Voorbij de crisis

Agenda voor de stedelijke vernieuwing Denktank KEI

N19

KEI KEI kennis kennis -centrum centrumstede stede lijke lijke vernieuwing vernieuwing

N19

Inhoud 3 4 5 10 15 19 25 N19 Samenstelling denktank Samenvatting Ontwikkelend beheren De eigenfrequentie Het welbegrepen belang Maatschappelijke verdienmodellen voor de stedelijke vernieuwing

2

/ N19 Voorbij de crisis

maatschappelijk middenveld en markt kwamen bij elkaar om Ôvoorbij de crisisÕ te denken en richtingen te zoeken voor de stedelijke vernieuwing van de toekomst. Maar het stof van crisis en recessie is nog niet opgetrokken. richtte KEI in de lente van 2010 de denktank Voorbij de crisis op. kwam in 2010 periodiek bij elkaar om tot wenkende perspectieven te komen voor de stedelijke vernieuwing van de nabije toekomst. Het resultaat van dit gehele traject is deze publicatie: een toekomstagenda voor de stedelijke vernieuwing. Olof van de Wal. Hoe houden we bij een afnemende investeringscapaciteit van alle betrokken partijen de kwaliteit van de stedelijke vernieuwing hoog? Deze vraag stond centraal op de salon Voorbij de crisis. maar een schets van de oplossingsrichtingen die de denktank heeft ontwikkeld. de investeringen waar we inmiddels aan gewend zijn geraakt in de stedelijke vernieuwing zullen stevig afnemen. Het is geen eindpunt. die van de bezuinigingen bij overheden en het gevolg daarvan voor andere partijen. Lees deze tekst daarom als een open uitnodiging tot kritische reflectie en verdere uitwerking. Hoe het ook uitpakt. directeur KEI kenniscentrum stedelijke vernieuwing 3 . Deze denktank.N19 De crisis lijkt voorbij. Namens de denktank. en verre van af. Om tot een verdere uitwerking te komen. een samenwerking van KEI kenniscentrum stedelijke vernieuwing en Platform Corpovenista op 15 maart 2010. Ruim zestig bestuurders en professionals vanuit overheid. Deze agenda is geen uitgewerkt plan van aanpak. en ook de bouw lijkt weer voorzichtig aan te trekken. Het geeft wel een richting. We zullen de komende jaren te maken krijgen met een ander soort teruggang. Ik ben benieuwd naar uw reactie. met deelnemers uit de breedte van het partnernetwerk. Er heerste een sterk gedeeld gevoel dat we gezamenlijk op zoek zijn naar nieuwe manieren om onze steden ook in de toekomst vitaal te houden. En de noodzaak tot investeren is niet plotseling minder geworden Ð het gaat met Rotterdam Zuid of Maastricht Noordoost niet plotseling beter nu er minder middelen zijn. maar een eerste begin.

hoofd innovatie ERA Contour Willem Sulsters. voormalig directeur Economie. Sport en Cultuur. beleidsadviseur Gemeente Amsterdam Fennie Kerdijk. manager markt en strategie De Alliantie (corpovenista) Annius Hoornstra. adviseur KEI kenniscentrum stedelijke vernieuwing Tekstredactie San Yin Kan. manager gebiedsontwikkeling Heijmans Vastgoed Regio Oost Henk Harms. hoofd projectontwikkeling De Principaal Emirto Rienhart. directeur Procap Rodney Weterings. directeur Proper-Stok Groep Damo Holt. Stedelijke vernieuwing. directeur KEI kenniscentrum stedelijke vernieuwing Arjan Raatgever. directeur One Architecture Adri Dorrestein. senior adviseur gebiedsontwikkeling ECORYS Bianca Seekles. directeur Enno Zuidema Stedebouw Penvoering Olof van de Wal. procesmanager Ymere 4 / N19 Voorbij de crisis . initiatiefnemer Buurtdiensten Jeroen Laven. Gemeente Den Bosch Enno Zuidema.Samenstelling denktank Auteurs Gert Jan Arts. adjunct-directeur Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam Hans Karssenberg. wethouder Volkshuisvesting. directeur Stipo Dorine Manson. directeur/eigenaar WSA Stedelijke Ontwikkeling Paul Tazelaar. directeur Gerrichhauzen en Partners Hans Bootsma. manager gebiedsontwikkeling ECORYS Adriaan Hoogvliet. Vannimwegen Roland Theeuwen. Gemeente Amsterdam Batian Niewerth. directeur Woonbedrijf Ieder1 Rienk Postuma. directeur Stipo Jan Kraak. adviseur Vastgoed & Finance. senior adviseur strategie Ymere Bart Lammers. commercial manager Blauwhoed Eurowoningen Matthijs Bouw.

stads. het milieuvraagstuk. wijk-. waar ze invloed op kunnen uitoefenen? 5 . de toenemende regionale verschillen.Samenvatting Het vernieuwen van onze steden. Er zijn veel beloftevolle initiatieven. de vergrijzing en verschuivingen in het maatschappelijk middenveld. Deze vragen zijn vervolgens gecategoriseerd onder vier hoofdvragen: Wat is hier aan de hand? Ð Hoe herken je de opgaven op buurt-.en regioniveau? Ð Hoe onderscheiden we de uitdagingen in verschillende domeinen van de samenleving? Ð Hoe verbinden we de lokale opgave op een zinvolle manier met ontwikkelingen op hogere schaalniveaus? Wat werkt en wat blijft? Ð Hoe maken we stedelijke vernieuwing als proces duurzaam? Ð Hoe zorgen we dat deze duurzaamheid ook betaalbaar is? Ð Hoe kunnen we meer creativiteit en ondernemerschap stimuleren? Van wie is de vernieuwing? Ð Wat is de legitimatie van handelen en bij wie ligt die legitimiteit? Ð Hoe houden of krijgen we mensen betrokken bij buurt. Daarbij staan ons de komende jaren volop nieuwe uitdagingen te wachten. De denktank is ervan overtuigd dat een gezamenlijke discussie en visie wel degelijk belangrijk zijn om onze steden in de toekomst vitaal te houden.of wijkinterventies? Ð Hoe wordt ÔwonenÕ weer een investering van mensen. Tegelijkertijd bestaat de realiteit van de recessie en de afnemende investeringscapaciteit van de betrokken partijen. met daarin de wijken en buurten. Enkele belangrijke daarvan: de mate en snelheid waarin veranderingen op wereldschaal ingrijpen op lokaal en persoonlijk niveau. maar een samenhangende en breedgedragen visie op de vernieuwing van Ôvoorbij de crisisÕ lijkt vooralsnog te ontbreken. is in een nieuwe fase beland. Zij heeft daarom getracht om nieuwe antwoorden te zoeken op oude vragen: wat is er aan de hand en waar willen we naartoe? De vraag voorop De denktank startte haar werk met het zoeken naar de vragen die de komende jaren centraal zullen staan in de stedelijke vernieuwing. Volgens de denktank Voorbij de crisis van het KEI-netwerk biedt onze huidige manier van werken aan de stad onvoldoende perspectief voor een effectieve aanpak van de toekomstige opgaven. Er zijn waardevolle ervaringen opgedaan met de herstructurering en de wijkenaanpak.

Vanuit deze vragen en trends is vervolgens doorgedacht naar mogelijke oplossingsrichtingen. Als we bijvoorbeeld de trend zelfredzaamheid nu eens extrapoleren tot een extreem punt. kan worden gerealiseerd. die samen kunnen bijdragen aan een nieuwe richting voor de stedelijke vernieuwing Ôvoorbij de crisisÕ.Wie betaalt de vitale stad? Ð Waar liggen mogelijkheden tot kostenreductie en waardecreatie? Ð Hoe (her)verdelen we de kosten en baten rondom stedelijke vernieuwing? Ð Hoe voorkomen we dat investeringen en interventies te eenzijdig zijn ingestoken? Verbinden van vragen en trends De tweede stap was om de bovenstaande vragen te verbinden aan trends die de denktank signaleert. maar zijn hier niet een-op-een van afgeleid. 6 / N19 Voorbij de crisis . of het aantal nieuwe start-ups. Eerder zijn ze te interpreteren als overlappende denkkaders. De stedelijke vernieuwing is hiermee zo georganiseerd dat zij alleen met extra middelen. zoals het aantal nieuwe woningtypen in een wijk. zowel functioneel als financieel. waar komen we dan uit? Zijn er sturingsmodellen vanuit andere sectoren die ons kunnen helpen om ons een nieuw sturingsmodel voor de vernieuwing voor te stellen? Oplossingsrichtingen Uiteindelijk zijn vier oplossingsrichtingen geformuleerd. Deze hangen samen met de bovenstaande vragen. Op zich is resultaatgerichtheid geen probleem. Het bereiken is zo dominant dat de vervolgvraag hoe dat te behouden naar de achtergrond verdwijnt. In de stedelijke vernieuwing ontwikkelen wij vooral projecten. De investeringen zijn tot nog toe sterk resultaatgericht. Deze richtingen zijn: Ð Ontwikkelend beheren Ð De eigenfrequentie Ð Het welbegrepen belang Ð Het maatschappelijke verdienmodel als maatwerk Ontwikkelend beheren De denktank signaleert dat we volop in de fysieke en maatschappelijke transformatie van onze steden willen blijven investeren maar dat dit in de toekomst in een ander tempo zal gebeuren. betaald uit ontwikkeling van nieuwbouw (van kantoren) of verkoop (van woningen). De focus is nadrukkelijk gericht op de realisatie ervan. zowel gericht op de mens (maatschappij en economie) als op de omgeving (gebouw en infrastructuur). maar de denktank constateert wel dat het proces voor en na het bereiken van het resultaat te veel van elkaar gescheiden is. Openheid en nieuwsgierigheid hebben bij het gehele proces centraal gestaan. niet zelden met het stedelijk gemiddelde als referentiepunt.

De vraag naar wat er werkelijk aan de hand is. financi‘le en mentale scheiding tussen ontwikkeling en beheer loslaten? Hoe kunnen we vernieuwen met meer aandacht voor continu•teit en groei? Hoe kunnen we de passendheid en duurzaamheid van onze investeringen beter waarborgen. en sluiten beter aan op de dynamiek van de stad. Terwijl juist tijd in hoge mate bepaalt waar we invloed op kunnen uitoefenen en vooral ook waarop niet. Beheren en ontwikkelen wisselen elkaar in een veel hoger tempo af. De aandacht richt zich dan vaak op de resultaten waarop gemeten wordt. Hoewel de neiging tot vereenvoudiging blijft Ð neem bijvoorbeeld de focus op wijkeconomie Ð weten we dat we moeten schakelen tussen de schalen en tussen de kokers. niet als doel.De vraag is nu: kunnen we met de middelen die in gebieden zelf omgaan vernieuwing inzetten? Zouden we bijvoorbeeld met de beheeren ontwikkelgelden vanuit de gemeente en de huurinkomsten van de corporaties voldoende middelen kunnen mobiliseren om een meer zelfdragend systeem te krijgen? En welke rol hebben particulieren en beleggers dan in dit systeem? Wat gebeurt er als we de bedrijfsmatige. De eigenfrequentie In tijden van recessie en bezuinigingen domineert de roep om effici‘ntie en doelmatigheid. Daarmee verandert het karakter van de vernieuwing. vraagt de denktank zich af hoe wij scherper kunnen zijn in het verbinden van de opgave (wat is hier werkelijk aan de hand?) met de periode waarin veranderingen redelijkerwijs mogelijk zijn. Beheermiddelen worden gekoppeld aan maatschappelijke ontwikkelingsdoelen. inclusief exploitatie en beheer? Veel woningcorporaties functioneren al op deze manier. Investeringen zijn kleinschaliger en continu. Maar dat tijd zowel voor als tegen ons kan werken vergeten we nogal eens. dat weten we inmiddels. maar als logisch en verstandig gevolg van de aanpak? Welke kansen levert het op als we in de ontwikkeling van een gebouw gaan rekenen met de gehele levensduur. maar valt hier nog in te finetunen en geldt dit ook voor andere ontwikkelende partijen? En wat als we dit gaan doen in het sociale domein? De denktank pleit ervoor om ontwikkelen en beheren als ŽŽn enkel duurzaam proces op te vatten: het beherend ontwikkelen en ontwikkelend beheren. uit zich in fenomenen als de beruchte ÔprojectencarrouselÕ in de sociale sector. maar ook sommige fysieke herstructureringen kunnen in dit licht worden bezien. laat zich zelden reduceren tot een enkel schaalniveau en maatschappelijk domein. En ontwikkelgelden kunnen aan het beheer worden toegevoegd of via het beheer worden ingezet. Dat dit nu niet voldoende gebeurt. Hoewel dit onverminderd nodig blijft. 7 .

Als het gaat om het bereiken en vasthouden van de vitaliteit van buurt. dynamische omgeving? Wat zou het opleveren (en wat zou het kosten) als iedere opgave vanuit zijn eigen tijdshorizon wordt opgepakt? Waar het kan of waar hoge dynamiek en flexibiliteit vereist zijn. De denktank stelt voor om voor het bepalen van de opgave en aanpak in een wijktransformatie ook een vorm van deze lagenbenadering te gebruiken. wijk en stad. op zodanige wijze dat ze werkelijk van invloed worden bij het bepalen en aanpakken van de opgaven in een gebied. en waar het nodig is. gebruikers en ondernemers in een gebied die de veranderingen aan den lijve ondervinden. Tegelijk ontstaat echter. We nemen in ieder geval afscheid van het gebruik om alle acties in ŽŽn masterplantermijn te persen. Maar het zijn de bewoners. de investeringsbereidheid en het risico. Vraag je af: wie krijgt er pijn in de buik als er iets mis gaat? En: wie is er werkelijk gebaat bij een gevraagde inspanning? Daar ligt het welbegrepen belang. kunnen worden verleid om risicodragend in hun leefomgeving te investeren.In de ruimtelijke ordening is de invloed van tijd onderkend in de zogenaamde lagenbenadering. Lenend van de natuurkunde. Die scheiding is altijd moeizaam gebleven. 8 / N19 Voorbij de crisis . zijn we onvoldoende in staat om het belang van alle betrokken te mobiliseren. meer dan in hun huidige zijdelingse betrokkenheid. zou het dan niet veel effectiever kunnen? Wat kunnen we winnen door scherper in te spelen op de belangen van bewoners. Het is de overtuiging van de denktank dat we daarvoor veel scherper moeten kijken naar waar de belangen in de vernieuwing werkelijk liggen en wat dat betekent voor de legitimiteit. tijd en andere middelen. Natuurlijk ligt dit belang deels bij de overheden en het maatschappelijk middenveld. Het welbegrepen belang De stedelijke vernieuwing is door de schaal van de ingrepen en de grote financi‘le belangen vooral een proces geweest van enkele partijen (overheden en corporaties) voor vele andere betrokkenen. gericht op de korte termijn van bijvoorbeeld twee jaren. een voedingsbodem voor een nieuwe praktijk. voor sommigen zwaar zal zijn. geld. Alle goede bedoelingen ten spijt. dat zich kan uiten in investeringen van betrokkenheid. zouden we ons daarbij voor elke interventie af kunnen afvragen: wat is de eigenfrequentie van het gebied of het proces waarin we nu ingrijpen? Wat zou het betekenen wanneer we afscheid nemen van de wijk als project en in onze aanpak meer ruimte maken voor de wijk als complexe. met langduriger investeringsafspraken die enkele decennia kunnen beslaan. De vraag is of zij. ondernemers en andere partijen in een gebied? Onze verwachting is dat de komende periode. juist door de verwachte versobering. waarin de gevolgen van de bezuinigingen voelbaar zijn.

Hoe kunnen we zaken als water. Het idee van de denktank is dat in het maatschappelijke verdienmodel van de toekomst in ieder geval een grotere diversiteit aan waardemakers nodig zal zijn. investeringen en energie van een brede groep belanghebbenden een substanti‘le plaats zullen innemen. Dit terwijl de noodzaak tot aanpak van veel stedelijke gebieden in de toekomst wellicht anders. en onsuccesvolle projecten op tijd stoppen? Iets dat nu. Hoe vertalen we het belang van bewoners en ondernemers. en aan het systematisch verevenen van Ôonrendabele toppenÕ met gelden uit de verkoop van bezit en lucratieve nieuwe ontwikkelingen elders. initiatief en risico van de vernieuwing directer aan elkaar zijn gekoppeld. de lokale opgave en totale levensduur kan vertaald worden in financi‘le termen. De verdiencapaciteit van stedelijke vernieuwing is in veel gebieden tot ver onder het nulpunt gezakt. getuige de frustratie 9 . Een vernieuwing waarin idee‘n.Als we deze lijn doortrekken. die soms oplopen tot 10 procent? Hoe zorgen we dat in de sociale sector succesvolle projecten kunnen uitgroeien tot succesvolle programmaÕs. subsidiestromen worden afgebouwd en andere verdienprojecten zoals de kantoorbouw liggen stil. Aanhoudende vastgoedwaardedaling/stagnatie en stijgende bouwkosten brengen echter de kwetsbaarheid van dit systeem aan het licht. Ieder naar zijn eigen expertise. Hoe maken zij ruimte? Wat moeten zij loslaten en wat juist stimuleren? Zijn er nieuwe middelen nodig om organisatie van bewoners. vakmanschap en belang. eigenaarschap. als we op zoek gaan naar manieren om energieverlies en dubbel werk terug te dringen. Het model van ontwikkelend beheren biedt een leidraad. Kunnen we bijvoorbeeld de faalkosten op bouwprojecten verminderen. De focus op kleinschaligheid. energie en parkeren beter benutten in het financi‘le model van de vernieuwing? De grotere diversiteit geldt ook voor de investeerders. maar ook verzekeraars en pensioensfondsen. maar niet kleiner wordt. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de positionering van de bestaande instituties. tekent zich een manier van werken af waarin belang. zeker nu de verkoop van woningen stagneert. De stedelijke vernieuwing heeft een nieuw kosten-batenmodel nodig. naar een rol als mede-investeerder in de stad? Hoe geven we maatschappelijk ondernemerschap en maatschappelijke business cases op alle schaalniveaus beter vorm? Ook aan de kostenkant is veel te winnen. ondernemers en andere investeerders mogelijk te maken? Het maatschappelijk verdienmodel als maatwerk Momenteel is de financi‘le inrichting van de stedelijke ontwikkeling sterk gekoppeld aan de waarde van de grond en het vastgoed.

Ook is er energie te winnen uit slimmere manieren om kennis en ervaring binnen de vernieuwing te borgen. Daarnaast moeten we zoeken naar manieren om de directheid en toegankelijkheid terug te brengen in het proces van de vernieuwing. Dit zijn onder meer de Neighbourhood Investment Zones in Hamburg. Voor gemeente. Niet elke wijk hoeft naar het stedelijk gemiddelde te worden getrokken. maar hoe wordt ook de vakman. Over de effectiviteit ervan is veel gezegd en geschreven. Plannen worden aangepast. ondernemers en andere partijen zich aangesproken voelen om hun belang bij een vitale omgeving om te zetten naar betrokkenheid. aangevuld met sociale projecten. de professional weer duurzaam? En. om zo te zorgen dat burgers. Tot slot Overkoepelend trekt de denktank de conclusie dat de focus van de vernieuwing moet worden verlegd: van een aanpak die wordt gedreven door problemen en projecten. Hoe maken wij niet alleen onze omgeving. Overwegend fysieke maatregelen. De wal keert het schip. corporatie en andere betrokken partijen vervelend. Het gevolg is een complete transformatie van buurten en wijken. Ontwikkelend beheren Stedelijke vernieuwing is lange tijd met grote voortvarendheid opgepakt. gemodelleerd naar analogie van de in Nederland bekende Bedrijfs Investerings Zones. ontwikkelingen gestaakt of herontwikkeld en het tempo ligt eruit. soms kan een slechte doorstroomwijk bijvoorbeeld ook gewoon een goede doorstroomwijk worden. voor de stedelijke vernieuwing. niet altijd voldoende lukt. maar zijn zij degenen die uiteindelijk de rekening gepresenteerd krijgen? 10 / N19 Voorbij de crisis . Hele gebieden zijn grootschalig aangepakt. de Vereniging van Bewoners (VvB). crowd funding. en het inzetten van vormen van microfinanciering. kunnen we gevoeliger worden voor alle zaken die in wijken buiten alle instituties om worden georganiseerd en dat rendement beter op waarde schatten? De denktank doet enkele voorzetten voor mogelijke nieuwe verdienmodellen. in aanvulling op de bestaande Verenigingen van Eigenaren (VvE) in appartementencomplexen. De denktank constateert dat de machinerie krakend tot stilstand dreigt te komen onder de last van de recessie en de daarmee gepaard gaande bezuinigingen. gedreven door kansen en specifieke eigenschappen van ieder gebied. naar een meer structurele en natuurlijke manier van werken aan de stad.over de ÔprojectencarrouselÕ. zeggenschap en eigenaarschap. projectmatig en in stevige impulsen.

