You are on page 1of 3

Leesmethoden maken verschil

Regelmatig laat onderzoek zorgwekkende geluiden horen over de kwaliteit van het
taalonderwijs. Maar het is niet alleen maar kommer en kwel. Soms komt onderzoek met
opmerkelijke, positieve resultaten. Dit artikel gaat over zo'n hoopgevende uitkomst.

Nog niet zolang geleden is door het Cito in Arnhem het rapport gepubliceerd over de tweede
taalpeiling aan het einde van het basisonderwijs1 . Uit dat onderzoek blijkt dat leerlingen die
les hebben gehad met moderne leesmethoden hogere prestaties op leestoetsen behalen dan
leerlingen die met traditionele leesmethoden les hebben gehad.

Strategisch leesonderwijs

Waarin verschillen traditionele en moderne leesmethoden? Traditionele leesmethoden zijn


productgericht. Kinderen lezen veel teksten en beantwoorden veel vragen en krijgen
vervolgens alleen maar informatie over de juistheid van het antwoord. De leerkracht bespreekt
niet met de leerlingen hoe ze aan het antwoord kunnen komen. Ook leren kinderen niet hoe ze
een tekst kunnen benaderen als ze niet alles direct begrijpen. Ze leren niet hoe ze problemen
tijdens het lezen kunnen aanpakken.

Moderne methoden daarentegen kennen alle, de een wat meer dan de ander, vormen van
procesgerichte instructie waarin kinderen leren verschillende strategieën voor, tijdens en na
het lezen te gebruiken. Ze leren bijvoorbeeld hoe ze de hoofdgedachte van een tekst kunnen
vinden, hoe ze de bedoeling van de schrijver kunnen achterhalen en hoe ze de betekenis van
onbekende woorden kunnen achterhalen. Ze leren ook hun eigen leesgedrag te controleren,
door bijvoorbeeld tijdens het lezen af en toe pas op de plaats te maken en na te gaan of ze nog
wel begrijpen wat ze lezen en de rode draad nog wel te pakken hebben.

Bij strategisch leesonderwijs leren kinderen hoe ze leesproblemen kunnen aanpakken,


oplossen en vermijden. Centraal staat het proces dat voorafgaat aan het antwoord. Strategisch
leesonderwijs is procesgericht leesonderwijs. De leerkracht legt uit, doet hardop denkend voor
hoe een tekst aangepakt kan worden, daagt de leerlingen uit mee te doen en begeleidt ze bij
hun inspanningen.

Moderne methoden beter

In het peilingsonderzoek hebben leerlingen van groep 8 negen verschillende leestoetsen


gemaakt (zie kader). Het gaat om toetsen voor technisch, begrijpend en studerend lezen. De
toets voor technisch lezen is vergelijkbaar met de bekende een-minuuttoets van Brus. De
toetsen voor begrijpend lezen bestaan steeds uit enkele teksten waar kinderen vragen over
moeten beantwoorden. De vragen bij de teksten doen een beroep op verschillende
vaardigheden, bijvoorbeeld woordbetekenis, het achterhalen van de bedoeling van de
schrijver en het bepalen van de hoofdgedachte. In de toetsen voor studerend lezen moeten
leerlingen bijvoorbeeld naslagwerken hanteren, tabellen en grafieken interpreteren en kaarten
lezen.

In het onderzoek is onder meer nagegaan of leesmethoden van invloed zijn op de


leesprestaties van kinderen. Omdat in het basisonderwijs veel verschillende leesmethoden
gebruikt worden, is er in het onderzoek niet gekeken naar de prestaties per afzonderlijke
methode maar per soort leesmethode. Alle leesmethoden zijn ondergebracht in twee
categorieën: moderne methoden enerzijds en traditionele methoden anderzijds.

Uit het peilingsonderzoek blijkt nu dat het uitmaakt wat voor soort leesmethode een school
gebruikt. Leerlingen die les hebben gehad met methoden waarin moderne inzichten over
leesvaardigheid zijn verwerkt, behalen betere prestaties dan leerlingen die met traditionele
methoden zijn onderwezen. Dit patroon laat zich zien bij alle negen leestoetsen en geeft
daarmee een duidelijk en niet te veronachtzamen resultaat weer.

Een stap verder

Deze uitkomsten zijn verheugend. Ze geven aan in welke richting het leesonderwijs verbeterd
kan worden. Voor het Expertisecentrum Nederlands zijn deze resultaten ook een opsteker
omdat in het project Begrijpend Lezen procesgerichte instructie in belangrijke strategieën een
van de kernpunten van de vernieuwingen is. En dit ontwikkelingsproject gaat daarin weer een
aantal stappen verder dan de onderzochte leesmethoden.

Josje Sijtstra

Noot

1 Sijtstra, J.M. (1997). Balans van het taalonderwijs aan het einde van de basisschool 2.
Arnhem: Cito/PPON.

Technisch lezen:

• een-minuuttoets

Begrijpend lezen:

• rapporterende teksten, zoals een mededeling en een nieuwsartikel


• beschouwende teksten, zoals een recensie en een ingezonden brief
• directieve teksten, zoals een gebruiksaanwijzing en een recept
• argumentatieve teksten, zoals een verzoek en een protestbrief
• fictie, zoals een fantasieverhaal, een strip en een gedicht

Studerend lezen:

• hanteren van naslagwerken, zoals woordenboeken en

encyclopedieën

• informatie uit tabellen en grafieken interpreteren


• kaartlezen, waaronder de legenda interpreteren
Deze pagina is bijgewerkt op: 10-01-2001