MEERJARENPROGRAMMA SLAGKRACHTIGE OVERHEID

College van Ambtenaren-generaal
17 mei 2010

Inhoudstafel
Inleiding ............................................................................................................................. 4 Uitgangspunten meerjarenprogramma slagkrachtige overheid ............................... 5 2.1. Scope van het meerjarenprogramma................................................................... 5 2.1.1. Efficiëntie in relatie tot effectiviteit en kwaliteit............................................ 5 2.1.2. Slagkracht door oplossingsgerichtheid ........................................................ 5 2.1.3. Eén plan voor efficiëntiewinst én voor ViA-doorbraak slagkrachtige overheid ............................................................................................................................ 6 2.1.4. Een plan van en voor de Vlaamse overheid ............................................... 6 2.2. Basisprincipes voor het meerjarenprogramma ................................................... 7 2.2.1. Een gefaseerde aanpak ................................................................................. 7 2.2.2. Een gelaagde aanpak ..................................................................................... 8 2.2.3. Een gedragen plan .......................................................................................... 8 2.2.4. Een duidelijke sturing en opvolging (‘governance’).................................... 9 3. Strategisch kader........................................................................................................... 10 3.1. Visie ......................................................................................................................... 10 3.2. Waarden.................................................................................................................. 10 3.3. Strategische doelstellingen .................................................................................. 10 3.4. Normstelling en opvolging strategische doelstellingen.................................... 11 4. Portfolio van programma’s en projecten .................................................................... 18 4.1. Programma opbouw.............................................................................................. 18 4.2. Sleutelprojecten ..................................................................................................... 20 4.2.1 Naar een geïntegreerde benadering van ondernemers – Geïntegreerd loket .......................................................................................................................... 20 4.2.2 Eén lokale meerjarenplanning voor de lokale besturen .......................... 21 4.2.3 Interne staatshervorming.............................................................................. 22 4.2.4 Rationalisatie managementondersteunende dienstverlening ................ 23 4.2.5 Nuttige rationalisatie ter ondersteuning van een klantgedreven ICT .... 25 4.2.6 Betere dienstverlening door koppeling databanken, integratie gegevensverkeer en back-office activiteiten, en ontwikkeling van een geïntegreerde Vlaamse publieksbalie ........................................................................ 26 4.2.7 Versnellen en vereenvoudigen van de procedures voor investeringsdossiers...................................................................................................... 28 4.2.8 Duurzaam optreden van de Vlaamse overheid ........................................ 29 4.2.9 Barometer slagkrachtige overheid .............................................................. 30 4.3 Organisatiebrede projecten.................................................................................. 32 4.4 Beleidsdomeinoverschrijdende projecten.......................................................... 33 4.5 Beleidsdomein- en entiteitsspecifieke projecten............................................... 35 5. Aansturing en beheer van het meerjarenprogramma (‘governance’) ................... 36 5.1 Belang van een duidelijke governance .............................................................. 36 5.2 Kadering van de governance van het meerjarenprogramma in de governance van Vlaanderen in Actie.............................................................................. 37 5.3 Rapporteringscyclus meerjarenprogramma ...................................................... 38 5.4 Rollen en verantwoordelijkheden binnen het meerjarenprogramma ............ 41 5.4.1 Aansturing....................................................................................................... 41 5.4.2 Programmabureau......................................................................................... 41 5.5 Middelen.................................................................................................................. 43 5.6 Verandermanagement .......................................................................................... 43 2 1. 2.

Communicatiestrategie en –plan................................................................................. 46 6.1 Strategische uitgangspunten communicatie ..................................................... 46 6.1.1 Veranderingscommunicatie ......................................................................... 46 6.1.2 Basisboodschap............................................................................................. 46 6.1.3 Proces-, project- en productcommunicatie................................................ 47 6.1.4 Tone of voice.................................................................................................. 47 6.2 Communicatieplan: doelgroepen, doelstellingen en boodschappen............. 48 6.3 Communicatieplan: kanalen voor interne communicatie ................................ 48 6.4 Uitvoering ................................................................................................................ 48 7 Verder traject (mei – juli 2010) .................................................................................... 49 Bijlagen.................................................................................................................................... 50 Bijlage 1: metadatafiches indicatoren strategische doelstellingen ............................ 50 Bijlage 2: fiches sleutelprojecten..................................................................................... 82 Sleutelproject 1.1: Naar een geïntegreerde benadering van ondernemers – Geïntegreerd loket......................................................................................................... 82 Sleutelproject 1.2: Eén lokale meerjarenplanning voor de lokale besturen ......... 89 Sleutelproject 1.3: Interne staatshervorming........................................................... 102 Sleutelproject 2.1: Rationalisatie managementondersteunende dienstverlening ........................................................................................................................................ 108 Sleutelproject 2.2: Nuttige rationalisering ter ondersteuning van een klantgedreven ICT ....................................................................................................... 115 Sleutelproject 3.1: Betere dienstverlening door koppeling databanken, integratie gegevensverkeer en back-office activiteiten, en ontwikkeling van een geïntegreerde Vlaamse publieksbalie ...................................................................... 135 Sleutelproject 4.1: Versnellen en vereenvoudigen van procedures voor investeringsdossiers.................................................................................................... 175 Sleutelproject 4.2: Duurzaam optreden van de Vlaamse overheid ..................... 181 Sleutelproject 4.3: Barometer slagkrachtige overheid ........................................... 198 Bijlage 3: rollen en verantwoordelijkheden bij aansturing en beheer van het meerjarenprogramma ..................................................................................................... 227 Bijlage 4: interne communicatiestrategie ..................................................................... 229

6

3

1. Inleiding
Het Vlaamse regeerakkoord 2009 – 2014 geeft aan het College van Ambtenarengeneraal (CAG) de opdracht om een meerjarenprogramma voor permanente efficiëntiewinst op te stellen en voor te leggen aan de regering. Onder aansturing van het CAG werd in het najaar van 2009 begonnen met de werkzaamheden hieromtrent. Op 24 december 2009 werd door de co-voorzitters van het CAG een nota over het meerjarenprogramma overhandigd aan de minister-president en de vice-ministerpresidenten. De nota bevatte een voorstel van basisprincipes, strategisch kader, plan van aanpak en mogelijke projecten en programma’s die bottom-up werden geformuleerd vanuit de beleidsdomeinen. Deze nota werd op 15 januari ll. besproken tijdens een overleg tussen de kern van de Vlaamse Regering en de co-voorzitters van het CAG en werd op 22 januari ll. door de minister-president en de vice-minister-presidenten als mededeling geagendeerd op de Vlaamse Regering (VR 2010 2201 MED.0038). De regering stemde in met de basisprincipes, de strategische doelstellingen en het governancekader van het ontwerpmeerjarenprogramma en gaf opdracht aan het CAG om het programma verder uit te werken. Hierbij diende specifiek aandacht te worden gegeven aan: − het opnemen van meetbare, auditeerbare en vergelijkbare resultaten; − het identificeren van een aantal ‘zeer belangrijke’ projecten die een grote stap voorwaarts betekenen op weg naar een slagkrachtige overheid; − het aspect klantvriendelijkheid en kwaliteit van dienstverlening; − het budgetneutrale karakter van het meerjarenprogramma: er zullen geen extra middelen worden uitgetrokken voor het meerjarenprogramma. Deze opmerkingen indachtig heeft het CAG de werkzaamheden verder gezet en legt het met dit document een afgewerkt ontwerp van meerjarenprogramma voor aan de Vlaamse Regering.

4

Efficiëntie in relatie tot effectiviteit en kwaliteit Een overheid slagkrachtiger maken is meer dan enkel streven naar efficiëntiewinsten. klantvriendelijker en meer probleemoplossend werkt’.2. Slagkracht door oplossingsgerichtheid ‘We willen een overheid die beter.a. doorheen de portfolio aan programma’s en projecten (zie hoofdstuk 4) en ook in de aanpak en aansturing van het programma (zie hoofdstuk 5) willen we in dit meerjarenprogramma de basis leggen voor een verankering van vernieuwde organisatieprincipes die leiden tot goed afgestemde en samenwerkende diensten. Eén van de grootste uitdagingen de komende jaren wordt immers meer en betere dienstverlening te verzekeren zonder aangroei van personeel. Een meer slagkrachtige overheid veronderstelt ook een manier van werken die niet eigen is aan de huidige cultuur van de Vlaamse overheid als organisatie: portfoliobeheer.3). de samenleving centraal te staan. Deze globale benadering komt dan ook tot uiting in de formulering van de strategische doelstellingen (zie 3. Efficiëntie moet altijd in relatie tot effectiviteit en kwaliteit worden gezien. In verschillende beleidsdocumenten inzake slagkrachtige overheid. Net zo min mogen we het kwaliteitsaspect los zien van efficiëntie en effectiviteit. gecombineerd met procedurevereenvoudiging en geïntegreerd procesmanagement over de grenzen van de bestuursniveaus en beleidsdomeinen.2. 5 .1. Het regeerakkoord bepaalt hierover dan ook duidelijk: ‘De administratie krijgt de ruimte om zelf binnen de apparaatskredieten aan optimalisatie te doen maar het totale aantal Vlaamse ambtenaren zal niet meer aangroeien en de administratie zal het efficiëntietraject ook vertalen in aantoonbare besparingen.1. Zo heeft het weinig zin om te investeren in de efficiëntie van activiteiten die op zich niet effectief zijn in het realiseren van vooropgestelde (maatschappelijke) doelstellingen.3). 2. Dit meerjarenprogramma biedt dan ook de kans aan de Vlaamse overheid om zich te bezinnen over haar eigen bedrijfscultuur. stelt het regeerakkoord. participatie en inspraak met het oog op een breed maatschappelijk draagvlak.’ In dit meerjarenprogramma wordt op deze drie dimensies gefocust.1. Vanuit de strategische doelstellingen (zie 3.1. komt een kwaliteitsvolle dienstverlening t. programmabeheer en projectwerking zullen meer centraal komen te staan. open en goed onderbouwde communicatie.v. Uitgangspunten meerjarenprogramma slagkrachtige overheid 2. Scope van het meerjarenprogramma 2.

Het CAG heeft in juli 2009 het engagement opgenomen om deze uitvoering. Daarnaast werd bij de start van deze legislatuur ook gestart met de uitvoering op het terrein van de ViA-doorbraken en de Pact 2020 doelstellingen. doelstellingen en aanpak gegarandeerd.4. de efficiëntie én de relatie tussen alle dimensies van het overheidsingrijpen kan opvolgen.1. Gezien de vele raakvlakken worden zowel de initiatieven gericht op efficiëntiewinst als de projecten gericht op het realiseren van de ViA-doorbraak ‘slagkrachtige overheid’ gebundeld in één coherent meerjarenprogramma. in goede banen te leiden. De Vlaamse overheid werkt op korte termijn een set van outputgerichte indicatoren uit. Dit houdt echter geen enge benadering in waarbij enkel oog zou zijn voor efficiëntie en effectiviteitswinsten binnen de Vlaamse overheidsorganisatie. wordt geconcretiseerd in een geheel van acties. Anderzijds wordt door één geïntegreerd meerjarenprogramma eenheid in visie.1) steeds voor ogen wordt gehouden. Het meerjarenprogramma geeft aldus invulling aan de ViA-doorbraak ‘slagkrachtige overheid’ die op zijn beurt een grote stap voorwaarts moet bewerkstelligen in het bereiken van de Pact 2020 doelstellingen over een ‘efficiënt en doeltreffend bestuur’. Een plan van en voor de Vlaamse overheid Het meerjarenprogramma is een plan van de Vlaamse overheid (politiek en administratie) en voor de Vlaamse overheid. in lijn met het regeerakkoord. realiseren in 2020 substantiële efficiëntiewinsten. elk op hun niveau. aansluitend op zowel het eindrapport van de CEEO als op het regeerakkoord. De projecten en programma’s die opgenomen worden in dit meerjarenprogramma zijn ingediend en worden uitgevoerd door het Vlaamse bestuursniveau. Elke doorbraak. waarvoor telkens een verantwoordelijk minister én trekker binnen de Vlaamse administratie werd aangeduid.1. De overheden. evalueren en zo nodig in overleg met de betrokkenen kan bijsturen. vergelijkbaar met de topregio’s die een vergelijkbaar overheidsaanbod realiseren wat hen toelaat de kwaliteit van dienstverlening aan burgers en ondernemingen sterk te verbeteren.3.1. worden in dit plan de interbestuurlijke verhoudingen. Immers. Eén plan voor efficiëntiewinst én voor ViA-doorbraak slagkrachtige overheid Het regeerakkoord geeft aan de Vlaamse administratie een duidelijke opdracht om een meerjarenprogramma voor permanente efficiëntiewinst op te stellen en voor te leggen aan de regering. zijnde: Een efficiënte en kwaliteitsvolle overheid en regelgeving draagt in 2020 op structurele wijze bij tot het welzijn en de welvaart van de bevolking. 2. Hierdoor wordt enerzijds verzekerd dat de ruime scope van het meerjarenprogramma (zie 2. projecten en initiatieven. het Meerjarenprogramma Slagkrachtige Overheid.2. die de kwaliteit en kwantiteit. 6 . de interne staatshervorming en de problematiek van de planlasten voor lokale besturen als één van de prioritaire actiedomeinen opgenomen (zie hoofdstuk 4).

Een gefaseerde aanpak Het opzetten van een meerjarenprogramma is een omvangrijke oefening. identificeren van lacunes en eventueel elimineren van projecten waarvan toegevoegde waarde vanuit organisatiebreed oogpunt te klein is. Gedetailleerde analyse van de in fase 1 ingediende projecten en programma’s met oog op samenvoegen (creëren van synergieën).1. o Uitwerken van een plan van aanpak (timing. o Bijsturen van de portfolio: Definiëren van een beperkte set van sleutelprojecten.Raad van Wijzen) is hierbij aangewezen. Basisprincipes voor het meerjarenprogramma Hieronder worden een aantal basisprincipes naar de opzet en de uitvoering van het meerjarenprogramma naar voren geschoven.0038). anderzijds komen hierbij ook een paar kritische succesfactoren naar boven die vervuld moeten zijn om het programma tot een goed einde te kunnen brengen. o Bevraging van beleidsdomeinen met oog op inventarisatie van projecten en programma’s die bijdragen tot efficiëntie en effectiviteitwinsten. Vandaar dat voor het meerjarenprogramma een gefaseerde aanpak werd uitgewerkt: Fase 1 (oktober 2009 – eind december 2009): o Uitwerken van de basisprincipes en het strategisch kader van het meerjarenprogramma. Fase 2 (januari 2010 – begin mei 2010): o Uitwerken normen en indicatoren voor strategische doelstellingen. Ze geven enerzijds aan hoe het topmanagement van de Vlaamse overheid het meerjarenprogramma wenst vorm te geven. aansturing en beheer van het meerjarenprogramma). Opstellen van een intern communicatieplan. 7 . Een planmatige benadering waarbij voldoende ruimte wordt gelaten voor zowel inhoudelijke bijsturing. Deze fase is reeds achter de rug en werd afgesloten met een politieke validering in januari 2010 (zie document VR 2010 2201 MED.2. 2. beginnend bij een eerste (bottom-up georganiseerde) ideeënverzameling en leidend tot een wel omkaderd en evenwichtig uitgebouwde portfolio die naast de concrete projecten en programma’s geformuleerd door en binnen de beleidsdomeinen ook een aantal sleutelprojecten bevat geformuleerd op niveau Vlaamse overheid (zie verder). advies van een extern klankbord (CEEO) en input van de stakeholders (ViA .2.2. Het is uiterst belangrijk dat in dit proces niet over één nacht ijs wordt gegaan. overleg binnen de organisatie. Onder aansturing van het CAG worden alle beleidsdomeinen gemobiliseerd waarbij een traject wordt afgelegd. afstemming tussen administratie en politiek.

Alleen een gedeeld project kan duurzaam zijn en heeft een grote slaagkans. 2.2. o Bespreking van het meerjarenprogramma op de ViA-Raad van Wijzen (15 juni 2010). Op deze manier wordt voldoende rekening gehouden met de eigenheid van de verschillende entiteiten en beleidsdomeinen. De samenstelling van de portfolio wordt verder behandeld in hoofdstuk 4. o Definitieve goedkeuring door de Vlaamse Regering van het geconsolideerde meerjarenprogramma.2. Fase 4 (vanaf juli 2010): uitvoering meerjarenprogramma.leidend ambtenaar.Deze fase werd afgerond begin mei en het voorliggend document is hier de weerslag van. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering en opvolging van projecten en programma’s ligt op het overeenstemmend niveau (zie hoofdstuk 5): entiteitsniveau: functioneel bevoegd minister . beleidsdomeinniveau: beleidsraad – managementcomité. o Advies van de CEEO over het ontwerp van meerjarenprogramma. Deze ‘gelaagdheid’ wordt weerspiegeld in het meerjarenprogramma.’ 2 Met deze aanbeveling van 1 2 Of andere vorm van politiek-ambtelijke afstemming op beleidsdomeinoverschrijdend niveau Commissie Efficiënte en Effectieve Overheid (2009).3. door samenwerking binnen beleidsdomeinen en over de grenzen van beleidsdomeinen heen en. p. Fase 3 (mei 2010 – juni 2010): o Voorleggen van het ontwerp van meerjarenprogramma aan het politiek niveau. Alle niveaus kunnen en moeten bijdragen tot het realiseren van de doelstellingen van het meerjarenprogramma. Een gedragen plan ‘Een efficiënte en effectieve overheid heeft alleen kans van slagen als alle overheden en alle betrokkenen ervan overtuigd zijn dat het zal lukken en eigenaar zijn van de voorgestelde veranderingen.2. beleidsdomeinoverschrijdend niveau: gezamenlijke beleidsraad 1 gezamenlijk managementcomité. 49. niveau Vlaamse overheid (organisatiebrede projecten en sleutelprojecten): Vlaamse Regering – CAG. maar wordt toch een gezamenlijk raamwerk gehanteerd dat eveneens organisatiebreed een invulling kan krijgen. 2. op niveau van de volledige Vlaamse overheid. 8 . tenslotte. Een gelaagde aanpak Efficiëntiewinsten kunnen behaald worden op verschillende niveaus: binnen individuele departementen en agentschappen.

Een duidelijke sturing en opvolging (‘governance’) Een meerjarenprogramma van zulke omvang vraagt om een duidelijke sturing en opvolging. 2. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de bestaande structuren binnen de Vlaamse overheid.de CEEO in gedachte.2) waarbij elk niveau voor zijn verantwoordelijkheid wordt geplaatst en waardoor vermeden wordt dat het meerjarenprogramma wordt gezien als een bijkomende ‘verplichting’. Ook met de vakorganisaties zal overleg worden gepleegd. werd bij het verder uitwerken van het meerjarenprogramma zorg gedragen voor voldoende draagvlak bij alle betrokkenen. Net zoals voor de andere ViA-doorbraken zal ook voor de doorbraak ‘slagkrachtige overheid’ en dus voor het meerjarenprogramma een governancestructuur worden uitgewerkt. Verantwoordelijkheden en rapporteringslijnen dienen te worden vastgelegd. een professionele communicatie aanpak (zie hoofdstuk 7). 9 . Daarnaast speelt de CEEO eveneens een belangrijke rol. De governancestructuur wordt verder in detail uitgewerkt in hoofdstuk 5. In haar rol als ‘extern’ klankbord en toetssteen zal zij in dialoog en betrokkenheid met relevante maatschappelijke stakeholders (incl. opgelegd door een overkoepelend orgaan. een transparante en open dialoog met de stakeholders (Raad van Wijzen).2. Tenslotte is een gezamenlijk politiek-ambtelijk draagvlak én eigenaarschap in deze cruciaal.2. Het verwerven van dit draagvlak wordt op verschillende wijzen vorm gegeven: de gelaagde aanpak (zie 2. de lokale en provinciale besturen) het efficiëntietraject mee vorm geven. Regelmatig overleg tussen de voor de doorbraak slagkrachtige overheid verantwoordelijke minister en trekker en een transparante rapporteringscyclus (zie hoofdstuk 5) moeten hiertoe bijdragen.4.

Strategisch kader 3. Met de vier strategische doelstellingen wordt de klemtoon gelegd op samenwerking. Ze zijn eveneens de vier waardegebonden competenties van de Vlaamse ambtenaar. het Pact 2020 en de aanbevelingen van de CEEO.1.2. Waarden Bij het bepalen van de prioriteiten en het maken van de nodige keuzes om bovenstaande visie te realiseren.3. formuleerde het topmanagement van de Vlaamse overheid volgende visie voor de Vlaamse overheid: De Vlaamse overheid is een slagkrachtige hefboom voor het regeringsbeleid. 10 . Strategische doelstellingen Het meerjarenprogramma steunt op vier strategische doelstellingen. Door lenig en innovatief in te spelen op de maatschappelijke context en uitdagingen draagt zij bij tot de duurzame welvaart en het welzijn van de hele bevolking. Visie Volledig in lijn met de ViA-filosofie. zullen volgende waarden richtinggevend zijn: Klantgerichtheid Voortdurend verbeteren Samenwerken Betrouwbaarheid Deze waarden lopen als een rode draad door het meerjarenprogramma. Op deze manier wordt beklemtoond dat iedere ambtenaar zijn bijdrage levert tot een slagkrachtige overheid. kwaliteit en effectiviteit. 3.3. Strategische doelstelling 1: Door een interne staatshervorming en partnerschappen op alle niveaus zorgt de Vlaamse overheid voor minder bestuurlijke drukte en voor vereenvoudiging met creatie van meerwaarde voor alle betrokkenen (besturen en doelgroepen). efficiëntie. Alle projecten en programma’s die in het uitgewerkte programma worden meegenomen dragen bij tot het realiseren van één of meerdere van deze doelstellingen. 3.

organisaties en bedrijven. In dat project wordt meer in detail beschreven wie verantwoordelijk is voor de definitie.4 ‘barometer slagkrachtige overheid’ (zie hoofdstuk 4). Immers. In combinatie met een verbeterde verantwoording verhoogt zij daardoor het vertrouwen en de tevredenheid van burgers.Strategische doelstelling 2: De Vlaamse overheid verhoogt haar aanpassingsvermogen om meer te doen met minder. Essentieel in het verdere traject is dat voor deze doelstellingen duidelijke te behalen resultaten worden bepaald en dat de vooruitgang kan worden gemeten aan de hand van een beperkte set van kernindicatoren. de vooropgestelde normen te kunnen monitoren. Enkel en alleen het beschrijven van deze doelstellingen is echter niet voldoende. dit om een benchmark met vergelijkbare regio’s mogelijk te maken. 11 . Strategische doelstelling 4: De Vlaamse overheid verbetert haar oplossingsvermogen ten aanzien van maatschappelijke uitdagingen. Strategische doelstelling 3: De Vlaamse overheid zal door innovatie van werkwijze en instrumenten de dienstverlening verbeteren. voor nog niet alle indicatoren zijn reeds cijfergegevens voorhanden of is er al een nulmeting gebeurd. Normstelling en opvolging strategische doelstellingen Het beschikken over duidelijke doelstellingen om te komen tot een meer slagkrachtige overheid is cruciaal.3).4. strategisch niveau de voortgang van het efficiëntietraject t. Deze indicatoren zullen jaarlijks worden gemeten waarna over de voortgang wordt gerapporteerd (zie 5. Onderstaand overzicht van indicatoren voor de strategische doelstellingen is in overeenstemming met sleutelproject 4. 3.en projectniveau specifieke indicatoren worden uitgewerkt om de voortgang van de individuele programma’s en (sleutel-)projecten te kunnen meten. Deze set moet ons toelaten op algemeen.v. dataverzameling en ontsluiting op niveau Vlaamse overheid en welke inspanningen zullen geleverd worden om de indicatoren te kunnen becijferen. Hierbij werd zoveel mogelijk gebruik gemaakt van internationaal vergelijkbare indicatoren.o. Daarnaast zullen op programma.

1: Aantal gerealiseerde projecten m.o. Aangezien deze sleutelprojecten strategisch van aard zijn. Daar waar relevant wordt in onderstaande tabel eveneens de link gelegd met de sleutelprojecten die verderop in deze nota worden beschreven (hoofdstuk 4).Onderstaande tabel geeft weer welke kernindicatoren voor het meerjarenprogramma werden geselecteerd en of de indicatoren reeds beschikbaar zijn of nog verder moeten worden ontwikkeld.2) 12 .3) Norm: o Maximaal 2 democratisch gelegitimeerde Uitvoering niveaus per proces sleutelproject o Drastische vereenvoudiging van 1.v. externe Nulmeting gebruiker: . 2009 nulmeting (2009) op niveau Vlaamse overheid Dit veronderstelt onder meer de realisatie van reductiedoelstelling administratieve lasten gekoppeld aan actieplan per domein tegen 2012 o Reductie van globale beheerskosten Nog te overheid voor sleutelprojecten. Verdere achtergrondinformatie (metadatafiches) over deze kernindicatoren van het meerjarenprogramma is opgenomen als bijlage 1 bij deze nota. besliste projecten (Witboek) waar interne staatshervorming wordt doorgevoerd overeenkomstig onderstaande normen (sleutelproject 1.v. bedrijven) en beheerskosten voor overheid Norm: o Administratieve lasten t.v. externe gebruiker (burgers.20% tegen 2014 t. stemmen de indicatoren van de sleutelprojecten en de strategische doelstellingen in een aantal gevallen overeen.3 intermediaire structuren en organen op vanaf 2011 alle niveaus Indicator 1.2: Administratieve lasten t.o. projecten bepalen na opvolging regeerakkoord pilootproject Indicator 1.b.t. Strategische doelstelling 1: Door een interne staatshervorming en partnerschappen op alle niveaus zorgt de Vlaamse overheid voor minder bestuurlijke drukte en voor vereenvoudiging met creatie van meerwaarde voor alle betrokkenen (besturen en doelgroepen) beschikbaar in ontwikkeling Indicator 1.v.a. interne staatshervorming t.3: Planlasten lokale besturen (sleutelproject 1.o.

w. nulmeting (2009) 2009 m. nulmeting (2006) Nulmeting 2006 Uitvoering sleutelproject 1.1 b: Verhouding apparaatskosten/totale uitgaven Vlaamse overheid Norm: Aandeel apparaatskredieten moet dalen Nulmeting Nog probleem t.2: Overheidsuitgaven volgens COFOG domeinen.v.o. nulmeting Indicator 2.v.v.b.t. in % BBP en per inwoner Norm: Vergelijken van positie van de Vlaamse Nulmeting overheid t. BBP Norm: Verlagen aandeel publiek domein en Vanaf 2012 verbeteren van positie van de Vlaamse Project NBB overheid t.1 a: Productiekosten van publiek domein t. beschikbaar in ontwikkeling Indicator 2. EU-landen met gelijkaardige dienstverlening t.o. tot audit IAVA actualisatie maximaal 12% van totale van norm in personeelscapaciteit op niveau Vlaamse najaar 2010 overheid tegen 2014 inclusief externe op basis van uitbestedingen maar exclusief haalbaarheids uitbesteding IT studie werkgroep 13 .v.o.v. totale overheidsuitgaven en t.o.z.v.Norm: Halvering van planlast uitgedrukt in euro t.v. nulmeting (2009) Indicator 2.1) Norm: o Vermindering van bruto VTE met 20% Nulmeting Mogelijke t.v. op niveau Vlaamse overheid (sleutelproject 2.3: Aandeel van managementondersteunende functies in de totale personeelscapaciteit van de Vlaamse overheid en in totale uitgaven.o.2 Vanaf 2012 Strategische doelstelling 2: De Vlaamse overheid verhoogt haar aanpassingsvermogen om meer te doen met minder. verbeteren t. EU-landen met vergelijkbare 2009 dienstverlening.o.o. nulmeting van audit IAVA d.o. definitie en aldus nog geen concrete norm Indicator 2.v.o.

b.o. kosten voor aansturing. output mag niet stijgen Indicator 2.o.en dienstencataloog): aantal bruto VTE t.v.4: Totale personeelscapaciteit t. output: Norm: o Op niveau Vlaamse overheid: aantal (bruto) VTE mag per entiteit niet stijgen Nulmeting (maximaal gelijk en bij voorkeur lager) 2009 t.t.1: Aandeel bedrijven/huishoudens waarvan interactie (ingevulde formulieren terugsturen. uitgaven voor beheer van infrastructuur. o Op niveau van cruciale dienstverleningsprocessen (zie producten. uitbreiding personeelscapaciteit in kaart gebracht.o. volledige afhandeling van administratieve procedures) met de overheid gebeurt via egovernementtoepassingen Nulmeting Norm: Verhoging aandeel huishoudens boven 2009 gemiddelde EU-27 en voor bedrijven behoren tot top vijf EU-landen 14 . economische boekhouding Uitvoering sleutelproject 2.5: Rationalisatie IT kosten: verhouding aandeel uitgaven voor nieuwe innovatieve realisaties t. volgens richtlijnen bepaald door de Vlaamse Regering.2 Strategische doelstelling 3: De Vlaamse overheid zal door innovatie van werkwijze en instrumenten de dienstverlening verbeteren beschikbaar in ontwikkeling Indicator 3.v. aantal VTE bij ingaan van Vlaams regeerakkoord 2009-2014 (september 2009).o.1 I/O vanaf 2011/2012 koppeling aan beheersovere enkomst.2) Norm: Aandeel voor nieuwe ontwikkelingen moet stijgen sleutelproject 2.o Maximaal 12% van personeelskost en uitbesteding (zonder uitbesteding IT) Indicator 2. Hierbij worden beslissingen van de Vlaamse Regering m.v. opvolging en onderhoud (sleutelproject 2.v.

inkomensgerelateerde informatie.1 Strategische doelstelling 4: De Vlaamse overheid verbetert haar oplossingsvermogen ten aanzien van maatschappelijke uitdagingen. nulmeting (2009) Nulmeting 2009 Indicator 3.4: Redelijke behandelingstermijn processen Norm: o Daling van aandeel gegronde klachten bij Vlaamse Ombudsdienst m. enz) Indicator 3.o. bedrijven en organisaties wordt gevraagd in kader van dienstverlening (sleutelproject 3. adressen.1: Het vertrouwen van de burgers in instellingen en in het bijzonder de Vlaamse overheid Nulmeting Norm: Verhogen vertrouwen in Vlaamse overheid 2009 en verbeteren positie t.o. andere EUlanden (t. beschikbaar in ontwikkeling Indicator 4.b. bedrijven. op niveau Vlaamse overheid o Verlaging van behandelingstermijn van begin.o.Indicator 3.v. volgt uitvoering sleutelproject 4.v. nulmeting 2009.t.1 Later.v.o. In combinatie met een verbeterde verantwoording verhoogt zij daardoor het vertrouwen en de tevredenheid van burgers.tot eindpunt van processen. 2009) 15 .3: Beoordeling van kwaliteit van informatie van overheid Norm: Stijgen t. organisaties voor de realisatie van hun dienstverlening (vb.v. volgt uitvoering sleutelproject 3.2: Hergebruik van authentieke bronnen voor informatie die anders aan burgers. (Processen: zie voorstellen trajectfiches opvolging regeerakkoord/sleutelproject 4.1) Later.1) Norm: Maximaal gebruik van authentieke bronnen voor dienstverleningsprocessen die informatie nodig hebben over burgers. redelijke behandeltermijn en rechtszekerheid t. organisaties en bedrijven.

2) Indicator 4. nulmeting Resultaten van organisaties met zichtbare.v. lokale besturen Indicator 4.o.5.2: De tevredenheid van burgers met aanbod voorzieningen en beleidsmaatregelen van Vlaamse overheid Norm: Verhogen t.f. nulmeting 2007 Indicator 4.v.4: Betrokkenheid maatschappelijke actoren bij totstandkoming nieuwe regelgeving Norm: Verhogen betrokkenheid Indicator 4.v.v. bedrijven.o.5.k.5.3: Klantentevredenheid over werking van diensten Vlaamse overheid Norm: Verhogen t.b: Gemiddelde eco-score dienstvoertuigen Vlaamse overheid Norm: Toename Nulmeting 2009 Norm nog te bepalen i. vierde MINAplan Indicator 4.c: Aandeel (in % op basis van €) duurzame overheidsopdrachten voor die productgroepen waarvoor de Vlaamse overheid duurzaamheidscriteria heeft bepaald 16 . opmaak Energiebalans Vlaanderen Indicator 4.o.a: E-verbruik per m² in kantoorgebouwen Vlaamse overheid (kWh per m²) Norm: Beter dan Vlaams gemiddelde voor kantoorruimten Nulmeting 2007 Afspraken met diensten over beschikbare data Studie eind 2010 Nulmeting 2009 Norm nog te bepalen op basis van cijfers VITO verzameld i. cruciale dienstverlening t.v. burgers.5: Duurzaam optreden van Vlaamse overheid (sleutelproject 4.Indicator 4.

CMS in ontwikkeling (vanaf eind 2011) 17 .Norm: 100% duurzame overheidsopdrachten tegen 2020 voor die productgroepen waarvoor de Vlaamse overheid duurzaamheidscriteria heeft goedgekeurd.

zoals hogerop aangegeven een kritieke succesfactor voor het succesvol opzetten en realiseren van dergelijk ambitieus meerjarenprogramma. Het CAG heeft de portfolio met meer dan 170 projecten geanalyseerd en heeft een beperkte set van ‘sleutelprojecten’ gedefinieerd. Het Vlaams regeerakkoord. in de filosofie van de ViA-doorbraken.4). die een belangrijke bijdrage kan leveren voor het creëren van de noodzakelijke gedragenheid.4. Deze zullen op het geëigende niveau verder worden uitgewerkt en opgevolgd (zie 5. Deze ‘sleutelprojecten’ moeten.een beperkt aantal sleutelprojecten: voor elk project wordt een kostenbatenanalyse en een gedetailleerde projectfiche uitgewerkt. De projecten die in fase 1 werden geformuleerd werden in december 2009 overgemaakt aan de minister-president en de twee vice-minister-presidenten van de Vlaamse Regering. . Dit zijn de projecten met een hoge maatschappelijke toegevoegde waarde waarmee de politieke overheid naar buiten kan treden. In fase 2 (vanaf januari 2010) werd gestart met een ‘top-down’ analyse en sturing. Programma opbouw Naast de uitwerking van het algemene plan van aanpak. een grote stap voorwaarts betekenen op weg naar een slagkrachtigere overheid. beleidsdomeinoverschrijdende en organisatiebrede projecten die elk hun steentje bijdragen tot de doelstellingen van het meerjarenprogramma. Portfolio van programma’s en projecten 4. beleidsdomeinspecifieke. Het meerjarenprogramma zal aldus vorm krijgen als een geheel van: . De inbreng van de leidend ambtenaren en de managementcomités van de verschillende beleidsdomeinen was in deze eerste fase essentieel om te komen tot een gebalanceerde portfolio met initiatieven op de verschillende niveaus.een aantal entiteits-. De inspanningen geleverd in deze eerste fase waren dus in sterke mate gefocust op een ‘bottom-up’ oefening. de visie en het strategisch kader werd in fase 1 (oktober – december 2009) ingezet op de ontwikkeling van een eerste versie van portfolio van projecten en programma’s voor het meerjarenprogramma.1. de beleidsnota’s en het eindrapport van de CEEO zijn hierbij een belangrijke bron van inspiratie geweest. Schematisch krijgt het meerjarenprogramma volgend uitzicht: 18 .

lastenverlaging Meer doen met minder Verbetering van dienstverlening door innovatie Verbeteren van oplossingsvermogen en verantwoording PORTFOLIO SLEUTELPROJECTEN Geïntegreerde benadering ondernemers Één lokale meerjarenplanning lokale besturen Interne staatshervorming OVERIGE PROJECTEN 150-tal entiteitsspecifieke. authentieke bronnen. Minder bestuurlijke drukte en admin. beleidsdomeinoverschrijdende en organisatiebrede initiatieven en projecten die bijdragen aan de realisatie van de visie en de strategische doelstellingen. Door lenig en innovatief in te spelen op de maatschappelijke context en uitdagingen draagt zij bij tot de duurzame welvaart en het welzijn van de hele bevolking. .VISIE De Vlaamse overheid is een slagkrachtige hefboom voor het regeringsbeleid. beleidsdomeinspecifieke.. DOELST. Betere regelgeving. Digitalisering. één publieksbalie Versnellen en vereenvoudigen procedures investeringsdossiers Duurzaam optreden VO Barometer slagkrachtige overheid .  Samenwerken Betrouwbaar Klantgericht Voortdurend verbeteren WAARDEN STRAT. Rationalisatie MOF Nuttige rationalisatie ter ondersteuning klantgedreven ICT Betere dienstverlening door gegevensdeling. Deze projecten situeren zich op vlak van: Administratieve vereenvoudiging.

ondernemingen uit de profitsector 20 .4. Secundair : . en dit in complementariteit met de taken van de bedrijfsorganisaties.2. Sleutelprojecten In dit luik wordt een overzicht gegeven van de 9 voorgestelde sleutelprojecten.administratieve vereenvoudiging. Met deze sleutelprojecten wordt aan het meerjarenprogramma een duidelijke focus gegeven en worden de gezamenlijke inspanningen gericht op duidelijke projectdoelstellingen die concrete en meetbare resultaten moeten opleveren. 4. De volledige beschrijving van de sleutelprojecten is opgenomen als bijlage bij deze nota (zie bijlage 2). Wat wordt aangepakt? Primair : . De verschillende bestuursniveaus (Vlaams.1 Naar een geïntegreerde benadering van ondernemers – Geïntegreerd loket Situering Dit sleutelproject draagt bij tot strategische doelstelling 1: ‘door een interne staatshervorming en partnerschappen op alle niveaus zorgt de Vlaamse overheid voor minder bestuurlijke drukte en vereenvoudiging met creatie van meerwaarde voor alle betrokkenen (besturen en doelgroepen)’. lokaal en zelfs Europees) nemen voortdurend initiatieven om bedrijven te informeren. . .afstemming “onderneming”.digitalisering van de dienstverlenende processen Doelgroep Zelfstandigen.2. het concreet invullen en afstemmen van de kerntaken van de verschillende overheden en stroomlijning van de communicatie naar de bedrijven. doelgroepgerichte aanpak vanuit de overheid.loketten op verschillende niveaus. maar ook federaal.een ondernemingsvriendelijke. adviseren en ondersteunen. Hieronder worden de managementsamenvattingen van de sleutelprojecten weergegeven. dienstverlening. informatie. Bedrijven komen dan ook veelvuldig in contact met de verschillende overheden en door de weinig geïntegreerde aanpak is het voor ondernemers niet altijd even duidelijk waar ze voor welke vergunningsaanvraag.… terecht kunnen Om de effectiviteit van het overheidsoptreden naar bedrijven te verhogen is er dan ook duidelijk een dringende noodzaak aan afstemming tussen de verschillende actoren op het veld.

4.2. provincie. steden en provincies) gebukt onder de toegenomen planverplichtingen die hen worden opgelegd door de verschillende beleidssectoren. agentschappen die zich richten naar de doelgroep als betrokken partijen Bedrijfsorganisaties.en OCMW-decreet.de planlasten veroorzaakt door in Vlaamse regelgeving vastgelegde beleidsplannen die afgestemd kunnen worden op de lokale meerjarenplanning ter uitvoering van het gemeente-. zal de huidige diversiteit aan plannen worden vervangen door de lokale meerjarenplanning. Deze planverplichtingen bevatten een grote diversiteit aan inhoudelijke voorschriften. dat moet leiden tot duidelijk afgebakende opdrachten voor de verschillende overheden.en arbeidsintensief voor de lokale en provinciale besturen. indirect: een toename van het aantal starters en bedrijfsinvesteringen. het geheel is bijgevolg zeer tijds. lokale besturen als stakeholders Baten een verbetering van de kwaliteit en transparantie van het overheidsoptreden. de vermindering van administratieve lasten (intern en extern). De nota bevat twee luiken: . Aanpak In een eerste fase wordt een conceptnota voorbereid. VVSG.Betrokken Partijen Agentschap Ondernemen als promotor Bestuurszaken. In het kader van en goed partnerschap tussen de Vlaamse overheid en lokale besturen. VVP.de andere planlasten en administratieve lasten die opgelegd worden aan lokale besturen. .2 Eén lokale meerjarenplanning voor de lokale besturen Situering Dit sleutelproject draagt bij tot strategische doelstelling 1: ‘door een interne staatshervorming en partnerschappen op alle niveaus zorgt de Vlaamse overheid voor minder bestuurlijke drukte en vereenvoudiging met creatie van meerwaarde voor alle betrokkenen (besturen en doelgroepen)’. geïntegreerde en coherente benadering van de ondernemer door de Vlaamse overheid in relatie tot de andere overheden. Doelstelling Momenteel gaan de lokale besturen (gemeenten. een uniforme. Corve. het concreet invullen van de kerntaken van iedere betrokken overheid. DAR als co-promotoren Departementen. 21 . die de doelstelling en principes rond vermindering van de planlast bevat.

Kosten&baten analyse Een belangrijke eenmalige kost zal te verwachten zijn voor het ontwikkelen van het systeem voor digitale rapportering in het kader van de beleid. Door de integratie van de planlasten in MJP zal een belangrijke administratieve vereenvoudiging voor de lokale besturen gerealiseerd worden. Een mogelijke basis is de impactmeting uitgevoerd door de Dienst Wetsmatiging in 2006. tegen 2020 (dit was trouwens ook voorgesteld door de CEEO). De Vlaamse Regering wil op korte termijn een aantal beslissingstrajecten opzetten in de richting van een vereenvoudigde interne bestuursorganisatie in Vlaanderen. Het uitgangspunt van deze interne staatshervorming is het verkorten en versnellen van ketens van dienstverlening en beleid.2. Timing Er wordt voorgesteld om de nieuwe beleid. Aan de Vlaams minister voor Bestuurszaken wordt de opdracht gegeven de implementatie op te volgen. wordt elke minister belast met de implementatie van de doelstelling en principes binnen de eigen sector. 22 .en beheerscyclus van de gemeenten. Bovendien zal een geïntegreerde verwerking eveneens de beheerskosten op termijn doen dalen. OCMW’s en provincies. samen met het nieuwe strategische meerjarenplan (periode 2014-2019). 4.en beheerscyclus.Na goedkeuring van de nota door de Vlaamse Regering. Bijdrage tot de doelstellingen van het meerjarenprogramma rond ‘slagkrachtige overheid’ Er wordt gestreefd naar de halvering van planlast uitgedrukt in euro.3 Interne staatshervorming Situering Dit sleutelproject draagt bij tot strategische doelstelling 1: ‘door een interne staatshervorming en partnerschappen op alle niveaus zorgt de Vlaamse overheid voor minder bestuurlijke drukte en vereenvoudiging met creatie van meerwaarde voor alle betrokkenen (besturen en doelgroepen)’. mogelijks is dit ook het geval bij de aanpassing van de sectorale regelgeving. en waar nodig bij te sturen. in werking te laten treden vanaf 2014. De opmaak van dit meerjarenplan (2013) vereist dat de planlastreductie ten laatste eind 2012 dient te worden geïmplementeerd. Zowel de kosten als de baten zullen in kaart worden gebracht in de conceptnota en binnen de aanpassingen van de sectorale regelgeving.

De provincies leggen het accent op grondgebonden materies. duidelijke streefdoelen en indicatoren om de vooruitgang op te volgen en het resultaat te kunnen beoordelen. Per bestuurslaag komen er maximaal homogene sleuteltaken. Structuren die niet functioneel meer zijn worden afgeschaft.De bestuursopbouw vertrekt van het principe van de subsidiariteit. Per beleidssector worden de toezichtsregelingen kritisch herbekeken. Er wordt een beperkte gesloten lijst van deze bevoegdheden/taken opgesteld. Er komt een sluitende lijst met de provinciale opdrachten terzake. Projectbeschrijving Er wordt gekozen voor een pragmatische “van onderop –strategie” aangezien de werkgroep meent dat deze de meeste slaagkans heeft op werkelijke realisatie van de doelstelling. Daarbij wordt rekening gehouden met een historisch gegroeide taakinvulling die verschillend is per provincie mits dit de grote lijnen van de staatshervorming respecteert. Die vormen van specifiek toezicht met beperkte meerwaarde worden afgeschaft en geïntegreerd in het algemeen toezicht. Structuren die functioneel dicht tegen elkaar aanleunen worden geclusterd. Er wordt een inventaris opgemaakt van alle bestaande vormen van specifiek toezicht. Doelstelling De managementondersteunende diensten optimaal organiseren. 4. Gemeenten behoren nog tot zo weinig mogelijk geografisch verschillende structuren. Deze streefdoelen kunnen slechts op een 23 . In de beleidsvoering ligt de nadruk op de gemeenten aan de ene kant en Vlaanderen aan de andere kant.2. Per beleidssector komen slechts 2 bestuurslagen tussen in de verschillende processen. Toch onderkent de werkgroep de nood aan duidelijke engagementen. Voor de niet-grondgebonden materies moet grondig geanalyseerd worden voor welke processen de provincie het meest efficiënt kan optreden. Er komt een drastische vereenvoudiging van de intermediaire structuren op alle niveaus. zodat de dienstverlening efficiënter en kwaliteitsvoller verloopt.4 Rationalisatie managementondersteunende dienstverlening Situering Dit sleutelproject draagt bij tot strategische doelstelling 2: ‘de Vlaamse overheid verhoogt haar aanpassingsvermogen om meer te doen met minder’. Hierdoor kan de administratie meer middelen aan beleidsdoelstellingen besteden. In dit kader wordt ook een inventaris opgesteld van de koppelsubsidies en worden de vereiste decretale wijzigingen uitgewerkt om die koppelsubsidies af te schaffen.

Scope: efficiëntie van de 33 Management Ondersteunende Diensten van de Vlaamse overheid ii. Deze kunnen liggen in meer en nieuwe samenwerking. Deel II: i. iv. 2. optimalisatie van processen en tal van andere zaken. Voorbereidende fase 1. performante dienstverlening. Wat: na een kort maar degelijk haalbaarheidsonderzoek volgens een vooraf bepaalde methodologie beschrijft elk beleidsdomein de knelpunten en de opportuniteiten voor efficiëntie en werkt deze uit in projecten binnen of tussen beleidsdomeinen. Wat: beschrijving van goede praktijken inzake toepassing door de Management Ondersteunende Diensten van het dienstencentrumconcept. Scope: efficiëntie en kwaliteit van de gemeenschappelijk georganiseerde management ondersteunende dienstverlening op VO niveau ii. klantgedreven functioneren. iv. Doel: duidelijke engagementen en streefdoelen met betrekking tot efficiëntiewinsten door middel van andere werking en/of organisatie van de MOD’s worden per beleidsdomein omschreven en in oktober aan de Vlaamse Regering voorgelegd. kostentransparantie. werken tegen een nog te bepalen deadline volgens het dienstencentrumconcept. Scope: kwaliteit van de 33 Management Ondersteunende Diensten van de Vlaamse overheid ii. breder gebruik van gemeenschappelijke systemen. marktgerichte bedrijfscultuur. Timing: 1 mei tot en met 30 september 2010 3 Beslissing van de Vlaamse Regering van 1 februari 2002 24 . Dit bestaat uit volgende componenten 3 : geresponsabiliseerde entiteit.onderbouwde wijze tot stand komen en met voldoende gedragenheid op basis van een nodige voorbereidende fase of proefproject(en). responsablisering van de vraagzijde. Doel: alle Management Ondersteunende Diensten die voor meer dan 1 entiteit werken. Projectaanpak Deze projectomschrijving en -aanpak kwam in consensus binnen de werkgroep met gemandateerde vertegenwoordigers van de 13 beleidsdomeinen tot stand. 3. Deel I: i. permanente bijsturing en verbetering van het dienstenaanbod. Timing: 1 mei tot en met 30 september 2010 iii. Timing: 1 mei tot en met 30 september 2010 iii. Deel III: i.

Belangrijkste projecten Projecten vertrekken vanuit businessbehoeften en koppeling aan realisatie strategische doelstellingen entiteiten maar met een comply or explain-principe voor deze shared services. In de uitgebreide fiche worden nog bekomende projecten gedefinieerd die bijdragen tot de realisatie van de projectdoelstellingen. 4. Vergroten kennis en ervaring vraagzijde aan marktconforme prijzen en in eigen hierachie ( < geen concurrentie private markt). opvolging en ontwikkeling te doen dalen. Doelstelling De Vlaamse overheid in haar totaliteit met ICT meer laten doen met dezelfde ICTmiddelen. iv. Uitwerken toekomstige behoeften voor ICT Portaal raamcontracten en gedeelde IT-profielen. 25 . Uitwerken vraaggestuurde visie en strategie op datacenters en businesscase datacenter op basis IAVA-audit. door de kosten voor het beheer van de infrastructuur en de kosten voor aansturing.5 Nuttige rationalisatie ter ondersteuning van een klantgedreven ICT Situering Dit sleutelproject draagt bij tot strategische doelstelling 2: ‘de Vlaamse overheid verhoogt haar aanpassingsvermogen om meer te doen met minder’. Streefdoelbepaling en implementatiefase Concretisering en voorstel van implementatie op basis van de resultaten van de voorbereidende fase.iii. Agentschap voor ICT-personeel. Wat: alle gemeenschappelijke dienstverleners zullen worden bevraagd optimalisatievoorstellen te doen met het oog op de implementatie van het dienstencentrumconcept. Geen uitspraak over centraal/decentraal wel over mogelijkheid om shared services uit te bouwen op niveau VO.2. Geen aanwerving via personeelskredieten maar via IT-diensten. zodat er meer budgettaire ruimte is voor nieuwe innovatieve ICT-realisaties ten voordele van de klanten van de Vlaamse overheid. Uitwerken vraaggestuurde visie en strategie op netwerk(beheer) en businesscase netwerkoptimalisatie op basis van IAVA-audit. Doel:duidelijke engagementen en targets met betrekking tot implementatie van het dienstencentrumconcept voor de gemeenschappelijk georganiseerde management ondersteunende dienstverlening worden omschreven en in oktober aan de Vlaamse Regering voorgelegd.

Doelstelling De sleutel tot meer doeltreffende administratieve vereenvoudiging ligt in verhoogde inspanningen om te komen tot een geïntegreerde uitbouw van het intra.en interbestuurlijk gegevensverkeer (met kruispuntbanken.6 Betere dienstverlening door koppeling databanken. Agentschap ICT-personeel (aan te rekenen op IT-diensten) gemiddeld – 60% vergelijkbaar met consultants (120 a 150K per functie/jaar). uitbouw en gebruik van authentieke gegevensbronnen en maximale gegevensdeling binnen de Vlaamse overheid en tussen overheden (Europees. netwerkdiensten. en ontwikkeling van een geïntegreerde Vlaamse publieksbalie Situering Dit sleutelproject draagt bij tot strategische doelstelling 3: ‘de Vlaamse overheid zal door innovatie van werkwijze en instrumenten de dienstverlening verbeteren’. Vlaams. Vraagzijde (interne klanten) bepalen visie en strategie (< leveranciers die behoeften bepalen) Politiek akkoord voor realisatie deelprojecten 4. organisatie) toe. Andere projecten minimale kosten en daarbij vooral inzet eigen personeel VO. bedrijf. lokaal) ten behoeve van een verbeterde dienstverlening naar de klanten (burger. informatieportalen) als noodzakelijke onderbouw voor diverse strategische beleidsprojecten. De winsten kunnen ingezet worden om dienstverlening naar verschillende klanten te verhogen door verhoging budgetten ontwikkeling. Inschatten efficientiewinsten belangrijk onderdeel business cases en uitgewerkte projectvoorstellen. Netwerkoptimalisatie (Theoretische inschatting IAVA).Bijdrage aantoonbare efficiëntiewinsten Binnen twee projecten zijn er al richtcijfers van besparingen. Eenmalige investeringskosten kunnen hoog zijn voor netwerken en datacenters maar terugverdientijd is kort. federaal. integratie gegevensverkeer en back-office activiteiten. De kapstokken zijn de eenmalige gegevensopvraging. -10% tot – 35% op de jaarlijkse exploitatiekosten met minimale investering van 440K tot 3000K en terugverdientijd van <5 jaar. Elke doelgroep moet voor elk van de processen waarbinnen hij of zij in interactie treedt met de overheid via de voor hem of haar meest logische 26 .2. Andere projecten. Kritische succesfactoren Noodzaak van de entiteiten van de Vlaamse overheid om in onderling vertrouwen zich te engageren om mee te werken aan business cases en strategieën.

de bundeling van kennis en expertise voor een professionele begeleiding van strategische projecten van waaruit generieke componenten (data en diensten) kunnen worden opgebouwd. dienstverlening en informatieverstrekking dan zorgen we ook intern voor minder planlasten en meer efficiëntiewinst.be en voor sommige processen ook websites van de gemeenten voor de burger enz. andere overheden). met een aantal generieke afsprakenkaders en een geïntegreerde uitbouw van het gegevensverkeer binnen de Vlaamse overheid kunnen we ook de lokale overheden betere oplossingen aanbieden voor de uitbouw van hun dienstverlening (loketten.de opmaak van een interbestuurlijke producten. processen). private partners. Daar waar de klant zelf informatie moet geven aan de overheid moet het ervoor zorgen dat hij geen informatie meer dient te geven waarover de overheid al beschikt. ondernemersloket voor ondernemers. diensten. het begeleiden van de inhoudelijk bevoegde projectverantwoordelijken en het begeleiden van diensten die gebruik willen maken van de generiek aangeboden componenten voor hun eigen dienstverlening. .de aansturing gebeurt vanuit de gezamenlijke stuurgroep MAGDA/GDI (beleidsdomeinoverschrijdend. identificatie) . diensten.We kunnen niet alles tegelijk aanpakken.uitbouw van een geïntegreerde informatie-infrastructuur (kruispuntbanken.). Een betere koppeling tussen alfanumerieke en geografische data biedt een ruim aanbod aan nieuwe diensten. Dit is een duidelijke toegangspoort voor de Vlaamse overheid die op een eenvoudige en toegankelijke wijze de informatie van de Vlaamse overheid kanaliseert. Belangrijkste projecten Dit wordt gerealiseerd dank zij: . Hierbij wordt o.Met de interbestuurlijke producten. Ze hebben een rol in een professionalisering van de projectaanpak qua digitalisering (opmaak business plan). Dit kan gebeuren in de vorm van een Vlaamse service-integrator. We starten dit proces op vanuit een beperkte set van strategische projecten die doorbraken kunnen realiseren in de dienstverlening van de Vlaamse overheid (en lokale overheden) en een potentieel bevatten van ruimer bruikbare componenten.vlaanderen. eenduidig en actueel is. Door een betere samenwerking. gedacht aan: 27 . .a. vertegenwoordigers van andere instanties/deelnemers zoals de lokale overheden). www.en dienstencataloog .de frontoffice en backoffice die worden opgebouwd vanuit de logica van de klant en de verbeterde dienstverlening vanuit de Vlaamse overheid (ook via andere overheden). . het capteren van potentieel hergebruik van (authentieke) data.toegangspoort (e-loket) informatie krijgen die correct. Dit coördinatieteam zorgt voor een goed relatiebeheer intern en extern (de klant. volledig. authentieke bronnen.en dienstencataloog als motor werken we aan de geïntegreerde Vlaamse publieksbalie. Hierbij wordt rekening gehouden met het feit dat we qua e-loketten gaan kijken welke toegangspoort de meest logische en eenvoudigste is vanuit het oogpunt van de klant (vb. Ook voor de interne lastenverlaging is dit project een missing link: als data en diensten waarover de overheid al beschikt zo opgebouwd en ontsloten kan worden dat het door meer entiteiten ingezet kan worden in hun processen. .

o o o o Het ondernemersloket (dat als sleutelproject opgenomen is) Het notarisformulier De digitale bouwvergunning en milieuvergunning Inkomensaspecten vanuit de studietoelagen Kritische succesfactoren . vormt aldus de werkgroep voor dit sleutelproject in het kader van het meerjarenprogramma. herbruikbare componenten en voor de begeleiding van de entiteiten die deze data en diensten willen integreren in hun eigen processen en dienstverlening. Een projectfiche zoals deze werd opgemaakt voor de andere sleutelprojecten is momenteel nog niet voorhanden. deze problematiek en het meerjarenprogramma wordt verzekerd. 28 .7 Versnellen en vereenvoudigen van de procedures voor investeringsdossiers Situering Dit sleutelproject draagt bij tot strategische doelstelling 4: ‘de Vlaamse overheid verbetert haar oplossingsvermogen t. samengesteld uit vertegenwoordigers van de beleidsdomeinen LV. de uitbouw van de generieke.0140). RWO. Het CAG wenst dat deze op korte termijn wordt opgemaakt door de trekker en projectverantwoordelijke van dit sleutelproject zodat volledige afstemming tussen de lopende werkzaamheden m. In combinatie met een verbeterde verantwoording verhoogt zij daardoor het vertrouwen en de tevredenheid van burgers.Het beschikbaar stellen van budgetten en inhoudelijke projectteams voor de strategische projecten . 4.’ Het sleutelproject sluit aan bij de beslissingen genomen door de Vlaamse Regering in het kader van het versnellen van investeringsprojecten.v.Het beschikbaar stellen van een financiering (een innovatiefonds voor de uitbouw van de generieke digitale dienstverlening) om naast de normale kosten van de inhoudelijk bevoegde entiteit binnen een project te kunnen werken aan de uitwisselingsinfrastructuur. Als bijlage bij deze nota (bijlage 2) is de eerste rapportering van de task force aan het politiek stuurcomité opgenomen.t.2. Deze task force. LNE. maatschappelijke uitdagingen. BZ en MOW. organisaties en bedrijven.a. DAR. De regering richtte een politiek stuurcomité en een ambtelijke task force op (zie VR 2010 2603 MED.b.Het samenbrengen van kennis in de service-integrator .Bereidheid binnen de overheid om te gaan naar een innoverende samenwerking over de beleidsdomeinen en bestuurslagen heen ten behoeve van de klant .

vastgoedpatrimonium van In de discussies over de actualisering van de Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling zijn transities het vertrekpunt. 5 DOMa: Duurzame Ontwikkeling Maturiteitsmodel. verduurzamen van eigen (en gesubsidieerde) gebouwen. GRI: Global Reporting Initiatieve. energiezorg in gebouwenbeheer en milieuzorg in voertuigenpark waarbij werk wordt gemaakt van haar eigen voorbeeldfunctie en bijkomend gemikt wordt op de daling van interne werkingskosten en van interne en externe milieukosten. -uitvoering en – voorbereiding met het oog op het verbeteren van haar oplossingsvermogen t.’ Toepassingsgebied De Vlaamse overheid wil haar duurzaam optreden invullen zowel in haar kernprocessen als in haar ondersteunende processen (interne werking): 1.2. etc. helpdesk (juridische en praktische ondersteuning) en monitoringsysteem zijn operationeel. structurele ondersteuning van transitieprocessen 4 . In combinatie met een verbeterde verantwoording verhoogt zij daardoor het vertrouwen en de tevredenheid van burgers. In haar ondersteunende processen: verduurzamen van overheidsopdrachten.8 Duurzaam optreden van de Vlaamse overheid Situering Dit sleutelproject draagt bij tot strategische doelstelling 4: ‘de Vlaamse overheid verbetert haar oplossingsvermogen t. uitwerking van een strategisch stakeholdersbeleid. doeb: Duurzame ontwikkelings effectenbeoordeling.b. proefprojecten zijn opgestart en geëvalueerd. De Vlaamse overheid legt de basis om de doelstelling te behalen van 100% duurzame overheidsopdrachten tegen 2020 6 : duurzaamheidscriteria voor verschillende productgroepen zijn ontwikkeld en worden toegepast.t.a. multi-actorbeleid en gedeelde verantwoordelijkheid. maatschappelijke uitdagingen. Doorbraken die zullen worden gerealiseerd op korte termijn (2010-2014) De Vlaamse overheid stimuleert multi-actorbeleid: een kennisnetwerk is uitgebouwd. De Vlaamse overheid maakt werk van het verduurzamen van gebouwenpatrimonium en energiezorg in gebouwenbeheer: (ontwikkeling van) een afwegingskader zodat gebouwen op alle aspecten van duurzaamheid beoordeeld en éénduidig vergeleken kunnen worden. Duurzaamheid van de Vlaamse overheid wordt meetbaar en zichtbaar: onderzoek van instrumenten en methodieken van duurzaamheidsrapportering 5 en inhoudelijke afstemming. 4 29 . organisaties en bedrijven. In haar kernprocessen: participatie en partnerschappen stimuleren en het voorbeeld geven m. Co-productie en co-uitvoering in beleidsvoorbereiding.v.v. maatschappelijke uitdagingen.o. mobiliteit) en communicatie over de inspanningen die de Vlaamse overheid doet op vlak van duurzaam optreden en organiseren. 2. Er wordt geïnvesteerd in betere monitoring (zie ook acties op vlak van overheidsopdrachten. 6 Beslissing VR 5 juni 2009. nieuwe processen zijn opgestart.4. energiezorg.

W.de VO werd in kaart gebracht en criteria zijn beschikbaar om duurzaam en efficiënt huisvestingsbeleid te voeren. Scope Het sleutelproject “Barometer Slagkrachtige Overheid” zal in de eerste plaats focussen op het aanleveren van essentiële data voor het berekenen van de kernindicatoren die door het ambtelijke (CAG) en het politieke niveau (Vlaamse Regering) worden aanvaard om het doelbereik van de vier strategische doelstellingen voor het Meerjarenprogramma Slagkrachtige Overheid op te volgen. de nulmeting.v. de aggregatie van data op het niveau van de Vlaamse overheid en de ontsluiting ervan. Stimuleren en verhogen van interne en beleidsdomeinoverschrijdende samenwerking: Bij de uitvoering van acties en verankeren van bepaalde werkwijzen worden interessante partnerschappen tussen entiteiten van verschillende beleidsdomeinen gevormd. meetbaar en auditeerbaar maken.9 Barometer slagkrachtige overheid Situering Dit sleutelproject draagt bij tot strategische doelstelling 4: ‘de Vlaamse overheid verbetert haar oplossingsvermogen t. energiebeheer in Vlaamse overheidsgebouwen werd draagvlak verankerd (op pilootschool) en werd een rapporteringsysteem van energieverbruiken ingevoerd dat toelaat specifieke acties uit te voeren inzake rationeel energiegebruik en de basis legt voor de herwerking van het actieplan (2006-2010) Energiezorg in Vlaamse overheidsgebouwen. de eigen vloot wordt stelselmatig milieuvriendelijker (monitoring a. ecoscore).h. Dit project wil duidelijke afspraken vastleggen wie verantwoordelijkheid is voor het definiëren van de gehanteerde begrippen. De Vlaamse overheid werkt structureel binnen haar eigen werking aan een duurzame mobiliteit: STOP-principe wordt uitgedragen en zo veel mogelijk toegepast (bijdrage aan modale verschuiving).en effectiviteitwinsten die de Vlaamse Overheid wil realiseren mede dankzij het Meerjarenprogramma Slagkrachtige overheid.a. 4. organisaties en bedrijven. de opleiding energiezuinig rijden is verankerd in opleidingsaanbod van Vlaamse ambtenaren. In combinatie met een verbeterde verantwoording verhoogt zij daardoor het vertrouwen en de tevredenheid van burgers.v. In een volgende fase kan het ambitieniveau van dit project worden verruimd.d.’ Bijdrage aan efficiëntie en effectiviteit Dit project helpt de efficiëntie. 30 . de vervolgmeting. Dit project draagt bij tot de realisatie van de ViA doorbraak over de Slagkrachtige overheid en komt concreet tegemoet aan de vraag van de stakeholders van het Pact 2020 (doelstelling 18) en aan de aanbevelingen van de Commissie Efficiënte en Effectieve overheid om een set van outputgerichte indicatoren op te stellen over de werking van de overheid en hierover regelmatig te rapporteren.2.b. maatschappelijke uitdagingen.

1). SCV-survey met periodiek weerkerende modules over de perceptie van het overheidsoptreden. Om dit proces te bevorderen. Productie regionale data m.m. Aanpak Per indicator werd nagegaan in welke mate er consensus bestond over de definitie. Met dit sleutelproject leggen we de puzzel samen en vullen we de ontbrekende stukken aan. Er werden meerdere lacunes vastgesteld. Voor een aantal kernindicatoren wordt uitgekeken naar de resultaten van andere sleutelprojecten. initiatieven van diensten. de bron voor de meting en de ontsluiting. overheidsbestedingen met SVR als trekker (i. overlegplatformen en registratiesystemen. De inspanningen voor de dataverzameling moeten in verhouding staan tot de meerwaarde dat deze indicatoren hebben voor de domeinen. nulmeting.2) en geïntegreerde Vlaamse publieksbalie (3.t. De verantwoordelijkheden kunnen verschillen naargelang de fase van monitoring (definitie.Er wordt maximaal gebruik gemaakt van bestaande of lopende studies. Klantentevredenheidsmetingen over entiteitgebonden en entiteitoverschrijdende dienstverlening (sleutelprojecten) met AGO als trekker 31 . vervolgmeting. Hiervoor verwijzen naar andere sleutelprojecten zoals nuttige rationalisering ter ondersteuning van klantengedreven IT (2. werden een viertal projecten beschreven die deze lacunes op een versnelde en overlegde manier moeten helpen invullen. Tegen eind 2011 moet er volledige duidelijkheid zijn over alle definities.b. tegen eind 2012 hopen we voor alle indicatoren te kunnen beschikken over kwaliteitsvolle statistieken die geaggregeerd kunnen worden op het niveau van de Vlaamse overheid of domein naargelang de indicator. Het gaat concreet over volgende projecten: VO-rapportering met DBZ als trekker.s. ontsluiting). We houden ons in dit project niet bezig met de IT-infrastructuur en de ontwikkeling van meetsystemen nodig om gegevens te ontsluiten en met elkaar te verbinden. NBB).

meer met minder SD3betere dienstverlening door innovatie SD4oplossingsvermogen en verantwoording SD4oplossingsvermogen en verantwoording SD4oplossingsvermogen en verantwoording Organisatiebreed traject Eenloket lokale statistieken Samenwerking politiek en ambtelijk niveau (charter) Hergebruik Vlaamse codex Naar meerwaarde bij en uit PPS Pilootproject: gebruik van poules voor het flexibel inschakelen van communicatie-expertise Thema-audit debiteurenbeheer Validatie-audit maturiteitsniveau 3 – screening efficiëntieinstrumentarium Strategisch personeelsbeleid Organisatie evenementen Rekendecreet Eigen Vlaamse Bevek BUTEO Uitbouw dienst Vastgoedakten Orafin 2010 bijkomende deelprojecten Een sterk en toekomstgericht merkverhaal voor Vlaanderen Afstemming beleids-. die een doorbraak moeten forceren op weg naar een slagkrachtige overheid.meer met minder SD2. Deze projecten situeren zich op niveau Vlaamse overheid.3 Organisatiebrede projecten Naast de sleutelprojecten. één beleidsdomein neemt de rol van trekker op (zie onderstaande tabel).meer met minder SD2.meer met minder SD2.meer met minder SD2.meer met minder SD2. Alle beleidsdomeinen zijn betrokken partij.meer met minder SD2.en financiële cyclus Single audit Trekkend beleidsdomein DAR DAR DAR DAR DAR DAR DAR BZ BZ F&B F&B F&B F&B F&B DAR DAR F&B 32 . beheers.meer met minder SD2.4.meer met minder SD2.meer met minder SD2.meer met minder SD2.meer met minder SD2. werden tijdens fase 1 van het meerjarenprogramma ook een aantal organisatiebrede projecten gedefinieerd. Strategische doelstelling SD1-minder bestuurlijke drukte SD2.

4 Beleidsdomeinoverschrijdende projecten Ook in afspraak tussen een aantal beleidsdomeinen werden projecten gedefinieerd die bijdragen tot de doelstellingen van het meerjarenprogramma (zie onderstaande tabel).meer met minder SD2.4.en ervaringsbewijzendatabank (LED) Rechtenverkenner – webservices voor een sociale productencataloog Digitaal platform Vlaamse Zorgverzekering Uitbouwen van een elektronisch VAPHdossier voor personen met een handicap Overkoepelende databank Vaccinet Portaal voor e-dienstverlening Trekkend beleidsdomein F&B WVG WVG WSE LNE LNE F&B F&B O&V O&V WSE WVG WVG WVG WVG WVG 33 . Strategische doelstelling SD1-minder bestuurlijke drukte SD2.meer met minder SD3-betere dienstverlening door innovatie SD3-betere dienstverlening door innovatie SD3-betere dienstverlening door innovatie SD3-betere dienstverlening door innovatie SD3-betere dienstverlening door innovatie SD3-betere dienstverlening door innovatie SD3-betere dienstverlening door innovatie SD3-betere dienstverlening door innovatie SD3-betere dienstverlening door innovatie SD3-betere dienstverlening door innovatie Beleidsdomeinoverschrijdend traject Optimalisatie fiscale inning planbatenheffing en leegstandheffing Operationalisering module Time & Labor Vlimpers Interbestuurlijke samenwerking tussen het VAPH en team Gelijke Kansen in Vlaanderen Co-invest Optimalisatie ambtshalve tussenkomsten OVAM als huissaneerder Uitbouw Vlaamse fiscale databank Samenwerkingsovereenkomst 1700 en VLABEL Projectloket – geld voor je schoolproject Automatische toekenning van school.meer met minder SD2.meer met minder SD2.en studietoelagen Vlaamse leer.meer met minder SD2.

SD3-betere dienstverlening door innovatie SD3-betere dienstverlening door innovatie SD3-betere dienstverlening door innovatie Databank ondergrond Vlaanderen Uitbouw informatie-datacentrum biodiversiteit FELNET LNE LNE LNE 34 .

De beleidsdomeinspecifieke projecten vallen onder de verantwoordelijkheid van de beleidsraden en managementcomités. 0222QUINQUIES 35 . De entiteitsspecifieke projecten worden bovendien verankerd in de beheersovereenkomst of managementovereenkomst.5 Beleidsdomein. In het herwerkt model is volgende formulering verplicht in de beheersovereenkomst van elk agentschap opgenomen:’ Iedere entiteit definieert een verbetertraject om meetbare efficiëntiewinsten te realiseren’. de entiteitsspecifieke worden aangestuurd en opgevolgd door de functioneel bevoegde minister en leidend ambtenaar van het departement of het agentschap.4. 7 7 Zie VR 2010 0204 DOC.en entiteitsspecifieke projecten Tenslotte bevat het meerjarenprogramma een aantal beleidsdomeinspecifieke en entiteitsspecifieke projecten. Hierbij wordt naadloos aangesloten bij de beslissing van de Vlaamse Regering over de ‘tweede generatie’ beheersovereenkomsten: ‘In uitvoering van het Vlaams regeerakkoord is er nood aan een generieke bepaling waarin staat dat elke entiteit zich inschakelt in de bestaande overkoepelende dynamiek en organisatiebrede afspraken over het ‘meerjarenprogramma slagkrachtige overheid’ (CAG) en dit onder meer via een entiteitsspecifieke invulling.

efficiëntie van uitvoering van het programma (door de coördinatie van de ondersteuning op vlak van methodes voor projectmanagement.. voor de identificatie en het aanreiken van oplossingen voor problemen en conflicten die de individuele projecten overstijgen.. voor de verschillende (sleutel)projecten die deel uitmaken van het meerjarenprogramma). . er een geconsolideerde opvolging op overkoepelend niveau georganiseerd wordt: het CAG is verantwoordelijk voor de voortgangscontrole van de projecten en de opvolging van de realisatie van de doelstellingen. maar tegelijk ook het geheel van rapporterings. voor het organisatiebreed risicobeheer. Aansturing en beheer van het meerjarenprogramma (‘governance’) 5.5. organisatiebrede projecten of programma’s en sleutelprojecten door het CAG. overlaps en het uitwerken van duidelijke afspraken hierrond) en impact (vermijden van tegenstrijdige effecten). Het aantal fora waarop bepaalde zaken aan bod zal komen zal in deze context gerationaliseerd worden. Het programma slagkrachtige overheid vraagt om een gecoördineerde aanpak. verandermanagement. belanghebbendenmanagement. Entiteitsspecifieke projecten of programma’s door de entiteiten. De toegevoegde waarde van een centrale programmastructuur is: kwalitatieve en consistente rapportering naar en interactie met de politiek.1 Belang van een duidelijke governance Governance is het mogelijk maken dat het programma slagkrachtige overheid kan en zal uitgevoerd worden. Een duidelijke en sterke governance voor dit meerjarenprogramma houdt in dat: de aansturing van de verschillende projecten en programma’s op het meest efficiënte niveau gebeurt.en beslissingsprocessen te optimaliseren qua efficiëntie. . De doelstelling van deze governance is om geïntegreerder te kunnen opvolgen en aansturen. 36 .. beleidsdomeinspecifieke projecten of programma’s door de beleidsdomeinen.. oplossing voor mogelijke conflicten op vlak van scope (identificeren van raakvlakken.

Ruebens) aangeduid.2 Kadering van de governance van het meerjarenprogramma in de governance van Vlaanderen in Actie. minister Bourgeois) en een trekker binnen de administratie (ie.0061). regie binnen elk programma. zowel bij de organisatie van de monitoring als bij de organisatie van de noodzakelijke ondersteuning voor de verschillende projecten. Hiervoor werd een algemene governancestructuur voorzien (zie VR 2010 0502 MED.5. Het programma slagkrachtige overheid maakt deel uit van het overkoepelende programma Vlaanderen in Actie dat uit 7 doorbraken bestaat. Dat is het wél. De ambtelijke werkzaamheden worden in nauw overleg tussen de trekker en het CAG gecoördineerd en ondersteund door een lichte centrale structuur. Ze passen zo veel mogelijk in de bestaande structuren en processen. coördinatie. De inrichting van een lichte centrale structuur wil niet zeggen dat het programma de verantwoordelijkheid niet is van de leidend ambtenaren. hierna het ‘programmabureau’ genoemd (zie verder voor beschrijving van de belangrijkste taken). Net zoals voor de andere doorbraken werd voor de doorbraak slagkrachtige overheid een verantwoordelijke minister (ie. Voor deze 7 doorbraken zal worden gewerkt met 7 programma’s. Deze programma’s scheppen de voorwaarden om de doorbraak werkelijk te realiseren. Het programmabureau staat hen daar in bij. dhr. 37 . Niettemin is er nood aan afstemming.

budget. voor de volledige portfolio van projecten die bijdragen tot de doelstellingen van het MJP.3 Rapporteringscyclus meerjarenprogramma Onderstaand schematisch overzicht geeft de jaarlijkse rapporteringscyclus weer voor het meerjarenprogramma. organisatiebrede en beleidsdomeinoverschrijdende projecten uit het MJP. budgetten. knelpunten en risico’s) en resultaten van de sleutelprojecten. doelgroep en focus van de rapportering: 1/ Rapportering oktober Rapportering programmabureau aan CAG Rapportering door het CAG aan minister Bourgeois Focus op voortgang (scope. timing. resultaten. met indicatie van de frequentie. Input uit jaarlijkse rapportering over uitvoering BHO/MO Eveneens focus op indicatoren strategische doelstellingen Rapportering wordt ook bezorgd aan CEEO 38 .5. Input uit halfjaarlijkse rapportering vanuit beleidsdomeinen aan BZ over personeelseffectieven en loonkost (februari). Input uit halfjaarlijkse rapportering personeelseffectieven en loonkost (oktober) Rapportering wordt ook bezorgd aan CEEO 2/ Rapportering april Rapportering programmabureau aan CAG Rapportering door het CAG aan minister Bourgeois en kern Vlaamse Regering Rapportering aan de Raad der Wijzen Focus op voortgang.

Rapportering aan het programmabureau gebeurt hier ook volgens hetzelfde standaard voortgangsrapport. en een geconsolideerde rapportering over voortgang en resultaten van de 9 sleutelprojecten. scope. Hiertoe zal in september 2010 een cross-check gebeuren: screening van de beheersovereenkomsten en managementovereenkomsten door het programmabureau op initiatieven die bijdragen tot de doelstellingen van het meerjarenprogramma slagkrachtige overheid. . Deze projecten worden wel opgenomen in de jaarlijkse globale rapportering over het meerjarenprogramma. Indien opportuun kan ook tussentijds een bijkomende agendering op de maandelijkse CAG-vergadering verzocht worden door de trekker van het sleutelproject of door het programmabureau. geen rapportering over zaken die conform plan.. 39 . in selectieve of uitgebreide versie.Aan de basis van deze rapporteringscyclus ligt de volgende concrete invulling van het principe van de gelaagde aanpak: Sleutelprojecten worden intensiever gemonitord op het niveau van het CAG: halfjaarlijks is er verplichte rapportering (volgens standaard voortgangsrapport) aan het programmabureau door de trekker en de projectverantwoordelijke. De rapportering door het programmabureau aan het CAG gebeurt hierbij op “exceptie basis”: enkel knelpunten en specifieke aandachtspunten worden gerapporteerd.. betere regelgeving. Voor de beleidsdomeinspecifieke en entiteitsspecifieke projecten gebeurt de opvolging respectievelijk door het bevoegde managementcomité en de leidend ambtenaar. gekoppeld aan de strategische doelstellingen van het meerjarenprogramma. verlopen. De jaarlijkse uitgebreide globale rapportering wordt gebaseerd op: o pragmatische rapportering volgens standaard voortgangsrapport (“light”) door de leidende ambtenaar (sponsor) aan het programmabureau (“push”). verbeterde dienstverlening en klantentevredenheid. geven een overzichtelijk beeld van: De voortgang en resultaten van de sleutelprojecten De voortgang en resultaten van de overige projecten De bijdrage van deze projecten aan de visie en belangrijke doelstellingen van de Vlaamse overheid: administratieve vereenvoudiging. o screening van de jaarrapporten over uitvoering van de beheersovereenkomsten en managementovereenkomsten door het programmabureau op initiatieven die bijdragen tot de doelstellingen van het meerjarenprogramma. De overige organisatiebrede en beleidsdomeinoverschrijdende projecten die deel uitmaken van het meerjarenprogramma worden ook halfjaarlijks meegenomen in de voortgangsrapportering naar het CAG. Op basis hiervan wordt een globale portfolio als vertrekpunt vastgelegd. De voortgangsboordtabellen als basis voor de rapportering. De rapportering rond de indicatoren. budget. is in de voorgestelde rapporteringsscyclus ingepland in april.

k. het meerjarenprogramma wordt tot een minimum beperkt door zoveel mogelijk gebruikt te maken van en afstemming te verzekeren met bestaande rapporteringen.a.v. de uitvoering van de beheersovereenkomsten en managementovereenkomsten en actieplannen administratieve vereenvoudiging. i.De rapporteringslast i.v.k. 40 . o.

2 Programmabureau Het programmabureau is een lichte centrale structuur met de volgende verantwoordelijkheden: Algemeen beheer & Voortgangsrapportering Updaten van portfolio meerjarenprogramma Afstemming met projectverantwoordelijken sleutelprojecten . gedurende de ganse looptijd). beleidsdomeinoverschrijdend.4 Rollen en verantwoordelijkheden binnen het meerjarenprogramma 5. in een tijdelijke structuur (projectteam) of ingebed in een bestaande organisatie. de aansturing en het beheer van het programma gebeurt in nauw overleg met de politieke verantwoordelijken en met optimaal gebruik van de CEEO als klankbord (continu.of entiteitsspecifiek). afstemming met leidend ambtenaren voor niet-sleutelprojecten Beheer voortgangsboordtabellen Voorbereiding tussentijdse rapportering CAG Voorstellen rationalisering governance structuur Goede praktijken uitwisselen Coherentietoets projecten en programma’s Consolidatie gegevens rond kwaliteitsbeheer Ondersteuning projectverantwoordelijken (of 41 ‘ Broker-rol’ Kwaliteitsbeheer . 5.1 Aansturing Het meerjarenprogramma slagkrachtige overheid is een gezamenlijk traject van politiek en administratie: het meerjarenprogramma garandeert dat de Vlaamse Regering en de Vlaamse administratie focussen op de juiste strategische doelstellingen en het helpt om de realisatie van deze doelstellingen op een efficiënte en gecontroleerde manier te organiseren en op te volgen.4. beleidsdomein. Overige projecten: aansturing en uitvoering conform de gemaakte afspraken. De specifieke rollen voor aansturing en uitvoering van het meerjarenprogramma situeren zich op verschillende niveau’s: Overkoepelend: opvolging en aansturing door minister Bourgeois en de overige ministers van de kern van de Vlaamse Regering. hierbij ondersteund door het programmabureau. Een meer gedetailleerde toelichting van de belangrijkste rollen & verantwoordelijkheden binnen het meerjarenprogramma is opgenomen als bijlage 3. Sleutelprojecten: aansturing en uitvoering door een gemandateerde trekker en projectverantwoordelijke.4. afhankelijk van het type project (organisatiebreed. trekker ViA-doorbraak slagkrachtige overheid en het CAG.5.

5 VTE.v. Het programmabureau zal op deze manier zorgen voor: Goede interactie met het politieke niveau.Kosten/baten Verandermanagement & Communicatie Scope beheer Stuurgroep) bij kwaliteitsbeheer projecten & programma's Onafhankelijke project. coaching) De benodigde capaciteit hiervoor wordt ingeschat op 1. Ad hoc zal dit programmabureau samenkomen in een uitgebreide constellatie. Voortgangscontrole en kwaliteitsbewaking.en programmaoverschrijdende knelpunten Actieplannen voor project. Organisatiebreed risicobeheer. uitbouw van een vlotte politiekambtelijke samenwerking en aansturing. Voldoende focus op het identificeren en vervolgens ook realiseren van de baten. te voorzien binnen de bestaande budgettaire middelen.en programma-audits (op aanvraag SG of CAG) Organisatie ondersteuning ontwikkeling kostenbaten-risico-analyse Kwaliteitsbewaking voor KBR Zie verder voor meer detail Tussentijdse identificatie 'grijze zones' (overlaps. met deelname van bvb. lacunes) Facilitering uitklaring 'grijze zones' Trigger bijkomende projecten of herkwalificatie projecten Tussentijds overkoepelend beheer van risico’s Knelpunten & risico Tussentijds overkoepelend beheer van knelpunten beheer Faciliterende rol bij project. 42 . Professionele aanpak o. resultaten. in functie van de te bespreken topics.en programmaoverschrijdende risico's Inventarisatie behoefte en organisatie (niet uitvoering) Belanghebbenden van ondersteuning bij toepassing van methodes voor management belanghebbendenmanagement (opleiding. de projectverantwoordelijken van de sleutelprojecten. Een frequente politiek-ambtelijke afstemming is voor het welslagen van dit programma essentieel. coaching) Inventarisatie behoefte en organisatie van Project & Programmamanagement ondersteuning bij toepassing van methodes voor projectmanagement en programmamanagement methodes (opleiding. vertegenwoordigers van de beleidsdomeinen. verandermanagement en communicatie.v. Beheer van raakvlakken en faciliteren van bespreking van scopediscussies.

het mobiliseren van de juiste personen. Alle leidend ambtenaren engageren zich tot het inzetten van de nodige mensen en middelen voor het realiseren van de organisatiebrede projecten en programma’s.5. Zonder verandermanagement zal er onvoldoende drive zijn om op een efficiënte manier tot resultaten te komen. Investeren in het versterken van de verandercapaciteit van de Vlaamse overheid situeert zich op 2 niveaus: Werken op de (verdere) ontwikkeling van de basiswaarden en basisvaardigheden van de Vlaamse overheid als organisatie en van haar personeel.) tussen de programma’s en projecten enerzijds en de dagdagelijkse operationele werking anderzijds is een belangrijke voorwaarde om de strategie op een goede manier te kunnen uitvoeren. en voldoende samenwerking over de entiteiten heen zijn kritieke succesfactoren om de veranderingen te doen slagen die de Vlaamse overheid beoogt met het meerjarenprogramma slagkrachtige overheid. Werken op de procesondersteuning voor begeleiding van de veranderingen verbonden aan de specifieke projecten en programma’s die deel uitmaken van het Meerjarenprogramma. 5.en beleidsdomeinoverschrijdende mobilisatie te garanderen. zullen opportuniteiten gemist worden en is het risico reëel dat de behaalde resultaten niet duurzaam zijn van aard. Om haar visie en strategische doelstellingen te realiseren zal de Vlaamse overheid als organisatie moeten investeren in verandermanagement. voldoende eigenaarschap en engagement van de leidend ambtenaren. Deze verandercapaciteit komt niet vanzelf. Hierbij worden volgende principes gehanteerd: Middelen voor programma’s en projecten worden beheerd op niveau van de uitvoerende entiteiten.m. maar als een belangrijke verantwoordelijkheid van alle sleutelspelers in de verschillende projecten en programma’s om hier de nodige aandacht aan te besteden. Projecten/programma’s met het oog op baten voor de gehele Vlaamse overheid dienen gemeenschappelijk ondersteund te worden door medewerking van alle beleidsdomeinen. Dit wordt niet als een afzonderlijk (sleutel-)project beschouwd.. in het toewijzen van middelen. niet centraal. en de doorbraak effectief te realiseren.. .6 Verandermanagement Betrokkenheid en motivatie van het personeel. In een context waarin middelen strikt organisatiegebonden worden toegewezen zal een mechanisme moeten gehanteerd worden dat toelaat om de entiteits.5 Middelen Een goede balans (o. 43 . Governance van het programma: om het programma professioneel te beheren engageren de leidend ambtenaren zich eveneens tot de nodige inzet in mensen en middelen zowel voor het beheer van het programma op niveau van het beleidsdomein als op het overkoepelend niveau.

Actieve monitoring (van projecten.) voor de doelgroep van de topambtenaren en de projecteigenaars en projectverantwoordelijken vormt hierbij de basis.) Als basisprincipe voor de toepassing van de aangepaste methodes geldt: Toepassing door het programmabureau van het meerjarenprogramma voor alle aspecten m. van wisselleren. betrouwbaar.. verandermanagement dient in een volgende fase te worden uitgewerkt. de globale verandering in het kader van de doorbraak ‘Slagkrachtige overheid’. Voldoende samenwerking tussen en motivatie van de relevante betrokken partijen. Het Meerjarenprogramma moet een bijkomende impuls geven aan het versterken van de culturele fundamenten van de Vlaamse overheid. . ...Basiswaarden en basisvaardigheden De basiswaarden van de Vlaamse overheid (samenwerking. met vervolgens gerichte coaching rond basiswaarden en basisvaardigheden (communicatie.b..)..). . De concrete vertaalslag van de principes naar acties i. Die moet zorgen voor: Voldoende eigenaarschap en alignering van leidinggevenden voor zijn of haar specifieke project. via evenementen. waarbij van de top tot op de vloer iedereen deze basiswaarden in de praktijk omzet. Effectieve en duurzame realisatie van de vooropgestelde resultaten.t. “Community building” (via bestaande en nieuwe fora. Geruststellen van de organisatie en het betrokken personeel m.. 44 . . naar het personeel op alle niveaus. Hier zal op gewerkt worden via een aangepaste mix van de belangrijkste middelen die ingezet kunnen worden om de acceptatie van de oplossingen en de daaraan verbonden veranderingen op mensen en organisaties te versterken: Professionele (veranderings)communicatie (zie verder).. van de graad van samenwerking. belanghebbendenmanagement. en de verantwoordelijken van de niet-sleutelprojecten.k. Identificatie van de leerbehoeften op dit vlak. identificatie van en omgaan met drijfveren voor functionering van zichzelf en van anderen. Volgens het olievlek-principe moet dit door deze sleutelspelers dan verder uitgedragen worden binnen de organisatie. Opleiding.). Coaching en begeleiding op alle niveau’s. Toepassing door de trekkers en projectverantwoordelijke van de sleutelprojecten. ... klantgericht.. gebruik van de leernetwerken. coachend leidinggeven. Toepassing methodes (projectmanagement. Procesondersteuning voor verandermanagement Verandermanagement is een deel van de job van elke projecteigenaar en projectverantwoordelijke. deze kunnen hierbij wel rekenen – indien gewenst – op ondersteuning die wordt georganiseerd door het programmabureau.b.t. de impact op de eigen werking van de veranderingen. voortdurend verbeteren) mogen geen holle slogans zijn. Een correct verwachtingsniveau bij de verschillende betrokken partijen.v. Kennisdeling (bvb.

45 .De investeringen in verandermanagement zullen gebeuren vanuit de bestaande budgetten en resources.

Leidinggevende inschakelen als de belangrijkste communicator. Enkele sleutelprojecten (o. 6.m.2 Basisboodschap De realisatie van het meerjarenprogramma slagkrachtige overheid is de volgende logische stap. het voordeel aantonen.0061). De Nederlandse en het Britse overheden zijn gelijkaardige programma’s aan het uitwerken.1 Strategische uitgangspunten communicatie 6. past in globaal kader. transparante overheid: we communiceren over de op til zijnde projecten. Ambassadeurs van het meerjarenprogramma: de betrokkenen bij de uitvoering van het meerjarenprogramma weten dat het programma van Vlaanderen mee een Europese topregio zal maken en dragen dit ook zo uit eens het meerjarenprogramma gerealiseerd wordt. informatie over betekenis van de beslissingen. kunnen immers een verschuiving van mensen en taken met zich meebrengen. zoals ook andere overheidsorganisaties doen. We werken namelijk aan een efficiëntere overheid die beter inspeelt op de veranderende maatschappij. Essentieel hierbij zijn: Medewerkers en vakbonden betrekken in veranderingsproces en op tijd informeren.1 Veranderingscommunicatie Speciale aandacht gaat naar veranderingsmanagement en –communicatie. 6. dat de communicatiestrategie van de Vlaamse overheid rond dit meerjarenprogramma vertaalt naar concrete communicatieactiviteiten. De communicatie over slagkrachtige overheid wordt volledig ingepast in het algemene communicatieplan voor ViA (zie VR 2010 0502 MED. Open communicatie. De boodschap evolueert naarmate de uitwerking van de sleutelprojecten vordert: meta-informatie over de genomen beslissingen: de oefening is bezig. -doelgroepen en -kanalen.1. Het meerjarenprogramma slagkrachtige overheid draagt bij aan de realisatie van de globale doelstelling van Vlaanderen in Actie: Vlaanderen is een Europese topregio. hij moet toegerust worden om te communiceren over de op til zijnde veranderingen. het project ‘rationalisatie managementondersteunende dienstverlening’). Verschuiving van heel wat mensen: inspelen op weerstanden en de meerwaarde.1.6 Communicatiestrategie en –plan Een belangrijk onderdeel van het gefinaliseerde meerjarenprogramma is een uitgewerkt communicatieplan. 46 .

project. project. interne communicatie gaat vooraf aan de externe communicatie Doel: resultaten bekend maken Voorbeeld kanaal: ViA-folder 6. kan alleen maar door een slagkrachtige overheid. Projectcommunicatie is de communicatie over het project in ontwikkeling.en productcommunicatie De communicatie wordt opgedeeld in proces-.4 Tone of voice We hanteren een feitelijke en realistische stijl. maar de ernst van de projecten noopt ons tot een minder luchtige manier van communiceren. stakeholders meerjarenprogramma/per sleutelproject Verduidelijken rol in uitwerken sleutelproject Doel: faciliteren inhoudelijk uitwerken meerjarenprogramma en sleutelproject Voorbeeld kanaal: overlegstructuren Projectcommunicatie: Communiceert over het verloop van het project slagkrachtige overheid. Procescommunicatie is de communicatie die de ontwikkeling van het project faciliteert en ervoor zorgt dat de actoren op eenzelfde lijn zitten.1.1.en productcommunicatie.3 Proces-. Sleutelproject X (vb ICT) droeg zo bij tot … door … 47 .praktische informatie: wat houdt dit concreet in voor mijn werk? 6. Procescommunicatie: Afstemming tussen de verschillende actoren. Daarnaast verwijst de communicatie over resultaten in andere ViA-doorbraken ook naar de realisaties van de doorbraak slagkrachtige overheid: de realisatie van een project rond bijvoorbeeld de doorbraak Lerende Vlaming. Verduidelijkt rol in de toekomst. Het MJP draagt weliswaar bij aan ViA. De algemene ViA-sensibiliseringscampagne is niet geschikt als kapstok voor deze communicatiecampagne. als project gerealiseerd is. Met de productcommunicatie worden de resultaten van het ontwikkelde project bekend gemaakt. Doel: houdt medewerkers op de hoogte van de stand van zaken Voorbeeld kanaal: snelinfo na beslissing Vlaamse Regering Productcommunicatie: intern en extern.

vlaandereninactie. infobrochure verschuiving personeel. SOBO Communicatie … monitoring regeerakkoord ViA-ronde tafels communicatieblog en –nieuwsbrief (voor communicatieverantwoordelijken) snelinfo bij beslissing van of mededeling door de VR redactionele bijdragen in 13 aankondigingen op de muurkrant en koepelsite (attendering extranet. doelstellingen en boodschappen Een ontwerp van communicatieplan is toegevoegd als bijlage 4 van deze nota.6.4 Uitvoering Er worden geen extra middelen gevraagd voor de interne of externe communicatie over het meerjarenprogramma.be extranetpagina ViA digitale nieuwsbrief over ViA (intern) Extra kanalen procesbegeleiding veranderingsmanagement en –communicatie: moet worden uitbesteed. SG-Forum. brieven … 6. en de verantwoordelijken van de niet-sleutelprojecten voor hun eigen projecten.…) sjablonen mails. De uitvoering van de communicatie-activiteiten zal gebeuren: door het programmabureau van het meerjarenprogramma voor overkoepelende communicatie. 6. Voor projecten die verschuivingen van taken en of personeel met zich kunnen meebrengen. 48 . door de trekkers en projectverantwoordelijke van de sleutelprojecten. dienen idealiter wel extra kanalen en instrumenten te worden gebruikt om de leidinggevenden en andere uitvoerders te ondersteunen. informatiekit (veel gestelde vragen. Werksessies doorbraakgroepen.3 Communicatieplan: kanalen voor interne communicatie Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande kanalen en overlegstructuren. nieuwsbrief en website) … Bestaande kanalen voor ViA die wel extra inzet van personeel en middelen vergen website www.2 Communicatieplan: doelgroepen. zie raming hieronder. Bestaande kanalen bestaande overlegfora: CAG.

Het wordt voorgelegd aan het politiek niveau en overgemaakt aan de CEEO voor advies. Op 15 juni zal het meerjarenprogramma als invulling van de doorbraak slagkrachtige overheid worden voorgesteld aan de Raad van Wijzen. rekening houdend met het advies van de CEEO en de inbreng van de Raad van Wijzen een aangepast meerjarenprogramma voor goedkeuring worden voorgelegd aan de Vlaamse Regering.7 Verder traject (mei – juli 2010) Het meerjarenprogramma zoals in deze nota weergegeven is een voorstel van het CAG. Vervolgens zal. 49 .

Op basis van deze documentatie kan dan overgegaan worden tot het uitwerken van concrete pistes en voorstellen ter vereenvoudiging van het bestuurlijke landschap en de verschillende beleidsprocessen (groenboek). Het (op te richten) Bestuursforum zal de implementatie op regelmatige basis opvolgen en toetsen aan het Witboek.3 De kern van de interne staatshervorming is een vereenvoudigde en doorzichtige ordening van de bevoegdheden tussen drie democratisch gelegitimeerde niveaus binnen de Vlaamse overheid: gemeenten. definitie: aantal gerealiseerde projecten t. zowel op Vlaams. die het desgewenst kunnen aanvullen of een eigen inschatting zullen geven. Het CAG speelt een rol bij de operationele monitoring van de voortgang van de politiek geselecteerde projecten (halfjaarlijkse rapportering). De Vlaamse Regering zal investeren in hun bestuurskracht.drastische vereenvoudiging van intermediaire structuren en organen op alle bestuursniveaus Kwaliteit van de statistische informatie . We vereenvoudigen drastisch de vele intermediaire structuren en organen. Het CAG zal de voorstellen bundelen.Bijlagen Bijlage 1: metadatafiches indicatoren strategische doelstellingen Metaformulier voor indicator 1. De Vlaamse minister van Bestuurszaken organiseert in het voorjaar 2010 een oefening onder leiding van de secretarissen-generaal die moet leiden tot een inventarisatie en concrete voorstellen in het licht van de doelstellingen van de interne staatshervorming.o.Relevantie: Het uitgangspunt voor de interne staatshervorming is het verkorten en versnellen van ketens van dienstverlening.o. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat de bestuursniveaus tal van instellingen hebben opgericht met als resultaat dat het overheidsbestuur voor de burgereindgebruiker van de dienstverlening ondoorzichtig is geworden en de besluitvormingsprocessen vaak onbehoorlijk lang aanslepen.1 Interne staatshervorming: aantal gerealiseerde projecten t. provincies. werkgroep en Bestuursforum cfr sleutelproject interne staatshervorming Norm: . De Vlaamse Regering wenst in dat kader op korte termijn een aantal fundamentele beslissingen te nemen. We komen maximaal tot homogene sleuteltaken per bestuurslaag. Het aangereikte materiaal zal in een volgende fase ter beschikking worden gesteld van de gesprekspartners bij de gemeenten en provincies.1 IND 1.v besliste projecten waar interne staatshervorming wordt doorgevoerd Beschrijving: zie sleutelproject 1. De minister zal ook het Vlaams parlement doorlopend in het hervormingstraject betrekken. aantal aangekondigde projecten zoals vastgelegd door de regering en het Parlement (Witboek) Bron: DBZ en ABB. De provincie krijgt in die beleidssectoren een regisserende opdracht.maximaal twee democratisch gelegitimeerde bestuursniveaus per aangeduid strategisch dienstverleningsproces . 50 . Dat zal gebeuren via onderling overleg tussen de bestuurlagen.v. provinciaal als lokaal niveau. Minder bestuurlijke drukte biedt ook meer transparantie bij wie men terecht moet voor bepaalde diensten of producten van de VO en biedt meer rechtszekerheid als men weet wie aansprakelijk is. De nieuwe bestuursopbouw vertrekt van het principe van de subsidiariteit. gewest/gemeenschap. waarvan de concrete implementatie volgens een nader uit te werken meerjarig tijdschema zal moeten verlopen (2011-2014). Er komen meer bevoegdheden voor de lokale besturen.

Vergelijkbaarheid: enkel tussen domeinen.Accuraatheid: te ontwikkelen .Toegankelijkheid en duidelijkheid: te ontwikkelen .Volledigheid: beginnen met een vooraf bepaalde set van dienstverleningsprocessen omdat per beleidsveld/dienst nog niet alle processen zijn in kaart gebracht en niet in alle domeinen er met meerdere bestuurslagen wordt samen gewerkt Beschikbaarheid data: nog niet (zie uitvoering sleutelproject 1..3) Kostoverwegingen: niet voor verzameling data 51 . beleidsvelden .Tijdigheid en Stiptheid: te ontwikkelen .

ontwikkeld door de dienst Wetsmatiging en de afdeling Proces. in navolging van de beslissing van de Europese Raad.v. Een nulmeting van administratieve lasten omvat twee luiken: . gecompenseerd moet worden met een even grote daling van bestaande administratieve lasten. 2.Metaformulier voor een indicator 1.administratieve lasten t.en tariefparameters verbonden aan administratieve handelingen uitgedrukt in euro. Meten en Beheren van Administratieve Lasten). De kosten zijn additioneel t. Definities: . Elk beleidsdomein formuleert een (rollende) reductiedoelstelling opdat uiterlijk 2012 een significant deel van de administratieve lasten voelbaar verminderd is.beheerskosten voor Vlaamse overheid Beschrijving: zie sleutelprojecten 1.een kwantitatief luik gebaseerd op het verzamelen van tijd-. over te gaan tot het meten van de administratieve lasten verbonden aan Vlaamse regelgeving en tot het formuleren van reductiedoelstellingen.en Informatiebeheer van het departement Bestuurszaken.1. Bij de jaarlijkse voortgangsrapportage kan ook de (rollende) reductiedoelstelling eventueel bijgestuurd worden. gebruikt de Dienst Wetsmatiging de compensatieregel.3.en gemeenschapsregeringen op 16 oktober 2009 een reductiedoelstelling van 25% uiterlijk in 2012 bepaald. Met de invoering van de compensatieregel in Vlaanderen beschikt de Vlaamse overheid over een uniek instrument om de administratieve lasten ook bij de opmaak van regelgeving te bewaken. Het actieplan en de reductiedoelstelling worden jaarlijks geëvalueerd door de dienst Wetsmatiging en de betrokken administraties in een voortgangsrapportage.2: Administratieve lasten . De meetresultaten worden opgeslagen in de database SAMBAL (Systeem voor het Actualiseren. Daarom besliste de Vlaamse Regering op 29 juni 2007. Dit zijn alle directe kosten en een versleuteld deel van de 52 . ongeacht of ze die handelingen uitvoeren zonder een dwingende initiële basis. aan de overheid. entiteit en regelgeving. 1.o. externe gebruikers . frequentie. De compensatieregel houdt in dat elke stijging van administratieve lasten door een regeringsbeslissing (decreet. De nulmeting is slechts een start voor administratieve vereenvoudiging. Als antwoord op de vraag van de Europese Raad en de Europese commissie heeft België in een overeenkomst tussen de federale overheid en de gewest. besluit…). . die sinds 1 januari 2005 verplicht is. De scope van een nulmeting werd door het beleidsdomein zelf bepaald door een selectie te maken op het niveau van doelgroep. De nulmeting vormt voor elk beleidsdomein een basis voor de opmaak van een (rollend) actieplan met concrete vereenvoudigingprojecten.o. Om de administratieve lasten bij nieuwe regelgeving onder controle te houden.administratieve lasten: zijn de kosten van de administratieve handelingen die actoren moeten uitvoeren voor naleving van de wettelijke informatieverplichtingen in ruime zin. de kosten om de administratie van hun kernproces op orde te brengen en gaan uit van een efficiënte naleving van informatieverplichtingen door de andere actoren. .2 IND 1.beheerskosten (ruim): de totaliteit van alle kosten die de overheid moet maken voor het beheer van de regelgeving in haar verschillende fasen. Elk beleidsdomein voerde samen met de dienst Wetsmatiging een gezamenlijk meetonderzoek uit gebaseerd op het internationaal gehanteerde Standaard Kosten Model. Daarbij werd niet alle Vlaamse regelgeving gemeten. niet op dossierniveau.een kwalitatief luik bestaande uit concrete suggesties tot vereenvoudiging aangebracht door de betrokken doelgroep(en). Berekende (en gevalideerde) wijzigingen van administratieve lasten van elke nieuwe regelgeving worden per kwartaal per beleidsdomein en jaarlijks per minister van de Vlaamse Regering bijgehouden.1 Vlaanderen wil door middel van gerichte inspanningen een topregio worden op het vlak van kwaliteitsvolle regelgeving en administratieve vereenvoudiging. Compensatie gebeurt op het niveau van beleidsdomein en van minister.en bestuursniveau overschrijdende vereenvoudigingprojecten. Het voortgangsrapport is een momentopname die de tussentijdse stand van zaken van het (rollend) actieplan weergeeft.2 en 3. De dienst Wetsmatiging maakt ook een eigen actieplan op met beleidsdomein.v.

Dienst Wetsmatiging rapporteert jaarlijks over de actieplannen en reductiedoelstellingen via de voortgangsrapporten . .Tijdigheid en Stiptheid: .be. jaarlijks rapport over Vlaamse regelgeving .BK: nog niet beschikbaar .Binnen de compensatieregel wordt de standaard kosten methodiek niet altijd (correct) toegepast.t. gepersonaliseerde nieuwsbrief met indicatoren aan de leidend ambtenaren. Momenteel loopt een onderzoek in opdracht van DBZ-DWM waar een meetmethode wordt uitgetest op een aantal pilootprojecten (PIA-beheerskosten).Standaard Kosten Methodiek voor AL wordt internationaal gebruikt om administratieve lasten te meten (methode is in herziening) .wetsmatiging.Vergelijkbaarheid: . Er wordt aanbevolen om de meting van de beheerskosten in de beginfase toe te spitsen op een aantal cruciale dienstverleningsprocessen.Dienst Wetsmatiging rapporteert per kwartaal over de compensatieregel .BK: nog niet beschikbaar . elektronische nieuwsbrief Wetsmatiging.Cijfers compensatieregel worden gecommuniceerd via www.Meetmethode voor beheerskosten is in testfase . Kostoverwegingen: geen extra kosten 53 .o.Compensatieregel is van toepassing op alle regeringsbeslissingen.BK: nog niet beschikbaar . Er komt geen grote algemene meting voor de reductiemaatregelen.v.Accuraatheid: . ook programmadecreet wordt niet gemeten. burgers…) geeft meer ruimte voor initiatief . Norm: .b. compensatiemaatregel. Er wordt voorgesteld te starten met de sleutelprojecten van het meerjarenprogramma slagvaardige overheid.Beheerskosten: reductienorm te bepalen per cruciaal dienstverleningsproces (nog in onderzoek) Kwaliteit van de statistische informatie .de nulmetingen voor AL zijn nog niet uitgevoerd voor alle Vlaamse regelgeving . Dit moet gerealisserd worden onder meer door de uitvoering van de reductiedoelstellingen gekoppeld aan actieplan vereenvoudigingsprojecten per beleidsdomein (tegen 2012) .De voortgangsrapporten worden gebundeld door de dienst Wetsmatiging in een enkel voortgangsrapport en gepubliceerd via www.BK: nog niet beschikbaar Beschikbaarheid data: gedeeltelijk m.Toegankelijkheid en duidelijkheid: .be. Ministeriele besluiten en voorstellen van decreet blijven buiten scope. doch enkel voor nieuwe regelgeving.-20% AL tegen 2014 t. .wetsmatiging. nulmeting in 2009.Volledigheid: . De reductiemogelijkheden hangen ook af van de beginsituatie.De nulmetingen AL zijn niet voor alle Vlaamse regelgeving uitgevoerd.indirecte kosten Er is een meetmethode ontwikkeld voor de beheerskosten die ten laste vallen van de Vlaamse overheid. Het wordt (jaarlijks) meegedeeld aan Vlaamse regering en aan Vlaams parlement .Relevantie: minder administratieve lasten voor doelgroepen (bedrijven. Het toepassingsgebeid wordt bij de evaluatie herbekeken. . Er zijn momenteel weinig studiegegevens beschikbaar om een vaste reductienorm te kunnen voorop stellen.

129.Saldo administratieve lasten.365 Bron: Dienst Wetsmatiging 54 .133.000.000.000 -20.000 0 -5.000 -25.000.000.000 netto saldo 2005 -12.528 2006 -23.098 2009 -976. globaal. in euro 5.007 -4.000.634.728 2008 1.000 -30.892.000.666 2.000.000 -10.000 -15.

planlasten voor de lokale besturen uitgedrukt in euro. Contactpersoon: Peter Van Laere De veelheid aan sectorale planning. De conformiteit wordt nagestreefd op basis van conceptuele criteria.2 .be Kostoverwegingen: geen extra kost voor verzameling 55 .Relevantie: minder planlasten voor lokale besturen vermindert werkdruk bij lokale besturen en geeft meer ruimte voor initiatief .o.Volledigheid:? Beschikbaarheid data: studie opdracht DBZ: http://www.wetsmatiging.3 IND 1. Aldus hypothekeren deze diverse verplichtingen dat de lokale besturen over de beleidsvelden heen een visie ontwikkelen (horizontaal beleid). zodat een afstemming of integratie quasi onmogelijk is. Norm: .Vergelijkbaarheid: methode te ontwikkelen . Er is een veelheid aan plannen die het lokale bestuur op een verschillend tijdstip. met een verschillende looptijd en volgens een verschillende inhoudelijke structurering moet opstellen.Accuraatheid: meting zie werkgroep planlasten sleutelproject 1.v.2 De lokale besturen en provincies klagen over de toegenomen planverplichtingen die de verschillende beleidssectoren hen opleggen: het is tijd.en rapporteringverplichtingen pakken we aan door deze verplichtingen te bundelen in 1 planning.Metaformulier indicator 1. Ze moeten hun regelgeving aanpassen tegen 2012. zijn tegen 2020 gehalveerd t. Er zijn door de dienst Wetsmatiging van het Departement Bestuurszaken 29 Vlaamse plannen gevonden waaraan lokale besturen moeten voldoen. Alle vakministers moeten hun verantwoordelijkheid nemen om de ambities van het regeerakkoord waar te maken.3: Planlasten lokale besturen Beschrijving: zie sleutelproject 1. referentiejaar 2009 Kwaliteit van de statistische informatie .en arbeidintensief en er gaat een enorme bureaucratie mee gepaard.Toegankelijkheid en duidelijkheid: ? .Tijdigheid en Stiptheid: ? .en rapporteringcyclus per bestuursperiode. Uit onderzoek blijkt overigens dat de planverplichtingen een te grote diversiteit aan inhoudelijke voorschriften bevatten.

wat krijgt burger van zijn overheid? .1 a IND 2.o. Oostenrijk.s. de sociale zekerheid en de instellingen die door de overheid werden opgericht en worden gecontroleerd. Er loopt een onderzoeksproject met de NBB en de drie gewesten om deze gegevens te regionaliseren per entiteit (zie sleutelproject 4. Agentschap Centrale Accounting en SVR Extern: NBB en OESO. NBB: project vanaf september 2009. CA. . semipublieke instellingen.daling productiekost publiek domein en verbetering positie t. samengeteld.Metaformulier voor indicator 2.Tijdigheid en Stiptheid: Vlaamse cijfers: x-1j Internationale cijfers: x-2j . de private sector die goederen en diensten levert die direct of indirect aangestuurd worden door de overheid. deze van een terugdringende overheid. Het betreft immers de rol die men aan de overheid wil toeschrijven.Volledigheid: NBB beschikt niet over gedetailleerde informatie over lokale besturen en kan momenteel geen details geven op niveau van de gewesten en gemeenschappen afzonderlijk Beschikbaarheid data: neen .einde 2011 . i.Accuraatheid: internationaal gevalideerde indicator . directe en indirecte sociale transfers van de overheid naar privé actoren in ruil voor goederen en diensten aan burgers en huishoudens. De data zijn momenteel enkel beschikbaar op Belgisch niveau en op het niveau van de Gemeenschapen en Gewesten.34). p.v. totale overheidsuitgaven en BBP in Vlaanderen Beschrijving: De productiekost van goederen en diensten door de overheid omvat de loonkosten voor overheidspersoneel (algemeen).v. concessie voor legale monopolies. De algemene overheid omvat het centrale bestuur. de intermediaire consumptie.1 a : Aandeel productiekost van publiek domein t. 2004.Vergelijkbaarheid: vergelijking met andere gewesten.Internationaal: sinds 1995 Kostoverwegingen: er loopt project tussen SVR en NBB (er wordt 1VTE op niveau A1 ter beschikking gesteld gedurende twee jaar) 56 . Het publiek domein omvat de algemene overheid.Vlaams niveau: F&B. de lokale overheden. Frankrijk Nederland en desgevallend Luxemburg aangewezen is (SCP.m.3) Bron: Binnen Vlaamse overheid: F&B. is het nodig om de totale kost te kennen van de goederen en diensten die de overheid worden gerealiseerd of mogelijk gemaakt. De gegevens worden geproduceerd door de NBB. België en andere landen.o. Rekening houden met context van verschillende systemen. COFOG-classificatie Norm: .Relevantie: rekening houdende met toenemende outsourcing van of privatisering van overheidstaken (in andere landen). Kwaliteit van de statistische informatie .c.Toegankelijkheid en duidelijkheid: methodologie van OESO Public Governance and Territorial Development Directorate. In dat opzicht doen we er alvast goed aan om te vergelijken met landen/regio’s die getypeerd worden door eenzelfde institutionele context. andere EU-landen met gelijkaardige dienstverlening Deze doelstelling omvat een duidelijk normatieve ondertoon. gebaseerd op systeem van nationale rekeningen . Methodologie van OESO Public Governance and Territorial Development Directorate is gebaseerd op systeem van nationale rekeningen. SVR i. Uit de analyse van het Sociaal-Cultureel Planbureau (Ne) komt naar voren dat een vergelijking met Duitsland.

VR) . programma A: Apparaatskredieten programma C: Algemeen Vlaamse gemeenschap: voor geconsolideerde begrotingen 57 . de totale uitgaven van de Vlaamse overheid Beschrijving: Apparaatkredieten zijn de kredieten die de werking van de Vlaamse overheid mogelijk maken.en beleidskredieten nog te valideren door overheid (CAG. nulmeting in 2009 (afhankelijk van definitie) Kwaliteit van de statistische informatie . totaal 2. A.v. afd 1 5. De berekening wordt uitgevoerd op basis van de voorlopige afsluiting van de rekeningen. Het gaat voornamelijk om personeelskosten en werkingskosten. DAB 1. A.Nr 1 van 21 januari 2010).Toegankelijkheid en duidelijkheid: definitie van apparaat.Vlaams niveau: DFB.v. totaal 7.Vergelijkbaarheid: in tijd .en kapitaaloverdrachten aan instellingen die voor Vlaamse gemeenschap opdracht vervullen. afd 1 2. werking. Bron: Binnen Vlaamse overheid: dep F&B en Agentschap Centrale Accounting Norm: daling t.Relevantie: een laag percentage voor apparaatkredieten versus de totale Vlaamse uitgaven geeft een indicatie van efficiënte inzet van middelen . met inbegrip van de investeringsuitgaven voor de werking (b. C.8 progr.4 progr.o.1 b : Apparaatkredieten van de Vlaamse overheid t.v. Deze laatste worden beleidskredieten genoemd.1 Totaal apparaatkredieten Bron: Centrale Accounting Apparaatkredieten omvatten lonen. Voor het bepalen van de definitie van beide kredietsoorten zal gebruik gemaakt worden van de analyse die door de SERV werd gemaakt als bijlage bij de evaluatie over het begrotingsbeleid 2010 van de Vlaamse Gemeenschap (Parlementair stuk 12 (2009-2010) .1 b IND 2. definitie van apparaatkredieten verder te verfijnen en nodige data verzamelen .3 10.9 progr.o. C. Apparaatkredieten zijn dus de kredieten waarmee er geen dienstverlening aan de burgers en bedrijven kan gebeuren.Volledigheid: ja indien dotaties aan bepaalde agentschappen verder kunnen worden opgesplitst naar kostensoorten Beschikbaarheid data: ja in functie van definitie . aankoop van informatica-materiaal). ACA Apparaatkredieten 2008 progr. DAB 0.Metaformulier voor indicator 2.Accuraatheid: zie advies SERV. investeringen.4 programma C.4 programma A. ACA Kostoverwegingen: geen Volgens voorlopige definitie CAG.Tijdigheid en Stiptheid: Vlaamse cijfers: x-1j . inkomens.

België en andere landen. i. . Voor het BBP werden enerzijds de officiële data genomen.Toegankelijkheid en duidelijkheid: methodologie van OESO Public Governance and Territorial Development Directorate.Vergelijkbaarheid: jaarlijks. Kwaliteit van de statistische informatie . ‘Overheid’ bevat alle overheidsgeledingen. algemene dienstverlening (gecentraliseerd). Uit de analyse van het Sociaal-Cultureel Planbureau (Ne) komt tot uiting dat een vergelijking met Duitsland. p. evolutie in tijd. andere EU-landen met gelijkaardige dienstverlening. overdracht. Dat betekent dat elke aankoop.34). deze van een terugdringende overheid.v. De overheidsuitgaven worden verdeeld naar functie (gezondheid. Algemeen overheidsbestuur bevat volgens COFOG de uitvoerende en wetgevende organen. Agentschap Centrale Accounting . …) en niet meer volgens organogram van de overheid.Accuraatheid: internationaal gevalideerde indicator . hulp aan het buitenland. Het betreft immers de rol die men aan de overheid wil toeschrijven. onderwijs.2 : Overheidsuitgaven volgens COFOG domeinen. gerealiseerd door Vlamingen om een idee te krijgen van het 'gemeenschaps-BBP'.code 2 posities) Norm: aandeel en positie t. Eind april 2010 zullen de geconsolideerde gegevens voor 2009 beschikbaar zijn. De eenheden van de COFOG-classificatie zijn de verrichtingen.Tijdigheid en Stiptheid: Vlaamse cijfers: x-1j beschikbaar sinds 2006 Internationale cijfers: x-2j De geconsolideerde gegevens volgens COFOG-opdeling zijn pas beschikbaar nadat de onderliggende gegevens van de instellingen ontvangen en verwerkt zijn. Oostenrijk. lening of andere uitgave een code moet krijgen overeenstemmend met de functie die bij de verrichting hoort. onderzoek en ontwikkeling algemeen overheidsbestuur. In dat opzicht doen we er alvast goed aan om te vergelijken met landen/regio’s die getypeerd worden door eenzelfde type overheid/institutionele context. Dit laat een betere vergelijking in de tijd en ruimte toe. Immers de Vlaamse overheid handelt zowel over gewest. De berekeningen die het Agentschap Centrale Accounting maakt zijn vergelijkbaar met de internationale cijfers.Binnen Vlaamse overheid: F&B.Extern: NBB en OESO. maar werd ook een schatting gemaakt van het BBP.c. Deze doelstelling omvat een normatieve ondertoon. Frankrijk Nederland en desgevallend Luxemburg aangewezen is (SCP. De uitgaven kunnen worden gerelateerd aan de (gemiddelde) bevolking en ook aan het BBP. . 2004. vergelijking met andere gewesten. zeker als de overheid haar diensten reorganiseert (de functies blijven immers dezelfde). dus S13 = S1311: federale overheid S1312: gemeenschappen & gewesten S1313: lagere overheid S1314: sociale verzekeringsinstellingen Bron: .2 IND 2. gebaseerd op systeem van nationale rekeningen . in % BBP en per inwoner in Vlaanderen: aandeel algemeen overheidsbestuur Beschrijving: COFOG is een classificatie van overheidsfuncties die door internationale instanties werd bepaald.Relevantie: geeft relatieve belang weer tussen algemeen overheidsbestuur en andere uitgaven van de overheid (ook Pact 2020 indicator) .o.als gemeenschapsmateries.Metaformulier voor indicator 2. COFOG classificatie (COFOG98. buitenlandse zaken. uitbetaling van loon. zuiver wetenschappelijk onderzoek.Volledigheid: Ja 58 . financiële en fiscale zaken. verrichtingen op het gebied van de overheidschulden en overdracht van algemene aard tussen overheidsbesturen.

41 0.14 4.3 489.94 0.7% en 2007: 11.14 gezon dheid 0.56 2.5 0.00 sociale besch erming 1.87 1.00 1.Vlaams niveau: DFB.636 in 2007.045 556.13 0.5 4.32 0. cultuur 0.0 niet algeme def ens benoe en ie md overhe 0. Dit is een toename ten opzichte van de twee voorgaande jaren (2006: 11.3 579.00 0.5 1. Het belang van de categorieën is zoals bij de bespreking van de uitgaven per inwoner.0 0.85 39.128 27.516 per inwoner in 2006 naar € 3.0 1.Beschikbaarheid data: ja .13 0.1 500.0 2.757 188.17 0.5 2.0 4.65 1400. Dit blijkt ook uit de traditionele overheidsbegrotingen.2%. De voornaamste functionele uitgavencategorie in de Vlaamse begroting zijn onderwijsuitgaven.177 44.03 0.09 0.47 663.76 1.00 0.56 0.18 1.5 in% 3.41 0.45 1.743 193.71 1.5%). Voor EU-15 is dit aandeel 20.54 0. BBP (OM GEREKEND NAAR GEM EENSCHAP) 5.59 45. 'Huisvesting' en 'gezondheid' komen in deze classificatie niet zo sterk aan bod.V. Deze laatste nam wat in belang af in 2007.3% van het 'gemeenschaps-BBP'). sinds 1995 Kostoverwegingen: geen COFOG-UITGAVEN PER INWONER 1600 1400 1200 1000 in€ 800 600 400 200 0 algem niet een benoe overh md recrea openb econo milieub onder huisve gezon tie.0 3.47 0.36 167.12 0.3 1433.55 COFOG-UITGAVEN T.Internationaal: Eurostat. De twee andere categorieën zijn 'economische zaken' en 'algemeen overheidsbestuur'.447 595. misch esche are w ijs sting dheid cultuu rming e orde 0 0 social e besch 2006 2007 def en sie 0 0 2006 57. 59 .00 openb econo milieub huisve are mische escher sting orde zaken ming 0.00 0.35 0.7% van het officiële BBP (11.54 onder w ijs 4.54 2006 2007 2008 2006 2007 2008 De totale COFOG-uitgaven evolueerden van € 3.16 2007 32.O.00 0.99 137. De totale Vlaamse COFOG-uitgaven waren in 2008 goed voor 12. ACA .08 0.13 recrea tie.5% in 2007 en voor Vlaamse gemeenschap 10.

41 0.00 economische zaken milieubescherming huisvesting en gemeenschappelijke voorzieningen gezondheid recreatie.5 Openbare orde en veiligheid (03) Economische zaken (04) Milieu-bescherming (05) Huisvesting en gemeenschapsvoorzieningen (06) 1.5 Gezondheid (07) Recreatie.Overheidsuitgaven volgens COFOG domeinen.13 0.6 0.3 0. in % BBP.09 1.87 4. Vlaamse Gemeenschap. in % BBP.54 onderwijs sociale bescherming 60 .6 2.6 4.1 1.47 0. 2007 Algemeen bestuur (01) Defensie (02) 2.03 0.2 Sociale bescherming (10) Overheidsuitgaven volgens COFOG domeinen.13 0.00 0.56 0. cultuur en godsdienst 1. EU-15. cultuur en religie (08) Onderwijs (09) 6.0 1. 2007 algemeen overheidsbestuur defensie openbare orde en veiligheid 1.3 0.

de facilitaire voorzieningen. Men zoekt wel naar een goed georganiseerde managementondersteuning die met minimale omvang (zowel in personeel als in middelen) maximaal de interne managementbehoeften kan invullen. Een oefening m. Het percentage op niveau van de Vlaamse overheid dient zowel als totaal % berekend te worden (= rekening houdende met de omvang van elk beleidsdomein) als met een gemiddeld % (= geen rekening houdende met de omvang van elk beleidsdomein). samen met een transparante verantwoording. efficiënt te beheren.” (cfr. Dit impliceert dat elke entiteit apart zich auditeerbaar zal moeten kunnen verantwoorden voor de personeelsinzet en voor de ingezette middelen voor de dienstverlening die hij ondersteunt. Ook alle personeel dat ingezet wordt op horizontale verbeteringsinitiatieven wordt meegeteld bij zowel de interne als de interne en externe personeelscapaciteit. dus niet (meer) opgesplitst in één van de 6 managementondersteunende thema’s (P&O. 61 . in tweede instantie op niveau van de BDn).” (cfr.1 Vertrekpunt voor deze indicator is volgende passage in het Regeerakkoord 2009-2014 “Door innovatie van processen en organisatie. omgerekend naar VTE. Ik (minister bevoegd voor BZ) zal de nodige initiatieven nemen om dit mee op te nemen in de efficiëntietrajecten. Daarbij behoud ik het principe van de vrije winkelnering. externe uitbestedingen omgezet in VTE met uitzondering van de outsourcing van IT) Dit impliceert dat de lokale managementondersteuning (= binnen een entiteit en BD) én de centrale ondersteuning (hoofdzakelijk vanuit BD DAR.2) Er wordt hiermee aangegeven dat efficiëntiewinsten kunnen behaald worden door synergie en schaalvoordelen in de managementondersteunde processen te realiseren en door in de organisatie van de managementondersteuning meer horizontaal samen te werken. F&B.b.Metaformulier voor indicator 2. Daarenboven verwijzen de externe uitbestedingen naar de totale factuurbedragen in euro.en interne werkingskredieten). dienen de indicatoren op generiek niveau te worden berekend (in eerste instantie op niveau VO. de organisatie van de management ondersteunde processen is hierbij een eerste initiatief. Hoe deze interne ondersteuning wordt georganiseerd (= al dan niet door samenwerking met andere entiteiten) behoort tot de autonomie van de topmanager zelf.a) Vanuit bovenstaande (financiële) invalshoek geeft de VR het topmanagement van de VO de opdracht om de overheadkost (van mensen en middelen) transparant te verantwoorden en efficiënt te beheren. 85 pt. de ICT-voorzieningen. Het topmanagement is verantwoordelijk voor de verantwoording en beheer van de overhead. BZ en FB) in dit percentage worden vervat.t.3 IND 2. zo veel mogelijk horizontaal samen te werken. Daardoor krijgen zij de opdracht om. hun apparaatskredieten (personeels. kan het topmanagement de overheadkost terugdringen. ICT. p. In de beleidsnota BZ zijn volgende passages terug te vinden: “Het is aangewezen om voor het personeelsbeheer. Om de efficiëntiewinsten door samenwerking zichtbaar te maken.3: Aandeel van managementondersteunende functies in de totale personeelcapaciteit van de Vlaamse overheid en in de totale uitgaven % van de totale personeelscapaciteit van de Vlaamse overheid dat wordt ingezet in een managementondersteunende functie (inclusief externe uitbestedingen omgezet in VTE behalve voor wat IT betreft) % kost voor MOF t. p.1) Voor een efficiënte managementondersteuning is personeelsafslanking geen doel op zich. als één werkingsenveloppe.v.” (cfr. Definitie: % van de totale personeelscapaciteit van de Vlaamse overheid dat wordt ingezet in een managementondersteunende functie (incl. 12 – 1. De indicatoren geven informatie over de managementondersteunende dienstverlening als geheel. totale overheidsuitgaven Beschrijving: zie sleutelproject 2.) “Binnen de Vlaamse overheid zelf zal ik concrete projecten opstarten voor het realiseren van synergie en schaalvoordelen om ook het personeel op efficiëntere wijze in te zetten. 23 – 3.1. de dienstverlening van de Managementondersteunende diensten (MOD).o. 1. Dit laat enerzijds ruimte voor een specifieke aanpak afgestemd op de operationele realiteit binnen elk BD en anderzijds stimuleert dit een betere afstemming tussen de centrale ondersteuning en de beleidsdomeinen (zie scenario’s sleutelproject 2.. enz. met name voor ondersteunende diensten. p.

Facilities. Voor de managementondersteunende dienstverlening op niveau van de Vlaamse overheid (=centrale ondersteuning) worden de gegevens verzameld door de horizontale diensten DAR. Uit de nulmeting van 2008-2009 (thema-audit IAVA) bleek dat 13. Interne communicatie). VZW’s. Dit is het ESR-toepassingsgebied incl. In dit kader werd een percentage van 14-18% naar voor geschoven.Tijdigheid en stiptheid: ? . Bij de berekening moet de vraag gesteld worden of management-. centrale ondersteuning).Accuraatheid: afhankelijk van rapporteringen .en staffuncties dienen meegeteld te worden. ICT.Toegankelijkheid en duidelijkheid: centraal bij BZ .1 MOF . Norm: eventueel te herzien na haalbaarheidsonderzoek door werkgroep sleutelproject 2. is nog onduidelijk. P&O.b. verhoogt dat de inzet tot 15. . . Wanneer rekening wordt gehouden met de uitbestedingen (omgezet in VTE).idem voor kostprijs Kwaliteit van de statistische informatie . Gezien in het regeerakkoord de managementondersteuning vanuit een financiële invalshoek wordt benaderd. die de nodige gegevens aan DBZ aanleveren. wordt voorgesteld om overhead hier te interpreteren als de functies die managementondersteuning m. BZ en FB. kabinetten en excl.t.Maximaal 12 % van de totale personeelscapaciteit op VO-niveau (incl.Vergelijkbaarheid: rekening houden met lopende projecten m. Dit laat ook meer ruimte voor elke entiteit om de specifieke aanpak van de managementondersteunende dienstverlening beter in overeenstemming te kunnen brengen met de gevraagde gegevens.2 % van de totale personeelscapaciteit maar exclusief diensten afgenomen van gemeenschappelijke ICT-dienstverlener EDS-Telindus. Facilities.Relevantie: efficiëntere inzet van middelen voor ondersteunende functies leidt tot grotere personeelsinzet voor dienstverlening aan de burger . BZ zal nadien de geconsolideerde resultaten aan het CAG bezorgen en terugkoppelen.b.t. MIS in domeinen .en buitenland. secretariaats. alle externe uitbestedingen behalve IT) oefent tegen 2014 een managementondersteunende functie uit. Bron: Voor de managementondersteunende dienstverlening binnen entiteiten en op niveau van BD worden de gegevens per domein verzameld en aan DBZ bezorgd. F&B.36 % van de totale personeelsinzet van de entiteiten binnen het toepassingsgebied van IAVA wordt ingezet op 1 van de 6 managementondersteunende taken (incl. Welke entiteiten onder het toepassingsgebied vallen van deze indicatoren. Het is voor de generieke rapportering niet essentieel hoe de verschillende managementondersteunende thema(‘s) in omvang en invullinggraad van de behoeften zich verhouden. Juridische Zaken of Interne communicatie voorzien.Nulmeting: gegevens nulmeting thema-audit IAVA.Volledigheid: EVA’s? Beschikbaarheid data: . wordt hier het toepassingsgebied van de begroting en rekening voorgesteld (= de consolidatiekring voor begroting en rekening). waarbij enkel de leidinggevende en de secretariaatsfuncties van de managementondersteunende diensten en afdelingen worden meegeteld.Latere metingen: gegevens zijn in principe beschikbaar bij entiteiten. Juridische Zaken. Het werd opgemaakt naar het voorbeeld van beste praktijken uit andere overheidsadministraties en private organisaties in binnen. Om in de toekomst te kunnen blijven benchmarken met de vastgestelde omvang in de thema-audit van IAVA. 62 . te verzamelen door BZ/VOrapportering Kostoverwegingen: geen Nulmeting Thema-Audit Op 15 juli 2002 werd door de Vlaamse Regering in de context van BBB een kader goedgekeurd voor de organisatorische invulling van de managementondersteunende dienstverlening.

de uitvoering van het Rekendecreet (onder meer economische boekhouding) en/of de richtlijnen m.t. zal ik enerzijds de leidend ambtenaren aanmoedigen om hierin verder hun verantwoordelijkheid te blijven nemen en hen daarbij de nodige ondersteunende instrumenten aanreiken. Zie beslissing van de VR op 12 september 2003 naar aanleiding van de invoering van de kwartaalrapporteringen De methode voor de meting van de output van een dienst moet nog ontwikkeld. output: zie afspraken VR Bron: .4 IND 2.o. personeelsplannen en ondernemingsplannen zullen meer duidelijkheid geven over de manier waarop uitgaven (personeel en werkingsmiddelen) in de toekomst moeten gekoppeld worden aan de kerntaken van de agentschappen en departementen.a.Metaformulier voor indicator 2.2) Beide beleidsteksten geven aan dat er moet bespaard worden in de apparaatkredieten en dat het personeelseffectief van de Vlaamse overheid niet meer verder mag aangroeien. Deze capaciteit is een omrekening van een totaal theoretisch aantal te werken dagen naar voltijds werkende personeelsleden. Er moeten nog verduidelijkingen volgen komen over de referentieperiode. zoals deze via het intern rapporteringssysteem 63 . Definitie: De personeelscapaciteit van een dienst geeft weer voor hoeveel bezoldigde dagen (uitgedrukt in voltijdse equivalenten) een lijnmanager ter beschikking had om zijn/haar opdrachten uit te voeren.” (cfr.v. Als voorbeeld kunnen een aantal dienstverleningsprocessen worden bestudeerd die in de producten. De beslissingen van de Vlaamse regering m.b.t. waardoor deze voor deze fractie niet beschikbaar zijn om prestaties voor de administratie te leveren. Hierdoor kan ook de totale loonkost rechtstreeks vergeleken worden met de totalen die voor de Vlaamse overheid bij ESR 11 zijn geboekt. 24. Als toepassingsgebied wordt voor beide indicatoren de financiële consolidatiekring voorgesteld. snel en gericht te kunnen ingrijpen.op niveau VO: totale personeelscapaciteit van de Vlaamse overheid in het voorbije kalenderjaar . output in het voorbije kalenderjaar Beschrijving: zie sleutelproject 4. Er moet maximaal gebruik worden gemaakt van bestaande ervaring met prestatiemeetsystemen binnen VO. IV. de beheersovereenkomsten. indien nodig. dient de personeelscapaciteit afgewogen te worden tegenover de output.en dienstencataloog van de Vlaamse overheid worden bekend gemaakt. vandaar VolTijds Equivalenten (VTE). output van dienst (arbeidsproductiviteit of bij omgekeerde verhouding efficiëntie ) . Het cijfer houdt rekening met personeelsleden die gebruik maken van onbetaalde verlofstelsels. 85 .op het niveau van cruciale dienstverleningsprocessen: totale personeelscapaciteit t.1. Dit is het ESR-toepassingsgebied zonder de vzw’s.3 barometer Vertrekpunt voor deze indicator is volgende passage in het Regeerakkoord 2009-2014: “De administratie krijgt de ruimte om zelf binnen de apparaatkredieten aan optimalisatie te doen maar het totale aantal Vlaamse ambtenaren zal niet meer aangroeien en de administratie zal het efficiëntietraject ook vertalen in aantoonbare besparingen. Als nulpunt wordt het kalenderjaarjaar 2009 voorgesteld (zie beslissing VR over beheersovereenkomst). Daarnaast zal ik ook verder investeren in ondersteunende ICT-systemen om dit te kunnen monitoren en om. De Vlaamse Regering besliste naar aanleiding de goedkeuring van de procedure voor de opmaak van de tweede generatie ( VR2010 1903 DOC 0222) dat het reële aantal personeelsleden niet mag stijgen tegenover de situatie bij de aanvang van de regeerperiode (medio 2009). 3.v. p. Iedere stijging die gerealiseerd werd na die periode zal twee jaar voor het einde van de beheersovereenkomst (eind 2013) moeten worden gesaneerd. p.Voor de entiteiten die hierop zijn aangesloten zal gebruik gemaakt worden van de brongegevens in het personeelsregistratiesysteem Vlimpers. de definitie van personeelscapaciteit die als nulpunt wordt beschouwd (onder meer kwestie van lopende vacatures) Om een volledig beeld van de efficiëntie-inspanningen van alle entiteiten te kunnen weergeven.b.o.) In de beleidsnota BZ is volgende passage terug te vinden: “Gegeven de afspraken in het regeerakkoord om het personeel niet meer te laten aangroeien.4: Totale personeelscapaciteit t.” (cfr.

referentiepunt (2009) (zie afspraken VR m.288 Diensten Vlaamse overheid volgens ESR personeel personeels aantal capaciteit (koppen) (bruto VTE) 38.v.geen groei van personeelscapaciteit per entiteit t. de kinderbijslag.859.Toegankelijkheid en duidelijkheid: ja.935. uitbreiding personeelscapaciteit van bepaalde diensten.475 35. 64 . instructiepersoneel bij VDAB).952.Coördinatiekost bij DBZ en loonkost bij domeinen voor verzameling en rapportering van gegevens Diensten Vlaamse overheid volgens Raamstatuut Personeel personeels aantal capaciteit (koppen) (bruto VTE) 2006 26.453. Kostoverwegingen: zie sleutelproject 4.577 De diensten Vlaamse overheid omvatten alle entiteiten die onder het Raamstatuut ressorteren (incl.922 23.4) In de werkgroep rapporteringdefinities zal ten behoeve van de entiteiten deze definities inhoudelijk verder geconcretiseerd worden.223.4 2009 28.279. De personeelscapaciteit verwijst naar het aantal voltijds equivalenten na aftrek van alle onbetaalde afwezigheden in het volledige jaar en wordt uitgedrukt in ‘bruto VTE’.v.791. .Tijdigheid en stiptheid: continue registratie.571.4 2007 27.699.Cognos beschikbaar worden gesteld. internationaal vergelijkbaar indien gestandaardiseerd . . zodat de rapportering over de entiteiten verder geuniformiseerd kan worden.304.206.t.b.Accuraatheid: administratieve registratie .4 39.8 Bron: BZ/VO rapportering loonkost in euro / 1.221. Voor de entiteiten die niet zijn aangesloten op het personeelsregistratiesysteem Vlimpers. consolideren en de geconsolideerde resultaten aan het CAG bezorgen ter validatie VO-rapportering (zie ook project 4.162.productiviteit moet stijgen t. tussentijdse rapporteringen mogelijk . Er zal rekening worden gehouden met al lopende initiatieven rond MIS Norm: .496 25. De loonkost (uitgedrukt in euro) verwijst naar de totale budgetlast.6 2008 28. nulmeting ( nog te ontwikkelen methode) Kwaliteit van de statistische informatie: .6 40.971 36.Volledigheid: ja indien alle entiteiten buiten VLIMPERS ook regelmatig rapporteren aan BZ Beschikbaarheid data: . Het gaat hier enkel over de uitgaven die op rekening van de entiteit zelf zijn gemaakt. de patronale bijdrage.De gegevens over personeelscapaciteit 2009 zijn beschikbaar bij BZ en teruggekoppeld naar het CAG (zie mededeling op CAG van 28 april 2010).BZ zal de nodige gegevens verzamelen.734734.768.t. de toelagen en vergoedingen.863 24.726 25.025 36. Het personeelsaantal verwijst naar het aantal personeelsleden in dienst op 31/12 van het desbetreffende jaar en wordt uitgedrukt in aantal personeelsleden (’koppen’). die door BZ via een rondvraag zal worden aangeschreven.570 1. het vakantiegeld en de eindejaarstoelage.4 . zie dasbord VO-rapportering .744 1.935 1.o.793.125.Vergelijkbaarheid: binnen VO.8 loonkost in euro / 1. referentiedatum en definities). Overzicht van beslissingen VR m.357. bestaande uit het salaris. is de bron de betrokken entiteit zelf.o.223 1.b.036 34.Relevantie: zie regeerakkoord en beleidsnota BZ .509.0 40.

5 2008 486.3 3580 5148.4 845.1 1161. 20062009 14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0 2006 DAR 463 BZ FB IV EWI OV WVG CJSM WSE LV LNE MOW RWO 2006 2007 2008 2009 1328.1 1331 2745.6 4561 65 .4 3502.6 1111.000.1 868.4 1112.7 1160.8 1343.000.7 1295.1 1116.4 1418.5 4210.8 217.2 1065.6 1039.6 3042 4300.2 2009 378.7 4036.4 4880.3 272.9 3455.6 4231 4550.8 217.3 523.8 2764.6 1318.8 303.9 4561 Personeelscapaciteit Vlaamse overheid volgens ESR.9 713 1524.5 2901.5 2008 361.7 643.5 1060.1 656.1 4668.0 5.5 3379.8 1065 3714.9 1172.5 11964 875.7 865.5 643.1 715.5 4818.1 1417.8 1419 333.5 1112.1 1328.7 3899.6 1172.000.0 4.8 4668.1 1138.3 3455.000.5 2007 343.0 2.1 1144.4 1343.3 5254.8 4627.9 713 536.5 502.000.8 3780.8 4627.3 272.0 0.6 656.0 2006 2007 2008 2009 DAR BZ FB IV EWI OV WVG CJSM WSE LV LNE MOW RWO 2006 340.2 2009 510 1419 333.8 303.6 1168 3580 13106 937. per domein.9 1386.3 1435.2 455.4 12482 898.4 538.7 2007 466.0 3.7 3379.7 721.5 1417. 2006-2009 6.3 12776 932.7 4137.0 1.7 3520.7 1133.8 1612.Personeelscapaciteit Diensten VO per domein (raamstatuut).000.1 885.

Bron: ADSEI (te bewerken door SVR). evalueren we deze indicator.Tijdigheid en Stiptheid: jaarlijks België: jaar x-1j Internationaal: x-2j . governance at glance XII. Iedereen heeft gelijktijdig zelfde informatie.Volledigheid: goed Soms ontbreekt al eens een lidstaat Beschikbaarheid data: ja Kostoverwegingen: aankoop data bij ADSEI (500 euro per dataset) 66 . maar ook backoffice dienstverlening.Vergelijkbaarheid: vergelijken met andere gewesten. De Europese Unie is haar “e-government indicatoren” momenteel aan het evalueren. op Belgisch niveau in functie van grootte van bedrijven (meerdere categorieën) .3 Enquête wordt georganiseerd door nationale statistiekinstellingen Enquête maakt geen onderscheid naar beleidsniveau . Eurostat Norm: huishoudens: aandeel moet stijgen boven gemiddelde EU-27. Van zodra hierover een beslissing is genomen.4. Dit ligt in de lijn van de EU ministerraad van Malmö. waar dit ook inhoudelijk een beleidsoptie geworden is. met overheid in contact staan. België en andere landen.Relevantie: bedrijven en burgers kunnen continu beroep doen op informatie.Metaformulier voor indicator 3. Deze indicator meet enkel front-office . voor bedrijven: behoren tot top-5 van EU-landen Kwaliteit van de statistische informatie . Informatie kan gemakkelijker (automatisering) door diensten worden verwerkt in databanken. Internationale vergelijking enkel voor bedrijven met meer dan 10 werknemers.1: Gebruik e-governement door bedrijven/burgers Beschrijving: Aandeel bedrijven/burgers dat gebruik maakt van e-gov toepassingen voor invullen van formulieren en volledige online afhandeling. waarbij er een stevig pleidooi is uit diverse hoeken om niet enkel websites te meten.1 IND 3. Dit is een OESO-indicator waar de cijfers op Belgisch niveau (en voor de gewesten) worden verzameld door ADSEI op basis van een jaarlijkse enquête bij bedrijven en bij huishoudens.Accuraatheid: internationaal gevalideerde indicator: OESO.Toegankelijkheid en duidelijkheid: via ADSEI en SVR (aankoop data) .

uitgezonderd de financiële sector) 2005-2009 90 78 78 77 80 79 70 % van de ondernemingen 60 50 46 46 44 43 40 30 20 20 13 10 17 15 21 20 19 19 0 Waals Gewest Vlaams Gewest Brussels Gewest België Ruimte Euro EU15 EU25 EU27 2009 2008 2005 e-governement: aandeel individuen die ingevulde formulieren terug stuurden. %.100 Aandeel bedrijven dat e-gov gebruikt voor volledige afhandeling van administratieve procedures (alle sectoren. naar regio 2005-2009 16 15 14 14 13 13 13 12 12 13 13 12 11 10 10 9 % personen 8 8 8 7 6 6 5 4 4 4 4 4 8 7 7 6 5 6 7 8 7 7 6 9 9 13 13 12 13 10 2 0 Brussels Gewest Vlaams Gewest Eurozone EU15 EU25 Waals Gewest België EU27 2009 2008 2007 2006 2005 67 .

Volledigheid: te ontwikkelen Beschikbaarheid data: neen Kostoverwegingen: te ontwikkelen (zie sleutelproject 3. Beschrijving: Authentieke bronnen: door Vlaamse regering en federale overheid erkende authentieke databronnen (zie uitvoering e-gov decreet) Voor uitvoering van dienstverlening (vb toekennen van subsidies.1) 68 . vergoedingen.1 Ook gemeenten en provincies worden aangemoedigd om maximaal gebruik te maken van de authentieke bronnen en principes van eenmalige gegevensopvraging zoals beschreven in het egovernementdecreet.Metaformulier voor indicator 3.Toegankelijkheid en duidelijkheid: te ontwikkelen .Accuraatheid: erkenning door VR . bedrijven en organisaties worden opgevraagd in kader van dienstverlening. erkenningen) heeft de VO informatie nodig die ze nu telkens opnieuw opvraagt bij de betrokken doelgroep.2 : Hergebruik van authentieke bronnen voor informatie die anders aan burgers. CORVE en het MAGDA Platform zijn de beheerders van de authentieke bronnen.Tijdigheid en Stiptheid: te ontwikkelen . Deze indicator zegt iets meer over de back-office . De VR nam hierover al een beslissing (12/2/2010) met betrekking tot inkomensgerelateerde vergoedingen.1 Kwaliteit van de statistische informatie .Vergelijkbaarheid: te ontwikkelen .Relevantie: hergebruik van informatie kan zelfs noodzaak aan e-loket op termijn uitschakelen.2 IND 3. De doelstelling is om maximaal gebruik te maken van informatie die al aanwezig is en toegankelijk voor de VO. Voor uitwerking van hergebruik en monitoring van het gebruik: zie sleutelproject 3. Bron: BZ-CORVE Norm: maximaal gebruik van authentieke bronnen(nog verder uit te werken in sleutelproject 3.

67 2007 3.5 69 . 37.Overheid geeft correcte betrouwbare informatie . 37. Bron: SCV-survey Norm: stijging t.Overheid geeft veel te weinig informatie .0 2009 41. eens.Overheid voldoende informatie over beslissingen .Overheid geeft nuttige informatie . 62.Metaformulier voor indicator 3.65 2009 3.4 44.Tijdigheid en Stiptheid: jaarlijks.8 41.96 0.6 De meeste informatie van de overheid is te ingewikkeld om te begrijpen.4 41. noch eens/noch oneens.9 44.Vergelijkbaarheid: enkel in de tijd .a. werd op een consistente wijze een schaal geconstrueerd.Toegankelijkheid en duidelijkheid: ja.5 41.4 23.05 0. oneens. Hieronder de gemiddelde schaalscores: 2006 2.0 De overheid geeft voldoende informatie over haar beslissingen.4 45.Volledigheid: enquête bij representatieve steekproef van Vlamingen tussen 18 en 85 jaar Beschikbaarheid data: ja Kostoverwegingen: opname in SCV-survey en analyse door SVR zie sleutelproject 4. de overheidsinformatie) tot 5 (heel positief).Meeste informatie van overheid is te ingewikkeld om te begrijpen . Voor alle onderzochte jaren vormen deze een valide en betrouwbare schaal. einde van lopend jaar .9 23.3 De overheid geeft veel te weinig informatie.3 IND 3. helemaal eens.09 0. meer specifiek op grond van de drie positief geformuleerde stellingen uit de vragenbatterij. 19.Accuraatheid: op basis van representatieve steekproef van Vlamingen .3 Beoordeling kwaliteit van informatie van overheid Beschrijving: Gemiddelde beoordeling van de kwaliteit van de overheidsinformatie.o. 49. Op grond van deze vragenbatterij wordt er een schaalscore berekend gaande van 1 (heel negatief t.0 De informatie van de overheid is moeilijk om te vinden.v. houding en gedragingen) van 2006 en 2007 en 2009 werd er volgende vragenbatterij voorgelegd waarin meerdere kwaliteitsdimensies aan bod komen: .0 De overheid geeft nuttig informatie.3 56.63 Gemiddelde op schaal 1-5 Standaard afwijking Eens tot helemaal eens met de uitspraken over informatie van de overheid. In SCV-survey (face to face enquête bij 1500 Vlamingen tussen 18 en 85 j over waarden.Informatie van de overheid moeilijk te vinden Antwoordcategorieën: helemaal oneens. volledige documentatie over SCV-survey .v.0 58. De data werden ook telkens op dezelfde manier gewogen. in % (helemaal) eens 2006 2007 De overheid geeft correcte en betrouwbare informatie.Relevantie: overheid moet verantwoording afleggen en communicatie is hierbij belangrijk .4 44. nulmeting (2009) Kwaliteit van de statistische informatie .4 Voor de verschillende jaren. 35.

Klachten: geen andere internationaal vergelijkend onderzoek gekend .Tijdigheid en Stiptheid: . rechtszekerheid en gerechtvaardigd vertrouwen. is na te gaan of hierover gegronde klachten zijn bij de doelgroep.Relevantie: omwille van rechtszekerheid moet aanvrager binnen redelijke termijn weten of zijn aanvraag ontvankelijk is en of hij een beslissing/advies van de overheid mag verwachten zodat hij zijn verdere werkzaamheden hierop kan afstemmen . onredelijke behandelingstermijn t.4 IND 3.2 De behandelingstermijn is afhankelijk van de procesflow en wordt mede bepaald door de reglementering terzake. Een redelijke behandelingstermijn kan aldus gerelateerd worden aan de afgesproken timing (vb aantal keren dat afgesproken timing niet werd gehaald).daling aandeel gegronde klachten bij Vlaamse Ombudsdienst t.Doorlooptijd: nog in opbouwfase in enkele diensten (afspraken BO.v. Voor andere processen zijn er afspraken gemaakt in de beheersovereenkomsten.g.Behandelingstermijn: nog partieel 70 . redelijke behandelingstermijn en rechtszekerheid en gerechtvaardigd vertrouwen.Ombudsdienst licht verslag toe aan Vlaams Parlement.Behandelingstermijn: afhankelijk van registratiesystemen . regelgeving) .Behandelingstermijn: per entiteit? Later VO-rapportering . Bron: . interne afspraken). Voor sommige processen zijn de procedure en de termijn waarbinnen diensten een beslissing moeten nemen of advies moeten geven reglementair vastgelegd.Aandeel gegronde klachten bij Vlaamse Ombudsdienst omwille van redelijke behandelingstermijn. De dossiers worden getoetst aan een vijftiental ombudsnormen waaronder efficiënte coördinatie.Volledigheid: .2 Kwaliteit van de statistische informatie .Klachten: iedere dienst moet klachtenregister in kader van openbaarheid van bestuur bijhouden en hierover rapporteren aan de Vlaamse Ombudsdienst . In sommige regelgeving wordt de maximale doorlooptijd aangekondigd.behandelingstermijn dienstverleningsproces: per entiteit Norm: .o.4 Redelijke behandelingstermijn voor aantal cruciale dienstverleningsprocessen: .Klachten: volledig . nulmeting (2009) .Behandelingstermijn: per entiteit.Behandelingstermijn voor cruciale dienstverleningsprocessen Beschrijving: zie sleutelprojecten 4. doeltreffende algemene informatieverstrekking. verspreiding jaarverslag via website .Metaformulier voor indicator 3. Selectie van cruciale dienstverleningsprocessen: zie voorstellen in trajectfiches voor opvolging regeerakkoord en sleutelprojecten Een alternatief om de onredelijke overschrijding van behandelingstermijnen te meten.v.klachten: zie Jaarverslag Vlaamse Ombudsdienst .Toegankelijkheid en duidelijkheid: .Accuraatheid: . . De behandelingstermijn proces: begin en eindpunt bepalen van proces. afgesproken doorlooptijd (regelgeving.1 en 4.1 en 4.Vergelijkbaarheid: . Dit moet dus per proces worden bekeken. Norm volgt afspraken in sleutelprojecten 4.doorlooptijd processen: daling in de tijd of toets t.Klachten: jaarlijkse rapportering van Vlaamse Ombudsdienst . Hij beoordeelt of de ingediende klachten gegrond zijn en of het een terechte opmerking betreft.o. De Vlaamse Ombudsdienst van het Vlaamse Parlement treedt op als tweedelijn op het gebied van klachtenbehandeling. nog geen afstemming tussen entiteiten .v.

Beschikbaarheid data: - Klachten: ja - Behandelingstermijn: partieel voor enkele processen Kostoverwegingen: neen

Behandelde klachten naar geschonden ombudsnormen, 2009 Geschonden ombudsnormen aantal beoordeelde dossiers 571 442 401 313 264 150 85 65 37 28 52 2408 aandeel in % 23,7 18,4 16,7 13,0 11,0 6,2 3,5 2,7 1,5 1,2 2,1 100

Redelijke behandelingstermijn Doeltreffende algemene informatieverstrekking Deugdelijke correspondentie Rechtszekerheid en gerechtvaardigd vertrouwen Goede uitvoeringspraktijk en administratieve nauwkeurigheid Actieve dienstverlening Efficiënte coördinatie Zorgvuldige interne klachtenbehandeling Vlotte bereikbaarheid Afdoende motivering Andere Totaal Bron: Jaarverslag Vlaamse Ombudsdienst

71

Metaformulier voor indicator 4.1 IND 4.1: Het vertrouwen van de burgers in instellingen (regering, parlement, administratie, lokale overheden) en in het bijzonder de Vlaamse overheid Beschrijving: Internationaal wordt een lijst met overheidsinstellingen (parlement, regering, administratie) aangeboden die betrekking heeft op verschillende beleidsniveaus (Europees, federaal, Vlaams, lokaal). Daarnaast worden in de vragenlijst ook instellingen vermeld die behoren tot andere categorie dan overheidsbestuur (Koning, gerecht, Kerk) en instellingen waarmee overheid in contact komt (media, vakbonden, consumentorganisaties). Internationale vergelijking kan maar op niveau van de federale instellingen. De indicator geeft aan in welke mate de Vlamingen al dan niet meer vertrouwen hebben in de verschillende instellingen. Het percentage geeft het aantal Vlamingen weer dat vertrouwen stelt. Dit percentage wordt vergeleken met de minimum en maximumwaarde binnen de Europese landen. De antwoordschaal gaat van zeer veel, veel, noch veel noch weinig, weinig, zeer weinig. Op Vlaams niveau wordt in de jaarlijkse SCV-survey een vraagmodule opgenomen waarin gepeild wordt naar het vertrouwen in instellingen op federaal en Vlaamse niveau, zowel wetgevend als uitvoerende macht. Bron: - Internationaal niveau: Eurobarometer : face to face-survey in lidstaten EU. Voor België ca. 1.000 respondenten waarvan ca. 600 Nederlandstaligen - Vlaams niveau: Survey culturele verschuivingen in waarden, houdingen en gedragingen van Vlamingen (SCV-survey, Studiedienst VR) Norm: stijging en verbetering van positie van Vlaanderen in vergelijking met andere landen Kwaliteit van de statistische informatie - Relevantie: een efficiënte, effectieve, integere overheid wekt vertrouwen. - Accuraatheid: - Gevalideerde module in internationale enquête - De SCV-survey is een face to face enquête bij representatieve steekproef van 1500 respondenten (Nederlandssprekende inwoners in Vlaams gewest en BHG) tussen 18 en 85 jaar. - Tijdigheid en Stiptheid: - Eurobarometer: jaarlijks, data beschikbaar jaar X-1 - SCV-survey: jaarlijks, data beschikbaar 5 maanden na het beëindigen van het veldwerk - Toegankelijkheid en duidelijkheid: - Eurobarometer: data vrij beschikbaar voor onderzoek - SCV-survey: data vrij beschikbaar voor onderzoek - Vergelijkbaarheid: - Vergelijking op landenniveau beschikbaar. Deze module wordt jaarlijks opgenomen in SCV-survey en Eurobarometer. Er is dus trendbepaling in de tijd mogelijk - Volledigheid: - Eurobarometer: stelt enkel vragen over federale instellingen - SCV-survey: stelt ook vragen over regionale instellingen Beschikbaarheid data: ja Kostoverwegingen: Eurobarometer: data gratis beschikbaar SCV-survey: module vertrouwen is onderdeel van jaarlijks geplande survey (zie project 4.4)

72

Vertrouwen in instellingen 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 politieke partijen federale regering (8) (11) 18,3 49,8 5,2 30,2 31,4 69 13,4 40,7 federaal parlement (11) 33,8 76,2 11,5 47,8 Europees parlement (5) 49,8 69,8 28,3 66,8 Verenigde Naties (13) 53,6 76,9 34,9 59,3

EU-27 maximum minimum Vlamingen

Bron: Eurobarometer
Vertrouwen in overheidsinstellingen naar niveau 60 50 44,8 40 35 30 20 10 0 2002 Gemeentelijke administratie Vlaams parlement Federale administratie 2004 Vlaamse administratie Belgisch parlement 2006 2008 Vlaamse regering Belgische regering 25,7 23,7 23 22,2 16,4 30,8 18,3 17,4 15,6 14,7 13,1 31,3 30,1 28,2 20,7 16 51,3 47,7 48

37,3 29,4 26 16,5 15,6 13,7

Bron: SCV-survey

73

Metaformulier voor indicator 4.2. IND 4.2: De tevredenheid van burgers met aanbod voorzieningen en beleidsmaatregelen van Vlaamse overheid Beschrijving: Aandeel bevolking dat zeer tevreden en tevreden is over voorzieningen en beleidsmaatregelen van overheid. Aan de respondenten wordt een lijst met voorzieningen aangeboden die verwijzen naar bevoegdheden van Vlaamse overheid en van lokale besturen: opvang en begeleiding armen, opvang en begeleiding vreemdelingen, staat fiets- en voetpaden, begeleiding werklozen, staat wegen, kinderopvang, bejaardenvoorzieningen, jongerenvoorzieningen, openbaar vervoer, tram en bus, sportvoorzieningen, openbaar groen, gezondheidsvoorzieningen, onderwijs, huisvuilvoorzieningen, culturele voorzieningen. De antwoordcategorieën zijn: zeer tevreden, tevreden, noch tevreden noch ontevreden, ontevreden, zeer ontevreden, geen antwoord Bron: Survey culturele verschuivingen in waarden, houdingen en gedragingen van Vlamingen (SCVsurvey, Studiedienst VR) Norm: verbetering t.o.v. nulmeting (2007) Kwaliteit van de statistische informatie - Relevantie: uitspraak over aangeboden voorzieningen. In welke mate beantwoorden deze aan de verwachtingen van de burgers (doelgroepen) - Accuraatheid: De SCV-survey is een face to face enquête bij representatieve steekproef van 1500 respondenten (Nederlandssprekende inwoners in Vlaams gewest en BHG) tussen 18 en 85 jaar. - Tijdigheid en Stiptheid: periodiek Data zijn beschikbaar 5 maanden na beëindigen van het veldwerk - Toegankelijkheid en duidelijkheid: data zijn vrij beschikbaar voor onderzoek vijf maanden na beëindigen van het veldwerk - Vergelijkbaarheid: enkel voor Vlaanderen - Volledigheid: de lijst van voorzieningen kan in overleg met de Studiedienst worden bijgewerkt Er wordt niet gespecificeerd over welke overheid het gaat in de vraagstelling omdat de beleidniveaus bij de burgers ook weinig gekend zijn Beschikbaarheid data: ja Kostoverwegingen: module vormt onderdeel van jaarlijkse SCV-survey, zie project 4.4

74/242

noch ontevreden Bron: SCV-survey. 2007 75/242 .en voetpaden opvang en begeleiding vreemdelingen opvang en begeleiding armen 0% (zeer) tevreden 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% (zeer) ontevreden 80% 90% 100% geen antwoord noch tevreden.Tevredenheid met voorzieningen culturele voorzieningen huisvuilvoorzieningen onderwijs gezondheidsvoorzieningen openbaar groen sportvoorzieningen openbaar vervoer tram en bus jongerenvoorzieningen bejaardenvoorzieningen kinderopvang staat wegen begeleiding werklozen staat fiets.

m. De periodiciteit van de bevraging ligt eveneens geheel in handen van de betrokken entiteit. . lokale besturen te verzamelen en op te volgen.Toegankelijkheid en duidelijkheid: te ontwikkelen (indien alle diensten hun resultaten beschikbaar stellen voor statistische bewerking) .3 barometer 76/242 .3 IND 4. om deze data te kunnen aggregeren is er nood aan een conceptueel en methodologisch kader.3 barometer) Kostoverwegingen: zie sleutelproject 4. de vergelijkbaarheid en de beschikbaarheid van de data nodig.Metaformulier voor indicator 4.a. Daarmee is de kwantiteit van de dienstverlening nog niet in kaart gebracht. Verder is ook een afsprakenkader nodig over de periodiciteit. zodat gerichte verbeteringsacties kunnen worden ondernomen.3: Klantentevredenheid over werking van diensten Vlaamse overheid Beschrijving: Aan de hand van een aangepaste methode de tevredenheid van klanten over de dienstverlening of over hun verwachtingen meten en opvolgen. Voorstel om de resultaten van de klantentevredenheidsmetingen van enkele cruciale dienstverlenngsprocessen met duidelijke zichtbaarheid t. Beschikbaarheid data: te ontwikkelen (zie sleutelproject 4. de vertegenwoordiging van de diverse types dienstverlening. Deze indicator stelt ons alvast in staat om een set van outputgerichte indicatoren weer te geven die een beeld geven van de gepercipieerde kwaliteit van de dienstverlening. is geheel de beslissing van de betrokken entiteit.Relevantie: klantentevredenheidsonderzoek levert belangrijke informatie waarmee dienstverleners kunnen aan de slag gaan om de kwaliteit van hun werking te verbeteren. noch van gewaarborgde vertegenwoordiging van types entiteiten binnen de Vlaamse overheid. burgers. zonder dat er echter sprake is van een vaste periodiciteit.Vergelijkbaarheid: te ontwikkelen (nood aan generieke vraag modules) . Tot op heden is deze klantentevredenheid beschikbaar voor diverse entiteiten. Dit kader omvat minimum afspraken met betrekking tot een gemeenschappelijke stam van basisvragen. Bron: AGO/DBZ i. Voorwaarde is dat de betrokken instellingen hun data voor onderzoek ter beschikking stellen en deze datasets goed gedocumenteerd zijn.v. Dit meetinstrument laat ook toe om de effectiviteit van bijsturingen op te volgen.a. bedrijven en t.s. de betrokken entiteiten SVR voor verwerking Norm: stijging van tevredenheid met dienstverlening door VO (norm nog te bepalen) Kwaliteit van de statistische informatie .Tijdigheid en Stiptheid: te ontwikkelen . Kortom. Of een bepaalde entiteit al dan niet een klantentevredenheidsonderzoek doet. Door de talrijke klantentevredenheidsonderzoeken die de voorbije periode werden uitgevoerd te consolideren kan ook belangrijke beleidsinformatie gegenereerd worden. noch de link tussen de verschillende dimensies van het overheidsoptreden. Op die manier is het mogelijk om te weten hoe de klanten/stakeholders de dienstverlening ervaren.Volledigheid: Tot op heden is er geen aggregatie mogelijk tot op het niveau van de Vlaamse overheid als geheel. entiteiten en doelgroepen.Accuraatheid: methode te ontwikkelen waardoor gegevens aggregeerbaar worden op het niveau van VO .v.

Vergelijkbaarheid: .Metaformulier voor een indicator 4. Beschrijving: Te ontwikkelen: zie onderzoek uitbesteed door DBZ-DWM (resultaat in 2010) .4: Betrokkenheid maatschappelijke actoren bij totstandkoming nieuwe regelgeving.Toegankelijkheid en duidelijkheid: ? .hoeveel tijd was er voor consultatie? .Volledigheid: ? Beschikbaarheid data: neen Kostoverwegingen: ? 77/242 .Relevantie: te ontwikkelen .zijn de resultaten bekend gemaakt? Bron: DBZ Norm: verhoging? Kwaliteit van de statistische informatie .4 IND 4.Accuraatheid: ? .met de relevante actoren? .is er consultatie geweest? .Tijdigheid en Stiptheid: ? .werd rekening gehouden met opmerkingen? .

Nulmeting (meetgegevens van jaar 2009) is voorzien voor november 2010 (m. Het inzicht in het feitelijke energiegebruik helpt het verbruik te beheren en te bepalen waar.Toegankelijkheid en duidelijkheid: . de gebouweninrichting (klassiek of open landschap). hoeveel en op welke manier verbruiken kunnen verminderd en (milieu)kosten gereduceerd worden. economische en sociale) en het participatiebeginsel.Men moet bij vergelijking rekening houden met bezetting van gebouwen. stof enz) en is een kengetal dat toelaat om voertuigen met verschillende technologieën en verschillende brandstoffen met elkaar te vergelijken. Dit dossier omvat zowel de plaatsing van meters als de verzameling van resultaten in een softwarepakket. WGDO Norm: Beter dan Vlaams gemiddelde voor kantoorruimten (norm nog te bepalen op basis van cijfers VITO verzameld in het kader van de opmaak van de energiebalans Vlaanderen). De invoer van de gegevens voor de energieboekhouding gebeurt tot op heden nog manueel. BZ/AFM. hoe milieuvriendelijker die is. Energieverbruik kantoorgebouwen VO IND 4. Op 4 maart 2010.2 Duurzaam optreden van de Vlaamse overheid.v.1. De indicator zegt niets over het gebruik van de wagen (gereden km). aardgas) per m² overheidsgebouw (kantoorgebouwen) op basis van energieboekhouding. stookolie. Indien het dossier wordt toegewezen. Energieverbruik (o. .Tijdigheid en Stiptheid: . DBZ/VO-rapportering) .Metaformulier voor indicator 4. Binnen de Vlaamse overheid vindt het overleg en de afstemming op ambtelijk niveau inzake duurzame ontwikkeling plaats in de WGDO. elektriciteit.5 IND 4.5. De afdeling Gebouwen stelt een energieboekhoudingpakket ter beschikking zodat gegevens digitaal kunnen worden beheerd. KWS.stookolie.In het kader van het actieplan (2006-2010) moet de cel Interne Milieuzorg om de 2 jaar aan de VR een rapport voorleggen over stand van zaken van energiezorg in VO (acties van actieplan). elektriciteit.energieboekhouding: metingen en registraties volgens richtlijnen.b. - Bron: LNE (cel Interne Milieuzorg). 78/242 . heeft het AFM het dossier (raamcontract) geopend voor automatisatie van metingen. . Gemiddelde ecoscore dienstvoertuigen (personenwagens): deze indicator houdt rekening met milieuproblematiek verbonden aan mobiliteit (emissies NOx. Gemiddelde ecoscore voor dienstvoertuigen: nog te bepalen door VR (voorstel van norm in het ontwerp Milieubeleidsplan 4) Kwaliteit van de statistische informatie .a. water te registreren. domeinen VO . Zie sleutelproject 4. meer bepaald kunnen zijn met eigen middelen gebruik maken van de prijzen bedongen in dit raamcontract. Hoe hoger de ecoscore van het voertuig.2. kunnen via het principe van de aankoopcentrale alle entiteiten/diensten die ressorteren onder de Vlaamse overheid gebruik maken van dit raamcontract. .Accuraatheid: . CO². In opvolging van een resolutie van het Vlaams Parlement (resolutie VP 23 mei 2001: legde verplichting op voor 250 grote gebouwen van VO) en het Vlaams Actieplan 2006-2010 ‘Energiezorg in de Vlaamse overheidsgebouwen’ hebben de energieverantwoordelijken van gebouwen van meer dan 1000m² waarin diensten van VO zijn gehuisvest de opdracht om periodiek het verbruik van aardgas. Gemiddelde ecoscore van dienstwagens Beschrijving: Het duurzame optreden van de Vlaamse overheid moet gebaseerd zijn op de gelijktijdige afweging van de drie dimensies van duurzame ontwikkeling (ecologische.Vergelijkbaarheid: tussen gebouwen. aanwezigheid van specifieke installaties.Relevantie: voorbeeldfunctie van VO.5.

00 EUR Elektr(€/m²) Aardg(€/m²) Water(€/m²) 79/242 .AFM beschikt enkel over energieverbruikgegevens over gebouwen waarvoor AFM de energiefactuur betaalt.35 Bron: AFM. op jaarbasis. Beschikbaarheid data: op heden: energieboekhouding AFM Kostoverwegingen: zie project 4.48 0.00 EUR 20.2 Gemiddelde kostprijs energiegebruik (elektriciteit.Volledigheid: . in euro/m² elektriciteit aardgas water totaal 2008 2009* 2008 2009* 2008 2009* 2008 2009* 10. de bezetting kan variëren in de tijd..13 15.59 3.0 4. in €/m². Momenteel gaat dit over 70-tal gebouwen.00 EUR 30. de verbruiksperiodes op de facturen per gebouw kunnen verschillen. Jaarlijkse totalen vergelijken in te tijd is niet evident omdat het gebouwenbestand fluctueert.15 10.51 7.00 EUR 15.00 EUR 25. Energieboekhouding * 2009 nog niet volledig Energieboekhouding AFM Kostprijs per m² voor gebouwen onder beheer AFM.00 EUR 10.54 0. 2008 Ferraris Terlindenlaan 14 Ellips Boudewijngebouw Arenberg Conscience Koningsstraat 14 VAC Hasselt Phoenix Bauwensplein Anna Bijns Martelaarsplein 7 Martelaarsplein 19 Koningsstraat 136 VanGanberghelaan 92 0. aardgas. water) in gebouwen onder beheer van AFM.00 EUR 5.

Zie actieplan duurzame overheidsopdrachten dat op 5. op basis van bestaande ervaringen.3 Kwaliteit van de statistische informatie . straatverlichting en verkeerslichten. wegenwerken Bron: rapportering specifiek over e-procurement (in opbouw bij BZ).Accuraatheid: De accuraatheid is gerelateerd aan correcte invulling van de checklist met criteria door de gebruikers van de module 'opmaak bestek' van het CMS -Tijdigheid en Stiptheid: cf. zal toenemen. harde vloerbedekking. hout. elektriciteit. hardware.Vergelijkbaarheid: Er moet rekening mee gehouden worden dat het aantal productgroepen waarvoor duurzaamheidscriteria voor de Vlaamse overheid zijn uitgewerkt.Metaformulier voor indicator 4. dienen de nodige instrumenten aanwezig te zijn voor het verwerven van informatie en het opvolgen van duurzame overheidsopdrachten. verwarmingssystemen. Dit dient te gebeuren binnen de module 'opmaak bestek' van het CMS (te ontwikkelen door BZ in samenwerking met MOW).Toegankelijkheid en duidelijkheid: cf. .5. rapportering e-procurement . Voor het monitoren van duurzame overheidsopdrachten dient het CMS informatie aan te leveren over de mate waarin overheidsopdrachten duurzaam zijn. Het gaat om volgende productgroepen: mobiele telefonie. onderscheidt men enerzijds de productgroepen waarvoor. drukwerk.en beschermkledij.3 IND 4. kantoorgebouwen. CHP (Combined Heat and Power).5. schoonmaakdiensten en –producten) en milieuvriendelijke Europees Voorzitterschap Tijdens de looptijd van het actieplan zullen criteria en doelstellingen uitgewerkt worden voor 10 bijkomende productgroepen. Departement Bestuurszaken staat in voor het verkrijgen van een globaal overzicht van alle overheidsopdrachten via het contractmanagementsysteem (CMS) dat wordt geïmplementeerd in het kader van het e-procurement programma. 80/242 . kantoormateriaal en -meubilair. voeding en catering. Er worden acties voorzien voor volgende productgroepen: dienstvoertuigen. In het kader van de ambitie van de Vlaamse overheid om tegen 2020 100% duurzame overheidsopdrachten te plaatsen. al concrete doelstellingen en acties kunnen worden geformuleerd en anderzijds de productgroepen waarvoor nog voorbereidend werk rond duurzaamheidscriteria nodig is.6. thermische isolatie. klimaatregeling (warmtepompen en airco).09 door de VR werd goedgekeurd Binnen de productgroepen waar quick wins gerealiseerd kunnen worden. Voorstel is om per productgroep een volledige checklist met criteria (na validatie van de criteria door de Vlaamse Regering) in het CMS te laten integreren.Relevantie: Op heden is er binnen de Vlaamse overheid geen globaal overzicht beschikbaar waarmee men zich een volledig en duidelijk kwantitatief beeld kan vormen van alle overheidsopdrachten (de aantallen aangekochte producten. overige productgroepen (werk. Norm: 100% duurzame overheidsopdrachten tegen 2020 (voor die productgroepen waarvoor de Vlaamse overheid duurzaamheidcriteria heeft bepaald) – zie verdere uitwerking in sleutelproject 4. onderhoudsdiensten. diensten of werken) binnen de Vlaamse overheid. of waarbij de integratie van de diverse duurzaamheidscomponenten moet worden afgewogen. rapportering e-procurement .3 Duurzame overheidsopdrachten Beschrijving: Aandeel (in % op basis van €) aan duurzame overheidsopdrachten (voor die productgroepen waarvoor de Vlaamse overheid duurzaamheidscriteria heeft bepaald). ramen. interne muur materialen.

Criteria duurzame overheidsopdrachten per productgroep (gevalideerd door VR) 81/242 . met inbegrip van de module 'opmaak bestek' was voorzien voor eind 2011.b.Afstemming BZ – MOW m.Budget BZ voor implementatie contractmanagementsysteem (CMS) .Volledigheid: de indicator geeft enkel informatie over de productgroepen waarvoor reeds duurzaamheidscriteria zijn ontwikkeld voor de Vlaamse overheid.Het CMS is in opbouw: oplevering.t.Timing ontwikkeling duurzaamheidcriteria voor de prioritaire productgroepen: cf.. Beschikbaarheid data: . module 'opmaak bestek' van het CMS . het Vlaams actieplan duurzame overheidsopdrachten (timing 2011) Kostoverwegingen: budget contractmanagementsysteem (CMS) dat wordt geïmplementeerd in het kader van het e-procurement programma Kritische succesfactoren: . maar kan vertraging oplopen omwille van budgettaire redenen . gevalideerd door de Vlaamse Regering.

Federale. In het document van UNIZO (zie bijlage). Bedrijven komen dan ook veelvuldig in contact met de verschillende overheden en door de weinig geïntegreerde aanpak is het voor ondernemers niet altijd even duidelijk waar ze voor welke vergunningsaanvraag.1: Naar een geïntegreerde benadering van ondernemers – Geïntegreerd loket Situering De Vlaamse. voor de Vlaamse Regering werd gevraagd dat het Agentschap Ondernemen de hefboom van de unieke loketten zou gebruiken om het beleid dichter bij de ondernemingen te brengen. en dit in complementariteit met de taken van de bedrijfsorganisaties. het concreet invullen en afstemmen van de kerntaken van de verschillende overheden en stroomlijning van de communicatie naar de bedrijven. informatie. adviseren en ondersteunen.1.… terecht kunnen. De beleidsnota economie 2009-2014 geeft al aan dat er om de efficiëntie en effectiviteit van het overheidsoptreden te verhogen onderzocht dient te worden hoe synergieën tussen de verschillende actoren op het veld bewerkstelligd kunnen worden om te komen tot een meer geïntegreerde en eenvoudigere benadering van de ondernemer. Strategische doelstelling 1 Door een interne staatshervorming en partnerschappen op alle niveaus zorgt de Vlaamse overheid voor minder bestuurlijke drukte en voor meerwaarde voor alle betrokkenen (besturen en doelgroepen) Sleutelproject 1. de focus in een eerste fase zal liggen op een goede samenwerking en een afstemming via de klantgerichte processen. Op termijn komen meer structurele ingrepen aan bod. De kern van het debat moet gaan over de meerwaarde en gebruiksvriendelijkheid vanuit het oogpunt van de klant. Europese en lokale bestuursniveaus nemen voortdurend initiatieven om bedrijven te informeren. Een goed overheidsbestuur en administratieve vereenvoudiging. De beleidsnota Bestuurszaken 2009-2014 geeft aan dat om het één loket-principe te realiseren.Bijlage 2: fiches sleutelprojecten Meerjarenprogramma slagkrachtige overheid Sleutelprojecten fiche 1. dienstverlening. Ook vanuit 82/242 . Om de effectiviteit van het overheidsoptreden naar bedrijven te verhogen is er dan ook duidelijk een dringende noodzaak aan afstemming tussen de verschillende actoren op het veld.

dat wil zeggen: o Het verder uitbouwen van fysieke “front-offices” – in casu de erkende ondernemingsloketten – die nu reeds in het Vlaamse overheidslandschap aanspreekpunt zijn inzake erkenningen en vergunningen voor ondernemingen. Daarnaast wil dit project eveneens zorgen voor de nodige afstemming en een duidelijke afbakening van taken tussen de verschillende overheden. Het implementeren van een digitaal uitwisselingsplatform waardoor de informatie over een product of een dienstverlening slechts door één overheidsdienst ingegeven en onderhouden dient te worden. middle. gegeven ieders opdrachten en kerntaken. o De verdere uitbouw van een middle-office (Agentschap Ondernemen en Vlaamse infolijn) om de ondernemingsloketten bij te staan in complexe dossiers o Het stroomlijnen van de processen en informatiestromen tussen front-.en backoffices en het generieke model hiervan als basis laten dienen voor toekomstige optimalisaties. zodat iedereen zijn kerntaken in relatie tot de anderen correct opneemt (waardeketenbenadering) en er eenduidige informatie. De belangrijkste deelaspecten van dit project zijn: • • Het opmaken en ontsluiten van een interbestuurlijke product. Projectomschrijving Dit project zorgt er in de eerste plaats voor dat bedrijven een helder en duidelijk beeld krijgen van waar ze voor welke vergunningsaanvraag en/of dienstverlening terecht kunnen en dat ze geen tijd meer verliezen met het zoeken naar het juiste aanspreekpunt in het labyrint van overheidsinstellingen en bestuurslagen. Het afsluiten van samenwerkingsakkoorden tussen de verschillende overheden (interbestuurlijk) en tussen de betrokken beleidsdomeinen in de Vlaamse overheid (intrabestuurlijk) teneinde ervoor te zorgen dat elke overheidsdienst de juiste taken opneemt en er de nodige afstemming tussen de verschillende overheidsinitiatieven ontstaat. en waardoor andere bestuursniveaus die informatie kunnen hergebruiken en verrijken met specifieke eigen informatie. Het op de kaart zetten van een bestaand meldpunt “Administratieve vereenvoudiging” waar ondernemers en ondernemersorganisaties • • • 83/242 . Het verder uitbouwen van het – in het kader van de Europese Dienstenrichtlijn opgezette – “uniek loket” voor de ondernemer in Vlaanderen. ondernemers en starters. In nauwe samenwerking met CORVE en de Vlaamse Infolijn zal het Agentschap Ondernemen een interbestuurlijk en op Vlaams niveau intrabestuurlijk project in de steigers zetten dat zorgt voor een eenvoudigere en eenduidige benadering van de ondernemers door de verschillende overheden.en communicatiestromen richting ondernemingen ontstaan.de bedrijfsorganisaties is er dus een pleidooi voor een geïntegreerd overheidsoptreden.en dienstencatalogus die duidelijk aangeeft wie welke producten en diensten aanbiedt aan ondernemers.

be waarlangs burgers. Leiedal. We gaan hier de timing van deze deelprojecten niet herhalen daar deze reeds in andere fiches vervat zijn. Corve. Bestuurszaken.en dienstencatalogus en aan het digitaal uitwisselingsplatform. ondernemingen en/of organisaties meldingen betreffende administratieve lasten kunnen doorgeven alsook vereenvoudigingsuggesties hieromtrent kunnen formuleren. Het opstellen van een afsprakenkader met bestuurszaken.2 : het oprichten van een stakeholdergroep die bestaat uit de actoren die een rol spelen in dit project (bedrijfsorganisaties. en de bedrijfsorganisaties om tot ondernemersvriendelijker procedures te komen. de departementen en agentschappen.constructieve voorstellen ter vereenvoudiging kunnen deponeren.html) • e-Procurement bedrijfsleven en zijn organisaties Public e-procurement staat voor de volledige digitalisering van het aankoopproces van de overheid.Het meldpunt administratieve vereenvoudiging van de dienst Wetsmatiging is een webformulier op www. VVSG. • Scope In scope Domeinen (inhoudelijk) Projecten (lopend. De dienst wetsmatiging geeft meldingen ter behandeling door aan de betrokken diensten binnen de Vlaamse overheid. Ondernemers IPDC Buiten scope Not for profit sector. gedefinieerd) Aanpak & timing Timing is gekoppeld aan de timing van de verschillende deelprojecten. Agentschap Ondernemen.wetsmatiging. Profit sector. Vlaamse Infolijn. VVP.…). Burgers Technologisch gedeelte IPDC 84/242 . (link: http://www. Het project is gekoppeld aan de interbestuurlijke product. Dit omvat: o elektronisch publiceren van overheidsopdrachten (e-notification) o elektronisch indienen en openen van offertes (e-tendering) o elektronisch beoordelen en toewijzen (e-awarding) o elektronische veiling (e-auction) o elektronische catalogus (e-catalog) o elektronisch indienen van de factuur (e-invoicing) o elektronische betaling (e-payment) Het Departement Bestuurzaken trekt het e-procurement en werkt samen met het AO inzake communicatie naar het bedrijfsleven. Jaar 1 .be/suggestieformulier.wetsmatiging. Individuele klachten worden doorgestuurd naar de Vlaamse Ombudsdienst en informatievragen naar de Vlaamse Infolijn.

het voorzien in de technische mogelijkheden om informatie uit te wisselen naar andere besturen en te laten vervolledigen met lokale informatie. het zoeken naar en het uitwerken van een methode om de output van het project te meten of te kwantificeren.- - het oprichten van een kerngroep die de operationele taken ten harte neemt. het redactiewerk van de productfiches. zowel intern bij de Vlaamse Overheid als extern. wordt een proces integraal (dus van het eerste tot het laatste contact) uitgetekend en waar mogelijk geoptimaliseerd. (begeleidingsgroep zal worden opgericht) het afstemmen van de deelprojecten voor het luik ondernemers. de definitie van producten. detectie van eventuele goede en werkbare voorbeelden in Europa. zodat er steeds vanuit de klant gedacht kan worden en waarbij de klant nog slechts één aanspreekpunt nodig heeft voor al zijn interacties met de overheid. waarbij de optimalisatie van de processen centraal staat: op basis van de meest gevraagde producten en rekening houdend met de feedback van de klanten. detectie van de juiste behoeften en verwachtingen van de doelgroep zijnde de ondernemers. om dit interne luik bij de Vlaamse Overheid te realiseren zal afstemming gebeuren met de verschillende departementen/agentschappen om samen met hen tot een afsprakenkader te komen. Jaar 2 tot Eindjaar Stap voor stap finalisering van de deelprojecten (volgens timing van de deelprojecten die hier niet verder wordt besproken) en het verderzetten van de activiteiten die in jaar 1-2 plaatsvonden om continuïteit hebben en het project verder te verfijnen en optimaliseren waar nodig.m. het verzamelen en aggregeren van alle informatie. het bepalen van de klantnoden. een gedragen visie ontwikkelen over de aanpak en uitvoering van het project. De tweede fase loopt van 2012 tot 2020. waarbij de opbouw van het informatiebestand centraal staat: o. Het project mbt de realisatie van het een-loket omvat 2 fasen (zie beleidsnota Bestuurszaken) De eerste fase loopt van 2010 tot 2012. Risico’s / maatregelen Risico’s & beperkingen Afhankelijkheid deelprojecten en de beslissingen die daar genomen worden of niet worden genomen Afhankelijkheid van de volledige medewerking van de verschillende betrokken Impact Voorgestelde maatregelen HRSI Door continue afstemming en overleg dit proberen te vermijden HRSI Door continue afstemming en overleg dit proberen te vermijden 85/242 .

dat moet leiden tot duidelijk afgebakende opdrachten voor de verschillende overheden. doch er zijn berekeningen gedaan in andere lidstaten die we hierna weergeven.3 miljard euro) en dat er meer banen komen 86/242 . Berekening Verenigd Koninkrijk : 4 tot 6 miljard pond en 80. 2. • een uniforme.000 jobs Berekening Nederland : groei van 0.departementen/agentschappen en van de andere actoren Bijdrage tot de strategische doelstellingen van het meerjarenprogramma Draagt bij tot SD 1 namelijk het verminderen van de administratieve lasten van de ondernemers en door optimalisering van de processen eveneens tot een efficiëntere overheid. agendaafstemming. Kosten-Baten-analyse 1. (Kandidaatstarters geven immers aan dat administratieve rompslomp één van de belangrijkste redenen is waarom uiteindelijk niet opgestart wordt) Het project zal bijdragen tot administratieve lastenverlaging door middel van : vereenvoudigen van de processen zodat die beter aansluiten bij de wetgeving en de noden. Kwalitatieve baten Een succesvolle realisatie van dit project zal leiden tot: • een verbetering van de kwaliteit en transparantie van het overheidsoptreden. Kwantitatieve baten Inzake implementatie van de Dienstenrichtlijn is dit voor Vlaanderen niet becijferd. geïntegreerde en coherente benadering van de ondernemer door de Vlaamse Overheid in relatie tot de andere overheden (.). meer electronische diensten te voorzien.4 % van het BBP (1.3 % tot 1. Indirect: • een toename van het aantal starters en bedrijfsinvesteringen. beleidsafstemming….4 tot 6. • het concreet invullen van de kerntaken van iedere betrokken overheid. • de vermindering van administratieve lasten (intern en extern). betere informatieomsluiting en gemakkelijke toegang tot deze informatie. data-sharing zodat gegevens niet telkens opnieuw gevraagd en ingeput dienen te worden. samenwerkingsverbanden op te zetten tussen de verschillende entiteiten die betrokken zijn.

3 % tot 1.5 en 2. Het efficiënter optreden zal mogelijks ruimte opleveren bij andere departementen en agentschappen.34 miljard euro.7 miljard euro (BBP Vlaanderen van 194 miljard euro in 2007).” Deze studie geeft aan dat de administratieve lasten voor de zelfstandigen in het jaar 2008 geraamd worden op 1.5 % van het BBP. Kosten-baten-tabel Op dit moment zijn de kosten en baten nog niet becijferd. of 0. Betrokken partijen (in de uitwerking van het sleutelproject) Entiteit (intern) / organisatie (extern) Agentschap Ondernemen Corve Vlaamse Infolijn Bestruurszaken Vertegenwoordiger Pascal Jacobs. Extrapollatie naar Vlaanderen zegt ons dat dit dan om een bedrag van 756 miljoen Euro zou gaan. Indien de administratie lasten verminderen zullen er effectief meer inkomsten komen doordat er meer personen een zaak zullen opstarten en ondernemers zich meer met hun kerntaak kunnen bezighouden. oftewel 140 miljard euro) Indien we de cijfers van Nederland extrapolleren naar Vlaanderen en we de groei van 0. Inzake administratie lasten kunnen we verwijzen naar de studie van het Federaal Planbureau van 2008 : “De administratie lasten in België voor het jaar 2008. Dit zal duidelijk worden naarmate het project verder evolueert. Hier dienen we dan nog de personen bij te rekenen die van andere agentschappen/departementen hun bijdrage zullen leveren. Yves Schouwaerts. Betrokkenen uitwerking sleutelproject 1. Veerle De Bock Jan Godderis Mireille van Pollaert Marijn Straetemans. namelijk ondernemerschap. Baten : deze zijn momenteel nog niet in te schatten. Samuel Sourdeau 87/242 .4% overnemen bekomen we een cijfer tussen 0.Berekening Denemarken voor de gehele Europese Unie : groei van het BBP is aanzienlijk is (tot 1. De investeringskosten zijn minimaal daar de grote investeringskosten in technologie grotendeels zich bij de deelprojecten situeren. 3. Inzake personeel is de inzet nog niet becijferd maar wellicht zullen er zich intern bij het Agentschap Ondernemen zich 2 à 3 VTE met het project deeltijds bezighouden. Dit zijn dan enkel de kosten die de zelfstandigen en de ondernemers dragen. Het lijkt ons duidelijk dat hier heel wat baten kunnen uit voort vloeien. Die totale kosten zijn voor 58 % interne kosten en voor 42 % externe kosten. Trekker Bernard De Potter 2.39 % van het BBP.

Dit houdt onder meer in dat het Agentschap Ondernemen de hefboom van de unieke loketten gebruikt om zijn beleid dichter bij de ondernemingen te brengen. moet de Vlaamse overheid ook bereid zijn taken naar de unieke loketten af te schuiven of minstens tot een nauwe samenwerking komen. met inbegrip van aanvragen tot inschrijving in een register. in een databank of bij een beroepsorde of beroepsvereniging en alle vergunningaanvragen die nodig zijn voor de uitoefening van zijn dienstenactiviteiten. in het bijzonder alle voor de vergunning nodige verklaringen. UNIZO roept de regionale overheden ook op een strikt tijdsschema te bewaken in de komende maanden om de ondernemingsloketten de mogelijkheid te bieden zich aan te passen aan de bevoegdheidsuitbreiding zodat ondernemers ten laatste op 1 januari 2010 van dit uniek loket gebruik kunnen maken. zoals uitgewerkt in de Europese Dienstenrichtlijn. UNIZO vraagt dat de Vlaamse overheid snel werkt maakt van de operationalisering van dit uniek loket. de gemeenschappen en gewesten werd op 9 juli 2008 beslist dat de ondernemingsloketten deze rol van uniek loket zullen vervullen.’ 88/242 . Indien dit voor de ondernemer betere en/of snellere resultaten kan opleveren. Uit de memorandum-enquête van UNIZO blijkt dat de Vlaamse ondernemers zeer gevoelig zijn voor de idee van het 1-loket principe : 90 % vindt het belangrijk tot zeer belangrijk dat ondernemers voor al hun administratieve verplichtingen terecht kunnen bij 1 loket. 1 loket principe Analyse Artikel 6 van de dienstenrichtlijn schrijft voor dat de lidstaten erop toezien dat een ondernemer de volgende procedures en formaliteiten kan afwikkelen via het uniek loket: ‘alle procedures en formaliteiten die nodig zijn voor de toegang tot zijn dienstenactiviteiten. op een rol. In het Overlegcomité tussen de federale overheid.Bijlage : UNIZO standpunt omtrent één-loket principe 3. kennisgevingen en aanvragen bij de bevoegde instanties. Daarenboven vindt UNIZO dat de Vlaamse overheid via een proactief zelfonderzoek de eigen vergunningen en formaliteiten evalueert en waar mogelijk vereenvoudigt. UNIZO-Standpunt UNIZO schaart zich volledig achter de principes van een uniek loket.

deze keuze te kaderen in een breed perspectief.een kaderdecreet te ontwerpen ter uniformisering van de procedures die betrekking hebben op de subsidies die de Vlaamse overheid aan de lokale besturen verleent en hiertoe een interkabinettenoverleg op te starten. . .via de kenniscel wetsmatiging vanuit het criterium ‘doelmatigheid’ een impactmeting van de bestaande plannen te verrichten om in kaart te brengen welke plannen welke administratieve lasten genereren.b. 89/242 .t. . Voorstel van decreet Op het einde van de legislatuur werd alsnog een voorstel van decreet van mevrouw Laurence Libert en de heer Marnic De Meulemeester houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest aan lokale besturen planverplichtingen worden opgelegd en specifieke subsidies worden toegekend ingediend (Vl.2: Eén lokale meerjarenplanning voor de lokale besturen Situering Kwalitatieve vaststellingen: Vorige legislatuur Beslissing Vlaamse Regering De Vlaamse Regering besliste op 20 juli 2006 m. . Parl. 1).Meerjarenprogramma slagkrachtige overheid Sleutelprojecten fiche 1. Strategische doelstelling 1 Door een interne staatshervorming en partnerschappen op alle niveaus zorgt de Vlaamse overheid voor minder bestuurlijke drukte en voor meerwaarde voor alle betrokkenen (besturen en doelgroepen) Sleutelproject 1. . de vermindering van planlasten voor lokale besturen (gemeenten.elke minister te vragen binnen zijn beleidsdomein de nodige initiatieven te nemen tot vermindering van de administratieve lasten gegenereerd door de plannen opgelegd vanuit zijn beleidsdomein. OCMW’s en provincies): .te werken aan een graduele vermindering van de administratieve en planlasten in haar relatie met de lokale besturen.2. met aandacht voor een sectorspecifieke benadering en de betrokkenheid van het middenveld. Stuk 2177 (2008-2009) – Nr. Dit voorstel van decreet werd echter niet meer behandeld en is intussen vervallen.op korte en middellange termijn werk te maken van de graduele vermindering van de planlasten.

Die werkwijze getuigt van een volwassen partnerschap met de lokale en provinciale besturen. • De Vlaamse Regering zal een commissie oprichten. De verschillende plannen die de lokale en provinciale besturen nu maken(cultuurbeleidsplan. zonder te vervallen in bureaucratie. Daarbij wordt een samenbundeling van alle planverplichtingen bij de aanvang van de gemeentelijke bestuursperiode gerealiseerd en kunnen vormen van specifiek toezicht enkel de uitzondering zijn. 90/242 . jeugdbeleidsplan. • In het kader van de planlastverlichting komen we tot een legislatuurplan. geformuleerd in het project “Vlaanderen in actie”. Die commissie zal haar voorstellen ten laatste eind mei 2010 voorleggen. De organieke decreten op de lokale besturen en de provincies regelen overigens deze strategische beleidsplanning. De verschillende sectordomeinen zijn geïntegreerd in dat strategisch meerjarenplan. een sterke administratieve vereenvoudiging en efficiëntiewinsten van de op de gemeenten toepasselijke decreten. minder planlasten Verantwoordelijk besturen betekent ook planmatig besturen. sportbeleidsplan. die verdere concrete beleidsaanbevelingen uitwerkt die leiden tot minder planlasten. Minder bestuurlijke drukte door een interne staatshervorming In dit kader wordt in elk geval het systeem van koppelsubsidies afgeschaft. milieubeleidsplan. Tegelijkertijd wordt in dit takendebat ook de planlast drastisch afgebouwd en worden de toezichtsregelingen per beleidssector kritisch herbekeken. Er zal worden bekeken welke controle-instrumenten in deze context het meest geschikt zijn.…) verdwijnen en worden geïntegreerd in dit meerjarenplan. samengesteld uit gemeentemandatarissen en experten. De jaarlijkse budgetten zijn afgeleid van de strategische meerjarenplanning. waarbij outputcontrole en benchmarking mogelijk is. met een transparante terugkoppeling aan alle belanghebbenden over de uiteindelijke realisaties. De betreffende artikelen (die nog niet operationeel zijn) bepalen dat de besturen een strategische beleidsplanning moeten voeren op basis van een meerjarenplanning die loopt gedurende de volledige bestuursperiode van 6 jaar. Beleidsnota Binnenlands Bestuur 2. Dat ligt ook in de lijn van de uitdaging. De doelstelling is even helder als ambitieus: tegen de start van de nieuwe lokale bestuursperiode na de verkiezingen van oktober 2012 zouden de gemeenten één plannings.en rapporteringcyclus moeten maken die ingebed is in een meerjarenperspectief.Huidig beleidskader Vlaams regeerakkoord 2009-2014 4.2 Betere planning. Planmatig werken moet gestimuleerd worden.

Het ideaaltypische kader is bijgevolg aanwezig voor een afstemming van de verschillende sectorverplichtingen op de lokale beleidscyclus.en rapporteringscyclus. controle en sanctionering. één plannings. In een volgende fase wil ik werk maken van een reductie van het aantal planverplichtingen met onvoldoende beleidsimpact. Dat is het opzet van het voornoemde voorstel van decreet. En kort voor het einde van de vorige regeerperiode is een interessant voorstel van decreet ingediend. . Ik stel een planmatige aanpak voor. dat volgde op het kerntakendebat. Uit onderzoek blijkt overigens dat de planverplichtingen een te grote diversiteit aan inhoudelijke voorschriften bevatten. stelde al acties in het vooruitzicht om het probleem van de overdreven planlast te verhelpen. Dit project “planlastenvermindering” is een horizontaal project dat een breed draagvlak moet hebben in alle beleidssectoren en dat enkel succesvol kan zijn door samenwerking tussen de verschillende Vlaamse beleidssectoren. is hierboven omschreven. . Ik zal daartoe een commissie oprichten.organiseren van inspraak van lokale actoren. Er is een veelheid aan plannen die het lokaal bestuur op een verschillend tijdstip. dat het Vlaams Parlement evenwel niet meer in behandeling nam.algemene evaluatie op Vlaams niveau van de planverplichting/subsidieregeling. zodat een afstemming of integratie quasi onmogelijk is. te stroomlijnen en waar mogelijk te integreren. samengesteld uit gemeentemandatarissen en experten. In een eerste fase wens ik de verschillende regelingen die planlasten bevatten onderling op elkaar af te stemmen.doelbepaling van de subsidies. Daartoe zullen diverse sectorale regelgevingen aangepast moeten worden. Vandaag staan we zo ver nog niet.en arbeidintensief en er gaat een enorme bureaucratie mee gepaard. Zoals bepaald in het regeerakkoord vraag ik deze commissie om haar voorstellen ten laatste eind mei 2010 voor te leggen. Deze commissie moet aanbevelingen formuleren.de planverplichtingen moeten aansluiten op de lokale beleidscyclus van zes jaar. Aldus hypothekeren deze diverse verplichtingen dat de lokale besturen over de beleidsvelden heen een visie ontwikkelen (horizontaal beleid). . . De uiteindelijke doelstelling. zowel politiek als 91/242 . met de mogelijkheid om de beleidscyclus te splitsen in twee cycli van drie jaar.rapportering (aan de hand van standaarddocumenten) en verantwoording voor uitbetaling. .vaststellen van de maximale inhoud en vorm van de planverplichting.kader voor de uitbetaling van de subsidies. Rekening houdend met het intensieve voorbereidingstraject is het mijn overtuiging dat het mogelijk moet zijn om voor het verminderen van de lokale planverplichtingen (niet voor het verminderen van het planmatig werken) een brede consensus te vinden binnen het Vlaams Parlement. De lokale besturen en provincies klagen in toenemende mate over de toegenomen planverplichtingen die de verschillende beleidssectoren hen opleggen: het is tijds. . Vanzelfsprekend zal ik ook de vertegenwoordigers van de lokale en provinciale besturen rechtstreeks bij dit initiatief betrekken. met een verschillende looptijd en volgens een verschillende inhoudelijke structurering moet opstellen. De hoofdlijnen van het voorstel zijn de volgende: . Het Bestuursakkoord van 25 april 2003.

• de planlast voor de lokale besturen verminderen. Daarnaast wenst de Vlaamse Regering ook het College van Ambtenaren-generaal (CAG) in te zetten als motor voor de uitdagende doelstellingen die het Vlaamse regeerakkoord bevat op het vlak van samenwerking tussen de bestuursniveaus. De dienst Wetsmatiging en het Agentschap voor Binnenlands Bestuur moeten hier nauw bij betrokken worden. Ik zal dit project dan ook aansturen vanuit mijn bevoegdheid Bestuurszaken. hetzij bij het departement. • het blijven toepassen van het ‘belfortprincipe’.de vermindering van de plan. Aansluitend op het regeerakkoord en mijn beleidsnota Binnenlands Bestuur zal het overleg in de “commissie efficiëntiewinst voor de lokale besturen” betrekking hebben op de hiernavolgende deelaspecten: . hetzij via het CAG: • de beleids. . Bewaken van nieuwe administratieve lasten via de compensatieregel Wat de lokale overheden betreft moet de planlast alleszins teruggebracht worden tot een functioneel niveau. Beleidsnota Bestuurszaken Partnerschap tussen de lokale besturen en Vlaamse overheid uitbouwen Aan het departement van het beleidsdomein Bestuurszaken zal ik vragen om een aantal initiatieven administratief te coördineren.en andere administratieve lasten. die aangestuurd zullen worden vanuit een bestuurskundige coördinatie. 92/242 . in goede samenwerking met het Agentschap voor Binnenlands Bestuur. het initiatief nemen om deelwerkgroepen samen te stellen ter behandeling van de verschillende elementen die verband houden met de uitvoering van het regeerakkoord inzake efficiëntieverbetering.de vereenvoudiging van de organieke decreten. Hieronder geef ik de concrete initiatieven weer. Commissie efficiëntiewinst voor de lokale besturen Deze commissie zal. Meerjarenprogramma Slagkrachtige overheid In het Meerjarenprogramma Slagkrachtige overheid werd de vermindering van planlasten voor lokale besturen als een van de 11 sleutelprojecten geselecteerd.en controleprocessen van de Vlaamse overheid afstemmen op de andere bestuursniveaus en de provinciegouverneurs aanstellen als regisseurs van dit coördinatietraject. waar nodig. Maar door ze te integreren binnen een gemeenschappelijke hoofdstructuur wordt hun onderlinge samenhang bevorderd. Verder zal ik er bij het geheel van deze aanpassingen op letten dat vormen van inspraak blijven bestaan. samen met het CAG. • het afschaffen van koppelsubsidies en verminderen van het specifiek toezicht.op het niveau van de administratie. • het uitwerken van een decretaal kader.

of provincieraad worden betrokken bij de opmaak en goedkeuring van plannen. provincies en OCMW’s onderzocht op de planlasten en administratieve lasten die zij genereren voor lokale besturen. in opdracht van de Vlaamse minister. Administratieve lasten zijn een onderdeel van de planlasten en weerspiegelen enkel de kosten van de informatieverplichtingen die de actoren uitvoeren. De suggesties werden verwerkt in 5 sporen naar vereenvoudiging: I. Voor het onderzoek werden alle relevante beleidsplannen voor gemeenten. opgelegd aan de Vlaamse steden. Tezelfdertijd heeft de dienst Wetsmatiging de administratieve lasten gemeten van een aantal Vlaamse planverplichtingen. V. een studierapport “Ontwikkeling en toepassing van een analyse-instrument voor de doelmatigheid van lokale planverplichtingen’ opgesteld. Afstemming advies. Deze konden echter niet nauwkeurig bepaald worden vermits de planningscyclus van deze plannen onbepaald is. Afstemming inhoud en vorm: pistes voor vereenvoudiging die leiden tot een duidelijker verwachtingspatroon met betrekking tot opmaak van de plannen en de weerkerende rapporteringen..de invoering van een externe audit voor de lokale besturen. De totale eenmalige planlasten bedragen naar schatting bijna 28 miljoen € en de administratieve lasten ervan bedragen ruim 11 miljoen €. Hierbij moet nog een gedeelte van de planlasten geteld worden van eenmalige planverplichtingen. II. 93/242 . Kwantitatieve vaststellingen: Studie Instituut voor de overheid Eind april 2006 heeft het Instituut voor de Overheid. Impactmeting dienst Wetsmatiging In uitvoering van de beslissing VR voerde de dienst Wetsmatiging een impactmeting uit. III. De planlasten slaan op de totale kosten van de inhoudelijke en informatieverplichtingen die de actoren moeten uitvoeren in het kader van een planverplichting. Vermindering plannen: pistes voor vereenvoudiging die leiden tot een vermindering van het aantal plannen die gemeentes en provincies moeten opmaken. De cluster ‘omgeving’ is met voorsprong verantwoordelijk voor de meeste planlasten met respectievelijk 38% en 88% van de totale periodieke en eenmalige planlasten.en goedkeuringsprocedure: pistes voor vereenvoudiging die leiden tot een betere afstemming of gelijkschakeling van de wijze waarop adviesraden alsook de gemeente. IV. bevoegd voor het binnenlands beleid. Afstemming cyclus en indieningsdata: pistes voor vereenvoudiging die leiden tot een betere afstemming of gelijkschakeling van de cycli van de plannen onderling en in relatie tot de legislatuurperiode van de gemeente of provincie. alsook van de indieningsdata van de weerkerende rapporteringen. gemeenten en provincies. Binnen het onderzoek werden ook suggesties tot vereenvoudiging verzameld. Alle (in 2006 gemeten) planverplichtingen samen zijn jaarlijks goed voor bijna 40 miljoen € planlast en ruim 14 miljoen € administratieve last. Vermindering planverplichtingen: pistes voor vereenvoudiging die leiden tot een vermindering van de planverplichtingen voor een gegeven plan.

Tegen de start van de nieuwe lokale bestuursperiode na de verkiezingen van oktober 2012 zouden de gemeenten één plannings. sportbeleidsplan …) afgeschaft en geïntegreerd in 1 meerjarenplan. Er is een veelheid aan plannen die het lokaal bestuur op een verschillend tijdstip. De verschillende plannen die de lokale en provinciale besturen nu maken(cultuurbeleidsplan. Deze werkgroep heeft dezelfde samenstelling als de commissie zelf. De verschillende sectordomeinen zijn geïntegreerd in dat strategisch meerjarenplan. 94/242 . Binnen de Commissie Efficiëntiewinst voor de lokale besturen werd daartoe een werkgroep ‘Planlasten en andere administratieve lasten’ opgericht. samengesteld uit vertegenwoordigers van alle beleidsvelden met planlasten. Daarnaast worden andere plan. geformuleerd in het project “Vlaanderen in actie”. sportbeleidsplan…) verdwijnen en worden geïntegreerd in dit meerjarenplan. De doelstelling is even helder als ambitieus en ligt in de lijn van de uitdaging. De organieke decreten op de lokale besturen en de provincies regelen deze strategische beleidsplanning. Binnen het MJP wordt een ambtelijke werkgroep ‘Planlasten en andere administratieve lasten’ opgericht.en rapporteringcyclus moeten maken die ingebed is in een meerjarenplan. De jaarlijkse budgetten zijn afgeleid van de strategische meerjarenplanning. waarbij outputcontrole en benchmarking mogelijk is.en arbeidintensief en er gaat een enorme bureaucratie mee gepaard. met een verschillende looptijd en volgens een verschillende inhoudelijke structurering moet opstellen. jeugdbeleidsplan. Daartoe zullen diverse sectorale regelgevingen aangepast moeten worden.Projectomschrijving De lokale besturen en provincies klagen in toenemende mate over de toegenomen planverplichtingen die de verschillende beleidssectoren hen opleggen: het is tijds. De huidige planverplichtingen voor lokale en provinciale besturen bevatten een te grote diversiteit aan inhoudelijke voorschriften. Het ideaaltypische kader is bijgevolg aanwezig voor een afstemming van de verschillende sectorverplichtingen op de lokale beleidscyclus.en administratieve lasten voor lokale en provinciale besturen vereenvoudigd. jeugdbeleidsplan. zodat een afstemming of integratie quasi onmogelijk is. De betreffende artikelen (die nog niet operationeel zijn) bepalen dat de besturen een strategische beleidsplanning moeten voeren op basis van een meerjarenplanning die loopt gedurende de volledige bestuursperiode van 6 jaar. Aldus hypothekeren deze diverse verplichtingen dat de lokale besturen over de beleidsvelden heen een visie ontwikkelen (horizontaal beleid). In kader van een goed partnerschap tussen de Vlaamse overheid en de lokale en provinciale besturen worden de huidige planlasten die de lokale en provinciale besturen maken (cultuurbeleidsplan.

inhoud en resultaten van de projecten buiten de scope. provincies en OCMW’s) verplicht door de Vlaamse overheid Buiten scope Federale planlasten voor lokale besturen (gemeenten. gedefinieerd) • Vereenvoudigen van planlasten voor lokale besturen door integratie met het meerjarenplan • Vereenvoudigen van andere administratieve lasten voor lokale besturen (nulmetingen administratieve lasten voor lokale besturen) ! Projecten die niet tot de scope behoren. Bij het uitvoeren van de projecten binnen de scope wordt rekening gehouden met de timing. provincies en OCMW’s) Administratieve vereenvoudiging voor burgers en bedrijven door lokale besturen (gemeenten. De aanpak van de projecten binnen de scope wordt afgestemd met de projecten die niet tot de scope behoren.Scope Domeinen (inhoudelijk) In scope Planlasten en andere administratieve lasten voor lokale besturen (gemeenten. Aanpak & timing Aanpak Conceptnota 95/242 . hebben wel een belangrijke link met de projecten binnen de scope. provincies en OCMW’s) • Voorontwerp van besluit van de Vlaamse Regering betreffende de beleidsen beheerscyclus van de gemeenten. de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn • De vereenvoudiging van de organieke decreten • De invoering van een externe audit voor de lokale besturen Interne staatshervorming • Integratie belfortprincipe in RIA • Afschaffen van koppelsubsidies • Afschaffen van specifiek toezicht • Aanbevelingen Commissie Berx en Sauwens Projecten (lopend.

Elke minister is. Beslissing Vlaamse Regering De conceptnota met doelstelling en principes ter implementatie wordt voor het zomerreces ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.en beheerscyclus van de gemeenten.Goedkeuring principes die gehanteerd worden bij planlastvermindering . In vergelijking met een horizontaal kaderdecreet voor alle planlasten biedt een conceptnota betere garanties voor de uitvoerbaarheid en vermijdt ook tegenstrijdige/gelijktijdige wijzigingen van sectorale regelgeving. De opmaak van de conceptnota wordt gebaseerd op: .voorontwerp van besluit VR betreffende de beleids.de planlasten veroorzaakt door in Vlaamse regelgeving vastgelegde beleidsplannen die afgestemd kunnen worden op het meerjarenplan ter uitvoering van het gemeente-.de aanbevelingen van de werkgroep ‘planlasten en andere administratieve lasten’ als onderdeel van de Commissie Efficiëntiewinst voor lokale besturen (eind mei 2010) .de opdracht aan elke minister om jaarlijkse stand van zaken te geven over de voortgang van deze oefening via bestaande instrumenten (beleidsbrieven en regelgevingsagenda’s .nieuw beleidskader (regeerakkoord en beleidsnota) .principes voorstel van decreet planlasten vorige legislatuur . verantwoordelijk voor het overleg met de sector hoe de implementatie van de planlastreductie in concreto vorm zal krijgen binnen zijn bevoegdheden.In een eerste fase wordt een conceptnota voorbereid met de principes om de planlastvermindering te implementeren door de verschillende beleidsdomeinen.de andere planlasten en administratieve lasten die opgelegd worden aan lokale besturen. binnen de krijtlijnen van de goedgekeurde conceptnota.studie Instituut voor de overheid en studie dienst Wetsmatiging .de opdracht aan elke minister om een planning op te stellen over hoe de principes van de conceptnota geïmplementeerd worden tegen 2012 (resultaatsverbintenis).en OCMW-decreet. Elke minister krijgt vervolgens de opdracht krijgt om deze principes om te zetten binnen de eigen sector (resultaatgericht). .de aanbevelingen van de ambtelijke werkgroep in het kader van het sleutelproject ‘Vermindering planlasten’ van het Meerjarenprogramma Slagkrachtige overheid onder leiding van het CAG (eind mei 2010) In de conceptnota worden twee luiken opgenomen: . In concreto worden volgende voorstellen van beslissing opgenomen: . provincie. Bij de goedkeuring van deze conceptnota zal aan elke minister van de Vlaamse Regering de opdracht worden gegeven om deze principes te implementeren in de sectorale regelgeving. de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn . . waarna het implementatieproces door alle ministers opstart conform de doelstelling en principes van de goedgekeurde conceptnota.rapporteringsverbintenis) 96/242 . Deze conceptnota met bijhorende principes moet goedgekeurd worden door de Vlaamse Regering.

De Commissie Efficiëntiewinst voor de lokale besturen komt samen op 23 april 2010 en op 14 mei 2010.een globaal rapport ‘planlasten’ opstellen en hierover rapporteren aan het Vlaams Parlement (in de commissie decreetsevaluatie in het bijzonder) . Dat strategisch meerjarenplan loopt over de ganse bestuursperiode van 6 jaar. OCMW’s en provincies) bepalen dat vóór het einde van het jaar dat volgt op de gemeente.b. Een eerste werkgroep planlasten en andere administratieve lasten (MJP) komt een eerste keer samen op 14 april 2010.en provincieraadsverkiezingen. Timing De organieke decreten op de lokale besturen (gemeenten. provincie.t.en beheerscyclus van de gemeenten. voor de aanpassing van de regelgeving met andere planlasten en administratieve lasten voor lokale besturen wordt mogelijks een aangepaste timing en aanpak worden afgesproken. Dat meerjarenplan moet worden opgemaakt in de loop van 2013 en bevat ook de (prioritaire beleidsdoelstellingen die deel kunnen uitmaken van de) sectorale plannen. → planlastreductie moet dus ten laatste eind 2012 worden geïmplementeerd. de strategische meerjarenplanning zijn op dit ogenblik nog niet in werking voor de gemeenten en provincies (wel voor de OCMW). de gemeenteraad/raad voor maatschappelijk welzijn/provincieraad een meerjarenplan moet vaststellen. In conreto zal Vlaams minister Bourgeois . Het start in het tweede jaar na de verkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen.en OCMW-decreet moet uiterlijk 2012 aangepast zijn. De bepalingen m. Eind mei 2010 formuleert de commissie haar aanbevelingen.toezien op de naleving van de principes van de conceptnota via de lokale besturen-toets Implementatie in de sectorale regelgeving Voor de implementatie van de principes van de conceptnota door de bevoegde ministers wordt een onderscheid gemaakt tussen de twee luiken van de conceptnota. 97/242 . De werkgroep planlasten en andere administratieve lasten (commissie) kwam reeds samen op 18 en 30 maart 2010.- de opdracht aan Vlaams minister Bourgeois om via een uitbreiding van de lokale besturen-toets toe te zien op de naleving van deze principes Tussentijds wordt een centrale rapportering over de voortgang van het project door Vlaams minister Bourgeois gecoördineerd. provincies en OCMW’s algemeen in werking te laten treden vanaf 2014. De projectaanpak en –timing van de werkgroep planlasten en andere administratieve lasten (commissie) en de ambtelijke werkgroep planlasten en andere administratieve lasten (MJP) zijn hierop afgestemd. de Vlaamse regelgeving met beleidsplannen die afgestemd worden op het meerjarenplan ter uitvoering van het gemeente-. Dan start namelijk het nieuwe strategische meerjarenplan voor de periode 2014-2019. ABB stelt voor om de nieuwe beleids.

Aan 98/242 .a. * Legende: H = hoog risico en sterke impact op resultaat & realisatie M = gemiddeld risico en impact L = laag risico en beperkte impact Bijdrage tot de strategische doelstellingen van het meerjarenprogramma IND 1. De uitvoering ervan wordt opgevolgd en gerapporteerd door minister Bourgeois. dezelfde deelnemers aan te duiden. Door de integratie van de planlasten in het meerjarenplan zal een belangrijke administratieve vereenvoudiging voor de lokale besturen gerealiseerd worden. Bij de aanpassing van de sectorale regelgeving zullen zich mogelijks andere eenmalige kosten voordoen. zowel politiek als op het niveau van de administratie.en beheerscyclus. Werkgroepen zijn officieel samengesteld en alle mogelijke belanghebbenden nemen deel aan de werkgroepen. G Dit project is afhankelijk van andere projecten (ontwerbesluiten beleids. Risico’s / maatregelen Risico’s & beperkingen Dit project is een horizontaal project dat een breed draagvlak moet hebben in alle beleidssectoren en dat enkel succesvol kan zijn door samenwerking tussen de verschillende Vlaamse beleidssectoren. De projecttiming is erg krap.3: Planlasten lokale besturen (regeerakkoord) Norm: halvering van planlast uitgedrukt in euro tegen 2020 (CEOO: halvering tegen 2020) Kosten-Baten-analyse Een belangrijke eenmalige kost is het ontwikkelen van het systeem voor digitale rapportering in kader van de beleids. De werkgroepen worden zo goed mogelijk op elkaar afgestemd door o. digitale rapportering…) H Krappe timing is opgenomen in het projectplan.Op basis van de aanbevelingen van de werkgroepen en de commissie wordt een conceptnota opgemaakt en ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering voor het zomerreces 2010.en beheerscyclus. Impact* Voorgestelde maatregelen H Dit project wordt dan ook aangestuurd door de Commissie Efficiëntiewinst en het CAG.

de kant van de overheid zal een geïntegreerde verwerking mogelijks ook de beheerskosten doen dalen. aan te Mark Suykens ? 2. aan te duiden door VVSG 2 mandatarissen van provinciale besturen. De impactmeting uitgevoerd door de dienst Wetsmatiging in 2006 zal hiervoor een belangrijke basis vormen. Deze kwantitatieve kosten en baten zullen in kaart gebracht worden binnen de conceptnota en binnen de aanpassingen van de sectorale regelgeving. aan te duiden door VVP 99/242 . of een gezamenlijke vertegenwoordiger die lid is van één van beide kabinetten Naam Geert Bourgeois Jeroen Windey Hans Eyssen of Jeroen Vervloessem Ingrid Lieten of Freya Van Den Bossche of Sven Taeldeman Luc Martens Sabine Van Dooren Theo Janssens Hilde Bruggeman ? 3. Lokale besturen 3 mandatarissen van lokale besturen. Experten 1 vertegenwoordiger van VVSG 2 experten uit universiteiten die deskundig zijn mbt regelgeving en werking van de lokale besturen. Betrokkenen uitwerking sleutelproject Trekker Luc Lathouwers Projectverantwoordelijke Ellen Vermoesen (voorzitter werkgroepen planlasten en andere administratieve lasten commissie en MJP) Betrokken partijen (in de uitwerking van het sleutelproject) Commissie efficiëntiewinst voor de lokale besturen – samenstelling 1. Media en Armoedebestrijding of de Vlaamse minister van Steden. Vlaamse overheid De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur en van Bestuurszaken (voorzitter) of zijn vertegenwoordiger Lid van het kabinet van minister Bourgeois De minister-president of zijn vertegenwoordiger De Viceminister-president en Vlaams minister van Innovatie. Overheidsinvesteringen.

duiden door de Commissie Efficiënte en Effectieve Overheid (CEEO) ? 1 vertegenwoordiger van het CAG ? 1 ambtenaar Agentschap voor Binnenlands Bestuur 1 ambtenaar departement Bestuurszaken Secretariaat van de Commissie Guido Decoster Luc Lathouwers Michel Chanterie en ambtenaar in functie van agenda commissie/werkgroep Commissie efficiëntiewinst voor de lokale besturen Werkgroep vermindering planlasten en andere administratieve lasten samenstelling 1. Experten 1 vertegenwoordiger van VVSG 2 experten uit universiteiten die deskundig zijn mbt regelgeving en werking van de lokale besturen. Overheidsinvesteringen. aan te duiden door de Commissie Mark Suykens ? 100/242 . Media en Armoedebestrijding of de Vlaamse minister van Steden. aan te duiden door VVSG Hilde Plas Steven Verbanck Linda Boudry Pieter Dielis ? 2 mandatarissen/vertegenwoordigers van provinciale besturen. aan te duiden door VVP 3. Lokale besturen 3 mandatarissen/vertegenwoordigers van lokale besturen. Vlaamse overheid De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur en van Bestuurszaken (voorzitter) of zijn vertegenwoordiger Lid van het kabinet van minister Bourgeois De minister-president of zijn vertegenwoordiger Naam Jeroen Windey Hans Eyssen of Jeroen Vervloessem Dirk Temmerman De Viceminister-president en Vlaams minister van Innovatie. of een gezamenlijke vertegenwoordiger die lid is van één van beide kabinetten 2.

Via het CAG werd de vraag gesteld om per beleidsveld max 1 vertegenwoordiger aan te duiden.Efficiënte en Effectieve Overheid (CEEO) ? 1 vertegenwoordiger van het CAG ? Agentschap voor Binnenlands Bestuur Ann De Saedeleer Rudi Hellebosch Ellen Vermoesen Voorzitter WG Frederik Vanlaere Departement BZ departement Bestuurszaken Secretariaat van de werkgroep De werkgroep planlasten en andere administratieve lasten MJP wordt momenteel nog samengesteld. 101/242 .

waarbij provincies en gemeenten zonder eigen beleidsruimte verplicht worden met subsidies over de brug te komen ten gevolge van Vlaamse beleidsbeslissingen.drastische vereenvoudiging van de intermediaire structuren en organen. anderzijds door de hoeveelheid intermediaire structuren. De vaststellingen over de complexiteit van de bestuurlijke organisatie worden algemeen gedeeld. provinciaal als lokaal niveau. Strategische doelstelling 1 Door een interne staatshervorming en partnerschappen op alle niveaus zorgt de Vlaamse overheid voor minder bestuurlijke drukte en voor meerwaarde voor alle betrokkenen (besturen en doelgroepen) Sleutelproject 1.3. zowel op Vlaams.per beleidssector komen slechts twee bestuurslagen tussen in de verschillende processen . enerzijds door de bevoegdheid van meerdere bestuurslagen over één sector. Kwantitatieve vaststellingen: Ketens van dienstverlening en beleid zijn te lang doordat meerdere bestuurslagen bevoegd zijn over 1 sector.er komt een sluitende lijst van provinciale bevoegdheden met een grondgebonden karakter .klemtoon beleidsvorming ligt bij gemeenten en Vlaanderen . Er zijn te veel intermediaire structuren en organen zowel op Vlaams. 102/242 .MEERJARENPROGRAMMA SLAGKRACHTIGE OVERHEID SLEUTELPROJECTEN FICHE 1. provinciaal als lokaal niveau (meer dan 590 volgens de VVP) Het systeem van koppelsubsidies. Tegen het einde van de regeerperiode 2009-2014 moet het Vlaams bestuurlijk landschap vereenvoudigd zijn. De krijtlijnen liggen vast in het Regeerakkoord: .3: Interne staatshervorming Situering Kwalitatieve vaststellingen: In het bestuurlijke landschap worden we geconfronteerd met een ‘verrommeling’.principe van subsidiariteit: meer bevoegdheden voor lokale besturen . Met betrekking tot deze problematiek zijn er de voorbije tien jaar voldoende rapporten en beleidsanalyses afgeleverd. Het is tijd om beleidsconclusies te trekken en deze om te zetten in de praktijk. maakt het administratieve proces nodeloos lastig en is tegengesteld aan de opvatting van verantwoordelijke beleidsniveaus.

Er is nog veel specifiek toezicht georganiseerd op basis van de verschillende sectorale regelgevingen. Er wordt een beperkte gesloten lijst van deze bevoegdheden/taken opgesteld. Per beleidssector worden de toezichtsregelingen kritisch herbekeken. Het uitgangspunt van deze interne staatshervorming is het verkorten en versnellen van ketens van dienstverlening en beleid. Per bestuurslaag komen er maximaal homogene sleuteltaken. Scope In scope Domeinen (inhoudelijk) Projecten (lopend. gedefinieerd) alle beleidsdomeinen Fiche 130103 uit fase 1 Buiten scope VVSG VVP Fiche 150202 uit fase 1 Fiche 130602 uit fase 1 Fiche 130402 uit fase 1 103/242 . Die vormen van specifiek toezicht met beperkte meerwaarde worden afgeschaft en geïntegreerd in het algemeen toezicht. Structuren die functioneel dicht tegen elkaar aanleunen worden geclusterd. Per beleidssector komen slechts 2 bestuurslagen tussen in de verschillende processen. Voor de niet-grondgebonden materies moet grondig geanalyseerd worden voor welke processen de provincie het meest efficiënt kan optreden. Projectomschrijving De Vlaamse Regering wil op korte termijn een aantal beslissingstrajecten opzetten in de richting van een vereenvoudigde interne bestuursorganisatie in Vlaanderen. De bestuursopbouw vertrekt van het principe van de subsidiariteit. In dit kader wordt ook een inventaris opgesteld van de koppelsubsidies en worden de vereiste decretale wijzigingen uitgewerkt om die koppelsubsidies af te schaffen. De provincies leggen het accent op grondgebonden materies. Er komt een sluitende lijst met de provinciale opdrachten terzake. Er wordt een inventaris opgemaakt van alle bestaande vormen van specifiek toezicht. In de beleidsvoering ligt de nadruk op de gemeenten aan de ene kant en Vlaanderen aan de andere kant. Daarbij wordt rekening gehouden met een historisch gegroeide taakinvulling die verschillend is per provincie mits dit de grote lijnen van de staatshervorming respecteert. Structuren die niet functioneel meer zijn worden afgeschaft. Er komt een drastische vereenvoudiging van de intermediaire structuren op alle niveaus. Gemeenten behoren nog tot zo weinig mogelijk geografisch verschillende structuren.

maar eerste luik voor 1/1/2013 .overleg mondt uit in een witboek Fase 4: uittekening implementatietrajecten – november/december 2010 Fase 5: implementatie – januari 2011-2014 Risico’s / maatregelen Risico’s & beperkingen Gebrek aan betrokkenheid en draagvlak beleidsdomeinen Impact* Voorgestelde maatregelen H -Monitoring via CAG -Contacten trekker en projectverantwoordelijke met de betrokken SG’s .De Vlaamse Regering nodigt de lokale besturen (VVSG) en provincies (VVP) uit om zelf ook visie.Aanpak & timing Het plan van aanpak verloopt volgens de volgende principes: .voorstelling groenboek in tijdelijk ‘Bestuursforum’ (= kern Vlaamse Regering. mensen en middelen .vergelijking tussen inventarisatie en voorstellen van CAG.betrekken bevoegde minister en kabinet. .horizontale methodiek binnen de verschillende beleidssectoren . . .toetsing voorgestelde doorbraken en quick wins aan doelstellingen regeerakkoord.bespreking van groenboek in het Vlaams Parlement Fase 3: overleg in Bestuursforum – september/oktober 2010 .gefaseerde implementatie. samen met minister van Binnenlands Bestuur H . doorbraken en quick wins te formuleren Fase 2: opstellen Groenboek – mei/juni 2010 screening en analyse van de voorstellen: .Monitoring via CAG Gebrek aan input van de 104/242 .‘nullijn’: Vlaamse Regering neemt geen beslissingen meer die tegen de principes van de interne staatshervorming ingaan Projectstructuur en aanpak fase 1 : inventarisatie en consultatie – maart/april 2010 .de Vlaamse Regering geeft opdracht aan het CAG om de bestuurlijke organisatie in de verschillende beleidsdomeinen te inventariseren en om concrete voorstellen te formuleren in het licht van de doelstellingen van de interne staatshervorming (sjabloon inventarisatie interne staatshervorming): a) inventarisatie tegen 7 april b) doorbraken en quick wins tegen 4 mei. VVP en VVSG .verschuivingen in alle richtingen van bevoegdheden. 3 politieke vertegenwoordigers provincies.opmaak groenboek = eerste visietekst van de Vlaamse Regering over bestuurlijke organisatie in de verschillende sectoren . 3 politieke vertegenwoordigers gemeenten en vertegenwoordiger CEEO).

overleg en afstemming met VVP en VVSG * Legende: H = hoog risico en sterke impact op resultaat & realisatie M = gemiddeld risico en impact L = laag risico en beperkte impact Bijdrage tot de strategische doelstellingen van het meerjarenprogramma Indicator 1.1: aantal interveniërende (beslissingsbevoegdheid) bestuurslagen (democratisch gelegitimeerd) en aantal intermediaire structuren op Vlaams niveau per beleidsveld/domein Indicator 1. samen met minister van Binnenlands Bestuur .per beleidssector komen slechts twee bestuurslagen tussen in de verschillende processen .drastische vereenvoudiging van intermediaire structuren en organen op alle niveaus. doorbraken en quick wins Gebrek aan input vanuit VVP en/of VVSG H H -Contacten trekker en projectverantwoordelijke met de betrokken SG’s -betrekken bevoegde minister en kabinet. samen met minister van Binnenlands Bestuur Duidelijke regeringsbeslissingen H - Monitoring via CAG Bespreking in Bestuursforum . 105/242 .3: een sluitende lijst van bevoegdheden met grondgebonden karakter voor de provincies norm: .Monitoring via CAG .2: meer bevoegdheden voor de lokale besturen Indicator 1.betrekken bevoegde minister en kabinet.Monitoring via CAG -Contacten trekker en projectverantwoordelijke met de betrokken SG’s .beleidsdomeinen Geen concrete voorstellen van doorbraken maar theoretische beschouwingen Weerstand tegen veranderingen en afschaffingen in eigen beleidsdomein Gebrek aan politieke overeenstemming over de bestuursniveaus over visie.

Kwantitatieve baten Kwantitatieve baten Intern/ extern? ** In kostenbatenanalyse? of Kortere besluitvormingsprocessen leiden tot minder administratieve lasten en ermee samenhangende kosten Beperking van personeelsinzet en dito kosten door beperking van aantal tussenkomende bestuurslagen en entiteiten Vermijden van dubbele overhead Meer bevoegdheden voor de lokale besturen Een sluitende lijst van bevoegdheden met grondgebonden karakter voor de provincies Let wel: omvang is afhankelijk van de geformuleerde doorbraken – op dit moment niet inschatbaar 106/242 . Kwalitatieve baten Kwalitatieve baten Efficiënter en effectiever bestuur Kortere en snellere besluitvormingsprocessen Duidelijkere verantwoordelijkheden voor burger en bestuur Let wel: omvang is afhankelijk van de geformuleerde doorbraken – op dit moment niet inschatbaar Intern/extern?** ** Baten van de Vlaamse administratie (“intern”) of externe baten voor andere stakeholders (“extern” of eventueel gespecifieerd welke doelgroepen of organisaties). mensen en middelen naar andere bestuursniveaus zal dit op termijn ertoe leiden dat het personeelsbestand en de personeelsbudgetten geïmpacteerd worden. De omvang daarvan is momenteel niet in te schatten. Intern/extern?** ** Kosten van de Vlaamse administratie (“intern”) of externe kosten voor andere stakeholders (“extern” of eventueel gespecifieerd welke doelgroepen of organisaties).Kosten-Baten-analyse Kosten Kosten Inzet personeel Agentschap voor Binnenlands Bestuur voor dit sleutelprojekt: 1 VTE voltijds gedurende 12 maanden. Bij overdracht van bevoegdheden.

Betrokkenen uitwerking sleutelproject Trekker: Guido Decoster Projectverantwoordelijke: Ann François Betrokken partijen (in de uitwerking van het sleutelproject) Entiteit (intern) / organisatie (extern) Intern: 13 beleidsdomeinen/SG DAR – Martin Ruebens BZ – Luc Lathouwers FB – Hedwig Van der Borght IV – Koen Verlaeckt EWI – Dirk Van Melkebeke OV – Micheline Scheys WVG – Marc Morris CJSM – Christine Claus WSE – Dirk Vanderpoorten LV .** Baten van de Vlaamse administratie (“intern”) of externe baten voor andere stakeholders (“extern” of eventueel gespecifieerd welke doelgroepen of organisaties).Jean Pierre Heirman MOW – Fernand Desmyter RWO – Guy Braeckman extern VVSG VVP CEEO Vertegenwoordiger Ivo Van Den Bossche Günter De Schepper Willy Verschuere Kris Franssens Pierre Verdoodt Isabelle Van Vreckem Ellen De Clercq Ann Van Den Cruyce Sonia Demeuter en Hugo Van Driessche Caroline Thys Yves Rubens Christophe Pelgrims Marc Suykens Raymond Van Loock Geert Bouckaert 107/242 .Jules Van Liefferinge LNE .

Meerjarenprogramma slagkrachtige overheid Sleutelprojecten fiche 2.1.

Strategische doelstelling 2 De Vlaamse overheid verhoogt haar aanpassingsvermogen om meer te doen met minder

Sleutelproject 2.1: Rationalisatie managementondersteunende dienstverlening
Situering - Kwalitatieve vaststellingen: Er is vanuit Vlaanderen in Actie, pact 2020, maar ook vanuit het Regeerakkoord en de CEEO de duidelijke vraag aan de Vlaamse administratie om inzake managementondersteunende dienstverlening een plan van aanpak met het oog op efficiëntiewinsten te formuleren. Deze vraag stelt men vandaag, gezien de budgettaire situatie, enkel nog luider. We willen immers de nodige besparingen zo weinig mogelijk ten koste van het beleid realiseren. De vraag naar meer efficiëntie van managementondersteunende dienstverlening heeft dus het positieve gevolg ‘releasing resources to the front’: de besparingen op ondersteunende processen maken middelen vrij om de primaire processen te versterken. Daarnaast blijkt eveneens uit een studie in het kader van het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie dat er nog ruimte is voor verdere efficiëntiewinsten en dat de vooropgestelde inrichting en aansturing van gegroepeerde diensten volgens het dienstencentrum -concept tot nu toe onvoldoende gelukt is inclusief de gemeenschappelijke aansturing, dienstverleningscontracten, klantgedreven functionering, boekhoudkundige vereisten, prestatieopvolging en een bedrijfsgerichte cultuur. De responsabilisering van de vraagzijde via budgetoverheveling blijft uit. Benchmarks maken duidelijk dat we tegenover Nederland niet slecht scoren, maar de Nederlandse overheid heeft traditioneel een sterke traditie van fragmentatie en verkokering. Men komt daar nu van terug, niet alleen omwille van de budgettaire druk maar ook om redenen van professionalisering. - Kwantitatieve vaststellingen:

108/242

Uit de thema-audit blijkt dat er in plaats van de bij BBB vooropgestelde 26 MOD’s er nu 33 zijn waarvan 16 een klantengroep hebben beneden de 500. Er zijn zelfs 9 MOD’s met een klantengroep rond de 200. IAVA heeft verder vastgesteld dat de personeelscapaciteit ingezet voor managemementondersteunende dienstverlening de laatste jaren nog verder is toegenomen, dit zowel op niveau van de centrale MOD’s als op entiteitsniveau. IAVA stelde geen duidelijke correlatie vast tussen de omvang van een MOD of de grootte van de klantengroep van een MOD enerzijds en het percentage van personeelscapaciteit dat wordt ingezet voor managementondersteunende dienstverlening bij de klanten van een MOD anderzijds. Er blijkt bovendien geen correlatie tussen eigen personeelsinzet en uitbesteding voor MOD’s. Projectomschrijving Doelstelling De managementondersteunende diensten optimaal organiseren, zodat de dienstverlening efficiënter en kwaliteitsvoller verloopt. Hierdoor kan de administratie meer middelen aan beleidsdoelstellingen besteden. Projectbeschrijving Er wordt gekozen voor een pragmatische “van onderop –strategie” aangezien de werkgroep meent dat deze de meeste slaagkans heeft op werkelijke realisatie van de doelstelling. Toch onderkent de werkgroep de nood aan duidelijke engagementen, duidelijke streefdoelen en indicatoren om de vooruitgang op te volgen en het resultaat te kunnen beoordelen. Deze streefdoelen kunnen slechts op een onderbouwde wijze tot stand komen en met voldoende gedragenheid op basis van een nodige voorbereidende fase of proefproject(en). Projectaanpak Deze projectomschrijving en -aanpak kwam in consensus binnen de werkgroep met gemandateerde vertegenwoordigers van de 13 beleidsdomeinen tot stand. Voorbereidende fase 4. Deel I: i. Scope: efficiëntie van de 33 Management Ondersteunende Diensten van de Vlaamse overheid ii. Timing: 1 mei tot en met 30 september 2010 iii. Wat: na een kort maar degelijk haalbaarheidsonderzoek volgens een vooraf bepaalde methodologie beschrijft elk beleidsdomein de knelpunten en de opportuniteiten voor efficiëntie en werkt deze uit in projecten binnen of tussen beleidsdomeinen. Deze kunnen liggen in meer en nieuwe samenwerking, breder gebruik van gemeenschappelijke systemen, optimalisatie van processen en tal van andere zaken. iv. Doel: duidelijke engagementen en streefdoelen met betrekking tot efficiëntiewinsten door middel van andere werking en/of organisatie van de MOD’s worden per beleidsdomein

109/242

omschreven en in oktober aan de Vlaamse Regering voorgelegd. 5. Deel II: i. Scope: kwaliteit van de 33 Management Ondersteunende Diensten van de Vlaamse overheid ii. Timing: 1 mei tot en met 30 september 2010 iii. Wat: beschrijving van goede praktijken inzake toepassing door de Management Ondersteunende Diensten van het dienstencentrumconcept. Dit bestaat uit volgende componenten 8 : geresponsabiliseerde entiteit, klantgedreven functioneren, kostentransparantie, performante dienstverlening, marktgerichte bedrijfscultuur, responsablisering van de vraagzijde, permanente bijsturing en verbetering van het dienstenaanbod. iv. Doel: alle Management Ondersteunende Diensten die voor meer dan 1 entiteit werken, werken tegen een nog te bepalen deadline volgens het dienstencentrumconcept. 6. Deel III: i. Scope: efficiëntie en kwaliteit van de gemeenschappelijk georganiseerde management ondersteunende dienstverlening op VO-niveau ii. Timing: 1 mei tot en met 30 september 2010 iii. Wat: alle gemeenschappelijke dienstverleners zullen worden bevraagd optimalisatievoorstellen te doen met het oog op de implementatie van het dienstencentrumconcept. iv. Doel:duidelijke engagementen en targets met betrekking tot implementatie van het dienstencentrumconcept voor de gemeenschappelijk georganiseerde management ondersteunende dienstverlening worden omschreven en in oktober aan de Vlaamse Regering voorgelegd. Streefdoelbepaling en implementatiefase Concretisering en voorstel van implementatie op basis van de rsultaten van de voorbereidende fase Scope In scope Domeinen (inhoudelijk) Zie projectomschrijving Buiten scope

Projecten (lopend,
8

Fiches uit fase 1 (december 2009):

Beslissing van de Vlaamse Regering van 1 februari 2002

110/242

gedefinieerd) - optimalisatie van de werking van de secretariaten van de strategische en technische adviesraden (fiche 130105) - optimalisering samenwerking MOD FB en MOD BZ (fiche 030202) - optimalisatie MOD O&V (fiche 060201) - herstructurering van de MOD L&V (fiche 100102) - door aangepaste structuur komen tot betere interne samenwerking en efficiëntieverbetering (fiche 100402) - operationalisering module Time & labor Vlimpers (fiche 140702) - pilootproject voor het gebruik van poules voor het flexibel inschakelen van communicatieexpertise (fiche 150102) - AgO Synergy competentiepooling P&O (fiche 150205) intern dienstenplatform (fiche 150202) Risico’s / maatregelen

Risico’s & beperkingen Impact Gebrek aan draagvlak bij de Hoog

Voorgestelde maatregelen -Trekker en projectverantwoordelijk

111/242

niet de bedoeling is mensen te ontslaan. Duidelijke maar vermeerdering van engagementen en targets zullen worden aantal management voorgelegd aan de Vlaamse Regering. Weerstand tegen Hoog -De aanpak is niet louter gemeenschappelijk gemeenschappelijk en staat eerder voor een organisch. dienstverlening -Degene die aangeduid is als gemandateerd voor het beleidsdomein moet tijd en ruimte krijgen om voldoende te kunnen overleggen en aftoetsen binnen het beleidsdomein. Vermindering van aantal Gemiddeld -Samenwerking inzake Management managementondersteuning moet wel ondersteunende diensten degelijk tot efficiëntie leiden. -Wat nu georganiseerd is in gemeenschappelijke dienstverleningscentra is onderwerp voor optimalisatie zowel van kwaliteit als van efficiëntie en maakt dus ook deel uit van het project. Er moet natuurlijk wel een andere oplossing gevonden worden. ondersteunende functies zodat het uiteindelijke doel niet bereikt wordt Bijdrage tot de strategische doelstellingen van het meerjarenprogramma 112/242 . groeien naar minder maar grotere MOD’s. ondersteunende maar wel binnen het beleidsdomein. -project uitwerken met een werkgroep en een bredere klankbordgroep. Weerstand van de betrokken Hoog -via het netwerk van afdelingshoofden personeelsleden zou er een gemeenschappelijke interne communicatiestrategie moeten worden afgesproken. Weerstand vanuit Hoog De aanpak wordt afgetoetst op een vakbondshoek informeel overleg met de vakbonden. -van onderop . Er zal moeten worden benadrukt dat het ondanks het feit dat het de bedoeling is in managementondersteuning te besparen.leidend ambtenaren bezoeken alle managementcomités met vraag voor visie en reactie op principes en mogelijk plan van aanpak.aanpak Verschillende visies op Hoog -Deze aanpak vraagt niet perse management consensus VO-breed over het hoe. Daar is het ook de bedoeling hun visie en ideeën te beluisteren. want gebaseerd op reeds bestaand vertrouwen.

Dit project draagt rechtstreeks bij tot de doelstelling ‘meer doen met minder’.5 dagen per week gedurende 12 maanden. Betrokkenen uitwerking sleutelproject 113/242 . Hogere tevredenheid over de dienstverlening van management ondersteunende diensten. • Inzet projectverantwoordelijke: 3. Opzet sharepoint: Baten Vermeden kosten: besparing in kosten van managementondersteunende diensten. 2 klankbordgroepen van telkens 20 deelnemers: 2 dagen per maand gedurende 12 maanden. • Inzet klankbordgroepen. Hierdoor kan de administratie meer middelen aan beleidsdoelstellingen besteden. Duidelijke engagement en targets zullen op basis van een korte maar degelijke haalbaarheidsstudie in oktober aan de Vlaamse Regering worden voorgelegd. Kosten-Baten-analyse Kwalitatieve baten Managementondersteuning zal kwaliteitsvoller georganiseerd zijn doordat op alle niveaus het dienstencentrumconcept wordt toegepast.5 dagen per week gedurende 12 maanden. In kosten-batenanalyse? of Kosten-baten-tabel Onderliggende assumpties: Investeringskosten: • Werklast intern bij de uitwerking van het project: • Inzet Werkgroep van 13 deelnemers: inzet deelnemers 1 dag om de 2 weken gedurende 6 maanden. Deze streefdoelen kunnen slechts op een onderbouwde wijze tot stand komen en met voldoende gedragenheid op basis van een nodige voorbereidende fase of proefproject(en). • Inzet trekker: 0. Kwantitatieve baten Kwantitatieve baten Efficiëntiewinsten in de management ondersteunende dienstverlening.

adviseur Agentschap voor Overheidspersoneel Betrokken partijen (in de uitwerking van het sleutelproject) Entiteit (intern) / organisatie (extern) L&V CJSM WSE MOW DAR BZ FB LNE O&V IV EWI WVG RWO Gonda Cock Frank Van Sevecoten Jan Van Mulders Koen Verlaeckt Dirk Van Melkebeke Katrien Verhegge Dany Vissers Vertegenwoordiger Jules van Liefferinge An Vrancken Katrien Vereecken Antoine Reniers Hugo Hoogwijs Luc Lathouwers/ Frans Cornelis/ Kristel Gevaert 114/242 . Projectverantwoordelijke Barbara Van den Haute. afgevaardigd bestuurder nv De Scheepvaart.Trekker Erik Portugaels.

Meerjarenprogramma slagkrachtige overheid Sleutelprojecten fiche 2. Het subproject “het verhogen van de investeringen in interoperabiliteit en services” wordt opgenomen in het doorbraaktraject 3.1 maar mede ondersteund vanuit dit project. opvolging en ontwikkeling te doen dalen. a. Daarbij worden ook 3 ondersteunende deelprojecten gedefinieerd die in een en/en-verhaal bijdragen aan deze nuttige rationalisering binnen ICT met name: • Het verhogen van de investeringen in interoperabiliteit en services. Nuttig in de zin dat de shared producten en diensten die ontwikkeld en aangeboden worden op het niveau van de Vlaamse Overheid zo geleverd worden dat ze een toegevoegde waarde hebben voor het grootste deel van de entiteiten van 115/242 . door de kosten voor het beheer van de infrastructuur en de kosten voor aansturing. • het versterken van de vraagzijde op het vlak van business-it alignment • verder aanvullen/bijsturen gemeenschappelijk ICT-dienstverleningsaanbod op basis van de gemeenschappelijke behoeften van de entiteiten. nuttig rationaliseren van ICT Binnen de bestaande structuren van E-IB en CORVE en andere interne leveranciers van IT-diensten wordt mede geïnvesteerd in het nuttig rationaliseren van het ICTbeheer.2: Nuttige rationalisering ter ondersteuning van een klantgedreven ICT Projectomschrijving Dit project heeft als doel dat de Vlaamse Overheid in haar totaliteit met ICT meer kan doen met dezelfde ICT-middelen. De doelstelling van dit project is om maximaal te komen tot nuttige rationaliseringstrajecten binnen de Vlaamse Overheid. Scope Vanuit de projectomschrijving. Strategische doelstelling 2 De Vlaamse overheid verhoogt haar aanpassingsvermogen om meer te doen met minder Sleutelproject 2. de besprekingen van vorige versies op het CAG en de besprekingen in werksessies worden volgende doelstellingen en deelprojecten gedefinieerd. zodat er meer budgettaire ruimte is voor nieuwe innovatieve ICT-realisaties ten voordele van de klanten van de Vlaamse Overheid.2.

Zo wordt pro-actief duidelijk dat door een dienst of product zo vorm te geven het grootste deel van de Vlaamse Overheidsdiensten (entiteiten) haar werking kan verbeteren en haar doelstellingen beter kan realiseren.. Om deze nuttige rationalisering meetbaar en aantoonbaar te kunnen realiseren wordt het comply or explain principe verder uitgewerkt: Bij het opzetten/aanpassen van shared diensten en producten wordt er maximaal rekening gehouden met de vragen van de klanten rond deze diensten en producten. Ook hergebruik van generieke componenten en applicaties zijn mogelijk. Er dient dus geëxpliciteerd worden (explain) indien men geen gebruik gaat maken van deze diensten (via een business-case). …. Net zo goed wordt de efficiëntie van de shared producten en diensten aangetoond met een sluitende business case. rationaliseringstrajecten op het niveau van de middleware en de specifieke toepassingen. Het gaat hier over gemeenschappelijke omgevingen zoals gemeenschappelijke datacentra (met een breed gamma aan diensten) . Het aanbod moet ook een voldoende gedifferentieerd te zijn om tegemoet te komen aan de behoeften van verschillende groepen klanten. Het invoeren van een comply or explaintoets. - 116/242 .en storageinfrastructuur. Hierdoor wordt een actief brokerschap gestimuleerd en krijgen de entiteiten zicht op wat ontwikkeld is en eventueel kan hergebruikt worden bij andere entiteiten. gezamenlijke netwerkinfrastructuur. server. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 2 niveaus van nuttige rationalisering: rationaliseringstrajecten op het vlak van de generieke infrastructuur en platformen Er zijn ontegensprekelijk een aantal voordelen te realiseren op het vlak van rationalisering van infrastructuurcomponenten en platformen.. collaboratieve omgevingen. Dit zowel op het vlak van dienstverlening als op het vlak van een efficiënt beheer van de middelen. e-mail-omgevingen.de Vlaamse overheid in de realisatie van hun doelstellingen zoals deze gespecificeerd zijn in de beheersovereenkomsten en managementovereenkomsten. zonder te vervallen in een te groot aantal variaties waardoor de schaalvoordelen teniet zouden kunnen gedaan worden. Op voorwaarde dat de shared producten en diensten die ontwikkeld werden voldoen aan de vorige voorwaarde en ook zo gedocumenteerd werden (= als aanbod voor 80% van de VO-entiteiten) dan dient een entiteit eerst een aftoetsing/evaluatie te doen of dat het project kan gerealiseerd worden met wat shared bestaat. Ook op het niveau van de middleware en de specifieke toepassingen die entiteiten ontwikkelen kunnen schaalvoordelen worden gerealiseerd. De uitdaging is om een zicht te krijgen op al deze ontwikkelingen via een applicatie-portefolio beheerd door alle entiteiten.

raad van bestuur. Om de scope voldoende afgebakend te houden worden er 4 projecten gedefinieerd die in dit doorbraakproject zullen gerealiseerd worden: Het uitwerken van een vraaggestuurde aansturingsmethodiek. Met andere woorden: het strategisch medezeggenschap van diegenen die afnemen van de gemeenschappelijke diensten moet gewaarborgd worden in de structuur van de aanbieder van deze gemeenschappelijke diensten (aansturingscomité. De realisatie van deze doelstelling blijft onverminderd noodzakelijk om dit project als geheel tot een goed einde te brengen. hebben veel entiteiten van de Vlaamse Overheid langs de vraagzijde een groot deel van hun kritische massa verloren om als gelijkwaardige partners met 117/242 .). Er is echter onvoldoende overzicht van wie wat van informatie of data heeft en hoe men deze services kan raadplegen. het versterken van de vraagzijde op het vlak van business-it alignment Doorheen de jaren heen.…. Op het niveau van de entiteiten dienen wel engagementen worden aangegaan om rationaliseringstrajecten op te zetten op het ritme van bijvoorbeeld aflopen van contracten. het inventariseren van verschillende services en het delen ervan.2. Er zal dan ook blijvend nauwe samenwerking zijn tussen beide projecten. middleware of applicaties. - b. Optimalisatie van de netwerkinfrastructuur. mede door de beslissing van maximale outsourcing en de BBB-operatie. Momenteel start een nieuwe bevraging rond datacentercapaciteit en diensten binnen de VO. Op basis van een IAVA-audit rond netwerken is er heel wat materiaal om een business case uit te werken die aantoonbaar kostenbesparend is op het vlak van netwerken en – netwerkgebruik. vernieuwing van technologie of grote investeringen in infrastructuur. en 3. Optimalisatie van de datacenterinfrastructuur. In afstemming met de trekkers en projectverantwoordelijken van project 2. Ten tweede is het belangrijk dat de aansturing van deze gemeenschappelijke ontwikkeling ook gezamenlijk dient te gebeuren.1 is beslist de realisatie van deze subdoelstelling onder te brengen in project 3. Om echt efficiënt te kunnen werken en maximale gegevensdeling te realiseren dient er dus samen met CORVE bijkomend geïnvesteerd worden in afspraken en standaarden ter bevordering van interoperabiliteit.1. Uitwerken van een applicatieportfolio en uitwisselingsstandaarden. verhogen van investeringen in interoperabiliteit en services Momenteel wordt er door veel entiteiten al gebruik gemaakt van verschillende services van verschillende aanbieders (zowel Vlaams als Federaal). Ten eerste is het belangrijk dat het er hier niet gaat om een “big bang”-strategie die entiteiten op korte termijn verplicht om zich te conformeren aan deze gerationaliseerde diensten en producten.- Op het niveau van de applicatieportfolio (maar ook serviceportfolio) dienen de entiteiten bij elke nieuwe ontwikkeling eerst te verifiëren of er al gelijkaardige applicaties/processen/… werden gedocumenteerd en of deze al dan niet herbruikbaar zijn. c.

Om het ICT-aanbod verder te verfijnen en af te stemmen op de realisatie van de doelstellingen van het meerjarenprogramma maar ook de doelstellingen van de agentschappen en departementen volop te ondersteunen op korte termijn: 118/242 . Vrije winkelnering dient dus gepast ingevuld worden en bijdragen aan de realisatie van de strategische doelstelling van rationalisatie maar ook aan de strategische doelstellingen van de entiteiten van de VO. De vraagzijde dient dus dringend versterkt te worden zodat de ICT-werking ook los van de externe partners op een kwaliteitsvolle manier kan gegarandeerd worden.of integratievoordelen kunnen bereikt worden door dit in het gemeenschappelijk aanbod op te nemen. Hierdoor verliest de Vlaamse overheid haar greep op deze ontwikkelingen en dreigt er een steeds grotere afhankelijkheid van deze externe partners. dient dit te gebeuren. Er dient tenslotte op bekeken worden waar dit best binnen de Vlaamse Overheid wordt geplaatst. Verder aanvullen/bijsturen gemeenschappelijk ICT-dienstverleningsaanbod op basis van de gemeenschappelijke behoeften van de entiteiten. Zo versterken we de interne kennis van onze organisatie om beter te kunnen samenwerken met externe partners voor ontwikkeling en beheer van de verschillende toepassingen en omgevingen. d. De entiteiten van de Vlaamse overheid worden aangemoedigd om geheel of gedeeltelijk af te nemen van het gemeenschappelijk dienstverleningsaanbod. Om de scope van dit project voldoende afgebakend te houden wordt er voor geopteerd enkel de uitwerking van een vereniging voor ICT-personeel op te nemen als project.en projectmanagement en hun business-IT-alignment. Vrije winkelnering verhoogt de keuzemogelijkheden van de verschillende entiteiten op het vlak van ICT zodat ze meer op maat maar toch binnen een groter aanbod keuzes kunnen maken.externe partijen de verschillende programma’s en projecten te realiseren op een zo efficiënt en effectief mogelijke manier.De organisatie ervan dient gericht te zijn op het aanwerven van eigen ICT-personeel op een kostenefficiente maar marktconforme prijs zodat de verschillende entiteiten van de Vlaamse Overheid zich kunnen versterken in hun eigen ICT-beleid. programma. Naast bijscholingsprogramma’s en het in-huis versterken van business-ICTbrugfuncties is er ook nood aan het opzetten van specifieke vereniging voor ICTpersoneel dat enerzijds de vraagzijde van entiteiten op permanente wijze kan versterken (detachering naar de entiteiten zelf) en anderzijds een pool van ICTsleutelprofielen aanbiedtdie projectmatig in verschillende entiteiten inzetbaar zijn. Het is niet de bedoeling om het bestaande statuut voor informatici uit te hollen. Anderzijds kan vrije winkelnering er ook toe leiden dat er onvoldoende gebruik gemaakt wordt van het bestaande aanbod. Voor gemeenschappelijke behoeften waarvoor nog geen of slechts onvolledig een aanbod bestaat en waarvoor er schaal. Deze vereniging is qua vorm gelijkaardig aan de federale Smals.

Samenvattend geeft dit volgende scope In scope .ICT-dienstverlening en –aanbod.rationalisatie van ICT op het vlak van infrastructuur. Dit kan enkel gerealiseerd worden als ook de interne ICT-organisatie voldoende sterk is om deze rol op te nemen. Optimaliseren van de netwerkinfrastructuur Te plannen Opgestart 119/242 .dienstverlening tegen 2013: hiervoor dient de nodige methodiek verduidelijkt te worden. Tegen 2013 moet deze interne organisatie in staat zijn om in een nieuwe omgeving te werken strategische. Communicatie van de benodigde (nog te bepalen) stuurgegevens van de huidige dienstverleningen aan de leidend ambtenaren zodat de transparantie naar hen gewaarborgd blijft. Indien er raamcontracten worden opgemaakt door entiteiten van de Vlaamse overheid die een toegevoegde waarde hebben voor andere entiteiten van de Vlaamse overheid dat deze worden gegund als aankoopcentrale. opvolging en ontwikkeling dalen. risicobeheerste. nuttig rationaliseren van ICT Projecten (lopend. onderbouwde beslissingen te nemen rond de (gedeelde) ICT-dienstverlening (waarbij de vroegtijdige opzegging van het huidige GID-contract mee in overweging zal genomen worden). Daarbij is het noodzakelijk dat er een duidelijk transparant financieel model wordt uitgewerkt voor gemeenschappelijke dienstverlening. Daarnaast dient op korte termijn gestart te worden met het onderzoeken van de business-behoeften voor de toekomstige (gedeelde) ICT-dienstverleningen. Het uitwerken van een vraaggestuurde gedefinieerd aansturingsmethodiek ) b. Daarbij moet de focus liggen op een dienstverlening die de bedrijfstrategie ondersteunt met innovatieve ICT-realisaties binnen een kader waar de kosten voor het infrastructuurbeheer en de kosten voor aansturing.versterken van de vraagzijde met ICTcompetenties . a. Binnen de scope van dit project vallen: Toekomstige behoeften voor ICT-dienstverlening in kaart brengen met het oog op een strategische keuze op het vlak van ICT. Het (mede)delen van raamcontracten. Indien er entiteiten zijn die specifieke diensten gunnen of gaan afnemen van andere contracten dan deze van het GID wordt gevraagd om op te treden als aankoopcentrale en hierover te communiceren. Status Domeinen (inhoudelijk) A. Dit is een kritische succesfactor voor een vernieuwde interne ICTorganisatie.• • Binnen het bestaande dienstencontract samen met e-IB oog hebben voor producten en diensten die voor grote groep entiteiten extra toegevoegde waarde hebben en deze dan ook marktconform aanbieden. middleware en applicaties .

Verzamelen van gegevens over de huidige dienstverleningen en hierover communiceren naar de leidend ambtenaren c. ook de noodzaak van een goede risicobeheersing een belangrijke voorwaarde voor succes. Investeren in interoperabiliteit en services Voorlopig volledig buiten scope. managementovereenkomst. Methodiek voor vraaggestuurde aansturing Een vraaggestuurde aansturing van ICT vertrekt vanuit een strategisch medezeggenschap van de verschillende klanten van ICT-diensten. de verantwoordelijken voor de uitvoering van het project aangeduid. Verder aanvullen/bijsturen ICT dienstverleningsaanbod a. Daarbij is. ICT dient de bedrijfsstrategie maximaal te ondersteunen en helpen bij het realiseren van de doelstellingen van de organisatie (beheersovereenkomst. Applicatieportfolio B. Indien nog hiaten kan opgenomen worden in deze fiche. Portaal raamcontracten Opgestart Opgestart Ontwerp Te plannen Te plannen Te plannen Er wordt vanuit gegaan dat wat niet in scope genomen is buiten scope staat dit het oog op voldoende beheersbaarheid en het houden van de focus. 120/242 . naast strategisch medezeggenschap.c. Deze blijven volledig ondersteunt binnen de bestaande afspraken en timings en dragen in die zin impliciet bij aan het realiseren van deze doelstellingen. Toekomstige business-behoeften voor ICT b.1. Opgenomen in 3. zowel op inhoud als op prioriteiten en besluiten. C. vereniging ICT-personeel D. Dit betekent niet dat binnen andere bestaande diensten en entiteiten geen projecten zijn die raakvlakken hebben met deze projecten. Versterken van de vraagzijde a.…). De verschillende bedrijfsstrategieën van de entiteiten van de Vlaamse Overheid vormen zo de basis om gemeenschappelijke ICT-diensten te zoeken. De vraaggestuurde afstemming kan slechts succesvol zijn als er voldoende draagvlak bij de verschillende entiteiten van de Vlaamse Overheid Hiervoor is een goed samenwerkingsmodel essentieel waarbij de deelnemende entiteiten daadwerkelijk inbreng kunnen doen. Uitwerking per project In dit hoofdstuk wordt per gedefinieerd project de high level aanpak en timing uitgewerkt. de risico’s in kaart gebracht alsook de kosten/baten waar mogelijk reeds aangeduid. Rationalisering van de datacenters d.

De business zit hier in de “driving seat”. Slechts indien dit met vertrouwen kan afgewerkt worden kan in een tweede fase de business case geschreven worden.3).000 euro. De kost van de externe begeleiding ligt rond de 50. Ten eerste zijn er de kwalitatieve baten dat de vraagzijde haar behoeften beter kan weergeven en meegeven aan de leveranciers.en afstemmingsvergaderingen. De kosten situeren zich op een stuk externe begeleiding van de trajecten en de investeringen van de CIO’s en verschillende medewerkers in werk. in de zin dat de prijzen van de aangeboden diensten deze behoeften ook beter zullen dekken. Dit levert ten ook kwantitatieve baten op. kostendrivers De voorgestelde methodiek dient verder uitgewerkt en uitgetest te worden in concrete projecten. De baten zijn tweeërlei. Projecten (visie realisatie) Business case Inzicht in elkaars behoefte (begrip -> vertrouwen) Vraagsturing Business processen worden ondersteund door toepassingen Kwaliteitseisen infrastructuur Kostprijs (samen) eisen opstellen Betrokkenheid en sturing (besluitvormingsstructuur) Evaluatie offertes Evaluatie van de scenario’s Zelfde referentiekader Meerjaren planning Aanbod alternatieven Infrastructuur alternatieven Evaluatie Principes Offertes aanbieden Verschillende varianten (technologie – organisatie) Ahv.Een eerste traject dat moet gelopen worden is deze van visie en strategie op ICTdiensten. Het grootste risico is dat er te beperkt engagement is van de leidend ambtenaren van de verschillende entiteiten. Vanuit de evaluatie van deze projecten zal deze methodiek indien nodig verder verfijnd en aangepast worden. Schematisch geeft dit het volgende: Visie opbouw Resultaten Weten wat we nodig hebben. applicaties. Dit zal gebeuren in de projecten consolidatie datacentra (zie 32) en netwerkoptimalisatie (zie 3. Vanuit een engagement dat er vertrokken wordt van wederzijds vertrouwen.…. Doordat ze in concrete projecten wordt ingeschoven wordt ook tegelijkertijd haar deugdelijkheid bewezen. De kosten verbonden aan dit onderdeel zijn eerder beperkt. eventueel geconcretiseerd naar domeinen (infrastructuur. Om dit te remediëren wordt er per concreet project een 121/242 . De inzet van de interne medewerkers bedraagt 3 (CIO’s) tot 5 a 8 mandagen voor inhoudelijke en technische medewerkers.).

wordt een business case ter ondersteuning van de consolidatie uitgeschreven en uitgevoerd. De opstart van dit project zal kort na het CAG van 28 april worden gerealiseerd.engagement gevraagd via het CAG. opslagcapaciteit. Aanpak & timing Dit project loopt in grote mate parallel met het zoeken naar een alternatief voor het huidige datacenter in het Boudewijngebouw. …) wordt ondergebracht en operationeel beheerd.a. zal gefocust worden op een maximale integratie van nieuwe datacenters + de verhuis van het Boudewijndatacenter. Gelet op de strikte timings voor datacenters is dit een noodzakelijkheid. Een sterk gefaseerde aanpak is dus noodzakelijk. De resultaten en aanbevelingen zijn nog niet gepubliceerd. Dit gebeurt al voor het project netwerkoptimalisatie op 28 april. beheerd door eIB) • faciliteiten in eigen beheer • faciliteiten aangeboden door externe leveranciers In het kader van de net afgelopen netwerkaudit van IAVA werd ook een (gedeeltelijke) inventarisatie gemaakt van de huidige datacenters van de Vlaamse overheid. Consolidatie datacentra 9 Momenteel gebruiken de entiteiten van de Vlaamse overheid verspreide faciliteiten voor de opslag van hun gegevens en het herbergen van applicaties. Op middellange termijn dient werk gemaakt te worden van een strategie en visie op datacenters en kunnen dan ook de business cases gemaakt worden voor de consolidatie van andere bestaande datacenters. 122/242 . Doel van dit project is het consolideren van de bestaande datacenter infrastructuur van de Vlaamse overheid: zowel de datacenters in eigen bezit. Dit gebeurt dit in: • gezamenlijke faciliteiten (o. waarbij op korte termijn vnl. als de uitbestede faciliteiten. communicatieverbindingen. tegen 2015. Op basis van een grondige studie van de huidige situatie en een aantal optimalisatiemogelijkheden. De inspanningen die in ieder geval voor die migratie moeten gebeuren. De eerste resultaten worden verwacht tegen oktober 2010. maar kunnen ook kwantitatieve conclusies bevatten over de huidige heterogeniteit. 9 een datacenter is een afgeschermde faciliteit waar ICT-apparatuur (computersystemen. kunnen best ook onmiddellijk rekening houden met toekomstige integratie van andere bestaande of geplande datacenters. Gezien de praktische en technische complexiteit moet wel duidelijk zijn dat een dergelijke consolidatie-oefening een lange doorlooptijd heeft.

maar anderzijds ook wederzijds te kunnen gebruiken als backup-lokatie. Er moet dus een evenwicht gevonden worden tussen operationele snelheid en strategische gedragenheid. de huidige gefragmenteerde kennis). kan een efficiëntere beschikbaarheid gegarandeerd worden. datacenters (2010. waardoor ook meer veiligheid en betrouwbaarheid kan gegarandeerd worden. • In het kader van bedrijfscontinuïteitsmanagement zijn datacenters een risico.t.t.v.Timing (in parallel loopt hiernaast het verhuisproject van Boudewijn!): 1. zorgt dit voor een “compactere” architectuur.p. zowel op inhoudelijk als financieel vlak. formuleren adviezen voor nieuwe datacenters (2011. hetgeen enerzijds de kwaliteit van dienstverlening verhoogt en anderzijds grotere specialisatie toelaat (i. inventarisatie datacenterbehoeften binnen de Vo (2010. via eIB en BIA) 3. • delen van datacenters betekent een efficiëntere inzet van interne en externe competenties voor beheer en ondersteuning. 123/242 . opstellen consolidatieplannen voor nieuwe en bestaande datacenters 6. Door deze enerzijds te delen. inventarisatie datacenter-infrastructuur (deels in IAVA-netwerkaudit. waardoor dit project ook sterke synergieën oplevert met een optimalisatie van de WAN-infrastructuur van de Vlaamse overheid.b.b. terwijl de strategische visie m.t. de planning is dat het proces voor de verhuis van het Boudewijndatacenter vrij snel vooruitgang moeten kunnen boeken (om te kunnen opleveren tegen 2015). Een consolidatie-oefening moet daarom: • enerzijds duidelijke voordelen bieden voor de werking van een individuele entiteit zowel in kader van de realisatie van de doelstellingen als voor de efficiënte inzet van middelen. gemeenschappelijke datacenters nog niet volledig is. • anderzijds ook ondersteund worden door een duidelijk commitment op hoog ambtelijk niveau Een risico m. • stroomlijnen van de datacenter-infrastructuur (naar uniforme en gestructureerde opzet en beheer) betekent ook een grotere wendbaarheid naar toekomstige evoluties of strategie-wijzigingen. uitvoeren consolidatieplannen Risico’s / maatregelen Een beperking voor dit project is de autonomie van elke entiteit op het vlak van ICT. 20092010) 2. Zo zijn er bijvoorbeeld volgende rechtstreeks afgeleide baten: • minder datacenters betekenen natuurlijk een reductie in het aantal verbindingen tussen de datacenters. Kosten-Baten-analyse De consolidatie van datacenters biedt een resem schaalvoordelen. • indien ook andere gemeenschappelijke bouwstenen in gedeelde datacenters ondergebracht worden. BIA) 5.b. BIA) 4. formuleren visie m.

en anderzijds een heel aantal aparte (extern aangeleverde) verbindingen. Een mogelijke kost is het eventuele verlies van wendbaarheid van elke organisatie. Risico’s / maatregelen 124/242 . voornamelijk door het vervangen van (dikwijls parallelle) aparte verbindingen door een beperkter aantal verbindingen. Doel van dit project is ten eerste om een duidelijke visie en strategie op netwerken en het beheer ervan uit te werken en te valideren (cfr opmerking MOW + LV op CAG 28/4).en informatiebeheer Netwerkoptimalisatie De huidige ICT-netwerken van de Vlaamse overheid worden decentraal georganiseerd en beheerd. Deze zal op korte termijn opgestart worden via de werkgroep basisinfrastructuur van BIA onder voorzitterschap van Marijke Verhavert. zonder dat de uitvoering van de organisatiestrategie in gevaar komt.1 hierin toe te passen wordt maximaal de afstemming gegarandeerd. Ten tweede een optimalisatietraject opstarten voor de WAN-verbindingen. Aanpak & timing Op het CAG van 28 april 2010 werd een voorstel van werkwijze geagendeerd voor de uitwerking van een visie en strategie en een duidelijke business case. Specifiek voor de WAN (connecties die de lokale netwerken verbinden) is er een hybride situatie. met enerzijds een glasvezelnetwerk in eigen beheer. Door de vraaggestuurde methodiek uit 4. Bedoeling is om tegen het najaar 2010 de business case te kunnen voorleggen op het CAG. Dit is het eerste deel van het consolidatieproject en zal integraal deel uitmaken van de business-case. Dit verlies van flexibiliteit kan gecompenseerd worden door een kwalitatieve dienstverlening en een marktconforme prijszetting in de levering van de dienst. Hierbinnen dient ook de strategie voor het VO-net verder verfijnd worden. Er werden daarbij een aantal aanbevelingen geformuleerd die enerzijds betrekking hadden op de dringende noodzaak om een visie en strategie rond netwerken op te stellen en anderzijds scenario’s aanreiken voor kostenoptimalisatie. In het kader van een recente netwerkaudit van IAVA werd een kwantitatieve studie gemaakt van de huidige WAN-verbindingen.Kwantitatieve baten worden later kaart gebracht bij inventarisatie van de huidige uitgaven voor datacenters binnen de VO. Verantwoordelijken BIA-werkgroep basisinfrastructuur E-ib BZ – afdeling proces. vormen ze een vrij solide en complete inventarisatie van de infrastructuur. bij voorkeur via het glasvezelnetwerk in eigen beheer.Zodra deze resultaten gepubliceerd worden.

b. wat op zich ook weer aanleiding geeft tot een complexer en duurder onderhoud en integratie. Deze visie moet de basis vormen van de concrete uitwerking in consolidatieprojecten.t. Vanuit de IAVA-studie zijn er al high level kosten/baten beschikbaar alsook terugverdientijden maar deze moeten verder verfijnd worden. De kosten worden verder in kaart gebracht bij de uitwerking van de business-case. de bestepraktijkenlijst van IAVA). graafwerken.en informatiebeheer Applicatieportfolio Momenteel bestaan er enkel versnipperde lijsten. Naar verwachting zijn er in elk geval een heel aantal optimalisaties mogelijk met baten op korte termijn: een aantal gehuurde lijnen kunnen vrij makkelijk vervangen worden door een kortere aansluiting op het Voglasvezelnetwerk. Een tweede gevolg is een zeer heterogene applicatie. Verantwoordelijken BIA-werkgroep basisinfrastructuur E-ib BZ – afdeling proces. Aanpak & timing Een eerste stap is het in kaart brengen van volgende gegevens over de entiteiten van de Vlaamse overheid: o ICT-projecten o ICT-applicaties o ICT-expertise 125/242 .Dit wordt mee opgenomen in het eerste deel van de business case Een mogelijk risico is dat door de WAN-optimalisatie bepaalde entiteiten een gespreid beheer van hun omgeving zullen moeten voorzien.en technologie-architectuur over de entiteiten heen. … Kosten-Baten-analyse WAN-optimalisatie: de concrete baten zullen voor verschillende scenario’s in de IAVA-audit gespecifieerd worden. Dit zorgt voor veel dubbel werk bij entiteiten die (technisch of functioneel) gelijkaardige applicatiefunctionaliteiten ontwikkelen of aankopen. overzichten en databanken met gegevens over ICT-applicaties binnen de Vlaamse overheid (bijv. de architectuur die de Vlaamse overheid wil uittekenen voor haar WANinfrastructuur. Een bijkomend risico zijn de huidige financieringsmechanismen voor entiteiten: om een structurele vermindering van de beheerskosten te verkrijgen (door het vervangen van huurlijnen door eigen verbindingen) moet een eenmalige grote investering kunnen gedaan worden voor aanpassing van de infrastructuur. Deze kost moet mee ingecalculeerd worden in de beslissingen rond migratietrajecten.Een belangrijke succesfactor in dit project is het formuleren van een strategische visie m.

Daarbij komt nog de tijd die entiteiten spenderen aan de invoer en het onderhoud van hun eigen gegevens in dit systeem. .. Ter illustratie: V-ICT-OR kwam tot de conclusie dat in een dergelijke opzet gemiddeld amper 2% van de potentiële gebruikers van een kennisdelingssysteem ook effectief gegevens invoert.) in te voeren en te onderhouden.en kennisdatabank voor de Vlaamse overheid.en ervaringsdeling tussen de Vlaamse steden en gemeenten na. Een optie die op dit moment besproken wordt. waardoor er bijvoorbeeld geen overkoepelend systeem kan gebruikt worden voor toegangsbeheer van een dergelijke applicatie. is de eventuele afstemming en samenwerking met het KPLO-initiatief van de lokale overheden (KennisPlatform voor de Lokale Overheden). De kosten van een meer uitgewerkte applicatie in een tweede fase zullen sterk afhankelijk zijn van de te kiezen optie: • samenwerking met de lokale besturen: te onderhandelen • implementeren van een eigen databank: ontwikkelkost van een middelgroot applicatieproject 126/242 . moet dit dus specifiek voor deze applicatie beheerd worden. Een alternatief is het ontwikkelen van een eigen applicatie.en Informatiebeleid van DBZ). waardoor er ook op deze waarden kan gezocht en gefilterd worden. In een tweede fase zal deze databank geëvalueerd worden.. anderzijds een sensibilisering via de leidinggevenden per entiteit. die toelaat om kruisverwijzijgen en keuzelijsten te gebruiken. Indien bepaalde identificatie. Oplossingen hiervoor zijn enerzijds een duidelijke communicatie en interne marketing. Als repository wordt in eerste instantie een wiki gebruikt... Kosten-Baten-analyse In de eerste fase zijn de kosten beperkt tot de opzet en het beheer van de wiki (nu onder beheer van afdeling Proces. expertise. rollen en verantwoordelijkheden nodig zijn. en streeft kennis. applicaties en expertise worden gecategoriseerd binnen technische en functionele domeinen.Initieel wordt deze inventarisatie opgestart op vrijwillige basis binnen de leden van de strategische BIA-werkgroep. en op een intuïtieve manier doorheen de ingevoerde gegevens te navigeren. De ingevoerde projecten. Deze webgebaseerde kennisbank wordt momenteel opgezet door VVSG en V-ICTOR. Een technisch risico voor een verdere implementatie is de heterogene ICTarchitectuur van de Vlaamse overheid. Risico’s / maatregelen Een gekend risico is de bereidheid van entiteiten om in een dergelijke applicatieportfolio eigen applicaties (en projecten.

Deze kunnen geïntegreerd worden in de eigen vereniging en vormen zo een solide startbasis. kwalitatief in te schatten: door gebruik te maken van ervaringen. Verantwoordelijken BIA-werkgroep BZ – afdeling proces. Personeel dat continu ter beschikking wordt gesteld binnen een organisatie.en informatiebeleid Vereniging voor ICT-personeel Vanuit de noodzaak om onze eigen vraagzijde bijkomend de versterken wordt het initiatief genomen om een vereniging voor ICT-personeel. kan in een ontwikkelproject: • de doorlooptijd verkleind worden • het risico beperkt worden (lessons learned van anderen) • de toekomstige integratie vereenvoudigd worden (architecturen zijn beter afgestemd) • de onderhoudbaarheid vergroot worden (gemeenschappelijke componenten of aanpak leiden tot gelijkaardig beheer en onderhoud) Een focus op hergebruik van componenten of aanpak voor automatisatie van de generieke bedrijfsprocessen van de overheid leidt tot een aanzienlijke kostenbesparing. is goedkoper via insourcing op de IT-dienstenbudgetten Er stelt zich hierbij een duidelijke opportuniteit om samen te werken met Smals: • Momenteel worden er al een 200-tal ICT-personeelsleden vanuit de Smals ingezet bij Vlaamse departementen en agentschappen met een sociaal oogmerk in hun kerntaken.de kost van ICT-personeel wordt gedrukt. onder de vorm van een overheidsvzw op te richten. Ook het hergebruiken van puur technische bouwstenen en architecturen leiden tot grote besparingen. . en samenwerking structureler wordt aangemoedigd.een ICT-CAO kan worden afgesloten. om personeel met voldoende kwalificaties te kunnen aantrekken.de interne ICT-expertise duurzaam wordt versterkt (van belang voor de sleutelfuncties in ICT). • Er kan beroep gedaan worden op de ondersteuning van de Smals bij het beheer van de eigen vereniging (dus binnen de eigen huisstijl en profilering). Vanuit een shared service principe kunnen zo de kosten gedeeld worden en daalt de administratieve kost per gedetacheerde naar 185 euro/maand. 127/242 . projectaanpak.De baten zijn vnl. . Het is niet verplicht om lid te worden van deze vereniging.ICT personeel meer kennis krijgt van de eigen architecturale normen en standaarden en de gemeenschappelijke ICT-infrastructuur. . De Vlaamse ICT-vereniging zorgt ervoor dat: . inhoudelijke informatie en technische componenten van andere entiteiten.

…. Er is geen sprake van overheidsopdracht maar van samenwerkingsmodaliteiten tussen overheidsdiensten. Het Europees Hof benoemt dit als inhouse relaties. is er geen BTW-plicht. Aansturing van de vereniging De aansturing van de vereniging is in handen van de leden van de vereniging (strategisch medezeggenschap). Hiervoor wordt beroep gedaan op het vrijwillig engagement van medewerkers uit de leden van de vereniging. Dit is reeds onderzocht op basis van de werking van de Smals (die bestaat sinds 1939). Dagelijkse organisatie van vereniging Omdat de vereniging zijn overhead-activiteiten afneemt van de Smals is er geen nood aan een eigen operationele organisatie van de vereniging. De Smals voert haar wettelijke en statutaire opdracht uit ten aanzien van haar leden. Er is geen sprake van uitzendarbeid. Deze medewerkers zullen binnen hun huidige takenpakket deze functies opnemen.• Er is geen eigen organisatie nodig van deze administratieve processen. Omdat het een netwerk van niet-BTW-plichtige entiteiten betreft. Dit zorgt ervoor dat er geen overhead en extra administratieve kost wordt gegenereerd bij de eigen vereniging. Wettelijkheid en fiscaliteit Soms wordt de wettelijkheid en de fiscale regeling van de vereniging in vraag gesteld. Er is enkel nood aan enkele personen die de administratie die vanuit de Smals wordt opgemaakt te verifiëren en te valideren (in concreto handtekenen van contracten. maar van een sui-generis regeling. Door de samenwerking met de federale Smals is er geen noodzaak om een grote dagelijkse organisatie op poten te zetten. BTW-plichtige overheidsinstellingen zullen geen diensten kunnen afnemen van de vereniging (principe van de kostendelende vereniging). op basis van doorrekening aan de leden van de kosten volgens hun aandeel. Kosten/Baten De baten van een eigen vereniging voor ICT-personeel situeren zich zowel op het kwalitatieve als duidelijk ook op het kwantitatieve. Typisch is dit een Raad van Bestuur die de grote lijnen van de vereniging mee uitzet en de realisatie van de doelstellingen mee bewaakt. 2. waarbij door de ICT-vereniging diensten kunnen worden verleend aan de leden. De belangrijkste besluiten zijn: 1. Deze samenwerking zorgt natuurlijk ook voor een belemmering. 128/242 . 3. en niet via mededinging op de markt zodat er geen concurrentieverstoring is. en daarom is er ook geen conflict met de wet op de uitzendarbeid. Elk lid (ongeacht omvang) heeft een gelijke stem in de aansturing ervan. facturen.).

095.42 EUR -117.444. De e Om de kwantitatieve baten te duiden wordt de jaarkost van een eigen personeelslid via de ICT-vereniging afgezet tegen het inhuren van een voltijds externe consultant.04 EUR -101.Deze stappen kunnen in parallel worden gerealiseerd als volgt: 2010 jaardeel 1 Vereniging oprichten 2010 jaardeel 2 2011 jaardeel 1 2011 jaardeel 2 2012 jaardeel 1 129/242 .204.84 EUR -70.720.668.550.572.62 EUR De kwantitatieve baten kunnen dus sterk oplopen bij de vereniging.00 759 218 EUR 212.00 1335 218 EUR totale jaarkost CAO insourced 83. Te ondernemen stappen en planning De te nemen stappen zijn: . .16 EUR 95.177. Er zijn kosten verbonden aan de oprichting van de vereniging en de uitwerking van de werking van de vereniging.96 EUR 138.021.00 1026 218 EUR 322.38 EUR Functie functioneel analyst jr functioneel analyst ml functioneel analyst se projectleider projectmanager ML Architect Lead Architect verschil -62.08 EUR 119.00 1220 218 EUR 291.406. totale Mandagen kostjaarkost dagprijs /jaar outsourced 145.528.Uitwerken omstandige nota aan het CAG ter verfijning van dit voorstel (CAG begin juni 2010) . .96 EUR 111.opmaken van een decreet interbestuurlijke samenwerking.243.585.58 EUR 106.Kwalitatieve baten zijn zoals al gesteld dat de vraagzijde versterkt wordt en de eigen ICT-organisatie verstevigd.00 1478 218 EUR 265.162.regelen van de samenwerkingsmodaliteiten tussen de Vlaamse vereniging met de federale vereniging .oprichten van vereniging voor interne ICT expertise in de Vlaamse en lokale overheden (incl afspraken maken over CAO en mogelijke personeelsovername).86 EUR 94.782.166. Middelen die bijkomend ingezet kunnen worden voor innovatieve ICT-projecten.960.04 EUR -183.295. De kost voor het dagelijks beheer is beperkt (zie ook aansturing).14 EUR -171.483.462.030.00 667 218 EUR 165.00 975 218 EUR 223.92 EUR -171.Politieke afstemming (juni) . De kosten zijn beperkt.

en stuurgetallen bepaald worden. Delen van contracten volgens het principe van raamcontracten en uitbouw van een raamcontractenportaal 130/242 . Aangezien het nagestreefde objectief een rationalisatie van de ingezette ICT middelen overheidsbreed is. Verzamelen van nuttige gegevens over de ICT-dienstverleningen en hierover communiceren naar de leidend ambtenaren Een goede opvolging van de dienstverleningen is essentieel om continue verbetering te kunnen nastreven (meten is weten). risicobeheerste. Wat moet een entiteit weten van ICT-dienstverlening om zijn bedrijfsstrategie te realiseren? Enkel zo wordt rationalisering ook zichtbaar. is het evident dat de gegevensverzameling dient gefocussed te worden op die elementen die essentieel zijn in het detecteren. Dit project wordt verder verfijnd tegen eind mei.en stuurgetallen bepaald door de klanten van de VO op het vlak van ICT. Daarbij is het noodzakelijk dat er een duidelijk transparant financieel model wordt uitgewerkt voor gemeenschappelijke dienstverlening. meten en evalueren van potentiele efficientie. Weerom vanuit een vraaggeorganiseerde aanpak dienen deze ken.Decr interbestuurlijke samenwerking Verenigen met Smals Toekomstige ICT-behoeften in kaart brengen met het oog op een op gerationaliseerde gezamenlijke ICT-dienstverlening en contracten tegen 2013 Dit is een herhaling van wat in de scope werd opgenomen. Dit is een kritische succesfactor voor een vernieuwde interne ICT-organisatie. Dit kan enkel gerealiseerd worden als ook de interne ICT-organisatie voldoende sterk is om deze rol op te nemen. Tegen 2013 moet deze interne organisatie in staat zijn om in een nieuwe omgeving te werken strategische. Binnen dit subproject worden daarom ken. Dit mag niet beperkt worden tot de opvolging van de gemeenschappelijke ICT-dienstverlening (GID) maar behelsd de IT-dienstverlening van heel de VO. Daarbij moet de focus liggen op een dienstverlening die de bedrijfsstrategie ondersteunt met innovatieve ICTrealisaties binnen een kader waar de kosten voor het infrastructuurbeheer en de kosten voor aansturing. Dit project is het onderwerp van een volgende werksessie en wordt dus nog verder verfijnd.en effectiviteitsverbeteringen (meet dat waarop je wilt ingrijpen). opvolging en ontwikkeling dalen. Er wordt op korte termijn gestart met het onderzoeken van de businessbehoeften voor de toekomstige (gedeelde) ICT-dienstverleningen. onderbouwde beslissingen te nemen rond de (gedeelde) ICT-dienstverlening (waarbij de vroegtijdige opzegging van het huidige GID-contract mee in overweging zal genomen worden).

aangevuld met andere vertegenwoordigers van entiteiten die zich kandidaat stellen. De verschillende projecten rapporteren hun vooruitgang op regelmatige basis (6 maandelijks?) aan de stuurgroep. Dit wordt verder verfijnd. Dit portaal moet aangevuld worden met informatie over geplande contracten die opengetrokken kunnen worden naar (een deel van)de Vlaamse Overheid. Dit maakt integraal deel uit van het project. communicatie. De betrokkenheid van de dienst overheidsopdrachten is daarbij essentieel als tweedelijns ondersteuning. Daarom worden bij de concrete uitwerking van elk deelproject eén of meerdere indicatoren bepaald om de vooruitgang te meten. De stuurgroep zal daarbij ook steeds de afpunting doen met de vooropgestelde timings en indicatoren. Vanuit de werkgroep wordt voorgesteld om op het niveau van verschillende dienstverleningen die via raamcontracten gegund (facilities. Projectaanpak De verschillende projecten zoals hierboven beschreven worden maximaal ingebed in de bestaande structuren en overlegmomenten. Indicatoren De werkgroep onderkent de noodzaak van goede indicatoren om de vooruitgang van dit doorbraakproject op te volgen. Dit betekent dat het de verschillende projectverantwoordelijken zelf verantwoordelijk zijn voor de realisatie van hun project binnen timing en budget. Betrokkenen uitwerking sleutelproject Trekkers Luc Jansegers Jo De Ro 131/242 . om te vormen naar een programmagroep of stuurgroep. Het ICT-luik kan hier aan gekoppeld worden. Tot slot moet het portaal informatie en beschrijvingen bevatten over de te nemen stappen om als aankoopcentrale te fungeren. De trekkers nemen hier het initiatief om dit verder af te toetsen met de andere doorbraakprojecten. Dit om dubbel werk te vermijden en een slanke projectstructuur te kunnen realiseren over al deze projecten heen.…) een algemene portaal te bouwen.5 Rationalisatie ICT-kosten meegenomen om de opvolging van strategische doelstelling van dit project op te volgen. Er wordt voorgesteld om de huidige groep van medewerkers. Daarnaast wordt ook IND 2. Daarnaast is er vanuit het CAG en verschillende entiteiten ook vraag naar een portaal waar de al beschikbare raamcontracten (en detailinformatie) voor ICTdienstverlening worden verzameld.De entiteiten van de Vlaamse overheid engageren zich om bij toekomstige raamcontracten die worden opgemaakt en die een toegevoegde waarde hebben voor andere entiteiten van de Vlaamse overheid dat zij deze gunnen als aankoopcentrale. juridische dienstverlening. Zij zullen in hun hoedanigheid als stuurgroep dan verder instaan voor de globale vooruitgangsrapportering aan de doorbraakgroep en het CAG.

Projectverantwoordelijke Jef Van der Wee Betrokken partijen (in de uitwerking van het sleutelproject) Entiteit (intern) / organisatie (extern) E-ib CORVE Departement BZ Departement LNE Agentschap LV Departement WVG Inspectie WVG VAPH Agion Departement LV Agentschap Hoger Onderwijs. Volwassenenonderwijs en Studietoelagen Agentschap voor Onderwijscommunicatie Kind en Gezin VDAB Departement WSE DAR IV Vertegenwoordiger Luc Chauvin Geert Mareels Marijke Verhavert/Jort Marievoet Dirk Vyverman Jan Jacobs/Stephane Desmet Jos Gils Angelina Wilssens Dirk Dons/Dany Dewulf Jan Moereels Bernard Biesbrouck Luc Jansegers Jo De Ro Leo Van Loo/Walter Hooft Paul Danneels Jef Van der Wee Martin Ruebens Koen Verlaeckt 132/242 .

a p78) B. en snelle informatie voor doelgroepen. is er nu een tendens en een behoefte om ookkwaliteitsverhogingen na te streven. maximale gegevensdeling. Beleidsnota Bestuurszaken … Na jaren van een focus op het vervangen van administratieve processen door ICT-toepassingen. kent ook een goede onderbouw van processen. moet de administratie aangespoord worden om efficiëntiewinsten te realiseren. De informatisering van bijvoorbeeld het inlichtingenformulier vastgoedinformatie. egovernment en administratieve vereenvoudiging zijn uitstekende hefbomen voor een efficiëntere dienstverlening en om domeinoverschrijdende schaalvoordelen te realiseren. De inzet van ICT. Efficiëntiewinsten moeten significant en meetbaar zijn. C. Met het Vlaams regeerakkoord kiest de Vlaamse overheid duidelijk voor procesoptimalisatie. Regeerakkoord We willen een overheid die beter. …. Beleidsnota Algemeen Regeringsbeleid …. Efficiëntiewinsten moeten ook auditeerbaar zijn en een benchmark met vergelijkbare regio’s kunnen doorstaan. Een performante en effectieve organisatie. die open en flexibel kan interageren met haar verschillende doelgroepen. De overheden moeten een kwaliteitsvolle dienstverlening blijven garanderen en zorgen voor positieve effecten in alle maatschappelijke sectoren. bedrijven en het verenigingsleven te helpen beter gebruik te maken van kennis en ideeën.Bijlage 1: situering A. een rechtvaardiger samenleving en eenduurzamere leefwereld…. … De koppeling van de platformen vraagt om het samenbrengen van inhoudelijke en technische competenties. De economische context geeft ook aan dat de opdracht erin bestaat om beter te doen. klantvriendelijker en meer probleemoplossend werkt. management en beleid. (Regeerakkoord 2009-2014 IV.en communicatietechnologieën (ICT) blijven een hoofdrol spelen bij de vorming van de maatschappij van de 21ste eeuw. Ze bieden de mogelijkheden om burgers.en ICT-specialisten….1.2. ICT’s zijn een nuttigmiddel om bij te dragen tot een competitievere economie. complementair aan de publieke dienstverlening van het ambtenarenkorps door e-government en ICTtoepassingen…. GIS. informatie en ICT. Om een zuinige overheid te zijn. deze transparant te maken en zich te laten benchmarken. zelfs met minder middelen. het realiseren van de digitale stedenbouwkundige of milieuvergunning en de realisatie van een digitale sociale kaart met alle welzijnsvoorzieningen vereisen een samenwerking tussen egovernment-.4 Een innovatieve overheid die de mogelijkheden van moderne technologieën gebruikt De nieuwe informatie. Hierbij moet er aandacht zijn voor de 133/242 . 4.

134/242 . Gecombineerd met een reeds lang bestaand structureel tekort op ICT-middelen versus de bedrijfsnoden is er dus een duidelijke nood aan rationaliseringsstrategieën die de kostenefficiëntie verhogen maar ook de organisatiedoelstellingen beter kunnen ondersteunen. D. (eindrapport CEEO. Het volledige hoofdstuk 4 van de beleidsnota kan tevens dienen als achtergrond voor dit project. ondanks de verzelfstandiging. is een inspiratiebron….. De architectuur moet gestoeld zijn op laagdrempelige communicatie met alle doelgroepen en andere overheden. NORA. Daarom moet niet één dienst worden opgericht. maar één dienst moet wel samen met de diverse ICT-diensten of -verantwoordelijken tot dwingende afspraken komen over compatibiliteit van de ICT-systemen. Door middel van architecturale kaders wil ik verzekeren dat procesintegratie en gegevensdeling over entiteiten heen eenvoudiger wordt. alsook om de globale middelen en uitgaven voor ICT te beheersen. Ik wil richting geven aan alle ICTgeledingen van de overheden in Vlaanderen zodat zij het canvas hebben waarbinnen ze hun ICT kunnen uitwerken. Dit leidt er toe dat de entiteiten VO proberen nu al op een zo kostefficiënt mogelijke wijze trachten hun ICT-projecten en –beheer uit te voeren. Commissie Efficientie en Effectiviteit ICT moet een steeds belangrijkere rol spelen in het administratieve proces.uniformiteit van de dienstverlening aan burgers of ondernemingen. Portfolio Meerjarenprogramma slagkrachtige overheid Op 24 december 2009 werd door de co-voorzitters van het CAG een nota over het meerjarenprogramma overhandigd aan de minister-president en de vice-ministerpresidenten. Besprekingen op het CAG in het kader van ICT-rationalisatie en ICTdienstverlening In de CAG-besprekingen rond de eerste versies van de strategische projecten werd expliciet gevraagd om een versnelde evaluatie van het huidige dienstencontract. het instrument van onze noorderburen dat de Nederlandse overheidsreferentiearchitectuur beschrijft. We moeten hiertoe zoveel als mogelijk gebruik maken van open standaarden en open source. p. De nota bevatte een voorstel van basisprincipes. Generieke besparingen op IT-middelen In het kader van de huidige besparingen op de werkingsmiddelen is er gesnoeid in de ICT-kredieten. plan van aanpak en mogelijke projecten en programma’s die bottom-up werden geformuleerd vanuit de beleidsdomeinen. G. In deze portfolio aan projecten en programma’s zitten een relatief groot aantal projecten en programma’s die betrekking hebben op ICT-dienstverlening. om optimaal de uitwisseling van data en informatie te bevorderen. strategisch kader. F. 44) E.

80). gebaseerd op eenmalige gegevensopvraging. “ 135/242 . bedrijven en organisaties te kunnen aanbieden zullen we de verschillende initiatieven bundelen die de ruggengraat vormen voor dit geïntegreerd intra-en interbestuurlijk gegevensverkeer. EDRL. integratie gegevensverkeer en back-office activiteiten. authentieke gegevensbronnen en maximale gegevensdeling tussen overheden. • Om een betere digitale dienstverlening aan burgers.Regeerakkoord 2009-2014 In het regeerakkoord wordt ingegaan op digitale instrumenten als middel om de dienstverlening te verbeteren: “‘De sleutel tot meer doeltreffende administratieve vereenvoudiging ligt in verhoogde inspanningen om te komen tot een geïntegreerde uitbouw van het intra-en interbestuurlijk gegevensverkeer (kruispuntbanken.1: Betere dienstverlening door koppeling databanken.Meerjarenprogramma slagkrachtige overheid Sleutelprojecten fiche 3. netwerkdiensten. zal gezorgd worden voor een gemandateerd projectmanagement (Samen tegen de verkokering. Door die middelen en expertise samen te brengen wordt een meer geïntegreerde aanpak mogelijk voor de verdere uitbouw van die generieke instrumenten voor gegevensuitwisseling met burgers. 81). geo-informatie en dienstenaanbod. bedrijven en organisaties en wordt een betere afstemming mogelijk op de transversale beleidsprojecten opgenomen in de Vlaamse Toekomstvisie 2020 (Digitale instrumenten. informatieportalen) als noodzakelijke onderbouw voor diverse strategische beleidsprojecten. We streven ernaar dat de lokale en provinciale besturen zich daarbij maximaal kunnen aansluiten ten behoeve van hun eigen dienstverlening. • In uitvoering van diverse Europese richtlijnen (Inspire.” Verder geeft het regeerakkoord ook aan hoe we samen tegen de verkokering moeten werken: ”Voor de coördinatie van grote projecten. p. inzonderheid rond persoons-en bedrijfsinformatie.1. p. snelheid en transparantie van de overheidsdienstverlening.…) bouwen we op interbestuurlijk vlak kruispuntbanken. met betrokkenheid van diverse administratieve entiteiten. en ontwikkeling van een geïntegreerde Vlaamse publieksbalie Situering . Strategische doelstelling 3 De Vlaamse overheid zal door innovatie van werkwijze en instrumenten de dienstverlening verbeteren Sleutelproject 3. kan substantiële efficiëntiewinsten opleveren in termen van kwaliteit. Dat raamwerk.

opdat elke dienstverlening en elk beleid dat op geografische data een beroep doet. doelmatig en doeltreffend is.Commissie voor een Efficiënte en Effectieve Overheid Ook de Commissie voor een Efficiënte en Effectieve Overheid hecht in haar eindrapport groot belang aan de uitbouw van digitale dienstverlening en een dienstverlening met een hoge toegevoegde waarde aan de bevolking. Relevante data worden maar één keer opgevraagd en. Overheden moeten daarbij goed functionerende platformen garanderen. Dat kan betrekking hebben op een één-loketfunctionaliteit met een geïntegreerde backoffice. werd ook de wijze waarop die overheden als producent van goederen en diensten optraden. Digitale dienstverlening: ”Een van de centrale domeinen van verandering betreft de capaciteit van de digitale overheid om haar dienstverlening en beleid te verbeteren. waardoor een zichtbare maatschappelijke en economische toegevoegde waarde wordt gegarandeerd. …. met respect voor de basisregels van de privacy. … De volgende doorbraken zijn daarom essentieel vóór 2020: 1 Er wordt een inventaris van alle databanken met authentieke bronnen gemaakt. zodat de lokale besturen er mee in betrokken worden. De databank is er ook gekomen omdat een essentiële Spatial Data Infrastructure (SDI) moet worden opgezet. 136/242 . 3 Ontwikkeling van een raamwerk waarbinnen de dienstverlening op digitale wijze kan worden gestructureerd. Legitimiteit van de overheid hangt samen met het leveren van de juiste diensten. op een manier die zuinig. significant verbetert. Die kruispuntdatabank is niet alleen het resultaat van de EU-INSPIRE-richtlijn. Dat raamwerk moet over de bestuurslagen heen worden georganiseerd. 2 Vlaanderen Geoland wordt gerealiseerd over alle bestuurslagen heen. Naar analogie van de Kruispuntdatabank van de Sociale Zekerheid wordt een kruispuntdatabank voor geo-informatie opgezet. beslissing en uitvoering.” Dienstverlening met hoge toegevoegde waarde: “Overheden hebben jarenlang hun legitimiteit afgeleid van de rechtmatigheid en het democratisch gehalte van hun handelen.. een belangrijk onderdeel in de opbouw van die legitimiteit. Kwalitatieve dienstverlening kan niet meer zonder openheid in alle fasen van het proces. Naarmate ze zelf meer diensten begonnen te leveren en daarmee ook het beslag op de middelen toenam. organisaties en bedrijven die moet leiden tot tevredenheid en vertrouwen. Administraties in Vlaanderen moeten radicaal en strategisch kiezen voor een digitale overheid. tot aan de evaluatie. dus vanaf de voorbereiding. Burgers en bedrijven zijn ook zelf leverancier van informatie. binnen de overheid beschikbaar gesteld. zodat ze kunnen worden gekoppeld en op die manier meer betrouwbare gegevens beter kunnen uitwisselen. zelfs over de bestuurslagen heen.

om geintegreerd te werken en om databanken over personen. 44). 47-48) • Een projectgroep werkt de knelpunten weg die de maximale gegevensdeling in de weg staan. (p. (p.46) • Er moet … nauw samengewerkt worden met de lokale overheden en de federale overheid om een gemeenschappelijk stelsel van authentieke bronnen op te zetten. 43). In dat verband moet elke burger. bedrijven en organisaties sterk uitbreiden en die tegelijk de administratieve lasten zowel intern als bij de “klanten” van de overheid sterk kunnen reduceren. tevredenheid.Er moet ook actuele en interpreteerbare informatie zijn over de kwaliteit van de dienstverlening van de Vlaamse administratie. elke organisatie of elk bedrijf probleemoplossende aanspreekpunten hebben. De realisatie van 10 Geografische Data-Infrastructuur 137/242 . • In overleg met mijn collega-ministers wil ik door middelen en expertise samen te brengen een meer geïntegreerde aanpak mogelijk maken voor de verdere uitbouw van de generieke instrumenten voor gegevensuitwisseling met burgers. …. “ .en het MAGDA-platform) biedt een onuitputtelijke bron van diensten en producten die de dienstverlening aan de burgers. 48) • Het ondersteunen van de lokale besturen is een kritieke succesfactor bij de realisatie van een globale informatie-infrastructuur en voor het slagen van het egovernmentbeleid. en de mogelijke relaties daartussen. Er moeten periodiek gebruikersbevragingen worden georganiseerd. 2009-2014 • Om de Vlaamse GDI 10 succesvol verder uit te bouwen is er in eerste instantie behoefte aan een diepgaandere samenwerking (p. percepties. • De koppeling tussen (het GDI. organisaties en grondgebied zo te organiseren dat ze de dienstverlening veel meer ondersteunen. (p.Beleidsnota Algemeen Regeringsbeleid. Dat leidt onmiddellijk tot de noodzaak om bestuurslaagoverschrijdend te werken. Alleen dan zal er een uitstekende dienstverlening gegarandeerd kunnen worden. 48) • De projectgroep is verantwoordelijk voor de realisatie van de nieuwe diensten. 43-44) • Bundeling van de initiatieven met betrekking tot de realisatie van (geo)informatie-infrastructuren door middelen en expertise samen te brengen (p. De verzamelde informatie moet betrekking hebben op verwachtingen. vertrouwen. maar draagt het beheer over aan de meest passende entiteit. • Het realiseren van een optimale uitwisseling van die gegevens is essentieel voor de realisatie van het principe ‘de overheid vraagt niet wat ze al weet’. (p. Als doorbraakproject werd onder andere het geintegreerd project rond klanten (one face to the customer) vastgelegd. bedrijven en organisaties … (p. (p. 44) • Ik ben van mening dat een geïntegreerde operationele coördinatie moet worden opgezet om de verdere gegevensuitwisseling binnen de Vlaamse overheid te realiseren en een stelsel van Vlaamse authentiek bronnen uit te werken.

Burgers. In relatie hiertoe staat het uittekenen van een unieke ICT-hoofdarchitectuur voor alle overheden in Vlaanderen waarbij sterk wordt ingezet op het gebruik van authentieke bronnen. • Technologie en innovatie. geïntegreerde informatie en krijgen. (luik Communicatie p. geïntegreerd werken. • Flexibele. gemeenschappelijk ICT-dienstverleningsaanbod te bieden en door het verder uitbouwen van de gemeenschappelijke infrastructuur/oplossingen. Om dat te realiseren is een nauwe samenwerking tussen de verschillende entiteiten binnen de Vlaamse overheid onontbeerlijk.v. De nota bevat volgende hoofdlijnen: • Bundelen van alle initiatieven van intra. hetzelfde volledige. De beleidsnota richt zich op het ter beschikking stellen van flexibele. 138/242 . Ook de overheid wint daarbij. • Inzetten op het gebruik van authentieke bronnen Door realisatie van een efficiënte gegevensdeling waardoor ook pro-active dienstverlening mogelijk wordt. (p. en moet met andere besturen uitwisselbaar zijn. 48) • Overheidsinformatie moet thematisch en geïntegreerd worden aangeboden. De overheid moeten hiervan maximaal gebruik maken. Een technisch uitwisselingsplatform moet ervoor zorgen dat de informatie over een product of een dienstverlening maar door één overheidsdienst wordt ingegeven en onderhouden. bij welke overheid ze ook aankloppen. egovernmentprojecten en het streven naar een groene.en doelgericht inzetten Door ICT binnen de bedrijfsvoering te integreren en door een ICT-hoofdarchitectuur voor overheden in Vlaanderen te realiseren.m. Door eenmalig redactiewerk en het gebruik van meerdere kanalen draagt een dergelijke samenwerking immers bij tot een efficiëntere en effectievere overheid. 77) . performantie. gemeenschappelijke ICT dienstverlening en –platformen Door een klantgericht. gemeenschappelijke ICT-dienstverlening en –platformen. bedrijven en organisaties krijgen zo toegang tot duidelijke.die projecten levert … ook generieke gegevens. • Versterken van de bedrijfsgebonden ICT-kennis Een verhoogde en verbeterde ICT-expertise binnen de Vlaamse overheid door een pool van ICT-experten en consultants op te richten o.en lokale overheden. d.en interbestuurlijk gegevensverkeer Samenwerking tussen de samenwerkingsverbanden MAGDA en GDI-Vlaanderen en maximale bundeling van de lopende initiatieven om tegemoet te komen aan de vragen op het vlak van ICT bij de Vlaamse. Andere bestuursniveaus kunnen die informatie hergebruiken en verrijken met eigen specifieke informatie. en is nauw overleg nodig met alle betrokken partijen (lokale besturen en andere bestuursniveaus).Beleidsnota Bestuurszaken. componenten en diensten op die door alle betrokken Vlaamse bestuursniveaus gebruikt kunnen worden. correcte en actuele antwoord. betrouwbaarheid en duurzaamheid. duurzame ICT. Elke overheid is binnen haar bevoegdheid verantwoordelijk voor haar bijdrage aan de producten of diensten waar de overheidsklant naar vraagt. 2009-2014 De beleidsnota bestuurszaken richt zich in sterke mate op het aanbieden en realiseren van gemeenschappelijke ICT-diensten die garant staan voor efficiëntie.a. bijscholingsprogramma’s voor ICT functies.

De Vlaamse Regering stelt vast welke de authentieke 139/242 . gebruikt door de notaris bij een verkoop van onroerend goed. Daarnaast is ook het openstellen van kadercontracten voor de lokale besturen een doelstelling. Een Vlaamse overheidsdienst zal een gegeven steeds opvragen bij een authentieke gegevensbron. de onderneming. bouwpremies efficiënter uitkeren.• Realisatie van e-government projecten Een aantal concrete projecten moeten leiden tot een substantiële lastenverlaging: o Inkomensgerelateerde administratieve processen: veel beleidsdomeinen hanteren een inkomenstoets bij het toekennen van premies of voordelen. de instelling) nog worden aangesproken. o het inlichtingenformulier vastgoedinformatie. Het wordt een verplichting voor de entiteiten van de Vlaamse administratie (de Vlaamse ministeries en agentschappen) om gegevens op te vragen bij authentieke gegevensbronnen (en dus een verbod om bij de burger of het bedrijf nogmaals op te vragen). de organisatie. • ICT-dienstverlening uitbreiden naar lokale besturen Ondersteuning van de lokale besturen op vlak van e-government uitbouwen door uitwisseling van gegevens en het opzetten van elektronische gegevensstromen. Daarnaast wordt er ook aandacht gegeven aan e-participatie platformen/oplossingen als communicatiekanaal tussen burgers/ondernemingen/organisaties en de overheid. digitaliseren. aangeleverd vanuit een globale bron. o het voorzien in generieke informatietoepassingen die lokale overheden in hun websites kunnen integreren zodat zij altijd accurate informatie kunnen tonen. Slechts indien dat niet mogelijk is mag de gebruiker (de natuurlijke persoon. o geografische informatie zoals GIS combineren met andere informatie wat kan leiden tot waarschuwingen voor werken of kan aangeven waar de scholen of welzijnsvoorzieningen te vinden zijn in een bepaalde omgeving. o de digitale bouwaanvraag: faciliteren van het administratief proces. Vaak wordt deze informatie nog opgevraagd bij de burger en niet bij de federale overheidsdienst financiën of de kruispuntbank sociale zekerheid. Ik wil deze processen stroomlijnen en waar mogelijk digitaliseren. bijvoorbeeld de Vlaamse overheid. Om dit principe hard te maken heeft de gebruiker het recht om een klacht te formuleren indien haar of hem toch nog wordt gevraagd om een bepaald gegeven te leveren zonder dat zij of hij recht heeft om te weigeren om de gevraagde gegevens te verschaffen. Decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer De volgende principes zijn decretaal verankerd: a) Het principe van de eenmalige gegevensopvraging Het principe van de eenmalige gegevensopvraging staat ingeschreven in artikel 3 van het decreet. of de brandweer in geval van ramp inzicht te geven in de interne indeling van een pand. b) Het principe van de authentieke gegevensbronnen Om de eenmalige gegevensopvraging te kunnen realiseren heeft men nood aan authentieke gegevensbronnen. Het is nog geen verplichting voor de lokale besturen.

De Vlaamse Regering stelt ook vast welke externe authentieke gegevensbronnen er zijn en sluit de nodige akkoorden. Aanbevelingen van deze groep gaan via SOBO naar het CAG. Elke elektronische ‘mededeling’ van persoonsgegevens vereist een machtiging van die Vlaamse toezichtcommissie. De strategische BIA groep opereert via thematische werkgroepen. onafhankelijk t. ook BIA genaamd. het uitwerken van een juridisch en financieel kader en het opstellen van bestuursakkoorden tussen de overheden.a.v. door de Vlaamse Regering opgericht als samenwerkingsstructuur binnen de Vlaamse administratie. Het is bij die bronnen en bij geen andere bronnen dat een instantie een gegeven zal opvragen wanneer zij dat nodig heeft. Daar hoort het inventariseren van gegevensbronnen bij. De oprichting van een onafhankelijke Vlaamse toezichtcommissie is dan ook een wenselijke en belangrijke schakel in de verdere ontwikkeling van het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer in Vlaanderen. “ De Vlaamse Regering heeft op 15 mei 2009 twee uitvoeringsbesluiten van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer definitief goedgekeurd. d) Bescherming van de privacy door een Vlaamse onafhankelijke toezichtcommissie Maximale gegevensdeling veronderstelt dat er persoonsgegevens worden uitgewisseld. Er komt daarom een strategisch overleg. die de Vlaamse overheid ondersteunt bij de naleving van de privacywet en werkt conform de privacywet. 140/242 . c) Organisatorische ondersteuning via het MAGDA-samenwerkingverband Om tot authentieke gegevensbronnen te kunnen komen is een nauwe samenwerking tussen de betrokkenen over de beleidsdomeinen heen nodig. De toezichtcommissie is een belangrijke schakel aangezien ze waakt over de correcte toepassing van het decreet en een belangrijke adviesfunctie vervult. Bij dit laatste sluit de oprichting en de werkvoorbereiding van het MAGDA samenwerkingsverband aan.z. de bestuursinstanties.w. Er zijn bijkomende garanties nodig ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de burger. d. Het algemene doel is de uitwerking van een globaal ICTbeleid dat afgestemd is op de bedrijfsvoering van de Vlaamse overheid. Een onafhankelijke instelling staat in voor de controle en eventuele machtiging van de uitwisseling en/of interconnectie van persoonsgegevens door de instellingen van de Vlaamse overheid alsook voor uitgaande stromen van persoonsgegevens naar andere overheden.gegevensbronnen zijn die voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer van belang zijn. In juni 2009 werd de strategische werkgroep Business-ICT-Alignment. BIA werkgroep 3 heeft als objectief het bevorderen van gegevensdeling. Het decreet bepaalt dat de Vlaamse Regering de Vlaamse authentieke gegevensbronnen aanwijst alsook de instantie die de gegevensbron beheert.en samenwerkingsverband dat bestaat uit vertegenwoordigers van de entiteiten van de Vlaamse administratie en van de provinciale en lokale besturen. De Vlaamse toezichtcommissie is een onafhankelijke instantie. Het gaat om een instantie die vergeleken kan worden met de sectorale comités bij de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

zodat informatie uit verschillende lidstaten en sectoren kan gecombineerd worden. en de gezondheidsindicatoren in een ruimtelijk verband. Het belang van geografische gegevens voor overheid. het bepalen van de milieu-impact bij belangrijke infrastructuurwerken. zijn slechts enkele voorbeelden van toepassingen waarbij de beschikbaarheid van accurate geografische gegevens onmisbaar zijn bij de ondersteuning van beleidskeuzes. juiste en betrouwbare informatie. actuele. Dit vereist coördinatie tussen de gebruikers en leveranciers van milieugerelateerde geoinformatie. 141/242 . maar alle ontwikkelingen worden mee beoordeeld op hun capaciteit om ze eveneens op lokaal niveau in te zetten. ter beschikking wordt gesteld aan. Bovendien is een brede toegang tot die geografische gegevens voorzien voor de burger. Deze richtlijn voorziet in de uitbouw van een grensoverschrijdende Europese geografische data-infrastructuur. De Vlaamse Regering realiseert met het GDI-decreet ook de omzetting van de Europese INSPIRE-richtlijn. bedrijven en de burger neemt almaar toe. Dit moet leiden tot een grotere efficiëntie bij de werking van de overheid en de contacten met de burger. Binnen de Europese Unie dienen niet enkel basisdata ter beschikking gesteld te worden. maar dat de gegevens vervolgens wel maximaal worden gedeeld via een netwerkmodel.Voor beide werkgroepen is het werkdomein de Vlaamse Overheid. raadplegen. Het is belangrijk dat de geografische informatie die noodzakelijk is voor het algemene belang. Decreet van 20 februari 2009 betreffende de Geografische DataInfrastructuur De Vlaamse Regering heeft op 20 februari 2009 het decreet betreffende de Geografische Data-Infrastructuur Vlaanderen (GDI-decreet). dat op 11 februari 2009 was aangenomen door het Vlaams Parlement. downloaden en verwerken van de geografische data te ontwikkelen. Het Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen (AGIV) blijft verantwoordelijk voor de coördinatie van de operationele uitbouw van de Vlaamse Geografische Data-Infrastructuur. Het GDI-decreet is opgebouwd rond het concept “authentieke geografische gegevens”. volledige. nauwkeurigheid en volledigheid heeft gecertificeerd. Dit zijn gegevens waarvan de Vlaamse Regering de actualiteit. Het plannen van een nieuwe woonwijk. Twee andere cruciale concepten van het nieuwe decreet zijn het “decentrale beheer” en de “meervoudige” toegang. Op vlak van de uitbouw van geografische gegevens is de Vlaamse overheid trouwens één van de pioniers in Europa. Dit betekent dat geografische gegevens beheerd worden op het bestuurlijke niveau waar dat het meest efficiënt kan. en vlot raadpleegbaar is voor alle bestuursniveaus: zowel binnen Vlaanderen en België als binnen de Europese Unie. Deze BIA groep kan het overlegplatform zijn om beleid en beslissingen voor te bereiden die over meerdere beleidsdomeinen heen gaan. het uitstippelen van een fietsroutenetwerk. Het GDIdecreet zal het decreet op het Geografisch Informatiesysteem (GIS-decreet) vervangen. bekrachtigd en afgekondigd. maar is het ook nodig om diensten voor het verkennen. Verantwoorde besluitvorming inzake grondgebonden materies slaagt alleen als ze kan steunen op tijdige.

142/242 . De verschillende manieren van ontsluiting moeten elkaar aanvullen. De Vlaamse overheid kan onder andere haar portaalsite en de Vlaamse Infolijn inschakelen om informatie van alle overheden te ontsluiten. …. aan een loket… Gezien de fysieke nabijheid van de lokale besturen. hetzij telefonisch. Decreet van 26 maart 2004 betreffende Openbaarheid van Bestuur Artikel 29 van het decreet van 26 maart 2004 over de openbaarheid van bestuur schrijft voor dat alle bestuursniveaus meewerken aan de uitbouw van een gezamenlijk bestand met wegwijs. Zij zullen evenals de huidige GIS-Vlaanderendeelnemers kosteloze toegang krijgen tot de Geografische Data-Infrastructuur Vlaanderen. met de bedoeling de drempel voor iedere gebruiker zo laag mogelijk te maken. Met dit vooruitstrevende toegangsbeleid blijft Vlaanderen pionieren binnen de Europese Unie. is het aangewezen dat vooral (maar niet uitsluitend) deze besturen het bestand met eerstelijns. zal het samenwerkingsverband GIS-Vlaanderen overgaan in het samenwerkingsverband GDI-Vlaanderen en verruimd worden tot onder andere Vlaamse intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. De lokale besturen zijn ervan overtuigd dat het lokale bestuursniveau en de Vlaamse overheid samen kunnen zorgen voor een rationalisering van de werking van de overheid … . Vlaanderen en lokale besturen: Samen een antwoord bieden op maatschappelijke uitdagingen: ”Efficiënt Vlaanderen vraagt een interne staatshervorming Burgers en bedrijven hebben recht op gemeenten en OCMW’s en een Vlaamse overheid die kwaliteit leveren tegen een scherpe prijs. instellingen en verenigingen op een zo klantvriendelijk mogelijke manier toegang moeten krijgen tot dit bestand. Het decreet bepaalt tevens dat de Vlaamse overheid verantwoordelijk is voor de uitbouw. lokale politie. Vlaanderen moet de dataverzameling en verwerking op Vlaams niveau coördineren. VVSG-memorandum Vlaamse verkiezingen 7 juni 2009 (mei 2009 – achtergrondtekst) Uit Deel 1. Daarom is elke bestuursinstantie er ook toe gehouden mee te werken aan de ontsluiting van dit bestand: hetzij elektronisch. het beheer en de ontsluiting van dit gezamenlijke bestand.Forse investeringen in e-government-toepassingen zijn nodig onder meer door de oprichting van een Competentiecentrum e-government.en eerstelijnsinformatie van de verschillende bestuursinstanties. OCMW’s en onderwijsinstellingen. zowel digitaal als via de loketten van de betrokken bestuursinstanties. De memorie van toelichting bij het decreet openbaarheid van bestuur vermeldt dat de individuele burger.Eenmaal het decreet van kracht is.en wegwijsinformatie via hun loketten toegankelijk maken. Het databestand moet vrij en gratis toegankelijk zijn voor eenieder. Deze verplichting kadert in de doelstelling om tot een actieve openbaarheid van bestuur te komen. de bedrijven.

v. 4.m. projecten.“ Uit Deel 2.2008 betreffende het elektronisch bestuurlijk gegevensverkeer is een goed raamdecreet. De Vlaamse gemeenten vragen dat de Vlaamse overheid het initiatief neemt én voldoende mensen en middelen inzet zoals aangegeven in de studie. ICT en e-government 4. Concrete beleidsvoorstellen: ”4. De catalogus zelf levert op zijn beurt beleidsinformatie voor een verdere optimalisering van de dienstverlening door een geïntegreerde overheidsaanpak en de bijhorende online egovernmentdiensten. Alleen is er nood aan een centrale coördinatie.d. Duidelijke afspraken en samenwerking over prioriteiten. als afnemer.1 Centrale verantwoordelijkheid Vlaams e-governmentbeleid E-government is niet alleen interbestuurlijk. bedrijven en organisaties. Door middel van een centraal aangeboden en decentraal beheerde producten. De Vlaamse gemeenten vragen dat de verantwoordelijkheid voor het aansturen en coördineren van het Vlaamse e-governmentbeleid bij de Diensten Algemeen Regeringsbeleid van de Minister-president zou liggen.2 Snelle uitvoering e-governmentdecreet Het decreet van 18. Intern zijn immers de verschillende beleidsdomeinen zowel aanbieder van informatie.- De uitbouw van het uniek loket op lokaal niveau door een structurele samenwerking met alle Vlaamse departementen en agentschappen (b. 4. 143/242 . De bevoegdheid en opdracht voor verschillende egovernmentprojecten binnen de beleidsdomeinen blijven uiteraard onder de bevoegdheid van de diverse ministers vallen. Het dreigt echter dode letter te blijven zonder de nodige uitvoeringsbesluiten en vervolgdecreten. verenigingen.en dienstencatalogus moet de basis vormen voor de diensten die elk bestuur levert aan burgers. zijn noodzakelijke voorwaarden voor de opname van e-government-initiatieven door gebruikers (burgers. bedrijven. gekoppeld aan voldoende personele omkadering en de nodige middelen.7.en dienstencatalogus: Een gemeenschappelijk beheerde interbestuurlijke producten. verdere uitbouw van het Sociaal Huis als toegankelijkheidsconcept). V-ICTOR. VVP en de Hogeschool Gent resulteerde in een aantal strategische projecten die ook voor de komende legislatuur prioritair blijven en voorwaarden zijn voor het welslagen van een geïntegreerd e-governmentbeleid. maar eerst en vooral ook intrabestuurlijk. eigenaarschap.4 Nood aan uitvoering van strategische e-governmentprojecten De strategische studie voor geïntegreerd e-government die de Coördinatiecel voor Vlaamse egovernment (CORVE) liet uitvoeren in samenwerking met VVSG. De Vlaamse gemeenten vragen een snelle uitvoering van dit decreet. andere overheden). aanspreekpunten e. Concreet gaat het over volgende prioriteiten: • Interbestuurlijke producten. 4.en dienstencatalogus kunnen overheden hun klanten garanderen dat de aangeboden informatie correct is.3 Hef het onderscheid tussen backoffice en frontoffice op De Vlaamse gemeenten vragen een doorgedreven afstemming en samenwerking tussen backoffice en frontoffice om de borging van de verschillende initiatieven te kunnen realiseren. data en kennis.

Een dergelijk competentiecentrum kan volgende taken hebben. Dit is nodig voor het vertrouwen van de burger. • Identificatie. Het overleg zou bestaan uit vertegenwoordigers van de entiteiten van de Vlaamse administratie en van de lokale besturen en de provincies. Voorlopig is dit onder de noemer van het MAGDA-overleg. 4. De e-capaciteit van vele lokale besturen en provincies om als elektronische frontoffice te fungeren is immers nog te gering. authenticatie en authorisatie In het kader van interbestuurlijk elektronisch gegevensverkeer zijn identificatie. • Authentieke bronnen: Het decreet op het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer zet de Vlaamse administratie aan tot het (her)gebruiken van gegevens uit authentieke gegevensbronnen . Dit moet gebeuren in samenwerking met alle betrokken partijen (andere overheden.• Normen en standaarden: Een interbestuurlijke infrastructuur voor gegevensuitwisseling kan slechts functioneren als er bindende afspraken zijn over normen en (open) standaarden voor het uitwisselen van data. Hiervoor is een voortdurende en substantiële investering nodig. Dit kan door een apart budget uit te trekken . Een regelgevend en infrastructureel kader is hiervoor noodzakelijk Structureel overleg tussen alle betrokken partijen in dit verband is een essentiële voorwaarde.5 Interactief e-governmentbeleid De Vlaamse gemeenten vragen de Vlaamse overheid initiatieven voor een interactief egovernmentbeleid op volgende vlakken: • MAGDA-samenwerkingsverband: Voor een goed interbestuurlijk e-governementbeleid is een sturend orgaan nodig. 144/242 . De toelichting bij het decreet interbestuurlijke elektronische gegevensverkeer kondigt een strategisch overleg en samenwerkingsverband aan naar het voorbeeld van GISVlaanderen. leveranciers. authenticatie en authorisatie belangrijke componenten voor een veilig e-government. Op die manier wordt een betere en snellere gegevensdoorstroming gerealiseerd. waarbij MAGDA staat voor Maximale Gegevensdeling tussen Administraties.naast de e-idee oproep .6 Competentiecentrum e-government De ervaringen uit het buitenland leren dat een e-government competentiecentrum met voldoende mensen en middelen de kwaliteit van de e-governmentinitiatieven verhoogt én de verspreiding van goede initiatieven versnelt. De Vlaamse regering moet deze gegevensbronnen echter nog bepalen: de aard van de gegevens. Lokale besturen zijn hiervoor expliciet vragende partij. Dit zorgt voor een betere onderbouwing van beleidsbeslissingen en een efficiëntere en effectievere beleidsuitvoering in het belang van burgers en bedrijven. federale overheid). De Vlaamse overheid is bevoegd om deze normen en standaarden vast te leggen. • Jaarlijkse e-idee: Gebruik de jaarlijkse e-idee-ronde om de geformuleerde visie op interbestuurlijk egovernment te vertalen in concrete realisaties. 4.om interessante projecten die vanuit de praktijk groeien te ondersteunen en op langere termijn te consolideren. de beheerder van de gegevens en het ter beschikking stellen hiervan. • Pilootprojecten lokale besturen: Participeer als Vlaamse overheid in interessante pilootprojecten opgezet door lokale besturen en bewaak de verspreiding naar andere besturen.

het probleem. Een e-governmentbeleid en egovernment-toepassingen die niet gedragen worden door de beoogde doelgroepen zijn gedoemd om te mislukken. • Onderzoek naar de praktijk vertalen: Onderzoeksresultaten uit binnen. via één of meer bemande fysische loketten voor klanten die niet over een PC beschikken of voor deze doeleinden (nog) geen gebruik van een PC willen of kunnen maken. de behoeften van de klant. Hierdoor maakt het competentiecentrum zich de knowhow eigen en kan de disseminatie van de projecten sneller en efficiënter verlopen. in het kader van pilootprojecten bereid zijn zelf in mensen en middelen te investeren. …). De Vlaamse gemeenten vragen dat de Vlaamse Regering het initiatief neemt voor de oprichting van een Vlaams e-government competentiecentrum. Bovendien wordt vaak nagelaten het beleid en de realisatie op wetenschappelijk wijze te evalueren. Dit kan ook gebeuren.verstrekken van informatie over de te vervullen formaliteiten en de verschillende overheidsdiensten die daarbij betrokken zijn.• Onderzoek laten uitvoeren en evalueren: Alle Europese landen verhogen hun budgetten voor onderzoek naar de verschillende componenten van hun e-governmentbeleid.. Onderzoek naar e-usability.De klant kan desgewenst zelf eigenhandig informatie opvragen en procedures laten starten via het kanaal dat hij zelf kiest (bv. e-competentie.. Heel belangrijk is onderzoek naar de opname van e-governmentinitiatieven door de betrokken doelgroepen bij burgers en bedrijven. . wanneer de klant overweegt van een bepaalde dienstverlening gebruik te maken. • Lokale besturen begeleiden in e-government realisaties: Op projectbasis mensen ter beschikking stellen aan lokale besturen. de al bestaande middelen van IBBT en I-Cities) veel aandacht besteden aan de opname door de betrokken actoren: burgers. Nota aan de Vlaamse regering betreffende de uitbouw van geïntegreerde overheidsloketten (goedgekeurd op 24 oktober 2000) De nota geïntegreerde overheidsloketten goedgekeurd door de Vlaamse regering op 24 oktober 2000 legt het principe vast van een drieledige organisatiestructuur die vandaag 2010 de basis kan vormen voor de ontwikkeling van een geïntegreerde Vlaamse publieksbalie: • Front-office.Het front office is het aanspreekpunt voor de klant.v. via het Internet op de eigen PC of op PC's in publieke kiosken. bibliotheken. • thematische back office . kan het hele proces van uitrol versnellen én kwalitatief verbeteren. Dit onderzoek moet naast de technologisch aspecten (cf. • centrale back office. verenigingen en de verschillende overheden zelf. vertrekkend vanuit het perspectief van de vraag. In 145/242 . ecapaciteit en e-inclusie zijn belangrijke bronnen om een volwaardig egovernmentbeleid te voeren. Dit houdt in: .en buitenland blijven dode letter indien er geen middelen zijn om dit onderzoek naar nieuwe praktijken te vertalen. De informatie en faciliteiten die een geïntegreerd loket aanbiedt worden immers digitaal toegankelijk gemaakt. maar heeft steeds een virtueel (elektronisch) informatieloket als draaischijf.verstrekken van informatie over het (potentieel relevante) aanbod van dienstverlening. bedrijven. . Het kan verschillende vormen aannemen. die b.

document VR/2005/0804/DOC.Centrale back office en thematische backoffice De organisatie van de centrale back office en de thematische backoffices werd hergedefinieerd bij de beslissing van de Vlaamse regering van 8 april 2005 (VR/PV/2005/12-punt12 . 32 p. door en met lokale besturen (IBM België. informatie en kennis uit te wisselen. Integratie van gegevens en processen binnen de overheid blijft een belangrijk voorwaarde. Eén van de doelstellingen van e-government is immers het verbergen van de complexiteit van het overheidslandschap voor de klant. Er werd relatief weinig belang besteed aan de achterliggende backoffice applicaties die nochtans van het grootste belang zijn voor de uitbouw van een doelmatig e-government. doch wel in zeer nauwe samenwerking met het Contactpunt Vlaamse Infolijn. Strategische studie geïntegreerd e-government: hefboom voor een e-government aanpak voor. Als model om deze samenwerking tussen verschillende overheden concreter te maken. Bij de beslissing van de Vlaamse regering van 8 april 2005 werd de “Coördinatiecel Vlaams E-government” opnieuw als afzonderlijke entiteit opgericht. naast eventuele andere potentiële partners. - VLABEST. Vlaanderen. Vlaamse Adviesraad voor bestuurszaken. Ze treedt coördinerend en stimulerend op en bouwt een generieke infrastructuur uit die toelaat onder meer de unieke referentiebestanden voor de Vlaamse overheid technologisch te ontsluiten. Memorandum 20092014 Deel 6 ‘Interbestuurlijk e-government: aandachtspunten en aanbevelingen 20092014’ door de Werkgroep ‘interbestuurlijk e-government’ De Vlaamse adviesraad voor bestuurszaken heeft aan V-ICT-OR de opdracht gegeven om op basis van bestaand materiaal aanbevelingen te formuleren voor de Vlaamse beleidsmakers over het interbestuurlijk e-government in de komende jaren.) 11 146/242 . organisatorische kwesties en beheersaspecten (governance) binnen één kader te integreren en beheersbaars te houden. . wordt in de vakliteratuur vaak gesproken over interoperability frameworks. ook wanneer we vandaag een verschuiving zien van e-services (nadruk op dienstverlening) naar e-community (nadruk op participatie). ook de semantische vraagstukken. prioritair gericht naar de frontoffice toepassingen (zoals de portaalsite www.E-government is bijna per definitie interbestuurlijk e-government. 2007. in overlapping met de activiteiten van de Vlaamse Infolijn. De context .0213) om een 'Coördinatiecel e-government' als een afzonderlijke entiteit op te richten. Het oorspronkelijk e-government projectteam (anno 2002) had zichzelf. Op basis van verschillende bronnen evalueert dit document de aanbevelingen uit de strategische studie van 2007 11 en formuleert tevens een model die de bestaande en toekomstige inspanningen op het vlak van interbestuurlijk e-government kan integreren. Interoperabiliteit slaat op het vermogen van ICT-systemen én van de processen die ze ondersteunen om gegevens. Een interoperability framework biedt de mogelijkheid om naast de technische aspecten.dat verband is een belangrijke rol weggelegd voor de gemeenten.be).

Stand van zaken - De ‘strategische studie voor een geïntegreerde e-government’ (studie door IBM in opdracht van CORVE, 2007 ) concentreert zich op zeven strategische projecten: 1. een gezamenlijke producten- en dienstencatalogus 2. e-government competentiecentrum 3. authentieke gegevens uitwisselen met gemeenten 4. uitbreiden van het Magda platform t.v.v de gemeenten 5. identificatie, authenticatie en autorisatie 6. open standaarden voor e-government 7. financiële ondersteuning van goede e-ideeën bij gemeenten Deze zeven aanbevelingen kunnen beschouwd worden als een blauwdruk voor de komende jaren. Wanneer we deze aanbevelingen leggen naast de realisaties (september 2008) merken we dat: • Heel wat werk nog moet gebeuren en de investeringen van de Vlaamse Overheid voor interbestuurlijk e-government tot nog toe beperkt waren; • Her en der verspreide initiatieven ontstaan die bepaalde aanbevelingen uit de studie ter harte nemen; • De zeven aanbevelingen zich voornamelijk concentreren op alfanumerieke gegevens, maar evenzeer gelden voor aanmaken, beheren en uitwisselen van geodata (GIS); • Het realiseren van een lokaal e-government beleid binnen de lokale besturen geen evidentie is. Aandachtspunten en aanbevelingen - De aanbevelingen uit de studie van 2007 zijn actueel én grotendeels oningevuld. De vraag is dan ook niet zozeer wat er de komende jaren moet gebeuren op het vlak van interbestuurlijk e-government, maar wel welke de voorwaarden zijn om de voorgestelde projecten succesvol te kunnen uitvoeren. De nadruk moet met andere woorden in de volgende legislatuur gelegd worden op governance: het opzetten van een structuur, zowel bestuurlijk als operationeel, die de succesvolle uitrol van de aanbevolen projecten uit de studie kan garanderen. Vier aandachtspunten worden daartoe geformuleerd: • Integratie van de zeven projecten in één samenwerkingskader (interoperability framework) • Opheffen van de splitsing tussen frontoffice en backoffice • Combinatie top down en bottom up benadering • Combinatie tussen privé en overheidsinitiatief Deze vier aandachtspunten resulteren in volgende aanbevelingen: 1. Hef het onderscheid tussen backoffice en frontoffice op Vlaams niveau op. 2. Neem een actieve, sturende rol in de uitvoering van de strategische projecten. 3. Werk aan versnelde uitvoering van het huidige e-government decreet. 4. Creëer een sturend orgaan voor interbestuurlijk e-government 5. Bouw een interactief e-government beleid uit met de lokale en provinciale besturen. 6. Richt een e-government competentiecentrum op. - VOKA VOKA Studie 06, juni 2007: Memorandum federale verkiezingen 2007: Wat onze komende federale regering te doen staat, p36:

147/242

Om haar beleid te kunnen uitvoeren heeft de overheid soms informatie nodig van ondernemingen en burgers. Die worden verzameld via formulieren, en dat elektronisch of op papier. De informatie wordt verwerkt en gedeeld tussen de verschillende administraties. Te vaak leidt deze informatiebehoefte van de overheid tot administratieve overlast. Informatie wordt dubbel opgevraagd, er wordt overbodige informatie opgevraagd of de informatie wordt foutief verwerkt. Veel informatieverplichtingen zijn verouderd, overbodig, ingewikkeld, tijdrovend en repetitief. Kostprijs van de nodeloze kosten werden in 2004 door het Planbureau geraamd op zo’n 7,3 miljard Euro, een cijfer voor zelfstandigen en ondernemingen samen. VOKA Studie 08, juni 2008: Efficiënte overheid, meer mogelijk maken met minder middelen, p.41: Efficiëntieverbeteringen in de bedrijfsprocessen > 3 procent tegen 2011. In dit hoofdstuk gaat VOKA ervan uit dat door de verbeteringen van de bedrijfsprocessen, waaronder de backoffice, aankoop van goederen en diensten, beleidsondersteuning enz. een kostenbesparing van 5,6 miljard Euro kan opleveren. Op p.52 herhaalt VOKA haar stelling van 2007: De overheid legt informatieverplichtingen op. Daar valt niet aan te ontkomen. Soms wordt de informatie echter verscheidene malen opgevraagd. Of is informatie reeds beschikbaar in andere departementen. Informatieverplichtingen kunnen ook te uitgebreid of achterhaald (vb. in het licht van elektronische informatieverschaffing) zijn. Dergelijke informatieverplichtingen wekken ergernis op. Ze kunnen afgebouwd worden. Dan kunnen ondernemers zich echt toeleggen op hun kerntaak. Dat is goed voor de arbeidsproductiviteit. En eentje die nog niet zoveel kost ook. - Portfolio Meerjarenprogramma slagkrachtige overheid Op 24 december 2009 werd door de co-voorzitters van het CAG een nota over het meerjarenprogramma overhandigd aan de minister-president en de vice-ministerpresidenten. De nota bevatte een voorstel van basisprincipes, strategisch kader, plan van aanpak en mogelijke projecten en programma’s die bottom-up werden geformuleerd vanuit de beleidsdomeinen. In deze portfolio aan projecten en programma’s zitten een relatief groot aantal projecten en programma’s die betrekking hebben op digitalisering en het gegevensverkeer binnen en tussen overheden. Zo kwamen in de portfolio ondermeer volgende fiches aan bod: • digitale overheid (fiche 150102) • Vlaamse producten-diensten-catalogus (fiche 150102) • digitalisering interoperabiliteit (fiche 150202) • automatische toekenning van school- en studietoelagen (fiche 140606) • vereenvoudiging berekening gebruikersbijdrage gezinszorg (fiche 070404) • één systeem van berekening van ouderbijdrage voor alle ouders en voor alle voorzieningen in samenwerking met de FOD Financiën (fiche 070704) • uitbouwen van de energieprestatiedatabank tot authentieke gegevensbron (fiche 110301) • geïntegreerd referentiebestand voorzieningen WVG (fiche 070102) • uitbouwen van een geïntegreerde databank Zorgregie (fiche 070601) • E-inspectie (fiche 090202) • Vlaamse correctie referentiedatabank (fiche 150302) • een loket lokale statistieken (fiche 150103)

148/242

• • • • • • • • • • • • •

• • • • • • • •

databank ondergrond Vlaanderen (fiche 141102) globaal hervormingsproject FWO administratie (efficiëntiewinsten door automatisering) (fiche 050901) gegevensdeling met koepels en inrichtende machten (fiche 060106) standaardisering ICT-omgeving (fiche 080105) aanmoedigingspremies online (AWAP-online) (fiche 090302) uitbouw e-loket L&V (fiche 100103) re-engineering toepassing Vlaams Landbouw Investeringsfonds (VLIF) (fiche 100301) verbetering van de efficiëntie van de afvalstoffenrapportering in het IMJV (o.a. door de realisatie van een efficiënte back office) (fiche 110107) uitbreiden online bevragingstool voor huishoudelijke afvalstoffen (fiche 110702) ontsluiten van beschermingen d.m.v. GIS-laag via GEO-portaal om rechtszekerheid te genereren bij transacties van patrimonium (fiche 130107) hergebruik van datasets: casus VKBO (fiche 140103) uitbouw van een Vlaamse fiscale databank (fiche 140302) nieuwe samenwerkingsverbanden tussen de diverse partners en VLABEL in het kader van de fiscale inning van de planbatenheffing en de leegstandsheffingen in eigen beheer. Het efficiënt aanwenden van authentieke bronnen (van lokale besturen) ter optimalisering van de eigen kerntaken door middel van vereenvoudigde regelgeving (fiche 140303) Flanders Research Information Space (FRIS) (fiche 140502) Rechtenverkenner – webservices voor een sociale productencataloog (fiche 140702) Digitaal platform Vlaamse Zorgverzekering (fiche 140704) Consequenter gebruik van de overkoepelende databank Vaccinet (fiche 140707) MOW E-procurement (fiche 141202) Creëren van een digitaal platform voor burgers om subsidies en tegemoetkomingen aan te vragen (fiche 141305) Vlaamse leer- en ervaringsbewijzendatabank (LED) (fiche 150609) Efficiënte organisatie van elektronisch gegevensverkeer tussen Vlaamse overheidsinstanties, de federale overheid en lokale overheden (fiche 151305)

Aan deze portfolio en in het licht van dit sleutelproject kunnen ondertussen volgende projecten en programma’s worden toegevoegd: • ePromo • Verkeersbordendatabank • Centaurus • Samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse Overheid, VVP, VVSG en de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor de optimalisatie van de productie en de uitwisseling van lokale statistieken • Vlaamse overheid Bedrijfsinformatie Platform (VOBIP) - Studies In 2007, 2008 en 2009 zijn er een aantal studies uitgevoerd inzake gegevensuitwisseling met lokale besturen, lokaal egovernment of de behoeften aan digitale dienstverlening. Hierbij wordt een overzicht gegevens van enkele relevante studies.

149/242

o Vergelijkende studie met het oog op de uitbouw van een gedifferentieerd instrumentarium naar lokale besturen in het kader van het gebruik en de bijhouding van geografische gegevensbronnen, december 2009, Departement DAR – stafdienst van de Vlaamse regering Deze studie werd uitgevoerd in opdracht van de Stafdienst van de Vlaamse regering, afdeling van het Departement DAR. Extract uit de Management samenvatting: ‘Lokale besturen worden in het kader van Vlaamse beleidsinitiatieven steeds meer gevraagd om geografische informatie aan te maken en bij te houden.Lokale besturen liggen vaak aan de origine van geografische informatie of zijn het best geplaatst om deze te verzamelen. Het gebruik van geografische informatie kan lokale besturen ook helpen in het verbeteren van hun interne werking en het uitstippelen van het lokale beleid. Geografische informatie zal bij de lokale besturen steeds een belangrijkere rol spelen. Vele lokale besturen slagen er niet in om de juiste organisatie voor gebruik en bijhouding van geografische informatie op te zetten. Waar grotere lokale besturen wel gestart zijn, maar de organisatie niet op punt krijgen, weten vele kleine lokale besturen niet hoe effectief te beginnen aan de organisatie. Vanuit deze vaststelling onderzoekt voorliggende studie de huidige pijnpunten rond de organisatie van geografische informatie bij de lokale besturen en stelt ze een organisatiemodel en aantal scenario's voor om het gebruik en de bijhouding van geografische informatie bij de lokale besturen te verbeteren. In de eerste fase heeft de studie verschillende beleidsinitiatieven onderzocht waarbij het creëren en het bijhouden van geografische informatie door lokale besturen en het uitwisselen ervan met de Vlaamse overheid een cruciale rol speelt. Bij het onderzoek werden zowel de initiatiefnemende overheid, de lokale besturen als de intermediaire ondersteunende organisaties betrokken.’ Uit de analyse van de onderzochte beleidsinitiatieven komen een aantal gemeenschappelijke kwesties naar voor die van belang zijn voor het operationele succes van het beleid vanuit de Vlaamse overheid ten aanzien van de lokale besturen: Integratie in de administratieve processen: Open systemen (software/databanken) die de regelgeving correct implementeren: Oplossingen die rekening houden met diversiteit van de gemeenten: Nood aan gebiedsdekkende, actuele en stabiele referentiegegevens:. Een breed en goed uitgebouwd concreet gebruik moet mogelijk zijn Competente GIS-medewerkers Gestructureerde communicatie en ondersteuning binnen de gemeente en vanuit de Vlaamse Overheid Fase 2 evalueert in het kort een aantal initiatieven buiten Vlaanderen, met name in het Brussels Gewest, in de Provincie Luxemburg, bij de federale overheid en in Nederland. Er werd nagegaan of de gebruikte methodieken voor Vlaanderen innovatief en relevant zijn. In het algemeen zijn de bevindingen gelijklopend met die van Fase 1. Volgende bruikbare elementen worden uit de bestudeerde initiatieven gedestilleerd: Centraal coördinatieteam: Een centraal coördinatieteam gericht op ondersteuning van de lokale besturen bij de implementatie van de initiatieven van de hogere overheid en dat optreedt als een ‘buffer’ tussen de hogere overheid en de lokale besturen. Gemeenschappelijke infrastructuur voor kleinere lokale besturen: Via samenwerkingsverbanden bundelen kleinere lokale besturen hun krachten. Binnen

150/242

vanaf de initiatie van een bepaald beleidsinitiatief. Gemeenschappelijke normen en standaarden Er moet duidelijkheid komen over normen en standaarden: zowel over het afspreken en beschikbaar stellen als over het afdwingbaar maken ervan. Deze ondersteuning van de lokale besturen werd in de studie nog verder uitgewerkt in 2 scenario’s. Er komen vier belangrijke krachtlijnen naar voor: Meer structurele samenwerking Er is nood aan meer intergemeentelijke samenwerking. geografische informatie en werking van de lokale besturen aangevuld met thematische experten afhankelijk van de beleidsinitiatieven. De juiste informatie moet tijdig terechtkomen bij de juiste doelgroepen. Maximale gegevensdeling binnen en tussen overheden Alle partijen verwachten. Betrokken management van lokale besturen: Gemeentesecretarissen zijn actief betrokken bij de ondersteuning en uitbouw van de infrastructuur voor bijhouding en gebruik van geografische gegevens. Het GeoLokaal organisatiemodel voorziet structurele ondersteuning van de GIS-coördinator voor de implementaties van specifieke initiatieven en regelgeving. om zo een uniforme omgeving te creëren met éénmalige gegevensopvraging en open standaarden. Daarnaast vraagt het organisatiemodel een GIS-coördinator bij elk lokaal bestuur die instaat voor de nodige organisatorische en technische infrastructuur. Daarvoor is een duidelijke communicatie en één centraal Vlaams aanspreekpunt nodig. Men denkt daarvoor niet alleen aan het ontsluiten van authentieke gegevensbronnen. De uniciteit en betrouwbaarheid van Magda als platform was een heel belangrijke stap. maar ook aan geografische informatiedeling en spreiding. Interactieve communicatie Er is een duidelijke nood aan (interactieve) communicatie over egovernmentprojecten en initiatieven.dit samenwerkingsverband zetten ze gemeenschappelijke technische en organisatorische infrastructuur op voor het bijhouden en gebruiken van geografische informatie. over de implementatie ervan en de operationele werking. De gemeenschappelijke kwesties en bruikbare methodes resulteren in een GeoLokaal generiek proces dat in verschillende stappen beschrijft hoe de lokale besturen optimaal betrokken en ondersteund kunnen worden. o De strategische studie geïntegreerd e-government. Het GeoLokaal organisatiemodel verzekert dat het GeoLokaal generiek proces binnen de organisatorische randvoorwaarden gerealiseerd wordt. Corve Deze studie werd in opdracht van Corve uitgevoerd in 2007. Ook de samenwerking tussen lokale en bovenlokale besturen moet sterk uitgewerkt worden. waarna de verdere bijhouding door AADP gebeurt. tot opvolgen en evaluatie. Het is ook 151/242 . hopen en dringen aan op een verdere uitbreiding van het Magda platform. Kadastraal perceel: Onduidelijkheid omtrent de status van het administratief en kadastraal perceel kan opgelost worden door eenmalige overname door AADP (FOD Financiën) van het geometrisch kwaliteitsvolle object 'administratief perceel' uit het GRB. juli 2007. Daarnaast verwacht men ook dat CORVE richtinggevend kan optreden naar departementen en agentschappen. De studie geïntegreerd e-government had als doel te peilen naar de e-government wensen en -noden van de lokale besturen en op basis van de resultaten van deze peiling tot een concreet actieprogramma te komen. Centraal in het organisatiemodel staat het GeoLokaal coördinatieteam: een team van mensen met expertise in egov.

en dienstencatalogus 2. Authentieke gegevens uitwisselen met gemeenten 4. 1. In het begin stond e-gov vaak synoniem voor een website en digitaal loket. Onderstaande domeinoverschrijdende toepassingen en initiatieven kwamen naar voor uit de studie: . om hun betrokkenheid te verogen. Het gebruik van deze geografische informatie binnen e-government is vandaag onderbenut. Deze instrumenten beloven een snelle dienstverlening op maat en interactie met de burger. E-government competentiecentrum 3. Uitbreiden van het Magda platform t.Onderwijsaanbod op kaart . Deze studie peilt binnen de beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid. welzijnsinstellingen.Loket ‘mijn eigendom’ met alle gegevens over mijn percelen en vergunningen .a. de overheid. Eén gezamenlijke producten. 2009. Hogeschool Gent Gemeenten in Vlaanderen zijn al een tijd bezig met e-government. Dit platform laat toe om geografische informatie te ontsluiten naar het internet en deze door combinatie met thematische data (onderwijsaanbod. Heel wat van de voorgestelde toepassingen liggen qua scope en functionaliteiten heel dicht bij elkaar en kunnen d. o i-Scan aanbevelingen. Op basis van de krachtlijnen worden er 7 strategische projecten naar voor gebracht die noodzakelijk zijn voor een geïntegreerd e-government.Beheer van het netwerk ‘trage’ wegen Uit de studie blijkt duidelijk dat er een grote meerwaarde kan gehaald worden uit een generiek platform voor geo-visualisatie.v. Financiële ondersteuning van goede e-ideeën bij gemeenten o Studie geocomponenten in e-government-toepassingen.m. Maar achter deze toepassingen gaat vaak ook een veranderende organisatie schuil.v. Open standaarden voor e-government 7.v de gemeenten 5. In Vlaanderen is er de afgelopen jaren heel wat kwalitatieve geografische informatie beschikbaar gekomen die kan bijdragen tot het geven van antwoorden op een groot aantal concrete vragen die burgers en ondernemingen hebben t.Economische kaart van Vlaanderen . authenticatie en autorisatie 6. Identificatie.v. Corve Deze studie werd in opdracht van Corve uitgevoerd in 2009. 2009.Digitale sociale kaart . kinderopvang aanbod) te integreren tot Interessante gebruikersgerichte toepassingen. Om dit te realiseren is er nood aan een goede coördinatie van geo/e-government initiatieven. Deze coördinatie is nodig om tot een gemeenschappelijke strategie en uitwisselingsplatform te komen waarbij technologie en kennis gedeeld wordt. met uitdagingen 152/242 .Individueel vervoersadvies (bereken de voor jou beste verplaatsing) . Uit de studie kwamen 45 projecten naar voor die potentieel hebben als e-government toepassingen. integratie een grotere meerwaarde bieden. de provincies en de lokale besturen naar interessante e-governmentprojecten die gebruik maken van geografische gegevens.belangrijk om de dienstenleveranciers te betrekken bij het bepalen van de open standaarden.Multimodale routeplanning .Overzicht van het toeristisch aanbod .

Op dat moment wordt ICT een sterke aandrijfkracht voor organisatieverandering en kan het die organisatieverandering verankeren en stabiliseren. Het aantal diensten in Vlaamse gemeenten en hun takenpakketten zijn de laatste twintig jaar sterk uitgebreid. dikwijls zonder het van elkaar te weten.en ICT-ontwikkeling en op het samenspel tussen beide? De omvang van de gemeente speelt duidelijk een rol. afstemming tussen diensten en integrale samenwerking.voor de kwaliteit voor de dienstverlening.en ICT-ontwikkeling. ook waar dat duidelijk nuttig zou kunnen zijn.a. Gemeenten waar een I-professional deel uitmaakt van een organisatiebreed overleg. De functie van de I-professionals (dit zijn de mensen die ICT-gerelateerde taken vervullen in de gemeenten) met al hun specifieke kenmerken zoals takenpakket. scoren duidelijk beter. het gemeentedecreet en bepaalde organisatiebrede softwaretoepassingen zoals klachtenbehandeling en documentbeheer. Op het moment dat die logica van ICT de organisatie beheerst. Het is een omslag die moeizaam 153/242 . De Hogeschool Gent onderzocht gedurende twee jaar in een dertigtal Vlaamse gemeenten de relatie tussen ICT en de gemeentelijke organisatie door middel van het instrument I-scan. aantal. Een gebrek aan organisatiebrede focus en visie bij de organisatietop en de I-professionals is hier zeker een van de oorzaken.… spelen een belangrijke rol. Ook voor de gemeenten die in het onderzoek ‘het best’ scoren op organisatie. Vaak ontbreekt elke koppeling tussen toepassingen of uitwisseling van gegevens tussen diensten. - - Conclusie: Gemeenten zijn complexe organisaties met een grote verscheidenheid van aangeboden diensten en producten. Diensten werken nog vaak naast elkaar en doen dubbel werk. uitwisselen en actueel houden van gegevens blijkt voor alle gemeenten moeilijk te zijn. Het systematisch en gestructureerd bewaren. Maar ook de ICT-leveranciers spelen hier een grote rol. Er zijn evenwel tekenen van een omslag. Met de I-scan wordt op zoek gegaan naar welke variabelen een invloed hebben op de organisatie. Waar in het diensten-denken ICT bijdraagt tot dienstgebonden automatisering. ICT volgt voor een belangrijk deel deze ontwikkeling en versterkt dat dienstgebonden denken en handelen. Besturen met een open organisatiestructuur staan duidelijk verder met de ontwikkeling van hun organisatie en de manier waarop ICT dit ondersteunt. Een belangrijke factor is het gegevensbeheer. Er wordt aangetoond dat gemeeten met minder dan 10. Het aantal ICT-toepassingen in gemeenten is de laatste jaren fors toegenomen. Deze toepassingen leiden echter niet automatisch tot een efficiëntere werking en dienstverlening. stimuleren het denken in termen van organisatiebrede en geïntegreerde werking.000 inwoners het beduidend moeilijker hebben. O. Gegevens zitten doorgaans erg verspreid binnen de organisatie en in de meeste gemeenten is er weinig tot geen koppeling of uitwisseling van gegevens tussen diensten. zou ICT dan kunnen leiden tot het horizontaal en organisatiebreed herdenken van de interne werking. Leveranciers spelen in op losse vragen van gemeenten en op die manier creëren ze een aanbod van zeer dienstgebonden software. niveau van inschaling. kan ICT voor nieuwe problemen en voor versterking van bestaande problemen zorgen. die los van elkaar staan.

inzonderheid rond persoons-en bedrijfsinformatie. • Om een betere digitale dienstverlening aan burgers. Hierbij wordt gewerkt op zowel de front office als de back office maar steeds vanuit de behoeften van de klant. de integratie van het gegevensverkeer en back-office activiteiten.v. Enkel hierdoor kunnen tastbare en zichtbare verbeteringen in de overheidsdienstverlening t. Om deze doorbraak te realiseren werden 4 strategische doelstellingen in het kader van het meerjarenprogramma slagkrachtige overheid opgesteld. gebaseerd op eenmalige gegevensopvraging. en in de ontwikkeling van een geïntegreerde Vlaamse publieksbalie.verloopt en het is duidelijk dat daarvoor andere en nieuwe capaciteit nodig is.a. We streven ernaar dat de lokale en provinciale besturen zich daarbij maximaal kunnen aansluiten ten behoeve van hun eigen dienstverlening. informatieportalen) als noodzakelijke onderbouw voor diverse strategische beleidsprojecten. Een slagkrachtige overheid is dan ook een cruciale doorbraak om Vlaanderen tegen 2020 naar de top vijf van de Europese regio’s te leiden.a. • In uitvoering van diverse Europese richtlijnen (Inspire. Scope Inleiding De scope wordt aangegeven in het regeerakkoord. bedrijven en organisaties te kunnen aanbieden zullen we de verschillende initiatieven bundelen die de ruggengraat vormen voor dit geïntegreerd intra-en interbestuurlijk gegevensverkeer.…) bouwen we op interbestuurlijk vlak kruispuntbanken. organisaties. Deze innovatie van werkwijze en instrumenten ligt o. kan substantiële efficiëntiewinsten opleveren in termen van kwaliteit. netwerkdiensten. EDRL. Door die middelen en expertise samen te brengen wordt een meer geïntegreerde aanpak mogelijk voor de verdere uitbouw van die generieke instrumenten voor gegevensuitwisseling met burgers. authentieke gegevensbronnen en maximale gegevensdeling tussen overheden. Het regeerakkoord stelt: ‘De sleutel tot meer doeltreffende administratieve vereenvoudiging ligt in verhoogde inspanningen om te komen tot een geïntegreerde uitbouw van het intra-en interbestuurlijk gegevensverkeer (kruispuntbanken. Eén van deze strategische doelstellingen stelt dat de Vlaamse overheid door innovatie van werkwijze en instrumenten de dienstverlening zal verbeteren. burgers. Dat raamwerk. in de koppeling van databanken. ‘De Vlaamse overheid als digitale dienstverlener’ vraagt de realisatie van een programma dat een geheel aan projecten bevat. snelheid en transparantie van de overheidsdienstverlening. bedrijven en organisaties en wordt een betere afstemming mogelijk op de transversale 154/242 . bedrijven. onder andere maar niet alleen voor ICT Projectomschrijving Een goed functionerende overheid is essentieel voor een goed draaiende economie en samenleving. geo-informatie en dienstenaanbod. lokale en andere overheden worden gerealiseerd.

beleidsprojecten opgenomen in de Vlaamse Toekomstvisie 2020 (Digitale instrumenten, p. 81). ‘ Er is een wisselwerking met het sleutelproject 2.2 ‘Rationalisatie ICT’ waaronder het ict-beheer en het Business-ICT alignment (BIA) behandeld worden. Met dit sleutelproject wordt rekening gehouden maar het behoort niet tot de scope van dit sleutelproject. Naar een betere dienstverlening De Vlaamse Overheid beoogt een betere dienstverlening t.a.v. burgers, organisaties, bedrijven, lokale en andere overheden. Hierbij gaan we meer werken vanuit de behoeften van de klant. Een betere dienstverlening vereist een geïntegreerde uitbouw van het intra- en interbestuurlijke gegevensverkeer. Front-office en back-office moeten hierbij opgebouwd worden vanuit de logica van de klant. De front-office vormt hierbij de toegang voor de klant, de back-office zal fungeren als platform voor uitwisseling van gegevens en diensten, het beheer van interbestuurlijke gegevens en diensten en reikt het organisatorisch kader aan. We moeten gaan werken aan een betere afstemming en ontsluiting van de verschillende gegevensbronnen die aanwezig zijn op de verschillende beleidsniveaus (EU, federaal, Vlaams en lokaal). Enkel zo kunnen we de e-gov-principes van eenmalige gegevensopvraging, maximale gegevensdeling en authentieke gegevensbronnen realiseren. Deze integratie van het intra- en interbestuurlijk gegevensverkeer biedt immers de beste garanties op de effectiviteit van de dienstverlening en de verlaging van de administratieve lasten. Bovendien beogen we hiermee ook een planlastverlaging en kostenbesparing voor de Vlaamse en lokale overheden. Naast een klantgerichte aanpak staat een projectmatige aanpak voorop. Het intraen interbestuurlijke gegevensverkeer geïntegreerd uitbouwen kan het beste gebeuren vanuit concrete projecten die inspelen op de behoeften van burgers, bedrijven en organisaties. De Vlaamse overheid heeft ondermeer de volgende projecten als strategische beleidsprojecten ter bevordering van de dienstverlening aangeduid in haar beleidsnota’s: - uniek ondernemersloket; - digitalisering inlichtingenformulier vastgoedinformatie - digitalisering stedenbouwkundige vergunning (en milieuvergunning) - Studietoelagen (inkomen) Een volwaardige realisatie van deze beleidsprojecten vraagt een ruime geïntegreerde aanpak waarbij de bestaande generieke componenten van het bestuurlijke gegevensverkeer maximaal moeten worden gebruikt. Aan de andere kant kunnen deze projecten de directe aanleiding zijn om nog ontbrekende generieke componenten te ontwikkelen en realiseren. Deze geïntegreerde aanpak vraagt tevens een goede structurele samenwerking tussen de verschillende entiteiten van de Vlaamse overheid enerzijds en andere bestuursniveaus anderzijds. Deze generieke componenten zijn softwarecomponenten die bruikbaar zijn voor meerdere toepassingen. Hun functionaliteit is dus vaak noodzakelijk of nuttig. Om

155/242

bruikbaar te zijn zullen ze interoperabel (niet systeem-specifiek, maar volgens open standaarden) aangeboden worden. Ze bieden bijvoorbeeld gegevens aan uit databanken of voeren een bepaalde proces-taak uit. Enkele voorbeelden: - diensten omtrent veiligheidsbeleid (zoals ACM/IDM) - single-sign-on-diensten - datadienst betreffende (semi-)overheidsinstanties - automatische adresmatchings- en positioneringsdiensten - inbouwbare multimodale routeplanner - generieke viewers Deze generieke componenten kunnen met specifieke software ontwikkeld zijn, maar de communicatie-interface moet volgens open standaarden (interoperabiliteit) opgebouwd zijn. Een betere dienstverlening vraagt dat er een goede informatiedoorstroming naar de klanten kan gebeuren. Voor de informatiedoorstroming naar de klanten toe is er nood aan een geïntegreerde Vlaamse publieksbalie. De burger, ondernemer of organisatie zou maar via één (virtueel) loket moeten kunnen passeren voor alle interacties met de overheid, ongeacht of dit loket een gemeentelijke website of de koepelsite van Vlaanderen is. Zo’n geïntegreerde dienstverlening betekent dat een nauwe samenwerking dient opgezet te worden met de verantwoordelijke entiteiten binnen de Vlaamse administratie en betrokken lokale overheden. Hierbij dient maximaal gebruik gemaakt te worden van bestaande goed functionerende initiatieven. In deze zal verder gebouwd worden op de ervaring en het netwerk van het Contactpunt Vlaamse Infolijn. Essentieel in een goede dienstverlening aan de klant is de optimalisatie en digitalisatie van de end-to-end processen waarbij bestaande goed werkende deelprocessen waar nodig maximaal hergebruikt worden. In een aantal gevallen zal dit leiden tot bijsturing van regelgeving om over verschillende regelgevingen heen bijvoorbeeld een éénduidige definitie te verkrijgen over bijvoorbeeld inkomen. Afstemming met de actieplannen wetsmatiging is hierbij vereist. De input en de feedback van een front-office (publiekbalie, uniek loket, virtueel loket, ….) is uitermate belangrijk voor deze bijsturing. Dagelijkse contacten met burgers, bedrijven en organisaties over verschillende beleidsthema’s heen geven een inzicht van welke gegevens en processen beter moeten geïntegreerd worden, waar informatie en/of gegevens best kunnen hergebruikt worden en welke deelprocessen in de dienstverlening voor onduidelijkheid zorgen. In het kader van dit project is voor de realisatie van een Vlaamse Publieksbalie een goede interbestuurlijke producten- en dienstencataloog (IPDC) nodig. Deze catalogus bevat een overzicht van alle producten en diensten van de overheden in Vlaanderen. Voor elk product of dienst is in deze catalogus relevante generieke informatie (Wat? Voor wie? Voorwaarden?,…) opgenomen samen met verwijzingen naar specifiekere informatie (vb. informatie over de ligging van het gemeentelijk loket, openingsuren, eigen procedures binnen de gemeente,…) Deze catalogus wordt door de verschillende overheden, elk voor wat hun bevoegdheden betreft, aangevuld en onderhouden. Elke overheid kan deze IPDC vervolgens in zijn communicatie met de overheidsklant gebruiken, zodat de burger, onderneming of organisatie, onafhankelijk bij welke overheid hij aanklopt, snel en zonder omwegen toegang heeft tot, correcte en

156/242

betrouwbare informatie op maat. Aldus komt een geïntegreerde Vlaamse Publieksbalie tot stand bestaande uit een veelheid aan unieke loketten maar werkende op dezelfde IPDC. Een specifieke doelgroep in het ganse verhaal zijn de gemeenten. Deze worden in het kader van Vlaamse beleidsinitiatieven vandaag steeds meer gevraagd om gegevens aan te maken en bij te houden. Lokale besturen liggen vaak aan de origine van bepaalde gegevens of zijn het best geplaatst om deze te verzamelen. Het gebruik van deze gegevens kan lokale besturen ook helpen in het verbeteren van hun interne werking en het uitstippelen van het lokale beleid. Zo zullen bijvoorbeeld geografische gegevens bij de lokale besturen naar de toekomst toe een belangrijkere rol gaan spelen. Vele lokale besturen slagen er niet in om de juiste organisatie voor gebruik en bijhouding van deze (geografische) gegevens op te zetten. Waar grotere lokale besturen wel gestart zijn, maar de organisatie niet op punt krijgen, weten vele kleine lokale besturen niet hoe effectief te beginnen aan de organisatie. Problematiek De Vlaamse administraties en agentschappen hebben de afgelopen legislatuur veel acties en initiatieven ondernomen om de kwaliteit en klantgerichtheid van hun dienstverlening te verbeteren en deze dienstverlening in toenemende mate te digitaliseren. Ze werden hierbij ondersteund door de dienst e-government en ICT Beheer (e-IB) enerzijds en het Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen (AGIV) anderzijds respectievelijk voor de alfanumerieke en geografische gegevensdeling. Voor het afhandelen van contacten met burgers, bedrijven en organisaties wordt veelal beroep gedaan op het Contactpunt Vlaamse Infolijn als frontoffice van de Vlaamse overheid. Jammer genoeg gebeurt dit nog steeds te gefragmenteerd en te weinig in samenwerking met andere entiteiten waar gelijkaardige deelprocessen van toepassing zijn. Dit heeft als gevolg dat de dienstverlening door de klant als zeer complex wordt ervaren. De bestaande beleidsdomeinspecifieke projecten worden nog te vaak benaderd vanuit de eigen functionele noden. Bij de uitbouw van front- en back-office wordt vastgesteld dat instanties vaak opnieuw bestaande componenten gaan ontwikkelen. De generiek ontwikkelde componenten, zowel op infrastructureel vlak als op het vlak van gegevens worden onvoldoende (her)gebruikt. Dit bemoeilijkt een eenvoudige, eenduidige en uniforme dienstverlening aan de uiteindelijke klant. Daarom is het enerzijds nodig dat het gebruik van de bestaande authentieke bronnen wordt gestimuleerd of dat nog ontbrekende gegevens gecoördineerd worden aangemaakt. Hiermee realiseren we het egov-principe van éénmalige inzameling en maximaal gebruik en dit niet vanuit de logica van de organisatie maar vanuit de logica van de klant. Het belang van de input en de ervaring van de huidige frontofficewerking binnen de Vlaamse overheid mag en kan in deze dus niet genegeerd worden. In dit kader is de input en de feedback van een front-office (publiekbalie, uniek loket, virtueel loket, ….) uitermate belangrijk. Dagelijkse contacten met burgers, bedrijven en organisaties over verschillende beleidsthema’s heen geven een inzicht van welke gegevens en processen beter moeten geïntegreerd worden, waar informatie en/of gegevens best

157/242

kunnen hergebruikt worden en welke deelprocessen in de dienstverlening voor onduidelijkheid zorgen. Tevens stellen we vast dat de bestaande samenwerkingsverbanden (MAGDA, GDI, ..) onvoldoende zijn geïntegreerd en (deels) dezelfde zaken realiseren. Zo is er zowel voor MAGDA (alfanumerieke datagegevens) als voor de GDI (geografische datagegevens) nood aan duidelijke afspraken rond openbaarheid van bestuur, hergebruik van overheidsinformatie door derden, wetsmatiging, authentieke bronnen, en bescherming van de privacy. Verder is er geen structureel beheer van interbestuurlijke gegevens die vanuit verschillende bronnen worden samengebracht en opgevolgd. Tot slot zorgt een te beperkte integratie van geografische en alfanumerieke gegevens voor verhoogde kosten voor de aanbieders en afnemers van gegevens. Door deze verkokerde aanpak worden bijvoorbeeld de lokale overheden door diverse instanties benaderd via verschillende samenwerkingsverbanden en op verschillende manieren. Dit is inefficiënt omdat hierdoor dezelfde overheidsinformatie meerdere keren en op diverse wijzen moet worden aangeleverd door de lokale overheden. Het is duidelijk dat vandaag gelijkaardige uitdagingen telkens opnieuw worden aangepakt, zonder de noodzakelijke afstemming. Het regeerakkoord vraagt uitdrukkelijk om de verkokering tegen te gaan en gezamenlijk betere oplossingen uit te werken. Het is met dit project dan ook de bedoeling om via een vernieuwde en geïntegreerde aanpak verder te werken op bestaand goede initiatieven zowel inzake backofficeintegratie als frontofficewerking en deze maximaal te valoriseren en hergebruiken. Kortom coördinatie en samenwerking zijn nodig ten behoeve van een betere dienstverlening aan burgers, bedrijven, organisaties, lokale en andere overheden. Beschikbare Bouwstenen We beginnen niet vanaf nul. Bestaande regelgeving en werking vormen de basis waarop dit sleutelproject verder zal bouwen. In het recent goedgekeurde GDI- en Egovernment-decreet is het juridisch kader vastgelegd om verder te werken met eenmalige gegevensopvraging, authentieke gegevensbronnen en maximale gegevensdeling tussen overheden via kruispuntbanken, netwerkdiensten en informatieportalen. Deze juridische basis laat toe om de traditionele e-governmentaanpak (‘we digitaliseren de papieren dienstverlening’) om te zetten naar een echte dienstenintegratie die zorgt voor minder administratieve verplichtingen. Op basis van deze twee decreten worden vandaag binnen de Vlaamse overheid al twee platformen ontwikkeld voor gegevensuitwisseling: Het MAGDA-platform voor alfanumerieke gegevens en het GDI-platform voor geografische gegevens.

158/242

Beide stuurgroepen worden ondersteund door een secretariaat. Ze vallen eveneens onder de algemene regeling betreffende beheer. Tevens bestaat de mogelijkheid projecten uit het GDI-uitvoeringsplan generiek te ondersteunen door het ter beschikking stellen van financiële middelen. bedrijven. De informatisering van bijvoorbeeld het inlichtingenformulier vastgoedinformatie. Zowel in het egov-decreet als GDI-decreet worden samenwerkingsverbanden opgericht voor een optimale samenwerking rond respectievelijk alfanumerieke en geografische gegevens. Daarnaast zijn er verschillen in de erkenningsprocedure. De koppeling van de platformen vraagt om het samenbrengen van inhoudelijke en technische competenties. Het GDI-decreet vooorziet de mogelijkheid om financiering te voorzien in het kader van de erkenningsprocedure voor authentieke geografische gegevensbronnen. zoals gedefinieerd in het e-government-decreet 13 . organisaties. Ze voldoen daarenboven aan de verplichtingen uit de INSPIRE-richtlijn 14 betreffende harmonisering van de gegevens en de publieke toegang via netwerkdiensten. Ze dienen ook verplicht gebruikt te worden door alle Vlaamse overheidsinstanties bij uitvoering van taken van algemeen belang.De koppeling tussen het GDI.en het MAGDA-platform biedt een onuitputtelijke bron van diensten en producten die de dienstverlening aan de burgers. Het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer van 18 juli 2008 bepaalt als basisprincipe het gebruik van authentieke gegevensbronnen.en ICT-specialisten. Organisatorisch wordt er vanuit elk samenwerkingsverband gewerkt met eens stuurgroep waarin alle deelnemers aan het samenwerkingsverband vertegenwoordigd zijn. zijn een bijzondere soort van authentieke gegevensbronnen. GIS. Ze voldoen aan de principes van éénmalige gegevensinzameling. terugmeldplicht en privacy. lokale en andere overheden sterk uitbreiden en die tegelijk de administratieve lasten zowel intern als bij de “klanten” van de overheid sterk kunnen reduceren. het realiseren van de digitale stedenbouwkundige of milieuvergunning en de realisatie van een uniek loket voor ondernemers vereist naast de functionele specialisten een nauwe samenwerking tussen e-government. zoals gedefinieerd in het GDI-decreet 12 . Decreet van 20 februari 2009 betreffende de Geografische Data-Infrastructuur Vlaanderen Decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer 14 Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap 13 12 159/242 . Authentieke geografische gegevensbronnen. Artikel 4 bepaalt dat de Vlaamse Regering de authentieke gegevensbronnen aanwijst en bepaalt volgens de door haar bepaalde procedure welke instanties authentieke gegevensbronnen beheren. Het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 houdende uitvoering van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer geeft invulling aan beide decreten voor wat betreft de procedure voor de erkenning van authentieke (geografische) gegevensbronnen. maximale gegevensdeling en kosteloze toegang uit het egovernment-decreet.

chat.Wat betreft het verplicht gebruik van authentieke (geografische) gegevensbronnen is er een verschilin toepassingsgebied tussen egov-decreet en GDI-decreet. Het Contactpunt Vlaamse Infolijn heeft als opdracht een dienstverlening uit te bouwen waarvan de brede bevolking de omvang en de kwaliteit als een daadwerkelijke verbetering ervaart ten opzichte van wat bestond (zowel centraal als decentraal). brief. enz. internet. Door die middelen en expertise samen te brengen wordt een meer geïntegreerde aanpak mogelijk voor de verdere uitbouw van die generieke instrumenten voor gegevensuitwisseling met burgers. Het Contactpunt Vlaamse Infolijn werkt hiertoe op een gestructureerde manier en in samenwerking met de verschillende geledingen van de Vlaamse overheid mee aan de uitbouw van een “klant. Deze communicatie wordt gevoerd en ondersteund via meerdere kanalen. Het egovdecreet legt enkel een verplichting op voor de entiteiten van de Vlaamse Overheid. in het bijzonder via telefoon. Het mag duidelijk zijn dat een duurzame bundeling van de krachten een grote meerwaarde kan opleveren voor de Vlaamse Overheid maar ook voor haar klanten. interactie en transactie (dossierbehandeling) te behartigen en mee te werken aan een betere integratie van gegevensdatabanken en betere afstemming van processen. Het Contactpunt Vlaamse Infolijn kanaliseert vragen en informatie in verband met de Vlaamse overheid.en oplossingsgerichte en kostenbewuste dienstverlening die zichzelf op innoverende wijze voortdurend verbetert en aanpast aan de veranderende omgeving”. Aanpak sleutelproject De oplossingsrichting staat vandaag in het regeerakkoord aangegeven: ‘Om een betere digitale dienstverlening aan burgers. De contacten die gelegd zijn voor één project kunnen snel aangesproken worden voor een ander. Concluderend kan het Contactpunt Vlaamse Infolijn beschouwd worden als het instrument bij uitstek van de Vlaamse overheid om de belangen van burgers. bedrijven en organisaties en wordt een betere 160/242 . klantgerichte en efficiënte manier te ondersteunen binnen de Vlaamse overheid. e-mail. digitale televisie. bedrijven en organisaties op het vlak van informatie. bedrijven en organisaties te kunnen aanbieden zullen we de verschillende initiatieven bundelen die de ruggengraat vormen voor dit geïntegreerd intra-en interbestuurlijk gegevensverkeer. Een efficiënte een effectieve overheid moet immers haar dienstverlening met een minimum aan middelen en doelgericht kunnen uitbouwen. Door meer samenhang te creëren en steeds dezelfde groep van mensen te betrekken bij de eniteitsoverschrijdende projecten wordt er optimaal gebruik gemaakt van hun ervaring. bedrijven en organisaties. Tevens fungeert het als instrument om de uitbouw van een geïntegreerde dienstverlening op een consistente. kennis en vaardigheden. Daarenboven worden de voorlichting en communicatiewijze afgestemd op de behoeften van de specifieke doelgroepen. van en naar burgers. Geen onnodige verplichtingen of beperkingen worden daarbij opgelegd. fax. Zo biedt het Contactpunt Vlaamse Infolijn aan de verschillende geledingen van het Vlaamse overheidapparaat de nodige ondersteuning om voor iedere entiteit van de Vlaamse overheid een meerwaarde aan de elektronische of niet-elektronische dienstverlening te realiseren.

bewaakt de informatiedoorstroming enzovoort. privacy…). hergebruik. netwerkdiensten en authentieke gegevensbronnen. stimuleert de bouw van service geöriënteerde applicaties. Vlaanderen heeft met andere woorden nood aan een service-integrator die de visie en strategie inzake de uitbouw van het intra. te gebruiken standaarden. die nu verspreid zitten. ondermeer rond veiligheid. 81). privacy.afstemming mogelijk op de transversale beleidsprojecten opgenomen in de Vlaamse Toekomstvisie 2020 (p. Met het oog op de uitbouw van een betere dienstverlening beoogt de serviceintegrator een duurzame samenwerking op te zetten met andere overheidsinstanties waarbij ondersteuning en kennisdeling voorop staan. voor de aansturing in verband met de GDI is dit de GDI-stuurgroep die functioneert binnen het samenwerkingsverband GDI-Vlaanderen. biedt een interoperabel platform aan voor gegevensdeling. Deze begeleidt de realisatie van strategische projecten. Het wordt meer en meer duidelijk dat grote projecten zowel geografische als alfanummerieke gegevens moeten bevatten en een samenwerking tussen beide stuurgroepen vragen. Beide overlegorganen of stuurgroepen werken rond de inzet van kruispuntbanken. De beide stuurgroepen worden in hun werkzaamheden geconfronteerd met dezelfde uitdagingen en vraagstukken (openbaarheid van bestuur. Ze werken hiervoor normen en standaarden uit.’ De beschikbare know-how en middelen. Gewenste organisatiestructuur Samenwerking MAGDA. is drijvende kracht achter innovatie. De service-integrator draagt de nodige standaarden uit. We stellen echter vast dat van zodra we gaan naar meer concrete projecten dat de gescheiden benadering van alfanumerieke en geografische informatie achterhaald is. veiligheid. Het ganse team van de service-integrator 161/242 .en beleidsniveauoverschrijdende aanpak. méér bundelen in een vernieuwde beleidsdomein. De meerwaarde bestaat precies uit de koppeling van beiden. zodat we met evenveel middelen méér maatschappelijk relevante resultaten neerzetten.en GDI-stuurgroep Vandaag voorzien het e-gov-decreet en het GDI-decreet in de aansturing van de deelnemers in de vorm van een stuurgroep. Voor de aansturing in verband met het MAGDA-platform is dit het MAGDA-samenwerkingsverband. p. … De service-integrator Als service-integrator wordt een programmagroep beoogd.81 Digitale instrumenten.en interbestuurlijke gegevensverkeer ontwikkelt en toeziet op de implementatie met het oog op een betere dienstverlening. Gezamenlijke Taken: • Identificatie van de strategische projecten o Welke projecten vragen ondersteuning van de service-integrator o welke gegevensbronnen en generieke componenten zijn vandaag al beschikbaar en kunnen worden aangeboden? o welke gegevensbronnen en generieke componenten zijn nodig en moeten dus ontwikkeld worden? • Generieke afspraken maken conform de respectievelijke decretale opdrachten.

Het uitdragen van deze generieke componenten is de taak van de service-integrator.staat ter beschikking van deze strategische projecten. b) Beheer basisinfrastructuur voor gegevensdeling en diensten (geïntegreerde informatie-infrastructuur) De service-integrator zorgt voor de basisinfrastructuur nodig om generieke componenten te kunnen publiceren op een veilige manier (in functie van voldoende beschikbaarheid. De service-integrator biedt specifieke juridische ondersteuning inzake de aanvraag en de toepassing van de machtiging die nodig is bij de realisatie van strategische projecten. De realisatie van die projecten levert ook generieke componenten op die door alle betrokken Vlaamse bestuursniveaus gebruikt kunnen worden. 162/242 . De verantwoordelijkheid van het project en het beheer van de gerealiseerde gegevensbronnen en diensten komt toe aan de initiatiefnemer van het strategisch project. Het kunnen orchestreren van diensten tensotte zal toelaten om bedrijfsprocessen flexibel te ondersteunen. Hierdoor kunnen bestaande generieke componenten gerichter worden aangeboden aan kleinere en grotere projecten of kan de nood tot nog te ontwikkelen generieke componenten ruimer worden gekaderd (potentiële meerwaarde voor meerdere projecten). naar gelang het geval. verrtouwelijkheid en integriteit). Via de relatiebeheerders kunnen projectverantwoordelijken in eerste instantie hun vragen tot ondersteuning door de service-integrator richten. Nauwe samenwerking met de academische sector en de (geo-)ICT-sector moet voor de nodige innovatie-impulsen zorgen op bestuurlijk. d) Relatiebeheer beleidsdomeinen Vlaamse overheid Een goed relatiebeheer met de verschillende beleidsdomeinen is nodig voor een goede inventarisatie van de behoeften en de kennisopbouw van bestaande of te ontwikkelen digitaliseringsprojecten. Ze verzorgt waar nuttig en mogelijk aanvragen voor collectieve machtigingen. de Stuurgroep GDIVlaanderen (en de GDI-raad) wordt opgenomen door de service-integrator. c) Ondersteuning inzake privacy-aspecten Elke elektronische ‘mededeling’ van persoonsgegevens vereist. organisatorisch en technisch vlak. De beleidsondersteuning zoals ze vandaag bestaat op het vlak van e-government en geografische informatie wordt tevens samengebracht onder de service-integrator. a) Gezamenlijk secretariaat en beleidsondersteuning Het gezamenlijk secretariaat van de MAGDA-stuurgroep. een machtiging van de sectorale comités bij de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of de Vlaamse toezichtcommissie. Hierdoor kan er beter gewerkt worden naar een gezamenlijk beleid e-gov en GDI ter ondersteuning van de werkzaamheden van de gezamenlijke stuurgroep en ter ondersteuning van de bevoegde ministers en de Vlaamse regering als college. De service-integrator staat dus in voor de operationele coördinatie om de verdere gegevensuitwisseling binnen de Vlaamse overheid te realiseren en een stelsel van Vlaamse authentiek bronnen uit te werken waarbij de front-office integraal deel van uitmaakt.

Er moet vermeden worden dat verschillende entiteiten van de Vlaamse administratie gelijkaardige of dezelfde informatie opvragen bij de lokale besturen. bedrijven en percelen. De principes van éénmalige inzameling een meervoudig gebruik moeten dus ook ten aanzien van de lokale besturen toegepast worden. Dagelijkse contacten met burgers. virtueel loket. • Inspelen op de behoeften van de klant. • Inventarisatie van generieke componenten en authentieke bronnen. bedrijven en organisaties over verschillende beleidsthema’s heen geven een inzicht van welke gegevens en processen beter moeten geïntegreerd worden. uniek loket. waar informatie en/of gegevens best kunnen hergebruikt worden en welke deelprocessen in de dienstverlening voor onduidelijkheid zorgen. Er kan eventueel beroep gedaan worden op consultants met langlopende contracten om toe te voegen aan het team van de service-integrator. h) Personeel en middelen van de service-integrator De service-integrator zal samengesteld worden door re-allocatie van mensen. Gelet op de diversiteit van de lokale besturen en hun ICT. IBM-studie van CORVE en boek i-scan 163/242 . De functies worden in de eerste plaats vervuld door Vlaamse ambtenaren. • Hergebruik van generieke componenten en authentieke bronnen. bedrijven en organisaties In dit kader is de organisatie van een front-office (publiekbalie. Samengevat zal het team van de service-integrator zich bezighouden met volgende taken in een projectmatige context met oog voor de klant: • Ondersteunen van strategische projecten.) die de input en de feedback verzamelt uitermate belangrijk. Federale overheidsinstanties spelen immers een belangrijke rol met betrekking tot gegevens over personen. evenals hun dienstenleveranciers. • Ondersteunen van de klant bij het gebruik van generieke componenten. g) Relatiebeheer burgers. De duurzame contacten van de service-integrator met de betrokken lokale besturen zullen renderen bij de communicatie. 15 16 Zie studie GeoLokaal voor een inventaris van bestaande initatieven met een geo-component Zie studies GeoLokaal . f) Relatiebeheer Federale overheid Ook duurzame relaties uitbouwen en onderhouden met de instanties van de Federale overheid is belangrijk voor de realisatie van een stelsel van authentieke gegevensbronnen.e) Relatiebeheer lokale besturen Gezien de vele initiatieven van de Vlaamse overheid 15 waarbij de lokale besturen betrokken zijn zal de service-integrator zorgen voor de broodnodige onderlinge afstemming. ….en GIS-kennis en – middelen 16 is ondersteuning van ten minste de kleine gemeenten noodzakelijk bij de implementatie van de initatieven. Dit biedt immers de beste garantie op de noodzakelijke kennisopbouw nodige om huidige en toekomstige strategische projecten aan te pakken. Dit moet de administratieve lasten voor lokale besturen reduceren. De service-integrator waakt er over dat de lokale besturen van bij het begin betrokken zijn.

openbaarheid en hergebruik van overheidsinformatie. maar vanuit een aantal gezamenlijk geïdentificeerde strategische projecten (zoals deze die hierboven al werden aangehaald). aan de opdrachtnemer van het ICT-raamcontract (bv. Realiseren van een IPDC en geïntegreerde Vlaamse Publieksbalie (uitvoeren van taken met betrekking tot de front office). Hierbij moet een businessplan de kosten en baten omschrijven voor de betrokken entiteit maar ook voor de ganse Vlaamse Overheid. Ter beschikking stellen van juridische expertise rond privacywetgeving. Begeleiden van de beleidsdomeinen bij het opbouwen van de authentieke bronnen en generieke componenten. Dit business-plan moet de basis vormen voor het reserveren van een innovatie-budget. hergebruik van overheidsinformatie en andere relevante wetgeving. Hierbij kan eventuele aansluiting gevonden worden bij het programma “Innovatief aanbesteden”. Een belangrijke randvoorwaarde is dat voor elk van de strategische projecten voldoende ruimte wordt gecreëerd om deze budgettair uit te werken. Op basis van de geselecteerde strategische projecten en de voorstellen om gezamenlijk componenten uit te werken zal de service-integrator een meerjarenprogramma moeten uitschrijven en voorleggen aan de gezamenlijke stuurgroep die dit overmaakt aan de Vlaamse regering. Door vanuit deze zeer concrete 164/242 . Vertaling van de gewenste dienstverlening MAGDA en GDI. Secretariaat MAGDA en GDI. opmaak van generieke afsprakenkaders hieromtrent. De baten bevinden zich in het ruimer gebruik binnen de Vlaamse Overheid en de ksotenbesparing die dit met zich zal meebrengen. ter ondersteuning van de MAGDA/GDI-stuurgroep.• • • • • • • • • • • • Bouwen van kruispuntbanken. Dit traject moet ondersteund worden door de service-integrator. openbaarheid van bestuur. HP/eds-telindus) of aan andere externe opdrachtnemers via een openbare aanbesteding. Beleidsondersteuning. De producenten Met betrekking tot de realisatie van de generieke componenten worden ontwikkelingen en bewerkingen uitbesteed aan entiteiten van de Vlaamse overheid (bv AGIV) die over de nodige capaciteit beschikken. Meerwaarde voor projecten Voor de opbouw van deze generieke componenten vertrekken we niet vanuit een vacuüm. Dit budget dient om kruispuntbanken en authentieke bronnen op te zetten die generiek bruikbaar zullen zijn. Relatiebeheer met verschillende doelgroepen. Begeleiden van de beleidsdomeinen inzake privacy. Afstemmen met de actieplannen wetsmatiging. Een extra budget is noodzakelijk om de kosten voor de strategische projecten van waaruit gewerkt zal worden niet nodeloos te verhogen. Op basis van dit meerjarenprogramma kan een globaal business-plan worden uitgewerkt. Kennisopbouw realiseren. Ter beschikking stellen van expertise en kennisdeling met betrekking tot opmaken van businessplannen en projectmanagement van digitale projecten.

De communicatie over het strategische project is de taak van de beleidsdomeinen. De samenstelling is afhankelijk van het project: • Projectleider aangeduid door beleidsdomein • Inhoudelijke expert/materiespecialist (business analyst) • Jurist die materie kent (met het oog op goede afstemming wetgeving/ wetsmatiging) • Financieel expert • Projectbegeleider van de service-integrator • … De projectuitvoering blijft onder de verantwoordelijkheid van het beleidsdomein (inclusief financieel beheer). met het oog op de uitbouw van generieke componenten. De verantwoordelijkheid voor de uitbouw van deze projecten blijft bij het inhoudelijk bevoegde beleidsdomein. het beheer en de bijhouding van deze (authentieke) gegevens. De voordelen voor de eigen entiteit zijn zowel financieel als organisatorisch.en efficientiewinst door het hergebruik van bestaande generieke componenten. 165/242 .projecten te werken. De entiteit zal een betere kijk ontwikkelen op het ruimere aanbod van de aanwezige generieke componenten binnen de overheid. Het team van de service-integrator wordt toegevoegd aan het projectteam. kunnen we ook beter vertrekken vanuit de dienstverlening die men met dit project beoogt en werkt men direct samen met de stakeholders rond dit project. De entiteit leert immers hoe men de bestaande generieke componenten moet integreren ten behoeve van de eigen werking. De service-integrator zal per project een goede begeleiding meegeven qua projectaanpak en een inschatting maken van de extra kosten die gemaakt moeten worden om bepaalde componenten zo op te bouwen dat ze deelbaar en herbruikbaar worden. Immers kosten worden bespaard en er is de tijds. brengt niet-beleidsdomein specifieke expertise aan en doet de captatie van wat breder bruikbaar is/zal zijn. Dit betekent een potentiële meerwaarde voor toekomstige projecten aangezien sneller gedacht zal worden aan de inschakeling van deze bestaande componenten. echter ten aanzien van de lokale besturen is afstemming wenselijk. Kortom dit komt ten goede van de projectresultaten en de termijn waarbinnen deze moeten worden gerealiseerd. ondernemer enz. Hiermee draagt men bij aan het principe vraag niet wat je al weet waardoor minder gegevens opnieuw worden opgevraagd bij de burger. Indien de organisatie beheerder van een (potentiële) authentieke gegevensbron is kan een kennisoverdracht gerealiseerd worden voor de opbouw. Er komt echter een uitdrukkelijke wisselwerking met de service-integrator. Deze levert de generieke componenten aan. Zo kan men het uit te bouwen generiek aanbod ineens aftoetsen aan de bruikbaarheid van deze componenten in dit soort projecten.en gezamenlijke kennisopbouw. Voor toekomstige projecten biedt deze manier van werken tevens een enorme meerwaarde. Dit wordt idealiter gefinancierd vanuit een 'fonds voor de opmaak van generieke componenten".

).v. Dit vereist dat een aantal bestaande (b. Het generieke aanbod van de service-integrator Uitbouwen van een geïntegreerde informatie-infrastructuur Een geïntegreerde informatie-infrastructuur bestaat uit een stelsel van authentieke gegevensbronnen. maar nog veel meer een organisatorische en juridische uitdaging. privacyregelgeving. operationaliteit en veiligheid van de 166/242 . En enkel binnen het gepaste juridische kader zullen de Vlaamse administraties dezelfde taal spreken over dezelfde gegevens. …) gegevensbronnen binnen de Vlaamse overheid uitgebouwd worden tot echte authentieke gegevensbronnen. …) en geplande (leer. Het doel is immers dat Vlaamse overheidsorganisaties steeds meer en steeds beter gebruik zouden maken van gegevens die al aanwezig zijn binnen de Vlaamse overheid zelf. Het eigendom en beheer van de ontwikkelde producten en diensten is en blijft een verantwoordelijkheid van de bevoegde instanties. Momenteel bestaan de gegevens die via het MAGDA-platform uitgewisseld worden nog hoofdzakelijk uit gegevens afkomstig uit de federale authentieke gegevensbronnen. Opzetten van Vlaamse authentieke gegevensbronnen Een geïntegreerde informatie-infrastructuur is natuurlijk maar nuttig naarmate er meer en betere authentieke gegevens doorstromen. Het opzetten van een dergelijke geïntegreerde informatie-infrastructuur is een technologische uitdaging.z. en gegevens uit te wisselen met Vlaamse overheidsorganisaties. Dergelijke koppeling en integratie van authentieke gegevens is immers een vereiste om bestuurlijke processen efficiënter en effectiever te laten verlopen In deze geïntegreerde informatie-infrastructuur zal de uitwisseling van gegevens niet beperkt blijven tot alfanumerieke gegevens. projectaanpak en in het uitschrijven van een business plan.w. bouwvergunningen. d. . Dit alles ondersteund door de gepaste netwerkdiensten en binnen een duidelijk afsprakenkader die dit alles technisch aan elkaar koppelt en organisatorisch integreert. De uitdaging is er voor te zorgen dat er steeds meer authentieke gegevens uitgewisseld worden.Tot slot zal de entiteit ook generieke kennis opbouwen op het vlak van juridische consequenties (nood aan aanpassing regelgeving. Dit is het principe van de “eenmalige gegevensinzameling”. Deze geïntegreerde informatie-infrastructuur zal ook een aantal generieke diensten moeten aanbieden die het de lokale besturen mogelijk maken om op eenvoudige en kosteffectieve wijze gegevens te ontsluiten uit federale en Vlaamse authentieke gegevensbronnen. maar zullen ook geografische gegevens een essentiële rol spelen. zodat ze deze gemakkelijker onderling kunnen uitwisselen. afkomstig uit gegevensbronnen binnen de Vlaamse overheid. en een gegevensuitwisselingsplatform dat toelaat om deze gegevensbronnen te ontsluiten en gegevens uit te wisselen tussen verschillende overheidsorganisaties.. en burgers en ondernemingen niet telkens opnieuw zouden vragen om dezelfde gegevens.en ervaringsbewijzen.. en zullen moeten leren om meer onderling gegevens uit te wisselen. de bruikbaarheid. milieuvergunningen. Vlaamse overheidsorganisaties zullen moeten leren om met authentieke gegevens te werken. tot gegevensbronnen die de nodige garanties kunnen bieden wat betreft de kwaliteit van de gegevens. kruispuntbanken die deze gegevensbronnen aan elkaar koppelen.

bedrijven en organisaties vinden het belangrijk dat dit aanspreekpunt neutraal is. en wordt hun gebruik vervolgens verplicht binnen de hele Vlaamse overheid (zoals voorzien wordt in het e-government decreet en het GDIdecreet). Deze moet bovendien zeer toegankelijk en eenvoudig aangeboden worden. Jarenlange ervaring met klantencontacten toont aan dat onder andere: − de burger heeft nood aan een neutraal aanspreekpunt en een lage drempel om contact op te nemen met de overheid: . Immers sinds jaren en vandaag nog steeds tracht de Vlaamse overheid haar werking en haar dienstverlening dag na dag te verbeteren doch nog te veel vanuit haar eigen logica en minder vanuit de logica van de burger. Een dergelijke betalingsverplichting zou immers averechts werken op het in de decretaal voorziene overheidsbrede verplichte gebruik van deze gegevensbronnen.z.gegevensbron. bedrijven en organisaties stellen echter steeds hogere eisen aan de dienstverlening van hun overheid. d. Een klantgerichte overheid zorgt in haar informatiedienstverlening dan ook voor een beleidsdomein. Pas als aan deze garanties voldaan is kunnen deze gegevensbronnen immers door de Vlaamse regering erkend worden als Vlaamse authentieke gegevensbron. Voor deze Vlaamse authentieke gegevensbronnen geldt dat hun gebruik in principe kosteloos is. De integratie van het MAGDA-platform en het GDI-platform moet het mogelijk maken de doelstellingen van deze decreten te realiseren evenals bij te dragen aan de Viadoorbraak ‘Slagkrachtige overheid’ en om de nodige efficiëntiewinsten te boeken. dat de kosten voor hun gebruik niet door middel van facturering op basis van tarieven of abonnementen worden doorberekend aan de (overheids)gebruikers. Ze hebben minder moeite om informatie over een specifieke beleidsmaatregel op te vragen bij 167/242 . Burgers. ondernemers en organisaties moeten ongeacht de toegangspoort (lokaal. Burgers. Kennis van en aandacht voor de uiteindelijke klant is in het optimalisatie en digitaliseringsproces een onontbeerlijke schakel om te vermijden dat de boogde dienstverlening haar doel njet voorbijschiet. Om dit te realiseren is interactie en samenwerking tussen frontoffice en backoffice essentieel.en bestuurslaagoverschrijdende aanpak. Tegelijk is een afstemming met de “front-office” zoals die momenteel vooral door de Vlaamse Infolijn wordt opgezet even cruciaal. regionaal of federaal) en ongeacht de drager aan eenduidige.en dienstencatalogus (IPDC) als motor van een Vlaamse publieksbalie Informatie van de overheid is op dit moment in Vlaanderen nog steeds verspreid over de verschillende bestuursniveaus. correcte en actuele overheidsinformatie geraken. Zij willen bij elke overheid kunnen aankloppen en snel en in een begrijpbare taal geïnformeerd worden over de diensten en producten die ze nodig hebben van hun overheid. Daarom moet er voor de Vlaamse authentieke gegevensbronnen gestreefd worden naar afspraken waarbij door herschikking van bestaande budgetten een vorm van permanente financiering wordt gerealiseerd die de kosten verbonden aan het opzetten en beheren van de gegevensbron blijvend afdekt en die het tevens mogelijk maakt om gegevens uit die gegevensbron kosteloos aan te bieden aan de (overheids)gebruikers.burgers. De interbestuurlijke producten.w.

be zou de gebruiker dan meteen kunnen doorklikken naar andere transactionele diensten van de Vlaamse overheid. is het aangewezen om één centraal geïntegreerd overheidsloket effectief uit te bouwen. De portaalsite kan dan uitgroeien tot een online dashboard van vragen en lopende dossiers. het zgn. Ook dit neutrale karakter verlaagt de drempel voor mensen om contact op te nemen. “single sign on” principe. Deze is intussen vertrouwd met contactcenters en internet maar verwacht bovendien ook steeds meer informatie en dienstverlening op maat. − overheidsdiensten hebben nood aan een geïntegreerd.be en de aanwezige expertise (best practices) betreffende klantvriendelijke burgercontacten en multikanaalondersteuning. bedrijven en organisaties. zodat hij steeds op de hoogte is als er op dat vlak iets wijzigt.a.vlaanderen. de mogelijkheden van de portaalsite Vlaanderen. zonder dat hij zich daarvoor opnieuw moet aanmelden.be moet naast informatie en diensten op maat. Mijn. bedrijven (bestaat al) en organisaties. multikanaaloverheidsloket. Bovendien dienen stappen gezet te worden in de richting van een gepersonaliseerd luik.be”. telefonisch of elektronisch loket op voor hun dienstverlening naar burgers.vlaanderen. − de burger verwacht geïntegreerde. Tevens is het uitermate belangrijk dat er gewerkt wordt aan standaardisatie van een aantal bouwstenen zoals o. Zo kan een overheidsdienst genieten van de schaalvoordelen. Het project vergt een samenwerking met verschillende actoren binnen de Vlaamse overheid. Vanuit het standpunt van de gebruiker zou het tevens erg handig zijn om slechts één keer te moeten aanmelden bij de overheid. Anderzijds evolueert het verwachtingspatroon van de burger. De ontwikkeling hiervan zal parallel lopen met de ambitie om deze statusinformatie ook aan de telefoon te kunnen geven. ook statusinformatie geven over dossiers bij de overheid. inhoudelijk met de bevoegde dienst en technologisch met onder meer EIBCorve. een unieke identificatie van zowel burgers. dit voelt minder bedreigend aan dan bij de officiële instantie.vlaanderen.vlaanderen. 168/242 . Na het aanmelden op mijn. De vraag naar een telefonische en multikanaal-ondersteuning wordt hierdoor steeds groter. het bij het brede publiek bekende infonummer voor eerstelijnsinformatie. op elkaar afgestemde informatie: enerzijds vindt de burger de overheid complex en kent hij het verschil niet tussen de verschillende bestuursniveaus. Steeds meer overheidsdiensten richten een fysiek.be biedt ook heel wat potentieel om proactief te communiceren naar gebruikers. Om te vermijden dat deze loketten eenzame eilandjes worden. Om dit te realiseren is een integratie van gegevendatabanken zoals eerder beschreven fundamenteel. Een goede dienstverlening bestaat er dus voor hem in dat de informatie van verschillende bestuursniveaus samen aangeboden wordt op een voor hem begrijpelijke en toegankelijke manier. Een site als mijn. “mijn. Het kan gaan om zuivere informatieverstrekking of meer complexe dienstverlening zoals dossierinformatie.een contactpunt dan bij de dienst zelf. Aan de hand van gepersonaliseerde e-mail boodschappen en een gepersonaliseerde ruimte op de homepage kan de gebruiker de thema’s en onderwerpen van zijn keuze naar boven laten komen.

correcte en actuele antwoord. 169/242 . actuele.en dienstencatalogus werken. Het project streeft ernaar om bij alle lokale besturen. De besturen kunnen hun dienstverlening klantvriendelijker maken en uitbreiden. Burgers. bij welke overheid ze ook aankloppen. bedrijven en organisaties krijgen zo toegang tot duidelijke. Inhoudelijk streeft het project ernaar betrouwbare en eenduidige eerstelijns.en dienstencatalogus. waarvan het technische profiel nog moet worden bepaald. krijgen burgers en bedrijven voortaan bij elk afzonderlijk bestuur snel.en eerstelijnsinformatie” moet worden samengesteld. Duidelijke. ongeacht hun grootte of hun profiel. Op technisch gebied moet het uitwisselingsplatform ervoor zorgen dat de informatie over producten en diensten slechts één keer hoeft te worden ingegeven en onderhouden. Het project IPDC is onmiskenbaar een win-winproject zowel voor de betrokken besturen als voor hun cliënten biedt het tastbare voordelen. de kwaliteit van hun vraaggestuurde dienstverlening gestaag te verhogen. Daartoe moet de producten. efficiënt en goedkoop toegang tot betrouwbare. en dat ze die gebruiken om burgers en bedrijven via verschillende kanalen betrouwbare en eenduidige informatie aan te bieden. Interbestuurlijke producten en dienstencatalogus (IPDC) Artikel 29 van het Decreet inzake de openbaarheid van bestuur van 26 maart 2004 bepaalt dat er “een gezamenlijk bestand met wegwijs. een zogenaamde interbestuurlijke producten en dienstencatalogus. zodat ze stapsgewijs aan de uitwisselingsdatabank kunnen worden gekoppeld. eenduidige en begrijpbare communicatie naar de overheidsklant is de belangrijkste doelstelling van een interbestuurlijke producten. op maat van hun behoeftenprofiel.en dienstencatalogus worden ingebed in een uitwisselingsdatabank.Parallel aan de uitbouw van geïntegreerde gegevens en gegevensuitwisseling is voor de uitbouw van een Vlaamse publieksbalie de realisatie van een interbestuurlijke producten en dienstencatalogus (IPDC) essentieel.en wegwijsinformatie samen te brengen. die efficiënt kan worden toegesneden op het doelpubliek en het communicatiekanaal. en ze hoeven minder te investeren om actuele en correcte informatie aan te bieden. Doordat informatie van verschillende authentieke bronnen wordt geïntegreerd en maximaal ontsloten. Dat streefdoel moet stapsgewijs worden gerealiseerd. Tegelijk moet ze de diverse besturen kunnen ondersteunen in de diverse kanalen die ze gebruiken. eenduidige en geïntegreerde informatie. geïntegreerde informatie en krijgen. Het streefdoel is dat alle besturen in Vlaanderen met de producten. met tussentijdse zichtbare resultaten. De burger dient zich op die manier niet af te vragen welke overheidsdienst verantwoordelijk is voor een bepaalde overheidsdienstverlening. Dat interbestuurlijke gegevensbestand moet de versnipperde informatie over de dienstverlening van de verschillende openbare besturen samenvoegen tot een geïntegreerd geheel. hetzelfde volledige. Die informatie wordt bovendien via meer kanalen ontsloten.

Realisatie van de interbestuurlijke productencatalogus Bij de realisatie van een IPDC werden enkele startprincipes vastgelegd. Daarnaast is een samenwerking voorzien met de werking in het kader van de Europese Dienstrichtlijn bij de federale overheid. het Lokaal Sociaal Beleid (verplichting voor lokale besturen) en andere entiteiten. Het betreft in essentie de oplijsting en samenvoeging van alle producten. De catalogus brengt bovendien de dienstverlening in kaart. maar ook de overheid zelf. Elke overheid is zo binnen haar bevoegdheid verantwoordelijk voor haar bijdrage aan de producten of diensten waar de overheidsklant naar vraagt. maar ook het toekennen een uniek nummer. Niet alleen burgers. De Vlaamse overheid zal haar eigen producten en diensten in kaart brengen terwijl de lokale en provinciale besturen dat zullen doen voor hun dienstverlening. Om de interbestuurlijke productencatalogus te realiseren. en is nauw overleg nodig met alle betrokken partijen (lokale besturen en andere bestuursniveaus). getrokken door de Coördinatiecel Vlaams e government en het Contactpunt Vlaamse Infolijn. VVP) anderzijds. In deze context kan vermeld 170/242 . Ook aan andere overheidsniveaus zoals de federale overheid wordt aangeboden om in het project interbestuurlijke productencatalogus in te stappen. Door eenmalig redactiewerk en het gebruik van meerdere kanalen draagt een dergelijke samenwerking immers bij tot een efficiëntere en effectievere overheid. bevordert de interne communicatie en reikt objectieve en meetbare gegevens aan voor verbeteringsacties. Als neveneffecten kan de IPDC enerzijds het beleid informatie verstrekken voor optimalisatie en vereenvoudiging van maatregelen en maakt anderzijds de overheidsdienstverlening zichtbaarder en meetbaarder. Deze laatste twee projecten bieden elk een zoekmotor aan die de overheidsklant begeleiden naar de meest gepaste dienstverlening. enerzijds en de vertegenwoordigers van de lokale besturen (VVSG.en eerstelijnsinformatie” moet worden samengesteld. een unieke identificator voor elke overheidsdienstverlening zodat elke overheid ten allen tijde ook effectief over hetzelfde kan/zal praten. hebben ze minder redactiewerk. bedrijven en organisaties winnen hierbij.Doordat ze de informatie van de producten. en met Vlaamse sectorale initiatieven zoals ‘Premiezoeker Bouwen en Wonen’ en ‘Rechtenverkenner’. Als secundaire doelstelling wordt de uitwisseling van productfiches voorzien in het kader van EDRL (Nederland pakt dit aan via de Samenwerkende Catalogi ~IPDC). niet de administratie) te realiseren. Deze doelstelling is verplicht te realiseren op basis van Artikel 29 van het decreet inzake de openbaarheid van bestuur van 26 maart 2004 dat bepaalt dat er “een gezamenlijk bestand met wegwijs.en dienstencatalogus in diverse contexten en kanalen kunnen hergebruiken. Zo is de primaire doelstelling om een gestructureerd aanbod van wegwijsinformatie over alle bestuurslagen heen (vanuit standpunt van de burger. Om dat te realiseren is een nauwe samenwerking tussen de verschillende entiteiten binnen de Vlaamse overheid onontbeerlijk. wordt er nauw samengewerkt tussen de Vlaamse overheid.

voor specifieke loketten. Het beoogt de realisatie van een centraal platform dat in een eerste fase beperkt. Uiteraard zal de informatie die verzameld wordt moeten geredigeerd worden en ter beschikking gesteld worden van andere diensten en bestuursniveaus alsook het up and running houden van het platform centraal moeten gebeuren. gemeenten) en voor de publicatie ervan op alle relevante overheidswebsites ten behoeve van de burger. Een effectievere en efficiëntere overheid dus.worden dat er tussen Rechtenverkenner en het Contactpunt Vlaamse Infolijn een uitwisseling van productfiches gerealiseerd werd. Commitment van alle bestuursniveaus is onontbeerlijk. zoals bijvoorbeeld de contactgegevens en openingsuren van gemeentelijke diensten ruimtelijke ordening. provincies. al In het kader van het project interbestuurlijke producten. de bestaande egovernmentapplicaties (die naadloos gekoppeld kunnen worden via de IPDC) en de back-office (authentieke gegevensbronnen waarvan de e-governmentapplicaties gebruik maken). 171/242 . De interbestuurlijke prodcutencatalogus beoogt niet de realisatie van een centrale website. voor gebruik aan de ontvangstbalie of zelfs voor het vormgeven van brochures zowel voor andere entiteiten binnen de Vlaamse overheid als voor lokale en provinciale besturen en andere bestuursniveaus. lokale en provinciale besturen en andere bestuursniveaus. Informatie van overheden die een rol spelen in de Vlaamse regelgeving zal op die manier ook kunnen worden opgenomen in de Vlaamse overheidscommunicatie.be). Op termijn kan dit uitgebreid worden naar andere bestuursniveaus. Een ander voordeel is dat op die manier Vlaamse overheidsinformatie niet meer op meer dan 308 plaatsen moet worden onderhouden. Tevens werkt het Contactpunt Vlaamse Infolijn met CORVE aan een gemeenschappelijk platform voor de uitwisseling van producten tussen de verschillende overheden in Vlaanderen (federale overheid. De interbestuurlijke productencatalogus is het instrument bij uitstek om de brug te vormen tussen de front-office (de Vlaamse Publieksbalie). Het is de bedoeling dat op termijn alle relevante producten van de verschillende overheidsniveaus in Vlaanderen in deze catalogus worden opgenomen en dat deze catalogus vrij raadpleegbaar is door iedere burger.vlaamse infolijn. De informatie van de IPDC kan vervolgens voor verschillende doeleinden herbruikt worden: voor websites van entiteiten van de Vlaamse overheid. Deze afstemming is één van de kritieke succesfactoren voor een effectieve elektronische dienstverlening. De IPDC is een gemeenschappelijke realisatie van alle geledingen van de Vlaamse overheid en de provinciale en lokale besturen. betaalbaar en herbuikbaar is.en dienstencatalogus heeft het Contactpunt Vlaamse Infolijn de opdracht gekregen om alle relevante producten en diensten binnen de Vlaamse overheid in beeld te brengen en te ontsluiten voor de burger en de andere overheden in Vlaanderen (op dit ogenblik 129 Vlaamse productfices te raadplegen op de site www. De IPDC biedt bovendien een uitstekend samenwerkingsinstrument dat kan ingezet worden om net te zorgen voor een concrete afstemming tussen de bestuursniveaus. beheersbaar.

.m. bedrijven en organisatie een aanspreekpunt vinden voor al hun vragen en interacties met de overheid in Vlaanderen. geïntegreerde of beleidsdomeinoverschrijdende dienstverleningsprojecten De service-integrator is voor die interbestuurlijke projecten belast met de coördinatie. Anderzijds zal op basis van de IPDC en een betere integratie en standaardisatie van gevensdatabanken ook de portaalsite www.be’ zelfs tot een persoonlijk dashboard voor vragen en lopende dossiers van de overheidsklant (burgers.vlaanderen. naar dezelfde informatie moeten worden geleid.v. Met de interbestuurlijke productencatalogus als motor zal het nummer 1700 en de portaalsite www. de logica van de klant.Het is van eminent belang dat de IPDC tevens een gemeenschappelijke dienstverlening wordt van de verschillende beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid en van de provinciale en lokale besturen. bedrijven en organsiaties).vlaanderen. Daarbij moeten alle geledingen zich engageren om actief mee te werken aan en een bijdrage te leveren tot het project.vlaanderen. steeds vertrekkend van de noden en behoeften.v. Ieder beleidsdomein zal uitgenodigd worden de uitwerking van de Producten.be verder kunnen uitgroeien tot dé Vlaamse publiekbalie (front office) waar burgers. De bestaande sectorale contactpunten en infolijnen bij de Vlaamse overheid zullen verder geïntegreerd trachten te worden onder het nummer 1700. Een geïntegreerde Vlaamse publieksbalie zal ook. De geïntegreerde Vlaamse Publieksbalie Samenwerking tussen alle geledingen van de Vlaamse overheid is essentieel voor de uitbouw van een geïntegreerde Vlaamse Publieksbalie. De burger hoeft in dat geval nog slechts één nummer te onthouden dat bovendien gratis is.Voordelen • Efficiëntie-winsten 172/242 . Anderzijds moet de burger. Ze moeten ook actief bij de uitwerking en de realisatie ervan betrokken worden. de verschillende overheidsdiensten kunnen adviseren inzake nieuwe projecten en nieuwe geïntegreerde dienstverlening.en dienstcatalogus te realiseren voor wat betreft de producten en de diensten die tot zijn domein behoren.of dit nu een gemeentelijke website of de koepelsite van Vlaanderen is. en niet van de interne logica van de overheidsdienst: • Vanuit klantencontacten en functionele behoeften de beleidsdomeinen adviseren voor een meer optimale dienstverlening en bedrijfsprocessen (b. in nauw overleg met de andere bestuursniveaus. de verdere uitbouw en het actueel houden van het informatieaanbod van de Vlaamse overheid.be verder ontwikkeld kunnen worden als overkoepelende toegangspoort tot online informatie van de overheid en op langere termijn via een soort ‘mijn. meermaals opvragen van dezelfde informatie) • 1700 is de “vertegenwoordiging van de klant” binnen de Vlaamse overheid • Oplossingen voorstellen d. juist omdat zij dagelijks in rechtstreeks contact staat met de burger. ondernemer of organisatie ongeacht zijn toegangspoort .

bijvoorbeeld: automatisch toekennen van voordelen Betere ondersteuning van het beleid mogelijk • Risico’s / maatregelen In hoeverre zijn de lokale besturen in Vlaanderen klaar voor het interbestuurlijk gegevensverkeer? Er een betere afstemming van initiatieven van de Vlaamse overheid nodig is. voor dezelfde totale kost. Let wel: de indicatorenoefening is ‘work in progress’ en dient voortdurend afgestemd te worden op de voortgang in de beschrijving van de sleutelprojecten. lokale en andere overheden aan de andere kant. Communicatie over (geïntegreerde) dienstverlening is voortdurend nodig: Productencatalogus? Begeleiding van de klant Bijdrage tot de strategische doelstellingen van het meerjarenprogramma [korte toelichting op welke van de indicatoren gekoppeld aan de 4 strategische doelstellingen dit sleutelproject een impact zal hebben.en uitwisselingsmodel. organisaties.en overdrachttijden worden korter De klanten kunnen directe feedback geven • Winsten in effectiviteit o Kwaliteit: dezelfde diensten. Drastische daling aan interacties tussen overheden aan de ene kant en burgers. Functionele taakverdeling op vlak van gegevensbeheer.o Kosten: Diensten worden geleverd aan een lagere totale kost ten gevolge van: Éénmalige en unieke gegevensvergaring volgens een gekend gegevens. De indicatoren zijn als bijlage bij dit document gevoegd. Belangrijk in deze fase is om zicht te krijgen op de link tussen de sleutelprojecten en de indicatoren van de strategische doelstellingen ] 173/242 . in dezelfde tijd maar volgen een hogere kwaliteitsstandaard o Naar type van diensten: nieuwe types van diensten zullen beschikbaar komen. gegevensvalidatie en applicatie-ontwikkeling Administratieve vereenvoudiging o Hoeveelheid Meer diensten zullen ontwikkeld worden: Diensten zijn permanent beschikbaar. bedrijven. van overal op elk toestel Diensten worden aangeboden op maat van de klant o Snelheid Er is minder tijd nodig om de diensten aan te leveren: Gegevens zijn sneller beschikbaar Wacht.

afdelingshoofd Stafdienst van de Vlaamse regering 174/242 .Betrokkenen uitwerking sleutelproject Trekker Martin Ruebens. secretaris-generaal Departement DAR Projectverantwoordelijke Brigitte Mouligneau.

Meerjarenprogramma slagkrachtige overheid Sleutelprojecten fiche 4. Binnen het College van Ambtenaren Generaal (CAG) is afgesproken dat de heer ir. organisaties en bedrijven.v. maatschappelijke uitdagingen. dat momenteel aanwezig is omtrent de versnelling van investeringsprojecten. kan worden behouden of versterkt. Fernand Desmyter trekker is van dit project. Het politiek stuurcomité gaf aan zich aan te sluiten bij dit voorstel en stelde voor dat het Beleidsdomein MOW (als trekker) samen met de Beleidsdomeinen LV. Het Politiek Stuurcomité gaf de Task Force de taak om: 1. Strategische doelstelling 4 De Vlaamse overheid verbetert haar oplossingsvermogen t. DAR en BZ deel uitmaken van de hoger vermelde Task Force. Tegen 30 april 2010 een voorstel te doen hoe het breed draagvlak. waaronder sleutelproject 4. Bij deze screening vraagt de Vlaamse Regering aan de Task Force om te allen tijde voldoende betrokkenheid van verschillende functionele en betrokken niveaus binnen de verschillende administraties te verzekeren.1 “het versnellen en vereenvoudigen van infrastructuurprojecten”. Sleutelproject 4. Concreet houdt dit het volgende in: 175/242 . In combinatie met een verbeterde verantwoording verhoogt zij daardoor het vertrouwen en de tevredenheid van burgers. RWO. LNE.a. Tegen 30 april 2010 een eerste inhoudelijke screening te maken van de verschillende aanbevelingen en een concreet implementatietraject voor te leggen voor de maatregelen nodig om investeringsprojecten te versnellen. 2.1: Versnellen en vereenvoudigen van procedures voor investeringsdossiers Eerste rapportering van de task force ‘versnelling investeringsprojecten’ aan het politiek stuurcomité (30 april 2010) 1. Inleiding In haar mededeling aan de Vlaamse Regering van 26 maart 2010 kondigde het politiek stuurcomité de oprichting van een ambtelijke Task Force voor de versnelling van investeringsprojecten aan. Het politiek stuurcomité wees er in voormelde mededeling eveneens op dat binnen de aanpak “slagkrachtige overheid” een aantal sleutelprojecten gedefinieerd zijn. Tegen 30 april 2010 een plan van aanpak voor te leggen voor de vertaling van de aanbevelingen van de rapporten van de commissies Berx en Sauwens en van de relevante passages uit het Vlaams Regeerakkoord. 3.1.

betrokkenen. De verslagen van deze vergaderingen zijn gevoegd als bijlage 1 en 2. Ze zal bewaken dat werkgroepen niet parallel rond dezelfde thema’s werken en dat er een optimale kennisuitwisseling is tussen de werkgroepen. Punt 4 vermeldt enkele maatregelen die op korte termijn kunnen worden uitgevoerd (‘quick wins’). • De opmaak van projectfiches met daarin termijn. De als bijlage 3 gevoegde tabel wijst elk van de aanbevelingen en voorstellen toe aan een specifieke werkgroep. inhoudelijke screening. Dit betreft evenwel slechts werkafspraken.Het inventariseren en in kaart brengen van de voorstellen en aanbevelingen van de rapporten van de commissies Berx en Sauwens alsook van de relevante passages uit het Vlaams Regeerakkoord. bepaalde thema’s samengevoegd worden. Punt 5 bevat een voorstel om het huidige draagvlak omtrent de versnelling van investeringsprojecten te behouden of te versterken en geeft aan hoe het middenveld op termijn betrokken kan worden. die door verschillende beleidsdomeinoverschrijdende werkgroepen zullen uitgewerkt worden. De Task Force staat in voor de algemene opvolging en coördinatie van de werkgroepen. Indien binnen een werkgroep geen eensgezindheid kan worden gevonden over een knelpunt kan de Task Force terzake beslissingen nemen. 2. doorgeschoven worden tussen werkgroepen of uitgesplitst worden voor verdere behandeling in gespecialiseerde subwerkgroepen. De verschillende beleidsdomeinoverschrijdende werkgroepen zullen instaan voor een inhoudelijke analyse van de aanbevelingen en het uitwerken van een concreet stappenplan voor de implementatie van deze aanbevelingen. Onder punt 2 wordt het plan van aanpak toegelicht. De Task Force heeft tot op heden beslist tot de oprichting van zes thematische. werd er voor gekozen om de aanbevelingen en voorstellen te clusteren rond een aantal thema’s. De Task Force vergaderde op 8 en 21 april 2010. • Het voorstellen van een plan van aanpak voor het betrekken van het middenveld. De aanpak van de eerste inhoudelijke screening en de opmaak van projectfiches wordt besproken onder punt 3. beleidsdomeinoverschrijdende werkgroepen. Het valt niet uit te sluiten dat naarmate de besprekingen in de verschillende werkgroepen vorderen. In een volgende fase zullen zij ook worden belast met de eigenlijke implementatie van de aan hen • 176/242 . De rapportering aangaande de hoger vermelde deelopdrachten maakt het voorwerp uit van voorliggende rapportering. • Het aanduiden van maatregelen die op korte termijn kunnen geïmplementeerd worden (‘quick wins’). …. Omwille van dit zeer grote aantal. • Het uitbrengen van een voorstel om het draagvlak aangaande het versnellen van investeringsprojecten. te behouden en te versterken. Plan van aanpak In totaal dienen meer dan 140 aanbevelingen en voorstellen van beide commissies en relevante passages uit het regeerakkoord tegen het licht gehouden te worden. verantwoordelijke.

… De focus van de werkgroep is in de eerste plaats de optimalisatie van de projectorganisatie en de projectuitvoering. en richt zich vooral op het uitwerken van de voorstellen en aanbevelingen aangaande PPS-projecten en alternatieve financieringswijzen. de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De verslagen van deze vergaderingen zijn gevoegd als bijlage 4 bij deze nota. Alle in de Task Force vertegenwoordigde Beleidsdomeinen zullen voor elk van deze werkgroepen worden uitgenodigd. secretaris-generaal van het Departement RWO een aantal opmerkingen op de in deze rapportering vermelde aanpak. adviesverlening. De resultaten van dit onderzoek kunnen dan in een tweede fase bij de andere beleidsdomeinen op de Task Force afgetoetst worden. Na de vergadering van de Task Force op 21 april 2010 formuleerde ir. Resultaten werkgroepen Voor elk van hoger vermelde werkgroepen vond een opstartvergadering plaats. De werkgroep vergaderde een eerste maal op dinsdag 20 april 2010. Ze vergaderde een eerste maal op donderdag 15 april 2010. van de opmaak van beleidsplannen en strategische plannen tot de uitvoering van het project. Deze werkgroep vergaderde een eerste maal op woensdag 21 april 2010. Een derde werkgroep wordt getrokken door RWO. de problematiek van overheidsopdrachten. De werkgroep ‘Integraal Proces Investeringsprojecten’.en projectniveau. eveneens getrokken door MOW. De Task Force stelt ook de oprichting van een werkgroep ‘Bestendigen Draagvlak’ in het vooruitzicht (zie verder onder punt 5). aspecten van milieuvergunning. de problematiek van onteigeningen. Deze opmerkingen zullen op de volgende vergadering van de Task Force worden besproken. in eerste instantie door MOW intern worden onderzocht en uitgewerkt. Deze werkgroep spitst zich toe op de aanbevelingen en voorstellen die gelieerd zijn aan thema’s als het integreren van vergunningsprocessen. De werkgroep wordt getrokken door MOW. richt zich op de aanbevelingen en voorstellen die gerelateerd zijn aan milieueffectbeoordeling op plan. Het Vlaams regeerakkoord kondigt aan dat zal worden onderzocht in welke mate een ‘infrastructuurdecreet’ voor MER-plichtige projecten naar Nederlands en Waals voorbeeld effectief een kader kan scheppen waarbinnen de decreetgever zelf sneller vergunningen kan verstrekken. De werkgroep zal een voorstel van geïntegreerd proces uittekenen voor investeringsprojecten langs de lijnen van de aanbevelingen en voorstellen van de beide commissies. Deze aanbeveling zal.toegewezen aanbevelingen.… . getrokken door LNE. 177/242 . De werkgroep vergaderde een eerste maal op vrijdag 16 april 2010. zal het hele proces dat een investeringsproject doorloopt tegen het licht houden. Tot slot werd ook een werkgroep ‘PPS’ opgericht. spitst zich toe op de operationele aspecten van investeringsprojecten. de opmaak van ramingen. Guy Braeckman. de natuurregelgeving. … De werkgroep vergaderde een eerste maal op maandag 19 april 2010. Een vierde werkgroep. zoals besproken op de Task Force. In een eerste fase zal de werkgroep zich toespitsen op het optimaliseren van het ‘voortraject’. Een tweede werkgroep. 3. Hierbij kan gedacht worden aan de projectorganisatie. Deze werkgroep wordt getrokken door de Kenniscel PPS van de DAR.

4. Deze aanpak komt de leesbaarheid van de rapportering ten goede. Er dient wel geëvalueerd te worden of deze doelstelling van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bereikt wordt.uitvoeringsbesluit 'kleine wijzigingen' (B34. namelijk maximaal binnen 105 dagen. zodat ze de realisatie van dergelijke projecten ondersteunen. over vergunningsaanvragen te beslissen (R24).“Ent het instrument van de structuurplannen op de strategische projecten. voorstellen en passages uit het regeerakkoord een aparte projectfiche dient opgemaakt te worden. Ze wijst er wel op dat zekerheid over de vraag of de administratie dit besluit op correcte wijze interpreteert. Op deze wijze werden 22 fiches opgemaakt. R1 en R2) De taskforce wil een evaluatie van het besluit kleine wijzigingen houden in het najaar 2010. . . verspreid over vijf werkgroepen. .Optimaliseren van de nuttige aanzetten uit de Codex ruimtelijke ordening en ze maximaal benutten. Een periodieke evaluatie is aangewezen. De Task Force is 178/242 .delen van stedenbouwkundige ambtenaren (B25) Een Codexwijziging die het delen van gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren moet vergemakkelijken wordt momenteel besproken in het Vlaams Parlement.(B26b) Dit behoort tot de reguliere werking van het beleidsdomein RWO . Dit impliceert onder meer dat structuurplannen enkel richtinggevende en niet langer bindende bepalingen bevatten. Een aantal aanbevelingen heeft betrekking op een verbetering van de samenwerking tussen de entiteiten en beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid. Maatregelen op korte termijn De Task Force identificeerde een aantal aanbevelingen die op korte termijn kunnen geïmplementeerd worden of die reeds werden geïmplementeerd. De fiches van de verschillende werkgroepen zijn gebundeld in bijlage 5.kwaliteit uitspraken Raad voor Vergunningsbetwistingen (S65).” (B5) Deze aanbeveling komt aan bod in het Beleidsplan Ruimte. pas zal volgen naarmate de Raad voor Vergunningsbetwistingen over betwiste vergunningen een uitspraak doet . Een blijvend aandachtspunt is wel dat elke werkgroep dient te bewaken dat de aan haar toegewezen voorstellen en aanbevelingen hun weerslag vinden in de fiches en de rapportering. Per cluster of thema werd een fiche opgemaakt. die de behandeling van de diverse deelaspecten én de verschillende aanbevelingen en voorstellen binnen dat thema uitwerkt.Teneinde te voorkomen dat voor de meer dan 140 aanbevelingen. zullen de fiches verder aangevuld worden.binnen de decretaal voorgeschreven termijnen. De volgende aanbevelingen kunnen als reeds operationeel beschouwd worden: . Naarmate de besprekingen vorderen. Op de opstartvergaderingen werd per fiche een eerste verkennende bespreking gehouden. werd er binnen de verschillende werkgroepen voor gekozen om deze thematisch te clusteren. dat momenteel in opmaak is. .uitvoeringsbesluit 'projectvergadering’ (S47) Het besluit van de Vlaamse Regering is in werking getreden op 1 april 2010.

Voor al deze aanbevelingen zijn op korte termijn nog geen resultaten te verwachten maar zal binnen de werkgroepen zo snel mogelijk een implementatietraject worden uitgetekend. te behouden of te versterken is het aangewezen om bij alle interne en externe betrokkenen de geplande maatregelen en initiatieven af te toetsen. Voor andere aanbevelingen is overleg met het federale bestuursniveau noodzakelijk en moet vaak ook federale regelgeving worden aangepast. Deze gegevensbank moet het beleidsdomein toelaten om voor belangrijke investeringsprojecten snel te bepalen welke expertise waar beschikbaar is. Een dergelijke samenwerking is vak niet alleen nodig binnen de Vlaamse overheid maar ook tussen bestuursniveaus. versterkt en bestendigd te worden. Van zodra de 179/242 . Tevens moet de ‘betrokkenheid van het middenveld’ worden verzekerd. voor RWO en LNE bij de verschillende betrokken planners. Ook hier zijn geen ‘quick wins’ te realiseren. dat momenteel aanwezig is omtrent de versnelling van investeringsprojecten. De implementatie van een aantal aanbevelingen zal een belangrijke impact hebben op de werking en organisatie van de betrokken entiteiten.en adviesverleners. Dit is één van de belangrijkste uitdagingen om te komen tot een versnelling van investeringsprojecten. Dergelijke database laat tevens toe om tijdig ontbrekende kennis en expertise te detecteren. Tenslotte zijn er aanbevelingen waarvoor het aangewezen is om met de implementatie te wachten tot andere aanbevelingen geïmplementeerd zijn. Om deze geïntegreerde en beleidsdomeinoverschrijdende samenwerking te bestendigen is het aangewezen om de Task Force ook op middellange en lange termijn hierover te laten waken. De Task Force is er van overtuigd dat een snelle realisatie van investeringsproject slecht mogelijk is mits er bij alle betrokken beleidsdomeinen voor deze projecten een gedeeld eigenaarschap is. Het beleidsdomein MOW zal daarom op korte termijn starten met het opbouwen van een gegevensbank waarin alle binnen het beleidsdomein beschikbare expertise en kennis met betrekking tot de voorbereiding en de uitvoering van infrastructuurprojecten wordtengeïnventariseerd.en investeringsprojecten. In een aantal aanbevelingen wordt gewezen op het belang van het optimaal beheren en inzetten van de beschikbare expertise en kennis inzake voorbereiding en uitvoering van infrastructuur. Verder is het belangrijk dat de in de Task Force verenigde partners ook elk binnen hun eigen beleidsdomein de voorliggende voorstellen aftoetsen en een organisatiebreed draagvlak creëren. Een hele reeks van aanbevelingen vergen een grondig onderzoek en analyse. 5. Dit zal vanzelfsprekend in de eerste plaats gebeuren binnen de Task Force en in de verschillende beleidsdomeinoverschrijdende werkgroepen. Draagvlak bestendigen Om het breed draagvlak.een eerste voorbeeld van de constructieve wijze waarop de verschillende beleidsdomeinen kunnen samenwerken om te komen tot een versnelling van investeringsprojecten. dossierbehandelaars en vergunnings. Voor MOW is dit in de eerste plaats bij zijn projectleiders en –ingenieurs. Heel wat aanbevelingen vergen wetgevend werk en kunnen daarom niet op korte termijn worden geïmplementeerd. In hoofdstuk 5 van dit rapport wordt dieper ingegaan op de wijze waarop de andere bestuursniveaus zullen worden betrokken bij deze initiatieven ter versnelling van investeringsprojecten. Zo kan op de gegevensbank beroep worden gedaan bij het aanduiden van projectleiders en leden van een projectteam. In een eerste fase dient het draagvlak tussen de beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid verder ontwikkeld.

De Task Force zal vóór het zomerreces een volgende maal rapporteren aan het politiek stuurcomité. De werkgroepen hebben een eerste analyse gemaakt van de aanbevelingen. Bij deze rapportage zullen de fiches zijn aangevuld met een meer gedetailleerd implementatietraject en zullen nieuwe concrete maatregelen worden voorgesteld. In een tweede fase. Besluit De afgelopen weken werd een projectstructuur met een Task Force en met thematische beleidsdomeinoverschrijdende werkgroepen uitgetekend en opgestart. De Task Force stelt voor om vóór het einde van 2010 een derde maal te rapporteren aan het politiek stuurcomité. 180/242 . Naarmate de uitgewerkte aanpak concreter wordt. VVP). kunnen de voorstellen voor een nieuwe aanpak teruggekoppeld worden met vertegenwoordigers van andere bestuursniveaus (bv. BBL) in dialoog te gaan over de uitgewerkte versnellingsvoorstellen. Tevens zal een voorstel voor het bestendigen van het draagvlak aangaande het ‘Versnellen van investeringsprojecten’ worden voorgelegd. is ook de terugkoppeling naar een breed samengestelde ‘klankbordgroep’ mogelijk. De lokale overheden kunnen vanuit deze dubbele invalshoek feedback geven. Deze lokale besturen zijn enerzijds een belangrijke actor bij de realisatie van Vlaamse investeringsprojecten. Het is eveneens belangrijk om met belangenorganisaties (bv. Zo worden zij geïnformeerd en kan draagvlak worden gevonden voor deze voorstellen. kunnen deze aan de projectleiders en –ingenieurs en dossierbehandelaars worden voorgelegd. Anderzijds staan zij zelf ook in voor de realisatie van investeringsprojecten. Deze aanpak garandeert een geïntegreerde aanpak van de aanbevelingen van de commissies Berx en Sauwens en van de punten uit het regeerakkoord met betrekking tot het versnellen van investeringsprojecten.Task Force en haar werkgroepen verder gevorderd zijn en concrete voorstelen hebben uitgewerkt. VOKA. VVSG. 6. In een volgende fase zal per cluster van aanbevelingen een implementatietraject worden opgemaakt. die een plan van aanpak zal uitwerken voor het organiseren van deze gefaseerde terugkoppeling van de voorstellen voor een ‘Versnelling van Investeringsprojecten’ naar de diverse genoemde actoren. tot de oprichting van een beleidsdomeinoverschrijdende werkgroep ‘Bestendigen Draagvlak’. De Task Force besliste in haar vergadering van 21 april 2010. wanneer er binnen de Vlaamse overheid een breed draagvlak is aangaande de uitwerking van de verschillende voorstellen. Dit plan van aanpak zal vóór het zomerreces voorgelegd worden aan het politiek stuurcomité.

Bovendien kan de overheid instrumenten gebruiken om te toetsen of haar kernprocessen en haar optreden inderdaad voldoende duurzaam zijn en hierover rapporteren. Duurzaamheid hoort thuis in het hart van elke organisatie en is dus een toetssteen voor de kernprocessen die er zich in afspelen. waaronder het Global Reporting Initiative (GRI) die een specifieke vertaling van duurzaamheidsrapportering naar het overheidsbedrijf maakte. afval en verontreiniging verminderd worden.v.a. Ook bij de uitvoering en de evaluatie van beleid is betrokkenheid van wezenlijk belang om vanuit de praktijkcontext bijsturing van het beleid voor te stellen. Een beleid waaraan meer actoren vorm gegeven hebben is een beleid met meer inhoudelijke expertise en pertinentie. Strategische doelstelling 4 De Vlaamse overheid verbetert haar oplossingsvermogen t.Meerjarenprogramma slagkrachtige overheid Sleutelprojecten fiche 4. maatschappelijke uitdagingen. en duurzame gedragspatronen bevorderd worden. economische en sociale) en het participatiebeginsel. Duurzame goederen en diensten kunnen een hogere initiële investering vergen die echter op termijn terugverdiend wordt. -uitvoering en – evaluatie. in een vroeg stadium van beleidsontwikkeling. kunnen grondstoffen en energie bespaard worden.a. Rekening houdend met de kosten over de gehele levenscyclus. Voor de overheid is de maatschappelijke verantwoordelijkheid inherent verbonden aan haar kernopdracht van beleidsvoorbereiding. maakt een duurzame organisatiebeheersing het mogelijk om tegelijk geld te besparen. aan te raden. organisaties en bedrijven.2: Duurzaam optreden van de Vlaamse overheid Situering De Vlaamse overheid wil haar duurzaam optreden invullen zowel in haar kernprocessen als in haar interne werking (ondersteunende processen) met de gelijktijdige afweging van de drie dimensies van duurzame ontwikkeling (ecologische.2. Participatie is immers de vierde dimensie van duurzame ontwikkeling. Om de uitvoering van het beleid meer aanvaardbaar en dus gemakkelijker te maken is een brede participatie vanuit een instrumenteel perspectief. In combinatie met een verbeterde verantwoording verhoogt zij daardoor het vertrouwen en de tevredenheid van burgers. het milieu te beschermen en het maatschappelijk weefsel te versterken. Sleutelproject 4. Hierbij wordt o. Door op een duurzame manier interne werking en processen te beheren en beheersen. gedacht aan het 181/242 . Diverse overheden nemen hiertoe reeds initiatieven op basis van diverse geijkte standaarden.

inzetten op meer duurzaam gedrag op de werkvloer. Het streven naar duurzaam optreden van de Vlaamse overheid vereist ook een samenwerking tussen alle betrokken partijen binnen de Vlaamse overheid. Bovendien kaderen acties van dit sleutelproject vaak in actieplannen waarbij periodiek overleg is voorzien voor opvolging en afstemming van acties 182/242 .en patrimoniumbeheer.verduurzamen van aankoop. milieuzorg in het voertuigenpark. enzovoort. duurzaam vastgoed. Binnen de Vlaamse overheid vindt reeds een overleg en afstemming plaats inzake duurzame ontwikkeling in de beleidsdomeinoverschrijdende ambtelijke Werkgroep Duurzame Ontwikkeling (WGDO).en middelenbeheer. Tenslotte is horizontale integratie ook een belangrijke peiler. Het continu zoeken naar interessante partnerschappen tussen entiteiten van de Vlaamse overheid om voorbeeldprojecten op te zetten. zou een constante opdracht moeten zijn. energiezorg.

Europa besliste op de Lentetop 2008 om in haar klimaatbeleid te gaan voor 2020-20: tegen 2020 wil Europa 20% minder uitstoot van broeikasgassen.2009) blijkt dat men verwacht van de Vlaamse overheid dat zij haar voorbeeldrol met betrekking tot milieuzorg opneemt. Insites Consulting en Arcadis (2009). reeds genomen initiatieven. …) worden beschreven in het Vlaams Actieplan Duurzame Overheidsopdrachten (V. PricewaterhouseCoopers (2009). Dit rapport werd opgemaakt door de cel Interne Milieuzorg (Dep LNE) met betrokken entiteiten. 20% energiebesparing ten opzichte van 1990 en 20% hernieuwbare energie. Dep.t.R. Studie uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse overheid. het invullen van de voorbeeldfunctie van de overheid op 183/242 .b. Insites Consulting en Arcadis . Het gebruik van sociale criteria in overheidsopdrachten. Als de thema’s waarop de Vlaamse overheid het eerst moet inzetten worden mobiliteit en energie naar voor geschoven. LNE. Energiebeheer bij het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap 2002-2004. VVSG (2008). Onderzoek naar verwachtingen en mogelijkheden m. Dit rapport werd opgemaakt door de cel Interne Milieuzorg (Dep LNE) met betrokken entiteiten. Eindrapport van de studieopdracht Duurzaamheidscriteria in overheidsopdrachten. Nulmeting en ontwikkeling van een opvolgsysteem voor indicatoren voor een vlootanalyse in het kader van het Actieplan 2007-2010 ’Milieuzorg in het voertuigenpark van de Vlaamse overheid’. Ontwerp van tussentijds rapport Actieplan 2007-2010 Milieuzorg in het voertuigenpark van de Vlaamse overheid’ (2010). De nulmetingen voor de gebouwen en het wagenpark worden ontsloten voor zowel de beleidsmakers als de geresponsabiliseerde topambtenaren als instrumenten ter ondersteuning van efficiëntie. Het is duidelijk dat. elke schakel in de maatschappij een belangrijke rol speelt en dat dus ook de Vlaamse overheid zelf inspanningen moet leveren. Studie uitgevoerd in opdracht van het Dep WSE. om deze reductiedoelstellingen te kunnen verwezenlijken. noodzaak. Studie uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse overheid. . 5 juni 2009). Tussentijds rapport Actieplan 2006-2010 Energiezorg in de Vlaamse overheidsgebouwen (2009).Kwantitatieve vaststellingen: Studies en rapporten Ingenium (2005). Dep LNE. Uit een bevraging van 511 Vlaamse burgers en 287 professionelen (CIBE. CIBE.en duurzaamheidstrajecten.Kwalitatieve vaststellingen: Kwalitatieve en kwantitatieve vaststellingen inzake duurzame overheidsopdrachten (beleidscontext. Daar waar efficiëntie en duurzaamheid elkaar kruisen zal ik er ook voor pleiten om gericht te besparen waar mogelijk. wetgevend kader. maar doelbewust te investeren waar nodig (Beleidsnota 2009-2014 BZ). VITO en RMB (2008). Studie uitgevoerd in opdracht van afdeling Gebouwen van het Agentschap voor Facilitair Management.

een beleid is pas effectief als ook andere actoren (consumenten. De transitieaanpak werd reeds met succes toegepast op verschillende cases zoals “transitiemanagement duurzaam wonen en bouwen” (duwobo) en “transitiemanagement materialen” (Plan C). Dep LNE. Projectomschrijving Dit project focust zich op 2 belangrijke deelprojecten: 1. geïntegreerd optreden van de overheid. De Vlaamse overheid dient dan ook te investeren (ondersteunen en bevorderen) in partnerschappen tussen de actoren zelf (‘zelfbeheer’). Verduurzamen van de Vlaamse overheid in haar ondersteunende processen (duurzame overheidsopdrachten. In dit sleutelproject wordt deze aanpak vertaald en toegepast op andere hardnekkige problemen 17 en systemen. energiezorg in gebouwen. maatschappelijke uitdagingen. bedrijven) deelnemen aan het veranderingsproces. multi-actorbeleid en gedeelde verantwoordelijkheid. learning by doing en opties openhouden essentieel zijn. sociale) van duurzame ontwikkeling aan bod komen en waarbij een langetermijnperspectief. 17 Volgens de transitieliteratuur ‘hardnekkige problemen’ (‘persistent problems’): problemen die complex zijn omdat ze diep ingebed zijn in onze maatschappelijke structuren. aanpak en communicatie.b. die moeilijk te beheren zijn omdat er zoveel actoren met verschillende visies bij betrokken zijn. In zo’n beleid bestaat er een co-productie en co-uitvoering. Een duurzame overheid vereist dan ook een versterkte samenwerking met en tussen actoren. multiactor beleid. Er moet met andere woorden sprake zijn van multi-actorsetting waarbij een grote rol is weggelegd voor stakeholders. Bij transitiemanagement vertrekt men van een systeemaanpak waarbij de drie pijlers (economie. duurzaam vastgoeden gebouwenpatrimonium.o. 2. ecologie. is de rode draad in de Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling. Verduurzamen van de Vlaamse overheid in haar kernprocessen en in relatie met stakeholders met het oog op het verbeteren van haar oplossingsvermogen t. een vorm van multi-actorbeleid.vlak van milieu: prioriteiten.t. Transitiemanagement. Duurzaamheid binnen de kernprocessen en in relatie met stakeholders De Vlaamse overheid wil participatie en partnerschappen stimuleren en geeft het voorbeeld m.v. is een beleid met meer inhoudelijke expertise met een hoger democratisch en representatief karakter. dus de daling van werkingskosten van de Vlaamse overheid en van interne en externe milieukosten. milieuzorg in voertuigenpark) waarbij bijkomend gemikt wordt op de besparingen of vermeden kosten. Immers. 184/242 . Een beleid waaraan meer actoren vorm gegeven hebben. zowel binnen als buiten de overheid. waarvan de ontwikkeling wordt gekenmerkt door een hoge mate van onzekerheid. Studie uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse overheid. 1.

eigenaar.. Er dient immers geïnvesteerd te worden in betere monitoring en communicatie over de inspanningen die de overheid levert op vlak van duurzaam optreden en organiseren. Elementen als rationeel energieverbruik.2. sportcentra.3. indien succesvol. Vlaams Actieplan Duurzame overheidsopdrachten (VR. In dit sleutelproject worden echter enkel die acties vermeld die door alle Vlaamse entiteiten kunnen genomen worden. energiezuinige voertuigen. Uit het MIRA-T 2008 Indicatorrapport (2009) blijkt dat om de milieudruk van verkeer en transport significant te verminderen. toeristische jeugdinfrastructuur. Verduurzamen van vastgoed. De overheid heeft de ambitie om het bouwen van eigen gebouwen en door de overheid gesubsidieerde gebouwen (ziekenhuizen. 22 juli 2006) 21 Het actieplan omvat ook acties van De Lijn om de openbaarvervoervloot milieuvriendelijker te maken. mobiliteit.en gebouwenpatrimonium en energiezorg in gebouwenbeheer De Vlaamse overheid wenst op een duurzame manier om te gaan met haar vastgoed in portefeuille. culturele centra. alternatieve 18 19 Het steunpunt DO hanteert eveneens de term “Impactanalyse voor duurzame ontwikkeling”. het gebruik van milieuverantwoorde materialen. Tenslotte worden in dit deelproject een aantal acties opgenomen met als doel knelpunten weg te werken om te komen tot een rationeel energieverbruik binnen de Vlaamse overheidsgebouwen 20 . 2. 185/242 . 2. een echte trendbreuk nodig is in de CO2-uitstoot van het wegverkeer. Verschillende instrumenten zoals duurzame ontwikkelings effectenbeoordeling (doeb 18 ). Milieuzorg in het voertuigenpark Met het Actieplan 21 2007-2010 ‘Milieuzorg in het voertuigenpark van de Vlaamse overheid’ werkt de Vlaamse overheid doelgericht naar een duurzame mobiliteit binnen haar eigen werking. 20 Actieplan 2006-2010 Energiezorg in de Vlaamse overheidsgebouwen (VR. 2. architectuur en cultuur. gebruiker en beheerder van gebouwen haar gidsfunctie uitoefent. ruimtelijke planning. Duurzaamheid binnen de ondersteunende processen Duurzame overheidsopdrachten Dit deelproject focust op het eerste actieplan 19 en legt de basis voor de verruiming die nodig is om de doelstelling te behalen van 100% duurzame overheidsopdrachten tegen 2020. Duurzame Ontwikkeling Maturiteitsmodel (DOMa) en duurzaamheidsrapportering worden verder uitgewerkt.) te verduurzamen. 2. sociale woningen. 5 juni 2009).. rusthuizen. bibliotheken. In concreto betekent dit dat de overheid als opdrachtgever. scholen. functionaliteit en gebruiksvriendelijkheid. Daarom moeten een doorgedreven modale verschuiving. getoetst en. flexibiliteit en ethische bedrijfsvoering krijgen een volwaardige plaats in de diverse beslissingstrajecten.1.Anderzijds moet de overheid de nodige instrumenten uitbouwen om te toetsen of ze in haar kernprocessen en haar optreden duurzaam bezig is. geïntegreerd in de organisatie van de Vlaamse overheid.

brandstoffen en energiezuinig rijden gestimuleerd worden. 186/242 . ook bij de Vlaamse overheid.

Link met .Opgenomen in deel van “duurzaamheid binnen de ondersteunende processen – energiezorg in gebouwenbeheer” want bijdrage tot verlaging van CO2-uitstoot 150202 VO-rapportering Link met project .Naam n° 150202 Innovatie Vlaamse .In scope maken van ICTinfrastructuur .Er is afstemming nodig met dit Project 4. Barometer slagkrachtige overheid vereist. . In / buiten scope Motivatie Projecten / link met project Fiche. De bedoeling is om één systeem van gegevensbevraging te hebben (bundeling van vragen aan Vlaamse entiteiten). …). kan beschouwd worden als “buiten scope”.4. gebruik makend van onderstaande tabel ] In scope Domeinen (inhoudelijk) Buiten scope De scope werd duidelijk afgelijnd onder “projectomschrijving” en “aanpak & timing”. Duurzame consumptie en productie wordt gestimuleerd.Dit project is een onderdeel van het Vlaams Actieplan Duurzame 150204 Duurzaam sociaal en .Dit project wil evolueren naar een overheid die beschikt over nuttige en accurate informatie. . .Scope [ overzichtelijke toelichting van de scope. De opzet is om als stimuleren’ overheid zoveel mogelijk gebruik te maken van de bestaande technologieën en hierdoor eigen prestaties te verbeteren (energie-winsten. maar in dit Deel sleutelproject wordt niet Milieuvriendelijker geëxperimenteerd.De opzet van dit sleutelproject is overheid: deel niet om innovatie uit te lokken of project “Innovatie in de hierin pilootprojecten uit te Vlaamse overheid voeren. milieuwinsten. Alles wat niet werd vermeld.In de scope bewust 187/242 .

23 Duurzame Ontwikkeling Maturiteitsmodel.a. Het steunpunt DO hanteert ook de term ‘Impactanalyse voor duurzame ontwikkeling. DOMa en DO rapportering Evaluatie van de proefprojecten + eventuele introductie van de instrumenten bij de Vlaamse overheid of de overheidsagentschappen (EVA's.m. Overheidsopdrachten (VR 5/06/09) en werd opgenomen in deze projectfiche.hergebruik van roerende goederen (meubilair) Aanpak & timing 1. Dep LNE. IVA's + departementen) 22 Duurzame ontwikkelings effectenbeoordeling. Duurzaamheid binnen de kernprocessen en in relatie met stakeholders Beschrijving 1.Team DO) Structureel ondersteunen van de transitieprocessen duurzaam wonen en bouwen (DuWoBo). Nieuwe transitieprocessen opstarten op basis van maatschappelijke uitdagingen (sense of urgency): beleidsdomeinen nog te bepalen (Trekker: DAR) Uitwerken van een strategisch stakeholdersbeleid (trekker: Dep WSE i. Duurzaamheid meetbaar en zichtbaar maken (trekker: BZ. DOMa 23 en DO-rapportering Onderling inhoudelijk afstemmen van de instrumenten (mbt criteria) Proefprojecten opzetten voor doeb. WSE. Multi-actorbeleid binnen de Vlaamse overheid stimuleren: Uitbouwen van een kennisnetwerk rond transitiemanagement waarin alle kennis en ervaring (o. UGent/CDO en I-propeller). DAR. Cedubo. LNE) Verder inhoudelijk en procesmatig uitwerken van de doeb 22 . (Samenwerking tussen DAR.s. 188/242 . OVAM. duurzaam materialenbeheer (Plan C) en EDO. AgO) 2. Verder opvolgen en monitoren. goede voorbeelden) worden uitgewisseld in het kader van de Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (trekker: DAR .

Duurzame overheidsopdrachten zijn een hefboom voor de totstandkoming op termijn van een markt voor duurzame producten en diensten. Leidraad sociale criteria: eind 2010 . Hierbij wordt het “uniek loket principe” toegepast.Procesoptimalisatie met oog op efficiëntiewinst: hergebruik wordt gestimuleerd en kosten van nieuwe aankoop worden vermeden. 189/242 . . Rapportering over e-procurement Indicator . een centraal steunpunt met juridische en praktische ondersteuning rond duurzame criteria en met een coördinerende rol binnen de Vlaamse overheid (trekker: Dep BZ) 5. vervoersmiddelen. d. kunnen duurzame overheidsopdrachten tegelijk geld besparen.). Duurzaamheidscriteria verschillende productgroepen: periode 2009-2014 (cf. (trekker: AFM i. ICT. Vlaams Actieplan Duurzame Overheidsopdrachten) 3. WSE.h. MOW). Duurzaamheid binnen de ondersteunende processen Duurzame overheidsopdrachten Beschrijving 1. Helpdesk: november 2010 5. Invoering van het contractmanagementsysteem om globaal overzicht van alle overheidsopdrachten en het aandeel duurzame overheidsopdrachten te verkrijgen (i. LNE. Opmaken van een leidraad sociale criteria voor aankopers en beleid + inbouwen van sociale criteria in ondersteuning en communicatie van duurzame overheidsopdrachten (trekker: Dep WSE) 4.De kosten worden gedragen met de bestaande middelen die daarvoor beschikbaar zijn binnen de betrokken beleidsdomeinen (DAR. het eprocurementprogramma (in opbouw). wordt via web verzameld en ontsloten. 2. .s.i. Meubilair dat overal bij entiteiten staat. Baten .m. enz.1.invoering: vanaf 2011 4. iV. De opvolging gebeurt via een rapportering specifiek over e-procurement (in opbouw) (trekker: Dep BZ) Mijlpalen & 1. Dep WSE) 2. Uitwerken en implementeren van het meest haalbare scenario voor duurzaam en sociaal bewust hergebruik en voorraadbeheer van roerende goederen binnen de Vlaamse overheid (meubilair.k. Opmaken van duurzaamheidscriteria voor verschillende productgroepen (trekkers & betrokkenen: cf. het milieu beschermen (vermeden externe milieukosten) en het maatschappelijk weefsel versterken. Uitbouwen van helpdesk voor aankopers. BZ.2. Vlaams Actieplan Duurzame Overheidsopdrachten) 3.Voorbeeldrol van de Vlaamse overheid: op basis van de kosten over de gehele levenscyclus.v. Uitwerking scenario: 2010 – invoering: 2011 timing 2.Aandeel (in % op basis van €) aan duurzame overheidsopdrachten voor die productgroepen waarvoor de Vlaamse overheid duurzaamheidscriteria heeft bepaald Kosten .

naar een effectief samengestelde vastgoed. duurzaamheid 24 IDEA CONSULT (2010).en gebouwenpatrimonium Beschrijving 1. voor ziekenhuizen) en afstemmen van bestaande afwegingskaders duurzaam bouwen (kantoorgebouwen. 190/242 . De herwerking van de handleiding “Waardering van kantoorgebouwen” die het AFM hanteert als selectie-instrument voor de Vlaamse overheid als bouwheer. OVAM. entiteit die eigenaarschap of gebruiksrecht opneemt. Vb. aanduiding van o. Ondersteunen van de ontwikkeling van een maatstaf/evaluatieinstrument voor eigen en gesubsidieerde gebouwen zodat gebouwen en hun omgeving op alle aspecten van duurzaamheid kunnen beoordeeld worden (coördinator: DAR – team DO): a.- Toepassing van uniek loket principe (helpdesk) Praktische en juridische ondersteuning aan Vlaamse entiteiten Monitoring van (aantal) duurzame overheidsopdrachten binnen de Vlaamse overheid.GIS-applicatie waarbij vastgoed in eigendom via database timing beleidsmatig kan worden geanalyseerd (proefversie loopt): nog te bevragen bij Katrien Goossens (Dep BZ) .t. Werk maken van een proactief vastgoedbeheer om vastgoedportefeuille efficiënt en duurzaam in te schakelen en maatschappelijke doelstellingen sneller te realiseren: a. Verduurzamen van vastgoed. toeristische jeugdinfrastructuur. ook op termijn Europese rapportering vereist 2. Studie gestart in januari 2010 tem juni 2010.en gebouwenpatrimonium & energiezorg in gebouwenbeheer Duurzaam vastgoed.en huurportefeuille mogelijk moet maken. …). verbouwing of renovatie (trekker: AFM . VMM) Mijlpalen & . Studieopdracht voor het opmaken van criteria en typescenario’s die de vertaling van een beleidsvisie over het vastgoed van de Vlaamse overheid op lange termijn. Aanleggen van databank voor het ontsluiten van gegevensbronnen en koppelen aan eigendomsinformatie (GISapplicaties): in kaart brengen van alle gebouwen waar Vlaamse ambtenaren gehuisvest zijn.a. gebruik en budgetallocatie (trekker: Dep BZ) l b. scholen.Ontwikkeling indicator (% van nieuwbouw en gesubsidieerde overheidsgebouwen dat bij integrale afweging m. regeling inzake beheer.betrokkenen: Dep LNE. Ontwikkelen van nieuwe afwegingskaders (vb. aangeven indien niet langer bestemd. Opzetten van voorbeeldprojecten en demonstratieprojecten in de door de overheid gesubsidieerde gebouwen: ontwikkelen van voorbeeldenboek + deelname aan 'open huizen dagen' ter verspreiding van de goede voorbeelden. b.2.b. bij nieuwbouw.Vertaling beleidsvisie in criteria en scenario’s: 2014 . VEA. Verder vertalen van de beleidsvisie in criteria en scenario’s op basis van de resultaten van de studieopdracht 24 (trekker: Dep BZ – Vlaamse Bouwmeester) 2.

Kosten Baten goed scoort): periode 2010-2014 . overheidsgebouwen en de door de overheid gesubsidieerde gebouwen evalueren en eenduidig vergelijken + beantwoorden aan noden vanuit de sector 191/242 . transparante kostenstructuur + externe vergelijking mogelijk (andere regio’s. optimaliseren van huisvestingsbeleid. overheden.LT-planning mogelijk.Herwerkte handleiding (Waardering kantoorgebouwen): december 2010 Binnen de huidige budgetruimte . organisaties) .Via een afwegingskader kan men het ambitieniveau van de Vl.

enz. In nauw overleg met het Teamoverleg Energie 26 zullen er jaarlijks verbruikgegevens opgevraagd worden aan het Dep BZ in het kader van VO-rapportering waaruit specifieke acties kunnen worden geformuleerd – eind 2010 zal eerste rapportering gebeuren over werkjaar 2009 (trekker: Dep BZ i. Nochtans kan de Vlaamse overheid slechts een onderbouwd intern energiebeleid uittekenen wanneer zij uniform zicht heeft op de energiegebruikcijfers van al haar entiteiten. Draagvlak creëren Verankeren van principes en richtlijnen rationeel energiegebruik in de functiebeschrijving van sleutelfuncties als gebouwverantwoordelijken en -beheerders (leidend 25 ambtenaar). aanduiding en invulling van verantwoordelijkheden) kan later als voorbeeld dienen voor andere entiteiten (competentienetwerken) (trekker: Dep LNE – cel IMZ & AFM) Organiseren van periodieke vorming en opleiding + (interne) communicatie naar verschillende relevante doelgroepen op verschillende niveaus (sleutelfiguren. Dep LNE) die trekkersrol vervullen.pagina 11. in opdracht van het dept. kortweg Energieoverleg: maandelijks overleg tussen trekkers van het actieplan “2006-2010 Energiezorg in Vlaamse overheidsgebouwen.s. technische informatie. hiërarchie) + opzetten van informatiepunt (met opleidingspakketten. 27 Ontwikkeling van een methodologie als opstap naar een CO2-neutrale Vlaamse overheid: onderzoek naar haalbaarheid en mogelijke aanpak. alle ambtenaren. Meten is weten Energieverbruikcijfers van de ganse Vlaamse overheid zijn niet centraal gecoördineerd (uniform) beschikbaar. 26 Teamoverleg Energie. handleidingen. Het AFM neemt hierin een voortrekkersrol (cf. Aanpak via pilootentiteiten (AFM. LNE. AFM en Dep LNE) Reken.m. tool wordt gebruikt binnen de Vlaamse overheid ten laatste tegen 2014.) aan de verschillende sleutelfuncties (trekker: Dep LNE – cel IMZ) 2. De gevolgde aanpak (aanpassing van processen. praktische tips. Studie in uitvoer.en rapporteringstool CO2-emissies 27 is klaar en getest op pilootschaal. instructies. 25 192/242 .Energiezorg in gebouwenbeheer Beschrijving 1. Beleidsnota 2009-2014 BZ) (trekker: Dep LNE – cel IMZ) 3. Energieverbruik reduceren Mechanisme uitwerken voor generieke budgetten voor uitvoer Reden van aanpak: zie Tussentijdsrapport Actieplan 2006-2010 Energiezorg in de Vlaamse overheidsgebouwen .

193/242 .30).m. glasfolie.be/index.opmaak uitvoerend bestek voor het plaatsen van fotovoltaïsche panelen op Vlaamse overheidsgebouwen: definitief bestek eind 2010 28 Bestek AMIS/LNE/2009-2/TWOL200800093 Haalbaarheidsonderzoek van het plaatsen van fotovoltaïsche panelen op de daken van Vlaamse overheidsgebouwen: onderzoek naar haalbaarheid en aanpak. http://wiki-ict.a.resultaten van haalbaarheidsonderzoek12: juli 2010 . energiezuinige verlichting.mechanisme generieke budgetten: 2013 . MB van 11 januari 2008 30 De Vlaamse entiteiten opgenomen in het lopende raamcontract.aangepaste functiebeschrijvingen van sleutelfuncties in pilootentiteiten: 2012 . zon. uit beheerresten) (trekker: LNE).a GIS-applicatie Realiseren van energiezuinige aankopen: cf.rapportering van energieverbruikscijfers: jaarlijks . Het AFM is bezig met opmaak van raamcontract voor uitvoer van dergelijke haalbaarheidsstudies (trekker: AFM) Groene stroom aankopen (gelijktijdig dienen wel nodige inspanningen in reductie energieverbruik gedaan worden cf. …) voor entiteiten die geen beroep doen om raamcontracten (trekker: AFM i. actie Duurzame overheidsopdrachten + Groene ICT (acties en mijlpalen cf. Dep LNE-cel IMZ) 4. Bij renovatie / nieuwbouw 29 : haalbaarheidsstudie hernieuwbare energiesystemen is wettelijk verplicht.invoeren van energiebesparende maatregelen: continu . 29 BVR van 23 november 2007. …) via de opmaak van raamcontracten waarin entiteiten kunnen intekenen en promotie (communicatie) ervan. biomassa (o.php/Groene_ICT) Invoeren van structurele energiebesparende maatregelen aan de gebouwen (vb.s.vlaanderen. Verder beschikbaar stellen van informatiepunt (voorbeeldbestekken. 3): sensibiliseren om in bestaande raamcontract 30 te stappen (trekker: AFM en AWV.informatiepunt: 2012 . nemen sinds 1 mei 2009 100% groene stroom af (Tussentijds rapport 2006-2010 Energiezorg in Vlaamse overheidsgebouwen – p. geothermische warmte. isolatie.afd. Elektriciteit en Mechanica Antwerpen (EMA)) .Mijlpalen timing & van energiebesparende maatregelen (trekker: AFM) ~ link actie 1. studieresultaten. Inzetten van duurzame energiebronnen Uitvoering “Haalbaarheidsonderzoek van het plaatsen van fotovoltaïsche panelen op Vlaamse overheidsgebouwen” 28 + Opmaken van uitvoerend bestek voor het plaatsen van fotovoltaïsche panelen op Vlaamse overheidsgebouwen op basis van de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek (trekker: Dep LNE & AFM) Actualiseren onderzoek andere mogelijkheden van productie van duurzame energiebronnen voor bestaande gebouwen (wind.rekentool CO2-emissies: klaar midden 2011 .

v. Het AFM stelt VTE beschikbaar voor opmaak en opvolging van dergelijke raamcontracten. warmte en stoom) in kWh/m² (CO2emissie/m²) Aandeel eigen groene stroom (% eigen productie t.o.Indicator - Kosten Baten - - Energieverbruik (elektriciteit. De inzet voor de realisatie van deze acties (zonder toevoeging van VTE) houdt extra werklast in voor AFM Draagvlak “energiezorg” vergroten Met duidelijke afspraken en functiebeschrijvingen. kunnen efficiëntiewinsten (kostenbesparingen) gerealiseerd worden want de juiste mensen doen de juiste dingen Uniforme rapportering binnen de Vlaamse overheid Mogelijke lastenreductie bij andere Vlaamse entiteiten Reductie van CO2-emissie 194/242 . totaal elektriciteitsverbruik) Aandeel aangekochte groene stroom Binnen bestaande budgetruimte. advies) en beschikbare gegevens. de nodige ondersteuning (informatie. plus assistentie aan entiteiten die zelf instaan voor hun facilitair beleid.

Energiezuinig rijden stimuleren Verankeren van de opleiding energiezuinig rijden in opleidingsaanbod VO via raamcontract (trekker: AFM) Communicatie (sensibilisatie) aan alle personeelsleden die beroepshalve regelmatig gebruik maken van een dienstwagen. Dep LNE-ALHRMG. Werken aan een milieuvriendelijke/energiezuinige vloot Verhogen van de ecoscores 34 zowel voor de nieuwe aankopen als voor de gehele overheidsvloot.m Dep MOW – Fietsbeleid. AgO. tram. 35 Proeftuin elektrisch rijden geïnitieerd door Vlaamse minster Lieten. beschikbaarheid van voertuigen) (trekker: Dep LNE – cel IMZ i. enz.s. Dep BZ) 3.v.s. AFM) Mijlpalen & .d. Dep BZ – Personeelsregelgeving.als voor dienstverplaatsingen (trekker: Dep LNE – cel IMZ) Promoten van verdere uitrol van telewerken 32 in de Vlaamse overheid want telewerken is een vorm van efficiënt werken en baten wegen op tegen investeringskosten (trekker: Dep BZ. resultaten vlootanalyse en rekening houdend met doelstellingen van het MINA-4 (timing: december 2010) en opmaak en uitvoer van plan van aanpak (periode 2011-2015) (trekker: Dep LNE – cel IMZ i. AFM (Impulsfonds)) Verhogen van de fietsvergoeding 33 (trekker: Dep LNE – cel IMZ i.f.v. bus) ~ zie duurzaam gebouwenpatrimonium] 2.Sensibilisatiecampagne STOP-principe: 2011 31 32 STOP-principe: eerst stappen en trappen. AFM.s. HEP: Handboek voor promotie van e-work 33 Personeelleden van de Vlaamse overheid kunnen genieten van gratis openbaar vervoer voor woonwerkverkeer en van een fietsvergoeding (momenteel 0. AFM.15 euro/km) voor het volledige woonwerktraject of voor een gedeelte ervan. dan openbaar vervoer en tenslotte privé-vervoer. waarbij het uitfaseren van oudere en vervuilende wagens moet leiden tot een hogere gemiddelde ecoscore: Bepalen van ecoscoredoelstellingen a.2.h.3. Dep BZ en VITO) Dep LNE – cel IMZ start in 2011 een pilootproject elektrisch rijden waarbij activiteiten worden afgestemd op andere initiatieven 35 : Haalbaarheidsstudie (K&B) elektrisch rijden bij de VO (timing: voorjaar 2011) en start pilootproject (testen): i. IWT. worden opgeroepen een opleiding energiezuinig en defensief rijgedrag te volgen (trekker: Dep LNE – cel IMZ i. Dep BZ – Beleid) [Vlaamse overheid streeft ernaar om haar diensten in de mate van het mogelijke te huisvesten in de buurt van stations (trein.s. 195 . Flanders drive.m. Dep LNE – AMNE. Milieuzorg in het voertuigenpark Beschrijving 1.m. Een indexering van de fietsvergoeding (ongewijzigd sinds 1 september 2000) is gewenst om de toegenomen kosten voor fietsuitrusting en –onderhoud op te vangen. Dep LNE – ALHRMG.m. Werken aan een doorgedreven modale verschuiving bij personeel van de Vlaamse overheid Sensibilisatie: toepassing van STOP 31 -principe (en carpooling) stimuleren met zowel aandacht voor woon-werk. 34 Bij aankoop en leasing van nieuwe dienstvoertuigen in 2010 is het streefcijfer dat 80% van de voertuigen een ecoscore heeft hoger dan 65.

secretaris-generaal Dep LNE Projectverantwoordelijke Coördinatie en eindredactie beleidsmedewerker. 196 . In het regeerakkoord zijn andere belangrijke punten opgenomen voor een beter en veiliger fietsbeleid. Betrokken partijen (in de uitwerking van het sleutelproject) Entiteit (intern) / organisatie (extern) Dep LNE Dep LNE Dep LNE Dep LNE OVAM OVAM Dep WSE AFM 36 Vertegenwoordiger 36 Emma De Spiegeleer Kris Rongé Jan Kielemoes Jeroen Cockx Ann De Boeck Johan Vanerom Els De Leeuw Stefan De Fraine Betrokken in de opmaak van de fiche (insteek. Het is nog onzeker of er in het kader van de lopende onderhandelingen voor een nieuw sectoraal akkoord een verhoging van de fietsvergoeding komt.500 euro Voorbeeldfunctie Vlaamse overheid Minder schadelijke emissies (vermeden externe milieukosten) Kostenbesparing: minder brandstofkosten en onderhoudskosten Beïnvloeden van de markt voor nieuwe voertuigtechnologieën door meer doorgedreven milieucriteria (hogere ecoscores) op te nemen in haar overheidsopdrachten Modale verschuiving Tevredenheid van huidige fietsgebruikers want de huidige fietsvergoeding vangt de kosten voor fietsuitrusting en –onderhoud niet meer op. aankoop elektrische laadpaal: ± 3.timing - Indicator Kosten Baten Knelpunten – risico’s - Fietsvergoeding verhoogd tot 0.20 euro/km: voor einde van 2014 Plan van aanpak voor verhoging gemiddelde ecoscore voertuigenpark: juni 2011 Haalbaarheidsstudie en pilootproject elektrisch rijden: periode 2011-2014 Raamcontract energiezuinig rijden beschikbaar: 2de helft 2010 Communicatie rond energiezuinig rijden: najaar 2010 Gemiddelde ecoscore dienstvoertuigen (per entiteit) Binnen beschikbare budgetruimte Acties van VITO passen in de referentietaken Richtprijs aankoop elektrische en plug-in hybride: ± 35.000 euro. Dep LNE van projectfiche: Katrien Cooman. opmerkingen. … aangeleverd). Betrokkenen uitwerking sleutelproject Trekker Jean-Pierre Heirman.

AFM AFM AFM Dep DAR Dep DAR Dep BZ Dep BZ Dep BZ Dep BZ Dep BZ Dep BZ Dep BZ Dep BZ AgO AgO AgO Peter Bockstaele Carl Vranken Gert Potoms Ilse Dries Frederik Claerbout Bart Zoete Philippe Herbosch Philippe Van den Spiegel Wouter De Boeck Christa Dewachter Joris Scheers Jan De Mulder Maries Van der Auwera Gerda Serbruyns Patricia Van den Bossche Sabien Verhulst 197 .

het rapport van de Commissie Efficiëntie en Effectieve Overheid en het Pact 2020. Strategische doelstelling 4 De Vlaamse overheid verbetert haar oplossingsvermogen t. Om de efficiëntiewinsten te kunnen realiseren en te stimuleren. maatschappelijke uitdagingen. Efficiëntiewinsten moeten significant en meetbaar zijn. deze transparant te maken en zich te laten benchmarken. moet de administratie aangespoord worden om efficiëntiewinsten te realiseren. 198 . organisaties en bedrijven. Sleutelproject 4.’. In het Pact 2020 wordt gepleit voor een slagvaardige overheid en vraagt men concreet (doelstelling 18) dat de Vlaamse Administratie op korte termijn een set van outputgerichte indicatoren ontwikkelt die de efficiëntie. moeten deze ook in kaart kunnen worden gebracht. In combinatie met een verbeterde verantwoording verhoogt zij daardoor het vertrouwen en de tevredenheid van burgers. Voor de verbetering van de efficiëntie en effectiviteit van haar werking is het noodzakelijk dat de overheid de prestaties en effecten van de publieke sector beter kan volgen en internationaal kan benchmarken.v. rekening houdend met de gewenste rol van de overheid op de diverse domeinen en de context waarin de Vlaamse overheden optreden. Ook de Commissie Efficiënte en Effectieve Overheid ziet hier een belangrijke uitdaging: ‘Vlaanderen beschikt momenteel over weinig gevalideerde data en indicatoren op basis waarvan de performantie van het overheidsoptreden met andere landen of regio’s vergeleken kan worden en die toelaten om na te gaan of de overheid de gewenste diensten tegen de beste prijs-kwaliteitsverhouding kan leveren. Efficiëntiewinsten moeten ook auditeerbaar zijn en een benchmark met vergelijkbare regio’s kunnen doorstaan.3.Meerjarenprogramma slagkrachtige overheid Sleutelprojecten fiche 4. Het regeerakkoord bepaalt in het kader van het behalen van efficiëntiewinsten ondermeer het volgende: ‘om een zuinige overheid te zijn. kunnen we ondermeer verwijzen naar het regeerakkoord.a.3: Barometer slagkrachtige overheid  Situering Kwalitatieve vaststellingen: Voor het beschrijven van de context van het voorliggende strategisch project.’. effectiviteit en kwaliteit van het overheidsoptreden meet.

162. Benchmarking van het overheidsoptreden op regionaal niveau blijkt volgens een SBOV-rapport om meerdere redenen een moeilijke opgave.971 36.475 35.509. verschillen in registratie en beschikbaarheid van data. Tijd dus om op zijn minst op Vlaams niveau initiatieven te nemen om kwaliteitsvolle meetsystemen op te bouwen.025 36.Het aantal personeelsleden in Vlaamse Administratie: Diensten Vlaamse overheid volgens Raamstatuut personeel personeels loonkost in aantal capaciteit euro (koppen) (bruto VTE) 26.4 / 27.223.577 2006 2007 2008 2009 Bron: BZ. Eerste aanzetten (let op definities van overheid verschillen!): . met dit project beogen we een set van kernindicatoren te definiëren en aan te geven hoe we de nodige informatie zullen verzamelen.922 23.8 1. volledige en correcte informatie kunnen beschikken om de efficiëntiewinsten op het vlak van bestuurlijke organisatie en de effectiviteit en kwaliteit van haar dienstverlening te kunnen meten. Kwantitatieve vaststellingen: Momenteel zijn er enkel internationale (zie OESO-rapport) en Belgische (zie rapporten NBB) studies beschikbaar over de performantie van de (Belgische) overheid.288 Diensten Vlaamse overheid volgens ESR (consolidatierekening) personeel personeels loonkost in aantal capaciteit euro (koppen) (bruto VTE) 38.125.726 25.4 1.8 1.De Vlaamse overheid moet over actuele. Deze informatie is essentieel om verantwoording te kunnen afleggen ten aanzien van het Vlaamse parlement en de stakeholders en om zich te kunnen vergelijken met andere landen en regio’s met een gelijkaardige dienstverlening.952. In de mate van het mogelijke (cf. 2006-2008.De uitgaven van de Vlaamse overheid volgens COFOG nomenclatuur.279.357.570 40.453. beschikbare data voor vergelijkbare regio’s) en wenselijke (cf. Uit een eerste analyse over de mogelijkheid om de OESO-indicatoren “Governance at a Glance” in te vullen op het niveau van de deelstaten.304.935 28.6 1.793.496 25. Kortom.223 28.699. bleek dat dit maar in zeer beperkte mate zou lukken.859. toebedeelde taken van de overheid) is een benchmark met andere regio’s en landen mogelijk.036 34. Door een opvolging doorheen de tijd kunnen dan alvast voor de Vlaamse overheid uitspraken gedaan worden over de verbetering op strategisch niveau. SBOV kreeg als opdracht een vergelijkende studie te maken over het personeelseffectief in de Belgische regio’s.935.863 24.571.0 1. in % BBP OMSCHRIJVING 2008 VG 2007 VG 2006 VG 2007 2007 België EU-15 199 .206.791. VO-rapportering .734734.768. Ook deze studie botste op problemen omwille van verschillen in afbakening en definitie van “overheid”.4 / 39. data te verzamelen en te ontsluiten voor strategische rapporteringen.221.744 40.6 1.

1 2.48 1. in dotatie).32 10.onbekend 0. hebben we ook data nodig over de outputs die we dan moeten koppelen aan de inputs.0 1. Daarnaast heeft het beschikbare materiaal enkel betrekking op de zogenaamde inputs.5 6.03 sociale bescherming 1.9 1.6 1.5 De uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap uitgedrukt in percentage van het BBP steeg tussen 2006 en 2008 van 10. Beleidskredieten staan in beleidsprogramma’s oplopend vanaf kenletter D.56 4. De apparaatkredieten zijn dus kredieten waarmee geen dienstverlening aan de burgers en bedrijven kan gebeuren.08 0. werkingskosten (ESR12) of overige vermogensgoederen (ESR74) van programma A en van de DAB’s en rechtspersonen die geconsolideerd worden.13 voorzieningen gezondheid 0.25 4. Er zijn momenteel geen data beschikbaar over output van de overheid.32 1. De Vlaamse regering hanteert een andere omschrijving van apparaatskredieten namelijk alle lonen (ESR11).00 1.14 1.5 1. Indien de uitgaven onder programma C ‘Algemeen’ en de uitgaven van de DAB’s vanuit het programma A ‘Apparaatskredieten’ of het programma ‘Algemeen’ hieraan worden toegevoegd.00 0.17 1. Agentschap Centrale Accounting 0.32%.2 0.38% tot 11. cultuur en godsdienst 0. Zij staan in de begroting hoofdzakelijk onder programma A ‘apparaatskredieten maar zijn ook terug te vinden in programma B (indexaanpassing) en C ‘algemeen’.47 huisvesting en gemeenschappelijke 0. Zo heeft de VG als deelstaat geen uitgaven met betrekking defensie en openbare orde. Voor instellingen is de situatie verschillend (vanuit Apparaatskredieten en Algemeen.6 1.5% van de totale uitgaven van de Vlaamse gemeenschap.00 0.2 0.7 miljard euro in 2009.00 economische zaken 1.6 0. komt het CAG uit op 10% op een totaal uitgavenbudget van de Vlaamse overheid.87 milieubescherming 0.1 6. Een vergelijking met België en EU-landen is moeilijk omdat de bevoegdheden verschillen. wel van privé sector (uitgedrukt in toegevoegde waarde).3 0. Een groot deel van de financiering van de gezondheidszorg loopt via de Sociale Zekerheid en de FOD Sociale Zaken & Volksgezondheid. samen 3.35 0.00 openbare orde en veiligheid 0.2 2.12 0.2 0.54 0.09 algemeen overheidsbestuur 2.0 1.5 2.6 4.5 5.18 0.41 0.38 2.76 0. 200 .41 TOTAAL 11.45 10.56 defensie 0.13 recreatie. Het gaat voornamelijk om personeelskosten en werkingskosten met inbegrip van aankoop van IT-materiaal.13 0. Willen we überhaupt iets zeggen over de efficiëntie van het overheidsoptreden.14 0.6 20.5 22.71 0.3 0.23 Bron: NBB. Aandeel van apparaatkredieten in overheidsuitgaven Vlaamse Gemeenschap Onder apparaatkredieten verstaan we de kredieten die de werking van de Vlaamse overheid mogelijk maken.00 0.54 onderwijs 4.94 1. De apparaatskredieten van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap bedroegen in 2009 sensu strictu (programma A) ongeveer 724 miljoen euro of 2.

Het wantrouwen is het grootste in landen als Oekraïne.728 1.v.892. De tevredenheid over de verstrekte informatie ligt hoger bij hoger geschoolden en jongeren. Lidmaatschap van een vereniging noch politieke activiteit heeft een significante invloed op de tevredenheid over de verstrekte informatie. Internationale vergelijking geeft aan dat de Vlamingen meer vertrouwen hebben in instellingen dan doorsnee in Europa. Informatie verstrekt door de overheid Meer dan 40% van de bevolking vindt dat de overheid correcte en nuttige informatie verstrekt.133.59 miljard euro apparaatskosten of 6.o. Een meerderheid stelt dat de meeste informatie te ingewikkeld is. Enkel in 2008 werd een lichte toename aan administratieve lasten gemeten. Bulgarije en Roemenië. burgers. Op basis van hun voorlopige oefening komen ze uit op 1. 201 . Mannen zijn duidelijk strenger in hun oordeel dan vrouwen.634. 2009). Mensen die tevreden zijn over hun leefsituatie reageren positiever. Minder dan een kwart krijgt voldoende informatie over genomen beslissingen. Administratieve lasten t. Bijna vier op tien beweert geen tot helemaal geen vertrouwen te hebben. Het globale vertrouwen in de overheid is er de jongste jaren lichtjes op achteruit gegaan. .129. Jongeren reageren iets positiever dan ouderen. Ongeveer evenveel personen geven aan dat er te weinig informatie wordt gegeven en dat deze moeilijk te vinden is. stuk 12 (2009-2010)-nr1) moet de berekening van de apparaatskosten verder worden uitgezuiverd. bedrijven In euro 2005 2006 2.8% van de totale Vlaamse uitgaven (2008). Vertrouwen in overheid In de lente van 2009 had amper een zesde van de bevolking vertrouwen in de overheid. Ongeveer de helft van de bevolking heeft geen mening (SCV-survey. De Scandinavische landen scoren het hoogste.098 976. De houding van de bevolking is de jongste jaren amper gewijzigd.365 Bron: DWM Sinds de invoering van de compensatieregel binnen de Vlaamse overheid (sinds 1/1/2005) werd jaarlijks een afname van de administratieve lasten van nieuwe of wijzigende regelgeving gemeten.528 23.Volgens de SERV (Evaluatie begroting 2010.007 2008 2009 Nettosaldo 12.666 4.Klantvriendelijkheid overheidsinstellingen Een op zes Vlamingen heeft een slechte tot zeer slechte indruk van de klantvriendelijkheid van de overheid terwijl vier op tien een positieve indruk heeft. wie zich politiek machteloos voelt is echter minder tevreden.

De beschikbaarheid van input. Scope Dit project start met een inventaris van de informatie die nodig is om de kernindicatoren voor de opvolging van de strategische doelstellingen van het Meerjarenprogramma Slagkrachtige overheid te kunnen meten. vervolgmeting. De verantwoordelijkheden kunnen verschillen naargelang de fase van monitoring (definitie. ontsluiting en aggregatie op niveau van de Vlaamse overheid. 202 . Er wordt vervolgens aangegeven in welke mate de andere sleutelprojecten een bijdrage kunnen leveren en waar er lacunes blijven bestaan. Hiervoor verwijzen we naar andere sleutelprojecten zoals nuttige rationalisering ter ondersteuning van klantengedreven IT (2. In een volgende fase kan het ambitieniveau van dit project worden verruimd. ontsluiting). In een eerste fase werd nagegaan welke informatie beschikbaar is (bron) en welke informatie ontbreekt. De beschikbare informatie zal uiteraard ook zijn nut bewijzen voor andere strategische rapporteringen zoals het Pact 2020 (zie doelstellingen 18-20) en “Governance at a glance”. Met dit sleutelproject leggen we de puzzel samen en vullen we de ontbrekende stukken aan. de aggregatie van data op het niveau van de Vlaamse overheid en de ontsluiting ervan. We houden ons in dit project ook niet bezig met de IT-infrastructuur en de ontwikkeling van meetsystemen nodig om gegevens te ontsluiten en met elkaar te verbinden. In de mate van het mogelijke duiden we hiervoor instanties aan die hieraan in de toekomst zullen werken. In bijlage 1 geven we een overzicht van de informatiebehoeften voor het meten van de kernindicatoren. telkens met als onderverdeling: definitie van begrip. nulmeting.2) en geïntegreerde Vlaamse publieksbalie (3. overlegplatformen en registratiesystemen. De inspanningen voor de dataverzameling moeten in verhouding staan tot de meerwaarde dat deze indicatoren hebben voor de domeinen. Dit project wil duidelijke afspraken vastleggen wie de verantwoordelijkheid heeft voor het definiëren van de gehanteerde begrippen. Voor een aantal kernindicatoren wordt uitgekeken naar de resultaten van andere sleutelprojecten. de nulmeting. vervolgmeting.1). Er wordt maximaal gebruik gemaakt van bestaande of lopende studies. Het heeft weinig zin om nieuwe sets van indicatoren te ontwikkelen als we er niet in slagen om gevalideerde indicatorensets concreet inhoud te geven.en outputgegevens en de koppeling hiervan maakt het mogelijk om prestatiegericht te begroten. initiatieven van diensten.Projectomschrijving Doel Het sleutelproject “Barometer Slagkrachtige Overheid” zal in de eerste plaats focussen op het aanleveren van essentiële data voor het berekenen van de kernindicatoren die door het ambtelijke (CAG) en het politieke niveau (Vlaamse Regering) worden aanvaard om het doelbereik van de vier strategische doelstellingen voor het Meerjarenprogramma Slagkrachtige Overheid op te volgen. de vervolgmeting. nulmeting.

Buiten scope 203 . burgers. tevredenheid over informatie verstrekt door overheid Ontsluiting via gemeenschappelijke Platforms. loonkost) WVG: definities dashboard: personeel.v. financiën b) DBZ/DWM en DAR/Stafdienst-cel DO: maatschappelijke betrokkenheid van actoren -studie rond consultatiebeleid c) DFB. surveys a) BZ/AGO: klantentevredenheidsmeting van enkele diensten met belangrijke dienstverlening t. In scope Nog te ontwikkelen gemeenschappelijke definities. tevredenheid over voorzieningen. bedrijven.1 doorlooptijd strategische projecten. c) BZ/AFM: energieverbruik kantoorgebouwen VO d) LNE-Interne Milieuzorg: eco-score dienstwagens VO e) DAR/SVR: aanmaak van statistieken over consumptieve bestedingen van gewesten en gemeenschappen (zie project met NBB) f) BZ/MAGDA en DAR/GDI: gebruik authentieke bronnen g) domeinen: beheerskosten per proces.Deze overzichtstabel geeft enkel de acties weer die nodig zijn voor het invullen van de kernindicatoren en weerspiegelt helemaal niet de volledige of exclusieve activiteit van de betrokken dienst. outputs processen gekoppeld aan inputs (zie beheersovereenkomst/managementovereenkomst en economische boekhouding).b. doorlooptijd processen Kwaliteitsmeting en percepties o. lokale besturen b) DAR/SVR: SCV-survey met periodiek opname van specifieke modules over vertrouwen in instellingen. ziekteverzuim. domeinen: redelijke behandelingstermijn Dataverzameling: nog niet beschikbaar: streefdatum tegen eind 2012 Administratieve data: a) DBZ/DWM: Impactmetingen AL zullen gebeuren in aantal dossiers en via compensatieregel maar geen grootschalige meting meer.5 rationalisatie IT: kosten innovatieve realisaties c) Werkgroep 4. concepten: streefdatum tegen eind 2011 (zie ook sleutelprojecten) a) DBZ/PIB: Werkgroep definities VO-rapportering rond zes thema’s (al beschikbaar: VTE.v.3 interne staatshervorming: intermediaire structuren e) Werkgroep 2. b) DBZ: duurzame opdrachten op basis van criteria via CMSe-procurement en module opmaak bestek.a. MOF. ACA: definitie apparaatskosten (advies SERV) d) Werkgroep 1.

aandeel MOF en IT-kosten.Vertrouwen instellingen: vergelijkbaar met landen (Eurobarometer-beschikbaar) .Egov-indicatoren (Eurostat): vergelijkbaar met landen (beschikbaar. c) DBZ/DWM: administratieve lasten via SAMBAL. planlasten lokale besturen b) DBZ/E-IB/VO-rapportering: IT-kosten. apparaatskredieten h) Vlaamse Ombudsdienst: klachten redelijke behandelingstermijn i) WGDO: indicatoren DO j) DAR/BZ: geïntegreerd platform gebruik authentieke bronnen. arbeidsproductiviteit. . de tussenstappen om dit doel te bereiken en de tussentijdse resultaten. Definitieve begrotingscijfe rs en uitvoering: zie ORAFIN Voor de belangrijkste deelprojecten werd een informatiefiche opgesteld met vermelding van het finaal beoogde resultaat. Eurobarometer.SVR: Productie regionale data overheidsbestedingen (project NBB-SVR).t klantentevredenheidsmetingen f) DAR/SVR: analyse regionale overheidsbestedingen (NBB). duurzaam optreden VO Aanpak & timing BUTEO: enkel ondersteuning van opmaak begroting. analyse van ICT-enquête (ADSEI-Eurostat). SCV-survey g) DFB/ACA: overheidsuitgaven. later MOF.informatiesystemen: streefdatum tegen eind 2012 a) BZ/ABB: realisatiegraad interne staatshervorming.SVR: SCV-survey . beheerskosten bepaalde processen d) DBZ/PIB-VO-rapportering rond zes thema’s (zie nota CAG 28/4). maar indicatoren in herziening) . IT kosten e) BZ/AGO: geaggregeerde data m. ziekteverzuim en personeelskost al beschikbaar).AGO: klantentevredenheidsmetingen over entiteitsgebonden en entiteitsoverschrijdende dienstverlening 204 . (personeelsaantallen.Overheidskost en productiekost volgens internationale nomenclatuur (project NBB-SVR): vergelijking Vlaams gewest met andere gewesten en België .b. betrokkenheid maatschappelijke actoren (Inter)nationale benchmarks: streefdatum tegen eind 2012 .DBZ: VO-rapportering (ruim) .Vergelijking administratieve lasten. Volgende deelprojecten worden gedocumenteerd: .

en Informatiearchitectuur Vlaamse Overheid). Eindpunt ontwikkelingsfase en begin operationele fase: een ‘on going’ project Realisatie en timing Beschrijving Tussentijds resultaat tussenstappen (wat moet er gebeuren) Definiëring en initiëring • Project eenduidige begrippenkader Vlaamse opgestart overheidsrapportering • Project PIAVO opgestart (Proces.Deelproject 1: VO-rapportering Contactpersoon: Noël Van Herreweghe (projectleider) en Wouter De Boeck (werkgroep barometer) Het finale doel van VO-rapportering is om op het niveau van de Vlaamse administratie te komen tot een afsprakenkader over te hanteren begrippen (definities) voor strategische rapporteringen en ontsluiting van bedrijfsinformatie (een loket met verwijzingen naar bronnen). Concreet te verwachten outputs zijn een dashbord VOrapportering en website met bedrijfsinformatie. PITA). MODO. wanneer mogelijk finaliseren en wanneer relevant evalueren van een aantal al gestarte deelprojecten (eenduidig begrippenkader. voortzetten.ontwikkeling meetinstrument • PITA (Project Info en Tijdsadministratie). een deltabepaling haalbaarheidsstudie met tussen de huidige en gewenste betrekking tot het Programma situatie Vlaamse • Identificatie en stappenplan met overheidsrapportering betrekking tot de deelprojecten Vlaamse overheidsrapportering • Haalbaarheidstudie Vlaamse overheidsrapportering • Validatie managementindicatoren • Opstarten.ontwikkeling meetinstrument • Project WIKI gerealiseerdontsluitingsplatform Behoefte. voortzetten.ontwikkeling meetinstrument • Project P&O (Personeel en Organisatie) op kruissnelheid • MODO (Project Monitoring Doelstellingen).en • Behoeftestudie. Opvolgen en coördineren van Opstarten. project P&O. Piavo. wanneer mogelijk 2009 2010 2011 205 .

) als het “applicatieve / technologische” element. project P&O. Finaliseren van de prioritaire projecten. project PIAVO.en subprojecten. Het aantal VTE’s moet verdeeld worden over de personen in de kerngroep (BZ) en de ondersteunende diensten van de verschillende entiteiten binnen de beleidsdomeinen van de Vlaamse Overheid.en subprojecten.en subprojecten. 2013 2014 finaliseren en wanneer relevant evalueren van deel. voortzetten.en subprojecten (project PIAVO.en communicatieplan (zie 1. project PIAVO. professioneel geduid en geïnterpreteerd alsook passend verspreid wordt conform de behoeften van de doelgroep. Het begrip “Ontwikkelingsfase” wordt gezien als ontwikkeling van zowel het “business”-gedeelte (processen. project ICT..en subprojecten (project eenduidig begrippenkader. “ 206 . Opvolgen en coördineren van de deel. Kosten en baten Het projectplan is nog in volle ontwikkeling. locatie enz. Realisatie en timing – 2010). Project Vlaamse overheidsrapportering op kruissnelheid. project F&B.de deel. project Facilitair Management) Relevante en eenduidig gedefinieerde management. project F&B.en beleidsinformatie die zoveel mogelijk geautomatiseerd verzameld. project Facilitair Management) Opstarten. Finaliseren van de prioritaire projecten. wanneer mogelijk finaliseren en wanneer relevant evalueren van deel. is de huidige situatie met betrekking tot de personeelskosten onduidelijk.a) Uitbesteding (consultancy) Is een % van de VTE Niet voldoende informatie beschikbaar. Een juiste en volledige inschatting van alle kosten en baten is bijgevolg momenteel niet mogelijk. project ICT. 2012 Opvolgen en coördineren van de deel. organisatie. project ICT. Indien VO-rapportering in al zijn aspecten gerealiseerd moet worden. Kosten en baten zullen bovendien zeer afhankelijk zijn van een aantal factoren die op dit ogenblik moeilijk in te schatten zijn zoals het aantal entiteiten dat zal aansluiten en voor welke onderdelen (en in welk jaar).en subprojecten (project eenduidig begrippenkader. of ze via een nieuw te bouwen interface zouden werken enz… KOSTEN (in euro) Ontwikkelingsfase (eenmalig) Personeelskosten Personeelskosten zijn gerelateerd aan de resultaten van de deltabepaling en het organisatie. project Facilitair Management) Voortzetten. wanneer mogelijk finaliseren en wanneer relevant evalueren van deel. Finaliseren van de prioritaire projecten. Werkingskosten Investeringskosten (IT e. project F&B.

gemeenschappen. Kosten die zullen wegvallen zijn bv.b. de investeringen die de entiteiten doen voor het ontwikkelen en beheren van hun eigen rapporteringtools. België Regionale budgettaire statistieken 2009 2010 Verkenning van probleemvelden en beschikbare bronnen voor berekenen van verdeelsleutels per entiteit Productie van feitentabellen Verder zetten van productie van 2011 2012 207 . Uitbesteding Kosten die verminderen: Niet voldoende informatie beschikbaar. Personeelskosten die zeker wegvallen: inzet voor bouwen van ad hoc rapporten. zowel centraal als decentraal Werkingskosten % van de personeelskosten Investeringskosten (IT e. BATEN (in euro) Operationele fase (recurrent) Kosten die volledig wegvallen Personeelskosten * Afhankelijk van de uitrol. Officiële start van project op 1/9/2009 Theoretisch model voor regionalisatie van consumptieve uitgaven van de overheden in België conform internationale standaarden Consumptieve uitgaven van gewesten. overheidsbestedingen Contactpersoon: Thierry Vergeynst Realisatie en timing Het finaal beoogde eindresultaat is een betrouwbare regionale opdeling van consumptieve uitgaven van de overheden (uitgaven van Vlaamse Gemeenschap en Vlaams Gewest) vertrekkende van de nationale rekeningen (dus conform nomenclatuur opgelegd door Eurostat) die benchmarking toelaat met de andere gewesten (en eventueel internationaal).t. Deelproject 2: meer regionale data m.Andere “ Operationele fase (recurrent): Niet voldoende informatie beschikbaar. Nieuwe inkomsten: Niet voldoende informatie beschikbaar. Eindpunt ontwikkelingsfase en start operationele fase: september 2011 Beschrijving tussenstappen (wat moet er gebeuren) Onderhandelen van overeenkomst met NBB en drie gewesten Tussentijds resultaat Protocol over te bereiken output van het project en inzet van personeelsmiddelen per partner.a) Efficiëntere inzet van mensen en (ICT-)middelen maar afhankelijk van de uitrol.

b.536 euro Werkingskosten Deel van algemene werkingsmiddelen van SVR Investeringskosten (IT e. Er zullen geen inkomsten zijn omdat SVR de regionale statistieken gratis zal ter beschikking stellen van andere diensten van de VO vanuit haar functie van “eenloketstatistiek”. ze worden ook niet verminderd omdat we tot op heden geen activiteiten konden ontwikkelen zonder toegang te hebben tot databanken van NBB.1VTE Operationele fase (recurrent): geen BATEN (in euro) Beschrijving baten: korte omschrijving. Er vallen geen kosten weg.t. Nu hebben we enkel cijfers op landenniveau en kunnen kernindicatoren m. met België en opgesteld zijn volgens internationale standaarden.a) Aankoop laptop met software: 1200 euro Uitbesteding (consultancy) / Andere Bijwonen van technische werkgroep: 5 keer per jaar op niveau expert-adviseur: 0.2013 2014 regionale data en eventuele verdere verfijning van methode Jaarlijkse rapporten Idem Kosten en baten Beschrijving kosten in ontwikkelingsfase: korte omschrijving SVR stelt gedurende 2 jaar (september 2009 tot september 2011) 1 personeelslid ter beschikking van het project (contractuele werving van bepaalde duur op niveau van adjunct van de directeur) Beschrijving kosten bij toepassing: geen. verder zetting door NBB KOSTEN (in euro) Ontwikkelingsfase (eenmalig) Personeelskosten 3439 euro per maand x 24= 82. We zullen vanaf 2012 beschikken over regionale statistieken die vergelijkbaar zijn met andere gewesten en gemeenschappen. overheidsbestedingen van het Pact 2020 en het MJP slagkrachtige overheid niet worden ingevuld. Operationele fase (recurrent) Kosten die volledig wegvallen: geen Kosten die verminderen: geen Nieuwe inkomsten: geen 208 .

volledige documentatie van vragenlijst. de steekproeftrekking. 209 . Beschrijving tussenstappen (wat Tussentijds resultaat moet er gebeuren) Module over vertrouwen instellingen. Eindpunt ontwikkelingsfase en start operationele fase: tweejaarlijkse dataset met resultaten over bovenvermelde thema’s.1 en 4. codering van open vragen.6 VTE (7 maanden) en door 1 medewerker op B-niveau (0.2 informatie overheid / Module over vertrouwen instellingen. 4. de opmaak van het bestek voor uitbesteding veldwerk en toewijzing aan bureau.3. Dit behelst de samenstelling van de vragenlijst.3. … voor geheel van de enquête. vertrouwen in instellingen.2 informatie overheid / 2009 2010 2011 2012 2013 2014 Kosten en baten Beschrijving kosten in ontwikkelingsfase: De organisatie van de survey naar waarden. Dataset met resultaten enquête: tevredenheid voorzieningen en bruikbaar voor berekenen van gevoerde beleid. Naast vaste modules worden op periodieke basis ad hoc-modules opgenomen (indicatoren. proces en dataset.3 Module over vertrouwen. Dataset met resultaten enquête: tevredenheid voorzieningen en bruikbaar voor berekenen van gevoerde beleid. op vraag van diensten VO). weging van dataset ingeval van over/ondervertegenwoordiging groepen. informatie Idem overheid Module over vertrouwen instellingen.1 en 4. 4. beheersovereenkomst SVR). houdingen en gedragingen behoort tot de kerntaken van de Studiedienst van de Vlaamse Regering (zie beleidsnota DAR. tevredenheid over aanbod voorzieningen en gevoerde beleid.9 VTE). houdingen en gedragingen (SCV-survey) Contactpersoon: Ann Carton Realisatie en timing SVR bevraagt periodiek een representatief staal Vlamingen (18-85j) over hun perceptie en tevredenheid over informatie van de overheid.000 euro op jaarbasis). De begeleiding van het surveyproject gebeurt regulier door 1 senior expert/onderzoeker voor 0.1 en 3. Dataset beschikbaar einde van het jaar waarin veldwerk plaats vindt. de opleiding van enquêteurs. tweewekelijkse opvolging van veldwerk. Dataset met resultaten enquête: informatie overheid bruikbaar voor berekenen van kernindicatoren 4.Deelproject 3: Survey naar waarden. Deze ad hocmodules maken deel uit van de globale organisatie en kostprijs voor uitbesteding van het veldwerk (ongeveer 200. tevredenheid kernindicatoren 3. oplevering van bestand. tevredenheid kernindicatoren 3.

De SCV-survey bestaat nu al 13 jaar en kan bogen op continuïteit en stabiliteit. Realisatie en timing Beschrijving tussenstappen (wat moet er gebeuren) Voorleggen lijst van bestaande klantentevredenheidsbevragingen aan CAG en selectie van representatieve set voor performante Vlaamse Tussentijds resultaat Juni 2010 210 . Er moeten met hen afspraken worden gemaakt over de ter beschikking stelling van data en de periodiciteit van de bevragingen. Met het oog op de ontsluiting dienen nog enkele beslissingen te worden genomen (ondersteund door nog uit te voeren analyses).op een directe of indirecte manier ondersteund heeft. onder andere over de segmentering van de klantengroepen waarover zal gerapporteerd worden. bedrijven en /of lokale besturen. De opmaak van de vragenlijst voor de ad hoc-modules gebeurt in overleg met de betrokken diensten. In het kader van het MJP zullen de resultaten worden opgevolgd van enkele diensten die een rechtstreekse en goed herkenbare dienstverlening bieden aan burgers.Beschrijving kosten bij toepassing: idem KOSTEN (in euro) Ontwikkelingsfase (eenmalig): regulier Operationele fase (recurrent): regulier BATEN (in euro) Beschrijving baten: korte omschrijving. Er zal een selectie worden gemaakt van diensten die actief zijn naar de drie doelgroepen. De kwaliteit wordt streng bewaakt door SVR en een wetenschappelijk begeleidingscomité. De datasets met resultaten van de enquête worden gratis ter beschikking gesteld voor overheidsdiensten en voor wetenschappelijk onderzoek in opdracht van VO. Operationele fase (recurrent) Kosten die volledig wegvallen: geen Kosten die verminderen: Nieuwe inkomsten: geen Deelproject 4: Tevredenheid met de dienstverlening van de Vlaamse overheid Contactpersoon: Willy De Weirdt (AgO) Het betreft de ontsluiting van de bestaande database klantentevredenheid die de voorbij jaren door het Agentschap voor Overheidspersoneel (AgO) wordt opgebouwd met resultaten van klantentevredenheidsonderzoeken die AgO – in het kader van de reguliere dienstverlening .

dienstverlening. schriftelijke. Juli 2010 Akkoord vragen ter beschikking stellen ruwe data van het CAG aan eigenaars ruwe data September Communicatie over en heropstarten AgO 2010 aanbod klantentevredenheidsonderzoek en aanvulling database uitvoering onderzoeken door de betrokken diensten 2011 verwerking van resultaten van klantentevredenheidsonderzoeken tot indicatoren 2012 uitvoering en rapportering op kruissnelheid 2013 2014 uitvoering en rapportering op kruissnelheid uitvoering en rapportering op kruissnelheid Eerste rapportering Rapportering Rapportering Rapportering Kosten en baten Beschrijving kosten in ontwikkelingsfase: Nihil indien geen bijsturing van instrumentarium nodig. De tevredenheidsonderzoeken worden volledig gedragen op het budget van de opdrachtgevende entiteit. Indien beleidsruimte ontstaat zou vanaf 2011 via cofinanciering een stimulans kunnen worden ingebouwd om van sommige cruciale diensten tevredenheidsgegevens te laten verzamelen. telefonische. De modale prijs van de voorbije jaren situeert zich tussen 30 en 50k€. 2. BATEN Beschrijving baten: korte omschrijving. trends en op de effecten van beleidsmaatregelen.. enquetes). De verschillende metingen gebeuren op een wijze die benchmarking en consolidatie toelaat waardoor de beleidsverantwoordelijken zicht kunnen houden op evoluties. Het werken met een gemeenschappelijk aanbod voor klantentevredenheidsonderzoek vanuit AgO heeft 2 soorten voordelen: 1. De Vlaamse overheid beschikt over een (beperkte) interne capaciteit voor de aansturing van klantentevredenheidsonderzoek wat moet leiden tot: 211 . mondelinge. Beschrijving kosten bij toepassing: De kostprijs van een klantentevredenheidsonderzoek varieert sterk afhankelijk van de omvang en aard van de doelgroep en van de gebruikte methode (internet.

Efficiëntere aanpak. methodieken. Om dit risico te gaan beheren. Op termijn kan een business case oefening gebeuren om te zien of het niet rendabeler is (een gedeelte) van deze metingen in eigen beheer uit te voeren. WGDO H Coördinatiemechanismen: overleg CAGkernkabinetten. Beheersing van de kostprijs in de onderhandeling met externe uitvoerende partners.a. niet vergelijkbaar ofwel overlaps (en dubbelwerk) Gebrekkige afstemming tussen ambtelijke en politieke niveau => Tijdverlies. strategische overlegfora. technieken d. Beheerskosten doen dalen om ITmiddelen maximaal te kunnen inzetten op nieuwe ontwikkelingen Afstemming in doorbraakgroep Slagkrachtige Overheid en gemeenschappelijk managementcomité H Uitbesteden internationaal vergelijkend onderzoek. c. b. technisch en op netwerkniveau) eenvoudiger wordt. Risico’s / maatregelen op het niveau van het sleutelproject als geheel Risico’s & beperkingen Gebrekkige samenwerking tussen beleidsdomeinen=> onvolledige informatie. contacten met regionale instituten (o. andere vormen van dataverzameling M Overleg met e-IB en ICT beleidscel. Effectievere integratie van de metingen in verbetertrajecten. zodat integratie van de ontwikkelingen (qua data. specifieke overlegfora bv. druk op begroting en op andere uitgavenkosten (buiten IT) Impact Voorgestelde maatregelen H Coördinatiemechanismen: CAG. BICCVOR. is het vooral belangrijk om standaarden af te spreken met de ICT'ers. afnemende motivatie bij beleidsondersteuners Informatietechnologie: te duur. lange doorlooptijden voor ontwikkeling => vertraging in realisatie van doelstelling.a via Vereniging van regio’s van EU) 212 . beleidsraden H Verschillende finaliteit van deelprojecten: niet altijd in eerste plaats gericht op productie van data en verschillen in definities. methoden => extra inspanningen nodig om er kwantitatieve informatie uit te halen op strategisch niveau Gebrek aan regionale benchmarks => andere regio’s gebruiken andere definities. e. Verlaging van de drempel voor dienstverleners om klantenfeedback te verzamelen.

v. Kwalitatieve baten Kwalitatieve baten a) Ondubbelzinnige en correcte overheidsinformatie: => Geen discussies meer over wie gelijk heeft.Referentiekader beschikbaar voor sectorale beleidsmaatregelen => geen dubbelwerk meer Intern/extern?** Intern/extern Intern/extern ** Baten van de Vlaamse administratie (“intern”) of externe baten voor andere stakeholders (“extern” of eventueel gespecifieerd welke doelgroepen of organisaties). buiten de initiatieven die al lopen.VO kan zich positioneren ten aanzien van andere landen en regio’s . Intern/extern?** Intern ** Kosten van de Vlaamse administratie (“intern”) of externe kosten voor andere stakeholders (“extern” of eventueel gespecifieerd welke doelgroepen of organisaties). bijkomende capaciteit voor informatiesystemen moet worden aangevraagd.Ter verantwoording t. de beoogde resultaten sneller moeten worden gehaald. men kan diensten niet meer tegen elkaar uitspelen b) Hergebruik van beschikbare informatie voor meerdere doeleinden: . rekening houdend met de fasering in de monitoring. burgers en Vlaams parlement . nieuwe meetmethodes en moeten worden uitgetest. 213 . Kosten-Baten-analyse Kosten Kosten Assumptie: We nemen enkel de kosten op die extra nodig zijn om de informatielacunes op te vullen.* Legende: H = hoog risico en sterke impact op resultaat & realisatie M = gemiddeld risico en impact L = laag risico en beperkte impact Bijdrage tot de strategische doelstellingen van het meerjarenprogramma Alle kernindicatoren. De extra inspanningen zijn nodig omdat meer informatie gegenereerd moet worden dan initieel was voorzien.o. Voor een gedetailleerd overzicht. verwijzen we naar bijlage 1.

Kwantitatieve baten Kwantitatieve baten Intern/ extern? ** Intern Intern In kostenbatenanalyse? of Assumptie: a) Minder tijdsbesteding voor beleidsondersteuners voor het verzamelen van achtergrondinformatie voor allerlei vormen van rapporteringen b) Minder geldmiddelen voor uitbesteding van studies Kosten-baten-tabel De weerhouden eenmalige kosten hebben enkel betrekking op het project “meer regionale budgettaire data”.1 (ESR-code 11xx) VTE expertadviseur Algemene werkingskosten (ESR-code 12xx) Verwerving van overig materieel (ESR-code 74xx) Overige Recurrente kosten** Lonen & sociale lasten (ESR-code 11xx) Algemene werkingskosten (ESR-code 12xx) Verwerving van overig materieel 2010 2011 2012 2013 2014 1 200 EUR 2011 41 268 EUR +0. Dit omdat dit aspect van het project “VO-rapportering” nog niet duidelijk is.1 VTE expertadviseur 2012 2013 2014 214 . het onderstaande overzicht is hoogst onvolledig. gezien veel afhangt van de deltabepaling. Kortom. hebben we geen gegevens ontvangen. X nog later aan te passen Eenmalige 2010 (project)kosten** Lonen & sociale 41 268 lasten EUR +0. alsook het organisatie. Wat het deelproject klantentevredenheid betreft.en communicatieplan (cf. fiche deelproject).

Alle schattingen.stuurgroep Vertegenwoordiger Wouter de Boeck Barbara Van Den Haute Jerre Muylaert Bernd Reggers. Betrokkenen uitwerking sleutelproject Trekker: Josée Lemaître Projectverantwoordelijke: Dries Verlet Betrokken partijen (in de uitwerking van het sleutelproject) Entiteit (intern) / organisatie (extern) DBZ AGO ABB AFM DAR SVR IAVA DFB Agentschap Centrale Accounting Werkgroep Duurzame Ontwikkeling Werkgroep definities VO-rapportering BICCVOR MAGDA-platform GDI. Ivo Van den Bossche Dries Verlet Lucas Huybrechts Noël Van Herreweghe 215 . ook de personeelskost. wordt uitgedrukt in KEUR.(ESR-code 74xx) Overige Baten** 2010 2011 2012 2013 2014 Vermeden kosten Kostreductie Inkomsten ** schattingen. in KEUR.

validatie door CAG en VR. rapportering aan VR en parlement BZ/ABB IND 1. 2010 Aandeel gerealiseerde projecten interne staatshervorming t. validatie door CAG en VR.o.3 Inventarisatie 2010 1.v.VR 0093/inventaris door SG per domein.3 Kernindicator Vereiste informatie Definitie interveniërende bestuurslagen en intermediaire structuren.Bijlage 1: Overzicht aan beschikbaarheid en behoeften informatie voor het voeden van de kernindicatoren Lacunes op te vullen binnen scope project Relatie met andere sleutelprojecten 1. besliste projecten (Witboek) die voldoen aan norm van maximaal twee interveniërende bestuurslagen per proces 1.3 Opstellen witboek (2011) opvolging implementatie project 1. Witboek 2011 zie med VR 0093/ inventaris door SG per domein. aangevuld door provincies. afbakening strategische processen Nulmeting betrokken bestuurslagen en intermediaire structuren Beschikbare bron zie med.1 Ontsluiting informatie over realisatiegraad IS op niveau VO .3 Implementatie 2011-2014 Vervolgmeting: realisatie interne staatshervorming noemer= witboek goed te keuren door VR en Vlaams BZ/ABB parlement overleg in teller= aantal Bestuursforum gerealiseerde hervormingen Jaarverslagen agentschapen.

hoewel niet alle nulmetingen af zijn en niet alle actieplannen afgewerkt zijn SAMBAL.o.1 Methode uitwerken om output van project geïntegreerd ondernemersloket op te volgen IND 1.Kernindicator Vereiste informatie Definitie AL en Beheerskost Nulmeting Beheerskosten Impactmeting BK Beschikbare bron studie DBZ/ DWM pilootprojecten studie DBZ methodiek is ontwikkeld voor aantal dossiers door betrokken diensten DWM en cellen wetskwaliteit per domein in kader van administratieve vereenvoudiging (compensatieregel). reductieplannen met vereenvoudigingprojecten per domein.2 Ontsluiting AL op niveau VO 217 . externe gebruiker (burgers. opvolgen AL via compensatiemaatregel Lacunes op te vullen binnen scope project Relatie met andere sleutelprojecten DBZ/DWM Administratieve lasten (AL) t. beschikbaar sinds 2008. bedrijven) en beheerskosten voor overheid Nulmeting AL 1.v.

nota opvolging naleving van VR) principes door min.v.1 a Definitie volgens internationale standaarden Momenteel geen afzonderlijke data voor gemeenschapen. BZ aan VR en Vlaams Parlement Productiekosten van publiek domein t. gemeenten en regionale data: project provincies.2 Implementatie tegen 2012 IND 1. BBP Definitie productiekosten openbaar domein Nulmeting productiekosten IND 2. Aanmaak van gewesten.Kernindicator Vereiste informatie Beschikbare bron Lacunes op te vullen binnen scope project Relatie met andere sleutelproject Definitie planlast Nulmeting planlast Planlasten lokale besturen Vervolgmeting planlast Werkgroep planlasten ikv commissie efficiëntiewinst lokale besturen.2 Conceptnota voor VR 1.3 Ontsluiting op niveau VO 1. totale overheidsuitgaven en t. BZ via uitbreiding van lokale besturentoets Aggregatie informatie op niveau VO ABB/Werkgroep planlasten (cf.o. planlasten (cf. NBB-SVR Nationale cijfers= NBB Internationale benchmarks= Eurostat NBB Vervolgmeting 218 .v.2 1. nota VR) 1.o. DWM en studie SBOV Nulmeting beschikbaar voor jaar 2006 (DWM) Opvolging per minister en rapportering via beleidsbrieven en ABB/Werkgroep regelgevingagenda’s.2 Globaal rapport planlasten door min.

Ontsluiting op niveau VO SVR en F&B 219 .

1 Acties op niveau domeinen en acties op niveau gemeenschappelijke dienstverleningscentra (kostenanalytische boekhouding in toekomst) 2. totale uitgaven VO ACA ACA Agentschap Centrale Accounting Internationale standaarden Beschikbaar op niveau VO: Agentschap CA.1.2 Nulmeting Vervolgmeting Ontsluiting op niveau VO Definitie MOF Nulmeting Aandeel van managementondersteunende functies (in VTE en Euro) in de totale personeelscapaciteit Vervolgmeting Domeinen DBZ DBZ/ VO-rapportering IND 2. streefnorm en principes Vervolgmeting Ontsluiting op niveau VO Definities Overheidsuitgaven volgens COFOG domeinen.1 implementatie vanaf 2.v.Kernindicator Vereiste informatie Definitie Nulmeting Beschikbare bron Lacunes op te vullen binnen scope project DFB/ACA zie Advies SERV Relatie met andere sleutelproject IND 2.b Aandeel apparaatskosten t.3 Ontsluiting op niveau VO Aggregatie op niveau VO DBZ/VO-rapportering 220 .1: MOF Thema-audit IAVA 2. in % BBP en per inwoner IND 2.o.1 Definities. Internationaal: Eurostat ACA ACA zie thema-audit IAVA werkgroep project 2. Belgie: NBB.

2011 Kernindicator Vereiste informatie Definitie VTE (bruto. output (1e component. theoretisch en feitelijk beschikbaar) Totale personeelscapaciteit t.v.o.4 ontsluiting op niveau VO Definitie (omschrijving) output van dienstverleningsprocessen Totale personeelscapaciteit t.v.4 ontsluiting op niveau VO 221 . aggregatie DBZ. Uitbreiding rapportering Vlimpers voor nog niet aangesloten diensten Inventaris beslissingen VR over personeelscapaciteit van diensten door DBZ VO-rapportering output en input voor dienstverleningsprocessen op niveau van Beheersen Domeinen managementovereenkoms t (per agentschap en departement) en economische boekhouding Rapporteringen op niveau agentschappen en departementen: zie jaarverslagen VO-rapportering (bij aanlevering gegevens) Lacunes op te vullen binnen scope project Relatie met andere sleutelprojecten vervolgmeting IND 2. netto.o. output (2e component. personeelscapaciteit) Inventaris beslissingen van regering over personeelscapaciteit Nulmeting. 2008 Beschikbare bron Werkgroep definities VOrapportering (akkoord over definities soorten VTE) WVG dashboard VLIMPERS + opvragen van data andere diensten domeinen. output) nulmeting en vervolgmeting outputs IND 2.

ingevulde formulieren meting terugsturen) met de overheid gebeurt via egovernementtoepassingen Hergebruik van authentieke bronnen voor informatie die anders aan burgers. internationaal sinds 2007 (herziening definities.1 Aandeel bedrijven/huishoudens waarvan interactie (informatie verkrijgen. Definitie authentieke bron bedrijven en organisaties wordt gevraagd in kader van dienstverlening Nulmeting en vervolgmeting aantal dienstverleningsprocessen dat gebruik maakt van AB Inventaris door CORVEMAGDA (momenteel federale authentieke gegevensbronnen.1 uitbouwen van geïntegreerde informatieinfrasructuur IND 3.v. aansturing. middelen voor nieuwe innovatieve ICTrealisaties. projecten voor Vlaamse authentieke bronnen lopen)/ AGIV en DAR-GIS- 3.o.2 Rationalisatie ICT E-IB en Corve E-IB en Corve VO-rapportering SVR/ ADSEI. 2010 validatie door cel ICTbeleid (PIB) 2.2 deelprojecten 2. opvolging en ontwikkeling t.Kernindicator Vereiste informatie Definitie IT-uitgaven voor beheer infrastructuur.2 222 . indicatoren door Eurostat) Analyse van resultaten door SVR Decreet Elektronisch Bestuurlijk Gegevensverkeer en erkenning door VR.2 opvolging van deelprojecten Ontsluiting op niveau VO IND 3. Decreet Geografische Data-Infrastructuur en GDI-Vlaanderen IND 2. data beschikbaar voor VO. (intern en uitbesteed) Nulmeting Vervolgmeting Beschikbare bron Lacunes op te vullen binnen scope project Relatie met andere sleutelprojecten Definitie innovatieve realisaties en totale IT uitgaven door E-IB.5 2. formulieren Definitie: jaarlijkse enquête verkrijgen.

1 IND 3.cel Ontsluiting op niveau VO AS IS: MAGDA-platform en GDI.b. redelijke behandelingstermijn Nulmeting en vervolgmeting Ontsluiting op niveau VO Redelijke behandelingstermijn voor aantal cruciale dienstverleningsprocessen (2e operationalisering) Definitie doorlooptijd processen Nulmeting doorlooptijd per proces IND 3.3 Beoordeling van kwaliteit van informatie van overheid Jaarlijkse SCV-survey Redelijke behandelingstermijn voor aantal cruciale dienstverleningsprocessen (1e operationalisering) Definitie gegronde klachten met overschrijding ombudsnormen m. bewerking resultaten periodieke bevraging en analyse van resultaten door SVR Vlaamse Ombudsdienst Vlaamse Ombudsdienst Jaarverslag Ombudsdienst TO BE: geïntegreerde informatieplatformen 3. sleutelproject 4. afspraken in beheersovereenkomsten en managementovereenkoms ten.t. ondernemingsplannen en in regelgeving Inventaris welke processen: zie project opvolging regeerakkoord.4 Vervolgmeting doorlooptijd ingekorte processen DBZ/COP procesbeheer (meetinstrument).stuurgroep Vraagmodule bespreken met afdeling Communicatie.1 Registratie betrokken Domeinen diensten 223 .

Ontsluiting van niveau VO Aggregatie PIB DBZ/PIB 224 .

bewerking resultaten door SVR IND 4. lokale besturen Op vrijwillige basis. ondersteund aanbod door AGO Afspraken rond meetmethode. gemeenschappelijke vraagmodule.3 Klantentevredenheidsenquête door diensten VO met herkenbare directe dienstverlening aan burgers. bedrijven.4 Betrokkenheid maatschappelijke actoren bij Definitie maatschappelijke totstandkoming nieuwe regelgeving betrokkenheid Nulmeting en vervolgmeting Ontsluiting op niveau VO Studie DBZ consultatiebeleid DBZ/DWM idem DAR BZ 225 .1 Het vertrouwen van de burgers in instellingen Jaarlijkse enquête Eurobarometer IND 4.2 De tevredenheid van burgers met aanbod voorzieningen en beleidsmaatregelen van Vlaamse overheid SCV-survey: nulmeting in 2007 Klantentevredenheid over werking van diensten VO IND 4. Internationaal vergelijkbaar Analyse resultaten door SVR Periodieke bevraging door SVR Analyse resultaten door SVR Lacunes op te vullen binnen scope project Relatie met andere sleutelprojecten IND 4.Kernindicator Vereiste informatie Beschikbare bron Data beschikbaar voor VO. aggregatie en ontsluiting op niveau VO: AGO.

monitoring energiegebruik gebouwen VO (DBZAFM.2: Eco-score dienstwagens VO IND.1: E-verbruik (kWh) per m² kantoorgebouwen VO IND.2 Zie projecten 4.2 zie monitoring duurzame overheidsopdrachten (DBZ).4.5. duurzame overheidsopdrachten op basis van duurzaamheidcriteria voor productgroepen (zie actieplan duurzame overheidsopdrachten 5/6/2009) a) En b) VO DBZ/ VO-rapportering rapportering DBZ/e-procurement b) E-procurement Relatie met andere sleutelprojecten 4. VEA).3: aandeel (op basis van euro) duurzame overheidsopdrachten voor producten Nulmeting en vervolgmeting waarvoor duurzaamheidcriteria door VO zijn aanvaard IND 4. gebruik duurzame energiebronnen ( LNE.5.Kernindicator Vereiste informatie Definitie indicatorenset Beschikbare bron Lacunes op te vullen binnen scope project Duurzaam optreden van Vlaamse overheid IND.4.5. aardgas en water op bij alle gebouwen (eind 2010 cijfers over 2009) b) eco-score: dep LNE/cel Interne Milieuzorg c) globaal overzicht overheidsopdrachten op basis van CMS in kader van e-procurement (vanaf 2012). BZ-AFM) 226 .4. LNE/cel IMZ.5 Ontsluiting op niveau VO set van subindicatoren door WGDO a) E-verbruik: DBZ vraagt jaarlijks verbruiksgegevens elektriciteit.

Beheert de middelen van het programma. Programmabureau Zie Nota voor beschrijving van de taken van het programmabureau. Ad hoc kan dit programmabureau uitgebreid worden. Leidend ambtenaar (N-niveau) die de rol van actieve eigenaar van het sleutelproject op zich neemt. Treedt in dialoog met de CEEO. Rapporteert aan de Vlaamse Regering over de voortgang en de resultaten. Verantwoordelijke minister Geeft politieke sturing aan het meerjarenprogramma. Geert Bourgeois) overheid Trekker doorbraak Stuurt. volgt op en rapporteert over de doorbraak onder slagkrachtige overheid aansturing van de verantwoordelijke minister en in overleg en nauwe samenwerking met de co-voorzitters van het CAG. voor een gezamenlijke voorbereiding met de projectverantwoordelijken van de sleutelprojecten voor de globale of tussentijdse rapportering aan het CAG en/of de Vlaamse Regering.Bijlage 3: rollen en verantwoordelijkheden bij aansturing en beheer van het meerjarenprogramma Rol binnen het programma slagkrachtige overheid Vlaamse Regering Verantwoordelijkheid Bij het bereiken van mijlpalen worden de resultaten van het meerjarenprogramma gerapporteerd aan de Vlaamse Regering. Deze stuurt de voortgang en de resultaten bij waar nodig. bvb. CEEO De CEEO geeft in haar rol als extern klankbord advies aan de Vlaamse Regering. Werkt als stuurgroep voor de VO brede projecten en programma’s (incl. Deze beschikt over een expliciet mandaat om: − Te beslissen over de organisatie van de werkzaamheden Trekker Sleutelproject . Beleidsraad Via de beleidsraad is er een frequente politiekambtelijke afstemming over de projecten/programma’s van een beleidsdomein en/of meerdere beleidsdomeinen. Functioneel bevoegde Via de beheersovereenkomst / minister managementovereenkomst volgt de functioneel bevoegde minister de voortgang en resultaten van de projecten/programma’s op entiteitsniveau op. (Dhr. doorbraak slagkrachtige (Dhr. sleutelprojecten). Martin Ruebens) CAG Is eigenaar/opdrachtgever van het programma.

Fungeren als klankbord voor VO-brede projecten en programma’s. Het is de leidend ambtenaar van de betrokken entiteit binnen deze beleidsdomeinen die concreet de uitvoering ervan aanstuurt. Opdrachtgever/stuurgroep van de beleidsdomeinoverschrijdende programma’s en projecten. De leidend ambtenaar is opdrachtgever en stuurt deze projecten en programma’s aan. Projectverantwoordelijke sleutelproject Gezamenlijk managementcomité Managementcomité Leidend ambtenaar entiteit Leidend ambtenaren uit de beleidsdomeinen Financiën & Begroting. BZ en DAR en zullen worden voorzien in de beheersovereenkomst of managementovereenkomst van een van de entiteiten. Deze projecten en programma’s worden opgenomen in de beheersovereenkomst of managementovereenkomst tussen de leidend ambtenaar en de functioneel bevoegde minister. Een deel van de Vlaamse overheidsbrede programma’s en projecten zijn voorzien in de beleidsnota’s F&B. Projectverantwoordelijke die de Trekker ondersteunt bij: − De praktische organisatie van de dagdagelijkse leiding over de werkzaamheden in het kader van het sleutelproject − De consultatie van en informatie naar betrokken partijen − Het uitwerken van de beslissingsvoorstellen die worden voorgelegd aan het CAG − De uitwerking van de voortgangsrapportering aan het programmabureau Geschat wordt dat deze rol voor de meeste van de sleutelprojecten een voltijdse inzet zal vereisen.− Beroep te doen op medewerking van de noodzakelijke betrokken entiteiten − Beslissingsvoorstellen voor te leggen aan het CAG Geschat wordt dat deze rol minstens 20% van de tijdsbesteding van de Leidend Ambtenaar in kwestie in beslag zal nemen. Bestuurszaken en Diensten Algemeen Regeringsbeleid Strategische overlegfora . Opdrachtgever/stuurgroep van de programma’s en projecten op niveau van een beleidsdomein Een deel van de projecten en programma’s situeert zich op entiteitsniveau.

integratie gegevensverkeer en back-office activiteiten en ontwikkeling van een geïntegreerde Vlaamse publieksbalie o SD 4. concrete projectdefinitie + kosten-baten (maart-april) Trekkers werden aangeduid (begin april) Ontwerp van communicatieplan: eind april Ondersteuning CAG en trekker doorbraak (Martin Ruebens) bij opstellen MJP door doorbraakgroep slagkrachtige overheid: • . Beter oplossingsvermogen tav maatschappelijke uitdagingen + verbeterde verantwoording: meer vertrouwen en tevredenheid van burgers Versnellen en vereenvoudigen van procedures voor investeringsdossiers Duurzaam optreden van de Vlaamse overheid Barometer slagkrachtige overheid • • • • • • • Bottom-up aanpak: 170 projecten. Meer doen met minder Rationalisatie managementondersteunende dienstverlening Nuttige rationalisatie ter ondersteuning van een klantgedreven ICT o SD 3. Totale portfolio: 9 sleutelprojecten + projecten op organisatiebreed.Bijlage 4: interne communicatiestrategie Situering • Meerjarenprogramma slagkrachtige overheid: o Doorbraak slagkrachtige overheid (een van de 7 ViA-doorbraken) o Meerjarenprogramma permanente efficiëntiewinst (regeerakkoord) Portfolio van 4 strategische doelstellingen en 9 sleutelprojecten: o SD 1. politiek zichtbaar . voorstellen uit hele Vlaamse overheid Screening en selectie volgens criteria: voelbaar. beleidsdomeinoverschrijdend. beleidsdomein-. en entiteitsniveau 9 sleutelprojecten werden verder verfijnd en uitgewerkt. Betere dienstverlening door innovatie en werkwijze van instrumenten Betere dienstverlening door koppeling databanken. aantoonbaar effect op efficiëntie en effectiviteit + expliciete vraag van ministers om overhead te verminderen. Minder bestuurlijke drukte en meerwaarde door interne staatshervorming Naar een geïntegreerde benadering van ondernemers – Geïntegreerd loket Interne staatshervorming Eén lokale meerjarenplanning voor de lokale besturen o SD 2.

­ Deze drempel kan worden overwonnen met de nodige aandacht voor veranderingsmanagement Vlaanderen in Actie De doelstellingen en principes zijn opgenomen in het regeerakkoord en de beleidsnota’s. beleidsdomeinoverschrijdend. coördineert en faciliteert in fase van opstellen MJP o Trekkers (N-niveau) en sleutelprojectverantwoordelijke: inhoudelijke uitwerking sleutelproject o Ad hoc werkgroepen (gedeeltelijk vrijgestelde vrijwilligers): inhoudelijke input en concretisering doelstellingen o Programmabureau: ondersteunt. Enkele sleutelprojecten kunnen zelfs een verschuiving van heel wat personeelsleden veroorzaken: andere aansturingslijnen. Maatschappelijke tendens De uitvoering van het Meerjarenprogramma slagkrachtige overheid is een logische stap: werken aan een efficiëntere overheid die beter inspeelt op veranderende maatschappij. Enkele sleutelprojecten kunnen immers een verschuiving van mensen en taken met zich meebrengen. . locatie. zoals ook andere overheidsorganisaties doen. ­ Deze hefbomen bieden een positief klimaat voor de realisatie van het meerjarenprogramma slagkrachtige overheid.• • • o Voorzitter: Bernd Reggers o Leden: vertegenwoordigers van DAR. rapporteert in fase van uitvoering MJP Verschillende niveaus van uitvoering: entiteit. BZ en F&B Ondersteuning CAG en trekker doorbraak bij verdere uitrol MJP: programmabureau slagkrachtige overheid (1. organisatiebreed. coördineert. Strategische uitgangspunten communicatie Veranderingscommunicatie Speciale aandacht gaat naar veranderingsmanagement en –communicatie. Toch maximale standaardisering van verloop (dus ook van de communicatie). carrièrekansen die veranderen… Dit zal weerstand en angst oproepen. beleidsdomein.5 VTE) Rollen o Doorbraakgroep slagkrachtige overheid: ondersteunt. Drempels en hefbomen voor communicatie Weerstand Verschillende sleutelprojecten kunnen/zullen worden gepercipieerd als besparingen. Leidinggevenden en ambtenaren beseffen dat de uitvoering van de beleidsnota’s impliceert dat ze meewerken aan de ViA-doorbraken.

• Ambassadeurs van het MJP: de betrokkenen bij de uitvoering van het MJP weten dat het MJP van Vlaanderen mee een Europese topregio zal maken en dragen dit ook zo uit eens het MJP gerealiseerd wordt. dus krijgt het ook de steun van het politieke niveau • de administratie kan de pen vasthouden als ze er nu zelf werk van maakt Proces-. We werken namelijk aan een efficiëntere overheid die beter inspeelt op veranderende maatschappij. project. project. Procescommunicatie is de communicatie die de ontwikkeling van het project faciliteert en ervoor zorgt dat de actoren op eenzelfde lijn zitten. het voordeel aantonen. stakeholders MJP/per sleutelproject . De politieke ‘druk’ die dit met zich meebrengt. transparante overheid: we communiceren over de op til zijnde projecten. • Verschuiving van heel wat mensen: inspelen op weerstanden en de meerwaarde.Zo kan het sleutelproject ‘Rationalisatie managementondersteunende dienstverlening’. Met de productcommunicatie maken we de resultaten van het ontwikkelde project bekend. Het MJP slagkrachtige overheid draagt bij aan de realisatie van de globale doelstelling van Vlaanderen in Actie: Vlaanderen is een Europese topregio.en productcommunicatie. • Leidinggevende inschakelen als de belangrijkste communicator. past in globaal kader • informatie over betekenis van de beslissingen • praktische informatie: wat houdt dit concreet in voor mijn werk We geven ook mee dat Vlaanderen in Actie en dus ook het MJP Slagkrachtige overheid een politiek project is. een aanzienlijke verschuiving van personeelsleden met zich meebrengen. Projectcommunicatie is de communicatie over het project in ontwikkeling. • Open communicatie. Basisboodschap De realisatie van het MJP slagkrachtige overheid is de volgende logische stap. De boodschap evolueert naarmate de uitwerking van de sleutelprojecten vordert: • meta-informatie over de genomen beslissingen: de oefening is bezig. hij moet toegerust worden om te communiceren over de op til zijnde veranderingen. zoals ook andere overheidsorganisaties doen. biedt ook kansen: • het staat hoog op de agenda. Essentieel hierbij zijn: • Medewerkers en vakbonden betrekken in veranderingsproces en op tijd informeren.en productcommunicatie We delen de communicatie op in proces-. De Nederlandse en het Britse overheden zijn gelijkaardige programma’s aan het uitwerken. • Procescommunicatie: o Afstemming tussen de verschillende actoren.

als project gerealiseerd is. maar de ernst van de projecten noopt ons tot een minder luchtige manier van communiceren. o Verduidelijkt rol in de toekomst.o Verduidelijken rol in uitwerken sleutelproject o Doel: faciliteren inhoudelijk uitwerken MJP en sleutelproject o Voorbeeld kanaal: overlegstructuren • Projectcommunicatie: o Communiceert over het verloop van het project slagkrachtige overheid. o Doel: houdt medewerkers op de hoogte van de stand van zaken o Voorbeeld kanaal: snelinfo na beslissing VR Productcommunicatie: o intern en extern. kan alleen maar door een slagkrachtige overheid. Het MJP draagt weliswaar bij aan ViA. Daarnaast verwijst de communicatie over resultaten in andere ViA-doorbraken ook naar de realisaties van de doorbraak slagkrachtige overheid: de realisatie van een project rond bijvoorbeeld de doorbraak Lerende Vlaming. kan je bijvoorbeeld de vakbonden tijdig betrekken en informeren. Sleutelproject X (vb ICT) droeg zo bij tot … door … Al gecommuniceerd • • • Nota over meerjarenprogramma slagkrachtige overheid overhandigd: Snelinfo MED VR 24 december 2009 Interne staatshervorming: minder planlast voor lokale besturen + verminderen bestuurslagen: Snelinfo MED VR 26 februari 2010 Informele communicatie – radio couloir – is er een zicht op de geruchtenmolen? Om de geruchtenmolen voor te zijn. De algemene ViA-sensibiliseringscampagne is niet geschikt als kapstok voor deze communicatiecampagne. Mijlpalen Meerjarenprogramma Slagkrachtige overheid 11 maart 2010: politieke afstemming MJP: IKW 12 mei 2010: ambtelijke validering MJP door CAG 2de helft mei 2010: adviesverlening door Commissie Efficiënte en Effectieve Overheid 15 juni 2010: voorleggen MJP aan Raad der Wijzen Eind juni 2010: besluitvorming door VR over MJP ViA algemeen 10 maart 2010: officiële installatie Raad der Wijzen . interne communicatie gaat vooraf aan de externe communicatie o Doel: resultaten bekend maken o Voorbeeld kanaal: ViA-folder Tone of voice We hanteren een feitelijke en realistische stijl.

.- 22 maart 2010: nulmeting Pact 2020 Effect Het MJP Slagkrachtige overheid wordt uitgevoerd en draagt bij aan de globale doelstelling van Vlaanderen in Actie: Vlaanderen behoort in 2020 bij de Europese topregio’s.

U kunt ondersteund worden door o. veranderingsmanagement en -communicatie bij de Maken het verband tussen de sleutelprojecten sleutelprojecten die personeelsverschuivingen met zich onderling en ViA duidelijk. medewerkers Stemmen de sleutelprojecten op elkaar en op ViA Besteed de nodige aandacht aan af. meebrengen. en veranderingsmanagement en Het sleutelproject van uw entiteit … inhoudelijke -communicatie bij de sleutelprojecten die Neem de nodige initiatieven om de sleutelprojecten uit te werkgroeppersoneelsverschuivingen met zich meebrengen. Doelstellingen Boodschap PROCESCOMMUNICATIE Faciliteert het inhoudelijk uitwerken van het MJP Eigenaar / verantwoordelijke. beleidsdomein. realiseren zodat de Vlaamse overheid efficiënter. Programmabureau Slagkrachtige overheid: Stafdienst VR Kennen de doelstellingen van het MJP Het MJP Slagkrachtige overheid bestaat uit negen Sleutelprojectsleutelprojecten om permanente efficiëntiewinsten te verantwoordelijk Slagkrachtige overheid en ViA Werken hun sleutelproject uit en realiseren het. doelstellingen en boodschappen Globale doelstelling Het MJP heeft vorm gekregen in de sleutelprojecten en projecten op organisatiebreed. werken.Doelgroepen. beleidsdomeinoverschrijdend. een procesbegeleider veranderingsmanagement en communicatie.en entiteitsniveau en deze worden uitgevoerd. … Werkafspraken Stand van zaken uitwerking en realisatie eigen en andere sleutelprojecten Kennen de doelstellingen van het MJP Het MJP Slagkrachtige overheid bestaat uit negen Communicatiesleutelprojecten om permanente efficiëntiewinsten te verantwoordelijk Slagkrachtige overheid en ViA Zijn betrokken bij de uitwerking van het realiseren zodat de Vlaamse overheid efficiënter.m. en. in het sleutelproject van hun entiteit (zijn ook lid van de effectiever en slagkrachtiger wordt. bijzonder Doelgroep . en Besteden aandacht aan effectiever en slagkrachtiger wordt.

u en uw medewerkers kunnen hierbij ondersteund worden door o. Fungeren als communicator en aanspreekpunt Waak erover dat de nodige aandacht gegeven wordt aan over de op til zijn de veranderingen veranderingsmanagement en Bewaken de link met de andere sleutelprojecten -communicatie bij de sleutelprojecten die van het MJP en ViA. Informeer uw medewerkers regelmatig over de op til zijnde veranderingen Stand van zaken uitwerking en realisatie eigen en andere sleutelprojecten Kennen de doelstelling van het sleutelproject van Het sleutelproject van uw entiteit … Ambtenaren uit hun entiteit dat personeelsverschuivingen met Het MJP Slagkrachtige overheid bestaat uit negen entiteiten van verantwoordelijk en Interne Communicatie inhoudelijke werkgroep).m.m. veranderingsmanagement en Het sleutelproject van uw entiteit … -communicatie bij de sleutelprojecten die Maak de realisatie van het sleutelproject in uw entiteit personeelsverschuivingen met zich meebrengen. Het MJP Slagkrachtige overheid bestaat uit negen Leidinggevenden Kennen de doelstellingen van het MJP Slagkrachtige overheid en ViA sleutelprojecten om permanente efficiëntiewinsten te (top) Faciliteren de realisatie van het sleutelproject in realiseren zodat de Vlaamse overheid efficiënter. … Werkafspraken Stand van zaken uitwerking en realisatie eigen en andere sleutelprojecten.en ViA . Maak het verbanden duidelijk met de andere sleutelprojecten en ViA U kunt ondersteund worden door o. een procesbegeleider veranderingsmanagement en communicatie.Het sleutelproject van uw entiteit … Er is een werkgroep om het sleutelproject te realiseren. hun entiteit met de nodige aandacht voor effectiever en slagkrachtiger wordt. Werken een communicatieplan uit voor de communicatie over hun sleutelproject en voeren het uit. personeelsverschuivingen met zich meebrengen. een procesbegeleider veranderingsmanagement en –communicatie. Maken de verbanden duidelijk tussen het sleutelprojecten onderling. mogelijk. U wordt daar toch ook lid van? Stel een communicatieplan op voor de communicatie over uw sleutelproject.

Kennen de doelstellingen van het MJP Slagkrachtige overheid en ViA Kennen de doelstelling van de sleutelprojecten die personeelsverschuivingen met zich zullen meebrengen. effectiever en slagkrachtiger wordt. Dit zijn de maatregelen. Sommige sleutelprojecten kunnen personeelsverschuivingen met zich mee brengen. effectiever en slagkrachtiger wordt. effectiever en slagkrachtiger wordt. Staan achter de uitvoering van de sleutelprojecten en helpen het draagvlak bij de personeelsleden te vergroten. Geef uw advies en feedback. Het MJP Slagkrachtige overheid bestaat uit negen sleutelprojecten om permanente efficiëntiewinsten te realiseren zodat de Vlaamse overheid efficiënter. Het MJP Slagkrachtige overheid bestaat uit negen sleutelprojecten om permanente efficiëntiewinsten te Raad der Wijzen Kennen de doelstellingen van het MJP Slagkrachtige overheid en ViA Bewaken de strategie en fungeren als klankbord en alarmbel Kennen de doelstellingen van het MJP Slagkrachtige overheid en ViA Commissie voor Efficiënte en . Kunnen het sleutelproject kaderen in het MJP Slagkrachtige overheid en ViA Worden betrokken bij de uitwerking van het sleutelproject dat impact op hun werking zal hebben. U kunt ook meewerken aan het sleutelproject. Kennen de doelstellingen van het MJP Slagkrachtige overheid en ViA Gaan akkoord met de principes en uitvoering van het MJP en sturen bij sleutelprojecten om permanente efficiëntiewinsten te realiseren zodat de Vlaamse overheid efficiënter. Geef uw feedback. Worden betrokken bij de uitwerking van die sleutelprojecten. Stimuleer uw functioneel bevoegde leidinggevenden om deze sleutelprojecten te realiseren hun entiteiten. kunt u zich hier achter plaatsen? Suggesties voor het volgende sectoraal akkoord zijn welkom. effectiever en slagkrachtiger wordt. Het MJP Slagkrachtige overheid bestaat uit negen sleutelprojecten om permanente efficiëntiewinsten te realiseren zodat de Vlaamse overheid efficiënter. Uw stem is belangrijk.sleutelprojecten die personeelsversc huivingen met zich kunnen meebrengen Vakbonden Politiek niveau (ministers en kabinetten) zich kan meebrengen. U kunt hiermee uitpakken (persconferentie): de Vlaamse overheid is een slagkrachtige organisatie Het MJP Slagkrachtige overheid bestaat uit negen sleutelprojecten om permanente efficiëntiewinsten te realiseren zodat de Vlaamse overheid efficiënter.

.) Zijn op de hoogte van de vorderingen van de realisatie van het MJP en de afzonderlijke sleutelprojecten Fungeren als ambassadeur van het MPJ: weten dat het MPJ van de Vlaamse overheid een slagkrachtige organisatie maakt en zo van Vlaanderen mee een Europese topregio en dragen dit ook zo uit. PROJECTCOMMUNICATIE Communiceert over het verloop van het project slagkrachtige overheid - Eigenaar / verantwoordelijke: Projectleiding sleutelprojecten Sleutelprojecten die personeelsverschuivingen met zich kunnen meebrengen: leidinggevenden van betrokken entiteiten Programmabureau (comm experten) . effectiever en slagkrachtiger wordt.Effectieve overheid Geven advies over het MJP Slagkrachtige overheid realiseren zodat de Vlaamse overheid efficiënter. Sleutelproject X heeft deze gevolgen voor uw entiteit … Weten dat er een MJP met sleutelprojecten loopt. ad hoc coaching.ondersteunt (sjablonen. .stuurt aan en legt bepaalde richtlijnen vast . Het MJP en de sleutelprojecten staan zover en zien er zo . kwaliteitscontrole eventueel ook. Weten welke veranderingen er gaan doorgevoerd worden in hun entiteit. Alle betrokkenen (hierboven beschreven doelgroepen) Alle ambtenaren uit entiteiten van sleutelprojecten die personeelsversc huivingen met zich meebrengen Alle ambtenaren uit entiteiten van de andere sleutelprojecten Alle andere Sleutelproject X heeft deze gevolgen voor uw entiteit en voor u zal betekenen dat …. opleidingen. Geef uw advies en feedback. Dit is de stand van zaken van het MJP.. Communiceer erover: het MJP draagt bij aan ViA en zorgt er mee voor dat Vlaanderen een Europese topregio wordt. Zijn op de hoogte van veranderingen en mogelijkheden die het sleutelproject in hun entiteit met zich zal meebrengen.

politiek niveau. ambtenaren .uit. (zie hierboven met zich mee gebracht heeft. de andere sleutelprojecten Kennen hun rol er in. PRODUCTCOMMUNICATIE Maakt de resultaten bekend . CEEO) en ambtenaren Zie verder luik externe communicatie Middenveld …..Eigenaar / verantwoordelijke: Projectleiding sleutelprojecten .… huivingen met zich meebrengen Sleutelproject X heeft deze gevolgen voor uw entiteit en Alle ambtenaren Zijn op de hoogte van veranderingen en voor u betekent het dat u uw taak op deze manier moet uit entiteiten van mogelijkheden die het sleutelproject in hun entiteit met zich meebrengt. Ze maken van de Vlaamse overheid een slagkrachtige organisatie en zo van Vlaanderen een Europese topregio. locatie. RdW. Voelen zich comfortabel bij de veranderingen en die personeelsversc thuis in hun nieuwe job.a. uitvoeren. middenveldorgan isaties. o.Sleutelprojecten die personeelsverschuivingen met zich meebrengen: leidinggevenden van betrokken entiteiten . Beste praktijkvoorbeelden die concreet laten zien wat de Alle betrokkenen Weten dat het MJP met de afzonderlijke sleutelprojecten uitgevoerd is en wat concreet sleutelprojecten inhouden.Programmabureau (comm experten): geconsolideerde rapportering en communicatie. vooral extern Alle ambtenaren Weten welke veranderingen er doorgevoerd zijn Sleutelproject X heeft deze gevolgen voor uw entiteit en voor u betekent het dat …. uit entiteiten van in hun entiteit en wat dat concreet voor hen sleutelprojecten betekent.

be extranetpagina ViA digitale nieuwsbrief over Vlaanderen in Actie (intern) Extra kanalen Procesbegeleiding veranderingsmanagement en –communicatie: moet worden uitbesteed. Werksessies doorbraakgroepen. elke rondetafel Kanalen voor interne communicatie We maken zo veel mogelijk gebruik van bestaande kanalen en overlegstructuren. SG-Forum.vlaandereninactie.a. Bestaande kanalen • • • • • • • • • Bestaande overlegfora: CAG.…) Sjablonen mails. … Bestaande kanalen voor ViA die wel extra inzet van personeel en middelen vergen • • • website www. De brochure wordt gemaakt op basis van bovenvermelde monitoring en sluit aan bij de septemberverklaring paper n. nieuwsbrief en website) entiteitgebonden interne communicatiekanalen: de communicatieverantwoordelijken integreren de communicatie over MJP Slagkrachtige overheid zo veel mogelijk in de bestaande communicatiekanalen. infobrochure verschuiving personeel. • • • algemene ViA-folder (mei 2010) voor het brede publiek waarin de zeven ViAdoorbraken worden voorgesteld brochure (sept/okt 2010) met stavaza na een jaar ViA in uitvoering.v. SOBO Communicatie … monitoring regeerakkoord/ViA ViA-ronde tafels communicatieblog en –nieuwsbrief (voor communicatieverantwoordelijken) snelinfo bij beslissing van of mededeling door de VR redactionele bijdragen in 13 aankondigingen op de muurkrant en koepelsite (attendering extranet. brieven . Informatiekit (veel gestelde vragen. zie raming hieronder. We adviseren voor projecten die verschuivingen van taken en of personeel met zich meebrengen. wel extra kanalen en instrumenten te gebruiken om de leidinggevenden en andere uitvoerders te ondersteunen.Externe communicatie In de geplande externe communicatie over de ViA-doorbraken gaat ook aandacht naar de doorbraak slagkrachtige overheid.

Rol in MJP: aansturen. Plan van aanpak Projectstructuur + positie communicatie CAG . informatiekit Procesbegeleiding veranderingsmanagement en – communicatie Vooral nodig bij het uitwerken van sleutelproject 3. Rationalisatie van MOD Totaal 35. nieuwsbrieven.Communicatie door: aanspreekpunt/woordvoerder . bekrachtigen werkzaamheden doorbraakgroep en sleutelprojecten .Voorzitter .Implementatiefase veertiendaags: 20 uur/week Afhankelijk van inhoud 10 mandagen 65 mandagen Informatiekit Procesbegeleiding Geraamd budget 2010 .… Geraamde middelen Entiteiten die dit communicatieplan willen uitvoeren moeten rekening houden met de inzet van de volgende mandagen en middelen.2014 Creëren pagina’s website Redactiewerk website Redactiewerk nieuwsbrieven 1 dag/pagina 1 dag/pagina .4u/week .Startfase: maandelijks: 1 mandag/maand – 2u/week .000 euro/dag 13 (beleidsdomeinen) x 5 (dagen begeleiding)= 65.Leden: SG’s/AG’s .000 euro Bij voldoende vraag kan de afdeling Communicatie een bestelopdracht afsluiten voor redactiewerk.000 euro 1. De Procesbegeleiding voor veranderingsmanagement en –communicatie maakt deel uit van het sleutelproject. Geraamde mandagen 2010 .000 euro 95.Uitwerking: veertiendaags: 2 mandagen/maand .2014 Redactiewerk website.

- CAG (voorzitter) Mandaat/autoriteit om te communiceren over: Globaal MJP (samen met doorbraakgroep MJP) Programmabureau MJP slagkrachtige overheid Rol in MJP: coördineert.Trekker: SG/AG van functioneel beleidsdomein . faciliteert sleutelprojecten en communicatie erover Rol afdeling Communicatie .Uitwerken globaal communicatieplan. doelgroepen. uitvoeringsplan Feedback op en advies over het redactiewerk van het programmabureau (Stafdienst VR) Afsluiten bestelopdracht voor redactiewerk voor communicatiemateriaal • • Wie: afdeling Communicatie. uitvoeringsplan Uitvoering communicatieplan • .Communicatieverantwoordelijken: uitwerken en uitvoeren specifiek communicatieplan Rol: concreet inhoudelijk uitwerken sleutelproject. communicatie Algemeen communicatieplan MJP slagkrachtige overheid • Uitwerken algemeen communicatieplan MJP slagkrachtige overheid: o Proces. doelstellingen. boodschappen.Sleutelprojectverantwoordelijke .…) X9 Sleutelprojecten . al dan niet uitbesteed Communicatieplan per sleutelproject • Uitwerken specifiek communicatieplan per sleutelproject o Proces.en productcommunicatie o Communicatiestrategie.en productcommunicatie o Communicatiestrategie. nieuwsbrief.Werkgroep inhoudelijke medewerkers . doelstellingen. ondersteunt. algemeen communicatieadvies . begeleiden verandertraject. kanalen. boodschappen. -materiaal van het programmabureau Slagkrachtige overheid (webteksten. doelgroepen.Advies over het redactiewerk voor de algemene communicatietools. kanalen.

… . materiaal.• Opvolgen verandertraject. onder begeleiding van procesbegeleider Wie: communicatieverantwoordelijken van de betrokken beleidsdomeinen op basis van algemeen communicatieplan • • Programmabureau MJP: projectgovernance: opname van communicatieverantwoordelijke in sleutelprojectstructuur SOBO: aanbieden van globaal communicatieplan.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful