You are on page 1of 4

POST-SYNODALE

APOSTOLISCHE EXHORTATIE
VERBUM DOMINI
VAN DE HEILIGE VADER
BENEDICTUS XVI
AAN DE BISSCHOPPEN, GEESTELIJKHEID,
GODGEWIJDE PERSONEN
EN LEKENGELOVIGEN
OVER HET WOORD VAN GOD
IN HET LEVEN EN DE MISSIE
VAN DE KERK

INTRODUCTIE

1. “Het woord van de Heer blijft in eeuwigheid. En dit woord is de boodschap die u is verkondigd”
(1 Pet. 1:25 vg. Jes 40:8). Met deze verklaring uit de Eerste Brief van Sint Petrus, dat de woorden
van de Profeet Jesaja oppakt, vinden we ons tegenover het mysterie van God, die zichzelf kenbaar
heeft gemaakt door de gave van Zijn woord. Dit woord, dat in eeuwigheid blijft, kwam in de tijd.
God sprak dit eeuwige Woord menselijk: Zijn Woord “is vlees geworden” (Joh. 1:14). Dit is het
goede nieuws. Dit is de verklaring die door de eeuwen tot ons, vandaag, is gekomen. De Twaalfde
Algemene Assemblee van de Bisschoppensynode, die samenkwam in het Vaticaan van 5 tot 26
oktober 2008, had als thema: Het Woord van God in het Leven en de Missie van de Kerk. Het was
een diepgaande ervaring van de ontmoeting met Christus, het Woord van de Vader, die aanwezig is
waar twee of drie in Zijn naam bijeen zijn (vg. Matt. 18:20). Met deze Postsynodale Apostolische
Exhortatie antwoord ik grif op het verzoek van de Synodevaderen om aan het hele Volk van God de
rijke vruchten bekend te maken die voortkwamen uit de synodale sessies en aanbevelingen, die op
hun beurt het gevolg waren van onze werkzaamheden1. Zodoende ben ik voornemens het werk van
de Synode opnieuw te presenteren in het licht van haar documenten: de Lineamenta, de
Instrumentum Laboris, de Relationes ante en post disceptationem, de teksten van de bemiddelingen,
zowel de op de vloer van de Synode gepresenteerde als die in geschreven vorm gepresenteerde, de
verslagen van de kleinere discussiegroepen, de Eindboodschap aan het Volk van God en, bovenal,
een aantal specifieke voorstellen (Propositiones) die de Vaderen van bijzonder belang achtten. Op
deze wijze wil ik bepaalde fundamentele benaderingen van een herontdekking van het woord van
God in het leven van de Kerk als een bron van constante vernieuwing aanwijzen. Tegelijkertijd druk
ik mijn hoop uit dat het woord steeds vollediger in de kern van elke kerkelijke activiteit ligt.

Dat ons geluk volkomen mag zijn

2. In de eerst plaats wil ik de schoonheid en het plezier van een hernieuwde ontmoeting met de Heer
Jezus, die we ervaarden tijdens de synodale assemblee, in herinnering roepen. In eenheid met de
Synodevaderen richt ik mij dan tot alle gelovigen met de woorden van de Heilige Johannes in zijn
eerste brief:”Ja, het leven is verschenen, wij hebben het gezien, wij getuigen ervan en wij
verkondigen het aan u: het leven, het eeuwige, dat bij de Vader was en dat aan ons is verschenen.
Wat wij hebben gezien en gehoord, dat verkondigen wij ook aan u, opdat u met ons verbonden bent.
En onze verbondenheid is een verbondenheid met de Vader en met zijn Zoon, Jezus Christus” (1
Joh. 1:2-3). De apostel spreekt tot ons over het horen, zien, aanraken en aanschouwen (vg. 1 Joh.
1:1) van het woord des leven, omdat het leven zelf gestalte heeft gekregen in Christus. Geroepen tot
communie met God en onderling, moeten we deze gave verkondigen. Vanuit dit kerygmatische
standpunt was de synodale assemblee een getuigenis, voor de Kerk en voor de wereld, van de
immense schoonheid van de ontmoeting met het woord van God in de communie van de Kerk.
Hierom moedig ik alle gelovigen aan om hun persoonlijke en gemeenschappelijke ontmoeting met
1 Vg. Propositio 1
Christus, het woord des levesn dat zichtbaar werd, te hernieuwen, en zijn voorboden te worden,
zodat de gave van het goddelijke leven - communie – zich steeds vollediger door de wereld kan
verspreiden. Ja, het delen in het leven van God, een Drieëenheid van liefde, is volkomen geluk (vg.
1 Joh. 1:4). En het is de gave en onontkoombare taak van de Kerk om dat geluk, voortgekomen uit
een ontmoeting van de persoon van Christus, het Woord van God in ons midden, door te geven. In
een wereld die vaak meent dat God overbodig of vreemd is, belijden wij met Petrus dat hij alleen
“de woorden van eeuwig leven” (Joh. 6:68) heeft. Er is geen grotere prioriteit dan deze: het de
mensen van onze tijd wederom mogelijk maken om God te ontmoeten, de God die tot ons spreekt
en zijn liefde deelt zodat wij mogen leven in overvloed (vg. Joh. 10:10).

Van “Dei Verbum” tot de Synode over het Woord van God

3. Met de Twaalfde Algemene Assemblee van de Bisschoppensynode over het Woord van God
waren we ons bewust dat we op zekere wijze de diepste kern van het christelijke leven behandelden,
in samenhang met de vorige synodale assemblee over de Eucharistie als Bron en Hoogtepunt van
het Leven en de Missie van de Kerk. De Kerk is inderdaad gebouwd op het woord van God; ze
komt eruit voort en leeft volgens dat woord2. Gedurende haar geschiedenis heeft het Volk van God
altijd kracht gehaald uit het woord van God, en ook vandaag grotiet de kerkgemeenschap door dat
woord te horen, te vieren en te bestuderen. Het moet erkend worden dat het kerkelijk leven in de
laatste decennia hier gevoeliger voor is geworden, in het bijzonder als het gaat om de christelijke
openbaring, de levende Traditie en de heilige Schrift. Beginnend met het pontificaat van Paus Leo
XIII kunnen we zeggen dat er een crescendo aan interventies is geweest die gericht waren op een
toenemend bewustzijn van het belang van het woord van God en de studie van de Bijbel in het
leven van de Kerk3, dat uitmondde in het Tweede Vaticaans Concilie en in het bijzonder de
uitvaardiging van de Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei Verbum. De
laatste was een mijlpaal in de geschiedenis van de Kerk: “De Synodevaderen... erkennen dankbaar
de grote voordelen die dit document het leven van de Kerk heeft gebracht op het exegetische,
theologische, spirituele, pastorale en ecumenische vlak”4. In dee tussenliggende jaren zijn we ook
getuige geweest van een groeiend bewustzijn van de “drieëne en verlossinggeschiedkundige
horizon van de openbaring”5 waartegen Jezus Christus moet wordene rkend als “middelaar en
volheid van alle openbaring”6. Aan iedere generatie verkondigd de Kerk zonder ophouden dat
Christus “voltooit daarom door heel zijn tegenwoordigheid en zijn verschijnen, door zijn woorden
en werken, door zijn tekenen en wonderen, en vooral door zijn dood en glorievolle Verrijzenis uit
de doden, en tenslotte door de zending van de Geest der waarheid, de openbaring en brengt haar zo
tot volmaaktheid”7.
Iedereen is zich bewust van de grote impuls dis the Dogmatische Constitutie Dei Verbum gaf aan de
wederopleving van de interesse in het woord van Good in het leven van de Kerk, aan theologische
reflecties over de goddelijke openbaring en aan de studie van de heilige Schrift. In de afgelopen
veertig jaar heeft het magisterium van de Kerk ook talrijke verklaringen uitgegeven over deze
vraagstukken8. Door het vieren van deze Synode voelde de Kerk, bewust van haar voortdurende reis

2 Vg. TWAALFDE ALGEMENE ASSEMBLEE VAN DE BISSCHOPPENSYNODE, Instrumentum Laboris, 27
3 Vg. LEO XIII, Encycliek Providentissimus Deus (18 november 1893): AAS 26 (1893-94), 269-292; BENEDICTUS
XV, Encyliek Spiritus Paraclitus (15 september 1920): AAS 12 (1920), 385-422; PIUS XII, Encycliek Divino
Afflante Spirito (30 sepptember 1943); AAS 35 (1943), 297-325.
4 Propositio 2.
5 Ibid.
6 TWEEDE VATICAANS ECUMENISCH CONCILIE, dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei
Verbum, 2
7 Ibid.
8 Van belang onder de verschillende interventies zijn: PAULUS VI, Apostolische Brief Summi Dei Verbum (4
november 1963): AAS 55 (1963), 979-995; Motu Proprio Sedula Cura (27 juni 1971): AAS 63 (1971), 665-669;
JOHANNES PAULUS II, Algemene Audientie (1 mei 1985): L'Osservatore Romano, 2-3 mei 1985, p. 6; Toespraak
over de Interpretatie van de Bijbel in de Kerk (23 april 1993): AAS 86 (1994), 232-243; BENEDICTUS XVI,
Toespraak voor het International Congres gehouden op het Veertigste Jubileum van “Dei Verbum” (16 september
onder leidng van de Heilige Geest, zich geroepen tot verdere reflectie over het thema van God's
woord, om zo de uitvoering van de bepalingen van het Concilie te overzien, en de nieuwe
uitdagingen waarvoor die de huidige tijd christengelovigen stelt tegemoet te treden.

De Bisschoppensynode over het Woord van God

In de Twaalfde Synodale Assemblee kwamen bisschoppen van over de hele wereld bijeen rond het
woord van God en plaatsten de tekst van de Bijbel symbolisch in het midden van de assemblee, om
zo opnieuw iets te benadrukken dat we in het dagelijks leven voor lief dreigen te nemen: het feit dat
God spreekt en op onze vragen antwoordt9. Samen luisterden we naar en vierden we het woord van
de Heer. We herinnerden elkaar aan alles dat de Heer temidden van het Volk van God doet, en we
deelden onze hoop en onze zorgen. Dit alles deed ons realiseren dat we onze relatie met het woord
van God alleen kunnen verdiepen binnen het 'wij' van onze Kerk, in gezaenlijk luisteren en
aannemen. Vandaar onze dankbaarheid voor de getuigenissen over het leven van de Kerk in
verschillende delen van de wereld, die ontstonden uit de verschillende interventies op de vloer. Het
was ook roerend om de broederlijke afgevaardigden te hoorden, die onze uitnodiging om deel te
nemen aan de synodale vergadering hadden geaccepteerd. Ik denk in het bijzonder aan de
overweging ons aangeboden door Zijne Heiligheid Bartholomaios I, Ecumenisch Patriarch van
Constantinopel, waarvoor de Vaderen diepe dankbaarheid betoonden10. Verder nodigde de synode,
voor de eerste keer, ook een rabbijn uit om ons een kostbare getuigenis te geven over de
Hebreeuwse Schrift, die ook deel zijn van onze eigen heilige Schrift11.
Op deze wijze konden we met vreugde en dankbaarheid erkennen dat er “in de Kerk ook vandaag
een Pinksteren is – met andere woorden, de Kerk spreekt in vele talen, en niet alleen naar buiten
toe, dat alle grote talen van de wereld in haar vertegenwoordigd zijn, maar, dieper, net als er in haar
verschillende manieren zijn van God en de wereld ervaren, een rijkdom aan culturen, en alleen zo
kunnen we de uitgestrektheid van de menselijke ervaring zien en, als gevolg, de uitgestreiktheid van
het woord van God”12. We zagen ook een voortdurend Pinksteren; verschillende volken wachten
nog steeds op de verkondiging van het woord van God in hun eigen taal en in hun eigen cultuur.

Hoe kan ik verzwijgen dat we gedurende de gehele Synode vergezeld werden door de getuigenis
van de apostel Paulus! Het was voorzienig dat de Twaalfde Algemene Assemblee plaats had in het
jaar dat aan de grote Apostel der Naties was toegewijd op de tweeduizendste verjaardag van zijn
geboorte. Het leven van Paulus was getekend door zijn ijver voor de verspreiding van God's woord.
Hoe kunnen we niet geroerd zijn door zijn bezielende woorden over zijn missie als prediker van het
woord van God: “En ik doe alles voor het evangelie” (1 Kor. 9:23); of, zoals hij schrijft in de Brief
aan de Romeinen: “Voor dit evangelie schaam ik mij niet. Het is een goddelijke kracht tot redding
van ieder die erin gelooft” (1:16). Steeds wanneer wij het woord van God in het leven en de missie
van de Kerk overwegen, kunnen we niet anders dan denken aan de heilige Paulus en zijn leven,
gelijd in het verspreiden van de boodschap van verlossing in Christus aan alle volkeren.

De Proloog van het Johannesevangelie als gids

2005): AAS 97 (2005), 957; Angelus (6 november 2005): Insegnamenti I (2005), 759-760. Ook het noemen waard
zijn de interventies van de PAUSELIJKE BIJBELCOMMISSIE, De Sacra Scriptura et Christologia (1984):
Enchiridion Vaticanum 9, nummers 1208-1339; Eenheid en Verscheidenheid in de Kerk (11 april 1988):
Enchiridion Vaticanum 11, nummers 544-643; De Interpretatie van de Bijbel in de Kerk (15 april 1993):
Enchiridion Vaticanum 13, nummers 2846-3150; Het Joodse Volk en hun Heilige Schriften in de Christelijke Bijbel
(24 mei 2001): Enchiridion Vaticanum 20, nummers 733-1150; De Bijbel en Moraliteit. Bijbelse Wortels van
Christelijk Gedrag (11 mei 2008): Vaticaanstad, 2008.
9 Vg. BENEDICTUS XVI, Toespraak tot de Romeinse Curie (22 december 2008): AAS 101 (2009), 49.
10 Vg. Propositio 37
11 Vg. PAUSELIJKE BIJBELCOMMISSIE, Het Joodse Volk en hun Heilige Schriften in de Christelijke Bijbel (24
mei 2001): Enchiridion Vaticanum 20, nummers 733-1150.
12 BENEDICTUS XVI, Toespraak tot de Romeinse Curie (22 december 2008): AAS 101 (2009), 50.
Door middel van deze Apostolische Exhortatie zou ik willen dat het werk van de Synode en
werkelijk effect zal hebben op het leven van de Kerk: op onze persoonlijke relatie met de heilige
Schrift, op hun interpretatie in de liturgie en de catechese, en in wetenschappelijk onderzoek, zodat
de Bijbel niet slechts een woord uit het verleden zal zijn, maar een levend en actueel woord. Om dit
te bereiken wil ik de werkzaamheden van de Synode presenteren en ontwikkelen door steeds te
referen naar de Proloog van het Evangelie van Johannes (Joh 1:1-18), dat de basis van ons leven aan
ons bekend maakt: het Woord, dat vanaf het begin bij God is, dat vlees geworden is en onder ons
geleefd heeft (vg. Joh 1:14). Dit is een prachtige tekst, die ons een synthese biedt van het gehele
Christelijke geloof. Vanuit zijn persoonlijke ervaring van het ontmoeten en volgen van Christus,
bereikte Johannes, die in de traditie geïndentificeerd wordt als “de leerling van wie Jezus hield”
(Joh 13:23; 20:2; 21:7, 20), “een diepgaande zekerheid: Jezus is de vleesgeworden Wijsheid van
God, Hij is Zijn eeuwig Woord dat een stervelijk mens werd”13. Moge Johannes, die “zag en tot
geloof kwam” (vg. Joh 20:8), ons ook helpen om aan de borst van Jezus te liggen (vg. Joh. 13:25),
de bron van het bloed en water (vg. Joh 19:34) die de symbolen zijn van de sacramenten van de
Kerk. Mogen wij, het voorbeeld van de apostel Johannes en de andere begeesterde schrijvers
volgend, onszelf laten leiden door de Heilige Geest naar een steeds groter wordende liefde voor het
woord van God.

13 Vg. Benedictus XVI, Angelus (4 januari 2009): Insegnamenti V, 1 (2009), 13.