You are on page 1of 11

Goederenkennis

In logistieke omgeving
Dhr. Willem Van Renterghem
LOM103
Helene Delvaux
Helene Delvaux LOM103B Hoofdstuk I : Verschijningsvormen

Hoofdstuk I: Verschijningsvormen van goederen


Inhoudstabel:
1.1. Stort- VS stukgoed
Stortgoederen
Stukgoederen
Belangrijke opmerkingen
1.2. Stortgoederen (droog, vloeibaar, gas)
1.3. Stukgoederen
1.3.1. Traditioneel stukgoed
1.3.1.1. Losse onverpakte stuken
1.3.1.2. Bundels
1.3.1.3. Zakken
1.3.1.4. Big bags
1.3.1.5. Balen
1.3.1.6. Dozen
1.3.1.7. Intermezzo over stabiliteit
1.3.1.8. Intermezzo over het gebruik van hout
1.3.1.9. Houten of kisten
1.3.1.10. Vaten
1.3.1.11. Intermediate bulk container (IBC)
1.3.1.12. Pre-slung cargo
1.3.1.13. Paletten
1.3.1.14. Intermezzo over de specificiteit van verpakking
1.3.1.15. Merktekens op stukgoed
1.3.1.16. Opmerking
1.3.2. Containers
1.3.2.1. Platform en flatrack
1.3.2.2. Open top with tarpaulin en open top with hard top roof
1.3.2.3. General purpose (GP) of standaard container
1.3.2.4. High cube containers
1.3.2.5. Palletwide containers
1.3.2.6. Ventilated containers
1.3.2.7. Insulated containers
1.3.2.8. Koelcontainer (porthole&intergrated)
1.3.2.9. Dry bulk container
1.3.2.10. Tankcontainer
1.3.2.11. GP met flexitank
1.3.2.12. GP met liner bag
1.3.2.13. Swap body
1.3.3. Ro-Ro

Goederenkennis 2
Helene Delvaux LOM103B Hoofdstuk I : Verschijningsvormen

1.1. Stort- VS. Stukgoederen:

Stortgoederen/bulk:

Dit zijn goederen die op hopen gestort worden, meestal in grote hoeveelheden, los en onverpakt, waarvan
de hoeveelheid uitgedrukt word in eenheid van volume (bv. Liter) en/of gewicht, en niet telbare aantallen.
De opslag gebeurt in hopen buiten, meestal zonder enige bescherming, of binnen in magazijnen, in vlak of
cilindervormige silo’s. De behandeling gebeurt met grijpers, zuigers, spuiters, transportbanden, trechters
bulldozers, enz.
Vb. ertsen en granen

Stukgoederen:
Goederen die per stuk kunnen behandeld worden. Deze goederen zijn soms onverpakt (stale buizen), de
opslag gebeurt buiten, onbeschermd, of onder zeil of afdak, of binnen in magazijnen maar steeds ordelijk
geplaatst, ordelijk gestapeld. De behandeling gebeurt vaak met vorkliften en/of met hijsbanden/slings rond
de goederen gevestigd aan een kraan.
Vb. Vaten, kisten zakken en ook containers

Belangrijke opmerking:
• Stort- en stukgoederen is een logistieke verschijningsvorm van een goed en niet van een specifieke
eigenschap
• Evolutie om eerder traditionele stukgoederen ook als stortgoederen op te slaan en/of te vervoeren. De reden
zijn:
1. De grotere behandelingssnelheid van bulk
2. Minder arbeidsintensief ⇒ goedkoper!
3. Vermijden van verpakking ⇒ productiekosten zijn lager!
4. Geen verpakkingsafval verwerken
5. Milieuoverwegingen!
Vb. Cacao van West-Afrika wordt in zaken tot aan het schip geleverd dan is het “cut&bled” om de cacao als bulk te
transporteren. Om te vermijden dat lege zakken in de bulklading blijven. De zakken bezoedelen de lading en leveren
problemen op bij de lossing doordat ze transportbanden, lostrechters en/of zeven blokkeren.

Cut&Bled

Goederenkennis 3
Helene Delvaux LOM103B Hoofdstuk I : Verschijningsvormen
1.2. Stortgoederen:
Deze kunnen zich voordoen in droge, vaste vorm (bv. Kolen), in vloeibare vorm (vb. aardolie), of in gasvorm
(vb.methaan).

Opmerking over methaan: methaan wordt vervoerd en opgeslagen bij zeer lage temperaturen al dan niet in
combinatie met verhoogd druk. “Methania” (LNG-tanker) is gemakt uit één speciale staalsoort “Invar”, met als
specifieke kenmerken dat het staak niet uitzet of inkrimpt bij veranderende temperaturen. Dit is noodzakelijk omwille
van de lage temperatuur van methaan (162°C)

Over droog stortgoed, als je die opslaat en/of vervoert in grote hoeveelheden in een gesloten ruimte dan kan het
gevaarlijk worden. Dan kunnen bij droog stortgoed bepaalde gassen of stofexplosies ontstaan. Dus ook bij droge
lading moet men uiterst voorzichtig zijn met bulkverschepingen en/of bulkopslag, vooral in een gesloten ruimte.

1.3. Stukgoederen:
(3 grote onderdelen: traditioneel stukgoed, containers en Ro-ro)

3 grote evoluties:
1. Een toename van stortgoed ten opzichte van stukgoed, waar dit praktisch mogelijk en economisch rendabel
is.
2. Evolutie van een traditioneel stukgoed naar meer en meeruniforme laadeenheden. Reden: grotere
behandelingssnelheid, lagere arbeidsintensiteit, lagere diefstal en schadegevoeligheid.
3. Evolutie naar grotere eenheden –schaalvergroting- bij stukgoed en containers omwille van een betere
kostenefficiëntie.

1.3.1. Traditioneel stukgoed:

1.3.1.1. Losse onverpakte stukken:


Dit zijn losse en onverpakte stukken die een voor een moeten behandeld worden.
Vb. Zware stukken machine, grote stalen buizen, balken of dikke stalen platen.
⇒ Project ladding/heavy lifting (>50T)

Bij grote delicate stukgoederen is het belangrijk goede aanslagputten te voorzien om deze goederen te kunnen
“aanslaan” en op hijsen, zonder schade. Deze aanslagputten moeten goed aangeduid/gemarkeerd worden. Waar
nodig moet men voldoende bescherming aan brengen tussen het aanslagmateriaal en de lading zelf (plastik of hout =
dunnage). Er moet ook een bescherming zijn tegen het roesten van metalen (⇒ vet, olie of verf).

⇒ Er is geen probleem met niet/weinig verpakt goederen MAAR dan moet er wel andere voorzorgmaatregelen
genomen worden, zoals gespecialiseerd behandelingsmateriaal, opslagruimte met meer en betere faciliteiten qua
temperatuur & ventilatie, gespecialiseerde voedtuigen, een tragere behandelingssnelheid, enz.

1.3.1.2. Bundels:
Dit zijn gegroepeerde goederen van de zelfde soort gebundeld met “straps” (=
spanbanden) in nylon of metaal.
Hier moet men opletten dat deze banden voldoende sterk, voldoende in aantal en
voldoende aangespannen zijn. Men moet ook zorgen dat deze banden geen
inkepingen veroorzaken in de goederen. Men kan daar voor plastieken of kartonnen
beschermingstukjes tussen steken. Dergelijke beschermingsstukken zal men ook
gebruiken bij het vastzetten (lashing & securing).

Goederenkennis 4
Helene Delvaux LOM103B Hoofdstuk I : Verschijningsvormen
1.3.1.3. Zakken:
Er bestaan 3 grote soorten zakken:

Polipropylene geweven zakken (met Jute zakken meestal manueel Papier zakken (“2ply-paper
of zonder binnen plastieken zak) genaaid als afsluiting bag” of “3 ply-paper
ply bag”)

De keuze uit deze 3 is afhankelijk van het AANTAL BEHANDELING!


Er moet ook een goede afsluiting zijn:
- Manueel genaaid ⇒ “hand sewn ends”
- Machinaal genaaid ⇒ “machine sewn ends”
- Warmeteverzegeling/warmtelas (voor polipropylene en plastieken zakken)

1.3.1.4. Big bags:


Deze zijn vaak uit geweven polipropyleen gemaakt, al dan niet voorzien van een plastiek binnenzak.
Ze hebben een inhoud van ongeveer 1m³ en kunnen tot 1000kg bevatten.
Uitgerust met handige lussen voor de behandeling.
De afsluiting bovenaan bestaat meestal uit een strop. Sommige types zijn onderaan voorzien van
een losopening met strop.

1.3.1.5. Balen:
Balen worden verpakt in jute of geweven polipropyleen, of in een vel papierpulp, met daar
rond metalen of nylon spanbanden.. De verpakking moet voldoende stevig zijn, bij een
gescheurde verpakking raakt de inhoud snel bezoedeld/bevuild. Balen staan onder druk en
kunnen dus ook loskomen, als er niet genoeg spanbanden zijn zal het geheel ontploffen
a kunnen. Dus het aantal spanbanden is
omdat de spanbanden er rond niet al die druk aan
belangrijk.

1.3.1.6. Dozen
Dozen zijn gemaakt in allerlei vormen en afmetingen. Sommige zijn gesloten, andere bovenaan open (=trays) met of
zonder ventilatie en al dan niet voorzien met een stapel systeem. De dozen kunnen
kunne gelijmd
elijmd of geniet zijn en al dan
niet gesloten met kleefband.
Hier is de stevigheid nog altijd heel belangrijk daar om gebruikt men gegolven karton. Er bestaan meerdere lagen van
karton: “2-wall
wall corrugated board” of “3-wall
“3 corrugated board”. Hoe meer hoe beter.
De stevigheid zal bepalen hoeveel dozen men boven elkaar kan stapelen. (=maximum allowable stacking forces”) Deze
benaming is ook van toepassing op containers, vaten, kisten enz.

Bij zakken en dozen moet men aandacht brengen aan het stapelpatroon, voor voor een voldoende stabiele stapeling.
1. Schoorteen-stapeling is de ene doos/zak boven de andere, het is wat minder stabiel. Maar heeft het voordeel dat
de lading ventilatie beschikt als het over koellading gaat die hebben dan ook speciale ventilatieopeningen.
2. Baksteen-patroon is de helft van een doos/zak laten overlappen.
verlappen. Deze patroon brengt meer stabiliteit maar is
moeilijker om te lossen.

Goederenkennis 5
Helene Delvaux LOM103B Hoofdstuk I : Verschijningsvormen
1.3.1.7. Stabiliteit van schepen en kisten
De stabiliteit van een voorwerp de mate waarin dat voorwerp, wanneer het onderworpen wordt aan een externe
kracht, uit zichzelf naar zijn of haar voorgaande positie van evenwicht zal terugkeren, van zodra de externe kracht
wegvalt.
• Een positieve stabiliteit is wanneer het voorwerp terugkeert naar zijn initiale plaats een keer dat de kracht
wegvalt
• Een negatieve stabiliteit is wanneer het voorwerp omvalt of kapseist wanneer de kracht wegvalt.
• Nul stabiliteit is wanneer een onderwerp gewoon even schuin blijft wanneer de kracht wegvalt.
De stabiliteit is beïnvloed door de plaats waar het zwaartepunt ligt. Hoe lager hoe stabieler; hoe hoger hoe
onstabieler.
Goederen met een hoog zwaartepunt zijn ‘top heavy’ genoemd, m.a.w. wanneer het zwaartepunt hoger is dan de
helft van de hoogte. De breedte van het voorwerp is ook heel belangrijk. Een bol grondvlak is minder stabiel dan een
vlak grondvlak.
DE GEVEAARLIJKSTE GOEDEREN VOOR BEHANDELING EN TRANSPORT ZIJN GOEDEREN MET EEN HOOG
ZWAARTEPUNT EN EEN SMAL GRONDOPPERVLAKTE.
“Off center” zwaartepunt zijn goederen waar het zwaartepunt niet in het midden ligt.
⇒ Duidelijk de zwaartepunt aanduiden op de kist.
Opmerking, een schip mag niet te stabiel zijn want dan verkort je de rol periode en zal het schip sneller heen en weer
van bakboord naar stuurboord schommelen. Daar bij zal de lading ook nog heen en weer slingeren (=shift of cargo).

1.3.1.8. Het gebruik van hout


Heel wat landen zijn bevreesd voor import van schadelijke insecten die zich in het importeerde hout zouden bevinden.
Daarom moet het hout behandelt zijn voor het importeren.
IPPC (international plant protection convention) heeft daar voor een richtlijn opgesteld, ISPM 15 (international
standards for phytosanitary measures – Guidelines for regulating wood packaging material in international trade)
Deze richtlijn eist dat het hout ontdaan is van schors (DB – Debarked) en vooraf hebandeld is door hitte (HT – heat
treatment) of gefumigeerd met methylbromide (MB). Het hout zal dan pas een markering krijgen.
Het hout moet dan ook voldoende droog zijn anders kunnen er nat schaden of schimmelvorming komen. Hout kan
lucht gedroogd worden (AD – air dried) of ovengedroogd (KD – kiln dried). Er mag maximaal maar 15% vochtig zijn.

1.3.1.9. Houten kratten (open kisten) of kisten


Houten kisten moeten voldoende stevig zijn (dikte) maar men moet ook de goede vernageling hebben. Een stevige
bodem is heel belangrijk. Als er geen speciale markeringen zijn op de kisten dan gaat men er van uit dat men ze kan
stapelen zolang dat men de zwaarste kisten van onder doet.
Indien het niet het geval is dan moet men speciale markeringen op de kisten aanbrengen.
Het is ook belangrijk dat de goederen ook stevig in de kist vast zitten. Vochtgevoelige machineonderdelen zijn
binnenin nog eens verpakt in een soort luchtdicht verzegeld zak van aluminium folie. Ongeverfde machinedelen zijn
bijkomend beschermt door olie of vet.
Er moet ook op de kist vermeldt worden of dat de kisten buiten mogen staan of niet.

1.3.1.10. Vaten
Bij vaten is het moeilijk om te weten of dat ze altijd rechtop moeten staan of dat ze ook plat mogen liggen (“bols”) en
of dat ze mogen gestapeld worden. Men heeft dan een “max. allowable stacking force of weight” in twee richtingen.
Daar naast is de afsluiting heel belangrijk, een schroefdop of deksel, met een soort van ring die men kan aan spannen.
Elk specifiek product heeft een specifiek vat nodig en dus ook de binnencoating heel belangrijk is. Soms kan er nog
een plastieken zak binnen het vat zitten.
Als een vat lekt dan is het veiligste het vat in een andere grotere vat te plaatsen = een bergingsvat.

1.3.1.11. Intermediate bulk container (IBC)


Een IBC is een kubusvormig plastieken vat op een paletbodem, met vulopening bovenaan en een losopening
onderaan. Het kan tot 3000 liters vloeistof bevatten.
Goederenkennis 6
Helene Delvaux LOM103B Hoofdstuk I : Verschijningsvormen

1.3.1.12. Pre-slung cargo


Dit is om zakken, dozen, vaten enz. te groeperen tot een eenheidslading die sneller, eenvoudiger, goedkoper en
uniformer kan behandeld worden. Dit is dan sneller en minder arbeidsintensief. Om deze te groeperen heeft men
slings of hijsbanden nodig die aan de lading blijven tijdens het hele transport.
Zo kan men 20 zakken van 50kg bloem groeperen in een sling (of set van hijsbanden) van 20 zakken / 1000kg. Dit
gebeurt tijdens het opzakproces in de molens. Bij het lossen kan men, als men met een spreader met 20 haken werkt ,
in een hijs 20 slings ofwel 400 zakken ofwel 20ton bloem uit het schip lossen.
Er worden ook veel paletten verscheept als pre-slung. De paletten die als laatste worden geladen aan boord van een
schip zijn daar om de opening in de stuwage op te vullen.

1.3.1.13. Paletten
EPAL( european pallet association) bewaken de kwaliteit ban de europaletten.
Paletten moeten voldoende stevig zijn voor de specifieke logistieke keten. Beschadigde paletten kan men niet langer
veilig stapelen. Hoe vaker een palet in de logistieke keten zal behandeld worden, hoe steviger het palet moet zijn.
Bovendien moet een palet dat behandeld wordt met een hijsband steviger zijn dan een palet die enkel zal behandeld
worden met vork.
De stevigheid van een palet hangt af van de constructie en de gebruikte materialen. Er bestaan een grote variëteit aan
paletten, zowel qua gebruikt materialen, als qua vorm/type en/of afmetingen. Qua type/vorm zijn er twee grote
categorieën blokpalet (4way-palet) en blakpalet (2way-palet). Qua afmetingen zijn de Europalets van 120cm bij
80cm, die kunnen immers door een deuropeningn. Maar als me die in een container stekt dan verliest men 15%
“broken stowage”.
Daarom bestaan ISO standaard paletten van 120 bij 100cm. Meest gebruikte paletten:
Pallet EUR 800x1200 – europalet Pallet EUR3 1000x1200
Palet EUR2 1200x1200 – de ISO standaard palet Pallet EUR6 800x600

Stuwpatronen zijn heel belangrijk in de logistieke keten. Ten eerste het stuw- of stapelpatroon van de goederen,
vaak dozen, op de paletten. Ten tweede, het stuwpatroon van paletten in de containers. Men zal altijd de
stevigste en de stabielste oplossing kiezen met zo weinig mogelijk lege ruimte, van dan vervoer men lucht. Geen
ruimte hebben is ook om te voorkomen dat de lading verschuift (=shift of cargo).
De stabiliteit van een schoorsteen stapeling kan verhoogd worden door tussen niveaus dikke karton te leggen. Het
is ook belangrijk dat de goederen die op de palet geplaatst worden de buitenrand van de palet gelijklopen.
Het vast zetten van goederen op de palet is meestal een groot probleem. Omwille van kosten besparing en ook
soms omwille van milieuoverwegingen word als maar meer op verpakking bespaard. Een goede bevestiging van
goederen op paletten maakt gebruik van verscheidene spanbanden, straps in de verticale richting (zowel breedte
als lengte) plus enkele horizontale straps. Men kan ook kartonnen verticale hoekstukken voorzien en horizontale
aan de boven kant.
Een andere oplossing is shrink-foil, waar bij één stevige plastieken kap/hoes over het gehele stapelde goederen
en onderkant van de palet wordt aangebracht.
Een zeer toegepaste maar niet veilige oplossing is de goederen in een dunne plastiek strechfolie te pakken.
Voor het vastzetten van paletten in de container kan men air-bags “dunnage bags” gebruiken. Het zijn papier of
plastieken zakken die men met lucht vult.

In lucht vervoer gebruikt men speciale luchtvrachtpaletten die in speciale luchtvrachtcontainers worden
geplaatst. De luchtvrachtpalet is een palet uit een vlakke metalen bodemplaat. De afmetingen zijn afhankelijk van
het type vliegtuig en meer bepaalt de breedte van de romp. De opgebouwde palet met goederen word dan met
een plastieken overtrek en dan een net bedekt. De bodemplaat wordt steeds via een rolsysteem behandeld en
niet met vorken.

Goederenkennis 7
Helene Delvaux LOM103B Hoofdstuk I : Verschijningsvormen
1.3.1.14. Specificiteit van verpakking
De vorm van de verpakking is heel specifiek voor een bepaald soort goederen en dan nog speciaal aangepast aan
de logistieke keten. Dit betreft zowel de vertrekplaats als de bestemming, de periode van het jaar en ook de
specifieke manier waarop, de behandeling, het transport en de opslag gebeurt.
Hoe meer behandeling in de logistieke keten hoe steviger de verpakking moet zijn.

1.3.1.15. Merktekens op stukgoederen

www.tis-gdv.de
- Deel verpakking
- Containers
Goederenkennis 8
Helene Delvaux LOM103B Hoofdstuk I : Verschijningsvormen

1.3.2. Containers

→ Hapag-Lloyd : container specifications → www.tis-gdv.de


→ Hapag-Lloyd : Container packing → www.containerhandbuch.de

1.3.2.1. Platform en flatrack


Plaatform/flatrack zijn heel handig voor grote stukken die niet in standaard containers passen omwille van hun
breedte, hoogte en/of lengte. Vb. projectlading, machinerie
Zulke buitenmaatse lading zal meer plaats vragen en kunnen dus geen andere containers boven of er naast
hebben staan. Deze verschepingen zijn dan ook heel duur. Hun max. playload (max. gewicht dat men mag
laden in/op de container/platform/flatrack) is hoger dan een standaard container dankzij de stevige
constructie. Men kan ook meereder platforms op elkaar plaatsen om een stevigere bodem te hebben. De
stuwage en het vastzetten van de lading van zulke platforms zijn heel belangrijk en vaak moeilijk werk.

1.3.2.2. Open top container with tarpaulin of hard top roof


Open top containers met een zeil (tarpaulin) worden gebruikt bij te hoge lading waar het zeil de lading
misschien nog kan bedekken, afhankelijk van hoe hoog de lading uit steekt.
Ze zijn ook gebruikt voor zeer lange lading waarbij het onmogelijk is om de cargo langs de deur binnen te
krijgen. Als de lading niet te hoog is kan men dan een hard top dak gebruiken, deze is minder schadegevoelig.
Het zeil kan immers snel scheuren bv. Onoordeelkundige behandeling men een spreader.

1.3.2.3. General purpose (GP) of standaard container


Lengte: 20 ft – TEU (twenty equivalent unit) of 40 ft – FEU
Breedte: 8 ft
Hoogte: 8 ft and 6 inch

Het aller belangrijkste is dat de GP container geen gaten heeft en dat de deuren goed sluiten.
Lichttest: een persoon neemt plaats in de container, opgesloten controleert hij of dat er gaten zijn. Vergeet
niet het dak na te kijken. Cornerfittings zijn heel gevoelig en kunnen snel beschadigd worden, dan zal de
container niet meer weer bestendigt zijn.

1.3.2.4. High cube


9 ft and 6 inch hoger ten opzichte van 8 ft en 6 inch voor GP.
Kentekens: zwart-gele markeringen op toprail en gele label op de deur

1.3.2.5. Palletwide containers en 45ft


Palletwide containers zijn containers waar men minder shif of cargo heeft. Ze hebben een aangepaste grotere
binnenafmeting (2.5m breed) maar de buiten afmeting is nog steeds 8 ft.

1.3.2.6. Ventilated (superventilé)


Deze containers worden gebruikt bij lading waarbij de ventilatie heel belangrijk is omwille van het gevaar op
condensatie. Vb. Cacao en koffie
Deze containers beschikken over meer ventilatie gaten dan een GP container die maar un de 4 bovenhoeken
kleine ventilatiegaten heeft en niet over de gehele containerlengte, boven en onderaan.

1.3.2.7. Insulated
Zijn standaard containers die een bijkomende isolatie laag aan alle wanden, dak, bodem en duren hebben.

Goederenkennis 9
Helene Delvaux LOM103B Hoofdstuk I : Verschijningsvormen
1.3.2.8. Koelcontainer
Zijn containers waar men de temperatuur op een zeker niveau kan bewaren. Er bestaan twee grote types van
koelcontainers. a.) Koelcontainers zonder eigen koelsysteem
b.) Koelcontainers uitgerust met eigen koelsysteem

a.) Koelcontainers zonder eigen koelsysteem zijn insulated containers met speciale opening “porthole”
waarlangs de koude lucht wordt geblazen. Deze containers zijn “Conair” of “porthole containers”
genoemd. De koude lucht is afkomstig van een centraal koelsysteem aan boord van et zeeschip. Als
de container gelost werd, krijgt hij geen koeling niet meer. En moeten de goederen ook heel snel
gelost worden in koelmagazijnen.
b.) Koelcontainers met eigen koelsysteem noemt men “integrated reefer” of “refrigerated container”
Hier moet men oppassen in welke richting de koude lucht circuleert. De goederen mogen dan ook niet
over dan de rode lijn aan de zijwanden geladen, anders kan de return air niet terug naar de
koelinstallatie en verminder de luchtcirculatie, wat aanleiding heeft tot onvoldoende koeling van de
lading.
De temperatuur wordt door “partlow-chart” of “electronisch” geregistreerd.
Het is altijd best om een PTI (pre-trip inspection) te doen voor dat de goederen in de container gaan.
Naast temperatuur is de ventilatie installatie heel belangrijk.

HIER IS COMMUNICATIE HEEL BELANGRIJK !!!

1.3.2.9. Dry bulk container


Zijn speciale containers voor droge bulk ladingen met man/vulgaten boven aan en een speciale losdeksel aan
de deuren.

1.3.2.10. Tank container


Voor vloeibare bulk zijn er tankcontainers die vaak specifiek aangepast zijn aan bepaalde producten. Soms zijn
dergelijke containers voorzien van verwarming of een systeem om de lading onder druk te houden.
Het meer voorkomende probleem is bezoedeling, contaminatie van het vervoerde product door restanten van
een vorige.
Men moet aandacht brengen aan de vullingsgraad : min 80 à 85%, omwille van vrijvloeistofoppervlak maar
ook geen 100% omwille van uitzetting van het vloeistof bij verandering van temperatuur.

1.3.2.11. GP met flexitank


Zijn GP containers voorzien met een soort grote plastieken zak, “flexitank”. Er moeten specifieke markeringen
aan de deuren geplakt worden en men mag nooit de twee deuren te gelijkertijd openen omdat er een kans is
van scheur in de zak. De kans op een lek is altijd wat groter dan bij een tankcontainer.

1.3.2.12. GP met liner-bag


Zijn GP container voor droog bulk, men hangt een soort grote plastieken zak “liner-bag” op. Hier is ook
specificatie nodig aan de deur om ze niet alle twee tegelijkertijd open te doen.

1.3.2.13. Swap-body/ruilkist
Een swap-body is een soort platform met daarop een huifconstructie afgedekt met een zeil zoals bij de
huifopleggers. Het platform is voorzien van uitklapbare poten. Handig bij verhuis. De oplegger kan men
ondertussen voor andere transportgebruiken. Een swap-body is niet stapelbaar en dus uitermate gebruikt voor
weg en treinvervoer. De huif laar veel vrijheid toe in belading, langs boven en zijwanden.

Goederenkennis 10
Helene Delvaux LOM103B Hoofdstuk I : Verschijningsvormen

1.3.3. Ro-Ro
Roll on-Roll of schepen waarbij allerhande voertuigen aan en van boord worden gereden, bv. Ferry-boten of
autoboten.
Als men stukgoederen wil transporteren gebruikt men “maffi-trailers” een lage platte oplegger zonder
bovenbouw en met kleine wielen. Hier is het vast zetten van de goederen heel specifiek. Cf. flatracks
Een tug-master is een soort basis trekker ven een trekker-oplegger combinatie deze worden aan boord van het
schip gereden via de stern-ramp, de laadbrug achteraan het Ro-Ro schip.

1.3.4. Voorbeeldvragen

1. Geef een volledige definitie van algemene beschrijving ban stortgoederen en stukgoederen
2. Wat is de “core” van een rol papier of van een coil?
3. Geeft een definitie van stabiliteit en verduidelijk door middel van een voorbeeld
4. Met welke twee belangrijke aspecten dien men steeds rekening te houden wanneer je hout gebruikt
in de logistiek?
5. Geef een algemene beschrijving van een goede, geladen palet voor transport, zowel wat betreft de
constructie van de houten palet zelf, als de stapeling, stuwing en zekering van de goederen op de
palet.
6. Wat betekent “cut & bled” in de logistiek?
7. Vernoem enkele evoluties in de logistiek in verband met stuk en stortgoederen.
8. Waarop moet men letten als men goederen bundelt?
9. PE & PP?
10. Wat is een warmtelas van een PP zak?
11. Wat is het nadeel van “schoorsteenstapeling”?
12. Voor welk soort transport biedt “schoorsteenstapeling” toch nog voordelen en waarom?
13. DB-hout, HT of MB?
14. Hoeveel vocht mag verpakkingshout maximaal bevatten?
15. Welke kisten met machineonderdelen zijn zeer gevaarlijk voor logistieke operaties?
16. Wat is maffi?
17. Hoe kan men met de minste extra kosten bulkgoederen in GP containers vervoeren?
18. EPAL?
19. Wanneer gebruikt men een open top container, en welke type dan best?
20. Welke paletten in een stuw in een scheepsruim, verscheept men best altijd als pre-slung cargo?

Goederenkennis 11