Technische en praktische voorschriften

N

TOP 26 ZWB TOP 30 ZWB TOP 42 ZWB TOP 28 ZSB
condensatieketels met gestuwde afvoer

CERASMART

Een onberispelijke werking kan slechts dan gewaarborgd worden, wanneer de technische voorschriften strikt opgevolgd worden. Wijzigingen voorbehouden. Wij verzoeken U deze voorschriften aandachtig te lezen en ze aan de gebruiker te overhandigen. Deze laatste dient ze zorgvuldig te bewaren. DE INSTALLATIE, DE INBEDRIJFSTELLING, HET ONDERHOUD EN DE NAVERKOOPSERVICE MOETEN DOOR EEN ERKENDE INSTALLATEUR GEBEUREN. Deze gaswandketels dragen het keurmerk:

cat. I2E(S)B (aardgas) cat. I3P (vloeibaar gas)

nv SERVICO sa
Kontichsesteenweg 60 2630 AARTSELAAR TEL: 03 887 20 60 FAX: 03 877 01 29 Deutsche Fassung auf Anfrage erhältlich 6 720 611 595 (2006.05 BL-NL)

VOOR UW VEILIGHEID: WAT TE DOEN BIJ GASGEUR?
• • • • • gaskraan dichtdraaien vensters openen geen elektrische schakelaars bedienen alle open vuur doven de gasmaatschappij, Uw installateur of JUNKERS verwittigen

INHOUD
AANSLUITINGEN EN AFMETINGEN BESCHRIJVING VAN DE KETEL VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING TECHNISCHE GEGEVENS OPBOUW VAN DE KETEL SCHEMAS EN FUNCTIES ELEKTRISCH SCHEMA INSTALLATIE - algemeen - belangrijk - installatie in een kast - montageplaat - bevestiging van de ketel - hydraulische aansluiting - gasaansluiting - aansluiting van de rookgasafvoer - elektrische aansluitingen - bedrading - aansluiten van kamerthermostaten TR 21, TR 100 & TR 200 - aansluiten van de andere regelingen - aansluiten van boilers - aansluiten van een temperatuurbegrenzer in een vloerverwarmingsinstallatie INBEDRIJFNAME - voor de inbedrijfname - in-/uitschakelen - verwarming inschakelen - temperatuurregeling - warmwaterbereiding - ketel TOP 26, 30 & 42 ZWB: warmwatertemperatuur instellen - ketel TOP 28 ZSB met boiler Storacell: warmwatertemperatuur instellen - ketel TOP 26, 30 & 42 ZWB met boiler Storamaxx: warmwatertemperatuur instellen - na de inbedrijfname - zomerbedrijf - vorstbeveiliging - storingen - pompblokkeringsbeveiliging - tips voor energiebesparing INDIVIDUELE INSTELLING - manuele instellingen - grootte van het expansievat testen - instellen van de aanvoertemperatuur - begrenzing van de keteltemperatuur - wijzigen van de begrenzing van de keteltemperatuur

blz. 4 5 5 6 7 8 10 11 11 11 11 12 13 13 14 14 15 15 16 16 17 18 19 19 20 21 21 21 21 22 23 23 23 23 24 24 24 25 25 25 25 25 25

2

INHOUD
- Heatronic instellingen - bediening van Heatronic - pompschakeling voor verwarmingsbedrijf kiezen - karakteristieken van de circulatiepomp - opwarmingsvermogen boiler - instellen van de antipendel blokkering - maximum aanvoertemperatuur instellen - inschakelen van de schakeldifferentie - automatisch antipendelprogramma - verwarmingsvermogen instellen - antipendeltijd warmhouden bij TOP 26, 30 & 42 ZWB - ontluchtingsfunctie - sifonvulprogramma GASREGELING ONDERRICHTINGEN - nota voor de installateur - nota voor de gebruiker - controle van de ketel - reinigen van de mantel CONTROLE EN ONDERHOUD - checklist voor het onderhoud - verbrandingslucht/rookgasafvoermetingen - O2- of CO2-metingen in de verbrandingslucht - CO- en CO2-waarde in rookgas meten - brander - warmtewisselaar - warm water - condenswatersifon - membraan in de mengkamer - elektrische bedrading - overdrukventiel - expansievat (niet voor TOP 42 ZWB) - sanitaire warmwaterleiding - opnieuw in gebruik nemen - wisselstukken en smeermiddelen WAT TE DOEN BIJ STORINGEN? NUTTIGE INLICHTINGEN BELANGRIJKE NOTA’S WAARBORG DIENST NA VERKOOP (met techniekers uit Uw regio)

blz. 26 26 27 28 28 29 30 30 31 32 32 33 34 35 35 35 35 35 35 36 36 36 36 37 38 39 40 40 40 41 41 41 41 41 41 42 43 45 45 48

3

1. AANSLUITINGEN EN AFMETINGEN

Fig. 1 1 2 3 4 5 6 13 CV-afsluitkraan 3/4’’ (aanvoer) nippel 1/2’’ (sanitair warm water) reductie 1’’ → 3/4’’ (gasaansluiting) aardgaskraan 3/4’’ sanitaire afsluitkraan 1/2’’ (sanitair koud water) CV-afsluitkraan 3/4’’ (terugvoer) montageplaat 101 103 110 111 338

montageplaat

mantel deksel van bedieningspaneel aansluitmoer (aanvoer en terugvoerleiding) dichting plaats op de muur voor de elektrische kabel (indien de bedrading achter de ketel aangebracht werd)

4

Types TOP 26. Met warmwaterbereiding.2630 Aartselaar . EN 55014-1. 30 & 42 ZWB met warmwaterbereiding.Duitsland TOP 26 ZWB CERASMART CE0085AS0029 TOP 28 ZSB CERASMART. De ketel is gekeurd op basis van de lastenkohieren CE en wordt vanuit de fabriek geregeld en verzegeld overeenkomstig categorie I2E(S)B (aardgas) of I3P (vloeibaar gas). De fabricage is onderworpen aan de procedure van de vernoemde controle.Duitsland CONDENSERENDE GASWANDKETEL nv SERVICO sa Kontichsesteenweg 60 . zijn conform met de vernoemde richtlijnen en met het gehomologeerde type. NOx: 47 mg/kWh CO: 70 mg/kWh NOx: < 150 mg/kWh CO : < 110 mg/kWh REFERENTIENORMEN CONTROLEPROCEDURE VERKLARING GEMETEN WAARDEN GEWAARBORGDE WAARDEN Fink Ulrich BBT Thermotechnik GmbH .53123 Bonn . TOP 30 ZWB CERASMART TOP 42 ZWB CERASMART CE : 90/396/CEE. Uitgerust met oververhittingbeveiliging. 92/42/CEE. Technische benamingen: ZWB 7-26 A 23 S 3600 (aardgas) ZWB 7-30 A 23 S 3600 (aardgas) ZWB 11-42 A 23 S 3600 (aardgas) ZSB 7-28 A 23 S 3600 (aardgas) Algemene informatie Deze ketel aan de hand van de volgende richtlijnen zorgvuldig installeren. Alle opgegeven waarden (belasting en nominaal vermogen) kunnen tot 18 % lager liggen bij G 25-25 mbar. NF EN 483. 89/336/CEE BE : Koninklijk Besluit van 8 januari 2004 betreffende de reglementering van de uitstootniveaus CO en NOx NF EN 677. C33S. NF EN 437 EN 50165. Type afvoer: C13.B. ionisatiebeveiliging. C53. Kencijfer 23 31 Gasfamilie aardgas G 20 en G 25 propaan G 30 Commerciële benamingen: TOP 26 ZWB Cerasmart TOP 30 ZWB Cerasmart TOP 42 ZWB Cerasmart TOP 28 ZSB Cerasmart 3.BE BETREFT PRODUCT CONSTRUCTEUR AARD INVOERDER & BEHEERDER VAN DE TECHNISCHE DOCUMENTEN CONTROLEORGANISME & ERKEND LABORATORIUM CONTROLE VAN HET TYPE IDENTIFICATIENUMMER TOEPASBARE RICHTLIJNEN Cerasmart BBT THERMOTECHNIK GmbH Junkersstrasse 20 – 24 .TOP keurmerk. NF EN 625. C43. C83. EN 55014-2 Verzekering fabricagekwaliteit De producten geïdentificeerd in dit document. van 08/01/2004 . De ketel op aardgas draagt het HR .Werkprüfstelle Wernau: 9 september 2005 5 . BESCHRIJVING VAN DE KETEL Condensatie-gaswandketel met elektronische ontsteking.73249 Wernau . C33. 73/23/CEE.België DVGW Josef Wirmer Strasse 1 – 3 . B23. Het type TOP 28 ZSB is geschikt voor aansluiting aan een indirect verwarmde boiler. VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING met het K. gestuwde afvoer en modulerende werking.2.

0 28.5 78 87 78 58 65 58 9.80 / 60° C Min.6 24.5 42 TOP 42 ZWB 9.0 40 – 60 10 0.4.4 11.2 25.5 9.7 10.80 / 60° C Max.1 10.2 6.75 10 11.2 11.1 7.5 46 TOP 30 ZWB 7.6 4.8 10.1 10.1 4. aanvoertemperatuur Max.PH-waarde (ongeveer) Elektrische aansluiting Vermogenopname Geluidsniveau Beschermingsgraad Max.6 20.5 4.5 46 TOP 26 ZWB 6.8 230 / 50 46 .0 14.40 / 30° C .8 230 / 50 46 – 116 38 X4D 90 3 3.8 21.3 TOP 30 ZWB G 20 G 25 30.8 230 / 50 46 – 116 38 X4D 90 3 3.1 40.5 9.6 7.75 --10 10 11.4 24.1 21.0 40 – 60 10 0.2 6.6 2.6 4.3 / 3.8 24. C53.760 mmHG) C aardgas G 25 (15° .2 2.0 24. dynamische waterdruk Begrensde doorstroming l/min l/min ° C bar bar l/min 6 .2 TOP 42 ZWB G 20 G 25 41.4 7.8 25.0 32.0 2.9 12.5 27.0 32.3 3.8 230 / 50 46 – 116 38 X4D 90 3 3.4 39.7 TOP 28 ZSB G 20 G 25 27.8 / 5.0 12.40 / 30° C . C83.5 23.6 8.4 21.3 28.3 29.3 mbar mbar mbar m /h 3 m /h kg/h bar l gr/sec ° C ° C % % % % % % 3 20 25 37 2. C33.9 17.6 7.0 7.116 42 X4D 90 3 3.6 8. belasting (Qn min) Maximumvermogen sanitair warm water Maximale belasting sanitair warm water Voedingsdruk aardgas G 20 aardgas G 25 propaangas Gasdebiet aardgas G 20 (15° .0 7.8 29.3 9.3 7.7 16. werkingsdruk (verwarming) Inhoud warmtewisselaar Netto gewicht TOP 26 ZWB G 20 G 25 kW kW kW kW kW kW kW kW kW kW 21.50 / 30° C . nominaal vermogen (Pn min) .2 8.0 2.5 7.max.9 8.5 9.5 7.8 39. TECHNISCHE GEGEVENS Types Max.0 6.9 17.7 26.9 8. C33S.6 8.3 / 3.3 11.1 21.5 9.5 78 58 9.3 21.8 10.7 32.0 4.1 40.0 17.4 21. B23 5 5 5 2.5 C13.0 0.6 10.0 10.0 8.3 8.5 8.0 3.5 5 20 25 37 20 25 37 20 25 37 3.0 12.5 22.7 26.5 11.2 6.8 9.2 23.9 32.3 / 3.6 20.0 7.0 7.8 25.9 33.1 2.0 40 – 60 10 0.0 18.0 0.3 8.0 6. C43.2 8.0 Sanitair warmwaterdebiet bij ∆t = 50 K (koud water 10° C) bij ∆t = 25 K Max.0 22.5 7. nominale belasting (Qn max) Min. nominaal vermogen (Pn max) . instelbare uitlooptemperatuur Max.3 7.0 6.5 8.8 9. sanitaire waterdruk Min.0 33.6 7.6 3.50 / 30° C .6 8.7 26.5 17.6 2.760 mmHG) C vloeibaar gas Expansievat werkdruk totaalinhoud Rookgasdebiet max / min Rookgastemperatuur (80 / 60° C) Rookgastemperatuur (40 / 30° C) CO2 bij Pnmax (G 20) CO2 bij Pnmin (G 20) CO2 bij Pnmax (verrijkt Slochteren) CO2 bij Pnmin (verrijkt Slochteren) CO2 bij Pnmax (G 31) CO2 bij Pnmin (G 31) Type rookgasafvoer Nox-klasse Rookgascondensaat .4 41.6 4.5 43 l/h V/Hz W dB(A) IP ° C bar l kg 2.7 2.8 9.75 0.8 11.3 30. hoeveelheid (tR = 30° C) .8 8.8 11.0 10.1 21.

2 4 6 6.1 9 15 18 18.1 221.1 271 295 349 355 358 396 415 416 418 449 watervalve (TOP 26. 30 & 42 ZWB) meetstut voor gasaansluitdruk manometer temperatuurbegrenzer rookgassen overdrukventiel circulatiepomp schakelaar toerental circulatiepomp expansievat (niet bij TOP 42 ZWB) automatische ontluchter mengkamer set elektroden (ontsteking en ionisatie) aanvoertemperatuurvoeler aanvoer verwarming instelschroef voor maximum gasdebiet instelschroef voor minimum gasdebiet driewegkraan 98 102 120 221.en aanvoer) platenwarmtewisselaar (TOP 26. 30 & 42 ZWB) controle-opening ophangpunten rookgasafvoer aanvoer verbrandingslucht extractor meetstut voor rookgassen meetstut voor verbrandingslucht geluiddemper in rookgasafvoer type-aanduiding afdekplaatje (voor gescheiden af.1 20 27 29 32.2 226 234 234. OPBOUW VAN DE KETEL Fig.1 7 8.5. 30 & 42 ZWB) sifon voor condensatiewater slang voor sifon deksel voor reinigingsopening opvang condensatiewater identificatieklever aansluiting condenswater 7 .1 36 43 63 64 88 bedieningspaneel Heatronic temperatuurbegrenzer warmtewisselaar NTC warm water (TOP 26.

3 TOP 28 ZSB Fig. 4 8 .6. SCHEMAS & FUNCTIES TOP 26 & 30 ZWB Fig.

30 & 42 ZWB) rookgasafvoerbuis extractor luchtkast meetstuk voor rookgassen meetstuk voor verbrandingslucht display platenwarmtewisselaar (TOP 26. 30 & 42 ZWB) watervalve (TOP 26. 5 4 6 6.1 9 13 14 15 18 20 26 27 29 29. 30 & 42 ZWB) microschakelaar (TOP 26. 30 & 42 ZWB) membraan (TOP 26.1 7 8. 30 & 42 ZWB) overdrukventiel sanitair (TOP 26. 30 & 42 ZWB) schakelnokstift (TOP 26.TOP 42 ZWB Fig. 30 & 42 ZWB) debietkiezer warm water (TOP 26.1 317 355 358 447 filter gasblok CE 427 hoofdgasventielen ontgrendeltoets instelschroef voor gasregeling instelschroef voor minimum gasdebiet (verzegeld) regelventiel vertrek naar boiler (TOP 28 ZSB) terugvoer uit boiler (TOP 28 ZSB) motor driewegkraan venturi (TOP 26. 30 & 42 ZWB) meetstut voor gasaansluitdruk manometer temperatuurbegrenzer rookgassen montageplaat sifon veiligheidsklep circulatiepomp expansievat (niet bij TOP 42 ZWB) ventiel voor stikstofvulling (niet bij TOP 42 ZWB) automatische ontluchter mengkamer bimetaal voor verbrandingsluchtcompensatie brander ionisatie-elektrode ontstekingselektrode warmtewisselaar met gekoelde branderkamer aanvoertemperatuurvoeler aanvoer verwarmingswater warm water gas koud water terugvoer verwarmingswater afvoer elektromagneet 1 elektromagneet 2 55 56 57 61 63 64 69 71 72 84 88 90 91 93 94 95 96 97 98 221 226 229 234 234.1 bedieningspaneel Heatronic temperatuurbegrenzer NTC warm water (TOP 26. 30 & 42 ZWB) condensatiewatersifon geluiddemper 9 .1 30 32 33 35 36 43 44 45 46 47 48 52 52. 30 & 42 ZWB) waterdebietregelaar (TOP 26.

9 extractor codeerstekker aansluiting voor aarding aansluiting voor NTC 1 boiler temperatuurregelaar warm water zekering T 1.1 brug LS . ELEKTRISCH SCHEMA Fig.1 9 18 32 33 36 52 52.5 A stekkeraansluiting voor inbouwregelaar TA 211 E of BM 1 315 stekkeraansluiting voor externe regelaar 317 digitale display 318 stekkeraansluiting voor schakelklok 319 stekkeraansluiting voor boilerthermostaat 328 klemmenblok 230 V/AC 328.1 6 6.LR 329 aansluiting LSM 363 controlelampje brander 364 controlelampje (netaansluiting aan) 365 druktoets schoorsteenveger 366 service-toets 367 ECO-toets 302 303 310 312 313 314 10 . 30 & 42 ZWB) temperatuurbegrenzer rookgassen circulatiepomp ionisatie-elektrode ontstekingselektrode aanvoertemperatuurvoeler elektromagneet 1 elektromagneet 2 gasblok CE 427 ontgrendeltoets motor driewegkraan microschakelaar (TOP 26.5 A . 6 4.1 56 61 84 96 135 136 151 153 161 226 300 ontstekingstransformator temperatuurbegrenzer warmtewisselaar NTC warm water (TOP 26.7.6 A zekering T 0.230 V/AC transformator brug 8 . 30 & 42 ZWB) hoofdschakelaar temperatuurregelaar CV-water zekering T 2.

INSTALLATIE Algemeen Deze ketel dient door een bevoegd installateur te worden geplaatst. 30 cm tot het plafond en 30 cm onder de ketel. maximum in het beschermingsvolume. Let erop de volgende minimumafstanden te voorzien: • tussen ketel en plafond 30 cm • onder de ketel minimum 30 cm • rondom de ketel 10 cm De ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden. speciale voorzorgsmaatregelen moeten genomen worden.E. Om corrosie te vermijden mag de verbrandingslucht voor de ketel geen agressieve dampen bevatten. geïnstalleerd worden.8. Fig. De ketel is IPX 4 D gekeurd en mag niet boven bad of douche.I. De maximale temperatuur van de buitenmantel ligt onder de 85° zodat er behalve voor omkastingen (zie fig. De ketel moet overeenkomstig de voorschriften van het A. 8. De maximale omgevingstemperatuur van de installatieruimte bedraagt 50° C. geplaatst worden. In geen geval de ketel tegen een wand uit brandbaar materiaal plaatsen.R. Brandbare stoffen moeten vuurwerend bekleed worden. 7) geen C.1 Installatie in een kast Voorzie minimumafstanden van 10 cm rondom de ketel. 7 11 . Belangrijk De ketel waterpas hangen. In geval van twijfel dient hij zich te informeren bij de officiële instanties of bij SERVICO nv. geplaatst worden. Ketels op vloeibaar gas: aangezien vloeibaar gas zwaarder is dan lucht. Hij dient zich te houden aan de geldende nationale en plaatselijke voorschriften. moeten deze ketels en de leidingen steeds in ruimten met een benedenverluchting boven de begane grond.

U dient de volledige set te gebruiken.= sluiten Opmerking: wanneer de ketel TOP 28 ZSB niet aan een boiler aangesloten wordt. Montageplaat aardgas (nr. De afsluitkranen vergemakkelijken in belangrijke mate de eventuele demontage van de ketel. Deze zijn opgehangen aan de onderkant van de gasketel. 8) afgesloten worden. 12 . 3 119 001 823) Deze montageplaten zijn dezelfde als deze voor aardgas. 8 7 1 2 3 4 CV-afsluitkraan 3/4” (aanvoer) nippel 1/2” (sanitair warm water) reductie 1” → 3/4” (gasaansluiting) aardgaskraan 3/4” 5 6 7 13 sanitaire afsluitkraan 1/2” (sanitair koud water) CV-afsluitkraan 3/4” (terugvoer) bevestigingsset montageplaat Montageplaat vloeibaar gas (nr. dan moeten de aansluitingen 2 en 5 (fig. 7 719 002 134) Fig. De verbinding tussen gasketel en montageplaat gebeurt met vijf dichtingen (3 bij TOP 28 ZSB). CV-afsluitkranen 3/4’’ sanitaire afsluitkraan 1/2’’ aardgaskraan 3/4’’ vloeibaar gaskraan 1/2’’ gesloten geopend gesloten geopend gesloten geopend + = openen .8. U kan hiervoor het toebehoren N° 304 (bestelnummer 7 709 000 277) gebruiken.2 Montageplaat Bij de gasketel hoort deze afzonderlijk verpakte en eventueel vooraf leverbare montageplaat waarmee de leidingen reeds kunnen gemonteerd worden zonder de ketel. Enkel de gaskraan verschilt (steeds 1/2’’).

1 & 2 . Rookgasbuis aansluiten (Fig. 10 Fig . 120).4 Hydraulische aansluiting Bij installaties met kunststofbuizen moeten alle aansluitingen van de ketel (verwarming en sanitair) over een afstand van minimum 1. Bevestiging voorbereiden Teken de gaten aan voor het bevestigen van de ketel aan de muur en boor de gaten (zie fig.nr.nr.3 Bevestiging van de ketel Voorzie de twee ophangbouten zoals aangeduid in fig. 1 & 2 . koper of ijzer) uitgevoerd worden. 11) Monteer de rookgasbuis op de ketel. is het aan te bevelen een waterbehandeling te voorzien. Moeren op de aansluitingen vastdraaien.11 Condensafvoer monteren (Fig. 8.5 m in metalen buizen (bvb. mogen onder geen enkele voorwaarde in de ketel terechtkomen. Pluggen monteren. Zet de rookgasbuis vast met de meegeleverde beugel.8. om kleine lekken in de installatie tegen te gaan. Fig. Dichtingen op de nippels van de montageplaat leggen. 9) Beide schroeven (1) losdraaien. Ketel bevestigen Ketel op de voorbereide aansluitingen zetten en met de bijverpakte ringen en schroeven op de wand monteren. 8. De hierdoor ontstane schade valt buiten de waarborgvoorwaarden. Mantel demonteren (Fig. 120). 10) De afvoerslang met het T-stuk aansluiten op de afvoer (te voorzien door de installateur).4. Beschermproducten: Product Protector Copal Sentinel X 100 Vorstwerende middelen: Product Protector Alphi 11 Varidos FSK Reinigingsproducten: Product Restorer IC 20 (Superfloc Universal cleaner) Acitol-L Let op: de door de fabrikant voorgeschreven concentraties niet overschrijden! Dichtingproducten. 13 Fabrikant Fernox Schilling Chemie Fabrikant Fernox Betz Dearborn Fabrikant Fernox Schilling Chemie . Verwijder de mantel naar voren toe (2). Indien het toestel op een net met zeer kalkhoudend water aangesloten wordt en het tevens veel gebruikt wordt.1 Aansluiting verwarming De doormeter van de leidingen dient te worden berekend volgens de behoeften van de ketel en van de installatie. De installatie moet voor de plaatsing van de ketel worden doorgespoeld. 9 Fig.

4.3 Vullen en ledigen Op het laagste punt van de installatie een vul. 8. waterbedelingsmaatschappij. Bij installaties op aardgas moet men de BGV-gekeurde gasafsluitkraan (in de verpakking van de montageplaat) gebruiken en rechtstreeks met de losse moer aansluiten op de gasnippel van de montageplaat van de ketel. Om dat goede werking te controleren. Voor de parallelle aansluiting (voor CLV en om afstanden van meer dan 10 meter horizontaal of 12 meter verticaal. Een gasdruk hoger dan 150 mbar kan de gasblok ernstig beschadigen. te worden vermeden. is het aan te raden een drukverminderaar van 3 bar voor de hele installatie te plaatsen.4 Overdrukventiel verwarming Dit is in de ketel ingebouwd.en aftapkraan voorzien.8.en wateraansluitingen nagaan. proefdruk 150 mbar. kan in bijzondere gevallen capaciteitsuitbreiding verkregen worden. Hierdoor wordt vermeden dat de veiligheidsgroep te veel water loost en wordt de warmwatertemperatuur aan de mengkranen stabieler. Steeds aan te raden bij vloerverwarming.4. gemonteerd worden. de gasleiding drukloos maken. Zij vormen één geheel bij de keuring van de toestellen. éénmaal per maand de kraan en de klep van de veiligheidsgroep bedienen.v. Vooraleer de gaskraan terug te openen. In de warmwaterleidingen dienen vernauwingen en regelingen die het debiet onder het minimum zouden kunnen beperken.m. dan moet de volledige gasblok vervangen worden! 8. Max.2 Aansluiting sanitair (enkel voor de ketels ZWB) Overeenkomstig de norm NBN EN 1717 en Belgaqua. leegloopkraantje. De butaan-propaan installaties dienen strikt te beantwoorden aan de norm NBN D 51-006. Indien nodig moet een bijkomend vat geïnstalleerd worden op de terugvoerleiding van de ketel. i Raadpleeg onze brochure ‘‘afvoersystemen concentrisch & parallel’‘ voor de montage. De verbinding tussen toestellen en CLV-systeem moet ook door de fabrikant van de toestellen geleverd worden. de bijgeleverde toebehoren. 26) tot 0. Door de druk in het expansievat.gebruikt worden.4. 8. Vooraleer het toestel aan te sluiten. apart te voorzien. Om beschadiging van de gasblok te voorkomen. Bij het collectieve (CLV) systeem wordt de dubbelwandige CLV-koker door de fabrikant van het systeem geleverd. Kalkafzetting kan de goede werking belemmeren. te overbruggen) raden wij U aan onze technische dienst te raadplegen. Indien nodig de leiding doorblazen.aangeboden en geleverd door de fabrikant van de toestellen . Voorzie tevens een afvoer voor het overtollige water. De gasleiding moet binnenin volledig zuiver zijn. controleren of de waterfilter in de koudwateraansluiting van het toestel gemonteerd is. moet in de koudwateraansluiting een veiligheidsgroep 1/2’’ van 7 bar gemonteerd worden. zo dicht mogelijk bij de ketel. de gaskraan van de ketel gesloten worden. De aansluiting gebeurt d. moet bij de dichtheidsproef van de gasleiding. Bij TOP 42 ZWB moet een extern expansievat in de retourleiding. Dichtheid van de ketel en van de gas.5 bar te beperken. Bij een koudwaterdruk hoger dan 5 bar.6 Aansluiting van de rookgasafvoer Bij de gesloten toestellen mogen enkel de afvoersystemen . 14 . Deze veiligheidsgroep mag ook op afstand worden geplaatst.4.5 Gasaansluiting Gasleiding De aardgasleidingen dienen gelegd te worden volgens de regels der kunst en de doormeter berekend volgens de norm NBN D 51-003. maar wel voorbij de aftakking naar een andere koudwaterleiding. met behulp van het ventiel (fig. Bij vorstgevaar moet de sanitaire kringloop geledigd kunnen worden door middel van een. De bijgeleverde ‘‘lagedruk’‘-propaanafsluitkraan (met ronde knop) rechtstreeks met de losse moer aansluiten op de gasnippel van de montageplaat van de ketel.5 Expansievat (niet bij TOP 42 ZWB) De voordruk van het expansievat moet overeenkomen met de statische hoogte van de installatie. Is dit het geval. 3 & 4 nr. Respecteer de voorschriften van de 8. 8.

Fig. 13 De kabeldoorvoer naar onder uitdrukken en afsnijden volgens de kabeldikte (fig. 14 Fig. 1 op blz. Schroef uitdraaien en afdekking naar voor uitnemen (fig. In dit geval de aansluitingen aan de klemmen L en N verwisselen of een scheidingstransformator van 260 VA plaatsen.7. De voedingsspanning moet minimaal 200 V/AC en maximaal 250 V/AC bedragen. geplaatst worden. 13). 4 (nr. 15) aan het net aansluiten. 338 .donker veld). (fig. zoniet is de ketel niet meer spatwaterbeveiligd. N en verbruikers mogen niet aftakken. raden wij U aan deze bedrading minstens 50 cm uit de muur te laten steken. 12 Fig.1 Bedrading De voorschriften van de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij en van het algemeen reglement op de elektrische installaties (A.8. De kabeldoorvoer terug bevestigen.I. De ketel is IPX 4 D gekeurd en mag niet boven bad of douche. De ketel via de klemmen L. Andere Elektrische installaties met 3 X 230 V zonder nulleider kunnen leiden tot storingen van de ketel. De juiste plaats voor de toevoer vindt U terug in fig. 15 15 . Fig.). 12 Fig. 14). Vooraleer werken uit te voeren moet de stroomtoevoer onderbroken worden.R.E.7 Elektrische aansluitingen 8. maximum in het beschermingsvolume. De gasketels zijn volledig gekableerd en ontstoord. De opening nooit groter maken dan de kabeldikte. moeten strikt opgevolgd worden. Indien de bedrading achter de ketel aangebracht werd.

Wij raden U dus ten stelligste aan dergelijke installaties te vermijden. 303) zelf aanbrengen.3 Aansluiting van de andere regelingen busgestuurde verwarmingsregelaars TR 220 & TA 270 weersafhankelijke regelaar TA 211 E en afstandsbediening TW 2 schakelklokken DT1 & DT2 i Aansluiting volgens de installatievoorschriften van de regeling. kunnen enkel bekomen worden met JUNKERS-regelingen. De kabel met stekker zit bij de boiler. 17 Fig.9) De brug 8-9 mag NIET verwijderd worden. Bij voorkeur de radiatoren in de pilootruimte (de ruimte waar de thermostaat geïnstalleerd is). 18 Fig. Deze regelaars worden aangesloten aan de klemmen 1.7.8. 16 8.7. Kabel van boiler NTC doorvoeren. 17) Junkers-boilers met NTC voeler worden direct op de printplaat van de ketel aangesloten.8 . (onder en niet op de klemmen 7 . Stekker (1) onder aan de printplaat (aan nr. Doorvoer uitbreken. Fig. Indirect verwarmde boiler met thermostaat (fig. 2 en 4 (zie fig. een minimaal verbruik en de langste levensduur! De voordelen van de modulerende regeling en de daaruit voortvloeiende gasbesparing. 19 16 . TR 100 & TR 200 Sluit enkel de modulerende regelapparatuur van JUNKERS aan! Dan alleen verkrijgt U een optimaal rendement. In dit geval moet de 24 V/DC-stuurleiding gescheiden gelegd worden van het 230 V/AC-net. 19) Sluit de boiler aan op de klemmen 7 en 9.7. De brug 8-9 mag NIET verwijderd worden. Daarom steeds een of meerdere radiatoren met gewone radiatorkranen uitrusten. De montageplaats van de regelaar (pilootruimte) moet geschikt zijn voor de temperatuurregeling van de volledige verwarmingsinstallatie. Belangrijke opmerking: Thermostatische radiatorkranen op alle radiatoren leiden tot een meerverbruik en verkorten de levensduur van de ketel. Op de daar aanwezige verwarmingselementen mogen geen thermostatische kranen geplaatst worden. Meestal is dit de woonplaats. 8. 16).4 Aansluiten van boilers Aansluiten van een indirect gestookte boiler met NTC voeler aan een ketel TOP 28 ZSB (fig.2 Aansluiting van de kamerthermostaten TR 21. Fig.

zie paragraaf 10. moet het boilervermogen beperkt worden tot 85 % (parameter 2. ENKEL BIJ TOP 42 ZWB.Aansluiten van een Storamaxx-boiler aan een ketel TOP 26. 20 Bouw het restrictie-inzetstuk (B) in de koudwateraansluiting (A) van de Storamaxx-boiler.3 .4 op blz. 17 . 30 & 42 ZWB (fig. 18) Storamaxx-boilers hebben twee NTC-voelers en worden rechtstreeks op de printplaat van de ketel aangesloten. Indien de ketel TOP 42 ZWB aangesloten wordt aan een boiler van het type Storamaxx. Aanpassingsset watervalve monteren Zie fig. Stekker (1) onder aan de printplaat zelf aanbrengen. 21 Zet de opvoerhoogte van de boilerpomp op stand 3. Fig. Stekker (2) in de klem van de printplaat steken. 851 – bestelnummer 7 719 002 018) Monteer de flexibele pasbuis (6) in de plaats van de watervalve van de gasketel. Kabels doorvoeren. Fig. 20. Breek de kunststoflipjes (A) uit (zie fig. De kabel maakt deel uit van het aansluittoebehoren. 28). Gebruik hiervoor set nr. 18).2.

Fig 22 8. kan verminderen. zowel voor warm water als voor verwarming. 1. Ofwel rechtstreeks aan de ketel: De brug tussen klemmen 8 en 9 van de printplaat verwijderen en de temperatuurbegrenzer hier aansluiten. 23 2. 18 . Steek de op de boilerpomp (3) aangesloten kabelset in de vrijgekomen contacten van de Heatronic en de extractor (226). HEEL BELANGRIJK De temperatuurbegrenzer heeft een spanningsvrij contact waarbij de contactpunten beschermd moeten zijn! Zoniet ontstaat er een spanningsverlies waardoor het vermogen van de ketel. Ofwel via de modules HSM of HMM: De brug tussen de klemmen 13 en 14 van HSM of HMM verwijderen en de temperatuurbegrenzer aan deze klemmen aansluiten. wordt deze temperatuurbegrenzer als volgt aangesloten. (zie fig.B. zowel voor verwarming als voor warmwaterbereiding! Fig.Boilerpomp aansluiten Verwijder de elektrische aansluitkabel tussen extractor (226) en Heatronic.7. (zie elektrische schema’s HSM en HMM) De temperatuurbegrenzer onderbreekt nu enkel de circulatiepomp van deze welbepaalde kring! De warmwaterbereiding en de andere kringen worden niet uitgeschakeld! N. 23) Hierbij wordt de ketel volledig uitgeschakeld.5 Aansluiten van een temperatuurbegrenzer in een vloerverwarmingsinstallatie Om te beletten dat bij vloerverwarming de maximaal toegelaten temperatuur wordt overschreden.

vooraleer hem in bedrijf te nemen. Schroef de condenswatersifon (358) los.en aftapkraan sluiten.2 bar. Breng de meegeleverde afschermklep voor de bedieningstoetsen aan.9.1 Voor de inbedrijfname Waarschuwing: ketel eerst vullen. INBEDRIJFNAME Fig. Gaskraan openen. 24 8. Open de koudwaterafsluitkraan Controleren of de gassoort overeenkomt met de gassoort op de identificatieklever.2 bar. Vul. Voordruk van het expansievat (extern bij TOP 42 ZWB) controleren (druk instellen overeenkomstig de statische hoogte van de installatie). Vul de verwarmingsinstallatie bij tot 1. Radiatorkranen opendraaien. 19 . vul hem met ongeveer 1/4 liter water en monteer hem weer.1 15 27 61 135 136 295 310 manometer veiligheidsklep automatische ontluchter ontgrendeltoets hoofdschakelaar temperatuurregelaar CV-water identificatieklever temperatuurregelaar warm water 317 358 363 364 365 366 367 display sifon voor condenswater controlelamp voor werking brander controlelamp aan / uit druktoets schoorsteenveger druktoets service druktoets ECO 9. Radiatoren ontluchten. Afsluitkranen CV (onder aan de ketel) opendraaien en installatie vullen tot 1.

Het controlelampje brandt groen en op het display verschijnt de aanvoertemperatuur. Fig.nr. De verwarmingspomp wordt in intervallen in. na het installeren of na een langere stilstandperiode. gevuld blijft. Hierdoor blijft de ketel 15 minuten op laag vermogen branden. Uitschakelen (fig. De wijzer op de manometer (8. 26 Belangrijke opmerkingen i i De ketel wordt eenmalig ontlucht wanneer hij voor het eerst ingeschakeld wordt. Staat de wijzer onder de 1 bar (in koude toestand) dan moet u bijvullen totdat de wijzer weer tussen de 1 en 1. Wanneer op het display ‘’-II-’’ in afwisseling met de aanvoertemperatuur verschijnt. 20 .1) moet tussen de 1 en 1.5 bar staat. Maak de aansluiting voor werkzaamheden aan het elektrische gedeelte altijd spanningsvrij (vanuit de zekeringkast of via de schakelaar van de installatie). Dit voorkomt dat er lucht in de installatie komt. Dit duurt ongeveer 8 minuten. 26) Hoofdschakelaar inschakelen (in stand I zetten). Het sifonvulprogramma waarborgt dat de condenswatersifon.Verwarmingswaterdruk controleren i Voor het bijvullen eerst de vulslang met water vullen. inschakelen (I) uitschakelen (O) Fig. 26) Hoofdschakelaar uitschakelen (in stand O zetten). 151) staat nog steeds onder spanning.2 In-/uitschakelen Inschakelen (fig. 25 9. 5 . De maximumdruk van 3 bar bij een hogere aanvoertemperatuur mag niet overschreden worden (anders opent het veiligheidsventiel (15)). is het sifonvulprogramma in werking.5 bar staan. In het display wordt o ‘’o ’’ afwisselend met de aanvoertemperatuur weergegeven. Gevaar: voor stroomschok!! De zekering (fig.en uitgeschakeld zonder dat de ketel opspringt. Open de automatische ontluchter sluit deze weer na het ontluchten.

Raadpleeg de voorschriften van de regelapparatuur. – Verwarmingsinstallaties met aanvoertemperatuur van 90° C: stand ‘’max’’ lagetemperatuurbegrenzing wegnemen. i Deze positie verhoogt het risico van verkalking en heeft een meerverbruik tot gevolg. 27) Temperatuurregelaar verwarming verdraaien. De ketel wordt daarom ingeschakeld.4 Temperatuurregeling (fig. stand 3 (ongeveer 50° C). Fig. Daardoor is de wachttijd bij warmwaterafname tot een minimum beperkt. De ingestelde temperatuur wordt niet in het display weergegeven.5 Warmwaterbereiding 9. Eventueel de weersafhankelijke regelaar op de juiste stooklijn en de gepaste bedrijfsstand zetten. Comfortbedrijf. Wanneer de brander in bedrijf is brandt het controlelampje rood. 28 9. 21 . om de aanvoertemperatuur van de verwarmingsinstallatie aan te passen: – Vloerverwarming bvb.3 Verwarming inschakelen (fig. 28) Stel de kamerthermostaat op de gewenste temperatuur in. 27 9. Fig. toets brandt niet (fabrieksinstelling) De ketel wordt voortdurend op de ingestelde temperatuur gehouden.1 Ketels TOP 26.9.5. Fig. ook wanneer er geen warm water wordt afgenomen. 29 stand regelaar linkeraanslag rechteraanslag ECO-toets Door de toets warmwatertemperatuur ongeveer 40° C ongeveer 55° C ongeveer 60° C in te drukken en kort vast te houden kan u kiezen tussen comfortbedrijf en spaarbedrijf. 30 & 42 ZWB: warmwatertemperatuur instellen De warmwatertemperatuur kan met de temperatuurregelaar tussen ongeveer 40° en 60° worden C C ingesteld. stand E (ongeveer 75° C). – Lage temperatuurverwarming bvb.

Daardoor zijn er langere wachttijden tot er warm water beschikbaar is. ECO bedrijf. Met comfort op commando Door kort openen en sluiten van de warmwaterkraan wordt het water tot de ingestelde temperatuur verwarmd. van Fig. toets brandt In de ECO-functie wisselt de ketel elke 12 minuten tussen verwarmingsfunctie en boiler opwarmen. toets brandt De ketel wordt NIET op de ingestelde temperatuur gehouden De voorrang voor warm water blijft wel actief. Comfortbedrijf. hierbij wordt eerst de boiler opgewarmd tot de ingestelde temperatuur.ECO bedrijf. Bij een boiler met thermometer wordt de warmwatertemperatuur op de boiler weergegeven. 9. Zonder comfort op commando Er wordt pas verwarmd zodra er warm water wordt getapt.5. Daarna gaat de ketel pas over op verwarming. ECO-toets Door de toets in te drukken en kort vast te houden kan u kiezen tussen het comfortbedrijf (lampje ECO uit) en het spaarbedrijf (lampje ECO aan). 30 stand regelaar linkeraanslag rechteraanslag (max) (voorbij blokkering) warmwatertemperatuur ongeveer 10° (vorstbeveiliging) C ongeveer 60° C ongeveer 70° C Boiler met aquastaat Wanneer de boiler een eigen aquastaat heeft. C Boiler met NTC-voeler Boilertemperatuur met temperatuurinstelknop de ketel instellen. Na korte tijd is er onmiddellijk warm water beschikbaar. Temperatuur tot 70° alleen kortstondig instellen voor thermische desinfectie (anti-legionella). 22 . Stel de warmwatertemperatuur in met de aquastaat van de boiler.en waterverbruik en beperkt de kalkvorming. is de temperatuurregelaar op de ketel buiten werking. toets brandt niet (fabrieksinstelling) Boilervoorrang. i Deze ‘’comfort op commando’’ geeft extra warmwatercomfort met een minimaal gas.2 Ketels TOP 28 ZSB met boiler Storacell: warmwatertemperatuur instellen (montage: zie handleiding Storacell) Waarschuwing: verbrandingsgevaar!! Temperatuur bij normaal gebruik niet hoger dan 60 ° C instellen.

Herhaal deze handeling tot er condensatiewater in de sifon loopt. Indien niet. 30 & 42 ZWB kan de warmwatertemperatuur met de temperatuurregelaar tussen ongeveer 40° en C 60° worden ingesteld. De verwarming is buiten werking. i Deze ‘’comfort op commando’’ geeft extra warmwatercomfort met een minimaal gas. 9. 33 23 .6 Na de inbedrijfname Gasaansluitdruk controleren.7 Zomerbedrijf Met kamerthermostaat (alleen warm water) Temperatuurregelaar op de ketel geheel links draaien. Na korte tijd is er onmiddellijk warm water beschikbaar. Zonder comfort op commando Er wordt pas verwarmd zodra er warm water wordt getapt. de ketel uitschakelen en daar na opnieuw inschakelen. 31 stand regelaar linkeraanslag rechteraanslag warmwatertemperatuur ongeveer 40° C ongeveer 55° C ongeveer 60° C ECO bedrijf. De voorrang voor warm water blijft wel actief. De ingestelde temperatuur wordt C niet in het display weergegeven. Fig.en waterverbruik en beperkt de kalkvorming.3 Ketels TOP 26. toets brandt De ketel wordt NIET op de ingestelde temperatuur gehouden.9. 32 Met weersafhankelijke regelaar op de ketel niet verdraaien. 9. de verzorging van de spanning voor de thermostaat blijven gehandhaafd. Controleer of er condensatiewater in de sifon loopt. Warmwaterkring ledigen. Temperatuurregelaar De regelaar schakelt op de ingestelde buitentemperatuur automatisch de verwarmingspomp en daarmee ook de verwarming uit.5. Bij uitgeschakelde verwarming: Het CV-water bijvullen met het antivriesmiddel (zie hoofdstuk 8. 9. Fig. Hierdoor wordt het sifonvulprogramma opnieuw geactiveerd.4). Met comfort op commando Door kort openen en sluiten van de warmwaterkraan wordt het water tot de ingestelde temperatuur verwarmd. De warmwatervoorziening. 30 & 42 ZWB met boiler Storamaxx: warmwatertemperatuur instellen (montage: zie handleiding Storamaxx) Bij TOP 26.8 Vorstbeveiliging Verwarming in bedrijf laten met de temperatuurregelaar minstens in stand 1. Daardoor zijn er langere wachttijden tot er warm water beschikbaar is. Fig.

9. hoe groter de energiebesparing! Nachtverlaging Door het verlagen van de omgevingstemperatuur overdag en ’s nachts kan u aanzienlijk bezuinigen op het brandstofverbruik.o. Wanneer de toets niet knippert: Schakel de ketel uit en weer aan. In het display wordt een storing weergegeven en de toets Wanneer de toets knippert: Druk op de toets en houd deze vast tot in het display – – wordt weergegeven.Vorstbeveiliging van de boiler (indien aangesloten): Temperatuurinstelknop tot linkeraanslag draaien (10° C). Let op: de ketel moet ingeschakeld blijven. Het ‘’comfort op commando’’ met de warmwaterkraan maakt het mogelijk een maximale gas. Fig. C Warm water Lagere instelling van de temperatuurregelaar geeft een grotere energie besparing.v. Handel overeenkomstig de bedieningsaanwijzing van de regelaar. De ketel werkt verder met een lage vlam wanneer de warmtebehoefte kleiner wordt. Dit proces heet ‘’modulerende werking’’. Door de modulerende werking worden temperatuurschommelingen gering en wordt de warmte in de ruimtes gelijkmatig verdeeld. Tijdens het gebruik kunnen storingen optreden.10 Pompblokkeringsbeveiliging i Deze regeling verhindert het vastzitten van de pomp na een lange stilstandperiode. de ingestelde C keteltemperatuur overdag (enkel met een weersafhankelijke regeling). Verlaging van de temperatuur met 1° kan een energiebesparing van maar liefst 5 % opleveren. De ketel treedt weer in werking en de keteltemperatuur wordt weergegeven. (zie 9. Bij de kamerthermostaten is een maximale nachtverlaging van 5° aan te raden. kan knipperen.5) 24 .en uitgeschakeld. Na uitschakeling draait de circulatiepomp – om de 24 uur – gedurende 10 seconden. 34 9. 42. Wanneer de storing zich niet laat resetten: Waarschuw dan uw installateur of de technische dienst van JUNKERS. De gastoevoer naar de brander wordt geregeld al naar het gelang de warmtebehoefte van de installatie.9 Storingen i Een overzicht van eventuele storingen vindt u in de tabel op blz. C Het is echter aan te bevelen de keteltemperatuur ’s nachts maximaal 15° te laten dalen t. 9. Condensatieketels leveren bij modulatie zelfs een hoger rendement.en waterbesparing te bereiken. maar toch minder gas verbruikt dan een ketel die voortdurend wordt in.11 Tips voor energiebesparing Zuinig verwarmen De ketel is zo geconstrueerd dat het gasverbruik en de belasting voor het milieu zo laag mogelijk zijn en het comfort zo groot mogelijk is. Hoe lager de keteltemperatuur kan ingesteld worden. De ketel treedt weer in werking en de keteltemperatuur wordt afwisselend met het sifonvulprogramma weergegeven. Zo kan het gebeuren dat de ketel gedurende een lange tijd werkt.

• De maximale bedrijfsdruk (veiligheidsventiel) bedraagt 3 bar. 10. INDIVIDUELE INSTELLING 10.1. Bij TOP 42 ZWB moet een extern expansievat in de retourleiding. 35 Wanneer het snijpunt rechts naast de curve ligt.75 bar (fabrieksinstelling) voordruk 1.0 bar voordruk 1.3 Begrenzing van de keteltemperatuur De ketelaquastaat is op stand E begrensd.5 bar voordruk 0. moet een bijkomend expansievat geïnstalleerd worden.3 bar.1.1 Grootte van het expansievat testen De volgende diagrammen geven aan of het ingebouwde expansievat voldoende is.2 bar voordruk 1.1. Gele knop van de temperatuurregelaar met een schroevendraaier losdraaien. • Voor vloerverwarming: raadpleeg de leverancier van de vloerverwarming. I II III IV V VI VII tV VA A B voordruk 0.5 bar.5 bar aanvoertemperatuur inhoud in liter arbeidsbereik van het expansievat extra expansievat nodig Fig.1 Manuele instellingen 10. De aanvoertemperatuur wordt niet meer begrensd. zo dicht mogelijk bij de ketel. 36 max ongeveer 75° C ongeveer 88° C 25 .4 Wijzigen van de begrenzing van de keteltemperatuur Bij verwarmingsinstallaties met een hogere aanvoertemperatuur kan de begrenzing eruit genomen worden.3 bar voordruk 1. of dat er een extern vat dient geplaatst te worden. 10. Zet de gele knop 180° gedraaid weer in (punt naar binnen gericht).10. stand 1 2 3 4 5 aanvoertemperatuur ongeveer 35° C ongeveer 43° C ongeveer 51° C ongeveer 59° C ongeveer 67° C E Fig. Een instelling van het vermogen op de berekende warmtebehoefte is niet noodzakelijk.2 bar voordruk 0. Voor de getoonde kenlijnen wordt met volgende gegevens rekening gehouden: • De voordruk van het expansievat komt overeen met de statische opvoerhoogte van de installatie + 0.2 Instellen van de aanvoertemperatuur De aanvoertemperatuur is tussen 35° en 88° instelbaar. • De normale werkdruk ligt tussen 1 en 2. C C i Bij vloerverwarming op de maximale toegelaten aanvoertemperatuur letten. gemonteerd worden. 10. Bij deze begrenzing is de maximale aanvoertemperatuur 75° C.1.

5 Blz. en de schoorsteenvegertoets gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden tot op het en op de oorspronkelijk ingestelde temperatuur draaien. om de juiste servicefunctie te kiezen.0 6. temperatuurregelknop warm water Waarde vastleggen Niveau 1: de servicetoets Niveau 2: de servicetoets display [ ] verschijnt.0. 31 32 32 33 34 Waarde instellen Om de waarde in te stellen. Overzicht van het bedieningspaneel 1 servicetoets 2 schoorsteenvegertoets 3 temperatuurregelknop aanvoertemperatuur 4 temperatuurregelknop sanitair warm water 5 display Fig.10. tevens kunnen de installateur en/of de technische dienst van JUNKERS veel toestelfuncties controleren. gelijktijdig Om een servicefunctie uit niveau 2 op te vragen: de servicetoets en de schoorsteenvegertoets indrukken en ingedrukt houden tot op het display = = verschijnt. 27 28 29 30 30 Servicefunctie automatisch antipendelprogramma verwarmingsvermogen instellen antipendeltijd warmhouden ontluchtingsfunctie sifonvulprogramma Code 2.3 8.9. Na het instellen Temperatuurregelaars draaien.2 2. aanvoertemperatuur schakeldifferentieel Code 2.5 2. indrukken en ingedrukt houden totdat op het display [ ] verschijnt. Temperatuurregelaar draaien.6 Blz. Niveau 2 omvat de servicefuncties vanaf 5. 26 .2 Heatronic instellingen 10.2.8 7. en draai de temperatuurregelaars na het instellen terug De servicefuncties zijn onderverdeeld in twee niveaus: Niveau 1 omvat de servicefuncties tot 4.7 5. De beschrijving beperkt zich tot de noodzakelijke functies bij de inbedrijfname. Om een servicefunctie uit niveau 1 op te vragen: servicetoets indrukken en ingedrukt houden.verschijnt. 37 Servicefunctie kiezen i Noteer de stand van de temperatuurregelaars op de uitgangspositie. en . Servicefunctie pompschakeling opwarmingsvermogen boiler antipendelprogramma max.1 Bediening van Heatronic De Heatronic-module maakt een comfortabele instelling mogelijk.4 2. tot op het display .3 2..

2 verschijnt. De pomp wordt door de aanvoertemperatuurregelaar geschakeld. Pomp en extractor hebben een nadraaitijd tussen 15 sec.10. wordt automatisch op pompschakeling 3 overgeschakeld. Fig. Het display en de toets -- Fig. tot op het display de gewenste pompschakelstand tussen 2 of 3 verschijnt. Schakelstand 3: voor installaties met weersafhankelijke regeling. De pompschakelstand is vastgelegd. de pomp loopt door. Op het display verschijnt de aanvoertemperatuur. knipperen. De kamerthermostaat schakelt gas en pomp.2. en 3 minuten. Op zomerstand draait de pomp alléén tijdens de warmwaterbereiding. Toets indrukken en ingedrukt houden. De aanvoertemperatuur-regelaar schakelt alléén gas. Een dergelijke bediening is ten stelligste af te raden en in sommige landen zelfs verboden! Schakelstand 2 (fabrieksinstelling): voor installaties met kamerthermostaat. Toets indrukken en ingedrukt houden tot op het display verschijnt. De pomp wordt door de weersafhankelijke regelaar geschakeld. totdat op het display [ ] verschijnt. 27 . 39 Temperatuurregelaar Het display en de toets draaien. Verschillende pompschakelingen: Schakelstand 1: voor installaties zonder externe regelaar. Na een korte tijd verschijnt de ingestelde pompschakeling op het display. Fig. knipperen.2) i Bij het aansluiten van een weersafhankelijke regeling. Toets brandt.2 Pompschakeling kiezen voor verwarmingsbedrijf (servicefunctie 2. 38 Temperatuurregelaar verwarming draaien tot 2. 40 Temperatuurregelaars en op de oorspronkelijk ingestelde temperaturen draaien.

Toets indrukken en ingedrukt houden tot op het display brandt. aanduiding 99 op het display.2. -- verschijnt. Fig.3 Karakteristieken van de circulatiepomp Toerental van de pomp op de aansluitkast van de pomp instellen. A B C H Q instelling 3 instelling 2 instelling 1 resterende opvoerhoogte omloophoeveelheid van het CV-water Fig. tot op het display 2.4 Opwarmingsvermogen boiler (servicefunctie 2. i In schakelstand 1 wordt bij de bereiding van warm water niet het maximale vermogen overgedragen. 43 Temperatuurregelaar Het display en de toets draaien.3 verschijnt. Het aangeduide getal geeft het boilervermogen aan in % ten opzichte van het maximale vermogen van de ketel. in %. op het display. De fabrieksinstelling is het nominale verwarmingsvermogen.10. Toets Fig.3) Het opwarmingsvermogen van de boiler kan tussen het kleinste en het maximale opwarmingsvermogen (fabrieksinstelling) ingesteld worden.2. knipperen. Gebruik deze stand daarom zuiver en alleen voor verwarmingstoestellen. 42 Temperatuurregelaar verwarming draaien. 28 . afhankelijk van het overdraagbare vermogen van de boiler. 41 10. tot op het display het juiste percentage verschijnt. Na een korte tijd verschijnt het ingestelde boilervermogen.

2. totdat op het display [ ] verschijnt. is een instelling niet nodig. Na een korte tijd verschijnt de ingestelde antipendeltijd op het display. Het display en de toets Fig.Toets indrukken en ingedrukt houden. Temperatuurregelaars en op de oorspronkelijk ingestelde temperaturen draaien. Het antipendelprogramma is vastgelegd. Toets indrukken en ingedrukt houden tot op het display brandt. 47 knipperen. Op het display verschijnt de aanvoertemperatuur. Fig. 44 Temperatuurregelaars en op de oorspronkelijk ingestelde temperaturen draaien. Op het display verschijnt de aanvoertemperatuur. De kortste schakeltijd bedraagt 1 minuut (aan te raden bij éénpijpsystemen en luchtverwarming). 45 Temperatuurregelaar verwarming draaien.7 (automatisch antipendelprogramma) uitgeschakeld is. 10. Toets Fig.4) Deze servicefunctie is alleen actief wanneer servicefunctie 2. Het antipendelprogramma wordt door de regelaar overgenomen. 46 Toets indrukken en ingedrukt houden. -- verschijnt. Het opwarmingsvermogen van de boiler is vastgelegd.4 verschijnt. tot op het display het gewenste antipendelprogramma tussen 0 en 15 verschijnt. Fig. i Bij het aansluiten van een weersafhankelijke regelaar. Temperatuurregelaar draaien. Op het schakelpaneel kan het antipendelprogramma individueel tussen 0 en 15 minuten ingesteld worden (de fabrieksinstelling is 3 minuten. 29 . tot op het display 2. Bij 0 is het antipendelprogramma uitgeschakeld.5 Instellen van de antipendel blokkering (servicefunctie 2. totdat op het display [ ] verschijnt.

Temperatuurregelaar draaien. totdat op het display [ ] verschijnt. Toets Fig. De schakeldifferentie is de toegestane afwijking van de gevraagde aanvoertemperatuur.2.5) De maximale aanvoertemperatuur kan tussen 35 en 88° (fabrieksinstelling) begrensd worden. Het display en de toets Fig. zie punt 10.5). De maximale aanvoertemperatuur is vastgelegd. C Toets indrukken en ingedrukt houden tot op het display brandt. De schakeldifferentie kan met stappen van 1 K ingesteld worden. i Bij het aansluiten van een weersafhankelijke regelaar. 49 Toets indrukken en ingedrukt houden. tot op het display 2. Fig.6) knipperen. -- verschijnt. De minimale aanvoertemperatuur is 30° C. Antipendelprogramma uitschakelen (instelling 0.2. 48 Temperatuurregelaar verwarming draaien.5 verschijnt. 50 10. Toets Fig.2. tot op het display de gewenste maximale aanvoertemperatuur tussen 35 en 88 verschijnt. Op het display verschijnt de aanvoertemperatuur. Toets indrukken en ingedrukt houden tot op het display brandt.7 Inschakelen van de schakeldifferentie (servicefunctie 2. -- verschijnt. Temperatuurregelaars en op de oorspronkelijk ingestelde temperaturen draaien. De schakeldifferentie wordt door de regelaar overgenomen. 51 30 . Het instelbereik ligt tussen 0 en 30 K (fabrieksinstelling = 0 K). is een instelling niet nodig.10. Na een korte tijd verschijnt de ingestelde aanvoertemperatuur op het display.6 Maximum aanvoertemperatuur instellen (servicefunctie 2.

6 verschijnt. Toets indrukken en ingedrukt houden tot op het display brandt. De schakeldifferentie is vastgelegd. totdat op het display [ ] verschijnt. Na een korte tijd wordt op het display 1.8 Automatisch antipendelprogramma (servicefunctie 2. Op het display verschijnt de aanvoertemperatuur. Op het display verschijnt de aanvoertemperatuur. (ingeschakeld) weergegeven. Met servicefunctie 2. tot op het display 2. Temperatuurregelaars en op de oorspronkelijk ingestelde temperaturen draaien. -- verschijnt. Temperatuurregelaars en op de oorspronkelijk ingestelde temperaturen draaien. Dit kan noodzakelijk zijn bij een verwarmingsinstallatie met ongunstige dimensionering. 53 10. tot op het display 0 (uitgeschakeld) wordt weergegeven. moet het antipendelprogramma met servicefunctie 2. Wanneer de aanpassing van het antipendelprogramma uitgeschakeld is.Temperatuurregelaar verwarming draaien. 56 31 . tot op het display 2.4 worden ingesteld (zie blz. 52 Toets indrukken en ingedrukt houden. Toets Fig. Fig. Het display en de toets knipperen. Het automatische antipendelprogramma is uitgeschakeld. 55 Toets indrukken en ingedrukt houden.2.7) Bij aansluiting van een weersafhankelijke regelaar wordt het antipendelprogramma automatisch aangepast. Fig.7 verschijnt.7 kan de automatische aanpassing van het antipendelprogramma uitgeschakeld worden. Temperatuurregelaar draaien. Na een korte tijd verschijnt de ingestelde schakeldifferentie op het display. tot op het display de gewenste schakeldifferentie tussen 0 en 30 verschijnt. Het display en de toets knipperen. Fig. Temperatuurregelaar draaien. 54 Temperatuurregelaar verwarming draaien. Fig. 29) De fabrieksinstelling is ‘’1’’ (ingeschakeld). totdat op het display [ ] verschijnt.

Na een korte tijd verschijnt het ingestelde verwarmingsvermogen in procenten op het display (99. Toetsen en tegelijkertijd indrukken en ingedrukt houden tot op het display = = verschijnt. Temperatuurregelaar draaien. tot op het display 5. Toetsen en tegelijkertijd indrukken en ingedrukt houden tot op het display = = verschijnt.0) Het verwarmingsvermogen kan tussen min. 59 10. nominale warmtevermogen. = nominaal vermogen). Fig. De fabrieksinstelling is het max. Temperatuurregelaar draaien.0 verschijnt. nominaal warmtevermogen en max. op het display Het verwarmingsvermogen is vastgelegd. Het aangeduide getal geeft het CV-vermogen aan in % ten opzichte van het maximale vermogen van de ketel. tot op het display het juiste getal (%) wordt weergegeven. Toetsen en branden. Het display en de toetsen en knipperen. Op het display verschijnt de aanvoertemperatuur. 60 Temperatuurregelaar verwarming draaien. tot in het display de gewenste antipendeltijd wordt weergegeven. Na een korte tijd verschijnt de ingestelde antipendeltijd op het display.9 Verwarmingsvermogen instellen (servicefunctie 5. Toetsen en branden. Fig.2. nominale warmtevermogen beschikbaar. Het display en de toetsen en knipperen. Deze functie heeft geen invloed op een normale warmwatervraag. maar betreft alleen het warmhouden in de comfortfunctie.10. Temperatuurregelaars en op de oorspronkelijk ingestelde temperaturen draaien. Fig.8) In de comfortfunctie wordt binnen het toestel het warme water voortdurend op de ingestelde temperatuur gehouden. De antipendeltijd kan worden ingesteld tussen 20 en 60 minuten (fabrieksinstelling = 20 minuten). In het display wordt ‘’99’’ weergegeven. Fig.8 verschijnt. 61 32 . i Ook bij een begrensd verwarmingsvermogen is bij het bereiden van warm water of het opwarmen van de boiler het max. 58 Toetsen en tegelijkertijd indrukken en ingedrukt houden tot [ ] verschijnt. Fig. Daarom wordt het toestel ingeschakeld wanneer de temperatuur beneden een bepaalde temperatuur daalt. 57 Temperatuurregelaar verwarming draaien.2. nominaal warmtevermogen op de specifieke warmtebehoefte worden begrensd. Ter voorkoming van te vaak inschakelen kan met de servicefunctie ‘’Antipendeltijd warmhouden’’ de tijdsduur tot aan de volgende inschakeling vastgelegd worden. 30 & 42 ZWB (servicefunctie 6.10 Antipendeltijd warmhouden bij TOP 26. tot op het display 6.

De ontluchtingsfunctie is ingeschakeld en wordt na afloop weer automatisch op ‘’0’’ teruggezet. Op het display verschijnt de aanvoertemperatuur. Dit duurt ongeveer 8 minuten. Het display en de toetsen en knipperen. Temperatuurregelaars en op de oorspronkelijk ingestelde temperaturen draaien.Toetsen en tegelijkertijd indrukken en ingedrukt houden tot op het display [ ] verschijnt. 63 Temperatuurregelaar verwarming draaien. In het display wordt afwisselend ‘’o o‘’ en de aanvoertemperatuur weergegeven. 65 33 . Toetsen en branden. 64 Toetsen en tegelijkertijd indrukken en ingedrukt houden tot op het display [ ] verschijnt. Fabrieksinstelling = 1. i Na onderhoudswerkzaamheden kan de ontluchtingsfunctie ingeschakeld worden. De antipendeltijd warmhouden is opgeslagen. • 1 de ontluchtingsfunctie is ingeschakeld en wordt na afloop automatisch op 0 teruggezet. Na een korte tijd wordt op het display ‘’0’’ weergegeven.11 Ontluchtingsfunctie (servicefunctie 7.3) Wanneer U het toestel voor het eerst inschakelt.3 verschijnt. Fig. Toetsen en tegelijkertijd indrukken en ingedrukt houden tot op het display = = verschijnt. wordt de ontluchtingsfunctie eenmalig uitgevoerd. Temperatuurregelaar draaien en stel ‘’1’’ in. Temperatuurregelaars en op de oorspronkelijk ingestelde temperaturen draaien.en uitgeschakeld. Fig. • 2 de ontluchtingsfunctie is continu ingeschakeld en wordt na niet op 0 teruggezet. tot op het display 7. Op het display verschijnt de aanvoertemperatuur. Mogelijke instellingen: • 0 de ontluchtingsfunctie is uitgeschakeld. Fig. De verwarmingspomp wordt in intervallen in. 62 10.2. Fig.

Temperatuurregelaar draaien. Het display en de toetsen en knipperen. Na de eerste warmtevraag voor verwarming of warm water wordt het toestel 15 minuten lang op het minimale vermogen gehouden. van zomer. Het sifonvulprogramma blijft zo lang in bedrijf. na het beëindigen van het onderhoud. opnieuw ingeschakeld worden. dat de condenswatersifon na het installeren of een langere stilstandperiode gevuld wordt. Na een korte tijd verschijnt het ingestelde sifonvulprogramma op het display. Fig. Het sifonvulprogramma moet. Fabrieksinstelling is ‘’2’’: sifonvulprogramma in werking met minimaal geprogrammeerd vermogen.12 Sifonvulprogramma (servicefunctie 8.in afwisseling met de relatieve aanvoertemperatuur. tot op het display 8.op winterbedrijf of omgekeerd geschakeld wordt. tot op het display 0 (uitgeschakeld) wordt weergegeven. op het display Het sifonvulprogramma is uitgeschakeld. Uitschakelen van het sifonvulprogramma tijdens de onderhoudswerkzaamheden: Toetsen en tegelijkertijd indrukken en ingedrukt houden tot op het display = = verschijnt. Op het display verschijnt de aanvoertemperatuur. totdat de 15 minuten op klein vermogen bereikt is.5 verschijnt. Het sifonvulprogramma wordt geactiveerd wanneer: de hoofdschakelaar ingeschakeld wordt. 66 Temperatuurregelaar verwarming draaien. Instelling ‘’1’’: sifonvulprogramma in werking met minimaal vermogen. 68 34 . 67 Toetsen en tegelijkertijd indrukken en ingedrukt houden tot [ ] verschijnt. Fig. Op het display verschijnt -II.10. er minstens 48 uur geen warmtevraag geweest is. Fig. Waarschuwing: Bij een niet gevulde condenswatersifon kunnen er rookgassen uit de sifon treden! Het sifonvulprogramma mag alleen tijdens de onderhoudswerkzaamheden uitgeschakeld worden. Toetsen en branden.5) Het sifonvulprogramma waarborgt. Temperatuurregelaars en op de oorspronkelijk ingestelde temperaturen draaien.2.

12.m. Vlammenbeeld nagaan: de brander moet stabiel maar zonder gele vlammen branden.3 Controle van de ketel Controleer regelmatig de waterdruk en.1 Voor de inbedrijfname). Controleer de instelling van kamerthermostaat en ketelaquastaat (136). een vochtig doek volstaat. De ketels worden vanuit de fabriek geregeld en verzegeld overeenkomstig categorie I2E(S)B (aardgas) of I3P (vloeibaar gas). De gasdruk (met de ketel buiten werking) mag nooit: . indien nodig. GASREGELING De voedingsdruk aangeduid in de technische gegevens. GASGEUR: • • • • • gaskraan dichtdraaien vensters openen geen elektrische schakelaars bedienen alle open vuur doven de gasmaatschappij. Zoniet de ketel uitschakelen en de circulatiepomp losmaken. de installatie blijft koud Nagaan of de installatie gevuld en ontlucht is. de ontgrendeltoets indrukken. • zijn aandacht vestigen op het feit dat in geen geval de buis voor de aanvoer van verse lucht en de buis voor de afvoer van verbrande gassen belemmerd mogen worden. • dit document overhandigen. ONDERRICHTINGEN 12. Verwittig Uw installateur of de technische dienst van JUNKERS. De ketel wordt warm.lager zijn dan 18 mbar (aardgas) en 30 mbar (propaan). kleine storingen te verhelpen. Nagaan of er een terugslagklep onder de ketel geplaatst werd.11.hoger zijn dan 30 mbar (aardgas) en 45 mbar (propaan). U vindt hierna enkele aanwijzingen die U toelaten. 12.2 Nota voor de gebruiker TIP: bij extreem lage buitentemperaturen (vanaf -10° raden wij U aan de nachtverlaging te beperken tot 2° ten C) C opzichte van de dagtemperatuur. De ketel lekt aan de sanitair-waterzijde De koudwaterkraan sluiten.v. Indien de installatie koud blijft nagaan of de circulatiepomp draait. de manometer (zie 9. • zijn aandacht vestigen op de controle van de waterdruk d. OPMERKING: de ombouw naar een andere gassoort mag alleen gedaan worden door de technische dienst van JUNKERS. moet aan de manometerstut (7) gecontroleerd worden.4 Reinigen van de mantel Gebruik geen schurende of agressieve reinigingsmiddelen. De installateur mag derhalve geen enkele instelling van het gasdebiet doorvoeren. 35 .1 Nota voor de installateur Na de ingebruikname: • de gebruiker op de hoogte brengen van de bediening en de werking van de gasketel. Uw installateur of JUNKERS verwittigen 12. de installatie bijvullen en ontluchten. . Radiatorkranen openen. indien nodig. De ketel springt niet op Brandt de diagnosecode-aanduiding? Indien een storingsmelding verschijnt. 12.

Het display en de toets -- Fig.en stuurorganen op hun functie. 38). Controleer de elektrische bedrading op beschadigingen.1 O2.1) afschroeven. Controleer de vuldruk van de verwarmingsinstallatie. hoofdschakelaar.metingen in de verbrandingslucht i Met een O2.en onderhoudsbeurt nodig. Controleer de CO2 -instelling van MIN/MAX (gas/luchtverhouding). De O2-waarde mag niet onder de 20. Brander testen (zie blz. Ionisatiestroom testen. Controleer CO2 in de verbrandingslucht.). Controleer het uitloopdebiet van warm water bij ketels TOP 26.of CO2. Controleer de dichtheid ten aanzien van gas.of CO2-meting in de verbrandingslucht kan bij een rookgasafvoersysteem volgens C13. regel. Controleer ingestelde servicefuncties. Controleer de gasvoordruk. Voeler van meetapparatuur ongeveer 80 mm in de meetnippel doorvoeren en meetopening afdichten. Controleer de warmtewisselaar (zie blz. Afdekschroef van meetnippel voor verbrandingslucht (234. Controleer bij de verwarmingsinstallatie horende toestellen zoals boilers en dergelijke. 39).2 Verbrandingslucht / rookgasafvoermetingen met een ingesteld verwarmingsvermogen 13. Fig. CONTROLE EN ONDERHOUD Zelfs een JUNKERS heeft een regelmatige controle. 13. 40) Controleer de voordruk van het expansievat in verhouding tot de statische hoogte van de verwarmingsinstallatie (ketel drukloos). servicefunctie 3. Toets brandt. Controleer alle veiligheids-. 13. 70 36 .1 Checklist voor het onderhoud (door de installateur of door de technische dienst van JUNKERS) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 Laatste foutmelding oproepen. knipperen. enz. een bevoegd vakman of door de technische dienst van JUNKERS. Verbrandingslucht en luchtaanvoer optisch controleren. om het jaar is aangewezen.6 % zijn. 69 Toets indrukken en ingedrukt houden tot op het display verschijnt. Reinig de condenswatersifon (zie blz.0.13. TIP: Een onderhoudsbeurt om de 2 jaar is een minimum. C33S en C43 de dichtheid van de rookgasafvoer gecontroleerd worden. C33. Een preventief onderhoud vermijdt vroegtijdige slijtage en/of een abnormaal hoog verbruik.2 % niet overschrijden.3. rookgas en water. Deze werkzaamheden mogen enkel gedaan worden door de installateur. 30 & 42 ZWB. De CO2waarde mag de 0. Gevaar: voor stroomschok! Voor het werken aan de elektrische delen altijd ketel spanningsvrij maken (zekeringen. servicefunctie .2.

Fig.2. tot op het display de bedrijfsstand tussen 2 verschijnt. 73 Temperatuurregelaar verwarming draaien tot 2. Fig. Nu kunnen de O2.Temperatuurregelaar verwarming draaien tot 2.waarde in rookgas meten Afdekschroef van meetnippel voor rookgassen (234) afschroeven. Nu kunnen de CO. Na een korte tijd verschijnt de ingestelde bedrijfsstand 0 op het display. Druk op toets wanneer U het menu wil verlaten.en CO2-waarden van de verbrandingslucht gemeten worden. Druk op toets wanneer U het menu wil verlaten. knipperen. 71 Temperatuurregelaar Het display en de toets draaien. 37 .en CO2-waarden van de rookgassen gemeten worden. 13.0 verschijnt. Na de meting de afdekschroef weer monteren. Na een korte tijd verschijnt de ingestelde bedrijfsstand 0 op het display. knipperen. 72 Toets indrukken en ingedrukt houden tot op het display verschijnt. Na de meting de afdekschroef weer monteren. tot op het display de bedrijfsstand tussen 2 verschijnt.en CO2.2 CO. Voeler van meetapparatuur ongeveer 80 mm in de meetnippel doorvoeren en meetopening afdichten. Fig. Toets brandt.0 verschijnt. 74 Temperatuurregelaar Het display en de toets draaien. Het display en de toets -- Fig. knipperen.

Brander demonteren en de onderdelen reinigen. i Na demontage van de brander steeds een nieuwe dichting monteren (verplicht). 76 Eerst.13. indien nodig. 38 . Brander in omgekeerde volgorde opnieuw monteren nadat een nieuwe dichting gemonteerd werd. 75 Fig. Fig. de warmtewisselaar reinigen vooraleer de brander te monteren.3 Brander Verwijder het deksel van de brander.

Reinig de warmtewisselaar bij een stuurdruk lager dan: . 80 39 . maar toch voldoende aantrekken om het deksel goed af te dichten.4. .6. Maak de warmtewisselaar schoon van onder naar boven met de reinigingsplaat en daarna van boven naar onder met de borstel. Reinig de condensopvang en de sifonaansluiting. De reiningsopening terug afsluiten nadat een nieuwe dichting gemonteerd werd. Demonteer extractor en brander en spoel de warmtewisselaar langs boven met water. 77 Verwijder het deksel van de reinigingsopening en de daaronder liggende plaat. . bestelnummer 7 719 001 996).2 mbar voor TOP 28 ZSB. Na montage: controleren op lekken van rookgassen! Fig. i Fig. De bouten afwisselend aantrekken (5 Nm).0 mbar voor TOP 42 ZWB.2 mbar voor TOP 30 ZWB. Voorzie een opvangbakje.4. Dit betekent: de bouten niet forceren.13. 79 Fig. 78 Fig. nominaal warmtevermogen aan de mengkamer.2 mbar voor TOP 26 ZWB. Controleer de stuurdruk bij max.5. . Demonteer de condenswatersifon.4 Warmtewisselaar Voor de reiniging van de warmtewisselaar is een reinigingsset leverbaar (toebehoren N° 840.

i De kleppen van de membraan (443) moeten zich naar boven openen.13.7 Membraan in de mengkamer Voorzichtig: bij het demonteren en monteren van de membraan (443) deze niet beschadigen! Mengkamer (29) losdraaien. (af te raden) Fig. 81 13. 83 40 . Membraan (443) voorzichtig uit het aanzuiggedeelte van de extractor nemen en op vervuiling en scheurtjes controleren. Membraan (443) voorzichtig in de richting van het aanzuiggedeelte van de extractor monteren. Fig. 82).5 Warm water Bij onvoldoende uitstroomdebiet: Demonteer de platenwarmtewisselaar en vervang hem.6 Condenswatersifon Ter voorkoming van het morsen van condensaat moet de condenswatersifon volledig gedemonteerd worden (fig. Vul de condenswatersifon met ongeveer 1/4 liter water en monteer hem weer. Fig. Verwijder het deksel van de condenswatersifon en reinig het. of Ontkalk met een ontkalkingmiddel dat geschikt is voor roestvrij staal. 82 13. Mengkamer (29) terug sluiten. Demonteer de condenswatersifon los en controleer de opening naar de warmtewisselaar op doorgang.

. 41 . Nieuwe drukschotelset inbouwen. O-ringen en temperatuurvoelers: . Watervalve controleren. . Voor metalen dichtvlakken.vervang (indien nodig) de sanitaire warmtewisselaar.13 Wisselstukken en smeermiddelen Gebruik uitsluitend originele JUNKERS-wisselstukken en JUNKERS-vet. de tegendruk tussen 0.controleer of er geen bijmenging gebeurt van koud water in de sanitaire installatie. Bewegende delen invetten met vet L 641. Verhoog.warmtegeleidingvet P 12.11 Sanitaire warmwaterleiding Indien de normale uitlooptemperatuur en/of het normale debiet niet meer bereikt worden: . 13. 13.12 Opnieuw in gebruik nemen Zie hoofdstuk 9. dichtingen en eventueel membraan vervangen. indien nodig.10 Expansievat (niet voor TOP 42 ZWB) Controleer de tegendruk van het expansievat met de waterdruk in de ketel op 0.gasdruk controleren.5 en max 1.13.controleer de watervalve. Indien het overdrukventiel water loost moet het expansievat gecontroleerd worden en/of het overdrukventiel vervangen worden. 13.8 Elektrische bedrading Controleer de bedrading op eventuele beschadiging en vervang eventuele defecte bedrading. waterfilter controleren. .in contact met gas HFT 1 V 5. Het is aan te raden deze warmtewisselaar te vervangen en NIET te ontkalken. 13. 13.9 Overdrukventiel Werking controleren. . .in contact met water L 641.1 bar.

Wachten a. Controleer verbindingskabel. begrenzer Brug 8-9 niet herkend. ontstekingsleiInterne fout. Ontluchtingsfunctie gedurende 8 minuten. Reinig de condenswatersifon en controleer de elektrodenset. Rookgasafvoer in orde? Ontstoringsknop is per vergissing ingedrukt. vervang ze. ontstekingselektrode en kabel. Aanvoer-NTC defect. Controleer boiler-NTC 1 en aansluitkabel. Controleer warmwater-NTC en aansluitkabel op Warmwater-NTC defect (platenwarmtewisselaar). WAT TE DOEN BIJ STORINGEN? Digitale foutmeldingen Ontgrendeltoets indrukken. Controleer buitenvoeler en aansluitkabel op Buitentemperatuur-NTC niet herkend. Vlam wordt niet herkend (geen ionisatie). A5 A7 A8 AC Ad b1 C1 CC d1 d3 E2 E9 EA F0 F7 FA Fd P1. hoewel de ketel Controleer elektrodenset op barsten of vervuiling. rookgasbuis en CO2 . Vlam wordt herkend. LSM vergrendeld. de temperatuurbegrenTemperatuurbegrenzer in aanvoer heeft zers.2. Vlam wordt herkend na gasuitschakeling.2. Zie 9. Is de gaskraan open? Controleer gasaansluitdruk. P3. Steek de codeerstekker goed vast. Vervang de busmodule. Controleer de verbindingskabel tussen busmodule en Module niet herkend. P2. van vloerverwarming geactiveerd. het lopen van de pomp en de zekering op de uitgeschakeld. initialisatie. ionisatie-elektrode en kabel. Zekering 24 V defect.14. Controleer of elektrische stekkers. Bij herhaling Uw installateur of SERVICO nv verwittigen met opgave van de foutmelding. Vervang de busmodule. dingen. uitgeschakeld is. vervang indien nodig. en busmodule goed vastzitten. Boiler-NTC 1 wordt niet herkend. kabel en stekker en vervang Extractortoerental te laag. Druk opnieuw op de ontstoringsknop. Ontlucht de ketel. Zie 9. onderbreking of kortsluiting. P1… -IIo Sifonvulprogramma in werking gedurende 15 minuten. Stekker niet vastgestoken. Display Korte omschrijving Wat te doen Controleer boiler NTC 2 en aansluitkabel op Boiler NTC 2 defect (Storamaxx boiler). Vervang indien nodig printplaat of busmodule. onderbreking of kortsluiting. Controleer de installatiedruk.b. Rookgasafvoer in orde? Controleer gasblok en kabels naar de gasblok. indien nodig. netaansluiting. brug ontbreekt. onderbreking. Heatronic. o 42 . maak de printplaat droog. Controleer extractor. busmodule en regelaar. Controleer de bedrading van de LSM 5. Controleer aanvoer-NTC en aansluitkabel. meet deze en Codeerstekker wordt niet herkend.u. CAN-communicatie onderbroken. printplaat.

moeten deze ketels en de leidingen steeds in ruimten met een benedenverluchting boven de begane grond. veiligheidsontspanner 2 37 mbar (g/cm ). debiet aangepast aan het totaal geïnstalleerd vermogen 3 hogedrukpropaanafsluiter 4 tweede-traps. geplaatst worden. vaste. met een debiet van 4 kg/uur 5 gasafsluitkraan met ronde bedieningsknop (bijgeleverd) A gasketel B water/badverwarmer Fig.15. 84 BUTAAN Af te raden wegens de geringe beschikbare hoeveelheid brandstof. LET OP Aangezien vloeibaar gas zwaarder is dan lucht.5 bar (kg/cm ). NUTTIGE INLICHTINGEN PROPAAN (NBN D 51-006) 1 afsluitkraan 2 2 voorontspanner 1. 43 .

v. 85 A = afstand tot deze zijmuur of luifel B = lengte van de zijmuur of luifel A ≥ B als A kleiner is dan 1 meter H = hoogte vanaf de grond 2.v.UITGANG ROOKGASAFVOER GESLOTEN TOESTELLEN (type C) i Figuur 85 geeft U een overzicht van de meest voorkomende uitmondingen.onder een verluchtingsopening L + ∆H > 4 m 44 .o.5 m → L = 2 m 0. verluchtingsopeningen: .2 m t. bron: SERVICO-JUNKERS Fig.boven een verluchtingsopening 0 < ∆H < 0. de begaanbare weg 0. Raadpleeg de norm NBN D 51-003 voor meer informatie en andere toepassingen.5 < ∆H < 1 m → L = 1 m .5 m op gesloten terrein Uitmonding t.o.

0 8.: 7 713 231 762 BE–I2E(S)B . Dit zal de contacten vergemakkelijken. 3 bar Pression san.-Nr.20./ Waterdruk san max.60 837 FD 189 00164 Robert Bosch GmbH Geschäftsbereich Thermotechnik type-aanduiding 0085-_ _ voorbeeld van een serienummer 17.0 Pn(KW ):80/60° C 28.0 l/min NOx-Klasse / Classe NOx 5 230V~50Hz 110 W IPX4D CE-0085BL0507 SERVICO NV: Tel. met vermelding van type en serienummer zoals aangeduid op de kenplaat van het toestel (zie fig.de Com.5 7.: 03/887.6 7.2 6.4 Pn(KW ):50/30° C 30. ZWB 7-30 A 23 S3600 Best.3 7. 45 ./Num.5 24. hierboven).6 23.4 6.2 Waterdruk c./ Pression CC.C13 C33 C33S C43 C53 C83 B23 Aardgas/gaz nat G20/20mbar G25/25mbar Max Min Max Min Qn(KW ) 28. TIP: stuur de garantiekaart onmiddellijk op na de inbedrijfstelling.v. Gelieve deze gegevens te vermelden op de garantiekaart en bij elk contact met Uw installateur of met onze technische dienst. WAARBORG De toegestane waarborg is slechts geldig indien de installatie nauwkeurig voldoet aan deze voorschriften en indien de volledige installatie volgens de regels der kunst uitgevoerd werd. VOORBEELD VAN EEN KENPLAAT INSTALLATEUR Condensatieketel/Chaudière à Condensation. Deze moet worden teruggestuurd na de ingebruikname naar SERVICO nv. 10 bar Debiet san / Débit san ∆T:25K 14. max. BELANGRIJKE NOTA’S De typeaanduiding en het serienummer vindt U terug op de kenplaat van de ketel.16. De waarborg is toepasbaar volgens de voorwaarden vermeld op de garantiekaart.8 23.

46 .

47 .

een bevoegd vakman of door de technische dienst van JUNKERS. wendt U tot SERVICO nv (officiële dienst na verkoop van de fabrikant).DIENST NA VERKOOP (met techniekers uit Uw regio) SERVICO nv heeft een dienst na verkoop ter beschikking van de installateur en de gebruiker. Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. In geval van moeilijkheden.junkers-servico.be BELANGRIJKE OPMERKING Zelfs een JUNKERS heeft een regelmatige controle. nv SERVICO sa Kontichsesteenweg 60 2630 Aartselaar ALGEMEEN NUMMER FAX ALGEMEEN NUMMER DIENST NA VERKOOP onderhoud & herstellingen TECHNISCH ADVIES 03 887 20 60 03 877 01 29 03 880 71 00 03 880 71 02 03 888 91 56 03 880 71 03 03 877 01 29 03 880 71 01 03 887 01 03 FAX DIENST NA VERKOOP COMMERCIELE DIENST verkoop. Deze werkzaamheden mogen enkel gedaan worden door de installateur.en onderhoudsbeurt nodig. TIP: Een onderhoudsbeurt om de 2 jaar is een minimum. documentatie & scholingen FAX COMMERCIELE DIENST LOGISTIEK bestellingen & wisselstukken FAX LOGISTIEK WEB www. Een preventief onderhoud vermijdt vroegtijdige slijtage en/of een abnormaal hoog verbruik. om het jaar is aangewezen. PVM 5/2006 nv SERVICO sa Kontichsesteenweg 60 2630 AARTSELAAR 03 887 20 60 Fax 03 877 01 29 48 . Wijzigingen voorbehouden.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful