You are on page 1of 24

Aan het slot (WIJZÆ) van het Deense alfabet

en aan het begin (“Futha”) van het runenalfabet


bevinden zich de letters (ΔΘZΨ) van koning Chilperik I
Joannes Richter

ᚠᚢÞ ᚫ ᚱ ᚲ ᚷ ᚹ ᚺ ᚾ ᛁ ᛃ ᛇ ᛈ ᛉ ᛊ ᛏ ᛒ ᛖᛗ ᛚ ᛜ ᛟ ᛞ
f u þ a r k g w h n i j æp z s t b e ml ŋ o d
ᚢ ᚬ ᛅ
ᚠ u/ ᚦ ą, ᚱ ᚴ ᚼ ᚾ ᛁi, a, ᛦ ᛋ ᛏt, ᛒ —ᛘ ᛚ ———
f/ w, þ,
o, r
k,
æ,
b,
y, h n ʀ s m l
v o, ð g e d p
æ e
ø

Table 1: Elder Futhark and Younger Futhark (from Wikipedia's Younger Futhark)

ᚹ Θ Z Ψ
uui ω the ae
Table 2 Additional letters of king Chilperic I (c. 539 – 584)

J U W (& ⁊)
A B C D E F G H I K L M N O P Q R S T V X Y Z Ƿ Þ Ð Æ

Table 3 Old English Latin alphabet

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Æ Ø Å
Table 4 The Danish alphabet

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z IJ
Table 5 The Dutch alphabet

Grafische overzicht van de samenhang tussen de alfabetten


Abstract
Title: King Chilperic I's letters (ᚹΘZΨ or ΔΘZΨ) may be found at the beginning (ᚠᚢᚦᚫ,
“Futha”) of the runic alphabet and at the end (WIJZÆ) of the Danish alphabet.
The Futhark alphabet seems to consist of the first three characters ᚠᚢᚦ (“Futh”) to be followed by a
fourth character ᚨ (“A”), which represents the initial character for the “alphabetical” (“AIΩ”)-
section.
In Germanic languages a number of ligatures U&U → W, I&J → IJ, A&E → Æ, etc. concentrates
in the range of the ᚠᚢᚦᚨ - Header (“Futha”). Some of these special letters (Ƿ Þ Ð Æ), are also found
at the end of the Danish alphabet and at the end of the Old English Latin alphabet.
On a local scale the word Æ still is being used as a symbol for eternity, law, matrimony and the
personal pronoun of the 1st person singular. Although the ligature Æ has been introduced later the
symbolism may have been represented earlier by a simple character ᚨ (“A”). Eventually the shape
of the ligature Æ may be understood as the concentrated symbolism of the creation legend for Ask
& Embla in a singular letter Æ.
This essay concentrates on the end of some of the Germanic alphabets, which contain dedicated
special letters (such as Ƿ Þ Ð Æ, W, IJ).
Samenvatting

Titel: Aan het slot (WIJZÆ) van het Deense alfabet en aan het begin (ᚠᚢᚦᚫ) van het
runenalfabet bevinden zich de letters (ᚹΘZΨ of ΔΘZΨ ) van koning Chilperik I.

Het Futhark alfabet bestaat uit drie letters ᚠᚢᚦ (“Futh”) gevolgd door de ᚨ (“A”), die ale beginletter
van de “alfabetische” (“A.C...I....Ω”)-sectie fungeert.
Er zijn redenen om de ligatuur Æ als een lokaal vastgelegde speciale kern voor een eigen Germaans
alfabet te definiëren. Plaatselijk wordt de ligatuur Æ toegepast als symbool voor de eeuwigheid, de
wet, de echt en het persoonlijke voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud.
Alhoewel de ligatuur Æ relatief laat is ingevoerd kan het symbolisme al veel vroeger in de vorm
van de eenvoudige rune ᚨ (“A”) hebben bestaan, die de basis voor eeuwigheid, wet, echt, pronomen
en de scheppingslegende omschrijft.
Wellicht kan de vorm van de ligatuur Æ worden uitgelegd als de geconcentreerde vorm van de
scheppingslegende van A = Ask / Adam & E = Embla / Eva in de samengevoegde letter Æ.
Een van de interessantste sporen van dit symbolisme kan wellicht worden afgelezen uit de vier extra
letters (ᚹΘZΨ), die koning Chilperik I der Merovingers (c. 539 – 584) aan het Latijnse alfabet
toegevoegd heeft.1
Dit artikel concentreert zich op de laatste letters van een aantal Germaanse alfabetten, die eindigen
met dit soort speciale letters (zoals bijvoorbeeld Ƿ Þ Ð Æ, W, IJ).

1 The Role of the Ligature Æ in the European Creation Legend


De historische context
De samenstelling van en de modificaties aan het alfabet behoorden oorspronkelijk tot de plichten
van het koningschap.
Het Latijnse alfabet ABC...Z beschikt over diverse exotische symbolen, die oorspronkelijk in de
religie een grote rol gespeeld hebben, maar inmiddels deze betekenis verloren hebben. In het Deens
is Æ een speciale ligatuur en in het Nederlands de IJ. In Scandinavië en in het Engels wordt de
ligatuur Æ toegepast als symbool voor de eeuwigheid, de wet, de echt en in het Noors en Deens als
het persoonlijke voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud. Er zijn dus voldoende redenen
om de ligatuur Æ als een lokaal vastgelegde speciale kern voor eigen Deens alfabet te definiëren.

De introductie van de Æ
Helaas bevindt zich de Æ niet aan het begin van het runenalfabet maar op de vierde plaats, waar het
dan ook niet eens vanaf het begin (in de periode van het Oudere Futhark), maar pas later (vanaf de
Futhorc-periode) ingevoerd werd2.
Omdat men de oorsprong van de Futhorc runen in Friesland vermoedt, werden deze ook
wel Anglo-Friese runen genoemd.[1]3 Vermoedelijk werden deze runen vanaf de vijfde
eeuw toegepast, waarmee men het Oudengels en Oudfries schreef.

Deze runen werden later in het Angelsaksische Engeland vervangen door het
Oudengelse Latijnse alfabet4, dat door de Ierse missionarissen ingevoerd werd.

Van de 24 letters werden er 20 direct overgenomen uit het Latijnse alfabet, twee werden
er als (Æ, Ð) aangepast, en twee (Ƿ, Þ) werden er overgenomen uit het the runenalfabet.
Weliswaar werden de Futhorc runen geleidelijk vervangen door Latijnse schrift, maar
uit de boeken kan men aflezen, dat het symbolisme van deze letters nog tot de twaalfde
eeuw bekend bleef.

Het Oudengelse alfabet


In 1011 heeft de auteur Byrhtferð de 29 letters van het Oudengelse alfabet als volgt gerangschikt:
(24 letters uit het Latijnse alfabet (inclusief de et ligatuur) plus 5 extra Engelse symbolen, zoals ðæt
⟨ð⟩ (in modern Engels eth of edh), de &-conjunction, de Tiroonsen et (7), de uit de runen
overgenomen thorn ⟨þ⟩ inclusief de thorn met een dwarsstreepje Ꝥ (kleine letter: ꝥ)5 en wynn ⟨ƿ⟩ 6:
A B C D E F G H I (J) K L M N O P Q R S T (U) V (W) X Y Z (& ⁊) Ƿ Þ Ð Æ
Het valt op dat de J de U en de W ontbreken 7. De J werd door de I, de U door de V en de W door de
wynn ⟨ƿ⟩ of dubbele V vertegenwoordigd.

2 The early futhorc was identical to the Elder Futhark, except for the split of ᚨ a into three variants ᚪ āc, ᚫ æsc and ᚩ
ōs, resulting in 26 runes.
3 The Anglo-Saxon Runes – Arild-Hauge.Com.
4 Old English Latin alphabet
5 "þæt", in modern Engels "that"
6 In the year 1011, a writer named Byrhtferð ordered the Old English alphabet for numerological purposes.[2] He
listed the 24 letters of the Latin alphabet (including et ligature) first, then 5 additional English letters, starting with
the Tironian note ond (⁊), resulting in a list of 29 symbols. (bron: Oudengelse alfabet)
7 Dit ontbrekende symbool speelt (in de analyse in Over de oorsprong van de „lange IJ“ in het Nederlandse alfabet)
een grote rol.
Deze extra letters kunnen ook op andere plaatsen in het alfabet gerangschikt worden, waarbij de
klinkers blauw en de speciale symbolen geel gekleurd zijn. De Æ is zowel klinker als speciaal
symbool.

Hoofdletters A Æ B C D Ð E F Ᵹ/G H I L M N O P R S T Þ U Ƿ/W X Y


Kleine letters a æ b c d ð e f ᵹ/g h i l m n o p r s/ſ t þ u ƿ/w x y
bron ae d g s þ ƿ
betekenis ae d g s th w
Tabel 6 Majusculen (hoofdletters) en Minusculen (kleine letters)

Het Oudengelse Latijnse alfabet begint met ABC...Z en eindigt met de exotische symbolen, die
grotendeels later weer werden afgeschaft, terwijl de vier symbolen met een fundamentele betekenis
ᚠᚢᚦᚫ (“Futha”) in het Futhark runenalfabet helemaal voorop staan.
ABCDEFGHIKLMNOPQRSTVXYZ &⁊ ǷÞÐÆ

Elder ᚠ ᚢ Þ ᚫ ᚱᚲ ᚷ ᚹ ᚺ ᚾ ᛁ ᛃ ᛇ ᛈ ᛉ ᛊ ᛏ ᛒ ᛖ ᛗ ᛚ ᛜ ᛟ ᛞ
Futhark f u þ a r k g w h n i j æ p z s t b e m l ŋ o d

ᚢ ᚦ ᚴ ᛁ ᛅ ᛏ ᛒ
Younger ᚠ ᚬ ᚱ ᚼ ᚾ ᛦ ᛋ ᛘ ᛚ
u/w, þ, k, — — i, a, — — t, b, — — — —
Futhark f/v ą, o, r h n ʀ s m l
y, o, ø ð g e æ, e d p
æ
Tabel 7 Elder Futhark and Younger Futhark (from Wikipedia's Younger Futhark)
Vergelijkt men de toegevoegde speciale symbolen Ƿ Ð Þ Æ met de beginletters ᚠ ᚢ ᚦ ᚫ (“Futha”)
van het Futhark alfabet, behoort de Ƿ de eerste plaats (de ᚠ in Futhark) in te nemen. De ᚦ bevindt
zich in op de derde plaats en de ligatuur Æ komt overeen met de Aesc-rune ᚫ. De ᚢ werd wellicht
later in het Nederlands door de lange IJ vertegenwoordigd.
De geconcentreerde groep van fundamentele symbolen Ƿ Ð Þ Æ, die oorspronkelijk in het Futhark
alfabet als ᚠ ᚢ ᚦ ᚫ (“Futha”) vooraan stonden en waartoe in sommige Germaanse talen zoals het
Deens ook het speciale ontwerp Æ behoorde, vormde kennelijk de filosofische kern van het
Germaanse Futhorc-alfabet.

De regio “Groter-Friesland”
Een deel van deze Germaanse talen werd oorspronkelijk aan de regio “Groter-Friesland”
toegeschreven.
Voor de invloed van dit Futhorc-alfabet wordt de periode ven de vijfde tot de twaalfde eeuw
aangegeven.
1: Groter-Friesland in Noordwest Europa
gepubliceerd door Ætoms “Own work”, op basis van
[1] (license : CC BY-SA 4.0)

De letters van koning Chilperic I (c. 539 – 584)


Gedurende deze periode heeft ook de koning Chilperic I (c. 539 – 584) der Merovingers het Æ-
symbool als één van de vier extra letters aan het destijds geldende Latijnse alfabet toegevoegd. Voor
deze vier letters geldt als specificatie: uui (met het symbool Δ of ᚹ8 als /w/), ω (als Θ of ʘ), the (als
Z) en æ (als Ψ), die wellicht eveneens met de vier beginletters van het Futhorc alphabet
overeenkomen, waarin geldt: uui komt overeen met /w/, ω met /u/, the met ᚦ en æ met ᚨ (“A”).
Wellicht was koning Chilperik I de laatste geleerde, die het symbolisme van de runen beheerste en
geprobeerd heeft een deel van het Futhorc alfabet als dit viertal symbolen in het Latijnse alfabet te
integreren.

8 Wynn (Ƿ ƿ) - representing the sound /w/. While the earliest Old English texts represent this phoneme with the
digraph ⟨uu⟩, scribes soon borrowed the rune wynn ᚹ for this purpose.
De Ligatuur Æ

De kern ”æ” voor eeuwigheid


Volgens de overlevering werd de eerste man als een evenbeeld "ash" (de rune ᚫ) van de “Schepper”
(rune ᚪ) geschapen. De naam van deze rune is echter Æsc, waarbij ik mij toch wel wat over de
ligatuur verwonderde....
Het was mij al eerder opgevallen dat er correlaties bestaan tussen Adam & Eve, Ask & Emblu en
de elementen A & E in de ligatuur Æ.
Plaatselijk kan men de scheppingslegende zo aangepast hebben dat het verenigde “echt”-“paar”,
genaamd “Man” als Æ symboliseerde, waarin in A = Ask en E = Embla,
Deze theorie kan ook verklaren waarom men het westelijke, noordelijke en zuidwestelijke Noorse
dialecten en de westelijke Deense dialecten (van de regio's Thy en Southern Jutland), het woordje æ
als een persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon “Ik” toepassen.
In Germaanse talen is Æ dus als een symbool voor de eeuwigheid en als persoonlijk
voornaamwoord “Ik” in gebruik, wat op een fundamenteel sleutelwoord duidt. Voor deze these kan
men de volgende citaten aanvoeren:
• æ wordt in het Deense dialect te Fjolde toegepast als “ik” (het persoonlijk voornaamwoord
van de 1e persoon enkelvoud) en is gedocumenteerd onder“æ” in Anders Bjerrum en Marie
Bjerrum (1974), Ordbog over Fjoldemålet, Copenhagen: Akademisk Forlag. (Denmark).
• æ wordt in de dialecten van Trøndelag, Noord-Noorwegen en delen van West- en Zuid-
Noorwegen toegepast als “ik” (het persoonlijk voornaamwoord van de 1e persoon
enkelvoud).
• æ wordt vertaald als “altijd, eeuwig” in Oud-Noors; Middle English en Icelandic.
• æ wordt vertaald als “wet, geschriften; ceremonie, traditie, huwelijk) in Old English
(correlerend met Oud-Saksisch êo, Oudfries ewa, êwe, ê, â, Oud-Hoogduits êwa, êha, êa, ê
(Duits Ehe).
• æ wordt vertaald als in Oud-Noors (Old Norse) als “altijd, eeuwig” ; Afgeleid uit Proto-
Germaans *aiwi (“eeuwig”). (correlerend met Old English ā, āwa, ǣ, Old Saxon eo, io, ia,
Old High German eo, io.
Chilperik's toevoeging aan het alfabet
De Frankenkoning Chilperik I (ca. 539 – 584) ontving voor de destijds geldende omstandigheden
een goede opleiding en interesseerde zich ook voor religieuze en culturele studies.
Tot zijn studieprojecten behoorde onder meer de hervorming van het in zijn rijk geldende Latijnse
alfabet, waaraan men zijns inziens vier letters toe moest voegen, die voor de Frankische taal van
groot belang waren.
Als toe te voegen letters werden vastgelegd: uui (als Δ or ᚹ), de ω (als Θ or ʘ), the (als Z), en de æ
(als Ψ).9
Merkwaardigerwijze komen de eerste drie aan het Latijnse alfabet toe te voegen nieuwe symbolen
uui (als Δ), de ω (als Θ), the (als Z) overeen met de eerste drie letters ᚠ (“f”), ᚢ (“u”), ᚦ (“th”) van
het oude runenalfabet ᚠᚢᚦᚫᚱᚳ (“Futhark”) respectievelijk ᚠᚢᚦᚬᚱᚳ (“Futhorc”).

1e Rune 2e Rune 3e Rune 4e Rune


Rune ᚠ (“F” or “W”) ᚢ (“U”) ᚦ (“Th”) ᚫ (“A” → “æ”)
Betekenis uui ω the æ
Chilperik's symbool Δ or ᚹ Θ or ʘ Z Ψ

Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de eerste rune in het alfabet een universele letter digamma (Ϝ, als
kleine letter ϝ) symboliseert, die naast de foneem /w/ ook de /v/, /f/, /u/, /y/ representeren kan.

De drie eerste drie runensymbolen (“Futh” of “Wuth”), de ᚠ (evt. de digamma “ϝ”), “ᚢ”, “ᚦ”
vormden in de oude religie een kernsymbool als persoonlijk voornaamwoord (“wut” of “wit” = “wij
twee”) en de wortel voor “wutan” (“weten”, “inzicht”).
Achterstevoren gelezen kan men Chilperik's sleutelwoord lezen als “Tuw”, ofwel “Theoouui”, wat
veelzeggend overeenkomt met “Theo..”.
Daarnaast komen zelfs de eerste vier aan het Latijnse alfabet toe te voegen nieuwe symbolen uui
(als Δ), de ω (als Θ), the (als Z), en de æ (als Ψ) zelfs overeen met de eerste vier letters ᚠ (“f”), ᚢ
(“u”), ᚦ (“th”), ᚬ (“æ”) van het nieuwe runenalfabet (Younger Futhark) ᚠ ᚢ ᚦ ᚬ ᚱ ᚳ).

Runen die als “Wodan” gelezen kunnen worden


Het beginwoord “Wutha” (of “Futha”), dat door aaneenschakeling van Chilperik's letters ( Δ ΘZΨ
of ᚹΘZΨ) kan worden gevormd, luidt in de passende volgorde “Wioothæ”, wat min of meer met
“Wodan” overeenkomt10.
De vierde rune ᚩ representeerde overigens al in het oude Futhark een klinker ᚩ (“o” of “a”, maar
geen “ae”) van het runenalfabet ᚠ ᚢ ᚦ ᚩ ᚱ ᚳ (“Futhorc” of “Futhark”).

9 De vier letters van koning Chilperik I en de aanpassing van het Frankenalfabet (in Scribd)
10 The Keywords of the Futhark Alphabet en King Chilperic's 4 Letters...
Runen die bij de (West)Slavische talen als “vitha” gelezen worden
Het beginwoord ᚠᚢᚦᚫ van het Futharc alfabet kan geïnterpreteerd worden als “fuþa”. In de West-
Slavische talen werden de runen als “vitha” vertaald, wat als genitief gold van *vid of *vit in de
betekenis van "afbeeld" of "blik", "facet" (met betrekking op de veelzijdige afbeelding van de
Hoogste Godheid)11.
Deze varianten “Wutha” respectievelijk “Vitha” voor dit korte sleutelwoord ᚠ ᚢ ᚦ ᚨ van het Futharc
alfabet kan zich in diverse regio's en ook in verschillende tijdsperioden onafhankelijk van elkaar
ontwikkeld hebben.
De eerste drie letters ᚠᚢᚦ kunnen als eenheid “Futh” beschouwd worden. De vierde letter ᚫ
gedraagt zich als een extra sleutelwoord, dat zich als een losstaand codewoord, dat zich
onafhankelijk van de rest in een eigen context ontwikkeld heeft.

11 Hanuš 1842, p. 381 - Die Wissenschaft des Slawischen Mythus im weitesten, den altpreussisch-lithauischen Mythus
mitumfassenden Sinne. Nach Quellen bearbeitet, sammt der Literatur der slawisch-preussisch-lithauischen
Archäologie und Mythologie (in het Duits). J. Millikowski. - geciteerd in Deities of Slavic religion (Woda)
De identificatie van de “vitha” (ᚠᚢᚦᚫ)-runen in het alfabet

Over de oorsprong van de „IJ“ in het Nederlandse alfabet


Het Nederlandse alfabet wijkt door de lange IJ op de 25e plaats af van het Latijnse alfabet. De
toevoeging van afwijkende letters aan een alfabet baseert vaak op een onderliggende religieuze
betekenis, die men bij het invoeren van de schrifttekens wilde bewaren.
Voorbeelden van dergelijke letters vindt men in vrijwel alle oude taalversies, zoals de Þ en de Æ (æ)
in bijvoorbeeld het Oudengelse en IJslandse alfabet. In het Oudengelse alfabet stuit men naast de Þ
en Æ (æ) nog op de letters Ð (ð), Ᵹ/G (ᵹ/g), Ƿ/W (ƿ/w)12.
In de Scandinavische talen vindt men daarnaast Ø (ø) en de Å (å). De Þ en de æ vormen
fundamentele concepten, die in de taal de oude gebruiken kennelijk door speciale schrijfwijzen
opslaan. De Þ vormt de beginletter van de naam Thor en de æ symboliseert begrippen zoals
“eeuwigheid”, “echt” (huwelijk), “wet” en “ik” (het ego-pronomen in het Deense dialect13).
Ook de Nederlandse letter IJ kan als klinker een dergelijke belangrijke rol gespeeld hebben.
Rivieren werden in de oude culturen als goden vereerd en vaak met lange klinkers (Aa14, Ee) in de
naam benoemd. De rivieren IJ en IJssel dragen een dergelijke naam en werden wellicht net als de
Aa en Ee met een lange klinkersnaam geëerd. De naam IJ is verwant aan het (West-)Friese Ae, Ee
of Die. Dit betekent 'water' (vergelijk het Franse eau).
In vergelijking met hoger gelegen landen hebben de woorden voor water in waterrijke landen zoals
Nederland en Mesopotamië een andere betekenis.
Ook in het Soemerische spijkerschrift van het destijds nog waterrijke Soemer (in het huidige Irak)
werd water met een klinker “a” gesymboliseerd. De klinkerscombinatie IA (“ya”) en AI (“ay”)
beschrijven in een groot aantal talen de voorouders “grootvader” en “overgrootvader”,
respectievelijk de eeuwigheid15.
Het toeval wil, dat men in een van de oude Mesopotamische alfabetten (het Ugaritische alfabet) in
spijkerschrift de letter IJ op een speciale plaats tussen de H en K terugvindt. De stadstaat Ugarit,
met een internationale haven, was een van de eerste plaatsen waar een alfabetisch spijkerschrift tot
ontwikkeling kwam. Dit laat bronstijd alfabet bestond uit 30 tekens, 27 voor consonanten, 3 voor a
i o wat uitzonderlijk was in het Semitisch systeem.
Merkwaardigerwijze volgt het oeroude Ugaritische alfabet vrijwel dezelfde ABC-volgorde, die wij
met alle klinkers A, E, I, O, U van het Latijnse alfabet hebben overgenomen. Dit is een hoogst
ongewone uitspraak, omdat wij ons alfabet volgens de taalkundigen van de Feniciërs overgenomen
hebben, die een alfabet zonder klinkers toepasten16.
In dit artikel worden de locaties van de letter IJ in het Ugaritische alfabet te midden van de
lettercombinatie H, I, J, K in het Nederlandse alfabet vergeleken. Het is nu de vraag in hoeverre
deze samenhang betekent, dat het Nederlandse lettersymbool IJ overeenkomt met de letter tussen de
H en K in het Ugaritische alfabet....17

12 Of these letters, 20 were directly adopted from the Latin alphabet, two were modified Latin letters (Æ, Ð), and two
developed from the runic alphabet (Ƿ, Þ). The letters K, Q and Z were not in the spelling of native English words.
13 Æ Pronoun – (dialectal, Fjolde) I (first-person singular pronoun)
14 Aa (waternaam)
15 The Backbones of the Alphabets
16 Het Paleo-Hebreeuwse alfabet komt sterk overeen met het Fenicische alfabet. Ook bijvoorbeeld het Moabitisch
werd met een soortgelijk alfabet geschreven. Pas na vele eeuwen werd voor het Hebreeuws het Aramese alfabet
gebruikt, ook wel kwadraatschrift genoemd vanwege de vierkante vorm van diverse letters. Voor beide alfabetten
geldt, dat ze volledig uit medeklinkers bestaan. (bron: het Fenicische alfabet)
17 Over de oorsprong van de „lange IJ“ in het Nederlandse alfabet
De rol van de slotletters (WIJZÆ) in het moderne alfabet
Men kan nu voor meerdere taalgebieden de vier elementaire symbolische kernen uit de runen
“vitha” (ᚠᚢᚦᚫ) aflezen en proberen deze reeks tot een gezamenlijke kern (WIJZÆ) te versmelten.
1. De Wunjo (/w/ voor het pronomen “wit” als “wij beide” en “weten”) behoort tot de oudere
symbolen uit de tijd, dat de eerste rune nog als digamma Ϝ (“/w/”) gold. De fonemen voor
de digamma in Wunjo zijn vermoedelijk pas later tot de /f/ en /v/ uitgebreid, waaruit de
naam “Futhark” voortgekomen is.
2. De “Thorn” (“th”) behoort tot de medeklinkers, die als ᚦ relatief eenduidig toewijsbaar zijn.
In de letters van Chilperich is voor de combinatie “the” de “Z“ (als “Д ?) vastgelegd.
3. De Æ (“æ”) is de ligatuur, die wij als combinatie van A en E met de scheppingslegende in
verband kunnen brengen. De “Æ” is in het Scandinavische alfabet nog steeds in gebruik.
4. Voor de IJ blijft als passende partner de rune ᚢ (“U”) over. In het Nederlands is “wijten”
met de “lange i” in wītan verbonden. In het Latijn werd de lange i (de lange klinker ꟾ) als
beginletter voor de naam IU-piter als belangrijkste klinker beschouwd.

Deze vier symbolen, die in het runenalfabet vooraan staan worden in het moderne Latijnse alfabet
aan het einde (WIJZÆ) waargenomen.
Een deel daarvan (de “Z”) kot overeen met de door Chilperich vastgelegde letter “Z”. De “/W/”
komt overeen met uui en de “Æ” met “æ”. Het lijkt erop, dat Chilperic's toegevoegde letters toch in
het alfabet zijn aangekomen en wel in het Deense alfabet als “WIJZÆ”.
Het completer Deense alfabet is: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Æ Ø Å,
waarin de c, q, w, x en z alleen gebruikt worden in leenwoorden. 18

Runen (ᚠᚢᚦᚫ) als afsluitletters ᚠ (“F”or“W”) ᚢ (“U”) ᚦ (“Th”) ᚫ (“A”→“æ”)


Gotische equivalenten (yuþa) y (*wunjō ) u ?*ūruz þ a *ansuz
*thurisaz
Engels in het Oudengelse Latijnse Ƿ (Wunjo of Þ æ
alfabet (Ƿ Þ Ð Æ) Wynn) Ð
Chilperik's letters Δ or ᚹ Θ or ʘ Z Ψ
(ΔΘZΨ of ᚹΘZΨ) uui ω the æ
Deense symbolen (æ ø å) ø Æ, å
Duitse symbolen (ä ö ü ß) Ö, ü ä

Nederlandse ligatuur (IJ) IJ


Latijnse hoofdklinker (de “lange ꟾ”) lange klinker ꟾ
De “Afsluitletters” “WIJZÆØÅ ” W IJ Z Æ
van het moderne Deense alfabet
Tabel 8 De Speciale schrifttekens in Europese talen, die eventueel tot de filosofische kern behoren

18 Deens-Noors alfabet
De ligatuur W
In de Germaanse talen wordt ligatuur W algemeen als “dubbele U” (E: “double U”) geïdentificeerd.
Het is denkbaar, dat ook de Gotische letters bij deze opdeling een rol hebben gespeeld: bijv.:
• De Gotische letter “W” (uuinne) representeert de Ypsilon en de rune Wunjo ᚹ.
In weten wordt als voorbeeld met een dubbele U als “W” aangegeven: “Got thu uueist unuuiti
mine” ‘God, u kent mijn onwetendheid’.19

De ligatuur IJ
Om de rol van het Nederlandse IJ-symbool in de religieuze kern onder te brengen kan men naar
relevante, fundamentele woorden speuren. Het “weten” is met “wijten” verwant, maar de betekenis
verschuift naar de controle en de bestraffing en de kwijtschelding.
In het Nederlands kan men bijvoorbeeld de volgende woorden identificeren:
• wijten (ten laste leggen)
• verwijten (berispen) – verweet – verweten
• kwijt raken (bevrijd worden van..)
• kwijt, kwijten, kwijtschelden (vrijspreken)
Over de oorsprong van het Nederlandse IJ-symbool heb ik al een tijd geleden een analyse
gedocumenteerd20. Op basis van deze analyse lijkt mij de betekenis van de “IJ” minstens even
beduidend als de extra symbolen uit het Engels (Ƿ Þ Ð Æ) en Chilperik I's letters (ΔΘZΨ of
ᚹΘZΨ).

De lange klinker ꟾ in het Latijn


De lange klinker ꟾ in het Latijn, de volgorde van de letters I en J in het Ugaritische alfabet en de
voorbeelden wijten, verwijten, kwijt, kwijten, kwijtschelden zijn overtuigend genoeg om de lange I
als belangrijkste letter te identificeren, maar niet om het symbolisme te verklaren.

De lange klinkers in het Latijn


In het Latijn werden vier klinkers door de apex tot lange klinkers á é ó vv (voor /aː eː oː uː/)
gevormd. De lange klinker I werd in het Latijn echter door een speciaal symbool ⟨” ꟾ”⟩ aangeduid,
wat de rangorde van de belangrijkste letter (“I”) aanduidt.21 De ”ꟾ” was inderdaad langer dan de “I”.

Fig. 2: Het bovenstaande woord Nemausi bevat een lange I


Romeinse inscriptie, ca. AD 100,
Scriptura con apices Nimes 1750.jpg Licentie: CC BY-SA 3.0 (auteur QuartierLatin1968, 2010).

19 weten (kennis hebben, begrijpen) – Bronverwijzing:


Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2010), Etymologiebank, op http://etymologiebank.nl/
20 Over de oorsprong van de „Lange IJ“ in het Nederlandse alfabet
21 Bronvermelding: Long I
De letter Z
De letter Z werd vermoedelijk door Chilperik I als vredesaanbod aan de Alemannen aangeboden,
die de hemelgod Týr als Ziu vereerden.
De Oudnoordse naam Týr is een voortzetting van het Oergermaanse (gereconstrueerde)
woord *Tīwaz. De Oudhoogduitse gereconstrueerde vorm van de naam is *Ziu. In het
Oudengels heette hij Tīw of Tīg. 22

22 Naam (Týr)
De *Ansuz (rune)

Meervoud (of eventueel een dualis ?)


In het Oudnoords (Old Norse), is ǫǫss (ofwel áss, ás, meervoud æsir) een deel van het
pantheon der Noordgermaanse religie. Dit pantheon omvat onder meer Odin, Frigg, Thor,
Baldr and Týr.[1]
De rune ansuz, ᚫ, verwijst naar Æsir, wat als meervoud geldt voor ǫǫss (of áss, ás). Op basis van de
tweeledige structuur van de ligatuur Æ kan men het meervoud ook als twee individuele elementen
(een mannelijke “A” en een vrouwelijke “E”) in één echtpaar interpreteren, wat als een duaal “echt”
paar kan worden opgevat.
De *Ansuz (rune) vormt het beduidenste symbool van het runenalfabet omdat het zowel de
Schepper Odin als het schepsel æ (“ik”) beschrijft. De “Æ” rune "ash" genaamd Æsc beschrijft de
letter “Æ” en de “A”-rune symboliseert "god" of de oppergod “Odin”.
In dit filosofische concept volgt de Germaanse traditie hetzelfde scenario dat men ook in de
Provençaalse taal met de woorden voor de Hemelgod Diéu en het bijbehorende ego-pronomen iéu.
In tegenstelling to the Oudengelse woord god (en het Oudnoordse goð), heeft men de term ōs (áss)
nooit toegepast voor de Christelijke religie.23

Oudengels
Proto-Germaans Oudnoords
Naam
*Ansuz Ōs Āc Æsc Óss
"god" "god" "oak" "ash" "god"
Klasse Elder Futhark Futhorc Younger Futhark

Symbool ᚨ ᚩ ᚪ ᚫ ᚬ ᚭ
Transliteratie a o a æ o
Transcriptie a o a æ ą, o
Positie in het
4 4 25 26 4
alfabet
Tabel 9 De opsplitsing van de Elder Futhark letters “a”- rune in drie zelfstandige runen
(uit Wikipedia's *Ansuz (rune)

23 Æsir
De Völuspá
Völuspá is het eerste en meest bekende gedicht uit de Edda en bestaat uit ca. 60 stanzas.
Völuspá staat vermeld in;
• de Codex Regius (Edda) (ca. 1270 met 62 strofen)
• het manuscript van Hauksbók (ca. 1334 met 59 strofen).
In de Völuspá richt zich de Volva tot Odin, die zich door haar laat informeren over hoe het met zijn
schepping zal verlopen, terwijl de andere goden meeluisteren.
Een beduidend thema in de Völuspá is de schepping der eerste mensen (Ask en Embla) (strofe 17-
18), waarin Ask en Emblu analoog aan Adam en Eva als het ware tot een “echt” paar (“AE”)
“verenigd worden”, wat men ook in de naam Æsir (ofwel “Aesir”) voor de goden kan aflezen.
In vergelijking met de letters van koning Chilperic (c. 539 – 584) is de Völuspá (gedateerd op ca.
1270) relatief jong.
De ligatuur “Æ” in Æsir kan de huwelijksband tussen de partners A en E symboliseren. In de oude
religie werden de individuele partners A en E elk als “halve mens” beschouwd, wat men ook in
Plato's Symposium nalezen kan. De ligatuur “Æ” kan dan als het symbool voor de “mens” gelden.

Stanza's uit de Wikisource voor het gedicht Völuspá


In de Völuspá kan men de namen van de goden (Aesir, Asen) en Ask & Embla aflezen, waarin de
beginletters “A” in “Ask” en “Adam” respectievelijk “E” in “Emblu” en “Eve” aanduiden dat de
scheppingslegende op een gemeenschappelijke basis berust. De bewijzen voor de oorsprong van
deze scheppingslegenden blijven echter verborgen.
De relevante coupletten uit de Völuspá luiden:
10.
drie goden maakten minzaam en krachtig
van het Asengeslacht zich op naar het huis
vonden aan de oever onmachtig en zwak
Ask en Embla het leven ontberend
12.
een es weet ik staan Yggdrasil heet hij
hoog en met helder heilvocht begoten
vandaar komt de dauw in de dalen vallen
aan de bron van Urd staat hij eeuwig groen 24

24 Völuspá
De rune Ψ (M = “Madr”, “Mens”) in de jongere Futhark

3 Het (jongere) Futhark alfabet in de Runen-Sprach-Schatz (1844) van Udo Waldemar Dieterich

In de Younger Futhark representeert de rune ᛘ de “M” en geldt als symbool voor de “Mens”
(“Madr” → “Mens”). Het runensymbool ᛘ is vergelijkbaar met de lettervorm Ψ in Chilperic I's
ontwerp voor de “æ” in in het viertal (ΔΘZΨ of ᚹΘZΨ) toegevoegde letters, dat volgens de
koning aan het Latijnse alfabet ontbrak en zo nodig daaraan toegevoegd moest worden.
De exacte vorm van de letters, die Chilperic I's ontwerp bevat is moeilijk te reconstrueren, zodat ik
liever de beste door mij achterhaalbare beschrijving onveranderd in het Duits weergeef:

4: Voetnoot op pag. 72 in “Die Runenschrift;(1887) door Wimmer, Ludvig Frands Adalbert

• Als uui-symbool koos Chilperic kennelijk het symbool ᚹ (Wynn rune) of een Δ-symbool.
• Als æ- symbool koos Chilperic kennelijk de Griekse letter psi (Ψ) of de rune Ψ.
• Als the- symbool koos Chilperic kennelijk de Griekse letter Zeta (of de Latijnse vorm) Z.
• Als ω- symbool koos Chilperic kennelijk de Griekse letter O- of de Θ.
De vergelijking van de jongere tot de oudere Futhark
Het jonge Futhark werd toegepast in Scandinavië en de expansieperiode der Vikingen, vanaf
ongeveer de 9e eeuw na een “overgangsperiode” tussen de 7e en 8e eeuw.
Gedurende de jonge Futhark verspreidde zich het runenalfabet over het grootste deel van
Scandinavië.
Oorspronkelijk kan het runensymbool Ψ-shape (dat in de jonge Futhark het woord “M”=”Mens”)
vertegenwoordigd hebben, dat wellicht ook samenhangt met ᛉ (z) uit het oude Futhark, dat zich
later veranderde in een ᛦ (“Stupmadre” → “de omgekeerde mens”).
Als extra letters heeft koning Chilperic I wellicht twee speciale runensymbolen en twee Griekse
symbolen uitgezocht:
• de echte ᚹ (Wynn rune) ter representatie van de klanken uui,
• de Ψ-vormige letter ter representatie van de æ in het symbool, dat Chilperic als symbool
voor “M” (“Man”) in de scheppingslegende van Ask en Emblu uitgekozen had.
• De Griekse letter Zeta (of het Latijnse equivalent daarvan) de Z-letter (als Thorn ᚦ)
vertegenwoordigt. Deze keuze kan samenhangen met de benaming Ziu (Oud Hoogduits)
voor Tyr.
• De Griekse ω- of Ω-representatie in de O- or Θ-vorm die de lange O vertegenwoordigt: Ω.
Wellicht was Chilperic voorzichtig genoeg om verdacht af te wenden van de overdracht van het
symbolisme der runen naar een Latijns alfabet.
De Kerk had inmiddels de politieke macht via de Merovingische rechtsboeken bemachtigd en elke
vorm van heidense kunst geleerd te onderdrukken.
Als een rune vertegenwoordigde de æ de eerste Mens in de vorm van “Adam & Eve”. Dit concept
kon men overdragen naar het Latijnse alfabet.

Het oude ᚠ ᚢ ᚦ ᚨ ᚱᚲ ᚷ ᚹ ᚺ ᚾ ᛁ ᛃ ᛇ ᛈ ᛉ ᛊ ᛏ ᛒ ᛖ ᛗ ᛚ ᛜ ᛟ ᛞ
Futhark f u þ a r k g w h n i j æ p z s t b e m l ŋ o d

ᚠ u/w ᚦ ᚬ ᚴ ᛁ ᛅ ᛏ ᛒ
Het jonge ᚱ ᚼ ᚾ ᛦ ᛋ ᛘ ᛚ
f/ , þ, ą, o, k, — — i, a, — — t, b, — — — —
Futhark r h n ʀ s m l
v y, ð æ g e æ, e d p
o, ø
Tabel 10 Elder Futhark en Younger Futhark (uit Wikipedia's Younger Futhark)
Grafisch overzicht van de samenhang tussen de alfabetten
De samenhang tussen de Futhark alfabetten, de letters van koning Chilperik I, het Oud-Engelse en
het Deense alfabet wordt in het volgende overzicht geschetst.
Het oude Futhark alfabet bevat naast de eerste drie symbolen ᚠᚢᚦᚫ (“Futha”) nog extra symbolen
voor de letters w, æ en o die in de compactere vorm van het jongere Futhark alfabet kennelijk in de
eerste vier runen worden samengetrokken. Deze vier symbolen worden door koning Chilperic
wellicht als de fundamentele runen beschouwd en aan het alfabet der Merovingers toegevoegd.
In andere modernere varianten van het Latijnse alfabet zoals het Oud-Engelse en het moderne
Deens-Noorse alfabet zijn kennelijk sporen van deze symbolen (zoals in het Engelse Ƿ Þ Ð Æ en in
het Deens-Noorse alfabet Æ en Ø identificeerbaar, Grafische overzicht van de samenhang tussen de
alfabetten.
ᚠᚢÞ ᚫ ᚱ ᚲ ᚷ ᚹ ᚺ ᚾ ᛁ ᛃ ᛇ ᛈ ᛉ ᛊ ᛏ ᛒ ᛖᛗ ᛚ ᛜ ᛟ ᛞ
f u þ a r k g w h n i j æp z s t b e ml ŋ o d
ᚢ ᚬ ᛅ
ᚠ u/ ᚦ ą, ᚱ ᚴ ᚼ ᚾ ᛁi, a, ᛦ ᛋ ᛏt, ᛒ —ᛘ ᛚ ———
f/ w, þ,
o, r
k,
æ,
b,
y, h n ʀ s m l
v o, ð g e d p
æ e
ø

Table 11: Elder Futhark and Younger Futhark (from Wikipedia's Younger Futhark)

ᚹ Θ Z Ψ
uui ω the ae
Table 12 Additional letters of king Chilperic I (c. 539 – 584)

J U W (& ⁊)
A B C D E F G H I K L M N O P Q R S T V X Y Z Ƿ Þ Ð Æ

Table 13 Old English Latin alphabet

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Æ Ø Å
Table 14 The Danish alphabet

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z IJ
Table 15 The Dutch alphabet

Grafisch overzicht van de samenhang tussen de alfabetten


Samenvatting
Het Futhark alfabet bestaat uit drie letters ᚠᚢᚦ (“Futh”) gevolgd door de ᚨ (“A”), die ale beginletter
van de “alfabetische” (“A.C...I....Ω”)-sectie fungeert.
Er zijn redenen om de ligatuur Æ als een lokaal vastgelegde speciale kern voor een eigen Germaans
alfabet te definiëren. Plaatselijk wordt de ligatuur Æ toegepast als symbool voor de eeuwigheid, de
wet, de echt en het persoonlijke voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud.
Alhoewel de ligatuur Æ relatief laat is ingevoerd kan het symbolisme al veel vroeger in de vorm
van de eenvoudige rune ᚨ (“A”) hebben bestaan, die de basis voor eeuwigheid, wet, echt, pronomen
en de scheppingslegende omschrijft.
Wellicht kan de vorm van de ligatuur Æ worden uitgelegd als de geconcentreerde vorm van de
scheppingslegende van A = Ask / Adam & E = Embla / Eva in de samengevoegde letter Æ.
Een van de interessantste sporen van dit symbolisme kan wellicht worden afgelezen uit de vier extra
letters, die koning Chilperik I der Merovingers (c. 539 – 584) aan het Latijnse alfabet toegevoegd
heeft.25
Een ligatuur is een teken dat gevormd is door twee of meer lettervormen in één vorm te schrijven
of te drukken.
Als een rune æ symboliseerde de ligatuur de eerste Mens in de vorm van het eerste paar “Adam &
Eve”. Volgens Chilperik kon dit idee als samengestelde letter Æ in het alfabet opgenomen worden.
Dit geldt ook nog steeds in het moderne Deense alfabet Deens, Noors, IJslands en het Faröërs26.
Naast de passende rune voor het elementaire filosofische symbool æ heeft Chilperik wellicht
geprobeerd ook de rest van de header ᚠᚢᚦ (“Futh”) aan het Latijnse alfabet toe te voegen.
Voor de vier extra letters heeft koning Chilperik de volgende twee runen en twee Griekse letters
gekozen:
• de echte ᚹ rune (“Wynn rune”) die volgens de historici de uui-reeks vertegenwoordigt,
• de op Ψ lijkende rune ter representatie van æ geldt. Chilperik heeft wellicht de rune Ψ als
een alternatief voor de “M” (de eerste “Mens”) vastgelegd, die uit Ask en Emblu bestond.
• De Griekse (of Latijnse) letter Zeta in de Z-vorm als representatie van de rune “Thorn” ᚦ.
Deze keuze hangt misschien samen met de Alemannische naam Ziu (Oud-Hoogduits) for
Tyr.
• De Griekse letter ω- of Ω in de vorm van de O- met een puntje of Θ-vorm als Omega-
symbool voor de lange letter O: Ω.
In de scheppingslegende Völuspá vormden de Æsen (de goden) Ask en Emblu, die (toevallig of
met opzet) met dezelfde beginletters A en E uitgerust zijn als Adam en Eva.

