You are on page 1of 11

Blueprints of Paradise

Juryrapport
november 2010

Jury:

Manthia Diawara/Cineast Lesley Lokko/Architect & schrijver Joe Osae-Addo/Architect Femke van Zeijl/Journalist & schrijver Afrika Museum, Nijmegen, Nederland

Locatie:

Gastheer/-vrouw: Irene Hübner/Afrika Museum Siebe Rossel/Afrika Museum Berend van der Lans/African Architecture Matters

Algemene opmerkingen
De jurering van deze innovatieve prijsvraag duurde drie opeenvolgende dagen, van 29 oktober tot 31 oktober 2010 en vond plaats in het Afrika Museum in Nijmegen. De jury werd voorgezeten door Irene Hübner en Siebe Rossel (Museum), samen met Berend van der Lans (African Architecture Matters). Zij zijn tevens de bedenkers en begeleiders van de prijsvraag. Het was een succesvol eerste initiatief voor beide organisaties, dat resulteerde in een aantal aanbevelingen voor toekomstige samenwerking. Deze aanbevelingen zijn opgenomen in de samenvatting van dit rapport. Om snel dingen te kunnen terugvinden, is dit rapport als volgt opgebouwd:

De prijsvraag
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 2.1 2.2 3.1 Algemeen overzicht Deelnamelijst Thema’s en voorkomende problemen Keuzes tentoonstelling Juryprijzen Speciale vermeldingen Aanbevelingen voor het ontwerp en de inhoud van de tentoonstelling Contactgegevens en interessante bronnen voor de tentoonstelling Conclusie: aanmerkingen/opmerkingen/aanbevelingen

De tentoonstelling

Samenvatting

De prijsvraag
1.1 Algemeen overzicht

In totaal werden tweeënveertig inzendingen digitaal of op papier ontvangen, samen met een aantal video-inzendingen die een interessant debat op gang brachten over de relatie tussen het onderwerp (een Afrikaanse architecturale toekomst) en de media waarmee de vraagstukken kunnen worden onderzocht. Terwijl er een breed gamma was aan media, van poëzie tot video, was over het algemeen de achterliggende gedachte bij individuele projecten onvoldoende uitgewerkt of beschreven. Hoewel een aantal belangrijke problemen met de inzendingen als geheel worden besproken in het gedeelte Thema’s en voorkomende problemen van dit

rapport, is één bepaald probleem toch het vermelden waard. De jury stelde vrijwel onmiddellijk vast dat bijna alle inzendingen bij hun onderzoek uitgingen van een stedelijke omgeving, ondanks dat de opdracht over een “toekomst voor Afrika” niet aan locatie was gebonden. Dit heeft misschien deels te maken met de neiging van de meeste architecten/planologen om te werken binnen het stedelijke raamwerk, tenzij anders gevraagd, maar het kan ook een weerspiegeling zijn van het stijgende belang van stedelijke omgevingen in Afrika (en in hogere mate, de “zich ontwikkelende wereld”) als geheel. Recente statistieken1 tonen aan dat Sub-Saharisch Afrika de hoogste graad van verstedelijking kent, aangezien miljoenen mensen naar de steden trekken op zoek naar werk, betere kansen en een betere kwaliteit van leven. Nergens ter wereld zijn de vraagstukken rond verstedelijking (zowel in problematische zin als in positieve, creatieve zin) zo acuut als op het Afrikaanse continent. In deze context volgt het rapport daarom de algemene veronderstelling dat de stad (met alle daarmee gepaard gaande complicaties) de meest geschikte locatie is voor onderzoek. De prijsvraag had twee doelstellingen en, tot op zekere hoogte, twee soorten publiek. Enerzijds, in het verlengde van de algemene opdracht van het Museum, is er de wens om het bestaande programma van het Museum uit te breiden met een tentoonstelling over vraagstukken die betrekking hebben op moderne Afrikaanse steden. Deze tentoonstelling zal die bezoekers van het Museum aanspreken, die vooral uit de regio komen en weinig voorkennis hebben over deze vraagstukken of over Afrikaanse steden in het algemeen. Anderzijds richt de tentoonstelling zich op een meer wereldwijd, gespecialiseerd publiek van architecten, planologen, sociale en culturele antropologen, kunstenaars enz., en kan dus ook worden gezien als aanzet voor een debat op langere termijn waarin het Museum en AAM een belangrijke rol spelen. Met dit tweeledig publiek (lokaal en wereldwijd) in het achterhoofd, probeerde de jury opmerkingen en aanbevelingen te geven die voor beiden nuttig zijn, balancerend op de dunne lijn tussen betrekken en vervreemden. Ze wisten dat hun opmerkingen subtiel en kritisch moesten zijn, zonder vast te blijven zitten in taal en aanpak. Dat de jury bestond uit mensen met een verschillende achtergrond, en verschillende culturele en professionele belangen en connecties wat uiteindelijk erg nuttig bleek. Het was een genoegen om de diverse interpretaties van de uiteenlopende inzendingen te horen vanuit de invalshoeken van meerdere vakgebieden. De diversiteit van de voordrachten ondersteunde ook het algemene uitgangspunt van de initiatiefnemers van de prijsvraag, namelijk dat de toekomst van Afrikaanse steden een complexe uitdaging is die uit meerdere lagen bestaat en dat de beste resultaten niet noodzakelijkerwijs van de gebruikelijke vakmensen (architecten en planologen) afkomstig zijn.

