Sandwichpanelen

SANDWICHPANELEN

WOENSDAG 1 DECEMBER 1993
VOORWOORD
"Door het gebruik van sandwichpanelen is de architectuur verder ontwikkeld
in haar abstractie", is een stelling die haar voor en tegen in dit symposium
geillustreerd zal zien.
In de serie symposia die de leerstoel Produktontwikkeling in de Architektuur
de afgelopen 2 jaar heeft georganiseerd, is nummer 7 "SANDWICHPANELEN"
georganiseerd samen met TNO Bouw.
Onze symposia dienen 5 doelen:
1. Allereerst om het vakgebied van de Produkt Ontwikkeling onder de
aandacht van groepsgenoten te brengen;
2. De in de bouwindustrie aanwezige kennis betreffende de stand van
zaken te verzamelen, te boek te stellen en aan geïnteresseerden over te
dragen;
3. Studenten volledig inzicht te geven in de spanningsvelden tussen
ontwerpen en uitvoeren;
4. Architecten kennis te laten nemen van de huidige technische mogelijkhe-
den bij producenten;
5. Producenten een blik te gunnen achter de beweegredenen van architec-
ten.
De leerstoel probeert met haar schaarse middelen en mankracht toch zodanig
stumilerend te werken, dat kennis en inzicht overvloeit.
Het onderwerp "SANDWICHPANELEN" is gekozen uit een reeks van andere,
toekomstige symposiumonderwerpen omdat terug kon worden gegrepen naar
een 29 product quality meeting die ondergetekende indertijd als secretaris van
Booosting had georganiseerd bij TNO Bouw. Daarbij waren architect, onder-
zoekers, producenten en ontwikkelaars betrokken en het resultaat van deze
brainstorm verdiende een verdere uitwerking. Deze lag niet binnen de beperk-
te mogelijkheden en het aanzien van Booosting. Inmiddels zijn zowel de
voormalig voorzitter als de voormalig secretaris van Booosting beide hoogle-
raar geworden en wordt aan dezelfde onderwerpen als toen meer aandacht
geschonken.
Sandwichpanelen hebben een zeer hoge ontwikkelingstijd achter de rug, zo'n
40 jaar, waarbij met name in de laatste 20 jaar een gang naar volwassenheid is
bereikt, zodat we nu sandwichpanelen als betrouwbare bouwcomponenten
mogen beschouwen. Er is een zeer grote keuze aan binnenhuiden, buitenhui-
den en schuimvullingen; er zijn productie ervaringen die van belang zijn,
onderzoeksgegevens en tenslotte is er de reciproque relatie van de bouwcom-
ponenten "sandwichpanelen" met de architectuur.
Kortom, genoeg stof om te trachten een volle dag met 8 lezingen te organise-
ren, voor belangstellenden uit de professionele wereld en voor studenten, en
om de op tafel gebrachte informatie te bundelen.
Om het een echt symposium te laten zijn over sandwich panelen hebben we in
het programma ook een soort sandwich ingebouwd:
Eerst 2 ontwerplezingen , 4 onderzoek- en productielezingen en vervolgens
weer 2 ontwerplezingen .
Na een overzichtslezing over "sandwichpanelen en Architectuur" van mijzelf,
geeft Jan Brouwer een lezing over zijn ervaringen met het ontwerpen en
realiseren van sandwichpanelen in zijn architectuur van de afgelopen 20 jaar,
van glasvezel versterkt polyester, via glasvezel versterkt cement en polycar-
bonaat naar staal en aluminium; met name zal ook de integratie aan bod komen
van het component sandwich paneel met installatie componenten, de zonwering
en de draagconstructie.
De derde lezing van Henk Buitenkamp van TNO Bouw gaat over "sandwichpa-
nelen en kwaliteitszorg" en focust met name in op de kwaliteitszorgproblemen
bij de projectvoorbereiding , het productie proces en de project nazorg. Zoals
vele nieuwe producenten zijn vele goede naast ook slechte ervaringen opge-
daan en het is zaak het gehele traject van ontwerp via productie naar uitvoe-
ring met een positief kwaliteitsstreven te doorlopen.
De vierde lezing van Wim Courage en Rob van Foeken van TNO Bouw behandelt
het constructieve gedrag van sandwichpanelen: de invloeden van huiden en
raamopeningen en van versterkingen rondom deze openingen. Ook worden
rekenmodellen getoond waarbij wordt ingegaan op windbelasting , temperatuur-
belasting; het rimpelen van huiden en het constructief delamineren komen ook
beide aan de orde.
De vijfde lezing van Piet van de Haar van TNO Brandveiligheid gaat over de
aspecten van brandgedrag en de daartegen te treffen passende maatregelen.
De zesde lezing van Pieter Winkel van Panelen Holland gaat over de visie van
een producent van standaard en maatwerk panelen op de keuze van materialen
voor binnen- en buitenhuid, kernisolatie en lijmkwaliteit, gecombineerd met de
verschillende productiewijzen .
De zevende lezing van Just Renckens onafhankelijk geveladviseur en schrijver
van het aluminium glasgevelboek gaat over sandwichpanelen in de gevelbouw in
het kader van de dienstbaarheid van sandwichpanelen in aluminium glasgevel-
systemen, de keuze in opbouwen inpassing, de detaillering en de zich ontwik-
kelende behoeften voor buitenhuiden in de loop van de tijd.
I
~
De achtste lezing tenslotte wordt gegeven door Alan Brookes product architect
en project architect uit Londen, die het ontwerp en de ontwikkeling van het
door hem ontwikkelde sandwich panelen systeem zal toelichten.
Hiermee is een overzicht gegeven van het bouwcomponent sandwichpaneel
waarmee hopelijk de verschillende toehoorders (en lezers later) hun voordeel
kunnen doen en in hun ervaringen hierop kunnen voortbouwen.
Mijn dank gaat uit naar de gast-docenten, tevens mede-auteurs van dit boek
die bereid bleken op korte termijn hun hoofd te laten leeglopen en hun erva-
ringen openbaar te maken. We hopen allen dat ook U als toehoorders (en
lezers) veel genoegen zult beleven aan dit symposium.
Technische Universiteit Delft
Faculteit der Bouwkunde
Leerstoel Produktontwikkeling
Vakgroep Bouwtechnologie
Prof. dr. ir. Mick Eekhout,
voorzitter symposium;
Hoogleraar Produktontwikkeling
in de Architektuur TU-Delft.
INHOUD
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
SANDWICHPANELEN EN ARCHITEKTUUR
Prof. dr .ir. Mick Eekhout,
Hoogleraar Produktontwikkeling in de Architec-
tuur, Vakgroep Bouwtechnologie , Faculteit der
Bouwkunde, TU-Delft
VAN POLYESTER TOT ALUMINIUM
Prof. ir. Jan Brouwer, Bijlagen:
Hoogleraar Bouwtechnologie en architekt
SANDWICHPANELEN EN KWALITEITSZORG
Ir. H.S. Buitenkamp,
TNO-Bouw, Rijswijk
BELASTINGEN EN VERVORMINGEN
Dr.ir. W.M.G. Courage, ir. R.J. van Foeken,
TNO-Bouw, Rijswijk
BRANDVEILIGHEID EN
GEVELS VAN SANDWICHPANELEN
Ing. P.W. van de Haar,
TNO-Bouw, Rijswijk, Centrum voor Brandveiligheid
SANDWICHPANELEN DOOR HET OOG VAN DE
FABRIKANT BEZIEN Bijlagen:
Ing. Piet er Winkel,
Direkteur Panelen Holland BV., Oosterwolde
HET SAMENGESTELDE GEVELPANEEL
Ing. Just Renckens,
Renckens Advies BV., Malden
CAM 2. A NEW INTEGRATED COMPOSITE Bijlagen:
CLADDING SYSTEM
Prof. dr. Alan Brookes,
Hoogleraar Architectuur, University of Oxford
pagina
1-1 t/m 1-36
2-0 t/m 2-11
2-1 t/m 2-19
3-0 t/m 3-18
4-0 t/m 4-23
5-0 t/m 5-29
6-0 t/m 6-14
6-1 t/m 6-06
7-0 t/m 7-21
8-0 t/m 8-38
SANDWICHPANELEN EN ARCHITEKTUUR
Prof. dr. ir. Mick Eekhout,
Hoogleraar Produktontwikkel1ng in de Architektuur ,
Vakgroep Bouwtechnoloq1e, Faculteit der Bouwkunde TU-Delft;
Algemeen directeur Octatube Groep, Delft
93/3/ 1-0
"SANDWICHPANELEN EN ARCHITECTUUR"
Prof.dr.ir. Mick Eekhout,
Hoogleraar Produktontwikkeling in de Architectuur,
Vakgroep Bouwtechnologie , Faculteit der Bouwkunde, TU-Delft;
1. BEGRIPPEN
Een esssay over 'sandwichpanelen en architectuur' heeft door het beperk-
te belang van sandwichpanelen als beeldvormende componenten slechts
een bescheiden reikwijdte. De wederzijdse invloeden zijn goed te over-
zien. Gelukkig maar, want anders moest eerst de gehele moderne architec-
tuur worden doorgenomen alvorens we een positie konden bepalen. Dit
symposium beoogt ook niet zozeer de allerlaatste ontwikkelingen te signa-
leren, alswel een inventarisatie te maken van de rol die sandwichpanelen
spelen in bouwen in de architectuur in een aantal zeer uiteenlopende
aspecten. Dat we daarbij ook af en toe een toekomstverwachting te horen
zullen krijgen, is vanzelfsprekend. Maar het allereerste doel is toch een
overzicht van de huidige stand van de techniek te verkrijgen.
Laten we voor de duidelijkheid eerst een omschrijving geven van wat
sandwichpanelen zijn:
Sandwichpanelen in de bouw zijn plaatvormige componenten laagsgewijs
opgebouwd uit meerdere plaatvormige elementen van verschillende materi-
alen met elk een eigen functie, als totaal aan de prestatie-eisen van het
sandwichpaneel voldoend. Hier speelt de synergie: "het geheel is meer
dan de som der delen" een zeer belan grijke rol.
Een eerste beperking voor vandaag geldt het lichte eigengewicht van het
totale paneel; gewapend betonnen panelen met isolatie en een dunne
buitenschil betrekken we er vandaag niet bij, alhoewel ze ook voldoen aan
de definitie.
Een tweede beperking geldt voor het toepassingsgebied: in de gevels van
gebouwen. Natuurlijk komen sandwichpanelen ook voor in andere bouwde-
len zoals binnenwanden, maar de eisen die daarbij aan de sandwich
panelen worden gesteld zijn redelijk afwijkend van die van de gevels.
Zodoende zouden we nader kunnen preciseren dat het onderwerp van
vandaag is 'LICHTGEWICHT SANDWICHPANELEN IN GEVELS VAN GE-
BOUWEN'.
93/ 3/ 1-1 ,-
I
2. EEN STUKJE GESCHIEDENIS
In de geschiedenis van de westerse architectuur werden buitengevels tot
in de vorige eeuw vervaardigd van baksteen, soms afgewerkt met natuur-
steen. Tot aan de introductie van het dragende staalskelet waardoor de
noodzaak van zelfdragende wanden verdween. Staalskeletten brachten
dus een hele ommezwaai in het denken over gevels teweeg.
Het eerst bekende gebouw met een ijzeren skelet was de in 1871-1872 ge-
bouwde chocoladefabriek van Ménier in Noisiel-sur-Marne, dat zoals vaak
voor de hand liggend bij overgangsgebouwen nog werd ingevuld
met. .. baksteen in een uiterst decoratief patroon, een chocoladefabriek
waardig. Het ontwerp was van Jules Saulnier [1).
Figuurl
93/ 3/ 1-2
Figuur 2
.......
.. . . . .... .
......
Figuurlen2
.. .
Gevel en Isometrie van de Ménier chocoladefa-
briek in Noisiel sur Marne 1871-1872, een van
de vroegste voorbeelden van een zelfdragend
metalen skelet en een niet-dragende invulling.
93/ 3/ 1-3
De potenties van lichtgewichtge-
vels werden pas bij de eerste wol-
kenkrabbers in Chicago vanaf 1885
duidelijk toen staalskeletten kon-
den worden voorzien van niet zelf-
dragende gevels met een beperkt
eigengewicht. Vanaf zo'n honderd
jaar geleden werd het mogelijk om
zuiniger om te springen met de
hoofddraagconstructie en met de
fundering die beide het bouwdeel
gevel dragen. Echter de invloed
van de 1ge eeuwse mode van licht-
gewicht bouwen in de vorm van
glazen serres en wintertuinen
drong ongetwijfeld langzamerhand
pas door in de architectuur, want
die invloed werd door architecten
nog lange tijd op afstand gehou-
den als zijnde non-architectuur.
Figuur 3 en 4
Reliance gebouw 1890-1894 door
Charles Atwood: zelfdragend sta-
len skelet met gebakken gevelele-
menten en kozijnen als niet-dra-
gende gevelelementen.
HuildUlI.:. rn" CNtrk"l- , :
t( .. ,' TIl , .4 1; Ju,mu/. ,;, <. 1111<1;'"
Hdi;ulo. ... · fiuildiu,l: .
:'-t«1 jon thr'I:I;:h bol\' \\1ndu",", !' hu\\;n.l.:!:-
1"t'lólIÎ',n"hLI''': an-: :-:-.;:. ... ... :;.
!'p.lnon-l wnIJ lu {':l. nt iK-wr'l"d !'1t't'"J str.1o,:":Urt
93/ 3/ 1-4
In diezelfde tijd beijverde de
Fransman Hennebique zich om
gewapend betonskeletten te reali-
seren bestaande uit kolommen,
balken en vloeren, waardoor een
toekomstige mogelijkheid ontstond
voor dragende skeletconstructies
met niet dragende gevels.
Architecten slaagden er steeds
weer in om toch indrukwekkende
bakstenen en natuurstenen en dus
zwaargewicht gevels op te trekken
rondom deze gebouwskeletten .
Slechts in het domein van de voor
de architectuur onbelangrijke
fabrieken en opslaghallen ontstond
een hausse in lichtgewicht gevels
met veel glas en metaal. U ziet, ik
maak onderscheid tussen de bouw
(dat is de gehele verzameling ge-
bouwen) en de architectuur, als
verzameling gebouwen met een
goede vormgeving, door architec-
ten ontworpen.
Figuur 5
Een van de eerste betonskeletten
van Hennebique in het eind van de
vorige eeuw.
93/ 3/ 1-5
~
I
I
Zo was de ijzeren en later stalen
golfplaat al bekend in de bouw
vanaf 1829 (H.R.Palmer) in Enge
land, maar het duurde toch ander-
halve eeuw voordat dit industriele
materiaal een bruikbare status
werd toegekend in de elitaire ar-
chitectuur [2].
Een volgend lichtpuntje in de ont-
staansgeschiedenis van de lichtge-
wicht architectuur werd gevormd
door het niet winnende ontwerp
voor een kantoorgebouw aan de
Friedrichstrasse in Berlijn vlak na
de eerste wereldoorlog in 1919,
waarbij de Duitse architect Ludwig
Mies van der Rohe een hoog kan-
toorgebouw in de vorm van een
dragend betonskelet met een niet
dragende geheel glazen omhulling
als een hoopvol teken in die tijd
ontwierp en als een richting voor
de toekomst. Het ontwerp werd
genegeerd als luchtfietserij. Visi-
onaire architecten worden vaak
niet erkend door hun tijdgenoten,
zo verging het ook Mies van der
Rohe. Hij zou zelf een dragend
gebouwskelet met een geheel gla-
zen gevel pas in Amerika realise-
ren in de jaren '50. Maar het zaad
was gezaaid, en de geur ervan
bleef in de lucht hangen.
Figuur 6
Een volledig geprefabriceerd ijze-
ren woning, geëxporteerd vanuit
Engeland naar Australie, ca. 1853.
93/3/1-6
De architecten van de Stijlgroep ,
het Bauhaus en the International
Style bemoeiden zich in de 20-er
en 30-er jaren ook niet met andere
materialen dan beton en
witgepleisterd baksteen, en pas-
ten alleen glas toe in lichtopenin-
gen in gevels, maar wanden be-
stonden in essentie nog steeds uit
beton of baksteen. Hun gevels
bestonden in feite uit massieve
buitenwanden en doorzichtige
glazen vliezen en gevelopeningen .
Lange tijd bleef in de architectuur
die sterke tegenstelling tussen
steenachtige massieve wanden en
transparante glazen vliezen, met
of zonder zelfdragende skeletcon-
structies bestaan, zonder een
spoor van niet-lichtdoorlatende
lichtgewicht gevelpanelen. Echter
elders in de bouw was men tech-
nisch toch al wat verder gekomen.
Met name de Britse gietijzerindus-
trie had er in de 2e helft van de
vorige eeuw al voor gezorgd dat er
een levendige handel ontstond in
export van compleet geprefabri-
ceerde metalen gebouwen, met
gietijzeren kolommen, balken en
spanten en met glazen en metalen
vullingen, in vele architectonische
neo-stijlen vormgegeven. Per
schip werden alle elementen en
componenten vervoerd en tot in de
vingertoppen van het Victoriaanse
empire afgezet. Door het droge
klimaat van Australie zijn daar nog
prefab gebouwen uit de vorige
eeuw in uitstekende staat bewaard
gebleven, gebouwd met golfplaat
en ijzeren skeletten [ref 2].
Figuur 7 en B Een compleet gepre-
fabriceerde ijzeren woning in de
2e helft van de vorige eeuw gepro-
duceerd in Engeland en gebouwd
in Australie in buitenaanzicht en
Figuur 7
FiguurB
in detail.
93/3/1-7
Hier dient zich trouwens een logi-
sche parallel aan met de autoin-
dustrie : de vele Traction-avants
die in Frankrijk nog rondrijden
verwijzen naar de gunstige om-
standigheden van het droge kli-
maat, terwijl dezelfde Citroëns in
vochtig Nederland alleen met de
moed en het uithoudingsvermogen
van de ware liefhebber in stand
gehouden kunnen worden. Maar
goed, permanentie en vervanging
zijn sterk aan elkaar verwand.
Figuur 9 De zelfdragende carosse-
tie van de Citroën Traction Avant
uit 1934.
De tijd vanaf het eind van de vori-
ge eeuw tot aan de eerste wereld-
oorlog bracht een overgang met
zich mee van individueel gegoten
ijzeren elementen naar op massa-
produktiewijze vervaardigde balk-
profielen waarmee op veel flexibe-
ler wijze ook dragende skeletten
konden worden samengesteld. Dit
luidde het einde in van de gietij-
zerindustrie met haar karakteris-
tieke neo-stylistische vormgeving.
Ervoor in de plaats kwamen stalen
balken, zonder een uitgesproken
architectonisch karakter, dienend
in de architectuur. De kracht van
het eigene was even weg. Een
architect zoals Mies van der Rohe
zette als het ware de tering naar
de nering en bedacht dat die
goedkope stalen constructiebalken
93/3/1-8
. ~ ' ..
ook een eigen kracht vanuit hun
sobere technische vorm hadden en
bouwde daaruit zijn Amerikaanse
oeuvre (na zijn vlucht uit Duits-
land in 1933) op.
Nog steeds waren stalen golfplaten
sterk in opkomst in het gebruik in
de bouw, maar de associatie met
goedkope agrarische en industrie-
Ie bouw verhinderde de toepassing
ervan in de architectuur. Pas
vanaf de 70-er jaren werden de
metalen golfplaat en de geprofi-
leerde plaat populair, ongeveer
parallel aan het dragen van spij-
kerbroek een uitvinding uit de
vorige eeuw gemaakt van denim en
klinknagels. De spijkerbroek is in
de mode door grote delen van de
bevolking geaccepteerd tot een
niveau waar men van geen beter
alternatief meer lijkt te weten. Zo
is het ook met het hedendaagse
gebruik van geprofileerde stalen
platen in de bouwen in de archi-
tectuur: 'kijk eens hoe ik mij aan-
pas aan het volk, en trouwens wat
een prachtig spel van schaduwen!'
5.
Figuur 10 Isometrie van de gepre-
fabriceerde elementen van het
Crystal Palace van Paxton, 1851.
93/3/1-9
3. JEAN P R O U V ~
In de 20-er en 30-er jaren was in
Frankrijk een zeer eigenwijze jon-
ge smid aan het werk f die later
zou uitgroeien tot een van de
meest innovatieve metaalprodu-
centen en constructeurs van deze
eeuw. De naam was Jean Prouvé.
In Nancy en Maxéville hield hij
zich tot 1953 bezig in zijn werk-
plaats door parallel aan het ont-
staan van de Internationale Stijl,
een geheel nieuw vocabulaire te
ontwikkelen. Zijn ontwerpvocabu-
laire bevatte metalen panelen en
lichte zelfdragende skeletcon-
structies waarmee hij complete
gebouwen ontwierp en ontwikkel- ' "
de f produceerde en realiseerde.
In 1937 ontwierp hij een gebouw op
het vliegveld van Roland Garros
dat gebruik maakte van vlakke
stalen panelen binnen en buiten.
Het doel van de ontwikkeling van
vlakke metalen sandwich panelen
was eindelijk in zicht gekomen.
Vanaf die tijd tot de tweede we-
reldoorlog ging hij door met het
ontwikkelen van sandwich panelen
bestaande uit twee vlakke stalen
huiden omgezet aan de randen en
verstijfd door middel van inwendi-
ge veren. De oorlog maakt vanwe-
ge de materiaal schaarste (tijdelijk)
een eind aan de experimenten met
staalplaat, en hij moest noodge-
dwongen op houten panelen over-
gaan. Maar de eerste stappen wa-
ren gezet. Prouvé wist als metaal-
bouwer als geen ander van de
nukken van dit plaatmateriaal en
hij besteedde dan ook veel tijd aan
het verstijven van dunne stalen
platen tot panelen. Kantbanken en
zetbanken werden in principe
alleen gebruikt voor het maken
van randverstijvingen en niet om
Figuur 11 Clubgebouw Roland
Garros in Buc uit 1936/ 1937 uitge-
voerd in een zelfdragend skelet en
2 staalplaten minder dan 1 mm
dikte in grote vlakke platen, niet
geisoleerd. Architecten Baudoin
en Lods; technisch on twerp en
realisatie Jean Prouvé.
93/3/1-10
ribbels in het midden van de pla-
ten te maken. Kennelijk vond ook
hij continue geprofileerde plaat
niet chique genoeg. Maar waar-
schijnlijk zal ook wel hebben mee-
geteld dat ten opzichte van vlak
stucwerk een vlakke metaalplaat
minder weerstanden oproept bij
opdrachtgevers in geval van sub-
stitutie van gestucte steenachtige
wanden tot metalen panelen. Toch
ondervond hij in de woningbouw
en bij particuliere bouwopdrachten
veel weerstanden tegen metalen
dragende panelen, en werden vele
van zijn prachtige ontwerpen niet
gerealiseerd. Alleen in de utili-
teitsbouw waar dergelijke associa-
ties minder gevoelig zijn, doken er
kansen op. Na de tweede wereld-
oorlog werkte hij veel in alumini-
umplaten , op een vergelijkbare
wijze als voor de oorlog met staal.
In 1953 werd hij uit zijn eigen
bedrijf gestoten door een aan de-
lentruc van een Franse aluminium-
industrie die wars was van al zijn
geexperimenteer, waarna hij ver-
der ging met een constructiebu-
reau voor lichte metalen construc-
ties in Parijs. Hij was niet opgeleid
als architect, en kreeg spijtig
genoeg ook dat aanzien nooit. Pas
in de 70er jaren begon men de
reeds bejaarde prouvé op waarde
te schatten. Hij zorgde voor de
vormgeving van de gevels van de
Medische Faculteit in Rotterdam
als sandwichpanelen van licht
geprofileerd aluminiumplaat en
polyurethaanschuim. Als symbool
van de betekenis voor de sandwich
industrie, is dit gebouw nog
steeds heel sterk.
93/3/1-11
Figuur 12
Figuur 13
o
Als blijk van waardering ontving
hij onder andere in 1981 de Eras-
musprijs. Als voorzitter van de
wedstrijdjury was hij verantwoor-
delijk voor de keuze van Piano &
Rogers' winnende ontwerp voor
het Centre Pompidou in Parijs dat
in 1971 de gehele high tech archi-
tectuurbeweging pas goed op gang
bracht. Tussen 1953 en 1973 had
hij voor de ontwerpadviezen ge-
zorgd van een groot aantal gebou-
wen met lichtgewicht dragende
skeletconstructies , glazen gevels,
en aluminium of stalen gevelpa-
nelen, altijd dubbel en vaak ook
geisoleerd.
.: /
::,i
/"
Figuur 12 en 13 Details van de
metalen panelen van het Maison du
People in Clichy uit 1938, ontwor-
pen door Jean prouvé. Dubbele
metalen huid met isolatie; op af-
stand, en op spanning gehouden
door metalen veren.
93/3/1-12
Als een der WeInIgen in zijn tijd
zag hij het als een uitdaging om
zich te bekwamen in het vakman-
schap om dunwandige stalen en
aluminium platen volledig te be-
nutten als wandelementen , geheel
in de euforie van de zelfdragende
carosserie van de stalen Traction-
avant en later aluminium vliegtui-
gen. Voor de oorlog zal hij ook wel
de Junker vliegtuigen hebben
gekend waarvan er een aantal
typen waren die bekleed waren
met een golfplaat, doch voor de
oorlog ook al werden uitgevoerd
als 'monococque' constructies,
waarbij de vlakke maar licht gebo-
gen metalen huid zowel mede-
hoofd draagconstructie was als
afsluiting.
Figuur 14
93/3/1-13
Figuur 15
In het clubgebouw van Roland
Garros van 1935. beantwoordde hij
de uitdaging om met dunne stalen
plaat grote zelfdragende panelen
te maken. In het Maison du People
in Clichy (Parijs) uit 1938 intro-
duceerde hij tussen de twee staal-
platen inwendige veren om de pla-
ten te verstijven en op spanning
te houden, zonder veel te verlie-
zen van de isolerende werking van
de tussenliggende luchtspouw .
Pas in het midden der 50-er jaren
ontdekte hij de mogelijkheden van
schuim als isolator en paneel ver-
stijver, waarmee de introductie
naar sandwichpanelen afgerond is.
Figuur 14 en 15
Gevel in overzicht
en details van een
schoolgebouw ont-
worpen en gerea-
liseerd door Jean
prouvé in het begin
van de 6D-er jaren.
We bevinden ons nu dus zo'n 55
jaar nadat Jean Prouvé zijn eerste
experimentele metalen sandwich-
panelen ontwierp en vervaardig-
de. De lange tijd is een excuus
voor producenten om zijn naam
niet meer te kennen, de kwaliteit
van zijn werk mijns inziens echter
niet. Het is eigenlijk merkwaardig
hoeveel productiefouten er in die
laatste 55 jaar nog moesten worden
gemaakt voordat we konden spre-
ken van sandwichpanelen als vol-
wassen bouwprodukten, nu bij
vele producenten en in grote
variëteit zelfs met kwaliteitscerti-
ficaten verkrijgbaar.
93/3/1-14
4. GLASVEZEL VERSTERKT PO-
LYESTER EN CEMENT
In de 60-er jaren werd een omslag-
punt bereikt door tendenzen in de
chemische industrie bij de ontwik-
keling van glasvezel gewapende
polyester (GVP) panelen die een
secundair dragende functie heb-
ben: om verdiepingshoog windbe-
lastingen over te dragen naar de
hoofd draagconstructies. Dat om-
slagpunt werd bereikt door het
constant houden van de volumen-
prijs van het bouwmateriaal, ter-
wijl andere materialen snel in prijs
stegen.
In de gehele wereld werden door
dit perspectief aangetrokken vele
onderzoeken gedaan om GVP pane-
len als gevelvullende panelen
rondom dragende skeletconstruc-
ties te benutten. Men raakte ge-
fascineerd door de constructieve
mogelijkheden voor grotere over-
spanningen in GVP .De construc-
teurs Zygmunt Makowski (Surrey)
en Stephane du Chateau (Parijs)
onderzochten en bouwden tegen de
grens van het mogelijke in over-
spanningen van daken die door
middel van krommingen en knikken
stabiel werden gemaakt. In Delft
onderzocht Pieter Huybers in het
Stevin IV-lab de mogelijkheden om
geknikte dakconstructies van GRP
panelen te maken. De Nederlandse
botenbouwers waren geïnteres-
seerd om hun marktgebied te ver-
leggen naar de wal en aan de pro-
duktie van panelen te beginnen.
Fokker zag een eind aan de moge-
lijkheden van de afzet van haar
vliegtuigen rond 1970 I trachtte
een nieuwe markt aan te boren en
gaf de architect Johan Schepers
Figuur 16
0. montag. WIn "" module lil d. p/oafsing in d.
draagconstructi.
De Fokker.woning bestond uit drie delen: drager, modulen
lil invulling
93/3/1-15
opdracht de zgn. Fokkerwoningen
te ontwerpen, uitgaandevan de
productiemogelijkheden van de
sandwichpanelen die voor vlieg-
tuigbodems waren ontwikkeld. Het
werden ontwerpen met uitwendige
stalen skeletten en containerachti-
ge volumen, van sandwichpanelen
met ronde hoeken en glazen wan- ~ " , , ,
den. De publieke instemming bleef
echter uit, evenals de toestemming
van de welstand in diverse projec-
ten en het ontwikkelingsproject
stierf een zachte dood, toen de
omzet voor het hoofdprodukt
vliegtuigen na een tijd van aarze-
ling weer toenam in 1975.
De energiecrisis van 1973 met de
definitief verhoogde prijzen van
olie en haar derivaat polyester,
gooide in het algemeen echter zo-
veel roet in het eten , dat het
nooit echt meer wat geworden is
met GVP panelen. In Nederland
persisteerde alleen architect Jan
Brouwer vanaf 1972 met zijn eerste
Sony ontwerp het economisch getij
uit overwegingen van vormgeving
en het moedwillig willen bereiken
van een architectuur met het niet
vormstijve materiaal GVP gemaakt.
Als we nu achterom kijken naar die
laatste 20 jaar kunnen we gerust
spreken van de karakteristieke
architectuur van Jan Brouwer. Hij
ontwierp veel dragende skeletcon-
structies afgewerkt met GRP pane-
len, met veelal ronde hoeken,
schuimvullingen , verstijvende
ribbels en andere vormingrepen in
het vlak van de panelen. De ge-
velpanelenarchitectuur van Jan
Brouwer had twee effecten:
ten eerste het 'first of the block
effect', waarmee ik wil zeggen dat
de eerste architect voor het ge-
bruik van zijn specifieke compo-
Figuur 17
Het slimme geixtrvdHrde profiel waorvit door
deling #wH profielen ontstond.,. die de
hoelcverbinding vormden.
Oe FoU.,·woning ZCXI in talriike vorm.,. en combinotifl
voorlromen, onder onde,. ook als hoogbcww-stapeling met
Hn betonnen schacht voor de stobili,.it (het systHm zelf
was tat viif lagen stobiel)
Figuur 16 en 17 Overall en detail-
tekeningen van de Fokkerwonin-
gen, 1968-1975, door een ontwerp-
team waar Johan Schepers archi-
tect was.
93/3/1-16
Figuur 18 Isometrie van een ge-
velfragment van het kantoorge-
bouw High Flex Centrum in Am-
sterdam Zuidoost door architect
Jan Brouwer.
93/3/1-17
nenten wordt erkend en herkend, ter-
wijl een tweede altijd een navolger zal
blijven. De panelen van Jan Brouwer
hebben dan ook nauwelijks afzet ge-
vonden in gebouwen van zijn
collega's, zelfs niet via de tussen-
komst met een minder uitgesproken
identiteit van de polyester bouwindus-
trie. Die industrie zou overigens in de
70-er jaren merkwaardig snel afster-
ven wellicht dankzij of ondanks de
inspanningen van Jan Brouwer. Er
werd kennelijk heel wat af geexperi-
menteerd in een techniek die te exclu-
sief en te intensief bleek voor de
bouwindustrie.
De brandweer deed er in die tijd nog
een schepje bovenop, enkele branden
in nachtclubs met polyester interieur-
afwerking en nooduitgangen op slot
zorgden voor een publieke paniek bij
de dreigende toepassing van polyester
panelen, hetgeen leidde tot de intro-
ductie van glasvezelver-sterkt cement
panelen, GVC, in de tweede helft van
de 70-er jaren. Slechts enkele bedrij-
ven waren willig zich in te zetten voor
de produktie van schuimgevulde sand-
wichpanelen van dergelijk materiaal.
Glasvezelcementpanelen paarden ten
opzichte van GRP glasvezelpolyester
een even grote vormvrijheid , een re-
delijke stijfheid en uiteraard een iets
groter eigengewicht aan een redelijke
productieprijs . Onderhoudsproblemen
met de oppervlaktecoatings en micro-
scheurvorming met waterdichtings-
problemen zorgden er in de aO-er ja-
ren voor dat deze karakteristiek
vormgegeven panelen weer uit de be-
langstelling verdwenen. Daarbij kwam
ook nog de ongemeen grote hoeveel-
heid ervaring en vakmanschap die
architect en producent moesten bezit-
ten om het ontwerp van dergelijke
panelen tot een succesvolle produktie
vol te houden, iets wat slechts aan een
93/3/1-18
enkeling was beschoren. Wel werden
de panelen in het algemeen als vlakke
sandwichpanelen uitgevoerd weliswaar
met afgeronde hoeken uit overwegin-
gen van spanningsegalisatie. Tevens
zorgde deze voor een karakteristieke
zachtheid van de panelen, hetgeen in
de harde realiteit van de 8Q-er jaren
minder werd geaccepteerd. Bovendien
maakten slechts enkele productiebe-
drijven, althans in Nederland, de
dienst uit. En dat is nooit goed voor
een open marktsituatie, en dus slecht
voor de popularisering van een nieuw
produkt. Deze ontwikkeling is uitste-
kend verwoord in een artikel van Joop
Niesten in de Architect van dec. 1988
[3], bijgevoegd in deze syllabus.
Een opleving in de belangstelling voor
kunststof panelen werd gegenereerd
door General Electric die zich in de
8Q-er jaren sterk maakte om het
marktaandeel van niet-doorzichtige
polycarbonaat platen te vergroten.
Dat geschiedde door het gebruik van
deze panelen in het 'koude gevel
principe', door ze als regenjas te han-
gen om het geisoleerde gebouw heen.
Het gebruik van enkele plaat leidde tot
het vormversterken van dit thermo-
plastische materiaal middels ribbels,
deuken en andere verstijvende ingre-
pen. De panelen kregen een heel dui-
delijke handtekening, en gewild of
niet, Jan Brouwer's naam stond eenie-
der voor ogen die het produkt onder
ogen kwam. Ook al bestond het
VINK/KATAN om de marketing fout te
maken een folder uit te brengen met
de foto's van panelen van Jan Brouwer
zonder zijn naam er expliciet erbij te
vermelden. Het animo in de markt
bleek niet zo groot als gehoopt, en op
dit moment heeft GE het produkt poly-
carbonaat panelen naar de achter-
grond laten verdwijnen.
93/3/1-19
5. METALEN SANDWICHPANELEN
Het eindpunt van de voorgeschie-
denis en een kenmerkend start-
punt in de jongste architectuurge-
schiedenis van zeg de laatste ge-
neratie vakgenoten werd dus ge-
vormd door de gevelpanelen van
de Medische Faculteit in Rotter-
dam, ontworpen door architekt
Choisy van Bureau OD 205 en ten
aanzien van de gevelpanelen gead-
viseerd door Jean Prouvé. We
schrijven 1968 tot 1972. De pane-
len bestonden uit een opgeschuim-
de kern van polyurethaanschuim
tussen twee voorgevormde panelen
van 1 mm dun gecoat aluminium.
Figuur 19 Montagefoto van de
sandwichpanelen van de Medische
Faculteit in Rotterdam, ontwerp
architect Choisy van OD 205, ge-
veladvies Jean prouvé.
93/3/1-20
Nu, na ongeveer 20 jaar gebruik
ziet de gevel er onberispelijk
schoon uit, er zijn weliswaar spo-
ren van de schoonmaakladders ,
maar het gebouw straalt nog
steeds durf uit. Heel anders dan
de recente uitbreidingen van het
omringende Academisch Zieken-
huiscomplex die in laagbouw en
een veelvoud van traditionele ma-
terialen en produkten zijn opge-
trokken, van steenachtige gevel-
materialen tot en met houten kozij-
nen aan toe, als een staalkaart van
traditionele bouwproducten en
ongetwijfeld bedoeld om de functi-
onele diversiteit te onderstrepen.
Maar we missen de durf en de sim-
pele strengheid van het 70-er
jaren ontwerp'.
Waar blijft de tijd. De economische
durf van Nederlandse ontwerpers
om 'het te doen met 1 mm dikte'
had zijn pendant bij Duitse archi-
tecten die gevels lieten vervaardi-
gen van 2 tot 4 mm dikte die de
tand des tijds uiteraard beter
doorstonden, en ook nog minder
risiko's namen door verschillende
Figuur 20
93/3/1-21
op zich zwakke materialen te laten
samenwerken tot het sterke geheel
van de sandwich. In het algemeen
geldt dat sandwichhuiden minimaal
gemaakt moeten worden van 1 mm
aluminium of 0,7 mm staal en soli-
taire panelen van 3 tot 6 mm alumi-
nium en 2 tot 4 mm staal, afhanke-
lijk uiteraard van grootte en op-
hanging.
In het gehele pallet van de metalen
panelen is het een goed principe
alle metalen panelen mechanisch te
vervormen, te zetten of te kanten
aan de randen. Maar in het midden
van het plaatveld gaat dat niet; de
hoeveelheden gelijkvormige pane-
len zijn zelden zo groot dat er kan
worden overgegaan tot de aan-
schaf of vervaardiging van een
grote vormpers met bijbehorende
vormmallen waardoor een dunwan-
dig metalen paneel verstijfd
wordt. Alleen bij het zachte puur
aluminium zijn de benodigde ver-
vormingskrachten zodanig klein
dat de paneelvelden in het midden
vervormd kunnen worden onder
druk en temperatuur. Een en an-
der wordt geïllustreerd door het
voorbeeld van het Sainsbury Cen-
tre for the Visual Arts in Norwich,
ontworpen door Norman Foster,
waarbij puur aluminium panelen
waren diep getrokken met een rib-
beloppervlak in sterk vervormde
afgeronde randen. Prachtige pa-
nelen in een heel sterk gebouw die
ook symbolisch de invloed van de
industrialisatie bij de vervaardi-
ging uitdrukten. Helaas zijn de
panelen nu alle vervangen door
gladde panelen met een minder
indringende karakteristiek.
93/3/1-22
Figuur 21
7.
- ~ -
Figuur 22
ur 20, 21, 22, 23 r the visual
F i ~ bury Centre fo Associates.
Sams Foster tails
Norman velde.
arts, . 0 bouwen ge
Isometrie, iJ
93/3/1-23
6. ABSTRACTE VERSUS BEWERK-
TE PANELEN
Zo te zien is de tijd van het be-
wust in vormoppervlak gepronon-
ceerde paneel voorbij, en richt de
huidige tendens zich naar een
veelvoud van tijdens de aanbeste-
dingsfase vaak onderling verge-
lijkbare vlakke panelen met ver-
schillende oppervlakte coatings.
Tegelijkertijd met het verdwijnen
van de materialen met een lage
elasticitietsmodulus zoals GVP,
GVC, PC en zacht aluminium als
materiaal voor sandwichpanelen ,
en de verstijvende werking van de
harde schuimkernen is de keuze
aan panelen zo langzaamaan be-
perkt geworden tot gecoat alumini-
um, gecoat en verzinkt staalplaat
en on gecoat roestvaststaalplaat.
Deze materialen lopen aan het ein-
de van een ontwikkeling van een
halve eeuw, dus twee professione-
le generaties in Europa, en van
een enkele generatie lang in de
verschillende producerende be-
drijven op twee sporen. De 'rib-
belpanelen ' , om de vervormde
panelen van de stijfgemaakte rela-
tief zwakke materialen maar daar-
mee aan te duiden, hadden een
zodanig overheersend overwicht in
het uiterlijk van de gevel, dat het
gehele gevelbeeld werd opgebouwd
rondom de vormgeving van het
component. Die panelen waren ook
nog eens het best zelfstandig dra-
gend toe te passen, dus als ver-
diepingshoge elementen, kompleet
met ramen erin en met integrale
verwarmings- en zonweringsin-
stallaties ingebouwd. Jan Brouwer
heeft altijd zeer geijverd voor
deze integratie van meerdere ele-
menten vanaf verschillende funk-
93/3/1-24
ties in de gevelpanelen . Ribbel-
panelen waren op en top geschikt
om als zelfstandige componenten te
gebruiken, zo groot als nog over
de weg vervoerd konden worden.
Zij kenden weliswaar een lange
ontwerp-, ontwikkel- en produc-
tietijd, maar in een ultra korte tijd
konden ze gemonteerd worden.
Daarmee om te gaan is maar een
enkeling gegeven. Ook de op-
drachtgevers kregen een gebouw
met een sterke identiteit.
In de architectuur kunnen geheel
andere ontwerpoverwegingen er-
toe leiden dat panelen in plaats
van een overheersende een onder-
horige rol moeten spelen in het
gehele gevelbeeld. De tegenpool
van het ribbelpaneel is dan ook in
dat opzicht het vlakke paneel, dat
zo om te zien niets meer dan de
gecoate abstractie is van een pa-
neel dat stijf genoeg is voor de
klimaatomstandigheden. Het enige
wat te zien is, is het verfopper-
vlak aan de buitenzijde; bij roest-
vrijstaal weet men in ieder geval
ook nog dat het paneel van roest-
vrijstaal gemaakt is. Ten opzichte
van onze in de bouwkosten royale-
re oosterburen, zijn we in Neder-
land geneigd om wat zuiniger aan
te doen met het dure metaal dat in
de paneelhuiden is verwerkt, en
de schuimverstijvingen komen ons
in die zin dan ook heel goed uit.
Het liefst laten we ons dan ook
leiden in de richting van 'stressed
skin' panelen: daarbij worden de
binnenhuid en de buitenhuid con-
structief op trek en druk belast
bij wisselende windbelastingen , en
zorgt het kernmateriaal voor de
benodigde schuifspanning en ver-
binding.
Figuur 23
93/3/1-25
Maar die betrekkelijk overzichte-
lijke eenvoud van constructieve
overwegingen wordt geweld aan-
gedaan door additionele brand-
weer-eisen ten aanzien van
brandoverslag tussen verdiepin-
gen hetgeen veelal leidt tot stalen
panelen aan de binnenzijde. Ook
te grote raamopeningen in stres-
sed skin panelen leiden ertoe dat
van een gezond en overzichtelijk
constructief gedrag weinig meer
overblijft indien er in het paneel
zelf ingegrepen moet worden mid-
dels allerhande verstijvingsprofie-
len rondom de raamopeningen, die
dan uiteraard ingeschuimd moeten
worden. De uitzondering ver-
moordt de onschuld van de een-
voud.
Hier behoort dan ook nog de over-
weging om sandwichpanelen als
zelfstandige gevelcomponenten te
zien, en dienaangaande ook de
onafhankelijk makende bewerkin-
gen met name nabij de randen (om-
gezet en af te kitten) te verwach-
ten. Dit speelt de dikwandige ma-
terialen in de kaart. Andere mate-
rialen zoals dunwandig (0,5 mm
dik) geëmailleerd staalplaat (Alli-
ance uit Genk) dat continue wordt
geproduceerd en daarmee een
bescheiden kostprijs heeft, heeft
een achtermateriaal nodig voor de
vereiste stijfheid. De randen er-
van kunnen echter niet worden
gebogen. Sandwichpanelen uit dit
huidmateriaal opgebouwd zijn dus
alleen geschikt om te worden toe-
gepast in kozijnsystemen , of ande-
re metalen verstij vin gssytemen .
Overigens is het geëmailleerde
oppervlak uitermate vandaalbe-
stendig en in dat opzicht is het
een zeer geschikt materiaal voor
93/3/1-26
frequent bezochte openbare ruim-
ten, zoals stations, waarbij ook
nog screenings kunnen worden
toegepast, en zelfs via bedrukking
met metaaloxiden een vorm van
electrische stralingsverwarming .
Architekt Richard Meier is verant-
woordelijk voor een popularisering
van paneelgevels van geëmailleerd
staalplaat, zij het dat zijn gevels
'koude gevels' zijn. Zijn gevelpa-
nelen zijn altijd driedimensionaal;
de randen zijn zichtbaar dik
(geschikt om afgekit te worden. )
Figuur 24
Isometrie van een branche-office
voor Olivetti in de VS, ontwerp
Richard Meier als illustratie van
de invloed van panelen in de ar-
chitectuur.
93/3/1-27
Figuur 25
Ontwerp Richard Meier voor een
kunstmuseum in Atlanta, VS als
illustratie van het gebruik van
metalen panelen in de archi-
tectuur.
93/3/1-28
7. STANDAARD PANELEN
Een speciale categorie sandwich-
panelen wordt gevormd door de
lineaire standaardpanelen , die
slechts een beperkte keuze hebben
in dikte/samenstelling en kleur,
altijd vastgesteld zijn in breedte
vanwege het continue productie-
proces en de benutting van de
metalen coils waarvan het metaal
wordt afgerold en gestrekt. Ze
kennen alleen een flexibiliteit in
de lengte van de panelen I afhan-
kelijk van overspanning en exter-
ne belasting. Veel van deze stan-
daardpanelen worden in de beter
geisoleerde uWiteitsbouw ge-
bruikt, maar geven altijd een ho-
rizontaal of vertikaal bandkarak-
ter aan de gevel.
93/3/1-29
8. VLAKVULLENDE SANDWICH-
PANELEN
Zo langzaamaan ontstaat het beeld
van een produkt halverwege een
stressed skin sandwichpaneel en
een borstweringspaneel. Het is
dan ook niet onlogisch om te be-
denken dat de grootste hoeveel-
heid aan sandwichpanelen in Ne-
derland wordt geproduceerd voor
plaatgroottes die zijn gedikteerd
door de stijlen en regels van alu-
minium glasgevels. Daarin bepaalt
in feite de sterkte en stijfheid van
het glaspaneel vaak de modulering
van de gevel, waarbij en passant
de lichtdichte panelen tussen de
raamstroken uitgevoerd kunnen
worden als sandwichpanelen , in-
dien het gordijngevels op het
principe van de 'warme gevel'
opgebouwd, betreft.
Figuur 26
Panelen van het 'koude gevel'
principe zijn eigenlijk niets meer
dan een regenjas, vaak ook dat
niet eens: alleen een visuele af-
werking, hetgeen eenvoudig be-
reikt kan worden door enkelvoudig
dikker plaatmateriaal [4].
93/ 3/ 1-30
Figuur 27
I . . .. ;". 11: U::1 ! " .j . \ . ,I ( : ".;.;': ':
.• . -
J. .. -, •. : .".-
.. i'.'
.:;;n Ic :ï , ,, ,r "':.d.
I (I . :.I:t :. l"\:'.I--
11 . . II:l,;::l: ll ll" \ :-,b-
Figuur 26 en 27
Inmos fabriek door Richard Rogers
waarbij panelen in een alugevel-
frame op een stille wijze de high
tech architectuur onderstrepen.
93/3/1-31
9. GLAZEN SANDWICHPANELEN
Nu we gordijngevels ter sprake
brengen, komt voor het eerst de
mogelijkheid naar voren om, al-
thans aan de buitenzijde, glaspa-
nelen te benutten als sandwich-
huid , met een steenwolvulling en
een geschikte binnenplaat. Vaak
zal deze glasplaat gecoat,
gescreend of geemailleerd moeten
zijn om eenzelfde identieke reflec-
tie als het doorzichtglas te ver-
krijgen.
Maar ook dergelijke glazen panelen
behoren tot de produktenkategorie
sandwichpanelen .
Inmiddels is er ook doorschijnend
isolatiemateriaal op de markt, zo-
dat er isolerende stijve geheel
glazen sandwichpanelen kunnen
worden vervaardigd die overdag
het daglicht filteren en 's avonds
als lampion werken. Eenzelfde
mystiek en aantrekkingskracht
hebben glazen bouwstenen. De
vraag is overigens ook interessant
wie het eerste geheel glazen sand-
wichpaneel ontwikkelt.
In de materiaaloptimalisaties die in
principe met sandwichpanelen
kunnen worden bereikt, is het ook
mogelijk allerhande andere materi-
alen te verlijmen als buitenhuid ,
zoals keramische tegels, zoals zeer
dunne platen marmer, zoals reflec-
terend, gescreend of gemarmerd
glas ed. De industrie staat voor
niets om in talloze varianten een
produkt met een eigen gezicht op
de markt af te zetten, tot zelfs in
uiterst kleine variaties toe, vaak
met een verwarrende hoeveelheid
technische informatie.
93/3/1-32
10. LEVENSCYCLUS VAN SAND-
WICHPANELEN
Een goed produktontwikkelaar
houdt altijd rekening met het feit
dat alle produkten een begrensde
levenscyclus kennen. Net zoals
het menselijk of biologisch leven is
er een initiatiefase , een groeifase,
een volwassenheidsfase en een
krimpfase met uiteindelijk afster-
ven. Tusen produkten zijn er
echter wel onderlinge verschillen
van uitgesproken levensduur en
intensiteit, die overigens ook te
beinvloeden zijn. Maar als waar-
schuwing geldt: zelfs het meest
perfecte produkt zal in omzet een
keer gaan dalen, ook al is er tech-
nisch niets op aan te merken. Zo
vertelde vorig jaar op het Acsa
congres hier op Bouwkunde een
professor uit Norwich van de re-
sultaten van een marketing-tech-
nisch onderzoek dat hij moest uit-
voeren voor een prefab beton ge-
velproducent. Dit bedrijf was na
20 jaar ontwikkelen en het uitvoe-
ren van projectprodukten gekomen
tot op de eenzame kwaliteitshoog-
te. Er was geen .zichtbare verou-
dering meer op het betonopper-
vlak , regen liet geen kwijlsporen
meer achter en de componenten
konden tegen een redelijke kost-
prijs worden geproduceerd. Maar
de markt (lees de ontwerpende
projectarchitecten) had geen inte-
resse in dit nu tot perfectie ge-
brachte produkt. Want wat was er
intussen gebeurd? Er was een
verandering in het denken van
architecten over gevels gekomen.
Betonnen borstweringsstroken
afgewisseld met raamstroken ble-
ken niet meer voldoende spanning
in de ontwerpen op te roepen .
93/3/ 1-33
Architecten waren dus in de tus-
sentijd anders gaan ontwerpen en
bouwen. Ze wilden met lichtere,
meer abstracte materialen gaan
bouwen en glazen bouwvolumina
weer laten afwisselen met gesloten
gevels bezet met marmer en kleine
ramen erin. Ze vonden beton maar
grof, niet slim genoeg. Het weer-
spiegelde niet het intelligentieni-
veau van ontwerpers, opdracht-
gevers en mogelijk van gebrui-
kers. Het had langzamerhand een
verkeerde uitstraling van bewust
nagestreefde permanentie. Mede
omdat de betreffende kantoren
jaarlijks of althans regelmatig
wisselden van gebruikers. De
betonproducenten snapten er niets
van! Ze hadden nog wel zo'n per-
fect produkt en daarin zoveel
geinvesteerd! Volg de architec-
tuur, en denk parallel aan de
klanten, aan de architecten. Nog
beter: denk voor ze uit.
Deze eindige levenscyclus hebben
sandwichpanelen ongetwijfeld ook.
Zie het verhaal van de glasvezel-
versterkte polyester van glasve-
zelversterkt cement en van poly-
carbonaat. Het is zaak dit tijdig te
signaleren en hierop te anticiperen
[5] .
Figuur 28
Typisch product life cyc1e zoals
ook van toepassing op het product
gevelpanelen .
93/3/1-34
introductie
LEVENSCURVE VAN EEN PROOUKT
.. oei rijp",
v." nu .t .en mo-t «
winl' prnNkt M)fOeft
om de .oei .,." dit
tifnw te ondenteunen
Bron: 8001', Allen & H ~ t o n
11. INDUSTRIALISATIE
Lichtgewicht stressed skin sand-
wichpanelen zijn een uitvloeisel
van het denken over het industri-
aliseren van het bouwproces. Der-
gelijke panelen kunnnen alleen in
een fabriek worden vervaardigd,
vaak onder zeer goed afgescherm-
de klimaatcondities . Hoewel de
compatibiliteit van verschillende
huid- en kernmaterialen telkens
weer moet worden nagegaan, is er
een groot pallet aan verschillende
huidmaterialen te verlijmen op
diverse kernmaterialen . De indus-
trie beweert nu alles op alles te
kunnen lijmen en zorgen dat de
sandwich niet delamineert. De
sterkere vraag naar stijve panelen
met dunwandige 'edele' buitenhui-
den en bepaalde bouwfysische
eigenschappen heeft de produktie
van sandwichpanelen onder druk-
persen, soms met warmte, gesti-
muleerd. Andersom verplicht de
investering in deze produktietech-
nieken de producenten en hun
afnemers (de architecten) moeten
blijven informeren over de
bestaande en nieuwe ontwikkelde
sandwichcomponenten .
Concluderend na dit verhaal over
de ontwikkelingen van sandwich-
panelen in de bouwen in de archi-
tektuur, zou ik willen stellen dat
sandwichpanelen een goede onder-
steuning zijn geworden voor de
abstracter wordende architectuur
van de jaren '90.
93/3/1-35
12. REFERENTIES
[1] Oosterhoff, Prof. Ir Jaap
Constructies
Delft University Press, Delft, 1980, ISBN 90 6275 043 5
[2] Ogg, Alan
Architecture in Steel, the Australian context
Royal Australian Institute of Architects, Red Hili, 1987,
ISBN 0 909724 76 8
[3] Niesten, Joop
Van glasvezelversterkt polyester tot polycarbonaat
De Architekt, dec. 1988
[ 4] Brookes, Alan J.
Cladding of Buildings
Construction Press, Harlow, 1983 ISBN 0 582305209
[5] Eekhout, Mick
Architecture in Spa ce Structures
Uitgeverij 010 Rotterdam 1989 ISBN 906450 080 0
93/3/1-36
VAN POLYESTER TOT ALUMINIUM
Prof.ir. Jan Brouwer,
Hoogleraar Bouwtechnologie en architekt;
Jan Brouwer Assoc1ates BV, Den Haag
93/3/2-0
VAN POLYESTER TOT ALUMINIUM
(De designers sandwich)
Prof. ir. Jan Brouwer,
Hoogleraar Bouwtechnologie en architekt
1. INLEIDING
Als men tegenwoordig spreekt over de kleding
van de trendy yuppie heeft hij op zijn minst een
designers jeans aan om het verschil met de gewo-
ne spijkerbroek aan te geven.
De ondertitel van deze lezing heeft weliswaar
weinig met het yuppiedom te maken, maar wel om
een trend aan te geven waar het met bijzondere
sandwich konstrukties naar toe zou kunnen gaan.
Maar misschien moet eerst de vraag worden be-
antwoord waarom er sandwich-elementen als
bouwkomponenten worden aangeboden. Een twee-
tal ontwikkelingen heeft daartoe aanleiding gege-
ven. Enerzijds is er de wens van het prefabri-
ceren en het industrieel bouwen anderzijds zijn
er meer en andere materialen en methoden op de
markt.
Voorwaarde voor het toepassen van sandwich-
elementen is het skelet.
Sinds het eind van de 1ge eeuw is het skelet een
bekend draagkonstruktie-systeem. Het systeem
is niet meer weg te denken uit de bouwpraktijk.
Staal en beton - al of niet geprefabriceerd - zijn
de belangrijkste materialen hiervoor. Over de
ontwikkeling van het industriële bouwen is al
veel gezegd. Een duidelijke definitie is er tot op
heden niet. Ik voeg er maar een aan toe: Je
noemt bouwen industrieel als de industrie zich er
mee bemoeit.
Het prefabriceren via een industrie wordt een
steeds meer geaksepteerde bouwmethode. Deze
methode brengt onverbiddelijk met zich mee dat
ontwerpers en producenten gaan zoeken naar
lichtere elementen.
93/3/2-1
De laatste decennia wijzigen zich de beschikbare
materialen en methoden nogal. Zo zijn er een
aantal dunne plaatmaterialen in de handel zoals
diverse metalen en kunststoffen.
De ontwikkeling van diverse kunststofschuimen
en andere lichte isolatiematerialen zoals steenwol
of glaswol hebben ook bijgedragen aan de ontwik-
keling van de sandwich. Tenslotte is de lijmtech-
niek nogal in opkomst. Deze techniek is van be-
lang voor de produktie van sandwich-elementen.
93/3/2-2
2. TYPERING VAN DE SANDWICH
In de eerste plaats is er de dunne sandwich die
als plaatmateriaal in de handel is. Hierbij wordt
getracht om dun materiaal te reduceren en te
vervangen door een intermediair. In enkele ge-
vallen is er ook sprake van gewichtsvermindering
als doel op zich, waarbij ook andere mechanische
eigenschappen worden verbeterd.
Voorbeelden:
Arall bestaande uit 2 dunne huiden waar-
tussen koolstofvezels of vergelijkba-
re vezels worden aangebracht.
Alucobond 2 dunne aluminium platen waartussen
een kunststof intermediair de beide
huiden verbindt.
Golfkarton golfkarton is voldoende bekend.
Hetzelfde principe bestaat ook in
diverse metaaluitvoeringen . Geen
echte sandwich.
Kunststof twee dunne glasvezelversterkte po-
met lyester lagen waartussen een hars
Coremat uitsparen de laag is aangebracht.
De bovengenoemde dunne sandwichplaten hebben
afmetingen die globaal liggen tussen 2 en 8 mmo
De bovengenoemde normale sandwich heeft af-
metingen die liggen tussen 40 en 200 mm. Onder
de normale sandwich-elementen versta ik elemen-
ten die 2 vlakke huiden hebben. Deze huiden
bestaan uit dunne metalen platen of kunststofpla-
ten . Eventueel een kombinatie van diverse meta-
len of metaal en kunststof.
De kern bestaat uit isolerende materialen zoals
kunststofschuim of steenwol. In enkele gevallen
komt ook een honingraat als intermediair voor.
Hierbij is het isolerend vermogen meestal onder-
geschikt aan de stijfheid van het element, hoewel
er ook een type op de markt is waarbij de honing-
raat is gevuld met isolerend materiaal.
93/3/2-3
Er zijn diverse oplossingen voor de ontmoetings-
details denkbaar. Elke fabrikant heeft zijn eigen
beeindigingsprofileringen vastgesteld in samen-
hang met de bevestigingskonstruktie aan de
draagkonstruktie. De naden worden veelal afge-
dekt met metalen- of rubberprofielen.
Het derde type noem ik de 'designers sandwich'.
Hierbij is de opbouw in principe hetzelfde als bij
de normale sandwich: twee dunne huiden met
daartussen isolerend materiaal. Het verschil is
echter dat de ontwerper invloed heeft op de vorm
en struktuur van de elementen.
Veelal betreft het hier gevelelementen die grote
raamopeningen hebben zodat een speciale kon-
struktie is vereist. Bij standaard elementen zijn
slechts in beperkte mate openingen mogelijk.
Zijn bij de standaard sandwich-elementen ook
veelal de maten gestandaardiseerd I bij deze kate-
gorie kan het ontwerp zelf zijn afmetingen bepa-
len.
93/3/2-4
3. TYPERING VAN DE RELATIES
De onderlinge aansluitingen zijn te onderscheiden
in een zestal principes. Dit geldt zowel voor de
horizontale als de vertikale. De horizontale en
vertikale details verschillen in de meeste gevallen
van elkaar. Dat heeft te maken met de montage en
de waterkeringen.
De diverse toeleveringsbedrijven hebben allen
hun eigen aansluitdetailleringen ontwikkeld. Dit
heeft in elk geval tot gevolg dat de komponenten
onderling niet uitwisselbaar zijn. De principes
kunnen dienen als leidraad voor de ontwerper
van sandwichsystemen voor de oplossing van zijn
standaard aansluitsituaties .
De relaties met de draagstruktuur zijn eveneens
relateerbaar aan de op de markt zijnde systemen.
Veelal zal er sprake zijn van verdiepingshoge
elementen die van vloer naar vloer overspannen.
Is er sprake van horizontale geometrie in de ge-
vel, dan zal veelal gebrui'k kunnen worden ge-
maakt van op de markt zijnde elementen. De aan-
sluitingen zijn van belang voor de bouwfysische
eigenschappen van de sandwichgevel. Water- en
windkering (kierdichting) spelen hierbij een rol,
terwijl ook warmteverlies door de aansluitingen
een probleem kan vormen.
Minstens even belangrijk is het esthetische ka-
rakter van de onderlinge naad tussen de pane-
len. De geometrie en de grafiek van de gevel
worden hierdoor grotendeels bepaald.
Ook is het bouwproces gebaat bij een goede maar
eenvoudige oplossing van de aansluiting. De
snelheid en akkuratesse van de montage staan
hiermee in direkt verband.
Als tenslotte ook sprake is van eenvoudige de-
montage is er de mutatie kapaciteit van de gevel
in relatie met de daarachter gelegen funkties
eveneens geoptimaliseerd.
Behalve de onderlinge relaties is er de relatie met
overige bouwonderdelen zoals ramen, deuren,
roosters, zonweringssystemen etc. Deze detaille-
ringen vallen uiteen in twee kategorieën. Aan de
ene kant zijn het de aansluitrelaties binnen het
93/3/2-5
~
52
\
:L
I
L
I
:Je
I
:t:
aansluitprincipes
paneel zelf. Aan de andere kant is een goede
aansluitmogelijkheid gewenst van de sandwichele-
menten met afwijkende bouwkomponenten.
De laatste kategorie laat het eenvoudigst oplossen
door een variant op de standaard oplossing te
ontwerpen. De oplossingen binnen het paneel zelf
hebben een grote variatie en zijn afhankelijk van
de funktie, het materiaal en de vorm van het on-
derdeel dat moet worden ingepast.
93/3/2-6
4. HISTORISCHE ONTWIKKELINGEN
Het voert te ver in het kader van dit symposium,
maar vooral in het kader van mijn causerie om een
volledig overzicht te geven van de historische
ontwikkeling van de sandwich. Op zich is dat
echter een studie waard.
Als illustratie geef ik toch graag een paar voor-
beelden die tot inspiratie kunnen leiden. Vooral
Jean Prouvé heeft met veel kreativiteit en tech-
nisch kunnen diverse "designers" sandwich-ele-
menten ontwikkeld. Hij werd daartoe mede in
staat gesteld doordat hij beschikte over een eigen
produktie-unit.
Daardoor werden de ontwerpen niet slechts op de
tekentafel beoordeeld maar vooral doordat proto-
types op de proef konden worden gesteld. De
illustraties geven een aantal voorbeelden.
Van meer recente datum zijn enkele plannen van
Sir Norman Foster als inspiratiebron van belang.
Zeer belangrijk en leerzaam is vooral zijn Sains-
bury Art Centre, waar de sandwich een over-
heersende rol speelt in het gebouw. Deze elemen-
ten zijn een wezenlijk onderdeel van de huidzone
die de wanden en het dak behelst. De verbinding
is hier genormaliseerd via neopreen kaders. Zie
de illustraties.
Ook wijs ik op een recente ontwikkeling van Alan
Brookes die het Aspekt II systeem heeft ontwik-
keld. Het is een systeem met een grote variëteit
aan mogelijkheden waarbij een standaard
aansluit detail weer het uitgangspunt is geweest.
93/3/2-7
Sandwich oplossingen
van Jean Prouvé
5. DE MOGELIJKHEDEN
Diverse mogelijkheden dienen zich aan voor toe-
passing van zelfdragende sandwich-elementen
zowel in de woningbouw als in de utiliteitsbouw-
sektor .
Van belang bij het ontwerp zijn daarbij de vol-
gende kriteria:
1. De prestatie spec1f1katie
Het gaat hierbij niet slechts om de bouwfysi-
sche prestatie maar eveneens om de estheti-
sche prestatie.
2. De geometrie
De "belijning" van de gevel is van belang.
Afhankelijk van de modulaire kavel in een
gebouw wordt de geometrie bepaald. Ook de
materiaalkeuze en de produktiemethode be-
palen mede de geometrie.
Ook is hier sprake van de 3e dimensie in de
geometrische verschijning van de elementen.
3. De dynamiek
Welke dynamische systemen zijn toe te pas-
sen in het element. Ik bedoel hier draaibare
ramen, roosters, zonweringssystemen etc.
4. De ekonomie
Hier is sprake van een materiaal ekonomie,
een montage ekonomie maar eveneens van een
beheersekonomie . De eksploitatie, het on-
derhoud en vervanging spelen hierbij een
rol.
Een tweetal elementen komt hier aan de orde. Het
sandwichsysteem toegepast in een kantoorgebouw
in Amsterdam Zuid Oost, waarbij de sandwich is
samengesteld uit een binnenhuid van staal en een
buitenhuid van polycarbonaat als intermediair is
hier polyurethaan schuim toegepast.
De illustraties geven meer informatie over deze
gevel.
Het andere element is een gevelvullend element
voor de woningbouw. Dit is ontworpen in samen-
werking met industrieel ontwerper Jaap Koning
en General Electric Plastics. De buitenhuid be-
93/3/2-8
,
-@-
l
detail van Norman Foster
staat hier weer uit glasgevuld lexan, terwijl de
binnenhuid uit verschillende materialen kan be-
staan. Gedacht is hierbij aan een vezelplaat.
Bij dit element zijn alle randdetails gestandaardi-
seerd, terwijl de gesloten delen van de gevel be-
staan uit modulaire opgebouwde elementen van 20
x 20 of 30 x 30 cm. Deze modulaire elementen
kunnen een eigen oppervlakte tekening en struk-
tuur hebben omdat ze uitwisselbaar zijn in de
moedermatrijs .
Dat betekent dat de ontwerper zijn eigen signa-
tuur aan het gebouw kan meegeven. De detaille-
ring zijn standaard en er kan geput worden uit
een katalogus van onderdelen.
Zie ook de tekeningen.
93/3/2-9
6. TOEKOMSTIGE ONTWIKKELINGEN
Zowel ontwerpers alsmede producenten en mon-
tagebedrijven zijn met de verdere ontwikkeling
van de sandwich gevels bezig.
Als ontwerpers zijn wij bezig met een kombinatie
van een sandwich en een voorhanggevel. Dit
laatste element zit een aantal centimeters voor de
achterliggende sandwich. De opbouw kan betrek-
kelijk goedkoop worden gehouden daar de esthe-
tische prestatie te verwaarlozen is. De voorhang-
gevel kan door de ontwerper worden bepaald in
geometrie I vorm I kleur textuur etc. Het voordeel
is tevens dat er een luchtspouw ontstaat die bij
opwarming van het buitenblad de opgewarmde
lucht in de spouw via het schoorsteen effekt
afvoert. Hierdoor wordt het negatieve effekt van
geringe akkumulatie grotendeels opgeheven.
De producenten zitten ook niet stil. Zo is de
Hoogovensgroep bezig om sandwichelementen te
ontwikkelen met een intermedium van honingraat
kraftpapier. Dit is al een oud principe waarbij de
vlakheid van de panelen gegarandeerd is.
Hoogovens heeft een methode gevonden om de
isolatiewaarde te vergroten door in de openingen
van de honingraat minerale wol aan te brengen.
Ook Rockwool heeft een aantal nieuwe ontwikke-
lingen. De produktie van het materiaal brengt
met zich mee dat de richting van vezels moet
worden gewijzigd bij toepassing in sandwich-
elementen.
Rockwool maakt hiervan lamellen die worden ver-
lijmd.
Vervolgens wordt de zo ontstane isolerende kern
geschuurd in een soort van dikte bank waardoor
een gegarandeerd gelijkmatige dikte ontstaat.
Deze methode verbetert de kwaliteit van de ele-
menten behoorlijk.
Maar ook de montagemethoden veranderen.
Ik wijs hierbij op de gewijzigde aansluitdetails bij
het Norm+systeem van de firma Van Dam. Er wa-
ren in het verleden problemen bij de montage van
de panelen in relatie met de verbindingsstrip .
Door de geringe plastiek in de gevel werd elke
93/3/2-10
afwijking van de vlakheid in de aansluiting zicht-
baar.
Door verbeterde produktie van de panelen en de
verbetering van de geometrie is dit probleem
grotendeels opgelost.
Tenslotte hoop ik dat de verzameling lezingen
van deze sandwichdag er toe zal bijdragen dat
het systematisch bouwen wordt bevorderd.
Prof. ir. Jan Brouwer
93/3/2-11
93j3j2-Bijlage 1
Bijlage 1
Sainsbury Arts Centre
Sir Narman Faster
93/3/2-BiOl ] age 2
Bijlag. 2
Sainsbury A
katalogus rts Centra
Sir Norm van onderdelen
en Foster
·bJ
--, I
J I
~ - - - - ' - - . . J 'I
I
93j3j2-Bijlage 3
Bijlage 3
principe-details
Aspekt 11
Alan Brookes
--
....


c
2!
o
"5 I
>. 1
c l
5l

IE
c

c
ij
---_ .

I
l
I
I
I
!t-
tT-
,
I

\
93/3/2-Bijlage 4
--
L b
I


l:'
8

1--: 1==

I


Bijlage 4
Sony Vianen
Jan Brouwer Associales
r'
) )
Î
'\. ......
fëi\\\
1 L-.J I L-J
[I
-



-
0
ro

0-
r<>
I-


ro
--
f-O '

r-I I
93/3j2-Bijlage 5


B
:c
.\1
N
c:
'--
8
8
Bijlage 5
gevelelement
Jan.plein Amhem
u
H

n
Jan Brouwer Assoeiate.
93/3/2-Bijlage 6
Q
,
0
I
A
~ I
!
i
I
0
0
! !
i
+
I
!
I , !
!
! i I
<l: rnu
I
o 1
Bijlage 7
Annaland Den Haag
Jan Brouwer Associates
93j3j2-Bijlage 7
/
(
\
/""\-
"-
""---_.
I
/
93/3/2-Bijlage 8
-
Bijlage B
detail
Jan Brouwer Associates
4----- --OOC·_- -----t ...

- "



93j3j2-Bijlage 9
Bipage 9
element Raadhuis
Hogezand Sappemeer
Jan Brouwer Associates
C> C>
M lD
MI NI
È
Go
-m
"ti
~ !5
.:i-
a
0 ëi
C>
C>
NI
93/3/2-Bijlage 10
+-'
.r::.
. ~
N
C
ro
ro
--'
aJ
>
aJ
en
Bijlage 10
$ortservice centrum
Poeldijk
Jan Brouwer Associates
legenda
tradialor.
2. horiz. golf beplaling
"3 ven!. I<cnoal.
I. isolalie
5 gipsplaal
6 iso!' glos
7. zonwerings lJ1i1.
8 koof
9 ·kolom.
10 ·beweegboor gbs
11
12 ver!. plafond.
330
60
200
doorsnede l10

5
l.
3
11
geveldoorsnede
Sportservice centrum
Poeldijk
Jan Brouwer Associates
93/3/2-Bijlage 11
o
Bijlaoe 12
Abimex Ridderkerk
93/3/2-Bij1age 12
QJ
~
QJ
a.
en
....
QJ
a.
basiselement konstruktie skelet
i I
overspaming 15x15 m
kolanstramien
event. vvo verdiepingsvloer
:c
I ~ I
~ ! . ~
I I
$ "'T"
vrije hoogte 6 _ 7 m
u-
I
-+-
I
toegevoegd element
tbv. srowrooms ed.
€v. voorzien v. dakterras
c
(IJ
~
(1J
.r:
u
111
.!;
.D
X
(IJ
'\ Î
\ /
\, /
'- /
" publieksziP(
5chrol
Bijlage 13
Abimex Ridderkerk
Jan Brouwer Associates
93/3/2-Bijlage 13
basiselement gevelopbouw
5m
gesloten alu. sandw.
paneel
3

raamstrrok tbv. {i (IJ
kantoorfunktie
.Q(IJ

Q)-
01<1.>

. :ö
pUI tbv. shoNroom 'x +-'
Q) ' -
;;:::::J
/
variant pui
I
I
vertikale gevel' module eo _ 90 cm
93/3/2-Bijlage 14
Bijlage 14
Abimex Ridderkerk
Jan Brouwer Associatel
Ontwerp
dat als 1 7 .. van het plafond open is.
ook de betonvtoer meewerkt aan het
warmte-accumulerend vermoeen',
Een derde generatie?
Maar met de ontwikkeling van de
eeneratie is Jan Brouwer nog
niet helemaal tevreden: 'Het noe
beter kunnen. De vertracinc (de tijd die
de warmte nodiC heeft om binnen te
drineen. red.) is minder. Wat dat betreft
is een Cevel uit samencestelde panelen
toch noe net iets beter dan een sand'
wichc:onstructie. Dus zijn we nu op zoek
naar een hot kunnen we in
een sandwkhpaneel toch een lucht·
spouw inbouwen? Een soort sand-
wk.hconstructie dus: twee SChermen·
Aanzicht
voor zon en isolatie' met een maximale
dikte van 15 cm en een maximaal Ce-
wkht van 50 kcperm1 • Mogelijk kunnen
we voor de sandwÎchconstructie staal,
"ezels of een buitenkwaliteit mdt-ptaat
cebruiken met een apane hukt We blit
vrn dus zoeken naar een Ideale bulten-
cevekonstructie!'

.
__________ j.
1-\t& .. .,,*"**,,,*-@
+--735 I 1100 48tftdlftlement1ns,-+
Doorsnede
G'ftlfragm,nl In dlt.l1.
VttlNI
--
-
lt.an
b.r.itnhu'
1K!a1ltlC"
$lulpIu
0. (stQntioal1}<I<m</Il .. • .... vast glas dllolijn_draoi<""tIftI· zjjn
1.800 mm br«d en HSO mm hoog. Noost d< ...-dkplngs/log<_ .. (in twft ",,,..) zijn,
.. II8 __ iI>omI .. _}ln"""
pon.
93j3j2-Bijlage 15
Bijlage 15
Tandom Amsterdam Oost
Jan Brouwer Assoeiates
93/3/2-Bijlage 16
;.:
f !-
ll\
f L j
: ~ \
, . :; \
-'--__ _ __ l ,_ ..
1------
93/3/2-Bijlage 17
?
f
"!
II
_Or
1
1
- -- ---- ~ - - -
.L: .- .. ---.
CD
<{
ë
~
~
Bijlage 17 i
Gevelelement Woningbouw
Brouwer en Koning
93/3/2-Bijlage 18
Bijlage lB
detail
Gevelelement Woningbou\
Brouwer en Koning
Ontwerp:
Dit toilet is ontwof'pen als .en pref.b unit opgebouwd uit poIyul*f
schaald.len (v.cuum in;'ktfHnethodel. Het openbare gedMh. ia
toeg.nkelijk d.m.v ... n schuifd.ur. wtik. opent na de muntinworp.
Na gebruik wordt het interieur gerltiniQd; z o w ~ cs. YkMr. de toi6etoot
lis de wasbak..
Een det.kti ... ..,.t.em aign.I"" of .r zich (meerderel personen in
hit toHet beYinden en ontgr.nden in gevll vin nood de deur.
NI het g.bruik sluit de d.ur zich automatisch.
Alle "'oonieningen zijn opgenomen in d. z.g. sanit.ir ..... nd ..... n
de lehterzijde vIn deze wind zijn I'" instillaties bereikbaar
.... ia een dienstingang ,1I'en ",oor het tKhnisch. personeel
toegankelijk-",oor onderhoud. repI,..tie.n be",oorradinr. tb_\! . toIlet -
plpi.r en .fvllbakken). Het toilet WOfdt op een fundering als kant-
.n- kllre unit geplaltst en aangesklt.n.
exploded view
Bijlage 19
Zelfreinigend toiletunit
Brouwer en Koning
LEGENDA ZELFREINIGEND TOILET
I. FundcrinC conform perron-abri', NS
2. Kolom. 90 (RAL 9005)
3. Sandwich wandpaneel (RAL 7035)
4. Budenuchaal G.V.P. sandwich
S. Aam:luitin, W&.E en afvoer
6. Sanitaire wand
7. Toilet (bovenzijde R.V.S.)
met sproeien, drogers en dedrische bcdienin&
8. Spoelbak ia ais (R.V.S. met _i>che kraan)
9. HOIJdendrocer (Iucbtverwanninc)
10. Uitblaas _lucht I.b.V. bezoekers
11. Spiecel (R. V .S.)
12. PL vc:<lichûaC ochter ocrylaal
13. ToilecrolhoudeT met roluansport
14. Afvalbak
15. Schuif.<Jeur (RAL 5015) met deu""",_
16. Ventilatiestrook
17. Gebruiksunwijzin, toilet
18. Toegan& technische ruimte
19. Muntautomut met frontplaat en indikalOC'
20. Strip in "'eut (NS 109)
21. Plint RVS
22. Plafond bannenschaal
23_ Mechanisme deur,elekling
24. Damnd conform NS perronmeubilair (RAL 7032)
93j3j2-Bijlage 19
SANDWICHPANELEN EN KWALITEITSZORG
Ir. H.S. Buitenkamp,
TNO-Bouw, Rijswijk
93/3/3-0
SANDWICHPANELEN EN KWALITEITSZORG
Ir. H.S. Buitenkamp,
TNO-Bouw, Rijswijk
1. INLEIDING
Sandwichpanelen zijn ogenschijnlijk eenvoudige plaatvormige elementen.
Toch geldt ook hier dat een goed functionerend kwaliteitstrajekt van groot
belang is voor het gedrag van deze panelen in de praktijk. Een en ander
zal worden geûlustreerd aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden
waarbij de (ontbrekende) relatie met de kwaliteitszorg zal worden aange-
geven. Duidelijk zal worden gemaakt dat het ontwerp, de produktie en de
montage van sandwichpanelen een goede samenspraak vereist tussen
architect, gevelbouwer en panelenfabrikant.
93/3/3-1
2. ENKELE TECHNISCHE ASPECTEN EN KWALITEITSZORG
Het gebruikelijke sandwichpaneel zoals dat bij de panelenfabrikant "de
deur uit gaat" bestaat uit een kern met daarop gelijmde dunne huidplaten.
Door zijn constructie is het een relatief sterk en stijf element met een
gering eigen gewicht. De functie van de lijmverbinding is hier van
wezenlijk belang. Voor de panelenfabrikant is beheersing van het lijmpro-
ces dan ook een van de belangrijke aandachtspunten binnen zijn bedrijf.
De technische prestaties van een sandwichpaneel in gemonteerde toestand
worden ten dele bepaald door het paneel zelf en ten dele door de aanslui-
ting van het paneel aan de omringende constructie.
Zo wordt de dichtheid van het gevelvlak geheel door de aansluiting
bepaald. Voor de warmte-isolatie en de geluidswering is steeds sprake van
een gecombineerde "bijdrage" van het paneel, zijn aansluiting en de
omringende constructie. De constructieve veiligheid wordt in hoofdzaak
bepaald door het paneel in combinatie met de bevestiging aan de achterlig-
gende constructie.
De panelen vervullen in gemonteerde toestand voorts een belangrijke
esthetische functie die voorwaarden oplegt aan de duurzaamheid van de
afwerking en de materialen die in de aansluiting zijn verwerkt.
Tenslotte kunnen aan de panelen eisen gesteld worden die betrekking
hebben op of voortkomen uit de produktie, het transport, de opslag en de
wijze van montage.
De keuze van een sandwichpaneel vloeit mede voort uit het feit dat de
gevel wordt gesloten in een beperkt aantal arbeidsgangen (het plaatsen
van het paneel en het verzorgen van de aansluiting). Soms komt het voor
dat de lijmverbinding in feite alleen functioneel is tijdens de montage.
Daarna doet het eigenlijk niet zoveel meer toe of de lijmverbinding intact
blijft. Dergelijke panelen hebben aan de buitenzijde een voldoende sterke
en stijve huidplaat (glas o. d.) en zijn rondom volledig in een sponning
gevat.
93/3/ 3-2
3. KWALITEITSZORG, HET ONTWERP EN DE PRODUKTIE VAN PANELEN
Van de panelenfabrikant mag worden verwacht dat hij op een goed be-
heerste wijze produceert en levert conform de specificaties die zijn
overeengekomen. Maar toch is er meer nodig om er voor te zorgen dat
sandwichpanelen in de praktijk goed functioneren. De praktijkervaringen
die later in dit verhaal aan de orde komen laten dit zien.
Helaas zijn praktijkervaringen, waar we wat van kunnen leren, steeds min
of meer slechte ervaringen. Dat hangt nu eenmaal samen met het feit dat
daar noodgedwongen aandacht en geld aan moet worden besteed om na te
gaan hoe de problemen zijn ontstaan en kunnen worden opgelost. Verder
is in zo'n geval vaak van belang dat informatie boven water komt op grond
waarvan kan worden vastgesteld "wie ... waar ... " verantwoordelijk voor
is.
Projekten die goed lopen krijgen deze aandacht niet. Overigens betreft
dat gelukkig verreweg het grootste deel van alle toepassingen.
Als sandwichpanelen in de praktijk niet blijken te functioneren dan komt
dat tot uiting in gebreken uiteenlopend van oneffenheden door blaasvor-
ming , verlies van sterkte en stijfheid, lekkage via niet functionerende
aansluitingen en soms het loslaten van (delen van) huidplaten van het
paneel.
Is er zoiets aan de hand dan richt de aandacht zich haast als vanzelfspre-
kend op de fabrikant van de panelen.
Hoewel daar strikt juridisch gezien wellicht alle reden voor kan zijn, zou
het toch goed zijn als andere betrokken partijen in het bouwproces zich er
rekenschap van zouden geven dat zij vaak, zij het indirect, een bijdrage
hebben geleverd aan de ontstane problemen. Wat te denken van een
gevelbouwer die zijn werk slecht organiseert al dan niet beïnvloed door de
tijdsdruk die de hoofdaannemer hem oplegt? Wat te denken van een
architect die details vraagt die niet "te maken" zijn of aankomt met "last
minute" wijzigingen? Dat zijn zaken die vragen om moeilijkheden bijvoor-
beeld bij de produktie van de panelen of bij de montage.
De verschillende partijen in het bouwproces die mogelijk op de een of
nadere wijze bij de ontwikkeling van sandwichpanelen zijn betrokken zijn
hieronder opgesomd. Bij de behandeling van enkele praktijkervaringen
wordt de rol van deze partijen eveneens aan de orde gesteld.
93/3/3-3
de architect (ontwerp, directie)
adviseurs (toelevering aan architect, directie)
de aannemer (organisator van het bouwproces en bouwer)
gevelbouwer (toelevering aan aannemer)
panelenfabrikant (toelevering aan gevelbouwer/aannemer)
overige toeleveranders (t. b . v .. gevelbouwer en panelenfabrikant)
In het schema afgebeeld in figuur 1 zijn, toegespitst op het sandwichpa-
neel , de verschillende betrokken partijen nogmaals weergegeven.
Als we het geheel overzien wordt duidelijk dat een sandwichpaneel meer is
dan een ogenschijnlijk eenvoudig plaatvormig element en dat de zorg voor
een optimaal functionerend produkt in de praktijk velen aangaat.
Zoals met zo veel zaken, en zeker in de bouw, is ook hier een goed functi-
onerende kwaliteitszorg van groot belang. Gezien de reeds jaren bestaan-
de grote aandacht voor dit onderwerp mag men verwachten dat bouwge-
breken afnemen. Procescertificering bij bouwbedrijven, gevelbouwers en
gelukkig nu ook bij panelenfabrikanten neemt hand over hand toe.
Interessant is hier de constatering dat de afnemer in toenemende mate
vraagt om produkten van proces-gecertificeerde ondernemingen i. p. v. om
gecertificeerde produkten.
Toch blijkt het effect van deze ontwikkeling nog maar mondjesmaat
merkbaar. Wellicht speelt hier een rol dat investeren in kwaliteitszorg per
projekt kosten met zich meebrengt waarvan de revenuen niet direct
zichtbaar zijn voor degene die de kosten maakt.
Het schema in figuur 1 geeft een goede indruk van de omgeving waarop
het kwaliteitssysteem van de panelenfabrikant moet zijn afgestemd.
Een essentieel onderdeel in dit schema is het vastleggen van de specifica-
ties van de panelen zoals ze door de panelenfabrikant moeten worden
gemaakt. Deze specificaties vloeien primair voort uit het gevelontwerp
maar worden daarnaast beïnvloed door inbreng van andere partners in het
bouwproces.
93/3/3-4
- ------ ----------------------------------------------
De belangrijkste inbreng komt veelal van de ontwerper en de gevelbou-
wer . De gevelbouwer zal ernaar streven om, binnen de specificaties die hij
doorkrijgt, ontwerp zoveel mogelijk in lijn te brengen met zijn eigen stijl
van werken en daarbij aan te sluiten aan technische oplossingen waarmee
hij vertrouwd is (bijvoorbeeld ten aanzien van details en montage-aspec-
ten) .
De fabrikant van de panelen die veelal toelevert aan de gevelbouwer zal
met name uit die hoek de specificaties ontvangen die hij nodig heeft.
Daarnaast zal het voorkomen die hij mede wordt betrokken in het overleg
tussen gevelbouwer en ontwerper. Evenals voor de gevelbouwer geldt ook
voor de panelenfabrikant dat hij zal streven naar levering van een pro-
dukt dat zoveel mogelijk strookt met datgene waar hij ervaring mee heeft.
In alle gevallen geldt dat het paneel "maakbaar" moet zijn en een ervaren
panelenfabrikant houdt daar terdege rekening mee.
Samenwerking tussen panelenfabrikant en gevelbouwer leidt in sommige
gevallen tot de succesvolle ontwikkeling van systemen en standaardoplos-
singen voor bevestiging en aansluitingen.
Vooropgesteld dat de specificaties van een paneel vaststaan heeft de
panelenfabrikant de taak op zich genomen om volgens deze specificaties te
produceren en te leveren. Het feitelijke produktieproces moet daarbij zeer
beheerst verlopen met grote nadruk op het lijmproces . In feite moeten alle
randvoorwaarden op de juiste wijze zijn ingevuld zodanig dat zekerheid
bestaat omtrent de kwaliteit van de lijmverbinding.
Probleem is hier dat na het lijmproces mogelijkheden voor controle op de
deugdelijkheid ervan niet of nauwelijks voorhanden zijn terwijl problemen
met panelen in de praktijk zich juist op dit punt voordoen.
Wel kunnen tijdens de produktie controles uitgevoerd worden, bijvoor-
beeld zoals wordt aanbevolen in de RS 1990 (Reken- en beproevingsme-
thoden ter bepaling van de sterkte en stijfheid van sandwichpanelen ) .
Per projekt zou op basis van de RS 1990 de kwaliteitscontrole kunnen
worden geregeld. Zo'n contract zou kunnen inhouden;
een procedure voor de eindcontrole Uitgevoerd door de afnemer,
een aantoonbaar functionerend kwaliteitsborgingssysteem van de
panelenfabrikant
93/3/3-5
Bij de produktie van de panelen staan zoals gezegd de zorg voor het
lijmproces en de kwaliteit van de gelijmde panelen centraal. Allereerst
betekent dat zorg voor de selectie van de juiste lijm en voor de materialen
waaruit de panelen zullen bestaan. Vervolgens zijn de omstandigheden
waaronder wordt gelijmd en de werking van de lijminstallatie van groot
belang. Uiteindelijk zal bij de produktie per batch het eindresultaat van
het lijmproces moeten worden gecontroleerd. Controles die achteraf
kunnen worden uitgevoerd spitsen zich toe op het uitvoeren van trek-
proeven op monsters genomen uit de produktie.
Trekproeven geven een goed inzicht in de kwaliteit van de lijmverbinding.
Criterium is hier dat proefstukken bezwijken in het kernmateriaal.
We stellen vast dat zoals elders in het bouwproces ook rond de specificatie
van panelen een goede communicatie tussen ontwerper I gevelbouwer en
panelenfabrikant en zijn toeleveranciers nodig is. Een goed functionerend
kwaliteitssysteem bij de panelenfabrikant en zo mogelijk ook bij de andere
betrokkenen is een goed instrument om dit proces te beheersen.
93/3/3-6
architect
gevelbouwer
panelenfabrikan'
panelenfabrikant
gevelbouwer
archi'ec'
gevelbouwer
panelen fabrikant
archileCI
gevelbouwer
panelenfabrikant
Ontwerp
Produktie
Montage
Gebruik
vormgeving
prestaties
details
bevestiging
materiaalkeuze
toeleveringen
opslag
lijmproces
controle
opslag
transport
opslag
transport
bevestigen
afwerken details
nazorg
onderhoud/reinigen
incidentele vervanging
Figuur 1 Levenscyclus van een sandwichpaneel
93/3/3-7
4. PRAKTIJKERVARINGEN
Case 1.
Gegevens:
gebouw
gevel
paneel
kantoor
eenvoudige rechthoekige vorm
gebouw hoogte 15-50 m
vliesgevel voor betonconstructie, glad uiterlijk met raam-
openingen ingepast in hetzelfde stramien als de panelen
sv-staalplaat (0.75 mm)
60 mm PS-schuim resp. minerale wol
gemoffelde alu-plaat (1. 5 mm)
afm. ca. 1,2x1,2 m2
montage verdekt in de sponning
aantal panelen ca. 320 met een kern van minerale wol
ca. 3500 met een kern van polystyreenschuim
Figuur 2 geeft enige informatie over de opbouw van het paneel en de
wijze van bevestigen
Wat gebeurde:
- Kort na oplevering raakten bij stormachtig weer enkele alu-platen
los van de panelen en belandden op straat. Gelukkig geen ongeluk-
ken. Het betrof twee minerale wOl-panelen en een PS-paneel.
Vraag van de opdrachtgever:
- Hoe is het gesteld met de andere 3817 panelen? Spoed was geboden
gezien mogelijk gevolgen indien het opnieuw gebeurt!
Iets over de voorgeschiedenis:
- Er is zeer uitvoerig overlegd over de keuze van de lijm voor de
bevestiging van de alu-plaat op het PS-schuim. Vóór het lijmen zijn
de alu-platen conform afspraak ontvet. Kortom het lijmproces "alu-
plaat en PS-schuim" was uitvoerig en goed voorbereid.
- In een zeer laat stadium werd opdracht gegeven om panelen met een
kern van minerale wol te produceren t. b. v. fire-stops. Voor een
goed voorbereide keuze van materialen en produktie was nauwelijks
tijd beschikbaar.
- De organisatie van de gevelbouw liet nogal wat te wensen over.
Geen strak leveringsschema voor de panelenfabrikant beschikbaar.
93/3/3-8
Aanpak van het advies:
Bijzonder aspect was hier dat nagegaan moest worden bij welke pane-
len sprake was van lijmverbinding met onvoldoende sterkte.
Ter vergelijking; panelen waar lokaal sprake is van géén lijmverbin-
ding zijn relatief eenvoudig op te sporen (akoestische detectie,
afkloppen, signaleren blaasvorming )
Aanpak; Proefbelasten van panelen m. b. v. zuigkist met gelijktijdig
meten van de vervormingen loodrecht op het paneelvlak. Respons van
goede panelen was vooraf bekend zodat op basis van deze referentie
defecte panelen en mogelijk defecte panelen konden worden onder-
scheiden.
Resultaat proefbelasting
minerale wol-panelen;
Figuur 3A geeft een beeld van de gemeten vervormingen op basis
waarvan een onderscheid is gemaakt tussen goede en defecte panelen.
totaal onderzocht 320 panelen (= alle panelen)
defect; 120 panelen
mogelijk defect; 50 panelen
Besloten werd deze 170 panelen te vervangen.
PS-panelen;
Figuur 3B geeft een beeld van de gemeten vervormingen op basis
waarvan een onderscheid is gemaakt tussen goede en defecte panelen .
totaal onderzocht 220 panelen (steekproef uit 3500 stuks)
defect; 1 paneel (lokaal slechte lijmverbinding)
mogelijk defect; 11 panelen. Na nieuw onderzoek werden deze "twijfel-
gevallen" alsnog goedgekeurd.
Op basis van deze steekproef werd gesteld dat naar schatting 16
panelen van het totaal van 3500 stuks van minder goede kwaliteit
waren. De plaats van deze panelen in de gevel was evenwel onbekend.
Proefbelasten van alle panelen zou zeer veel tijd en geld kosten.
Besloten werd om het defecte paneel te vervangen en de rest van de
gevel visueel te inspecteren. Bij deze inspectie werden geen andere
defecten aangetroffen.
93/3/3-9
Moraal van het verhaal
- In ieder geval loont een goede voorbereiding waarin keuzen worden
gemaakt over materialen en onderdelen van het fabricageproces. Bij
de panelen met een kern van minerale wol is deze voorbereiding
slecht geweest. Los van jUridische aspecten is hier sprake van
"force majeur" situatie waaraan meerdere partijen uit het bouwpro-
ces hebben meegewerkt.
- Een goed functionerende kwaliteitszorg bij de toeleverancier kan
worden bedreigd door falend kwaliteitsbeleid bij de afnemer.
- Het lijkt realistisch te veronderstellen dat ook bij een goed functio-
nerend kwaliteitssysteem een heel klein percentage van de panelen
(lokaal) minder goed is gelijmd (N . B. er mag van worden uitgegaan
dat de echte "missers" er in de produktie uitgehaald worden).
Oplossing van dit probleem kan zitten in; een fall-safe ontwerp,
perfecte kwaliteitszorg en wellicht in de toekomst een effectieve
NDO-techniek als nacontrole bij de panelenfabrikant.
- Als het "foutloopt" zoals hier, dan is de vraag "hoe staat het met de
rest van de panelen?" steeds aan de orde.
93/3/3-10
Figuur 2
, , , , ,
... , ... , ... , ... , ...
, ... , ... , ... , ...
,',"',"','
,"',',','"
,',"',','
,',',"','
, .........
, , , ,
,',',"','"
...... , ...
, , , ,
, .........
',',',',
',',',',
, , , ,
... , , ,
, , , ,
, , ... ,
, , , ,
,',',','
, , , ,
;:;:;:;:
, ,/ , ,
............
,/ ,/ ,/ ,
... , , ...
,/ ,/ , ,
, , , ,
,/ ,/ ,/ ,/
, .........
, ,/ ,/ ,/
... , ......
, ,/ , ,
... , ......
,/ , , ,
............
, , ,/ ,
, ,
"
Principe detail Case 1
Horizontale doorsnede over de bevestiging
(afdichtingsconstructie weggelaten !)
93/3/3-11
Á . Panelen met kern van minerale wol
aanLaI
."
G."
", I."
1.15 I."
I,U 1,15 "1,00
vtrpl .. uing in mln
.. ntal
B. Panelen met kern van polystyreenschuim
..
..
"
..
10
. " I'"
> ...
nrpl ..... ing in mm
Figuur 3
Resultaten inspectie sandwichpanelen Case 1
93/3/3-12
Case 2
Gegevens:
gebouw
gevel
paneel
kantoor annex grote bedrijfshal
eenvoudige rechthoekige vorm
gebouwhoogte 10-15 m
staalconstructie waarop de panelen werden bevestigd.
raamopeningen ingepast in het stramien van de panelen
Eternit-plaat (5 mm)
alu-folie
PUR-schuim (50 mm)
Eternit-plaat (5 mm)
meranti kader (50x50 mm) waarop Eternit-platen waren
gelijmd.
meranti kader was onbehandeld.
bevestiging verdekt in sponning van houten kader.
bij afmontage een extra lijst (omega-profiel) over de naad
met een dichtende en bevestigende functie (fall-safe
oplossing)
paneelafmeting ca. 1x1,5 m2
Figuur 4 geeft enige informatie over de opbouw van het paneel en de
wijze van bevestigen
NB. De montage van de panelen liep vertraging op door het niet
tijdig afleveren van de omega-profielen. Daardoor langere
opslagperiode op de bouwplaats en niet tijdig afmonteren van
reeds in de gevel geplaatste panelen . De panelen waren tijdens
de opslag op de bouwplaats niet voldoende afgedekt.
Wat gebeurde:
Door de opdrachtgever werd bij enkele op de bouwplaats opgesla-
gen panelen delaminatie geconstateerd. De panelen waren slecht
afgedekt en lagen in de regen. De huidplaat liet plaatselijk los van
het houten kader.
Vraag van de opdrachtgever:
Opdrachtgever accepteerde de panelen niet omdat niet geleverd was
wat was afgesproken. Voorts werd gevreesd voor waterindringing
in de panelen.
De panelenfabrikant wilde uitspraak over de oorzaak i. v. m. het
mogelijk kunnen aanspreken van zijn toeleverancier (levering van
houten kader of levering van lijm). De fabrikant realiseerde zich
overigens terdege dat bij een goede opslag en het direct afmonteren
van de panelen (aanbrengen van de omega-profielen) er geen
problemen tijdens de bouw zouden zijn opgetreden dan wel dat "deze
93/3/3-13
zaak niet aan het licht zou zijn gekomen". Immers, als delaminatie
zou zijn ontstaan zou dit na aanbrengen van de afdekprofielen niet
zichtbaar zijn geweest. Voorts was het dan de vraag in hoeverre
een mogelijke invloed op de prestaties van de gevel merkbaar zou
zijn geweest.
Resultaat van onderzoek:
- De houten kaders bleken onzorgvuldig gemaakt. Onzorgvuldige
maatvoering en afwerking van de verbinding van de hoeken leidde
ertoe dat de delen van het houten kader onderling wisselden.
- Door een houten kader worden de lengteveranderingen van de
huidplaten verhinderd. Omgekeerd zullen de huidplaten lengtever-
anderingen van het houten kader (door vochtwisselingen ) tegen-
gaan. Dat leidt tot relatief hoge schuifspanningen in de lijmverbin-
ding tussen huidplaat en houten kader. Bevestiging d. m. v. van
schroeven zou hier technisch gezien een betere (additionele)
oplossing zijn geweest.
- Nat worden van de houten rand gedurende de montageperiode lag
voor de hand. Een eenvoudige bescherming door lak of tape had
evenwel inwerking van vocht op het houten kader kunnen voorko-
men. Als in dat geval lokaal de betreffende lijmverbinding was
verbroken was er geen enkele technische reden geweest om de
panelen te vervangen.
- Hoewel de panelenfabrikant de panelen conform de opgegeven teke-
ningen had gemaakt zou enige inbreng van zijn kant over de rand-
afwerking veel hebben kunnen voorkomen.
Moraal van het verhaal:
- Het ontwerp voorzag niet in een beschermende afwerking van de pa-
neelrand. Voorts werd een mechanische bevestiging d.m.v. schoe-
ven niet expliciet voorgeschreven.
- De keuze van een houten rand is over het algemeen minder verstan-
dig omdat lengteverandering van de huidplaten wordt verhinderd.
- De panelenfabrikant heeft onzorgvuldig afgewerkte kaders ge-
bruikt. Weliswaar poogde hij door schuren oneffenheden weg te
werken echter zonder succes. Daardoor lokaal een minder goede
lijmverbinding.
- Lokaal bezwijken van de lijmverbinding zou voor het paneel in afge-
monteerde toestand geen directe gevolgen hebben indien een be-
schermende randafwerking zou zijn toegepast (fail-safe ontwerp).
- Vertraging in de toelevering leidde tot extra lange opslagperiode op
de bouwplaats.
- Samenvattend zou uitgaande van het basisontwerp met enige verbe-
teringen een aanvaardbaar paneel zijn verkregen met een overigens
wat hogere kostprijs. Initiatieven hiervoor zouden in de eerste
plaats moeten worden genomen door de opdrachtgever van de
panelenfabrikant dan wel via overleg tusen architect en panelenfa-
brikant.
93/3/3-14
Figuur 4
""'" """,
""'"
""",
""'" """,
""'"
""""
""'"
""",
""'"
""",
""'"
""",
""'"
""",
""""
""",
"" ... "
""",
... ", ... "
""",
""'"
""",
""'"
""",
""'"
,,,,,,,,
""""
""",
""'"
""",
""'"
',',',',',','
',',',',',','
',',',',',','
""",
"'"''
""",
"""
',',',',',','
""",
"""
""",
""" """,
""" """,
... "",
""",
"""
""",
"""
""",
", ... "
, , , ",' "