25 The Role of the Ligature Æ in the European Creation Legend


26 De æ komt voor in het Deens, Noors, IJslands en het Faröërs. De æ wordt ongeveer uitgesproken als een korte e,
zoals de e in het woord "stem". (uit: Het alfabet - Talennet Deens)
Inhoudsopgave
Abstract.................................................................................................................................................2
Samenvatting........................................................................................................................................3
De historische context..........................................................................................................................4
De introductie van de Æ.................................................................................................................4
Het Oudengelse alfabet ...................................................................................................................4
De regio “Groter-Friesland”............................................................................................................5
De letters van koning Chilperic I (c. 539 – 584) ........................................................................6
De Ligatuur Æ......................................................................................................................................7
De kern ”æ” voor eeuwigheid..........................................................................................................7
Chilperik's toevoeging aan het alfabet .................................................................................................8
Runen die als “Wodan” gelezen kunnen worden.............................................................................8
Runen die bij de (West)Slavische talen als “vitha” gelezen worden ..............................................9
De identificatie van de “vitha” (ᚠᚢᚦᚫ)-runen in het alfabet................................................................10
Over de oorsprong van de „IJ“ in het Nederlandse alfabet.......................................................10
De rol van de slotletters (WIJZÆ) in het moderne alfabet............................................................11
De ligatuur W ................................................................................................................................12
De ligatuur IJ.................................................................................................................................12
De lange klinker ꟾ in het Latijn.................................................................................................12
De lange klinkers in het Latijn.............................................................................................12
De letter Z......................................................................................................................................13
De *Ansuz (rune)...............................................................................................................................14
Meervoud (of eventueel een dualis ?)............................................................................................14
De Völuspá.........................................................................................................................................15
Stanza's uit de Wikisource voor het gedicht Völuspá....................................................................15
De rune Ψ (M = “Madr”, “Mens”) in de jongere Futhark.................................................................16
De vergelijking van de jongere tot de oudere Futhark...................................................................17
Grafisch overzicht van de samenhang tussen de alfabetten...............................................................18
Samenvatting......................................................................................................................................19
Appendix – Overzicht van de publicaties van Joannes Richter in Academia.edu..............................21
Appendix – Overzicht van de publicaties van Joannes Richter in Academia.edu
• King Chilperic I's letters (ᚹΘZΨ or ΔΘZΨ) may be found at the beginning (ᚠᚢᚦᚫ, “Futha”) of
the runic alphabet and at the end (WIJZÆ) of the Danish alphabet
• Aan het slot (WIJZAE) van het Deense alfabet en aan het begin ("Futha") van het runenalfabet
bevinden zich de letters (ΔΘZΨ) van koning Chilperik I
• The Role of the Ligature AE in the European Creation Legend
• A Concept for a Runic Dictionary
• Concentrating the Runes in the Runic Alphabets
• Traces of Vit, Rod and Chrodo
• De sleutelwoorden van het Futhark alfabet
• The Keywords of the Futhark Alphabet
• Het runenboek met het unieke woord Tiw
• A short Essay about the Evolution of European Personal Pronouns
• The Evolution of the European Personal Pronouns
• De miraculeuze transformatie van de Europese samenleving
• The Miraculous Transformation of European Civilization
• The Duality in Greek and Germanic Philosophy
• Bericht van de altaarschellist over de Lof der Zotheid
• De bronnen van Brabant (de Helleputten aan de Brabantse breuklijnen)
• De fundamenten van de samenleving
• De rol van de waterbronnen bij de kerstening van Nederland
• De etymologie van "wijst" en "wijstgrond"
• The Antipodes Miᚦ and Wiᚦ
• The Role of the Dual Form in the Evolution of European Languages
• De rol van de dualis in de ontwikkeling der Europese talen
• The Search for Traces of a Dual Form in Quebec French
• Synthese van de Germanistische & Griekse mythologie en etymologie
• De restanten van de dualis in het Nederlands, Engels en Duits
• Notes to the Corner Wedge in the Ugaritic Alphabet
• The Origin of the long IJ-symbol in the Dutch alphabet
• Over de oorsprong van de „lange IJ“ in het Nederlandse alfabet
• The Backbones of the Alphabets
• The Alphabet and and the Symbolic Structure of Europe
• The Unseen Words in the Runic Alphabet
• De ongelezen woorden in het runenalfabet
• The Role of the Vowels in Personal Pronouns of the 1st Person Singular
• Over de volgorde van de klinkers in woorden en in godennamen
• The Creation Legends of Hesiod and Ovid
• De taal van Adam en Eva (published: ca. 2.2.2019)
• King Chilperic's 4 Letters and the Alphabet's Adaptation
• De 4 letters van koning Chilperik I en de aanpassing van het Frankenalfabet
• The Symbolism of Hair Braids and Bonnets in Magical Powers
• The Antipodes in PIE-Languages
• In het Nederlands, Duits en Engels is de dualis nog lang niet uitgestorven
• In English, Dutch and German the dual form is still alive
• The Descendants of the Dual Form " Wit "
• A Structured Etymology for Germanic, Slavic and Romance Languages
• The “Rod”-Core in Slavic Etymology (published: ca. 27.11.2018)
• Encoding and decoding the runic alphabet
• Über die Evolution der Sprachen
• Over het ontwerpen van talen
• The Art of Designing Languages
• Notes to the usage of the Spanish words Nos and Vos, Nosotros and Vosotros
• Notes to the Dual Form and the Nous-Concept in the Inari Sami language
• Over het filosofische Nous-concept
• Notes to the Philosophical Nous-Concept
• The Common Root for European Religions (published: ca. 27.10.2018)
• A Scenario for the Medieval Christianization of a Pagan Culture
• Een scenario voor de middeleeuwse kerstening van een heidens volk
• The Role of the Slavic gods Rod and Vid in the Futhorc-alphabet
• The Unification of Medieval Europe
• The Divergence of Germanic Religions
• De correlatie tussen de dualis, Vut, Svantevit en de Sint-Vituskerken
• The Correlation between Dual Forms, Vut, Svantevit and the Saint Vitus Churches
• Die Rekonstruktion der Lage des Drususkanals (published: ca. 27.9.2018)
• Die Entzifferung der Symbolik einer Runenreihe
• Deciphering the Symbolism in Runic Alphabets
• The Sky-God, Adam and the Personal Pronouns
• Notities rond het boek Tiw (Published ca. 6.2.2018)
• Notes to the book TIW
• Von den Völkern, die nach dem Futhark benannt worden sind
• Designing an Alphabet for the Runes
• Die Wörter innerhalb der „Futhark“-Reihe
• The hidden Symbolism of European Alphabets
• Etymology, Religions and Myths
• The Symbolism of the Yampoos and Wampoos in Poe's “Narrative of Arthur Gordon Pym
from Nantucket”
• Notizen zu " Über den Dualis " und " Gesammelte sprachwissenschaftliche Schriften "
• Ϝut - Het Nederlandse sleutelwoord
• Concepts for the Dual Forms
• The etymology of the Greek dual form νώ (νῶϊ)
• Proceedings in the Ego-pronouns' Etymology
• Notities bij „De godsdiensten der volken“
• The Role of *Teiwaz and *Dyeus in Filosofy
• A Linguistic Control of Egotism
• The Design of the Futhark Alphabet
• An Architecture for the Runic Alphabets
• The Celtic Hair Bonnets (Published Jun 24, 2018)
• Die keltische Haarhauben
• De sculpturen van de Walterich-kapel te Murrhardt
• The rediscovery of a lost symbolism
• Het herontdekken van een vergeten symbolisme
• De god met de twee gezichten
• The 3-faced sculpture at Michael's Church in Forchtenberg
• Over de woorden en namen, die eeuwenlang bewaard gebleven zijn
• De zeven Planeten in zeven Brabantse plaatsnamen
• Analysis of the Futhorc-Header
• The Gods in the Days of the Week and inside the Futhor-alphabet
• Een reconstructie van de Nederlandse scheppingslegende
• The Symbolism in Roman Numerals
• The Keywords in the Alphabets Notes to the Futharc's Symbolism
• The Mechanisms for Depositing Loess in the Netherlands
• Over het ontstaan van de Halserug, de Heelwegen en Heilwegen in de windschaduw van de
Veluwe
• Investigations of the Rue d'Enfer-Markers in France
• Die Entwicklung des französischen Hellwegs ( " Rue d'Enfer "
• De oorsprong van de Heelwegen op de Halserug, bij Dinxperlo en Beltrum
• The Reconstruction of the Gothic Alphabet's Design
• Von der Entstehungsphase eines Hellwegs in Dinxperlo-Bocholt
• Over de etymologie van de Hel-namen (Heelweg, Hellweg, Helle..) in Nederland
• Recapitulatie van de projecten Ego-Pronomina, Futhark en Hellweg
• Over het ontstaan en de ondergang van het Futhark-alfabet
• Die Etymologie der Wörter Hellweg, Heelweg, Rue d'Enfer, Rue de l'Enfer und Santerre
• The Etymology of the Words Hellweg, Rue d'Enfer and Santerre
• The Decoding of the Kylver Stone' Runes
• The Digamma-Joker of the Futhark
• The Kernel of the Futhorc Languages
• De kern van de Futhark-talen
• Der Kern der Futhark-Sprachen
• De symboolkern IE van het Nederlands
• Notes to Guy Deutscher's "Through the Language Glass"
• Another Sight on the Unfolding of Language (Published 1 maart, 2018)
• Notes to the Finnish linguistic symbolism of the sky-god's name and the days of the week
• A modified Swadesh List (Published 12 / 17 / 2017)
• A Paradise Made of Words
• The Sky-God Names and the Correlating Personal Pronouns
• The Nuclear Pillars of Symbolism (Published 10 / 28 / 2017)
• The Role of the Dual Form in Symbolism and Linguistics (Oct 17, 2017)
• The Correlation between the Central European Loess Belt, the Hellweg-Markers and the
Main Isoglosses
• The Central Symbolic Core of Provencal Language (Oct 7, 2017)