1.2

Deelnamelijst (rood gemarkeerde inzendingen zijn keuzes van de jury; groen
gemarkeerde inzendingen zijn keuzes voor de tentoonstelling en worden verder besproken in de volgende rubriek) 010 011 012 013 016 017 019 020 022 023 025 026 029 030 I Love The West and the West Loves Me Changing Places Kgoro Central in Johannesburg, South Africa A New Wilderness (bevat ook inzendingen 014/015/108) Extreme Makeover Sedar Hall of Residence (bevat ook 047) Blueprints of Paradise Togolese Residential Area (bevat ook 021/027/028) Hairdresser’s Premises (bevat ook 024) The Royal Trees Small is Beauty-full Replicable Multi Storey in Africa Re-designing the Temporal Spaces Garden City Park (bevat ook 053)

1

Zie http://www/un.org/esa/population/publications/WUP2009wup.htm. Ontvangen 11 november, 07:24 GMT.

031 032 033 034 035 036 037 038 039 040 041 042 043 044 046 049 050 051 052 054 055 056 058 059 060 061 062

Cultural and Nautical Centres, Brazzaville, Congo (bevat ook 048) Suburban Slipstream & Grow-a-Garage Africa Omwagalwa: the African Ideal Catalyst – Environment for Change Living Kiosk The Street La Case Ameliorée Songhai 5.0 Agropolis The African Agora as Generator Africanatomie Building an Identity for Fiamah A Daydream for Africa (bevat ook 044) SLUM-UP Planning Interventions for Africa’s Future An Active Co-habitation Adapting SSPA Baobab City Innonativ New Typologies of Town Houses Vernacular Homesteading Tangible Future (bevat ook 057) Africa on Fire Indigenous Meets Contemporary I Am Africa Workondo Faster, Harder, Smarter

1.3

Thema’s en gerezen kwesties

De prijsvraag bevatte zeer brede eisen en dat is terug te zien in de inzendingen, zowel op het vlak van schaal (inzendingen over hele steden of delen van steden) als op het vlak van vorm. Sommige inzendingen beperkten zich tot één regel (als voorstel of erg letterlijk), andere bevatten verschillende borden/pagina’s. Er werden een aantal duidelijke thema’s vastgesteld, die handig waren om de discussie te verruimen, maar ook om de tentoonstelling te plannen (thematisch). Die thema’s waren: The Street (als basis voor een Afrikaanse stad) The urban/rural divide Agriculture (bijvoorbeeld stedelijke verkavelingen) Suburbia (vooral Zuid-Afrikaanse stedelijke onderzoeken) Utopias Translation (van concept naar vorm, van historisch naar modern) Misschien wel het enige gemeenschappelijke aspect in bijna alle inzendingen was de moeilijkheid (en behoefte) om exact te verwoorden wat Afrikaanse steden nu zo complex/uitdagend/bijzonder maakt. Er lijkt een onderliggende spanning te zijn tussen wat bestaat, met alle bijbehorende problematiek (verkeer, chaos, snelle groei, overbevolking, onvoldoende planning enz.) en hoe Afrikaanse steden er graag willen uitzien. De meeste inzendingen verwijzen direct of indirect naar het Afrikaanse karakter van stedelijke ruimte, materialen, vormen enz., maar waren niet in staat dit nauwkeurig te beschrijven. Dit had als gevolg dat de inzendingen die eruit sprongen, die inzendingen waren die verwezen naar iets specifieks, een plaats (030 The Garden City), een vorm (035 The Living Kiosk), een concept (039 The African Agora), en daarmee aan de slag gingen om tot alternatieve visies en voorstellen te komen. De vaagheid van de inzendingen (en de moeilijkheden waar dit toe leidde) was tot op zekere hoogte het resultaat van de prijsvraag zelf die veel ruimte liet. De succesvolste inzendingen waren in staat om de brede opdracht te vertalen naar een kleine specifieke set van criteria die ze vervolgens konden bewerken en uitbreiden. Op het gebied van kwesties die op basis van de inzendingen rezen, kwamen enkele belangrijke thema’s naar voren. Eerst en vooral was het verfrissend om begrippen als “plezier” en “ontspanning” naar voren te zien komen als belangrijkste overweging bij het ontwerp. Veel van de bestaande dialoog over Afrikaanse steden begint bij het concept “tekort”, tekort aan middelen, tekort aan planning, tekort aan vooruitgang. Projecten die “plezier” en “ontspanning” als uitgangspunt hadden (030 The Garden City), werden dan ook als inspirerend ervaren. Vaak wordt al snel vergeten dat steden ook aangename plaatsen moeten zijn om te wonen en dat plezier op openbare plaatsen (parken, ontspanningsfaciliteiten, culturele centra) niet enkel voorkomt in de noordelijke steden of buiten het Afrikaanse continent. Het was ook vernieuwend om te zien hoe schaal centraal kwam te staan, met andere woorden, het idee dat verandering en ontwikkeling net zo goed tot uitdrukking kunnen komen in kleinschalige voorstellen (035 The Living Kiosk en 029 Re-designing the Temporal Spaces) als in grootschalige projecten. Een aantal (nietgeselecteerde) inzendingen maakten dezelfde fout, namelijk ervan uitgaan dat grootschalige voorstellen de facto beter of interessanter zijn. Het was goed om te zien hoe iets alomtegenwoordig en alledaags in Afrika als de kiosk een goed overwogen make-over kreeg. Hierbij werd van het vertrouwde afgestapt om tot nieuwe vormen en materialen te komen, iets wat uiteindelijk de aard en essentie van ontwerpen is. Een ander interessant fenomeen was de manier waarop verschillende inzendingen omgingen met de veronderstelde tweedeling tussen het “informele” en het “formele” in Afrikaanse steden. De sterkste inzendingen hielden rekening met de zogenaamde “informaliteit” van Afrikaanse stedelijke omgevingen en aanvaardden het als feit en/of beginpunt voor verder onderzoek. Ze trapten niet in de gebruikelijke val van afbreken en opnieuw beginnen. Inzendingen die de voornoemde ruimten toch probeerden te stileren of weg te vagen, hadden vaak een vervreemdend effect. Dit was vooral te merken bij 058 Africa on Fire, het zonne-energieproject dat op geen enkele stedelijke werkelijkheid waar dan ook ter wereld gebaseerd leek te zijn. De jury

vond het vooral erg belangrijk dat over de stedelijke toekomst van Afrika wordt nagedacht zonder de bestaande stedelijke structuren/ruimten te problematiseren, hoe ongepland of informeel ze ook lijken. De sleutel tot de oplossing ligt vaak diep verscholen in het zogenaamde “probleem” en door een zorgvuldiger en beter doordachte analyse wordt duidelijk welke mechanismen nuttig kunnen zijn als onderdeel van de instrumenten die de ontwerpers (in de breedste zin van het woord) op tafel leggen. Het resultaat daarvan is dat oplossingen en ontwerpuitdagingen verder kunnen gaan dan alleen maar het “informele” te formaliseren en woonplaatsen op te waarderen. Zo kunnen verschillende manieren van organiseren, wonen en ruimtegebruik worden ontdekt, die veel verder gaan dan de huidige moderne tweedelingen. De vraag naar vertalen kwam ook in verschillende projecten naar voren. De inzending 017 Sedar Hall of Residence is hiervan misschien wel het beste voorbeeld. Het ging bij dit project om een gebouw in Europa (Parijs) dat sterke politieke en historische banden had met Afrika maar in verval was geraakt. Het meer voor de hand liggende voorstel (restauratie van het gebouw) was minder interessant dan het concept dat werd toegepast: traditionele West-Afrikaanse stoffen als uitgangspunt nemen voor een nieuw omhulsel van het gebouw. Het was opnieuw het feit dat het om een letterlijke vertaling ging dat ervoor zorgde dat de inzending niet werd geselecteerd. Het resultaat was eendimensionaal en te simplistisch om de belofte van het oorspronkelijke architecturale gebaar volledig te dragen. Het project zorgde wel voor een levendig debat over weergeven (tekening versus video), bestemmen (geschiedenis versus hedendaags), grenzen van het vakgebied (architectuur versus mode) enz. Dit wijst allemaal op de rijkdom aan ideeën, geïnspireerd door deze prijsvraag. Enkele belangrijke vragen bleven over: als we Afrikaanse “ruimte” bekijken, wat is dan het meest geschikte medium op het gebied van architecturaal onderzoek? Beschikken video, muziek, mode enz. over bepaalde mogelijkheden of kwaliteiten die de traditionele middelen voor architecturale weergave (plan, doorsnede, opstand) niet hebben kunnen vastleggen of niet goed hebben onderzocht? Wat is/was de juiste schaal voor dergelijke onderzoeken? Is “Afrika” een te groot concept om bruikbaar te zijn voor individuele onderzoek? Jacques Derrida wordt niet vaak geciteerd in een juryrapport, maar zijn vaak herhaalde aforisme, “er is een vormeloos verlangen naar een andere vorm, het verlangen naar een nieuwe locatie, nieuwe galerijen, nieuwe gangen, nieuwe levensen denkwijzen2”, lijkt zeer passend binnen de context van deze prijsvraag. Gaat de uitdaging die van de prijsvraag uitgaat niet enkel over Afrika, in al zijn sterke complexiteit, maar over het “vormeloze verlangen naar een andere vorm: een nieuwe leef- en denkwijze” die Afrika aan de wereld kan laten zien? Met andere woorden, kan iemand door te proberen opnieuw een nieuwe burgerlijke en stedelijke toekomst voor Afrika te bedenken, geen nieuwe toekomst bedenken voor de rest van de wereld?

1.4

Keuzes tentoonstelling

Na lang beraad werden de volgende twaalf inzendingen geselecteerd als belangrijkste deelnemers aan de tentoonstelling. Hoewel slechts twaalf inzendingen werden gekozen (voor de tentoonstelling), werd ook besloten om alle inzendingen in een of ander formaat een plaats te geven in de algemene tentoonstelling. De jury vond het belangrijk om het gehele spectrum aan inzendingen te tonen, enerzijds om de verschillende antwoorden op de vraag over de “toekomst van Afrika” te benadrukken, anderzijds om toekomstige deelname aan de dialoog aan te moedigen, hoe experimenteel ook. Hoewel de precieze aard en indeling van de tentoonstelling zal worden bepaald door het Museum, de conservatoren, tentoonstellingontwerpers en AAM, vond de jury dat een apart overleg voor de tentoonstelling nuttig kan zijn. Ze staan in principe open voor verdere samenwerking voor de tentoonstelling zelf. 017 022
2

Sedar Hall of Residence (bevat ook 047) Hairdresser’s Premises (bevat ook 024)

029 030 032 034 035 037 039 041 042 059

Re-designing the Temporal Spaces Garden City Park (bevat ook 053) Suburban Slipstream & Grow-a-Garage Catalyst – Environment for Change Living Kiosk La Case Ameliorée The African Agora as Generator Building an Identity for Fiamah A Daydream for Africa (bevat ook 044) Indigenous Meets Contemporary

Hoewel er in totaal tweeënveertig inzendingen waren, waren de juryleden het er unaniem over eens om zich te concentreren op de beste inzendingen en verder te werken met deze deelnemers. De deelnemers kunnen hun inzending verder uitwerken en verfijnen, wat een betere optie was dan de inzendingen te tonen zoals ze zijn ontvangen. Er waren twaalf projecten die een uitzonderlijke diepzinnigheid en subtiliteit kenden. De organisatoren besloten om met deze deelnemers contact op te nemen en ze te vragen of ze, indien nodig, meer werk konden indienen. Met het uiteenlopende publiek in het achterhoofd, dat deze prijsvraag en tentoonstelling willen aanspreken, hebben de juryleden de projecten niet alleen geselecteerd op basis van hun architecturale of stedelijke ontwerp, maar ook op basis van hun bredere observaties over Afrikaanse “ruimte”, hoe ze die ook opvatten, en hun succesvolle verbeelding van de kwesties die ze hebben vastgesteld. Het resultaat is een breed scala aan schalen en plaatsen, van landelijk Liberia tot voorstedelijk Johannesburg, en is een correcte weergave van de enorme diversiteit die over heel het continent te vinden is. Bij 042 A Daydream for Africa, liet de voorstelling bijvoorbeeld wat te wensen over, maar het idee achter de inzending was krachtig en overtuigend: een netwerk van openbare ruimten over het hele continent, verbonden door verschillende culturele gebruiken (bidden, verkopen, praten). Deze gebruiken zijn weliswaar specifiek voor de regio’s maar worden verenigd door een groter cultureel fenomeen, namelijk het idee van een voor het gehele continent gemakkelijk te herkennen ingreep (door bepaalde gemeenschappelijke elementen: water, schaduw, open plekken) en die voor iedereen bruikbaar is en door iedereen gebruikt kan worden. De jury keek verder dan de opvallende graphics (of in sommige gevallen het gebrek daaraan), keek vooral naar de ideeën achter de presentaties en zocht naar manieren om te bepalen welke voorstellen zeer uitdagend en interessant waren, hoewel vaak de geschikte taal, grafische voorstelling en visuele weergave ontbrak om ze op de best mogelijke manier te tonen. Om die reden trokken de juryleden redelijk veel tijd voor de interpretatie van wat ze zagen. Daarbij kon elk afzonderlijk jurylid uiteraard zijn eigen voorstelling maken van de inzendingen.

1.5

Juryprijzen

Na lang beraad werden prijzen toegekend aan: 029 030 039 Re-designing the Temporal Spaces The Garden City The African Agora

De projecten 029 Re-designing the Temporal Spaces en 030 The Garden City hebben beiden de opdracht zoals in de prijsvraag beschreven op een innovatieve, mooi omschreven en goed doordachte wijze opgepakt. Enerzijds was er Project 029, een kleinschalig, erg bescheiden voorstel zonder het drama van een grootschalig stadsbreed project, dat toch één van Afrika’s meest terugkerende stedelijke problemen, het verkeer, zeer direct aanpakt. Het is een lichtvoetig, milieuvriendelijk ontwerp, dat gemakkelijk te vervaardigen en in elkaar te zetten is (van plaatselijke materialen) en de vorm is zowel adaptief als reactief. Het is gemakkelijk denkbaar in allerlei verschillende steden en contexten, van Lagos tot Lubumbashi, en kan voor allerlei doeleinden worden gebruikt, van adverteren tot het bieden van beschutting. Het is van invloed op een breed publiek en heeft in potentie een oneindig

toepassingsgebied. Aanpassings- en accommodatievermogen (in de zin dat het antwoord geeft op een heleboel kwesties) zijn de belangrijkste eigenschappen van Afrikaanse stedelijke omgevingen. De schoonheid van dit project ligt in de mogelijkheid om die essentie te vangen zonder concessies te doen aan het hedendaagse en aan de uitvoering. De jury was unaniem in de waardering voor dit project. Aan het andere eind van het spectrum staat Project 030 The Garden City, dat een traditioneel prijsvraagtraject heeft gevolgd door een grootschalig stedelijk ontwikkelingsproject voor te stellen in Kumasi, de op één na grootste stad van Ghana, de thuisbasis van het Ashanti-volk. Net zoals Rome is Kumasi gebouwd op heuvels en de stad is rijk aan groen, dat gedurende de laatste decennia van stedelijke ontwikkeling weinig werd beschermd of onderzocht. Dit project, beschreven via virtuele realiteit, gaat uit van klassieke stedelijke ontwerpelementen zoals transportverbindingen, ontspanningsfaciliteiten, sportfaciliteiten enz., maar doet dit op innovatieve en cultuurspecifieke wijze. De overdekte marktstructuur, die doet denken aan de patronen van een kente-kleed, dient als visuele herinnering aan het rijke culturele erfgoed van dit gebied en zorgt bovendien voor schaduw zoals bomen dat ooit deden. Op deze wijze kan het meest Afrikaanse van alle fenomenen, de markt, plaatsvinden in een omgeving die is verbonden met het verleden, maar vooral met het moderne stedelijke heden. De jury was ook onder de indruk van de wijze waarop het voorstel de verschillende aspecten van de interesse van de deelnemer naadloos “aan elkaar breide”, van transport tot de aanplanting van bomen, en een beeld gaf van een stedelijke omgeving die zowel op publiek als op privaat niveau tegelijk een ruimte voor landschap en voor handel is, voor ontspannings- en sportfaciliteiten en voor families en individuen. Het project gaat uit van de dagelijkse bezigheden en activiteiten van de inwoners van Kumasi en brengt ze samen op een weloverwogen en nauwkeurig uitgevoerde wijze. Project 039 The African Agora is een bijzonder project als het gaat om uitvoering en wat het oproept. De korte video was uitermate goed gemaakt en vroeg erom verschillende keren te worden bekeken zodat alle complexiteiten en verschillende betekenislagen ten volle werden begrepen. De video zorgde voor lange en soms verhitte discussies (wat de beste projecten zouden moeten doen), vooral over de waarde van uitdrukkingskracht boven voorstel. Hoewel de video op uitzonderlijke wijze de historische migratie van het platteland naar de steden opriep en het unieke karakter van de Afrikaanse openbare ruimte, vond de jury dat in de huidige vorm een voldoende overtuigend voorstel ontbrak. De relatie tussen de “agora”, met wortels in de klassieke oudheid, en het unieke “Afrikaanse” karakter van de omgeving die de deelnemers wilden weergeven, was in zekere mate onvoldoende uitgewerkt. De vraag rees op welke manier de “agora” in de video bijzonder “Afrikaans” was. De jury was wel opnieuw unaniem in de waardering voor de manier waarop de video de ruimte en het “gevoel” van veel Afrikaanse steden perfect weergaf, vooral van die in het zuiden van het continent.

1.6

Speciale vermeldingen

Speciale vermeldingen van de juryleden 032 Slipstream Magazine of Grow-a-Garage 035 The Living Kiosk Ten slotte, ook al werd in de omschrijving van de prijsvraag niet specifiek melding gemaakt van een categorie voor inzendingen van bijzonder belang of die aanbeveling verdienen, wilde de jury toch graag 032 Slipstream Magazine or Grow-aGarage en 035 The Living Kiosk in een afzonderlijke categorie plaatsen. Project 035 The Living Kiosk lijkt op het vlak van schaal en bruikbaarheid op 029 Re-designing the Temporal Spaces. De jury was onder de indruk van de keuze voor de alledaagse, alomtegenwoordige kiosk (waarvan de linguïstische en architecturale wortels in het Perzisch, Turks en Swahili liggen) als uitgangspunt voor het ontwerp. De buigzaamheid ervan en het feit dat een kiosk van bijna elk materiaal kan worden gemaakt, maakte het een perfect onderwerp om af te tasten. De rijk geschakeerde voorstellen uit de inzending, van kleinhandel tot woongebied, zijn typische

voorbeelden van wat met de kiosk in het hele continent gebeurt (wanneer is een kiosk geen kiosk meer, maar een huis, of een vaste winkel?). De jury had echter graag gezien dat de kiosk (in de vele wedergeboortes) in context verder was onderzocht. De inzending richtte zich op de tektoniek van de heropbouw en het opnieuw vormgeven van de bescheiden kiosk maar negeerde enigszins de plaatsing ervan, wat vaak even belangrijk is. 032 Slipstream Magazine or Grow-a-Garage richtte zich misschien te specifiek op Zuid-Afrika, maar getuigde in de manier waarop de deelnemers de opdracht aanpakten van intelligentie en innovatie. Het resultaat, een tijdschrift, kende vanwege de kwesties die erin werden vastgesteld een krachtige presentatie en innovatie. De jury vond de subtiele gedachtegang, de intentie van het ontwerp en de voorstelling indrukwekkend. De jury vond dus unaniem dat beide projecten prachtig verwoorden wat het betekent om zowel binnen als buiten de lijntjes te kleuren en dat ze daarom een speciale vermelding verdienden.

De tentoonstelling
2.1 Aanbevelingen voor het ontwerp en de inhoud van de tentoonstelling
Om het denkproces te vergemakkelijken en het werk op een juiste wijze te verdelen, werd besloten om de prijsvraag als twee afzonderlijke projecten, maar met elkaar verbonden, te zien: enerzijds de prijsvraag, anderzijds de tentoonstelling. De juryleden waren het tevens eens dat de tentoonstelling ook in twee delen kan worden opgesplitst, één voor de winnende inzendingen (alle twaalf) en een tweede deel dat de externe informatie over Afrikaanse steden (waarover het Museum al in zekere mate beschikt) behandelt en waaraan tevens de niet-geselecteerde inzendingen kunnen bijdragen. Over de precieze aard van het tweede deel (de context voor de tentoonstelling, met andere woorden) moet nog worden beslist, maar de jury was van mening dat een combinatie van video, tekst en stilstaande beelden goed zou werken (groot genoeg en op voldoende grote schaal, zodat het bijzondere gevoel van vele Afrikaanse steden gemakkelijk op te roepen is en kan worden ervaren door bezoekers die nog niet eerder in Afrika zijn geweest). Er gingen ook stemmen op om één of meerdere inzendingen (zoals de Living Kiosk) werkelijk te bouwen en op de binnenplaats te zetten of in een ruimte grenzend aan de tentoonstelling. Op deze manier zou niet alleen een winnende inzending worden tentoongesteld, maar zou er ook sprake zijn van een tastbaar aspect van de prijsvraag en de architectuur van het land als geheel. Hoewel het eindresultaat van sommige inzendingen niet voldeed aan de verwachtingen of de originele belofte (zoals eerder besproken), waren sommige beelden in de verschillende Afrikaanse stedelijke omgevingen zeer interessant en zeer geschikt om de Afrikaanse stad weer te geven voor een publiek dat er helemaal niet mee bekend is. De tentoonstelling zou dan twee delen en twee soorten publiek hebben, enerzijds de materiële tentoonstelling in het museum, specifiek gericht op de bezoekers en beschermheren, anderzijds de virtuele tentoonstelling op de website, die fragmenten kan bevatten van de jurering, externe koppelingen naar andere organisaties, contactgegevens, bronnen en meer dialogen. Dit laatste zou zich dan moeten richten op een veel breder publiek dat al bekend is met de literatuur en de vraagstukken die betrekking hebben op Afrikaanse steden. Voor de materiële tentoonstelling die in april 2011 zal plaatsvinden, zijn al enkele ideeën geopperd. Een ervan is het thema laten terugkomen in de stad Nijmegen, zodat de stad verbonden wordt met het Museum maar misschien ook met steden van het Afrikaanse continent, wat de weg vrij maakt voor samenwerking en uitwisseling in de toekomst.

2.2

Contactgegevens en interessante bronnen

Een aantal mogelijke bronnen voor de tentoonstelling zijn onderwijsinstellingen, ngo’s, organisaties met een uitdrukkelijke interesse in de bouwomgeving van Afrika, personen met wie eerder op dergelijke manier werd samengewerkt en bestaande organisaties/instellingen met hetzelfde publiek. Hieronder staat een voorlopige lijst die ongetwijfeld zal worden aangevuld naarmate de plannen voor de tentoonstelling vorderen. Dit zou ook een zeer nuttige lijst met contactpersonen/een database voor toekomstige evenementen/samenwerking kunnen zijn. De Witwatersrand Universiteit, Johannesburg, Zuid-Afrika Hannah Le Roux (hannah.le.roux@wits.ac.za) Hilton Judin (hilton.judin@wits.ac.za) Randall Bird (rbird@post.harvard.edu) Mpho Matsipa (mpho.matsipa@wits.ac.za) Universiteit Kaapstad, Kaapstad, Zuid-Afrika Iain Low (iain.low@uct.ac.za) African Centre for Cities, Kaapstad, Zuid-Afrika Edgar Pieterse (edgar.pieterse@uct.ac.za) UN Habitat, Nairobi, Kenia Andrew Rudd (Andrew.Rudd@unhabitat.org) Nayoka Martinez-Backstrom (Nayoka.Martinez-Backstrom@unhabitat.org London Metropolitan University, Londen, Verenigd Koninkrijk Robert Mull (r.mull@londonmet.ac.uk) Caroline Wanijko Kihato (Urban Landmark) ckihato@mweb.co.za Carsten Höller (www.thedoubleclub.co.uk/about/Carsten.html) Henri en Winnie Wientjes (www.wienco.com)

Samenvatting
3.1 Conclusie: aanmerkingen/opmerking/aanbevelingen

Om veel van de hierboven vermelde redenen was dit een unieke en fantastische gelegenheid om een aantal gelijkgestemden bij elkaar te brengen, zowel in Nederland, specifiek voor de prijsvraagjury, als wereldwijd via de website. Op deze manier konden ze hun ervaringen, inzichten en wensen rond de groeiende kennis van de moderne Afrikaanse stad uiten en delen. Door de huidige, veelomvattende dialoog over het Afrikaanse stadsleven is het misschien nog belangrijker dat deze prijsvraag (en de daaropvolgende tentoonstelling) ook ruimte biedt aan een belangrijk aspect van de dialoog die vaak buiten beschouwing wordt gelaten: de toekomst. Het ligt in de aard van architectuur om tot een voorstel te komen, in tegenstelling tot vele andere disciplines waarbij het gaat om creativiteit. Analyseren en aanmerkingen maken is niet voldoende, hoe belangrijk deze twee aspecten van betrokkenheid ook mogen zijn. Je ideeën aan het papier toevertrouwen, in de vorm van een tekening, een model, een plan enz. is in wezen een voorstel om terrein, vorm, ruimte, materiaal enz. af te baken met de uiteindelijke bedoeling te gaan bouwen en dus een verandering teweeg te brengen. Wat deze prijsvraag anders maakt dan vele anderen is het open, futuristische, onbegrensde karakter van de opdracht. Het vraagt de deelnemers alleen maar te dromen over een alternatieve toekomst voor Afrika. Dat deze toekomst de vorm kan aannemen van woorden, tekeningen, foto’s, modellen, video’s, manifesten enz. bewijst nogmaals hoe rijk het onderwerp van de dialoog is (de toekomst van Afrika). Dit gezegd hebbende, vormde de diversiteit in voorstellingsvormen toch een bepaald “probleem” voor de juryleden. Kan een gedicht correct worden beoordeeld naast een video van een volledige stad? Hoe kan de inspanning en verbeeldingskracht die nodig is voor de productie van een hydroelektrische, door zonne-energie aangedreven stad waarin water wordt gerecycled worden vergeleken met de afbeelding van een vrouwenlichaam omhuld in traditionele klederdracht? Enerzijds is het aan de jury om dit te overleggen, anderzijds biedt het perspectieven voor een reeks nieuwe prijsvragen die misschien één of meerde

thema’s behandelen die uit deze prijsvraag naar voren zijn gekomen en er zowel een traditionele als innovatieve draai aangeven. Een recente Israëlische inzending voor een prijsvraag (http://www.natanelelfassy.com/index.php?page=29)3, kan worden gezien als voorbeeld van een specifieke plaats, gebouwtypologie, aantal bedenkingen enz. die gebruik maken van een overbruggende beschrijving (het vormeloze verlangen naar nieuwe vormen), of meer recent de prijsvraag House in Luanda (www.architectafrica.com/house-in-luanda-competition-2010)4 waarin werd gevraagd naar een zeer specifiek antwoord op een aantal specifieke omstandigheden en plaats en schaal. In beide prijsvragen wordt juist de onderzoekende aard, die sommige van de inzendingen voor Blueprints of Paradise wel hebben, uitgesloten door de vooraf ingebouwde filter waardoor Afrika meestal wordt bekeken. Echter, zonder de inzendingen van onderzoekende aard zou de dialoog over de prijsvraag veel minder interessant zijn geweest.

De conclusie van de jury is daarom dat de prijsvraag het eerste deel is van wat hopelijk een reeks prijsvragen/seminaries/lezingen/evenementen wordt met als uitgangspunt een Afrikaanse toekomst en waarin antwoorden de kans krijgen om zich te ontwikkelen. Sommige antwoorden zijn uitgebreider dan andere en kennen een open karakter, terwijl andere een veel nauwere focus en intensiteit vragen. Op dit moment zijn er wereldwijd letterlijk honderden verschillende organisaties, zoals overheden, ngo’s, de VN, multinationals enz., naast kleine basisinitiatieven met minimaal budget (en dan hebben we het nog niet eens over de intellectuele bijdrage van niet-plaatsgebonden werk aan Afrikaanse steden) die op een of andere manier aan de slag gaan met de vragen die door de prijsvraag worden gesteld. De samenwerking tussen AAM en het Afrika Museum lijkt op het eerste zicht misschien tegenstrijdig. De ene organisatie richt zich immers op de toekomst en daarmee op projecten die nog moeten worden gebouwd terwijl de ander het behoud van tradities en het verleden centraal stelt. Het enthousiasme en de wil van beide partijen om elkaars ervaringen te delen en van elkaar te leren is ongebruikelijk en kan alleen maar zeer worden aangeraden. De juryleden zagen bij alle deelnemers een hoog niveau van intellectuele nieuwsgierigheid en betrokkenheid, iets dat uniek genoemd kan worden. Ze hopen daarom dat de prijsvraag niet wordt gezien als eenmalige oefening, een oefening die zo nu en dan plaats vindt, maar dat de prijsvaag er uiteindelijk toe leidt dat het hedendaagse Afrikaanse leven (niet alleen in de steden) wordt overgebracht op een breder publiek via enerzijds de traditionele middelen zoals het Museum en haar tentoonstellingen/evenementen, als anderzijds het gebruik van nieuwere technologieën waarmee het publiek nieuwe ervaringen kan opdoen, een nieuw geluid kan horen en waarmee nieuwe netwerken kunnen worden gevormd. Ten slotte is een recent nieuwsbericht het vermelden waard (www.bbc.co.uk/news/world-11694599)5. Het gaat om inspanningen om een index te ontwikkelen waarmee de levensstandaard over de hele wereld kan worden gemeten. In de Quality of Life Index van de VN wordt niet alleen economische activiteit als indicator van algemeen welzijn getraceerd en geanalyseerd. Toegang tot vrijetijdsvoorzieningen, de kracht van de gemeenschap, de afstand die iemand moet afleggen om familieleden te zien en de tijd die daarvoor nodig is, de beschikbaarheid van telecommunicatie en de betrouwbaarheid en prijs van de dienstverlening worden allemaal gezien als werkbare indicatoren waarmee “geluk” en “vooruitgang” kunnen worden gemeten. In deze context zijn projecten als 042 A Daydream for Africa, 032 Slipstream Magazine of 031 Cultural and Nautical Centres for Brazzaville, Congo, projecten “van deze tijd” die perfect de tijdgeest weergeven die bij de planning van een ideale stedelijke toekomst vraagt om rekening te houden met een breder scala aan vraagstukken.

3 4 5

Zie www.natanelelfassy.com. Retrieved 5 November, 2010 at 12:05GMT Zie www.architectafrica.com. Retrieved 5 November, 2020 at 11:05GMT Zie www.bbc.com. Retrieved 5 November, 2010 at 12:18GMT

Lesley Lokko (redacteur), Johannesburg, Zuid-Afrika Femke van Zeijl (verslaggever), Utrecht, Nederland Joe Osae-Addo, Accra, Ghana Manthia Diawara, New York, VS