1 De gewesten Vlaanderen en Brabant waren aan het einde van de 16e eeuw het meest welvarend.

Waaruit blijkt dat? Vlaanderen en Brabant droegen in 1464 de meeste belastingen af aan de hertog van Bourgondië; daar werd dus het meeste geld verdiend. 2 Welke gevolgen had de Nederlandse Opstand voor Antwerpen en Amsterdam? In Antwerpen nam de bevolking met de helft af, in Amsterdam vervijfvoudigde de bevolking. Kennelijk had Antwerpen vooral te lijden van de Nederlandse Opstand, terwijl Amsterdam er juist garen bij spon. 3 Toen Wouter Jacobszoon in 1573 door Holland reisde, trof hij verwoesting en armoede aan. Hoe kwam dat? Het Spaanse leger belegerde Hollandse steden en toonde bij het innemen van die steden geen genade. Door het oorlogsgeweld waren ook de boer en op het omringende platteland weggevlucht.

Paragraaf 1.1 ± Een vroeg verstedelijkte samenleving Waterland 1 Welke verandering onderging het Hollandse landschap tussen 1000 en 1300? Het veranderde van een dunbevolkt, moerasachtig veenlandschap in een l appendeken van vruchtbare akkers en sloten (voor de afwatering), waaromheen een groot aantal stadjes was ontstaan. 2 Waardoor raakte Holland in de 14e en 15e eeuw in een crisis? Het voornaamste middel van bestaan, landbouw, werd steeds moeilijker doordat de veenbodem inklonk (wegzakte) en het water niet meer goed kon worden afgevoerd. 3 Welke verklaring wordt gegeven voor de urbanisatie van Holland in de 15e eeuw? De crisis in de landbouw. Doordat de landbouw geen bestaan meer bood, trokken veel mensen (op zoek naar werk) naar de al bestaande stadjes. Handel en nijverheid 4 Leg uit waarom in de Hollandse steden veel kansen lagen voor de ontwikkeling van handel en nijverheid. Deze steden lagen op het kruispunt van verschillende Europese handelsroutes, zowe l aan zee als aan de grote rivieren. Daardoor werden ze een soort spin in het web (van handel). 5 Wat zijn trafieken? Bedrijven die grondstoffen verwerken (meestal tot producten die in de nijverheid gebruikt kunnen worden). Stijgende graanprijzen 6 In welke opzichten bleef Holland aan het begin van de 16e eeuw achter bij Vlaanderen en Brabant? De grootste Hollandse steden waren lang niet zo groot als de Vlaamse en Brabantse steden en ook veel minder rijk. Holland telde geen grote kooplieden, Vlaanderen en Brabant wel.

dat moest worden ingevoerd. Paragraaf 1. textiel en wijn naar de Oostzee. oorlogen. In Holland groeide de bevolking. 7 Wat wordt bedoeld met µmalthusiaanse spanningen¶? Die spanningen treden op doordat (volgens Malthus) vóór de industrialisatie de bevolking vrijwel altijd sneller groeide dan de graanproductie. Vlaanderen en Brabant in dure producten die (ook in kleinere hoeveelheden) veel geld opbrachten.Holland handelde vooral in bulkgoederen. Landbouw waarbij boeren produceren voor de markt. haring. was het verlies dat werd geleden verspreid over vele schouders en veel lichter te dragen). ontstond daar een bloeiende scheepsbouw waar veel schepen van goede kwaliteit werden gebouwd. Om al dat graan te kopen brachten de Hollandse schepen zaken als zout. 3 Leg met een voorbeeld uit hoe de Hollandse handel de nijverheid stimuleerde. epidemieën. Het graan wordt dan duurder. Voor die handel waren steeds meer schepen nodig. Zo ontstonden allerlei handelsroutes waarin Nederlanders een grote rol speelden. wat leidt tot hongersnoden. (2) Mede dankzij een koeler klimaat (een µkleine ij stijd¶) daalde de zeespiegel. Landbouwrevolutie 5 Leg uit wat bedoeld wordt met µgecommercialiseerde landbouw¶. bovendien . Daardoor delen zij de risico¶s (als een schip zonk.2 ± Opkomst van Holland Graanhandel 1 Wat was de inzet van de Sontoorlogen? De Sont is de zeestraat die de Noordzee met de Oostzee verbindt. nergens was brood zo duur als in Holl and. 6 Welke factoren bevorderden het ontstaan van deze gecommercialiseerde landbouw? (1) Door de bevolkingsgroei en de urbanisatie (verstedelijking) was er veel vraag naar landbouwproducten. maar de stijging van de graanprijzen bleef beperkt. maar de Hanzesteden probeerden dat tegen te houden (door de Hollandse schepen tegen te houden of te dwarsbomen) Inzet van de Sontoorlogen was dus het verkrijgen (en ontzeggen) van toegang tot de Oost zee. De Hollandse handelsvloot 2 µDe graanhandel werd de basis van een groeiend internationaal ha ndelsnetwerk. 8 Was ook in Holland sprake van µmalthusiaanse spanningen¶? Nee. Daardoor waren er geen grote hongersnoden. Hollandse kooplieden wilden in de Oostzee goedkoop graan inkopen. in dit geval de verstede lijkte omgeving. die de bevolking doen krimpen. Holland produceerde weinig broodgraan. Die producten moesten ze elders in Europa kopen.¶ Leg in je eigen woorden uit wat hiermee bedoeld wordt. Omdat de materialen voor scheepsbouw óók via de handel naar Holland geb racht konden worden. 4 Wat is een µpartenrederij¶? Een club van mensen die allemaal een deel van een schip bezitten.

Antwerpen koos nu de kant van de opstandelingen. (2) Spanje ging door al zijn oorlogsinspanningen failliet. Dat zilver hadden de Portugezen nodig om in Azië handel te drijven. Tienduize nden Antwerpenaren (vooral zij die veel te verliezen hadden) vluchtten voor dit oorlogsgeweld. Zeeland en Friesland de adel relatief weinig grond bezat. en tot overmaat van ramp sloten de opstandige gewesten de Schelde af. (3) Doordat in Holland. waardoor veel Antwerpse geldschieters failliet gingen.en Midden-Amerika. De meeste grond was eigendom van vrije. 2 Leg uit hoe de ontdekking van de zeeroute naar Indië de bloei van Antwerpen bevorderde. De Spaanse koning kon zijn leningen niet terugbetalen. Paragraaf 1. De Portugezen hoefden voor dat zilver dus niet langer helemaal naar Antwerpen. Nu de Portugezen zelf in Indië konden komen. maar werd in 1585 ingenomen door het Spaanse leger. waardoor Antwerpen werd afgesneden van de zee handel.lukte het de boeren steeds beter in het water weg te pompen. Lange tijd was Brugge het centrum daarvan. Zij konden gewoon voor de markt produceren. brachten ze deze produc ten zelf op de markt. (Als zij hun opbrengst aan een heer hadden moeten afstaan. ze haalden het voortaan in Sevilla. zelfstandige boeren. vooral dankzij hun textielnijverheid. Zeeland en Friesland een agrarische revolutie mogelijk maakte.) 7 Leg uit hoe het ontbreken van een feodale tradi tie in Holland. Dat leverde vruchtbare extra landbouwgrond op. (3) Door de Nederlandse Opstand ging Spanje opnieuw failliet (wat opnieu w veel Antwerpse handelaren ruïneerde) en werd Antwerpen geplunderd door muitende Spaanse soldaten omdat Spanje hun soldij niet meer kon betalen. De val van Antwerpen 3 Door welke drie ontwikkelingen begon Antwerpen (na 1550) in problemen te raken? (1) De Spanjaarden voerden op grote schaal zilver aan vanuit Zuid . hadden ze weinig redenen gehad om méér te produceren dan ze voor eigen gebruik nodig hadden. Vóór die ontdekking kwamen Aziatische producten via Italië Europa binnen. De opkomst van Holland 4 De economische µmachtsovername¶ door Holland wordt verklaard met een ontwikkeling en . De adel bezat in deze drie gewesten relatief weinig grond met daarop boeren die van hen afhankelijk waren (zeg maar: horigen).3 ± De val van Antwerpen De opkomst van Antwerpen 1 Hoe kwam Antwerpen aan zijn positie als Europees handelscentrum? Brabant en Vlaanderen (het omliggende gebied van Antwerpen) hadden al eeuwenlang een sterke positie in de internationale handel. die hun eigen boerenbedrijf tot bloei wilden brengen omdat ze de winst zelf konden houden. maar door oorlog raakte het die positie aan het einde van de 15e eeuw kwijt aan Antwerpen. waren er veel zelfstandige boeren. Ze kozen daarbij voor Antwerpen omdat dit al een groot handelscentrum was en omdat daar zilver (uit Oost-Europa) werd aangevoerd.

