BLEHH!!

BLEH!!!

1

In mijn hoofd zit het idee geworteld dat mijn kijk op kunst onnodig besmet is door de realiteit van alle dag. Hierdoor krijg ik vaak het gevoel: “wat moet ik ermee, wat kan kunst nou doen”. Je gaat naar een museum, volgt een lezing, kijkt een documentaire, hoort een docent. Vaak denk ik “BLEH, wat een poeha”. De kunstwereld lijkt wel eens te suggereren dat het de redding voor de mensheid is, de hoop in bange dagen of MEER dan ‘the average joe’, “KIJK ONS”! Wat is er nou in vredesnaam gered dankzij kunst?! Bijna alle maatschappelijke problemen of menselijk trekken zijn ondanks alle utopie creërende modernisten nooit uit het systeem verdwenen. Na de gruwelijkheden van ‘la guernica’ zitten we nog steeds met oorlogen. Wat levert kunst mij op in een wereld waar ik geleid word door directheden van het dagelijkse bestaan? Alles is of lijkt direct van nut te zijn, is direct toepasbaar. Oorzaak en gevolg, je doet wat en dat levert wat op en daar kan je weer wat mee etc. Hoe zit dat dan met ‘kunst’? INHOUDSOPGAVE: -Inleiding -Inhoudsopgave -Introductie -Gilles Deleuze -Conclusie -Marjolijn de Wit

2

Introductie: Van arbeid tot ambacht; naar secularisatie en persoonlijke expressie. Van utopie creërende en maatschappelijke of taboe doorbrekende vormen naar een wirwar van stijlen, mogelijkheden, vormen en multimedia. In alle bovenstaande metamorfoses en iedere andere metamorfose die daar nog tussen gepast kan worden, zet de opkomende vorm zich af tegen of borduurt verder op de voorafgaande vorm. Dat zadelt mij op met een abstract postmodern gevoel. In deze vorm speelt economie -ofwel de staatshuishoudkundige leer van maatschappelijke verschijnselen voorzover zij betrekking heeft op het streven naar welvaart van de mensnog steeds de grootste rol. Het beheerst het dagelijks leven, is oppermachtig en onontkoombaar. Het lijkt er op dat kunst niet zozeer vernieuwend is maar vast zit in de economische realiteit. Ik stelde mij de volgende vragen: Moet kunst illegaal zijn om, als een (of bedoel je de enige?) van de overgebleven contradicties, verder te kunnen gaan dan voorgangers? En of: Moet kunst illegaal zijn om het op te kunnen nemen tegen een door de economie geregeerde democractie? Volgens de Dikke van Dale betekent het woord illegaal: il·le·gaal2 (bn.) 1 onwettig <=> legaal 2 strijdend tegen een niet-erkende heerschappij Maar wat betekent dat voor de kunst? Als je illegaal werkt zou dat kunnen betekenen dat je zonder steun van subsidies van de staat of anderen moet werken, je geen vat hebt op je publiek en je niet direct in galeries of musea komt te hangen. Dat kan strafbaar zijn, met de gevolgen van dien volgens de regels van de samenleving waarin we ons begeven. In deze vorm heeft de kunst zich eerder begeven, onder andere in de vorm van Graffity Scene. Deze is uitgemolken door de diverse multinationals. Om nog maar niet te spreken over de onlangs opgekomen decoratiekunst van door platenlabels naar voren geschoven PIMPS of pooiers met hun HO’S. Deze kunst spreekt de jeugd massaal aan en heeft al diverse stijlen

3

heeft gekend, zoals de ‘bling’ of het ‘pimpen’. Maar denk ook aan de vele kraakpanden die dienen als werkstudio’s of galeries. Toch, de heersende en snel voortbewegende wereldmarkt krijgt vroeger of later grip op alles wat aanspreekt in welke vorm dan ook. Esthetisch of gemaakt lelijk, ethisch of onverantwoord (marketing /anti marketing). Nee, illegale kunst is wat je in je stoute dromen en achter gesloten deuren zegt, maar wat je, bewegend in onze pseudodemocratie, angstvallig verborgen moet houden om eventuele uitsluiting of ongewenste stempels te voorkomen. Ik gebruik het woord illegaal om te onderstrepen dat het verder moet gaan dan alleen voortborduren op vorige stijlen, kunstenaars of stromingen. Hoe vind je als kunstenaar je weg in een conglomeraat van multinationals, filosofische tegenstellingen en politieke leugens? Misschien moet ik mijn vraag herzien. Is kunst op zijn plaats in onze westerse maatschappij? Zo ja, wat is de waarde van de kunst? Gilles Deleuze Citaten van Nietzsche over waarde of waardeloosheid, het ontbreken van doelen, religie, ideologieën of eigen geloof zouden mij dan tot een nihilist maken. Ik weet niet waar ik mijn geloof in moet storten of waar ik waarde aan moet hechten. Kunst probeert te communiceren met haar publiek, maar ik vraag me af waar dat op uitdraait. Iemand die hierover schrijft is Felix de Quatari. Hij ziet kunst als hoop voor de westerse wereld. Door het lezen van deze onnavolgbare antroposoof kwam ik bij Gilles Deleuze terecht, een filosoof. Zijn quote “Ik ben een parasiet, ik borduur vanuit mijn eigen opvattingen slechts door op waar andere filosofen zijn opgehouden” sluit naadloos aan bij mijn introductie. De filosofie van Deleuze lijkt ingewikkeld door de breedte van zijn denkwereld. Het is een zeer breed toepasbare filosofie maar daardoor geenszins alles verklarend. Eenduidigheid bestaat niet voor Deleuze. Zijn filosofie is gebouwd op het concept van onderlinge verbindingen, de stromingen daar tussen en de mogelijkheden die daar het gevolg van zijn. Naar voren en naar achter lopen is één en hetzelfde, namelijk beweging. Dus naar links, rechts en tussendoor lopen is dat ook. Hij gaat onhiërarchisch te werk er is geen leider voor zijn ‘onderdanen’ (of bedoel je zijn volgers?). Een veel terugkerende term hiervoor is Rizoom. Letterlijk 4

betekent dit woord ‘wortelstok’, wat je zou kunnen uitleggen als het groeien van gras, het groeit overal tegelijkertijd heen het heeft geen eenduidige richtlijn en dus alle vrijheid. Het is een denkbeeld dat staat tegenover filosofische ideeën als het Rationalisme. Deze denktrant gaat er van uit dat de waarheid slechts gevonden kan worden door middel van rede en feitelijke analyse. Het Essentialisme gaat er van uit dat het in ieder geval theoretisch mogelijk is voor ieder wezen een lijst karakteristieken samen te stellen waardoor het tot een bepaalde groep behoort. Deleuze ziet de mensheid meer als nomaden: de individu opereert binnen een ‘subgroep’, of, zoals hij ook wel zegt in ‘tribals’. Binnen deze groepen bestaat de mogelijkheid jezelf te verplaatsen, niet alleen in territoriaal opzicht maar ook van groep naar groep of zoals bijvoorbeeld op internet. Plekken waar je je heen beweegt hoeven dus niet van fysieke aard te zijn. Je vermengt je met de andere leden en leert via hen ook weer anderen kennen. Alles is meervoudig en altijd in beweging. Er zijn geen op zichzelf staande onderdelen of entiteiten, alles bestaat en functioneert uitsluitend in verband met andere in bewegende zijnde elementen. En, waar in dit continuüm van informatie stroming twee elementen samenkomen, vind er een onderlinge beïnvloeding plaats, of zoals Deleuze het noemt, ‘besmetting’: de twee elementen gaan een verbinding aan van waaruit weer nieuwe stromingen en verbindingen mogelijk zijn. Er zal nooit één absolute feitelijkheid ontstaan. Hij legt dit uit door de vouw te vergelijken met de lijn en met de punt. Je vouwt (bijvoorbeeld een papier) en maakt van één twee door een grens te creëren door middel van deze vouw. Tegelijkertijd leg je beide delen op elkaar en besmetten ze elkaar. Door deze besmetting ontstaan uit bestaande beelden (betrekking op beeldende kunst) nieuwe beelden, herkenbaar, maar geenszins directe kopieën van het origineel. Door de eeuwige en universele wisselwerking is er geen plaats of mogelijkheid voor hiërarchische rangordes omdat daarin een objectieve meerwaarde van het ene element boven het andere wordt aangebracht. Of te wel, een persoonlijk stempel die vertelt hoe de rest zijn werk moet doen (dit heb ik en dit MOET het worden). Deleuze ziet in deze doorlopende stroom oneindige potentie en mogelijkheden. De wereld is een netwerk dat zich blijft vernieuwen en uitbreiden. Het concept zoals Deleuze dat beschrijft, is het gebied tussen twee gegevens waar de mogelijkheid van ‘oorzaak en gevolg’ interpretatie bestaat en dus functioneert als een schakel tussen twee entiteiten om hun essentiële besluiteloosheid te overbruggen. Het ‘actuele’ (de tastbare, werkelijke en 5

observeerbare wereld) is volgens Deleuze het gevolg van imperfect samenwerkende schakels. Want veranderingen komen niet voort uit een harmonieuze duidelijke beweging naar een doel, maar komen voort uit niet vastliggende en onbekende onderliggende verschillen tussen die schakels. Op de scheidslijn tussen deze actualisatie en de virtuele wereld ligt een gebied van tomeloze mogelijkheden. Bij een grens komen twee verschillende delen bij elkaar en door de onderlinge uitwisseling en de niet van te voren vast te stellen uitkomst is het een zeer dynamische plek. Ook dit is vrijwel in iedere werkvorm toepasbaar. Conclusie Feit is dat ik met een vraag kan komen en dat een antwoord zal niet in staat zijn om een allesomvattend en eenduidige oplossing te leveren. Als er geen antwoorden zijn, zijn er dan eigenlijk nog wel vragen? Natuurlijk zijn er vragen maar ieder antwoord leid weer tot nieuwe vragen. Vergelijkbaar misschien met de vouw je hebt een vraag daar plak het anwoord bovenop en een nieuwe vraag ontstaat... Waar ik veel waarde aan hecht zijn de spanningsvelden die je voelt als je werkt of heel soms als je werk ziet of hoort. Je begeeft je dan midden in het spanningsveld en voelt verandering of vrijheid. Het kan er zelfs voor zorgen dat alles ineens duidelijk word en ineens weer is verdwenen. Spanningsvelden zijn slechts tijdelijk op een plek. Deze spanningsvelde bewegen zich grenzeloos en vrij van ideologieën. Misschien is dat al wel illegaal genoeg. Met de pakken neer gaan zitten als de trein met het spanningsveld vertrekt hoeft dus ook niet, want zonder dat je er bewust van bent, zul je ze vanzelf tegenkomen in en door tijd en keuzes. Op de vraag of kunst op zijn plaats is in onze maatschappij zou ik kunnen antwoorden dat kunst geen direct doel heeft. Kunst maakt geen dienst uit van geloof, ideologie of economie. Deze structuren maken de kunst wel onderdeel van hun eigen geheel. Als een soort symbiont zullen deze twee zich onophoudelijk met elkaar in interactie zijn als schepper en vernietiger. Al jaren worstel ik met het probleem ‘poeha’ in de kunst en “waar doe ik het nou voor?”. Ik ben in november 2005 gestart met het maken van aantekeningen. Het lezen van Kees Vuijk riep bepaalde vragen op waar ik eerder niet erg bij stil gestaan had. Onder andere over de waarde van kunst. Die vragen gillen om antwoorden die, zoals ik ook al eerder in mijn conclusie beschrijf, niet eenduidig te beantwoorden zijn.

6

In mijn ogen zijn poëzie en geld (om kunst en economie even banaal te benoemen) dingen die niet samen gaan: geld is zo onethisch als je dat afschildert als waarde van een droom. Een goede gesprekspartner (Derk Albers, fotograaf student inmiddels afgestudeerd aan de accedemie in Den Haag))heeft me de ogen geopend. Na het lezen van zijn essay en het zien van de video over de theorie van Gilles Deleuze heb ik de wereld van de kunst en vooral het maken ervan en de spanning delen (hetzij over eigen werk hetzij kijken naar andermans werk) als een welkom “iets” omarmd. De worstelingen en frustratie blijven maar....BRING ‘m ON Kip Lees op de volgnde pagina over marjolij de wit die ik aan mijn essay verbind

7

Marjolijn de Wit Tot slot wil ik een kunstenares bij mijn verslag betrekken die door middel van Deleuzes theorie bekeken kan worden.

Afb # 1 olieverf op doek, niet getitled Als je kijkt naar de schilderijen van Marjolijn zie je dat ze uitgaat van de bestaande wereld. Met figuratieve middelen componeert (of haast collageert) ze toch een niet vertrouwt (vervreemdend) uitziend beeld. Waar komt dit door? Marjolijn mengt diverse culturen en landschappen met elkaar. Ook houdt ze dit niet binnen een periodiek systeem. Vanuit alle tijden worden beelden ontleend. In afbeelding 3 zie je een grot met een televisie een kroonluchter. Door de twee huiselijke attributen die ze gebruikt tovert ze de grot haast om in een onnatuurlijk huiselijk tafereel, inclusief voortuin:). Een quote die de kunstenares op haar site luidt:

„The boundaries between this world of nature and the world of artifice, the world of things we have made, are no longer very clear. Are the cows and crops we breed, the fields we cultivate, the genes we splice, natural or unnatural?”

8

Afb # 2 olieverf op doek, niet getitled Deze quote, van Richard White, een milieuhistoricus, komt uit een Amerikaans artikel over de mens en zijn natuur en de gevolgen die dit duo voortbrengt. (http://www.marjolijndewit.nl/index.php?pageID=6&&itemID=2 ) Je zou dit aan de hand van Deleuze’s theorie over de vouw kunnen bekijken. De besmetting die plaats vind tussen mens en natuur. Toch brengt Marjolijn een bepaalde hiërarchie aan. Je ziet in haar werken dat het natuurlijke boven het menselijke uitkomt. Zij laat besmetting ontstaan, niet uit een chaos waarin alle deelnemers onderdeel zijn van de besmetting maar als een statement binnen haar werk. Alsof het de planten zijn in de schilderijen die het voor het zeggen hebben.

9

Afb # 3 olieverf op doek, niet getitled Ik ben gefascineerd door de drang van mensen de dingen te willen beheersen. Met behulp van knipsels, takjes en andere gevonden materiaal ontwerp ik driedimensionale collages. Naast dat het zelfstandige werkjes zijn, vormen dit de scenario's voor mijn schilderijen. Er ontstaat zo een samengestelde werkelijkheid die een onttoverd Utopia verbeeldt. Het zijn door mensenhanden gevormde werelden die verwilderen, overwoekerd raken. De cultuur wordt door de natuur bedreigd en vice versa. Marjolijn de Wit

10