De schilderijlijst in de schijnwerpers!

De lijst: kunstobject of middel?

Riny van Leeuwen
Student nr. 606435 Reinwardt Academie Afstudeerscriptie Elst, 3 juni 2010 h.brocatusvanleeuwen@hetnet.nl

De schilderijlijst in de schijnwerpers!
De lijst: kunstobject of middel?

Riny van Leeuwen
Student nr. 606435 Reinwardt Academie Afstudeerscriptie Elst, 3 juni 2010 h.brocatusvanleeuwen@hetnet.nl

2

Inhoudsopgave

De schilderijlijst in de schijnwerpers!
De lijst: kunstobject of middel?
Voorwoord .................................................................................................................. 4 Inleiding ...................................................................................................................... 5 1. De schilderijlijst als informatiedrager ............................................................... 7 1.1 1.2 2. 2.1 2.2 3. 3.1 3.2 4. 4.1 4.2 5. 5.1 5.2 Betekenissen van de lijst............................................................................... 7 Informatie over de lijst................................................................................. 11 Websites, tentoonstellingen, catalogi en opleidingen .................................. 15 Kunstobject of middel?................................................................................ 21 Registratie en thesaurus ............................................................................. 25 Bruikleen en database ................................................................................ 32 Vervanging van lijsten................................................................................. 36 Ethiek bij restauratie en aanpassingen........................................................ 42 ICN project Schilderijlijsten in Nederland – Eerste jaar ............................... 44 ICN project Schilderijlijsten in Nederland – Tweede jaar ............................. 47

Aandacht voor schilderijlijsten........................................................................ 15

Registratie van schilderijlijsten ....................................................................... 25

Aanpassingen schilderijlijsten in Nederland.................................................. 36

Instituut Collectie Nederland ........................................................................... 44

Conclusie.................................................................................................................. 51 Samenvatting............................................................................................................ 54 Summary................................................................................................................... 55 Bronnen .................................................................................................................... 55 Bijlagen ..................................................................................................................... 60 Bijlage I – Aankondiging afstudeeronderzoek ....................................................... 61 Bijlage II – ICN project Schilderijlijsten in Nederland ............................................ 62 Bijlage III – Enquêteformulier .................................................................................. 63 Bijlage IV – Deelnemers enquête ............................................................................ 64 Bijlage V – Indeling registratievelden Christel Kordes .......................................... 65 Bijlage VI – Indeling registratievelden Rijksmuseum ............................................ 67 Bijlage VII – Uitkomst enquête ................................................................................ 68

Voorwoord
Als ik een politicus op televisie een interview zie geven hangt er vaak een schilderij achter hem of haar. Ik kijk dan langs de geïnterviewde heen en heb alleen nog maar oog voor de schilderijlijst. In een museumzaal of stijlkamer loop ik direct naar het schilderij met de geornamenteerde lijst. Het maken van schilderijlijsten is een eeuwenoud vak en oude lijsten zijn in mijn ogen vaak kunstwerken. In het Gelders Archief ben ik op zoek gegaan naar het gildeboek van het timmerliedengilde Sint Jozef. Met handschoenen aan mocht ik erin bladeren. Ik heb een hele tijd gedacht dat ik de enige was met het lijstenvirus. Totdat ik op een bijeenkomst van het Instituut Collectie Nederland (ICN) ongeveer dertig conservatoren en restauratoren ontmoette die allemaal één doel voor ogen hadden, het beheren van de collectie schilderijlijsten. Ik dank Eric Domela Nieuwenhuis van het ICN voor de kans een praktische bijdrage te mogen leveren aan het project Schilderijlijsten en voor de uitnodiging voor de inspirerende bijeenkomsten met al die bevlogen mensen die ik daar heb kunnen spreken. Tal van musea zijn behulpzaam geweest bij het invullen van de enquête horende bij mijn onderzoek, u vindt ze in bijlage IV. Ik dank hen allemaal vriendelijk voor hun tijd en hun bijdrage aan de uitkomst van mijn onderzoek. De professionals die ik mocht bezoeken en bellen voor advies, heel hartelijk dank. Ik noem in het bijzonder Gerry Alabone (The Tate Museum, Londen), Hubert Baija en Wim Hoeben (Rijksmuseum, Amsterdam), Richard Hallas en Jacob Simon (National Portrait Gallery, Londen), Gini Kingma (Rijksmuseum Twenthe, Enschede), Christel Kordes (Stedelijk Museum Schiedam) en Gregor Simoons (Gregor’s Lijsten, Spankeren). Dit zijn allemaal bevlogen mensen met een passie voor lijsten. Ik vond het fijn dat ik van gedachten kon wisselen met Mieke Van Doorselaer (museumconsulent provincie Oost-Vlaanderen), Joppe Knoester (docente kunstgeschiedenis, Reinwardt Academie, Amsterdam), Tine van Nierop (Tine van Nierop Erfgoeddiensten) en Arno Stam (docent informatiebeheer, Gelders Erfgoed, Zutphen), waarvoor ik hen hartelijk dank.

4

Inleiding
De collectie schilderijlijsten in Nederlandse kunstmusea vormt het onderwerp van dit afstudeeronderzoek. Musea beheren lijsten van de vijftiende tot en met de eenentwintigste eeuw. Informatie over de lijst of vervaardiger en de context is nauwelijks ontsloten. Lijsten worden bewaard in museumdepots, maar staan veelal niet geregistreerd. Lege lijsten zonder schilderstuk bestaan op papier vrijwel geheel niet. Schilderijlijsten worden zelden afgebeeld in catalogi of op websites en in musea vindt men op de tekstbordjes bij een schilderij geen informatie over de lijst of lijstenmaker. Bij diverse culturele opleidingen wordt er geen aandacht besteed aan schilderijlijsten. Het ICN is in juni 2009 een tweejarig project ‘Schilderijlijsten’ begonnen als onderdeel van het ‘Programma Waarde en waardering’. Het doel van het ‘Programma Waarde en waardering’ is om medewerkers (beheerders, beleidsmakers en financiers) in het erfgoedveld bewust te maken van het belang van waarde en waardering van het cultureel erfgoed, vooral van onbekend of bedreigd erfgoed, en daarvoor methoden en technieken te ontwikkelen. Het ICN wil richtlijnen en criteria formuleren voor culturele waardering van in Nederland vervaardigde lijsten. Tevens wordt onderzocht welke instrumenten de mobiliteit van lege schilderijlijsten zouden kunnen vergroten, zodat deze in Nederlandse musea makkelijker hergebruikt kunnen worden. Doelstelling Het doel was een inventarisatie te maken van het beheer van lege schilderijlijsten bij Nederlandse kunstmusea, waarin aspecten als registratie, bruikleen, thesaurus, ontsluiting, afstoten, restauratie en de behoefte aan een database aan de orde komen. Het ICN kan, mede aan de hand van dit afstudeeronderzoek, inspringen op de behoefte uit het erfgoedveld op het gebied van beheer van schilderijlijsten. Vraagstelling Om de hoofdvraag hoe Nederlandse kunstmusea omgaan met hun collectie schilderijlijsten te kunnen beantwoorden, was het van belang onderzoek te doen naar de meningen en de behoefte van de musea op het gebied van behoud en beheer van schilderijlijsten. Deze konden geïnventariseerd worden door deelvragen over registratie, bruikleen, thesaurus, ontsluiting, afstoten en restauratie via de enquête beantwoord te krijgen. Interessant zijn de ethische kwesties en de kunsthistorische waardebepaling, waarbij de mening of een schilderijlijst door de erfgoedprofessionals gezien wordt als een kunstwerk of een middel een rol speelt.

5

Methodologie Voordat ik van het ICN-project op de hoogte was, heb ik in de zomer van 2009 per email een vooronderzoek naar registratie van lijsten gedaan bij tien kunstmusea waar studiegenoten werkten. Verder heb ik mij op schilderijlijsten georiënteerd door literatuurstudie. Nadat ik op het internet het ICN-project ontdekte, heb ik contact gelegd met de projectleider. Wij vonden voldoende raakvlakken om te gaan samenwerken. Wij kwamen overeen dat ik een praktische bijdrage zou leveren door het opzetten en afnemen van een enquête bij Nederlandse kunstmusea over het beheer van hun collectie schilderijlijsten. In september 2009 heb ik in Londen gesprekken gevoerd met een conservator en restaurator van de National Portrait Gallery. Een conservator van The Tate Museum kon ik per e-mail mijn vragen voorleggen. In november 2009 heb ik deelgenomen aan een expertmeeting die het ICN had georganiseerd. Een groep van dertig restauratoren, collectiemanagers en conservatoren waren hierbij aanwezig om korte presentaties te houden gevolgd door een discussiearena. Met behulp van de Museumgids en het internet heb ik een selectie gemaakt van 59 musea met een collectie kunst. Ik heb een vragenlijst en begeleidend schrijven opgesteld en het onderzoek aangekondigd in Museumberichten van begin februari 2010. Een week later is de enquête verstuurd naar collectiemanagers en conservatoren van de geselecteerde musea. In één maand tijd heb ik gesprekken gevoerd met professionals van verschillende disciplines, een conservator, hoofd beheer en behoud, restaurator, gids, collectiemanager, lijstenmaker en een docente meubelstijlen. Met museumconsulenten in Vlaanderen en Nederland heb ik per e-mail contact gehad. De antwoorden van de 37 respondenten van de enquête zijn door mij verwerkt in Excel. De uitkomst heb ik tijdens een tweede ICN expertmeeting in april 2010 uitgedeeld aan de veertig aanwezigen en deze is besproken tijdens de aansluitende discussiearena. Het contact met de erfgoedprofessionals, de uitkomst van de enquête, literatuurstudie en deelname aan de expertmeetings en discussiearena’s hebben eraan bijgedragen dat ik mij een beter beeld kon vormen van het onderwerp en de praktijk. Gebruikte termen Schilderij Lege lijst Afstoten Waarde
1

Een omlijst schilderstuk Schilderijlijst zonder schilderstuk Collectieonderdelen herplaatsen bij andere instellingen of vernietigen Culturele belangrijkheid, dus geen financiële waarde

Schilderstuk Schilderij zonder omlijsting, het werk van de kunstschilder op de drager1

P.J.J. van Thiel en C.J. de Bruyn Kops, Prijst de lijst. De Hollandse schilderijlijst in de zeventiende eeuw. (Den Haag 1984) 11.

6

1.
1.1

De schilderijlijst als informatiedrager
Betekenissen van de lijst

Primaire context De maker of datering van een lijst is vaak niet bekend. Weinig schilderijen zitten nog in de oorspronkelijke lijst. Uitzondering hierop zijn de schilderstukken met lijst uit de middeleeuwen die gemaakt zijn op panelen. In die tijd zijn de lijsten nog onlosmakelijk verbonden met het kunstwerk. De lijst en het paneel zijn vaak uit één stuk hout vervaardigd, vooral als het een klein paneel betreft. Veelal hebben de panelen afbeeldingen met een religieuze betekenis zoals bij altaarstukken het geval is. De vervaardiger van de drager diept het paneel dusdanig uit dat er een opstaande rand (de integrale lijst) en een plat vlak overblijven. Pas als het houten paneel klaar is gaat het naar de schilder. Hier is geen twijfel over de authenticiteit van de combinatie van portret en lijst ‘in situ’.2

Afb. 1 Voorzijde paneel

Afb. 2 Achterzijde paneel

Ook portretten beschikken vaak nog over de eerste inlijsting. De portretten blijven over het algemeen genomen generatie na generatie binnen een familie en dat is de reden dat de lijst niet vaak wordt gewisseld.3

2 3

J.T. Burns, Framing Pictures (Londen 1978) 11. Van Thiel en De Bruyn Kops, Prijst de lijst, 12.

7

Esthetische waarde Vanaf de vijftiende eeuw wordt steeds vaker een linnen doek als drager van het schilderstuk gebruikt en wordt de lijst apart van het schilderstuk vervaardigd. Schilderstuk en lijst vormen dan samen het schilderij. De lijst maakt dat het schilderstuk hanteerbaar en op te hangen is en dient als hulpmiddel. Met de lijst werkt men ook de randen van het doek of paneel mooi af. Men kan zo het accent leggen op de schoonheid van het schilderstuk of de sfeer die het schilderij in een vertrek moet uitstralen. De lijst vertegenwoordigt met behulp van kleur, vergulding of ornamenten een esthetische waarde voor het geheel.4 Sociale omstandigheden Niet iedereen kan zich een mooie lijst veroorloven. De één spreidt zijn rijkdom en weelde tentoon met een mooie vergulde en rijk versierde lijst. Bij de ander leidt men uit de eenvoudige lijst juist af dat de kunstenaar geen geld had voor een mooie lijst. Dit laatste is bijvoorbeeld het geval bij de schilderwerken van Vincent van Gogh. Hij heeft zijn schilderstukken in eenvoudige lijsten tentoongesteld.5 Kunsthistorische waarde Door de eeuwen heen volgt de schilderijlijst de mode en weerspiegelt zo zijn tijd. Net zoals bij de meubels het geval is volgt de schilderijlijst de stijlontwikkeling van de architectuur en andere kunstvormen. Uit welke periode de lijst dateert, is onder andere af te lezen uit de stijl en vorm, de ornamenten, het materiaal, de gebruikte techniek en de afwerking. De schilderijlijst is hierdoor voor de geschiedenis van kunsthistorische waarde.6 De lijst is niet altijd pas na afronding van het schilderstuk eromheen gezet. Het omlijsten van het stuk voordat het voltooid is, is voor de kunstschilder een manier om te zorgen dat de lijst en het schilderstuk beter bij elkaar aansluiten. Restjes verf van de lijst op het schilderstuk en andersom tonen dat aan, soms pas na onderzoek met moderne technieken. Bij de werken van tijdgenoten Gustav Klimt (1862-1918) en Jan Toorop (1858-1928) loopt het schilderwerk zelfs door op de lijst. Schilderijlijsten van de pointillistische schilder George Seurat (1859-1891) zijn versierd met spikkeltjes verf in allerlei kleuren.

4 5

Van Thiel en De Bruyn Kops, Prijst de lijst, 11. L. Van Tilborgh, ‘Een lastig probleem de lijsten voor Van Gogh‘, Kunstschrift 95-2 (Den Haag 1995) 3337, aldaar 33. 6 N. Penny, Frames Pocket guides (Londen 1997; herdruk 2005) 66.

8

Documentaire waarde De manier waarop een museum de collectie toont is voortdurend aan verandering onderhevig en is afhankelijk van het verhaal dat het museum wil vertellen. Wim Hoeben is hoofd beheer en behoud bij het Rijksmuseum.7 Ik heb hem bezocht in het buitendepot te Lelystad. Hij vertelt over de vroegere opstelling (van eind jaren ‘50 tot ongeveer 1990) van de collectie in het Rijksmuseum: ‘Schilderstukken die vooral als kunstwerk werden gezien hadden een mooie lijst. Ze hingen voorover naar het publiek toe en ze vertegenwoordigden een esthetische waarde. Schilderstukken die een stukje vaderlandse geschiedenis vertelden hingen in een aparte zaal, vlak en strak tegen de muur. Bovendien hadden zij een neutrale vaak donkerbruine lijst, de zogenaamde Elffers-lijst. Hier was de lijst puur een hulpmiddel en geen kunstwerk. Het ging om het verhaal, de geschiedenis dat het schilderstuk vertelde, de documentaire waarde’. De Elffers-lijsten zijn genoemd naar Dick Elffers (1910-1990). Hij was behalve beeldend kunstenaar ook vormgever bij het Rijksmuseum. Hij drukte een stempel op het aanzien van de schilderijen door veel lijsten te vervangen.

Afb. 3 Geornamenteerde lijst en Elffers-lijst

7

W. Hoeben, hoofd beheer en behoud, Rijksmuseum Amsterdam, interview 26-3-2010.

9

Symboliek en heraldiek De schilderijlijst met ornamenten, festoenen, cartouches, familiewapens, religieuze verwijzingen, wapentrofeeën, stadswapens en symbolen is op zichzelf al een historische bron. Sommige versieringen die zijn aangebracht op de lijst staan niet op zichzelf, maar verwijzen als symbool naar de afbeelding op het schilderstuk.8 De lijst heeft op deze wijze de rol van intermediair. Begin 2010 is in de Alte Pinakothek van München de tentoonstelling ‘Frames and their History’ geweest. Deze tentoonstelling ging over schilderijlijsten in de tijd van het hof. In de aankondiging van de expositie staat een interessant detail, namelijk dat Napoleon de lijst heeft gebruikt als propagandamiddel.9 Hij heeft begin negentiende eeuw in het Louvre alle lijsten vervangen door lijsten in de Empirestijl. Vervanging en hergebruik Hergebruik van schilderijlijsten is een interessante ethische kwestie. Men kan zich afvragen of de lijst niet juist door de kunstenaar zo vervaardigd of bedoeld is. Mag je de lijst bijvoorbeeld iets aanpassen om hem voor een ander schilderstuk passend te maken? Ziet men de schilderijlijst als kunstobject op zich met museale en kunsthistorische waarde en mag je er juist daarom absoluut niets aan veranderen? Verandert dit standpunt wellicht als de lijst in het verleden al een keer veranderd is? Moet de nieuwe lijst persé in dezelfde stijl zijn als de oorspronkelijke lijst voor zover men dat weet, zodat het een historisch verantwoorde keuze is? Dat zou de museumbezoeker zeker helpen bij de beeldvorming van een bepaalde periode. Of mag de museumdirecteur kiezen voor wat hij of zij op dat moment mooi vindt? Kiest een museum liever voor een lijst in bruikleen of laat het een nieuwe lijst vervaardigen? Meer over het vervangen van schilderijlijsten staat in hoofdstuk 4.1. Restauratie Welke keuze maakt een restaurator, samen met de conservator, als de lijst gerestaureerd dient te worden en waar hangt die keuze van af? Kun je een stuk verloren gegane parelrand van een uit hout gesneden schilderijlijst vervangen door een stuk parelrand van pâte (kneedbare massa van krijt, konijnenlijm, water, papier en een beetje lijnolie)10, gevormd in een mal? De meningen hierover zullen verdeeld zijn.
8 9

Van Thiel en De Bruyn Kops, Prijst de Lijst, 21. http://www.theartnewspaper.com/whatson/results.asp?id=1109118 (Frames and their History, Alte Pinakothek, Munchen)(geraadpleegd 5-4-2010). 10 http://www.gregorslijsten.nl/paginas/houttotgoud03.html (Lijstenmaker Gregor Simoons)(geraadpleegd 2-4-2010).

10

Ook de financiën kunnen hierbij een rol spelen. De discussie hierover wordt door het ICN bij de Nederlandse kunstmusea gevoerd om een leidraad voor restauratie-ethiek en hergebruik te kunnen bepalen. Dit onderwerp wordt verder behandeld in hoofdstuk 4.2.

1.2

Informatie over de lijst

Authenticiteit Vaklieden zijn in de middeleeuwen aangesloten bij een ambachtsgilde gewijd aan een heilige, zoals het timmerliedengilde met als beschermheilige Sint Jozef. Informatie over de gilden kan men vinden in een archief. De daar bewaarde kasboeken vormen een bron van informatie over datering en lokalisatie. Zo is gebleken dat niet alleen timmerlieden gewerkt hebben aan schilderijlijsten, maar ook beeldhouwers voor de ornamenten en vergulders.11 Evelien de Visser, studente kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, heeft onderzoek gedaan naar B.J. Blommers, schilder van de Haagse School.12 In het archief van lijstenmaker Sala en zonen bij het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) heeft zij correspondentie gevonden tussen de schilder en lijstenmaker Sala. Blommers vroeg hierin aan Sala haast te maken met de lijst omdat het schilderstuk al bijna voltooid was en Blommers het nog wilde aanpassen met de lijst eromheen. Blommers wilde het totaal pas uit handen geven als hij het schilderstuk en de lijst samen had gezien. De gemiddelde museumbezoeker denkt dat het schilderstuk en de lijst bij elkaar horen. Zou het niet eerlijker zijn om ook op de tekstbordjes naast het schilderij aanvullende informatie te geven over de herkomst van de lijst? Eerlijker ten opzichte van de lijst en de vervaardiger en eerlijker ten opzichte van de bezoeker. Die kan ook net als ik oprecht geïnteresseerd zijn in de lijst en aan die behoefte aan informatie wordt momenteel in de meeste musea niet voldaan. De reden is dat de lijst in musea meestal niet als een onderdeel van de collectie wordt gezien. In hoofdstuk 2.1 wordt hier verder op ingegaan.

http://users.telenet.be/hc_itc325/geschied_kader.htm (Geschiedenis lijstenmakers en het gilde)(geraadpleegd 29-4-2010). 12 E. de Visser, studente kunstgeschiedenis, ICN expertmeeting schilderijlijsten, 22-4-2010.

11

11

De achterkant als bron van informatie Op de achter- of onderkant van serviesonderdelen vindt men allerlei tekens die informatie verschaffen over de herkomst of ‘provenance’ zoals jaarletters, merktekens van een stad of van de fabrikant. De achterkant van een schilderijlijst vertelt vaak ook een verhaal, maar zelden over de vervaardiger, die blijft meestal anoniem. Het is zelfs zo dat door het regelmatig vervangen van lijsten in de afgelopen eeuw(en) en het verzuimen dat te documenteren, het van de meeste schilderijlijsten bijna onmogelijk is te achterhalen met welk schilderstuk het oorspronkelijk verbonden is geweest. Restauratoren kunnen aan de achterzijde van de lijst herkennen of de lijst al eerder gerestaureerd of behandeld is geweest. Gaten in de lijst verklappen vaak de wijze waarop en de richting waarin het schilderij is opgehangen. Zit het gat van het ophangoog bijvoorbeeld niet in het midden van de lijst, dan kan het formaat van de schilderijlijst ooit aangepast zijn. Literatuur over informatie betreffende de achterzijde van de lijst is er helaas niet, wel kan men op het internet soms informatie vinden. Het Rijksmuseum zet bijvoorbeeld technische informatie over de schilderijlijsten uit hun collectie online.13 Onderzoek naar de vervaardiger van de lijst zou interessant zijn, maar op de achterkant van een oude lijst is bijna nooit iets te vinden over de lijstenmaker. De lijstenmaker werkt vaak in een werkplaats waar verschillende specialisten de lijst in handen kregen. Eerst de timmerman, schrijnwerker of meubelmaker die het profiel maakt, daarna de houtsnijder of beeldhouwer eventueel gevolgd door de vergulder. Gesigneerde lijsten komen zelden voor. Als er al iemand wordt genoemd op de lijst dan is het de lijstenmakerij en niet de vervaardiger zelf.14 Toch kan men soms de reisgeschiedenis van een lijst volgen door goed te kijken naar de achterkant. Het zijn de handelaren, veilinghuizen, transportbedrijven, museummedewerkers en de douane die informatie toevoegen aan de achterzijde van de lijst, bijvoorbeeld voor transport en verkoop of in het geval van een bruikleen.

Afb. 4 Lakzegel van een handelaar of verzamelaar

13 14

H. Baija, restaurator lijsten, Rijksmuseum, Amsterdam, interview 25-2-2010. e C. Grimm, Alte Bilderrahmen Epochen – Typen – Material (2 druk; München 1979) 11.

12

Museummedewerkers

kennen

een

registratienummer

toe,

meestal

aan

het

schilderstuk, tot op heden in mindere mate aan de lijst. Bijzondere historische informatie geven rode, witte en blauwe stippen op de achterzijde van een schilderijlijst in de collectie van het Rijksmuseum. Deze stippen zijn in de jaren ‘30 van de twintigste eeuw aangebracht op het nationaal kunstbezit in verband met de toenemende gespannen situatie in Europa en de oorlogsdreiging. Mocht het zover komen dat de collectie geëvacueerd moest worden, dan waren de kunstwerken met de rode stip (de topcollectie en onvervangbaar) het eerst aan de beurt om gered te worden. Daarna volgden de stukken met de witte stip (de belangrijke) en daarna eventueel nog de blauwe (de vervangbare).15 In het tijdschrift Oog van het Rijksmuseum is een artikel gepubliceerd over de informatie op de achterkant van een schilderij.16 Het betreft hier een klein zelfportret van de schilder Caspar Netscher (1639-1684). Op de achterkant van het schilderstuk zit een brief, geschreven door een achterachterkleinkind van de zeventiende-eeuwse schilder. De brief is een lofzang op de schilder en heeft documentaire waarde. Uit onderstaande foto blijkt dat er voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog voor gekozen is zowel de lijst als het schilderstuk te voorzien van een witte stip waardoor een stukje tekst van de brief niet meer leesbaar is.

Afb. 5 Brief over de schilder Caspar Netscher

15 16

W. Hoeben, hoofd beheer en behoud, Rijksmuseum Amsterdam, interview 26-3-2010. F. Truijens, ‘De achterkant‘, Oog 4/2009 (Amsterdam september 2009) 122.

13

Conclusie Een schilderijlijst heeft verschillende betekenissen en bevat allerlei informatie. Er is echter nog maar weinig informatie gedocumenteerd. Lange tijd hebben musea het belang niet ingezien van het documenteren en registreren van de schilderijlijst. Dat betreft niet alleen het registreren van de uiterlijke kenmerken, maar ook de verhalen die erachter zitten. De lijst krijgt meer betekenis als de context bekend is. Wat nu nog in de hoofden van de conservatoren zit, moet voor latere generaties gedocumenteerd worden anders gaat het voorgoed verloren. Hierover gaat hoofdstuk 3.1. Eerst moet er echter een cultuuromslag plaatsvinden in de museumbranche waarbij de lijst op juiste waarde wordt geschat. Pas dan zal de lijst de aandacht krijgen die het volgens mij verdient.

14

2.
2.1

Aandacht voor schilderijlijsten
Websites, tentoonstellingen, catalogi en opleidingen

Wanneer een museumbezoeker naar een schilderij kijkt kan hij op het tekstbordje informatie vinden over de vervaardiger, wat het schilderij voorstelt en uit welke tijd het stamt. Mijn ogen dwalen echter al snel af naar de schilderijlijst en ik denk dan: 'Wat een vakwerk, wie heeft deze lijst gemaakt, in welke tijd, in welke modestijl en hoort de lijst wel bij dit schilderij?' Op de tekstbordjes naast het schilderstuk wordt echter zelden of nooit informatie gevonden over de lijst of de vervaardiger. Ook in de bestands- of tentoonstellingscatalogi vindt men nauwelijks informatie over de lijsten; meestal zijn alleen de schilderstukken afgebeeld, zonder lijst. Het maken van lijsten is een eeuwenoud vak en oude lijsten zijn in mijn ogen vaak kunstwerken op zich. Ik wil informatie vinden over de vervaardiger of over het timmerliedengilde waarin hij werkte. Of wellicht bij welk schilderstuk deze lijst oorspronkelijk hoorde. Kortom, deze museumbezoekster wil meer informatie over de schilderijlijst kunnen vinden! Voor de moderne virtuele bezoeker moeten op de website de verhalen achter het object ontsloten worden. Ik adviseer hiervoor samenwerking met andere erfgoedinstellingen zoals archieven. Daar ligt interessante informatie over bijvoorbeeld timmerliedengilden, kasboeken van handelaren en correspondentie tussen een schilder en een lijstenmaker. Indien al deze informatie op één plek te vinden is voor de bezoeker waant hij zich in een werkelijk kenniscentrum. Websites en bestands- of tentoonstellingscatalogi In de catalogi staan de schilderstukken meestal afgebeeld zonder lijst, zo ook op de meeste ansichtkaarten. Op hun websites tonen vele musea hun collectie. Per provincie is de gezamenlijke collectie van de musea ook nog apart online te raadplegen. Dit is meestal voorzien van een verhaal over het schilderstuk zelf. Ook hier is helaas op een enkele uitzondering na geen enkele schilderijlijst te zien. Het benoemen van een ‘oorspronkelijke’ lijst houdt natuurlijk een risico in; echt honderd procent zeker weet men dat zelden. Ik vind dat het afbeelden van schilderwerken mét de schilderijlijst in catalogi voor latere generaties informatie vastlegt over de omlijsting in een bepaalde tijd. Op oude interieurfoto’s zijn de lijsten nog wel te zien zoals op de Beeldbank van het Nationaal Archief.17

17

http://beeldbank.nationaalarchief.nl/nl/afbeeldingen/indeling/gallery/sortering/relevantie/q/zoekveld/schilder ij (Schilderijen op de Beeldbank Nationaal Archief)(geraadpleegd 15-5-2010).

15

Gini Kingma, restaurator lijsten bij het Rijksmuseum Twenthe, vertelt dat het traditie is om de schilderstukken uit de lijst te halen en daarna pas te fotograferen.18 Zij vermoedt dat dit niet eenvoudig te doorbreken is. Eén van de redenen daarvoor is dat de geschiedenis van de omlijsting vaak onbekend is. Veel lijsten zijn niet oorspronkelijk; hoe verder weg in de tijd hoe minder oorspronkelijke lijsten er zijn. Zelfs als de lijst wel oorspronkelijk is, is het niet zeker dat de kunstenaar de combinatie van lijst en doek heeft gekozen. Dit kan ook de opdrachtgever of de kunsthandelaar geweest zijn. Ton van Loon, restaurator bij het ICN in Rijswijk, geeft nog een extra reden op voor het fotograferen van de schilderstukken zonder lijst.19 Namelijk dat de schilderijlijst als driedimensionaal object wat betreft lichtval en reflectie moeilijk vast te leggen is in combinatie met een vlak schilderstuk. Hij merkt op dat indien men een reflectieloze opname wil hebben van de schilderijlijst en het schilderstuk samen, deze objecten in de praktijk onafhankelijk van elkaar worden gefotografeerd. Na het bewerken van de opnamen worden ze met een programma als Photoshop weer in elkaar gezet. Het Rijksmuseum Amsterdam heeft een website met een uitgebreide zoekfunctie om de collectie online te bekijken.20 Met de zoekterm ‘schilderijlijst’ kan men eenvoudig in de collectie zoeken. Op het moment van dit schrijven, april 2010, vind ik 44 lijsten op de site, zowel schilderij- als spiegellijsten, van sommige lijsten is namelijk niet bekend of ze oorspronkelijk om een schilderstuk of een spiegel hebben gezeten. Per lijst met een eigen objectnummer zijn er gegevens gedocumenteerd over de ornamenten, het materiaal, periode, techniek, plaats van vervaardiging, afmetingen, datum verwerving, verwervingswijze en, indien bekend, bij welk schilderstuk het hoort met het inventarisnummer van het schilderstuk. De meeste lijsten vallen onder de collectie meubelen. Er is echter ook een beschilderde lijst die valt onder de collectie schilderijen. Van de meeste lijsten staat op dit moment nog geen afbeelding op de website. De Duitse kunsthistoricus en museoloog Wilhelm von Bode (1845-1929) heeft laat in de negentiende eeuw kunstwerken thematisch op zaal gepresenteerd in lijsten die hoorden bij de stijlperiode van het schilderstuk. Tevens heeft hij het initiatief genomen om in de Berlijnse kunstcatalogi de originele schilderijlijsten bij het schilderstuk te tonen en deze als origineel aan te tekenen.21
18 19

G. Kingma, restaurator lijsten, Rijksmuseum Twenthe, Enschede, interview 16-3-2010. T. van Loon, restaurator ICN Rijswijk, ICN expertmeeting schilderijlijsten, 22-4-2010. 20 http://www.rijksmuseum.nl/wetenschap/?lang=nl (Online onderzoek Rijksmuseum)(geraadpleegd 3-42010). 21 Grimm, Alte Bilderrahmen, 12.

16

Het Rijksmuseum Amsterdam belichtte in 1984 de schilderijlijst als kunstwerk. Dit gebeurde bij de tentoonstelling en in de bijbehorende tentoonstellingscatalogus Prijst de Lijst. De Hollandse schilderijlijst in de zeventiende eeuw van P.J.J. van Thiel en C.J. de Bruyn Kops (Den Haag 1984). Twee van de topstukken van het Rijksmuseum Twenthe zullen vanwege hun bijzondere lijsten met kwabornamenten nooit een nieuwe lijst krijgen; daarvoor zijn ze te uniek. In de museumwinkel zijn dan ook ansichtkaarten te koop waarop de schilderstukken mét lijst zijn afgebeeld. Op hun website echter, staan wel de schilderstukken, maar niet de lijsten afgebeeld.22

Afb. 6 Ansichtkaart van het schilderstuk met lijst

Afb. 7 Het schilderstuk op de website

Het Victoria and Albert Museum in Londen heeft in 2008 onderzoek gedaan naar zijn collectie Italiaanse Renaissance lijsten. Dit heeft geleid tot het boek Italian Renaissance frames at the V&A. A technical study.23 Dit boek, geschreven door Christine Powell en Zoë Allen, bevat veel detailfoto’s van zowel de voor- als achterzijde van de lijsten en gaat in op de gebruikte technieken en materialen.

22

http://www.rijksmuseumtwenthe.nl/ventura/engine.php?Cmd=see&P_site=812&P_self=484&PMax=Blader en&PSkip=0 (Collectie Rijksmuseum Twenthe)(geraadpleegd 3-4-2010). 23 http://www.vandashop.com/product.php?xProd=5486&xSec=339&navlock=1 (V&A Museum. Italian Renaissance frames at the V&A. A technical study)(geraadpleegd 6-5-2010).

17

Rondleidingen en tentoonstellingen Zeer bijzonder is het te noemen dat het Rijksmuseum Twenthe één van de weinige musea is die rondleidingen aanbiedt, geleid door Gini Kingma langs de schilderijlijsten in de zalen.24 Als restaurator weet zij ontzettend veel en boeiend te vertellen over de geschiedenis, het behoud, de status, de functie, de stijl en details van de lijst. Bijvoorbeeld hoe de lijst en de kleur er voor kunnen zorgen dat de blik van de bezoeker naar het doek wordt getrokken. In 2007 heeft hetzelfde museum door middel van een bijzonder project ‘Restauratie op zaal’ speciale aandacht aan de restauratie van schilderstukken en lijsten geschonken. Dit project is zeer succesvol geweest. Het heeft veel publieke aandacht gehad en op de website van het Rijksmuseum Twenthe is hier nog steeds uitgebreide informatie over te vinden.25 Pas lang na de in het vorige stukje genoemde tentoonstelling van het Rijksmuseum Amsterdam in 1984 namen de tentoonstellingen over schilderijlijsten toe. Ook buiten Nederland zijn er af en toe tentoonstellingen over schilderijlijsten. De National Portrait Gallery in Londen heeft in de winter van 1996/1997 de tentoonstelling ‘The Art of the Picture Frame’ georganiseerd; een tentoonstelling over de ontwikkeling van de stijlen van Britse schilderijlijsten door de eeuwen heen. Hoofdconservator Jacob Simon is de samensteller van de tentoonstelling geweest en tevens schrijver van het naar de tentoonstelling genoemde boek. In het kader van dit afstudeeronderzoek heeft deze zeer bevlogen conservator mij zijn medewerking verleend bij het vergelijken van hoe men over lijsten denkt in Nederlandse en Britse musea. In 2008 hebben de Deense schilderijlijsten van de middeleeuwen tot de eenentwintigste eeuw aandacht gekregen bij de tentoonstelling ‘Frames – State of the Art’, in het Statens Museum for Kunst (SMK) in Kopenhagen. Voor deze expositie is een catalogus uitgekomen, Frames, State of the art, geschreven door conservator Henrik Bjerre en kunsthistorica Jannie Henriette Linnemann.26

24 25

G. Kingma, restaurator lijsten, Rijksmuseum Twenthe, Enschede, interview 16-3-2010.

http://www.rijksmuseumtwenthe.nl/ventura/engine.php?Cmd=see&P_site=811&P_self=907&PMax=0&PSk ip=0&Wormholed=1 (Rijksmuseum Twenthe, restauratie op zaal)(geraadpleegd 3-4-2010). 26 http://www.artdaily.org/index.asp?int_sec=11&int_new=23451&int_modo=2 (Kunstartikel over de tentoonstelling Frames – State of the Art)(geraadpleegd 30-4-2010.)

18

Het Weense Liechtenstein Museum heeft in 2009 de tentoonstelling ‘Halt und Zierde. Das Bild und sein Rahmen’ gehouden over lijsten van de middeleeuwen tot en met de negentiende eeuw.27 In het voorjaar van 2010 is de in het vorige hoofdstuk genoemde tentoonstelling ‘Frames and their History’ geweest in de Alte Pinakothek van München over schilderijlijsten aan het hof. Het bijbehorende boek met een overzicht van Duitse lijsten is van de hand van conservator Helge Siefert en kunstenares Verena Friedrich en heeft de titel Rahmenkunst: Auf Spurensuche in den alten Pinakothek.28 Opleidingen Ik vind de vraag interessant of de schilderijlijst vergeleken met het schilderstuk in een museum zo weinig aandacht krijgt vanwege het feit dat bij de diverse opleidingen aandacht voor de lijst nagenoeg geheel ontbreekt. Ik heb de afgelopen maanden tijdens diverse interviews en bijeenkomsten restauratoren, conservatoren en studenten kunstgeschiedenis gevraagd naar hun mening op dit gebied. Hieronder staat een overzicht van mijn bevindingen. • Diverse restauratoren merken op dat de universitaire opleiding tot restaurator wel een workshop vergulden en polychromie biedt, maar dat men zich niet verder kan specialiseren in die richting.29 • Studenten die worden opgeleid tot restaurator geven aan uit te wijken naar opleidingen in België, Engeland of Frankrijk voor een aanvullende studie op het gebied van vergulden. • Hubert Baija, senior restaurator bij het Rijksmuseum en verder onder meer gastdocent aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), geeft aan dat er op dit moment bij de studie ‘Conservering en restauratie van cultureel erfgoed’ nog geen afstudeerrichting is voor vergulden en polychromie.30 Dit is echter wel door hem aangekaart bij de Universiteit van Amsterdam en er is sprake van een nieuw vak of module ‘conservering en restauratie; vergulden en polychromie’ dat wellicht in de nabije toekomst gerealiseerd gaat worden bij de universiteit.

http://www.liechtensteinmuseum.at/de/pages/2564.asp (Liechtenstein Museum lijsten tentoonstelling)(geraadpleegd 13-5-2010).
28

27

http://www.weltexpress.info/cms/index.php?id=6&tx_ttnews%5Btt_news%5D=25901&tx_ttnews%5BbackP id%5D=549&cHash=485e577572 (Kunstartikel over de tentoonstelling Frames and their History)(geraadpleegd 30-4-2010). 29 Diverse freelance restauratoren lijsten, ICN expertmeeting schilderijlijsten, 20-11-2009. 30 H. Baija, restaurator lijsten, Rijksmuseum, Amsterdam, interview 25-2-2010.

19

In Deventer heeft men van 2003 tot 2009 kunnen studeren aan de Ornamenten Beeldsnij Academie, een particuliere opleiding.31 Na vier jaar studeerde men af als gezel en na twee aanvullende studiejaren als meester-snijder. Helaas is het lesprogramma gestopt. Volgens de informatie op de website omdat het moeilijk gebleken is instanties te overtuigen van de noodzaak dit oude ambacht te behouden. De academie biedt nog wel na- en bijscholingscursussen voor restauratoren, schilders, meubelmakers, lijstenmakers en beeldhouwers. De academie neemt tevens projecten en opdrachten aan die een cultuurhistorische waarde hebben. Dat zijn veelal reconstructies en restauraties aan waardevolle historische gebouwen en interieurs. Na een aantal jaren van projecten wil de academie weer starten met de zesjarige opleiding tot ornament- en beeldsnijder.

Op de Reinwardt Academie wordt bij de HBO opleiding Museologie/Cultureel Erfgoed les gegeven in meubelstijlen en -vormen waarbij deze vergeleken worden met de verschillende stijlen in de architectuur. De schilderijlijsten worden daarbij niet genoemd terwijl die toch dezelfde stijlen en ornamenten kennen.

Het Landelijk Contact van Museumconsulenten (LCM) geeft aan medewerkers van musea de basiscursus ‘Informatiebeheer in musea’. Het zou een stap vooruit kunnen betekenen om al tijdens deze cursus de schilderijlijsten als aparte deelcollectie te behandelen. De desbetreffende docent, Arno Stam, heb ik hierover benaderd. Hij geeft aan dat het LCM zeker geïnteresseerd is in de aanbevelingen van dit onderzoek en dat de consulenten van het LCM de kennis over de schilderijlijsten kunnen uitdragen tijdens de cursussen.

Het LCM werkt samen met MovE, Musea Oost-Vlaanderen in Evolutie, een project van het provinciebestuur Oost-Vlaanderen. Deze samenwerking heeft in 2006 geleid tot het MovE Invulboek, Handleiding gebaseerd is op Spectrum.32 In maart 2010 heb ik Mieke Van Doorselaer, museumconsulent provincie OostVlaanderen en initiatiefnemer van MovE, benaderd met de vraag over het noemen van de lijsten als aparte deelcollectie. bij digitale collectie- en objectregistratie, een hulpmiddel bij objectregistratie dat onder andere

http://www.ornament-enbeeldsnijacademie.nl/ (HBO opleiding)(geraadpleegd 20-4-2010). http://www.museuminzicht.be/public/musea_werk/invulboek/historiek/index.cfm (MovE invulboek)(geraadpleegd 4-3-2010).
32

31

20

Mieke heeft dit besproken in een overleg met museumconsulenten in Vlaanderen en de stuurgroep van MovE. Een aantal Vlaamse musea heeft hierbij aangegeven het interessant te vinden om lijsten te gaan registreren, maar zij hebben momenteel geen behoefte aan een databank. • De universitaire studie kunstgeschiedenis heeft de afgelopen jaren in Groningen, Utrecht en Amsterdam (zowel de Universiteit van Amsterdam als de Vrije Universiteit) geen aandacht geschonken aan schilderijlijsten, aldus diverse studenten of zojuist afgestudeerden die ik heb gesproken op de expertmeetings van het ICN. Mijn mening is dat als de opleidingen beginnen met de schilderijlijst onder de aandacht te brengen bij de studenten en cursisten, dit verandering teweeg zal brengen in de gedachtegang en werkwijze van museummedewerkers. Het probleem bij de wortel aanpakken dus. Als meerdere opleidingen en instanties de lijst waarderen en onder de aandacht brengen, zal in de toekomst de documentatie beter gedaan worden en gaat belangrijke informatie over de lijsten en de lijstenmakers niet verloren. Het is belangrijk dat niet alleen de registrator documenteert, maar ook de conservator en een eventueel aanwezige archivaris of tentoonstellingsmaker, zodat het de erfgoedcollega’s, maar ook de onderzoeker of ander geïnteresseerd publiek, mogelijk wordt gemaakt de informatie digitaal te vinden.

2.2

Kunstobject of middel?

De vraag is of in het cultureel erfgoed de schilderijlijst gezien wordt als een kunstobject, als kunstnijverheid of slechts als middel ter bescherming en stabilisering van het schilderstuk en om deze veilig op te kunnen hangen. Een soortgelijke vraag stelt Eva Mendgen in haar boek In Perfect Harmony Picture + Frame 1850-1920, namelijk: ‘Art or Decoration?’.33 Zoals genoemd zijn diverse schilderijen van Jan Toorop en Gustav Klimt hier goede voorbeelden van. Het valt echter nog niet mee om op het internet een afbeelding te vinden van het schilderstuk mét lijst!
Afb. 8 Judith und Holofernes, door Gustav Klimt

33

E. Mendgen e.a., In Perfect Harmony Picture + Frame 1850-1920 (Zwolle 1995) 97.

21

Onderstaande afbeelding van een bordje uit het oude depot van het Rijksmuseum Amsterdam wekt bij mij de indruk dat de schilderijlijst gezien wordt als hulpmiddel. Het geeft prachtig een tijdsbeeld weer.

Afb. 9 Depotbordje Rijksmuseum, Depot V Schilderijlijsten en Gebruiksmeubilair

In 1984, bij de tentoonstelling ‘Prijst de Lijst. De Hollandse schilderijlijst in de zeventiende eeuw’ in het Rijksmuseum te Amsterdam en de gelijknamige catalogus krijgt de lijst alle aandacht en wordt deze als kunstwerk belicht.34 Deze tentoonstelling is een omslag in het denken over de schilderijlijsten. Het schilderstuk heeft immers jarenlang bij het vakgebied schilderkunst gehoord en de lijst bij het vakgebied kunstnijverheid. We zijn nu 25 jaar verder, hoe denken de kunstmusea in de eenentwintigste eeuw over schilderijlijsten?

34

Van Thiel en De Bruyn Kops, Prijst de Lijst, 11.

22

Anno 2010 Tijdens een expertmeeting van het ICN over schilderijlijsten in Nederland, in november 2009, zijn ongeveer dertig deelnemers de discussie aangegaan. Dit zijn onder andere conservatoren, collectiemanagers en registrators van diverse Nederlandse kunstmusea en restauratoren en medewerkers van het ICN. Ik had het genoegen daarbij aanwezig te zijn als studente van de Reinwardt Academie en deelnemer aan het ICN-project . Ik ben ook aanwezig geweest bij de tweede expertmeeting in april 2010. Tijdens deze bijeenkomsten is er door de aanwezigen gebrainstormd over diverse onderwerpen op het gebied van lijsten en zijn er ervaringen uitgewisseld. Onderwerpen die ter sprake kwamen zijn het wel of niet registreren van lijsten, de behoefte aan een thesaurus, waar op te letten bij vervanging van lijsten, het opstellen van een ethische code, wenselijke verbeteringen in het onderwijs voor restauratoren en kunsthistorici én of de lijst een kunstwerk is of niet. De meningen over dit laatste vraagstuk zijn verdeeld. Sommige lijsten hebben museale en kunsthistorische waarde, andere worden weer alleen als hulpmiddel gezien. Het is belangrijk dat de waardebepaling van een schilderijlijst een objectieve keuze is. Het ICN wil in samenspraak met de conservatoren en restauratoren richtlijnen en criteria opstellen voor het waarderen van lijsten in de toekomst. In de enquête die ik voor dit afstudeeronderzoek gehouden heb wordt de vraag gesteld of men de lijst ziet als volwaardig onderdeel van de collectie. Hierop is het antwoord ongeveer fifty-fifty. De uitkomst van de enquête staat in bijlage VII en wordt verder besproken in hoofdstuk 5.1. In september 2009 heb ik deelgenomen aan een studiereis van de Reinwardt Academie naar Londen. Dé gelegenheid om enkele erfgoedspecialisten uit Engeland te spreken. In diverse hoofdstukken van deze scriptie vindt u de meningen van de Britse geïnterviewden terug. Gerry Alabone, hoofd beheer en behoud van lijsten bij The Tate Museum in Londen, meent dat niet alle lijsten als kunstwerken gezien kunnen worden en dat men lange tijd van mening is geweest dat de lijst slechts een aanvulling was op het schilderstuk en er geen onderdeel van uitmaakte.35 Zijn interesse gaat momenteel juist wel uit naar de relatie tussen de lijst en het schilderstuk en de manier waarop de lijst waarde en betekenis geeft aan het schilderstuk. Ook onderzoekt hij de context waarin de lijst en het schilderstuk samen getoond zijn geweest.

35

G. Alabone, hoofdconservator lijsten, Tate Museum, Londen, interview 2-11-2009.

23

Jacob Simon, hoofdconservator, en zijn collega Richard Hallas, restaurator, beiden van de National Portrait Gallery, Londen, delen de mening dat niet alle lijsten kunstwerken zijn.36 Voor hen geldt dat de historische waarde en uniekheid van een lijst mede de museale waarde van een lijst bepalen. Conclusie Niet elke lijst verdient de titel ‘kunstwerk’. Toch is het belangrijk om te erkennen dat de lijst en het schilderstuk twee aparte onderdelen zijn, die samen of los van elkaar kunnen bestaan. Sommige lijsten hebben om meerdere schilderstukken gezeten en van veel schilderstukken is de lijst vervangen. Als deze informatie niet wordt gedocumenteerd gaan deze verhalen verloren. Voor het registreren van schilderijlijsten is het belangrijk de lijsten als aparte deelcollectie te beschouwen. Dit wordt beschreven in hoofdstuk 3.1. Om de lijst meer onder de aandacht te krijgen heb ik contact gezocht met onder andere het LCM, de Reinwardt Academie en het Vlaamse MovE. Zij zullen door mij geïnformeerd worden over de uitkomst van het onderzoek en zij hebben aangegeven open te staan voor aanpassingen in hun lesmateriaal en documentatie. Het ICN adviseer ik om op deze bereidheid tot aanpassen in te springen en hier een vervolg aan te geven om een zo breed mogelijk draagvlak te creëren voor de lijst als aparte deelcollectie. Om in de behoefte van de moderne virtuele museumbezoeker te voorzien, raad ik aan te gaan samenwerken met andere erfgoedinstellingen zoals archieven. Zij hebben veel achtergrondinformatie over lijstenmakers, handelaren en gilden.

36

J. Simon, hoofdconservator, en R. Hallas, restaurator, National Portrait Gallery, Londen, interview 3009-2009.

24

3.
3.1

Registratie van schilderijlijsten
Registratie en thesaurus

Al voor het onderzoek begint bestaat bij mij het vermoeden dat in veel musea de schilderijlijst niet apart van het schilderstuk wordt geregistreerd. In de zomer van 2009 heb ik hiernaar geïnformeerd bij ongeveer tien musea waar medestudenten werken. Ze registreren nagenoeg allemaal volgens dezelfde werkwijze: het schilderstuk staat geregistreerd als museumobject met daarbij alleen de vermelding of er wel of niet een lijst omheen zit, aangevuld met de binnen- en buitenmaten van de lijst. In februari en maart 2010 heeft het daadwerkelijke afstudeeronderzoek plaatsgevonden. Van de 37 musea die aan de enquête meegewerkt hebben, zijn er slechts tien die aangeven hun lijsten te hebben geregistreerd, maar dat zijn in totaal wel ongeveer tweeduizend geregistreerde lijsten. De 37 musea hebben in totaal ruim 3500 lege lijsten. Voor het ICN is het interessant van deze tien musea te vernemen hoe zij de registratie van de lijsten hebben aangepakt. Wellicht kan er een effectieve werkwijze uit ontwikkeld worden. Belang van registratie In diverse Nederlandse museumdepots hangen waarschijnlijk een paar duizend lege schilderijlijsten die nergens geregistreerd staan. Op papier bestaat de deelcollectie schilderijlijsten bij deze musea niet. Dit heeft tot gevolg dat men bij verlies, diefstal of brand niet zeker weet wat men in huis heeft gehad. De aanwezige kennis over deze lijsten is dan wellicht ook niet gedocumenteerd. Voor zover deze kennis nog in de hoofden van de medewerkers zit, loopt men het risico dat met het wegvallen van deze collega’s de kennis verloren gaat. Bovendien zal men zich na verloop van tijd geen data of jaartallen nog precies weten te herinneren of nog weten om welk schilderstuk de lijst ooit gezeten heeft. Hereniging van de lijst met het schilderstuk wordt zo bijna onmogelijk. Of de lijst om een schilderstuk of om een spiegel heeft gezeten is ook niet altijd zeker. En als men zich de lijst nog weet te herinneren is de exacte standplaats onbekend. Informatie over verwerving, behandeling, opslag en bruikleen gaat verloren en conditierapporten ontbreken.

25

Als de lijsten niet worden geregistreerd kan men ook niet inventariseren wat men aan lijsten heeft; bijvoorbeeld uit een bepaalde periode. Een museum heeft soms mooie lijsten in het depot, maar kijkt er jaren niet naar om. Niemand zal er gebruik van maken en niemand kan er van genieten. Er worden nieuwe lijsten vervaardigd terwijl men wellicht een historische lijst in bruikleen had kunnen krijgen. Zolang de schilderijlijsten niet geregistreerd staan met bijvoorbeeld maten en stijlperiode kan men ze niet digitaal toegankelijk maken. Daardoor zal het ook niet mogelijk zijn om lijsten in bruikleen te geven waardoor de lijst het risico loopt voor altijd in het depot te blijven hangen. Registratie hoort bij efficiënt collectiebeheer. Registratie en fotografie bieden mogelijkheden voor onderzoek, het opzetten van een tentoonstelling en ontsluiting van de lijst aan het publiek. Bovendien is door registratie de informatie binnen handbereik voor alle museummedewerkers en maakt het bruikleen mogelijk. Registratie kost tijd en geld, maar voorkomt dubbel werk. Op termijn wint men dat terug vanwege het efficiënter kunnen aanpakken van taken. Benodigde informatie over de lijst kan men terugvinden in het systeem zonder de lijst te hanteren. Dit is beter voor de conditie van de lijst. Eerder onderzoek Specialist op het gebied van het registreren van lijsten is Christel Kordes, manager collecties bij het Stedelijk Museum Schiedam waar ik haar hebt opgezocht.37 In 1988 is zij op dit onderwerp afgestudeerd aan de Reinwardt Academie met in haar scriptie een complete ‘Handleiding voor het beschrijven van lijsten’, een ‘Nederlandse verklarende woordenlijst’ en talloze afbeeldingen van ornamenten.38 Zij heeft toentertijd een enquête gehouden onder lijstenmakers om informatie te verzamelen over terminologie, datering, houtsoorten, afwerkingtechnieken, hoekverbindingen en conservering. Haar scriptie bevat een lijst van benodigde velden (zie bijlage V) met zeer uitgebreide voorbeelden en beschrijvingen van de velden. Haar scriptie wordt door diverse Nederlandse musea gebruikt als leidraad, onder andere door het Rijksmuseum Amsterdam. Zij heeft in haar scriptie aangegeven, dat er twee extra velden vereist zijn om lijsten als zelfstandige objecten te kunnen registreren: • • ‘1e inlijsting’ om te noteren of het de oorspronkelijke lijst bij het schilderstuk is. ‘Relatie met’ om de relatie met een schilderstuk aan te geven.39

37 38

C. Kordes, manager collecties, Stedelijk Museum Schiedam, interview 11-3-2010. C. Kordes, Handleiding voor het beschrijven van lijsten; De Nederlandse verklarende woordenlijst (Den Haag 1988). 39 Ibidem, 3.

26

De praktijk bij het Rijksmuseum 1984-2010 Hubert Baija van het Rijksmuseum Amsterdam vertelt dat in 1984 stagiaires begonnen zijn met het registreren van een paar honderd lijsten in verband met de tentoonstelling ‘Prijst de Lijst’.40 De lege schilderijlijsten waren toen nog verspreid over zeven locaties in drie gebouwen. In de jaren ‘90 is hij betrokken geweest bij het opzetten van een lijstendepot in het kader van het Deltaplan voor Cultuurbehoud. Dit plan was bedoeld om collecties en depots op orde te brengen en zo verval van de collectie tegen te gaan. Vijfduizend van de circa zevenduizend lijsten in het Rijksmuseum zijn in gebruik rondom een schilderij. In 2003 heeft het Rijksmuseum van ongeveer vierduizend lijsten de buitenmaat en de dagmaat opgemeten en deze lijsten geregistreerd met een keuze uit de volgende uiterlijkheden: hout, goud, zwart, anders. Het registreren van de lijsten is nu, in april 2010, nog niet helemaal voltooid. Momenteel zijn een aantal lege lijsten, waarvan vaak niet bekend is bij welke schilderstukken de lijsten behoren, in kisten verpakt. Het museum heeft nu hulp van stagiaires die de lijsten uit de kisten registreren. Dit is een spoedproject in verband met de heropening van het Rijksmuseum. Ruim zesduizend van de totaal zevenduizend lijsten zijn nu geregistreerd. Deze stagiaires komen aan het woord tijdens de ICN expertmeeting van april 2010. Merel van Erp en Maarten van ’t Klooster studeren beiden kunstgeschiedenis. Zij leggen uit dat zij dit registratieproject van schilderijlijsten zijn gestart op 1 februari 2010 en dat zij sindsdien 1440 lijsten hebben geregistreerd. Dit houdt in: nummeren, opmeten en fotograferen. De door hen gebruikte registratievelden zijn opgenomen in bijlage VI. Zij fotograferen de lijst als geheel, de voor- en achterkant, de hoeken, de etiketten, de breuklijnen en de plaatsen waar inkortingen zichtbaar zijn. Zij proberen zoveel mogelijk de lijst te relateren aan een schilderstuk en een periode. Voor sommige motieven of onderdelen van de lijst bestond volgens hen nog geen term. Zij hebben er toen zelf een bedacht. Om uniformiteit te krijgen in de registratie is een thesaurus nodig. Ik heb hen gevraagd waar zij de informatie over de eerste inlijsting zetten. Zij geven aan dit te vermelden in een veld met bijzonderheden, waarop ik uitleg heb gegeven over het nut van het veld ‘eerste inlijsting’ zoals door Christel Kordes in 1988 geadviseerd is, zodat er ook daadwerkelijk en desnoods geïndexeerd op gezocht kan worden. De aanwezigen beaamden dat dit idee van Christel Kordes wel de oplossing daarvoor biedt, maar helaas nog niet toegepast wordt.41

40 41

H. Baija, restaurator lijsten, Rijksmuseum, Amsterdam, interview 25-2-2010. M. van Erp en M. van ‘t Klooster, studenten kunstgeschiedenis, ICN expertmeeting schilderijlijsten, 22-42010.

27

Overige musea Gerry Alabone van The Tate Londen geeft aan dat de lege lijsten die niet horen bij een schilderstuk, apart geregistreerd worden onder een speciale hiervoor gecreëerde serie nummers, de zogenaamde Tate Gallery Frames Survey (TGFS) nummers.42 The Tate beheert ongeveer vijfhonderd lege lijsten. Van een deel van de collectie lege lijsten is documentatie aanwezig en heel af en toe iets van de vervaardiger aan de hand van een label op de achterzijde van de lijst. Dit wordt allemaal geregistreerd. De registratie van de lege lijsten is nog niet heel uitgebreid, maar ze zijn op zijn minst genummerd en gefotografeerd. Jacob Simon van de National Portrait Gallery in Londen vertelt dat bij hen de lege lijsten apart op papier worden geregistreerd en niet worden vermeld bij het schilderstuk.43 Dit geldt ook voor de eventuele documentatie en informatie over de herkomst en vervaardiger. Deze registratie is zo uitgebreid mogelijk gedaan. De National Portrait Gallery heeft ongeveer tweehonderd lege lijsten. Adlib, TMS en MovE Musea kunnen bij registratiesystemen als Adlib en TMS een verzoek indienen voor uitbreiding van de velden. Technisch is het mogelijk het systeem aan te laten passen naar de wensen van elk museum op maat. Wellicht is het ook mogelijk dat er standaard voor elk museum een veld inkomt als ‘eerste inlijsting’ of ‘relatie met’. Hulp bij het correct registreren van objecten vind men in het MovE Invulboek ‘Handleiding bij digitale collectie- en objectregistratie’. Het is voor iedereen toegankelijk op het internet. In het invulboek kan eenvoudig gezocht worden op veldnaam, de namen van het programma Adlib museum Plus.44 Men vindt er ook bijkomende informatie in de ‘zoektips, documenten en voorbeelden’. Het invulboek maakt onderscheid tussen een minimale (volgens de CIDOC-normen45), een basis of een uitgebreide registratie waarbij telkens meer bijzonderheden gedocumenteerd kunnen worden. In het MovE Invulboek vindt men het veld ‘Omlijsting’, waar een type omlijsting ingevuld kan worden, zoals ‘lijst’, ‘passe-partout’ of ‘dia-omlijsting’.46
G. Alabone, hoofdconservator lijsten, Tate Museum, Londen, interview 2-11-2009. J. Simon, hoofdconservator, National Portrait Gallery, Londen, interview 30-09-2009. 44 http://www.museuminzicht.be/public/musea_werk/invulboek/zoekresultaat/index.cfm (MovE invulboek, zoek op veldnaam)(geraadpleegd 9-4-2010). 45 Internationale regels voor minimale objectregistratie, opgesteld door de International Documentation Committee van de International Council of Museums.
43 46 42

http://www.museuminzicht.be/public/musea_werk/invulboek/zoekresultaat/index.cfm?zoeken=eenvoudig& veldId=61&type=2 (MovE invulboek, veld Omlijsting)(geraadpleegd 9-4-2010).

28

Hieronder staat de uitkomst van MovE als ik zoek op veldnaam ‘Omlijsting’. Dit is een veld dat de mogelijkheid geeft om bij de beschrijving van het object, namelijk het schilderstuk zelf, meer informatie te geven over het soort omlijsting. Objecten Fysieke kenmerken Omlijsting *Omlijsting *Bijzonderheden

Hieronder staat de instructie voor het veld ‘Omlijsting’.47 Definitie Toelichting Schrijfwijze Dit veld is herhaalbaar. Opmerkingen Neem afmetingen van de lijst op bij de afmetingen van het object. In het veld "onderdeel" kan je de lijst vermelden. Voorbeelden Lijst, passe-partout, dia-omlijsting. Type omlijsting van het object. Vul het soort omlijsting in met één woord of term (bv dia-omlijsting, passe-partout, lijst).

Hieronder staat de instructie voor het veld ‘Bijzonderheden’ bij het veld ‘Omlijsting’.48 Definitie Bijzonderheden of bijkomende informatie over de omlijsting van het object. Beschrijf de uiterlijke kenmerken van de omlijsting (gedetailleerde beschrijving van de techniek en het materiaal van de omlijsting). Neem eventuele beschadigingen op. Neem de periode van vervaardiging op als de omlijsting in een andere periode dan het object vervaardigd is. Vermeld eventueel "origineel" of "niet origineel".

Toelichting

Schrijfwijze Opmerkingen Dit veld is herhaalbaar. Houten omlijsting met figuratief reliëf. Voorbeelden Originele lijst met vergulde ornamenten. Huidige lijst dateert uit de jaren ’50.

47

http://www.museuminzicht.be/public/musea_werk/invulboek/zoekresultaat/index.cfm?zoeken=eenvoudig& veldId=61&type=2 (MovE invulboek)(geraadpleegd 9-4-2010).
48

http://www.museuminzicht.be/public/musea_werk/invulboek/zoekresultaat/index.cfm?zoeken=uitgebreid&v eldId=62&type=3 (MovE invulboek)(geraadpleegd 9-4-2010).

29

Het veld voor eventuele bijzonderheden zoals het hier staat biedt helaas geen mogelijkheid om te zoeken op bepaalde trefwoorden of data zoals stijlperiode, maten, of een soort ornament of reliëf. Men kan de informatie dus wel kwijt bij ‘opmerkingen’, maar men kan ze eigenlijk niet goed ontsluiten. Ik adviseer om de schilderijlijst als zelfstandig object te registreren zodat er veel meer mogelijkheden zijn wat betreft invulvelden en dus ook voor zoekopties. Thesaurus In de scriptie van Christel Kordes staat een uitgebreid overzicht van trefwoorden zoals trefwoorden voor 65 verschillende lijsten en 40 soorten profielen.49 Daarnaast bevat de scriptie nog een lijst van de vele houtsoorten en ongeveer 150 soorten ornamenten. In een apart deel van haar scriptie worden 25 pagina’s gevuld met een alfabetische woordenlijst en 32 pagina’s met afbeeldingen van ornamenten en doorsneden van lijsten.50 Het lijkt mij ondenkbaar dat een registrator zonder een dergelijk naslagwerk op het gebied van lijsten een goede beschrijving van een schilderijlijst kan maken. Tijdens de ICN expertmeeting in november 2009 kwam naar voren dat er onder de museummedewerkers behoefte is aan een thesaurus op het gebied van schilderijlijsten. Deze vraag kwam ook aan bod in de enquête uitgevoerd voor dit afstudeeronderzoek. Zestien van de 37 respondenten geven aan een thesaurus wenselijk te vinden. Een basis is er in de benamingen van vormen, stijlen en ornamenten uit de architectuur en in de vorm van de scriptie van Christel Kordes. Op de website van Digitaal Erfgoed Nederland (DEN) worden 33 erfgoedthesauri genoemd zoals de Art & Architecture Thesaurus (AAT), maar ook thesauri speciaal voor volkenkundige musea, personen en instellingen, kostuums, terminologie voor de fruitteelt, verdedigingswerken enzovoort.51 De thesauri zijn samengesteld door Nederlandse en Belgische musea, bibliotheken en universiteiten die deze via de website van DEN delen met collega-instellingen. De thesauri zijn stuk voor stuk aan te klikken en men vindt dan informatie over de bron, inhoud, aantal termen, structuur, organisatie en onderhoud, maar helaas slechts in een enkel geval een link naar de betreffende URL. Een thesaurus speciaal voor het beschrijven van schilderijlijsten staat er nog niet bij.

C. Kordes, Handleiding voor het beschrijven van lijsten (Den Haag 1988) 52-55. C. Kordes, De Nederlandse verklarende woordenlijst (Den Haag 1988) 1-57. 51 http://matrix.den.nl/matrix.aspx?matrixid=terminologiebronnen&view=Digitaal_Erfgoed&page=1 (DEN, thesauri)(geraadpleegd 10-4-2010).
50

49

30

Voordat de definitieve versie van de thesaurus op de website van DEN wordt geplaatst kan vakkennis uitgewisseld worden met erfgoedprofessionals op de website van Collectiewijzer, een verzamelpunt van kennis en informatie.52 Men kan op de website een probleem of vraag neerleggen en advies vragen of geven. Behalve kennis delen kan men op deze website vakgenoten en opleidingen vinden op het gebied van beheer en behoud en online collecties bekijken. Bij de opzet van een lijstenthesaurus is het mijns inziens het meest optimaal als de verklaring van een term aangevuld wordt met een afbeelding. Dit om het voor de registrator werkbaar te maken de lijsten correct te beschrijven bij registratie. Voorkomen moet worden dat er nieuwe termen worden bedacht terwijl er wellicht al geschikte termen bekend zijn bij conservatoren en kunsthistorici. Door de thesaurus in de opbouwfase te ontsluiten via Collectiewijzer kunnen erfgoedcollega’s hun inbreng kenbaar maken. Advies Voordat het ICN overgaat tot het actief stimuleren van de Nederlandse kunstmusea om hun lijsten te registreren, is het mijn advies dat: • • • • • • het LCM of Erfgoed Nederland een cursus ontwikkelt voor lijstregistratie het MovE Invulboek wordt uitgebreid Adlib en TMS worden voorzien van extra velden waar nodig de terminologie wordt ge-update, eventueel via Collectiewijzer de terminologie wordt voorzien van afbeeldingen van lijsten en ornamenten de thesaurus digitaal beschikbaar wordt gesteld via DEN

Ik zou het boeiend vinden om verder onderzoek te doen naar de schilderijlijst inclusief archiefonderzoek naar de geschiedenis van de lijst, lijstenmakers, gilden, handelaren, veilinghuizen enzovoort. Of een onderzoek naar de reis die een lijst (of schilderstuk) heeft afgelegd zoals het geval is geweest in de periode rondom en tijdens de Tweede Wereldoorlog.53 Alle informatie uit die onderzoeken moet gedocumenteerd worden bij de registratie en zo ontsloten worden voor het publiek, onderzoekers, museummedewerkers en collega-musea.

52 53

http://www.collectiewijzer.nl/ (kennisuitwisseling beheer en behoud)(geraadpleegd 13-5-2010). J. Euwe, De Nederlandse Kunstmarkt 1940-1945 (Amersfoort 2007) 53.

31

3.2

Bruikleen en database

Musea verzamelen objecten, maar naar schatting 90% van de objecten bevindt zich in de museumdepots en is daardoor onzichtbaar voor het publiek. Lege lijsten vormen een klein aandeel van de collectie in de depots. Behoud, bruikleen, herplaatsing of vernietiging Eén van de doelen van een museum is het bewaren, behouden en veiligstellen van de collectie voor toekomstige generaties. Bovendien wil het museum de aan hem toevertrouwde collectie tonen aan het publiek. Daarbij wil bijna elk museum het liefst nog nieuwe doelgroepen daarvoor aantrekken. Bruikleenverkeer kan hier een hulpmiddel voor zijn en lacunes in de eigen collectie opvullen. Een museum kan met het in bruikleen nemen van objecten een bijzondere tentoonstelling maken. Het in bruikleen geven of nemen van objecten biedt het publiek de mogelijkheid objecten te bekijken die anders in een museumdepot of in het buitenland buiten het bereik van de bezoeker zouden zijn. Ik ben van mening dat bruikleen zowel voor de bezoekers als het museum van belang is. Pas na registratie van de lijsten beschikt het museum over een kunsthistorisch overzicht van zijn collectie lijsten. Met dit overzicht kan gekeken worden naar het verzamelbeleid en collectiebeleid. Daarna kunnen musea een selectie maken en besluiten tot behoud, restauratie of wellicht afstoten van de lijst. Op de nog te ontwikkelen database van lege lijsten zou een museum bijvoorbeeld aan moeten kunnen geven dat de lijst beschikbaar is voor bruikleen of dat het museum zelfs afstoten overweegt. Zo krijgen collega-musea de tijd om te onderzoeken of er voor hen een bruikbare lijst tussen zit voordat deze misschien op de herplaatsingdatabase van het ICN wordt gezet dat een groter bereik heeft wat betreft publiek. De ICN herplaatsingdatabase toont objecten die niet meer passen in de collecties van het ICN of andere collectiebeheerders.54 De objecten worden exclusief aangeboden aan openbare/professionele/niet-commerciële instellingen met een collectie, maar iedereen kan de beschikbare objecten bekijken. De voorwaarden voor toewijzing van de objecten worden bepaald door de aanbieder en kunnen per aanbieder verschillen.

54

http://www.herplaatsingsdatabase.nl/ (ICN herplaatsingdatabase)(geraadpleegd 11-4-2010).

32

Databases Een eerste vereiste is dat een museum weet wat een ander museum in de collectie heeft. Veel musea streven ernaar hun objecten of deelcollecties digitaal te ontsluiten. Musip is hier een voorbeeld van. De afgelopen jaren heeft dit Museum Inventarisatie Project ertoe geleid dat Nederlandse musea hun deelcollecties digitaal toegankelijk maken. Per provincie werken museumconsulenten van het LCM aan dit project. Indien op de website van Musip eenvoudig gezocht wordt naar ‘schilderijlijst’ vindt men twee musea die dit als deelcollectie aangemeld hebben: het Centraal Museum in Utrecht en het Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden.55 Dit is echter wel op het niveau van een deelcollectie; men kan niet het object zelf bekijken. DEN houdt bij welke digitaliseringprojecten er lopen.56 Bijvoorbeeld hoeveel projecten er lopen voor beeldbanken, Op de voor het opzetten is te van zien informatieplannen hoeveel en en erfgoedthesauri. website van DEN welke

erfgoedinstellingen bezig zijn met een digitaliseringproject, hoe het project heet en wat hun streven is. Op 6 maart 2010 zijn er 123 erfgoedinstellingen met een afgerond informatieplan en 35 instellingen hebben een informatieplan in ontwikkeling. Zolang de Nederlandse kunstmusea de schilderijlijsten niet als een aparte deelcollectie zien en registreren zullen deze ook niet digitaal ontsloten kunnen worden. Het ICN wil weten of er bij de musea behoefte is aan een databank van lege schilderijlijsten die het bruikleenverkeer tussen musea kan vergemakkelijken. Bij de enquête heeft ruim de helft van de respondenten aangegeven een databank nuttig te vinden en meer dan de helft wil hiervoor hun lijsten (verder) gaan registreren en fotograferen. Hiervoor is ook behoefte aan een thesaurus. Codart is een internationaal netwerk van conservatoren voor de collectie kunst uit Nederland en Vlaanderen wereldwijd.57 Op een congres van Codart in 2003 heeft Bernd Lindemann, directeur van de Gemäldegalerie in Berlijn, het idee geopperd voor het opzetten van een Europese database van schilderijlijsten met als doel langdurig bruikleen of uitwisseling van lijsten.58 Ik heb contact met hem gelegd om te informeren of er in Duitsland aan dit idee gevolg is gegeven. Hij heeft mij laten weten dat er helaas geen instituut bereid is gevonden dit te organiseren.
http://www.musip.nl/ (MusIP, zoekfunctie deelcollecties)(geraadpleegd 11-4-2010). http://www.den.nl/docs/20080715171731 (DEN, digitaliseringsprojecten)(geraadpleegd 10-4-2010). 57 http://www.codart.nl/ (Codart)(geraadpleegd 13-5-2010). 58 http://www.codart.nl/downloads/Courants/courant6.pdf (Codart Courant juni 2003)(geraadpleegd 13-52010).
56 55

33

Uit de enquête is naar voren gekomen dat de Nederlandse kunstmusea die deel hebben genomen aan de enquête veel meer lijsten laten vervaardigen dan dat er in bruikleen worden genomen. Ook worden er veel schilderijlijsten afgestoten. De vraag in de enquête over het afstoten maakt geen onderscheid tussen herplaatsen en vernietigen. Uit de antwoorden is hierdoor niet duidelijk hoe vaak er sprake is van herplaatsing en waar de musea de lijsten herplaatsen. Dit zou meer duidelijkheid hebben kunnen geven over het gemis of nut van een database. Ik verwacht dat door het opzetten van een database de uitwisseling van informatie en de mobiliteit van de collectie zal toenemen. Zonder een database van lege lijsten zal volgens mij het bruikleenverkeer van lijsten nagenoeg onmogelijk zijn. De lijst moet wat betreft stijl passen in de periode van het schilderstuk, maar ook nog eens de juiste afmetingen hebben. Registratie is van belang en gaat hieraan vooraf. Wim Hoeben van het Rijksmuseum merkt op dat eerder de lijsten vooral ten behoeve van een bruikleen werden geregistreerd en gedocumenteerd met fotomateriaal en conditiebeschrijving.59 Dit gebeurde niet omdat de lijst zo belangrijk was, maar puur om eventuele schade veroorzaakt tijdens een bruikleen aan te kunnen tonen. Bescherming van het schilderwerk is één van de taken van de lijst. Tegenwoordig wordt de lijst geregistreerd vanwege de toegenomen waardering van de lijst als kunstuiting. Dit is sinds de tentoonstelling ‘Prijst de Lijst’. De aan de expertmeetings deelnemende musea lijken bereidwillig om mee te werken aan het ICN-project. Hoewel de techniek het mogelijk maakt om een database op te zetten zal gebrek aan personeel hierop van invloed kunnen zijn. Het aannemen van stagiaires voor registratie van de lijsten kan de kosten drukken mits zij redelijk zelfstandig kunnen werken. De in Londen geïnterviewde conservatoren Gerry Alabone en Jacob Simon van respectievelijk The Tate Museum en de National Portrait Gallery geven aan dat er in Engeland geen inventarisatie is van het totaal van lege schilderijlijsten.60

59 60

W. Hoeben, hoofd beheer en behoud, Rijksmuseum Amsterdam, interview 26-3-2010. G. Alabone, hoofdconservator lijsten, Tate Museum, Londen, interview 2-11-2009. J. Simon, hoofdconservator, National Portrait Gallery, Londen, interview 30-09-2009.

34

Werkgroepen Het ICN is begonnen met het opzetten van werkgroepen, uit de deelnemers van de expertmeetings. Het gaat om drie werkgroepen: • • Terminologie, voor het samenstellen van een lijst met termen benodigd voor het beschrijven en registreren van (schilderij)lijsten. Restauratie, voor het opzetten van richtlijnen die handvaten aanreiken en kaders bieden voor ethische beslissingen die genomen moeten worden voor en tijdens het restauratieproces van (schilderij)lijsten. • Database, voor onderzoek naar de wenselijkheid en haalbaarheid om een database of een ander, goedkoper, instrument te bouwen, waarmee bruikleen van (schilderij)lijsten vergemakkelijkt kan worden. Tevens wordt onderzocht welke data deze database zou moeten bevatten. Het onderwerp restauratie komt aan bod in hoofdstuk 4.2. Conclusie Momenteel is er nagenoeg geen bruikleenverkeer van schilderijlijsten. Het bruikleenverkeer zal naar mijn mening pas toenemen als er een database is van lijsten. Zonder registratie is het echter niet mogelijk een database voor lijsten op te zetten. Om landelijk een uniforme werkwijze van registratie te bereiken heeft het ICN drie werkgroepen opgezet op het gebied van terminologie, restauratie en database. De werkgroepen, opleiding of begeleiding kosten tijd en geld maar op termijn bespaart men veel meer tijd bij het registreren en verdient men de investering terug.

35

4.
4.1

Aanpassingen schilderijlijsten in Nederland
Vervanging van lijsten

Eerste inlijsting Veel schilderstukken zitten niet meer in de oorspronkelijke lijst, hun primaire context. De lijsten zijn vervangen om verschillende redenen, zoals de in hoofdstuk 1.1 genoemde propaganda van Napoleon, de slechte conditie, houtworm, de smaak van een museumdirecteur of omdat ze niet meer bij het interieur passen wat betreft stijl en kleur. Deze feiten zijn interessant omdat ze iets vertellen over de geschiedenis en omdat ze zichtbaar maken hoe men in verschillende periodes dacht over het presenteren van kunst. Een simpele glaslat werd soms toegepast omdat de lijst anders zou wedijveren met het schilderstuk, maar ook wel omdat de schilder niet de financiële middelen had om een dure lijst te laten vervaardigen. Kunstkamers Welke lijsten er oorspronkelijk om een schilderstuk hebben gezeten is helaas vaak onbekend. Een bijzondere bron van informatie vormen schilderstukken die gemaakt zijn van de zogenaamde kunstkamers: afbeeldingen van kamers waarin allerlei belangrijke kunstwerken zijn uitgestald en de muren behangen zijn met schilderijen. In de zeventiende eeuw was dit een geliefd onderwerp voor schilders in Antwerpen. De op de kunstkamer afgebeelde schilderijen zijn vaak kopieën van bestaande kunstwerken en bekende meesters. Het is echter de vraag hoe realistisch deze afbeeldingen zijn. De kunstwerken zijn herkenbaar, maar zijn de daarbij afgebeelde lijsten naar werkelijkheid overgenomen of fictief? Het Mauritshuis in Den Haag heeft op het moment van dit schrijven de tentoonstelling ‘Kamers vol kunst in zeventiendeeeuws Antwerpen’ georganiseerd.61 Tijdens de ICN expertmeeting van april 2010 in het Mauritshuis bleken de kunstkamers een interessant onderwerp van discussie te zijn. Kunstkamervoorstellingen vertonen een combinatie van fantasie en werkelijkheid. Op de kunstkamervoorstellingen staan bijvoorbeeld kunstwerken afgebeeld met een gordijnroede aan de lijst, ter bescherming tegen schade door licht, stof en rook of ter onthulling. Hubert Baija van het Rijksmuseum heeft nog nooit roeden aangetroffen op schilderijlijsten. Wel zijn er soms gaten aanwezig die duiden op de aanwezigheid van roeden in het verleden. Enkele lijsten met roeden komen voor in de catalogus van ‘Prijst de Lijst’.62
61

De tentoonstelling ‘Kamers vol kunst in zeventiende-eeuws Antwerpen’ in het Mauritshuis is van 27 maart t/m 27 juni 2010. 62 Van Thiel en De Bruyn Kops, Prijst de Lijst, 302-304.

36

Met een gordijntje op een lijst in een kunstkamervoorstelling kan de schilder bedoelen dat het een belangrijk en kostbaar schilderij is. Dit hoeft niet te betekenen dat er daadwerkelijk een gordijntje aanwezig was. Verder merkt Hubert Baija op dat er veel onbeschilderde eiken lijsten staan afgebeeld op de diverse kunstkamervoorstellingen. Wellicht zijn eiken lijsten vaker gebruikt dan men tot nu toe heeft gedacht. Ook is gebleken dat een zelfde kunstwerk op twee kunstkamervoorstellingen voorkomt, maar afgebeeld in verschillende schilderijlijsten. Er is helaas geen zekerheid over de realiteit van de combinatie schilderstuk en schilderijlijsten op de afbeeldingen.63

Afb. 10 Willem van Haecht, Apelles schildert Campaspe. Mauritshuis, Den Haag

Interieurfoto’s van particulieren of musea tonen ook ingelijste schilderstukken. Men kan dit zien als bron van informatie, maar dan wel als momentopname. Het zegt niets over de oorspronkelijke inlijstingen. Vervanging Willem Sandberg heeft begin jaren ’30 van de twintigste eeuw als directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam veel lijsten vervangen om uniformiteit te krijgen bij de inrichting van het museum en om het schilderstuk alle aandacht te geven.64 Net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden de lijsten echter nog eens vervangen, nu door beschermende transportlijsten omdat de kunstwerken elders opgeslagen zouden worden. Na de oorlog behielden de schilderstukken deze beschermlatten als lijst.
63 64

A. van Suchtelen, conservator Mauritshuis, Den Haag, ICN expertmeeting schilderijlijsten, 22-4-2010. Mendgen e.a., In Perfect Harmony, 179.

37

Frederik Schmidt Degener heeft in het eerste kwart van de twintigste eeuw grote veranderingen aangebracht in de manier van presenteren van kunst in musea.65 Als directeur van Museum Boijmans in Rotterdam koos hij voor uniformiteit, symmetrie en rust op de wanden die voorheen vol hingen met schilderijen. Hij bedacht een harmonische en esthetische inrichting. In 1921 werd hij directeur van het Rijksmuseum Amsterdam. Daar scheidde hij de esthetische kunstcollectie van de collectie vaderlandse geschiedenis. Het is bij deze collectie vaderlandse geschiedenis met documentaire waarde dat de lijsten in de jaren ‘60 van de twintigste eeuw werden vervangen door de in hoofdstuk 1.1 genoemde Elffers-lijsten. In 1979 is er een artikel van P.J.J. van Thiel verschenen in het Bulletin van het Rijksmuseum over de geschiedenis van het inlijsten van schilderijen in het Rijksmuseum sinds 1800. Hubert Baija vertelt dat het Rijksmuseum de laatste jaren veel kunstwerken wereldwijd tentoonstelt en deze soms in speciale reislijsten worden gezet om beschadigingen aan de echte lijsten te voorkomen.66 Ook worden lijsten soms tijdelijk vervangen vanwege het plaatsen van klimaatdozen, omdat de maten van de oorspronkelijke lijst anders aangepast zouden moeten worden aan de maten van de klimaatdoos. Diverse nationale en internationale musea bestellen hun schilderijlijsten bij Lijstenmaker De Roo & Sainthill in Haarlem.67 Een andere ambachtelijke lijstenmakerfirma is Gehrings & Heijdenrijk.68 Ik heb een lijstenmaker bezocht die mij in 2009 was opgevallen in de NCRV reportage ‘Het Derde Testament’.69 Gregor Simoons is eigenaar van Gregor’s Lijsten in Spankeren.70 Hij werkt met een unieke collectie ornamentmodellen en mallen die hij heeft weten te verkrijgen via Wim de Jong van de Amsterdamse Firma Van Poelgeest. Hierbij zitten oorspronkelijke mallen van de Firma Sala uit Leiden, sommige zijn honderden jaren oud. Hiermee is het mogelijk om oude lijsten als het ware te kopiëren gebruikmakend van de oude mallen. Gregor Simoons zou graag de schilderstukken van Van Gogh omlijsten met de sierlijke door hem vervaardigde lijsten die Van Gogh zich niet kon veroorloven. Ik vind dat een interessant idee voor een tijdelijke tentoonstelling. Bezoekers verwachten in musea echter wel authenticiteit te vinden; daarom vind ik het wenselijk om op een tekstbordje de herkomst van de lijsten te vermelden.
http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn1/schmidt (Instituut voor Nederlandse Geschiedenis)(geraadpleegd 18-4-2010). 66 H. Baija, restaurator, Rijksmuseum, Amsterdam, ICN expertmeeting schilderijlijsten, 22-4-2010. 67 http://www.deroosainthill.com/ (Lijstenmaker De Roo & Sainthill)(geraadpleegd 13-5-2010). 68 http://www.gehringenheijdenrijk.nl/index.php?pid=1 (Lijstenmaker Gehring & Heijdenrijk)(geraadpleegd 13-5-2010). 69 http://www.gregorslijsten.nl/paginas/filmmallen.html (NCRV reportage Het Derde Testament) (geraadpleegd 24-2-2010). 70 G. Simoons, lijstenmaker, Gregor’s Lijsten, Spankeren, interview 25-2-2010.
65

38

Het Rijksmuseum Amsterdam toont zoveel mogelijk schilderstukken in hun oorspronkelijke lijst, dit is echter slechts een klein percentage. Indien er geen oorspronkelijke lijst meer is, worden antieke lijsten gebruikt die wat betreft stijl, periode en land passen bij het schilderstuk. Heeft deze lijst echter niet de juiste afmetingen dan geven zij uit respect voor de voorwerpen de voorkeur aan een replicalijst.71 In Londen sprak ik met Jacob Simon in de National Portrait Gallery over de wenselijkheid van de oorspronkelijke connectie van schilderstuk met lijst. Lopend langs de collectie zeventiende- en achttiende-eeuwse kunst werd duidelijk dat van de vele kunstwerken er slechts één of twee schilderstukken per zaal nog in de oorspronkelijke lijst zitten. In de zaal met negentiende-eeuwse kunst zijn dat er zes of zeven en bij de twintigste-eeuwse kunst zelfs tien tot twaalf per zaal. De schilderstukken uit de huidige eeuw zijn bijna allemaal in de originele lijst gevat. Jacob Simon benadrukte dat hij het helemaal niet erg vindt dat er een negentiende-eeuwse lijst om een zeventiende-eeuws kunstwerk zit omdat hij het gewoonweg mooi vindt staan en omdat er nu eenmaal geen originele lijst meer van is. Het is in zijn ogen een kwestie van accepteren. Dit is natuurlijk zijn persoonlijke mening en tijdgebonden. Een andere reden waarom een lijst uit een andere periode om het schilderstuk zit, kan zijn omdat de lijst geassocieerd wordt met de verzamelaar van het kunstwerk of met het tijdsbeeld van het museum. De National Portrait Gallery heeft een inventaris van lege lijsten op papier. In de toekomst wordt waarschijnlijk een deel van deze lijsten afgestoten en verkocht via een veilinghuis. Een klein deel wordt aan andere musea gegeven voor hergebruik, maar dit laatste komt niet vaak voor. De lijsten die een (kunst)historische waarde hebben zullen echter nooit afgestoten worden.72 Gerry Alabone van The Tate Museum geeft aan dat er tussen The Tate en andere Engelse musea geen bruikleenverkeer van lijsten is.73 Zij hebben echter recentelijk bij het inventariseren van hun lege lijsten ontdekt dat The Tate enkele lijsten heeft die oorspronkelijk bij schilderstukken van de National Gallery horen. Op de lijsten staan inscripties die verwijzen naar bepaalde schilderstukken. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat deze schilderstukken deel uitmaken van de collectie van de National Gallery. De musea zijn met elkaar in overleg over het overdragen van de lijsten.

71 72

H. Baija, ‘Let op de lijst! De context van het kader’, kM71 (Amsterdam 2009) 20-22, aldaar 20-21. J. Simon, hoofdconservator, National Portrait Gallery, Londen, interview 30-09-2009. 73 G. Alabone, hoofdconservator lijsten, Tate Museum, Londen, interview 2-11-2009.

39

In het vragenformulier van de enquête horende bij dit afstudeeronderzoek (zie bijlage III) komt het vervangen van lijsten ook aan de orde. Bij de 37 deelnemers is in de afgelopen vijf jaar slechts drie keer een lijst in bruikleen gegeven. Gezamenlijk laten zij echter per jaar wel 69 lijsten vervaardigen en worden er gemiddeld twee lijsten per jaar aangekocht op de kunstmarkt. Indien bruikleen mogelijk is wat betreft beschikbaarheid, stijl en afmetingen lijkt het mij een goede zaak hiervan gebruik te maken. Het museum kan de kosten voor het laten vervaardigen van een nieuwe lijst in mijn ogen beter besteden aan het restaureren van de in bruikleen gekregen lijst en die tentoonstellen. Gini Kingma van Rijksmuseum Twenthe geeft in het interview aan ook veel liever een bestaande lijst in bruikleen te nemen en te restaureren dan een nieuwe lijst te laten vervaardigen.74 Zo blijft het erfgoed behouden. Indien er geen bruikbare lege lijst is, laat men een lijst vervaardigen. Soms zijn hiervoor al bestaande voorbeelden van oorspronkelijke lijsten bekend en anders bezoekt zij een museum dat van dezelfde kunstenaar en periode een schilderstuk in de collectie heeft. Zij bepaalt samen met de conservator de stijl voor de nieuwe lijst die contemporain zal zijn met het doek. Een lijst die uniek is en een historische waarde heeft wordt zeker niet vervangen. Afstoten Schilderijlijsten die vervangen zijn, worden door musea bewaard in het depot. Of ze worden verkocht, geschonken of op andere manieren afgestoten. Een reden voor afstoten is bijvoorbeeld dat objecten ooit geschonken zijn en niet passen in het collectiebeleid. De Leidraad voor het Afstoten van Museale Objecten (LAMO) biedt een uitgebreid stappenplan en zorgvuldig uitgewerkte procedures.75 Ook is het mogelijk de lijsten aan te bieden op de in hoofdstuk 3.1 genoemde ICN herplaatsingdatabase.76 Veilinghuis Sotheby’s heeft in 2005 een veiling gehouden speciaal voor schilderijlijsten.77 Nederlandse musea kunnen ook terecht bij Veilinghuis E&VE in Parijs.78 Daarnaast heeft veilinghuis Bonhams speciale ‘frames sales’ in Knightsbridge, Londen.79 Ik pleit er echter voor dat musea daar lijsten aanschaffen en de veiling niet gebruiken om hun lijsten te laten veilen.

G. Kingma, restaurator lijsten, Rijksmuseum Twenthe, Enschede, interview 16-3-2010. http://www.icnkennisdossiers.nl/index.php?option=com_content&view=category&layout=blog&id=35&Itemid=90 (ICN Leidraad voor het Afstoten van Museale Objecten)(geraadpleegd 17-4-2010). 76 http://www.herplaatsingsdatabase.nl/ (ICN herplaatsingdatabase)(geraadpleegd 11-4-2010). 77 http://www.sothebys.com/app/paddleReg/paddlereg.do?dispatch=eventDetails&event_id=27576 (Sotheby’s veiling schilderijlijsten)(geraadpleegd 13-5-2010). 78 http://www.auctioneve.com/ (Veilinghuis E&VE in Parijs)(geraadpleegd 13-5-2010). 79 http://www.bonhams.com/cgi-bin/public.sh/pubweb/publicSite.r?sContinent=EUR&screen=framessale (Bonhams veiling van schilderijlijsten)(geraadpleegd 2-5-2010).
75

74

40

Uit de enquête is gebleken dat de deelnemende instellingen de laatste vijf jaar in totaal 704 lege lijsten hebben afgestoten. Vanwege de vraagstelling is niet duidelijk hoe vaak er is gekozen voor herplaatsing en hoe vaak voor vernietiging. In dezelfde periode zijn er echter maar drie lijsten in bruikleen gegeven. De vraag rijst of van herplaatsing daarom wellicht weinig sprake is geweest. Daar is door mij geen verder onderzoek naar gedaan. Deelnemers van de ICN expertmeeting in april 2010 vertellen over vernietiging van lijsten in een verder verleden. Dit is bijvoorbeeld in het Gemeentemuseum in Den Haag in 1996 gebeurd vanwege de opruiming van een kelder.80 Deze lijsten werden niet gezien als onderdeel van de collectie en hadden geen inventarisnummer. Dat hadden namelijk alleen de lijsten die op dat moment gezien werden als kunstobject. Het verhaal gaat dat in 1971 het Guggenheim Museum in New York alle lijsten verwijderd heeft van de aanwezige kunstwerken van Mondriaan bij het inrichten van een expositie van de kunstenaar. Ook van de werken die de Gemeente Den Haag van het Gemeentemuseum aan het Guggenheim in bruikleen had gegeven. De modernistische opvatting van architect Frank Lloyd Wright van het Guggenheim Museum dat moderne kunst zonder lijst tentoongesteld moest worden, heeft er bijna voor gezorgd dat twee containers lijsten afgevoerd werden. Hiervan is gelukkig één container gered dankzij het ingrijpen van de directeur van het Gemeentemuseum L. Wijsenbeek, die het bij de voorbezichtiging van de tentoonstelling opviel dat er geen lijsten meer om de in bruikleen gegeven kunstwerken zaten en navraag deed. Dit verhaal doet de ronde en is nooit tot op de bodem uitgezocht. Bovenstaande voorbeelden geven aan hoe men in het verleden over schilderijlijsten dacht. Er is geen rekening gehouden met het feit dat lijsten waarvan men op dat moment de waarde niet heeft ingezien in de toekomst wel waardevol zouden kunnen zijn. Hoe is dat anno 2010? De helft van de geënquêteerden heeft aangegeven de lijst als volwaardig onderdeel van de collectie te zien. Hierover leest u meer in hoofdstuk 5.1.

H. Janssen, hoofdconservator, Gemeentemuseum, Den Haag, ICN expertmeeting schilderijlijsten, 22-42010.

80

41

4.2

Ethiek bij restauratie en aanpassingen

Ethische code Conservering en restauratie hebben stabilisering en verbetering van de conditie van het object als belangrijkste doel. Werkzaamheden op het gebied van preventieve conservering dragen hier ook aan bij. Het is een vereiste dat alle handelingen zo veel als mogelijk omkeerbaar zijn zonder aantasting van het kunstwerk en duidelijk te herkennen ten opzichte van het oorspronkelijke object. Bovendien is het van belang dat alle handelingen gefotografeerd en gedocumenteerd worden met de afwegingen en motivatie voor de keuze van die behandelingen op basis van de ethische code van de European Confederation of Conservator-Restorers’ Organisations (E.C.C.O.).81 Restauratoren die aangesloten zijn bij de vereniging ‘Restauratoren Nederland’ werken volgens deze ethische code.82 Zij hebben respect voor het object ongeacht de financiële waarde van het object op dat moment. Hetzelfde object kan vijftig jaar later wel veel waardevoller zijn. In principe zou men het authentieke materiaal niet moeten vervangen, maar soms is het materiaal zo versleten en vervallen dat vervangen of aanvullen wenselijk is. Oude restauraties vertellen iets over de geschiedenis van het object en zijn van historische waarde. Indien deze oude restauraties geen gevaar vormen voor het object kan de restaurator ervoor kiezen deze te handhaven. De praktijk bij diverse musea Gini Kingma, Rijksmuseum Twenthe, gebruikt niet altijd hetzelfde materiaal bij restauratie van een lijst.83 Zo heeft het museum ervoor gekozen een ontbrekend stuk houten parelrand te vervangen door een parelrand die met behulp van een mal vervaardigd is van pâte. Houtsnijwerk zou het een stuk duurder maken. Voor het laten vervaardigen van een lijst voor een doek van na 1800 is juist het pâte-ornament zeer gangbaar. Aanvulling van vergulding is acceptabel en door middel van patineren wordt nagenoeg dezelfde kleur bereikt. Het geheel opnieuw vergulden van de hele lijst wordt tegenwoordig niet vaak meer gedaan. Vanuit ethische gronden streeft de restaurator naar het behoud van het oorspronkelijke materiaal. Over het restaureren van lijsten en wat wel maar ook wat niet te doen heeft Gini Kingma een hoofdstuk geschreven in het boek De kunst van het bewaren, Restauratie en conservering van kunstvoorwerpen.84

http://www.ecco-eu.org/ (European Confederation of Conservator-Restorers’ Organisations) (geraadpleegd 16-5-2010). 82 http://www.restauratoren.nl/ (Vereniging Restauratoren Nederland)(geraadpleegd 4-5-2010). 83 G. Kingma, restaurator lijsten, Rijksmuseum Twenthe, Enschede, interview 16-3-2010. 84 B. Kruijsen, De kunst van het bewaren, Restauratie en conservering van kunstvoorwerpen (Zwolle 2003) 91-102.

81

42

The Tate in Londen geeft aan dat lijsten wel aangepast worden voor hergebruik om het originele schilderstuk, maar niet voor hergebruik om andere.85 Bij The Tate of vanuit een overkoepelende organisatie zijn er geen speciale richtlijnen op papier voor ethische kwesties betreffende schilderijlijsten. Men behandelt de lijsten met respect zoals ieder ander museumobject wordt behandeld volgens de ethische code voor musea. Ook de National Portrait Gallery heeft geen standaard procedures voor restauratie van lijsten op papier staan.86 Men bepaalt in eerste instantie of de schilderijlijst kunsthistorische waarde heeft; in dat geval wordt de lijst niet aangepast. Als een schilderijlijst behoorlijk beschadigd is en geen kunsthistorische waarde heeft zal men toestaan om bijvoorbeeld de afmetingen aan te passen ook al is deze aanpassing onherstelbaar. De 37 deelnemende musea en het ICN hebben in de afgelopen vijf jaar 578 lijsten gerestaureerd of laten restaureren. Niet elk museum heeft een vaste restaurator in dienst; er wordt ook werk uitbesteed aan freelance restauratoren. De meningen of de schilderijlijst een kunstwerk of een middel is, zijn verdeeld. Dit kan van invloed zijn op de beslissing op welke wijze de lijst te restaureren, maar wellicht al eerder op de keuze wel of niet de lijst te selecteren voor afstoting. Ethische keuzes spelen hierbij een rol. Een cultuuromslag kan al beginnen bij de in hoofdstuk 2.1 genoemde opleidingen en kan gemotiveerd worden door het ICN door middel van het schrijven van richtlijnen voor culturele waardering van de lijst en een leidraad voor restauratie en hergebruik van lijsten. De rol van het ICN wordt verder beschreven in hoofdstuk 5. Conclusie In het verleden zijn veel schilderijlijsten vernietigd zonder er rekening mee te houden dat deze lijsten in de toekomst als waardevol beschouwd zouden kunnen worden. Cultureel erfgoed is hierdoor verloren gegaan. Tegenwoordig is dit ondenkbaar in Nederland. Restauratoren werken volgens een ethische code en hebben respect voor het object ongeacht de waarde van het object op dat moment. Om te zorgen dat lijsten goed op waarde kunnen worden geschat zijn waardebepalende criteria nodig. Het is goed dat deze onder leiding van het ICN worden opgesteld.

85 86

G. Alabone, hoofdconservator lijsten, Tate Museum, Londen, interview 2-11-2009. R. Hallas, restaurator, National Portrait Gallery, Londen, interview 30-09-2009.

43

5.
5.1

Instituut Collectie Nederland
ICN project Schilderijlijsten in Nederland – Eerste jaar

Het ICN is in juni 2009 een tweejarig project schilderijlijsten begonnen als onderdeel van het ‘Programma Waarde en waardering’.87 Het doel van het ‘Programma Waarde en waardering’ is om medewerkers (beheerders, bestuurders, beleidsmakers en financiers) in het erfgoedveld bewust te maken van het belang van waarde en waardering van het cultureel erfgoed en daarvoor methoden en technieken te ontwikkelen. De voorkeur gaat uit naar het bestuderen van het type erfgoed dat nieuw, omstreden, onbekend of bedreigd is. Juist voor dit type erfgoed is er behoefte aan objectieve waarderingscriteria. Behalve op het gebied van schilderijlijsten zijn er in dit programma projecten voor historische interieurs, glasramen en monumentale wandkunst. Voor het project ‘Schilderijlijsten in Nederland’ worden de mogelijkheden bekeken om onderzoek naar schilderijlijsten van de vijftiende tot en met de twintigste eeuw nieuw leven in te blazen. Tevens wordt onderzocht welke instrumenten de mobiliteit van lege schilderijlijsten zouden kunnen vergroten, zodat deze in Nederlandse musea makkelijker hergebruikt kunnen worden. Het doel van het ICN is om richtlijnen en criteria te formuleren voor culturele waardering van in Nederland vervaardigde lijsten, gevolgd door een publicatie in 2012. In deze publicatie worden onder andere de kunsthistorie van de schilderijlijst, de culturele waardebepalende kaders en de ethiek bij restauratie gepresenteerd. Musea die actief meewerken aan het project zijn het Rijksmuseum Amsterdam en het Rijksmuseum Twenthe. Om de discussie bij conservatoren van de kunstmusea en restauratoren op gang te brengen organiseert het ICN expertmeetings met presentaties en brainstormsessies. De genodigden krijgen de kans hun kijk op schilderijlijsten te belichten. Onderwerpen die aan bod komen zijn oude en moderne lijsten, behoud, beheer, registratie en restauratie, en onderzoek naar lege en volle lijsten. Vanwege mijn afstudeeronderzoek naar schilderijlijsten ben ik uitgenodigd op de expertmeetings van het ICN in november 2009 en april 2010. Mijn bijdrage aan het project bestaat uit een enquête die ik in februari en maart 2010 onder 59 kunstmusea heb gehouden. De uitkomst van deze enquête is gebaseerd op de antwoorden van de 37 respondenten.

87

http://www.icn.nl/nl/kenniscentrum/waarde-en-waardering (ICN Programma Waarde en waardering)(geraadpleegd 24-4-2010).

44

Bespreking uitkomst enquête Bij de expertmeeting in april 2010 is de uitkomst van de enquête door mij bekend gemaakt en uitgedeeld. Tijdens de daaropvolgende brainstormsessie is de uitkomst en de mogelijke betekenis daarvan besproken en bediscussieerd met veertig aanwezigen. Het ICN heeft waardering uitgesproken voor het grote aantal respondenten (37), waarvan er negen aanwezig waren bij de meeting. Het hoge aantal opgegeven lege lijsten, ruim 3500, is verrassend. Ongeveer tweeduizend daarvan zijn ook geregistreerd. Opgemerkt werd dat ook de lijsten die nu om schilderstukken zitten het verdienen om geregistreerd te worden. Slechts de helft van de geënquêteerden heeft aangegeven de schilderijlijst als volwaardig onderdeel van de collectie te vinden. Reden te meer om de lijst onder de aandacht te brengen bij de musea en hen door het ICN te laten assisteren met richtlijnen voor culturele waardebepaling. De helft van de musea geeft aan de lijsten, soms deels, te hebben geregistreerd. Ook geeft de helft aan behoefte te hebben aan een thesaurus met specifieke termen voor schilderijlijsten. Deze antwoorden lopen echter niet synchroon. Er zijn negen musea die de lijsten nog niet hebben geregistreerd, maar wel behoefte hebben aan een thesaurus. Ontwikkeling en beschikbaar stellen van een thesaurus zou voor deze musea aanleiding kunnen zijn om met registratie en fotografie van lijsten te kunnen beginnen. Het opzetten van de thesaurus is belangrijk omdat men anders het risico loopt dat registrators zelf een term kiezen voor een ornament of onderdeel dat men nog niet kent. Uit opmerkingen uit de zaal is gebleken dat dit inderdaad al het geval is. Gezien het zeer kleine aantal in bruikleen gegeven lege lijsten in de afgelopen vijf jaar (slechts drie in totaal) is de vraag gerezen of een database wel zin zou hebben. Naar mijn mening zal echter door het opzetten van een database het bruikleenverkeer juist toenemen doordat de deelcollectie schilderijlijsten eindelijk ontsloten zal worden. Dit werd door diverse deelnemers uit de zaal beaamd. In de laatste vijf jaar hebben de 37 deelnemende musea totaal 578 lijsten laten restaureren. Omdat veel schilderijlijsten niet geregistreerd zijn wordt de documentatie over restauratie op een andere plaats opgeslagen. Ik vind het opvallend dat diverse musea tijdens de meeting hebben aangegeven het aantal restauraties per jaar in jaarverslagen opgezocht te hebben om antwoord te kunnen geven op de vraag.

45

Als de musea de lijsten in de toekomst gaan registreren kan alle informatie over restauratie verbonden worden aan de objectinformatie en eenvoudiger en sneller teruggevonden worden. De 37 musea samen laten bijna zeventig lijsten per jaar vervaardigen en zij kopen er gemiddeld twee op de kunstmarkt. In de afgelopen vijf jaar hebben deze zelfde musea 704 lijsten afgestoten. Omdat onder afstoten zowel vernietigen als herplaatsen valt is het niet duidelijk welk deel hiervan in aanmerking had kunnen komen voor bruikleen. Een database zal bruikleen van lege lijsten vereenvoudigen. Dit zou het aantal af te stoten lijsten in ieder geval omlaag kunnen brengen. Ik maakte de aanwezigen attent op de mogelijkheid schilderijlijsten te kopen via de ‘frames sales’ van de diverse veilinghuizen. Diverse aanwezigen waren daar al mee bekend. Het hoge aantal afgestoten lijsten was wel reden tot bezorgdheid bij de aanwezigen, ook al zal hierbij gelet zijn op waarde en eventuele bruikbaarheid. Opgemerkt werd ook dat veel kunsthandelaren lijsten weggooien, de kopers van schilderstukken kiezen een lijst naar hun eigen smaak. Diverse aanwezigen benadrukten het belang van het in acht nemen van voorzichtigheid bij het afstoten. Lijsten die nu onbruikbaar en van geen waarde lijken, kunnen voor een ander museum wel degelijk bruikbaar zijn en zelfs waardevol in de toekomst. Criteria die worden opgesteld door het ICN voor culturele waardebepaling van de lijst zou de musea een leidraad kunnen bieden om een beslissing te nemen tot vernietiging, herplaatsing of behoud voor het eigen museum. Hoewel veel musea kampen met een tekort aan depotruimte is er geen urgente noodzaak tot het vernietigen van lijsten. Dit blijkt uit het kleine percentage ruimte dat de lege lijsten in de depots van de respondenten innemen, gemiddeld ruim 1%. De musea moeten dit feit nog tot zich door laten dringen om onnodige opruiming van lijsten te voorkomen. Van de 37 respondenten hebben 22 musea aangegeven een database van lege lijsten nuttig te vinden; 26 musea zijn bereid hun lege lijsten ten behoeve van de database (verder) te registreren en te fotograferen. Een mooie uitkomst voor het ICN om het tweede jaar van het project in te gaan en hun plannen verder te ontwikkelen. Na diverse expertmeetings in het eerste jaar van het project (juni 2009-april 2010) zijn er door het ICN drie werkgroepen opgezet waarbij museum- en ICN medewerkers zich inzetten voor de volgende onderdelen: terminologie, restauratie, database.

46

De wijze waarop het Rijksmuseum de afgelopen maanden in relatief korte tijd veel lijsten heeft geregistreerd (ongeveer 1500 in 3 maanden) en gefotografeerd (de lijst als geheel, voor- en achterkant, hoeken, etiketten, breuklijnen en inkortingen) kan voor de eerste werkgroep dienen als uitgangspunt voor het opzetten van een efficiënte manier van registratie van schilderijlijsten. De werkgroep terminologie adviseer ik ook contact te zoeken met de andere musea die hun lijsten hebben geregistreerd om te vernemen hoe zij het hebben aangepakt. Welke musea dat zijn kunnen zij informeren bij het ICN die deze gegevens van mij heeft gekregen. Het extra veld ‘eerste inlijsting’ vind ik echter wel een vereiste om in de toekomst snel te kunnen zien welke schilderstukken nog in hun oorspronkelijke lijst zitten.

5.2

ICN project Schilderijlijsten in Nederland – Tweede jaar

Het eerste jaar van het project is bijna voorbij. De werkgroepen zoals genoemd in hoofdstuk 3.2 hebben het komende jaar de tijd om hun aandeel te leveren, wat zal resulteren in een publicatie van het ICN. Terminologie Deze werkgroep bestaat momenteel uit de volgende personen: Christel Kordes van het Stedelijk Museum Schiedam en Ton van Loon van het ICN. Het is raadzaam om bestaande lijsten te beschrijven met behulp van de gedefinieerde terminologie zoals de Nederlandse verklarende woordenlijst van Christel Kordes. Indien de terminologie niet toereikend is, kan deze woordenlijst verder worden uitgebreid met nieuwe termen die nodig zijn om een lijst te beschrijven. Hubert Baija van het Rijksmuseum heeft bij deze woordenlijst uit 1988 al veel aantekeningen gemaakt. Die zou men kunnen raadplegen en overnemen. Veel termen komen overeen met termen die gebruikt worden in onder andere de architectuur, bij zilverwerk en meubelstijlen. Die kan men naast elkaar leggen en vergelijken. Indien het ICN gebruikt maakt van Collectiewijzer of een soort Wikipedia-achtige site kan (laten) maken kunnen diverse experts hun aandeel leveren en zo hun kennis delen. Uiteindelijk kan daaruit de terminologie gekozen worden en definitief worden vastgesteld tot een officiële lijstenthesaurus. Voor de registrators is het van belang dat de termen visueel gemaakt worden met afbeeldingen van de genoemde ornamenten, type lijsten en profielen.

47

Digitale ontsluiting is onmisbaar in de éénentwintigste eeuw. Op de website van DEN staan reeds diverse terminologiebronnen voor het cultureel erfgoed.88 Ik vind dit de ideale plaats voor het delen en verspreiden van de verworven kennis van het project schilderijlijsten. Ik adviseer het ICN om op zijn website een verwijzing en link te maken naar de definitieve digitale termen- en afbeeldingenlijst op de website van DEN zodat zoveel mogelijk musea de weg naar de thesaurus kunnen vinden. Ethiek bij restauratie Zoals in hoofdstuk 4.2 aangegeven bestaat er al een ethische code voor restauratoren.89 Behalve deze beroepsethiek kunnen ook andere factoren een rol spelen bij de keuze van de wijze waarop een restauratie wordt uitgevoerd zoals financiën of het gebrek eraan. Voorafgaand aan restauratie komen er diverse vragen op. Zijn verval, mode of persoonlijke smaak acceptabele argumenten voor vervanging van de lijst? Als een schilderijlijst voor hergebruik in aanmerking komt komen er weer andere ethische kwesties aan de orde. Waar ligt de grens als men een lijst wil vergroten, verkleinen of vergulden? In principe zou een aanpassing omkeerbaar moeten zijn. Ligt dit weer anders als een lijst al eens is vergroot of verkleind? Het ICN wil hier richtlijnen voor opstellen. De esthetische of symbolische functie van een lijst hangt af van de verschijningsvorm. Soms wordt de lijst met een ander dan het oorspronkelijke materiaal gerestaureerd. Dit hoeft echter niet de esthetische of symbolische waarde te verminderen als de verschijningsvorm gelijk is aan de oorspronkelijke vorm. Het is namelijk de verschijningsvorm die de lijstenmaker voor ogen heeft gehad. Er kunnen diverse redenen zijn voor het verwijderen van oude restauraties. De vroegere restauratie kan schade toebrengen aan de lijst of een verkeerde interpretatie zijn geweest van de oorspronkelijke verschijningsvorm. Soms is de verschijningsvorm bewust veranderd, bijvoorbeeld op basis van religieuze overwegingen of uit preutsheid. Dit geeft echter wel een tijdsbeeld weer hoe men in een bepaalde tijd dacht over de verschijningsvorm van de lijst. Dit stukje geschiedenis kan dan weer een reden zijn om die vroegere restauratie te laten zitten tenzij deze schadelijk is voor de lijst.

88

http://matrix.den.nl/matrix.aspx?matrixid=terminologiebronnen&view=Digitaal_Erfgoed&page=1 (DEN, thesauri)(geraadpleegd 10-4-2010). 89 http://www.ecco-eu.org/ (European Confederation of Conservator-Restorers’ Organisations) (geraadpleegd 16-5-2010).

48

Culturele waardebepaling en ethiek Door schenkingen of legaten groeien de collecties van de musea. Beheer en behoud ervan brengen hoge kosten met zich mee voor registratie, conservering, restauratie, beveiliging, verzekering en wetenschappelijk onderzoek. Om de collectie goed te kunnen blijven beheren is afstoten of ontzamelen belangrijk. Het moet echter worden voorkomen dat persoonlijke smaak of ideeën van deze tijd de doorslag geven bij de keuzes die musea maken om een lijst wel of niet af te stoten. Hoe men nu over een lijst denkt zegt nog niets over de waardering na enkele generaties. Lijsten uit de eigen tijd dienen om dezelfde reden behouden te blijven. Voordeel hierbij is dat de context, geschiedenis en lijstenmaker nog bekend zijn en gedocumenteerd kunnen worden. Om het nemen van beslissingen over restauratie, conservering of afstoten zo objectief mogelijk te kunnen maken is het van belang dat er criteria en richtlijnen worden opgesteld voor het kunnen bepalen van de culturele waarde van de schilderijlijst. Het ICN wil hiervoor een praktisch hulpmiddel ontwikkelen. Dit zou een formulier kunnen zijn met vragen over de herkomst, esthetische waarde, toestand, kunsthistorische waarde, uniekheid en financiële waarde van de schilderijlijst en de relatie met een schilderstuk. Een team van erfgoedprofessionals van verschillende deskundigheden op het gebied van bijvoorbeeld restauratie, geschiedenis, kunstgeschiedenis en museologie zouden afzonderlijk van elkaar het formulier in moeten vullen en de verschillende onderdelen als laag, middelmatig of hoog waarderen. De uitkomsten van de culturele waardering van verschillende schilderijlijsten kunnen met elkaar vergeleken worden om tot een beoordeling te komen. De culturele waardebepaling biedt een leidraad bij de keuzes die gemaakt moeten worden voor beheer, behoud en afstoten en beslissingen op dat gebied kunnen ermee onderbouwd worden. Database Er is nagenoeg geen bruikleenverkeer van schilderijlijsten. De oorzaak is te vinden in het ontbreken van gegevens van lijsten. Musea weten van elkaar niet wat ze aan lijsten hebben. Als men al vermoedt dat er ergens in een museumdepot nog een lijst moet zijn dat bij hun schilderstuk hoort of zou kunnen passen kost het per depot uren om alle rekken één voor één uit te trekken en de ogen langs de lijsten te laten gaan; een tijdrovende bezigheid. Een database met een afbeelding van de lijst en gegevens over materiaal, buitenmaat, dagmaat, sponningmaat, stijl, periode, wel of niet verguld zou de oplossing kunnen zijn. Uiteraard zullen musea deze gegevens eerst zelf moeten registreren. Wellicht is er een link mogelijk tussen Adlib/TMS en de database, waarbij het museum bepaalt of ze de poort openzet van hun systeem naar de database.

49

In de database moet gezocht kunnen worden op alle hierboven genoemde gegevens. De werkgroep kan inventariseren welke zoekfuncties nog meer handig zijn. Daarnaast wil men misschien extra informatie kwijt, bijvoorbeeld of het museum de lijst voor langdurig bruikleen of ter overname aanbiedt. De aanbieder bepaalt hierbij de voorwaarden. De database zou niet voor publiek toegankelijk moeten zijn, maar alleen voor collectiebeherende instellingen via een log-in systeem. Plaatsing van een lijst op de database zou voor onbepaalde tijd kunnen zijn. Een museum met belangstelling voor een op de database geplaatste schilderijlijst moet rechtstreeks contact opnemen met de aanbieder. Afspraken over restauratie van de lijst voorafgaand aan het bruikleen zullen gemaakt moeten worden tussen de aanbieder en de bruikleennemer. De werkgroepen gaan het komende jaar aan de slag. In oktober 2010 is de volgende expertmeeting. Aan mij is gevraagd om mijn scriptie beschikbaar te stellen via de website van het ICN. Musea zijn tijdens de expertmeeting uitgenodigd hun kennis over schilderijlijsten uit de vijftiende tot en met de twintigste eeuw te delen met het ICN ten behoeve van de publicatie in 2012. Tot mei 2011 kan men informatie insturen. Conclusie De uitkomst van mijn enquête heeft duidelijkheid gegeven aan het ICN, de deelnemende musea en aanwezige restauratoren over het belang van het project schilderijlijsten. Niet alleen over het aantal lege lijsten, maar ook over de waardering en wensen betreffende registratie van lijsten van het erfgoedveld is nu een heleboel informatie vergaard. Er is behoefte aan een thesaurus voor het registreren van schilderijlijsten. Een database kan pas gevuld worden na registratie en het fotograferen van de lijsten. Het opzetten van een databank van lege lijsten zal het bruikleenverkeer zeker vergemakkelijken en doen toenemen mits de registratie uniform gebeurt en men gebruikmaakt van dezelfde thesaurus. Restauratie gaat vaak vooraf aan bruikleen. Hoewel er al een beroepsethiek is voor de restaurator spelen andere ethische kwesties ook een rol. Het is dus goed dat het ICN weloverwogen criteria opstelt voor de waardebepaling van de lijst voordat deze gerestaureerd wordt. De resultaten van de werkgroepen zullen elkaar positief beïnvloeden en zorgen voor een sneeuwbaleffect bij al deze onderdelen. Zodra de thesaurus is opgezet, de handleiding voor registratie is vastgesteld en eventuele velden in Adlib of TMS zijn aangepast of aangevuld, kunnen de musea tot registratie overgaan. Hierna kan de database van schilderijlijsten opgezet en gevuld worden. Met de criteria voor culturele waardebepaling kan het ICN een leidraad ontwikkelen voor restauratie en hergebruik van schilderijlijsten.

50

Conclusie
Het doel van dit afstudeerproject was te onderzoeken hoe musea denken over de functie, betekenis en waarde van de schilderijlijst en hoe zij de collectie schilderijlijsten beheren. Onder 59 musea heb ik een enquête gehouden, waaraan 37 musea hebben meegewerkt. Onderwerpen die aan de orde zijn gekomen zijn onder andere registratie, bruikleen, restauratie, vervanging en ethiek om antwoord te krijgen op de hoofdvraag: Hoe gaan de Nederlandse kunstmusea om met hun collectie schilderijlijsten? De meeste van de geënquêteerde kunstmusea (31 van de 37) hebben lege lijsten in hun depots, samen ruim 3500. Ooit zaten deze lijsten om een schilderstuk, maar ze zijn door de vorige eigenaar of het museum vervangen vanwege mode, smaak of verval. Van deze 3500 lege lijsten zijn er 1500 niet geregistreerd en zij bestaan op papier feitelijk niet. Musea hebben jarenlang de schilderijlijst niet als zelfstandig kunstobject of deelcollectie gezien en vermelden de omlijsting alleen in de registratie van het schilderstuk. Informatie over de lijst zit in de hoofden van de conservatoren en is niet gedocumenteerd. Voor het Rijksmuseum te Amsterdam kwam de omslag in 1984 met hun tentoonstelling ‘Prijst de lijst. De Hollandse schilderijlijst in de zeventiende eeuw’. Die lijsten hebben zij toen geregistreerd. De afgelopen jaren hebben tien van de respondenten het registreren van hun lege lijsten afgerond en vijf deels. Ik vind het van belang om alle schilderijlijsten, apart van het schilderstuk, als zelfstandig object te registreren en de informatie te documenteren, omdat deze anders voorgoed verloren gaat. Om een goede beschrijving van een schilderijlijst te maken hebben registrators een thesaurus nodig. Het is mijn advies om deze te voorzien van afbeeldingen van lijsten en ornamenten en hem toegankelijk te maken via de website van DEN of de Collectiewijzer. Verder is in de registratiesystemen een extra veld nodig voor de vermelding van de ‘eerste inlijsting’. Alleen via dat veld kan er gezocht worden naar schilderstukken in de originele lijst. Schilderijlijsten krijgen weinig aandacht. Ze staan niet afgebeeld in kunstcatalogi of op websites en staan niet vermeld op de tekstbordjes bij een schilderij. Een cultuuromslag in de benadering van schilderijlijsten kan mijns inziens bereikt worden door de schilderijlijsten al bij aanstaande museumprofessionals onder de aandacht te brengen.

51

Opleidingsinstituten die hiervoor door mij benaderd zijn staan open voor aanpassingen in hun lesmateriaal. Dit zijn het LCM, de Reinwardt Academie en MovE. Ik adviseer het ICN hier een vervolg aan te geven en ook de universiteiten (kunstgeschiedenis en restauratie) te benaderen om een zo breed mogelijk draagvlak te creëren. De geënquêteerde musea geven tot op heden zelden schilderijlijsten aan elkaar in bruikleen, drie in vijf jaar. Zij weten van elkaar namelijk niet wat de ander aan lijsten in de collectie heeft. Toch zit er beweging in de lijsten. De musea laten oude lijsten restaureren (578 in vijf jaar), stoten ze af (704 in vijf jaar), laten nieuwe vervaardigen (zeventig per jaar) of kopen deze op de kunstmarkt (twee per jaar). Bijna tweederde van de geënquêteerde kunstmusea heeft aangegeven een database van schilderijlijsten nuttig te vinden. Ik ben van mening dat het bruikleenverkeer van lijsten toeneemt als de database er is. Vereiste is dat musea eerst hun schilderijlijsten registreren en fotograferen. Als ik in de enquête de vraag over het afstoten van lijsten had gesplitst in twee vragen met een onderscheid tussen herplaatsen en vernietigen, dan hadden de antwoorden over herplaatsing nog meer duidelijkheid kunnen geven over het nut van een database. Indien een lijst in bruikleen wordt gegeven kunnen er afspraken gemaakt worden over restauratie. Een restaurator behandelt elk object met respect ongeacht de waarde. Ethische factoren spelen hierbij een rol. Mag men een lijst inkorten om hem passend te maken? Ik vind van niet. Maar verandert dit als de lijst al eens aangepast is? Daar ga ik twijfelen. Wie bepaalt de culturele waarde van de lijst? Deze culturele waarde kan echter in de loop van de tijd veranderen. Een eigentijdse lijst kan in de toekomst van grote culturele waarde zijn. Ik vind het daarom van belang dat ook moderne lijsten gedocumenteerd worden nu alle informatie en de context nog bekend zijn. Het is niet eenvoudig om aan te geven wanneer een schilderijlijst een kunstobject is en wanneer slechts een middel om het schilderstuk te beschermen en op te hangen. Er zijn nog geen algemene richtlijnen voor het beheer, aanpassen en hergebruik van lijsten en nog geen criteria voor culturele waardebepaling. Om de Nederlandse collectie schilderijlijsten goed te kunnen beheren zal het ICN het komende jaar een leidraad ontwikkelen met criteria voor culturele waardebepaling en hergebruik van schilderijlijsten. Tevens heeft het ICN werkgroepen opgezet op het gebied van terminologie, restauratie en database. Na het vastleggen van de thesaurus heeft registratie van de lege lijsten in mijn ogen prioriteit.

52

De uitkomst van mijn enquête heeft duidelijkheid gegeven aan het ICN, musea en restauratoren over de stand van zaken betreffende het beheer van lijsten in de Nederlandse kunstmusea en de behoefte in het erfgoedveld. Ik hoop dat er een vervolg wordt gegeven aan het onder de aandacht brengen van de lijst bij de opleidingen en het aanpassen van lesmateriaal. Samenwerking met andere erfgoedinstellingen zoals archieven is interessant omdat zij veel achtergrondinformatie hebben over lijstenmakers, handelaren en gilden. Als de gegevens gekoppeld kunnen worden, ziet de museumbezoeker meer de context van het verhaal en die context geeft betekenis aan de lijst.

53

Samenvatting
Het onderwerp van dit afstudeeronderzoek is de collectie lege schilderijlijsten in museumdepots. Dit zijn lijsten die in het verleden om verschillende redenen vervangen zijn, opgeslagen, maar meestal niet geregistreerd. De herkomst van de lijst is niet altijd meer bekend. Ze zijn nog wel bruikbaar, maar de collectie wordt niet ontsloten. Het blijkt om duizenden lijsten zonder schilderstuk te gaan. Om te voorkomen dat deze lijsten voor altijd ongebruikt in de depots blijven hangen is het nodig om stappen te ondernemen. Het Instituut Collectie Nederland is in juni 2009 een tweejarig project ‘Schilderijlijsten in Nederland’ begonnen als onderdeel van het ‘Programma Waarde en waardering’ dat als doel heeft medewerkers in het erfgoedveld bewust te maken van het belang van waarde en waardering van het cultureel erfgoed en daarvoor methoden en technieken te ontwikkelen. De hoofdvraag was hoe de Nederlandse kunstmusea omgaan met hun collectie schilderijlijsten. Mijn bijdrage aan het project had tot doel een inventarisatie te maken van het aantal lege lijsten bij de Nederlandse kunstmusea en het beheer ervan. Tevens is onderzoek gedaan naar de behoefte van de musea om iets met deze collectie te doen. Het onderzoek is uitgevoerd door middel van een enquête, interviews en deelname aan expertmeetings die het ICN heeft georganiseerd. Onderwerpen die aan de orde kwamen lagen op het gebied van registratie, restauratie, bruikleen, aankoop, afstoten, ethiek en de behoefte aan een thesaurus en een database van lege lijsten. Er hebben 37 musea meegewerkt aan de enquête. Samen beheren zij ruim 3500 lege lijsten. Ethische kwesties komen aan bod bij restauratie en culturele waardebepaling. Is de lijst een kunstwerk of een middel? Het ICN heeft werkgroepen opgezet op het gebied van terminologie, restauratie en het opzetten van een database. In 2012 zal het ICN-project leiden tot een publicatie met richtlijnen en criteria voor culturele waardebepaling en hergebruik van schilderijlijsten. In dit verslag wordt ook stilgestaan bij het gebrek aan aandacht voor de lijst bij diverse opleidingen zoals kunstgeschiedenis, museologie, restauratie en registratie. Ik hoop met dit onderzoek en deze scriptie de lijst meer onder de aandacht te kunnen brengen bij museummedewerkers en opleidingsinstituten, zodat de lijst in de toekomst de aandacht krijgt die hij mijns inziens verdient, dat de lijst goed beheerd wordt en de kennis daarover ontsloten wordt voor de museumbezoekers.

54

Summary
The topic of this final paper is the role of the picture frame as part of the collection in museums and art galleries. In the past, picture frames were replaced by newer frames for various reasons and were stored but never registered. The provenance of the frames is not always known. They could still be of use but the collection of empty frames has not been made accessible. There seems to be thousands of frames without pictures. Action is needed in order to prevent these frames being stored forever. In June 2009, The Netherlands Institute for Cultural Heritage (ICN) started a two-year project ‘Picture frames’ as part of the ‘Programme Value and valuation’. The objective of this programme is to make heritage employees more aware of the importance of value and valuation of cultural heritage and to develop methods and technology for that purpose. The central focus of this thesis is how do Dutch art galleries and museums conserve their collection of picture frames. Research involved making an inventory of empty frames at Dutch museums and galleries and studying management policies. Furthermore, research was made into the requirements imposed by museums and the handling of the picture frame collection. This information was gathered through a questionnaire, interviews and attending meetings with experts organised by the ICN. Thirty seven museums, responsible for more than 3500 frames, participated in the project. The subjects dealt with include registration, restauration, lending, making frames more accessible to the public, ethics, sales and the need of a thesaurus and database for empty frames. Can a frame be considered as a piece of art or only as a means to hang up the picture? Topics such as restoration and valuation are subject to ethical issues. The ICN has established three professional groups dealing with the following areas; creating a thesaurus, information concerning restoration and setting up a database of picture frames. In 2012, the ICN project will result in the publication of guidelines and conditions for cultural valuation and reuse of picture frames. This paper also focuses on the lack of attention for picture frames by educational institutes, such as studies for history of art, registration, restauration and museology. Hopefully, the research and its conclusions will make the museum employees and educational institutes more aware of the picture frame, so in the future it will get the attention that it deserves. Furthermore, it is hoped that museums will take care of their inventory and that the knowledge about this topic will also be made more accessible to the museum visitors.

55

Bronnen
Literatuur Burns, J.T., Framing Pictures (Londen 1978). Euwe, J., De Nederlandse Kunstmarkt 1940-1945 (Amersfoort 2007). Grimm, C., Alte Bilderrahmen Epochen – Typen – Material (2e druk; München 1979). Kordes, C., Handleiding voor het beschrijven van lijsten (Den Haag 1988). Kordes, C., De Nederlandse verklarende woordenlijst (Den Haag 1988). Kruijsen, B., De kunst van het bewaren, Restauratie en conservering van kunstvoorwerpen (Zwolle 2003). Mendgen, E. e.a., In Perfect Harmony Picture + Frame 1850-1920 (Zwolle 1995). Penny, N., Frames Pocket Guides (Londen 1997; herdruk 2005). Thiel, P.J.J. van, en Bruyn Kops, C.J. de, Prijst de Lijst. De Hollandse schilderijlijst in de zeventiende eeuw (Den Haag 1984). Artikelen in vakbladen Baija, H., ‘Let op de lijst! De context van het kader’, kM71 (Amsterdam 2009) 20-22. Tilborgh, L. van, ‘Een lastig probleem de lijsten voor Van Gogh’, Kunstschrift 95-2 (Den Haag 1995) 33-37. Truijens, F., ‘De achterkant’, Oog 4/2009 (Amsterdam september 2009) 122. Films en reportages Korte film over het vergulden van lijsten, Victoria & Albert Museum (Londen 2009). NCRV reportage Het Derde Testament over Gregor´s Lijsten, Lijstenmaker Van Poelgeest en Firma Sala (z.pl. 2009). Websites http://www.artdaily.org/index.asp?int_sec=11&int_new=23451&int_modo=2 (Kunstartikel over de tentoonstelling Frames - State of the Art)(geraadpleegd 30-42010). http://www.auctioneve.com/ (Veilinghuis E&VE in Parijs)(geraadpleegd 13-5-2010). http://beeldbank.nationaalarchief.nl/nl/afbeeldingen/indeling/gallery/sortering/relevantie/ q/zoekveld/schilderij (Schilderijen op de Beeldbank Nationaal Archief)(geraadpleegd 15-5-2010). http://www.bonhams.com/cgibin/public.sh/pubweb/publicSite.r?sContinent=EUR&screen=framessale (Bonhams veiling van schilderijlijsten)(geraadpleegd 2-5-2010). http://www.codart.nl/ (Codart)(geraadpleegd 13-5-2010).

56

http://www.codart.nl/downloads/Courants/courant6.pdf (Codart Courant juni 2003)(geraadpleegd 13-5-2010). http://www.collectiewijzer.nl/ (kennisuitwisseling beheer en behoud)(geraadpleegd 135-2010). http://www.den.nl/docs/20080715171731 (DEN, digitaliseringprojecten)(geraadpleegd 10-4-2010). http://www.deroosainthill.com/ (Lijstenmaker De Roo & Sainthill)(geraadpleegd 13-52010). http://www.ecco-eu.org/ (European Confederation of Conservator-Restorers’ Organisations) (geraadpleegd 16-5-2010). http://www.gehringenheijdenrijk.nl/index.php?pid=1 (Lijstenmaker Gehring & Heijdenrijk)(geraadpleegd 13-5-2010). http://www.gregorslijsten.nl/paginas/filmmallen.html (NCRV reportage Het Derde Testament)(geraadpleegd 24-2-2010). http://www.gregorslijsten.nl/paginas/houttotgoud03.html (Lijstenmaker Gregor Simoons)(geraadpleegd 2-4-2010). http://www.herplaatsingsdatabase.nl/ (ICN herplaatsingdatabase)(geraadpleegd 11-42010). http://herplaatsingsdatabase.nl/nieuws.php#anker3 (geraadpleegd 11-09-2009). http://www.icnkennisdossiers.nl/index.php?option=com_content&view=category&layout=blog&id=35& Itemid=90 (ICN Leidraad voor het Afstoten van Museale Objecten)(geraadpleegd 17-42010). http://www.icn.nl/nl/kenniscentrum/alle%20projecten/project-schilderijlijsten (Instituut Collectie Nederland)(geraadpleegd 13-08-2009). http://www.icn.nl/nl/kenniscentrum/waarde-en-waardering (ICN Programma Waarde en waardering)(geraadpleegd 24-4-2010). http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn1/schmidt (Instituut voor Nederlandse Geschiedenis)(geraadpleegd 18-4-2010). http://matrix.den.nl/matrix.aspx?matrixid=terminologiebronnen&view=Digitaal_Erfgoed &page=1 (DEN, thesauri)(geraadpleegd 10-4-2010). http://www.liechtensteinmuseum.at/de/pages/2564.asp (Liechtenstein Museum lijsten tentoonstelling)(geraadpleegd 13-5-2010). http://www.museuminzicht.be/public/musea_werk/invulboek/historiek/index.cfm (MovE Invulboek)(geraadpleegd 4-3-2010). http://www.museuminzicht.be/public/musea_werk/invulboek/zoekresultaat/index.cfm (MovE Invulboek, zoek op veldnaam)(geraadpleegd 9-4-2010).

57

http://www.museuminzicht.be/public/musea_werk/invulboek/zoekresultaat/index.cfm?z oeken=eenvoudig&veldId=61&type=2 (MovE Invulboek, veld Omlijsting)(geraadpleegd 9-4-2010). http://www.museuminzicht.be/public/musea_werk/invulboek/zoekresultaat/index.cfm?z oeken=uitgebreid&veldId=62&type=3 (MovE Invulboek)(geraadpleegd 9-4-2010). http://www.musip.nl/ (MusIP, zoekfunctie deelcollecties)(geraadpleegd 11-4-2010). http://www.ornament-enbeeldsnijacademie.nl/ (HBO opleiding)(geraadpleegd 20-42010). http://www.restauratoren.nl/ (Vereniging Restauratoren Nederland)(geraadpleegd 4-52010). http://www.rijksmuseum.nl/wetenschap/?lang=nl (Online onderzoek Rijksmuseum)(geraadpleegd 3-4-2010). http://www.rijksmuseumtwenthe.nl/ventura/engine.php?Cmd=see&P_site=812&P_self= 484&PMax=Bladeren&PSkip=0 (Collectie Rijksmuseum Twenthe)(geraadpleegd 3-42010). http://www.rijksmuseumtwenthe.nl/ventura/engine.php?Cmd=see&P_site=811&P_self= 907&PMax=0&PSkip=0&Wormholed=1 (Rijksmuseum Twenthe, restauratie op zaal)(geraadpleegd 3-4-2010). http://www.sothebys.com/app/paddleReg/paddlereg.do?dispatch=eventDetails&event_i d=27576 (Sotheby’s veiling schilderijlijsten)(geraadpleegd 13-5-2010). http://users.telenet.be/hc_itc325/geschied_kader.htm (Geschiedenis lijstenmakers en het gilde)(geraadpleegd 29-4-2010). http://www.theartnewspaper.com/whatson/results.asp?id=1109118 (Frames and their History, Alte Pinakothek, Munchen)(geraadpleegd 5-4-2010). http://www.vandashop.com/product.php?xProd=5486&xSec=339&navlock=1 (V&A Museum)(geraadpleegd 6-5-2010). http://www.weltexpress.info/cms/index.php?id=6&tx_ttnews%5Btt_news%5D=25901&t x_ttnews%5BbackPid%5D=549&cHash=485e577572 (Kunstartikel over de tentoonstelling Frames and their History)(geraadpleegd 30-4-2010).

Algemene literatuur Simon, J., The Art of the Picture Frame (National Portrait Gallery London 1996). Suchtelen, A. van, en Beneden, B. van, Kamers vol kunst in zeventiende-eeuws Antwerpen (Zwolle 2009).

58

Geraadpleegde en geïnterviewde personen Alabone, G., hoofdconservator lijsten, The Tate, Londen. Baija, H., restaurator, Rijksmuseum, Amsterdam. Domela Nieuwenhuis, E., conservator, ICN, Rijswijk. Doorselaer, M. Van, museumconsulent, provincie Oost-Vlaanderen, Gent. Erp, M. van, studente kunstgeschiedenis, Amsterdam. Hallas, R., restaurator, National Portrait Gallery, Londen. Hoeben, W., hoofd beheer en behoud, Depot Rijksmuseum. Janssen, H., hoofdconservator, Gemeentemuseum, Den Haag. Kingma, G., restaurator en gids, Rijksmuseum Twenthe, Enschede. Klooster, M. van ‘t, student kunstgeschiedenis, Amsterdam. Knoester, J., docente kunstgeschiedenis, Reinwardt Academie, Amsterdam. Kordes, C., manager collecties, Stedelijk Museum Schiedam. Loon, T. van, restaurator, ICN, Rijswijk. Simon, J., hoofdconservator, National Portrait Gallery, Londen. Simoons, G., lijstenmaker, Gregor’s Lijsten, Spankeren. Stam, A., docent informatiebeheer in musea, LCM, Gelders Erfgoed, Zutphen. Suchtelen, A. van, conservator, Mauritshuis, Den Haag. Visser, E. de, studente kunstgeschiedenis, Groningen. Afbeeldingen Voorblad en Titelblad: De schilderijlijst in de schijnwerpers! Deze afbeelding komt van de website van Gregor´s Lijsten uit Spankeren en is gebruikt met toestemming van lijstenmaker Gregor Simoons. http://www.gregorslijsten.nl/paginas/ornament02.html (Gregor’s Lijsten)(geraadpleegd 9-5-2010). Afb. 1 - 6 Eigendom van Riny Brocatus-van Leeuwen. Afb. 7 http://www.rijksmuseumtwenthe.nl/ventura/engine.php?Cmd=see&P_site=812&P_self= 484&PMax=Bladeren&PSkip=0 (Jaspar Schade, Cornelius Jonson van Ceulen. Rijksmuseum Twenthe, Enschede)(geraadpleegd 2-5-2010). Afb. 8 http://artchive.com/artchive/K/klimt/judith_i.jpg.html (Judith von Holofernes, Gustave Klimt)(geraadpleegd 5-4-2010). Afb. 9 Eigendom van Riny Brocatus-van Leeuwen. Afb.10 http://kunst.blog.nl/exposities/2010/03/25/kunstkamers-in-mauritshuis (Willem van Haecht, Apelles schildert Campaspe. Mauritshuis, Den Haag)(geraadpleegd 2-52010).

59

Bijlagen

60

Bijlage I – Aankondiging afstudeeronderzoek

Lege lijsten

Museumberichten nr. 1 februari ' 10
In februari 2010 start Riny Brocatus-van Leeuwen, studente Cultureel Erfgoed (Museologie) aan de Reinwardt Academie, haar afstudeeronderzoek naar lege lijsten in museumdepots. Zij doet dit in samenwerking met het Instituut Collectie Nederland (ICN) waar in 2009 het tweejarige project ‘Schilderijlijsten in Nederland’ van start ging. Projectleider bij het ICN is Eric Domela Nieuwenhuis, conservator oude kunst. Doel van het onderzoek is inventariseren hoeveel lege lijsten in museumdepots aanwezig zijn en of er behoefte is aan een database ervan. Onderwerpen die aan de orde komen zijn onder andere: registratie van de lijsten, vervanging, hergebruik, bruikleen, restauratie van oude lijsten, aankoop van nieuwe lijsten en benodigde depotruimte. In februari en maart vraagt Riny Brocatus-van Leeuwen 60 Nederlandse kunstmusea mee te doen aan het onderzoek. Wordt ú benaderd voor deze enquête dan hopen wij natuurlijk van harte dat u meedoet. Wordt u niet benaderd, maar wilt u namens uw museum wel graag meewerken aan het onderzoek, dan kunt u een bericht sturen naar: h.vanleeuwen@ahk.nl Meer over het ICN-project ‘Schilderijlijsten in Nederland’ kunt u lezen op: http://www.icn.nl/kenniscentrum/alle%20projecten/project-schilderijlijsten

Bijlage II – ICN project Schilderijlijsten in Nederland

Schilderijlijsten in Nederland
Richtlijnen en criteria voor waardering van in Nederland vervaardigde lijsten

Gepubliceerd op 14-05-2009 Projectnaam: Partnerships: Planning: lijsten Al meer dan 600 jaar lijsten kunstenaars hun schilderijen in. Toch is er nauwelijks kennis over Nederlandse lijsten en lijstenmakers en er is maar weinig waardering voor. Deze kennis is onmisbaar om tot een weloverwogen waardebepaling van schilderijlijsten te komen. Een waardebepaling is van belang om de lijsten in de Collectie Nederland goed te beheren en in presentaties tot hun recht te laten komen. In Kopenhagen, Londen en New York wordt sinds enige jaren onderzoek gedaan naar schilderijlijsten. Het is van belang dat Nederland hiervan kennisneemt en hierop aansluit. Samenhang in de Nederlandse expertise over schilderijlijsten biedt daarbij een meerwaarde. Het ICN beheert een collectie van ongeveer 750 ‘lege’ lijsten. Deze zullen geselecteerd worden ten behoeve van behoud en afstoten. Het project heeft als doel om richtlijnen en criteria te formuleren voor waardering van in Nederland vervaardigde lijsten. Het resultaat is een leidraad voor restauratie en hergebruik van lijsten. Tevens wordt onderzocht welke instrumenten de mobiliteit van schilderijlijsten kunnen vergroten, zodat deze in Nederlandse musea kunnen worden hergebruikt. Projectleider: Eric Domela Nieuwenhuis Schilderijlijsten in Nederland Rijksmuseum Amsterdam, Rijksmuseum Twenthe later uit te breiden met andere musea 01-05-2009 tot 01-05-2011 Doel van het project: Een leidraad ontwikkelen voor restauratie en hergebruik van

Team | projectleider: Eric Domela Nieuwenhuis

62

Bijlage III – Enquêteformulier

From frames in the attic to frames in the picture! Ingevuld door: van Museum: d.d.:

Hoeveel lege lijsten bevinden zich in het depot van uw museum: [ ]. Heeft uw museum deze lege lijsten geregistreerd: Ja/ Nee/ circa %. Ziet u de collectie lege lijsten als een volwaardig onderdeel van uw collectie: Ja/ Nee. Heeft u, bij het registreren, behoefte aan een gespecialiseerde thesaurus voor lijsten: Ja/ Nee. Hoeveel lege lijsten heeft uw museum in de afgelopen vijf jaar in bruikleen gegeven: [ ]. Hoeveel lijsten heeft uw museum de afgelopen vijf jaar laten restaureren: [ ]. Hoeveel lijsten laat uw museum per jaar vervaardigen ten behoeve van schilderijen: [ ]. Hoeveel lijsten heeft uw museum de afgelopen vijf jaar aangekocht op de kunstmarkt: [ ]. Hoeveel lijsten heeft uw museum de afgelopen vijf jaar afgestoten: [ ]. Hoeveel ruimte, in procenten, nemen de lege lijsten in uw depot in: [circa %]. Vindt u het nuttig als er een databank van lege lijsten uit museale collecties komt die bruikleen tussen musea vergemakkelijkt: Ja/Nee. Is uw museum bereid om de lege lijsten hiervoor (verder) te registreren en fotograferen: Ja/ Nee/ Alleen de lijsten die wij zelf bruikleenwaardig achten [ ].

Hartelijk dank voor uw medewerking. Hoogachtend, Riny Brocatus-van Leeuwen e-mail: h.vanleeuwen@ahk.nl

63

Bijlage IV – Deelnemers enquête
Plaats
Alkmaar Amersfoort Amsterdam Amsterdam Amsterdam Amsterdam Amsterdam Amsterdam Amsterdam Apeldoorn Apeldoorn Assen Brielle Delft Den Bosch Den Haag Den Haag Doorwerth Dordrecht Eindhoven Enschede Groningen Haarlem Helmond Hilversum Leeuwarden Leiden Maastricht Nijmegen Rijswijk Rotterdam Rotterdam Schiedam Tilburg Utrecht Veere Vlissingen

Museum/Instelling
Stedelijk Museum Alkmaar Armandomuseum Amsterdams Hist. Museum / Museum Willet-Holthuysen Joods Historisch Museum Museum Van Loon Nederlands Scheepvaartmuseum Rijksmuseum Stedelijk Museum Van Gogh Museum, incl. Museum Mesdag Den Haag Coda Museum Nationaal Museum Paleis Het Loo Drents Museum Historisch Museum Den Briel Gemeentemusea Delft Museum Slager Gemeente Museum Mauritshuis Museum Veluwezoom Dordrechts Museum/Simon van Gijn Van Abbemuseum Rijksmuseum Twenthe Groninger Museum Teylers Museum Gemeentemuseum Helmond Museum Hilversum Fries Museum Stedelijk Museum De Lakenhal Bonnefantenmuseum Museum Het Valkhof Instituut Collectie Nederland (ICN) Museum Boijmans Van Beuningen Maritiem Museum Prins Hendrik Stedelijk Museum De Pont Centraal Museum Museum De Schotse Huizen Zeeuws Maritiem Muzeeum

Totaal 37

64

Bijlage V – Indeling registratievelden Christel Kordes
Algemeen Instellingsnummer Inventarisnummer Aantal Kaart: van: Algemene categorie Specifieke objectnaam Omschrijving Relatie met Eerste inlijsting Afmetingen Hoogte Buitenmaat Sponningmaat Dagmaat Onderdeel Positie Aspect Trefwoord Bijzonderheid Inscriptie Positie Methode Beschrijving/Transcriptie Bijzonderheid Conditie Positie Materiaal Conditie Positie Afwerking Conditie Compleetheid Restauratie Naam Datum 1 Datum 2 Vervaardiger Vervaardiger Plaats vervaardiging Vervaardigingdatum 1 Vervaardigingdatum 2 Wijze verwerving Breedte Diepte/Diameter

Identificatie

Beschrijving

Verwerving

65

Voorwaarde Naam Aankoopsom Verwervingsdatum Waarde Waarde datum Reproductie Reproductie Positie Doel Datum Bijzonderheid Naam Plaats Datum Veldnummer Soort document Auteur Titel Tijdschrift Plaats van uitgave Jaar van uitgave Bijzonderheid Titel Museum Begindatum Einddatum Plaats Bijzonderheid Standplaats Datum Beschrijver Datum Opmerking

Herkomst

Documentatie

Tentoonstelling

Standplaats

Opmerking

66

Bijlage VI – Indeling registratievelden Rijksmuseum

SK-L nummer Type Ornament Constructie Wijzigingen Ophang Conditie Overig Vervaardiger Datering Materiaal Techniek Afmetingen Gerelateerd schilderij Opschrift

Schilderkunst Lijstnummer

Buitenmaat Dagmaat

Voorzijde Achterzijde

67

Bijlage VII – Uitkomst enquête
.

De schilderijlijst in de schijnwerpers! Ingevuld door: 36 Musea en het ICN 13 februari - 12 april 2010 Hoeveel lege lijsten bevinden zich in het depot van uw museum: 3536 Heeft uw museum deze lege lijsten geregistreerd: 10xJa 21xNee 5xDeels 1xN.v.t. Ziet u de collectie lege lijsten als een volwaardig onderdeel van uw collectie: 18xJa 18xNee 1x Sommige Heeft u, bij het registreren, behoefte aan een gespecialiseerde thesaurus voor lijsten: 16xJa 20xNee 1xTwijfel Hoeveel lege lijsten heeft uw museum in de afgelopen vijf jaar in bruikleen gegeven: 3 Hoeveel lijsten heeft uw museum de afgelopen vijf jaar laten restaureren: 578 Hoeveel lijsten laat uw museum per jaar vervaardigen ten behoeve van schilderijen: 69 Hoeveel lijsten heeft uw museum de afgelopen vijf jaar aangekocht op de kunstmarkt: 10 Hoeveel lijsten heeft uw museum de afgelopen vijf jaar afgestoten: 704 Hoeveel ruimte, in procenten, nemen de lege lijsten in uw depot in: ruim 1% Vindt u het nuttig als er een databank van lege lijsten uit museale collecties komt die bruikleen tussen musea vergemakkelijkt: 23xJa 13xNee 1xTwijfel Is uw museum bereid om de lege lijsten hiervoor (verder) te registreren en fotograferen: 10xJa 8xNee 16xAlleen de lijsten die wij zelf bruikleenwaardig achten 3xN.v.t

68

Riny Brocatus-van Leeuwen Kostverloren 9 6661 DW Elst (Gld.) h.brocatusvanleeuwen@hetnet.nl http://nl.linkedin.com/pub/riny-brocatus-van-leeuwen/19/49b/876 copyright 2010

69

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful