You are on page 1of 3

Hoofdstuk 1

De Nederlandse rechtsstaat

Paragraaf 1.1

1. De basis: de grondwet
Waarden zijn ideeën die mensen heel belangrijk vinden.
Normen zijn regels over hoe iemand zich moet gedragen.
In de grondwet vinden we de belangrijkste regels van Nederland. Er staan vrijheidsrechten en plichten in die
de inwoners hebben en is een basis voor alle wetten.
Nederland is een rechtsstaat omdat burgers en de overheid zich aan de wetten moeten houden.
Aan de basis van de rechtsstaat staan vier waarden:
Ieder mens heeft recht op:
- menselijke waardigheid
- leven
- gelijkheid
- lichamelijke integriteit

2. De uitwerking: drie kenmerken van de rechtsstaat


1. Machtenscheiding
De macht is zoveel mogelijk verspreid over de verschillende delen van de overheid, zodat de macht van de
regering beperkt is. Van veel macht aan één of een aantal personen is geen sprake, omdat zij er dan misbruik
van kunnen maken.
De machtenscheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht noemen we Trias Politica.
Machtsmisbruik is in Nederland dus heel lastig, omdat de algehele staatsmacht niet bij één groep ligt, maar bij
3 groepen die elkaar kunnen controleren.
2. Rechtsbescherming
De grondwet is een dun, maar erg belangrijk, boek in de rechtsstaat, waarin de belangrijkste vrijheidsrechten
van de burgers ten opzichte van de overheid zijn vastgelegd. Volgens het legaliteitsbeginsel moet de
overheid precies handelen zoals de wet voorschrijft, ieder overheidsgeweld is dus gebaseerd op de wet.
Als de politie je oppakt, moeten zij je schuld bewijzen, je hoeft je onschuld niet te bewijzen. Als de politie het
bewijs tegen een verdachte rond krijgt, maar daarbij de wet overtreedt, is er sprake van onrechtmatig bewijs
en gaat de verdachte vrijuit. Je kunt pas een straf opgelegd krijgen door de rechter als het strafbare gedrag
ook verwijtbaar is. In de volgende drie gevallen is het strafbare gedrag niet verwijtbaar:
- Ontoerekeningsvatbaarheid: op het moment van de misdaad wist de verdachte niet wat hij aan het doen
was.
- Overmacht: de verdachte kon niet anders doen dan de strafwet overtreden.
- Zelfverdediging: de verdachte moest geweld gebruiken om een directe aanval af te slaan.
3. Rechtshandhaving
De overheid heeft het geweldsmonopolie, wat betekent dat ze met geweld de rechtsorde mogen handhaven
zodat mensen zich aan de wet houden. Om de criminaliteit te bestrijden mag de overheid, afhankelijk van de
ernst van de situatie, de rechten van de burgers beperken.
De politie krijgt bij het opsporen meer bevoegdheden naarmate het delict zwaarder is.

3. De toepassing: het strafrecht


6 fasen:
1. De politie arresteert de verdachte op straat of thuis, deze moet mee naar het politiebureau
2. Verhoor, max. 4 dagen inverzekeringstelling bij zware misdrijven.
3. Huis van Bewaring, de OvJ kan de rechter-commissaris vragen om de verdachte langer in voorarrest te
houden – maximaal driemaal in een maand.
4. Voor de rechter, officier van justitie beslist:
- seponeren - het bewijs tegen de verdachte is niet rond en hij beslist om niets met de verdachte te doen
- schikken - het bewijs krijgt een transactie of boete voorgelegd (koopt dus vervolging af door te schikken
met justitie)
- vervolgen - de dader wordt voor de rechter gebracht en kan een gevangenisstraf krijgen
5. Bij vervolging gaat verdachte naar onafhankelijke rechter
- de rechter wijst de verdachte op zijn zwijgrecht
- officier van justitie leest de aanklacht of tenlastelegging voor
- de rechter het dossier helemaal door met de verdachte
- verhoren van getuigen en deskundigen door de rechter, de officier en advocaat
- de officier spreekt strafeis in het eindverhaal (requisitor) uit
- eindpleidooi
- verdachte laatste woord
- rechter uitspraak
- verdachte en officier kunnen in hoger beroep gaan
6. Als er geen hoger beroep is aangetekend, moet de straf van de rechter worden uitgevoerd. De officier van
justitie zorgt ervoor dat de straf daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
Het debat: is de machtenscheiding absoluut?
Volgens sommige politici vraagt de macht van de rechter toch om een politieke tegenmacht. De rechters
straffen soms lager dan de bedoeling van de wet was.

Menselijke waardigheid, leven, gelijkheid en lichamelijke integriteit zijn de basiswaarden van de rechtsstaat.
Ze zijn uitgewerkt in drie principes van de rechtsstaat: machtenscheiding, rechtsbescherming en
rechtshandhaving. In het Nederlandse strafrecht zijn die principes toegepast.

Paragraaf 1.2

De geschiedenis
Voor de revoluties