You are on page 1of 4

Het dateren van negentiende-eeuwse foto's

Carte de visite- en kabinet
De ervaring leert dat negentiende-eeuwse portretfoto's, vooral de zogenaamde carte de visite- of visitekaart-portretten, in ongeveer de helft van de gevallen toegeschreven worden aan de verkeerde generatie door een onjuiste schatting van de opnamedatum.
D.P. Huijsmans

In dit artikel zal worden aangegeven hoe oude foto's meestal tot op enkele jaren nauwkeurig kunnen worden gedateerd. Vooral door zo veel mogelijk dateringsbronnen te combineren, kan de betrouwbaarheid van de geschatte ontstaansdatum sterk worden vergroot, waardoor foutieve toewijzingen kunnen worden voorkomen. Negentiende-eeuwse fotografie is bijna altijd commerciële fotografie en er is veel archiefmateriaal voorhanden. Er zijn legio aanknopingspunten voor betrouwbare datering van de carte de visite- en de Jcab/nef-uitvoering die het hoofdbestanddeel van dit artikel uitmaken. Verschijningsvormen (1840-1914) Allereerst dient men na te gaan of het wel gaat om een zwart/wit-foto uit de negentiende eeuw (die wij hier laten doorlopen tot de Eerste Wereldoorlog). Negentiende-eeuwse foto's zijn vrijwel altijd zwart/wit-opnamen en zogenaamde harde foto's, omdat de gevoelige laag met metaal, glas of karton ondersteund is. Afhankelijk van de emulsie (lichtgevoelige laag) kunnen de opnames wel een kleurtint vertonen. Kleurenfoto's, postkaarten en slappe kiekjes zijn vrijwel zeker van na 1900 en vallen buiten het bestek van dit artikel. Om welke verschijningsvorm en emulsie het gaat is de tweede stap die gezet moet worden. De meest gangbare oudste verschijningsvorm is de daguerréotypie (dago) (1842-1860), een metalen plaat met een zilverlaag waarop een afbeelding (daarom ook wel 'spiegel met geheugen' genoemd). De afbeelding kan afhankelijk van de kijkrichting zowel positief als negatief gezien worden. De plaat leent zich slecht voor reproductie, maar is zeer detailrijk. In z'n oorspronkelijke staat zit de spiegelende plaat achter glas in een cassette of in een lijst. Met de komst van het glasnegatief (in 1852) JA neemt het gebruik van de dago sterk af. Tegelijk met de daguerréotypie - een in 1839 vrijgegeven Franse uitvinding - is een Engels papiernegatief-procédé, de calotypie of 'photogenic drawing' (1842-1860), bekend ge-

maakt. Van het doorschijnend gemaakte papiernegatief kunnen meerdere contactafdrukken op papier (zoutdruk) gemaakt worden die dan positief zijn. Omdat de fotografische emulsie in het papier is opgezogen, stoort dit de opname, die ook veel minder en zachtere details toont dan de dago. Deze zoutdmkken treft men in Nederland zelden aan en ze zijn vaak sterk geretoucheerd en/of ingekleurd. Hoewel er vanaf het begin met emulsies op glas geëxperimenteerd is, breekt met het glasnegatief-collodionprocédé van Archer in 1851 een nieuw tijdperk aan. Het glasnegatiefprocédé verenigt namelijk de voordelen van daguerreo- en calotypie: hoog contrast en detail en een makkelijk reproduceerbaar negatief. Vooreerst wordt gebruik gemaakt van het feit dat een enigszins onderbelicht glasnegatief er met een zwarte achtergrond positief uitziet. Opgeborgen achter glas in een cassette of lijst, zoals de dago, leidt dit tot de ambrotypie (ambro) (1854-1862). De ambro is in vergelijking met de dago somberder en kan niet uit verschillende kijkrichtingen positief dan wel negatief overkomen. Het glasnegatief is het meest gebruikt om een positieve afdruk op papier te maken, in het begin (1854-1859) als zoutdruk, maar vanaf 1860 maakt de zoutdruk en de ambrotypie plaats voor de gekartonneerde papierafdruk in de standaard maat van ongeveer een speelkaart (circa 6,5 bij 10,5 cm): het fotografische visitekaart-portret of carte de visite (1860-1914). Met z'n grotere broer, de kabinetfoto (10,5 bij 16,5 cm, vanaf circa 1867) domineert het vervolgens 55 jaar lang de markt. Van dit portret kreeg de klant er gemiddeld een dozijn mee. Deze werden aan familie en bekenden gegeven en kwamen daar vaak in insteek-fotoalbums terecht. De kabinet, de grotere uitvoering van de carte de visite, begint zo'n tien jaar later. Kabinetfoto's werden meestal eenmaal afgedrukt en alleen in het eigen familiealbum opgenomen. (Voor nadere datering zie die voor de carte de visite). Natuurlijk moet men er op verdacht zijn dat vroegere verschijningsvormen later gere-

produceerd kunnen zijn (al zijn dit uitzonderingen en wordt het door studio's meestal aangegeven). Rond 1900 komt naast de carte de visite de slappere postkaart uitvoering op. De overgang is echter geleidelijk en de Eerste Wereldoorlog maakt pas een definitief einde aan de harde foto's. Naast deze meer of minder populaire uitvoeringen komen er nog vormen voor die net als de calotypie of zoutdruk zeldzaam zijn. Voorbeelden hiervan zijn de pannotypie (afbeelding op leer), ferrotypie of tintypie (kermisfotografie op blikken plaatjes), de kooldruk en de platinadruk. Dateringsintervallen Aan de hand van de verschijningsvorm volgt nu een eerste dateringsinterval: een dago kan globaal gedateerd worden tussen 1842 en 1860, de ambro tussen 1852 en 1862, de carte de visite tussen 1860 en 1914 en de kabinet tussen 1867 en 1914. Uit deze eerste dateringspoging is al te zien dat het vooral zin heeft om bij de carte de visite en de kabinetkaart de dateringsintervallen verder te vernauwen. Aan het merendeel van de dago's en ambro's kan qua toewijzing met betrekking tot een generatie al niet veel meer mis gaan. Alleen de aanwezigheid van studio-reclame biedt daar nog aanknopingspunten voor vernauwing van de datumschatting. Voorbeelden van vroege verschijningsvormen, van 1840 tot 1860, zijn te vinden op de site http://www.earlyphotography.nl. In het boekwerkje Het Nederlandse fotoportret 1860igi$ (Den Haag 1989) is de datering van portretfoto's tussen 1860 en 1915 aan de hand van allerlei kenmerken en voorbeelden fraai uitgewerkt per periode van ongeveer tien jaar. Gewicht en emulsie De carte de visite kent twee duidelijke populariteitsgolven zoals te zien is in tabel 1, die de aantallen gedateerde exemplaren over de jaren 1860 tot 1914 toont. De grootste golf was rond 1870, een tweede golf rond 1900.

. y

Genealogie 10 2004

foto's
•btzt rail, «orit toel 1 flll attriie Vissentraai 4e.
$[*rialitcil i!i\V^|V>i>liiii)i'n. CRO NlUGE't

Tabel i. Verdeling van geproduceerde cartes de visite per vijf jaar (uit 1784 gedateerde cartes de visite)

Voorbeelden van studio reclame met medailles (keerzijde van de foto links) en drukordernummer (keerzijde van de foto rechts)

1860-1864 1865-1869 1870-1874 1875-1879 1880-1884 1885-1889 1890-1894 1895-1899 1900-1904 1905-1909 1910-1914

59 316
2

r

75 197 161 86 "5
158

163 109 45

Ietwat los van de techniek staat de ontwikkeling van de kartonnen drager van het veelal dunne fotopapier. Vanaf 1860, wanneer foto's op stevig tekenpapier worden geplakt, tot rond 1890 wordt het karton eerst dikker en daarna slechter van kwaliteit. Samen leidt het tot een continue stijging van het gewicht van de carte de visite tot ongeveer 1890, waarna het gewicht iets afneemt en stabiel hoog blijft. Alleen al op grond van een gewicht kleiner dan wel groter dan 4,5 gram kan een carte de visite vrijwel zeker tot de eerste helft (18611885) of de tweede helft (1885-1914) van de periode worden gerekend. Over het algemeen kan men stellen: hoe lichter van gewicht hoe vroeger gemaakt. Probeer daarom de carte de visite tot op een gram nauwkeurig te wegen (dat kan met een goed op nul gestelde brievenweger) of liever nog tot op eentiende gram. Van 1860 tot ongeveer 1890 kan men via het gewicht het tijdvak uit tabel 2 nemen.

Studioreclame Omdat vrijwel alle negentiende-eeuwse foto's commercieel zijn gefabriceerd, kunnen wij veel afleiden uit de reclame-uitingen die onder en/of achterop de foto staan. Soms hebben dago's en ambro's achterop of binnenin een studio-etiket. Bijna altijd is onderaan en achterop cartes de visite en kabinetten studioinformatie voorhanden. Meestal wordt een fotograaf of studio met naam en adres vermeld. Soms zijn ook behaalde medailles met jaartal vermeld of heeft een drukker een jaar-gerelateerd ordernummer gebruikt. In de op het Internet beschikbare versie van de 'Catalogus van Nederlandse SUidiofotografen' (http://nies.liacs.n]:i86o) zijn alle naam-adres-woonplaats- (NAw)-varianten opgenomen die aangetroffen zijn op zo'n 60.000 cartes de visite en kabinetten. Tevens zijn 21.000 cartes de visite uit drie verzamelingen met zowel voor- als achterzijde toegevoegd. Ik verwijs verder naar de genoemde site en de Catalogus met de LCPD ('Leiden igth-Century Portrait Database'). Momenteel wordt gewerkt aan een verbeterde ingang middels de reclameuitvoering, waarvan er vaak meerdere per N A W record voorhanden zijn. De onder Studio per NA\v-record aangegeven data zijn betrouwbaar geachte data, aangetroffen op de cartes de visite of kabinetten. Die kunnen voor een datum-

schatting gebruikt worden. Omdat drukkers zich gingen specialiseren in het bedrukken van de dragende kartonnetjes, heeft ook het ontwerp van de reclame uiting een eigen ontwikkeling doorlopen. In de voornoemde LCPD kunnen foto's (zowel wat betreft voor- als achterzijde) op gelijksoortige worden doorzocht ('similar image'ingang: fotonummer waarmee gezocht moet worden, kan worden opgegeven). Hiermee kunnen studio's die eenzelfde grafisch ontwerp bij de gespecialiseerde drukkerijen besteld hebben worden gekoppeld. Niet alleen het steunende kartonnetje, maar ook de hele vormgeving van de studioreclame maakte een grote ontwikkeling door. Wat begon met een uiterst klein gedrukte tekst zonder poespas rond 1862 ontwikkelde zich in 25 jaar tijd tot vlakvullende ontwerpen met protserige tierelantijnen om op het eind (na 1905) weer heel bescheiden te worden (met vaak alleen een naam voorop). Ook werd onderaan vaak de drukker vermeld en in het geval van Prager en Lojda, Berlin staat daar vaak een drukordernummer waarvan de laatste twee cijfers met het jaartal overeenkomen. De studioreclame van Studio Böeseken te Rotterdam kan als voorbeeldreeks dienen voor de ontwikkeling van de studioreclame.

KOITEHDAM T

Tabel 2. Verband tussen gewicht en productiejaar bij cartes de visite
„toon*

1860-1870 1,5-2,5 gram 1864-1874 2,5-3,5 gram 1874-1886 3,5-4,5 gram 1879-1893 4,5-5,2 gram meer dan 5,2 gram 1886-1914 Voor carte de visite- en kabinetfoto's kan ook goed een datumschatting gemaakt worden aan de hand van de emulsie en dragende laag maar hiervoor moet een beroep op deskundigen op het gebied van oude foto technieken worden gedaan.

FflOT*l<;U.W!i

A.BÖESEKEN
foto^pUgdk Attiier

A.BOESEKEN

.Y>.>i\yUi)"al «m Ar

Genealogie 10 Ontwikkeling in het studioreclame-design. Studioreclame van het 'Photographisch Atelier A. Rotterdam, respectievelijk 1863,1870-1878 en 1882-188^ Böeseken' te 2004

Ontwikkeling in de damesmode met achtereenvolgens de hoepelrok f1855- '865, foto van 1863), de kegelvormige rok (circa 1870, foto van 1868), de zogenaamde 'queue de Paris' (1872-188$, foto van 1872) en de slankere lange rok (circa 1900, foto van 1905^

Bijgeschreven tekst Zowel de portretfoto's die 11 wilt dateren als die welke zijn doorgenomen voor de Catalogus kunnen allerlei bijgeschreven informatie bevatten (meestal op de achterzijde). Deze bijgeschreven teksten op foto's of in albums kunnen refereren aan personen en data. Met beide moeten we heel voorzichtig omgaan omdat de naam niet die van de afgebeelde persoon en een datum geen opnamedatum hoeft te zijn. Ook kan de fotograaf een negatiefnummer of aantal bijbestellingen genoteerd hebben. Foto's in bezit van collecties hebben vrijwel altijd een collectienummer. Tenslotte treft men op oude harde foto's die verhandeld zijn vaak prijsinformatie aan. Bij albums moeten wij ons afvragen of bijgeschreven teksten (nog) bij de ingeschoven foto's horen. Een geschreven naam kan duiden op de afgebeelde persoon, de persoon aan wie de foto gegeven is of de familie waar de afgebeelde persoon deel van uitmaakt. Een datum kan wijzen op de datum van opname, de datum waarop de foto verkregen is (door de ontvangende persoon of collectiehouder), de datum waarop de afgebeelde persoon geboren is of de datum waar de foto in collectie op ingeschat is. Soms is het aantal afdrukken of bijbestellingen vermeld: meestal links bovenin: 6, 9 of 12. Ook kan de studio een (glas)negatiefhummer vermelden. Bijgeschreven datums zijn voor meer dan de

helft opnamedatums, maar wat voor datum het is kan voorlopig het best open gelaten worden. Archiefonderzoek Een belangrijke stap om te komen tot een betrouwbare schatting van de opnamedatum is het zoeken naar bevestiging in archieven uit de negentiende eeuw. De naam-adres-woonplaats- of NA\v-gegevens van de vermelde studio's lenen zich hier het best voor. Die kunnen met het bevolkingsregister, adresgidsen en krantenadvertenties worden vergeleken. Fotohistoricus Steven Wachlin is al meer dan twintig jaar bezig deze bronnen voor elke negentiende-eeuwse fotograaf van geboorte tot overlijden vast te leggen, waardoor vaak heel nauwkeurige productieperiodes kunnen worden geschat. In het bevolkingsregister is meestal nauwkeurig bijgehouden van wanneer tot wanneer een fotograaf ergens gehuisvest was. (Een voordeel hierbij is dat in de negentiende eeuw de fotograaf de studio vrijwel altijd aan huis had). Het vermelde beroep, zoals fotograaf, blijft echter vaak nog vermeld als de fotograaf niet meer als zodanig actiefis. In adresgidsen, die commerciële activiteiten en adressen vermelden, komen ook vaak fotostudio's voor. Die gegevens zijn minder nauwkeurig dan die uit het bevolkingsregister. Ze lopen vaak een jaar achter of de gidsen kwamen niet elk jaar uit. Kran-

tenadvertenties geven het meest nauwkeurig momenten aan waarop een fotograaf of studio actief is. Vaak wordt de opening van een atelier vermeld. Zoeken op internet Als de naam van de afgebeelde persoon bekend is kan via internet vaak een mogelijke link met een genealogie gelegd worden. Zoeken op internet kan tot verrassend goede dateringen leiden. Er zijn legio sites waar de verschillende verschijningsvormen en technieken behandeld worden en studio gerelateerde informatie is gedeeltelijk al geordend. Ook staan er zeer veel genealogieën op internet, die door het zoeken via de naam van de afgebeelde bereikt kunnen worden en veel zoekwerk uit kunnen sparen. Een nadeel van zoeken op internet is dat de gevonden informatie weinig betrouwbaar kan blijken. Zie het steeds als een aanknopingspunt en informatie die geverifieerd moet worden. Ook zijn er aanzienlijke landsverschillen: dago's zijn in de Verenigde Staten veel langer dan in Europa gemaakt, cartes de visite weer veel korter omdat de tintypie daar al vroeg sterk vertegenwoordigd was. Nederlandstalige pagina's geven dus qua datering een betrouwbaarder beeld dan Engelstalige websites.

Afbeelding en mode-ontwikkeling En laten wij ook dat wat er op de afbeelding zelf te zien is niet vergeten. Welke opname gemaald werd - voluit, kniestuk, borststuk, kopstuk - was wisselend populair. Ook biedt de mode aanknopingspunten en zaken als haardracht en hoofddeksel. Dit geeft vooral extra houvast bij de afgebeelde dames. De herenmode ontwikkelde zich veel minder opvallend. Intergratie van bronnenmateriaal Als alle denkbare afzonderlijke dateringsbronnen gebruikt zijn, is het tijd om na te gaan of daaruit een betrouwbaar, nauwer tijdsinterval kan worden afgeleid. Om zekerder te zijn van een waarschijnlijke productiedatum

Voor- en keerzijde van de foto van juffrouw

Visser bij Studio M. Verveer, Den Haag (Album 774, coll. auteur)

Genealogie 10 2004

(meestal gelijk aan de opnamedatum), kan men het best proberen elk van de mogelijke dateringsbronnen eerst op zich te verifiëren. Vervolgens kunnen de verschillende tijdsintervallen die daar uit komen, tegen elkaar gelegd worden om te zien in hoeverre deze in een betrouwbaar eindinterval kunnen worden omgezet. Een belangrijke afweging hierbij vormt het vertrouwen dat men in de afzonderlijke dateringsbronnen heeft. Zo zijn de gedrukte studiogegevens, geverifieerd aan het bevolkingsregister natuurlijk veel betrouwbaarder dan een bijgeschreven datum. Bijgeschreven datums kunnen het best gebruikt worden om in laatste instantie te besluiten om wat voor bijgeschreven datum het waarschijnlijk gaat. Als er een groot verschil met de uit andere bronnen geschatte datum blijkt, ligt een andere interpretatie dan de opnamedatum het meest voor de hand. Ik zal nu aan de hand van twee in de tijd verspreide voorbeelden laten zien wat de verschillende dateringsbronnen opleveren en welke eindconclusie daaruit te trekken valt. Juffrouw Visser bij Studio Verveer Deze carte de visite heeft een kleine plakker met de studiogegevens achterop. Het karton is dun en de foto weegt 2,3 gram. Dit past gezien de gewicht/jaar-tabel bij een carte de visite uit de periode 1860-1870. De via internet raadpleegbare LCPD geeft een geïsoleerd jaar: 1861. Gelet op het design kan uit de ontwikkeling van de reclame-uitvoering het volgende besloten worden: 'Zeestraat zonder huisnummer' met plakker moet geplaatst worden tussen plakker 'íe Wagenstraat 39' (1861) en voor de gedrukte plakker 'Zeestraat 46' (18611863) en 'Zeestraat 52' (1864-1892). De plakker is ontleend aan een verkleining van het adresetiket dat achterop daguerreotypien en ambrotypien geplakt werd. Dit duidt op een heel vroege carte de visite. Verder is het karton met een schaar en niet geheel rechthoekig op maat geknipt wat er op duidt dat er nog geen voorgesneden kartonnetjes voorhanden waren. Een schatting via de LCPD op grond van reclame: 1861. De NAW-gegevens van Verveer zijn goed te checken. Hij komt voor in de biografische gegevens van Steven Wachlin, in het losbladig systeem Geschiedenis van de Nederlandse Fotografíe en in een genealogie van de familie

Toekomstige ontwikkeling dateringen Momenteel werkt de student Michel de Swart aan een expertsysteem voor het nauwkeurig schatten van de opnamedatum van carte de visite- en kabinetfoto's. De resultaten hiervan worden rond de zomer van 2004 in de LCPD opgenomen. Vanaf dat moment zal er een ingang per studio op reclame-uitvoering geboden worden, waarna een overzicht verkregen kan worden van de eraan verbonden datumschattingen en hoe die tot een betrouwbaar interval kan engevat. Via het email-adres op de LCPD site kan men ook gescande foto's op tten en nog niet in het systeem opgenomen studio's, v
JE3

Verveer op internet, waaruit we leren dat Maurits L. Verveer leefde van 1817 tot 1903 en naast fotograaf ook kunstschilder was. Volgens Hans Rooseboom en Steven Wachlin in het artikel over Maurits Verveer in de Geschiedenis van de Nederlandse fotografíe heeft M.L. Verveer eerst in de íe Wagenstraat 39 gewerkt (18591860), daarna in de Zeestraat 46 (1861-1863) en later in de Zeestraat 52 (1864-1890). Dan de damesmode: de jurk van juffrouw Visser is een echte hoepelrok die tussen circa 1860 en 1865 in zwang was. De opname is voluit, wat gezien de beperkte lenzen gebruikelijk was tot ongeveer 1865. Gezien dit alles lijkt een betrouwbare datumschatting van 1861 zonder speling verdedigbaar. Oudere heer bij H.A.Mens Deze carte de visite is gezien z'n gewicht van 4,8 gram zeker van de periode 1885-1914. Het uitbundige reclameontwerp wijst op de periode 1885-1905. De LCPD vermeld de studio wel, maar vermeldt geen dateringen. We gaan nu gebruik maken van een zoekmogelijkheid van de LCPD, similar image, zoeken op beeldinhoud en wel de achterzijde, om te zien of eifotostudio's bestonden die eenzelfde design bij de drukker besteld hebben. Op die manier vinden wij twee studio's, die van W. Koolstra in Groningen en J. Schrikkema in Wirdum. De bijbehorende voorzijde van de bijpassende Schrikkema-carte de visite vermeldt een jaartal: 1896. Het jaartal past goed in de eerder geschatte periodes. Vrijwel dezelfde achterzijde treffen wij aan bij Schrikkema, met toevoeging van een medaille behaald in 1899. Voorlopig zullen wij besluiten tot 1893-1899. Ter controle gaan wij bij Steven Wachlin's biografieën na na wat er van H.A. Mens, W. Koolstra en J. Schrikkema te vinden is. Van H.A. Mens zijn geen gegevens omdat het bevolkingsregister van

Arnhem in de Tweede Wereldoorlog verloren is gegaan. Bij J. Schrikkema vinden wij dat hij na 1887 fotograaf geworden is. Bij W. Koolstra valt uit adresgidsen te halen dat hij van 1891-1896 in de Papengang D2oa als fotograaf werkte. In 1900 wijzigde dat. Concluderend blijkt de overeen- komst in ontwerp een datum, 1896, op te leveren die er uit ziet als een opnamedatum. Wij blijven zodoende bij de eerdere schatting: 1893-1899 (rond 1896). Internet en literatuur - Http://www.earlyphotography.nl. - M. van den Dorpel, f.F. Kousemaker, J.W. Zondervan, Het Nederlandse fotoportret 1860-1915. Een handleiding bij het dateren en bewaren van portretfoto's. CBG-reeks nr. 11 (Den Haag 1989). (Deze uitgave is nog verkrijgbaar bij het Centraal Bureau Genealogie Prijs € 7,00. U kunt het werk bestellen via internet (www. cbg.nl), telefonisch (0703150510) of met de ingehechte bestelkaart). - D.P. Huijsmans, Catalogus van Nederlandse Studiofotografen van Carte de Visite en Kabinet Foto's: ten behoeve van datering binnen de periode 1860-1914 (3e editie; Castricum: i9th-Century Images 1993). De catalogus is ook interactief te benaderen via Internet op http://nies.liacs.nl:i86o. - 1 . Th. Leijerzapf, Geschiedenis van de Nederlandse fotografie: in monografieën en thema artikelen (losbladige; Alphen aan den Rijn: Samson, 1984-), met gegevens van ongeveer 50 negentiende-eeuwse fotografen. - Biografische gegevens van Nederlandse fotografen geboren vóór 1880, opvraagbaar bij S. Wachlin via email: a.c.a.i.moors@uva.nl.
D.P. Huijsmans is als universitair docent verbonden aan de Universiteit van Leiden

Genealogie 10 2004 Voor- en keerzijde van de foto van een oudere heer, fotostudio van H.A. Mens te Arnhem, met vergelijkingsmateriaal uit de LCPD