Tramlijn-begeerte

De heilloze weg die Pechtold insloeg Aanstaande woensdag kunnen Leidenaren niet alleen hun stem uitbrengen op de kandidaten voor de Provinciale Staten van ZuidHolland, maar ook per referendum kenbaar maken of ze willen dat de RijnGouweLijn dwars door de binnenstad zal gaan rijden. Dat zal de ontknoping van een zich al zes jaar voortslepende soap betekenen. Ondanks de nietsontziende lobby van het draagkrachtige ja-kamp, ziet het ernaar uit dat het antwoord van de Leidenaar vierkant ‘nee’ zal luiden. “Gansch het raderwerk staat stil…”? Het is de grote vraag of de Provincie daadwerkelijk op haar schreden terug zal keren. Want, ook al is er wel degelijk een probleem waar een oplossing voor moet komen, het is van belang om de voortvarendheid met de RGL alsnog af te remmen en de tram/trein, tijdelijk of permanent, op een zijspoor te zetten. Geplaveid met goede voornemens Naast dat de spoorverbinding tussen Leiden en Utrecht al sinds mensenheugenis een ramp is, zit ons stadje ook nog ingeklemd tussen de files van de A4 en de A44. En het ligt er nou niet echt bij als een oase: alle pogingen om het centrum autoluw te maken zijn gedoemd te mislukken. Je kan het verkeer wel dwingen een uitgebreide omweg af te leggen, maar daar frustreer je vnl. het bestemmingsverkeer mee en de luchtkwaliteit is er bepaald niet bij gebaat. Het zat en zit muurvast – hoe dan ook. Stilstand is achteruitgang, zodoende kwam verkeerswethouder Alexander Pechtold (het welbekende kereltje) destijds met zijn dynamische lightrailverbinding op de proppen. Dat had hij natuurlijk niet zelf bedacht – de Provincie had een Planstudie opgesteld – maar hij bracht het wel met veel verve aan de man. De ‘kwalitatief hoogwaardige verbinding’ zou niet alleen alle vervoersproblemen op gaan lossen, maar tevens de ruimtelijke en economische samenhang in het gebied vergroten: het was ‘de structurerende lijn waarlangs ruimtelijke ontwikkelingen plaats kunnen vinden’. Uiteraard zou dit alles een magneetwerking hebben, door de betere ondernemer in zijn kielzog mee te voeren. Een regionaal lijntje tussen Gouda en Katwijk/Noordwijk zou dit allemaal gaan bewerkstelligen – mits het dwars door de Breestraat zou gaan rijden. Deze winkelstraat is, de naam ten spijt, slechts 10 meter breed en ook nog de hoofdfietsroute van de hele provincie. Het stalen gevaarte wordt maar liefst 2,65 m. breed met een lengte van 37,5 m (in de spits zelfs 75 m) en moet in beide richtingen 8 x per uur gaan rijden – dus dat verlangt wel wat inschikkelijkheid van de andere weggebruikers. Bussen? Die laten we verdwijnen. De RGL zou astronomische hoeveelheden reizigers gaan vervoeren (aanv. zelfs 90.000 p/d) en van de kosten zou slechts 30 miljoen voor rekening van Leiden komen. Dwarsbomen en doordenderen Binnen een jaar kwam er dan ook forse kritiek op het onzalige plan. Niet alleen werden de cijfers, de verwachte effecten en de veiligheid door menigeen in twijfel getrokken, maar vooral het feit dat er eigenlijk helemaal geen visie op openbaar vervoer achter stak. Diverse organisaties begonnen zich dan ook te roeren. Frits van Oosten, bestuurslid van zowel STOOM (St. Openbaar Vervoer Op Maat) als de Leidse GroenLinks-fractie, haalde binnen enkele dagen 2.500 handtekeningen op voor een referendum. Pechtold was woest, en op grond van het ‘bovenlokale karakter’ en het dreigement dat de RGL er dan misschien wel helemaal niet zou komen, ging op 29 oktober 2002 de hele gemeenteraad overstag voor het binnenstadstracé. Althans, niet de hele raad: alleen Filip van As (CU) pleegde onversaagd verzet.

Enfin, Pechtold sloeg zijn vleugels uit en liet zijn koekoeksei achter. Allengs werd echter duidelijk dat het met het draagvlak in de stad droevig gesteld was. Mede dankzij internet kregen steeds meer mensen door dat ons hier iets in de maag gesplitst dreigde te worden: de ondermijnende discussies waren niet van de lucht. De ene na de andere partij draaide dan ook wat bij, vooral toen de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 in zicht begonnen te komen. PvdA en GL (inmiddels zonder van Oosten) bleven echter trouw aan hun credo. Ingehaald door de feiten Het jongste adagium van de voorstanders (‘geen Oost zonder West’) ten spijt, kon je na de verkiezingen duidelijk zien hoe groot het effect van de RGL op de uitslag was geweest, wanneer je deze vergeleek met de landelijke tendens. Er werd een college gevormd bestaande uit 4 partijen, 2 pro’s (PvdA en GL) en 2 contra’s (SP en CU), en die schreven alsnog een referendum uit. Het circus kon beginnen. Aanvankelijk waren er nog diverse alternatieve tracé’s in de race, maar die sneuvelden zonder een spoor na te laten. Het vreemdst verging het het zgn. bestaand spoor-tracé. Er ligt nl. gewoon spoor van A naar B: de verbinding tussen Leiden CS en Leiden Lammenschans – het is nu alleen niet breed genoeg. Binnen een tijdsbestek van een paar weken werd dit echter financieel onhaalbaar geacht – mede doordat er om een of andere reden een dubbele looping door de wijk Transvaal voor nodig schijnt te zijn. Naarmate de campagne vorderde, kregen we steeds gekkere taferelen voorgeschoteld. Men deed over en weer beklag over elkaars tactiek. De PvdA zocht aansluiting bij de kiezer met de leus ‘de tram naar het strand’. (Je bent er nu in 15 minuten, maar als het aan hun ligt in een kwartier.) Er vlogen eieren tegen het raam van de fractievoorzitter. Een dagelijks fenomeen in de wijk waar hij woont, maar dit keer was het ineens ontoelaatbaar. Verkeerswethouder Steegh van GL ondernam diverse acties ‘om de voorstanders een hart onder de riem te steken’ en liet voor ruim 11.000 Euro een piepklein stukje rails op het plein van het Stadhuis aanleggen. Dat was vast niet bedoeld om te demonstreren hoe makkelijk je fietswiel erin wegzakt. Desondanks bleven de praktische details die aan het licht kwamen de poten onder de stoel wegzagen. Er kwamen lastige vragen over de bevoorrading van winkels en de onmogelijkheid om nog langer te trouwen in het stadhuis. Die van belangenorganisaties van fietsers werden afgedaan als zijnde afkomstig van zeurderige TINA’s. En die 600 bussen? Die gaan maar via de Hooigracht, besloot de Gemeente. Het ziet daar op dit moment geel van de protestposters. En uiteraard bereikten de berichten over het ontsporen van de Randstadrail ook onze oren. Dat je niet zo bang moet zijn voor het avontuur, klinkt dan wel erg magertjes. “There is no alternative” De grote vraag die onbeantwoord in de lucht blijft hangen is wáárom het ding per sé dwars door de binnenstad schijnt te moeten, i.p.v. over het spoor. Dit is immers niet de oplossing van alle kwalen, maar een probleem op zich. Maar daar komt het politieke spel om de hoek kijken: de minister en de Provincie wentelen hun verantwoordelijkheid af op de Gemeente, en de (universiteits)stad Leiden barst nu eenmaal van de lieden met gezwollen ambities: zie Pechtold. Er zitten van oudsher overdreven veel Leidse politici in Den Haag, en ook ex-PvdA-wethouder Hillebrand staat nu met stip op nr. 3 voor de Provincie. Jammer dat voor de rest die droom nu dus wrsl. niet meer doorgaat. Ze kunnen nog wat redden door na 7 maart voor het eerst sinds jaren serieus na te gaan denken over alternatieven, zoals: een beter, schoner busnet, de verbreding van het spoor Leiden-Utrecht en voor mijn part de aanleg van een treintje naar de kust. Of valt er te weinig eer te behalen aan de verbetering van doorstroming en luchtkwaliteit wanneer dat niet gepaard gaat met een ‘Groot Project’?

nee http://www.leidschdagblad.nl/nieuws/regionaal/leidenenregio/article1565409.ece?secId=695 Planstudie RijnGouweLijn http://www.leiden.pvda.nl/upload/rgl/5C,_RijnGouweLijn_in_Leiden.pdf referendum http://www.trouw.nl/archief/article5362.ece woest http://leiden.christenunie.nl/k/3017/news/view/37784/43718/Alleen-referendum-als-het-behaagt.html politieke spel http://www.binterim.nl/content/RGLstadklein.htm TINA’s http://en.wikipedia.org/wiki/TINA