You are on page 1of 21

De fundamenten

van de samenleving Joannes Richter

Abstract
In Germanic languages the religion, the names, the language, the names, the alphabets and the
phonemes may be considered as a unity, which does not allow any of these subsystems such as the
religion may be replaced by another.
After replacing the old religion by Christianity the remains of the old religion may be left as a
leftover of unrecognizable remnants, which may be reconstructed by analyzing the broken links.
As an example for the Dutch language the following relations may be reconstructed:
1. A derivation from the initial three letters “Fuᚦ” of the “Fuᚦorc”-alphabet for the Dutch
words: vadem, vader, vasten, vat, vatten, feest, vet, veter, wet, fit, pit, fut, futiel, wit, wut, vot,
foeteren, opvoeden, voedsel, voedvader, voet, Tuw, en Wodan, (an equivalent list in English
is: wit, futter, fodr, fud, foster, father, feed, fed-up, well-fed, fat, food, fit, fathom, fetter,
fasten, foot, feast, Tiw. & Woden.)
2. the reconstruction of the relation between the Dutch “Hell gates” and the “Willibrord's
pits”.
3. the similarity between the A-I-Ω- or A-I-U-vowel structure of the Fuᚦorc-alphabet, the
ancient Latin alphabet and the classical Greek alphabet, if the 3 initial symbols ᚠ · ᚢ · ᚦ of
the runic alphabet are being ignored.

Samenvatting
In de Germaanse talen vormen de religie, de taal, de namen, de alfabetten en de fonemen een
eenheid, die niet toelaat, dat een van die subsystemen eenvoudig uitgewisseld kan worden.
Na het vervangen van de oude religie door het Christendom blijven restanten van de oude religie
over, die aanvankelijk een onherkenbare massa vormen, maar achteraf door analyse van de
verbroken samenhang gereconstrueerd kunnen worden.
Als voorbeelden voor de Nederlandse taal gelden als bewijsbaar:
1. de reconstructie van de afleiding uit de beginletters “Fuᚦ” van het Fuᚦark-alfabet voor de
woorden: vadem, vader, vasten, vat, vatten, feest, vet, veter, wet, fit, pit, fut, futiel, wit, wut,
vot, foeteren, opvoeden, voedsel, voedvader, voet, Tuw, en Wodan (een vergelijkbare lijst in
Engels is: wit, futter, fodr, fud, foster, father, feed, fed-up, well-fed, fat, food, fit, fathom,
fetter, fasten, foot, feast, Tiw. & Woden.)
2. de reconstructie van de samenhang tussen de Nederlandse Hellegaten en Willibrordputten.
3. de overeenkomst van de A-I-Ω- of de A-I-U-klinkersstructuren van het Fuᚦark-alfabet, het
oude Latijnse alfabet en het klassieke Griekse alfabet, waarbij de eerste drie tekens ᚠ · ᚢ · ᚦ
van het runenalfabet weggelaten worden.
Inleiding
Opgroeiend aan weerszijden van de Benrather (ik-ich)-taalgrens interesseerde ik mij al vroeg voor
de mechanismen, die de diverse dialecten en de talen vormen en een bevolking tot samenwerking
motiveren.
In de flora en fauna bestaat de motivatie tot samenwerking uit een samenspel van sociale
standaardconcepten, waaraan de mens als hulpmiddelen nog de naamgeving, de religie en de taal,
de alfabetten en fonemen toegevoegd heeft.
In de loop der tijden hebben de naamgeving, religie, de taal, de alfabetten en fonemen plaatselijk
talloze evolutionaire fases doorlopen, die drastische veranderingen hebben veroorzaakt.
De samenhang tussen de toegepaste methoden is echter nog steeds waarneembaar en stelt ons in
staat de geschiedenis der evolutionaire fases van de naamgeving, religie, alfabetten, fonemen en
talen te reconstrueren.
De naamgeving

Breuklijnen
Wie bij Venlo de Duitse grens passeert daalt af in het opvallend dieper gelegen, vlakke Nederland,
dat door de Maas wordt begrensd. Bij nader inzien wordt de vlakte echter onderbroken door
breuklijnen, die de tektonische bewegingen van de aardvlakte markeren.
In het oosten van Nederland zijn de breuklijnenzones herkenbaar door waterbronnen en de slenken
door riviertjes, die man in Brabant vaak Aa noemt. De breuklijnenzones omvatten bundels van
breuklijnen1.
Bij de Peelrandbreuk grenzen het grove grint van de rivierafzettingen en het fijne zand van de
windafzettingen aan elkaar. Aan de oostkant van de Peelrandbreuk is het land grintrijk. Aan de
westkant is het zand veel fijner. Het grondwater stoot op de fijne dekzanden en de leemlaag van de
breuk en wordt omhoog gedrukt tot aan het oppervlak. Aan de hoge kant (de horst) van de breuk
wordt het daardoor erg nat en moerassig.

Wijst
Dit kwelverschijnsel, waarbij water tot aan het oppervlak omhoog wordt gedrukt, wordt wijst
genoemd. Niet overal treedt de wijst even sterk op en soms concentreert zich de waterproductie op
bronnen, die ook wel tot putten werden uitgebouwd. De geneeskrachtige werking stamt wellicht van
de mineralen in het wijstwater:
Naast een hoog ijzergehalte bevat wijstwater, dat vaak eeuwen oud is, ook hogere
concentraties aan nikkel, sulfaat en fosfaat. Het is voedsel- en kalkarm en erg schoon2.

Rood water
De Stippelberg ligt in het midden van de Peel ligt en werd oorspronkelijk ontwaterd door het beekje
de Rips. In de 14e eeuw sprak men van Roesp of Ruespe. Dit beekje ontsprong in het Beestenveld
en stroomde via de Mortel naar Gemert. Vroegere vermeldingen zoals Roesep en Roespe geven aan
dat de oorspronkelijke naam Roes-apa was en dat betekent Rood Water of Roestwater. Op meerdere
plaatsen hebben beken met dat roestwater daarom ook die naam gekregen.
Daarnaast kennen we de Rooije Asch met daarbij de Rooije Plas. Ook de Rooije Hoef, waar de
huidige Rooije-Hoefsedijk naar genoemd werd, heeft zijn naam te danken aan het ijzerrijke water.
Het is de vraag of de naam Stamproy en de dorps-, riviernaam Roysel eveneens met roestwater
samenhangen.

Het ijzererts (oer) in plaatsnamen


Oerle (Oirlo) en Oirschot3 zijn plaatsnamen, waar men oer (ijzererts uit de ondergrondse ijzerlaag)
gevonden heeft4. Vaak werd de het ijzererts voor de fundering van kapellen en kerken gebruikt,
zoals bijvoorbeeld in Waalre.

1 Peelrandbreuk
2 Ijzeroerbanken inWijstgronden op GeologieVanNederland.nl
3 Pag. 102 in Geijsteren deel 1 – Jan Nillesen – KNNV Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging
4 Er bestaan vele verklaringen van de naam Oirschot. De meest waarschijnlijke lijkt die van Dr. M. Gijsseling. Een
schoot (oudtijds geschreven scoet en verkort tot scot, schot) is een vooruitspringend stuk hoger land in een
moerassig gebied, waarop in het geval van Oirschot, de oeros (ura-oro-oor) zijn leger had. De naam is dan ouder dan
de bewoning. Etymologie van de naam "Oirschot"
Prehistorische nederzettingen, kastelen en hoeven
Prehistorische nederzettingen worden aangetoond door uitgravingen van een paalcirkel bij de
Willibrordusput van Heiloo en de tumulus-graven bij de Willibrordkerken van Esch.
Middeleeuwse hoeven die direct bij een breuk liggen worden vaak door een gracht omgeven,
bijvoorbeeld de hoeve Ten Hogen Aarle, de voormalige hoeve Hazeldonk, De Espse Hoeve, de
Armenhoeve Gemert en het voormalige Slotje in De Deel.
Ook de adel en de clerus interesseerde zich voor de ononderbroken watervoering van de
wijstbronnen:
De aanhoudende waterstroom was ook aanleiding voor de grote middeleeuwse
ontginners om hun adellijke woningen in de directe omgeving van de breuk te bouwen.
De gracht die als statussymbool om de woning werd gegraven was op die manier
verzekerd van voldoende water, ook in de zomer.

Het wijsteffect werd in de prehistorische tijden niet begrepen. Het verschijnsel werd daarom in het
verleden verklaard door aan te nemen dat er een onderaardse rivier onder de rij putten
doorstroomde. De waterstroom staat echter loodrecht op de rij putten.
Men kende aan de wijstgronden magische eigenschappen toe. Deze als offerplaats in gebruik
genomen plaatsen werden na de kerstening van het gebied door Willibrordus door de oprichting van
Willibrordkerken en Willibrordputten gekerstend. Er werden dan een putten aangelegd die het water
opvingen. We kennen bijvoorbeeld de Willibrordputten van Hees, Geijsteren, Meijel en de put van
Handel.
De samenhang tussen de Willibrordputten en de oude heilige bronnen is al eerder waargenomen, maar
daarbij wordt niet op de samenhang met de Hellegaten ingegaan:
It is probable that the Willibrord pits in the Netherlands are ancient holy wells
(Huisman 1974, 105-116) 5.

De kerstening van Noord-Nederland


In het noorden van Nederland worden geen wijstgronden en Willibrordputten gevonden en was de
Kerk op een andere missiemethode aangewezen. In plaats van de wijstbronnen voerde de
missionaris Bonifatius de aanbidding van een de Siciliaanse heilige St. Vitus toe, wiens naam
toevallig lijkt op de locale godheid “Vut” (“Wodan”) respectievelijk “Tuw” (“Tiw”)6.

5 Official and Popular Religion: Analysis of a Theme for Religious Studies – P. H. Vrijhof, Jacques Waardenburg,
Jean Jacques Waardenburg - 1979 - (Religion)
6 Een scenario voor de middeleeuwse kerstening van een heidens volk
Hellegaten (Helleputten), Heelwegen en Helwegen
De middeleeuwse mens onderscheidde een drietal onbegrepen mechanismen, die als duivels aan de
hel toegeschreven werden:
1. de hellegaten, die met de bronnen en wijstgronden samenhangen,
2. de heelwegen, die met de door de noordwesterwind opgehoogde wegen samenhangen,
3. de helwegen, die met de door de noordwesterwind opgehoogde lössgronden samenhangen.
Alhoewel deze drie onbegrepen mechanismen taalkundig elk op de ondergrondse “hel” baseren,
vormen zij elk een eigen voor de samenleving waardevolle functie op het gebied van:
1. de watervoorziening,
2. het wegstelsel en
3. de vruchtbaarheid van het akkerland.
Deze drie duivelse mechanismen worden in de volgende drie hoofdstukken afzonderlijk beschreven,
waarbij er voor de detaillering in de voetnoten wordt verwezen naar drie afzonderlijke
documentaties.

Hellegaten (Helleputten)
Vóór de missionering van Zuid-Nederland door Willibrordus werden de wijstgronden niet
Willibrord-putten, maar vermoedelijk Helleputten of Hellegaten genoemd.
Als bewijs daarvoor geldt de Helleputte7 bij Berkel-Enschot en een rij van soortgelijke putten in de
omgeving van Tilburg.
• De putten tussen laag Heukelom en Berkel-Enschot worden in een van de “ volksverhalen”8
vermeld. Andere helleputten liggen rond Tilburg.
• Van de rij van "putten" bleven tot vandaag nog over drie Helleputten en de Langeput, dicht
bij café "Mie Pieters9" en midden in het Baaneind10 . Veel meertjes vennen lagen in de buurt
van het café, zoals de Buunder, het Baksven, Schaapsven en het Galgeven. In de Helleputten
werd vroeger – negentiende eeuw – veel gevist. In een van de Helleputten werd in 1933 nog
een snoek van 30 pond gevangen.

Een overzicht van de Hellegaten


De Hellegaten vormden een vruchtbare habitat voor allerlei insecten en planten, waaronder zich ook
lastige muggen bevinden, die ziektes veroorzaakten. Daarom is het grootste deel van de Hellegaten
inmiddels drooggelegd. Om het overtollige water af te voeren gaat daarbij in de regel de afdichting
van de wijstgronden verloren.
Door het droogleggen van meertjes droogden vaak ook de nabijgelegen Willibrordputten op. Voor
de bedevaartsoorden ging daarbij een attractieve inkomstenfactor verloren, die wellicht nog een
tijdlang door de verkoop van souvenirs kon worden gecompenseerd.

7 Van belang voor het landschap van Berkel-Enschot is het stroomdal van de Voorste Stroom met daarlangs de
Helleputte en het Grollegat.
8 Typoscripten van volksverhalen, opgetekend door A. van Oirschot. Met protocollen van K186-1 tot en met K186-31.
1966-1969. (Archief Meertens Instituut) (volksverhalen) → De helleputten is tegenwoordig nog een heel klein
vijvertje. Ze zeiden ervan dat het de toegang was tot de hel.
9 Het café aan de Laag Heukelomseweg 13 in Heukelom ligt eigenlijk op de grens van Tilburg, Berkel, Enschot,
Moergestel en Oisterwijk. (café "Mie Pieters)
10 Magie om land van de Helleputten – Cultureel Brabant CuBra Tilburgs dialect Pierre van Beek heemkunde … -Het
Nieuwsblad van het Zuiden - zaterdag 24 oktober 1970
De statistische gegevens wordt in appendix 1 gedocumenteerd11. De samenvatting luidt:
• De naam „Hellegat“ wordt 7 x geregistreerd, waarvan 5x in België in 2 x in Nederland,
• de naam „Hellegatstraat“ wordt 9 x geregistreerd, waarvan 7x in België en 2 x in Nederland,
• de naam„Trou d'Enfer“ wordt in Frankrijk 5 x geregistreerd en
• de naam “Rue du Trou d'Enfer” wordt 1 x geregistreerd.

Meerveldhoven
Tot de mogelijke namen, die analoog aan het Brabantse dorp “Zeeland” naar de “Helleputten” als
wijsgebieden met “waterplassen” benoemd werden, behoord wellicht ook Meerveldhoven, dat in
een oorkonde uit circa 775 aangeduid wer met de naam Martfelden.
In latere documenten worden ook de namen Maruilde, Mirefelt, Merfelt en Merefelt gebruikt. In de
Middeleeuwen lag ten noorden van Meerveldhoven een moerasgebied genaamd de Meren.
Mogelijk is hieruit de naam Merefelt ontstaan.
Dat moerasgebied behoorde ongetwijfeld tot de wijsgebieden rond het naburige Waalre, waar een
Oude Sint-Willibrorduskerk (Waalre) (uit de 12e eeuw, maar met een voorganger uit 712 12) op de
wijstgebieden wijst. Ik ben in die omgeving opgegroeid en herinner mij de vennen in de
moerasgebieden rond Waalre, waar wij deelnamen aan de vossenjachten van de Veron.
Op de vossenjachten joeg Chris Visman 13 ons (mijn vriendin en mij) over hek en steg, over prikkeldraden
en weien vol nieuwsgierige koeien. “Gewoon doorlopen, alsof die koeien er niet staan”, luidde het parool.
Chris droeg daarbij zijn peilzendertje steeds op de schouderhoogte, omdat de zender meestal
uitgeschakeld was en af en toe een paar minuten een signaal uitzond. Chris ontwierp en bouwde zijn
peilzenders natuurlijk zelf. Zijn favoriete band was de 80meter band. Vaak genoeg behaalde hij de prijzen.
Ik herinner mij een vossenjacht, waarbij de 80m zender midden op een miniem schiereiland in een grote
rond plas water stond. Die jacht moet in de buurt van Waalre plaatsgevonden hebben en het paadje over
de landstrook naar de verstopte zender viel in het onoverzichtelijke landschap niet op. Als men daarbij de
oever in de verkeerde richting afliep verloor men natuurlijk al gauw een half uur gaans. Volgens mij
hebben wij destijds geen eerste plaats kunnen bezetten. Ongetwijfeld kon dat meertje beslist een Hellegat
geweest zijn.
Visman was destijds bij de Veron de torrenman, die ons verzorgde met allerlei halfgeleiders. Het was de
tijd rond 1970, waarin Philips de halfgeleiders nog steeds als “buizen zonder gloeidraad” 14 beschouwde.
Ik trof Chris bij een “sociale” stage bij de grote gloeilampenfabriek in Strijp 1, waar ik onder zijn hoede
een “SSB15-ontvanger” bouwde. Onder zijn leiding bouwde ik een eigen 2m-peilontvanger, maar bereikte
in een vossenjacht nooit werkelijk een opzienbarende plaats...
Gedurende deze jeugdperiode was het geologische karakter van de wijstgronden en de
moerasgebieden, inclusief de Sint-Willibrorduskerken (rond respectievelijk in Waalre) mij totaal
onbekend.