,','
""",
"""
""",
"""
""",
"""
""",
"""
""",
"""
" " ",
""" """,
"""
""",
"""
""",
"" "
""""
... " ... "
""",
"""
""""
,',',',',',',
""" """ ,
""" " " ",
,,',,'tl',,',,',,',
""" " , , " " , ,
""" " , , , , " ,
""" , " , " " " ,
""'"
" " " , " " " ,
""'" " " " , , , , ,
""'" " , " " " " , ,
""'"
" " " , " , " I
""'"
""""
""" , , , " " " ,
"""
, , " , , " I
"", .,
, " " " " " "
"",,.,
"""
""",
"""
"""
, , , , " " ,
"""
",,,,,,
""" " , , , " " I
.' .' .' .' .' .' .'
Principe detail Case 2
Horizontale doorsnede over de bevestiging
(afdichtingsconstructie weggelaten !)
93/3/3-15
Case 3
Gegevens:
gebouw
gevel
paneel
prestigieus kantoorgebouw
beton waarvoor een vliesgevel.
raamopeningen ingepast in het stramien van de panelen
6 mm gehard glas voorzien van een gekleurde coating aan
de binnenzijde
PUR-schuim (35 mm)
sv staalplaat (1,2 mm)
randafwerking d. m. v. een tape met opgedampte alu-laag
afmetingen variërend van lxI m2 tot lxI, 7 m2
Figuur 5 geeft enige informatie over de opbouw van het paneel en de
wijze van bevestigen
NB. De panelen zijn opgenomen in een stramien van doorlopende
stijlen en tussengelegen regels. Voor het glas en voor de pane-
len werd een goed ontworpen droog beglazingssyteem toege-
past. De feitelijke bevestiging vond plaats d.m. v. alu-knelpro-
tielen die doorgebout werden op de achterliggende constructie
(fall-safe ontwerp)
Wat gebeurde:
Door een incident op de bouwplaats brak bij enkele panelen de glas-
plaat. Door de opdrachtgever werd geconstateerd dat bij deze panelen
het glas over een groot deel van het oppervlak niet gehecht was aan
het PUR-schuim.
Vraag van de opdrachtgever:
Hoe is het gesteld met de kwaliteit van de lijmverbinding bij de overige
(grotendeels reeds gemonteerde) panelen? Zijn de panelen indien ze
zijn gedelamineerd nog wel geschikt voor de beoogde toepassing?
Resultaat van onderzoek:
- Enkele panelen werden gedemonteerd Beglazingssysteem werd
geinspecteerd en bleek goed te functioneren.
- Randafwerking van de panelen werd getest en bleek goed bestand
tegen vochtinwerking .
- Bij de gedemonteerd panelen bleek de hechting van het glas op het
PUR-schuim onder invloed van vocht sterk terug te lopen.
- Na breken van glas bleek de staalplaat met het erop gelijmde schuim
bol te staan gezien vanuit de zijde van het schuim.
93/3/3-16
- De meeste vochtbelasting trad op in de opslagfase en de montagefa-
se. Na volledige afmonteren van het systeem was de vochtinwerking
nihil. Tape langs paneel rand werkte uitstekend evenals het begla-
zingssyteem.
- Indien delaminatie tussen glas en schuim zou optreden dan zouden
geen probleem zijn ontstaan met:
- sterkte (ruit zelf dik genoeg)
- thermische isolatie (gevaar vochtinwerking nihil)
- aantasting kleur (bij onderzoek geen effect van vocht op coating' )
- vlakheid (geen effect)
- veiligheid bij breuk ( geen toename van risico door lokale delamina-
tie)
- veiligheid bij demontage (geen toename risico door lokale delaminatie
Moraal van het verhaal:
Er was hier sprake van een goed ontworpen paneel. De keuze van de
lijm was evenwel kennelijk niet geheel de juiste. Het fall-safe karakter
van het ontwerp was er evenwel de oorzaak van dat geen vervanging
van de gemonteerde en nog opgeslagen panelen nodig werd geoor-
deeld. Ook de opdrachtgever kon zich in dit standpunt vinden.
93/3/3-17
Figuur 5 Principe detail Case 3
Horizontale doorsnede over de bevestiging
(afdichtingsconstructie weggelaten !)
93/3/3-18
BELASTINGEN EN VERVORMINGEN
Dr.ir. W.M.G. Courage, ir. R.J. van Foeken
TNO-Bouw, Rijswijk
Afdeling Constructies
93/3/ 4-0
BELASTINGEN EN VERVORMINGEN
Dr. ir. W.M.G. Courage, ir. R.J. van Foeken
TNO-Bouw, Rijswijk
Afdeling Constructies
1. SAMENVATTING
De afschuifvervorming van het kernmateriaal heeft vanwege de geringe
glijdings-modulus een significante invloed op de inwendige krachtsverdeling
en de vervormingen van sandwichpanelen . Het constructieve gedrag van
sandwichpanelen opgebouwd uit een stijf kernmateriaal van kunststofschuim
met aan beide zijden een vlakke of geprofileerde dunne metalen huid wordt
behandeld voor panelen opgelegd op 2 of 3 steunpunten. Verder worden ook
algemene bepalingen voor de inwendige krachtsverdelingen gegeven. Het
fenomeen 'wrinkling' van de huiden wordt toegelicht. De belastingen in de
normtekst NEN 6702 en van belang voor sandwichpanelen worden globaal
besproken.
93/3/4-1
2. INLEIDING
In het navolgende wordt onder sandwichpanelen verstaan panelen
opgebouwd uit een stijf kernmateriaal van kunststofschuimen of minerale wol,
met aan beide zijden vlakke of geprofileerde dunne metalen huiden. Het
kernmateriaal (b. v. polystyreen of polyurethaan) heeft thermische isolatie
eigenschappen en relatief lage sterkte. De gepresenteerde toetsingscriteria
zijn in principe niet toepasbaar voor minerale wol, zodat sandwichpanelen met
een kern van minerale wol ontworpen dienen te worden op basis van experi-
men teel onderzoek.
Door middel van een berekening enlof experimenteel onderzoek, dient te
worden aangetoond dat wordt voldaan aan:
L Yf F 5 ~
Ym
voor de uiterste grenstoestand en voor de bruikbaarheidsgrenstoestand, met:
Y f de belastingfactor volgens tabel 2,
Y m de materiaalfactor volgens tabel I,
F de berekende waarde ten gevolge van een combinatie van belas-
tingen,
R de waarde van de relevante materiaalsterkte voor een grenstoe-
stand.
De berekening kan worden uitgevoerd volgens de elasticiteitsleer of de
plasticiteitsleer . De elasticiteitsleer dient altijd gebruikt te worden voor de
bruikbaarheidsgrenstoestanden en mag worden toegepast voor de uiterste
grenstoestand . De plasticiteitsleer is alleen toepasbaar voor de uiterste
grenstoestand en mag gebruikt worden wanneer het ontwerp bepaald wordt
door buigspanningen ter plaatse van een tussensteunpunt. De plasticiteits-
leer kan niet worden gebruikt wanneer de afschuifcapaciteit van de kern
kritisch is.
93/3/4-2
3. GRENSTOESTANDEN
3.1 Algemeen
De resulterende interne krachten ten gevolge van de opgelegde belas-
tingcombinaties volgens paragraaf 5, zoals buigende momenten, normaal-
krachten en dwarskrachten, dienen te worden bepaald volgens de elastici-
teitsleer, waarbij afschuifvervorming van de kern in rekening moet worden
gebracht (par. 6). Voor de eigenschappen van het kernmateriaal kan een
gemiddelde waarde of een vooraf vastgestelde nominale waarde worden
gehanteerd. Voor de controle van de 'wrinkling'spanning (zie par. 3.4.1)
dienen de karakteristieke waarden van het kern materiaal bij de werkelijke
temperatuur te worden gehanteerd. Verder dient rekening te worden gehou-
den met lange duur effecten, zoals kruip van kernmateriaal onder constante
belasting (eigen gewicht en sneeuw). Dit houdt in dat er twee toestanden
moeten worden beschouwd, namelijk:
- op tijdstip t=O, en
- op tijdstip t=100000 uur voor eigen gewicht en t=20000 uur voor
sneeuwbelasting .
Voor statisch onbepaald opgelegde sandwichpanelen mag de verdeling van
buigende momenten in de uiterste grenstoestand op basis van de plasticiteits-
leer zodanig worden gekozen dat de interne krachten in evenwicht zijn met de
meest ongunstige combinatie van belastingen. Indien de niet-lineaire moment-
krommingsrelatie van een paneeldoorsnede bekend is, kunnen de momenten
ter plaatse van de tussensteunpunten worden bepaald op basis van de
aanwezige kromming. Anders dienen de scharnieren zonder moment-capaciteit
te worden aangenomen.
Indien een ontwerp alleen wordt gebaseerd op beproevingsresultaten ,
dient het experimenteel onderzoek te bevatten:
- volledige range van overspanningen die in de praktijk voorkomen,
- alle relevante belastingen,
- in de bruikbaarheids- en uiterste grenstoestand dient rekening te
worden gehouden met lange duur effecten.
3.2 Bruikbaarheidsgrenstoestand
3.2.1 Algemeen
Bij de vaststelling van de bruikbaarheidsgrenstoestanden , zoals doorbui-
ging is in eerste instantie gekeken naar de RGSP '85 [13]. Een geprofileerde
plaat toegepast in daken of gevels vertoont veel gelijkenis met een sandwich-
paneel. De ECCS voorstellen laten een doorbuiging voor daken van 1/100 van
de overspanning toe. Bij het ontwerp volgens de plasticiteitsleer dient in de
bruikbaarheidsgrenstoestand ter plaatse van de tussensteunpunten de
vloeispanning of de 'wrinkling'spanning niet te worden overschreden.
93/3/4-3
3.2.2 Gevels
Aanbevolen wordt om voor gevels ten aanzien van vervormingen de
volgende richtwaarden aan te houden (volgens R GSP '85):
- industriehallen : kleiner dan I/ISO maal de overspanning,
- overige gebouwen: kleiner dan 1/200 maal de overspanning.
3.2.3 Daken
Als vervormingseis voor daken zou evenals in de RGSP '85 een vervor-
ming kleiner dan 1/250 maal de overspanning kunnen worden aangehouden.
3.3 Uiterste grenstoestand
In de uiterste grenstoestand dient gecontroleerd te worden op over-
schrijden van de vloeispanning , plooispanning in geprofileerde huiden,
'wrinkling'-spanning in vlakke of geprofileerde huiden, afschuifsterkte van
de kern, oplegdrukken, druksterkte van kernmateriaal, stabiliteit (o.a. bij
dragende wanden, zie ook [7]). Bij de berekening volgens de plasticiteitsleer
behoeft het vloeischarnier niet gecontroleerd te worden op buiging, mits
voldoende rotatiecapaciteit aanwezig is.
3.4 Toetsing grenstoestanden
3.4.1 'Wrinkling' van de huid
Bij een sandwichpaneel met vlakke of licht geprofileerde huiden onder-
worpen aan een buigend moment, zal de huid in de drukzone gaan plooien
(korte golflengte). Dit begint al bij relatief lage belastingniveau's en de
plooien zullen toenemen bij hogere belastingen. De plooien worden gesta-
biliseerd door het kernmateriaal. Dit fenomeen, in het engels 'wrinkling'
genoemd, leidt tot bezwijken als een enkele plooi instabiel wordt (meestal in
gebied met hoogste moment) en een vouw in de plaat vormt. Een typisch
voorbeeld is weergegeven in figuur 1.
Op basis van een minimum energie methode, en na enige manipulaties, is
het mogelijk om aan te tonen dat de druksterkte voor elastisch plooien van een
vlakke huid, bepaald kan worden volgens:
glijdingsmodulus van de kern,
elasticiteitsmodulus van de kern onder druk,
elasticiteitsmodulus van de huid,
numerieke constante en afhankelijk van de dwarscontractie van het
materiaal, :::: 0.81
93/3/4-4
------ ----------------------------------
Figuur 1. Voorbeeld van een bezwijkvorm van wr:inJc1ing en deformatie van
het kernmateriaal
11
I I
1 11 1
In het algemeen wordt een empirisch bepaalde factor k} aangehouden I
welke is bepaald op basis van beproevingsresultaten. Voor vlakke huiden kan
worden aangehouden:
De 'wrinkling'spanning is onafhankelijk van de dikte van de huid en is
alleen afhankelijk van de materiaaleigenschappen van de kern en huid.
De algemene beschrijving van de 'wrinkling'spanning voor een licht
geprofileerde huid is:
Een conservatieve benadering voor k
2
is 1.8.
Voor licht geprofileerde huiden met een profilering kleiner dan 5 maal
huid dikte t en indien
kan de 'wrinkling'sterkte worden bepaald volgens
93/ 3/ 4-5
Een andere methode om de 'wrinkling'sterkte te bepalen, is door middel
van beproeving, hetgeen vaak tot hogere waarden leidt. Onder trek doen zich
geen extra problemen voor en zal de vloeispanning van het materiaal maatge-
vend zijn.
3.4.2 Vloeien van gedrukte geprofileerde huid
De vloeispanning (Oe) van de huiden is een gegarandeerde maximum
waarde voor de staalkwaliteiten genoemd in RGSP '85. Deze kan echter ook
door middel van beproeving worden bepaald. Op basis van berekende krach-
ten (momenten en normaalkrachten) in de huiden (vlak of geprofileerd)
kunnen de spanningen worden bepaald en gecontroleerd.
Indien de geprofileerde huid onder druk een trapezium of vergelijkbare
vorm heeft, wordt de sterkte gereduceerd door plooien (in beide richtingen).
Momenteel zijn er nog geen rekenregels beschikbaar waarbij de steun van het
kernmateriaal in rekening wordt gebracht. Veel onderzoek is verricht naar de
druksterkte van geprofileerde 'losse' platen. De sterkte wordt bepaald op
basis van effectieve breedte (b
eff
) van de delen in de drukzone [14]. Momen-
teel wordt toegepast:
voor Àp 5 1.27:
beff = b
voor Àp > 1.27:
beff = 1.9b k -
--xp 0
met:
2 b
Fot
0.42
Ap
De factor ksigma komt uit de formule van plooisterkte in een lange plaat
belast met uniforme spanning:
93/3/4-6
3.4.3 Afschuifsterkte van een geprofileerde plaat
Tenzij wordt aangetoond dat de dwarskracht kan worden opgenomen door
de kern alleen, dient te worden aangetoond dat de totale dwarskracht door de
lijven van de geprofileerde huid wordt opgenomen. Momenteel is nog geen
berekeningsmethode beschikbaar waarbij de steun druk van het kernmateriaal
wordt meegenomen, zodat de toelaatbare dwarskracht dient te worden bepaald
volgens de RGSP '85 [14].
3.4.4 Afschuifsterkte van het kernmateriaal
De schuifspanning in de kern wordt in de berekening constant over de
hoogte verondersteld. De kritische punten van de kern zijn:
- in de kern op halve hoogte, omdat het kernmateriaal daar het laagste
soortelijke gewicht heeft, b. v. bij polyurethaan,
- ter plaatse van de overgang kernmateriaal en huid.
De spannings-rek relatie van een kunststofschuim heeft in het algemeen een
lineaire en een niet-lineaire tak. In het algemeen dienen sandwichpanelen zo
te worden gedimensioneerd dat de benodigde sterkte in de lineaire tak ligt.
3.4.5 Druksterkte van kernmateriaal en de weerstand tegen lokale
belastingen of oplegkrachten
Bij opleggingen wordt het paneel lokaal belast, hetgeen aanleiding kan
geven tot overschrijden van de druksterkte van het kernmateriaal. De
interactie tussen moment en oplegkracht bij een tussensteunpunt kan het
beste door middel van beproeving worden bepaald.
Voor een paneel met vlakke huiden kan worden aangenomen dat de opleg-
kracht in het midden van de kern gelijkmatig verdeeld is.
In [6,19] worden ontwerp formules gegeven voor panelen met vlakke of
licht geprofileerde huiden. Voor geprofileerde huiden kan de invloed van het
kernmateriaal worden verwaarloosd en kan de controle volgens RGSP '85
worden uitgevoerd.
93/3/4-7
4. MATERIALEN
4.1 Kruip
Kernmaterialen zoals kunststofschuim zullen onder constante permanente
belasting gaan kruipen. Dit kan in de berekening worden verdisconteerd met
een reductie van de glijdingsmodulus . In het algemeen dient de glijdingsmo-
dulus bepaald te worden voor een tijdsperiode van belasten 2000 uur voor
quasi-permanente belastingen I zoals sneeuw I en voor 100000 uur voor
permanente belastingen zoals eigen gewicht.
Indien geen beproevingsresultaten beschikbaar zijn kan de glijdings-
modulus G
et
bepaald worden volgens:
G t - Ge
e - l+<Pt
met <Pt de kruipcoefficiënt.
Voor polyurethaanschuim kan worden aangehouden:
<Pt = 2.4 voor t = 2000 uur I
<Pt = 7.0 voor t = 100000 uur.
Voor polystyreenschuim kan worden aangehouden:
<Pt = 1. 2 voor t = 2000 uur I
<Pt = 3.0 voor t = 100000 uur.
De tijdsduur voor quasi-permanente belastingen I zoals sneeuw, is voor
Nederland aan de hoge kant en zou iets gereduceerd kunnen worden.
4.2 Materiaalfactoren
De materiaalfactoren y m voor de uiterste grenstoestand en de bruik-
baarheidsgrenstoestand zijn gegeven in tabel 1.
ui terste bruikbaarheids
grenstoestand grenstoestand
a. vloeien van staal 1.1 1.0
b. oplegreactiecapaciteit
van geprofileerde huid 1.1 1.0
c. wrinkling van staal in
veld of oplegging met
1. 0 * interactie oplegkracht 1.25
d. wrinkling van staal bij
oplegging zonder
interactie oplegkracht 1.5 1. 2 *
e. afschuiving kern 1.25 1.0
f. druksterkte kern 1.25 1.0
I
I
I
* In Duitsland wordt geen onderscheid gemaakt tussen c en d en wordt een
materiaalfactor van 1.1 aangehouden
Tabel 1 Overzicht materiaaJfactoren volgens ECCS [6]
93/ 3/ 4-8
5. BELASTINGEN
5.1 Algemeen
Bij het ontwerp van sandwichpanelen dient eigen gewicht, windbelasting ,
temperatuurbelasting , sneeuwbelasting en veranderlijke belasting in rekening
te worden gebracht. Deze belastingen zijn vastgelegd in de normtekst NEN
6702 'Belastingen en vervormingen TGB 1990'. Bij de beschouwing van een
grenstoestand moet een combinatie van belastingen worden beschouwd. De
belasting wordt bepaald door de representatieve waarde van de belasting te
vermenigvuldigen met een belastingfactor (y f) en een factor '" voor de
momentane belasting. De belastingfactor is afhankelijk van de gebruikstoe-
passing van het gebouwen de te beschouwen grenstoestand . De belasting-
normen bieden geen mogelijkheid om de temperatuurbelasting te reduceren in
het geval dat de temperatuurbelasting wordt gecombineerd met de windbelas-
ting . Het tegelijk optreden van extreme windbelasting en extreme tempera-
tuurbelasting zal in de praktijk niet voorkomen, omdat de wind het oppervlak
zal afkoelen.
Bij de combinaties in de grenstoestanden dient steeds het eigen gewicht
en een extreme belasting ('" = 1.; Qe) met de momentane waarden van de
overige belastingen ('" s 1.; Qj) te worden gecombineerd, ofwel:
Voor de uiterste grenstoestand:
- fundamentele combinatie
YçG + YeQe + L Ye"'jQj
j > 1
- in het algemeen kan gesteld worden dat voor sandwich panelen geen
bijzondere belastingen behoeven te worden beschouwd.
Voor de bruikbaarheidsgrenstoestand :
- incidentele combinaties
YgG + YeQe + L Ye"'jQj
i>l
- momentane combinaties
YgG + L Ye"'jQj
i> 1
(Opm.: deze zal niet maatgevend zijn gezien de waarden van de momen-
tane belastingen)
93/3/4-9
5.2 Belastingfactoren
De belastingfactoren Y f en de momentane waarden voor de factor Ijl
kunnen worden afgelezen uit tabel 2. Sandwichpanelen dienen te worden
gedimensioneerd op de meest ongunstigste combinatie van eigen gewicht,
veranderlijke belasting, sneeuw-, wind-, en temperatuursbelasting , rekening
houdend met het effect van kruip voor eigen gewicht en sneeuwbelasting . In
het geval van wandpanelen kan in de meeste gevallen worden volstaan met
wind- en temperatuurbelasting , waarbij ook kruip verwaarloosd kan worden.
eigen wind sneeuw verand . tempera-
gewicht belasting tuur
belasting-
Yf Yf Yf Yf Yf
factor
uiterste
grenstoestand
.-factor zomer:
1.0 0.0 0. 0 0.0 AT = 0
winter:
AT = 13
belasting- 1.0 1.0 1.0 1.0 1.0
factor
bruikbaarheids
grenstoestand
t-factor zomer:
1.0 0.0 0. 0 0.0 AT = 0
winter :
AT = 13
Y f =
1.2 voor klasse 1
met:
Yf =
1. 3 voor klasse 2
Yf =
1.5 voor klasse 3
Tabel 2 Overzicht belastingfactoren Y f en factor l/I
5.3 Temperatuurbelasting
Een typische eigenschap van sandwichpanelen is de zeer goed isolatie
mogelijkheid als gevolg van de gebruikte kernmaterialen (zoals kunststof-
schuim en minerale wol) . De verhitting van de buitenhuid door directe
zonbestraling kan niet worden opgenomen in het paneel en leidt tot hoge
oppervlakte temperaturen. In de winter doet zich het zelfde voor wanneer de
buitenhuid blootgesteld wordt aan de koude buitenlucht. Deze tempera-
tuurverschillen leiden tot vervormingen en spanningen die in het ontwerp
niet verwaarloosd kunnen worden. Temperatuurgradiënten als gevolg van
klimatologische veranderingen aan de buitenzijde van het gebouw mogen
worden beschouwd als korte duur effecten. De temperatuurgradiënt over het
paneel ontstaat door een temperatuurverschil tussen buiten- en binnenzijde
93/3/4-10
van het paneel, resp. T l en T
2
. Het oppervlak aan de buitenzijde heeft een
extreme zomertemperatuur Tl' die afhankelijk is van de kleur, materiaal,
oriëntatie ten opzichte van de zon en de reflectie van het oppervlak. De
temperatuur aan de buitenzijde van het paneel zal 's nachts dalen en overdag
stijgen. De vervormingen en spanningen in het paneel wisselen met de
variaties in temperatuur, die variëren per dag en met de seizoenen.
Voorgesteld wordt om sandwichpanelen te berekenen op de temperaturen
volgens tabel 3. In [7] is een voorstel voor zo' n reductie opgenomen, namelijk
een momentane waarde van een temperatuurverschil van 0 oe in de zomer en -
l3 oe in de winter. Bij specifieke toepassingen van sandwichpanelen, zoals in
koelhuizen of vriescellen, dienen andere temperaturen te worden aangehou-
den. De binnentemperatuur zal dan in de orde van -20 tot -40 oe liggen.
Bij een opgelegd temperatuurverschil zal het sandwichpaneel willen
vervormen in de richting van de huid met de hoogste temperatuur. Veronder-
stel dat de temperatuur van de buitenhuid ten opzichte van die van de
binnenhuid met f1T stijgt. De buitenhuid zal met f1T-a-L verlengen (a is de
thermische uitzettingscoefficiënt van het buitenhuidmateriaal en L is de
paneellengte). De buitenhuid kan vrij vervormen als de glijdingsmodulus van
het kernmateriaal zeer klein is, zie figuur 2. b. Bij een grote glijdingsmodulus
van het kernmateriaal gaat de uitzetting van de buitenhuid gepaard met een
kromming van het paneel, zie figuur 2.c. Deze kromming is overal gelijk en de
uitbuiging van het paneel verloopt vrijwel cirkelvormig. In de praktijk
hebben we te maken met een kleine glijdingsmodulus van het kernmateriaal en
zal het paneel vervormen volgens een combinatie van beide voorgaande
gevallen .
momentaan extreem
l OC) lOC)
buiten zomer 17 +50 + 60 +75
(afb. kleur)
winter 4 -25
binnen zomer 17 +25
winter 17 +20
Tabe13 Overzicht temperaturen benodigd voor ontwerp
Bij een statisch bepaald paneel met buigstijve huiden, zoals geprofileerde
platen, zullen interne krachten ontstaan ten gevolge van de opgelegde
vervorming. In de geprofileerde huiden zullen momenten ontstaan die gelijk
maar tegengesteld zijn aan het moment ten gevolge van de normaalkrachten in
de huiden. Bij de uiteinden zal een dwarskracht ontstaan. Bij een statisch
onbepaald paneel over meerdere steunpunten wordt de vervorming door de
temperatuur tegengegaan door de tussensteunpunten , die leiden tot buigende
momenten en dwarskrachten in het paneel.
93/3/4-11
a]
[lllt/U/I/IIIU//711l/l .. , ....... ..
1,,_========:1. th i", n.1 'ou
.3)
") • f.,.oft4.cll.",lh • I
J--+-

Figuur 2. Vervo.rming van een sandwichpaneel ten gevolge van temperatuur-
verschil [9]
De spanningen ten gevolge van de verhinderde thermische vervorming
moeten niet worden onderschat. Experimenteel onderzoek heeft aangetoond
dat bij panelen over meerdere steunpunten de spanningen ten gevolge van
een temperatuurverschil tenminste van dezelfde orde kunnen zijn als de
spanningen veroorzaakt door sneeuw- of windbelasting .
5.4 Windbelasting
In NEN 6702 is de in rekening te brengen windbelasting vastgelegd. De
windbelasting wordt bepaald volgens:
Pe = ei <PI Pw
met:
C-
1
<PI
Pw
een windvormfactor afhankelijk van de vorm van de constructie,
een vergrotingsfactor voor de dynamische invloed van de wind;
voor sandwichpanelen kan deze op 1 worden gesteld,
de extreme stuwdruk.
93/3/4-12
h
I
Cloc.
.J
-25
c
·2
-1.2.
·1


0 I 5
IQ '
AI
1")1)
,Iakk. dak." Ih.lling,ho.k" 10')
1<!l-<2
I : 2
l1neatr interpoleren
9
lottls
.2 -----
b
.1. 2 I-- _:=:=-
.1 -
_ -0.9
·1 5 10
-J
c
·1 -r"---

.1 1""'-
o.
IQ
"llm
'
,
Figuur 3. Overzicht voor windvormfactoren voor een gebouw met vlak dak
[12]
De stuwdruk, werkend in de windrichting is afhankelijk van de effectieve
gebouwhoogte boven maaiveld, de situering in Nederland en de omliggende
terrein ruwheid . In figuur 3 is een voorbeeld gegeven van de windvormfacto-
ren voor vlakke daken en gevels.
93/3/4-13
5.5 Sneeuwbelasting
De sneeuwbelasting op een dakoppervlak (verticale projectie op grond-
vlak) dient te worden berekend volgens NEN 6702
Pe = Ci Psn
met:
C
i
P
sn
vormfactor afhankelijk van de vorm van het gebouw,
de sneeuwbelasting op de grond: 0.7 kNjm
2
.
5.6 Overige belastingen
Volgens NEN 6702 dient bij het ontwerp van een constructie of onderdelen
van die constructie rekening te worden gehouden met bijzondere belastingen,
zoals brand, gasexplosies, botsingen en stootbelastingen . In hoeverre bij het
ontwerp van sandwichpanelen hierop moet worden gedimensioneerd zal van de
functie van het gebouw afhangen. Een voordeel van is dat ze
gemakkelijk kunnen worden vervangen bij beschadiging. Op daken dient
verder rekening te worden gehouden met een verdeelde belasting Pe werkend
op een variabele grootte van het te beschouwen oppervlak tot een maximum
van 10 m
2
. Voor de grootte van het te beschouwen oppervlak en de plaats van
het belaste oppervlak dient de ongunstigste situatie genomen te worden. Deze
belasting moet als vrije belasting worden beschouwd. Afhankelijk van de
dakhelling a bedraagt de verdeelde belasting:
voor 0 < a :5 15 : Pe = 1 kN/m
2
,
voor 15 < a:5 20 : Pe = (4-0.2a) kN/m
2
,
voor a 20 : Pe = 0 kN/m
2
.
Verder dient gerekend te worden op:
- een geconcentreerde belasting Fe = 1.5 kN werkend op een oppervlak van
0.1 bij 0.1 m
2
van het afgewerkte oppervlak,
- een lijnlast qe = 2 kN/m over een lengte van 1 m en een breedte van 0.1
m; de lijnlast dient beschouwd te worden als een vrije belasting werkend
op het afgewerkte dakoppervlak .
93/3/4-14
6. REKENMETHODIEKEN
6.1 Theorie van sandwichgedrag
Het specifieke sandwich gedrag kan goed gei1lustreerd worden door drie
situaties te beschouwen, zie ook figuur 4:
a: alleen huiden b: huiden en kern ongekoppeld
. . '.
~ - " - - . - - -
c: huiden en kern één geheel
Figuur 4. Verhoging van de draagkracht door toepassing van sandwichtech-
mek
a alleen de twee huiden liggend op twee steunpunten,
b de huiden met de kern liggend op twee steunpunten waarbij de huiden
niet verbonden zijn met de kern,
c de huiden met de kern verbonden tot één geheel en liggend op twee
steunpunten.
In het laatste geval zal het mogelijk zijn om enige draagkracht en stijfheid te
bereiken.
93/3/4-15
In een sandwichpaneel kunnen drie onafhankelijke belastingafdracht-
systemen worden onderscheiden, te weten:
- buiging van de boven gelegen geprofileerde huid,
- buiging van de onder gelegen geprofileerde huid,
- sandwichgedrag door normaalkrachten in de huiden met schuifspanningen
in de kern.
Bij een sandwichpaneel bestaande uit een kern met aan beide zijden een
metalen huid is de buigstijfheid van de kern afzonderlijk gering ten opzichte
van de buigstijfheid van de beide samenwerkende huiden. de afschuifstijfheid
van de kern kan daarentegen overheersen, zodat de afschuifvervorming van
het kernmateriaal wegens de geringe glijdingsmodulus niet verwaarloosd kan
worden. In sommige gevallen kan het afschuifvervormingsaandeel groter zijn
dan het vervormingsdeel ten gevolge van buiging.
6.2 Inwendige krachtsverdeling
6.2.1 Sandwichpanelen met vlakke huiden
Bij een sandwichpaneel met vlakke huiden en met een moment- en dwars-
krachtbelasting worden de momenten voornamelijk door de normaalkrachten in
de huiden opgenomen en de kern draagt de dwarskracht af. Onder een
belasting bestaande uit moment M en een dwarskracht Q vervormt een sand-
wichpaneel zoals weergegeven in figuur S.c. In de figuren S.a en S.b worden
de vervormingen ten gevolge van buiging respectievelijk afschuiving weerge-
geven.
til
+
~ .
=
. .
I--d.-1
Figuur 5. Vervonning van een sandwichpanee1 ten gevolge van buiging [10J
93/3/4-16
De afschuifstijfheid van de huiden is verwaarloosbaar I zodat het kernma-
teriaal de dwarskracht moet opnemen . De schuifspanning is praktisch con-
stant over de hoogte van het kernmateriaal. In figuur 6 zijn de uitgangspun-
ten grafisch weergegeven.
Bij statisch bepaald opgelegde sandwichpanelen kan de krachtsverdeling
en de vervorming eenvoudig worden bepaald. Voor statisch onbepaald
opgelegde sandwichpanelen dient bij de bepaling van de krachtsverdeling
rekening te worden gehouden met de invloed van de afschuifvervorming .
d,
a
E «
Ef a
--"-
Id,
c
M
- N
e
1
+ e
2
)
~
5
d •
I
- A
e 2
+ Af
e 2
/
.- . -
r-
5 f
1
1 2
2
Q
Id,
T ---Ä--
5
c
Figuur 6. Spanningsverde1ing onder belasting ten gevolge van buiging [l}
Voor een paneel met een gelijkmatig verdeelde belasting of een tempe-
ratuurverschil (T
2
- Tl) 1 opgelegd op twee steunpunten met een overspan-
ning L kan het maximale moment en de vervorming bepaald worden door I
[18]:
- gelijkmatig verdeelde belasting:
1
Ms = _ q L
2
8
1
() =_qL
'<mu 2
5 q L 4
W
max
= ~ ~ : : - : : - . (1 +k)
384 Et Is
93/3/ 4-17
met:
k =
9.6 Er Is
L
2
A G
c c
- temperatuurverschil (T
2
- Tl):
Ms = M
r
= 0
W
max
Voor een paneel met een gelijkmatig verdeelde belasting of een tempe-
ratuurverschil (T
2
- Tl)' opgelegd op 3 steunpunten met gelijke overspan-
ning L kan het maximale moment en de vervorming bepaald worden door:
- gelijkmatig verdeelde belasting:
M = _ q L
2
mid 8 ~
W
max
q L 4 • (0.26 + 2.6 k + 2 k 2)
48 Er Is (l + k)
met
3.0 Er Is
k = --:-__
L
2
A G
c c
- temperatuurverschil (T
2
- Tl):
M = _ 1.5. Er Is e
mid 1 + k
W
max
met
k
Cl + 4 k)
Cl + k)
93/ 3/ 4-18
6.2. 2 Sandwichpanelen met geprofileerde huiden
De buigende momenten in de gehele doorsnede, welke kunnen worden
bepaald op basis van evenwicht, worden verdeeld in een sandwichcomponent
Ms opgenomen door de normaalkrachten in de huiden en een component M
f
opgenomen door de buigstijfheid van de huiden afzonderlijk. Hierbij kunnen
beide huiden geprofileerd zijn of een van beide. De verdeling van het moment
in een doorsnede over de afzonderlijke componenten hangt af van:
- verhouding stijfheden van EfIs ' Efl f en GcAc'
- kwadraat van de overspanning,
- type belasting.
In het algemeen zullen de verhoudingen van de verdeelde momenten
variëren over de lengte. Eenvoudige relaties kunnen worden afgeleid onder
de aanname dat deze verdeling constant is langs het paneel, zie figuur 7.
Bij statisch bepaald opgelegde sandwichpanelen kan de krachtverdeling
nog eenvoudig worden bepaald voor de meest voorkomende belastingen, zoals
gelijkmatig verdeelde belasting of temperatuurverschil. In [1,5] zijn voor vrij
opgelegde sandwichpanelen met geprofileerde huiden bij gelijkmatig verdeelde
belasting en hoT, een aantal formules voor de bepaling van vervormingen en
krachten gegeven.
0111110111111111
, M,-No
1
ti
b
' ;:0... -...."...- . 6'
/. M

-- /
................ .I
A
,
'x-'-
/ "
'-
o
---M, . a,
- · - · -M • . a,
Figuur 7. Interne momentenverdeling en krachtverdeling voor een sandwich-
paneel met geprofileerde huiden, vrij opgelegd onder een puntlast
93/ 3/ 4-19
In paragraaf 6.4 wordt ingegaan op een numerieke methode om de kracht-
verdeling en vervormingen van panelen onder willekeurige belasting en
oplegcondities te bepalen. Deze methode maakt gebruik van een eindige
elementen pakket.
Voor een paneel met een gelijkmatig verdeelde belasting of een tempe-
ratuurverschil (T
2
-Tl)' opgelegd op 2 steunpunten met een overspanning L
kan het maximale moment en de vervorming bepaald worden door:
- gelijkmatig verdeelde belasting:
L
2
M = (l_A)._q _
s I-' 8
W
mid
met:
~
Ir
I
Ir
+_s_
l+k
en k
9.6 Er Is
L
2
G A
c c
- temperatuurverschil (T
2
- Tt):
Ms = M
r
= Er (In +If2) e ( l - ~ )
W
mid
met:
~
Ir
1
en k
Ir
+ _s_
I +k
93/3/4-20
Bij statisch onbepaalde constructies (b . v. 3 steunpunten) kan in het
algemeen gesteld worden dat:
- de flexibiliteit van de panelen (in verband met de lage afschuifstijfheid)
over meerdere steunpunten onder belasting leidt tot een lager steun-
puntsmoment in vergelijking tot afschuifstijve panelen; voor Ic/ I s> 1 is
de moment reductie in vergelijking met stijve panelen kleiner dan 0.2
(voor I/ Is> 0.5 is de moment reductie < 0.05),
- bij de bepaling van het steunpuntsmoment van multi-span panelen ten
gevolge van een temperatuurverschil heeft de stijfheid van de huiden
slechts een beperkte invloed; het steunpuntsmoment wordt voornamelijk
opgenomen door de sandwichcomponent (Ms)'
- de dwarskracht bij de tussensteunpunten wordt voornamelijk opgenomen
door de huiden; de grootste dwarskracht in de kern treedt op bij de
buitenste opleggingen en op een beperkte afstand van de tussensteun-
punten.
6.3 Tijdsafhankelijke interne krachtsverdeling
De vervormingen van sandwichpanelen onder langdurige belasting, zoals
eigen gewicht en sneeuw, nemen toe in de tijd. Deze vervormingstoename
wordt veroorzaakt door het kruip gedrag van het kernmateriaal onder con-
stante spanning. Onder constante afschuifspanning , neemt de afschuifrek in
tijdsperiode t toe van Yo tot Yt' met:
Yt = Yo ( 1 .. <i> t )
met:
4>t de kruip parameter
Y
o
de initiële waarde van de kruiprek welke gemeten is op 6 minuten
na belasten
De veronderstelling van een lineaire relatie tussen de tijdsafhankelijke
vervorming en het schuifspanningsniveau is acceptabel voor spanningen in de
huidige kern materialen onder gebruiksbelastingen . De waarde van 4>t hangt
af van het type kernmateriaal , tijdsduur van belasting, temperatuur en
vochtigheid, zie ook paragraaf 4.1. De tijdsafhankelijke vervorming is onder
andere afhankelijk van de glijdingsmodulus , maar ook van de overspanning,
daar deze in de factoren k en B (paragraaf 6.2.2) een rol speelt. bij statisch
onbepaalde constructies verandert het uitwendig krachtensysteem in de tijd
en is het nodig de krachtsverdeling op verschillende tijdstippen te bepalen,
door gebruik te maken van een aangepaste glijdingsmodulus voor het kernma-
teriaal. Bij toepassing in daken verdient het aanbeveling om minimaal een
geprofileerde huid in het sandwichpaneel te hebben in verband met het
kruipgedrag van het kernmateriaal . De geprofileerde huid zal steeds meer
interne belasting naar zich toetrekken onder constante uitwendige belasting.
93/ 3/4-21
6.4 Moderne reken technieken
De in het voorgaande gepresenteerde formules voor de bepaling van de
krachtsverdeling en de vervormingen zijn alleen toepasbaar voor bepaalde
belastingen en randcondities . Voor sandwichpanelen met willekeurige belas-
tingen en randcondities kan de krachtsverdeling worden bepaald met behulp
van numerieke methoden, zoals de eindige elementen methode. In een sand-
wichpaneel kunne drie onafhankelijke belastingafdrachtsystemen worden
onderscheiden:
- buiging van de boven gelegen geprofileerde huid,
- buiging van de onder gelegen geprofileerde huid,
- sandwichgedrag door normaalkrachten in de huiden met schuifspanningen
in de kern.
De meest directe manier om een sandwichpaneel te modelleren voor een eindige
elementen methode berekening is om de onder- en bovenhuid te schematiseren
met balkelementen (met de relevante A en I) met drie vrijheidsgraden per
knoop en deze te verbinden met een geschikt schijfelement (vlakke span-
ningstoestand) om de kern te beschrijven. In [7] is een voorbeeld van een
berekening van een sandwichpaneel opgenomen. Deze berekening is uitge-
voerd met het eindige elementen pakket DIANA van TNO-Bouw.
Symbolen
A oppervlak van doorsnede
E elasticiteitsmod ulus
G glijdingsmodulus
I traagheidsmoment
L overspanning
M moment
p
kracht
Q dwarskracht
T temperatuur
e excentriciteit
q uniforme belasting
t tijd
w zakking
q:, kruip factor
cr spanning
Indices
c kern
cr kritische kracht
e eulerse knikkracht
f huiden
mid middensteunpunt
s sandwichwerking
1 onderhuid
2 bovenhuid
93/3/4-22
Literatuur
[1] Ahlenius, E. Sandwichkonstruktioner. SBI: Stalbyggnadsinstitutet.
Publikation 111, 1988.
[2] Allen, H.G. 'Analysis and Design of Structural Sandwich Panels'.
pergamon Press 1969.
[3] Davies, J.M. 'Design Criteria for Structural Sandwich Panels'. The
Structural Engineer vol. 65A, no. 12, 1987.
[4] Davies , J. M., Texier, F. 'Thermal Stresses in structural Sandwich
Panels'. Preprint of paper, 1989.
[5] Davies, J.M. 'The Analysis of Sandwich Panels with Profiled Faces'.
Eight Int. Speciality Cont. on Cold Formed Steel Structures. St Louis
USA, november 11-12, 1986.
[6] ECCS, European Convention for Constructural Steelwork 'European
Recommendations for Sandwich Panels; Part I Design and Testing of
Sandwich Panels. Draft version ECCS committee TC 7, TWG 7.4, 1988.
[7] PAO cursus 'Dunne Staalplaat', 1989.
[8] Foeken, R.J. van, Tomà, A.W. 'Toepassing van sandwichpanelen in
daken en wanden'. TNO-Bouw rapport BI-88-114, Rijswijk 1988.
[9] Hartsock, J.A 'Thermal Warp of Composite Panels'. Journal of Cellular
Pastics, 1965.
[10] Langlie, C. 'Berechnung von Sandwichelementen mit ebene metallisch en
Deckschichten - Baustatik oder Geheimwissenschaft?' . Stahlbau 10,
1985.
[11] Mai, Y. W. 'Performance evaluation of Sandwich Panels subjected to
bending compression and thermal bowing'. Materials and Strtuctures,
1980.
[12] NEN 6702 'Belastingen en vervormingen; TGB 1990'. Nederlands
Normalisatie Instituut, Delft, 1991.
[13] Schwarze, K. 'Numerische Methoden zur Berechnung von Sandwiche-
lementen' . Stahlbau 12, 1984.
[14] RGSP '85 'Richtlijnen geprofileerde staalplaat. Publikatie Staalbouw-
kundig Genootschap en Dumebo, 1985.
[15] 'Toepassen van 'geprofilerde staalplaat in daken, wanden en vloeren'.
Publikatie Staalbouwkundig Genootschap, Centrum Staal en Dumebo,
1985.
[16] Stamm, K. 'Sandwichelemente mit metallisch en Deckschichten als
Wandbauplatten im Bauwesen. Stahlbau 5, 1984.
[17] Stamm, K. 'Sandwichelemente mit metallischen Deckschichten als
Dachbautafeln im Bauwesen. Stahlbau 8, 1984.
[18] Jungbluth, O. 'Verbund- und Sandwichtragwerke'. Springer-Verlag
Berlin, 1986.
[19] 'RS-1990; Reken- en beproevingsmethoden ter bepaling van sterkte en
stijfheid van sandwichpanelen ' . Publikatie van Staalbouwkundig
Genootschap en Centrum Staal, 1991.
93/3/4-23
BRANDVEILIGHEID EN
GEVELS VAN SANDWICHPANELEN
Ing. P.W. van de Haar,
TNo-Bouw, Rijswijk, Centrum voor Brandve1l1ghe1d
93/3/5-0
BRANDVEILIGHEID EN GEVELS VAN SANDWICHPANELEN
(TNO-Rapport 93-CVB-R1240)
Ing. P.W. van de Haar,
TNO-Bouw, Rijswijk, Centrum voor Brandveiligheid
1 INLEIDING
In het navolgende wordt eerst ingegaan op de brandveiligheidsaspecten
van gevels voorzover daarvoor prestatie-eisen in het Bouwbesluit zijn
geformuleerd. Daarbij wordt gemaakt tussen de eisen-niveaus als zodanig
(hoofdstuk 2) en de manier waarop deze eigenschappen waaraan eisen
worden gesteld worden getoetst, de zgn. bepalingsmethoden (hoofdstuk
3). In hoofdstuk 4 tenslotte wordt ingegaan of het ontwerp van gevels van
sandwichpanelen in samenhang met de brandveiligheidsaspecten en het
gedrag bij standaardbrandcondities.
93/3/5-1
2 EISEN
2. 1 Algemeen
Het Bouwbesluit bevat regels op het gebied van de brandveiligheid voor
zowel tot bewoning als niet tot bewoning bestemde gebouwen. Voor te
bouwen woningen en woongebouwen, alsmede voor te bouwen kantoren,
logiesverblijven en logiesgbouwen worden deze regels gegeven in de vorm
van zogenaamde "prestatie-eisen". Voor bestaande bouw in deze catego-
rieën, wordt verwezen naar Ministeriële Regelingen, die binnenkort
beschikbaar zullen komen. Voor de overige gebouwcategorieën wordt
vooralsnog volstaan met functionele eisen.
In het navolgende zal worden ingegaan op de brandveiligheidsaspecten
van gevels, voor zover daar prestatie-eisen voor zijn geformuleerd.
Daarbij zal onderscheid worden gemaakt tussen de eisenniveaus als
zodanig en de manier waarop deze eisen worden getoetst, de zgn. bepa-
lingsmethoden. De nadruk zal daarbij liggen op die aspecten die specifiek
zijn voor gevels.
2.2 Relevante eigenschappen
Brandveiligheidseisen aan gevels hebben zowel betrekking op het "mate-
riaalgedrag" als op het "constructiegedrag" .
Onder het "materiaalgedrag" bij brand worden al die verschijnselen
gegroepeerd die samenhangen met het ontstaan en de eerste ontwikkeling
van brand, alsmede met de rookproduktie . Het zijn met name de (opper-
vlakte)
eigenschappen van de toegepaste materialen, die deze verschijnselen
beïnvloeden.
Het "constructiegedrag" bij brand is van belang indien de brand tot
volledige ontwikkeling is gekomen. Het doel is de uitbreiding van brand
en de verspreiding van rook tot buiten de ruimte waarin de brand is
ontstaan, te voorkomen of voldoende lang uit te stellen.
De voor gevels relevante eigenschappen voor de beschrijving van het
materiaalgedrag zijn de "bijdrage tot de brandvoortplanting" en de
"rookproduktie" .
Een bouwmateriaal(combinatie) van een constructieonderdeel wordt
ingedeeld in één van de vijf mogelijke brandvoortplantingsklassen (1 tlm
5). De in klasse 1 ingedeelde constructieonderdelen leveren een zéér
geringe bijdrage tot de ontwikkeling van de brand; indeling in klasse 5
betekent een extreem grote bijdrage tot de brandvoortplanting .
De rookproduktie wordt op basis van NEN 6066 uitgedrukt in "optische
dichtheid" - een grootheid die kan worden omgezet in een zichtlengte - en
wordt uitgedrukt in mol. Tot dusver werd in Nederland de rookontwikke-
ling van een materiaal(combinatie) bij brand bepaald op basis van het
93/3/5-2
rookgetal volgens de oude norm NEN 3883. Hier is dus sprake van een
duidelijke verandering ten opzichte van de oude regelgeving.
De voor gevels relevante eigenschap voor de beschrijving van het con-
structiegedrag is de "weerstand tegen branddoorslag-en-brandoverslag".
De weerstand tegen branddoorslag-en-brandoverslag ("WBDBO") tussen
twee ruimten is de kortste tijd die een brand nodig heeft voor uitbreiding
van de ene ruimte naar de andere ruimte of andersom. Daarbij moeten alle
mogelijke branduitbreidingstrajecten beoordeeld worden. De eigenschap
WBDBO is nieuw in de regelgeving. In de oude regelgeving werd uitge-
gaan van de brandwerendheid van de tussenliggende scheidingsconstruc-
tie om aan te geven hoe snel een brand zich kan uitbreiden naar een
aangrenzende ruimte. Met de mogelijke omwegen waardoor een brand zich
sneller naar een aangrenzende ruimte zou kunnen uitbreiden werd geen
rekening gehouden. Met de introductie van het begrip WBDBO kan dit
wél. Bovendien kunnen - in één moeite door - eisen gesteld worden aan
ruimten die niet aan elkaar grenzen.
Andere eigenschappen die samenhangen met materiaal- en constructiege-
drag bij brand, zijn de onbrandbaarheid (NEN 6064), brandwerendheid
met betrekking tot bezwijken (NEN 6069, 6071 t/m 6073) en de weerstand
tegen rookdoorgang (NEN 6075). De eigenschappen onbrandbaarheid en
de weerstand tegen rookdoorgang zijn hier buiten beschouwing gelaten
omdat ze geen (specifieke) betekenis hebben voor gevels.
2.3 Eisen
2.3.1 Bijdrage tot brandvoortplanting
In constructieonderdelen (met uitzondering van daken, vloeren en de
bovenzijde van trede-vlakken van trappen) mogen geen materiaal(combi-
naties) voorkomen die vallen in klasse 5 van de brandvoortplanting ,
bepaald volgens NEN 6065.
a. Buitenzijde
Voor constructie-onderdelen die een ruimte waardoor een vluchtweg voert
begrenzen, wordt deze eis - aan de zijde van de vluchtweg - verzwaard
tot een verbod van klasse 3, 4 en 5. Deze eisen gelden voor alle te bouwen
gebouwen waarvoor in het Bouwbesluit prestatie-eisen op het gebied van
de brandvoortplanting zijn gegeven, d.w.z.: te bouwen woningen en
woongebouwen, kantoren alsmede logiesverblijven en logiesgebouwen.
Merk hierbij op dat in woningen geen vluchtwegen worden voorgeschreven
en dat in kantoren slechts voor trappehuizen - en dan nog maar onder
bepaalde omstandigheden - een vluchtwegstatus is vereist. Voor logiesge-
bouwen geldt de verzwaring eveneens voor vluchtmogelijkheden voor
zover de in het logies gebouw gelegen logiesverblijven daarop zijn aan
gewezen.
93/3/5-3
Deze eisen gelden algemeen, dus ook voor gevels, zowel aan de binnen-
als aan de buitenzijden. Daarnaast gelden voor de buitenzijde van gevels
nog twee (drie) aanvullende eisen: klasse 2 of klasse 1 als aangegeven in
tabel 2.1 en fig. 2.1.
De aanvulling voor gevelgedeelten hoger dan 13 m is ingevoerd omdat een
brand die zich langs de gevel uitbreidt, slechts tot een hoogte van 13
meter met gangbaar brandweermateriaal kan worden bestreden. Doel van
de tweede aanvulling - die voor het gevelgedeelte over een hoogte van 2,5
m boven het aansluitende terrein - is te voorkomen dat, door bijv. balda-
digheid, de gevel over grote oppervlakken in brand kan geraken. Om
praktische redenen geldt de aanvullende eis niet voor constructiedelen
zoals ramen, kozijnen en deuren.
De derde aanvulling "klasse 2 bij gevaar voor brandoverslag" is in feite
een voorwaarde m.b.t. de toepassing van het rekenmodel voor de bepaling
van de weerstand tegen brandoverslag (zie 2.3.3) .
b. Binnenzijde
De constructie-onderdelen aan de binnenzijde van de gevels dienen ten
minste te voldoen aan de klasse 4 van de brandvoortplanting . Indien aan
de binnenzijde een vluchtweg is gelegen dient ten minste te worden
voldaan aan klasse 2 van de brandvoortplanting .
Begrip vluchtweg
Een vluchtweg is door brand en rook gevrijwaarde route die leidt naar het
aansluitende terrein. Deze route mag uitsluitend voeren over vloeren,
trappen of hellingbanen, en er mogen geen deuren gepasseerd worden die
met een sleutel moeten worden geopend.
Een vluchtweg mag (per definitie) niet in een brandcompartiment zijn
gelegen.
5% regel
Voor de beoordeling van de brandvoortplantingseisen is tenslotte nog de
zgn. "5 % regel" van belang. Deze houdt voor kantoren alsmede lOgiesge-
bouwen en -verblijven in dat, voor ten hoogste 5 % van de totale opper-
vlakte van de gevel, niet aan de gestelde eisen hoeft te worden voldaan.
Doel van deze ontheffing is het gebruik van constructie-onderdelen zoals
voorzieningen voor hemelwaterafvoer, lijsten e. d. mogelijk te maken.
Daarbij moet er vanuit worden gegaan dat de bedoelde 5 % van het opper-
vlakte niet op één plaats mag worden geconcentreerd. Voor woningen en
woongebouwen geldt een soortgelijke regel, met dien verstande dat daar
de resterende 5% van de oppervlakte niet meer dan twee brandvoortplan-
tingsklassen kritischer mag zijn.
93/3/5-4
2.3.2 Rookproduktie
De algemene eis luidt: "Constructie-onderdelen met materiaal(combinaties)
waarvan de rookdichtheid meer bedraagt dan 10 m-
1
mogen niet worden
toegepast". Dit geldt niet voor 5% van het oppervlak. Ook hier geldt een
verzwaring van de eis indien een vluchtweg aan de binnenzijde is gelegen
tot een rookdichtheid van 2,2 m-
1
voor een constructie-onderdeel beho-
rend tot de klasse 2 van de brandvoortplanting , en tot een rookdichtheid
van 5,4 m -1 voor een constructie-onderdeel behorend tot de klasse 1.
Voor gevels is van belang dat de eisen slechts gelden voor de naar een
besloten ruimte toegekeerde zijde van constructie-onderdelen. Aan de
buitenzijde van gevels worden dus geen rookproduktie-eisen gesteld.
Begrip "besloten ruimte"
Met een besloten ruimte wordt in principe een door wanden en vloeren (of
dak en vloer) omsloten ruimte in het gebouw bedoeld. In deze wanden en
vloeren mogen zich niet te veel of te grote niet-afsluitbare openingen
bevinden.
2.3.3 Weerstand tegen branddoorslag-brandoverslag
Beperking van het uitbreidingsgebied van de brand is één van de oogmer-
ken van de brandbeveiliging van gebouwen. Hiertoe wordt voorgeschre-
ven dat een gebouw verdeeld moet worden in zgn. brandcompartimenten.
Naast het voorkomen dat een brand zich uitbreidt tussen brandcomparti-
menten onderling, moet voorkomen worden dat uitbreiding plaats vindt
naar ruimten waardoor vluchtwegen voeren. Dit stelt eisen aan de WBDBO
naar de vluchtweg toe. Merk op dat in de andere richting (d.w.z. van de
vluchtweg naar het brandcompartiment) geen eis wordt gesteld. Dit is niet
nodig omdat aangenomen wordt dat in de vluchtweg geen brand ontstaat.
De eis bedraagt voor woongebouwen in het algemeen 30 minuten en voor
logiesgebouwen en kantoren 60 minuten.
Tenslotte moet ook voorkomen worden dat branden zich uitbreiden naar
een ander gebouw. Daartoe wordt een WBDBO tussen gebouwen onderling
geëist. In het algemeen geldt: 60 minuten. Voor woningen en woongebou-
wen is, bij verwaarloosbare permanente vuurbelasting, een reductie tot 30
minuten mogelijk. Voor de overige gebouwfunctie is een dergelijke reduc-
tie van de WBDBO-eis tussen gebouwen onderling in het algemeen niet
toegestaan .
Voor een overzicht van de "WBDBO-eisen" wordt verwezen naar tabel 2.2.
Begrip brandcompartiment
Een brandcompartiment is een gedeelte van het gebouw bestemd als
maximaal uitbreidingsgebied van de brand.
93/3/5-5
Welke gedeelten van een gebouw in brandcompartimenten moeten worden
onderverdeeld hangt af van de gebouwfunctie. In woongebouwen komt het
erop neer dat o.a. woningen altijd als brand compartimenten moeten
worden aangemerkt. Grote woningen moeten in meerdere brandcomparti-
menten worden opgedeeld.
De regels voor kantoor- en logiesgebouwen zijn anders opgebouwd. In
kantoorgebouwen met een gebruiksoppervlakte van minder dan 1000 m
2
hoeft niet te worden voorzien in brandcompartimentering . Stookruimten,
bijvoorbeeld, zijn altijd brandcompartimenten . Voor logiesgebouwen geldt
een soortgelijke regeling, echter met een grenswaarde voor de gebruiks-
oppervlakte van 500 m
2
terwijl bijvoorbeeld ook de afzonderlijke logiesver-
blijven als brandcompartiment zijn aan te merken.
2.3.4 Brandwerendheid op bezwijken
Indien de gevel een onderdeel van de hoofddraagconstructie vormt (een
zogenaamde dragende gevel), dient deze te voldoen aan een minimale
brandwerendheid op bezwijken. De eis varieert met de hoogte van het
gebouw (hoogste vloer en een verblijfsgebied) van 60, 90 tot 120 minuten.
Zie tabel 2.3. De eis mag met 30 minuten gereduceerd worden, indien de
permanente vuurbelasting (zie NEN 6090) van het gebouw minder dan 100
MJ/m
2
bedraagt.
Dit is één van de weinige brandveiligheidsaspecten die voor alle gebouwen
wordt voorgeschreven.
2.3.5 Brandwerendheid m. b. t. de scheidende functie
In het Bouwbesluit worden geen directe eisen gesteld aan de brandwe-
rendheid m.b.t. de scheidende functie van bouwdelen. Deze traditionele
brandwerendheid is echter nog steeds van belang omdat het nu als
onderdeel in de bepaling van de "weerstand tegen branddoorslag en
brandoverslag (WBDBO)" wordt gebruikt.
93/3/5-6
Tabe12.1: Prestatitreisen m.b.t. de klasse van brandvoortplanting (zie
ook figuur 2.1) voor gevels aan de buitenz1Jde
Vereiste klas-
GEVEL-GEDEELTE AAN BUITENZIJDE se van brand-
voortplanting
ALGEMEEN
vluchtweg (vluchtmogelijkheid) begrenzend 2
WONINGEN EN WOONGEBOUWEN
bij gevaar voor brandoverslag 2
geen gevaar voor brandoverslag 4
de eerste 2,5 m vanaf het aansluitende terrein indien 1 * **
in het gebouw een vloer van een verblijfsgebied hoger
is gelegen dan 5 m t.O.V. het aansluitende terrein
KANTOOR- EN LOGIESGEBOUWEN
bij gevaar voor brandoverslag 2
gevelgedeelte gelegen op meer dan 13 m boven het aan- 2
sluitende terrein
geen gevaar voor brandoverslag 4
de eerste 2,5 m vanaf het aansluitende terrein indien
1**
in het gebouw een vloer van een verblijfsgebied hoger
is gelegen dan 5 m t.O.V. het aansluitende terrein
de eis geldt niet voor een borstwering die niet hoger dan 1,5 m t.o.v.
het aansluitende terrein is gelegen.
** de eis geldt niet voor een deur, raam, kozijn en een daarmee gelijk te
stellen constructie-onderdeel.
93/3/5-7
Tabe12.2: Weerstand tegen branddoorslag en brandovers1ag (WBDBO)
**
VANUIT NAAR V e r e i s t ~
.Lu . ,,+-on
WONINGEN EN WOONGEBOUWEN
brandcompartiment brandcompartiment
60*
besloten ruimte besloten vluchtweg 30
besloten ruimte veiligheidstrappehuis 60
KANTOOR/LOGIESGEBOUWEN
brandcompartiment besloten ruimte
60**
brandcompartiment ander gebouw, van dezelf-
de eigenaar, met een
gebr.oppervlak ~ 50 m
2
-
LOGIESGEBOUWEN
logiesverblijf gelegen in besloten ruimte 30
logiesgebouw
gemeenschappelijk ver- besloten ruimte 30
blijfsgebied
tussen woningen in een woongebouw mag de eis met 30 minuten geredu-
ceerd worden, indien de permanente vuurbelasting (zie NEN 6090) van
de woningen minder dan 100 MJ/m
2
bedraagt (praktisch gezien komt dit
neer op steenachtige woningen) .
de eis mag met 30 minuten gereduceerd worden, indien de vloer van het
bovenste verblijfsgebied niet hoger dan 5 m t.o.v. het aansluitende
terrein is gelegen.
N.B. De hoogte van de vloer wordt gemeten t. o. v. het aansluitende
terrein t.p.v. van de toegang van het gebouw (oftewel: de
hoofdtoegang) .
93/3/5- 8
Tabe12.3: Overzicht eisen brandwerendheld m.b.t. bezwijken van
gevels deelult:makend van de (boofd)draagCOllStructle
Brandwerend-
CONSTRUCTIE ONDERDEEL heid m.b. t.
bezwijken
(minuten)
Draagconstructie, waarvan bezwijken leidt tot onbruik-
baar worden van een: vluchtweg/vluchtmogelijkheid
30
Hoofddraagconstructie van een woning, niet in een woon-
60*
gebouw gelegen
Hoofddraagconstructie van een mede voor overnachting
60*
bestemd gebouw
Hoofddraagconstructie van een (woon-)gebouw van alle
verblijfsgebieden:
90*
- lager gelegen dan 13 m:
- hoger gelegen dan 13 m: 120*
mag met 30 minuten worden verlaagd indien de permanente vuurbelas-
ting van het gebouw < 100 MJ/m
2

