Uitdagend en waardevol

Intreerede
Uitgesproken op 7 mei 2008
ter gelegenheid van de aanvaarding van het ambt van
hoogleraar Sustainable Housing Transformation
aan de Faculteit Bouwkunde
van de Technische Universiteit Delft
door Prof. Dr. Ir. J.D.M. van Hal
L jrGagl'nd en waa'devol
Colofon
ISBN nr: 9789052693668
Publicatie en ontwerp: Publikatieburo Bouwkunde
Omslagfoto's: Joost Brouwers
Drukwerk: Nivo, Delfgauw
Met dank aan AnneMarij Postel,
voor jarenlange ondersteuning en opbouwende kritiek
Faculteit Bouwkunde, afdeling RE & H
Delft, mei 2008
Uitdagend en waardevol
Uitdagend en waardevol
Mijnheer de Rector Maginificus, leden van het College van Bestuur,
Collegae hoogleraren en andere leden van de universitaire gemeenschap,
Zeer gewaardeerde toehoorders,
Dames en heren,
Vandaag is een feestelijke dag. Ik vier namelijk met u mijn aanstelling als
praktijkhoogleraar aan de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit
Delft. Een aanstelling waar ik heel blij mee ben omdat ik hiermee in de
gelegenheid word gesteld om een maatschappelijke opgave bij een groot
publiek onder de aandacht te brengen. Bovendien krijg ik met deze aanstelling
de kans om met de deskundigen van nu en in de toekomst, mijn collegae en
studenten, naar invulling van deze opgave te zoeken. Dit is een grote uitdaging.
Een uitdaging die bovendien een deel van onze gebouwde omgeving betreft
waar professionals volgens mij veel te weinig waarde aan hechten. Zie hier een
eerste verklaring van de titel van mijn intreerede: uitdagend en waardevol.
In deze lezing wil ik u uitleggen op welke opgave mijn leerstoel zich richt,
waarom deze zo uitdagend is en waarom ik het woord 'waardevol' gebruik.
Daarnaast wil ik u ook graag laten zien hoe ik denk dat deze opgave benaderd
dient te worden en hoe ik dat op deze universiteit met studenten en collegae
hoop te gaan doen.
Deel 1: de opgave SU5tainabi e Ho s ng ' 15 ormation
Om met het eerste deel van deze intreerede te beginnen: Met welke opgave
houd ik mij bezig? Met Sustainable Housing Transformation. Dat is tenminste
de officiële titel van mijn leerstoel. Deze werd hiervoor bekleed door mijn
zeer gewaardeerde collega André Thomsen. Mijn vertaling van de Engelse
leerstoeltitel naar het Nederlands luidt: een 'Duurzame Transformatie van
Bestaande Woningen en Wijken'. Ik zal het vandaag dus hebben over een
ingrijpende verduurzaming van de bestaande woonomgeving.
Woningen
Het leuke van het onderwerp van dit vakgebied, bestaande woningen en wijken,
is de grote herkenbaarheid. Ieder van ons woont tenslotte in een bestaande
woning. Vroegere woningen van mijzelf bieden een aardige indruk van het
aandachtveld van mijn leerstoel;
de na-oorlogse sociale woningbouw, in dit geval de woning waarin ik werd
geboren in Rotterdam Lombardije [fig. 1];
de grootschalige uitbreidingswijken van de jaren zestig, in mijn geval in
Slikkerveer [fig. 2];
woningbouw in particulier opdrachtgeverschap, zoals mijn ouderlijke woning
uit de jaren zeventig in Ridderkerk, gelegen in wat nu een bloemkoolwijk
wordt genoemd [fig. 3];
woningen die gesloopt dreigen te worden, zoals mijn studentenwoning hier
in Delft aan de Van Leeuwenhoeksingel [fig. 4].
fig. 1 na-oorlogse sociale
woningbouw in Rotterdam
fig. 2 zestiger jaren woningbouw
in Slikkerveer
fig. 3 woningbouw in particulier opdrachtgeverschap fig. 4 studentenhuis in Delft
in Ridderkerk
2 I Uitdagend en waardevol
Duurzaamheid
Het is mijn doel bestaande woningen en wijken duurzaam te maken. Maar wat
is duurzaam? 'Duurzaamheid' is een verwarrend begrip vanwege de dubbele
betekenis in het Nederlands. Het betekent zowel dat wat in het Engels 'durable'
heet en dat opgevat kan worden als het hebben van een lange levensduur, als
dat wat in het Engels 'sustainable' heet en betrekking heeft op de staat van het
milieu.
Wat mij betreft gaat het vooral om het milieu.
people
planet
fig. 5 de Triple-P
Mijn interpretatie van het begrip duurzaamheid heeft zich in de loop der jaren
echter verbreed. In navolging van de door Elkington geïntroduceerde Triple
P-benadering gaat het mij nog steeds om het belang van het milieu (de Planet)
maar nu geheel in samenhang met de belangen van de mens (People) en
economische belangen van de betrokken partijen (Profit) [fig. 5]. Wat de
belangen van mensen bij Sustainable Housing Transformation betreft; zij
moeten vooral heel prettig kunnen wonen op comfortabele en betaalbare wijze
in veilige en aantrekkelijke wijken. Wat de economische belangen zijn, is minder
eenvoudig samen te vatten, want die kunnen sterk variëren. Denk ondermeer
aan verlaging van de woonlasten van bewoners dankzij energiebesparende
maatregelen. Maar ook zakelijk voordeel van marktpartijen is profit. Bijvoorbeeld
vanwege waardeontwikkeling van vastgoed of dankzij concurrentievoordeel. Met
name de P van Profit houdt een grote verandering in. In het verleden stond zorg
dragen voor het milieu in de ogen van velen namelijk haaks op zakelijk succes.
- ~ - - - - - - - _ . _ - -
, itdacend en waard2voll 3
Gelukkig is die opvatting nu grotendeels verdwenen. Geld verdienen mag, als
het milieu er ook maar baat bij heeft. 'Good Growth', heet dit binnen het kader
van de nu zo populaire Cradle-to-Cradle-gedachte waar ik later nog op terug
kom.
Overigens bestaan er in relatie tot de bouw diverse andere interpretaties van
deze Triple P. Zo wordt de P van Profit vaak vervangen door die van Prospertity
(welvaart). Mijn collega en leermeester, Prof. Kees Duijvestein, heeft de P van
Project toegevoegd en geregeld zie je als vierde P de P van Proces of Politiek.
Hoe waardevol ook; ik houd het voorlopig bij de oorspronkelijke versie. Dit
omdat deze driedeling het beste aansluit op de wijze waarop ik tegen de opgave
van Sustainable Housing Transformation aankijk.
Transformatie
De woorden 'sustainable'en 'housing' zijn hiermee verklaard. Dan de derde term
uit mijn leerstoeltitel: transformatie. Ik illustreerde dit begrip met het woord
ingrijpend. Wie aan een ingrijpende aanpak van bestaande woningbouw denkt,
en daarbij slopen en nieuwbouw buiten beschouwing laat, denkt meestal gelijk
aan 'strippen'. Bij strippen blijft alleen de hoofdstructuur in stand en wordt
verder alles vernieuwd. Er komen bijvoorbeeld nieuwe plattegronden in en
nieuwe installaties. Momenteel gebeurt dat hier in Delft in de Poptahof [fig. 6].
Overigens op heel duurzame wijze. In mijn leerstoel beperk ik me echter niet tot
strippen. Ik denk namelijk dat het ook mogelijk is om ingrijpende veranderingen
tot stand te brengen zonder dat mensen hoeven te verhuizen. Op Nyenrode is in
het innovationlab renovatiebouw onderzocht in welke mate het mogelijk is om in
bewoonde staat een woning vergaand te verduurzamen [fig. 7]. Dit werd daar
'pimpen' genoemd.
fig. 6 'strippen' in de Poptahof in Delft
fig. 7 'pimpen'
bron: Innovationlab renovatiebouw Nyenrode
4 I Uitdagend en waardevol
Mijn leerstoel gaat dus zowel over strippen als pimpen van de bestaande
woonomgeving. Ik wil bevorderen dat dit op een economisch aantrekkelijke
wijze gebeurt waar zowel mensen, als milieu baat bij hebben. Ik zoek dus
eigenlijk messen die aan drie kanten snijden. Aan de kant van het milieu, van de
mensen en van de economie. Dat is moeilijk maar ook heel leuk en uitdagend.
Uitdagend
Het eerste woord uit de titel is opnieuw gevallen. Uitdagend. Uitdagend zijn
ook de doelen die de Nederlandse overheid zich heeft gesteld naar aanleiding
van het klimaatprobleem. Het zal u misschien verbazen maar deze doelen zijn
extreem ambitieus. Het is namelijk de bedoeling dat in 2020 de hoeveelheid
C02-uitstoot met 30% is teruggebracht ten opzichte van 1990. Dat op zich is
al geen bescheiden ambitie maar, zoals Prof. Gerard Keijzers, collega en coach
op Nyenrode, altijd benadrukt: met de huidige economische groei zal zonder
enig ingrijpen de C02-reductie tussen nu en 2020 grofweg met 20% toenemen.
• eigen waring
c soc. verh.u
o part. verhwr
C Oterig
fig. 8 De Nederlandse wOlllngbouw bep lalt"
ca. 20% de landelijke C02-uitstoot.
bron: 'Leuker kunnen we het niet makEr ,
wel groener' (CE Delft, 2006)
fig. 9 Verdeling energielabels over won ngl '1
bron: DGMR (2006) In 'Leuker kunnen 'VI' r t
niet maken, wel groener' (CE 2006)
We streven dus niet naar 30% reductie
ten opzicht van 1990 maar naar een
halvering!
Ook wil de Nederlandse overheid dat
in 2020 20% van de energie duurzaam
is opgewekt. Nu is ruim 2% van onze
energie op duurzame wijze opgewekt,
denk bijvoorbeeld aan wind en zon.
Met betrekking tot duurzame energie
hebben we het dus grofweg over een
vertienvoudiging!
De opgave Sustainable Housing
Transformation is in het bijzonder
uitdagend omdat een groot deel
van die ambities in de bestaande
woningbouw gerealiseerd moet worden.
De Nederlandse woningbouw bepaalt
namelijk voor een groot deel, circa
20%, onze landelijke C02-uitstoot
[fig. 8]. Van de volgende figuur
[fig. 9] is de energetische kwaliteit van
de bestaande woningen af te lezen. De
letters staat voor het recent ingevoerde
energielabel dat een indruk geeft van
de energieprestatie. Label A staat
I J1tcjagl nel E'll waarcl vol I 5
voor nieuwbouwkwaliteit. Woningen met label G zijn energetisch het slechtst.
Realiseert u zich dat er jaarlijks slechts ruim 1% van de bestaande 7 miljoen
woningen bijgebouwd wordt. Bovendien waren tot 1995 de energie-eisen die
aan nieuwe woningen werden gesteld beperkt. Het is dus niet verassend dat
een groot deel van de Nederlandse woningvoorraad energetisch van slechte
kwaliteit is. Ongeveer zeventig procent van alle woningen komt in aanmerking
voor een vorm van isolatie. Daarbij gaat het met name om isolerend glas,
dakisolatie, gevelisolatie en vloerisolatie.
En om het nog ambitieuzer te maken: er is sprake van een enorme tijddruk.
Want 2020 is al over twaalf jaar. Kijkt u even naar deze beelden: [fig. 10].
In 1996, 12 jaar geleden dus, won Richard Kraijcek Wimbiedon. Voor velen
van ons voelt dit als de dag van gisteren. Over twaalf jaar voelt vandaag als de
dag van gisteren, zeker voor mij. Maar het is wel de bedoeling dat we op dat
moment ongeveer de helft minder energie verbruiken dan we nu doen en dat
we tien keer zoveel duurzame energie gebruiken. De wereld moet er tegen die
tijd dus heel anders uitzien. Om dit te bereiken is het plaatsen van HR-ketels en
het aanbrengen van isolatie slechts een eerste stap. Het gaat in mijn leerstoel
over die eerste stap én over alle noodzakelijke vervolgstappen om die doelen te
halen. U begrijpt nu zeker waarom ik voor het woord 'uitdagend' heb gekozen.
Voor ik naar een toelichting ga op het tweede begrip uit mijn titel, 'waardevol',
wil ik nog een opmerking maken.
Dat ik ervoor kies de 2020-doelen als uitgangspunt van mijn leerstoel te nemen
betekent niet dat ik mij alleen met energiebesparing bezig houd.
bron: foto links www.pragnepost.com, rechts www.rtl.nl,
onder sportkroniek.nl
6 I Uitdagend en waardevol
Ik besteed ook aandacht aan andere milieuthema's zoals water, verkeer,
materialen, afval, gezondheid en flora en fauna. Deze hangen namelijk allemaal
in meer of mindere mate samen met het thema energie. Zeker wanneer je
vanuit het brede perspectief van het welzijn van de mens kijkt.
Waardevol
Dan het begrip 'waardevol'. Hier borduur ik verder op het werk van mijn
voorganger Thomsen. Het besef dat onze bestaande woningen en wijken
waardevoller zijn dan veel mensen denken, heb ik dankzij hem gekregen.
Bestaande woningen moeten namelijk veel langer meegaan dan het
tijdsbestek waar de meeste professionals mee rekenen. Uitgaande van de
voorgecalculeerde economische levensduur gaan veel mensen uit de bouw- en
Theoretisch benodigde levensduur
_ rieuwbouw _ sloop'onttrekking -min.bencxigde I ~
120,0 .,--------------r600
100.0 - •. -- - - ~ - - - ------------ 500
i ~ ~ :: , 1":1 1..,11. '.· .Il·. 1 ~ I
0,0 -W!!!!!..AJ!!!U!!!!!!JJ!!!!!.;!!!....,.. ..................................
1980 1985 1990 1005 1006 '907 lQQ6 1999 2000 2001 2002 2003
fig, 11 Levensduur van woningen,
bron: college Prof ing, A. Thomsen
vastgoed wereld er automatisch
vanuit dat woningen zo'n vijftig
jaar meegaan. In de praktijk
blijkt de levenscyclus van
woningen echter veel langer
te zijn. Er wordt in Nederland
jaarlijks slechts een kwart%
van de bestaande woningen
vervangen. Thomsen komt
op basis hiervan tot de
schokkende conclusie dat de
woningen die nu in Nederland
staan gemiddeld tussen de 300
en 400 jaar mee moeten gaan
[fig. 11]. Dit is een zes- tot achtvoud van de theoretische levensduur. Met iets
wat lang moet meegaan, moet je zuinig, zorgvuldig en toekomstgericht omgaan.
En iets waar je zuinig op moet zijn is waardevol. Dit is één argument om voor
dit woord in de titel te kiezen.
Een ander argument is dat mensen waarde toekennen aan dat wat bestaat.
Bestaande bouw onderscheidt zich van nieuwbouw door het feit dat er al
mensen in wonen. Dit zijn mensen die in de loop der jaren van hun woning,
buurt en wijk zijn gaan houden. Die liefde verdwijnt niet meteen zodra zich
technische en maatschappelijke problemen beginnen voor te doen. Die
menselijke factor speelt in de aanpak van de bestaande woningbouw een zeer
grote rol. Zie bijvoorbeeld de grote weerstand die plannen voor sloop op kunnen
roepen [fig. 12]. Het feit dat de mensen die er wonen grote waarde toekennen
aan hun woningen, buurt en wijk vormt een tweede verklaring voor de keuze
van het begrip waardevol.
IJltcJag,'nd en waard('vol 7
A ~ Rotterdam
WWW.AD.nl
Auto's
100 jaar
Feyenoord:
stuur uw
anekdotes!
Feyenoord 100 jaar
woensdag 12 jlit 2006
Banen
l<Ieintjosmarkt Streep door sloop Vreewijk
W i n ~ n ROTTERDAM . De omstreden sloopplannen voor Vreewijk staan nu al op losse

••• mli"I .. !f-1 schroeven, nu de PvdA verklaart er helemaal niets in te zien ... Wij willen geen tweede
N;euw-Crooswijk in Vreewijk, " stelt raadslid Duco Hooetand.
Voorpagina
Sinnetiand Twee weken &deden riepen de bewoMrs in Vreewijk nog op tot massaal. verzet teeen de
Sportweretd plannen van corporatie ComWonen. Aan de rand van het tuindorp op Zuid, tussen Oe Sree en
Suiteriand Maartand, moeten in 2008 200 sociale hwrwoningen tegen de vlakte om plaats te maken voor
Economie ooderenflats. Deze woningen zijn vOlgens de corporatie volstrekt verouderd, wat door de
Mlitimedia bewoners wordt tegengesproken.
c;.hnwhin
fig. 12 emotionele waarde
bron: www.ad.nl
Samenvatting deel 1
Laat ik dit eerste deel van mijn intreerede even samenvatten:
De leerstoel Sustainable Housing Transformation gaat over een duurzame
transformatie van bestaande woningen en wijken.
De belangen van zowel mensen als milieu als economische belangen dienen
daarbij behartigd te worden.
Het gaat zowel om 'strippen' als 'pimpen'
De ambitieuze 2020-doelen gelden als uitgangspunt. Dit maakt de opgave
van de leerstoel zeer uitdagend.
Naast energie krijgen ook andere milieuthema's aandacht binnen de
leerstoel.
Als gevolg van het lage tempo van vervangende nieuwbouw moeten
bestaande woningen in de praktijk heel lang behouden blijven. Bovendien
zijn mensen zich gaan hechten aan deze woningen. Dit maakt ze
waardevoller dan meestal wordt gedacht.
Deel 2: Benadering van de opgave Sustainable Housing Transformation
De opgave waarop ik me richt is hiermee duidelijk en dat brengt me bij het
tweede deel van deze rede. Hierin wil ik u een indruk wil geven van de wijze
waarop er volgens mij met deze opgave moet worden omgegaan. Ik benadrukte
eerder al dat de tijdsdruk met betrekking tot de 2020-doelen groot is. Daarom
wil ik vooral het in de praktijk brengen van Sustainable Housing Transformation
bevorderen. Ik wil daarom beginnen u twee praktijkvoorbeelden te laten zien
die mij erg inspireren.
8 I Uitdagend en waardevol
fig. 13 Granville lsland Vancouvel I·/I.r d lancou,w
hror, vvv \ L rar, ,/dr'd.com
Praktijkvoorbeelden
Het eerste project dat ik u wil laten zien is Granville Island in Vancouver [fig.
13 en 14]. Dit project ontdekte ik toevallig tijdens mijn vakantie in Canada,
twee jaar geleden. Op de plek van dit project, onder viaducten van snelwegen
en spoor, bevond zich vroeger een
vuilstortplaats. Het was dus een vreselijke
plek maar nu is dit het bruisend hart van
de stad geworden. Tegen bijzonder lage
kosten is hier een winkel- en uitgaansgebied
gerealiseerd dat ongelooflijk populair is en
bovendien bijzonder milieuvriendelijk. De
hele omgeving heeft een impuls gekregen
door dit project. Maar het mooiste is dat het giS Wallisblok Rotterdam
mr. Nuishot Archit°ctl'n
hier geen toevalstreffer betreft. Het gebied is
weloverwogen herontwikkeld door de gemeente en diverse instanties. Als het
lukt om van een vuilstortplaats onder viaducten een bruisende wijk te maken
dan moet het toch ook mogelijk zijn om van onze bestaande wijken waar nu
problemen zijn uiteindelijk iets moois te maken?
En dat dit inderdaad mogelijk is wordt nu ook in Nederland bewezen. Want
ook hier heb ik een inspiratiebron gevonden. Dit is het tweede project dat ik
u wil laten zien. In de wijk Spangen in Rotterdam is namelijk momenteel een
transformatie gaande die bij mij het gevoel opwekte dat ik ook in Vancouver
kreeg. Weliswaar met vallen en opstaan wordt daar van een oude buurt met
problemen langzaamaan een bruisende wijk gemaakt [fig. 15, 16 en 17]. Het
Wallisblok, een initiatief van architectenbureau Ineke Hulshof, speelt daarin
een belangrijke rol. Dit project laat zien dat het mogelijk is om samen met
bewoners en uitgaande van de resterende kwaliteit van wat er stond, een
;I dacend en waard "vol I 9
fig. 16+17 Wallisb/ok Rotterdam
bron: Hu/shof Architecten, foto's Jeroen Musch
duurzame transformatie tot stand te
brengen. Het voert hier te ver om in detail
te treden maar waar het om gaat is dat
het Wallisblok bewijst dat het mogelijk is
om van woningen die zowel technisch als
sociaal in heel slechte staat verkeren op
betaalbare wijze prachtige woningen te
maken. Woningen die helemaal tegemoet
komen aan de wensen van bewoners. De woningen vormen bovendien een
kwaliteitsimpuis voor de totale wijk. Ze kwamen ook nog eens allemaal in
aanmerking voor groenfinanciering waarmee de lat ook hoog werd gelegd op
milieugebied .
Innovatie
Deze voorbeelden laten zien dat veel mogelijk is maar ook dat dit veel
innovatie vereist, zowel op product- als procesniveau. Innovatie is voor mij een
belangrijke drager van duurzaamheid.
Wat productinnovaties betreft: om de 2020-doelen te bereiken vanuit het
Triple-P-gedachtengoed moeten er vanzelfsprekend nieuwe producten komen.
Hierbij gaat het niet alleen om techniek, zoals nieuwe energiebesparende
verwarmingssystemen of nieuwe isolatieproducten, maar ook om andere
producten zoals diensten of financiële producten. Denk bijvoorbeeld aan
spaarvormen, hypotheken en leningen. Maar meer dan op productinnovaties
ben ik binnen mijn leerstoel gericht op procesinnovaties. Dat deze van groot
belang zijn illustreert een uitspraak van Einstein: "You cannot solve the problem
with the same kind of thinking that has created the problem".
Er moet dus anders gedacht gaan worden. Professionals moeten afstappen
van de hen bekende manieren van denken en werken. Er moet procesinnovatie
komen. Dat is noodzakelijk maar absoluut niet eenvoudig. Van alle betrokkenen
10 I Uitdagend en waardevol
moet de blik worden verruimd. Er moet met andere dan gebruikelijke partijen
samen worden gewerkt en er moet vooral veel creativiteit worden ingezet.
Alleen dan zal het lukken de 2020-doelen te bereiken en tot echt nieuwe
oplossingen te komen.
Cradle-to-Cradle
Een goed voorbeeld van deze door mij bedoelde wijze van innoveren is de
eerder genoemde Cradle-tot-Cradle-benadering van de Amerikaanse architect
William McDonough en de Duitse chemicus Michael Braungart. Nederland wordt
momenteel overspoeld met Cradle-to-Cradle-activiteiten waarin ambitieuze
milieudoelen worden gesteld en de standaard wijze van werken volledig
wordt herzien. Cradle-to-Cradle richt zich op het sluiten van kringlopen en het
biologisch afbreekbaar maken van producten. Op zich zijn deze doelen niet
nieuw. AI decennia lang werken kleine groepen enthousiaste mensen aan het
ontwikkelen van producten die aan deze criteria voldoen. Wat wel nieuw is,
is dat McDonough en Braungart er in zijn geslaagd deze milieubewuste wijze
van denken en werken te koppelen aan de directe zakelijke belangen van de
betrokken personen. Als gevolg van deze koppeling hebben zij grote partijen,
zoals Ford en Nike, enthousiast weten te krijgen. Er zijn als gevolg hiervan al
diverse totaal nieuwe producten ontwikkeld, variërend van vloerbedekking tot
een stoel en diverse gebouwen. Er valt veel te discussiëren over de technische
haalbaarheid van het Cradle-to-Cradle-gedachtengoed in de praktijk en dat
laatste wordt ook in toenemende mate gedaan. Maar alle kritiek ten spijt: de
kracht van McDonough en Braungart is dat zij erin zijn geslaagd grote groepen
mensen wereldwijd op een andere manier dan gebruikelijk te laten denken en
te laten werken en dat zij hebben bewezen dat milieubewustzijn hand in hand
kan gaan met het behartigen van de directe belangen van mensen en van
economische belangen.
Innovatiediffusie
Braungart en McDonough stellen dus niet alleen ambitieuze doelen maar
proberen die ook naar de praktijk te vertalen. Dat is moeilijk maar het is wel
noodzakelijk. Want hoe mooi doelstellingen ook zijn, alleen in de praktijk krijgen
ze waarde. Daarom streef ik ernaar om met betrokkenheid van zoveel mogelijk
partijen de vertaalslag van de ambitieuze 2020-doelen naar de praktijk van
de bestaande woonomgeving te maken. Ik benadrukte al dat daarvoor veel
creativiteit nodig is. Het is daarom jammer dat de meest creatieve beroepsgroep
in de bouw, ontwerpers, zich nog maar zelden met de bestaande woonomgeving
bezighoudt. Ik zie het dan ook als een persoonlijke uitdaging om architecten tot
deze opgave te verleiden.
Ulldaqend en wa3rdevol I 11
I
O '
vroege adopters
Innovators
fig. 18 Innovatie-diffusie
...... ----
..... --- '
bron: Rogers, Everett M., Diffusion of Innovations, 1995
Om innovaties in de praktijk
op grote schaal toegepast
te krijgen moet een
innovatiediffusieproces worden
doorlopen. De Amerikaan
Rogers deed uitgebreid
onderzoek naar dergelijke
processen. Hij kwam na
bestudering van het verhaal
achter heel veel innovaties tot
de conclusie dat er sprake is
een van een standaard proces.
Dit kunt u zien in deze figuur
[fig. 18]. Eerst brengt een
groep koplopers, innovators genoemd, een innovatie op kleine schaal in de
praktijk. Wanneer de innovatie op deze wijze zijn waarde heeft bewezen wordt
de uitgeteste innovatie vaker in de praktijk toegepast tot het moment dat het
overgrote deel van de mensen voor de innovatie kiest. Daarmee is het proces
van innovatiediffusie afgerond. Zoals u in deze figuur kunt zien loopt het ene
proces sneller dan het andere. Mijn leerstoel richt zich zowel op het bevorderen
van een succesvolle eerste toepassing van innovaties in de praktijk als op de
processen die toepassing van uitgeteste innovaties op grote schaal bevorderen.
Eerste toepassing van innovaties in de praktijk
Om de getoonde curve helemaal te kunnen doorlopen moet de innovatie van
zichzelf kwaliteit hebben en voor het eerst worden ingezet in projecten die
succesvol zijn. Als dit niet het geval is stopt het innovatiediffusieproces namelijk
meteen en zal de innovatie nooit op grote schaal op de markt worden gebracht.
Voor het vakgebied Sustainable Housing Transformation betekent dit heel
concreet dat projecten waarin op innovatieve en duurzame wijze bestaande
woningen en wijken worden getransformeerd, succesvol moeten zijn. Want
u weet net zo goed als ik: slecht nieuws gaat sneller dan goed nieuws. Als
de bewoners van die eerste projecten niet tevreden zijn bereikt dit nieuws
heel snel de pers en ontstaat er een negatieve beeldvorming die maar heel
moeilijk om te vormen is. De huidige discussie rond ventilatiesystemen met
warmteterugwinning, na een mislukte toepassing in Amersfoort, is hiervan een
duidelijk voorbeeld.
Nu is natuurlijk nooit op voorhand succes van een project te garanderen. Wel
zijn er een aantal ingrediënten te noemen die de kans op succes aanzienlijk
vergroten. Een drietal daarvan wil ik met u doornemen:
12 I Uitdagend en waardevol
enthousiasme
maatwerk
interdisciplinair samenwerken
Enthousiasme
Ook het ingrediënt 'enthousiasme' wil ik illustreren met een citaat en wel
van de Amerikaanse essayist en invloedrijke denker uit de negentiende eeuw
Ralph Waldo Emerson. Eén van zijn uitspraken luidt: "Er is nog nooit iets
groots bereikt zonder enthousiasme". Nu wist ik dat natuurlijk wel, want uit
alle evaluaties van succesvolle duurzaam-bouwen-projecten uit het verleden
bleek altijd dat er minstens één heel enthousiaste persoon bij het project
betrokken was die vaak dwars tegen de stroom in vast bleef houden aan de
duurzaamheidambities. Ook blijkt uit deze evaluaties dat de kans op succes
sterk vergroot wordt wanneer een invloedrijke partij, zoals bijvoorbeeld een
wethouder, enthousiast is voor het project en dit ook actief uitdraagt. Maar
echt doordrongen van de kracht van enthousiasme werd ik pas tijdens mijn
verblijf in de Verenigde Staten. In Boston, overigens de geboorteplaats van
Emerson, kwam ik in contact met de Green Round Tabie. Dit bedrijf werkt
vanuit de zelf ontwikkelde 'Green Mindsetapproach'. Bij deze aanpak vormt
inhaken op bestaand enthousiasme het uitgangspunt. De ontwikkelaars van
deze methode stellen dat het veel effectiever is om bestaand enthousiasme
te koppelen aan het streven naar duurzaamheid dan om te proberen
enthousiasme voor duurzaamheid op te wekken. In de praktijk betekent dit
dat je niet moet proberen te overtuigen, het 'prediken' wat ik tot die tijd in
Nederland veel deed, maar dat je heel goed moet luisteren en door het stellen
van de juiste vragen te weten moet zien te komen wat de betrokken personen
echt beweegt. Waarvan worden ze enthousiast? Waarvan boos? Vervolgens is
het de kunst om met kennis over duurzaamheid op deze emotie in te haken.
Werken aan duurzaamheid kan op zoveel verschillende manieren dat er altijd
wel een manier is die bijdraagt aan het oplossen van een bestaand probleem
of bereiken van een doel.
Terug in Nederland ben ik met deze benadering aan de slag gegaan en het
werken werd er alleen maar leuker van. Want mensen helpen is heel iets
anders dan mensen iets opdringen. Als je met kennis over duurzaamheid
weet in te haken op dat wat mensen echt enthousiast maakt, ontstaat er een
gedreven sfeer waar iedereen bij gebaat is. Ik denk dat het bij mijzelf met
de paplepel ingegoten verantwoordelijkheidsgevoel mijn enthousiasme voor
het streven naar duurzaamheid heeft opgewekt. In de film 'An inconvenient
truth' van AI Gore komt een uitspraak voor die van mijn vader had kunnen
zijn: "Stel je voor dat je kinderen of kleinkinderen je vragen waarom je niks
itdaqend en waardl:\'ol 13

"Imagine
and grandchilc!.r.en are
'us: , .
'What
Didn't about
future?'
What would our answer ben::

fig. 19 uitspraak van AI Gore
hebt gedaan. Waarom
je niet aan de toekomst
hebt gedacht. Wat zou je
antwoord zijn?" [fig. 19] In
tegenstell ing tot vroeger is
er nu geen enkele weerstand
meer bij mij te vinden
tegen minder idealistische
argumenten om met het
onderwerp aan de slag te
gaan. Maar de combinatie
idealisme en pragmatisme
vind ik wel het meest
bron: "An inconvenient truth"
inspirerend. Die combinatie
zie je bijvoorbeeld bij woningcorporatie Oost Flevoland Woondiensten waar
direct verband wordt gelegd tussen energiebesparing, woonlastenverlichting en
maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat dit door meer partijen wordt
gewaardeerd blijkt uit het feit dat de directeur van deze corporatie om deze
reden werd uitgeroepen tot woningcorporatiedirecteur 2007.
Maatwerk en interdisciplinair samenwerken
Als het tweede ingrediënt voor succes bij een project noemde ik maatwerk.
Voor de bestaande bouw is dat nog belangrijker dan voor nieuwbouw. De kunst
bij bestaande bouw is namelijk dat wat van waarde is te handhaven. Ik ben
geen principieel tegenstander van sloop maar vind wel dat dat alleen op zeer
beperkte schaal mag gebeuren en pas nadat alle andere opties grondig zijn
onderzocht.
Ik wees u eerder op de slechte energetische kwaliteit van de meeste bestaande
woningen. Beleidsmakers spreken in dat kader geregeld over 'laaghangend
fruit' omdat met relatief eenvoudige maatregelen een grote slag geslagen kan
worden. Veel woningen zijn bovendien
vergelijkbaar. In die woningen lijken dus
dezelfde maatregelen getroffen te kunnen
worden. Maar de praktijk is weerbarstiger
dan op het eerste gezicht lijkt. Woningen
als deze [fig. 20] zijn namelijk na lange tijd
bewoning niet meer gelijk. De inrichting is
veranderd, er zijn delen geïsoleerd, er is
op- of aangebouwd. Het gevolg hiervan is
dat ook bij seriematig gebouwde woningen fig. 20 seriematige woningbouw
14 I Uitdagend en waardevol
fig. 21 niet-sessiematige woningbouw
maatwerk geleverd moet worden.
Er zijn natuurlijk ook heel veel woningen
niet in serie geproduceerd [fig. 21]. Die
woningen, groot en klein, zitten vaak vol
met authentieke details die de eigenaren
graag bewaard zien. Ook ik woon met mijn
gezin in een woning waarvan er maar één
is en nu ik al geruime tijd op zoek ben
naar de optimale combinatie wooncomfort-
esthetiek-energiebesparing realiseer ik
me des te meer dat maatwerk en niet te
vergeten vakkennis essentieel zijn voor een goed resultaat.
Dan het derde punt: Interdisciplinair samenwerken. Op basis van onderzoek
en eigen ervaring ben ik van het belang hiervan erg doordrongen geraakt.
In de praktijk houdt dit begrip in dat er met zoveel mogelijk partijen vanaf
een zo vroeg mogelijk stadium intensief wordt samengewerkt. Alleen dan
is het namelijk mogelijk tot echte product- en procesinnovaties te komen.
Uit onderzoek van het Center for Sustainability van de universiteit Nyenrode
blijkt het creëren van nieuwe samenwerkingsvormen een van de meest
effectieve manieren om ambitieuze milieudoelstellingen te bereiken. Ik denk
in verband met Sustainable Housing Transformation aan partijen die bij de
bestaande woonomgeving betrokken zijn, zoals woningcorporaties, aannemers,
installateurs en gemeentes. Maar ook aan minder voor de hand liggende
partijen zoals banken, energiebedrijven, producenten en bedrijven die zich op
'wonen' richten, zoals Ikea.
Processen die grootschalige toep ss ng e lorderen
Ik beschreef u de ingrediënten die bijdragen aan het succes van een project
waarin innovaties voor het eerst worden toegepast. De volgende stap is
het bereiken van de grote massa. Om dit voor elkaar te krijgen is het van
belang dat de ervaringen die met deze eerste projecten zijn opgedaan goed
worden geëvalueerd. Vervolgens moet de aldus opgedane informatie worden
gecommuniceerd en worden gecombineerd met financiële prikkels of prikkels op
het gebied van wetgeving of beleid.
Op het toedienen van prikkels wil ik nader ingaan. Ik ben ervan overtuigd
geraakt dat de wijze waarop dit gebeurt bepalend is voor succes. Het gaat
om het toedienen van de juiste prikkels, op het juiste moment, aan de juiste
personen, dóór de juiste personen op de juiste manier. Dit klinkt als een open
deur maar de praktijk laat zien dat wat voor de hand lijkt te liggen, helemaal
niet zo vanzelfsprekend is. Een verbouwing na aankoop van een woning lijkt
l Itdaclend en wa mievol I 15
bijvoorbeeld bij uitstek het moment te zijn om energiebesparende maatregelen
te treffen. Maar of mensen op dat moment ook gevoelig zijn voor prikkels in die
richting hangt van veel externe invloeden af. Van het seizoen van verbouwen
bijvoorbeeld. In de zomer staat men minder open voor informatie over
energiebesparing dan in de winter. Ook het budget dat beschikbaar is voor de
verbouwing, de beschikbare tijd en alle andere wensen beïnvloeden het effect
van prikkels.
Het maakt ook uit wie de boodschap brengt. Een energiebedrijf heeft alle
Brad Pit!, Steve Bing Plan New 150·Home Community
in New Orleans
by JaslTWl !.\BIII. ChUB Jersey Cry. USA on 09.26.07
CULTURE & CELEBRITY
O EHRLTItS ~ rI'
Digg Sl.imt C:S 1 punt
Ador ~ has just communicated plans to build a new community of homes In
New Orleans' Lower Ninth WareI. Announdng tIle new effort at today'S meeting oflne
CUnlon GIQQal tMlative, Pit!. win be partnering with real-esla!e developer anel
philanthropist ~ 10 aeate 150 low-price. sustalnable homes as part of Pitt's
"Make it Rlghr project
fig. 22 8rad Pitt als opinieleider
bron: www.treehugger.com
ZO. DAG 20.04
lmIll Klimaatbewuste Ali B
**
All IS >::et :lI:Ich In voor e.en beter milieu. (Foto: AlclCllnder Blikker)
fig. 23 Ali 8 als opinileider
bron: www.dag.nl
16 I Uitdagend en waardevol
benodigde kennis in huis om
informatie over energiebesparing
te kunnen leveren maar wordt
door veel mensen niet vertrouwd.
Energiebedrijven verkópen
tenslotte energie. Het lijkt effectief
te zijn wanneer beroemdheden
zich hard maken voor
duurzaamheid omdat veel mensen
zich aan hen spiegelen. Brad Pitt
neemt die rol bijvoorbeeld op
zich. En in Nederland Ali B [fig.
22 en 23]. Tenslotte: het effect
van de boodschap wordt ook
bepaald door het type mens dat
de ontvanger is. Aan iemand die
vooral op kostenbesparing gericht
is moet een heel ander verhaal
worden verteld dan aan mensen
die zich meer kunnen veroorloven
en met argumenten gericht op
comfort over de streep getrokken
kunnen worden.
Het onderzoek naar al dit soort
processen vormt één van de
aandachtsgebieden van mijn
leerstoel.
Promotieonderzoek
Ter samenvatting van dit tweede deel toon ik u deze figuur [fig. 24]. Deze
vormde het resultaat van het promotieonderzoek dat ik in 2000 afrondde en
dat zich richtte op de diffusie van milieu-innovaties in de woningbouw. Vrijwel
alles wat ik u tot nu toe vertelde ziet u hierin terug. U ziet de productinnovatie
die meer kwaliteit dan alleen milieukwaliteit moet hebben. U ziet de eerste
projecten waarin deze innovatie wordt toegepast. Deze hebben een grotere
kans van slagen als er interdisciplinair wordt samengewerkt (de in elkaar
1. (quality) innovatio"
2. Demonstration
projects
Standard practice
6. Extemal factors
r- •
-'-. -
- - national authorities
• - regional authori ties
- local authorities
5.
fig. 24 diffusie van milieu innovaties Ir w l{1/1J l C 'w
bron: Beyond the demol1strationpro]e! t, LJ!)
hakende cirkels)
en wanneer de
juiste personen
erbij betrokken
zijn. In beeld
gebracht zijn de
enthousiasteling
die ook doorgaat
als er sprake is
van tegenslag
(de locomotief)
en de invloedrijke
persoon die
zich achter
het project
schaart (de
ster). De evaluties zijn op dezelfde wijze uitgevoerd en deze herhaling is in
figuur 24 in beeld gebracht. Ook de wijze van communiceren (de luidspreker)
is weergegeven. U ziet het positieve effect van de beroemdheid die de
boodschap helpt uitdragen (de ster) en het maatwerk waarmee de boodschap
aan de diverse doelgroepen moet worden overgebracht (de pionnen). Ook
ziet u de invloed van overheidsprikkels, zoals regelgeving, subsidies en lange
termijnvisies, zoals de 2020-doelen. Tenslotte wil ik u wijzen op het feit dat
dit hele model is ingebed in wat hier externe factoren worden genoemd. Dat
zijn al die omstandigheden die niet te sturen zijn maar die wel van invloed zijn
omdat ze het gevoel van urgentie sterk laten toenemen. De eerder genoemde
film van AI Gore is zo'n externe factor. Evenals stijgende energieprijzen en de
overstroming in New Orleans. Ook hete zomers en warme winters wekken het
gevoel op dat er iets met het klimaat aan de hand is en verhogen daarmee het
gevoel van urgentie. Deze externe factoren geven het belang van timing aan.
Het is van groot belang deze factoren nauwlettend te volgen en daar waar
mogelijk op in te spelen.
IJ Ldaoerd en waarcevoll17
Als ik dit tweede deel kort in woorden samenvat kom ik tot het volgende.
Sustainable Housing Transformation vereist de ontwikkeling van product-
en procesinnovaties die hun waarde in de praktijk moeten bewijzen (in de
leerstoel ligt de nadruk op procesinnovaties)
De kans op een eerste succesvolle praktijktoepassing van deze innovaties
wordt vergroot als er in het project sprake is van enthousiasme, maatwerk
en interdisciplinaire samenwerking.
- Voor een grootschalige toepassing zijn projectevaluaties vereist en moeten
stimulerende prikkels op doordachte wijze worden toegediend.
Deel 3: inbedding in de TUDelft
In het derde en laatste deel van mijn intreerede wil ik u laten hoe zien hoe ik
met collegae en studenten van de TUDelft wil bijdragen aan de inbedding van
Sustainable Housing Transformation in de praktijk. Laat ik eerst kort beschrijven
hoe mijn leerstoel zich verhoudt tot de rest van deze universiteit.
De leerstoel Sustainable Housing
Transformation maakt deel uit van
de sectie Housing van de afdeling
RE & H van de faculteit Bouwkunde
van de TUDelft [fig. 25].
De doelstellingen die ik voor
mezelf voor de komende
jaren voor mijn leerstoel heb
geformuleerd zijn tweeledig:
Kennis verspreiden over en
enthousiasme opwekken voor
de praktijk van Sustainable
Housing Transformation,
zowel binnen als buiten deze
TUD
universiteit
universiteit fig. 25 Positie van de leerstoel binnen de Universiteit.
De door mij beoogde aanpak
inclusief het getoonde model wetenschappelijk verder uitwerken.
Zoals uit mijn verhaal is gebleken hecht ik sterk aan interdisciplinaire
samenwerking. Ik hoop dan ook vooral met behulp van interdisciplinaire
samenwerking mijn doelen te bereiken. Om u te kunnen laten zien hoe ik mij
dit voorstel splits ik de titel van mijn leerstoel op in drie delen: sustainability,
housing en transformation.
18 I Uitdagend en waardevol
Sustainability
Duurzaamheid speelt in toenemende mate een rol van betekenis binnen de
faculteit Bouwkunde. Hetzelfde geldt overigens voor de gehele universiteit.
Vanwege mijn betrokkenheid bij het faculteitsbrede onderzoeksprogramma
Sustainability kan ik samenwerken met collega' s binnen andere afdelingen
en faculteiten. De banden binnen de faculteit zijn momenteel het meest hecht
met de afdelingen Building Technologyen Urbanism, omdat daar collega' s
werken met wie ik al jaren samenwerk. Ook met de afdeling Architecture is
de band hecht maar op een andere manier. Samen met de leerstoel Dwelling,
die zich richt op nieuwbouw van woningen, bereid ik namelijk een dubbel
afstudeerprogramma voor onder de noemer duurzame woningbouw. Studenten
kunnen hierdoor tegelijk afstuderen in twee richtingen, Real Estate and Housing
en Architecture. Dit was voorheen niet mogelijk. In feite is hier dus sprake van
een vorm van procesinnovatie.
Binnen de universiteit werk ik sinds kort samen binnen de kwartiermakersgroep
Delft Environment Initiative. Met Prof. Han Brezet van de faculteit Industrial
Design zijn de banden al jaren hecht. Tenslotte wil ik ook de vleugels uitslaan
buiten de universiteit. Ik combineer mijn werk in Delft met dat op Nyenrode
maar wil met meer Nederlandse universiteiten samenwerken. In juni zal mijn
team bovendien worden versterkt met een onderzoekster die een internationaal
netwerk zal gaan opzetten rond de door mij beoogde aanpak op het gebied van
Sustainable Housing Transformation.
Housing
Dan Housing. Mijn leerstoel maakt deel uit van de sectie Housing. Met mijn
directe collega's daar werk ik vanzelfsprekend nauw samen. Hechte banden
zijn echter ook gesmeed met onderzoeksinstituut aTB. Alle onderzoeken die
daar worden uitgevoerd en relatie hebben met woningbouw, duurzaamheid en
gezondheid, en dat zijn er erg veel, zijn door mijn collega Prof. Henk Visscher
en mij samengebracht met de onderzoeken van mijn leerstoel. Dit leidde tot
het onderzoeksprogramma 'Woningkwaliteit 2020', WK2020 afgekort. Met dit
breed opgezette programma proberen wij het onderzoek dat wij verrichten
aan te laten sluiten op behoeften in de praktijk. Met partijen die zich aan dit
onderzoeksprogramma verbinden willen wij een podium creëren waarbinnen
onderzoekers en mensen uit de praktijk geregeld van gedachten wisselen en
gezamenlijk hun kennis verdiepen.
lJltdaqend en waan eval I 19
Transformation
Het begrip Transformation tenslotte staat vooral voor de door mij beoogde
procesinnovaties. Procesinnovatie neemt ook binnen mijn afdeling Rea I Estate &
Housing een belangrijke plaats in waardoor ook inhoudelijk in toenemende mate
zal worden samengewerkt binnen de afdeling. Het begrip transformatie staat
bovendien centraal in het door Prof. Jo Coenen opgerichte kenniscentrum ®MIT
(Modificatie, Interventie, Transformatie). Om deze reden, maar ook omdat dit
kenniscentrum zich met name bezighoudt met de transformatie van bestaande
gebouwen, wordt ook met deze partij samengewerkt.
Sectie Housing OTB
Nyenrode
andere universiteiten en
®MIT
fig. 26 Netwerk van de leerstoel
onderzoeksinstituten in
Nederland
buitenlandse
universiteiten en
onderzoeksinstituten
Zie hier het netwerk van mijn leerstoel [fig. 26]. Ik hoop mijn doelen in
samenwerking met al deze partijen te realiseren. Dat ik daartoe in staat word
gesteld heb ik echter te danken aan een netwerk dat vele malen groter is dan
op deze figuur te zien is. Want in dit schema zijn mijn familie, vrienden en
vele andere collega' s niet opgenomen. Het is dankzij de samenwerking in het
verleden, met al deze mensen, dat ik hier mag staan. Ik hoop van harte dat
mijn netwerk uit het verleden zich samenvoegt met dit nieuwe netwerk en dat
vanuit vele vormen van samenwerking Sustainable Housing Transformation in
toenemende mate in de praktijk zal worden gebracht.
Met dank aan allen,
Ik heb gezegd.
20 I Uitdagend en waardevol
Bronnen:
Bhatshalom, B., Cohen, M., Negotiating a Green Mindset, International
Conference Sustainable Building, Norway: Oslo, 2002
Blom, M. e.a., Leuker kunnen we het niet maken, wel groener, Fiscale en
financiële opties voor energiebesparing, CE, Delft, 2006
Center for Sustainability, Innovationlab Renovatiebouw, Nyenrode,Breukelen, 2007
Citaat Einstein: http://rescomp.stanford.edu/'''cheshire/EinsteinQuotes.html
Citaat Emerson: http://dartmouthfootball.blogspot.com/
Elkington, l, Cannibals with forks, The Triple Bottom Line of 21st Century
Business, New Society Publishers, 1997
Gore, A., An inconvenient truth, the planetary emergency of global warming and
what we can do about it, Melcher media, New Vork, 2006
Hal, A. van, Beyond the demonstration project, the diffusion of environmental
innovations in housing, Aeneas Uitgeverij, Boxtel, 2000
McDonough, W. en M. Braungart, Cradle to Cradle, Remaking the way we make
things, North Point Press, New Vork, 2002
Rogers, E.M., Diffusion of Innovations, New Vork: The Free Press, New Vork,
1995
Thomsen, A., Levensloop -van woningen-, TUDelft, Delft, 2006
lJltdallend en Wèarc eval I 21

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful