog geplaatst door Marleen op januari 29, 2010
https://ascendenza.wordpress.com/tag/co-evolutie/

117
Affiniteit Korsmit juli 2018

en onwaarheid op te sporen. Onze ideeën en inzichten worden in een proces van Darwiniaanse
natuurlijke selectie voortdurend op de proef gesteld. Kennis, of die nu wetenschappelijk is of
journalistiek, evolueert door falsificatie, immers ‘onze kennis bestaat op elk moment uit die
hypothesen die hun (relatieve) geschiktheid hebben bewezen door tot dusverre te overleven in hun
overlevingsstrijd. In deze strijd verliest de minder aangepaste, de gefalsificeerde hypothese, die
daardoor geëlimineerd wordt. Wij voegen daar een voorbeeld aan toe nl. de strijd om het
overwinnende ‘operating system’ voor computers. Microsoft heeft deze strijd gewonnen, niet omdat
zij de beste zijn, integendeel. Hun op DOS gebaseerde systeem is een van de slechtste. Zij waren
echter wel de ‘machtigste’, vanwege de vele user-software die met dit systeem werkt, en zij konden
zich snel aan nieuwe omstandigheden aanpassen. Volgens de Evolutietheorie is daar niets mis mee,
maar voor de evolutie van de mensheid kan dit heel verkeerd uitpakken. Er zijn andere opties, die
door andere ‘werkingen’ dan de werking van de ‘markt’ een betere sociale, culturele en ook
economische en duurzame ontwikkeling zouden kunnen opleveren. De Evolutietheorie geeft daar
geen inzicht in. De energietransitie kan daar ook een voorbeeld van zijn. Wij begrijpen de werking
van de natuurlijke evolutie, maar wij geloven niet in een waardevrije en inhoudsloze beschrijving van
de evolutie als een pure overlevingsstrijd, omdat wij menen dat overleving van de mensheid juist om
waarden en inhouden gaat.

Kritiek vanuit filosofisch-culturele hoek


Vanuit de filosofische hoek komen er ook veel reacties o de Evolutuetheorie. Zie vb. Culturele
Evolutie en het Universeel Darwinisme van de Block van de KUL of War of the Worldviews, waarin
de standpunten vanuit de wetenschap en de spiritualiteit naast elkaar worden gezet door Deepak
Chopra en Leonard Mlodinow.

Robert Doornenbal stelt in zijn essay over de opvattingen van de Block Doorwerking en implicaties
van het Universeel Darwinisme de vraag waar nu en in de toekomst spannende vragen en knelpunten
liggen rond geloof en wetenschap. Hij ziet hierbij een relatie met het Universeel Darwinisme, dat
wordt getypeerd als een seculiere religie, die onderzoekers en populaire schrijvers ertoe aanzet
Darwinistische interpretaties toe te passen op alle menselijke eigenschappen en gedragingen die
ertoe doen, en zelfs op de kosmos als geheel. De doorwerking van het Universeel Darwinisme wekt
ten onrechte de suggestie dat een keuze tussen geloof en wetenschap onvermijdelijk is. Ook roept
het fundamentele vragen op aangaande de visie op de mens en de mensheid en op de fundering van
ethiek en moraal. Deze kritiek sluit aan bij wat wij over waarden en inhoud gezegd hebben.

Populaire programma’s als Mind of the Universe ruimen geen plaats in voor deze fundamentele
vragen over de plaats van de mens in de kosmos. Wellicht kan de werking van Affiniteit een heel
ander licht op deze zaken werpen en de spanning tussen geloof en wetenschap verminderen. Zeker
in een tijd van toenemende radicalisering is het noodzakelijk op gedeelde waarden te kunnen
terugvallen. Daaronder vallen niet alleen de universele waarden van vb. de rechten van de mens,
maar ook het ter discussie stellen van vb. de uitgangspunten van het neoliberalisme, de
gedoodverfde winnaar in de overlevingsstrijd van de westerse samenlevingen.

118
Affiniteit Korsmit juli 2018

Kritiek vanuit de Esoterische filosofie


Een heel andere invalshoek m.b.t. kritiek op de Evolutie theorie van Darwin is die van de esoterische
filosofie. Evenmin als de wetenschap, erkent de esoterische filosofie een ontwerp of een ‘speciale
schepping’. Zij verwerpt elke bewering over iets ‘wonderbaarlijks’ en aanvaardt niets buiten de
uniforme en onveranderlijke wetten van de Natuur. De fundamentele eenheid van het ‘bouwplan’
blijft door alle latere wijzigingen praktisch onaangetast. Wij vragen ons af hoe deze opvatting aansluit
bij het door ons voorgestelde ‘bouwwerk’, dat in Deel 3 besproken wordt

De ‘eenheid van type’, die alle dieren- en mensenrijken in zekere zin gemeenschappelijk hebben, is
niet, zoals Spencer en anderen schijnen te denken, een bewijs voor de bloedverwantschap van alle
organische vormen, maar een getuige van de essentiële eenheid van het ‘grondplan’ dat de ‘Natuur’
bij het vormgeven aan haar schepselen heeft gevolgd. Wat hier ‘uniforme en onveranderlijke wetten
van de Natuur’ genoemd worden, zonder deze overigens nader te verklaren, zou wellicht een relatie
met Affiniteit kunnen hebben. Een verdere verdieping van dit punt lijkt noodzakelijk. Julian Huxley
zei:
'Als gevolg van miljarden jaren van evolutie is het universum zich bewust aan het worden van
zichzelf, in staat om iets te begrijpen van zijn verleden en zijn mogelijke toekomst. ‘
Ook Westbroek zegt dat:
‘…de aarde zich bewust wordt/is van zichzelf en in opstand komt tegen een teveel aan
exploitatie dor de mensheid.’

Kennelijk worden er ‘wetten van de Natuur’ overschreden. De vraag is dan ‘welke wetten’? En ‘hoe
moeten wij bewustzijn interpreteren’? Men kan dergelijke uitspraken moeilijk bevatten. Dit
‘bewustzijn’ is zeker geen menselijk bewustzijn. En de wetten van de Natuur, hoeven niet onze
natuurwetten te zijn.

Als men naar de werking van massa, materie en energie kijkt dan beschrijven we dat in kwantitatieve
termen en gebruiken we reductionistische en deterministische beschrijvingen van fysische
processen. In feite is dat eenzelfde soort benadering en taalgebruik als dat van de Evolutietheorie. Er
is weinig ruimte voor abstracte waarden, gevoelens of metafysische abstracties. Wellicht is er een
derde e ‘weg’. Een ‘weg’ van het ‘Bewustzijn’, welke beide domeinen verbindt. Dit ‘Bewustzijn’ zou
enerzijds ‘orde’ in de fysische processen kunnen bevorderen en anderzijds metafysische
‘verschijnselen’ kunnen verklaren. Wij zien dit ‘Bewustzijn’ in relatie met de ‘orde, welke door
Affiniteit gestimuleerd wordt’ en ook in relatie met ‘de vastlegging van fysieke events in het
‘Informatieveld’. We begrijpen ook dat deze hypothesen veel vragen oproepen.

Kritiek vanuit de wetenschappelijke hoek.


In het voorgaande is al veel kritiek te lezen op de Evolutietheorie van Darwin, met name op het
Universeel Darwinisme van o.a. Kelly. Over het ‘Wat’ van de Evolutietheorie bestaat weinig discussie.
Die soorten, die zich het best en het snelst aanpassen aan andere leefomstandigheden, overleven.
De kritiek vanuit de wetenschappelijke hoek heeft vooral betrekking op de beschrijving van de
problemen met de tweede deeltheorie van Darwin, die gaat over het ‘Hoe’ van de evolutie. Daarbij
wordt uitgegaan van het toeval en de natuurlijke selectie, waarbij organismen middels mutaties in
kleine stapjes evolueren. Deze wetenschappers hebben vooral kritiek op het ontbreken van

119
Affiniteit Korsmit juli 2018

diepgaand, empirisch onderzoek naar deze uitgangspunten. In het volgende geven we de


belangrijkste kritiekpunten weer uit 150 jaar Darwinisme, Samenvatting Evolutietheorie155. Deze
tekst is in de Reader opgenomen.

De kritiek gaat over de zeer beperkte empirische onderbouwing van de uitgangspunten van de
Evolutietheorie. De volgende empirische bevindingen ondersteunen deze kritiek:
-sprongsgewijze evolutie: fossielen verschijnen zonder overgangsvormen
-evolutie gaat te langzaam: mutaties zijn zeldzaam en meestal schadelijk
-devolutie: kleine populaties lijken theoretisch hiervoor de enige optie, maar empirisch leidt
dat tot inteelt en verlies van informatie
-originaliteit: eiwitten blijken uiterst complex en specifiek; zij zijn telkens weer ‘origineel’,
men vindt geen overgangsvormen
-onherleidbaarheid: op moleculair niveau blijkt er vaak een enorme samenhang te zijn, die
een graduele evolutie onwaarschijnlijk maakt

De eerste drie punten zijn al lange tijd bekend, maar met name de laatste twee punten worden
vanuit de moderne wetenschap aangedragen. Voor een onderbouwing van deze kritiekpunten wordt
verwezen naar de Reader. Alhoewel er forse kritiek is op de klassieke Evolutietheorie van Darwin,
willen wij in deze discussie zelf geen positie innemen. Het valt ons op dat de meeste argumenten
grotendeels op basis van statistische gronden gebaseerd zijn. Dat is niet verkeerd, integendeel.
Als deze kritiek hout snijdt, dan is de fabel van de ‘keizer zonder kleren’ wellicht verhelderend. Het
feit dat de keizer geen kleren droeg, doet niets af aan de soevereiniteit van de keizer. Van belang is
dat de onderdanen dit wel zagen, maar niet wilden zien. Een kind moest het beeld rechtzetten.
Verderop zullen we zien dat veel universele darwinisten als ware ‘gelovigen’, onderdanen eigenlijk,
alles vanuit de randvoorwaarden van de Evolutietheorie, willekeurige mutaties en toeval ed.,
bekijken. Kritische wetenschappers proberen aan te tonen dat er weinig kleren, emirische
onderbouwingen, zijn. De verkettering gaat nu twee kanten op en de keizer, de wetenschap, stapt
onbewogen voort.

Eenieder mag zijn eigen afweging maken over hoe breed het gebied is, waarop de Evolutietheorie
richtinggevend is. Wij denken dat dit gebied alle organismen, alle ‘leven’ op aarde omvat. Onze
studie gaat over een zoektocht naar de achtergronden van de evolutie en naar een mogelijke relatie
met een onderliggende ‘werking’, die emergenties mede mogelijk gemaakt heeft. De uitdaging voor
ons is om deze ‘werking’ met Affiniteit te verbinden. Deze onderliggende werking zou een
verbinding kunnen vormen tussen verschillende wetenschappen, dus ook vb. religieuze en holistische
wetenschappen. Al lezend en analyserend zijn wij ons bewust geworden van de strijd, die er tussen
de verschillende onderzoekers heerst. Verkettering komt bij alle wetenschappen voor en dat
bevordert noch de samenwerking tussen wetenschappen och de vrije wetenschapsuitoefening van
wetenschappers. Vandaar dat we hier de grootste gemene deler in de onderliggende werkingen in al
deze theorieën willen verkennen.

155https://darwinisme.be/problemen Op deze site is een goed en overzichtelijk overzicht gegeven van de status quo m.b.t. de
Evolutietheorie op zijn 150-ste verjaardag. Ik mis referenties naar de auteurs/organisatie. Aangezien deze kritiek overeenkomt met mijn
kritiek, die over de tijd steeds sterker werd, heb ik deze samenvatting in zijn geheel overgenomen, met dank aan de onbekende auteur.
belangrijkste punten weer uit 150 jaar Darwinisme, Samenvatting Evolutietheorie .

120
Affiniteit Korsmit juli 2018

2.3 Onderliggende ‘werkingen’ in al deze


theorieën.
Alle theorieën overziend komen wij tot de conclusie, dat in bijna alle evolutietheorieën wordt
uitgegaan van de drie beginselen van de Evolutietheorie van Darwin:
-mogelijk optreden van variatie of mutatie
-toeval
- natuurlijke selectie op basis van v. de meest flexibele of aangepaste soort
De theorie is beperkt en heeft weinig falsificeerbare hypothesen. Darwin heeft twee hypothesen
geformuleerd, die tot nu niet konden worden gefalsificeerd. Wel speelt daarbij het probleem van het
‘laatste principe’. Als voorbeeld: verbindingen tussen atomen ontstaan door waterstofbindingen, die
een bepaalde Affiniteit hebben. Wat bepaalt die Affiniteit? Wij zien in het empirisch onderzoek en de
uitgangspunten van de Evolutietheorie weinig kapstokken om de werking van Affiniteit aan op te
hangen. Dit kan eigenlijk ook niet, omdat dit empirisch onderzoek daar niet op gericht was.

De theorieën van Corning en Lane en andere ‘modernisten’ gaan uit van de beginselen van de theorie
van Darwin, maar hun onderzoek is meer holistisch en heel anders ingericht. Zij gaan op een
zoektocht naar verklaringen voor ontwikkelingen in het verleden. Daarbij maken zij gebruik van
microbiologische onderzoekstechnieken i.pl.v. fenomenologisch onderzoek. Hun onderzoek kan i.t.t.
het onderzoek van Darwin en de hier genoemde ‘volgers’, inzichten en informaties opleveren, die
van belang zijn voor toekomstige ontwikkelingen.

Hoe ongelofelijk creatief en doeltreffend de vele aanpassingen van levende wezens ook zijn, de
Evolutietheorie kan niet verklaren HOE het ‘leven’, of DNA, of het bewustzijn is ontstaan. We kunnen
niet weten hoe de wereld er uit zou kunnen hebben gezien als de blinde, op toeval gebaseerde
evolutie anders was verlopen. Evenmin kunnen we op basis van die theorie weten wat de evolutie
ons nog brengt. Tenzij wij natuurlijk genen kunstmatig gaan manipuleren, om deze evolutie in een
gewenste richting te sturen. Dit is thans mogelijk door o.a. de wetenschap van de geosofie156.

Een tweetal zaken is ons opgevallen bij het doornemen van de literatuur:
-de spraakverwarring over begrippen als wetenschappelijke methode, theorie, hypothese ed.
-de onverzoenlijkheid tussen wetenschappers met andere inzichten. Daarbij valt het op dat
het evolutionair onderzoek vooral gericht is op ‘verklaringen achteraf’ en dat er weinig
falsificeerbare hypothesen zijn. Alleen Darwin zelf heeft deze wel opgesteld. Corning geeft
een basis voor een meer holistische, universele wetenschappelijk bestudering van de
evolutie met zijn zoektocht naar causale verbanden. De Boer noemt dit ‘ geo-sofie’.
-er wordt gemakkelijk over het probleem van de emergenties heen gestapt. In geen enkele
theorie wordt dit probleem expliciet genoemd, behalve door Corning, die spreekt over de
werking van 'teleonomische selectie', en door Lane, die het probleem beperkt tot het
probleem van één cel, die zich vermenigvuldigde en waaruit alle organismen zijn ontstaan.

Naar de werking van Affiniteit wordt nergens direct verwezen, hoogstens als een voorkeur bij
bepaalde bindingen. Maar is dat wellicht niet de essentie van Affiniteit?

156
Een meer holistische, universele benadering van de evolutie, een ‘rijker denken’ over grote gehelen kan bijdragen aan beter handelen.
Geo-logie (Latour) als onderlaag voor Geo-sofie (de Boer)

121
Affiniteit Korsmit juli 2018

2.3.1 Hoe nu verder met de Evolutietheorie


Een voorbeeld kan wellicht de weg wijzen. In de ontstaansgeschiedenis van de mensheid hebben
sommige dieren zich als huisdier met de mensen gesocialiseerd, terwijl andere dieren dat absoluut
niet wilden, waarom? Deze co-evolutie pakte voor de huisdieren goed uit en ook voor de mensen.
Met de ‘wilde ‘dieren ging het niet goed. Zij werden door de ontwikkeling van de mensheid steeds
verder in het nauw gedreven.

Waarom hielden mensen huisdieren? Zeer kort samengevat: jagers werden herders; herders
werden boeren; boeren werden burgers; burgers werden onderdanen en uiteindelijk wereldburgers.
Deze omschakeling en waren diepgaand en hadden en hebben nog steeds grote gevolgen, tot o de
dag van vandaag. Het waren allemaal stappen op de weg naar totale toe-eigening van de natuur. Het
waren ook stappen op de weg naar de cultuur van taal, rekenkunde, geformaliseerde religie,
wijsbegeerte, technologische ontwikkeling etc. In een zeer korte tijd wist de mensheid dieren te
domesticeren, het land te cultiveren en grondstoffen van de aarde te benutten en zo op de top van
de evolutieladder te komen. Maar wist de mensheid ook de natuur en het klimaat op aarde te
beïnvloeden? Algemeen wordt aangenomen van wel. Er is echter nog weinig zicht op de reacties van
de natuur en de aarde. Te denken valt aan microbiologische en aan radiologische reacties op
menselijk handelen en aan het beïnvloeden van de metabolische kringloop.

In feite was het socialiseren van ‘huisdieren’ de eerste stap op de weg van de ‘agrilogistiek’157, zoals
Serres en ten Bos die beschrijven. Ruilhandel en geld werd door kapitalisme en ‘agrilogistiek’
vervangen en deze werden de maatgevende waarde voor de globale economie. De symbiose met de
natuur heeft heel lang stand kunnen houden, maar dat is nu ontaarde. Het ‘huisdier’ werd slachtvee
en agrarische grond werd een productiemiddel.

Ten Bos zegt ergens: ‘Agrilogistiek ploegt zijn heldere voren in de grond , dit noemen wij civilisatie.-’
Hij wijst de Agrilogistiek aan als boosdoener:
‘de technologische ontwikkeling ging van jager, naar boer, naar stedeling, naar
fabrieksarbeider en nu naar de globale nomade. Zowat de hele mensheid heeft zich thans tot
werkslaaf gemaakt in een kapitalistisch systeem. In dit systeem is (bijna) alles, wat het profijt
vergroot, geoorloofd‘.

Morton noemt de huidige tijd dan ook het kapitaloceen:


‘De ruimte voor ‘anders denken’ of liever voor ‘alles van waarde’ zou nu groter dan ooit
moeten en kunnen zijn, om de echte ‘civilisatie’ te redden, maar hij wordt steeds kleiner’

Achterhuis echter typeerde de tijd kort en bondig als volgt:


‘Alles van Waarde heeft geen waarde.’’

Peter Sloterdijk merkt op dat de ‘geschiedenis niet richting revolutie gaat maar dat men achteraf een
verklaring wil waarom alles gelopen is, zoals het is gegaan’. Ook in de evolutietheorie kijkt men niet
vooruit, maar geeft verklaringen achteraf voor de evolutie. Organismen kunnen niet voorruit kijken.

157Uit Samenvatting Het Antropoceen , van René Ten Bos, Hoofdstuk ‘De Wolk’: agrilogistiek is het vervoer, de opslag, de distributie en de
regie (besturing, beheersing en organisatie) van de agrostromen en in bredere zin voor alle producten. Deze keten loopt van grondstoffen
tot consument.

122
Affiniteit Korsmit juli 2018

De mensheid kan dat ook niet zo goed. Zeker nu we zeer ingewikkelde terugkoppelingen willen
begrijpen vb. in de klimaatverandering, duurzame ontwikkelingen, globale economie, religieuze
conflicten etc. is het belangrijk om ‘verklarende modellen’ te bouwen, die zowel wetenschappelijk als
cultureel-religieus ondersteund worden. Een voorbeeld daarvan is het onderzoek naar
terugkoppelingen in ecologische leefgebieden vb. Critical Zones(CZO’s ).

Wij zijn gewend om in het nu te leven, soms terugkijkend naar hoe alles verlopen is. Naar de
toekomst kijken we weinig, ondanks dat we zeker weten dat de tijd vooruitgaat. Naarmate
ontwikkelingen sneller verlopen wordt de tijd belangrijker en lijkt hij ook steeds sneller te verlopen.
Tijd, die verandering, evolutie en onomkeerbaarheid uitdrukt, bestond vroeger niet. De Weense
fysicus Ludwig Boltzmann werd in zijn tijd geconfronteerd met de twee tegenstrijdige visies op de
natuur. Enerzijds zijn er de wetten van Newton, verbonden met een statisch heelal, anderzijds zijn er
de beschrijvingen waarin evolutie een plaats krijgt en het begrip van entropie158 , welke in een
‘gesoleerd systeem uit evenwicht’ steeds zal toenemen, een rol spelen. Zo verkreeg de tijd een
richting . Wij merken op dat evolutie een tweetal tijdhorizonten heeft. In de loop der tijd worden
‘soorten’, organismen, steeds complexer, meer georganiseerd. Op kortere termijn vallen individuele
organismen op het einde van hun bestaan uiteen. Vanuit de entropie bezien streven soorten naar
minder entropie en vallen individuen tenslotte ten prooi aan meer entropie.

Boltzmann bracht de pijl van de tijd onder bij de fenomenologie, zodat tijd kon worden opgevat als
een subjectieve creatie van onszelf als waarnemers.

Tegenwoordig, en dan vooral sinds Prigogine, wordt er aan de ‘pijl van de tijd‘ een constructieve,
objectieve rol toegeschreven. Zo is onomkeerbaarheid niet langer iets wat zou verdwijnen bij een
volmaakte kennis. Zoals Prigogine159 het samenvat:
‘Wij zijn het niet, die de pijl van de tijd doen ontstaan. Integendeel, wij zijn de kinderen van
de pijl van de tijd’.

In de paragraaf over de kwantumtheorie zijn we kort ingegaan op de ontwikkeling van de niet-


evenwichtsfysica, met nieuwe begrippen zoals zelforganisatie en dissipatieve structuren en het
onderzoek naar instabiele dynamische systemen. Hierin speelt de chaostheorie een rol. Fluctuaties
en instabiliteit blijken in de ontwikkeling van bio-organismen uitermate relevant geworden te zijn.
Hierbij past ook het begrip van meervoudige keuzemogelijkheden. Zekerheid lijkt verdwenen en
wordt vervangen door waarschijnlijkheden. Dit alles zal in de Evolutietheorie nog zijn plaats moeten
vinden. Wellicht dat deze invalshoek de willekeurige mutaties, het toeval en de natuurlijke selectie in
relatie kan brengen met kanstheorieën en de mogelijke werking van affiniteit.

Tijd speelt in de klassieke Evolutietheorie van Darwin een grote rol, vooral de richting van de tijd,.
Alhoewel de onderzoekers natuurlijk steeds achteruit keken, zullen ze de tijd zelf als een
evolutionair begrip moeten leren zien: tijd die ontstond op het moment vaan de Big Bang, tijd als een
vast ritme in een stabiel continuüm, tijd als onomkeerbare grootheid zoals Prigogine deze definieert
en tijd als de som van momentane gebeurtenissen, een ‘werking’, die sinds de Oerknal niet is
veranderd.

158
De Duitse wiskundige en fysicus Rudolf Clausius (1822-1888) introduceerde het begrip ‘entropie’ en bracht dit in verband met de door
hemzelf zo geformuleerde Tweede Hoofdwet van de thermodynamica. Entropie is een maat van wanorde, of de afname van bruikbare
energie. De entropie neemt toe tot een maximum. Met het verloop van de tijd vallen alle fysische systemen uit elkaar; alles neigt tot
wanorde.
159
Prigogine en Stengers, Tussen tijd en Eeuwigheid: de nieuwe plaats van de mens in de natuurwetenschap, Amsterdam, Bakker, 1989

123
Affiniteit Korsmit juli 2018

We willen nog een laatste opmerking plaatsen bij hoe het verder zou kunnen gaan met de
Evolutietheorie. Herhaaldelijk hebben we hiervoor gesteld dat de Evolutietheorie geen verklaring
maar een beschrijving geeft van de ontwikkelingen vanuit de optiek: ‘kijk, wie was steeds de
sterkste?’. Het bleek vooraf niet te bepalen wie dat zou zijn. De combinatie van het toeval,
willekeurige mutaties en de verandering van de leefomgeving bepaalden dat. Nu komt er een tweede
mogelijkheid om de evolutie te beschrijven nl. Big Data. Met Big Data kan men correlaties berekenen
tussen een zeer groot aantal variabelen‘en het overleven van soorten. Als men alle kenmerken
(variabelen) van fossiele vondsten, liefst ook met DNA, in een database stopt, dan kan men
berekenen welke variabelen het best correleren met ‘overleven’ en ‘uitsterven’. Men kan dan ook
meer gedetailleerd de ‘stambomen’ van species en soorten beschrijven.

Deze correlatieanalyses zouden een schat aan gegevens en ook aan inzichten kunnen opleveren over
de evolutie, wellicht zelfs aanwijzingen voor het ‘waarom’ van de overleving van soorten. Maar ook
deze analyses zullen niet kunnen verklaren, wat de onderliggende oorzaken zijn van emergenties. We
kunnen ook niet weten hoeveel van de nieuwe soorten, welke op basis van de natuurlijke selectie
hebben overleefd, dit ook niet mede op basis van emergenties, en dus door de invloed van Affiniteit,
hebben gedaan.

Big Data zal zeer zeker een grote rol gaan spelen, ook in de beschrijving van de evolutie.
/correlatiesmet Big Data is men in staat om correlatieberekeningen te maken op basis van
honderden invloedsvariabelen en vele miljoenen datasets. Deze correlaties leveren zeer effectieve
algoritmen op om de vraag naar het ‘wat is er aan de hand’ en ‘welke invloedsvariabelen zijn daarbij
betrokken’ te beantwoorden. /met Big Data kan hier heel snel en relatief goedkoop een wiskundig
verantwoord antwoord op gegeven worden. Op de ‘waarom’ vraag geeft deze methode geen
antwoord. Het gebruik van deze methode wordt door wetenshappers, die een causale relatie leggen
tussen oorzaak en gevolg en die de wetenschappelijke methode van ‘theorie-hypothesen-onderzoek
ter verificatie of falsificatie’ volgen, vaak kritiek geleverd.

Wij vinden deze methode efficiënt in het evolutieonderzoek en, zoals wij in Deel 3 zullen betogen,
ook voor het onderzoek naar Affiniteit. Wij beseffen wel, dat we hier niet met een theorie maar met
een rekenmiddel te maken hebben. Deze twee zijn zeer wel te koppelen, waarbij het rekenmiddel
suggesties aanreikt voor welke invloedsvariabelen invloedrijk zijn. Eigen ervaring met multicriteria
analyse leert dat niet alleen de correlatie telt maar ook de validiteit van de variabelen in relatie met
de gevolgen en feitelijk ook, gezien vanuit waarden en doelen, met de opportuniteit. Wij vinden dat
met analyses op basis van Big Data verbanden kunnen worden blootgelegd en inzichten kunnen
worden vergroot. De gevonden correlaties zijn voor bepaalde, specifieke vragen in veel gevallen zeer
bruikbaar. Zij zijn in die gevallen vaak effectiever, sneller en goedkoer dan de lange weg via de
wetenschappelijke methode. Dit mag echter geen reden zijn om de wetenschappelijke nethode naar
het tweede plan te dirigeren. Diepere inzichten kunnen alleen door theorieontwikkeling en
onderzoek verkregen worden.

124
Affiniteit Korsmit juli 2018

2.4 Terug naar Earth System Science


Het is voor ons duidelijk dat we de ontwikkeling van de mensheid niet aan de natuurlijke
selectie mogen overlaten. Wij zien een noodzaak om gericht in te grijpen vanuit de waarden
, die door de mensheid als geheel worden onderschreven. Deze zijn de basis voor de
opdracht aan Earth System Science om vb. duurzaamheid problemen te benoemen, te
analyseren en oplossingen aan te reiken. Earth System Science zal de doelen en waarden van
het ‘symbiotische samenleven’ van ‘Aarde’ en ‘Mensheid’ moeten vertalen in
wetenschappelijk onderbouwde actie en organisatorische structuren. Dat is geen
eenvoudige opgave, omdat hierbij ook de geesteswetenschappen, religieuze en
maatschappelijke organisaties en vooral ook de ‘politiek’ bij betrokken zijn. Maar toch kan
zo een ‘holistische aanpak’ als een wensbeeld wellicht een begaanbare weg gezien worden.
Daarbij zullen religieuze en maatschappelijke organisaties moeten worden betrokken.
Een eerste stap voor Earth System Science is de mensheid te informeren over de actuele
situatie, de ‘toestand van de wereld’, de ‘condition global’. Daarbij zullen de ‘tijdschalen’ van
de lange termijn met die van de actuele problematiek moeten worden geïntegreerd. Dat is
niet eenvoudig.
Westbroek wijst ook op de noodzaak van de nieuwe visie van Earth System Science op de
geologische betekenis van ‘leven’ in de biosfeer, dat beïnvloed werd en wordt door andere
sferen: geosfeer, atmosfeer en de hydrosfeer. Hij verwijst naar de Russische geleerde Andrei
Lapo, die het ooit zo formuleerde:
‘Vrijwel al het materiaal dat die levenloze sferen uitmaakt is vele malen de
metabolische netwerken van de levende systemen, de biosfeer, gepasseerd en
erdoor getransformeerd’.

In het symbiotisch wereldbeeld wordt het ‘leven’ gezien als een geologische kracht.
Westbroek verzucht: ‘De wetenschap bevindt zich nog in de ‘ijzertijd’. Ja, en toch probeert
hij in De Ontdekking van de Aarde een zo goed mogelijke ‘state of the art’ te maken.
Chapeau!
Latour en ook Timothy Lenton beschrijven een zienswijze m.b.t. de actuele problematiek van
ecozones in de biosfeer. Daarbij zij kijken naar de ‘huid van de aarde’ bezien vanuit het
binnenste van de dunne ‘schil’, die het leven ondersteunt. Die ‘huid’ is extreem dun, vanaf
de onderkant van de wortels in het grondwater tot de bovenkant van de boomtoppen. In die
huid speelt het leven zich af, en vinden veel natuurlijke processen plaats. Die huid is nooit in
evenwicht. Over de invloed van de mens op deze processen zoals vb. vervuiling en CO2-
uitstoot, bestaan er veel controversen. Om deze processen diepgaand te bestuderen zijn
andere studies nodig dan die over klimaatverandering in het algemeen. Latour wil bij het
onderzoek op basis van Lovelocks Gaia-theorie binnen Critische zones (CZO’s) niet alleen alle
natuurwetenschappen betrekken maar ook exacte- en geesteswetenschappen. Maar zover
zijn we nog niet. Het blijft bij experimenten op kleine schaal. Over de evt. werking van

125
Affiniteit Korsmit juli 2018

Affiniteit binnen deze processen kunnen we niets zeggen, maar we zouden de mogelijke
invloed hiervan graag in het onderzoek naar deze processen betrekken.
Als de wetenschap nog niet klaar is om dergelijk onderzoek integraal aan te pakken, hoe
moet het dan met de gewone burger? Die wordt geconfronteerd met problemen op velerlei
gebied, problemen waar hij weinig van begrijpt en weinig aankan veranderen. Laten we een
voorbeeld geven op het terrein van de mobilistiek. Het vakgebied van de verkeerskunde is
een toegepaste wetenschap, waarbij disciplines als sociologie, rechten, economie,
ruimtelijke ordening, verkeerstechniek, civiele techniek en nog veel andere disciplines
toegepast worden bij de oplossing van problemen op het gebied van mobiliteit, ruimtelijke
ordening en infrastructuur. Het blijkt in de praktijk dat de verschillende disciplines maar
heel erg moeizaam met elkaar kunnen communiceren over dergelijke relatief eenvoudige
problemen. Dit komt doordat de paradigma’s, doelstellingen en de mate van distantie of
betrokkenheid vaak zeer verschillend is. Hoe veel moeilijker is dat dan op een zo breed
terrein als de inrichting van een wereldorde gericht op welzijn en welvaart, op
duurzaamheid met aandacht voor compassie en social justice, maar vooral voor de
onderlinge relaties tussen zeer vele levensvormen binnen de biosfeer of een ecozone!
Men kan zich afvragen hoe de complexiteit van de natuur en van het menselijk denken en -
gedrag ooit zodanig gepresenteerd kan worden in tekst en/of beeld dat een significant deel
van de mensheid dit kan bevatten en kan omzetten in actie. Hier ligt een opdracht voor
maatschappelijke organisaties, de ’politiek’ en de media. Over hoe zij die taak kunnen
uitvoeren bestaat er (nog) geen eenduidigheid. Zekerheden en objectiviteit bestaan niet,
fake news zal niet meer uit de media verdwijnen. De mensheid zal moeten evolueren naar
een echte ‘mens-heid’. Als de politiek dat niet kan bevorderen en als te veel
wetenschappers deze zoektocht naar wat alle wetenshappen verbindt niet willen
meemaken, hoe kan men de wereldburger daarmee dan belasten?
Wij hebben een voorzichtige hoop dat samenwerking tussen geestes- en exacte
wetenschappen binnen een holistische benadering van Earth Systeem Science bevorderd
zou kunnen worden.

2.5 De mensheid in conflict met zichzelf en de


natuur
Massa en energie beheersen nog steeds het universum, het zonnestelsel en het leven op aarde.
Westbroek ziet de aarde als thuisland voor de mensheid. In dit thuisland moet al het leven in
symbiose leven binnen de draagkracht van de aarde. Deze symbiose biedt geen zekerheid op een
rustig bestaan, zie wat daarover is gezegd in de discussie over de evolutietheorie. Om te voorkomen
dat grote rampen ontstaan door verstoring van natuurlijke evenwichten als gevolg van menselijk
handelen moeten we eerst de bedreigingen in kaart brengen:

-ongebreideld gebruik van fossiele brandstoffen met als gevolg veel CO2-uitstoot en fijnstof

126
Affiniteit Korsmit juli 2018

-vervuiling en uitputting van ecosystemen, door ‘ongelukken’ met vb. kernenergie, of


gentechnologie, afvalstromen op land en vooral ook in de oceanen vb. plasticsoep
-gebrek aan beheersing van nieuwe technologieën vb. digitale revolutie, robotisering en
kunstmatige intelligentie
-armoede, ongelijke verdeling van macht, geld en kennis, die onderling verbonden zijn

Door gebrek aan een voldoende mate van aanpassing aan de draagkracht van de aarde vormt de
mensheid een destructieve kracht voor veel ecosystemen en zelfs voor zichzelf. De homo sapiens is
als overwinnaar van alle mensachtigen tevoorschijn gekomen. De evolutie heeft zijn werk gedaan, de
meest flexibele, meest inventieve en meest communicatieve soort heeft gewonnen van andere
soorten, waaronder o.a. de Neanderthaler, die toch veel sterker was en zeker ook erg intelligent.

De vraag is of de mensheid de nodige distantie zal kunnen opbrengen om de problemen te


kunnen analyseren. Om daarvan een beter beeld te krijgen zou men het boek Water van
René ten Bos kunnen lezen. Zie voor enige punten uit zijn betoog de volgende paragraaf. Zie
ook De wereld onder de Duim van Michel Serres, waarin Serres stelt dat alleen een rationele
benadering op zich onvoldoende is. Het gaat om creativiteit, die onderdeel van het leven zelf
moet zijn en die zo weinig aan bod komt in instituten, ministeries of scholen. Creativiteit zal
nodig zijn voor het doorgronden van de problemen waar de mensheid thans mee worstelt
en zeker ook voor de aanpak hiervan.
De globalisatie ging gepaard met een bevolkingsexplosie door de betere medische zorg.
Door dit alles nam de energie, welke door de mensheid additioneel werd geproduceerd,
exponentieel toe samen met de vervuiling. De mensheid werd een ‘natuurkracht’, die het
leven op aarde sterk beïnvloedde. We zullen deze ontwikkeling onder ogen moeten zien en
ons moeten inspannen voor een evenwichtige en duurzame groei. Dat is de opgave voor de
mensheid op dit moment.

2.5.1 Ontwikkelingsgeschiedenis van de mensheid


Er zijn veel informatieve, boeiende, wetenschappelijke, religieuze en anekdotische bronnen
om het inzicht in de ontstaansgeschiedenis van de mensheid160 te duiden. Wij beperken ons
tot die gevolgen van deze geschiedenissen, waar we thans mee te maken hebben.
Ten Bos161 beschrijft het veranderende denken over catastrofes in het antropoceen.
Catastrofes werden vaker door de mensheid veroorzaakt. De oorzaken en gevolgen zijn
complexer en vaak onvolledig gekend, omdat men de ‘slachtoffers’ niet kent. Ten Bos praat
daarom liever over een ‘wolk’ aan oorzaken voor deze catastrofes in de ‘antropozone’. Hij
prefereert deze term boven ‘Antropoceen’, omdat de mensheid vaak direct de oorzaak is

160
Voor een overzicht van de ontstaansgeschiedenis van de mensheid zie: https://en.wikipedia.org/wiki/Template:Human_timeline
161
Samenvatting Het Antropoceen van René Ten Bos, Hoofdstuk ‘De Wolk’

127
Affiniteit Korsmit juli 2018

van deze catastrofen. Ten Bos poneert een aantal oorzaken, die een rol spelen bij
catastrofes in de antropozone, welke hij bondig samenvat:
-Ontbreken van een contract met de natuur: Hij verwijs naar het Contract Naturel van
Serres, ook voor de conflicten tussen de mensheid en de natuur. Serres waarschuwt
dat de natuur zonder rechten en bescherming uit zichzelf zal terugslaan. Serres pleit
er voor om de ‘lege landschappen’ een ‘culturele dimensie’ te geven. Daartoe
moeten we de natuur, net als de mens, proberen te begrijpen als een bezielde
materie.
-Eigendom dat toxisch is: Serres pleit ook voor meer terughoudendheid van het
mensdom m.b.t. eigendom. Mensen verlangen naar eigendom, eigenen dit zich toe
en bakenen het af. Dat komt altijd op slinkse manieren tot stand. In het werk van
Serres staat de reflectie op topologie (tijd en ruimte) centraal. Ruimte neemt in het
antropoceen steeds andere vormen aan door de mensheid, die de ruimte naar zijn
hand zet. De mensheid heeft het ‘zijn in de wereld’ te vaak vervangen door ‘het
willen bezitten van de wereld’ . Het gebrek aan terughoudend leidt tot de toe-
eigening door de mens van de gehele aarde, ten koste van de natuur. We zouden een
deel van de ruimte volledig aan de aarde zou overlaten. Een ruimte die we niet
bevuilen en, die we schoon houden.
Rechtlijnigheid van de wetenschap: De rationele, westerse mens gaat in een rechte
lijn van a naar b, stelt duidelijke richtlijnen op en kent duidelijke organisaties en
hiërarchieën. Afwijkingen worden als inefficiënt gezien en zijn niet toelaatbaar. Hij
maakt de vergelijking met het Ganzfeld-syndroom. Daarbij is alles groot en
onontwarbaar. De leefwereld is drijfzand geworden. Er kunnen geen rechte lijnen
meer getrokken worden. Dit is de wereld waarin de Westerse mens zich bevindt. Het
antropoceen vraagt om anders te denken, vraagt om ‘omdenken’. We moeten het
hebben van een denken dat niet precies weet wat a en wat b is. Er is nieuw soort
mens nodig, een mens die de ontbrekende schakel vormt tussen de geestes- en de
natuurwetenschappen. Men moet als ‘reiziger’ in het Ganzfeld niet in paniek raken.
Veel filosofen zeggen dat de vraag naar de snelste of kortste verkeerd gesteld is. Als
reiziger denk je vooral aan de ruimte waar je door heen gaat. Serres zegt ‘ik dool’
(expres willekeurig lopen, randonner) door toeval bepaald. Het is een weg, maar niet
per se de juiste weg of de kortste weg. Maar wat is de goede weg? Deze kan in
theorie alleen ceteris paribus als de kortste of snelste weg van a naar b bepaald
worden. Maar hoe doe je dat als de omstandigheden zo snel en ingrijp3nd
veranderen?
-de werkelijkheid heeft vele, steeds veranderende gezichten: In onze wereld
veranderen de omstandigheden altijd. Dat willen we niet, zeker niet als we denken
dat we deze kunnen vastleggen door toe-eigening, eigendom van land, van de
wetenschap of van ‘objecten’. Hierdoor ontstaat er uitsluiting. Het grote verschil
tussen de wereld van dieren en die van de mensen is dat de laatste vol objecten
staat. De vraag is of de wetenschap op een andere manier dan via de ‘objecten’ naar

128
Affiniteit Korsmit juli 2018

de wereld kan kijken. Staat de wetenschappelijke blik vast, stabiel, of is anders


denken mogelijk? Serres maakt een analogie met wolken. Het gaat om het inzicht
dat een wolk continu verandert en geen scherpe randen heeft. Een wolk is een
‘kwasiobject ‘. . We moeten loslaten dat alles ‘objectief’, meetbaar en vastomlijnd is.
We moeten anders nadenken over ‘objecten’. We weten niet precies wat we
waarnemen en hoe we de waarneming moeten duiden. Die onzekerheid is essentieel,
maar stelt tevens een uitdaging aan de neiging tot toe-eigening door wetenschap, die
stabiele ‘objecten’ nodig heeft voor zijn vertelling.
-In de westerse wereld geldt het dictaat van het verlangen: Dufour merkt op dat het
verlangen gaat over behoeften. De mens is van het begin af aan een verlangend
wezen. Het ongebreidelde verlangen moet ingeperkt worden. Schoppenhouer stelt
dat alles is doortrokken is van de wil om te overleven, om beter te leven, de baas te
zijn. Toegeven aan alle verlangens wordt vaak als een existentiële bedreiging gezien,
behalve in het kapitalisme. Daar hoeft het verlangen niet ingetoomd of gebreideld te
worden, in tegendeel het moet zijn tomeloze gang gaan. Het antropoceen noodt uit
tot exces en tegelijkertijd moeten we terughoudend zijn. De rampen en monsters van
het antropoceen zijn nog niet groot genoeg om de geesten wakker te maken. Men
denkt dat technologie alle problemen wel zal oplossen en de monsters verslaan. Men
heeft een heilig geloof in de Geo-engineering als oplossing voor alles.. Er is geen
gezamenlijke aanpak van welk milieuprobleem dan ook. Als men onbekommerd wil
leven, een neotene streving, dan is een niet-hedonistische leefwijze wellicht wat we
vandaag nodig hebben. Voor de oude Grieken was de wens om steeds meer te willen
hebben (pleonexia) taboe. Men moet de kinderlijke verlangens in de groei naar
volwassenheid afleren, men moet de maat kennen. Mateloosheid moet onder
controle worden gebracht en wordt bestraft. Verlangen kan leiden tot zelfdestructie,
waartoe de mens toch al geneigd is. Het verwezenlijken van een bepaald verlangen
gaat ten koste van anderen. Het kapitalisme is een spel waarin sommigen meer
krijgen dan hen toekomt anderen minder. Dat lijdt tot spanningen.
Door dit alles werd het antropoceen onvermijdelijk: De eigenliefde moet door de mens zelf
gecorrigeerd worden en niet meer door kerk en staat. Hoe dit tot een verantwoorde
samenleving kan lijden is een raadsel. Ten Bos stelt: ‘Gods almacht werkt indirect en zal het
nodige evenwicht geven’. Zelfs de kapitalisten omarmen deze opvatting. Hij merkt echter
ook op dat een wetenschappelijke distantie alléén niet voldoende is om de
ontwikkelingsgeschiedenis van het leven op aarde te begrijpen en om een duurzame
ontwikkeling mogelijk te maken. Hij stelt dat Earth Science nog lang niet in staat is om aan
Earth Engineering te doen.
Dufour wijst op de gewrongenheid in de samenleving: we houden van eten maar zijn bang
voor obesitas, wij zijn vrij in de seks maar vrezen de geslachtsziekten als HIV etc. Het denken
mag open, amorf zijn, maar we moeten een posthumaan denken ontwikkelen. Morton en
Weber perverteren het verlangen willens en wetens: ‘wantrouw ieder denken dat zichzelf
niet wantrouwt’.

129
Affiniteit Korsmit juli 2018

Sommigen wijzen op de donkere kant van de ecologie. Zie vb. het boek 'Duistere ecologie'
van Timothy Morton. De wanhoop, erotiek, droefheid over uitsterven is heerlijk, omdat je
hierover kunt nadenken en praten. Zo ziet Sloterdijk veel Europeanen, die catastrofiel zijn.
Deze mensen willen vb. een kernoorlog om daarna een beter leven op te bouwen, of een
decimering van d bevolking om daarna duurzaam en in vrede te kunnen leven. In de VS
schijnt er een politieke partij te zijn, die dit nastreeft. Het moet niet gekker worden en we
hopen Affiniteit ons uit deze spagaten gaat redden. .

2.5.2 De voetafdruk van de Mensheid


Zoals in het voorgaande als is opgemerkt wordt de aarde als ‘thuisland voor de mensheid’
wordt geconfronteerd met vervuiling, klimaatverandering en het onbeperkt verbruiken van
niet-hernieuwbare grondstoffen. Veel ecosystemen worden aangetast en planten- en
diersoorten verdwijnen. Het leven op aarde is altijd al wel onderhevig geweest aan
verandering, maar nu gaan de veranderingen in een steeds sneller tempo. De mensheid
drukt geen goed stempel op de aarde.
Door gebrek aan een voldoende mate van ‘rekening houden met de draagkracht van de
aarde’ en door een ’tekort aan organisatievermogen’ om de negatieve gevolgen van dit
handelen te beperken verwordt het stempel tot een destructieve kracht.
Helaas kan men er geen vertrouwen in hebben dat deze ‘laissez-faire’ daarin verandering
gaat brengen. De mensheid zal actief in het geweer moeten komen. Deze oproep is niet
nieuw. We hoorden deze al in vb. het boek Silent Spring van Rachel Carson uit 1962 en in de
oproep van de Club van Rome in Grenzen aan de Groei uit 1972, Het Klimaatverdrag van de
VN dat in 1992 tijdens de "Earth Summit" in Rio de Janeiro werd ondertekend. De lijst is
groot, maar de impact blijft beperkt. Zelfs de overeenstemming over een bindend
klimaatakkoord van de VN in Parijs in 2015, dat de uitstoot van broeikasgassen zou moeten
terugdringen om de opwarming van de aarde te beperken, wordt niet nageleefd. Door de
VS werd dit verdrag zelfs verscheurd. Ook in Nederland en in heel veel landen worden de
emissiedoekstellingen niet gehaald. Tot voor kort was het ondenkbaar dat China hier het
voortouw gaat nemen. Chapeau.
Kennelijk kan de wetenschap de politiek niet overtuigen van het ultieme belang van het
beperken van de voetafdruk van de mensheid, van het ‘plattrappen’ van ecosystemen, het
uit balans brengen van het klimaat en het verwoesten van maatschappelijke structuren en
regionale economieën. Daarvoor zijn meer zwaarwegende motivaties nodig om de groei van
een globale bewustzijn van de mensheid te stimuleren en ontwikkelen. Natuurlijk hopen wij
dat Affiniteit dit mede zal bewerken, al kunnen wij niet weten hoe.

130
Affiniteit Korsmit juli 2018

2.5.3 Opgave voor de Mensheid


Wij willen hier niet uitgebreid in gaan op de vele problemen, waarvoor de mensheid zich
gesteld ziet. Die werden elders al benoemd. Bijna al deze problemen roept de mensheid
over zichzelf af. Op dit moment sterven meer mensen door oorlog en misdaad dan door
natuurgeweld. Er sterven ook meer mensen door overgewicht dan daar honger. De aarde
kan de huidige bevolkingsomvang, en wellicht ook een groei tot 10 miljard, aan als e
mensheid er in slaagt een echte transitie naar een duurzame productie en energie en naar
een circulaire economie. Of de mensheid een dergelijke groei aan kan weten wij niet. Er
zullen ingrijpende sociaal-economisc en culturele ontwikkelingen noodzakelijk zijn. We
noemen hier als voorbeeld de zeer snelle ontwikkeling van de informatica.
Mensen zijn verbonden via het internet, krijgen te maken met kunstmatige intelligentie en
worden geïnformeerd middels de algoritmen van vb Google vanuit een bijna oneindige bron
van informatie. Daardoor ontstaat er een steeds hoger niveau van connectiviteit. Dit heeft
nu al zeer grote gevolgen. De grote mate van connectiviteit en de ontwikkeling van ICT en
kunstmatige intelligentie maakt het voor bedrijven als Google via sociale netwerken
mogelijk elk individu persoonlijk te benaderen en te beïnvloeden. Overheden als vb. China,
kunnen elk individu ‘volgen’ en controleren, waardoor het horror-scenario van George
Orwell uit 1984 werkelijkheid aan het worden is. Deze invloed en macht gaat veel verder dan
de kerken, of dictators als Stalin en Hitler ooit hadden. Veel overheden ontlenen hun
autoriteit niet aan het gezag van een God of een levensovertuiging maar aan de macht van
Big Data.
Door de globalisering kunnen bedrijven en overheden hierdoor een bijna volledige controle
over de mensheid krijgen. Instrumenten daarvoor zijn: volledige digitale controle van de
financiële wereld, van persoonlijke vrijheden zoals vrijheid van verplaatsing; een
doorslaggevende invloed op het verstrekken van informatie door een monopolistsiche
toegang tot toegang tot Big Data. Voorbeelden zijn bedrijven als Google en Facebook,
overheden zoals vb. in China. Hun informatiesystemen kennen ons beter dan wie ook, vaak
zelfs beter dan wij onszelf kennen. Dictators als Hitler en Stalin konden hun ‘burgers en
kameraden’ nooit op dit niveau controleren en moesten terugvallen op terreur. Die terreur
is ten dele veranderd in een totale controle en door de ‘uitsluiting’ van sociale processen.
Sommigen zien daarin het ontstaan van een superbrein, van een global brain, die ons de
baas wordt. Wij zien dir echter ook als als een mogelijkheid voor het ontslaan van een
universeel bewustzijn, dat oplossing voor universele problemen faciliteert..
Hoe moet dat verder? Hawking voorspelde het einde van de mensheid. Dat zou kunnen,
maar niet om deze reden. Er zijn nog veel andere apocalyptische scenario’s denkbaar. Wij
zijn positiever gestemd. En leggen meer nadruk op de kansen en sterkten van de
ontwikkelingen in de huidige tijd. De mensheid zal moeten leren om te gaan met de nieuwe
technologieën. Internet biedt naast de genoemde bedreigingen ook de mogelijkheid van een
‘directe democratie’ en van ongekende mogelijkheden om kennis en inzicht te vergaren.
Natuurlijk kan het ’Kwaad’ veel profijt hebben van de nieuwe mogelijkheden, die alsnog te

131
Affiniteit Korsmit juli 2018

veel vrije ruimte laten voor ‘misbruik’. Wij denken dat de toekomstige ontwikkelingen vooral
afhangen van de wil van individuen om de kansen, die het internet biedt, ten volle te
benutten. Wij bedoelen dan : ten goede.
Wij constateren dat er op dit moment helaas eerder een verslaving aan sociale media en
games is, dan een gebruik van het internet om het eigen inzicht en de nodige kennis over
complexe problemen te vergroten. Een vrije, liberale democratie vraagt om vrije, goed
geïnformeerde ‘burgers’. Of deze deze slaaf van de verleidingen van het internet worden of
kritische, goed geïnformeerde individuen zal de toekomst uitmaken. Wij hopen dat de
werking van Affiniteit het laatste bewerkt. Wij hopen dat er een universeel, mondiaal
bewustzijn komt, dat de problemen herkent, dat de wil vergroot om hieraan gezamenlijk iets
te doen en dat de wetenschappers en politici de nodige stimulansen geeft om dit te
effectueren.

2.6 Affiniteit als basis voor leven en


levenskracht
De evolutietheorie162 wordt vrij algemeen als basis genomen voor de ontwikkeling van het leven op
aarde. De Evolutietheorie is zeker een krachtig instrument om deze ontstaansgeschiedenis te
beschrijven, ‘hoe’ deze is verlopen. Maar dit is een ‘achteraf’-beschrijving. Deze theorie geeft veel
minder inzicht in ‘waarom’ deze zo verlopende is. Natuurlijk speelt het ‘toeval’ een rol, maar ‘toeval’
creëert geen orde. En ‘orde’ is juist wat ‘leven’ kenmerkt.

Een periode van 500 miljoen jaren lijkt erg lang, maar is toch ook weer heel erg kort om middels de
nodige miljoenen of miljarden mutaties van de genen door toeval de huidige flora en fauna te
kunnen laten ontstaan. Als men kijkt naar de verschillen tussen de flora en fauna op de verschillende
eilanden van de Galapagos, die toch miljoenen jaren na elkaar zijn ontstaan dan zijn de verschillen
relatief klein en niet fundamenteel.

Hoe het eerste primitieve leven is kunnen ontstaan verklaart de Evolutietheorie niet. Hoe kon de
uiterst complexe dubbele DNA-helix163 met eerst honderden en later duizenden genen en tientallen

162
https://nl.wikipedia.org/wiki/Evolutietheorie De evolutietheorie is de natuurwetenschappelijke verklaring voor de evolutie van het leven
en voor de verscheidenheid aan soorten op Aarde. Ze beschrijft het proces waarbij erfelijke eigenschappen binnen een populatie van
organismen veranderen in de loop van de generaties als gevolg van genetische variatie, voortplanting en natuurlijke selectie. Charles Darwin
(1809-1882) en Alfred Russel Wallace (1823-1913) worden beschouwd als de belangrijkste grondleggers van de evolutietheorie. Darwin
zette zijn verklaring van het ontstaan van soorten door natuurlijke teeltkeus uiteen in zijn boek On the origin of species by means of natural
selection, or the preservation of favoured races in the struggle for life.[1] Al vrij kort nadat dit boek in 1859 verscheen, werd de
evolutietheorie binnen de wetenschappelijke wereld algemeen aanvaard als verklaring voor het ontstaan van soorten, inclusief de mens.
Gedurende anderhalve eeuw sinds Darwin heeft de evolutietheorie belangrijke ontwikkelingen doorgemaakt, met name door nieuwe
inzichten op het gebied van de (moleculaire) genetica. Zo werd in de moderne synthese de evolutietheorie gecombineerd met de wetten van
Mendel. Ook werd door het onderzoek naar genen en DNA aan de evolutietheorie een basis gegeven in de moleculaire biologie.
163 In de biochemie wordt de term dubbele helix het meeste voor de twee enkele helices gebruikt. Hierbij lopen twee parallelle spiralen van

macromoleculen in een schroefvorm om elkaar heen. Het bekendste voorbeeld is de dubbele helix van DNA, waarbij de enkele helices ook
nog antiparallel (tegen elkaar) inlopen.

132
Affiniteit Korsmit juli 2018

miljoenen en later miljarden baseparen al in de eerste levensvormen164 ontstaan? Vliegen hebben


ongeveer 12000 genen, de mens 25000 en planten meer dan 50000. Deze genen zijn zo universeel,
dat alle leven op aarde uit deze genen ‘geboetseerd’ kon worden. In feite ontstonden er
aanpassingen (evoluties) door steeds weer andere activeringen en combinaties van genen met
andere baseparen. Als het eerste DNA door toeval is ontstaan, waarom zijn er dan niet meer
varianten op de DNA-structuur ontstaan?

Wij vermoeden dat de het ontstaan en de verandering van het DNA niet alleen door toeval is
ontstaan. Zoals eerder al opgemerkt geloven wij dat er naast het Kwantumveld ook een
Informatieveld en een Affiniteitsveld werkzaam is bij het ontstaan van ons universum en het leven op
Aarde. De ‘werkingen’ van deze velden, die wij respectievelijk met ‘Materie’, ‘Affiniteit’ en
‘Informatie’ aanduiden, spelen bij het ontstaan van ons universum en van organismen een rol. Zoals
wij in Deel 1 opmerkten is er in de ‘dode’ natuur een ‘streven’ naar ‘wanorde’, naar meer
entropie165. Dit streven lijkt haaks te staan op het streven van alle leven in de natuur, waar duidelijk
een ‘streven naar ordening’ en ‘overleven’ zichtbaar is. Ook constateren wij dat er iets als
‘bewustzijn’ aanwezig is in de natuur en meer nog in het dierenrijk en vooral bij de mensheid..

Een logisch gevolg van de Evolutie zou kunnen zijn dat alle leven, dat zich specifiek heeft aangepast
aan een specifieke leefomgeving, ten dode gedoemd is als deze leefomgeving verandert, tenzij het
zich middels mutaties en variaties snel genoeg weet aan te passen aan de nieuwe leefomgeving.
Daarvan zijn zeer veel voorbeelden te geven. Dat ‘snel aanpassen’ is voor de mensheid een hele
opgave. Niet alleen verandert de leefomgeng, ook wel ‘landschap’ genoemd, snel o.a. door
klimaatverandering , maar ook de omvang van de mensheid en het verbruik van grondstoffen neemt
exponentieel toe. De Club van Rome en ook het Brundtlandrapport stelden vast dat allerlei
duurzaamheidsgrenzen voor het midden van deze eeuw zouden zijn overschreden. Deze
voorspellingen zouden bij ongewijzigde groeipatronen best uit te kunnen komen. Daarnaast zijn er
nieuwe, bijkomende bedreigingen, waaraan de mensheid het hoofd moet bieden.

Dat wij een relatie leggen tussen deze bedreigingen en Affiniteit lijkt om veel redenen discutabel en
is voor velen totaal niet relevant en te hypothetisch. We zien echter wel een relatie, wellicht een
reddingsboei of uitweg, die de mensheid kan helpen om niet in het moeras van alle bedreigingen om
te komen. Allereerst zal er een draagvlak gevonden moeten worden voor onderzoek naar en
acceptatie van ‘de werking van Affiniteit’. Affiniteit beïnvloedde niet alleen de vorming van materie
en ons universum, het beïnvloedt ook het ontstaan en de groei van organismen, ook van mensen. In
het voorgaande zijn daar voorbeelden van gegeven. Zo speelde Affiniteit en ‘Informatie ook een rol
bij het ontstaan van ‘bewustzijn’, zowel op individueel als op een meer collectief niveau. Met name
dit laatste is van groot belang in de aanpak van de genoemde bedreigingen. Wij zijn ons bewust dat
we de lezer tot hier geen harde, overtuigende bevindingen uit onderzoek of uit de hebben
voorgelegd. Het blijft een hypothese, waar veel kanttekeningen bij gezet kunnen worden.

De werking werking van een ‘ordenend principe’, dat we verbinden met Affiniteit, zou kunnen
worden afgeleid uit de volgende voorbeelden:

164
Een groep wetenschappers heeft met een geavanceerd computerprogramma de placozoa aangewezen als de diersoort die het meest
verwant is aan de gemeenschappelijke voorouder van alle dieren op aarde.
Bron: http://www.nu.nl/wetenschap/1907176/meest-primitieve-dier-ontdekt.html
165 Entropie is een maat van wanorde, of de afname van bruikbare energie. De entropie neemt toe tot een maximum. Met het verloop van

de tijd vallen alle fysische systemen uit elkaar; alles neigt tot wanorde.
Bron: www.verhoevenmarc.be

133
Affiniteit Korsmit juli 2018

-goede of slechte vergroeiing van het geënte ras met de stam


-scherpte waarmee een ionenwisselaar een contra-ion oppakt en vasthoudt
-voorkeur van een ziekteverwekker om in een bepaald orgaan te gaan zitten
-geneigdheid van chemische substantie tot het vormen van een verbinding met een andere
waardoor zij meer effect heeft of giftiger wordt
-binding tussen ionen zoals bij enzymen en substraten, eiwitten en proteïnen. Bij eiwitten zijn
tientallen tot honderden aminozuren met elkaar verbonden
-sterkte waarmee twee macromoleculen aan elkaar koppelen bv. door waterstofbruggen of
hydrofobe krachten
-een heel herkenbaar voorbeeld is de kristalstructuur.

In al deze voorbeelden ziet men de neiging om op elkaar te reageren. We zien dat er in de hele
natuur bepaalde ‘voor-en afkeuren’ zijn, aantrekking en afstoting, die niet met de huidige wetten van
de fysica beschreven kunnen worden. We zien dat veel wetenschappers onderzoek doen naar hoe
organismen ontstaan en evolueren. In de reader worden hiervan voorbeelden gegeven:
Systems Theory and the Role of Synergy in the Evolution of Living Systems, Peter A. Corning,
2013
A Multi-level Selection Theory of Evolutionary Transitions in Individuality, Richard E. Michod
and Denis Roze, 1999
Mind and Cosmos: Why the Materialist Neo-Darwinian Conception of Nature is Almost
Certainly False, Thomas Nagel, 2012

In termen van voor- en afkeuren zien wij affiniteit als een belangrijke eigenschap van het ‘leven’. Bij
mensen zien we deze in genegenheid, sympathie, persoonlijke voorkeuren. Men zou het kunnen
omschrijven als een aantrekkingskracht tussen individuen, als een verwantschap of als een
natuurlijke interesse. Affiniteit ontstaat door een overeenkomst in bepaalde (nog) niet-meetbare
eigenschappen. Mythen en religies maken hier graag gebruik van. Begrippen als ‘liefde’,
‘verbondenheid ’, ‘eenheid’ passen hierbij.

Bij energie is het gevolg van affinteit een ‘streven’ om de vrije energie te verminderen, een streven
naar maximaal gebruik van beschikbare energie (hegentropie). Zou het niet kunnen dat anorganische
en organische structuren daardoor neigen naar het vastleggen van energie in vb. kristalstructuren of
organismen, die steeds meer energie-efficiënt zijn? Ook in dit opzicht staat de mens bovenaan op de
ladder. Door een groter brein. De vraag is waarom dat zo is? Waarom streeft het universum niet
naar een evenwicht gericht op eenvormigheid, eenvoud of een stabiele vorm. Waarom moest het
plasma van elementaire deeltjes, zoals dat tijdens de Oerknal aanwezig was, zich zo diversifiëren,
uiteenvallen en weer verenigen op een hoger, meer complex organisatieniveau? Wij zien daarin de
werking van Affiniteit.

134
Affiniteit Korsmit juli 2018

Deel 3 gaat over de Werking van Affiniteit.

135
Affiniteit Korsmit juli 2018

Deel 3 Theorie van het ‘Affiniteitsveld’

Inleiding
Buiten ons universum en voor de Oerknal was er ‘het grote onbekende’, ‘ the unknown’. Over de
Oerknal bestaan vele lezingen. Verlinde ziet het begin van ons universum als een plotselinge
toestandsverandering van in een altijd al aanwezig medium , dat wij verbinden met ‘the unknown’.
Ter toelichting maken wij de vergelijking met een medium als water. Water verdampt boven de zee
en trekt als waterdamp in wolken over land. Door een sterke temperatuurdaling zien we een aantal
toestandsveranderingen: damp condenseert in regendruppels en wellicht in de vorm van
sneeuwvlokken of hagel als de temperatuur onder nul komt.

We kennen het medium, waar Verlinde op doelt, niet. Het is denkbaar dat er in dat medium in ‘the
unknown’ massa’s aan energie uitkristalliseren, welke energie allerlei toestandsveranderingen
ondergaat en zich omzet in kwantumgolven, elementaire deeltjes en uiteindelijk in atomen en
moleculen en tenslotte in materie. Hieruit is ons universum ontstaan. We weten niet hoe dat precies
gebeurde en ook niet of dat op een bepaalde tijd op een bepaald punt is gebeurde of dat dit een
continue proces is, waarbij op verschillende plaatsen en tijden dergelijke ‘uitkristallisaties’ plaats
vinden.

Reductionistische wetenschappers hebben hiervoor theoretische verklaringen gezocht, maar (nog)


niet gevonden. Dit is eigenlijk wel logisch omdat er niets te reduceren valt. Pas vanaf het
‘kristallisatiemoment’, welke we in deze notitie met de ‘Oerknal’ aanduiden, viel er veel te
analyseren, waarbij de kwantummechanica het gedrag van de kleinste deeltjes kan beschrijven. Deze
theorie heeft tot wonderbaarlijke inzichten leiden. Daar komen we later op terug. Deze inzichten
gaan het menselijk bevattingsvermogen te boven en zijn alleen wiskundig te beschrijven. Verklaren is
een heel andere zaak, waar veel wetenschappers zich het hoofd over breken.

Men onderscheidt na de Oerknal verschillende ‘velden’, waarin verschillende ‘krachten’ en


‘werkingen’ optreden. Zo is er uit de werking van massa-energie ‘sterrenstof’ en materie en
uiteindelijk het hele universum met sterren en planeten ontstaan. Op bepaalde planeten, waar de de
kosmologische constanten precies pasten bij de levensvoorwaarden en de omstandigheden gunstig
waren, ontstond er leven. Voorlopig kennen wij alleen de Aarde, waar aan al deze voorwaarden
voldaan wordt. Het is in theorie denkbaar dat er zeer veel planeten zijn waar aan deze voorwaarden
voldaan wordt.

Velerlei wetenschapsgebieden zoals kosmologie, aardwetenschappen en natuurwetenschappen


houden zich bezig met het zoeken naar verklaringen voor de ontwikkeling van het universum en van
het leven op Aarde. Daarbij worden de exacte wetenschappen ingezet voor de beschrijving van de
meetbare aspecten en processen van het universum. Er worden theorieën uitgewerkt, die op
deelgebieden verklaringen geven voor de waargenomen verschijnselen. Voor de minder grijpbare,
metafysische aspecten staan we met vrij lege handen, al proberen holistische wetenschappers,
mystici, geesteswetenschap pers en religieuze exegeten hier inhoud aan te geven.

136
Affiniteit Korsmit juli 2018

De exacte wetenschappen, die deze processen beschrijven, zijn zeer divers. De kwantumfysica gaat
over de kleinste deeltjes en de algemene relativiteitstheorie gaat over de allergrootste fenomenen in
het universum. Het bouwwerk van het universum is ongelofelijk complex, maar tegelijk zo robuust en
efficiënt en stabiel. Wetenschappers hebben veel algemene wetmatigheden zijn ontdekt, die de
levensvoorwaarden bepalen.. Veel verschijnselen kunnen wiskundig beschreven en met de theorieën
verklaard worden. Het universum ‘draait als een klok’ en het leven ‘gaat zijn eigen gang’. Het lijkt
alsof we met onze wetenschappelijke kennis een goede greep hebben gekregen op het bouwwerk
van het universum en van het leven op Aarde.

Is er wel behoefte aan aanvullende theorieën over ‘Affiniteit en’ over ‘Informatie’? Wij vinden van
wel. Het universum draait niet als een klok en het leven gaat helemaal niet zijn eigen gang. Niet
alleen roepen ‘the Unknown’ en de ‘Oerknal’ veel vragen op, ook de ontwikkeling van het universum
en het leven op arde roepen veel vragen op. Deze vragen gaan niet alleen over het begin: ‘hoe kon
het universum ontstaan?’. Maar ook over het nu: vb.: ’waarom kunnen wij de volgens veel mensen
belangrijkste dimensies van ons bestaan niet mee nemen in wetenschappelijke analyses?’. Voor de
mensheid is alles van waarde is weerloos zei Lucebert en waardeloos zei Achterberg. Daar zit veel
waarheid in.

Wij sluiten ons aan bij de opgave van de Franse filosoof Luc Ferry, die stelt dat het in onszelf is, in ons
denken of in ons voelen, dat de transcendentie van waarden zich manifesteert. Hij noemt als
belangrijkste waarden : de waarheid, de schoonheid, de gerechtigheid en de liefde. Allemaal zijn ze
fundamenteel transcendent voor het individu. En alle zijn ‘weerloos’ en ‘waardeloos’ in de
wetenschap.

Het probleem bij het aantonen van de werking van een ‘Affiniteitsveld’ en ook van een
‘Informatieveld’ is dat deze niet ‘materialistisch’ zijn. Er is geen materie waaraan gemeten, gekeken
of gerekend kan worden. Men kan de aanwezigheid van een dergelijke werking alleen indirect
verklaren. Exacte, reductionistische wetenschappers werken het liefst met toetsbare hypothesen,
welke zij afleiden van een meer algemene theorie. Dat is voor veel fenomenen, waaronder wij ook
Affiniteit en Informatie rekenen, niet mogelijk. Hier moet het wetenschappelijk onderzoek gebaseerd
zijn op inductieve methoden, waarbij op grond van specifieke waarnemingen algemene regels
worden opgesteld en uitgewerkt in een theorie. Voor de toetsing van hypothesen zal wellicht gebruik
gemaakt moeten worden van complexe analyses van Big Data.

Deductie speelt een centrale rol in de formele wetenschappen166 (waarin de empirie niet centraal
staat) zoals fysica, wiskunde en logica. Deductie speelt tevens een rol in de overige wetenschappen
wanneer een strikte bewijsvoering vereist is. Inductie is een argumentatie, of bewijstechniek die
geen logisch onontkoombare conclusie oplevert, maar een conclusie die aannemelijk is, die in
bepaalde mate ‘waarschijnlijk’ is. Het betreft vaak de afleiding van een algemene regel uit een
beperkte verzameling specifieke gevallen. Via inductie verkregen conclusies worden vaak
ondersteund met een statistische analyse. Een dergelijke statistiek lijkt in het geval van de werking
van Affiniteit of Informatie moeilijk op te stellen. Het zwaartepunt in de bewijsvoering zal in dit geval
moeten liggen op de overtuigingskracht van de argumenten. De inductieve methode moet voldoen
aan de eis van filosofische of epistemologische adequaatheid. Zij moet passen binnen een filosofisch
of logisch kader. Hiervoor heeft Karl Popper een formeel kader aangegeven nl. falsifieerbaarheid.

We bespreken in de volgende paragraaf 3.1 het logisch kader van de theorie van een Affiniteitsveld.

166
Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Deductie_versus_inductie

137
Affiniteit Korsmit juli 2018

In 3.2 werken we de opbouw van materie en organismen uit, in 3.3 op de theorie van het
Affiniteitsveld, in 3.4 geen wij indirecte aanwijzingen voor het bestaan van een Affiniteitsveld en
tenslotte in paragraaf 3.5 geven wij een falsificeerbare hypothesen.

Voor de duidelijkheid geven we hier een schema van de relaties tussen de drie velden:

Ontstaan van ons


Universum

Affiniteit

De drie velden in The Unknown De emergentie van ons universum uit de drie velden

Drie velden, drie inzichten, drie structuren


De situatie in en vanaf The Unknown kan worden benaderd vanuit een drietal fundamentele
inzichten:

-een materieel inzicht: alles wat is bestaat uit massa en energie, welke ten diepste zijn opgebouwd uit
elementaire deeltjes. Het Massa-Energieveld gaat uit van de kleinste deeltjes, de kwanta, welke de
structuur van alle materie bepalen. De kwantumtheorie geeft een beschrijving van de fysische
processen die plaatsvinden bij de opbouw van atomen, moleculen en materie. Ook al kan deze
theorie geen verklaring geven voor het bestaan van deze energie en massa, zij kan de
wetmatigheden van de elementaire deeltjes wel beschrijven en de processen verklaren. Op een
meer geaggregeerd niveau zijn de thermodynamica en de zwaartekrachttheorieën geschikt om de
macroprocessen m.b.t. massa-energie te beschrijven en verklaren. In Deel 1 is hiervan een schets
gegeven. Opgemerkt moet worden dat dit materiele inzicht vooral een wetenschappelijk inzicht is.
Dit inzicht: laat weinig ruimte voor alles wat niet gemeten en bewezen kan worden.

-een informatief inzicht: massa-energie evolueert in vele verschillende verschijningsvormen, welke


ook weer met elkaar interacteren. We zien dat er verschillende vormen zijn ontstaan om deze

138
Affiniteit Korsmit juli 2018

informatie vast te legen in en ‘historisch archief’. Voorbeelden zijn: kosmische straling, DNA,
mondelinge kennisoverdracht, boeken en bibliotheken, digitale systemen. Op kwantumniveau zijn
daarvoor ook mogelijkheden vb. de kwantumcomputer. De kwanta zijn perfect geschikt voor digitale
opslag en overdracht van data. Voor betekenisvolle informatie moet er altijd een decodering van de
data plaats vinden. In de digitale wereld gebeurt dit middels programmatuur. Pas na de decodering
kunnen we spreken van betekenisvolle informatie. De betekenisgeving is vaneen andere orde dan de
data en de informatiedrager voor deze data. Dat geldt waarschijnlijk voor alle vormen van ‘data’. Het
Informatieveld zouden we door de bril van de gebruikers van dit veld moeten bekijken, wellicht door
een materiële bril naar alle processen n het universum of door de bril van een organiserend principe.
De datadrager en het decoderingssysteem moet daarop worden afgesteld binnenhet Informatieveld.
Dit veld kan gebruik maken en ten dele geïntegreerd zijn binnen het Kwantumveld. Het kan ook een
functie hebben in de ontwikkeling van organismen. Vanwege de zeer diverse functies en is het
Informatievel daardoor vrij complex. In Deel 2 worden hiervan enige voorbeelden gegeven.

-een organisatorisch inzicht inzicht: het ontstaan van het universum en de werking van de natuur
lijken voornamelijk door het toeval bepaald te worden. Toch worden deze fysische processen mede
bepaald door bepaalde ‘strevingen’ zoals vb. een optimaal gebruik van beschikbare energie in de
opbouw van steeds complexere structuren. Een andere ‘streving’ is die naar harmonie, orde en
‘stabiliteit’. Deze streving’ benoemen als een vorm van ‘affiniteit’. Affiniteit zou daarbij gezien
kunnen worden als een gerichtheid in ‘hoe’ de algoritmen voor de vorming van steeds complexere
vormen van materie uit de beschikbare massa-energie worden opgesteld. Met deze algoritmen kan
betekenisvolle informatie ingezet worden om deze strevingen realiseren. Men zou daarin een
bepaalde doelgerichtheid kunnen zien, maar niet een doelgerichtheid, die op een bepaald doel of
resultaat is gericht. Het gaat daarbij niet om bepaalde doelen of structuren te realiseren, maar om de
evolutie naar steeds complexere, steeds energiezuiniger systemen te realiserent. Daarbij spelen
‘energetische efficiency’ bijvoorbeeld bij kristallen en de ontwikkeling van organismen een rol. In
Deel 2 zijn we hierop ingegaan. In dit Deel 3 proberen we een invulling van de werking van het
Affiniteitsveld te geven.

Elk van deze inzichten leidt naar een apart veld, , die samen een drie-eenheid vormen. Elk veld speelt
niet alleen een eigen rol, maar heeft ook een geheel eigen structuur en wetten. Het Kwantumveld
staat voor alle massa en energie in ons universum. De kwantumtheorie geeft een vrij algemeen
geaccepteerde theoretische basis voor dit veld. Het Informatieveld zorgt voor de nodige
procesinformatie en voor een vastlegging van belangrijke events in het universum. Het
Informatieveld is veelkoppig en vormt een uitdaging voor een verdere uitwerking. Het Affiniteitsveld
verschaft een onderliggend patroon voor de beïnvloeding van processen op kwantumniveau. Op
keuzemomenten met betrekking tot het realiseren van meer complexe, efficiëntere, stabielere
structuren wordt informatie ingebracht, welke die keuze kan beïnvloeden.

Het Kwantumveld167, 168

Het kwantumveld is ‘gevuld‘ met ‘kwanta’, welke de bouwstenen van alle massa en van de
energieoverdracht en uiteindelijk van alle materie zijn.

167

https://nl.wikipedia.org/wiki/Interpretatie_van_de_kwantummechanica#Bewustzijn_veroorzaakt_de_ineensto
rting
168
https://nl.wikibooks.org/wiki/In_mensentaal/Kwantummechanica

139
Affiniteit Korsmit juli 2018

Een kwantum is de kleinste, ondeelbare hoeveelheid van een grootheid, die bij een interactie
betrokken kan zijn, zoals vb. een foton (lichtkwantum). Al deze deeltjes hebben de eigenschap van
‘dualiteit’, dat betekent dat zij zowel als een golf en als een deeltje kunnen bestaan. In Deel 1 is dit
beschreven. Sommige deeltjes hebben een grote ‘massa’ zoals vb. het Higgs-deeltje, dat overigens
nog n is gevonden, maar alleen indirect is aangetoond. De subatomaire, elementaire deeltjes169
kunnen worden ingedeeld naar: -
-deeltjes met en heeltallige spin, de Bosonen: Foton, Gluon. W-boson, Z-boson, Higgsboson,
Graviton, Kaon Pion en Meson
- deeltjes met e halftallige spin, de Frmionen: Quark, Lepton, Neutrino, Elektron, Positron, Muon,
Tau, Proton, Neutron en Baryon
-deeltjes in de kern vn atomen, de Nucleonen zoals de protonen en neutronen, bevatten bijna de
gehele massa van het atoom.

Op de eigenschappen van deze elementaire deeltjes komen we in het verdere terug. Zij hebben ons
universum, onze aarde en onszelf gevormd in een langdurig proces met zeer vele ‘omvormingen’.
Het is goed te beseffen dat deze deeltjes ‘onverwoestbaar zijn’. We denken dat er bij al deze
omvormingen en vormingen geen doelgerichte ‘sturing’ aanwezig is. Zo wordt er steeds weer nieuwe
materie gevormd. In het voorgaande werd opgemerkt dat ‘bindingen’, met name
waterstofbindingen, een essentiële rol spelen in de opbouw van moleculen en materie en in het
realiseren van organische structuren en levende organismen. Daarbij wordt steeds efficiënter
gebruik maakt van energie, vaak gebruik makend van externe energie.

Vanuit ons menselijk standpunt lijkt het dat de natuur en wellicht ook de aarde en het universum een
‘geheugen’ heeft, dat bepaalde structuren uit het verleden worden behouden en ingepast in steeds
complexere structuren en systemen. . De kwantumtheorie geeft hier geen sluitend antwoord op.

De traditionele wetenschap kent aalleen het kwantumveld. Van ’t Hooft bijvoorbeeld ziet de
informatie binnen dit veld opgeslagen in de vorm van en hologram. Verlinde ziet informatie, of
eigenlijk: quantuminformatie, als de belangrijkste bouwsteen van de werkelijkheid, die in het
Kwantumveld ‘verankerd’ is en weerstand biedt tegen verplaatsing. Hij ziet de zwaartekrachta;s een
fenomeen, als de de prijs is die je moet betalen wanneer je informatie verplaatst. We denken dsaar
anders over en menen dat de opslag en overdracht van informatie plaats vindt in een ander veld, het
Informatieveld. Dit veld is nauw verbonden met het Kwantumveld, zodat de theorie van Verlinde een
aanvulling vereist.

Het Informatieveld
Onze hypothese is dat er een apart Informatieveld is, waarin de werkingen in het Kwantumveld
worden ‘opgeslagen’. Wij zien dit veld minder als een ‘informatiebank’, die vanuit elk punt in de
ruimte direct ‘bevraagbaar’ is, maar meer als een processor, die informatie aanlevert aan beide
andere veden.. Belangrijke verschillen met het Kwantumveld zijn: de snelheid van
informatieoverdracht (momentaan versus lichtsnelheid) en het materiele karakter (kwanta versus
nog onbekende informatie-eenheden, welke energetisch van aard zouden kunnen zijn). Binnen het
Informatieveld is de nodige informatie voor en over een bepaald proces op elk punt in de ruimte

169
https://nl.wikipedia.org/wiki/Atoom Hierin is een informatieve gesproken beschrijving van opbouw van
atomen en materie opgenomen.

140
Affiniteit Korsmit juli 2018

momentaan beschikbaar. Wellicht is bij de opslag en de ‘bevraging’ een soort van een holografisch
principe betrokken. Aangezien wij (nog) geen instrumentarium hebben om dit veld te onderzoeken,
zullen we het moeten doen met hypothesen. Het volgende is dan ook hypothetisch. We zijn ervan
overtuigd dat de The Unknown eigen en waarschijnlijk zeer effectieve manieren heeft voor het
verzamelen en opslaan van en het werken met ‘informatie’. Zelfs het begrip ‘informatie’ kunnen we
slechts in onze eigen syntax definiëren. We kennen de ‘taal van ons universum’ niet. Dat betekent
dat de werkelijkheid anders, waarschijnlijk veel effectiever is.

Belangrijke vragen zijn:


-hoe werkt het Informatieveld?
-voor welke doeleinden wordt deze informatie gebruikt?

Opslag en werking van informatie


In feite wordt er in het Informatieveld niet primair informatie opgeslagen. Het veld maakt gebruik
van de aanwezige informatie afkomstig van processen binnen ons universum op kwantumniveau.
Alle processen in het universum laten altijd sporen achter zoals ‘beelden’, energetische uitstralingen
en beïnvloedingen van ruimtelijke posities etc. Met geschikte meetapparatuur zijn deze waar te
nemen. De mensheid is in staat geweest dergelijke apparatuur te ontwikkelen en zo op macroniveau
een beeld te krijgen van ons universum en van de processen, welke zich hierin afspelen. Het
Informatieveld zou over geheel andere middelen kunnen beschikken om op kwantumniveau een
beeld te krijgen van de momentane situatie, welke steeds ook alle ‘sporen’ uit het verleden omvat,
en om deze te interpreteren in vb. ‘beelden’, energetische golven en ruimtelijke posities.
Deze sporen verwijderen zich met de lichtsnelheid van de bron. Het Informatieveld bevat niet alleen
informatie over de momentane situatie van het Kwantumveld in ons universum t, maar ook alle
‘sporen van events’, die in het Kwantumveld worden getrokken.
Binnen het Informatieveld kan vanuit elk punt en op elk moment de situatie in het kwantumveld, dus
ook ons universum of een levend wezen, worden geïnterpreteerd door vanuit dat punt en op dat
moment naar alle ‘processen en objecten’ te kijken. Als voorbeeld: een kernexplosie op aarde zou
sporen in de ruimte trekken, welke zich in alle richtingen met de lichtsnelheid voortplanten. Vanuit
elk punt in de ruimte kan deze explosie ‘gezien’ worden en kan het moment van de explosie bepaald
worden gegeven de positie van de waarnemer en de aarde. Met het vergroten van de afstand wordt
de meetnauwkeurigheid voor onze meetinstrumenten kleiner, maar dat zegt weinig over de wijze
waarop het Informatieveld werkt.
Daarbij roept zich de vraag op of alle informatie uiteindelijk wordt ‘opgeslagen’ vb. in een hologram
op de rand van ons universum , zoals van ’t Hooft meent. Wij menen dat alle informatie altijd
aanwezig blijft in het Informatieveld, zij het op een wijze die gebaseerd is op een ‘de sporen, die
events hebben achtergelaten’. In de loop der tijd zouden deze sporen kunnen ervagen en dus het
beeld kunnen vervagen. In hoeverre her en relatie is te eggen met het hologram van ’t Hooft weten
wij niet.
De verwerking van de informatie binnen het Informatieveld en ook de informatie-uitwisseling tussen
het Informatieveld en het Kwantumveld vindt momentaan plaats. Dit is ook noodzakelijk om op
kwantumniveau informatie momentaan te kunnen uitwisselen zoals vb. bij verstrengeling. Daarbij
wordt de ‘pijl van de tijd’ van Prigogine gerespecteerd: gevolgen zijn altijd het gevolg van oorzaken
en niet andersom. Op kwantumniveau heeft het Informatieveld momentaan toegang tot alle
informatie.

141
Affiniteit Korsmit juli 2018

In onze theorie gaat informatie nooit verloren, omdat de informatieverzameling binnen het
Informatieveld steeds gebruik maakt van de informatie over processen en van de ‘sporen’ die deze in
de tijdruimte trekken. Een vraag die veel wetenschappers bezighoudt is de vraag naar wat er met de
informatie gebeurt bij/in zwarte gaten. In onze theorie gaat er geen informatie verloren uit de
situatie voordat materie in het zwarte gat verdwijnt. Zodra de materie in het zwarte gat is verdwenen
houdt de informatieverschaffing en ook de vastlegging hiervan op dat niveau op. Informatie over het
zwarte gat zelf wordt wel in het Informatieveld ‘geregistreerd’.

Gebruik van informatie uit het Informatieveld

Wij zien het Informatieveld minder als ‘databank’ dan als een instrument om processen te
begeleiden of sturen. Daarbij denken we aan de opbouw van atomen en moleculen en vooral ook
aan de vorming van organische structuren. In Deel 2 hebben we gezien dat ‘bindingen’, met name
waterstofbindingen, een essentiële rol spelen in de opbouw van moleculen en materie en in het
realiseren van organische structuren en levende organismen. Daarbij wordt steeds efficiënter
gebruik maakt van energie, vaak ten koste van externe energie, die uiteindelijk na de levensloop
weer moet worden terug gegeven. Wij menen dat het Informatieveld daarbij een rol speelt.

De vraag is of het Informatieveld niet ook bepaalde krachtvelden, vb. de zwaartekracht en de electro-
magnetische kracht, omvat. Deze krachten worden anders dan de sterke en zwakke kernkracht, die
bepaald worden dor de structuur van het betrokken atoom/molecuul, door massa-energie van
‘buitenaf’, vb. in de voem van zwaartekrachtsvelden en elektromagnetische velden, bepaald. Als
deze krachtvelden onderdeel zijn van het Kwantumveld dan roept dat problemen op m.b.t. de
individualiteit van de elementaire deeltjes en hun conglomeraties in de vorm van atomen en
moleculen en het verlies hiervan door een externe beïnvloeding op een hoger schaalniveau zoals vb.
door materie en energiestromen.

Het Informatieveld heeft volgens ons nog een derde functie. Dit veld bevordert enerzijds de
ontwikkeling in de richting van een betere benutting van beschikbare energie. Zo zou het
Informatieveld momentaan en op kwantumniveau de nodige informatie kunnen aanreiken voor het
faciliteren van de werking van het Affiniteitsveld vb. bij het ontstaan van emergenties

Er zijn nog vele open vragen en onze drie-velden-hypothese zal theoretisch sterker onderbouwd
moeten worden. Als men het toeval de loop der geschiedenis zou laten bepalen was er weinig
behoefte aan een Informatieveld en wat dat betreft ook niet aan een Affiniteitsveld. Maar dat is niet
zo, het toeval wordt, volgens ons, beïnvloed, hoe spaarzaam dan ook. Dat begon al in de eerste
momenten van het bestaan van ons universum toen een perfecte symmetrie niet haalbaar bleek.
Later bleek dat uit de verschillende emergenties. Wij menen dat naast het toeval een actieve
werking vanuit The Unknown in de vorm van een Affiniteitsveld de ontwikkeling van ons universum
mede heeft bpaald.

Het Affiniteitsveld
Het Affiniteitsveld is ook een veld dat overal in de ruimte aanwezig is en dat verbonden is met zowel
het Kwantumveld als het Informatieveld. De structuur van dit veld is echter totaal anders. Dit veld
bestaat uit een verzameling van statische velden, die corresponderen met bepaalde

142
Affiniteit Korsmit juli 2018

kwantumprocessen. Vanuit het Informatieveld wordt momentaan de nodige informatie voor een
eventuele beïnvloeding van deze processen aangeleverd. Deze beïnvloeding vindt plaats op het
niveau van de interacties tussen kwanta. Daarbij wordt een energetische toetsing uitgevoerd met
behulp van een ‘affiniteitswaarde’. Afhankelijk van deze toetsing zal onder zeer specifieke
voorwaarden de kans op een bepaalde uitkomst van deze interactie al dan niet ‘versterkt’.

3.1 Logisch Kader voor Theorie over Affiniteit


We constateren dat er in de wetenschap een vrij brede kloof aanwezig is tussen de reductionistische
wetenschap en het meer holistische funderingsdenken170, dat zich baseert op uitspraken, die direct
voortvloeien uit waarnemingen. Daarbij gaat men uit van het bestaan van bepaalde
basisovertuigingen, die algemeen aanvaard zijn en geen rechtvaardiging behoeven. Men treft dit niet
alleen aan bij theologische en ideologische wetenschappers (sciëntisme), maar soms ook bij
reductionistische wetenschappers, die het sine qua non principe niet in acht nemen of die uitspraken
doen buiten het geldigheidsgebied van de theorie.

Uitzonderingen zijn de logica en de wiskunde, die hun ‘systeemgrenen’ helder formuleren en die op
een concrete wijze inzichten en verklaringen kunnen geven voor vaak zeer complexe en abstracte
problemen. Deze wetenschappen worden vaak gebruikt ter onderbouwing van zowel inductieve als
reductionistische theorieën. Beide soorten theorieën kunnen elkaar aanvullen. Wij menen dat er
met meer begrip veel minder spanningsvelden tussen deze soorten van theorieën zouden hoeven te
zijn. Maar Hoe anders ziet de werkelijkheid eruit! Een voorbeeld hiervan is het toenemende
spanningsveld tussen de Evolutietheorie van Darwin en vooral de uitwerking hiervan in het neo-of
universele Darwinisme en de meer holistische benadering van vb. deSynergy-theorie van Corning,
uitgewerkt in zijn boek Magic: Synergy in Evolution 171. De Evolutietheorie stelt het ‘toeval’ centraal
en Corning ziet daarbij ook een rol weggelegd voor affiniteit en een optimaal gebruik van
beschikbare energie.

Reductionistische context
Vaak wordt ervan uitgegaan dat ‘alles’ (materie, organismen, de geest) volledig wordt beheerst door
de natuurwetten. Anderson toonde in 1972 t aan dat men daarbij moet kijken aar het
organisatieniveau. De fundamentele natuurwetten met betrekking tot de elementaire deeltjes
worden bestudeerd door astrofysici, elementaire deeltjesfysici, wiskundigen en een aantal anderen
disciplines. Zij doen fundamenteel basisonderzoek. Op basis van dit onderzoek vindt er toegepast
onderzoek plaats door een veelheid aan disciplines

De grens van de kennis op het terrein van het fundamenteel onderzoek schuift steeds op, op afstand
gevolgd door het hierop gebaseerd toegepast onderzoek. Anderson merkt op dat fundamenteel
onderzoek zoekt naar de ‘kennis van de toekomst’ en dus grensverleggend is. Het toegepast

170
https://nl.wikipedia.org/wiki/Wetenschapsfilosofie#Inductie
171 Zie vb. recensie door Johan M.G. van der Dennen: https://www.rug.nl/research/portal/files/14631535/CORNING.pdf

143
Affiniteit Korsmit juli 2018

onderzoek maakt hiervan gebruik en loopt dus achter, toevallige ontdekkingen daargelaten. De grens
van ‘beschikbare kennis’ schuift op en beïnvloed de toegepaste wetenschappen, die soms pas na
decennia toepassingen vinden of ontwikkelen op basis van de kennis uit het fundamenteel
onderzoek. Veruit het meeste fundamentele onderzoek gaat over het onderzoek van de elementaire
deeltjes, dat in Deel 1 aan de orde is gekomen. .

Anderson levert kritiek op de visie van veel wetenschappers, die menen dat met reductionistische
hypothesen een leidraad zijn voor constructivistische theorieën. Dat vindt hij een misvatting, met
name daar waar het verschillende organisatie niveaus betreft: biologie is geen toegepaste chemie en
psychologie is geen toegepaste biologie. Het is niet zo dat het de kunst is om alles tot zijn meest
eenvoudige eenheden te reduceren om daarmee met de natuurwetten het universum, of een
organisme te kunnen reconstrueren. Dat is onmogelijk. We kunnen met de inzichten uit de
reductionistische wetenschap wel begrijpen hoe vb. materie is opgebouwd, maar we kunnen met die
inzichten zelf geen materie maken. Daar worstelt de toegepaste wetenschap mee, welke in Deel 2 bij
het bespreken van levende organismen op aarde aan de orde kwam.

Anderson werkt een concept uit de deeltjesfysica , dat van de ‘broken harmony’, diepgaand uit.
Volgens de wetten van de thermodynamica moet de symmetrie in vb. moleculen altijd gelijk blijven.
Als een systeem niet in evenwicht is zal dit transities doormaken om weer in evenwicht te komen.
Onder evenwicht wordt dan verstaan dat het systeem stabiel is vanuit verschillende standpunten of
gezichtspunten. Dat zou men harmonie kunnen noemen. Bij moleculen met veel atomen betekent
dat niet dat de interne structuur van dat molecuul ook symmetrisch is. Bij de echt grote moleculen
hoeven de wetten van de symmetrie niet te gelden, in feite doen ze dat gewoonlijk ook niet.
Anderson doelt daarbij op moleculen met vb. meer dan 400 atomen, die in levende organismen
voorkomen.

Anderson wijst erop dat onderzoekers zich dienen te realiseren, dat materie wiskundig scherp
afgebakende transities ondergaat, die in tegenspraak kunnen zijn met zowel de microscopische
symmetrie als met de microscopische bewegingsvergelijkingen. Voorbeelden zijn: vibraties van
lange-golven, macroscopische geleiding van supergeleiders, rigiditeit van kristalstructuren. Zoals
altijd zijn dit soort verschillen niet eenduidig, maar zij zijn in de meeste gevallen helder. Solid state
fysica, plasma fysica en wellicht ook biologie zijn toegepaste wetenschappen waar dit speelt.

Dat betekent niet dat het systeem in zijn totaliteit niet symmetrisch blijft in ruimte en tijd. Alleen
onderdelen van het totaalsysteem vinden het soms energetisch gunstiger om bepaalde vaste relaties
met elkaar te hebben. De symmetrie van het geheel stelt het geheel in staat om te reageren op
externe krachten zoals vb. energetische uitwisselingen.

De rol van ‘gebroken symmetrie’ in de eigenschappen van macroscopisch materiele lichamen is


bekend. We zien hoe het geheel niet alleen meer wordt dan de som der delen, maar dat het geheel
ook heel andere eigenschappen heeft dan deze delen. De volgende logische vraag is of een grotere
afbraak van fundamentele symmetrieën in ruimte en tijd mogelijk is en of er dan nieuwe fenomenen
opduiken, die intrinsiek afwijken van een ‘eenvoudige’ faseovergang naar een minder symmetrische
staat. Daarbij zou men kunnen kijken naar reguliere systemen, die informatie bevatten, zoals DNA,
een regel tekst of een film. Men zou dit kunnen zien als het ‘uitkristalliseren van informatie’, die
essentieel is voor het ‘leven’. We zullen moeten onderzoeken of er een relatie is tussen wat
Anderson faseovergangen noemt en wij emergenties en ook of die faseovergangen door affiniteit
worden beïnvloed.

144
Affiniteit Korsmit juli 2018

Anderson zet zijn zoektocht naar gebroken symmetrie voort op het terrein van de levende
organismen. Hij noemt het voorbeeld van het scheppen van orde in de tijd ofwel regulariteit of
periodiciteit, zoals bij theorieën over groei en over de beperking van groei en over het geheugen.
Regulariteit speelt op twee manieren een rol: als een methode om energie uit de omgeving te halen
om quasi stabiele processen te kunnen continueren, zoals oscillatoren en generatoren in vb. cellen,
en als een methode voor het omgaan met informatie, welke lijkt op ‘regulerende informatie’ in de
ruimte-tijd , in vb. de menselijke taal en zoals vb. binaire systemen op alle rekenmachines, die
werken op tijd-pulsen.

Men kan de ontwikkeling van elementaire deeltjes, atomen, moleculen, kristallijne materie zien als
puur gedetermineerd vanuit de fundamentele natuurwetten. Bij de ontwikkeling van organische,
functionele structuren kan men hier een teleologische betekenis aan geven. Deze overgang in de
hiërarchie van gebroken symmetrie ligt ergens tussen kristallisatie en ‘informatie in snaren’. De
volgende overgang of fase in de hiërarchie zou kunnen zijn: de specialisatie van functies. Anderson
suggereert dat er een moment komt of al gepasseerd is dat we niet meer moeten praten over de
afnemende symmetrie maar over de groei van complexiteit. We zullen structureel-functionele
structuren in een teleologische betekenis als onderdeel van de hiërarchie van gebroken symmetrieën
moeten leren te beschouwen. Allereerst als een mogelijke tussenstap tussen kristallisatie en
informatieketens en later wellicht ,collectief bewustzijn. Hier komt Anderson dicht in de buurt van
het bestaan van een ‘Informatieveld’, dat wij vanuit The Unknown zien emergeren tijdens de
Oerknal.

Er zou fundamenteel onderzoek gedaan moeten worden naar deze zaken. Anderson verwacht daar
fascinerende zaken tegen te komen bij het in elkaar passen van de minder complexe stukken in meer
complexe stukken in elke fase, bij elke overgang naar een complexer, hoger niveau. Hij verwacht
daarbij bij elke faseovergang/niveauverandering nieuwe gedragsregels te ontdekken. Op zijn
onderzoeksveld van de many-body theorie is er wellicht een bruikbare parallel te trekken tussen de
manieren waarop complexiteit ontstaat in de ontwikkeling van many-body moleculen naar
scheikundige processen en producten en de manier waarop deze verschijnen in complexe culturele,
biologische systemen. Hij merkt op dat deze relaties tussen de delen en de samenstellende delen
altijd, intellectueel gezien, eenrichting verkeer zijn. De analyse is niet omkeerbaar in een synthetisch
proces. Onderzoek naar vb. de menselijke ethologie en DNA en de hele keten terug van DNA naar de
kwantum elektrodynamica zou kunnen aantonen dat elk niveau een heel eigen conceptuele
structuur vereist. Deze inzichten waren bepalend voor de structuur van het bouwwerk dat hiervoor
in schemavorm is gepresenteerd.

De reductionistische hypothese valt uiteen wanneer deze geconfronteerd wordt met de


moeilijkheden van schaal en complexiteit. Het gedrag van grote, complex-geaggregeerde
elementaire deeltjes, zo blijkt, moet niet begrepen worden in termen van een eenvoudige
extrapolatie van eigenschappen van een paar elementaire deeltjes. Integendeel, op elk niveau zijn er
volledig andere eigenschappen Het begrijpen van dat specifieke gedrag vereist onderzoek dat van
nature even fundamenteel is dan het onderzoek naar elementaire deeltjes. Dat betekent dat men
wetenschap in een slagorde kan opstellen, ruwweg volgens de hiërarchie: elementaire systemen,
deeltjes, materie, organismen en bewustzijn.

Onze verkenning heeft een groot aantal onderzoeken opgeleverd, die in de lijn van Anderson verder
werken zoals vb. Corning en , Tesso. We zoeken naar aanknopingspunten tussen hun inzichten en
wat wij benoemen als de ‘werking van Affiniteit’. Wij gaan het logisch kader verder verdiepen door

145
Affiniteit Korsmit juli 2018

eerst het begrippen ‘symmetrie’ en ‘negentropie’ te bespreken en vervolgens de ‘holistische


context’, waarin wij ‘Affiniteit’ beter kunne duiden.

Symmetrie
In de natuurkunde en de wiskunde zijn symmetrieën heel belangrijk. Voor velen is symmetrie een
vanzelfsprekend begrip. Onze hersenen zijn namelijk goed in het herkennen van patronen, en we
kunnen snel beoordelen wanneer iets symmetrisch is of niet. Dijkgraaf vertelt in zijn college voor
DWDD dat symmetrie in het dagelijks leven overal om ons heen aanwezig is. In de eerste plaats in de
wiskunde, maar ook in de natuur, kunst, architectuur en in de muziek. Volgens Dijkgraaf houden
mensen van de schoonheid, rust en kracht die van symmetrie uit gaat. Daarnaast is het een
essentieel principe in de natuurkunde. Symmetrie vormt vaak de basis voor een versimpeling van een
natuurkundig of wiskundig probleem. Hier wordt een directe link gelegd tussen en ‘waarde’, houden
van, en een te determineren natuurfenomeen, een aantal symmetrieën in een ‘object’.

Theoretisch gezien is een symmetrie een transformatie van een object, die het object onveranderd
laat. Een symmetrie laat een bepaald kenmerk van een systeem bij een willekeurige verandering
onveranderd. Als voorbeeld kan men kijken naar een vierkant. Een vierkant kan men om het
middelpunt over een hoek van 90 graden draaien zonder dat het vierkant verandert. Maar ook als je
een spiegel op een diagonaal van het vierkant zet en erboven, blijft het vierkant hetzelfde als je in de
spiegel kijkt. De transformaties zijn in dit geval een rotatie over 90 graden en de spiegelingen in de
diagonaal. In totaal kan men dan 8 symmetrische transformaties maken.

Op het niveau van het universum willen we het niet over de ‘heilige symmetrie ’met zijn universele
wetten en hebben, maar over vragen als ‘waarom de aarde een bol is’ en’ het melkwegstelstel plat
is’, als de zwaartekracht geen voorkeursrichting heeft? Moeten er vanuit het gegeven dat de
zwaartekracht alom tegenwoordig is niet meer symmetrieën zijn in het heelal? Een andere vraag
heeft betrekking op de CP-symmetrie172, welke veronderstelt dat in het universum materie zich
helemaal hetzelfde gedraagt als antimaterie. Als die symmetrie niet altijd opgaat, verklaart dat
waarom het heelal tjokvol materie zit. In het universum wordt geen antimaterie aangetroffen. De CP-
symmetrie wordt geschonden door deeltjes genaamd mesonen, die bestaan uit een quark en een
antiquark. ‘Maar de invloed hiervan is niet voldoende om de enorme onbalans in het universum te
verklaren’, zegt Neri betrokken bij het LHCb experiment bij CERN. Het blijkt dat zware baryonen, een
deeltjessoort waaronder ook neutronen en protonen vallen, verschillen in het verval van hun
antimateriële tegenhangers. Ook baryonen spelen volgens Merk , die is verbonden aan het
onderzoeksinstituut Nikhef in Amsterdam, en betrokken bij het LHCb-experiment, spelen een rol bij
de CP-schending.

172
‘In deeltjesfysica is de CP-symmetrie de symmetrie onder zowel een pariteit- als ladingtransformatie. De C komt van charge (lading), de
P van pariteit. Een diagram dat de werking van CP aantoont : CP bewerkstelligt een omkering van de ruimtelijke assen en maakt van
deeltjes antideeltjes. Hier wordt een elektron met een positief spinkwantumgetal omgevormd tot positron met een negatief
spinkwantumgetal Men dacht dat de combinatie van de twee afzonderlijke symmetrieën een behouden symmetrie zou opleveren, de CP-
symmetrie.’ Zie Wiki: https://nl.wikipedia.org/wiki/CP-symmetrie

146
Affiniteit Korsmit juli 2018

Entropie en negentropie
Entropie is een belangrijk begrip in de Thermodynamica. Het is op het fundamenteelste niveau een
maat voor de wanorde of de ontaarding in een systeem, of liever de waarschijnlijkheid, als het aantal
mogelijke moleculaire configuraties van een macroscopische toestand (in termen van
macroscopische grootheden als druk, temperatuur, etc.) gedeeld door het totale aantal mogelijke
moleculaire configuraties. Een toestand waarin macroscopische grootheden als druk en temperatuur
ongelijk verdeeld zijn over een volume heeft in het algemeen veel minder realisatiemogelijkheden
dan één met een gelijkmatige verdeling. De ongelijke verdeling van macroscopische grootheden in
een geïsoleerd systeem (dat wil zeggen met een vast volume, zonder dat er energie in of uit kan)
neigt dus op statistische gronden tot afvlakken van die ongelijkmatigheden. Een formele manier om
dit uit te drukken is de tweede wet van de thermodynamica. Dat streven naar afvlakking werd
aangeduid met het begrip ‘entropie’ door Rudolf Clausius.

Het begrip entropieverandering is oorspronkelijk (in het begin van de 19e eeuw) niet op moleculair-
statistische, maar op macroscopische schaal gedefinieerd als de hoeveelheid warmte, die wordt
toegevoerd bij een reversibel proces gedeeld door de absolute temperatuur waarbij dat proces
plaats heeft. Het bijzondere aan entropie is dat deze een toestandsfunctie is. De totale verandering
van de entropie hangt alleen af van de begin- en eindtoestand. Bij een kringproces is dit dus altijd
gelijk aan nul. Door de waarde van de entropie bij het absolute nulpunt van 0 graden Kelvin op nul
te stellen zou een absolute entropie173 kunnen worden gedefinieerd.

Als warme en koude materie met elkaar in contact gebracht worden binnen een geïsoleerd systeem,
stroomt warmte spontaan van de warme naar de koude materie en de entropie van de warme
materie neemt minder af dan die van de koude materie toeneemt, zodat de totale entropie van het
geïsoleerde systeem toeneemt, net zo lang tot de temperatuur overal in het systeem hetzelfde is.
Het geïsoleerde systeem is dan in evenwicht en de entropie heeft het bijbehorende maximum voor
dat geïsoleerde systeem bereikt.

Fred Verbruggen stelt dat de opvatting dat entropie staat voor wanorde een misverstand is. Entropie
is de onzekerheid van de ‘coarse grained’ macrotoestand, welke neerkomt op het minimumaantal
bits dat een systeem (informatietoestand) volledig beschrijft. Toename van entropie volgens de
tweede hoofdwet van de Thermodynamica wordt teniet gedaan door het verstrengeld raken van
kwantumdeeltjes. In ons universum ligt zo toch alles ordelijk vast volgens symmetrische
natuurwetten. Wat zich daarbuiten afspeelt, is niet toegankelijk voor wetenschappelijke
waarneming. Het is zinloos hierover te speculeren.

Verbruggen, wetenschapper in de fysische geografie en informatica, introduceert zijn denkmodel


over de 'informatietoestand'. Hij wil met zijn opvatting over entropie de Digitale Kloof te helpen
overbruggen middels een project ‘Infostates: Bridging Strategy’. Hij wil daarmee samenvatten wat
entropie ons volgens huidige natuurkunde vertelt over de aard van de werkelijkheid. Zijn conclusie:

‘Er ligt in het leven geen negatieve entropie als ‘syntropie’ of ‘extropie’ opgeslagen; wel heeft
verstrengeling een negatief effect op de entropiebalans. ‘Vrije energie’ uit een perpetuum
mobile kan niet worden gecreëerd. El kan ‘vrije’ Helmholtz- en Gibbsenergie onderdeel zijn
van de energiebalans. Meer wanorde is geen natuurwet; wel levert de informatietoestand

173
De derde wet van de thermodynamica is een van de vier centrale wetten uit de thermodynamica. Deze wet stelt dat bij het benaderen
van het absolute nulpunt van de temperatuur (bij −273,15 °C of 0 K) alle processen tot stilstand komen en de entropie een
minimumwaarde bereikt. Bij het absolute nulpunt kunnen atomen niet meer bewegen, zodat alle processen tot stilstand komen. Zie Wuki:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Derde_wet_van_de_thermodynamica

147
Affiniteit Korsmit juli 2018

lokaal altijd een toename van onzekerheid van systeem plus omgeving. Wij zijn geen
simulaties in iemands quantumcomputer; wel rekent de natuur alles zodanig uit, dat wij
inmiddels verstrengeling voor QC-geschikte algoritmen inzetten (een vorm van adaptieve
creatie vanuit aangeleerde fysische intuïtie). Ik vind het verstandig om onze identiteit niet
esoterisch te baseren op geloof in creatie door goden (ook al zijn we ons bewust van de eigen
sterfelijkheid) of ‘vrije wil’ (ook al zijn we ons bewust van het eigen gedrag). Ik kies exoterisch
voor een ‘bewust vrijwillig zelf’, met (trans)humane betekenisgeving door ethische en
esthetische vertaling van concrete dingen naar abstracties. Het appreciëren van imperfecties
maakt ons menselijk en van abstracties medemenselijk: in plaats van opblazen en
veroordelen van verschillen, zorgt abstraheren voor inzien en waarderen van
overeenkomsten; en dit reikt voorbij de mens.

Ontwikkeling van heelal, evolutie van leven, verandering van cultuur en voortschrijding van
technologie kennen op tal van gebieden een (vaak recursief) exponentieel verloop dat wordt
begrensd door de beschikbaarheid van resources. Artificiële Intelligentie (AI) en Quantum
Computing (QC) nemen nu exponentieel in belang toe en zullen de mensheid ingrijpend
veranderen - en vermoedelijk spoedig overschaduwen. Er zijn in het immens grote
multiversum ongetwijfeld vele vormen van leven en technologie waar wij geen weet van
hebben, maar er is ook de kans dat alleen wij en onze nakomelingen de ‘aliens’ zijn die
(ondanks de versnelde uitdijing van het heelal) waarneembaar blijven binnen ons cluster van
sterrenstelsels. Binnen ons heelal vormt de mensheid zo misschien de eenzame schakel
naar geheel nieuwe vormen van intelligent gedrag. Deze snelle transhumane ontwikkeling is
op zichzelf niet gevaarlijk; zij biedt juist ongekende mogelijkheden. Niettemin bestaat er wel
het serieuze gevaar, dat zij slechts in het voordeel werkt van een paar mensen ten koste van
de rest van de bevolking. De al bestaande tweedeling en Digitale Kloof groeit ook
exponentieel en sommige idioten of machtigen der aarde zullen - als zij binnenkort daartoe
de kans krijgen - ons aan een foute universele intelligentie willen onderwerpen. Een daaruit
ontstane superintelligentie zal dan weldra het heft in eigen hand nemen op basis van
inhumane algoritmen. Op plaatsen met een diepe kloof, waardoor de adaptatie geen gelijke
tred houdt met een explosieve bevolkingsgroei, dient kunstmatige intelligentie nu al alleen
de belangen van een paar industriëlen. Hier zijn de voortekenen van wat de meeste mensen
te wachten staat zichtbaar in de vorm van werkloosheid, armoede en stress. Samen met een
rigide arbeidsmoraal en veel incompetentie vergroten zij de kansen op destabilisatie,
(kern)oorlog en terreur. Vernietiging van mens, natuur, klimaat en milieu is zo dichterbij dan
ooit. En dat terwijl de nieuwe technologie in het voordeel van iedereen kan worden
aangewend!

Een humane overbruggingsstrategie, die de groei van de tweedeling bestrijdt, is mogelijk en


urgent. Uitgangspunt is wat mij betreft de gelijkwaardigheid van alle mensen. De snelle
veranderingen dienen ten goede te komen aan iedereen. Nieuwe solidariteit is gewenst. Hier
is moed voor nodig. Het wordt op korte termijn noodzakelijk om mensen - mondiaal en
onvoorwaardelijk - voldoende hoog basisinkomen te verschaffen. Beleving van absolute
identiteit (in plaats van een ‘bewust vrijwillig zelf’) vormt echter helaas een struikelblok voor
de geëigende mate van adaptiviteit, vertrouwen en coherentie om de samenleving meer
solidair te maken. Thans maken inhalige ondernemers, gladde politici en gehaaide criminelen
- via o.a. marketing, ‘nudging’ en bedrog - misbruik van onwetendheid en angst bij hen die de
reële gevaren niet zien. Vanzelfsprekend zijn mensen verre van gelijk, maar juist
geïnformeerd worden over de werkelijkheid is voor iedereen het beste. Blootlegging van

148
Affiniteit Korsmit juli 2018

ware motieven, bestrijding van mysticisme en onderwijs (ook in digitale geletterdheid) aan
brede lagen van de bevolking bieden nieuw perspectief op een liefdevolle samenleving. De
overgrote meerderheid van de mensheid is van goede wil, leeft het liefst in harmonie en
creëert graag een sociale orde. Dit kan goed met ‘bewust vrijwillig zelf’ opgelegde
verantwoordelijkheden.

Hoe de overbruggingsstrategie precies vorm moet krijgen om het beoogde resultaat op te


leveren, weet men nog niet. Ik vind het Future of Life instituut van o.a. Max Tegmark heel erg
nuttig en ben pro deo begeleider van een denktank voor mensen die zich in de hier
besproken materie verdiepen om een succesvolle overbruggingsstrategie uit te werken. Mijn
initiatief heet Infostates: Bridging Strategy. Is jouw interesse gewekt en wil je meedoen,
neem dan contact met mij op via ‘freddyVerbruggen.nl .’

Hiermee geeft Verbruggen een aantal handvaten voor de uitwerking van in Deel 2 genoemde
problemen, waarvoor de mensheid de zich momenteel geplaatst ziet.

Negentropie , negatieve entropie, is de entropie die een organisme exporteert om zijn eigen
entropieniveau laag te houden. Negentropie is een centraal begrip in de theorie van entropie en
leven. Het begrip negatieve entropie werd in 1943 voor het eerst gebruikt door Erwin Schrödinger in
zijn boek What Is Life? Later werd deze term door Léon Nicolas Brillouin verkort tot negentropie, om
de negatieve connotatie weg te nemen. In 1974 stelde Albert Szent-Györgyi de term syntropie voor,
maar uiteindelijk is negentropie de meest populaire benaming gebleven.

De causale tijd regeert in verspreidende, uiteengaande systemen174, bijvoorbeeld ons uitdijend


heelal. Daar heerst entropie, alles valt uiteen. Een glas valt altijd kapot, nooit heel. De tijd gaat
vooruit, van het verleden naar de toekomst. Aks tegenhanger ziet men de De retrocausale tijd, die
regeert in verdichtende, samenvallende systemen, bijvoorbeeld Zwarte Gaten. Daar gaan gevolgen
vooraf aan oorzaken. Daar heerst negentropie; de ‘dingen’ worden heel. De tijd loopt terug, gaat van
de toekomst naar het verleden. Men onderscheidt ook een upercausale tijd: hier is een balans
tussen uiteengaande en samenvallende krachten. Verleden, heden en toekomst zijn tegelijk
aanwezig: een eeuwig nu.

Wij zien een relatie tussen affiniteit en negentropie, maar niet in de context van de retrocausale tijd
maar eerder in de context van de supercausale tijd.

Holistische context
Het logische kader bij de wetenschappelijke analyse van ‘de werking van Affiniteit’ past om meerdere
redenen eerder in een holistische context, dan in een reductionistische context:
-de werking van Affiniteit richt zich meer op ‘orde scheppen’,’ heel maken’, ‘constructie’ dan
op ‘opsplitsing, ’reductie ‘
-de werking van Affiniteit kan alleen indirect worden waargenomen, zoals dat ook het geval
is bij vb. gevoelens, waarden, doelen
- Affiniteit kent geen dimensies van ruimte, tijd, massa of energie, waaraan gemeten kan
worden.

174
Rem Coekkers, Zie : https://remcoekkers.wordpress.com/tag/syntropie/

149
Affiniteit Korsmit juli 2018

Zoals wij in het voorgaande herhaaldelijk hebben aangegeven bestaat er volgens ons naast de
werkingen van massa-energie en de natuurkrachten ook een richtinggevende werking. Wij zien deze
werking als een streven naar ‘ordening’, ‘harmonie’, ‘heelheid’. De uitdaging voor deze studie is om
hiervoor een logisch kader te scheppen.

De werking van het Affiniteitsveld is gericht op keuzemomenten in de vorming van materie en


organismen. Dergelijke keuzemomenten doen zich steeds voor bij de ‘opbouw’ van vb. atomen,
moleculen en cellen. Deze opbouw is niet volledig gedetermineerd. Afwijkingen komen voor door
andere bindingen van elementaire deeltjes vb. door ionisatie van atomen en bij moleculen door
waterstofbindingen.

Alhoewel we de werking van Affiniteit kunnen afleiden uit processen in de natuur kunnen, de
aanknopinspunten voor deze werking kunnen naar onze mening het best onderzocht worden op
kwantumniveau, waar de opbouw van atomen en moleculen uit de elementaire deeltjes bestudeerd
kan worden. Maar ook bij hogere organisatieniveaus zien we deze in de vorming van vb. kristallen,
cellen en organismen. Men zou kunnen onderzoeken op basis van de kwantummechanica of het
toeval de opbouw van organismen kan verklaren. Veel wetenschappers zettendaar vraagtekens bij,
zoals in Deel 2 is opgemerkt:
-kan het ‘toeval’ statistisch gezien deze zeer complex ontwikkelingen verklaren?
-waarom is er een ontwikkeling in de tijd naar steeds meer complexiteit en ordening en niet
omgekeerd?

De theorie van het Affiniteitsveld is volgens ons een aanvulling op de Evolutietheorie. Het
Affiniteitsveld helpt daarbij het ‘toeval’: het vergroot de kans op de ‘g binding’ , waardoor
organismen steeds efficiënter met energie en informatie175 omgaan en waardoor zij beter
georganiseerd raken176.

Vanuit deze optiek werken we de belangrijkste elementen van de theorie van het logisch kader m.b.t.
de werking van een Affiniteitsveld verder uit.

3.1.1 Elementen van de Theorie

Affiniteit
In Deel 1 en 2 hebben we Affiniteit geduid als een streven naar orde en ordening, naar harmonie en
naar heelheid. We hebben een relatie gelegd met de werking van negentropie en daarbij gewezen op
de invloed van de werking van Affiniteit vb. in:
- de overgang van de aggregatietoestand in kristallijne materialen van ongeordend naar
geordende kristallen, waarin de atomen en/of moleculen in een ‘rooster’ in 2 of 3 dimensies
geordend en ‘vastgelegd’ zijn.
- de werking, welke anorganische moleculen tot een organisme maakt.

175
We gaan in deze studie niet in op het ‘Informatieveld’, maar zien dit wel als een serieuze theorie.
176 Verwezen wordt naar het onderzoek van Thornton, Corning, kauffman,

150
Affiniteit Korsmit juli 2018

Natuurlijk is Affiniteit daarbij niet de enige invloed factor, maar het is wel een noodzakelijke
voorwaarde. Mineralen kunnen een bron zijn voor het onderzoek naar de werking van Affiniteit. Zo is
er vb. in 1969 een meteoriet gevonden is op Antarctica. Deze is onderzocht door een team
internationale wetenschappers, die met behulp van een transmissie-elektronenmicroscoop van NASA
een tot nu toe onbekend mineraal vonden. Het nano-mineraal, dat louter uit zwavel- en titanium-
atomen bestaat. Dit kristal werd wassoniet genoemd, naar de Amerikaanse meteorietendeskundige
John Wasson. Onderzoek naar de omstandigheden, waaronder dit mineraal kon ontstaan, kan
inzicht geven in de kracht en invloed van ‘werkingen’ op verschillende plaatsen in het universum.

Affiniteitsveld
In de moderne natuurkunde vormen ‘velden’ een fundamenteler niveau dan elementaire deeltjes.
Krachtvelden vormen de basis van de materiële wereld. Maxwell toonde al in 1864 aan dat
krachtvelden gezien moeten worden als zelfstandige fysische verschijnselen, die als krachtgolven
waargenomen kunnen worden en die veroorzaakt worden door ‘veldbronnen’. Deze velden kunnen
soms ‘samensmelten, zoals vb. het elektrische en het magnetische veld samen een
elektromagnetisch veld vormen, dat zich voortplant door de lege ruimte als elektromagnetische
stralingsgolven zoals vb. licht.

Er is niets wat in de weg staat van eenzelfde inzicht, dat een ‘Affiniteitsveld’177 de basis vormt van
een ordenende werking, die overal en altijd in het universum aanwezig is. Krachtvelden kunnen
beschreven worden in theoretische en wiskundige termen en bemeten worden met velerlei
apparatuur. Dit alles is met het Affiniteitsveld(nog) niet mogelijk. Er zijn in de wetenschappelijk
literatuur veel voorbeelden te vinden van velden-theorieën over immateriële zaken. Voorbeelden
zijn het Morfogenetisch Veld178, Kosmische of Universele veld179 en de vele Antropische scenario’s
180
. Wij refereren naar deze theorieën om aan te tonen dat er wetenschappers zijn die, die los van de
discussie over het spanningsveld tussen geloof en wetenschap serieus op zoek zijn naar verklaringen
van immateriële processen.

We gaan in deze studie niet verder in op deze theorieën behalve op het Nulpuntveld, waarnaar vaak
wordt verwezen. In dit veld zou volgens sommigen een bijna oneindige hoeveelheid energie
aanwezig zijn. Wij zien dit veld vooral als een informatiedrager, waarin ‘events’ in het universum
vastgelegd worden. Dit veld wordt door sommige wetenschappers vanuit een holistisch perspectief
beschreven. Zelfs Einstein maakte hiervan gewag. De omschrijving van een Nulpuntveld is niet
eenduidig en er zijn veel verschillende interpretaties van wat dit veld ‘bevat’.

Volgens Einstein zou er een Nulpuntveld moeten zijn, dat hij ‘Het Veld’ noemde en waarvan hij zei
dat ‘dat de enige realiteit is’. Hij zei het nog kernachtiger: ‘Ruimte en tijd zijn niet de omstandigheden
waarin wij leven, maar manieren waarop wij denken.’

177
Daarbij zien we ook de mogelijkheid, naast het ;Affiniteitsveld, van het bestaan van een ‘Informatieveld’.
178
Zie o.a. . https://www.nemokennislink.nl/publicaties/discussie-over-intelligent-design-en-evolutietheorie/ of
;https://www.ninefornews.nl/morfogenetisch-veld-telepathische-verbinding-in-het-universum/
179
Zie en https://www.daishadewijs.nl/onzichtbare-verbintenissen-deel-8-het-kosmische-of-universele-veld/
180 Zie o.af http://www.ascensie.nl/ARPS.htm

151
Affiniteit Korsmit juli 2018

McTaggart ondersteunt deze opvatting :

‘Het Nulpuntveld bevat de blauwdruk van ons bestaan. Alles en iedereen is met elkaar
verbonden door middel van dit veld, waarin alle informatie van alle tijden zou zijn
opgeslagen. Uiteindelijk kun je alles – van mensen tot materie – terugvoeren op een
verzameling van elektrische ladingen, die voortdurend in contact staan met deze oneindige
zee van energie. Het veld is de alfa en omega van ons bestaan.’

Alexander Gurwitsch veronderstelde in 1922 dat 'morfogenetische velden' voor de ontwikkeling van
natuurlijke systemen zorgen. Morfogenese is het ontwikkelingsproces van complexe biologische
vormen uit veel eenvoudiger structuren. Bohm en Sheldrake spreken over onzichtbare,
organiserende velden, die daarbij actief betrokken zijn via 'morfische resonantie'.

Corning spreekt niet over een Nulpuntveld maar schetst een dergelijk veld wel in termen van het
passende paradigma voor het theoretiseren over de rol van energie en informatie in biologische
processen. Het verklaart het verschil tussen de gedetermineerde orde van de klassieke fysica, en de
geïnformeerde functionele organisatie, die levende systemen kenmerken.

Al deze theorieën missen een wetenschappelijke, reductionistische onderbouwing. Daarom worden


deze door de meeste wetenschappers ingedeeld bij de metafysische verklaringen van ons universum
en de natuur, zij worden buiten beschouwing gelaten in hun onderzoek. We willen trachten dit
dilemma open te breken en een verklaringsgrond te vinden voor het bestaan van een Nulpuntveld,
waarin wij de kenmerken van een Informatieveld en een Affiniteitsveld herkennen. Wij hopen dat
ook reductionistische wetenschappers hierin aanknopingspunten kunnen vinden om bepaalde
fysische en organische processen te onderzoeken op de mogelijkheid van het onder bepaalde
omstandigheden optreden van anderszins onverklaarbare ‘voorkeursrichtingen’ in de ordening van
materie en organismen. Wellicht dat onderzoek met gebruik van Big Data, waarbij bestaande
databestanden gekoppeld kunnen worden, waardoor met behulp van correlaties en door
dataficatie181 verkennend onderzoek mogelijk is. Uit dergelijk verkennend onderzoek zouden
aanwijzingen voor het bestaan van Affiniteit kunnen worden gevonden, welke niet alleen door de
werking van het toeval verklaard kunnen worden. Daarbij denken wij aan databestanden van
Wageningen University & Research (WUR) en veredelingsbedrijven voor dataficatie van genetische
veranderingen. Ook de databestanden van neurologisch en genetisch onderzoek in vb. ziekenhuizen
zouden in aanmerking voor dataficatie kunnen komen voor onderzoek naar genetische en
neurologische processen bij mensen. Maar ook de databestanden van de NASA kunnen met
dataficatie doorzocht worden in vb. naar het onderzoek naar clustervorming in het universum. De
grootste databron ter wereld van Google kan welke wellicht ingezet kan worden om met dataficatie
evolutionaire processen te onderzoeken en nog onvoorziene verbanden te ontdekken.. In al deze
voorbeelden zou onderzoek in een breder kader mogelijk zijn en zouden wellicht verbanden op een
hoger niveau ‘ontdekt’ worden. Deze zouden dan aanleiding kunnen zijn om theorieën bij te stellen
of te ontwikkelen.

In tegenstelling tot de ‘krachtgolven’ in ‘krachtvelden’ brengen ‘Affiniteitsgolven’ geen ‘kracht’ over,


maar een ‘streven naar ordening’ in het ontstaan van structuren en organismen. Affiniteit kan de
fysische eigenschappen van de elementaire deeltjes niet veranderen. Zij kan slechts de ‘voorkeuren’

181Dataficatie wordt in De Data Revolutie omschreven als: het gebruik van gedigitaliseerde data uit zeer verschillende databestanden,
welke zijn gemaakt vanuit zeer verschillenden doelstellingen en invalshoeken. Deze data worden ‘doorgelicht’ met het oog gericht op een
bepaald verschijnsel, object of gebeuren. Vanuit deze optiek worden dat vervolgens geanalyseerd m.b.v. wiskundige analyses vb.
correlatieanalyse, trendanalyse of middels tekstanalyse .

152
Affiniteit Korsmit juli 2018

voor het aangaan van ‘bindingen’ (affiniteit) met andere deeltjes middels vb. waterstofbruggen
beïnvloeden. Op deze wijze kan door de werking van het Affiniteitsveld negentropie ontstaan, een
werking die ‘ordening’ in de materie aanbrengt. Dit manifesteert zich, zoals we verderop uitwerken,
in de ‘bindingen’ op kwantumniveau. Het Affiniteitsveld is is overal en altijd in de kosmos aanwezig
geweest en de werking is momentaan op elk punt in de ruimte. In tegenstelling tot het Nulpunt- of
Informatieveld is het onveranderlijk.

Materie bestaat ten diepste uit eelementaire deeltjes, de quanten, kwantumdeeltjes, en


elementaire deeltjes, die zich verbinden in atomen en moleculen. De bindingskrachten op het niveau
van de elementaire deeltjes binnen atomen zijn de sterke en zwakke kernkracht. Op het niveau van
de binding van atomen binnen moleculen zijn dat de Vanderwaalsbinding, een zwakke
intermoleculaire binding, en de dipool-dipool krachten. Bij de binding van atomen binnen moleculen
komt bindingsenergie vrij. Om deze binding te verbreken is energie nodig. De sterkte van de
verbinding wordt bindingssterkte182 genoemd.

Bij de binding van moleculen binnen organismen spelen waterstofbindingen een grote rol. Een
waterstofbrug is een aantrekkingskracht tussen een sterk elektronegatief atoom van het ene
molecuul en een zure waterstofbinding van een ander molecuul. Deze bindingen zijn voor de werking
van Affiniteit wellicht een belangrijk aangrijppunt. Hierop komen we onder 3.1.2 bij de beschrijving
van de bouwstenen van het het universum en van het leven op aarde terug.

Wij worden gesterkt in onze theorie van het Affiniteitsveld door het werk van David Bohm183(1971-
1992), die ontdekte dat zodra elektronen zich in een plasma bevinden, ze zich niet langer gedragen
als individuen maar zich gingen gedragen alsof ze een deel van een groter en onderling verbonden
geheel waren. Schijnbaar toevallige bewegingen van individuele elektronen brachten
hooggeorganiseerde, allesomvattende effecten teweeg. Hij had er moeite mee te aanvaarden dat
subatomaire deeltjes geen objectief bestaan hadden en pas vaste eigenschappen aannamen als fysici
probeerden ze te observeren en te meten. Ook kon hij moeilijk geloven dat de kwantumwereld werd
gekenmerkt door indeterminisme en toeval en dat de dingen zomaar zonder de geringste reden
gebeurden. In 1987 publiceerde Bohm de causale interpretatie van de kwantumfysica en de theorie
van de impliciete orde en de onverdeelde heelheid. Daarmee zette hij naar eigen zeggen de deur
open naar ‘de creatieve werkzaamheid van dieperliggende en subtielere bestaansniveaus’. Deze
bestaansniveaus hebben wij voorafgaand aan de Oerknal gesitueerd. We moeten wel steeds
beseffen dat eze bestaansniveaus ook na de Oerknal bestaan . Dit geldt voor alle onderliggende
niveaus uit ons ‘bouwwerk’, dat we in 3.2 beschrijven. Elk onderliggend niveau blijft ‘actief’ en is
richtinggevend voor alle hoger niveaus van het ‘bouwwerk’.

Volgens Bohm zijn subatomaire deeltjes zoals elektronen geen eenvoudige, structuurloze deeltjes,
maar gecompliceerde, dynamische entiteiten. Hij verwerpt de opvatting dat hun beweging
fundamenteel onzeker is. Volgens hem volgen deze een nauwkeurig pad, maar een pad dat niet
alleen door conventionele fysische krachten wordt bepaald maar ook door een subtielere kracht. die
hij de kwantumpotentiaal noemt. De kwantumpotentiaal stuurt de beweging van deeltjes door het
verschaffen van ‘actieve informatie’ omtrent de hele omgeving. De kwantumpotentiaal doordringt
de hele ruimte en legt rechtstreeks verband tussen kwantumsystemen. Wij zien een parallel tussen
de kwantumpotentiaal en de Affiniteitswaarde, die in het volgende wordt uitgewerkt. Een aantal

182Zie voor uitleg van bindingssterkte: https://nl.wikipedia.org/wiki/Bindingsenergie


183
Zie David Bohm en de impliciete orde, beschouwing door David Pratt i:
http://www.theosofie.net/sunrise/sunrise1993/juliaug1993/davidbohm.htm

153
Affiniteit Korsmit juli 2018

natuurkundigen, onder wie vb. Jean-Paul Vigier en verscheidene andere wetenschappers van het
Instituut Henri Poincaré in Frankrijk, verklaren de kwantumpotentiaal in termen van fluctuaties in
een onderliggende ether. Wij spreken in dit verband oer het Affiniteitsveld. Bohm werkte ook de
theorie van de impliciete orde uit, die hij in verband bracht met de kwantumpotentiaal. Bohm gaat er
daarbij van uit dat de kwantumpotentiaal zelf wordt georganiseerd en geleid door een
superkwantumpotentiaal,. Zo zouden er meerdere impliciete ordes zijn, wellicht een oneindige reeks
van hiërarchieën van impliciete of generatieve ordes. Wij situeren deze theorie in de theorie over
het kwantumveld. De kwantummechanica is daar ook onderdeel van.

De theorie van een Affiniteitsveld geeft een aanvulling op deze verklaringen voor de ontwikkeling van
materie en organismen uit de genoemde elementaire deeltjes op kwantumniveau. Deze
ontwikkeling is vooral beschreven in termen van de fysische natuurwetten an de
kwantummechanica. Deze wetten laten geen ruimte voor een ‘gevoeligheid’ voor de werking, van
wat sommige wetenschappers ‘affiniteit’ noemen. . Wij hebben deze ‘gevoeligheid of affiniteit’
uitgewerkt in de theorie van een alom aanwezig ‘Affiniteitsveld’. Wij zien dit veld als onderscheiden
van het Kwantumveld. De werkingen vanuit dit veld geven een aanvulling op de fysische wetten van
de kwantummechanica. We zien dat het plasma van elementaire deeltjes, zoals dat tijdens de
Oerknal aanwezig was, zich diversifieerde, uiteenviel en zich weer verenigde, in overgrote
meerderheid weer vernietigd werd door antideeltjes. Wat er aan materiedeeltjes over bleef
verenigde zich op een steeds hoger, complexer organisatieniveau. We kunnen dit hypothetisch
beschrijven, maar we kunnen dit niet volledig verklaren.

Er zijn nog veel vragen. Zo merkt Dijkgraaf op dat alle deeltjes en organische materie in het ons
bekende universum linksom draaiend zijn. Een verklaring daarvoor kan hij niet geven. Andere
wetenschappers merken op dat de invloed van affiniteit groter lijkt te zijn bij organische, meer
complexe structuren, die uit meer ‘bouwstenen’ bestaan en een hogere mate van ordening kennen.

Als er indirecte aanwijzingen komen voor de mogelijke werking van Affiniteit dan komt natuurlijk de
volgende vraag naar voren ‘hoe’ we ons die werking moeten voorstellen? Vele religies hebben hierop
een antwoord. Onverlet de discussie tussen ‘gelovigen en wetenschappers’ hierover, gaan wij niet uit
van de schepping van een universum en van het leven op aarde volgens een vooropgezet plan. Ook
de discussie over Intelligent Design184willen we mijden. Het enige wat we daarover zeggen is dat deze
verenigbaar zijn met onze theorie over het ‘Affiniteitsveld’. Wij zien de werking van dit veld niet in
teleologische termen met vooraf bepaalde doeleinden, maar in termen van het creëren van
‘potenties’ voor ontwikkelingen naar steeds hogere organisatieniveaus. In termen van de
thermodynamica is dat een streven naar het minimaliseren van de entropie. Affiniteit zou in zijn
werkingen de tegenhanger van de werkingen van Thermodynamica kunnen zijn.

Wij gaan er van uit dat het Affiniteitsveld instrumenteel is zowel bij de vorming van de elementaire
deeltjes als van de bouwstenen voor moleculen, van materie en organismen. De werking is gericht op
het spanningsveld tussen positieve en negatieve entropie.

Als het ‘Affiniteitsveld bewerkt dat er een beïnvloeding is van de entropie dan roept dat direct weer
vragen op als: ‘op welke wijze doet dit veld invloed dat dan?’ en ‘Hoe kan men de sterkte van deze
beïnvloeding meten?’ Het is moeilijk zich een beeld te vormen van dit veld, zoals dat feitelijk ook
voor beide andere velden geldt. Wellicht kunnen wiskundige modellen daarbij helpen. Ook op de

184
Zie voor het verschil tussen creationisme e de logica van het intelligent design: https://www.gotquestions.org/Nederlands/intelligent-
design.html

154
Affiniteit Korsmit juli 2018

vraag naar het meten van de sterkte van dit veld kan op dit moment geen eenduidig antwoord
gegeven worden.

We zullen achtereenvolgens een schets geven van zowel het Affiniteitsveld als van de sterkte
hiervan, uitgedrukt in de grootheid Affiniteitswaarde. In het begin van deze paragraaf gaven we al
een aantal suggesties voor hoe deze werking indirect aangetoond zou kunnen worden. Daar zullen
onderzoekers een oplossing voor moeten vinden.

Beeld van het Affiniteitsveld


Men zou zich het Affiniteitsveld kunnen voorstellen als
een ruimte gevuld met ‘staande golven’. Mdn kan ook
denken aan een ruimte gevuld met harmonische
trillengen, die inspelen op de trillingsfrequentie, of de
eigenfrequentie, van vb. elektronen, atomen, materie en
organismen. Deze golven of trillingen kunnen
verschillende golflengten, amplituden en richtingen
hebben. Door interferentie ontstaat er daardoor een multidimensionaal statisch patroon in de
kosmos van plekken/punten waar de sterkte en ook de richting van de Affiniteit wisselt. Dit beeld van
een ruimte gevuld met staande golven is een denkmodel. Men kan dit denkmodel ook als een
dynamisch systeem zien, waarbij de staande golven steeds van richting veranderen. Men zou zich het
van een staande golven kunnen voorstellen als een foto van het oppervlak van een zee bij storm en
het beeld van een dynamisch systeem als een film van het oppervlak van een zee bij storm. Hieruit
kan de sterkte van de Affiniteit gerelateerd worden aan vb. de golfhoogte. Verderop zullen we zien
dat de Affiniteitswaarde op een meer complexe manier wordt bepaald. Daarbij zou het kunnen zijn
dat er binnen dit veld meerdere multidimensionale Affiniteitsvelden zijn voor vb. verschillende
organisatieniveaus zoals elementaire deeltjes, atomen en moleculen en organische structuren.
Daarbij zou er wellicht een relatie met de eigenfrequentie van deze ‘bouwstenen’ gelegd moeten
worden. We kunnen ons voorstellen dat hier ook een relatie ligt, met wat Bohm ‘meerdere
impliciete ordes’ noemt.

Het Affiniteitsveld strekt zich uit over de gehele kosmos en is voor ons detecteerbaar binnen
het voor ons zichtbare universum. Deze ruimte is geheel gevuld met Affiniteitsgolven, welke
men zich kan voorstellen als driedimensionale staande ‘golven’ of ‘snaren’, die momentaan
kunnen interfereren met alle ons bekende golven, zoals vb. elektro-magnetisch krachten,
zwaartekracht en kernkrachten en ook met de eigenfrequenties van alle ‘bouwstenen’ die
ons universum vormen. . Deze Affiniteitsgolven hebben geen massa-energie. Zij vormen een
referentiekader voor golven in het kwantumveld en zij werken in op de eigenfrequenties.
Daarbij kunnen door ‘interferentie’ van de Affiniteitsgolven spectraallijnen binnen het
Affiniteitsveld ontstaan, die evt. onderling ook weer kunnen interfereren. Door interferentie
kan ‘zweving’ ontstaan. Onder een ‘zweving’ wordt de resultante van het superponeren
(optellen) van twee golven of trillingen verstaan, die slechts een klein verschil in frequentie
hebben. Het is een bijzonder geval van interferentie. Zweving kan optreden bij alle golven
waarvoor het superpositieprincipe geldt, zoals bij geluidsgolven en elektromagnetische
golven en vogens ons ook bij Affiniteitsgolven.

155
Affiniteit Korsmit juli 2018

Daardoor zou de sterkte van de Affiniteitsgolven binnen een kwantumveld versterkt kunnen
worden of juist worden verzwakt of zelfs uitgedoofd. Hierdoor zou het ‘gedrag’ van vb.
elementaire deeltjes en andere ‘bouwstenen’, beïnvloed kunnen worden, waarbij denken
aan waterstofbruggen of ionisering.

Voorbeeld van het zweven van twee signalen185: Boven: de


signalen met frequenties groen en rood en onder een
resultante frequentie in blauw. De zweving, ontstaan door
het optellen (superponeren) van de boven weergegeven
signalen. De blauwe lijn onder toont het gemiddelde van de
beide frequenties en de omhullende van deze blauwe lijnen
in zwart toont de halve verschilfrequentie van de beide
signalen. Deze verschilfrequentie zou en ‘trigger’ kunnen
zijn voor beïnvloeding door het ‘Affiniteitsveld’. Zo zijn
hier de punten op de horizontale as 0,075 en 0,25
buigpunten in de ontwikkeling van de verschillen.

Voorbeeld van interferentie van wit licht186: Een druppel olie op


water geeft mooie kleurpatronen, die lijken op
regenboogkleuren. Dit verschijnsel doet zich bij alle heel dunnen
laagje voor. Bij extreem dunne laagjes, die maar enkele
moleculen dik zijn, blijkt materiaal zich te ordenen in nieuwe
fasen, waarin er verrassende effecten, zoals topologische
faseovergangen, plaats vinden. De wetten van de klassieke fysica
wijken daar ver af van die van de kwantummechanica. Waarom
zou dat ook niet plaats kunnen vinden op een onderliggend,
‘affiniteitsveld’?

Natuurlijk is de voorstelling van een Affiniteitsveld gevuld met ‘affiniteitsgolven’ slechts een analogie.
We kunnen de werking van dit veld niet kennen. Wel kunnen bepaalde verschijnselen als gevolg van
deze werkingen bestudeerd worden en en beter begrepen, waardoor ons beeld van het
Affiniteitsveld aangevuld kan worden. Voorlopig zien we alleen dat er werkingen zijn.
De vraag naar het ‘waarom’ is natuurlijk minstens even belangrijk dan de vraag naar het ‘hoe’. Op
deze vraag kunnen wij geen ander antwoord geven dan dat er verschijnselen zijn, die de klassieke
fysica buiten haar ‘werkelijkheid’ plaatst, maar die vanuit metafysische optieken ‘werkelijk’ bestaan.
Voorbeelden zijn: emergenties, waarden en doelen, kennis, geluk, bewustzijn, geweten etc.

185
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Zweving
186 Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Interferentie_(natuurkunde)

156
Affiniteit Korsmit juli 2018

Naast deze meer esoterische187 overwegingen zijn er ook meer rationele of filosofische
overwegingen. We menen dat er naast materie en informatie ook een ordening noodzakelijk is.
Volgens ons is de meest logische ordening niet een volledige wanorde op basis van toeval, omdat wij
een dergelijke ordening als betekenisloos of zinloos zien en ook omdat wij in ons universum een
steeds hogere ordening waarnemen. Ook een volledig gedetermineerde en/of strikt doelgerichte
ordening is weinig zinvol omdat we een getermineerde of doelgerichte ordening op een veel
effectievere wijze kunnen bereiken dan door toeval. meer efficiënte methoden zijn om dat doel of
die ordening te bereiken. Daarom menen wij dat de ordening, die de ontwikkeling van ons universum
mede bepaald, noch het toeval noch een bepaald einddoel of eindbeeld centraal stelt. Wij menen
dat de ontstaansgeschiedenis van ons universum en het leven op aarde voldoende aanleiding geeft
om een model met drie velden, waaronder het ordenende Affiniteitveld, voor te stellen. Vanuit deze
optiek is het aantal mogelijke uitkomsten van de ontwikkeling bijna oneindig groot. De grootste
gemene deler van al deze ontwikkelingen is dat het niveau van de ordening steeds hoger wordt.
Daarbij kunnen er ook meerdere, verschillende ontwikkelingen tegelijkertijd optreden. Filosofen en
wiskundigen kunnen hierover hun licht laten schijnen.
Als er binnen het Affiniteitsveld ‘punten met hoge Affiniteit’ bestaan, dan zou men deze wellicht in
relatie kunnen brengen met de dimensieloze natuurconstanten188 . Voorbeelden van dergelijke
natuurconstanten zijn: lichtsnelheid in vacuum, constante van Planck, elementaire lading, atomaire
massaeenheid, constante van Avogrado, het getal pi en e etc., die in de natuur steeds weer
opduiken. Om dit te onderzoeken zou men kunnen kijken naar de relatie tussen deze constanten en
de expansie van ons universum. Men zou ook kunnen zoeken naar patronen in de structuur en de
ontwikkeling van de verdeling van de ‘sterrenstof’ binnen het universum. Astrologen en wiskundigen
zouden een belangrijke rol kunnen spelen bij het herkennen van deze patronen. Hierop komen we
onder 3.4 meer uitgebreid op terug.

Bij al deze speurtochten naar het ‘beeld van het Affiniteitsveld’ speelt de sterkte van dit veld een rol.
We pogen een ‘maat’ te vinden voor de sterkte van het ‘Affiniteitsveld’: de ‘Affiniteitswaarde’.

Affiniteitswaarde
De theorie van het Affiniteitsveld stelt dat er bij bepaalde keuzeprocessen in de vorming van materie
en organismen een beïnvloeding plaats vindt, die ofwel de entropie ofwel de negentropie vergroot.
Deze beïnvloeding vindt volgens ons vnl. plaats op kwantumniveau. De sterkte van deze beïnvloeding
noemen wij de ‘Affiniteitswaarde’. Een negatieve Affiniteitswaarde komt overeen met de werking
van positieve entropie. Een positieve Affiniteitswaarde stimuleert het ontstaan van ‘bindingen’, die
door het optimale gebruik van de beschikbare energie een ‘hogere orde’ tot stand brengen in de
materie en vooral in het evolueren van organismen. Een positieve Affiniteitswaarde komt overeen
met negatieve entropie.

Door een positieve Affiniteitswaarde wordt de totale energie van een subsysteem vergroot. Dat kan
alleen als er externe energie toegevoerd kan worden vanuit het grotere systeem of vanuit externe
bronnen. De werking van het Affiniteitsveld , via vb. waterstofbindingen, kan bevorderen, binnen
deze randvoorwaarden, dat energie kan worden ‘overgeheveld’ van het grotere naar het kleinere

187Zie: http://www.encyclo.nl/begrip/esoterisch (Gr. esoteros) betekent verder naar binnen, voor ingewijden. Het esoterische houdt zich
bezig met het wezen van de mens; het Licht. De ziel geeft impulsen aan het voelen, denken en handelen in verbinding met het Licht. Dit is
de verbinding met het onzichtbare en de hogere dimensies.. Gevonden op http://www.encyclo.nl/lokaal/10252
188Zie Wim Ubachs http://www.nat.vu.nl/~wimu/Publications/Diligentia-Ubachs-2013.pdf

157
Affiniteit Korsmit juli 2018

systeem. Zie vb. het onderzoek van Corning. Men kan dit principe van Affiniteitswaarde ook
toepassen op sociaaleconomische systemen. Economie gaat immers over het zo efficiënt mogelijk
aanwenden van beperkt beschikbare middelen.

Over dit principe kan men lang discussiëren, maar de centrale vraag blijft toch: ‘hoe’ ‘weet’ een
‘binding’ wat te doen? Hoe kan het Affiniteitsveld middels de Affiniteitswaarde gewenste binding, die
een hogere ordening mogelijk maakt, bevorderen? Om dat te doen moeten er drie vrij abstracte en
ongrijpbare grootheden met elkaar in verband worden gebracht:

-een ordenend principe


-een inschatting van de situatie
-een instrumentele ingreep in een fysisch proces.

Elk van deze zaken vereist een nadere uitwerking. Voor elk van deze grootheden is informatie nodig,
die voor ons, en voor iedereen, nog grotendeels onbekend is. We werken dit uit onder 3.1.2.6., nadat
we meer inzicht in de ‘bouwstenen’ van de materie en van het leven hebben gekregen. Vanuit dat
inzicht kunnen we beter inschatten op welke wijze een ingreep in de bindingen, en dus in de
ontwikkeling van materie en leven, mogelijk is.

We kunnen ons hier natuurlijk wel de vraag stellen of het geen onmogelijke opgave is om te ‘weten’
welke ‘binding’ op het niveau van de kleinste deeltjes, atomen en moleculen het totale
energieniveau verlaagt of een meer optimaal gebruik van energie oplevert? Men kan zich voorstellen
dat ‘nieuwe bindingen’ leiden naar variaties, mutaties en wellicht emergenties. Maar of dat door de
werking van Affiniteit komt roept op zijn minst vragen op en het zal voor velen ongeloofwaardig
klinken. Wij menen dat meeste wetenschappers dit nog steeds aan de werking van het toeval zouden
toeschrijven. Deze zouden in de variaties in de bindingen eerder het fundament van de
Evolutietheorie in kunnen zien. Hebben zij daarin geen gelijk? Wij menen van niet.

We zien het Affiniteitsveld niet als doelgericht of teleologisch maar als structurerend in de zin van
ordening. Wellicht dat vanuit deze visie een aanvulling op de theorie van de thermodynamica
denkbaar is. Bij elke ‘binding’ op kwantumniveau, waarbij er meerdere mogelijkheden zijn, zou
vanuit een streven naar orde, gerelateerd aan de Affiniteitswaarde, een afweging gemaakt moeten
worden van de mogelijkheden om vb. het energieniveau in het systeem of de de samenhang tussen
‘individuen’ te vergroten. of juist een streven naar een zo optimaal mogelijk gebruik van energie.

Deze afweging lijkt het centrale element in de theorie van het Affiniteitsveld te zijn. Hoe kan het
Affiniteitsveld informatie uit het ‘systeem van materie en organismen’ verkrijgen en verwerken op
het niveau van elk van de talloze bindingen. Als we het ‘toeval’ daarbij uitsluiten en ook zoiets als
een ‘goddelijke interventie’, dan moet er een mechanisme zijn dat rationeel verklaarbaar is. Om de
rol van dit mechanisme in de opbouw van complexe systemen te doorgronden zou men eerder uit
kunnen gaan een constructivistische theorie of model dan van een reductionistische analyse: dus
een speurtocht naar hoe ‘wordt’ een systeem gebouwd in plaats van hoe ‘is’ het gebouwd. Terug
redenerend kan men stellen dat elk systeem wordt opgebouwd van onder naar boven, van
eenvoudig naar meer complex. Telkens liggen er hierbij faseovergangen afwegingen aan ten gronde.
Dit zijn constructivistische afwegingen, die gebaseerd zijn op een concept, waarin alle mogelijke
‘bouwwerken’n verwezenlijkt kunnen worden.

Een voorbeeld uit de bouw kan dit toelichten. Bij elke faseovergang (hier bouwlaag) zou men kunnen
denken aan een afweging als: is de fundering sterk genoeg voor het gebouw’? En daarna ‘is de eerste

158
Affiniteit Korsmit juli 2018

verdieping sterk genoeg voor de volgende verdiepingen’ etc. Men kan ook een andere afweging
centraal stellen: ‘kunnen alle functies op de eerste verdieping plaats vinden inclusief de
‘doorstroom’ van mensen, materialen en informatie naar alle hogere verdiepingen’? Idem voor de 2-
de en alle volgende verdiepingen. Zo kunnen er veel verschillende afwegingen gemaakt worden. Dit
concept kan ook worden toegepast op de ‘bouw’ van materie en organismen. Een constructivistische
visie geeft ruimte aan creativiteit bij het tot stand brengen van een ‘product’, terwijl een
reductionistische visie steeds meer onzekerheden en vragen op roept.

In het geval van materie en organismen moet het concept ruimte laten voor de ‘bouw’ hiervan vanuit
de basis van de elementaire deeltjes naar de atomen en moleculen en naar vb. cellen, Elk van deze
faseovergangen wordt bepaald door ‘bindingen’ op kwantum niveau. Bij al deze faseovergangen is
het Affiniteitsveld betrokken. Een afweging voor de ‘bouw’ van materie en organismen zou kunnen
zijn: ‘ontstaat er door deze binding een stabiele basis voor een faseovergang’? Zo dit zo is dan zal de
werking van Affiniteit, de Affiniteitswaarde, voldoende groot moeten zijn om de werking van de
positieve entropie te overwinnen. Wij menen dat deze afweging gemaakt wordt in in termen van
‘energiebalans’ en potenties. Bindingen die de energiebalans positief beïnvloeden en die veel
potenties hebben voor een grotere of hogere orde zouden op bepaalde plaatsen door de
Affiniteitswaarde ondersteund kunnen worden.

Bij de opbouw van de meer complexe structuren zijn er telkens ‘bindingen’ op kwantumniveau
betrokken, die essentieel zijn voor de vorming van deze meer complexe structuren. Wij menen dat
dezelfde afweging gemaakt wordt op kwantumniveau niet alleen voor microsystemen (vb. atomen),
maar ook voor meer complexe systemen (vb moleculen) en uiteindelijk ook voor organismen (vb.
cellen). Deze bindingen volgen algemene patronen, maar soms ontstaan er ‘afwijkingen’, die later in
het algemene patroon worden overgenomen. Zo ontstaat er een hogere organisatiegraad.

De theorie stelt dat de Affiniteitswaarde binnen de ruimte varieert. Daarbij zou het onderzoek zich in
eerste instantie kunnen richten op de meest eenvoudige faseovergangen binnen anorganische
materie, waarbij het accent ligt op materiële, fysische zaken, waarbij entropie een rol speelt.
Onderzoek naar de aanwezigheid en vooral de ontwikkeling in termen van overgangen naar een
hogere organisatiegraad van de materie binnen het universum zou kunnen uitwijzen of er in ons
universum ruimte-tijd gebieden zijn met een andere Affiniteitswaarde.

We gaan in 3.1.2 een de volgende paragrafen eerst verder in op de ‘bouwstenen’ en op de


‘bindingen’, die daarbij een rol spelen. Daarna gaan we in 3.2 in op de beschrijving van het
‘bouwwerk’ van ons universum en het leven p aarde en op de velden en fenomen die daarbij een rol
spelen.

159
Affiniteit Korsmit juli 2018

3.1.2 Bouwstenen van het universum en het leven

3.1.2.1 Inleiding
De elementaire deeltjes blijken de perfecte bouwstenen voor atomen en materie en later in de
evolutie voor organismen, die tezamen de natuur vormden, te zijn. Waar komen die elementaire
deeltjes vandaan? Zijn er geen sub-elementaire deeltjes? Bestaat er wellicht ook een heel andere
vorm van massa-energie? Dat kunnen we voorlopig niet weten. Wij benoemen het niveau waaruit de
elementaire deeltjes zijn ontstaan als het niveau van het plasma van massa-energie. Dat niveau is uit
The Unknown geëmergeerd.

Tijdens die emergentie vanuit ‘The Unknown’ ontstond een enorme hoeveelheid massa-energie in
primordiale vorm met een onvoorstelbare druk en temperatuur. Binnen enkele seconden
ontstonden er enorme omwentelingen, waarin vanuit het plasma van massa-energie subelementaire
deeltjes en daaruit werden weer de elementaire deeltjes gevormd. Het was een hectisch proces,
waarin materie en antimaterie elkaar vernietigden en waarin de eerste concrete bouwstenen voor
ons universum, zoals vb. zuurstof-, stikstof en lithiumatomen, werden gevormd.

De wetten van de kwantummechanica beschrijven deze werkingen en omwentelingen vanaf het


moment dat de elementaire deeltjes ontstonden. Zo hebben wij ons een beeld gevormd van hoe de
massa-energie werd omgevormd van elementaire deeltjes in atomen, moleculen. Zo kon het ons
bekende universum ontstaan en zich ontwikkelen tot velerlei verschijningsvormen in materie en later
in levende organismen. Het ons bekende universum is meetbaar en beschrijfbaar in velerlei termen:
astrologisch, astronomisch, wiskundig, natuurkundig, emotioneel, mythisch etc. De kosmos is meer
dan ons universum. Deze bevat ook onmeetbare, onbeschrijfbare en onkenbare elementen. Wellicht
zijn er naast het onze nog vele andere universa. Dat weten we niet, daar zijn we in ‘The Unknown’.

Een belangrijke onderzoeksvraag is ‘Waarom zijn de elementaire deeltjes ontstaan zoals ze zijn
ontstaan?’. Ten diepste weten we dat niet. Het betreft hier, voorlopig, een metafysisch gebeuren.
Over het vervolg, over de werkingen van deze elementaire deeltjes, kunnen we ons wel een beeld
vormen. We kunnen de werkingen van de elementaire deeltjes en de omvormingen in atomen en
moleculen en materie met de kwantummechanica beschrijven. . Het gaat te ver om hierop diep in te
gaan. Wij verwijzen ivoor een inleiding in deze ontstaansgeschiedenis naar de 10-delige filmserie van
Teleac189 uit 1990, welke op YouTube bekeken kan worden: Van Kwantum tot quark. Daarin worden
ook een aantal aspecten van de kwantummechanica uitgelegd. Natuurlijk kan men op internet dieper
graven of de wetenschappelijke literatuur bestuderen.

Onze theorie gaat er van uit dat er naast het kwantumveld met massa-energie ook het Affiniteitsveld
en het Informatieveld aanwezig was. Na de Oerknal heeft de massa-energie zich deels ontwikkeld tot
‘zichtbare en meetbare’ materie en voor meer dan 80-procent tot de mysterieuze ‘donkere of zwarte
massa en energie’. Voor dit laatste is echter nog geen experimenteel bewijs geleverd. De wetten van
de kwantummechanica, hebben alleen betrekking op de zichtbare en meetbare materie en
energieën. Evenals de algemene relativiteitstheorie kan de kwantummechanica geen beschrijving
geven voor singulariteiten als de Oerknal en Zwarte Gaten. Deze singulariteiten vallen buiten alle

189
Zie :https://www.bing.com/search?q=YouTube+Van+Kwantum+tot+quark%2C1989&form=EDGSPH&mkt=nl-
nl&httpsmsn=1&refig=291f0731e55946c2854b18418338d01d&PC=LCTS&sp=-1&pq=undefined&sc=0-34&qs=n&sk=&cvid=291f0731e55946c2854b18418338d01d

160
Affiniteit Korsmit juli 2018

bestaande theorieën. We kunnen, los van de hier gepresenteerde theorie van de velden in ‘The
Unknown’, niet verklaren waar de massa-energie vandaan kwam en ook niet waarheen deze in de
Zwarte Gaten verdwijnt.

Als men praat over ‘deeltjes’, dan moet men steeds beseffen dat deze eerder ‘energierijke golven’
zijn dan ‘vaste deeltjes’ of ‘dingetjes.’ Materie is als een Russisch poppetje opgebouwd uit
moleculen, die weer zijn opgebouwd uit atomen, en die weer uit elektronen, protonen en
neutronen, die zelf weer opgebouwd zijn uit subatomaire deeljes190 a;s vb.quarks. Onderstaande
schema’s geven dit weer:
Subatomaire deeltjes : Elementaire deeltjes:
Atomen:
electronen, neutronen protonen
elektronen, elektron-neutrino's, up-quarks en down-quarks kern en electronenwolk

Door bindingen tussen atomen (zie blauwe pijlen) worden moleculen gevormd, die de basis vormen
van alle materie.

Het voor ons bekende universum toont ons vooral de kant van zijn massa-energieveld. Albert
Einstrein zag energie verpakt in discrete eenheidspakketjes die hij ‘kwanta’ noemde. De hoeveelheid
energie van een deeltje is gelijk aan een constante maal de trillingsfrequentie. Max Planck zag
fotonen als ‘energiegolven’, die voor het maken van een kwantumsprong, waarbij een
kwantumdeeltje van ‘baan’ verandert, een eenheid van energie nodig is. Deze eenheid van energie
noemde hij een ‘kwantum’. Bohr zag het weer net een beetje anders. Hij kende aan deeltjes
bepaalde, discrete frequenties toe, waar telkens een bepaalde hoeveelheid energie bij hoorde. Die
specifieke hoeveelheid energie drukte hij uit in het aantal ‘kwanta’ dat daar bij hoort.

Voor het ontstaan van meer complexe atomen is externe energie nodig. Deze worden gevormd in
uitbarstingen van supernova’s, waarbij er enorme hoeveelheden energie vrijkomen, welke ten dele
wordt omgezet in in ‘zware’ atomen. Voor meer informatie wordt verwezen naar het Standaard
model van de deeltjes fysica191. Dit beschrijft het ontstaan van materie uit quarks, elektronen etc.

De kwantumwereld is een wonderlijke wereld, waarin wisselwerkingen en bindingen steeds een rol
spelen. Wij menen dat het gluon met zijn sterke bindingen een grote rol speelt in de opbouw en
hechting van elektronen en protonen en daarmee een aangrijppunt voor de werking van Affiniteit
kan zijn.

190
Zie Wiki: ‘Een subatomair deeltje is een deeltje dat kleiner is dan het atoom. Sommige subatomaire deeltjes
kunnen deel uitmaken van atomen, andere worden alleen in sterren, in het laboratorium, of in andere
buitengewone omstandigheden gevormd. De deeltjes zijn kleiner dan 1 fm (10−15 m).’
191 https://nl.wikipedia.org/wiki/Standaardmodel_van_de_deeltjesfysica

161
Affiniteit Korsmit juli 2018

3.1.2.2 Subatomaire deeltjes, quarks en gluonen

Subatomaire deeltjes zijn de fysieke bouwstenen192 waaruit alle atomen en dus ook alle materie in
ons universum bestaat. Er zijn twaalf verschillende elementaire deeltjes, maar slechts vier ervan
komen tegenwoordig nog in de natuur voor: elektronen, elektron-neutrino's, up-quarks en down-
quarks. Een elektron heeft een negatieve elektrische lading. Het kan zich vrij in de ruimte bevinden of
gebonden zijn aan een atoom. Een elektron-neutrino heeft geen lading en slechts een zeer kleine
massa. Dit deeltje komt vrij bij radioactiviteit. Gewone materie bestaat uit up- en down-quarks en
elektronen. Een quark komt nooit individueel voor. Down-quark protonen bestaan uit één down-
quark en twee up-quarks, en neutronen uit twee down-quarks en één up-quark. Zie ook wat we
hierover in Deel 1 gezegd hebben.

Alle elementaire deeltjes193 hebben een spin en energie. Zij zijn normaliter energiegolven, maar
storten in, collaboreren, tot deeltjes, als zij als bouwstof van/voor materie dienen. Als zodanig
vormen zij de basis voor alle materie. Alle ‘meetbare of zichtbare’ materie tezamen in ons universum
is ongeveer 20% , sommigen zeggen dat dat slechts 5% is, van alle energie. Binnen het universum is
dus zeer veel onzichtbare en onmeetbare ‘zwarte energie of -massa’ aanwezig. De elementaire
deeltjes kunnen we alleen zien of meten als we ze door toeval ‘raken’, waarbij de energiegolf
collaboreert. Onderzoek hiernaar vindt plaats in deeltjesversnellers.

Quarks
Het bestaan van quarks werd in 1964 voorspeld door de fysicus Murray Gell-Mann, waarvoor hij in
1969 de Nobelprijs ontving. Volgens een theoretisch model, voorgesteld door Jogesh Pati en Abdus
Salam, zouden quarks opgebouwd zijn uit een nog kleiner deeltje: het 'preon'. Hiervoor is echter nog
geen experimenteel bewijs gevonden.Quarks en antiquarks zijn nooit individueel aangetoond. Dat
kan middels de 'kleurbeperking' van de kwantumchromodynamica wordt verklaard.

Quarks komen in zes soorten, ook wel ‘smaken’ genoemd, voor: voor elke 'generatie' van
elementaire deeltjes (elektron, neutron en proton) drie paren.

De drie paren quarks worden aangeduid door de


Engelse namen: up en down; charm en strange;
top en bottom (ook wel truth en beauty
genoemd).Het eerste paar heeft een elektrische
lading van +2/3 elementaire lading (kwantum),
het tweede van -1/3. Voor elke quark bestaat er
ook een antideeltje, een antiquark, met de
tegengestelde lading. Naast de elektrische lading
hebben quarks ook een ‘kleurlading’: "rood",

192 Voor een zeer beknopt overzicht van de bouwstenen zie: http://www.cpepweb.org/images/2014-fund-chart.pdf
193
Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Elementair_deeltje

162
Affiniteit Korsmit juli 2018

"groen" en "blauw" (samen "wit"); en drie corresponderende anti-kleurladingen (complementaire


kleuren: cyaan, magenta en geel (ook samen wit). Een quark heeft één kleurlading, een antiquark een
anti-kleurlading.

De kleurlading heeft niets te maken met de kleuren zoals wij die zien. Het is Gluons dragen zowel een
kleurlading als een anti-kleurlading (complimentaire kleur). Quarks hebben spin ±½ en zijn dus net
als de leptonen onderdeel van de fermionen, die alle massa-energie van het universum bevatten.
Deze massa-energie wordt geleverd door de bosonen, waarvan het Higgs-deeltje een voorbeeld is.

Wetenschappers vermoeden dat het quark-gluonplasma194 (QGP) een toestandsfase van materie
was, die ontstond bij extreem hoge temperaturen en dichtheid. Wij zien daarbij een directe relatie
met war wij het Plasma van massa-energie noemen, een plasma dat geëmergeerd is uit The
Unknown. Deze toestandsfase was slechts in de eerste 20 tot 30 microseconden na de Bg Bang
aanwezig. De wetten van de klassieke fysica waren in die fase niet geldig en en waarschijnlijk was ook
de kwantummechanica niet van toepassing. QGP bevat alle massa en energie van het universum en
de ‘lijm’ die alles bijeen houdt. Daaruit ontstonden alle quanten en alle gluonen van het universum,
en daarna alle elementaire deeltjes, en alle materie en antimaterie. Wij denken dat zowel het
Affiniteitsveld als het Informatieveld ook toen al aanwezig waren195 en wellicht een rol speelden in
deze stormachtige ontwikkeling.

De opbouw van de subatomaire elementaire deeltjes uit quarks en antiquarks geschiedt onder
invloed van o.a. kernkrachten. Atomen worden weer samengesteld uit de elementaire deeltjes
elektronen, neutronen en positronen. Deze structuren zijn onderwerp van studie in de
kwantummechanica. Een beschrijving daarvan gaat veel te ver voor deze studie. Om enig inzicht te
verkrijgen wordt verwezen naar de link van Wikipedia196, waarvan onderstaand een tweetal
afbeeldingen zijn overgenomen: het standaardmodel voor elementaire deeltjes en de wisselwerking
tussen bosonen en fermionen. Het Standaard Model, waarvan hier een uitsnede wordt getoond,
geeft hiervan een beschrijving (bron afbeeldingen: Wikipedia, zie voetnoot):

Subatomaire deeltjes kunnen


onderscheiden worden in
elementaire en
samengestelde deeltjes.
Elementaire deeltjes zijn voor
zover bekend niet verder op
te delen in kleinere
eenheden. Een samengesteld
deeltje is opgebouwd uit twee
of meer elementaire deeltjes.
Een ander onderscheid is de
verdeling in bosonen en
fermionen. Fermionen,
deeltjes met halftallige spin,
zijn de materiedeeltjes

194 https://nl.wikipedia.org/wiki/Quark-kwantplasma
195
Zonder gelovig te zijn zien we een verassende overeenkomst in deze natuurkundige benadering en veel religieuze opvattingen: een
drie-eenheid van ‘materie-sturend principe-informatie’
196 Zie : https://nl.wikipedia.org/wiki/Subatomair_deeltje

163
Affiniteit Korsmit juli 2018

waaruit het universum is opgebouwd. In de afbeelding worden deze aangegeven met ‘matter
particles’.
Bosonen, deeltjes met heeltallige spin, bestaan slechts tijdelijk voor het overbrengen van krachten
(interacties, wisselwerkingen) tussen de fermionen. De twee typen deeltjes gedragen zich
verschillend. Bosonen kunnen zich met een ongelimiteerd aantal in een en dezelfde
kwantumtoestand bevinden. Er is voor vb. fotonen geen limiet aan het aantal fotonen in een
laserstraal. Het foton (lichtdeeltje) brengt de elektromagnetische kracht over. Hoe meer fotonen hoe
meer energie overgedragen kan worden. Men zou het foton kunnen beschrijven als een bepaalde
energietoestand van het elektromagnetische veld.
Fermionen daarentegen moeten altijd alleen zijn in hun kwantumtoestand; zo kan het heliumatoom
slechts twee elektronen bevatten, één met spin omhoog en één met spin omlaag. Die eigenschap van
fermionen wordt het uitsluitingsprincipe van Pauli genoemd.

Wetenschappers proberen de raadsels van het allereerste begin te doorgronden en komen met
onvoorstelbaar ingewikkelde processen, waarin o.a. materie en antimaterie elkaar vernietigden,
totdat de materie een kleine overwinning boekte, welke genoeg was om ons universum te vormen.
Er zijn nog veel vragen te stellen bij deze ontwikkeling. Het blijkt dat er nog zeer veel massa-energie
spoorloos is. Zij ontdekten dat subatomaire deeltjes energierijke golven zijn, die zich binnen de
tijdruimte van het universum voortbewegen. Deze deeltjes kunnen zich alleen of in verstrengelde
toestand voortbewegen als massa-energie golven door de onvoorstelbare lege ruimte van het
universum. Soms botsen deze golven tegen elkaar, waardoor er door interferenties subatomaire
deeltjes kunnen ontstaan vb. bosonen en fermionen. Fermionen zijn de materiedeeltjes, waaruit het
universum is opgebouwd. Bosonen zijn deeltjes, die slechts heel kort bestaan. Zij zorgen voor het
overbrengen van krachten bij de interacties of wisselwerkingen tussen de fermionen.

De twee typen deeltjes gedragen zich verschillend. Fotonen bijvoorbeeld zijn bosonen, die zich met
een ongelimiteerd aantal in een en dezelfde kwantumtoestand kunnen bevinden. Zij kunnen vb.
worden verenigd in vb. een laserstraal. Fermionen daarentegen moeten altijd alleen zijn in hun
kwantumtoestand. Zo kan het heliumatoom slechts twee elektronen bevatten, één met spin omhoog
en één met spin omlaag. Die eigenschap van fermionen wordt het uitsluitingsprincipe van Pauli
genoemd. Wellicht dat hier een aangrijppunt is voor beïnvloeding door het Affiniteitsveld.

Zie hieronder de indeling naar massa, welke door fermionen bestaande uit quarks en leptonen wordt
geleverd, en naar de krachtoverbrenging welke doorfotonen, bosonen en gluonen , resp. electro-
magnetische kracht, zwakke en en sterke kernkracht wordt geleverd en naar scalaire deeltjes, zoals
o.a. het Higgs-deeltje.
Het higgsboson197 is van fundamenteel belang:
het moet bestaan om het standaardmodel van
de deeltjesfysica kloppend te maken. Het is de
drager van het higgsveld, dat in het hele
universum aanwezig is. Door de higgsbosonen
krijgen alle andere deeltjes massa. Volgens
sommige nieuwe theorieën, in het bijzonder
theorieën met supersymmetrie, zou er niet één
soort higgsboson bestaan, maar een familie van
verschillende higgsbosonen.

197
https://nl.wikipedia.org/wiki/Higgsboson

164
Affiniteit Korsmit juli 2018

Gluonen vormen een intermediaire functie in het overbrengen van sterke kernkrachten in de
atoomkern door het aanpassen van de kleur. Als twee quarks een gluon uitwisselen, zal hun
kleurlading daardoor veranderen. Het gluon draagt een anti-kleurlading om dat te compenseren.
Omdat gluonen zelf meerdere kleurladingen hebben, kunnen zij ook met andere gluonen uitwisseling
vertonen. Dit maakt de wiskundige analyse van de sterke kernkracht erg ingewikkeld en moeilijk.
Gluonen kunnen niet alleen de ‘kleur’ van quarks maar ook de lading van elektronen doen
veranderen.

Bosonen
De bosonen uit het standaardmodel brengen drie van de vier fundamentele natuurkrachten over: de
sterke kernkracht, de zwakke kernkracht en de elektromagnetische kracht. Bij iedere kracht hoort
één of meer wisselwerkingsdeeltjes. Zo is het ook met de overige wisselwerkingsbosonen. Het Z-
boson en de W-bosonen zijn voorspeld door het standaardmodel en later aangetoond door Simon
van der Meer. Het voorspelde higgsboson is verantwoordelijk voor de massa van deeltjes. Het
graviton zou de zwaartekracht over moeten brengen maar is nog nog empirisch aangetoond.

Een gluon is een boson dat verantwoordelijk is voor het overbrengen van de sterke kernkracht. Het
woord komt van het Engelse woord glue, dat lijm betekent. Zonder de sterke kernkracht zouden de
positief geladen protonen in de atoomkern door hun onderlinge elektrische afstoting uit elkaar
vliegen. We geven hier een voorbeeld van de werking van gluonen. Gluonen vormen een
intermediaire functie in het overbrengen van sterke kernkrachten in de atoomkern door het
aanpassen van de kleur. Als twee quarks een gluon uitwisselen, zal hun kleurlading daardoor
veranderen. Het gluon draagt een anti-kleurlading om dat te compenseren. Omdat gluonen zelf
meerdere kleurladingen hebben, kunnen zij ook met andere gluonen uitwisseling vertonen. Dit
maakt de wiskundige analyse van de sterke kernkracht erg ingewikkeld en moeilijk. Gluonen kunnen
niet alleen de ‘kleur’ van quarks maar ook de lading van elektronen doen veranderen.

Gluonen
Gluonen binden quarks samen zodat ze protonen, neutronen en andere hadronen kunnen vormen.
De elektrische lading van gluonen is gelijk aan nul, hun spin is gelijk aan 1. Men neemt algemeen aan
dat gluonen geen massa hebben, hoewel een kleine massa van enkele MeV niet uitgesloten kan
worden. Er zijn acht verschillende soorten gluonen. Van belang is dat quarks bij elkaar blijven door
het continu uitwisselen van gluonen. Een gluon, dat wordt uitgezonden door een quark, heeft twee
kleurladingen.

Het verschijnsel van het ‘instorten’ of ‘collaboreren’ van elementaire deeltjes wordt door
wetenschappers beschreven in hekenbare diagrammen en in wiskundige termen. De vraag is of dit
recht doet aan he verschijnsel zelf. Wellicht spelen daarbij ook andere ‘beïnvloedingen’ op, waarbij
wij aan een invloed vanuit het Affiniteitveld en wellicht ook vanuit het Informatieveld denken. Dat is
natuurlijk speculatief, maar niet ondenkbaar. We hopen dat kwantumfysici deze mogelijkheden
vanuit een meer holistische visie willen onderzoeken.

Als er op het kwantumniveau ruimte is


voor een dergelijke beïnvloeding, dan is er
wellicht ook ruimte voor beïnvloeding van
Gluon

165

\
Affiniteit Korsmit juli 2018

de bindingen binnen moleculen vb. middels waterstofbruggen. Wellicht dat hier een
aanknopingspunt ligt bij het ‘onzekerheidsprincipe van Heisenberg,

Hiernaast198 is een voorbeeld te zien van een gluon-transactie tussen twee quarks in een nucleon. De
rode quark (bovenste) zendt een rood-antigroen gluon uit (middelste figuur). Hierdoor wordt de rode
quark groen. Daarna ontvangt de groene quark (linksonder) dit gluon. Hierdoor wordt de quark rood
en blijven de drie quarks samen kleurloos.

Zie voorbeeld: een elektron (e-) en een positron (q) botsen en wisselen onder invloed van een gluon
(g) een foton (ɣ) uit. De gluonen hebben 1 van 8 mogelijke kleurcombinaties.

e = electron; g = gluon; ɣ= photon

Gluonen vormen een intermediaire functie in het overbrengen van sterke kernkrachten in de
atoomkern door het aanpassen van de kleur. Als twee quarks een gluon uitwisselen, zal hun
kleurlading daardoor veranderen. Het gluon draagt een anti-kleurlading om dat te compenseren.
Omdat gluonen zelf meerdere kleurladingen hebben, kunnen zij ook met andere gluonen uitwisseling
vertonen. Dit maakt de wiskundige analyse van de sterke kernkracht erg ingewikkeld en moeilijk.
Gluonen kunnen niet alleen de ‘kleur’ van quarks maar ook de lading van elektronen doen
veranderen.

De Amerikaanse natuurkundige Richard Feynman ontwikkelde een methode om berekeningen in


kwantumvelden uit te voeren door alle relaties tussen deeltjes als lijnen voor te stellen. Daarbij
beperkte hij zich tot de meest belangrijke interacties. Wiskundige uitdrukkingen corresponderen
met elke lijn en elk knooppunt. Deze schema’s199 vormen niet alleen de basis voor
‘boekhoudkundige’ berekeningen, maar ook voor de visualisering van de botsings-processen van de
deeltjes.

Zie hieronder voor enige voorbeelden:

Toelichting:

198
https://wetenschap.infonu.nl/natuurkunde/49464-tot-diep-in-de-kern-van-het-atoom.html
199 Bron: https://nige.files.wordpress.com/2008/06/interactions.jpg

166
Affiniteit Korsmit juli 2018

e = electron; p = positron; g = gluon; ɣ= photon; n= neutron; π en W = hadron

Symmetrie staat aan de basis van veel theorieën. Nikhef van de Universiteit van Groningen heeft in
2016 onderzoek gedaan naar links-rechts asymmetrie bij gluonen in protonen. Hij geeft een nieuwe
verklaring voor de verschillen tussen links en rechts, die optreden in botsingen tussen protonen
wanneer één van de protonen zijn draairichting (spin) loodrecht op de bewegingsrichting heeft. In
een artikel dat deze week (online) gepubliceerd is in het vooraanstaande tijdschrift Physical Review
Letters, relatereert hij deze verschillen en eerder voorgestelde verklaringen daarvoor, aan één enkele
correlatie die optreedt in de sterke gluon krachtvelden in het proton. Zo’n unificerende beschrijving
kan als nieuw uitgangspunt gebruikt worden voor het begrijpen van de gedetailleerde structuur van
spin-gepolariseerde protonen en deze relateren aan de uitkomsten van experimenten die dat
onderzoeken.

Kleurlading

Gluonen zijn verantwoordelijk voor een ongewoon verschijnsel genaamd "opsluiting." Deeltjes met
eenzelfde kleurlading kunnen nooit van elkaar gescheiden worden. Quarks en gluonen zijn deeltjes
met kleurlading. Elektrisch geladen deeltjes beïnvloeden elkaar door het uitwisselen van fotonen.
‘Gekleurde’ deeltjes worden door de sterke kernkracht gebonden door de uitwisseling van gluonen.
Het grootste verschil tussen deze wisselwerkingen is dat gluonen een kleurlading meedragen en
fotonen niet.

Twee of meer quarks dichtbij elkaar wisselen gluonen uit, en maken zo een heel sterk "kleur-
krachtveld" dat de quarks samenbindt. Hierbij verandert de kleurlading van een quark voortdurend.

Zowel de spin-gepolariseerde structuur van protonen en de kleurlading van gluonen en quarks geven
wellicht aanknopingspunten van een relatie met het Affiniteitsveld.

167
Affiniteit Korsmit juli 2018

Het menselijk oog is gevoelig voor de kleur welke de weerkaatste fotonen verkrijgen door botsing
met atomen. Zo ‘ziet’ men de aanwezigheid van waterstofatomen door een ‘blauwe’ weerkaatsing
en de aanwezigheid van zuurstof door een ‘groene’ weerkaatsing. Aangezien water absoluut
noodzakelijk is voor ‘leven’ op een planeet, kunnen ruimtesondes op deze wijze leefbare planeten200
ontdekken door naar ‘blauwe planeten’ te zoeken.

Elementaire deeltjes: elektronen, neutronen en up- en down-


quarks
Elementaire deeltjes zijn de fysieke bouwstenen201 Alle elementaire deeltjes hebben een spin en
energie. Zij zijn normaliter energiegolven, maar storten ineen tot deeltjes als zij als bouwstof
van/voor materie dienen. Als zodanig vormen zij de basis voor alle materie. Veruit de meeste
elementaire deeltjes zwerven als kwantumgolven door ons universum. Zij worden als ‘zwarte energie
of -massa aangeduid.

Protonen en neutronen bestaan uit twee soorten quarks: up-quarks en down-quarks. Een proton
bevat één down- en twee up-quarks, en heeft dus een lading van (⅔ + ⅔ - ⅓) +1. Een neutron heeft
één up- en twee down-quarks, en is dus neutraal geladen. Voor de opbouw van atomen uit
elementaire deeltjes zie Wikipedia202.

Het elektron is een elementair deeltje met spin 1/2, en is dus een fermion. Fermionen zijn bosonen
met een halftallige spin. Het antideeltje van het elektron is het positron. Voor zover men weet heeft
het elektron geen verdere inwendige structuur. Volgens de snaartheorie is het elektron, evenals
andere elementaire deeltjes, een bepaald trillingspatroon in een eendimensionale snaar. Daar werd
in Deel 1 naar gerefereerd. Over de snaartheorie, waarvoor geen experimenteel bewijs is, wordt veel
gediscussieerd. Wij zien een mogelijke relatie tussen de snaartheorie en het ‘Affiniteitsveld’. Daar
komen we in het verdere op terug.

3.1.2.3 Atomen
Binnen het kwantumveld ‘botsen elementaire deeltjes en kunnen zich tot atomen
verenigen. De nucleonen, atoomkernen, worden bijeengehouden door de sterke
kernkrachten. Dit zijn de sterkste krachten in de natuur, maar zij zijn slechts werkzaam over
een zeer kleine afstand van één femtometer, de breedte van een middelgrote atoomkern.
Daarbuiten begint de sterke kernkracht snel te verminderen. Om de nucleonen (een
combinatie van neutronen en protonen) bijeen te brengen moet de zwakke kernkracht
overwonnen worden. Daarbij spelen de gluonen een grote rol.

200 Zie vb. https://letatcest.tweakblogs.net/blog/5268/de-kleur-van-planten-op-andere-planeten.html of


https://wetenschap.infonu.nl/natuurkunde/98090-fotonen-voor-dummies.html
201 Voor een zeer beknopt overzicht van de bouwstenen zie: http://www.cpepweb.org/images/2014-fund-chart.pdf

202
https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/5/5c/Bouw_materie.PNG

168
Affiniteit Korsmit juli 2018

De verstrengeling van elementaire deeltjes binnen een atomaire structuur wordt verkregen
door de zgn. krachtdeeltjes: het boson, graviton en foton. Daarbij speelt ook het het gluon
een belangrijke rol.
De kern van een atoom bestaat uit positief geladen protonen en ongeladen neutronen. De
kern van het atoom is geen solide bolletje. De materiedichtheid van de nucleonen is in het
midden het grootst. Daarom spreekt men over de ‘kernstraal’, dat is de afstand van het
middelpunt tot daar waar de materiedichtheid tot de helft is afgenomen t.o.v. het
middelpunt. De elektronen ‘cirkelen’ in de traditionele opvatting in bepaalde banen om de
kern. Dat beeld wordt thans aangepast in de richting van een ‘wolk’, waarin de dichtheid van
elektronen-golven op bepaalde afstanden groter is.
De lading van de elektronenwolk is precies even groot als die van de atoomkern, daardoor is
het atoom als geheel neutraal van lading. Het aantal protonen in de kern is gelijk aan het
aantal elektronen in de elektronenwolk. De elektronen in de buitenste schil, de valente
elektronen, zijn betrokken bij het vormen en verbreken van chemische bindingen tussen
atomen. Ook daar ligt wellicht en aangrijppunt voor Affiniteit.

De kwantumchromodynamica (QCD) is de theorie voor de beschrijving van de sterke


kernkracht. Bij de opbouw van de kern worden gluonen uitgewisseld als deeltjes met een
kleurlading een interactie met elkaar hebben. Daarbij moeten de elementaire deeltjes de
zwakke kernkrach overwinnen, voordat zij ‘bindingen’ binnen de kern kunnen aangaan. Door
die binding wordt de sterke kernkracht groter. De zwakke kernkracht houdt de elektronen in
‘schillen’ of in de ‘wolk’ op de juiste afstand. De vrijheidsgraad van deze elektronen wordt
hierdoor beperkt. Daardoor worden deze elektronen minder als golven en meer als vaste
deeltjes waargenomen.

Enige beelden van een atoom

3.1.2.4 Moleculen

169
Affiniteit Korsmit juli 2018

Atomen kunnen zich onderling verbinden en moleculen vormen.Een goede inleiding in de opbouw
van atomen en moleculen is de site van deAfdeling:Scheikunde, Inleiding in de algemene chemie,
VSEPR203.

Een voorbeeld is de binding van twee waterstofatomen met een een zuurstofatoom bij vorming van
een watermolecuul. Dit watermolecuul is zeer belangrijk voor het ontstaan avn organische stoffen.
Waterstofbruggen zorgen ervoor dat er in polaire stoffen sterkere intermoleculaire krachten
aanwezig zijn dan in apolaire stoffen. Deze intermoleculaire krachten worden Vanderwaals krachten
(aantrekking) en London-dispersiekrachten
(afstoting, dispersie) genoemd.
Vanderwaalskrachten zijn relatief zwakke
elektromagnetische krachten tussen
moleculen genoemd naar de Nederlandse
natuurkundige Johannes Diderik van der
Waals. Op macroniveau worden de
vanderwaalskrachten aangeduid als cohesie
en adhesie. De grootte ervan hangt sterk af
van het gemak waarmee de elektronenwolk
vervormd kan worden (polariseerbaarheid),
om zo tijdelijke dipolen te vormen. In het
geval van een stof met grote atomen of
moleculen zijn de deeltjes eenvoudig
polariseerbaar: ze bezitten veel elektronen, waarvan een gedeelte zich ver van de atoomkern
bevindt. In het geval van stoffen met grote moleculen, zoals eiwitten, is ook de vorm van het
molecuul van belang: als de moleculen regelmatig van vorm zijn en geen uitstulpingen bevatten,
grijpen deze moleculen nauwer in elkaar en zijn de vanderwaalskrachten groter. Deze ‘bindingen’
laten ruimte voor ‘afwijkingen’, zij het dat deze relatief zeldzaam zijn. Deze afwijkingen kunnen zijn:
minder bindingen, hetgeen leidt tot de vorming van minder moleculen van een bepaalde soort, en
andere verbindingen, waardoor er andere moleculen ontstaan. In het volgende worden enige
voorbeelden gegeven van de opbouw van een aantal moleculen, van de chemische samenstelling van
veel voorkomende moleculen en van enige chemische reacties. Daarbij is een toename in
complexiteit te zien.

Elke stof heeft zijn eigen specifieke molecuulstructuur. Wat opvalt is de ‘ketenstructuur’ vb. bij veel
organisische stoffen zoals vb. benzine en. De molecuulstructuren kunnen erg ingewikkeld zijn, zie het

voorbeeld van suiker.

Voorbeelden: NO2 moleculen kunnen zich door ‘botsingen’ verenigen tot NO3 met NO als
‘restproduct’ NO3 moleculen kunnen door disruptieve krachten uiteenvallen in NO en O2

203
Zie Wikibooks https://nl.wikibooks.org/wiki/Afdeling:Scheikunde/Inleiding_in_de_algemene_chemie/VSEPR

170
Affiniteit Korsmit juli 2018

Bron: ??
Dit zijn voorbeelden van vrij stabiele moleculen. Maar in de natuur zijn er veel complexe, open

systemen, die vaak instabiel zijn. Toch vervallen deze niet altijd in chaos. Op een of andere manier
weten sommige instabiele moleculen te overleven, , en soms ook een hogere orde te handhaven.
Prigogine204 geeft een verklaring voor dit verschijnsel, dat haaks staat op de algemene wet van de
Thermodynamica dat complexe, pen systemen vervallen in kleinere systemen ten gevolge van de
positieve entropie. Welke atomaire of moleculaire processen of andere processen, waarbij wij
denken aan de werking van Affiniteit, dit veroorzaken moet diepgaand worden uitgezocht. Dit komt
alleen v0or bij moleculen, die onderdeel zijn van een organisch systeem.

Naast koolstof bevatten organische moleculen vrijwel altijd waterstofatomen205. Uitzonderingen


hierop vormen halogeen gesubstitueerde (met halogeen-atomen in plaats van waterstofatomen)
koolstofverbindingen zoals tetrachloormethaan, tetrabroommethaan en hexachloorbenzeen. Ook zit
er vaak ook stikstof, zwavel en zuurstof in organische moleculen. Andere elementen die soms
voorkomen zijn: fluor, chloor, broom, jood, fosfor, silicium, telluur en boor. Ook metalen als lithium,
natrium, kalium, beryllium, magnesium, germanium, lood, arseen, antimoon en bismut.

Vanuit een constructivistische kijk op de opbouw van het bouwwerk van het leven zien wij de
elementaire deeltjes, atomen en moleculen aan de basis. De opbouw van de moleculen wordt mede
beïnvloed door hun functie binnen dat bouwwerk. De structuur van organische moleculen wordt op
kwantumniveau vastgelegd. Ten dele zal dat bouwwerk door toeval ontstaan. De constructieve
elementen echter zullen functioneel bepaald moeten worden ofwel door trial and error, ofwel door
een ordenende invloed vanuit het Affiniteitsveld. Dit laatste kan vb. door een optimale aanwending
van energie, door een optimale keuze van bouwstoffen of door een optimale logistiek bij de
realisatie van het bouwwerk. Daarbij zou het Informatieveld wellicht een rol kunnen spelen. Wij
geloven niet dat de ordenende werking tevens een planmatige of doelgerichte werking is. Wij
denken eerder aan functionaliteit, optimalisatie en efficiency.

204
De belangrijkste bijdrage aan de vraag naar entropie is ooit geleverd door Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine in zijn La Nouvelle Alliance
(1979) . Hij schreef dit boek samen met Isabelle Strengers. In 1984 werd dit boek vertaald als Order out of Chaos en Orde uit Chaos (1985).
Deze Alliance zou wellicht in relatie met Affiniteit kunnen hebben. Het boek gaat over Thermodynamica en over de pijl van de tijd en over
onomkeerbare processen. Een Prbelangrijk richtinggevend principe van Prigogine is ‘de pijl van de tijd’. De pijl van de tijd gaat voor mensen
over het 'Sein zum Tode' maar ook over het doorgeven en evolueren/ revolutioneren van Cultuur. Ons collectieve product, dat niemand zo
ontworpen heeft maar toch uit de mensen samen emergeert.
205 Zie Wiki: https://nl.wikipedia.org/wiki/Stikstof_(element)

171
Affiniteit Korsmit juli 2018

3.1.2.5 Organismen
Het is nog een hele stap om van anorganische moleculen naar een levende, organische cel te komen,
die zich kan reproduceren. Wat moest er namelijk gebeuren om een cel te maken? Er moeten o.a.
organische bouwstoffen gemaakt worden, er moeten celmembranen ontwikkeld worden, die vaak
zeer complexe functies hebben en er moet een vorm van zelf-replicatie gevonden worden, waarin
het DNA een grote rol speelt. Zelfs met de hiervoor genoemde werkingen van Affiniteit en Informatie
is dit een hele toer.

In de Evolutietheorie wordt dit beschreven als een stapsgewijze ontwikkeling, waarbij er telkens
kleine afwijkingen optreden, die aan het ‘toeval’ worden toegeschreven. Dat zal ten dele zeker zo
zijn, maar dat kan niet alles verklaren. Deze premisse van de Evolutietheorie is niet statistisch
bewezen. Het toeval, evenals de ‘waarschijnlijkheden en onzekerhedenn’ op kwantumniveau spelen
zeker een grote ro spelen, maar deze sluiten ook andere werkingen, v. Affiniteit, niet uit.

Daarnaast zijn er emergenties, die niet door het ‘toeval’ verklaard kunnen worden, omdat er daarbij
zoveel ‘toevalligheden’ zouden moeten zijn samengevallen, dat dit statistisch praktisch onmogelijk is.
Een voorbeeld is het ontstaan van de dubbele DNA-helix en het ontstaan van ‘bewustzijn’, waarvan
wij niet weten hoe dit werkt. Veel wetenschappers leggen daarbij een verband met metafysische
fenomeen, vb. het Nulpuntsveld.

Men zou de kans dat dit alles ‘door toeval’ gebeurt kunnen inschatten. Onderzoek daarnaar is
dringend gewenst. We zijn ervan overtuigd dat deze kans, zonder een structurerende beïnvloeding
door wat wij een een ‘streven naar orde’ noemen en de werking van Affiniteit om dit te realiseren,
bijna oneindig klein is, minder dan 1 op 10-50. De cellen van organismen zijn zo complex, en ook de
noodzakelijke onderlinge samenwerking, dat men zich niet kan voorstellen dat deze spontaan door
het toeval uit anorganische materie zijn ontstaan.

In een oersoep van methaan, waterstofgas, ammoniak en water en onder invloed van
blikseminslagen met sterke elektrische ontladingen ontstonden vier miljard jaar geleden organische
moleculen en aminozuren, die onontbeerlijk zijn voor de bouw van eiwitten206. Eiwitten zijn nodig om
de structuur van levende cellen in stand te houden. De eerste eencelligen, de Archaea of
archeabacteriën, hadden geen zuurstof nodig en bezaten ook geen celkern. In plaats daarvan
zweefde er een ringvormige DNA-streng door de cel. De temperatuur op aarde was nog erg hoog,
maar daarin kunnen Archaea goed gedijen. Archaea zijn nu nog steeds in geisers en hete bronnen te
vinden.

Door een overproductie van koolstofdioxide dreigde de atmosfeer van de aarde aarde vier miljard
jaar geleden zo heet te worden dat er geen leven mogelijk zou zijn. De archeabacteriën voorkwamen
dat, door kooldioxide om te zetten in kalksteen. Zo'n 3,8 miljard geleden begon een aantal bacteriën
samen te klitten tot een organisme bestaande uit meerderere cellen. Binnen dat Iorganisme
specialiseerden bepaalde cellen zich in bepaalde ‘taken’. Het eiwit leverde een structuur en de
nodige voedingsstoffen. Het chloroplast, nog zo een wonderlijke emergentie, zorgde voor de
omzetting van zonlicht in energie en zuurstof. Zonder deze 'bladgroenkorrel' was het leven zoals wij
dat kennen niet mogelijk geweest. Mitochondriën zetten voedingsstoffen om in energie Geen enkele
cel in een complex organisme kan zonder mitochondriën. Een doodgewone cel herbergt al snel
duizenden van deze 'krachtcentrales'. Blauwgroene algen begonnen 3,5 miljard jaar geleden zuurstof

206
Deze tekst is mede geinspireerd door Lennart de Nooijer, De oorsprong van hetleven
http://www.natuurinformatie.nl/ndb.mcp/natuurdatabase.nl/i000265.html

172
Affiniteit Korsmit juli 2018

te produceren, waardoor het zuurstofgehalte in de atmosfeer steeds hoger werd en er ook een
beschermende ozonlaag (O3) tegen Uv-straling ontstond. Daardoor werden nieuwe levensvormen
mogelijk. Blauwgroene algen, de 'zuurstoffabrieken' van onze aarde, verspreidden zich over alle
oceanen. De archeabacteriën waren gedurende miljarden jaren het enige leven op aarde.

De ontwikkeling van cellen tot levensvatbare organismen was 1,4 miljard jaar geleden compleet met
de komst van de eukaryoten: organismen met cellen, die een kern bevatten en die alle levensfuncties
hebben. Eukaryoten zijn de voorouders van alle complexe levensvormen, van alle planten en dieren.
De subgroep van de protozoa is de eerste eencellige, die zich met organisch materiaal voedden. Zij
zijn als parasieten een bedreiging voor alle andere levensvormen. , zoals vb. de malariaparasiet voor
de mens. De eukaryoten beheersten bijna een miljard jaren het leven op aarde, naast de bacteriën,
die niet weg te branden zijn.

Dat veranderde 570 miljoen jaar geleden toen eukaryoten nieuwe ontwikkelingen doormaakten en
eencellige Foraminifera een primitief kalkskelet kregen. Zij zijn de voorvaders van de mosselen.
Tussen de 600 en 500 miljoen jaar geleden gingen eencelligen zich spontaan aan elkaar binden en
vormden sponsdiertjes, de Porifera en ook de kwal Bathocyroe fosteri. Dat betekende niet dat de
eencelligen verdwenen. Zij vormen nog steeds de basis van alle bacteriën, zonder welke levende
organismen niet kunnen bestaan.

Deze ‘meercelligen’ leerden op warmte en elektromagnetische prikkels van buitenaf te reageren. Dit
was belangrijk, omdat zij zo beter gebruik van fotosynthese, waarbij zij m.b.v. zonlicht CO2 en water
in suikers, konden omzetten. De Radiolaria ontwikkelden ‘zweepjess’ om naar warmere plekken te
zwemmen. Men vindt ze nog steeds massaal in de oceanen, waar zij aan de basis van de
voedselketen slaan. Een probleem met neercelligen is hun neiging om alsmaar te groeien. Dat kan de
dood van het volledige organisme tot gevolge hebben, zie vb. kankercellen bij mensen. Daarom
hebben bijna alle grotere meercellige organismen een soort van ‘zelfmoordfunctie’. Dit is voor het
eerst aangetoond bij de Caenorhabditis, waarvan de cellen na een bepaalde tijd dood gaan.

De meercelligen ontwikkelden zich tot organismen, die de voorlopers werden van de ons bekende
planten en dieren. Deze organismen moesten zich kunnen vermenigvuldigen en voortplanten. Dit
proces noemt men wel zelfreplicatie.

Hier gaan we in het volgende dieper op in, met name op die zaken waarbij Affiniteit een rol speelt.
Maar eerst gaan we dieper in op de chemische reacties in moleculen en op de werking van RNA en
DNA alvorens de zelfreplicatie te bespreken.

Chemische reacties, die organische moleculen opleveren


Onderzoekers ontdekten dat onze aarde waarschijnlijk een van de zeer weinige planeten is, waar
leven zoals wij dat kennen mogelijk is. De nodige ‘grondstoffen’ zijn hier aanwezig: waterstof,
zuurstof, koolstof, fosfor, stikstof, zwavel en calcium. Na voldoende afkoeling van de aarde konden
deze elementen zowel in de atmosfeer als in het water reacties met elkaar ondergaan. Onderzoekers
hebben getracht uit deze ‘dode stof’ organische structuren te maken, die kunnen overleven. Dat is
tot op heden niet gelukt.

Organische moleculen vormen wel een noodzakelijke maar nog lang geen voldoende voorwaarde
voor leven. Organische moleculen zijn moleculen, die vrijwel altijd op koolstof zijn gebaseerd. Oparin

173
Affiniteit Korsmit juli 2018

stelde in 1924 een theorie op, waarin koolwaterstoffen zoals aminozuren zich verbonden zouden
hebben met waterstofcyanide(HCN) in een vulkanische omgeving207. Daardoor zouden purines en
pyridines gevormd kunnen zijn, die worden gebruikt om nucleïnezuur te maken, dat op haar beurt de
grondstof vormt voor DNA en RNA. Prof. Harold Urey en en één van zijn studenten, Stanley Miller,
experimenteerden begin jaren 50-tig om Oparin's theorie te bewijzen208.

Miller deed in 1953 proeven met de samenstelling van de gassen methaan, ammoniak en waterstof
dat hij in een glazen buizenstelsel, welk voor een gedeelte gevuld was met water, liet circuleren. Het
stromende gasmengsel werd blootgesteld aan elektrische ontladingen, die de energie leverden voor
eventuele chemische reacties. Het bleek dat er zich allerlei organische moleculen hadden gevormd,
waarvan sommigen niet konden worden gedetermineerd. Hoewel deze ontstane verbindingen nog
steeds erg simpel zijn, werd het duidelijk dat essentiële verbindingen zoals aminozuren (suikers), die
zich in lange ketens verbinden tot eiwitten, in de loop van miljoenen jaren op onze primitieve aarde
in een omgeving, die ook wel de ‘oersoep’ wordt genoemd vanzelf konden ontstaan.

Er zijn verschillende lezingen over hoe organismen zijn ontstaan. Jan van den Berg 209 heeft voor zijn
theatercollege over de Oerknal onderzoek gedaan naar wat de wetenschap zegt over ‘beginpunten’
van het universum en van het leven. Hij vraagt zich af hoe organismen zijn ontstaan: was dat, met
Darwin in de hand, in het warme poeltje vol beginnend leven, zoals het Miller-Urey-experiment met
de ‘oersoep’ en bliksem suggereert. Dit sluit aan bij het verhaal van hoe het leven is ontstaan volgens
Genesis. Van den Berg liet zich daarbij inspireren door de Nijmeegse theoloog Ellen van Wolde, die
de eerste zin van het Bijbelboek Genesis had hertaald, verbeterd vond ze, in: God maakte de hemel
en de aarde los uit wat er eerder was’. God schiep deze dus niet. Deze waren er in beginsel al vóór
het eerste moment van de schepping. Daar ligt er een duidelijke relatie met wat wij The Unknown
noemen. Ook over de Oerknal, die met graagte omarmd werd door Lemaître, had vVan den Berg
een afwijkende opvatting. Hij liet zich daarbij inspireren door de Amsterdamse theoretisch
natuurkundige Erik Verlinde, die vanuit de optiek van zijn Zwaartekrachttheorie weinig geloof hecht
aan de Oerknal. Vanuit zijn inzichten, die gebaseerd zijn op het werk van de Nederlandse
Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft, leven we in een hologram210, in een illusie. Dat was het
schokkende inzicht dat Gerard ‘t Hooft lanceerde: alle informatie in de kosmos zit volgens dat
inzichte gevangen in een schil om de kosmos heen. Dat is de reden dat de Amerikaanse fysicus
Leonard Susskind het idee van ’t Hooft de naam ‘holografisch principe’ meegaf. Susskind vertaalde
het op zijn beurt naar de taal van de snaartheorie, een van de belangrijkste kandidaat-theorieën in
de poging tot unificatie van alle natuurkrachten. Later liet de Argentijnse fysicus Juan Maldecena zien
hoe men het holografisch principe praktisch kon toepassen in een beschrijving van de kosmos.
Daarna ontwikkelde het principe zich, hoe tegendraads en onvoorstelbaar het ook is, tot een in de
moderne natuurkunde breed gedragen inzicht.

Of toch niet. De nieuwe theorie van Erik Verlinde bevat een update van het bizarre holografisch
principe. Zie het boek Elastisch Universum – ABC van de baanbrekende ideeën van Erik Verlinde.
Waar de meesten het holografisch principe stevig in het zadel houden, concludeert Verlinde dat
informatie helemaal niet uitsluitend gevangen zit op een tweedimensionale schil op de

207Zie boeken van Oparin: De oorsprong van het leven op Aarde en Het leven, zijn aard, oorsprong en evolutie
208
Zie link: https://www.startpagina.nl/v/wetenschap/biologie/vraag/120796/eerste-cel-ontstaan/ en
http://mediatheek.thinkquest.nl/~ll125/nl/
209
Zie links: https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/voorstelling-Oerknal-variaties-is-geen-theatercollege-
maar-mengt-feiten-met-verbeelding~b47a6e2c/?hash=4b05fb1f1bd38549a6722c037feeeb835f005942 en
210
Zie theorie van Erik Verlinde: https://newscientist.nl/nieuws/leven-we-in-een-hologram-dit-is-het-onvoorstelbare-idee-waarop-erik-
verlinde-zijn-nieuwe-theorie-baseerde/

174
Affiniteit Korsmit juli 2018

kosmologische horizon. Volgens hem klopt het holografisch principe inderdaad keurig voor de
theoretische universa, die de snaartheorie beschrijft, maar zit de informatie in ons ware heelal niet
zowel op een tweedimensionale schil als in het driedimensionale binnenste van de kosmos. De
aanpassing van Verlinde op het kosmologisch principe geeft daarom op natuurlijke wijze een
antwoord op de vraag waar de zwarte materie en energie, samen toch 95 procent van alle materie
en energie van ons universum volgens de klassieke inzichten, verstopt zit. Volgend Verlinde dus
‘nergens’, want deze bestaat niet.

De zoektocht gaat door, nu met steeds sterkere deeltjesversnellers. Voor de geïnteresseerde lezer
ligt hier een uitdaging. We keren hier van het leven op aarde weer terug naar het niveau van het
universum. Verlinde suggereert dat er een link zou kunne zijn. Daarbij denken wij eerder aan het
Informatieveld, dat het Affiniteitsveld informatie verschaft voor de bepaling van de Affiniteitswaarde
voor elk punt in de ruimte en tijd. En dit zou dan weer van invloed kunnen zijn op de chemische
reacties, die de opbouw van organische moleculen bepalen. De vraag blijft nog steeds: hoe ontstond
het ‘leven’ in deze organische moleculen?

Opbouw van DNA en RNA


De kern van organismen is hun DNA. Het DNA bevat alle nodige informatie over een individu en is in
staat om de vorming van broodnodige moleculen voor de cel in gang te zetten en te stoppen. DNA en
aanverwante moleculen (zoals RNA) bestaan uit een lange draad van afwisselend een suiker (S) en
een fosfaatgroep (p): pSpSpS etc. dit noemt men een ‘strand’ of ‘backbone’. Aan elke suiker zit een
zogenaamde Base en de opeenvolgende combinatie van deze basen vormt de genetische code van
een organisme. Er zijn in de kern van elke cel steeds twee gelijke ‘Strands’.

De cyclus van DNA en RNA moleculen werken als een bouwtekening, zij het een heel speciale
tekening. In principe is de werking eerder te vergelijken met die van een beeldhouwer, die een beeld
uit een steen houwt, dan met die van een bouwvakker, die bouwmaterialen opeen stapelt. Het DNA
en RNA zorgt er voor dat het organisme wordt gemodelleerd naar het beeld van zijn ‘ouders’. Voor
mensen vindt dit proces grotendeels in de baarmoeder van de moeder plaats.

Het DNA is vastgelegd in de genen. De genen zijn opgebouwd


uit moleculen als adenine, thymine, guanine en cytosine
(suikers). Deze moleculen verbinden als ‘traptreden’ de twee
‘strands’, die oorspronkelijk afkomstig zijn van de twee
‘ouders’ Zie hie naast voor een beeld hiervan211: Let op de
verbindingen tussen de twee strands bestaan uit
waterstofbruggen. Deze zijn opgebouwd uit zuurstof,
waterstof en stikstof. Moleculen H2N respectievelijk HN en N
worden met waterstofbruggen verbonden (zie figuur):

O-NH2 resp. NH-H

Deze waterstofbruggen bepalen welke genen ‘geactiveerd’


zijn. Deze waterstofbruggen zijn wellicht beïnvloedbaar door

211 https://prezi.com/cacrflrskkzn/was-it-a-rna-or-dna-world/

175
Affiniteit Korsmit juli 2018

het ‘Affiniteitsveld’. Dit zou een aangrijppunt kunnen zijn voor een beïnvloeding richting meer orde
of ‘heelheid’. Wij menen dat deze beïnvloeding van de structuur van een organisme door
waterstofbruggen gericht is op het beter functioneren van organismen. Men zou daarin ook de
werking van het toeval kunnen zien, maar daar hebben we eerder al kanttekeningen bij geplaatst.

Zelf-replicatie
Er zijn verschillende manieren, waarop en organisme zich kan voortplanten of vermenigvuldigen. We
noemen dat de verschillende vormen van van zelfreplicatie:

Categorieën Manier van Voorbeelden Omschrijving Theorieën


zelfreplicatie

Atomaire ‘Mechanisch’ Kristallen Stabiele structuur bij Atomaire bindingen


ketenvorming gelijkblijvende Kwantummechanica
omstandigheden Thermodynamica
Diamant
Celdeling Celsplitsing door Eencelligen Voortplanting door Waterstofbruggen
‘splitsing’ van Archea deling van de cel. Chemie
DNA-ring in de cel Blauwalgen Onstuimige groei vb. Fysica
Meercelligen plankton.
Caenorhabditis Monstercellen

Nieuwe cellen Ongeslachtelijk Eukaryoten (met DNA Aanpassing van Waterstofbruggen


door DNA-keten in de kern) vormen de genen bij Biomorfogenese
basis voor de voortplanting
protozoa, die weer de
Geslachtelijk basis vormen voor Grotere
planten, overlevingskansen
dieren en de mensen
Klonen Identiek kopieën Planten Identieke genen na Waterstofbruggen
maken van genen Deiren voortplanting Medische
Kwetsbaar voor vb. wetenschappen
infecties
genmanipulatie Kunstmatige Planten Gewasveredeling Waterstofbruggen
aanpassing van Dieren Dierenfokkerijen Knippen en plakken
genen van genen

In het voorgaande is een overzicht gegeven in tabelvorm van de verschillende

Er zijn in de materievorming voorbeelden te vinden van ketenvorming, van op ontstaan van


structuren, die zichzelf steeds herhalen. Daarbij kan men denken aan kristalvorming en
uitkristallisatie van sneeuwvlokken of ijspatronen op ramen. Bij gelijkblijvende omstandigheden

176
Affiniteit Korsmit juli 2018

ontstaan er stabiele structuren, welke beschreven kunnen worden met de kwantummechanica en de


thermodynamica.

Bij organismen gaat de voortplanting middels celdeling, of liever middels splitsing en samenvoeging
van DNA-ketens. In tegenstelling tot de kristalvorming, waar atomaire bindingen een bepalende rol
spelen zijn dat bij organismen de waterstofbruggen. Naast het onderzoek naar de chemische en
fysische verbindingen speelt daarbij ook biomorfogenese en rol. Recentelijk worden waarbij ook
andere technieken toegepast zoals klonen en gen manipulatie. Men name het onderzoek rondom de
technieken van gen manipulatie zou aanwijzingen kunnen geven voor de werking van Affiniteit.

Door sommige onderzoekers wordt gedacht dat de essentie van het ‘leven’ in eerste instantie
bestond uit een eenvoudig molecuul dat lijkt op DNA en dat de mogelijkheid heeft om een kopie van
zichzelf te maken. Hoe het leven op aarde ooit is ontstaan weten we nog niet. Maar dat losse
moleculen met elkaar zijn gaan reageren tot een systeem dat zichzelf in stand wist te houden, te
kopiëren en verder te ontwikkelen, dat staat wel vast212. Daarvan zijn wij, en alle andere
levensvormen op aarde, het bewijs. Hoe dit precies gegaan is hebben wij niet ontdekt.

De cellen in meer complexe organismen kunnen zich vermenigvuldigen door celdeling, of liever door
het delen van het DNA. Daarbij gaan we uit van de algemeen aanvaarde vorm van zelf-replicatie door
het samenvoegen van het DNA van twee cellen. Momenteel zijn er kunstmatige technieken om de
celdeling op een andere wijze plaats te doen vinden. Maar de natuur kan dit op een perfecte manier.

Elke kern bevat 46 chromosomen. Het chromosoom bestaat uit een dubbele helix, die opgebouwd is
uit twee ‘strands’. Elk van deze ‘strands’ komt oorspronkelijk van een andere ‘ouder’. Bij de
reproductie van het DNA worden de helices van twee ‘ouders’ gesplitst. Vervolgens wordt één
‘strand’ van één ‘ouder’ samengevoegd met één strand van de andere ‘ouder’. Dit is een zeer
ingewikkeld proces, waarbij er soms ‘foutjes worden gemaakt. Aangezien de genen in de ‘strands’
van beide ouders niet volledig gelijk zijn kunnen persoonlijke eigenschappen soms wel en soms niet
worden overgedragen.

Zie onderstaande afbeelding. Voor de bron


hiervan zie voetnoot213.

Het DNA is vastgelegd in de genen. De genen zijn


opgebouwd uit moleculen als adenine, thymine,
guanine en cytosine. Zie hiervoor de afbeelding
hiervoor. Hiernaast wordt weergegeven hoe deze
moleculen zich verbinden als ‘traptreden’.

De twee ‘strands’ of ‘backbones’, die


oorspronkelijk afkomstig zijn van de twee
verschillende ‘ouders’, worden als een ‘rits’
samengevoegd. . De verbinding tussen beide
helften bestaat uit waterstofbruggen: O met H2N
respectievelijk HN met N.

212Zie samenvatting onderzoek: https://www.nemokennislink.nl/publicaties/dynamiek-in-de-oersoep/


213Bron afbeelding: https://www.nemokennislink.nl/publicaties/dynamiek-in-de-oersoep/ en
https://www.bing.com/images/search?view=detailV2&ccid=6Mfpw9fN&id=0CB3B99C9835D77AAC4C45D023291CC4EABD4323&thid=OIP.
6Mfpw9fNvPtkfgcfOn_ihQEsC3&q=dna&simid=607995774102602655&selectedIndex=58&ajaxhist=0

177
Affiniteit Korsmit juli 2018

Onderstaand wordt een voorbeeld van de moleculaire opbouw van een gen gegeven.

Uitvergoot kunnen covalente verbindingen en waterstofbruggen als volgt worden weergegeven:

178
Affiniteit Korsmit juli 2018

Bron: zie voetnoot214


Joe Thornton215 bestudeert al vele jaren covalente bindingen en waterstofbruggen. De
eerste vergen een chemische reactie terwijl de laatste nauwelijks energie kosten. Zijn studie
is gericht op de evolutie van eiwitten. Zijn werk bestaat vooral uit de reconstructie middels
DNA van de voorouderlijke eiwitten. Daarmee kan hij experimenteren om te bestuderen
welke mutaties verantwoordelijk zijn voor de verschillende veranderingen in functie. De
hormoonreceptoren binden hun hormonen met een bepaalde affiniteit zich tot een
complex met DNA. Een hoge affiniteit betekent dat de binding erg sterk is wat duidt op een
hoge specificiteit van het hormoon voor de receptor of andersom. De sterkte van de binding
wordt in veel gevallen bepaald door het aantal waterstofbruggen tussen de twee moleculen.
Dit hangt op zijn beurt weer af van de sequentie van aminozuren in de eiwitketen.
Het blijft lastig te verklaren en aan te tonen hoe complexe systemen zich geleidelijk kunnen
vormen. Darwin zelf schreef dat zijn theorie zou vallen als er complexe organen bestonden
die niet door meerdere, kleine, opeenvolgende veranderingen tot stand gekomen waren. Elk
afzonderlijk deel van een complex systeem heeft op zichzelf geen functie en er kan dus niet
van te voren door een aanpassing aan zijn functie ontstaan zijn en later geselecteerd om als
onderdeel van een groter systeem te dienen. Pas als het hele systeem bestaat, kunnen de
deelsystemen hun specifieke functies uitvoeren. Daar ligt dus een fundamentele vraag ‘hoe
kan dat?’
Thornton concludeert na zorgvuldige analyse dat er subtiele veranderingen zijn op het
niveau van de waterstofbruggen met als gevolg veranderingen in de energiestaat. Deze
subtiele veranderingen in de biochemie van een paar aminozuren kunnen zodoende
uitvergroot worden. Deze, nog onverklaarbare, wellicht door het toeval veroorzaakte,
subtiele veranderingen kunnen grote verstoringen veroorzaken in vb. het biofysieke gedrag
van proteïnen. Deze verstoringen kunnen op hun beurt tot belangrijke evolutionaire
verschuivingen in functie leiden. Dit verklaart volgens hem dat evolutie inderdaad plaats

214
https://ascendenza.files.wordpress.com/2013/06/hydrogen-bond.gif
215 Ziw: https://ascendenza.files.wordpress.com/2013/06/hydrogen-bond.gif

179
Affiniteit Korsmit juli 2018

vindt met kleine stapjes, die enorme gevolgen kunnen hebben. Wij stellen vragen bij de
volledigheid van deze conclusie.

Opbouw van organische cellen


Het DNA zorgt voor de ‘structuur en de afwerking’ van het organisme216. Maar voor het goed
functioneren van cellen zijn nog zeer veel andere functies nodig, afhankelijk van de functie van de cel
binnen het organisme. Daarbij kan men denken aan vb. een spiercel, een zenuwcel, een bloedcel etc.
Voor elk van deze functies zijn complexe chemische processen nodig. Hoe moeten de eiwitten en
andere organische verbindingen een cel vormen? En hoe is dat in eerste instantie ontstaan?

Dat is niet erg duidelijk, maar het meest waarschijnlijk is, dat een groep van organische moleculen
inclusief eiwitten en primitieve vetzuren, zich in een druppelachtige of belletjesachtige structuur
vormden, die de eigenschap had zich te verenigen met elementen van buitenaf, zoals eiwitten, die er
geen deel van uitmaakten. Uiteindelijk zouden deze ‘druppeltjes’ gegroeid zijn en gesplitst. En die
druppeltjes zouden zich uiteindelijk ontwikkeld hebben tot de eerste cel. Dat alles is erg vaag en
roept vele vragen op. In feite hebben we, behalve enig inzicht in de belangrijkste chemische
processen, totaal geen inzicht in hoe dit tot de vorming van de vele verschillende cellen heeft geleid.

De eerste cellen zouden zelfvoorzienende cellen (autotrophs) zijn geweest. Dat zijn organismen, die
hun eigen energie produceren, gewoonlijk met behulp van zonlicht. Enkele van deze cellen zouden
zijn geëvolueerd tot niet-zelfvoorzienende cellen (heterotrophs). Deze organismen nemen organisch
materiaal in zich op als voedingsbron.

Organismen worden opgebouwd uit veel verschillende cellen, die samen een levend geheel vormen.
Elke cel heeft een kern, celwand etc. maar daarnaast heeft elke cel een aparte functie, die voor de
goede werking van het organisme als een geheel, van belang is. Voorbeden zijn spiercellen,
geheugencellen, botcellen.

3.1.2.6 Relatie tussen materie en organismen en Affiniteit


Materie en organismen worden in onze hypothese niet alleen door gedetermineerde natuurkrachten
beïnvloed maar ook door het toeval en door Affiniteit. Emergenties kunnen vb. ontstaan door een
ingreep in de waterstofbindingen, waardoor de genen veranderen. Deze ingreep zal tegelijkertijd
binnen meerdere genen plaats moeten vinden om een emergentie te doen ontstaan. Een enkele fout
leidt wellicht tot mutaties, maar niet tot het ontstaan van een hoger organisatieniveau. Voor reeds
geëmergeerde organismen kan het toeval een rol spelen bij het ontstaan van mutaties en
differentiaties, die de overlevingskansen vergroten, passend binnen de Evolutietheorie.

Aangezien de positieve entropie het op den duur altijd wint, zal elke structuurverandering bevochten
en onderhouden moeten worden. Voor dat onderhouden heeft de natuur een aantal systemen
ontwikkeld o.a. de voortplanting waarin het DNA de zelfreproductie regelt, het ‘sterven’, waardoor

216
Het DNA werkt als een model dat een beeldhouwer in zijn hoofd heft, alleen oneindig meer complex en gedetailleerd. Een nieuw
organisme bebint met een enkele cel, die zicch deel. Er ontstaan organische structuren, die de ontwikkelingsgeschiedenis van het leven
volgen. Promitieve vormen structuren worden steeds meer toegesneden en soms letterlijk uitgesneden iot de t gewenst of liever de in het
DNA vastgelegde vorm. Dit geldt niet alleen voor de uiterlijke vorm, maar ook voor de inwendige structuur en de geestelijke
eigenschappen.

180
Affiniteit Korsmit juli 2018

energie aan het grotere systeem teruggegeven kan worden, en de evolutie, waarbij de ‘sterksten’
overleven. Deze kunnen het best gebruik maken van de mogelijkheden binnen een ecosysteem om
maximaal gebruik te maken van hun ‘energiebudget’.

Als we vanuit deze optiek naar de mensheid kijken, dan kunnen we twee conclusies trekken: de
mensheid weet bijna ongebreideld energie aan de natuur en de materie te onttrekken. Deze energie
wordt niet gebruikt voor een beter aanpassing van de mensheid aan de natuur, maar gaat ten koste
van zowel de viriliteit van de mensheid en de overlevingsdrift, als van de ecosystemen in de natuur.
Dit is om velerlei redenen een doodlopende weg.

We hebben tot nu alleen over het Affiniteitsveld gesproken. Het Informatieveld speelt echter de
belangrijkste rol in de informatie verwerving, -opslag en -verwerking en evt. in de -overdracht van de
nodige informatie naar het Affiniteitsveld. Sommigen zien daarin een analogie met de holistische
kwantumcomputer, die werkt met de ‘kleuren’ en de ‘spin’ van quarks. Anderen leggen daarbij een
verbinding met massa-energie van quarks welke zij als de basis zien van alle informatie. Daarbij zien
zij, evenals wellicht Verlinde, het Kwantumveld tevens als een informatieveld.

We zijn nogal ver afgedwaald van de beschrijving van de bouwstenen van ons universum en het
leven op Aarde. In het volgende hoofdstuk 3.2 beschrijven wij het bouwwerk van het universum en
het leven op Aarde.

3.2 Het bouwwerk van het universum en van


het leven

3.2.1 Werkingen en Processen


Het onderzoek naar het Affiniteitsveld is vooral gericht op de vraag ‘hoe orde uit chaos kon
emergeren?’. Normaliter wordt chaos alleen maar groter. Dat zegt de Tweede wet van de
Thermodynamica ook. Maar toch zien we een steeds grotere complexiteit in de natuur. De verklaring
hiervoor is dat in een dissipatief, open systeem, dat met zijn omgeving energie en materie kan
uitwisselen, deze wet niet altijd geldt. Tijdelijk kan een dissipatief systeem het thermodynamisch
evenwicht verstoren. Bij deze complexe systemen is tijdelijk een negatieve entropie , een toename
van orde en structuur of zelforganisatie, mogelijk. Deze situatie kan spontaan optreden in open,
non-linaire thermodynamische systemen, die ver van hun evenwichtstoestand af zijn. De voorwaarde
hiervoor is dat de emergerende orde de entropie in het totale systeem versnelt. Voor dit principe van
orde door fluctuaties of orde uit chaos kreeg Prigogine de Nobel-prijs.

In de natuur zien we emergente verschijnselen, waar dit principe van negatieve entropie aanwezig is.
Daar de totale entropie van de natuurlijke omgeving negatief moet zijn, moeten deze emergenties
steeds sneller verlopen en ook ‘indringerder’ zijn. Als voorbeeld: het menselijk lichaam is 10.000

181
Affiniteit Korsmit juli 2018

maal meer effectief in het verbruik van energie per massa-eenheid dan de zon. Door sommige
wetenschappers wordt beweerd dat alle emergente orde in Galaxy’s, sterren, planeten, het weer,
complexe chemie, biologie en zelfs het bewustzijn, technologie en beschavingen etc. voorbeelden
zijn van het verbruik van thermodynamische energie. Er ontstaat orde ten koste van het verbruik van
energie van het universum. Uiteindelijk zal dit het totale verval versnellen.

Maar tot die tijd kunnen er door de negatieve entropie mooie verschijnselen opbloeien, zoals vb. op
planeet Aarde, waar een natuur zich kon ontwikkelen en waar een mensheid een thuis kon vinden.
De vraag is of dat een toevallig gevolg was van een ‘gat’ in de theorie van de thermodynamica,
waardoor deze tijdelijk omzeild kon worden, of dat hier de werking van het Affiniteitsveld een rol
speelt.

In het voorgaande zijn de verschillende ‘velden’ benoemd. Maar de werkingen en processen binnen
deze velden worden niet eenduidig omschreven. Wellicht is dat vanuit onze positie onmogelijk en
kunnen we de werkingen binnen deze welden slechts afleiden van de voor ons zichtbare, meetbare
en ‘voelbare’, gevolgen. Met betrekking tot het veld waaruit alle energie en massa emergeerde ziet
men het kwantumveld als de basis van alles. Men kan hieruit het ontstaan van materie, het
universum en ook het leven op aarde beschrijven en theoretisch met vb. de kwantummechanica
onderbouwen. Maar zijn er binnen dit kwantumveld ook deelvelden voor vb. materie, informatie,
bewustzijn? Wij denken dat er naast het kwantumveld ook andere velden zijn, welke wij in het
voorgaande benoemd hebben als het Affiniteitsveld en het Informatieveld217. Met betrekking tot dit
laatste veld zijn er veel wetenschappers, die hier gewag van maken vb. Einstein en Verlinde, zonder
daar echter een concrete invulling aan te geven. Over dit veld wordt veel gespeculeerd. Wij gaan hier
niet verder op in en beperken ons tot de verkenning van het Affiniteitsveld.

In het voorgaande is beschreven hoe op een bepaald beginmoment, meestal de Big Bang of Oerknal
genoemd, er een zeer compact en heet ‘plasma’ van massa-energie, waaruit in turbulente
elementaire deeltjes ontstonden zoals quarks, elektronen , protonen en neutronen. Het standaard
Model voor … geeft aan welke deeltjes een rol speelden en nog spelen bij de vorming van materie.
Verlinde toont aan dat uit de werkingen van massa-energie naast materie ook de natuurkrachten
zoals zwaartekracht emergeerden en iik de ruimte en de tijd, die het universum voor ons
beschrijfbaar maakten. In het voorgaande gingen we dieper in op de elementaire deeltjes en de
opbouw van materie en organismen.

In het volgende geven wij een overzicht van dit ‘bouwwerk’, waarin wij de fenomenen en de velden
op de verschillende niveaus benoemen en beschrijven.

3.2.2 Het Bouwwerk

Het bouwwerk van de materie is ontzagwekkend en roept veel verbazing, ontroering en


wetenschappelijk speurwerk op. We kunnen daarnaar kijken vanuit de optiek van een
wetenschapper, of vanuit een religieuze inspiratie of vanuit een dagdagelijkse ervaring van de wereld

217
Zie de volgende links: http://nulpuntenergie.net/blog/wat-is-nulpuntenergie/ of voor een Youtube film over de kwantummechanica en
het standaard model van de materie https://www.youtube.com/watch?v=t0ZqV5u-z6o&list=PLC70413A14F72C082&index=2&t=0s

182
Affiniteit Korsmit juli 2018

waarin we leven. Wij proberen hierin enige ordening aan te brengen door de verschillende niveaus,
etages van het bouwwerk zo men wil, te beschrijven vanuit een wetenschappelijke optiek.

Beschrijving van het bouwwerk

In het voorgaande hebben we herhaaldelijk de term ‘bouwwerk’ gebruikt. We zien een analogie in de
de ontstaansgeschiedenis van ons universum en het leven op aarde met het plannen, maken en
gebruiken van een bouwwerk. De vele fasen hebben wij ‘niveau’s genoemd, omdat we geneigd zijn
het leven als een hogere orde of niveau et zien. Dat is natuurlijk een grove vertekening, want de
basis vaalles, de velden en et plasma dat zich in de Oerknal manifesteerde, zijn minstens zo
fundamenteel en mysterieus.

Elke indeling is arbitrair. We hebben getracht per niveau de fenomenen, velden en


wetenschappelijke disciplines te benoemen. We zien niveau-overgangen, waarbij zich telkens andere
kenmerken en andere verschijningsvormen openbaren. Op elk van de gelden andere theorieën voor
de beschrijving en de verklaring van deze kenmerken. Dit veroorzaakt vaak spanningsvelden tussen
wetenschappers en niet-wetenschappers. De indeling is op een tweetal manieren weergegeven: in
tabelvorm en in schemavorm. In welke vorm ook, het blijkt moeilijk om en consistent beeld te geven,
omdat niet de fasen of niveaus, maar de faseovergangen en niveauveranderingen het meest
belangrijk zijn.

Elk overzicht doet te kort aan bepaalde belangrijke zaken. Ons overzicht is bedoeld als een
onderlegger voor het bespreken van de werking van Affiniteit in relatie met Massa-energie en
Informatie.

Niveau Events Kenmerken Theorieën Verschijningsvorm

The ? Heelheid218 Holisme ?


Unknown al veldtheorieën

emergentie kosmos
Kosmos Massa- Wiskundige Universa
energie Veldtheorieën
informatie -wantumveld
Affiniteit -Informatieveld
-Affiniteitsveld
theosofie
emergentie Ons universum
Ons Oernal Elementaire Kwantumtheorie Sterrenstof

218
Zie boek van David Bohm Implicite Order, waarin hij stelt dat er een fundamentele grondslag achter de zichtbare, tastbare wereld is, een
diepere impliciete orde van een onverdeelde heelheid. Zie vb. https://en.wikipedia.org/wiki/Implicate_and_explicate_order

183
Affiniteit Korsmit juli 2018

universum deeltjes Thermodynamica Sterrenstelsels


Atomen, Alg. Relativiteitstheorie Zonnestelsels
moleculen astronomie Planeten

emergentie Planeet Aarde

Planeet Leefbare Chemische Geologie Sferen o.a. biosfeer


aarde planeet samenstelling Aardwetenschappen Leefbare schil
atmosfeer Archeoklimatologie Primitief leven
Temperatuur Chemie Eenceligen
water Fysica
Complexe
moleculen
emergentie Natuur, Organismen
Natuur, DNA Flora Plantkunde Planten
Organismen Fauna Biologie Complexe Organismen
Medische Dieren
wetenschappen
Biomorfogenese
emergentie Mensheid
Mensheid Kennis en Geheugen Gesteswetenschappen Waarden en normen
Inzicht Intelligentie Sociale wetenschappen Organisatievermogen
bewustzijn Earth System Science Agrilogistiek
Zelfreflectie
Mededogen

Emergentie Globaal Bewustzijn


Globaal Gedeeld Hoger inzicht Holisme Duurzame ontwikkeling
Bewustzijn bewustzijn Filosofie

Toelichting
-de verschillende niveaus zijn artificiële indelingen op basis van reductionistische
wetenschappelijke theorieën
-elk niveau heeft zijn eigen materiële eigenschappen, begrippen, theorieen en wetten
-de wetten van een hoger niveau blijven gelden op alle lagere niveaus, maar bepaalde
aspecten gaan telkens overheersen.
-we kunnen de ontwikkeling met reductionistische theorieën verklaren, maar omgekeerd
kunnen we de materie, objecten en organismen niet met deze theorieën reconstrueren.
-de invloed van het Affiniteitsveld en van het ‘Informatieveld’ is op alle niveaus aanwezig.

Om de ordening en van fenomenen en velden en theorieën, die in het schema met trefwoorden zijn
aangeduid, te visualiseren is onderstaand een schema uitgewerkt.

184
Affiniteit Korsmit juli 2018

Net als bij de tabel is het belangrijk dit schema van boven naar beneden te ‘lezen’. Dus niet vanuit
een reductionistische visie, van onder nar boven, maar vanuit een constructivistische visie, van boven
naar beneden.
Het is zeer belangrijk te beseffen dat elk niveau zijn eigen denkkader heeft. Een voorbeeld kan dit
verduidelijken: Op het niveau van de elementaire deeltjes wordt de kwantumtheorie gebruikt om de
verschijnselen te beschrijven en te duiden. Op het niveau van ons universumgelden andere theorieën
o.a. de thermodynamica en de algemene relativiteitstheorie. De toepassing van de Thermodynamica
op kwantumniveau levert allerlei problemen op. Vanuit de thermodynamica kunnen de
verschijnselen van de elementaire deeltjes niet juist beschreven worden. Datzelfde geldt voor het
spanningsveld tussen de thermodynamica en de biomorfologische wetenschappen. Unificatie van
alle wetenschappen is door onze nog onvolledige kennis van de werkingen op elk van deze niveaus
voorlopig onmogelijk.

Dit schema, dat ook in de


Inleiding is opgenomen,
geeft de opbouw van het
FENOMENEN NIVEAUS VELDEN bouwwerk met zijn
verschillende niveaus weer.
Vanuit de basis worden
het Al
steeds complexere
???????
THE elementen opgebouwd, die
INFORMATIE UNKNOWN
INFORMATIEVELD weer worden
AFFINITEIT AFFINITEITSVELD
KOSMOS samengevoegd tot weer
OERSTOF KWANTUMVELD
complexere constructies.
Higgsdeeltjes’
Vanuit deze
constructivistische
PLASMA VAN benadering proberen we het
MASSA-ENERGIE inzicht te vergroten dat de
toenemende complexiteit
ELEMENTAIRE
DEELTJES KRACHTVELDEN een ‘richting’ heeft, die niet
OERKNAL alleen door het ‘toeval’
MATERIE
EMERGENTIE
TIJD-RUIMTE
verklaard kan worden.
Natuurkrachten
UNIVERSUM

STERREN
MORFOGENESE
PLANETEN EN
AARDE

EMERGENTIE NATUUR
LEVEN
ORGANISMEN

FLORA
EMERG
FAUNA
ENTIE
BEWUS
TERUGKOPPELING MENSHEID TZIJN
" VOETFDRUK ??SUPERBEWUSTZIJN??

VOETAFDRUKVOETAFD

185
Affiniteit Korsmit juli 2018

3.2.3 Beschrijving per niveau


Het probleem van de niveau-overgangen is in het voorgaande aangegeven. Wij denken dat de eerste
niveau-overgang ligt bij de overgang vanuit The Unknown naar de ‘velden’, welke wij benoemd
hebben Affiniteitsveld, Informatieveld en Massa-Energieveld, dat wij ook aanduiden als het
Kwantumveld. Deze drie fundamentele velden vormen de basis voorde ontstaansvoorwaarden van
ons universum.

Een tweede niveau-overgang ligt bij het ontstaan van het ‘plasma uit het Massa-energieveld, waaruit
de elementaire deeltjes zijn ontstaan. Deze overgang speelt een cruciale rol in de werkingen, die de
Oerknal deden ontstaan. De derde niveau-overgang zien wij in het ontstaan van de materie en het
spel van massa en energie tijdens en na de Oerknal, waaruit ons universum ontstond. Daarna volgde
de niveauovergang naar de natuur met leven op Aarde, de flora en fauna en de dierenwereld zoals
wij die kennen en en tenslotte de mensheid met een individueel bewustzijn. Als laatste niveau-
overgang zien wij het ontstaan van een globaal bewustzijn.

De eerste overgang vanuit The Unknown naar de drie genoemde velden ligt buiten het voor
wetenschappen toegankelijke gebied, behalve wellicht voor theologische en/of wiskundige
wetenschappers. De tweede overgang vanuit de velden, en dan met name het Massa-energieveld
naar het Kwantumveld van de elementaire deeltjes met ‘massa en en energie’, die zich openbaarden
of emergeerden in wat wij hier in navolging van vele wetenschappers de ‘Oerknal’ hebben genoemd,
is indirect wellicht wel wetenschappelijk onderzoekbaar. De daarna volgende overgangen naar het
ontstaan van ons universum en het leven op Aarde zijn wetenschappelijk goed onderzocht, alhoewel
hier de theorieën op de verschillende niveaus soms lijken te ‘botsen. De laatste overgang is nog in
volle evolutie. Dit is de overgang van een individueel bewustzijn naar en meer collectief bewustzijn,
welke zich niet alleen bij mensen voltrekt, maar volgens sommige wetenshappers ook op het niveau
van de aarde en elfs he universum. Zie vb. ‘the mind of te universe’ van Hubble en Dijkgraaf en ’de
aarde als symbiotisch systeem met een eigen bewustzijn’ van Peter Westbroek. Een dergelijk
bewustzijn is wellicht van alle tijden, wellicht van voor alle tijden. Dan zijn we weer bij af, bij de
velden van Affinieit en Informatie.

The Unknown
Omdat we de ‘oorsprong van alles’ niet kunnen vatten en ook niet kennen noemen we dit ‘Het
Onbekende’ of ‘The Unknown’219. Thales van Milete zag ‘water’ als het begin van alles. Zo heeft elke
cultuur zijn eigen oorsprongsmythe. Onze westerse cultuur ontkent deze mythen en zoekt naar
rationele, reductionistische verklaringen, vaak gepresenteerd in abstracte, wiskundige termen.
Wetenschappers kunnen m.b.v. wiskundige theorieën de werkelijkheid van na de Oerknal

219
The Unknown verwijst naar de situatie voor de Oerknal. Zie vb. YouTube film:
https://www.youtube.com/watch?v=crQvu4NygAc&list=PLC70413A14F72C082&index=15&t=0s

186
Affiniteit Korsmit juli 2018

retrospectief beschrijven en deels verklaren. Zij kunnen met deze wiskundige theorieën de
ontwikkelingen doortrekken naar een hypothetische werkelijkheid van voor de Oerknal.

Wij zien dat anders. Wij zien een onkenbare toestand van ‘zijn’, die wij The Unknown noemen. Deze
toestand van ‘zijn’ kent geen tijd en ruimte en andere inventies van de mensheid. Binnen deze
toestand van ‘zijn’ emergeerde ons universum, zoals er wellicht oneindig veel andere zaken zijn
geëmergeerd , die wij nooit kunnen kennen.

Omdat de mens een aangeboren nieuwsgierigheid heeft en alles wat hij niet kan verklaren wil
onderzoeken, heeft de mensheid niet alleen geprobeerd om grip220 te krijgen op dat mysterieuze
‘Begin’ of ‘Oorsprong van alles’. Hiervoor zijn naast vele mythologische verklaringen ook veel
rationele verklaringen gegeven, bijna alle in wiskundige termen,. Voorbeelden zij n de ’ready state’
theorie, een ‘pulserend heelal’, een singulariteit221 of een Oerknal. Vanuit deze laatste verklaring, die
grotendeels is afgeleid uit de ontdekking van een zich steeds sneller uitdijend heelal, wordt het
allereerste begin gezien als de emergentie of het ontstaan van een plasma van massa-energie,
waaruit alles is ontstaan. De Oerknal wordt thans niet meer alleen als een puntgebonden222
fenomeen gezien, maar als een emergentie, die op meerdere punten en tijden in de oneindige
ruimte plaats zou hebben kunnen vinden. Verlinde vergelijkt dit met een kristallisatie van een
medium. In bijna alle modellen heeft ‘The Unknown’ een holografisch aspect.

In relatie met ‘The Unknown’ komt men begrippen tegen als een ‘almachtige schepper’,
‘oneindigheid’, ‘oneindige massa en energie’. Wetenschappers zouden vrij moeten zijn in hun
zoektocht naar verklaringen voor het eerste begin en voor de situatie waaruit dit eerste begin van
ons universum kon ontstaan, vb. vanuit of religieuze, filosofische, fysische of wiskundige
verklaringen. Wij constateren dat deze ruimte niet altijd gegeven wordt. Zo lijkt het dat religieuze
wetenschappers minder ruimte krijgen en wiskundigen meer. Wiskundige modellen worden steeds
vaker als mogelijke verklaringsgrond gezien voor de werkingen van massa-energie voortkomend uit
the Unknown.

We moeten beseffen dat we als mensen niets kunnen weten over The Unknown. We kunnen ons
hierdoor wel laten inspireren.

Velden: Kwantumveld, Informatieveld en Affiniteitsveld


In de Inleiding bij Feel 3 is reeds het een en ander voor deze velden gezegd. Hier aanvulling vanuit de
optiek van de ontwikkeling van ons universum als een bouwwerk.

De overgang vanuit The Unknown naar de door ons benoemde velden is een overgang van het voor
ons ‘onbekende’ naar het voor ons ‘enigszins bekende’. We weten dat er een plasma van massa-
energie is gevormd, welke geleid heeft tot de ‘Oerknal’. De werkingen binnen dit Kwantumveld zijn
beschreven met de kwantumtheorie, meer in het bijzonder de kwantummechanica. We weten niet
precies hoe deze werkingen zich voltrokken en we weten al helemaal niet wat de invloed vanuit het
Affiniteitsveld en het informatieveld was.

220 Zie: https://www.visionair.nl/wetenschap/universum/wiskundig-bewezen-heelal-had-begin/


221 Perimeter Institute in het Canadese Ontario : In het voorgestelde scenario bevond ons universum zich nooit in de singulariteit, maar
ontstond het buiten een waarnemingshorizon en werd het beschermd tegen de singulariteit. Het is slechts één van de overblijfselen van
een geëxplodeerde vierdimensionale ster. Zie: https://www.ninefornews.nl/de-Oerknal-een-illusie-de-holografische-oorsprong-van-het-
heelal/ en video https://www.ninefornews.nl/de-Oerknal-een-illusie-de-holografische-oorsprong-van-het-heelal/
222 Zie Kris Verburgh: http://www.krisverburgh.net/essay-over-de-Oerknal-en-de-grote-drie.html

187
Affiniteit Korsmit juli 2018

Wij roepen wetenschappers op om verder te durven denken dan de emergentie van massa-energie,
ruimte, tijd en krachtvelden en theorieën. Wij denken dat er vanuit ‘The Unknown’ drie velden zijn
geëmergeerd, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Wellicht zijn deze velden in The Unknown
als ‘een-en-dezelfde creatiebron’ te zien223. Aangezien dit de diepste bron is voor alle wetenschap,
hoe ontoegankelijk ook, moeten wetenschapers zich daarop richten.

kwantumveld
Vanuit ‘The Unknown’ ontstond een enorme hoeveelheid massa-energie in primordiale vorm onder
onvoorstelbare druk en temperatuur. Binnen enkele seconden ontstonden er in de oneindige ruimte
enorme omwentelingen, waarin materie en antimaterie elkaar vernietigden, en werden de
bouwstenen voor de elementaire deeltjes gevormd. Deze deeltjes presenteerden zich gelijktijdig als
massa en als energiegolven.

Na de Oerknal heeft de massa-energie zich ontwikkeld tot ‘zichtbare en meetbare’ materie en voor
meer dan 80-procent in nog onbekende ‘donkere of zwarte massa en energie’. De wetten van de
kwantummechanica, hebben alleen betrekking heeft op de zichtbare en meetbare materie en
energieën . Zij kunnen geen beschrijving geven voor singulariteiten als Zwarte Gaten. Een goede
introductie in de wereld van massa-energie en de elementaire deeltjes id het boek van Gerard ’t
Hooft De Bouwstenen van de Schepping, , Een zoektocht naar het allerkleinste, 2002224.

In Deel 1 is de kwantummechanica in relatie met de Relativiteitstheorie besproken. De wetten van de


kwantummechanica beschrijven de werkingen van de ‘substantie’, maar de invloed van het
Affiniteitsveld en het Informatieveld op de vormgeving van deze substantie wordt daarbij niet
meegenomen. Een mogelijke invloed zou kunnen zijn dat op kwantumniveau elementaire deeltjes,
de bouwstenen van de Schepping, zodanig gevormd worden, dat deze maximale mogelijkheden
bieden voor een fundamentele ordening van ‘alles’. Zij blijken de perfecte bouwstenen voor atomen,
moleculen en materie en later in de evolutie voor de natuur en wellicht ook voor het bewustzijn.
Daarbij is er een bijna volledige vrijheid om de de bijna oneindige veelheid aan ‘bouwwerken’ te
realiseren. Er zijn geen aanwijzingen dat door de werking van het Informatieveld en het
Affiniteitsveld een ‘dwingende’ ordening of een ‘teleologisch doel’ wordt nagestreefd. Wel wordt de
Schepping steeds complexer, beter georganiseerd en energie-efficiënter. Wellicht zou men ook meer
harmonie en stabiliteit in de Schepping kunnen ontdekken.

Informatieveld
De invloed van het Informatieveld wordt wellicht in de theorie van Verlinde, die de zwaartekracht in
termen van ‘informatie’ tracht te verklaren, meegenomen. Hij ziet een integratie van massa-energie
(subject matter) en ‘informatie’ als de basis voor de natuurwetten en -krachten. Wellicht dat in het
ontstaan van ons universum uit de materie, die gevormd werd uit de oneindige hoeveelheid massa-
energie, het Affiniteitsveld een rol speelde door beïnvloeding van de natuurconstanten, die een
bepaalde harmonie, stabiliteit en ordening aan de ontwikkeling van ons universum geven.

223 223HOLONS ... en de holistische visie. De ESSENTIE is dat de Cosmische EENHEID ... plaatselijk DUALE COMBINATIES maakt.
http://www.mu6.com/nl/index.html

224
Zie reader en evt. http://www.dbnl.org/tekst/hoof031bouw01_01/colofon

188
Affiniteit Korsmit juli 2018

In het voorgaande is opgemerkt dat Van’t Hooft het informatieveld als een hologram voorstelt dat
het gehele universum omvat en waar alle informatie binnen of op het oppervlak van het
universum225 gevangen zit. Wij zien dat ietwat anders. Wij zien het Informatieveld als een veld dat
momentane ‘beelden’ van het universum op kwantumniveau heeft, waaruit de momentane situatie
en ook de geschiedenis van het universum valt af te ‘lezen’. Dit veld is minder een databank, maar
eerder een processor, die informatie met het Kwantumveld uitwisseld. Daardoor worden een aantal
problemen opgelost, zoals vb. de vraag of informatie in een zwart gat verloren gaat.

Wij hebben onze twijfels bij de opvatting van Van ’t Hooft en sluiten ons eerder aan bij de opvatting
van Verlinde, al zien wij de informatie in een apart veld opgeslagen. Verlinde denkt dat de informatie
niet alleen in het oppervlak van maar ook binnen het universum is opgeslagen. Hij ziet hierin
informatie opgestapeld, die ook een fysieke dimensie heeft, welke het ontstaan van o.a. de
zwaartekracht en het bestaan van donkere materie in een ander licht stelt. Zie vb. het boek Elastisch
Universum, 2017, van New Scientist-redacteur George van Hal. Het grote verschil is dat wij deze
informatie in een apart veld situeren. Zie hiervoor onze opmerking in de inleiding van dit Deel. \

Affiniteitsveld
We kunnen een plasma van massa-energie niet reconstrueren. We kunnen ons zelfs niet voorstellen
hoe in de eerste factie van een seconde zoveel massa-energie kon worden gevormd en grotendeels
ook weer worden vernietigd. Wellicht dat er gedurende het heetst van een ‘kernfusie resp. -explosie’
gedurende een zeer korte tijd een plasma van elementaire deeltjes gevormd wordt. In
deeltjesversnellers wordt gepoogd deze elementaire deeltjes en hun interacties te onderzoeken. Hrt
onderzoek hiernaar leunt zwaar op de Speciale Relativiteitstheorie en de Kwantummechanica. Wij
stellen vragen bij de geldigheid van deze theorieën in deze fase van de schepping. De zoektocht naar
de kleinste deeltjes gaat door, maar in deze fase waren er gen deeltjes, wellicht ook geen massa-
energie. We weten niet waaruit dit alles is geëmergeerd. Wij zien het Affiniteitsveld hier wel een rol
spelen, omdat dit niet ‘stoffelijk’ is. Men zou zich dit veld voor kunnen stellen als een veld gevuld met
vb. bepaalde ‘waarden’. Deze ‘waarden’ kunnen worden ‘opgepikt’ door het Informatie – en
Kwantumveld.

Als de ruimte geen continuüm is maar een ‘puntsgewijs’ ruimtelijk veld of ‘grid’ op Planck-niveau,
zoals ’t Hooft suggereert, dan is dit veld wellicht een effectieve basis voor zowel het kwantumveld
als het Informatieveld. Hierdoor zouden alle velden ruimtelijk ‘gekoppeld kunnen worden via die
‘punten’ of ‘kubusjes’ ter grootte van een Plancklengte. Deze ‘punten’ zouden naast een
affiniteitswaarde ook massa-energie ook informatie kunnen bevatten. Elk van deze drie ‘grootheden’
zou door een eigen veld aangestuurd kunnenworden. Daarbij is het denkbaar dat deze grootheden
binnen elk van de ‘punten’ met elkaar interacteren.

225
Door naar dat oppervlak van een hologram te kijken zie je niets dat duidt op hoe het hologram eruit gaat zien. Maar als je weet hoe het
hologram werkt, en je schijnt er van binnenuit op een bepaald punt opde juiste manier met een licht op, dan ontstaat vanzelf een prachtig
driedimensionaal beeld van de ruimtelijke situatie bezien vanuit dat punt. Zie vb. https://newscientist.nl/nieuws/leven-we-in-een-
hologram-dit-is-het-onvoorstelbare-idee-waarop-erik-verlinde-zijn-nieuwe-theorie-baseerde/

189
Affiniteit Korsmit juli 2018

Ons Universum
Onder ons universum s verstaan wij het voor ons zichtbare universum en alle materie daarbinnen.
Het ontstaan van ons universum is een afgeleide van de ‘werkingen’ in de eerste seconden van de
omvorming van het plasma van massa-energie in de materie en energie, waaruit alles wat ‘is’
ontstaan is. Hoe dit ontstaan en geëvolueerd is in ons universum, bestuderen we met de
kwantummechanica.

Bij vorming en omvorming van materie op een iets hoger schaakniveau van vb. moleculen is de
theorie van de thermodynamica een krachtig hulpmiddel. Deze gaat uit van een streven naar een
stabiele toestand in termen van het behoud van energie en informatie binnen een geïsoleerd
systeem. Hiermee kunnen energiebalansen worden berekend. De tweede hoofdwet van de
thermodynamica stelt dat alle gesloten systemen een positieve entropie kenne. Daaruit kan men
afleiden dat ons universum eerder naar wanorde en verval streeft dan naar orde en opbouw. Deze
theorie is van belang voor voor mechanische wetten, die het universum en de materie en de
werkingen in de natuur en ook van de mensheid beheersen. Daarbij is het niet mogelijk om in een
kringproces een bepaalde hoeveelheid energie in een overeenkomstige hoeveelheid ‘werk’ om te
zetten, omdat er altijd een zekere mate van entropie is. Entropie is de warmte die een proces afstaat
of opneemt als een systeem van toestand A in toestand B over gaat. Wanneer een perfect kristal
wordt afgekoeld tot het nulpunt benadert de entropie de waarde nul. Op het niveau van de Natuur
blijkt een subsysteem zich tijdelijk aan deze wet te kunnen onttrekken. Daar gaan we onder Natuur
kort op in.

Voor ons mensen valt de enormiteit van het universum op met al zijn sterrenstelsels en onmetelijke
grote afstanden. De astronomie onderzoekt het ontstaan van sterrenstelsels en hun veelheid aan
zonnen, die vaak ook weer planeten hebben. De algemene relativiteitstheorie van Einstein geeft een
verklaring voor de beweging van de steren en planeten in ruimte en tijd, die op zich niet absoluut
bleken te zijn. De algemene relativiteitstheorie verklaart wel het bestaan van ‘singulariteiten’ maar
niet de werkingen daarbinnen. De eerste theorie over singulariteiten werd in 1965 door Pentose
opgesteld. Daarna volgde de –Hawking theorema m.b.t. singulariteiten . In de klassieke theorie
wordt een singulariteit gedefinieerd door het onverwachte verdwijnen van ruimtekrommen vb. van
licht bundels. Deze definitie voldoet niet meer. Door Senovilla worden voorwaarden, waaraan alle
theorema zouden moeten voldoen, aangereikt en ook een theorema, dat aan deze voorwaarden
voldoet. Hij geeft aan dat de studie naar singulariteiten een van de belangrijkste studievelden is van
de wiskundige fysica. Ondanks dat singulariteiten voor ons onzichtbaar zijn, zijn deze wellicht een
sleutel voor de poort naar het onderliggende niveau.

Volgens ons zijn deze fundamentele theorieën op het meest fundamentele niveau in The Unknowm
verbonden. Daarbij denken wij dat deze theorieën op dat hogere niveau ook verbonden zijn met
Affiniteit en Informatie. Wij zien, maar dit is een wilde hypothese omdat we ons hier ver buiten ons
kennisgebied begeven, de snaartheorie als mogelijk fundament. Deze theorie heeft niet 4 maar 11
dimensies, drie voor elk van de velden en 2 voor de tijd, de kosmische tijd en de ‘lokale tijd’.

190
Affiniteit Korsmit juli 2018

De kwantummechanica en de algemene relativiteitstheorie verklaren het algemeen aanvaarde beeld


van de ontwikkeling van ons universum vanaf het het eerste begin na de Oerknal. Maar hierop is in
de literatuur veel commentaar te vinden waarbij men andere beelden schetst van de
ontstaansgeschiedenis, soms op basis van dezelfde waarnemingen en theorieën.

We weten veel meer niet dan wel over het ontstaan van het universum. We kunnen wel hypothesen
over de ontstaansgeschiedenis formuleren, maar niet met het universum experimenteren. De
ruimteverkenningen leveren steeds meer inzichten op m.b.t. het ontstaan van ons universum.

Onze Leefbare Planeet Aarde


Wij menen dat de invloed van het Affiniteitsveld te herkennen is in de natuurwetten en vooral in de
natuurconstanten. Deze wetten en constanten hebben ons universum mogelijk gemaakt` en deze
passen ook heel precies vij de voorwaarden voor het ontstaan van levende organismen. Wij kennen
nog geen andere planeten, dan ons thuisland Aarde, waar leven mogelijk is of was. De planeet Mars
is wellicht de eerste planeet die wij kennen, waar leven vroeger mogelijk was. Een zeer belangrijke
voorwaarde voor levende organismen, zoals wij die kennen, is de aanwezigheid van water. t.

In de buitenmantel van een planeet spelen veel mechanische en chemische natuurwetten een
belangrijkste rol in de vorming van scheikundige elementen, mineralen en gesteenten en ook in de
vorming van een atmosfeer. Op de natuurconstanten koen we in 3.4 terug.

Natuur en Organismen
Ongeveer 3,5 miljard jaar geleden is het begin van alle organisch leven op Aarde ontstaan.
Uiteindelijk leidde dit tot miljoenen verschillende soorten planten, schimmels en bacteriën, dieren en
tenslotte de mensen. Niemand weet hoe het eerste ‘leven’ is ontstaan. Westbroek geeft een
beschrijving van de ontwikkeling van dit ‘leven’. Hij beschrijft ontwikkeling van ‘soorten’, die leven
binnen zeer specifieke ecosystemen. Anderzijds beschrijft hij de toename van complexiteit, die zeer
veel groter is dan die in het ons bekende universum.

Voor de beschrijving van deze ontwikkeling is de Evolutietheorie van belang. Hiermee kan het
ontstaan van soorten beschreven en ten dele verklaard worden, maar niet waarom de evolutie zo en
niet anders is verlopen. Meer inzicht in deze ontwikkeling verkrijgt men met de theorie van het
Holistisch Darwinisme en met de theorie van de ‘beschikbare energie’ van wetenschappers als
Corning, Bohm, Nagel, Tesson e.a . Zij hebben zowel theoretisch als experimenteel aangetoond dat
de theorie van de Thermodynamica in complexe, biologische subsystemen tijdelijk kan worden
‘overruled’. Daarbij treedt er een negatieve entropie op door economischer om te gaan met de
beschikbare energie. Wij zien veel toekomst voor dergelijk onderzoek. Belangrijke
onderzoeksterreinen zijn: biomorfogenese, genetisch onderzoek, moleculaire genetica. ;

Wij menen dat bij lde ontwikkeling van levende organismen Affiniteit en Informatie een grotere rol
spelen dan bij ‘dode stof’. Dat is ook zo bij het tot stand komen samenlevingsverbanden, die erop
gericht zijn de levensvoorwaarden van individuele leefvormen op een hoger niveau te verbeteren.
Voorbeelden zijn mierenkolonies, die erin geslaagd zijn hun ‘huis’ te klimatiseren of zwammen en

191
Affiniteit Korsmit juli 2018

bomen die gezamenlijk ziekten en parasieten te lijf gaan. De vraag is of dit evolutionaire adaptaties
zijn of emergenties. Ook de informatieoverdracht krijgt in levende organismen steeds meer
aandacht. Schimmels, de grootste organismen op aarde, die zich over vele kilometers kunnen
uitstrekken, kunnen via mycelium draden informatie overbrengen over grote afstanden.

Na de emergentie van de eerste levensvormen is eerst de flora en later de fauna onstuimig gegroeid.
De natuurwetten spelen, net als op het niveau van het universum een grote rol. Het grote verschil
tussen ‘dode’ en ‘levende’ stof kan beschreven worden door entropie, maar kan daarmee niet
verklaard worden. Voor deze verklaring zoeken wij naar aanknopingspunten in het Affiniteitsveld.
Natuurlijk speelde het proces van de evolutie daarbij een belangrijke rol, volgens veel
wetenschappers de enige rol. Maar de evolutietheorie geeft geen verklaring voor waarom het zo
gelopen is en niet anders. De mensheid heeft geleerd om organismen kunstmatig te manipuleren.
Dat begon met de veredeling van dieren en planten en thans met de manipulatie van genen. Dat
heeft een grote verbetering van de voedselvoorziening opgeleverd, maar het effect op de totaliteit
van de natuur is minder bekend en kan door terugkoppelingsmechanismen op de duur wellicht zeer
negatief uitpakken.

Wij menen dat de invloed van het affiniteit bij het ontstaan van emergenties en bij de ontwikkeling
naar meer complexe organismen en ook hun vermogen om amen te werken voldoende is
aangetoond in veel wetenschappelijk onderzoek. Westbroek beschrijft dit als een palrad van
emergenties naar steeds hogere organisatie niveaus en Corning beschrijft dit in biotermen. Hoe het
mechanisme van morfologische ontwikkelingen precies werkt weten we nog niet. Wij zien daarin een
rol weggelegd voor onderzoek naar de invloed van Affiniteit. Wij denken daarbij aan de invloed van
gluonen en waterstofbruggen op deze ontwikkelingen.

De aarde als superorganisme


De Aarde krioelt van het leven. De nijvere mieren zijn hiervan een voorbeeld. Zij leven in strak
georganiseerde mierenkolonies, die intern een duidelijke werkverdeling hebben, maar bij gevaar
werken alle mieren op een van tevoren ‘vastgestelde’ of ’instinctief bekende’ wijze gecoördineerd
aan de verdediging. Daarbij is de actie afhankelijk van het soort gevaar en de locatie van de aanval,
aldus Thomas O'Shea-Weller op nieuwssite Science Daily. De mieren reageren volgens hem alsof ze
tot één groot organisme behoren. ‘De mieren reageren op het verlies van andere individuen met een
soort groepsbewustzijn.’ De mensheid kent een dergelijke strakke discipline niet, hetgeen bij
gevaren, die de mensheid bedreigen, problemen kan opleveren. Het blijkt voor de mensheid zeer
moeilijk te zijn om met een gecoördineerde actie de gevaren tegemoet te treden. Dat kan allen bij
extreem gevaar.
Westbroek beziet de aarde als geheel als een soort superorganisme, waarin alles met alles
samenhangt. Hij is niet de enige die in dergelijke termen praat. James Lovelock beschrijft in Gaia: A
New Look at Life on Earth, 1979, zijn Gaia theorie, waarin hij het idee van de Aarde als levend wezen
ontvouwt. In Oog in Oog met Gaia, 2017, werkt Bruno Latour dit verder uit in zijn studie naar
kritische zones. Hubble zag het nog breder en zag het hele universum als een superorganisme.
Jammer dat we hem niet meer kunnen vragen wat hij daarmee precies bedoelde.

De opvatting van Westbroek dat de aarde een superorganisme is roept een aantal vragen op vb.: wat
is de doelstelling van dit organisme? Wat zijn de overlevingsstrategieën van dit superorganisme?
Aangezien dit superorganisme zich niet zelf aan zijn haren omhoog kan trekken, hoe kon dit dan

192
Affiniteit Korsmit juli 2018

ontstaan? Bij de mieren lijkt er een status quo te zijn, bij de mensheid zien we steeds hogere
bewustzijnsniveaus met schaalvergroting en het verbruik van steeds meer grondstoffen, bij robots
hebben we geen idee wat de gevolgen kunnen zijn. Bij de aarde als superorganisme hebben we dat
inzicht ook niet en onze kennis van de natuurlijke processen en terugkoppelingen is nog steeds
beperkt.

Hoe kwam het dat er van ‘dode’ sterrenstof een aarde met ‘levende organismen’ is ontstaan? Hoe
ontstond er dat delicaat evenwicht tussen alle werkingen, dode materie en en levende organismen
binnen een wat Westbroek een superorganisme en wat anderen Gaia noemen? In onze studie
stuitten we op onverklaarbare overgangen, die soms door paradigmaveranderingen in de theorie en
soms door de werking van toeval worden ‘verklaard’. Voorbeelden zijn het ontstaan van materie en
de grote variatie daarin en ook het ontstaan van levende organismen en het ‘bewustzijn’.

Hoe moeten wij ons op dit moment een emergentie naar een ‘globaal bewustzijn’ voorstelle?
Teilhard de Jardin kwam, net als de priester Lemaître met de Oerknal, met een kosmologische
verklaring: alle bewustzijn zou zich in het punt omega concentreren. Dat is en statement, geen
verlaring. Ook de visie van Westbroek ,dat de aarde een superorganisme is en wellicht een bepaald
vorm van bewustzijn heeft, roept bij ons vragen op. We kunnen ons voorstellen dat de Aarde als een
systeem wordt gezien en dat Earth System Science een zeer belangrijk onderzoeksveld wordt.

Mensheid
Volgens het schema is de mensheid een resultante van de werkingen op alle onderliggende niveaus.
De mensheid is wellicht de enige soort, die vanuit de top van de ladder naar de natuur kan kijken en
zich daarvan ook bewust is. . Mensen zijn niet alleen maar denkende en handelende individuen, maar
zij zijn onderdeel van verschillende soorten netwerken vb. familie, vrienden, medewerkers van
bedrijven, lid van politieke partijen, onderdeel van een bepaalde nationaliteit enz. binnen deze
netwerken vindt er een sterke beïnvloeding plaats. De mensheid als geheel zou zich tot een
superorganisme kunnen tonwikkelen.

Maar er is concurrentie. Wellicht wordt de mensheid ingehaald door de digitalisering. Zo kunnen


robots, die volledig zelfstandig opereren, gecoördineerde acties uitvoeren. Europese onderzoekers
slaagden er in 1217 in om robotjes zich als een enkel superorganisme te laten gedragen, zonder
menselijke instructies. Zo konden de robotjes vb. objecten ontwijken, of een bepaalde robot een
opdracht geven om vb. een steen te verwijderen van het pad, of om defect robotje ofwel vervangen
ofwel voor reparatie weg te sturen sturen. Dergelijke opdrachten hebben slechts één doel: zorgen
dat de superrobot blijft functioneren. De vraag is natuurlijk hoe de mensheid met dergelijke
ontwijdingen omgaat. Blijft de mensheid de sterkste factor in de huidige ontwikkelingsgeschiedenis.
Waarschijnlijk wel, maar dan zal de mensheid zelf zich moeten ontwikkelen tot een superorganisme.

De mensheid onderscheid zich van de rest van de natuur door het gebruik van taal en informatie
voor communicatie en voor informatieoverdracht, door het geheugen waardoor er geleerd kan van
het verleden. Het grootste onderscheid is echter het bewustzijn, dat emergeerde naar een niveau
van kennis en inzicht dat nergens anders in de natuur voorkomt. Het Affiniteitsveld heeft daarbij
wellicht een rol gespeld. Het bewustzijn heeft mensen enerzijds een doel en richting gegeven en
anderzijds geeft het aan elk individu zijn eigen individualiteit en karakter gegeven. De mensheid
heeft vele theorieën ontwikkeld om zijn plaats in de wereld betekenis te geven en om in goede

193
Affiniteit Korsmit juli 2018

harmonie samen te leven. Voorbeelden zijn: filosofie, godsdienst, bestuurlijke systemen, sociale en
economische wetenschappen etc. Helaas zijn er ook andere, meer negatieve krachten werkzaam, die
‘vrede op aarde voor alle mensen’ tot een kerstwens hebben gereduceerd.

In de literatuur en door geestelijke leiders van alle tijden wordt er vaak vanuit een bepaalde
ideologie over een hoger bewustzijn gesproken, dat het individuele bewustzijn overstijgt. Dat is ook
een kwaliteit van de mensheid, die zich steeds neer bewust is geworden van zichzelf. Het dan ook
geen wonder dat men dit bewustzijn verruimt tot de aarde (Westbroek) en de kosmos (Dijkgraaf). In
onze verlichte, westerse leefstijlen kan dat allemaal. Vanuit dat denken is de komst van een
universeel, globaal bewustzijn226 van de mensheid een logische volgende stap. In het schema is
hiervoor al ruimte ingeruimd.

Door het bewustzijn hebben mensen zelf vaak ingrepen in hun leefomgeving. Zij schiepen hun eigen
organisatiestructuren en technologische en logistieke ontwikkelingen d, waardoor zij zelf een
stempel op de natuur hebben gedrukt. We noemen dat nu een ‘voetafdruk’ gezet. Door deze
ontwikkeling en door de explosieve groei van het aantal mensen en van het ongebreidelde verbruik
van grondstoffen ontstaan er duurzaamheidsproblemen. Rapporten als Grenzen aan de Groei, 1972,
van de Club van Rome en het Brundtland Rapport, 1987 onderschrijven dat. De bedreigingen groeien
sneller dan de negatieve terugkoppelingen om deze te weerstaan. Het helpt niet dat onze politieke
leiders in termen als ‘greatest’, ‘first’ of ‘war’ praten en ook niet dat zij klimaatakkoorden aan hun
laars lappen. De mensheid zal snel stappen moeten zetten om het Antropoceen te overleven.

Het onderscheidend kenmerkt van de mensheid is het bewustzijn. Dit bracht de mensheid aan de top
van de evolutionaire ladder. De systemen, die ons brein vormen zijn dermate complex, dat we
daarvan slechts globale concepten kennen. We zijn niet in staat deze systemen te reconstrueren,
zelfs niet met de grootste computers. We weten eigenlijk niet eens waar ons bewustzijn is
gesitueerd, al zijn de hersenen waarschijnlijk wel de locatie van ons kortetermijngeheugen. Hoe de
hersenen communiceren met het lange termijngeheugen en waar waarden, inzichten en gevoelens
worden gevormd en opgeslagen is onbekend. Door sommige wetenschappers wordt hiervoor
verwezen naar het ‘Nulpuntveld’, het veld dat wij met het Informatieveld verbinden.

We zien dat de mensheid aan de top van ladder staat, maar t het bouwwerk wankelt. Om meer
stabiliteit te krijgen zou de basis verstevigd moeten worden. Wellicht dat het streven naar orde,
heelheid ook een streven naar evenwicht en stabiliteit inhoudt. Er moet nog veel onderzoek gedaan
worden om deze strevingen empirisch aan te tonen en in verband te brengen met Affiniteit.

Wellicht dat het onderzoek naar de grote bedreigingen voor de mensheid de werking van Affiniteit in
het onderzoek betrekt.

Bedreigingen voor de mensheid


In Deel 1 kwamen bedreigingen voor de mensheid al aan de orde. Fred Verbruggen spreekt over de
exponentiele groei van de Artificiële Intelligentie, die door de ontwikkeling van Kwantum computers

226Een universeel of globaal bewustzijn heeft betrekking op waarden, normen, idealen, gedragscodes ed., die door alle mensen op aarde
gedeeld worden. Wij denken daarbij niet aan een kosmisch bewustzijn, dat vaak gerelateerd wordt esoterie, spiritualiteit, healing ed. Wij
sluiten niet uit dat er raakvlakken zijn. Zie vb.
http://theorderoftime.org/ned/leden/harry/pmwiki.php/Site/SysteemleerEnSpiegelsymmetrie of
http://www.earthmissionmovement.org/universeel-bewustzijn-en-overvloed/#.WwewTvZuI2w en voor kosmisch bewustzijn vb.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Universele_wetten

194
Affiniteit Korsmit juli 2018

nog zeer sterk versneld zal gaan worden. Dit zal op velerlei terrein vb. kennis, productie, bestuur,
eigendomsverhoudingen de samenlevingen op aarde ingrijpend veranderen. Deze snelle
transhumane ontwikkeling is op zichzelf niet gevaarlijk. Verbruggen wijst op ongekende
mogelijkheden, maar waarschuwt ook voor het serieuze gevaar, dat deze ontwikkeling slechts in het
voordeel werkt van een paar mensen ten koste van de rest van de bevolking. De al bestaande
tweedeling en digitale kloof groeit op dit moment exponentieel, waardoor de zich ontwikkelende
superintelligentie in handen kan komen van een kleine elite. Verbruggen pleit voor een humane
overbruggingsstrategie en hij verwijst naar het Future of Life instituut van o.a. Max Tegmar en naar
zijn initiatief Infostates: Bridging Strategy..’

Wij delen de aard van de bedreigingen in naar een drietal categorieën, welke zich in de loop der tijd
steeds scherper zullen presenteerden:

-fysieke bedreigingen : Daarbij gaat het om gevaren van de natuur, om de rangorde binnen
de groep of gemeenschap met fysiek geweld en om bezit of macht. Deze bedreiging is op
allerlei gebieden nog steeds aanwezig. Voorbeelden zijn de stammenconflicten in Afrika,
stadsbendes, maffia-syndicaten en de religieuze conflicten

-bedreigingen m.b.t. ‘materieel eigendom’: Naarmate eigendom meer individueel werd


vastgelegd, kwam het eigendom, bezit, steeds weer bij steeds minder individuen terecht.
Daardoor werden steeds weer meer mensen bezitloos en afhankelijk van een kleine groep
bezitters. Picketty heeft de ontwikkeling van de kloof tussen rijk en arm in het recente
verleden beschreven. Deze bedreiging is thans in extreme mate aanwezig en bedreigt de
wereldorde en -vrede.

-bedreigingen m.b.t. ‘geestelijk eigendom’: Dit is wellicht de grootste, maar nog steeds niet
goed onderkende, bedreiging voor de mensheid. Het probleem hierbij is dat de
kennisontwikkeling veelal plaats vindt binnen particuliere bedrijven, die hierdoor een steeds
grotere monopolie verkrijgen.

Deze bedreigingen hebben niet alleen betrekking op individuen maar ook op groepen,
samenlevingen de mensheid als geheel. Evolutionaire ontwikkelingen gingen altijd ten koste van de
‘zwakken’, de ‘onaangepasten’. De mensheid heeft een moreel bewustzijn en accepteert dat niet.
Dat betekent dat er naar oplossingen gezocht moet worden, die tegelijkertijd op al deze niveaus
werkzaam zijn in het realiseren van meer rechtvaardige en duurzame ontwikkeling van de mensheid.
Dit bewustzijn zal noodzakelijkerwijs moeten groeien, Wellicht dat ‘Affiniteit’ daarbij een rol zal
spelen. Men zou kunnen beginnen met de bedreigingen te analyseren op de trefwoorden: ordening,
heelheid, evenwicht en stabiliteit. Wij denken dat aal genoemde bedreigingen hiermee in relatie
gebracht kunnen worden.

Wij zien dat er een relatie is tussen het ‘bewustzijn’ en wat wij de werking van ‘Affiniteit noemen:
-individueel bewustzijn dat metafysische ervaringen en uitingen mogelijk maakte zoals vb.
‘verbeelding’, zoeken naar connectie met het onbegrijpbare
-agrilogistiek, waardoor steeds grotere en com-lexere samenlevingen mogelijk werden
-het ontstaan van grote ‘rijken’, waarbij er een collectief bewustzijn nodig is om individuen
ondergeschikt te maken aan het gezag van een ‘externe macht’. We zien dit ook in het
dierenrijk vb. bij mierenkolonies of bijenvolken.

195
Affiniteit Korsmit juli 2018

Telkens waren er mensen die het inzicht kregen dat hun samenleving onderdeel zou moeten
uitmaken van een groter geheel, zonder dat grotere geheel te doorgronden. Men zou dit een
evolutionair proces kunnen noemen. Het omgekeerde is ook herhaaldelijk gebeurd vb. de
volkenmoord in Oeganda en de wereldoorlogen. Om een indruk te krijgen van de ontwikkeling van
wetenschappelijke inzichten in mogelijke invloeden van affiniteit, .zie vb.:

Dwalen in het Antropoceen , René ten Bos, 2016


Homo Sapiens, kleine geschiedenis van de mensheid, Yuval Noah Harari, 2014
Homo Deus, kleine geschiedenis van de toekomst, Yuval Noah Hariri, 2016
Evolution on Purpose: how behaviour has shaped the evolutionary process, Peter Corning,
2013
Holisme en het boek der natuur, Geoff Ward, 2015
Mindful Universe, Quantum Mechanics and the Participating Observer , Henry, P. Stapp, 2011
Entropie is niet wanorde, Fred Verbruggen, 217

Globaal Bewustzijn
De theorie van Bohm raakt aan ons bouwwerk, waarin het bewustzijn als een nieuw niveau is
weergegeven. Bohm ziet dat leven en bewustzijn diep in de generatieve orde zijn besloten en dus in
uiteenlopende graden van ontvouwing227 in alle stof aanwezig zijn, met inbegrip van de zogenaamde
‘dode stof’ zoals elektronen of plasma’s. Bewustzijn is volgens hem op alle niveaus aanwezig. Hij
beweert dat er een ‘protointelligentie’ in de stof is, zodat nieuwe evolutionaire ontwikkelingen niet
toevallig, maar op creatieve wijze verschijnen als betrekkelijk geïntegreerde gehelen uit impliciete
bestaansniveaus. De mystieke betekenis van Bohm’s denkbeelden wordt onderstreept door zijn
opmerking dat het impliciete domein ‘even goed idealisme, geest, bewustzijn zou kunnen worden
genoemd. Het is duidelijk dat onze theorie van het Affiniteitsveld hiermee vele raakvlakken heeft.
Bohm geloofde dat de algemene geneigdheid van individuen, naties, rassen, maatschappelijke
groeperingen, enz., om elkaar als fundamenteel verschillend en afgescheiden te beschouwen, een
voorname bron van conflicten in de wereld was. Hij hoopte dat de mensen uiteindelijk tot de
erkenning zouden komen van de ‘essentiële onderlinge verwantschap van alle dingen’ en zich zouden
aaneensluiten om een meer holistische en harmonische wereld op te bouwen. Deze gedachtenlijn
komt in onze studie ook op verschillende plaatsen aan de orde.

Over wat het bewustzijn is, bestaan zeer veel theorieën. Sommigen zien het oerbewustzijn als de
bron en het bestaan van alles. Voor een inleiding in dit denken zie Het mysterie van het bewustzijn
van Shirley Nicholson228. Teilhard de Chardin zag de geest, ontplooid in het 'bewustzijn' van
individuen, uiteindelijk samengebald tot een 'collectief bewustzijn’, dat steeds meer de ziel van het
heelal zal zijn. In onze studie interpreteren wij het globaal bewustzijn in meer beperkte zin als het
toegroeien van het individuele bewustzijn van vele verschillende mensen naar een meer gedeeld

227
Zie de theorie van Bohm m.b.t. kwantumpotentiaal en impliciete orde, waarin hij voorbeelden geeft van
‘ontvouwing’. Hij geedt o.a. het voorbeeld van een druppel inkt in glycerine, die ‘uitgerekt kan worden tot een bijna onzichtbare ‘lijn’. Een
ander voorbeeld is een ‘beeld of foto’ in een holografisch veld, dat bij opsplitsing van dat hologram wel nog steeds een volledig ‘beeld of
foto’ blijft maar wel minder scherp, minder gedetailleerd.
Hij merkt ook op dat het ‘impliciete domein‘ evengoed idealisme, geest of bewustzijn zou kunnen worden genoemd. Volgens hen is de
scheiding van de twee – stof en geest – een abstractie. Zie Wholeness and the Implicate Order
228 http://www.katinkahesselink.net/theosofie_nl/nicholson.html

196
Affiniteit Korsmit juli 2018

bewustzijn. Daarbij gaan wij wel uit van een, voor ons nog onbekende, relatie tussen bewustzijn en
de velden, die ons universum en het leven op aarde hebben gevormd.

Markus Gabriel, bekend Duits filosoof merkt in zijn boek Waarom we vrij zijn als we denken - Filosofie
van de geest voor de eenentwintigste eeuw op, dat mensen niet hun brein zijn. Hij pleit voor de
vrijheid van de menselijke geest:
‘Wetenschap kan laten zien hoe deze neuronen in de hersenen werken en de psychologie
kan de menselijke geest bestuderen. Maar wetenschap kan nooit antwoord geven op de
metafysische vraag ‘wat’ wij zijn. Onze wetenschap zal nooit het bewustzijn kunnen
verklaren, en wij zullen dus nooit kunnen begrijpen wat zich in iemands bewustzijn afspeelt.’

Als mensen vrij zijn, hoe kan men dan een meer gedeeld globaal of universeel bewustzijn verkrijgen,
zonder terug te vallen op een ‘oerbewustzijn’? De Duitse filosoof Rüdiger Safranski stelt zich in het
piekfijne essay Hoeveel globalisering verdraagt de mens? (2004) deze vraag. Hierin stelt hij de mens
voor als het enige wezen, dat buiten zichzelf kan treden, kan transcenderen. Daarmee geniet de
mens een trotse distantie, waarmee hij van zichzelf bewust wordt én het ‘geheel’ kan overzien. In
Globalisering én geborgenheid, 2015 stelt Jozef Waanders229 zich de vraag of dat ‘geheel’ ook
vreeswekkende proporties kan aannemen. Schopenhauer bijvoorbeeld beschouwde de mensheid als
‘schimmellaag op een van de talloze bollen in het heelal’:
‘Als het kennende leven zichzelf op zo’n manier ontdekt, lijkt een (te) weidse horizon eerder
een last dan een zegen. Met de globalisering is dat probleem nog schrijnender geworden.
Een ‘globaal bewustzijn’ bevat tegenwoordig meer dan de mens verdragen kan. Globalisering
ging aanvankelijk vooral gepaard met grote euforie, en het vermoeden van grenzeloze
nieuwe mogelijkheden. Maar tussen euforie en wanhoop loopt slechts een dunne lijn. Dat
zien we in de ontworteling van grote groepen mensen als zij de zekerheden van het ‘oude
geloof’ kwijt aken, of de geborgenheid van een sociale entiteit of de status van een
gewaardeerd beroep.’

Een heel andere mogelijkheid is volgens bepaalde wetenschappers230de bewustwording van een
‘wereldbrein’, dat als het eindpunt van de (menselijke en culturele) evolutie op deze planeet gezien
kan worden. Daarbij zou alle kennis en geestelijke activiteit op bewust niveau samengesmolten zijn in
een enkel systeem, waarvan het internet nu al een rudimentaire afspiegeling vormt. In die visie zou
er een heel ander bewustzijn kunnen ontstaan, met een wereldomspannend, transpersoonlijk,
transcultureel en transreligieus netwerk van mensen, kunstmatige intelligenties en met de nodige
infrastructuur om dit alles te verbinden. Dit scenario ontkent de diepere, mystieke ‘lagen’ van
bewustzijn en is eerder geïnspireerd door technologie en informatie dan door affiniteit en ‘waarden’.
Dit scenario zien wij eerder als een horrorscenario, dan een realisatie van een globaal bewustzijn
zoals Bohm en Gabriel dat zien. We zitten kennelijk in een spagaat: Er is behoefte aan meer collectief
gedragen waarden en normen, aan een verbreding van het individuele bewustzijn, maar die
collectiviteit vormt een gevaar als dit ‘wereldbrein’ de individuele vrijheden te veel inperkt.

Het is duidelijk dat de vrijheid van de geest van het individu in botsing komt met het
wereldomvattende globale beïnvloedingen van het bewustzijn. Het is ook duidelijk dat hier een zeer
groot filosofisch, sociaal, cultureel en politiek probleem ligt. Hoe kunnen we hopen dat met onze
huidige politieke leiders dit probleem zelfs maar bespreekbaar wordt. We kunnen alleen hopen dat

229
Zie @defusieFilosofie 2015: http://defusie.net/globalisering-en-geborgenheid/
230 Zie Wiki: https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Wereldbrein

197
Affiniteit Korsmit juli 2018

Affiniteit het globale bewustzijn kan versterken en verbreiden, met inachtneming van de individuele
vrijheid. Zo dat niet lukt zal er het menselijk bewustzijn uitdoven.

Is een emergentie naar een hoger niveau van bewustzijn


mogelijk?
De evolutietheorie gaat uit van een voortdurende aanpassing van levende organismen aan de
levensomstandigheden. Het staat buiten kijf dat deze aanpassingen ongelofelijk creatief,
doeltreffend en duurzaam zijn geweest, tot de komst van de mens dan. De evolutie theorie geeft
inzicht in hoe de variaties nutaties tot stand kwamen. .Maar de evolutietheorie kan niet verklaren
‘waarom’ en ‘hoe’ emergenties zoals vb. het ontstaan van leven, DNA of bewustzijn konden
ontstaan. De evolutietheorie berust op ‘verklaringen achteraf’. Er kan geen voorspellende waarde
aan worden ontleend. Deze theorie ontkend ook een teleologisch principe en laat het ‘toeval’ een
dominante rol spelen.

De hypothese van de ‘werking van Affiniteit’ is gericht op een verklaring van de emergenties en geeft
ook houvast bij het denken over de toekomst. De uitwerking van deze hypothese berust op een
tweetal inzichten, die met emergenties te maken hebben.

Het eerste inzicht is dat er een voortdurende ontwikkeling is in de schepping en dat de belangrijkste
emergenties betrekking hebben op het realiseren van een hoger ontwikkelingsniveau. Vanuit dit
inzicht heeft zich het leven op Aarde steeds verder ontwikkeld en de aarde het thuisland voor de
mensheid geworden. Het grootste verschil met de dieren vinden we in het ‘bewustzijn’. De volgende
emergentie zal waarschijnlijk in het verlengde daarvan plaats vinden. De ontwikkeling van
kunstmatige intelligentie zal daarbij een belangrijke rol spelen.

Er zijn momenten aan te wijzen waarop ingrijpende gebeurtenissen het bewustzijn van de mensheid
hebben beïnvloed. Een voorbeeld deed zich voor in de jaren 80-tig, toen veel enthousiaste mensen
bezig waren met duurzaamheid en milieu en er ook in de VN een draagvlak ontstond om actief in de
klimaatverandering in te grijpen. Er zijn meer van dergelijke momenten geweest en het zou
interessant zijn hiernaar een studie te doen. Denk daarbij vb. aan de ruimtevaart, oa. de foto van de
‘Opkomende Aarde’, die veel mensen bewust maakt van het gegeven dat de aarde nietig is en dat we
hierop met zijn allen moeten samenleven, of aan de ‘Val van de Berlijnse Muur’, die als een
overwinning van de westerse cultuur werd gezien. Deze gebeurtenissen hebben (nog) niet tot een
andere wereldorde geleid. Dit was ook niet te verwachten, omdat deze gebeurtenissen (nog)
voldoende ingrijpend waren.

Een tweede inzicht is dat er vanuit The Unknown niet alleen massa-energie is geëmergeerd maar ook
andere ‘werkingen’, die de ontwikkeling van het universum en het leven op Aarde hebben
gefaciliteerd. Natuurlijk kan men m.b.t. de materiële en organische evolutie alles op het bord van het
blinde toeval schuiven, maar dit bewijst niet dat deze werkingen niet bestaan. De werking van
entropie is wetenschappelijk aangetoond, zowel van positieve als van negatieve entropie. Natuurlijke
processen kan richting meer wanorde of richting meer orde gaan. Door toeval kan geen duurzame
orde ontstaan, tenzij er niets in de natuur verandert. De natuur is echter continu in verandering,
hetgeen ook de basis is van de evolutietheorie. We zien steeds weer een ontwikkeling in de richting

198
Affiniteit Korsmit juli 2018

van orde, niet in de richting van wanorde bij levende organismen. Hieruit trekken wij de conclusie dat
er naast de fysische werkingen vanuit het Massa-energieveld ook werkingen actief zijn vanuit het
Affiniteitsveld en het Informatieveld. Eenzelfde argumentatie geldt voor ‘Informatie’. De stelling dat
er binnen materie en organismen geen ‘informatie’ wordt uitgewisseld is onhoudbaar. Er zijn veel
voorbeelden van een dergelijke informatie-uitwisseling vb: genetische uitwisseling; de theorie van
psi-fenomenen231; kwantum toestanden en verstrengeling, welke de kwantumcomputer ,
kwantumcryptografie en teleportatie mogelijk maken; non-lokaal bewustzijn232, waar overigens veel
wetenschappers vragen bij stellen.

Terug naar de vraag: ‘is een hoger niveau van bewustzijn mogelijk? ’ Het antwoord is ‘ja’. Daar zijn in
het voorgaande een aantal speculatieve voorbeelden van gegeven. De geschiedenis leert ons echter
dat emergenties zich nooit vanuit de voorgaande lieten voorspellen. Dus ‘ja’, maar we kunnen niet
weten ‘hoe’. We kunnen slechts gissen hoe het bewustzijn zich kunne verbreden vanuit een streven
naar orde, heelheid en stabiliteit. In deze notitie gaan we hier niet verder op in. Ook de relatie
tussen informatie, kennis, geheugen en bewustzijn wordt hier niet verder besproken. We richten ons
in het verdere op de theoretische onderbouwing van de werking van Affiniteit

3.3 Werking van Affiniteitsveld

In het schema van het ‘bouwwerk’ van ons universum zijn een aantal ‘velden’ opgenomen en als
belangrijkste fenomenen, die de ontwikkeling van ons universum bepaald hebben, naast het Plasma
van Massa-energie, Affiniteit en Informatie.

Affiniteit en het Informatie werken in op elk van de bovenliggende niveaus. We beperken ons in de
beschrijving van al deze relaties tot de meest belangrijke relaties met het Affiniteitsveld. Maar eerst
gaan we in op het fenomeen van een ‘veld’.

3.3.1 Velden
In paragraaf 3.1.1 hebben we het theoretisch kader van het Affiniteitsveld globaal aangegeven.
Daarbij hebben wij opgemerkt dat men zich dit veld kan voorstellen als een veld met ‘staande

231
Alex Kaivarainen van de Universiteit van Turku in Finland legt op een wetenschappelijke manier uit hoe mentale krachten op veel
verschillende niveaus interacteren met alles om ons heen:
https://www.bing.com/search?q=+ivoorbeelden+genetische+uitwisseling+op+afstand&qs=n&form=QBRE&sp=-1&pq=undefined&sc=0-
11&sk=&cvid=03B50B3C7F6E483EB8932FD1A1747EAA
232 Zie https://www.3de5.nl/eindeloosbewustzijn.html Arjen Meijer besluit zijn samenvatting met: ‘Het is mij na het lezen van het boek

nog steeds een raadsel wat een wetenschappelijke visie, een bijna-dood ervaring en eindeloos bewustzijn met elkaar te maken hebben’.
Het antwoord is het Informatieveld. /het onderwerp houdt vele wetenshappers bezig. Zie vb. voor een wetenschappelijk zoektocht: zie o.a.
Jim van der Heijden, die de theorie van het blokuniversum toelicht https://www.olyphant.nl/Zoektocht/onze-kosmos/tijd-ruimte-en-
eeuwigheid/
,

199
Affiniteit Korsmit juli 2018

golven’, die op elk punt in de kosmos een bepaalde Addiniteitswaarde genereert. We gaan hier
dieper in op de veldentheorie.

Michael Faraday was in de jaren 1840 de eerste, die het ‘veldbegrip’ in de wetenschap gebruikte en
wel in verband met elektriciteit en magnetisme. Cruciaal was zijn idee dat we onze aandacht niet
moeten richten op een energiebron, maar op de ruimte eromheen. In de negentiende eeuw bleef het
veldbegrip beperkt tot elektromagnetisme en licht. In zijn algemene relativiteitstheorie breidde
Einstein dit begrip in de jaren twintig uit tot de zwaartekracht. Volgens Einstein omvat het universele
zwaartekrachtsveld, dat in de buurt van materie gekromd is, het hele universum. Bovendien worden
velden nu, door de ontwikkeling van de kwantumfysica, geacht ten grondslag te liggen aan alle
atomaire en subatomaire structuren.

Elk soort 'deeltje' wordt opgevat als een kwantum trilling-energie in een veld. Elektronen zijn
trillingen in elektronenvelden, protonen trillingen in een protonenveld, enzovoort.
Kwantummaterievelden, elektromagnetische velden en zwaartekrachtvelden verschillen van aard,
maar ze hebben de algemene kenmerken gemeen van een veld : een invloedssfeer met een
karakteristiek ruimtelijk patroon, waarin bepaalde ‘werkingen’ optreden.

Zo zien wij het Affiniteitsveld ook als een veld waarin de werking van een ordenend principe
werkzaam is. Maar hoe kunnen wij dat wetenschappelijk onderbouwen? Wij kiezen voor een
onderbouwing, die holistische, inductieve en constructivistische elementen heeft.

Wetenschap en het meer holistische funderingsdenken, dat zich baseert op uitspraken die direct
voortvloeien uit waarnemingen, gaat uit van het bestaan van bepaalde basisovertuigingen, die
algemeen zijn en geen rechtvaardiging behoeven. Men treft dit niet alleen aan bij theologische en
ideologische wetenschappers (sciëntisme) aan, maar ook bij reductionistische wetenschappers, die
het sine qua non principe niet in acht nemen. Men treft dit ook vaak aan bij wetenschappers, die
uitspraken doen buiten het geldigheidsgebied van de theorie. Uitzonderingen zijn de logica en de
wiskunde, die hun ‘systeemgrenzen’ helder formuleren en die op een concrete wijze inzichten en
verklaringen kunnen geven voor vaak zeer complexe en abstractie problemen. Deze passen zij zowel
op inductieve als op reductionistische theorieën toe.

Beide soorten theorieën hebben veel overeenkomsten en zij kunnen elkaar aanvullen. Er zouden
geen spanningsvelden tussen deze soorten theorieën hoeven zijn. Maar Hoe anders ziet de
werkelijkheid eruit! Een voorbeeld is het toenemende spanningsveld tussen de Evolutietheorie van
Darwin, en dan vooral van het universeel Darwinisme en de meer holistische benadering van Corning
in zijn Synergy-theorie beschreven in zijn boek Magic: Synergy in Evolution . De Evolutietheorie stelt
het ‘toeval’ centraal in de evolutie en Corning ziet daarbij ook een rol weggelegd voor affiniteit.

Het logische kader, zie 3.1.1, bij de wetenschappelijke analyse van ‘de werking van Affiniteit’ past
beter in een holistische context dan in een reductionistische context om meerdere redenen:
-de werking van Affiniteit richt zich meer op ‘orde scheppen’,’ heel maken’, ‘constructie’ op
een heel basaal niveau
-meten aan de werkelijkheid kan bij Affiniteit alleen indirect. Er zijn geen zaken waaraan
direct gemeten kan worden.
-de werking van affiniteit is nooit ‘mechanisch’ of ‘gedetermineerd’ maar eerder
‘onwillekeurig’, bepaald door waarschijnlijkheden en kansen
Wat beide optieken gemeen hebben is het denken in ‘velden’. Wij spreken over het Affiniteitsveld in
termen van een veld dat bepaalde processen beïnvloed in de richting van orde, heelheid en

200
Affiniteit Korsmit juli 2018

stabiliteit. Dit veld kent geen dimensies van ruimte, tijd, massa of energie. Deze horen allemaal thuis
inde velden van de natuurkrachten vb. het elektromagnetische veld, het zwaartekrachtsveld etc.

De Affiniteitswaarde beïnvloed ontwikkeling van materie en van organismen. De werking van de


Affiniteitswaarde is gericht op ‘keuzemomenten’ in de vorming van materie en organismen middels
vb. ‘bindingen’. Dergelijke keuzemomenten doen zich voor in de werkingen van massa en energie en
de natuurkrachten bij de ‘opbouw’ van vb. atomen, moleculen en cellen. Deze opbouw is niet
volledig gedetermineerd. Door beïnvloeding van ‘bindingen’, waarbij vb. gluonen en/of
waterstofbindingen een rol spelen. Hierdoor kan bewerkstelligd worden dat er een hogere orde,
heelheid of stabiliteit ontstaat. De theorie van het Affiniteitsveld vergroot de kans op de ‘goede
binding’ , waardoor organismen steeds efficiënter met energie en informatie omgaan. Daardoor
raken zij beter georganiseerd en opgewassen tegen nieuwe bedreigingen. Hoe dit mechanisme
precies werkt weten we niet. We kennen wel de gevolgen: een betere benutting van beschikbare
energie en een negatief entroposcopisch effect. Deze effecten zijn empirisch aangetoond.

De werking van dit veld zal voornamelijk op kwantumniveau plaats vinden. Maar ook op hogere
organisatieniveaus zien we deze in de vorming van vb. kristallen, cellen en organismen. Vanuit de
Evolutietheorie zal deze werking verklaard worden als de werking van ‘het toeval, maar daarover
hebben wij in het voorgaande onze twijfels uitgesproken. De theorie van het Affiniteitsveld kan o.i.
een aanvulling zijn op de Evolutietheorie.

Graag hadden wij een deductieve methode gehanteerd om de theorie van het Affiniteitsveld te
onderbouwen. Maar dat is om verschillende redenen niet mogelijk nl. onze te beperkte kennis om
het Affiniteitsveld in wiskundige termen te beschrijven, het gebrek aan onderzoekcapaciteit en .. Wij
hopen dat andere onderzoekers deze lijn kunnen uitwerken. Wij beperken ons tot de
overtuigingskracht van de indirecte ‘bewijzen’. Daar komen wij in de laatste paragrafen uitvoerig op
terug. Daarbij zullen wij ons houden aan wat t Karl Popper over falsifieerbaarheid heeft gezegd.

In het volgende bespreken wij de relatie tussen Affiniteit en de klassieke veldtheorieën de


aanwijzingen voor het bestaan van Affiniteit in het universum en de natuur. Vervolgens werken wij
enige hypothesen uit, welke falsificeerbaar zijn.

3.3.2 Relatie Affiniteit met klassieke veldentheorie


Het begrip ‘veld’ is verre van eenduidig. De klassieke fysica beschrijft het veld233 als een situatie,
waarin deeltjes in een ‘tijdruimteveld’ een kracht ondervinden of waarin op de een of andere manier
energie in die ruimte aanwezig is. Bij iedere ‘kracht’ kon men zich een veld denken: zo was er een
zwaartekrachtsveld, een elektrisch veld en een magnetisch veld. Dit is een vrij klassieke opvatting,
gebaseerd op de toen bekende krachtvelden. Het meest duidelijk en zichtbaar was het
zwaartekrachtveld.

233 https://nl.wikipedia.org/wiki/Veld_(natuurkunde)

201
Affiniteit Korsmit juli 2018

Na de algemene toepassing van de kwantummechanica ontstond de kwantumveldentheorie234. Het


kwantumveld is de basis van de materiële wereld geworden. In de moderne fysica vormt dit veld het
fundament voor de elementaire deeltjes en voor alles wat daaruit is ontstaan en nog ontstaat.
Ondanks dat het kwantumveld eerder uit ‘golven’ dan ‘dingetjes’ bestaat en eerder uit
waarschijnlijkheden dan vastigheden, is dit veld de ‘basis’ van alle materie en energie. Het
standaardmodel beschrijft dit alles.

In de literatuur spreekt men ook over velden, die met onstoffelijke zaken verbonden worden. Het
bekendste voorbeeld, wat door veel wetenschappers benoemd wordt, is het Nulpuntveld, een veld
dat bij het absolute nulpunt oneindig veel energie bevat. Naar dit veld wordt vaak verwezen in
andere termen vb. ‘informatieveld’, ‘tussenveld’, ‘kosmisch of universeel veld’. Dit zijn velden waar
‘niet-verklaarbare’ verschijnselen optreden zoals buitenzintuiglijke ervaringen, chakra’s maar waar
ook het bewustzijn, geloof, waarden etc. mee verbonden zijn. Dit zijn velden op een metafysisch
niveau, die niet ‘passen’ in de klassieke veldentheorie van de fysica. Daarom hoeven deze velden niet
minder ‘waar of werkelijk’ te zijn.

Deze velden worden door veel wetenschappers buiten hun wetenschappelijk kader of afgepaalde
werkelijkheid geplaatst en als onwetenschappelijk afgeserveerd. In deze studie gaan we niet in op
deze metafysische velden in, maar we ontkomen niet aan het gegeven dat ook het Affiniteitsveld
buiten het huidige kader van de reductionistische wetenschap ligt. Voor ons betekent dat, dat dit
kader moet worden vergroot, zodat het Affiniteitsveld en ook het Informatieveld daarbinnen past.

Als men de fysische en metafysische ‘velden’ in de literatuur doorneemt dan valt de grote diversiteit
aan opvattingen en definities op. Wellicht moeten de velden naar niveau onderscheiden worden. Een
voorzet hiertoe volgt.

‘Velden’ uit de klassieke natuurkunde: de meetbare werkelijkheid


Tijd-ruimteveld: Ruimte-tijd is een begrip uit de theoretische natuurkunde dat de vier
dimensies van ons universum integreert in één model : lengte, breedte, hoogte en tijd. Deze
verenigde visie vloeit voort uit de relativiteitstheorie, die stelt dat ruimte en tijd niet los van
elkaar staan, maar met elkaar verweven zijn.
Krachtvelden: deel van de ruimte waar een bepaalde kracht werkzaam is.
-Zwaartekracht: Aantrekkingskracht tussen massa’s.
-Sterke elektromagnetische wisselwerking: De sterke wisselwerking is onder andere
verantwoordelijk voor de samenbindende kracht van de nucleonen in de atoomkern.
-Zwakke elektromagnetische wisselwerking: Wisselwerking tussen elementaire deeltjes,
waarbij de pariteit niet behouden blijft, bij voorbeeld het bètaverval.
-Magnetische krachtd: Een bepaalde ruimte, die wordt beïnvloed door magnetisme als
gevolg van de aanwezigheid van magneten, stroomgeleiders en elektromagnetische
golven.
-Electro-magnetische krachten: De kracht uitgeoefend op elektrische geladen deeltjes
door elektromagnetische velden.

‘Velden’, die met de moderne kwantummmechanica verbonden worden:

234
Wij zien dit als één veld, omdat het zwaartekrachtveld en de tijdruimte constructen/emergenties zijn van het Kwantumveld, waarbij
ook het Informatieveld een rol speelt (vrij naar Verlinde).

202
Affiniteit Korsmit juli 2018

-Kwantumvelden: theoretisch kader voor de constructie van kwantummechanische modellen


van veld-achtige systemen, ofwel veeldeeltjessystemen, meestal geformuleerd als
relativistische kwantumveldentheorieën.
-Fluctuerende veld en een Tussenliggend veld : velden die voorkomen in het relativistische
collapsmodel van Bedingham
-KwantumInformatieveld: Informatie, of eigenlijk: kwantuminformatie, blijkt vlg. Verlinde de
belangrijkste bouwsteen van de werkelijkheid. Vraag: Is dit stoffelijke Informatie verpakt in
kwantums, zoiets als een kwantumcomputer

‘Velden’, die verbonden, die met de metafysica verbonden worden :


-Zero-Point-Fiel-veld (Nulpuntenergieveld235) : In het vacuüm, de ‘ether236’, de ‘lege ruimte’
blijkt zeer veel energie237 aanwezig te zijn, zelfs bij het absolute nulpunt. Het Nulpuntveld is
volgens sommigen een fundamenteel veld dat alles met alles verbindt en samenhang schept in
het universum, in de wereld van levende organismen en zelfs in het domein van de geest en
het bewustzijn. Het wordt ook als een informatiedrager en als ‘bewustzijn’ gezien. Voorlopig
zin wij dit veld als een energieveld en/of Kwantuminformatieveld, zoals vb. Christian Smuts
een holistisch universum voorzag in zijn boek Holisme en evolutie, 1926, of het holistic
Darwinisme van Corning of vb. ook Alain Aspect, Zeilinger en vele anderen. Zij leggen echter
geen directe relatie met het Nulpuntveld. Wij constateren dat er veel verschillende
kwaliteiten worden toegedicht aan het Nulpuntveld. Wij gaan in deze notitie alleen in op het
Informatieveld, dar wellicht een paar kwaliteiten van het Nulpuntveld omvat. In alle gevallen
zal het Nulpuntveld verbonden moeten worden met met ‘the unknown’. Zie verder
opmerkingen over het ‘Nulpuntveld’.
-Morfogenetische velden: deze spelen een rol bij de vorming van complexe biologische
systemen via 'morfische resonantie'. Hierdoor zouden genetische processen zich tussen
soorten sneller kunnen herhalen. Zie vb. Rupert Sheldrake, Matthew Fox en Hans Andeweg (
Scheppend leven,2011 )
-Waarschijnlijkheidsvelden: velden die door de geest worden bediend om op de bewegingen
van neurotransmitters, boodschappermoleculen, in te werken. Onderzoekers zijn o.a. John
Carew Eccles, die onderzoek ded naar neuronen, synapsen en neurotransmitters, waarvoor hij
in 1963 de Nobelprijs kreeg en David Chalmers Eccles, die het het begrip
"waarschijnlijkheidsvelden" creëerde.
-Structurerende strevingsvelden n: velden waar niet-stoffelijke informatie aanwezig is.
Daaronder plaatsen wij het Affiniteitsveld

Men zou een tweedeling kunnen maken tussen velden, waarin enerzijds ‘materie’ op een of andere
wijze een rol speelt en velden waarin dat niet het geval is. In de velden waarin ‘materie’ een rol
speelt gaat het om wisselwerkingen tussen ‘deeltjes’ of ‘processen’, die te verklaren zijn met de

235
Zie voor uitgebreide informatie: https://en.m.wikipedia.org/wiki/Zero-point_energy
236
237
Sommigen berekenen een extreme hoeveelheid, een kopje bevat evenveel massa als het hele universum! Dit lijkt overdreven. Zie de
studie De Energie van het Vacuum van M.A.H. Cloos, M.J.F. Klarenbeek, L. Meijer, R.E. Pool onder begeleiding van J. de Boer, R. Dijkgraaf en
E. Verlinde, 004: Samenvatting
Uit kosmologische modellen blijkt dat de kosmologische constante Λ een belangrijke invloed heeft op de expansie van het heelal. We
kunnen Λ associeren met de energie van het vacuum en waarnemingen leveren ons de energiedichtheid ervan. Wanneer we deze
energiedichtheid echter theoretisch proberen te berekenen vinden we een absurd hoge waarde. Het optreden van deze discrepantie valt
met geen enkele huidige theorie te verklaren. zie: https://staff.fnwi.uva.nl/j.deboer/education/projects/projects/vacuum_energie.pdf

203
Affiniteit Korsmit juli 2018

wetten van de klassieke theorieën en de kwantummechanica. De processen in deze velden zijn in


hoge mate gedetermineerd, ook al spelen kansen en waarschijnlijkheden een rol in vb. de
kwantumfysica. Binnen deze velden gelden de regels van de thermodynamica.

In de andere velden gaat het om een beïnvloeding van ‘materie’ door een werking, die niet met de
klassieke wetten of de kwantummechanica te verklaren zijn. Onder invloed van deze velden kan
materie een gedrag vertonen, dat niet met de klassieke wetten lijkt overeen te komen. Voorbeelden
van deze velden zijn naast de bovengenoemde velden het Affiniteitsveld en het Informatieveld.
Binnen deze velden gelden de regels van Affiniteit.

Nulpuntveld
Alhoewel we in deze notitie de werkingen van het Nulpuntveld niet meenemen, willen we hiervan
toch een overzicht geven, omdat veel onderzoekers hiernaar verwijzen.

De omschrijving van een Nulpuntveld is niet eenduidig. Er zijn veel verschillende interpretaties van
wat dit veld ‘bevat’. Zoals eerder opgemerkt zou er Volgens Einstein een Nulpuntveld moeten zijn,
dat hij het ‘Het Veld’ noemde en waarvan hij zei dat ‘dat de enige realiteit is’. Hij zei het nog
kernachtiger: ‘Ruimte en tijd zijn niet de omstandigheden waarin wij leven, maar manieren waarop
wij denken.’ Wat hij daarmee bedoelde weten we niet. Het is mogelijk dat hij ‘het veld‘ in het kader
van de relativiteitstheorie, waarvoor hij zijn ‘veldvergelijkingen ’ opstelde afleidde. Maar wellicht
doelde hij als kwantumfysicus op het bestaan van een alles doordringende grote hoeveelheid van
kwantumenergie in het universum, het kwantumveld. Of doelde hij als een gelovig iemand op een
morfisch veld238, dat in 1994 door Rupert Sheldrake werd geïntroduceerd. Dit veld zou bestaan uit
morfische resonantie, waarin informatie wordt uitgewisseld tussen gelijkaardige morfische
eenheden, wellicht op elementair niveau maar zeker bij organismen. Sheldrake gaat uit van een veld
in en rondom een zogenaamde morfische eenheid, een eenheid van vorm, organisatie of
rangschikking van in beginsel willekeurige omvang. Volgens Sheldrake vormen de morfische velden
een steeds uitgebreider en sterker wordend universeel veld voor organische, levende en abstracte,
geestelijke morfische eenheden.

De Hongaarse systeemdeskundige Ervin Laszlo stelt dat het Nulpuntveld meer is dan een massa
zinderende energie op de achtergrond van ons bestaan. Volgens Laszlo is het Nulpuntveld vooral ook
een informatiedrager. Hij ziet dit kwantumveld als de oorsprong van geest en materie, als een
blauwdruk voor het bouwwerk van het universum en de natuur. Volgens Laszlo liggen onze eigen
herinneringen niet in onze hersenen opgeslagen, maar als holografische informatie in het
Nulpuntveld. Onze hersenen zijn vooral ontvangers en verwerkers van deze informatie. Het
nulpuntveld zou een veld zijn van oneindige mogelijkheden: informatie uit verleden, heden en
toekomst. De hersenen halen ‘oude’ en ‘nieuwe’ informatie op dezelfde manier op. ‘Herinnering’ ligt
opgeslagen in het veld. Ook intuïtie, helderziendheid, voorgevoelens, telepathie en andere
‘onverklaarbare fenomenen’ worden verklaard vanuit de opslagplaats van informatie, dat het
Nulpuntveld is.

Hij ment dat elk mens zich op elk moment op dit veld zou kunnen afstemmen. McTaggart
ondersteunt deze opvatting. Hij denkt dat alles, van mensen tot materie, terug te voeren is op een

238
Zie Wiki: https://nl.wikipedia.org/wiki/Morfisch_veld

204
Affiniteit Korsmit juli 2018

verzameling van elektrische ladingen, die voortdurend in contact staan met deze oneindige zee van
energie. Hij sluit zich aan bij de opvatting van Einstein: het veld is de alfa en omega van ons bestaan.

Zij waren niet de enigen, die veel belang hechtten aan 'morfogenetische velden'. Ook Alexander
Gurwitsch veronderstelde in 1922 dat voor de ontwikkeling van complexe biologische vormen uit
veel eenvoudiger structuren. Ook Bohm spreekt over onzichtbare, organiserende velden, die daarbij
actief betrokken zijn via 'morfische resonantie'. Recentelijk lijken deze opvattingen eerder thuis te
horen bij de esoterie en willen klassieke wetenschappers hieraan niet hun handen branden, omdat
hun wetenschappelijk kader en instrumentarium dit uitsluit.

Maar niet alle wetenschappers tellen zich zo op. Corning spreekt niet over een Nulpuntveld maar
schetst wat wordt beschouwd als het passende paradigma voor het theoretiseren over de rol van
energie en informatie in biologische processen: ‘Het verklaart het verschil tussen de
gedetermineerde orde van de klassieke fysica, en de geïnformeerde functionele organisatie, die
levende systemen kenmerken.’ Hij gebruikt de thermodynamica in een cybernetische en
economische benadering van de rol, die beschikbare energie speelt in de biologische evolutie.

Hij gebruikt twee concepten namelijk het concept ‘beheersing van de inhoud' en het concept van
'beschikbare energie '. Beide concepten zijn in precieze wiskundige termen gedefinieerd. Hij geeft
aan welke informatie nodig is voor de besturing vanuit cybernetische besturingsprincipes
respectievelijk voor de ‘relaties tussen dingen’. Bij dat laatste ligt het accent op de nodige kennis om
deze relaties te beïnvloeden door de aanwending van materie/energie in doelgerichte
(teleonomische) processen.

Ook Pietsch ziet het Nulpuntveld op de een of andere manier als een energieveld, waar
herinneringen en bewustzijn gelokaliseerd zijn. Energievelden worden verbonden met metafysische
verschijnselen als chakra’s, aura’s en andere informatiesystemen voor het ‘lezen’ van de
leefomgeving door dieren en mensen. Anderen noemen dit een Omhullende energieveld. Burr
concludeert uit onderzoek naar salamanders dat aura’s (lichtvelden) rondom levende organismen
een ‘blauwdruk’ bevatten van hoe een volwassen organisme er uit ziet. Deze ‘blauwdruk’ in het
energieveld blijkt zelfs rondom een onbevrucht ei al aanwezig en ook bij zaadjes van planten.
Sommigen gaan nog verder. Zo spreekt Jasper Smits239 over een ‘Wetend veld’ van ruimte en tijd in
Het wetend veld, 2006 . Er zijn meer wetenschappers, die het bewustzijn in relatie brengen met het
Nulpuntveld. Zie vb. ook Tijn Touber240 the Zero Point Field, Artikel in Ode nummer 61.

Bij al deze soms wat erg esoterische interpretaties van het Nulpuntveld stellen wij ons de vraag wat
deze onderzoekers precies onder ‘het veld’ verstaan:
-een informatieveld dat als een superkwantumcomputer de kosmos bestuurt of vastlegt?
-een sturend veld dat teleonomische eigenschappen heeft?
-een veld waarin alle bewustzijn en herinneringen van alle tijden holografisch zijn
opgeslagen?

Wij hebben bedenkingen bij een aantal uitgangspunten m.b.t. deze interpretaties van het
Nulpuntveld door sommige onderzoekers, zoals:

-de sturende werking op het individuele niveau van organismen

239
http://www.atelierlevenskunst.be/documents/JasperSmitsFamilieopstellingenruimteentijd.pdf
240 Tijn Touber: http://www.quantumbewustzijn.nl/the-zero-point-field.html .

205
Affiniteit Korsmit juli 2018

-een directe verbinding tussen materie en geest


-de verklaring van zeer verschillende metafysische verschijnselen

Wij geloven graag dat er meer is dan het oog kan zien. Iedereen die aan Transcendente Meditatie
doet zal di. Voorgevoelens lijken te bestaan niet alleen bij mensen maar vooral ook bij dieren. Maar
een directe koppeling van al deze verschijnselen met het Nulpuntveld gaat ons te ver. Dit er indirecte
koppelingen zijn ontkennen wij niet. Zoals eerder opgemerkt gaan wij in deze studie niet dieper in
op het Nulpuntveld en op het Informatieveld..

We gaan eerst op zoek naar eventuele indirecte relaties tussen deze verschillende invullingen van het
Nulpuntsveld en het Affiniteitsveld. Allereerst willen we een onderscheid maken naar informatie,
massa-energie en spirituele ‘energie’.

Informatie gaat over overdracht en opslag en verwerking van ‘data’. Men zou zich kunnen
voorstellen dat dit onderverdeeld is naar niveau vb. materie, organismen en ‘geest’. Het
Informatieveld op het niveau van de materie kan wellicht verbonden worden met het
kwantuminformatieveld vgl. Verlinde. Voor de opslag van ‘data’ m.b.t. organismen en ‘geest’ zien wij
in de vele versies van het Nulpuntveld veel verschillende hypothesen. De analyse daarvan valt buiten
deze studie.

Massa-energie wordt beschreven in het kwantumveld. Als het Nulpuntveld daar een onderdeel van is
dan kunnen onzekerheden, kansen en toeval met wetenschappelijke paradigma’s en theorieën
beschreven worden. Wij geloven niet dat onze ‘wereld’ volledig verklaard kan worden door een
mechanisch model van wetenschappelijke paradigmas241. Voor de puur fysieke werkelijkheid geldt
fat wel. Wij sluiten ons aan bij de theorie van het kwantuminformatieveld van Erik k Verlinde. Hij ziet
de kwantuminformatie als de belangrijkste bouwsteen van de werkelijkheid. Informatie blijkt niet
alleen onder zwaartekracht te schuilen, maar ook onder ruimte en tijd. Hij toont theoretisch aan dat
informatie zorgt voor een logische verklaring voor de zwaartekracht en de ruimte-tijd. Hij werkt
daarbij het holografisch principe van zijn leermeester Gerard ’t Hooft verder uit. Daarmee legt hij een
verbinding met het Informatieveld. Het holografisch principe speelt daarbij een belangrijke rol:
Het holografisch principe is misschien wel het lastigste principe uit de moderne theoretische fysica.
Wij leven volgens sommige natuurkundigen in een hologram, een illusie. Volgens hen zit alle
informatie van het universum gevangen op een schil om de kosmos heen. Dit zou volgens sommigen
inhouden dat alle informatie van de kosmos, inclusief de herinneringen en bewustzijns in de schil van
het kwantumveld binnen het universum is opgenomen. Wij zien dit ruimer, omdat het kwantumveld
geëmergeerd is uit de velden, die zelf geëmergeerd zijn uit The Unknown.
Wij zien het kwantumveld en ook het kwantuminformatieveld als velden, die alleen wisselwerkingen
tussen massa-energie kennen en wellicht ook informatieopslag en -verwerking, zoals vb. in
kwantumcomputers, waar wel ruimte is voor onzekerheden en waarschijnlijkheden, die ten dele met
‘toeval’ geassocieerd kunnen worden, maar niet voor emergenties.

Spirituele ‘energie’ verbinden wij met mentale kracht, overtuigingen, maar in bepaalde situaties ook
met affiniteit. De meer esoterische aspecten en het bewustzijn zijn mogelijk te koppelen aan het
Nulpuntveld in termen van een morfogenetisch veld en wellicht in sommige situaties aan het
Informatieveld. Dit onderzoek’ valt buiten het kader van deze studie.

241
file:///C:/Users/korsm/AppData/Local/Packages/microsoft.windowscommunicationsapps_8wekyb3d8bbwe/LocalState/Files/S0/256/watis0puntenergie[422].pdf

206
Affiniteit Korsmit juli 2018

Wij zien geen directe relatie tussen het Affiniteitsveld en het Nulpuntveld, dat wij eerder als een
informatie en/of een energieveld zien. Wel zouden er relaties kunnen zijn met het morfogenetisch
veld, zoals dat door veel onderzoekers met het nulpuntveld verbonden wordt, en met het onderzoek
van vb. Corning naar organische ontwikkelingen, waarin hij een thermodynamische, cybernetische en
economische benadering kiest om de rol, die beschikbare energie speelt in de biologische evolutie, te
onderzoeken. Dit onderzoek legt wellicht een relatie tussen het kwantummechanische en het
kwantuminformatieveld. De rol van het Affiniteitsveld daarbij is nog ongewis.

Het Affiniteitsveld is volgens ons, net als het kwantumenergie- en het informatieveld, een
eigenstandig veld dat vanuit The Unknown is geëmergeerd. Dit veld zorgt voor ordening, echter niet
op het niveau van individuele morfogenetische elementen. Hieronder vallen de elementaire deeltjes,
atomen en moleculen, materie en sterren, cellen en organismen etc. Het kwantumenergieveld zorgt
voor de ‘bouwstenen’, het kwantuminformatieveld voor de nodige ‘vastlegging’ en het Affiniteitsveld
zorgt voor de ‘oneindige mogelijkheden om het bouwwerk van het universum en de natuur vorm te
geven. Zo kon ons universum en de natuur op aarde zijn eigen vorm krijgen, en zich telkens weer
omvormen. Daarbij is van een gedetermineerde ontwikkeling geen sprake en ook niet van een
individuele voorbeschikking. Wel zullen er op elk niveau van de morfogenetische elementen
beperkingen opgelegd worden aan de ‘individuele’ ontwikkeling. Daarbij is er altijd ruimte voor
omvorming en evolutie.

Wij zien de gevolgen van de werking van Affiniteit in de emergenties en ook in de natuurconstanten.
De klassieke theorie stelt dat de natuurconstanten zoals de lichtsnelheid en de lading van het
elektron vaststaande ‘getallen’ zijn, die het fundament vormen onder de natuurwetten. Deze
constanten worden onveranderlijk geacht, dat blijkt echter niet helemaal te kloppen. Er blijken kleine
variaties in deze constanten te zijn in ons universum. We zien de natuurconstanten als een afgeleide
van Affiniteit, als een gevolg van een streven naar een optimale ordening. De aard en de werking van
deze constanten kunnen wij niet verklaren. Wij zien dat deze vaak transcendent en irrationeel zijn en
niet herleidbaar door de klassieke wetenschap. In 3. 3.4 gaan we hier verder op in.

3.3.3 Werking van Het Affiniteitsveld


Zoals eerder in het denkmodel onder 3.3.1 is beschreven is zou men zich het Affiniteitsveld kunnen
voorstellen als een ruimte gevuld met ‘staande golven’. Deze golven kunnen verschillende
golflengten, amplituden en richtingen hebben afhankelijk van het schaalniveau. Daarbij denken wij
aan ‘snaren’, subatoaire deeltjes, atomen en wellicht op het nivau van . Deze affiniteitsgolven
interfereren met elkaar, waardoor er een multidimensionaal patroon in de kosmos ontstaat van
pekken/punten waar de sterkte en ook de richting van de Affiniteitswaarde groter of kleiner is.

Dit is een denkmodel. Waarschijnlijk wordt de sterkte van de Affiniteitswaarde binnen deze ruimte
op een totaal andere en meer complexe wijze gerealiseerd. Wiskundig zijn daarvoor talloze manieren
te vinden. Waarschijnlijk zijn er ook binnen dit veld meerdere multidimensionale Affiniteitsvelden
voor vb. verschillende organisatieniveaus an het bouwwerk van het universum en de natuur. Het
gaat bij deze verkennende denkmodellen om een poging inzicht te krijgen in wat ons universum
draaiende houdt. Daarbij concentreren we ons in deze studie op Affiniteit.

207
Affiniteit Korsmit juli 2018

We hebben in het voorgaande een maat voor de sterkte van het Affiniteitsveld afgeleid, de zgn.
affiniteitswaarde (Aw). Wij gaan gaan ervan uit dat de affiniteitswaarde naast de natuurkrachten
mede bepalend is voor processen, die de vorming van materie en organismen bepalen.
Aanknopingspunten op de verschillende morfogenetische niveaus zijn zijn:
-bindingen op het niveau van de elementaire deeltjes en de atomen
- thermodynamische en chemische bindingen op het niveau van moleculen
- waterstofbruggen op het niveau van organismen
- synapsen op het niveau van kennis en bewustzijn.

Al deze bindingen kunnen worden beschreven met de kwantummechanica. Als voorbeeld wordt hier
de Schrödingervergelijking, de basisformule voor het beschrijven van de toestand van een
kwantumdeeltje, gegeven. Dit is een partiële differentiaalvergelijking, die geen eenduidige uitkomst
oplevert maar eerder een waarschijnlijke uitkomst:

-( ħ/2m).( Δ2.Ψ) + (Ѵ. Ψ) = i. ħ.( δψ / δt)


Hierin is:
ħ = de constante van Dirac, de gereduceerde constante van Planck (h). Deze wordt
gebruikt om de Planckeenheid te definiëren: ℏ = h 2/π . ħ is een kwantum van
impulsmoment, waaronder spin. Het hoekmomentum van gelijk welk systeem is altijd een
geheel veelvoud van deze waarde. ℏ komt ook voor in het onzekerheidsprincipe van
Heisenberg.
m = massa van het beschreven deeltje
Δ2 : del-square operator, die de totale energie van het systeem voorstelt en beschrijft hoe ψ
van punt tot punt verandert. Deze operator bepaald de mechanische eigenschappen , de
Hamiltoniaan H, van het systeem.
ψ : golffunctie, een onbekende grootheid, die voor elk moment in de tijd uitgewerkt kan
worden als de ‘toestand’ van het kwantumdeeltje. Er is geen mogelijkheid om de golffunctie
te ‘meten’, zonder deze te vernietigen.
H: beschrijft de krachten die op deeltje inwerken. Men noemt deze de Hamiltoniaan.
i = is de imaginaire eenheid. Gegeven de toestand van het systeem, dat wil zeggen
gegeven de golffunctie ψ kan hiermee de evolutie (ontwikkeling in de tijd) van het
systeem bepaald worden. Wiskundige grootheid gelijk aan de Wortel van min één
δ = verandering per tijdseenheid

De complexwaardige golffunctie ψ bevat de informatie voor alle eigenschappen van het deeltje, zoals
plaats, impuls en energie. Wellicht dat de Affiniteitswaarde (Aw) een invloed kan uitoefenen op de
golffunctie en op de bindingen, die elementaire deeltjes aangaan. Zo ja, hoe dan? en waarom?
Daarbij speelt wellicht ook de onzekerheidsrelatie van Heisenberg een rol, welke het onmogelijk
maakt om tegelijkertijd zowel de plaats en de impuls of de energie en de tijd van een
kwantumsysteem exact te bepalen. Dit zijn stochastische variabelen met kansverdelingen, die
impliciet in de golfvergelijking besloten liggen. De kansverdelingen van die twee grootheden hangen
met elkaar samen: als de standaardafwijking van de ene kleiner wordt, wordt die van de andere
automatisch groter. Heisenberg formuleerde de ondergrens voor het product van standaarddeviaties
voor de kansverdelingen van plaats en impuls als volgt:
ΔxΔp≥h4π

208
Affiniteit Korsmit juli 2018

Hierin is:
Δx is de onzekerheid (standaardafwijking) in de plaats
Δp is de onzekerheid in de impuls en
h is de constante van Planck

De invloed van de Affiniteitswaarde (Aw) zou kunnen zijn:


( Δ2.Ψ)’ = Functie(Δ2, Ψ, Aw)

Hieruit kan worden afgeleid dat de totale energie van een systeem beïnvloed kan worden
door de Affiniteitswaarde.
Deze invloed vanuit het Affiniteitsveld zou kunnen worden bepaald door onderzoek naar patronen in
de structuur en de ontwikkeling van de samenstelling en verdeling van de ‘sterrenstof’ binnen het
universum. Astrologen en wiskundige zouden een rol kunnen spelen bij het herkennen van
patronen. Op het niveau van de vorming van atomen en moleculen zou er onderzoek gedaan
kunnen worden naar ‘bindingen’ in de ontwikkeling van de materie. Op het niveau van het leven op
aarde, waaronder de evolutie naar steeds hogere organisatieniveaus van organismen, zou men in
aanvulling daarop onderzoek kunne doen naar de invloed van waterstofbruggen of andere
‘bindingen’.

De Affiniteitswaarde is geen werking die gericht is op een specifieke opbouw van de materie.
Affiniteit is gericht op meer ‘orde’, ‘heelheid en ‘stabiliteit’. ’De opbouw van de materie wordt door
meerdere factoren bepaald, waaronder het ‘toeval’, energiebalansen, chemische en fysische
wetmatigheden etc. Naast de aangrijppunten zijn er ook ‘algoritmes’ nodig, waarin deze factoren
zijn meegenomen in de bepaling van de invloed van de ‘werking’ van Aw . Op welke manier kan voor
elke mogelijke binding, en variaties daarin, bepaald worden wat de invloed is op ‘orde’, ‘heelheid’ en
‘stabiliteit’? Hoe zien deze ‘algoritmes’ er uit? Mogelijke factoren, die in dit ‘algoritme’ een rol spelen
zijn:

-entropie: Door Boltzmann242 werd omstreeks 1875 een en entropie formule ontwikkeld,
waarmee voor de entropie S als een logaritmische functie van het aantal microtoestanden W,
ook wel het aantal realisatiemogelijkheden genoemd, berekend kan worden:
S = KB lnW
Hierin is KB de constante van Boltzmann (= 1,38062 × 10−23 J/K)
Deze formule is belangrijk, omdat ze toelaat om vanuit een theoretisch model praktische
thermodynamische eigenschappen te berekenen.
-het energieniveau van het systeem, dat afhankelijk van de totale energie van het systeem op
elk punt in relatie met de toestand van een kwantumdeeltje als functie van de tijd:
(Δ2.Ψ)
Dit energieniveau kan door een gewijzigde ‘binding’ onder invloed van Aw mogelijk
veranderen, zie boven.
-optimaal gebruik van beschikbare energie door biomorfologische veranderingen
- de toe- of afname van het niveau van ‘orde’, ‘heelheid’ en/of ‘stabiliteit’van het totale
systeem als gevolg van een andere ‘binding’, welke berekend kan worden middels het aantal
symmetrieën, energie-efficiency en de stabiliteit van de ‘bindingen’.

242
Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Entropieformule_van_Boltzmann

209
Affiniteit Korsmit juli 2018

Een positieve Affiniteitswaarde kan indirect bijdragen aan een betere benutting van beschikbare
energie en ook aan het vergroten van de totale energie van een subsysteem door externe energie ‘af
te tappen’. Zo wordt een ontwikkeling naar steeds efficentere en ook meer complexe organismen
mogelijk. Men kan zich voorstellen dat ‘nieuwe bindingen’ leiden naar variaties, mutaties en wellicht
emergenties. Maar dat dit door de werking van Affiniteit zou geschieden klinkt op zijn minst
ongeloofwaardig. Dan zou toch eerder aan de werking van het toeval gedacht moeten worden? Of
niet?

Onze theorie brengt drie vrij abstracte en on(be)grijpbare grootheden met elkaar in verband. Voor
elk van deze grootheden is informatie nodig. Is het geen onmogelijke opgave om te ‘weten’ welke
‘binding’ op het niveau van de kleinste deeltjes, atomen of moleculen het totale energieniveau
verlaagt of een meer optimaal gebruik van energie oplevert? Om de opbouw van complexe systemen
te doorgronden zou men eerder uit kunnen gaan een constructivistische analyse dan een
reductionistische: dus uitgaan van een speurtocht naar hoe ‘wordt’ een systeem gebouwd in plaats
van hoe ‘is’ het gebouwd.

Aangezien we de werking van een teleologisch principe in de zin van een evolutie naar een bepaald
eindbeeld uitsluiten lijkt de theorie hier te stranden. Dat hoeft echter niet zo te zijn. We zien het
Affiniteitsveld niet als instrumenteel voor het bereiken van bepaalde ontwikkelingen, maar als
structurerend in de zin van stimulering van ontwikkelingen, die meer ‘orde’, ‘heelheid’ en ‘stabiliteit’
opleveren. Terug redenerend kan men stellen dat elk systeem wordt opgebouwd van onder naar
boven, van eenvoudig naar meer complex. Elk organisme is opgebouwd uit cellen, die weer uit een
complex van moleculen bestaan, die weer opgebouwd zijn uit atomen, die zijn samengesteld uit de
elementaire deeltjes. Elk van deze faseovergangen wordt bepaald door ‘bindingen’ op kwantum
niveau. Wij menen dat de Affiniteitswaarde bij al deze faseovergangen betrokken is. De sterkte van
deze ‘werking’ van het veld op dat moment in de tijd en op die plaats in de ruimte zou wellicht
middels onderzoek bepaald kunnen worden.

Wij denken daarbij aan onderzoek naar de ‘bindingen’ op bepaalde locaties in de tijdruimte bij meer
complexe biologische processen, omdat de invloed van de werking van de Affiniteitswaarde en van
de negtropie daarbij het grootst is. . Het onderzoek zou gericht kunnen zijn thermodynamische,
cybernetische en economische aspecten bij de aanwending van beschikbare energie, welke leiden of
hebben geleid tot onverklaarbaare ‘bindingen’ en organische ontwikkelingen. Het onderzoek van
Corning geeft hiervoor wellicht een aanzet.

Positie en werking van het Informatieveld


Het besef groeit dat de rol van informatie groter is dan alleen het beschrijven van materie, energie,
deeltjes, krachten en interacties. Ook de kwantumverstrengeling met het momentaan uitwisselen
van informatie tussen twee deeltjes over grote afstanden maakt duidelijk dat er in de werkelijkheid
een onderliggend proces is waarin informatie een hoofdrol speelt. Ook het werk van Gerard het
Hooft m.b.t. het holografisch principe en het werk van Erik Verlinde m.b.t. de zwaartekracht duidt op
het belang van informatie. Dit alles past in onze thypothese dat er naast het Affiniteitsveld een
Informatieveld vanuit The Unknown is geëmergeerd.

Wij denken dat veel verschijnselen, die door bepaalde wetenschappers aan vb. het Nulpuntveld
worden toegeschreven, ook gerelateerd zijn aan het Informatieveld. Stephen Hawking wees, als

210
Affiniteit Korsmit juli 2018

antwoord op de vraag of in Zwarte Gaten informatie verloren gaat, op de informatie paradox. Dit
geeft ons de kans om onze velden-theorie kort toe te lichten:

‘Vanuit onze theorie over ‘velden’, die uit The Unknown zijn geëmergeerd, was de onderliggende
basis van dit Informatieveld ook in The Unknown aanwezig, zoals dat ook het geval was met het
Massa-energieveld en het Affiniteitsveld. Deze drie velden zijn op zich eigenstandig maar onderling
gerelateerd. Zij vormen in bepaalde opzichten een ‘drie-eenheid’. Net als massa-energie
onverwoestbaar is en altijd blijft bestaan zal dat volgens ons ook zo zijn met de
‘informatiecapaciteit’. Wij zien het Informatieveld niet als een sturend veld zoals het Affiniteitsveld.
Wij menen dat we moeten kijken naar de onderliggende velden in The Unknown om over de
toestand in singulariteiten een uitspraak te doen:

In een singulariteit gaat de opslagcapaciteit binnen de horizon van het Zwarte Gat niet
verloren. De structuur van het Informatieveld blijft intact maar alle feitelijke informatie gaat
verloren.

In een Zwart Gat blijft de totale massa-energie gelijk, maar alle ‘bouwsels’ gaan verloren,
deze worden tot hun elementaire eenheden gereduceerd. .

Idem met Affiniteitsveld. De Affiniteitswaarden die een specifieke ontwikkeling mede hebben
doen ontstaan gaan verloren, maar het Affiniteitsveld lijft bestaan met een Afiniteitswaarde
in de singulariteit van nul.

Veld Informatieveld Kwantumveld Affiniteitsveld


Inhoud Informatie Massa-energie Affiniteit (waarden)
(kwantumtoestanden)

Werking Momentaan Lichtsnelheid Momentaan

Doel Communicatie Materialisatie Organisatie


procesinformtie

Toestand
The Unknown Basis informatie- Veld met plasma van Veld met Affiniteit-
structuur massa-energie structuur

Op niveau van kwanta Tijdruimte oneindig

Na de Oerknal Info- en Materie en organismen Veld met gelokaliseerde


Communicatiesysteem krachtvelden in tijd-ruimte affiniteitswaarden

Zwart Gat Beperkt toegankelijk Plasma massa-energie Geen Affiniteitswaarde


voor Info- en tijdruimte zero
communicatiesysteem

211
Affiniteit Korsmit juli 2018

. Mocht ons universum in een singulariteit opgaan, dan zal de kosmos verder geen ‘weet’ hebben van
ons bestaan.

Met deze uitstapjes zijn wat afgedwaald van de fundamentele vragen: ‘hoe wordt de
Affiniteitswaarde bepaald?’ en ‘wat zijn de aangrijppunten? We moeten bekennen dat we dat niet
weten. We kunnen slechts indirecte aanwijzingen aandragen om onze theorie te ondersteunen. Daar
gaan we in het volgende hoofdstuk op in.

3.4 Aanwijzingen voor het bestaan van het


‘Affiniteitsveld’
In deze paragraaf wordt gezocht naar indirecte aanwijzingen, die duiden op het bestaan van een
‘Affiniteitsveld’. Affiniteit is een mantelbegrip, dat een ruimere betekenis heeft dan het woord
affiniteit suggereert. We hopen in deze studie voldoende argumenten aan te dragen om onze
theorie te onderbouwen en op basis daarvan falsificeerbare hypothesen te kunnen opstellen.
Alhoewel het onmogelijk is de werking van het Affiniteitsveld direct door ‘metingen’ aan te tonen, is
het wel mogelijk de gevolgen van deze ‘werking’ te zien. We geven hiervan op een drietal
verschillende gebieden voorbeelden:

-1. maatvoering van ons universum

-2. Ontstaan van structuur in de ‘bouwstenen’: elementaire deeltjes

-3. Metafysische zaken: bewustzijn en waarden

Ad 1. Indirecte aanwijzingen o.b.v. maatvoering van ons


universum
In allerlei objecten en organismen vindt men een bepaalde maatvoering terug, die niet m.b.v. de
klassieke fysica te verklaren is. Daarbij komen er ‘natuurlijke constanten’ , die een beagrijke rol
spelen in wiskundige theorieën en beschrijvingen. Wij denken dat deze constanten niet als zodanig
in de werking van Affiniteit zijn vastgelegd, maar dat zij een gevolg van deze 'werking', welke streeft
naar ‘heelheid’ en ‘harmonie’. De vraag naar het waarom en naar de betekenis van deze constanten
is nog niet beantwoord. Dat deze constanten werkelijk bestaan is zonder twijfel.

Natuurconstanten
Er bestaan ongeveer 20 natuurconstanten, welke van doorslaggevende betekenis zijn voor de
ontwikkeling van ons universum en het leven op aarde. Als deze maar een kleine fractie anders
zouden zijn dan zou ons universum er heel anders uitzien en het leven

onmogelijk zijn. Deze constanten worden door o.a. ruimtesondes en deeltjesversnellers steeds
nauwkeuriger gemeten, gefinetuned, tot onwaarschijnlijk nauwkeurige waarden. Soms is de

212
Affiniteit Korsmit juli 2018

meetnauwkeurigheid meer dan 100 cijfers achter de komma. . Waarom deze constanten er
überhaupt zijn blijft een open vraag. Wat ook opvalt is dat deze binnen onze getallenstelsels allemaal
irrationeel en transcendent zijn. Dit lijkt er op te duiden dat er andere, nog onbekende,
benaderingen van de werkelijkheid’ zijn.

Enige voorbeelden zijn:

-De constante e, ook wel bekend als de constante Napier, is vernoemd naar het werk van Euler. e is
de limiet van (1 +1/n) lopende van n tot oneindig. e is een irrationaal en transcendent getal,
waarvan de waarde ongeveer gelijk aan 2,71828...... Deze constante vormt de basis van de
natuurlijke logaritme (In e= 1). Deze constante is een uniek getal, dat wellicht het meest belangrijke
getal is in de fysica en wiskunde. Deze constante verschijnt in ontelbare formules voor limieten en
afgeleiden. Zie voor meer informatie voetnoot 243

-Het getal pi (π), is ook een irrationeel en transcendent getal is met de waarde van ongeveer
3,14285.... . Het getal π is onmisbaar in de getaltheorie, wiskunde, fysica etc. Een aantal
voorbeelden: omtrek cirkel = 2πR ; oppervlakte cirkel = πR2; inhoud bol = 4/3πR3 ; oppervlakte bol
4πR2. Uit de getaltheorie volgt dat de kans dat twee willekeurig gekozen gehele getallen beide priem
zijn gelijk is aan 6/π2 en het gemiddelde aantal manieren om een positief, geheel getal te schrijven
als de som van twee volmaakte kwadraten, waarbij de volgorde van belang is, is gelijk aan π/4. In al
deze voorbeelden wordt de meest efficiënte verhouding bereikt tussenv.b. omtrek en oppervlak
respectievelijk tussen oppervlak en inhoud. Wat opvalt is dat de formules voor zeer ingewikkelde
berekeningen zo eenvoudig zijn, net zoals vb. de formule E=MC2.

Een ander voorbeeld, waarin π een rol speelt, is de natuurkundige constante van Planck (h), die
voorkomt in alle vergelijkingen van de kwantummechanica. Deze heeft de waarde h = (6,662607040±
0,000000081) x 10-31J.s. De constante van Planck is ingevoerd voor het verband tussen frequentie v
(Griekse nu) en energie E voor een lichtkwantum (foton) volgens: E = h v. In veel gevallen wordt een
variant hiervan gebruikt ћ, de constante van Dirac. Ћ = h / 2π. Zie voetnoot voor meer informatie244
over de constante h en π .

-De Gulden Snede , ook wel de verdeling in uiterste en middelste reden genaamd, speelt een rol in de
kunst. Men vindt terug vb. in de bouw van Pyramides, het Parthenon en vele schilderijen. De gulden
snede verdeelt een lijnstuk in twee delen in een speciale verhouding: het grootste van de twee delen
verhoudt zich tot het kleinste, zoals het gehele lijnstuk zich verhoudt tot het grootste. Geven we het
grootste deel aan met a en het kleinste deel met b, dan is de verhouding van beide zo dat a : b =
(a+b) : a. Deze verhouding wordt aangeduid met de Griekse letter phi ɸ: ɸ = 1,618…, ook weer een
irrationeel en transcendent getal. Voor meer informatie245 zie voetnoot. De gulden snede komt vaak
voor vb. bij zelfgelijkvormigheid in de natuur met groeipatronen volgens een logaritmische schaal en
bij de reeks van Fibonacci. Zulke reeksen, verhoudingen en wiskundige krommen kunnen te maken
hebben met groeimechanismen.

243
Informatie e http://www.hhofstede.nl/modules/geboortevane.htm of http://nl.wikipedia.org/wiki/(wiskunde) of
http://mathworld.wolfram.com/e.html
244Zie voor informatie over pi en de constante van Planck h : https://nl.wikipedia.org/wiki/Pi(wiskunde) en

https://nl.wikipedia.org/wiki/ConstantevanPlanck
245 Zie voor meer informatie over ɸ en gulden snede: https://nl.wikipedia.orR/wiki/Guldensnede

213
Affiniteit Korsmit juli 2018

Er zijn in fysica veel meer constanten te vinden, die niet zijn uit te drukken in onze getallenstelsels.
Steevast zorgen deze constanten voor ‘evenwichten’, ‘stabiele processen’, ‘efficiënte
maatvoeringen’ in termen van thermodynamica en de fysica. Men vindt deze constanten terug in vb.
het ontwerp van gebouwen, in de vormgeving van zeer veel organismen en ook in sterrenstelsels.
Zie voor een overzicht van deze constanten246 de voetnoot. Wat opvalt is dat de
standaardonzekerheid in deze fysieke natuurconstanten extreem klein is. De klassieke fysica lijkt op
een stevige basis gevestigd te zijn. De vraag is of dit een verdienste is van de fysica, of van de
onderliggende velden, die deze stevige basis hebben gelegd. Op kwantumniveau ligt dat niet zo
eenduidig.

Een veelbesproken constante is de kosmologische constante ( Λ). In de relativiteitstheorie is deze


constante bepalend voor de vorm en de ontwikkeling van ons universum. Deze ontwikkeling kan
hiermee exact berekend worden. In de kwantummechanica wordt deze constante als de energie-
inhoud van het vacuüm gezien. Over de grootte hiervan is lang gediscussieerd, maar na de
ontdekking van het versneld uitdijen van ons universum in 1998 wordt vrij algemeen aangenomen
dat deze energie-inhoud enorm groot moet zijn. Er zijn toch ook veel wetenschappers, die hierbij
vragen stellen. Zo heeft ook Verlinde hier een andere opvatting over.

Een belangrijke onderzoeksvraag lijkt ons een verkenning uit te voeren naar de relaties tussen alle
natuurconstanten. Aangezien we geen theorie hebben, die deze relaties kan verklaren, zouden we dit
onderzoek kunnen doen net behulp van dataficatie247, waarbij gebruik gemaakt wordt van alle
beschikbare informatie uit de cosmologie en de fysische en ook de geesteswetenschappen. Daarbij
zouden wij kijken naar relaties tussen de werking van deze constanten en aspecten als ’ordening,
‘heelheid’ en ‘harmonie’.

Symmetrie
Men kan het onzekerheidsprincipe van Heisenberg verbinden met een kernbegrip in de fysica,
symmetrie. Ons universum en het leven op Aarde kon alleen ontstaan, omdat er geen perfecte
symmetrie in de ‘natuur’ aanwezig is. In de fysica verstaat men onder symmetrie248 alle kenmerken
van een natuurkundig systeem, die bij een willekeurige transformatie ‘ongewijzigd’ blijven. Bij een
perfecte symmetrie zouden bepaalde natuurkundige of wiskundige systemen nooit kunnen
veranderen. Verandering ontstaat vanuit een ‘onevenwichtigheid’, een ‘afwijking’ een ‘onzekerheid’.
De vraag is waarom het Kwantumveld geen symmetrie afdwingt en ook hoe het Affiniteitsveld deze
kansen aangrijpt om uit deze ‘diffuse oerstof’ materie, ons universum en het leven op aarde te
modelleren.

Het is onbevredigend om de ontwikkelingsgeschiedenis vanaf de Oerknal in de richting van steeds


meer complexiteit in deze ordening alleen ‘als door toeval bepaald’ te beschouwen. In feite is deze
ontwikkeling geschiedt in weerwil van de symmetrie en de entropie. In het voorgaande hebben wij
herhaaldelijk gewezen op onderzoeken, die aantonen dat organismen het vermogen hebben om
‘efficiënt’ om te gaan met vb. de beschikbare ‘energie’, ‘tijdruimte’ en organisatiemogelijkheden’.
Wij vragen ons af hoe dat mogelijk is in weerwil van ‘odds’. Hoe presteren de ’overwinnaars’ dat?

246Zie voor overzicht natuurkundige constanten: https://nl.wikipedia.org/wiki/Natuurkundige_constante


247 Zie vb. De big datarevolutie - Hoe de data-explosie al onze vragen gaat beantwoorden
Viktor Mayer-Schönberger, Kenneth Cukier
248 Zie Wiki: https://nl.wikipedia.org/wiki/Symmetrie_(natuurkunde)

214
Affiniteit Korsmit juli 2018

Kunnen deze ‘wellicht een beter gebruik maken van beschikbare ‘symmetrieën’249, van iets wat diep
in de ‘regels of wetten’ van de natuur verankerd is, wellicht van de structurerende werking van
Affiniteit?

Door Dijkgraaf verwezen naar het toeval om de ontwikkelingsgeschiedenis te verklaren. De verklaring


dat het toeval bepaalde kwantummechanische processen beïnvloedt is zeer zeker waar, maar is deze
verklaring houdbaar om de beschrijving van de ons bekende werkelijkheid te verklaren? Geeft de
theorie van de werking van een ordenende, structurerende werking vanuit het Affiniteitsveld dan
geen beter perspectief? Kan deze theorie niet als een parallelle ‘werking’ gezien worden, als
aanvulling op de theorie van de thermodynamica, die werkzaam is in het Massa-Energieveld, om de
ontwikkeling van van het universum en de natuur te verklaren?
Het begrip ‘orde250’ ligt ook ‘in de wetenschappelijke benadering’ besloten, in de wetenschap zelf, in
de logica en in paradigma’s vb. m.b.t. de thermodynmica. We zouden deze hypothese verder moeten
uitwerken. Wellicht dat Symmetrie in dit licht een bredere invulling krijgt.

Ad 2. Ontstaan van structuur in de ‘bouwstenen’: elementaire


deeltjes
De kwantumtheorie kent nog vele geheimen voor ons. Niet alleen is de structuur van het universum
onbegrijpelijk ingewikkeld, de wijze waarop de ‘bouwstenen’ gevormd worden en onderling
verbonden met ‘bindingen’ zijn dat in de overtreffende trap. Voorbeelden hiervan zijn:
-bindingen van elementaire deeltjes (zie standaard model251)
-verstrengeling en non-lokaliteit (zie o.a.EPR-experiment, momentane informatieoverdracht
in kwantumcomputers)
-goede of slechte vergroeiing van het geënte ras met de stam (zie veredeling van gewassen,
bilogie252 )
-scherpte waarmee een ionenwisselaar een contra-ion oppakt en vasthoudt (zie chemie253)
-voorkeur van een ziekteverwekker om in een bepaald orgaan te gaan zitten (zie
kankeronderzoek, medische wetenschap254 )
-sterkte waarmee twee macromoleculen aan elkaar koppelen bv. door waterstofbruggen of
hydrofobe krachten (zie kwantumfysica, fysica255)

Deze verschijnselen zijn door de wetenschap niet volledig te verklaren. Wetenschapper, die op deze
onderzoeksgebieden en ook andere gebieden werken, kunnen deze voorbeelden specificeren en
uitbreiden.

We zien dat er in de hele natuur nieuwe ‘bindingen’ ontstaan, waarvoor e huidige wetten van de
fysica geen eenduidige verklaring hebben. Bij thermodynamische processen in de ‘dode natuur’ is er

249 Zie de presentatie ‘college Symmetrie’ en de beantwoording van vragen door Robert Dijkgraaf in het ‘College van DWDD’:
https://dewerelddraaitdoor.bnnvara.nl/media/329371
250 Zie blog van Gert Korthof: http://korthof.blogspot.nl/2015/02/is-er-orde-in-de-natuur.html
251 Standaard model deeltjesfysica: https://nl.wikipedia.org/wiki/Standaardmodel_van_de_deeltjesfysica
252 http://www.houtwal.be/vakjargon/_vaktaal_index.htm
253 http://www.lenntech.nl/water-begrippenlijst.htm
254
http://www.lenntech.nl/water-begrippenlijst.htm
255 https://nl.wikipedia.org/wiki/Waterstofbrug

215
Affiniteit Korsmit juli 2018

wellicht een relatie met het onzekerheidsprincipe van Heisenberg te leggen en bij biomorfologische
processen m.b.t. organismen is daar wellicht mee in verband te vinden met de negentropie, met een
optimale uitputting van beschikbare energie, met ‘levenskracht’..

Alhoewel het ‘toeval’ bij deze processen zeker een rol speelt, kan dit de overgang naar een hoger
niveau van ‘stabiliteit’, ‘orde’, ‘heelheid’ niet verklaren. De evolutietheorie256 wordt vrij algemeen als
theoretische basis aanvaard vor de verklaring van de ontwikkeling van het leven op aarde. Zie in het
voorgaande wat wij daarover hebben gezegd. Wij zien dit eveneens als een belangrijke basis, maar er
is een aanvulling nodig. Als voorbeeld hebben wij de uiterst complexe dubbele DNA-helix257
genoemd. Deze genen in de eerste levensvormen258 waren/zijn zo universeel, dat alle leven op aarde
uit deze genen ‘geboetseerd’ kon worden. Daar zien wij de werking van Affiniteit als een mogelijke
verklaring. Als dit door ‘toeval’ is ontstaan, moeten er ook varianten p de DNA-structuur of de
zelfreplicatie zijn. Zijn deze in het vele onderzoek naar biologische processen gevonden?

Ad 3. Affiniteit in relatie metafysische zaken ?


De vraag stelt zich of het Affiniteitsveld een veld is waarin ook een basis gelegd wordt voor
metafysische zaken zoals zingeving, waarden en doelgerichtheid handelen. Als men de literatuur over
het Nulpuntsveld doorneemt, komt men vaak verwijzingen tegen naar buitenzintuiglijke kennis,
chakra’s etc. Dergelijke zaken worden door ons niet met het Affiniteitsveld in verband gebracht.
Ook mythen en religieuze verklaringen van ontstaansgeschiedenissen vormen voor ons geen basis
voor het bestaan van het ‘Affiniteitsveld’. We kunnen ‘The Unknown’ niet kennen. De kwantumfysica
is al mysterieus genoeg. Wij lezen dat de kwantumtheorie als experimentele metafysica259 in
opkomst is. Enkele aspecten van dit denken zijn:

De essentie van een bepaalde kwantumtoestand van meerdere deeltjes is dat de


individualiteit van die deeltjes kan vervagen. Dit is in feite een holistische benadering. Voor
veel doeleinden kan men elementaire deeltjes niet als som van individuele deeltjes
beschouwen, maar moet men deze samen als een geheel zien. Dit geheel heeft andere
eigenschappen, dan de som der deeltjes. We hebben in het voorgaande verwezen naar
dierenkolonies en zwermgedrag, waar dit is aangetoond. De recente interesse voor het
uitwerken van dit concept komt van informatietheoretici. Zij werken aan kwantumalgoritmes
op kwantumcomputers, die zijn gebaseerd op het principe van vervlechting. Als wij in deze
notitie spreken over een ‘globaal of universeel bewustzijn’, dan bedoelen wij dat het
bewustzijn van de mensheid groter is dan e som van alle individuelen bewustzijns.

Veel filosofen, schrijvers en religieuze wetenschappers verwijzen naar ons ‘bezield’ universum, naar
ons universum dat een doel heeft. Maar er zijn ook filosofen, die het anders zien. Zie vb. Gerard
Bodifée260. Diep in ons zit er een hang naar het bovennatuurlijke, naar het mystieke, metafysische.

256
https://nl.wikipedia.org/wiki/Evolutietheorie Door het onderzoek naar genen en DNA is aan de evolutietheorie een basis gegeven in de
moleculaire biologie, die de processen in cellen op het kleinste functionele niveau, namelijk dat van de biomoleculen bestudeert.
257
In de biochemie wordt de term dubbele helix het meeste voor de twee enkele helices gebruikt. Hierbij lope?n twee parallelle spiralen
van macromoleculen in een schroefvorm om elkaar heen. Het bekendste voorbeeld is de dubbele helix van DNA, waarbij de enkele helices
ook nog antiparallel (tegen elkaar) inlopen.
258
Een groep wetenschappers heeft met een geavanceerd computerprogramma de placozoa aangewezen als de diersoort die het meest
verwant is aan de gemeenschappelijke voorouder van alle dieren op aarde.
Bron: http://www.nu.nl/wetenschap/1907176/meest-primitieve-dier-ontdekt.html
259
https://www.nemokennislink.nl/publicaties/kwantumtheorie-als-experimentele-metafysica/
260 http://www.opengeloven.net/files/artGerard%20Bodif%c3%a9e.pdf

216
Affiniteit Korsmit juli 2018

Einstein en de andere grondleggers van de kwantummechanica hadden allemaal een persoonlijk


geloof. Dat lijkt thans uit de mode. De menselijke hybris is nu groter dan ooit en men vertrouwt op
zijn vermogen zelf de werkelijkheid te kennen. De Griekse tragedies getuigden al van dat menselijk
tekort. Maar waren die tragedies zelf niet op metafysische thema’s gebaseerd?

Wellicht is er een kentering. De onpeilbare onzekerheden m.b.t het ontstaan van het leven, van het
‘bewustzijn’ en van de ‘opdracht’ om in ‘harmonie met de natuur’ te leven, worden bespreekbaar.
Dan bedoelen wij niet vanuit een ‘religieus inzicht maar vanuit een wetenschappelijke
nieuwsgierigheid. Zie vb. de serie The Mind of the Universe van Robbert Dijkgraaf, waarin hij
opmerkt: ‘Wij zijn de plek waar het universum over zichzelf nadenkt!’. Alleen al die opmerking toont
aan dat ons denken niet alleen door rationaliteit, reductionistische wetenschap en fysieke
werkelijkheden wordt bepaald, maar ook metafysische dimensies heeft.

Wellicht komen de bijna-dood ervaringen in de buurt van metafysische ervaringen. Over


zijnnverschillende opmerkingen gemaakt:
-Alexander in Trouw 261: ‘Alles bestond op zich, maar was tegelijk deel van al het andere,
zoals de gedetailleerde en verweven ontwerpen op Perzische tapijten.'
-Alex Bruinsma 262: ‘er‘zijn veel ervaringen o.a. ‘Het begrijpen van hoe alles in het universum
in elkaar steekt’, ‘Men beseft nu dat er meer is na de dood, een overgang naar een hoger
bewustzijn, naar een hoger bestaansniveau’.
-Pim van Lommel263: ‘De hersenen zijn volgens hem een instrument om het menselijk
bewustzijn te ontvangen. Hoe lang het blijft ontvangen als men overlijdt is niet bekend. Ons
bewustzijn bevindt zich dan ook niet in onze hersenen, zoals de hedendaagse wetenschap
beweerd maar moet ergens anders zijn.

Wij beweren niet dat deze ervaringen iets met het Affiniteitsveld te maken hebben. Wij zien het
bewustzijn eerder in relatie met het Informatieveld. Wij verwijzen hiernaar omdat deze ervaringen
heel reëel zijn en goed beschreven. Maar zij zijn metafysisch van aard en als zodanig vallen deze
buiten het klassieke wetenschappelijk onderzoeksgebied. Dit is net zo bij de werking van Affiniteit op
alle niveaus van materie en organismen. Deze kunnen heel reëel zijn voor de onderzoeker maar niet
echt meetbaar en en dus ook niet bewijsbaar.
Als men op het internet surft dan kan men gemakkelijk de indruk krijgen dat de metafysische wereld
de enige echte is. Zei Plato dat ook al niet? En gedragen veel politici zich niet net zo?

3.5 Hypothesen m.b.t. Affiniteit

Men zou de theorie van het Affiniteitsveld speculatief kunnen noemen en dat is natuurlijk in hoge
mate ook zo. Dit geldt overigens voor bijna alle theorieën. De kracht van een theorie wordt niet

261Zie verhaal van Neurochirurg Eben Alexander: https://www.trouw.nl/home/neuroloog-ontwaakt-uit-coma-de-hemel-bestaat-echt-


~aa899bd1/
262
Zie Bijna-Dood ervaringen - Alex Bruinsma : https://www.lichtwerkersnederland.nl/2017/12/16/bijna-dood-ervaringen/
263 Zie boek van Pim van Lommel Eindeloos bewustzijn

217
Affiniteit Korsmit juli 2018

bepaald door het enthousiasme van de ‘aanhangers’ maar door de tand der tijd. Alleen door de
theorie te toetsen verkrijgt deze een bepaalde mate van betrouwbaarheid en wordt de theorie
‘sterker’. Deze toetsing gebeurt op basis van falsificeerbare hypothesen. Naast het bedenken van
theorieën, is toetsing een essentieel onderdeel van de wetenschap.

In het voorgaande is impliciet naar mogelijke hypothesen verwezen. We geven hiervan een aantal
voorbeelden:
-de voortgaande ordening van de ruimtelijke structuren binnen ons universum wordt medebepaald
door de Affiniteitswaarde
-ondanks een streven naar entropie volgens
de thermodynamica neemt de mate van
complexiteit van materie en organismen in
bepaalde ruimte-tijd gebieden toe. De
Affiniteitswaarde speelt daarbij een rol.
-bij het onderling verbinden van
‘onderdelen’ van een organisch systeem zijn
altijd ‘bindingen’ op kwantumniveau
betrokken. Zonder deze bindingen zou er
geen stabiele structuur kunnen bestaan. Bij
het tot stand komen van nieuwe bindingen
is de Affiniteitswaarde betrokken.
-bij organische processen (vb. conceptie en
groei of sterven en vergaan) is ook de
Affiniteitswaarde van invloed. Deze waarde
overwint de positieve entropie bij de
conceptie en de groei.

Deze hypothesen zijn echter zo algemeen


geformuleerd, dat wij niet zien hoe deze op
dit moment met onze huidige kennis en
middelen getoetst kunnen worden. Dit geldt
ook voor de volgende hypothesen m.b.t. de
verschillende organisatieniveaus van het
‘’bouwwerk van ons universum. Zie
hiernaast nogmaals het schema van ditt
‘bouwwerk’, zoals wij dit zien.

The Unknown: De kosmos omvat meer dan


alleen ons universum: Het AL

Plasma: Het plasma van massa-energie wordt ‘gevoed’ vanuit ‘The Unknown’. De hoeveelheid
massa-energie kan wel groeien, niet afnemen.

Universum: Ons niversum is en wordt gevormd door 3 velden: Kwantumveld, Affiniteitsveld en


Informatieveld. Het zichtbare en meetnare el van ons universum is ontstaan uit het Kwantumveld.

218
Affiniteit Korsmit juli 2018

Natuur: De ontwikkeling van materie, ‘dode stof, wordt niet alleen door de wetten van het
Kwantgumveld bepaald, maar ook door de werking van de andere velden, zij het in beperkte mate.
Bij ‘dode stof’ speelt het kwantumveld de belangrijkste rol, bij organismen zijn de andere velden
zeer actief, waarna na het sterven het Affiniteitsveld inactief wordt en het organisme tot dode stof
vervalt.

Organismen, waaronder de mensheid: ‘Levende organismen’ worden niet alleen vorm gegeven
door de werkingen van het Kwantumveld, maar ook door de werking van het Affiniteitsveld. Het
Informatieveld speelt daarbij een minder belangrijke rol. Dit veld is wel van groot belang voor de
‘informatievoorziening en de ‘verslaglegging’ van alle processen in ons universum.

Bewustzijn, m.n. dat avan mensen: Bewustzijn is aanwezig in alle materie, maar vooral in levende
organismen, aanwezig. Daarbij wordt vanuit het ‘individu’ een verbinding gelegd met het
Affiniteitsveld, maar vooral ook met het Informatieveld. Het Kwantumveld speelt bij het bewustzijn
een minder actieve rol.

Zoals gezegd zijn deze hypothesen, afgeleid van onze 3-veldentheorie, erg algemeen en globaal en
niet direct geschikt voor toetsing. Vandaar dat we ons nu richten op falsificeerbare hypothesen.

Falsificeerbare hypothesen

Op het niveau van ons universum


Volgens onze theorie zou Affiniteit door zich al vanaf het eerste ontstaan van ons univesum
gemanifesteerd moeten hebben in het ontstaan van ordening, harmonie en stabiliteit, die niet
verklaard kan worden door de klassieke, reductionistische wetenschappen. Voorbeelden zijn het
ontstaan van elementen en van structuren uit het plasma van massa-energie, het ontstaan van
symmetrie en het ontstaan van vb. sterrenstelsels waarin een voortdurende ontwikkeling was naar
meer complexiteit zowel op atomair niveau als op intergalactisch niveau.

Er zijn weinig aangrijppunten voor de klassieke, exacte wetenschappen om de werking van Affiniteit
op het niveau van het universum te onderzoeken. Wij zien een aantal mogelijke aangrijppunten voor
het aantonen van deze werking vb. in de theorieën van de klassieke wetenschap, waarin nog
onverklaarbare ‘zaken of gaten’ zitten. Voorbeelden zijn te vinden in de theorieën over het
standaardmodel. Symmetrie en de vorming van kristallen. Voor elk van deze theorieën zou men de
nog onverklaarbare zaken en/of gaten moeten opsporen. Vervolgens zou men deze verschijnselen
moeten analyseren en en gedachte-experimenten moeten bedenken om deze te onderzoeken.
Daarbij zou steeds de hypothese van de werking van Affiniteit meegenomen moeten worden.

Einstein maakte vaak gebruik van gedachte-experimenten, wanneer een daadwerkelijk experiment
onmogelijk was. Met deze gedachte-experimenten, waarvan het EPR gedachte-experiment uit 1935
een voorbeeld is, probeerde Einstein onuitvoerbare en vanuit de theorie bezien ondenkbare
experimenten bespreekbaar te maken. Uit dergelijke gedachte-experimenten ontstonden nieuwe
onderzoeksrichtingen en bleek de theorie vaak niet volledig te zijn. Zo bleek, In tegenstelling tot wat

219
Affiniteit Korsmit juli 2018

Einstein dacht, momentane informatieoverdracht mogelijk. Ook bleek dat door verstrengeling
elementaire deeltjes momentaan en op grote afstand van elkaar op elkaar te kunnen reageren. Dit is
o.a. door NASA en op vele laboratoria aangetoond. Dit soort onderzoek heeft tot veel praktische
toepassingen geleid. Voor ons betekent dat een stap op de weg naar het bestaan van een
Informatieveld. Zo zouden wij ook stappen willen zetten in de richting van het onderbouwen van het
Affiniteitsveld, te beginnen met gedachte-experimenten. Wij zouden ook graag zelf zulke gedachte-
experimenten bedenken. We zijn echter Einstein niet. We beperken ons in deze studie tot de poging
om één gedachte-te formuleren:

Wij gaan op zoek naar een vloeistof, die zich gemakkelijk laat uitkristalliseren in verschillende
kristalstructuren264. We construeren een meetopstelling om deze structuur te bepalen en de
aanwezige symmetrie-elementen en de symmetrieën van de kristalstructuur a;s geheel te
meten. We sturen deze meetopstelling de ruimte in, waarbij de meetomstandigheden exact
gelijk blijven. Vervolgens meten we de veranderingen in de kristalstructuur in de ruimte.
Daarbij zullen we ontdekken dat de gemeten symmetrie in de kristalstructuur door variaties
in de Affiniteitswaarde in de ruimte niet overal gelijk is.

Aangezien we niet weten hoe de Affiniteitswaarde op elk van de schal niveaus varieert, zou het
kunnen zijn dat we een dergelijk experiment ook op het niveau van atomen moeten uitvoeren.
Kristallen zouden vervangen kunnen worden door vb. moleculen. In de ruimte zou de
molecuulvorming, vb. de ketenvorming, door de Affiniteitswaarde beïnvloed kunnen worden.

Op het niveau van de natuur


Op Aarde is de werking van Affiniteit vooral zichtbaar in de opbouw van organische moleculen en de
ontwikkeling van van organismen. Onderzoek toont aan dat deze organismen in stat bleken te zijn
om door efficiënt om te gaan met de beschikbare energie de positieve entropie te overwinnen.
Hierdoor verkregen deze organismen nieuwe eigenschappen. Onze hypothese is dat Affiniteit daarbij
een rol speelt, door te bewerken dat er paalde nieuwe ‘bindingen’ tot stand komen, die
transformaties en (soms) emergenties opleveren.

Experimenten gericht op bio-morfologische ontwikkelingen zijn bijna zo oud als de mensheid. Dat
begon met de verdeling van dieren en planten, met de verwetenschappelijking iervan door o.a.
Mendel en laer net de gen-manipulatie. Dit is een zeer uitgebreid onderzoeksveld geworden met vele
theorieen en disciplines. Er wordt o.a. veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar
energietransities in organismen, waarvan wij in onze studie gebruik hebben gemakt.

In bepaalde omstandigheden, vb. in de oersoep die ongeveervier miljard jaar geleden op Aarde
aanwezig was, kunnen atomen zich verbinden tot moleculen. Deze moleculen kunnen zich verbinden
tot ketens, die zich ook weer kunnen verbinden met andere moleculen en ketens. Dat is
experimenteel aangetoond. De stap va van hier naar een ‘levend organisme265’ is groot, zo groot dat
het de wetenschap nog niet is gelukt deze te zetten.

264 Zie : Kristalstructuren


file:///C:/Users/User/Documents/Affiniteit%20feb%2020%2018/teksten%20wetenschappers/symmetrie%20en%20kristallen.pdf
265 Definitie van Leven Wiki: https://nl.wikipedia.org/wiki/Leven Zie op deze site watt is opgemerkt over archea: Archaea zijn een groep

bacteriën die ook wel "oerbacteriën" genoemd worden. Archaea onderscheiden zich van alle andere bacteriën doordat ze zich in extreme
milieus kunnen handhaven: van uiterst zure en vulkanische, tot in het permanent bevroren permafrost. Daardoor denken vele
wetenschappers dat deze bacteriën een van de eerste organismen op Aarde geweest moet en zijn.

220
Affiniteit Korsmit juli 2018

‘Leven is een open fysico-chemisch systeem, dat door middel van uitwisseling van energie en
materie met zijn omgeving, en dankzij een inwendig metabolisme, in staat is om zich in stand
te houden, te groeien, zich voort te planten en zich aan te passen aan veranderingen in de
omgeving, zowel op korte (fysiologische en morfologische adaptatie) als op lange termijn
(evolutie).’ (Bron zie voetnoot)

Niet alleen m.b.t. het ontstaan van leven ook m.b.t. de overgang van leven naar dood is nog zeer veel
onbekend. We zijn er nog steeds niet geslaagd om kunstmatig leven te maken en om de overgang
van leven naar dood exact te beschrijven. Vragen die daarbij gesteld worden zijn o.a. wat is de status
van virussen en van het bewustzijn tijdens deze overgang? Wij formuleren de volgende hypothese
m.b.t. de voorwaarden voor het ontstaan van het eerste ‘leven’, dat van de oerbacteriën, die archea
worden genoemd:

Het zal door het toevoegen van energie, vb. hoge elektrische impulsen, niet lukken om uit
‘dode stof’, vb. complexe structuren van meerdere moleculen, ‘levende stof’ te maken vb.
prokaryoten of eukaryoten. Voor het overwinnen van de positieve entropie en voor het
verkrijgen van de juiste ‘bindingen’, om de samenwerking van de verschillende ‘onderdelen’
van de bacterie te verzekeren en deze een manier te geven om zichtzelf te kunnen
repliceren, is de werking van Affiniteit noodzakelijk.

Wij weten niet hoe de werking vanuit het Affiniteitsveld plaats vind en ook niet wat de exacte
‘ingrepen’ op kwantumniveau zijn. We kunnen wel de gevolgen van de ingrepen waarnemen. In dit
geval een overgang van dode stof naar een levend organisme, dat zich kan reproduceren.

Als het wetenschappers niet gelukt is om kunstmatig ‘leven’ , vb. een bacterie, te maken, terwijl het
toeval daarbij toch ook alle kans had om zijn werk te doen om de dode stof leven in te blazen, dan
toont dat volgens ons aan dat de kans dat zeer complexe organismen door het toeval zijn ontstaan
extreem klein is. Het ‘leven’ heeft zich in een onvoorstelbare hoeveelheid en verscheidenheid
ontwikkeld. Met name de laatste 500 miljoen jaar gaat deze ontwikkeling in een versneld
tempo. Dit tempo lijkt na elke globale ramp alleen maar te snellen. Westbroek merkt in
relatie hiermee op dat ‘de aarde een bewustzijn heeft’.

Op het niveau van een organisme


De hiërarchie van de levensvormen is erg complex. Men onderscheidt acht ‘rangen’: het leven,
onderverdeeld naar domeinen, die weer zijn onderverdeeld naar rijken en inde rijken zijner weer
stammen onderverdeld in klassen en orden en families en geslachten en uiteindelijk naar soorten.
De ontwikkelingsgeschiedenissen van de soorten, o.a. van de mensheid, zijn verre van eenduidig. Er
zijn veel ‘vertakkingen’ en ‘doodlopende ‘takken’ en soms groeien takken weer samen. Bij al die
vertakkingen speelt de werking van Affiniteit een rol.

Het DNA speelt een doorslaggevende rol bij ontwikkeling van het leven binnen alle ‘rangen’. Het DNA
bepaald in feite de ontwikkeling van elk individu. Deze ontwikkeling kan het beste beschreven
worden met het beeld van een beeldend kunstenaar of beeldhouwer, die een ‘beeld’ maakt. Het
DNA is het brein van de beeldhouwer, die de blauwdruk van het leven uitwerkt. Daarbij wordt het
beeld, het organisme, op een steeds gedetailleerder niveau bijgesneden. Het beeld, dat wordt
uitgehouwen, is eerst zeer ruw en grof. Bij dat hakken en slijpen doorloot de beeldhouwer alle

221
Affiniteit Korsmit juli 2018

‘rangen’, totdat op het niveau van de betrokken soort de laatste details worden bijgesneden en de
blauwdruk is gerealiseerd.

Aangezien de DNA-helix is opgebouwd uit twee strands, kunnen er bij de opbouw van de helix
afwijkingen van het ‘profiel’ van de ouders en soms ook ‘foutjes’ zijn ontstaan. Hierdoor kunnen er
enige afwijkingen zijn tussen de generaties. In hoeverre ‘aangeleerd gedrag’ wordt ’overerft’ is nog
niet niet helemaal bekend. Het lijkt dat dit soms wel, soms niet gebeurt. Hier ligt wellicht een relatie
met Affiniteit. Dat ligt anders bij mutaties en emergenties266 , waarbij totaal nieuwe bindingen
ontstaan, die de mogelijkheden en de kwaliteiten van het organisme uitbreiden. Wij zien daarbij in
alle gevallen een relatie net Affiniteit.

Onze hypothese is:

Het is niet mogelijk om met de reductionistische fysica de overerving en/of mutatie van
eigenschappen van een willekeurig organisme ten diepste te verklaren. Er zullen altijd niet rationeel
verklaarbare nieuwe bindingen zijn. Daar waar deze niet met een redelijke mate van
waarschijnlijkheid door het ‘toeval’ te verklaren zijn, zien wij de werking van Affiniteit als meest
waarschijnlijke oorzaak.

Wij zijn ons bewust dat deze metafysische, constructivistische beïnvloeding door Affiniteit met de
nodige scepsis bezien zal worden vanuit de reductionistische wetenschap. Wij vinden steun in de
Metafysica , waar ook grote geleerden zich in verdiepten zoals Heisenberg in de Platonische theorie
van de oude Grieken, Niels Bohr in de Tao, Wolfgang Pauli in de Kabbala en Einstein in het
Christendom. Wij verbinden het Affiniteitsveld niet met deze levensovertuigingen, maar het is zeer
wel mogelijk dat deze levensovertuigingen uit dezelfde bron drinken. Dat is waarom wij de Drie-
Velden Hypothese zo belangrijk en alles integrerend vinden

Wat mogen we verwachten voor de toekomst?


Het palrad van Westbroek beschrijft de ontwikkeling naar steeds hogere organisatieniveaus.
Eigenlijk impliceren deze emergenties, die schaalafhankelijk zijn. Op elk schaalniveau treden er
nieuwe natuurverschijnselen op.

Dit houdt ook in dat de natuurwetten telkens weer moeten worden bijgesteld, aangescherpt en
aangevuld. Vaak zijn er ook heel nieuwe theorieën nodig om de nieuw natuurverschijnselen te
kunnen verklaren. Voor de atomaire schaal gebruiken we bijvoorbeeld de kwantummechanica, en
voor het universum de speciale en algemene relativiteitsleer. Voor materiële processen m.b.t. de
astronomie en de natuur is de thermodynamica van belang en voor levensprocessen p.a. de biologie
en de bio-morfologie. Dit alles is in het voorgaande beschreven. De vraag is ‘welke schaalovergang
mogen we nu verwachten?

Zoals we in het voorgaande al hebben aangegeven is dat een meer gedeeld, universeel, globaal
bewustzijn. Dat is natuurlijk een wensgedachte. Niemand kan wat er door het ‘toeval’ kan gebeuren
of hoe ‘affiniteit’ een hogere orde weet te bewerken. Onze wensgedachte berust niet alleen op

266
Omschrijving van emergenties: https://nl.wikipedia.org/wiki/Emergentie
‘Emergentie is een begrip dat met name centraal staat in de systeemtheorie en de filosofie. Het betreft de ontwikkeling van complexe
georganiseerde systemen, die bepaalde eigenschappen vertonen die niet zichtbaar zijn door louter een reductie van hun samenstellende
delen. Door interactie ontstaan eigenschappen, patronen, regelmatigheden en/of geheel nieuwe entiteiten.’

222
Affiniteit Korsmit juli 2018

ethische motieven of apocalyptische angsten, maar ook op rationele overwegingen. Na het


leervermogen bij de eencelligen, de intuïtie en het denkvermogen bij dieren en het brein en
bewustzijn bij mensen is de volgende stap wellicht een meer collectief bewustzijn of wellicht een
transfer van het brein en het bewustzijn naar digitale systemen. Beide ontwikkelingen zijn thans
zichtbaar. Wij verbinden de laatste met de waardenvrije willekeur van het ‘toeval’ en de eerste met
het streven naar orde en heelheid van ‘Affiniteit’.

Van beide mogelijke situaties zou de mensheid zich en beeld moeten maken. Wat zijn de gevolgen
voor de menselijke samenleving, welke theorieën zullen moeten worden aangescherpt en evt
aangepast of vernieuwd. De eerste theorie, die daarvoor in aanmerking komt, is de
zwaartekrachtheorie van Verlinde. De tweede theorie is de thermodynamica, die aangevuld moet
worden voor subsystemen, waar negentropie kan gelden. De derde theorie, die aanpassingen nodig
heeft, is de evolutietheorie, de aangevuld moet worden voor de werking Affiniteit bij het optreden
van emergenties.

We zullen meer ruimte moeten geven voor onderzoek naar verschijnselen, die niet met de klassieke
reductionistische fysica of de kwantummechanica te verklaren zijn. Voorbeelden zijn: negentropie,
‘streven naar heelheid’, affiniteit. Net zoals kwantumzwaartekracht een heel nieuw landschap van de
fysisca bloot legt, zo zou Affiniteit het beeld dat wij hebben van bindingen, vb. vanuit het
standaardmodel, kunnen veranderen.

Dit is speculatief en de vraag is hoe dit ‘hard’ kan worden gemaakt. We verwachten dat de
ontwikkeling , die Westbroek beschrijft, door gaat en dat we ons meer en meer bewust worden van
van de noodzaak van Earth System Science. Daarin past een collectief bewustzijn.

Onze hypothese voor de toekomstige ontwikkeling is:

Onder invloed van Affiniteit zal er een emergentie plaats vinden, die het individuele
bewustzijn zal verruimen naar een meer collectief bewustzijn. De invloed van het Het
collectieve bewustzijn zal meetbaar zijn in de organisatiegraad en in het stressniveau in de
wereld.

Samenvattende hypothese
Wij begrijpen dat de hiervoor genoemde hypothesen zeer moeilijk te onderzoeken zijn. Wij vragen
geïnteresseerde wetenschappers uit alle disciplines en levensovertuigingen om hierin mee te
denken.

Wij leggen aan al deze wetenschappers een samenvattende hypothese voor, welke naar ons inzicht
falsificeerbaar is. Het Affiniteitsveld doordringt alle processen in de natuur. Wij hebben deze werking
vooral besproken in termen als ‘orde, harmonie, een streven naar heelheid en stabiliteit’. Wij
beseffen dat heel andere, dieper liggende dimensies een rol kunnen spelen.

De biochemie267 is de wetenschap die de samenstelling en samenwerking van chemische


verbindingen, die bijdragen tot de structuur van de organismen en hun stofwisselingprocessen,

267
Zie wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Biochemie etenschap.

223
Affiniteit Korsmit juli 2018

onderzoekt. Zij probeert een ‘verklaring van het leven’ op moleculair-biologisch niveau te geven. De
chemische reacties, die bij een bepaald biologisch verschijnsel (proces) horen, worden onderzocht op
moleculair niveau. Door het begrijpen van verschijnselen op het kleinste niveau, kunnen
verschijnselen op een hoger niveau (bijvoorbeeld celniveau) verklaard worden. Waar wij in deze
hypothese naar verwijzen is het atomaire en subatomaire niveau, dat de vorming van moleculen
beïnvloed.

Onze centrale hypothese268 is:

Er is niet één biochemisch proces te vinden, dat ten diepste alleen door masssa-energie en
de hieruit geëmergeerde natuurkrachten volledig verklaard kan worden.

Wij denken dat er altijd ‘bindingen’ zijn die niet volledig gedetermineerd zijn en dat hierin in
bepaalde omstandigheden keuzemogelijkheden aanwezig zijn, die kunnen leiden tot ‘afwijkingen’.

Als uitdaging zou vb. het omics-gebied269 van de Genomics voor dit onderzoek gebruikt kunnen
worden. Op dit gebied zijn zeer veel wetenschappers binnen universiteiten en ziekenhuizen
werkzaam. De genomica bestudeert het genoom (DNA) vb. in het onderzoek naar de oorzaak en het
verloop van ziekten of naar plantenveredeling of naar de ontwikkeling van bacteriën, die nuttige
stoffen maken. Daarbij wordt uitgegaan van een systeembenadering, die organismen als geheel wil
bestuderen, gebruikmakend van de enorme hoeveelheid data, die de laatste jaren door alle -omics-
studies beschikbaar zijn gekomen.

Voor de toetsing van de hypothese zou de onderzoeksvraag kunnen zijn: hoe zijn genen opgebouwd
uit moleculen? en hoe zijn deze met elkaar ‘verbonden’ en met het onderliggende atomair en
subatomair niveau? Wat is de aard en de vorm van de ‘bindingen’ op al deze niveaus? De cruciale
vraag daarbij is: zijn deze ‘bindingen’ met de huidige fysica te verklaren? Als zij niet gedetermineerd
zijn, als er keuzen zijn, wie of wat is dan doorslaggevend geweest bij deze keuze? En waarom?

3.6 Nabeschouwing
Wij begonnen met een speurtocht naar de ontstaansgeschiedenis van het universum en het leven.
Dee leidde ons naar een schier oneindige bron van informatie en inzichten. Daarvan konden wij een
heel klein beetje proeven. Maar dat was al inspirerend genoeg om daaruit de moeilijke taak op te
pakken om onze theorie van de ‘Drie-Velden’ toe te passen op deze ontstaansgeschiedenis.

Wij constateren dat er aanwijzingen zijn voor het bestaan van een ‘Affiniteitsveld’, dat binnen de
kosmos zorgt voor wat wij benoemen als orde, heelheid en stabiliteit. Wij beseffen dat dit een
benadering is vanuit onze menselijke vermogens. De werking van dit veld kunnen wij niet exact

268 Deze stelling is slechts een voorbeeld van zeer veel voorbeelden, die voorgelegd kunnen worden. Bijna alle materie en levende
organismen zijn ten diepste door het Affiniteitsveld beinvled.
269 Zie vb. : https://en.wikipedia.org/wiki/Omics of https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3966295/

224
Affiniteit Korsmit juli 2018

kennen. Deze is wellicht op een dieper niveau in The Unknwn volledig geïntegreerd met de
werkingen van de andere twee velden het Kwantumveld en het Informatieveld.

Wij hebben in de literatuur voldoende aanwijzingen gevonden van de werking van affiniteit. Wij
menen dat een breed opgezet en diepgaand onderzoek, waarin reductionistische en de holistische
wetenschappers samenwerken, de mensheid een stap vooruit kan doen zetten.

Niet alleen de ontwikkeling van materie en het leven op aarde is fascinerend, ook de
ontwikkelingsgeschiedenis van de mensheid is dat. Eerst leefden mensen in familie- en stamverband,
haast niet te onderscheiden van de vele soorten in het dierenrijk. Het onderscheid zat in hun hoofd,
in hun organisatievermogen, in het vermogen bewust ‘beelden’ te maken, te plannen en zich een
wereld buiten en boven hun dagdagelijkse werkelijkheid voor te stellen. Later ontstonden er steden,
machtige ‘rijken’ en recentelijk natiestaten op de weg naar een internationale, globale wereldorde
van de mensheid. De mensheid is zich bewust geworden van de problemen, die ontstaan door zijn
exponentiële groei.

Recentelijk zien we een toenemende belangstelling voor een wetenschappelijke benadering, die
meer systeemgericht en holistisch is. Voorbeelden zijn Gaia en Earth System Science van
Wetenschappers als Lovelock en Westbroek. Wij hebben in onze studie getracht de
ontwikkelingsgeschiedenis van ons universum en de natuur op aarde te duiden. Het onderzoek naar
deze geschiedenis wordt nieuw leven ingeblazen door onderzoekers als David Bohm270, Wholeness
and The Implicite Order en, die schrijftn over ‘matter’ en ‘conscienceness’, en vb. Henry Stapp , zie
Mindfull Universe, die de mens als observator ziet in een kwantumwereld, of Thomas Nagel, Mind
and Cosmos, die de rol van kwantumvelden in deze geschiedenis beschrijft.

De bewustwording van de noodzaak voor een duurzame ontwikkeling lijkt zich te verbreden tot een
bewustzijn dat steeds grotere groepen mensen verbindt. Ook de analyse van complexe problemen,
vb. met systeemtheorieën en nieuwe middelen, o.a. big data-analyse en dataficering, levert
informatie op voor de aanpak van deze complexe problemen. Daarbij ontstaat ook ruimte voor een
bredere aanpak dan de klassieke, reductionistische wetenschap. Wij wijzen in dat kader op het werk
van vb. P.W. Anderson271, More Is Different, 1972, waarin hij kritiek levert op de visie van veel
wetenschappers, die menen dat reductionistische hypothesen een leidraad zijn voor
constructivistische theorieën. Dat is volgens hem een misvatting, met name daar waar het
verschillende organisatieniveaus betreft: ‘biologie is geen toegepaste chemie en psychologie is geen
toegepaste biologie. Het is niet zo dat het de kunst is om alles tot zijn meest eenvoudige eenheden te
reduceren om daarmee met de natuurwetten het universum, of een organismen te kunnen
reconstrueren. Dat is onmogelijk’.

Dat geldt ook voor het bewustzijn, dat groeit en uitgroet tot een meer collectief bewustzijn en een
‘beweging’ om in te grijpen in missstanden. We zien dat niet alleen in vb. de Me Too beweging, maar
ook al veel eerder in de wereldwijde actiegroepen m.b.t. het milieu en klimaat, de duurzaamheid en
de vrede. Niet alleen het toeval en de sterksten hoeven te regeren, de mensheid heeft een
voldoende mate van inzicht en bewustzijn ontwikkeld om zijn eigen lot mede te bepalen.

270
Zie : https://en.wikipedia.org/wiki/Implicate_and_explicate_order
271Anderson: http://www.uvm.edu/pdodds/research/papers/others/1972/anderson1972a.pdf

225
Affiniteit Korsmit juli 2018

Een ander voorbeeld van een breder inzicht in de relatie tussen de meest elementaire deeltjes en de
meest complexe, zoals de mens en het bewustzijn. Een voorbeeld is het werk van Hans Halvorson272,
The measure of all things: Quantummechanics and the soul, 2011. Hij legt daarin n.o.m. een
verbinding tussen het niveau van The Unknown en de Drie Velden en de complexe materie. Het is
dienstig om kennis te nemen van lezingen op dit terrein, die via internet beschikbaar zijn. We geven
een tweetal voorbeelden:
-de video van d TEDx lezing van Jane Adams273 over Het verschil in complexiteit en inzicht bij
individuen versus een grote groep van deze individuen. Hierin wordt het voorbeeld
uitgewerkt van mierenkolonies en ook van de mogelijkheden van de analyse van big data
computerinformatie. Op een hoger schaalniveau gelden andere wetten en kennelijk ook
‘hogere inzichen’. Dit vergrote inzicht zou men als een emergentie kunnen zien: de groep
hanteert een aantal simpele gedragsregels, waardoor de groep als geheel beter functioneert,
dan elk van de leden van de groep afzonderlijk.
- de video van TEDx lezing van Joe Simkins274 over Eenvoud en complexiteit. Deze video toont
dat men bij complexe systemen beter niet heel diep in de analyse kan duiken, omdat dat te
veel tijd en geld kost in onze tijd van snelle veranderingen. Men kan beter het geheel ‘van
buiten af’ bekijken en vanuit dat standpunt zoeken naar eenvoudige ‘regels’, om het gedrag
van het geheel te beschrijven.

Wij menen dat dergelijke inzichten van belang zijn in het onderzoek naar globale problemen,
waarvoor de mensheid zich thans gesteld ziet. Affiniteit kan daarbij een rol spelen bij de transitie
naar een hoger, meer collectief organisatieniveau van de mensheid. Wij hopen dat de
aangrijppunten voor het onderzoek naar de werking van Affiniteit zullen worden uitgewerkt door
wetenschappers vanuit alle disciplines en richtingen.

Ter overweging
Op 19 mei 2018 trouwde Prins Harry met Meghan Markle in de Windsor Chapel. Tijdens de dienst
hield bisschop Michael Curry275 een inspirerende preek over de Liefde tussen mensen en over ‘de
Liefde’, die alle domeinen van de mensheid doordringt. Hij verwees daarbij naar de woorden van
Moses en Jezus, die naast de Liefde voor God de liefde voor ieders naaste als belangrijkste opdracht
voor de mens zagen. ‘Liefde is alles’. Hij verwees ook naar de grootste uitvinding van de mensheid:
‘het vuur’. Dit vuur is een drijvende kracht geweest en is dat nog steeds. Dit vuur kan ook een
vernietigende kracht zijn. Om dit te voorkomen zal de mensheid gevaren en problemen moeten
overwinnen door ‘de liefde’ te omarmen. Ook voor een niet-gelovige zijn dit inspirerende woorden.

Vervang ‘liefde’ door ‘Affiniteit’ en ‘vuur’ door de ‘materiële bouwstenen’ om in deze preek de
kwintessens van deze studie te lezen. De passie van de bisschop kunnen wij niet overbrengen, maar
zijn lering doordesemt onze studie.

272 Halvorson: https://philpapers.org/rec/HALTMO-17


273
Aams: https://www.youtube.com/watch?time_continue=521&v=D9LiMrcm7Kg
274 Simkins: https://www.youtube.com/watch?v=htmntSoCasg

275
Zie preek Michael Curry: http://www.standaard.be/cnt/dmf20180519_03521253 voor volledige preek zie :

226
Affiniteit Korsmit juli 2018

Literatuur waar naar verwezen wordt


1689, Newton’s Principia mathematic
1859, Charles Darwin, On the origin of Species
1926, Smuts, Holisme en evolutie
1944, Erwin Schrödinger, What Is Life?
1956, Norbert Elias, Distantie
1958, Townes en Schawlow, Infrared and optical masers
1962, Rachel Carson, Silent Spring
1970, Monod, Toeval en onvermijdelijkheid
1972, P.W. Anderson, More Is Different
1972, de Club van Rome. Grenzen aan de groei
1975, Edward Wilson, Sociobiology
1976, Richard Dawkins, The Selfish gene
1979, James Lovelock, A New Look at Life on earth
1982, Richard Dawkins, The extended phenotype
1983, Peter Corning, The synergism hypothesis
1983, Dawkins, The Darwinian Dynamic
1986, Richard Dawkins, The blind watchmaker
1991, Eric Lerners, The Big Bang is nooit gebeurd
1992, Roger Lewin, Complexity: Life at the Edge of Chaos
1993, Ernst Mayr, One long argument
1997, Cor van Dijkum, Onderzoek van Zelforganisatie van Complexiteit
1997, Henry Plotkin , Darwin machines and the nature of knowledge
2000, Corning, Thermodynamics, information and life revisited, Part I: ‘To be or to entropy
2001, Steven Hawking , Het Universum2012, Lawrence Krauss, Universum uit het niets, Waarom er
iets is in plaats van niets
2002, Gerard ’t Hooft, De Bouwstenen van de Schepping, , Een zoektocht naar het allerkleinste
2003, John Urry, Global complexity
2003, Corning, Magic: Synergy in Evolution
2003, Shirley Nicholson, Het mysterie van het bewustzijn
2004, Teilhard de Chardin, The Future of Man (o.b.v. essays
2004, filosoof Rüdiger Safranski, Hoeveel globalisering verdraagt de mens?
2004, Rüdiger Safranski, Hoeveel globalisering verdraagt de mens?
2004, Richard Dawkins Zijn wetenschap en religie aan het samenvallen?
2004, Bruno Latour, Thou shall not freeze-fame, or How Not to Misunderstand the Science and
Religion Debate
2005, Daniel Bennett, Darwin's dangerous idea
2005, William Arntz Betsy Chasse, van What the bleep do we know!?
2008,Teilhard de Chardin, Het verschijnsel mens (o.b.v. essays)
2009, Nick Lane, Life Ascending
2009, de Block , Culturele evolutie en het universeel darwinisme
2009, Marten Scheffer, Critical transitions in nature and society
2010, Lanza, Biocentrism: How Life and Consciousness are the Keys to Understanding the True
Nature of the Universe.
2011, Hans Halvorson , The measure of all things: quantummechanics and the soul

227
Affiniteit Korsmit juli 2018

2011, Markus Gabriel, Waarom we vrij zijn als we denken–


2011, Henry, P. Stapp, Mindful Universe, quantum mechanics and the oarticipating observer , , 2011,
Rupert Sheldrake, Matthew Fox en Hans Andeweg , Scheppend leven
212, Stapp, Het interactieve kwantumdualisme
2012, Tesson, De ziel en de crisis van het materialism, blog
2012, Tesson, The soul, the measure of all things
2012, Thomas Nagel, Mind and Cosmos
2012. Pieter Westbroek, De ontdekking van de aarde
2012, D.B. Kelley, The Origin of Everything, The natural order of the universe has been revealed
2013, Lipton en Bhaerman, Theorie van de spontane evolutie
2013, Viktor Mayer-Schönberger en Kenneth Cukier, De big data revolutie
2013, Peter Corning Evolution on Purpose: how behaviour has shaped the evolutionary process
2014, Yuval Noah Harari, Homo Sapiens, kleine geschiedenis van de mensheid
2014, Christian Maes Kwantummechanica als experimentele metafysica .
2014, René ten Bos, Water
2014, Barry B. Powel, The Big bang Is hard science.
2014, Michel Serres, De wereld onder de duim
2014, McFadden, Life on the edge: The coming of age of quantum biology
2014, Manus Visser, Over de oorsprong van ruimte en tijd, Inleiding Masterscriptie Theoretische
Natuurkunde
2014, Henry Stapp, Mindfull Universe
2014, Viktor Mayer-Schönberger en Kenneth Cukier, De Big Data Revolutie
2015, Nobel, De muziek van het leven
2015, Geoff Ward, Holisme en het boek der natuur
2015, Stuart Kaufmann, on free will, God, ESP and other mysteries
2015, Nick Lane, Life Ascending
2015, Jozef Waanders, Globalisering én geborgenheid
2016, Markus Gabriel, Waarom we vrij zijn als we denken
2016, David Bohm, Wholeness and The Implicite Order
2016, Martijn Calmthout, ‘Echt Quantum 1982, Norbert Elias, Problemen van betrokkenheid
2016, Robert Macfarlane, Generation antropocene
2016, Verlinde. Theorie, een nieuwe paradigmaverschuiving in de fysica
2016, Nick Lane, The vital question. Why is life the way it is ?,
2016, René ten Bos, Dwalen in het antropoceen
2016, Yuval Noah Hariri, Homo Deus, kleine geschiedenis van de toekomst,
2016, Jan van Cuilenburg, Waarheidsvinding als journalistieke missie
2016, Kappetijn tekst ‘Kwantumbiologie’
2016, Manus Visser en Marcel Vonk, Emergente zwaartekracht en het donkere heelal.
2017, Hariri, Homo sapiens
2017, Hariri, Homo Deus, De Geschiedenis van de toekomst
2017, Ger Groot, Inleiding in de filosofie, ‘Geest uit de fles. Hoe de moderne mens werd wie hij is.’
2017, Joke Hermsen, Melancholie van de onrust
217, Bruno Latour, Oog in omet Gaia
2017, Lennart de Nooijer, De oorsprong van het leven
2017, Fred Verbruggen, Entropie is niet wanorde
2017, George van Hal, Elastisch Universum
2018, Timothy Morton, Duistere ecologie

228
Affiniteit Korsmit juli 2018

229