Mijncom’

kritisch met een knipoog

info

het officiële verenigingsblad van SV Contact nr. 2 jaargang 7

Zom er ed itie
Fiets
interactief

telefoon kamers

Leiden

bestuur

Utrecht

crossmedia televisie

SV Contact
KIP

GALA
column

Stage

Wilders

Mijn Com’info

welcom’info
Welcom’info Nog één keer vooestellen... De pijlers onder CIW Het paradepaardje van Wilders Een meisje uit Leiden Rennen, springen, vliegen Met de billen bloot De stelling Liever de fiets Terugvallen op oude media Com’op zeg

sv contact 2 3 4 6 7 8 13 14 16 18 19
Beste fans, Het einde van het academische jaar is een feit. Dat houdt in dat dit de laatste Com’info van dit jaar is. Zoals jullie merken heeft deze Com’info nogal wat vertraging opgelopen. Enerzijds door onmacht, anderzijds door missende doordringendheid van ondergetekende. Waarvoor mijn welgemeende excuses. Dit houdt verder in dat de Com’info dus digitaal verspreid wordt. Voor de eerstejaars echter maken we een uitzondering; deze krijgen hem gewoon per postduif thuis bezorgd. Ondanks alles wil ik nog even vermelden hoe goed de vernieuwde Com’info is opgepakt door de oude en nieuwe leden van SV Contact. We hebben vele positieve reacties ontvangen op de lay-out, waardoor we deze natuurlijk voortzetten. Maar goed, nu je je al bijna waant in tropische oorden, zon, zee en strand veroverend, biedt deze Com’info je nog dat ene beetje leesvoer waar je naar snakt voor de zomer. Lekker los, maar zeker niet zonder inhoud. Denk bijvoorbeeld aan ons hoofdartikel dat Michiel geschreven heeft over de oorsprong van CIW. Wat was nu precies de gedachte achter deze vaak besproken opleiding? Je leest het in een interview met Paul van den Hoven, één van de grondleggers van onze geliefde studie. Tevens schreef Kim over de privacykwestie in de huidige tijd; een niet te missen onderwerp. Ook weer van de partij is de immer terugkerende galaposter van twee pagina’s groot, om boven je bed te hangen. Hiermee kan je nog eens terugdenken aan die tijd waarvan je op één of andere manier grote delen van de avond niet meer kan herinneren. Gelukkig hebben we de foto’s nog. Verder heeft Carla haar eerste stukje geschreven voor de Com’info over haar stage. Martijn schreef een ode aan de fiets, Frank gaat nog eens in op Geert Wilders’ Fitna en Arthur bezorgt je de slappe lach met zijn flauwe grappen. Nog niet overtuigd? Een opgerolde Com’info schijnt in dat geval erg handig te zijn tegen die ***muggen. Alvast een zomerse groet, Lorenz van Gool | hoofdredacteur 2007/2008 ...omdat het kan. Door Martijn Piggen De dag van 1 april is er normaliter eentje vol flauwe grappen en grollen. De editie van dit jaar was echter van een ander, serieuzer kaliber, waarbij gesuggereerde losse veters en kikkers in achtwerken gelukkig achterwege konden blijven. Op die dag werd namelijk op de Algemene Ledenvergadering van SV Contact afscheid genomen van Bestuur 2.0 en werd er een nieuw bestuur aangesteld, simpelweg ‘Bestuur 2008 – 2009’ geheten. Dit nieuwe bestuur bestaat uit Jorik van der Hoek als voorzitter, Kristel Vermeulen als secretaris, ondergetekende als penningmeester, Yoeni Kuyper als onderwijscommissaris en Sebastiaan Mennen als PR-commissaris. Met hun aanstelling kwam er dus een einde aan de regeerperiode van An van Burik, Robbie Vermeulen, Marcel Bruinstroop, Steven Kamminga en Tom van de Wetering, die hartelijk bedankt werden voor bewezen diensten en nu van hun welverdiende rust kunnen gaan genieten. Een nieuw bestuur betekent natuurlijk ook nieuwe plannen en inzichten, waaraan we dit jaar hard voor jullie aan gaan werken. Enerzijds zal bijvoorbeeld de lijn van professionalisering van de vereniging van het vorige bestuur doorgetrokken worden, terwijl er anderzijds voor een nieuwe aanpak gekozen wordt, bijvoorbeeld door de realisatie van een jaarboek. De verdere details en toelichtingen hiervan zijn na te lezen in ons beleidsplan, dat spoedig op de website zal verschijnen. Waar we zeker niets aan willen veranderen, is de sfeer en gezelligheid binnen de vereniging. Druk of niet, elk feest en elke borrel zullen we er samen met jullie een gezellige avond van maken tot in de late uurtjes, waarbij ook dat laatste biertje – dat wat je éigenlijk niet meer had moeten drinken – zeker niet geschuwd zal worden. Ook blijven jullie natuurlijk van harte welkom op het wekelijkse koffie-uurtje, iedere woensdag op de zolder van 13.00 tot 14.00 uur voor een goede bak koffie en een gezellig praatje. Maar buiten deze tijden mogen jullie ons ook gerust met een bezoekje komen vereren. Hoewel we de duizenden uren die Robbie op de zolder spendeerde waarschijnlijk niet halen, proberen we toch zoveel mogelijk aanwezig te zijn, zodat niemand voor een dichte zolderdeur komt te staan. Omdat dit alweer de laatste Com’info van het studiejaar is, wil ik jullie namens het voltallige bestuur nog heel veel succes wensen met de laatste studieloodjes, waarna jullie hopelijk een zonnige vakantie tegemoet gaan. Een laatste tip aan de kersverse mentoren, kookploeg en Introductiecommissie is dat ze hun energie op die vakantie een beetje moeten sparen, omdat ze natuurlijk geacht worden begin september een spetterende intro op poten te zetten voor de nieuwe club eerstejaars. Met ferme handruk, Martijn Piggen, jullie penningmeester.

Nog één keer voorstellen...

colofon

Com’info is samen met de website www.svcontact.nl het officiële orgaan van SV Contact, de studievereniging van Communicatie- en Informatiewetenschappen in Utrecht. Jaargang 7 - nummer 2 Verschijnt 4 keer per jaar
2

Hoofdredacteur

Lorenz van Gool Eindredactie Jorik van der Hoek Carla Heyms Lay-out Sebastiaan Mennen Illustrator Lorenz van Gool

Redactie Justin Koornneef Kim Beijleveld Michiel Kraijkamp Nikki van der Westen Frank Thies Arthur Stolwijk Martijn Piggen

Met dank aan Tom Koole Contact via redactie@svcontact.nl / Postvakje SV Contact op KNG 29 - Secretariaat Verkrijgbaar op Drift 21 & 23, Trans 10, KNG 29 & 80, Letterenbibliotheek

Download as PDF

-

bekeken 4978 keer -

Artikel printen - RSS-feed

3

Mijn Com’info

Com’municatiewereld

De pijlers onder CIW
Het debat over het huidig functioneren en toekomstperspectieven van de Bachelor CIW pruttelt voort. Menig student, docent en anderzijds betrokkene wil het instituut CIW van een nieuw behangetje voorzien of van de grond af opnieuw opbouwen. Een zinvol debat is echter niet mogelijk zonder te weten op welke fundamenten de opleiding rust. Paul van den Hoven, die nauw bij de oprichting van CIW betrokken is geweest, weet dat wel. Hij legt uit wat CIW voor hem inhoudt en geeft inzicht in de grondbeginselen van waaruit de studie is ontstaan. ‘Bij CIW leer je geen pasklare oplossingen toe te passen.’ ‘Ooit was CIW een visie op de mogelijke samenhang tussen verschillende vakgebieden. Toen besloten werd er een opleiding van te maken, is er het label ‘onderzoek van de human interface tussen technologie en gebruiksituatie’ aan gehangen. Sommige mensen noemen dat interactiedesign maar dat dekt slechts gedeeltelijk de lading. Als je zegt dat de lay-out van een beeldscherm de interface is, onderzoek je de technologische interface tussen programmatuur en gebruiksituatie. Wij bedachten dat de mens óók onderdeel is van het interfaceontwerp. Dat betekent dat je na moet denken over hoe mensen symbolen manipuleren en erdoor worden gemanipuleerd, de manier waarop symbolen worden verwerkt en de instituties die symbolen mediëren, maar ook het groepsgedrag dat mensen vertonen. Dat maakt CIW een samenhangend geheel met raakvlakken in de sociale wetenschappen, mediastudies en taalwetenschap. De band met de faculteit van Sociale Wetenschappen zou echter sterker moeten zijn dan nu het geval is. Die herbergde vroeger de doctoraalstudie Massacommunicatie waarmee ik graag had willen samenwerken. Deze studie bouwde voort op het bijvak ‘PR en massacommunicatie’ dat door Anne van der Meijden – van huis uit dominee – in een kerk aan honderden mensen werd gedoceerd en daarmee een plaatselijke beroemdheid was. Maar omdat Massacommunicatie werd opgeheven, zijn William Uricchio (mediastudies) en ik (taalbeheersing) samen verdergegaan en hebben een profiel binnen Taal en Cultuurstudies gerealiseerd. Later is dat onder de naam CIW een aparte opleiding geworden.’ ‘Wij hadden moeite met die naam omdat de Nijmeegse en Groningse universiteiten onder dezelfde titel respectievelijk bedrijfscommunicatie en organisationele communicatie aanboden. Daardoor dacht men dat ook wij studenten opleidden tot communicatiemanagers voor bedrijven. Bij ons leren studenten echter dat geavanceerde informatie- en communicatietechnologieën alleen functioneren bij een goed interfaceontwerp van zowel technologie als mens. Wij doen dus niet alleen studies naar het ontwerpen van teksten die mensen adequaat kunnen verwerken maar ook naar het ontwerpen van mensen zodat ze adequaat met teksten om kunnen gaan. Dat ideaal is nooit honderd procent verwezenlijkt, daarvoor ben je uiteindelijk afhankelijk van de mensen die het uitvoeren. Die kun je het ook niet kwalijk nemen, het is moeilijk een CIW-cursus te geven die eigenlijk primair bij een andere studie hoort.’ ‘Een onbedoeld en moeilijk te voorkomen gevolg van de naam CIW is dat sommige studenten met een verwachtingspatroon binnenkomen dat niet wordt waargemaakt. Die verwachtingen probeer je tijdens de voorlichting wel te temperen maar dat is knap lastig binnen een uur. Tegelijkertijd is het van de zotte dat studenten denken na drie jaar alles over de mediawereld te zullen weten. Helemaal omdat ze die attitude bij andere opleidingen juist niet hebben. Iedereen weet dat je bij Geschiedenis niet alle historische feiten leert want dat zijn er verrot veel. Daar leer je vooral de geschiedenis te analyseren. Ook de operationele modellen waar bij Medicijnen mee wordt gewerkt voldoen aan de verwachtingen. Daar leer je bepaalde methodes toe te passen omdat bekend is welk effecten ze hebben. Bij CIW zijn zulke zekerheden maar een piepklein onderdeel van de studie. Het grootste deel gaat erover dat deze modellen juist ontbreken. Wij praten erover waarom ze ontbreken en waarom we er überhaupt over praten. Stel je wilt de studie Boekwetenschap gaan opzetten, dan vraagt iedereen waar dat in godsnaam over moet gaan. Maar bij CIW denkt iedereen dat het wel ergens over gaat juist ómdat het een opleiding is, terwijl weinigen zich realiseren hoe complex die wereld is. De huidige generatie studenten is volgens mij dusdanig onder de indruk van hoe snel de technologische ontwikkelingen gaan dat het volgens hen wel mogelijk moet zijn in drie jaar uit te leggen hoe ze werken. Het is een naïeve benadering om te veronderstellen dat daar kant-en-klare antwoorden voor zijn. Ja, natuurlijk zou dit verhaal tijdens de studie gearticuleerd aan de orde moeten komen. Er is alleen geen tijd, ruimte of wil om het constant uit te leggen.’ ‘Om CIW te kunnen studeren moet je behoorlijk begaafd zijn en sterk in je schoenen staan. Het is een krankzinnig moeilijke studie waarvan je onderweg pas beseft wat die wereld eigenlijk inhoudt. Ondertussen zijn er zat studenten die alleen de oplossingen aangereikt willen hebben terwijl het in kaart brengen van problemen ook wetenschap is. Daarom vind ik het jammer dat veel CIW-studenten na hun Bachelor een specialistische Master kiezen omdat ik had gehoopt dat ze meer het interdisciplinaire probleemveld op zouden zoeken waarin de relatie tussen informatietechnologie en de mens centraal staat. CIW’ers zijn alert op het menselijk handelen en kunnen door te analyseren problemen beter beheersbaar te maken. Dat is de eerste stap in de richting naar een oplossing. Daarmee ben je alleen niet gauw populair bij bedrijven omdat die pasklare oplossingen verwachten. Die willen weten naar welke cursus ze hun personeel moeten sturen zodat ze beter met de software om kunnen gaan terwijl ze daar soms nog verwarder van terugkomen. Dan begint het hele verhaal een jaar later weer opnieuw. Als je kunt analyseren waarom zo’n cursus niet werkt kun je het bedrijf een hoop geld besparen. Dergelijke kostenbesparende adviezen kunnen daardoor wel praktisch uitvallen. CIW’ers kunnen de discussie over het oplossen van het probleem op een hoger plan tillen en daardoor oplossingen voor de lange termijn bedenken die misschien wel werken. Eenvoudige oplossingen bestaan niet en hebben CIW’ers dus ook niet in huis. Goede kennis kan in de juiste context productieve oplossingen bieden maar die liggen niet voor het oprapen.’ ‘In de praktijk is om de vijf jaar de bevolking rondom een organisatie ververst en is er ruimte voor nieuwe ideeën. Daarom bemoei ik me bewust niet met de veranderingen binnen CIW. Wel tref ik af en toe studenten aan die niet bewust de juiste methodologische keuzes kunnen maken. De oplossing is daar meer aandacht aan te besteden alleen dan gaan de studenten nog harder zeuren over hoe hard en saai de studie is. Je zit in een spagaat. Ook ben ik geen voorstander van een vooropgezet curriculum. Dat wekt de schijn dat er binnen CIW één duidelijke probleemstelling heerst terwijl het probleem juist moeilijk te omvatten is. Die essentie is helemaal niet onduidelijk. Beseffen dat je iets niet weet zegt ook een heleboel. Het getuigt van een academische houding als je het leuk vind om uit te zoeken hoe het dan wel zit. Ik vind het jammer wanneer de ontdekkingstocht van studenten binnen CIW goed verloopt maar de uitkomst ervan zo verrassend is, dat ze er toch teleurgesteld over zijn. Ze verwachten panklare oplossingen te zullen vinden voor het ontwerpen van de human interface. Ze ontdekken daarentegen dat dat een illusie is en de factoren zó complex zijn dat er alleen tijdelijke oplossingen zijn. Het is blijkbaar erg gemakkelijk die drie letters verkeerd te interpreteren. Misschien moeten we eens gaan onderzoeken waarom dat zo is.’ Michiel

Download as PDF

-

bekeken 4025 keer -

Artikel printen - RSS-feed

4

5

Mijn Com’info

com´partijdig

Oh, com’ er eens kijken

Het paradepaardje van Wilders
Door Frank op 19 april 2008 om 01:17 uur Na het lezen van de titel denk je wellicht: ‘Nee hè, niet wéér een artikel over Wilders!’. In principe ben ik het daar helemaal mee eens, aangezien oom Geert wekenlang het nieuws heeft gedomineerd met zijn zogenaamd schokkende film Fitna en ik hem die aandacht eigenlijk helemaal niet gun. Maar goed, om er in dit blad helemaal geen aandacht aan te besteden kan natuurlijk ook niet en wat wel gezegd moet worden: Wilders heeft ontzettend goed gebruik gemaakt van de media. Wilders in de media Weken, misschien wel maanden heeft werkelijk iedere krant de Nederlanders geïnformeerd over de op hand zijnde film. Hoe erg wordt ‘ie? Komt ‘ie er überhaupt wel? Moeten we ons opmaken voor terroristische aanslagen? Bedoeld of onbedoeld, de Nederlander wordt wel angst aangejaagd. Tante Leen uit Assen duikt al onder in d’r bunker, terwijl het aantal Nederlanders dat wil emigreren alleen maar toeneemt. Ook op de televisie raken ze er maar niet over uitgepraat. Het NOS Journaal, Pauw & Witteman, De Wereld Draait Door, noem maar op. In de actualiteitenrubrieken weet Wilders bijna dagelijks wel een item te vergaren, terwijl er in de talkshows fel wordt gespeculeerd over de film die Nederland in haar ban heeft. Maar ook op de radio wordt er volop geïnformeerd en gediscussieerd over het paradepaardje van Geert Wilders. Om over het internet dan nog maar te zwijgen. Met als hoogtepunt misschien wel de dag waarop de website waar Wilders zijn film wil publiceren, online gaat. Een afbeelding van de Koran en de tekst ‘Geert Wilders presents Fitna. Coming soon.’ hebben de media weer in hun macht. Fitna online Het is dan ook een fikse domper als de website enkele dagen later door de provider Network Solutions uit de lucht wordt gehaald, omdat deze in strijd zou zijn met de voorwaarden van het bedrijf. Een andere reden is dat medewerkers van het bedrijf zelfs bedreigd worden na het verschijnen van de website. Ja, en dan zit je met een probleem als je Geert Wilders heet. De televisiezenders staan niet in de rij voor de vertoning van Fitna [lees: geen enkele omroep wil voldoen aan het eisenpakket dat Wilders stelt]. Er is slechts één geïnteresseerde en dat is de NMO – nota bene de Nederlandse moslimomroep – maar deze wil de film eerst zien voordat ze het uitzenden. Daar is Wilders het alleen niet mee eens. Uiteindelijk weet Wilders het voor elkaar te krijgen om zijn film te publiceren op de website Liveleak.com, waarna anti-islam film al snel op meerdere plaatsen te bekijken is. Eerlijk is eerlijk, de aanhouder wint! Over de film zelf kan ik geen oordeel vellen, aangezien ik er voor gekozen heb om hem niet te bekijken. Simpelweg om de reden – ik heb het al even genoemd – dat ik Wilders dat plezier niet gun. Natuurlijk ontkom ook ik er niet aan om toch via diverse media te worden geconfronteerd met enkele beelden, maar deze werken vooral op mijn lachspieren. Zo verwart hij de afbeelding van een rapper met die van Mohammed B. en is Wilders voor het gemak even ‘vergeten’ toestemming te vragen aan de Deense cartoonist Kurt Westergaard om zijn afbeelding tot twee keer toe te gebruiken in Fitna. Eerstgenoemde fout kost Wilders een boete van drieduizend euro, laatstgenoemde wordt beloond met juridische stappen. Tja, daar kan ik alleen maar om lachen.

Een meisje uit Leiden
Door Nikki op 22 mei 2008 om 11:08 uur Na afloop van ‘CIWie geths?’ fietsen Roos en ik samen richting Lombok. Plots bedenken we ons dat we Roos’ kamer nog moeten aandoen voor de Com’Info. Er lijkt ons hiervoor geen geschikter moment dan dit, dus spoeden wij ons naar een klein wijkje achterin Lombok, dat door de drukke Cartesiusweg afgesneden lijkt te zijn van de rest van Utrecht. Een Leids doolhof Een kleine tuin met buitenproportionele heg leidt naar een grote donkere houten voordeur. Eenmaal binnen bevinden we ons in een waar doolhof van smalle gangetjes, nog smallere, steile trappetjes, kleine hoekjes en oud vloerkleed. Onderweg naar Roos’ kamer komen we een meisje tegen dat overduidelijk ook uit Leiden komt, zo verraadt de karakteristieke ‘r’. Sterker nog, de twee zijn vriendinnen. Roos vertelt: “ik ging een keer mee naar haar kamer kijken, en toen bleek het hele huis leeg te staan en mocht ik gewoon mijn eigen kamer uitzoeken!” Helemaal in het bovenste, achterste hoekje van het huis is Roos’ kamer. De verademing die je ervaart wanneer je daar binnenstapt, komt vooral door het frisse zeil met houtprint dat op de grond ligt – in tegenstelling tot vloerkleed met ouderwets bloemenprint in de rest van het huis. Roos’ broertje knipte voor haar een prachtige ‘houtsculptuur’ uit een restje zeil, dat inmiddels op haar minuscule kamerdeur hangt. Een Leids meisje Wat blijkt, wanneer je Roos’ kamer goed bestudeert, is dat ze een echt meisje is. Bewijzen stapelen zich op, te beginnen bij haar posters. Twee stuks sieren haar muren: één van Prison Break (“Michael Scofield, ken je die niet?!”), gekregen van basketbalvriendinnen, en één met een gedichtje over een kusje, gekregen van haar moeder en zusje. Die beide muren zijn bovendien vrolijk gekleurd: de één roze geverfd, de ander zwart-wit behangen. “Dat behang is nog van de vorige bewoner. Maar die had dat verschrikkelijke bloemenvloerkleed erbij, dat kan toch niet!” Roos’ tv staat altijd op TMF of MTV, maar voor de afwisseling heeft ze nogal wat mijlpalen uit de filmgeschiedenis op dvd: ‘American Pie, the Naked Pie’ en een gesigneerde ‘Ali B vertelt het leven van de straat’ zijn de hoogtepunten. “Allemaal gekregen!” verklaart Roos zenuwachtig. Het leesvoor naast haar bed wordt ook niet écht gelezen: New Media: A Critical Introduction en twee oude Cosmopolitans, “om plaatjes uit te knippen”. Die plaatjes zijn beland op slechts één van beide kastdeurtjes: “die andere staat altijd open, dus daar zie je nooit de buitenkant van.” Leidse logica. Op haar ruime tafel midden in de kamer staan steevast twee dingen: haar laptop met zebraprint en een trommel met het opschrift ‘thee’. Die trommel misleidt menigeen, want hij bevat altijd zoetigheid. Aan tafel kijk je uit over een typisch Lomboks scala aan achtertuinen en tuinhuisjes. Daardoor wordt ze nogal eens afgeleid wanneer ze moet studeren. Op zoek naar tekens die duiden op Roos’ stoere kant, stuit ik in eerste instantie slechts op een hamer – echter, hieruit blijkt wederom weinig mannelijkheid: hij is roze met bloemetjes. De hoop niet opgegeven, vind ik een zestal shotglaasjes met opschriften als ‘zing en drink’, ‘wijs aan wie drinkt’ en ‘ad fundum’ die ‘voor de sier’ op de vensterbank staan. Van Leiden naar Utrecht Toch heeft Roos nog niet echt kunnen aarden in haar eigen buurt. Althans, het buurthuis de B.O.E.G. (“Bij Ons Echte Gezelligheid”) nodigt haar regelmatig uit voor een gezellige dartavond of playbackshow, maar Roos weigert steevast. “Kom op, daar zitten alleen maar oudjes. Dat zag ik toen ik er een keer langsfietste. Maar misschien was dat de bingoavond.” Gelukkig vindt ze zichzelf wel terug in het CIW-volk, want een stukje Leiden in Utrecht is nooit weg.

Download as PDF

-

bekeken 3469 keer -

Artikel printen - RSS-feed

Download as PDF

-

bekeken 2946 keer -

Artikel printen - RSS-feed

6

7

Mijn Com’info

com´stage

Rennen, springen, vliegen...
Door Carla op 22 mei 2008 om 11:44 uur ‘Rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan..’ Dat zong Herman van Veen al een hele tijd geleden en sinds twee maanden is dat ook een beetje wat ik aan het doen ben. Na het behalen van mijn BA-diploma CIW ben ik doorgegaan naar de MA Communicatiestudies en heb daar het eerste half jaar eigenlijk niet veel anders gedaan dan wat ik deed bij CIW: lekker vakken volgen, een onderzoek doen, verslagen schrijven en soms een tentamen. Maar vanaf 4 februari veranderde dat allemaal. Toen begon ik namelijk aan mijn Masterstage. Als rasechte Brabantse baalde ik wel even dat mijn stage midden tijdens Carnaval begon, maar door de zondag ervoor rustig aan te doen kon ik toch nog twee dagen meepikken en maandag fris beginnen. En dat beginnen is meteen al één van de moeilijkste dingen van een stage. Je moet namelijk ingewerkt worden en in twee dagen tijd meer informatie dan dat er in ‘Media and Society in the twentieth century (McLean)’ staat in je opnemen. Naast dat je meewerkt, is het ook de bedoeling dat je de andere helft van de tijd een onderzoek doet waar het bedrijf ook iets aan heeft. Nieuw in een bedrijf binnenkomen en je meteen moeten oriënteren op onderzoeksmogelijkheden zorgt dat je meteen moet omschakelen van wetenschap naar bedrijf. Nu heb je twee soorten bedrijven qua stagemogelijkheden: profit- en non-profitorganisaties. Zelf heb ik gekozen voor een non-profitorganisatie omdat dit mij voor een eerste stage een iets vriendelijkere omgeving leek. En gelukkig bood de Nationale Jeugdraad me een leuke, afwisselende en leerzame stage. De Nationale Jeugdraad is de landelijke koepel van jongerenorganisaties en vindt dat jongeren moeten kunnen meedoen, meedenken en meebeslissen over alles wat zij belangrijk vinden. Daarom worden er, voor en door jongeren, activiteiten en projecten opgezet. En bij de promotie van deze activiteiten en projecten ligt één van de belangrijkste taken van de communicatieafdeling. Wij zijn namelijk verantwoordelijk voor alles wat er naar buiten komt vanuit de Jeugdraad. Als stagiaire heb ik als taak om de twee nieuwsbrieven te verzorgen. Eentje die tweewekelijks en eentje die maandelijks uitkomt. Het schrijven, opmaken en versturen van deze nieuwsbrieven is op zichzelf al interessant, maar het leukste is dat het geheel je eigen verantwoordelijkheid is. Ik mag zelf op zoek naar leuke activiteiten voor jongeren, ik moet organisaties mailen en nabellen voor informatie én ik schrijf zelf alle teksten die in de nieuwsbrieven komen. Andere taken zijn het bijhouden van de website en meekijken en meedoen bij alle andere activiteiten. Dat is ook meteen één van de leerzaamste dingen bij een stage. Je ziet eens hoe het er aan toe gaat in ‘de echte wereld’ en eindelijk ben ik er dan toch achter dat mijn diploma CIW niet alleen leuk is als papiertje en voor het niet hoeven terug te betalen van mijn studiefinanciering, maar dat ik het ook echt heel erg leuk vind om op een communicatieafdeling te werken. Sowieso trok het bedrijfsleven me altijd al meer dan een wetenschappelijke carrière, maar nu weet ik het zeker: mijn eigen communicatieadviesbureau komt er nog wel een keer!

8

Gala 2008

Bal Masque

Met de billen bloot!
Door Kim op 19 april 2008 om 12:32 uur Een vriendin van mij, werkzaam bij de belastingdienst, zei ooit tegen me: ‘Kim, niet normaal, ze weten echt alles van je’. Eng idee natuurlijk, dat niets aan jou geheim is voor een bepaalde instantie. Toch werken we daar gezamenlijk aan mee. Zo laten we overal (digitale) sporen na van onszelf, die door anderen weer opgepakt worden. Zelf zijn we schuldig aan het creëren van een hyvesprofiel, waartoe we iedereen toegang verschaffen. Veel werknemers zullen hier gebruik van maken, zodat ze weten voor vlees ze in de kuip hebben. Minder controle hebben we over wat supermarkten registreren via onze klantenkaart. Op Internet worden de wandelgangen van bezoekers zichtbaar en onzichtbaar bijgehouden, bijvoorbeeld via zoekmachines. En ook de overheid zet verschillende middelen in om het doen en laten van mensen te registreren. Maar waar ligt de grens tussen privacyschending en constructieve informatievergaring? De markt vraagt Uit marketingtechnisch oogpunt is het zeer waardevol te weten wat de consument behoeft. Instanties kunnen daar op inspringen en zullen dat ook niet laten. Als men een huis koopt, liggen er diverse enveloppen van verzekeringsmaatschappijen op de mat. Als men een camping bezoekt, vallen er nog jarenlang uitnodigingen in de bus. Na het bezoeken van commerciële website zit je binnen de kortste keren aan een wekelijkse nieuwsbrief vast. Dit alles kan vervelend zijn, maar is niet onwettig of onethisch. Problematischer wordt het wanneer deze informatie verkeerd wordt ingezet. Een voorbeeld hiervan is de mailing naar een zwangere vrouw. Bij de aanschaf van een product tijdens de prénatale fase had zij haar gegevens achtergelaten. Ongelukkig genoeg kreeg ze een miskraam. Onethisch werd het toen een luiermerk deze gegevens gebruikte voor een mailing waarin de kersverse moeder gefeliciteerd werd met de geboorte van haar kind. Voor uw en onze veiligheid In naam van de staatsveiligheid zet de overheid steeds meer middelen in om eventuele dreiging tegen te gaan. Communicatieproviders moeten al onze gesprekken vastleggen en deze gedurende enkele jaren opslaan. Mocht de politie het nuttig vinden om gegevens op te vragen, kan dit direct aan de telecom- of internetprovider verzocht worden. Als men het land verlaat, op welke manier dan ook, wordt dit geregistreerd. Daar komt bij dat navigatie van een auto niet alleen de mogelijkheid biedt de weg te vinden, maar de GPS zorgt ervoor dat de auto altijd terug te vinden is via de satelliet. Een weekendje met je minnaar naar Frankrijk kan wel, maar ga met de trein of laat de Tomtom thuis. Een vliegreisje New York is een ander verhaal. Collectieve instemming Het ‘volk’ lijkt in te stemmen met deze brede informatievergaring. Laten we hierbij niet uit het oog verliezen dat we het blootgeven van persoonlijke informatie nog grotendeels zelf in de hand hebben. De Big Brother Award, bedoeld voor personen die de controle op burgers en inbreuken op privacy bevorderen, werd in 2007 niet voor niets uitgereikt aan ons. Want de mensheid wordt door de jury gezien als grootste bedreiging voor privacy. Kennelijk hebben wij zelf de meeste hand in het blootleggen van onze privacy. Gaat men inderdaad akkoord met de beschreven ontwikkeling of is het de individuele stem die niet boven het korenveld uitkomt en zich moeilijk laat bundelen? Is er wel vraag naar een collectief dat aangeeft dat het niet humaan is om alle wandelgangen van een individu na te kunnen gaan? Collectief besluit of niet: onze samenleving gaat met de billen bloot.

Download as PDF

-

bekeken 4055 keer -

Artikel printen - RSS-feed 13

Mijn Com’info

De Stelling

‘Ik kan niet leven zonder mijn telefoon!’
Lieke Ongering - 2e haars, richting communicatie “Als iedereen geen telefoon meer heeft, dan kan ik wel leven zonder telefoon. Als je tenminste duidelijke afspraken maakt, want dat is dan wel erg belangrijk. Maar zoals het nu gaat? Nee, dan kan ik niet leven zonder telefoon. Als ik dan geen telefoon meer bij mij heb, begint het toch te kriebelen. Een beetje een raar gevoel is dat; je mist het automatisch.” Maar vroeger kon iedereen het toch ook? “Ja, maar het is juist enorme luiheid geworden. We moeten gewoon duidelijke afspraken maken. Gewoon zeggen dat je om 16.00 stipt bij die ene kroeg bent, want dan heb je geen telefoon nodig. Nu zegt iedereen al snel van: ‘we bellen wel’. Het is te makkelijk geworden en gemakzucht. Maar ja, ik doe er zelf net zo hard aan mee. Ik kom ook vaak genoeg te laat, maar dan bel ik wel even om dat te melden. Soms weet je eigenlijk vantevoren al dat je te laat gaat komen, maar dan weet je in je achterhoofd dat je toch altijd wel even kan bellen of SMS’en dat je later komt. Het wordt ons ook allemaal veel te makkelijk gemaakt.”

Steven Kamminga - 2e jaars, oud-bestuurslid, richting nieuwe media “Vroeger, toen ik nog een scholiertje was, had ik geen telefoon nodig. Ik kon tenslotte gewoon thuis bellen. Maar sinds ik op kamers zit, is mijn mobiele telefoon indirect mijn huistelefoon geworden! Ik zal ook wel een lichte vorm van ‘rinxiety’ hebben (de afwijking die maakt dat je denkt dat je telefoon steeds gaat). Ik heb namelijk altijd het idee dat mijn telefoon gaat als ik op de fiets zit. Nu ben ik niet zo’n iemand die 24 uur per dag aan de telefoon hangt, maar het is gewoon fijn om te weten dat als je iemand wil bereiken, je direct diegene kan bellen of SMS’en. En als je in een commissie of in het bestuur zit, is het natuurlijk een noodzaak. Ik werd helemaal platgebeld door An (oud-voorzitter). Niet dat dat een straf is, natuurlijk..”

Harro Rothermundt - 2e haars, richting communicatie/nieuwe media “Ha, leuk dat je het vraagt. Mijn batterij was namelijk vandaag leeg en dat was duidelijk geen pretje. Voor je het weet ben je toch afhankelijk van dat simpele apparaatje. Een telefoon is eigenlijk onmisbaar. Het is voor verschillende aspecten zéér handig: om bijvoorbeeld avondjes uit te organiseren. Waar gaan we heen? Waar ben je nu? Dat idee.” Maar vroeger kon iedereen het toch ook? “Ja, maar sinds de telefoon er is, heeft iedereen een soort verantwoordelijkheid. Er wordt van je verwacht dat je je mobiel op zak hebt, want dat is handig om af te spreken. Als iemand hem bijvoorbeeld niet heeft, kan je diegene wel vervloeken. Vooral als je diegene met spoed moet spreken. Sowieso is de mens daardoor wat gemakzuchtig geworden – geen eigen initiatief meer, maar gelijk anderen bellen als je ergens hulp bij nodig hebt. Bij mijn werk – Harro werkt als koerier – is het ook onmisbaar. Ik krijg soms spoedklussen door van mijn baas via de telefoon. De maatschappij is ook sneller gaan functioneren door de mobiele telefoon. Een positieve ontwikkeling, als je het mij vraagt. In principe zou ik dus niet zonder de telefoon kunnen, tenzij iedereen hem afschaft. Maar waarom zouden we dat doen? Mijn Prada-phone is geweldig!” Download as PDF bekeken 3025 keer Artikel printen - RSS-feed

Teuni Verploegh 2e jaars, richting communicatie “Ik ben het er deels mee eens. Ik denk dat genoeg mensen in onze samenleving kunnen leven zonder telefoon. Maar als je gewend raakt aan je telefoon, wordt het erg lastig. Ik was bijvoorbeeld een keer in een sloot gefietst met telefoon en al, daardoor moest ik hem 2 weken missen. Dat ging eigenlijk uiteindelijk prima. Je moest echter wel goed vantevoren nadenken met bijvoorbeeld afspraken. Als iemand niet wist dat mijn telefoon kapot was, maakte dat het allemaal maar ongemakkelijk. Maar als iemand het wist, communiceerden we op andere manieren: mail bijvoorbeeld. Ik kan er in principe dus wel zonder leven, maar ik ben er iets te gewend aan geraakt.”

Download as PDF

-

bekeken 5023 keer -

Artikel printen - RSS-feed

14

15

Mijn Com’info

Com’mobiliteit

Liever de fiets.
Door Martijn 29 april 2008 om 12:32 uu Als je net op jezelf bent, is het eerste wat je doet natuurlijk naar IKEA gaan voor bed ‘Heimdal’, CD-rek ‘Benno’ en misschien nog tijdschriftenrek ‘Spontan’ – vergeet trouwens ook de spotgoedkope besteksets niet. Maar daarna, daarna ga je een fiets regelen. Of je dat nu bij de bonafide fietsenboer doet of het op een akkoordje gooit met een junk (of eventueel zelf met de betonschaar in de slag gaat), dat maakt verder niet uit. Al zitten er wel wat haken en ogen aan de laatstgenoemde manier van handelen. Want afgezien van diverse ethische kanttekeningen, zijn die junks ook gewoon aggressief gajes waar je mee op moet passen. Garantie-afhandelingen blijken ook vaak moeilijk bij deze figuren. De fiets is, afgezien van de lever, het belangrijkste bezit van de vrije student. Ga maar na, zonder fiets kom je niet zo ver en dat doet pijn. Dat kan zeker iedereen beamen van wie de fiets ooit is ontvreemd. De droge ogen en de melancholische klank in de stem, wanneer men terugdenkt aan deze gebeurtenis, zeggen genoeg. Wie dan niet snel iets nieuws regelt is veroordeeld tot de bedelstaf voor een plekje op iemands bagagedrager of simpelweg het vroegtijdig verlaten van feesten en partijen om de laatste bus te kunnen halen. En dat gun je niemand. Daarom ook van mij het advies om je fiets ten allen tijde dubbel op slot te zetten, bij voorkeur aan een vast voorwerp. Doe je dat niet, dan loop je de kans dat je tweewieler ten prooi valt aan zwerver en junks, of erger: het Koor. Ik heb ooit eens op de Drift staan kijken naar hoe een boot fietswrakken uit de gracht vist. Fascinerend, maar er moet onvoorstelbaar veel leed in zo’n gracht liggen. Normen en waarden Mijn liefde voor de edele fietssport komt ook voort uit een grondige hekel aan het openbaar vervoer. Het is dan wel een redelijke comfortabele manier om van A naar B te komen, warm en droog bovendien, maar er is genoeg om je aan te irriteren tijdens deze manier van reizen. Allereerst moet er gewacht worden op de bus of de trein en daar houdt mijn ongeduldige persoonlijkheid absoluut niet van. Mocht ik bijvoorbeeld te lang op de bus moeten wachten, dan loop ik liever door tot een halte waarbij ik zo in kan stappen dan dat ik doelloos stil blijf staan. Soms moet je dan ook nog wat langer wachten als er weer eens een bus of trein uitvalt. Heb je dan eindelijk je plaats gevonden, zittend danwel staand – nog een nadeel – dan ben je overgeleverd aan de grillen van je medereizigers. Is het niet een naar alcohol riekende zwerver naast je, dan zijn er altijd nog de luidruchtige, totaal oninteressante conversaties van reizigers voor of achter je. Vaak zijn deze ook nog eens in gebrekkig of geen Nederlands, wat de communicatiewetenschapper in mij een extra doorn in het oog is. Verder is er dan is er ook nog de luide uit mobieltjes of MP3-spelers schallende muziek, welke helaas nooit mijn smaak is. En het vervelendste is: je kunt niet ontsnappen uit deze kakafonie van verval van normen en waarden. Zonder vertraging Nee, dan de fiets. Op mijn stalen ros laveer ik met een straf tempo soepel langs vervelende obstakels als hand in hand fietsende stelletjes (neem een hotelkamer!) en van die lui die met z’n tweeën één fiets betrekken ( m o g e l i j k slachtoffers van diefstal, maar toch: koop een eigen fiets, of een tandem), die met een slakkengang over het fietspad zwabberen en mij kostbare tienden van een seconde kosten op weg naar mijn bestemming. Dit alles onder het genot van een prettig muziekje. En tegelijk ben ik ook nog eens gezond en milieubewust bezig. Dag in dag uit, zonder vertraging. Volgens de theoriën van Marshall McLuhan, God hebbe zijn ziel, zijn media een verlengstuk van je zintuigen. In het verlengde daarvan denk ik dat dit zeker ook voor de fiets geldt. Ik ben van mening dat een fiets iets zegt over zijn berijder. Als ik iemand zie rijden op een roestig, rammelend, felpaars barrel met een slag in het achterwiel waar de Slag om Arnhem nog bij verbleekt, dan krijg ik stiekem toch een bepaald beeld van die persoon en diens zintuigen. Zo is ook de rage van het fietsen op het achterwiel, die momenteel hoogtij viert onder jonge mensen, te verklaren. Pure geestelijke en lichamelijke onbalans, welke zich uit op de fiets. Herinneringen De fiets is ook een dankbaar onderwerp voor mooie verhalen, positief of negatief. Ik zou er zelf een boek over vol kunnen schrijven. Zoals over die twee verwrongen voorvorken, ontstaan na onzachte botsingen met onzachte voorwerpen, dat afgebroken stuur, of die fraaie zweefduik over het asfalt van het fietspad – inclusief volledig opgehaald gezicht, twee dagen voor de diploma-uitreiking op de middelbare school. Dan is er nog de nachtelijke rit over de snelweg om via de borden toch maar de weg naar huis te kunnen vinden. En niet te vergeten die ochtend dat ik, na een te gezellige avond bij mijn toenmalige studentenvereniging, er achter kwam dat ik geen fiets meer had en toen bij de politie aangifte ben gaan doen van wat ik vermoedde dat gebeurd was. Stuk voor stuk mooie herinneringen. Maar bovenal is de fiets, zoals gezegd, een compromisloze vrijheid. En omdat een eigen auto voor vrijwel niemand is weggelegd, elke dag de taxi onbetaalbaar is en scooters en brommers voor bejaarden, pizzabezorgers en blonde snollen zijn, is er maar één conclusie mogelijk: de fiets is de beste vriend van de student.
Download as PDF bekeken 4978 keer Artikel printen - RSS-feed

Download as PDF

-

bekeken 4612 keer -

Artikel printen - RSS-feed

16

17

Mijn Com’info

com´municatie

com´op zeg

Terugvallen op oude media
Door Lorenz op 4 april 2008 om 16:20 uur Ik blog al een tijdje als liefhebber van nieuwe media. En hoe meer ik met nieuwe media bezig ben, hoe meer ik me er van bewust ben dat deze niet bestaan zonder ‘oude media’. Immers, de term ‘nieuwe media’ is ontstaan uit onze psychologische behoefte naar onderscheiding. Omdat ik dus zo vaak met nieuwe media bezig ben, begon ik eens te denken in hoeverre oude media mijn leven bepalen. Een aantal voorbeelden uit het dagelijkse leven die de charme van oude media benadrukken. Oude media-uitingen stimuleren creativiteit Een kenmerk van oude media is dat de boodschappen vaak éénzijdig zijn. De boodschap komt naar je toe, daar hoef je niet veel voor te doen. Door lekker te zappen of in de stad billboards te zien, wordt er ongevraagd met je gecommuniceerd. Juist deze vormen van media vind ik erg interessant. Want als je doelgericht informatie zoekt, bekijk je informatie toch enigszins met een bepaalde verwachting. Laat je de informatie op je af komen, dan stimuleert dat naar mijn mening de creativiteit. Zo ben ik altijd op zoek naar een unieke inslag om over te bloggen. Dat ik bijvoorbeeld fan ben van het slenteren door de stad, en wel zie wat ik tegenkom, is hier een goed voorbeeld van. Fotocamera in de hand; succes gegarandeerd. Oude media zijn exclusief Controle van bovenaf en eisen bepalen oude mediauitingen. Je kan niet zomaar een stuk in de krant zetten, waar je bijvoorbeeld via internet op een blog alles kwijt kan. Nee, artikelen in de krant of boeken hebben een air van exclusiviteit over zich, zeker in deze Digital Age. Hiermee bedoel ik dat het voor mij enkel exclusief voelt in vergelijking met nieuwe media (op internet kan bijvoorbeeld iedereen nieuws maken). Dit maakt oude media als boeken tot zeer waardevolle bronnen. Bovendien vind ik het fijn om letters op papier te lezen als ontsnapping aan de cyberspace. Je kan altijd terugvallen Omdat sommige nieuwe media wel erg nieuw zijn en nog niet overal ingeburgerd, kan ik bijvoorbeeld niet op de hoogte zijn van live voetbalwedstrijden. Ik heb geen digitale televisie en ontvang de benodigde zenders dus ook niet. Daarom luister ik nog wel eens naar het Radio 1 programma “Langs de Lijn”. Een prima oplossing als je het mij vraagt, omdat er ook nog eens zeer gedetailleerd verslag wordt gedaan. Ook stelt Teletekst je nooit teleur. Doet de Windows Vista sidebar weergadget weer eens raar? Pagina 702 doet wonderen. Wil je geen gesponsorde websites zien die woorden van het Engels naar het Nederlands vertalen, en dat ook nog eens slecht vertalen? Pak gewoon een woordenboek. Oude media stellen je niet teleur. En dat het gebruik hiervan leidt tot nostalgia, is alleen maar mooi meegenomen. Lorenz

Com’op zeg!
• Laat ik bij het begin beginnen: ik kwam ter wereld als een deus ex vagina. • Nu kunt u wel om die term lachen, maar het is bittere ernst. • Dat heet management slang. • U kent de termen ook wel: een huismeid is een interieurverzorgster, een putjesschepper een rioolbeheerder enzovoorts. • Laten we even op dezelfde voet verder gaan. Door Arthur op 26 april om 00:26 uur • Autisme is sociale obstipatie. • Een zwerver is een straatbeeldbewaker. • Een schizofreen is een gezelschapsmens. • En een prostituee is een aftrekpostbode. • Dit nodigt natuurlijk uit tot een nieuwe manier van lezen: • Custom uilt: r ebben wee ongerchineesjes an w onnebril ewerkt. b e h t h a u z g • Jeugdwerker: pedofiel. • Exclusief voor u: voor iedere mongool die kan lezen. • Postmodernisme: gezwam. • De scheidsrechter: een lul. • Maar dat alles verklaart verdorie nog steeds niet waarom kabouters in godsnaam puntmutsjes dragen. Arthur, die z’n milf heeft gevonden (Master I’d like to follow) P.S.: Een schoothondje is de verleden tijd van een schiethondje. P.P.S.: En geloof nooit gedrukte teksten.

Download as PDF

-

bekeken 5212 keer -

Artikel printen - RSS-feed

Download as PDF

-

bekeken 3965 keer -

Artikel printen - RSS-feed

18

19

Mijn Com’info

KIP

20