Radialen

© WISNET-HBO update april 2005 Een radiaal is de hoek die gevormd wordt door een boog van de cirkel waarbij die boog precies evenlang is als de straal r van diezelfde cirkel. Ga na dat het natuurlijk niet uitmaakt hoe groot deze cirkel is.

• De hele cirkel rond is 2 π radialen en dat komt overeen met 360 graden. Dus π radialen komt overeen met 180°. Je kunt dan narekenen dat 1 radiaal overeen komt met

180 π

= 57.296 °

• De lengte van de boog die bij een hoek van één radiaal hoort is precies even lang als de straal r van de cirkel. • De lengte van de boog die bij een hoek van α radialen hoort is gelijk aan α r.

Omtrek van een cirkel
De omtrek van een cirkel met straal r is omtrek = 2 π r. De omtrek van een cirkel met middellijn (diameter) d is omtrek = π d.

Omtrek van een cirkelboog
De omtrek van een cirkel met straal r is gelijk aan 2 π r . Je doorloopt dan een hoek van 2 π radialen. Voor de omtrek van een halve cirkel doorloop je een hoek van π radialen en de omtrek

00 31 π 90 hele cirkel halve cirkel achtste cirkel 1. A 1 2 3 4 5 6 7 B C D hoek 2π π π 4 1.50 31 π 180 straal R R R 2 10 2 boog 2πR πR πR 4 2.40 2.50 radialen 31 graden Oppervlakte van een cirkel De oppervlakte van een cirkel met straal r is oppervlakte = π r (De hele cirkel rond is 2 π radialen) 2 . Voor een boog waarbij een hoek doorlopen wordt van α radialen heeft de bijbehorende boog als booglengte α r .van een halve cirkel is dan ook π r .80 25.40 radialen 2.

De oppervlakte van een halve cirkel is πr 2 2 2 . Omdat een radiaal in feite eenheidsloos is wordt in de wiskunde altijd gewerkt met radialen. .oppervlakte cirkelsector De hoek die bij een halve cirkel hoort is π radialen. Oppervlakte cirkelsector (taartpunt) met hoek α (radialen) is gelijk aan αr 2 In deze formules is steeds α in radialen.

2 − 2 r sin( α ) 2 Neem eerst de hele cirkelsector (oppervlak is αr 2 2 ) en trek er dan de oppervlakte van .40 radialen 2.00 oppervlakte cirkelsegment Oppervlakte cirkelsegment (kapje van de cirkel) is gelijk aan αr 2 Hierin is α in radialen.40 2.50 straal R R r 4 3 4 oppervlakte sector 2 πR 2 πR 2 πr 2 hele cirkel halve cirkel 60 graden 31 graden 1.A 1 2 3 B C D hoek 2π π π 3 31 π 180 1.50 radialen 4 5 6 7 8 6 62 π 45 6.30 20.

antwoord De booglengte op de rand van de cirkel van deze sector is 20 π r 180 . (De oppervlakte van een driehoek is te berekenen met behulp van twee zijden en de sinus van de ingesloten hoek.de gelijkbenige driehoek vanaf. opp driehoek = 2 r sin( α ) 2 oppervlakte van een driehoek Een driehoek met basis b en hoogte h heeft als oppervlakte: opp driehoek = bh 2 Een driehoek waarvan twee zijden gegeven zijn: a en b en de ingesloten hoek α (radialen) heeft als oppervlak: opp driehoek = a b sin( α ) 2 Opgaven opgave 1 Bereken de totale omtrek van een cirkelsector (taartpunt) waarvan de hoek gelijk is aan 20° en de straal is r. antwoord De oppervlakte van een cirkelsector met hoek α radialen is Hier hebben we αr 2 2 . 20 π 180 radialen dus de cirkelsector heeft een oppervlakte van . 20 π r Omtrek = +2r totaal 180 opgave 2 Bereken de totale oppervlakte van een cirkelsector (taartpunt) waarvan de hoek gelijk is aan 20° en de straal is r. Daarbij komt nog twee maal de straal voor de zijkanten van de sector.

5.5 radiaal en de straal is gelijk aan 4 antwoord De oppervlakte van een cirkelsector met hoek α radialen is αr 2 2 .5 r .5 radialen dus de cirkelsector heeft een oppervlakte van 1. Omtrek = 1. antwoord De booglengte op de rand van de cirkel van deze sector is 1. opgave 3 Bereken de omtrek van een cirkelsector waarbij de hoek gelijk is aan 1.5 radiaal en de straal is 3.5 r 2 2 = 12 .5 r + 2 r = 3. totaal opgave 4 Bereken de totale oppervlakte van een cirkelsector (taartpunt) waarvan de hoek gelijk is aan 1. Daarbij komt nog twee maal de straal voor de zijkanten van de sector. Hier hebben we 1.10 π r 180 2 .5 r = 10.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful