You are on page 1of 6
USER GENERATED CONTENT Lezers spreken een woordje mee op Nederlandse nieuwssites Door Emil van Oers

USER GENERATED CONTENT

Lezers spreken een woordje mee op Nederlandse nieuwssites

Door Emil van Oers en Alexander Pleijter

Het nieuwtje mag dan van de burgerjournalistiek af zijn, dood is het fenomeen allerminst. Een paar grote projecten op dit gebied mislukten, maar toch is user generated content (UGC) springlevend. Emil van Oers en Alexander Pleijter onderzochten hoe enkele Nederlandse nieuwssites omgaan met UGC en van welke vormen van burgerjournalistiek deze nieuwssites gebruik maken. Een inventarisatie.

H et is een zeldzaamheid, maar het gebeurt zo af en toe dat kort na elkaar boeken met een vrijwel identieke titel gepubliceerd worden. Zoals een

jaar of zes geleden. Eerst verscheen We Media (in 2003) en vervolgens We e Media (in 2004). Ze hadden niet alleen de titel gemeen, maar ook de boodschap: het medialand- schap staat voor een fundamentele omwenteling. Kort gezegd houdt die omwenteling in dat nieuwe media een einde zullen maken aan het monopolie van de massamedia op informatieverspreiding. Het publiek zal in toenemende mate zelf aan de slag gaan met het publiceren, verspreiden en uitwisselen van allerhande informatie. Aldus geschiedde. In groten getale gingen mensen de afgelo- pen jaren aan de slag met het schrijven van weblogs, het publiceren van foto’s op Flickr, het uploaden van filmpjes op YouTube en het doorgeven van nieuwtjes via Twitter. Soms werden ze onderdeel van de mondiale nieuwsvoorziening. Bijvoorbeeld tijdens de tsunami in Zuid-Oost Azië in 2004 en de aanslagen in Londen in 2005, toen talloze foto’s en filmpjes, gemaakt door toevallige getuigen, verspreid wer- den over internet en ook de traditionele nieuwsmedia gretig gebruik maakten van dit beeldmateriaal. “Burgerjournalistiek” en “user generated content” werd het genoemd. Voor veel nieuwsmedia riep deze ontwikkeling al snel de vraag op: moeten we daar ook niet iets mee gaan doen? Soms volgde een bevestigend antwoord, met als gevolg dat een aantal ambitieuze projecten van de grond kwam.

De hype voorbij?

In oktober 2006 sloegen PCM Uitgevers en Talpa Media de handen ineen met Skoeps. Onder het motto “16 miljoen reporters” had Skoeps de ambitie om van elke Nederlander een verslaggever te maken. De site stond open voor foto's en filmpjes van iedereen die ooggetuige was van nieuwswaar-

8

Beeld: Elisabeth Egon Viebre

INVENTARISATIE

Van der Laan (wuz.nl): “Je mag van mij roepen wat je wilt, maar in mijn huis houd je je aan mijn regels”

dige zaken. Anderhalf jaar later, op 5 mei 2008, sloot Skoeps de deuren weer, omdat het niet was gelukt “een financieel gezond vooruitzicht te ontwikkelen.” Een ander ambitieus project staat op het conto van TC Tubantia. In januari 2006 begon de Twentse krant met digi- tale dorpspleinen: platforms waar burgers, maar ook de poli- tie, gemeentes en bedrijven hun nieuws zelf kunnen publice- ren, zonder tussenkomst van journalisten. De Dorpspleinen hadden een langere adem dan Skoeps, maar ook hen was het eeuwige leven niet gegund. Op 1 november 2009 ging de stekker uit het project. Hans Berkhout, destijds manager burgerjournalistiek bij TC Tubantia, schreef op 8 april 2009 in vakblad De Journalist een afscheidsartikel waarin hij de burgerjournalistiek dood verklaarde: “Het nieuwtje van de burgerjournalistiek is eraf. De hype is voorbij.” Maar is dat zo? Wie eens een blik werpt op een nieuwssite, ziet al snel dat de inbreng van het publiek zeker nog niet ver- dwenen is. De bovengenoemde, aandachttrekkende projec- ten zijn weliswaar van de kaart geveegd, het fenomeen “user generated content” is springlevend. Vrijwel elke redactie lijkt er gebruik van te maken. In diverse vormen: peilingen, reactiemogelijkheden, insturen van foto- en videomateriaal en het schrijven van verhalen. Om een overzicht te krijgen van wat er momenteel gebeurt op dit vlak, hebben wij medio 2010 een inventarisatie gemaakt van enkele nationale nieuwssites. Met als ham- vraag: van welke vormen van user generated content maken deze nieuwssites gebruik? Daarbij hebben we een tamelijk brede definitie gehanteerd, namelijk alle bijdragen die bezoekers van nieuwssites kunnen leveren aan de redactie. Dat varieert van reacties die lezers kunnen achterlaten onder een bericht, tot een tip die ze via de website naar de redactie kunnen sturen. Daarnaast hebben we interviews gehouden met enkele redacteuren die de user generated content onder hun hoede

hebben. Van hen wilden we weten waarom redacties er gebruik van maken en welke gevolgen het hee voor de journalistieke werkwijzen en de redactiecultuur.

Vormen van UGC

De tabel op pagina 20 gee een overzicht van welke nieuws- sites we bekeken hebben en welke vormen van user genera- ted content zij gebruiken. UGC is een heel gebruikelijk onderdeel geworden van alle nieuwssites. Dat blijkt wel uit het feit dat op alle sites die we bekeken hebben, gebruik wordt gemaakt van minstens drie vormen van user genera- ted content. Bovendien zijn ze duidelijk aanwezig op alle websites. Ze staan niet ergens weggestopt in een hoekje, maar nemen op de meeste sites een zichtbare plaats in, vaak ook zichtbaar of vermeld op de homepage. De tabel laat verder zien dat bepaalde vormen gemeengoed zijn, terwijl andere incidenteel worden toegepast. Zo kun- nen bezoekers op alle sites reageren op berichten. Ook opi- niepeilingen, vraag- en antwoordrubrieken en het insturen van tips zijn op bijna alle sites te vinden. Discussiefora en blogs geschreven door gebruikers zijn daarentegen een zeld- zaamheid. Dat sommige vormen op alle sites voorkomen, wil niet zeg- gen dat het op dezelfde manier gebeurt. Integendeel. Neem de reactiemogelijkheden. Elk medium biedt de optie om te reageren op berichten, maar met grote onderlinge verschil- len. Op Elsevier.nl is het mogelijk – na registratie – om te reageren op alle content (nieuwsberichten, blogs, commen- taren, etc.). De andere nieuwssites zijn selectiever in het aan- bieden van reactiemogelijkheden. Zo kunnen bezoekers van Volkskrant.nl niet op nieuwsberichten reageren, maar wel op opiniestukken en redactieblogs. Ook het achterliggende idee om mensen te laten reageren op berichten verschilt. Zo biedt Telegraaf.nl bij veel berich- ten een reactiemogelijkheid, maar het is volgens Marco van

>

9

USER GENERATED CONTENT OP NEDERLANDSE NIEUWSSITES

 

WEBSITE

POLLS

DISC.

COM.

V&A

BLOGS

EIG.V.

EIG.B.

TIPS

OVERIG

telegraaf.nl

JA*

JA

JA*

JA

-

JA*

JA*

JA*

JA

trouw.nl

JA

-

JA*

JA

-

JA*

JA*

-

JA

nrc.nl

JA*

-

JA*

JA

-

JA*

-

JA*

-

nrcnext.nl

JA

-

JA*

-

JA*

JA*

-

JA*

JA

vk.nl

-

-

JA

-

JA*

JA*

-

-

-

elsevier.nl

JA*

-

JA*

JA

-

-

-

--

rtlnieuws.nl

JA*

-

JA

JA

-

-

JA*

JA*

-

nos.nl

-

-

JA

JA*

-

-

JA*

JA*

JA

nu.nl

JA

JA*

JA*

JA

-

-

JA*

JA*

-

* Deze UGCI of de link daarnaar is zichtbaar op de homepage

 
of de link daarnaar is zichtbaar op de homepage   10 der Laan , chef van
of de link daarnaar is zichtbaar op de homepage   10 der Laan , chef van

10

der Laan, chef van de internetredactie van De Telegraaf, niet de bedoeling dat er discussie ontstaat: “We willen bij de comments dat mensen primair reageren op de inhoud van een artikel en niet dat ze daar met elkaar de discussie aan- gaan, want dat ontaardt al snel in scheldpartijen.” NRC.nl wil juist wel debat tussen bezoekers over actuele thema’s. Daarvoor biedt de site dagelijks een opiniestuk aan waarop lezers kunnen reageren. Kees Versteegh, (toenmalig) chef internet van de internetredactie van NRC: “Het is belangrijk om onderwerpen te vinden die dicht bij de actua- liteit aansluiten en dat mensen de gelegenheid krijgen om daar iets van te vinden en mee te doen aan de discussie.” Ook de NOS zet de mogelijkheid tot reageren heel selectief in bij artikelen, namelijk alleen als de betrokken redacteuren er meerwaarde in zien. Met als motto: “Vertel ons niet wat je vindt, maar wat je weet”, licht (toenmalig) adjunct-hoofd- redacteur Tim Overdiek toe. “Als wij een artikel hebben over het onderwijs, dan kan het voorkomen dat we zeggen: vertel maar, wat kunt u hier aan toevoegen? Wat zien wij verkeerd? Dan hee het meerwaarde, omdat die input iets kan opleve- ren wat wij niet hebben gezien en dat kan leiden tot een fol- low-up vraag.” Voor discussie met de redactie kan het publiek terecht op de weblogs van de NOS. Overdiek:

“Daar laten we mensen reageren en gaan we ook in dialoog met die mensen.”

Eigen verhalen

Over het nut van bepaalde soorten UGC denken redacties heel verschillend. Zo vinden alle redacties een opiniepeiling of poll nuttig, behalve de NOS. Jens Kraan, plaatsvervan- gend chef van de DigiDesk: “We hebben het ooit gehad, maar dat is het eerste dat ik afschae. Het hee geen meer- waarde.” Andere redacties zijn het niet met hem eens. Daar ziet men polls als een manier om de website dynamischer te maken en als een lokkertje om de aandacht van bezoekers te trekken. Zo gebruikt NRC.nl de peiling om mensen deel te laten nemen aan de discussie van de dag. Kees Versteegh (NRC): “Je hoe alleen maar even een polletje in te vullen en dan kun je vervolgens hopen dat je mensen verleidt om naar de discussie te gaan. Je moet mensen dus in die discus- sie trekken.” In enkele gevallen wordt de uitkomst van een poll gebruikt in de nieuwsvoorziening, zoals Jan de Hoop dat doet in de ochtendbulletins van het Ontbijtnieuws op RTL4. De Tele- graaf wil dat ook wel eens doen, maar, haast Marco van der Laan zich te zeggen: “We waken er wel voor om te zeggen dat die polls representatief zijn voor het Nederlandse volk. Het is even snel de thermometer in de kont van de lezer van Telegraaf.nl.” NU.nl haalt incidenteel een nieuwtje uit de polls, vertelt redactiechef Chris Heijmans: “We krijgen echt heel veel respons, soms rond de 40.000 stemmen. Dan heb je wel een beeld. Uit een politieke peiling over de kilometer- heffing hebben we een eigen nieuwtje kunnen maken. Maar het gebeurt niet heel vaak.” Bij één vorm van user generated content is er een duidelijke

INVENTARISATIE

Tim Overdiek (NOS): “Het is een fantastische meerwaarde die je niet mag negeren, maar altijd wel moet gebruiken tegen het licht van journalistieke kwaliteit”

scheidslijn tussen de sites van kranten en die van andere media. RTL Nieuws, NOS, NU en Elsevier zien geen heil in het publiceren van eigen verhalen van lezers op de website. Alle dagbladen bieden hun lezers die mogelijkheid wel, zij het op hele verschillende manieren. NRC hee de succes- volle Ikjes, korte verhaaltjes van maximaal 120 woorden. De beste bijdragen halen ook de krant. Op NRCnext.nl kun je als gastblogger terecht. “Niet met zo maar een mening,” ver- telt Ernst-Jan Pfauth, voorheen blogger op NRCnext.nl en nu chef internet van NRC, “maar met een visie gebaseerd op de studie of beroepservaring van een lezer. De conducteur over geweld in het openbaar vervoer en de boer over Q- koorts, dat idee.” Trouw biedt meerdere mogelijkheden aan lezers om hun eigen schrijfsels te publiceren op Trouw.nl. De site hee een gedeelte van de site (Schrijf!) gewijd aan schrijven en daar kunnen bezoekers na registratie hun zelf geschreven stukken kwijt – die variëren van persoonlijke verhalen tot poëzie. Onder de noemer Schrijf in de krant vinden schrijfwedstrij- den plaats rond een bepaald thema en de beste inzendingen worden ook in de krant geplaatst. Ook op de deelsite Religie en filosofie hebben bezoekers de gelegenheid tot publicatie van verhalen, in dit geval over spirituele ervaringen. De Volkskrant biedt lezers de mogelijkheid om te schrijven op de VKblogs. Daarmee is de Volkskrant het enige nieuws- medium dat mensen de mogelijkheid biedt om te bloggen. Met succes, inmiddels hebben de VKblogs meer dan vijf- tienduizend geregistreerde gebruikers, die verantwoordelijk zijn voor bijna 250 duizend berichten. De Telegraaf hee een apart platform waar mensen allerlei materiaal (foto’s, video’s en verhalen) kunnen uploaden: Wat U Zegt. Dit platform hee met www.wuz.nl ook een eigen url. Niet alles wordt toegelaten, de redactie modereert doel- bewust. Van der Laan: “Je mag van mij roepen wat je wilt, maar in mijn huis houd je je aan mijn regels.”

Uploaden

De NOS, RTL Nieuws en NU richten zich vooral op het binnenhalen van beeldmateriaal. Op NOS.nl kunnen men- sen via de button Ooggetuige direct hun foto’s of video’s uploaden. Dit materiaal verschijnt vervolgens niet online, de redactie bepaalt in welke vorm het eventueel wordt gebruikt in de NOS-berichtgeving op radio, televisie of internet. De website van RTL Nieuws biedt een zelfde mogelijkheid onder de naam Ingezonden, met als verschil dat inzendingen wel meteen op de website verschijnen.

NU.nl is succesvol met NUfoto, waar mensen onbeperkt foto’s kunnen uploaden. Er is zelfs een applicatie die men- sen op hun mobiele telefoon kunnen installeren en waarmee ze gemaakte foto’s direct kunnen uploaden naar NUfoto. De NU-redactie put regelmatig uit deze fotovoorraad om nieuwsberichten op NU.nl te kunnen illustreren. “Alle foto’s die binnenkomen zijn mogelijk te gebruiken”, vertelt Chris Heijmans, chefredacteur van NUfoto, “en dat doen we dus

ook van harte en veel. Zo betrek je de burgers bij de nieuws- voorziening.” Video speelt in het aangeleverde beeldmateriaal maar een marginale rol. Terwijl NUfoto floreert, komt er geen gelijk- soortige rubriek voor video. Heijmans: “Video van burgers is te verwaarlozen. Er werd voorspeld dat het groot zou wor- den op internet, maar tot nu toe valt het erg tegen.” Ook bij de NOS en RTL Nieuws is de ervaring dat het uploaden van video zelden of nooit gebeurt en dat het ook vrijwel nooit iets bruikbaars oplevert.

Scheiding tussen redactie en UGC

Er zijn behoorlijke verschillen als het gaat om de scheiding tussen redactionele inhoud en user generated content. NRCnext.nl hanteert geen strenge scheidslijn tussen redac- tie en publiek. De bezoeker kan meepraten over actuele zaken; de redacteuren praten mee en reageren op vragen en opmerkingen van bezoekers – iets wat zeker niet gebruike- lijk is bij andere nieuwsredacties. Bij NRCnext.nl verschij- nen ook bijdragen van bezoekers tussen de stukken van de redactie, hoewel de redactie die bijdragen wel eerst beoor- deelt op kwaliteit. Deze gastbijdragen komen dus niet op een apart platform of deel van de site terecht, maar tussen de redactionele content. Op die manier kijkt Ernst-Jan Pfauth ook aan tegen de reacties. Hij ziet ze als potentieel nuttige toevoegingen van redactionele berichten: “Er kunnen altijd interessante toevoegingen en kritiekpunten in staan. Zo hee een lezer in de reacties een lek in het OV-chipkaartsys- teem gedeeld. Dat was nieuws.” Bij NU.nl gaat het anders. Daar hee men juist gekozen voor een formule om redactionele content en user generated content van elkaar te scheiden. Op geen van de NU-nieuws- sites (NU.nl, NUsport, NUzakelijk, etc.) kunnen lezers reac- ties achterlaten. NU hee een apart platform in de markt gezet dat daar voor bedoeld is. Op NUjij kunnen bezoekers zelf berichten plaatsen, erop reageren en met elkaar in dis- cussie gaan. Ook NUfoto he een eigen platform, los van de redactionele content. Volgens Mark Vos, chef-redacteur van NUjij, is dat gedaan om NU.nl een neutraal karakter te geven: “Er mag best gediscussieerd worden over de berich- ten en er mag ook nieuw nieuws aangedragen worden, maar om de kleur van NU.nl zelf neutraal te houden, is er bewust voor gekozen dat los te koppelen.”

Redenen van gebruik

De eerste initiatieven met UGC ontstonden vaak omdat redacties niet achter wilden blijven bij de ontwikkelingen. Her en der kwamen projecten (zoals Skoeps) van de grond en daardoor ontstond bij andere redacties een gevoel om mee te moeten doen. Daarom werd bijvoorbeeld Irene van Driel in 2008 aangesteld op de afdeling Digital Media van RTL Nieuws als verantwoordelijke voor online initiatieven met user generated content. “Ik kwam hier en dacht: wat doen we daar nog weinig mee. Toen merkte ik al snel dat dit echt een tv-bedrijf is. Mensen werken hier echt voor de tele-

>

11

Ernst-Jan Pfauth (NRCnext): “Ik geloof in een nieuw genre journalistiek, die naast bestaande genres kan bestaan. Journalisten die terugpraten”

genres kan bestaan. Journalisten die terugpraten” 12 visie. Dat maakt het heel moeilijk om iets nieuws
genres kan bestaan. Journalisten die terugpraten” 12 visie. Dat maakt het heel moeilijk om iets nieuws

12

visie. Dat maakt het heel moeilijk om iets nieuws in te voe- gen. De gedachte was ‘daar moeten wij ook in mee’, zonder dat er echt een visie was.” Het publiek vragen om tips en beeldmateriaal in te sturen, hee voor een deel een vooropgezette journalistieke functie in de nieuwsgaring. Het levert soms beeld op dat professio- nele fotojournalisten niet kunnen leveren, zoals Marco van der Laan (De Telegraaf ) uitlegt: “Het gebeurt regelmatig dat zich iets voordoet waar burgers zijn met een telefoontje met camera. Die zijn vaak eerder dan persfotografen. Wij willen daar niet op wachten.” Het is ook een manier om concurrerende media af te kunnen troeven zoals Jens Kraan van de NOS uitlegt: “We moeten gebruik maken van men- sen buiten dit gebouw die in bezit zijn van telefoons met videomogelijkheden om beeld te krijgen wat de anderen niet hebben, zodat we ons nieuws kunnen verrijken.” Daarnaast zien redacties user generated content als een manier om het publiek aan zich te binden. Dat is een van de redenen voor NU om mensen foto’s in te laten sturen, ver- telt Heijmans: “De lezers vinden daardoor ons merk sympa- thiek, omdat we gebruik maken van content van burgers. Dat is goed voor je site.” Tot slot kan user generated content zorgen voor meer con- tact tussen journalisten en hun publiek. Zo vertelt Vincent Dekker over het project Trouw in de Buurt: “Ik kom zo weer veel meer in contact met die plaatselijke lezer. Je komt met elkaar in contact op een manier die je als redacteur van een landelijke papieren krant niet meer haalt. Ik word minder degene die alles van tevoren bedenkt, schrij en plaatst. Ik word voor een deel weer die bemiddelaar tussen de gebrui- ker en het resultaat, het nieuwsbericht op de site. Maar er moeten wel degelijk poortwachters blijven. Die mensen blijf je nodig hebben.” Journalisten die zich bezighouden met UGC zien hun rol derhalve als poortwachter, iemand die selecteert wat wel en niet relevant is. Maar ook als bewaker van kwaliteit, iemand die de waarheidsvinding bewaakt. Tim Overdiek (NOS):

“Het is niet meer dan een toevoeging, omdat je toch uitein- delijk hier de journalistieke selectie moet maken. Een beeld dat op straat wordt geschoten, vertelt niet meteen het hele verhaal. Het is de rol van de journalist om aan de hand van dat beeld vast te stellen wat er gebeurd is. Het is een fantasti- sche meerwaarde die je niet mag negeren, maar altijd wel moet gebruiken tegen het licht van journalistieke kwaliteit.”

Nieuwe journalistiek?

Internetredacties tonen een open houding in het innoveren met user generated content. Dat is momenteel ook het sta- dium van alle ontwikkelingen: UGC bevindt zich in de experimentele fase. Tim Overdiek (NOS): “Het is work in progress. We hebben nog lang niet alle mogelijkheden benut; dat kan ook niet. Het is echt iets nieuws waarbij er iedere maand of ieder half jaar weer een nieuwe manier wordt gevonden om in contact te treden met je publiek. We zijn wel doordrongen van het feit dat het moet.” Redacties

proberen uit en houden alle opties open om weer te stoppen met projecten als blijkt dat ze niet werken. Ook wordt er volop nagedacht over nieuwe projecten. Zo hee RTL Nieuws plannen op stapel staan om een nieuw platform te starten, naar voorbeeld van het iReport van CNN. Is het nu zo dat de hele redactie bezig is met user generated content? Nee zeker niet. Integendeel zelfs. Irene van Driel (RTL): “Mensen zijn zo druk bezig met hun dagelijkse werk, dat ze het er niet zomaar even bijnemen. Daar is echt een cultuurverandering voor nodig.” Iets vergelijkbaars ervaart Overdiek bij de NOS: “Sommige mensen hier op de nieuwsvloer denken: ‘dat weblog lezen maar tienduizend mensen en er staan maar zeven reacties onder, dus dat hoe- ven we niet serieus te nemen, want het Acht Uur Journaal hee twee miljoen kijkers.’ Maar dat is natuurlijk onzin. Die twee miljoen mensen schelden alleen in de huiskamer op de nieuwslezer, terwijl je op weblogs echt met mensen in dia- loog kan.” Een goed voorbeeld is de manier waarop redacties omgaan met reacties onder berichten. Deze worden gelezen en gemodereerd door de internetredacteuren, niet per definitie door de journalist die het stuk geschreven hee. Als er een nuttige tip of suggestie bij zit, gee de internetredactie deze door aan de journalist. Op alle onderzochte redacties wordt user generated content door de internetredactie beheerd en gecoördineerd. Bij sommige media zijn daar zelfs nieuwe functies voor gecreë- erd. Het werk van Irene van Driel is bijvoorbeeld volledig gericht op UGC. Bij NU.nl zijn speciale redacteuren aange- steld voor het beheren en coördineren van NUfoto en NUjij. Bij de NOS hee men met NOS Net een speciale

INVENTARISATIE

redactie die zich bezighoudt met user generated content, zij het met een speciale invalshoek: een netwerk van deskundi- gen in Nederland opzetten met het idee dat dit netwerk kan fungeren als een virtuele uitbreiding van de redactie.

Dat zijn dan ook de plekken waar definitief veranderingen hebben plaatsgevonden in de journalistieke werkpraktijk. Op de andere redacties zijn die veranderingen beperkt. Ster- ker, daar wordt vaak sceptisch gekeken naar initiatieven met user generated content. Kees Versteegh (NRC): “Ik denk dat voor de meeste redacteuren weinig veranderd is. Men is er zich wel van bewust dat dit op de site gebeurt, maar ver- wacht er niet veel van.” Vincent Dekker (Trouw) hee dezelfde ervaring: “De redacteuren van de papieren krant hebben nog niet echt een idee van wat er op internet alle- maal mogelijk is en wat er gebeurt. Bij de internetredactie zijn we erg vóór user generated content. We proberen echt om dat op allerlei manieren los te krijgen.” Op redacties bestaan derhalve scheidslijnen tussen journa- listen die zich bezighouden met input van lezers en journa- listen die zich concentreren op de ‘oude’ taken en werkwij- zen. Ernst-Jan Pfauth (NRCnext) meent dan ook dat niet de hele journalistiek aan het veranderen is, maar dat er een voorhoede is die een nieuwe vorm van journalistiek verkent en ontwikkelt: “Ik geloof in een nieuw genre journalistiek, die naast bestaande genres kan bestaan. Journalisten die terugpraten, informatie winnen bij de lezer, Twitter en Face- book gebruiken, weten hoe ze online een verhaal moeten vertellen. Zij klimmen uit de ivoren toren en mengen zich onder de lezers. Ze gaan in gesprek om zo een band op te bouwen en interessante aanvullingen te krijgen.” <

Enkele opvallende UGC’s

Telegraaf.nl: online condoleanceregister. Mensen kunnen er reageren op het overlij- den van bekenden of publieke figuren. “Het is de online versie van de familieberichten in de krant”, vertelt Van der Laan. Of het een blijvertje is, is de vraag, vooralsnog is het een experiment. Trouw in de Buurt: mensen kunnen zelf lokaal nieuws plaatsen op een nieuwskaart, bijvoorbeeld over vandalisme in een woon- wijk, of de aankondiging van een concert. Volgens Dekker bevindt het project zich nog in de experimentele fase. “We willen dat mensen steeds meer een eigen bij- drage gaan leveren. Het Wikipedia-model dus. Uiteraard zien wij wel toe dat ze geen gekke dingen doen.”

Nextlab: hier wordt lezers gevraagd met structurele oplossingen te komen voor actuele problematiek. Opinieredacteur Reinier Kist: “Opiniepagi- na’s zijn vaak plekken waar onwijs gezeurd wordt. Wij willen een krant zijn van de oplossingen. Het gaat ons om de inspira- tie.” Vooralsnog is ook dit project een expe- riment met ongewisse toekomst. Het ide- aal is dat het oplossingen gaat opleveren die interessant zijn voor beleidsmakers, maar zover is het nog niet, vertelt Kist: “Er zijn nog geen dingen uitgekomen waarvan je denkt: dit is geniaal. Het is nu niet meer dan een denktank waar onze lezers kunnen kijken hoe andere lezers over een onder- werp denken.”

Het is nu niet meer dan een denktank waar onze lezers kunnen kijken hoe andere lezers

13