11 Statistiken Zum Hellweg Als 'Lößhaldenweg'


12 Het uurwerk zelf stamt zeer waarschijnlijk uit het jaar 1360. Lang voor de huidige kerk gebouwd werd, bevond zich
op dezelfde plek al een houten kerkgebouw. Deze Mariakerk werd door Sint-Willibrord ingewijd, waarschijnlijk in
het jaar 712.
13 De transistor als radiobuis zonder gloeidraad en Inventaris elektronica onderdelen, Jwr47, Stand 12-09-2016
14 De transistoren van het type “OC13” of “OC14” was met drie aansluitingen een triode (“C”) zonder gloeidraad
(“O”).
15 Single Side Band-modulatie (SSB) – Enkelzijbandmodulatie (EZB) of Single Side Band-modulatie (SSB) is een
vorm van modulatie waarbij van het oorspronkelijk amplitudegemoduleerde signaal alleen één zijband wordt
uitgezonden, zonder de eigenlijke draaggolf.
Heelwegen en Heilwegen
De Dietse en Duitse Heilwegen, Heelwegen en Helstraten vormen overwegend rechtlijnige
wegpatronen, die zich tijdens de IJstijd in de schaduwheuvels zoals de Tafelberg (36m), de
Amerongse Berg (69m), de Hettenheuvel (68m), de Hooge Hoenderberg (96m) en de
Aardmansberg (100m) hebben gevormd.
Een groot deel van deze Helwegen oriënteert zich aan de noordwester winden, die zich merendeels
in Duitsland bij Haltern am See en de Sythener Hellweg focusseren.
Deze these16 hangt af van de vergelijking van de ligging van de 5 tot 6 kleinere dekzandruggen met
“Heelweg”-patronen met de grootste dekzandrug Halserug met het grootste “Heelweg”-patroon.
Normaal gesproken bedraagt de extra zandlaagverhoging op de dekzandruggen circa 1-3m
hoogteverschil.
Waar Helwegen geregistreerd staan kan men soms, maar niet altijd op vruchtbaar akkerland (löss)
rekenen. Het netwerk der Heelwegen kan echter ook als “heilige wegen” of handelswegen
opgebouwd zijn.
Waarom deze wegen “heil”, “heel” of “hel” genoemd worden is nog onduidelijk. Wellicht hangt de
naam “heil” of “heel” samen met het “helen” in de betekenis “gezond maken”.
De Nederlandse “Heelweg”-namen kunnen alleen in Zuid-Limburg gecorreleerd worden met de
“Hel”-betekenis, die met de Belgische en Franse “Enfer”-namen overeenkomt. In Noord-Nederland
zijn de namen overwegend gebaseerd op “Heil” en “Heel”.

16 Over het ontstaan van de Halserug, de Heelwegen en Heilwegen in de windschaduw van de Veluwe
Helwegen
De Helwegen (Duits: Helwegen) worden vaak op locaties met vruchtbare lössgronden aangetroffen.
In het Frans heten deze wegen “Rue d'enfer17” of “Rue de l'enfer”, zodat de stam “hel” analoog aan
de betekenis van de Helweg naar de onderwereld verwijst.
De Duitse Helwegen verlopen hoofdzakelijk aan de noordelijke berghellingen waar de löss tijdens
de ijstijden gedeponeerd werd. De Helwegen strekken zich uit van de Atlantische oceaan tot de
Zwarte Zee. De volgende landkaart schetst de westelijke gedeelten van de Helwegen.
De Europese lössgebieden vormen een brede band van vruchtbaar akkerland, dat zich van de
westkust over Belgie, Zuid-Duitsland, Polen, Roemenie tot de Zwarte Zee uitstrekt. In Nederland
beperkt zich de lössbodem vrijwel alleen in Zuid-Limurg, waar men enkele Helstraten en Helwegen
waarnemen kan.

1: Noordelijke en zuidelijke reconstructie van de Hellwegen, resp. Höllenwegen

17 Der Hellweg als Lößhaldenweg: Die Rue d'Enfer als Hellweg auf de
The Etymology of the Words Hellweg, Rue d'Enfer and Santerre ...
Religies
De kerstening, die de Helleputten in Willibrordputten veranderde, ging gepaard met de
verdoemenis, die aan de oude godenwereld toegeschreven werd. De namen voor de oude goden
werden in duivelse begrippen en scheldwoorden omgezet.
In Duitse Mythologie beschrijft Jacob Grimm in een aantal hoofdstukken, hoe bij voorbeeld de
naam Vidvut en Vut (respectievelijk Vot en Vit) als afkorting voor Wodan bij enkele volksstammen
toegepast werd18:
the Romance dialect has caught the term Vut from Alamanns or Burgundians of a very
early time, and retained it to this day in the sense of idol, false god, 1 Cor. 8, 4. (2)(See
Suppl.)

In the Stockh. Adress-calender for 1842, p. 142, are actually two men named Odin.
Rask, Afh. 1, 377-8, takes the Lett. Vidvut for the Vodan of the Vides (Lettons), while
Vogt 1, 141 makes Widewud, Waidewud a Prussian king. With Vut in the Grisons, conf.
Vuodan in the Valais, of whom M. C. Vulliemin relates in his La reine Berte et son
temps, Laus. 1843, p. 3: 'Un jour on avait vu Wuodan descrendre le Rhone, telle etait du
moins la croyance populaire, l'epee nue dans une main, un globe d'or dans l'autre, et
criant rigou haiouassou (fleuve souleve toi) ! et le fleuve s'elevant avait detruit une
partie de la ville.' On my inquiring (through Troyon) if the name in the story was really
Wuodan, the answer was distinctly Yes, and the town destroyed was Martigny. Carisch
182b has vutt idol, which some derive from vultus, voult, face, or portrait, others from
votum; conf. magliavutts (Sup. to 35n.).

De woorden, die na de ondergang van de oude religie aan de verdoemde godheid Vut toegeschreven
werden behoren tot de onfatsoenlijke woorden, die zich op begrippen als “poetslappen”,
“achterwerken”, “geslachtsdelen” en andere scheldwoorden concentreren.
Voor Grimm was echter ook duidelijk, dat eertijds in Letland de Letse naam Vidvut voor Vodan en
bij de Zwitserse bevolking van Grison (Graubunden) de afkorting Vut toegepast werd. Vut gold dus
over een groot Europees bereik als afkorting voor Wodan.
Alhoewel deze naam Vut dus inmiddels als scheldwoord bekendstaat blijft “Fut” echter in een groot
aantal talen en dialecten bestaan en is nog steeds een bestanddeel van het Fuᚦark-runenalfabet, dat
de heidense bevolking in de inscripties op talloze stenen achtergelaten heeft.
In tegenstelling tot de Griekse en Latijnse alfabetten bestaat het Fuᚦark-runenalfabet geenszins
uitsluitend uit gewone letters, maar met name aan het begin van het alfabet ook een aantal
belangrijke woorden, zoals Fut, Wut en Tuw.
De naam Tuw lijkt daarbij sterk op de horizontaal gespiegelde schrijfwijze Wut. De runenschrift
kon zowel van links naar rechts als rechts naar links geïnterpreteerd worden. Dit is begrijpelijk,
omdat de letters in ceremonies als losse houten dobbelstenen of staafjes opgegooid werden en de
toevallig neergevallen woordcombinaties vervolgens door de ceremoniemeesters “gelezen” werden.
De schrijfwijze Vit behoort ook tot de categorie, die overeenkomen met de heiligennaam Vitus, die
door de missie in het noorden van Nederland, in Duitsland en Tsjechië geïntroduceerd werd om de
oude religie door de naamuitwisseling te vervangen. De oude naam Vit werd in Vitus veranderd.
Voor Vitus werden aanvankelijk putten en later indrukwekkende kerken en zelfs in Praag
kathedralen met imposante altaren voor de relikwieën opgericht. Op deze wijze werd de oude
religie in een nieuwe godsdienst omgetoverd. De mensen leerden de nieuwe omgeving accepteren.
Na enkele generaties waren Fut, Wut en Tuw vergeten en door nieuwe goden vervangen.

18 Grimm's Teutonic Mythology - Scribd


De taal
Afgezien van de eenvoudige namen (zoals Hellegat, Heelweg, Helweg, Rue d'enfer, Oerle,
Rips,Roysel, Stamproy) en andere woorden, die uit bijvoorbeeld oer, roest, wijst zijn ontstaan,
kunnen wij uit de erfenis van de oude religie nog andere beduidende woorden afleiden, die met
Fuᚦark, Vut en Fut, enz. samenhangen. Deze woorden beschrijven de elementaire begrippen voor de
samenleving, zoals de wet, de eed, de echt en de pronomina, waarmee wij de wet, de eed en de echt
formuleren.
Opvallend is dat de Germaanse pronomina voor de eerste en tweede persoon in de vormen
enkelvoud, dualis en meervoud veel op bijvoorbeeld de godennamen Wit, Tiw (respectievelijk Wat,
Wet, Wit, Wot, Wut, Tiw, Tuw,...) lijken. Deze woorden passen de eerste drie klanken of letters van
het Fuᚦark alfabet toe, die vervolgens in willekeurige volgorde elementaire woorden (met het
patroon V*T) vormen.
• De eerste letter “F” van het drietal Fuᚦ (in Fuᚦark) lijkt op een digamma, die als symbool de
F, of Ϝ (respectievelijk de kleine letter ϝ ) niet alleen de fonemen /f/ of /v/ maar ook /w/ en
/u/ representeert.
• De centrale letter “u” van het drietal kan door de vele dialectvormen talloze klanken als
klinkers vertegenwoordigen, die /a/, /e/, /i/, /o/, /u/ vertegenwoordigen. Een van deze
klinkers representeert de centrale “*” in het patroon “V*T”.
• De derde letter “t” of “th” vormt de afsluiting, die het elementaire drietal afsluit.
De op de eerste drie symbolen volgende drietallen “ark” in “Fuᚦark”, respectievelijk “orc” in
“Fuᚦorc”, kunnen nog andere woordcombinaties representeren.
Alleen al met de eerste drie symbolen kunnen echter een groot aantal elementaire begrippen
gevormd worden. In dit overzicht worden alleen de combinaties der eerste drie letters geanalyseerd.
Door de tweevoudige leesrichting zijn de godennamen Wit, Tiw respectievelijk Wut en Tuw
gelijkwaardig. Tuw en Wut (Wodan) kunnen twee verwante godengeneraties representeren19.
Tuw2 m., Tij2 1 God, Hemelvader, de Heer van Licht en Recht, de oorspronkelijke Hoge
God in het Germaanse volksgeloof, ew. °Dings/°Dijs • Fries Tij (in tiisdei), Engels Tue
(in Tuesday), Noors Ty, IJslands Týr • in °tuwsdag, van °tuw 1/°tij1, vgl. °Met4
‘Beschikker, Ordenaar, Schepper, God’ 20

Het woord “Wet” is gelijkwaardig met Wut (Wodan). In het Nederlands werden als woorden voor
de voortplantingsorganen “vot” en “fut” toegepast, waarbij “fut” zowel als scheldwoord, “schede”
en tegelijkertijd in een Vlaams dialect als een definitie voor “zaad” wordt toegepast21:
Fut → West-Vlaams ook in de betekenis ‘mannelijk zaad’ [1873; WNT]. De etymologie
is onduidelijk.

Ten slotte zou fut teruggevoerd kunnen worden tot vnnl. fut, futte ‘schede’ [1599; Kil.],
waarbij in dezelfde betekenis ook: mhd. vut [15e eeuw; Kluge] (nhd. fut, fud, fotze); on.
fytta (nzw. fitta). Mhd. vut had in Tirol en in andere streken echter een andere betekenis
‘verachtingswaardig, geringschattend’ en was er een scheldwoord. Ook in het
Nederlands is deze betekenis terug te vinden.

19 De kern van de “Futhark”-talen


20 Vergeten woorden
21 fut (geestkracht, lichaamskracht, pit) Bronverwijzing:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2010), Etymologiebank, op http://etymologiebank.nl/
Weiland (1802) typeert fut als een woord van verachting, dat voorkwam in de zegswijze
dat is maar fut ‘dat is niets’. In deze betekenis is fut waarschijnlijk nog verwant met →
vod ‘iets dat gering, slecht, verachtingswaardig is’.

Het Fries heeft furt, fuort ‘fut, put’, wrsch. mede o.i.v. fuort ‘voort’. Een andere
mogelijkheid is dat fut via het Bargoens is ontstaan uit het Franse werkwoord foutre
‘paren’ [1175-80; Rey], zie → foeteren.

Daarbij moet “Fut” in de oude Germaanse religie tot een van de centrale woordsymbolen met een
goddelijke hoogachting gerekend worden. De voortplanting behoort immers tot de centrale
fundamenten waarop het voortbestaan van het volk berust.
De pit en de fut vormen de mosterdzaadcel voor de taal zoals in de Bijbelse overlevering van de
Kabbala de gehele wereld opgebouwd is rond het kleinste lettertje “Yod”, dat uitgroeide tot een
wereldbeeld.
In een artikel De kern van de “Futhark”-talen reduceer ik de lijst tot een overzicht, waarin de
woorden gesorteerd worden naar de klinkersstructuren. De navolgende lijst omvat de Nederlandse
woorden:
vadem, vader, vasten, vat, vatten, feest, vet, veter, wet, fit, pit, fut, futiel, wit, wut, vot,
foeteren, opvoeden, voedsel, voedvader, voet, Tuw en Wodan.
Tot de Engelse woorden behoren:
wit, futter, fodr, fud, foster, father, feed, fed-up, well-fed, fat, food, fit, fathom, fetter, fasten,
foot, feast, Tiw. & Woden.
Tot de Duitse woorden behoren:
futtern, Fuodar, Fudloch, Füdle, futuz, Vater, Fett, Futter, Faden, Fass, fesseln, Fessel,
fasten, Fuss, Fest, Ziu & Wotan.
Het elementaire op V*T(hor) baserende woordenboek
De volledige woordenlijst van de op V*T(hor) baserende woorden luidt:
Betekenis Archaïsch Archaïsch Archaïsch Opmerking
Nederlands Engels Duits
basiswoordkern ᚠᚢᚦ (“fut”) ᚠᚢᚦ (“fut”) ᚠᚢᚦ (“fut”) Afgeleid uit “fuᚦark”
“wij beide” wut of wit wit wat, wët Uitgestorven (dualis)
de hemelgod Týr Tuw/Tij Tiw Zui, Tui(sco) (?) → Dui(ts)
hemelgod Wuotan Woedan (?) Wodan Wot-an Wod-an
copuleren foeteren to futter futtern Fututio = geslachtsverkeer
in het Frans: foutre
geslachtsdelen (honds-) vot fodr, fud22 Fuodar, Fudloch, Gotisch: fōdr
Füdle , futuz Oudnoors: fóðr (→ sheath)
zaadvader “Kuni” “Kuni” “Kuni”
voedselvader voedvader foster-father Nährvater Tegenwoordig:
vader father Vater adoptiefouder
weldoorvoed maken “opvoeden” to feed up fett mästen “vetmesten”
gezond opgevoed fed-up fett, gut ernährt Gezond = fit
fit weldoorvoed well-fed wohlernährt
voedsel (vooral vet) voedsel food Futter
vet vet fat Fett
levenskracht, fut fit Lebensenergie West-Vlaams: sperma
sperma
(om-)vatten vadem fathom Faden (Klafter) Fath-om = “vat”-”om”
vat vat vase Fass
boeien vatten to fetter fesseln → Geboeide goden
voeten boeien veter fetter Fessel voetboei
vasten vasten fasten fasten De goddelijke Wet (fas)
voeten voet/voeten foot/feet Fuss/Füsse
Feest (onzeker ???) feest feast Fest
De grondwet grondwet Constitution Verfassung Latijn: fasces
Tabel 1 Het elementaire op V*T(hor) baserende woordenboek

Tot de Engelse woorden behoren: wit, futter, fodr, fud, foster, father, feed, fed-up, well-fed, fat,
food, fit, fathom, fetter, fasten, foot, feast, Tiw. & Woden.

Tot de Duitse woorden behoren: futtern, Fuodar, Fudloch, Füdle, futuz, Vater, Fett, Futter, Faden,
Fass, fesseln, Fessel, fasten, Fuss, Fest, Ziu & Wotan.

22 Although "fud" is widely accepted in Scotland as being a slang term for the female reproductive organs, it is
generally used as a pejorative to describe someone who has just done something stupid.... (Urban Dictionary: Fud)
De elementaire woordenlijst in het Nederlands
Na de vergelijkende lijst met de naburige talen reduceer ik de lijst tot een overzicht, waarin de
woorden gesorteerd worden naar de klinkersstructuren.
De lijst omvat de woorden: vadem, vader, vasten, vat, vatten, feest, vet, veter, wet, fit, pit, fut, futiel,
wit, wut, vot, foeteren, opvoeden, voedsel, voedvader, voet, Tuw, en Wodan.
Betekenis A-kern E-kern I-kern O- Oe-kern U- Opmerking
kern kern
(om-)vatten vadem Fath-om = “vat”-”om”
vader vader
vasten vasten De goddelijke Wet (fas)
vat vat Afgeleid van: bevatten
boeien vatten → Geboeide goden
feest feest (onzeker ?)
vet vet Het hoofdvoedsel (?)
voeten boeien veter voetboei
wet wet Latijn: fasces (van fas)
Gezond, fit fit weldoorvoed
kern ᚠᚢᚦ pit fut Afgeleid uit ᚠᚢᚦ in “futᚦark”
onbeduidend futiel Futloos, “zonder sperma”
Hemelgoden Tij Wod- Woed- Tuw → Týr, Dui, Zui, Tuisco
(Tiw ?) an an Vut Vut is een afkorting v. Wodan
“wij beide” wit wut Uitgestorven dualis
Levenskracht fut West-Vlaams: sperma
en sperma
“zaad”-vader vader Kuni
Geslachtsdeel vot Gothic: fōdr
(v. hondsvot) old-norse: fóðr (→ sheath)
copuleren foeteren fututio = geslachtsverkeer
in het Frans: foutre
Fit-maken Op- Weldoorvoed maken.
voeden “vet”-mesten (to “feed-up”)
Voedsel voedsel Met name “vet”
voedselvader vader Voed- Tegenwoordig: adoptiefouder
vader
voeten voet
Tabel 2: Het elementaire op “V*Tor” baserende woordenboek
De dualis en de scheppingslegende

Wit en nous23
Tot een van de fundamentele sleutelwoorden behoort het persoonlijke voornaamwoord dualis “wit”
(“wij beide”), waarvan de meeste Nederlanders nog nooit gehoord hebben.
In de Ilias van Homerus bevinden zich twee woorden, νόος (nous, “verstand”) en νῶϊ (“wij beide”),
die overeenkomen met de bijbehorende Engelse woorden wit (“verstand”) en de verouderde dualis
wit (“wij beide”).
In het Oudnederlands kan men dezelfde correlaties met wit (“verstand”), respectievelijk wit (“wij
beide”) afleiden.
Na Homerus is het “Nous”-concept door vrijwel alle belangrijke filosofen bestudeerd, zoals
Heraclitus, Parmenides, Anaxagoras, Socrates, Plato, Aristoteles, Plotinus, Valentinus, Simon
Magus, Averroes, de Kerkenvaders … Ongetwijfeld behoort het “Nous”-Concept tot de
fundamenten van een filosofisch systeem.
De dualis νῶϊ (“wij beide”) is echter al in de oudheid vrijwel geheel verdwenen en bleef vergeten,
totdat Wilhelm von Humboldt het thema in zijn voordracht “Ueber den Dualis” (1827) beschreven
heeft. Ook in het Engels en Nederlands is de dualis wit (“wij beide”) grotendeels verloren gegaan.
Alleen in enkele afgelegen regio's zijn er sporen van dit woordgebruik bewaard gebleven.
Het Engelse en Oudnederlandse woord wit (“verstand”) komt in woord en schrift overeen met de
nominatieve dualis wit (“wij beide”) van het persoonlijke voornaamwoord der eerste persoon, maar
niemand heeft de correlatie waargenomen tussen de Griekse vertalingen νόος (nous) en wit
(verstand) respectievelijk νῶϊ (“wij beide”) en wit (“wij beide”).
De Engelse woorden wit (verstand) en wit (“wij beide”) kunnen in de eerste drie letters van het
Fuᚦark-alfabet afgelezen worden.
Het Franse woord nous kan op twee wijzen vertaald worden: (1) als het meervoud “wij” en (2) als
de Griekse nous, die wij als “goddelijk beraad” beschouwen.
In de context van de vier correlerende woorden (“νόος”, “νῶϊ” en 2 x “wit”) heeft de dualis een
fundamentele rol gespeeld in het Europese, Indo-Europese of globale filosofische concept. De
dualis behoort kennelijk tot het archaïsche Nous-concept.

23 Een reconstructie van de Nederlandse scheppingslegende


De definities van het Nederlandse woord “wit”
In het Nederlands zijn er vijf betekenissen voor “wit” identificeerbaar, waarvan er drie (wit (zin,
rede), *wit als “wij beide”, Wit als St. Veit) in het “Nous”-concept een rol spelen24. De laatste twee
definities *wit (“wij beide”) en Wit (Vitus, Veit) behoren niet tot de klassieke etymologie, omdat
*wit een archaïsch woord en Vitus, respectievelijk Veit namen zijn.
1. wit (kleur) – met als jaar van herkomst: 901-1000 (WPS )
2. wit (doelwit) – met als jaar van herkomst: 1475 (MNW )
3. wit (zin, rede) – dit is het woord “wit”, dat als vertaling voor νόος (nous, “verstand”) geldt.
4. *wit (“wij beide”) – als nominatief dualis voor het archaïsche persoonlijk voornaamwoord
van de eerste persoon. Dit is het “wit”, dat als vertaling voor νῶϊ (“wij beide”) geldt. Voor de
woordvorming geldt de afleiding van Grimm, die aanneemt, dat “wit” eenvoudig gevormd
werd door de toevoeging van een “t” (“twee”) aan het meervoud “we” (“wij”).25
5. Wit – mannelijke voornaam, de Poolse schrijfwijze voor Vitus (Veit). De bouw van de 1300
Vitus-kerken speelde vanaf de regeringsperiode van Karel de Grote wellicht een rol bij de
bekering van de “heidense” Saksische en Slavische bevolking26.

De dualis en de scheppingslegende
In de Germaanse talen moet de dualis een beduidende rol gespeeld hebben, die het tweevoudige
karakter van de mens en de bijbehorende Schepper symboliseert. Het tweevoudige karakter
herinnert aan de “oude” scheppingslegende, die Plato in de dialoog “Symposium” verhaalt. Volgens
deze legende werden de eerste mensen als tweevoudige gestalten gevormd, maar moesten wegens
een opdringerig gedrag tegenover de goden in tweeën gesplitst worden. Sindsdien zoeken zij elkaars
wederhelft weer en voelen zich gelukzalig als zij de oorspronkelijke partner teruggevonden
hebben27.
De tweefasige schepping met halvering van de “androgyne” eerste mens “Adam” in man en vrouw
wordt door de Farizeeërs ook in de Bijbelse scheppingslegende geïnterpreteerd.
Adam wordt als God's evenbeeld geschapen (Gen. i. 27) en later (Gen. ii. 7) nogmaals als “eerste
mens”. De Farizeeërs legden uit, dat de scheiding in man en vrouw pas later door de “operatieve
ingreep aan Adam” plaatsvond28:
In explaining the various views concerning Eve's creation, the Pharisees taught ('Er.
18a, Gen. R. viii.) that Adam was created as a man-woman (androgynos), explaining
(Gen. i. 27) as "male and female" instead of "man and woman," and that the
separation of the sexes arose from the subsequent operation upon Adam's body, as
related in the Scripture. This explains Philo's statement that the original man was neither
man nor woman29.

De dualis was een belangrijk bestanddeel van de oude religie en moest gaandeweg na de vervanging
van de religie verdwijnen. In het Nederlands werden er aan het woord “wit vijf definities toegekend:

24 Wit - 24 definities
25 wut vnw., wit 1 wij twee, wij beide • verouderd Noordfries wat, wët, IJslands við • vgl. °onk1 ‘ons twee’, °jut/°jit
‘jullie twee (onderwerp)’, °ink1 ‘jullie twee (voorwerp)’ – Wit – bron: vergeten-woorden
26 De éénmaking van het middeleeuwse Europa – Een scenario voor de middeleeuwse kerstening van een heidens volk
27 Over het filosofische "Nous"-concept
28 Een reconstructie van de Nederlandse scheppingslegende
29 From the Jewish Encyclopedia: Adam Kadmon ( Er. 18a, Gen. R. viii.)
Alfabetten
Ook de letters van het alfabet zelf zijn aan regels onderworpen, die in het Nederlandse alfabet
bevreemdend lijken. De Alfa kan men nog als eerste letter onderscheiden, maar de Omega valt
buiten het raster.
Ik ben de Alfa en de Omega, zegt [de] Heer God, Die is, en Die was, en Die komt, de
Almachtige. (Openbaring 1:8) 30

Men kan hooguit waarnemen, dat Alfa en Omega klinkers en de begin- en eindletters van een
Grieks alfabet zijn, maar in het Hebreeuwse alfabet door het ontbreken van klinkers en ook voor het
Nederlandse alfabet door het ontbreken van een Omega geen rol kunnen spelen.
Deze raadsels vormen de basis voor de uitleg van de Nederlandse scheppingslegende, die in de
runen vastgelegd is. De Fuᚦark wijst de weg naar de letters Alfa en de Omega, die het begin,
respectievelijk einde van het alfabet markeren. Daarbinnen bevindt zich de centrale as Yggdrasil in
de vorm van een “I” of “Y”.
Wat er buiten de Alfa en de Omega ligt vormt een schriftelijke uitleg in de vorm van een universeel
woord, dat door een welwillend oor ook als boek kan worden beschouwd.
Het woord “Fuᚦ” is universeel omdat een van de letters een digamma symboliseert: een letter, die
men met goed geweten ook als F, V, U, UU, EU, W, Y, I, J en eventueel zelfs als CH of G kan
interpreteren... Het is waarachtig een toverstaf, dat als een kameleon elke kleur aanneemt, die de
lezer bereid is te verwachten. Oorspronkelijk was het een Punische Waw (Y) die men als [w]
interpreteerde en in het Grieks tot een consonant (Ϝ) met de uitspraak [w] en een klinker Y met als
klank [u] muteerde.
Bij de bestudering van het oude fuᚦark (ᚠ · ᚢ · ᚦ · ᚫ · ᚱ · ᚲ · ᚷ · ᚹ · ᚺ · ᚾ · ᛁ · ᛃ · ᛇ · ᛈ · ᛉ · ᛋ · ᛏ
· ᛒ · ᛖ · ᛗ · ᛚ · ᛜ · ᛞ · ᛟ ) valt op, dat de eerste drie letters (Fehu · Uruz · Thurisaz) in vrijwel alle
alfabetische Fuᚦark varianten vooraan staan. Pas daarna begint het echte alfabet, dat in de meeste
Europese alfabetten met een Alfa begint en vaak met een klinker U of Ω eindigt.
Het alfabet, dat in de oude Fuᚦark-reeks opgesloten ligt begint met een Alfa (de rune Ansuz) en
eindigt met een Omega (de rune Othala). In het midden bevindt zich de Eihwaz (ook wel Ihwa of
Iwaz) als de dertiende rune van het oude fuᚦark.
De drie klinkers ᚫ (A), ᛇ (I), ᛟ (Ω) zijn evenals in het klassieke Griekse en in het oude Latijnse
alfabet aan het begin, in het midden en aan het einde van de reeks geplaatst:
• Het oude Latijnse alfabet is als volgt gestructureerd: A-D-E-F-H-I-K-M-N-O-S-V.
• In het klassieke Latijn geldt: A-B-C-D-E-F-G-H-I-(J)-K-L-M-N-O-P-Q-R-S-T-V-X-Y-Z
• Het oude Griekse alfabet is: A -Β-Γ-Δ- Ε -(F)-Ζ- H -Θ- I -Κ-Λ-Μ-Ν- O -Π-(M)-(Q)-Ρ-Σ-Τ31
• In het klassieke Grieks geldt: A-Β-Γ-Δ-Ε-(F)-Ζ-H-Θ-I-Κ-Λ-Μ-Ν-O-Π-Ρ-Σ-(Τ)-Υ-Χ-Ω.
De Fuᚦark past in dit schema als volgt:
ᚠ· ᚢ· ᚦ· ᚫ· ᚱ· ᚲ · ᚷ· ᚹ· ᚺ· ᚾ· ᛁ · ᛃ· ᛇ· ᛈ· ᛉ· ᛋ· ᛏ· ᛒ· ᛖ· ᛗ· ᛚ · ᛜ· ᛞ· ᛟ
Afgezien van de eerste drie tekens ᚠ · ᚢ · ᚦ komt de A-I-U-klinkersstructuur van het Fuᚦark-alfabet
overeen met de vergelijkbare A-I-U-klinkersstructuur van het oude Latijnse en het klassieke Griekse
alfabet.

30 Christipedia.nl > Artikelen > E > Elohim


31 In Latijnse symbolen: A-B-C-D-E-(F)-Z-H-Th-I-K-L-M-N-O-P-(M)-(Q)-Q-R-S-T
Klinkersstructuren32
Een groot aantal fundamentele Germaanse woorden bestaan uit reeksen klinkers. Tot deze woorden
behoren de Nederlandse riviernamen Aa, Ee, Y enzovoorts. Het aantal Nederlandse riviernamen, dat
uit klinkers bestaat is relatief groot.
In Vergeten woorden | Taaldacht bevinden zich talloze voorgangers, die als alternatieven voor de
hoofdsymbolen in de taal in aanmerking komen. Die hoofdsymbolen zijn de woorden voor de
eeuwigheid, stabiliteit, wetgeving en natuurlijk ook de godennamen en de persoonlijke
voornaamwoorden zoals de ego-pronomina.

Symbolische klinkerscombinaties
In Europees verband kan men de klinkerscombinaties zoals iau, iéu, jau, jeu, jou, eau, iau, ie, ia,
io, iu, eu, je, jo, ju, æ algemeen als symbolische kernen van alle Europese talen beschouwen.
Deze klinkerscombinaties worden afgeleid uit de kern YEU van de Proto-Indo-Europese wortel
voor de hemelgod *Dyeus, waarin de klinkerskern YEU principieel op drie gescheiden klinkers Y, E
en U baseert. In het Nederlands is deze kern met de betekenis “eeuwigheid” tot “IE” (respectievelijk
“EE”) gereduceerd.
In feite vormt dus IE (met de variante EE) de elementaire symbolische kern in de Nederlandse taal.
De bijbehorende godennamen “Tij” en “Tuw”, Dings en Dijs zijn grotendeels verdwenen en
behoren tot de Vergeten woorden.
In het Engelse ego-pronomen “I” en het Nederlandse “ic” (→ “ik”) symboliseert de rudimentaire
klinker “i” de “eeuwigheid”. Deze letters “I” zijn uit complexere klinkerscombinaties iau, iéu, jau,
jeu, jou, eau, iau, ia, io, iu, eu, ie, je, jo, ju, æ overgebleven. Als bron voor deze
klinkerscombinaties kan men de symbolische kern “IE” of een van de godennamen Tij, Dings of
Dijs kiezen.

Riviernamen33
Tot de oudste Nederlandse woorden behoren de riviernamen en het land, dat naast een rivier ligt, die
vaak uit klinkerscombinaties bestaan, zoals de A, Aa, Ae,, E, Ee, Die, Ee, IJ, IJe, Y, ooi, ei, eiland,
waaraan ook de Vergeten woorden | Taaldacht veel taalaandacht besteedt:

a1 v. a’s 1 stromend water, stroom, rivier: hier komt de a tot de zee hier eindigt het, bij de
oevers der a, ew. °aam/°ame, °aap, °alm, °eem/°eme, °elve, °rin/°rinne, °streude, vliet •
Gronings oa, Duits Ache, gew. Engels ea, Noors å, IJslands á • in Breda, Gouda, ~ °aag
‘zee’, °ager ‘navloed’, °ouw1/°ooi1 ‘land langs water’, ei- in eiland

ouw1 v., ooi1 1 land langs water 2 vochtig of waterrijk land 3 eiland 4 schiereiland •
Westvlaams ouwe, Gelders Ooij (oordsnaam), Duits Aue, Engels -ey, Noors øy, IJslands
ey • in landouw, ooibos, Schoonouwen (Zuid-Holland), °Schedenouw ‘Zuid-Zweden;
Scandinavië’, °wijdouw ‘plek waar wilgen groeien’, ~ °a1 ‘stromend water’, °aag ‘zee’, ei-
in eiland, mog. ~ gouw ‘landstreek’ (dan eig. ge-ouw)

In het Nederlands is Aa vooral een naam voor riviertjes en is het weer in het Oudfries via ē
vervormd tot Ee, Ie of IJ .

32 De vergeten symboolkern IE van het Nederlands


33 Over de rijkdom der Nederlandse taal
De riviernamen werken met lange klinkerscombinaties, wat vaak door een dubbele
klinkerscombinatie wordt aangeduid. Daardoor wordt de in Bredá of Bredaa op de laatste
lettergreep gelegd. De lange klinkerscombinaties symboliseren de eeuwig stromende waterbron.
In tegenstelling tot Breda is de klemtoon in Gouda niet op de laatste lettergreep gelegd, dat
bovendien niet aan een rivier Aa gelegen is en dus niet op een riviernaam baseert.
Eede is vernoemd naar het riviertje Ee of Eede dat van Maldegem langs het huidige Eede naar het
Zwin stroomde.

Korte woorden34
Tot de belangrijkste woorden behoren twee- tot drie vocalen lange lettergrepen “ie” respectievelijk
“jo” in klinkerscombinaties, die bijvoorbeeld ook in het Deens, Italiaans, Spaans, Latijn en
Provençaals door de letters æ, ee, eu, ie, ieu, iéu, ia, iau, io, iou worden gevonden.
In de oude talen van de noordelijke volken werd er in de runenschrift spaarzaam met de letters
omgegaan. Kennelijk werd het tijdrovende inkerven van de runen geoptimaliseerd. Daarom vindt
men de letter æ vooral in het noorden, terwijl wij in de mediterrane landen vaak drievoudige
klinkersreeksen ieu, iéu, iou, iau, iou of combinaties zoals in een enkele rune Tiwaz35 voor Tyr
(ahd. Ziu, Zio) ontmoeten. In deze woorden is de klinkerscombinatie y, iu, io. De y werd werd vaak
als een overgangsklank tussen u en i beschouwd, wat men in de uitspraak “gimnasium”,
respectievelijk “gumnasium” in “gymnasium” kan aflezen.
De belangrijkste woorden waren extreem kort, bijvoorbeeld æ, dat als woord in vele talen een groot
aantal belangrijke symbolen vertegenwoordigde, die op de wortels *aiwō, *aiwaz (wet, geschriften;
ceremonie, traditie, huwelijk), en *aiwi (“eeuwig”) en de accusatief van *aiwaz (“oud; wet”)
baseerden.

De eeuwigheid
Deze woordklassen behoren alle tot de categorie “eeuwigheid”. Ook de wet, geschriften ceremonie,
traditie, ouderdom en huwelijk behoren tot de waardevolle eigenschappen der stabiliteit, die de
samenleving een eeuwig leven beloven.
De Nederlandse taal heeft (analoog aan het Griekse “ἀεὶ” – eeuwig, altijd) de woorden voor
eeuwigheid opgebouwd op een groot aantal verschillende vocalen. Deze kernen bestonden
oorspronkelijk wellicht uit nog complexere klinkerscombinaties zoals aeio, aeiou, ..
Bekende wortels voor de eeuwigheid zijn:
• ee1 v. eeën zie eeuw1
• ie1 bw., jo 1 altijd, immer 2 ooit, te eniger tijd 2 hoe, des te: ie groener ie mooier • Duits je,
Noors jo • in ieder, iemand, iets, °ietoe, immer, ergens, ooit, eig. verbogen naamval van
°eeuw1/°ee1 ‘leven, levenskracht; leeftijd; tijdperk; honderd jaar’ .

34 De vergeten symboolkern IE van het Nederlands


35 (Tiwaz is ook ᛏ, de Tyr-Rune)
Het huwelijk en de echt
Oorspronkelijk was de echt in het Nederlands een woord, dat alleen uit klinkers bestond: ee.
• En naast “ee” (1 wet, zede, gebruik, godsdienst; 2 huwelijk, echt; 3 tijdperk, zeer lange tijd,
eeuw) kan men de “ie” bw., “jo” (1 altijd, immer ; 2 ooit, te eniger tijd) plaatsen. Het is de
kern van Dyaus od Dyæus, die in het IJslandse woord ævi v., æ voor “ee”, “eega” en “”
voortleeft.
Het is onduidelijk welke symbolische betekenis aan de afzonderlijke fonemen, bijvoorbeeld de /i/
en de /e/ (in “ie”) toegekend moet worden. Wellicht zijn het de twee partners, die in de dualis “wit”
(“wij twee”) optreden.

Het ontbreken van de deeltekens


In de loop der tijden heeft het symbolisme aan slijtage geleden. Een van die
vervalverschijnselen is de wegval van de deeltekens in de Nederlandse woorden.
Tot de merkwaardige eigenschappen van de symbolische betekenis der Nederlandse IE-
woorden behoort de lengte van de individuele klinkers I en E, die niet mogen worden
samengetrokken. Mijns inziens zou men de IE dus met een deelteken moeten schrijven als
IË. Dit geldt ook voor de godennamen, zoals bijvoorbeeld ZEUS, dat wellicht in het
Nederlands als ZEÜS zou moeten worden geschreven.36
Ook Eeward behoort evenals eega, eebreken, eed en bijvoorbeeld eedstaf tot de EE-woorden, die in
feite als EËGA, EËD, EËDSTAF, EËWARD gespeld moeten worden. Deze woorden behoren
inderdaad tot de categorie vergeten woorden, die de symbolische betekenis verloren hebben.37
Vele van deze ee-woorden staan in de Vergeten woorden – E | Taaldacht als volgt geboekstaafd:
• eedstaf m. -staven 1 de woorden van de eed, het eedformulier, ew. °eedspel 2 afgelegde eed
• IJslands eiðstafr • in °eedstaven, van eed + °staf1 ‘schriftteken; stokje’
• eedstaven zw. -de 1 de woorden van de eed voorzeggen, ew. °staven • Drents eedstaven,
IJslands eiðstafa • van °eedstaf
• eevast bn. 1 trouw aan de wet, godsdienstig, religieus, vroom • van °ee 2/°eeuw2 ‘wet, zede,
godsdienst; huwelijk’ + vast
• eeward m., eward 1 hoeder van de wet, priester • hetz. als de naam Eward, van °ee2/°eeuw2
‘wet, zede, godsdienst; huwelijk’ + °ward ‘hoeder’
• eezegger m., ezige 1 wetzegger, kenner van de wet • van °ee2/°eeuw2 ‘wet, zede,
godsdienst; huwelijk’ + afl. van zeggen

36 De vergeten symboolkern IE van het Nederlands


37 De vergeten symboolkern IE van het Nederlands
Appendix 1 – Overzicht van de Hellegaten
De middeleeuwse mens onderscheidde een drietal onbegrepen mechanismen, die als duivels aan de
hel toegeschreven werden: (1) de hellegaten, (2) de heelwegen en (3) de helwegen.
• Der Name „Hellegat“ wird 7 x registriert, davon 5x in Belgien und 2 x in der Niederlande.
• Der Name „Hellegatstraat“ wird 9 x registriert, davon 7x in Belgien und 2 x in der Niederlande.

• Der Name „Trou d'Enfer“ wird in Frankreich 5 x registriert, und


• de Rue du Trou d'Enfer wird 1 x gefunden.

Am Hollenloch Am Hollenloch, 57439 Attendorn, Deutschland D


Fort du Trou d'Enfer, ist eine der Festungen, die um die französische
Fort du Trou d'Enfer Hauptstadt Paris herum gebaut worden sind. Die Festung ist nach einer F
nahegelegenen Farm benannt.
Groot Hellegat Groot Hellegat, Roermond NL
Hell Hole Wood Hell Hole Wood, Ripon, North Yorkshire HG4, Vereinigtes Königreich E
Hell Lane Hell Ln, Bridport, Dorset DT6, Vereinigtes Königreich E
Hell Lane Hell Ln, Wakefield WF4, Vereinigtes Königreich E
Hellegat 4891 Hellegat, Niederlande 1 B
Hellegat Hellegat, 2845 Niel, Belgien 2 B
Hellegat Hellegat, 3221 Holsbeek, Belgien 3 B
Hellegat Hellegat, 4273 Hank, Niederlande 4 NL
Hellegat Hellegat, 8954 Heuvelland, Belgien 5 B
Hellegat Hellegat, 9041 Gent, Belgien 6 B
Hellegat Hellegat, Niederlande 7 NL
Hellegatpolder Hellegatpolder, 4543 Zaamslag, Niederlande
Hellegats Hellegats, Nuth, Niederlande 8
Hellegatseweg Hellegatseweg, Niederlande 1 NL
Hellegatstraat Hellegatstraat, 1850 Grimbergen, Belgien 2 B
Hellegatstraat Hellegatstraat, 2222 Heist-op-den-Berg, Belgien 3 B
Hellegatstraat Hellegatstraat, 2590 Berlaar, Belgien 4 B
Hellegatstraat Hellegatstraat, 2870 Puurs, Belgien 5 B
Hellegatstraat Hellegatstraat, 8460 Oudenburg, Belgien 6 B
Hellegatstraat Hellegatstraat, 8954 Heuvelland, Belgien 7 B
Hellegatstraat Hellegatstraat, 9070 Destelbergen, Belgien 8 B
Hellegatweg Hellegatweg, Rijsbergen, Niederlande 9 NL
Höllenlochflößchen Höllenlochflößchen, Hartmannsdorf-Reichenau, Deutschland
Höllenlochweg Höllenlochweg, 01762 Hartmannsdorf-Reichenau,
Rue du Trou d'Enfer Rue du Trou d'Enfer, 79000 Niort, Frankreich F
Trou d'Enfer Trou d'Enfer, 02880 Leury, Frankreich 1 F
Trou d'Enfer Trou d'Enfer, 51120 Saudoy, Frankreich 2 F
Trou d'Enfer Trou d'Enfer, 59231 Gouzeaucourt, Frankreich 3 F
Trou de l'Enfer Trou de l'Enfer, 51140 Pévy, Frankreich 4 F
Trou de l'Enfer Trou de l'Enfer, 70000 Pusy-et-Épenoux, Frankreich 5 F
Tabel 3: Overzicht van de Hellegaten
Inhoud
Abstract.................................................................................................................................................1
Samenvatting........................................................................................................................................1
Inleiding................................................................................................................................................2
De naamgeving.....................................................................................................................................3
Breuklijnen.......................................................................................................................................3
Wijst............................................................................................................................................3
Rood water..................................................................................................................................3
Het ijzererts (oer) in plaatsnamen...............................................................................................3
Prehistorische nederzettingen, kastelen en hoeven.....................................................................4
De kerstening van Noord-Nederland..........................................................................................4
Hellegaten (Helleputten), Heelwegen en Helwegen........................................................................5
Hellegaten (Helleputten).............................................................................................................5
Een overzicht van de Hellegaten ...........................................................................................5
Meerveldhoven................................................................................................................................6
Heelwegen en Heilwegen................................................................................................................7
Helwegen.........................................................................................................................................8
Religies.................................................................................................................................................9
De taal.................................................................................................................................................10
Het elementaire op V*T(hor) baserende woordenboek.................................................................12
De elementaire woordenlijst in het Nederlands..................................................................................13
De dualis en de scheppingslegende....................................................................................................14
Wit en nous....................................................................................................................................14
De definities van het Nederlandse woord “wit”........................................................................15
De dualis en de scheppingslegende...........................................................................................15
Alfabetten...........................................................................................................................................16
Klinkersstructuren..............................................................................................................................17
Symbolische klinkerscombinaties..................................................................................................17
Riviernamen...................................................................................................................................17
Korte woorden...............................................................................................................................18
De eeuwigheid...............................................................................................................................18
Het huwelijk en de echt.................................................................................................................19
Het ontbreken van de deeltekens...............................................................................................19
Appendix 1 – Overzicht van de Hellegaten........................................................................................20