93/3/5-9
Fig. 2.1: Eisen m.b. t. de klasse van de brandvoortpJanting
Algemeen: klasse 4
Vluchtweg begrenzend: klasse 2
13 m
Kantoor- en
logiesgebouwen:
klasse 2
J---'l....-- klasse 4'
H = hoogte ligging van het bovenste verblijfsgebied
0) klasse 4 alleen toegestaan indien er geen gevaar voor
brandoverslag bestaat . anders klasse 2.
93/3/5-10
3 BEPALINGSMETHODEN
3.1 Brandvoortplanting en rookproduktie
De bijdrage tot brandvoortplanting van constructie-onderdelen wordt
bepaald met behulp van de in NEN 6065 voorgeschreven bepalingsmethode .
Deze bepalingsmethode is nauwelijks veranderd ten opzichte van die
volgens de oude norm NEN 3883. Om deze reden zal hierop niet verder
worden ingegaan.
De bepaling van de rookprodukie van materialen of materiaal combinaties is
sterk gewijzigd ten opzichte van de oude regelgeving en wordt beschre-
ven in NEN 6066. De rookbepaling wordt uitgevoerd in een afgesloten kast
met ' twee kamers, die met elkaar in verbinding staan. De rookproduktie
vindt plaats in de kleinste kamer. In het andere deel van de kast wordt
optisch de dichtheid van de rook bepaald.
3.2 De weerstand tegen brand doorslag- en brandoverslag
Het nieuwe begrip 'weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag'
(WBDBO) vereist een nieuwe bepalingsmethode welke is beschreven in
NEN 6068. Componenten in deze methode zijn de weerstand tegen brand-
overslag en de brandwerendheid m.b. t. de scheidende functie van
bouwdelen inclusief doorvoeringen, ventilatiekanalen, deurconstructies
enz.
Voor gevels is met name de weerstand tegen brandoverslag van belang.
Hierop wordt in het navolgende kort ingegaan.
Brandoverslag is de branduitbreiding naar een andere ruimte via de
buitenlucht
J
• Deze branduitbreiding wordt veroorzaakt door warmte-
straling en convectie vanuit de brandende ruimte en de uitslaande vlam-
men, alsmede door vliegvuur. In het Bouwbesluit wordt voor het begrip
'brandoverslag' alleen de warmtestraling expliciet in rekening gebracht.
Aangenomen wordt dat brandoverslag plaats vindt als een gevelopening
van een "ontvangende" ruimte(n) ergens meer dan 15 kw/m
2
aan warmte-
straling ontvangt.
De brandoverslagbepaling vormt een onderdeel van de WBDBO-bepaling
en is als zodanig opgenomen in NEN 6068. Om de rekenmethode te kunnen
Branddoorslag is de uitbreiding naar een andere ruimte anders dan via
de buitenlucht. De brand doorbreekt daarbij een of meer scheidings-
constructies, of verspreidt zich via een ventilatiekanaal of via de
aansluiting van de scheidingsconstructies onderling.
93/3/5-11
gebruiken, zijn de afmetingen van het brandcompartiment en de afmetin-
gen en plaatsing van alle openingen in de gevels van het brandcomparti-
ment nodig.
Randvoorwaarden gebruik stralingsmodel
Bij gebruik van het "stralingsmodel" als beschreven in NEN 6068 moeten
de ruimten aan een aantal voorwaarden voldoen; de belangrijkste worden
hieronder gegeven:
1- De materiaalcombinaties aan de buitenzijde van de gevel van de bran-
dende ruimte moeten ten minste in een bepaalde klasse van de brand-
voortplanting zijn gelegen (klasse 2), omdat anders het gevaar bestaat
dat de brandoverslag plaatsvindt door voortplanting van de brand over
de gevel.
2- Het dak van de ruimte van waaruit de weerstand tegen brandoverslag
wordt bepaald, mag niet brandgevaarlijk zijn om een soortgelijke reden
als hiervoor.
3- Gevels en daken moeten, uitgezonderd de gevel- en dakopeningen, een
brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie bezitten
van ten minste 30 minuten. Dit geldt zowel voor de gevels en daken van
de brandende ruimte als die van de bestraalde ruimte.
4- "Openingen" in daken moeten op een zekere minimale afstand van een
hogerop gaande gevel zijn gelegen. Deze afstand is afhankelijk van de
geometrie van de dakopenmg.
5- De afstand tussen de gevelopeningen van de brandende - en de be-
straalde ruimte moet ten minste 5 m bedragen, omdat anders de uit-
slaande vlammen zelf de andere gevelopeningen kunnen bereiken.
6- De "gevelopeningen" moeten rechthoekig en rechtop geplaatst zijn. De
breedte van de opening moet ten minste gelijk zijn aan de helft van de
hoogte, en de oppervlakte moet ten minste gelijk zijn aan O,S m
2

Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan is het model niet van
toepassing en dient via het gelijkwaardigheidsprincipe een alternatief te
worden gebruikt.
3.2.1 Brandoverslag naar een ander gebOUW
Bij de brandoverslag naar een ander gebouw kan het andere gebouw
gelegen zijn op het eigen perceel (een eigen tweede gebouw) of op een
ander perceel.
Indien het andere gebouw op hetzelfde perceel is gelegen, dan geldt de
WBDBO-eis tussen verschillende brandcompartimenten. De eigenaar is in
deze situatie in principe vrij in de wijze waarop hij aan de gestelde
WBDBO-eis invulling geeft. Dit kan bijvoorbeeld door in de gevels van de
beide gebouwen geen "openingen" aan te brengen of door de gebouwen op
een voldoende grote afstand van elkaar te plaatsen.
93/3/5-12
Indien het tweede gebouw aan een aantal voorwaarden voldoet mag de
WBDBO-eis verlaagd of zelfs genegeerd worden; zie tabel 2.2.
In situaties waarbij de onderlinge ligging van gebouwen op verschillende
percelen (d. w. z. gebouwen met verschillende eigenaren) in het geding is,
speelt het principe van de rechtsgelijkheid een rol.
Rechtsgelijkheid wordt bereikt door een spiegelsymmetrische beoordeling
t.o. v. de perceelgrens voor te schrijven ervan uitgaande dat het andere
gebouw dezelfde gevelgeometrie heeft als het beschouwde gebouw.
Daarmee wordt de (toekomstige) buurman tot niet meer verplicht dan de
eigenaar van het te beoordelen gebouw. In de fig. 3.1a is dit nader
geillustreerd.
BB-art. 14.10 geeft verlichting van de algemene regel volgens BB-art.
14.9 indien het aangrenzende terrein niet bestemd is om te worden be-
bouwd. Daarmee wordt gedaCht aan de openbare weg, openbaar water en
openbaar groen. Zie fig. 3.1b. Door te refereren aan de hartlijn van het
aansluitende terrein wordt voldaan aan het principe van de rechtsgelijk-
heid. Voor uitgestrekte openbare terreinen (bijv. een niet al te smalle
weg, vaart) leidt de verlichting er al gauw toe dat de eis geen praktische
consequenties heeft. Voor niet tot bewoning bestemde gebouwen moet
tevens aan de brandoverslageisen worden voldaan naar de reeds bestaan-
de bouw, zie BB-art. 186 en fig. 3.2.
Met het "stralingsmodel" kan de warmtestralingsintensiteit ter plaatse van
de "openingen" van de gevel van het spiegelsymmetrische dan wel van het
bestaande gebouw bepaald worden. Indien de berekende warmtestralings-
intensiteit nu te hoog is kan bijvoorbeeld het te ontwerpen gebouw op een
grotere afstand van de perceel grens worden geplaatst. Door de spiegel-
symmetrie neemt de onderlinge afstand tussen de gebouwen in de bepa-
lingsmethode met tweemaal dezé vergrote afstand toe.
Een mogelijkheid waarbij duidelijk gebruik wordt gemaakt van de brand-
werendheid in de brandoverslag-bepaling is die waarbij "openingen" in de
gevel of het dak van het (de) brandcompartiment(en) vermeden worden.
Indien dus de gevel (en het dak) van de brandende ruimte (brandcompar-
timent) , inclusief de daarin aanwezige ramen en deurconstructies, een
brandwerendheid m. b. t. de scheidende functie van binnen naar buiten
bezit van ten minste 30 minuten, wordt dus aan de gestelde WBDBO-eis
m.b. t. het fictieve spiegelsymmetrische gebouwen eventueel bestaande
bouw voldaan.
Voor tot bewoning bestemde gebouwen kan als alternatief ook gekozen
worden voor een "gesloten gevel" met een brandwerendheid van buiten
naar binnen van 30 minuten.
93/3/5-13
3.2.2 Verticale brandoverslag naar een hoger gelegen ruimte
Verticale brandoverslag houdt in dat de brand overslaat vanuit de gevel
van een brandcompartiment naar een hogerop gelegen ruimte via de
buitenlucht (zie ook fig. 3.3). Voor alle duidelijkheid mag de andere
ruimte dus geen onderdeel zijn van het beschouwde brandcompartiment.
Met het stralingsmodel wordt het verloop van de straling op de gevel
boven de ramen met de uitslaande vlammen bepaald. De afstand tot het
punt waar de straling lager wordt aan de grenswaarde van 15 kW/m
2
bepaald de benodigde borstweringshoogte .
In de oude regelgeving werd een borstweringshoogte van 80 cm vereist.
De borstweringshoogten die resulteren uit de nieuwe methode zijn sterk
afhankelijk van de afmetingen van de brandruimte en de afmetingen van
de gevelopeningen , iets waar de oude methode dus geen rekening mee
hield.
Bij kleine brandcompartimenten als woningen of logeerverblijven mag de
vereiste borstweringshoogte vaak kleiner zijn dan 80 cm. De verwachte
brand is dan namelijk klein, evenals de uitslaande vlammen. Bij grote
brandcompartimenten, die bijvoorbeeld vaak in kantoorgebouwen worden
toegepast, kan de straling uit de vlammen zo groot zijn dat borstwerings-
hoogten van 1,5 à 2 m of meer nodig zijn om brandoverslag te voorkomen.
Dit is, zoals eerder gezegd, sterk afhankelijk van de. vorm van de gevel-
openingen.
In een aantal gevallen is het dan uit praktisch oogpunt nodig de brand-
compartimenten verder te compartimenteren of openingen voldoende
brandwerend te maken dan wel een automatische blusinstallatie aan te
brengen. In dit laatste geval is dan wel een beroep op de gelijkwaardig-
heid noodzakelijk.
3.2.3 Horizontale brandoverslag
In het geval van een horizontale hoek in de gevel kan een bijna identiek
verhaal als voOr de verticale brandoverslag gehouden worden. Een
belangrijk verschil is echter dat de grootte van de horizontale hoek van
grote invloed is op de temperatuurbelasting op de bestraalde gevel.
De stralingsintensiteit neemt bij een kleinere inwendige hoek namelijk
sterk toe doordat de bestraalde gevelopening dan door de brand zelf via
de gevelopening van de brandende ruimte bestraald kan worden; vergelijk
Fig. 3.4a met 3.4b.
Uit fig. 3.4 blijkt tevens dat ook hier een iets andere keuze in de ligging
van de brandcompartimenten heel gunstige gevolgen voor de bepaling van
de weerstand tegen brandoverslag kan hebben.
93/3/5-14
NPR 6091
De beoordeling van de brandoverslag via gevels vergt de berekening van
de warmtestraling op de gevel van de "ontvangende" ruimte. Deze bereke-
ningen zijn nogal gecompliceerd en daarom weinig toegankelijk voor de
praktijk. Om deze reden is een praktijkrichtlijn opgesteld, met een groot
aantal oplossingen, gebaseerd op systematische berekeningen. De oplos-
singen zijn gegeven in de vorm van tabellen met zogenaamde "veilige
afstanden" voor diverse vormen van brandoverslag . Zo wordt onderscheid
gemaakt tussen brandoverslag vanuit gevelopeningen naar:
- ruimten achter een tegenovergelegen gevel;
- ruimten achter een gevel die een hoek maakt met de gevel van de
brandruimte ;
- bovenliggende ruimten achter dezelfde gevel.
De NPR is voorzien van een uitgebreide toelichting voor gebruik. Daarin
wordt onder meer ingegaan op de voorwaarden voor gebruik van de NPR
en op de interpolatieregels bij het gebruik van de tabellen.
In deze NPR wordt bijvoorbeeld ook een vuistregel gegeven voor de
plaatsing van "openingen" in een gevel met een horizontale hoek, waarbij
brandoverslaggevaar tussen de twee ruimten bestaat, zie Fig. 3.5. De
"openingen" en het brandcompartiment zelf moeten dan wel aan bepaalde
maximale afmetingen voldoen (zij mogen namelijk niet al te groot zijn).
3.3 Branddoorslag via aansluiting gevel/vloer
De weerstand tegen branddoorslag tussen twee aansluitende ruimten
(bijv. een brandcompartiment en de daarboven gelegen ruimte/wordt
bepaald door de tussen gelegen scheidingsconstructie. Een doorlopende
gevel die in het vlak t. p. v. de aansluiting met de vloer goed warmte
geleidt of is voorzien van een brandbare isolatie die aanleiding geeft tot
branduitbreiding in de gevel zal dan ook niet zondermeer mogen worden
toegepast. Zie fig. 3.6.
3.4 Brandwerendheid
De brandwerendheid van een bouwdeel moet experimenteel worden bepaald
volgens NEN 6069.
De criteria die van belang zijn bij de beoordeling van de brandwerendheid
m. b. t. de scheidende functie van gevels c. q. geveldelen zijn samengevat
in tabel 3.1. Zie verder NEN 6069.
NEN 6069 is t.o.v. de oude norm NEN 3884/NEN 3885 op een aantal punten
gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen m.b. t. gevels zijn:
93/3/5-15
a. de hogere voorgeschreven overdruk in de oven;
b. toepassing van het criterium vlamdichtheid betrokken op de straling
bij de beoordeling van de brandwerendheid m. b. t. de scheidende
functie van "binnen naar buiten" .
c. het van toepassing verklaren van de "gereduceerde standaardbrand-
kromme" (zie fig. 3.7) voor alle geveldelen bij de bepaling van de
brandwerendheid van "buiten naar binnen" .
De verschillen (a) en (b) kunnen t.o.v. oude proefresultaten (volgens
NEN 3884) een relatief geringe resp. aanzienlijke vermindering van de
brandwerendheid tot gevolg hebben.
Tabel 3.1: Overz:lcht brandwerendheldscr1te:da voor gevels
CRITERIUM BRANDWERENDHEID VAN:
binnen naar buiten buiten naar binnen
VLAMDICHTHEID BETROKKEN OP:
-
afdichting
(openingen, doorlaten hete X X
gassen)
- ontvlambaarheid (ontsto-
ken brandbare gassen) X
THERMISCHE ISOLATIE BETROK-
KEN OP:
- de temperatuurstijging
(AT =140 °C, AT = 180°) - X
-
d ~ strrling lal
(15 kW/m op 1 mafstand) X -
BEZWIJKEN*) X X
*) Alleen voor vloerdragende gevels.
93/3/5-16
Fig. 3.1: "Brandovers1aggevaar" met een fictief spJege1symmetrisch
gebouw "B" (tot bewoning bestemd gebouw "A")
te ontwerpen gebouw te ontwerpen gebouw
.... ... ... ...... .......... .... ... ....
...
,
. ................. . .
A W!!!!l!i#i!1!tli'l
AU;;
hart van de weg
perceelsgrens perceelsgrens
,
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ~
B I!ml ficti,! g'bouw
openbare weg
B III fid,! g'bo"w
c
bestaand gebouw
(a) (b)
Fig. 3.2: "Brandovers1aggevaar" met zowel bestaand ("C") als met
fictief spiegJelsymmetrisch gebouw ("B") (niet tot bewoning
bestemd gebouw "A")
te ontwerpen gebouw A
t = warmtestraling perceelsgrens
93/3/5-17
bestaand gebouw C
fictief spiegel-
symmetrischgebouw B
Voorwaarden toepassing rekenmo-
del:
brandwerendheid m. b . t. de
scheidende functie van de
gevel excl. openingen:
I: 30 min. van
binnen naar
buiten
II/III 30 min. : voor
beide richtingen
IV 30 min. : van
Fig. 3.3: Prindpe "verticale brandoversJag"
t = warmtestraling
IV
III
brandcompartiment
93/3/5-18
Fig. 3.4: Verschil in "straJingsintensiteit" door een verschil in de
inwendige hoek van de gevel
Î = warmtestraling
brandcompartiment brandcompartiment
A B
Fig. 3.5: Veilige onderlinge afstand van "openingen" in een gevel met
een horizontale hoek
binnen
x
1
buiten
binnenwand
buitenwand
-J---------,---
93/3/5-19
x
2
+ y2 ? 16 : 60 min_
x
2
+ ..;? 6 : 30 min_
Fig. 3.6: BranddoorsJag geve1-wandjvloeraansluitJng
2
, ........ "
, ,
, ,
" " ....
" ," "'I.
," ," "'I.
, , ,
, ,
,"\ ... ,
, ,
" , , ,
, , ........
, ,
, " , , ,
, " , , ,
, " , , ,
, " , , ,
, " , , ,
, " , , ,
, " , , ,
, " , , ,
, "
,"\ ,",
,.I, "'I.
, , ,
" , , ,
, , ,
, , ,
" , , ,
, , ,
" , " , , , ,
" , , " , , ,
, , , "
, , ,
" , , " , , ,
',,',',,'
" , ........
, , ,
, , , ....
, , ,
................
I
',' "
, , ,
............ " . ,
3
1. Branddoorslag via aansluiting
2. Inwendige branduitbreiding
3. Mogelijk branddoorslag
(ontstaan openingen of te
hoge temperaturen)
wand of vloer
gevel (met brandbare kern)
Fig. 3.7:
o
Temperatuurverloop in de oven bij een brandwerendheidsbe-
paling
10
standaardbrandk:..::ro::,m;m.:,:.e_-----
gereduceerde
standaardbrandkromme
60
93/3/5-20
~ T = 345·log (8·t + 1)
t = tijd [min]
90
tijd [min]
4 ONTWERP EN GEDRAG BIJ BRAND
4.1 Strantien-/vorm
Er wordt op gewezen dat er eisen gelden met betrekking tot de grootte
van brand- en rook compartimenten . De grootte en positie van ramen in
gevels en daken is van belang bij de bepaling van de weerstand tegen
brandoverslag . Zie hoofdstuk 3.
4.2 Ach terconstructie
De brandwerendheid van buitenwanden/gevels wordt gewoonlijk onder-
zocht zonder de delen van de hoofd draagconstructie (kolommen) waaraan
ze zijn bevestigd. Deze brandwerendheid heeft uiteraard betekenis als:
- de gevel goed bevestigd is aan de draagconstructie (geen aan directe
verhitting blootgestelde aluntinium bevestigingsntiddelen);
- de brandwerendheid m.b.t.bezwijken van de draagconstructie ten
ntinste gelijk is aan die van de wand/gevel in geval het gaat om de
brandwerendheid van de buitenwanden van binnen naar buiten.
De brandwerendheid met betrekking tot bezwijken van de stalen bouwde-
len van de draagconstructie (kolommen, liggers) kan afzonderlijk worden
beoordeeld volgens NEN 6072 op basis van proefresultaten bepaald volgens
de bijlage gegeven in deze norm.
Indien de kolommen zich echter in het inwendige van de wand bevinden,
zullen deze onderdeel moeten vormen van het proefstuk voor de experi-
mentele bepaling van de brandwerendheid.
4.3 Beplating
4.3.1 Brandvoortplanting en rookproduktie
De combinatie van een geperforeerde beplating met een daarachter gelegen
brandbaar isolatiemateriaal kan tot problemen leiden indien · eisen worden
gesteld met betrekking tot de klasse van de brandvoortplanting en
rookproduktie aan de zijde van de geperforeerde beplating.
Een gesloten plaat of de toepassing van een (nagenoeg) onbrandbaar
isolatiemateriaal kan dan noodzakelijk zijn.
4.3.2 Brandwerendheid
a) Binnen beplating
Bij niet dragende buitenwanden/gevels is het toepassen van een aluminium
beplating aan de direct verhitte zijde met betrekking tot de stabiliteit van
de wand ntinder kritisch dan bij dragende wanden. Na ca. 15 ntinuten
93/3/5-21
brand aan de binnenzijde is de aluminium beplating echter weggesmolten.
Een achter de beplating gelegen isolatie wordt dan direct aangevallen door
de hoge brandtemperaturen terwijl deze dan ook uit de constructie zal
kunnen vallen. De samenhang van de sandwichpanelen zal na 15 minuten
verloren zijn.
Geperforeerde beplatingen aan de direct verhitte zijde beïnvloedende
brandwerendheid nadelig:
- achter de plaat liggende kunststofisolatie gaat eerder verweken of
brand sneller weg. De warmtedoorgang door minerale wol wordt groter
(vergelijk fig. 4.1a en 4.1b) terwijl ook de verwekings- of smelttempe-
ratuur iets eerder zal worden bereikt;
- een snellere stijging van de temperatuur van de buitenbeplating en dus
ook van de straling is het gevolg. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot
eerder bezwijken of het in brand geraken van brandbare coatingen.
b) Buitenbeplatingen
Indien gevels i. v . m. gevaar voor brandoverslag brandwerend moeten
zijn, moet worden bedacht dat deze brandwerendheid in beginsel geldt
voor beide richtingen, dus ook voor verhitting aan de buitenzijde (brand-
werendheid van buiten naar binnen). In dat geval zal veelal een stalen
buitenbeplating nodig zijn of een ander geschikt plaatmateriaal. Voor-
waarden bij toepassing van een aluminium beplating of van een beplating
van een materiaal dat snel wegbrandt zijn dat gedurende de vereiste
brandduur:
- de isolatie na het wegsmelten van de buitenbeplating op zijn plaats
blijft;
- de isolatie zodanig is dat voldaan wordt aan het criterium thermische
isolatie betrokken op de temperatuur;
- de binnenbeplating stabiel en vlamdichtheid blijft.
4.4 Conservering
4.4.1 Brandvoortplanting en rookproduktie
Om aan de eisen m.b.t. de klasse van de bijdrage tot de brandvoortplan-
ting te kunnen voldoen moeten geen sterk brandbare coatingen met grote
dikten (ca. 0,5 mm) op de betreffende oppervlakken worden toegepast.
Met name niet wanneer geperforeerde staalplaten worden toegepast; het
brandvoortplantingsgedrag kan in dit geval nog extra nadelig worden
beïnvloed wanneer achter de geperforeerde staalplaat, een brandbaar
isolatiemateriaal aanwezig is.
Eisen met betrekking tot de rookproduktie worden uitsluitend gesteld voor
de binnenzijde van het gebouw.
93/3/5-22
4.4.2 Brandwerendheid
Brandbare coatingen op de buitenzijde van gevels kunnen de brandwe-
rendheid m. b. t. de scheidende functie "van binnen naar buiten" nadelig
beïnvloeden. Door hoge staalplaattemperaturen kunnen ze mogelijk in een
vroeg stadium in brand geraken dan wel aan brandbare gassen gaan
produceren. De brandbaarheid van de coating behoeft geen probleem te
zijn indien een goede isolatie is toegepast en o.a. de aanluitingen van de
beplatingen en de panelen goed is uitgevoerd.
4.5 Isolatie
4.5.1 Brandvoortplanting en rookproduktie
Eisen aan constructiedelen m. b. t. de klasse van de brandvoortplanting en
de rookproduktie hebben betrekking op de bouwmateriaal ( combinatie) ter
plaatse van het oppervlak. Deze eisen vormen dus in het algemeen geen
probleem m.b. t. de toepassing van brandbare isolatiematerialen. Geperfo-
reerde beplatingen kunnen echter problemen geven. Zie 4.4.1.
Een ander aspect - vanuit verzekeringsoogpunt - is het risico van brand-
voortplanting in het inwendige dan de constructie. Zie ook 4.7.
4.5.2 Brandwerendheid
In veel gevallen wordt de brandwerendheid in belangrijke mate beïnvloed
door type, dikte en uitvoering van de isolatie. In het navolgende zal dit
van de relevante criteria voor de beoordeling van de brandwerendheid.
a) Vlamdichtheid betrokken op de ontvlambaarheid
Bovengenoemde beoordelingscriterium geldt voor buitenwanden voor wat
betreft de brandwerendheid m.b.t. de scheidende functie van "binnen
naar buiten".
Bij een brandbare inwendige isolatie (of een brandbare isolatie aan de
binnenzijde) bestaat het risico dat brandbare gassen ontwijken via de
plaat- of paneelaansluitingen en in een vroeg stadium aan de van het vuur
afgekeerde zijde kunnen worden ontstoken. De kwaliteit van de aanslui-
ting van de buitenbeplating dan wel van de sandwichpanelen speelt hierbij
uiteraard een belangrijke rol. Sandwichpanelen zijn voor wat betreft dit
aspect zeer kritisch; zie ook fig. 4.2.
b) Vlamdichtheid betrokken op de afdichting
Dit criterium dat drie subcriteria omvat (ontoelaatbaar doorgaande
openingen, doorlaten van hete gassen en ontstaan van vlammen aan de
niet direct verhitte zijde) is altijd van toepassing. Voor wat de eerste twee
subcriteria betreft is de uitvoering van de aansluitingen van de staalpla-
ten, dan wel van de sandwichpanelen van groot belang. Brandbare
93/3/5-23
isolatiematerialen vergroten echter het risico van het ontstaan van door-
gaande openingen en het doorlaten van hete gassen doordat deze zelf hete
gassen gaan produceren.
Voor wat betreft het laatste subcriterium moet worden gedacht aan het
spontaan in brand geraken van brandbare coatingen. Zie 4.4.2.
c) Thermische isolatie betrokken op de temperatuur
Dit criterium geldt voor de beoordeling van de brandwerendheid m.b. t.
de scheidingsfunctie "van buiten naar binnen". Type en dikte van de
isolatie zullen dus zodanig moeten zijn dat de temperatuur van de binnen-
beplating voldoende laag blijft. Een indruk van de benodigde dikte van
steenwol in sandwichpanelen met een stalenbeplating geeft fig. 4.3.
Sandwichpanelen gevuld met PIR- of PUR-schuim kunnen ook bij stan-
daardbrandverhitting gedurende 30 minuten voldoen aan dit criterium
onder voorwaarden dat:
- de dikte van de kernvulling voldoende is (zie fig. 4.4);
- de panelenaansluitingen voldoende lang gesloten blijven (vergelijk tig.
4.2 met 4.4);
- warmte bruggen tussen binnen- en buitenbeplating worden vermeden.
De brandwerendheid van stalen sandwichpanelen met uitsluitend een
vulling van PS zal doorgaans niet meer dan 5 à 10 minuten bedragen.
Het gedrag van sandwichpanelen met een brandbare isolatie kan aanmer-
kelijk worden verbeterd indien de isolatie wordt beschermd tegen de hoge
staalplaat temperaturen. Zie tig. 4.4 en 4.5. Indien de gevel (ook) een
brandwerendheid van buiten naar binnen moeten bezitten is het niet
direct noodzakelijk een dergelijke beschermende plaat ook aan de buiten-
zijde aan te brengen, mits stabiliteit van de beschermende plaat aan de
andere zijde gewaarborgd blijft.
d) Thermische isolatie betrokken op de straling
Dit criterium geldt uitsluitend voor de beoordeling van de brandwerend-
heid van "binnen naar buiten". Ook de hoeveelheid straling wordt uiter-
aard in belangrijke mate bepaald door de isolatie.
e) Bezwijken
Wanden van sandwichpanelen zijn doorgaans niet vloerdragend. Het
criterium van bezwijken bij brand is dan niet relevant tenzij ze de stabili-
teit van het gebouw moeten verzekeren en dus onderdeel van de hoofd-
draagconstructie zijn.
93/3/5-24
4.6 Paneelaansluitingen en bevestiging
Zoals eerder opgemerkt zijn sandwich panelen zeer kritisch voor wat
betreft het opentrekken van de langsnaden , met name bij toepassing van
een brandbare isolatiemateriaal. Om hierin verbetering te brengen kunnen
bijvoorbeeld de aansluitingen van de panelen zodanig worden uitgevoerd
dat zowel de binnen- als de buiten platen van de aangrenzende panelen
onderling worden gekoppeld. Het opentrekken van de naden kan daarmee
worden voorkomen. In verband met het probleem van het verlies van
samenhang tussen de binnen- en buitenbeplating bij brand, kunnen
rand verstijvingen van onbrandbare materialen worden toegepast. Een
voorbeeld is gegeven in fig. 4.6a.
Opgemerkt wordt dat bij de mes- en groefverbinding weergegeven in deze
figuur een warmtebrug aanwezig is (o.a. doorlopende stalen plaat). Bij
een cementachtige - d.w.z. vochthoudend - materiaal in deze verstijvin-
gen kan de temperatuurstijging aan de niet direct verhitte zijde echter
beperkt blijven. Bij voldoende dikke panelen kan echter ook een randvul-
ling van steenwol worden toegepast (fig. 4. 6b) .
Aluminium bevestigingsmiddelen smelten snel weg. Daarom dienen stalen
verbindingsmiddelen te worden toegepast met een voldoende kleine
h.o. h. -afstand om opentrekken van de aansluitingen te voorkomen.
4.7 Aansluiting met wand of vloer en "fire-stops"
Indien de gevel doorloopt voor een brandcompartimenteringswand of vloer
kunnen zich de volgende problemen voordoen (zie fig. 3.6):
a) branddoorslag is mogelijk via de naad tussen de gevel en de wand
dan wel vloer;
b) de warmtegeleiding via de stalen binnenbeplating is zodanig dat aan
de niet direct verhitte zijde van de binnenwand of vloer de stijging
van de oppervlakte temperatuur van staalplaat hoger wordt dan
180°C;
c) er is een niet onderbroken brandbare isolatie toegepast en er treedt
branduitbreiding op via het inwendige van de gevel waardoor even-
eens de hierboven genoemde oppervlaktetemperatuur wordt over-
schreden.
Het eerst genoemde verschijnsel is op te lossen door een afdoende koppe-
ling van de panelen met de binnenwand of vloer en een geschikte voegaf-
dichting aan te brengen.
Het tweede verschijnsel is alleen op te lossen door de binnenbeplating van
de gevel thermisch te onderbreken. Bij een onbrandbare kern vulling en
een niet te dunne binnenwand of vloer is dit echter waarschijnlijk niet
nodig.
Bij een brandbare isolatie zal echter veelal t. p. v. de aansluiting met de
brandcompartimenteringswand of vloer een fire-stop van onbrandbaar
materiaal nodig zijn. Zie fig. 4.7.
93/3/5-25
Fig. 4.1:
Fig. 4.2:
Kwalitatief beeld van de warmtedoorgang in glas en steenwol
in afhankelijkheid van de volumieke massa en opbouw bouW"-
constructie
500

400

300
ai

E
El 200
100
o
-s.O.
_ '7 staalplaat
.,/" .
steenwol(gla5)-wol

1-5 -


staalplaat
...lliL..
g=50 kg/m
3
g=140 kg/m
3
I
,
g=35 kglm
3
,
g=70 kg/m
3
.
f

-;
V
5=30 kglm
3
.1 •• f I
I
I
I
I
....
I
I
;,--
s=30 kglm
3
/V,
J-H
,l/

".
s=120 kg/ m
'j ,
!
,
/'
5=120 kglm
3
V
, ,
1,
V
v:
,
,
,
l/
'/
o 10 20 30 40 50 60 70 80 90 0 10 20 30 40 50 60 70 80 90
t1Id(mln)
Brandwerendheid m.b.t. de criteria vlamdichtbeid (ontvlam-
baarheid + afdichting) van sandwichpane1en met stalen bepla-
tingen.
- standaard brandverhitting -
'20

'"
'00
h

EE 80

=-8



60


40
20
0
60
8
80
• PUR
o PIR
• PUR 40 mm + aan belde Zijden 40 mm steenwol
D PIA 68 mm + 10 mm gipsvezelplaai aan verhitte ZIjde
o SteenWOl 70 mm

o
'00 '20 '40 '60 '80
dikte Isolatie Imml
93/3/5-26
E
É.
:2:
Fig. 4.3:
Benodigde dikte steenwol tussen staalplaten als functie van
de brandduur en betrokken op de temperatuurstijging van
140 oe
100
75
'6
50
1 staalplaat
steenwol
25
s. b.
o
o
Fig. 4.4:
D
E
if

U
H

30 60 90
brandduur [min]
Brandwerendheid uitsluitend betrokken op het criterium
thermische isolatie betrokken op de temperatuur van sand-
wichpane1en met stalen beplating -standaard brandverhitting-
'20
'00
80
60
40
0
0
20
0
60 80
• PUF
o PIR
• PUR .; .) mm • aar :-t-,Qe ZI!O€11 40 rnm S1eenwol
D PIR 6E mm .. , 0 11'''-, glpsveZelOIaal aan verl"lllle ll,oe
o Sleer· .. :ot 70 mm

'00 '20 '40 '60 '80
93/3/5-27
Fig. 4.5: Voorbeeld van het toepassen van een eJCtra Isolatieplaat
dunne staalplaat
direct verhitte zijde
gipskartonplaat kunststofschuimkern
Fig. 4.6: Mes- en groefaansluitingen van sandwichpaneJen met t.p. v.
de aansluiting een vuJlJng van onbrandbaar mater1aa1
ISOlatie cernentachtlQ malel'laal
stalen ptaat st_ stalen ptaat
i\ / 1
' ' ' - , , ' ~ ,- / A I
, i' /' / I I
'-_, '....,_ 1 / / I
, - I
ptaatssctYOet
93/3/5-28
Fig. 4.7: "FiI'e-stops" in sandwichwandpanelen ter voorkomen van
branddoorsJag naar naast of bovengelegen ruimte
wandpaneel met brandbare kern
~ ____ mogelijke weg van brand uitbreiding
r ...... .' .. '· ....... ~ bij afwezigheid van brandstop
wand of vloer
brandstop
93/3/5-29
SANDWICHPANELEN
DOOR HET OOG VAN DE FABRIKANT BEZIEN
Ing. P.A. Winkel,
Direkteur Panelen Holland, Oosterwolde
93/3/6-0
SANDWICHPANELEN DOOR HET OOG VAN DE FABRIKANT BEZIEN
Ing. P.A. Winkel,
Direkteur Panelen Holland, Oosterwolde
1. DE FABRIKANT
Ontstaan van de sandwichfabrikant:
Sandwichpanelen voor de bouw zijn ontwikkeld toen de vraag naar isolatie
van gebouwen ontstond, zo'n 20 jaar geleden. Het ene bedrijf ontstond uit
de Bouwmaterialenhandel die het produkt erbij ging maken, de ander uit
de Staal- of Aluminiumverwerker en later de Glashandel of Isolatieleveran-
cier die sandwichpa nelen ging maken.
Deze industrie heeft zich ontwikkeld tot een zelfstandige bedrijfstak met
een eigen know how.
Wat is dat voor een bedrijf:
- Denkt mee en ontwerpt uw paneel, lost gevelvullende problemen op.
- Voert pretests uit.
- Produceert.
- Geeft advies over opslag en montage.
- Garandeert.
Soorten fabrikanten:
We kunnen de sandwichpaneel fabrikanten opsplitsen in twee categorieën,
te weten:
a) de schuimers
b) de lijmers
ad. a) De schuimers zijn doorgaans ingesteld op een vast maatpatroon ,
zodat de hoeveelheid te injecteren schuim niet steeds varieert.
Nadeel is de starheid in maatvoering en vormgeving. Dit lijkt een contra-
dictie, omdat het vloeibare schuim elke vorm kan volgen, de belemmering
zit dan ook in de mal die gemaakt moet worden om de vorm vast te houden
tijdens het schuimen .
Voordeel is dat het proces relatief goedkoop is bij seriematige toepassing
van lange panelen.
ad. b) De lijmers zijn maatwerk-leveranciers.
Nadeel van dit proces is dat het doorgaans iets duurder is, zoals maatwerk
altijd is.
93/3/6-1
Voordeel is de vrijheid in vormgeving en maatvoering; de keuze uit
soorten materialen is enorm ruim, zodat naast eenvoudige panelen ook
panelen met speciale eigenschappen gemaakt kunnen worden.
We zullen ons verder beperken tot behandeling van de "lijmers".
Deze fabrikanten bewerken een groot assortiment materialen en kunnen
meestal optimaliseren, zagen, frezen, knippen, zetten, naast het lijmen en
persen.
Vereniging van sandwichfabrikanten:
Er is voor deze groep fabrikanten een vereniging, nl. de VSN.
De VSN staat voor Vereniging van Sandwichpaneel fabrikanten in Neder-
land.
De doelstellingen van de vereniging en een lijst van de aangesloten
bedrijven is vermeld in bijlage 1.
93/3/6-2
2. SOORTEN PANELEN BINNEN HET VSN GEBIED
We delen de panelen in naar hun toegepaste materialen en hun eigen-
schappen. De combinatie van soorten dekplaten en soorten isolatie is
legio. Uitgangspunt in dit bestek blijven de gevelpanelen.
De meest voorkomende dekplaten zijn:
A) Kunststof:
- Volkunststof zoals P.V. C., Polycarbonaat e.d .•
- Gewapend kunststof zoals Polyester.
- Houtkunststof zoals Trespa
B) Staal:
- Staalplaat sendzimir verzinkt
- Staalplaat gecoat zoals Plastisol
- Staalplaat gemoffeld
C) Aluminium:
- Brute aluminium
- Gecoat aluminium in standaard kleur
- Gemoffeld aluminium in RAL kleur
- Geanodiseerd aluminium
E) Diversen:
- Vezelcement zoals Mirall, Eflex
- Steenslagplaat zoals Granitex
- R. V . S. plaat
- Multiplex
D) Glas:
- Geëmailleerd glas zoals b. v . Colorbel
- Geopacifeerd glas zoals b. v. Solarbel
- Decoratief geëmailleerd glas zoals b . v. Ornalite
Soorten kernmateriaal:
De kernen van sandwich panelen bepalen voor een belangrijk deel de
technische eigenschappen.
De oorspronkelijk toegepaste isolatiematerialen zijn Polystyreen en Kurk,
direct gevolgd door PUR en PIR en daarna volgden Schuimglas, Steenwol,
Honingraat en P. V . C. schuim.
Om gericht te kunnen kiezen hebben we een globaal idee nodig van de
prijs/prestatie verhouding op thermisch isolatiegebied los van de overige
eigenschappen.
93/3 / 6-3
E.e.a. is aangegeven in tabel 1. Polystyreen met verhouding 1 is als
uitgangspunt genomen.
Tabel 1
ISOLATIE MATERIALEN
PRIJS/PRESTATIE VERHOUDING
waarde dikte bij!prijsverhoud-
R = 2.5 ing hierbi j
I) PUUR, THERMISCHE
ISOLATIE.
Polystyreen geëxpandeerd 0.036 90 1 : 1
Polyurethaan blokschuim 0.027 67 2 : 1
II)THERMISCHE ISOLATIE MET
EXTRA EIGENSCHAPPEN
Polystyreen geëxtrudeerd 0.030 75 3 : 1
Polyisocyanuraat (pir) 0.027 67 2.5 : 1
Steenwol, constructief 0.040 100 4 : 1
Kurk 0.045 112 6 : 1
Schuimglas 0.040 100 6 : 1
Geschuimd pvc 0.040 100 25 : 1
We bespreken de soorten naar toepassingsgebied, waarbij we de nadruk
leggen op de kern. De dekplaten laten we buiten beschouwing omdat deze
doorgaans een decoratieve functie vervullen.
A) Thermisch isolerende panelen:
Als het alleen gaat om warmte-isolatie en er verder geen eisen zijn, scoort
geêxpandeerd Polystyreen, het beste in prijs/ prestatie tabel. Bij beper-
kingen in de dikte van het paneel verschuift de prijs/prestatieverhouding
naar Poly-urethaan.
Verder zijn ook de dikte toleranties in polyurethaan nauw-keuriger te
handhaven, we moeten dan denken aan + of - lmm. De Nederlandse
normbladen laten wat dat betreft nogal veel ruimte. Nen 7043 laat een
dikte tolerantie toe voor P. S. van 2 mm + of - en Nen 7086 vindt ook een
tolerantie van 2 mm + of - , voor Pur acceptabel. Beide toleranties zijn
voor gevelpanelen niet geschikt. Zonder meer verwijzen in een bestek
naar deze normbladen kan dan ook alleen maar tot teleurstelling leiden .
Dunnere panelen b. v. 20mm dik die toch een zekere sterkte en stijfheid
moeten hebben kunnen prima worden uitgevoerd van geêxtrudeerd
Polystyreen. De isolatiewaarde van dit materiaal is ook gunstiger dan
geëxpandeerd polystyreen terwijl geëxtrudeerd polystyreen tevens beter
bestand is tegen een dynamische belasting.
Een overzicht van isolatiewaarden volgens Nen 1068 geeft bijlage 2.
93 / 3/6-4
I
I
B) Brandwerende panelen:
Eenvoudige panelen die brandwerende eisen moeten hebben kunnen
gerealiseerd worden met bv. Kurk (± halfuur brandwerend), echter
panelen waar hogere eisen aan gesteld worden dienen geproduceerd te
worden met materialen als Schuimglas (tot ± 1 uur) en Steenwol (tot ± 2
uur) .
In een aantal gevallen stelt het Bouwbesluit weliswaar geen brandwerende
eisen, maar is het toch verstandig gezien het risico van verstoring van de
bedrijfsactiviteiten in zo'n gebouw, om onbrandbare gevelpanelen te
kiezen.
C) Geluidwerende panelen:
Door de wet worden eisen gesteld aan de minimale geluidwering van gevels
(en dus de panelen). In de praktijk komt het er op neer dat gevels die
bloot staan aan hoge buiten geluid-belasting t.g.v. verkeerslawaai,
vliegtuiglawaai en spoorweglawaai, aan zware geluidwerende eisen moeten
voldoen.
Ook is het mogelijk produktiegeluid van fabrieken of disco's naar buiten
toe te beperken met panelen.
Voor de samenstelling van geluidwerende panelen zijn rekenregels die een
indicatie geven, maar ook hier geldt "meten is weten".
Een "staalplaat je " inlijmen kan als gewetensusser dienen, maar bij eisen
boven de 27 dB (a» komen echt andere constructies om de hoek kijken.
Een beperkt overzicht van de mogelijkheden is aangegeven bijlage 3.
D) Kogel- of inbraakwerende panelen:
Een produkt waarbij een grote zorgvuldigheid in acht genomen moet
worden.
Ook hier komen WIJ In de markt de opmerking tegen: "een staalplaat je
ertussen". En inderdaad, dit voldoet, tot de kogel echt komt.
Kogelwerende panelen worden samengesteld uit een aantal speciale staal-
soorten en kunststoffen. De selectie van deze materialen gebeurt middels
een omvangrijk aantal proeven. Na de proeven worden de panelen samen-
gesteld en als geheel getest en gecertificeerd.
Een voorbeeld geeft bijlage 4.
E) Röntgenstralingwerend e.d.:
De eigenschappen van het paneel kunnen eigenlijk aan velerlei eisen
worden aangepast, ook röntgenstralingwerend is te realiseren.
93/3/6-5
F) Constructieve panelen:
We doelen hier op panelen die niet noodzakelijk thermisch isolerend zijn,
maar toch worden voorzien van isolatiemateriaal of honingraat om een
vlak, stijf en vooral licht gevelelement te verkrijgen.
Tenslotte:
Voor: • alle panelen .. · geldt: \bij twijfer·ln het ontwerp stadium raadpleeg
enyerp.licht
We hebben nu vastgesteld uit welke componenten het paneel is opge-
bouwd, rest ons nog een heel belangrijk onderdeel, de lijm.
93/3/6-6
3. LIJM
De lijm is het element wat het sandwichpaneel "bindt". Hij vangt in
principe de schuifspanning en een stukje trekspanning (afpelling) op.
Behalve deze spanningen dient de lijm geschikt te zijn voor temperaturen
van -30 tot +90 graden en bestand te zijn tegen vocht. Een lijmtype wat
deze eigenschappen combineert en gebruiksvriendelijk is, is de polyuret-
haanlijm.
We kennen twee basis typen t. w. :
De één component: die 'taai elastisch" is en een goede hechting geeft
op een grote verscheidenheid aan materialen.
Deze lijm schuimt op en vult daardoor kleine toleranties in schuim of
dekplaat. De lijm is niet geschikt voor een zeer snelle produktie, omdat de
ontbrekende component, n.l. vocht, langzaam in de lijm toetreedt en voor
de uitharding zorgt.
De lijm heet ééncomponent, maar gebruikt wel degelijk vocht als tweede
component. Het benodigde vocht is heel weinig, u kunt hierbij denken aan
± 4-20 gram per m2, e.e.a. afhankelijk van de hoeveelheid opgebracht
lijm. Dit vocht haalt de ééncomponentlijm doorgaans uit de lucht tijdens
het verlijmen, of uit de te verlijmen materialen. Bij een lage relatieve
luchtvochtigheid of verlijming van damp dichte materialen, zoals b. v.
metaal is toevoeging van vocht onontbeerlijk.
Doordat de componenten in de lijmfabriek zijn gemengd en gecontroleerd is
de samenstelling stabiel en de verwerking eenvoudig en economisch.
De twee componenten: heeft een korte reactietijd en geeft een starre
verbinding.
De lijm dient ter plekke door de paneelfabrikant te worden gemengd . Maar
vochttoevoer is niet nodig waardoor de lijm ook zeer geschikt is voor
verlijming van "harde" materialen, waarbij toevoeging van vocht niet
wenselijk is. Omdat een tweecomponent niet opschuimt, dient meer lijm te
worden opgebracht dan bij een ééncomponent om eventuele materiaaltole-
ranties op te vangen. In het algemeen dienen blanke metalen te worden
voorbehandeld.
93 / 3/ 6-7
4. PRODUKTIE
Produktie in relatie tot kwaliteit:
Basis van een produktie die een bepaald kwaliteitsniveau heeft is een
beschreven en vastliggende methodiek, een zg. kwaliteitshandboek.
Nog mooier is deze methodiek te laten controleren door een externe
instantie en te toetsen aan een ISO norm, zodat e.e.a. resulteert in een
ISO certificaat zoals afgebeeld in bijlage 5.
Uitgangspunten zijn dat alle afspraken vastliggen en volledig zijn:
Voorbeeld; bestel geen S. V. plaat dik 0,75 mm; maar een sendzimir
verzinkte staalplaat FE P02 G Z 275 NA-C, die voldoet aan DIN EN 10142
en geleverd wordt met een tolerantie in breedte en lengte van + of - 1 mmo
Op het moment dat zo'n plaat geleverd wordt is het niet nodig de plaat te
controleren op deze afspraken, tenzij de leverancier onbekend is c.q.
voor het eerst levert. We gaan ervan uit dat afspraken vast liggen en
worden nageleefd. De controle van materialen en handelingen spitst zich
toe op het eigen bedrijf.
De produktie begint met de ontvangst van de grondstoffen.
De controle hiervan bestaat uit:
- klopt de vrachtbrief met de geleverde goederen
- zijn de materialen en de verpakking onbeschadigd
Indien dit niet het geval is, dit schriftelijk rapporteren.
De produkten worden daarna binnen en droog opgeslagen voorzien van
een nummer, zodat ze traceerbaar blijven.
Een aantal materialen worden mechanisch bewerkt, zoals het isolatiemate-
riaal, de metaalplaten , de kunststofplaten enz. Een aantal zijn klaar voor
verlijming zoals gehard glas, gemoffeld aluminium.
De produkten die binnen het bedrijf verder worden bewerkt vallen
automatisch weer binnen het kwaliteitshandboek van het bedrijf qua
bewerkingstoleranties. Van de isolatiematerialen worden steekproeven
genomen en deze gegevens worden vastgelegd m.b.t. de dikte toleranties,
omdat dit essentieel is bij de verlijming. Op een gegeven moment komen
alle materialen voor het betreffende paneel bij elkaar om verlijmd te
worden.
Alvorens tot verlijming over te gaan zijn twee dingen van essentieel
belang n.l.:
- Is het oppervlak geschikt voor verlijming; is het niet verontreinigd,
heeft het de juiste oppervlaktespanning, geeft de eventuele overspray
93/3/6-8
van de moffelcoating op de achterzijde voldoende hechting, zijn de S. V.
staalplaten niet vochtig of gecorrodeerd enz. Zodra wordt getwijfeld aan
de verlijmbaarheid van een oppervlak vindt een lijmproef plaats, d.m. v.
een op het materiaal te plaatsen trekapparaat. Indien de uitslag negatief
is, wordt onderzocht of het te lijmen oppervlak kan worden nabewerkt, om
voldoende hechting te krijgen.
- Als alle componenten klaar zijn voor verlijming wordt gecontroleerd of
alle materialen de temperatuur van de lijmruimte hebben. Dit is vooral van
belang voor pakketten glas- en staalplaten, waarvan de binnenste platen
zeer traag op temperatuur komen. Dit speelt voornamelijk in de winter.
Als de platen kouder zijn dan de luchttemperatuur in de lijmerij ontstaat
bij het verwerken van de platen in de lijmerij een minuscule condenslaag
op de platen (ze "beslaan"), met als resultaat een slechte lijmhechting .
Een pak staalplaten wat 's morgens op de auto in de vrieskou heeft
gelegen en 's middags verlijmd wordt heeft zacht uitgedrukt enige aan-
dacht nodig.
Alles is in orde en de componenten worden nu verlijmd.
Het lijmen
Afhankelijk van het type produkt en de toepassing van het produkt,
wordt door de paneelfabrikant een keuze gemaakt uit de diverse toepas-
singsmogelijkheden.
Het opbrengen van de lijm kan op de volgende wijzen plaatsvinden:
- Handmatig d. m. v. een "lijmkam"
. - Spuiten met een handspuit
- Spuiten met een automatische spuitinrichting
- Walsen met een lijmwalsmachine
- Met een rilmachine
Handmatig:
Komt alleen voor bij enkele stuks met een ingewikkelde vorm.
Spuiten met de hand:
Spuiten met de hand is geschikt voor enkele stuks met een ingewikkelde
vorm, maar eist goed vakmanschap en geregelde oefening, om een juiste
lijmlaagdikte te verkrijgen.
Spuiten met een automatische spuitinrichting:
Spuiten met een automatische spuitmachine is uitstekend geschikt voor
grote panelen waarvan de breedte niet te veel varieert en de lengte niet te
kort is. Bij deze manier van werken is het resultaat uitstekend te contro-
leren.
93/3/6-9
Lijmwals:
Is geschikt voor panelen met grote diversiteit in breedte en lengte;
uitgangspunt is dat meestal het isolatiemateriaal tweezijdig tegelijk wordt
ingelijmd, zodat in een hoog tempo wordt gedraaid wat prima is te contro-
leren, maar meer vakmanschap vraagt van de spuitmachine. Het walsen is
niet geschikt om zachte materialen als steenwol of broze materialen als
foamglas in te lijmen.
Rillen:
Is alleen geschikt voor specifieke toepassingen, zoals gipsplaten op
isolatiemateriaal en andere stijvere dekplaten op kern materiaal , omdat bij
dunne dekplaten de rillen zich kunnen aftekenen als het paneel blootstaat
aan temperatuurwisseling.
93 / 3/ 6-10
- I
5. KWALITEITSCONTROLE
Welke controles vinden plaats tijdens het lijmproces:
- Het type lijm en het nummer van het betreffende lijmvat dienen te
worden geregistreerd op de bijbehorende order, zodat we als er iets met
de lijm mocht zijn we kunnen traceren welke panelen met dat lijmvat zijn
gemaakt.
- De produktiedatum van de lijm moet bekend zijn en er moet vast liggen
tot welke datum de lijm nog gebruikt kan worden; het supermarktprincipe
van alles wat "overdatum" is gaat voor de halve prijs weg, gaat hier niet
op. Alles wat over datum is wordt herkeurd of is chemisch afval.
- De temperatuur van de lijm moet gemeten en geregistreerd worden en
voldoen aan de vastliggende eisen.
- De hoeveelheid lijm c.q. de lijmverhouding wordt tenminste steekproefs-
gewijs gecontroleerd en geregistreerd.
- Bij toepassing van een ééncomponent lijm geldt hetzelfde voor het toe te
voegen vochtgehalte.
- De opentijd ligt vast per lijmtype, produktiemethode, temperatuur en
wordt gerespecteerd.
De componenten zijn nu ingelijmd en samengesteld. Nu dient onder druk
de lijm te reageren.
Het persen van de panelen kan "warm" of "koud" gebeuren.
Het "warm" persen houdt in dat de panelen in de pers worden opgewarmd
tot b. v. 40 of 50 graden C., waardoor een snelle reactie van de lijm volgt
en een korte perstijd is te realiseren van desnoods enkele minuten.
Nadeel is dat de lijmverbinding tot stand komt bij een hoge temperatuur en
bij afkoeling daarna er krimp optreedt van alle componenten. Als verschil-
lende materialen zijn gebruikt zal extra spanning in de lijmnaad ontstaan
en mogelijk kromtrekken van het paneel tot gevolg hebben. Zeker bij
toepassing van verschillende dekplaten voor en achter.
Het "koud" persen kan simpel gebeuren door "gewicht" op het paneel te
plaatsen. Maar op een paneel van 1,5 x 3,0 meter moet al gauw 8 à 9 ton
gewicht, dus dat wordt meestal een omslachtig gesleep met zware materia-
len, plus het feit dat zo'n gewicht gelijkmatig en zeer behoedzaam moet
worden geplaatst om beschadiging van de isolatie in het paneel te voorko-
men.
GebrUikelijk is dus het plaatsen van de panelen in een pers.
De pers kan werken d. m. v. druk. Een vlakke staalplaat oefent een in te
stellen en te controleren druk uit op het paneel. Het mooiste is als de
persgegevens automatisch worden geregistreerd, zodat archiveren en
traceren eenvoudig en goed kan gebeuren. Een andere manier van koud
persen is d.m.v. vacuum. Het paneel wordt geplaatst in een vacuümpers.
93/3/6-11
Over het paneel ligt een rubberkleed wat door de optredende onderdruk
strak over de vorm van het paneel gaat liggen en deze aandrukt met een in
te stellen druk. Het voordeel van deze vacuümmethode is dat ronde en
andere panelen perfect onder druk kunnen worden gehouden.
Tijdens het persen wordt gecontroleerd en geregistreerd:
De temperatuur van de componenten c. q. de persruimte .
De persdruk.
De perstijd.
De perstemperatuur.
Eventueel de relatieve luchtvochtigheid bij toepassing van een
ééncomponent lijm.
Na het persen vindt eventueel een verlijmingscontrole plaats door verwar-
ming van het paneel.
Hierna vinden eventuele nabewerkingen, zoals tapen, merken, plaatsen
van garantiesstickers, sponningen en/of zagen van kunststof- of houtpa-
nelen plaats. De panelen worden hierna uitstekend verpakt omdat ze
moeten worden vervoerd en vaak worden verwerkt op de bouwplaats.
Handling gereed produkt
Glaspanelen worden in principe verpakt op een glasbok en de overige
panelen op een pallet, zodat laden en lossen zonder breuk en beschadigen
kan plaatsvinden.
De panelen worden vervoerd in een gesloten vrachtauto, zodat geen
stagnerend vocht tussen de panelen kan komen.
Het opslaan moet altijd droog gebeuren. Niet onder dekkleden omdat
gronddamp dan vaak condens veroorzaakt. Panelen zijn gemaakt voor
buitentoepassing en kunnen dus tegen regen, wind en vorst, maar
stagnerend vocht tussen de panelen onderling
kan verkleuring geven van de dekplaten en kromtrekken van de panelen
veroorzaken, door eenzijdige vochtopname.
93/3/6-12
6. RECYCLING
Als dit produkt over een aantal jaren zijn dienst heeft bewezen kan de
gevel aangepast of gesloopt worden om o.m. de volgende redenen:
- De isolatie-eis is verhoogd:
Het paneel kan dan aan de binnenzijde eenvoudig worden "opgedikt" met
een na-isolatiepaneel; de bestaande radiator kan dan meteen worden
vervangen door een kleinere.
- De esthetische eis is gewijzigd:
Het paneel kan worden uitgenomen en van een nieuwe voorplaat worden
voorzien; in een andere kleur of van een ander materiaal.
- Het gebouw voldoet niet meer en wordt gesloopt:
De panelen zullen nu in 9 van de 10 gevallen in het sloop circuit terechtko-
men, waarbij we twee mogelijkheden hebben:
a) storten: dat kan, een paneel is gewoon 'bouwafval".
b) scheiden en recyclen: door het paneel bloot te stellen aan een hoge
druk vernielen we het isolatiemateriaal en komen de componenten vrij voor
afzonderlijke recycling. Nemen we als voorbeeld een paneel met een
aluminium buitenhuid , een polyurethaankern van 68 mm en een stalen bin-
nenhuid, dan resteert na deze behandeling per m2 paneel
± 6 kg aluminiumplaat
± 2,5 kg PUR stof
± 6 kg staalplaat
Ook andere methoden zijn in onderzoek zoals, onderdompelen in vloeibare
stikstof om daarna via een schrikeffect de componenten te scheiden. Een
fabrikant van isolatiemateriaal die voorop loopt in het terugnemen van hun
materiaal t. b. v. recycling is Rockwool. Rockwool heeft reeds een operati-
onele organisatie die het produkt terugneemt.
93/3/6-13
7. GARANTIE
Als het produkt perfect aan de gevel is verwerkt rest nog een verzekerde
garantie om in geval van calamiteiten de dan hoge kosten op te vangen.
U kunt op de verlijming, het essentiële onderdeel van een sandwichpa-
neel , een verzekerde projectgarantie krijgen.
De garantie dekt dan de fabrikagekosten van de nieuwe panelen, het
uitnemen en het plaatsen van de panelen. Deze garantie geldt 10 jaar en is
niet afbouwend (zie voorbeeld in bijlage 6).
93/3/6-14
\C)
W
.......
W
.......
0'1
I
Ol
.....
w.
t-'
llJ
IQ
CD
....
-Ol- vsn
__
socrotarlS: dr. g. C. p. linssen
scnaapsweg 36 .
poSIDuS·6070. 6077 ZH SI. CXllhénbefg
telefoon 04752·04"55
telelu 04752-3745
Inschr. nr. k.'1.k. I. roctm'IOOd v 177426
DOELSTELLINGEN VSN:
"------_ .. .. _ . . _ ... ---
A Produktpromotie teneinde verbreding van sandwichpaneeltoe-
passingen te stimuleren.
B Bevordering van positieve onderscheiding in de markt.
C Bevordering van gezonde marktverhoudingen op basis van
prijs/prestatie verhoudingen.
ad. A) PRODDKTPROMOTIE
Doelgroepen:
- Onderwijs
- Architekten/opdrachtgevers
- Afnemers/verwerkers
Hoe:
- Studiedagen
- Brochures
- Publikaties
- Training/opleiding
ad. B) POSITIEVE ONDERSCHEIDING 111 DE MARlCT
De VSN denkt de positieve onderscheiding te vergroten
door:
- Bevordering kwaliteit (kwaliteitskeuze, certifice-
ring)
Stimulering normering
Montage- en plaatsingsvoorschriften
Zekerheden bieden (garantie, klachtenregeling, arbi-
trage
Stimuleren technisch onderzoek
ad. C) MARlCTVERHOODlllGEN
- Goede marktsegmentatie/specialisatie
- marktonderzoek
- Capaciteitsafstemming
- Leveringsvoorwaarden
- Uitbreiding ledenaantal VSH/breed draagvlak
-Ol- vsn
I
socfolans: dr g_.C. p. IIn550n
schaapsweg 36
postbuS 6070. 6077 ZH st odlllênberg
t.I.loon 04752· .... 55
telefax 04752-3745
insehr. nr . k.v.k. Ie roermond v 177426
LEPENLUSI VSN PER NOVEMBER 1993
Groeneveld ir. D.H. Fabriek Yan Plaatwerken Van Dam B.V.
Ridderkerk
Kreos U. J.J. Kreos B.V.
Emmeloord
Kreuk ing. W.J. pm Holland B.V.
Nijkerk
Moutbaan G.W. GBP Waossum B.V.
Waossum
Prins E.J. Gebr. Prins Bouwstorreobandel B.V.
Dein
Winkel G. Tunmerlabriek De Mors Rijssen
Rijssen
Winkel ing. P.A. Panelen Holland B.V.
Oostenrolde
Secretariaat:
Liossen dr. G.C.P. Vereniging nn Sandwicbpaneelfabrikanten
in NederlandlVSN
St. OdiUënberg
01804-15066
05270-98031
03494-54414
04784-2941
015-569313
05480-14885
05160-13441
04752-4455
Informatieblad: nr. 8
ISOLATIEWAARDEN VAN SANDWICHPANELEN
Isolatiewaarden van panelen
3.0
2.5
2.0
1.5
1.0
0.5
ISOLATIE-MATERIALEN
I. Eko-Pur. À = 0.027 W/(mK)
1. Geëxtrudeerd PS (Styrofoam). À = 0.030 W/( mK)
3. Geëxpandeerd PS20. ), = 0.036 W/(mK)
·t Conrock 291.100. À = 0.040 W/( mK)
292.306. À = 0.041 W/( mK)
292.506. À = 0.043 W/( mK)
5. Natuurkurk. À = 0.045 W/( mK)
BEREKENING Re-WAARDE
De berekenin!! van de thermische isolatie !!esehiedt \ol!!ens
rekenmethod;n vemleld in de NEN I O6R '( 1991 ). -
Volgens het Bouwbesluit an. 70 en an. 117 dient een
scheidingskonstruktie een Re-waarde te hebben van 2.5 m:
KJW.
Voor afwijkende gev:llkn kunt u \'oor advies terecht hij
Panelen Holland.
CFK-VRU
Alle door Panelen Holland verwerkte isolatiematerialen zijn
CFK-vrij.
In het Staatsblad \'an 5 november 1992 is bekendgemaakt
dat het per I juli 1993 niet meer toegestaan is
isolatiematerialen toe te passen die CFK 's bevanen.
VOORBEELD
- Sandwich paneel uitgevoerd met Trespa G2 dekplaten
en 67 mm Ek,,-Pur:
Re = I Rm
A
_ Re = o.om \' 2 - O.06ï = 2.5 111: KJW.
0.30 O.02ï
- l ' -w:larde = .J.... ,
Re
tl-waarde is Je nieuwe aanduiding \'(lor K-waarde.,
- Re = Rc + Il.l7 IOvcrgangsweerstand I = 2.5 + \1.1 ï
= 2.6ï 111: I\.,W.
- l = = t),.:- \\ï( m:KI
_.6 /
Bo\enstaande gegevens zijn met de uiterste Larg samengesteld. l Jient deze gege\ ens te gebruiken als itlliicaties. P:lnelen
Holland kan geen aansprakeli,ikheid aanvaarden \'oor de consequenHes van het van deze gegevens zonder
schrittèlijke wrklaring \ oor het betreffende projekt te hebben afgegeven.
93/3/6-Bijlage 2
Overzicht Luehtgeluidisolatie
PANH().dB
panelen NEN 20140
Type
R
Av RAl
indB (Al in dB (A)
29 C0666 29 28
30A 1230 30 30
30 B 0943 30 30
3000450 30 31
31 A 1530 31 31
31 A 0630 31 30
31 A 0240 31 33
32 A 1032 32 31
32 A 0630 32 32
33 A 0636 33 32
33 B 2131 33 34
33 A 0430 33 34
33 C0648 33 34
33 B 1040 33 38
34 C 1548* 34 35
34 A 0630 34 34
35 A 0340 35 36
35 A 0640 35 36
36 A 0440 36 37
36 B 0440 36 40
36A064O 36 41
37 B 0450 37 37
37C0650 37 38
37 B 0960* 37 39
39 A 1540 39 42
4000460 40 40
42 A 1040 42 44
Toelichting:
Re - waarde volgens ons informatieblad no. 8
R
Av
= wegverkeerslawaaispectrum
DIN 552210
R
Ar Rw
Bekledings-
platen
indB (Al indB
27
30
29
33
30
29
34
30
31
31
35
35
36
40
35
33
38
36
38
42
44
37
38
38
44
39
45
30 Trespa
31 Trespa
32 Staal/Glas
33 Aluminium
31 Glasal
32 Trespa
34 Staal
31 Glasal
34 Trespa
33 Trespa
35 Staal/Glas
36 Staal
36 Trespa
40 Staal/Glas
35 Glasal
36 Trespa
38 Staal
38 Trespa
38 Staal
43 Aluminium
45 Trespa
38 Staai/Trespa
38 Trespa
40 Staai/Trespa
45 Glasal
41 Aluminium
45 Glasal
R
Ar
= railverkeerslawaaisperuum
Rw = lawaaispectrum DIN-norm
Warmte-isolatie
Re
in m2 KIN
2.50
1.15
1.65
2.77
1.15
1.15
1.00
1.30
1.15
1.40
1.30
1.15
2.00
1.10
2.00
1.15
1.00
1.81
1.00
1.20
1.15
1.40
1.10
2.12
1.20
1.81
1.20
RAJ = luchtverkeerslawaaispectrum * Paneelafmeting in overleg met Panelen Holland
r---
A
_11
B
~ I
L=
;- ' c __ ....... 1 I
inklemdikte
geschikt voor zichtwerk
inklemdikte
niet geschikt voor ziehtwerk
inklemdikte
Inklemdikte
inmm
47
42
26
24
45
39
41
48
42
46
26
34
31
26
30
39
43
52
44
24
50
17
39
32
67
24
72
.... D ____ .J? I ;,kI,""''''
Postbus 61 8430 AB Oosterwolde
telefoon 05160-13441 fax 05160-14998.
93j3j6-Bijlage 3
I
I
I
I
i
I
i
I
I
I
i
J
I
I
!
I
I
i
Leveringsprogramma
-
...
TYPE WAPEN MUNITIE SCHOOTS- TREF- DIN 52290 DIKTE GEWICHT K-WAARDE
AFSTAND ENERGIE deel 2 (W/ m'K)
1 UZI pistool- 9 x 19 mm, vol mantel 3 meter 628 Joule P 29mm 34kg/m' 1,15
mitrailleur 8.00g. M1-SF
2 Revolver kal. 9 x 33 mm, volmantel 3 meter 895 Joule M2-SF 40mm 42kg/m' 0,77
. 357 Magnum 10.20g .
3 Revolver kal. 11 x 32,5 mm volmantel 3 meter 1511 Joule M3-SF 40mm 42 kg/m' 0,77
. 44 Magnum 15.60g .
4 M1 karabijn 7,62 x 33 mm volmantel 10meter 1258 Joule P 42mm 58kg/m' 0.77
kal..30 7.10g.
5 Riotgun kal. 12DN 10 meter 2881 Joule P 41mm 50kg/m' 0,77
kal. 12 30.8g.
6 G3(HK) 7.62x51 mm, volmantel 10 meter 2959 Joule M4-SF
kal. 7.62 9.55g.
56mm 90kg/m' 0,57
'-
AR15 5.56 x 45 mm vol mantel 10 meter 1723 Joule M4-SF
kal. 5.56 3.60g.
.
Trefenergie zoals bereikt bij de officiële test bij BeschuBamt Ulm, d.d. 10.3,1989. Nadere gegevens zoals looplengtes, testomstandigheden,
e.d, op aanvraag.
..
P = Prufzeugnis Ulm; komt in DIN 52290 niet voor .
- Door variatie in schuimdikte kan totale dikte aangepast worden.
.... Volgens DIN wordt in de klasse M4 in één paneel 3x met het geweer G3 en 3x met het geweer AR15 geschoten.
Technische gegevens
Vink Security Panel
- Certificaten:
"DIN 52290 deel 2, klassen
M1-SF, M2-SF, M3-SF en M4-SF
dd. 10 maart 1989.
"·DIN Prufzeugnis
dd, 10 maart 1989.
-PTT norm:
Type 1 is goedgekeurd volgens
PTT norm A 1-B3 dd. 25 oktober
1989.
-Afmetingen:
maximale produktie-afmeting
type 1 + 4: 2500 x 1250 mm,
grotere afmetingen op aanvraag.
maximale produktie-afmeting
type 2, 3, 5 en 6: 3000x1500 mmo
- Tolerantie:
dikte tolerantie: +/- 1 mmo
maat tolerantie: +/- 2 mmo in leng-
te en breedte.
vlakte tolerantie: max. 5 mm/m 1.
Vink Kunststoffen is een Europese
organisatie met meerdere vestigin-
gen in Nederland, België, West-
Duitsland en Zwitserland.
Binnen de Vink onderneming is een
aantal medewerkers speciaal belast
met veiligheidsbeglazing en beveili-
gingsprodukten.
De Vink beveiligingsspecialisten ad-
viseren u graag bij het treffen van ef-
fektieve bouwkundige maatregelen
tegen de hand over hand toenemen-
de criminaliteit en agressiviteit.
Uw veiligheid is bij de specialisten
van de produktgroep veiligheidsbe-
glazing in vertrouwde handen.
93/3/6-Bijlage 4
Vink Kunststoffen B.V.
Bergvredestraat 7, 6942 GK Didam
Postbus 1, 6940 BA Didam
Telex 45086, Fax 08362-98272
Produktgroep veiligheidsbeglazing
Telefoon 08362-98881
®
Lloyd 's Register
Quality Assurance
CERTIFICATE OF APPROVAL
Hiermede verklaart LRQA dat het kwaliteitsborgingssysteem van:
Panelen Holland B.V.
Oosferwolde, Nederland
door Lloyd's Register Quality Assurance Limited is geëvalueerd en
goedgekeurd volgens de volgende kwaliteitsborgingsnormen:
ISO 9002-1987 EN 29002-1987 NEN-ISO 9002:1988
Het kwaliteitsborgingssysteem is van toepassing op:
Het vervaardigen van isolerende
sandwichpanelen en gevelbekleding.
Datum van uitgifte
eerste certificaat: 4 Juni 1993
Certificaat no: 931270 Datum van uitgifte
verlenging: 4 Juni 1993
Vervaldatum: 31 Maart 1996
Erkend door de
Raad voor de Certificatie
De goedkeuring is afhankelijk tlan het onderhouden tlan het kwalitLitsborgingssystum door de onderneming,
otll?Teenkomstig genoemde normen, hetgeen door LRQA periodiek zal worden beoorduld.
93 j 3j 6-Bijlage 5
Postbus 61 8430 AB Oosterwölde
Telefoon 05160-1344f
, . Fax05160-14998 .
van 10 jaar verzekerde
PRODUKTGARANTIE
Certificaatnummer
Opdrachtgever
Gevestigd te
Projekt
Leverdatum
Faktuurnummer
De opdrachtnemer Panelen Holland BV, gevestigd aan de Homleger 3 te Oosterwolde. verklaart
hiennede te garanderen; de \'erlijming en tape hechting, bij nonnaal gebruik en onderhoud, voor een
periode van 10 (tien) jaar, ingaande op de datum van levering. de door hem geleverde en omschreven
materialen volgens de bepalingen van het garantiereglement zoals venneld op de achterzijde
Onder garantieschade wordt verstaan; onvoldoende hechting van de lijm c.q, de tape aan de dekplaten
en het isolatiemateriaal en/of tussenmateriaal!
In afwijking van het garantiereglement is de uitsluiting van ., regen-, sneeuw- en smeltwater, water
en stoom" als venneld in artikel 10 sub c op deze overeenkomst niet \"an toepassing
De genummerde GIP-sticker aan de rand van het paneel en Je betreffende faktuur(en) dienen naast
dit garantie-certificaat als bewijsmiddel
Als bepalingen van dit garantiereglement niet In o\'ereenstemming zijn met contractuele en/of
leveringsvoorwaarden die van toepassing zijn tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, hebben de
bepalingen van dit garantiereglement voorrang
Panelen Holland BV, heeft zijn aansprakelijkheid zoals die ':oortvloeit uit dit garantiecertificaat,
ondergebracht bij Garantiefonds Industriële Produkten (GP)
De Stichting Garantiefonds Industriële Produkten garandeen de nakoming van de door de opdracht-
nemer middels dit certificaat verstrekte garantie
Oosterwolde. d,d,
B.\'.
GARANTIEFONDS
INDUSTRIELE
PRODUKTEN
STICHTI :\C c.-\R,-\:\TiEFO:\DS I:\DL'STRIELE
_ _ Postbus 30038. 9700 RM GRONINGEN

StichtlDq Garantiefonds Indu.salêle PIodukteI:
/ __ - Telefoon 050-228999 Fax 050-255983
============= / - Inscbr. KvK Groningen m. S11687
93j3j6-Bijlage 6
HET SAMENGESTELDE GEVELPANEEL
variaties in de praktijk
Ing. Just Renekens ,
Onderzoeker Produktontwikkel1ng Aluminium
Glasgevelbouw , Vakgroep Bouwtechnologie ,
Faculteit der Bouwkunde, TU-Delft;
Direkteur Renekens Advies BV., Malden
93/3/7-0
HET SAMENGESTELDE GEVELPANEEL
variaties in de praktijk
Ing. Just Renckens,
Renckens Advies, Malden
INLEIDING.
Er worden steeds meer bouwcomponenten industrieel vervaardigd. De
voordelen van fabriekswerk ten opzichte van bouwplaats-uitvoering zijn
o.a.:
- de produktie vindt plaats in geconditioneerde ruimten onafhankelijk van
de weersgesteldheid;
- de inzet van gespecialiseerd personeel;
- de beschikking over speciale machines;
- de mogelijkheid van een intensievere kwaliteitsbewaking;
- er zijn kortere bouwtijden te realiseren.
Deze voordelen van geindustrialiseerde toelevering resulteren in een
goede prijs/prestatie verhouding van de geproduceerde bouwcomponen-
ten.
Een belangrijk aspect van fabrieksbouw van bouwcomponenten is, dat
beter ingespeeld kan worden op de ontwikkelingen in de bouwsector.
Hiermee worden architectuur trends, produktontwikkelingen , toename van
technisch-functionele eisen en regelgeving bedoeld.
Het bouwbesluit gaat uit van prestatie omschrijvingen, innovatie dient
gestimuleerd te worden.
Milieu eisen, energie besparing, hergebruik van materialen: allemaal
aspecten die in toenemende mate aandacht krijgen en invloed uitoefenen op
het bouwen. Op gebouwniveau, maar ook op bouwdeel- en bouw-compo-
nent niveau.
Begin negentiger jaren ontstond de trend om meer steenachtige materialen
in de gevel toe te passen. Graniet en tegelwerk werden steeds vaker
gekozen.
Tevens werd de koud-warme gevel constructie in toenemende mate toege-
past. Bij dit geveltype wordt een enkelvoudige (on geïsoleerde) estheti-
sche "regenjas" op spouw afstand voor een aan de buitenzijde geïsoleerd
bouwlichaam gemonteerd. Hierdoor ontstond een afname van het gebruik
van sandwich-panelen, doch een toename van enkelvoudige paneel con-
structies en een grotere variatie van matariaal gebruik hiervoor. Bij deze
constructie-opbouw van de gevel is het bijvoorbeeld mogelijk steenachtige
materialen zoals natuursteen en keramische tegels op een innovatieve
manier aan een aluminium achterconstructie te bevestigen. Hierdoor is een
snelle montage en dus een korte bouwplaats montagetijd mogelijk.
93/3/7-1
Bovenstaande ontwikkelingen volgen op een periode van glasgevel-bouw
in de tachtiger jaren en metaal-glas bouw in de zeventiger jaren.
Vanaf medio zeventiger jaren werd de verbetering van de thermische
isolatie van gebouwen een belangrijk aandachtspunt. On geïsoleerde
panelen werden vervangen door isolerende samengestelde panelen.
Van het bouwdeel gevel zijn de vlakvullende componenten een belangrijk
onderdeel. Juist op component niveau kan inventief gereageerd worden op
een veranderende vraag.
Het samengestelde paneel, als subcomponent van de gevel, heeft zowel
veel betekenis voor het esthetische aspect als voor de bouwtechnische- en
functionele aspecten van de gebouw-afsluitingsconstructie.
De architect kan bij zijn ontwerp gebruik maken van de variabele opbouw-
mogelijkheden van samengestelde panelen. Vele materialen kunnen op
economische wijze toepassing vinden voor de afwerking van panelen.
Voor de verdere ontwikkeling van het gevelpaneel is produktontwikkeling
nodig en aansluitend produktie-ontwikkelingen.
In deze bijdrage worden een aantal aspecten van het samengestelde paneel
ten behoeve van aluminium gevelconstructies behandeld. Daarbij worden
praktijk ervaringen aangehaald.
1. DEFINITIES
Een paneel is een ingevoegd of toegevoegd niet dragend vlakvullend
component.
Een gevelpaneel is een paneel dat toegepast wordt in de gevel.
Een samengesteld paneel (sandwich paneel) is opgebouwd uit meerdere
lagen en materialen en wel zodanig dat ten opzichte van een enkelvoudig
paneel een toegevoegde waarde ontstaat.
93/3/7-2
2. TYPEN GEVELPANELEN en TOEPASSINGEN
2.1 Functies
Een gevelpaneel dient afhankelijk van de toepassing en als onderdeel van
de gevelopbouw aan een aantal prestaties te voldoen.
Dit betreft een combinatie van onderstaande functies:
esthetisch (2.1.1);
thermisch isolerend (2.1. 2) ;
geluid isolerend (2.1. 3) ;
water barrière (2.1. 4) ;
lucht barrière (2.1.5);
open of gesloten uitvoering (2.1. 6) ;
brandwerendheid (2.1.7);
veiligheid (2.1. 8) ;
constructieve sterkte (3).
2.1.1 De esthetische functie
In de gevelarchitectuur zijn de toegepaste panelen in het oog vallende
onderdelen.
De architect bepaalt afmetingen, vorm, zicht-materiaal, kleur en glans,
textuur en aanzicht details.
Voor het eindresultaat zijn verder belangrijk de optische strakheid van
het paneel, de vlakheid bij vlakke panelen en de maatvastheid van de
voegen.
Er dient voorkomen te worden dat er storende plaatselijke vervuiling
ontstaat.
In verband met de optische vlakheid van gelakte panelen is het aan te
bevelen laksystemen toe te passen met een lage glansgraad . Tevens dient
bij metalic laksystemen , die na de mechanische bewerkingen zijn aange-
bracht, rekening gehouden te worden op enige kleur en intensiteit
verschillen tussen de panelen onderling en zelfs per paneel.
Van coilcoat paneel beplating (coilcoat plaatmateriaal wordt met lakaf-
werking aangeleverd, waarna de bewerkingen plaatsvinden) is de kleur-
gelijkheid per charge goed. Bij nabestellingen kunnen in beide gevallen
(aChteraf gecoat of vooraf gecoat) kleurverschillen optreden.
Van gevormde panelen, die opgebouwd zijn uit coilcoat materiaal, kunnen
de hoeken niet gelast worden.
Er dient rekening gehouden te worden met minder scherpe kanten (afron-
dingsstraal) , want de lak mag bij het zetten of kanten niet scheuren
(haarscheurtjes). De afrondingsstraal is afhankelijk van de plaat dikte
(wordt meestal gesteld op minimaal twee maal de plaat dikte ). Let op, de
voorschriften betreffen altijd de inwendige straal van een hoek!
Bij een aantal laksoorten dient met een verwarmd mes gezet te worden of
het plaatwerk dient vooraf verwarmd te worden tot minimaal 20 graden
Celsius.
93/3/7-3
2.1.2 Thermische isolatie
Door toenemende eisen ten aanzien van de energie zuinigheid van gebou-
wen dient ook de gevel aan hogere thermische isolatie eisen te voldoen.
Vooral bij metalen gevelconstructies is de isolatie waarde van de panelen
van groot belang ter compensatie van de minder gunstige isolatiewaarde
van doorzicht beglazing en van de profielsystemen .
Van een profielsysteem met isolator is de U-waarde ca. 2,1 tot 2,8 W/m
2
°K
(bij DIN klasse 2.1).
Van dubbele beglazing is de U-waarde 2,4-3,0 W/m
2
°K. Bij een uitvoering
met speciale gasvulling, een spectraal selectieve coating en een brede
spouw is een U-waarde van 1,2 W/m
2
°K haalbaar.
Bij drievoudige beglazing (drie glasbladen) met twee spectraal selectieve
coatings en gasvulling met krypton gas en bij speciale dubbelglas samen-
stellingen met toepassing van kunststof folies met selectieve coating
opgenomen in een brede spouw (totale glaspakket dikte ca. 60 mm) zijn U-
waarden van ca. 0,4 - 0,6 W /m
2
° K realiseerbaar. Deze hoog-isolerende
beglazingen zijn zeer kostbaar.
Door toepassing van goed isolerende samengestelde panelen (U-waarde ca.
0,6 W/m
2
°K) kan relatief goedkoop de gemiddelde U-waarde van de gevel
gereduceerd worden. Indien de panelen in een profiel systeem zijn
bevestigd dient met de grote overgang van isolatiewaarde tussen paneel
en profiel rekening gehouden te worden. Eventuele condens-vorming op
de binnen profieldelen mag geen schade kunnen aanrichten.
Bij samengebouwde paneelgevels (2.2.2) is een goede detaillering van de
aansluitingen ook uit het oogpunt van thermische isolatie van groot
belang.
Het is belangrijk om te controleren of er inwendige condensatie in het
paneel kan ontstaan. Dat is niet toegestaan!
2.1.3 Geluid isolatie
De reductie van de geluid transmissie van buiten naar binnen is een van
de functies van een gevelsysteem en daarmee tevens van de gevelcompo-
nenten.
Bij de toepassing van panelen gemonteerd
1) in/aan profiel systemen van puien, vlies gevels en warm-warme
onechte vlies gevels of
2) als aaneengesloten paneelwand
is geluidsreduktie een van de prestatie eisen.
Belangrijk zijn de paneel-verbindingen en paneel- aansluitingen. Gapende
naden en gaten hebben een grote nadelige invloed op de geluids-isolatie
waarde van de gevel. Ook de keuze van de materialen, de paneelopbouw
en -constructie en de wijze van bevestiging van het paneel zijn in deze
belangrijke factoren.
93/3/7-4
Voor de geluids-isolatie waarde van het paneel is het belangrijk de
aspecten van de diverse golflengten apart te bezien, vooral bij situaties,
waarbij zowel autoverkeer, treinverkeer en vliegverkeer voorkomt
Bij het project Nieuw Amsterdam te Amsterdam Bijlmer komt deze situatie
voor . Het geschuimde sandwich-paneel - buitenblad aluminium plaat, pur-
schuim, binnenblad sendzimir verzinkt staalplaat - met in gaskets ge-
plaatste in het paneel ingebouwde beglazing(75%) en zwart geanodiseerde
draai-kiep ramen (25%) voldeed niet aan alle bestekseisen. Met name in het
500 Herz gebied was de geluidsreduktie net niet voldoende. Daarom werd
voorgesteld een zwevende gips en/of staalplaat aan te brengen. Vanwege
de kosten (circa fl 80, 00 per paneel) en het grote aantal panelen, 5000,
werd nader onderzoek uitgevoerd en bleek dat geluidsbelasting in het 500
Herz gebied nauwelijks zou voorkomen en zo konden deze extra kosten
bespaard blijven. Dit is overigens een voorbeeld van extra aandacht en
inzet omdat het belang groot was (eventuele extra kosten ca. 400.000
gulden! ) . Bij kleine series zou de inbouw van gips- of staalplaat uitge-
voerd zijn. Hoe moeilijk dit vakgebied is blijkt uit het oordeel van de twee
vestigingen van hetzelfde adviesbureau die in deze t.o.v. elkaar een
andere mening hadden.
Figuur la
C:--*-=. . rjjI i -L;
.. . , ,
______ __ __ __
93/3/7-5
Figuur lb
-
- .
r--l
I
I
. -
,
I
1
I
IJ
. \
I
- -
=-1'-=
i
I
I
9A .. J" ~ W "'.'J
L
')1' 0 ')VLI
93/3/7-6
Bij zware eisen ten aanzien van de geluidsisolatie waarde van de gevel is
het verstandig in een vroeg stadium een expert in te schakelen voor de
berekeningen en/of beproevingen.
Een ander aspect van geluid is dat de panelen bij regen geen hinderlijke
geluid mogen maken. Vooral bij enkelvoudige panelen in schuine of
horizontale stand dient dan een anti- dreun toevoeging aangebracht te
worden. Er zijn plaatmaterialen die een anti-dreun kwaliteit bezitten,
zoals Alucobond .
2.1.4 Water barrtère
Men kan stellen dat in bijna alle gevallen de sandwich panelen een functie
hebben ten aanzien van vocht-beheersing. Primair in verband met de
waterdichtheid van de gevel als klimaatscheidings constructie: de regen-
kering.
In het Nederlandse klimaat dient daarbij rekening gehouden te worden met
de mogelijkheid van gelijktijdige regen- en win db elastin g . Daarbij kan
door stuwing een schil van water tegen de gevel gevormd worden.
2.1.5 Lucht barrtère
De onderstaande aspecten zijn niet van toepassing op open-voeg paneel
toepassingen (koud-warme gevel).
De luchtdichtheid van de gevel wordt mede bepaald door de deskundige
montage van de panelen. Bij paneelgevels dient de onderlinge aansluiting
en de aansluiting op de ingebouwde doorzicht-elementen voldoende
luchtdicht te zijn met inachtname van de bewegingsvrijheid nodig voor
thermische zettingen.
Zwakke punten t. a. v . de luchtdichtheid zijn voorzieningen voor de
waterafvoer van binnen gedrongen water (first line of defence). De
second line of defence is daardoor zeer belangrijk voor de luchtdichtheid
van de paneelaansluitingen . De rubber profielen dienen hier zeer goed
aan te sluiten. Deze rubbers monteren op stuikdruk of de aansluitingen
verbinden door vulcaniseren of lijmen.
Verder is ook van belang dat de lip druk van de afdichtings rubbers
voldoende is. In verband daarmee is de stabiliteit van de sandwich
constructie belangrijk. De persing van het vulmateriaal aan de randen van
het paneel is daarvoor een bepalende factor.
2.1.6 Open of gesloten uitvoering
In de meeste gevallen zijn sandwich panelen niet lichtdoorlatend. Maar er
zijn ook toepassingen die of het zonlicht benutten (zonne-panelen) of
geheel of gedeeltelijk doorlaten (bijvoorbeeld een tweede glashuid om een
gebouw). Van deze laatste toepassing kan men zich afvragen of we nog wel
van panelen kunnen spreken, alhoewel deze glasjas meestal integraal
voorlangs doorzicht- en gesloten binnenconstructie delen is opgetrokken.
93/ 3/7-7
Er zijn gezeefdrukte glastoepassingen voor borstweringen die gedeeltelijk
open zijn.
Er is op dit gebied nog veel ontwikkeling mogelijk. Het jammer is dat er
nauwelijks toegevoegde functies aan panelen toebedacht worden. Bij
doorzicht beglazing is de toegevoegde functie t.o. v. een paneel de
in straling van zonne-straling en de regeling daarvan.
Bij panelen zou een doordachte buffer functie (accumulerend vermogen)
en een zonne energie-benuttings functie denkbaar zijn.
Ook kunnen panelen in combinatie met belichting de gevel een wisselend
aanzien geven (kleur), en benut worden voor het overbrengen van
boodschappen.
Bij "open" constructies dient het reinigings-aspect extra aandacht te
krijgen.
2.1.7 Brandwerendheid
Het gedrag van de panelen bij brand is belangrijk. Hierbij dient met de
volgende aspecten rekening gehouden te worden:
- brandbaarheid (branden, smeulen);
- giftigheid rookgassen;
- de tijd dat het paneel op zijn plaats blijft;
- stralings aspecten;
- warmte doorgeleiding .
Ook de samenhang van het element tijdens brand is een aandachtspunt.
Bij enige lijm en kitsoorten is het bekend dat juist door een smorende
brand of door een andere oorzaak (bijvoorbeeld hete rookgassen van een
ondergelegen brandhaard) een langzame opwarming van het paneel een
plotselinge afname van de adhesiekracht van lijm of kit tot gevolg heeft,
waardoor bij niet mechanische bevestiging paneel-delen naar beneden
kunnen komen zeilen.
In verband met het gedrag bij brand worden panelen vaak aan de binnen-
zijde afgewerkt met een staalplaat die goed aan de hoofddraagconstructie
of in! aan de profielconstructie is bevestigd. Deze staalplaat is tevens
gunstig in verband met de geluidsisolatie eigenschappen van het paneel.
Voor de paneelvulling dienen brandvertragende of niet-brandbare materi-
alen gebruikt te worden, die geen giftige dampen afgeven in geval van
brand.
2.1.8 Ve1l1gheid en gezondheid
Voor de gebruikers van het bouwwerk functioneren de panelen niet alleen
voor comfort en privacy, maar de veiligheid dient ook gewaarborgd te
zijn, onder andere de constructieve veiligheid.
De gebruikte materialen mogen niet giftig zijn en geen giftige dampen
afscheiden.
93/3/7-8
Verder dient er aandacht besteed te worden aan het optreden van hinder-
lijke geluiden zoals kraken I piepen I fluiten.
Voor de veiligheid worden brosse materialen zoals tegels aan de achter-
zijde voorzien van een veiligheidsnet, indien bij breuk brokstukken een
gevaar kunnen opleveren voor passanten. Het veiligheidsnet dient ervoor
gebroken bouwmateriaal op zijn plaats en de brokstukken bij elkaar te
houden.
2.2 Wijze van montage
- gemonteerd in- of aan een profielsysteem (2.2.1);
- onderling samengesteld en direkt verankerd aan de hoofddraagstruk-
tuur (2.2.2).
2.2:1 Montage van panelen in of aan een gevelconstructie
Bij een gevelopbouw bestaande uit een aluminium, stalen of staal-alumini-
um profielsysteem is de constructie afgestemd op de opname van vlak vul-
lende componenten. Dit betreffen de doorzicht eenheden inclusief de
eventuele draaiende delen en de niet doorzicht componenten (figuur 2).
Voor de dichte componenten kunnen sandwich panelen toegepast worden.
De montage van de panelen aan de profielen (profielsysteem fungeert dan
als achterconstructie ) dient zodanig uitgevoerd te worden dat de panelen
zonodig afzonderlijk gede- en hermonteerd kunnen worden (geen rijgsys-
temen toepassen). Bij toepassing van bliksembeveiliging (aarding van de
panelen), dient de doorverbinding geen belemmering voor de- en hermon-
tage te vormen.
2.2.2 Onderling samengebouwd en directe verankering van de panelen
aan de hoofddraagstructuur
De gevel wordt in dit geval geheel opgebouwd uit sandwich panelen, die
na montage in het werk de sparingen opleveren waarin de doorzichtcom-
ponenten geplaatst worden (figuur 3).
Ook is het mogelijk dat de doorzichtcomponenten met eventuele draaiende
delen opgenomen worden in een sparing van het paneel. In dat geval is
het mogelijk fabrieksmatig de doorzicht-sub-componenten in de panelen te
monteren (figuur 4).
93/3/7-9
Figuur 2
sandwich
panelen
doorzicht
beglazing
gevelconstructie bestaande uit een profiel systeem met
ingebouwde panelen en doorzicht gJascomponenten
vloer
93/3/7-10
Figuur 3 paneelgevel met separaat ingebouwde doorzichtcomponenten
-
-
93/3/7-11
Figuur 4 paneelgeve1: verdJeplngshoge samengestelde panelen met
daarin opgenomen de door:zJ.chtcomponenten
-
r = = = ~ : = = = = : P = = = : : = = = ~ r = = · · · · · _
93/3/7-12
3. CONSTRUCTIEVE STERKTE
Met de volgende paneel-belastingen dient rekening gehouden te worden:
eigen gewicht (3.1);
winddruk en -zuiging (3.2);
stoot-, lijn- en punt lasten (3.3);
thermische spanningen (3.4).
In bijna alle gevallen dienen de hierboven genoemde belastingen op de
panelen per paneel opgevangen en afgeleid te worden naar de gevelcon-
structie of direct naar de bouwkundige hoofddraagconstructie .
Panelen zijn niet-dragende bouwcomponenten . Er mogen dus geen belas-
tingen vanuit de hoofd draag structuur direkt of indirect uitgeoefend
worden op de panelen.
3.1 Het eigen gewicht
Aangezien panelen toegevoegde niet dragende bouwcomponenten zijn is de
opgave deze zo licht mogelijk uit te voeren met behoud van de benodigde
constructieve sterkte en esthetische kwaliteit (onder andere de vlakheid).
Er zijn panelen ontwikkeld voornamelijk met het doel:
- gewicht te besparen;
- het gebruik van kostbare materialen te reduceren;
- andere afmetingen en vormen te verkrijgen.
Voorbeelden:
Dunne graniet platen, bijvoorbeeld 10 mm dik, versterkt door samen-
stelling met bijvoorbeeld kunststof plaatmateriaal of met aluminium honing-
raat plaat, eventueel voorzien van een veiligheidsnet.
Ook is er gemalen graniet, gebonden met kunsthars, in dun plaatmateriaal
beschikbaar, waardoor grote plaatafmetingen beschikbaar zijn. Deze
platen kunnen eenvoudig bewerkt en in samengestelde panelen verwerkt
worden.
Bij de bouwuitvoering dient voorkomen te worden dat door stapeling de
gewichtsbelastingen doorbelast worden op onderliggende panelen.
3.2 Winddruk en -zuigkrachten
De reken winddruk- en vooral zuigkrachten dienen volgens de vigerende
voorschriften berekend te worden. De plaatstijfheid dient daarop afge-
stemd te zijn, evenals de bevestigingsvoorzieningen .
Er dient rekening gehouden te worden met de montage fase van de pane-
len. Het kan voorkomen dat bij een gedeeltelijk gemonteerde gevel door
zware storm panelen extra belast worden en los waaien. Want dan kan de
situatie ontstaan dat de grootste negatieve winddruk opgeteld dient te
worden bij de maximale windzuig krachten.
93/3/7-13
Ook de methode van samenstellen van sandwich panelen is belangrijk in
verband met de stijfheid. Een losse opbouw is minder stijf dan een met lijm
en/of mechanisch samengesteld paneel.
Bij koud-warme gevelpanelen dient bij de gebouwhoeken rekening gehou-
den te worden met een optelling van winddruk en windzuiging . Door het
verticaal afdichten van de spouw ter plaatse van de hoeken (compartimen-
tering) is dit niet nodig.
3.3 Stoot- l1jn- en puntlasten
Deze belastingen dienen per bouwwerk beoordeeld te worden. Indien deze
voor kunnen komen dient door berekening of door beproeving (o.a. de
zandzak-slingerproef) aangetoond te worden, dat de constructie hierte-
gen bestand is.
Deze belastingen kunnen onder andere ontstaan door aan de panelen
gemonteerde toevoegingen zoals zonweringsinstallaties, naamborden enz.
en door het gebruik van glazenwas installaties.
3.4
Door samenbouw van diverse materialen en door aanbouw/inbouw van de
sandwich-panelen in het werk kunnen spanningen ontstaan door ver-
schillen in uitzetting bij temperatuur wisselingen. Ook het warmte-gelei-
dingsgedrag van de elementen is hierbij van belang. Door een goede
constructie-opbouwen adequate dilatatie voorzieningen kunnen deze
onderlinge maatveranderingen opgenomen worden.
93/3/7-14
4. SANDWICH-PANELEN: TYPEN
Panelen worden meestal benoemd naar het buiten afwerkings materiaal.
Zo kennen we onder andere glaspanelen , plaatpanelen , kunststof panelen
enz.
4.1 Glaspanelen (sandwich)
Deze zijn vooral in de tachtiger jaren zeer veel toegepast. Daarbij was het
meestal de taak zonreflecterende beglazing zo toe te passen, dat er van
buiten nauwelijks verschil op te merken was tussen doorzicht en niet-
doorzicht componenten. De totaal-glasgevel, zonder inzicht.
Doordat overdag van buitenaf een kamer donker lijkt, hetgeen versterkt
wordt bij de toepassing van reflecterende beglazing (buiten is er dan veel
meer licht dan binnen), kan een borstweringspaneel een nagenoeg gelijk
aanzicht krijgen indien daarvoor hetzelfde soort glas ondoorzichtig
gemaakt wordt.
Dit ondoorzichtig maken van borstwerings-beglazing kan op twee manieren
bereikt worden:
- door de sandwich constructie als een gesloten doos van buiten naar
binnen alsvolgt op te bouwen, de zogenaamde shadowbox:
glasblad (enkele of dubbele beglazing);
luchtspouw
isolatiemateriaal
metaalplaat (of soms een aluminium folie) .
Voor de ontspanning van het paneel dienen kleine luchtopeningen
aangebracht te worden, die afgedekt worden met insektengaas.
Bij temperatuurverschillen kan dan de lucht in de spouw uit en intre-
den, zodat het paneel vlak blijft. Tevens wordt zodoende het paneel
zwak geventileerd (figuur 5).
- door het aanbrengen van een zwarte dekkende laag op de binnenzijde
van het buitenglasblad (bij enkel glas op zijde twee, bij dubbele begla-
zing op zijde 4). Deze laag bestaat uit een kunststof folie (opacifier) ,
polyester of polyethyleen, een zwarte laklaag of een zwarte lijmlaag .
Deze laatste laag wordt dan tevens benut om de isolatie-plaat vast te
lijmen. Daar zijn echter slechte resultaten mee bereikt (vochtinwerking)
en deze methode wordt thans niet meer toegepast. Ook het toepassen
van de opacifier folies is afnemend. Hierbij zijn relatief veel schaden
ontstaan, die te maken hebben met onthechting van de folie enjof
vochtinwerking . Daardoor ontstaan er melkachtige wolken die doorschij-
nen en bij een bepaalde lichtval van buitenaf zichtbaar zijn (esthetisch
aspect) .
Ook de zwarte lakafwerking , thans het meest toegepast, is gevoelig voor
uitvoerings-afwijkingen (figuur 6).
Meestal wordt het samengestelde paneel rondom met een dampdichte
folie, vaak aluminium, afgeplakt.
93/3/ 7-15
Er zijn daarbij twee factoren waarmee men rekening dient te houden.
Ontspanning.
Bij verhitting van de spouwlucht zet deze uit en bij een gesloten
sandwich ontstaat dan zichtbare bolling en bij inkrimpen (lage
temperaturen) holling.
Dit is esthetisch storend. Tevens kunnen daardoor verbindingen
(gedeeltelijk) loslaten. Hierdoor ontstaan er in eerste instantie
capillaire naden waardoor vochtintreding kan plaatsvinden.
Er dienen dus ontspanningsgaten aangebracht te worden, waar-
door enige lucht in- en uittrede kan plaatsvinden.
Vochttransport .
Indien het paneel enig water op kan nemen dient dit ook weer
afgestaan te kunnen worden. Daartoe dienen in de onderzijde van
het paneelontwateringsgaten aangebracht te worden. Ook wordt
daarvoor het af tapen van het paneel aan de onderzijde wel wegge-
laten.
Figuur 5
'"
Cl
:0 .. .
c=
.. ..
-'5
cc
but IMnd
kun.ttt.,
GLASPANEEL
93/3/7-16
......... . ... . ...............
:':-:':-::':':':':-:':-::-:':-:':':':':':-:':':-:':-:-::':': :':':i
, ....... :: ::::::: ::::: ... . : .. : .. ::: .. : : ....... ..
F:-::-::':':: ::':::':':'::':':-::-:':':-:':-::-::l
. ~ : : : : : : : : : : : : : : : : : : : : : : : : : : : : : : : : : - : : : : : : : - : : : : : : : - : : - : : : :
f ::::::: :::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::
t:.: .' :-: ':':':-:':':':':':':':':':':':-: ':':':':':':':': .':-:':"
.1.·:.·.·.·.·.·.·.·.·.·:.·.·.·.·. ·:.·:.·.·.·.·.·.·:.· ..........•.
T .:::::: :::::::: ':::::::: :::: .. ::: •.
c:-:· .. .... ..... ... .... .... . :»:t-
,.: .. .. :." .. : .. : .. : .. .... : .. : :: :: .. : .•.... : : ..... •.
. t::::-:: ....... :.:.:.:::::.:.:.::.:.:.:.::.: .... : ... -:.:.:.::
'-
Figuur 6
'0
Cl
:ei
c ...
ClI
....
':;
CD ..
lr'lpa 40d

.rc· .... . .. . ::::: .... . .. '::::.r
}::'})},)):':"????//:'))1
.r ...... . . . . :::::::: . . .... . . ·::·r
.i »: ... . ' .. :'>:-: :-::-:':-::'::: ·· f
: / : ::. .... . .... . .. ':::::: ::::: ... : / .
.
··1·· .... :: : : .. : .... : : .. : .......•.. : .. : .. :: ::.' :·1'
i· ···:-:-: :::·:·:::·:·:.:.:·:::: ·:··· '»:1
I . ........ .. .. . .:::: ... ::/ .
.
GLASPANEEL
Buitenblad: 6 mm gehard Reversol GS harmonierend
met Reversol 39/32 (op pos 2 laklaag
Isolatie: Pol y-urethQQn-schuim
.. ..... )
Binnenzijde: Aluminium-cacheerlaag
93/ 3/7-17
Opmerkingen:
1 Het afplakken van het paneel met een aluminium folie dient zorgvuldig te
geschieden en beschadiging tijdens transport en montage dient voorko-
men te worden (het materiaal scheurt snel!).
Bij hoog-isolerende panelen kan door de koude brug, die door het
aluminium folie gevormd wordt, condensvorming optreden. In dat geval
worden er ook wel zo goed als damp dichte kunststof folies voor het
afplakken van de randen toegepast.
2 Voor panelen wordt ook veel geëmailleerde beglazing toegepast. In dat
geval is het niet nodig een shadowbox of opacifier toe te passen.
4.2 Plaatpanelen (sandwich)
Deze worden meestal alsvolgt opgebouwd:
- aluminium plaat, gemoffeld of geanodiseerd;
- isolatie materiaal;
- achterplaat, meestal sendzimir verzinkt staalplaat. Deze achterplaat
wordt aan de binnenzijde van een oppervlakte afwerking voorzien indien
deze in het gebouw zichtbaar is.
Ook bij deze panelen dienen de randen afgeplakt te worden met een tape,
meestal aluminium tape, waarbij tevens een ontspanning van de isola-
tie/lucht ruimte nodig is.
4.3 Sandwich panelen: diverse materialen
Kunststof plaatmateriaal, eternit, rockpanel, geëmailleerde staalplaat,
keramiek, dunne natuursteen,. composiet materiaal zoals met kunsthars
gebonden gemalen natuursteen, enz. zijn materialen die als buitenafwer-
king , al of niet voorzien van een esthetisch afwerking, toegepast kunnen
worden. De mogelijkheden zijn legio, zolang er maar voor gewaakt wordt
dat de materialen bUitenbestendige eigenschappen hebben en ze onderling
verenigbaar zijn (compatibel).
Ook andere draagmaterialen zoals aluminium en kunststof honingraat
plaat, rockpanel materiaal, kunststof platen enz. worden met succes
toegepast voor de samenstelling van sandwich constructies.
Enige praktijk voorbeelden:
1. Dunne graniet platen (ca. 10 mm dik) worden op een honingraat of
kunststof drager geplakt, eventueel voorzien van een veiligheids-
net aan de achterzijde. Zo verkrijgt men "graniet-fineer" die
makkelijk te verwerken en licht in gewicht is.
2. In ontwikkeling bij Rockpanel is een paneel, waarop kleine tegels
of keramiek platen geplakt worden. Het voordeel is de mogelijk-
heid van fabrikage van grote tegelpanelen , die op de bouwplaats
onzichtbaar bevestigd kunnen worden aan een achterconstructie
(figuur 6a, 6b en 7).
93/3/7-18
Figuur 6a 1e proef: fout type lijm
Figuur 6b 2e proef: beproefd in carrousel en goedgekeurd
93/3,17-19
3. Laminaten en andere composiet materialen komen ter beschikking
waardoor zowel esthetisch als technisch nieuwe samengestelde
panelen gefabriceerd kunnen worden.
Figuur 7
Na de carrouseltest
93/3/7-20
5. EINDBESCHOUWING
De eisen die aan samengestelde panelen gesteld worden zijn zwaarder
geworden. Vooral door de nieuwe regelgeving op het gebied van milieu-
belasting en energie-gebruik zullen een zuinig materiaal-gebruik en de
toepassing van milieu vriendelijke materialen toenemende aandacht krij-
gen .
Hierbij is de duurzaamheid van de panelen een faktor die relevant is . Goed
uitgevoerd onderhoud, reinigingsonderhoud, is een bepalend voor een
lange levensduur van de bouwcomponenten . Vooral de esthetische levens-
duur is vaak bepalend, zo ook voor de toegepaste panelen. In dit verband
dient er voldoende aandacht besteed te worden aan de keuze van de
afwerking van de zichtzijden van samengestelde panelen.
Nieuwe paneeluitvoeringen staan ter beschikking, doch de ontwikkeling is
hoofdzakelijk in de richting gegaan van de toepassing van nieuwe materia-
len en produktie technieken.
Er is ontwikkeling mogelijk op het gebied van klimaat-beheersings voor-
zieningen in de buitenschil van het gebouw, waarbij het sandwich-paneel
betrokken wordt.
Ook de panel uitvoering zoals toegepast bij het project Nieuw Amsterdam,
Architect Pi de Bruijn, verdiend navolgening. Door de industrieel ver-
vaardigde schaaldelen met behulp van PUR-schuim samen te stellen en in
het paneel de doorzichtbeglazing op te nemen is een relatief goedkoop
sandwichpaneel met een zeer hoge thermische- en geluids-isolatie waarde
gerealiseerd. Bovendien was een zeer snelle bouwplaats montage mogelijk.
Een echte doorbraak in de verhoging van de toegevoegde waarde van de
toepassing van samengestelde panelen heeft nog niet echt plaatsgevonden.
Gezien het volume van paneel gebruik en de relatief veel voorkomende
schade gevallen is het gerechtvaardigd aan dit bouwcomponent structureel
meer aandacht te besteden.
Ik ben daarom verheugd over uw aanwezigheid op dit symposium over
sandwich panelen.
93/ 3/ 7-21
CAM 2. A NEW INTEGRATED COMPOSITE
CLADDING SYSTEM
Prof. dr. Alan Brookes,
Hoogleraar Architectuur, University of Oxford;
A1an Brookes Associates, London
93/3/8-0
Al&n Brookn ia a lecturtr at
Univetsity Sdiooi of
An:hit.ecturt and a daddin&'
coblWtant, He is tM author of
Cl4cidi"9 tlkRldtft9J and bis latHt
book, in d44d,"9. will bt
publiaht'd later dUs yut by
Loncman·
_, ............ ... 1IdIiMoI.
TIoo.,orts ... a 10,
St D.",,·, SdIooI. -.,.. ••
EUi, WIlIia .. 1s cIM _ •
lMCIwkh CIItItrvctiM .t .xtenq'
m._tH .... I ,..fllod-"
lDD •• _ .. 1_10 .... _
.... 10...,_ .. 4 rtHIliM,.
S."<lrnllr traft"UClflt GItP
CI"l.p ,. ... , th ... i ..
.......... f ...... IWi ..
lAl 20.2.151.
Details about back
a\'ai1able trom Vera Gray
01·222 .333.
of print: 'Bridu' , 'lndusuial cloon'.
prot.ection', 'Sanitarywan',
'Extemal parin&" and
equipment',
CLADDINGS AND SEALANTS
3'3
Alan Brookes has revised and updated the previous Products in
practice supplement on Cladding and sealants (AJ 29.6.83). which
this supersedes. He examines the properties and use of Iightweight
external wall c1adding in sheet and panel form. Composite panels
are inc1uded, but timber or timber-based boards, precast concrete
(apart from glass-reinforced concrete), tile-hanging or PVC plank
sidings are not. There is also a section on movement joint sealants.
Conlents 7 PVC Ind polYCIrbonat. _t
• Fib,. coment ,hHtin,
2 Mllerilis .. *!ion luid. 9 GJass· ... info'c ... pilstic
3 5t .. 1 profiltd _t 10 GJass· ... info'ctd ....... t
4 5tNI COtftpOSite panels 11 GaslItls Ind .. ,ilnts
5 Aluminium profiltd shHt 12 M ... uflctu ... rs' tables
6 Alurainium _it. panel. 13 Manuflcturors' acid' .....
93/3/8-Bijlage 1
1 Recent developments
Since the last AJ Products in practice
supplement on c1addings and ... alants (AJ
29.6.83) there has been a big increase in the
use af coil-coated metal, particularly steel,
as a material far architectural c1addings.
The building industry presently uses 55 to
60 per cent of coil-coated metal produced in
Britain. This increase is a sign of growing
canfidence by specifiers in the durability af
new formulations of fluropolymeric
pratective coatings ( .... AJ 17.4.85).
The f1exibility and interchangeability of
c1adding panels that was previausly only
seen an prestigious projects, like lnmos by
Richard Rogers and the Sainsbury Gentre
by Foster Associates, has now been
extended to all kinds of industriaI and
commercial buildings. Modular systems af
paneHing, which can be adapted to suit
changing needs in clients' requirements,
have been used an buildings such as the
offices for the Narth-West Electrieity Board
by John Gaytten Associates (AJ 14.9.83), I .
Methods af flXing andjointing bath
profiled and flat composite metal panels
have continued to be developed by
manufacturers aiming to increase the use of
concealed flXings. Trends for unperfarated
roofs and wall panels have also led to the
specification of longer. more eontinuous
prafiled sheets and larger spans of
composite units. It is no longer rare to see
4 m spans in composite panels and Arup
Assoeiates recently specified 6 m lang
panels for Waterside Park, Bracknell.
The most spectacular project under
constructian in the UK during the past year
has been the Llayd's redevelapment in
Londan by Richard Rogers, with stainless
steel panels manufactured by Jo ... f Gartner
in Germany and material supplied by the
British Steel Corporation. Peter Cook's
' plug-in-city' has finally been reaJised with
the clip-in service pods produced in stainless
steel by Jardans af Bristol.
Five years ago such extensive use of
stainJess steel and vitreous enamelling
would have .... med unthinkable. Now such
materials are used extensively w"ith
lightweight framing to achieve various
combinatians af g1ass, apaque paneUing and
louvres. No doubt the trend has been
encouraged by the development af law cost
aluminium curtain walling with structuraJ
gaskets in Neoprene, EPDM and silicane.
Complex gaskets in EPDM and silicane are
naw being used with vitreous enamel and
Duranar-coated aluminium panels mounted
an to aluminium subframes by bath Crittall
Tectonic and Elemeta Ltd at Gatwick
Airport's Narth Terminal by YRM, t .
Jainting details far th..., prajects include
!attice gaskets vulcanised to cruciform
mouldings to coineide with mullian and
transom junctions based on a now patented
idea developed far gaskets at Norman
Foster's Sainsbury Centre.
At the same time, possibly because af the
increasing costs of aluminium framing,
ether manufacturers have sought panel-to-
panel solutians where panels could be locked
together at the jaints. This is a development
af ideas first suggested by Jean Prauvé.
Concerns about the risk to health of using
asbestos-based products led to the
development of alternative fibre·based
products, including prafiled ",,"tions,
matching previous 'standard six' asbestos
varieties. Because there are na British
Standards specifically far fibre cement
,.ble I C114diftc: cMr1Id:.riStics: Iiptw.iPt sMet M4III ce.poSÎt. ,. ...
Characteristic Fibrt Ctml'nt SUtl profiled slLeet Aluminium s/tttl
Texture Self·textured but a smooth epoxy Grained or smooth
finish can be applied
Stucco. gTained or smooth
Colour
Profiles
Finish
Slrength and stability
Size
Compatibility
Limited range. generally dark
colours
Rounded
Natura! finish. inlegral colour or
factoryapplied
Bending strength varies with
(arm of profile. Impact strength
reduces with ap
Restricted lengths (3 , 05 m);
requires cladding rails at closer
centres, Mwmum 'Aidth 1· 2 m
No reaction with cement.
concrete or plaster, Check with
manufacturer for compatibility
with aluminium
Large range. including brighter
colours
Rounded or sharp Rounde-d or sharp
applied finish to resist Appl ied finish not essential but
corrosion usually applied to increa.se
durability and reduce gtue
Good tensile strength and impact Greater acceptable deflection
resistance than asbestos or Less
resistant than steel la soft impact
Preferred maximum lengths of Preferre-<! maximum length 12 m.
13 m profile, Maximum width 1 m
Maximum ...ddth 1 m
Pressed metaJ panels maximum
2)(1 m
Hot-dipptd coate-<! steel requires l\eeds to he OOlated trom some
caution in detailing building materiaJs. for example
steel cladding rails and cement
Costs Fibre cement tends to be cheaper than aluminium. but this applies only la the basic cladding mate rial
because final casts may be affected by finishes and costs oC the supporting structure. Cost of composite
varieties rises depending on the complexity of profil es. Flat panels more expensive than other types
Other characteristics The comparati\'e performance of these materials 'Aith regard te lire. durability. thermal and working
characteristics is not a primary Cactor in deciding which is most suitable for a particuJar task. Detailed
information Llnder these headings is gi ven in each section. but budget and appearance are key factors
Types of insulation care In-situ only Polystyrene. honeycomb Polyurethane (polyisocyanurate)
Composite claddings
paper cores
The composite daddings reCerred te below are those ..... ith external facings of profiled steel and aluminium.
The comparati\'e data gl\'en abo\'e on texture. strength and compatibility are applicahle
93j3j8-Bijlage 2
1 VI_UH ,IMI ,.ook
[oc.I1'rHtocts _ (S • GI
lbl ....... Iio'SO_
___ are fillM .... stMI
tra .... r* '''MlIe4 wlth fir-
_Il00,.... pu.tI.1 tM
Ilo"'" IIoo4qoorte .. , Alh""'.
_.J.,.., _ Gom ••
AI_tos (Al 14.9.131.
2Tlotjoitoti",40toilklw ...
(_Io,...Jo.1 Gotwicl< Ai ... rt
IIorthT ......
sheets. the specifier must rely on the
Agrément standard related to a panicular
product. Differences in performance.
particularly in fixing pulJ ·through strength.
mav need to be checked.
The Liverpool Garden festival building by
Arup Associates gave the opportunity for a
further develapment of dauble·skinned
polycarbonate sheeting and also the
ingenious use of pressed, profiled. tapered
aluminium sheeting on the closed ends.
The new ES 8200: 1985 Design ofnon·
loadbearing externalt;ertit:al enclosurts of
buildings recommends performance criteria
and gives guidance on design, workmanship
and contract management. This should be of
use to the architect in preparing
performance specifications far all types of
lightweight c1adding.
2 Materials selection guide
Most of this article consists of detailed
information on the properties and
dimensions of the principaJ c1adding types,
each materiaI being the subject of a separate
section with manufacturers' information in
section 12. In order to aid the identification
of c1adding types suited to a particular
applicatian, table I summarises the
charaeteristies of eaeh type.
3 Steel profiled sheet
3.1 TYP'UM dtptiIsof ,"file
Standard profiled steel sheets are available
with cover widths of bet ween 600 and
1000 mmo Lengths of 13 m are usuaJly
quoted as a preferred maximum, a1thaugh
handling of sheets during transportation
and on site may be the Iimiting factor .
Trapezaidal sheets are normally made in
,.bIt I a..IÏtI, eU'lC'teristies: IiClrtweiPt shHt.tAd c:eMpolite panels lcontinued)
CJtaractn-istic PtT GRP GRe
TeXlure
Colour
Profiles
Finish
Strength and stability
Sizt>
Compatibility
Costs
Ot her characleristic5
Types of insulation eore
Composite c1addings
Smooth
t-;ormally translucent
Rounded
1\0 finish necessary
Less tolerant of deflection than
mew shteting
Maximum length 10 m
.. idth I m
Compatible \Io-ith metal profiled
sheeting
TeXlured or smooth
Medium range of colour pigmt.>nts
Largt' \'ariet)' ofprofiles possible.
but shaped to allowease of
demouldmg
PLgmentE"d resin. Gel coat resin
protecIS gJass fibrt'

High tensile strength. but low
moduJus of elasticity. Stiffening
of panel s rpquired
Length normally 4·6 m, width
2 m depending on tht> type of
mould and curing boxes
reaction with otht>r materiais.
but glass fibre protection
Aggregate. textured or smooth
Cement ('olour . Limited rangt! of
pigmented ('ements and textured
coatings
Shaped panels ani)' rKUmmended
in skin construl'tion
l\atural finish or apphtd pt"rml!3hle
finishes used ta 01110\1" GRe 10
breathe
and imp,:1ct rNuce
with age. 5H rt'Commended design
str6SE'S
Maximum length is normally
.. m_ Maximum ",-idth related to
production. 2 m. Minimum
thiekness is 10 mmo \he maximum
is lSmm
eh(>C1;; with manufacturt>r for
compatibility with aluminium
GRP is most expensi\'e in mate rial ('osts, but IJghlweighl panels reduce the rost of the st ructure
firli' rt>sistance
Sealed units and lwin-walled
syslt>ms a.o-e a\'ailable
flre-rC'tardant addlli\'es required l\on-combustiblt' and complies
to meet Class 1 ,,'ith Class 0 requirement s
Polystyrene rigid sheet or
polyurethane foam
PBAC. polystyrene or
polyurethane
Double skin/sandwich construction panels available in GRP and GRC
93j3j8-Bijlage 3
3 Compontnb f.und in
liptwtipt cllddinl '7sttmS anll
th. t'f"IIIIlStd te Mseribt the ...
41nulatioll ... , bt ftud on site.
to" fadory ....... d to tM
"'"tinl. CHtrt." Ift ;..t'lI'1l
Plrt .1. _It. Plooi.
5 s... MX-typo dlddi_. Plooi,
.rt ... t.d en. Clrrier fnme
rather til." on cbddin, rails.
'tnteriockin, stHIlin.r tri"
call .. ft INtw .... ltuctural
IUpttettI Md di".nt wiÖl
cladllill,,.ils.
·Roofi"9I1rtd daddill9 lil Jltvl.
from Sall'5 Promotion
Department. BSC Strip :\Iills
Products. PO Box 10. ..port.
GWl'nt. NPT OX:-'; (0633272281).

IoIIme<I onsul .. hon COI''!'
Clme' Iysle",
lengths to order. Sinusoidal sheets are
available in stock lengths with profiles as
defined in SS 3083 and CP 143: Part 10.
Sinusoidal (3in corrugated) sheets are only
19 mm deep, whereas trapezoidal profiles
are available up to 100 mm deep and are
therefore stiffer. Narrower cover widths of
profiled sheets are now available for
concealed fixing applications in roofing.
These are also supplied in long lengths
because of difficulties in end lapping. with
maximum sheet lengths quoted as 16 m.
The PSA's Technical guidance "" sMet
cladding: non·loadbearing profikd asbestos
cement. steel and aluminium (Method of
building 01-705 January 1979) includes a
comprehensive range of profiles. This
booklet gives important data for all profiles
and contains useful advice on their selection.
A revised publication will be prepared
during 1985.
However, the most up-t<HIate list of
profiles is given in the British Steel
publication Roofing and cladding ;" st.el .•
3.2 5Mtt strenctb ......... nninc obiIitJ
A1though oesthetics are aften a decisive
factor influencing the choice of profile,
their selection according to spanning
abilities can bring savings in the cost of
secondary steel framing.
Manufacturers often include load/span
tables or graphs in their technicalliterature.
Some manufacturers rail profiles of steel
with a higher yield strength of
320-550 N/mm' compared with the normal
220 N/mm'. These higher tensile steels do
not reduce deflection for any given profile
or loading and therefore the spans between
sheeting rails cannot be increased where
dellection is the Iimiting factor. They will ,
however, withstand higher loadings "ithout
permanent deflection or failure, and, if
deflection does not matter, the sheeting rail
spacing can be increased. It is hoped that
new Sritish Standards will clarify this
potential source of confusion. SS 5950,
now being drafted, wiJl recommend the
use of limit state design, where instead
of the recent methad of taking the
worst combination of all dead laad,
snow laad and wind laad, each of the actuaI
loads applied to the sheet would be
multiplied by a stated factor and
considered individually.
3.3 U .. of Ii_ tr.,.
Using existing trapezoidal profiled sheeting,
and depending on the profile, typical spans
of about 2 m are possible. HorizontaI
sheeting rails are therefore required at 2 m
intervals to support vertical cladding.
As an alternative to sheeting rails, liner
trays CM be used that when c1ipped
together act as horizontal rails at 500 mm
intervals, 6. The interaction of c1adding and
hner trays pro vides a composite lattice
effect capable of spanning 4-5 m without the
need for further secondary support. Mineral
fibre insulation can be pushed jnta the Hner
trays from the outside befare the outer
profiled skin is fixed in place. The flat
surface of the hner tray, which cao be
prepainted, then acts as a finished inner
lining lo the construction and is less
susceptible lo damage and water
penetration than traditionallinings. Widths
of liner trays vary between 400 and 600 mm
93j3j8-Bijlage 4
7 A_lorllM W ..... tor
lIIcIooorIoI Nid.o' ..
..... oM As_tn • .,Io'b
IIM "-' ti fIocIt4 ... "
,Iot'_,. fIocIt4,

Slot, PrMooetsllll, ... "", ... d
.... _,. ••• 1310.111.
with spanning capat:ity ",lated to the
depth of sections (which vary between
7().!oomm).
14 F"onithes, d ... bllity, wutMrin,.nd
_int ......
Precoated steel sheet is a\"ailable in a
\"ariety of finishes. The main types used for
cladding are:
• Hot·dipped galvanising A zinc spangled
or matt finish to BS 3083: 1980 (see AJ
16.2.83 pSl for more information on zinc
coating)
• Hot·dipped :inclaluminitled steel An alloy
coating of 55 per cent aluminium, 43' 4 per
cent zinc and ). 6 per cent silicone is sold as
Zalutite, Galvalume Zincalume OT Aluzinc.
The price trom BSC (ZaJutite) is the same as
goJ"anising on an area basis (a1though more
expensive per ton weight) and offers better
resistance to corrosion
• PVC Most common'" known as BSC"s
C"lorcoat Plastisol, it is applied as a liquid to
hot-dipped galvanised and primed steel (or
aluminium). The film is usually 200 thick
and has a textured finish. PVC OrganosaJ is
no longer in widespread use because in most
en\ironments it has a short life to first
maintenance
• Silicone polyesters on hot·dipped
galt-anising primer These are supplied as
thin coatings 25 IJm truck v.;th a smooth
finish. They offer a different calour range
trom (and tend to be cheaper than) PVC
finishes, but accordingto tables in BS 5427
they are not as durabie. On the other hand
they are more calour-suble and fade Jess in
ultra violet light. Sto,ing is preferabie to
other curing methods
• A TchitectuTal polyt'stn-s Architectural
polyesters have a performance rating
equal to that of silicon·modified polyester,
but are generally more flexible and
cheaper. The nominal dr\" film thickness
is 25,.,m •
• FluTopolymers cm hot-dipped gal1.'anising
pr;m(T Polyvinylidene fluorides (pVr:J
coatings are typically 2; ,.,m thick
and have good resÎsLance to weathering.
The performance of P\T, \\i)) vary
V\;th the ratio of flurocarbon to resin
(generally acrylics)
• Anylic polyt'strT Tesin Usually
93/3/8-Bijlage 5
applied as a very thick coating (typically
500 on an epoxy base (available !rom H.
H. Robertson). AJthough more expensive
than other finishes this has good weathering
characteristics, colour stability and
resistance to abrasion.
The thicker PVC coatings such as
Plastisol are more resistant to wear and
abrasion than the thinner fluropolymers
(PVF:J and silicone enamels. Ho\\·,,·er. the
PVC colours are not so stable and tend to
fade in ultra violet light. A general rule
might be to use PVC in areas where surface
wear is expected and to use the
Fluropolymers ..... here colour integrity is
important. Because of the thinness of the
PVf, coatings-about O' 03 compared
with O' 2 for Plastis<>l-the sheets have
to be handled more cuefuJll' in the profiling
works and on site and instructions should be
given to that effect.
To minimise discoloration and
deterioration of the organic paint finish,
particu!arly with PVC coatings. it is
important that the temperature of the
surface in use should not exceed the safe
temperature ranges of the finishes used .
TypicaJ safe temperature ranges for
different organic coatings are:
• PVC (including PIastisoi), !rom - 50' to
+70'C
• acrylics. trom - 50'C to + lOO'C
• f1uropolymers (including PVf:J. trom
-5O'C to + 1oo'C
• silicone polyesters. trom - 50°C to + 70°C
The darker the colour, the greater the
problem of heat build·up: a surface
temperature of 70°C is not
unusual on a summer dal'. particuJarly 'with
dark colours and an insulated backing.
Whichever type of paint finish is selected,
the quality of the primer coating is critical to
the durability of the paint finish and this
may he outside the specifier's control.
A further difficulty for the specifier is that
whereas BS 3083 : 1980 define. the types of
zinc coatings and tolerances on the sue of
sheets for hot-dipped goJvanised corrugated
sheets, this is only for 3in sinusoidal
corrugated sheets and has 00 relevance for
trapezoidal profiles. S<>me comparabie
information on durability is aJso given in BS
5427: 1976, which is a general Code of
Practice for performance and loading
criteria for profiled, weathering sheeting in
a range of materials used in building.
However, terms Iike 'c1aimed life to nrst
maintenance' as used in BS 542i can he
misleading because fu)) Iife of the finish
could be much longer than quoted.
15 ,.rfonunce .rit.ri.
Acoustic
Generally the mean value for airborne
sound reduction through profiJed steel
sheeting is no better than 28 dB unless
additionaJ insulation is provided \\ith a back·
up constructien of mineral wool and
plasterhoard. in which case it is possible to
achieve a reduction index of 36 dB. The
same construction \\'Îthout mineral wool has
a 31 dB reduction. A steelliner tray with
12·5 mm urethane in place of plasterooard
and mineral wool giV.2S 32 dB.
The BSC publication, Roofing a.d
cladding in steel: a guid.e to archiuC'tural
praeliee (see section 3.7), gives a table of
acoustic performance and the BSC \\i))
AJ 31 21
provide a ca1culation of acoustic behaviour
trom its Port Talbot Laboratories.
Thermal
Th. U-value of plastic covered steel sheet is
5· 7 W/m'·C. ToachieveO'6and
O' 7 W/m'·C as stipulated in the Building
Regulations, additional insulation will be
required (see table 11).
Fire
Profiled steel c1adding has no fire resistance
to SS 476: Part 8 unless it is used ",;th
fire-resistant Iining. It is c1assified
as 'not easily ignitable' to BS 476: Part 5
and ' non-combustibl.' te BS 476: Part 4. For
buildings less than 1 m trom the boundary
and above 15 m in height, c1ass O-rating will
be required.
3.6lointinc IM filinc
Side laps of one corrugstion will generally
prevent driving rain passing through the
outer c1adding, but when exposure is
Tobit 1I .... lIire4lJpical thick ..... f ....... 1
Thid.""7lts$ ofins1.Ilanl. mm
U·t:al1.lt, Polyurtthant Pitmolic Erp<1.ded Ro<k- GY;O$llm
or polyisocy· foom poly· .... 1 pla.sttT'-
arutrau foam 1k-0' 31/" styrt1tt 1k-0'J6)" board
Ik-o'OlJ)" (k - O'3flr Ik-0'16)"
F1ush fit
Wa1l0 ' 6 34·2 46· 1 47 · 6 53·6 238 · 2
0·7 28·8 38 · 8 40· 0 45·0 200 ' \
Roof 0· 6 34·9 47·0 48 '5 54 · 6 242 · 5
0·7 29 · 4 39 · 6 40 · 9 46 · 0 204 ' 4
20 mmairgap
Wal10 ' 6 30 · 1 40 ' 6 4\ · 9 41 ' 1 209'4
0· 7 24·6 33·2 34'3 38·5 \71 · 3
Roof O· 6 30·7 41 ' 4 42 ·7 48 · \ 2\3 ,7
0 ·7 25·2 34·0 35 · \ 39'5 \75·6
• These are typica! 'as manufactured' figures. that can age slightJy in service. The
U-vaJues were calculated using the lnstitution of Hearing and Ventilating Engirw-er5
Dtsignguidt.
• T}pa .u ..... " of tonler
Htailin,_, Nrttmallftd
.. temI' ""h.np.
, Tie 'att,.. Pteduds
buildin",sltnt us .. 0 150_.
thick eompotit. ,.neI with mHr
aH oat.r P'Vr ,reNtod pr"Md
st"l ..... ts aM ...... ral ftl ... t
I ..... tieo ..... IAJ 1.9.12),
24 AJ 19S:;
'severe' , as defined in BRE Digest 127, an
inerease in lap may be needed. Side laps are
sometimes inereased Iocally te avoid euning
sheets at corners and openings. Such laps
may not be possible with irregular profile.
or sheets with bonded insulation. Ideally the
lap should be designed so that it is sheltered
trom the direction of the prevailing "ind.
End lap joints on walls will normally be
100 mm and on roofs 150 mm, but when
exposure is deemed severe the end lap
should be increased te 200 mm, 3.
Mastic sealant is not generally used on lap
joints in vertical sheeting. However, sealed
side laps are required for pitched roof
c1adding below 15· pitch (AJ 14.10.81 p764).
Corner details are an important
consideration. Figure 8 illustrates some
corner !Iashing l1)ethods. Over-sheet corner
Oashings need to be wide in relation te the
profile of the main c1adding and mal' conflict
with it in scale. Appearance and weathering
are improved by inverting the edges of the
angle, but this allows for Iittle Oexibility
when positioning the sheets with the profile
shown. Over-and-under sheet corner
!Iashings can be shaped to match the profile
of the main c1adding. The upturned lip of the
main cladding is also covered. providing a
better water-check.
Curved corner !Iashings can a1so be used
and in .ome cases sheets are buned agsinst
the steel frame which is exposed at the
corner. Special profiles have now been
developed by BSC Newton Aycliffe to
enable the profiled c1adding te be used
homontally. With horizontaI c1adding,
various corner joint detaHs have been used.
including welded corners usually produced
trom galvanised steel and post-painted.
Special GRP closer ends with a mat.:llÎng
finish are a1so used as at IBM Greenford .
However, this type of GRP c1oser..,nd !ends
to weather differently trom the main
c1adding. Tolerances in manufacture and
assembly are more critical with honzontal
than vertical proliling beoause anl'
misalignment of the profiles will be visibie.
Profiled slip trays can a1so be used behind
the butt joints between horizontal profiled
é1adding, but it is sometimes difficult te
match the profiles exacUy and the thickness
of these slip trays tends to make the edge of
the sheet more obvious.
Some tapering endpieces are aJso
a\'ailable in steel, but they are normally
small profiles and may he limited in co\'er
,,;dth. Butt end joints between sheeting and
",;ndows are normaJly made with
Z·Oashings. Direct glazing into steel
sheeting using Neeprene gaskets should be
avoided because of the difficulty in
controlling deviations of the 'edge of sheets.
Special profile liliers are a1so available in
foamed plastics and synthetic rubber te suit
most profil ... These will close off the
corrugstions in profIled sheets. Where
cavities need to he ventilated in double skin
insulated wall construction, perforated
profile liliers are available.
The correct design of the guner detail and
upstand is also critical, but the necessary
fall on the gutter is not a1ways easy to
achieve and gutter straps may he
convenient. AJternatively, curved profiled
sheeting avoids the gutter problem of the
eaves, although the choke of colour may he
critical to avoid run aft marking. Profiled
93/3/8-Bijlage 6
10 TIM ... me.rU .Willl for
.... in C. .... rid ••• ' Ti_lil,
_Ids is cIM wiIIIl'VF,.-ted
,,.filH steel altHtiq with in-
situ _ .. tiOft • .-4 ....... rd
iootr _.IAl .. 2. ... 1.
sheets can now be curved to tight radü by
crimping the profiles, 7. Led by Ash &: Lacy,
which introduced F1oclad, other
manufacturers are now producing similar
curved sheets. Adjacent sheets may not
a1ways be to the same radii and tolerance
must be allowed in the fixings.
Fixings
All fIXings should comply with the
requirementsafBS 1494: Part I: 1964. The
primary fixings attaching steel c1adding ta
sheeting rails are commonly self·tapping
screws. Cartridge-assisted fasteners are
used to secure metal roof deck units, but are
not used where watertightness relies upon
caretui tightening against a washer seaI,
such as is required when fIXing roof and wall
c1adding sheets. The fixings for sheet
c1adding may themselves fail or be
undermined bl' pull·through. Fixings should
therefore be specified to include nuts,
washers and weather seal devices, all
preferably from the same manufacturer. In
most cases primary fixings of trapezoidal
metal profiled sheeting to a supporting
framework are made through the treughs of
the corrugatians because flXing through the
crov.-ns can c.ause the sheets ta spread and
damage the metal. Maximum flxing centres
are 450 mm or every third corrugation,
whichever is the smallest .
3.7 Stonclards and relerences
In addition to AJ 8.10.81 p705. there are a
number of publications offering guidance on
the specifications of profiled c1adding:
• TeC'hnual guidance-sheet cladding non·
loadbearing profiltd asbestos cement, steel
Q11d aluminium produced by the PSA in the
Method of building series (TPIE09·200
secand edition. Londan. 19ï9)
• The National Building Specification N34
Me/al sheet roojlu'aU c/adding
contains detailed specification dauses and
guidance notes
• Roofing aPid daddin.g t7i steel by the BSC
(first editian 1984) includes a guide to
architecturaJ practice. It shows steel profile5
available trom UK manufacturers. The guide
a1so includes colour samples of the Colorcoat
Plastisol range, PVF"1 silicone polyester
and architectural pOlyester finîshes
• Profil.ed sheet roofing and c/.adding: a
IfUUU la gaod praetice by the National
Federation of Roofing Contractors
[London, May 1982). This gives excellent
advice on the principles of forming a
weathertight envelope
• Relevant British Standards have been
included in detail in AJ 8.10.80. In
particular. BS 542ï:1976: Code o/Praetice
/ar per/ormance and loading criteria/ar
sheeting in l>uilding offers genera!
guidance on all types of profiled sheeting.
4 Steel composite panels
4.1 TypesIneI si ... ol pineis
There are three types of panel :
• pressed panels are produced by pressing
or stamping single skin sheet metal (as
descn"bed in AJ 8.7.81 p77). Such panels are
normally Iimited in siu to about 2 x I m,
a1though Iarger panels 3' 6 x l ' 2 m have
been produced in the UK by stamping
three operations for the Patera system
(AJ 1.9.82 p39), 9. These pressed panels are
normally supported on all four sides b)"
a carrier system spanning between
structuraI supports
• insulated panels are more simple and
cheaper than pressed panels. The)"
incorporate profiled metal on one
face-which is not normall\' returned
aroWld the edges-with a i(ning. not
necessarily of metal on the back. Most
manufacturers of profiled sheeting offer
this insulated varietv either v.;th the
sheeting bonded on ia sheet insulation or
where the panels have been produced on a
continuous foam-in-place productien line.
The maximum lengths of such panels,
10·12 m, is limited only by handling and
transport. The \1';dth is related to the
width of prafiled sheet (cover "idth up
to 1000 mm)
• box panels are normally proprietary
panels where the edges of the outer
and inner skins are formed into trays
and an insuJation core is either
laminated or foamed between the two
skinsofmetal ,1J.
It is this last type of composite panel that
has become popular in recent years.
Takingtheir example from Jean Prouvé,
many architects are now specifying
composite box-type panels to increase spans
between secondary framing and te achieve a
typica1 insulation performance of 0.4
WJm
2
°C through the external skin.
There are now at least a dozen proprietary
stee) composite panel systems on the
market. Most of these have their own
jointing system.
Cas/o/panels
The selection of panel type is aften affected
b\' cost. One of the most obvious factors
is the type of finish to a panel.
Profiled insulated panels incorporating a
simple lap joint, stand-off fastenings
and a standard finish are usually the
cheapest form of composite panel.
Accessories such as corner units, trims
and flashing are fairly basic and
similp to those used on normaI profiled
sheeting. Prices then tend te rise for box·
type panels, which have greater spanning
capabilities, use dlfferent joint types or
fIXings or incorporale special profiles and
93j3j8-Bijlage 7
11 FM' .u,",lts of ,,,pri.tlry
;.eftts IN*"," st"1 com,osit.
,. .. Is, .....
12 A typicalloadl ......... , 10,.
It .. 1 CMpositt ,..MIIho.in,.
.,.,..f 4· 5. ,.Llted to.lN4inC
,10' 75 100_'.
13 ..... ti •• thiebtss .f
ms.tati ... eert .. t.ri.ls tG ei ••
theSl .. u.. .....
14 The jeint Ntwllft Pe,u",
,. ..... RYP luil.tiac Producb
4,lipH"510 .. ,. 11"1;',
.. dr .......
11.
.
,
\
2
"-
,
""
r---
r--
I-
,
.
13
14
finishes. Most of these praprietary
panels cast about m far suppl)'
and fix.
7
Flat and laminated panels are relativel)'
more refined. comprehensi\'e and
joints are more sophisticated, accessories
more refined, more comprehensive and
hence more costly, Curved corner and roof
panels are available with the expensive
ranges in addition to window and door
panels. Such systems are avaHable from tsO
to rl20/sq m far supply and fix.
At the top end of the seale are special box
panels designed individually far specific
projects by specialist firms and aften
incorporated into curtain wa11 framing.
4.2 ....... str ... cth •• d .,. .. i., obilit,
Spanning characteristics of the various
praprietary systems depend on the
thickness ofthe core, itsdensitv and. to a
lesser ertent. the thiekness of the skins. Far
sueh systems a maximum span wauld be
4' 5 m related ta laading afO' 75 kN/m'. 12.
To achieve stiffness, flat panel systems
use heavier material than profiled ones.
Thus Persona, Perfrisa and Macropanel
v';th o· 5 mm and o· 6 mm skins have a
profiled surface, whereas Farmawall and
Faamwall with o· 76 mm skins have a nat
surface, giving an inerease in weight fram
about 12 Kg/m' to 14' 5 Kg/m'.
4.3 Types .1 __ utriols
The use of any particular type or thickness
of core depends on the stiffness required
of the whale panel and the requirements far
thermaJ and acoustic performance. In
general far faamed materiaIs, the lawer the
density the better the U-value .
In practice there is littte variation in
V-values far similar thiekness panels from
different manufacturers because most use
polyurethane or polyisocyanurate faam with
a density of 40 Kg/m'. lsocyanurate faams
sbrink less than urethane faams and are
thus preferabie far bonded panels where
shrinkage could break the bond and
cause delamination. Polvisocvanurate
is about 20 per cent mor·e eXPensive
than polyurethane.
Palystyrene is about half tbe cast
of polyurethane faam. but is anly half as
effective as an insulator . Polyisocyanurate
tends to he more common hecause of its ease
of handling in manufacture. It is prepared
from two liquid components that are
sprayed on to the sheets, These react, foam
and cure within minutes.
Faamed panels can be farmed on a
horizontal or vertical foaming bed, which
ma\' result in a difference in density across a
p";el, particularly at the edges_
Laminated panels use rigid polyst)Tene
insulation. ""here possible. the core
should be the same size as the panel to
a\"oid ghosting of joints on the panel
surface. The core is fixed to the facing
metal skins ,,;th an adhesive,
polyurethane cores where the foam itself
forms the bond.
Flatness of the panel surface is an
important consideration in the production of
flat steel panels. lt is claimed that using
lamination presses and vacuum forming
the sheet insulation materiaJs give more
uniform flatness. However, the main
ad\'antage of the foamed core
materials, such as polyurethane, is that the
insulation is able to form within the shape of
the camplieated edge profiles. reducing the
possibility of gaps and cald bridges.
4.4 fi.ishes
Composite cladding panels are a\'ailable in a
variety of finishes. as previously discussed
under profiled steel c1adding. These finishes
are usually applied ta the metal befare
forming. except for vitreous enamelling and
polyester powder coating.
It is generally best ta use the thieker PVC
finishes such as Plastisol where there may
he surface wear, and the thinner
fluropolymers such as PVF 2' silicones and
silicone modified polyesters where colour
93j3j8-Bijlage 8

15 Flot _tflI _h.y Doo
..".. Ud.re jeintH Hinl •
",";tau7 .I .. bah ... MCtion
wilt! • psket.
integrity is important. PVF" coatings are
slightly more expensive and-are produced in
different formulations bv different
manufacturers, such as 80 per cent PVF 2
""d 20 per cent acryl ie or 50 per cent
PVF 2 and 50 per cent acrylic. The 80·20
mix gives better durability for most
architectural appl ications.
"Foliowing its experienee ""th
Galbestos, H. H. Robertson Ltd has
produced the Versacor finish for steel.
which is a system, consisting
of four layers on :rinc-eoated steel .
The fust is a pre·treatment chemical
conversion of the tinc surface to inhibit
further corrosion and ensure adhesion of the
heavy epoxy polyamide coat for maximum
corrosion protection. Epoxy adhesive
primer provides the bond between the
lIexible base coat and the coloured weather
coat, whieb is a thiek polymerie resin.
Although it is a very good and durabie
finish, it is a1so the most expensive applied
paint coating.
Other finishes for steel include stainless
steel and vitreous enamel. With smal I
composite panels where the integral
strength of the core allows the use of
thinner gauge metal skins, the extra cost of
stainless steel may not be significant
considering!he very durabie finish. The
surface finish of stainless steel can var\'
from matt descaled finish to a bright, highly
polished one depending on its use and on the
cleaning technique to be applied. No 4 duB
polished finish, which is not highly
reflective, is suitable for most architectural
applications because it is easy to clean and is
uniform in appearanee.
The zero carbon. flattened steel necessarv
for the manufaeture of vitreous-enamelled .
panels is available in widths up to 1200 mm,
which can restnet the size of the finished
panel. However, the baked·on finish is
highly durabie and easily cleaned and has
the great advantage that almost any colour
can be selected. To maintaln the originaJ
colour finish regular cJeaning of the panel s
is recommended.
4.5 Perfonnance-sound, tltennal.nd fire
Thermal performance of composite panels
has already been diseussed in relation to the
thickness and density of the care material .
Composite panels using polymerie cores
are not recognlsed as ghing an)' fire
resistance in line with BS 476 Part 8: 1972
and are therefore an unprotected area
under the Building ReguJations. Aspecific
degree of fire resistance can be achieved by
the use of suitable internallinings.
Alternatively it is possible to use rockwool
as an insulatingcore. but this significantly
increases the weight ofthe panel and it may
be easier to apply this in-situ. Sound
performance is dependent on !he choke of
backing materiaIs.
4.6 Jointin, .nd fixin,
Profiled metal insulated panels mainly use
the simple lap type joint like normal profiled
cladding. Proprietary panel systemjoints
usually cansist of tongue and groove or
double tongue and groove types, 11. All
joints employ sealing gaskets. same of
which are factorJ' applied to reduce site
fixing. These joints usually occur on the
vertical si des of a panel, with horizontal
joints formed by turned ends and asealant
applied on the site to a compressible
backing materiaI.
It is important to differentiate between
panel-to-post jointing solutions and those
incorporating panel-to-panel principles.
Panel-ta-post detail s usually involve an
aluminium carrier svstem into which is
fitted butt end paneis held by patent
locking, usually J\eoprene or EPml,
projecting jointing gaskets. \Vith panel-tc·
panel joints it is possible to achieve flush or
recessed joints by joining the panels to each
other and fixing them back v.itrun the joint.
Figure 14, for example. shows RVP's
Persona joint v.ith its fixing damp
restraining the aluminium edge members of
adjacent panels.
Vlhichever joint is used, the test results
for water tightness and airtightness should
be obtained from the manufacturer. With
proprietary panels, the fixings often
coincide with the joint and incorporate a
patent secret fixing device_ However, most
profiled 'insulated' cladding panels are fixed
in the same war as normal profiled sheeting
using self.tapping fasteners. Early
problems in using these fasteners were
caused by over·tightening of the fixings
cam pressing the plastic thermal insulating
core. As the faam aged, its resistance to
compression decreased and this resulted in a
reduction in thickness of the whole panel,
loosening of the fixings under
tluetuating v.ind loads and eventual
rainwater penetration. These problems have
been eountered bv the use of stand-off
fixings that hold ihe fating materiaIs the
same distance apart and do not compress
the foam, 16.
4.7 Stanclant •• neI relerence.
The follo",ng are useCuI:
• Metal-skinned sandwich pant'L"JoT
e;rUrnal wal1s CP 6Ii9 bl' the Building
Research Establishment deaJs v.ith the
possibility of delamination
• 'A rt of com/ruction' in AJ 8.7.81 and
(AJ 15.7.81).
5 Aluminium-profiled sheet
5.1 Type •• nd depth. ol profile.
Profiled aluminium sheets to BS 4868: 19i2
ProJiled aluminium sheetingfoT building
are produced as sinusoidal profiles in depths
of 8 to 38 mm and 38 to 50 mmo However,
because trapezoidal profiles are generally
preferred by architects, most of those
selected lie outside the profile classes Iisted
in the BS. Trapezoidal profil .. are available
between 8 and 90 mm profile depth. For a
complete table of all profiles see the PSA
Methods of building guide, Technical
II'lidance on sheel cladding(MOB 0l.i05
Januar)' 1979).
Sheets are available in any length,
a1though the normal maximum is 10 to
12 m. The maximum length is determined
by transport. erection and design factors
(see table 111 on end-lap expansion joints for
aluminium dadding).
lalHe 111 Muimum dist.nce betwetn ,,,d"'p
up."sio" joints fot .Iulllinium cL.ddini
Sheet finish RIgid pllrlin,s pllrlin,s
Light 7m
11m
Dar!.; 4 · 5 m
9m
93j3j8-Bijlage 9
11
17 T.1fûArdoItectonl
.... _ Llllllilricate ........
...... lritillo _. IoIIdiaI
rru_·1li1Wa1 WA' ''''ni_
,nftlotl_t.
1I1t;q. cItMrs .INI .....
_ ...... leh lritish Akan A7
,rofllt IR .... ".illW. tro.
SooptrfoN "tob LId.
lt Ce ......... ".t fut ......
.... ,....tst.' .. rtiCll. a,
.. 11 Nnl.tli. It, proti'"
., ... ini_lhe.t.
5.2 ShH! strenctfllnd spanninllbility
BS 4868: 1972 specifies two alloys for
profiled alwniniwn sheet NS3·H8 to
BS 1470 and NS31·H6 to BS 4300/6. The
latter has a slightly higher tensile strength.
In addition there are alloys produced as
continuous cast coi! by foreign
manufacturers that, although not covered
by BS 4868. are said to have a tensile
strength exceeding the requirements of the
BS. Manufacturers producing alwniniwn
sheets from these other alloys usuaJly claim
that their products are manufactured to the
intemationally agreed equivalent of ES
alloy NS3. The type of alloy will thus affect
the spanning characteristics of the sheet.
Manufacturers include load/span tables or
graphs in their technicalliterature for the
various profiles.
5.3 5peci11Ipp1ic1tions.f IIUIIIÏIIi ....... files
Closure piece. with tapering ends to the
profiles are easier to produce in aluminium
than steel. Advantage can be taken of the
flexible nature of alwninium to produce
snap-together profiles and patent extruded
interlocking alwniniwn sidings. although
the latter are mainly for domestic use and
beyond the scope ofthis artide. Just as "i th
steel sheets. profiled alwniniwn can now be
crimped to produce curved sheets with tight
radii. There are also alloys known as
superplastic that can be formed into deep
compound shapes. Aluminiwn liner trays
are also available.
Butt .. nd joints between sheeting and
windows are normally made with
Z·flashings. Patent Nooprene flashings to
standard profiles are also available.
•• cond.rl' I'''',ner. I' ~ ers
uc",,.nç •• dl 'IPS
pr,marl' 11,'.ner.
I' . ~ O m m e •• ,n Iha
I,OUQ"S ol co,,."O .. hO",
also secu"no .Ad I .. os
19.
seco"Oa'Y lasle"etS at
300mm crs
Ub
5.4 Finislles
Profiled aluminium sheet is available "ith a
mill finish or with an organic paint coating.
Mill finish is a natural oxidised surface that
darkens as it weathers. Organic paint
coatings on aluminium are similar to those
for steel but with the addition of alkyd·
amino coatings that cao be stoved on in the
factory after forming-such as British
Alcan's Colourbond. British Alcan also
pro\ides a PVF 2 acrylic paint known as
Alcan Duralcote 80 and Korrugal UK Ltd
uses PVF2 (Kynar 500) in its Metallack
range of finishes .
It is important that the safe temperature
ranges of the various finishes should not be
exceeded. Choice of colour is also important.
particularly when using profiled sheets with
an insulated backing. The safe temperature
range for alwniniwn is - 80·C to + 2oo·C.
above which the metalloses strength. Safe
temperature ranges of the organic finish
depends on type and colour. but are
generally within - 50·C to loo·C.
5.51'.rf .......... critorio
Noise reductwn
A mean value for airborne sound reduction
through l' 6 mm alwniniwn sheet is 18 dB.
If profiled aluminiwn sheeting is used when
sound reductien is important, some back-up
construction will always be required.
Thermal
Under the Building Regulations. U·values of
0·6 or 0 · 7 W/m'·C are required for walls.
A typical U·value for an aluminium profiled
sheet is 2· 6 W/m
2
°C. In all cases same
additional insulation will be required (see
manufacturers' literature for typical
insulants and their performance).
Firt
Profiled aluminium sheet cladding does not
have a resistance to fire as defined in
ES 476: Part 8, unless it is used with a
suitable fire-resistant lining. It is classed as
'not easily ignitable' to BS 476: Part 5 and
'non-<ombustible' to BS 476: Part 4.
Profiled alwninium with a mill finish can be
graded as Class 0 surface spread of flame.
For classificatien of sheets with proprietary
coatings. the manufacturer should be
consulted and, if required. a test certifÏcate
obtained. Aluminium melts at aoout 650°C.
5.6 Jointinllnd fi.in,
Side laps and end laps are as previously
defined for steel profiled sheeting in
section 3.6.
Because the coefficient of linear
expansion of aluminium is 23 )( lO·ioC,
temperature ranges of 50°C mean that an
8 m long sheet will expand about 10 mmo
Steelwark subject ta the same temperature
variatien \\ill expand about 5 mmo Thus
depending on the colour of the aluminium
sheet and the type of purIin or rails, end·lap
expansian joints are necessary (dark colours
have greater temperature ranges than light
colaurs). Maximum distances between end-
lap expansion joints are given in the
National Federatian of Roofing
Contractor. booklet, Profiled sheet
melal roofing and cladding-a guide to
good prcutice.
Drilled holes and cut edges do not
narmally require protection because under
93/3/8-Bijlage 10
20 AaMis04'- ,...ft...,
IHtt wa DH "' fi_ ...
eNen" Week It • UtfttAd
........ _ .. 10-..,._
.• ,_,_ri ... ,
... _ ... Aa II1Ido io Al 7.11.14
Ieob .t tM elcelletrt Mtlil.C.
21 s.,. ..... dc ,.Il0l.
s.,.rt.,. ... bls Uil .. ,..
.. d.t Aztee W"t. lriltol, bJ
Iri •• T'lPrt.
normal conditions the material rapidly
produces a layer of natural oxide. However I
aluminium is particularly susceptible to
electrolytic corrosion. There is na corrosive
action between aluminium and zinc, or zine
coatings and galvanising, but direct contact
with other building materiaIs shouJd he
avoided and good detailing is required to
prevent water run-off.
As with steel trapezoidal sheeting. it is
recommended that primary fasteners are
located in the trough of the profile for the
greatest strength and rigidity. Maximum
fixing centres are 450 mm or every third
corrugation whichever is the lesser.
Profiled aluminium sheeting can he used
horizontalil'. a1though care shouJd he taken
in selecting the profiles to ensure adequate
run-off so that staining does not QCcur on
the underside ofthe profile. Matching GRP
corner pieces v.ith a paiot finish v.ill also
tend to weather differently from the metal
profiled c1adding.
When the profiled sheeting is fixed
horizontally, consideration must be given to
the differing stress patterns involved and
. the consequences for fixings. ft may he
necessar)' to reel.uce the centres of the
primary fixjngs to ever)' corrugation
and the secondary fixings-normaUl'
for fixing the sheets together-must
naw he considered as securing end·laps
and may have to he reduced to
300 mm centres.
5.7 Sbnclanls ... d ,.f., .....
Most of the suppliers of aluminium profiled
sheeting wijl provide exceUent technical
information. Other sources include:
• ·Art of construction' in AJs 8.7.81 p71
and 15.7.81 pl21
• TecJl7lual guidance sheet dadding, non·
wadbearing profiJ.ed asbesto. cement. steel
and aluminium bl' the PSA in the Method
of building series (TP/E 09·200)
• CEGB Design memorandum 097/117.
Issue 2. April 1970
• Guide to goOO practice bl' the NFRC.
Mal' 1982
• BS 5427: 1976 (under r.-ision)
• National Building Specification N34
Metal profued sMet roo[wall cLadding.
6 Aluminium composite panels
6.1 Types .nd si .... f pan.ls
There are three categories of panel :
pressed. box type and insulated sheet.
The size of pressed panels is limited bl' the
sue of the stamping machines necessary for
their production. Panels produced for the
Sainsbury Centre (AJ 15.7.81 pl221 using
superplastic forming techniques were
limited in size to 1800 x 1200 mmo Larger
pressed aluminium panels were formeel. by
!(jnain workshops for the Herman MiUer
Warehouse at Chippenham. Bath (designed
bl' Nicholas Grimshaw). These were
2400 x 1200 mm finished in blue polyester
powder coating and fixed to a double
Unistrut support.
Pressed Superplastic a1loy was a1so used
for panels at Aztec West bl' Brian Taggart.
21. and Superform panels are to he used on
Gatwick Link by YRM.
FoUo-wing US practice, it is now possible
to weid Dat sheets of aluminium 2 to 3 mm
thick on to a framed construction with
insulation applied in·situ.
Box·type panels. as used by Foster
Associates for the Sainsbury Centre, cansist
of !Wo trays of aluminium sheet about I mm
thick which are fixed at the edges and fiJled
with an insulating core material either
foamed or laminated in the factor)'.
Proprietary box panels with their
patented jointing systems are a\'ailable
from several companies"
Most manufacturers of profiled
alwninium sheeting also offer an 'insuJated'
variety with insulation either bonded to the
back of the sheeting in board form or
foarned to fiU the corrugations. In addition.
there are the specialist firms which laminate
aluminium panels to order. usually related
to their own curtain walling system.
Laminated sheets can also be manufactured
for use as thin infiU paneUing from 6 to
JO mm thick. The Datness and stiffness of
these sheets makes them ideal with
standard glazing techniques.
6.2 Ponelstrencth .nd spanninc Ibilily
The spanning c:apabilities of panels vary
according to the type. thickness and profile
ofthe facing material and the thickness and
density of the insulation core"
Steel profiled panels span further than
aluminium but are heavier. British Alcan's
Rigidal range is produced with two skins of
aluminium or an internal face of steel, which
improves its spanning characteristics and
provides a more robust interior lining.
A typicalload span cW"Ve is shov.-n in
figure 23. For most systems the maximum
span for a loading of O· 75 !<NIm' is 3 · 5 m.
Aluminium faced profiled panels are lighter
than steel. weighing about 6 Kg/m' for a
50 mm thick panel.
6.3 Types of con ... I.n.ls
As with steel composites the choice of core
affects thermal performance and spanning
characteristics. Types of care materials in
common use for bonded panels are:
• rigid urethane
• polyurethane foam (including
polyisocyanurate)
• polystyrene
• honeycomb paper care with a
polyurethane infiU.
...,; 31 Jul)" 19"') lJ
93j3j8-Bijlage 11
22 Gnlpi> ........... rIKt
te ..... Wrts .. , diH.,..rt
......... ,...ts.
23 TypIeal-"'. "'"" lor

--Ol' ..... of 3· 5 ... lalod
te aa.MÎIII.' O· 75 KMI_z.
24 Jojol __ ,.ooIs .Ith.
SoiosHry Cotrtn fosl"
AI-'oln ......... N_
plktt....tH .. te ...
• 1 ....... Cim., l)'St ••.
22
.
3
2
,
o
o
'0
time ot (lly
'\

F
23 (mI
,.
cIPt,we bolt It •• s panel 1800 . , 200.7S"' ..... supe. ·
24 back 10 Clma, Syllltln pllst "um,n'\I'" pane"
Cark and fibreboard are na langer used
betause af the thiclmess that is needed for
an insulation performance that compares
with other materials. Mineral ..... 001 is used
with in-situ assemblies. A thermal break
shouJd be inearporated between the two
skinsof metal.
Panels for the Sainsburv Centre inc1ude a
Neoprene thermal break äpplied befare the
skins were pop riveted together, Also
note the channel section \\ithin the panel,
which provides a fixing te the aluminium
carrier system. This detail supersedes that
af AJ 5.11.80 pOOS.
With both steel and aluminium panels
delamination of the metal from the core
cauJd cause panel failure. Delamination
caused by the sun heating up the outer skin,
which cansequently expands differently
trom the inner skin, is a phenomenon
discussed in detail in AJ 8.7.81 p85 .
6.4 Finislles
The same finishes are available for
composite panels as were descrihed tor
aluminium sheet in seetion 5.4. Polye.ter
powder eoatings in many colours are also
very widely used. Composite panels are
sometimes anodised. However. it is
extremely difficuJt to mateh anodised
'colours, which vary according to the time
the panel is left in the electrolyte bath. lt
may be tbis difficuJty in maintaining
anodising quality that bas led some
architects to use thin paint coatings
on aluminium, sueh as Ouropolymer
coatings (far example Duranar fram PPG
Industries) or acrylic finishes, and has
encaurage<! tbe increased use af polyester
powder eoatings.
All anodised surfaces shauJd be washed
dawn regularly. Silver ar natura! anodising
needs te be washed mare frequently tban
ather kinds because it is thinner. The other
kinds af anodising are knawn as twa-stage,
whieh gives branze eolaurs, and integral,
which produces a mare dense and abrasian·
resistant film in gold, branze, grey or black.
6.5rtrfo .... _
Firt
Aluminium eomposite panels da nat pravide
any fire resistance. Generally, however, the
internal membrane is non-combustible with
a Class 0 c1assification, as defined in the
Building ReguJatians 1976.
lnsulation
Sound and thermal perfarmanee .. iU depend
on the density of the inner core and the
overaJl mass of the construction.
6.6 Jointin, and fixin,
As is the case with steel panels, the use of
stand-off fixings avaids the problem af
crushing of the insulation core due to over-
tightening of self-tapping serews. Jn
additian, allowance must be made with large
aluminium panels for movement at the
fixings. Some praprietary panels
incorporate patent fixing clips. which are
used "ith the special profile of the panel.
Flat panel system joints are narmally af
the tongue and groeve type incorporating a
sealing gasket an two sides of the panel.
Hunter Douglas LuxaIon Bi·modular
pra\ides a designed joint an all four sides,
..-hich allaws far greater flexibility because
the panels can be used harizontally as weU
as vertically.
6.7 Stondanls .nd .. t ........
üntil a revised edition of BS 5427 betomes
available there are na British Standards ar
Codes af practice for composite c1adding.
7 PVC and polycarbonate sheet
PVCsheeting
Rigid pvc sheet such as JCI's Sintilan is
now available to match most profiJes of
metal sheeting. It is used mainly for roof
applications and is c1aimed to transmit up to
82 per cent of naturallight, achieving
Class 1 surface spread of name when tested
in accordance with BS 476: Part 7. PVC
sealed units are also available. PVC sheets
are manufactured to BS 4203 Extruded
93/3/8-Bijlage 12
25 Do .... ski. ,..fliCht necI in
cooj-tloo wttll .... ... fil.d
I .... tc ..
'26 Aein1 i. currin, roof of tM
U..,.,.., ,,"' .... Festi.,.1
uWIJ"*! "'11 IJ,. A",p
As ..... Ie •.
2i
.... 'n
all lIIe.tong
rigid PVC rorrugated sMeting from
PVC compowlCls containing light and
heat stabilisers.
For design PW'JlO5eS the U-value of
rooflights should be taken as 5· 7 W/m'·C
for single skin and 2· 8 Wlm'·C for a double
skin with a nominal25 mm air space.
Fizing
When plastic sheets are used in conjunction
with metaI sheeting, tbere may be slight
variatÎons in the profiles between the two
different types of sheet. It is therefore
essential that tbe end laps should be
correctly sealed with mastic. This must be
seated on to the corrugations of the under·
sheet. Sheets should be fuced through every
corrugation at tbe end·laps.
The side-Iaps should also be sealed using
two strips of 9 x 4 mm PVC strip tape
to prevent dust and moisture entering
between tbe sheets. The side laps of PVC
sheets should overlap the metaI on both
sidelaps, 25.
When subjected to superimposed loads.
deflections must be limited to 1/30 of tbe
span or 50 mm maximum to ensure laps do
Mt open and damage sealants. When
.subjected to wind loads, deflections must be
limited to 1/15 oftbe span or 100 mm
maximum to prevent fixing holes trom
stretching and redueing tbe pull-through
performance of the fasteners. Thus, in most
cases, the required purlin centres for PVC
sheeting are less than for the metaI sheeting
and additional supports ma)' be required to
reduce deflections.
Polycarbonate sheeting
Recent developments in tv';n·walled
polycarbonate sheeting allo wed its use in
long sheets fuced to a curved framework at
the Colonnades Garden Centre, Bayswater,
London (by the Terry Farrell Partnership),
see AJ 1.10.80. Here the 10 mm
polycarbonate sheeting was fixed to tbe
50 x 50 mm RHS using self·tapping serews
and button washers. A similar construction
was also specified for the Liverpool Garden
Festival building b)' Arup Associates, where
the vau1ted steelstructure supports a roof
of translucent double-skinned polycarbonate
sheeting. 26.
8 Fibre cement sheeting
8.1lntroduction of ... fibrHlased matorial
Since tbe publication of the last Products in
practiee supplement on claddings and
sealants, alternative fibre-based products
have been developed to meet the same
technical specification of asbestos cement
v.;th a similar Jow maintenance
performance. This new material is
manufactured by combining natural and
synthetic fibres and fillers with Portland
cement and water. The precise formuJation
is knO\\"Tl onlv bv each manufacturer.
Eternit 2000 córrugated sheets, for
example, are manufactured using cellulose
and polymerie fibres. TAC produees a
similar product, Duraeem, and Cape Uni-
cern sheets are produced from selected
cellulose fibres, silica and lime, pressed
and autoclaved to form reinforced
calciwn silicate.
There are no relevant British Standards
or ISO Standards specifically for fibre
cement sheets. Testing has been carried out
and support.ed by tbe British Board of
Agrement to ensure parity witb the .old
British Standards for asbestos cement.
(See for example Agrement Certificates
8411388 and 8411370 for Etemit 2000
deep profile and profile six and 8411271
for sheeting.)
8.2 Types of profiles .0<1 dopth of profil ..
Fibre cement sheets are pressed (not rolled)
over templates to farm profiled sheets v.ith
both sinusoidal and trapezoidal profiles.
Their anises are not as sharp as those of
metaI claddings. Corrugated sheets are
manufactured with a minimum thickness of
6 mm to match !he pr",ious lSO mm pitch
profile with 54 mm depths of profile. Deep
profile sheets have an increased depth of
86 mmo Underlining sheets are also
provided with depths of 25 mmo
Cover widths vary according to profile but
these are usuallv 1016 mm cover for
nominal widthsof 1086 mm and 1040 mmo
Sheets are manufactured \\;th maximum
lengths of 3·05 m. Permissible deviations
to the size are in accordance with BS
690: Part 3.
'.3 Sh.ot stroncth .0<1 stobility
Sheets are c1assified b\' their minimum
loadbearingcapacity"': 1450,4400 or
7400 Nm depending on the profile-in
accordance with BS 690: Part 3 when tested
to BS 4624: 1981: clause 9.
Typical maximum purIin spacing for a
54 mm depth profile is 1375 mm with
maximum vertical rail spacing of 1825 mmo
The maximum unsupported overhang is
350 mmo With fibre cement sheets the
resistance to vwind suction Joading can he up
to 10 per cent less than v.ith the equivalent
asbestos cement sheet. and ",here this is a
cntical factor due a110wance must he made.
8.4 rinishes
Fibre cement is available y,;th a natural
grey finish, or a factory-applied surface
coatiilg. Although the integral colour is
likel)' to be the most durable, the Iimited
range of colours reduces its appeal to
architects. Fibre cement is only available in
its natural te>."ture. but a smooth epoxy
finish can he applied. For advice on site
93/3/8-Bijlage 13
I
I
I
I
I
I
I
-----k
I
I
I
I
I
I
I
I
I
I
I
2711oo ....... ofllflro
c .... t ....... 'N dIa",Iw,,".t
u.·.·IftatI·
prolIIe J
21 n. JlHitioa tf .. ,tic Hlls ia
tht siftI.ps .t lila ... Cfmftt
"'"tin,.
:nT'pócoI ......
filH't cHINt ... ti ...
painting see BRE Digest 197, Painting
walls. I. Look a1so at the PSA advisory
leaflet 28: 1976, Painting asbestos cement.
A recent exciting use of fibre cement
profiled sheeting in contrasting colow-s is at
the Nimod [ndustrial Estate near Reading
bl' Eric C. V. Hives & Sons. architects.
Fibre cement sheeting will weather in a
similar manner to asbestos cement sheets
and tests by the BBA after prolonged water
immersion at nonnal and high
temperatw-es, oven drying, cyclic wetting
and drying, show no significant evidence of
deterioration and indicate behaviow- similar
to asbestos cement.
Unsightly a1gae growth caused by
moisture combined with dirt on the surface
may need to he cleaned. Applied or integral
firnshes will eventually need renewing.
Flbre cement has na react 0 1th cement, Inw
concrete or plaster.
8.S P.rforwu ...
AC0U3tic
Six mm fibre cement sheeting does not have
any significant soWld insulation
performance. Further insulation may
he required.
Thermal
The U-value of a single fibre cement sheet is
6'1 W/m'·C. To improve the thermal
resistance and comply "ith legislation. it is
necessary to provide a double cladding
system of underlining sheet 60 mm
insuJating blanket, space bars and
weathering sheet. The composite
construction sa (ormed y';l1 provide a
U-valueofO'57 W/m'·C.
FiTe
Fibre cement has na fire resistance for
protection of the structural elements of the
building as defined in BS 476: Part 8. Fibre
cement sheets are non-combustible in
accordance with BS 476: Part 4, have a P60
(Ex SAA) rating to BS 476: Part 3 and are
classified Class 0 in accordance ",ith the
Building ReguJations.
1_6 JoInti ...... 1111 ..
Sheets in BS profile Class 1 (maximum
purlin spacing 925 mm) "ith a sinusoidal
profile can he laid \\ith side laps of more
than one corrugation. Other profile
classifications are manufactured with
an under roll providing a side lap of
one corrugation.
Sealing of lap joints v';th sealing mastic is
not necessary for verticaI c1adding but may
he required for roof sheeting, and shouJd he
in accordance with BS 5247: Part 14 and the
manufactw-ers' recommendations. fS.
Fibre cement sheeting is thicker than
metal profiled sheeting. At the intersection
of the end lap and side lap joints, a corner of
the second and third sheets is mitred to
alloweven hearings for these and the
fourth sheet, f7.
Right-angled corner pieces are made to
BS 690: Part 6: in 1800, 2400 and 3000 mm
lengths. These angle sections are normally
secured by the primary fixings, 29.
Primary fixings used in attaching
sheeting rails or purIins should he hook or
crook holts on cold rolled sections. Fixings
shouJd he applied through the crown of the
corrugation and sealed v.ith a plastic washer
and cap. /10. In certain cases. where cold
rolled sections are used and the leverage on
the fix:ing is pronounced. trough fixing of
fibre cement sheeting can be considered.
Direct fixings by self-tapping screws to
metal framing is permitted provided
adequate clearance is allo wed and fixings
are not over·tightened. thus preventing
resrraint on the sheet move ment and
causing cracking. Movement of the sheet
can be considerable because the coefficient
of linear expansion is 8 x lO-RoC, therefore
a3 m long sheet v.ill expand 1 mm over a
temperatw-e range of 40°C.
Secondary fixings are not normally
required with fibre cement sheeting for
fastening side laps and end laps. Their use in
verticaI c1adding is generalIl' for fixing
accessory.sheets.
Sheets can he cut and drtlled easll) , but
must not be punched. 50 cartridge fasteners
shouJd not he used. Holes shouJd not he
nearer than 40 mm to the edge of the sheet.
They shouJd he drilled 2 mm larger than the
diameter of the fixing using washers to
distribute the loading on to the sheeting and
make the fixing hole watertight.
8.7 Stond.nls •• d rel ..... n
There are no relevant BS or ISO standards
specifically for fibre cement sheet, but
for general guidance the following can
he used:
• BS 5247: Part 14: 1975. This lavs down
good practice for the use of corrugated
asbestos cement in building
• _4sbestos cement profiled sheet roofu:all
dadding (section 11'35) bl' the NBS contains
detailed specification cJauses and notes
• Sheet c/adding non-loadbearing
asbestos cemrnt, steel and aluminium
(TP E09-200, second edition 1979) by the
PSA in the Method of building series
incJudes sections on profiled asbestos
cement and application details
• BS 1494: Part 1: 1964 Firingsfor sheet.
roof and woU cot'mngs
• BS 690: Part 3: 1973SpeC>:ficationfor
asbtstos cement corrugated sheet
• BS 690: Part 5: 1975 Spuificationfor
linlng sheets and panels.
9 Glass-reinforced plastic
9.1 Panel dimensions and fornt
In theory there is no limit to the Jength of
panel that can he produced by hand
laminating. Products 40 m long have been
manufactw-ed. However, in practice. the
costs of transportation, handling and mouJd,
and the size ofthe available curing box, limit
the sile of the mouJding. The ideal panel
\\idth is one where the operator can reach
all parts of the mouJd easily during hand
lamination. say 2 m, although wider units
can he produced on tilting mouJds.
The National GRP Federation design
guide for GRP cladding gives reasonable
manufacturing deVÎations on width and
length of panels as ±3 to ±8 mm depending
on the size ofthe panel.
GRP is often marketed as offering a wide
variety of shapes and sizes. Even 50,
economies of production can only really be
achieved with standardised identical units.
Specials or non-standard units increase
costs and may involve the structural
engineer in adjustments to the design of
AJ suppl .. mtn!3IJulyI9iO" ]1
93/3/8-Bijlage 14
is to use a general purpose isophthalic gel
coat. which has no fire-retardant
characteristics. and back it ",;th a
lamination resio containing the fire-
retardant additive which. when tested
without the gel coat. would meet Class I to
BS 476: Part 7.
For those panels on buildings over 15 m
tall and within I m ofthe boundary. a
Class 0 rating would he required. In this
case a lamination can he produced with both
the gel ooat and the laminating resin
containing the fire-retardant additives.
Another solution to this problem of
providing the required fire rating is to apply
a two pack polyurethane proprietary
surface coating to the modified gel coat in
order to proleet it from ultraviolet light and
thus offer good weathering characteristics
together with Class I rating. Architects
intending to use these proprietary systems
should ask the manufacturers to supply
evidence of fire test certificates.
'.6 Joilltln,lnd t1li",s
Joints hetween GRP panels must he ahle to
accommodate variations in joint size due to
manufacturing setting-out and erection
deviations. In addition, the joints should
allow for deflection movernent due te
loading and thermal and moisture
movement in use. Thennal movement is
more critical with GRP than other materiaIs
because of its relatively high coefficient of
thermal expansion, which varies between
20 and 30 x 10-'m/'C. depending on the
glass content.
Not all mastic sealants have sufficient
movement accommodation, nor ,,"ilI they all
adhere to the GRP panel edge. which should
he primed to remove the releasing agent.
Gasket joints are often used mounted
directly into a Neoprene or EPDM gasket.
Open-drained joints bave a1so been used
where the edge profile is formed into a
groove te receive the baffle and an air-seal is
provided on the inner face. If such a seal is
provided, care must he taken in the design
of the joint to alJow for movement. A similar
allowance must he made in the fixings.
Panels are normally fixed rigidly at one
point only. to allow the other end to move
freely while still restraining the panel.
. One of the difficulties of 6xing any single
skin panel back to the supporting structure
is that of locating the fixing device within
the thickness ofthe panel. Big Head fixings
to spread the load by localised thickening
have been used. Most c:.ases, however,
depend on a system of clamping the panels
back to the structure usually at the joint
interface. Often designers allow for mild
steel stiffeners within the flanges of GRP
and these are subsequently drilled on site
for bolt fixing. These holes should he sealed
to avoid moisture affecting the exposed
steelwork or glass fibres.
'.7 SlIndlnts In<! rderencos
There are DO codes of practice specifically
for GRP construction, a1though BS 2782:
1977, BS 3496: 1973, BS 3532: 1962,
BS 3691: 1969, BS 4549: 1970, control
specification of glass 6bres and polyester
resins. Other useful references inc1ude:
• Cystu polyester handbook 1980 by Scolt
Bader Ltd descrihes methods of product ion
;md the nature of the material
• DesilJ1t arui specifica/ion ofGRP clwUiing
by L Hollo ... ay and Manning R<lpley
Publishing. 1978. descrihes the application
ofGRP
• previous AJ articles on GRP include
2.3.73. 4.4.73.2.5.73,18.9.74,2.10.74.
16.10.74 and 6.11. 74 and. more recently as
part of the Art of construction series,
10.6.81 and 17.6.81
• guidance notes on tolerances, storage.
handling and fire-retardancy are available
trom the National GRP Construction
Federation. 82 New Cavendish Street,
London. WIM 8AD
• J-,'BS specification G61. GRP
claddi11.g features, gives general notes
and contains detailed specification clauses
for purpose-designed GRP wall and
roof panels.
10 Glass-reinforced cement
10.1 ,.. ... 1 dilMftSÎons
GRC panels are produced by spraying a
slurrY of cement·sand...,d chopped Cem·Fil
glas" 6bres on to a mould. Although in
theorv there is na reaJ restriction on the
length of a GRC panel, in practice it is
normallv limited to 4 m due to problems of
lifting and handling units in their green
state. To reduce any risk of bowing ofthe
units. it is normally recommended that, for
both single skin and sandwich panels. the
area of the panel should he limited to
7-8 sq m. Maximum widths of panels depend
on the method of production. For manual
spraying this is normally limited to 2 m, but
vdth mechanical spraying wider units are
possible. It is also possible to mix the raw
materiaJs into a paste, which is then cast or
extruded (premix method). This could he
used for such items as windows, door
frames or for sharp projections and
difficult corners.
GRC single skin normally has a minimum
thickness of 10 mm using the spraying
techniques and for prernix methods the
thickness is increased to about 15 mmo
Although shaped or formed panels have
been produced in the past. some difficulties
have been experienced with differential
dimensional changes in shaped sandwich
panels. For trus reason manufacturers now
prefer to form such panels as simple shapes
a\'oiding dog-leg corners. Where shaped
panels are required it is recommended that
singie skin construction is used.
Toleranees in panels according to CP 297
are similar to those for precast concrete and
should not exceed ±3 mm for small panels.
De\iations on thickness are normally
- 0 + 4 mm controlled by pin gauges during
manufacture. Panel edges tend to he
sharper and smoother than precast
concrete, although some remedial work
before cwing may he needed in order te
achie ... e trus.
10.2 l'lnelstrencth
The tensile and impact strength ofGRC
diminish with time and this has prompted
Pilkington Brothers PLC and others to
cam' out research on these and other
proPerty changes under accelerated
test procedures.
Design methods and design stress levels
should make a1lowance for these ageing
characteristics and give a reasonable
Jwy 198!I •
93/3/8-Bijlage 15
32 GIIC '-oe,.oeh F_.
IUKI L .. IriII .... ' _pH lor
c.w ...,., ..,. nH .t O.te,..
...
lAl 2 .. U.&SI.
margin of safety. Pilkingtons will offer
advice on particular applications.
Developments to improve the long term
durability of GRC by Pilkingtons led 10 the
introduction in 1980 of an improved alkali-
resistant fibre CEM-FIL 2, which ertends
the durability of GRC products. GRC is not
generally used for loadbearing, although it
has been used for loadbearing wall panels in
single-storey housing.
Stresses likely to be generated in
sandwich panels by thermal and moisture
gradients across the skins and core
should also be calculated and included
with the applied and imposed loads in the
design stresses.
10.3 Types.f cort _t.rials
Thermal insulation between two skins of
GRC can be provided in three wa)'s:
• an insulating material such as PBAC
(polystyrene bead aggregate concrete) can
be placed on a GRC slOn.levelied and then
additional GRC sprayed on and compacted.
One difficulty of using PB AC is th.t it can
take up to six months for the moisture to
dry out. Premade PBAC biscuits give a
firmer surface for compaction of the second
skin. These are non·combustible
• panels of can be placed in
position on a GRC skin. then additional GRC
is sprayed on and compacted. Preformed
webs of GRC cao be used 10 stiffen the
panel, but the inclusion of these .....ebs c:an
cause cold bridging and ghosting of the web
on the surface_ If satisfactory bonding of the
insulation to the GRC slOns can be achiO\'ed
using 400 mm squares of polystyrene coated
with a bonding agent. such as a high
strength monu matrix, webs and possible
subsequent ghosting can be avoided
• for continuous production, polyurethane
foam can he injected between two
preformed skins ofGRC.
Care must be taken, particularly
with PBAC cores. to ensure that
pressure build·up during curing does not
distort the rear skin of the panel.
10.4 Fini"
Aggregate and grit-blasted fini shes are
possible. Aggregate less than 12 mm is used
beeause of the excessive amount of GRC
required behind the larger aggregate .
Pre-pigmented cements are available.
but glass fibres in the material tend to
show up when using darker pigmented
colOlus and there are problems of colour
match /rom panel to panel. Colour changes
"iJl occur due to differential hydration
(cuTing) if constant environmental
conditions are not maintained in
the factory.
Great care should be taken in the
consideration of applied coatings because
GRC contains water vapour and must be
allowed to breathe. Proprieury tertured
permeable finishes, such as those used for
coating ertemal masonry-for example
Muroplast . Sandtex or Glamorock-have
been used successfully. Proper adhesion is
obtained by pretreating the GRC surface by
c1eaning or acid washing. Clear silicone
coatings can also be used. but care must be
taken to prevent migration of silicone on to
the joint sealants. Developments in the use
of applied polyurethane systems have not
had ,,;despread commercial application_ An
interesting development bl' Fenox UK Ltd
is. PVC Plastisol finish produced by
spra);ng GRC on to a PVC laminate film
1200 mm wide. producing a laminate sheet
,,;th an integral finish on one face.
Control of temperature and humidity in
the workshop during curing is essential.
Microcracking of the panel surface can be
caused by shrinkage of the unreinforced
cement layer, which shouJd not be greater
than 0· 5 mmo 'Nith sandv.ich panels, one
can expect a temperature gradient of 40°C
through the panel in use. These conditions
can lead to bending strains of the same
order of magnitude as the normal strains in
the GRC skin. and tensile strains in corne"rs
where stress concentration may cause
microcracks. This phenomenon can be
exaggerated by local bending or bowing.
imperfect bonding between the skin and the
insuJation core and vapour pressure
of entrapped air and moisture.
Designers should be aware of
tempt'!'"&ture gradient problems. particularly
with dark panels.
10.5 Performanco
AIO mm single skin ofGRC at 20 Kg/m'
density g;ves sound reduction indices from
22 dB at 350 Hz to 39 dB at 4000 Hz or an
average of 30 dB over the normal range of
frequencie::; . Even ifthe single skin is
increased to 20 mmo which is beyond the
thickness normally recommended, the
a\'erage reduction indices 'Will only increase
to 35 dB. For greater acoustic performance
it is plssible to use sandv.ich construction,
but if preformed webs are necessary for
structural reasons, they \\;11 reduce the
sound performance of the panel.
Th"",,al
A 10.18 mm single skin GRC construction at
20 Kg'm' gives a negligible insulation value
ofabout 5·0 W/m
2
0C. For improved
therm.1 insulation of 0 . 7 W/m'·C. as
requir.d bl' the Building ReguIations, it will
be .. to inc1ude an insulation core as
pan of the panel or to incorporate rome
form of insulation in-situ behind a single
skin iacade. This last method is becoming
common in Europe.
AJ suppll'l7lf":ltJI.JuIY 1965 41
93/3/8-Bijlage 16
Fire
These thermal insulation materials cannot
offer any degree of fire resistance. If this is
a requirement. mineraJ wool or rigid
phenolic foam should be investigated, but
Sound
To achieve good sound reduction when
designing with lightweight metal panels a
heavy backing such as cement-based
chipboard can increase mass. FOT example.
Gatwiek Airport's panels are superform
aluminium backed with Durapanel.
Fixings and movement
Composite panels with self·finished inner
skin are of ten bolted directlv on to the
structural framework. ftxed from inside.
Where panels are mounted on to a block
wall they can only be flXed from outside, 28.
In some cases face flXings are bolted
direct through the panel, such as at the
Herman Miller extension in Bath, 19. In
most cases, fiXing is achieved by secret
(I'tUJg fixing within the panel or by restraint
/JfM'ds cJaMptxi fixings , 27.
----.!r'1Il.- Panels can be bolted to framework but
27 of ten self-tapping serews are used for quick
27N TJPH.f filml; '.utsHtt: at direct flXing. Fixing suppliers will offer
Mttom'. ad vice on the number and type of sere ..... in
..... INnt:ls mountt:d on fr."'t: relation to the wind design loads .
.... tilH trom insidt, s»ch IS Manufacturers should al50 be con5ulted
Slin.". Ctntn, •. ,.rttls . on the degree of thennal movement related
:::Iud to panel size and the need to make.
MuM .... F,..nkfurt, b. allowance for movement at the fixmg
2'9 Eu..,,, of 'act: filml.t positions. Where insulation cores are used
...... Mi.., .. t"sion, with dark coloured panels, the maximum
surface temperature can be as high as 80·G.
30 Spreadt:n .Md .hen IiftinC
pant:ls to prt.tftt Nma,t
t. HItS.
Al;ln 8rookes -is an architKt and
c1addmg consultant <lnd teaches at
Llverpool l' nl\'ersity School of
A rchltectute
Practicality
Most metal panels, being lightweight, can
be handled by one or two people. This can be
an advantage in tenns of speed of assembly
but high winds can cause difficulties ",ith
panels that are vulnerable to impact
damage and need to be treated with care,
30.For example, panels assembied stacked
and held in place with continuous top hat
sections have to he carefullv restrained if
the top hat section is remo\:ed for panel
replacement. Panels also need to be
carefully protected on site and weil packed
during transportation to avoid surfaces
rubbing or projecting edges being damaged.
Where possible, they should be stored under
cover to prevent condensation "';thin the
protective covering and possible staining of
the upper surface. They should never be
References
• 'Art of construction' series in AJs 8 and
15.7.81. This includes a description of
manufacturing and several examples of
panels in use.
• Gladding ofbuildings by A. J. Brookes.
Construction Press. Chapter 5, 'Sheet
me tal ciadding panels'.
• 'Skin deep: the functional and visual
potentialof modular wall panels fabricated
thickness and weight in the case of rnineral
wool wouJd increase for the same spanning
characteristics. V/here riTe resistance is
required. panels and jointing test results for
fjTe resistance and integrity wil! be needed
from the manufacturer .
Alternatively, an absorbent air space can be
provided within the assembly. FOT example.
Ganner panels at Heathrow are anodised
aluminium ..... ith polyurethane honeycomb
cores and 100 mm airspace between panel
and inner Jining. Sound performance at
panel to panel junctions. as weil as the
panels need testing.
exposed to surface contamination by
cement mortar.
ofman·made materiais' by J. Murphy in
Progressive Architecture Vol 59, No 2, Feb
19i8, p83·91.
• BS 729:1971 Hot dip galvanised cootings
on iron and steel
• BS 3987:1974 Anodic aride cootings on
u'"Tought aluminiumforexterna1
Qrchitectural applications
• BS 5427:1976 Gode ofpracticefQT
performance and loadingcriteriafor
p"'o.filed sheeting in building
93/3/8-Bijlage 17
Fire
GRC is non-combustible and not easily
ignitable to BS 4ï6: Part 5 and complies
with Class 0 requirements to BS 476: Part 6.
A single skin of GRC can provide one-hour
fire resistance if a suitable insulant such as
20 mm vermiculate fireproof mix is applied
to the GRG. Sandwich construction
incorporating 50 mm polystjTene bead
aggregate cement can achieve two-hour fire
resistance, and four-hour fire resistance can
be achieved ,,;th 100 mm thick panels.
Polymer additives
Some manuiacturers add polymers to the
mix as a curing agent. The additian of 3 per
cent by weight of polymer can be an
alternative to wet curing. However, the
process is more expensive and the final
product may lose some of its non·
combustibility. Experience in the use of
G RC in New Zealand has shown that the
addition of acrylic modifiers to the mix a1so
produces a better surface coating to recei\'e
an applied paint finish.
10.6 Joimine ..... filinc
Techniques for sealing joints in GRC panels
are similar to those used for precast
concrete and GRP. There are gaskets. open
drained joints, mastic seaJants or cover
strips. Panels are generally lighter than
concrete but heavier than GRP, which may
affect the number and type of fixjngs used.
Gaskets are only reaJly effective where
positive pressure is available to defonn or
compress them and the practical difficulties
of maintaining even and true joints with
GRC panels is a major disad,·antage.
Open-drained joints are not aften used
"ith GRC panels because ofthe problem of
incorporating the required 30 mm deep
grooves in the edge profile ofthe panels.
Vaziaus mastic sealants. including
polysulphide polyurethane and silicone
rubbers have been used, the optimum joint
"idth being 15·20 mmo However. there ha'·.
been same failures and a recent evaluation
of variaus sealants has been carried out for
the GRCA by John Leech and a report is
expected shortly. Proper applieation is
essential and traces of mould release agents
should be removed before the sealant is
applied. Application of silicone face-sealer to
GRC can inhibit adhesion and a primer may
be needed.
Cover strips are rarely used, partly
hecause they are not visually acceptable and
partly because, due to the design of the
intersection between vertical and horizontal
cover strips, it is impossible to maintain
weathertightness.
Fi:rin.gs
Like other cement·based materiaIs, GRC
exhibits non-reversible shrinkage during the
curing process and long tenn moisture
movement caused by changes in humidity,
can he O· 05 per cent. The incorporation of
silica sand into the matrix reduces both
types of shrinkage, but reversibie
movements of 1· 5 mm/m can still be
expected. The design of fixings should allo"·
for this movement. The coefficient of
thennal expansion ofGRC is 10·20 •
10- ' IoC depending on moisture content, and
the upper value should be used for any
calculations of panel movement.
Cast·in fixjngs should be encapsulated in a
zone of GRC whose minimum width is
12 times the bolt diameter. Where single
skin construction is used. the panels can he
fixed back to the structural framing using
c1eats fixed to the stiffening ribs.
I'on·ferrous or stalnless steel fixings
are preferred.
Panels are generally supported at or near
their base ",;th only fOUT attachments per
panel, one of which can be fixed and the
other three allo\\.' rotational freedom for
thermal movement. Tms movement should
not be restricted by grouting, floor screeds
or insufficient clearance in the assembly.
Care should be taken in packing and fixing
during installation to ensure that these take
account of the inaccuracies of the
construction. GRC panels should not be
forced back on to misaJigned fixings: they
may not crack immediately but the
sustained load "ill eause cracking later in
the life of the building.
10,7 Sta ..... rds and .. f.ronees
• the AJ has a1ready published a series of
articles by John Young, 'GRC-briefing
guide for architects' . They are in AJs
15.2.78,8.3.78, 28.2.78and 19.4.78. This
should he read hearing in mind
developments since 1980
• the AJ 'Art of construction' series
includes an article on GRC c1addings (AJ
15.7.81),
• the Glassfibre Reinforced Cement
Association has published papers of
international conferences on GRC. They are
a"a1lable from the GRCA, Dukes Ride,
Gerrards Cross, Bucks. SL9 7LD (Oï53
82606)
• in the absense of anv British Standards
for GRC Cladding, thè GRCA a1so produces
a number of codes of practice and guides to
specification for GRC c1adding panels
• The Cement and Concrete Research
report on the use of accelerated ageing
procedures to predict the long term
strength ofGRC composites (volume Il.
1'03. 1981)
• Moore.J. F. A. Theuscofglass·reinforced
ctment in cladding pot/els by J. F. A. Moore
in the BRE report 1984.
11 Gaskets and sealants
11.1 Joint sizinl
Most joints fail ~ a u s e the variation in joint
size caused b\' inaccurate construct ion and
manufacture'exceeds the tolerance of the
jointing product or detail as designed. BS
DD 22: 1972 Tolerances andJil$fOT llUilding
..... as intended as a method of predicting
work sizes and joint c1earances between
building components. Formulae are
included for caJcuJating joint variation. The
BRE' s GraphicaJ aids were a1so published
in 19ï5 to assist in caJcuJations of minimum
and maximum joint size.
11.2 Joint mav.m.nt
The movement capability of the jointing
product. known as the movement
accommodation factor (MAF). must a1so be
taken into account. Tms is often expressed
in manufacturers' literature as, say, 20 per
cent of mean joint ",idth.
The depth of sealant in a butt joint should be
about half the joint "idth for most
93/3/8-Bijlage 18
1."I.nl ,r,," deDln 6mm
T
b.clo. up e; IIO't/co.1o. bOlfO:!.
fUDbel ' potyel"yl ene toams
3311M ten"Kt d.,tt. .f ... "'nt
is centnUH tht lIS •• f •
uck-tlp •• teN!.

elastoplastic and elastic sealants and equal
to no more than the width for plastic
sealants, v.ith a minimum of 6 mmo
11_3 Perfo ..... nee chlracteri,tics of sulin,
compound,
Sealants can be c1assified by their material
type as:
• bituminous and rubber-bitumens
• oil-based mastics
• butyl and oil-butyl
• acryl ic (solvent and emulsion)
• one- and two-part polyurethanes
• one- and two-part polysulphide sealants
• one-part silicone (high and low modulus).
The cure of two-part polysulphide sealants
depends on the internaI reaction of the two
components, which require thorough mixing
and have a Iimited shel!-Iue_ BS 4254: 1967
sets out requirements for two-part
polysulphide sealants_
One-part silicon .. are now availahle for a
number of different purposes as ready-ta-
use sealants and no mixing is required.
BS 5889: 1980 provides a schedule of quality
assessment for one-part silicones: type a
Oow modulus) and type b (high modulus)_
A BS draft for development is currently
being prepared giving 'Recommendations
for a classification system for sealants in the
building industry' . This will classify sealants
according to their SW ARM rating (that is
slump, water resistance, amplitude,
recovery and modulus). Thus, by
encouraging architects to select sealants by
their properties rather than !rom polymer
types, this draft should rep!ace tables
contained in BS 6213: 1982 G1.ide to lAt
selection of C01I.StrI<Ctional sealants.
11_4 Weathtriftc tffects ..... Ionts
Dark panels and joints can reacb surface
temperatures of70·C in surnmer. High
temperatures will eause chemica! and
physical changes in the sealant which, when
coupled with cyclic behaviour, could lead to
a breakdown o!the materiaI . Exposure to
ultraviolet light tends to exaggerate this
degradation. Far non-<::uring and solvent-
based sealants, this degradation causes
hardening ofthe surface by oxidation.
Elastomeric sealants will suffer some
surf.ace degradation in these conditions,
resulting in discoloration, chalking
and crazing.
The expected service lue of different
sealants is given in the BRE Information
Paper lP 25181, TM .. lection and
peiform4"""ofseal4nts by J. C_ Beech
(se. table IV)_
11.5 Iodl ..... lerilIs
The correct depth of sealant is controlled by
the back-up materiaI, which is placed
between the joint surfaces before sealant
applieation, 33. Suitable fillers include
impregnated fibre boards, cork boards,
natural and synthetic rubber foams and
closed-eell polyethylene and polyurethane
foams_ Expanded polystyrene and some
impregnated foams and boards containing
bitumen or waxes are not suitable as back-
up materials.
I t is essentiaI that the sealant does not
adhere to the back-up material and bond-
breakers are used to a1low the sealant to
extend with joint movement. Suitable bond
breakers include polyethylene-based tapes.
11.6 ".bts
Architeets' requirements for
interchangeahle wall-window systems
have led to many gaskets being used to
mount infill panels on to an aluminium
carrier system.
This type of system normally incorporates
a Neoprene extruded gasket. Ethylene
propylene diamine monomer (EPDM) has
hetter inherent resistance to oxidation
anack and ageing than Neoprene_
However, iu drawback is poor resistance
to attack !rom lubrieating oils and various
solvents. EPDM' s ability to recover !rom
compression is also less than that
of Neoprene.
Silicone gaskets were primarily developed
by Dow-Corning in the US and have been
available in Britain for five years. These
offer physical stabitity over extremely wide
ranges of working temperatures !rom
- SO·C to 200·C_ Structural silicone
gaskets supplied by Dow-Corning UK are
now available with the Don Reynolds
system, and Stoakes Systems Ltd
(pre\iously Astrawall) a1so offers
coloured silicone gaskets supplied by
Genera! Electrics.
11.7 Sta .... nts.nd reft ........
• The M anwl of good p1"lUtiu in seal4nt
application by the Sealant Manufacturers'
conference and avallahle !rom the British
Adhesives and Sealants Association (BASA)
is essential reading
• The Products in practice supplement
published in AJ 1.8_ 79 describes
performance characteristics of
various sealants
• TM selection and P"'"formanu of seal4nts
by J_ C. Beech (ERE Information Paper
25181 December 1981) gives a surnmary
of the main criteria for .. lection
of sealants
To control the quality ofvarious sealants
consult:
• BS 3712 MeiMds ofustfor l>uilding
sealants •
• BS 4254: 1983 TI_part polysuJphide-
b""ed s<alants
• BS 5215: 1975 OM-port gun graM
polysulphide-ba.sed seal4nts
• BS 6213: 1982 G1.ide to IA. selection of
C01'15tntdional stalants.
To control the quality of gaskets
consult:
• BS 4255: Part I: 1967 Preform.ed
1"IdJo.r g"""'ts for weCllMr e:rclusion
/rum l>uildings.
• BS 3734: 1978 Dimmsional toleranus
of solid-rn.t1UltUd and e:rt""led 1"IdJo.r
p1"od.u:ts.
Clulrcu:ttT &o.lanl type
aftvntrl
Plastics
PlasUH!lastic
Elasticand
elasto-plastic
Bituminous and
rubber bitumen
Oil·based mastics }
Butyl rubber
Acrylic (solvent and
emulsion)
one- and two-part
poly,ulphide }
one- and two-part
polyurethane
one-part silicone
Erp< ..... d
''"'''''' liJ_
Five
yeus
Upto 10
yeus
Upto IS
ye ....
Upto20
years
93/3/8-Bijlage 19
93j 3j 8-Bijlage 20
PRODUCTS DEVELOPMENT
Three interested parties
- a manufacturer, an
architect and an
engineer - came
together to create an
innovative metal
cladding system.
1 eos.le,', new composite
cl.ddinc panels ha.,. fine"
recelled .e.ther-licht joints.
2 Th, panels .r. unulual in
11.. 1 lhey come 10 lil. wIlh
,lIkoll re.dJ·rmt<!. The
sequence of alsembI, Is
lim"": lhe _Is fixt<! 10
lho lubllruclur.: lhe ftm pa ....
Is clompod 10 lhe comor whh I
spoc101iJ-dos1cntd .. Id'"
fbin&: IUbsequent panel .....
Ihen oHered Ind lichlontd
Ihroulh lho paret<! Illkol whh
In Allen kor.
3 Close up of lho 111d1",
aluminium fixi","
4 Soclion lh_lh I mock·up
joinl "_", how Ihe EPDM
.alkol Ihi In lhe joinl profile.
Pholocrapho bJ Neill Oboo
CLOSE TO THE EDGE
To tbe average British build·
ing component manufac-
turer. product design is som ..
tbing of an alien concepl
Most manufacturen start
thinking about developing a
new product when tb.old one
stops selling. And involving
an architect or engineer is an
unlikely move. Coseley is a
medium-sized c1adding
manufacturer tbat has taken
tbe unusual step of not only
consuiting both. but al", of
relinquishing its own role of
design development to
achieve a new, superior cam-
posite panel system.
a is not tbe fint time an
architect has been involved in
the design of a c1adding
system: tbe French architect
Prouvé constructed his own
metal c1addingsystems in the
1920. and '308; since tben th ..
re has been an architect-
designed Swiss system -
Haller; also Clasp; and of
course Fosler. who designed
the c1adding for his Sains·
bury's Centre. Coseley's
Aspect Mark 2 is important
in that it marks a collaborat-
iveexercise to produce a weil·
made, finely .ngin .. red and
detailed system. Coseley,
architect Alan Brookes Asso-
ciates and engineer Whitby &
Bird. are championing a
more rounded approach tod ..
sign than is usual in the Brit·
ish building industry.
Coseley started nine years
ago as a close tolerance faam
cutter, laminating styro(oam
on to standard building
boards, mainly for the local
authority rerurbishment
markel lts own composite
c1adding s)'slem, Aspect,
evolved naturally along with
a shirt to tbe new·build
market. The need for a more
sophisticated system was
93/3/8-Bijlage 21
900n apparenl Coseley had no
qualms about approaching
ABA and Whitby & Bird. All
tbr .. parties had some com·
man experience in the design
and production of composite
panels; Ian Crowder, Case-
ley'sdesigner, had worked for
a window company making
uPVC sections; Alan Brookes
and colleague Mike Slacey,
co-patenlee of tbe new system
witb Ian Crowder, had con·
sultancy knowledge and were
a ware of production metbods;
Mark u)Vell of Whitby &
Bird had worked on tbe test-
ing of performance criteria
for composite units at Salford
University.
The brief was to design a
cost eCfective system for a
hypothetical tbr .... torey
building on a science park
somewhere on the M4 corri-
'dor. The product thatevolved
was in fact capable of sur-
passing thc strictest weather
standards of lhe besl Euro-
IK'an curtain walling
systems. The idea of modify-
ing Aspect Mark] was consi-
dered uut quickly discarded
in favouro(acompl etcly ncw,
Icss Iimited systcm .. It is still
made of coar..od stecl but with
radieal improvcments.
Ta achieve abelter visual
as weil as performance qual-
ity, the system has drainage
oonlinuity. Coseley wanted to
avoid joints with silicone or
other applied sealanl.<;
because of the dangers of less-
than-perfect workmanship
on site. The panels are indi-
vidually removable and fully ,
interchangeable. This has the
pragmatic advanlage that
damaged panels can be
replaced and italso givesa far
more flexible building enve-
lope for lhe end user - a
significant design advance
for comllOSite panels.
Something Coseley learoed
on one of its major projecl.<;, St
Enoch', shopping centre in
Glasgow (see AJ FOCWJ July
1989) was that the panels
nceded to be able to change
plane to oope with a variety of
three dimensional farms such
as curved or ,harp parapets
or corners. Il was considered
essential to design this nexi-
bility into the system, rather
than leave itasaresponse toa
given design situation, as
with Aspect Mark 1. Aspect
Mark 2 is also a fully in-
tegrated system, with
louvrcs. glal.oo panels, doors,
and all the si 11 and parapet
details that allow Coseley to
supply the complete building
envelope should the client
wantit.
Thrce thicknesses of panel
were considered in design
ing for wlcrances on site. The
uPVC-edged profile th at
Aspect Mark 1 used wa:; re-
tained excepl that Îl "'as
made identical on all four
discussions. Coseley is con- sides. instcad or the previous
l-cntrating on 55mm because male/female fil \\'here the
of the window and door
panels. This will achieve a U
value of 0.43 W/m'Ko, which
improves the requirement for
wall construction. An iden-
tical uut thicker panel is on
the drawing board. The aim
of the system visually was to
have a fine-jointed external
expression: a crisp. accurate
finish appropriate to a high
quality building oomponent
This is emphasised by its self-
jigging construction, which
means that there is lesscheck-
system is innovali\'e is thal il
comes 10 site with all its gas-
keI.<; pre-fitted. Th... are
moulded tuuular g-dSkel'
stretched round the panels
like rubber bands. The
lapped joint ensures the
drainage continuity and l'On-
ceals the rixing. The fixing
itself, designed by Whitby &
Bird, is an elegant solution to
the width constraint of the
fine joint. It is an aluminium
clamp which is slid intD place
from the top of the panel and
PRODUCTS DEVELOPMENT
lightenro bel", .. n the parted
gaskeI.<; by an Allen key.
A ny water that hil.<; lhe
fronlofthe panel isdealt wilh
uy the fully seal...d PVC sec-
tion. As a CailsaCe. any water
th at does get past the sealed
gasket is encouraged into thc
sccond drainagechannel . The
interface b e l w ~ n lhe hori·
zontal and vertica.I airseal is
crucial here. Ir any water
does get lhis far back il will
drain safei)' to lhe outside.
Thc final criterion was thaI
the system shou Id be face-
fixl<l. This means that il can
be used for o\'ercladding and
it also ensures the fixing team
is a ware of lhe rond ition of the
front facade. Discrepancies of
alignment can occur when
one team is fixing from the
uack and another sealing
from the front.
Aspect Mark 2 is a positive
gesture from a moderat,e..
sized Brilish campany. The
technical product launch
material, prepared by Alan
Drookes Associates, stresses
the polenlial interaction the
architect or dient can have
wilh Coseley. This of course
imposes a responsibility on
Coseley to maintain the in-
tegrity of the syslem in its
design, manufacture and
technical support All thr ..
parties are oonfident that
their collaborative e(forl.<;
will be appreciated.
93/3/8-Bijlage 22
COSELEY
SYSTEM DESIGN
SYSTEM ENGINEERS
SYSTEM APPLICATION
A 5 PEe T MAR K 2
ALAN BROOKES ASSOCIATES
WHITBY. BIRD
COSELEY BUILDING SYSTEMS
COSELEY BUILDING SYSTEMS LTD
HARDWICK VIEW ROAD HOLMEWOOD INDUSTRIAL ESTATE
HOLMEWOOD CHESTERFIELD OERBYSHIRE 542 SSA TELEPHONE 0246 855500 FAX 0246 855568
93/3/8-Bijlage 23
"""t''''>
(' ~ - ",,'tIfJ
,-
......
UIMctI
- ~ _ ......
.. ".
1 'Wind double' model
carav.ns by Airstream I"n in
the USA in Ihe 19500·600.
2 Houses .t t.mden loek by .
Nicholas Grimlh.w .nd
Partners ulinC 3mm thlck
aluminium pIneli.
3 Detail of curved panels on
steel frame 1I Camden loek.
PRODUCT REVI EW
In this artiele Dr Alan Braakes and Mike Stacey examine the latest
develapments in methads af cladding and highlight where deficiencies still
exist in the knawledge af criteria far their selectian and use.
When steel c\ad prefabricau.>d houses wer.
introduced in the 1930:; and '40s, sueh as the
Weir and Arcon houses, serious doubts were
expresse<! coneerning their durability. Time
has shown that these doubts were unfounded
when the metal c1adding was effectively
joinled and the surface suitably trealed.
There are still some areas where insuffi ·
eient research and testing has been carried
ouL For example there has been Iiltle in\·esti·
gation on relative thermal move ment of diff·
erent matcrials used in composite cladding.
Limited tests on rire resistance of different
panel cores have been carried out and there is
still no British Standard on composite cladd·
ingalthough the Europcan Standard is now in
its final drafl
The relative durability of different finishes
on preformed metal is now rcasonably weil
established bullhere is still a problem boeause
specifiers are not always entirely lamiliar
with the methods of fabri e.tion and relaled
quality control. Durability of formcd edges or
eutedges still needs 10 be earefully examined.
Manufacturers, and in partieular their
sales personnel. do not always work within the
restraintsof their produets when recommend·
ing their use for speeifie projects. Produets
developed for low rise appl ieations are still
being offered for multi·slorey applications
without any proper understanding of the
ramificatians of the increased exposure and
the resulting requirements for higher perfor·
mance and more severe testing.
Although there is still a gap between design
and production, fifty years of experience has
resulted in considerable knowledge and skill
in the formingofmetalsand theirfabrication,
the design of aluminium extrusions, and high
quality finishes. All this knowledge is ayail·
able tD those architects wishing tD take a more
aetive role in produeing buildings exploiting
twentieth century techniques.
Rem i niscent of the best of the prefabricated
houses and possibly inspired by images of
Airstream Caravans, N icholas Grimshawand
Partners' housing at Camden l..ock is elad
with 3mm thiek silyer PVF2 finished alumi·
93j 3j8-Bijlage 24
4 Superform aluminium panels
as used at the Financial Times
Printing Works by Nicholas
Grimshawand Partners.
5 The Citroen H van was
influenlial in the transfer of
sheel melal technology from
car manutaclure 10 building.
6 Thermoformed polycarbonate
panels in HoUand (archilecl Jan
Brouwer).
7 13mm Ihick honeycomb
Iluminium panels
pre·assembled with semi·rigid
insulation cores at RAC, Walsall
(architect Gennaro Picilrdi),
.. ___
·--a.:r·r
i -- ' lal".
- - 1 '_
- ' 0,-
r
lil!'
r

",..
"....
,..


,
nium with a 40 micron m{'talli(' sih'{' r
l'Oating by Supr{'mt' Indllstrial
Pands arc t ITlctre hisrh !Ir :t.li wi{ll',
cur\,('d to a r;Hliu!' o( 1200Umm \\'ith:tll ar(' n(
The panl+". matlt, hr (;ill(orm
and fixlId U)' Bt'li Contract!', h<l\'('
riu!'!'pot wehll'fl 10 thc rcaro( the Shl't't ttl kN.' p
the panel (lurinJ:!' t!'ansIKlrtatinfl . The
panl'ls arc fiXl'tl by hooking- tht'm (lq'r all
upturned angle on th('ir tnp Nlge, In tht·
Camdt'n huusinf.{ th{' l'an{'ls an' Iwll! at th('ir
lup t,<lg(' via nrlun as an iS41latiun
IK'l\\,l,<,n tht· stl'l'1 :1I1d aluminiulII and wilh a
rt.ostraint (ixiJlJ( at lhe In lhis way the
dtosiJ(1l l.1.k("!' at'CUIIII! o( th<, hig-h ('I)('((il'i('nt o(
th('rmal cxpansion o( aluminiul1I anti allows
tll{' pan('ls to slidl' Uil tht, SUl'lMtrt rails. III:.:ula·
tinll pruvided uy sit("applit'd HtX'kwoul
within lhl' Wilt' of tilt' :.:u pport i liJ,!' ,<:'h'1.'1\\'Hrk ,
Forming of Melal
Pro(iling i!' thC' (amiliar uf ext{,lldillj:! the
spanning ('"pat'ity o( thin :-;Iw(·t l1It'tals, i .. •
U,GlJlm thil'k. Trpit:ally span!' (I( 1..1 nwtn>:'
helw('('n sh('t.'linj{ rails ('an lx- ;\('hi"',·('(1 ",ith
!'tandanl prufilt's lmC'k('o lip hy sit(,·;lpplie·d
insulatioll alld liner tra.\·s. 1'/'o(ilinJ!' (I( tlw
iscarrÎ(,(!4Iul uy rull ' (4Irnlinj( thl' J.!al\'a·
nr pn'('oa1('d ('uilt'll HwIa!. Thi:- pnl(ilt",1
shectinJl ('ontilllll's to l)t> ('xtl'llsiwl." us('t! (ur
many typps (I( lmildins;! wilh an Înn('a:-;in!:
di\,{,r."i(i('ation o( sourl't'S of sUII!,I.", in('ludinJ!
Plannja, V('rho, l'(·t'hine.". a!' \\'('11 a:-; tht' l'J.\
supplirr!', Thcdeplh oftht' (,'orrujZ'atiufls I'l':,ult
in a 11t'('d (nron sileor sJ)l'('ialist 111('lal (urnwn:.
to produl'e particular dl'lails,
gutters aml corner IIniL'<:. , Curnpanies such as
Architcctural Fabri(:atiIHl s and l)rawn
Meta) can he call1'd U'Wlil
A (orm or c1aclding whit: h is all examph,' of
the U${' o( an inl{'rlll('dial(' Il'ChnolHJt:'o" he·
tween roll (ol'lnillf,!' anti d('(' p orawing or
pressinil, is Plannja 200. uSl'1 l innO\'ati\'('ly hy
?; Richard ROJ!"(.'l's (or Lhc Slllcl'ulain shnppinJ!'
tf complex {,·\-I [,'Of'W': ,July pI!H. ILo,; dl,('P
prori!CfI Nig-c, in ('nll,iIlJl('tiun \\'ilh a l'nJ:-OS
5' )ll'llfilcfl \\'dl (pI'<Mlul'('d h,\' a (t1rlllillg- ruilt' !' at
5 tilt' l' nll u( thl'line), l'nahll't! it 141 spall up lil 1
/lll'tres, This (01'111 o( t'ladding- prcMllirlioll is
:or- IIsl'll hy tlH' :lutOllloti\'l' illlluslry. F()r('Xamllll'
thc rilJ!)C(! pr(>ssings on lh(' Citroen 11 h:1\'('
\)t'l'l1 inrhl4'nlial in dl'\'('lnjlllll'nL<.; in
pam,ls fur SUdl as at (:rilllshaw\
Financial Timcs whert' Superpl:l,,,tic alumi·
niulIl pam'l!' hy Ba('u Cuntracts ha\'c 1H.'t'l1
1ISl.'t1. Wht·thcr pressing is (nr th(' sak(' nr
apl)Carant'e or stir(ntoss. ('an.' shuulcllK' lak('u
in sck'Ctinf,!' the radii u( the pl'ofiJt"!' tI)
('nsurt' that thl' malt'rial is nnl slrdchl'(J
IK'ycmd il" minimum to pr('\'('nl
Ilrematur(' JlCr(oration oy cornlsion.
Forming or stamping can al!'O be II!'("(I to
manuracture l)an(' l!' rnmt
a heat{"(1 closcd mould prae;; (!,("C Art·h;-
II'dx' .J",u'ml' 1.7.87 pp!H-!i!l). Ruch th(,l'nlo,
formed panel, can IK' 1)11.1"",,<1 bl' G EC
Plastic!; o( 1101land using lA'xan. availahlt" in
transparenlor opa(luC' !;h("("ting,
Composile Cladding
The spanning capability (I( Uil' unit ('an ht'
incrca.c;;(."(1. r('(!ucing the (n'fltlC'ncy o( Sl't'und·
ary (raming, Ily using COtlllKlSitc or SOlmlwi('h
in \\'hich two skins o( meL1.1 arc
bondcd to all insulaliun em'e using (oam('(1
pulyurethane or laminatcd polysl.\'rcn(',
Inherent in lhe o( (oamcd pan('ls is the
n('<"cI lo con trol density and a\'uid cntral,mC'nl
H( (reon ga.e;; producc<1 during the (naming
\\'hich canlt'ad to blisttringordelami-
Ilation o( the pan('1 skin!'. Pands with hori-
znnl.1.1 foamed cores are generally rnanu(ac-
turNIon C'ontinuou!' proouction 1i0l'!'> 10 S<'t
\\'idth!' and are cut te length IH"'Ces."itating (,(Jp
hal ('(1\'cr 1,lall'S to rorm joinLc; on sitt", They are
thcrdure gcnerally a."c;;{x·iatcd wilh low
.. -:-::.:::::::::

93/3/8-Bijlage 25
8 Monobloc CR panels at
LivOfJ>OOI Unive .. 1ty School of
Architectur. have I
microprofiled surf.ee.
9 Curt'ed and fiat panela 'rom
CoeeleJ Aspect Marl< 1 IJltom
used ot St Enoch' •• hopplnl
Ct"tr •. GI .. ,ow (architect.
GMW and Rolach and HoU).
large volume applications. Although weil in-
sulated buildings help to reduce energy con-
sumption and indirectly limit carbon dioxide
emissions by decreasing the amaunt of heat·
ing they require, there is increasing concern
over the potential e((eets on the ozone layer ol
CFC gases used as (oaming agents. This has
led to a review o( the materials and their
manu(acturing processes. BRE has underta-
ken work on the implications of using CFes in
the building industry and In(ormation Paper
11'23/89 by D.J. Butler describes the results ol
the work to date. Some producers o( (oamed
polyurethane, such as Thanex Chemicals and
Plaschem, offer (oaming (ormulations which
claim to have no CFC content. Others are
working with carbon dioxide blowing agents
to reduce the e((eet o( the CFCs. It is more
di((ieult to use carbon dioxide blowing agents
with polyisocyanurate foams which were in-
trodueed (or their improved !ire resistanee.
One diffieulty (or the manu(acturers ol
(oamed panels in ehanging the (oaming
agents used, is that these modilications may
result in slower production rates and reduced
thermal performance. In theory panels with
modi(ied (oamed cores would need to be
thicker and there(ore more expensive. Lami-
nated panels using insulation boards have the
advantage of batch production. producing a
range o( bespoke sizes with controlled density
cores. The laminated cores can range from
bead polystyrene, extruded polystyrene,
Rockwool lamella and Foamglas. Bead poly-
styrene, orten used in packaging, does not
require a blowing agent and is available in
large size sheets, 1.2 by 8 metres nominally.
However, itdoes have disad\'antages: its rel at-
ive thermal conductivity (k value 0.034 to
0.037 Wim K), shrinkage immediately alter
manufacture, and its moisture permeable
open eell structure.
Extruded polystyrene has a closed cell
structure, is moisture resistant and of con-
trolled density with a k-value o( 0.025{).033
W/mK. Ahead o( the requirements o( the
Montreal Protocol, producers o( extruded
polystyrene such as Dow Chemicals now use
Hydro-Chloro-Fluoro-Carbon (HCFC) as a
foaming agent which contains hydrogen and
consequently reduces the e((eet o( chlorine on
the ozone layer (ratio o( 0.06 as compared to
UlOfor CFC).
It. was the panels at Footer Associates'
Renault Centre which really showed the
potentialof a Iightweight metal panel with
foamed or laminated cores to span 4 metres
between secondary framework o( vertically
cantilevered, perforated I·beams. The ori-
ginal microprofiling at Renault by Tangrose
Engineering was later adopted by Integration
AP for its Monobloc CR panel. This was used
Cladding, uses EPDM gaskets to form hori-
zon tal and vertical joints. These gaskets are
inserted into the uPVC sections forming tbe
edgeso(the panel (Design Data p34). The four-
way junction between horizontal and vertical
joints is thecritical partofthe panel assembly;
beeause it is subjected to thermal movement
and wind rotational effects, poor performance
wiJl a(feet long term weatherability.
The search for an improved four-way eross-
over junction without the use of ladder gaskets
(as used for the Sainsbury Arts Centre, Uni-
versity of East Anglia and Gatwiek North
Piers) and the need to avoid the use of site-
appJied sealants, were (undamental design
aims of Alan Brookes Associates and Coseley
Building Systems in the design of the new
cJadding system, Aspect 2. This aystem is
described in detail in Products Development
on page 12. It is interesting to note that all
three panel systems use uPVC edge sections to
provide a thermally broken edge detail for
fixing and sealing.
A radieal concept in composites which pro-
duces a charaçteristic performance not other-
wise available in any other form of construc-
at Liverpool School o( Architecture (archi- >.
tects Dave Kingand Rod McAllister)as 70mm
thick panels, achieving a thermal per(or-
mance of 0.4 W/m"'C. The panels were fixed
baek on to a steel framework with a 22mm
wide EPDM gasket inserted into the vertical
joint (see Design Data p33).
Spanwall, suppJied by Ruberoid Specialist
93/3/8-Bijlage 26
10
10 KaiwaU glasl reinforced
plastic panels used on the end
wall at Woking pool (uchitect
faulknerBrowns).
llinterior view of Woki"C pool
showi", the tran.lucent
qUiitities of Klltwall.
12 Detail of four panel
junelion of terracotta
rainsereen at IRCAM. Puis.
13 AIIRCAM, Renzo Piano
chose to U'I prefabrinted
terracotta panels in context
with the neichbouring brick
buUdi"l' ,.ther thaR the
Seaubourc·
14 Th. ItHllrme 'Iud, of the
Am •• hotet by Jein Nouwel is
desi,ned 10 rusl in 11 controlled
mannerUke Cor-Ien. Openi",
on 'e'ucopic .rml ar.
situated over the windows.
tion. iJ:; Kalwall. comllri!'ing a l'omp()!;ilc sand·
wich con!\truction of
reinrorccd plastic sheets bondcd to a grid cnrc
or exlruded aluminium I·I>eam!\. Devcloped in
lhc Unilcd anll Ilichard I{ng'l'l"$
atthc PAT (:enlre. Princ('(o\\·n. Ncw.Jrr!'<')'. i1
is now dislributcd in lhe UK hy An<Il'r!'On
Pear.:.on Win(lowso( Uulilin.
In order to improvr tlwrOlal Iw.'r(nnnance.
Kalwall panels ha\"(' an in:-:.c.'rl (I( lranslucf'nl
thr of which ran
a U valucofU..1
Panrl are an incrcmenl of a slandarcl
grid of :mo by fiOOmm anrl up to (im 10n2" hy
l!"'(){) Olm ",ide. Ma:ximum span of thC' slan-
flanl lhirknrss is Kalwall has lK't.'11
u!'('u al the Woking Ponlby FaulkncrBruwlls.
10. 11. and h)' Troughton at Stock Ic)'
Park (Ca:-;e plïl.
Rainscreen panels
If natness is tilt' critical criteria. a 1I0n insu-
laled pam'j ),ondC'f1 ln an aluminium cor('
flanel or a flat aluminium slux-l (minimum
thickncs,..; :hlllll) mount('(1 in a rainstTt'('11 as·
sembly. should 1)(' sp('('ifit.'1t. As wcll as
nat lh<'SC panel types arc nol suhjt.'(·t tn
therm al bowing thcy la('k lhc U'mllt.'-
rature differcntial sincc tht' cavity is
latc.,<1 to the ouLc;idr. A rclativC'ly luw ('ftSt
nwUuxl of stifrcninR' mclal h:L'" hc.'cn
inlnwlucl,<1 hy ülOk:o:.on in iLc; Mclawcll !'ysu'rn
\\'hich lwostccl ur aluminiul1l skins
hnocied lo a smal! trap<.'7.nidal prn(il('C1 nll'lal
sheet, in various (ICIllhs.
The recent CXaml)lc nf rainscl"t'('11
riadding is Henzo Piano's al
Berry Charcnton. ncar Paris (page 21). IIt'rl'
Piano has used a layereel skin ronsisting- of
22mm ehipboarrl anc1 polyurelhant' in a \'a-
pour barrier sandwich, covcred hy all llult' l"
PVC walerproof memhrane aJul cl:ul wilh
steel tites. SIAmc
chuldingfeurtain wallingwa.o;disclIs,'>C..,<1 in the
prrvious is,<;uc. (AJ Ftolll"uary l!t!KI).
hm\"c\·C'r. il is also wu,·th rcfC'rrinJ{ UI Piano's
cxtt'nsion lo rnCAM (Research Inslitult, (lf
Conlernpurary Musie and Amuslil'S), 12. I:t.
afljacenl Lu the lleaubourJ( in Paris. This
schcmc $hu\\'s all invcntivt'nt.'ss ;\lul un-
!Irrstanding uf traditional rnal.crials .'"t·t tlS('S
them in a ncw furm. A rainscrC'l'n f'!:uldiI1Knf
(·xtrudt.'tI terracotta block panels sd within
powder·coated aluminum frames IJrnvid<'!' a
colourful faeade. The perroratcd tcrraclllul
blocks are threaded on t.o aluminiul11 rods.
rather Iike a kebab. and lh""" 1'0<1, ar. lhcn
IJolted to the e<1R'e angle. Thc aluminium
frame forms a raingrn'Cn holtl'1l
back la a U-channel with slc.'('1 fix-
ing:" la lhc main framework.
Finishes
Th(' speciric.alion of (inishcs i5 a major
ration in the selection of nu·tal dauding
When considcring finishcs on pro-
filed sheet sloel. PVC Plasti",,1 or PVF2 are
the ch{)Îrcs although thieker two·eoat
arc availaule such as 11.11.
Versacor. On aluminium PVF2.
electrostatie puwdcr-coating or anodising. is
favoured. Colour matching can l>e a problem
in conlrolling the quality of rinishes on alumi-
nium. st.ccl offers a higher st.mdanJ
93/3/8-Bijlage 27
15 Adjustable horizontlll
&ouvres on this buildin, In
Sydney Harbour by architect,
Hllny Seidler, shows how
vllriation in .Ievlltion
.xpr."ion be IIchl.ved
simpt, Ind with
an overcladding s,stem.
.. .' , • '< • ,;
.... '
THEME:CLAPPJNG '.:" : ... " . .', ,
of durability at extra cost.
Concern over the effeelS of CFC (chloro-
nuorocarbons) has led to questions heing
asker about the preeise formulation of PVF2,
paint Cinishes generally termed Fluorocar-
bons. British SU!e1 claims to use Kynar PVF2
resin in a stabJe farm and only drive off
solvents which are incinerated on the paint
coating Hne. This view is shared by Pennwalt,
the Kynar paint suppliers, who staU! that the
paint formulation is a Hydrcrfluoroc.arbon not
containing chlorine, consisting of stabie
polymers, not gases, which do not reach the
stratospheric ozone layer.
Where PVF2 is specified with a metallic
finish it is neeessary to provide a further c1ear
coating to protect the metallic coating from
oxidisation, Such a finish is provided by PPG's
Duranar XL which is typically 5 microns
primer, 20-25 microns of colour coat and
10-15 microns of clear lacquer to protect the
surface. Colour matching can he affeeted by
any variation in the thickness of the c1ear
lacquer coating. Other coaU!rs using PVF2
include Tenburgs (Holland) and in the UK,
Protective Coatings, Northpoint Loyne, and
Supreme Industrial Finishes who can repair
PVF2 on site using an air drying system for
paint application to match the existing finish.
The most durable form of colour coating is
vitroous enamelling. This involves the fusion
of glass intothesurfaceofthe sU!e1 substraU! at
very high temperatures, Until reeently the
steel required to withstand these U!mpera·
tures was zero carbon steel. This is now
available in a much larger range of si zes,
Because of the manufacturing process of vi -
troous enamel, it is difficult to achieve a high
degree of natness without bonding to an alu·
minium honeycomb with a balancing sheet
which adds t40-5O per m' to the cosL
Manufadurers such as Trico, Cape Vitra·
tech and Escol offer a rangeofhigh gloss,semi
gloss, mat!, stippled and mottled finishes in
vitreous enamelling to BS4900. Thinner (and
therefore cheaper) coated vitreous enamel is
now produced as acontinuous ooil by Alliance
Enamelsteel in Belgium. Being a continuous
coiled product it should satisfy high quality
control standards. An exposed sU!e1 edge may
also be said to have less durability than a
vitroous enamel face and maybe for this rea·
son a aluminised steel is now
offered. Called Ceral. it is manufactured by
Performance Panels and may offer better
durablity. Alliance Enamelsteel now offers ilS
panel system with a polyester powder-<:Oated
aluminium edging and clip sysU!m which has
different colour and durability properties.
Overcladding
Many of the systems already discussed can he
used for overcladding to upgrade the visual
characteristics and performance of existing
buildings. Apart from being face·fixed, man)'
systems are not designed as a response to the
aesthetic possibilities of overcladding, It
would seem that the potentialof layering the
facade which is inherent in overcladding has
not been exploited in the UK. 15, shows a
building in Sydney Harbour by Harry
Seidler, where adjustablelouvres in the form
of overcladding are used to bring variation
into an elevation. The Amat Hotel , Bordeaux
by Jean Novel, 14, is clad in 'rustol' steel
grillage overcladding, which uni!es the fa·
cades. Windows are only defined when the
grillage is open,
Interactie"
The invention of integrated c1adding system.
and the creation of organisations such as
Briggs Amasco, which is able to provide the
total buildingenvelope, in nowaydiminish the
need for architectural intervention and the
inventive application of new technologies,
showing an understanding of the require-
menlS of each c1ient and every site. This is not
neeessarily achieved at a high cast, for
example Glen Murcutt's work in Australia,
WalU!r Segal's buildings or early Foster
schemes, and current Spanish architecture,
such as the work of Pep Bonet and Mariano
Bayon, demonstrate that good architecture
can produce a symbiotic relationship between
design and production. This demands rigaur
from all involved. How many c1adding pro-
jeets are underlaken from architects' draw-
ings showing 1:200 elevations? Is this the way
to produce good buildings! It i. thooe archi-
tecIS who interact with the components at a
fund amen tal level, demanding a contribution
to the overall architectural intentions of any
given scheme, who have advaneed architec-
tural excellence and thecladdingofbuildings.
93/3/8-Bijlage 28
1 P.neI nHmbly on
Grim_·. C.mdon housin&.
2 Det.iI of Int .... _ W.
compoolte cl-.ldi .... JIt .... H
UMd on the Uvorpool School of
Arc:hh_.
3 ..... n ... A·A of Grim ..... ·•
C.-houoInc
4 SoctIon B·B of .... c._
h .... l ... cl-.ldl ....
5 Methodo of lannl ... 11'"
_ ....... oeI.o degllo whlch
c.onbooc_.
DESIGN DATA
Dr Alan Brookes and Mike Stacey provide details of some of the buildings
and composite cladding systems mentioned in Product Review. The scale of
the composite cladding details is the same to facilitate comparison.
ï'"i =- =- i
•.
IFt -.;.
1 .. E1- --- ......
____________________________
-..........
_ ...
-,/ ;< ,
/,',
4
.. -
r---
.... -
c---
- ...
:;;-- - ....
=-- - ....
o:::c--
- ....
J
......
. -....................
5
____________________ -J
93/3/8-Bijlage 29
6a SpanwaU, vertical sectio"
throuCh panel joint.
b Inteerition AP Monobloc CR
claddina. panel to panelvertical
section.
c CoseIe)o's Aspect 2. vertical
section throulh panel joint.
7. SpanwIl1. horizon'" sectiO"
throuch panel joint.
b SPllnwIli. sectio" throu,h
window insert.
c Inteeration APO, Monobloc CR
palnel to panel horizontlll degil.
d Intecratiao AP', Monobloc
fixed window to panel detail.
e Coseley', Aspect 2. horizontal
section throuCh panel joint.
f eoseley', A,pect 2, horizontil
sectio" throueh window insert

,
" "-

,
, ,
-.::
0:
"-
"
-----
-------
-'- ----
- ------

,---- - - -
- -- -----
--.... "... .
-_WI
_ • .s-•• . ___

--------Oj_ •• .
_ .. -
......., -.-
-...... ----
--'''''' .' .... .:.. --J'
·· - eIItvlIOI'I " '-
, - 1;;01------
_ .. _-
.- ....
----
.......
""' ........
--
...... , _ ..
--- ... micIn
._ -_ .........
.......

.....
._----,.,.....,..
(fi,ed). 6'-________ J
93j 3j8-Bijlage 30
theme: cladding
REVIEW 8Y ALAN 8ROOKES & MICHAEl STACEY
Pictorial evidence from around Europe amply demonstrates architects'
interest in a new building form in which walls and roof merge into a single
organic curved element dad uniformly in metal.
Product review
The B,..uft
.dmlnlstr.don .n4
dlstrlbuUon comp&u
at Melsunlen.
des\,ned by SIIrlIn,
Wilford wlth Witter
N.a,eU, adopts .... rtous
metal cLlddlnl
milteNls In their
n.tur.t torm. The
p,tjn. of lhe (opper
su(cHsfuUy blends
the b.rre sCJ,le
production bulldinr
wlth lts bndsajH
seni",.
James Sliding. at the opening of the ncw
Buu" Building at Mdsungtn. discusscd (he
fluctualio" bctwecn modcrnity and tradi-
tion which he stllcd .15 having characlcriscd
Ihis century. Unun', prooucu are prcdomi-
oanlly manuf .. clurcd (rom plastics and slor-
'Bc uf tlu: plastic granules hu int1ucnccd the
(orm of Ihe product ion (a..:ility. Vet Slirling
,hoSt' 10 dad the administuIÎ"< building in
stone-likt m,dl srainlcss ned. supplicd by
Hindrichs Auffcrmann. and to wrap the
clliptical fonn oflhc guoJs dlstribution cen-
trc in il COppt f ( .. lkJ Tc:cu by
KM Kilhdmctal. Slirling rcfc:rre:J 10 Ihis as a
green sC31y monsIer with man)' moulhs. The:
malerials olppc;lr In have: tt.«n sdectco un
the: basis ut Icgihility. arti,ul .. tion linked 10
thc crcatioll of a mythic,,1 "lu_hly. Rased on
use uf tau' al Oli n."lIi. lIasIemere.
Slidi ng cOlild have proJu.:c:J ol huilJing,
closcly OIHuneJ 10 the proJucl his dient
manufa(turco. ImteaJ he chuse 10 intro-
are innuenccd by perceived limitations aften
causcd by unsuccessful formulations and
their associated (aitures. Plastic malcrials
have not livcd up 10 their early imay o( a
'wonder malcrial (or building: GRe suffered .
(rom microcracking, reduction o( strenglh
wilh age and change o( colour. Many of the
GRP pólnels. particularly those in st rong
colours. such as the green uscd at
Nottillgh .. m by Nicholas Grimshaw
P.lrtnership and lhe blue and red uscd by
Ar,hitects Oesign Partnership at Ihe Water
Rc:scarch Stoltion, Swindon. suffcreJ ,haik-
ing, of the gel coats.
Compositc dadding in this country has
largdy heen rc:strictcd to commercial and
induslri .. 1 buildings despite the efforts of the
EuropeJn Panel Information Ccntre. The
rarc examples of fully inlegn.ted .. nd in. er-
(hangeahlc syslems such as Aspect 11 (AI
F.",us. March 1990 pp 12/1 } ) d<signed by
Al.m I\mokes Associatcs ólnJ now O13fketed
t.!uc-: othl'f (ul!ur.l l ... ollu-:s. hy Ehur Aluminium Sysh!I11S. havc y-:I In
Inlhc usc ofhUlIJing m.ltcri.lls ;h:hie ...c lheir full potenlial.
93/ 3/ 8-Bijlage 31
Top, lolUoUy
COftstructed "om
concrete. thls multi-
purpose halt tor •
tonYent school .1
Gru·E,renberc.
Auslri., WIS overdad
with 0.7mm thick zlnc
titlnlum sheet by
Rheinzink to overcome
problems of water
ptnet,.tlon.
Above: Archilecl P.
f,UfOUX used • Soce",
.zine tiunlum standlne
H.m system over the
fMlft bod.,. of the
offices tor SFMI a'
V.lbo"ne, fr.nce. On
cables .nd on
hortzontll elements,
"'. welts were used.
Trldiûonal mlterials
Thcrc is clc.rly a growing interest in 'n<lwr-
iJl' or scl(· flnishcd materlals which arc
exprcssivc of cheir inherent m'll."rial ,harae-
I('ristics. It is inlcrcsting 10 contrast Ralph
Erskine's usc of (Opper pantIs a,' the Ark (sec
M focu. July 1991 anJ AJ JO Junr 1992),
supplicd hy Bell F3C;uJCS. wherc gradnal aod
v3r iahlc pOlt in3tion is .. cccpted. willt the pre-
pOitinah:d (Opper of thL" Rraun building,
Roth builJings use Ilu: "l.1leriJI but is
UlU: more nalurJI Ihan othl.'r? Gther
3n:hih.'cIS have In m,uch the
p.'linJ ming IlI..llyl.':. h.' r powol.'r t:oJling. opt-
(or l'cunumy r.Jlher Ihao authcnlicil)' .
Oth.:r Ir.Jdilinn.d 111.1h:rials USUJlly illiSU-
dOlh.'tl wilh l.'(cksi .lsli(;l1 huilJings. includ·
ing 1t:.Jd Jntl zin( , .In.· nmv ht:ing ilpplied 10
IWW huilding (nrm:. SUdl as SI:M I u(fices in
Suphia Anlipoli s in h.Jnü' (JrdlÎlecl p,
l:ólUHHllt) or Ihe CJrmd $(houl in
All stria. hy Pm(essor
( ;unlher
eh.III":":' in Ih,' s..:.lk u( us,' uf 1ll.Jlcriais
UIl Il, '\\, forms (;In (r,' ,II,' I'fIlhlcms
93j3j8-Bijlage 32
of their own, For examplc. chaucleristics of
manufacture and behaviour in Ihe uS( of
terracotta tiles were weil known in Europe at
the turn of thC' century, Even 50, failurC' s
occurred due to inadequate provision for
therm al expansion and contract ion when
such tiles were applied 10 tall framed build-
ings, Similarly, when using malC'riaTs like
zinc or eopper. the should he aware
of the pOlenlial danger of using th is sheet
with conventional standing scams at too low
a pitch ond Ihe possibilily of 'quihing' when
the material ,is not fixed at the required cen-
tres to iu sub-base,
The basic performance characlerislics of
each matcrial should he examined (or the
spccific application and nothing should he
taken at (ace value. One of the dangers of
specifying ' traditional' materials in modern
usa ges - for example, at Motorway strvice
stations - is that the forms and principles o(
construct ion underlying the usc of a part ie-
ular matcrial do not take account of ncw
environmental conditions such as levels of
humidity. and (ailures can occur due 10
changes in dew point within Ihe as.scmbly,
Sogem UK currently provides the VM
zinc roofing guide based on Freneh praelice,
This is 10 he reviscd to include plywood
dcclting ond underloy. Ncw industry guid-
anee documents are currently being pre-
p .. ed ba .. d on 8rilish Stand .. d Code of
Practice 143 with recommendations for lay-
ing, ventilation. drainage. bar widths,
expansion and compatibility with olher
materiais.
" An excellent technical publication is
available from Rhcinlink which includes
llelow: The Simuilted
Space Hlblill II
HuntsvUle. Al.blma,
hu unusu.l cUMn,
pre-p.lnted steel
cllddlnl. PIIolD(rlph:
BriUshSIHL
GRC cllddlnl
pinets on Il1o OIympk
Glmes Press
Accommod.tJon
(Ird1Mect Jo .. Maria
Bosch Aymerlch and
Enrique ToriJI lsaso).
details for therm,,1 expansio" and, unusually
(or a manufacturcc, accuratcly crediu thc
architccu responsible for thc various pro-
;ec"ts iIIustrated. Thc processes involvcd in
. laying these materiaJs are not neccssarily
craft bascd, on-site machincry rcplacing thc
plumbers skill.
(urved facades
Thc eurrent trend towards thc USt of curvcd
flcades rcsuhs in a blurring oC thc distinc-
tion between wall and roof dadding. Is this
being doDe for cconomy or elegance? In
some cases it may be {or reasons of (orm as
with the Simulaled Spa" Habitat at
Hunuvillc. AJabama (architect Design
Compendium) whcre Dupeal with its com-
putcrised production systcm was .ble to
produce radii as small as 150mm in profiled
steel sheeting. In other schemes. the aim
may be to achieve constant performance cri·
teria without junctions between elemenu as
at Tottenham Hale Slalion (architect Alsop
Lyall and Stormer), and in Studio 8MO's
design for Manchester manufacturer
Bedmaker. (setcase "udy pp 15- 19).
Glass relnforced cement
Ahhough $Ome architects have not
10 specify matcrials such as GRP and GRC,
significant advances in material formula-
tions are taking place. GRC has not been the
most popular matcrial for cladding in the
UK since the early cighties. mainly due to
fears of microcracking and problems with
reduction in strcngth experienced by early
formulations. In 1983 there were reporu of
work being carried out in Ncw lealand on
improvements . in GRC performance pro-
duced by the o( polymer additives. Now
ûm-Fil Marketing International is launch-
ing Cem-Fil Star with a Metakaolin additive.
This ncw tibre does not go brilde wilh 'Bc
and keeps iu early strength properties and
duclility. Early use of th is new material
includes Ihe Espace Forbin building at Aix·
en-Provence which is pi.nk and buff
coloured. Colour Can be obtained by Ihe use
of pigmenls and coloured sands and by
choosing coloured Metakaolin. Polymer
aodilives were also in cladding panels
br. Cem-Fil JI ,he Olympic Games Press
AccommodJlion. Barcdona. 11\e curved
balconies w\.'re painted using acrylic· based
emulsion. High gloss finishes arc also possi-
bIe b .. 1 rath\.'r cxpensive. Manufacturcrs
such as Empire Stune, which producc cast
stone, are also ablc: 10 offer GRe in a wide
range of tinishes. inc1uoing aggregates.
Composite GRC p41ncls wieh insulateo
unsaturateo pol)'isocYélOuratc cores, similar
to Ihose ;11 Ox{ord lee Rink (an.: hilcct
Nichol as Crimshaw and P;artners) arc: nuw
m;lrkelnl h)' IT Environment al
93/3/8-Bijlage 33
GRP and superplastlc alumInium
Glass reinforced plastics werc seen to have
same advantages owr other materials in that
they are highly mouldablt and can be pro·
duced wilh self-finished coloured gel coats.
Experience has shown. however, that thc
select ion of appropriate pigmcnts is essen-
tial for the durabilily of the finish to prevent
chalking. GRP also has I high coeflicient of
expansion and a low modulus of elast icity,
and the design of the stifTening of the panels
necds careful consideration by technical
consultants weil verKd in Ih is methad of
construction. Control of temperature and
humidily during product ion is essential
to prevent the gel coat wrinkling or pinhoI -
ing. Many of the backstrect manufacturen
making GRP products without due rcgard
to these requirements have now ceased 10
opera Ie.
Anmac, part ofthe SM continues
as one o(the largest and more rcspected GRP
manufacturers and was rcsponsible for
much of the work at Eurodisney. Working
wilh Bickerdike Allen on the resloration of
the grecn GRP slaircase lowers al c.stle
Park. Notlingham. originally by Nicholas
Grimshaw imd Partners, a ncw joint has
been Jcvdopcd. Abn BUlcher has gonc into
receivership bul its Gcorgian mouldings arc
.. ill produced by Triplex Joint Holdings.
Olher manufactun:s indude Glasdon with
its modular buildings. 8rensal Plastics and
Dewcy Waters. The Plastic Feder-
ation wil I holding ils biennial conference
on GRP Composites in November this y.ear
In discuss future developmenls.
Superptasi ie aluminium hy Supcr{urll1
Melals ciln also he IH pmducc formed
pands. Typically these arc ilnndi seJ or poly-
cster pnwtkr (oal\.',I . wilh hUlh
fCooccwens produced
the curved Kab:ip
panels for tbe
Tottenh.m Hale
london UndeflTOund
Interchanee. ArtJst
Iruce McLean .
des1cned a frieze
;alnlin, 'Of the
'Iitreous enameUed
pineIs It hl(h level
CRP and supcrplasti, aluminium, General
EleClrics has introduccd Polyclad which is a
thermo·formed opaque Leun polycarbon-
ate, Ihe panel si:t.e is dependent on Ihe maxi·
mum sheet size 2050 x 4200mm and the
' thermo-forming machinery. The normal
coating is a Iwo'parl acrylic by Akzo, avail-
able at Ihree gloss levels and metallic.
However it is now possible la ineorporate an
ink diffusion transfer (lOT) process with
this malerial to aehieve colour, pattern and
lexture into a (ormed product, marketed as
Sublex. Such graphicall<chnique •• hould b<
used with skill and restraint.
The durability of vitreous enamel 'has
made this an altractive finish for such appli-
cations IS Transit syslems. At Tottenham
Hale, Wil! AJsop collaborated wilh Bruec
Maclean in the production ofthe decorative
frieu in aerylic stoving enamel by WiI!ow
Stove Enamel, co-ordinated by Anthony
D'Offay Gallery.
Viwous enamel
Escol has invested signifieandy in its graphic
product ion and markrts sigll6 sepuately
(rom the product ion o( fully formed vitre-
ous enamel panels. Craft-based product ion
of decorative vitreous enamel panels is cu-
ried out by Stefan Knapp of Godalming.
Thin gauge vÎlreous enamel sheeting pro-
duced on a conlinuous produclion line is
available from Alliance Europe, as
CcramicsleeL This malcrial has good resis-
tance to we.ar :md but cannot be
(ormed at its edgcs. For British Telecom at
Martlesham I feJth. Alliance is providing 4.3
x 1.2m Ccr"micsted panels relained by a
stainless stee! fixing syslcm. A 40· year insur-
ance bad.cd guaranlee for Ihis assembly has
betn supplicd hy Alliance.
If lhe surfJcc o( a (ully fOTnled vÎlreous
enoamcl panel is badly damaged during Ihe
Iifc of the building il is preferabie to re-fire
the panels in the (actory bUl where .he
cn;lmeJ has bcen chipp<d slightly during
inst;llIalion it may be possible la repair on
site ming M.lrfix resin fmm Maresco o(
Bishu)ls Ilt-rtflirdshire.
Coatings
Many archilccts are {amiliar with the di(ft -
cuhy o( cosuring colour matching between
separaldy soureed components such as
{ormed corners (or profiled metal shcet
assemblies. RAL and as colour ranges were
secn as a means of simply and accurately
defining colour. However, British Steel
Colorcoat now stales in its Guidt 10
Architecturlll Pract;ce Ihat its colours are la
the nearest British Standard and 'if acces-
saries in other materials must match
Colorcoat then the best re(erenee is the
colour of the Colorcoat profiled sheel as
delivertd'. Co1orcoat HP200 whieh is sup-
plied in 28 standard colours is supported by
a 'Confidcx' pact which gives a trans(erable
guaranlte {or 'period. to repaint decision'
dependent on colour, oritntation and typt
of environment. Similarly the Synlha Pulvin
polyester powder coating system now uses
its own colour code system not related to BS
or RAL Interpon 0 polyester powder co.at-
ing by International Paints is primarily
based on the RAL system, however $Omt BS
colours art offered as standard. Most poly-
ester powder coaling wiIJ pro-
vide non-standard colours at a premium.
The approach to colour specification
which has (ound fnour in interiors is now
being adopted by same exterior dadding
manufacturtrs. Alucobond has recently
introduced a new range of colours in PVF2
derived {rom lhe Natural Colour System.
This system measures colours by computer.
based on characterising the perception of
colour according to slÏ: e1ementary colours,
and is incrtasingly being adopted in Europe
in prcference to the currtnt RAL system.
Companies such as Hoechst and ICI Dulux
are Ilso using this method of specification.
The NCS and its translation from BS 5252
h •• been describ<d in detail by Sisefsky and
Svedmyr, Swedish Council for Building
Research 1988. Elernit has expended con-
siderable effort researching the environ-
. mental innuences of colour and wil! be
revealing a new palet.te o{ colours (or iu
Glasal range th is autumn.
Recently it has been demonslrated that
profiled cladding manu{acturers may have
di(ficuhy in offering combinations o(finish-
. es on the same sheeting for the same con-
tract within norm al economic restraints.
ComposIte metal panels
Composite panels are not such a ncw prod-
uct as some may think. The principle o{
composÎte act ion between melal skinned
panels and their cores was proposed by Jean
Prouvé in 1938. The first foamed
polyurethane corcd composite panels wcrt
produced in the UK in 1966 by H.H.
Roherlson and ca lied TrÎsomtt. They con-
93/3/8-Bijlage 34
Above: Art Metlt
Ensineerin, hu
provided the daddine
for tM Maenet leisure
(enlre, Maldenhud
(architect Miller
AssO<."tes)
Below: Klnppan
ct.lddin, 0.. the lrish
Pavilion at SevilIe
(archited Arthur
Gibney and Partners).
Risht: Sottac Centre
d'tlude el de
Développement by
.rchitect Charles
Martin of Dubosc and
landowski.
:<oiSh:d (lf a. I'! 1l1l11 mel.:.1 auJ a Ihin ,;on.'
nf 12.7nlll1 fUJm with ol ll-
" .. uI' IHU/ft'/hr/ol'. The IllJin sup-
I'lil'r of th,; whidl indud\.'d an isu-
cyanatc fllrmul.ltioll WJ) IU JlIlI the: p.l1lds
Wl're supplinl Jl'l'rllXilllJh;!y 1A/1Il!
whidl at Ih.1I lime W.IS (tlUsid,,'r"'tl tluile
pri(c,.'y. Th,,· :<o)'Sh:IlI. ""hi..-h .abu
iI (umpo)oile gUlh:r. h'.IS hdtlre its tillle Jlul
W.IS wilhtlr.lwn hUI r,,',inlrtxlu(eJ titer
wht.·u Ihe Tht.'rlllJI 11\)\lI.&li,)I1 Ad IlJ76
relJuircc.1 insul.aliuu sl.lnd,mh, In
93/3/8-Bijlage 35
p .• r.tlld. in "illshurgh lIS .. \ . Huhc'hou's
hu Illa\\'.lil WJS in I 'J 711 \"' ilh a
rangc uf (Uf\'cd "lid f.1.. · ..:II ..·J p.lIlds.
J\nothcr carly pJnd was prutlu..:eJ in 1t"ly hy
MCh:l.'no,I"lcr to hl.'(ollll.' Cumpusitc PJnds,
There is now 25 years of of
f(lamcJ composiec l'''llds in use.
Cumposile Illl'I,,1 IMlld IllJllufadurers
fall Inlo tWt> c3tegnric); I1rsll)' produc-
ing foamcd panels fur the volume markl'1 on
3 conlinuous productiun pro(ess such as
li.! I. Rubcrlson, COOipmitc j',luds. King.
SpJIl 3m.l WarJ Building Cnmponcnrs
(reccnlly an.juin:d hy the emup);
scconJly. Ihuse pmJu\:ing 1.1I11;naletl (c,l!H-
pusile ,,,,,,ds su," as Sp;lIlwJII "1Il1
Uuilding Prudu..-ts. n:ü'lllly
imtOlllcJ pJncis al Ihe Jri)h P"vilitln at
SevilIc (Mchih:d Arlhur Cihlley .md
I'.lftncrs). hul h"s now withdrJwn its
MOllohlo( CR pand range. Thc full)' iult.'-
};r.lleJ and intcr(hangcahlc Aspcct 11 Hnr-
I1Icrly CAM1) systclII Je\'dopcd h)' AI.m
Bnltlkcs h.lS rl'ccntl)' hccn pur-
dlolsl'd and re,l.wnched hy Eh\lr Aluminium
S)'StcIllS supportcJ hl' one ufthc rare cxam·
pl\.'Sufh:chnit.·alliteralurc ardli -
k(ts. "rl M(:I"I has in)ullcJ its
Prulcm s)'slcm al MJiJcnhcaJ. Ih proJuct
design is hascd on the mauagcmeltl's earlier
cxpericl1cc inlhc produclion of Illctal
at Tal1gfOsc Enginecring aud RVP,
Rainscreen cladding
11" J flilt f;ICOldt' is the Jomin.tnl (fiteriun. 3
rJinsc.::n:cn .I$scmuly shoulJ he sp •.:dficJ,
IkcauS(..' thc asSt:l1lhly gcnerJlly (ompriscs
shcel IllOllcrial sm:h as 3ml1l .&Iuminillm
sp.l(cd ,1\\.'.1)' frolll the inslilateJ Înner w.11I
dl· .. d.ll.l pp,\7/38), il cx.hihilS Icss
Ih"'ruul huw hl'(,lUSC 11I\'r\' In) uI'
Ihmugh Ihl' IJycrs of constrw.:tiun,
Itlins(fcclI ("(,,dc:s Gtn he wucc.::ed frum
now pari of Briggs AlllaKU
Curt.linw.tlling. and Princc ClJ.JJing.
Ri..:h.lnl Ilorc.kn Asso(i .. tcs Jcvclupcd i\
Ilush ri\'Ctkd .lluminium b.t!wny dJdding
)y:-.t..'111 for Ihe <Juccn's SlJnd al Ep!l ulll
\''':tltlrs( (/\/I:t1fIlS Augusi 1991) wilh ;,Iu '
,uiniulll .. (TM. Th\'
art.' ,uul Ilmh ri\:l'tl(d 10 .1
_B
JMIoI.4I
Aho .. ",
AlhanCC' Enamdntori ... ,
AlucobonJ _-..-
AnmK
Art Mell'
Sood.·Muifte ... ,
6rC'nl.ll PWltu ....
Sfit.l,AJNoKo
Cunaim .. "lIinl»4'
.. S-
Ikll FKadts »S'
fkKi:,"IMSl
Crm Fil .... rkc1.i"' .. n


OurullOs'
Ehor Aluminium Syslmu
. ."

EJ.cnIIOSf
f'nnit ("bul) ....
Ahove: Rlch'rd Horden
QUH"'S
Sund .1 Epsom
(FM c1.ddinl w.u
Inst.alled.
Below: Oeull of the
sglnlHS SIHI
CÛlddinc on Ihe
acimlnistration bloeit at
Stiriinr Wilford's
.f,un project
ElnnnISihT.cto.' .... ,

.. nl")
U.H. Rnbntlun .....
U,_-lut""s
ICll>ulullf166
IntttlUliom,II·4in ...... '
lCi"''f .. n ....
...
M'fC1("",.
'dkinlll,,,,, '01'
.. fllk'C'(l....kIm' .. "
M.hrumnl. .. n
S.IJC'II1UK .. ,,,


Stnn.-t'.ln,-I)(USAl lOn
SU, ...·d ...,1II 1.1.""1. 10'"
Syndul'ulvin •• "
TJ. T", .. I,Utr'l"li .. " .. I ....
Tnl·Il"lI .. mlll ....
W",.IRmIJmt:
C"'"I"""' nhICltJ
channel sub-frame. The whok asstmbly is
,hen polyester powJer c031t:d with a high
gloss finish. The pallern of rivc:ls was cue-
fully co-ordinated wilh the 30<1 spl .. yed pand
joints.
SeCTel fixing of shc.'C:1 OlJtaial la a sup·
porting framework has heen of con{(rn to
manuf.1cturcrs of shC'el materials for over·
applicalions. Development ofhigh
bond adhesives by such companies as 3M
wilh ils Scotch VHB tape, demonscrOlIes the
potenlial of sdf adhesive tapes, however,
applications lended 10 be limiled 10
f.1ctory assemblies due lO Ihe di(ficulty of
producing an unconlamin.1t ed bond sur(a(e
on site. 3M quoIes in its Iiter.1lUre
construction sites are of ten environments
whl're il is difficuh 10 mainlain s.atisfaClory
cqnc.Jitions (tlr adhesi\'c bonding. site assem-
blicsshould lx Applications la dOlle
tend la be Iimiled 10 more benign internal
applications such .. s the tape-mounted mir-
ror panels at Chicago's O'Hue Airport. NOl
withslanding Ihis, EIerni, now markets iu
SikaTack syslem for slructural bonding sys-
lems (or both factory and site applications
wilh I S-years guarantee, subject 10 the
melhod of application and conditions on
site. lts prdahricated .1sstmblies using
Eternir sheeting are (3C1ory bonded la an
iruerlocking aluminium (ramework (set
design data pp37/38). In this way. Glaul ha)
been seCTet fixed in the atrium at St Alhans
Crown Court hy PSA. Jlucktal's large: ftlrmat
ccramic p;lIldS(an he lixeJ hy all ,:ssl."ntially
siillil.lf Illcthod
Stone
Manu(Jcturl'rs such as Rooth -Muiri.:, beller
known as AlucohonJ fahrÎ cators. now pro-
duCt, puli)hl'd fè"mstituleJ marhlc and
a!> r.linscrl'c'n dadding known as
Marl1ll"x. This prndu(1 is pruJu(ed by Iht
l:rc.'llCh lil'l'nC:l."l'S M;Hhra-Li). Unlike othec
(OnglolJll'r,lll's il is made on a continuous
liut' ,IIlJ is p.lsscll thwlIsh a lunnd kiln. a
IIIt'lllI1d rh.11 otw;,lIl'S \'ouh wlthill l hl' mate·
93/3/ 8-Bijlage 36
rial resulting in a low moistufe absorbance
rate. The panels have a very high polished
finish although lowef polish Itvels c.a.n also
be offered. Marmex is 12mm chick and
weighs 26kglm' . Pttit Granic (or blue lime-
sIOne), previously marktted by Eternit. can
still be obtained direct trom iu quarry
Curi.,. du H.inoult (Tel OIO 32 6733
-4121}. Elernit is na longer marketing
Promastone but a similar product, thin
stone bonded 10 aluminium honeycomb
backing, is available (rom Stone Panels
(USA), which has just opc:ned a UK office in
Tunbridge Wdls. This is a lightweighi
method, only weighing 16 kglm' , providing
natural stone (acades of marbie and granhe.
Glus used as claddln,
The distinction betwcen d.dding .nd glu-
ing is bccoming )ess dcar. Pilkington already
rtftrs 10 iu Planar gluing as dadding.
Neoparies (rom T.l. Tiles Intt:r.national pro-
vides a rangt o( flat or curvcd glau panels in
20 coloues for mounling on I concrete back-
up wal! using Kcrel fixings which il claims
resists wcalhef .nd vandaJism mort effec-
lively Ihan granite. Recendy architect Pierrt-
Louis Carlier and arlisl Ladisla.s Kijno have
worked with Peter Ric.c on the design of Ihe
West Front ofljlle Cathedral using sheets of
gla" bonded to a th in I.y<r of m.rble and
fixed wilh Planar fittings 10 form a translu-
cenl wal! .
ConclusIon
In designing Ihe 8raun (aClory. James
Stirling st.ted: '50 if I'm looldng for preee- ,
dtnts il mighl be IhoK of tbc functionaJ lra-
dhion which makts. connectÎon back to tht
beginnings of modern If Iradi-
lion is defined as I specific custom or a prac-
tiee of long standing, handed down from
ItnCralion to Ind tbc o(
each generalion is assumed to he 3S rein,
pcrhaps the ncw materials of Ibis century
can now be considered as fonning an innov-
.tivt tradition. •
rainSOMn panet
mounted on profiled
multion with Insull.ted
back·up liner tray.
Detail propo.ed lor
the Court ol Human
RICtus in SCrasbourc
by RkNnj Ror'"
Portn ... hlp.
JI SpanwaU veftJul
section !hAMIet. panel
-' ....

BY Al.MfBROOKES-ANÖ- MIÖÎAEl
Design Data
The following pages provide details of some of the buildings and composite
cladding systems mentioned in product review. Some standard details for
traditional materials have also been included.
secdon c setdon
lhrouch w;ndow
Insert.
1 Rush rtveled
aluminium sptem
de'ltloped by Rlchard
Horden wtlh CfM fot
Quten's Stlnd.
• fttrnft SJklT.à
fado,y bonded. seem
fixlnrforGloSIL


t
--
---...-.. " ..
-.-
.j (ocusl)7
93/3/8-Bijlage 37
_me."
"'"
-- - .. - ------- -,
93/ 3/8-Bijlage 38







,
I
::0

I!'.J
I
,
I
::0
Q[t , ldJ
-
1----.. .. -
r- ··
-C8,.
1---- -
I
,
I



._- - _. ---
--r --'-,

7
5 SectIon. lII""rh Art
Mttal's Proteus
dlddln,system •
wrtial_
lII ... rh,· .. lloInlb
hortlontal MdIon .nd
<_III ... rh
wfftdow ",Hrt.
, Ebor CAM> ... rIkIl
_1II"'rh,. .. 1
IoIntbhorlzontll
Hdion , hoftzontal
_1II"'rh
windowlnsert.
7 Ty,kIldNlls 'Of
t.IftS t\uhlnp trom
lilt RI1eInzink
Cltltocve·
'--rh
dIcIdlnl.t Tottuh.m
Hole StlUon showtft,
__ \IIdI1tect
AIsot>. Lyon and
5tonM<l-
Voor 1994 zijnde volgende symposia gepland:
medio maart 1994 Binnenwanden, vloeren en plafonds
medio mei 1994 Met glas overdekte winkelcentra
medio september 1994 Aluminium Glasgevels n
medio oktober 1994 Tubular Structures in Arch1tecture
medio november 1994 Nieuwe branch-vreemde technieken voor de bouw
• Nadere informatie over de hierboven genoemde onderwerpen is beschikbaar
ca. 8 weken voor de geplande datum.
• Tevens vindt aankondiging plaats in diverse vaktijdschriften.
Van onderstaande reeds :gehouden symposia zijn nog boeken verkrijgbaar:
The Glass Envelope ISBN 90-74350-01-1 06-03-92 f 15,-
Architectuur in de tuien 20-05-92 f 25,-
Gevels up to date 12-11-92 f 45,-
Application of met al castings
in contemporary architecture ISBN 90-74350-02-X 08-12-92 f 70,-
De optimale inzet van bouw-
producten in het bouwproces ISBN 90-74350-04-6 19-05-93 f 30,-
NAi en Produktarchitektuur
(met NAi & Booosting) ISBN 90-5269-137-1 19-10-93 f 20,-
Genoemde prijzen zijn exclusief BTW en verzend- en administratiekosten.
Bestellingen uitsluitend schriftelijk aan:
Vakgroep Bouwtechnologie ,
Leerstoel Produktontwikkeling, ProLdr.ir. A.C.J . M. Eekhout
Faculteit der Bouwkunde, Kab. 6.09,
Berlageweg 1,
2628 CR Delft

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful