You are on page 1of 39

School voor Jong talent

Juryrapport
Excellente scholen
2016-2018

Den Haag

Voortgezet Onderwijs

Havo en Vwo
Inhoudsopgave

1. Leeswijzer rapport

2. Beoordeling algemene onderwijskwaliteit

3. Beoordeling excellentieprofiel jury

4. Bijlage
4.1 Procedure traject Excellente Scholen
4.2 Zelfevaluatie Onderwijskwaliteit

2
1. Leeswijzer rapport
In het eerste deel van dit rapport beschrijft de inspectie haar bevindingen met
betrekking tot de onderwijskwaliteit van de school. De focus in het juryrapport ligt op
de beoordeling van het excellentieprofiel op een aantal onderdelen.

In het tweede deel van het rapport wordt het excellentieprofiel in onderdelen
weergegeven zoals de school dit heeft beschreven in het aanmeldformulier – de tekst is
integraal overgenomen. Vervolgens geeft de jury haar bevindingen op het betreffende
onderdeel van het excellentieprofiel. Het juryrapport eindigt met de conclusie van de
jury, waarin is opgenomen of de school het predicaat Excellente School toekomt.

De jury beoordeelt het excellentieprofiel op de volgende onderdelen:


 excellentieprofiel van de school
 aanpak
 resultaten van het excellentieprofiel
 evaluatie en borging
 ontwikkeling
 externe gerichtheid
 duurzaamheid

In de bijlage treft u de zelfevaluatie van de school met betrekking tot de


onderwijskwaliteit. Deze zelfevaluatie heeft de school aangeleverd in het
aanmeldformulier – dit zijn de woorden van de school. De inspectie heeft deze
zelfevaluatie tezamen met andere bronnen gebruikt in haar onderzoek naar de
onderwijskwaliteit.
In de bijlage wordt ook de procedure rondom het traject Excellente Scholen toegelicht.

3
2. Beoordeling
onderwijskwaliteit
inspectie
School voor Jong talent heeft zich kandidaat gesteld voor het traject Excellente Scholen
2016. Voorwaarde voor het predicaat Excellente School is dat een school kwalitatief
goed onderwijs biedt. Voorafgaand aan de beoordeling door de jury wordt daarom de
onderwijskwaliteit onderzocht door de inspectie. De inspectie onderzoekt de
onderwijskwaliteit op basis van gegevens die bij de inspectie bekend zijn én op basis
van de door de school aangeleverde informatie.

De inspectie heeft een onderzoek uitgevoerd naar de onderwijskwaliteit bij de


deelnemende scholen. Wanneer de inspectie onvoldoende of geen recente informatie
had om een uitspraak te kunnen doen over de kwaliteit van het onderwijs van een
school, werd een verificatieonderzoek uitgevoerd. De verificatieonderzoeken
verschillen wat betreft inhoud en omvang. Het kan gaan om een gesprek met de
directie, maar ook om een uitvoerig onderzoek.

Gedurende het onderzoek en/of het verificatiebezoek zijn er door de inspectie geen
contra-indicaties gevonden voor deelname van de betreffende school aan het traject
Excellente Scholen 2016.

4
3. Beoordeling
excellentieprofiel jury
Naam school School voor Jong talent
Brin nummer 02GP-4
Naam contactpersoon Dhr. J.P.M. van Bilsen
Telefoonnummer 06-10942548
Emailadres j.vanbilsen@koncon.nl
Bestuur Stichting 'Het Rijnlands Lyceum'

De onderbouwing die de school bij de aanmelding als kandidaat Excellente School 2016
gaf, luidt als volgt.
“De School voor Jong Talent leidt talentvolle jongeren op voor een toekomst in de wereld
van muziek, dans of beeldende kunsten. Toptalenten in de wereld van muziek, dans en
beeldende kunst zijn zeer schaars. Om een rol van betekenis te kunnen spelen in de
muziek, dans of beeldende kunst is de Hogeschool der Kunsten overtuigd van het feit dat
daar op jonge leeftijd zeer veel tijd, energie en expertise in geïnvesteerd dient te worden.
Om die reden is de Interfaculteit School voor Jong Talent (SvJT) opgericht: een
basisschool (groep 7 en groep 8) en een vo-school (havo/vwo) waarin alleen leerlingen
zitten die succesvol toelatingsexamens hebben afgelegd voor muziek, dans of beeldende
kunst. Naast regulier primair/voortgezet onderwijs volgen de leerlingen een intensief
voortraject van circa vier klokuren per dag om te voldoen aan de hoge eisen die het
hogere (internationale) kunstonderwijs stelt. De SvJT heeft daarin een unieke ervaring
opgebouwd die zich kenmerkt door:
• een zeer hoge kwaliteit van het voorbereidend programma dat alleen door de hbo-
docenten van het Koninklijk Conservatorium of de Koninklijke Academie van Beeldende
Kunsten wordt vormgegeven in het gebouw van het Koninklijk Conservatorium en de
Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten;
• veel individueel maatwerk (gespreide examens, vervroegde examens, individuele
vakkenpakketten, een speciaal programma voor leerlingen met een vmbo-tl-advies,
samenwerking met het Rijnlands Lyceum Wassenaar voor specifieke additionele vakken,
individuele leerarrangementen, staatsexamens et cetera);
• een uiterst flexibele schoolorganisatie die voortdurend inspeelt op de kunstactiviteiten
(concerten, tournees, concoursen et cetera);
• een uiterst flexibele docentenpopulatie met een bij voorkeur grote affiniteit met de
wereld van de kunsten of daaruit afkomstig.
De belangrijkste motivatie bestaat dan ook uit de bevestiging en waardering van het feit
dat, ondanks het schijnbare grote spanningsveld tussen kunst en regulier onderwijs, de
SvJT erin slaagt om sinds 1956 vanuit een holistische benadering van de leerling via ons
motto ‘met gedrevenheid via uitdaging en met zelfvertrouwen naar excellentie’
gemiddeld zo’n 80% van de leerlingen inclusief een goed eindexamenresultaat te laten
doorstromen naar de nationale en internationale conservatoria en kunstacademies. Ten

5
slotte zou een regelluwe status de mogelijkheden tot individueel maatwerk kunnen
vergroten.”

De school heeft een helder en relevant excellentieprofiel

Toelichting excellentieprofiel
“De School voor Jong Talent is gespecialiseerd in het voorbereiden van jonge dansers ,
musici en beeldend kunstenaars op een doorstroom naar het nationale en internationale
hoger kunstonderwijs (hko). Conservatoria en kunstacademies leggen de lat zeer hoog bij
de toelatingsexamens. Desondanks is de School voor Jong Talent er in de laatste vijf jaar
in geslaagd om maar liefst 81% (gemiddeld) van de eindexamenleerlingen te laten
doorstromen naar het hko (zie schoolgids). Dit resultaat wordt bereikt door het feit dat
alle leerlingen naast hun reguliere onderwijs voorbereidende trajecten volgen:
• een musicus heeft gemiddeld 7,5 klokuren per week extra lessen (zie ook ‘aanbod’)
waarbij wordt uitgegaan van minimaal 3 klokuren individuele muziekstudie per dag (ook
in de weekenden/vakanties);
• een danser heeft gemiddeld 3 klokuren per dag danslessen (zie ook ‘aanbod’);
• een beeldend kunstenaar heeft gemiddeld 12 klokuren per week lessen beeldende kunst
(zie ook ‘aanbod’).
Daar komen verder nog de vele voorstellingen, exposities en concerten bij die zich ook
regelmatig in het weekend afspelen. Ondanks dit loodzware programma volgen de
leerlingen regulier onderwijs. De overgrote meerderheid van de leerlingen slaagt voor
havo/vwo. Zelfs leerlingen die niet geslaagd zijn, worden vaak op basis van hun
uitzonderlijke talent aangenomen in het hko.
Dit heeft te maken met het zeer ingenieuze rooster (waarin kunst en school met elkaar
verweven zijn), de doorlopende leerlijnen (zo volgt een vo-leerling al vaak lessen in het
hbo), de hoge kwaliteit van het personeel, de ‘mindset’ van het personeel (wetend wat
het betekent om een topviolist te zijn en daarnaar handelen), de flexibiliteit van het
personeel en de voortdurende zoektocht naar individueel maatwerk.
Ten slotte wil ik opmerken dat leerlingen die tussentijds de school moeten verlaten op
basis van onvoldoende voortgang in de kunsten, zonder noemenswaardige problemen
doorstromen naar andere scholen. (Deze leerlingen worden na vertrek nog drie jaar
gevolgd door de SvJT.)”

Waarom is er gekozen voor dit excellentieprofiel


“Het niveau van de huidige professionele orkesten of dansgezelschappen is (mede door
de globalisering) dermate hoog, dat het noodzakelijk is om op jonge leeftijd aan een
intensieve voorbereiding op een studie in het hko te beginnen om in de toekomst een rol
van betekenis te kunnen spelen in het professionele werkveld. Sterker nog: het
merendeel van de Nederlandse jongeren die als violist een conservatoriumstudie volgen,
is afkomstig uit een eigen voortraject. Jong beginnen betekent niet alleen veel muziek- en
of dansuren draaien, maar betekent ook een sterke academische vorming gecombineerd
met de juiste studiehouding en studiementaliteit. Er is een duidelijke relatie tussen ‘het
goed op school doen’ en ‘goed dansen/musiceren’. Het is de taak van de school om het
voorbereidend kunstonderwijs te integreren met het reguliere onderwijs en daarin vooral
de verbanden aan te geven. Daarin zijn maatwerk, flexibiliteit en expertise noodzakelijk.”

De beoogde doelen van het excellentieprofiel


“De doelen van het excellentieprofiel zijn helder:
• jonge, getalenteerde leerlingen voorbereiden op een succesvolle doorstroom naar het
hoger kunstonderwijs voor de disciplines dans, muziek en beeldende kunst. Doorstroom
betekent minimaal een succesvol toelatingsexamen voor het 1e jaar bachelor, maar het

6
streven is een verkorte bachelor en een vroegere doorstroom naar de mastersfase.
Én:
• het behalen van een regulier middelbareschooldiploma voor havo en/of vwo waardoor
leerlingen (indien zij niet doorstromen naar het hko) kunnen doorstromen naar andere
vormen van hbo of wo.”

De (pedagogische en/of onderwijskundige) visie van de school met betrekking tot het excellentieprofiel
“Onze missie en visie staan helder verwoord in onze schoolgids; deze staan in een
ingekorte versie hieronder vermeld.
Missie en visie:
Het mede vormgeven van jonge mensen die in de toekomst een rol van betekenis willen
spelen op de (inter)nationale podia in de wereld van de muziek, dans of beeldende kunst.
Uiteraard gaat onze missie gepaard met aandacht voor zaken als respect en
verdraagzaamheid en streven wij ernaar bij te dragen aan de vorming van leerlingen tot
waardevolle leden van de samenleving die in staat zijn verantwoordelijkheid te dragen
voor hun eigen bestaan en dat van anderen.
Wij proberen onze doelstellingen te bereiken via een viertal kernbegrippen die door
zowel team als leerlingen worden gedragen:
(met) gedrevenheid
(en) zelfvertrouwen
(via) uitdaging
(naar) excellentie.
Gedrevenheid
• Gedrevenheid is de kurk waarop de interfaculteit drijft: van hieruit wordt met passie en
enthousiasme gewerkt om de gestelde doelen te bereiken.
Talent kan zich niet ontwikkelen zonder gedrevenheid. Dit uit zich bij leerlingen in hun
studiehouding: vele uren studeren, het deelnemen aan respectievelijk bezoeken van
concoursen, concerten, voorstellingen, exposities en presentaties, het voortdurend op
zoek zijn naar verdieping, het bezoeken van voorstellingen et cetera. Dit geldt ook voor
de schoolvakken: leerlingen zijn zich bewust van hun toekomstige werkveld en het
belang van een diploma. Gedrevenheid speelt ook voor de medewerkers:goede
studiewijzers, het bewaken van de balans tussen school en kunstdiscipline, flexibiliteit,
het verzorgen van maatwerk en interesse voor de wereld van de kunsten en de rol van de
leerlingen daarin zijn van groot belang.
Zelfvertrouwen
• Op de interfaculteit wordt in een veilige omgeving en op pedagogische/didactische
wijze gewerkt om te presteren op het hoogst mogelijke niveau, waardoor zelfvertrouwen
een vanzelfsprekendheid is.
Op de School voor Jong Talent moeten leerlingen voortdurend presteren: niet alleen op
het gebied van schoolvakken, maar vooral ook op het gebied van de kunsten. Leerlingen
staan vaak onder druk. Zelfvertrouwen is daarin van groot belang. Leerstof op het juiste
niveau, spreiding van toetsing, een juiste pedagogische sfeer, een prettig lesklimaat,
flexibiliteit in tijd, veiligheid et cetera zijn allemaal aspecten die het zelfvertrouwen van
leerlingen ondersteunen en bevorderen. Leerlingen, ouders, onderwijzend en niet-
onderwijzend personeel spelen hierbij allen een belangrijke rol.
Uitdaging
• Op de interfaculteit worden leerlingen voortdurend geprikkeld en uitgedaagd door alle
lessen die ze binnen de interfaculteit krijgen. Hun gedrevenheid wordt daardoor
gestimuleerd, hun zelfvertrouwen versterkt.
De school stelt hoge eisen. Dit betekent dat leerstof voortdurend gedifferentieerd moet
worden naar de capaciteiten van de leerlingen. Masterclasses, excursies, festivals,
projectonderwijs et cetera, maar ook specifieke leerstof waarin algemeen vormend
onderwijs en kunst geïntegreerd worden, zorgen ervoor dat de gedrevenheid

7
gewaarborgd blijft.
Excellentie
• Op de interfaculteit streven we naar topkwaliteit op het gebied van de beeldende kunst,
dans, en muziek.
De huidige eisen die door het beroepenveld gesteld worden zijn zeer hoog. Dit vertaalt
zich naar de hbo-opleidingen. Binnen de interfaculteit streven we naar (inter)nationaal
topniveau (gelieerd aan leeftijd). Dit betekent dat we streng selecteren, maar er ook voor
zorgen dat leerlingen zonder problemen kunnen doorstromen naar andere vormen van
onderwijs. Leerlingen van de interfaculteit volgen in de Hogeschool der Kunsten (HdK)
een aangepaste (eventueel verkorte) leerroute waarin verbreding of verdieping een
belangrijke rol speelt.”

Doelgroep
“Alle leerlingen die deel uit willen maken van de SvJT hebben een achtergrond op het
gebied van muziek, dans en beeldende kunst. De leerlingen zijn afkomstig uit heel
Nederland en willen in de toekomst een rol van betekenis spelen op het podium. Ze
hebben een droom: zoals dansen in Het Nationale Ballet, spelen in het
Concertgebouworkest of een eigen kledinglijn creëren. De toelatingseisen voor
kunstacademies en conservatoria zijn weliswaar zeer hoog, maar het kenmerk van deze
doelgroep is hun gedrevenheid, intrinsieke motivatie, passie en de onvoorwaardelijke
bereidheid heel veel op te offeren voor een opleiding in de wereld van de kunsten. Deze
honger naar voeding op het gebied van de kunsten wordt door de SvJT gestild.
Tegelijkertijd zijn de leerlingen (maar zeker ook de ouders) zich bewust van de
kwetsbaarheid van het beroep (zo zal een danser na het 35ste levensjaar stoppen met
actief dansen). Dit betekent dat er ook grote waarde gehecht wordt aan een regulier vo-
diploma. De SvJT speelt daarin een duidelijke rol: het is de combinatie kunst en regulier
voortgezet onderwijs waar de SvJT voor staat en waarmee die droom bereikt kan worden.”

Bevindingen jury op de helderheid en relevantie excellentieprofiel


Het excellentieprofiel van de school is gericht op talentontwikkeling van leerlingen
binnen de kunstdomeinen muziek, dans en beeldende kunst), via een ‘holistisch’
georganiseerde aanpak, waarbij gedrevenheid en uitdaging tot excellentie de
sleutelbegrippen zijn. Er wordt vanuit intrinsieke motivatie toegewerkt naar een
excellent niveau. Men zoekt gezamenlijk een balans tussen de prestatiedruk, de
ambitie en de innerlijke gedrevenheid. Men heeft aandacht voor het talent en voor
het kind. Het geestelijk en lichamelijk welzijn van het kind wordt scherp in de gaten
gehouden, het ‘kind’ mag niet opgeofferd worden aan het doel van ambitieus talent.
Op deze wijze wil de school met haar excellentieprofiel de jonge danser, musicus en
beeldend kunstenaar goed voorbereiden op de doorstroom naar het hoger
kunstonderwijs, naast de goede ‘harde’ prestaties die verwacht mogen worden van
een reguliere havo en vwo. Daarmee heeft de schoolleiding met de medewerkers een
duidelijke focus en een gezamenlijke visie op het excellentieprofiel.
De school formuleert als krachtenvelden van het excellentieprofiel dat de leerling
onder hoge druk staat van ouders om te presteren op het gebied van zijn/haar talent,
om goede prestaties neer te zetten voor school en rekening te houden met externe
factoren zoals optreden buiten de school.
De jury heeft over de brede linie kennis kunnen maken met deze krachtenvelden van
het excellentieprofiel.
De gedrevenheid is voelbaar bij docenten en leerlingen, evenals de motiverende
kracht die het gevolg is van de ervaring om ‘het maximale uit jezelf te halen’. De
ervaring van een excellente uitvoering als gevolg van strakke zelfdiscipline is een
topervaring die ook als een ‘flow’-ervaring kan worden gezien. Er zijn nogal wat

8
leerlingen die via andere trajecten later de school binnen zijn gekomen en die dankzij
de motivationele cultuur een positieve leerhouding ontwikkelen. Een significant
voorbeeld is het geval van de slecht presterende mavoleerling komend van elders, die
op deze school – dankzij de ervaring van topprestaties in de muziek (en de discipline)
– doorgroeit tot een succesvolle vwo-leerling en uiteindelijk psycholoog wordt. De
leerlingen geven aan dat ze door de oefening in zelfdiscipline en zelforganisatie
doorgaans hun schoolwerk beter en gemotiveerder uitvoeren. Daarmee laat de school
zien dat de gedrevenheid van een leerling hem/haar op een hoger niveau kan brengen
in de leerprestaties en aansluit op de behoeften van de doelgroep, namelijk de
doorstroming naar het hoger kunstonderwijs.
De balans tussen kunstvakken en avo-vakken is een essentieel onderdeel van de
schoolorganisatie.
De doelen zijn zowel voor korte als voor de lange termijn concreet en helder
vastgelegd, zodat eenieder in de organisatie weet wat er gedaan moet worden.
Uit het gesprek met de schoolleiding blijkt dat er leerlingen zijn die een verkorte
bachelor volgen en vervroegd doorstromen naar de masterfase. Ook zijn er leerlingen
die doorstromen naar een andere vorm van hbo of wo.
De gerichtheid op gedrevenheid en uitmuntende prestaties is sterk verwoord door
een medewerker: “Wanneer een talent van een leerling niet wordt uitgedaagd, raakt
de leerling gefrustreerd”. Alhoewel het excellentieprofiel de succesvolle doorstroom
is naar hoogwaardige vervolgopleidingen, kan zonder meer gesteld worden dat er
onder deze doelstelling een gedegen psychologische en pedagogische aanpak schuil
gaat die wellicht ‘gewoon’ wordt uitgevoerd.
Veel leerlingen geven aan dat elke leraar persoonlijke aandacht geeft en dat de
benaderingswijze van de docenten is: “Wij zijn gericht op wat je wel kunt". Om de
individuele leerling optimaal te laten functioneren, worden roosters,
examenprogramma’s, jaarindelingen et cetera aangepast waar nodig. Er is een groot
repertoire aan didactische benaderingen die afhankelijk van de behoefte van de
leerling ingezet kunnen worden.
De school heeft veel ‘tacit knowledge’ van succesvolle talentontwikkeling; men weet
het talent daadwerkelijk aan te spreken en het ‘kind’ daarbij verantwoord te leiden
naar eigenwaarde en zelfvertrouwen.
Daarmee zet de school volgens de jury een helder en relevant excellentieprofiel neer.

De school heeft een weloverwogen aanpak met betrekking tot het excellentieprofiel.

De aanpak
“De leerling staat voor een zware taak waarin vele krachtenvelden actief zijn: ouders,
reguliere school, de hoofdvakdocent en externe invloeden (bijvoorbeeld een concours).
Dit vereist maatwerk, begrip en flexibiliteit.
Het excellentieprofiel wordt op een aantal essentiële gebieden gevoed.
• De leerling volgt één programma dat bestaat uit kunst en school. De wiskundedocent
speelt daarin weliswaar een andere rol dan de pianodocent, maar in de benadering van
de leerling zijn ze gelijkwaardig. Dit wordt al weerspiegeld in het wekelijkse stafoverleg
waarin de afdelingshoofden muziek, dans, beeldende kunst, coördinator bovenbouw
voortgezet onderwijs en coördinator onderbouw voortgezet onderwijs onder
voorzitterschap van de directeur van de SvJT de dagelijkse gang van zaken bespreken. Op
de SvJT is het normaal dat de pianodocent de wiskundedocent benadert om specifieke
afspraken te maken met betrekking tot een leerling.
• Docenten van het voortgezet onderwijs hebben kennis van het beroepsvoorbereidend
traject. Ze weten wat het voor een leerling betekent om bijvoorbeeld een concert te

9
geven, en handelen daarnaar. Docenten van het voortgezet onderwijs bezoeken daarom
ook voorstellingen, concerten et cetera.
• De overgang van het voortgezet onderwijs naar het hoger beroepsonderwijs is
vloeibaar: leerlingen volgen in de vo-periode al vakken in het hbo (indien het niveau dat
toelaat uiteraard): dit leidt soms tot verkorte hbo-trajecten of specialisaties.
• Leerlingen worden vaak verticaal ingedeeld in niveaugroepen: in choreografieën,
kamermuziek, het koor, muziektheoretische vakken, lessen beeldende kunst et cetera
worden leerlingen in niveaugroepen ingedeeld. Maar dit geldt ook voor vakken uit het
voortgezet onderwijs. Daar waar een leerling sneller kan (vervroegde examens) of meer
tijd nodig heeft (gespreid examen) zullen leerlingen in andere groepen worden ingedeeld
of wordt er maatwerk geleverd. Het jaarlaagklassensysteem wordt daarin voortdurend
doorbroken.
• Leerlingen worden voortdurend ondergedompeld in de wereld van de muziek, dans en
beeldende kunst. De leerlingen begeven zich tussen de hbo-populatie en kunnen
gebruikmaken van alleaanwezige faciliteiten. Op de SvJT bezoeken leerlingen
masterclasses van grote musici, werken met grote choreografen of kunstenaars. Dit is
weliswaar aanwezig in de hogeschool, maar ook daarbuiten vindt deze onderdompeling
plaats. Door onze flexibele organisatie en werkattitude wordt daar altijd ruimte voor
gemaakt.
• De SvJT staat voor de stelling ‘domme talenten bestaan niet’. Door alle medewerkers
wordt de relatie tussen academische en kunstzinnige vorming benadrukt.
• Sociale cohesie, respect, veiligheid en persoonlijke betrokkenheid zijn essentieel om te
komen tot een bijzondere kunstuiting. Om die reden zijn elementen als kamermuziek,
koor, groepslessen, specifieke dansrepertoirelessen, exposities et cetera in het
curriculum verwerkt. Alleen samen komen we tot een bijzonder resultaat.”

Het doorwerken van het excellentieprofiel in de dagelijkse onderwijspraktijk


“Flexibiliteit, maatwerk en de mindset van docenten in de benadering van hun leerlingen
zorgen voor zelfvertrouwen bij de leerlingen. Dit zorgt ervoor dat de leerlingen die een
loodzwaar programma doorlopen (daarbij optellend de vaak lange reistijd of het verblijf
in gastgezinnen) tot deze uitzonderlijke resultaten komen (zie ook de voorafgaande
toelichtingen).”

Bevindingen jury op de aanpak


De school als geheel is in staat om zeer flexibel de logistiek van het vaste programma
ondergeschikt te maken aan de nodige stappen van de leerling. De kracht of het
specialisme van de leraar wordt over en weer herkend en ingezet. Deze
gemeenschappelijke intelligentie is een bron van good practices. Deze aanpak creeërt
veel duidelijkheid in de school om het excellentieprofiel te realiseren.
De jury bevestigt het beeld dat door de school wordt geschetst van de aanpak met
betrekking tot het excellentieprofiel. Allereerst is er sprake van sociale cohesie. Zowel
in de didactische leervormen, als ook in de kunstuitvoeringen zijn veel
groepsactiviteiten mogelijk. Een mooi voorbeeld zijn de groepslessen viool, waarin
leerlingen elkaar leren beoordelen in een veilige context. Leraren observeren
collectief de uitvoeringen van de leerlingen en diagnosticeren wat de beste aanpak is
voor iedere leerling. Het veilige klimaat voor zowel leraren als leerlingen zorgt ervoor
dat er volop ruimte is om elkaar feedback te geven op de leerprocessen, waardoor de
doelen van het excellentieprofiel behaald kunnen worden.
De ‘mindset’ van alle medewerkers is de sleutel in het profiel. De gerichtheid op de
positieve stimulatie tot inspanningen en prestaties, is gekoppeld aan een scherp
bewustzijn om de grenzen van hetgeen een leerling aankan, goed in de gaten te
houden. Men kijkt steeds naar wat mogelijk is.
De positieve benadering is gekoppeld aan een cultuur van eisen stellen en

10
zelfdiscipline.
Het feit dat de school als secundair onderwijs gebouwen deelt met primair en tertiair
onderwijs, maakt dat leerlingen van al deze leeftijdscohorten, door elkaar lopen, en
dat heeft een positieve uitwerking op de motivatie van de leerlingen.
Met name lijkt het profiel door te werken in de avo-vakken; leerlingen lijken zich een
strategie en motivatie eigen te maken als gevolg van een transfer van de kunstvakken.
De school realiseert hiermee een weloverwogen aanpak om de doelen van het
excellentieprofiel te realiseren.

De school bereikt de resultaten zoals beschreven in het excellentieprofiel.

Realisering beoogde doelstellingen


“In het examenjaar 2015 stroomde 91% succesvol door naar het hoger kunstonderwijs.
(Het gemiddelde doorstroompercentage over de laatste vijf examenjaren bedroeg 81%).
Indien men de hoge toelatingseisen van conservatoria en kunstacademies in ogenschouw
neemt, is dat een zeer hoog percentage. Daarbij dient te worden opgemerkt dat een
aanzienlijk deel van deze leerlingen op verschillende conservatoria/kunstacademies was
toegelaten en zelfs een keuze heeft; 65% van de leerlingen stroomt door naar het eigen
instituut en 16% kiest voor een ander conservatorium/andere kunstacademie.
De totale doorstroom wordt vergezeld van een slagingspercentage voor havo/vwo van
89% over de laatste vijf jaar.
Ten slotte wil ik opmerken dat een enkele leerling die zijn/haar havo- of vwo-diploma
niet behaalt, toch is doorgestroomd naar het hko op basis van zijn/haar uitzonderlijke
talent.”

Bevindingen jury op de resultaten van het excellentieprofiel


Als gevolg van de aanpak worden er over de hele linie voldoende tot goede resultaten
behaald. Ten aanzien van de harde resultaten scoort het vwo goed; de havo laat
wisselende resultaten zien en scoort op dit punt nog niet stabiel. In het algemeen zijn
de resultaten voor de eindexamens boven het landelijk gemiddelde. Leerlingen die
voor het eindexamen de school verlaten, worden drie jaar lang gevolgd in hun nieuwe
traject. Leerlingen doen het op hun nieuwe school goed en blijken een goede
studiehouding te hebben opgedaan. Als gevolg van het excellentieprofiel ontwikkelt
de leerling een bewuste en zelfregulerende studiehouding uitgaande van een sterke
motivatie.
Er is dan ook sprake van een goed georganiseerde doorstroom naar het tertiair
onderwijs. De leerlingen die met een diploma uitstromen naar nationale of
internationale conservatoria of naar kunstacademies, worden zonder meer toegelaten
op deze opleidingen en sluiten met succes deze opleidingen af. Een aantal leerlingen
realiseert een verkorte bachelor en een vervroegde doorstroom naar de masterfase.
Hbo-docenten komen ook de school in, of leerlingen nemen deel aan lessen in het
hbo, waardoor de overgang naar het vervolgonderwijs soepel verloopt.
De resultaten van het excellentieprofiel zijn dermate sterk dat leerlingen soms ook
zonder het beoogde eindexamen worden toegelaten tot de vervolgopleiding.
De staf van de school houdt de omgeving waarin de leerling moet presteren, goed in
de gaten. De leerling moet zelfvertrouwen hebben om goed te kunnen presteren,
maar ook een gedisciplineerde omgeving waarbij het mogelijk wordt om het succes te
behalen. Indien de leerling het beoogde succes niet bereikt, vindt er direct een
gesprek met de leerling plaats. De staf heeft de verantwoordelijkheid dat de leerling in
balans blijft.

11
Bij de kunstvakken leren de leerlingen dat wat je doet altijd goed is en dat daarbij
hoort dat je fouten mag maken. De aanpak van fouten mogen maken heeft een
positief effect op de leerlingen en dat werkt door in de avo-vakken, waarmee de
school de doelen bereikt van het excellentieprofiel.

De school evalueert en borgt op basis van haar systeem voor kwaliteitszorg de aanpak en
de resultaten van het excellentieprofiel.

Wijze van evalueren excellentieprofiel


“De spil van de SvJT vormt de staf. De staf bestaat uit de directeur SvJT, de coördinatoren
onderbouw en bovenbouw en de afdelingshoofden muziek, dans en beeldende kunst. De
staf komt iedere dinsdagochtend bij elkaar. In deze vergadering wordt de dagelijkse gang
van zaken, die nauw verweven is met ons excellentieprofiel, voortdurend besproken.
De staf op haar beurt wordt gevoed door verschillende werkgroepen:
• de mentoren onderbouw en bovenbouw;
• het basisschoolteam;
• de werkgroep toetsbeleid;
• de havo-kansklas-groep;
• het kernteam van de muziekafdeling;
• het team van de dansvakafdeling;
• het team van de kunstacademie;
• werkgroep taal/rekenen.
Ook in al deze werkgroepen wordt voortdurend het excellentieprofiel (ook al wordt dat
niet altijd als excellentieprofiel ervaren) geëvalueerd.
Daarnaast worden er ‘harde’ gegevens jaarlijks geëvalueerd.
• Hoeveel procent van de eindexamenleerlingen stroomt door naar het hko?
• Hoeveel leerlingen behalen het diploma?
• Hoeveel leerlingen worden tussentijds op basis van hun artistieke prestaties afgewezen?
• Hoe succesvol is de doorstroom van de afgewezen leerlingen genoemd onder punt 3
naar het reguliere onderwijs (wordt via enquêtes bijgehouden)?
• Hoe succesvol is de doorstroom binnen het hko (allumnibeleid)?
Op basis van deze evaluaties wordt het curriculum, de organisatie of de
leerlingbegeleiding voortdurend aangepast (zie ook volgende toelichting).”

Effect van de evaluatie


"De SvJT heeft het schooljaar in vijf perioden verdeeld: na iedere periode worden de
resultaten van de leerlingen geëvalueerd tijdens rapportbesprekingen en
mentorenvergaderingen. Ouders krijgen een schriftelijke rapportage. Daarnaast staan
iedere week leerlingbesprekingen tijdens de stafvergadering op de agenda.
Er is grote aandacht voor de studiewijzers, die voor iedere periode per vak gemaakt
worden. Een leerling wordt geacht om altijd via de studiewijzers het leerproces te kunnen
voortzetten (in verband met verzuim ten gevolge van tournees, concerten et cetera).
Kunst
Leerlingen krijgen ieder jaar twee voortgangsrapportages én twee tussentijdse
voortgangsevaluaties op het gebied van de kunsten. Binnen de beeldende kunst werken
de leerlingen met een dummy en een portfolio/persoonlijk archief om alle ideeën en
processen in kennis en kunde inzichtelijk te krijgen en mee te communiceren. Ook
hiervoor worden docentenvergaderingen uitgeschreven. Leerlingen dienen ieder jaar een
toelatingsexamen af te leggen voor het jaar daarna. Indien een leerling niet voldoet aan
de gestelde eisen moet hij/zij de school verlaten. Niet te onderschatten is de grote
hoeveelheid concerten (muziek), uitvoeringen (dans) en exposities (beeldende kunst)

12
waarmee de leerling wordt gevolgd. Binnen de muziekafdelingen werken de leerlingen
met een portfolio, binnen de beeldende kunstafdeling werken de leerlingen met een
dummy.
Uiteraard zijn de afdelingscoördinatoren en de directeur verantwoordelijk voor het vo-
deel en de afdelingshoofden muziek, dans en beeldende kunst zijn verantwoordelijk voor
het artistieke deel (en de organisatie die dat met zich meebrengt). Echter, in de
stafvergaderingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de individuele leerling
het uitgangspunt. Het is volstrekt normaal dat vo-docenten de kunstexamens bijwonen
en input leveren. Daarnaast worden er regelmatig overlegmomenten gepland tussen de
kunstdocenten en de mentoren binnen het voortgezet onderwijs. Er vindt voortdurend
informatie-uitwisseling plaats.”

Borging resultaten excellentieprofiel


“In de afgelopen vijf jaar is een aantal wijzigingen/verbetertrajecten ingezet.
• In verband met de aansluiting met het hbo zijn er wijzigingen doorgevoerd in het
curriculum: toevoegen van kamermuziek, uitbreiden muziektheoretische vakken,
weekopening op maandag voor de discipline muziek. Bij de dansvakopleiding is het vak
Spaanse dans toegevoegd en heeft choreografie/improvisatie een belangrijkere rol
gekregen in het curriculum.
• Meer aandacht voor de studiewijzers waarin gestreefd wordt naar een uniforme opzet.
• Een groeiend aantal leerlingen maakt gebruik van de mogelijkheid tot gespreid examen
afleggen of examens die eerder afgenomen worden. Dit alles om de studielast te
spreiden.
• Voor zeer getalenteerde vmbo-tl-leerlingen is het HAS-traject ontwikkeld.
• In 2015 zijn de uitgangspunten met betrekking tot ‘internationalisering’ geformuleerd
in een beleidsdocument dat de SvJT in de komende jaren zal uitwerken.
• De rol van de ouders is in 2014 verwoord in een door de ouders te ondertekenen
ouderprotocol.
• In 2015 zijn de eerste stappen gezet in de ontwikkeling van een internaat.”

Bevindingen jury evaluatie en borging van de resultaten


De school heeft een cultuur van evaluatie en terugkoppeling. De staf van de school is
op een bijzondere manier samengesteld. Alle disciplines van de school zijn
vertegenwoordigd in de staf. In de staf vindt de afstemming plaats tussen de
activiteiten die nodig zijn om de talenten van de leerlingen te ontwikkelen en zaken
die nodig zijn om goede leerresultaten te behalen. Integratie wordt zo op gang
gebracht tussen de verschillende disciplines. Vaak ziet een hoofddocent zijn vak als
het belangrijkste vak om de leerling zo goed mogelijk te laten functiomneren in zijn
talent. Dan grijpt de staf in om naar voren te brengen dat “de leerling ook op een
school zit”. Op deze wijze stemt de staf de processen af om de doelstellingen van het
excellentieprofiel te realiseren.
Beoordelingen vinden regelmatig plaats en ook onderlinge beoordelingen tussen
leerlingen bij bijvoorbeeld de vioollessen illustreren de gerichtheid op kwaliteit. De
invloed van de vervolgopleidingen op de school is groot en de experts die lesgeven in
de kunst- en muziek- en dansvakken vormen op zich een garantie voor de borging van
de kwaliteit. De school werkt ook samen met het kwaliteitsbureau van de hogeschool
om de kwaliteitszorg op een hoger niveau te brengen.
De jury heeft geconstateerd dat de kwaliteitszorg een aandachtspunt is voor de
schoolleiding. Het volgen van de leerlingen en zicht houden op de ontwikkeling en
prestaties van leerlingen door gebruik van genormeerde toetsen, is een punt van
aandacht.
Er zijn leerlingen die gaande de opleiding uitstromen, in de meeste gevallen op grond
van het feit dat ze het niveau niet halen om zich verder te ontwikkelen op hun talent.

13
Deze uitgestroomde leerlingen doen het goed in andere vormen van onderwijs
vanwege hun wilskracht die op deze school is ontwikkeld.
De jury constateert dat de school op het gebied van evaluatie en borging van het
excellentieprofiel op lange termijn nog een verbeterslag kan maken.

De school heeft concrete plannen om het excellentieprofiel verder te ontwikkelen.

Plannen voor verdere ontwikkeling


“Op dit moment is een aantal verbeter- en ontwikkelingstrajecten gestart.
• Er zijn maar weinig vergelijkbare partners in Nederland. Om die reden wil de SvJT een
Europees netwerk oprichten van vergelijkbare scholen die voortrajecten voor jonge
musici aanbieden in Duitsland (Dresden en Berlijn), Portugal (Covilha en Fundao),
Finland (Helsinki) en Engeland (Wells en Cobham). In februari 2016 komen de
betreffende scholen bij elkaar en in 2017 (maart) wordt de samenwerkingsovereenkomst
getekend. Doelen zijn onder andere: samenwerking, exchanges, expertise-uitwisseling en
onderlinge visitaties. In de jaren daarna worden soortgelijke netwerken gevormd voor de
dansafdeling en de afdeling beeldende kunst.
• In samenwerking met MusiQue (Brussel) heeft de muziekafdeling van de SvJT zich
aangemeld als pilot betreffende Europese visitaties op het gebied van de
muziekopleiding. In de visitatiecommissie zal de Inspectie van het Onderwijs (inspecteur
Coenen) zitting nemen.
• De SvJT oriënteert zich nog op andere vormen van het leveren van maatwerk. Daarbij
zullen een status als excellente school en de regelluwe status het speelveld verder
vergroten.
• In 2016 heeft de SvJT een internationaliseringsnotitie geschreven. In het kader van de
internationalisering van de kunsten zal de SvJT een werkgroep internationalisering in het
leven roepen. Ook de versterking van met name Engelse taal en letterkunde zal daarin een
belangrijke plaats innemen.
• In samenwerking met beheermaatschappij Motus ontwikkelt de SvJT gezinsvervangende
woonruimte voor leerlingen die te ver moeten reizen en niet kiezen voor een gastgezin.
• De SvJT heeft samen met het Gerrit van der Veen College te Amsterdam de stichting
DAMU opgericht, die analoog aan de LOOT-licentie (topsporters) ook voor dansers en
musici een DAMU-licentie heeft vormgegeven in samenwerking met het ministerie van
Onderwijs. Op dit moment onderzoekt de stichting in samenspraak met OCW
mogelijkheden om dans- en muziekleerlingen tegemoetkomingen in de reiskosten te
verstrekken.”

Bevindingen jury concrete plannen ontwikkeling excellentieprofiel


Naast alle genoemde plannen zoals een Europees netwerk om expertise uit te
wisselen en onderlinge visutaties op te zetten om de kwaliteit te verbeteren, is het
van belang dat de school de differentiatie binnen de avo-vakken wil structureren. In
de school dient de vraag beantwoord te worden: wat is een goede les aan een
heterogene groep en welke werkvormen zijn gewenst? Binnen de kunstvakken wil
men duidelijk werken aan een didactische benadering van deze specialismen; veel
van de experts zijn deskundig op hun vakgebied, maar niet per se didactisch en
pedagogisch getraind.
Hier ligt een belangrijke uitdaging om voor de leerling duidelijkheid te scheppen
wat precies verwacht wordt. De intrinsiek gemotiveerde leerlingen zouden daar veel
baat bij hebben.
Vanwege de kleinschaligheid van de school zijn de plannen bekend bij de
medewerkers. Zoals een van de medewerkers in het gesprek met de jury

14
verwoordde: “De school verbetert zich continu, de wisselwerking tussen de
disciplines werkt stimulerend om het excellentieprofiel steeds verder te
ontwikkelen”.
De jury ziet dat er voldoende draagvlak is om het excellentieprofiel verder te
ontwikkelen.

Het excellentieprofiel van de school wordt (zowel intern) als extern erkend.

Wijze van (interne en) externe erkenning


“Het excellentieprofiel wordt duidelijk erkend door externe partners: inspectie
(omschrijft helder de bijzondere positie van de school en houdt daar rekening mee), het
college van bestuur (ziet de SvJT als een van de ‘selling points’ van de hogeschool), de
stichting DAMU (waarin de voortrekkersrol van de SvJT door de andere tien partners
wordt gewaardeerd) en buitenlandse partners. De school wordt vaak benaderd door
buitenlandse partners (in de laatste jaren met name Chinese partijen) voor expertise.
Daarnaast staat de SvJT in Nederland met name in de dans (dansscholen) en
muziekwereld (muziekscholen en privémuziekpraktijken) bekend als een uitstekende
school die toptalenten biedt wat nodig is, mede doordat de SvJT is gehuisvest in het
gebouw van het Koninklijk Conservatorium.
Docenten binnen de SvJT zijn echter bescheiden. Zij zien het opleiden van jonge talenten
als hun dagelijkse werk en plicht waarvoor niet altijd specifieke erkenning nodig is. ‘Ik
doe toch gewoon mijn werk?’”

(Interne en) externe kennisdeling


“Zoals in een aantal voorgaande toelichtingen werd aangegeven, zijn met name de
regelmatige exchanges met buitenlandse partners van groot belang, waarin kennisdeling
het belangrijkste doel is op het niveau van de leerlingen, docenten en directie. De
exchanges zijn altijd gekoppeld aan leeractiviteiten (concerten, lessen, uitvoeringen et
cetera). De SvJT heeft zeer intensieve contacten met scholen in Cobham, Helsinki, Berlijn,
Dresden, Covilhu, Fundao, Praag, Vittorio Veneto en Wells. Daarin worden ook docenten
uitgewisseld.
Met betrekking tot het reguliere onderwijs onderhoudt de SvJT vooral contact met het
Rijnlands Lyceum Wassenaar (RLW) en de Haagsche Schoolvereeniging. Zeker het RLW is
een zeer loyale en belangrijke partner met betrekking tot consultaties en nieuwe
onderwijsontwikkelingen. Zo lift de SvJT meer dan eens mee op ontwikkelingen binnen
het RLW (bijvoorbeeld landelijk genormeerde toetsing) of verzorgt de SvJT projecten op
het gebied van muziek, dans of beeldende kunst (bijvoorbeeld de ‘kunstklas’ op het
RLW).
Binnen de stichting DAMU komen de tien scholen met een DAMU-licentie regelmatig bij
elkaar en bezoeken elkaars scholen. Ook daar vindt een uitwisseling plaats van expertise
(vooral op managementniveau).
Ten slotte: de SvJT is bijna altijd betrokken bij symposia die te maken hebben met
talentontwikkeling (inclusief die door OCW georganiseerd), verzorgt regelmatig
workshops voor andere scholen (bijvoorbeeld het Muziekplan op het Segbroekcollege) en
zoekt de verbintenis met de topsport (laatste bezoek aan TCN te Heerenveen en osg
Sevenwolden).
Door de kleinschaligheid en de duidelijke overlegstructuren waarbij er in principe geen
onderscheid gemaakt wordt tussen muziek, dans, beeldende kunst, voortgezet onderwijs,
basisonderwijs en hbo vindt er een continue kennisdeling plaats.”

Bevindingen jury (interne en) externe gerichtheid

15
De school heeft veel contacten met de buitenwereld; daarover is geen twijfel
mogelijk. Ze krijgt veel erkenning van de buitenwereld en dat lijkt terecht. Behalve
een Topsportschool in Grou (Friesland) met de naam OSG Sevenwolde, zijn er
weinig vergelijkbare scholen in Nederland.
Intern zijn de leerlingen lovend over de school. Ze benadrukken de onophoudelijke
steun door docenten en de kracht van het profiel door erop te wijzen dat het
ontkiemen van het muzikaal talent door de school, enorme intrinsieke motivatie
heeft gegenereerd. Een van de leerlingen was bij toeval (via een poster) op het idee
van dans gekomen, en is door de intense begeleiding die de school gaf, tot een
krachtige ambitie gekomen.
De school is zowel internationaal als nationaal op zoek naar samenwerking met
andere scholen om zowel de expertise te delen die de school heeft opgedaan met dit
excellentieprofiel, als inspiratie voor verbetertrajecten op te doen in andere
organisaties om het excellentieprofiel steviger neer te zetten voor de toekomst.
Daarmee constateert de jury dat het excellentieprofiel zowel intern als extern
erkend wordt.

De school heeft een toekomstbestendig excellentieprofiel.

Waarborging duurzaamheid
“De SvJT hanteert het beschreven excellentieprofiel sinds 1956 en is niet voornemens een
ander excellentieprofiel na te streven. De leerlingenpopulatie is stabiel sinds het ontstaan
van de school. Om die stabiliteit te waarborgen investeren de SvJT en de hogeschool fors
in een grotere en jongere kweekvijver:
• PI-trajecten (muziek) voor jonge musici vanaf 5 jaar;
• kidsclub (beeldende kunst) voor kinderen tussen 10 en 12 jaar;
• oriëntatiecursussen voor jongere dansers in de leeftijd van 8 en 9 jaar.
Niet onbelangrijk is de doorstroom van onze eigen basisschool (groep 7 en 8) richting de
brugklas, waarin ook het ontwikkelen van een nieuwe groep 6 wordt onderzocht.
Daarnaast beschikt de SvJT over een uitgebreid netwerk van toeleverende partijen zoals
amateur-dansscholen, privépraktijken van musici, muziekscholen.”

Bevindingen jury toekomstbestendigheid


In de afgelopen 25 jaar is dit profiel opgebouwd; het is stevig verankerd in de
organisatie van het leerproces van de school (zowel bij kunst en muziek als bij de
avo-vakken). De hele school is georganiseerd rondom het ontwikkelingsproces van
de leerling. Het profiel van de school is verankerd in de top van de school (directie
en CvB) hetgeen ook merkbaar is aan de plannen voor de toekomst.
De jury ziet dat het excellentieprofiel toekomstbestendig is.

De jury heeft kennis kunnen nemen van een breed profiel dat doorwerkt tot in de
haarvaten van de school. Men richt zich op talent, maar het gaat daarbij om een delicaat
evenwicht tussen het talent en het welzijn van het kind. De mentor houdt het psychisch
welbevinden van de leerling nauwlettend in de gaten en zoekt een evenwicht tussen de
eisen van het vak (discipline), de school, de ouders en de ambitie van de leerling. De
ontspannenheid van de leerlingen is een toonbaar teken van deze begeleiding. Daarnaast
heeft men ‘prestatie als motivatie’ in het vaandel staan. Door de ervaring van prestatie
ontstaat een zelfvertrouwen dat weer leidt tot verdere excellentie. Er zijn leerlingen die
door het intensieve programma met een duidelijke focus een innerlijke drive hebben

16
ontwikkeld voor de muziek, dans en de kunst, die ook herkenbaar is geworden in de avo-
vakken. De ervaring van flow is voor sommige leerlingen aanleiding geweest tot sterke
cognitieve ontwikkelingen.
Heel duidelijk is het team erop gericht om het ontwikkelingstraject van de leerling
optimaal te laten verlopen.
Organisatorische en logistieke zaken worden altijd ondergeschikt gemaakt aan het belang
van het leerproces van de leerling.
De jury is onder de indruk van het niveau van de prestaties en van het zelfvertrouwen dat
leerlingen uitstralen.
Leerlingen geven aan dat veel meer leerlingen baat zouden hebben bij een dergelijk
intensief programma, omdat het motiverend werkt en omdat bij een x aantal uren
training, talent kan ontwaken. Zij gaan ervan uit dat er veel meer leerlingen in Nederland
rondlopen die door een dergelijk programma als dit excellentieprofiel gestimuleerd
zouden worden. Wellicht heeft deze school een waardevolle boodschap voor andere
scholen.

Alles overziende is de jury van oordeel dat School voor Jong talent op basis van de
door de jury waargenomen kenmerken en gerapporteerde bevindingen het
predicaat Excellente School Havo en Vwo toekomt.

17
4. Bijlage
Procedure traject Excellente Scholen
Al meer dan 340 scholen hebben in de afgelopen jaren deelgenomen aan het traject
Excellente
Scholen. Zij meldden zich aan bij de jury Excellente Scholen, omdat zij het predicaat
zien als een vorm van erkenning en waardering voor hun prestaties, en ook als een
uitdaging om hun onderwijs voortdurend tegen het licht te houden en verder te
ontwikkelen.

Het traject Excellente Scholen kent de volgende fasen:


 aanmeldingsperiode
 onderzoek naar onderwijskwaliteit door de inspectie
 dialoog
 jurybezoek
 rapportage en beoordeling
 uitreiking predicaat

Onderzoek naar het excellentieprofiel door de jury


Het excellentieprofiel – datgene waar de school in uitblinkt – heeft sinds 2015 een
centrale plaats gekregen in de beoordeling van excellentie. De jury kijkt hier in de
beoordeling primair naar. Naast onderwijs van goede kwaliteit, die beoordeeld wordt
door de inspectie, is een aantoonbaar
excellentieprofiel voorwaardelijk voor deelname aan het traject Excellente Scholen.

De jury beoordeelt het excellentieprofiel op de volgende onderdelen:


 excellentieprofiel van de school
 aanpak
 resultaten
 evaluatie en borging
 ontwikkeling
 externe gerichtheid
 duurzaamheid

18
Zelfevaluatie onderwijskwaliteit school
Het aanmeldformulier bestaat uit twee delen, namelijk een deel waarin de school het
excellentieprofiel beschrijft, en een zelfevaluatie van de onderwijskwaliteit van de
school. De zelfevaluatie is gebaseerd op het concept waarderingskader 2017.

We definiëren onderwijskwaliteit als het geheel van de prestaties van de school, met
uitzondering van financieel beheer. Het laatste gebied wordt als voorwaardelijk gezien
voor (het voortbestaan van) de kwaliteit. Financieel beheer is daarom niet opgenomen
in deze zelfevaluatie.
Het waarderingskader beschrijft per kwaliteitsgebied een aantal standaarden. Elke
standaard is van een uitwerking voorzien. Hierin wordt onderscheid gemaakt in
wettelijke standaarden en kwaliteitseisen. De school heeft zichzelf beoordeeld op de
standaarden en deze beoordeling van een toelichting voorzien. Zie voor meer
informatie over de waarderingskaders:
http://www.onderwijsinspectie.nl/toezicht/vernieuwing-in-het-toezicht.

Let op: de zelfevaluatie is - net zoals de beschrijving van het excellentieprofiel - integraal overgenomen,
dit zijn de woorden van de school.

19
1. Onderwijsresultaten
1.1 Resultaten
De school behaalt met haar leerlingen leerresultaten die ten minste in
overeenstemming zijn met de gestelde norm.

Uitwerking
De leerresultaten liggen de afgelopen drie jaar op het niveau dat op grond van de
kenmerken van de leerlingenpopulatie verwacht mag worden. Dit betekent dat de
gemiddelde eindexamenresultaten en de doorstroom op of boven de normering liggen
die daarvoor geldt. Bovendien behalen leerlingen in de onderbouw het
opleidingsniveau dat mag worden verwacht en lopen zij gedurende hun
schoolloopbaan weinig vertraging op.

De school heeft de kenmerken van haar leerlingenpopulatie in beeld en heeft op basis hiervan
verwachtingen over het niveau dat de leerlingen kunnen bereiken rondom cognitieve resultaten. De
doelen voor cognitieve leerresultaten die de school stelt, passen bij de kenmerken van haar leerlingen en
zijn ambitieus. De school laat zien dat de doelen gerealiseerd worden.

NB De inspectie beschikt al over deze gegevens, deze hoeven niet aangeleverd te


worden.

Eventueel licht de school deze resultaten nader toe


“Zoals vermeld beschikt de inspectie over de resultaten. Er zijn echter enkele
belangrijke verschillen met het reguliere onderwijs die deze resultaten kunnen
beïnvloeden.
1. De SvJT heeft een sterk vlottende populatie. Er is sprake van veel tussentijdse
uitstroom (in verreweg de meeste gevallen omdat er niet meer voldaan wordt aan de
artistieke criteria). Er zijn relatief weinig leerlingen die van brugklas tot en met
eindexamen de SvJT doorlopen. Percentages en gemiddelden moeten in dit licht
geïnterpreteerd worden.
2. De leerlingenaantallen zijn naar verhouding erg klein; percentages en gemiddelden
moeten in dit licht geïnterpreteerd worden (de SvJT heeft circa 150 leerlingen).
3. De SvJT gaat volledig voor het talent van een leerling en doet daarbij concessies aan
het instapniveau. Met andere woorden: de SvJT neemt een zwakke vmbo-leerling tóch
aan op basis van zijn/haar talent en hanteert geen specifieke instapnormen.
4. De SvJT neemt regelmatig leerlingen aan in eindexamenfases en loopt daarmee
bewust een risico: ook daarin prevaleert het talent.
5. De leerlingen van de SvJT doorlopen een dubbel curriculum en zijn veel reistijd
kwijt. Dit legt een zware last op de leerlingen.
6. De leerlingen komen uit heel Nederland (en soms het buitenland) en uit alle
mogelijke vormen van onderwijsmethodieken (Montessori, categorale gymnasia,
daltonscholen, vrijescholen et cetera).”

Context van de school


De (bijzondere) omstandigheden waaronder een school haar werk doet, kunnen
invloed hebben op de keuzes die een school heeft gemaakt en op de resultaten die een
school met de leerlingen
behaalt. We denken bijvoorbeeld aan de samenstelling en de omvang van de
leerlingenpopulatie van een school.

20
Indien er dergelijke bijzondere omstandigheden op de school aanwezig zijn, die
van invloed zijn op de resultaten die de school met de leerlingen behaalt, wordt
dat hier aangegeven
Ja

Op deze wijze houdt de school rekening met deze omstandigheden


“1. Omdat de leerlingen uit heel Nederland komen vanuit veel verschillende
schooltypes en op verschillende leeftijden, kiest de SvJT niet voor één specifiek
onderwijsmodel (bijvoorbeeld jenaplanonderwijs) maar voor individueel maatwerk
daar waar noodzakelijk.
2. Leerlingen hebben voortdurend gebrek aan tijd: de SvJT kiest daarom voor het
comprimeren van leerstof, een keuze voor de kernstof en vooral efficiëntie en
flexibiliteit. Lesuitval is nihil: lessen worden altijd opgevangen door collega's
onderling (daar is geen apart ‘invalrooster’ voor nodig) en leerlingen werken verder
met goede studiewijzers.
3. Er wordt veel tijd besteed aan de studiewijzers. Omdat leerlingen noodgedwongen
vaak lessen missen, zullen zij op de hoogte moeten zijn van wat er gemist is. Voor
iedere periode van zeven weken wordt per vak een studiewijzer gemaakt. Er is sprake
van een zekere uniformiteit, echter bepalend moet zijn dat de leerling altijd weet wat
hij/zij moet doen. Vorm is daaraan ondergeschikt.
4. De SvJT besteedt veel tijd aan de intake van leerlingen. Leerlingen doorlopen
testdagen, er zijn altijd intakegesprekken en toeleverende scholen worden altijd
benaderd. De testdagen zijn vooral bedoeld voor de groep 7- en groep 8- leerlingen en
de brugklassers. Deze testdagen die al in maart/april worden afgenomen, kunnen ertoe
leiden dat leerlingen in de maanden vóórdat ze naar de SvJT gaan al specifieke
opdrachten meekrijgen voor in de zomervakantie.
5. Leerlingen moeten meestal ver reizen: daarom begint de school wat later (9.00 uur)
en is er een mild ‘telaatkom’-beleid. Daarnaast geldt dat leerlingen die 's avonds
hebben moeten optreden, in principe de dag erna de eerste twee uur vrij hebben
indien ze aangeven dat ze die rust nodig hebben. Ten slotte onderzoekt de SvJT samen
met beheermaatschappij Motus een internaatsconstructie die naar verwachting vanaf 1
augustus 2016 zal functioneren.
6. Leerlingen hebben vaak te maken met grote druk: concoursen, concerten et cetera.
De SvJT beschikt over een psycholoog (in dienst van het conservatorium) en een
neuropsycholoog (extern). Daarnaast is een medische staf aanwezig bestaande uit een
kinderarts, diëtisten en fysiotherapeuten. Ten slotte kan de SvJT vrijelijk gebruik
maken van de ondersteuningsmogelijkheden (Mensendieck, Pilates,
Alexandertechniek) van het conservatorium.
7. Ondanks de verschillen tussen dans, muziek, beeldende kunst en regulier onderwijs
streeft de school naar een optimale communicatie vanuit een holistische visie richting
de leerling.”

21
1.2 Sociale en Maatschappelijke competenties
De leerlingen behalen sociale en maatschappelijke competenties op het niveau dat
ten minste in overeenstemming is met de gestelde doelen.

Uitwerking
De leerlingen verlaten de school met sociale en maatschappelijke competenties die passen bij de
kenmerken van de leerlingenpopulatie. De school heeft de kenmerken van haar leerlingenpopulatie in
beeld en heeft op basis hiervan reële verwachtingen over het niveau dat de leerlingen kunnen bereiken.
Deze verwachtingen toetst zij aan de groei die de leerlingen gedurende de schoolperiode door maken.
Daarmee kan de school aantonen dat zij op dit gebied uit haar leerlingen haalt wat erin zit.

Oordeel school ten opzichte van het hierboven geschetste portret


Goed

Toelichting oordeel zicht op sociale en maatschappelijke competenties


“1. Leerlingen op de SvJT zijn sterk afhankelijk van elkaar. Immers,
dansvoorstellingen, concerten of exposities zijn pas een succes als de leerlingen
uitstekend kunnen samenwerken. Leerlingen op de SvJT zijn uitstekende teamplayers
en velen komen elkaar in het hbo en het latere werkveld weer tegen. Sterker nog:
sommige netwerken worden al in de SvJT opgebouwd. Leerlingen hebben een
uitstekend beeld van de maatschappelijke functie van deze samenwerkingsskills.
2. Op de SvJT kun je zijn wie je wilt zijn. Op de SvJT wordt eerder gekeken naar wat je
kunt dan naar wie je bent of waar je vandaan komt. De populatie kenmerkt zich als
zeer tolerant. Seksuele diversiteit is een non-item: je bent wie je bent. Leerlingen
dragen deze attitude sterk uit. Incidenten komen niet of zeer zelden (minder dan een
keer per jaar) voor.
3. Leerlingen hebben een zeer hoog arbeidsethos. Opvallend is dat leerlingen die de
school verlaten zonder door te stromen naar het kunstonderwijs, ook in de andere
keuzes die ze maken succesvol zijn. Dit heeft absoluut te maken met dit ethos en de
gedrevenheid om succesvol te zijn.
4. De leerlingen zijn zich bewust van hun uitzonderingspositie. Ieder jaar wordt er een
benefietvoorstelling georganiseerd waarvan de opbrengst naar een geadopteerde
school in Byadgi (India) gaat. Leerlingen mogen op het podium alles doen, maar bij
voorkeur iets dat buiten hun discipline ligt, dus bijvoorbeeld musici die dansen. Deze
benefietvoorstelling (het zogenoemde Goeddoelconcert) is binnen de school een
belangrijke traditie.”

22
1.3 Vervolgsucces
De bestemming van de leerlingen na het verlaten van de school is bekend en
voldoet ten minste aan de verwachtingen van de school.

Uitwerking
De school heeft het uitstroomniveau van haar leerlingenpopulatie in kaart gebracht en heeft op
basis hiervan verwachtingen over de vervolgloopbaan van de leerlingen. De school beschikt over
toereikende gegevens over het vervolg van de loopbaan van leerlingen die de school verlaten
hebben. Het vervolgsucces voldoet ten minste aan de verwachtingen van de school.

Oordeel school ten opzichte van het hierboven geschetste portret


Goed

Toelichting oordeel zicht op vervolgsucces


“In de afgelopen vijf jaar stroomde meer dan 80% van de leerlingen door naar het
hoger kunstonderwijs mét een diploma voor voortgezet onderwijs. Er zijn zelfs
enkele leerlingen die al eerder, of ondanks het ontbreken van een vo-diploma,
geaccepteerd worden in het hoger kunstonderwijs op basis van een uitzonderlijke
getalenteerdheid. De andere leerlingen (circa 20%) gaan veelal een andere
hbo/wo-studie volgen.
De leerlingen worden na het verlaten van de SvJT nog een aantal jaren gevolgd.
Enerzijds is dat eenvoudig te traceren middels het administratiesysteem van het
KC, maar daarnaast is er een handmatig bijgehouden volgsysteem. De meeste
leerlingen voltooien uiteindelijk het hbo en komen in de kunstsector terecht.”

23
2. Onderwijsproces
2.1 Aanbod
Het aanbod bereidt de leerlingen voor op vervolgonderwijs en de samenleving.

Uitwerking
De school biedt een breed en op de kerndoelen gebaseerd aanbod dat ook de
referentieniveaus taal en rekenen omvat. Het aanbod is dekkend voor
examenprogramma’s. Het aanbod bereidt de leerlingen inhoudelijk goed voor op het
vervolgonderwijs. Het onderwijs gaat ervan uit dat leerlingen opgroeien in een
pluriforme samenleving. Daarom is het onderwijs gericht op het bevorderen van
actief burgerschap en sociale integratie, en op kennis hebben van en kennismaken
met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten. Het aanbod draagt
bij aan de basiswaarden van de democratische rechtsstaat.
Het aanbod dat de school biedt sluit aan bij het niveau van de leerlingen en kan
gedurende de schoolloopbaan verdiept en verbreed worden, zodanig dat leerlingen
een ononderbroken ontwikkeling kunnen doorlopen. Dit betekent bijvoorbeeld dat
voor leerlingen met een taalachterstand de school een aanvullend taalaanbod heeft.
Bovendien moet de school de leerinhouden evenwichtig en in samenhang over de
leerjaren heen verdelen.

Het aanbod is eigentijds en stimulerend. Bovendien is het gericht op talentontwikkeling, door


bijvoorbeeld het aanbieden van een extra curriculum.

Oordeel school ten opzichte van het hierboven geschetste portret


Goed

Toelichting oordeel aanbod


“Extra curriculum gericht op talentontwikkeling is een understatement.
Het spreekt vanzelf dat de SvJT excelleert in het aanbod van de vakken in het kader van
de dans (caractère, ballet, Spaanse dans, creatief, spitzen, eigentijds repertoire),
muziek (instrumentaal hoofdvak, correpetitie, bijvak piano, ensemblezang,
harmonieleer, kamermuziek, orkest, koor, solfège) en beeldende kunst
(driedimensionaal, tweedimensionaal, schilderen/tekenen, theorie,
interdisciplinair,conceptontwikkeling, grafische technieken, fotografie. Deze vakken
worden allemaal verzorgd door het hbo.
Dit curriculum is het meest ideale curriculum voor een doorstroom naar het hbo zoals
de doorstroomcijfers ook aangeven.
Tevens heeft de SvJT aandacht voor de zwakkere leerlingen middels het HAS-traject en
RT-mogelijkheden (remedial teaching), maar tevens voldoende
verrijkingsmogelijkheden voor de sterke leerling (extra vakken in het hbo, Russisch,
Latijn, Grieks of filosofie).”

24
2.2 Zicht op ontwikkeling
De school volgt en begeleidt de leerlingen zodanig dat zij een ononderbroken
ontwikkeling kunnen doorlopen.

Uitwerking
De school verzamelt vanaf binnenkomst systematisch informatie over de kennis en
vaardigheden van haar leerlingen. Deze signalering en analyses maken het mogelijk
om het onderwijs af te stemmen op de onderwijsbehoeften van zowel groepen als
individuele leerlingen. Wanneer leerlingen niet genoeg lijken te profiteren van het
onderwijs gaat de school na waar de ontwikkeling stagneert en wat mogelijke
verklaringen hiervoor zijn. Bovendien gaat zij na wat bijvoorbeeld nodig is om
eventuele achterstanden bij leerlingen te verhelpen.
De school gebruikt de informatie over haar leerlingen om het onderwijsaanbod aan te
passen aan de specifieke onderwijsbehoeften van zowel groepen leerlingen als
individuele leerlingen. De leerlingen krijgen daarmee de begeleiding die zij nodig
hebben om beter het onderwijsprogramma te kunnen doorlopen. (Dat kan
bijvoorbeeld door speciale hulpprogramma’s of individuele begeleiding, waarbij
leerlingen buiten de les aanvullende begeleiding krijgen). Voor leerlingen die
achterstanden hebben is het onderwijs zo ingericht dat op structurele en herkenbare
wijze aandacht wordt besteed aan het bestrijden van die achterstanden.

De school volgt systematisch de vordering van de leerlingen aan de hand van genormeerde toetsen. Dit
gebeurt in ieder geval voor de doorstroomrelevante vakken en/of referentieniveaus. De school gebruikt
deze toetsen in een cyclisch proces van doelen stellen, passend onderwijs bieden aan zowel leerlingen
met achterstanden als leerlingen die specifieke talenten hebben, en het evalueren en bijstellen van
doelen.

Oordeel school ten opzichte van het hierboven geschetste portret


Voldoende

Toelichting oordeel zicht op ontwikkeling


“De SvJT heeft vijf keer per jaar rapportvergaderingen en leerlingbesprekingen. De
ouders ontvangen vijfmaal per jaar een rapport. Voor de kunstdisciplines worden
twee rapporten per jaar uitgegeven en ook deze rapporten worden geëvalueerd in
rapportbesprekingen.
De SvJT gebuikt de Cito-luistertoetsen en het Wolf-programma in de analyses van de
eindexamens.
Belangrijke doel in schooljaar 2015/2016 is de implementatie van landelijk
genormeerde toetsing voor de vakken Nederlands, Engels, Duits en Frans. Daarbij
wordt gebruikgemaakt van de landelijke toetsen van bureau ICE. Inmiddels is er een
duidelijk toetsplan voor de genoemde vakken per leerjaar geënt op het toetsplan van
het Rijnlands Lyceum Wassenaar.”

25
2.3 Didactisch handelen
Het pedagogisch-didactisch handelen van de leraren stelt leerlingen in staat tot leren
en ontwikkelen.

Uitwerking
De leraren plannen en structureren hun handelen met behulp van informatie die zij
over leerlingen hebben. Zij zorgen ervoor dat het niveau van hun lessen past bij het
beoogde eindniveau van leerlingen. De aangeboden leerstof is logisch opgebouwd
binnen een reeks van lessen alsook binnen één les. Door middel van geschikte
opdrachten en heldere uitleg structureert de leraar het onderwijsaanbod zodanig dat
de leerling zich het totale leerstofaanbod eigen kan maken.
Het pedagogisch leerklimaat maakt het leren mogelijk: leerlingen zijn actief en
betrokken.
De leraren stemmen de instructies, opdrachten en onderwijstijd af op de behoeften
van groepen en/of individuele leerlingen.

De leraren hebben hoge verwachtingen van hun leerlingen en concretiseren dat door doelen voor hun
leerlingen te stellen. De leraren stimuleren een brede ontwikkeling bij hun leerlingen. De leraren gaan
actief na of leerlingen de leerstof en de opdrachten begrijpen en of zij daarmee hun doelen gehaald
hebben. Zij geven de leerlingen feedback op hun leerproces en bespreken met hen wat nodig is om hun
doelstelling te halen.

Oordeel school ten opzichte van het hierboven geschetste portret


Goed

Toelichting oordeel didactisch handelen


“Docenten van de SvJT hebben een zeer nauwe band met hun leerlingen. Dit komt
door het specifieke doel van onze opleiding en de kleinschaligheid van de school. Zij
zijn goed op de hoogte van de inspanningen en de werkdruk van de leerlingen en
handelen daarnaar. Vrijwel alle leraren zijn tevens mentor en bespreken resultaten
van de leerlingen met de leerlingen. Flexibiliteit in het aanbieden van de leerstof en in
de planning is daarbij al vaker genoemd. Leraren leggen verbanden tussen hun vak en
de discipline waar mogelijk. De klassen zijn klein en de feedback op leerstof is in die
kleine klas zeer direct en efficiënt.”

26
2.4 Extra Ondersteuning
Leerlingen die dat nodig hebben ontvangen extra ondersteuning.

Uitwerking
Voor leerlingen die structureel een onderwijsaanbod krijgen op een ander niveau stelt
de school een passend onderwijsaanbod (leerstof en aanpak) samen, gebaseerd op de
mogelijkheden van de desbetreffende leerling. De school evalueert periodiek of het
aanbod het gewenste effect heeft en stelt de interventies zo nodig bij.

Voor de leerlingen die extra bekostigd worden vanuit het samenwerkingsverband, legt
de school de doelen en begeleiding in een ontwikkelingsperspectief vast. De school
heeft voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften interventies (zowel in
aanbod als gedrag) gepland. Deze interventies zijn gericht op het (ontwikkelings)
perspectief van de leerling en daarmee op een ononderbroken ontwikkeling.
De school evalueert regelmatig (met ouders) of de extra ondersteuning het gewenste
effect heeft en stelt de interventies zo nodig bij.
Hierbij is het van belang dat (in overleg met de leerling) concrete doelen worden bepaald.

Oordeel school ten opzichte van het hierboven geschetste portret


Voldoende

Toelichting oordeel extra ondersteuning


“De SvJT beschikt over vier medewerkers (twee collega's uit het primair en twee
collega's uit het voortgezet onderwijs) die ondersteuning en RT kunnen bieden. Daar
waar het gaat om elementaire vaardigheden (spelling, rekenen, begrijpend lezen et
cetera) worden meestal de po-collega's ingezet. Daar waar het gaat om planning,
organisatie et cetera worden meestal de vo-collega's ingezet. Er worden bewust zeer
korte handelingsplannen opgesteld. Immers alle tijd in de bureaucratie van een
handelingsplan gaat niet naar de leerling. Snelle interventies zijn door de
kleinschaligheid van de SvJT mogelijk.
Voor specifieke mentale/psychische ondersteuning kan gebruikgemaakt worden van
de psycholoog (in dienst van het conservatorium) of wordt er doorverwezen naar
externe partners.”

27
2.5 Onderwijstijd
De leerlingen krijgen voldoende tijd om zich het leerstofaanbod eigen te maken.

Uitwerking
De school realiseert minimaal de wettelijk verplichte onderwijstijd. Dit betekent dat
zij voldoende tijd heeft geprogrammeerd. De school verdeelt de tijd zodanig over de
vakken dat leerlingen in staat zijn het verplichte onderwijsprogramma tot zich te
nemen. Bovendien weet de leraar de geplande onderwijstijd effectief te benutten door
een efficiënte lesuitvoering. De school heeft een beleid om lesuitval en verzuim van
leerlingen tegen te gaan.

De school heeft regels opgesteld over het gebruik van de onderwijstijd. De school ziet toe op de
naleving van deze schoolregels door leraren en leerlingen aan te spreken op die regels. Tijdens de
lessen lekt niet meer dan 10 procent weg.

Oordeel school ten opzichte van het hierboven geschetste portret


Goed

Toelichting oordeel onderwijstijd


“Leerlingen op de SvJT volgen een lesprogramma dat de onderwijstijd sterk
overschrijdt. Lessen op zaterdagochtend zijn normaal, evenals lesactiviteiten in het
weekend en zelfs in de vakanties. Lesuitval is zeer beperkt en wordt in de meeste
gevallen opgevangen.”

28
2.6 Samenwerking
De school werkt samen met partners om het onderwijs voor haar leerlingen vorm te
geven.

Uitwerking
De school werkt samen met andere scholen voor voortgezet onderwijs in een
samenwerkingsverband passend onderwijs. Voor kinderen met een
ondersteuningsbehoefte treedt de school in overleg met instanties als dat nodig is.
De school voert overleg met andere scholen in de gemeente en met de gemeente zelf
over het bestrijden van onderwijsachterstanden bij leerlingen, het bevorderen van
integratie en het voorkomen van segregatie en over inschrijvings- en
toelatingsprocedures. De school levert gegevens over voortijdig schoolverlaters aan de
gemeente.

De school ziet ouders als partner in het stimuleren van de ontwikkeling van hun kinderen en stemt
haar ouderbeleid daarop af. Aan het eind van de schoolperiode en bij tussentijds vertrek van kinderen
informeert ze de ouders en het vervolgonderwijs over de ontwikkeling van de leerlingen.

Oordeel school ten opzichte van het hierboven geschetste portret


Goed

Toelichting oordeel samenwerking


“De SvJT heeft een aantal samenwerkingsverbanden.
1. Scholen in de regio: de SvJT werkt nauw samen met het Rijnlands Lyceum
Wassenaar en de Haagsche Schoolvereeniging, maar werkt ook regelmatig samen met
andere regionale scholen zoals het Segbroekcollege.
2. Internationale partners: de SvJT werkt samen met een aantal buitenlandse scholen
met eenzelfde profiel. Deze scholen uit Cobham, Wells, Helsinki, Dresden, Berlijn,
Covilhu en Fundao vormen een Europees netwerk van beroepsvoorbereidende
scholen op het gebied van de muziek.
3. De SvJT maakt deel uit van de groep scholen die zich verenigd heeft in de Stichting
DAMU. Sterker nog: de SvJT heeft met het Gerrit van der Veen College te Amsterdam
de stichting opgericht. Doel van de stichting is te fungeren als gesprekspartner
richting het ministerie van OCW en om alles na te streven wat de talentontwikkeling
van jonge dansers en musici kan stimuleren (zoals de DAMU-licentie).
4. De SvJT heeft een actieve oudercommissie die onderverdeeld is in een aantal
taakgroepen. De OC organiseert ouderavonden, ondersteunt bij een heel scala aan
activiteiten (te veel om hier te noemen) de leerlingen en de school (vooral een
praktische helpende hand, maar ook soms financieel uit de gelden van de
ouderbijdrage). Indien er onderwijsinhoudelijke zaken besproken worden, gebeurt
dat in de klankbordgroep die op initiatief van de OC of de schoolleiding plaatsvindt.
5. De SvJT werkt nauw samen met een tweetal stichtingen.
De SvJT heeft een eigen, onafhankelijke Stichting Cultuurfonds School voor Jong
Talent opgericht. Middels deze stichting worden actief fondsen geworven. Deze
gelden worden besteed aan:
•- tegemoetkomingen aan ouders die financieel niet draagkrachtig genoeg zijn om de
kosten van de studie te betalen (het waarborgen van de toegankelijkheid);
•- leerlingen die projectsubsidies aanvragen voor activiteiten waarvoor ouders of de
SvJT geen gelden beschikbaar stellen. Denk bijvoorbeeld aan masterclasses,
concoursen, summercourses, tournees, lessen in het buitenland, exposities,
multidisciplinaire producties.

29
Behalve het cultuurfonds kunnen leerlingen ook gebruik maken van de Stichting
Instrumentenfonds Koninklijk Conservatorium voor renteloze voorschotten in
verband met de aankoop van instrumentarium.”

30
2.7 Praktijkvorming en stage
De voorbereiding, uitvoering en begeleiding van de praktijkvorming/stage is
doeltreffend.

Uitwerking
De leerling en de ontvangende organisatie ontvangen tijdig informatie over de inrichting van de
praktijkvorming en de eisen die daaraan worden gesteld. De school begeleidt de leerling bij de
voorbereiding en bij de keuze van een passende organisatie. De organisatie begeleidt de leerling op de
afgesproken wijze. Periodiek vindt er overleg plaats tussen organisatie, school en leerling. De school
volgt de voortgang van de leerling en stuurt zo nodig bij.

Oordeel school ten opzichte van het hierboven geschetste portret


Goed

Toelichting oordeel praktijkvorming en stage


“De SvJT is feitelijk de jongere variant van het hoger kunstonderwijs. Aangezien de
SvJT ook gesitueerd is binnen het gebouw van het Koninklijk Conservatorium en de
Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (inclusief een eigen atelier) is de
voorbereiding op een doorstroom optimaal. Ook al is er een administratief
onderscheid tussen het primair, voortgezet en hoger beroepsonderwijs, in de praktijk
is er één leerling die gevoed wordt uit alle drie de gebieden.
Dit geldt ook voor het toekomstige werkveld dat weerspiegeld wordt in de
uitvoeringspraktijk. Concerten, voorstellingen en exposities maken structureel deel
uit van het curriculum. Leerlingen worden daarnaast voorbereid op multidisciplinaire
producties (via bijvoorbeeld de profielwerkstukken), de subsidieverstrekkers
(leerlingen kunnen subsidie aanvragen bij het Cultuurfonds van de SvJT) en het
ondernemerschap (zelf een combo regelen en exploiteren).
Feitelijk maken het toekomstige werkveld en het hoger kunstonderwijs al deel uit van
het reguliere onderwijsprogramma.”

31
2.8 Toetsing en afsluiting
De toetsing en afsluiting verlopen zorgvuldig.

Uitwerking
De school heeft een PTA en examenreglement dat voldoet aan de eisen van de
wetgeving. De examinering verloopt volgens PTA en examenreglement.

De school borgt de kwaliteit van haar examens en toetsing. Zij heeft criteria vastgelegd waaraan
toetsen en examens moeten voldoen (toetstechnische-, uitvoerings-, afname- en beoordelingseisen).
Deze criteria worden ook gebruikt voor de toetsing in andere leerjaren dan het examenjaar. De school
evalueert regelmatig met alle leraren of toetsen en examens aan de criteria voldoen en neemt – indien
nodig – maatregelen om de kwaliteit te verhogen.

Oordeel school ten opzichte van het hierboven geschetste portret


Voldoende

Toelichting oordeel toetsing en afsluiting


“De SvJT beschikt over een helder PTA (programma van toetsing en afsluiting) en
beschikt over het beleidsdocument Kwaliteitsborging SE's. Aangezien er veel
eenpersoonssecties zijn, is iedere collega verplicht een referentiekader (veelal een
sectie of sectiegenoot op een andere school) te hebben.
Een- à tweemaal per jaar worden alle toetsen uit een PTA-week ingeleverd en door een
groep docenten gescreend op het beleidsdocument Kwaliteitsborging SE's. Op basis
van deze screening worden afspraken gemaakt, veranderd en/of collega's
aangesproken.”

32
3. Schoolklimaat
3.1 Veiligheid
Schoolleiding en leraren dragen zorg voor een veilige omgeving voor leerlingen.

Uitwerking
Schoolleiding en leraren dragen zorg voor de veiligheid van de school en haar
omgeving voor alle leerlingen. Zij voorkomen pesten, agressie en geweld in elke vorm
en treden zo nodig snel en adequaat op. Dit is zichtbaar doordat leerlingen, leraren,
schoolleiding en overig personeel respectvol en betrokken met elkaar omgaan. Er is
geen sprake van stelselmatige strijdigheid met basiswaarden in de uitingen van
leerlingen en leraren.
De leraren leren leerlingen sociale vaardigheden aan en tonen voorbeeldgedrag.
De school heeft daarvoor een veiligheidsbeleid gericht op het voorkomen,
registreren, afhandelen en evalueren van incidenten. Het beleid voorziet ook in een
regelmatige meting van de veiligheidsbeleving van de leerlingen. De school heeft een
functionaris die aanspreekpunt is als het gaat om pesten.

Oordeel school ten opzichte van het hierboven geschetste portret


Goed

Toelichting oordeel veiligheid


“De SvJT is een zeer veilige school. Er zijn vrijwel geen incidenten. Er wordt zelden een
leerling uit de klas gestuurd, vechtpartijen komen niet voor, pestgedrag komt slechts
zelden voor en er is veel respect voor elkaars kwaliteiten en identiteit. Ook in de
laatste inspectierapporten werden de veiligheid en het schoolklimaat als zeer positief
ervaren.”

De school gebruikt wel of geen instrument om de veiligheid van leerlingen in


beeld te brengen
Ja

Indien ja: naam van het instrument dat gebruikt wordt om de veiligheid van
leerlingen in beeld te brengen
“Het studenttevredenheidsonderzoek (STO) van het kwaliteitsbureau van de
hogeschool.”

De resultaten van de twee meest recente metingen en wanneer deze metingen


hebben plaatsgevonden.
“De laatste meting was in het schooljaar 2012/2013.
Uit deze metingen bleek dat de leerlingen zich in het algemeen zeer veilig voelen in de
SvJT. Er was één opvallende onduidelijkheid: niet alle leerlingen voelden zich veilig in
de kleedkamers.
In het najaar van 2013 werd op dit specifieke onderwerp een vervolgenquête uitgezet
om beter zicht te krijgen op dat onveiligheidsgevoel. Hieruit bleek dat diefstal van
persoonlijke spullen in de kleedkamers regelmatig voorkwam. Dit heeft een aantal
concrete vervolgacties opgeleverd (cameratoezicht, kluiskasten et cetera).”

33
3.2 Ondersteunend en stimulerend Schoolklimaat
De school kent een ondersteunend en stimulerend klimaat.

Uitwerking
Er zijn duidelijke regels en een voorspelbaar en betrouwbaar positief klimaat in school waarin
afspraken nagekomen worden. Schoolleiding en leraren kennen een focus op persoonlijke
ontwikkeling en leren, waarbij alle leerlingen gezien worden en zich betrokken voelen bij de
schoolgemeenschap. De binnen- en buitenruimten van de school dragen bij aan een positieve
leeromgeving. Voor alle leerlingen is een leraar beschikbaar die hun ontwikkeling volgt en
aanspreekpunt is bij hulpvragen (‘mentor’).

De schoolleiding en de leraren creëren een stimulerend en ambitieus pedagogisch en didactisch


klimaat. Er heerst een sfeer binnen de school waarin leerlingen worden uitgedaagd om hun talenten te
ontplooien. Leraren herkennen tijdig talent en zijn bereid en in staat om flexibele
onderwijsprogramma’s en individuele trajecten uit te voeren voor deze leerlingen.
Het klimaat is gericht op het leveren van prestaties. Leerlingen waarderen elkaar om goede prestaties.
Resultaten van leerlingen die iets extra’s doen worden zichtbaar gemaakt.

Oordeel school ten opzichte van het hierboven geschetste portret


Goed

Toelichting oordeel schoolklimaat


“Alle leerlingen hebben een mentor (onderbouw) of een studiebegeleider
(bovenbouw). De leerlingen beeldende kunst hebben ook een eigen mentor binnen
de kunstacademie. Er is een uitgebreid medisch team beschikbaar, er is een
schoolpsycholoog aanwezig en er zijn interne en externe vertrouwenspersonen. Door
de kleinschaligheid van de school is er een zeer familiaire sfeer waarin schoolleiding,
leraren en leerlingen voortdurend proberen het beste in elkaar naar boven te halen.
Graag verwijs ik hierbij naar de uitgebreide toelichtingen in alle vragen hiervoor.”

34
4. Kwaliteitszorg en Ambitie
4.1 Doelen, evaluatie en verbetering
Het bestuur en zijn scholen/opleidingen hebben vanuit hun maatschappelijke opdracht
doelen geformuleerd, evalueren regelmatig en systematisch de realisatie van die doelen en
verbeteren op basis daarvan het onderwijs.

Uitwerking
De school heeft in haar schoolplan de eigen opdrachten voor het onderwijs omschreven. Ook
heeft zij aangegeven hoe zij de kwaliteit bewaakt. Dit omvat de voortgang van de
ontwikkeling van leerlingen en de afstemming van het onderwijs op de ontwikkeling van
leerlingen. Dit veronderstelt dat de school regelmatig evalueert wat de resultaten zijn van
haar leerlingen én wat de kwaliteit is van het pedagogisch-didactisch handelen van de leraren
zoals de school dat heeft omschreven in het schoolplan. Op basis van de evaluaties neemt de
school maatregelen ter verbetering van de kwaliteit.
Het kwaliteitsbeleid heeft in elk geval betrekking op de resultaten, het onderwijsproces, het
schoolklimaat en pedagogisch-didactisch klimaat, het veiligheidsbeleid, het
personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg.

De school heeft ambitieuze doelen voor zichzelf geformuleerd die passen bij haar maatschappelijke opdracht.
Via een cyclisch werkend systeem van kwaliteitszorg evalueert zij alle doelstellingen uit haar schoolplan. Het
omvat in ieder geval objectieve evaluaties over het schoolklimaat, het aanbod, het didactisch handelen en de
afstemming. Hierbij betrekt zij ook de tevredenheid van haar stakeholders. Op basis van deze evaluatie neemt
zij planmatig en doelgericht maatregelen ter verbetering.

Oordeel school ten opzichte van het hierboven geschetste portret


Voldoende

Toelichting oordeel evaluatie en verbetering


“De SvJT beschikt over een helder schoolplan en kan gebruikmaken van de diensten van het
kwaliteitszorgbureau van het Koninklijk Conservatorium. Er is een aantal kwaliteitszorg-
beleidsdocumenten en er worden regelmatig studententevredenheidsonderzoeken
uitgevoerd. In het kader van de kwaliteitszorg nemen twee onderzoeken een belangrijke rol
in:
1. de doorstroom naar het hbo;
2. de doorstroom van zij-uitstromers naar andere scholen.
Praktijkvoorbeeld: op basis van enquête 2 bleek dat leerlingen die overstapten naar een
reguliere vo-school grote achterstanden hadden voor het vak natuurkunde. Op basis van deze
gegevens is besloten om in leerjaar 2 en 3 het vak natuurkunde te geven.
Op dit moment ontwikkelt het kwaliteitszorgbureau een tweejaarlijks SvJT-enquête waarin in
één keer de volgende elementen worden meegenomen:
a. de enquêtes die door Vensters voor Verantwoording worden gevraagd
(ouder/leerlingenquête);
b. aangevuld met specifieke SvJT-vragen;
c. aangevuld met de vragen die relevant zijn vanuit het hbo.
Naar verwachting zal de eerste enquête nieuwe stijl in de loop van 2016 worden afgenomen.”

Tevredenheidsonderzoeken die recent (2014-2016) zijn uitgevoerd op de school


Medewerkerstevredenheid Nee
Oudertevredenheid Ja

35
Leerlingtevredenheid Ja

Jaar van afname, aantal respondenten en de gemiddelde scores (in cijfers) van de laatst
afgenomen onderzoeken
Jaar Aantal Gemiddelde Landelijke
respondenten van de school benchmark
Medewerkerstevredenheid
Oudertevredenheid 2015 15 6.5 6.9
Leerlingtevredenheid 2015 15 6.8 7.3

36
4.2 Structuur en Cultuur
Het bestuur en zijn scholen/opleidingen hebben een heldere organisatie- en
beslissingsstructuur, kennen een professionele kwaliteitscultuur en functioneren transparant
en integer.

Uitwerking
Er is sprake van een effectieve sturing binnen de school waarbij iedereen weet waarvoor hij
verantwoordelijk is. De schoolleiding en de leraren werken gezamenlijk aan een
voortdurende verbetering van hun professionaliteit. De bekwaamheid van het personeel
wordt onderhouden, rekening houdend met gestelde bekwaamheidseisen en
beroepsprofielen en behaalde resultaten bij de leerlingen.

Het beleid van de school om haar visie op de onderwijskwaliteit en ambities te realiseren is breed gedragen. Er is
een grote bereidheid om gezamenlijk het onderwijs te verbeteren. De schoolleiding vertoont onderwijskundig
leiderschap en kwaliteitsbewustzijn. Leraren en andere betrokkenen bij de opleiding werken resultaatgericht,
zijn aanspreekbaar op gemaakte afspraken en zijn zich bewust van de effecten van hun handelen op de
onderwijskwaliteit en op de ontwikkeling van de leerlingen.
De school werkt vanuit een transparante en integere cultuur waarin sprake is van zichtbaar zorgvuldig
handelen. Externe belanghebbenden ervaren dit ook zo.
Er wordt gehandeld vanuit een duidelijke verantwoordelijkheidsverdeling.

Oordeel school ten opzichte van het hierboven geschetste portret


Goed

Toelichting oordeel structuur en cultuur


“De structuur van de school is helder.
De schoolleiding bestaat uit een staf bestaande uit de disciplinehoofden dans, muziek en
beeldende kunst, de coördinatoren onderbouw en bovenbouw.
De coördinatoren onderbouw en bovenbouw sturen de mentoren/studiebegeleiders aan en
zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken binnen hun afdeling. De artistieke
afdelingshoofden zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken binnen hun
discipline.
De directeur van de SvJT zit de staf voor en is eindverantwoordelijke.
De directeur van de SvJT legt vervolgens verantwoording af aan het college van bestuur en
heeft zitting in de staf van het Koninklijk Conservatorium.”

37
4.3 Verantwoording en Dialoog
Het bestuur en zijn scholen/opleidingen leggen intern en extern toegankelijk en
betrouwbaar verantwoording af over doelen en resultaten en voeren daarover actief
een dialoog.

Uitwerking
De school rapporteert regelmatig (in ieder geval in de schoolgids en het jaarverslag)
over haar doelen en onderwijsprestaties en onderwijskundige ontwikkelingen. Zij
rapporteert over de bevindingen voortkomend uit het stelsel van kwaliteitszorg en
over de getroffen verbetermaatregelen.

De school betrekt interne en externe belanghebbenden bij de ontwikkeling van haar beleid, en
bespreekt regelmatig haar ambities en de resultaten die ze behaalt. De school stimuleert deze partijen
betrokkenheid en inzet te tonen bij het realiseren van haar ambities en doelen. Daarnaast staat de
school open voor wensen en voorstellen van interne en externe belanghebbenden en neemt zij deze
aantoonbaar serieus.

Oordeel school ten opzichte van het hierboven geschetste portret


Voldoende

Toelichting oordeel verantwoording en dialoog


“De School voor Jong Talent rapporteert en communiceert haar doelstellingen en
prestaties via de schoolgids en het schoolplan. De oudercommissie, de hbo-afdeling
en het Rijnlands Lyceum Wassenaar zijn daarin de belangrijkste partners.
Daarnaast hebben alle podiumuitingen een verantwoordingsfunctie: voorstellingen,
concerten, exposities, dansvoorstellingen.”

38
39