You are on page 1of 561

Begroting 2011

RAADSDRUK
Gemeente Amsterdam

RAADSDRUK Begroting 2011 Gemeente Amsterdam


Gemeente Amsterdam

Raadsdruk
Begroting 2011
6 oktober 2010
Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam
Directie Concern Financiën
Postbus 202
1000 AE Amsterdam

Bezoekadres:
Stadhuis, Amstel 1

Telefoon: 020-6241111
Internet: www.amsterdam.nl

Dit boek is gedrukt met milieuvriendelijke inkten op milieuvriendelijk papier


Inhoud
Leeswijzer 1

1 Inleidend hoofdstuk 3

2 Bestuurlijke hoofdlijnen 7
Beleidsinhoudelijk 9
Programakkoord en indicatoren 15
Financieel 23

3 Programma’s 51
Openbare orde en veiligheid 52
Werk en inkomen 68
Zorg 90
Educatie, jeugd en diversiteit 112
Verkeer en infrastructuur 139
Openbare ruimte, groen, sport en recreatie 171
Cultuur en monumenten 189
Milieu en water 203
Economie en haven 227
Facilitair en bedrijven 253
Stedelijke ontwikkeling 269
Bestuur en concern 311
Dienstverlening 335
Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing 347
Algemene dekkingsmiddelen 349

4 Gemeentebrede aspecten 365


Risico’s en weerstandsvermogen 367
Financiering 378
Lokale heffingen 384
Verbonden partijen 389
Onderhoud van kapitaalgoederen 399
Gemeentelijk grondbeleid 412
Bedrijfsvoering 414
Duurzaamheid 430

5 Cijfermatige overzichten 439


Leeswijzer 441
Programmabegroting 443
Baten en lasten per resultaatgebied 447
Overzicht rentelasten 503
Subsidiestaat 507
Subsidies ten laste van de stelposten 517
Routinematige investeringen 521
Overzicht van investeringsprojecten waarvan de kredietverlening
aan uw Vergadering zal worden voorgelegd 529
Overzicht van investeringsprojecten waarvan de kredietverlening door
ons College zal plaatsvinden 533
Raming EMU saldo 545
Personele verantwoording 549
Leeswijzer
Begroting 2011
De begroting is bedoeld voor uw Vergadering en bevat de beleidsvoornemens van ons College voor
2011 en de financiële vertaling daarvan.

1 Inleidend hoofdstuk
In het inleidend hoofdstuk vindt u een overzicht van het College van Burgemeester en Wethouders en
de portefeuilles waar zij verantwoordelijk voor zijn. Tevens vindt u in dit hoofdstuk een organigram van
de gemeentelijke organisatie.

2 De bestuurlijke en financiële hoofdlijnen


In dit hoofdstuk worden de bestuurlijke hoofdlijnen voor het komende jaar aangegeven. Dit hoofdstuk
bestaat uit drie onderdelen:
1. de beleidsinhoudelijke hoofdlijnen
2. de uitwerking van het programakkoord in een compacte set doelstellingen met bijbehorende
indicatoren
3. en de financieel technische hoofdlijnen

3 De programma’s
De kern van de begroting wordt gevormd door de programma’s die elk zijn onderverdeeld in twee of
meer subprogramma’s. In de programma’s wordt aangegeven welke maatschappelijke effecten
worden nagestreefd in 2011, wat de voorgenomen doelstellingen en resultaten zijn en welke
activiteiten en middelen daartoe worden ingezet. Ieder programma is onderverdeeld in de volgende
onderdelen.
 Maatschappelijk effect: hier vindt u de beschrijving van het maatschappelijk effect van de
activiteiten van het programma
 Kerncijfers: hier vindt u de financiële kerncijfers van het programma
 Doelstellingen, activiteiten en financiën per sub programma: hier vindt u per subprogramma
antwoord op de vragen: hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken, wat gaan we ervoor
doen en wat mogen de activiteiten kosten
 Reserves, voorzieningen, investeringen: hier vindt u informatie over de reserves die ultimo 2011
zijn afgewikkeld, de reserves die naar verwachting ultimo 2011 niet zijn afgewikkeld, de
voorzieningen die ultimo 2011 zijn afgewikkeld en de voorzieningen die naar verwachting ultimo
2011 niet zijn afgewikkeld. Tevens worden investeringen toegelicht
 Verdelingsvoorstel: hier vindt u het voorstel van ons College over de toe te kennen prioriteiten en
posterioriteiten

Informatie over het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing is als apart onderdeel opgenomen.

4 Gemeentebrede aspecten
Voor een aantal onderwerpen is een paragraaf opgenomen waarin een “dwarsdoorsnede” wordt
gepresenteerd van de verschillende resultaatgebieden. De onderwerpen zijn:
 risico’s en weerstandsvermogen
 financiering
 lokale heffingen
 verbonden partijen
 onderhoud van kapitaalgoederen
 grondbeleid
 bedrijfsvoering
 duurzaamheid

Raadsdruk Begroting 2011 1


5 Cijfermatige overzichten
In dit deel van de begroting vindt u een aantal financiële overzichten op detailniveau. Dit bevat onder
andere de programmabegroting. Daarnaast zijn hier de subsidiestaat en het investeringsoverzicht
opgenomen.

Raadsdruk Begroting 2011 2


1 Inleidend hoofdstuk
Organigram
College van Burgemeester en Wethouders

Raadsdruk Begroting 2011 3


Gemeente Amsterdam

Gemeenteraad Stadsdeelraden

Raadsgriffie

Gemeentelijke
Ombudsman

Rekenkamer

College van burgemeester Dagelijkse besturen


en wethouders

Bestuursdienst
(BDA)

Gemeentelijk diensten en bedrijven Stadsdeelorganisaties


ACAM Accountancy en Advies * Noord
Afval Energie Bedrijf (AEB) Centrum
Dienst Belastingen Gemeente Amsterdam (DBGA) Zuidoost
Dienst ICT (DICT) Nieuw-West
Dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer (dIVV) West
Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) Zuid
Dienst Milieu en Bouwtoezicht (DMB) Oost
Dienst Noord/Zuidlijn
Dienst Onderzoek en Statistiek (O+S)
Dienst Persoonsen- en Geo- informatie(DPG)
Dienst Ruimtelijke Ordening (DRO)
Dienst Stadstoezicht
Dienst Verzekeringszaken (VGA)
Dienst Werk en Inkomen (DWI)
Dienst Wonen Zorg en Samenleven (DWZS)
Zetelverdeling Amsterdam 2011
Dienst Zuidas
Dienstverlening en Facilitair Management (DFM) Partij Aantal zetels
Economische Zaken (EZ)
Gemeentelijke Ombudsman
Geneeskundige- en Gezondheidsdienst (GGD) PvdA 15
Haven Amsterdam VVD 8
Ingenieursbureau Amsterdam (IBA) GroenLinks 7
Ontwikkelingsbedrijf (OGA)
Projectmanagementbureau (PMB) D66 7
Servicehuis Personeel (SHP) SP 3
Stadsarchief Amsterdam (SAA) CDA 2
Stadsbank van Lening (SBL) Red Amsterdam 1
Waternet
Wibautgroep Partij voor de Dieren 1
Trots op Nederland 1
* Aansturing door College betreft bedrijfsvoering.
Accountantscontrole vindt plaats in opdracht van de
Totaal 45
Gemeenteraad.

Op www.amsterdam.nl staan de websites van de


gemeentelijke diensten en bedrijven van Amsterdam.

Raadsdruk Begroting 2011 4


College van Burgemeester en Wethouders

Burgemeester Eberhard van Wethouder Lodewijk Asscher Wethouder Carolien Wethouder Eric van der
(PvdA) Gehrels (PvdA) Burg (VVD)
der Laan
beheert de portefeuilles beheert de portefeuilles beheert de portefeuilles Zorg
is verantwoordelijk voor
Financiën, Jeugdzaken, Economische Zaken, en welzijn, Sport en
Openbare Orde en Veiligheid,
Educatie en Project 1012. Waterbeheer, Monumenten, Recreatie, Luchthaven,
Integraal Veiligheidsbeleid,
Kunst en Cultuur, Lokale Media, Personeel, Organisatie en
Regelgeving en Handhaving,
Bedrijven, Deelnemingen, Integriteit, Dienstverlening
Algemene zaken,
Bedrijfsvoering en Inkoop. en Externe Betrekkingen en
Communicatie, Juridische
Dierenwelzijn.
Zaken en de Bestuursdienst.

Wethouder Freek Ossel Wethouder Maarten van Wethouder Eric Wiebes (VVD) Wethouder Andrée van Es
(PvdA) beheert de portefeuilles
Poelgeest (GroenLinks) Wethouder Eric Wiebes beheert
beheert de portefeuilles Wonen Werk, Inkomen en
beheert de portefeuilles de portefeuilles Verkeer Vervoer
en Wijken, Armoede, Openbare Participatie, Diversiteit en
Ruimtelijke Ordening (incl. inclusief de Noord/Zuidlijn, ICT,
Ruimte en Groen, Programma Integratie, Inburgering en
Bouw en Woningtoezicht) glasvezel en Luchtkwaliteit.
Maatschappelijke Investeringen Bestuurlijk stelsel.
Grondzaken.
(PMI), Koers Nieuw West,
Zeehaven en Westpoort

Gemeentesecretaris Henk de
Jong
is eerste adviseur van het
College van B&W en
eindverantwoordelijk voor de
diensten van de centrale stad.

Raadsdruk Begroting 2011 5


Raadsdruk Begroting 2011 6
2 Bestuurlijke hoofdlijnen
Beleidsinhoudelijk
Programakkoord en indicatoren
Financieel

Raadsdruk Begroting 2011 7


Raadsdruk Begroting 2011 8
Beleidsinhoudelijk

Inleiding
De gemeente Amsterdam stevent af op flinke financiële tekorten in de komende jaren. De
uitgaven stijgen, de inkomsten dalen. Er moet dus fors worden bezuinigd. Komend jaar € 83
miljoen, oplopend naar ruim € 208 miljoen structureel vanaf 2014. In absolute getallen was de
financiële opgave voor het stadsbestuur nog nooit zo groot. Het nieuwe college is dan ook
doordrongen van de ernst van de situatie waarin het deze begroting aanbiedt.

Kiezen voor de stad


Na een forse dip groeit de Nederlandse economie slechts mondjesmaat. De wereldhandel,
financiële en monetaire markten en werkgelegenheid kenmerken zich vooralsnog door
onzekerheid en instabiliteit. Dit raakt ook Amsterdam. Niemand weet precies wat de toekomst
ons brengt, al moeten we ons voorbereiden op minder financiële middelen van het Rijk
zonder op dit moment de plannen van een nieuwe regering te kennen. We moeten daarnaast
rekening houden met stijgende uitgaven, bijvoorbeeld voor uitkeringen. Ook is de financiële
positie van de stad de afgelopen jaren beïnvloed door tegenvallers binnen de eigen
begroting, in het bijzonder de Noord/Zuidlijn.

Bij het opstellen van het Programakkoord Kiezen voor de stad is rekening gehouden met de
grote bezuinigingsoperatie waar dit college voor staat. Binnen deze kaders is de begroting
2011 opgesteld.

Minder geld, veel ambitie


Urgente problemen in de stad moeten worden aangepakt. Ook nu er minder geld is.
Amsterdammers hebben de terechte wens dat hun stad die ene unieke plek op aarde blijft,
waar je je kunt ontplooien en jezelf kunt zijn. Een stad waar werk is, waar je een betaalbaar
huis kunt vinden, waar kinderen goed onderwijs krijgen en waar je ’s avonds zonder angst
met het openbaar vervoer kunt gaan. Een stad die we graag zo schoon en ‘gezond’ mogelijk
willen nalaten aan onze kinderen.
Minder geld mag daarom nooit worden verward met minder ambitie. We zullen de verbetering
van de stad minder in geld moeten zoeken en meer met onze kwaliteiten moeten waarmaken.
Doorzettingsvermogen, oprechte aandacht en kwaliteit in de uitvoering zijn minstens zo
belangrijk om maatschappelijke ambitie waar te maken.

Er staan ook mooie dingen te gebeuren: komende bestuursperiode openen het


Scheepvaartmuseum, het Stedelijk Museum en het Rijksmuseum weer hun deuren. Met
grootscheepse verbouwingen heeft Amsterdam geïnvesteerd in haar culturele en
economische toekomst. De komende jaren kunnen we beginnen daar de vruchten van te
plukken. Ook blijven onze armoedevoorzieningen ondanks de krappe portemonnee op
niveau. Hiermee houden we de stad niet alleen financieel maar ook sociaal gezond.

Een solide begroting 2011


Al onze toekomstplannen beginnen en eindigen met een sobere, solide en sluitende
begroting voor 2011. Alleen zo kunnen we de stad financieel gezond houden en Amsterdam
wapenen tegen eventuele, nieuwe tegenslagen. Nu ingrijpen voorkomt dat we toekomstige
generaties opzadelen met grote tekorten en bijbehorende rentelasten. Dat vraagt om
fundamentele keuzes en een gerichte manier van besturen.

Onze keuzes
Een waarschuwing is op zijn plaats: het is onmogelijk om meer dan € 208 miljoen te
bezuinigen zonder dat de Amsterdammers dit voelen. Iedere Amsterdammer zal de komende
jaren geconfronteerd worden met de gevolgen van de financiële situatie van de gemeente.
Het college doet er alles aan om de pijn te beperken en de lasten eerlijk te verdelen.

Ingrijpen gemeentelijke organisatie


Dat gebeurt allereerst door ruim de helft van de totale bezuinigingsopgave uit de
gemeentelijke organisatie zelf te halen. Dat vraagt om een forse ingreep in de manier van
werken, een daling van het aantal ambtenaren en slim omgaan met huisvesting, ICT en
inkoop. De komende vier jaar wordt gewerkt aan een kleinere, zelfbewuste gemeentelijke

Raadsdruk Begroting 2011 9


overheid, die Amsterdammers levert waar ze recht op hebben: basisvoorzieningen die
gewoon goed zijn.

Hervormingsagenda
Niet alleen de gemeentelijke organisatie moet veranderen en bezuinigen. Er moet ook
worden nagedacht over de vraag hoe we de gemeentelijke taken in de stad in de toekomst
beter kunnen uitvoeren. Daarom presenteren wij bij de begroting 2011 een concept-
hervormingsagenda. Met deze agenda zetten we in op een drastische hervorming van beleid.
Dat is nodig om in een voortdurend veranderende samenleving en met minder middelen te
kunnen blijven werken aan een sociale, economisch sterke en duurzame stad. De
hervormingsagenda richt zich op vijf onderwerpen waar we grote kansen zien om betere
resultaten te bereiken voor de stad en Amsterdammers. Tegelijk zullen we niet ontkomen aan
keuzes en het stellen van nieuwe prioriteiten. Daarmee willen we ook flexibel kunnen inspelen
op nog komende bezuinigingen van het rijk. Met deze agenda willen we kansen kunnen
blijven bieden op begeleiding naar werk, op adequate zorg en ondersteuning waar nodig in
het meedoen in de Amsterdamse samenleving. Toezicht en handhaving dragen bij aan een
veilige stad, maar kan veel effectiever en efficiënter. De crisis heeft duidelijk gemaakt dat
onze wijze van het maken van ruimtelijke plannen en het verrekenen van kosten en baten
anders moet om ruimte te kunnen blijven bieden voor nieuwe woningen, herstructurering,
bedrijven, groen en een kwalitatief goede openbare ruimte. Samenwerking binnen en buiten
de gemeente dient versterkt te worden. We zullen samenhangenden en krachtiger prestaties
moeten leveren in nauwe samenwerking met betrokken maatschappelijke organisaties.

Drie basisprincipes: solidariteit, rendement, toekomstgericht


Naast de eigen bestuurlijke organisatie zal er in 2011 gekort worden in het sociale (€ 12
miljoen) en het fysieke domein (€ 31 miljoen). Bij het maken van deze keuzes hanteert ons
College drie basisprincipes.

Ten eerste zal iedereen die de gemeente écht nodig heeft op ons kunnen blijven rekenen.
Solidariteit is een wezenskenmerk van onze stad. Die sociale verbondenheid maakt dat
mensen bij wie het tegen zit, mee kunnen blijven doen of noodzakelijke zorg kunnen
ontvangen.

Ten tweede kijken we zeer kritisch naar wat uitgaven opleveren. ‘Effectiviteit per euro’ speelt
een cruciale rol bij het bepalen van onze bestedingen. Bij de besteding van gemeentegeld
wordt gekozen voor die alternatieven die het meeste rendement opleveren voor de
Amsterdammer.

Ten derde kiest ons College ervoor om te blijven investeren in de vitale infrastructuur die
nodig is voor de duurzame toekomst van de stad. Zo voorkomen we dat soberheid gelijk komt
te staan aan stilstand. Amsterdam moet straks volop mee kunnen draaien als de
economische kansen zich voor doen. Ons College zal hiervoor een beroep doen op het
Amsterdams Investeringsfonds (AIF).

Amsterdammers en de gemeente
Ons College legt de komende jaren een ander accent op de rol van de gemeente in de stad.
Op veel gebieden verschuift de inzet van ‘regelen en reguleren’ naar ‘stimuleren en
faciliteren’. Solidariteit, rendement en gericht investeren vormen de leidraad bij het besteden
van de schaarse middelen om de stad aantrekkelijk te houden en financieel op orde te
krijgen. Dat is de belofte van dit college aan alle Amsterdammers.

Keerzijde is dat Amsterdam de komende jaren een beroep zal doen op de veerkracht van alle
Amsterdammers, organisaties en bedrijven. De stad zal zich aan moeten passen aan de
veranderde omstandigheden. Daar waar instanties geraakt worden door een vermindering, of
stopzetting, van subsidies zal de gemeente dit in 2011 in veel gevallen geheel of gedeeltelijk
compenseren, zodat zij de bedrijfsvoering hierop kunnen aanpassen.

De bezuinigingen zullen de komende jaren ook van invloed zijn op de hoogte van het
stadsdeelfonds. Stad en stadsdelen zullen deze effecten gezamenlijk uitwerken en zoeken

Raadsdruk Begroting 2011 10


naar schaalvoordelen en maatregelen die de onderlinge rolverdeling versterken en de
Amsterdammers zoveel mogelijk ontzien.

Bedrijfsvoering en dienstverlening
De helft van de totale bezuinigingen wordt gehaald uit de gemeentelijke organisatie. In 2011
wil ons College een bezuiniging van bijna € 40 miljoen realiseren door onder meer te
bezuinigen op de onderdelen Bestuursdienst (€ 4,7 miljoen), huisvesting (€ 4,6 miljoen),
inkoop (€ 4,2 miljoen) en personeel (€ 14,2 miljoen). In de periode tot 2014 moet het
bestaande ambtenarenapparaat met enkele honderden slinken. Om toezicht te houden op de
voortgang van de bezuinigingen en de realisatie ervan te waarborgen, zullen gerichte
organisatorische maatregelen volgen. Deze veranderingen gaan niet over een nacht ijs.

De nadruk ligt op het leveren van kwalitatief goede dienstverlening bij alle basisvoorzieningen
van de gemeente: van het aanvragen van een nieuw rijbewijs of een kapvergunning tot het
verstrekken van armoedevoorzieningen of een rolstoeldeken. Dat vraagt ook om heldere
focus en duidelijke taakverdeling binnen de gemeentelijke organisatie. Ons College zet
hiermee de volgende stap in het proces naar 1 Amsterdam, dat is ingezet bij de herindeling
van de stadsdelen.

Het college ziet zich genoodzaakt om een groot bedrag in de gemeentelijke ICT te investeren.
Het gaat om een bedrag van ten minsten € 60 miljoen tot 2014. Dit is noodzakelijk om de
genoemde ambitie op het terrein van de dienstverlening waar te kunnen maken: goede
basisvoorzieningen vragen om een dito ICT. Ons College heeft er duidelijk niet voor gekozen
om met tijdelijke, minder dure oplossingen de ergste nood te lenigen, maar een investering te
doen die na vier jaar een jaarlijkse besparing van
€ 20 miljoen oplevert. Tevens heeft ons College in de Actualisatie 2010 € 22 miljoen
uitgetrokken voor het wegwerken van achterstallig onderhoud op het terrein van ICT en € 2
miljoen voor de voorbereidingen om het realisatieplan in 2011 te kunnen uitvoeren.

Sociale domein

Veiligheid
Veiligheid is een primaire levensbehoefte en een speerpunt van dit college.
Ondanks de bezuinigingen wordt aan de capaciteit voor toezicht en handhaving op straat niet
getornd. Toezichthouders en straatcoaches zijn net als in 2010 herkenbaar op straat
aanwezig. Ook de aanpak van criminaliteit binnen het Project 1012 en een lik-op-stuk aanpak
in combinatie met recidivebeperkende trajecten voor criminele en risicojongeren, blijven in
2011 de volle aandacht houden. Bezuinigingen worden gerealiseerd door minder
ondersteuning van overlegstructuren, een voorlopige begrenzing van het aantal
veiligheidshuizen tot twee en beperking van de reikwijdte van de gebiedsaanpak.

Jeugd en Onderwijs
Investeren in kinderen blijft een van de belangrijkste prioriteitenIeder kind in Amsterdam heeft
recht op een goede school. Ons College zet de kwaliteitsaanpak basisonderwijs voort en
zorgt voor een goede spreiding van onderwijsvoorzieningen in de stad. Schoolverzuim en
voortijdig schoolverlaten worden onverminderd aangepakt. In 2011 is er minder
investeringsruimte voor schoolgebouwen. Dat is moeilijk, maar ons College kiest er
uitdrukkelijk voor om kwaliteit van het onderwijs zelf de voorrang te geven.

Binnen de portefeuille Jeugd en Onderwijs is een aantal pijnlijke keuzes gemaakt. Ons
College kiest duidelijk voor het in stand houden en verbeteren van kerntaken: kwaliteit van
onderwijs, maar ook voor een duidelijke verbeterslag in de Jeugdzorg. Hoe complex dit soms
ook is, houdt ons College vast aan haar ambitie om Amsterdam voor alle Amsterdamse
kinderen een kwalitatief goede stad te laten zijn om in op te groeien.

Deze keuze heeft direct pijnlijke gevolgen voor enkele organisaties binnen de portefeuille. Dat
geldt bijvoorbeeld voor twee organisaties voor talentontwikkeling, Nowhere en Studio West.
Ook van het Streetcornerwork, de Ketenunits, Basta school tv en het Stedelijk Jongeren
Netwerk worden de subsidies afgebouwd.

Raadsdruk Begroting 2011 11


Werk en meedoen
De werkloosheid in Amsterdam is de laatste jaren tot bijna 6% gestegen en de prognose is
dat dit percentage de komende tijd eerder zal stijgen dan dalen. Dat betekent dat de druk op
zowel het uitkeringsbudget, als op de re-integratiegelden toeneemt. Meer mensen doen een
beroep op de steun van Dienst Werk en Inkomen (DWI). Op de middelen die de rijksoverheid
hiervoor beschikbaar stelt, wordt flink gekort. Tevens houdt dit college vast aan de in het
Programakkoord gestelde besparing van € 15 miljoen op inkomensvoorzieningen.
DWI ziet zich voor de taak gesteld met minder geld, meer mensen te helpen. De wijze waarop
wordt bij de Voorjaarsnota 2011 besproken in de gemeenteraad. Zie ook de passage over de
hervormingsagenda. Ons College trekt hoe dan ook € 4 miljoen uit om de capaciteit bij DWI
op de werkvloer te vergroten.

Via Pantar Amsterdam werken 3.000 mensen in de Sociale Werkvoorziening. De


gemeentelijke bijdrage voor Pantar Amsterdam was in 2010 4 miljoen euro. Deze daalt naar
€ 2,5 miljoen in 2011. Ook zal de druk op de beschikbare re-integratiemiddelen naar
verwachting doorwerken bij de overige trajecten van Pantar.

Armoedebeleid
De huidige economische en financiële toestand van de stad mogen we niet afwentelen op de
allerzwaksten. Ons College kiest er expliciet voor het budget voor armoedebestrijding de
prioriteit uit het Programakkoord toe te kennen van € 11,5 miljoen. Armoedevoorzieningen
waarborgen niet alleen de mogelijkheid op een menswaardig bestaan, ook bieden zij de
noodzakelijke basis van waaruit de eigen situatie verbeterd kan worden.

Zorg
De zorgsector wordt geconfronteerd met forse Rijksbezuinigingen. De gemeente Amsterdam
compenseert daar een groot deel van. Zorg die voor een humaan bestaan vereist is, wordt
gewaarborgd. Dat betekent behoud van voorzieningen zoals het aanvullend openbaar
vervoer, waar veel ouderen en gehandicapten gebruik van maken. Ook compenseert de
gemeente de bezuinigingen op de woningaanpassingen, die mensen in staat stelt langer
zelfstandig te wonen, de alfahulpen en psychosociale ondersteuning.

Amsterdam moet helaas ook in de zorgsector bezuinigingen doorvoeren van € 3,4 miljoen in
2011. Een deel hiervan wordt gerealiseerd door het leveren van minder uren op
voorzieningen zoals hulp bij huishouden aan speciale groepen.

Voorzieningen
Van belangrijke sociale voorzieningen in de stad zoals Hortus en Artis wordt een bijdrage
verwacht aan de financiële gezondmaking van de stad. Zij worden gefaseerd gekort op hun
subsidies.

Fysieke domein

Wonen
Zo’n 60.000 mensen zijn in Amsterdam op zoek naar een goedkope huurwoning. De starters
binnen deze groep hebben een wachttijd die door de jaren heen is opgelopen tot meer dan 7
jaar. Ook de doorstromers komen steeds moeilijker aan een andere huurwoning. Ons College
legt zich toe op de ontwikkeling van een beter woonruimte-verdeelsysteem voor Amsterdam.

In delen van de stad is ruimte om minder sociale huurwoningen te bouwen. Dit bevordert de
woningbouwproductie. Gemiddeld genomen houden we vast aan de algemene lijn van 30%
sociale woningbouw. In de stadsdelen Oost en West zijn er in de bestaande voorraad veel
sociale huurwoningen (70%). In deze wijken mag het percentage sociale huur naar beneden
zodat hier meer doorstroming ontstaat.

Besparingen in de woonsector worden onder andere doorgevoerd op de vermindering van de


subsidie aan het Amsterdams Steunpunt Wonen/Huurdervereniging Amsterdam (ASW/HA)
en de beëindiging van de subsidie aan Meldpunt Ongewenst Verhuurgedrag. Wijksteunpunt
Wonen voert deels dezelfde taken uit als het Meldpunt en kan, samen met de dienst Wonen,
Zorg en Samenleving, de overige diensten opvangen.

Raadsdruk Begroting 2011 12


Minder nieuwbouw
De nieuwbouw in de stad is niet alleen hard getroffen door de economische crisis, maar ook
door het structureel kleiner worden van de kantorenmarkt. Ons College grijpt daarom fors in
op de grote nieuwbouwprojecten in de stad. Van alle geplande woningen en kantoren in de
stad, zal een derde tot de helft de komende jaren niet gebouwd worden. Dit betekent dat
(grote) delen van nieuwbouwprojecten zullen worden stilgelegd .

Het overzicht van de ingrepen per project wordt separaat door ons College aan uw
Vergadering aangeboden.

Wijken
De continuïteit van de wijkaanpak staat onder druk. Afgezien van de Rijksbezuinigingen
worden ook stadsdelen geconfronteerd met de noodzaak te bezuinigen. Signalen uit de
corporatiewereld duiden op een aanzienlijke teruggang in de investeringen in wijkaanpak,
stedelijke vernieuwing en maatschappelijk vastgoed. Tegen deze achtergrond ontstaat het
sombere beeld van een stokkende vernieuwing in die delen van de stad, die deze het hardst
nodig hebben. Dit betekent een aanslag op de leefbaarheid van deze buurten en een harde
knauw voor de verwachtingen van de bewoners.

In de begroting is daarom € 7,5 miljoen gereserveerd voor het verbeteren van de leefbaarheid
in aandachtswijken. Komende vier jaar wil ons College de verschillende sociale maatregelen
en investeringen beter op elkaar afstemmen. Zo moet de aanpak van achterstandswijken
gerichter gekoppeld worden aan kwaliteitsverbetering van onderwijs, renovatie van huizen en
het vernieuwen van de openbare ruimte en groenvoorzieningen, (wijk)inburgeringsbeleid en
sociale (wijk)voorzieningen. Actieve betrokkenheid van buurtbewoners en de inzet van
bestuurders van stad en stadsdelen, met die van betrokken instanties, zijn een vereiste om
deze aanpak tot een succes te maken.

Bereikbaarheid, verkeer en vervoer


De bereikbaarheid van de stad wordt in een klap groter op het moment dat de Noord/Zuidlijn
rijdt. Tot die tijd is het vooral zaak om het werken aan de Noord/Zuidlijn zo veilig en voor de
omgeving zo draaglijk mogelijk te houden. Mede op basis van het rapport van de commissie
Veerman heeft ons College er voor gekozen om een aanzienlijk bedrag te reserveren voor
het afdekken van risico’s die zich mogelijk nog voor doen bij de aanleg van de lijn.

Dit college reserveert € 2 miljoen voor de verbetering van de verbinding van P+R’s met het
openbaar vervoer. De dagtarieven van de P+R-voorzieningen worden verhoogd.

Voor de eerste fase van de aanpak van de Rode Loper, het stuk tussen Dam en Spui, wordt
€ 5 miljoen uitgetrokken.

Ons College zet, naast het Mobiliteitsfonds, € 0,5 miljoen incidenteel in om het ingezette
taxibeleid voort te zetten. Gewerkt wordt aan de totstandkoming van de Amsterdamse
taxiverordening 2011, waarmee de gemeente de taximarkt reguleert.

Schone energie
Amsterdam maakt zich klaar voor een energietransitie. Van een stad die afhankelijk is van
olie, kolen en gas moet Amsterdam een stad worden die gebruik maakt van schonere
energievormen en die daar zuinig mee omgaat. Dit houdt de energierekening van de
Amsterdamse burgers en bedrijven betaalbaar en verlaagt de CO2 uitstoot van de stad. Ons
College reserveert daarom het komende jaar € 10 miljoen uit het Amsterdams
Investeringsfonds voor de peiler Klimaat, Duurzaamheid en Luchtkwaliteit. Met deze eerste
tranche zal in concrete projecten worden geïnvesteerd, die aantoonbaar bijdragen aan het
maken van de energietransitie en het terugbrengen van de CO2 uitstoot van de stad. In
december 2010 zal ons College een concreet verdelingsvoorstel doen.

Raadsdruk Begroting 2011 13


Het Amsterdams Investeringsfonds
De Begroting 2011 kent naast de noodzaak tot grote structurele bezuinigingen een aantal
incidentele baten die optellen tot € 320 miljoen, waarvan € 145 miljoen afkomstig is uit de
opbrengst van de NUON verkoop.

In lijn met de wens van de gemeenteraad wordt een deel van de incidentele meevallers
gestort in een investeringsfonds. Voor dit Amsterdams Investeringsfonds (AIF) wordt € 200
miljoen uitgetrokken en wordt gebruikt voor Stedelijke Ontwikkeling en Bereikbaarheid,
Economie en Innovatie en Klimaat, Duurzaamheid en Luchtkwaliteit. Geld dat aan het fonds
wordt onttrokken, moet zichzelf in belangrijke mate terug kunnen verdienen en zo als
aanjager fungeren voor economische ontwikkelingen. Het AIF biedt de unieke mogelijkheid
om juist in economisch zware tijden gericht te kunnen investeren wanneer concrete kansen
zich voordoen die de stad ten goede komen.

Ons College stelt voor om ten behoeve van de ontwikkeling van het Food Center, en
investeringen in het project 1012 en voor maatschappelijk vastgoed € 50 miljoen euro uit het
AIF te tillen, aangezien deze projecten niet voldoen aan de aan het AIF gestelde criteria.
Daarnaast stelt ons College investeringen voor op het gebied van (sport)evenementen, het
aantrekken van buitenlandse ondernemingen en concrete duurzaamheidprojecten.

Ons College wil in gesprek met uw Vergadering de criteria nader uitwerken voor toekomstige
bestemmingen van middelen uit het AIF.

Raadsdruk Begroting 2011 14


Programakkoord doelstellingen en indicatoren

Doelstelling 1: De veiligheid in alle 78 buurten is verbeterd


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Objectieve veiligheidsindex 1 80 2009 78-75 78-74 78-73 78-72
Subjectieve veiligheidsindex 76 2009
Element buurtproblemen 63 2009 61-58 61-57 61-56 61-55
Element vermijding 81 2009 79-76 79-75 79-74 79-73
Leefbaarheidsindex Wordt nog ontwikkeld

Doelstelling 2: Verlaging jeugdcriminaliteit en overlast


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Afname recidive: 2/2010
First Offenders 30% 28% 25% 23% 20%
Licht Criminelen 45% 43% 40% 37% 35%
Potentieel Jeugdige Veelplegers 63% 60% 57% 53% 50%
Harde Kern Jeugd 90% 87% 83% 79% 75%
Afname aantal problematische 40 2009 40-37 37-34 37-34 34
jeugdgroepen
Aantal VO scholen dat een
schoolveiligheidsteam heeft 6 2010 10 Nader idem idem
vast te
stellen;
afhankeli
jk van
budget

Doelstelling 3: Geweld achter de voordeur


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Verhouding aangiften / incidenten 30% 2009 32,5% 35% 37,5% 40%
Toename huisverboden 97 2009 minimaal minimaal minimaal minimaal
250 250 250 250

Doelstelling 4: Mensen ontwikkelen zich naar werk (zie ook bij armoede)
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Uitstroom naar werk in een jaar 2.513 3.500 4.000 4.000 4.200
(2009)

Doelstelling 5: Meer jongeren terug naar school of aan het werk


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Percentage jongeren dat binnen een 38% 40% 42% 44% 45%
jaar terug naar school gaat of aan 1e kw 2010
het werk is 89%
Percentage jongeren dat na 1e kw 2010 85% 85% 90% 95%
aanmelding bij het Jongerenloket
binnen 4 weken een werkleeraanbod
krijgt

Doelstelling 6: Mensen in de Wet Sociale Werkvoorziening ontwikkelen zich dichter bij reguliere arbeidsmarkt
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Percentage mensen dat werkzaam 12% 12% 12% 12% 12%
is bij een werkgever via Begeleid (2009)
Werken

1
Bij het objectieve en het subjectieve indexcijfer is daling een positief effect. Het objectieve indexcijfer bestaat uit de
elementen inbraak, diefstal, geweld, overlast, vandalisme, verkeer en drugs. Deze elementen worden gemeten met
behulp van in totaal 36 indicatoren. Het subjectieve indexcijfer bestaat uit drie elementen: veiligheidsbeleving,
vermijdingsgedrag en buurtproblematiek. Deze elementen worden gemeten met behulp van in totaal 31 indicatoren.

Raadsdruk Begroting 2011 15


Doelstelling 7: Betere beheersing van de Nederlandse taal en grotere kennis van cultuur en geschiedenis van
de (Amsterdamse) samenleving bij Amsterdammers
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Aantal Amsterdammers dat een taal- 2.514 6.200 6.200 6.200 6.200
en inburgeringscursus krijgt (1e kw 2010)
aangeboden (aantal WI-trajecten)
Aantal Amsterdammers dat een 2.826 1.375 1.375 1.375 1.375
educatietraject krijgt aangeboden (2009)
(WEB-traject)

Doelstelling 8: Verhogen bereik (aanvullende) inkomensvoorzieningen


Indicator Nulmeting
Nulmetingen
enpeildatum
peildatum 2011
2011 2012
2012 2013
2013 2014
2014
Bereik voorzieningen per jaar 69%2 80% 85% 90% 90%
(2008)

Doelstelling 9: Versterken schuldhulpverlening


Indicator Nulmeting
Nulmetingen
enpeildatum
peildatum 2011
2011 2012
2012 2013
2013 2014
2014
Geen wachtlijst informatieadvies- 5 Geen Geen Geen Geen
gesprek en intake (2009) wachtlijst wachtlijst wachtlijst wachtlijst
schuldhulpverlening

Doelstelling 10: Bevorderen keuzevrijheid, onder meer door verstrekking PGB’s


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014

Verhoogd PGB gebruik bij cliënten Percentage 1-6-2010 12 % 13 % 14% 15 %


individuele voorzieningen (HBH, PGB is
woningaanpassingen en 11%
vervoersvoorzieningen)

Minder bureaucratie (aanvragen, 1-6-2010


verantwoorden etc.) door: 1800 1400 1000
-lichtere verantwoordingsprocedure
% PGB met zware verantwoording

Doelstelling 11: Zorg bieden aan mensen die dak- of thuisloos zijn of dreigen te worden

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014

Aantal cliënten in de 50% (moet 1-1-2010 60% 70% 80% 90%


maatschappelijke opvang dat nog
minimaal 3 dagdelen per week geverifieerd
dagbesteding/arbeid heeft worden)

Doelstelling 12: Kinderen krijgen goede scholing


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
3
% kinderen met een indicatie VVE 50 2009 70 75 80 85
dat deelneemt aan VVE
# zwakke basisscholen (PO) volgens 18 Juli 2010 13 9 4 0
oordeel inspectie 4
% jongeren van 23 jaar dat als Nulmeting Schooljaar op basis idem idem idem
leerplichtige VO en/of MBO in volgt in 2009/2010 van
Amsterdam heeft gevolgd met een november nulmeting
startkwalificatie 2010

2
In de armoedemonitor over 2009 wordt als basis een nieuwe nulmeting gedaan
3
VVE is Voor- en Vroegschoolse Educatie.
4
Het betreft de scholen die deelnemen aan de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs.

Raadsdruk Begroting 2011 16


Doelstelling 13: Snel ingrijpen bij problemen
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
# Gezinnen dat instroomt in de MPG 235 2010 235 Nader vast idem idem
aanpak te stellen

Doelstelling 14: Homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders voelen zich veilig in de stad.
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Door homo’s ervaren discriminatie 19% Burgermoni 18 17 16 15
tor 2009

Doelstelling 15: Discriminatie is afgenomen


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Aantal meldingen bij Meldpunt 965 Meldpunt 1000 1050 1075 PM
Discriminatie Amsterdam5 Discriminati
e
Amsterdam
, 2009

Doelstelling 16: Jeugd: structurele bijdrage van sport en bewegen aan de sportieve, gezonde en sociale
ontwikkeling van alle Amsterdammers

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014


Percentage sportdeelname kinderen 75% 2009 77% 80% 80% 80%
en jongeren 6 t/m 18 jaar volgens
RSO6
Percentage kinderen en jongeren 4 65% 2010 67% 68% 69% 70%7
t/m 18 jaar dat deelneemt aan
naschools sport- en beweegaanbod

Doelstelling 17: Topsport: Amsterdam op Olympisch niveau


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Aantal programma’s en bonden Progr. 12 2010 12 13 14 15
verankerd in Centrum voor Topsport Bonden 7 2010 7 8 9 9
en Onderwijs (CTO)
Aantal internationale topsportevene-
menten, onder te verdelen in
- Jaarlijks terugkerend 7 2010 7 7 7 7
- Aantal van EK/WK niveau, 6 1 4 2 48
georganiseerd in 2011-2014
(streven is 11 in totaal)
- Aantal grote evenementen
geacquireerd in de periode 2011- 4
2014 voor de periode ná 2014

Doelstelling 18: Ruimtelijk/accommodaties: a) sportievere inrichting openbare ruimte; b) voldoende


basissportvoorzieningen en c) kwalitatief betere sportvoorzieningen

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014


Aantal op te knappen en/of te 6 2010 7 7 7 7
realiseren sportvoorzieningen in de
openbare ruimte
Adequate accommodatiecapaciteit
basissportvoorzieningen9.

5
Deze indicator hoort bij de doelstelling dat de meldingsbereidheid in verband met gevallen van discriminatie moet
toenemen. Echter, een toename van het aantal meldingen is ook voor andere interpretatie vatbaar, hij kan ook
worden gezien als toename van de discriminatie. Nadere analyse van de gegevens geeft hier ieder jaar meer zicht
op.
6
Richtlijn Sportdeelname Onderzoek. Norm: minimaal 1 x per maand sporten.
7
Financiële dekking voor de programma’s die hiervoor nodig zijn, moet nog gevonden worden.
8
Waarvan twee zeer grote, waarschijnlijk in 2014, of één in 2013 en één in 2014
9
Dekking voor het op peil brengen van accommodatiebestand moet nog worden gevonden.

Raadsdruk Begroting 2011 17


− Sporthalcapaciteit 26 2010 27 28 30 32
− Aantal hockeyvelden 32 34 36 40 42
− Aantal tennisbanen 221 230 235 250 270
Aantal “topparken” in ontwikkeling 4 2010 4 5 6 7

Doelstelling 19: kinderen ontwikkelen culturele kansen


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014

% scholen met cultuureducatie in het 67% / 33% 2006 86% / 65% 90% / 75%
15programma (PO-scholen/VO-
scholen)

Doelstelling 20: Stimuleren van kennis en innovatie


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Op basis van de – nog op te stellen - - PM PM PM PM
– regionale kennis en
innovatieagenda worden nader te
bepalen indicatoren geformuleerd10

Doelstelling 21: Faciliteren en


ondersteunen van ondernemers
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Gemeentelijke regeldruk neemt af 01-01-2010 -6% -12% -18% -25%
(cumulatief)
Tevredenheid ondernemers over 6.1 2010 6.5 6.7 7.0 7.0
gemeentelijke dienstverlening
Aantal (startende) ondernemers die - - 500 500 500 500
geholpen worden per jaar

Doelstelling 22: Amsterdam is een attractieve stad voor bewoners, bedrijven en bezoekers

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014

Het aantal nieuwe internationale - - 50 100 150 200


bedrijven dat zich vestigt in de regio
(cumulatief)11
Aantal bedrijfsbezoeken per jaar12 - - 80 80 80 80

Behoud van een plaats in de top tien 7 2009 Top 10 Top 10 Top 10 Top 10
van Europese toeristensteden
Aantal overnachtingen (in miljoenen) 8.8 2007 9 9 9 9

Waardering Kunst en Cultuur (Staat


van de Stad)

Doelstelling 23: De stad groeit

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014

Door een pakket aan maatregelen


kan de stad zich ook na 2014
ruimtelijk ontwikkelen. De gemeente
heeft daar investeringsmogelijk-
heden voor. Toekomstige
ontwikkelingen uit de Structuurvisie,
zoals Havenstad, dokmodel Zuidas
en Foodcenter zijn in 2015 een reëel

10
Doelstellingen die in de agenda worden opgenomen kunnen alleen behaald worden indien er een bijdrage uit het
Amsterdam Investeringsfonds wordt gehonoreerd.
11
Zonder extra middelen kan dit aantal bedrijven naar de regio worden gehaald. Indien de extra inzet die in het
programakkoord is opgenomen met middelen uit het Investeringsfonds gedekt wordt, kan dit aantal minimaal
verdubbeld worden
12
Zonder extra middelen kan dit aantal bedrijfsbezoeken per jaar afgelegd worden. Indien er uit het
Investeringsfonds extra middelen bijkomen, kunnen er +PM bedrijfsbezoeken afgelegd worden

Raadsdruk Begroting 2011 18


perspectief.

Doelstelling 24: Amsterdam stabiliseert de CO2-uitstoot. Amsterdam houdt vast aan de ambitie om (ten
opzichte van 1990) in 2025 de CO2 uitstoot met 40 procent te reduceren
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Jaarlijkse CO2 uitstoot 1990 Jaarlijkse
toename is
tot staan
gebracht

Doelstelling 25: Vergroting aanbod woningen voor studenten en jongeren

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014

Aantal gerealiseerde
studentenwoningen (door een mix 9.000 (over gehele bestuursperiode)
van maatregelen,niet alleen
nieuwbouw)
Aantal gerealiseerde
jongerenwoningen (idem, door een
mix van maatregelen) 2.500 (over gehele bestuursperiode)

Doelstelling 26: Klimaatneutraal bouwen

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014

Minimaal 40% van de tussen 2010


en 2014 gerealiseerde nieuwbouw is minimaal 40% klimaatneutraal
klimaatneutraal.

Voorbereidingen voor 100% Afronding


klimaatneutrale nieuwbouw vanaf in 2014
2015

Doelstelling 27: De hoeveelheid broedplaatsen groeit

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014

Aantal vierkante meters broedplaats ca. 100.000 m2 31-12- 120.000 130.000 140.000 150.000
(aantal m2 BVO, cumulatief) 2009

Doelstelling 28: Aanpak leegstaande kantoren

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014

Aantal m2 dat getransformeerd 200.000 m2 over gehele bestuursperiode


wordt naar nieuwe functies

Doelstelling 29: Vergroting eigen woningbezit naar 35% van de woningvoorraad


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014

Percentage eigen woningbezit 29 % Mei 2009 31 % geen 34 % geen


volgens tweejaarlijks onderzoek meting meting,
Wonen in Amsterdam doel 35 %

Doelstelling 30: De aanpak van illegale verhuur in de sociale huursector wordt uitgebreid, o.a. door middel van
Zoeklicht

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014


Aantal vrijgekomen onrechtmatig 650 2007 1200 1200 1200 1200
verhuurde woningen
Aantal handhavingsbesluiten 900 2007 1300 1300 1300 1300

Raadsdruk Begroting 2011 19


Doelstelling 31: Een grootschalig woningisolatieprogramma wordt uitgevoerd
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014

Aantal labelsprongen bij woningen


23.000 2009 tussen 75.000 en 100.000 (in de periode 2011-2014)
sociale sector

Doelstelling 32: Het bieden van ondersteuning aan mensen op het gebied van wonen
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Uitbreiding huurdersondersteuning dienstverlening uitgebreid
vanuit de steunpunten wonen

Doelstelling 33: Aantrekkelijke, leefbare wijken


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Alle buurten en inwoners bereiken Zie Monitor 2008 Jaarlijkse gemiddelde stad is Streefwaarde
het gemiddelde niveau NAP op Wijkaanpak
sociaal, fysiek en economisch terrein
in 2018.13

Doelstelling 34: De Gemeente Amsterdam verbetert in de periode 2011-2014 haar ICT


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Amsterdam laat van 2010-2014 een p.m. 1 januari 2% 5% 10% 16%
verbetering van zien 16 % ten 2011
opzichte van de ICT benchmark voor
Nederlandse gemeenten.

Doelstelling 35: Minder ernstige verkeerslachtoffers


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Het aantal ernstige 353 2009 345 335 325 315
verkeersslachtoffers

Doelstelling 36: Minder incidenten in het openbaar vervoer


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Het aantal aangiften van reizigers en In In In In In In
incidentmeldingen door ontwikkelin ontwikkelin ontwikkelin ontwikkelin ontwikkelin ontwikkelin
vervoerbedrijven bij de politie wat g g g g g g
betreft criminaliteit en overlast in en
rond het openbaar vervoer

Doelstelling 37: Mensen voelen zich veilig in en om de taxi


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
percentage negatieve beoordelingen 8% 2009 8% 7% 6% 5%
(5 of lager) over taxiritten in
Amsterdam

Doelstelling 38: Gebruik P+R-plekken


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Aantal parkerende auto’s op 422.065 2009 Nader in te Nader in
Amsterdamse P+ R terreinen vullen te vullen

13 Het uitgangspunt is dat de buurten dan niet langer in de probleem-categorieën zeer veel aandacht of veel
aandacht vallen. Dit wordt vastgesteld aan de hand van de indicatoren: leefsituatie-index, Cito-eindtoets,
startkwalificatie, sociale cohesie, minima < 18 jaar, werkloosheid, banen, sociale huur, leefbaarheid en veiligheid.

Raadsdruk Begroting 2011 20


Doelstelling 39 : Betere toegankelijkheid OV
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Bushaltes die toegankelijk zijn Aantal 2008 Aantal Aantal Aantal Aantal
voor mensen met een fysieke bushaltes bushaltes in bushaltes in bushaltes in bushaltes in
beperking toegankelijk: Noord, Geuzenveld, Bos en Centrum en
0 Zuidoost en Slotervaart, Lommer, Zeeburg
Westerpark Westpoort Baarsjes, (gehele
en Osdorp Oud West, programma
Oud Zuid en 918
Zuideramstel bushaltes)

Doelstelling 40: Meer fietsers


indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Aandeel fiets in de modal split14 Volgt na Volgt na Volgt na Volgt na Volgt na Volgt na
vaststelling vaststelling vaststelling vaststelling vaststelling vaststelling
MJP Fiets MJP Fiets MJP Fiets MJP Fiets MJP Fiets MJP Fiets
2011-2014 2011-2014 2011-2014 2011-2014 2011-2014 2011-2014

Doelstelling 41: Luchtkwaliteit verbeteren


Indicator Nulmeting en 2011 2012 2013 2014
peildatum
Oordeel NSL of Amsterdam op Ontwikkeli Ontwikkeling Ontwikkeling Ontwikkeling
schema ligt om doel 2015 te ng op op schema op schema op schema
bereiken (2015: reductie van NO2 schema
met 0,5 µ / m3 in 2015 door
projecten uit VGS)

Doelstelling 42: De stad is financieel gezond


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Realisatie bezuinigingen per jaar € 81,5 € 57,7 € 37,6 € 34,4
miljoen miljoen miljoen miljoen
(cumulatief: (cumulatief: (cumulatief
€ 139,2) € 176,8) € 211,2)

Structureel evenwicht inkomsten -


uitgaven
Weerstandsvermogen voldoende
om risico’s op te vangen
Voldoende ruimte om te
investeren (AIF)

14
De verdeling van de verschillende vervoersvormen over de auto, het OV en de fiets

Raadsdruk Begroting 2011 21


Raadsdruk Begroting 2011 22
Financiële hoofdlijnen

1 Inleiding
De gemeente Amsterdam staat voor een grote financiële opgave. Uitgaven nemen toe, terwijl
inkomsten afnemen. Een gezonde financiële basis met voldoende bestedingsruimte is niet meer
vanzelfsprekend. Ons College ziet het als zijn taak om, ook voor toekomstige generaties, de
gemeentelijke financiën meerjarig op orde te krijgen en te houden. Daarom staan wij een financieel
beleid voor met de volgende uitgangspunten:

 een (meerjarig) structureel sluitende begroting


 het op peil houden van het weerstandsvermogen van de gemeente
 een voldoende niveau van reserves en voorzieningen
 geen dekking van structurele uitgaven met incidentele middelen
 voldoende financiële ruimte om te kunnen blijven investeren in de stad
 speciale aandacht voor risicovolle projecten
 prudent treasurybeleid

Deze uitgangspunten zijn gerespecteerd en gehanteerd bij het opstellen van de Begroting 2011 en
hebben samen met de uitgangspunten uit ons Programakkoord 2010-2014 geleid tot een forse
structurele bezuinigingstaakstelling van € 83 miljoen in 2011, oplopend tot € 208 miljoen vanaf 2014.
Dat betekent dat wij voor moeilijke en soms pijnlijke keuzes gesteld worden en nog gesteld zullen
worden. Iedereen in de stad zal de gevolgen van de noodzakelijke bezuinigingen voelen, maar
getracht is de pijn zo eerlijk mogelijk te verdelen. Er is voor gekozen om het zwaartepunt van de
bezuinigingen bij de gemeentelijke organisatie zelf neer te leggen: € 112 miljoen van de benodigde
besparingen wordt binnen de gemeente gevonden. Het is echter onvermijdelijk dat de bezuinigingen
effect hebben op de stad en de mensen die daar wonen en werken. Er is gezocht naar de
besparingsmogelijkheden die – ook op de langere termijn – het (leef)klimaat in de stad en het welzijn
van de burgers en de ondernemers ontzien en, waar mogelijk, de economische groei bevorderen.

Bezuinigingen 2011-2014 (x € 1 miljoen)

Sociaal; € 41

Bedrijfsvoering;
€ 112
Fysiek; € 41

De gemeentefinanciën verkeren in structureel opzicht in zwaar weer, maar tegelijkertijd ook in


de omstandigheid dat er voldoende incidentele middelen zijn om te kunnen blijven investeren. In 2011
beschikt de gemeente over middelen die vrij komen door de eerdere verkoop van Nuon-aandelen en
een gunstig rekeningresultaat 2009. Daardoor is ons College in staat om de prioriteiten in het
programakkoord financieel te ondersteunen, maar ook om een flinke dotatie te doen aan het
Amsterdams Investeringsfonds (AIF).

Hierna worden eerst de financiële ontwikkelingen in het jaar 2010 en de jaren daarna toegelicht.
Vervolgens wordt aangegeven hoe structureel dekking wordt gevonden voor de meerjarige tekorten
en invulling gegeven aan de incidentele ruimte. Ook het Amsterdams Investeringsfonds wordt nader
toegelicht. Aansluitend volgen paragrafen over de fondsen, waaronder het Vereveningsfonds, de

Raadsdruk Begroting 2011 23


ontwikkelingen van de tarieven en onrendabele investeringen. In de laatste paragraaf wordt ingegaan
op het gemeentefonds en de stadsdelen.

2 Financiële ontwikkelingen 2010


De uitkomst van de Actualisatie 2010 vertoont een voordelig resultaat van circa € 9 miljoen ten
opzichte van de vastgestelde begroting. Dit is het gevolg van een aantal ontwikkelingen die hieronder
worden toegelicht. Bij het opmaken van de Jaarrekening 2010 zal het definitieve resultaat bekend
worden. De ontwikkelingen zijn onder te verdelen in budgetneutrale ontwikkelingen enerzijds en voor-
en nadelige effecten anderzijds.

Er zijn drie grote budgetneutrale effecten. Ten eerste is bij de Jaarrekening 2009 besloten dat in de
Actualisatie 2010 alle reserves vakantiegeld voor een totaalbedrag van € 18,7 miljoen vrijvallen. De
vrijval is al in het rekeningresultaat 2009 opgenomen en daarom in de actualisatie saldoneutraal
verwerkt. Tevens is bij de Jaarrrekening 2009 besloten om een bedrag van € 20 miljoen te onttrekken
aan de reserve gevormd uit de ontvangen bate door verkoop van de Nuon-aandelen. Het bedrag is
bestemd voor de gemeentelijke bijdrage in de kosten van de herstructurering van het Foodcenter en
aan een nieuw gevormde reserve Herstructurering Foodcenter toegevoegd. Tot slot is er in de
actualisatie rekening gehouden met € 33,6 miljoen hogere integratie- en decentralisatie uitkeringen via
het gemeentefonds. In de betreffende programma’s leidt dit (in veel gevallen) tot navenant hogere
lasten. De grootste toevoegingen zijn een vergoeding voor de kosten van bodemsanering (€ 9,6
miljoen), de toename van de decentralisatie-uitkering leefbaarheid en veiligheid (€ 7,3 miljoen), de
decentralisatie-uitkering voor de aanpak van Marokkaanse probleemjongeren (€ 4,3 miljoen), voor
instapcursussen inburgering (€ 2,5 miljoen) en voor de langzaam verkeerspassage bij het Centraal
Station (€ 2 miljoen). De overige uitkeringen zijn elk kleiner dan € 2 miljoen.

De voor- en nadelige mutaties zijn talrijk. De grootste ontwikkelingen worden genoemd.

In de Begroting 2009 en de Begroting 2010 zijn nominale aanpassingen verwerkt voor de personele
en materiële kosten en de subsidies, welke achteraf gezien (substantieel) te hoog waren. In de
Actualisatie 2010 zijn de te hoge indexeringen gecorrigeerd. In de Actualisatie 2010 heeft dit een
totaal positief effect van ruim € 15 miljoen. Voor de Begroting 2011 is overigens eveneens een
negatieve nominale bijstelling geraamd. Tegenover deze nominale correcties staat een aantal reële
correcties, zoals de eerdere verwerking van de rijksbijdrage voor maatschappelijke opvang en
verslavingszorg, die leiden tot een incidentele verslechtering van in totaal € 20 miljoen.

Ten opzichte van de begroting treedt bij de rente over reserves en voorzieningen een verbetering van
€ 20 miljoen op. De verbetering is het gevolg van de toename van het totaal bedrag aan reserves en
voorzieningen, waarvan de rente ten gunste van de algemene dienst komt. Door een achterblijvend
investeringsniveau bij onder meer onderwijshuisvestingsprojecten en cultuurpanden, bij de
hoofdinfrastructuurprojecten en de Noord/Zuidlijn, vallen incidenteel afschrijvingskosten vrij voor een
totaalbedrag van € 15 miljoen.
Bij het Servicehuis Personeel is, vooruitlopend op de jaarrekening, een voorziening voor diverse
privatiseringstrajecten vrijgevallen voor een bedrag van ruim € 8 miljoen.

De situatie rondom de ICT in de gemeente verdient het om apart bij stil te staan. De Dienst ICT (DICT)
is per 1 januari opgericht, op basis van de samenvoeging van het Servicehuis ICT (SHI) en de afdeling
Informatie beleid van de bestuursdienst (CO-IB). Deze dienst is de spil in het streven naar een
samenhangende, efficiënte en effectieve ICT-functie binnen de gemeente Amsterdam. De dienst ICT
verkeert in een fase waarbij de invulling van de nieuwe dienst steeds meer vorm krijgt. Dit
overgangproces verloopt niet zonder problemen. Zo is er sprake van achterstallig onderhoud bij de
deelnemende diensten van het SHI (de zogenaamde BRI-diensten) en zelfs op de huidige
arbeidsmarkt blijken vacatures voor ICT- functies lastig te vervullen. Daardoor is het inhuren van
externen onontkoombaar. Daarnaast is gebleken dat soms nog veel verbeterd dient te worden aan de
interne bedrijfsvoering; ook op dit punt was sprake van achterstallig onderhoud bij het SHI.
De afgelopen jaren zijn weinig vervangingsinvesteringen uitgevoerd, waardoor de ICT van belangrijke
en grote diensten sterk is verouderd. Dit is een direct risico voor de continuïteit van de bedrijfsvoering
van deze diensten. De oorspronkelijke opzet bij het SHI was dat al het beheer uitgevoerd wordt voor
het vaste (lumpsum)bedrag, de zogenaamde deelnemersbijdrage. Deze bijdrage hield geen gelijke
tred met de toenemende beheerskosten. Dit leidde ertoe dat er minder middelen beschikbaar waren

Raadsdruk Begroting 2011 24


voor vervangingsinvesteringen. Dat heeft geleid tot uitval waardoor er, duurdere, noodvoorzieningen
en oplossingen gezocht moest worden. In de Actualisatie 2010 is een bedrag (€ 22 miljoen)
opgenomen om het achterstallig onderhoud weg te werken. Dit is nodig om de bedrijfsvoering van de
betrokken diensten te kunnen waarborgen en een stabiele basis te creëren voor de uitvoering van het
Realisatieplan ICT op Open Amsterdams Peil (OAP). Voorts is bij DICT een bedrag van € 7 miljoen
opgenomen voor noodzakelijke maatregelen gericht op verbetering van de interne bedrijfsvoering
(uitvoering realisatieplan, inrichting ICT control en verbetering van de organisatie) en voor het tekort
ten gevolge van niet gerealiseerde taakstellingen.

De verwachte verslechtering van de dividenduitkering van Schiphol van € 9,5 miljoen doet zich niet
voor. Dit leidt tot een voordeel ten opzichte van de begroting. Daarnaast is de vrijval verwerkt van
€ 18,3 miljoen, die samenhangt met de verkoop van de aandelen Nuon. Bij de verkoop van de
aandelen is een bedrag van € 36 miljoen op een rekening bij de BNG gestort als compensatie voor
mogelijke verborgen gebreken. Op 1 juli is dit bedrag voor de helft vrijgevallen

Tot slot is er een aantal negatieve mutaties, die optellen tot een totaal van circa € 10 miljoen.
Daaronder valt de terugloop van het resultaat van Haven Amsterdam met een kleine € 7 miljoen,
voornamelijk het gevolg van achterblijvende gronduitgiften en het wegvallen van de containerlijnen op
Oost-Azië.

Vooruitkijkend naar het rekeningresultaat 2010 dient het volgende te worden opgemerkt. In de
begroting en in de actualisatie wordt bij de rente eigen financieringsmiddelen uitgegaan van een rente
van 3,5%. In de Jaarrekening 2010 zal worden uitgegaan van een rentepercentage overeenkomend
met éénmaands Euribor. Op dit moment ligt deze rente aanzienlijk beneden het percentage waarvan
in de begroting is uitgegaan. In de rekening zal daarom gerekend moeten worden op een substantieel
lagere opbrengst. Daartegenover staat een aanzienlijk hogere meevaller als gevolg van het verschil
tussen de in de begroting geraamde rente en de éénmaands Euribor rente bij de omslagrente – en
ook de ten laste van de omslag te vergoeden rente is in de rekening lager dan de geraamde rente.
Aangezien het rente-egalisatiefonds de maximale omvang van € 140 miljoen heeft bereikt komt een
positief resultaat op de omslag (na aftrek van het aandeel voor de stadsdelen en Waternet) ten gunste
van het resultaat van de Jaarrekening 2010. In zijn totaliteit heeft dit dus een positief effect voor de
Jaarrekening 2010. In de Jaarrekening 2009 was eenzelfde effect aan de orde.
In het verdelingsvoorstel wordt een nieuwe methodiek van rentetoerekening voorgesteld. Niet langer
wordt uitgegaan van de één-maands Euribor, maar van de werkelijke omslagrente. Aangezien deze
zowel in de begroting als in de rekening gelijk is zal het hierboven aangegeven effect in komende
jaren niet meer in deze omvang voorkomen.

Nominale compensatie
In de Jaarrekening 2009 is in de bestuurlijke hoofdlijnen het onderzoek naar de verwerking van de
nominale compensatie gemeld. De nominale compensatie wordt via de begrotingsvoorschriften aan
diensten en bedrijven voorgeschreven. Het onderzoek heeft zich in de eerste helft van 2010
voltrokken en heeft het inzicht opgeleverd dat niet op alle begrotingsposten consequent de juiste
nominale aanpassingen worden verwerkt. Facilitaire onderdelen mogen, beargumenteerd en onder
specifieke omstandigheden, afwijken. Zij doen dat regelmatig. Onderbouwing van de afwijkingen
behoeft echter aandacht. De nominale aanpassing op incidentele budgetten zoals incidentele
prioriteiten wordt niet op eenduidige wijze verwerkt. Ons College zal scherper toezien op de naleving
van de voorschriften en deze in een beleidsnotitie opnemen en indien nodig een voorstel voor
verbetering doen.

3 Financiële ontwikkelingen 2011-2014

3.1 Vooraf

De structurele financiële ontwikkelingen kenmerken zich de komende jaren door afnemende


inkomsten. Niet alleen de eigen inkomsten van de gemeente, zoals erfpacht en inkomsten van
gemeentelijke bedrijven, laten een daling zien, ook de rijksbijdragen nemen af. Als rijksbijdragen
afnemen zal de gemeente haar uitgaven hierop (moeten) aanpassen. Ten opzichte van de Begroting
2010 zijn zowel de baten en lasten naar beneden bijgesteld op het gebied van de middelen voor de
wijkaanpak (€ 15 miljoen), brede doeluitkering economie (€ 7,8 miljoen), leefbaarheid en veiligheid
(€ 4,9 miljoen), bodemsanering (€ 5 miljoen), inburgering (€ 12,9 miljoen) en participatiebudgetten

Raadsdruk Begroting 2011 25


(€ 28,5 miljoen). Behalve door de noodzakelijke structurele besparingen, wordt de gemeente dus ook
door teruglopende rijksbijdragen fors in haar uitgaven beknot. De bovengenoemde voorbeelden tellen
al op tot € 74 miljoen.

Hieronder zijn de totale lasten en baten van de begroting 2011 weergegeven.

Lasten en Baten 2011 (x € 1 miljoen)

Openbare orde en veiligheid 111


11
Werk en inkomen 1.093
829
Zorg 380
141
Educatie & jeugd en diversiteit 195
74
439
Verkeer en Infrastructuur 232
Openbare ruimte, groen, sport en recreatie 2 45
131
Cultuur en monumenten 12
Milieu en water 482 Lasten
445
Economie en haven 109 Baten
130
Facilitair en bedrijven 316
291
Stedelijke ontwikkeling 209
201
Bestuur en concern 85
9
Dienstverlening 67
30
uitkering gemeentefonds (excl stadsdeelfonds) 0 909
overige baten 0 354
574
Reserves 565

3.2 Ontwikkeling structureel tekort


In het programakkoord is, op basis van het Financieel Meerjarenperspectief, de financiële opgave
berekend, waar de gemeente de jaren 2011-2014 voor staat. Deze opgave betrof een verwachting
van de structurele veranderingen in de gemeentelijke financiën bij ongewijzigd beleid en een
inschatting van een aanvullende korting van het gemeentefonds. De bezuinigingsopgave bij het
opstellen van het programakkoord is zodoende bepaald op tenminste € 79,5 miljoen in 2011 oplopend
tot € 207,3 miljoen vanaf 2014.

Bedragen * € 1 miljoen 2011 2012 2013 2014 Totaal


Structurele veranderingen bij ongewijzigd beleid
79,5 13,5 20,5 16,8 130,3
(FMP 2011-2014)

Aanvullende korting gemeentefonds - 26,0 27,0 24,0 77,0

Totaal structurele opgave Programakkoord 79,5 39,5 47,5 40,8 207,3

Bij het opstellen van de Begroting 2011 zijn de structurele veranderingen op een aantal onderdelen
bijgesteld. Deze worden hierna toegelicht. Onze veronderstellingen uit het voorjaar over de
aanvullende korting op het gemeentefonds zijn nog immer van kracht. Derhalve is
voorzichtigheidshalve gerekend met een korting van € 3 miljard op het totale gemeentefonds.
Uitgaande van het Amsterdamse aandeel in het gemeentefonds, de verdeling gemeentefonds-
stadsdeelfonds en een gelijkmatige spreiding over de jaren 2012-2017, betekent dat in deze
bestuursperiode een korting van € 77 miljoen. Tijdens de begrotingsvoorbereiding zijn de
onderhandelingen over een nieuw te vormen kabinet in volle gang. Uitkomsten zijn nog ongewis. De
veronderstellingen in het meerjarenbeeld over de mogelijke effecten van rijksbezuinigingen op het
gemeentefonds zijn vooralsnog niet aangepast.

Eerder is, onder andere in het rapport Inzet op Herstel, melding gemaakt van een onderzoek door de
Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) naar de uitkeringen in het gemeentefonds. Dit onderzoek
was van belang voor de gemeente omdat het recht zou kunnen doen aan de financiële positie van de
G4 en andere (grotere) gemeenten in het gemeentefonds. Amsterdam ontvangt samen met de drie

Raadsdruk Begroting 2011 26


andere grote gemeenten sinds 1997 een vast bedrag bovenop de gewone uitkering uit het
gemeentefonds. In 2010 is het vaste bedrag bijna € 300 miljoen. Dit onderzoek is inmiddels afgerond.
De Raad heeft, kort samengevat, geadviseerd het vaste bedrag opnieuw te onderzoeken, aangezien
de uitgangspunten uit 1997 die ten grondslag liggen aan de uitzonderingspositie van de G4 volgens
de Rfv ten dele niet meer relevant zijn. In reactie op het advies van Rfv hebben de G4 in het voorjaar
2010 gezamenlijk een brief gestuurd aan de staatsecretaris van het ministerie van Binnenlandse
Zaken. In deze brief wordt aangegeven dat de herziening van de onderbouwing van het vaste bedrag
wenselijk is, maar dat de herijking van de verdeelsystematiek van het gemeentefonds – en de
onderbouwing van het vaste bedrag van de G4 – op integrale wijze en in onderlinge samenhang
bezien moet worden. Onze gemeente zal dit onderwerp verder bespreken met het nieuwe kabinet.

De grootste structurele veranderingen ten opzichte van de cijfers gepresenteerd in het


Programakkoord 2010-2014 zijn de volgende.

Totaal
Bedragen x € 1 miljoen 2011 2012 2013 2014 t.o.v. 2010
Tekort bij Programakkoord -79,5 -39,5 -45,5 -42,8 -207,3
Bijstellingen in Begroting 2011
1 Gemeentefonds 5,0 PM PM PM 5,0
2 Belastingen -1,0 -1,0
3 Erfpacht 3,2 -0,9 0,4 0,2 2,9
4 Deelnemingen 3,5 -3,5 0
5 Haven 0,6 2,1 1,0 2,4 6,1
6 Afvalenergiebedrijf 1,1 -1,1 0
7 Rente eigen financieringsmiddelen -5,6 0,3 0,4 2,0 -2,9
8 Overige FMP posten -0,6 1,0 1,2 1,6
9 Uitkeringslasten WWB 12,6 -2,6 10,0
Subtotaal -60,7 -44,2 -43,7 -37,0 -185,6

Overige rompmatige ontwikkelingen


10 Zorg (WMO) -12,4 -12,4
12 Vrijval kapitaallasten Nuon -2,2 -2,2
13 Diverse -3,3 -3,3
11 Kapitaallasten onvermijdbare investeringen -4,3 -4,3
Totaal structureel tekort -82,9 -44,2 -43,7 -37,0 -207,8

 De gemeentefondsuitkering is voor het jaar 2011 € 5 miljoen gunstiger. Dit bedrag is vrij
besteedbaar, aangezien bij het opstellen van het FMP in het voorjaar voorzichtigheidshalve al
rekening was gehouden met een mogelijke nominale bijstelling. Er is dus al financiële dekking
aanwezig voor de gevolgen van de nieuw afgesloten CAO. Overigens is voor de jaren daarna nog
geen dekking opgenomen voor de nominale ontwikkelingen (PM post)
 De ontwikkeling van de belastinginkomsten zijn minder positief dan verwacht. Dit leidt tot een
structurele verslechtering van € 1 miljoen vanaf 2011
 De inkomsten uit erfpacht verbeteren in 2011 met € 3,2 miljoen. De structurele verbetering voor de
periode 2011–2014 bedraagt € 2,9 miljoen
 Zoals bij de Financiële ontwikkelingen 2010 al is gemeld, doet de verwachte verslechtering van de
dividenduitkering van Schiphol zich niet voor. In het FMP werd nog uitgegaan van een dividend
uitkering van € 8,5 miljoen in 2011 en € 12 miljoen vanaf 2012. Op grond van de laatste
ontwikkelingen is het verantwoord om reeds vanaf 2011 uit te gaan van het structurele niveau van
€ 12 miljoen
 Een daling van het resultaat van Haven Amsterdam was al voorzien bij het opstellen van het FMP.
Bij de Actualisatie 2010 is deze daling ook verwerkt. De verwachting is dat in de jaren 2011 en
verder de resultaten van de Haven weer naar het oude niveau groeien

Raadsdruk Begroting 2011 27


 De verbeteringen van het resultaat van het Afval Energie Bedrijf treden eerder op dan verwacht.
Dit heeft een positief effect in 2011, maar levert op de langere termijn geen extra voordelen op
 De structurele inkomsten uit eigen financieringsmiddelen nemen af, doordat de omvang van de
structurele reserves en voorzieningen afneemt
 De grootste post binnen de FMP post overige betreft de opbrengst van parkeergebouwen. In 2011
wordt als gevolg van lagere bezettingsgraden bij de parkeergarages, het niet verhogen van
tarieven, eenmalige frictiekosten en het realiseren van het supportershome Ajax een lagere
winstafdracht verwacht. De verwachting is dat het resultaat in de daaropvolgende jaren verbetert
 Het structurele tekort voor de uitkeringslasten van de Wet werk en bijstand (Wwb) wordt geraamd
op € 45 miljoen. Bij deze berekening is rekening gehouden met de neerwaartse bijstelling van het
budget dat het rijk eind juli heeft afgegeven en tevens is uitgegaan van de op het moment van
schrijven meest recente realisatiecijfers over het aantal uitkeringsgerechtigden (juli 2010). Tevens
is in de berekeningen de verlaging van de uitkeringslasten met € 15 miljoen, conform het
programakkoord, meegenomen. In 2011 en 2012 worden tekorten boven de € 45 miljoen
verwacht, maar deze kunnen met een onttrekking aan de risicoreserve Wwb gedekt worden. Voor
een nadere toelichting wordt verwezen naar het Programma Werk en inkomen.

Ontwikkeling Wwb

Bedragen x € 1 miljoen Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting


2010 2010 2011 2012 2013 2014
Uitkeringslasten Wwb 585 528 589 625 634 634
Programakkoord -7 -13 -14 -15
dekking:
Wwb Inkomensdeel
(rijksbudget) -500 -466 -497 -540 -549 -549
Wwb aanvullende uitkering
(rijksbudget) -11 - - - - -

overige inkomsten -24 -23 -24 -24 -24 -24


Saldo tekort 51 39 61 48 45 45
Onttrekking aan risicoreserve
Wwb -14 -2 -19 -3 0 0

Saldo ten laste van de


algemene dienst 37 37 42 45 45 45

 De Wmo-uitkering in het gemeentefonds is door het rijk met € 10,4 miljoen verlaagd. Ons College
heeft ervoor gekozen deze niet direct door te vertalen naar het Wmo-budget, maar op te vangen
binnen de algemene dienst. Dit leidt tot een structureel nadeel van € 10,4 miljoen.
Daarnaast heeft het rijk besloten in de nieuwe verdeelsystematiek voor de maatschappelijke
opvang dat een aantal taken binnen de zogenoemde ‘grensstrook’ valt. Deze taken worden in het
vervolg op een andere manier, namelijk via de zorgverzekeraars, gecompenseerd. Deze
inkomsten zijn in de Begroting 2009 ten onrechte vrijgevallen ten gunste van de algemene dienst.
Dit leidt tot een tegenvaller van € 2 miljoen
 In het FMP was uitgegaan van een structurele vrijval van kapitaallasten over de boekwaarde van
de deelneming Nuon, voor een bedrag van € 6,5 miljoen. De hoogte van de kapitaallasten
bedroeg echter € 4,3 miljoen. Het levert een structurele tegenvaller van € 2,2 miljoen op
 In de rompbegrotingen van diensten is een aantal rompmatige ontwikkelingen opgenomen die
leiden tot een structurele verslechtering van € 3,3 miljoen. Het gaat om gestegen lasten bij DMB
voor de vergunningverlening, kosten voor de zevende wethouder, te hoog ingeschatte baten van
het Contactcenter en wegvallende baten bij de Bestuursdienst die verband houden met de 10%-
operatie. Daarnaast wordt ook de laatste tranche van de ombuiging van SHI door de algemene
dienst gedragen
 Voor investeringen in de Noord/Zuidlijn, onderwijshuisvesting, vervangingsonderhoud
infrastructuur en de Hoge Sluis worden in de begroting kapitaallasten opgenomen. Het gaat hier
om onvermijdelijke uitgaven. Deze zijn als structurele prioriteit in het verdelingsvoorstel bij de
betreffende programma’s opgenomen. De lasten bedragen structureel € 4,3 miljoen.

Raadsdruk Begroting 2011 28


Structurele prioriteiten Bedragen x € 1 miljoen
Omschrijving 2011
Hoge sluis (kapitaallasten) 0,40
Onderwijshuisvestingsprogramma 2011 (kapitaallasten) 1,25
Vervangingsonderhoud infrastructuur (kapitaallasten) 1,20
Noord-Zuidlijn (kapitaallasten) 1,43
Totaal structurele prioriteiten 2011 4,28

3.3 Dekking structureel tekort


In de navolgende tabel wordt een totaaloverzicht gegeven van de structurele ombuigingen vanaf
2011. In totaal zal er voor een bedrag van € 194,1 miljoen structureel worden omgebogen in de
periode 2011-2014. In de bijlage bij deze Financiële Hoofdlijnen wordt een gedetailleerd overzicht
gegeven van alle meerjarige posterioriteiten. Het totaal bedrag aan voorgestelde bezuinigingen is
lager dan het totaal bedrag in het programakkoord. Dit is het gevolg van de verlaging van de
uitkeringslasten Wwb die reeds in de romp zijn verwerkt (zie toelichting Wwb in vorige paragraaf). Dit
is ook opgenomen in de bijgestelde berekening van het structurele tekort 2011-2014.

Het verdeelvoorstel van de Begroting 2011 bevat alle ombuigingen die vanaf 2011 zullen ingaan. In de
paragraaf ‘verdelingsvoorstel’ die in alle Programma’s in opgenomen worden deze ombuigingen nader
toegelicht. Daar zal ook nader worden ingegaan op eventuele risico’s met betrekking tot de
haalbaarheid en fasering van de ombuigingen.

Structurele Ombuigingen 2011-2014 per pijler Bedragen x € 1 miljoen

Pijler 2011 2012 2013 2014 Totaal


Bedrijfsvoering 39,6 32,8 15,7 23,8 111,9
Bestuur/concern 2,0 3,9 1,5 0,4 7,7
Bestuursdienst 4,7 1,8 0,7 0,8 8,0
Subsidieproces 0 0 0 1,5 1,5
Rentestelsel 8,0 0 0 0 8,0
Huisvesting 4,6 3,6 0 2,7 10,9
ICT 2,0 4,4 6,0 9,0 21,4
Inkoop 4,2 6,8 4,9 7,8 23,7
Personeel 14,2 12,4 2,6 1,5 30,7
Fysiek 31,3 4,8 2,2 2,9 41,3
Sociaal 12,0 7,9 16,6 4,4 40,9
Eindtotaal 82,9 45,6 34,5 31,0 194,1

Door middel van het verdeelvoorstel van de Begroting 2011 vindt besluitvorming plaats over de
ombuigingen die vanaf 2011 ingaan. Bij de begrotingen in komende jaren zal telkens formeel over de
volgende ombuigingstranche worden besloten.

Raadsdruk Begroting 2011 29


Bezuinigingen 2011 (x € 1 miljoen)

Bestuur/concern; € 2,0

Bestuursdienst; € 4,7

Rentestelsel; € 8,0
Sociaal; € 12,0

Huisvesting; € 4,6

Bedrijfsvoering ICT; € 2,0


€ 39,7

Inkoop; € 4,2
Fysiek; € 31,3

Personeel; € 14,2

Ombuigingen Bedrijfsvoering
Conform het programakkoord zal het grootste gedeelte van de bezuinigingen binnen de gemeentelijke
organisatie gerealiseerd worden. Effecten van de bezuinigingen op de stad, de burgers en bedrijven,
worden zodoende zoveel mogelijk voorkomen. In totaal is voor een kleine € 112 miljoen besparingen
opgenomen, te realiseren in de jaren 2011-2014. In de eerste twee jaren wordt bijna tweederde van
de besparingen gerealiseerd. De grootste besparingen worden behaald door de structurele ICT- en
personeelsuitgaven te verlagen en het realiseren van inkoopvoordelen. De besparingen zijn van dien
aard dat het een andere manier van werken en aansturen van de gemeentelijke onderdelen vereist.
Ons College zet daarom in op meer uniformiteit in de aansturing van processen, meer samenwerken
en zal meer flexibiliteit en creativiteit van de organisatie verlangen. Dit zal de komende jaren op
diverse onderdelen van de bedrijfsvoering zijn beslag krijgen.

Ombuigingen Fysiek
In totaal wordt ruim € 41 miljoen bespaard in de fysieke sector. De grootste ombuigingen worden
gerealiseerd binnen het Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing (€ 8 miljoen), het Mobiliteitsfonds
(€ 10 miljoen), binnen de portefeuilles verkeer (€ 10,3 miljoen) en Haven (€ 2,5 miljoen). Ten aanzien
van de € 8 miljoen structurele ombuiging Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing (ISV) moet
opgemerkt worden dat het in feite om een meerjarige incidentele ombuiging gaat. Het huidige budget
voor ISV loopt tot en met 2014, is het niet zeker of er daarna een volgende ISV-tranche vanuit het rijk
zal worden toegekend. Mogelijk leidt dit in 2015 tot een structureel dekkingstekort van € 8 miljoen.
Naast deze besparingen zal wordt het gemeentelijk beleid in de fysieke sector sterk beïnvloed door de
noodzakelijke keuzes ten aanzien van de verbetering van de stand van het Vereveningsfonds.
Bij de grootstedelijke projecten en de Zuidas zal mede op basis van de besluitvorming in het kader
van het programakkoord jaarlijks € 15 miljoen worden bespaard op uitvoeringskosten.

Ombuigingen Sociaal
In het sociale domein wordt bijna € 41 miljoen bespaard. Zoals eerder opgemerkt worden de
besparingen op de uitkeringslasten hier niet meer gepresenteerd, maar verwerkt in de bijgestelde
berekening van het structurele tekort. De besparingen binnen de sociale sector zijn divers en over
verschillende portefeuilles verdeeld. Voor een toelichting wordt verwezen naar de bijlage en de
desbetreffende programma’s in deze begroting. Voor 2013 is, conform het programakkoord een
besparing van bijna € 10 miljoen op het Kunstenplan opgenomen. Deze besparing wordt in 2013
geëffectueerd, aangezien het huidige Kunstenplan tot en met 2012 loopt. Het voornemen is om vanaf

Raadsdruk Begroting 2011 30


2013 subsidierelaties met een aantal van de huidige 140 door het kunstenplan begunstigde
instellingen te verminderen of te beëindigen.

Vooral in de sociale sector zal de subsidierelatie met een aantal subsidieontvangers in 2011 beëindigd
of gekort worden. Deze instellingen worden in 2011 daarvoor eenmalig, ter afbouw, geheel of
gedeeltelijk gecompenseerd. De structurele bezuiniging wordt daardoor pas in 2012 in de
gemeentelijke financiën zichtbaar. Het betreft een totaalbedrag van € 3,7 miljoen in 2012. In 2013
volgt nog € 0,95 miljoen (exclusief € 9,8 miljoen in het kader van het Kunstenplan). Bij de verlaging
van de subsidiebedragen is een aantal criteria gehanteerd: de mate waarin de subsidies bijdragen aan
de uitvoering van wettelijke taken, de aard en structuur van de werkzaamheden en de mate waarin de
werkzaamheden bijdragen aan de te realiseren beleidsdoelen. Bij instemming met dit voorstel zal ons
College de uitwerking in de richting van de instellingen ter hand te nemen.

Afbouw subsidies Bedragen x € 1.000


Incidentele Subsidies Structurele subsidies
2011 2012 Jaarlijks
Openbare Bibliotheek Amsterdam 1.000 500 15.036
Mozeshuis 100 382
Artis 900 450 4.580
Hortus 200 409
Stichting Stedelijk Jongerenwerk Amsterdam 1.000 1.031
Het gespuis 43 0
World Press Photo 26 0
Stichting Amsterdams Steunpunt Wonen (ASW) 200 1.118
Huurdersvereniging Amsterdam (ASW) 75 415
Meldpunt ongewenst verhuurgedrag (ASW) 189 0
Totaal 3.733 950 22.971

Haalbaarheidsrisico’s
Elke ombuigingsoperatie gaat gepaard met risico’s inzake de haalbaarheid en de fasering van de
realisatie. Voor de ombuigingen die bij de Begroting 2011 ingaan, worden, indien van toepassing, de
risico’s in het verdeelvoorstel bij de betreffende programma’s toegelicht.
Daarnaast zal in 2011 actie ondernomen worden om de zekerheid te vergroten over de realisatie van
de besparingen in de jaren na 2011. Te denken is aan een onderzoek naar de wijze waarop
besparingen het meest effectief geëffectueerd kunnen worden, zoals de synergievoordelen bij
pontveren, de uniformering van het subsidieproces en het verlagen van de brandweerzorgnorm. Op
onderdelen dienen de besparingen, of de effecten van besparingen per dienst(onderdeel) nog nader
te worden uitgewerkt (bijvoorbeeld de besparingen op huisvesting, de Bestuursdienst en de sociale
werkvoorziening).

Om de risico’s te beheersen en de besparingen daadwerkelijk te realiseren zal ons College een


andere vorm van volgen en aansturen van de gemeentelijke organisatie ontwikkelen. Ons College zal
de voortgang in de realisatie van de ombuigingen strak monitoren om snel in te kunnen springen op
knelpunten als die zich voordoen. De realisatie van de ombuigingen zullen een vaste plek in de
planning en controlcyclus en de daarmee verbonden rapportages krijgen.

Effecten voor de burger


Een groot deel van de ombuigingen heeft betrekking op efficiency binnen het ambtelijk apparaat. De
gevolgen hiervan voor de burger zullen over het algemeen gering zijn. Niet te voorkomen zal zijn dat
de stad zal merken dat we moeten bezuinigen. Ingrijpende maatregelen, zoals beëindiging of
vermindering van subsidies, zullen vooral in latere jaren merkbaar worden. De bezuinigingen kunnen
de volgende effecten hebben:
 direct financieel
 indirect financieel – gesubsidieerde instellingen bieden diensten niet langer aan of tegen een
(hoger) tarief
 afnemende dienstverlening

Raadsdruk Begroting 2011 31


De effecten van het tarievenbeleid (zie paragraaf 7 van dit hoofdstuk) zijn beperkt. De
verhoging van het rioolrecht betekent een extra last van € 2,47 per jaar voor eigenaren van
panden die zijn aangesloten op het gemeenteriool. Daarnaast zal een aantal leges verhoogd
worden (zie verderop in dit hoofdstuk 7.5. Leges). De verhoging van het binnenhavengeld
voor de pleziervaart komt voor rekening van bootbezitters in Amsterdam. De hogere tarieven
voor P+R-voorzieningen zullen vooral de bezoekers van Amsterdam treffen.

In totaal tellen de besparingen op tot € 194,1 miljoen. Afgezet tegen het structurele tekort
levert dat meerjarig het volgende beeld op.

2011 2012 2013 2014 Totaal


Bedragen * € 1 miljoen
Structureel tekort -82,9 -44,2 -43,7 -37,0 -207,8
Besparingen 82,9 45,6 34,5 31,0 194,1
Tekort (-) / overschot (+) 0,0 1,4 -9,2 -6,0 -13,7

In het programakkoord is voor de periode 2011-2014 in totaal € 211 miljoen aan


bezuinigingen opgenomen. We gaven hierboven al aan dat het totaal bedrag nu lager is, als
het gevolg van het feit dat de lagere uitkeringslasten Wwb al zijn meegenomen in de
rompbegroting en de bijgestelde berekening van de structurele financiële ruimte. Dit kan dus
niet meer worden meegenomen als ‘bezuinigingsmaatregel’. Het structurele tekort ten
opzichte van programakkoord is vrijwel gelijk aan het tekort waarin het Programakkoord
vanuit is gegaan, maar in de nieuwe berekening is de meevaller van de Wwb dus al
meegenomen. Met de kennis die we nu hebben, bedraagt het structurele tekort afgerond € 14
miljoen in 2014. De aanvullende bezuinigingen die nodig zijn om de begroting structureel
sluitend te maken, worden gekoppeld aan de hervormingsagenda, die wordt toegelicht in de
beleidsinhoudelijke hoofdlijnen.

Mee rjarenbee ld 2011-2014 (cumulatief)


8
20

4
19


1
17

3
16


9
7
12
12


x € 1 miljoen

Tekort
83

83

Bes paringen

hervormings agenda
1
0


2011 2012 2013 2014


8

14
-€

-€

Jaren

In het programakkoord is een verdeling opgenomen van de vrij besteedbare middelen. Er was
rekening gehouden met € 5 miljoen structurele vrije ruimte in de periode 2011-2014. Deze
ruimte is echter pas beschikbaar wanneer er méér bezuinigd wordt dan de som van het
structurele tekort en de onvermijdelijke structurele uitgaven in de rompbegroting en het
verdelingsvoorstel (prioriteiten). In 2011 is dit niet het geval. Dat betekent dat er geen
structurele ruimte is die vrij besteedbaar is. Er zijn in het verdelingsvoorstel dan ook geen
structurele prioriteiten opgenomen die voortvloeien uit het programakkoord .

1.1 Ontwikkeling incidentele ruimte


Incidenteel is geen sprake van een tekort aan middelen. In het programakkoord was al
duidelijk dat er, met name door het rekeningresultaat 2009 (€ 121 miljoen) en de verkoop van
Nuon-aandelen een

Raadsdruk Begroting 2011 32


flinke incidentele ruimte is. In de Begroting 2011 is nog een toename van de beschikbare middelen
opgenomen. Dit heeft voornamelijk te maken met een hoge eenmalige vrijval van kapitaallasten door
later tot uitgaven komende investeringen en een financieel voordeel door lage rentelasten. Het totaal
aan beschikbare middelen voor de gehele bestuursperiode is vooralsnog berekend op circa € 507
miljoen. Voor 2011 is de totale incidentele ruimte € 320 miljoen.

Ontwikkeling incidentele ruimte 2011 Bedragen x € 1miljoen


Programakkoord 2011
1 Effecten van rente en afschrijving 42,8
2 Nuon (opbrengst + dividend) 145,4
3 Rekeningresultaat 2009 121,4
4 Overige incidentele ontwikkelingen -14,4
5 Vrijval leningfonds 61,6
Totaal incidenteel (conform Programakkoord) 356,8

Ontwikkeling begroting 2011


6 Rente eigen financieringsmiddelen 14,3
7 Incidentele vrijval kapitaallasten 17,9
8 Tweede kamer verkiezingen 1,9
9 Haven -1,0
10 Incidentele tegenvaller dienst Stadstoezicht -3,2
11 Opvangen incidentele dekking structurele besparingen -2,9
12 Dotatie weerstandsvermogen -65,0
13 Overige incidentele posterioriteiten 1,6
Totaal incidentele ruimte 2011 320,3

In het programakkoord is rekening gehouden met € 356,8 miljoen aan incidentele middelen. Daar zijn
in de begroting 2011 de volgende wijzigingen op gekomen:
 de rente eigen financieringsmiddelen nemen toe door een hoger volume aan incidentele
reserves en voorzieningen
 door vertraging in de investeringsuitgaven treden de kapitaallasten die met de investeringen
gepaard gaan later op. Dit levert een incidentele vrijval op van bijna € 18 miljoen
 lagere uitgaven ten opzichte van het FMP (€ 1,9 miljoen) voor de organisatie van verkiezingen,
aangezien de Tweede Kamer verkiezingen een jaar eerder hebben plaatsgevonden, in 2010 in
plaats van 2011
 de verslechtering van de resultaten van Haven Amsterdam wordt voor € 1 miljoen als
incidenteel aangemerkt. De verwachting is dat een stijging van de overslag van goederen na
2011 tot verbeteringen leidt
 de dienst Stadstoezicht laat in de begroting een meerjarig negatieve financiële ontwikkeling
zien. Dit is grotendeels het gevolg van de verwachte afloop van de
dienstverleningsovereenkomst met Cition bij de beoogde privatisering en de afname van omzet
bij stadsdelen. Ons College is voornemens nog voor aanvang van het jaar 2011 een realistisch
perspectief op te stellen voor Stadstoezicht als facilitaire dienst die in opdracht kostendekkend
hoogwaardige toezicht en handhavingstaken uitvoert. Vooralsnog is de negatieve financiële
ontwikkeling daarom als incidenteel aangemerkt
 de besparingen op inkoop en personeel worden taakstellend verdeeld over alle gemeentelijke
diensten en bedrijven. Voor een deel komen deze besparingen niet direct ten gunste van de
algemene dienst, maar bijvoorbeeld van derde partijen. In 2011 worden de mogelijkheden
onderzocht om deze ‘nevenbesparingen’ toch ten gunste van de algemene dienst te brengen.
De helft van de nevenbesparingen (€ 2 miljoen) worden in dit jaar incidenteel opgevangen door
de algemene dienst. Vanaf 2012 wordt ook dit bedrag structureel ten gunste van de algemene
dienst gebracht
 uit de 10%-bezuinigingsoperatie uit de voorgaande bestuursperiode resteert een taakstellende
besparing van € 0,85 miljoen voor Waternet. Deze besparing kan op dit moment alleen
gerealiseerd worden door een verhoging van het watertarief voor de inwoners van Amsterdam.

Raadsdruk Begroting 2011 33


Ons College heeft er daarom voor gekozen deze besparing pas vanaf 2012 structureel in te
boeken en in 2011 te onderzoeken of deze besparing zonder lastenverzwaring gerealiseerd kan
worden
 in 2009 heeft de commissie Veerman ons College geadviseerd om het budget van de
Noord/Zuidlijn met € 500 miljoen te verhogen. Ons College heeft bij de Jaarrekening 2009
afgerond € 390 miljoen daarvan van dekking voorzien en de rest vooralsnog niet. Het nog niet
gedekte deel van de extra middelen had betrekking op zogenaamde kleine-kans-groot-gevolg
(KKGG)-risico's. Om dit risico af te dekken heeft ons College in de rompbegroting een
toevoeging aan het weerstandsvermogen opgenomen van € 65 miljoen
 In het verdelingsvoorstel is voor een bedrag van € 63,2 miljoen aan incidentele baten en
besparingen opgenomen. Bij het schrijven van het programakkoord is hiermee al voor € 61,6
miljoen rekening gehouden.

Bedragen x € 1
Incidentele ombuigingen 2011
miljoen
Stelselwijziging rentetoerekening 61,6
Extra inkomsten AEB 1,0
Overige incidentele besparingen (stadsmariniers, agentschap China en vrijval voorziening
0,6
meetbouten NAP)
Totaal 63,2

3.5 Invulling incidentele ruimte


In het verdelingsvoorstel is de volgende verdeling van de incidentele ruimte voor 2011 opgenomen;

Verdeling incidentele middelen 2011 Bedragen x € 1 miljoen


2011 2012-2014 Totaal
Prioriteiten programakkoord 58,8 58,8
Overige prioriteiten programakkoord (PMI, evenementen, ICT) 32,0 18,0 50,0
Investeringsfonds 28,0 122,0 150,0
Overige prioriteiten 16,5 16,5
Frictiekosten 2011 4,6 40,4 45,0
Totaal 139,9 180,4 320,3

Prioriteiten programakkoord
In onderstaande tabel is weergegeven op welke manier invulling is gegeven aan de prioriteiten die in
het programakkoord opgenomen zijn. Voor een nadere toelichting op de prioriteiten wordt verwezen
naar het betreffende programma. Alle opgenomen prioriteiten zijn incidenteel.

Overzicht programakkkoord prioriteiten Bedragen x € 1 miljoen

Omschrijving Bedrag in Omschrijving prioriteit Bedrag Totaal


programakkoord
S Participatie en Integratie 1 Taalcoaches 0,250
Uitwerking Programma Burgerschap
0,150
en participatie
Gay Capital 0,130
Discriminatie bestrijding 0,180
Maatschappelijke begeleiding
0,250 0,960
vluchtelingen
S combifuncties sport 1 Combinatiefuncties 1,000 1,000
I Onderwijs 15 Kwaliteit onderwijs 6,200
S 1 Bureau Leerplicht Plus 0,750 6,950

Raadsdruk Begroting 2011 34


Armoede incl. 46 Armoedebeleid 11,500 11,500
zelfstandigen zonder
I
personeel en werkende
armen (46 milj)
I Kwetsbare groepen 3 Specifieke Armoedeinzet 0,500 0,500
I Wijkaanpak 15 Gebiedsgerichte inzet (wijkaanpak) 7,500 7,500
I Zorg 2 Stille dilemma's en huisverboden 0,500 0,500
I Jeugd 4 Van 8 tot 8 0,800 0,800
I integratie diversiteit 5 Taal en Ouderbetrokkenheid 0,300
inburgering en slavernij Herdenking Slavernij verleden 0,100
Herdenking Maatschappelijke allianties 0,100
Vaderemancipatie 0,075 0,575
I woningbouwproductie/ 4 Woningbouwregie 0,600
huurdersondersteuning uitbreiding wijksteunpunten wonen 0,200 0,800
Continueren uitstapprogramma’s
I Prostitutie 0,200
2 prostituees
Uitbreiding bereik P&G292 0,300 0,500
I Openbare ruimte 10 Grootstedelijke openbare ruimte 4,000
Artis Masterplan (pas in 2012)
Reconstructie Rode Loper 5,000 9,000
I Groen 10 Groengelden 5,500 5,500
I Veiligheid 6 Taxibeleid en handhaving 0,500
Opleiding, omscholing en begeleiding
0,040
personeel opgeheven taken
Schoolveiligheidsteams 0,150
Bestuurlijke aanpak georganiseerde
0,130
criminaliteit
Coffeeshopbeleid 0,100
Leefbaarheidsindex 0,075
Gebiedsgerichte aanpak en
0,525
veiligheidshuizen
Organisatie Bestuurlijk Toezicht 0,200
S 2 Straat- en gezinscoaches 0,500
Cameratoezicht 0,350
Handhaving taak controle
adresregistratie en aanpak 0,100 2,67
identiteitsfraude
P+R plaatsen + vrijval
I P+R programma tweede fase 2,000 2,000
VGS-fonds 32
I Olympische ambitie 8 Olympische Ambitie 2,000 2,000
I Kantoren 2 Transformatie kantoren 1,000 1,000
Kantorenloods 0,350 0,350
Broedplaatsen 6 Broedplaatsen 1,000 1,000
I IJburg 4 Tegemoetkoming stadsdeel Oost 0,500 0,500
I lokale media 5 AT5 2,850
FunX 0,300 3,150
Totaal Programakkoord I+S 184 Totaal incidenteel toegekend 58,755 58,755
* I=incidenteel in PA, S=structureel in PA

Raadsdruk Begroting 2011 35


Overige prioriteiten Programakkoord
ICT
In het programakkoord is € 100 miljoen opgenomen voor de uitvoering van het Realisatieplan ICT op
Open Amsterdamspeil (OAP). Deze investering brengt de kwaliteit van de ICT binnen de gemeente
weer op niveau door middel van rationalisatie, standaardisatie en, vooral, consolidatie. Het
Realisatieplan ICT bestaat uit een aantal actielijnen. Voor 2011 heeft ons College besloten om voor de
uitvoering van de actielijnen die zijn gericht op het orde brengen van de basis en de implementatie
van één gemeentebreed financieel pakket, een bedrag in het verdelingsvoorstel op te nemen. Voor de
gehele bestuursperiode bedraagt de omvang van deze onderdelen uit het Realisatieplan € 60 miljoen.
Hiervan is in de Begroting 2011 een bedrag opgenomen van € 20 miljoen. Daarnaast is in de
Actualisatie 2010 reeds een bedrag opgenomen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud van
€ 22,3 miljoen en € 1,9 miljoen voor de kosten van de voorbereidingen om het Realisatieplan in 2011
te kunnen uitvoeren. Van de € 100 miljoen uit het programakkoord resteert nog een niet toebedeeld
bedrag van € 16 miljoen. Hiervan heeft circa € 10 miljoen betrekking op onderdelen uit de overige
actielijnen van het Realisatieplan die zijn gericht op het orde brengen van de basis. Het besluit over
deze middelen zal, mede afhankelijk van de voortgang van de verbeteringen van de ICT, in de
komende jaren aan uw Vergadering worden voorgelegd.

Programma Maatschappelijk Investeren (PMI)


In het programakkoord stond het Programma Maatschappelijk Investeringen (PMI) nog in de lijst met
voorstellen voor het Amsterdams Investeringsfonds (AIF). In de uitwerking is dit onderdeel uit het AIF
gehaald (zie verder paragraaf 4). In het verdelingsvoorstel is voor 2011 een bedrag opgenomen van
€ 10 miljoen voor 2011 en € 10 miljoen voor 2012-2014.

Evenementen
Net als PMI stond Evenementen nog in de lijst met voorstellen voor het AIF. In de uitwerking is dit
onderdeel uit het AIF gehaald (zie verder paragraaf 4).. In het verdelingsvoorstel is voor 2011 een
bedrag opgenomen van € 2 miljoen voor 2011 en € 8 miljoen voor 2012-2014. Jaarlijks wordt bij het
verdelingsvoorstel de noodzaak van het benodigde bedrag bekeken.

Investeringsfonds
In de verdeling van de incidentele ruimte is € 150 miljoen opgenomen voor het Amsterdams
investeringsfonds. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 4 van dit hoofdstuk.

Overige prioriteiten
Buiten de programakkoordprioriteiten zijn enkele incidentele prioriteiten in het verdelingsvoorstel
opgenomen, die van een dusdanig belang worden geacht dat er middelen voor zijn opgenomen. Voor
en toelichting wordt verwezen naar het verdelingsvoorstel in het betreffende programma.
Overige incidentele prioriteiten Bedragen x € 1 miljoen
Omschrijving 2011
Ijsei toezicht 2011 t/m 2014 0,410
Koninginnedag 0,250
Stedelijk Museum 0,800
Pantar 1,100
Ketenunits 0,200
Basta 0,250
Streetcornerwork 0,200
ID banen 0,500
Studio West 0,090
Nowhere 0,040
Apparaatskosten DWI 4,000
DWZS (alphahulpen / WMO) 4,500
Klimaatbureau 0,750
Verantwoordelijke hoofdstad en versterken economische positie Amsterdam 0,100
Westpoort promotie 0,100
Pieken in de Delta 2,000
Amsterdam in Business 1,200
Totaal 16,490

Raadsdruk Begroting 2011 36


Frictiekosten
In het programakkoord is € 45 miljoen geoormerkt voor frictiekosten. Frictiekosten worden alleen ten
laste van de algemene dienst gedekt, indien zij nodig zijn om structurele besparingen te realiseren en
er geen andere dekking aanwezig is. Er zijn vooralsnog twee prioriteitsaanvragen die onder de
noemer frictiekosten zijn opgenomen in het Verdelingsvoorstel 2011. Om de taakstellingen op inkoop
en huisvesting te realiseren is een financiële impuls noodzakelijk. Deze zal ook in de jaren na 2011
noodzakelijk zijn om de voorwaarden te kunnen scheppen om de besparingen te realiseren.
Daarnaast is er op bepaalde besparingsonderdelen een haalbaarheidsrisico. Bijvoorbeeld bij de
besparingen op het gebied van personeel: terugdringen inactieven, CAO afspraken en terugdringen
externe inhuur. Gelet op de noodzakelijke uitgaven en de risico’s acht ons College het van belang om,
voorzichtigheidshalve, het resterende ‘frictiekostenbudget’ te handhaven op € 40,4 miljoen.

Overzicht Frictiekosten 2011 bedragen x € 1 miljoen

Omschrijving 2011

Inkoop-en aanbestedings stategieën 2,0

Taskforce huisvesting 2,6

Totaal 4,6

4 Amsterdams Investeringsfonds

Bij de Begroting 2010 heeft uw Vergadering ingestemd met de oprichting van een investeringsfonds
ten behoeve van het duurzaam inzetten van grote incidentele inkomstenmeevallers voortvloeiend uit
gemeentelijk bezit. Er is in 2010 een bedrag van € 10,4 miljoen aan het fonds toegekend waardoor
een viertal projecten doorgang hebben kunnen vinden: Project 1012, verbeteren binnenmilieu van
schoolgebouwen, energiebesparing in woningen en creatieve topopleidingen. Daarmee waren de
destijds beschikbare middelen volledig belegd.

In ons Programakkoord 2010-2014 is opnieuw de kracht en potentie van het Amsterdams


Investeringsfonds bevestigd. Het streven is om in de komende bestuursperiode € 200 miljoen van de
opbrengst van de verkoop van Nuon ten gunste te laten komen van het AIF. Daarbij is de in de
Begroting 2010 ingezette lijn met betrekking tot de investeringen bevestigd: investeringen uit het AIF
dienen de stedelijke infrastructuur voor de toekomst te versterken en zich maatschappelijk en/of
economisch terug te verdienen.
De investeringen kennen drie bestedingsrichtingen (drie pijlers):
 Stedelijke ontwikkeling en bereikbaarheid
 Economie en innovatie
 Klimaat, duurzaamheid en luchtkwaliteit

Vooruitlopend op een nadere uitwerking en beschrijving van het AIF en het vereiste
‘terugverdieneffect’, is in het programakkoord al een aantal uitgaven ten laste van het fonds
opgenomen Ze betreffen het Foodcenter (€ 20 miljoen) en het Programma Maatschappelijke
Investeringen (€ 20 miljoen) binnen de bestedingsrichting Stedelijke ontwikkeling en bereikbaarheid.
Binnen de bestedingsrichting economie en innovatie zijn kosten opgenomen voor het organiseren van
grootstedelijke evenementen.

Ons College hecht sterk aan de voorwaarde dat de waarde die het fonds vertegenwoordigt voor
toekomstige generaties behouden moet blijven. Daarom dienen potentiële investeringen grotendeels
een renderend karakter te hebben, opdat middelen in de toekomst opnieuw besteedbaar zijn. Er
worden verschillende soorten van rendement onderscheiden. De projecten onder het AIF zullen deels
financieel rendement op leveren, maar daarnaast onderscheidt ons College ook maatschappelijk,
economisch en klimatologisch rendement. Randvoorwaarde is dat deze investeringen ‘terugslaan’ op
de stad, duidelijk meetbaar zijn en aansluiten bij de doelstellingen van de drie pijlers van het fonds.
Uitsluitend subsidies uitgeven is daarmee uitgesloten. Cofinancieringsprojecten zijn mogelijk indien er
substantiële bedragen mee gepaard gaan vanuit het rijk of Europa, en wanneer er sprake is van
verantwoorde risicospreiding.

Raadsdruk Begroting 2011 37


Uitvoeringskosten, zoals apparaatskosten en onderzoekskosten, zijn doorgaans niet financieel
renderend. Zonder deze vaak noodzakelijke uitgaven zullen echter weinig projecten daadwerkelijk tot
stand kunnen komen. Daarom stelt ons College voor een beperkt bedrag beschikbaar te stellen voor
uitvoeringskosten, indien deze direct gerelateerd zijn aan een project, geen structurele uitgaven
betreffen en niet anderszins op te vangen zijn. Voor deze projecten geldt verder dat zij:
 incidenteel zijn, maar een belangrijk zichtbaar en structureel (vliegwiel-)effect op de Amsterdamse
ruimtelijke, economische of maatschappelijke infrastructuur hebben
 binnen het programakkoord passen
 de gemeente niet in een concurrerende positie ten opzichte van marktpartijen plaatsen
 gericht zijn op Amsterdam en/of directe omgeving

Uitgaande van deze voorwaarden, heeft ons College moeten constateringen dat de uitgaven voor het
PMI en evenementen strikt genomen niet binnen het AIF passen. Dat neemt niet weg dat wij de
projecten wel uit willen voeren, conform het programakkoord. Voorgesteld wordt daarom deze
onderdelen ‘uit het Fonds te tillen’ en in het verdelingsvoorstel op te nemen onder de Programakkoord
prioriteiten.

Over het Foodcenter heeft uw Vergadering reeds een besluit genomen, en bepaalde de gemeentelijke
bijdrage voor de herstructurering bij amendement op € 20 miljoen (prijspeil 1 januari 2009). Voorts
besloot uw Vergadering dat deze bijdrage in elk geval tijdelijk gedekt zou worden binnen het
Vereveningsfonds, in afwachting van de verwerking in de voorstellen aan uw Vergadering over het
AIF. De gemeentelijke bijdrage is als onderdeel van het AIF opgenomen in het Programakkoord 2010-
2014. Naar aanleiding daarvan en de besluitvorming van uw Vergadering over de Jaarrekening 2009
is bij de Actualisatie 2010 vanuit de voor het Amsterdam Investeringsfonds gereserveerde middelen
een bestemmingsreserve gevormd van € 20 miljoen voor de gemeentelijke bijdrage.

Dat betekent dat het bedrag voor het ‘zuivere’ AIF met € 50 miljoen wordt verlaagd tot € 150 miljoen
met de volgende verdeling :
 Stedelijke ontwikkeling en bereikbaarheid: € 40 miljoen
 Economie en innovatie: € 50 miljoen
 Klimaat, duurzaamheid en luchtkwaliteit: € 60 miljoen

Voor 2011 is een totaalbedrag van € 28 miljoen beschikbaar voor de drie pijlers. In december zal een
verdeelvoorstel van de projecten die in 2011 binnen de pijlers worden uitgevoerd, maar nog niet in
deze begroting zijn opgenomen, aangevuld met eventuele aanvullende specifieke pijlercriteria ter
instemming aan uw Vergadering worden voorgelegd. De komende jaren zal bekeken worden in
hoeverre er middelen beschikbaar zijn om het AIF verder aan te vullen. Ons College denkt aan de
volgende bestedingsrichtingen.

Stedelijke ontwikkeling en bereikbaarheid


De pijler stedelijke ontwikkeling en bereikbaarheid richt zich op de volgende investeringen:
 investeringen ten behoeve van een fysiek project, waarbij het gaat om de (her)ontwikkeling (op
termijn) van grond en/of vastgoed
 incidentele investeringen, maar met een belangrijk zichtbaar en structureel effect op de
Amsterdamse ruimtelijke infrastructuur
 investeringen die een in maatschappelijk opzicht belangrijke ontwikkeling op gang brengen die
zonder het investeringsfonds niet of te laat zal plaatsvinden
 investeringen die passen binnen het programakkoord en/of de structuurvisie.

Concreet gaat het hierbij om transformatieprojecten (inclusief 1012), strategische aankopen (vanaf
2013) en bereikbaarheid. Het laatste onderdeel komt aanbod zodra er meer voeding voor het fonds
beschikbaar komt, dan de in het programakkoord overeengekomen € 80 miljoen. In dit laatste bedrag
is het Foodcenter begrepen.

Economie en innovatie
De investeringen ten behoeve van structuurversterking en innovatiekracht van de Amsterdamse
economie zullen plaatsvinden in lijn met de Amsterdamse Kennis- en Innovatie Agenda (KIA) die door
de Economic Development Board Metropool Amsterdam wordt opgesteld.

Raadsdruk Begroting 2011 38


In 2011 is € 10 miljoen beschikbaar, die ingezet zal worden voor projecten die bijdragen aan :
 excellentie: komt tot uitdrukking in de internationale positie van bedrijven (productiviteit,
marktaandeel op wereldmarkt), de internationale kennispositie van bedrijven, de beschikbaarheid
van menselijk kapitaal en de wetenschappelijke kwaliteit van kennisinstellingen in internationaal
perspectief
 de Amsterdamse economie: bijdrage is afhankelijk van het aandeel van een sector/cluster in de
Amsterdamse economie (bijvoorbeeld in toegevoegde waarde, werkgelegenheid, export, en
aantal Amsterdamse bedrijven dat op het terrein actief is), de groeimogelijkheden van de
wereldmarkt en het aandeel van Amsterdam in die wereld en van de mogelijkheid van het
programma om bij te dragen aan Amsterdamse maatschappelijke doelen
 samenhang en (internationale) samenwerking: bij samenhang gaat het om samenwerking tussen
bedrijven en kennisinstellingen en betrokkenheid van MKB om te komen tot excellentie
 het oplossen van knelpunten: er moeten concrete knelpunten zijn die met het voorstel worden
aangepakt. Gemeenschappelijk kenmerk van deze knelpunten is bijvoorbeeld dat deze het
bereiken van de excellente Amsterdamse concurrentiekracht in de weg staan.
 effectiviteit en efficiëntie van overheidsingrijpen: overheidsfinanciering moet innovatie kunnen
uitlokken (stimulerend effect). De private leverage van de aanpak zou een criterium kunnen zijn.
Het is belangrijk om de na te gaan welke rol de overheid in het voorstel heeft bij het wegnemen
van knelpunten. Marktimperfecties en publieke belangen kunnen een overheidsrol rechtvaardigen

Klimaat, duurzaamheid en luchtkwaliteit


Deze pijler wordt ingezet om de uitvoering van de Energiestrategie Amsterdam 2040 te ondersteunen.
In het fonds passen projecten, die een aantoonbare bijdrage leveren aan de beperking van de uitstoot
van CO2 en de overgang naar een duurzame energiehuishouding. Criterium bij de aanwending van
het fonds is derhalve de te behalen CO2-reductie per geïnvesteerde euro. Bovendien geldt de eis dat
een veelvoud van het bedrag dat uit het fonds wordt geput, wordt geïnvesteerd door derden.
Samenvattend:
 het gaat uitdrukkelijk niet om subsidies
 investering moet bijdragen aan de transitie naar een duurzame energiehuishouding zoals
beschreven in de Energiestrategie 2040
 investering moet reductie van CO2 uitstoot opleveren
 investering moet een economische multiplier opleveren

Invulling Amsterdams Investerings Fonds Bedragen x € 1 miljoen


2011 2012 2013 2014 totaal

Pijler Stedelijke ontwikkeling en bereikbaarheid


Project 1012 8 8
Nog in te vullen 32
Subtotaal pijler 8 40
Waarvan Ingevuld 8 8

Pijler Economie en Innovatie


Nog in te vullen 10 50
Subtotaal pijler 10 50
Waarvan Ingevuld 0 0

Pijler Klimaat en duurzaamheid


Nog in te vullen 10 60
Subtotaal pijler 10 60
Waarvan Ingevuld 0 0

Totaal Amsterdams investeringsfonds 20 50

Raadsdruk Begroting 2011 39


5 Vereveningsfonds

De gevolgen van de kredietcrisis en de teruggang van de kantorenmarkt hebben grote gevolgen voor
de ruimtelijke sector van Amsterdam. De te verwachten grondopbrengsten lopen fors terug. De
negatieve financiële effecten hiervan zijn in het Vereveningsfonds groot. De weerstandcapaciteit van
het fonds om de verwachte tekorten in de plannen die in uitvoering zijn op te kunnen vangen, is
hierdoor fors verkleind. Onder de huidige omstandigheden is het besluiten tot geheel nieuwe
ruimtelijke plannen vanuit financieel en programmatisch oogpunt onmogelijk.
De centrale stad loopt bij de dekking van de lopende investeringen in het Stimuleringsfonds
Volkshuisvesting minder risico omdat stadsdelen en corporaties verantwoordelijk zijn voor het
opvangen van risico’s, en een afdoende buffer bestaat binnen de vastgestelde vernieuwingsplannen.
De fysieke doelstellingen staan wel onder druk.
Voor de Zuidas is de prognose van de lopende grondexploitaties nog steeds positief, maar is de winst
geoormerkt als gemeentelijke bijdrage aan de ontwikkeling van het Dok.

In 2009 zijn met het oog op de financiële positie van het Vereveningsfonds reeds maatregelen
getroffen. De zogenaamde stofkamoperatie en de beheersmaatregel grondexploitaties zijn de
belangrijkste. In februari 2010 stelde ons College de nota Meer Ruimte Winnen vast. De nota bevat
een inventarisatie van maatregelen. In het programakkoord zijn twee maatregelen opgenomen, een
bijdrage in het kader van Bouwen aan de Stad II en een besparing op proceskosten. De noodzaak
voor verdere ingrepen in het Vereveningsfonds is op 2 juli 2010 door ons College bekend gemaakt in
een brief aan uw Vergadering.
Naar aanleiding hiervan heeft ons College inmiddels besloten om de beheersmaatregel
grondexploitaties, zoals door de gemeenteraad in december 2009 is vastgesteld en waarbij alle
investeringen boven de € 1 miljoen afzonderlijke goedkeuring van ons College behoeven, te
continueren en aan te scherpen. De aanscherping zal ertoe leiden dat er:
 een stringentere programmatische beoordeling plaatsvindt ter voorkoming van overmaat aan
(nieuwbouw) programma in Amsterdam als geheel
 voorkomen wordt dat er veel tijd zit tussen het doen van investeringen en het genereren van
opbrengsten, waardoor onnodig renteverlies en een te groot risicoprofiel worden vermeden
 voorkomen wordt dat juridische verplichtingen in een te vroeg stadium worden aangegaan, zodat
de mogelijkheden om een plan bij te sturen en/of te stoppen worden verbeterd

Bovendien zijn in de afgelopen maanden de grootste projecten aan een nadere beschouwing en
actualisatie onderworpen. Met name door het stoppen en/of uitstellen van kostbare planonderdelen
dan wel het overgaan tot faciliterende gebiedsontwikkeling (de gemeente investeert op het moment
dat een ontwikkelende partij ontegenzeggelijk grond afneemt) zal een aanzienlijke financiële
verbetering in het Vereveningsfonds optreden (€ 280 miljoen).
In een tweede ‘schouw’ in oktober zijn nog elf projecten doorgelicht; de overige projecten in het
Vereveningsfonds zullen in het kader van het zogenaamde EindejaarsRAG worden geactualiseerd
(€ 100 miljoen). Behalve een actualisering van de plannen zal daarbij ook een taakstellende verlaging
van de grondkosten worden doorgevoerd (€ 50 miljoen).
Naast de bovengenoemde maatregelen in de concrete projecten heeft ons College ook besloten de
proceskosten verder te reduceren (jaarlijks € 9 miljoen) en de opbrengsten voor Bouwen aan Stad II
ten gunste van het Vereveningsfonds te brengen (€ 225 miljoen). Deze maatregelen zijn al in het
Programakkoord aangekondigd.

Tenslotte heeft ons College besloten de kosten voor de eerste aanleg van de rioleringen niet langer
ten laste te laten komen van de grondexploitaties en het aandeel van de sociale huur in de nieuwbouw
van woningen te verlagen. De kosten van de eerste aanleg van riolering, zoals opgenomen in de
verschillende grondexploitaties, zijn geraamd op € 100 miljoen en worden voortaan beschouwd als
kosten die in het rioolrecht worden doorberekend. Voor de sociale huursector heeft ons College
maatregelen genomen die in totaal tot een geraamde verbetering van € 50 miljoen voor het
Vereveningsfonds zullen leiden; enerzijds betreft dit het laten vervallen van de reservering voor de
sociale huur bij het Dokmodel van de Zuidas, anderzijds het verlagen van het percentage sociale
huurwoningen bij nieuwbouw in de stadsdelen Oost en West.

Overzicht maatregelen Vereveningsfonds

Raadsdruk Begroting 2011 40


Bedrag x € 1 miljoen
Onderwerp Bedrag
Resultaat 1e projectenschouw 280
Verwachte uitkomst 2e projectenschouw 100
Generieke besparingen grondkosten 50
Reductie uitvoeringskosten 90
Bouwen aan de stad II 225
Kosten 1e aanleg riolering niet ten laste van de grondexploitaties 100
Vervallen module sociaal Zuidas / verlaging percentage sociale woningbouw 50
Totaal 895

Met deze maatregelen beoogt ons College een oplossing te bieden voor de slechte financiële
vooruitzichten van het Vereveningsfonds. De voorstellen zijn gebaseerd op de huidige
veronderstellingen over de toekomstige (markt)ontwikkelingen. Deze veronderstellingen kunnen
veranderen op basis van voortschrijdend inzicht.

Het totale pakket aan maatregelen zal apart worden voorgelegd aan uw Vergadering.

6 Overige fondsen

6.1 Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing (ISV)


In 2010 is het rijk gestart met de derde termijn Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV3).
Begin 2010 heeft de gemeente Amsterdam een beschikking ontvangen voor circa € 230 miljoen voor
ISV3 (2010 t/m 2014). Voor het verdeelvoorstel ISV 2011 is € 37,9 miljoen beschikbaar. Met ingang
van 2011 is het ISV geen gebundelde doeluitkering meer, maar een decentralisatie-uitkering. Dat
betekent dat het onderdeel is geworden van het gemeentefonds en dat ISV-middelen in principe vrij
besteedbaar zijn, met uitzondering van bestaande specifieke afspraken met het rijk.
In 2011 neemt het beschikbare bedrag voor het ISV sterk af ten opzichte van vorig jaar (2010: € 44,1
miljoen). Dit is voornamelijk het gevolg de ombuiging van € 8 miljoen zoals in het programakkoord
opgenomen. Ons College heeft ervoor gekozen om de totale benodigde ombuiging ten dele te
effectueren door een daling van het sleutelbedrag richting stadsdelen. Het sleutelbedrag richting
stadsdelen zal ten opzichte van vorig jaar met circa € 5 miljoen afnemen totcirca € 15 miljoen. Het
aandeel van de stadsdelen in de beschikbare ISV middelen blijft daarmee ongeveer gelijk aan de
vorige ISV-periode. Daarbij wordt opgemerkt dat de overige ISV middelen, zoals bij voorbeeld de
uitgaven voor monumenten, ook effect hebben in de stadsdelen. De rest van de ombuiging (€ 3
miljoen) komt overwegend ten laste van het budget voor het Plan Openbare Ruimte Zuidelijke IJ-
oevers, Sanering Verkeerslawaai en Broedplaatsen. De beperking van het budget vergt een strenge
beoordeling van ingediende bestedingsvoorstellen en zal mogelijk gepaard gaan met lastige keuzes.

6.2 Mobiliteitsfonds
In het najaar van 2009 heeft er een analyse plaatsgevonden ten aanzien van de oorzaak van het op
de oorspronkelijke verwachting achterblijven van de totale parkeerinkomsten over 2009. Het
achterblijven wordt voor het grootste deel verklaard door structurele oorzaken. Er wordt nu ingeschat
dat de parkeeropbrengsten in de jaren 2010 en 2011 een autonome groei zullen vertonen tot het
niveau dat gelijk is aan helft van de incidentele oorzaken (te bereiken in 2011). Hiervoor zijn
verschillende oorzaken voor aan te geven. Het wegebben van het schrikeffect op eerdere
tariefsverhogingen is een belangrijke verklaring. Daarnaast wordt er op basis van de
programakkoorden van de stadsdelen van uitgegaan dat de stadsdelen Oost en West de
vergunningtarieven in hun stadsdeel zullen optrekken naar het nu geldende hoogste niveau en dat de
voorgenomen invoering van fiscaal parkeren in het laatste deel van Buitenveldert en een groot deel
van het voormalige stadsdeel Slotervaart in 2011 hun beslag hebben gekregen.

Raadsdruk Begroting 2011 41


Op basis van deze uitgangspunten wordt voor de komende jaren de volgende totale opbrengst uit
parkeerbelastingen verwacht:

Bedragen x € 1 miljoen
2010 2011 2012 2013 2014
Parkeeropbrengsten € 128,3 € 133,2 € 133,2 € 133,2 € 133,2

Daarnaast is in het programakkoord een taakstelling van € 10 miljoen structureel met betrekking tot de
parkeeropbrengsten opgenomen. De verdeling tussen de centrale stad en stadsdelen is nog
onderwerp van gesprek. Het is daarom nog niet mogelijk een bestedingsvoorstel voor het
Mobiliteitsfonds te presenteren. Dit zal separaat aan uw Vergadering worden voorgelegd.

7 Tarieven

In de paragraaf Lokale heffingen van hoofdstuk 4 Gemeentebrede Aspecten zijn alle voornemens met
betrekking tot de fiscale tarieven opgenomen. Hier schetsen wij de hoofdlijnen.

In het Programakkoord 2010-2014 is geen expliciet beleidsvoornemen ten aanzien van de belastingen
en tarieven opgenomen. Maar hierin zijn wel de hoofdlijnen van de bezuinigingen opgenomen en
daarin is niet gekozen voor belastingverhogingen. In het rapport Inzet op Herstel, zijn wel
mogelijkheden voor belastingverhogingen geïnventariseerd, maar dus niet overgenomen. Wel zijn er
enkele voorstellen die tot verhoging van tarieven leiden, zoals bij de rioolheffing, het binnenhavengeld
en leges. Deze worden tevens bij de desbetreffende posterioriteiten in het verdelingsvoorstel
toegelicht.

Belastingen die niet gekoppeld zijn aan uitgaven (zoals OZB, RRB en hondenbelasting) volgen over
het algemeen de nominale bijstelling. Het is echter niet toegestaan de tarieven achteraf bij te stellen.
Daarom stellen wij voor bij genoemde heffingen – in afwijking van het aanvankelijk verwachte
negatieve percentage (0,75%) – een nominale aanpassing van 0% aan te houden.

7.1 Onroerende zaakbelasting (OZB)


De tarieven van de OZB kunnen pas later worden vastgesteld in verband met de nog niet definitief
bekend zijn van de effecten van de jaarlijkse herwaardering. Er wordt uitgegaan van een
gelijkblijvende opbrengst (exclusief areaaluitbreiding). Bij de tariefvaststelling voor 2011 zal rekening
gehouden worden met de waardeontwikkeling van prijspeil 1-1-2009 naar 1-1-2010.

7.2 Rioolheffing
De rioolheffing, die gekoppeld is aan de ontwikkeling van de kosten voor de riooltaak, hoeft op grond
van de begroting bij ongewijzigd beleid niet verhoogd te worden. Wij stellen echter voor om de kosten
van grondwaterzorg met ingang van 2011 ook via de rioolheffing te verhalen. Daardoor stellen wij een
verhoging van het tarief van € 145, 46 naar € 147,93 per aansluiting voor.

7.3 Drinkwater
Voorgesteld wordt om de drinkwatertarieven niet te wijzigen.

7.4 Binnenhavengeld
Als ombuigingsmaatregel wordt een verhoging van het binnenhavengeld voor pleziervaartuigen van
gemiddeld € 100 naar € 180 per jaar voorgesteld.

7.5 Leges
In het kader van de ombuigingen worden voorstellen gedaan om bepaalde leges (meer)
kostendekkend te maken. Het betreft leges voor uittreksels en archief- en erfrechtonderzoek van de
Dienst Persoonsgegevens en Geo-informatie en de leges in het kader van de
Huisvestingsverordening voor huisvestingsvergunningen, vergunningen voor tijdelijke verhuur en
vergunningen voor woning- en kamerbemiddelingsbureau’s.

Raadsdruk Begroting 2011 42


7.6 P&R voorzieningen
Daarnaast stellen wij voor de kostendekkendheid van P+R-voorzieningen te verbeteren door de
dagtarieven te verhogen van € 6 naar € 8.

8 Onrendabele investeringen

8.1 In de Begroting 2011 opgenomen investeringsprojecten


In het kader van de gemeentebegroting worden drie categorieën van geheel of gedeeltelijk
onrendabele investeringen onderscheiden:
1. routinematige investeringen
2. niet routinematige investeringen die voortvloeien uit het bestaand beleid
3. niet routinematige investeringen met een vrij beslisbaar karakter

Ad 1 Routinematige investeringen
Het betreft de zogenaamde vervangingsinvesteringen die onderdeel uitmaken van de
Investeringsstaat en zijn opgenomen in de begroting. Indien uw Vergadering met de in dit overzicht
opgenomen investeringsprojecten instemt, is de directeur van de desbetreffende diensttak gemachtigd
over te gaan tot de uitvoering van de projecten.

Onderstaande tabel toont de totaalbedragen per diensttak:

Diensttak Bedragen x € 1.000


Stadsarchief Amsterdam 267.970
Dienst ICT 6.831.049
Dienst Milieu en Bouwtoezicht 950.000
Dienst Persoonsgegevens 590.000
Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam 3.784.244
Dienst Onderzoek en Statistiek 50.000
Ingenieursbureau Amsterdam 230.000
Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam 1.835.000
Dienst Ruimtelijke Ordening 353.000
Haven Amsterdam 23.852.867
Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling 2.734.224
Projectmanagementbureau 190.000
Dienst Stadstoezicht 750.000
Afval Energie Bedrijf 1.680.000
Waternet 48.371.000
Dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer 17.162.000
Totaal 109.631.354

Ad 2 Niet routinematige investeringen die voortvloeien uit het bestaand beleid


Jaarlijks wordt ten behoeve van de besluitvorming over de begroting aan de diensttakken een
overzicht gevraagd van niet routinematige investeringen die voortvloeien uit het bestaand beleid: de
investeringen met een rompmatig karakter. De kapitaallasten van de investeringen met een rompmatig
karakter zijn gedekt in de begroting. Uitgangspunt is dat slechts die investeringsprojecten in de
begroting zijn opgenomen, waarbij de planning zodanig is dat in 2011 een uitvoeringsbesluit zal
worden verkregen. Bovendien is nageaan of de dekking van de kapitaallasten ten laste van de
algemene dienst moet plaatsvinden. Bij de reserveringen voor niet routinematige investeringen die
voortvloeien uit het bestaand beleid wordt het volgende onderscheid gemaakt:

Raadsdruk Begroting 2011 43


a) Reserveringen voor loon- en prijspeilstijgingen. Hieronder zijn de volgende investeringen
opgenomen:

Omschrijving Bedragen x € 1.000 Bedrag Kapitaallasten


Depot AHM prijsstijging 2010 3.263 277
Nominale aanpassing busstation en auto-onderdoorgang 544 35
Nacalculatie van de gemeentelijke indexering in 2009 tbv de Noord/Zuidlijn -24.700 -1.606
Raming van de gemeentelijke indexering in 2010 tbv de Noord/Zuidlijn 32.000 2.080
Raming aanvulling op de niet toereikende indexering in 2010 rijksbijdrage tbv de
Noord/Zuidlijn 16.600 1.079
Nominale aanpassing 2011 bijdrage tweede Zeesluis 1.700 111
Totaal 29.407 1.977

b) Overige reserveringen (die óf uitvoering beogen te geven aan onvermijdelijke, wettelijke, niet
uitstelbare verplichtingen, óf onvermijdelijk en onlosmakelijk samenhangen met door derden
geïnitieerde projecten, óf expliciete bestuurlijke besluitvorming kennen). Onder deze categorie zijn
de volgende investeringen opgenomen:

Omschrijving Bedragen x € 1.000 Bedrag Kapitaallasten


Onderwijshuisvestingsprogramma 2008 (FMP 2011-2014) tranche 3/3 4.700 400
Achterstallig onderhoud basisdiensten (werkplek- en serververvanging) 1.000 295
Krediet verbetering kwaliteit BAG (Basisadministratie gebouwen) 525 129
BHG-4 bouw/realisatie 480 118
Vervanging verkeersregelinstallaties en verkeersinformatiesystemen 6.330 573
Vervanging en herprofilering openbare verlichting 17.700 1.682
Vervangingsprogramma stadsverlichting 590 66
Bijdrage tweede zeesluis tranche 1/7 2011 14.610 950
Totaal 45.935 4.213

Ad 3 Niet routinematige investeringen met een vrij beslisbaar karakter


De categorie niet routinematige, geheel of gedeeltelijk onrendabele investeringen met een vrij
beslisbaar karakter maakt onderdeel uit van ons voorstel met betrekking tot de verdeling van de
structurele prioriteiten. De prioriteiten zijn opgenomen in het desbetreffende programma.

8.2 Besluitvormingsprocedure niet routinematige investeringen


Instemming met de reserveringen voor niet routinematige investeringen (rompmatig en vrij beslisbaar)
betekent dat de financiële consequenties van de investering in de begroting zijn gedekt. Voordat tot de
uitvoering kan worden overgegaan, moet een uitvoeringsbesluit (krediet) in procedure worden
gebracht.

Procedure kredietverlening
Met ingang van de Begroting 2006 heeft uw Vergadering ingestemd met een structurele procedure
voor het beschikbaar stellen van kredieten. Deze procedure houdt het volgende in:
 bij de besluitvorming over de begroting wordt voor de voorgenomen investeringen een financiële
reservering getroffen
 bij de investeringsprojecten is een zodanige toelichting gevoegd dat uw Vergadering een goed
inzicht krijgt in de aard van het project
 bij de begroting wordt aan uw Vergadering voorgelegd:
a) een overzicht van investeringsprojecten, waarvan de kredietverlening wordt
voorgelegd aan uw Vergadering, en
b) een overzicht van investeringsprojecten, waarvan de kredietverlening zal plaatsvinden door
ons College. In dit overzicht worden alleen projecten opgenomen die naar de mening van ons
College geen grote politiek bestuurlijke impact hebben

Raadsdruk Begroting 2011 44


Beide overzichten worden bij de behandeling van de begroting ter besluitvorming aan uw Vergadering
voorgelegd. Na de besluitvorming worden deze overzichten – met eventueel door uw Vergadering
aangebracht wijzigingen – opgenomen in de begrotingswijziging nr. 1, waarin eveneens de prioriteiten
en de ombuigingsmaatregelen zijn verwerkt.

Kredietvoorstellen waarvan de besluitvorming plaatsvindt door ons College worden vervolgens de


betrokken Raadscommissie ter kennisneming toegezonden. Aangezien ons College voor de
kredietverlening bevoegd is, heeft het ter kennisneming toezenden van het kredietbesluit geen
opschortende werking. Nadat het krediet door ons College is verleend, kunnen verplichtingen worden
aangegaan. Voor projecten waarvan de kredietverlening aan uw Vergadering wordt voorgelegd,
kunnen uiteraard pas verplichtingen worden aangegaan nadat uw Vergadering het krediet heeft
verleend.

Met betrekking tot de investeringen in ICT heeft ons College een extra toets ingesteld. Alvorens
diensten (vervangings)investeringen mogen doen, dienen zij aan te tonen de investeringen urgent zijn,
aansluiten op het realisatieplan ICT en er geen goedkopere alternatieven zijn. Op deze wijze wil ons
College meer inzicht en grip op de uitgaven voor ICT krijgen.

9 Gemeentefonds - stadsdeelfonds

9.1 Gemeentefonds
De algemene uitkering gemeentefonds is een van de belangrijkste inkomstenbronnen van de
gemeente. In de Begroting 2010 is al gewezen op de bijzondere situatie welke zich ten aanzien van
het Gemeentefonds voordoet. In het Aanvullend Beleidsakkoord 2009 heeft het toenmalige Kabinet
besloten de reguliere normeringssystematiek, de koppeling tussen rijksuitgaven en de groei van het
gemeentefonds, tijdelijk niet toe te passen. Dit betekent dat de reële groei, voor 2009, vastgezet is op
het niveau van de Septembercirculaire 2008. Voor de jaren 2010 en 2011 is de reële groei vastgesteld
op 0%.

De vraag is of de normeringssystematiek wordt hersteld, wat de omvang is van de verwachte


bezuinigingen van het nieuwe kabinet en in hoeverre dit het gemeentefonds raakt. Ten opzichte van
de Begroting 2010 stijgt de gemeentefondsuitkering met € 16,5 miljoen naar € 1,533,3 miljoen. De
algemene uitkering binnen het gemeentefonds laat een daling zien van -/- € 12,3 miljoen. De
decentralisatie en intergratieuitkeringen daarentegen, stijgen met € 28,9 miljoen.
Dit is het gevolg van de volgende ontwikkelingen:
 bijstelling van de uitkeringsfactor, voornamelijk, voor de ontwikkeling van de landelijke
uitkeringsbasis (aantallen inwoners, bijstandontvangers) leidt tot een daling van de algemene
uitkering ( -/- € 20,9 miljoen)
 de ontwikkeling van de Amsterdamse uitkeringsbasis leidt tot een stijging van de algemene
uitkering 12,1 miljoen
 ontwikkeling negatieve inkomsten maatstaf OZB ( € 0,2 miljoen)
 toename van de decentralisatie en integratie uitkeringen (€ 28,9)
 afname van de middelen voor de Wmo (-/- € 10,4 miljoen)
 diverse taakmutaties die per saldo leiden tot een toename van € 5,5 miljoen
 overige ontwikkeling (€ 1,2 miljoen)

9.2 Stadsdeelfonds
De totale uitkering aan de stadsdelen van Amsterdam bedraagt in de Actualisatie 2010 € 637,6
miljoen. Ten opzichte van de Begroting 2010, waarin € 633,4 miljoen werd geraamd, is de uitkering
€ 4,2 miljoen gestegen.
Deze toename wordt veroorzaakt door de uitname van -/- 7 miljoen vanwege de centralisatie van het
leerlingen vervoer, de uitname uit het stadsdeelfonds van -/- 0,3 miljoen vanwege de centralisatie van
de rekenkamerfunctie, een daling van de landelijke uitkeringsbasis (-/- 2,8), een daling van de
Amsterdamse uitkeringsbasis (-/- € 1,6 miljoen), taakmutaties die betrekking hebben op
stadsdeeltaken ( € 1,4 miljoen),de areaal- en waardeontwikkeling OZB (€ 0,3 miljoen), de ontwikkeling
negatieve inkomstenmaatstaf OZB (-/- € 0,2), de toevoeging van een decentralisatie-uitkering aan het
stadsdeelfonds (€ 1,7 miljoen). Tot slot is in de actualisatie van het stadsdeelfonds een incidentele

Raadsdruk Begroting 2011 45


post verwerkt die voortkomen uit de vaststelling van de gemeentefondsuitkering in de jaarrekening van
de gemeente Amsterdam (€ 12,8 miljoen).

Voor 2011 is de begroting van het stadsdeelfonds geraamd op € 622,6 miljoen; een afname van
€ 15,1 miljoen ten opzichte van de Actualisatie 2010. Dit komt voor een belangrijk deel door het
wegvallen van een incidentele post uit de actualisatie (€ 12,8 miljoen). Voor het overige deel wordt de
daling van het stadsdeelfonds verklaard door; een daling van de landelijke uitkeringsbasis (-/- € 6,4
miljoen), een toename van de Amsterdamse uitkeringsbasis (€ 6,3 miljoen), canonopbrengsten einde
tijdvak particulier (€ 0,4 miljoen), de negatieve inkomstenmaatstaf OZB in het gemeentefonds (€ 0,3
miljoen), de waarde- en areaalontwikkeling van de OZB (-/- € 2,3 miljoen), taakmutaties in het
gemeentefonds die (deels) betrekking hebben op het stadsdeelfonds (per saldo -/- € 0,6 miljoen),
afname van de decentralisatie-uitkeringen in het stadsdeelfonds (-/- € 0,3 miljoen) en de uitname uit
het stadsdeelfonds vanwege de centralisatie van de rekenkamerfunctie (-/- € 0,2 miljoen)
Tot slot is er € 0,5 miljoen toegevoegd aan de voeding van het stadsdeelfonds ter compensatie van
het effect van de groei van IJburg. Deze toevoeging wordt gericht toegekend aan Stadsdeel Oost. Dit
stadsdeel ontvangt in 2011 € 1,0 miljoen door gerichte toekenning van deze toevoeging (tranche 2010
en 2011).

Effecten voor de stadsdelen


Ons College heeft in het verdeelvoorstel voor een bedrag van circa € 83 miljoen aan structurele
bezuinigingen opgenomen. De komende jaren zal er nog meer bezuinigd worden. Het is
onvermijdbaar dat dit gevoeld wordt in de stad. Ook de stadsdelen zullen dit merken. Naast de
maatregelen die de burgers raken, zijn er ook maatregelen die de stadsdelen in budgettaire zin raken.
Voor 2011 gaat het om de financiële consequenties van de decentralisatie van de OKC-JGZ en de
korting van € 2,5 miljoen op de middelen die worden gedecentraliseerd, de extra afdracht van
parkeerinkomsten van € 10 miljoen en de verlaging van het ISV budget met € 5 miljoen. Ook dient de
verlaging van het budget ten behoeve van het bestuurlijk stelsel genoemd te worden. Over de wijze
waarop stadsdelen betrokken worden bij het Realisatieplan ICT moet besluitvorming nog plaatsvinden.
Een gedeelte van de besparingen slaan echter neer bij de stadsdelen. Deze bedragen zijn in het
programakkoord als bezuiniging ingeboekt bij de centrale stad. Tot slot kunnen kortingen op het
participatie budget leiden tot een toename van het aantal burgers dat een beroep doet op lokale
welzijnsvoorzieningen in de stadsdelen.
Hiertegenover staan de voordelen op het gebied van inkoop. Door aan te sluiten bij centraal stedelijk
afgesloten mantelcontracten kunnen aanzienlijke inkoopvoordelen worden gerealiseerd.

Politiek bestuurlijke afweging


Ten opzichte van de Begroting 2010 daalt het stadsdeelfonds met € 2,9 miljoen. In de Actualisatie
2010 laat het stadsdeelfonds per saldo nog een incidentele stijging zien ten opzichte van de Begroting
2010 van zo'n € 11 miljoen. Over het geheel beschouwd is er sprake van een beperkte daling van het
stadsdeelfonds waarbij de ontwikkeling van het gemeentefonds op basis van het aandeelpercentage
evenredig is verdeeld tussen stad en stadsdelen.

Voor de financiële verhouding met de stadsdelen is verder het verdelingsvoorstel ISV van belang. Ten
opzichte van 2010 daalt het niveau van de ISV-sleutelgelden met € 5 miljoen. Indien het deel van de
ISV-middelen voor bodemsanering buitenbeschouwing wordt gelaten, bedraagt het aandeel van de
staddelen nog steeds ruim 40 procent.

De stadsdelen zullen in 2011 meer parkeerinkomsten moeten afdragen. De taakstelling is € 10


miljoen. De verdeling tussen centrale stad en stadsdelen is nog onderwerp van gesprek.
De verdelingen van de parkeerinkomsten tussen stadsdelen is zeer ongelijk verdeeld. Dit voorstel
raakt met name de stadsdelen met veel parkeerinkomsten. Deze inkomsten houden geen verband
met specifieke taken en specifieke sociale- en fysieke factoren.

Het geheel overziend, en gezien financiële en economische ontwikkelingen, is er voor ons geen reden
om (structureel) middelen vrij te maken ten behoeve van het stadsdeelfonds of een aanvullende
verlaging op te nemen.

Raadsdruk Begroting 2011 46


Bijlage Structurele Posterioriteiten

Rubriek PA Onderwerp s/i 2011 2012 2013 2014


fysiek Afschrijvingsmethodiek exploitatie parkeergebouwen s 500.000 0 0 0
Agenstschappen Dui/eng beëindigen s 200.000 0 0 0
beperking bestuursondersteuning s 70.000 0 0 0
Beperking wettelijke taken BMA s 100.000 0 300.000 0
bezuinigingen ISV s 8.000.000 0 0 0
binnenhavengeld s 800.000 0 0 0
bodemsanering/nazorg s 1.000.000 0 0 0
bodemsanering (lagere kosten) s 100.000
budget analyse bedr. afvalwater s 30.000 0 0 0
doorbelasten personeel (Haven Amsterdam) s 15.000 15.000 0 0
Efficiency in taakuitvoering (EZ) s 500.000 0 0 0
fusie BBA/waternet s 350.000 0 600.000 0
Grondwaterkosten in rioolheffing s 1.076.560 0 0 0
kostendekkendheid bestaande P+R s 500.000 500.000 0 0
Lager beheer niveau (dIVV) s 1.150.000 1.150.000 0 0
Middelen RO-beleid stedelijke samenhang s 100.000 100.000 150.000 250.000
Parkeerbeheer s 140.000 0 0 0
Opheffen procesbegeleiding bewoners (OGA) s 400.000 0 0 0
reclame MUPI's s 45.000 0 0 0
Verhogen rendabiliteit materiaaldienst (dIVV) s 150.000 0 0 0
slimmer uitvoeren milieutaken (DMB) s 500.000 0 0 0
sociale veiligheid OV s 1.000.000 2.000.000 0 0
Structureel Budget klimaatbureau s 400.000 0 0 0
Synergie pontveren s 0 0 0 2.500.000
Taakvermindering erfpachtbeheer/regie productie s 650.000 0 0 0
Toezicht activa BV s 0 200.000 0 0
Vastgoedadvies s 950.000 0 0 0
Verbeterd contract MUPI/Abri IVV s 0 500.000 500.000 0
Vergroting efficiency Monumenten/archeologie s 130.000 0 0 0
Verminderen groenbeleid/ecologie/OR s 25.000 25.000 50.000 50.000
verminderen bestuurlijke Begeleiding ZA s 370.000 0 0 0
Westpoortbeheer s 200.000 0 0 0
windmolens inkomsten s 200.000 25.000 25.000 0
Zuiderkerk s 600.000 0 0 0
Mobiliteitsfonds/parkeerinkomsten s 10.000.000 0 0 0
Vermindering sluiswachters s 0 0 120.000 0
Implementatie walradar s 0 140.000 140.000 95.000
Verminderen formatie interne controle Haven s 0 0 40.000 0
Overname inning binnenhavengeld BBA s 0 40.000 0 0
Afstoten Clipper s 0 0 85.000 0
Contributies en bijdragen Haven afbouwen s 0 122.900 10.100 0
Differentieren zeehavengelden s 0 0 200.000 0
Inzet Stadstoezicht lager beheersniveau s 50.000 25.000 25.000 0
Aanvullende besparing dIVV (parkeergebouwen, P&R
exploitatie en verbeteren contract ABRI) s 1.000.000
Totaal
fysiek 31.301.560 4.842.900 2.245.100 2.895.000

Raadsdruk Begroting 2011 47


Rubriek PA Onderwerp s/i 2011 2012 2013 2014
sociaal Ambulancedienst FLO s 1.160.000 0 0 0
Ambulancedienst NRGA s 0 500.000 0 0
Ambulancedienst OOV s 0 0 0 300.000
Antwoord s 70.000 0 0 0
Artis s 0 450.000 450.000 0
Bibliotheek s 0 500.000 500.000 0
dienstverlening Niv. Huisuitzettingen s 0 250.000 0 0
Differentiatie PGB s 250.000 0 0 0
Het gespuis s 0 42.000 0 0
Hortus s 0 100.000 100.000 0
Infectieziektebestrijding (efficiency) s 0 0 0 190.000
Infobalie (DWZS) s 100.000 0 0 0
Inhuur Sw-ers s 0 1.491.000 0 0
Inkomensverhoging DBC s 0 0 880.000 0
Kostendekkend maken activiteiten Boedelbeheer s 90.000 90.000 90.000 0
Kunstbegroting s 0 0 9.800.000 0
Luchtmeetnet s 0 0 0 50.000
Methodon arrestanten s 0 0 0 200.000
Methodonbus s 0 0 370.000 0
Mozeshuis s 0 100.000 0 0
opheffen kenniscentrum a'dam s 200.000 0 0 0
PvA Diversiteitsbeleid s 100.000 0 0 0
Regeling Huisbewaring (DWZS) s 75.000 0 0 0
Stedelijk Jongerenwerk Amsterdam s 0 1.000.000 0 0
stelpost werk s 1.500.000 200.000 0 0
Taakstelling i-deel WWB s 0 0 0 0
Verhoging Leges (DWZS) s 620.000 0 0 0
verlaging bedrag OKC s 1.700.000 0 0 0
Verlaging formatie WZS s 100.000 100.000 0 0
Verlaging Wmo voorzieningen s 2.000.000 0 0 0
versobering bedrijfsvoering (DWZS) s 100.000 0 0 0
voorlichting migranten eigentaal s 0 0 0 290.000
Vermindering subsidie ASW/HA s 0 280.000 0 0
beëindiging subsidie Meldpunt Ongewenst
Verhuurgedrag s 0 200.000 0 0
aanvullende taakstelling scenario's
woonruimteverdeling s 0 0 900.000 0
Verlagen gemeentelijke bemoeienis (DWZS) s 0 0 400.000 200.000
beëindigen vergunningverlening WKB s 0 150.000 0 0
handhavingstaak gemeentelijke verordeningen zoals
huisvestingsverordening s 0 0 600.000 0
Efficiency apparaat kunst en cultuur s 200.000 0 0 0
Burgerschap en Diversiteit s 0 200.000 0 0
informatie huishouding radicalisering s 250.000 0 0 0
verlagen brandweerzorgnorm s 0 0 1.000.000 1.750.000
ombuiging Spa s 200.000 0 0 0
stichting bijzondere noden, beeindigen
apparaatskosten s 0 0 230.000 0
efficiency apparaat onderwijs s 150.000 150.000 0 0
Jeugd Beëindigen Onderzoek s 240.000 0 0 0
Jeugd Beëindigen innovatie/leuk en spannend/jouw
idee maak het waar s 0 240.000 0 0
beëindigen XXXS card s 0 600.000 0 0
efficiency apparaat jeugd s 100.000 0 0 0
efficiency apparaat sport s 170.000 170.000 0 0
Apolloloket (toegewezen struct prio in 2010) s 840.000 0 0 0
efficiency apparaat (DMO) s 0 0 500.000 500.000
ombouw MO intramuraal naar kleinschalig begeleid
wonen s 0 300.000 600.000 900.000
efficiency indicatiestelling overige diensten
(GGD/DWI) s 0 0 150.000 0
efficiency indicatiestelling DWZS s 0 150.000 0 0
onderzoeksbudget onderwijshuisvesting VO s 150.000 0 0 0

Raadsdruk Begroting 2011 48


leerlingenvervoer: invoeren wettelijke grensafstand 0 550.000 0 0
en aanscherpen indiceren
s
wijzigen organisatie OKC en invoeren gereduceerd 800.000 0 0 0
basispakket s
Amsterdamse Bos: aanpassen openingstijden 0 50.000 0 0
bezoekerscentrum
s
Amsterdamse Bos: personeelslasten s 200.000
stopzetten bijzondere subsidieverordening 0 30.000 0 0
sportevenementen s
OOV strategische aankopen buiten 1012 s 200.000 0 0 0
Veiligheidsmanager (platform criminaliteitsbestrijding s 100.000 0 0 0
Organisatie leerplicht s 300.000 0 0 0
Rechtswinkel en zeemanswelvaren s 70.000 0 0 0
Totaal sociaal 12.035.000 7.893.000 16.570.000 4.380.000

Raadsdruk Begroting 2011 49


Rubriek PA Onderwerp s/i 2011 2012 2013 2014

Bedrijfsvoering
Bestuur en
concern dienstauto's s 0 0 74.000 0
Efficiency (ACAM) s 100.000 300.000 0 0
Efficiency VGA s 34.000 0 0 0
leges verhoging naar 100% (DPG) s 30.000 0 0 0
Minder advert DFM s 0 300.000 0 0
Openingstijden stadhuis s 0 100.000 260.000 0
Optimalisatie huisvesting stadhuis s 0 1.500.000 0 0
vermindering basisbudget O+S s 0 120.000 105.000 0
vermindering kwaliteit stadsdelen, beheer
distributie,advies s 120.000 120.000 120.000 120.000
Uitvoering Voormalig werkgeverschap
(Servicehuis personeel) s 515.747 585.217 883.253 264.825
Kostendekkend maken leges (DPG) s 0 30.000 30.000 40.000
reductie inzet accountantscontrole s 300.000 800.000 0 0
Vermindering niet wettelijke audits s 400.000 0 0 0
Raadsonderdelen s 475.000 0 0 0
Inkoop 48uurs Post s 300.000 0 0 0
Centrale coördinatie inkoop s 1.500.000 1.000.000 1.000.000 1.000.000
Centralisering werving s 0 370.000 0 0
Inkoop- en aanbestedingsstrategieën s 1.200.000 1.200.000 1.100.000 2.500.000
Inkoop- en aanbestedings-strategieën s 0 600.000 300.000 200.000
Reduceren leveranciers communicatiemiddelen s 0 700.000 0 0
Reduceren wagenpark s 200.000 300.000 500.000 500.000
versoberen, normeren en optimaliseren
facilitaire zaken pllus gebruik en onderhoud
gebouwen s 0 600.000 0 1.100.000
optimaliseren proces invulling flexibele krachten
en externe inhuur s 1.000.000 2.000.000 2.000.000 2.500.000
Huisvesting Huisvesting gemeentelijke diensten s 4.550.000 3.600.000 0 2.730.000
Bestuursdienst afname wachtgelder s 50.000 0 0 0
Heroverwegingen bestuursdienst s 4.318.307 0 0 0
budget representatiekosten wethouders s 70.000 0 0 0
Onbevoegd toezicht op afstand s 300.000 0 0 0
meerjarige BD posterioriteiten s 0 1.800.000 700.000 800.000
Personeel uitstroom inactieven s 500.000 1.000.000 1.500.000 1.000.000
externe inhuur (maximaal 13% concern als
geheel) s 9.700.000 0 0 0
minder communicatie fte's s 0 500.000 600.000 0
opleidingsbudget (maximaal 2%) s 4.000.000 0 0 0
sobere arbeidsvoorwaarden s 0 6.900.000 500.000 500.000
staffuncties bestuur en concern s 0 4.000.000 0 0
ICT Invoering van een nieuw ICT s 2.000.000 4.400.000 6.000.000 9.000.000
Rentestelsel stelselwijziging rente egalisatie reserve s 8.000.000 0 0 0
subsidieproces uniformeren subsidieproces s 0 0 0 1.500.000
Totaal bedrijfsvoering 39.613.013 32.825.217 15.672.253 23.754.825

Eindtotaal 82.949.573 45.561.117 34.487.353 31.029.825

Raadsdruk Begroting 2011 50


3 Programma’s
Openbare orde en veiligheid
Werk en inkomen
Zorg
Educatie, jeugd en diversiteit
Verkeer en infrastructuur
Openbare ruimte, groen, sport en recreatie
Cultuur en monumenten
Milieu en water
Economie en haven
Facilitair en bedrijven
Stedelijke ontwikkeling
Bestuur en concern
Dienstverlening

Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing


Algemene dekkingsmiddelen

Raadsdruk Begroting 2011 51


Programma Openbare orde en veiligheid
Maatschappelijk effect Een veiliger Amsterdam
Amsterdam is van oudsher een vrije en tolerante stad. Daarin moet iedereen veilig zijn, maar
zich ook vrij en veilig voelen, ongeacht tijd, plaats, functie, seksuele geaardheid, voorkeur of
levensovertuiging. Er worden duidelijke grenzen en normen gesteld, waarop degenen die
deze aantasten worden aangesproken. Door de overheid, en door de Amsterdammer zelf, die
daarvoor rugdekking krijgt. Als grenzen worden overschreden treedt de overheid tijdig,
krachtdadig en effectief op. Dit doet de overheid niet alleen voor het slachtoffer, maar ook als
duidelijk signaal aan de dader, de maatschappij en de handhavers: crimineel en asociaal
gedrag worden niet getolereerd.
In de Veiligheidsregio hebben we een belangrijke rol voor het behoud en verbetering van de
fysieke veiligheid. Met de partners in de regio staan we borg voor het in stand houden van de
openbare orde.

1 Kerncijfers
Bedragen x € 1 Rekening Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting
miljoen 2009 2010 2010 2011 2012 2013 2014
Totaal programma
Lasten + 127,2 122,5 145,2 111,0 109,7 110,4 110,4
Baten - 31,8 11,4 14,7 10,5 10,0 10,8 10,8
Resultaat t.l.v. 95,4 111,1 130,5 100,4 99,7 99,6 99,6
algemene middelen
voor mutaties
reserves
Toevoeging minus 10,2 0,0 - 16,7 - 08, - 0,1 0,0 0,0
onttrekking reserves
Resultaat t.l.v. 105,7 111,1 113,9 99,6 99,6 99,6 99,6
algemene middelen
na mutaties reserves
Saldo reserves 17,4 0,0 0,8 0,0 -0,1 -0,1 - 0,1
Saldo voorzieningen 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Investeringsuitgaven 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

2 Ontwikkelingen en beleidskaders
De komende tijd vraagt om een stevige gemeentelijke inzet op veiligheid en leefbaarheid. De
financiële crisis, haar risico’s en negatieve consequenties moeten het hoofd worden geboden.
Werkeloosheid, armoede en schulden, uitzichtloosheid en ontevredenheid vormen een
voedingsbodem voor criminaliteit en maatschappelijke onrust. Het handhaven, en waar nodig
verbeteren, van het huidige veiligheidsniveau is daarom een randvoorwaarde voor een
leefbare en levensvatbare stad. De continuering van grootstedelijke inspanningen voor jeugd
en veiligheid hebben een blijvende gemeentelijke impuls nodig. De aanpak van de
veelplegers mag juist nu niet verslappen. We mogen de probleemgebieden van de stad, hot
spots en prachtwijken, nu het moeilijk wordt niet aan hun lot overlaten. Immers veiligheid
staat niet op zich maar zorgt in belangrijke mate voor een levenvatbare stad, een
levensvatbare stad die kansen biedt voor economische ontwikkeling, ten behoeve van het
zakencentrum als ook van de middenstand en de grootwinkelbedrijven, kansen voor het
vergroten van de toeristische aantrekkingskracht en voor culturele ontwikkelingen¸ voor
investeringstrajecten als Topstad en voor evenementen als Sail en Koninginnedag. Ook het
tolerante klimaat van de stad staat of valt in belangrijke mate met reële en gevoelde veiligheid
waardoor mensen zich vrijelijk bewegen en uiten.

Raadsdruk Begroting 2011 52


3 Doelstellingen, activiteiten en financiën per subprogramma
3.1 Openbare orde en veiligheid
3.1.1: Openbare orde en veiligheid: Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?

Programakkoord 2010-2014

Doelstelling 1: De veiligheid in alle 78 buurten is verbeterd


Indicator Nulmeting en peildatum 1 juni 2010 2011 2012 2013 2014
Objectieve veiligheidsindex 1 80 2009 78 78-75 78-74 78-73 78-72
Subjectieve veiligheidsindex 76 2009
Element buurtproblemen 63 2009 61 61-58 61-57 61-56 61-55
Element vermijding 81 2009 79 79-76 79-75 79-74 79-73
Leefbaarheidsindex Wordt nog ontwikkeld

Doelstelling 2: Verlaging jeugdcriminaliteit en overlast


Indicator Nulmeting en peildatum 1 juni 2010 2011 2012 2013 2014
Afname recidive: 2/2010
First Offenders 30% 30% 28% 25% 23% 20%
Licht Criminelen 45% 45% 43% 40% 37% 35%
Potentieel Jeugdige 63% 63% 60% 57% 53% 50%
Veelplegers Harde Kern Jeugd 90% 90% 87% 83% 79% 75%
Afname aantal problematische 40 2009 40-37 40-37 37-34 37-34 34
jeugdgroepen
Aantal VO scholen dat een
schoolveiligheidsteam heeft 6 2010 10 Nader idem idem
vast te
stellen;
afhankelijk
van
budget

Doelstelling 3: Geweld achter de voordeur


Indicator Nulmeting en peildatum 1 juni 2010 2011 2012 2013 2014
Verhouding aangiften / 30% 2009 30% 32,5% 35% 37,5% 40%
incidenten
Toename huisverboden 97 2009 166 minimaal minimaal minimaal minimaal
250 250 250 250

Gewenste samenwerkingsvorm
De resultaten kunnen alleen behaald worden met medewerking van een groot aantal partners
in de keten. Politie en justitie zijn daarbij van groot belang. Daarom worden de beoogde
doelstellingen ook voorgelegd aan de Driehoek (Burgemeester, Hoofdofficier van Justitie en
Hoofdcommissaris van Politie). Daarnaast is voor de vermindering van jeugdcriminaliteit en
overlast en voor de verbetering van toezicht en handhaving de inzet van de stadsdelen
onontbeerlijk.
3.1.2 Openbare orde en veiligheid: Wat gaan we ervoor doen?
Buurtveiligheid en sociale cohesie
Niet alle Amsterdammers voelen zich altijd veilig in hun wijken: de subjectieve veiligheid moet
worden verbeterd; het gevoel dat mensen over hun veiligheid hebben wordt zeer serieus
genomen. Sociale cohesie draagt in belangrijke mate bij aan een gevoel van veiligheid in de
buurt. In een prettige buurt is ruimte voor iedereen, gaan ouderen met een gerust hart de
straat op en voelen jongeren zich op hun gemak.

Veiligheid in de buurt en op school is een prioriteit. De verruwing van het gedrag van jongeren
tussen 12 en 17 jaar is zorgelijk en verdient extra aandacht. Wij voeren daartoe een effectief
lik-op-stuk beleid ten aanzien van jeugdcriminaliteit, met een goede balans tussen preventie

1
Bij het objectieve en het subjectieve indexcijfer is daling een positief effect. Het objectieve indexcijfer bestaat uit de
elementen inbraak, diefstal, geweld, overlast, vandalisme, verkeer en drugs. Deze elementen worden gemeten met
behulp van in totaal 36 indicatoren. Het subjectieve indexcijfer bestaat uit drie elementen: veiligheidsbeleving,
vermijdingsgedrag en buurtproblematiek. Deze elementen worden gemeten met behulp van in totaal 31 indicatoren.

Raadsdruk Begroting 2011 53


en repressie. Er wordt geïnvesteerd in een gerichte wijkaanpak waarbij stadsdelen,
bewoners, buurtregisseur, straatcoaches en ondernemers samen werken aan het veiliger
maken van de buurt. In samenwerking met schoolveiligheidsteams wordt de veiligheid op
scholen verbeterd.

Een openbare ruimte die schoon, gaaf en veilig is, draagt bij aan een veiliger Amsterdam en
aan het verminderen van gevoelens van onveiligheid. De door de stadsdelen opgezette
leefbaarheidsindex vormt samen met de veiligheidsindex een compleet sturingsinstrument.
Geweld in alle verschijningsvormen dient te worden bestreden. Er worden maatregelen
genomen tegen uitgaansgeweld, voetbalgeweld, geweld achter de voordeur en geweld tegen
dienaren van het algemeen belang, zoals ambulancepersoneel, brandweerlieden,
verloskundigen en buschauffeurs.

Grote zorg is er over de aanzienlijke stijging van het aantal overvallen op woningen en
ondernemers, die steeds vaker gepaard gaan met grof geweld, terwijl de buit vaak heel klein
is. De effecten op de mensen die geconfronteerd worden met een dergelijke overval zijn
enorm. Wij helpen ondernemers zich te beschermen tegen overvallen.
Extra aandacht is nodig voor de positie van slachtoffers en de vergroting van de
aangiftebereidheid. Veel mensen doen geen aangifte omdat ze denken dat daar toch niets
mee gebeurt. Er komt een plan voor de vergroting van de aangiftebereidheid, want er ligt een
taak het vertrouwen van de Amsterdammers terug te winnen.

Criminaliteit
Zware criminaliteit wordt met kracht bestreden. Mensenhandel en gedwongen prostitutie zijn
niet geografisch beperkt of slechts aan bepaalde onderdelen van de prostitutiebranche
gerelateerd, maar komen in de prostitutiebusiness algemeen voor. De controles in de gehele
prostitutiebranche worden dan ook geïntensiveerd.
Criminaliteit en overlast pakken we aan met een goede mix van middelen. Al naar gelang de
ernst van het normoverschrijdend gedrag zullen de instrumenten worden ingezet: waar
mogelijk preventie, waar nodig repressie. Een goede ketenaanpak van politie, justitie,
rechterlijke macht en reclassering is daarbij essentieel. Wij zien graag meer en beter blauw
op straat, met de beste politieagenten op de moeilijkste plaatsen. Daarnaast is ook voldoende
en professioneel bestuurlijk toezicht nodig.

Cameratoezicht, gebiedsverboden, samenscholingsverboden en noodverordeningen zijn


ingrijpende maatregelen die alleen worden toegepast waar noodzakelijk en waar de middelen
effectief bijdragen aan het oplossen van de problematiek. De inzet van dergelijke middelen
wordt jaarlijks getoetst op noodzaak, effectiviteit, subsidiariteit, proportionaliteit, en beëindigd
zodra de doelstelling is behaald die geformuleerd werd bij de eerste inzet van het middel.
Preventief fouilleren is onder strikte voorwaarden toegestaan. Rechtstatelijkheid is daarbij het
uitgangspunt. Een goede balans tussen veiligheid en vrijheid is geboden.

Verlagen geweld
Er wordt prioriteit gegeven aan het tegengaan van wapenbezit en wapengebruik. Naast de al
bestaande instrumenten (zoals preventief fouilleren) wordt door het Openbaar Ministerie (OM)
een lik-op-stuk beleid ontwikkeld dat wordt ingezet wanneer een wapen wordt aangetroffen
op een jeugdige verdachte. De politie maakt in lijn daarmee een voorlichtingsfilm voor
jeugdigen over de gevaren van wapenbezit. Ook binnen de aanpak veiligheid op school wordt
gefocust op geweld. Nieuw in de aanpak van School en veiligheid zijn de
Schoolveiligheidsteams die op verschillende scholen worden ingezet. Belangrijk actiepunt van
deze teams is de aanpak van geweld op school en als onderdeel daarvan, het wapenbezit
van leerlingen (vroege starters). Daarbij gaat het om een nauwe samenwerking tussen
school, politie en leerplichtambtenaar. Binnen de aanpak veilig uitgaan is er specifiek
aandacht voor geweld. Onder andere door te starten met een ‘weekend-lik-op-stuk’
benadering. OM en politie zorgen voor voldoende capaciteit op de uitgaansmomenten (met
name het weekend) zodat bij voorkomende geweldsfeiten na aanhouding direct een
onderzoek kan worden ingesteld waarbij de verdachte in hechtenis wordt genomen.

Ten slotte wordt binnen de gekozen aandachtsgebieden prioriteit gegeven aan de aanpak
van geweld. Het gaat niet altijd om de inzet van nieuwe maatregelen, maar om bundeling van

Raadsdruk Begroting 2011 54


krachten, verbetering van de informatiepositie en een gerichte inzet van de bestaande
aanpak (bijvoorbeeld koppeling jeugd en veiligheid, huiselijk geweld, inzet van toezicht en
preventief fouilleren).

Coffeeshops
De achterdeurproblematiek bij coffeeshops maakt deze branche per definitie vatbaar voor
criminaliteit. Amsterdam staat een tolerant softdrugsbeleid voor, maar hecht aan de
bestrijding van de (internationale) drugscriminaliteit. Om misbruik van softdrugs en alcohol
tegen te gaan wordt een actief voorlichtingsbeleid gevoerd.

Coalitieproject 1012
Het doorbreken van de criminele infrastructuur door het terugdringen van overlastgevende
criminogene branches is het doel van het Coalitieproject 1012. Er is jaarlijks een
voortgangsrapportage en er komt een vervolgonderzoek Grenzen aan de Handhaving.
Bonafide ondernemers moeten zo goed mogelijk worden beschermd tegen potentiële
ongewenste neveneffecten van het project. Het is een langlopend project waarbij een breed
draagvlak bij ondernemers, prostituees en bewoners van groot belang is.

Doelstelling 1: De veiligheid in alle 78 buurten is verbeterd


De algemene hoofddoelstelling voor het programma is de verbetering van de objectieve
veiligheidsindex2 – bij gelijkblijvend aangiftegedrag van burgers – in alle 78 buurten van
Amsterdam, van gemiddeld 80 in 2009 naar tussen de 78 en 72 in 2014.In het verlengde van
de Wijkaanpak ligt de focus in hogere mate dan voorheen op meer toezicht, aanpak overlast,
aanpak multiprobleemgezinnen en efficiënter cameratoezicht

Doelstelling 2: Verlaging jeugdcriminaliteit en overlast


De aanpak van jongeren die zich stelselmatig schuldig maken aan strafbare feiten – de
zogenoemde ,0harde kernjongeren – wordt met kracht voortgezet.
De interventies en projecten op het terrein van Jeugd en Veiligheid zijn bedoeld voor
criminele en overlastgevende jongeren uit alle doelgroepen. Maar waar nodig, is er specifieke
aandacht voor specifieke doelgroepen. Naar aanleiding van de evaluaties ketenunits zijn
nieuwe afspraken gemaakt met politie en justitie. Om het aantal groepen dat ernstige overlast
veroorzaakt terug te dringen, krijgen de stadsdelen ook in 2011 ondersteuning van de flexibel
inzetbare teams, die bij overlast snel kunnen ingrijpen. Zie voor de schoolveiligheidsteams
Programma Educatie, jeugd en diversiteit, Subprogramma Jeugd, Indicator 5.1. Aantal
Voortgezet Onderwijs scholen dat een schoolveiligheidsteam heeft.

Doelstelling 3: Vermindering geweld achter de voordeur


Per 1 januari 2009 is de Wet tijdelijk huisverbod van kracht. Bij een tijdelijk huisverbod wordt
de persoon van wie een dreiging van huiselijk geweld uitgaat op last van de burgemeester
voor tien dagen uit huis gezet. Deze periode kan met 18 dagen worden verlengd. De
bevoegdheid tot het opleggen van huisverboden is in Amsterdam gemandateerd aan de
hulpofficier van justitie. De uithuisgeplaatste, de achterblijvende en eventuele kinderen krijgen
direct de benodigde zorg aangeboden om herhaling of verdere escalatie van het geweld te
voorkomen

2
. Het gemiddelde is in 2003 gesteld op 100. Voor de Veiligheidsindex geldt (net zoals voor de Buurtcijfers): hoe
lager het cijfer, hoe veiliger de buurt.

Raadsdruk Begroting 2011 55


3.1.3 Openbare orde en veiligheid: Wat mag het kosten?
Bedragen x € 1 miljoen Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting
2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten + 44,5 63,7 42,5 32,5 33,4 33,4
Veiligheid (doelstelling 1 tot en met 3) 36,2 55,0 34,5 24,8 25,4 25,4
Jeugd en veiligheid (doelstelling 2) 8,3 8,7 8,0 8,0 8,0 8,0
Baten - 9,3 12,7 17,5 8 8,8 8,8
Veiligheid (doelstelling 1 tot en met 3) 9,0 12,5 17,3 7,8 8,6 8,6
Jeugd en veiligheid (doelstelling 2) 0,3 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2
Mutaties in reserves ,0,0 -14,9 -0,5 -0,1 0,0 0,0
Saldo 35,2 37,3 24,6 24,6 24,6 24,6

Financiële toelichting

Toelichting Actualisatie 2010


Ten opzichte van de Begroting 2010 nemen de lasten toe met € 19,2 miljoen en de baten met
€ 3,4 miljoen. De belangrijkste oorzaken zijn:
 nominale aanpassingen voor het subprogramma Openbare orde en veiligheid leiden tot
een verlaging van de lasten met € 0,18 miljoen en van de baten met
€ 0,012 miljoen
 verwerking van de motie Rust op het maatschappelijk front leidt tot een verlaging van de
materiële budgetten met € 0,05 miljoen
 structurele verhoging van de lasten met € 0,65 miljoen vanwege overheveling budget
Platform Amsterdam Samen naar Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) en
Informatie Huishouding ten behoeve van tegengaan van radicalisering
 toename van de lasten Jeugd en Veiligheid als gevolg van ontvangen decentralisatie
uitkering Leefbaarheid en Veiligheid van € 0,4 miljoen.
 geraamde mutaties in reserves ad € 15 miljoen

In de ctualisatie zijn de volgende ontwikkelingen budgetneutraal verwerkt:


 incidentele verhoging van de baten en lasten met € 0,306 miljoen vanuit GSB gelden ten
behoeve van het Veiligheidsplan
 incidentele verhoging van de baten en lasten met € 2,31 miljoen vanwege de besteding
van vooruitontvangen GSB-bijdragen (Donnergelden)
 incidentele verhoging baten en lasten met € 0,026 miljoen vanwege de besteding van
vooruitontvangen gelden van Dienst Wonen Zorg en Samenleving (WZS)
 incidentele verhoging van de baten en lasten met € 0,125 miljoen vanwege de besteding
van vooruitontvangen gelden van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties ten behoeve van experiment ex-amv’s (alleenstaande minderjarige
asielzoekers)
 incidentele verhoging van de baten en lasten met € 0,123 miljoen vanwege de besteding
van vooruitontvangen gelden ten behoeve van het Regionale Informatie en Expertise
Centrum (RIEC)
 incidentele verhoging van de baten en lasten met € 0,017 miljoen vanwege de besteding
van vooruitontvangen gelden ten behoeve van Bibob OOV
 incidentele verhoging van de baten en lasten met € 0,202 miljoen vanwege de besteding
van vooruitontvangen gelden ten behoeve van Huisvesting Pardonners3
 incidentele verhoging van de baten en lasten met € 0,347 miljoen vanwege de besteding
van vooruitontvangen gelden ten behoeve van Stedelijk Programma Regelgeving en
Handhaving (SPRH) stadsdelen

Toelichting Begroting 2011


Ten opzichte van de Actualisatie 2010 nemen de lasten af met € 21,2 miljoen en de baten toe
met € 4,9 miljoen. De belangrijkste oorzaken zijn:
 vervallen incidentele onttrekkingen uit reserves ad € 15 miljoen

3
De 27.700 vreemdelingen die in Nederland mogen blijven op grond van het Generaal Pardon voor asielzoekers die
voor 1 april 2001 asiel hadden aangevraagd.

Raadsdruk Begroting 2011 56


 vervallen van budgetneutrale mutaties van € 3,5 miljoen
 vervallen bijdrage Geertsdeal en RIEC voor € 4,4 miljoen
 afname lasten met € 0,7 miljoen van het budget jeugd en veiligheid als gevolg van een
daling van de decentralisatie uitkering Leefbaarheid en Veiligheid met € 1,4 miljoen, het
vervallen van een incidentele prioriteit ketenunits van € 0,2 miljoen en een stijging van
€ 0,9 miljoen door overheveling van middelen schoolveiligheid
 geraamde mutaties in reserves per saldo € 0,5 miljoen
 vervallen incidentele prioriteiten aanpak wallengebied (€ 0,5 miljoen), regelgeving en
handhaving ( € 0,4 miljoen), fonds gevolgen vreemdelingenbeleid (€ 0,8 miljoen),
Veiligheidsplan (€ 0,2 miljoen) en 1012 panden/Wallengebied (€ 5 miljoen)

In de begroting zijn de volgende ontwikkelingen budgetneutraal verwerkt


 afname decentralisatie uitkering Leefbaarheid cameratoezicht en overlast voor € 0,8
miljoen
 vooruitontvangen bedragen RIEC ad € 0,5 miljoen

Meerjarenraming begroting 2012 tot en met 2014


Vooralsnog zijn er geen noemenswaardige ontwikkelingen te melden.

3.2 Crisisbeheersing en brandweerzorg

3.2.1 Crisisbeheersing en brandweerzorg : Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?


Doelstelling 4: Brandweerzorg
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Binnen de norm ter plaatse 2010 80% 80% 80% 80% 80%
Kazernes 24 uur bezet 95% 95% 95% 95% 95%

Doelstelling 5:
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Beleidscentrum operationeel 2010 1 uur 1 uur 1 uur 1 uur 1 uur

3.2.2.: Crisisbeheersing en brandweerzorg: Wat gaan we ervoor doen?


De verantwoordelijkheid van de lokale brandweerzorg ligt bij de gemeente, de uitvoering bij
de Regionale Brandweer. Tussen de opdrachtgever, de gemeente en de Regionale
Brandweer wordt een dienstverleningovereenkomst (DVO) gesloten. De DVO is – bij het
opstellen van deze begroting – nog niet gerealiseerd. Daarmee kan nog niet definitief bepaald
worden welke indicatoren maatgevend worden.

Brandweerzorg/verhogen fysieke veiligheid


Fysieke veiligheid is een onderdeel van integrale veiligheid. In Amsterdam is de brandweer in
de veiligheidsindex opgenomen en vormt van oudsher een onlosmakelijk onderdeel van het
veiligheidsdomein. Bovendien is er samenhang tussen fysieke en sociale veiligheid: afname
van de fysieke veiligheid leidt tot afname van sociale veiligheid en heeft daarmee invloed op
de leefbaarheid.

Brandweerzorg/bestrijden van branden


Het verlenen van adequate brandweerzorg en het bestrijden van branden is de core business
van de brandweer. Daarom heeft de paraatheid en geoefendheid van het
brandweerpersoneel prioriteit. Tegelijkertijd zal de komende jaren meer worden geïnvesteerd
in preventie.

Crisisbeheersing
Onder de crisisbeheersing vallen de budgetten van voorheen Bestuursdwang en de
Bestuurlijke coördinatie rampenbestrijding.
Er wordt adequaat gereageerd op niet voorzienbare ordeverstoringen. Demonstraties,
manifestaties en evenementen worden bestuurlijk begeleid. Het Draaiboek Vrede wordt
zonodig in werking gesteld. Het beleidscentrum in de kelder van het stadhuis is beschikbaar
voor calamiteiten en voor oefeningen.

Raadsdruk Begroting 2011 57


3.2.3. Crisisbeheersing en brandweerzorg: Wat mag het kosten?
Bedragen x € 1 miljoen Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting
2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten + 75,9 79,5 75,1 75,0 75,0 75,0
Brandweer 75,3 78,9 74,8 74,8 74,8 74,8
Crisisbeheersing 0,6 0,6 0,3 0,3 0,3 0,3
Baten - 0,006 0,005 0,005 0,005 0,005 0,005
Brandweerzorg
Crisisbeheersing 0,006 0,005 0,005 0,005 0,005 0,005
Mutaties in reserves -3,0
Saldo 75,9 76,5 75,0 75,0 75,0 75,0

Financiële toelichting

Toelichting Actualisatie 2010


Ten opzichte van de Begroting 2010 nemen de lasten toe met € 3,6 miljoen. De belangrijkste
oorzaken zijn:
 nominale aanpassingen voor het crisisbeheersing leidt tot een verlaging van de lasten
met € 0,004 miljoen
 verwerking motie B434 rust op het maatschappelijk front betekent een verlaging van de
lasten met € 0,001 miljoen
 structurele verhoging kapitaallasten Brandweer met € 0,2 miljoen
 incidentele verhoging lasten Brandweer i.v.m. extra capaciteit voor € 0,4 miljoen
 geraamde onttrekking uit de reserve Brandweer van € 3 miljoen. Het grootste deel van de
onttrekking heeft betrekking op de verrekening van het exploitatietekort van de
Brandweer van € 2,7 miljoen.

In de actualisatie zijn de volgende ontwikkelingen budgetneutraal verwerkt.


Incidentele verhoging van baten en lasten met € 0,034 miljoen vanwege de besteding van
vooruit ontvangen bedragen ten behoeve van het veiligheidsbureau

Toelichting Begroting 2011


Ten opzichte van de Actualisatie 2010 nemen de lasten af met € 4,3 miljoen. De belangrijkste
oorzaken zijn:
 nominale aanpassingen Brandweer leiden tot een verlaging van de lasten met € 0,4
miljoen
 vervallen van de incidentele prioriteit Koninginnedag van € 0,3 miljoen
 vervallen van de incidentele verhoging lasten Brandweer i.v.m. extra capaciteit voor € 0,4
miljoen
 vervallen budgetneutrale mutatie betreffende de besteding van vooruit ontvangen
bedragen ten behoeve van het veiligheidsbureau ad € 0,034 miljoen
 vervallen van de incidentele onttrekkingen uit de reserve Brandweer van € 3 miljoen

Meerjarenraming begroting 2012 tot en met 2014


Vooralsnog zijn er geen noemenswaardige ontwikkelingen te melden.

Raadsdruk Begroting 2011 58


4 Reserves, voorzieningen, investeringen

Bedragen x € Stand Verwachte verwachte Verwachte Stand Stand Stand Stand


1 miljoen Ultimo mutaties stand mutaties Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo
2009 2010 ultimo 2011 2011 2012 2013 2014
2010

+ -/- + -/-
Reserves
Brandweer 3,0 0,0 3,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Aankopen 9,4 0,0 9,4 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
project 1012 /
Wallen
Reserve OOV 4,6 0,0 4,0 0,6 0,0 0,6 0,0 0,0 0,0 0,0
Gevolgen 0,4 0,0 0,2 0,2 0,0 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0
vreemdelingen
wetgeving
Totaal 18,6 0,0 17,8 0,8 0,0 0,8 0,0 0,0 0,0 0,0
reserves

Af te wikkelen reserves

Reserve Brandweer
De begrote onttrekking van de reserve Brandweer in 2010 bestaat uit opdrachtgeverschap
Brandweer voor een bedrag van € 0,1 miljoen en de exploitatiekosten van het
Veiligheidsbureau in 2010 ad € 0,13 miljoen. Het exploitatietekort van de Brandweer van
€ 2,7 miljoen is vanuit deze reserve verrekend met de Brandweer. De stand van de reserve
ultimo 2010 bedraagt € 0.

Reserve Aankopen project 1012/Wallen


Het doel van de reserve is onroerend goed onttrekken aan het criminele circuit. Het in de
reserve aanwezig budget zal in 2010 tot besteding komen

Reserve gevolgen vreemdelingenwetgeving


Deze reserve heeft als doel het vergoeden van bijzondere kosten die verband houden met de
terugkeer van uigeprocedeerde vreemdelingen.
De onttrekking bedraagt € 0,2 miljoen, zowel in 2010 als 2011, en heeft betrekking op het
vergoeden van bijzondere kosten die verband houden met de terugkeer van
uitgeprocedeerde vreemdelingen. De stand ultimo 2011 bedraagt dientengevolge € 0.

Reserve OOV
Deze reserve betreft de uitvoering van diverse projecten voor het programma OOV.
In 2010 zijn de volgende onttrekkingen begroot:
1. (het restant van) de prioriteit aanpak mensenhandel ad € 0,2 miljoen
2. de aanpak illegale bordelen voor een bedrag van € 0,4 miljoen
3. de evaluatie verwarmde terrassen ad € 0,01 miljoen
4. de kosten cameratoezicht uitgaanspleinen ad € 0,5 miljoen
5. investering voor de centrale camera uitkijkruimte ad € 1,5 miljoen
6. het Stedelijk Project Regelgeving en Handhaving ad € 1,2 miljoen
7. uitgaven voor BRI ad € 0,15 miljoen
Vervolgens wordt in 2011 een bedrag van € 0,6 miljoen begroot voor de aanpak van illegale
bordelen € 0,1 miljoen en het restant van de investering voor de centrale camera uitkijkruimte
€ 0,5 miljoen. Hierdoor bedraagt de stand ultimo 2011 € 0.

4 Investeringen
Binnen het programma Openbare orde en veiligheid worden geen investeringen geraamd. De
Brandweer maakt geen onderdeel meer uit van de gemeente. Investeringen van de
Brandweer worden dus niet in dit programma opgenomen.

Raadsdruk Begroting 2011 59


5 Verdelingsvoorstel

5.1 Prioriteiten en posterioriteiten 2011

I1 Programakkoord
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
1 Straat- en gezinscoaches Aanvulling op wegvallen Stadsdekkend systeem van 500 500
rijksbijdrage straat- en gezinscoaches

2 Cameratoezicht Aanvulling op wegvallen Functionerend systeem van 350 350


rijksbijdrage cameratoezicht

3 Veiligheidshuis Verbetering ketenaanpak Agressie trajecten/ pilots 275 275


psychologie en alcohol

4 Bestuurlijke aanpak Toepassen Emergo en Bibob Integrale bestrijding zware 130 130
georganiseerde criminaliteit methode criminaliteit. Bibob taxi’ s en
vastgoed

5 Aanpak woningovervallen Aanpak woningovervallen Minder overvallen 100 0

6 Coffeeshopbeleid Ontwikkelen nieuw model Toekomst bestendig beleid 100 100

7 Openingstijden Horeca Onderzoek openingstijden Breed gedragen besluitvormig 100 0


horeca

8 Leefbaarheidsindex Ontwikkeling Informatie gestuurd werken 75 75


leefbaarheidsindex

9 Intensivering toezicht Intensivering toezicht Uitbreiding toezicht komende 250 0


prostitutiebranche prostitutiebranche 4 jaar, per jaar

10 Schoolveiligheidsteams Schoolveiligheidsteams, Meer veiligheid op scholen 325 150


uitbreiding

11 Veiligheidsplan: Veiligheidsaanpak in Verbetering veiligheid in die 400 250


Gebiedsaanpak en specifieke gebieden gebieden
ketenaanpak/veiligheidshui
zen
12 Organisatie Bestuurlijk Regie unit OBT Invoering plan van eisen en 450 200
Toezicht doorontwikkeling BT

3.055 2.030

Raadsdruk Begroting 2011 60


I4 Overige prioriteiten
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
13 Versterking Veiligheidsregio Meer samenwerken betere Effectievere crisisbeheersing 192 0
control

14 Koninginnedag Koninginnedag Onverstoorbaar verloop 300 250

942 250

I8 Amsterdams Investeringsfonds
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
15 Coalitieproject 1012 Project 1012 aanpak Uitvoering strategienota 8.000 8.000
wallengebied wallengebied (project 1012)

8.000 8.000

S1 Programakkoord
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
16 Bestuurlijk Interventieteam Uitbreiding werkzaamheden Een leefbare en veilige 1.235 0
handhaving en toezicht openbare ruimte

1.235 0

S4 Overige prioriteiten
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
17 Veiligheidsplan: Veiligheidsaanpak in Verbetering veilgheid in die 350 0
Gebiedsaanpak en specifieke gebieden gebieden
ketenaanpak/veiligheidshui
zen

350 0

Raadsdruk Begroting 2011 61


SP4 Structurele posterioriteiten
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
18 Strategische aankopen -200 -200
buiten postcodegebied
1012
19 Veiligheidsmanager -100 -100
(platform
criminaliteitsbestrijding)
20 Vrijval in budget Sociale Het niet verder invullen van de -1.000 -1.000
veiligheid OV efficiencywinst als gevolg van
de oprichting van het
Veiligheidsteam Openbaar
Vervoer

-1.300 -1.300

5.2 Toelichting prioriteiten en posterioriteiten

I1 Programakkoord

1. Straat- en gezinscoaches
De aanpak van jeugdproblematiek in Amsterdam heeft de afgelopen jaren veel vooruitgang
geboekt. Dit moet met kracht worden voortgezet. Een belangrijk instrument hierbij is de inzet
van straatcoaches. Door een verlaging van de decentralisatie uitkering Veiligheid en
leefbaarheid valt de dekking gedeeltelijk weg.
Het Programakkoord heeft de veiligheidsambitie duidelijk geformuleerd op het gebied van
buurtveiligheid en sociale cohesie. De investering in een gerichte wijkaanpak waarbij
stadsdelen, bewoners, buurtregisseur, straatcoaches en ondernemers samenwerken aan het
veiliger maken van de buurt, geeft aan dat ons beleid is gericht op een integrale aanpak.
Binnen de gemeente geldt als algemene gedragslijn, dat wegvallende rijksmiddelen niet
automatisch worden gecompenseerd door gemeentelijke middelen. Echter, gelet op de
duidelijke relatie met het Programakkoord heeft ons College deze prioriteit in ons
verdelingsvoorstel opgenomen.

2. Cameratoezicht
Het gemeentelijk aandeel in de kosten van de exploitatie van cameratoezicht op het Centraal
Station en het Wallengebied en de exploitatie van het cameratoezicht op de uitgaanspleinen
en de centrale uitkijkruimte bedraagt € 1 miljoen. Een deel van deze kosten werden ten laste
gebracht van de decentralisatie uitkering Veiligheid en leefbaarheid. Door de verlaging van
deze uitkering valt een deel van de dekking weg.
Binnen de gemeente geldt als algemene gedragslijn, dat wegvallende rijksmiddelen niet
automatisch worden gecompenseerd door gemeentelijke middelen. Echter, gelet op de
duidelijke relatie met het Programakkoord heeft ons College deze prioriteit in ons
verdelingsvoorstel opgenomen.

3. Veiligheidshuis
Doel van de prioriteit is de verbetering van de ketenaanpak met politie, justitie, rechterlijke
macht en reclassering. De laatste jaren dalen de objectieve veiligheidscijfers, maar het
veiligheidsgevoel, ervaren overlast, huftergedrag en geweld in de openbare ruimte blijven de
aandacht opeisen. Er is behoefte aan een zichtbare en merkbare aanpak in wijk en buurt.
Veiligheidshuizen bieden daar uitkomst. Een lokale samenballing van de huidige meer
justitiële ketenunits en gemeentelijke jeugd, zorg en opvangketens biedt de mogelijkheid om
sancties, maatregelen en begeleiding in wijk en buurt te realiseren. Jeugdige raddraaiers,
veelplegers en specifieke groepen of hot spots worden zichtbaar en merkbaar voor een ieder
aangepakt. Een betere informatiepositie en nauwe operationele aansluiting van gemeentelijke
ketens zijn noodzakelijk.

Raadsdruk Begroting 2011 62


De komende jaren ontwikkelen de stadsdelen zich tot stevige bestuurlijke en ambtelijke
eenheden. Een uitgelezen kans om, naast de bestuurlijke aanhaking via de subdriehoeken,
de samenwerking van decentrale uitvoeringsorganisaties op veiligheidsgebied een impuls te
geven. Het trekken van dit veranderproces, de regie in het veiligheidshuis, informatiepositie
en bijbehorende pilot vragen om de volgende besluiten en gemeentelijke investeringen:
 gemeentelijke regie/management veiligheidshuizen
 verbeteren en verbreden informatie positie
 veranderproces fysieke huisvesting/werkomgeving

Hoewel de in de prioriteit voorgestelde activiteit geen directe relatie met het Programakkoord
heeft, acht ons College deze van zodanig belang, dat de prioriteit in ons verdelingsvoorstel is
opgenomen.

4. Bestuurlijke aanpak georganiseerde criminaliteit


Het Emergo-project heeft tot doel in het Wallengebied criminele macht- en
gelegenheidsstructuren te bestrijden door o.a. het intensiveren van strafrechtelijke, fiscale en
bestuursrechtelijke interventies. Het 1012-project is de bestuurlijke variant en richt zich op
bestuurlijke interventies door o.a. het saneren van criminogene branches in dit gebied.
Het project wordt voornamelijk gedekt uit bijdragen van het rijk. Het project loopt eind 2010 af.
Ook hier geldt dat het wegvallen van rijksinkomsten niet automatisch leidt tot een toekenning
van gemeentelijke middelen.
Vanwege de relatie met het Programakkoord neemt ons deze aanvraag op in het
verdelingsvoorstel voor de incidentele prioriteiten. Wij tekenen hierbij nog aan, dat geen
structurele uitgaven ten laste van de prioriteit kunnen worden gebracht.

5. Aanpak woningovervallen
In 2009 is het aantal overvallen op ondernemers (inclusief geldtransporteurs) en woningen,
met ruim 10% gestegen. Reden voor de de driehoek om topprioriteit te geven aan de aanpak
van dit misdrijf, dat enorme impact heeft op de slachtoffers en de samenleving.
In februari 2010 heeft de driehoek het plan van aanpak Overvallen 2010 aangenomen. Politie,
Openbaar Ministerie en Bestuur investeren extra om het aantal overvallen substantieel
omlaag te krijgen.
Bestuurlijke instrumenten die worden ingezet zijn: preventief toezicht gemeentelijke MTV-ers,
gericht uitkijken cameraprojecten, inzet van gemeentelijk personeel in de openbare ruimte als
ogen en oren voor de politie, aanbrengen van fysieke maatregelen bij geldpunten, extra
(personele) inzet bij het organiseren van anti inbraakvoorzieningen bij woningen, versterking
van activiteiten veilig ondernemen en communicatiemiddelen.
Wij zijn er ons van bewust dat in het Programakkoord wordt aangegeven, dat er meer
aandacht moet zijn voor overvallen in woningen. Volgens ons College is hier echter sprake
van een kerntaak van de politie en niet van de gemeente. De uitvoering zal daarom binnen de
financiële kaders van Openbare Orde en Veiligheid moeten plaatsvinden. Wij hebben de
prioriteit daarom niet in ons verdelingsvoorstel opgenomen.

6. Coffeeshopbeleid
Coffeeshops staan sterk in de belangstelling in stad en land: spreiding, klanten en overlast,
een nieuw model voor coffeeshops nieuwe stijl en de regulering van de achterdeur, het zijn
de zaken waarvoor oplossingen worden gevraagd. Snel uitgevoerde en probleem- en
oplossingsgerichte studies zijn dan een probaat hulpmiddel. Daarbij wordt aan het volgende
gedacht:
 wetenschappelijk onderzoek naar spreiding van coffeeshops, onderzoek naar
bezoekersstromen naar coffeeshops, motieven voor coffeeshop bezoek en criteria die
bezoekers stellen aan spreiding van bestaande en nieuw te vestigen coffeeshops
 het zoeken naar mogelijkheden om statistische gegevens over coffeeshop bezoekers
aan demografische gegevens uit de wijken en infrastructuur en aanbod van
voorzieningen (winkelcentra, uitgaansgelegenheden) te koppelen om de huidige
spreidingsgraad van coffeeshops te toetsen
 verkooppunt soft drugs nieuwe stijl? Kan een nieuw soort coffeeshop worden ontwikkeld?
 onderzoek naar mogelijkheden van regulering achterdeur door middel van pilot in een
stadsdeel.
Voor de kosten van deze onderzoeken is € 100.000 aangevraagd.

Raadsdruk Begroting 2011 63


Ons College onderschrijft de noodzaak van een goed coffeeshop beleid. Ook gelet op de
duidelijke relatie tussen de aanvraag en het Programakkoord hebben wij de aanvraag in ons
verdelingsvoorstel opgenomen.

7. Openingstijden Horeca
Het huidige beleid op het terrein van horecavergunningen, waarvan de sluitingstijden
onderdeel uitmaken, is een helder en uitgebalanceerd systeem met veel onderlinge
afhankelijkheden en veel betrokken partners bij zowel de vormgeving, de uitvoering als de
handhaving. Wijzigingen op geïsoleerde onderdelen aanbrengen hebben repercussies voor
het gehele systeem. Te veel uitzonderingen kunnen het systeem onwerkbaar maken, met
name omdat de handhaving ingewikkeld en kostbaar is.
Om de bestuurlijke wens voor aanpassingen van de sluitingstijden uit te voeren, moet naar
het gehele systeem van (horeca)vergunningverlening en handhaving(scapaciteit) en de
kerntaken discussie tussen politie en de gemeente worden gekeken. Het voorstel is om
hiervoor langs twee lijnen te werken. Hierbij kan de methode worden gebruikt die ook is
toegepast bij de aanpassing van het terrassenbeleid.
Om te beginnen komt er een onderzoek naar de vormgeving van de sluitingstijden in andere
steden in Nederland en daarbuiten. Tegelijkertijd komt er een brede werkgroep bestaande uit
alle betrokken gemeentelijke onderdelen, stadsdelen, politie, ondernemers en bewoners om
te bouwen aan een nieuwe systematiek van vergunningverlening.
Ons College merkt op dat een financiële vertaling van het horecabeleid in het
Programakkoord ontbreekt
Verder zijn wij van mening dat diensten over onderzoeksbudgetten beschikken.
Dientengevolge moeten onderzoeken binnen dit budget worden gedekt. Wij hebben daarom
deze aanvraag niet opgenomen in het verdeelvoorstel.

8. Leefbaarheidsindex
Een openbare ruimte die schoon, heel en veilig is, draagt bij aan een veiliger Amsterdam en
kan een goede bijdrage leveren aan het verminderen van gevoelens van onveiligheid. De op
te zetten leefbaarheidsindex zal samen met de veiligheidsindex een compleet
sturingsinstrument geven.
Gelet op de duidelijke relatie van deze aanvraag met het Programakkoord neemt ons College
deze aanvraag op in het verdeelvoorstel.

9. Intensivering toezicht prostitutiebranche


In het Programakkoord is opgenomen dat controles in de gehele prostitutiebranche worden
geïntensiveerd. In 2008 heeft uw Vergadering ingestemd met de inzet van gemeentelijke
toezichthouders in de prostitutiebranche en heeft hiervoor € 400.000 in de begroting
opgenomen. De aangestelde toezichthouders richten zich vooral op het gebied 1012. Bij
intensivering van de controles en uitbreiding over de gehele stad is het gewenst, dat het
toezicht op de branche zoveel mogelijk informatie gestuurd plaatsvindt, namelijk op basis van
signalen over misstanden in de vergunde branche dan wel op vermoedens van illegale
prostitutie in bedrijven waar een risico hierop bestaat, zoals massagesalons en nagelstudio’s.
Eind 2009 zijn drie gemeentelijke toezichthouders aangesteld. Op grond van de resultaten
van de evaluatie van het bestuurlijk toezicht op de prostitutiebranche in gebied 1012 kan het
team worden uitgebreid. De kosten voor twee extra toezichthouders worden geraamd op €
250.000 op jaarbasis.
In het Programakkoord is € 2 miljoen gereserveerd voor de uitvoering van het
prostitutiebeleid. Voorstellen voor de aanwending van deze middelen zullen worden
voorbereid door de portefeuille Zorg. Ons College verwijst daarvoor naar de bij het
Programma Zorg ingediende prioriteit.
Om deze reden hebben wij deze aanvraag niet afzonderlijk in het verdeelvoorstel
opgenomen.

10. Schoolveiligheidsteams
In het kader van het scheppen van een veilig schoolklimaat zijn op een aantal scholen in het
voortgezet onderwijsteams (SVT) actief. De experimentele aanwezigheid op vier scholen van
Schoolveiligheid teams heeft aangetoond dat er resultaten zijn geboekt. SVT”s zijn een
samenwerkingsverband tussen de gemeente (leerplicht) en politie om scholen te
ondersteunen in hun taak te zorgen voor veiligheid op scholen en het tegengaan van verzuim.

Raadsdruk Begroting 2011 64


De prioriteit betreft een uitwerking van de in het programakkoord gereserveerde middelen
voor Veiligheid. In ons verdelingsvoorstel hebben wij hiervoor € 150.000 opgenomen. Wij
tekenen hier het volgende bij aan.
De aanvraag moet in samenhang worden bezien met de bij het programma Educatie, jeugd
en diversiteit opgenomen prioriteit voor Schoolveiligheid teams.

11. Veiligheidsplan: Gebiedsaanpak en ketenaanpak/veiligheidshuizen


Het Veiligheidsplan voorziet in accenten op de doelgroepgerichte aanpak, een
gebiedsgerichte aanpak, toezicht en op handhaving gericht instrumentarium en enkele
geprioriteerde delicten. Het Veiligheidsplan staat of valt met concrete maatregelen en
investeringen in de criminele en overlast hotspots en aandachtsgebieden van Amsterdam. De
kosten van deze aanpak werden tot dusverre ten laste van GSB middelen gebracht.
Hoewel als algemene gedragslijn geldt, dat wegvallende rijksmiddelen niet automatisch door
gemeentelijke middelen worden gecompenseerd, heeft ons College bij wijze van uitzondering
voor het Veiligheidsplan € 250.000 in ons verdelingsvoorstel opgenomen. Onze overweging
daarbij is de aanwezige problematiek en het gegeven, dat het niet toekennen van middelen
leidt tot “kapitaalvernietiging” als gevolg van het stopzetten van de activiteiten. Eventueel
aanvullende middelen zullen binnen de overige aan het programma OOV ter beschikking
staande budgetten worden gedekt.

12. Organisatie Bestuurlijk Toezicht


Het Bestuurlijk Team Organisatie Bestuurlijk Toezicht (OBT) heeft ingestemd met het
Eindrapport Programma van Eisen Organisatie Bestuurlijk Toezicht. Hiermee kan voor de
domeinonderdelen openbare ruimte, bouwen en milieu een concernorganisatie worden
opgezet, waarbinnen decentrale en centrale gemeentelijke (dienst) onderdelen samenwerken
en problemen oplossen. Voor de implementatie van het Programma van Eisen is een
veelheid van activiteiten noodzakelijk.
In samenhang daarmee worden de volgende vervolgacties uitgevoerd: organiseren van het
gehele domein van toezicht en handhaving volgens het OBT, organiseren van het verband
tussen bestuurlijk toezicht en politietoezicht en regionalisering van het OBT.
Voor regie-unit is nodig: projectleiding, ondersteuning en een werkbudget. De kosten van de
uitvoering lopen via de reguliere begrotingscyclus van stad en stadsdelen. Deze kosten
betreffen de implementatie van het Programma van Eisen en de doorontwikkeling van het
bestuurlijk toezicht.
Professionalisering van het bestuurlijk toezicht houdt in meer focus, meer effectiviteit
(oplossen van problemen) en efficiency (besparingen), meer dienstverlening en meer
veiligheid.
Gelet op de nu ingezette lijn van het OBT en de relatie hiervan met de opzet van de
hervormingsagenda, heeft ons College deze aanvraag incidenteel voor € 0,2 miljoen in het
verdeelvoorstel opgenomen. De overige middelen moeten binnen de portefeuille OOV
gevonden te worden.

I4 Overige prioriteiten

13. Versterking Veiligheidsregio


De Veiligheidsregio, die twee jaar bestaat, moet de centrale spil in de crisisbeheersing
worden. De Veiligheidsregio draagt zorg voor een betere samenwerking en effectieve
crisisbeheersing. Voorts heeft Amsterdam recht op een adequate brandweerzorg. Hiervoor is
een professionele brandweer en een goed functionerende brandweerorganisatie onmisbaar.
Daartoe moet de control functie binnen de Veiligheidsregio (ter ondersteuning van het
Veiligheidsbestuur) worden versterkt. Daarnaast is voor een goede crisisbeheersing de
invoering van netcentrisch werken nodig. De kosten worden geraamd op € 240.000; het
aandeel voor Amsterdam bedraagt € 192.000.
Ons College is van mening, dat de Veiligheidsregio beschikt over een stafbureau dat
verantwoordelijk is voor de ondersteuning van het veiligheidsbestuur. Bij de totstandkoming
van de Veiligheidsregio is de formatie bepaald op 14 fulltime eenheden. Ons College geen
reden om hiervan af te wijken. Met deze aanvraag hebben wij daarom geen rekening
gehouden in ons verdelingsvoorstel.

Raadsdruk Begroting 2011 65


14. Koninginnedag
Ook in 2011 zal de gemeente weer een grote inspanning leveren om Koninginnedag
succesvol te laten verlopen. Ter uitvoering van de nota “Toekomstvisie Koninginnedag” dient
de samenwerking met het bedrijfsleven en de gesubsidieerde sector te worden voortgezet.
Om de grote stromen bezoekers te beheersen, worden deze geleit door zichtbare looproutes
door de stad.. De bezoekers krijgen informatie over alle festiviteiten in onder meer een
voorlichtingskrant, waarin voor de oriëntatie van de bezoeker een duidelijke plattegrond is
opgenomen. Voor de actieve sturing van de mensenstromen worden elektronische matrix
schermen ingezet, worden straten met hekken afgesloten en worden toezichthouders
ingeschakeld. Via de matrix schermen kunnen de bezoekers bij calamiteiten worden
geïnformeerd. Daarnaast dienen de ruim 750.000 bezoekers te worden gefaciliteerd met
eerste hulp posten en extra inzet van nood- en hulpdiensten. Aanvullende inzet van openbaar
vervoer is vereist om bij de aanvoer congestie te voorkomen.
Evenals in de voorgaande jaren heeft ons Collegej voor de kosten van de organisatie van
Koninginnedag middelen in ons verdelingsvoorstel opgenomen. Gelet op de financiële situatie
zijn wij van mening, dat de kosten extra kritisch tegen het licht moeten worden gehouden. In
ons verdelingsvoorstel hebben wij € 250.000 opgenomen.

I8 Amsterdams Investeringsfonds

15. Coalitieproject 1012


In het programakkoord heeft het College de doelstellingen van het project 1012
onderschreven. In het verdelingsvoorstel is voor 2011 € 8,0 miljoen opgenomen, gedekt uit
het Amsterdams Investeringsfonds (AIF). In de Financiële Hoofdlijnen wordt nader ingegaan
op het AIF. Voor zover de middelen dit toelaten zal na 2011 in de resterende programperiode
extra € 7,0 miljoen voor het project worden uitgetrokken.

S1 Programakkoord

16. Bestuurlijk Interventieteam

De gemeente Amsterdam streeft naar een integrale aanpak van grootstedelijke overlast
problemen op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. De aanpak vindt plaats onder
verantwoordelijkheid van ons College. Voor de uitvoering is het gewenst één of twee
Bestuurlijk Interventie Teams (BIT) te formeren. De kosten van twee teams worden geraamd
op € 1,2 miljoen. Voor de dekking wordt een beroep gedaan op in het Programakkoord
gereserveerde middelen. Aangezien de aanvraag geen relatie heeft met het Programakkoord
heeft ons College voor deze prioriteit geen middelen in onst verdelingsvoorstel opgenomen.

S4 Overige prioriteiten

17. Veiligheidsplan: Gebiedsaanpak en ketenaanpak/veiligheidshuizen

Zie de toelichting bij de incidentele prioriteit nr. 11.

SP4 Structurele posterioriteiten

18. Strategische aankopen buiten postcodegebied 1012


Het budget voor aankopen van panden buiten het postcodegebied 1012 kan met € 0,2
miljoen worden verlaagd.

19. Veiligheidsmanager (Platform Criminaliteitspreventie)


Ten behoeve van het Platform Criminaliteitsbestrijding is een Veiligheidsmanager aangesteld.
De jaarlijkse kosten bedragen € 0,2 miljoen. Ons College is van mening dat op deze kosten in
2011 een structurele besparing van € 0,1 miljoen mogelijk is

Raadsdruk Begroting 2011 66


20. Vrijval in budget Sociale veiligheid OV
Het totale budget voor sociale veiligheid in het openbaar vervoer bedraagt ongeveer € 11
miljoen. Dit bedrag wordt op dit moment als volgt ingezet:
• € 7 miljoen bijdrage aan het veiligheidsteam Openbaar Vervoer (VOV). Dit betreft met
name de inzet (ruim 60 FTE) van de Dienst Stadstoezicht;
• € 3 miljoen bijdrage aan de Stadsregio Amsterdam voor de conducteurs op de tram;
• € 1 miljoen nog niet ingevulde vrije ruimte vanwege efficiencywinst bij de oprichting
van het VOV. Dit budget is bedoeld voor extra inzet van het VOV.

Ons College stelt voor hierop een bedrag van € 1 miljoen te bezuinigen in 2011. Voor deze
ombuiging is € 1 miljoen van de vrije ruimte in te zetten.

Raadsdruk Begroting 2011 67


Programma Werk en inkomen
Maatschappelijk effect
In Amsterdam is werken het doel en participeren de norm. Zoveel mogelijk Amsterdammers zijn
aan het werk of op weg naar werk. Het beleid is gericht op werk, re-integratie en participatie.
Dat betekent investeren in de boven- en onderkant van de arbeidsmarkt en in de ontwikkeling
van Amsterdammers op verschillende niveaus. Ons College zet hierbij in op het voorkomen en
het beëindigen van maatschappelijk isolement.

Werk is niet voor iedereen te realiseren. Uiteindelijk gaat het erom dat mensen maximale
zelfredzaamheid bereiken. Daarom zijn interventies vanuit het armoedebeleid en de
schuldhulpverlening gericht op een activerend aanbod en het vergroten van financiële en
administratieve vaardigheden, zodat mensen mee kunnen doen in de samenleving.

1 Kerncijfers
Bedragen x € 1 miljoen Rekening Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting
2009 2010 2010 2011 2012 2013 2014
Totaal programma
Lasten + 1.017,3 1.108,5 1.136,0 1.093,3 1.094,2 1.100,7 1.091,8
Baten - 781,8 829,9 849,9 829,0 848,0 857,6 851,4
Resultaat t.l.v. algemene 235,5 278,6 286,0 264,3 246,2 243,1 240,5
middelen voor mutaties
reserves
Toevoeging minus -12,0 - 19,3 - 9,8 - 21,5 - 3,4 - 0,3 - 0,0
onttrekking reserves
Resultaat t.l.v. algemene 223,5 259,3 276,2 242,8 242,7 242,7 240,4
middelen na mutaties
reserves
Saldo reserves 39,5 17,6 30,2 8,4 5,0 4,6 4,8
Saldo voorzieningen 0,6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Investeringsuitgaven 8,4 5,6 10,1 6,6 0,0 0,0 0,0

2 Ontwikkelingen en beleidskaders
2.1 Grote druk op de financiële kaders
De financiële crisis heeft grote impact op de economie en daarmee op de arbeidsmarkt. Steeds
meer mensen moeten (op de korte termijn) noodgedwongen gebruik maken van een uitkering
en van armoedevoorzieningen. Dit zorgt voor druk op de overheidsmiddelen. Naast een
toenemend beroep op voorzieningen veroorzaakt diezelfde crisis ook een beperking van de
financiële ruimte (landelijk en gemeentelijk) en dat leidt tot een heroverweging van de inzet van
middelen.

De Dienst Werk en Inkomen (DWI) moet nog efficiënter worden in het uitoefenen van zijn taak
mensen aan het werk te krijgen en te laten participeren. Daarbij blijft strenge selectie aan de
poort een eerste vereiste, met rechtmatigheid en doelmatigheid als de sleutelbegrippen.
Mensen die geen recht hebben op een uitkering worden uit de uitkering gehouden en mensen
die kunnen werken worden via snelle interventies, zoals de vacaturecarrousel, zo snel mogelijk
aan werk geholpen. Deze gerichte interventies moeten de uitstroom vergroten. Bijstand in
Amsterdam duurt niet langer dan strikt noodzakelijk. De taakstelling is op deze wijze een
besparing te realiseren en tekorten op de uitkeringsmiddelen zoveel mogelijk te beperken.

Tegelijkertijd is duidelijk dat de komende jaren veel minder middelen beschikbaar zijn voor re-
integratie en participatie. Dit vraagt bij de inzet van re-integratiemiddelen om het maken van
fundamentele keuzes, op basis van een helder afwegingskader.

Raadsdruk Begroting 2011 68


2.2 Economische ontwikkelingen
De – stijging van de – werkloosheid blijft altijd achter bij de economische ontwikkeling. In 2009
kromp de economie met maar liefst 4,75%, terwijl het aantal banen met slechts 1% is
afgenomen en de totale werkloosheid met niet meer dan 1 procentpunt is gestegen. Dit komt
deels door de deeltijd-WW en daarnaast heeft de overheid het begrotingstekort laten oplopen,
waardoor verlies van duizenden banen voorkomen werd. Verder hebben veel schoolverlaters
besloten nog een tijdje door te leren en melden veel zzp‘ers1, hoewel ze hun opdrachten zien
teruglopen, zich nog niet als werkloze. Het achterblijvende banenverlies is dus geen reden tot
optimisme.

Duidelijk is dat het banenverlies op korte termijn sterk zal oplopen. Bedrijven zullen mensen
ontslaan, omdat ze het niet lang vol kunnen houden met een gelijkblijvend personeelsbestand
een veel lagere omzet te draaien. De vergrijzing biedt – zeker op korte termijn – geen soelaas.
De beroepsbevolking zal – landelijk – de komende tien jaar jaarlijks met hooguit 20.000
personen krimpen, terwijl de economische crisis waarschijnlijk leidt tot een banenverlies dat kan
oplopen tot ongeveer 400.000. Specifiek op Amsterdam gericht onderzoek geeft aan dat onze
stad dezelfde trends en ontwikkelingen te wachten staat.

Dit plaatst de gemeente Amsterdam voor een grote opgave. Er zullen nog meer mensen een
beroep doen op bijstand, zeker als de plannen van het rijk voor een verkorting van de duur van
de WW doorgang vinden. Mensen komen dan eerder in de bijstand. Ook de voorgenomen
bezuiniging op het W-budget2 zal haar weerslag hebben op het bijstandsvolume. Doordat er
minder geld is voor ondersteuning bij arbeidsintegratie zullen veel bijstandsgerechtigden minder
kans maken om uit te stromen naar een betaalde baan.

2.3 Speerpunten in de aanpak


Ons College wil blijven investeren in mensen. Niet alleen in het belang van het individu, en in
het licht van de huidige crisis, maar ook om over een aantal jaren te kunnen voldoen aan een
aantrekkende vraag naar arbeidskrachten. Hoewel de berichten voor Amsterdam niet
eensluidend zijn, is de veronderstelling dat er een structureel knelpunt ontstaat doordat de
babyboomgeneratie de arbeidsmarkt gaat verlaten. Hiermee komen er nieuwe arbeidsplaatsen
beschikbaar, maar verdwijnt er ook veel kennis en ervaring. Het tekort aan vakkrachten (in de
techniek, het onderwijs en de zorg) zal hierdoor toenemen.

In deze context is de positie van jongeren van groot belang en één van de speerpunten van
onze aanpak. Al in 2009 is, samen met andere regionale partijen, gestart met het Actieplan
Jeugdwerkloosheid en de uitvoering daarvan wordt in 2011 voortgezet.

Ondersteuning van zelfstandigen – die het moeilijk hebben – en stimulering van zelfstandigheid
is een ander speerpunt. Uitkeringsgerechtigden die zelfstandige willen worden (en hiertoe in
staat zijn) worden gestimuleerd om een (duurzame) economische zelfstandigheid te bereiken.

2.4 Samenwerking in de keten


Er is één integrale visie op het voor de stad zo belangrijke vraagstuk participatie. En ook één
wet waarbinnen de financiën zijn geregeld: de Wet participatiebudget3. Binnen verschillende
samenwerkingsverbanden wordt een gezamenlijke inspanning geleverd die zich richt op een
groot aantal Amsterdammers. Door het creëren van een stevig programma participatie in
samenhang met re-integratie, armoedebeleid, inburgering en volwasseneneducatie wordt er
binnen de gemeente effectiever voor de burger gewerkt, met betere resultaten. Dit vergt een
nauwe samenwerking tussen verschillende gemeentelijke diensten in het sociale domein,

1 Zelfstandige zonder personeel


2
Via de Wwb krijgen gemeenten de beschikking over twee budgetten: het werkbudget (W-budget als onderdeel van het
Participatiebudget) en het inkomensbudget (I-budget). Uit het inkomensbudget betalen gemeenten de
bijstandsuitkeringen, terwijl uit het werkbudget reïntegratietrajecten gefinancierd worden.
3 Wet participatiebudget van 29 december 2008 tot bundeling van het Wwb-werkdeel, budgetten voor
inburgeringsvoorzieningen en de middelen voor volwasseneneducatie

Raadsdruk Begroting 2011 69


stadsdelen (onder andere in de aanpak van Multi Probleem Gezinnen), UWV Werkbedrijf,
bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de G4 partners.

Vanaf 1 januari 2010 is DWI verantwoordelijk voor de volledige uitvoering van de Wet
participatiebudget. De onderdelen inburgering en volwasseneneducatie zijn toegevoegd aan de
organisatie. Zij hebben een nauwe samenhang met re-integratie, inkomen en armoede. De
uitvoering van de inburgering vindt plaats in hechte samenwerking met de stadsdelen.

De samenwerking met UWV Werkbedrijf is de afgelopen jaren geïntensiveerd. Vanuit de


Werkpleinen wordt samengewerkt bij de intake van klanten. In de backoffice worden
specialisten ingezet. Bij het verder vormgeven van de samenwerking wordt ingezet op het
uitwisselen van instrumenten en een gezamenlijke werkgeversbenadering. Met andere
gemeenten wordt gezamenlijk invulling gegeven aan de bestrijding van jeugdwerkloosheid.

Met bedrijven en maatschappelijke organisaties worden coalities gesloten, gericht op het


verminderen van armoede (Armoedepact) en het stimuleren van werkgelegenheid door
werkervaringsplaatsen beschikbaar te stellen en uiteraard banen te scheppen.

Samenwerking binnen de G4 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) richt zich op de


uniformering van beleid, ICT en processen.

3 Doelstellingen, activiteiten en financiën per subprogramma


3.1 Subprogramma Participatie en werk
3.1.1 Participatie en werk: Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?

Programakkoord 2010-2014

Doelstelling 1: Mensen ontwikkelen zich naar werk (zie ook bij armoede)
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Uitstroom naar werk in een jaar 2.513 3.500 4.000 4.000 4.200
(2009)

Doelstelling 2: Meer jongeren terug naar school of aan het werk


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Percentage jongeren dat binnen een 38% 40% 42% 44% 45%
jaar terug naar school gaat of aan 1e kw 2010
het werk is 89%
Percentage jongeren dat na 1e kw 2010 85% 85% 90% 95%
aanmelding bij het Jongerenloket
binnen 4 weken een werkleeraanbod
krijgt

Doelstelling 3: mensen in de Wet Sociale Werkvoorziening ontwikkelen zich dichter bij reguliere arbeidsmarkt
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Percentage mensen dat werkzaam 12% 12% 12% 12% 12%
is bij een werkgever via Begeleid (2009)
Werken

Doelstelling 4: Betere beheersing van de Nederlandse taal en grotere kennis van cultuur en geschiedenis van
de (Amsterdamse) samenleving bij Amsterdammers
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Aantal Amsterdammers dat een taal- 2.514 6.200 6.200 6.200 6.200
en inburgeringscursus krijgt (1e kw 2010)
aangeboden (aantal WI-trajecten)
Aantal Amsterdammers dat een 2.826 1.375 1.375 1.375 1.375
educatietraject krijgt aangeboden (2009)
(WEB-traject)

Raadsdruk Begroting 2011 70


Overige doelstellingen

Doelstelling 5: Uitstroom van ouderen naar het werk


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Aandeel uitstroom vijftig plussers in 14% 2009 14% 14% 14% 14%
de totale uitstroom naar werk (344)
In aantallen: 490 560 560 588

3.1.2 Participatie en werk: Wat gaan we ervoor doen?

Doelstelling 1: Mensen ontwikkelen zich naar werk


De hoofdlijn van deze doelstelling is dat er minder mensen afhankelijk zijn van een uitkering of
van de gemeente. Er gaan meer mensen aan het werk. Mensen voor wie dat nog niet lukt
ontwikkelen zich richting de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd moeten we ook realistisch zijn over de
arbeidsmarkt in de komende jaren. De arbeidsmarkt volgt met vertraging de economische
ontwikkeling. De inspanningen van ons College zijn erop gericht het aantal klanten te
verminderen, met name door uitstroom naar werk. De verwachting is dat dit pas vanaf 2013
leidt tot een daling, mede door de korting op de middelen voor re-integratie die het rijk heeft
aangekondigd.

Voor deze doelstelling is de volgende indicator geformuleerd:


 uitstroom naar werk in een jaar:
Amsterdam gaat uit van de kracht van Amsterdammers. Wie kan, moet zelf in zijn
levensonderhoud voorzien. Wanneer dat niet mogelijk is, worden mensen gestimuleerd om
zichzelf te ontwikkelen, zodat zij uiteindelijk kunnen uitstromen naar werk. De uitstroom
naar werk moet zich de komende jaren verder verbeteren. Daarvoor wordt nauw
samengewerkt met werkgevers. Zij worden ondersteund, eventueel ook financieel, als de
loonwaarde van iemand nog niet 100% is. Daarnaast worden jobcoaches ingezet

Als mensen nog niet kunnen uitstromen naar werk worden re-integratie-instrumenten ingezet
om ze te ontwikkelen richting de arbeidsmarkt. Over de effectiviteit is veel discussie4.
Amsterdam vindt het van groot belang om transparant te zijn over de resultaten van re-
integratie, niet alleen in aantal deelnemers en instrumenten, maar ook op het gebied van
effectiviteit. Daarom wordt dit continu onderzocht en is ook in de komende jaren de inzet de
effectiviteit verder inzichtelijk te maken.

Doelstelling 2: Meer jongeren terug naar school of aan het werk


Het uiteindelijke doel van de aanpak van de jeugdwerkloosheid is dat jongeren terug gaan naar
school om hun startkwalificatie of een diploma te halen, of dat zij aan het werk gaan.

Voor deze doelstelling zijn de volgende indicatoren geformuleerd:


 percentage jongeren dat in een jaar terug naar school gaat of aan het werk gaat:
het aantal jongeren dat terug gaat naar school of aan het werk gaat in een jaar stijgt
(uitgedrukt in een percentage). De aanpak van jeugdwerkloosheid van Amsterdam en de
andere regiopartners bestaat uit drie hoofdactiviteiten: stimuleren van jongeren om door te
leren, intensiveren van de begeleiding bij het solliciteren via een vacaturecarrousel en het
aanbieden van een tijdelijke stage/traineeplaats bij een werkgever
 percentage jongeren dat na aanmelding bij het Jongerenloket binnen vier weken een
werkleeraanbod krijgt:
de meeste jongeren die zich melden bij DWI zijn nog niet zo ver dat zij klaar zijn om terug
te gaan naar school of om aan het werk te gaan. Daarom krijgen ze in de tussentijd
ondersteuning via een werkleeraanbod. Dit vloeit voort uit de Wet investeren in jongeren
(WIJ). Dit geldt voor jongeren tot en met 27 jaar. Jongeren worden in eerste instantie

4
Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (2008 en 2009) heeft aangetoond dat klanten van DWI zich
ontwikkelen op factoren die van belang zijn om uiteindelijk aan het werk te kunnen gaan. Deze ontwikkeling was sterker
bij klanten die een re-integratietraject hebben doorlopen.

Raadsdruk Begroting 2011 71


begeleid naar school, werk of een combinatie daarvan, of ze volgen een traject hiernaar
toe. Wanneer er belemmeringen zijn voor de jongeren dan worden deze weggenomen

Doelstelling 3: Mensen in de Wet Sociale Werkvoorziening ontwikkelen zich dichter bij de


reguliere arbeidsmarkt
Pantar Amsterdam voert in opdracht van Amsterdam de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit.
Dat is een wettelijke taak. Mensen met een handicap kunnen, na indicatie door UWV, een
beroep doen op werk in de sociale werkvoorziening (SW). In totaal zijn 3.300 Amsterdammer in
de SW aan het werk. Daarvan werken er 1.000 bij reguliere werkgevers, 300 in oproepteams bij
reguliere bedrijven, 500 in de openbare ruimte (groenvoorziening) en 1.500 in één van de
werkbedrijven van Pantar.

Doel is om zoveel mogelijk mensen uit de bedrijven van Pantar aan het werk te krijgen in
reguliere bedrijven. Gestuurd wordt op de beweging ’van binnen naar buiten’. Dit wordt
uitgedrukt in Begeleid Werken (werken in dienst van een reguliere werkgever met
loonkostensubsidie en zonodig jobcoaching). De doelstelling het landelijk percentage van Sw-
ers in begeleid werken (ongeveer 5%) te overtreffen is met 12% al bereikt. Meer mensen in
Begeleid Werken betekent meer mensen dichter bij de reguliere arbeidsmarkt. Het is een grote
opgave om dit constant te houden (12%), zeker gezien de economische ontwikkeling.

Doelstelling 4: Betere beheersing van de Nederlandse taal en grotere kennis van cultuur en
geschiedenis van de (Amsterdamse) samenleving bij Amsterdammers
Mee kunnen doen, betekent beheersing van de Nederlandse taal en begrip van de cultuur en
de geschiedenis.

Voor deze doelstelling zijn de volgende indicatoren opgenomen:


 aantal Amsterdammers dat een taal- en inburgeringscursus krijgt aangeboden:
voor het onderdeel inburgering is de doelstelling voor 2011 en verder, gesteld op 6.200
inburgeringstrajecten (WI) voor de stad als geheel, voor zowel inburgeringsplichtigen als
inburgeringsbehoeftigen. De opgave bestaat erin gecombineerde trajecten aan te bieden,
dus niet alleen taal maar ook activiteiten die de taal versterken én daardoor de klant beter
in staat stellen überhaupt te participeren, dan wel op een hoger plan te participeren. Vanaf
2011 kan nog meer accent gelegd worden op maatwerk bij de benadering van
inburgeraars. Samen met de klant wordt onderzocht welk inburgeringsaanbod en welke
duale activiteiten het passendst zijn: als iemand werk heeft, wellicht Nederlands op de
werkvloer, met eventueel in de weekenden nog extra activiteiten. Voor mensen die wat
verder van participatie af staan, enkele dagdelen taal gecombineerd met vrijwilligerswerk
op de school van hun kinderen. Taal op de werkvloer (via werkgevers) is ook in 2011 een
belangrijk speerpunt van het wervingsbeleid

 aantal Amsterdammers dat een educatietraject krijgt aangeboden:


de educatietrajecten worden aangeboden vanuit de Wet educatie beroepsonderwijs (Web).
De gemeente is wettelijk verplicht om het gehele Web-budget te besteden aan het ROC
van Amsterdam. Het ROC biedt de volgende educatietrajecten aan: Voortgezet Algemeen
Volwassenen Onderwijs (VAVO), Alfabetiseringstrajecten voor Nederlandssprekenden
(NT1), Alfabetiseringstrajecten voor niet-Nederlandssprekenden (NT2), Aanbod na
inburgering en Geïntegreerde (GIT) trajecten: NT2 taal in combinatie met een
beroepsopleiding op MBO-niveau. Deze trajecten leveren een bijdrage aan de participatie
van Amsterdammers en in veel gevallen ook aan het instromen in het arbeidsproces

Doelstelling 5: Uitstroom van ouderen naar het werk


Vijftig plussers zijn een kwetsbare groep binnen het klantenbestand van DWI. De komende
jaren wordt er nadrukkelijk naar gestreefd ouderen te activeren, opdat de gevolgen van de
economische crisis niet onevenredig neerslaan op deze leeftijdscategorie. Uitgangspunt is dat
van deze groep het percentage uitstroom naar werk op hetzelfde niveau blijft als in 2009.

Raadsdruk Begroting 2011 72


3.1.3 Participatie en werk: Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1 miljoen Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting


2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten + 378,0 460,9 382,5 355,3 355,4 348,5
Doelstelling 1, 2, 4, 5
Participatie en Werk (WPB)
Re-integratie 217,3 233,4 224,5 214,8 206,7 204,7
Budgettaire maatregelen WPB -7,2 -7,2 -7,2 -7,2 -7,2
(bezuiniging 2010 / - 63,2 -61,8 -52,4 -56,6
afwegingskader 2011-2014)
Inburgering* - 54,0 62,1 44,6 44,6 44,6
Volwasseneneducatie* - 9,1 7,0 7,0 7,0 7,0
Overig gemeente, niet WPB 20,1 14,7 6,2 6,2 6,2 6,2
(jeugdwerkloosheid,
kinderopvang, stelpost werk)
Doelstelling 3: Wsw 79,9 89,5 86,8 86,8 86,8 86,8
Toerekening uitvoeringskosten 60,8 67,5 66,3 65,0 63,8 63,1
DWI
Baten - 293,4 357,3 306,3 281,9 283,2 277,0
Doelstelling 1, 2, 4, 5
WPB
Re-integratie en Werk 192,3 176,0 163,8 155,0 156,3 149,9
Inburgering * - 61,3 48,4 36,0 36,0 36,0
Volwasseneneducatie * - 8,9 6,8 6,8 6,8 6,8
Schuif W naar Inburgering -20,0 - - - - -
Onttrekking/toevoeging 46,8 23,2** -0,7** -3,8** -3,8** -3,6**
spaarsaldo
Doelstelling 3: rijksbudget Wsw 74,0 83,8 83,8 83,8 83,8 83,8
Overig gemeentelijk 0,4 4,2 4,2 4,1 4,1 4,1
Mutaties in reserves -0,3 1,2 -1,8 -0,3 -0,3 0,0
Saldo 84,3 104,7 74,4 73,1 71,9 71,5
* bij de Begroting 2010 waren de taken inburgering en volwasseneneducatie onderdeel van het Programma EJD
** Actualisatie 2010: onttrekking voor W-deel € 37,3 miljoen en toevoeging vanuit Inburgering € 14,1 miljoen
Begroting 2011: toevoeging vanuit W-deel van € 11,9 miljoen en onttrekking voor Inburgering van € 11,2 miljoen
Meerjarig 2012-2014: verwachte toevoeging aan het spaarsaldo van circa € 4 miljoen vanuit W-deel

Doelstelling 1,2,4 en 5: Participatie en werk


De activiteiten bij deze doelstellingen worden betaald uit het Participatiebudget, zo mogelijk
aangevuld met gelden uit het Europees Sociaal Fonds (ESF). Tot en met 2007 heeft de
gemeente geld overgehouden op het WWB-werkbudget (onderdeel van het huidige
Participatiebudget). Van de overschotten is een spaarsaldo gevormd dat kan worden ingezet
voor tekorten op het Participatiebudget. Eind 2009 bedroeg het spaarsaldo € 48,9 miljoen.

Door de economische crisis is het aantal re-integratieklanten toegenomen, waardoor de lasten


bij de Actualisatie 2010 zijn gestegen. Met name voor mensen op de lagere treden zijn de
lasten (mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt) gericht op maatschappelijke
participatie sterk toegenomen. Het verslechterde saldo ten laste van de algemene dienst
bevestigt dit beeld. Om binnen de beschikbare financiële kaders te blijven zijn aanpassingen
noodzakelijk in 2010. In de tabel is dit opgenomen onder ‘budgettaire maatregelen’. Bij de
Actualisatie 2010 gaat het om maatregelen van € 7,2 miljoen. Met deze maatregelen wordt
binnen het budgettaire kader gebleven.

Raadsdruk Begroting 2011 73


Overige gemeentelijke lasten in het kader van deze doelstellingen dalen met € 5,4 miljoen bij de
Actualisatie 2010 en met nog eens € 8,5 miljoen bij de Begroting 2011. Dit als gevolg van het
wegvallen van incidentele middelen (incidentele prioriteiten als Blijf aan de bal banen,
gemeentelijke bijdrage Participatiebudget en middelen voor de bestrijding van
jeugdwerkloosheid) en het dalen van de lasten kinderopvang als ook een daling van de stelpost
werk.

De baten voor re-integratie dalen daarnaast aanzienlijk. In bovenstaande tabel lijkt het
overigens of de totale baten Participatie en werk bij de Actualisatie 2010 sterk gestegen zijn. In
de begrotingcijfers 2010 maakten de lasten en baten van Inburgering en Volwasseneneducatie
echter nog deel uit van het Programma Educatie, jeugd en diversiteit.

Op het W-deel is bij de Actualisatie 2010 een tekort van € 50,2 miljoen en bij inburgering wordt
op de rijksmiddelen juist € 14,1 miljoen overgehouden. Vanwege het tekort op het W-deel wordt
bij de Actualisatie 2010 geen schuif meer gemaakt van W-deel naar Inburgering, wat in
voorgaande jaren wel het geval was en ook in de Begroting 2010 nog was opgenomen.

Met een spaarsaldo ultimo 2009 van € 48,9 leidt dat er toe dat € 37,3 miljoen wordt onttrokken
voor het tekort op het W-deel. Dan resteert een geoorloofde bijdrage van de algemene dienst
van € 12,9 miljoen (€ 10,7 incidentele prioriteit Participatiebudget en € 2,2 miljoen BTW-lasten
Pantar voor re-integratietaken waar baten BTW Compensatiefonds tegenover staan). Wat
betreft Inburgering wordt € 14,1 miljoen toegevoegd aan het spaarsaldo, waardoor de
geoorloofde bijdrage van de algemene dienst Inburgering uitkomt op € 8,2 miljoen (€ 6,7
miljoen lasten niet Wpb declarabel en € 1,5 miljoen aan dotatie reserve instapcursussen voor
2011). Voor de Actualisatie 2010 betekent dit per saldo een onttrekking uit het spaarsaldo van
€ 23,3 miljoen. Dit geeft een restant spaarsaldo ultimo 2010 van € 25,7 miljoen. Dit spaarsaldo
kan worden ingezet voor toekomstige tekorten op het Participatiebudget.

Rijksbezuinigingen leiden er in 2011 toe dat het budget krapper wordt en door verdere afname
van de baten komt het huidige re-integratiebeleid sterk onder druk te staan. Toekomstige
rijksbezuinigingen zijn daarnaast niet uit te sluiten. De verwachting is dat vanaf 2012 nog eens
€ 60 miljoen extra op het Participatiebudget wordt gekort. In bovenstaande tabel is voor 2011
de ontwikkeling van de uitgaven opgenomen inclusief het afwegingskader Participatiebudget
waarin maatregelen staan om de re-integratielasten terug te dringen. Besluitvorming over het
afwegingskader vindt plaats medio 2010. De lasten begroot voor 2011 zijn derhalve
€ 63 miljoen lager als gevolg van de voorgenomen maatregel op de re-integratiemiddelen.

Het saldo ten laste van de algemene dienst daalt bij de Begroting 2011 substantieel. Deze
daling is direct gekoppeld aan het al dan niet realiseren van de bezuinigingen in het
afwegingskader. Het eerder genoemde verwachte overschot op het W-deel in 2011 en verder
bij ongewijzigd beleid is alleen mogelijk als de bezuiniging van € 63 miljoen wordt gerealiseerd.
De Begroting 2011 bij ongewijzigd beleid laat zien dat in 2011 een overschot op het W-deel van
€ 11,9 miljoen wordt verwacht en ingezet kan worden voor het tekort op inburgering van
€ 11,2 miljoen. Per saldo wordt in 2011 dus € 0,7 miljoen aan het spaarsaldo toegevoegd.

Doelstelling 3: Wsw
Per Sw-plek ontvangt de gemeente een vast bedrag van het rijk, dat beschikbaar wordt gesteld
aan Pantar omdat zij is belast met de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening. Dit
bedrag is onvoldoende om de loon- en uitvoeringskosten, verminderd met de omzet die Pantar
met deze en andere activiteiten realiseert, te dekken. Er resteert jaarlijks een exploitatietekort
van circa € 4 miljoen. Een bedrag van € 1,4 miljoen is structureel gedekt in de begroting. Het
resterende tekort van € 2,6 miljoen heeft de gemeente tot en met 2010 incidenteel bijgedragen.

Voor 2011 is een prioriteitsvraag van € 1,1 miljoen opgenomen en voor het restant van € 1,5
miljoen worden bezuinigingsmaatregelen bij Pantar gerealiseerd (in het uiterste geval wordt het
restant gedekt uit de risicoreserve van Pantar). Verder heeft de gemeente jaarlijks ongeveer
€ 1,5 miljoen beschikbaar voor inhuur Sw-werknemers door gemeentelijke instellingen.
Vanaf 2012 dienen de verschillende gemeentelijke onderdelen de gemeentelijke inhuur te
dekken binnen de eigen begroting.

Raadsdruk Begroting 2011 74


Ten opzichte van de Begroting 2010 zijn zowel de lasten als de baten van de Wsw met circa
€ 10 miljoen gestegen, als gevolg van de toename van het aantal Sw-ers.

3.1.4 Participatie en Werk: Wat zijn de risico’s en de beheersmaatregelen bij de


programakkoord doelstellingen?
De mate waarin klanten uitstromen naar werk hangt af van de vraag op de arbeidsmarkt en de
mate waarin DWI erin slaagt om klanten te ontwikkelen. Het is van belang om inzicht te krijgen
in de effectiviteit van re-integratie en participatie op de ontwikkeling van de klant. DWI wordt
geacht in de huidige situatie zijn klanten te ontwikkelen en uit te laten stromen met minder
middelen. Dit houdt in dat effectiviteit steeds belangrijker wordt en dit vraagt het nodige van
primaire proces (systeem van competentie-ontwikkeling, andere inzet van projectconsulenten,
benchmarking).

Als gevolg van landelijke heroverwegingen wordt een extra korting op het Participatiebudget
verwacht, waardoor nog meer druk op het huidige participatiebeleid ontstaat. Verder worden
tekorten voor inburgering verwacht en bestaat de mogelijkheid dat de rijksfinanciering voor
inburgering wordt gestopt. Het spaarsaldo Participatiebudget raakt op en er is mogelijk
onvoldoende spaarsaldo beschikbaar om toekomstige tekorten te dekken (met name omdat
trajecten meerjarig zijn en de gemeente ook na het stopzetten van de rijksfinanciering de
aangegane verplichtingen voor inburgeringstrajecten dient na te komen).

Verder kan het niet realiseren van de benodigde bezuinigingen zoals gepresenteerd in het
afwegingskader c.q. het niet in staat zijn om beleid aan te passen, enorme tekorten opleveren
voor de algemene dienst. Derhalve zal ons College de voortgang van het afwegingskader
monitoren middels de kwartaalrapportage aan de Raad.

3.2 Subprogramma Inkomen


3.2.1 Inkomen: Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?

Overige doelstellingen

Doelstelling 6: Klanten worden snel en adequaat geholpen


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Klantwaardering klanten 6,8 6,9 7,0 7,0 7,0
(2009)
Percentage aanvragen 87,1% binnen 5 weken 90% 90% 90% 90%
levensonderhoud, afgehandeld (2009) binnen 4 binnen 4 binnen 3 binnen 3
binnen de gestelde termijn weken weken weken weken
Percentage bezwaarschriften 95,9 % 97% 97% 97% 97%
afgehandeld binnen de wettelijke (2009)
termijn
Percentage aanvragen Individuele 95,3 % 90% 90% 90% 90%
bijzondere bijstand afgehandeld binnen 8 weken binnen 7 binnen 6 binnen 5 binnen 4
binnen gestelde termijn (2009) weken weken weken weken

3.2.2 Inkomen: Wat gaan we ervoor doen?

Doelstelling 6a: Klanten worden snel en adequaat geholpen


Ons College werkt aan verbetering van de dienstverlening. Niet de regels staan centraal, maar
de klant. De komende periode wordt ingezet op ‘ontbureaucratisering’, met als doel de
(aanvraag)procedures verder te vereenvoudigen.

Voor deze doelstelling zijn de volgende indicatoren geformuleerd:


 verbeteren van klanttevredenheid:
het oordeel en de wensen van de omgeving vormen het vertrekpunt voor de inrichting van
de dienstverlening en de uitvoering van DWI. Een respectvolle bejegening van de klanten
en het waarborgen van hun rechten maken daar integraal onderdeel van uit. Om inzicht in
klanttevredenheid te verkrijgen houdt DWI periodiek een klanttevredenheidsonderzoek
onder zijn klanten.

Raadsdruk Begroting 2011 75


Het streven is het algemeen klantoordeel ten opzichte van het ondergezoek dat in 2009 is
uitgevoerd te verhogen. Tegelijkertijd is de realiteit dat de klanttevredenheid van
organisaties als DWI slechts zelden boven een 7,0 uitkomen. Handhaven van minimaal dat
niveau is daarom het doel. Uiteraard wordt de komende periode bezien op welke wijze de
meting van de klanttevredenheid op een kwalitatief hoger niveau kan komen, in
samenwerking met het UWV
 afhandeling aanvragen:
de afhandelingtermijn van bijstandsaanvragen is sinds 2008 flink teruggebracht en
bedraagt inmiddels vijf weken. Doelstelling voor 2011 is vier weken. Ondanks de toename
van het aantal aanvragen als gevolg van de economische crisis en ondanks de invoering
van een nieuw uitkeringssysteem binnen DWI, wordt gestreefd naar een zo kort mogelijk
afhandelingtermijn voor de aanvragen (90% in drie weken in 2013)
 afhandeling bezwaarschriften:
in lijn met de nieuwe Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen wordt gestreefd
naar verkorting van de afhandelingtermijn van de bezwaarschriften
 afhandeling Individuele bijzondere bijstand:
bij de afhandeling van de aanvragen voor de Individuele bijzondere bijstand wordt ingezet
op een steeds korter wordende afhandelingtermijn. Dit is een verscherping ten opzichte van
de geldende wettelijke termijn van acht weken. Digitalisering van de dienstverlening speelt
hier een prominente rol

Doelstelling 6b: Overige


Gedurende de tijd dat iemand nog niet zelfstandig in zijn of haar inkomen kan voorzien, wordt
hij of zij door de gemeente tijdelijk met een inkomensvoorziening ondersteund. In veel gevallen
is dit een bijstandsuitkering. Het recht op de bijstandsuitkering moet worden vastgesteld. DWI
borgt de rechtmatigheid van de uikering. Tegelijkertijd moet iedereen met een uitkering re-
integreren en participeren. Die verplichting geldt in principe voor alle uitkeringsgerechtigden,
dus ook voor diegene voor wie uitstroom naar regulier werk op korte termijn niet haalbaar is.
Ook van hen wordt gevraagd zich in te zetten om hun competenties te verhogen, zodat ook zij
op termijn terug kunnen naar de arbeidsmarkt. Zo wil ons College bereiken dat iedereen
meedoet.

De Wwb garandeert iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft en die onvoldoende middelen
heeft om in de noodzakelijke bestaanskosten te voorzien een minimuminkomen. Een onderdeel
van het systeem van werk en inkomen is ook een goede monitoring op, en aanpak van
oneigenlijk gebruik op voorzieningen. Als gevolg van de economische crisis stijgt het aantal
mensen dat een beroep doet op een bijstandsuitkering. Een onnodig beroep op bijstand moet
altijd voorkomen worden. Op het terrein van handhaving blijft het noodzakelijk om misbruik en
oneigenlijk gebruik van voorzieningen tegen te gaan. Om daar zeker van te kunnen zijn, worden
bij de uitkeringsaanvraag de gegevens van de klant zorgvuldig gecontroleerd. Om zekerheid te
verkrijgen over de woonsituatie wordt een huisbezoek afgelegd. Naast het huisbezoek bij
aanvraag, worden ook naar aanleiding van vermoedens van fraude (zoals ontvangen signalen
van burgers, bestandskoppelingen of onduidelijkheden in de onderzoeken door medewerkers)
onderzoeken ingesteld, waarvan een huisbezoek onderdeel kan uitmaken. Uiteindelijk komt ook
handhaving neer op het aanspreken van klanten op hun verantwoordelijkheden en
mogelijkheden om te voorzien in hun eigen levensonderhoud. Verbetering van de efficiency in
de handhaving van de rechtmatigheid van de uitkering staat de komende jaren centraal. Het
resultaat moet verder omhoog, waarschijnlijk met minder middelen. Daarom wordt gekeken of
een profielbenadering (risicogestuurde handhaving) wordt geïmplementeerd. Hiermee komt een
sterkere focus te liggen op risicogroepen en tegelijkertijd een hogere trefkans van het
handhavinginstrumenten.

In de komende jaren zal in het kader van rechtmatigheid extra aandacht gaan naar preventie.
Ingezet wordt op een grotere nalevingbereidheid. Door goede voorlichting, duidelijke
regelgeving en nadruk op het principe ‘werk boven uitkering’, wordt voorkomen dat ten onrechte
uitkeringen worden verstrekt.

De inzet is om adequate voorlichting aan klanten als preventief middel te verbeteren. Ook een
verbetering van bestaande succesvolle controle- en opsporingsmethodieken blijft de komende
tijd nodig.

Raadsdruk Begroting 2011 76


Daar waar achteraf geconstateerd wordt dat bijstand ten onrechte is verstrekt, volgt
terugvordering. Ons College streeft er naar de effectiviteit van de terugvordering de komende
jaren te vergroten en zal daartoe verdere samenwerking zoeken met andere partijen.

3.2.3 Inkomen: Wat mag het kosten?


Bedragen x € 1 miljoen Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting
2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten + 657,6 599,6 652,0 680,3 686,9 685,0
Doelstelling 6a: 72,2 71,1 69,6 68,3 67,0 66,3
Toerekening uitvoeringskosten
DWI
Doelstelling 6b (overige): 560,3 491,6 530,8 558,1 564,7 563,5
Uitkeringen WWB
Overige uitkeringen 25,1 36,9 51,5 53,9 55,2 55,2
Baten - 534,6 489,5 521,5 564,8 573,1 573,1
Doelstelling 6b (overige):
WWB Inkomensdeel (rijksbudget) 429,7 452,4 469,9 510,9 517,9 517,9

WWB extra budget conjunctuur 69,3 - - - - -


WWB aanv. Uitkering 10,9 - - - - -

Overige uitkeringen (rijksbudget,


declaratie en overige inkomsten) 24,7 37,1 51,6 54,0 55,3 55,3

Mutaties in reserves -18,9 -10,6 -19,8 -3,2 0,0 0,0


Saldo 104,1 99,5 110,7 112,3 113,8 111,9

Doelstelling 6a: Klanten worden snel en adequaat geholpen


Deze doelstelling kan worden gerealiseerd door een goed werkend apparaat binnen DWI. De
dienst heeft hiervoor een regulier en incidenteel budget beschikbaar. Het totaal van de
apparaatskosten wordt met een kostenverdeelstaat aan de verschillende programma’s
toegerekend. Als gevolg van de stijging van het klantenbestand wordt in 2010 € 5 miljoen
incidenteel uit de Risicoreserve Wet Werk en Bijstand toegevoegd aan het
apparaatskostenbudget van DWI. Voor 2011 is een incidentele prioriteit van € 4 miljoen
beschikbaar vanwege het verwachte nog verdere stijgen van het klantenbestand. Deze
apparaatsmiddelen worden ingezet voor extra formatie en voor verhoging van de effectiviteit
van trajecten.

Doelstelling 6b: Overige


De conjunctuur is als gevolg van de economische recessie drastisch gewijzigd en dat heeft een
substantiële impact op het aantal uitkeringsverstrekkingen door DWI. Derhalve werd in de
Begroting 2010 een tekort op het Inkomensbudget verwacht van € 61 miljoen voor 2010,
€ 68 miljoen voor 2011 en ongeveer € 60 miljoen per jaar vanaf 2012. De conjuncturele
ontwikkelingen blijken overigens in 2010 minder ongunstig dan eerder door CPB geraamd.
Minder mensen doen een beroep op de uitkering dan verwacht, waardoor de uitkeringslasten bij
de Actualisatie 2010 minder hoog zijn dan begroot. Verder heeft de inwerkingtreding van de
Wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening (BUIG) per 1 januari 2010 een positief
effect op het resultaat. Bij de Actualisatie 2010 bedraagt het verwachte tekort derhalve niet
€ 50,4 miljoen, maar € 39,2 miljoen.

De korting – in augustus 2010 – van 10% door het rijk op het Inkomensdeel, blijkt het meerjarig
tekort vooralsnog niet nadelig te beïnvloeden. Desalniettemin blijven er de aankomende jaren
tekorten op het beschikbare uitkeringsbudget. Voor een deel van het verwachte tekort kan in
2011 en verder de Risicoreserve WWB worden ingezet, die is gevormd om dergelijke tekorten
op te vangen. Deze tekorten zijn ontstaan omdat de gemeenten binnen een (macro)
bandbreedte klanten, vaste budgetten hebben afgesproken met het rijk. In het huidige
economische klimaat leidt deze afspraak aanhoudend tot grote tekorten.

De lasten van de uitkeringen stijgen substantieel in 2011, wat behalve door een toename van
Wwb-klanten voor een groot deel verklaard wordt door de stijging van het aantal mensen dat

Raadsdruk Begroting 2011 77


valt onder de Wet investeren in jongeren (WIJ), die per 1 oktober 2009 in werking is getreden.
Daarnaast is de stijging van de lasten ook een gevolg van het afwegingskader.

De maatregel in het afwegingskader tot beperken van stagevergoedingen heeft in 2011,dan wel
een positief effect op het W-deel van € 24,3 miljoen, tegelijkertijd heeft deze maatregel echter
frictiekosten ten bedrage van € 24,3 miljoen tot gevolg voor het I-deel. De rijksbaten stijgen in
2011 eveneens. Het uiteindelijke risico wordt beperkt doordat een aanvullend budget kan
worden geclaimd bij het rijk, indien het tekort groter is dan 10%. Het verwachte tekort in 2011
komt uit op 14,4 % van het totale Wwb-Inkomensdeel. In 2012 (een jaar nadat het tekort zich
heeft voorgedaan) kan onze gemeente hiervoor door middel van een speciale procedure een
claim neerleggen bij het rijk.

Overigens is in het verdelingsvoorstel conform het programakkoord een posterioriteit op het


Inkomensdeel opgenomen van € 7 miljoen. Dit houdt in dat voor 2011 uitgegaan wordt van een
daadwerkelijk tekort van circa € 61 miljoen in plaats van € 68 miljoen. Deze taakstelling kan
worden bereikt door via een stevig re-integratie- en handhavingsbeleid meer mensen uit de
uitkering te laten stromen. Er wordt uitgegaan van een jaarlijks tekort van € 45 miljoen, vanaf
2011, waardoor een inzet van € 18,4 miljoen uit de risicoreserve. Hiermee komt het tekort voor
2011 afgerond uit op € 43 miljoen..

3.2.4 Inkomen: Wat zijn de risico’s en de beheersmaatregelen bij de programakkoord


doelstellingen?
Verdere bezuinigingen op het Inkomensdeel vanuit het rijk zijn niet uit te sluiten. Dit geldt
eveneens voor verdere bezuinigingen op het W-deel (re-integratiemiddelen). Deze
bezuinigingen hebben een effect op het re-integratiebeleid, omdat zonder middelen voor stevig
re-integratiebeleid de uitstroom van mensen uit de uitkering niet plaats zal vinden. Het
toekomstige tekort op het Inkomensdeel is daarmee afhankelijk van het realiseren van de
posterioriteit conform programakkoord, als ook van de bezuinigingen op het Inkomendseel.

Er is een duidelijke samenhang met rijksbezuinigingen op het W-deel. Effectief re-


integratiebeleid met de juiste formatie is nodig om de uitstroom te bevorderen én daarmee de
taakstelling uit het programakkoord van € 7 miljoen te realiseren. Het niet realiseren van deze
ombuiging in 2011 betekent een hoger tekort en mogelijk een hogere uitname uit de
risicoreserve.

3.3 Subprogramma Armoede


3.3.1.: Armoede: Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?

Programakkoord 2010-2014

Doelstelling 7: Verhogen bereik (aanvullende) inkomensvoorzieningen


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Bereik voorzieningen per jaar 69%5 80% 85% 90% 90%
(2008)

Doelstelling 8: Versterken schuldhulpverlening


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Geen wachtlijst informatieadvies- 5 Geen Geen Geen Geen
gesprek en intake (2009) wachtlijst wachtlijst wachtlijst wachtlijst
schuldhulpverlening

5
In de armoedemonitor over 2009 wordt als basis een nieuwe nulmeting gedaan

Raadsdruk Begroting 2011 78


Overige doelstellingen
Doelstelling 9: Tegengaan van sociale uitsluiting van kinderen en jongeren
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Gebruik scholierenvergoeding 70% 80% 85% 90% 90%
en PC for kids (2008)
Gebruik stadspas door kinderen en 58% 70% 80% 80% 80%
jongeren uit minimagezinnen (2008)

3.3.2 Armoede: Wat gaan we ervoor doen?


Ons College houdt vast aan de inzet op actief armoedebeleid. Gezien de grote onzekerheden in
de ontwikkeling van het beroep op de armoedemiddelen en schuldhulpverlening, keuzes van
het nieuwe kabinet en economische ontwikkelingen is ons College voornemens de
doelstellingen op het terrein van het armoedebeleid te herijken. Parallel aan de besluitvorming
in uw Vergadering over de begroting zal ook het meerjarenbeleidsplan inkomen en
armoedebeleid worden voorgelegd waarin de herijking is opgenomen.

Doelstelling 7: Vergroten bereik (aanvullende) inkomensvoorzieningen


Iemand die recht heeft op een (aanvullende) inkomensvoorziening zou deze ook moeten
krijgen. Het streven is dan ook om het bereik van de armoedevoorzieningen te verhogen naar
90% in 2013. Primair zet ons College in op een groter bereik in absolute termen. Als de
doelgroep groter wordt dan wordt het lastiger naar een bereik van 90% procent te komen.

Dit wordt bereikt door:


 een proactieve benadering. De medewerkers van DWI dragen actief de voorzieningen uit.
Daarnaast worden de intermediairs van de maatschappelijke dienstverlening hierbij
betrokken en worden zelforganisaties ingeschakeld. Ook wordt gewerkt met
bewonersadviseurs in de stadsdelen
 bestandskoppelingen. DWI, de Dienst Belastingen, DMO en UWV koppelen hun bestanden
om een groter aantal mensen te bereiken die een inkomen hebben tot 110% van een
sociaal minimum
 vereenvoudiging van procedures. Dit wordt onder andere bereikt door het realiseren van
één loket voor alle voorzieningen, en waar mogelijk één verkorte aanvraag per jaar voor
alle voorzieningen, ondersteund door een duidelijke en simpele uitleg op internet

Doelstelling 8: Versterken schuldhulpverlening


De uitvoering van de schuldhulpverlening is de verantwoordelijkheid van de stadsdelen, die de
uitvoering hebben ondergebracht bij de instellingen voor maatschappelijke dienstverlening. DWI
heeft tot taak te zorgen dat de schuldhulpbureaus een uniforme werkwijze hanteren, er stedelijk
een eensluidende registratie wordt gevoerd en dat er afspraken worden gemaakt met grote,
veel voorkomende schuldeisers. De gemeentelijke kredietbank (GKA) is onderdeel van DWI.

Vanwege de economische crisis, maar ook door de proactieve benadering van schuldenaren is
de vraag naar schuldhulpverlening in 2009 met 20% gestegen tot 12.500 aanvragen. De
verwachting is dat deze stijging zich voortzet. Dit vereist een blijvende inspanning van alle
partijen om zoveel mogelijk mensen te bereiken, de dienstverlening zo goed mogelijk in te
richten, waardoor geen wachtlijsten ontstaan, en het effect te vergroten. Een goede
dienstverlening houdt ook in dat mensen snel worden geholpen. Dit komt overeen met de
doelstellingen van het wetsvoorstel Gemeentelijke schuldhulpverlening, waarin termijnen
worden genoemd van twee weken voor een informatieadviesgesprek en vier weken voor een
intake.

Voor de verbetering van de schuldhulpverlening zijn twee speerpunten benoemd: verbetering


van de effectiviteit en het verkorten van de doorlooptijden. Onderdeel van de verbetering van de
effectiviteit is de verbijzondering in de hulpverlening. Er wordt verder ingezet op
schuldstabilisatie voor hen die niet in aanmerking komen voor de schuldsanering, vanwege de
strenge eisen die daaraan worden gesteld. Verder wordt gekeken wat de rol van de betrokken
organisaties zou moeten zijn.

Raadsdruk Begroting 2011 79


Ons College wil aandacht besteden aan de ondersteuning van zzp’ers en kleine ondernemers.
Amsterdam ondersteunt niet alleen kleine ondernemers die hun bedrijf beëindigen, maar ook
6
degenen die mogelijk een doorstart kunnen maken met een BBZ-krediet . Naast een onderzoek
naar de levensvatbaarheid van het bedrijf is schuldsanering een instrument om de financiële
problemen te saneren en een doorstart te realiseren.

Voor de doelstelling Versterken schuldhulpverlening is de volgende indicator geformuleerd:


 geen wachtlijst informatieadviesgesprek en intake schuldhulpverlening: in 2009 is veel
aandacht geschonken aan het wegwerken en voorkomen van wachtlijsten bij de
schuldhulpverlening. Dit is uiteindelijk gelukt en 2010 is, over het algemeen, zonder
wachtlijsten gestart. Uitgangspunt binnen de Amsterdamse aanpak van
schuldhulpverlening is dat er geen wachtlijsten mogen zijn voor mensen die een beroep
willen doen op schuldhulp, zodat hiermee reeds voldaan wordt aan de verplichtingen in het
kader van de nieuwe Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (die waarschijnlijk per
1 januari 2011 van kracht wordt)

Aanvullend op de inzet op schuldhulpverlening wordt ingezet op onder meer de volgende


aspecten:
 aantal deelnemers van de outreachende werkwijze betalingsachterstanden: ons College wil
Amsterdammers in een vroeg stadium helpen om betalingsachterstanden bij huur, energie
en ziektekosten te voorkomen, dan wel te beperken. In 2009 zijn 3.800 huishoudens
benaderd met een beginnende huurachterstand door het project Vroeg er Op af. Er zijn
gesprekken met ziektekostenverzekeraar Agis en energieleverancier Nuon (pilots) om
mensen met betalingsachterstanden te benaderen waardoor het aantal aanmeldingen
uiteindelijk zal stijgen. Door deze vroegtijdige aanmelding zal naar verwachting het
percentage geslaagde saneringen stijgen. In de komende jaren zal moeten blijken of deze
aanname juist is
 aantal maatjes schuldhulpverlening: het voltooien van een schuldhulptraject vereist
doorzettingsvermogen en motivatie. Getrainde vrijwilligers bieden hierin een goede
ondersteuning. Nu al zijn maatjes actief bij de klanten van de Voedselbank. Ons College wil
dat uitbreiden tot mensen in een schuldhulptraject
 aantal jongeren van ROC’s dat deelneemt aan schuldhulpverlening: binnen de
schuldhulpverlening zijn jongeren een speciale doelgroep. De komende jaren wordt de
schuldhulpverlening aan jongeren geïntensiveerd. Op alle vestigingen van de beide ROC’s
in Amsterdam zijn inmiddels schuldhulpverleners ingezet. Als voorwaarde voor deze inzet
zal de opleiding budgetcursussen opnemen in het curriculum. De schuldhulpverleners
houden spreekuren op de vestigingen om informatie en advies te geven over financiële
problemen. Voor deelnemers met problematische schulden start een
schuldhulpverleningstraject waarvan in 2011 900 jongeren zullen gebruik maken.
Om meer jongeren bekend te maken met schuldhulpverlening wordt het aantal scholen
waar budgetcursussen worden gegeven de komende jaren uitgebreid. Gezamenlijk met de
stadsdelen organiseert DWI budgetcursussen voor scholieren in de hoogste groep van het
basisonderwijs, het praktijk- en speciaal onderwijs en het VMBO. Bij het MBO en Vmbo zal
tevens voorlichting met behulp van peereducators worden aangeboden

Vanwege geringe of ontbrekende inkomsten zijn schulden van jongeren moeilijk te saneren.
Voor deze categorie is het jongerensaneringskrediet ontwikkeld waardoor de mogelijkheid om
schulden van jongeren te saneren aanmerkelijk wordt vergroot. Het inkomen is namelijk niet het
uitgangspunt voor de sanering, maar een vast bedrag dat de jongere maandelijks kan
opbrengen via onder andere bijbanen. Ook de voorwaarden voor aflossing zijn soepeler door
een langere aflossingstermijn.

Doelstelling 9: Tegengaan van sociale uitsluiting van kinderen en jongeren uit minimagezinnen
Voor de gemeente Amsterdam zijn kinderen en jongeren al jaren een topprioriteit. Er wordt
door ons College extra aandacht gevraagd voor kinderen en jongeren die tussen wal en schip
dreigen te vallen. Het gaat om oplossingen in gezinsverband en het integreren van
armoedebestrijding in gezinsgerichte activiteiten voor de jongeren zelf.

6
Een BBZ krediet, volgens het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen, wordt verstrekt vanuit de gemeente.

Raadsdruk Begroting 2011 80


Ook worden in het kader van armoedebestrijding voorzieningen ingezet die specifiek gericht zijn
op jongeren. Daarbij gaat het onder andere om de scholierenvergoeding, de PC-regeling voor
kinderen en de stadspas. Verhoging van het aantal jongeren dat hiervan gebruik maakt is dan
ook een belangrijke indicator voor deze doelstelling.

3.3.3 Armoede: Wat mag het kosten?


Bedragen x € 1 miljoen Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting
2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten + 72,8 75,5 58,8 58,6 58,4 58,3
Doelstelling 7& 9
Bijzondere bijstand en 39,4 39,9 36,9 36,9 36,9 36,9
armoedebeleid
Flankerend bijstandsbeleid 0,5 0,6 0,5 0,5 0,5 0,5
Kwijtschelding 4,1 4,0 4,0 4,0 4,0 4,0
afvalstoffenheffing
Woonlastenfonds 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0
Stichting Bijzonder Noden 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2
Stadspas 2,6 2,1 1,9 1,9 1,9 1,9
Doelstelling 8
Interventies Armoedebeleid 12,0 13,0 - - - -
(schuldhulpverlening &
inkomensbeheer)
Uitvoeringskosten 8,9 10,6 10,4 10,2 10,0 9,9
armoedebestrijding DWI
Baten - 1,9 3,2 1,3 1,3 1,3 1,3
Doelstelling 7 & 8
Bijzondere bijstand 1,2 2,9 1,2 1,2 1,2 1,2
Stadspas 0,7 0,2 0,1 0,1 0,1 0,1
Mutaties in reserves 0,0 -0,4 0,0 0,0 0,0 0,0
Saldo 70,9 71,9 57,5 57,3 57,1 57,0

* Middelen schuldhulpverlening zijn onderdeel van middelen armoedebeleid. Extra schuldhulpverlening wordt bij
doelstelling 8 omschreven, maar daar zijn nog geen middelen voor bestemd

Doelstelling 7 & 9: Vergroten bereik (aanvullende) inkomensvoorzieningen & Tegengaan van


sociale uitsluiting van kinderen en jongeren uit minimagezinnen
De toename van de uitvoeringskosten DWI van € 1,7 miljoen bij de Actualisatie 2010 verklaart
meer dan de helft van de lastenstijging van € 2,7 miljoen. Verder stijgen ook de lasten voor
bijzonder bijstand en armoedebeleid, maar dit wordt deels gecompenseerd door een stijging
van de baten bijzondere bijstand. Deze baten worden in 2011 weer neerwaarts bijgesteld en de
lasten voor bijzondere bijstand en armoedebeleid dalen in 2011 ook, maar de uitvoeringskosten
blijven ongeveer gelijk. Bij de Actualisatie 2010 nemen de baten voor bijzondere bijstand toe
met € 1,7 miljoen. Voor tijdelijke compensatie chronisch zieken is na versobering van de
gemeentelijke regeling via de voorjaarsnota € 1,1 miljoen toegekend in 2010. Voor extra
schuldhulpverlening is via de motie Mahrach Ulichki eenmalig € 0,3 miljoen beschikbaar
gesteld. De uiteindelijke toename van het saldo bij de actualisatie is € 1,0 miljoen in verband
met een hogere lastenstijging.

De daling van het saldo € 14,4 miljoen van Actualisatie 2010 naar Begroting 2011 is voor
€ 14,2 miljoen te verklaren door daling lasten bijzondere bijstand en armoedebeleid en betreft
het wegvallen van incidentele prioriteit.

Het andere deel is te verklaren door het stopzetten van de bijdrage vanuit dit programma voor
het gratis lidmaatschap van de Openbare Bibliotheek voor stadspashouders. Voor 2011 zijn
prioriteiten ingediend om het armoedebudget op hetzelfde niveau als in 2010 te houden.

Kwijtscheldingen en woonlastenfonds
De geprognosticeerde totale kwijtschelding Afvalstoffenheffing voor belastingjaar 2010 is in de
actualisatie vrijwel gelijk aan de Begroting 2010. De bijdrage van de centrale stad voor
kwijtschelding is in de actualisatie, behoudens nominale aanpassingen, onveranderd ten
opzichte van de Begroting 2010. De regeling Woonkostenbijdrage 2010 is dezelfde als die in

Raadsdruk Begroting 2011 81


2009. Daarmee is de Actualisatie 2010 op dezelfde uitgangspunten gebaseerd. Als gevolg van
de negatieve nominale ontwikkeling is het uitvoeringsbedrag iets naar beneden bijgesteld.

Voor de kosten van de kwijtschelding 2011 is gerekend met dezelfde aantallen huishoudens die
in aanmerking komen voor kwijtschelding en betalende huishoudens als in de Actualisatie 2010
(geen prognose voor autonome areaalgroei). De toename van de verwachte kwijtschelding van
€ 0,7 miljoen (Begroting 2011 ten opzichte van de Actualisatie 2010) is gebaseerd op een
verwachte stijging van ongeveer 4,4 % in de belastingtarieven van de stadsdelen (dit op basis
van de tariefstijging van 2009 naar 2010) en een gelijkblijvend aandeel van de centrale stad in
de kwijtschelding. Dit leidt tot een solidariteitsheffing van € 48,37 (was € 45,85) per huishouden
die de stadsdelen in hun tarieven doorberekenen.

Doelstelling 8: Versterken schuldhulpverlening


In het overzicht zijn de uitgaven schuldhulpverlening en inkomensbeheer gepresenteerd die ten
laste van de reguliere armoedemiddelen zullen worden gebracht. Ten behoeve van de
versterking van schuldhulpverlening in 2010 is een prioriteit van € 4,1 miljoen aangevraagd.
Hetzelfde geldt voor 2011. De toekenning hiervan is ondermeer afhankelijk van de verwachte
toevoeging van het rijk aan het gemeentefonds in verband met de crisis.

3.3.4 Armoede: Wat zijn de risico’s en de beheersmaatregelen bij de programakkoord


doelstellingen?
Zonder toekenning rijksmiddelen voor extra schuldhulpverlening kan programakkoord-
doelstelling 8: versterken van schuldhulpverlening niet worden gerealiseerd, tenzij uit het
armoedebeleidbudget een deel wordt vrij gemaakt voor extra schuldhulpverlening.

Voor doelstelling 7 is het van belang om de doelgroep ook daadwerkelijk bereikt kan worden.
Hiervoor worden campagnes opgezet om de klant te informeren over de mogelijkheden.
Daarnaast wordt de regelgeving om armoedevoorziening aan te vragen zo eenvoudig mogelijk
gehouden. Een ander risico is het mogelijk overschrijden van de budgettaire ruimte. De
armoederegelingen zijn open einde regelingen. Dit houdt in dat van iedereen die voldoet aan de
criteria de aanvraag van een voorziening gehonoreerd moet worden, ook als het budget wordt
overschreden. Zeker gezien het feit de middelen in de twee andere subprogramma’s van dit
programma minder worden, is de kans groter dat een beroep gedaan zal worden op
armoedevoorzieningen en dat de druk op de budgettaire ruimte toeneemt.

Raadsdruk Begroting 2011 82


4 Reserves, voorzieningen, investeringen

Bedragen x € 1 miljoen Stand Verwachte Stand Verwachte Stand Stand Stand Stand
Ultimo mutaties ultimo mutaties Ultimo ultimo Ultimo ultimo
2009 2010 2010 2011 2011 2012 2013 2014
+ -/- + -/-
Participatie en Werk
Huisvesting kinderopvang 1,3 0,0 0,3 1,0 0,0 0,3 0,7 0,4 0,0 0,0
Triade
Instapcursussen 0,0 1,5 0,0 1,5 0,0 1,5 0,0 0,0 0,0 0,0
Inkomen
WiGo4IT 0,8 0,0 0,0 0,8 0,0 0,8 0,0 0,0 0,0 0,0
Geïntegreerde voorziening 1,4 0,0 0,0 1,4 0,0 0,5 0,9 0,0 0,0 0,0
Risicoreserve WWB 31,3 0,0 7,1 24,2 0,0 18,6 5,6 3,3 3,3 3,3
Rechtmatigheid 0,4 0,0 0,4 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
onderzoeken
Vakantiegeld 3,0 0,0 3,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Laarderhoogtweg 1,3 0,0 0,0 1,3 0,0 0,0 1,3 1,3 1,3 1,3
Totaal reserves 39,5 1,5 10,8 30,2 0,0 21,5 8,5 5,0 4,6 4,6

De omvang van de reserves en voorzieningen daalt van € 30,2 miljoen ultimo 2010 tot € 4,8
miljoen 2014. De ultimo 2014 resterende € 4,8 miljoen bestaat uit de reserve Laarderhoogtweg
en de risicoreserve WWB.

4.1 reserves

Nieuwe reserves
 De reserve Instapcursussen bij het subprogramma Participatie en werk wordt gevormd uit
de extra middelen ad € 2,5 miljoen die het rijk toevoegt aan het gemeentefonds voor dit
doel. Naar verwachting wordt hiervan in 2010 € 1 miljoen besteed en zal het restant ad
€ 1,5 miljoen worden gedoteerd aan een reserve als dekking voor de bestedingen in 2011.

Te handhaven reserves
 De Risicoreserve Wet Werk en Bijstand is gevormd om tekorten in het rijksbudget voor de
Wwb (Inkomensdeel) op te vangen. Eind 2009 bedroeg de reserve € 31,3 miljoen. In 2010
wordt € 7,1 miljoen onttrokken, waarvan € 2,1 miljoen opdat het tekort op de
uitkeringslasten uitkomt op het voor 2010 begrote tekort van € 37 miljoen en € 5 miljoen
voor uitbreiding van het apparaatsbudget DWI. In 2011 wordt € 18,4 miljoen onttrokken
waardoor het tekort voor de algemene dienst uitkomt op € 42,6 miljoen
 De reserve voor de Laarderhoogtweg is bestemd om het groot onderhoud te dekken. Het
bedrag van € 1,3 miljoen is bestemd voor de ‘make-over’ van de Laarderhoogtweg. De
kosten hiervan zijn nog niet in deze begroting verwerkt, aangezien de onderhoudsplanning
nog niet exact bekend is. Ongeveer de helft van het bedrag is onvermijdelijk gezien de
relatie met noodzakelijke ARBO aanpassingen. Het resterende bedrag is meegenomen in
de gemeentelijke heroverwegingen
 De reserves voor rechtmatigheidsonderzoeken, vernieuwing ICT, bestrijding Jeugd-
werkloosheid en de reserve Chronisch zieken zijn toegevoegd c.q. gehandhaafd in 2009
conform de besluitvorming in de baak Jaarrekening 2009. Deze reserves zullen in 2010 en
2011 tot besteding komen
 De reserve met betrekking tot de Geïntegreerde voorzieningen is bestemd voor
frictiekosten in de vorming van locaties waar DWI samen met de GG&GD verslaafden
opvangt
 Voor de huisvesting van kinderopvang in het Triadegebouw wordt jaarlijks € 0,3 miljoen
onttrokken. Eind 2013 zal de reserve nagenoeg leeg zijn.

Af te wikkelen reserves
 Conform besluit van B&W wordt in 2010 de reserve vakantiegeld volledig onttrokken, zodat
deze ultimo 2010 op nul uitkomt.

Raadsdruk Begroting 2011 83


4.2 voorzieningen

De omvang van de voorzieningen neemt waarschijnlijk af tot nul in 2010. De enige voorziening,
die DWI heeft getroffen, is gevormd voor de declaratierisico’s in het Werkdeel. Het tempo
waarin deze voorziening wordt aangesproken is afhankelijk van de administratieve verwerking
bij het rijk. Over de hoogte van de af te wikkelen bedragen wordt geen meningsverschil met het
rijk verwacht.

4.3 investeringen

Er zijn geen nieuwe investeringen opgenomen in 2011. De uitgaven die worden gedaan hebben
betrekking op de deelname van DWI in Wigo4it, de samenwerkingsorganisatie van de sociale
diensten van de vier grote steden. Wigo4it ontwikkelt nieuwe ICT voor de
uitkeringsverstrekkingen. Daarnaast worden er uitgaven gedaan in het kader van de
geïntegreerde voorzieningen. De begrote uitgaven zijn voor 2010 zijn in de actualisatie naar
boven bijgesteld. Voor 2011 worden de investeringsuitgaven geschat op € 6,6 miljoen aan ICT
en geïntegreerde voorzieningen.

Raadsdruk Begroting 2011 84


5 Verdelingsvoorstel
5.1 Prioriteiten en posterioriteiten2011

I1 Programakkoord
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
1 Armoedebeleid Continuering Armoedebestrijding op zelfde 11.500 11.500
armoedevoorziening en niveau als 2010
ambities actief armoedebeleid

2 Specifieke Armoedeinzet Specifieke Armoedeinzet Armoedeinzet voor kwetsbare 500 500


werkende armen waaronder groepen
zelfstandigen

3 Extra uitgaven Extra beroep op de Opvangen extra beroep op 4.100 0


schuldhulpverlening schuldhulpverlening door schuldhulpverlening
economische crisis

4 Taalcoaches Koppeling van Inburgeraars 450 nieuwe taalkoppels per 250 250
aan individuele jaar
praktijbegeleiders

5 Maatschappelijke Juridisch/maatschapelijke 3000 niet-traject gerelateerde 250 250


begeleiding vluchtelingen begeleiding Vluchtelingen diensten

6 Taal en Ouders volgen via de school 10 Deelnemende scholen, 150 500 300
Ouderbetrokkenheid van hun kinderen een deelnemers
voortraject op een
inburgeringscursus

17.100 12.800

I4 Overige prioriteiten
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
7 Tekort sociale 3.000 Amsterdammers zijn Emancipatie van 2.600 1.100
werkvoorziening werkzaam in de sociale arbeidsgehandicapten
werkvoorziening

8 Vangnetvoorziening afbouw Opvangen onbedoelde In stand houden van 1.000 500


ID banen effecten nieuw ID beleid maatschappelijk relevante
activiteiten in de sectoren:
Kunst en Cultuur,
Zelforganisaties en Zorg/milieu
en maatschappelijke opvang

9 Formatie DWI Uitbreiden formatiebestand Formatieuitbreiding DWI 4.000 4.000


vanwege stijgen van het
klantenbestand door
economische crisis

7.600 5.600

Raadsdruk Begroting 2011 85


SP4 Structurele posterioriteiten
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
10 Reductie stelpost Werk Reductie budget niet Geen of minder middelen -1.500 -1.500
declarabele re- beschikbaar voor PAO,
integratiekosten banenmarkten e.d.

-1.500 -1.500

SP6 Budgetneutrale posterioriteiten


# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
11 Taakstelling I-deel Stevig re-integratiebeleid Dalen van het aantal -7.000 -7.000
uitkeringsgerechtigden

-7.000 -7.000

5.2 Toelichting prioriteiten en posterioriteiten

I1 Programakkoord

1. Armoedebeleid
Deze prioriteit is in overeenstemming met de incidentele middelen zoals benoemd in het
programakkoord. In het programakkoord is aangegeven dat er in de komende periode niet
wordt bezuinigd op armoedebestrijding en dat voor de periode 2010 – 2014 € 46.000.000
beschikbaar is. Uitgaande van een gelijkmatige inzet van de middelen over de bestuursperiode
is een vierde beschikbaar en derhalve kan € 11.500.000 miljoen in 2011 hiervoor worden
ingezet. Overigens is het van belang de gelden voor armoede in samenhang te zien met gelden
voor participatie, aangezien de druk op de budgettaire ruimte van participatiemiddelen als
gevolg van rijksbezuinigingen enorm toeneemt.

2. Specifieke Armoedeinzet
Deze prioriteit is in overeenstemming met de incidentele middelen zoals benoemd in het
programakkoord. In het programakkoord is aangegeven dat er voor de aankomende
bestuursperiode incidenteel middelen beschikbaar zijn voor kwetsbare groepen. Ons College
stelt aan uw Vergadering voor de incidentele prioriteit van € 500.000 in het verdelingsvoorstel
op te nemen. Overigens is het van belang de gelden voor armoede in samenhang te zien met
gelden voor participatie, vanwege de druk op de budgettaire ruimte van de participatiemiddelen
als gevolg van landelijke bezuinigingen.

3. Extra uitgaven schuldhulpverlening


Als gevolg van de economische crisis kunnen Amsterdammers in de problemen komen als zij
door inkomensachteruitgang hun uitgaven moeten aanpassen aan hun verlaagde inkomen. Het
Rijk heeft besloten om extra middelen beschikbaar te stellen in de periode 2009 - 2011 aan
gemeenten voor het opvangen van het verwachte extra beroep op de schuldhulpverlening. Pas
wanneer er duidelijkheid is omtrent de hoogte van de uitkering en de eventuele voorwaarden
waaraan moet worden voldaan, kan een beslissing genomen worden over de inzet van de extra
middelen. Dit overwegende stelt ons College aan uw Vergadering voor de incidentele prioriteit
van € 4.100.000 niet in het verdelingsvoorstel op te nemen.

4. Taalcoaches
De prioriteit is aangevraagd onder de structurele programakkoord middelen voor “integratie en
participatie”. ‘Taalcoaches’ wordt niet als dusdanig in het programakkoord benoemd, maar is te
scharen onder het algemene begrip participatie. Er kunnen via 5 stevige clubs in de civil society
ongeveer 450 koppels worden gevormd die een jaar lang een aantal dagdelen samen aan

Raadsdruk Begroting 2011 86


taalverwerving werken. Deze activiteiten vinden plaats voorafgaand en parallel aan de reguliere
Taal en Inburgeringsactiviteiten. De doelgroep die gebruik maakt van de taalcoaches bestaat
voor een groot deel uit mensen die aan huis zijn gebonden, waaronder opvoeders van jonge
kinderen (een groep die absolute prioriteit verdient bij het leren van de Nederlandse taal),
mensen met gezondheidsproblemen en ouderen. Ons College stelt aan uw Vergadering voor
een incidentele prioriteit van € 250.000 in het verdelingsvoorstel op te nemen. Met daarbij de
kanttekening dat in 2010 bezien wordt of taalcoaches mogelijk (deels) declarabel zijn in het
Participatiebudget. In geval dit mogelijk is dienen de kosten of een deel daarvan ten laste te
worden gebracht van dit (rijks)budget en vallen de incidentele middelen in 2011 ten gunste van
de Algemene Dienst vrij.

5. Maatschappelijke begeleiding vluchtelingen


De prioriteit is aangevraagd onder de structurele programakkoordmiddelen voor “integratie en
participatie”. Eind 2006 heeft ons College besloten voor vier jaar de dienstverlening van
Stichting Vluchtelingen Werk Amstel tot Zaan (SVAZ) te betrekken en dat te financieren. SVAZ
is in Amsterdam verantwoordelijk voor de juridisch maatschappelijke begeleiding van
vluchtelingen. Daarnaast zorgt de Stichting voor begeleiding naar alle diensten en
voorzieningen in de stad, waar nodig maakt de stichting knelpunten aanhangig en behartigt
belangen. Het geregeld hebben van de primaire voorwaarden (veilig verblijf, onderdak en
inkomen) zijn van belang om op een goede manier te kunnen inburgeren en te participeren.
Ons College stelt aan uw Vergadering voor een incidentele prioriteit van € 250.000 in het
verdelingsvoorstel op te nemen.

6. Taal en Ouderbetrokkenheid
De prioriteit is aangevraagd onder de incidentele programakkoord middelen voor “integratie
diversiteit inburgering en slavernijherdenking”. Taal en ouderbetrokkenheid wordt niet als
dusdanig in het programakkoord genoemd, maar is te scharen onder het algemene begrip
participatie en inburgering. Één van de successen uit de afgelopen periode is het via
basisscholen mobiliseren van ouders om op de school van hun kinderen deel te nemen aan
programma’s waarin taal activiteiten worden uitgevoerd. De inhoud van de activiteiten is onder
andere gericht op leren voeren van gesprekken met leraren, je kinderen helpen bij huiswerk
maken, etc. Daarnaast leiden deze activiteiten toe naar reguliere Taal- en
Inburgeringsprogramma’s. In 2010 was hier een bedrag van € 500.000 beschikbaar. Ons
College stelt voor een incidentele prioriteit van € 300.000 in het verdelingsvoorstel op te nemen.
Met daarbij de kanttekening dat in 2010 bezien wordt of taalcoaches mogelijk (deels) declarabel
zijn in het Participatiebudget. In geval dit mogelijk is dienen de kosten of een deel daarvan ten
laste te worden gebracht van dit (rijks)budget en vallen de incidentele middelen ten gunste van
de Algemene Dienst vrij.

I4 Overige prioriteiten

7. Tekort sociale werkvoorziening


In de afgelopen jaren is jaarlijks een incidentele prioriteit toegekend van € 2.600.000, omdat de
rijksbijdrage voor de uitvoering van de sociale werkvoorziening door Pantar niet voldoende is
om de kosten (loonkosten en uitvoeringskosten) te dekken. De tekorten worden daarnaast voor
een deel (€ 1.400.000) vanuit de rompbegroting gedekt. Deze incidentele prioriteit is niet
financieel gedekt in het programakkoord. Pantar heeft een reserve waaruit het tekort voor 2011
gedekt kan worden, maar dit is geen structurele oplossing. Te samen met de ingediende
posterioriteit gemeentelijke inhuur Sw en mogelijke gevolgen daarvan staat Pantar voor een
grote bezuinigingsopgave. Een structurele oplossing voor het tekort kan mogelijk (deels)
gevonden worden in het verlagen van de uitvoeringskosten. Op de loonkosten van Sw-ers zelf
kan weinig invloed worden uitgeoefend vanwege de koppeling aan de CAO Wsw.

Ons College stelt aan uw Vergadering voor een incidentele prioriteit van € 1.100.000 in het
verdelingsvoorstel op te nemen. Het resterende tekort van € 1.500.000 wordt opgelost door
bezuinigingsmaatregelen bij Pantar Amsterdam of in het uiterste geval door dekking uit de
risicoreserve van Pantar. Ons College zal voor de Voorjaarsnota 2011 een plan opstellen voor
het structureel oplossen van het tekort (efficiëntere inrichting van het proces en heroverweging
van de beleidsuitgangspunten).

Raadsdruk Begroting 2011 87


8. Vangnetvoorziening afbouw ID banen
Vorig jaar is een prioriteit van € 2.000.000 toegekend voor het opvangen van onbedoelde
maatschappelijke gevolgen van het nieuwe ID-beleid. De middelen zijn in 2010 verdeeld over
een aantal portefeuilles (Kunst en cultuur, zelforganisaties, zorg / maatschappelijke opgang,
milieu / groen) op basis van het aantal ID-medewerkers en daarbinnen het aantal ID-
medewerkers met een specifiek marktprofiel. Deze incidentele prioriteit is niet financieel gedekt
in het programakkoord. Ons College stelt aan uw Vergadering voor om een incidentele prioriteit
van € 0,5 miljoen in het verdelingsvoorstel op te nemen om de bezuiniging gefaseerd door te
voeren en hiermee instellingen de gelegenheid te geven het stopzetten van de subsidie op een
andere wijze op te vangen. Vanaf 2012 vervalt deze tegemoetkoming.

9. Formatie DWI
De formatie van DWI is gekoppeld aan het klantenbestand. Dit betekent dat als het bestand
daalt er ook minder formatie nodig is, maar dit betekent ook dat bij een stijging van het bestand
een stijging van de formatie plaatsvindt.
Ons College verwacht op basis van prognoses dat het klantenbestand in 2011 wederom zal
stijgen en acht het op peil houden van de formatie van belang (circa 5000 klanten t.o.v. 2010).
Het ten laste van de rompbegroting opnemen van de extra lasten in 2011 is gezien het gebrek
aan structurele ruimte niet mogelijk. De extra formatie in 2011 is van belang vanwege het
stijgen van het klantenbestand, maar ook vanwege de forse verhoging van de taakstelling van
DWI voor reductie van het klantenbestand conform het programakkoord. Daarnaast wordt in
2011 substantieel bezuinigd op de re-integratiemiddelen (afwegingskader van € 63 miljoen) en
mogelijk volgt nog een extra rijksbezuiniging vanaf 2012.

Het voorstel is om evenals vorig jaar incidenteel middelen beschikbaar te stellen. De


achterliggende gedachte is hierbij dat voldoende formatie bij DWI de uitvoering dermate ten
goede komt, dat dit ook gunstig uitwerkt op de toekomstige tekorten op het Inkomensdeel van
de WWB. Hierbij is het van belang niet alleen te investeren in extra formatie maar ook in de
effectiviteit van klantmanagers om uitstroom te bevorderen. Ons College acht een incidenteel
bedrag van € 4 miljoen redelijk en stelt voor dit bedrag als prioriteit op te nemen in het
verdelingsvoorstel.

SP4 Structurele posterioriteiten

10. Reductie stelpost Werk


Deze posterioriteit is in overeenstemming met een deel van € 3.200.000 aan bezuinigingen
zoals benoemd in het programakkoord. Hiervan wordt in 2011 € 1.500.000 ingevuld door een
bezuiniging op de stelpost Werk. In 2012 wordt de bezuiniging verhoogd met € 200.000 tot
€ 1.700.000. Uit de stelpost werk worden activiteiten bekostigd op het gebied van re-integratie
die niet declarabel zijn uit het Participatiebudget, waaronder het Platform Arbeidsmarkt en
Onderwijs (PAO), kinderopvang en banenmarkten. In 2011 resteert in de stelpost werk na de
posterioriteit nog een beschikbaar budget van € 600.000 en vanaf 2012 resteert nog € 400.000.
De bezuiniging leidt er onder andere toe dat gekeken zal moeten worden naar de rol en
invulling van PAO. Daarnaast zal gekeken moeten worden naar compensatie voor of
aanpassing van kinderopvangkosten als ook voor dekking van overige niet declarabele
activiteiten zoals banenmarkten. Dit overwegende stelt ons College aan uw Vergadering voor
de structurele posterioriteit van € 1.500.000 op te nemen in het verdelingsvoorstel.

SP Budgetneutrale posterioriteiten

11. Taakstelling I-deel


Deze posterioriteit is in overeenstemming met de € 7.000.000 aan bezuinigingen voor 2011
zoals benoemd in het programakkoord. Met stevig re-integratie- en handhavingsbeleid dient
een verbetering in het I-deel te worden gerealiseerd (minder uitkeringen), die oploopt tot €
15.000.000 in 2014. Ten opzichte van het financieel meerjarenperspectief is gebleken dat het
tekort op de uitkeringslasten c.q. het I-deel minder groot is dan eerder geprognosticeerd. Ook
nu het budget voor Amsterdam door het Rijk met 10% lager is bijgesteld, zie tabel hieronder.
De bijstelling is voornamelijk het gevolg van een minder ongunstige raming van de werkloze
beroepsbevolking door het CPB.

Raadsdruk Begroting 2011 88


Bedragen x € 1 miljoen
Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting
2010 2010 2011 2012 2013 2014
Uitkeringslasten 585,4 528,5 589,4 625,1 633,9 633,7
Programakkoord 0 0,0 -7,0 -13,0 -14,0 -15,0
Dekking:
WWB I-deel 499,9 466,2 496,9 540,3 548,6 548,6
WWB aanvullend 10,9 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Overige inkomsten 23,8 23,2 24,5 24,5 24,5 24,5
Saldo tekort 50,8 39,1 61,0 47,3 46,8 45,6
Onttrekking reserve WWB -14,0 -2,1 -18,6 -2,3 -1,8 -0,6

Structurele tekort in IoH en 36,8 37,0 42,4 45,0 45,0 45,0


FMP

Daarnaast is het CPB ook bezig met een mogelijk aanpassing van de rekenregel die bepaalt
hoeveel compensatie de gemeenten krijgen voor de verslechterde conjunctuur. Deze
aanpassing kan mogelijk nadelige gevolgen hebben.

Ons College stelt aan uw Vergadering voor om de posterioriteit van € 7.000.000 op te nemen in
het verdelingsvoorstel met bovengenoemde risico als aandachtspunt. De posterioriteit is reeds
verwerkt in de ramingen van de uitkeringslasten 2011-2014 in de meerjarenbegroting en
derhalve opgenomen in de categorie budget neutrale posterioriteiten.

Raadsdruk Begroting 2011 89


Programma Zorg
Maatschappelijk effect
Ons College wil dat alle Amsterdammers, jong, oud, gehandicapt of niet, zelfstandig wonen
en participeren in de Amsterdamse samenleving. De bevordering en het behoud van de
gezondheid van alle Amsterdammers en de preventie van gezondheidsproblemen bij de
jeugd zijn belangrijke doelen.
De zorg is toegankelijk, kwalitatief goed en betaalbaar voor alle Amsterdammers.

1 Kerncijfers
Bedragen x € 1 miljoen Rekening Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting
2009 2010 2010 2011 2012 2013 2014

Totaal Programma
Lasten + 380,7 366,2 395,5 380,3 376,9 375,6 374,9
Baten - 203,4 171,4 133,4 141,0 141,0 141,0 141,0
Resultaat t.l.v. algemene 177,3 194,7 262,1 239,3 235,9 234,6 233,9
middelen voor mutaties
reserves
Toevoeging minus 4,5 - 12,3 - 30,3 - 2,2 - 0,8 0,0 0,0
onttrekking reserves
Resultaat t.l.v. algemene 181,8 182,4 231,7 237,0 235,0 234,6 233,9
middelen na mutaties
reserves
Saldo reserves 33,9 7,6 3,0 0,8 0,0 0,0 0,0
Saldo voorzieningen 6,7 6,1 6,4 7,2 7,2 7,6 7,9

Algemeen
In het Programma Zorg gaat in de Begroting 2011 € 380,3 miljoen aan lasten en € 141
miljoen aan baten om. Deze lasten en baten betreffen voornamelijk de GGD Amsterdam en
de Dienst Wonen Zorg en Samenleving (WZS).
Het begrote negatieve saldo in het programma Zorg bedraagt voor de Begroting 2011
€ 239,3 miljoen en wordt verklaard bij de twee subprogramma’s Maatschappelijke zorg en
Openbare gezondheidszorg.

2 Ontwikkelingen en beleidskaders

2.1 Pakketmaatregel AWBZ

Inleiding
Met ingang van 2009 is de AWBZ-pakketmaatregel ingevoerd; de maatregel betekent een
aanscherping van het beleid voor ondersteunende en activerende begeleiding. Het
onderscheid hiertussen is verdwenen en concreet mag AWBZ-gefinancierde begeleiding
alleen nog worden geboden voor het behoud of de bevordering van zelfredzaamheid en het
voorkomen van opname. De participatiedoelstelling verdwijnt daarmee uit de AWBZ. De
pakketmaatregel moet het rijk een jaarlijkse bezuiniging van € 800 miljoen opleveren. De
taken worden niet overgeheveld naar de gemeenten; de gedachte is dat de meeste mensen
zelfredzaam kunnen zijn of in eigen oplossingen zullen voorzien, dan wel geholpen kunnen
worden met bestaand (collectief) aanbod.

Gemeentelijke activiteiten
Specifiek in relatie tot de pakketmaatregel AWBZ heeft Amsterdam een aanpak ontwikkeld
die erop gericht is om mensen die echt ondersteuning nodig hebben niet tussen wal en schip
te laten vallen.

Raadsdruk Begroting 2011 90


De aanpak loopt langs een aantal lijnen:

1. Onderzoek naar aard en omvang van de problematiek


De grootste doelgroepen die de gevolgen van de pakketmaatregel ondervinden zijn burgers
met een psychiatrische grondslag en jongeren onder 18 jaar met een verstandelijke
beperking. Dementerenden en de zintuiglijk beperkten vormen de doelgroepen met de minste
aantallen.

2. Voorbereiden van een verdeelvoorstel voor de middelen vanaf 2011


In het eerste half jaar 2010 heeft het accent gelegen op het oplossen van gesignaleerde
lacunes in onder andere de dagopvang en ‘steun- en leuncontacten’ en van acute problemen.
Daarnaast wordt onder andere geïnvesteerd in vrijwillige inzet (buddies, maatjes),
mantelzorgondersteuning en het geschikt maken van algemene voorzieningen
(welzijnsaanbod, sportvoorzieningen, culturele activiteiten) voor mensen met beperkingen.
Verder zal een voorstel gedaan worden voor de aanpak van de structurele zorgvraag vanaf
2011.

Heroverwegingen langdurige zorg


Enige tijd geleden kwam het Heroverwegingsrapport Langdurige Zorg beschikbaar, dat door
een landelijke ambtelijke werkgroep is opgesteld om bezuinigingsmogelijkheden (20%)
binnen de AWBZ in kaart te brengen. In het heroverwegingsrapport worden vier scenario’s
beschreven:
1) AWBZ in huidige vorm behouden maar zeer fors versoberen, onder andere door de
subsidie aan MEE af te schaffen, begeleiding helemaal uit de AWBZ te halen, het eerste
half jaar verzorging voor eigen rekening te laten komen en wonen en zorg vergaand te
scheiden
2) scenario 1 + Stelselwijziging variant Eigen Regie  kort gezegd, ‘iedereen een
persoonsgebonden budget’, oftewel iedereen gaat zelf zorg inkopen
3) scenario 1 + Stelselwijziging Zorg dichtbij  intra- en extramurale verpleging en
verzorging, extramurale GGZ en gehandicaptenzorg naar gemeenten (totaal elf miljard).
Recht op zorg wordt vervangen door compensatieplicht. Er blijft een soort romp-AWBZ
over van € 5 miljard (voor intramurale gehandicaptenzorg en intramurale geestelijke
1
gezondheidszorg, uit te voeren door een ZBO /het rijk)
4) scenario 1 + Stelselwijziging Zorg verzekerd  groot deel AWBZ (€ 10 miljard) naar
verzekeraars

De G4 (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag) onderzoeken momenteel welk van de


vier scenario’s het meest gewenst is, of dat er wellicht behoefte is een ander, vijfde, scenario
voor te stellen.

2e fase Plan van Aanpak G4


De afgelopen vier jaar heeft de gemeente Amsterdam uitvoering gegeven aan het Plan van
Aanpak Maatschappelijke Opvang G4 en Rijk 2006-2013.
Rijk en G4 spraken in 2006 af, dat het plan in twee fases uitgevoerd zou worden. In de eerste
fase, tot en met 2010, richt de aandacht zich op daklozen. In de tweede fase meer op
preventie en herstel. Op 9 februari van dit jaar hebben rijk en G4 een intentieverklaring
getekend. Dit landelijk plan zal worden vertaald in een specifieke stedelijke aanpak, die onder
meer de volgende speerpunten zal bevatten.

Preventie:
 versterken van de al ontwikkelde Vroeg Er op Af methode
 ketenafspraken die zich richten op particuliere huiseigenaren
 nazorg detentie en nazorg na opname in GGZ/Jeugdinstelling steviger opzetten
 specifieke preventieprogramma´s opzetten voor mensen die dakloos zijn en geen
ernstige problematiek hebben
 andere routes naar dakloosheid opsporen en aanpakken

1
Een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) is een overheidsorganisatie die publieke taken uitvoert, maar niet direct
onder het gezag van een ministerie valt. De ministeriële verantwoording is weliswaar van toepassing, maar geldt niet
voor elk detail in het doen en laten van het ZBO.

Raadsdruk Begroting 2011 91


Maatschappelijke opvang:
 voltooien van de geplande uitbreiding van extra woon/opvangvoorzieningen
 versterken van de persoonsgerichte (keten)aanpak
 realiseren specifieke voorzieningen voor moeilijk plaatsbaren (waaronder mensen met
ernstige gedragsstoornissen)
 sluitende afspraken maken met jeugdzorg om te voorkomen dat jongeren in de opvang
komen
 sterk inzetten op doorstroom en uitstroom en – in het verlengde daarvan – afrekenen op
uitstroom in plaats van op bezetting

Herstel:
 bevorderen zelfstandig wonen van ex-daklozen
 inzetten op dagbesteding/participatie
 aansluiten op stadsdeelstructuur/lokale zorgnetwerken

Bovengenoemde speerpunten zullen vertaald worden in aangepaste doelstellingen voor de


komende jaren. Naar verwachting zal het landelijk plan in september-oktober vastgesteld
worden. De Amsterdamse vertaling zal in oktober/november 2010 aan uw Vergadering
worden voorgelegd.

Huiselijk geweld: Stelselonderzoek vrouwenopvang


Als gevolg van de notitie Beschermd en weerbaar van het ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (VWS) zijn landelijk extra structurele middelen beschikbaar voor de
uitbreiding van opvang voor slachtoffers van huiselijk geweld. Op dit moment loopt bij VWS
een zogeheten stelselonderzoek naar de financiering van de vrouwenopvang.
In de loop van 2010 zal duidelijk worden wat de uitkomsten van het stelselonderzoek zijn en
welke financiële middelen Amsterdam vanaf 2012 structureel zal ontvangen voor de opvang.
2011 wordt daarmee een overgangsjaar waarin Amsterdam zelf nog middelen moet
investeren om enkele nieuwe voorzieningen overeind te houden. Concreet gaat het dan om
het pilot mannenopvang en de opvang in het Leefkringhuis.

Verlaging decentralisatie-uitkering middelen Veiligheid & Leefbaarheid (V&L)


Bij het afsluiten van de GSB-III periode zijn de middelen voor Sociale Integratie en Veiligheid
in een decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds ondergebracht. Deze uitkering
(Veiligheid en Leefbaarheid) bedraagt in 2010 ruim € 15 miljoen. Ingaande 2011 wordt de
decentralisatie-uitkering voor Amsterdam door het rijk verlaagd tot ruim € 10 miljoen.
Ons College heeft tijdens zijn bespreking van de Begroting 2011 besloten de middelen in
2011 te verdelen volgens het principe van een gelijkblijvend aandeel. In de totale beschikbare
middelen komt dit voor Zorg neer op een bedrag van € 1,5 miljoen. Dit betekent een
structureel dekkingstekort van € 0,7 miljoen dat binnen de begroting Maatschappelijke
opvang zal worden opgevangen.

Wet ambulancezorg
In december 2008 is de nieuwe Wet ambulancezorg (Waz) aangenomen. Het doel van de wet
is om de kwaliteit, doelmatigheid en toegankelijkheid van de ambulancezorg te verhogen. Per
ingangsdatum van de Waz (2011 of 2012) wordt er per veiligheidsregio nog maar één
vergunninghouder voor de meldkamer en ambulancezorg toegestaan. Tevens is er in 2010
een nieuwe CAO ambulancezorg afgesloten, waardoor de arbeidsvoorwaarden voor het
personeel van alle ambulancevervoerders gelijkgeschakeld worden.
In het kader van de heroverwegingen is door de GGD onder andere aangegeven dat de
vergoeding voor de FLO (functioneel leeftijdsontslag) van het ambulancepersoneel zal stijgen
en daarmee het gemeentelijk aandeel kan dalen. Deze stijging zal middels de eerste
begrotingswijziging 2011 structureel worden opgenomen in de begroting.

Decentralisatie OKC-JGZ
Streven is dat in 2010 besluitvorming plaatsvindt om de uitvoering van het Basispakket
Ouder-en-Kind-Centrum (OKC), waaronder jeugdgezondheidszorg (JGZ), en de daaraan
verbonden financiële middelen per 1 januari 2011 te decentraliseren naar de stadsdelen. Dit,
met uitzondering van de onderdelen Vangnet Jeugd, Team Vroegtijdige Onderkenning en
Gezondheidsbevordering.

Raadsdruk Begroting 2011 92


3 Doelstellingen, activiteiten en financiën per subprogramma
3.1 Subprogramma Maatschappelijke zorg (inclusief maatschappelijke opvang voor
jongeren, ouderen, verslaafden)
3.1.1. Maatschappelijke zorg: Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?

Programakkoord 2010-2014

Doelstelling 1: Bevorderen keuzevrijheid, onder meer door verstrekking PGB’s


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Verhoogd PGB gebruik bij cliënten Percentage 1-6-2010 12 % 13 % 14% 15 %
individuele voorzieningen (HBH, PGB is
woningaanpassingen en 11%
vervoersvoorzieningen)

Minder bureaucratie (aanvragen, 1-6-2010


verantwoorden etc.) door: 1800 1400 1000
-lichtere verantwoordingsprocedure
% PGB met zware verantwoording

Doelstelling 2: Zorg bieden aan mensen die dak- of thuisloos zijn of dreigen te worden

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014

Aantal cliënten in de 50% (moet 1-1-2010 60% 70% 80% 90%


maatschappelijke opvang dat nog
minimaal 3 dagdelen per week geverifieerd
dagbesteding/arbeid heeft worden)

Overige doelstellingen

Doelstelling 3: Alle dak- en thuislozen een persoongericht aanbod en onderdak kunnen bieden
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
2
Aantal huisuitzettingen per jaar 1064 1-1-2005 606. (zie
voetnoot)

Doelstelling 4: Opvang en ondersteuning slachtoffers mensenhandel


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Aantal cliënten dat via het 100 1-1-2010 100 100 100 100
Amsterdams Coördinatiepunt
Mensenhandel (ACM) 24 uur per
dag binnen een integrale
ketenaanpak krijgt. (op jaarbasis
maken ongeveer 100 vrouwen en
kinderen gebruik van het ACM)

Doelstelling 5: Reduceren van aantal slachtoffers huiselijk geweld door preventie gericht op het voorkomen
van slachtofferschap
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Aantal huisverboden 21, gestart 17-04-2009 51 (per 21- 250 250 250
op 1 maart 04-2010)

2
In het kader van de tweede fase Plan van Aanpak 2011-2014 worden nieuwe afspraken tussen G4 en rijk gemaakt
gericht op de preventie van dakloosheid enerzijds en mensen onderdak houden die onder dak zijn gebracht
anderzijds. Voor de jaren 2012 en verder gelden de doestellingen die in het plan van aanpak tweede fase zijn
opgenomen.

Raadsdruk Begroting 2011 93


2009

% organisaties dat aangesloten is op 0 1-1-2009 100% 100% 100% 100%


meldcode

Doelstelling 6: Burgers kunnen volwaardig participeren door een samenhangend pakket van zorg-, woon- en
mobiliteitsvoorzieningen (de zgn. individuele Wmo voorzieningen)
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Tevredenheid burgers over Klanttevred 2009 >7 >7 >7 >7
(maatwerk, AOV, HbH) enheids-
onderzoek
Maatwerk
(jaarlijks)
met
rapportcijfer
7 tot 8
AOV en
HbH
(maandelijk
s) met
rapportcijfer
7 tot 8

3.1.2 Maatschappelijke zorg : Wat gaan we ervoor doen?

Doelstelling 1: Bevorderen keuzevrijheid, onder meer door verstrekking PGB’s


Bij alle individuele Wmo-voorzieningen bestaat inmiddels de keuze tussen Zorg in Natura
(ZIN) en een Persoonsgebonden Budget (PGB). Bij Hulp in de Huishouding (HbH) bestaat bij
ZIN de keuze tussen meerdere aanbieders. Voor hulpmiddelen is sinds de recente
aanbesteding keuze uit drie aanbieders mogelijk.

De keuzevrijheid zal verder bevorderd worden door betere informatie aan de cliënt, zodat hij
vooraf een heldere keuze kan maken tussen ZIN en PGB. Het aanvragen en de
verantwoording van de PGB brengt onvermijdelijke administratieve handelingen met zich
mee. De gemeente onderhandelt met het CAK om de gegevens over de eigenbijdrage eerder
voor de cliënten beschikbaar te krijgen (kan nu tot zes maanden duren). Er zal een lichtere
verantwoordingsprocedure opgesteld worden. Hierbij zal beleid ten aanzien van misbruik en
onregelmatigheid gehandhaafd blijven. Het van regeringswege aangekondigde experiment
met vouchers lijkt al op voorhand onhaalbaar, omdat deze werkwijze het aantal
administratieve handelingen juist vergroot.

Doelstelling 2: Zorg bieden aan mensen die dak- of thuisloos zijn of dreigen te worden
De gemeente subsidieert de instellingen voor maatschappelijke opvang en ambulante
verslavingszorg om producten op het gebied van opvang, begeleiding en dagbesteding te
leveren. De gemeente (WZS, DWI) koopt voor de gehele organisatie in bij
zorgverzekeraar/zorgkantoor zodat budgetten uit verschillende bronnen op basis van
gedeelde doelstellingen worden ingezet.
De gemeente voert regie op de ketenaanpak. Dat doet ze op cliëntniveau (veldregie) en op
beleidsniveau (waaronder financiering).

Kern van de nieuwe aanpak is dat de ketenaanpak van de afgelopen vier jaar geïntensiveerd
wordt’ in die zin dat de trajecten voortaan ook bestaan uit aanbod op het gebied van
dagbesteding (naast verblijf, inkomen en zorg) en dat cliënten over een langere periode
worden gemonitord. In de trajectplannen worden afspraken gemaakt over doorstroom en
uitstroom naar (begeleid) zelfstandig wonen, waarbij de instellingen voor maatschappelijke
opvang gebonden worden aan prestaties. De inhoud van die prestaties en de prestatie-
indicatoren worden nader uitgewerkt. Tot 2012 is de instroom hoger omdat voor er sprake
kan zijn van uitstroom eerst de stabiliteit van de cliënten moet worden verhoogd en ook
moeten de flankerende voorzieningen (uitkering, schuldhulpverlening et cetera) op orde zijn.
Ook zal pas in 2012 de volledige uitbreiding van de capaciteit gerealiseerd zijn. Na 2012 kan
de uitstroom hoger worden dan de instroom. Hierover worden concrete afspraken gemaakt.

Raadsdruk Begroting 2011 94


Doelstelling 3:Alle dak- en thuislozen een persoonsgericht aanbod en onderdak kunnen
bieden
De activiteiten richten zich in 2011 op:
 het realiseren, in samenwerking met diverse partijen, van de resterende 267 van de 480
extra opvangplaatsen
 het uitwerken van een vervolg op het plan van aanpak dat zich zal richten op preventie en
herstel van dakloosheid, in samenwerking met rijk en G4
 het regisseren dat voor 3800 dak- en thuislozen een trajectplan is/wordt opgesteld
waarvan 2/3 deel een stabiele mix van zorg/wonen/werk heeft
 het subsidie verlenen aan instellingen voor maatschappelijke opvang, verslavingszorg en
vrouwenopvang en het maken van kostprijsafspraken naast prestatieafspraken met deze
opvanginstellingen

Doelstelling 4: Opvang en ondersteuning slachtoffers mensenhandel


Het plan van aanpak voortkomend uit de beleidsnota Prostituee V/M 2008-2010 wordt
uitgevoerd en er wordt subsidie verleend aan diverse organisaties die zich bezighouden met
de opvang van slachtoffers van mensenhandel.

Doelstelling 5: Reduceren van aantal slachtoffers huiselijk geweld door preventie gericht op
het voorkomen van slachtofferschap
 De zes bestaande steunpunten worden omgevormd naar één stedelijk Steunpunt
Huiselijk Geweld Amsterdam (SHGA) als expertisecentrum en frontoffice voor de aanpak
huiselijk geweld.
Het aantal huisverboden is voor de collegeperiode 2010-2014 gesteld op 250 huisverboden
per jaar.

Doelstelling 6: Burgers kunnen volwaardig participeren door een samenhangend pakket van
zorg-, woon- en mobiliteitsvoorzieningen
Er worden voor de verbetering van de kwaliteit van de individuele Wmo-voorzieningen
conform het Raadsbesluit van 17 december 2009 voor de volgende voorzieningen een aantal
meerjarige pilots uitgevoerd binnen het reeds gereserveerde budget:
 AOV (Pilots in periode 2009-2010)
 Hulpmiddelen (Pilots in 2010)
 HbH (Pilots in periode 2009-2011)
 Uitbreiding Maatwerk (Geleidelijke uitbreiding in periode 2009-2012 van 200 naar 500
extra cliënten)
Deze pilots zullen moeten leiden tot meer diversiteit in voorzieningen en volumes waaronder
een basisvoorziening voor de meerderheid van de aanvragen in het AOV en HbH en
maatwerk voor complexe aanvragen.

Programakkoord 2010-2014

Het in het Programakkoord 2010-2014 geformuleerde beleid voor Maatschappelijke zorg


wordt in de nieuwe bestuursperiode op de volgende onderdelen voortgezet.

Indicatiesysteem voor zorg minder bureaucratisch


Van de veel aangevraagde AOV pas3 worden er 10.000 jaarlijks indicatievrij via een
beslisboom toegewezen. Voor indicatiestelling HbH bestaat het Amsterdamse model (17.000
indicaties). Er is een automatische beslisboom ontwikkeld voor HbH; bij één aanbieder wordt
deze uitgetest. (2.000 indicaties). Deze beslisboom zal door steeds meer partijen gehanteerd
worden. De beslisboom zal uitgerold worden over meerdere HbH aanbieders en ontwikkeld
worden voor woon- en vervoersvoorzieningen. Het aantal indicaties zal beperkt worden tot de
complexe zaken, waardoor het aantal indicaties bij het Wmo CIZ4 zal afnemen.

Ketenaanpak dementie wordt ontwikkeld

3
Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV) voor Amsterdammers van 65 jaar en ouder en voor Amsterdammers met een
handicap.
4 Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) beoordeelt of mensen recht hebben op AWBZ-zorg. Dit gebeurt op basis
van objectieve criteria, zodat de beoordeling overal in het land hetzelfde is.

Raadsdruk Begroting 2011 95


In Amsterdam wordt vanuit de AWBZ ketenzorg dementie opgezet. De Wmo is hier geen
onderdeel van, terwijl de Wmo-voorzieningen een goede basis zijn in met name de beginfase
van dementie. De centrale stad zal met relevante stedelijke partners (zorgverzekeraar,
zorgkantoor, aanbieders) afspraken maken over de afstemming tussen de
verantwoordelijkheden vanuit de AWBZ, de Zorgverzekeraars en de Wmo binnen de keten.
Uitvoering van de Wmo-bijdrage in de keten ligt voornamelijk bij de stadsdelen. Hierover
zullen met de stadsdelen afspraken worden gemaakt in het bestuursakkoord.

Prostituees worden beschermd tegen gezondheidszorgrisico’s, hun positie wordt versterkt en


zij worden ondersteund met programma’s rond uitstappen
Om het beleid naar verschillende sectoren in de prostitutiebranche en naar de hele stad te
kunnen uitbreiden, is naast uitbreiding van het aantal toezichthouders (verantwoordelijkheid
OOV), een uitbreiding nodig van de capaciteit van het Prostitutie- en gezondheidscentrum
5
P&G292 . Vanuit P&G292 vindt coördinatie plaats in de keten voor het zorgaanbod aan
prostituees. Eén van de onderdelen is het uitstapprogramma dat zich richt zich op
weerbaarheidtraining, loopbaanbegeleiding, psychosociale ondersteuning,
schuldhulpverlening en het vinden van passende woonruimte. De aanpak is succesvol en
wordt momenteel voor het grootste deel gefinancierd uit een bijdrage van het rijk, de
zogenaamde RUPS-gelden. Het eerste deel van deze financiering eindigt op 1 januari 2011.
Om het uitstapprogramma te kunnen voortzetten is een prioriteit nodig.
Het programakkoord formuleert geen uitbreidingsambities op het onderwerp Opvang en
begeleiding van slachtoffers mensenhandel‘. De bestaande opvang en hulpverlening worden
gecontinueerd.

Er is een expertisecentrum voor slachtoffers Huiselijk Geweld met extra aandacht voor
kinderen die getuige zijn geweld binnen de privé sfeer
Een goed functionerende infrastructuur is nodig om het hele systeem (plegers, slachtoffers,
getuigen) van de juiste hulp te kunnen voorzien en om in een zo vroeg stadium meer schade
te voorkomen. Om meer efficiency en effectiviteit te bereiken, worden de zes bestaande
steunpunten omgevormd naar één stedelijk Steunpunt Huiselijk Geweld Amsterdam (SHGA)
om zowel de professionaliteit als de samenwerking (onder andere met politie en justitie) te
verbeteren. Het SHGA gaat ook functioneren als expertisecentrum. Door meer samenhang in
de aanpak worden ook de kleinere risicogroepen bereikt. Met de politie worden (waar
mogelijk dwingende) afspraken gemaakt om het aantal huisverboden omhoog te brengen. Als
doelstelling wordt 250 huisverboden per jaar gehanteerd. Alle protocollen Signaleren en
melden van huiselijk geweld en kindermishandeling worden al opgesteld volgens de vereisten
van het basismodel meldcode, dat vooruitlopend op de nieuwe wet6, in december 2009 door
VWS alvast bekend werd gemaakt zodat de praktijk daar zijn voordeel mee kan doen. Binnen
de stedelijke aanpak huiselijk geweld zijn of worden specialisaties ontwikkeld (zoals
eergerelateerde geweld, aanpak jeugdige plegers, verborgen vrouwen).

N.B. groeicijfers in de ambulante hulpverlening kunnen mogelijk leiden tot beroep op extra
middelen, omdat deze uitgaan boven de nu beschikbare capaciteit. Voor het
implementatietraject, tijdelijk huisverbod en uitbreiding opvangplaatsen is een prioriteit nodig.

5
P&G292 staat voor prostitutie en gezondheidscentrum, 292 duidt op het adres van het centrum, dat is gevestigd
aan de Nieuwezijds Voorburgwal 292.
6
Naar verwachting treedt de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in het voorjaar van 2011 in
werking.

Raadsdruk Begroting 2011 96


3.1.3 Maatschappelijke Zorg: Wat mag het kosten?
Bedragen x € 1 Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting
miljoen 2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten + 247,2 269,1 242,3 240,7 240,2 239,6
WMO 97,6 106,8 100,1 100,1 100,1 100,1
MO 73,2 80,8 64,7 64,0 64,0 64,0
Overig 74,2 79,5 75,5 74,6 74,1 73,5
Boedelbeheer 1,1 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0
pensionontruiming / 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3
inkomensbeheer
uitvaarten 0,8 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7
Baten - 85,5 59,3 26,1 25,4 25,4 25,4
WMO 8,8 8,9 8,9 8,9 8,9 8,9
MO 49,9 8,3 0,0 ,00 0,0 0,0
Overig 26,1 41,4 16,5 15,8 15,8 15,8
Boedelbeheer 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
pensionontruiming / 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
inkomensbeheer
uitvaarten 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7
Saldo 163,2 170,2 207,6 216,2 215,2 214,8

Dit subprogramma omvat ook Boedelbeheer, Pensionontruimingen en Inkomensbeheer en


uitvaarten. In de bovenstaande tabel wordt specifiek de ontwikkeling van deze budgetten voor
de baten en lasten weergegeven. De mutaties worden verklaard door de nominale
ontwikkeling en afronding.
De bedragen voor Wmo zijn de bedragen die in de begroting zijn opgenomen en worden
betrokken bij de scenario’s. Deze ruim € 100 miljoen aan lasten is opbebouwd uit de: HbH,
AOV, Woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen, Wmo-indicaties en de sociale
alarmeringen. De beheerskosten voor Wmo en de AWBZ-pakketmaatregel zijn hierbij buiten
beschouwing gelaten.

Actualisatie 2010
Het saldo Van de Actualisatie 2010 ten opzichte van de Begroting 2010 stijgt met € 7 miljoen.
Deze stijging van het saldo is te verklaren uit de meerkosten alphahulpen (€ 3 miljoen),
binnen de maatschappelijke opvang, de verlaging van de baten ‘grensstrook’ middelen
(€ 3,15 miljoen) en een aantal kleine wijzigingen. Tevens laat de actualisatie een tekort op de
Wmo-begroting zien, dat grotendeels wordt gevormd door de fluctuaties in de
openeinderegelingen en meerkosten Wmo-ict. Deze overschrijding zal voor een deel binnen
de Wmo-begroting c.q de egalisatiereserve worden opgevangen. Voor de compensatie
AWBZ-maatregel is in 2010 € 8,4 miljoen (€ 6,23 miljoen 2010, reserve € 2,18 miljoen)
beschikbaar. Naar verwachting zal het overgrote deel van de reserves volledig onttrokken
worden voor een bedrag van € 25 miljoen, waaronder de egalisatie reserve voor € 10,7
miljoen, de reserve investeringen Maatschappelijke Opvang € 6,8 miljoen. Voor de
maatschappelijke opvang zijn de baten met € 42,8 miljoen verlaagd doordat de specifieke
uitkering een decentralisatie uitkering is geworden, waarmee de baten in het gemeentefonds
zitten.

Overige mutaties Actualisatie 2010


Veiligheidsmiddelen, aandeel DWZS + € 2,2 miljoen
Indicatiestelling jeugd en 50% prio nazorg detentie aan de GGD -/- € 0,3 miljoen
50% Prio nazorg detentie aan DMO -/- € 0,1 miljoen
Ministerie van justitie nazorg detentie + € 0,8 miljoen
Kleine wijzigingen en nominaal -/- € 0,8 miljoen
Totaal + € 3,0 miljoen

Raadsdruk Begroting 2011 97


Begroting 2011
Het verschil in saldo van de algemene dienst tussen de Actualisatie 2010 en de Begroting
2011 is € 37,4 miljoen, inclusief reserves en voorzieningen. Dat wordt onder andere verklaard
door het opnemen van de baten voor de vrouwenopvang (€ 7.5 miljoen) in het
gemeentefonds,en het niet opnemen van de meerkosten voor de alphahulpen ( € 3 miljoen) in
de Begroting 2011.Ons College heeft besloten voor de AWBZ-pakketmaatregel € 6,23 miljoen
structurele middelen beschikbaar te stellen die reeds verwerkt zijn in de Begroting 2011 (zie
verdelingsvoorstel). Het saldo lijkt hiermee in 2011 te stijgen maar dit komt mede doordat bij
de actualisatie de baten maatschappelijke opvang in het gemeentefonds zijn opgenomen en
in 2011 vrijwel geen onttrekkingen aan reserves en voorzieningen geraamd zijn. Het
resterende saldoverschil wordt onder andere verklaard door de volgende mutaties.

Overige mutaties Begroting 2011


Zwerfjongen naar DMO -/- € 6,3 miljoen
Incidentele prioriteiten -/- € 1,0 miljoen
7
Extra middelen maatschappelijke opvang + € 1,5 miljoen
8
Minder veiligheidsmiddelen -/- € 0,7 miljoen
Diverse kleine wijzigingen en nominaal -/- € 0,8 miljoen
Totale mutaties romp -/- € 7,3 miljoen

Overige ontwikkelingen

Wmo
De gemeente voert de Wet maatschappelijke opvang (Wmo) al een aantal jaren uit. Binnen
de Wmo is er altijd een risico aanwezig inzake de openeinde regelingen. Met openeinde
regelingen is moeilijk in te schatten hoe groot het daadwerkelijke beroep op de regelingen zal
zijn. De egalisatiereserve dient ervoor deze fluctuaties binnen de openeinde regelingen op te
vangen. Afgelopen jaren was er een forse onderbesteding te zien binnen de Wmo. Echter,
vanaf 2010 laat de Wmo, en daarmee de Wmo-openeinderegelingen, een forse
overschrijding zien die zonder ingrijpen structureel zal zijn. Bij de vaststelling van de
begroting heeft ons College besloten dat een aantal scenario’s uit te werken waarbij het tekort
op de Wmo-begroting en de egalisatiereserve betrokken wordt.

Vanwege een wetswijziging met betrekking tot de alphahulpen, worden de kosten hoger.
Deze kosten zijn in 2010 geraamd op € 3 miljoen en vanaf 2011 op € 4,5 miljoen. In het
verdeelvoorstel is de dekking voor deze meerkosten incidenteel opgenomen. De structurele
dekking voor deze meerkosten zullen worden betrokken bij de uitwerking van de scenario’s.

Maatschappelijke opvang
9
Het Cebeon heeft een nieuwe verdeelsystematiek voor de maatschappelijke opvang
ontwikkeld. Verder heeft het rijk middelen voor specifiek maatschappelijke opvang (de
zogenoemde ‘grensstrook’ middelen) uit het gemeentefonds gehaald. Deze middelen
declareert de GGD bij de zorgverzerkeraar. Daarmee kan WZS zijn hogere lasten op zijn
begroting handhaven. De baten zijn daarmee verlaagd in het gemeentefonds en verhoogd op
de begroting van de GGD. In 2010 gaat het om een totaal bedrag van € 3,15 miljoen en in
2011 € 2,25 miljoen.

Per 1 januari zijn de Dienst Wonen (DW) en de Dienst Zorg en Samenleven (DZS) gefuseerd
tot de dienst Wonen, Zorg en Samenleven (WZS). Bij het samenvoegen van beide
apparaatbegrotingen is kritisch gekeken naar de wijze van doorbelasting. Dit heeft als gevolg
dat er een systeemwijziging is doorgevoerd. De doorbelasting van het Zorggedeelte is niet
langer gebaseerd op de herkomst van middelen maar op de personele en materiele kosten
van het werkelijk aantal fte dat werkzaam is ten behoeve van de verschillende beleidsvelden.
Dit heeft tot saldoneutrale wijzigingen binnen de begroting WZS geleid.

7
extra middelen maatschappelijke opvang zijn gebaseerd op de prognose van het Cebeon.
8
raming veiligheidsmiddelen in 2011 is gebaseerd op een proportionele verdeling van de beschikbare middelen
conform de verdeling van 2010. DWZS heeft voor het volledige bedrag in 2011 kosten geraamd en daarmee een
tekort aan beschikbare middelen van € 0.7 miljoen. Dit tekort zal binnen de begroting DWZS maatschappelijke
opvang gecompenseerd worden.
9
Centrum Beleidsadviserend Onderzoek

Raadsdruk Begroting 2011 98


3.1.4 Subprogramma: Wat zijn de risico’s en beheersmaatregelen bij det programakkoord
doestellingen?

Openeindregelingen individuele Wmo-verstrekkingen


Binnen het Programma Zorg is er een risico aanwezig rond het openeinde karakter van de
specifieke uitgaven. Vooraf is niet met zekerheid aan te geven hoeveel mensen een beroep
zullen doen op bepaalde voorzieningen. Wel wordt getracht dit zo goed mogelijk in te
schatten door trendanalyses en extrapolaties. De omzet wordt op maandelijkse basis
gemonitord en geprognosticeerd. Desondanks blijft onzekerheid blijft bestaan over de vraag
hoe de groei van het aantal aanvragen zich zal ontwikkelen.

Belangrijke groeifactoren bij de openeindregeling zijn het effect van beleid, gericht op een
steeds verder gaande extramuralisering van zorg en een toename van de zorgvraag vanuit
andere doelgroepen. Kort gezegd: de Amsterdammer heeft de weg naar de Wmo en naar
hulp steeds beter gevonden.

De prognose van de groei 2010-2011 laat bij Hulp bij huishouden (HbH)een substantiële
toename zien. Deze toename is niet toe te schrijven aan een groei van het aantal
hulpvragers, maar komt vooral door een aanzienlijke verbetering van de inzet van personeel
bij de zorgaanbieders, omdat het personeelstekort bij deze organisaties grotendeels is
opgelost.
Daarnaast is er ook bij de zorgaanbieders sprake van kostenverhoging voor HbH, omdat de
alfahulpen per 1 januari 2010 in loondienst kunnen komen bij de zorgaanbieder. Dit leidt tot
hogere werkgeverslasten, die in de prijzen doorberekend worden. Deze ontwikkelingen leiden
tot een forse overschrijding van de Wmo-begroting. Deze overschrijding op de Wmo-
begroting zal ten laste komen van de egalisatiereserve.

WMO-ICT
WZS (voorheen DZS) is in 2006 begonnen met het ontwikkelen van een Wmo-ict systeem.
Regelmatig rapporteert WZS aan uw Vergadering over de voortgang en ontwikkeling van het
systeem. In 2009 heeft uw vergadering een tweede krediet beschikbaar gesteld. De huidige
verwachting is dat dit aanvullende krediet niet voldoende is om alle ontwikkelkosten te
dekken. Bij de vaststelling van de begroting heeft ons College besloten dat beoogde
meerkosten, risico en aanvullend businessplan betrokken wordt bij de uitwerking van de
scenario’s Wmo

3.2.1 Openbare gezondheidszorg : Wat gaan we ervoor doen?


Programakkoord 2010-2014

Doelstelling 1: Alle meldingen bij Vangnet jeugd rond jeugdigen met problemen en Multi Probleem Gezinnen
(MPG’s) worden zo snel mogelijk opgevolgd

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014


Wachttijden vangnet jeugd
− Percentage dat er na melding
op werkdagen binnen 24 uur 100% 2009 100% 100% 100% 100%
wordt bepaald of VJ deze
melding aanneemt of
− Percentage aangemelde cliënte 85% 2009 90%11 95%2 100%2 100%2
n dat binnen 2 weken in
behandeling is genomen door
VJ
10

10
Wachttijden zijn een indicatie voor de toegankelijkheid van openbare gezondheidszorg. Optimale toegankelijkheid
speelt een rol bij en vroegtijdige signalering.
11
Toelichting: Het behalen van deze streefdoelen is afhankelijk van het al dan niet doorzetten van de trend van
toename aantal meldingen (tot nu toe 2010 t.o.v. 2009 ca. 15%); de te behalen winst van onze eigen bedrijfsvoering
en mogelijkheden om tot formatie-uitbreiding over te gaan indien nodig

Raadsdruk Begroting 2011 99


Doelstelling 2: Om misbruik van softdrugs en alcohol het hoofd te bieden, hanteren wij een actief
voorlichtingsbeleid over verantwoord alcohol- en drugsgebruik

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014


Aantal deelnemende scholen in het
onderwijs dat mee doet aan:

'De Gezonde School en 40 2007/2008 52 52 52 52


Genotmiddelen' (VO).

Alcoholpreventie basisonderwijs 15 2007/2008 15 15 15 15


(bao).

Rooksignaal (bao). 30 klassen 2007/2008 30 kl 30 kl 30 kl 30kl

Actie Tegengif/Smoke Alert (VO) 25 2007/2008 30 30 30 30


(150 a 180
klassen)

Doelstelling 1: Alle meldingen bij Vangnet jeugd rond jeugdigen met problemen en Multi
Probleem Gezinnen (MPG’s) worden zo snel mogelijk opgevolgd
De GGD afdeling Vangnet Jeugd houdt zich bezig met Amsterdamse kinderen die mogelijk in
hun ontwikkeling worden bedreigd. Het doel daarvan is tijdig in te kunnen grijpen in een
bedreigende situatie, zodat kinderen de zorg krijgen die ze nodig hebben. Op die manier
wordt voorkomen dat ze ontsporen.
Vangnet Jeugd zoekt de gezinnen op, brengt hun situatie in kaart en stelt vast welke hulp
nodig is. Daarna wordt de juiste hulpverleningsinstantie ingeschakeld.

Doelstelling 2: Om misbruik van softdrugs en alcohol het hoofd te bieden, hanteren wij een
actief voorlichtingsbeleid over verantwoord alcohol- en drugsgebruik
Het aantal deelnemende scholen is een indicatie voor een al dan niet succesvol bereik op
scholen. Er zijn 69 scholen voor voortgezet onderwijs in Amsterdam die in aanmerking komen
voor De Gezonde School en Genotmiddelen. Als 75% van deze scholen deelneemt zijn 52
scholen bereikt, en dat is conform het streefgetal voor de afgelopen jaren en de bijbehorende
financiering.
In schooljaar 2008/2009 waren 52 scholen betrokken bij het project, waarvan er 43
daadwerkelijk activiteiten hebben uitgevoerd. Dat betekende over het algemeen dat in elk
geval de preventielessen werden gegeven. De docenten geven deze lessen zelf en krijgen
daarvoor bijscholing (dat jaar op vijftien scholen). Bovendien werden op tien scholen speciale
ouderavonden georganiseerd.

Programakkoord 2010-2014

Het in het Programakkoord 2010-2014 geformuleerde beleid voor Openbare


Gezondheidszorg wordt in de nieuwe bestuursperiode op de volgende onderdelen voortgezet.

Het bespreekbaar maken van dilemma’s en taboes in de zorgsfeer


De activiteiten richten zich op:
 betrekken van de zelforganisaties, waar mogelijk, professioneel, bijvoorbeeld bij
methodiek ontwikkeling. We gaan uit van eigen kracht
 betrekken en inzetten van alle ambassadeurs Stille Dilemma’s
 alle bovengenoemde acties kunnen, afhankelijk van de resultaten en middelen, uitgerold
worden over andere stille dilemma’s binnen de portefeuille Zorg

Tijdig onderkennen van geestelijke gezondheidsproblemen (waaronder LVG en


psychosociale problematiek) en het realiseren van wijkgerichte structuren gericht op
kwetsbare personen
Op dit moment zijn er geen aantallen niet herkende LVG’s bekend; absolute aantallen zijn
dus niet te geven. Eind 2009 is een start gemaakt met een pilot waarbij +/- 1200
basisscholieren gescreend worden op aanwezigheid van psychosociale problemen. Hiertoe is
in 2010 op vijf scholen een leerlingvolgsysteem psychosociale problematiek
geïmplementeerd. Binnen dit systeem vullen leerkrachten voor elk kind jaarlijks een korte

Raadsdruk Begroting 2011 100


screeningslijst (SDQ12) in. Naar verwachting zullen zo’n 200 kinderen opgespoord worden
met (beginnende) psychosociale problematiek. Vervolgens zal de Jeugdgezondheidszorg in
overleg met de school bepalen of nadere diagnostiek nodig is (onderzoek op indicatie,
eventueel met behulp van screeningslijsten) en of en zo ja welke (preventieve) zorg voor
deze kinderen geïndiceerd is.

3.2 Openbare gezondheidszorg: Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1 miljoen Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting


2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten + 119,4 127,6 138 136,2 135,7 123,3
Baten - 98,8 105,6 117,1 116,4 115,6 115,6
Saldo 20,6 22,0 20,9 19,8 19,8 19,7

Actualisatie 2010 en Begroting 2011


Voor het subprogramma Openbare gezondheidszorg neemt het saldo in de Actualisatie 2010
toe naar € 22 miljoen. In de Begroting 2011 daalt het saldo ten opzichte van de Actualisatie
2010 met € 1,1 miljoen. Het Subprogramma Openbare gezondheidszorg omvat
jeugdgezondheidszorg, spoedeisende medische hulp, infectieziektebestrijding, openbare
geestelijke gezondheidszorg, onderzoek en gezondheidsbevordering en gezondheidsbeleid,
milieu en gezondheid, algemene gezondheidszorg en overige activiteiten. De tabel hieronder
geeft de baten en lasten van deze specifieke onderwerpen weer.

Bedragen x € 1 miljoen Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting


2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten +
119,3 127,6 138,0 136,2 135,4 135,3
Spoedeisende medische hulp 20,2 20,1 19,6 19,3 19,3 19,3
kapitaallasten van verstrekte
geldleningen Stichtingen
Slotervaartziekenhuis/ Poort/
Sarphatishuis 0,2 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3
Infectieziekten 30,8 30,6 32,6 32,6 32,4 32,4
Onderzoek
gezondheidsbevordering/ - beleid 7,4 10,2 10,4 9,0 9,0 9,0
Milieu en Gezondheid 4,2 4,3 4,3 4,3 4,3 4,3
Algemene gezondheidszorg 3,5 3,4 3,9 3,9 3,9 3,9
Overige activiteiten GGD 6,6 6,6 4,0 4,6 4,0 4,0
Jeugdgezondheidszorg
46,4 51,7 62,8 62,2 62,2 62,2
Baten -
-98,8 -105,6 -117,1 -116,4 -115,6 -115,6
Spoedeisende medische hulp -17,2 -18,1 -16,6 -16,6 -16,6 -16,6
kapitaallasten van verstrekte
geldleningen Stichtingen
Slotervaartziekenhuis/ Poort/
Sarphatishuis -0,2 -0,3 -0,3 -0,3 -0,3 -0,3
Infectieziekten -26,7 -26,4 -28,9 -28,9 -28,9 -28,9
Onderzoek
gezondheidsbevordering/ - beleid -3,4 -3,4 -4,5 -4,5 -4,5 -4,5
Milieu en Gezondheid -3,0 -2,9 -3,0 -3,0 -3,0 -3,0
Algemene gezondheidszorg -2,8 -2,8 -3,3 -3,3 -3,3 -3,3
Overige activiteiten GGD -4,1 -4,1 -2,3 -2,3 -2,3 -2,3
Jeugdgezondheidszorg
-39,8 -41,1 -56,9 -56,9 -56,9 -27,8
Mutaties in reserves -1,5 -6,5 -1,5 -0,8 -0,0 -0,0
Saldo
20,6 22,0 20,9 19,8 19,8 19,7

12
Strengths and Difficulties Questionniare (SDQ) instrument voor opsporen psychosociale problemen bij jeugd

Raadsdruk Begroting 2011 101


Ten opzichte van de Begroting 2010 neemt het saldo van de Actualisatie 2010 binnen het
subprogramma Openbare gezondheidszorg toe met € 1,4 miljoen. Dit wordt grotendeels
veroorzaakt door budgetoverheveling van DMO naar onderzoek gezondheidsbevordering en
beleid. De daling van het saldo in de Begroting 2011 ten opzichte van de Actualisatie 2010 is
het gevolg van het terugdraaien van incidentele posten 2010.

4 Reserves, voorzieningen, investeringen

Bedragen x € 1 Stand Verwachte Verwachte Verwachte Stand Stand Stand Stand


miljoen Ultimo mutaties stand mutaties Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo
2009 2010 ultimo 2011 2011 2012 2013 2014
2010

+ -/- + -/-
Reserves
Reserve AWBZ- 2,2 0,0 2,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
pakketmaatregel
Amsterdam voor 0,4 0,0 0,4 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Elkaar aanvragen
Maatschappelijke 0,4 0,0 0,4 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
dienstverlening
thuiswonenden
ouderen
Reserve armoede 0,4 0,0 0,4 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Tang gelden -
chronische zieken
HAG 0,3 0,0 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
(Prostitutiecentru
m)
Mantelzorg 0,3 0,0 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Vakantiegeld 0,2 0,0 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
(DWZS)
Overgewicht 4-12 0,0 0,4 0,0 0,4 0,0 0,4 0,0 0,0 0,0 0,0
jarigen/
Toeleiding
kinderen 0-19 met
overgewicht
SDQ 5-10 jaar 0,0 0,2 0,0 0,2 0,0 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0
Leraren
Sociale 0,0 0,4 0,0 0,4 0,0 0,4 0,0 0,0 0,0 0,0
competentietraini
ngen Taakspel
Suicidepreventie 0,0 0,1 0,0 0,1 0,0 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0
van Wiechen 0,0 0,1 0,0 0,1 0,0 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0
Research en 3,0 0,0 2,0 1,0 0,0 0,4 0,6 0,0 0,0 0,0
Development
Omvangrijke en 0,2 0,0 0,0 0,2 0,0 0,0 0,2 0,0 0,0 0,0
niet jaarlijks
terugkerende
kosten (GGD)
WMO 10,8 0,0 10,8 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
egalisatiereserve
Reserve 6,8 0,0 6,8 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Investeringen
Maatschappelijke
Opvang (MO)
WMO Pilots en 2,7 0,0 2,7 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Kwaliteitsverbeteri
ng open-einde
regelingen
Vakantiegeld 2,2 0,0 2,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
(GGD)
Reserve Geweld 0,8 0,0 0,8 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
achter de
Voordeur
Samen Starten 0,7 0,0 0,7 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Reserve Sport 0,6 0,0 0,3 0,2 0,0 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0
Jeugd (GGD)
WW-uitkeringen 0,6 0,0 0,5 0,1 0,0 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0

Raadsdruk Begroting 2011 102


(GGD)
Eergeweld, 0,2 0,0 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
begeleiding en
opvang
slachtoffers
Kidos SO 0,2 0,0 0,1 0,1 0,0 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0
Ontbijt en Lunch 0,2 0,0 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Schoolgaande
Jeugd
Reserve 0,2 0,0 0,1 0,1 0,0 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0
Voeding/Bewegen
volwassenen
WW en 0,2 0,0 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
reïntegratie
(DWZS)
Friends 0,1 0,0 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
GGZ-Preventie 0,1 0,0 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Reserve 0,1 0,0 0,1 0,1 0,0 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0
Tienerzwangersc
happen (GGD)
Vergoeding 0,1 0,0 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
experiment
woningaanpassin
gen
mantelzorgers
Voorzorg 0,1 0,1 0,1 0,1 0,0 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0
Totaal reserves 34,1 1,3 32,3 3,1 0,0 2,3 0,8 0,0 0,0 0,0

Nieuwe reserves
Het voornemen is de nieuwe reserves bij de jaarrekening 2010 te besluiten. Deze zullen in de
9-maandrapportage worden opgenomen.

Sociale competentietrainingen Taakspel € 0,42 miljoen


Taakspel is een universele, klassikale interventie ter preventie van gedragsproblemen waarbij
leerlingen, door middel van een spel leren zich beter aan de klassenregels te houden. Doel is
het bevorderen van taakgericht gedrag bij kinderen, het verminderen van regelovertredend
gedrag en het bevorderen van een positief onderwijsklimaat. Dit project loopt vanaf 2008 tot
en met 2011. In 2010 wordt er € 0,42 miljoen toegevoegd aan de reserve, dit zal in 2011
onttrokken worden.

Overgewicht 4-12 jarigen/Toeleiding kinderen 0-19 met overgewicht € 0,42 miljoen


In 2010 is er eenmalig een prioriteit van € 0,5 miljoen toegekend voor het tegengaan van
overgewicht bij jongeren. Het doel van deze prioriteit is het stimuleren van beweging en
preventie van overgewicht bij basisschoolkinderen in sociale en economische
achterstandswijken in Amsterdam in samenwerking met de stadsdelen, sportverenigingen,
JGZ, schoolbegeleidingsdienst en diëtisten. In 2010 wordt hiervan € 0,08 miljoen uitgegeven.
€ 0,42 miljoen wordt aan de reserve toegevoegd en in 2011 weer onttrokken. Het betreft hier
een activiteit die schooljaargebonden is.

Suïcidepreventie € 0,06 miljoen


Het doel van deze prioriteit is te komen tot een concreet plan van aanpak ter vermindering
van suïcide en suïcidaliteit in Amsterdam. Het uiteindelijke doel is om met de uitvoering
hiervan sterfte aan suïcide in Amsterdam ook daadwerkelijk te reduceren. Deze prioriteit is in
de loop van 2010 gestart.
In 2010 wordt € 0,06 miljoen aan de reserve toegevoegd, die in 2011 weer onttrokken wordt.

SDQ 5-10 jaar leraren € 0,15 miljoen


Het betreft de start van een pilot van de leerkrachtenversie van SDQ (Strength and difficulties
Questionairy), een instrument voor het vroegtijdig opsporen van psychosociale problemen in
de leeftijdscategorie van 5 tot 10 jaar. Deze middelen zullen in 2011 worden besteed.

‘V. Wiechen’ € 0,1 miljoen


Deze reserve is gevormd door overgang van andere software door KIDOS (digitaal
kinderdossier) is aanpassing van deze functionaliteit ontstaan. Deze middelen worden in
2011 besteed.

Raadsdruk Begroting 2011 103


Te handhaven reserves

Research en development
Het saldo van deze reserve bedraagt ultimo 2009 € 3 miljoen. In 2010 wordt naar verwachting
€ 1,97 miljoen onttrokken. In 2011 wordt € 0,41 miljoen onttrokken. In 2012 is deze reserve
naar verwachting volledig besteed. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat er geen rekening
is gehouden met eventuele inkomsten uit de B-taken. Deze reserve wordt gevoed door
gedeeltelijk toevoeging van het resultaat (20%) op B-taken (onderzoeksprojecten,
streeklaboratorium en dierplaagbeheersing) en wordt ingezet voor projecten om de kennis en
kwaliteit van GGD op peil te houden. Het saldo van de reserve is belegd in projecten welke
de komende jaren worden uitgevoerd (sommige projecten duren enkele jaren). Door de GGD
is aangegeven dat het resultaat op deze taken de komende jaren minder positief zal zijn dan
de afgelopen jaren.

Omvangrijke en niet jaarlijks terugkerende kosten


Het Streeklaboratorium wil een BSL3 (Bio safety level 3) laboratorium inrichten om aan de
veiligheidseisen te blijven voldoen die aan bepaalde werkzaamheden gesteld worden.
Continuïteit van diagnostiek is onmisbaar voor de klantenbinding. Om deze continuïteit te
waarborgen gedurende toekomstige verbouwingen kan een frictieruimte nodig zijn of moet
diagnostiek uitbesteed worden. De extra kosten kunnen afgedekt worden met deze reserve.

Wmo Egalisatie reserve


De Wmo-egalisatiereserve dient ervoor mogelijk onvoorspelbare effecten van de
openeinderegelingen binnen de Wmo te kunnen opvangen. De Wmo egalisatie reserve zal
naar verwachting in 2010 voor een groot deel onttrokken worden. Een deel wordt onttrokken
door het te verwachte tekort in 2010. Het andere deel € 6 miljoen wordt onttrokken als
posterioriteit ‘vrijval Wmo reserve’ zoals besloten bij de Begroting 2010. Met deze
onttrekkingen komt de egalisatie vrijwel op 0. Dit is een groot risico, omdat nu de fluctuaties
vanuit de openeinde regelingen in 2011niet kunnen worden opgevangen.. Dit risico is extra
groot wegens het grote structurele tekort op de Wmo-begroting.

WW Uitkeringen
Deze reserve is gevormd ter dekking van de kosten van de herstructurering van het
wachtgeldfonds, waartoe ons College in 2002 besloot. Toevoeging vanuit de exploitatie is per
1 januari 2009 niet meer mogelijk. Onttrekking betreft de uitkeringen plus de kosten van de
uitvoering voor WW en Wachtgeld. Deze reserve zal met ingang van 2011 volledig besteed
zijn.

Af te wikkelen reserves

De volgende reserves worden naar verwachting in 2010 en 2011 volledig besteed:


 AWBZ-pakketmaatregel: Deze reserve is bij de Jaarrekening 2009 ingezet om de
effecten van de rijksbezuiniging op de AZWB op te vangen. In dit bedrag zit zowel het
deel voor de ‘centrale stad’ als voor de ‘stadsdelen’. Naar verwachting zal de hele
reserve in 2010 worden besteed.
 Maatschappelijk dienstverlening thuiswonende ouderen
 Armoede Tang gelden chronisch zieken
 HAG (prostitutie centrum) (€ 0,3 miljoen ) 2010
 Mantelzorg(€ 0,3 miljoen) 2010
 Vakantiegeld ,WZS(€ 0,2 miljoen ) 2010
 Reserve maatschappelijk opvang 2010 (€ 6,.8 miljoen ). De reserve maatschappelijke
opvang is gevormd bij de Jaarrekening 2009 om het resterende aantal opvangplekken
van 26713 te realiseren. In de vorige collegeperiode was de doelstelling voor het aantal te
realiseren opvangplekken 480. De verwachting is dat de reserve in 2010 volledig besteed
zal worden om de opvangplekken te realiseren
 Wmo-pilots en kwaliteitsverbetering openeinde regelingen: De reserve Wmo Pilots is
gevormd bij de Jaarrekening 2008, vanuit de onderuitputting op de Wmo met als doel een
kwaliteitsverbetering binnen de Wmo te realiseren.

13
Cijfer gebaseerd opJaarrekening 2009. In totaal waren 213 plekken van de 480 gereserveerd.

Raadsdruk Begroting 2011 104


 Vakantiegeld (GGD)
 Geweld achter de voordeur
 Samen starten
 Eergeweld, begeleiding en opvang slachtoffers
 Ontbijt en lunch op school (€ 0,21 miljoen) 2010
 Weerbaarheidstraining LVG-meisjes (€ 0,01 miljoen) 2011
 GGZ preventie (€ 0,11 miljoen) 2010
 reserve Voorzorg (€ 0,14 miljoen) 2011
 Samen Starten (€ 0,67 miljoen) 2010
 Invoer Kidos Speciaal Onderwijs prio 2008 (€ 0,19 miljoen) 2011
 Sport jeugd (€ 0,24 miljoen) 2011
 Voeding beweging volwassenen (€ 0,15 miljoen) 2011
 Tienerzwangerschappen (€ 0,15 miljoen) 2011

Bedragen x € 1 Stand Verwachte verwachte Verwachte Stand Stand Stand Stand


miljoen Ultimo mutaties stand mutaties Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo
2009 2010 ultimo 2011 2011 2012 2013 2014
2010
+ -/- + -/-
Voorzieningen

Groot onderhoud 2,5 1,3 1,0 2,7 1,3 0,5 3,5 3,7 3,9 4,2
huisvesting (GGD)
GR Amstelland 1,3 0,0 0,0 1,3 0,0 0,0 1,3 1,3 1,3 1,3
Weerstand
BIMZ 1,2 0,0 0,0 1,2 0,0 0,0 1,2 1,2 1,2 1,2
Afbouwkosten VZA 0,5 0,0 0,0 0,5 0,0 0,0 0,5 0,5 0,5 0,5
Verzorgingshuizen 0,3 0,0 0,0 0,3 0,0 0,0 0,3 0,3 0,3 0,3
ouden van dagen
GR. Amstelland 0,2 0,0 0,0 0,2 0,0 0,0 0,2 0,2 0,2 0,2
Algem.
Amsterdamse 0,1 0,1 0,0 0,1 0,1 0,0 0,2 0,0 0,1 0,1
Gezondheidsmonitor
Ambulancedienst, 0,1 0,0 0,0 0,1 0,0 0,0 0,1 0,1 0,1 0,1
dubieuze debiteuren
Verhagen gelden 0,6 0,0 0,6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Totaal 6,8 1,4 1,6 6,4 1,4 0,5 7,3 7,3 7,6 7,9
voorzieningen

Te handhaven voorzieningen

Grootonderhoud
De voorziening Grootonderhoud bedraagt ultimo 2009 € 2,5 miljoen. In 2010 wordt er € 1,3
miljoen toegevoegd en € 1 miljoen onttrokken. Het saldo ultimo 2010 bedraagt € 2,7 miljoen.
In 2011 wordt er per saldo € 0,75 toegevoegd. In 2012 en verder per saldo naar verwachting
kleine toevoegingen (€ 0,24 miljoen per jaar).

Weerstandsvermogen GR Amstelland
De voorziening van de gemeenschappelijke regeling Amstelland bedraagt € 1,3 miljoen. Dit is
opgenomen als voorziening omdat dit geld betreft van de GR OG Amstelland
(weerstandsvermogen).

BIMZ (burgerlijke instellingen voor maatschappelijke zorg): betreffende deze voorziening


worden geen mutaties verwacht

Verzorgingshuizen ouden van dagen: zie voorziening BIMZ

Amsterdamse Gezondheidsmonitor
Het doel van deze voorziening is de uitvoering in 2012 van de Amsterdamse
Gezondheidsmonitor. Deze monitor wordt eens in de vier jaar uitgevoerd. Teneinde de kosten
gelijkmatig over de jaren te verdelen wordt jaarlijks een bedrag aan deze voorziening
toegevoegd. De werkelijke lasten worden aan deze voorziening onttrokken.

Raadsdruk Begroting 2011 105


Ambulancedienst Dubieuze debiteuren
Deze voorziening betreft het egaliseren van de lasten met betrekkin tot oninbare vorderingen
Ambulancezorg. Dit geld is van de zorgverzekeraars.

Afgewikkelde voorzieningen
De Verhagenmiddelen (€ 0,6 miljoen) worden volledig besteed in 2010

Raadsdruk Begroting 2011 106


5 Verdelingsvoorstel
5.1 Prioriteiten en posterioriteiten 2011

I1 Programakkoord
Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)

1 Continueren Voortzetten Prostituees kunnen een 250 200


uitstapprogramma's uitstapprogramma's voor uitstappprogramma volgen om
prostituees prostituees, waarvan de prostitutie te verlaten
gemiddeld 130 vrouwen per
jaar gebruik maken en 100 dit
programma succesvol
afmaken en de prostitutie
verlaten.

2 Uitbreiding bereik P&G292 Met een uitbreiding van de Er worden meer prostituees 100 300
capaciteit van P&G292 toegeleid naar P&G292 vanuit
kunnen ca. 200 vrouwen extra andere sectoren van de
worden bereikt die werkzaam prostitutie, escort en
zijn in andere sectoren van de thuiswerken
prostitutie.

3 Ombudsvrouw/ ketenregie Instellen van een Er is een sluitende zorgketen 100 0


prostitutiebeleid ombudsvrouw/ ketenregisseur en misstanden worden
om de hulpverlening van gesignaleerd en aangepakt
ketenpartners te
optimaliseren, ook zicht krijgen
op misstanden.

4 Stille dilemma's Ontwikkelen actieplan stille Eind 2010 actieplan stille 500 500
dilemma’s en beschikbaar dilemma’s gereed met
stellen van hulpverlening, aandacht voor o.a. huiselijk
zorgcoördinatie en juridische geweld, verslaving,
toetsing bij tijdelijk psychosociale problematiek.
huisverboden Voor 2011kunnen garanderen
van maximaal 250 tijdelijk
huisverboden

5 Aanpak misstanden en Onderzoek naar en Eind 2011 inzicht in 200 0


versterken positie ontwikkelen van integrale misstanden thuisprostitutie- en
thuisprostitutie- escort. aanpak misstanden en escort. 2012 ; ontwikkelen
versterken positie integrale (zorg en veiligheid)
thuisprostitutie- en escort aanpak misstanden
thuisprostitutie- en escort

1.150 1.000

I4 Overige prioriteiten
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
6 verhoging WMO budget Met de incidentele verhoging Eind 2011 vertoont de WMO 5.860 4.500
(alphahulpen) van het WMO budget worden rekening weer een overschot,
de openeinderegelingen verwachting is dat
sneller in financieel control egalisatiereserve eind 2014
gebracht weer op niveau gewenste
niveau is t.a.v. de omzet

5.860 4.500

Raadsdruk Begroting 2011 107


I9 Budgetneutrale prioriteiten
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
7 Pakketmaatregel AWBZ Bieden van compenserende Mensen met lichte 6.230 6.230
zorg en ondersteuning aan beperkingen die niet meer in
ruim 3.300 mensen met een aanmerking komen voor
beperking begeleiding uit de AWBZ
krijgen steun vanuit de Wmo

6.230 6.230

S4 Overige prioriteiten
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
8 rechtswinkel en -70 -70
zeemanswelvaren

-70 -70

SP4 Structurele posterioriteiten


# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
9 Differentiatie Voor PGB twee tarieven Pgb goedkoper -250 -250
Persoonsgebonden budget instellen gerelateerd aan
(PGB) tarieven HbH 1 en HbH 2

10 Verlaging Wmo Voorzieningenniveau Wmo Vermindering zorgniveau voor -2.000 -2.000


voorzieningen verstrekkingen wordt verlaagd HbH, waardoor een besparing
wordt gerealiseerd

11 Verlaging formatie Vermindering formatie Lagere apparaatskosten WZS -100 -100


onderdeel programma's WZS

12 Kostendekkend maken Kostendekkend boedelbeheer Kostendekkend boedelbeheer -90 -90


activiteiten boedelbeheer

13 Ambulancedienst FLO Lagere uitgaven voor het FLO Lagere uitgaven voor de FLO -1.160 -1.160

14 Antwoord Lagere kosten bij GGD voor Lagere kosten bij GGD voor -70 -70
Antwoord Antwoord

15 Verlaging bedrag OKC Verlagen van de uitgaven voor Verlagen van de uitgaven voor -1.700 -1.700
de Jeugdgezondheidszorg de jeugdgezondheidszorg

-5.280 -5.370

Raadsdruk Begroting 2011 108


5.2 Toelichting prioriteiten en posterioriteiten

I1 Programakkoord

1. Continueren uitstapprogramma's prostituees


Het uitstapprogramma voor prostituees richt zich op weerbaarheidstraining, begeleiding naar
werk, psychosociale ondersteuning, schuldhulpverlening en het vinden van woonruimte. De
aanpak is succesvol en dient te worden gecontinueerd. Per jaar maken 130 vrouwen gebruik
van het programma waar de kosten € 0.25 miljoen bedragen. Om het programma te
continueren is € 0.25 miljoen aangevraagd. In het programmakkoord zijn incidenteel middelen
beschikbaar gesteld om de problemen in de prostitutie aan te pakken. Ons College stelt dan
ook voor om incidenteel voor 2011 € 0.2 miljoen toe te kennen voor het continueren van het
uitstapprogramma.

2. Uitbreiding bereik P&G292


Om hulpverlening naar verschillende sectoren in de prostitutie branche te kunnen uitbreiden,
is naast uitbreiding van het aantal toezichthouders, een uitbreiding nodig van de capaciteit
van het P&G centrum. De verbreding van het werkterrein kost € 0,1 miljoen waarmee ruim
200 vrouwen in de escortservice en massagesalons bereikt kunnen worden. Deze prioriteit
moet in samenhang gezien worden met de prioriteit aanpak misstanden en versterken positie
thuisprostitutie- en escort. Deze prioriteiten hebben de doelstelling de misstanden in de
prostitutie te verminderen. Een samenwerking en goede afstemming tussen de verschillende
betrokken diensten GGD, DWZS en OOV is daarbij van groot belang. Ons College stelt voor
om incidenteel € 0.3 miljoen toe te kennen om de misstanden binnen de prostitutie aan te
pakken, inzichtelijk te maken en te verminderen.

3. Ombudsvrouw/ ketenregie prostitutiebeleid


Voor de ontwikkeling van een integrale aanpak van zorg en veiligheid, door het instellen van
een ombudsvrouw / ketenregisseur om de hulpverlening van de ketenpartners te
optimaliseren, heeft ons College geen middelen opgenomen in het verdelingsvoorstel. De
realisatie van deze integrale aanpak is gekoppeld aan de middelen die in het
verdelingsvoorstel zijn opgenomen voor P&G292.

4. Stille dilemma's
Voor de ontwikkeling van het actieplan stille dilemma’s dat is gericht op het opsporen van
'verborgen vrouwen' en psychosociale problematiek, heeft ons College incidenteel € 0,5
miljoen opgenomen in het verdelingsvoorstel.

5. Aanpak misstanden en versterken positie thuisprostitutie- en escort.


Voor de ontwikkeling van een integrale aanpak voor zorg en veiligheid met als doel het
tegengaan van misstanden en het versterken van positie van werkers in de thuisprostitutie-
escort, heeft ons College geen middelen opgenomen in het verdelingsvoorstel. De realisatie
van deze integrale aanpak is gekoppeld aan de middelen die in het verdelingsvoorstel zijn
opgenomen voor P&G292.

I4 Overige prioriteiten

69. verhoging wmobudget (alphahulpen)


Per 1 januari 2010 is de wetswijziging alphahulpen van kracht. Hierdoor zijn voormalige
alphahulpen in loondienst gekomen bij de aanbieders van Hulp bij Huishouden (HbH). Het
Rijk heeft hiervoor landelijk € 130 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Het
Amsterdamse aandeel hiervan is circa € 5,8 miljoen. De verwachte meerkosten voor
Amsterdam worden ingeschat op € 4,5 miljoen voor 2011. De structurele financiele gevolgen
in de komende jaren wil ons College zich baseren op de ervaringscijfers uit 2010 en tevens
betrekken bij de overige (financiele) ontwikkelingen in het kader van de WMO. Dit
overwegende stelt ons College voor om in 2011 incidenteel € 4,5 miljoen in het

Raadsdruk Begroting 2011 109


verdelingsvoorstel op te nemen om in 2011 de meerkosten in verband met alphahulpen te
dekken.

I9 Budgetneutrale prioriteiten

7. Pakketmaatregel AWBZ
Het Rijk heeft een bezuiniging op de AWBZ doorgevoerd. Een van de gevolgen is dat
daarmee een groter beroep gedaan wordt op de gemeentelijke zorg. Het rijk heeft besloten
daarvoor de gemeente structureel te compenseren met € 5,8 miljoen. De werkelijke financiele
gevolgen voor Amsterdam zijn onderzocht door onderzoeks bureau HHM en in het rapport
'Verdelingsvoorstel compensatiemiddelen AWBZ-pakketmaatregel Gemeente
Amsterdam' opgenomen. Uit het onderzoek blijkt een totaal aan benodigde middelen van €
6,23 miljoen (€ 2.35 miljoen centrale stad, € 3.88 miljoen stadsdelen). Ons College heeft
daarom een totaal bedrag van € 6,23 miljoen structureel opgenomen in de begroting 2011 ter
compenstatie van de AWBZ pakketmaatregel. Ons College zal met de stadsdelen concrete
afspraken te maken over de besteding van deze middelen.

S4 Overige prioriteiten

8. rechtswinkel en zeemanswelvaren
De bekostiging van de rechtswinkel Amsterdam en de rechtswinkel Migranten behoren niet
tot de zorgtaken van de Wmo. Mede gezien hiervoor voldoende alternatieven bestaan in de
vorm van juridische ondersteuning/advisering die door de het bureau rechtshulp Amsterdam,
sociaal raadslieden, juridisch loket en juridische afdelingen van vakbonden wordt geleverd.

De taken van Zeemanswelvaren (€38.200) zijn het afgelopen decennium gewijzigd van een
centrum voor directe hulpverlening en ondersteuning (maatschappelijk werk en medische
zorg) voor zeevarenden naar een centrum dat gelegenheid biedt aan zeevarenden om de tijd
te verdrijven in een ontspannen sfeer, andere mensen te ontmoeten of met moderne
communicatiemiddelen met het thuisfront te kunnen communiceren. In voorkomende gevallen
wordt ondersteuning geboden. Daarnaast doet men scheepsbezoeken. Deze
servicecentrum/sociëteitsactiviteiten zijn geen directe zorgtaken voor de Wmo.

Dit overwegende heeft ons College besloten om € 70.000 euro te bezuinigingen op de


rechtswinkel en zeemanswelvaren.

SP4 Structurele posterioriteiten

9. Differentiatie Persoonsgebonden Budget (PGB)


Er zijn verschillende indicaties voor Hulp bij het huishouden (HBH) 1 (schoonmaak) en HBH 2
(schoonmaak + signalering) welke verschillende tarieven kennen. De PGB kent op dit
moment één tarief, dat van de HBH 2. Door in de PGB verschillende tarieven te hanteren kan
een besparing per 1 januari 2011 gerealiseerd worden van €250.000. Ons College stelt voor
deze posterioriteit structureel op te nemen in de begroting 2011.

10. Verlaging Wmo voorzieningen


De versobering op de verstrekkingen WMO HBH heeft betrekking op het verlagen van de
normwerkzaamheden en bijbehorende normtijden binnen de HBH. Bij cliënten die ‘klasse
zorg 2’ ontvangen (wekelijks 2 – 4 uur zorgverlening) zal de zorg met 1/2 uur verlaagd
worden. Dit levert een besparing op van structureel € 5 miljoen (€ 3 miljoen vanaf 2011 en €
2 miljoen vanaf 2012).

Raadsdruk Begroting 2011 110


Ons College stelt voor deze posterioriteit voor € 2 miljoen structureel in de boeken op de
begroting dwzs. De overige €3 besparing die behaald wordt, dient te worden betrokken bij het
tekort op de meerjaren begroting wmo.

11. Verlaging formatie


Door het samenvoegen van de beleidsteams programma’s stedelijke vernieuwing, wonen en
zorg kan in 2 jaar structureel € 0,2 miljoen op 2 formatieplaatsen worden bespaard. Ons
College stelt voor deze bezuiniging op te nemen in de begroting en tevens daarbij het aantal
formatieplaatsen binnen de desbetreffende dienst te verminderen

12. Kostendekkend maken activiteiten boedelbeheer


Het kostendekkend maken van de activiteiten in het kader van boedelbeheer betreft een
bedrag van € 270.000. Ons College stelt voor dit in 3 jaar te realiseren door in de jaren 2011-
2013 elk jaar € 90.000 meer inkomsten te genereren of de kosten te verlagen.

13. Ambulancedienst FLO (gesplitst)


De kosten voor de FLO (functioneel leeftijdsontslag) zullen de komende jaren afnemen.

14. Antwoord
De bijdrage voor Antwoord van de GGD is verlaagd. Het budget dat hiervoor in de begroting
van deze dienst is opgenomen kan worden verlaagd.

15. Verlaging bedrag OKC


De taken op het terrein van de OKC/JGZ zullen gedecentraliseerd worden naar de
stadsdelen. Op 16 augustus 2010 hebben de wethouder Zorg en Jeugd bestuurlijk overleg
gevoerd met de stadsdelen over de financiële heroverwegingen in relatie tot de op handen
zijnde decentralisatie van de OKC middelen (inclusief basistakenpakket JGZ). Met
bestuurlijke vertegenwoordigers van de stadsdelen is overeenstemming bereikt om per 2011
een bedrag van € 2,5 miljoen te bezuinigen en dit bedrag in mindering te brengen op
middelen die aan de stadsdelen worden overgedragen. Deze bezuiniging van € 1,7 miljoen is
onderdeel van deze € 2,5 miljoen. Het overige deel van deze € 2,5 miljoen is opgenomen
onder Educatie,Jeugd en Diversiteit.

Raadsdruk Begroting 2011 111


Programma Educatie, jeugd en diversiteit
Maatschappelijk effect
Kinderen en jongeren kunnen zich optimaal ontwikkelen om volwaardig en verantwoordelijk te
participeren in een samenleving die divers en tolerant is.

1 Kerncijfers

Bedragen x € 1 Rekening Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting


miljoen 2009 2010 2010 2011 2012 2013 2014
Totaal programma
Lasten + 262,5 268,0 208,8 194,5 198,9 198,2 197,4
Baten - 146,7 97,9 47,0 74,4 74,6 71,5 78,2
Resultaat t.l.v. alge- 115,8 170,2 161,9 120,2 124,2 126,6 119,2
mene middelen voor
mutaties reserves
Toevoeging minus -5,3 0,5 -8,0 -1,4 -0,6 -3,7 3,0
onttrekking reserves
Resultaat t.l.v. alge- 110,5 170,7 153,9 118,7 123,6 122,9 122,2
mene middelen na
mutaties reserves
Saldo reserves 29,0 20,1 19,5 20,1 17,2 16,9 16,6
Saldo voorzieningen 0,6 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2
Investeringsuitgaven 51,1 107,4 78,2 86,8 67,9 43,8 38,7

De cijfers van de Begroting 2010 zijn inclusief de lasten en baten voor inburgering van res-
pectievelijk € 75,9 miljoen en € 64,2. Vanaf de Actualisatie 2010 worden de lasten en baten
van inburgering verantwoord in het programma Werk & inkomen. In het subprogramma edu-
catie worden de cijfers voor de vastgestelde Begroting 2010 exclusief inburgering gepresen-
teerd.

2 Ontwikkelingen en beleidskaders
Het nieuwe beleidsplan Jong Amsterdam (Lokale Educatieve Agenda voor 2010-2014) is het
kader voor het onderwijs en jeugdbeleid van de gemeente. De gemeente werkt samen met
stadsdelen en schoolbesturen aan de doelen van Jong Amsterdam en zorgt voor een goede
aansluiting van onderwijs en jeugdbeleid. In 2010 zijn de doelstellingen van Jong Amsterdam
aangescherpt en vertaald in prestatieafspraken met schoolbesturen en stadsdelen. In 2011
volgt ons College nauwgezet de uitvoering van deze afspraken. Ze ondersteunt de betrokken
partijen hierbij met haar onderwijs- en jeugdbeleid.

Stad en stadsdelen zijn met elkaar in gesprek over de heroverweging van taken en bevoegd-
heden, in het kader van de verbeteringen bestuurlijk stelsel. Deze afspraken bepalen de in-
vulling van het 80/20-prinicpe op dit domein.

De keuzen die het nieuwe kabinet zal maken voor de Rijksbegroting 2011 zijn voor Onderwijs
en Jeugd van groot belang. Een aantal landelijke ontwikkelingen kan direct van invloed zijn
op het gemeentelijk beleid:
 de invoering van Passend Onderwijs (voorzien in 2013): scholen moeten in principe voor
elk kind de benodigde zorg kunnen bieden. Dit stelt extra eisen aan de zorg op en rond
scholen
 de gemeenten krijgen mogelijk extra regietaken voor de organisatie van de zorg in en om
de school
 in de periode 2011-2014 zullen referentieniveaus in het onderwijs worden ingevoerd.
Deze geven aan over welke kennis en basisvaardigheden in taal en rekenen leerlingen

Raadsdruk Begroting 2011 112


moeten beschikken. Naar verwachting zal dit grote gevolgen hebben voor de werkwijze
en beoordeling van scholen
 de decentralisatie van de Jeugdzorg. Het demissionaire kabinet heeft aangegeven grote
delen van de Jeugdzorg naar gemeenten te willen decentraliseren. De wijze waarop en
de betreffende voorwaarden zullen de komende periode duidelijk moeten worden
 de invoering van de Wet Ontwikkelingskansen voor kwaliteit en educatie (Wet OKE),
begin 2010 aangenomen en op 1 augustus 2010 in werking getreden, heeft consequen-
ties voor uitvoering en kosten van de Voor- en Vroegschoolse Educatie. Deze worden
nog in beeld gebracht

De gemeente Amsterdam is een van de 22 zogenaamde ‘Antillianengemeenten’ waarmee het


rijk arrangementen afsluit voor extra inzet op deze doelgroep met specifieke achterstanden.
Vanaf 2010 gaat een nieuwe beleidsperiode in (tot en met 2014). Voor deze periode is een
programma in voorbereiding, met als speerpunten: opvoed- en opgroeiondersteuning, suc-
cesvolle loopbaan en participatie aan de samenleving.

3 Doelstellingen, activiteiten en financiën per subprogramma


3.1 Subprogramma Educatie
3.1.1. Educatie: Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?

Programakkoord 2010-2014

Doelstelling 1: Kinderen krijgen goede scholing


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
1
% kinderen met een indicatie VVE 50 2009 70 75 80 85
dat deelneemt aan VVE
# zwakke basisscholen (PO) volgens 18 Juli 2010 13 9 4 0
oordeel inspectie 2
% jongeren van 23 jaar dat als Nulmeting Schooljaar op basis idem idem idem
leerplichtige VO en/of MBO in Am- volgt in 2009/2010 van nulme-
sterdam heeft gevolgd met een november ting
startkwalificatie 2010

Overige doelstellingen

Doelstelling 2: Kinderen genieten onderwijs in geschikte gebouwen


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Aantal gebouwen en aandeel van VO en SO 1 januari Oplevering Oplevering PM PM
het gebouwenbestand dat onder- scholen 2010 8 opge- 10 opge-
wijskundig, bouwkundig en wat maken knap- knap-
oppervlakte betreft op orde is en gebruik van te/nieuwe te/nieuwe
geschikt is voor het onderwijs dat 100 zelf- gebouwen gebouwen
wordt gegeven. standige
gebouwen. start bouw/ start bouw/
Waarvan renovatie renovatie
54 op orde, PM PM
11 wordt
aan ge-
werkt en
voor 35
zijn plan-
nen in
voorbereid-
ing

1
VVE is Voor- en Vroegschoolse Educatie.
2
Het betreft de scholen die deelnemen aan de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs.

Raadsdruk Begroting 2011 113


3.1.2 Educatie: Wat gaan we ervoor doen?

Doelstelling 1: Kinderen krijgen goede scholing

Indicator 1.1: percentage kinderen met een indicatie VVE, dat deelneemt aan VVE
De Tweede Kamer heeft op 19 januari 2010 de Wet Ontwikkelingskansen door kwaliteit en
educatie (Wet OKE) aangenomen. De inzet van de wet is om meer en betere voorschoolse
educatie te bieden. Gemeenten krijgen de wettelijke verplichting om een kwalitatief goed
voorschools aanbod te doen aan jonge kinderen met een taalachterstand en een inspan-
ningsverplichting om al deze kinderen te bereiken. De Wet OKE is op 1 augustus 2010 in
werking getreden. Stad en stadsdelen op basis van de wet nieuwe afspraken maken over
resultaten en opbrengsten van de Voorschool in 2011. Daarnaast wordt een uitgebreid stads-
breed kwaliteitskader VVE (overeenkomst stad en stadsdelen) opgesteld waarin onder ande-
re staat dat alle leidsters aantoonbaar voldoen aan de vastgestelde taalnorm.

Het inrichten van schakelklassen in het primair onderwijs is één van de instrumenten om de
effectieve leertijd van leerlingen te vergroten en hun taalachterstand zo vroeg mogelijk te
verkleinen. Bij gelijkblijvend budget in het schooljaar 2010-2011 zullen naar verwachting in
2011 ongeveer 75 schakelklassen in uitvoering zijn met een bereik van circa 900 leerlingen
(gemiddeld 12 leerlingen per klas).

Indicator 1.2: aantal zwakke basisscholen in het primair onderwijs (PO) volgens oordeel in-
spectie
Het verbeteren van de kwaliteit van het basisonderwijs is in de eerste plaats de verantwoor-
delijkheid van de schoolbesturen. De gemeente ondersteunt de schoolbesturen met de Kwali-
teitsaanpak Basisonderwijs Onderwijs (KBA). De KBA werkt met twee programmalijnen. Bin-
nen deze lijnen wordt tot en met 2014 de hieronder beschreven acties uitgevoerd.

Programmalijn 1. Verbeteraanpak (begeleiding van basisscholen door onderwijsexperts).


 In totaal nemen uiteindelijk 75 basisscholen deel aan de Verbeteraanpak. Scholen die
aan de Verbeteraanpak meedoen werken twee jaar lang systematisch aan een duurzame
verbetering van de kwaliteit van hun onderwijs. Ze krijgen hierbij ondersteuning van
onafhankelijke onderwijsexperts die door de gemeente zijn ingehuurd
 Ontwikkelen project ‘Sturen op kwaliteit’. Voor het borgen van kwaliteitsverbetering is het
van belang dat schoolbesturen hun rol goed invullen en adequaat sturen op kwaliteit. De
verwachting is dat een deel van de schoolbesturen deelneemt aan dit project

Programmalijn 2. Professionalisering onderwijspersoneel.


 Leergang Opbrengstgericht Leiderschap voor schooldirecteuren is ontwikkeld. In 2010
hebben circa 80 deelnemers de Leergang afgerond (of doen dat in 2011). Ambitie is het
aantal deelnemers in 2011 verder uit te breiden
 Ontwikkelen van een leertraject voor Intern begeleiders (IB-ers) dat is afgeleid van de
Leergang voor schooldirecteuren. De verwachting is dat in 2010-2011 in stadsdeel Nieuw
West (in het kader van het Meesterplan) in ieder geval vijftien IB-ers gaan deelnemen
aan dit leertraject
 Het intensief betrekken bij de Leergang van alle bestuurders van scholen waarvan
schooldirecteuren deelnemen aan de Leergang
 Ontwikkelen van een Maatplan per school in stadsdeel Nieuw West. Doel van dit
maatplan is het bewerkstelligen van een integrale aanpak, ofwel geen losse projecten en
acties, maar een doelgerichte en goed gecoördineerde inzet van acties gericht op
versterken kwaliteit van het onderwijs. Het maatplan kan na uitontwikkeling ook worden
benut en ingezet in andere delen van de stad
 Ondersteuning bij verbeteren taalonderwijs in Nieuw West (in het kader van het
Meesterplan). Een aantal scholen wordt door een onafhankelijke taalexpert ondersteund
bij het maken van analyse van hun taalonderwijs, bij het benoemen van verbeterpunten
en bij het formuleren van concrete verbeterdoelstellingen (in termen van
leeropbrengsten). In het schooljaar 2010-2011 worden deze scholen ondersteund bij het
realiseren van deze doelstellingen. Deze aanpak kan nadat hij is uitontwikkeld naar
behoefte ingezet worden op alle basisscholen in Amsterdam;

Raadsdruk Begroting 2011 114


 Onafhankelijke analyse van het personeelsbeleid, het onderwijs (in de bovenbouw) en de
zorg in een aantal basisscholen in Nieuw West (in het kader van het Meesterplan). Deze
analyse wordt gecombineerd met een advies en gevolgd door concrete ondersteuning
van scholen bij het doorvoeren van verbeteringen. Ook deze aanpak kan na
uitontwikkeling naar behoefte ingezet worden op andere basisscholen in Amsterdam.

Tijdens de vorige bestuursperiode introduceerde ons College de zogenoemde ‘Asschernor-


men’. Iedere basisschool behaalt minimaal de score 534 op de Citotoets, heeft niet meer dan
20% zorgleerlingen (LWOO/PRO verwijzingen)3 en geeft minimaal 25% van de leerlingen een
HAVO/VWO advies. In het programakkoord is opgenomen, dat de gemeente schoolbesturen
uitnodigt om te komen tot een kwaliteitskader dat de ‘Asschernormen’ vervangt. De gemeente
heeft beperkte invloed op de realisatie en daarom zijn voor de Asschernormen geen aparte
indicatoren opgenomen. De schoolbesturen zijn primair verantwoordelijk.

Indicator 1.3: percentage jongeren van 23 jaar dat als leerplichtige VO en/of MBO in Amster-
dam heeft gevolgd met een startkwalificatie
Het voorkomen van nieuwe voortijdig schoolverlaters, alsook het zoveel mogelijk weer terug-
leiden naar school van jongeren die eerder de school verlieten is bedoeld om zoveel mogelijk
jongeren te helpen aan een startkwalificatie. Scholen zijn er uiteraard voor verantwoordelijk
om jongeren door middel van onderwijs zoveel als mogelijk aan een startkwalificatie te hel-
pen. DMO/Bureau Leerplicht Plus maakt inzichtelijk hoeveel jongeren dat lukt. Daarbij gaat
het om jongeren van 23 jaar die in Amsterdam vanaf hun leerplichtige leeftijd in ieder geval
een wat langere schoolcarrière hebben gehad. Dit is van belang omdat verwacht mag worden
dat voor deze jongeren de gezamenlijke inspanningen van scholen en gemeente het meeste
effect hebben. In november 2010 vindt een nulmeting plaats. Op basis van deze nulmeting
worden de streefwaarden voor de komende jaren geformuleerd.

De Gemeente Amsterdam is als kerngemeente binnen de Agglomeratie Amsterdam4 tevens


verantwoordelijk voor het behalen van de 10% daling van schooluitval in het kader van Aan-
val op uitval (tot en met schooljaar 2010-2011). Binnen de Gemeente Amsterdam wordt door
Bureau Leerplicht Plus en het Jongerenloket samen met scholen (VO, MBO) en ketenpart-
ners aan de hand van het uitvoeringsplan gewerkt aan het realiseren van deze doelstelling.
Bureau leerplicht Plus en het Jongerenloket zetten (extra) formatie in op en rond de scholen
enerzijds om te voorkomen dat jongeren gaan uitvallen en anderzijds om jongeren die wel
uitvallen direct toe te leiden naar een leerwerkplek elders. Zij zijn de ogen en oren van de
gemeente binnen school. Jongeren die gaan werken worden gevolgd en indien mogelijk
wordt hen middels op de werkplek verworven competenties alsnog een startkwalificatie gebo-
den. Jongeren die intensieve begeleiding nodig hebben krijgen een traject aangeboden (bv.
Lokale trajectbegeleiding (LTB), coach 8 tot 8, nieuwe perspectieven, mentoraten). Voor een
kleine groep jongeren is het reguliere onderwijs niet geschikt. Voor deze groep zijn diverse
‘plusvoorzieningen’ gestart. Dit zijn onder andere Amsterdamse Plusschool, ROC op maat,
Werkhotel, Schoolfort en School2care. Deze voorzieningen bieden voor de zogenaamde
overbelaste leerlingen programma’s op maat, die ertoe moeten leiden dat jongeren met
meerdere problemen in hun leven in staat zijn een startkwalificatie te behalen. Ook wordt
gekeken naar de kwaliteit van het onderwijs in het MBO aan de hand van goede voorbeelden.
Effectieve/succesvolle elementen worden overgedragen naar andere opleidingen. Hierbij
wordt aangesloten bij de drie prioriteiten van de Onderwijsinspectie: studieloopbaanbegelei-
ding (slb), verzuim en uitval en beroepspraktijkvorming (bpv).
Tenslotte zet de gemeente zich vanuit haar regierol in op het versterken van de samenwer-
king met betrekking tot leerplicht en voortijdig schoolverlaten met de gemeenten binnen de
Agglomeratie Amsterdam.

3
Leerwegondersteunend onderwijs (LWOO)/Praktijkonderwijs (PrO)
4
Agglomeratie Amsterdam betreft de regio’s Amsterdam (inclusief Diemen), Waterland, Amstelland en de Meerlan-
den en Zaanstad.

Raadsdruk Begroting 2011 115


Overige doelstellingen

Doelstelling 2: Kinderen genieten onderwijs in geschikte gebouwen


Gemeente Amsterdam gaat er van uit dat goede schoolgebouwen belangrijk zijn voor alle
gebruikers. De gebouwen bepalen mede het plezier en daarmee de kwaliteit van de presta-
ties die iedere dag van leerlingen, leerkrachten, directies en ander personeel binnen de
school worden gevraagd. Bij het in 2003 vastgestelde Integraal HuisvestingsPlan vo-(v)so zijn
goede schoolgebouwen omschreven als gebouwen die aantrekkelijk en uitdagend zijn voor
leerlingen en leerkrachten, voldoende ruimte hebben om modern onderwijs aan alle aanwezi-
ge leerlingen te kunnen geven en in goede staat van onderhoud verkeren.
Het budget voor deze doelstelling is bestemd voor de dekking van kapitaallasten die voort-
vloeien uit investeringen in schoolgebouwen en voor uitgaven niet zijnde kapitaallasten5. Be-
sloten is om met een inhaalslag de kwaliteit van alle schoolgebouwen op peil te brengen.
Deze actie is in 2011 nog niet afgerond. Omdat het moeilijk is om geschikte locaties te vinden
en door ontbrekende capaciteit bij schoolbesturen verloopt de inhaalslag langzamer dan aan-
vankelijk aangenomen. Begin 2011 voldoen 54 van de 100 ( 54%) gebouwen voor het (voort-
gezet) speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs aan genoemde criteria.

Sinds 2010 is het leidend kader bij het nemen van beslissingen over nieuwbouw en renovatie
het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO). Alle aanvragen worden getoetst aan de
uitgangspunten en doelstellingen van het RPO. Dit betekent dat door scholen gewenste voor-
zieningen alleen getroffen kunnen worden indien deze binnen deze uitgangspunten en doel-
stellingen passen met inbegrip van de daarbij nagestreefde spreiding van de verschillende
onderwijsvoorzieningen over de stad.

Overige educatie
Onder Overige educatie vindt uw Vergadering een aantal onderwerpen dat niet onder één
van de andere doelstellingen valt. Per jaar wordt bekeken welke van deze onderwerpen na-
dere toelichting behoeft.

Servicetaken Onderwijs (ASD)/Leerlingenvervoer


In 2011 wordt de nieuwe verordening Leerlingenvervoer (LLV) ingevoerd. Naar verwachting
stelt uw Vergadering deze verordening eind 2010 vast. De nieuwe verordening kan leiden tot
een aanpassing van het aantal leerlingen dat voor een tegemoetkoming LLV in aanmerking
komt. Per 1 augustus 2011 dient het leerlingenvervoer opnieuw te zijn aanbesteed. Het be-
stek voor de aanbesteding is een belangrijk aangrijpingspunt om de kwaliteit van het vervoer
verder te verbeteren. De nieuwe verordening Leerlingenvervoer vormt de basis voor dit be-
stek.

3.1.3 Educatie: Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1 miljoen Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting


2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten +
Doelstelling 16 59,5 70,5 64,2 63,8 63,8 63,8
Doelstelling 2 42,9 41,2 47,0 51,9 51,2 50,5
Doelstelling 3 overige educatie 13,8 20,2 16,9 16,9 16,9 16,9
Baten -
Doelstelling 1 6,5 10,4 47,9 47,5 47,5 47,5
Doelstelling 2 10,8 11,1 8,1 8,7 5,6 12,3
Doelstelling 3 overige educatie 0,1 6,4 3,4 3,4 3,4 3,4
Mutaties in reserves

5
Dit betreft onder andere huur, verzekeringen en een vergoeding voor gymzalen.
6
Onder een doelstelling vallen één of meer begrotingsvolgnummers:
Doelstelling 1: 480.04.02 480.04.10 480.04.13 480.04.14 480.04.15 480.04.16 980.37.25 980.37.28 980.37.79
980.37.81. Doelstelling 2: 431.01.01 433.01.01 441.01.01 443.01.01 480.08.01 480.08.02 980.37.57 Doelstelling 3:
422.01.01 430.01.01 480.04.01 480.04.03 480.04.06 480.04.08 480.04.09 480.04.17 480.05.03 480.07.01 480.08.04
980.37.33 980.37.35

Raadsdruk Begroting 2011 116


Doelstelling 1 0,0 -5,1 0,0 0,0 0,0 0,0
Doelstelling 2 2,3 2,5 -0,8 -0,2 -3,3 3,4
Doelstelling 3 overige educatie 0,0 -1,5 0,0 0,0 0,0 0,0
Saldo 101,1 99,8 67,9 72,8 72,1 71,5

Het Subprogramma Educatie kent drie doelstellingen. In de Begroting 2010 kende dit subpro-
gramma (toen nog subresultaatgebied) acht doelstellingen en de ‘verzameldoelstelling’ ‘Ove-
rige educatie’. Het budget van een doelstelling wordt gevormd door de begrotingsvolgnum-
mers die aan de doelstelling gekoppeld zijn. Een toelichting op de aan de doelstellingen uit de
Begroting 2010 gekoppelde begrotingsvolgnummers en de aansluiting en koppeling aan de
doelstellingen in de Begroting 2011 is op verzoek voor uw Vergadering beschikbaar. De cij-
fers van de vastgestelde begroting 2010 worden in dit subprogramma exclusief de lasten en
baten van inburgering gepresenteerd (respectievelijk € 75,9 miljoen en € 64,2). De lasten en
baten van inburgering worden verantwoord in het subprogramma werk & participatie.

Het saldo (lasten – baten + mutatie reserves) ten laste van de algemene dienst van de doel-
stellingen onder het subprogramma educatie daalt tussen de vastgestelde Begroting 2010 en
de Actualisatie 2010 met € 1,3 miljoen. Deze daling is het effect van een stijging van het sal-
do op doelstelling 1 met € 2,0 miljoen, een daling op doelstelling 2 met € 1,8 miljoen en een
daling op doelstelling 3 met € 1,4 miljoen. Tussen de Actualisatie 2010 en de Begroting 2011
daalt het saldo met € 31,9 miljoen als gevolg van een daling van € 38,7 miljoen op doelstel-
ling 1, een stijging van € 5,5 miljoen op doelstelling 2 en een stijging van € 1,4 miljoen op
doelstelling 3. Hieronder volgt een verklaring per doelstelling.

Doelstelling 1 Kinderen krijgen goede scholing.


Het saldo stijgt tussen Begroting 2010 en Actualisatie 2010 met € 2,0 miljoen door de volgen-
de ontwikkelingen:
 een (incidentele) toevoeging van € 1,9 miljoen aan de decentralisatie-uitkering Onder-
wijsachterstanden (gemeentebreed neutraal)
 hogere lasten van € 0,1 miljoen vanwege een stijging van de decentralisatie-uitkering
Jeugd (gemeentebreed budgettair neutraal)
 een verhoging van de uitgaven voor personele lasten met € 0,1 miljoen gedekt door een
verlaging van de personele lasten bij doelstelling 3 (neutraal binnen subprogramma)
 € 0,2 miljoen daling van de lasten vanwege negatieve nominale aanpassingen op de
diverse volgnummers

Het saldo daalt tussen Actualisatie 2010 en Begroting 2011 met € 38,7 miljoen door:
 vervallen incidentele prioriteiten van € 3,2 miljoen. Het betreft de volgende prioriteiten
2010: schoolzwemmen € 0,2 miljoen, Hoogleraar taalbeleid € 0,1 miljoen, Kwaliteit On-
derwijs € 2,3 miljoen, Lerarentekort € 0,5 miljoen en Schoolveiligheid € 0,15 miljoen
 een daling in het saldo met € 38,3 miljoen bestaande uit het wegvallen van de (incidente-
le) toevoeging van € 1,9 miljoen decentralisatie-uitkering onderwijsachterstanden en door
het begroten van rijksinkomsten van € 36,4 miljoen vanwege het omzetten van de decen-
tralisatie-uitkering Onderwijsachterstanden naar de specifieke rijksuitkering Onderwijs-
achterstanden. De exacte hoogte van de specifieke uitkering Onderwijsachterstanden is
nog niet bekend. Daarom is hetzelfde bedrag als in de vastgestelde Begroting 2010 op-
genomen. Over de inzet van de middelen 2011 gericht op VVE en overige activiteiten zal
nog besluitvorming plaatsvinden
 een lastendaling van € 0,5 miljoen door het overhevelen van het budget Arubanen en
Antillianen naar het subprogramma Diversiteit (saldoneutraal binnen programma EJD)
 een daling van de lasten met € 0,9 miljoen door het overhevelen van de middelen
Schoolveiligheid naar programma Openbare Orde en Veiligheid (gemeentebreed neu-
traal)
 een stijging van de lasten door overheveling van de middelen Speciaal Onderwijs ad
€ 2,3 miljoen naar Doelstelling 3: overige educatie (neutraal binnen educatie).
 een lastenstijging van € 1,9 miljoen door toevoeging van LTB en Mentoraten aan de
doelstelling (deze middelen maken deel uit van de decentralisatie-uitkering Leefbaarheid
en Veiligheid en staan in de Actualisatie 2010 bij Doelstelling 7: Overige Jeugd). Vanwe-

Raadsdruk Begroting 2011 117


ge de verlaging van de decentralisatie-uitkering Leefbaarheid en Veiligheid daalt het sal-
do met € 2,4 miljoen bij Jeugd en stijgt het met € 1,9 miljoen bij Onderwijs)

Doelstelling 2: Kinderen genieten onderwijs in geschikte gebouwen.


De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor onderwijsgebouwen. In de Amsterdamse
situatie zijn de stadsdelen verantwoordelijk voor de gebouwen voor basisonderwijs en de
centrale stad voor de gebouwen voor voortgezet onderwijs. Het budget voor deze doelstelling
is bedoeld voor het dekken van incidentele lasten, zoals erfpacht, tijdelijke huur van
klaslokalen, gebouwen, sportvelden en gymzalen en van de kapitaallasten van investeringen
in onderwijsgebouwen. Het onderwijshuisvestingsprogramma (met alle nieuw- en verbouw
projecten) wordt door uw Vergadering elk jaar in november/december vastgesteld. De daling
van het saldo van € 1,8 miljoen tussen Begroting 2010 en Actualisatie 2010 wordt verklaard
door de volgende ontwikkelingen:
 de kapitaallasten zijn naar beneden bijgesteld met € 1,8 miljoen op basis van de werkelij-
ke investeringen 2009
 de materiële/incidentele V(S)O en SBO uitgaven zijn gecorrigeerd met € 0,2 miljoen op
basis van het in december 2009 vastgestelde huisvestingsprogramma 2010
 verwachte verkoopopbrengsten zijn opgehoogd met € 0,3 miljoen
 als gevolg van de bovenstaande mutaties is de toevoeging aan onderwijshuisvesting
reserve toegenomen met € 0,2 miljoen

Tussen Actualisatie 2010 en Begroting 2011 stijgt het saldo met € 5,5 miljoen omdat:
 de kapitaallasten zijn bijgesteld met € 5,6 miljoen op basis van de verwachte investerin-
gen 2010
 de materiële/incidentele V(S)O en SBO uitgaven met € 0,3 miljoen zijn opgehoogd op
basis van verwachte uitgaven 2011 (het huisvestingsprogramma 2011 wordt in december
2010 aan uw Vergadering voorgelegd)
 de verkoopopbrengsten zijn verlaagd met € 3,0 miljoen. Voor een tekort in dekking (het
verschil tussen uitgaven, verkoopopbrengsten en beschikbare algemene middelen) wordt
€ 0,9 miljoen aan de reserve onttrokken

Doelstelling 3: Overige educatie7


Het saldo van doelstelling 3 daalt tussen Begroting 2010 en Actualisatie 2010 met € 1,4 mil-
joen door de volgende ontwikkelingen:
 een lastenstijging van € 0,4 miljoen voor de Participatie-envelop in het kader van Maat-
schappelijke stages (rijksmiddelen via het gemeentefonds)
 een daling van de lasten van € 0,5 miljoen vanwege de overheveling de middelen van het
Mozeshuis naar het subprogramma Diversiteit (neutraal binnen het programma EJD)
 een daling van de lasten met € 0,9 miljoen door de overheveling van de personeelsbud-
getten Onderwijshuisvesting naar SPA (programma Stedelijke Ontwikkeling, € 0,5 mil-
joen) en naar Diversiteit doelstelling 10 (€ 0,4 miljoen)
 door overhevelen van € 0,1 miljoen aan salarisuitgaven en een negatieve nominale aan-
passing op diverse volgnummers binnen deze doelstelling van € 0,2 miljoen dalen de las-
ten verder met € 0,3 miljoen
 aan de reserve Restant gehouden bedragen Onderwijs en Jeugd wordt onttrokken voor
€ 0,5 miljoen aan lasten in 2010, hiervan zit voor € 0,1 miljoen aan lasten bij doelstelling 4
(daling saldo met € 0,1 miljoen)

Het saldo daalt tussen Actualisatie 2010 en Begroting 2011 stijgt met € 1,4 miljoen door de
volgende ontwikkelingen:
 een daling van de lasten van € 2,3 miljoen door overheveling van middelen Speciaal On-
derwijs naar doelstelling 1
 wegvallen incidentele prioriteiten voor € 4,4 miljoen. Het betreft de volgende prioriteiten:
Matchpoint € 0,5 miljoen, Ouderbetrokkenheid € 0,25 miljoen, Basta school tv € 0,25 mil-
joen, Verpleegkundige zorg € 0,08 miljoen en Binnenklimaat Scholen € 3,4 miljoen

7
Onder doelstelling 3 vallen alle begrotingsvolgnummers van het subprogramma educatie die niet, zoals de doelstel-
lingen 1 en 2 dat wel doen, bijdragen aan een expliciet geformuleerde doelstelling. De expliciete formulering van de
doelstelling(en) waaraan deze volgnummers (zie voetnoot 6) zullen bijdragen wordt nog nader uitgewerkt in de be-
groting 2012 en later.

Raadsdruk Begroting 2011 118


 stijging van de lasten door extra middelen Participatie-envelop voor de Maatschappelijke
Stages van € 0,2 miljoen (rijksmiddelen via gemeentefonds)
 daling van de lasten van € 0,3 miljoen door overheveling van Matchpoint naar Jeugd
doelstelling 4
 een stijging van het saldo van € 8,1 miljoen door overheveling van de volgnummers
480.04.06 Bureau Servicetaken Onderwijs (Kunstkijkuren, Schoolzwemmen Primair On-
derwijs en Verkeerstesten) en 480.04.17 Leerlingenvervoer van programma Facilitair &
Bedrijven naar programma Educatie, Jeugd en Diversiteit
 wegvallen van de extra uitgaven gedekt uit de reserve Restant gehouden bedragen On-
derwijs en Jeugd, waarvan € 0,1 miljoen aan lasten bij doelstelling 4 was ondergebracht
(saldostijging met € 0,1 miljoen)

3.2 Subprogramma Jeugd


3.2.1.: Jeugd: Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?

Programakkoord 2010-2014

Doelstelling 4: Snel ingrijpen bij problemen


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
# Gezinnen dat instroomt in de MPG 235 2010 235 Nader vast idem idem
aanpak te stellen

Overige indicatoren
tienermoeders in een traject naar 90 2010 90 90 90 90
school of werk
zwerfjongeren in de maatschappelij- 260 2007 300 300 300 300
ke opvang8
jonge moeders dat ondersteuning 850 2010 850 850 850 850
krijgt van Fiom

Overige doelstellingen

Doelstelling 5: Kinderen/jongeren groeien op in een veilige omgeving


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
VO scholen dat een schoolveilig- 6 2010 10 Nader vast Idem Idem
heidsteam heeft te stellen
afhankelijk
van budget

lichtcriminele jongeren Nulmeting 2010 Op basis Idem Idem Idem


volgt in van nulme-
oktober ting
2010

Doelstelling 6: Kinderen/jongeren ontwikkelen hun talenten en participeren


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
% basisscholen met naschools 37 2008 100 100 100
sportaanbod

leerlingen (12-18) dat deelneemt aan 3.000 2008 4.500 4.500 4.500
naschools sportaanbod

3.2.2 Jeugd: Wat gaan we ervoor doen?

Doelstelling 4: Snel ingrijpen bij problemen

8
De indicator zwerfjongeren wordt binnen het programma EJD gepresenteerd. Voor de overheveling van het bijbeho-
rende budget uit het programma Zorg zal, eind 2010, een apart besluit volgen.

Raadsdruk Begroting 2011 119


Indicator 4.1: Aantal gezinnen dat instroomt in de MPG aanpak
De nadruk op de aanpak van Multiprobleemgezinnen is voorliggende collegeperiode tot stand
gebracht en is in lijn met de constatering van Systeem in Beeld dat de jeugdketen versnip-
perd is. Per 1 januari 2009 is een stedelijk procesmanager actief die, waar het misgaat in de
hulp aan multiprobleemgezinnen, zorgt dat er weer voortgang komt. Per 1 juni 2009 zijn veer-
tien coördinatoren risicogezinnen aangesteld in de stadsdelen. Zij zorgen ervoor dat de regu-
liere aanpak verbetert en dat, als het niet anders kan, de MPG-aanpak wordt ingezet. Per
februari 2010 worden 235 gezinnen bediend: zij hebben een gezinsmanager die ervoor zorgt
dat er voor 1 gezin 1 plan van aanpak wordt uitgevoerd. Een belangrijk instrument dat hierbij
wordt ingezet, is de ‘eigen kracht conferentie’ (EKC). Dit is een eenmalige bijeenkomst om
het eigen netwerk van het gezin te versterken. In 2009 zijn 195 EKC’s uitgevoerd, prognose
2010 is vergelijkbaar. Voorts is een stedelijke leerlijn ontwikkeld voor gezinsmanagers en
coördinatoren van risicogezinnen. De leerlijn wordt vanaf december 2009 uitgevoerd en loopt
tot eind 2010. In 2011 wordt de uitvoering van de leerlijn overgedragen naar de HVA. In de
leerlijn krijgen gezinsmanagers en coördinatoren training op nemen van de regie, positione-
ren, intervisie/coaching op doorbreken van de cirkel van onmacht (Systeem in Beeld), voor-
komen/signaleren van systeemfouten, deskundigheidsbevordering op herkennen GGZ en
LVG problematiek.

Indicator 4.2: Aantal tienermoeders in een traject naar school of werk


Weer aan de slag! is een aanpak van de hulpverleningsorganisatie Altra voor jonge moeders
uit regio Amsterdam tussen de 15 en 23 jaar die weer naar school willen of willen gaan wer-
ken. De interventie is succesvol gebleken: uit evaluatie blijkt dat het percentage deelnemers
dat werkt een jaar na de start is verdubbeld. Het aantal deelnemers dat een MBO-opleiding
volgt op niveau 2 tot en met 4 is ruim verdubbeld.

In Weer aan de Slag-plus worden moeders met meervoudige problematiek binnen een jaar
naar arbeid of school begeleid.

75 jonge moeders volgen een traject Weer aan de Slag. Van alle deelneemsters wordt circa
80% succesvol ondersteund bij of teruggeleid naar school (vooral ROC) of werk. Vijftien jonge
moeders met meervoudige problematiek worden bereikt door het traject Weer aan de Slag-
plus,

Indicator 4.3: Aantal zwerfjongeren in de maatschappelijke opvang


In Amsterdam is sinds eind 2008 sprake van een ketenaanpak van zwerfjongeren en jonge
dakloze moeders in de leeftijd van 18 tot 23 jaar. Deze ketenaanpak beoogt een integrale
benadering van de complexe problematiek van zwerfjongeren. Dit gebeurt in overleg met de
GGD, overige gemeentelijke partners zoals DWI en DMO en de aanbieders van opvang en
hulp voor zwerfjongeren. Amsterdam hanteert een eigen definitie van zwerfjongeren waarbij
de nadruk ligt op het hebben van OGGZ problematiek: er dient naast dakloosheid ook sprake
te zijn van een vorm van verslavingsproblematiek, GGZ problemen of er is sprake van licht
verstandelijke beperking. Op 24 juni 2010 is een landelijke definitie bekend gemaakt door het
rijk. Deze definitie luidt: Zwerfjongeren zijn feitelijk of residentieel daklozen onder de 23 jaar
met meervoudige problemen. De opvang voor deze groep behelst momenteel 260 plekken en
varieert van een laagdrempelige inloop, 24-uurs opvang tot begeleid wonen.

Het aankomende jaar wordt beoordeeld wat het effect is van de invoering van de landelijke
definitie zwerfjongeren. Onderdeel hiervan is de uitvoering van een telonderzoek naar de
aard en omvang van de doelgroep. Ook zal aan het einde van de zomer een gezamenlijk
visietraject ingezet worden. Doel is om samen met de instellingen te komen tot een gedegen
aanpak en heldere afspraken over taakverdeling.

Indicator 4.4: Aantal jonge moeders dat ondersteuning krijgt van Fiom
Het aanbod van Fiom is laagdrempelig en voor iedereen toegankelijk; het betreft geen geïndi-
ceerde hulpverlening. De Fiom biedt psychosociale hulp, informatie en advies rondom onbe-
doelde zwangerschap, tienerouderschap, risicomoeders met jonge kinderen en hulp na adop-
tie. Zowel mannen als vrouwen kunnen bij de Fiom terecht en er is geen verwijzing nodig.
Fiom is een rijksopdracht, waarbij rijksmiddelen zijn gedecentraliseerd naar het Amsterdamse
Gemeentefonds. De Fiom is op 1 januari 2009 van Bureau Jeugdzorg naar Altra overgegaan.

Raadsdruk Begroting 2011 120


Deze transitie biedt gunstige mogelijkheden om de zorgketen te versterken. De inzet van
deze vorm van laagdrempelige hulp aan jonge moeders kan ervoor zorgen dat de inzet van
zwaarder aanbod minder vaak nodig is. De afstemming met Bureau Jeugdzorg in het kader
van indicatiestellingen vraagt in de komende periode nog wel speciale aandacht. Fiom levert
per jaar circa 500 adviesconsulten, 210 Fiomhulpverleningen, 125 hulpverleningen-plus en 5
afstandsbegeleidingen.

De afgelopen jaren is Fiom veelal op zware MPG-hulpverlening gericht. Doel is om dit meer
te sturen in de richting van korte trajecten, waarbij sneller doorverwezen wordt. Deze veran-
dering is al stevig ingezet.

Overige doelstellingen

Doelstelling 5: Kinderen/jongeren groeien op in een veilige omgeving


Het jeugd & veiligheid beleid van Amsterdam (visie veiligheid begint vroeg) is gericht op:
1. het voorkomen dat jongeren in de criminaliteit belanden, door vroeg in te grijpen bij onge-
wenst gedrag (vanaf 10 jaar) en het voorkomen dat jongeren doorstromen naar zwaardere
doelgroepen, door de inzet van onder andere recidive beperkende trajecten, zoals Nieuwe
perspectieven en 8 tot 8
2. het verhogen van veiligheid op straat en op school, door onder andere de inzet van straat-
coaches en schoolveiligheidsteams

Indicator 5.1: Aantal Voortgezet Onderwijs scholen dat een schoolveiligheidsteam heeft
Het afgelopen jaar is gestart met de experimentele inzet van schoolveiligheidsteams (een
samenwerking tussen leerplicht en politie) op een aantal VO scholen in Amsterdam. Deze
pilot heeft aangetoond dat er meer problematiek aanwezig is op scholen dan eerder werd
aangenomen. De komende jaren wordt de aanpak van de schoolveiligheidsteams op meerde-
re scholen ingezet.

Indicator 5.2: aantal lichtcriminele jongeren


De trend is dat het aantal nieuwe jeugdige verdachten langzaam afneemt. De ambitie is dat
dit de komende jaren wordt doorgezet. Momenteel loopt er een onderzoek in opdracht van
Openbare orde en veiligheid (OOV) en de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) naar
de jeugdige verdachten door de jaren heen. Dat geeft een goed beeld van de trend door de
jaren heen en biedt de mogelijkheid om de afname van het aantal lichtcriminele jongeren te
kunnen meten.

Doelstelling 6: Kinderen/jongeren ontwikkelen hun talenten en participeren


In Jong Amsterdam/Kinderen Eerst en het Beleidskader Brede Talent Ontwikkeling (BTO)
voor alle jeugd in Amsterdam is het kader geschetst voor de ontwikkeling van BTO in Am-
sterdam. Daarnaast diende het programma Dagarrangementen en Combinatiefuncties als
aanjager om stadsdelen, schoolbesturen, kinderopvang en welzijn samen te laten werken in
de uitwerking van wijkgerichte dagarrangementen. Hieronder wordt verstaan de organisatie
op buurtniveau van opvang en naschoolse activiteiten. Hierin is het project succesvol ge-
weest, er is inmiddels een breed aanbod van naschoolse activiteiten in de stadsdelen, waarbij
partners in verschillende constructies samenwerken.
We onderscheiden bij BTO vier stadia: kennismaken, ontwikkelen, bekwamen en excelleren
en vier talentgroepen: Kunst & Cultuur, Sport & Bewegen, Communicatie & Media, Natuur &
Techniek. Doel is dat ieder kind in Amsterdam minimaal één keer per week deel kan nemen
aan een kwalitatief goede, betaalbare activiteit. BTO is een van de prioriteiten van Jong Am-
sterdam 2010-2014.

Indicator 6.1: percentage basisscholen met naschools sportaanbod


Na kennismaking is de volgende stap in talentontwikkeling het verder bekwamen van talent.
Hiervoor stellen wij ons als doel dat alle basisscholen een naschools sportaanbod hebben, bij
voorkeur samen met andere scholen, en als onderdeel van een zogenaamd wijkarrangement
(onder verantwoordelijkheid van de stadsdelen). Op dit moment hebben al meer dan de helft
van alle basisscholen een naschools sportaanbod. Doelstelling is om dit uit te breiden naar
alle scholen voor primair onderwijs.

Raadsdruk Begroting 2011 121


Indicator 6.2: aantal leerlingen (12-18 jaar) dat deelneemt aan naschools sportaanbod
In het voortgezet onderwijs lijkt kennismaking met sport minder urgent dan in het basisonder-
wijs. Op deze leeftijd zijn jongeren vaak al met sport in aanraking gekomen. Maar omdat
vooral op het VMBO en in het praktijkonderwijs de sportparticipatie onder het gemiddelde ligt,
krijgen de jongeren in het kader van Topscore een hernieuwde kennismaking aangeboden.
Daarnaast krijgen zij extra mogelijkheden om zich desgewenst na schooltijd verder te be-
kwamen in de sport van hun keuze. De Topscore formule is de laatste jaren erg succesvol en
meer dan 3000 jongeren nemen al jaarlijks deel aan het Naschoolse aanbod. Doelstelling is
om dit de komende jaren uit te breiden naar 4500 leerlingen9.

Overige jeugd
Onder Overige jeugd vindt uw Vergadering een aantal onderwerpen dat niet onder één van
de andere doelstellingen valt. Per jaar wordt bekeken welke van deze onderwerpen nadere
toelichting behoeft.

Systeem in Beweging
Systeem in Beweging is het vervolg op het programma Systeem in Beeld (SiB), waarbij de
wens is uitgesproken om eenvoud en effectiviteit in het jeugdbeleid te brengen.
Ons College zet in op de veranderingen die het primaire proces van het jeugddomein in Am-
sterdam effectiever en efficiënter laten verlopen. Zodanig, dat de bewoners (ouders en kinde-
ren) van Amsterdam gebruik kunnen maken van kwalitatief goede voorzieningen en kunnen
rekenen op een adequate dienst- en hulpverlening.

Van 8 tot 8 aanpak


In februari 2008 is gestart met de nieuwe gemeentelijke aanpak om overlast op straat terug te
dringen en de aanwas van nieuwe jeugdige wetsovertreders terug te dringen, onder de pro-
jectnaam de Van 8 tot 8 aanpak. Inmiddels worden op jaarbasis 150 tot 200 jongeren bege-
leid door de jongerencoaches op de domeinen: openbare orde en veiligheid, school/werk,
vrije tijdsbesteding, het gezin en de zorg.
De Van 8 tot 8 aanpak richt zich met name op jongeren tussen de leeftijd van 10 en de 17
jaar. Via de stadsdelen worden de jongeren toegeleid naar de Van 8 tot 8 aanpak. Momenteel
worden jongeren uit de stadsdelen Nieuw-West en Oost (voormalig stadsdeel Zeeburg) bege-
leid. In het kader van de intensievere jeugdaanpak is de Van 8 tot 8 aanpak sinds kort ook in
stadsdeel Zuidoost gestart. Dit jaar worden vanuit dit stadsdeel 30 jongeren aangemeld en in
2011 worden 50 jongeren in begeleiding genomen.
De dekking voor de Van 8 tot 8 aanpak is in 2010 incidenteel en voor 2011 zijn er nieuwe
incidentele middelen middels een prioriteit aangevraagd.

3.2.3 Jeugd: Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1 miljoen Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting


2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten +
Doelstelling 410 20,3 19,3 30,0 30,0 30,0 30,0
Doelstelling 5
Doelstelling 6 6,7 7,7 5,6 5,6 5,6 5,6
Doelstelling 7 overige Jeugd 9,6 11,3 4,5 4,5 4,5 4,5
Baten -
Doelstelling 4 8,7 11,5 11,4 11,4 11,4 11,4
Doelstelling 5
Doelstelling 6 0,1 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0
Doelstelling 7 overige Jeugd 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5
Mutaties in reserves

9
De doelstellingen onder 5.1 en 5.2. zijn te realiseren bij gelijkblijvend budget. In 2009 en 2010 is hiervoor vanuit de
BTO € 1.200.000 beschikbaar gesteld.
10
Onder een doelstelling vallen één of meer begrotingsvolgnummers: Doelstelling 4: 620.04.02 630.01.12 630.01.13
Doelstelling 5: 620.04.03 Doelstelling 6: 630.01.01 630.01.09 Doelstelling 7: 620.04.04 620.04.05 630.01.03
630.01.04 630.01.05 650.01.01 980.37.29 980.37.31

Raadsdruk Begroting 2011 122


Doelstelling 7 overige Jeugd -1,4 -3,1 -0,2 0,0 0,0 0,0
Saldo 25,9 23,1 28,0 28,3 28,3 28,3

Het subprogramma Jeugd kent vier doelstellingen waarvan één programakkoorddoelstelling


(4) en drie overige doelstellingen (5,6 en 7).

Het saldo ten laste van de algemene dienst van de doelstellingen onder het Subprogramma
Jeugd daalt tussen de vastgestelde Begroting 2010 en de Actualisatie 2010 met € 2,8 mil-
joen. Deze daling is het effect van een daling van het saldo op doelstelling 4 met € 3,8 mil-
joen, een stijging op doelstelling 6 met € 0,9 miljoen en een stijging op doelstelling 7 met
€ 0,1 miljoen. Tussen de Actualisatie 2010 en de Begroting 2011 stijgt het saldo met € 5,0
miljoen als gevolg van een stijging van € 10,9 miljoen op doelstelling 4, een daling van € 2,0
miljoen op doelstelling 6 en een daling van € 4,0 miljoen op doelstelling 7. Hieronder volgt
een verklaring per doelstelling.

Doelstelling 4:Snel ingrijpen bij problemen


Het saldo daalt tussen de Begroting 2010 en de Actualisatie 2010 met € 3,8 miljoen door de
volgende ontwikkelingen:
 een daling in de lasten van € 0,3 miljoen door nominale aanpassingen
 een incidentele budgetoverheveling van de JA/KE middelen van € 4,1 miljoen naar het
programma Zorg. In de begroting van 2011 keert dit bedrag weer terug
 een stijging van € 0,6 miljoen door de decentralisatie-uitkering Aanpak Marokkaans- Ne-
derlandse Probleemjongere.

Het saldo stijgt tussen de Actualisatie 2010 en de Begroting 2011 met € 10,9 miljoen door de
volgende ontwikkelingen:
 een stijging van de lasten met € 4,1 miljoen door het terugdraaien van de incidentele
overheveling van deze middelen naar het programma Zorg
 de lasten stijgen met € 6,3 miljoen door de overheveling van de taak subsidieverlening
met betrekking tot zwerfjongeren van programma Zorg (DWZS) naar programma EJD
(DMO)
 een stijging van de lasten door de overheveling van de budgetten Innovatie en Jeugdon-
derzoek (totaal € 0,4 miljoen) van Doelstelling 7: Overige Jeugd
 een stijging van de lasten door overheveling van het budget Matchpoint (€ 0,3 miljoen)
van Onderwijs doelstelling 3
 het vervallen van de incidentele prioriteit Streetcornerwork leidt tot een daling van € 0,2
miljoen

Doelstelling 5: Kinderen/Jongeren groeien op in een veilige omgeving


Het budget van deze doelstelling (volgnummer 620.04.03) wordt verantwoord in het pro-
gramma Openbare orde en veiligheid (OOV).

Doelstelling 6: Kinderen/jongeren ontwikkelen hun talenten en participeren


Het saldo stijgt tussen de Begroting 2010 en de Actualisatie 2010 met € 0,9 miljoen door de
volgende ontwikkelingen:
 een incidentele stijging van de lasten met € 0,8 miljoen voor Van 8 tot 8 aanpak (uit de-
centralisatie-uitkering Leefbaarheid & Veiligheid)
 een daling van de lasten met € 0,1 miljoen vanwege de nominale aanpassing
 hogere lasten van € 0,2 miljoen 8 tot 8 (dekking hiervan zit als onttrekking van de reserve
bij doelstelling 6)

Het saldo daalt tussen de Actualisatie 2010 en de Begroting 2011 met € 2,0 miljoen door de
volgende ontwikkelingen:
 een daling van € 1,6 miljoen door het wegvallen van incidentele prioriteiten
 een daling van € 0,1 miljoen door de negatieve nominale aanpassing
 een daling van € 0,1 miljoen door het wegvallen van inkomsten XXX’s Card.
 een daling van € 1,8 miljoen bij Acht tot Acht (wegvallen decentralisatie-uitkering Leef-
baarheid en Veiligheid 0,8 miljoen en prioriteit 1,0 miljoen)
 een stijging van € 0,8 miljoen door toevoeging van de middelen Apolloloket aan deze
doelstelling. De daling vindt plaats op het programma Cultuur en Monumenten

Raadsdruk Begroting 2011 123


 een daling van € 0,4 miljoen door overheveling van de budgetten Innovatie en Jeugdon-
derzoek naar doelstelling 4.
 een stijging door de overheveling van de middelen Kinderwerk en de middelen identi-
teitsgebonden vrijwillig jeugd en jongerenwerk van doelstelling 7 van € 1,2 miljoen
11
Doelstelling 7: Overige jeugd
Het saldo stijgt tussen de Begroting 2010 en de Actualisatie 2010 met € 0,1 miljoen door de
volgende ontwikkelingen:
 een stijging van € 0,4 miljoen door incidentele verhoging decentralisatie-uitkering Leef-
baarheid en Veiligheid t.b.v. risicojongeren.
 Een daling van € 0,1 miljoen door negatieve nominale aanpassing.
 Een daling van € 0,2 miljoen als gevolg van onttrekking reserve 8 tot 8 (kosten geboekt
op begrotingsvolgnummer 630.01.01)

Het saldo daalt tussen de Actualisatie 2010 en de Begroting 2011 met € 4,0 miljoen door de
volgende ontwikkelingen:
 een daling van € 2,8 miljoen door overheveling van risicojongeren naar doelstelling 1
Educatie.
 een daling van € 1,2 miljoen door het overhevelen van de middelen Kinderwerk en de
middelen identiteitsgebonden vrijwillig jeugd en jongerenwerk naar doelstelling 6

3.3 Subprogramma Diversiteit


3.3.1. Diversiteit: Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?
Doordat de nadere uitwerking van het Programakkoord 2010-2014 en het tijdstip van indienen
van de Begroting 2011 van elkaar afwijken, is er nog geen koppeling tussen deze nieuwe
doelstellingen en de bijbehorende middelen. De paragraaf ‘Wat mag het kosten’ is nu nog
gebaseerd op de oude begrotingsindeling en zal vanaf de Begroting 2012 synchroon aan de
nieuwe doelstellingen lopen.

Programakkoord 2010-2014

Doelstelling 8: Homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders voelen zich veilig in de stad


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Door homo’s ervaren discriminatie 19% Burgermo- 18 17 16 15
nitor 2009

Doelstelling 9: Discriminatie is afgenomen


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Aantal meldingen bij Meldpunt Dis- 965 Meldpunt 1000 1050 1075 PM
criminatie Amsterdam12 Discrimina-
tie Amster-
dam, 2009

Overige doelstellingen

Doelstelling 10: Sociale binding en vertrouwen


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Aantal gesubsidieerde stedelijke 88 2007 6013 60 60 PM
zelforganisaties die werken aan
integratie participatie en sociale
cohesie volgens de vereisten van de
SIP (subsidieverordening Integratie,

11
Onder doelstelling 7 vallen alle begrotingsvolgnummers van het subprogramma Jeugd die niet bijdragen aan een
expliciet geformuleerde doelstelling, zoals doelstelling 4, 5 of 6. De expliciete formulering van de doelstelling(en)
waaraan deze volgnummers (zie voetnoot 10) zullen bijdragen wordt nog nader uitgewerkt in de begroting 2012 en
later.
12
Deze indicator hoort bij de doelstelling dat de meldingsbereidheid in verband met gevallen van discriminatie moet
toenemen. Echter, een toename van het aantal meldingen is ook voor andere interpretatie vatbaar, hij kan ook wor-
den gezien als toename van de discriminatie. Nadere analyse van de gegevens geeft hier ieder jaar meer zicht op.
13
De beoogde streefwaarde is door een bezuiniging in 2010 naar beneden bijgesteld.

Raadsdruk Begroting 2011 124


Participatie en Sociale Cohesie)

Aantal gesubsidieerde activiteiten 301 December 310 315 320 PM


(vanuit de SIP subsidies) gericht op 2006
integratie, participatie en sociale
cohesie.

3.3.2. Diversiteit: Wat gaan we ervoor doen?


Burgerschap
Burgerschap is een begrip met vele dimensies; het heeft betrekking op diverse beleidsterrei-
nen en heeft veel raakvlakken met lopende dossiers (preventie Radicalisering, antidiscrimina-
tie met name vrijwilligerswerk, Gay Capital, Wijkaanpak). Diverse van de in deze begroting
opgenomen doelstellingen hebben dan ook direct of indirect invloed op de wijze waarop be-
woners van Amsterdam hun burgerschap kunnen invullen.
Ons College zal in het voorjaar van 2011 zijn programma Burgerschap en Participatie presen-
teren.
Het programma zal langs de volgende lijnen worden opgezet en uitgewerkt:
 wat doe jij voor de stad: het faciliteren en verbinden van de energie van betrokken en
actieve burgers. Hierin wordt ook gekeken naar de rol van vrijwilligers en zelforganisaties
als het gaat om het onderhouden van de verworvenheden van onze open en diverse stad
 aanpak intolerantie: tegengaan van discriminatie, het bevorderen van homoacceptatie en
bewoners en professionals helpen omgaan met verschijnselen van polarisatie en ver-
vreemding
 aanspreken zelfvertrouwen van de stad: jongens en meisjes helpen om op een prettige
manier volwaardige burgers te worden. Het blijft belangrijk om daar waar nodig burgers te
steunen in hun weg naar zelfredzaamheid en participatie en om kansrijke initiatieven te
benutten
 gedeeld verleden, gezamenlijke toekomst: het benoemen en kenbaar maken van wat
elkaar bindt door het vieren van gemeenschappelijkheden en het zichtbaar maken van
gemeenschappelijke geschiedenissen

Doelstelling 8 en 9 Aanpak discriminatie


De gemeente heeft de Aanpak Discriminatie Amsterdam 2009-2010 uitgevoerd, waarin maat-
regelen zijn opgenomen om (bewuste of onbewuste) discriminatie tegen te gaan. Speerpun-
ten hierin waren het tegengaan van discriminatie op de arbeidsmarkt, op scholen, in het uit-
gaansleven en de discriminiatie van homoseksuelen. De gemeente werkt hierin samen met
verschillende partners: politie, meldpunt discriminatie regio Amsterdam (MDRA), gay-
netwerken, vrouwenorganisaties, zelforganisaties, scholen, werkgevers, sportorganisaties,
horeca, et cetera. Voor 2011 en verder wordt er een nieuwe aanpak ontwikkeld, waarbij ge-
bruik wordt gemaakt van de verworven kennis en ervaring.

De gemeente heeft met een aantal partners waaronder de politie, de Koninklijke Horeca Ne-
derland (KHN) en de jongerenorganisaties Argan en JAA! Afspraken gemaakt over het te-
gengaan van discriminatie in het uitgaansleven. Er is veel aandacht voor preventie van dis-
criminatie, onder meer door voorlichting op scholen en gesprekken met jongeren.
Daarnaast is het belangrijk dat slachtoffers discriminatie melden. Dit zal een centraal thema
zijn bij de gemeentelijke antidiscriminatiecampagne die van start zal gaan.
Discriminatie op de arbeidsmarkt moet worden teruggedrongen. Aan werkgevers wordt duide-
lijk gemaakt dat divers personeel belangrijk is. Ook de gemeente maakt daar intern werk van,
door te bevorderen dat er meer vrouwen en personen met een niet-westerse achtergrond in
de ambtelijke top komen en dat er meer diversiteit in adviesraden komt. De diversiteitsdoel-
stelling van het gemeentelijk personeelsbeleid wordt onverkort gehandhaafd.

Doelstelling 10 Bevorderen sociale (ver)binding en vertrouwen


We bevorderen sociale cohesie door het bevorderen van ontmoeting en de juiste verbindin-
gen tussen de diverse groepen in Amsterdam. Om dit optimaal te kunnen doen zal de ge-
meente zich in 2011 o.a. richten op het stimuleren van kennisuitwisseling, stedelijke debatten
en discussie. De gemeente zal in 2011 een aantal grootschalige stedelijke evenementen
stimuleren, ondersteunen en faciliteren, gericht op interculturele relaties, identificatie met

Raadsdruk Begroting 2011 125


Amsterdam etc. zoals onder meer Ramadanfestival, Keti Koti en de herdenking 150 jaar af-
schaffing slavernij.

De gemeente Amsterdam is een van de 22 zogenaamde ‘Antillianengemeenten’ waarmee het


rijk arrangementen afsluit voor extra inzet op deze doelgroep met specifieke achterstanden.
Vanaf 2010 gaat een nieuwe beleidsperiode in voor het arrangement vanuit het rijk voor Antil-
lianen en Arubanen. De gemeente ontvangt per jaar € 522.500 van het rijk en moet daar zelf
cofinanciering tegenover stellen voor hetzelfde bedrag.

Het Programma Caribische Amsterdammers (PCA) loopt van 2010 tot 2014. Voor deze peri-
ode is een programmaplan in voorbereiding op basis waarvan een nieuw arrangement met
het rijk kan worden geëffectueerd. De drie speerpunten zijn: opvoed- en opgroeiondersteu-
ning, succesvolle loopbaan en participatie aan de samenleving.

Preventieve aanpak radicalisering en polarisatie


In 2011 blijven we samen met de partners OOV/Informatie Huishouding en de stadsdelen de
nadruk leggen op de volgende zaken:
 het vroegtijdig signaleren van radicalisering
 het de-radicaliseren van radicaliserende jongeren en het aanpakken van het radicaal
gedachtegoed
 het vergroten van de weerbaarheid tegen radicalisering en polarisatie, onder meer via
bijzondere aandacht voor professionals die met jongeren werken en kwetsbare jongeren
 het verkleinen van de voedingsbodem van radicalisering

Emancipatie en participatie
Onder het emancipatiebeleid vallen een aantal grote noemers zoals Homobeleid, vrou-
wenemancipatie en de Subsidieverordening Integratie, Participatie en Sociale Cohesie (SIP).
Daarnaast gaan we aan de slag met de uitwerking van mannenemancipatie en meiden en
hun problematiek.

In 2010 zijn de zelforganisaties die gebruik maken van de Subsidie Integratie Participatie en
Sociale Cohesie (SIP) meer ingezet bij het bestrijden van armoede, tegengaan van homo-
intolerantie en anti-discriminatie. In het voorjaar van 2010 is de verordening geëvalueerd door
een extern bureau. Op basis hiervan zullen aanbevelingen voor de toekomst van de SIP en
eventuele bijstelling op onderdelen in 2011 ter besluitvorming worden voorgelegd en worden
uitgevoerd.

In 2009 is het Servicepunt Vrouwenemancipatie (SPE) operationeel geworden, met als doel
praktische ondersteuning aan vrouwenorganisaties te bieden. In 2011 wordt het Servicepunt
geëvalueerd en worden voorstellen gedaan voor de eventuele voortzetting ervan.

Binnen Amsterdam als Gay Capital wordt er dit jaar naast de veiligheid van homo’s bijzonde-
re aandacht besteed aan lesbische vrouwen, oudere homo’s en homo’s die afkomstig zijn uit
etnische of religieuze groepen die homoseksualiteit niet of minder accepteren.

3.3.3 Diversiteit: Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1 miljoen Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting


2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten +
Doelstelling 8+914 1,9 1,6 1,5 1,3 1,3 1,3
Doelstelling 10 6,7 6,5 6,1 6,1 6,1 6,1
Baten -
Doelstelling 8+9 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Doelstelling 10 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

14
Onder een doelstelling vallen één of meer begrotingsvolgnummers: Doelstelling 8+9: 511.02.01 511.02.02
511.02.03 Doelstelling 10: 611.01.13 630.01.02 630.01.10 630.01.14 630.01.15 922.01.42 980.10.54 980.37.34

Raadsdruk Begroting 2011 126


Mutaties in reserves
Doelstelling 10 0,0 -0,4 0,0 0,0 0,0 0,0
Saldo 8,5 7,7 7,6 7,4 7,4 7,4

Het subprogramma diversiteit kent drie doelstellingen waarvan twee programakkoord doel-
stellingen (8 en 9) en één onder overige doelstellingen (doelstelling 10).
Het saldo ten laste van de algemene dienst van de doelstellingen onder het subprogramma
diversiteit daalt tussen de vastgestelde Begroting 2010 en de Actualisatie 2010 met € 0,8
miljoen. Deze daling is het effect van een daling van het saldo op doelstelling 8+9 met € 0,3
miljoen en een daling op doelstelling 10 met € 0,5 miljoen. Tussen de Actualisatie 2010 en de
Begroting 2011 daalt het saldo met € 0,1 miljoen als gevolg van een daling van € 0,1 miljoen
op doelstelling 10. Hieronder volgt een verklaring per doelstelling.

Doelstelling 8: Homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders voelen zich veilig in de stad.


en Doelstelling 9: Discriminatie is afgenomen worden gezamenlijk toegelicht. Het saldo daalt
tussen de Begroting 2010 en de Actualisatie 2010 met € 0,3 miljoen door de volgende ont-
wikkelingen:
 een afname van € 1,0 miljoen door de overdracht van de middelen voor vrijwilligerswerk
naar het programma Zorg
 een toename van € 0,5 miljoen door de overheveling van de middelen voor de structurele
subsidie aan het Mozeshuis van doelstelling 3 Educatie naar Diversiteit
 de toevoeging van de decentralisatie-uitkering homo-emancipatie van € 50.000
 een saldo daling van € 24.000 door prijscompensatie 2010
 de toevoeging van de decentralisatie-uitkering duizend en één kracht van € 0,15 miljoen

Het saldo daalt tussen de Actualisatie 2010 en de Begroting 2011 met € 9.000 door de nomi-
nale aanpassing.

Doelstelling 10: Bevorderen sociale (ver)binding en vertrouwen


Het saldo daalt tussen de Begroting 2010 en de Actualisatie 2010 met € 0,5 miljoen door de
volgende ontwikkelingen:
 verlaging van de middelen PAS (Platform Amsterdam Samen) met € 0,6 miljoen. Het
structurele bedrag van Wij Amsterdammers is teruggebracht in de lijn bij DMO (program-
ma EJD) en voor € 0,6 miljoen in lijn gebracht bij directie OOV (programma OOV)
 toevoegen van de apparaatskosten diversiteit van € 0,4 miljoen aan het Subprogramma
Diversiteit. Deze kosten waren voorheen ondergebracht bij het Subprogramma Educatie.
Door de wijziging is een betere aansluiting van de kosten bij de doelstelling ontstaan. De-
ze mutatie is saldo neutraal binnen het programma EJD
 een saldo daling van € 63.000 door prijscompensatie 2010
 een daling van het saldo met € 0,2 miljoen door een onttrekking aan de reserve Wij Am-
sterdammers

Het saldo daalt tussen de Actualisatie 2010 en de Begroting 2011 met € 0,1 miljoen door de
nominale aanpassing.

3.4 Subprogramma Bibliotheek

3.4.1 Bibliotheek: Wat gaan we ervoor doen?


In 2009 is een begin gemaakt met beleidsontwikkelingen voor de Openbare Bibliotheek Am-
sterdam vanuit een brede benadering. Door het ministerie van OCW is het bibliotheekcharter
2010-2012 opgesteld, waarin voor de drie bestuurslagen (rijk, provincie en gemeente) de
taken, verantwoordelijkheden en rollen met betrekking tot het bibliotheekwerk zijn vastgelegd.
De rolverdeling tussen de drie overheden verandert niet op basis van dit charter maar de
inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheden zijn wel geactualiseerd. Tot op heden be-
schikten de overheden niet over benchmarkgegevens. Daarom is in het charter afgesproken
dat er onderzoek komt naar de financiële structuur van het bibliotheekwerk.
In 2010 wordt op basis van bevindingen en landelijke ontwikkelingen de toekomstige relatie
tussen de gemeente en de Openbare Bibliotheek nader uitgewerkt.

Raadsdruk Begroting 2011 127


3.4.2 Subprogramma Bibliotheek: Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1 miljoen Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting


2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten +
Doelstelling 1115 18,9 18,8 18,6 18,7 18,7 18,6
Baten -
Doelstelling 11 3,0 3,1 3,1 3,1 3,1 3,1
Mutaties in reserves
Doelstelling 11 -0,4 -0,4 -0,4 -0,4 -0,4 -0,4
Saldo 15,5 15,2 15,1 15,2 15,1 15,1

De saldodaling tussen de vastgestelde begroting en de actualisatie en tussen de actualisatie


en begroting 2011 komt door de negatieve nominale aanpassing van respectievelijk € 0,3
miljoen en € 0,1 miljoen.

4 Reserves, voorzieningen, investeringen


4.1 Reserves

Bedragen x € 1 miljoen Stand Verwachte Stand Stand Stand Stand Stand


primo mutaties iltimo ultimo ultimo ultimo ultimo
2010 2010 2010 2011 2010 2013 2014

+ -/-

Onderwijshuisvesting 0,0 3,0 -0,5 2,5 1,7 1,5 0,0 3,4

Elleboog 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3


Jongerencentrum Jan Galenstraat 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7

Bibliotheek 14,9 -0,4 14,5 14,1 13,7 13,3 12,9

Kwaliteit Onderwijs 0,6 -0,6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Bureau Leerplicht Plus 3,0 -3,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Van Acht tot Acht arrangementen 0,2 -0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Bijzondere Trajecten Risicojongeren 3,1 -2,9 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

GSBIII 0,4 -0,4 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

VVE 1,1 -1,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0


Matchpoint 1,0 -1,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Doorlopende Verplichtingen 2009 0,2 -0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Diversiteit
Doorlopende Verplichtingen 2009 0,5 -0,5 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Onderwijs en Jeugd
Totaal reserves 26,0 3,0 -10,8 18,2 16,8 16,2 12,4 15,4

Te handhaven reserves
De reserves Jongerencentrum Jan van Galenstraat en Elleboog dienen ter dekking van het
nieuwbouwproject aan de Laan van Spartaan/Jan van Galenstraat. De bouw heeft vertraging
opgelopen.

Af te wikkelen reserves

15
Onder een doelstelling vallen één of meer begrotingsvolgnummers: Doelstelling 11: 510.01.01 510.01.03
980.37.61

Raadsdruk Begroting 2011 128


Aan de reserve Bijzondere Trajecten Risicojongeren wordt in 2010 onttrokken voor € 2,9 mil-
joen. De resterende € 0,2 miljoen wordt eventueel ingezet voor een uitloop van facturabele
trajecten in 2011.
Aan de reserve Matchpoint wordt in 2010 voor € 1,0 miljoen onttrokken en is daarmee geheel
besteed.

De reserve Kwaliteit Onderwijs wordt in 2010 geheel onttrokken voor Kwaliteit Voortgezet
Onderwijs.

De reserve BLP+ komt in 2010 geheel tot besteding.

Aan de in 2009 niet geheel tot besteding gekomen reserve Acht tot Acht zal in 2010 voor
€ 0,2 miljoen onttrokken worden en deze zal daarmee geheel tot besteding komen.

De reserve doorlopende verplichtingen Jeugd en Onderwijs zal in 2010 in zijn geheel ingezet
worden voor in 2009 aangegane verplichtingen met een uitvoeringsdeel in 2010. Dit geldt ook
voor de reserve Restant gehouden bedragen Diversiteit ad € 0,2 miljoen.

De reserve GSBIII wordt in zijn geheel besteed en ingezet voor kosten in het kader van de
afwikkeling van GSBIII.

De reserve VVE wordt geheel ingezet voor jaargrensoverschrijdende VVE-projecten.

Reserve Onderwijshuisvesting
Aan de reserve Onderwijshuisvesting wordt in 2010 € 2,5 miljoen gedoteerd en in 2011 € 0,8
miljoen onttrokken. Zie verder de risicoparagraaf.

4.2 Voorzieningen

Bedragen x € 1 Werkelijke Mutatie Verwachte Mutatie Verwachte Verwachte Verwachte Verwachte


miljoen stand ulti- 2010 stand ulti- 2011 stand ulti- stand ulti- stand ulti- stand ulti-
mo 2009 mo 2010 mo 2011 mo 2012 mo 2013 mo 2014
Voorzieningen
Diverse fondsen 0,2 0,0 0,2 0,0 0,2 0,2 0,2 0,2
Onderwijs
Voorziening te 0,4 0,0 0,4 0,0 0,4 0,4 0,4 0,4
stichten scholen
Totaal 0,6 0,0 0,6 0,0 0,6 0,6 0,6 0,6

Diverse fondsen Onderwijs


Het betreft hier zeven verschillende legaten die gevoed worden met de rente-inkomsten.

Voorziening te stichten scholen


In de Jaarrekening 2009 is een voorziening voor een te stichten school in Noord gevormd. De
verwachting is dat er in 2010 geen kosten voor dit onderwerp worden gemaakt. Voor 2011
geldt dat dermate onzeker is of er kosten worden gemaakt dat eventuele uitgaven in de Actu-
alisatie 2011 zullen worden verwerkt.

Raadsdruk Begroting 2011 129


5 Verdelingsvoorstel
5.1 Prioriteiten en posterioriteiten 2011

I1 Programakkoord
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
1 Van 8 tot 8 Begeleiding jongeren door Afname van lichtcriminelen 1.000 800
jongerencoaches

2 Schoolveilgheidsteams Schoolveiligheidsteam Veilige school 150 0


3 Kwaliteit Onderwijs Kwaliteit VO/MBO en Kwaliteit Kwaliteit en spreiding onder- 6.200 6.200
Primair onderwijs wijsvoorzieningen VO/MBO
goed en kwaliteitsaanpak
primair onderwijs
4 Uitwerking Programma Maatschappelijke initiatieven Geen verdere escalatie van 150 150
Burgerschap en participatie t.b.v. bestrijding sociale cohe- gevoelens van onveiligheid en
sieproblematiek en innovatie vervreemding, het bieden van
op dit gebied stimuleren, een adequaat antwoord rond
communicatie over normen, `harde’ sociale cohesie pro-
grenzen, eigen verantwoorde- blemen in de stad, het verster-
lijkheid en stedelijke identiteit, ken van een stedelijke identi-
samenwerking burgerinitiatie- teit en het bevorderen van
ven en overheid, politieke politieke participatie
participatie

5 Gay Capital Gay Straight Alliances, lesbi- Zichtbaarheid, veiligheid en 170 130
sche initiatieven, maatregelen veiligheidsgevoel onder LGT-
tbv roze ouderen, aangiftebe- B's is vergroot
reidheid bevorderen, preven-
tieve aanpak hate crimes,
aanpak niet strafbare feiten
homofobie, buurtgerichte
initiatieven vergroting veilig-
heidsgevoel homo's
6 Discriminatie bestrijding Inzet op preventie en repres- Respect en tolerantie voor alle 180 180
sie van discriminatie en intole- Amsterdammers
rantie door nieuwe aanpak
discriminatie 2011 met focus
op onderwijs, opvoeding,
arbeidsmarkt en publieke
ruimte
7 Herdenking Slavernij verle- Educatieve trajecten voor Historisch besef en erkenning 100 100
den jongeren. Zichtbaar maken van de invloed van het verle-
van cultuur en cultureel erf- den voor zelfvertrouwen en
goed, podia creëren t.b.v. identiteit van een deel van de
heikele thema’s m.b.t. slavernij Amsterdammers en daarmee
ook van de stad
8 Vaderemancipatie Trainingen en voorlichting Verbeteren voorbeeldfunctie 75 75
gericht op mannen met grote vaders, grotere ontwikkelings-
afstand tot de samenleving en kansen kinderen en meer
hun gezin ruimte voor vrouwen
9 Maatschappelijke allianties Creëren sterk maatschappelijk voedingsbodem voor harde 175 100
middenveld in wijken met laag cohesieproblemen wegnemen
sociaal kapitaal en probleem-
cumulatie, inspelen op maat-
schappelijk initiatief t.b.v.
moeilijk bereikbare doelgroe-
pen
10 Bureau Leerplicht Plus Intensivering Bureau Leer- Extra inzet leerplichtambtena- 750 750
plicht ren schoolveiligheidteams,
adequate afhandeling van
toename meldingen

8.950 8.485

Raadsdruk Begroting 2011 130


I4 Overige prioriteiten
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
11 Nowhere Talentontwikkeling 80 40
12 Studio West Talentontwikkeling 180 90
13 Streetcornerwork Jeugdhulpverlening voor Zwerfjongeren en overlastge- 200 200
zwervende en overlastgeven- vende jongeren zijn toegeleid
de jongeren naar een hulpverleningstraject

14 Ketenunits Versnelling doorlooptijd straf- Afname van lichtcriminelen 200 200


recht/ combineren straf en
zorg
15 Basta, school tv Amsterdams tv programma 26 afleveringen school tv 250 250
voor basisscholen waarbij per aflevering een
Amsterdamse basisschool
wordt bezocht

910 780

S1 Programakkoord
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
16 Onderwijshuisvestingspro- Realisatie goede schoolge- Circa 16 gebouwen opge- 1.250 1.250
gramma 2011 bouwen: investeringen in knapt, uitgebreid en nieuw
eerste inrichting, onderhoud gebouwd
en nieuwbouw voor € 15
miljoen.

1.250 1.250

SP4 Structurele posterioriteiten


# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
17 Efficiency apparaat onder- -150 -150
wijs
18 Efficiency apparaat jeugd -100 -100
19 Jeugd Beëindigen Onder- -240 -240
zoek
20 Onderzoeksbudget onder- -150 -150
wijshuisvesting VO

21 Wijzigen organisatie OKC Wijzigen organisatie OKC en -800 -800


invoeren gereduceerd basis-
pakket
22 Plan van Aanpak Diversi- Minder flexibel inzetbaar Minder ruimte om in te spelen -100 -100
teitsbeleid budget op acute ontwikkelingen in de
samenleving die te maken
hebben met diversiteit en
integratie
23 besparing uitvoering leer- -300 -300
plicht

-100 -1.840

Raadsdruk Begroting 2011 131


5.2 Toelichting prioriteiten en posterioriteiten

I1 Programakkoord

1. Van 8 tot 8
Conform het Programakkoord stelt ons College voor om de prioriteit incidenteel op te nemen
in het verdelingsvoorstel voor 2011 voor een bedrag van € 800.000,-. Het resterende bedrag
van € 200.000 zal bij het verdeelvoorstel 2012 betrokken worden. Voor de uitvoering van de
prioriteit wordt 14,1 fte ingezet.

In februari 2008 is gestart met de nieuwe gemeentelijke aanpak om overlast op straat terug te
dringen en de aanwas van nieuwe jeugdige wetsovertreders terug te dringen, onder de pro-
jectnaam: de Van 8 tot 8 aanpak.

Op jaarbasis begeleiden jongerencoaches 150 tot 200 jongeren op de domeinen: openbare


orde en veiligheid, school/werk, vrije tijdsbesteding, het gezin en de zorg. De jongeren wor-
den via de stadsdelen toegeleid naar de Van 8 tot 8 aanpak. Momenteel worden jongeren uit
Nieuw-West, Oost (het voormalige stadsdeel Zeeburg) begeleid. Kort geleden is in het kader
van de intensievere jeugdaanpak ook begonnen in Zuidoost. Dit jaar zullen vanuit dat stads-
deel 30 jongeren aangemeld worden, in 2011 zullen er 50 in begeleiding genomen worden.
De leeftijd waar de Van 8 tot 8 aanpak zich op richt zijn met name jongeren tussen de 10 en
de 14 jaar.

In 2011 zal de Van 8 tot 8 aanpak gezamenlijk met andere trajecten voor jongeren zoals Lo-
kale TrjactBegeleiding (LTB), Nieuwe Perspectieven, zwerfjongeren, mentoraten, etcetera
onder de loep worden genomen en wordt er – conform Systeem in Beweging – een voorstel
ontwikkeld over ambulante begeleiding voor groepen moeilijke jongeren. Omdat minder mid-
delen beschikbaar zijn, ook het Europees Sociaal Fonds (ESF) en de Wet ParticiaptieBudget
(WPB) staan onder druk, wordt daarbij ook oud voor nieuw betrokken, en bepaald voor 2012
welke en in welke vorm trajecten voor jongeren blijven gehandhaafd

2. Schoolveilgheidsteams
Voor de toelichting op de prioriteit verwijst ons College naar de gelijknamige prioriteit onder
het programma Openbare Orde en Veiligheid. Waar voor de prioriteit door ons College inci-
denteel € 150.000 is opgenomen in het verdelingsvoorstel.

3. Kwaliteit Onderwijs
In de prioriteitsaanvraag worden de volgende tranches aangehouden € 6,2 (2011), € 5,8 mil-
joen (2012), € 2,5 miljoen (2013) en € 0,5 miljoen (2014). Het programma KBA wordt als ein-
dig gezien, waarbij de resultaten in deze programakkoord periode (2011-2014) behaald moe-
ten worden. De inzet is daarom in het begin maximaal en loopt vervolgens af. Ons College
stelt voor om deze verdeling aan te houden en de prioriteit voor 2011 voor € 6,2 miljoen inci-
denteel in het verdeelvoorstel op te nemen. Voor de uitvoering van de prioriteit wordt 6,8 fte
ingezet.

Deze prioriteit is tweeledig en betreft (a) ‘Spreiding en kwaliteit onderwijsvoorzieningen


VO/MBO’ en (b) ‘Kwaliteit Basisonderwijs Amsterdam’.

(a) Spreiding en kwaliteit onderwijsvoorzieningen VO/MBO:


De problematiek van loting in de overgang van Primair Onderwijs (PO) naar Voortgezet On-
derwijs (VO) kan het beste aangepakt worden door het Regionaal Plan Onderwijsvoorzienin-
gen (RPO) als instrument te benutten voor kwaliteitsverbetering en spreiding van voorzienin-
gen in het VO. Hierdoor krijgen jongeren goed onderwijs in het VO en jongeren (en ouders)
kunnen kiezen uit een evenwichtig verspreid en goed onderwijsaanbod in Amsterdam.

Probleem hierbij is dat te veel scholen in Amsterdam niet voldoen, of onvoldoende, aan de
kwaliteitseisen van de Inspectie (peildatum mei 2009: 26 afdelingen). Het gaat om essentiële
zaken, zoals te hoog verzuim en onvoldoende registratie daarvan, voortijdig schooluitval,
onvoldoende gediplomeerden, lesuitval, onvoldoende kwaliteit leraren en schoolleiding, te

Raadsdruk Begroting 2011 132


weinig begeleiding, onvoldoende leeropbrengst uit en begeleiding bij beroepspraktijkvorming,
onvoldoende aansluiting tussen opleiding en vervolgopleiding. Ook is het niveau van basis-
vaardigheden (rekenen en – vooral – taal) van een groot deel van de leerling-populatie te
laag.

Basis op orde betekent dat ons College de komende vier jaar investeert in:
 Faciliteren van een goede spreiding van onderwijsvoorzieningen (RPO)
 Sluiten en fuseren van VO afdelingen en investeren in levensvatbaar VMBO conform
RPO
 bindende verbeterplannen voor (zeer) zwakke scholen / afdelingen (V)SO, VO en MBO
 in kaart brengen van de lesuitval en redenen van lesuitval, investeren in bestrijden van
lesuitval.
 investeren in lerarenbeleid en management van onderwijsinstellingen.
 basisvaardigheden (rekenen en taal) vormen een vast element bij de verbeterplannen
van de scholen.
 inzetten op wederzijdse transparantie en verantwoordelijkheid tussen gemeente en de
scholen.

(b) Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam


In het programakkoord is aangegeven dat de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam
(KBA) voortgezet en geïntensiveerd zal worden. Samen met de schoolbesturen is een kwali-
teitsakkoord ondertekend. De ondertekenaars willen dat:
 ieder kind in Amsterdam maximaal uitgedaagd wordt met goed onderwijs;
 schoolbesturen, stad en stadsdelen daar gezamenlijk een bijdrage aan leveren;
 zij de krachten bundelen om de kwaliteit van alle basisscholen in Amsterdam te garande-
ren.

De volgende speerpunten zullen de komende 4 jaar opgepakt worden:


1. Kwaliteitskader:
In het najaar van 2010 ontwikkelen de schoolbesturen PO en de gemeente (DMO/KBA) het
Amsterdams Kwaliteitskader Basisonderwijs.
Het Kwaliteitskader bevat kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren op basis waarvan:
a. de huidige kwaliteit van Amsterdamse scholen in kaart wordt gebracht;
b. scholen concrete ambities voor 2014 formuleren om de kwaliteit van het onderwijs
te verhogen;
c. scholen zich komende collegeperiode verantwoorden over de voortgang.
De ontwikkeling van het Kwaliteitskader leidt tot een verfijning en verbetering van de kwali-
teitsindicatoren uit het Programakkoord. Binnen het nieuwe Kwaliteitskader wordt immers
voor alle scholen het optimale ambitieniveau vastgesteld. Inclusief een bijbehorend maatrege-
lenpakket, uitvoering en monitoring daarvan.

2. Kwaliteit van onderwijs. Hieronder valt onder andere de Verbeteraanpak. Om alle scholen
in Amsterdam op een minimaal niveau te krijgen is de verwachting dat uiteindelijk 80
scholen meedoen. In de nieuwe collegeperiode betekent dit een toename van ongeveer
30 scholen. De werkwijze van opbrengstgericht werken van de verbeteraanpak wordt in
samenspraak met de schoolbesturen voortgezet om in Amsterdam een hoger ambitieni-
veau neer te zetten. Zoals in het programakkoord weergegeven zal in samenwerking met
de schoolbesturen afspraken worden gemaakt over een nieuwe Amsterdamse kwaliteits-
norm die minimaal voldoet aan de huidige eisen.

3. Inzet op professionalisering van personeel. Dit betreft het verhogen van de kwaliteit van
het onderwijsgevend personeel. Hieronder valt o.a. de leergang opbrengstgericht leider-
schap voor schooldirecteuren

4. 46 scholen nemen deel aan het Meesterplan Nieuw West. De interventies op het primaire
proces zijn ontwikkeld en worden uitgevoerd door KBA.

Resultaten 2010: 49 scholen nemen deel aan de Verbeteraanpak. De monitorrapportages


van de onderwijsexperts geven op het merendeel van de scholen aantoonbare verbeteringen
weer. Op 14 van de eerst 19 deelnemende scholen is dit gekapitaliseerd in een verbeterd

Raadsdruk Begroting 2011 133


toezichtarrangement van de onderwijsinspectie. Ook scholen met een basisarrangement
wensen hun kwaliteit duurzaam te verbeteren en melden zich aan voor de Verbeteraanpak.

Kwaliteit van onderwijs wordt in grote mate bepaald door de kwaliteit van het personeel. Voor
de leergang opbrengst gericht leiderschap voor school directeuren hebben zich circa 80 di-
recteuren aangemeld. De leergang voor intern begeleiders heeft 30 aanmeldingen.

4. Uitwerking Programma Burgerschap en participatie


De prioriteit is conform het programakkoord aangevraagd onder de middelen voor “integratie
en participatie”. Binnen dit programma is ons College voornemens:
 Te investeren in de productieve samenwerking tussen burgerinitiatieven en overheid.
 Duidelijkheid te geven hoe de eigen verantwoordelijkheid van de burger zich verhoudt tot
die van de overheid.
 Publiekscommunicatie in te zetten om normen en grenzen duidelijk te krijgen en om de
stedelijke identiteit te versterken
 In te zetten op het versterken van politiek vertrouwen middels het stimuleren van politieke
participatie.
Hierbinnen is rekening gehouden met 0,2 fte, in te zetten vanuit de bestaande formatie. Ons
College stelt aan uw Vergadering voor een incidentele prioriteit van € 150.000 in het verde-
lingsvoorstel op te nemen.

5. Gay Capital
De prioriteit is conform het programakkoord aangevraagd onder de middelen voor “integratie
en participatie”. De prioriteit wordt meerjarig incidenteel aangevraagd in plaats van structu-
reel. In het programakkoord is opgenomen: “dat alle homo’s, lesbiennes, biseksuelen en
transgenders zich thuis moeten kunnen voelen in de stad. Binnen Gay Capital is daarom
specifieke aandacht voor lesbische vrouwen, oudere homo’s en homo’s uit etnische of religi-
euze groepen die homoseksualiteit niet of minder accepteren”. De verdeling van het aange-
vraagde bedrag is gericht op deze prioriteiten en op de vraag van uw Vergadering om meer
aandacht te hebben voor voorlichting in het onderwijs, de vorming van Gay & Straight Alian-
ces te intensiveren en het kunnen optreden bij niet-strafbare feiten van homofobie.
Om dit te bereiken is ons College voornemens :
 Zowel in het onderwijs, het jongeren- en ouderenwerk en bij ‘macho-teamsporten’ in te
zetten op het sluiten van Gay Straight Alliances;
 Lesbische initiatieven te faciliteren en zichtbaar te maken;
 Maatregelen te ondersteunen ter voorkoming van het feit dat roze ouderen niet weer te-
rug ‘in de kast’ moeten;
 De aangiftebereidheid te bevorderen
 Een preventieve aanpak te ontwikkelen voor het tegengaan van `hate crimes’
 Op zoek te gaan naar manieren om ook hard te kunnen optreden bij niet strafbare feiten
van homofobie
 Buurtgerichte initiatieven te ondersteunen die het veiligheidsgevoel onder homo’s in de
publieke ruimte vergroten.
De inzet van de capaciteit is onderdeel van de bestaande formatie. Ons College wil voor deze
prioriteit € 130.000 ter beschikking stellen.

6. Discriminatie bestrijding
De prioriteit is conform het programakkoord aangevraagd onder de middelen voor “integratie
en participatie”. De toelichting geeft aan dat een nieuwe discriminatie aanpak ontwikkeld zal
worden, waarvan de kosten incidenteel van aard zijn. De herhaling van campagnes heeft wel
een structureel karakter. Ons College heeft aangegeven dat de huidige aanpak discriminatie
in 2010 ten einde loopt. Om in 2011 door te kunnen gaan met een stevige aanpak discrimina-
tie wil ons College in 2011:
 Een nieuwe aanpak discriminatie van start laten gaat met daarin aandacht voor onder-
wijs, opvoedingsondersteuning, arbeidsmarkt en extra aandacht voor de publieke ruimte.
 De positieve tegenhanger van discriminatie is gelijke behandeling en gelijke kansen, dit
zal als een rode draad door deze nieuwe aanpak lopen.
De inzet van de capaciteit is onderdeel van de bestaande formatie. Ons College wil voor deze
prioriteit € 180.000 ter beschikking stellen.

Raadsdruk Begroting 2011 134


7. Herdenking Slavernij verleden
De prioriteit is aangevraagd onder de middelen voor “integratie diversiteit inburgering en sla-
vernij-herdenking” conform programakkoord. Ons College vindt de herdenking van 150 jaar
afschaffing slavernij een uitgelezen gelegenheid voor Amsterdam om verbindingen te leggen.
De activiteiten in 2013 zullen een breed publiek moeten bereiken. Jongeren zijn daarbij een
belangrijke doelgroep; het onderwijs speelt grote rol om hen te bereiken. Ons College wil ten
behoeve van deze herdenking dat:
 Educatieve trajecten worden ingezet, die de doelgroep echt bereiken. Dit door gebruik te
maken van de nieuwe media en samen te werken met scholen en jongerenwerk.
 Cultuur en cultureel erfgoed een belangrijke plaats krijgen en samenwerkingsverbanden
hierin worden gezocht met het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT), NiNsee, AHM,
internationale partners en grassroots-organisaties.
 Podia worden gecreëerd ten behoeve van discussies op verschillende niveaus over hei-
kele thema’s die met slavernij te maken hebben.
De inzet van de capaciteit is onderdeel van de bestaande formatie. Ons College wil voor de
prioriteit € 100.000 ter beschikking stellen.

8. Vaderemancipatie
De prioriteit is aangevraagd onder de programakkoord middelen voor “integratie diversiteit
inburgering en slavernij-herdenking”. Vaderemacipatie wordt niet als dusdanig genoemd in
het programakkoord, maar valt wel onder het algemene begrip emancipatie. Ons College wil
ten behoeve van deze prioriteit de volgende activiteiten ontwikkelen:
 Trainingen voor Caraibische, Surinaamse, Antilliaanse, Arubaanse en Dominicaanse
vaders die buiten hun gezin zijn komen te staan, om ze te betrekken bij hun kinderen. Dit
vergroot de ontwikkelingskansen en het positieve gedrag van hun kinderen, met name
van hun zonen.
 Training en voorlichting gericht op mannen met een grote afstand tot de samenleving en
hun gezin, om ze zo een positiever rolmodel te kunnen laten zijn voor hun kinderen en ze
te betrekken bij hun leefwereld. Daarnaast zorgt dit ervoor dat ze hun vrouwen meer vrij-
heid voor zelfontwikkeling durven te geven.
De inzet van de capaciteit is onderdeel van de bestaande formatie. Ons College acht een
incidentele prioriteit van € 75.000 hiervoor voldoende.

9. Maatschappelijke allianties
De prioriteit is aangevraagd onder de programakkoordmiddelen voor “integratie diversiteit
inburgering en slavernij-herdenking”. Ons College realiseert zich dat coalities, maatschappe-
lijke allianties, netwerken en andere verbindingen met bewoners, bedrijven en maatschappe-
lijke organisaties een noodzakelijke voorwaarde zijn voor burgerschap en een noodzakelijke
energie om de kracht van de stad Amsterdam te mobiliseren. Het is goed om deze energie te
kunnen faciliteren en waar mogelijk te verbinden. Dit vergt ook een andere rol van de over-
heid, meer een van faciliteerder en verbinder dan een van opdrachtgever en organisator.
Overheid, maatschappelijk organisaties, bedrijfsleven, burgers en anderen moeten sterker en
nauwer gaan samenwerken aan de oplossing voor problemen in de stad in publiek-private
allianties, waarbij we sterke organisaties betrekken (geen vrijwilligersorganisaties). Er moet
verbinding tussen nieuwe initiatieven en de bestaande sociale infrastructuur tot stand komen.
Ondernemerschap en de innovatieve kracht van bedrijven en maatschappelijke ondernemin-
gen zijn hierbij onontbeerlijk. Ons College wil het verschil maken door in te kunnen spelen op
maatschappelijk initiatief van mensen die moeilijk bereikbare doelgroepen wel kunnen berei-
ken, midden in de samenleving staan en dus de problemen van binnenuit kennen. De inzet
van de capaciteit is onderdeel van de bestaande formatie. Ons College acht een bedrag van
€ 100.000 hiervoor voldoende.

10. Bureau Leerplicht Plus


Leerplicht is een van de twee wettelijke taken van de gemeente (stad en stadsdelen) op het
terrein van onderwijs (naast onderwijshuisvesting). In het Programakkoord is afgesproken dat
de wettelijke taak en de offensieve aanpak van Bureau Leerplicht Plus (BLP+) voortgezet zal
worden. Dit is noodzakelijk omdat schooluitval en -verzuim nog steeds een manifest probleem
is over de hele linie, maar vooral in het MBO niveau 1 en 2.

Raadsdruk Begroting 2011 135


Voldoen aan de wettelijke taak houdt onder meer in dat:
 Het verzuim op VO en MBO is 100% in beeld. Behoud van het totale instrumentarium van
Bureau Leerplicht Plus: consulenten in de school, dicht bij de leerling. Lik-op-stuk-aanpak
spijbelen intensiveren. Samenwerking met politie èn justitie vereist. Pakkans voor spijbe-
len vergroten en direct maatregelen treffen.
 Werkende jongeren zonder startkwalificatie een opleidingstraject bieden om deze alsnog
te halen.
 De bestuurlijke wens om de schoolveiligheidsteams te continueren en uit te breiden (de
ambitie is tot 12 teams / met deze prioriteit kan er worden uitgebreid tot 10 teams), leidt
tot een toename van de inzet van leerplichtambtenaren (per schoolveiligheidsteam 0,5 fte
leerplichtambtenaar).

Gezien de beperkte structurele middelen stelt ons College voor om de prioriteit incidenteel in
het verdelingsvoorstel op te nemen. Voor de uitvoering van de prioriteit zal 6 fte ingezet wor-
den.

I4 Overige prioriteiten

11. Nowhere
De subsidie voor Nowhere (en Studio West) is in 2008, 2009 en 2010 toegekend uit de pro-
gramakkoord middelen Jong Amsterdam Kinderen Eerst. (2007-2010). De subsidiering was
daarmee beperkt tot de vorige programakkoordperiode. Ons College stelt voor om in 2011
nog éénmaal een afbouwsubsidie toe te kennen. Ons College acht de helft van het subsidie-
bedrag uit voorgaande jaren voldoende om de subsidieontvanger voor te bereiden op afbouw
van activiteiten en vermindering van inkomsten vanuit de Gemeente. Er is € 40.000 opgeno-
men in het verdeelvoorstel.

12. Studio West


De subsidie voor Studio West (en Nowhere) is in 2008, 2009 en 2010 toegekend uit de pro-
gramakkoord middelen Jong Amsterdam Kinderen Eerst. (2007-2010). De subsidiering was
daarmee beperkt tot de vorige programakkoordperiode. Ons College stelt voor om in 2011
nog éénmaal een afbouwsubsidie toe te kennen. Ons College acht de helft van het subsidie-
bedrag uit voorgaande jaren voldoende om de subsidieontvanger voor te bereiden op afbouw
van activiteiten en vermindering van inkomsten vanuit de Gemeente. Er is € 90.000 opgeno-
men in het verdeelvoorstel.

13. Streetcornerwork
In het Programakkoord is geen rekening gehouden met de meerjarige incidentele compensa-
tie van bezuinigingen die in de begroting 2010 zijn opgenomen als gevolg van Motie 434.09
(motie B” Mulder en c.s. rust op het maatschappelijk front), welke bij de behandeling van de
voorjaarsnota 2009 is aangenomen. Gezien de meerjarige toezeggingen stelt ons College
voor nog eenmaal en voor het laatst in 2011 een bedrag op te nemen. Er is € 0,2 miljoen in
het verdeelvoorstel opgenomen.

14. Ketenunits
In het Programakkoord is geen rekening gehouden met de meerjarige incidentele compensa-
tie van bezuinigingen die in de begroting 2010 zijn opgenomen als gevolg van Motie 434.09
(motie B” Mulder en c.s. rust op het maatschappelijk front), welke bij de behandeling van de
voorjaarsnota 2009 is aangenomen. Gezien de meerjarige toezeggingen stelt ons College
voor nog eenmaal en voor het laatst in 2011 een bedrag op te nemen. Er is € 0,2 miljoen in
het verdeelvoorstel opgenomen.

15. Basta, school tv


In het Programakkoord is geen rekening gehouden met de meerjarige incidentele compensa-
tie van bezuinigingen die in de begroting 2010 zijn opgenomen als gevolg van Motie 434.09
(motie B” Mulder en c.s. rust op het maatschappelijk front), welke bij de behandeling van de
voorjaarsnota 2009 is aangenomen. Gezien de meerjarige toezeggingen stelt ons College
voor nog eenmaal en voor het laatst in 2011 een bedrag op te nemen. Er is € 0,25 miljoen in
het verdeelvoorstel opgenomen.

Raadsdruk Begroting 2011 136


S1 Programakkoord

16. Onderwijshuisvestingsprogramma 2011


Goede kwaliteit van onderwijsgebouwen heeft prioriteit in het Programakkoord en is tevens
een wettelijke taak van de gemeente. Elk jaar wordt door uw Vergadering het huisvestings-
programma onderwijs vastgesteld. In december 2010 worden de investeringen in onderwijs-
huisvesting voor 2011 goedgekeurd. De kapitaallasten die uit deze investeringen voortkomen
dienen in de begroting 2011 gedekt te worden. Voor de periode 2010-2013 is berekend dat er
voor een bedrag van € 134 miljoen aan investeringen noodzakelijk is. Gemiddeld is dit € 33,5
miljoen per jaar. Het werkelijk goedgekeurde budget in het programma kan afwijken van dit
gemiddelde bedrag, maar zou zich op de lange termijn moeten uitmiddelen. Met een gemid-
delde afschrijvingstermijn van 35 jaar zijn de kapitaallasten € 2,4 miljoen bij een investerings-
bedrag van € 33,5 miljoen.

Ons College heeft € 1,25 miljoen structureel opgenomen i.p.v. € 2,4 miljoen, wegens de be-
perkte structurele ruimte in het PA. Met deze dekking aan kapitaallasten kunnen € 15 miljoen
aan investeringen verwezenlijkt worden. Het toekennen van een lager bedrag heeft daarmee
de consequentie dat wordt afgeweken van de afspraken dat voor het investeringsbedrag
wordt uitgegaan van het verwachte gemiddelde investeringsniveau van de komende vier jaar.
Hierdoor mag, bij het vaststellen van het budget voor onderwijshuisvesting voor 2011 door de
uw Vergadering in december 2010, het totale investeringsbedrag niet meer dan € 15 miljoen
bedragen. Dit kan bereikt worden door te temporiseren en slechts de hoogst noodzakelijk
aanvragen op te nemen in het programma.

Nu al is bekend dat de aanvraag voor 2011 voor de A.G. Bellschool als noodzakelijk wordt
gezien. Het betreft een investering van € 8,3 miljoen (inclusief grondkosten) en bijbehorende
kapitaallasten van € 550.000,-. Gezien de beperkte dekking voor het programma 2011 van €
1,25 miljoen, heeft ons College besloten om de kapitaallasten van de A.G. Bellschool voor
2011 te dekken uit de dekking die beschikbaar is voor goedgekeurde investeringen uit eerde-
re huisvestingsprogramma’s (huisvestingsprogramma 2010 en eerder) waar nog geen uitvoe-
ring aan is gegeven. Het gaat daarbij om een werkvoorraad van € 150 miljoen aan investerin-
gen. Sinds 2009 zijn schoolbesturen in het voortgezet onderwijs verplicht om samen een
Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) op te stellen. Eind januari 2011 zal er een
geconcretiseerd RPO worden aangeboden aan ons College, waarin de knelpunten en oplos-
singsrichtingen per school op locatieniveau nader worden uitgewerkt. Dit kan leiden tot nieu-
we noodzakelijk investeringen, maar kan tegelijkertijd eerder goedgekeurde investeringen
overbodig maken. De werkvoorraad van € 150 miljoen aan goedgekeurde investeringen zal in
het licht van het geconcretiseerd RPO nauwlettend worden bekeken. Ons College verwacht
dat als gevolg van de herschikking die binnen de werkvoorraad zal plaatsvinden de ruimte
voor de € 8,3 miljoen aan investeringen voor de A.G. Bellschool wordt gevonden.

SP4 Structurele posterioriteiten

17. Efficiency apparaat onderwijs


De posterioriteit betreft € 0,15 miljoen in 2011 en € 0,15 miljoen in 2012 (totaal € 0,3 miljoen).
Dit is een bezuiniging van 10%, welke door natuurlijke verloop kan worden opgevangen. Het
betreft 2,25 fte inclusief bijbehorende kosten in 2011 en 2012. Ons College heeft de posterio-
riteit voor € 0,15 miljoen structureel in het verdeelvoorstel 2011 opgenomen.

18. Efficiency apparaat jeugd


Dit is een bezuiniging van 10%, welke door natuurlijke verloop kan worden opgevangen. Het
betreft 1,25 fte en de daarbij behorende kosten. Ons College heeft de posterioriteit voor € 0,1
miljoen structureel in het verdeelvoorstel 2011 opgenomen.

Raadsdruk Begroting 2011 137


19. Jeugd Beëindigen Onderzoek
Onderzoek zal in het vervolg worden gedekt vanuit de beleidsmiddelen. Bezuiniging op deze
post betekent dat er minder geld is om innovatieve projecten te subsidiëren of projecten te
subsidiëren die een leemte vullen in het bestaande aanbod. De posterioriteit heeft geen per-
sonele consequenties. Ons College heeft de posterioriteit voor € 0,24 miljoen structureel in
het verdeelvoorstel 2011 opgenomen.

20. Onderzoeksbudget onderwijshuisvesting VO


Het onderzoeksbudget dient ter controle van de raming die scholen opgeven voor de kosten
van huur voor tijdelijke huisvestingslocaties en bouwkosten. Het budget wordt met € 150.000
verlaagd van € 250.000 naar € 100.000. De posterioriteit heeft geen personele consequen-
ties. Ons College heeft de posterioriteit voor € 0,15 miljoen structureel in het verdeelvoorstel
2011 opgenomen.

21. Wijzigen organisatie OKC


De taken op het terrein van de OKC/JGZ zullen gedecentraliseerd worden naar de stadsde-
len. Op 16 augustus 2010 hebben de wethouder Zorg en Jeugd bestuurlijk overleg gevoerd
met de stadsdelen over de financiële heroverwegingen in relatie tot de op handen zijnde de-
centralisatie van de OKC middelen (inclusief basistakenpakket JGZ). Met bestuurlijke verte-
genwoordigers van de stadsdelen is overeenstemming bereikt om per 2011 een bedrag van €
2,5 miljoen te bezuinigen en dit bedrag in mindering te brengen op middelen die aan de
stadsdelen worden overgedragen. De besparingen betreffen voornamelijk efficiencymaatre-
gelen en uitvoeringskosten. Dit betekent dat de voorgestelde maatregelen naar verwachting
geen effect hebben op het voorzieningenniveau.
Deze bezuiniging van € 0,8 miljoen is onderdeel van deze € 2,5 miljoen. Het overige deel van
deze € 2,5 miljoen is opgenomen in het programma Zorg.

22. Plan van Aanpak Diversiteitsbeleid


Het gaat om een flexibel inzetbaar budget waarmee ons College kan inspringen op actuele
ontwikkelingen die te maken hebben met het beleidsterrein. Ons College kan besluiten min-
der budget in te zetten, derhalve wordt voorgesteld de structurele posterioriteit van € 100.000
op te nemen in het verdelingsvoorstel.

23. besparing uitvoering leerplicht


Bureau Leerplicht plus (BLP+) gaat een efficiency toepassen op de inzet van het apparaat bij
de uitvoering van haar taak. Hierbij wordt ingezet op een slimmere wijze van sanctioneren in
het (nu nog kostbare) proces van verbaliseren bij verzuim. Zo zal als middel de bestuurlijke
boete gehanteerd gaan worden bij overtreding, waarmee de bureaucratie in dit proces terug-
gedrongen wordt. De ombuiging dankzij deze efficiency op het apparaat betreft 6 fte. Ons
College heeft de posterioriteit voor structureel € 0,3 miljoen opgenomen in het verdeelvoor-
stel.

Raadsdruk Begroting 2011 138


Programma Verkeer en infrastructuur
Maatschappelijk effect
Het nieuwe programakkoord en de ervaringen van de afgelopen vier jaar geven aanleiding
om de structuur van dit programma beperkt te wijzigen. In onderstaande figuur wordt het
voorstel voor de nieuwe programmastructuur (en dus ook de subprogramma’s) weergegeven.
Basis zijn de drie nieuw benoemde maatschappelijk effecten:
1. Een veilige stad
2. Een bereikbare stad
3. Een aantrekkelijke stad

Programma Maatschappelijke effecten Subprogramma

Een verkeersveilige stad

Een veilige stad

Een sociaalveilige stad

Goede bereikbaarheid
Verkeer en van de stad
Een bereikbare stad
Infrastructuur
Goede mobiliteit in de stad

Een schone stad


Een aantrekkelijke
stad

Een hele en mooie stad

Met de introductie van de nieuwe subprogramma’s komen de oude subprogramma’s


(voorheen subresultaatgebieden geheten) te vervallen. Dat zijn:
 openbaar vervoer
 luchtkwaliteit
 bereikbaarheid
 verkeersveiligheid
 beheer stedelijke infrastructuur

Raadsdruk Begroting 2011 139


1 Kerncijfers
Bedragen x € 1 miljoen Rekening Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting
2009 2010 2010 2011 2012 2013 2014

Lasten + 505,8 543,8 384,5 439,3 631,2 622,8 387,1


Baten - 742,9 388,9 222,1 232,3 233,3 234,1 236,6
Resultaat t.l.v. algemene - 237,2 154,9 162,4 207,0 397,9 388,7 150,5
middelen voor mutaties
reserves
Toevoeging minus 346,4 - 32,8 - 40,2 - 67,9 - 252,3 - 245,7 - 9,3
onttrekking reserves
Resultaat t.l.v. algemene 109,2 122,1 122,1 139,1 145,6 143,1 141,2
middelen na mutaties
reserves
Saldo reserves 625,7 252,5 585,4 517,5 265,2 19,5 10,2
Saldo voorzieningen 494,6 423,6 498,9 499,2 497,7 494,4 398,9

Om de cijfermatige ontwikkeling tussen de Begroting 2010, de Actualisatie 2010 en de


Begroting 2011 zo inzichtelijk mogelijk te maken, worden de nieuwe subprogramma’s met
terugwerkende kracht gepresenteerd. Dit heeft geen invloed op het totaal van baten en lasten
zoals dat door uw Vergadering bij de Begroting 2010 is vastgesteld. Het betreft hier slechts
verschuiving van volgnummers naar de nieuwe subprogramma’s.

2 Ontwikkelingen en beleidskaders

2.1 Mobiliteitstoets Structuurvisie


Om de mobiliteitseffecten van de ontwerp Structuurvisie in beeld te brengen en om
aanbevelingen te doen voor eventuele bijsturing wordt een mobiliteitstoets uitgevoerd. Verder
vormt de toets een onderbouwing voor het PlanMER (het milieueffectenrapport over het
plan1).

2.2 Mobilititeitsaanpak Amsterdam


De in de Structuurvisie gemaakte keuzes hebben ook consequenties voor een geïntegreerde
2
MIRT-aanvraag bij het rijk. Daarnaast is er een verdiepingsslag nodig om het nieuwe
programakkoord te vertalen naar beleidslijnen voor de kortere en middellange termijn. Een
actueel Amsterdams verkeer- en vervoerplan waarin de samenhang van het beleid op
deelterreinen expliciet is weergegeven, ontbreekt. Om deze redenen is in 2010 begonnen met
de nota Mobiliteitsaanpak Amsterdam die moet gaan dienen als een strategisch kader voor
het mobiliteitsbeleid van Amsterdam. Het verder uitwerken en bestuurlijk vaststellen van deze
nota zal in 2011 plaatsvinden.

2.3 Investeringsstrategie
De dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer (DIVV) produceert een overzicht van lopende
dossiers op het gebied van stedelijke investeringen. Voor de stedelijke investeringen wordt
gewerkt aan twee producten:
 samen met de diensten EZ (Economische Zaken), Haven Amsterdam, DRO (Dienst
Ruimtelijke ordening) en OGA (Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam) werkt DIVV
aan de Stedelijke Investeringsagenda. De Stedelijke Investeringsagenda wordt een

1
Milieueffectrapportage (m.e.r.) levert de informatie die nodig is om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij
besluiten over plannen en projecten met aanzienlijke milieugevolgen. De rapportage vermeldt de milieugevolgen van
een plan of project en de mogelijke (milieuvriendelijkere) alternatieven. Een m.e.r. is verplicht bij talrijke grote
infrastructurele werken, maar ook voor plannen zoals een structuurvisie of bestemmingsplan. Naast de m.e.r.
bestaat ook het MER. Het verschil is: M.e.r. is de milieueffectrapportage; MER is het milieueffectrapport. Het MER is
onderdeel van de m.e.r.-procedure om te komen tot een besluit over een activiteit of plan.
2
Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport

Raadsdruk Begroting 2011 140


jaarlijks te actualiseren document waarin te overwegen investeringen in ruimtelijke
ontwikkelingen worden beschreven voor een bepaalde tijdshorizon
 in de Infra Agenda zijn de belangrijkste infrastructuurprojecten voor de stad op de
middellange en lange termijn opgenomen. Deze worden gekoppeld aan scenario’s en
biedt een onderbouwing voor het maken van keuzes uit deze projecten

De eerste versies van de Infra Agenda en de Stedelijke Investeringsagenda zullen in 2010


afgerond zijn, waarna vanaf 2011 een jaarlijkse update wordt uitgevoerd. Daarnaast worden
voor de andere rijks- en/of regiokanalen als MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur,
Ruimte en Transport), BONRoute3, NMCA4 en Investeringsstrategie Metropoolregio,
bijdragen geleverd aan het investeringsbeleid van de Amsterdamse regio. Dit gebeurt
zelfstandig en in relatie tot het rijk. Ook wordt ondersteuning en advisering geleverd bij de
BDU-aanvragen5 bij de Stadsregio.

2.4 Verkeersonderzoek
DIVV verricht in opdracht van in- en externe organisaties verkeersstudies. Het gaat hierbij
bijvoorbeeld om grootsstedelijke projecten als de Zuidas, Wibaut aan de Amstel en (andere)
binnenstedelijke projecten. De vragen betreffen de huidige en toekomstige verkeersstromen
ten behoeve van het berekenen van lucht- en geluidkwaliteit, verkeerscirculatieplannen en
vervoerwaardestudies. In 2011 zal de implementatie van het nieuwe model plaatshebben.

2.5 Beheer
De verdeling van de verantwoordelijkheden rond het beheer van de infrastructuur in
Amsterdam zijn vastgelegd in de Nota Stedelijke Infrastructuur. In deze nota wordt
aangegeven voor welke infrastructuur de stadsdelen en voor welke infrastructuur de centrale
stad verantwoordelijk is. Voor het beheer van de stedelijke infrastructuur is de nota Beheren
op Niveau het uitgangspunt, waarbij de gewenste effecten van het beheer op gebied van
bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid zijn aangegeven op een viertal niveaus. Op dit
moment wordt gewerkt aan niveau verzorgd, maar in verband met de slechte financiële
situatie zal nu worden voorgesteld om een stapje terug te doen, naar het niveau sober.

3 Doelstellingen, activiteiten en financiën per subprogramma


3.1 Subprogramma Een verkeersveilige stad

3.1.1 Een verkeersveilige stad: Hoe gaan we dat bereiken?

Programakkoord 2010-2014
Doelstelling 1: Minder ernstige verkeerslachtoffers
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Het aantal ernstige 353 2009 345 335 325 315
verkeersslachtoffers

Doelstelling 1: Minder ernstige verkeerslachtoffers


Voor de indicator Aantal ernstige verkeersslachtoffers wordt aansluiting gezocht bij de
landelijke doelstelling (afname van minimaal 25% van het aantal ernstige verkeersslachtoffers
in 10 jaar). Hierbij vormt de aanpak van de blackspots één van de manieren om deze
doelstelling te realiseren.

3
Bereikbaarheids Offensief Noordelijke Randstad - Stichting Fonds BONRoute is een uitwerking van de
bestuursovereenkomst voor het verbeteren van de bereikbaarheid van de Noordelijke Randstad (2000)
4
Nationale Markt en Capaciteitsanalyse (NMCA), geeft een confrontatie tussen de markt (vraag naar mobiliteit) en
de capaciteit (aanbod) voor de netwerken van weg, spoor, regionaal openbaar vervoer en vaarwegen.
5
Brede doeluitkering

Raadsdruk Begroting 2011 141


3.1.2 Een verkeersveilige stad: Wat gaan we ervoor doen?

Doelstelling 1:
Het verkeersveiligheidsbeleid (Meerjarenbeleidplan Verkeersveiligheid 2011– 2014) van
Amsterdam steunt op vier pijlers:
 het verbeteren van de infrastructuur: Het grootste deel van de aandacht gaat uit naar het
veiliger maken van de kruispunten met de meeste ongevallen (blackspots) en het veiliger
maken van gevaarlijke routes (redroutes). In 2010 en 2011 worden er in totaal 41
6
kruispunten verkeersveiliger gemaakt. Het gaat om blackspots en schoolspots
 het ontwikkelen en aanbieden van verkeerseducatieprogramma’s: Op alle basisscholen
worden gratis verkeerseducatiepakketten aangeboden om kinderen te leren hoe ze veilig
deel kunnen nemen aan het verkeer. Om de kennis en kunde van de kinderen te testen
worden er theoretische en praktische verkeersexamens georganiseerd
 campagnes: Er worden campagnes georganiseerd om het gedrag van mensen in het
verkeer positief te beïnvloeden, voorbeelden zijn: de dodehoekcampagne, de
fietsverlichtingscampagne en de BOB-campagne
 handhaving: Samen met de politie wordt in een jaarplan beschreven op welke
verkeersovertredingen gecontroleerd gaat worden. Hierbij wordt aangesloten bij de
campagnekalender. Door deze inzet van de politie wordt de fietsverlichtingscampagne
versterkt

Proactieve aanpak van de verkeeronveiligheid


Naast de traditionele blackspotaanpak wordt een nieuwe aanpak opgezet met een meer
proactief c.q. preventief karakter. In samenwerking met de stadsdelen, scholen, Fietsersbond
en Veilig Verkeer Nederland wordt geïnventariseerd welke punten in de stad als gevaarlijk te
beschouwen zijn. Het streven is om in elk stadsdeel ongeveer vijf gevaarlijke kruispunten aan
te pakken.

Verkeersouders Amsterdam
Uitbreiding van het aantal verkeersouders in Amsterdam. Verkeersouders kunnen een
bijdrage leveren bij het oplossen van verkeersveiligheidsproblemen, waarbij zij de gemeente,
de basisschool, lokale bedrijven, buurtbewoners en lokale media kunnen betrekken.
Activiteiten die de verkeersouders kunnen ondernemen zijn onder andere:
 de verkeerssituatie rondom de school in kaart brengen
 verkeersveiligheid bij scholen hoog op de agenda zetten
 invloed uitoefenen op het haal- en brenggedrag van ouders
 in overleg treden met stadsdeelvertegenwoordigers over mogelijke verbeteringen van de
infrastructuur

Brommerbeleid (opstellen & uitvoeren)


In het programakkoord wordt extra aandacht gevraagd voor brommers, scooters en
snorfietsen. Aangezien het aantal brommers/scooters de laatste jaren een sterke groei laat
zien en dit een kwetsbare groep in het verkeer is, wordt er de komende tijd beleid voor
brommers en scooters opgesteld.

Project Renovatie Amsterdamse Wegtunnels (RAW)


Het project RAW betreft de IJtunnel, Piet Heintunnel en de ArenAtunnel. De scope omvat,
naast onderhoudswerkzaamheden, het treffen van veiligheidsmaatregelen volgens de nieuwe
7
wet- en regelgeving (WARVW) . Het projectdeel IJtunnel is in nu de voorbereidingsfase. In
juni 2010 zal het Voorlopig Ontwerp (VO) worden afgerond en na de zomer het Definitief
Ontwerp (DO).

Risico’s en de beheersmaatregelen
Bij het aanpakken van de blackspots liggen de risico’s op het financiële en
samenwerkingsvlak. Er wordt gewerkt met een Werkgroep Blackspots Amsterdam waarbij

6
Een blackspot is een kruispunt waar in drie jaar tijd minimaal 6 verkeersslachtoffers zijn gevallen; een schoolspot is
een kruispunt met drie of meer slachtofferongevallen in drie jaar, waar twee of meer slachtoffers vielen in de
leeftijdscategorie 4 t/m 17 jaar.
7
Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels

Raadsdruk Begroting 2011 142


DRO, DIVV en de Dienst Verkeerspolitie Amsterdam Amstelland samenwerkt. Daarnaast is
de inzet van stadsdelen onontbeerlijk in dit traject. Per slot van rekening kan door wijzigingen
in de infrastructuur een situatie – voorzien of onvoorzien – dusdanig wijzigen dat er nieuwe
blackspots kunnen ontstaan.

3.1.3 Een verkeersveilige stad: Wat mag het kosten?


Dit subprogramma wordt bijna volledig gefinancierd uit het Mobiliteitsfonds. Voor een
toelichting wordt derhalve verwezen naar het hoofdstuk over dit fonds.

Een verkeersveilige Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting


stad 2010 ‘10 2011 2012 2013 2014
Bedragen x € 1 miljoen
Lasten + 5,0 5,3 6,3 7,1 7,2 7,3
Gladheidbestrijding 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5
Uitgaven uit het 3,5 3,8 4,8 5,6 5,7 5,8
Mobiliteitsfonds
Baten - 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Mutaties in reserves -3,5 -3,8 -4,8 -5,6 -5,7 -5,8
Saldo 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5

3.2 Subprogramma: Een sociaalveilige stad

3.2.1 Een sociaalveilige stad: Hoe gaan we dat bereiken?

Programakkoord 2010-2014

Doelstelling 2: Minder incidenten in het openbaar vervoer


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Het aantal aangiften van reizigers en In ont- In ont- In ont- In ont- In ont- In ont-
incidentmeldingen door wikkeling wikkeling wikkeling wikkeling wikkeling wikkeling
vervoerbedrijven bij de politie wat
betreft criminaliteit en overlast in en
rond het openbaar vervoer

Doelstelling 3: Mensen voelen zich veilig in en om de taxi


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
percentage negatieve beoordelingen 8% 2009 8% 7% 6% 5%
(5 of lager) over taxiritten in
Amsterdam

Toelichting
Beide doelstellingen en hun indicatoren zijn nieuw in het programma Verkeer en infrastructuur
en vergen nog verdere uitwerking. In 2010 zullen de nulmeting en de bepaling van de
streefwaarden plaatsvinden in de verdere beleidsontwikkeling.
Het taxibeleid richt zich vooral op het verbeteren van de kwaliteit van het taxivervoer. Het
gedrag van chauffeurs is hiervoor een belangrijke factor, zowel tegenover de klant als in het
verkeer. Jaarlijks wordt door middel van een mysteryshopperonderzoek de kwaliteit van de
taxi in Amsterdam en in de andere drie grote steden in kaart gebracht. Het algemene oordeel
over een taxirit wordt gegeven in de vorm van een rapportcijfer van 1 tot 10. Het aantal
negatieve beoordelingen (rapportcijfer van 5 of lager) lag in 2009 op 8%. De jaren ervoor lag
dit percentage hoger.

3.2.2. Een sociaalveilige stad: wat gaan we ervoor doen?

Doelstelling 2: Minder incidenten in het openbaar vervoer


In 2007 is het Veiligheidsteam Openbaar Vervoer (VOV) van start gegaan. De doelstelling
van het VOV is door toezicht en handhaving te zorgen voor vermindering van de criminaliteit
en overlast in en om het openbaar vervoer. Dit moet leiden tot een groter gevoel van
veiligheid onder reizigers en een afname van het aantal incidenten en uiteindelijk minder
vermijding van het openbaar vervoer vanwege sociale onveiligheid. Het VOV bestaat uit
veiligheidsmedewerkers van de dienst Stadstoezicht en politiefunctionarissen. In totaal zijn dit

Raadsdruk Begroting 2011 143


circa 150 mensen. De gemeente betaalt de medewerkers van Stadstoezicht, de regiopolitie
betaalt de eigen medewerkers. Eind 2009 is een procesevaluatie uitgevoerd over het
Veiligheidsteam Openbaar Vervoer. De hieruit voortvloeiende verbeterpunten worden in 2010
via een verbeterplan geïmplementeerd. Bij de start van het VOV heeft uw Vergadering ons
College gevraagd na een aantal jaar het effect te toetsen. In 2011 wordt deze effectevaluatie
uitgevoerd.

Doelstelling 3: Mensen voelen zich veilig in en om de taxi


Met de liberalisering van de taxibranche in 2001 is de gemeente niet langer de eerst
verantwoordelijke bestuurslaag. Met name in grotere steden zorgde de liberalisering juist voor
een verslechtering van de kwaliteit. Amsterdam heeft geen formele instrumenten om de
taximarkt te structuren, maar kan als wegbeheerder via een kwaliteitskeurmerk en
belanghebbendenvergunningen voor standplaatsen en samenwerking met handhavende
organisaties wel eisen stellen en handhaven op de problematiek.
Het rijk is bezig om de Wet personenvervoer 2000 aan te passen, waarin de bevoegdheden
rond de taxi zijn opgenomen. Belangrijkste punten zijn de mogelijkheden die gemeenten
krijgen om kwaliteitseisen te stellen aan taxi’s op de opstapmarkt (standplaatsen en
aanhouden) en de verplichting aan taxi’s om zich bij een groep aan te sluiten. Hiertoe
werkt de gemeente aan het opstellen van een Amsterdams Taxxxi plan. Dit plan wordt naar
aanleiding van de inwerkingtreding van de nieuwe Taxiwet verwerkt tot een Amsterdamse
taxiverordening, waarmee de taximarkt wordt gereguleerd.
In 2011 wordt de verplaatsing van de taxistandplaatsen in het kader van de herinrichting van
het Leidseplein verder uitgewerkt. In 2011 zal de dialoog met de taxibranche gaande blijven.

3.1.2.3 Een sociaalveilige stad: wat mag het kosten?

Een sociaal veilige stad Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting
Bedragen x € 1 miljoen 2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten + 11,1 11,8 12,7 12,7 12,7 12,7

Sociale Veiligheid Openbaar 11,1 11,1 10,7 10,7 10,7 10,7


Vervoer
Uitgaven uit het 1,0 0,8 2,0 2,0 2,0 2,0
Mobiliteitsfonds
Baten - 0 0 0 0 0 0
Mutaties in reserves -1,0 -0,8 -2,0 -2,0 -2,0 -2,0

Saldo 11,1 11,1 10,7 10,7 10,7 10,7

De verlaging van het saldo in 2011 is het gevolg van de voorgeschreven nominale
aanpassing.

3.3 Subprogramma: Een goede bereikbaarheid van de stad

3.3.1 Een goede bereikbaarheid van de stad: Wat willen we bereiken?

Programakkoord 2010-2014

Doelstelling 4: Gebruik P+R-plekken


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Aantal parkerende auto’s op 422.065 2009 Nader in te Nader in
Amsterdamse P+ R terreinen vullen te vullen

Toelichting
De streefwaarden voor P+R (Parkeer + Reis) weerspiegelen de bezetting van de huidige
bestaande P+R plaatsen. Hierbij is de aanwending van de € 32 miljoen uit het
programakkoord nog niet meegenomen. Hierover dient eerst verdere gedachtevorming plaats
te vinden. In 2010 wordt hiervoor een visie ontwikkeld.

Raadsdruk Begroting 2011 144


3.3.2 Een goede bereikbaarheid van de stad: Wat gaan we ervoor doen?

Doelstelling 4: Gebruik P+R-plekken

Realisatie & exploitatie P+R’s


 Exploitatie P+R Bos en Lommer: De P+R telt 100 plaatsen in een gehuurde garage bij
het Bos en Lommerplein. Exploitatie is voorzien tot en met 2012
 Exploitatie P+R World Fashion Center: In 2010 in gebruik genomen. De P+R telt 250
plaatsen. Exploitatie is voorzien tot en met 2012
 Realisatie en exploitatie P+R Zeeburg II: Begin 2010 in de P+R Zeeburg II geopend.
Deze P+R telt 400 plaatsen en is gelegen op het Zeeburgereiland. Op termijn zullen de
P+R Zeeburg en de P+R Zeeburg II worden vervangen door een nieuwe P+R elders op
het Zeeburgereiland
 Realisatie en exploitatie P+R Gaasperplas: Deze P+R telt 320 plaatsen en is gelegen
nabij de metrohalte Gaasperplas en de A9. De exploitatie van deze P+R is voorzien tot
en met 2015
 Realisatie en exploitatie P+R Sloterdijk II: Er bestaan mogelijkheden om de capaciteit van
de huidige P+R Sloterdijk te verdubbelen van 200 naar 400 plaatsen. Hiermee wordt de
exploitatie van deze P+R aanzienlijk meer kostendekkend. Exploitatie is voorzien vanaf
(eind) 2011 of (begin) 2012
 Realisatie en exploitatie P+R Noord: Ten noorden van de toekomstige metrohalte
Buikslotermeerplein is ruimte om een P+R van 800 tot 1000 plaatsen te realiseren.
Exploitatie is voorzien vanaf 2016
 Realisatie en exploitatie P+R Overamstel: Ten zuiden van de metrohalte Overamstel
bestaat de mogelijkheid om (op het huidige GVB-terein) een P+R van 400 plaatsen te
realiseren (met uitbreidingsmogelijkheden tot 800 plaatsen). Deze P+R zou eind 2015 in
gebruik genomen kunnen worden.

P+R tweede fase


In het Programakkoord wordt voor deze collegeperiode een budget van € 32 miljoen
uitgetrokken voor investeringen ‘in nieuwe P+R plekken in de omgeving van de Ring A10’.
Hiermee wordt aangesloten bij het P+R Programma van het Actieplan Voorrang voor een
Gezonde Stad (VGS) dat sinds 2008 loopt. Begin 2010 heeft uw Vergadering de
Voortgangsrapportage P+R Programma behandeld en geconstateerd dat er een duidelijke
visie op P+R’s nodig is. Het is de Amsterdamse ambitie bezoekers van de stad te bedienen
met P+R’s van waar met een aanvaardbare reistijd en frequentie per OV naar het centrum
gereisd kan worden en terug. In 2011 krijgt een visie voor de efficiënte uitvoering van die
ambitie vorm en zal het oorspronkelijke P+R Programma uit het Actieplan VGS daarop –
waar nodig – aangepast worden.

Randstad Urgent
De projecten van Randstad Urgent in de metropoolregio Amsterdam zijn: Planstudie weg
Schiphol Amsterdam Almere (A6/A9), A4 Schiphol, Planstudie OV Schiphol Amsterdam
Almere Lelystad, Werkstad A4, Gebiedsontwikkeling Haarlemmermeer, Langetermijnvisie
Schiphol, Toekomstagenda Markermeer/IJmeer en de Schaalsprong Almere. Door de val van
het kabinet is onduidelijkheid gekomen over de toekomst van Randstad Urgent terwijl de
projecten doorlopen. Op dit moment zijn de ministeries en de regionale overheden op zoek
naar nieuwe vormen van samenwerking om bovenstaande projecten te begeleiden en te
versnellen.

Planstudie Schiphol Amsterdam Almere


De (onderlinge) bereikbaarheid van Schiphol, Amsterdam, Almere en Lelystad staat steeds
meer onder druk. Naar het zich laat aanzien, wordt door de minister van V&W eind 2010 het
Tracébesluit Schiphol-Amsterdam-Almere genomen. In een aanvullende overeenkomst
tussen rijk en de gemeente Amsterdam worden afspraken over onder meer de
inpassing, geluidsmaatregelen, waterberging, inbreng gronden en de uitgangspunten voor de
uitvoering, gedetailleerd vastgelegd. Hierna kan de uitvoering door Rijkswaterstaat starten.

Raadsdruk Begroting 2011 145


Westrandweg/ 2e Coentunnel
Het project Westrandweg/2e Coentunnel van Rijkswaterstaat houdt voor Amsterdam in de
komende periode, naast het verlenen van de benodigde vergunningen en goedkeuringen,
voornamelijk het er op toezien in dat de afspraken met Rijkswaterstaat worden nagekomen.
Volgens de huidige planning kunnen weg en tunnel eind 2012 worden opengesteld.

Aansluiting Nieuw-West op de om te leggen A9


Op 31 oktober 2005 hebben rijk, provincie Noord-Holland, Stadsregio Amsterdam, gemeente
Haarlemmermeer, Schiphol BV en de gemeente Amsterdam een overeenkomst getekend
voor de verlegging van de A9 bij Badhoevedorp. In de huidige planning is de Omlegging A9
bij Badhoevedorp in 2016 gereed. In 2014 worden kosten gemaakt voor de voorbereiding van
de aansluiting van de omgelegde A9 op de S106. In 2015 en 2016 zal de uitvoering
plaatsvinden.

OV SAAL
De knelpunten in het openbaar vervoer tussen Schiphol, Amsterdam, Almere en Lelystad en
kansrijke oplossingen worden onderzocht in de Planstudie OV SAAL.
Voor de korte termijn maatregelen in Amsterdam is het Tracébesluit gereed gekomen voor de
inspraakprocedure. Eind 2010 moet met de uitvoering van deze maatregelen van start
worden gegaan. In 2010 moet er een besluit genomen worden over de korte
termijnmaatregelen in Almere en de middenlange termijnmaatregelen rond 2020. In het kader
van de RAAM-brief van het kabinet aan de Tweede Kamer (najaar 2009) heeft de gemeente
Almere de opdracht gekregen een werkmaatschappij op te richten die de opdracht heeft de
plannen voor de westelijke ontwikkeling van Almere inclusief IJmeerverbinding te
optimaliseren. Uiterlijk in 2012 neemt het kabinet een definitief besluit over de
IJmeerverbinding.

Spoor
Een beter treinproduct is van belang voor Amsterdam: een optimale dienstregeling, grotere
capaciteit van het spoor, kwaliteitsverbetering van stations en omgeving, investeringen in
ketenvoorzieningen et cetera. Daarbij is het voor de stad van belang dat de groei van het
gebruik van de spoorlijnen niet ten koste gaat van de leefbaarheid en er voldoende
mogelijkheden blijven voor ruimtelijke ontwikkeling langs het spoor en rondom de stations. De
komende tijd spelen de volgende zaken:
 langere termijn spoorplannen in het kader van MRA-net (Metropool Regio Amsterdam)
 het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer
 de planvorming van de spoorprojecten OV SAAL en de Transformatorweg Aansluiting
 de planvorming van de stationsprojecten Sloterdijk, Centraal, Muiderpoort, Lelylaan,
Amstel, Holendrecht en Sciencepark
 afspraken tussen gemeente en de rijksoverheid over spoorvervoer van gevaarlijke stoffen
door de stad

Busstation Buikslotermeerplein en fietsenstallingen


Op basis van het – in 2008 – bestuurlijk vastgestelde Investeringsbesluit CAN6
Stationsgebied en Omgeving, is een nieuw architectonisch voorontwerp voor het busstation
en de fietsenstalling gemaakt. Dit voorontwerp bevat een scopewijziging ten opzichte van het
voorontwerp uit 2002 (geraamd op € 23,7 miljoen, prijspeil 2002). Het nieuwe voorontwerp is
geraamd op € 34,6 miljoen. De hogere raming wordt grotendeels verklaard door een
nominale aanpassing van het prijspeil, de realisatie van een stationshal op maaiveld, een
volledige overkapping over de busperrons. Ook maken de kosten van de ruwbouw van de
fietsenstalling nu onderdeel uit van de raming. De eigen bijdrage van de gemeente komt uit
op € 3,7 miljoen.

Renovatie Station Zuid (korte termijn maatregelen)


Door de komst van de Hanzelijn, Noord/Zuidlijn en de ruimtelijke ontwikkelingen op de Zuidas
ontstaan er transferproblemen op station Zuid. De definitieve OV terminal komt te laat om de
groei op te vangen. Daarom worden op korte termijn maatregelen genomen om de transfer en
6
Centrum Amsterdam Noord

Raadsdruk Begroting 2011 146


stationscapaciteit van metro en trein te vergroten en worden de huidige wachtvoorzieningen
op het metroperron verbeterd. Vanwege de tijdelijke aard en de beschikbare middelen
worden de maatregelen sober en doelmatig uitgevoerd.

Openbaar Vervoer, overige projecten


In 2008 zijn zowel de Amsterdamse OV-Visie 2008-2020 als de Regionale OV-Visie 2010-
2030 van de Stadsregio Amsterdam vastgesteld. Na de vaststelling is begonnen met de
uitwerking van de Amsterdamse OV-Visie. De ambitie is het aandeel van het openbaar
vervoer in de agglomeratie en regio Amsterdam te vergroten. Dit aandeel zal moeten
toenemen door zowel de kwaliteit als de capaciteit van het openbaar vervoer te verbeteren.
Hierin gaat het onder meer om:
 ombouw Amstelveenlijn: de ombouw Amstelveenlijn is een project waarbij het tracé
tussen Amsterdam Zuid en Amstelveen Westwijk omgebouwd wordt van sneltram- tot
metrotracé. Door deze ombouw wordt het mogelijk om de capaciteitsproblemen op het
tracé het hoofd te bieden
 Noordtangent: een eventuele metroverbinding naar Zaanstad is vermoedelijk pas na
2030 een reële optie. In de periode tot 2030 is het wenselijk om de noordelijk IJ-oevers te
ontsluiten met een hoogwaardige busverbinding met eigen infrastructuur, zoals ook de
Zuidtangent die heeft. Een verkenning naar een Zaantangent onder voorzitterschap van
de Stadsregio in de vorm van een HOV-bus is inmiddels afgerond en wordt vervolgd. In
2011 wordt de planstudiefase afgerond en wordt de uitvoeringsfase van bepaalde
onderdelen gestart
• Westtangent: In het 1e kwartaal 2010 is gestart met de verkenningsstudie naar de
Westtangent. Dit is een beoogde hoogwaardige openbaar vervoerverbinding tussen
Station Sloterdijk en Schiphol(-Oost). De meeste OV-verbindingen in het westen van de
stad zijn gericht op het centrum. Dit zorgt voor veel omrijbewegingen voor de bewoners
van dit deel van de stad. Eind 2010 zal de verkenningsfase bestuurlijk worden afgerond
en zal een begin worden gemaakt met de planstudiefase. Deze vindt ook in 2011 plaats
 Westelijke tramlijnen: een pakket van maatregelen is noodzakelijk om deze lijnen naar
een hoger kwaliteitsniveau te tillen. Actieprogramma Regionaal Openbaar Vervoer zorgt
voor financiering – ongeveer 5% van de regionale bijdrage (is 2,5% op het totale bedrag)
worden gefinancierd uit eigen middelen

Parkeren
In 2010 is het bestaande parkeerbeleid geactualiseerd, waarbij de evaluatie van de
tariefsverhogingen en andere parkeermaatregelen in het kader van het Actieplan Voorrang
voor een Gezonde Stad (VGS) zijn meegewogen. Het geactualiseerde parkeerbeleid zal
regels en normen stellen dan wel (nieuwe) taken bij de gemeente neerleggen om het straat-
en garageparkeren in de stad te reguleren. Daarbij wordt ingegaan op de ontwikkelingen ten
aanzien van tariefdifferentiatie op grond van milieukenmerken, milieuvergunningen en
elektrisch vervoer. Naar verwachting leidt dit in 2011 tot bestuurlijke vaststelling en een
aanpassing van de Parkeerverordening en de Parkeerbelastingverordening.

3.3.3 Een goede bereikbaarheid van de stad: Wat mag het kosten?

Goede bereikbaarheid van de Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting


stad 2010 2010 2011 2012 2013 2014
Bedragen x € 1 miljoen
Lasten + 16,6 12,3 12,9 12,4 10,8 19,1

Uitgaven aan project 0,7 1,7 0,3 0,2 0,1 0,0


Westrandweg
Uitgaven uit het Mobiliteitsfonds 15,9 10,6 12,5 12,2 10,7 19,1

Baten - 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Mutaties in reserves -16,6 -12,3 -12,9 -12,4 -10,8 -19,1

Saldo 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Raadsdruk Begroting 2011 147


3.4 Subprogramma: Een goede mobiliteit in de stad

3.4.1 Een goede mobiliteit in de stad: Wat willen we bereiken?

Programakkoord 2010-2014

Doelstelling 5 : Betere toegankelijkheid OV


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Bushaltes die toegankelijk zijn Aantal 2008 Aantal Aantal Aantal Aantal
voor mensen met een fysieke bushaltes bushaltes in bushaltes in bushaltes in bushaltes in
beperking toegankelijk: Noord, Geuzenveld, Bos en Centrum en
0 Zuidoost en Slotervaart, Lommer, Zeeburg
Westerpark Westpoort Baarsjes, (gehele
en Osdorp Oud West, programma
Oud Zuid en 918
Zuideramstel bushaltes)

Doelstelling 6: Meer fietsers


dicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Aandeel fiets in de modal split7 Volgt na vaststelling MJP Fiets 2011-2014

Toelichting
De bushaltedoelstelling is gebaseerd op het plan dat samen met de Stadsregio Amsterdam is
opgesteld. Gekeken wordt naar het ontwikkelen van een indicator voor de meting van het
bereik dat het vergroten van de toegankelijkheid OV heeft voor de burgers. De streefwaarden
(het aantal toegankelijk gemaakte bushaltes) volgen nog.
Jaarlijks wordt een enquête gehouden onder de fietsers in Amsterdam. Het aandeel fiets in
de modal split was ook in de vorige periode een van de indicatoren. In 2010 wordt aan een
nieuw Meerjarenbeleidsplan Fiets 2011-2014 opgesteld. Daarin wordt uitgewerkt welke
maatregelen op welke doelgroepen gericht moeten worden om het meest kansrijk te zijn bij
het realiseren van de doelstelling meer fietsers. Op basis van dit plan kunnen ook de
streefwaarden worden aangegeven.

Doelstelling 5 : Betere toegankelijkheid OV


Op 21 april 2009 heeft ons College het plan van aanpak vastgesteld voor het aanleggen van
918 toegankelijke bushaltes in Amsterdam, met als belangrijkste kenmerken:
 de haltes liggen op het hoofdnet Openbaar Vervoer
 het zijn ‘sterhaltes’ (haltes bij ziekenhuizen, bejaardenhuizen, winkelcentra)
 een gefaseerde aanpak per stadsdeel en per lijn

Het projectgebied omvat de gehele stad Amsterdam. In alle stadsdelen komen bushaltes voor
die in aanmerking komen voor een aanpassing in verband met de toegankelijkheid. De
planning van voorbereiding en uitvoering is gebaseerd op de oude indeling van de stadsdelen
en op basis van het aantal haltes dat kan worden uitgevoerd.
Voor de tramhaltes geldt dat op dit moment 47% van de tramhaltes is opgehoogd, maar dat
voor de resterende 242 halten nog een aanzienlijk budget benodigd is. In 2010 zal met de
Stadsregio gekeken worden hoe de aanpak van de resterende haltes vormgegeven dient te
worden.

Doelstelling 6: Meer fietsers


In 2010 wordt een nieuw Meerjarenbeleidplan Fiets (MJP 2011–2014) opgesteld. In 2011
wordt gestart met de implementatie daarvan. Het aandeel van de fiets in het totaal aantal
verplaatsingen en de waardering die Amsterdammers geven aan Amsterdam als fietsstad zijn
belangrijke graadmeters waaraan het beleid wordt getoetst. Om de doelstellingen en daaraan
gekoppelde projecten en maatregelen uit het nieuwe Meerjarenplan te kunnen realiseren, is
een integrale aanpak noodzakelijk. Het gaat daarbij om het fietsnetwerk, fietsenstallingen,
fietsendiefstal, verkeersveiligheid, beeldvorming en gedragsbeïnvloeding.

7
De verdeling van de verschillende vervoersvormen over de auto, het OV en de fiets

Raadsdruk Begroting 2011 148


Het Hoofdnet Fiets verbindt op een voor fietsers veilige, snelle en comfortabele manier alle
woongebieden met alle belangrijke voorzieningen en bestemmingen in de stad. Het Hoofdnet
Fiets wordt in 2010 en 2011 verder verbeterd door fysieke verbeteringen van bestaande
routes en de realisering van ontbrekende schakels.
 Langzaamverkeerspassage CS: Dit is één van de drie grote ontbrekende schakels in het
hoofdnet fiets, die in het MJP Fiets zijn aangewezen als eerste (centraal) stedelijke
prioriteit bij aanleg van fietsinfrastructuur. De passage zorgt voor een snelle, directe en
verkeersveilige fiets- en voetgangersverbinding tussen de IJzijde van het Centraal Station
en de stadszijde. Aan de stadszijde ontsluit de Langzaam Verkeersverbinding tevens de
door ProRail nieuw te bouwen Fietsenstalling CS
 Fietsroute van Hasseltweg (Mosplein-Meeuwenlaan): Dit is ook één van de drie grote
ontbrekende schakels in het hoofdnet fiets. De verbinding maakt het toekomstige
metrostation Van Hasseltweg bereikbaar voor fietsers en voetgangers. Ook biedt het een
directe verbinding tussen de delen van Noord die ten westen en ten oosten van de N/Z-
lijn en Nieuwe Leeuwarderweg liggen. Door verlaging van de Nieuwe Leeuwarderweg is
een aantal directe langzaam verkeersverbindingen in oost-westrichting vervallen. De
nieuwe verbinding vervangt deels de vervallen verbindingen
 Oosteinde, aanleg tweerichtingsfietspad: Het betreft de uitvoering van de aanleg van een
tweerichtingsfietspad dat aansluit op de geregelde fietsoversteek over de
Stadhouderskade naar de Hemonystraat. De veiligheid voor fietsers (m.n. schoolgaande
jeugd) wordt verbeterd door op het hele traject tussen Frederiksplein en Hemonystraat
een tweerichtingen fietsroute te realiseren. Het maaiveld van Oosteinde wordt door
Stadsdeel Centrum heringericht (30-km gebied) in overleg met de Nederlandse Bank.
Daar past verlegging van het fietspad naar de oostzijde van het Oosteinde goed in. De
aanleg van het fietspad dient dan ook geïntegreerd te worden in de plannen van het
stadsdeel.

Fietsenstalling Leidseplein
Realisatie van een hoogwaardige Fietsenstalling voor 2700 fietsen onder het
Leidseplein/Kleine Gartmanplantsoen. De Nota van Uitgangspunten Leidseplein is in februari
2010 vastgesteld. Verwachte oplevering is 2014.

Fysiek programma fiets (knelpunten & stallingen)


Dit is een impulsbudget voor stadsdeelinvesteringen in het hoofdnet fiets, op basis van het
MJP Fiets. Investeringen in het Hoofdnet fiets zijn volgens de Nota Stedelijke Infrastructuur
een taak voor de stadsdelen. Voor de jaren 2010, 2011 en 2012 wordt een studiebudget
opgenomen voor het verkennen van de haalbaarheid van nieuwe stallingen (onder
fietsbeleid). In 2012 t/m 2014 zijn ook bijdragen in het Mobiliteitsfonds vrijgemaakt voor het
realiseren van deze stallingen. De verkenningen moeten onder andere uitwijzen wat de
stallingen kosten, welke locaties in aanmerking komen en hoe ze gefinancierd moeten
worden. Dure, ondergrondse stallingen zijn niet realiseerbaar gezien de huidige financiële
situatie, temeer daar er nauwelijks sprake is van cofinanciering.

Behoud van de huidige doorstroming


Stedelijk verkeersmanagement binnen Amsterdam richt zich op de hoofdnetten auto,
openbaar vervoer en fiets. Kenmerkend voor verkeersmanagement is proactief handelen en
het treffen van dynamische maatregelen. Hierbij staat de verkeersdeelnemer centraal. Dit
gebeurt onder andere door het ontwikkelen en uitvoeren van scenario’s voor de verschillende
modaliteiten en voor verschillende situaties. De ontwikkelde scenario’s zijn in te zetten voor
betere benutting van het huidige wegennet:
 in de reguliere (spits-)situaties
 rond incidenten
 bij geplande wegwerkzaamheden
 bij evenementen

Daarnaast vindt er incidentmanagement plaats op de corridors. Dit houdt bijvoorbeeld in dat


een auto met pech binnen 15 minuten weggesleept wordt. In 2010 is gewerkt aan het
verminderen van verkeershinder bij de zomerwerken door het inzetten van speciaal
ontwikkelde scenario’s. Met deze scenario’s kan de instroom en uitstroom van verkeer door

Raadsdruk Begroting 2011 149


middel van de verkeersregelinstallaties zodanig beïnvloed worden dat dit de doorstroming
van het verkeer op de omleidingroutes bevorderd. Ook in 2011 worden voor de
omleidingroutes tijdens de zomerwerken scenario’s gemaakt en ingezet. Bij het zoeken naar
de optimale situatie wordt gebruik gemaakt van het ontwikkelde dynamische verkeersmodel.

Tramsporenplan CS
Als onderdeel van de herinrichting van de stadszijde CS worden de tramemplacementen
opnieuw ingericht en worden tramsporen verlegd. De tramhaltes worden zodanig verbouwd
dat deze voldoen aan de nieuwste toegankelijkheidsnormen. De start uitvoering is afhankelijk
van de oplevering van andere projecten in de omgeving (met name IJSEI en N/Z-lijn). Eerst
wordt het oostelijk emplacement aangepakt, daarna het westelijk emplacement. Gedurende
de werkzaamheden is een tijdelijk emplacement op het Prins Hendrikplantsoen voorzien.

ODE-brug stationseiland
Dit is onderdeel van de grote stadshartlus. In het kader van de ruimtelijke ontwikkelingen op
het Oosterdokseiland en de aanleg van de stadshartlus is een nieuwe brug nodig in het
verlengde van de oostbuis van de Oostertoegang, ter vervanging van de huidige dam die
meer naar het oosten ligt. Naast aanleg van de brug wordt de oostbuis van de Oostertoegang
geherprofileerd en wordt de aansluitende kruising op de Prins Hendrikkade aangelegd. De
uitvoering is reeds begonnen.

Werkgroep Oplossing Doorstromingknelpunten aan Netten (WODAN)


Een apart onderdeel van het verkeersmanagement in de stad is de Werkgroep Oplossing
Doorstromingknelpunten aan Netten (WODAN). Deze werkgroep draagt zorg voor een
gestructureerde en efficiënte aanpak van knelpunten in de doorstroming op alle hoofdnetten
door relatief kleine en eenvoudige ingrepen. De komende jaren zijn onder andere de
realisatie van vrij liggende trambanen op de zogenaamde Ringen Oud-Zuid en Oud-West in
de programmering.

IJSEI
12 december 2009 is het busstation met een tijdelijke inrichting opgeleverd. De
afhankelijkheid van de voortgang van andere projecten op en om het Stationseiland heeft er
aan bijgedragen dat plaatsing van de kap verschoven is in de planning. In 2010 worden de
restwerkzaamheden voor de tijdelijke inrichting van het busstation verricht. In het voorjaar van
2011 wordt de ruwbouw van de Noord/Zuidlijn aan de IJzijde gerealiseerd. De laatste delen
van de auto-onderdoorgang en het busstation worden dan gebouwd. Deze werkzaamheden
worden verricht door de Noord/Zuidlijn, waarna het terrein begin 2012 wordt overgedragen
aan IJsei dat dan de resterende werkzaamheden kan uitvoeren. In overleg met de aannemer
wordt gezocht naar de meest geschikte methode om de overkapping aan te brengen binnen
aanvaardbare financiële grenzen zonder de dienstregeling van het busstation te verstoren.
Tot deze definitieve inrichting is het busplatform tijdelijk ingericht met abri’s.

Verdieping Westertoegang
Met de komst van de Stadshartlus (en de bijbehorende knip in de Prins Hendrikkade voor het
Victoria hotel) neemt het belang van de Westertoegang voor het verkeer toe. De
Westertoegang zal na oplevering van het busstation IJ-zijde gaan dienen als belangrijke
aanrijdroute voor het OV. Behalve de verdieping van de westbuis zelf, wordt het wegprofiel
gereconstrueerd, kabels en leidingen verlegd, de verlichting vernieuwd en de aansluitende
kruispunten Droogbak/Prins Hendrikkade en de De Ruijterkade opnieuw ingericht.
De realisatie van dit project zorgt voor:
 een betere doorstroming van de bussen van en naar het busstation naar het westen van
Amsterdam
 een beter bereikbare binnenstad voor met name vrachtwagens en touringcars
 verbetering van de fysieke veiligheid door het scheiden van de verkeersstromen
 verbetering van de sociale veiligheid onder het treinviaduct door beter overzicht en goede
verlichting

Het exacte moment van uitvoering is afhankelijk van andere projecten in de omgeving, zoals
de Noord/Zuidlijn, IJSEI, ODE-brug en de Oostertoegang. Gestreefd wordt naar oplevering in
2013.

Raadsdruk Begroting 2011 150


AMSYS
Dit programma behelst:
 aanschaf van nieuwe metrovoertuigen voor het bestaande metronet en voor de
Noord/Zuidlijn
 voorbereiding en realisatie van exploitatievoorzieningen waaronder de
onderhoudswerkplaats en opstelvoorzieningen voor de metrovoertuigen
 aanschaf van systemen die de metrovoertuigen veilig, stipt en (mogelijk) automatisch
laten rijden voor het bestaande metronet en NZL
 het realiseren van overige ICT-voorzieningen voor het bestaande net en de Noord/Zuidlijn
 het leveren van een bijdrage aan de systeemintegratie en het test- en proefbedrijf
Noord/Zuidlijn

Metrovoertuigen
Na toekenning van het uitvoeringskrediet en afronding van de onderhandelingen met de
beoogde leverancier is op 18 februari 2010 de Koopovereenkomst voor de metrovoertuigen
(serie M5/M6) ondertekend door leverancier Alstom en de gemeente Amsterdam. Alstom
werkt in 2010 het ontwerp voor de metrovoertuigen uit. De oplevering van de M5-
metrovoertuigen (voor het bestaande metronet) vindt plaats vanaf begin 2012 en de
oplevering van serie M6 (voor de Noord/Zuidlijn) vanaf 2014.

Signalling & Control (S&C)


In 2009 heeft uw vergadering ingestemd met het principebesluit tot volledig automatisch
rijden op het bestaande metronetwerk en de Noord/Zuidlijn. In 2010 dient, in samenwerking
met de Stadsregio, financiële dekking gezocht te worden voor de S&C-systemen.

IJweg west (Westerdoksdijk / Westelijk Stationseiland / De Ruijterkade)


De Ruijterkade zal in 2012 worden heringericht. Dit is vooruit lopend op de herontwikkeling
van het gehele gebied Westelijk Stationseiland. Aan de IJzijde zal de kade enkele meters het
IJ ingeschoven worden. Er zal een nieuwe kade worden gemaakt met een breed trottoir. In
deze strook zullen bomen, een vrij liggend fietspad in tweerichtingen, een strook met daarin
parkeervakken, een weg met 2 x 1 rijstrook en een brede middenberm worden gerealiseerd.
Door het realiseren van laad- en losvakken voor touringcars zullen ook de riviercruises beter
bereikbaar zijn. Oplevering is, (mede) afhankelijk van werkzaamheden in- en rond het
busstation IJ-zijde en autotunnel, naar verwachting eind 2012.

Veren
DIVV is opdrachtgever van de veren die over het IJ varen. Het betreft de verbindingen van
Amsterdam CS met het IJplein, de Buiksloterweg en het NDSM-terrein en het veer tussen de
Houthavens en het NDSM-terrein/Distelweg. De veren worden geëxploiteerd door GVB-
veren. Sinds december 2007 is DIVV ook opdrachtgever van de veerverbindingen over het
Noordzeekanaal bij Velsen, Buitenhuizen en Zaandam. Connexxion/Naco is de exploitant van
deze veren. Het doel van DIVV als opdrachtgever is de Amsterdamse veren en de
Noordzeekanaalveren op het huidige kwaliteitsniveau te laten doorvaren. In 2011 wordt het
nieuwe Meerjarig Beleidsplan Veren 2011-2014 afgerond.

3.5 Noord/Zuidlijn

Maatschappelik effect
De Noord/Zuidlijn gaat ervoor zorgen dat Amsterdam beter bereikbaar wordt èn blijft. De
Noord/Zuidlijn verbindt Amsterdam Noord met Amsterdam Zuid. In de binnenstad is geen
plaats voor nog meer trams en bussen. Onder de grond is wel ruimte. De metro biedt een
alternatief voor de vaak overvolle trams en bussen. De reis van het Buikslotermeerplein naar
Station Zuid duurt nog maar 16 minuten.

Raadsdruk Begroting 2011 151


3.5.1 Noord/Zuidlijn: wat willen we bereiken?
Het doel van het project Noord/Zuidlijn is het realiseren van een werkend vervoersysteem
Noord/Zuidlijn binnen de kaders die daarvoor zijn gesteld door uw Vergadering voor wat
betreft scope, tijd en geld.

De Noord/Zuidlijn voldoet aan een vervoersbehoefte in Amsterdam en zorgt ervoor dat de


stad zich ook straks als moderne metropool kan doorontwikkelen. De realisatie van de
Noord/Zuidlijn is een groot en complex project waarbij sprake is van veel raakvlakken met
verschillende actoren. De invloed van de omgeving op het project en andersom is groot.
Risicomanagement is voor het project een belangrijk beheersinstrument. Bij de bouw is
veiligheid een topprioriteit. De veiligheid van de omgeving en die van de bouwers van de
Noord/Zuidlijn mogen nooit in het geding zijn.

3.5.2 Noord/Zuidlijn: wat gaan we ervoor doen?

De hoofdactiviteiten in de uitvoering van de Noord/Zuidlijn in 2011 zijn:


 het afzinken van de tunnelelementen Sixhaven
 het afzinken van tunneldeel CS
 het boorproces van het Scheldeplein naar de Vijzelgracht met de passage Ceintuurbaan
 Het definitief ontgraven en de realisatie van de fundatievloer diepe stations Vijzelgracht
en Rokin
 het gereedmaken van de doorbraak van de geboorde tunnel naar de diepe stations
Ceintuurbaan, Vijzelgracht en Rokin
 de aanbesteding en gunning van het contract Tunneltechniek en Afbouw
 het aanbestedingsproces Signalling & Control en ICT & Telecom
 de werkzaamheden om te komen tot een integraal werkend vervoersysteem
 de werkzaamheden ter voorbereiding op het opleveren, het (tijdelijk) beheer en de
exploitatie van het werkend vervoersysteem

Raadsdruk Begroting 2011 152


3.5.3 Een goede mobiliteit in de stad; wat mag het kosten

Goede mobiliteit in de stad Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting


Bedragen x € 1 miljoen 2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten + 101,3 98,6 146 344,2 330,5 97,9

Exploitatie Parkeergebouwen 36,6 31,9 30,7 31,2 28,9 28,7


Subsidie Fietsersbond strategisch 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5
beheer CFA
Coördinatie uitvoering 2,6 2,6 2,6 2,6 2,6 2,6

Exploitatie veren 8,2 8,2 8,2 8,2 8,2 8,2


Exploitatie NZK-veren, 10,2 10,3 10,5 10,6 10,5 10,4
rentetoevoeging
Uitgaven infrastructuurprojecten 7,2 14,8 7,4 11,2 18,3 6,0
IJsei, IJweg
Westertoegang en 0,0 2,0 2,8 2,0 0,0 0,0
langzaamverkeerpassage,
decentralisate uitkering
Uitgaven uit het Mobiliteitsfonds 20,3 16,4 18,9 25,3 14,4 9,7
Uitgaven gemeentelijk aandeel NZ- 0,0 0,0 43,1 221,9 215,3 0,0
lijn
Kapitaallasten 15,7 11,9 21,3 30,7 31,8 31,8
Baten - -77,5 -73,8 -111,4 -301 -288,6 -56,8

Coördinatie uitvoering, bijdragen -0,8 -0,8 -0,8 -0,8 -0,8 -0,8


derden
Inkomsten Parkeergebouwen -35,7 -28,0 -27,8 -28,3 -27,1 -27,6
Exploitatie veren -0,9 -0,9 -0,9 -0,9 -0,9 -0,9

Exploitatie NZK-veren, rente- -10,2 -10,3 -10,5 -10,6 -10,5 -10,4


inkomsten
Kapitaallasten parkeergarages 0,6 0,6 0,7 0,8 0,9 0,9

Mutaties in reserves
-30,5 -34,4 -72,1 -261,2 -250,2 -18
Saldo
23,8 24,8 34,6 43,2 41,9 41,1

Het wijzigingen in het saldo wordt voor dit subprogramma grotendeels veroorzaakt door de
ontwikkelingen in het resultaat van Parkeergebouwen en stijgende kapitaallasten bij de
Noord/Zuidlijn.

In onderstaande tabel wordt nader ingegaan op het onderdeel Parkeergebouwen:


Meerjarenontwikkeling 2010 2011 2012 2013 2014
Parkeergebouwen 2010 t/m
2014
Oorspronkelijke € 561.430- € 2.542.420- € 2.056.110- € 2.037.500- € 801.610-
meerjarenraming
Mutaties van invloed op het
resultaat:
Prijsstijging 2010 negatief
conform begrotingscirculaire € 138.750
Prijsstijging 2010 negatief
conform motie 434 € 63.260
Taakstelling 2010 € 1.000.000
Supportershome Ajax v.n.l.
kapitaallasten € 435.000- € 435.000
Frictiekosten 2010 € 700.000- € 700.000
Opzeggen bedrijfsabonnement
(pwc) € 410.000- € 205.000-
Lagere opbrengsten door het
niet verhogen van de prijzen in
de garages in samenhang met
het straattarief en de
economische recessie. € 713.900-
Bijstelling opbrengsten in
verband met lagere
bezettingsgraden tengevolge
van de economische recessie. € 819.490-

Raadsdruk Begroting 2011 153


Meerjarenontwikkeling 2010 2011 2012 2013 2014
Parkeergebouwen 2010 t/m
2014
Extra afschrijving
Parkeerapparatuur Zeeburg
oud in verband met de
samenwerking met P+R
Zeeburg nieuw. € 55.000- € 55.000
Hogere kosten 5OV kaartjes
i.v.m meer P+R klanten. € 70.000-
Lagere kapitaalrente
Willempoortsgarage € 80.000
Hogere kapitaallasten i.v.m.
investeringen € 97.000-
Overig € 37.390 € 76.310
Lagere opbrengst
Parkeerterreinen i.v.m Cirque
du Soleil € 435.000-
Hogere kapitaallasten i.v.m.
investeringen en hoger rente
percentage leningfonds. € 140.000-
Hogere kapitaallasten i.v.m.
investeringen in
Willempoortsgarage en
parkeerapparatuur en hoger €
rente percentage leningfonds. 491.390-
Lagere kapitaallasten i.v.m.
minder afschrijvingen en
lagere rentelasten € 205.890 € 179.040
Verbetering resultaat t.g.v €
inkomstenstijging 510.000 € 1.030.000 € 1.560.000
Geactualiseerde
meerjarenraming € 2.542.420- € 2.056.110- € 2.037.500- € 801.610- € 937.430

Parkeergebouwen boekt vanaf 2010 een structurele resultaatsverbetering (taakstelling) van


€ 1 miljoen. Om dit te realiseren wordt een bedrijfsplan Huis op orde opgesteld. De
meerjarenraming is een voorlopige schatting van de resultaten die met Huis op orde kunnen
worden gemaakt. In de loop van 2010, als het bedrijfsplan is opgeleverd zal een
nauwkeuriger raming worden opgeleverd. Het ontwikkelen van het bedrijfsplan leidt tot
eenmalige frictiekosten van € 0,7 miljoen in 2010.

Vanaf 2012 wordt rekening gehouden met een inkomstenstijging van 2% (ruim € 500.000) per
jaar ten gevolge van het economisch herstel, een hogere bezettingsgraad ten gevolge van de
effecten van de marketingplannen en een lichte aanpassing van de parkeertarieven.

Overige ontwikkelingen in het saldo algemene dienst:


 in de Actualisatie 2010 is de reserve vakantiegeld van Parkeergebouwen vrijgevallen als
gevolg van besluitvorming bij de Jaarrekening 2009
 het saldo neemt in de Actualisatie 2010 toe met € 2,0 miljoen vanwege de toekenning
van de decentralisatie-uitkering voor het project Langzaam Verkeerpassage. Deze wordt
in drie jaartranches in 2010 t/m 2012 uitgekeerd
 Begroting 2011: Het saldo neemt in totaal met € 0,8 miljoen toe vanwege de toekenning
van de decentralisatie-uitkering voor het project Verdieping Westertoegang (eenmalig
€ 0,84 miljoen)
 Begroting 2012: Het saldo neemt af door het wegvallen van de eenmalige decentralisatie-
uitkering voor het project Verdieping Westertoegang. Tevens starten dit jaar de
kapitaallasten van het gemeentelijk aandeel van het AMSYS-krediet dat leidt tot een
accres van € 0,4 miljoen
 Begroting 2013: Het saldo neemt met ruim € 0,4 miljoen toe omdat de
bestemmingsreserve die is gevormd uit het Vereveningsfonds voor een bijdrage aan het
NDSM-veer is uitgeput. Deze saldotoename is ook verwerkt in de maatregel uit de
heroverwegingen ‘Synergie door samenvoegen twee veerbedrijven’. Daarnaast is de
decentralisatie-uitkering voor het project Langzaam Verkeerpassage geëindigd waardoor
het saldo met € 2 miljoen afneemt

Raadsdruk Begroting 2011 154


3.6 Subprogramma: Een schone stad

3.6.1 Een schone stad: wat willen we bereiken?

Programakkoord 2011-2014

Doelstelling 7: Luchtkwaliteit verbeteren


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Oordeel NSL of Amsterdam op Ontwikkeling Ontwikkeli Ontwikkel Ontwikkeling
schema ligt om doel 2015 te op schema ng op ing op op schema
bereiken (2015: reductie van NO2 schema schema
met 0,5 µ / m3 in 2015 door
projecten uit VGS)

Toelichting
De doelstelling voor luchtkwaliteit laat zich moeilijk herleiden naar technische indicatoren per
jaar en is nog in ontwikkeling. De wisselingen in inzicht en de afhankelijkheden zijn groot.
Relevanter is de analyse van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)
of Amsterdam op schema ligt voor het behalen van de Europese doelstelling voor 2015. Dit is
belangrijk voor de gezondheid en voor de bouwactiviteiten in de stad.
De indicator voor het verwijderen van graffiti is nog in ontwikkeling.

Overige doelstellingen

Doelstelling 8 : Schone stedelijke infrastructuur op niveau sober


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Verwijderen graffiti (gekoppeld aan 90% van alle 1/1/2010 Niveau sober:
O&S 2.11 bewoners die hinder/ klad en plak op verwijdering van
overlast ondervinden) DIVV-masten8, graffiti vindt niet
op het hoofdnet meer plaats
Rail, de m.u.v. gemelde
S100/Singelgra schokkende
cht-zone teksten en
alsmede in het afbeeldingen
centrum wordt
binnen 10
werkdagen
verwijderd

3.6.2 Een schone stad: wat gaan we ervoor doen?

Doelstelling 7: Verbeteren luchtkwaliteit: Voorrang voor een gezonde stad


Het plan Voorrang voor een Gezonde Stad (VGS) bevat een pakket maatregelen voor minder
en schoner autoverkeer in Amsterdam. In 2008 is het plan aangemeld bij het Nationaal
Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit (NSL). In het NSL worden lokale, regionale, landelijke
en Europese maatregelen gebundeld en wordt de (verwachte) luchtkwaliteit gemonitord met
behulp van de zogenaamde saneringstool. Binnen het NSL is het Actieplan VGS aangemerkt
als een primaire maatregel. Dit betekent dat met behulp van het Actieplan VGS de
concentratie NO2 in Amsterdam in 2015 met 0,5 µ/m3 moet zijn gereduceerd.

Op dit moment worden alle luchtkwaliteitsmaatregelen doorgerekend en gekeken welke


maatregelen effectief zijn, met als doel maximaal effect per geïnvesteerde euro te behalen.

Doelstelling 8: Beheer en onderhoud


Vanuit het beheer van het hoofdnet auto, OV en fiets op het niveau sober vindt verwijdering
van graffiti niet langer plaats met uitzondering van gemelde schokkende teksten en
afbeeldingen.

8
DIVV masten: verkeers- en verlichtingssystemen en bovenleiding tram

Raadsdruk Begroting 2011 155


3.6.3 Een schone stad: Wat mag het kosten?

Een schone stad Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting


Bedragen x € 1 miljoen 2010 2010 2011 2012 2013 2014

Lasten + 9,1 7,2 2,0 2,4 6,8 2,5


Mobiliteit en openbaar vervoer 0,0 4,2 0,0 0,0 0,0 0,0
Uitgaven uit het 9,1 2,9 2,0 2,4 6,8 2,5
Mobiliteitsfonds
Baten - 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Mutaties in reserves -9,1 -7,2 -2,0 -2,4 -6,8 -2,5
Saldo 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

3.7 Subprograma: Een hele en mooie stad

3.7.1 Een hele en mooie stad: wat willen we bereiken?

Overige doelstellingen

Doelstelling 9: Hele infrastructuur op niveau sober


Indicator Nulmeting en 2011 2012 2013 2014
peildatum
Technische kwaliteit verharding Voldoende 81% Sober:
wegvak, percentage totale rijbaan matig 4% voldoende:60
oppervlak hoofdnet auto onvoldoende 15% %
matig: 23%
onvoldoende:
17%

Doelstelling 10: Een aantrekkelijk verlichte stad


Indicator Nulmeting en 2011 2012 2013 2014
peildatum
Op 1/1/2015 voldoet meer dan de In ontwikkeling
helft van de lampen, armaturen en
masten aan de eisen qua
standaardisering, dus aan één van
de negen standaarden uit het
Beleidsplan Openbare Verlichting
Amsterdam

Toelichting
Voor bovenstaande doelstelling voor de kwaliteit van de wegvakken wordt gebruik maakt van
een landelijke normering. Voor een aantrekkelijk verlichte stad wordt uitgegaan van de
vastgestelde eisen uit het beleidsplan Openbare Verlichting Amsterdam.

3.3.2.2 Een hele en een mooie stad: wat gaan we ervoor doen?

Doelstelling 9: Beheer en onderhoud


De stedelijke hoofdinfrastructuur, bestaat uit het Hoofdnet Auto, het Hoofdnet Fiets, het
Hoofdnet Rail en de Hoofdvaarwegen. Beheer en onderhoud vindt plaats door DIVV, dit geldt
ook voor de bruggen, viaducten, gemeentelijke sluizen en autotunnels die in de
hoofdinfrastructuur liggen. De meeste onderdelen van de infrastructuur zijn op het niveau
verzorgd of zijn, via inmiddels genomen maatregelen, op weg naar dat niveau. Uw
Gemeenteraad heeft op 19 november 2008 ingestemd met het voorstel om te kiezen voor het
niveau verzorgd en de nota vastgesteld. In het kader van de heroverwegingen wordt nu
voorgesteld dit niveau terug te brengen naar sober. Zie voor de onderhoudsniveaus verder de
verplichte paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen.

Raadsdruk Begroting 2011 156


Wibautstraat (tussen Mauritskade en Spoorviaduct)
Het uitvoeringsbesluit is in 2010 door Uw Vergadering genomen. Hiermee werd het definitief
ontwerp vastgesteld en het uitvoeringskrediet verleend om de Wibaustraat tussen de
Mauritskade en het spoorviaduct te reconstrueren. De reconstructie zal gefaseerd worden
uitgevoerd, beginnend met het verwijderen en verplanten van bomen. Voor de zomer starten
de voorbereidende werkzaamheden om de stuwluchtopeningen van de metro te verplaatsten
van de flanken van de Wibaustraat naar de toekomstige middenberm. In september 2010
begint de werkelijke reconstructie van de Wibaustraat. De werkzaamheden zullen volgens de
huidige planning eind 2011 afgerond zijn.

Utrechtsestraat
In samenwerking met stadsdeel Centrum en het GVB vindt groot onderhoud plaats aan de
tramsporen en bruggen in de Utrechtsestraat en wordt het straatmeubilair en de bestrating
vernieuwd. Naast renovatie van de bruggen over de Herengracht, Keizersgracht en
Prinsengracht, vindt eveneens ophoging plaats van de brug over de Keizersgracht naar de
gangbare doorvaarthoogte. De tramperrons op de Keizersgracht en de Prinsengracht worden
aangepast om een gelijkvloerse instap mogelijk te maken. Daarnaast zullen er maatregelen
worden genomen die een positieve invloed hebben op de kosten van onderhoud, de
levensduur en de productie van geluid en trillingen van de tram. De uitvoering is gestart in
september 2009 en vindt plaats in 3 fasen. In elke fase wordt een brug en een stuk van de
Utrechtsestraat aangepakt. Dit om de overlast voor de omgeving (winkeliers) zoveel mogelijk
te beperken. Door tegenvallers in de uitvoering (meer vervuiling, slechtere fundering dan
voorzien, lange vorstperiode) is vertraging opgelopen. Grootste knelpunt is echter de
samenwerking met de aannemer, en met name de onvoldoende aanpak en inzet. De huidige
werkzaamheden in fase 1 hebben hierdoor grote vertraging opgelopen en daarmee ook de
eindoplevering van het hele werk (oorspronkelijk december 2010). Naar verwachting wordt dit
minimaal september 2011, maar uitloop tot maart 2012 is mogelijk.

Hogesluis
De renovatie van de brug Hogesluis is in 2009 gestart. De tijdelijke hulpbrug is september
2009 opgeleverd. Direct hierna is de renovatie gestart. De in het bestek voorziene
werkzaamheden waren gebaseerd op ervaring en een aantal vooronderzoeken. Bij de
uitvoering is echter geconstateerd dat de brug ‘technisch op‘ is. Tevens bleek de staat van
het natuursteen slechter dan aangenomen. Deze constateringen hebben er toe geleid dat het
bestek grotendeels (natuursteen en technische uitvoering) is herschreven en opnieuw
geprijsd met als gevolg dat aanvullende financiering vereist is om de brug te kunnen
renoveren. Definitieve besluitvorming zal plaatsvinden in tijdens de behandeling van de
Begroting 2011 door uw Vergadering. De uitkomsten daarvan zijn bepalend voor de verdere
planning.

Reconstructie Weesperstraat
De technische staat van deze weg is dusdanig dat technisch onderhoud noodzakelijk is.
Daarnaast maken de Weesperstraat en het Weesperplein onderdeel uit van het Masterplan
Wibaut-as. In 2009 heeft een scoopwijziging m.b.t. het project Wibaut-as plaatsgevonden.
Ons College heeft aangegeven de reconstructie van de Weesperstraat gezien de onderlinge
samenhang te willen koppelen aan de reconstructie van het Weesperplein (t/m de kruising
met de Mauritskade).

Mauritskade (tussen Muntendamstraat en Alexanderplein)


De technische staat (asfaltopbouw en ondergrond) van deze weg is erg slecht.
Vervangingsonderhoud is noodzakelijk. Binnen de scope van de Centrale Stad valt derhalve
de vervanging van de rijbanen waarbij tegelijkertijd de aanwezige fietspaden worden
vervangen. Waar nog geen vrijliggende fietspaden aanwezig zijn worden deze gerealiseerd in
het kader van een duurzaam veilige inrichting. Stadsdeel Oost richt tegelijkertijd de openbare
ruimte aan de waterzijde in, evenals de voetpaden gelegen aan de huizenzijde.

Planvoorbereiding Leidseplein en omgeving


Het huidige Leidseplein maakt een chaotische indruk. Het voetgangersareaal wordt
doorsneden door tramlijnen met tramhaltes op het plein. Er is een taxistandplaats op het plein

Raadsdruk Begroting 2011 157


en fietsen worden massaal op het plein gestald. Er is een maatschappelijke en Bestuurlijke
wens om het Leidseplein opnieuw in te richten dusdanig dat het een beter verblijfsgebied
wordt. De raden van stadsdeel Centrum en de gemeente Amsterdam hebben in januari
respectievelijk februari 2010 de Nota van Uitgangspunten vastgesteld voor de herinrichting
van de Leidsebuurt.

Renovatie Oostlijn
Het project Renovatie Oostlijn bestaat uit vijf clusters: Tunnelwerk (spoorgebonden
tunnelveiligheid en spoorvervanging), Vluchtwegmaatregelen (Stationgebonden
tunnelveiligheid), Bovengrondse Perronrenovatie, Stationsrenovaties en Kraaiennest. Het
laatste is als afzonderlijk cluster gedefinieerd vanwege de samenwerking met en de
cofinanciering door stadsdeel Zuidoost.
 Vluchtwegmaatregelen (tunnelveiligheid): De werkzaamheden aan de tunnelveiligheid
zouden oorspronkelijk in 2010 worden uitgevoerd. Omdat de aannemer de vereiste
werkplannen niet tijdig gereed had, heeft deze de benodigde vergunningen niet
ontvangen. Gevolg is dat een deel van de werkzaamheden aan de tunnelveiligheid naar
verwachting in 2011 wordt uitgevoerd. De testen en het proefbedrijf van de
vluchtwegmaatregelen worden eveneens in 2011 uitgevoerd
 Stationsrenovaties: In 2010 is het Programma van Eisen voor de Stationrenovatie
afgerond. Het PvE vormt de basis vormt voor het toetsen van de ontwerpen van de
architect. Het voorlopig ontwerp van de stations wordt begin 2011 afgerond waarna met
de definitieve ontwerpen zal worden gestart. De uitvoering van de stationsrenovaties
staat gepland voor 2013-2014. Vooruitlopend op de stationsrenovaties zullen in 2011 de
laatste roltrappen in de stations van de Oostlijn worden vervangen.
Verder wordt samen met de Stadsregio Amsterdam gewerkt aan het maken van
definitieve afspraken over de financiering van de wens om hogere ambities na te streven
bij de stationsrenovaties
 Kraaiennest: De werkzaamheden aan station Kraaiennest verlopen voorspoedig en de
verwachting is dat het station medio 2011 in gebruik kan worden genomen. De
werkzaamheden zijn afgestemd met de start van de ontwikkelingen van de omgeving
door stadsdeel Zuidoost in het kader van de Bijlmervernieuwing

3.3.2.3 Een hele en mooie stad: wat mag het kosten?

Een hele en mooie stad Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting
Bedragen x € 1 miljoen 2010 ‘10 2011 2012 2013 2014

Lasten + 221,8 219,8 227,1 220,4 220,8 212,0


Beheer stedelijke infrastructuur 38,0 34,6 35,0 35,4 36,5 37,5
Beheer en onderhoud OV- 108,2 109,7 108,8 108,8 108,8 108,8
infrastructuur
Parkeerbeheer 13,9 13,9 13,9 13,9 13,9 13,9
Kapitaallasten stedelijke 46,8 46,3 51,2 54,8 52,6 50,8
infrastructuur
Uitgaven uit het Mobiliteitsfonds 6,4 4,2 10,5 6,8 8,8 0,8
Uitgaven uit de reserve beheer
stedelijke infrastructuur
2,9 5,4 2,0 0,4 0,0 0,0
Overig 5,6 5,6 5,6 0,2 0,2 0,2
Baten - -125,5 -127,0 -126,0 -126,3 -126,3 -126,3
Rijksbijdrage exploitatie openbaar -107,7 -109,1 -108,2 -108,2 -108,2 -108,2
vervoer
Inkomsten stedelijke infrastructuur -3,9 -3,9 -4,0 -4,2 -4,2 -4,2
Inkomsten Parkeerbeheer -13,9 -13,9 -13,9 -13,9 -13,9 -13,9
(214.0.09)
Mutaties in reserves -15,8 -14,0 -12,5 -7,2 -8,8 -0,8
Saldo 80,6 78,8 88,6 86,9 85,7 84,9

Raadsdruk Begroting 2011 158


Toelichting op de ontwikkeling van het saldo op hoofdlijnen:

 Actualisatie 2010: Het saldo neemt af met € 1,8 miljoen. Dit is het resultaat van de
nominale aanpassing (-€ 0,6 miljoen), lagere kapitaallasten (-€ 0,5 miljoen) vanwege
lagere investeringen in 2009 en een decres van € 0,8 miljoen bij openbare verlichting.
Deze laatste is veroorzaakt door lagere kosten voor energie (€ 0,7 miljoen), het deels
inboeken van de Ontwikkelingsalliantietaakstelling voor € 0,3 miljoen (budgetneutraal met
SRG Overig) en hogere kosten door het toenemen van schades van € 0,2 miljoen. Het
saldo stijgt tot slot met € 0,1 miljoen vanwege de hogere kosten voor het beheer
busstation CS. Voor met name het onderhoud aan de roltrappen/lift, het verwijderen van
graffiti en de kosten vanwege vandalisme, energievoorziening, het aardingsnet en de
camera- en audiosystemen, drinkwaterlevering, de inspectie van de droge blusleiding en
de vuilwaterafvoer en eigenaarlasten waren de kosten te laag geraamd
 Begroting 2011: Het saldo stijgt met € 9,7 miljoen. Belangrijkste oorzaak hiervoor is het
wegvallen van de eenmalige vrijval uit de bestemmingsreserve Beheer Stedelijke
infrastructuur van € 5,9 miljoen, die het saldo in 2010 verlaagde. Ook de incidentele
prioriteit voor de Rode Loper uit 2010 van € 1,5 miljoen valt weg waardoor het saldo met
dit bedrag afneemt. Daarbij nemen de kapitaallasten toe met € 4,9 miljoen en is door
areaaluitbreiding € 0,4 miljoen meer benodigd voor het dagelijkse onderhoud. Begroting
2012: Belangrijkste wijziging is het wegvallen van de post aflossing voorfinanciering
personeelsvoorziening GVB van € 5,4 miljoen. Het saldo neemt toe met € 3,7 miljoen
vanwege hogere kapitaallasten (€ 3,5 miljoen) en areaaluitbreiding (netto € 0,2 miljoen.)
 Begroting 2013: Het saldo neemt af met € 1,1 miljoen. Dit is het resultante van vrijval in
de kapitaallasten van € 2,2 miljoen en € 1 miljoen vanwege areaaluitbreiding. Belangrijk
onderdeel van deze laatste betreft de bewaking en bediening van de tunnel achter CS
 Begroting 2014: Het saldo neemt af met € 0,8 miljoen. Dit is het resultante van vrijval in
de kapitaallasten van € 1,7 miljoen en € 0,9 miljoen vanwege areaaluitbreiding. Belangrijk
onderdeel van deze laatste betreft het onderhoud van de tunnel achter CS

Raadsdruk Begroting 2011 159


4 Reserves, voorzieningen, investeringen
Bedragen x € 1 Stand Verwachte verwachte Verwachte Stand Stand Stand Stand
miljoen Ultimo mutaties stand mutaties Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo
2009 2010 ultimo 2011 2011 2012 2013 2014
2010

+ -/- + -/-
Reserves
IJweg West (VE) 6,6 0,0 1,9 4,7 0,0 2,7 2,0 0,2 0,0 0,0
Westrandweg / 2e 2,3 0,0 1,7 0,7 0,0 0,3 0,3 0,1 0,0 0,0
Coentunnel (VE)
Reserve beheer 11,7 0,0 9,2 2,4 0,0 2,0 0,4 0,0 0,0 0,0
stedelijke infrastructuur
Egalisatiereserve 5,6 0,2 0,8 5,0 0,2 0,7 4,5 4,1 3,6 3,0
CAN-gebied
Gemeentelijk aandeel 480,3 0,0 0,0 480,3 0,0 43,0 437,3 215,4 0,0 0,0
kosten Noord/Zuidlijn
NDSM-veer 1,4 0,0 0,5 0,9 0,0 0,5 0,4 0,0 0,0 0,0
Gemeentelijk aandeel 48,1 3,0 13,0 38,2 0,0 4,7 33,5 24,1 6,0 0,0
in kosten busstation /
auto-onderdoorgang
CS
Risicoreservering IJsei 7,9 0,0 3,0 4,9 0,0 0,0 4,9 4,9 4,9 4,9
Bewonersgarages 2,0 0,1 0,9 1,2 0,1 0,5 0,8 0,4 0,4 0,4
Zuidoost
Inrichting Wibautas 0,6 0,0 0,6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
(UNA-geld)
Mobiliteitsfonds - 3,1 0,0 1,6 1,5 0,0 0,0 1,5 1,5 1,5 1,5
algemene reserve
Reserve Voorrang 4,2 0,0 4,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Gezonde Stad
Vakantiegeld van 0,1 0,0 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
voormalig DAB -
Parkeergebouwen
medewerkers
Mobiliteitsfonds - 51,4 38,0 44,2 45,2 47,8 61,7 31,4 14,2 2,8 0,0
bestemmingsreserve
Reserve WW van 0,4 0,0 0,0 0,4 0,0 0,0 0,4 0,4 0,4 0,4
voormalig DAB-
Parkeergebouwen
medewerkers
Totaal reserves 625,7 41,3 81,7 585,4 48,1 116,1 517,4 265,3 19,6 10,2

4.1 Reserves
Te handhaven reserves

IJweg
Onttrekking vindt plaats ten behoeve van de uitvoering.

Westrandweg / 2e coentunnel
Onttrekking vindt plaats ten behoeve van de uitvoering.

Reserve beheer stedelijke infrastructuur


In de Begroting 2008 is voor een bedrag van € 12,96 miljoen een aantal incidentele
prioriteiten toegekend voor het onderhoud van wegen, tunnels en wachtsteigers (Basisweg,
circuit Oostoever, Europaboulevard, tunnels, noodstroomvoorziening tunnel en Wibautas). De
uitvoering van de projecten en de besteding van de middelen zullen in de periode 2008-2012
plaatsvinden. Voor € 5,9 miljoen heeft de onttrekking in 2010 betrekking op de vrijval van de
reservering voor Wibautas (conform de Voorjaarsnota 2009). De overige onttrekking 2010
heeft betrekking op de projecten Oostoever, Wibautas, tunnels en wachtsteigers. Tevens
wordt voorgesteld in 2010 de onderschrijding op het project Europaboulevard van € 498.000
aan te wenden voor de dekking van de overschrijding bij het project Stadhouderskade. In
2011 heeft de onttrekking betrekking op Wibautas, tunnels en de wachtsteigers.

Raadsdruk Begroting 2011 160


Egalisatiereserve CAN-gebied
Op 11 februari 2009 is besloten tot het vormen van een reserve ter dekking van de
aanloopverliezen van het Parkeerschap Boven 't Y tot een bedrag van € 6.827.000. De
onttrekkingen betreffen de verrekening van deze nadelige saldi. De dotaties betreffen de
ontvangen rentevergoeding over deze belegde reserve.

Gemeentelijk aandeel kosten Noord/Zuidlijn


Onttrekking vindt plaats ten behoeve van de Noord/Zuidlijn.

NDSM-veer
De onttrekking betreft de jaarlijkse bijdrage aan de exploitatie van het veer. Daarnaast is er
rente aan de reserve toegevoegd.

Gemeentelijk aandeel in de kosten busstation/auto-onderdoorgang CS


Onttrekking ten behoeve van de dekking van het gemeentelijk aandeel van de
uitvoeringskosten IJsei.

Risicoreservering IJsei
Dit betreft een reserve ter dekking van de risico’s van het project IJsei.

Bewonersgarages Zuidoost
Met deze reserve wordt het exploitatieresultaat op de garages Zuidoost verrekend. In de
Begroting 2010 is uitgegaan van overdracht van de D, E en K serie van de garages Zuidoost.
De overdracht is afgezien van de K serie niet gerealiseerd. De onttrekkingen betreffen het
nadelig exploitatieresultaat van de garages. De dotaties hebben betrekking op de ontvangen
rentevergoeding over deze belegde reserve.

Inrichting Wibautas
De onttrekking heeft betrekking op de gedeeltelijke dekking van de herprofilering Wibautas.

Mobiliteitsfonds-Algemene Reserve
De onttrekking is conform het meerjarenvoorstel 2010-2014

Vervallen reserves

Voorrang voor een gezonde stad


In de Begroting 2008 is voor een bedrag van € 13,235 miljoen incidenteel toegekend in het
kader van acties Voorrang Gezonde Stad. De uitvoering en de besteding van het restant
van de middelen vindt in 2010 plaats.

4.2 Voorzieningen
Bedragen x € 1 miljoen Stand Verwachte Verwachte Verwachte Stand Stand Stand Stand
Ultimo mutaties stand mutaties Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo
2009 2010 ultimo 2011 2011 2012 2013 2014
2010
+ -/- + -/-
Voorzieningen
Risicofondsen N/Z-lijn 260,9 0,0 0,0 260,9 0,0 0,0 260,9 260,9 259,9 159,7
Exploitatie en 228,8 10,3 5,4 233,7 10,5 9,2 235,0 234,1 232,1 237,4
investeringen NZK-
veren
Groot onderhoud 3,4 0,5 0,8 3,1 0,5 1,4 2,2 1,8 1,6 1,3
Parkeergebouwen
Bijdrage OGA 1,3 0,0 0,1 1,1 0,0 0,1 1,0 0,8 0,7 0,5
Fietsenstalling
Zuid/WTC
Brandwerende coating 0,1 0,0 0,0 0,1 0,0 0,0 0,1 0,0 0,0 0,0
Piet Heintunnel
Casco en 0,2 0,0 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
funderingsherstel
Noord/Zuidlijn
Totaal voorzieningen 494,7 10,8 6,5 498,9 11,0 10,7 499,2 497,6 494,3 398,9

Raadsdruk Begroting 2011 161


4.2 Voorzieningen

Te handhaven voorzieningen

Risicofondsen Noord/Zuidlijn
Voorziening ter dekking van de risico’s bij de Noord/Zuidlijn.

Exploitatie en investeringen NoordZeeKanaalVeren


Eind 2007 is de overeenkomst tussen het rijk en de gemeente getekend betreffende de
overdracht van de veren over het Noordzeekanaal. Voor de kosten heeft het rijk een
afkoopsom betaald van € 220 miljoen. Deze afkoopsom is opgenomen in deze voorziening.
De jaarlijkse kosten worden gedekt uit de voorziening. Voor de kosten, bestaande uit
exploitatie, beheer en onderhoud, vervangingsinvesteringen, etc. wordt rekening gehouden
met een onttrekking van € 5,5 miljoen in 2010 en € 9,2 miljoen in 2011. Aan de voorziening
wordt rente tegen een vaste rentevoet van 4,5% toegevoegd. Deze wordt berekend op basis
van het gemiddelde van de begin- en eindbalans.

Grootonderhoud parkeergebouwen
De dotaties betreffen de toevoegingen ten laste van de exploitatierekeningen. De
onttrekkingen betreffen het werkelijk te plegen groot onderhoud. Zowel de dotaties als het
werkelijk te plegen groot onderhoud zijn gebaseerd op een goedgekeurde
onderhoudsbegroting.

Bijdrage OGA fietsenstalling Zuid/WTC


De onttrekkingen hebben betrekking op de bijdrage van OGA aan de jaarlijks huurkosten van
de fietsenstalling Zuid.

Brandwerende coating Piet Heintunnel


Dit werk kan pas uitgevoerd worden na 2011 omdat de komende jaren werkzaamheden in de
IJtunnel gepland zijn en conform het corridorbesluit er derhalve in die jaren geen
buisafsluiting in de Piet Heintunnel kan plaatsvinden

Casco en funderingsherstel Noord/Zuidlijn


Deze subsidieregeling wordt beëindigd bij de start bij de start van het boren van de
Noord/Zuidlijn. Afwikkeling zal plaatsvinden in het jaar 2010.

4.3 Mobiliteitsfonds

Voeding Centraal Mobiliteitsfonds


Amsterdam ontvangt via twee kanalen parkeerbelasting. Ten eerste via de verkoop van
parkeervergunningen aan bewoners van Amsterdam en ten tweede via de verkoop van
parkeerrechten op straat aan bezoekers (verkoop van week/maand/jaarkaarten, parkeer en
bel en parkeerautomaat). Deze parkeerbelasting wordt namens de stadsdelen geïnd door
Cition (en voor de voormalige stadsdelen Bos en Lommer en De Baarsjes deels door PCH).
De stadsdelen zijn verplicht een deel van deze inkomsten af te staan aan het Centraal
Mobiliteitsfonds (CMF) van de Centrale stad. De overige inkomsten vloeien naar de
individuele parkeerfondsen van de stadsdelen, die hier de parkeerhandhaving van betalen en
het resterende geld mogen gebruiken voor de realisatie van projecten op het gebied van
verkeer en vervoer en/of openbare ruimte.

Verwachte ontwikkeling totale parkeeropbrengsten Amsterdam


In het najaar van 2009 heeft DIVV O+S opdracht gegeven om een analyse uit te voeren ten
aanzien van de oorzaak van het op de oorspronkelijke verwachting achterblijven van de totale
parkeerinkomsten over 2009. Uit deze analyse blijkt dat circa 67% van het verschil tussen de
werkelijke en verwachte opbrengst is te verklaren op basis van structurele oorzaken. Dit
verschil zal dus ook in de komende jaren niet meer goedgemaakt kunnen worden. Er wordt
nu ingeschat dat de parkeeropbrengsten in de jaren 2010 en 2011 een autonome groei zullen
vertonen tot het niveau dat gelijk is aan helft van de resterende 33% (te bereiken in 2011).
Hiervoor zijn verschillende redenen aan te geven waarbij het wegebben van het schrikeffect
een belangrijke is. Daarnaast wordt op basis van de programakkoorden van de stadsdelen er

Raadsdruk Begroting 2011 162


van uitgegaan dat de stadsdelen Oost en West de vergunningtarieven in hun stadsdeel zullen
optrekken naar het nu geldende hoogste niveau en dat de voorgenomen invoering van fiscaal
parkeren in het laatste deel van Buitenveldert en een groot deel van het voormalige stadsdeel
Slotervaart in 2011 hun beslag hebben gekregen.

Op basis van deze uitgangspunten wordt voor de komende jaren de volgende totale
opbrengst uit parkeerbelastingen verwacht:

2010 2011 2012 2013 2014


€ 130,2 miljoen € 132,5 miljoen € 134,2 miljoen € 134,01 miljoen € 134,06 miljoen

Tegenvallende parkeeropbrengsten en de taakstelling


Een belangrijk knelpunt wordt veroorzaakt door het feit dat de effecten van de invoering van
de nieuwe parkeertarieven, parkeergebieden en parkeerbloktijden in 2009 op de totale
inkomsten uit parkeerbelasting te hoog zijn ingeschat. In werkelijkheid kwam er in 2009 niet
€ 137,7 miljoen binnen, maar € 126,1 miljoen. Door de nieuwe afdrachtsystematiek houdt een
aantal stadsdelen nu minder geld over dan in 2008 (na afdracht aan het CMF en vóór aftrek
van de handhavingkosten). Tot slot speelt er nog een probleem over de afdracht over het jaar
2009. Bestuurlijk is een principeafspraak gemaakt dat stadsdelen er wat betreft inkomsten
niet op achteruit mochten gaan ten opzichte van de inkomsten 2008. Dit is nog niet definitief
afgekaart. Dit geldt ook voor een eventuele compensatie voor het jaar 2010.
Daarnaast is in het programakkoord een taakstelling van € 10 miljoen structureel opgenomen
voor de parkeeropbrengsten, De verdeling tussen stad en stadsdelen is nog onderwerp van
gesprek. Vanwege de onzekerheden omtrent de inkomsten kan het bestedingsvoorstel voor
het Mobiliteitsfonds nog niet worden gepresenteerd, maar zal deze met een separaat voorstel
aan uw Vergadering worden voorgelegd.

Raadsdruk Begroting 2011 163


5 Verdelingsvoorstel
5.1 Prioriteiten en posterioriteiten 2011

I1 Programakkoord
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
1 P+R programma tweede Uitvoering n.a.v. van nieuwe Realisatie van visievorming 2.000 2.000
fase visievorming P+R in 2010 met 2010
start programma tweede fase

2 Reconstructie Rode Loper Reconstructie Rokin fase 1 Reconstructie Rokin fase 1 5.000 5.000

3 Taxibeleid en handhaving Het voortzetten van het Verbeterde Amsterdamse 500 500
taxibeleid taximarkt

7.500 7.500

I4 Overige prioriteiten
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
4 IJsei toezicht, 2011 t/m Toezichthouders op het Veiligheid en BHV organisatie 410 410
2014 busplatform gedurende de busstation
tijdelijke situatie als gevolg van
werkzaamheden
Noord/Zuidlijn conform
richtlijnen DMB
410 410

S4 Overige prioriteiten
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
5 Vervangingsonderhoud De noodzakelijke Infrastructuur op niveau 1.200 1.200
infrastructuur vervangingen en
reconstructies van hoofdnet
auto, bruggen, kades en
oevers en sluizen
6 Reconstructie historische In plaats van de gedachte Brug geschikt voor 80 jaar met 400 400
Hogesluisbrug renovatie dient de brug het authentieke uiterlijk
volledig vernieuwd te worden
met historisch uiterlijk

7 Meerkosten Noord/Zuidlijn Dekking gemeentelijk aandeel Aanleg Noord/Zuidlijn 1.430 1.430


en tekort indexering rijk

3.030 3.030

Raadsdruk Begroting 2011 164


SP4 Structurele posterioriteiten
# Omschrijving Activiteit Resultaat Aanvraag Voorstel
(x € 1.000) (x € 1.000)
8 Lager beheer niveau (dIVV) Beheer en onderhoud -1.150 -1.150
stedelijke infrastructuur terug
naar niveau Sober

9 Marktconforme Marktconforme -500 -500


afschrijvingsmethodiek afschrijvingsmethodiek
Parkeergebouwen Parkeergebouwen

10 Hogere kostendekkendheid Tarief naar 8 euro in 2011 -500 -500


bestaande P+R

11 Verhogen rendabiliteit Stoppen met Wegbouwkundig -150 -150


Materiaaldienst (dIVV) Adviesbureau, WBA

12 Nieuwe verdeelsystematiek Nieuwe verdeelsystematiek -10.000 -10.000


parkeeropbrengsten en parkeeropbrengsten en
heroverwegingen in heroverwegingen in
Mobiliteitsfonds Mobiliteitsfonds

13 Besparing op diverse -1.000 -1.000


onderdelen van DIVV Besparing op diverse
onderdelen van DIVV

-13.300 -13.300

5.2 Toelichting prioriteiten en posterioriteiten

I1 Programakkoord

1. P+R programma tweede fase


Ons College constateert dat er een duidelijke visie op P+R’s nodig is om efficiënt invulling te
geven aan de Amsterdamse ambitie bezoekers van de stad te bedienen met P+R’s van waar
met een aanvaardbare reistijd en frequentie per OV naar het centrum gereisd kan worden en
terug.In 2011 krijgt een visie voor de efficiënte uitvoering van die ambitie vorm en zal het
oorspronkelijke P+R Programma uit het Actieplan VGS daarop – waar nodig – aangepast
worden. Voor deze ‘tweede fase’ van dit bijgestelde P+R-programma is € 2 miljoen
opgenomen in ons verdelingsvoorstel.

2. Reconstructie Rode Loper


Het Programakkoord spreekt als ambitie uit in deze bestuursperiode met de reconstructie van
de Rode Loper te beginnen. Voor de eerste fase van het project op het Rokin (tussen Dam en
Spui) is een bedrag van € 5 miljoen opgenomen.

3. Taxibeleid en handhaving
Naast de middelen die voor Taxi reeds voorzien in het mobitiliteitsfonds is incidenteel
€ 0,5 miljoen opgenomen in ons verdelingsvoorstel. Ons College acht dit nodig om het
ingezette taxibeleid voort te kunnen zetten. Onder andere werkt ons College aan het
opstellen van een Amsterdams Taxxxi plan. Dit plan wordt met de inwerkingtreding van de
nieuwe Taxiwet verwerkt tot een Amsterdamse taxiverordening 2011, waarmee de gemeente
de taximarkt reguleert. In 2011 wordt deze verordening geïmplementeerd.

Raadsdruk Begroting 2011 165


I4 Overige prioriteiten
4. IJsei toezicht, 2011 t/m 2014
Om te voldoen aan de gemeentelijke richtlijnen en ervoor te zorgen dat de veiligheid wordt
gewaarborgd zijn toezichthouders ingeschakeld bij IJsei. Zij vormen de BedrijfsHulpVerlening
(BHV) organisatie van het busstation. De kosten voor de toezichthouders zijn € 0,4 miljoen
per jaar en lopen tot en met 2014. Het betreft hiermee een meerjarig incidentele prioriteit.

S4 Overige prioriteiten

5. Vervangingsonderhoud infrastructuur
Deze prioriteit betreft de volgende projecten in 2011:

1. Amstelveense weg fase 3 – Zuid ts. Zeilstraat en Stadionplein:


Het gaat om de voorbereiding van de reconstructie van de Amstelveenseweg tussen
Zeilstraat en Stadionplein. De technische kwaliteit is slecht en heeft het einde van zijn
levensduur bereikt. Daarnaast is het kruispunt Amstelveenseweg/Zeilstraat en het
Haarlemmermeercircuit een Blackspot. Een duurzaam veilige inrichting ontbreekt. Ten
aanzien van het gebruik is het gewenst om over de volledige lengte fietspaden aan te leggen,
waar ze nu nog ontbreken. Voor de voorbereiding is een bedrag van € 0,4 miljoen benodigd.
Afschrijvingstermijn: 30 jaar

2. C. Douwesweg-Coentunnelcircuit:
Het gaat om de uitvoering van de vervanging van de Cornelis Douwesweg (vanaf de rotonde
met de Hardwareweg) - Verlengde Stellingweg - Coentunnelcircuit. De technische staat van
deze weg is dusdanig dat technisch onderhoud (vervanging) noodzakelijk is. Fase 1 is in
2009 uitgevoerd (Verl. Stellingweg en een deel van de Molenaarsweg). De uitvoering van
fase 2 en 3 stond aanvankelijk gepland voor 2013. Door de winterse omstandigheden van
eind 2009/begin 2010 is de technische staat zeer slecht geworden. Eerdere uitvoering is
noodzakelijk. Als gevolg daarvan is in 2010 al gestart met fase 2. Fase 2 wordt gedekt uit de
middelen voor groot onderhoud. In fase 2 wordt de ‘binnenbocht’ aangepakt en in fase 3 komt
de ‘buitenbocht’ in uitvoering. Voor de uitvoering van fase 3 is een bedrag van € 1 miljoen
benodigd. Afschrijvingstermijn: 30 jaar

3. De Boelelaan tussen de Buitenveldertselaan en Europaboulevard


Voorbereiding en uitvoering van de reconstructie van de De Boelelaan tussen de
Buitenveldertselaan en Europaboulevard. De weg is in een slechte staat en moet op basis
van zijn restlevensduur, welke nihil is, en het niet aanwezig zijn van een duurzaam veilige
inrichting gereconstrueerd te worden. De uitvoering zal plaatsvinden in 2 fases. De volgende
fases zijn te onderscheiden: 1. tussen Buitenveldertselaan en Beethovenstraat en 2. tussen
Beethovenstraat en Europaboulevard. Welke fase als eerste wordt uitgevoerd dient nog
bepaald te worden. Voor de reconstructie is een bedrag van € 0,9 miljoen benodigd.
Afschrijvingstermijn: 30 jaar.

4. Mauritskade tussen Alexanderplein en Muntendamstraat:


Uitvoering van de vervanging van de Mauritskade (tussen Alexanderplein en
Muntendamstraat) inclusief het treffen van profielmaatregelen die de verkeersveiligheid
verbeteren. Uit wegbouwkundig onderzoek is naar voren gekomen dat de restlevensduur van
de wegconstructie nihil is. Als gevolg hiervan is al een paar noodmaatregels genomen, zodat
in ieder geval de veiligheid van de weggebruiker wordt gegarandeerd. Er is een reservering
toegekend van € 0,9 miljoen (Q 2007) voor de uitvoering + een bijdrage uit het
mobiliteitsfonds van € 0,275 miljoen. De wens van het stadsdeel de openbare ruimte in te
richten conform de Nota Singelgrachtzone heeft gevolgen gehad voor de scope van het
project. De fietspaden worden zodanig neergelegd dat deze voldoen aan de Nota en de
rijbanen worden eveneens aangepast overeenkomstig de maatvoering in de Nota
Singelgrachtzone. Een andere scopewijziging betreft de met verkeerslichten geregelde
kruising met de 's-Gravenzandestraat. Deze wordt eveneens aangepast en wel zo dat het nu
aanwezige knelpunt in de doorstroming op deze corridor wordt opgelost. Voor de uitvoering is
een aanvullend budget van € 1,8 miljoen benodigd. Afschrijvingstermijn: 30 jaar

Raadsdruk Begroting 2011 166


5. Seineweg ts Basisweg en Haarlemmerweg:
Voorbereiding van de vervanging van de Seineweg ts Basisweg en Haarlemmerweg. De
technische staat van deze weg is dusdanig dat technisch onderhoud noodzakelijk is.
Daarnaast is er de maatschappelijke behoefte deze wegen in te richten conform de principes
van een duurzaam veilige infrastructuur. Afstemming met de aanleg van de Westrandweg is
noodzakelijk. De voorbereidingskosten bedragen € 0,25 miljoen. De afschrijvingstermijn is 30
jaar.

6. Diepenbrockstraat
De voorbereiding van de reconstructie van de Diepenbrockstraat. De technische staat van
deze weg is dusdanig dat onderhoud noodzakelijk is. Daarnaast is een duurzaam veilige
inrichting gewenst. Er ligt een relatie met de herinrichting van de Stadionweg en de
Hobbemakade. De weg wordt Duurzaam Veilig ingericht met vrij liggende fietspaden. De
voorbereidingskosten bedragen € 0,3 miljoen. De afschrijvingstermijn is 30 jaar.

7. Basisweg tussen Kapelweg en Radarweg


Het gaat om de voorbereiding van de reconstructie/vervanging van de Basisweg tussen
Kabelweg en Radarweg. De weg is van groot belang voor de ontsluiting van Westpoort op het
rijkswegennet. Het is de zwaarst belaste weg van de stad en is op basis van leeftijd en
gebruik toe aan totale vervanging. De uitvoering kan pas gestart worden na het in verkeer
nemen van de Westrandweg en 2e Coen. De technische staat van deze weg is zeer slecht en
de restlevensduur is op basis van de leeftijd nihil. De weg is op dit moment vanuit Westpoort
de enige verbinding met het rijkswegennet. Na in verkeer nemen van de Westrandweg zijn er
meerdere aansluitingen op het rijkswegennet. De voorbereidingskosten zijn € 0,35 miljoen.
De afschrijvingstermijn bedraagt 30 jaar.

8. Mauritskade tussen Linnaeusstraat en Pontanustraat


Voorbereiding van de reconstructie van de Mauritskade tussen Linnaeusstraat en
Pontanusstraat, inclusief het treffen van profielmaatregelen die de verkeersveiligheid
verbeteren. Daarnaast heeft stadsdeel Oost-Watergraafsmeer geld gereserveerd om de
inrichting van de straat uit te voeren conform de het beleid rond het Singelgrachtprofiel
conform de in 2005 vastgestelde Nota Stedelijke Randvoorwaarden Singelgrachtzone.
De technische staat van deze weg is dusdanig dat technisch onderhoud noodzakelijk is.
Daarnaast bestaat er een maatschappelijke behoefte om deze weg in te richten conform de
principes van een duurzaam veilige infrastructuur. Onderdeel van het plan is dan ook de
aanleg van vrij liggende fietspaden. De voorbereidingskosten bedragen € 0,3 miljoen. De
afschrijvingstermijn is 30 jaar.

9. Stadionweg tussen Apollolaan en brug 406


Voorbereiding van de reconstructie van de Stadionweg tussen Apollolaan en brug 406. De
technische staat van deze weg is dusdanig dat onderhoud noodzakelijk is. Daarnaast dient de
weg duurzaam veilig ingericht te worden. Hiervoor is het gewenst dat fietspaden worden
aangelegd. Er is een afhankelijkheid met de inrichting van de Hobbemakade en de
Diepenbrockstraat. De voorbereidingskosten bedragen € 0,3 miljoen. De afschrijvingstermijn
is dertig jaar.

10. Baden Powellweg tussen Ookmeerweg en Plesmanlaan


De voorbereiding van de vervanging van de Baden Powellweg tussen de Ookmeerweg en de
Plesmanlaan. De weg is een belangrijke ader voor de ontsluiting van Osdorp en als gevolg
van zijn leeftijd en zijn slechte conditie toe aan vervanging. De technische staat van de weg is
slecht en op basis van de leeftijd van de weg is de restlevensduur van de weg nihil. De
voorbereidingskosten bedragen € 0,35 miljoen. De afschrijvingstermijn is 30 jaar.

11. Risico Inventarisatie en Evaluatie aan beweegbare bruggen


Het betreft hier de uitvoering van een Risico Inventarisatie & Evaluatie aan arbeidsmiddelen
van de beweegbare bruggen in de hoofdinfrastructuur. Op de gemeente rust namelijk de
wettelijke verplichting om te beschikken over een actuele Risico Inventarisatie & Evaluatie in
het kader van de wetgeving over arbeidsomstandigheden. Met name van de al wat oudere
bruggen kan nu niet worden aangetoond in welke mate zij al dan niet voldoen aan de huidige

Raadsdruk Begroting 2011 167


wetgeving. In technische zin bestaat het eindresultaat van het project uit plannen van aanpak
met concrete maatregelen per afzonderlijk object, gericht op het tot een acceptabel niveau
terugbrengen van de risico's. In het gebruik leidt het tot aantoonbare verbetering en
handhaving van veiligheid in en rond beweegbare bruggen in de hoofdinfrastructuur, gepaard
gaande met vermindering van risico's en aansprakelijkheid. De projectkosten bedragen
€ 0,35 miljoen. De afschrijvingstermijn is 20 jaar.

12. Risico Inventarisatie aan sluizen


Het uitvoeren van een Risico Inventarisatie & Evaluatie aan arbeidsmiddelen van de sluizen
in Amsterdam. Ook voor wat betreft de sluizen dient er een actuele Risico Inventarisatie &
Evaluatie in het kader van de wetgeving over arbeidsomstandigheden te zijn. Met
uitzondering van de nieuwste sluizen, kan van het merendeel niet worden aangetoond in
welke mate zij al dan niet voldoen aan de huidige wetgeving. In technische zin bestaat het
eindresultaat van het project uit plannen van aanpak met concrete maatregelen per
afzonderlijk object, gericht op het tot een acceptabel niveau terugbrengen van de risico's. In
het gebruik leidt het tot aantoonbare verbetering en handhaving van veiligheid van en rond
sluizen, gepaard gaande met vermindering van risico's en aansprakelijkheid. De
projectkosten bedragen € 0,2 miljoen. De afschrijvingstermijn is 20 jaar.

13. Brug 400, vaste brug op de Amsteldijk over het Amstelkanaal


Het uitvoeren van de vervanging van brug 400. De PL. Kramerbrug over het Amstelkanaal
dient geheel te worden vernieuwd. Vanwege opgetreden scheurvorming, betonschade en
corrosie van de stalen liggers, dient het brugdek vernieuwd te worden. Verder is uit nadere
controle gebleken dat de fundering wordt overbelast en ook vernieuwd moet worden. Het
uitgangspunt bij de vernieuwing is het behoud van het monument, omdat het een
rijksmonument betreft. De uitvoering van dit project kan pas starten na gereedkomen van de
herprofilering van de Wibautstraat. De totale investering bedraagt € 5 miljoen. De
afschrijvingstermijn is 100 jaar.

14. Gedeeltelijke renovatie brug 265 Alexanderplein


Het uitvoeren van een renovatie aan brug 265. Een uitgevoerde quickscan heeft aangetoond
dat de gemetselde gewelven van het brugdek ter plaatse van de voet-fietspaden veel
watervoerende scheuren vertonen. Dit zal tot gevolg hebben dat het brugdek versneld
degenereert en niet sterk genoeg meer is. Daarom ligt er nu een voorstel om het brugdek
waterdicht te maken en de gemetselde togen van het brugdek ter plaatse van het voetpad en
fietspad gedeeltelijk te renoveren. Deze brug is een rijksmonument. De renovatie vindt plaats
na de herprofilering van de Wibautstraat. De projectkosten bedragen €655.000. De
afschrijvingstermijn is 40 jaar.

15. Onderzoek constructieve veiligheid van bestaande bruggen en viaducten 2011-2014


Bestaande bruggen en viaducten dienen te voldoen aan het Bouwbesluit, artikel 1b
Woningwet. Het betreft wettelijke minimum technische eisen voor bestaande bouwwerken
geen gebouw zijnde. Voor veel al wat oudere bruggen en viaducten geldt dat niet of
onvoldoende kan worden aangetoond of en in welke mate deze op dit moment voldoen aan
deze wettelijke eisen. Constructieve veiligheid van bruggen en viaducten is daarnaast
belangrijk, omdat een langdurige stremming een grote impact heeft op bereikbaarheid,
leefbaarheid en veiligheid van de stad. Hierbij kunnen niet in het oog springende
constructieve problemen een rol spelen. Bijvoorbeeld de vermoeiing van materiaal door
wisselende belastingen, de verkeerstoename en daardoor verhoogde frequentie van
belastingen en de toename van de zwaarte van het (vracht)verkeer. Ook veranderingen in de
omgeving kunnen van invloed zijn. Op grond van een recent uitgevoerd onderzoek in het
kader zwaar transport is geconcludeerd dat de gemiddelde onderzoekskosten per object circa
€0,01 miljoen bedragen. Het vraagstuk speelt bij circa 200 bruggen en viaducten. Gezien de
omvang van de inspanning is een looptijd van acht jaar gehanteerd met een kasritme van
250.000 per jaar. In eerste instantie wordt er daarom € 1 miljoen aangevraagd. (Voor de
uitvoering 2015 - 2018 zal er naar verwachting nogmaals een bedrag van € 1 miljoen nodig
zijn.) De afschrijvingstermijn is 20 jaar.

Raadsdruk Begroting 2011 168


16. Aanvullende dekking voor Utrechtse straat
In samenwerking met stadsdeel Centrum en het GVB vindt groot onderhoud plaats aan de
tramsporen en bruggen in de Utrechtsestraat en wordt het straatmeubilair en de bestrating
vernieuwd. Naast renovatie van de bruggen over de Herengracht, Keizersgracht en
Prinsengracht, vindt eveneens ophoging plaats van de brug over de Keizersgracht naar de
gangbare doorvaarthoogte. De tramperrons op de Keizersgracht en de Prinsengracht worden
aangepast om een gelijkvloerse instap mogelijk te maken. Daarnaast zullen er maatregelen
worden genomen die een positieve invloed hebben op de kosten van onderhoud, de
levensduur en de productie van geluid en trillingen van de tram. De uitvoering is gestart in
september 2009 en vindt plaats in 3 fasen. In elke fase wordt een brug en een stuk van de
Utrechtsestraat aangepakt. Dit om de overlast voor de omgeving (winkeliers) zoveel mogelijk
te beperken. De totale werkzaamheden zullen naar verwachting eind 2010 zijn afgerond. In
fase 1 is het project geconfronteerd met een aantal tegenvallers, waaronder sterkere
bodemvervuiling en slechtere fundering brug dan uit vooronderzoek bleek, waardoor de
uitvoeringskosten voor het project hoger uitvallen. De meerkosten hiervoor worden geschat
op € 2,1 miljoen. Grootste knelpunt is de samenwerking met de aannemer. De
werkzaamheden hebben hierdoor grote vertraging opgelopen en daarmee ook de
eindoplevering van het hele werk (oorspronkelijk december 2010, naar verwachting wordt dit
mei 2011). In april 2010 is de boetebepaling uit het bestek in werking gezet en er is een
juridische procedure opgestart. De aannemer heeft een kort geding tegen de gemeente
aangespannen voor de ingebrekestelling. De aannemer is in het kort geding in het gelijk
gesteld. Momenteel worden afspraken gemaakt met de aannemer om fase 1 af te maken en
fase 2 en 3 uit te voeren. Wat de gevolgen zijn voor de uitvoering en planning van fase 2 en 3
is nog niet bekend. Vooralsnog is hiervoor een extra deel onvoorzien opgenomen van € 0,5
miljoen. In totaal is er een aanvullend krediet nodig van € 2,57 miljoen. De afschrijvingstermijn
is 80 jaar.

18. Instandhouding van de sluizen, oevers en scheepvaartvoorzieningen


Dit betreft de voorbereidingscomponent voor de onderdelen sluizen, oevers en
scheepvaartvoorzieningen in de hoofdinfrastructuur die in de periode 2012-2015 tot uitvoering
komen. Vanwege de uit te voeren groot onderhoud taken en eventuele vernieuwingen zijn
middelen nodig om onderzoeken te kunnen uitvoeren. Ook bij de vervolgfasen (voorbereiding
t/m fase Aanbesteding & Gunning) zijn onderzoeksbudgetten noodzakelijk. Na de tussenfase
‘Voorontwerp’ kunnen namelijk definitieve aanvragen voor de uitvoeringsfasen worden
gedaan. Na de constatering van (mogelijke) grote gebreken of het bereiken van het einde van
de levensduur zullen objecten, of delen daarvan, allereerst worden onderzocht en voorbereid
op eventuele werkzaamheden. Hierna worden ze opgevoerd in een Voorlopig Ontwerp om
vervangen te worden, waarbij in de tussentijd door gegaan wordt met de voorbereiding tot
aanbestedingsfase. Voor de voorbereiding t/m fase aanbesteding en gunning is een bedrag
nodig van € 1,25 miljoen. De afschrijvingstermijn bedraagt 20 jaar.

19 Brug 117 Raadhuisstraat


Het betreft hier de voorbereiding voor de vernieuwing van het brugdek en het versterken van
de fundering van brug 117 over de Raadhuisstraat. Uit onderzoek is gebleken dat de sterkte
van het brugdek en het draagvermogen van de fundering van de brug onvoldoende sterk zijn
voor de belastingnorm, waardoor de brug niet voldoet voor normaal verkeer. Indien er niet
vernieuwd kan worden, dient er een aslastbeperking voor zwaar verkeer te worden ingevoerd.
Uit nader onderzoek moet blijken welke delen van de brug gerenoveerd moeten worden.
Hierbij dient het gemeentelijk monument te worden behouden en dient de brug aan de
vigerende regelgeving, zonder functie beperking, te voldoen. Het auto- en tramverkeer mogen
tijdens de werkzaamheden niet worden gestremd. De benodigde voorbereidingskosten zijn
€ 0,2 miljoen. De afschrijvingstermijn is 80 jaar.

6. Reconstructie historische Hogesluisbrug


Ter continuering van de renovatie van de Hogesluis, brug 246, conform de
‘reconstructie/renovatievariant’ is deze prioriteit in ons verdelingsvoorstel opgenomen. Deze
variant houdt in dat de waterpijlers volledig worden vervangen, inclusief de kelders. De
nieuwe einddatum voor oplevering van de gerenoveerde brug wordt augustus 2012.

Raadsdruk Begroting 2011 169


7. Meerkosten Noord/Zuidlijn
Conform het genomen besluit bij de Begroting 2007 worden de kapitaallasten van de
meerkosten van de Noord/Zuidlijn (€ 83 miljoen) in zes jaarlijkse tranches gedekt in de
begrotingen 2007- 2012. Dit legt een beslag van € 897.000 aan kapitaallasten op de
Begroting 2011. In het kader van de Jaarrekening 2006 is voorgesteld de meerkosten op
basis van de meest recente financiële prognose Noord/Zuidlijn volgens dezelfde systematiek
te dekken; de kapitaallasten van de aanvullende meerkosten van € 41 miljoen worden in vijf
tranches gedekt in de Begrotingen 2008-2012. Dit legt een aanvullend beslag op de
Begroting 2011 van € 533.000 aan kapitaallasten. Hiermee komt de totale prioriteit op € 1,43
miljoen structureel.

SP4 Structurele posterioriteiten

8. Lager beheer niveau (dIVV)


De meeste arealen worden thans op niveau verzorgd beheerd. In de nota BON zijn lagere
niveaus gedefinieerd. Het huidig niveau zit tussen niveau Verzorgd en Sober. Het verschil
tussen de beheerniveaus wordt met name gevonden in de werkzaamheden gericht op
inspectie en het eerstelijnsonderhoud. Ons College stelt voor om het niveau terug te brengen
naar sober.

9. Marktconforme afschrijvingsmethodiek Parkeergebouwen


Deze ombuigingsmaatregel gaat uit van het niet meer volledig afschrijven van de gebouwen
(tot 75% van de stichtingswaarde). Deze wijze van afschrijven sluit beter aan bij hetgeen
private partijen in de markt doen en past bij het commerciëler laten werken van
Parkeergebouwen.

10. Hogere kostendekkendheid bestaande P+R


In ons Programakkoord is als maatregel aangekondigd dat P+R tegen een meer
kostendekkend tarief moet gaan plaatsvinden. Ons College stelt voor om het tarief te
verhogen naar € 8 in 2011 en € 10 in 2012.

11. Verhogen rendabiliteit Materiaaldienst (dIVV)


Van de producten van de Materiaaldienst is het Wegbouwkundig Adviesbureau (WBA)
verlieslatend. Grotendeels afstoten van deze taak, met een uitzondering van het keuren van
materialen, kan het rendement van de Materiaaldienst verbeteren.

12. Nieuwe verdeelsystematiek parkeeropbrengsten en heroverwegingen in Mobiliteitsfonds


Nieuwe verdeelsystematiek parkeeropbrengsten en heroverwegingen in Mobiliteitsfonds

13. Besparing op diverse onderdelen van DIVV


Dit betreft een aanvullende besparing op diverse onderdelen van DIVV, zoals de
parkeergebouwen, de P&R exploitatie en het verbeteren van het contract ABRI. DIVV zal bij
de Actualisatie 2011 een concreet voorstel doen om deze ombuiging in te vullen. Vooralsnog
is deze ombuiging als stelpost in de Begroting 2011 verwerkt.

Raadsdruk Begroting 2011 170


Programma Openbare ruimte, groen, sport en
recreatie
Maatschappelijk effect
Amsterdam blijft een goed bereikbare, compacte stad en stedelijke samenleving met voldoende
groengebieden waar zowel jong als oud zich thuis voelen en waar mensen graag wonen, werken
en recreëren.
De stad heeft een systeem van bereikbare, goed ingerichte en goed beheerde openbare ruimten en
groengebieden. Pleinen, straten, parken, sportaccommodaties, volkstuinparken en het regionale
landschap maken de stad aantrekkelijker en versterken daardoor de stedelijke (creatieve)
economie, maatschappelijke kwaliteit, cultuur en milieu.

De Amsterdamse samenleving is een samenleving waarin sport een ‘lifestyle’ is met veel (genieten
van) sportbeoefening en waarin topsport een voorbeeldfunctie heeft voor jongeren. Maar ook kan
sport als effectief instrument worden ingezet op andere beleidsterreinen, zoals maatschappelijke
participatie, sociale cohesie, talentontwikkeling, gezondheid en economie.
Sport vormt dan ook een steeds belangrijker onderdeel van gemeentelijk beleid. Sport is behalve
leuk, ook gezond en draagt bij aan onderlinge ontmoeting en verbinding. Bovendien hebben
topsportevenementen (onder andere: Giro d’Italia, Jumping Amsterdam) een economische spin-off
voor de stad. Amsterdam onderschrijft zowel de breedte- als topsport ambities die zijn opgenomen
in het Olympisch Plan 2028. In het nieuwe Programakkoord 2010-2014 is onder andere. de
Amsterdamse SportDag en Nacht geformuleerd, om sport nog meer onder de aandacht te brengen
bij de Amsterdamse jeugd.

1 Kerncijfers

Bedragen x € 1 Rekening Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting


miljoen 2009 2010 2010 2011 2012 2013 2014
Totaal programma
Lasten + 69,4 65,4 67,6 44,5 49,7 43,9 53,0
Baten - 9,8 3,9 3,3 2,3 1,5 1,4 1,4
Resultaat t.l.v.
algemene middelen 59,6 61,5 64,2 42,2 48,2 42,5 51,6
voor mutaties reserves
Toevoeging minus
-7,0 - 11,8 - 14,9 0,5 - 5,0 0,4 - 9,1
onttrekking reserves
Resultaat t.l.v.
algemene middelen na 52,7 49,7 49,3 42,7 43,2 42,9 42,5
mutaties reserves
Saldo reserves 36,1 18,3 17,8 18,3 13,3 13,7 4,6
Saldo voorzieningen 13,2 14,2 0,2 0,3 0,3 0,3 0,3

2 Ontwikkelingen en beleidskaders
De dynamiek van de stad en de druk van onze bewoners en bezoekers op het stedelijk (verblijfs-)
milieu, zowel in de stedelijke omgeving als in de buitengebieden, maken de uitvoering van het
voorliggende beleid noodzakelijk. Dat deze voorstellen zijn opgesteld onder een slecht financieel
gesternte blijkt uit de sobere invulling die ons College in deze begroting geeft aan de gewenste
ontwikkelingsrichting op het gebied van de openbare ruimte en groen. Deze omstandigheid maakt
overleg met de stadsdelen en de ons omringende gemeenten om gezamenlijk tot een adequate
uitvoering van onze beleidswensen te komen, zowel kwalitatief als kwantitatief des te belangrijker.

In 2008 is het Sportplan 2009-2012 door uw Vergadering vastgesteld. De dekking van de hierin
opgenomen doelstellingen heeft op incidentele basis plaatsgevonden. In het nieuwe
programakkoord zijn de doelstellingen uit dat plan grotendeels overeind gebleven. In de Begroting

Raadsdruk Begroting 2011 171


2011 komen de gevolgen van de financiële crisis tot uitdrukking, en de invloed die zij hebben op de
realisering van de ambities die voor de crisis zijn geformuleerd. Toch houden wij onverkort vast aan
de belangrijkste doelstellingen voor breedtesport en topsport en ook de financiering van de
combinatiefunctionarissen is voor het komende jaar vastgelegd. In 2011 wordt het Amsterdamse
werkplan voor de Olympische ambitie aan uw Vergadering voorgelegd.

3 Doelstellingen, activiteiten en financiën per subprogramma


In het verband van de Metropoolregio wordt de verdere ontwikkeling van het gedachtegoed van de
metropool en van het metropolitane groen stevig voortgezet. Het economische belang van de
‘groenblauwe component’, als onderdeel van de metropolitane strategie, wordt in alle bestuurlijke
geledingen erkend. Deze erkenning wordt ruimtelijk doorvertaald in integrale ontwikkelingsvisies en
concrete projecten.

De werkzaamheden die in de afgelopen bestuursperiode in gang zijn gezet richten zich op de stad,
op de overgang tussen stad en land en op het metropolitane landschap van de regio. In 2011 lopen
deze werkzaamheden door en wordt er naast bestuurlijk draagvlak ook gezocht naar een
organisatievorm en naar de financiën die nodig zijn om de uitvoering van deze regionale projecten
mogelijk te maken.

Het optimaliseren van de interactie en wisselwerking tussen stad en ommeland is een speerpunt.
De stad houdt het ommeland vitaal door te investeren in het beheer (door vertegenwoordiging in de
recreatieschappen), in herinrichting (Westrand) en door te investeren in nieuwe economische
ontwikkelingen.
1
De scheggen waar het groen tot diep in de stad doordringt, blijven behouden. Ecologische
gebieden worden met elkaar verbonden en waar mogelijk versterkt en er wordt invulling gegeven
aan het Convenant biodiversiteit. De subsidieregeling voor groene daken blijft in stand.

3.1 Subprogramma Groen

3.1.1 Groen: Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?


De investeringen in groen zullen ertoe leiden dat mensen in hun directe omgeving kunnen
recreëren en ontspannen. Onder invloed van de wijkaanpak in het stedelijke milieu, zullen de
groenvoorzieningen naar verwachting beter benut worden.

Overige doelstellingen

Doelstelling 1: Recreatieschappen onderdeel van de groene structuur in de Amsterdamse regio en van groot belang
voor de recreërende Amsterdammers
Indicator Nulmeting en peildatum 1 juni 2009 2010 2011 2012 2013
Stijging inkomsten schappen Professionali Profession Begrotingen Begrotingen Begrotingen Begrotingen
en aanpak kostenbeheersing sering en ele op orde op orde op orde op orde
verdienend inrichting
en Gezond Gezond Gezond Gezond
vermogen perspectief perspectief perspectief perspectief
op gang aansturing
schappen schappen schappen schappen schappen
Begrotingen gerealiseer Evaluatie rol Conclusie Nwe Nwe
hebben de d Amsterdam rol beheerorga beheerorga
neiging te Amsterdam nisatie in nisate
blijven in metropolita metropolita
stijgen schappen an an
landschap landschap
staat in de gefaseerd
tijgers ingevoerd.

1
Scheggen zijn tussen de stedelijke bebouwing gelegen en ondanks de moderne ruimtelijke ordening bewaard gebleven
restanten van de oorspronkelijke groene omgeving van de stad. Zij vormen de laatste overblijfselen van de geschiedenis en
de natuur van de oorspronkelijke buitengebieden, waarvan de uitlopers soms nog tot vlakbij het stadscentrum doorlopen.

Raadsdruk Begroting 2011 172


3.1.2 Groen: Wat gaan we ervoor doen?
In het Programakkoord 2010-2014 stelt ons College dat de stadsparken, postzegelparken en het
cultuurhistorisch landschap en groen in en rond onze stad in een optimale conditie moeten zijn om
tegemoet te kunnen komen aan de wensen die de bewoners hebben op het gebied van recreatieve
en sportieve in- en ontspanning. Daartoe is het van belang dit stedelijk milieu in stand te houden en
uit te breiden. Dit vereist voortdurende en goede kwalitatieve en kwantitatieve zorg. Er is voor de
investeringsagenda een lijst gemaakt van projecten die in aanmerking zouden kunnen komen voor
een bijdrage uit de groengelden. Het totaal van de met de projecten op deze lijst gemoeide
bedragen is meer dan € 20 miljoen. Bovendien is deze lijst een uittreksel van een totale ambitie die
nog eens een veelvoud aan investeringen vraagt. Het is dus noodzakelijk om zeer scherp te kiezen
waar de beschikbare € 10 miljoen voor wordt ingezet. Het maken van die keuze wordt in de tweede
helft van 2010 voorbereid. Daarbij zal de prioriteit liggen bij een beperkt aantal parken en zal
bekeken worden of met een deel van de middelen uit het groenfonds versterking van de wijkaanpak
mogelijk is.

Aan het begin van het begrotingsjaar zal ter besluitvorming een voorstel worden voorgelegd
betreffende de toewijzing van middelen aan groenprojecten die en gerealiseerd kunnen worden in
deze bestuursperiode en kunnen rekenen op cofinanciering en bijdragen aan de grootstedelijke
ambitie.

Overige doelstellingen
Doelstelling 1: Recreatieschappen onderdeel van de groene structuur in de Amsterdamse regio en
van groot belang voor de recreërende Amsterdammers
Continuering van de aanbevelingen uit de rapportage aan uw Vergadering uit 2006. De focus ligt op
goed financieel beheer. Daarvoor is ambtelijke ondersteuning en advisering van het bestuur
noodzakelijk en het voorbereiden en inrichten van besluitvormingsprocessen. De positie van
Amsterdam en de rol van Amsterdam in de schappen wordt geëvalueerd en aangepast. Daartoe
zal in overleg met de andere deelnemers in de schappen in de komende periode overleg starten.
Bepaald moet worden hoe in het licht van de interne en externe financiële taakstelling een
substantiële efficiëntieslag tot de mogelijkheden behoort.
3.1.3 Groen: Wat mag het kosten?
Bedragen x € 1 miljoen Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting
2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten +
Kapitaallasten (groenfonds,
openbaar groen, Stichting Hortus) 2,6 2,6 2,6 2,6 2,5 2,5
Groenmiddelen 2007-2010 5,1 4.4 0,3 1,5 0,0 0,0
Sloterplas en Parken 5,1 4,2 0,1 2,6 0,0 0,0
ISV/SV 1,7 1,7 0,8 0,0 0,0 0,0
Amsterdamse Bos 6,1 6,0 5,9 6,0 6,0 5,9
Groen plantage/Hortus 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7
Doelstelling 1

Bijdragen aan recreatieschappen 2,2 2,2 2,2 2,2 2,2 2,2


totaal 23,5 21,8 12,6 15,6 11,4 11,3
Baten -
Kapitaallasten (groenfonds,
openbaar groen, Stichting Hortus) 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
ISV/SV 1,7 1,7 0,8 0,0 0,0 0,0
Amsterdamse Bos 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3
Doelstelling 1

Bijdragen aan recreatieschappen 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1


totaal 2,1 2,1 1,2 0,4 0,4 0,4
Mutaties in reserves -10,3 -8,7 -0,4 -4,0 0,0 0,0
Saldo 1,1 11,0 11,1 11,2 11,1 10,9

Raadsdruk Begroting 2011 173


Actualisatie 2010
Het nadelig saldo in de Actualisatie 2010 blijft ten opzichte van de Begroting 2010 ongeveer gelijk.
De voornaamste ontwikkelingen zijn:
 in 2010 dalen de uitvoeringskosten van groenprojecten volgens planning met € 0,8 miljoen tot
€ 4,4 miljoen. Voor de vertraagde projecten is bestuurlijk uitstel verleend. De uitgaven worden
gedekt uit de bestemmingsreserve
 in 2010 dalen de uitvoeringskosten projecten Sloterplas en parken volgens planning met € 0,9
miljoen tot € 4,2 miljoen. Voor de vertraagde projecten is bestuurlijk uitstel verleend. De
uitgaven worden gedekt uit de bestemmingsreserve

Begroting 2011
Het nadelig saldo van de rompbegroting 2011 daalt ten opzichte van de Actualisatie 2010 met
€ 0,1 miljoen. De voornaamste ontwikkelingen zijn:
 In 2011 dalen de uitvoeringskosten van groenprojecten volgens planning met € 4,1 miljoen tot
€ 0,3 miljoen op basis van bestuurlijke besluitvorming. De uitgaven worden gedekt uit de
bestemmingsreserve
 In 2011 dalen de uitvoeringskosten projecten Sloterplas en parken volgens planning met € 4,1
miljoen tot € 0,1 miljoen op basis van bestuurlijke besluitvorming. De uitgaven worden gedekt
uit de bestemmingsreserve
 De uitgaven in het kader van het Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing nemen af met € 0,9
miljoen. Dit is saldoneutraal, aangezien hier ontvangsten uit het Investeringsfonds tegenover
staan

3.1.4 Groen: risico’s


De risico’s van het Subprogramma Groen zijn onderbesteding of vertraging van besteding. Deze
risico’s worden vroegtijdig ondervangen door een strenge selectie van projecten die begin 2011 ter
besluitvorming worden voorgelegd.

3.2 Subprogramma Openbare ruimte

3.2.1.Doelstellingen, activiteiten en financiën subprogramma Openbare ruimte


De openbare ruimte is de ontmoetingsruimte van de stad, waar het sociale en deels ook het
zakelijke leven zich afspeelt. Met name kleinere, creatieve bedrijven gericht op de kennissector
zoeken als vestigingsplaats plekken uit waar de openbare ruimte druk, levendig en mooi is. Een
kwalitatief hoogwaardig ingerichte openbare ruimte is van levensbelang voor de stad.

Overige doelstellingen
Doelstelling 1: Prettige, duurzaam ingerichte en goed te gebruiken openbare ruimte met aandacht voor fietsers,
voetgangers, gehandicapten en kinderen: toegankelijk, schoon, intact en veilig
Financiële ruimte voor kwaliteitsimpuls door efficiënte inkoop van materialen
Indicator Nulmeting en peildatum 1 juni 2009 2010 2011 2012 2013

Schoonheidsgradenmeting en Nulmeting Schoon- Schonere Uitbereid- Uitbereid- Uitbereid-


ontwikkelen van beleidsvisie Schoonheidsgraden heids- openbare ing ing ing
metropolitaan openbare ruimtebeleid graden ruimte. Schoon- Schoon- Schoon-
Geen of versnipperde heids- heids- heids-
als input voor de Structuurvisie en informatie voorhanden meting Schoon-
beleidskop op de Puccinimethode. uitgebreid heidsgraden graden- graden- graden-
Versnipperde inkoop van met meting meting met meting met meting met
OR-materiaal. subjectieve uitgebreid nieuwe nieuwe nieuwe
Partijen maken hun eigen meting en met een modules modules modules
afweging bij inrichting publicatie. ‘heel’ meting ‘honden- ‘honden- ‘honden-
Meting i.s.m. Dienst poep’ en poep’ en poep’ en
uitgebreid Wonen. ‘zwerfvuil ‘zwerfvuil ‘zwerfvuil
Geen eenheid in met nieuwe Koppelen op het op het op het
uitvoeringskwaliteit in de modules water’ water’ water’
stad metropolita- Advisering Advisering Advisering
‘groen’ en ne visie op
‘zwerfvuil bij openbare bij imple- bij imple- bij imple-
container- mentatie mentatie mentatie
Start fonds openbare ruimte aan Puccini- Puccini- Puccini-
ruimte locaties’. de Puccini- methode. methode. methode.
Beleidsvisie methode.
metropolita- Advisering
ne openbare

Raadsdruk Begroting 2011 174


ruimte uitvoering Catalogus Catalogus Catalogus
voltooid. preadvies verder verder verder
‘Lekker aangevuld aangevuld aangevuld
Leven’ met met met
Centrale straatmeub straatmeub straatmeubi
inkoop Overeenko
mst met ilair. ilair. lair.
materialen
efficiënter stadsdelen
over Centrale Centrale Centrale
mogelijk. inkoop inkoop inkoop werpt
catalogus
materialen werpt werpt vruchten af.
is bereikt vruchten vruchten
af. af.
Centrale
inkoop
materialen
efficiënter
mogelijk.

3.2.2. Openbare ruimte: Wat gaan we ervoor doen?

Programakkoord 2010-2014: De kwaliteit van de openbare ruimte kan een impuls in deze
bestuursperiode goed gebruiken. Hierbij staat de verbetering van de leefbaarheid of wel de
beleving van de openbare ruimte in zijn algemeenheid voorop. Samenhang met projecten als
Stationsplein, de entree van de stad via de Rode loper en het Leidseplein/Leidsebuurt is
onmiskenbaar.
In het Programakkoord Kiezen voor de stad wordt voorgesteld om voor grootstedelijke openbare
ruimte projecten € 10 miljoen extra uit te trekken. Daarbij worden met name projecten als
Stationsplein, Rode Loper en Leidseplein/Leidsebuurt genoemd.
Voor begin 2011 wordt ten behoeve van de definitieve besluitvorming van de besteding van de
middelen een investeringsagenda/ lijst van projecten opgesteld die onder deze titel in aanmerking
zouden kunnen komen voor een bijdrage uit voor de openbare ruimte beschikbare middelen. Voor
2014 zullen de projecten zijn gestart en zullen de verplichtingen tenminste zijn aangegaan, waarbij
een deel van de uitgaven in 2015 zal gaan plaatsvinden.
De voorgestelde budgetverdeling over de jaren 2011-2013 is indicatief, want dat is afhankelijk van
de daadwerkelijke start uitvoering. Wel is het noodzakelijk om duidelijkheid te hebben over het
beschikbare bedrag, om zekerheid over de uitvoering te kunnen bieden aan de planeigenaren. Er
zal gestreefd worden naar cofinanciering met stadsdelen. Nagegaan zal worden of ook bijdragen
van derden tot de mogelijkheden behoren.

Overige doelstellingen

Doelstelling 1: Prettige, duurzaam ingerichte en goed te gebruiken openbare ruimte met aandacht
voor fietsers, voetgangers, gehandicapten en kinderen: toegankelijk, schoon, intact en veilig
Financiële ruimte voor kwaliteitsimpuls door efficiënte inkoop van materialen

Belangrijke instrumenten voor de realisatie van deze doelstelling zijn de Puccinimethode en de


halfjaarlijkse Schoonheidsgradenmeting.

Puccinimethode
De Puccinimethode gaat voornamelijk over de fysieke inrichting van straten en pleinen. In nauwe
samenwerking met de stadsdelen en de diensten IBA, OGA en IVV werkt DRO aan een nieuwe
traditie voor de inrichting van de Amsterdamse openbare ruimte. Bestuurlijke vaststelling van de
deelproducten Catalogus en Visiekaart staat gepland voor de winter van 2010-2011. In 2011
worden deze producten geïmplementeerd in het beleid en ontwerp van stadsdelen en centrale
diensten.

Schoonheidsgradenmeting
De schoonheid van de openbare ruimte in Amsterdam wordt in opdracht van de stadsdelen en de
centrale gemeten. Middels een fijnmazig netwerk van meetpunten op straat, in plantsoenen en
rondom containerlocaties wordt inzichtelijk gemaakt hoe schoon de openbare ruimten in de
stadsdelen zijn. Eens in de twee jaar worden in opdracht van de Gemeenteraad (motie Flos) de
resultaten van de objectieve schoonheidsgradenmeting in combinatie met de subjectieve
schoonmeting uit het rapport Wonen In Amsterdam (WIA) gepubliceerd.

Raadsdruk Begroting 2011 175


De verloedering van de openbare ruimte is velen een doorn in het oog. Eind 2007 heeft uw
Vergadering voor de Begroting 2008 eenmalig een miljoen euro beschikbaar gesteld voor de
aanpak van verloederde plekken in de Amsterdam. In nauwe samenwerking met de stadsdelen zijn
acht verschillende plekken in de stad opgeknapt. De selectie van deze plekken is tot stand
gekomen door middel van een uitgebreide enquête onder Amsterdammers, uitgevoerd door O+S.
De uiteindelijke keuze uit de vele door burgers aangedragen plekken is gemaakt door een
deskundigenpanel. De aanpak van de plekken is gezamenlijk met de stadsdelen opgepakt. Najaar
2010 wordt de laatste plek opgeleverd.

3.2.3 Openbare ruimte: Wat mag het kosten?


Bedragen x € 1 miljoen Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting
2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten +
Kapitaallasten speelplaatsen en
0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
vijvers
Hot spots: reiniging/intensivering
0,0 0,4 0,0 0,0 0,0 0,0
schone stad
Beleidscapaciteit OR&G 1,6 1,6 1,4 1,4 1,4 1,4
Museumplein 0,4 0,8 0,0 0,0 0,6 0,6
Leidseplein 2,0 0,1 0,1 0,0 0,0 5,8
De Rode Loper 0,0 0,0 0,0 2,0 0,0 3,6
Vangnetvoorziening afbouw ID-
0,3 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0
banen
Bijdrage wegen Haven gebied 7,9 7,9 8,0 8,0 8,0 8,0

Baten -
Mutaties in reserves
Hot spots -0,1 -0,4 0,0 0,0 0,0 0,0
Museumplein - 0,4 - 0,8 - 0,0 - 0,0 - 0,6 - 0,6
Leidseplein - 2,0 - 0,1 -0,1 0,0 0,0 - 5,9
Reserve Rode Loper 1,0 1,0 1,0 - 1,0 1,0 - 2,6
Saldo
10,8 10,8 10,5 10,5 10,5 10,5

Actualisatie 2010
Het nadelig saldo in de Actualisatie 2010 stijgt ten opzichte van de Begroting 2010 met € 0,1
miljoen. De meeste ontwikkelingen in lasten zijn saldoneutraal omdat er onttrekkingen uit reserves
tegenover staan.
 De uitgaven voor de uitvoering van Hotspots verloedering bedragen in 2010 € 0,4 miljoen.
Oplevering en afrekening van projecten vindt plaats in 2010 .De uitgaven worden gedekt uit de
bestemmingsreserve. In de begroting is uitgegaan van een vrijval van € 100.000. Dit bedrag is
echter in de Jaarrekening 2009 al vrijgevallen ten gunste van het concern
 Museumplein: de uitvoeringskosten voor de herinrichting van het plein nemen toe met
€ 0,4 miljoen. Het aanstraten rond het Stedelijk Museum zal als gevolg van de vertraagde
oplevering van dit museum in 2010 plaatsvinden. De inrichting van de directe omgeving van het
Rijksmuseum zal naar verwachting in 2013 en 2014 plaatsvinden. De uitgaven worden gedekt
uit de bestemmingsreserve
 Leidseplein: de uitvoering van de herinrichting van het plein is voor 2014 niet te verwachten.
Tot die tijd worden er wel voorbereidingskosten gemaakt. De lasten dalen met € 1,9 miljoen.
 De onttrekking uit bestemmingsreserves (baten) daalt met € 2,8 miljoen vooral als gevolg van
het de aanpassing in het tempo van uitvoeren van Museumplein, Leidseplein en projecten Hot
Spots verloedering.

Raadsdruk Begroting 2011 176


Begroting 2011
Het nadelig saldo van de rompbegroting 2011 daalt ten opzichte van de Actualisatie 2010 met
€ 0,4 miljoen. De voornaamste oorzaken zijn:
 Het saldo van de beleidscapaciteit jaarprogramma Openbare ruimte en groen neemt af met
€ 0,2 miljoen als gevolg van het vervallen van de incidentele prioriteit 2010 voor proeftuin
Amsterdam
 De incidentele prioriteit 2010 ´vangnet afbouw ID banen´ ad € 0,3 miljoen vervalt in 2011
 Museumplein: de uitvoeringskosten voor de herinrichting van het plein dalen met
€ 1,1 miljoen tot € 0,4 miljoen. De uitgaven worden gedekt uit de bestemmingsreserve
 De bestemmingsreserve ´Hot spots verloedering´ is in 2010 volledig besteed. De raming 2011
daalt met € 0,4 miljoen tot 0.
3.2.4 Openbare ruimte: risico’s
Risico’s in het Subprogramma Openbare ruimte zijn onderbesteding of vertraging van besteding.
Deze risico’s worden vroegtijdig ondervangen door strenge selectie van projecten die begin 2011
ter besluitvorming worden voorgelegd. De prioriteitstelling zal niet alleen afhankelijk zijn van de
tekorten op de grootstedelijke openbare ruimte projecten, met name daar waar op de kwaliteit van
de openbare ruimte wordt bezuinigd.

3.3 Subprogramma Sport


3.3.1. Sport: Hoe gaan we het maatschappelijk effect bereiken?

Programakkoord 2010-2014
Doelstelling 1: Jeugd: structurele bijdrage van sport en bewegen aan de sportieve, gezonde en sociale
ontwikkeling van alle Amsterdammers

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014


Percentage sportdeelname kinderen 75% 2009 77% 80% 80% 80%
en jongeren 6 t/m 18 jaar volgens
RSO2
Percentage kinderen en jongeren 4 65% 2010 67% 68% 69% 70%3
t/m 18 jaar dat deelneemt aan
naschools sport- en beweegaanbod

Doelstelling 2: Volwassenen: stijging van de duurzame sportparticipatie onder volwassenen en vermindering


van bewegingsarmoede4
Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Percentage volwassenen dat aan 59% 2009 60% 63% 66% 70%
sport doet volgens RSO
Percentage volwassenen dat voldoet 72% Staat van 73% 74% 75% 76%
aan de Nederlandse Norm Gezond de Stad
Bewegen 2008

Doelstelling 3: Topsport: Amsterdam op Olympisch niveau


Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014
Aantal programma’s en bonden Progr. 12 2010 12 13 14 15
verankerd in Centrum voor Topsport Bonden 7 2010 7 8 9 9
en Onderwijs (CTO)
Aantal internationale topsportevene-
menten, onder te verdelen in
- Jaarlijks terugkerend 7 2010 7 7 7 7
- Aantal van EK/WK niveau, 6 1 4 2 45
georganiseerd in 2011-2014
(streven is 11 in totaal)
- Aantal grote evenementen
geacquireerd in de periode 2011- 4

2
Richtlijn Sportdeelname Onderzoek. Norm: minimaal 1 x per maand sporten.
3
Financiële dekking voor de programma’s die hiervoor nodig zijn, moet nog gevonden worden.
4
Zie noot 2
5
Waarvan twee zeer grote, waarschijnlijk in 2014, of één in 2013 en één in 2014

Raadsdruk Begroting 2011 177


2014 voor de periode ná 2014

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014


Aantal op te knappen en/of te 6 2010 7 7 7 7
realiseren sportvoorzieningen in de
openbare ruimte
Adequate accommodatiecapaciteit
basissportvoorzieningen6.
− Sporthalcapaciteit 26 2010 27 28 30 32
− Aantal hockeyvelden 32 34 36 40 42
− Aantal tennisbanen 221 230 235 250 270
Aantal “topparken” in ontwikkeling 4 2010 4 5 6 7

Overige doelstellingen
Doelstelling 5: Sportverenigingen: stijging van het aantal maatschappelijk actieve, kansrijke Amsterdamse
sportverenigingen

Indicator Nulmeting en peildatum 2011 2012 2013 2014


Aantal uren sportaanbod door Telling 2010 nnb nnb nnb nnb
sportverenigingen in primair en wordt
voortgezet onderwijs uitgevoerd
Percentage sportverenigingen dat Wordt 2010 nnb nnb nnb nnb
zich richt op het bereiken van sociaal momenteel
maatschappelijke doelen herijkt

3.3.2 Sport: Wat gaan we ervoor doen?

Doelstelling 1: Jeugd: structurele bijdrage van sport en bewegen aan de sportieve, gezonde en
sociale ontwikkeling van alle Amsterdammers
Ons College heeft de ambitie om via een convenant met de schoolbesturen en stadsdelen een
minimum van drie sporturen per leerling per week te realiseren. Bovendien is de inzet van
combinatiefunctionarissen zowel gericht op een verhoging van de sportdeelname door jongeren als
een verhoging van de aandacht voor sport op school. Daarnaast streeft ons College ernaar dat in
2014 90% van de Amsterdamse basisscholen een vakleerkracht lichamelijke opvoeding heeft.

Doelstelling 2: Volwassenen: stijging van de duurzame sportparticipatie onder volwassenen en


vermindering van bewegingsarmoede
Dit is uitgewerkt in doelstelling 26 t/m 34 uit het Sportplan 2009-2012. Het betreft voornamelijk
cofinanciering van door stadsdelen in hun sport- en beweegplannen op te nemen en uit te voeren
beweegprogramma’s. Dit moet leiden tot een toename van de gemiddelde sportdeelname van de
Amsterdammers in 2014.
De Amsterdamse sportinfrastructuur moet verspreid zijn over de hele stad, optimaal worden
gebruikt en geen beperking kennen door inkomen of lichamelijke handicap.

Doelstelling 3: Topsport: Amsterdam op Olympisch niveau


De ambities ten aanzien van Topsport zijn verwoord in het Sportplan 2009-2012, doelstelling 38 t/m
42. Met de verlening aan de gemeente van de NOC*NSF licentie voor het Centrum van Topsport
en Onderwijs heeft Amsterdam haar topsport ambities verder concreet inhoud gegeven. Ook het
organiseren van (top)sportevenementen blijft een belangrijk onderdeel van het topsport beleid. Een
goede samenwerking op het gebied van top- en breedtesport met andere gemeenten, het rijk en
NOC*NSF is voor de Nederlandse Olympische ambitie van belang.

Doelstelling 4: Ruimtelijk/accommodaties: a) sportievere inrichting openbare ruimte; b) voldoende


basissportvoorzieningen en c) kwalitatief betere sportvoorzieningen

6
Dekking voor het op peil brengen van accommodatiebestand moet nog worden gevonden.

Raadsdruk Begroting 2011 178


Uitgewerkt in doelstelling 43 t/m 50 van het Sportplan 2009-2012. De centrale stad maakt
afspraken met de stadsdelen over speelruimte en sportieve inrichting van de openbare ruimte. Zes
sportparken zullen de komende jaren opgewaardeerd worden tot zogenaamd toppark.

Doelstelling 5: Sportverenigingen: stijging van het aantal maatschappelijk actieve, kansrijke


Amsterdamse sportverenigingen
Met het rijk zijn afspraken gemaakt over de cofinanciering van de combinatiefunctionarissen. Deze
functionarissen leveren een cruciale bijdrage in het realiseren van deze doelstelling. Daarnaast
adviseert en ondersteunt de gemeente sportverenigingen in de realisering van sociaal
maatschappelijke doelstellingen.

Raadsdruk Begroting 2011 179


3.3.3 Sport: Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1 miljoen Begroting Actualisatie Begroting Begroting Begroting Begroting


2010 2010 2011 2012 2013 2014
Lasten +
Doelstelling 1, 2 en3
Apparaatkosten sport
1,9 1,8 1,8 1,8 1,8 1,8
(deel stimulering)
Stelpost
Combinatiefuncties 2,1 2,8 1,2 1,2 1,2 1,2
Amsterdamse Sportraad
0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2
Sportbeleid en
sportservicebureau 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
Sportdeelname en
stimulering (beleid,
service, jongeren) 4,7 5,3 2,6 2,6 2,6 2,6
Doelstelling 4
Topsport
1,6 1,6 0,6 0,6 0,6 0,6
Doelstelling 5
Apparaatkosten sport
(deel accommodatie) 1,5 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
Kapitaallasten geldlening
st. SIA 0,1 0,1 0,1 0,0 0,0 0,0
Subsidies
sportaccommodaties 4,7 4,6 4,9 5,3 5,2 5,1
Exploitatie Sporthallen
Zuid 1,7 1,6 2,0 1,8 1,8 1,8
Exploitatie overige
sportaccommodaties 0,8 0,7 0,7 0,8 0,8 0,7

Baten -
Doelstelling 1, 2 en 3
Sportdeelname en
stimulering (beleid,
service, jongeren) 0,8 0,3 0,2 0,2 0,2 0,2
Doelstelling 5
Kapitaallasten geldlening
st. SIA 0,1 0,1 0,1 0,0 0,0 0,0
Exploitatie Sporthallen
Zuid 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6
Exploitatie overige
sportaccommodaties 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2

Mutaties in reserves
reserve Impuls Brede
School 0,0 - 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0
reserve Sportuitmarkt 0,0 - 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0
reserve Verenigingsonder
steuning 0,0 - 0,1 0,0 0,0 0,0 0,0
reserve MAJOS 0,0 - 0,5 0,0 0,0 0,0 0,0
Saldo
17,8 17,5 13,8 14,2 14,0 13,8

Actualisatie 2010
De stelpost Combinatiefuncties neemt in de Actualisatie 2010 toe met € 0,7 miljoen als gevolg van
herschikking van apparaatsbudget (€ 0,5 miljoen) en de inzet van de middelen uit de reserve
Impuls Brede scholen (€ 0,2 miljoen).
De budgetten voor sportdeelname en stimulering nemen in de Actualisatie 2010 toe met
€ 0,6 miljoen als gevolg van herschikking budgetten als gevolg van splitsing van de afdeling Sport
en verhoging lasten vanwege de inzet van reserves. De baten in het kader van sportdeelname en
stimulering nemen af met € 0,6 miljoen als gevolg van het wegvallen van de rijksmiddelen Majos.
Dit wordt opgevangen door de inzet van de speciaal daarvoor opgerichte reserve.

Raadsdruk Begroting 2011 180


Apparaatskosten sport (deel accommodatie) neemt in de actualisatie af met € 0,8 miljoen als
gevolg van een daling van € 0.6 miljoen in de apparaatskosten sport beleid (door herschikking van
lasten in verband met het splitsen van de afdeling sport naar sportservice Amsterdam en
sportbeleid). De overige € 0,2 miljoen wordt verklaard door een daling in bij de subsidies
sportaccommodaties en Sporthallen Zuid door lagere kapitaallasten investeringen.

Begroting 2011
De incidentele prioriteiten voor combinatiefuncties (€ 1,4 miljoen) en integrale programma’s sport
en gezondheid (€ 0,2 miljoen) komen te vervallen.
Het budget voor sportdeelname en stimulering neemt af met € 2,7 miljoen als gevolg van onder
andere het vervallen van de gemeentelijke bijdrage voor Brede Talentontwikkeling van € 1,2
miljoen en de bijdrage van het rijk via het gemeentefonds voor het Nationaal actieplan Sport en
Bewegen € 0,5 miljoen.

De lasten in het kader van Topsport dalen tussen de geactualiseerde begroting en de begroting
2011 met € 1