Investeringen en verwachte rendementen worden op re‘le wijze aan de duur van een ontwikkeling aangepast. Kijkend naar de fysieke tak van de vernieuwing. middellang) van een interventie of aanpak.Voor een belangrijker deel komt die te liggen bij hen die er wonen en werken. beheer wordt als kostenpost benaderd en niet vanuit het idee van een toekomstige besparing. Zijn wij in staat om ook urgentie te vinden in voorkomen. Onderhoud valt vooral op als het achterstallig is. Bovendien blijken deze investeringen slechts een deel van het probleem op te lossen. meer uitgaven voor huur en eigen bijdragen voor zorg en maatschappelijke participatie. In dit systeem is een centrale rol weggelegd voor de levensduur (kort. Wijken die de laatste jaren juist een belangrijke impuls hebben gekregen. ritme en gelaagdheid. werk en openbare ruimte. De banlieues van Parijs hebben in de gesprekken de ghettos van New York vervangen. Dat betekent dat we anders moeten gaan kijken naar onderhoud en beheer. Deze staan vaak onvoldoende met elkaar in contact. Maar stel nu dat we een overstap kunnen maken naar ontwikkelend beheren? Ontwikkelend beheren is een duurzame manier van sleutelen aan buurten en wijken. Hoe maken we stedelijke vernieuwing als proces duurzaam? De stedelijke vernieuwing wordt gedreven door wat urgent is en dat is opvallend vaak het oplossen van wat uit de hand dreigt te lopen. kan worden doorgevoerd in het fysieke domein. Deze manier van denken en werken. maar de afschrikking blijft. natuurlijke groei. woningcorporaties en ontwikkelende beleggers ontwikkeling en beheer in onafhankelijk van elkaar opererende bedrijfsonderdelen hebben ondergebracht. in plaats van oplossen? We zullen de omslag moeten maken van het denken in projecten en impulsen naar continu•teit en aandacht. Hoe maken we die weer sexy? Op dit moment worden ze vooral als saai en duur gezien. Dit geldt zowel voor de fysieke als voor de sociale sector. De denktank vraagt zich af of het grootschalig herontwikkelen van bestaande woonwijken de beste manier is om de vitaliteit van deze gebieden in de toekomst te garanderen. en biedt bovendien kansen voor een meer duurzame aanpak in het sociale en sociaaleconomische domein. Ook in ketens waar meerdere bedrijven betrokken zijn bij een 11 . lopen het risico dat de bezuinigingen daar opeengestapeld worden: minder geld voor onderwijs. zien we dat gemeenten. waarin kleinschalige ontwikkelingen en beheer organisatorisch en financieel in ŽŽn proces zijn ondergebracht. terwijl op dit moment de middelen opdrogen. zorg. met meer aandacht voor tijdsverloop.

En kan een projectleider Vastgoed bij een woningcorporatie zijn werkgever op de langere termijn een dienst bewijzen door in zijn stichtingskostenopzet al in detail rekening te houden met de kosten voor onderhoud en beheer? Hiervoor is de expertise van beheerprofessionals in de ontwerp. Het voornaamste probleem is dat de factor tijd er onvoldoende in wordt gewaardeerd. Dit leidt tot het missen van financi‘le en maatschappelijke rendementen op langere termijn en het niet of niet effici‘nt oplossen van problemen. financi‘le en mentale scheiding tussen ontwikkeling en beheer niet geschikt om de geschetste uitdagingen van de toekomst aan te gaan. maar ook tussen deze organisaties wordt de meerwaarde van een slim getimede synergie niet voldoende onderkend en ÔingerekendÕ. Dit fenomeen wordt versterkt doordat in financi‘le zin zeer verschillende modellen worden gebruikt. wijk of stad. Die voordelen spelen zich af op strategisch niveau en op operationeel niveau. Niet de strategie van de vastgoedeigenaar. Steden kunnen alleen vitaal blijven als ze doorlopend beheerd Žn ontwikkeld worden. Zo kan een wethouder Stadsontwikkeling geld verdienen als hij bij het maken van plannen rekening houdt met de investeringsplanning van zijn of haar collega Openbare ruimte. of wezenlijk verschillend. Denken in snel rendement prevaleerde Ð tot voor kort Ð voor sommige partijen boven het behalen van een zo groot mogelijk maatschappelijk (en financieel) resultaat over langere tijd. zullen hierin moeten worden opgenomen.en beheerpraktijk groot. Wat kan dit betekenen? Rendement op langere termijn waarderen De sleutel ligt in eerste instantie bij het continu inzichtelijk maken en houden van de wederzijdse voordelen die ontwikkelaars en beheerders elkaar kunnen bieden. met name op gebiedsniveau. Volgens de denktank is deze bedrijfsmatige. Hierdoor blijft een deel van de duurzame oplossingen buiten beeld. Dit leidt tot het missen van kansen binnen de eigen organisaties.en ontwikkelfase van cruciaal belang. maar die voor het gebied is leidend. Werk met werk maken Dit zal onder meer ook betekenen dat instrumenten als Ôstrategisch voorraadbeleidÕ zullen moeten worden uitgebreid. Overheden. Deze beide processen zijn immers niet tegengesteld aan elkaar. Daarnaast 12 / N19 Voorbij de crisis . corporaties en commerci‘le marktpartijen. Een betere integratie van ontwikkeling en beheer is daarom nodig. evengoed als particuliere vastgoedbezitters. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille: het werken aan een vitale buurt.vernieuwing is de afstand tussen de ontwikkelings.

zullen ook onderhoud en renovatie in het verlengde van de strategie voor het gebied moeten komen te liggen. zien we dit Ôwerk met werk makenÕ al wel gebeuren. zoals nu gebruikelijk. bijvoorbeeld tussen gemeentelijke diensten. maar in de context van een coalitie van meerdere ontwikkelende en beherende partners valt er nog veel winst te behalen. die daar vanuit het plannen van beheer en ontwikkeling iets mee kunnen of moeten. De ontwerpopgave van het stedenonderhoud vraagt om een continu proces. Nieuwe idee‘n. Dat zal van de betrokken disciplines een andere werkwijze vergen. Dat kan al door de fasering van vernieuwings. die dicht bij bewoners of huurders nauwgezet en systematisch wordt opgehaald. Sociaal duurzaam: liever een eik dan duizend bloemen Ook in de sociale sector heeft de afgelopen jaren de nadruk op de ontwikkeling van het nieuwe gelegen. inspirerend en terugkerend onderdeel van het transformatieproces moeten neerzetten. en het daadwerkelijk inspelen op het vakmanschap. Zo zal het onderhoud op de straat een belangrijke informatiebron en aandrijver moeten zijn voor planning: verantwoordelijkheid zal daadwerkelijk ernaar verlegd moeten worden. Zoals een goede aannemer bij een verbouwing met een goede planning de juiste activiteiten in de juiste volgorde wel of niet uitvoert. ook ÔbeslissingsgereedÕ wordt doorgeleid naar die personen of afdelingen. die momenteel tot 10 procent van de realisatiekosten bedragen. Niet alleen. op verschillende niveaus. nieuwe geldstromen en nieuwe partijen resulteren in een veelheid aan projecten en aanpakken. Binnen organisaties. Stedenonderhoud De stedenbouw zal het ontwerp als een strategisch. Voortdurend sleutelen Het zal ook betekenen dat de huidige planningsmethodiek het zwaartepunt moet verleggen van realisatie naar voortdurend sleutelen. en beter in staat om vraag en aanbod van de verschillende soorten vastgoed en ruimtes bij elkaar te brengen. Dit vereist slimme systemen (maar geen nieuwe bureaucratie) om ervoor te zorgen dat de informatie. alle goede bedoelingen ten spijt. waarbij accommoderen en afwegen van publieke belangen en vragen uit de markt om voortdurende alertheid vragen. waar. Het is vaak letterlijk Ôwerk met werk makenÕ. Faalkosten. het overzicht vaak 13 . kunnen omlaag gebracht worden door het verleggen van de verantwoordelijkheid naar de uitvoerder. Dat leidt altijd tot scherpe offertes en Ð met het juiste oog en het juiste gevoel Ð mogelijk zelfs tot extra winst.en onderhoudsprojecten nog preciezer op elkaar af te stemmen. De stedenbouwer is hierin een makelaar van de stedelijke ruimte en stedelijke functies. als het startpunt ervan.

door nadrukkelijker verantwoordelijkheid te nemen en van onderop te willen sturen op de besteding van middelen. In de meeste gevallen waren de sociale innovaties van de laatste jaren geen lang leven beschoren. hoe wordt bijgedragen aan de bredere opgave in een gebied en wat dat betekent voor de financieringsstructuur. Maar zijn de bewoners van bijvoorbeeld de naoorlogse wijken daar wel aan toe? De Engelse theoloog Phillip Blond denkt van wel. zo blijkt regelmatig. 14 / N19 Voorbij de crisis . Er is veel gezegd en geschreven over de vele sociale projecten in het kader van de wijkaanpak. In sommige gevallen kan dat goed werken. want juist sociale aanpakken die langer worden volgehouden. Sociaal kenniscentrum MOVISIE bundelt de wetenschappelijk onderbouwde effectieve interventies in een databank. Laat niet die duizend bloemen bloeien. Juist zij die in een buurt wonen en werken zullen een belangrijke rol moeten krijgen en nemen. dat hieruit nieuwe initiatieven als het ware vanzelf voortkomen. leveren resultaat op. Over het algemeen is de boodschap dat de tijd van Ôlaat duizend bloemen bloeienÕ voorbij is en dat de tijd is gekomen om meer helderheid te bieden over de effectiviteit van sociale interventies. In die netwerken komt publieke en particuliere inzet samen. Wetenschappers. onderzoeks. maar die ene eik groeien. Vaak is niet eens duidelijk welke projecten Ÿberhaupt draaien in bepaalde wijken. De discussie hoe dit het beste gerealiseerd kan worden is de laatste jaren goed op gang gekomen. in andere niet. Ook in het sociale domein van de stedelijke vernieuwing is een werkwijze nodig die preciezer kijkt naar welke interventies welke tijdsduur moeten krijgen. twee.ontbreekt en onduidelijkheid bestaat over de rendementen ervan. is ontwikkelend beheren dan vooral een opgave voor degenen die professioneel aan de stad werken? Dat vraagt de denktank zich ernstig af. Een systeem van ontwikkelend beheer in de sociale sector. meerjarige focus worden ingezet om ervoor te zorgen dat er in de wijken en buurten een zodanige sterke sociale voedingsbodem wordt gelegd. Hij pleit voor steden en wijken waarin burgers zich met elkaar verbinden in allerlei verschillende soorten sociale en economische netwerken. Volgens de denktank moeten de nog wel beschikbare middelen met een consistente. Veel projecten bestonden eigenlijk te kort om te kunnen vaststellen of ze effectief waren. De financieringsstructuur van de sociale sector is veelal kortcyclisch (een. zowel binnen als buiten de sector. maximaal vier jaar) en nieuwe bestuurders leggen vaak nieuwe accenten. Daarbij kunnen we denken aan een sociale equivalent van het strategische voorraadbeleid. De bewoner als ontwikkelaar Maar. Opmerkelijk.en adviesbureaus experimenteren met verschillende onderzoeksinstrumenten. Zij zullen aan de bak moeten.

Ook de wijken die wel varen. een nieuw economisch model dat eerlijker marktverhoudingen schept. die op dezelfde schaal financiering regelen en investeren.Blond denkt dat kleinschalige voorzieningen.Ó Voorkomen beter dan genezen Belangrijk is dat het ontwikkelend beheren zich niet alleen tot die plekken van de stad kan beperken. welvaart herverdeelt en in ruime mate de afhankelijkheid van sociale voorzieningen vermindert. Een gezamenlijke 15 . Blond (citaat uit de Volkskrant. volgt daaruit de uitdaging om tot een gezamenlijke opgave te komen. Juist in de wijken waar het al goed gaat. Als we hiervan uitgaan. omdat zij het belangrijk vinden dat hun dorp in de huidige grootte en vorm blijft bestaan. dan om te wachten op wat uit het systeem van professionele netwerken komt. De eigenfrequentie Wat is er hier aan de hand en waar willen we naartoe? Deze vragen naar de opgave zouden volgens de denktank de kernvragen in de stedelijke vernieuwing moeten zijn en blijven. Als bewoners door eigen initiatief of door het ontwikkelen van creatieve samenwerkingsprojecten het voor elkaar krijgen geld te besparen dat ten goede komt aan de eigen wijk (en dus aan je ÔeigenwaardeÕ).. die als problematisch worden gezien. [. Daarna pas volgt de vraag die nu zo vaak voorop gesteld wordt: wat is mijn rol? Met andere woorden. juni 2010): ÒHet budget gaat naar de groep en in de groep heeft iedereen een gelijke stem. de denktank stelt voor om een principi‘le keuze te maken om het gebied met de mensen die er wonen en werken als startpunt te nemen voor het werken aan de stad. zullen baat hebben bij het ontwikkelend beheren. de meeste kans op een duurzame stad en wijk geven. of die nu nog goed meekomen. Zoals in de Brabantse dorpen de wat meer welgestelde bewoners investeren in de dorpssuper of een sociaal-cultureel centrum. Het zal meer een kwestie zijn van het opvoeren van de intensiteit in die gebieden die er slecht bij liggen of die af dreigen te glijden.] We hebben innovatieve idee‘n nodig in de lokale gemeenschappen. Waardeontwikkeling mag op het bordje gelegd worden van diegene die er zelf belang bij heeft! Het concept van Ôontwikkelend beherenÕ wordt voor iedereen interessant wanneer je er zelf belang bij hebt. wordt het voor hen interessanter om wat harder te lopen. Dat maakt de gemeenschappelijkheid transparant.. om een heel ander soort kapitalisme te vestigen. mag meer verwacht worden van de bewoners.

Een gezamenlijke opgave ook. In de klassieke lagenbenadering wordt het ontwikkelingstempo van verschillende ÔlagenÕ van de ruimte inzichtelijk gemaakt. maatschappelijk middenveld en meer). Ambitie en het werken naar een Ôstip aan de horizonÕ blijven belangrijke drijfveren. dat de route naar die doelen ondergeschikt is geworden. Het benoemen ervan heeft veel weg van het vinden van een theorie voor alles. Juist in de erkenning van de werkelijke looptijd van specifieke fysieke en maatschappelijke processen liggen de grootste succes. Het denken in doelen is de laatste jaren zo dominant geworden. De denktank wil niet af van het doelgerichte werken. is een goed gedoseerd geduld en een nieuwe gevoeligheid voor het ontwikkelingsritme van de stad. met een ritme van 10 tot 40 jaar. Denk aan het blauwdrukdenken in de fysieke sector. een begrip uit de geologie. verschillende gemeentelijke diensten. De kunst is om hier vooral zeer pragmatisch mee om te gaan: Òchoose your battles wiselyÓ. Waar we wel voor pleiten.opgave die gevoed wordt vanuit de stakeholders (bewoners. De resultaten als gevolg van de ontkenning van de factor tijd en maatvoering zijn zorgelijk. waarin scherpe keuzes worden gemaakt. integendeel.of verstedelijkingslaag die het meest veranderlijk is. die aansluiten op een gedeelde en realistische toekomstverwachting. 16 / N19 Voorbij de crisis . Volgens deze theorie is de ruimte in drie lagen onder te verdelen: ten eerste is er de ondergrond die wordt gevormd door geografische processen die eeuwen in beslag nemen (de morfologie).en faalfactoren voor stedelijke vernieuwing besloten. dan is er de netwerklaag van bijvoorbeeld wegen en vaarroutes (de infrastructuur) dat een ontwikkelingsritme van 50 tot 80 jaar kent. evenals het vasthouden ervan. De vraag is natuurlijk hoe we komen tot zoÕn scherpe en gedeelde opgave. en tot slot de occupatie. maar waar geen van hen exclusiviteit kan claimen. die een verspilling van ervaring. zoals we hiervoor zagen. dat leidt tot plannen waarvan soms al in de voorbereiding blijkt dat ze door de tijd zijn ingehaald. afhankelijk van tijd en plaats. Lagenbenadering van de stedelijke transformatie In de ruimtelijke ordening is de gevoeligheid voor tijd en ritme al langer gangbaar in de lagenbenadering. geld en vertrouwen veroorzaakt. Zo complex dat er niet mee te werken valt Ð zoiets als het integrale werken van een aantal jaren geleden. Denk aan de projectencarrousel in het sociale domein. waaraan ieder vanuit zijn eigen vakmanschap en verantwoordelijkheid kan werken. Factor tijd De denktank gelooft dat het in ieder geval helpt als we de factor tijd veel meer aan de basis van ons werk laten staan.

trage en fundamentele verandering) Deze lagen vertonen ieder een eigen tempo. sneller en diverser dan binnen de klassieke lagenbenadering. Terwijl we vaak redelijk goed weten hoe we die indeling kunnen maken en voorzover dat niet lukt. duur en weerbarstigheid voor verandering. groepsdynamiek) 3 Cultuur (lange termijn. Al zijn ontwikkelingen binnen vernieuwingsopgaven kleiner. Bij de lagen horen verschillende schaalniveaus. ook hier kunnen diverse processen worden verdeeld in verschillende categorie‘n op grond van de duur en de heftigheid waarmee ze plaatsvinden. golven met een eigen frequentie. We maken daar nu nog te weinig gebruik van. waarom verwachten we dan in Nederland resultaat binnen enkele regeerperioden? Wat zou het opleveren als we voor de veranderingen die we willen bewerkstelligen in de stad een model gebruiken met drie lagen of ÔgolvenÕ? In ieder geval een nieuwe en bruikbare blik op de veelheid van processen bij de transformatie van de wijk. antropologie) ons daarbij uitstekend van dienst zijn. is dit een vanzelfsprekendheid. Kortom. wordt beter inzichtelijk wie welke rollen kan vervullen in stedelijke transformaties en welke ingrepen op welk niveau succesvol zijn. heeft de denktank nagedacht over een lagenbenadering van de stedelijke transformatie.Analoog aan het model van de klassieke lagenbenadering. Door lagen te onderscheiden en na te denken over hoe deze lagen elkaar be•nvloeden. Als het over bouwen en wonen gaat. Zo kunnen we onze middelen doelmatiger inzetten. Dit levert een kader op dat zowel voor fysieke als sociaaleconomische ontwikkelingen en interventies binnen de stedelijke vernieuwing behulpzaam kan zijn. Als we bijvoorbeeld van de immigratieprocessen in de Verenigde Staten weten dat werkelijke integratie van nieuwe bevolkingsgroepen enkele generaties kost. en in de veelbesproken koppeling tussen sociaal en fysiek zelfs afwezig. De denktank kan zich deze drie lagen voorstellen: 1 Individu (korte termijn. verschillende werkwijzen en andere mogelijkheden voor sturing en financieringsmodellen. Je zou deze ontwikkelingen kunnen zien als ÔgolvenÕ met hun eigen longitude (looptijd) en amplitude (intensiteit). persoonlijke ontwikkeling) 2 Gemeenschap (middellange termijn. Bij maatschappelijke transformaties lijkt dat besef minder aanwezig. kan de wetenschap (sociologie. Het project van een jaar is structureel anders van aard dan het programma van zeven jaar of het proces van enkele generaties. 17 .

Ook op een andere manier is het maken van onderscheid tussen schaalniveaus onvoldoende ingedaald. Het zal echter vrijblijvend zijn. zal het vaststellen van de opgave eenvoudiger maken en de aanpak effici‘nter. Deze term heeft zijn oorsprong in de natuurkunde. De vernieuwing van een buurt of wijk is en blijft een opgave op dat niveau. En dat heeft te maken met het denken in gemiddelden: de wijk wordt in werkloosheidscijfers. en zelfs van het Rijk. et cetera gerelateerd aan het stedelijk gemiddelde. waar die op het niveau van het stadsdeel al aanwezig zijn. maar die opgave heeft weinig kans op succes als zij niet is ingebed binnen de kaders en ambities op hogere schaalniveaus. als niet ook nadrukkelijk de verschillende schaalniveaus waarop de verandering plaatsvindt worden meegenomen. Hoewel we weten dat de oplossingen op deze gebieden hoofdzakelijk op regionaal en stedelijk niveau gezocht moeten worden. Daarbij is het noodzakelijk om de ambities en kaders nadrukkelijker per schaalniveau te benoemen en van elkaar afhankelijk te maken. Nog te vaak vertellen we onszelf dat het probleem misschien wel in de wijk gevonden wordt. Een bekend voorbeeld is de opgave van het versterken van de economie en werkgelegenheid in buurten en wijken. Is het wel zo belangrijk dat alle wijken naar het stedelijke gemiddelde gaan? En wat zijn de gevolgen van deze ambitie? Een scherper en pragmatischer beeld van wat op welk schaalniveau mogelijk is.Gestapelde schalen Tijd kan voor ons werken Ð schaal ook. kan een beter beeld worden gecre‘erd van de ontwikkeling van een gebied en de mensen die er wonen en werken. Die bril heeft de denktank een naam gegeven: de eigenfrequentie. We zoeken een bril om onze blik mee te kunnen richten. maar de oplossing erbuiten ligt. Nog te vaak zien we een gretigheid om op het schaalniveau van een wijk aan voorzieningen te werken. Vind de eigenfrequentie Door fysieke en sociaaleconomische ontwikkelingen en interventies binnen een gebied uit te zetten in een kader van enerzijds verschillende tijdlagen en anderzijds verschillende schaalniveaus. weerhoudt dit ons niet om wijkeconomieprojecten op poten te zetten. Andersom mag de buurt ook van de andere schaalniveaus verwachten dat die er niet gaan ÔmicromanagenÕ: het Rijk hoeft niet achter de voordeur te treden. inkomen. Dat mag de buurt verwachten van de stad. Ieder sys- 18 / N19 Voorbij de crisis . Daarmee wordt het specifieke van het gebied over het hoofd gezien en verdwijnt de nauwkeurigheid waarmee de opgave kan worden benoemd en opgepakt. Het denken in lagen en het nemen van een gebied als uitgangspunt zal het werken aan een gedeelde opgave eenvoudiger maken.

Het welbegrepen belang Van wie is de stedelijke vernieuwing? Het is een vraag die simpel lijkt. Centraal bij de werkwijze van PLUK IDEAS staat intensieve samenwerking tussen de stakeholders rond een opgave. Per stad hebben tienduizenden tot honderdduizenden partijen belang bij de vernieuwing: bewoners. hoe begrijpelijk ook. PLUK is een initiatief van enkele maatschappelijke organisaties (o. maar als we terugblikken op onze ervaringen geen eenvoudig antwoord kent. het risico bestaat dat deze opstelling het centraal stellen van de opgave van het gebied zal frustreren. op de eigen kerntaak. Dat is het risico van consolideren op het eigen eiland. Met kerntaken als referentie voor de eigen aanpak is op zich weinig mis. het maatschappelijk middenveld en de gemeente. Het wordt tijd voor kerntaken op maat. Maar. 19 .nl). Woonbedrijf ieder1) die door een aanpak van co-creatie concrete. zal onze manier van samenwerken mee moeten veranderen. De vraag Ôben ik er wel vanÕ moet worden vervangen door Ôben ik hier wel vanÕ. Gevolgen voor de samenwerking Als we de vraag Ôwat is hier aan de handÕ leidend maken en de bril van de eigenfrequentie gebruiken om onze blik te richten. Een interessant initiatief op dit gebied is bijvoorbeeld PLUK IDEAS. duurzame resultaten willen boeken bij het oplossen van hardnekkige maatschappelijke problemen.m. Het is die frequentie die een systeem van nature vertoont. Ze zullen echter niet als argument moeten gelden om blind te zijn voor wat nodig is.teem heeft een eigenfrequentie. om de belangrijkste te noemen. Met de eigenfrequentie als uitgangspunt kan worden gekeken naar de benodigde tijd. Maar ook aan scenarioplanning door middel van nauwkeurig vormgegeven samenwerkingsprocessen. wijk of stad. action learning. En dat kan niet de bedoeling zijn. De denktank ziet dat de huidige focus op recessie en bezuiniging een risico op het vlak van samenwerking met zich meebrengt. maar ook naar de reikwijdte van interventies: wat is een redelijke termijn en wat is het schaalniveau waarop de aanpak nodig is? De bril van de eigenfrequentie kan helpen in het koppelen van prioriteit aan investering. Hierbij kunnen we bijvoorbeeld denken aan methoden om gezamenlijke wijkanalyses op te stellen. ondernemers. De werkelijkheid is geen optelsom van kerntaken. duurzaamheid en innovatie (http://www.pluk-web. De uitdaging is daarom om gezamenlijk zo om te gaan met de invulling van ieders taakopvatting dat deze tegemoet komt aan de opgave in een buurt. Dit is op zich niet verwonderlijk.

Afstemming en verantwoording kosten veel tijd en geld. Meer nog: hoe kan het gewicht van dat belang op een vanzelfsprekende manier in betrokkenheid.Als we dan kijken naar hoe dat belang zich vertaalt in directe invloed. zorgden voor een toenemende afhankelijkheid van instituties door burgers. op zoÕn manier dat die passen in de bestaande systematiek. Dit wordt onder meer treffend beschreven in verschillende publicaties van Jos van der Lans. handelingen en initiatief worden vertaald? Energieverlies De afstand tussen gebruikers. dan slinken de aantallen soms tot nog geen tiental. Burgers voelen zich in steeds mindere mate verantwoordelijk voor hun buurt en hun buren. Schaalvergroting en bureaucratisering van overheden en maatschappelijke instellingen. In tijden van relatieve overvloed is deze ineffici‘ntie nog op te vangen door meer geld en mensen in te 20 / N19 Voorbij de crisis . de bewoners en de ondernemers. Hun belang begrijpen we. Het zouden ook degenen moeten zijn die dat gewicht in betrokkenheid en invloed kunnen vertalen. en vooralsnog lijken we er niet tevreden over. Maar waarom stellen we het niet wat scherper? Waarom stellen we ons niet de vraag wie het meest te winnen en te verliezen heeft bij de veranderingen? Wie krijgt er de meeste buikpijn als het misgaat? Dat zijn degenen voor wie de belangen zwaar wegen. We hebben het eufemistisch over rollen in de stedelijke vernieuwing. ondernemer. een grotere afstand tussen beleid en uitvoering en voor fricties tussen het buurtgerichte en het bovenlokale handelen. alsof het om een spel gaat. Decennialang experimenteren we al met verschillende vormen van betrokkenheid van de grootste groep belanghebbenden. corporatiedirecteur of beleidsambtenaar. En dan zien we dat belang en betrokkenheid vreemd verdeeld zijn. Dit zorgt voor veel energieverlies. gecombineerd met fenomenen als de individualisering en toegenomen welvaart. heeft relatief weinig slagkracht. beheerders en ontwikkelaars van de stad is historisch gegroeid. Dat gaat verder dan participatie als een middel om Ômee te doenÕ of als draagvlakmachine. Professionals voelen zich geringeloord door opgelegde protocollen en verantwoordingscycli. of ze nu bewoner zijn. Het roept de vraag op hoe de veranderingen in de stad beter kunnen aansluiten op het welbegrepen belang van alle betrokkenen. De grootste groep die geraakt wordt door de vernieuwing. In andere sectoren van de economie zou de NMa hierover de messen slijpen. waar je wel of niet aan kunt meedoen. Energie en idee‘n van andere belanghebbende partijen worden onvoldoende gebruikt. een afnemende onderlinge betrokkenheid.

maar met een flinke versobering van budgetten en mensen van de overheid en het maatschappelijk middenveld in het vooruitzicht. Daarbij moet worden opgemerkt dat dit geen uniforme groepen zijn. En met name de kwetsbare groepen in de samenleving zullen de gevolgen van deze heroverwegingen aan den lijve ondervinden. maar ook voor de informele verbanden. Daar is een nieuwe afweging van belang. prettig wonen. goede voorzieningen en behoud van de woningwaarde. Daarbij verschillen de rollen van de partijen. vakmanschap en belang. Hoe kunnen we onze kerntaken zo op maat snijden. Het vereist een voortdurende weging van energie. die ontstaan door religie. dat voor alle relevante opgaven een eigenaar bestaat? Nieuwe voedingsbodem Ontwikkelend beheren gaat uit van het voortdurend bijhouden. een voedingsbodem voor een nieuwe praktijk. Een manier van werken waarin eigenaarschap. idee‘n en investeringen. In diverse wijken in het land wordt de laatste tijd ervaring opgedaan met het stimuleren van het zelforganiserend vermogen van bewoners. 21 . gebruikers en ondernemers bij het beheren en doorontwikkelen van hun directe omgeving. keuzes moeten maken over hun takenpakket. Toch zijn er voldoende gedeelde belangen te benoemen. maar verzamelingen individuen met deels tegenstrijdige belangen. Hierbij is niet alleen aandacht voor de concrete zaken en de formele verbanden zoals het buurtcentrum. de maatschappij is geen optelsom van kerntaken. investeringen en energie van een brede groep belanghebbenden een substanti‘le plaats zullen innemen. initiatief en risico van de vernieuwing meer direct zijn georganiseerd. Ook bestaat de mogelijkheid om coalities van gelijkgestemden te vormen rondom bepaalde minder gedeelde themaÕs. betrokkenheid en waardering van alle partijen voor nodig.zetten. meer dan vroeger. Ieder naar zijn eigen expertise. kunnen we ervan uitgaan dat dit de komende jaren anders zal zijn. In dit kader ziet de denktank een kans en noodzaak voor een veel stevigere positie voor bewoners. de bewonersorganisatie en de school. maar de volgende vraag staat centraal: hoe zetten we partijen in hun welbegrepen belang? Onze verwachting is dat de komende periode voor sommigen zwaar zal zijn. hun doelgroep en het basisniveau van hun voorzieningen. schaven en doorontwikkelen van de stad. Vanwege de bezuinigingen zullen juist de institutionele partijen. Tegelijk ontstaat echter. cultuur en onderdelen van een buurt met symboolwaarde. juist door de verwachte versobering. denk aan een veilige buurt. Een vernieuwing waarin idee‘n.

Daarbij moeten zij de juiste vaardigheden. waar Evelien Tonkens voor waarschuwt? Zij schrijft over de overbelasting van zowel burger als professional. hoe simpel soms ook. organisator. gemeenten en corporaties voorop. Dit ÔrendementÕ kan op veel vlakken liggen. als duidelijk is dat jijzelf of de mensen om je heen gebaat zijn bij een gevraagde inspanning. Daarbij kijk je ook. nov 2006). Gedeeld begrepen belang Allereerst moeten mensen een persoonlijk of gedeeld belang voelen om zich te engageren. De klassieke instituties kunnen een belangrijke rol spelen om het private initiatief te stimuleren. gezelligheid. initiator. ligt een diepe of zelfs meer oppervlakkige betrokkenheid niet voor de hand. hond uitlaten) zijn net zo goed vormen van rendement als een verhoogde WOZ-waarde van je huis of geld verdienen met een schilderklus bij de buurman. Doen zij dat niet. co-financier. middelen en voldoende tijd tot hun beschikking hebben om het over hun belang eens te worden en dit in een actie of organisatie om te zetten. asociaal gedrag en sociale uitsluiting bij de burger over de schutting te gooien. opweegt tegen wat het oplevert. Je hebt een belang. persoonlijke ontwikkeling of het delen van bepaalde lasten (oppassen. begeleider. of als maatschappelijke onderneming. In haar optiek zullen we serieus werk moeten maken van normatieve democratisering (De bal ligt bij de burger. Gesproken wordt over burgers als co-producent. Enerzijds zullen instituties. bewust of instinctief. Als dit belang niet helder is. gebruikers en bedrijven in die organisaties kunnen verschillend zijn. Tegenstrijdigheden moeten worden benoemd en overwonnen en voorwaarden bepaald. Hoe voorkomen we dat we de bal te veel bij de burger leggen. of dat nu geld. tijd of iets anders is. meespreker. moeten accepteren dat het beoogde doel van een privaat initiatief niet altijd samenvalt met de visie die zij zelf hebben over een betreffend gebied of maatschappelijk domein. Het is nog een relatief onontgonnen terrein. In het geval van een gedeeld belang van een groep mensen ligt het organiseren van betrokkenheid nog iets ingewikkelder.Rollen voor bewoners. dan verzanden vruchtbare burgerinitiatieven in een web van bureaucratie en strijd. de kloof tussen burger en bestuur. Verder moet helder zijn wat iedere partij mag verwachten ten aanzien van de positie en de invloed die zij op 22 / N19 Voorbij de crisis . Mensen met een gedeeld belang moeten elkaar ten eerste weten te vinden. De vraag die wij ons stellen is hoe dat te verbinden aan het welbegrepen belang. maar wij denken aan verschillende routes. of die inspanning. in de huidige behoefte om themaÕs als sociale cohesie. Een mooiere of veiligere buurt.

zoals wijken vaak geografisch af te bakenen zijn. Beslissingen worden genomen door leden-gebruikers. Als gebruikers maken ze gebruik van de cošperatieve vennootschap om aan hun eigen behoeften te voldoen. zoals veiligheid. Net zoals in een cošperatie zijn de leden van de VvB tegelijk eigenaars en gebruikers van hun onderneming. Het gaat om een originele vennootschapsvorm die. Het waterschapsmodel werkt volgens de trits Ôbelang-betaling-zeggenschapÕ. natuurbeheerders. Een ander interessant organisatiemodel is dat van de cošperatie. tevens doelstellingen op sociaal. Zij die belang hebben bij goed waterbeheer Ð agrari‘rs. Als eigenaren hebben ze de onderneming in hun bezit en nemen ze deel aan de beslissingen die haar aangaan. Bij waterschappen hoeft een lage opkomst geen probleem te zijn. vaak 23 . Haar leden zoeken geen persoonlijke verrijking.processen kunnen hebben. door mensen helderheid te geven over wat kan en wat niet en daarbij de benodigde infrastructuur en vaardigheden te bieden om eigen initiatieven laagdrempeliger en succesvoller te maken. Uit evaluaties van succesvolle co-creatie. De legitimatie van de VvB en haar bestuur mag. vooral worden gezocht in een goede taakuitoefening: waarborgen van de levenskwaliteit in de wijk.en zelforganisatieprojecten blijkt keer op keer dat juist (mede)eigenaarschap van wat mensen organiseren Ð het feit dat zij zelf een sturende bijdrage leveren Ð een van de grootste succesfactoren is. steunend op een economische activiteit. maar dan op het schaalniveau van een hele buurt of wijk. Overheden en het middenveld kunnen helpen. openbare ruimte of voorzieningen. Vanwege deze dubbele identiteit (eigenaars en gebruikers) wijkt de cošperatie af van gebruikelijke bedrijven en worden ze op een democratische basis beheerd. Voor de organisatie van de VvB heeft de denktank gekeken naar de Nederlandse traditie van gemeenschappelijke besturen. welzijn en zorg. bedrijven en inwoners Ð betalen een bijdrage aan het waterschap en krijgen daar zeggenschap in het waterschapsbestuur voor terug. Bewoners beslissen in deze vereniging gezamenlijk over grote uitgaven aan hun woningen. net als het waterschap en die van andere functionele besturen. Wellicht zijn ook andere zaken in te brengen. maatschappelijk of ecologisch vlak nastreeft. De waterschappen zijn georganiseerd op basis van stroomgebiedgrenzen. Vereniging van Bewoners Waar zouden we aan kunnen denken? De denktank kan zich voorstellen dat dit langs de lijn loopt van een Vereniging van Bewoners (VvB). Zo biedt het model van het waterschap wellicht aanknopingspunten. De VvB werkt naar analogie van een Vereniging van Eigenaren (VvE) in appartementengebouwen.

waarin de krachten van zorgbehoevenden worden gebundeld om hen meer inkoopkracht te geven en een sterkere onderhandelingspositie tegenover de zorgaanbieders. Grote investeringen gebeuren ten laste van een vermogen dat wordt gespaard. die er hebben gewoond. Deze waarde vertaalt zich veelal terug in de WOZ-waarde van de woning. Ze zijn ooit gezamenlijk gekocht en de hypotheek wordt gezamenlijk afgelost. Het weer thuis voelen in de buurt omdat het je huis is. Maar alle generaties. direct en indirect. maar een echt buurthuis. in handen moeten zijn van bewoners. Op het niveau van de buurt kunnen zelfde principes worden toegepast: geen studentenhuis. geld verdienen moet mogelijk zijn. energie opwekken en gebruiken is wellicht als een duurzaam 24 / N19 Voorbij de crisis . is misschien wel de energie van de toekomst. Samen met je buren aan de slag om je buurt schoon en veilig te houden. De generatie die er woont. Een ander groot voordeel zit hem in de sociale winst in de vorm van gezamenlijke betrokkenheid bij de eigen buurt. Uitwerkingsmogelijkheden voor de VvB De Vereniging van Bewoners zou. oftewel Buurt-Energie. Buurt-Energie Lokaal opgewekte energie. zoals de naam als zegt. welzijn en andere voorzieningen op peil te houden voor minder geld dan de gemeente. Indirect rendement is bijvoorbeeld mogelijk doordat je als bewoner en als aandeelhouder de waarde van je omgeving ziet stijgen. Andere voorbeelden: Het Buurthuis-Plus In binnensteden van Nederland zijn verscheidene studentenhuizen in bezit van verschillende generaties van studenten. Direct rendement ontstaat bijvoorbeeld wanneer de vereniging het groenbeheer van de gemeente overneemt en daarvoor een vergoeding krijgt. Het zijn ook dezelfde leden-gebruikers die beslissen over de besteding van de eventuele winst van de cošperatieve vennootschap. klust zo veel mogelijk zelf aan het huis om directe kosten te besparen. Wanneer de VvB erin slaagt om groen. Het is niet louter vrijwilligerswerk. Als een collectief. levert dit de vereniging geld op voor andere zaken. bijvoorbeeld een buurt of wijk. In het onder meer het domein van de persoonsgebonden budgetten (pgbÕs) wordt al ge‘xperimenteerd met het opzetten van cošperaties. profiteren gezamenlijk van de toegenomen waarde van de woning.ongeacht hun bijdrage in het kapitaal van de vennootschap (of eventueel op basis van een verdeelsleutel). Je zou dit kunnen uitbreiden naar ondernemers en andere belanghebbenden.

De financi‘le inrichting van de stedelijke ontwikkeling is sterk gekoppeld aan de waarde van grond en vastgoed. water. kan Buurt-Energie een groot deel van die ÔoudeÕ energiebronnen vervangen. zon en biomassa zijn een stap dichterbij een duurzame toekomst.antwoord op het energievraagstuk. Stedelijke vernieuwing heeft een nieuw kosten-batenmodel nodig. Maatschappelijke verdienmodellen voor de stedelijke vernieuwing Een vitale stad levert veel op. Bovendien drogen de bijdragen van de Rijksoverheid (ISV) op. Er wordt momenteel al op verschillende plekken ge‘xperimenteerd met volledig energieneutrale wijken. Bewoners. maar dit investeringsmodel van de stedelijke vernieuwing heeft zijn vanzelfsprekendheid verloren. zal de residuele grondwaarde de nul naderen of zelfs negatief worden. Het heeft lange tijd gewerkt. met een betrokkenheid van alle belanghebbenden in dat gebied. aangevuld met ontwikkelaars en beleggers. Verbreding waardemakers en kostendragers Volgens de denktank kan het denkmodel van ontwikkelend beheren een goed inhoudelijk en procesmatig kader bieden waarbinnen nieuwe kosten-batenmodellen ontwikkeld kunnen worden. Traditionele energiebronnen. worden immers steeds schaarser en duurder. De vraag is ook of de belangen van de gebruikers van de stad in dit model wel het best tot hun recht komen Ð de worsteling met participatie is daar een proeve van. Samen met andere natuurlijke energiebronnen. Ontwikkelend beheren neemt per definitie het kleinschalige als startpunt en werkt van daaruit door naar de hogere schaalniveaus. Tot nu toe zijn de investeringen voornamelijk gedaan door overheid en corporatie. maar dit betreft hoofdzakelijk nog nieuwbouwlocaties. ondernemers en andere gebruikers van de stad kwamen nauwelijks in beeld. 25 . Daarmee valt de bodem uit de gangbare wijze van financieren. Daarbij is het model toegesneden op de vraag: wat is hier aan de hand? De lokale opgave dus. terwijl de bouwkosten door toenemende schaarste zullen stijgen. zoals aardgas en olie. Het ontwikkelend beheren legt daarbij een nadruk op de lange adem die we zullen moeten hebben. Lokale energiebronnen als wind. In een wereld waarin de waardeontwikkeling voorlopig voor een belangrijk deel is gestagneerd. Zie bijvoorbeeld Stad van de Zon in Heerhugowaard. maar heeft ook zijn prijs.

In een aantal gevallen gaat het in hoofdzaak nog om theorie. De vraag is: kunnen andere partijen. Value capturing Een interessant verdienmodel voor de toekomst is value capturing. pas op (nog) langere termijn zichtbaar zijn. Hier moet naar meer flexibele modellen worden gezocht. Ten eerste kan je vari‘ren in het moment van ÔafrekenenÕ. Vanwege deze eigenschappen bestaat binnen het model van value capturing ruimte om te experimenteren met verschillende verdienmodellen. water en mobiliteitsmanagement (parkeren). maar de effecten voor de omgeving. Dat kan voorafgaande aan het ontwikkelingstraject op basis van de verwachte rendementen. hoe dan? Er wordt. Dit sluit aan bij het lagere ontwikkeltempo dat de denktank voor het tijdperk na de crisis voorziet. Ook wordt de waardeketen minder afhankelijk gemaakt van de fase waarin een project zich bevindt of van boekhoudkundige randvoorwaarden. maar ook in minder tastbare zaken. Het huidige model van (theoretische) afschrijving van vastgoed en (eenmalige) grondexploitatie lijkt gestrand. Ook de diversiteit van kostendragers moet worden vergroot. zoals identiteit. al langer met nieuwe financi‘le constructies ge‘xperimenteerd. Om Ÿberhaupt ontwikkeling te laten plaatsvinden.1 Dit is een financieel model dat als doel heeft om toekomstige waardeontwikkeling in een gebied voor een belangrijk deel binnen dat gebied vast te houden. zorgaanbieders. Value capturing biedt via verschillende constructies de mogelijkheid om deze ÔlangetermijnwinstenÕ in te zetten om deze voorinvesteringen mogelijk te maken. verzekeraars. De grondgedachte achter value capturing is dat ontwikkelingstrajecten vaak een lange doorlooptijd kennen. moeten vaak echter wel stevige voorinvesteringen gedaan worden. Het instrumentarium van value capturing Value capturing kent verschillende vormen en instrumenten.De denktank meent dat we in de verdienmodellen voorbij de crisis breder zullen moeten kijken naar waardemakers en kostendragers. Een en ander is gebaseerd op het Europese onderzoek Restructuring Urbanised Areas (ReUrbA2). met name in de gebiedsontwikkeling. De verbinding tussen value capturing en ontwikkelend beheren ligt in het sluitend maken van de waardeketen voor de gehele levensduur van projecten. Potenti‘le nieuwe waardemakers liggen op het gebied van energie. omdat de belangen van een leefbare buurt en een gezonde omgeving veel breder liggen dan alleen bij de overheid en de corporatiesector. zoals huiseigenaren. zowel maatschappelijk als financieel. onderwijsinstellingen en pensioenfondsen in de nabije toekomst een bijdrage leveren aan de vernieuwingsopgave? En zo ja. deels in de internationale praktijk. Dit gebeurt deels in de nationale. 1 Een deel van de onderstaande voorbeelden komt uit de Nederlandse praktijk. andere vormen worden in het buitenland toegepast. 26 / N19 Voorbij de crisis .

Het gaat bijvoorbeeld om aansluiting op infrastructuur. Verschillende studies wijzen echter wel op de maatschappelijke baten en daardoor indirecte financi‘le baten ervan.en vastgoedexploitatie ineens wel positief uitpakken. Ontwikkelaars kunnen tevens rechtstreeks een bijdrage doen voor bepaalde investeringen. Specifieke heffingen zouden een interessant instrument kunnen zijn voor de realisatie en exploitatie van multifunctionele accommodaties en brede scholen. Door beter onderwijs en lagere schooluitval wordt in een later stadium bijvoorbeeld een kleiner beroep gedaan op allerlei uitkeringen en wordt de kans op een criminele carrire van de leerlingen beperkt. wanneer de waardecreatie al heeft plaats gevonden. Als deze maatschappelijke besparingen in een gebiedsexploitatie verwerkt zouden worden. Je kunt werken met vrijwillige bijdragen. waarbij winsten die later komen alsnog verdeeld worden. Zo kent Japan een systeem waarbij de kosten voor nieuwe publieke infrastructuur over uiteenlopende actoren wordt verdeeld.of achteraf. dan kunnen de grond. luchtrechten (bijvoorbeeld boven de A10) of waterrechten (IJburg). specifieke heffingen of generieke heffingen. zoals voor infrastructuur. Via baatbelasting kan een gemeente aan 27 . Op kleinschaliger niveau bestaat in de gemeentewet de mogelijkheid tot het heffen van een baatbelasting. inmiddels onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening. Iets anders betreft de exploitatieovereenkomsten. zoals meedeelregelingen. Tenslotte is er nog benefit sharing. zoals concessies van land dat niet in eigendom is. Het onderscheid tussen specifieke en generieke heffingen is dat de eerste gericht is op een specifieke groep partijen of personen. De realisatie van deze voorzieningen kent vaak een stevige onrendabele top en de exploitatie is vrijwel nooit sluitend. waarbij de overheid inkomsten uit de gebiedsontwikkeling afdwingt indien zij bepaalde werken in de omgeving uitvoert. In Japan wordt een projectontwikkeling bijvoorbeeld pas na betaling aangesloten op het railnetwerk (connection fees). Een andere keuze die gemaakt moet worden heeft betrekking op de herverdelingsinstrumenten. Verder bestaan er systemen van generieke heffingen die gericht zijn op (eind)gebruikers. De tweede categorie betreft specifieke heffingen vanuit de overheid voor een bepaald doel. De regeling is bijvoorbeeld van toepassing op spoorlijnen naar nieuwe stadsontwikkelingsprojecten of complete new towns. In het laatste geval gaat het om een terugvloeiing en eventuele herverdeling van winsten. Ook hier kennen we in Nederland voorbeelden van. terwijl de tweede alle betrokkenen betreft. Denk hierbij aan de nieuwe grondexploitatiewet (GREX). Als je werkt met vrijwillige bijdragen kan dat bijvoorbeeld gaan over ontwikkelrechten.

behoren tot de generieke heffingen. return-on-investment. Tot slot kunnen ontwikkelaars ook in grotere gebieden onderling. die in een periode van 20-30 jaar de voorinvestering van het tekort afdekken. Welzijn en gezondheid. Igloo werkt in de Engelse buurten en wijken volgens een methode van sustainable place-making in samenwerking met overheden en lokale gemeenschappen. Uiteindelijk kan er ook nog extra belasting geheven worden bovenop de reguliere belastingen. Na berekening van de tekorten vormen de verwachte ontbrekende inkomsten de basis voor het in rekening brengen van servicekosten. of binnen een onderneming. De denktank vraagt zich af of ook in Nederland in de toekomst dergelijke fondsen denkbaar zijn? Welke partijen kunnen hierin het voortouw nemen? Moeten we ook denken aan verzekeraars. Ook ontwikkelingsheffingen (impact fees). goed ontwerp en duurzaamheid zijn de criteria waaraan de investeringen worden getoetst. Regionale of nationale fondsen Een andere kans is het inrichten van regionale of nationale (revolving) fondsen om investeringen voor de langere termijn mogelijk te maken. de op zes na grootste van de wereld. staat het idee van fysieke. Hierover wordt al langer gesproken in relatie tot de krimpopgave. Aan de basis van de opbouw van de vastgoedportefeuille van Igloo en de projecten die het financiert. of wellicht pensioenfondsen of duurzame banken? En welke voorwaarden kunnen worden geschapen om dit te bespoedigen? 28 / N19 Voorbij de crisis . maar ook om onrendabele investeringen in achterstandswijken mogelijk te kunnen maken. De missie van Igloo is om een investeringsfonds te zijn dat acceptabele financi‘le resultaten boekt. een investeringsfonds voor duurzame stedelijke vernieuwing. verevenen. zoals het Britse Igloo Regeneration Fund (http://www.net). naast. een vorm van tekortfinanciering. energetische en sociale duurzaamheid. een wereldwijd opererende verzekeringsmaatschappij. economische en milieurendementen nastreeft op lange termijn. Wellicht kunnen we leren van buitenlandse voorbeelden.igloo.voorzieningen verbonden lasten geheel of gedeeltelijk omslaan over de eigenaren van onroerende zaken in de omgeving (assessment districts). Igloo is opgericht door Aviva.uk. Participanten in Igloo zijn pensioenfondsen. maar dat ook sociale. levensverzekeringen en maatschappelijke fondsen. uiteraard. Diverse groen voor rood ontwikkelingen zijn voorbeelden waarbij de waarde van het een wordt uitgeruild ten gunste van de ander.

moeten de proceskosten teruggebracht kunnen worden. veel beter op de maat van de wijk. de buurtbeheerder? En hoe kan hun professionaliteit effici‘nter benut worden? We zien interessante voorbeelden in Buurtzorg en Buurtdiensten. in plaats van onafhankelijke onderdelen die ieder een eigen exploitatie vergen. ervaring en verantwoordelijkheden. valt hieronder. de buurt of zelfs de voorziening? 29 . Hier worden inmiddels al stappen gezet. Het terugbrengen van faalkosten is al eerder genoemd als kans. kosten ons ook veel tijd. Wat is werkelijk het vak. maar hoe wordt ook de vakman. bijvoorbeeld in de vorm van ketenintegratie in de bouwkolom. De belangrijkste oorzaak ligt in de afstand die inmiddels is opgebouwd tussen het eigen werk en het totale project of eindproduct. al dan niet op basis van value capturing. Met al dat vakmanschap en die kennis die we inmiddels hebben gaat dit tegen iedere logica in. staat in Nederland nog in de kinderschoenen. De faalkosten bij vastgoedontwikkeling zijn in veel projecten opgelopen tot een verbazingwekkende 10 procent. de sociale pijler bijvoorbeeld.Reduceren van faalkosten Als ontwikkelen. Een vraag die we ons in dit verband scherp moeten stellen is: hoe maken wij niet alleen onze omgeving. de zorgaanbieder. realiseren en beheren meer als ŽŽn proces worden opgevat. zijn veel faalkosten te benoemen. Projecten waar in vijf jaar tijd vier projectleiders aan het roer staan vormen al lang geen uitzondering meer. We lopen kans dubbel werk te doen of de energie van initiatieven van onderop te frustreren. al zijn die wellicht moeilijker te berekenen. of het ambacht van de ontwikkelaar. Maar zouden we daarmee niet veel wendbaarder kunnen werken. het gebrek aan succes om van incidentele initiatieven duurzame programmaÕs te maken. De eerder genoemde projectencarrousel. de professional weer duurzaam? Hoe gaan we om met de projectleiderscaroussel? Een belangrijk element van het kosten-batenmodel ligt in het (opnieuw) in hun kracht zetten van de vakmensen. zowel in de ruimtelijke als sociale sector. Dit vraagt om een hernieuwd vakmanschap en vooral om het effici‘nt overdragen van kennis. Nieuwe vormen van maatschappelijk ondernemerschap Het denken in maatschappelijke business cases. Hernieuwd vakmanschap De snelheid waarmee mensen van baan en positie wisselen. Ook de relatieve blindheid voor initiatieven die niet door de overheid of het maatschappelijk middenveld worden genomen. levert extra kosten op. Maar ook in andere sectoren. energie en daarmee geld. en vooral.

En wat kunnen we leren van de experimenten met de Bedrijveninvesteringszone (BIZ) die momenteel lopen? Zouden die een variant kunnen krijgen in een Buurt. zoals andere personen. 2010) hoe blind we soms zijn voor de spelers die geen ÔcontractÕ hebben met de overheid of het maatschappelijk middenveld: de voetbalvereniging. Maar we zien ook overheden het initiatief nemen tot dergelijke lokale allianties voor duurzame energiedistributie (en lagere woonlasten). Hoe maken we de omslag van het belonen van burgerinitiatieven door de overheid (bijvoorbeeld door subsidie) naar het belonen door iedereen die er belang bij heeft. Voorbeelden hiervan zijn ook in ons land te vinden. Klaas Mulder beschrijft in zijn recente essay Een zooitje ongeregeld (N18. Hierin verenigen bewoners. Afhankelijk van de opgave zal ook het type onderneming gevormd worden. zoals bijvoorbeeld Het Groene Net in Sittard-Geleen.of Wijkinvesteringszone? In Hamburg wordt momenteel ervaring opgedaan met zoÕn Neighbourhood Investment Zone. In het sociale domein valt te denken aan de MOM-manager in Tilburg. Interessant zijn dan de Amsterdamse pilots om zorgcošperaties voor houders van een persoonsgebonden budget op te zetten.In dit maatwerk participeren overheid.en welzijnsorganisaties samen financieren en faciliteren. Deze lijkt terug van weggeweest. het koor. binnen hun eigen belang en taakopvatting. zorg. een verbindende wijkprofessional die corporaties. de oppasmoeders. corporaties of overheden? Wat kunnen we leren van ontwikkelingen als crowd funding. In de voorzieningenhoek is De Machinist in Rotterdam een goed voorbeeld. De Vereniging van Bewoners is eerder genoemd als een mogelijkheid om het belang van bewoners in de buurt rechtstreekser en zwaarder te laten wegen in het proces van verandering. maar ook of er oog voor ontstaat. bedrijven en instellingen zich in een buurt of wijk om door middel van een eigen bijdrage het voorzieningenniveau boven een basaal minimum te tillen. Er is weinig zicht op wat binnen de publieke subsidiesystematiek wordt aangeboden. Ruimte en oog De vraag is niet alleen of er ruimte ontstaat voor deze vormen van ondernemerschap. KEI. bedrijven. markt en particulier naar gelang de opgave. als een democratische 30 / N19 Voorbij de crisis . Een deel van de sociale projectencarrousel ontstaat omdat onvoldoende gekeken wordt naar wat al door particuliere en vrijwilligersinitiatieven opgepakt wordt. Kunnen Buurtzorg en Buurtdiensten niet ook door zoÕn Buurtinvesteringszone worden ingehuurd? En zo verdient ook de organisatievorm van de cošperatie onze aandacht. laat staan op wat zich daarbuiten afspeelt. Vooral in Groot-Brittanni‘ en de Verenigde Staten is hier al veel ervaring mee opgedaan.

stadsdelen en regioÕs zal meer centraal in onze aanpak moeten komen te staan. Er is rendement te vinden in het meer op maat toesnijden van de normstelling en regelgeving in een gebied. Want er zullen gebieden en wijken blijven die niet in staat zijn de eigen broek op te houden. De rendementen zullen wel terug moeten vallen naar de overheid. wijken. Het erkennen van verschillen betekent dat zowel de potentie als de beperkingen van de gebieden het startpunt worden van een analyse en aanpak.crowd funding van startkapitaal voor ondernemers in ontwikkelingslanden . In het Watertorenberaad is bijvoorbeeld een interessante casus uitgewerkt in een flexibeler omgang met de normen voor parkeren en onteigening. in een zeer persoonlijke variant op ontwikkelingssamenwerking.microfinanciering? Initiatieven als www. milieudruk et cetera voor beide steden volledig anders zijn. terwijl ondergrond.kiva.verbinden de individuele financier rechtstreeks aan degene die de financiering aanvraagt. Het is opmerkelijk dat bouwkosten in Apeldoorn dezelfde zijn als in Schiedam. zouden we dan niet moeten overwegen juist daar te investeren? Dan spreken we van een ondernemende overheid. zodat zij deze kan investeren in die gebieden waarin de investeringen minder rendabel zijn. Gebiedseigen aanpak Het erkennen van verschillen tussen buurten. En waarom zouden we niet ook fiscaal meer aan maatwerk per gebied doen? Als overheidsinvesteringen in bepaalde gebieden meer opleveren dan in andere. Dit sluit aan op het leidend maken van de vraag Ôwat is hier aan de handÕ voor de opgave en op het gebruiken van de eigenfrequentie van een lokale ontwikkeling voor de timing van onze investeringen.org . 31 . Ook op het niveau van verdienmodellen.

Organisaties die actief en vernieuwend opereren in de stedelijke vernieuwing en die het aandurven om hun kennis en ervaringen met anderen te delen om zo gezamenlijk stappen vooruit te zetten. Prestaties verbeteren zonder subsidie of contract Klaas Mulder.en herstructureringsopgave. Den Haag druk Zwaan Printmedia. variërend van de rijksoverheid. Haarlem fotografie Christian van der Kooy.kei-centrum. penvoering en tekstredactie zie pagina 4 vormgeving Beukers Scholma. Eerder verschenen onder andere: N18 Een zooitje ongeregeld. KEI kenniscentrum stedelijke vernieuwing Kruisplein 25r Postbus 897. informatie en expertise. Wormerveer uitgave en copyright KEI. KEI heeft inmiddels ruim 250 partners. Bent u het ergens niet mee eens.Colofon KEI kenniscentrum stedelijke vernieuwing is een onafhankelijke organisatie. KEI is begin 2000 opgericht op initiatief van een aantal publieke en private partijen. oktober 2009 Meer informatie over de N-reeks: www. KEI wordt inhoudelijk en financieel ondersteund door verschillende partijen. gemeenten.nl/overkei De N-reeks is een serie publicaties gewijd aan thema’s die KEI van belang acht voor de voortgang en kwaliteit van de stedelijke vernieuwing. Sociale stijging van wijkbewoners als onderneming Jasper van der Wal en Bart Lammers. Door het bundelen en beschikbaar stellen van kennis en expertise geeft KEI een impuls aan de stedelijke vernieuwings. ontwikkelaars. Het doel van KEI is om zowel de kwaliteit als het tempo van de opgave te verhogen. januari 2011 ISBN 978-94-90174-06-4 32 / /N12 N19 De Voorbij nieuwe deconsensus crisis over stedelijke vernieuwing .kei-centrum. december 2010 N17 Woningrenovatie als architectonische opgave Rick Wessels. 3000 AW Rotterdam T 010 2 82 51 55 / F 010 413 02 51 / E info@kei-centrum. heeft u aanvullingen of tips? Laat het ons weten.nl auteurs. makelt en schakelt tussen vraag en aanbod van kennis. corporaties en ontwerpers tot adviesbureaus. KEI brengt partijen bij elkaar.nl/netwerk/n-reeks Uiteraard zijn wij benieuwd naar uw reactie. Meer informatie: www. maart 2010 N16 BV Sociale Stijging. treedt op als intermediair.

Hun namen vindt u binnenin deze publicatie. Het oude systeem van stedelijke vernieuwing. In de denktank kwamen professionals uit de breedte van het KEI-netwerk bij elkaar. stedenbouwkundige bureaus. woningcorporaties. Over de auteurs De denktank Voorbij de crisis bestaat uit ruim twintig directeuren en seniormedewerkers uit het KEI-netwerk. Nieuwe manieren van werken. nieuwe kostendragers. Lees de tekst daarom als een open uitnodiging om deze idee‘n verder uit te werken. In wisselende samenstelling zochten zij naar nieuwe richtingen en slimmere verdien.Over N19 KEI zoekt met haar partners naar nieuwe perspectieven voor de stedelijke vernieuwing. maar een schets van een mogelijke toekomst. verduurzaming en vergrijzing. . Maar wat werkt dan wel? Hoe komen we tot nieuwe rendabele praktijken? Ook in de toekomst liggen immers nog stevige opgaven. Om richting te geven aan deze zoektocht richtte KEI in 2010 de denktank Voorbij de crisis op. KEI zal in 2011 in diverse bijeenkomsten het rendement van deze nieuwe perspectieven met haar partners onderzoeken. nieuwe waardemakers en een andere verdeling van verantwoordelijkheden. Zij zijn werkzaam bij projectontwikkelaars.en organisatiemodellen. is vastgelopen. gemeentelijke diensten en adviesbureaus. Het resultaat van dit traject is deze publicatie: een agenda voor de stedelijke vernieuwing. zoals de bevolkingskrimp. volgens grondexploitaties en subsidiestromen. Het is geen uitgewerkt plan van aanpak geworden.