You are on page 1of 5

VRIJ TECHNISCH INSTITUUT

Stuiverstraat 108 tel. 059 55 64 74 mail: info@vtioostende.be


8400 OOSTENDE fax: 059 70 65 13 site: www.vtioostende.be

VOORBEREIDING TOETSEN GODSDIENST


Project 1 Ver-wonder-ing

Smartschool: ppt + verbetering oefeningen

Inleiding p. 1-2
1. Waarom werd aan een project over ‘levensbeschouwing’ de titel ‘verwondering’ gegeven? [Je
kunt het antwoord vinden a.h.v. de inleiding van project 1, p. 1. Eventjes doordenken!] Daarmee
willen we ook iets duidelijk maken over de doelstelling van de lessen van het 6de jaar.

Thema 1 Levensbeschouwing, zingeving en spiritualiteit [p. 3-78]


1 Levensbeschouwing [p. 3-56]

1. Het verhaal van de acht blinden [verhaal op p. 3] [leerstof p. 3 + p. 17 en 23 toepassen]


a. Toon aan dat dit verhaal behoort tot de evocatieve taal.
b. Welke ‘waarheid’ steekt er in dit verhaal? Pas dit toe op het thema ‘levensbeschouwing’.

2. De drie componenten van een levensbeschouwing: [p. 3-4]


a. Noem de drie componenten die een levensbeschouwing bepalen.
b. Duid ook bij elke component de wetenschappelijke discipline aan die de component (op
een wetenschappelijke manier) bestudeert.
c. Geef bij elke component de verschillende visies weer met de nodige uitleg.

3. Leg uit: de copernicaanse omwenteling. [p. 5]

4. Verbind de volgende begrippen aan de juiste personen + Leg het verband uit:
antropocentrisme - Copernicus - kosmocentrisme –- Protagoras – Thomas van Aquino -
theocentrisme

5. Men kan op 3 verschillende manieren omgaan met het mysterie van het bestaan.
Welke zijn die 3 keuzemogelijkheden?
En noem bij elke houding ook een concrete levensbeschouwing. [p. 6]

6. Verschillende benaderingen van de werkelijkheid: [p. 7-8]


a. Geef 4 verschillende manieren waarop men het leven of de werkelijkheid kan
benaderen.
b. Geef de specifieke kenmerken van elke benadering.

7. p. 9-11: Mythen, filosofie en wetenschap


Voor de verbetering van de vragen: zie smartschool!

1
VRIJ TECHNISCH INSTITUUT
Stuiverstraat 108 tel. 059 55 64 74 mail: info@vtioostende.be
8400 OOSTENDE fax: 059 70 65 13 site: www.vtioostende.be

§
1. Mythen
1.1. In welke periode van de geschiedenis moeten we de mythen situeren?
1.2. Noem 5 soorten mythen en duid van elke soort het onderwerp aan.
1.3. Hoe moeten we mythen op de eerste plaats interpreteren?
1.4. Voor welke verklaringen zijn de mythen niet langer interessant.
1.5. Geef 3 redenen waarom mythen wel nog interessant zijn en nog steeds een
meerwaarde kunnen bieden.

2. Filosofie
2.1. Wat betekent het woord filosofie, etymologisch bekeken?
2.2. Wat is de eigen invalshoek van de filosofie?
2.3. Wanneer voltrok zich de scheiding tussen (de moderne) wetenschap en filosofie?

3. Wetenschap
3.1. Hoe benadert de moderne wetenschap de werkelijkheid?
3.2. Welk soort vragen behoort tot het domein van de wetenschap?
3.3. Wat valt buiten het domein van de wetenschap?

4. Bijbel
4.1. Welke rol kan de wetenschap spelen in het bijbelonderzoek?
4.2. Welke rol kan de filosofie spelen in het interpreteren van de bijbelverhalen?
4.3. Tot welk literair genre behoren de meeste verhalen uit Gen 1-11. Waarom is dit
noodzakelijk om te weten?

8. p. 12-14: de geur van de roos (over de mystieke benadering van de werkelijkheid)


Antwoorden: ook te vinden op smartschool.

1 Wat wil U. Libbrecht duidelijk maken over de religieuze ervaring met het gezegde
ontleend aan Shakespeare: “Wat zegt een naam? Dat wat wij een roos noemen, zou
met elke andere naam even heerlijk ruiken.”
2 Wat is een mystieke ervaring van het bestaan (volgens U. Libbrecht)?
3 Hoe oordeelt U. Libbrecht over de monotheïstische godsdiensten en waarop is zijn
oordeel gebaseerd?
4 U. Libbrecht zegt dat er 3 manieren zijn om naar de wereld te kijken.
Beschrijf deze 3 manieren om naar de wereld te kijken.
5 Wat bedoelt U. Libbrecht als hij zegt dat we ‘wat vaker aan het heelal moeten
ruiken’?

9. Verschillende taalspelen om over de werkelijkheid te spreken: wetenschappelijke taal, filosofische


taal, evocatieve taal [p. 15-23].
a. Wat bedoelt men met ‘evocatieve taal? Illustreer je uitleg ook aan de hand van een
voorbeeld.

1
VRIJ TECHNISCH INSTITUUT
Stuiverstraat 108 tel. 059 55 64 74 mail: info@vtioostende.be
8400 OOSTENDE fax: 059 70 65 13 site: www.vtioostende.be

b. Tot welk taalspel behoort het volgende tekstfragment en waarom? [Maak daarvoor o.a.
gebruik van de kenmerken.]

Getallen, meetkundige stellingen, algebraïsche relaties veranderen niet met de tijd en vergaan niet
met de tijd. Ze zijn wat ze zijn, zonder ooit ontstaan te zijn, zonder ooit te zullen vergaan. Ze zijn
weliswaar bedacht of ontdekt door de mens, maar niet afhankelijk van het gekend zijn door de mens.
Het feit dat 20 deelbaar is door 4 begon niet pas waar te worden op het moment dat het werd
ontdekt. Het is inherent aan deze getallen. Dodecaëders bestaan niet pas sinds de mens zich van
hun bestaan bewust is; het is inherent aan de driedimensionele ruimte dat veelvlakken gevormd door
twaalf regelmatige vijfhoeken bestaan. Wiskundige grootheden bestaan tijdloos. Al kan de vraag
gesteld worden of ze ‘bestaan’. Bestaat het getal 20? Bestaat een dodecaëder? Bestaat een
cosinus? Als van een potlood dat op tafel ligt of van de Eiffeltoren in Parijs gezegd wordt dat zij
bestaan, kan het woord ‘bestaan’ in die betekenis niet gebruikt worden voor een mathematisch begrip
of voor om het even welke tijdloze werkelijkheid. “Twintig” is een realiteit van een andere aard dan
twintig potloden. De wereld van de wiskunde is niet alleen tijdloos, maar kent ook de oneindigheid. Er
zijn oneindig veel getallen. Elk lijnstuk, ook het allerkortste, telt oneindig veel punten. En hoewel de
gehele getallen slechts een oneindig klein deel van de verzameling van alle getallen uitmaken, zijn ze
zelf ook oneindig in aantal. Oneindigheid is zoals tijdloosheid een noodzakelijk kenmerk van een
volkomen bestaan. Elke eindigheid houdt een grens in waar het bestaan ophoudt, hetgeen de
volkomenheid zou schenden. Als onder ‘goddelijk bestaan’ een volkomen bestaan verstaan wordt, is
het een oneindig bestaan. Ook de rij van de getallen is oneindig. Daarom wordt ook aan de getallen
en hun eigenschappen soms goddelijke betekenis gehecht. Wonderlijk genoeg blijken juist de
mathematische begrippen de geschikte middelen te bieden om de onvolmaakte fysische
werkelijkheid op de meest doeltreffende wijze te beschrijven. De fysica is een wetenschap die zich
volledig in mathematische taal uitdrukt. Bovendien bezitten de waarheden die de wiskunde onthult,
esthetische kwaliteiten die de menselijke geest in verrukking brengen, en die we dan terugvinden in
de natuur. Niets is mooier dan de mathematische vergelijkingen waarmee Einstein de geometrie van
de gekromde vierdimensionale ruimte-tijd beschrijft.

c. Tot welk taalspel behoort het volgende tekstfragment en waarom? [Maak daarvoor o.a.
gebruik van de kenmerken.]

Er was niets, alleen het kalme water, de onbewogen zee, eenzaam en vredig. En toen kwam het
woord. De goden Gucumatz en Huracan spraken samen het woord ‘aarde’ uit en zo ontstond de
wereld, die oprees uit de zee. Hoewel de goden tevreden waren met hun schepping, leek de aarde
leeg en stil. Daarom vulden ze haar met dieren, vogels, reptielen, zoogdieren en vissen, in de hoop
dat die hun lof zouden toezwaaien. Maar toen Gucumatz en Huracan de dieren bevalen te spreken,
waren ze geschokt door de rauwe geluiden die ze lieten horen. “We zullen andere wezens creëren
die ons zullen gehoorzamen. Aanvaard jullie lot. Jullie vlees zal worden verscheurd.” Teleurgesteld
door het gebrek aan welsprekendheid van de dieren probeerden de goden een wezen te creëren dat
hen zou steunen door hen te aanbidden en hun offers te brengen. Maar in tegenstelling tot de dieren,
de bomen, de rivieren en het land, die door gedachten en woorden waren ontstaan, beseften de
goden dat deze speciale menselijke wezens moesten ontstaan uit de aarde zelf. In een eerste poging
gebruikten de goden modder en klei. Die wezens vielen uit elkaar omdat ze te zacht waren, of ze
veranderden in harde rotsen met menselijke vormen. De goden besloten de hulp in te roepen van
grootvadergod Xpiyacoc en grootmoedergodin Xmucane. Deze wijze ouderen wezen erop dat hout
misschien geschikter zou zijn. De houten beelden, gemaakt van de koraalboom en de vezels van
biezen, waren in elk geval een verbetering ten opzichte van de modderfiguurtjes. Maar ze misten de
intelligentie en de spitsvondigheid die nodig was om de goden te sussen. In een vlaag van woede
stuurde Huracan een hevige storm om de houten figuren te vernielen. Ten slotte vonden ze enkele
gele, witte, zwarte en rode maïskorrels. Xmucane maalde de korrels tot meel, mengde dat met water
en uit dat deeg werden de eerste mensen gevormd (vier mannen en vier vrouwen). De goden waren

1
VRIJ TECHNISCH INSTITUUT
Stuiverstraat 108 tel. 059 55 64 74 mail: info@vtioostende.be
8400 OOSTENDE fax: 059 70 65 13 site: www.vtioostende.be

tevreden. Hun enige fout was dat ze te intelligent en te nieuwsgierig waren. Daarom schiepen de
goden een wolk die hun waarneming zou beperken, zodat ze nooit perfecte kennis zouden hebben
en altijd afhankelijk zouden zijn van de goden om de mysteries van het leven te kennen.

10. Een leuk en leesbaar boekje over scheppingsmythen uit alle mogelijke culturen en werelddelen is
uitgegeven door De Bezige Bij in Amsterdam in 1997 onder de titel: De Schepping. Het boekje
werd samengesteld door Maria Vlaar en bevat ruim 60 verhalen. Volksvertellingen uit Latijns-
Amerika, verhalen van Indianen en Eskimo’s, religieuze scheppingsmythen uit de Koran, de bijbel
en de Indische Veda’s. Ook Australische verhalen waaronder een Aboriginalmythe. Verhalen uit
Afrika en China met onder meer het verhaal over de reus Pangu die maar groeit en groeit en zo
de aarde van de hemel scheidt. Alleen de laatste 6 bladzijden zijn er niet op hun plaats. Ze
beschrijven de Big Bang en de evolutietheorie. Waarom horen die teksten niet in dit boekje thuis?

11. Wetenschappelijke, filosofische en evocatieve taal: p. 23


a) Wat is het meest kenmerkend voor de wetenschappelijke taal?
b) Wat is het meest kenmerkend voor de filosofische taal?
c) Wat is het meest kenmerkend voor de evocatieve taal?
d) Zijn de 3 taalspelen alle drie waardevol?
e) Hebben alle drie de taalspelen hun beperkingen?

12. Wat is hermeneutiek? [p. 24]

13. Wat is het verschil tussen beschrijven en interpreteren? [p. 24-25]

14. Wat is er allemaal nodig om juist te kunnen interpreteren? [p. 24-28]

15. Wat is, hermeneutisch gezien, allemaal belangrijk om de volgende foto juist te kunnen
interpreteren? [p. 24-28] [is hetzelfde als vraag 14 maar met een foto als toepassing]

1
VRIJ TECHNISCH INSTITUUT
Stuiverstraat 108 tel. 059 55 64 74 mail: info@vtioostende.be
8400 OOSTENDE fax: 059 70 65 13 site: www.vtioostende.be

16. Wat is, hermeneutisch gezien, allemaal belangrijk om Bijbelverhalen juist te kunnen interpreteren?
[p. 24-28] [is hetzelfde als vraag 14 maar met de bijbel als voorwerp van hermeneutiek]
17. Hoe noemen de joden hun heilige schrift (hebreeuwse bijbel)? Leg dit woord uit. [p. 32]
18. Wat moet je eigenlijk verstaan onder ‘Oud en Nieuw Testament’ [p. 33]
19. Noem het eerste boek uit de bijbel, eerst met zijn Griekse benaming, daarna met zijn Hebreeuwse
benaming.[p. 32]
20. Wat is exegese? [p. 33]
21. De Bijbelse scheppingsmythen vertonen sporen van 2 verschillende tradities.[p. 33-34]
a. Welke?
b. Geef 4 argumenten.
22. Schrijf de bijbelverwijzing voluit:
a. Gen 1,1-2,4
b. Gen 2-4
23. Hoe moet je de verhalen uit Genesis benaderen? + Waarom is het belangrijk om die verhalen op
die manier te interpreteren? [p. 36]
24. Bespreek in 3 punten de context of S.I.L. van Gen 1,1-2,4 [p. 38-41]
25. Vergelijk het Enuma Elish met Gen 1 op vlak van wereldbeeld, mensbeeld en godsbeeld.[p. 41]
26. Hoe is de structuur van Gen 1,1-2,4 te verklaren en waar wijst dit op? [p. 39]
27. Welke boodschap openbaart Gen 1,1-2,4? [p. 41]
28. Alternatieve vraagstelling: invullen van sleutelbegrippen [p. 42]
29. Alternatieve vraagstelling: stellingen bespreken [p. 43] [Verbetering op smartschool]
30. Tien metaforen uit het jahwistisch scheppingsverhaal kunnen uitleggen: a) de culturele
achtergrond b) de (religieuze) interpretatie/betekenis. [p. 44-53] [samenvatting op p. 55-56 =
kennen van HT2]

2 Zingeving [p. 57-60]

Over dit deel is er geen toets. De evaluaties bestaan uit twee opdrachten:
a) p. 57
b) p. 60

3 Spiritualiteit [p. 61-66]

1. Waar heeft onze moderne tijd nood aan volgens Karen Armstrong en waarom? [p. 61]
2. Leg uit waarom het klokhuis een goede metafoor is om te begrijpen wat spiritualiteit is. [=
Verduidelijk de metafoor en leg uit wat spiritualiteit betekent.]