Beste vrienden, “De Gaea Revolutie.

Hoe we een betere wereld maken”, een boek geschreven door onze vriend en Universeel-medewerker, Eric Cornand. Stel dat je de kans zou krijgen om de wereld te veranderen. Wat zou je zoal doen? Eric vertrekt van de overtuiging dat de kans dat er binnen niet al te lange tijd een ernstige catastrophe zit aan te komen zeer reëel is. Het is echter in tegenstelling tot vele andere, geen rampenboek. Geen 2012, al wordt dat jaar wel gehanteerd als een mogelijk beslissend moment. Dit boek begint echter waar de meeste andere stoppen. Want de auteur beroept zich op de ongelooflijke vindingrijkheid van de mens om er van uit te gaan dat die de meeste, zelfs grote rampen, kan overleven en dat een dergelijke gebeurtenis wel eens een opportuniteit kan zijn voor een positieve wending in de evolutie van het menselijke ras. "Het speelt geen rol wat er nu precies gebeurt, zeker is dat bij ieder mogelijk scenario, als een steeds terugkerend fenomeen, de wereldeconomie instort." Aldus de schrijver. Hij verwacht dat de samenlevingen zullen terugvallen op micro-economieën en zullen verplicht worden om alles opnieuw op te bouwen. "Dat is een unieke kans om het anders en vooral beter te doen", stelt de schrijver nog. Na in het eerste deel van het boek alles wat er in onze wereld mis gaat op een indringende en diepgaande wijze te hebben uiteengezet, analyseert hij in het tweede deel de mogelijkheden om het op een andere wijze weer op te bouwen en doet een massa concrete voorstellen. Veel van de dingen die hij voorstelt kan de lezer meteen in de praktijk brengen en zo is dit boek een handleiding waar ieder individu daadwerkelijk mee aan de slag kan. Hij heeft daarbij vooral oog voor de rechten en vrijheden van de gewone burgers, respect voor de natuur, een eerlijke verdeling van bezit, samenwerking en sociale cohesie en hij schuwt daarbij niet om drastische maatregelen voor te stellen en heilige huisjes omver te schoppen. Eric geeft blijk van een enorm brede kennis en inzicht en doet een aantal opwindende voorstellen waarmee vele lezers meteen aan de slag zullen willen gaan. Een boeiend handboek voor de wereldverbeteraar die er niet voor terugdeinst om bij zichzelf te beginnen.

Het schrijven van een boek is een heel intensieve bezigheid en wie Eric kent, weet dat hij daar heel veel energie heeft ingestoken. Met heel veel aandacht voor detail en het nodige onderzoekwerk kwam een eerste manuscript tot stand. Dit manuscript is nu bewerkt tot een drukklare versie dat 502 paginas telt in een formaat van 16 op 24 cm. De eerste editie krijgt een kaft in kleur en de inhoud wordt in zwart/wit gedrukt. Het boek kost 24,95 euro (verzendkosten niet inbegrepen) per exemplaar. Ben je geïnteresseerd in dit prachtig boek, dan kan je nu reeds een exemplaar reserveren bij de auteur zelf door het Reserveringsformulier boek in te vullen. De eerste honderd reservaties ontvangen een uniek exemplaar. Eric wil deze boeken voorzien van een persoonlijke touch, hij zal deze boeken nummeren en signeren. Voor grote aantallen af te nemen door bedrijven, verenigingen of andere organisaties, bestaat een speciale korting. Het aantal reservaties zal ook de oplage van de eerste editie gaan bepalen. warme groeten, De vriendenkring Universeel http://www.universeel.org

De GAEA Revolutie, Hoe we een betere wereld maken ISBN 9789491214004 EAN 9789491214004 NUR 130 Trefw.: 2012, betere wereld, maatschappijkritiek Eerste druk Copyright © 2011 Eric Cornand Alle rechten voorbehouden Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, internet of welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. e-mail: eric.cornand@skynet.be DISCLAIMER De schrijver en uitgever stellen zich niet aansprakelijk voor enig nadeel door eventuele onjuistheden of onvolledigheid. De geboden informatie kan, ondanks alle zorgvuldigheid, onjuistheden bevatten. Bestelinformatie: Voor grote aantallen af te nemen door bedrijven of verenigingen of andere organisaties, bestaat een speciale korting. Kleine oplages zijn in iedere boekhandel te verkrijgen op bestelling. Men kan altijd ook een boek – al of niet gesigneerd – bestellen rechtstreeks bij de schrijver. Neem daartoe contact op via bovenstaand e-mail adres.

Inzicht.
"All that is necessary for the triumph of evil is that good men do nothing." (Edmund Burke) ...and All We Need Do is to Wake up, Fear Not and Hold the Courage to Be Happy

Om te begrijpen wat ons te doen staat moeten we eerst begrijpen wat er fout zit. Het bestuderen van de oudste gekende beschavingen is één van mijn voornaamste hobby’s. Ik behoor tot de groep mensen die menen dat er voldoende aanwijzingen zijn om de waarschijnlijkheid van een grote (natuur)ramp ergens rond 10.500 jaar geleden ernstig te nemen. Aangezien menige oude beschaving refereert naar de ‘grote beschavingen van voor de grote vloed’ acht ik de kans dat die ook daadwerkelijk bestaan hebben zeer reëel. Helaas is daar zo goed als niets van terug te vinden. We moeten ons dus voorlopig behelpen met de beschavingsstructuren van na de zondvloed. De reden dat ik deze antediluviaanse beschavingen vermeld, is dat we bij de bestudering van oude beschavingen steeds weer geconfronteerd worden met het merkwaardige feit dat naargelang we verder in de tijd teruggaan, de beschavingen duidelijk meer hoogstaand en verfijnd worden. Er is dus sinds de eerste grote Stadstaten van Soemerië een gestage neerwaartse evolutie geweest in het beschavingspeil. Dat is precies het omgekeerde van wat mocht verwacht worden. Daaruit volgt ook dat de echte bron van de beschaving in een veel verder verleden

48

zou moeten liggen dan dat we tot nu toe ontdekt hebben. Mijn persoonlijke interesse en speurtocht wordt vooral ingegeven door een overtuiging dat de mensheid misschien ooit een beschaving kende waar de mens zijn slechte neigingen perfect onder controle had zodat we daar inspiratie kunnen zoeken voor het oplossen van de waanzin waarin we nu verkeren. Wat kunnen we leren van de Mesopotamische beschavingen? Aangezien er honderdduizenden kleitabletten zijn teruggevonden die veelal verhalen van het dagelijkse leven, hebben we een tamelijk betrouwbaar beeld van de samenlevingen van toen. Al snel blijkt dat zij, zo’n zesduizend jaar geleden, ook al worstelden met de hebzuchtige natuur van sommige mensen en wetten nodig hadden om de zwakkeren te beschermen. De eerste heersers waren geen koningen maar rechters. Zij dienden in opdracht van de Goden (sic) de rechtvaardigheid op te leggen aan al diegenen die wat al te driest te werk gingen in hun streven naar weelde en overvloed en omgekeerd werd de rechtvaardigheid gehanteerd om al de minder gefortuneerden te behoeden voor al te vergaande uitbuitingen en misbruik. Vele kleitabletten bevatten dan ook wetten en regels. De decreten van Hammurabi, heerser in het Babylon van ongeveer 1900vc, werden lange tijd beschouwd als de eerste wetteksten, maar het ontdekken van de Soemerische beschaving bracht uiteindelijk tabletten met wetteksten tevoorschijn die tot ongeveer 4000vc teruggaan en waaruit duidelijk blijkt dat de latere decreten daar slechts een kopie van zijn. Meestal ook minder gesofisticeerd. Maar het mag duidelijk zijn dat de welvaart van een samenleving werd afgemeten aan de mate waarin de heersers de sociale vrede onder hun burgers konden bewaren. De toenmalige samenlevingen hadden een stabiele

49

economische structuur. Daarmee bedoel ik dat ze in hun eigen behoeften en welvaart voorzagen uit bronnen in de directe omgeving. Ze hoedden kudden gedomesticeerd vee, verbouwden allerlei granen, groenten en fruit en konden daarmee in alle primaire behoeften voorzien. Import en export waren van secundair belang en waren het gevolg van een goed functionerend systeem dat door overvloed gekenmerkt was en waardoor er ruimte ontstond voor import en export. Dat gezonde principe van zelfbedruipendheid voor alles zou er later toe leiden dat in bijvoorbeeld de Romeinse beschaving torenhoge import taksen werden geheven op sommige zeer gegeerde luxeimportgoederen zoals zijde (uit China) omdat dit een veel te grote deviezenvlucht genereerde. Vandaag is er van dat principe bij ons in het westen zo goed als niets meer terug te vinden. Onze globalistische economie is op labiliteit gestoeld, geen enkel land is nog zelfbedruipend omdat de kostprijs voor het produceren van primaire goederen hoger ligt dan de importprijs. Dat die importprijs zo laag is komt door de aankooppolitiek van grote conglomeraten die de boeren en veehouders in ontwikkelingslanden in een houdgreep hebben. Door de producten welke door die machtsgroepen aan dumpingprijzen op onze markt worden gegooid te kopen, zijn wij, de consumenten, mee verantwoordelijk voor het in stand houden van feodale systemen in de productielanden. Dit heeft niet alleen tot gevolg dat onze landbouwers en veehouders er meer en meer de brui aan geven, zodat het steeds moeilijker wordt om nog enige vorm van zelfbedruipendheid te hanteren, maar het creëert ook een volkomen verwrongen beeld van de zogenaamde welvaart die wij hier ervaren. Onze welvaart is immers gebaseerd op kunstmatig laag gehouden prijzen voor goederen die in onze primaire behoeften moeten voorzien. De consumptiegoederen dus, die de grootste hap uit ons huishoudbudget nemen op een continue basis. Door onze inkopen te doen bij supermarktketens neppen wij onszelf want we besparen maandelijks al snel (gemiddeld gezin met twee kinderen) tot €400 op consumptiegoederen. Trekken we dat bedrag af van ons gezinsinkomen dan komen we meteen tot de conclusie dat we nog met moeite rond zouden komen indien we een redelijke prijs zouden betalen voor de primaire behoeften. Uiteraard speelt onze overheid gretig dat spelletje burgertje-neppen mee. Het laat haar toe om onze inkomens nog verder af te romen voor een beleid dat is afgestemd op

50

nooit aflatende economische groei en zo hoog mogelijke consumptie van luxe goederen. De burger moet zijn geld er zoveel mogelijk doorjagen en vooral niet sparen. Dat kunnen we vaststellen sinds het begin van de nog steeds niet afgelopen financiële crisis en stellen we nog dagelijks vast in de wijze waarop bijvoorbeeld de kleine spaarbanken zonder financieel risico (want niet beursgenoteerd en zonder risicobeleggingen of -verzekeringen) worden afgestraft en mee moeten betalen voor het wanstaltige wanbeleid door de grote banken. Bekijken we dit even in een historisch perspectief van slechts 100 jaar, dan zien hoe hier in het westen, de gewone burgers zijn geëvolueerd van nauwelijks meer dan slaven tot gezinnen waar één inkomen toe liet om een relatieve welvaart te verwerven met een eigen huis en schoolgaande kinderen die hogere studies konden doen (jaren ’50 en ’60). Daarna ging het bijna onmerkbaar terug bergaf. Vandaag moeten in een gezin met twee kinderen beide ouders voltijds werken aan een veel hoger tempo dan 50 jaar terug en kunnen zij datzelfde welvaartspeil slechts met moeite volhouden dank zij de trucjes van de dumpingprijzen in de consumptiegoederen en topzware leningen die over 30 jaar gespreid zijn. Deze vergulde ketenen doen als maar meer gezinnen opensplijten als rijpe meloenen en drijft mensen uit elkaar. En wat als?

51

Wat als er inderdaad in 2012 iets gebeurt? Welke de ramp ook is die zo sterk en zo collectief voorvoeld wordt, elke ramp zal tot gevolg hebben dat de wereldhandel waarop onze samenleving nu drijft in elkaar stort als een kaartenhuisje. De meeste rampen die men zich maar kan voorstellen hebben een direct en fataal effect op de wereldeconomie en dus ook op de lokale economieën want die zitten totaal in die wereldeconomie verweven. Vermoedelijk begint alles met het stilvallen van de distributienetwerken. Geen aanvoer, geen eten. Zo simpel ligt het. Geen eten, chaos. Chaos, anarchie. Anarchie, massale sterfte. Elke natie, elk volk zal op zichzelf aangewezen zijn. Zonder brandstof voor de voertuigen is er van enig transport geen sprake meer. We moeten de oplossing dus in onze directe omgeving zoeken. De waanzin zit hem in de struisvogelpolitiek. De financiële crisis is de speldenprik die ons de ogen zou moeten openen voor het feit dat dit labiele systeem niet onbeperkt kan blijven doorgaan. We kunnen dat wel wensen, we kunnen het zelfs proberen. Maar we moeten ook de nodige maatregelen nemen voor het geval we falen. En dat wordt niet gedaan. Regeringen hebben er geen belang bij. Zij bestaan slechts om te functioneren binnen de systemen die ze zelf opgericht hebben. Als die ophouden te bestaan, houden zij op te bestaan. Als zij ophouden te bestaan waar zouden ze zich dan nog zorgen over maken? De verantwoordelijkheid berust bij ons, de burgers, de bevolking. En tegengesteld aan onze overtuiging, kunnen wij er wel iets aan doen.

52

Want wij bezitten alle macht op voorwaarde dat we er in slagen om enige eensgezindheid aan de dag te leggen. Een ander punt waar de waanzin heeft toegeslagen is dat van de prioriteiten. In het verleden, zeker ten tijden van de Soemeriërs, was het duidelijk dat alle regels en wetten en het handhaven er van door de rechters en koningen diende te gebeuren in het belang van het voortbestaan en de relatieve welvaart van de samenleving als geheel. De staat was het volk want het volk maakt de staat. Een koning bestaat bij gratie van zijn onderdanen. Een koning die de belangen van zijn volk onvoldoende dient wordt geliquideerd. De regeringen en leiders van vandaag hebben die prioriteit uit het oog verloren of negeren ze bewust. Het volk wordt op allerlei wijzen dociel gehouden. De Romeinen deden het met ‘brood en spelen’, vandaag zijn er voetbal, wielrennen, in mindere mate tennis en vooral TV. De deontologische codes van de gedrukte media, maar ook radio- en televisienieuws zijn nauwelijks nog meer dan dode letter. Objectieve berichtgeving bestaat niet meer. Media dienen om de bevolking datgene door de strot te rammen wat de machthebbers opportuun vinden. Media, met andere woorden vergiftigen de menselijke geest. Een mooi voorbeeld daarvan is de wijze waarop de media in Vlaanderen als sinds jaren een belangrijke oppositiepartij uit het nieuws houden tenzij het om negatieve berichtgeving gaat. Ongeacht waar je persoonlijke politieke sympathieën liggen, je moet, als je de democratische principes wil respecteren, een dergelijke handelswijze met klem veroordelen. Voltaire zei ooit: “Je déteste vos idées mais je suis prêt à mourir pour votre droit de les exprimer” Vandaag wordt deze vrijheid van meningsuiting op een heel andere wijze ingevuld. Andy Stern, CEO van SEIU, een vakbond die ook optreedt als privé militie voor President Barack Obama, stelt dat de wil van de president moet worden opgedrongen aan de

Voltaire

bevolking:

53

“with the power of persuasion, and if that does not work, with the persuasion of power”. In Europa zien we een evolutie waarbij steeds meer regeringen hun eigen verantwoordelijkheid afstaan aan Europa. De Europese Unie trekt steeds meer macht naar zich toe en legt als maar meer regels op aan de lidstaten. De wijze waarop tegen de wil van de meerderheid van de burgers een Europese grondwet werd doorgedrukt en er binnen afzienbare tijd ook een Europees president en zelfs een Europese militaire macht zal komen is een kaakslag voor elke vorm van democratie. Inspraak is een vies woord geworden en de minachting voor de mening van de burger is nog nauwelijks verholen. Maar misschien heeft de EU voordelen voor de burgers die het verlies aan inspraak kunnen verantwoorden? Twee ‘voordelen’ zijn onmiskenbaar: de Europese eenheidsmunt, de Euro maakt betalen voor de burgers in een andere lidstaat iets makkelijker. Diezelfde Euro staat bovendien sterk internationaal tegenover bvb. de dollar, het pond sterling of de Aziatische munten. Maar de komst van de Euro is ook gebruikt om een lange stabiele prijszetting te doorbreken. In veel landen heeft men kunnen vaststellen dat de Euro het leven een stuk duurder heeft gemaakt. In België bvb. is de nationale munt als het ware met een factor 40 gedevalueerd. Men geeft een Euro uit zoals men vroeger een Frank uitgaf. De prijsaanpassing is natuurlijk niet zo extreem als gesteld, maar vele verbruiksgoederen zijn tot vijf maal duurder geworden in 10 jaar tijd! Het psychologische effect van een munt waarvan de eenheid een veel hogere waarde heeft dan de voormalige nationale munt is daar het meest verantwoordelijk voor, en dat geldt voor iedere lidstaat. De enige lidstaat die niet in de Euromunt stapte, het Verenigd Koninkrijk, ziet de waarde van zijn Pond steeds verder wegzakken tegenover de eenheidsmunt. Vermoedelijk is het slechts een kwestie van enkele jaren voor het Pond dezelfde waarde als een

54

Euro zal hebben, waarna er geen reden meer zal zijn voor de Britten om niet ook over te stappen op de Euro. Al met al heeft de Euro dus niet echt een groot voordeel gebracht voor de burger. Het gemak van betalen weegt geenszins op tegen de sterk gestegen levensduurte. Een ander ‘voordeel’ zijn de open gestelde grenzen voor personen- en goederenvervoer. De tijd dat we een flesje Spaanse cognac of likeur over de grens dienden te ‘smokkelen’ is al lang voorbij evenals de douanecontrole van de identiteit. Welk voordeel heeft dat de burger gebracht? Iedereen kan die smokkelwaar nu vrij kopen in elke supermarkt en praktisch aan dezelfde prijs als in het land van oorsprong. Smokkelen is dus niet meer nodig. Ook zonder Europa zou die evolutie in het marktverkeer zich hebben doorgezet. Wat het personenverkeer betreft is het resultaat allesbehalve opportuun voor de doorsnee burger. Dat onze gevangenissen uitpuilen en voor drie kwart gevuld zijn met mensen van buitenlandse origine illustreert dat meer dan voldoende. Het vrije verkeer van mensen was oorspronkelijk bedoeld – althans zo menen de goedgelovigen – voor de burgers van de lidstaten die naar andere lidstaten wilden reizen. Maar uiteindelijk is het een systeem geworden om avonturiers en misdadigers van buiten de Unie een vrije en ongecontroleerde doorgang binnen de grenzen van de Unie toe te laten. De Unie heeft immers verzuimd om de buitengrenzen op een adequate wijze af te sluiten en heeft op die manier de deuren wijd open gezet voor allerlei malafide individuen en groeperingen. De enorm toegenomen criminaliteit spreekt voor zich. Alle andere ‘voordelen’ van een verenigd Europa belangen de burger niet aan. Dat zijn voordelen voor de multinationals, voor globalisme, voor de machtsspelletjes op hoog niveau. De burger heeft daar geen enkel voordeel bij, integendeel, hij moet er zwaar voor betalen aan een logge mogol, die volkomen ondoorzichtig is, zich doelbewust afsluit voor het volk en elke vorm van

55

inspraak en toezicht met een air van dédain afwijst. Het Europese volk heeft dan ook geen enkele behoefte aan een verenigd Europa en ondervindt dagdagelijks op alle mogelijke niveau’s de nadelen. Doordat de nationale leiders hun verantwoordelijkheden aan Europa afstaan is de mogelijkheid om hen op een democratische wijze tot de orde te roepen over alles wat mis gaat ook steeds kleiner aan het worden. “Dit wordt ons opgelegd vanuit Europa” is een steeds vaker gehoord excuus voor nationale leiders om zich aan hun verantwoordelijkheid te onttrekken. Dat dit er toe leidt dat steeds meer mensen zich gaan afvragen waarvoor die leiders dan nog zulke exorbitante bedragen aan weddes moeten opstrijken als zij toch geen verantwoording meer hoeven af te leggen stoot dan weer op onbegrip bij die politici. Het mag daarmee aangetoond zijn dat het vermogen tot empathie bij politici niet al te sterk ontwikkeld is. Ik herhaal het: wij, de burgers hebben geen enkel belang bij een verenigd Europa onder leiding van een troep Eurocraten die het kastesysteem opnieuw willen invoeren. De Staat is het Volk en moet ten allen tijde door dat Volk tot de verantwoording kunnen geroepen worden. Elke andere Staatsvorm is een dictatuur. Leiders die zich niet aan de controle en de wil van het Volk willen onderwerpen dienen ook de belangen van dat Volk niet. Zesduizend jaar geleden was dat al een vaststaand feit. Sinds dien heeft niemand ooit een staatsbestel kunnen uitwerken dat beter of eerlijker functioneert. Het Verlichte Despotisme mag misschien het beste systeem zijn dat ooit is gecreëerd, maar het woord Verlicht staat hier voor het vermogen tot empathie met de wil en de wens van het Volk. Het Volk duldt de Despoot omdat hij haar belangen behartigt. Datzelfde Volk wil het gevoel hebben dat het goed geleid wordt, dat de mate waarin haar verzuchtingen worden beantwoord voldoende is om haar tevreden te houden.

56

Nu dat steeds meer mensen merken hoe het verguldsel van hun gouden kooi begint af te bladderen, wordt de kooi in al zijn lelijkheid zichtbaar en begint men te beseffen dat vrijheid veraf is en dat het nog erger wordt. De politici zijn niet in staat om dat aan te voelen en gaan verder op de ingeslagen weg, gedreven door hun minachting voor het plebs en hun ziekelijke hang naar geld en macht. Hoe lang nog voor Nero Rome weer in brand steekt? Tegenstanders van het Europa zoals het zich nu aan het ontplooien is gebruiken o.a. de term democratisch deficit. Zij maken daarmee een grote vergissing. Hiervoor stelde ik al dat taal een erg gebrekkig communicatiemiddel is. Het leidt tot verwarring en misverstanden omwille van de complexe psychologische constructie van onze individuele geest. Taal is nog om een andere reden ongeschikt voor communicatie. Het kan misbruikt worden om opzettelijk te desinformeren. En zie, ik betrap mezelf er op dat ook ik dat verleidelijke pad durf opgaan. Waarom gebruik ik de term desinformeren? Omdat het zo’n mooi en deftig woord is. Gedistingeerd en verfijnd. Het identificeert me meteen als een intellectueel. Maar ik realiseer me net op tijd dat ik er eigenlijk nooit om gegeven heb dat anderen me een deftige, gedistingeerde en verfijnde intellectueel vinden. Het woord desinformatie is een gepolijst synoniem voor niets meer of minder dan oplichterij. Het maakt deel uit van een hele, uitgebreide terminologie die als enig doel heeft de impact van begrippen af te zwakken. Zo is ook democratisch deficit een term die is gecreëerd door diezelfde perverten die zich heel goed bewust zijn van hoe de psychologie van

57

het individu in elkaar zit en daar via deze taaltrucjes misbruik van maken door begrippen als ‘politiek correct’ te lanceren teneinde de publieke opinie te sussen. Want, stel dat men de juiste woorden zou gebruiken zoals doelbewuste onderdrukking of slavernij dan zou het Volk wel eens kunnen wakker schieten. Daarmee toon ik aan dat ook de tegenstanders van de Dictatoriale Europese Superstaat zich in de doeken laten doen of te ijdel zijn om een stinkdier bij zijn echte naam te nomen. Wat verhindert dat men recidivistische gedetineerden in werkelijkheid onverbeterlijk crimineel gespuis noemt? Het besef dat het tweede begrip tot onrust kan leiden, daar waar het eerste begrip een soort gespecialiseerde beroepskeuze lijkt te zijn. Op dezelfde wijze wordt voortdurend met een beschuldigende vinger naar de mensheid gewezen want wij produceren CO2! Stel je voor! Men denkt een hele complexe serie maatregelen uit waarvan de Kyoto normen de bekendste zijn, een nieuwe industrie ontstaat in het bedenken van allerlei systemen en technieken om de CO2 concentraties te verlagen en de uitstoot af te remmen of te beperken. Maar niemand heeft ooit het bewijs geleverd dat de door de mens uitgestoten koolstofdioxide wel degelijk verantwoordelijk is voor het stijgen van de concentratie in de atmosfeer. Noch heeft men ooit het bewijs geleverd dat de huidige concentraties schadelijk, te hoog of zelfs te laag zijn want er is geen mogelijkheid om een standaard als referentiepunt vast te leggen. Geen van de officiële media heeft dit ooit met zoveel woorden toegegeven en er is zeker geen officieel onderzoek lopende om alsnog dit bewijs te leveren. Erger nog, de vele degelijke argumenten die een alternatieve verklaring ondersteunen worden stelselmatig weggemoffeld en doodgezwegen. Wereldwijd! Onderzoek, dat heeft aangetoond dat een verdubbeling van de CO2 concentratie wellicht de woestijnen terug groen zou kunnen maken, mag de burgerbevolking niet bereiken. Ik maakte van dit onderwerp een grondige studie en viel van de ene verbazing in de andere. Voor waar, hier is de waanzin op zijn best! In

58

het kader van dit boek past het niet echt om dieper op dat onderwerp in te gaan en met enige spijt laat ik het rusten, maar wie meer wil weten moet maar eens googelen naar bijvoorbeeld ‘the Greening of planet Earth’. De mensen die daar aan het woord komen zijn stuk voor stuk gerespecteerde en gedegen wetenschappers. Maar hun boodschap gaat verloren in het gepolitiseerde tumult van de waanzin. De mensen, het volk, moeten zich door de overheden en media niet laten demoniseren en stigmatiseren. Als onze levenswijze al de oorzaak zou zijn van de veronderstelde opwarming van de Aarde, dan is dat in eerste instantie de schuld van die overheid en die media die ons enerzijds de middelen ter beschikking stellen om te kunnen leven zoals we doen en anderzijds daar uitgebreid en voortdurend propaganda voor voeren (en daar via belastingen en accijnzen veel geld aan verdienen). Beide hebben daar dan ook financieel baat bij en vallen op geen enkele wijze voor die handelwijze te verschonen. Het volk heeft nooit gevraagd dat de samenleving op die wijze zou evolueren. Het heeft de wijzigingen ondergaan. Het volk kan dus nooit aansprakelijk gesteld worden voor de resultaten. We zijn al lang de tijd voorbij dat de industrie niet meer deed dan aan de behoefte, de vraag vanuit de samenleving te beantwoorden. ‘Manufactured demand’ is een wetmatigheid geworden in quasi alle industrietakken. Men wil niet meer afhankelijk zin van de grillen van de bevolking, dus houdt men de ‘vraag’ onder controle door ze kunstmatig op te wekken. Ter illustratie raad ik iedereen aan om op Youtube het filmpje van ‘The Story of Stuff Project’ te bekijken (vind het onder de naam ‘the story of Bottled Water(2010)’) En wat stellen we vast? De industriële beleidsvoerders doen rustig voort met het produceren van vervuilende goederen en het promoten van een levenswijze die de vervuiling in de hand werkt en de regeringen leggen tegelijk de burger extra taksen op omdat zij die producten ook daadwerkelijk kopen en die levenswijze ook

59

daadwerkelijk verder zetten. Ondertussen vult die overheid dus twee maal haar zakken en wordt er niets tegen de aangeklaagde toestanden ondernomen! Het volk is slachtoffer en niet dader. Ik voorspel hier en nu dat indien vanuit het volk op een adequate wijze deze onterechte demonisering onderuit zou worden gehaald, de overheid binnen de kortste keren tot de ‘ontdekking’ zou komen dat de ‘wetenschappers’ hen om de tuin hebben geleid en dat het ineens allemaal niet zo’n vaart meer zou lopen met die Kyoto normen en de CO2 vervuiling! Een veelgehoord gezegde is dat “een volk de leiders krijgt dat het verdient”. Dit is natuurlijk onzin. Het zou pas juist zijn indien het volk ook zelf zijn kandidaten zou uitkiezen. Maar dat gebeurt uiteraard niet. Dit doet me denken aan het kind dat aan tafel de keuze krijgt tussen erwtjes en worteltjes. Het mag vrij kiezen maar het zal één van beide groenten eten. Wil dat zeggen dat het kind een erwtjes fan is als het niet voor de worteltjes kiest? Misschien had het wel liever spinazie of appelmoes gekregen? Een ander voorbeeld heb ik zelf meegemaakt in de jaren ’70. In een katoenspinnerij in het Gentse dienden sociale verkiezingen gehouden te worden omdat de directie verzuimd had om het aantal werknemers beneden de 50 te houden. Vanaf vijftig werknemers moeten vakbondsafgevaardigden verkozen worden en krijgen die vakbonden inspraak in het beheer. Omdat het bedrijf op een feodale wijze geleid werd zat de directie erg verveeld met de verplichting tot het organiseren van sociale verkiezingen en besloot dus een trucje toe te passen. De meeste arbeidsters waren niet al te ontwikkeld want ze waren doorgaans op 14-jarige leeftijd van school gehaald en naar de fabriek gestuurd en daar heerste een echt schrikbewind met lijfstraffen en ongehoorde onderdrukking zoals het inhouden van loon indien men betrapt werd op praten tijdens het werk. De meeste meisjes hadden ook nog nooit gehoord van vakbondsafgevaardigden en sociale verkiezingen. Dus ging de directie op zoek naar de meest onderdanige en beïnvloedbare meisjes, koos er daar zes uit en stelde die naast elkaar op een rij vooraan de fabriek. De andere werksters werden dan samengeroepen en kregen te horen dat dit de kandidaat

60

vakbondsafgevaardigden waren waaruit ze er twee dienden te verkiezen. De verbouwereerde groep vulde dan maar lukraak een naam in en een half uur later waren de afgevaardigden ‘verkozen’. Het hoeft niet gezegd te worden dat daarna het feodale beleid gewoon verder gezet werd. Dit is nauwelijks 30 jaar geleden gebeurd. Vandaag lijkt dit ondenkbaar, maar op een minder flagrante wijze gebeurt het nog steeds. Dank zij de samenwerking tussen politieke machtsgroepen en de door hen gecontroleerde media zijn de kandidaat politici waaruit we moeten kiezen nog steeds niet de mensen die we zelf als kandidaat zouden willen. Wanneer de democratie op dat niveau al faalt, is alles wat op een hoger niveau gebeurt sowieso corrupt en ondemocratisch. Dit alles om aan te tonen dat het volk geen schuld treft over de incompetentie en het gebrek aan integriteit van haar leiders. Het volk heeft dus het recht om deze situatie te contesteren en naar iets beters te verlangen. Het heeft het recht om een beter systeem te eisen waarin het een echte inspraak heeft en waar de leiders die het verkiest zich werkelijk om de belangen van dat volk bekommeren. Benjamin Franklin zou ooit gezegd hebben dat “een volk dat zijn vrijheden opgeeft voor meer zekerheden, geen van beide verdient” Ik ben het daar volmondig mee eens. Een volk heeft recht op zekerheden en dat zonder dat aan haar vrijheden moet geraakt worden. Daar wordt nu eenmaal belasting voor betaald. Bekijken we hoe belastingen historisch zijn ontstaan, dan komen we weer bij de stadstaten van weleer terecht. Binnen de muren van een stadstaat heerste orde en bescherming voor het individu. Buiten de muren was men overgeleverd aan iedere gewapende geweldenaar. In ruil voor de bescherming van de stadsmilitie gaf men een deel van zijn bezit of inkomsten af (tienden). Dat was een eerlijke en faire ruil. Vandaag is die ruil niet meer zo duidelijk. De veiligheid of het subjectieve gevoel van veiligheid nemen af terwijl de belastingen hoger en hoger worden. Men voelt deze ruil niet meer aan als fair of zelfs maar een ‘goede deal’. Het gaat zelfs zo ver dat de burger het gevoel krijgt dat de schurken binnen de muren erger zijn dan die daarbuiten. In een dergelijke atmosfeer maakt het niet uit dat mensen een eigen huis,

61

een of meerdere auto’s en geld op de bank hebben. Het risico dat zij alles kwijtraken, of het nu reëel of slechts een gevoel is, gaat hun gedachtewereld overheersen en de onrust neemt toe. Ze verkeren in de greep van de waanzin. Een ander aspect van die waanzin is de hebzucht van grote bedrijven. Sommigen hebben nu het blauwe goud ontdekt. Water ontwikkelt zich tot een zeer lucratieve grondstof. Vandaar dat de vloeistof als bijnaam `blue gold` heeft. In 2030 leeft circa de helft van de wereldbevolking in een gebied met een ernstig gebrek aan water. Dat voorziet de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling OESO. De Verenigde Naties gaan nog een stap verder en stellen dat twee derde van de wereldbevolking tegen 2025 al in een gebied zal leven waar drinkwater schaars is of onvoldoende aanwezig. Het verbruik van water zal in de komende twintig jaar met ruim 40% toenemen volgens Siemens. Siemens investeert zwaar in een nieuwe bedrijfstak, Siemens Water Technologies, waar vooral zuivering- en waterbeheertechnieken vooropstaan. Organisaties en bestrijden ondernemingen elkaar om controle te krijgen over watervoorraden. Australië maakt momenteel het zesde achtereenvolgende droge jaar mee. Handelaren in stedelijke gebieden kopen daar de waterrechten op van boeren. In de VS verkopen bewoners van rurale gebieden hun grond en bijbehorende watervoorraad door aan multinationals als Nestlé. Ondernemingen die van water afhankelijk zijn voor hun productie proberen hun watertoevoer te garanderen. Royal Dutch Shell heeft de rechten op grondwater gekocht in

62

Colorado. Eén van de grootste handelaren in water is Thomas Boone Pickens. Hij bezit een ranch met een oppervlakte van 68.000 hectare in Texas. Hij bezit ook de rechten van het water dat onder de oppervlakte stroomt. Pickens heeft 100 miljoen dollar geïnvesteerd en verwacht dat hij jaarlijks voor 165 miljoen dollar aan water kan verkopen. Hij heeft de waterrechten ondergebracht in het bedrijf Mesa Water. Alhoewel vier vijfde van het Aardse oppervlak met water is bedekt en

water het meest voorkomende element op deze planeet is, is 97% daarvan zout en dus ondrinkbaar. Van de overige drie procent is nog eens zowat 90% niet beschikbaar of geschikt voor consumptie. Dat maakt drinkbaar water plots tot een grote zeldzaamheid. Ter vergelijking: indien alle water ter wereld in een badkuip kon dan zou het beschikbare drinkwater in een theelepeltje passen! Het gebrek aan drinkwater is jaarlijks oorzaak van de dood van miljoenen mensen. Nu kopen de grote concerns wereldwijd de watervoorraden op en zal water binnen de kortste keren niet meer vrij beschikbaar zijn voor consumptie. Een mens kan gemakkelijk een week zonder eten, maar zonder water sterft men binnen enkele dagen. Als drinkwater alleen nog verkrijgbaar is tegen betaling zal de prijs ervan razendsnel stijgen

63

en versterken de grote multinationals weer eens hun greep op de vrijheid van de mens. Wat verhindert hen om alleen binnen gebieden waar de bewoners zich volledig aan hun grillen onderwerpen water ter beschikking te stellen? Het is ronduit crimineel dat water geprivatiseerd wordt. Geen enkele staat zou dit mogen toelaten en water zou overal en altijd gratis ter beschikking van de mens moeten staan, want het is levensnoodzakelijk. In Vlaanderen betaalt een gemiddeld gezin met twee kinderen ruim €750 per jaar aan leidingwater. Vroeger was water gratis want men haalde het uit een put. Het putwater is vandaag niet meer drinkbaar zonder dat het eerst grondig wordt gezuiverd, als gevolg van milieuverontreiniging. Die verontreiniging is het gevolg van beleidsfouten van de overheid. Het is dus niet overdreven om te stellen dat die €750 de zoveelste verdoken belasting is die bovenop al die andere lasten mag geteld worden die er naast de inkomensbelasting aan de burger worden aangerekend. Het is ook niet overdreven om te eisen dat de overheid de kosten draagt voor het gratis ter beschikking stellen van drinkbaar water aan haar bevolking, zoals dat vroeger de norm was.

Overal in de wereld stelt men grove misbruiken vast door grote multinationals, van de aanwezige watervoorraden. In India, waar in sommige streken de watervoorraden in toenemende mate schaars worden, veroorzaken bedrijven als bijvoorbeeld Coca-Cola een enorme last en bedreiging voor de bevolking. Voor het produceren van 1 liter

64

cola is ruim drie liter water nodig. In bepaalde regio’s van India hebben grote vestigingen van Coca-Cola de grondwatervoorraden zo uitgeput dat dit een desastreus effect had. Bronnen vallen droog, oogsten mislukken. Bovendien dumpt het bedrijf een soort slijk, een afvalproduct van hun cola productie, in enorme hoeveelheden in de vrije natuur. Dit slijk blijkt verontreinigd met cadmium en lood en contamineert het drinkwater in een grote omgeving. Dit is slechts één voorbeeld en ik viseer Coca-Cola niet meer dan om het even welk ander bedrijf dat zulke praktijken hanteert in hun aanbidding van het Gouden Kalf. De WereldBank en het IMF spelen trouwens mee in het spelletje om wereldwijd water te gaan privatiseren. Via het PPIAF (Public Private Infrastructure Advisory Facility) een agentschap van de WereldBank worden arme ontwikkelingslanden er toe aangezet hun watervoorraden en bronnen te privatiseren. Lees: over te dragen aan multinationals in ruil voor fondsen. In mei 2007 had het PPIAF een congres in Den Haag en dit lokte heel wat protestbetogingen uit. Dit had gevolgen. De Italiaanse vice-president zei in een toespraak: "Water is not a commodity and we have to work to remove it from the logic of privatisation. (...) For this, I thought it appropriate at this moment to withdraw the participation of the Italian Development Cooperation from the Public Private Infrastructure Advisory Facility. And I hope that most of you will be open to support a broader objective such as agreeing on a universal declaration of water as a human right within the framework of the United Nations." Enkele maanden daarvoor had Noorwegen zich ook al teruggetrokken als sponsor van het PPIAF. De Verenigde Naties zijn totnogtoe Oost-Indisch doof gebleven voor de oproep van de Italiaanse vice-president. Men gaat al zo ver om de veronderstelde opwarming van de Aarde als een argument te gebruiken om het privatiseren van watervoorraden te verantwoorden. De redenering: Door de opwarm-ing van de Aarde zal drink-water als maar schaarser worden. Privatisering dringt zich op om de distributie naar alle burgers te garanderen.

65

Uiteraard is dit een drogreden, maar hoe conveniënt voor de multinationals … "How is it that water which is so useful that life is impossible without it, has such a low price; while diamonds, which are quite unnecessary, have such a high price?" Adam Smith , 18de eeuws Schots econoom,
grondlegger van het liberalisme

Een van de voorwaarden vermeld in de ‘World Bank's Country Assistance Strategy’ voor ontwikkelingslanden om een lening te krijgen is het privatiseren van drinkwater. Op de ‘Earth Summit’ in Rio De Janeiro in 1992 kwamen meer dan 100 staatshoofden samen en beslisten o.a. om hun bijdragen in de hulp aan ontwikkelingslanden op te trekken van gemiddeld 0,5% tot 0,7% van hun BNP. Tegen 2000 echter waren die bijdragen gezakt tot een beschamend 0,2% en sindsdien neemt het zowat elk jaar verder af. De financiële crisis van 2008/2009 maakt het alleen nog erger. De westerse wereld laat de ontwikkelingslanden vallen. Daardoor raken ze steeds meer in de klauwen van sluwe speculanten die grondstoffen en water opkopen in ruil voor de hulp die was beloofd maar nooit gegeven. Dat de WereldBank en het IMF nu openlijk de kaart van de privatisatie trekken toont aan dat ook die instellingen volkomen gedomineerd worden door de speculanten en multinationale corporaties. Alle westerse regeringen zijn dus mee schuldig aan dit beleid. Ghana kreeg in juli 2001 van de WereldBank een lening van 110 miljoen dollar nadat het akkoord ging met de voorwaarde om de prijs van het drinkwater (reeds grotendeels geprivatiseerd) met 95% te verhogen.

66

In het begin van dit boek verwees ik al naar de diverse bewegingen die op complottheorieën drijven en in het internet een goedkoop en bijzonder krachtig middel gevonden hebben om de wereld van hun overtuigingen deelgenoot te maken.

Een van de belangrijkste stromingen bij die organisaties is de beschuldiging dat een kleine groep van machthebbers het plan hebben opgevat om de wereldbevolking te decimeren. Allerlei theorieën doen de ronde van nanobots die via vaccinaties in de bloedstroom van argeloze slachtoffers worden gebracht, via de in labo’s ontwikkelde en doelgericht verspreide virussen zoals het Mexicaanse griepvirus, tot de chemtrails waarover ik het hiervoor al had. Het verbaast me dat de privatisatie van drinkwatervoorraden niet vooraan op dat lijstje staan, want dat zou bij mij toch de eerste keuze zijn indien ik naar dergelijke samenzweringen op zoek zou gaan. Nu al wordt voorspeld dat drinkwater in de nabije toekomst duurder dan goud zal worden. Adam Smith krijgt dan - 250 jaar na datum toch nog gelijk. Wie de prijs niet kan betalen zal sterven. Tenminste een derde van de wereldbevolking voldoet vandaag niet aan dat criterium: genoeg geld verdienen om drinkwater te kunnen betalen.

67

Zowat alle economen voorspellen een toekomst waarin het nog erger wordt. U denkt nu misschien, “ach, het zal allemaal wel niet zo’n vaart lopen”. Tenslotte kunnen we altijd nog regenwater opvangen en zuiveren. Misschien kan dat in een aantal regio’s op Aarde wel, maar er zijn er vele andere waar dat niet voldoende water zal opleveren. Grondwater is in de meeste geïndustrialiseerde landen zo vervuild dat het niet langer voor consumptie geschikt is. Het zuiveren daarvan is een dure en ingewikkelde procedure. Om van ontziltingsinstallaties maar te zwijgen. Het mag duidelijk zijn dat er hier behoefte is aan vorsingswerk naar goedkope en eenvoudige oplossingen voor dergelijke problemen. Het komt me voor dat er in de wereld veel geld gespendeerd wordt aan onderzoek naar totaal futiele zaken zoals klimaatbeheersing of liever klimaatmanipulatie zogezegd om de concentraties van koolstofdioxide te verminderen, terwijl diezelfde concentraties ruim 20 maal hoger waren op een moment dat op Aarde flora en fauna het weelderigst voorkwamen. Op het einde van dit boek kom ik op het onderwerp van de privatisering van drinkwater, in een daaraan gewijd hoofdstuk, terug. In ‘The Greening of Planet Earth’, een Amerikaanse documentaire waarin een resem wetenschappers aan het woord komen over de veronderstelde gevaren van CO2, wordt duidelijk gemaakt dat een fundamentele stijging van de CO2 concentratie in de atmosfeer, wel eens de enige oplossing en redding voor de bewoners van gebieden met gebarsten aarde zou kunnen zijn. Rudimentair plantleven zoals korstmossen hebben namelijk geen water nodig uit de bodem wanneer er maar voldoende CO2 in de lucht zit. Ze kunnen zich in de gebarsten aarde nestelen en houden daar het weinige vocht vast waardoor de aarde weer geschikt wordt voor planten van een hoger niveau. Op die wijze kunnen woestijnen terug groen gemaakt worden. Een voldoende hoge

68

stijging zal echter ingrijpende verschuivingen meebrengen in de wereldwijde ecologie en sommige biotopen vernietigen. De ‘warmists’

zoals de aanhangers van de Global Warming Theory (sinds ook het IPCC heeft ingezien dat er van Global Warming geen sprake is, is de term veranderd in Climate Change, waarmee dan zowel de natuurlijke verandering in de klimatologische omstandigheden als de verhoopte resultaten van allerlei gevaarlijke en doorgaans chemische spelletjes worden bedoeld die de zelfverklaarde weergoden uitproberen teneinde het klimaat te beïnvloeden), smalend genoemd worden in Angelsaksische landen, hebben het hele debat echter gepolitiseerd en komen steevast opdraven met beelden van uitstervende ijsberen, zwetende zeehondenjongen, dode koraalriffen of afscheurende ijsbergen om de bevolking emotioneel op te zetten tegen die ‘smerige negationisten’ zoals zij op hun beurt diegenen benoemen die het wagen om hun leugens aan te klagen. In sommige landen zoals Australië hebben ‘warmist’ politici zelfs wetsvoorstellen ingediend om de ‘ontkenning’ van de opwarming van de Aarde strafbaar te stellen net als het ontkennen van de Holocaust. Alweer zo’n voorbeeld van de wild om zich heen slaande waanzin. Voortdurend wordt de negationisten verweten dat zij gesponsord

69

worden door de grote olie- en gascorporaties. De waarheid is echter precies het tegenovergestelde: het zijn de warmists die zwaar gesponsord worden, zelfs door diezelfde olie- en gasbedrijven omdat ze in climate change een nieuwe miljardenindustrie ontdekt hebben. Totaal overbodig en zinloos, maar wat maakt het uit waarmee je rijk wordt zolang het geld maar binnenstroomt? Ook de enorme bedragen die aan ruimtevaart, large array telescopen en deeltjesversnellers worden besteed, zijn op geen enkele wijze in evenredigheid tot het broodnodige onderzoek naar goedkope technologieën om water te zuiveren of te ontzilten. Is het overdreven om te stellen dat hier moedwillig de ‘kraan’ dichtgehouden wordt? De corporaties die de drinkwatervoorraden opkopen, hebben immers geen belang bij een bevolking die zelf zijn water oppompt en zuivert want dan gaat elke afhankelijkheid verloren en daalt de vraag naar en dus de waarde van hun water spectaculair… Machtsblokken in de wereld hebben altijd beseft dat wetenschappelijk onderzoek potentieel risico inhoudt voor hun machtspositie. Daarom hebben zij altijd getracht om greep te houden op dat onderzoek. De Katholieke Kerk was daar eeuwenlang een schoolvoorbeeld van. Tot zo’n honderd jaar geleden hadden zij meer dan 90% van alle fondsen voor wetenschappelijk onderzoek in handen. Via de universiteiten die ze controleerden, werd er voor gezorgd dat het gesponsorde onderzoek nooit in direct conflict raakte met het christelijke gedachtegoed. Pas vanaf het einde van de negentiende eeuw begon hun hegemonie af te brokkelen. Maar vandaag is de regel nog steeds geldig: wat de verleners van fondsen voor onderzoek niet uitkomt, daarnaar word geen onderzoek gedaan. Zo ook bijvoorbeeld wordt onderzoek naar een goedkope en zuinige motor die loopt op bijvoorbeeld (zout)water met alle middelen tegengehouden. Mocht u het nu in Keulen horen donderen, google dan eens naar ‘waterpowered car’ of zo.

70

Kijken we naar de evolutie van de door de overheid (in de USA) ter beschikking gestelde fondsen voor wetenschappelijk onderzoek in de laatste 40 jaar dan zien we dat enkel de biomedische wetenschap flinke vooruitgang heeft geboekt. De andere takken blijven quasi gelijk of stijgen slechts licht, min of meer in evenredigheid met de inflatie. Daar komt nog bij dat de privé fondsen juist in die biomedische wetenschap (vanuit de farmaceutische industrie) nog

71

eens een veelvoud van het overheidsbedrag vormt. Sinds een tiental jaren komt daar nu de nieuwe industrietak van de klimaatmanipulatie bij. Daar ziet men een fabelachtige stijging van de fondsen van net geen 2 miljard dollar in 1995 tot meer dan 20 miljard in 2009. Alvast één man is daar beduidend beter van geworden. Toen ex vice-president Albert Gore met zijn klimaatcampagne begon, werd zijn persoonlijk vermogen rond de 1 miljoen dollar geschat. Vandaag wordt gesteld dat hij binnenkort tot het selecte groepje van dollarmiljardairs zal behoren. Uiteraard komt dat geld niet van het geven van lezingen en presentaties met gemotoriseerde liftjes… Gore richtte in 2000 samen met enkele investeerders het bedrijf Generation Investment Management op. Een investeringsmaatschappij die enkel fondsen verstrekt aan bedrijven die iets met het milieu doen. Hij zit ook in de raad van bestuur van The World Resources Institute waarvoor hij royaal vergoed wordt en dat een lijst van donoren heeft waar je niet naast kan kijken. O.a. de VN en Google sponsoren dat bedrijf. Het heeft een werkingskapitaal van zo’n 50 miljoen dollar en het fungeert als een soort denktank voor het ontwikkelen van programma’s en strategieën ivm klimaat, ecosystemen en vervuiling. MAAR hun kapitaal is geïnvesteerd in private bedrijven waarover niets gekend is en waarover WRI niets prijsgeeft. Erger nog, zij doen er alles aan om hun sporen volkomen uit te wissen zodat niemand ooit te weten komt met wie zij zaken doen. Verder is er nog de Alliance for Climate Protection, het lievelingskindje van Gore dat zo mogelijk nog geheimzinniger is dan de andere bedrijven waarin hij participeert, want daar kom je zelfs niet te weten wie de donoren zijn, laat staan de activiteiten. Toen Gore de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, doneerde hij zijn prijzengeld aan deze organisatie en trok het meteen ook

72

fiscaal af. Aangezien hij de hoofdaandeelhouder en voorzitter is van de Raad van Bestuur, doneerde hij dus aan zichzelf. Een altruïst is hij dus al net zo min als een groene jongen. In Europa is het ter beschikking stellen van fondsen voor klimaatmanipulatie nog erg onzeker. Op diverse samenkomsten van regeringsleiders werd door de Europese Commissie opgeroepen om de voor climate change aan ontwikkelings-landen ter beschikking te stellen fondsen tegen 2012 op te trekken tot €15 miljard en tegen 2020 tot €100 miljard. Het blijft voorlopig bij een voorstel. Het verminderen van de broeikasgassen in de EU krijgt natuurlijk voorrang en zal de burgers weer dieper in de buidel doen tasten. Dat terwijl zoiets volkomen zinloos is want het heeft geen enkele impact op het klimaat. De uitstoot van roetdeeltjes en andere gassen die wel schadelijk kunnen zijn worden ondertussen nauwelijks aangepakt. Daaruit valt maar één ding te besluiten: het gaat helemaal niet om CO2 of het klimaat! Dezelfde discrepanties zijn merkbaar op veel terreinen. Er is geen gelijkmatige spreiding van fondsen in functie van logische prioriteiten en behoeften. Sommige zaken krijgen veel meer aandacht dan ze verdienen. Zoals dat voor het klimaat en ruimteonderzoek geldt zo ook geldt het voor het onderzoeken en bestrijden van sommige ziektekiemen zoals griep en andere virale infecties. Ook het ontwikkelen van GGG’s (Genetisch Gemanipuleerde Gewassen) soupeert enorme bedragen op, buiten alle proporties. Dat is alles voedsel voor complotbedenkers en je moet al heel gedecideerd zijn wil je niet ten prooi vallen aan dezelfde denklijnen. Om een zo volledig mogelijk inzicht te krijgen in de dingen die fout lopen in onze samenleving, wil ik ook nog een stuk wijden aan energie. Sinds Benjamin Franklin, Allessandro Volta, Michael Faraday, Thomas Edison en Nicola Tesla heeft de wereld van de elektriciteit een hele evolutie doorgemaakt. De eerste krachtcentrale die licht in de huizen bracht dateert van 1882. Sindsdien heeft het gebruik van elektriciteit als bron van energie voor het laten functioneren van de meest

Nicola Tesla

73

verscheiden toestellen een ongelooflijke vlucht gekend. Het is quasi onmogelijk geworden om je nog een wereld voor te stellen zonder elektriciteit. Toch is het algemeen gebruik van die krachtbron nauwelijks meer dan een halve eeuw oud. Zowat alle stroom komt van krachtcentrales die of in het bezit zijn van de overheid of van private bedrijven met overheidsparticipaties. In vele landen is er een monopoliepositie in de levering van elektriciteit. Het vrijmaken van die markt stuit op veel tegenwerking en weerzin bij de huidige machthebbers en resulteert in nepconcurrenties omdat het netwerk doorgaans in handen blijft van dezelfde bedrijven die zich voor het gebruik door hun potentiële concurrenten laten betalen. In feite blijven de prijsafspraken zelfs met meerdere spelers van kracht, omdat iedereen daar baat bij heeft. Behalve de consument dan. In België is Electrabel – dat in handen is van Gaz De France Suez – al herhaalde malen op de vingers getikt omdat de elektriciteit hier een stuk duurder is dan in de buurlanden en omdat er nog steeds een feitelijk monopolie heerst. Tot op heden heeft dit niets opgeleverd. Integendeel, Electrabel kan haar kerncentrales nu nog tenminste tien jaar langer openhouden en strijkt daardoor jaarlijks ruim 2 miljard Euro extra winst op. De regering heeft verzuimd daar een prijsvermindering aan te koppelen. De aandeelhouders wilden ongetwijfeld ook wat en veel van die aandeelhouders hebben nogal wat invloed bij die regering… Het is echter niet zozeer dat wat me tegenstaat. Het is het principe van de energievoorziening. Al wie op eigen benen wil staan in het leven komt al snel Electrabel tegen. De nooit aflatende, levenslange aderlating. Het enige alternatief is een stroomgenerator, maar die draait in het beste geval op diesel en dat is ook niet gratis, om van de vervuiling maar te zwijgen. Toch weiger ik het principe zomaar als vaststaand te aanvaarden. Ik ben er van overtuigd dat een eenvoudige en goedkope manier om energie op te wekken op het niveau van een gezin mogelijk moet zijn. Andermaal stel ik vast dat tot het ontwikkelen van een dergelijke technologie nauwelijks enige inspanning wordt ondernomen en zeker niet door de overheid of de grote ondernemingen. De reden is voor de hand liggend: er is geen bron van inkomsten zo zeker en stabiel en zo sterk en blijvend groeiend dan het opwekken van elektriciteit en de verdeling ervan. Een dergelijke macht uit handen geven moet in de ogen van de energiebedrijven wel waanzin lijken. Maar ik bekijk het niet vanuit

74

hun ogen. Ik bekijk dit vanuit de ogen van een gewone burger, een consument. En ik stel vast dat ik jaarlijks een gigantisch bedrag spendeer aan deze onmisbare luxe. En ik vraag me af of ik daar iets aan kan doen. Ik stel vast dat ik afhankelijk ben van een zeer kwetsbaar netwerk en ik hou er niet van me kwetsbaar op te stellen. Ik stel ook vast dat over ons hoofd beslist wordt dat energie niet langer in eigen land wordt opgewekt, maar wordt ingevoerd. En ik vraag me af wat er zal gebeuren als het labiele economische systeem het laat afweten. Zal die invoer dan stilvallen? Waarschijnlijk wel. Zullen we dan in het donker zitten? Daar is een goede kans op. Heb ik daar iets over te zeggen? Geenszins! Dat is het wat mij niet bevalt! Energie is niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Het zorgt voor een hoop comfort dat wij als onmisbaar zijn gaan beschouwen. Als het dus even kan wil ik blijvend over elektriciteit kunnen beschikken en daarin wil ik niet afhankelijk zijn van derden. Nu zijn daar natuurlijk zulke dingen als wind- en zonne-energie. Via hun spreekbuizen, de media, stellen de diverse overheden overal in de wereld deze alternatieve energiebronnen voor als een volwaardig vervangmiddel voor de energie uit wat zij fossiele bron noemen. Hoe fossiel die bronnen in werkelijkheid wel zijn is meer en meer de vraag aan het worden. Uit recent onderzoek zou immers gebleken zijn dat aardolie helemaal niet het product van gefossiliseerde plantengroei uit een ver verleden is. Wie een gram hersens heeft stelt zich vragen bij de gigantische voorraden onder het oppervlak van SaoediArabië. Er hebben daar nooit voldoende

75

bossen gestaan om zo’n olievoorraad te verklaren. Daarom gingen enkele wetenschappers op onderzoek – vermoedelijk niet door de officiële kanalen gesponsord – en kwamen tot de verrassende ontdekking dat aardolie vermoedelijk een resultaat was van frictiebewegingen tussen de onderkant van de mantel en de buitenkant van de zachte kern van de aarde. Het inherente gevolg van die ontdekking is dat daaruit kan afgeleid worden dat de Aarde voortdurend nieuwe olie aanmaakt en de voorraden niet zo eindig zijn als wordt beweerd. Eén en ander is ondertussen bevestigd door recente ontdekkingen in de Golf van Mexico waar boortorens waarvan men dacht dat ze uitgeput waren plots weer volop olie leveren. Ook de Russen zouden in de Siberische olievelden al tot dezelfde slotsom gekomen zijn. Dit is natuurlijk informatie die men niet onder de bevolking verspreid wil zien. Want de hele prijzenpolitiek van aardolie is gebaseerd op de veronderstelling dat binnen enkele decennia alle olievelden uitgeput zullen zijn. Wat dus niet waar is. De vraag is natuurlijk hoe snel de planeet olie aanmaakt zodat we weten hoeveel we mogen oppompen om de ononderbroken toevloed voor de volgende paar miljoen jaar te verzekeren. Totnogtoe heeft niemand zich gewaagd aan het publiceren van een voorspelling, wat natuurlijk niet wil zeggen dat die informatie niet bestaat. Persoonlijk ben ik er absoluut een voorstander van om alternatieve energiebronnen te ontwikkelen, maar wind en zon zijn op dit moment geen volwaardige alternatieven. Toen ik mij in deze materie begon te verdiepen, zo’n twintig jaar geleden, stootte ik al snel op de scepsis van enkele Nederlandse ingenieurs. De Nederlanders, zoals genoegzaam bekend, voeren al sinds lange tijd een voortdurend gevecht met de elementen, vooral dan de zee, en ze hebben heel wat ervaring opgedaan met windenergie. Onlangs nog gaf een Nederlands specialist in windenergiemasten ruiterlijk toe dat windenergie slechts voor enkele procentjes van de totale behoefte in Nederland kon voorzien. Hij omschreef het als volgt: “Elk jaar neemt de energiebehoefte in Nederland met 2 à 3 procent toe. Indien we alleen die toename met windenergie zouden willen opvangen, dan zouden we elk jaar 800 nieuwe masten moeten plaatsen”

76

Bovendien wijzen diverse – schaarse, want niet gesubsidieerde, studies – uit dat windenergie op het vlak van CO2 productie geen winst oplevert, terwijl ze juist met die motivatie worden geplaatst. Hoezo? Zult u zeggen, windenergie is toch proper? Het ligt allemaal wel een beetje moeilijker dan door de media wordt voorgesteld. Neem nu bijvoorbeeld de situatie op de Britse Eilanden. De vraag was : waar kunnen we windmolens zetten zodat ze zo weinig mogelijk hinder veroorzaken en zo weinig mogelijk ecologische schade aanrichten. Na grondig onderzoek kwam men tot de conclusie dat zowel in Engeland, Schotland als Ierland grote veengebieden liggen die op het eerste zicht geen specifiek nut hebben en groot genoeg zijn om er windmolens in te kunnen zetten die niemand storen. Dus begon men op grote schaal windmolens in

veengebieden te installeren.

Nu moet u weten dat veengebieden een dikke laag turf bevatten die per kubieke meter zo’n 55kg CO2 bevat. Deze CO2 wordt vast gehouden door de relatieve hoge vochtigheid van de veengrond die bovendien ook een belangrijke functie heeft als zuiverende filter voor grondwater. De nieuwe grote windmolens van 140m hoog vergen een fundering die half zo groot is als een voetbalveld. Daartoe moet dus een aanzienlijke hoeveelheid turf worden weg gegraven en daarbij komt de CO2 in de atmosfeer. Verder werkt die fundering als een drainagevat voor het water in de directe omgeving waardoor het omliggende veen tot een afstand van maximaal 250m van de voet van de windmolen uitdroogt en afsterft en ook daar komt de CO2

77

vrij. Tellen we deze enorme hoeveelheid bij elkaar en voegen we daarbij de hoeveelheid die geproduceerd wordt bij het maken van het beton voor de fundering en de onderdelen van de molen, dan blijkt dat de molen zowat achttien jaar moet draaien vooraleer hij zijn CO2 deficit heeft bijgebeend. Voeg daar aan toe dat de levensduur voor een dergelijke molen op maximaal 25 jaar wordt geschat en je kunt je meteen en terecht de vraag stellen of het sop de kolen waard is? Gegeven de kostprijs van een grote molen, komen we tot de conclusie dat zonder subsidiëring de hele opzet volkomen contraproductief is en zelfs met de subsidies nog steeds waanzin. Natuurlijk worden de molens niet overal op veengrond gebouwd. Sommigen komen in woestijnen, andere in zee. In Australië hebben de schaarse studies rond molens in woestijngebieden aangetoond dat de draaiende wieken de lucht nog verder uitdrogen en de woestijnvorming dus in de hand werken. Alsof we nog niet genoeg woestijnen hebben en de verminderde neerslag wereldwijd op zich al niet genoeg reden is om zich zorgen te maken. Over de ecologische gevolgen van windmolenparken op zee, zoals die ook bij ons verschijnen, is nog geen enkele studie gemaakt. Niemand wil zoiets sponsoren. Zoals te verwachten was. Maar een beetje pienter iemand kan zelf de rekening maken. Als de wieken van windmolens het vocht in de lucht doen opdrogen dan onttrekken ze dus vocht aan de zee. En wat is ’s werelds grootste opslagplaats van CO2? Juist, diezelfde zee. En laat me toe om nog eens te benadrukken dat de eerste en voornaamste reden tot het plaatsen van dit dure alternatief voor energie uit kolen of olie precies het terugdringen van de CO2 uitstoot is. Ik maak me sterk dat elke serieuze studie zal

78

uitwijzen dat windmolens geen enkele noemenswaardige winst zullen opleveren in het verminderen van die uitstoot. Wat dan wel? Vraagt u. Kleinschalige windmolens zoals die welke bij de particulier op het dak of in de tuin kunnen geplaatst worden bieden een gedeeltelijk alternatief. Een efficiënt systeem kan tot 20% van de behoefte van een doorsnee gezin dekken. Maar dat is een doorn in het oog van degene die het monopolie beheerst in de energiedistributie. Dat mensen voor hun energievoorzieningen onafhankelijkheid zouden verwerven van de traditionele distributienetwerken is iets waarvan zij gruwen. In ons land was het lange tijd gewoonweg verboden om zelf een windmolen te plaatsen. Recentelijk heeft men die wetgeving onder internationale druk moeten laten varen maar met duidelijke tegenzin en op gemeentelijk vlak moet er nog steeds een stedenbouwkundige vergunning worden afgeleverd. Sommige gemeentebesturen kunnen daar knap lastig over doen. Daarom ook worden nu al bijkomende belastingen voorbereid om het voordeel dat men uit zulke systemen haalt af te romen. Een min of meer gelijkaardig verhaal kan verteld worden over zonnepanelen. De fabricatie van de fotovoltaïsche cellen is een duur en sterk vervuilend

procédé.

79

De ecologische voetafdruk die daardoor wordt gemaakt staat niet in verhouding tot de geclaimde winst aan uitstoot van broeikasgassen. Men vergeet steeds weer dat men het hele proces in ogenschouw moet nemen en niet enkel het eindproduct. Een typerend voorbeeld van die redenering is die van de biobrandstoffen. Wil men een eerlijke vergelijking maken tussen biodiesel en zogenaamde ’fossiele’ diesel, dan moet men ook rekening houden met het transport van ruwe olie, uit de geoogste biogewassen, in reusachtige tankers over de helft van de wereld naar die landen waar een raffinagebedrijf staat dat de olie kan omzetten in biodiesel. Maakt men deze eerlijke vergelijking dan blijkt steeds weer dat de biodiesel net zo vervuilend is en soms zelfs meer vervuilend dan de aardolie. Nog daargelaten het perverse aspect dat men nuttige landbouwgronden inpalmt voor het telen van biogewassen. Stel dat men in Nederland alle personenwagens die nu op diesel rijden gedurende één jaar op in Nederland geteelde biodiesel zou willen laten rijden, dan zou men alle landbouwgronden in dat land gedurende 6,25 jaar uitsluitend voor het telen van biogewassen moeten reserveren. Omgekeerd, is berekend dat ongeveer 12 mensen kunnen leven van de opbrengst aan landbouwgewassen per hectare. Nederland heeft ongeveer 140.000 ha landbouwgrond en kan dus in principe 2.940.000 mensen voeden gedurende een jaar. Gedurende 6,25 jaar is dat 18.375.000 mensen. Dat betekent dus dat als we gedurende één jaar de personenwagens in Nederland op biodiesel willen laten rijden, we het voedsel waarop ruim 18 miljoen mensen kunnen overleven, moeten opgeven! Wat was dat woord ook alweer waarnaar men in deze context hoort te refereren? WAANZIN! Mijn conclusie uit het voorgaande is dat diegenen bij wie het initiatief berust, sinds de opkomst van de elektriciteit, om dit een mensvriendelijke vernieuwing te maken, daarin schromelijk hebben

80

gefaald. Dat zij doelbewust alle ontwikkelingen die energievoorzieningen mensvriendelijker zouden maken hebben tegengehouden. Dat als wij, het volk, hen dit initiatief niet uit handen nemen, zij nooit enige inspanning zullen leveren om iets in die richting op de markt te brengen of zelfs toe te laten. Andermaal moet ik vaststellen dat het initiatief bij ons zelf moet liggen. Tesla had een aantal ontdekkingen gedaan die een totaal andere wending aan de ontwikkeling van het elektromagnetisme had kunnen geven. Maar het verdere onderzoek werd gesponsord door de koperindustrie en dus moest alles vanuit een centrale via koperdraden tot bij de verbruiker lopen. Ik spreek opzettelijk van elektromagnetisme omdat het magneetgedeelte altijd wordt weggelaten terwijl het onverbrekelijk verbonden is met het elektro-gedeelte. Zonder magnetisme geen stroom en geen stroom zonder magnetisme. Ooit had ik een droom waarin ik een buitenaards intelligent wezen ontmoet dat een beetje schamper doet over onze elektriciteit. Ik vroeg hem naar de oorzaak van zijn hilariteit en dit is wat hij me antwoordde: “Jullie hebben dat gedeelte van het elektromagnetische verschijnsel, dat wij als een vervelend bijverschijnsel beschouwen, uitgewerkt tot jullie voornaamste energiebron. Zien jullie dan niet dat elektriciteit slechts een uiterst beperkt aantal toepassingen heeft en een hoop nadelen? Het plaatst een zware hypotheek op de verdere ontwikkeling van jullie ras. Ooit zullen jullie compleet opnieuw moeten beginnen en dan hebben jullie gigantisch veel tijd en energie verloren aan het verkeerde fenomeen”. Ik heb wel vaker van dat soort droomgesprekken en ervaringen en ik heb geleerd om ze te onthouden, te noteren en er over na te denken. Hoe meer ik nadenk over deze uitspraak, des te meer raak ik er van overtuigd dat er waarheid in zit. Ik wenste dat ik een elektromagnetisch expert was of een atoomgeleerde of kwantumfysicus. Misschien dat ik dit dan beter zou kunnen begrijpen en plaatsen. Ik hoop dat zo iemand dit leest en er net zo door aangesproken is als ik. Dan komt het misschien toch nog goed terecht.

81

Zonnepanelen zijn veel te duur om rendabel te zijn. Zelfs met de subsidies blijft de kostprijs voor een gezin te hoog om ooit te recupereren en voor de meeste huishoudens buiten het bereik van hun budget. Bovendien vergeet men wel eens in de budgettering het onderhoud en de levensduur in te calculeren. Een gemiddeld zonnepaneel zou ongeveer dertig jaar mee gaan. Zelfs met de meest optimistische berekening duurt het 50 jaar voor een paneel terugbetaald is. Daarin wordt dan nog niet eens rekening gehouden met het verlies van rendement door slijtage en eventuele beschadiging door bijvoorbeeld zware hagelslag. Ook wordt nu al gewag gemaakt van een zonnepanelentaks. Daar komt dan nog bovenop dat zonnepanelen uiteraard afhankelijk zijn van zonlicht. Geen licht geen stroom. Men zal dus altijd op het net aangesloten moeten blijven. Enkel indien er efficiënte opslagsystemen zouden ontwikkeld worden die de stroom kunnen vasthouden, zou men een hoger rendement kunnen halen. Het enige principe dat op dit ogenblik principieel een mogelijkheid inhoudt is dat van een groot ondergronds en perfect geïsoleerd waterreservoir ter grootte van een klein zwembad (minimum 20.000 liter, bij voorkeur 100.000 liter) dat met behulp van de niet gebruikte stroom wordt opgewarmd. Later kan die warmte omgezet worden in elektriciteit. Het voordeel van een dergelijk systeem is dat de opwarming van de watermassa met zowel zonnecollectoren, zonnepanelen als windenergie kan gebeuren. Als water goed geïsoleerd is kan het zijn thermische energie tamelijk lang vasthouden. Vanaf een bepaalde temperatuur kan het water in koudere streken ook voor verwarming worden rondgepompt. Theoretisch is het perfect mogelijk, in de praktijk is het nog voor zover ik weet niet uitgeprobeerd. Maar het blijft omslachtig want er gebeurt in het hele proces nogal wat omzetting van energie en telkens gaat daarbij een hoeveelheid verloren. Stralingsenergie (de zon) wordt omgezet in elektrische energie (zonnepaneel of windmolen) dat wordt weer omgezet in thermische energie (opwarming water) dat daarna nog eens terug naar elektrische

82

energie wordt omgezet (diverse technieken mogelijk) via een kinetische tussenstap (dynamo, Sterling motor, enz.). Een andere mogelijkheid is de opslag van elektrische energie in batterijen. Maar de huidige generatie batterijen heeft nog steeds een te korte levensduur om efficiënt te zijn. De ontwikkelingen op dit gebied zijn echter veelbelovend en binnen niet al te lange tijd zou het waarschijnlijk mogelijk worden om batterijen te ontwikkelen die 100 jaar blijven functioneren zonder al te veel rendementsverlies. Batterijen bevatten echter een hoop vervuilende stoffen en zijn moeilijk te recycleren. Toch is de kostprijs van een in serie geschakelde reeks batterijen zoals hier op de foto, een stuk lager dan bijvoorbeeld die van een zonnepaneel. Bovendien is het aantal omzettingen en dus het verlies heel wat beperkter. Werken met batterijen vergt natuurlijk een aanpassing van het netwerk in huis. Batterijen geven doorgaans 6, 12 of 24 volt spanning. 12 volt is ideaal omdat heel wat verlichting en kleine toestellen voor 12 volt zijn ontworpen en voor gebruik in ons 220 volt net zijn voorzien van een transformator. Die trafo’s worden warm en verliezen dus energie. Het lichtnet kan volledig op 12 volt worden uitgevoerd. Dat is goedkoper, zuiniger en veiliger. Voor de zwaardere huishoudtoestellen ligt het natuurlijk anders. Ook hier weer is nog veel onderzoek en experimenteren nodig om tot efficiënte oplossingen te komen. Maar dat het een stuk zuiniger kan is een feit.

83

Gecombineerd met een passiefhuis is een laagspanningsinstallatie dus ideaal. Maar volledig zelfbedruipend is men daarmee nog lang niet.

Bekijken we even de verdeling van het stroomverbruik dan stellen we vast dat de grote besparing niet van verlichting kan komen, want dat vormt slechts 7% van het totale stroomverbruik. Toch valt op dat de media bijna voortdurend bezig zijn met het maken van propaganda over het onaanvaardbare verbruik van traditionele gloeilampen ten opzichte van spaarlampen. Nu is de verkoop van die gloeilampen zelfs al verboden. Draconische maatregelen voor een besparing van hooguit enkele procenten? Wassen, drogen, koelen, vriezen en verwarmen van water, koken met elektriciteit zijn samen goed voor 35 tot 40%. En de grootste hap gaat naar het verwarmen en koelen van het huis zelf. Vooral aan dat laatste kan stevig gewerkt worden door nieuwbouw bijvoorbeeld verplicht passief te maken. Ik ben geen voorstander van subsidies, omdat die nooit democratisch zijn en iemand er ooit ergens voor opdraait, maar voor het bouwen van passieve woningen zou ik dat goedkeuren. Het is zeker een maatregel die op termijn winst oplevert. Daarnaast kan het verbruik van de grote huishoudtoestellen nog grondig worden verminderd op allerlei manieren. Ik kom daar in een volgend hoofdstuk nog op terug.

84

Wegwerpideologie
Ik wil nog even de aandacht vestigen op een ander aspect van onze westerse economie, ander dan het labibiliteitsprobleem. Want ook daar bevindt zich een ernstig probleem. Wij hebben een economie die op voortdurende groei is gebaseerd. Een economie met een wegwerpideologie. Iedereen moet als maar meer consumeren zodat de economie als maar meer kan produceren zodat er een niet aflatende groei is. Men is daarin zo ver gegaan dat men die groei als een vaststaand gegeven is gaan beschouwen en de extra winst die uit die groei moet komen reeds op voorhand spendeert aan allerlei maatregelen die de groei nog meer moeten stimuleren. Dat leidt in sommige bedrijfstakken tot lachwekkende situaties, vooral wanneer men het vooropgestelde doel niet haalt. Een mooi voorbeeld is de modewereld. Daar loopt men al twintig jaar steeds verder achter de feiten aan zodat men verplicht is de nieuwe collecties steeds vroeger uit te brengen om over het nodige geld te beschikken om de collecties van het vorig seizoen te kunnen betalen. Dat is natuurlijk een onhoudbare situatie die er toe heeft geleid dat de kwaliteit van confectie steeds maar verder achteruit gaat. De gigantische concurrentie vanuit lage loonlanden maakt het dan ook nog eens onmogelijk om een behoorlijke prijs te hanteren zodat de marges steeds kleiner worden. Verder zijn er maar vier seizoenen. De modeontwerpers kunnen dus hooguit drie seizoenen vooruit lopen – wat ze nu ook doen: in de herfst brengen ze de mode voor de volgende zomer uit – en dan zitten ze vast. In de automobielwereld regent het ontslagen en afslankingen omdat men daar geconfronteerd wordt met de realiteit: men kan niet onbeperkt blijven groeien en mensen er toe aanzetten om hun nog praktisch nieuwe auto om te ruilen voor een nog nieuwere. 50 jaar geleden was de levensduur van een

85

model gemakkelijk tien jaar of meer. Vandaag rijden de meeste mensen zelden meer dan drie jaar met hun auto’s. De tweedehandsmarkt wordt overspoeld met goedkope jonge auto’s in perfecte staat. De financiële crisis heeft de publieke opinie nu doen keren. Een occasie van 6 jaar oud kan er nog nieuw uitzien, maar kost slechts nog 20% van de prijs van een nieuwe wagen. Wanneer men een wagen van drie jaar oud verkoopt krijgt men zelden meer dan 30% van de nieuwwaarde. Onlangs gaf een garagist merkverdeler van een Frans automerk me toe dat kleine voertuigen die worden overgenomen bij de aankoop van een nieuwe auto, maar toch nog in een zeer goede staat verkeren, niet meer terug in het verkeer komen: ze gaan in de pers! Zodoende probeert men een schaarste te creëren in de meest verkochte modellengamma zodat mensen toch nog zouden opteren voor de aankoop van een nieuwe wagen. Ik maakte de garagist opmerkzaam op het immorele van dergelijke praktijken, maar de man begreep mij niet of wou me niet begrijpen. Nu ontstaat er een groot dilemma. Kyoto en andere IPCC’s pleiten voor grote zuinigheid en spaarzaamheid. Overal hoort men alarmbellen over de overbelasting van het milieu. Het woord recyclage is niet uit de media weg te branden net zoals trouwens het woord duurzaamheid. Maar al die zaken staan haaks op onze economische ideologie van steeds meer, steeds sneller. Wanneer zal men eindelijk eens inzien dat de twee met elkaar niet te verzoenen vallen en dat ze zelfs mutueel exclusief zijn om eens een geliefkoosd begrip van mijn partner te gebruiken. Dat wil zeggen: het ene verbiedt het andere. We moeten dus een keuze maken. En kiezen om het milieu nog verder te laten verloederen, onze grondstoffen nog sneller op te gebruiken en het systeem nog meer labiel te maken is geen optie. Dus blijft er maar één optie over: we moeten ons economisch model herzien. Dat dit gigantische en ingrijpende veranderingen zal meebrengen is onbetwistbaar waar. Maar er is geen alternatief. Of toch: de totale

86

ondergang. Door het definitief instorten van de wereldeconomie of door een nieuwe wereldoorlog (de oorlogsmachine heeft de industrie van diverse landen in het verleden al van een economische crisis gered en speelt voor bijvoorbeeld de USA ook vandaag een belangrijke rol in het BNP). Ik vertrouw er op dat geen van de lezers daar vrijwillig voor zal kiezen – voor een weldenkend mens is oorlog sowieso geen optie - en ga er dus van uit dat de overgrote meerderheid van de wereldbevolking daar geen voorstander van is. De groei-economie moet dus verdwijnen en plaats maken voor een nieuwe ideologie. Ook daar zullen we in een volgend hoofdstuk dieper op in gaan. Ik raakte hiervoor reeds het begrip van de ecologische voetafdruk aan.

Waarschijnlijk was de lancering van dat begrip de belangrijkste prestatie – in positieve zin dan – die Albert Gore met zijn klimaathoax heeft geleverd. In het belang van onze kinderen en hun nageslacht moeten wij dat begrip in al onze handelingen gaan hanteren. Bij alles wat we doen moet daar de vraag beantwoord worden of we het milieu niet meer dan strikt noodzakelijk belasten en of er misschien een betere weg bestaat. Om die vragen met kennis van zaken te kunnen beantwoorden is het noodzakelijk dat we van een aantal dingen goed op de hoogte zijn. Goed informeren begint op de schoolbanken of zou daar moeten beginnen. Helaas wordt in de scholen de desinformatie van de media nageaapt. Zeker wanneer het bijvoorbeeld over de klimaatsverschuiving gaat. De meeste

87

leerkrachten hebben zelfs niet eens gemerkt en kunnen niet verklaren waarom er eerst sprake was van global warming en nu van climate change. Indien ze dat wel zouden kunnen, dan zouden ze misschien minder geneigd zijn om Gore en C° zo op te hemelen en zijn lokale adept, Serge De Gheldere op tournee van school tot school te laten gaan om dezelfde leugens te spuien. Ik zeg hier niet dat De Gheldere nooit met een goed idee komt, integendeel, hij brengt ongetwijfeld een hoop goede ideeën aan, maar ze passen altijd weer in datzelfde stramien: zo weinig mogelijk veranderen aan onze levenswijze en het bestaande systeem, maar een aantal innovaties doorvoeren waar bepaalde bedrijfjes veel geld kunnen aan verdienen. Kijken we even naar de achtergrond van De Gheldere dan botsen we daar op Groep T. “Groep T is een innovatieve en internationaal georiënteerde hogeschool in Leuven die actief is op het vlak van Engineering, Enterprising en Educating.” Zo staat het letterlijk op de website van Groep T. Op en top de stijl van gore Albert. Andermaal dus jongens die het milieu gebruiken om er persoonlijk beter van te worden. Nu ben ik zelf al dertig jaar zelfstandig en kan ik privé initiatief alleen maar aanmoedigen, maar de onbesuisde gretigheid waarmee scholen dat spelletje meespelen gaat mij toch wel wat te ver.

Tot op het bot …
Ik begon dit hoofdstuk met de cryptische slagzin: “Niets is ooit wat het lijkt”. In de vorige pagina’s toon ik al herhaaldelijk aan dat de indruk die men doorgaans van nogal wat dingen heeft, vaak niet strookt met de werkelijkheid indien men wat dieper op de zaak in gaat. Die slagzin is voor mij tot een credo geworden. Voortdurend kom ik bewijzen tegen van de diepe waarheid die er achter schuilt. Indien we willen begrijpen wat er allemaal fout loopt in de wereld en hoe dat precies in elkaar zit moeten we ons de gewoonte eigen maken om niets nog klakkeloos te aanvaarden. Zelfs niet indien

88

het door iedereen en overal voortdurend voor waar verkondigd en herhaald wordt. Enkele keren liep ik zelf in de val en aanvaarde sommige zaken voor onweerlegbaar waar om dan te moeten ontdekken hoezeer ik me wel vergist had. In de verdere hoofdstukken komt de lezer nog een aantal flagrante voorbeelden van die misvattingen tegen. Maar ik dring er nu reeds op aan om een kritische en onderzoekende houding tegenover alles en iedereen aan te nemen. Een van de meest schrijnende voorbeelden is de aanname dat de Groene partijen ook daadwerkelijk groen zijn. Gedurende enige tijd verwachtten vele mensen alle heil van de groene partijen. Maar wat is er groen aan een partij die voor alle milieuproblemen alleen maar een extra belasting kan bedenken? Het zijn niet de burgers die de niet-recycleerbare verpakkingen hebben bedacht. Waarom moeten zij daar dan voor boeten? Verbied de producenten gewoonweg om dergelijke verpakkingen te maken. Maar dan raakt men natuurlijk aan het groot kapitaal en hun goed verdedigde belangen en dat kan dus niet. Dus laat men de gewone burgers maar weer eens opdraaien. Komt daar nog bij dat de niet-recycleerbare verpakkingen slechts voor ongeveer 1% bijdragen aan de CO2 uitstoot. De taks is dus onzinnig. En dan zijn de zogenaamde Groenen verontwaardigd als niemand nog voor hen wil stemmen. Andermaal staan we voor verstrekkende en grondige veranderingen als we op dit gebied echt iets willen bereiken. Ik hoef maar eens te kijken naar het volume aan afval dat mijn gezin produceert per week. Wanneer ik alle overbodige verpakkingsafval er tussen uit zou halen, dan is wat overblijft bijna voor 100% organisch, want voedselafval en in volume nog slechts 10% van de volledige inhoud van de

89

vuilbak. Schaaltjes, vochtkussentjes, plasticfolie – zelfs rond een streekkrant zit er tegenwoordig een plasticfolie! – veel papier en karton en ongevraagde publiciteit. Iedereen wil zijn producten aan de man brengen, dat kan ik begrijpen, maar hoeveel mensen zouden er een streekkrant lezen? 10%? Is dat voldoende om die wekelijkse verspilling van ruim drie kilogram publicitair drukwerk in vrijwel iedere brievenbus te verantwoorden? Je kunt stellen dat het simpele feit dat er iedere week voldoende adverteerders gevonden worden om die kranten te vullen op zich al genoeg reden is om ze te blijven uitgeven. Dat is volgens mij een dwaling en een foute redenering.

Indien men morgen een wet zou maken die stelt dat publiciteit enkel nog kan verstuurd worden naar abonnees die daar vrijwillig voor kiezen, dan zou de hele publicitaire wereld instorten. Er zou geen 5% van het huidige volume aan drukwerk meer overblijven. Dat wil dus zeggen dat de overige 95% vermoedelijk ongewenst is. Dat wil ook zeggen dat miljarden tonnen hout voor niets tot pulp is verwerkt om er papier van te maken. Wat dan weer wil zeggen dat miljoenen bomen onnodig gekapt worden. Maar iedereen ziet steeds weer en alleen maar het jobverlies dat uit die ingrijpende veranderingen zou voortvloeien en dat is natuurlijk een heikel onderwerp. Maar als we het van de andere kant bekijken, dan betekent dit dat er miljoenen overbodige jobs zijn. Allemaal mensen die geld krijgen voor iets waar niet echt behoefte aan is. Een economie van luchtkastelen. Waar gaat al dat geld naartoe indien het niet meer in omloop zou zijn? Dit is naar mijn mening een belangrijke vraag en wel om volgende reden: de hoeveelheid geld die in omloop is, is min of meer constant. Op dit ogenblik krijgt iedereen daar een stukje van en kan daar mee leven. De een krijgt meer dan de ander en leeft bijgevolg beter. Sommigen leven zeer goed en anderen overleven ternauwernood. Indien plots enkele miljoenen jobs zouden verdwijnen, verdwijnt dan ook het geld dat die mensen zouden

90

verdienen? Neen toch? Waar is het dan naartoe? Een groot deel zou in de staatskas blijven zitten. Want het grootste aantal overbodige jobs vindt men onder de ambtenaren in overheidsdienst. De overheid haalt het geld om die ambtenaren te betalen van de belastingsbetaler. Als er zoveel jobs verdwijnen wordt er zoveel minder belasting betaald en heeft de Staat dus minder inkomsten om ambtenaren te betalen. Het overschot in de staatskas zal dus snel slinken en verdwijnen.

Als de economie krimpt nemen de overheidsinkomsten af. Ook de bedrijven hebben minder geld want ze verkopen minder en moeten dus hun productie beperken. Maar wacht eens! Deze redenering klopt niet. Wanneer een bedrijf minder produceert heeft het minder kosten, het ontslaat een aantal overbodige personeelsleden en heeft andermaal minder kosten. Ambtenaren betalen ook belasting, dus voor de overheid is het loon van de ambtenaar geen zuiver verlies. Als er zoveel minder ambtenaren zijn moet de overheid zoveel minder lonen betalen. Inkrimping is dus niet noodzakelijk altijd slecht. Ik wil hier niet het hele economisch proces ontleden, maar ik heb het wel gedaan en de conclusie was dat de valstrik zit in de vaste kosten. Staten leggen aan bedrijven – en particulieren – een aantal vaste kosten op. Die vaste kosten blijven quasi onveranderd, ongeacht het volume van de omzet. Daardoor is elk bedrijf verplicht om een minimale omzet te draaien alleen al om die kosten te kunnen betalen.

91

Nu is het cruciaal om de vraag te stellen of er een directe correlatie is tussen de grootte van die kosten en het principe van de groeieconomie. Immers het is perfect mogelijk dat de staat haar kosten die ze aan de ondernemer oplegt begroot in functie van de omzet die ze verwacht dat die ondernemer kan realiseren. Met andere woorden, de staat legt kosten op zodat de ondernemer gedwongen wordt om meer omzet te maken wil hij winst halen uit zijn bedrijf. Het cruciale aan de hier gestelde vraag is of de staat slechts een bestaande situatie gebruikt om zoveel mogelijk af te romen, dan wel actief motor is van de groei-economie. In het laatste geval dient de staat als oorzaak te worden gezien van het foute economische bestel en moet dus het hele belastingsprincipe worden omgegooid teneinde kleinschaligheid aan te moedigen in de plaats van het streven naar grootschaligheid. De staat mag per definitie geen actieve rol spelen in deze processen en dient in zijn beleid een op zijn minst neutrale positie in te nemen. Het vermoeden is echter sterk dat dit niet het geval is, want daarvoor zijn de vaste kosten die worden opgelegd te hoog. Zij maken kleinschaligheid minder opportuun en ontmoedigen het kleine initiatief. Alle kleinhandelaren en ambachtslieden zullen dit volmondig bevestigen. De tendensen in de maatschappij bevestigen dit ook. Niet alleen de kostendruk enerzijds, maar de oneerlijke prijzenconcurrentie van de grote corporaties anderzijds maken het voor de kleinhandel quasi onmogelijk om te overleven. Grote corporaties leiden echter tot concentratie en centralisatie en dat werkt de filevorming weer in de hand want werknemers moeten een grotere afstand afleggen om te gaan werken. Daar staat tegenover dat kleinschaligheid het werken in eigen streek bevordert, meer werkgelegenheid creëert en meer stabiliteit want een bakker verlegt zijn activiteiten niet naar de lage loonlanden. Werken in eigen streek geeft dus meer levensvreugde en meer sociaal contact of om het met een boutade te zeggen: “Hoe Groen was mijn Dal”.

92

Aantonen dat de staat medeplichtig is aan het in stand houden van een grootverbruikeconomie is noodzakelijk om de mensen in te laten zien dat verandering pas zin heeft als ook het staatsbestel fundamenteel mee wordt veranderd. Onze staatsstructuur in België faalt op nog wel meer punten dan alleen maar het economisch beleid. Ik wil hier liefst niet teveel aan lokale politiek gaan doen omdat de strekking van dit boek supranationaal is, maar het is toch belangrijk om een aantal knelpunten aan te stippen om het inzicht toe te laten. Zo kan men niet om het feit heen dat de tegenstellingen tussen Vlamingen en Franstaligen in dit land zo diep gaan dat een vergelijk met de dag onwaarschijnlijker wordt. Ik wijs hierbij vooral met een beschuldigende vinger naar het jarenlange en niet aflatende gestook door de belangrijkste media in Franstalig België. De dagbladen Le Soir en La Dernière Heure hebben zich al die tijd en volkomen ongestraft – en met instemmende goedkeuring van haar politici - aan niets minder dan anti-Vlaams racisme schuldig gemaakt en een hetze gecreëerd waar zij nu zelf het slachtoffer van zullen worden. Ik ben nooit een voorstander geweest van een opsplitsing van België en ik heb nooit een probleem gehad met welke Waal dan ook die ik persoonlijk heb ontmoet. Maar de franskiljons hebben de zaak zo grondig verziekt dat er geen propere en faire oplossing meer mogelijk is. Ze willen ons geld wel maar ons nabuurschap niet. Zelfs voor de meest verdraagzame mens moet dat op den duur te veel worden.

93

Het leidt tot radicalisering op beide fronten en het is slechts doordat de radicalen in Vlaanderen zo verdeeld zijn dat het land nog aan elkaar hangt, zij het met haken en ogen. Als men morgen tot het inzicht zou komen dat men die Belgische Nationale lijfspreuk ‘L’union fait la force’ ook regionaal best eens zou toepassen, dan zou het communautaire probleem snel opgelost zijn. Misschien met het behoud van de federale staat en het ontstaan van volwaardige deelstaten. Of misschien zonder deelstaten, want een sterk centralistisch land is veel goedkoper te leiden. Maar dan moet het centrale gezag wel alle Belgen gelijk behandelen… Tot dan blijft het aanmodderen met een vleugellamme regering van ‘lopende zaken’ met een inspiratieloze grijze duif aan het hoofd. Dit volk verdient dit land niet. Dit volk verdient veel beter. Maar dit volk moet willen geloven dat alles wat het wil ook werkelijkheid kan worden. Daartoe moet ieder individu natuurlijk bij zichzelf beginnen. Geloof in eigen kunnen, zelfrespect, fierheid, vriendschap, openheid en hulpvaardigheid liggen aan de basis van geluk. Ondanks alle kritiek die ik hier neerschrijf ben ik van nature een gelukkig mens, omringd door mensen waar ik van hou en die van mij houden. Ik geloof in mijn kunnen en in de juistheid van wat ik vertel. Ik geloof ook dat ik met dit boek een positieve kentering teweeg kan brengen zonder enig leed te berokkenen en dat iedereen daar op den duur beter van zal worden.

94

Dit had ik misschien als inleiding of voorwoord moeten plaatsen, maar ik ben in sommige opzichten eerder controversieel en rebels en ook daar ben ik fier op. Ik vroeg om kracht en kreeg moeilijkheden die me sterk maakten Ik vroeg om wijsheid en kreeg problemen die ik oploste Ik vroeg om moed en kreeg gevaar dat ik overwon Ik vroeg om steun en ik kreeg kansen die ik greep Ik kreeg niets van wat ik vroeg Maar ik kreeg alles wat ik nodig had

95

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful