����������

FACULTAIR MAGAZINE VOOR GEESTESWETENSCHAPPEN JAARGANG 3 NUMMER 1 FEBRUARI 2007

GROOT RELIGIENUMMER:
‘ON FIRE FOR JESUS’ BINNENKIJKEN BIJ EEN CHRISTELIJK STUDENTENHUIS MOSLIMA ILSE-SAFFIYAH MOUW

1

INHOUD
3 Redactioneel 4 Voor alles een voorschrift. Ilse voelt zich prettiger als moslim.
Frank Beijen

16 En God zag dat wetenschap goed was Over weten en niet weten: de spagaat tussen wetenschap en religie
Kirsten Nijhof

6 Column
Eline Stiekema

18 Agenda 19 Het Groot Archief der Scripties
Karlijn van de Graaf

6 Redactiecolumn
Kirsten van Ierland

20 Proza

7 ‘On fire for Jesus’
Kirsten van Ierland & Else van Nieuwkerk

Beestjes in de grond
Donata van der Rassel

9 Wat komt er van alfa’s terecht?
Joris Kreutzer

22 Remko Littooij wil meer feedback van studenten
Geert Jan Hahn

Studentassessor Geesteswetenchappen staat aan basis nieuwe faculteit

10 ‘Religie is niet heilig’
Claudine Driesser

24 Mijn studie, jouw studie: Theologie (I)
Jaap Faber

12 Van klooster naar studentenhuis
Else van Nieuwkerk

14 Twijfelende twintigers Quarterlifecrisis door een teveel aan keuzes
Marieke Dijkman

Geestdrift is een onafhankelijk magazine voor de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht. De redactie bestaat uit studenten. Het blad wordt financieel ondersteund door de faculteit. Geestdrift verschijnt vier keer per jaar en is gratis te verkrijgen bij de verschillende gebouwen van de faculteit.

����������
2

Redactie: Frank Beijen (hoofdredactie, 06-28428128) / Wieke Bruinsma / Marieke Dijkman / Claudine Driesser / Karlijn van de Graaf / Geert Jan Hahn / Kirsten van Ierland / Else van Nieuwkerk / Joyce Sint Nicolaas. Redactieraad: Ellen Leijten / Remko Littooij / Menno Wiegman / Marieke Wildeman. Vormgeving en illustraties: Sanne Veenhuijzen. Druk: Zalsman, Zwolle. Aan dit nummer werkten mee: Jaap Faber / Joris Kreutzer / Kirsten Nijhof / Donata van der Rassel / Eline Stiekema. Adres: Drift 8, 3512 BS Utrecht Website: www.let.uu.nl/geestdrift E-mail: geestdrift@let.uu.nl

ZIN
Redactioneel Of je nu gelooft in God, Allah, jezelf, niets of zomaar ‘iets hogers’; een fijn leven willen we allemaal. Terwijl bepaalde politici nogal geringschattend spreken over ‘gelukszoekers’, kan niemand ontkennen dat hij er een is. De wereld is ongrijpbaar en daarom zoekt iedereen naar houvast in zijn manier van leven. Is je leven geslaagd als je heel veel leuke momenten beleeft, als je veel mensen helpt of als je goed naar de regels leeft? Mag je ontevreden zijn met je leven als het zo slecht nog niet is, en hoe kun je gelukkiger worden? Met deze Geestdrift zoomen we in op een thema waar niemand buiten kan: religie en zingeving. Laat dit nu net een onderwerp zijn dat onze nieuwe faculteitsgenoten van Wijsbegeerte en Godgeleerdheid bestuderen. Geestdrift organiseerde een discussie over wetenschap en religie: hoe zijn ze met elkaar te rijmen? De redactie ging naar de Alphacursus en ontmoette daar dwalende schapen die zich in het christendom willen bekwamen. Else van Nieuwkerk bezocht het mooiste christelijke studentenhuis van Utrecht. Frank Beijen interviewde IlseSaffiyah Mouw. Deze voormalige christen voelt zich meer happy als moslim, ondanks de vele nare opmerkingen waar ze op straat mee wordt geconfronteerd. Jaap Faber bezocht voor zijn rubriek ‘Mijn studie, jouw studie’ onze faculteitsgenoten van Theologie. Marieke Dijkman onderzocht het fenomeen quarterlifecrisis. Veel jonge mensen worstelen met de zin van hun leven, maar er is een voordeel: mensen met een quarterlifecrisis blijken halverwege hun leven niet meer zo te tobben.Op de witte prozapagina’s beschreef Donata van der Rassel een begrafenis van een vader vanuit een bijzonder perspectief. We hopen dat deze Geestdrift je minstens een klein beetje kan inspireren om je geluk te zoeken. De redactie

INTERVIEW

VOORZICH PRETTIGER ALS MOS ALLES EEN ILSE VOELT
Door Frank Beijen

Sinds twee jaar is Ilse-Saffiyah Mouw (23) moslim. Ze probeerde allerlei kerkstromingen uit, maar toen ze zich verdiepte in de islam “voelde dat als thuiskomen”.
Ilse-Saffiyah wordt regelmatig op haar geloof aangesproken. “Vooral als mensen zien dat ik blauwe ogen heb, krijg ik vreselijke dingen naar mijn hoofd geslingerd. Soms hoor ik iemand ‘landverrader’ naar me roepen. Buschauffeurs wachten soms expres een tijdje voordat ze de deur openen. Ik heb wel klachten ingediend, maar dat helpt niet. Ze weten niet dat wij ook gevoel hebben.” Ilse groeide op in Beekbergen, bij Apeldoorn. Nadat ze haar vwo had afgemaakt, koos ze voor Taal- en Cultuurstudies in Utrecht. “Ik ben erg geïnteresseerd in religie en cultuur. Iets minder in talen. Ik koos voor Arabisch als hoofdtaal.” Ze is christelijk opgevoed, maar voelde zich in die religie niet thuis. “Ik voelde me alleen op zondag christelijk, als ik naar de kerk was geweest. Ik heb het idee dat veel christenen verder niet echt naar hun geloof leven. Zij zien het christendom als een soort ANWB: je gebruikt het als je het nodig hebt.” Toen Ilse in Zeist ging wonen, is ze zich gaan verdiepen in allerlei kerkstromingen, van losjes tot streng. Op een gegeven moment kwam ze via internetpagina’s veel te weten over de islam. “Ik kwam op een forum in contact met een Marokkaans meisje, dat nog steeds een goede vriendin van me is. Ze nam me mee naar een moskee. Het voelde alsof ik thuiskwam.” Parel “Waar ik me in het christelijk geloof niet in kan vinden, dat is de positie van God. Je hebt de vader, Jezus en de heilige geest. De drie-eenheid maakt het niet duidelijk tot wie je moet bidden. Daarnaast is de Bijbel niet gericht op het dagelijks leven. Er staan veel voorschriften in die niet worden nageleefd. Er staat bijvoorbeeld in dat de vrouw het hoofd moet bedekken, maar dat brengt niemand in de praktijk. In de islam vind ik voor alle situaties een voorschrift. Er zijn smeekgebeden voor allerlei gebeurtenissen, van menstruatie tot gemeenschap. Vijf keer bidden per dag is belangrijk, net als het dragen van een hoofddoek voor een vrouw.” “Vrouwen worden in de islam als zeer waardevol gezien. Een uitspraak van de profeet is: de vrouw is als een parel die bedekt moet worden. Ik zie de omgang met vrouwen in de islam als een soort tegenhanger van de westerse blik op vrouwen. Toen ik jonger was, was ik onzeker over mijn uiterlijk. Dat heeft ook te maken met de manier waarop naar vrouwen gekeken wordt. Ik heb een aantal keren meegemaakt dat een Nederlandse vrouw voor het eerst een sluier aantrekt die het hele lijf bedekt. Vaak zeggen ze dan: ‘Dit voelt heerlijk, ik ben helemaal bedekt.’ Dat zegt wel iets over hoe naar vrouwen wordt gekeken.” Geloofsbelijdenis In de afgelopen vijf jaar zijn veel Nederlanders bekeerd tot de islam. “Het ziet er inderdaad uit als een trend. Veertig jaar geleden werden mensen die zich niet zo prettig voelden in de maatschappij hippie, nu worden ze misschien moslim. Al is ‘trend’ niet het goede woord, want de meeste mensen die zich bekeren, zullen dat niet terugdraaien.” Twee jaar geleden legde Ilse in het bijzijn van twee getuigen de shahadah af, de islamitische geloofsbelijdenis. Daarin verklaarde ze dat er maar één god is en Mohammed zijn profeet. Sindsdien draagt ze haar islamitische tweede naam, Saffiyah. Dat ik moslim werd, vonden mijn ouders in het begin niet erg. Ze dachten dat het een bevlieging was. Nu vinden ze het veel moeilijker, want sinds driekwart jaar ben ik meer consequent. Ik draag nu ook thuis een hoofddoek, eet geen varkensvlees meer en doe aan de ramadan. Ik ben ook getrouwd met hoofddoek. Mijn moeder zei: het is de mooiste dag van je leven, hoe kun je er dan zo bijlopen?” “Met mijn man ben ik al zes jaar samen, sinds we op de middelbare school zaten. Zijn familie is veel begripvoller. Ik kreeg hele lieve reacties op het feit dat ik moslim werd. Zij zien in dat ik al een poos zoekende was, en dat is nu weggevallen.” Webwinkel “Mijn man zit in het laatste jaar van zijn studie Informatiekunde. Hij is niet islamitisch, maar hij voelt zich goed thuis bij islamitische vrienden. Wat erg belangrijk is, is dat we dezelfde normen en waarden delen. Als hij elke dag op de bank een paar biertjes zou drinken, zou dat moeilijk voor

‘Zij zien het christendom als een soort ANWB: je gebruikt het als je het nodig hebt’
4

N VOORSCHRIFT SLIM
F O T O G R A F I E L I N D A VA N A A LT E N

mij zijn. Gelukkig dronken we allebei al voor mijn bekering geen alcohol. Als ik later kinderen krijg, wil ik ze ‘open’ opvoeden. Ze moeten van alle culturen iets meekrijgen en zelf beslissen welke religie ze willen aanhangen. Wel wil ik ze de islamitische geloofsbelijdenis laten afleggen.” “Een voorschrift dat ik niet altijd toepas, is het verbod om de hand van een man te schudden. Volgens de Koran is lichamelijk contact tussen mannen en vrouwen buiten de eigen familie verboden. Ik heb een stichting die opkomt voor weeskinderen in Marokko, en die heeft een aantal Nederlandse

‘Mijn moeder zegt: het is de mooiste dag van je leven, hoe kun je er dan zo bijlopen?’

sponsoren. Het zou moeilijk zijn als ik me niet aan hen zou aanpassen. Het gaat erom dat ik mijn eigen toepassing van het geloof kan verantwoorden. Bovendien is handen geven voor mij veel minder een issue dan voor Marokkaanse meiden. Zij hebben hun hele leven nog nooit de hand van een man geschud. Voor hen zou dat een veel grotere gebeurtenis zijn dan voor mij, omdat ik dat jarenlang gedaan heb.” “Naast de stichting ben ik een webwinkel voor islamitische kleding begonnen. Zoiets bestond nog niet. Ik merkte dat veel meiden niet zo makkelijk winkels binnenstappen die deze spullen verkopen. Dat had ik zelf ook. Bovendien zijn dat soort winkels er alleen in de grotere steden. Mijn winkel is een uitkomst voor Nederlandse vrouwen, die vaak niet weten welke soorten sluiers er zijn. Ongeveer zeventig procent van de bestellingen staat op een Nederlandse naam. Marokkaanse vrouwen kopen deze kleding meestal als ze op vakantie zijn in Marokko. Ik importeer de kleding uit Egypte.” Taak Ilse-Saffiyah is actief in de islamitische gemeenschap in Zeist. Vanuit die groep gaat ze vaak in dialoog met christenen. Ze is optimistisch over de derde generatie moslims in Nederland. “Deze generatie is pas de eerste generatie die het goed kán doen. De eerste twee generaties hadden nog te veel taalproblemen. Er ligt een taak voor moslims om zich in te zetten voor

de maatschappij. Sommigen vallen nog steeds tussen wal en schip bij gebrek aan voorzieningen en stageplaatsen, maar veel van mijn zusters studeren aan een universiteit of hbo. Over anderhalf jaar wil de tweedejaars studente een masteropleiding bij Theologie gaan volgen. “Ik wil niet alleen de islam bestuderen. Ik vind het interessant om religies van bovenaf te analyseren. Na mijn studie wil ik beleidswerk doen, of misschien politiek actief worden. Sinds een jaar ben ik lid van de SP.” “Als mensen op straat iets naar me schreeuwen, ga ik daar niet tegenin. Bij kleine opmerkingen zeg ik soms wel wat terug, en dat leidt vaak tot een gesprek. Na afloop zegt iemand dan: ‘Dit is voor het eerst dat ik met een moslim heb gepraat.’ Ik weet zeker dat veel angst voor moslims voortkomt uit onwetendheid.” Twee keer Ilse-Saffiyah op internet www.darelhouda.nl Hollandse Stichting voor Weeskinderen Weesouderen in Marokko www.awrah.nl Online winkel voor hoofddoeken en sluiers
5

REDACTIE COLUMN Geloof of niet geloof

GODVRUCHTIG
Door Eline Stiekema

Door Kirsten van Ierland

7 september 1990 “Zeg maar: Onze Lieve Heer, ik ga nu lekker slapen.” “Onze Lieve Heer, is dat God?” “Ja, Onze Lieve Heer en God, dat is hetzelfde.” “Ként hij mij dan?!” (Uit de aantekeningen van mijn moeder) Toen ik klein was, werd ik regelmatig meegesleept naar de kerk. Ik ben geboren Utrechtse en deze kerk was dan ook de Domkerk. Op mooie dagen stonden de toeristen al klaar als we aankwamen, meestal voorzien van enorme camera en korte broek. Ik geloof dat ik toen nog dacht dat die mensen bij de entourage van iedere kerk hoorden. Niet zomaar een kerkje dus, waar ik mijn eerste stapjes zette op wat de weg naar God had moeten worden. Het begon met kleurplaten van Mozes en koning David, die ik kon inkleuren in de crèche die was gevestigd in een achterafkamertje, samen met andere kinderen die de dienst weleens zouden kunnen verstoren. Toen ik wat ouder was, ging ik naar de kindercatechese. Ik knutselde bijbelse huisjes, of probeerde dat in elk geval, wat er meestal op uitdraaide dat mijn moeder onchristelijk vloekend de knutselwerkjes voor me in elkaar priegelde. We voerden de welbekende kerstmusical op, waarin ik de rol mocht spelen van het arme meisje dat uitgelachen werd door dorpskinderen en werd gered door de hoofdpersoon.We gingen naar het museum en pannenkoeken eten. Rond de kerstdagen stond er een enorme houten kerststal die heel geschikt was met verstoppertje. Allemaal hartstikke leuk. Maar wat het nou precies met God te maken had, dat wist ik nooit helemaal precies. Het kon me ook eigenlijk niet schelen. Ik had gewoon lol in de kerk. Ik zong in de kindercantorij, maar dat bleek geen succes vanwege mijn tegenzin om de Koralen van Bach uit mijn hoofd te leren. Wel kon ik nog mooi even het jaarlijkse uitje van het kinderkoor meepakken, want dat was zwemmen, en dat was natuurlijk altijd leuk. Toen ik wat ouder werd, mocht ik de kleine kinderen in de crèche begeleiden bij de kleurplaten. Daar leerde ik door schade en schande dat kindjes die zeggen dat ze moeten plassen, daar geen vijf minuten mee kunnen wachten omdat dat jou beter uitkomt. Mijn godvruchtigheid maakte nog even een kleine opleving door toen ik als bakvis van dertien viel voor een jongen die ook regelmatig in de kerk kwam, maar daarna hield het eigenlijk nogal op. Soms sleepte ik me nog met tegenzin naar de crèche omdat ik nou eenmaal op het rooster stond, en met Kerstavond propte ik me braaf met honderden andere mensen in de banken. Maar ik voelde er eigenlijk nooit zoveel bij. Ik zou wel willen dat ik echt kon geloven, zoals sommige andere mensen. Maar het lukt me niet. Mijn gelovige opvoeding heeft niet aangeslagen. Ik ben een overtuigd aanhanger van het “Ietsisme”: “Ik geloof wel dat er iets is, ja”, antwoord ik als me gevraagd wordt of ik in God geloof. Ik ben eigenlijk terug bij mijn reactie van zestien jaar geleden: “Ként hij mij dan?!”

Ik vind geloof prachtig. Als ik gelovige mensen hun ogen zie sluiten en met al hun ziel en zaligheid een praise zie zingen, dan ben ik stiekem een beetje jaloers. Wat een troost, een liefde en een sterkte gaat er van het geloof uit. Maar telkens als ik de hand van God begin te zien in al die keren dat ik met het geloof in aanraking kom - een gelovige oma, Amerikaanse vriendin, schoonfamilie - beginnen tegelijkertijd mijn tenen te krommen. Hoezo letterlijk naar de Bijbel leven? Voor mijn wetenschappelijke brein blijft de Bijbel een boek dat geredigeerd is door de kerk en niet door God. Ik kan me niet vinden in regeltjes als geen seks voor het huwelijk of niet werken op zondag. Ik kan God niet zien als een barmhartige God, maar wel eentje die homoseksuelen uit zijn hemel weert. In discussies met vrienden kom ik erachter dat zij er hetzelfde over denken. We geloven allemaal dat er meer is tussen hemel en aarde. We willen er alleen niet het labeltje “God” op plakken vanwege de negatieve connotaties. Maar tegelijkertijd blijft het geloof ons trekken. “Misschien wil ik toch wel een keertje naar de kerk.” “Ja,” antwoordt mijn vriend, “met een homoseksuele dominee!” Als dat zou kunnen…
6

“ON FIRE FOR JESUS”
EEN ALPHA-CURSUS. DAT HEBBEN WIJ ALFA’S NIET NODIG ZOU JE DENKEN. MISSCHIEN DAT IEDEREEN DAAROM ALTIJD ZO SCHICHTIG DE MAN ONTWIJKT DIE FLYERS UITDEELT OP HET CIM? DE MEESTE VAN ONS HEBBEN DÉZE KENNIS ECHTER NOG NIET. HET IS NAMELIJK EEN GELOOFS- EN BIJBELCURSUS VOOR BEGINNERS. EEN VERSLAG OVER EEN AVONDJE ALPHA VANUIT EEN WERFKELDER AAN DE KROMME NIEUWEGRACHT.

Door Kirsten van Ierland & Else van Nieuwkerk
Nummertje 48: You’re all I want. You’re all I ever needed. Here I am longing for you. Nee, geen Sky Radio hier, het is de praise aan het begin van de lezing. “Een lezing die zal gaan over hoe je de stem van God kunt horen”, vertelt voorganger Erik Munneke. “Vervolgens zullen we de groep opdelen in gespreksgroepjes om de onderwerpen uit de lezing verder te bediscussiëren.” Erik is degene die ruim vijf jaar geleden deze alpha-cursus is begonnen. De cursus duurt tien avonden. Later kwam uit de cursus ook een gemeenschap voort: de Studentenkerk. Erik begint de lezing. Hij vertelt dat je via de Bijbel de stem van God kunt horen. “Wanneer je naar de Bijbel leeft, is dat een verrijking en juist geen beperking”, zegt Erik. Maar leven naar de Bijbel heeft wel bepaalde consequenties. “Trouwen met een niet-christen mag niet. Dat staat er letterlijk in.” Hij leest een aantal bijbelpassages voor ter illustratie. “Voordat je trouwt, moet je er dus voor zorgen dat je zeker weet dat je vriend of vriendin echt christen is. gebeurd, zo vertelt deelneemster Paulina Born (19, eerstejaars TCS). “Een aantal van ons kon ineens in tongen spreken en Erik kreeg profetieën door van God.

