You are on page 1of 3

www.onveiligheidsregio.nl @onveiligheidsr1 www.facebook.com/onveiligheidsregio,gr.

contact@onveiligheidsregio.nl

Excellentie,

De Onveiligheidsregio (OVR) heeft kennisgenomen van uw ontwerp vaststellingsbesluit


Groningen_gasveld 2019-2020 (verder: vaststellingsbesluit). Als inwoners, met grote zorgen
over de algehele veiligheid in deze regio, willen wij middels deze brief kenbaar maken grote
bezwaren te hebben tegen dit besluit.

Als eerste constateren wij, dat aan dit besluit geen concrete data ten grondslag liggen. Er is
geen minimale winningshoeveelheid vastgesteld, zoals de Mijnbouwwet voorschrijft. Er is
sprake van een soort van winningsplafond van 15,9 bcm bij een jaar met een gemiddeld
temperatuurprofiel, plus mogelijk 1,5 bcm voor "onvoorziene omstandigheden". Deze
onzekerheden leiden tot grote onzekerheid bij de bevolking.

In het vaststellingsbesluit wordt voortdurend met de term "zo snel mogelijk" geschermd. Dit
is niet concreet. U doet hiermee een beroep op een vertrouwen, dat absoluut afwezig is in
de regio en in tegenspraak is met uw beleid (b.v. om grootgebruikers toch maar niet te
dwingen tot ombouw naar hoogcalorisch gas of duurzame energie). Ook deze onzekerheden
leiden tot grote onzekerheid en onrust bij de bevolking.

Het SodM heeft begin juli geconstateerd, dat naast het onjuist functioneren van GO-meters
ook de BO-meters (en de préBO-meters) niet op de juiste wijze hebben gefunctioneerd. De
bewering in uw vaststellingsbesluit, dat uw adviseurs (TNO, SodM en Mijnraad) stellen, dat
de door NAM gehanteerde seismische dreigings- en risicoanalyse geschikt is om de
veiligheidsrisico's te berekenen is aantoonbaar onjuist. Jarenlang is het veiligheidsrisico
systematisch onderschat. Hiermee is de veiligheid van Groningers jarenlang onderschat,
evenals de aantallen te versterken panden. SodM geeft klip en klaar aan, dat de (pas na
jaren geconstateerde!) fouten gevolgen hebben voor de aantallen panden met verhoogd
risico. Nog altijd is onduidelijk hoeveel en welke panden verhoogd risico lopen. Bij de
bevolking leidt dit tot grote onzekerheid over de juistheid van alle beweringen.
Het wordt als kwetsend ervaren, dat er voortdurend gesproken wordt over "gevoelens" van
onzekerheid en "gevoelens" van onveiligheid. Het gaat hier aantoonbaar niet om gevoelens,
maar om daadwerkelijke feiten, zie o.a. de rapporten van de Rijksuniversiteit Groningen. De
volksgezondheid staat door het gevoerde beleid direct onder druk.

In het vaststellingsbesluit wordt gekozen voor winningsstrategie 1 van de NAM. Er wordt


voor deze strategie gekozen vooral vanwege de populatiedichtheid. M.a.w, de risico's
worden verplaatst naar de dunner bevolkte gebieden, omdat daar het totaal aantal
slachtoffers per definitie lager ligt. Dit is onrechtvaardigheid tegenover en discriminatie van
de bewoners in die gebieden. Zij worden opgeofferd.

Volgens de Mijnraad is er sprake van "maatschappelijke ontwrichting" na een aardbeving.


Gezien de frequentie van de aardbevingen is deze ontwrichting dus permanent. Wij als OVR
constateren helaas, dat dit correct is. Als klap op de vuurpijl durft de Mijnraad te stellen, dat
de maatschappelijke ontwrichting door afsluiten van grote groepen gasafnemers in een
koude winter groter is dan na een zware aardbeving. Een zware aardbeving, die volgens een
rapport uit 2013 tot meer dan 100 dodelijke slachtoffers kan leiden, is dus meer
ontwrichtend dan een bejaarde in de kou in een verpleeghuis in Limburg?

Terecht wordt in het vaststellingsbesluit geconstateerd, dat de schadeafhandeling en


versterking te traag verlopen. Dit is al jarenlang het geval en trekt een zware wissel op de
gezondheid van de inwoners van het effectgebied.

Te voorzien is, dat de stuwmeerregeling, zoals die door de TCMG in het leven is geroepen,
het totaal aantal schadeafhandelingen tijdelijk verhogen. De overblijvende schademeldingen
zullen echter de complexere gevallen zijn, die veel tijd kosten. Door de hoge frequentie van
het aantal aardbevingen zal het aantal schademeldingen hoog blijven. Hierover zal veel
onrust blijven bestaan, met ernstige gevolgen voor de volksgezondheid en de cohesie in de
samenleving.

Als minister heeft u 2019 uitgeroepen tot "jaar van uitvoering" wat betreft de versterking. U
heeft doelbewust verzwegen, dat er een leegloop plaats vond bij de ingenieursbureaus,
zodat er onvoldoende opnames gemaakt kunnen worden. Het begin van de daadwerkelijke
uitvoering van de (versnelde?) versterking staat nu begin 2020 gepland. Ook hier zijn grote
onzekerheden over mankracht, financiering en materialen. Onderhand weten wij,
ervaringsdeskundigen, al beter: de door u nagestreefde aantallen gaan niet gehaald worden.
De onveiligheid duurt voort. Onzekerheid knaagt. Levens staan stil.

Uw streven om schadeafhandeling en versterken bij één loket onder te brengen is gedoemd


te mislukken, enkel en alleen al omdat dit juridisch niet meer mogelijk is. Het voortdurend
optuigen van nieuwe, vernieuwde, samengestelde, tijdelijke en wat-dan-ook-maar-voor-
organisaties werkt contraproductief. Veel (duurbetaalde) ambtenaren, semi-ambtenaren,
onderzoekers, (geestelijk) verzorgers, deskundigen op velerlei terrein verdienen hun brood
aan ons leed. Ook dat leidt tot onrust onder de bevolking en tot ongenoegen en boosheid.

Het geeft geen pas om aan te voeren, dat na het stoppen van de gaswinning er nog (wellicht)
jarenlang schade als gevolg van de mijnbouw zal kunnen optreden. Dat is voor iedereen wel
duidelijk. Om dit als motivatie te gebruiken om niet tot direct handelen over te gaan is
laakbaar.
Voor het gehele gaswinningsgebied is het noodzakelijk bij de winning niet meer uit te gaan
van de vraag, maar van het aanbod van laagcalorisch gas. Dat geeft algehele duidelijkheid.
Duidelijkheid, waar de inwoners van Groningen naar snakken.

Het voorstel van de OVR is om de gaswinning voor het winningsjaar 2019-2020 te beperken
tot 12bcm. Voor het daaropvolgende gasjaar 6 bcm, dan 3 bcm en vervolgens vanaf 2022
een algehele stop op de gaswinning in Groningen. Dan kan de puinhoop opgeruimd worden
en krijgen de inwoners weer perspectief. Echt perspectief.

Hoogachtend,

namens de OVR

het strategisch comité:

T. Aleven

R. van Dregt

M. Drenth

H. Paré

E. van Raalte

B. Reinders

H. Spiekman

P. Vaillant

Correspondentieadres:

Dieftilweg 4

9912 TA Leermens

en mede namens ondertekenaars van deze zienswijze op Facebook en Twitter. Deze lijst zal
later toegevoegd worden.