“ERIK KREEG PROFETIEËN DOOR VAN GOD”
Ik werd daar best door overvallen, zelfs als christen. Ik kan me voorstellen dat het voor niet-gelovigen helemaal heavy was.” Na de lezing is het tijd voor koffie met zelfgebakken cake. In het werkgroepje geven enkele deelnemers verlegen aan dat zij ook de stem van God hebben gehoord. Sommige voorbeelden zijn best overtuigend. Het zijn voorbeelden van allerdaagse dingen, zoals het weer gaan werken van een TomTom of het ontvangen van extra licht om te kunnen studeren. “Vandaar ook onze slogan”, zegt Erik lachend: “ Er is meer tussen hemel en tentamen.” “De cursus is vooral zeer geschikt voor mensen zonder christelijke achtergrond”, meldt de flyer. Maar, zo zegt Paulina: “In het begin was het inderdaad nog heel toegankelijk voor niet-gelovigen, nu wordt dat wat minder.” De deelnemers zijn ook grotendeels gelovig of zoekende. Een deel van de niet-gelovigen is inmiddels bekeerd. “Maar we hebben ook een deelneemster gehad die de cursus drie keer heeft gevolgd en nog steeds atheïstisch is. Zulke deelnemers zijn ook welkom”, aldus Erik.

EEN DEEL VAN DE NIET-GELOVIGEN IS INMIDDELS BEKEERD
Soms zeggen mensen dat ze christen zijn, maar blijkt uit hun gedrag wel anders.” Hij herhaalt het een aantal keer. En wat dan als je hart toch wordt gestolen door een niet-christen? Erik is duidelijk: “Verliefdheid is een keuze. Dat moet je negeren. Net zoals je dat doet als die ene al een ander blijkt te hebben.” En als jouw eega bereid is christen te worden? “Dan weet je nooit zeker of diegene zich voor jou bekeerd of voor Jezus. Je weet niet of zij ook on fire for Jesus zijn, zoals wij.” Hij blijft erop hameren: “Stink er niet in, zou ik zeggen.” “Een andere manier om de stem van God te horen is door profetieën”, gaat Erik verder. Sommige gelovigen zijn meer begaafd in het ontvangen van deze boodschappen dan andere, maar ook beginners lukt het soms. Dit bleek tijdens het Alpha-weekend. Halverwege de cursus gingen de deelnemers een weekendje weg. Daar zijn bijzondere dingen

“ TROUWEN MET EEN NIET-CHRISTEN MAG NIET. DAT STAAT LETTERLIJK IN DE BIJBEL”
Toch lijkt de cursus niet een puur informatieve richting te hebben. De avond heeft met de vertelling van al die wonderen een bekerend tintje. Uiteraard leer je veel van de alphacursus. Maar als je op zoek bent naar informatie vanuit een meer neutraal standpunt, dan kun je misschien beter de universitaire cursus Who is Who in de Bijbel volgen. Voor meer informatie, kijk op www.studentenkerk.nl
7

Impakt Festival 2007

Centraal Museum Louis Hartlooper Complex Tivoli De Helling

Het Impakt Festival 2007 van 29 maart t/m 1 april in Utrecht

Voor meer informatie kijk op www.impakt.nl of stuur een email naar making@impakt.nl

Geestdrift zoekt afgestudeerden op om te laten zien waar je zoal terecht kunt komen. Dit keer is het woord aan Mathilde Smit (25), werkzaam als Rijkstrainee bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken, Directie Veiligheid.

Door Joris Kreutzer (vierdejaars Geschiedenis)

WAT KOMT ER VAN ALFA’S TERECHT?
WAT HEB JE GESTUDEERD? “Ik heb Taal- en Cultuurstudies gestudeerd en een doctoraal Geschiedenis van de Internationale betrekkingen behaald.” (dit is nu de Masteropleiding Internationale Betrekkingen in historisch perspectief - red.) Waar werk je nu? “Ik volg het Rijkstrainee-Programma van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Ik word opgeleid tot beleidsmedewerker. Als beleidsmedewerker vul je de details van de plannen van de minister in en zo maak je dus het beleid concreet. Het programma is een combinatie van leren en werken. Ik heb veel eigen verantwoordelijkheid en voer mijn werkzaamheden zelfstandig uit, maar tegelijkertijd leer ik er nog veel bij. Ik volg bijvoorbeeld cursussen Staatskunde en Bestuursrecht. Over twee jaar heb ik dit programma afgerond, en dan kan ik solliciteren bij een ministerie naar keuze.” Hoe lang heb je er over gedaan om dit werk te vinden? “Ik heb dit werk via internet (www.rijkstrainee.nl) gevonden. De selectieprocedure voor het Trainee-Programma duurde behoorlijk lang. Een heel klein deel van de sollicitanten wordt uiteindelijk aangenomen, en ik gaf mijzelf geen grote kans, omdat ik geen studie als bestuurskunde of economie had gedaan. Maar toch kwam ik uiteindelijk na een half jaar door de procedure. De reden dat ik me aanmeldde voor het programma was vooral de combinatie van leren en werken. Dat sprak me erg aan. Hoewel ik voor mijn gevoel wel klaar was met het stu-

F O T O G R A F I E F R E D VA N D I E M

F O T O G R A F I E C L AU D I N E D R I E S S E R

dentenbestaan, vond ik dat ik zeker nog niet klaar was met leren. Tijdens mijn stage bij een Non-Gouvernementele Organisatie (NGO) had ik al ontdekt dat je door te werken soms meer leert dan in de collegezalen.” Hoe sluit je huidige werk aan op de studie die je gevolgd hebt? “Tijdens mijn studie heb ik me vooral beziggehouden met cultuur. Dit sluit mooi aan op het onderwerp waar ik mij als trainee mee bezig houd, namelijk radicalisering.” Had je tijdens je studie al het plan om dit soort werk te gaan doen? “Ik wist na mijn stage bij een NGO wel dat ik in de publieke sector wilde werken, maar dit had ik niet in gedachten. Mijn doctoraalstudie Internationale Betrekkingen was ook geen geplande keuze. Ik volgde een vak diplomatie en vond dat zo leuk dat ik besloot Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen te gaan doen.” Heb je nog tips voor (aankomende) afgestudeerde studenten voor het vinden van een baan? “Het is vooral handig om je op veel vacature-websites in te schrijven, zodat je elke dag e-mail krijgt. Ook is het nuttig om met allerlei mensen te praten over wat je wilt gaan doen. Maar veruit het belangrijkste is dat je studeert wat je leuk vindt, en dus ook werk zoekt wat je leuk vindt, dan komt de rest vanzelf wel. Zo is het tenminste bij mij gegaan.”
9

Religie wordt vaak misbruikt, omwille van macht of om de discussie te vertroebelen, zo stelt prof. dr. Henk Tieleman, hoogleraar godsdienstsociologie en oud-decaan van de faculteit Godgeleerdheid. Hij geeft antwoord op vijf veelgestelde vragen over de samenhang tussen religie, wetenschap en conflicten.

“RELIGIE IS NIET HEILIG”
Door Claudine Driesser
Wat is de functie van religie? “De rol van religie als sociaal bindmiddel is groot en lijkt te groeien. Juist in deze tijd van globalisering en het vervagen van grenzen. We zitten niet in een sekte of kerk omdat we nu eenmaal hetzelfde bleken te geloven, maar het is omgekeerd: omwille van onze saamhorigheid zeggen we hetzelfde te geloven. Voor die sociale samenhang maakt het minder uit wat mensen geloven, als ze het maar sámen geloven. De onderlinge sociale controle geeft de garantie van onaantastbaarheid van de gedeelde ideeën en zorgt ervoor dat over taboes niet gesproken wordt. Zingeving is niet iets ‘natuurlijks’, het is altijd een menselijke ‘kunstgreep’, maar sociaal gezien wel nodig. Het samen geloven is belangrijker dan de inhoud van het geloof. De meeste gelovigen zijn van hun eigen geloof en dogmatiek ook maar heel povertjes op de hoogte. In sommige gevallen is het zelfs geheim, of formeel wel toegankelijk voor de leek maar in de praktijk totaal onnavolgbaar.” mee zichtbaar te maken en te vertalen in religieus gelegitimeerde: ‘Gott mit uns’ et cetera. Zeker wanneer de strijd om te overleven hard is, neemt de kans toe dat een deel hiervan wordt vormgegeven als ‘religieus conflict’. Het is de rol van waarnemers, zoals theologen, journalisten en sociale wetenschappers, om deze onjuiste beeldvorming weer ongedaan te maken.” Hoe wordt er in de praktijk met religie omgegaan? “Wanneer we voornamelijk naar de armen in ontwikkelingslanden kijken, dan zien we dat zij elkaars concurrenten zijn. De snel groeiende steden hebben niet genoeg capaciteit om aan alle noden en behoeften tegemoet te komen. Daarnaast is corruptie meer regel dan uitzondering. Politici hebben belang bij onzekerheid en onduidelijkheid over de rol van de overheid. Dit schept immers manipulatieruimte voor hen zelf, voor hun glansrollen, hun bemiddeling en hun machtspositie. Armen hebben voor alles bemiddelaars nodig en deze bemiddelaars op hun beurt een politieke achterban. Om die reden wordt alles gebruikt om gevoelens van saamhorigheid te suggereren of op te roepen. Omdat het de kiezers gaat om hun individuele belangen, zijn clans en dergelijke zo belangrijk in ontwikkelingslanden. Deze oude social markers (zoals stamverbanden), worden gebruikt om nieuwe verbanden en solidariteiten te creëren. Religie is hiervoor heel prominent: the sacred marker.” Is religie heilig? “Religie gaat over ‘het heilige’, maar is zelf daarom

“Moeten we echt ieders religie totaal respecteren?”
Hoe komt het dat er zoveel religieuze conflicten in de wereld zijn? “Het is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk dat zoveel geweld en conflicten ontstaan uit naam van religie. Maar ‘religieuze rellen’ hebben in de praktijk vaak maar heel marginaal met religie te maken, in de zin van bijvoorbeeld vroomheid en devotie. Het heeft daarentegen vaak te maken met religie als een aantrekkelijke ‘taal’ om conflicten en tegenstellingen
10

Prof. dr. Henk Tieleman (1946) studeerde Economie (promotie 1973, Vrije Universiteit Amsterdam), werkte enige jaren in binnen- en buitenland (Afrika, Azië) in het kader van ontwikkelingssamenwerking, werd docent economie aan de VU en studeerde uit liefhebberij Culturele Antropologie. In 1988 werd hij hoogleraar te Utrecht (Faculteit Theologie, leerstoel Godsdienstsociologie). Van 1993 tot 2003 was hij (vice-)decaan van de Faculteit en sinds 1999 is hij lid van het bestuur van het Universiteitsfonds.

niet heilig. Het wordt vaak manipulatief gebruikt om doelen te bereiken of macht te verkrijgen. Het publieke debat over religie is hierdoor vaak niet zuiver, het gaat teveel over trivialiteiten en misverstanden.

“Religie is spelen met vuur”
Religie is mijns inziens te vaak zelf heilig verklaard, een taboe. Hierdoor wordt alles wat ‘religieus’ genoemd wordt, bijna automatisch met een aureool van onaantastbaarheid en respectabiliteit omgeven. Dit maakt elke discussie waar religie bij wordt gehaald lastig. Hierbij maakt het niet uit of het nu gaat over het toestaan van hoofddoekjes, burka’s - waarvan er een handvol zijn in Nederland, en dan nog voornamelijk gedragen door pubermeisjes die willen shockeren -, de positie van de vrouw in de SGP - een probleem dat bezig is zich zelf op te lossen -, eerwraak of discriminatie. Dit zijn allemaal belangrijke discussies, waar lang en breed over te praten valt. Maar de vraag die we ons hierbij moeten stellen is: moeten we echt ieders religie totaal ‘respecteren’ en daardoor ook elke positie die gebaseerd is op een religieus inzicht of misverstand zomaar honorabel vinden?” U karakteriseert religie als spelen met vuur “Vuur heeft boven alles heel veel goede kanten. Onze samenleving is gebaseerd op de vele mogelijkheden die vuur ons biedt. Maar het is ook potentieel destructief. Religie is een cruciale factor geweest in de menselijke sociale evolutie. Religare betekent

‘samenbinden’ in het Latijn en dat is ook een voorname rol van elk geloof. Religie kan daarom heel mooi zijn, maar net als vuur is het potentieel ook erg gevaarlijk. We hoeven de bloedige verhalen in het Oude Testament er maar op na te slaan of zelfs de krant van vandaag om de negatieve kanten in beeld te krijgen. Ook wanneer we letterlijk naar vuurwerk kijken, als onschuldige manier om de eigen cultuur en identiteit te vieren, zien we dat het gebruikt wordt om feesten te markeren, en daarmee impliciet het wereldbeeld van de feestvierder. Een feestelijke en vurige bevestiging van het eigen beeld van de werkelijkheid en de geschiedenis. Een belangrijke functie van religieuze feesten is dan ook om de eigenheid van de groep uit te drukken en te consolideren. Dit kan veel vormen hebben, van kerstbomen tot ketterverbrandingen, van brandoffers tot brandstapels. Want ook met brandende ketters of andere ’vijanden van het volk’ kan de eigen identiteit en saamhorigheid bevestigd en gevierd worden...”

Geloof en wetenschap “Vaak monden discussies over religie uit in de in mijn ogen onzinnige vraag ‘kunnen geloof en wetenschap samengaan?’ Ik vind dit van hetzelfde niveau als de vraag of wetenschap en liefde samen kunnen gaan. Dat kan, want wetenschappers zijn mensen, die ook wel eens verliefd zijn of gelovig. Verder staan de concepten los van elkaar.”
11

Het zijn lucky bastards, de bewoners van het stude huiskamer, gastenverblijf en een enorme tuin. Dat zijn Jawel, een kapel. De zes bewoners zijn namelijk chris komen vaak suffige associaties naar boven. De bewoner

VAN KLOOSTER NAAR STU
Door Else van Nieuwkerk
FOTOGRAFIE MARIEKE DIJKMAN

Kara van der Laan Gert Paul van der Vlies Marjon van der Kuil Godelieve Scholten
12

(23) (25) (21) (22)

derdejaars Humanistiek achtstejaars Theologie tweedejaars Geschiedenis vierdejaars Theologie

Benjamin Blom Thomas Schoonheim Bram Verduijn

(24) (23) (20)

derdejaars Geschiedenis tweedejaars Theologie tweedejaars Theologie

entenhuis aan de Grave van Solmsstraat: eetkamer, n goede extra’s! Bovendien hebben ze een eigen kapel. stelijk. Eerlijk is eerlijk, bij het woord gggristelijk rs van nummer vier laten zien hoe het ook anders kan.

UDENTENHUIS
Kara: Vroeger was dit een klooster. Maar de fraters gingen er wel uit en er niet meer in, zeg maar. Ze lacht. Er is toen een woongroep gestart beneden. En voor boven zochten ze studenten die dezelfde insteek hadden. WOONGROEP? KLINKT ALS VEEL REGELS EN VERPLICHTINGEN. Godelieve: Die hebben we juist helemaal niet. We komen allemaal uit verschillende richtingen van het christelijk geloof. Dat geeft al aan dat het best open is. Marjon: In de ene kamer hoor je praise en in de andere trance-energy. Bram: Ja, en dan doe ik mijn energy net ietsjes harder… Kara: We hebben zelfs geen vaste eetdag. Heel soms hebben we wel een huisdag. De Knus- & Klusdag noemen we dat. Gaan we klussen. Oh dat klinkt wel heel truttig hè? Da’s natuurlijk weer helemaal fout. MOE VAN HET OPBOKSEN TEGEN ALLE VOOROORDELEN? Gert Paul: Ach, dat valt mee hoor. Laatst zag ik op tv een heel suf, truttig stelletje zitten. Toen zei ik zelf ook: ‘Dat moeten gewoon wel christenen zijn.’ Godelieve: En om je vraag maar even voor te zijn… Er mogen hier gewoon vriendjes en vriendinnetjes blijven slapen. Iedereen accepteert de manier waarop de ander zijn leven wil indelen. Gert Paul: Ik ben in mijn denken bijvoorbeeld best wel uhh.. extremistisch. Da’s niet zo’n slim woord hè. Hij lacht. Behoudend bedoel ik. Dus ik zou dat niet doen. Maar ik kijk anderen daar echt niet op aan.

F O T O G R A F I E K A R A VA N D E R L A A N

JULLIE BETALEN ZEKER MINSTENS € 450,- ? Gert Paul: Nee, we hebben het veel beter dan dat… Marjon: Ja, we weten het. Iedereen is jaloers. Thomas: En er gaat misschien zelfs een sauna in de tuin worden geknutseld. Benjamin: Maar ja, er zijn wel vaker van die wilde ideeën. EN DAN ZELFS EEN EIGEN KAPEL. Kara: Er zijn twee diensten per dag. In de ochtend eentje van een kwartier en ’s avonds eentje van een uur. Maar je mag er zo vaak naartoe als je zelf wilt. Ook daar word je echt niet op aangekeken. Oh, en op maandag, woensdag en vrijdag om zeven uur ‘s avonds is de dienst open voor iedereen. Even free publicity doen. Voor ergens onderaan ofzo.
13

TWIJFELENDE TWINTIGERS
Door Marieke Dijkman ‘Mid Twenties Breakdown’: “Een periode van geestelijke ineenstorting, vaak veroorzaakt door het onvermogen om te functioneren buiten gestructureerde omgevingen”, zo beschrijft Douglas Coupland de quarterlifecrisis in zijn boek Generation X. Tot een ‘breakdown’ hoeft het gelukkig niet te leiden, maar de vele keuzemogelijkheden die studenten rond het afstuderen tegenkomen kunnen wel veel twijfels en stress bezorgen. Doorstuderen, werken of toch die werelreis maken? Kies je voor het geld of volg je je hart? Keuzes te over en dáár zit precies het probleem.
Loopbaanadviseuse en psychologe Nienke Wijnants (32) van het adviesbureau Converge ontvangt dagelijks twijfelende twintigers die zich afvragen wat ze nou eigenlijk écht willen. Wegzakken in middelmatigheid is het schrikbeeld van deze zogenoemde quarterlifers. Ze willen het perfecte plaatje: de ideale baan, een passievolle relatie, tijd voor vrienden, verre reizen maken en als het even kan ook nog iets bijdragen aan de maatschappij. Het liefst zouden ze zichzelf klonen. Hoewel rust in je kop en ergens helemaal voor gaan ook aantrekkelijk is. Dat betekent knopen doorhakken, de juiste keuzes maken. Nú. Voor de tijd de keuze heeft bepaald en er niets meer te kiezen valt. “Juist het besef dat alles binnen bereik is, kan je naar de keel grijpen”, zegt Wijnants. “Als je voor één ding kiest, mis je 99 andere opties. We zijn opgevoed met het idee dat het leven maakbaar is. De wereld ligt voor je open, niet alles wat je aanraakt direct in goud zal veranderen: op je bek gaan hoort erbij”, aldus Wijnants. Vervroegde midlifecrisis Naast haar baan als loopbaanbegeleider doet Wijnants promotieonderzoek naar de identiteitscrisis van de quarterlifers aan de Universiteit van Amsterdam.

Q UA R T E R L I F E C R I S I S D O O R E E N

HET LIEFST ZOUDEN ZE ZICHZELF KLONEN

WEGZAKKEN IN MIDDELMATIGHEID IS HET SCHRIKBEELD VAN DEZE ZOGENOEMDE QUARTERLIFERS
maar dat betekent ook grotere druk om te slagen. Je voelt je verantwoordelijk om het beste te kiezen. En soms werkt dat verlammend.” De druk tot het maken van ‘De Juiste Keuze’ leidt bij de één tot twijfel en onzekerheid en bij de ander tot passief en besluiteloos gedrag. De angst verkeerd te kiezen is groot. Wijnants vindt dat deze keuzeangst best mag worden gerelativeerd. “Ze denken dat het nu of nooit is en ze straks niet meer kunnen switchen van werk, relatie, woonplaats en leven.” Het is echter altijd mogelijk om je op een beslissing te herroepen. “Je moet onthouden dat
14

Maar liefst zeventig procent van de ruim 1200 ondervraagde hogeropgeleiden tussen de 22 en 35 heeft last van hevige twijfels over de toekomst en gevoelens van onrust, blijkt uit haar onderzoek. Loopbaan is de grootste bron van twijfel. Soms gaan de twijfels ook verder, de filosofische hoek in. Is dit alles? Waar doe ik het voor? Wat is de zin van het leven? Alsof de midlifecrisis twintig jaar eerder toeslaat. Wijnants benadrukt dat mensen tegenwoordig steeds sneller de behoeftepiramide van Maslov doorlopen. De humanische psycholoog Maslov beweerde dat mensen eerst hun meer primaire behoeftes, zoals de behoefte aan voedsel, onderdak, liefde en waardering, moeten vervullen voordat ruimte is voor persoonlijke groei. Doordat de quarterlifers steeds vroeger de top van de piramide bereiken - ze hebben alles wat hun hartje begeert -richten ze zich meer en meer op filosofische levens- en zingevingsvragen. Volgens Wijnants heeft het proces van zelfontdekking één groot voordeel: de kans op een midlifecrisis wordt erdoor verminderd. The sky is the limit Tegenwoordig kan en mag er veel meer, waardoor jonge volwassenen belangrijke beslissingen vooruit kunnen schuiven. Volgens Gerrit Breeuwsma, universitair docent ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Groningen, krijgen vooral hoogopgeleide jongeren de kans

N TEVEEL AAN KEUZES
hun volwassenheid jarenlang uit te stellen. Ze hebben zich een leefstijl aangemeten waarin ze zoveel mogelijk uitproberen en meemaken, voordat ze ergens definitief voor kiezen. Breeuwsma signaleert dat veel studenten met name rond het moment van afstuderen twijfelen of ze wel de juiste opleiding hebben gekozen. “Bij sommige studies - breed georiënteerde studies als letteren, rechten of sociale wetenschappen - kun je beslissingen over je toekomst nog even uitstellen.” Ondanks het uitstelgedrag komen de meeste mensen tussen pakweg hun 25ste en 35ste voor een reeks lastige beslissingen te staan. “De hoeveelheid aan opties maakt het niet altijd gemakkelijk. Veel studenten zijn maatschappelijk sterk bevlogen en willen graag een baan hebben waarin ze daarmee iets kunnen doen”, vertelt Jacky Limvers, loopbaanbegeleidster aan de Universiteit Utrecht. Regelmatig zit haar spreekkamer vol studenten die moeilijk kunnen kiezen. Over het algemeen worden haar spreekuren iets meer door vrouwen bezocht dan door mannen. Limvers heeft de indruk dat bepaalde vormen van ‘perfectionistisch kiezen’ ook meer bij vrouwen zijn terug te zien. “Het gaat dan om studenten die voor zichzelf de lat heel hoog leggen en die bij alle mogelijkheden bezwaren zien, waardoor ze de keuze niet willen maken.” Kiezen, kiezen, kiezen Wat maakt kiezen eigenlijk zo lastig? Volgens arbeidspsychologe Jolet Plomp, auteur van Beslissen doe je zo. hakt, dan treedt het mechanisme van de zelfbevestiging in werking. Ieder mens zoekt achteraf bevestiging voor een belangrijk besluit en maakt daar een ‘goed verhaal’ van. Bijna elke beslissing bevalt daarom goed”, verklaart Plomp. Nachtje over slapen Maar hoe kom je erachter wat écht bij je past, wat je gelukkig maakt? “Door dingen uit te proberen. Ga gewoon aan de gang en kijk of het bevalt”, is het nuchtere advies van Plomp. Zelfonderzoek is een andere methode. Plomp: “De kunst is om de juiste vragen aan jezelf te stellen: hoe breng je het liefst je dagen door? Waar word je blij van?” Maar denk er niet te lang over na. Lang nadenken verbetert het resultaat van een beslissing niet. Het is veel beter het even te laten sudderen of er het spreekwoordelijke ‘nachtje over te slapen’. Uit hersenonderzoek is gebleken dat in het onderbewuste alles nog eens rustig de revue passseert, maar dan zonder de emotionele lading. Dat beslist vaak beter. Blijft de twijfel tussen twee opties even sterk? Dan is het devies van Plomp om op je intuïtie af te gaan. Wijnants adviseert je prioriteiten overzichtelijk op een rijtje te zetten. Gewoon met pen en papier een lijstje maken van concrete punten die belangrijk zijn in je studie, je werk of een ander onderdeel van je leven waarmee je op dat moment worstelt. Wat volgens Wijnants ook helpt, is het besef niet de enige te zijn die af en toe volledig met zijn handen in het haar zit. Daarom is het goed om de dilemma’s van de twijfelende twintigers onder de aandacht te brengen, vindt Wijnants, “maar we moeten hun leed ook weer niet overdrijven.” Want al levert de vrijheid veel stress en onzekerheid op, de quarterlifers willen al die keuzemogelijkheden ook niet kwijt. “Integendeel”, zegt Wijnants, “ze voelen zich juist ook bevoorrecht dat ze alle kansen krijgen.” Kijk voor meer informatie op: www.beroepskeuze.nl (adviesbureaus voor beroepskeuze) www.converge.nl (adviesbureau) www.paluka.nl (talentenburau) www.talentfirst.nl (talentenbureau) www.quarterlifequest.nl (achtergrondinformatie) www.studentenservice.uu.nl (workshops, trainingen, cursussen, begeleiding en advies)
15

“ALS JE VOOR ÉÉN DING KIEST, MIS JE 99 ANDERE OPTIES”
Psychologie van de keuze (2003) komt dat omdat onze psyche (nog) niet gebouwd is op overvloed, maar op schaarste. Plomp legt uit dat we geneigd zijn alles te willen wat kan. Nog geen dertig jaar geleden was dat ook noodzakelijk: je moest iedere kans grijpen. Nu valt er zo veel te kiezen, dat we voor het eerst in de geschiedenis uit moeten gaan van onze eigen wensen en behoeften, en dat is wennen. Het prettige is wel dat als de beslissing eenmaal is genomen, er bijna altijd een opgelucht gevoel ontstaat. “Heb je de knoop doorge-

EN GOD ZAG DAT WETENSC
Door Kirsten Nijhof (master Internationale Betrekkingen in Historisch Perspectief)

OVER WETEN EN NIET WETEN: DE SPAGAAT TUSSEN WETE
In stadscafé ‘De Vingerhoed’ praat Geestdrift met drie studenten over de relatie tussen wetenschap en religie, een van de grote vraagstukken van onze tijd. Het spanningsveld tussen beide wordt vooral veroorzaakt doordat aan de ene kant de wetenschap een monopolie van kennis opeist en aan de andere kant de religie pretendeert de enige juiste kijk op de waarheid te hebben. De evolutie laat zich niet rijmen met de schepping, wordt veelal gedacht. Of hoeft dit helemaal geen tegenstelling te zijn? Aan tafel drie studenten, drie verschillende achtergronden en drie stellingen over godsdienst en wetenschap.

TWEE KEUZES Herman Philipse, schrijver van het Atheïstisch Manifest (1995), is sinds 1 september 2003 universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht en doet onderzoek naar de moderne contemporaine wijsbegeerte. In zijn manifest benadrukt hij de onredelijkheid van religie en stelt hij dat religie niet nodig is voor moreel handelen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Philipse onlangs in het VPRO-programma Boeken&cetera verklaarde dat de ontwikkeling van de wetenschap in strijd is met een deel van het geloof. Volgens hem heeft de mens daarom twee keuzes. Of de religie krijgt een vermageringskuur, omdat sommige godsdienstige aspecten verklaard worden door de wetenschap, of de mens gaat de wetenschap bestrijden.
De twee mogelijkheden van Philipse doen Jos van Dijk (22), gereformeerd en student Geschiedenis, verontwaardigd protesteren. ‘Geen van beiden, alsjeblieft zeg, dat vind ik nou zo narrow minded’. De discussie komt op gang en in het café op het Wed wordt de koffie heet geserveerd. Elja Dijkstra (24), ook gereformeerd en studente International Development Studies, denkt er anders over. ‘Ik begrijp wel wat Philipse bedoelt. Je blijft als mens constant zoeken en je blijft jezelf steeds meer ontwikkelen. Maar op een gegeven moment houdt het redeneren op. Dat is geloof.’

schap religie uit? ‘Nee,’ veronderstelt Elja, ‘dat hoeft niet. Ook de evolutietheorie sluit God niet uit, aangezien er in die theorie ook veel ‘toevalligheden’ zitten. Dit zijn geen toevalligheden, het is de hand van God.’ ‘Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat wetenschap en religie altijd makkelijk verenigbaar zijn’, benadrukt Jos, ‘ook Darwin kende strijd tussen zijn christelijke geloof en zijn theorie’. Wilbert Smulders, docent-onderzoeker Moderne Letterkunde, veronderstelt dat de verzuiling in de jaren zestig in feite niet meer bestaat, behalve de antirevolutionaire gereformeerde zuil. ‘Studenten met deze achtergrond’, zegt hij, ‘gaan nog steeds steigeren als zij een gedicht van Willem Kloos moeten lezen, voor wie blasfemie (godslastering, red.) een poëticaal instrument was.’ Smulders legt zichzelf en ons de kwestie voor of streng-gereformeerde studenten anno 2006 gedwongen dienen te worden uitvoerig kennis te nemen van bepaalde perioden in de moderne letterkunde, waar agnosticisme, nihilisme en soms zelfs godslastering centraal staan. Of mogen ze zich beroepen op hun religieuze achtergrond om dergelijke werken niet te hoeven bestuderen? Jos begrijpt deze afweging wel. Hij vindt dat mensen die voor een bepaalde studie kiezen ook verplicht mogen worden van alle essentiële aspecten kennis te nemen. ‘Maar’, zegt hij, ‘ik snap ook wel waarom gelovigen moeite hebben met Reve. Waar je mee omgaat, word je mee besmet zal ik maar zeggen. Kijk, zoiets als pornoof horrorfilms, dat doet mij gewoon pijn. Toch kies ik kritisch waar ik wel en waar ik niet iets mee te maken wil hebben, je hoeft niet overal aan mee te doen.’ ‘Betekent dat dan dat de keuze die Herman Philipse

WETENSCHAP ZONDER GOD Maar hoe zit het dan met deze ogenschijnlijk moeizame verhouding tussen religie en wetenschap? Charles Darwin verklaarde aan het eind van de negentiende eeuw het ontstaan van de mens op basis van natuurlijke selectie, zonder religie daarbij als uitgangspunt te nemen. De eerste stelling luidt dan ook: sluit weten16

CHAP GOED WAS

ENSCHAP EN RELIGIE

gaf, het bestrijden van de wetenschap, toch een kern van waarheid bevat?’ vraagt Karlijn van de Graaf (24), masterstudente Internationale Betrekkingen en agnost, zich af. Namelijk, door de ogen te sluiten voor deze kritische aantijgingen lijken gereformeerde studenten erin te berusten dat ze niet achter de alomvattende werkelijkheid komen. ‘Onzin’, zegt Jos, ‘ik heb natuurlijk ook mijn ratio. Maar God is veel groter dan mijn denkkader; ik hoef God niet na te rekenen.’ Bovendien kan de wetenschap volgens Elja op meeste levensvragen geen antwoord geven.

GOD ALS AANVULLING Deze gedachte dat de wetenschap onmogelijk alles kan verklaren en dat het geloof het vanaf dat punt overneemt ligt ten grondslag aan de tweede stelling. Vult religie wetenschap aan? Karlijn beaamt dit. Volgens haar bestaat er niet zoiets als een almachtige God, maar ook niet als een almachtige mens. Er zullen altijd een aantal dingen onverklaarbaar blijven en dan rest de mens nog slechts ‘het geloven in iets dat misschien nog niet feitelijk te onderbouwen is.’
Jos en Elja bestrijden deze gedachte. ‘Integendeel, het is eerder een voordeel om gelovig te zijn als geschiedenisstudent’, zegt Jos. ‘Ik begrijp dankzij mijn gereformeerde achtergrond de historische ontwikkelingen in de wereld vaak beter, aangezien godsdienst daar vaak een rol bij speelde.’ Door religie als het ware in dienst van de wetenschap te plaatsen wordt er aan het geloof veel te weinig credit gegeven, vinden ze. ‘God is niet iets vrijblijvends.’ Maar het is niet zo dat Jos en Elja de wetenschap als iets zondigs beschouwen. ‘We hebben hersenen gekregen en die mogen we zeker ook gebruiken om andere dingen te leren.’

COMPROMIS De derde en laatste stelling die in het café aan de orde komt is: staat wetenschap los van religie? Deze aanname kan eigenlijk gezien worden als een soort compromis. God staat los van de wetenschappelijke materie waardoor wetenschap en religie naast elkaar verschillende terreinen kunnen beslaan. Jos onderschrijft dit: ‘De bijbel is Gods woord. Ik lees om méér over God te ontdekken. Niet om te kijken hoe de wereld is ontstaan.’ In zijn visie hoeven wetenschap en religie dus niet met elkaar te botsen. Elja vindt het belangrijk dat de werkelijkheid onderzocht moet worden zoals zij is. ‘Daarbij moet je religie en wetenschap zoveel mogelijk apart proberen te houden. Je mag niet met de bijbel in de hand wetenschap bedrijven.’ Karlijn is van mening dat religie kan worden gezien als een onderdeel van de persoonlijke identiteit van een wetenschapper, ‘net zoals een politieke voorkeur’. Een wetenschapper handelt vanuit een andere achtergrond en referentiekader om een groter gemeenschappelijk doel te bereiken, dus ook religie en wetenschap kunnen los van elkaar staan, veronderstelt ze.
Deze laatste opmerking leidt de drie studenten naar een conclusie. Na het derde kopje koffie zijn ze, ieder handelend vanuit een andere studierichting en met een andere religieuze achtergrond, dan ook opmerkelijk eensgezind. Jos en Elja delen de opvatting dat God de mensen intelligent genoeg heeft gemaakt om wetenschap uit te oefenen. Religie en wetenschap kunnen op deze manier naast elkaar bestaan. Ook Karlijn komt tot dezelfde conclusie, omdat volgens haar religie niet zou hoeven botsen met het overkoepelende belang van de wetenschapper. Het lijkt erop dat de derde stelling uiteindelijk zegevierde. God keek naar het tafereel in ‘De Vingerhoed’ en zag dat het zo goed was.
17

agenda

STUDIUM GENERALE

(WWW.SG.UU.NL) CELEBRITY LUNCH DATE Lunchen met bekende medewerkers van Universiteit Utrecht die hun eigen boek bespreken. Boothzaal van de Universiteitsbibliotheek 12.30 – 13.15 uur 8 MAART: Henk van Rinsum over Sol Iustitiae en de Kaap 29 MAART: Ed Jonker (docent geschiedfilosofie en wetenschapsgeschiedenis) over De geesteswetenschappelijke carrousel. Een nieuwe ronde in het debat over wetenschap, cultuur en politiek. 12 APRIL: Orlanda Lie (hoogleraar Middeleeuwse Cultuur) over Het boek van Sidrac: Een honderdtal vragen uit een Middeleeuwse encyclopedie. GROTE BOTSINGEN Conflicten tussen wetenschap en godsdienst van Copernicus tot nu. Acadeniegebouw, aula 20.00 uur 5 MAART: Darwin versus Paley 19 MAART: De Big Bang en het nieuwe creationisme 2 APRIL: Godsdienst in het tijdperk van wetenschap

MUSEUM

UNIVERSITEITSMUSEUM (LANGE NIEUWSTRAAT 106) T/M 6 MEI 2007: Bodybeeld: het menselijk lichaam ontleend’: Leer jezelf kennen in Bodybeeld. Met historische en hedendaagse anatomische modellen en preparaten ontdek je hoe je lichaam in elkaar zit. Met o.a. de zeldzame, recent gerestaureerde, 19e eeuwse wasmodellen van Petrus Koning. SPOORWEGMUSEUM 10 EN 11 MAART: Modelbouwweekend. Dit weekend zijn in het museum de mooiste modelbanen van Utrecht én Nederland te vinden.

UIT IN DE UITHOF

SHOTS! STUDENTENFILMFESTIVAL 21 FEBRUARI: 19.00, voor locatie , zie: www.uitindeuithof.nl toegang gratis THEATERGROEP PASSEVITE SPEELT TRAUM POLYESTER 28 FEBRUARI: 20.30, Theater van Hogeschool Utrecht (Heidelberglaan 7) toegang gratis

MUZIEK

VREDENBURG (WWW.VREDENBRUG.NL)

14 FEBRUARI: Nederlands Studenten Orkest 15 FEBRUARI: Film & Muziek: The Merry Widow 9 MAART: Gratis Lunchconcert door Ensembles Koninklijk Conservatorium. Studenten van de afdeling Jong Talent treden op 31 MAART: 27ste Nacht van de Poezie. Van acht uur ‘s avonds tot drie uur ‘s nachts lezen meer dan twintig Nederlandstalige dichters uit België en Nederland voor uit eigen werk. De voordrachten worden afgewisseld door muzikale en andere entr’actes.
BULGARIJE FESTIVAL (WWW.RASA.NL)

OVERIG

KIJKAVONDEN IN SONNENBORGH (ZONNENBURG 2)

IEDERE VRIJDAG- EN ZATERDAGAVOND TOT BEGIN APRIL:
sterren en planeten kijken door de telescopen. Met een lezing en rondleiding. CULTURELE ZONDAG: TRANSFORMATIE 25 MAART: Een wetenschappelijke Culturele Zondag in samenwerking met de Universiteit Utrecht en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Het thema is Transformatie. www.culturelezondagen.nl

2 MAART: Eva Female Vocal Quartet in Pieterskerk. Bulgaarse polyfonie door vier jonge zangeressen uit Bulgarije. 4 MAART: Ivo Papasov’s Wedding Band. Bulgaarse bruiloftsmuziek door de beste klarinettist uit Bulgarije.
Rasa, 15.00 uur TIVOLI Meer cultuur in Utrecht? www.sapsite.nl www.nl30.nl

1 MAART: Concert Lily Allen 18 EN 19 APRIL: Concert De Dijk

DE SCRIPTIE HEEFT MENIG STUDENT BLOED, ZWEET EN TRANEN GEKOST. EEN ZONDE DUS OM ER NIETS MEE TE DOEN. ELK NUMMER ZOEKT GEESTDRIFT EEN AANTAL PARELTJES VOOR JULLIE UIT. WIE WEET EEN BRON VAN INSPIRATIE.

Het GROOT Archief der Scripties
Door Karlijn van de Graaf
NAAM: XABIER JENSE STUDIE: KUNSTGESCHIEDENIS TITEL SCRIPTIE: DE ICONOGRAFIE EN ICONOLOGIE VAN DE DUITSE FRONTSOLDAAT IN DE VISUALISTIEK VANAF 1916: VAN ALLEGORIE VAN WELDAAD TOT SYMBOOL VAN MISDAAD JAAR VAN UITGAVE: 2003 NAAM: MARIEKE VAN DER MEER STUDIE: TAAL- EN CULTUURSTUDIES TITEL SCRIPTIE: WIE KRIJGT DE BEURT? EEN KWANTITATIEF ONDERZOEK NAAR DE SAMENHANG TUSSEN BEURTVERWERVING DOOR LEERLINGEN EN BEURTTOEWIJZING DOOR DE DOCENT. JAAR VAN UITGAVE: 2003

Xabier duikt voor zijn scriptie in de persoon van de Duitse frontsoldaat en onderzoekt of deze, samen met zijn Stahlhelm (stalen helm) in de loop van de tijd betekenisveranderingen heeft ondergaan. Ook vraagt hij zich af of de dragers van de helm meer zijn geworden dan een persoon, oftewel, zijn zij dragers van een bepaalde betekenis geworden? Zijn conclusie is helder. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog groeide de frontsoldaat uit tot een held die aan het Westfront een titanische strijd had gevoerd. Tijdens de Weimar Republiek en het Derde Rijk was de soldaat zelfs een ideologisch en esthetisch ideaal. Na de Tweede Wereldoorlog werd de Stahlhelm echter het toonbeeld van het fundamentalistisch Duits nationalisme. Een trieste reputatie die geen enkele buitenlandse helm had weten te bereiken. Deze negatieve betekenisomslag werd in de jaren negentig gevolgd door een positieve. De vredesmachten van de Verenigde Naties en het leger van de Verenigde Staten gebruikten een nieuw model beschermingshelm die hoofdzakelijk was gebaseerd op het oorspronkelijke Duitse model. Xabier vraagt zich af of hierin misschien weer het gevaar van een betekenisomslag schuilt. Zou de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten ook geleid worden door nationale zelfzucht? Als dit zo is zou de helm weer een symbool worden van agressie, maar dan in de naam van een ander uitverkoren volk.

Marieke wil in haar thesis onderzoeken in welke mate leerlingen van elkaar verschillen in het krijgen van een beurt en waar deze verschillen door veroorzaakt worden. Ook is zij benieuwd naar de rol van de docent hierin. Misschien wordt door het lezen van deze scriptie duidelijk waarom je op de basisschool altijd zo onzichtbaar leek. Marieke concludeert dat het krijgen van een beurt zeker afhankelijk is van het op de juiste manier hanteren van strategieën om de beurt te krijgen. Vooral als een leerling vaak de juiste strategieën op het goede moment gebruikt en op die manier vaak de beurt krijgt, is het belangrijk dat hij/zij dit goed blijft doen. De docent verwacht dit bijna van deze leerling en als deze leerling dat nalaat dan krijgt hij/zij ook geen beurten meer. Bij leerlingen die de juiste strategieën niet of nauwelijks op het goede moment inzetten grijpt de docent echter in en zorgt hij ervoor dat deze leerlingen soms toch de beurt krijgen, door deze leerlingen bijvoorbeeld een vraag te stellen. Dit doet hij vaker bij leerlingen die vaak of regelmatig een poging doen de beurt te krijgen met behulp van de verkeerde strategieën dan bij leerlingen die niet of nauwelijks een beurt proberen te krijgen. Hieruit blijkt dat het tonen van initiatief, op welke manier dan ook, wel degelijk loont.

De Letterenbieb heeft zowel een speciaal kamertje waar scripties van de afgelopen vijf jaar worden bewaard als een speciaal webadres (http:// www.igitur.nl/studenttheses/index.php) waar ze te raadplegen zijn.

Geestdrift zoekt redacteuren (m/v) Wij zoeken studenten van de departementen Godgeleerdheid of Wijsbegeerte die onze redactie vanaf 1 april van dit jaar willen versterken. Lijkt dit je wat en heb jij goede ideeën over de inhoud van ons blad? Vraag dan via geestdrift@let.uu.nl om meer informatie.

Beestjes in de grond
Donata van der Rassel (29) studeerde Literatuurwetenschap en Cultural Analysis aan de Universiteit van Amsterdam. In januari begint ze met een promotieonderzoek in de Literatuurwetenschap aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Beestjes in de grond is haar literaire debuut.

Papa leeft niet meer. Hij ligt onder de grond waar de beestjes op hem kauwen. Zijn hun tanden wel scherp genoeg? O, nee. Ze hoeven hem niet te eten. Papa vergaat en wordt een plasje. Dan kunnen ze hem drinken. In hem zwemmen of in hem verdrinken. Papa is dood. ‘We kunnen het niet begrijpen’, zegt mama tegen zichzelf terwijl ze ons een voor een aankijkt. We hebben zwarte lange jassen aan met gepoetste schoenen. We tuurden de hele dag al naar onze schoenen, maar mama pakte onze kin en bracht hem omhoog. Zo konden we de kist zien zakken in het graf. De mannen aan de touwen zetten hun voeten schrap. Van hun gezichten is geen inspanning af te lezen. Een enkel zweetdruppeltje trekt een lijn van een voorhoofd naar de hoek van een mond. Het is geen traan. Wij kennen de mannen niet. Ze hebben niets met papa te maken en hoeven ook niet om papa te huilen. Wij kenden papa. Niemand anders kan onze papa nog zijn. De rol van papa is gespeeld. Eigenlijk willen we op de kist springen, want we kunnen het niet geloven. Het muntje wil maar niet vallen. Het wil maar niet in de gleuf van ons begrip passen en daar zijn betekenis onthullen. Het lijkt ergens vast te zitten. In de wachtkamer voor een vreselijke operatie. Maar als we dat doen, als we op de kist springen dan knappen de touwen vast en zeker en dan valt papa in het donkere gat dat voor hem werd gegraven. Het is beter niet op zijn kist te springen. Het is beter geen geluid te maken en de mannen hun werk te laten doen. ‘We zullen het nooit kunnen begrijpen’, zegt tante Ada terwijl ze mama een arm geeft en haar probeert aan te sporen overeind te blijven. We zien dat haar ogen vochtig zijn. Onder haar neus is het nat. We hebben zakdoeken in onze zakken. We hebben er zoveel dat we er best een kunnen missen. ‘Straks is het voorbij’, mompelt mama en ze aait met beide handen over ons hoofd. Ons haar is zacht onder haar handen. Ons hoofd geeft mee. We willen ‘ja’ knikken voor mama, maar in plaats daarvan halen we adem. Dat is wat we ongevraagd maar blijven doen. ‘Weet je nog wat oma zei?’ vraagt Pieter aan mama en ik knik nee. Ik knik van nee, zeg dat nou niet, want papa ligt in een kist en mama kan niet overeind staan, en tante Ada heeft tranen die eindeloos aan andere tranen trekken. Ik knik van nee, Pieter! Van nee. ‘Oma zei dat papa nu gelukkig is, dat de dood niet bestaat en dat we eeuwig leven.’ Pieter kijkt voldaan. Hij kijkt

20

omhoog naar mama, maar ik hoef niet omhoog te kijken om te zien dat haar gezicht nu verstart. Tante Ada moet haar andere arm onder haar houden. Mama’s lichaam lijkt uit elkaar te vallen in onhoorbare snikken. ‘Kijk nu wat je hebt gedaan, stommerd’, sis ik naar hem, maar alle woede in mij lijkt zich niet te kunnen verzamelen. Ik moet ineens huilen en maak een geluid alsof ik een gewond dier imiteer. Het is zo erg als mama huilt. Zo weet je dat iets erg is. Als mama huilt. Pieter kijkt weer naar zijn schoenen. ‘Oma is dement’, zegt tante Ada alsof dat van alles verklaart. Alsof we daarom nooit naar haar mogen luisteren en niets mogen herhalen van wat ze zegt. ‘Nou en?’ zegt Pieter en ik glimlach door mijn tranen heen. Hij zegt altijd wat ik niet durf te zeggen en soms, heel soms, ben ik blij dat hij dat doet. ‘Oma is…’ en tante Ada zoekt naar het goede woord, een woord dat alles verklaart wat oma is. Wat ‘dement’ betekent. Natuurlijk vindt ze zo’n woord niet. Ze kan kijken wat ze wil naar de zwaluwen in de lucht die naar beneden tuimelen en in de verte over het water scheren. Oma’s uitspraken laten zich niet verklaren. Ze zijn verwilderd. Net als oma zelf. Er begint iemand te praten op een plechtige toon en tante Ada doet haar vinger voor haar mond. We moeten stil zijn. We mogen niet meer praten. We moeten luisteren naar de man die praat met consumptie. Die man die ik niet ken. Die mama niet kent. Die papa zeker niet heeft gekend. Toch moeten we stil zijn en naar hem luisteren. Omdat het leven uit zijn voegen barst van de mysteries. Omdat er op sommige vragen geen antwoorden zijn. De vragen waar je echt, echt een antwoord voor nodig hebt om er nog iets van te kunnen brouwen. Waar je honderd miljoen duizend andere minder belangrijke antwoorden voor zou willen inruilen. Pieter pakt mijn hand en ik laat hem voor een keer begaan. Het is er de gelegenheid voor. Bovendien ben ik moe en lijk ik niet in staat me te bewegen. Hij kijkt alsof hij net te horen heeft gekregen dat hij nooit meer met zijn Nintendo DS mag spelen. De stakker. De kist zakt in een donker gat en ik denk aan papa en dat wij zijn jongens waren. Voor altijd en altijd. Tot aan de zon en naar de maan. En weer terug. Alleen weet ik nu niet echt meer hoe het daarmee zit. Ik kijk maar weer naar mijn schoenen. Alsof mijn wiebelende tenen hun best doen een antwoord door te seinen dat mijn oren niet verstaan.

21

Studentassessor Geesteswetenschappen staat
Door Geert Jan Hahn

REMKO LITTOOIJ WIL MEER F
Een decaan kan het niet alleen. Elk jaar wordt er daarom in het faculteitsbestuur een studentassessor aangesteld met een ondersteunende en adviserende rol. Dit jaar is voor muziekwetenschapstudent Remko Littooij (27) een belangrijke taak weggelegd met de komst van de nieuwe faculteit Geesteswetenschappen: “Wij zijn een heel eind op weg”.
FOTOGRAFIE CLAUDINE D R I E S S E R

te weinig boodschap aan elkaar”, zegt Littooij vlak na zijn aanstelling. De geboren Limburger heeft al langer interesse voor de wijze waarop universitair beleid gevoerd wordt. Twee jaar geleden fungeerde Littooij als studentlid in het Instituutsbestuur van kunstgeschiedenis en muziekwetenschap. Het afgelopen jaar vierde de universiteit haar 74ste lustrum en was hij de organiserende kracht achter de muzikale viering hiervan middels drie concerten in Vredenburg. “Ik heb affiniteit met besturen. De manier waarop organisaties in elkaar steken intrigeert mij. Zijn er in lopende zaken nog veranderingen mogelijk? En hoe kun je met beperkte middelen toch voor een goede oplossing zorgen? Ik vind het leuk hoe dat wordt vormgegeven.” ‘Een mooi georganiseerde faculteit’ Eind 2006 stemde de faculteitsraad Geesteswetenschappen in met een belangrijke verschuiving. Het medezeggenschaporgaan dat het regieteam (bestaande uit decaan Van den Akker, de vakdecanen Algra en Otten, de inmiddels afgetreden directeur Angenent en studenten Jacky Visser en Remko Littooij), vanuit de invalshoek van de studenten en medewerkers adviseert gaat akkoord met een nieuwe indeling. In plaats van drie subfaculteiten (Letteren, Godgeleerdheid en Wijsbegeerte) wordt Geesteswetenschappen opgedeeld in zes departementen: Godgeleerdheid (Theology) , Wijsbegeerte (Philosophy), Vreemde Talen (Foreign Languages), Nederlands (Dutch Studies), Media en Cultuurwetenschappen (Media and Culture Studies) en Geschiedenis en Kunstgeschiedenis (History and Art History). Littooij is tevreden met de huidige gang van zaken. “We zijn nu al een heel eind op weg. Er komt een mooi georganiseerde faculteit. Alleen de invulling van de taken binnen de nieuwe structuur moet nog goed geregeld worden.”

Remko Littooij, vierdejaars student muziekwetenschap, is in september 2006 aangetreden als studentassessor. Hij is daarmee de opvolger van een andere student muziekwetenschap, Michiel Kunnen. Samen met onder andere de nieuwe decaan Wiljan van den Akker moet Littooij de faculteit herstructureren en klaarmaken voor een succesvolle overgang naar een samengaan met de faculteiten Godgeleerdheid en Wijsbegeerte. “Het wordt hard werken. De nieuwe faculteit Geesteswetenschappen gaat zich kenmerken door een helderder onderscheid tussen onderwijs- en onderzoeksorganisatie. Bovendien kan er uit verschillende vakgebieden meer gezamenlijk onderwijs worden gegeven. Die terreinen hebben nu nog
22

t aan basis nieuwe faculteit

FEEDBACK VAN STUDENTEN
‘Er is discussie over schools’ De bacheloropleidingen hebben een plaats gekregen in zes samengestelde bachelor schools, de academische masterprogramma’s zijn ingedeeld in zes academic schools. Deze schools lopen parallel aan de departementen. Voor Taal- en Cultuurstudies en Liberal Arts & Sciences is een aparte zevende bachelor school opgezet. De onderzoeksmasters zijn ondergebracht in een Graduate School. De terminologie is overigens wellicht van tijdelijke aard volgens Littooij. “Over deze schools is nog de nodige discussie. Bachelor school wordt beschouwd als een slechte term. Zowel de faculteitsraad van Geesteswetenschappen als van Rechtsgeleerdheid, Economie, Bestuur en Organisatie (REBO) vragen het college van bestuur om deze te veranderen. Zowel de term bachelor school als het feit dat een master niet in een graduate zit, is internationaal niet te verklaren.” ‘Laat schools samenwerken’ Wat in het model niet is vastgelegd, maar waar zeker wel voor te pleiten valt volgens Littooij, is een meer inhoudelijke samenwerking tussen de instituten. “De schools hebben altijd wel raakvlakken doordat ze grenzen aan elkaars vakgebieden.” Littooij denkt in de simpelste variant aan het kunnen volgen van cursussen die niet rechtstreeks aan het eigen vakgebied toebehoren. “Een idee zou zijn om een brede cursus aan te bieden die gegeven wordt door iemand die niet uit je eigen terrein komt. Bijvoorbeeld een algemene cursus wetenschapsfilosofie, dat lijkt mij zo gek nog niet. En ook al ben je geschiedenisstudent, je kunt je best laten onderwijzen door iemand van Wijsbegeerte.” ‘Calimero-complex’ De komst van Geesteswetenschappen hield de faculteit Letteren al jaren bezig. Ook van studenten ontvangt Littooij nu de eerste reacties. “Ze merken nog niet heel veel van de veranderingen, maar reageren wel heel geïnteresseerd. De één vraagt zich bijvoorbeeld af of de verschuiving vanwege de bezuinigingen plaatsvinden. En een ander mailt heel stellig dat Godgeleerdheid en Wijsbegeerte niet bij Letteren horen.” Cijfers en feiten: De faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht ontstaat uit de subfaculteiten Godgeleerdheid, Letteren en Wijsbegeerte. Ook het Ethiek Instituut is onderdeel hiervan. Geesteswetenschappen verzorgt 21 bacheloropleidingen en 62 masterprogramma’s. Meer dan 6000 studenten (waarvan meer dan 5500 binnen de subfaculteit Letteren) volgen onderwijs aan deze faculteit. Zie voor meer informatie, waaronder het faculteitsreglement: www.hum.uu.nl Littooij vindt het moeilijk om laatstgenoemde ingenomen standpunt te verklaren vanuit buiten Letteren. “Misschien hebben studenten Godgeleerdheid en Wijsbegeerte soms een calimero-complex. Dat is zo groot, dat Letteren, en dan komen wij daarbij. Al dat mooie toegankelijke dat we hadden, dat verliezen we, schijnen ze te denken.” “Maar er is zeker geen reden voor die onzekerheid”, aldus Littooij. “Letteren is ook maar een betrekkelijk lukraak conglomeraat van opleidingen zonder veel onderling contact. De organisatie van het onderwijs zal toch echt per opleiding gedaan blijven worden en net zo toegankelijk, zo niet toegankelijker, blijven voor inbreng van studenten.” ‘Ik wil meer feedback’ Toch is Littooij blij met de reacties. Hij zou als studentassessor zelfs meer de ruimte en tijd willen krijgen om de meningen van studenten te peilen. “Ik loop aan tegen het feit dat mijn functie te bestuurlijk kan zijn. Soms zou ik studenten, de mensen op de werkvloer, wat meer willen vragen. Meer feedback. Waarom zou je aan directeuren wel hun mening vragen en niet aan studenten?” Ook al schiet zijn eigen studie muziekwetenschap er dit jaar bij in (“Dat gaat niet zo hard”), Littooij is nog steeds blij dat hij het studentassessorschap op zich heeft genomen. “De ene keer is het wat politieker, dan weer wat gemoedelijker. Maar het zijn interessante zaken. Ik geloof dat dit wel is wat ik verwacht had.”
23

JOUW STUDIE, MIJN STUDIE: EEN DAGJE THEOLOGIE (I)

Door Jaap Faber Voorzitter,
Natuurlijk ben ik een brenger van oud nieuws als ik zeg dat het slecht gaat. Iedereen die tegenwoordig denkt over genoeg intellectuele capaciteiten te beschikken om een interessante mening te ventileren (ik wil geen namen noemen, maar bijvoorbeeld Jan Mulder, Maarten van Rossem en Sonja Barend) heeft ons, oppassende en waakzame kleinkinderen van Maria van der Hoeven en Mark Rutte, al gewaarschuwd voor verloedering, ontkerstening, islamisering en andere kwade manifestaties van dwaling. (Even een intermezzo. Over Mark Rutte dus. Dan kun je over hem zeggen wat je wilt (bijvoorbeeld dat het een slecht debater is, dat hij de VVD naar de knoppen helpt (is dat erg dan?), dat hij maar al te graag het schoothondje van Rita wil zijn, dat hij eigenlijk een D66’er is) maar deze goede man is, jawel, gelovig. Een vroom man. Elke avond op de knietjes (nee, niet bij Rita). Is dat geen prachtige wetenschap? Voor asielzoekers en minima moet dat ook heel geruststellend zijn: Rutte wil ze niet pesten, hij maakt het ze alleen héél moeilijk zodat ze op de kracht van de Heer zullen gaan vertrouwen. Mark Rutte is een vroom en nobel mens.) Terug naar de kern van de zaak, voorzitter. Het gaat dus slecht met ons land, met Europa, met de wereld, maar vooral met ons. Gezonde Hollanders. Dat schijnt te komen door de islamisering van ons land. Hierdoor gaan de traditionele normen en omgangsvormen waar wij, gezonde Hollanders, voor gevochten hebben te gronde. Kijk eens naar Zeeland, naar de Veluwe, naar Urk: daar alleen kan liefde wonen, daar alleen is ’t leven goed, waar men sober zonder vreugde alles met de Bijbel doet. Alles hè. (Nee, maar dan ook alles. Dan kun je van de Bijbel vinden wat je wilt, in het boek Micha staat toch maar mooi een recept voor Filistijnensoep. Met botjes.) Kortom, er moet eens wat meer respect komen voor het geloof. Alle tekenen wijzen duidelijk in die richting (zeg nou zelf: zouden er echt zeshonderdduizend Nederlanders zo stom zijn geweest op een geblondeerde Limburgse halve
24

zool met de geestelijke capaciteiten van het achtereind van een varken te stemmen als hij niet gewoon groot gelijk had?). Ook ik, voorzitter. Ook ik ben zo stom geweest op een partij te stemmen die seculier is. Seculier! Van alle kwalen die over ons zijn gekomen sinds de val van het Paradijs en de toren van Babel is dat wel de ergste. Natuurlijk, het is vreselijk dat er natuurrampen plaatsvinden, dat er vele kindertjes in Afrika of daaromtrent honger lijden en zestien uur per dag moeten werken, het is vreselijk dat na Iran en Noord-Korea ook de Christus-ontkenners uit Israël een atoomwapen blijken te hebben en het is een wereldwijde ramp dat Nova niet meer gepresenteerd wordt door Jeroen Pauw. Maar dit alles is natuurlijk volledig toe te schrijven aan de wereldwijde tendens van secularisering. En, mea maxima culpa, dit is ook mijn schuld. Na ietwat laat in mijn jeugd toch de nodige theologische kennis te hebben opgedaan uit De Heilige Schrift en de Iets Minder Heilige Wachttoren heb ik jarenlang gepoogd deze vreugde te delen met mijn medemens. Hoe kon ik zo blind en doof zijn dat ik werkelijk dacht dat alle wetenschappelijke bewijzen tégen de Bijbel die ik tijdens mijn studie kreeg aangedragen ook maar enigszins stand konden houden? Hoe kon ik zo stom zijn voor de ratio te kiezen en niet voor het fijne gevoel ‘dat je niet kunt uitleggen maar je voelt gewoon dat Hij bij je is…’ Fouten zijn er om goed te maken. Levens om te beteren. Daar ik nog altijd sta ingeschreven aan de faculteit Geesteswetenschappen en aan diezelfde faculteit de opleiding Theologie wordt aangeboden, leek het mij de beste oplossing mij aldaar te melden en mijn reiniging op geestelijk vlak te ondergaan. Daarvan zou ik dan op deze plek verslag uitbrengen. De Heer beschikte echter anders, voorzitter. Het geplande college waar dit alles zou gaan plaatsvinden ging niet door. Aangezien ik aan het eind van mijn spreektijd ben gekomen zie ik mij genoodzaakt bij een volgende gelegenheid verlsag uit te brengen. De Heer zij met u.