eigen uitvoerrechten. Steden en gewesten werkten niet samen. De gilden hadden het alleenrecht op de productie en verkoop van bepaalde producten in hun stad. schuingedrukte zin De Hollandse bestuurders leerden hun verschillen te overbruggen om uit te leggen waarom deze paragraaf heet: Een versnipperd land. laken en andere producten. De gewesten inden ook in de Republiek zelf belasting en hielden daar zeggenschap over. Kooplieden-regenten 6 Welke verschillen waren er tussen de kustprovincies en de landprovincies? In de kustprovincies was veel commerciële landbouw. 5 Hoe probeerden de gilden in de steden hun eigen leden te beschermen? :Leg ook uit of ze daarin slaagden. maar nu hadden ze geen vorst meer. Amsterdam dankte zijn sterkte positie aan de graanhandel.4 ± Een versnipperd land Accijnzen 1 Welke centrale bestuursinstelling richtte Karel V in de Nederlanden op? De Raad van State. 3 Leg met een voorb eeld uit dat de gewesten in de Republiek eerder meer dan minder zelfstandigheid hadden dan in de Habsburgse tijd. en binnen de gewesten zelf hadden de steden weer allerlei eigen privileges. in de landprovincies was de meeste landbouw zelfvoorzienend. Welke ontwikkeling en welke gebeurtenis? Leg ook uit welke van de twee het meeste gewicht in de schaal legde. Holland kon daardoor in korte tijd uitgroeien tot hét handelscentrum. met Amsterdam als grootste (en steeds dominanter) centrum. wijn. eigen munten. Ondanks alle verzet kwamen deze accijnzen er. Priviliges 4 Gebruik de tekst tot aan de blauwe.een gebeurtenis. De Val van Antwerpen woog het zwaarst: die gebeurtenis bracht de ommekeer. 2 Met welk voorstel kwam de Raad van State in 1542 en hoe pakte dat voorstel uit? De Raad van State wilde een centrale belasting invoeren door in alle gewesten accijnzen te heffen op bier. Dat werkte maar gedeeltelijk. Die vormde een complete ommekeer: Antwerpen raakte in één klap tienduizenden handelaren en ambachtslieden kwijt. want op plekken waar meer vrijheid was bloeide de nijverheid vaak het meest. De gewesten hadden alle eigen belastingstelsels. de waren zelf soever ein geworden (hadden h et laatste woord). . Gebeurtenis: De val van Antwerpen in 1585. die hun zaken verplaatsten naar Amsterdam. Zo konden ze concurrenten weghouden. maar de gewesten inden die zelf en controleerden de besteding ervan. Ontwikkeling: De handel verschoof geleidelijk (over tien tallen jaren) van de zuidelijke naar de noordelijke gewesten. maar beconcurreerden elkaar: de Republiek leek wel een lappendeken van mini-staatjes. Paragraaf 1.

Paragraaf 2. In de hoop snel veel winst te kunnen maken. 8 Wat bevorderde het ontstaan van een overlegcultuur in Holland? Doordat een sterk centraal bestuur ontbrak. Kennelijk hadden de Engelse oorlogen geen grote gevolgen voor de welvaart. 4 Leg in je eigen w oorden uit wat de tulpenmanie van 1637 inhield.1 ± Centrum van de wereldhandel . maar de bestaande spaarders werden zelf wel steeds rijker. De Engelse oorlogen duurden maar kort. zoals de tulpenbollen die al gekocht werden terwijl ze nog moesten worden gerooid. (3) een fase van vrede en voorspoed (1648 -1672). zoals tulpenbollen. 5 Om welke drie redenen wordt de tulpenmanie kenmerkend genoemd voor Holland in de Gouden Eeuw? (1) In Holland brachten ondernemers nieuwe luxeproducten op de markt. Zij hadden zelf belang bij het bevorderen/begunstigen van de handel. Ook de waterschappen waren een µleerschool¶ voor overleg en samenwerking. In de kustprovincies hadden stedelijke regenten het voor het zeggen. was alles kwijt. Wie zijn geld in bollen had gestoken. wat verklaart waarom zoveel mensen (ook µgewone¶ schoorsteenvegers en dienstmeisjes) meededen aan de tulpengekte. 3 De staafdiagram laat zien dat er in de 17e eeuw geleidelijk meer spaarders kwamen. om daarna binnen enkele dagen in te s torten. Door de grote vraag steeg de prijs van een bloembol tot absurde hoogte. stortte veel mensen zich op de handel in tulpenbollen. in de landprovincies waren veel minder steden. Het totaal aan spaargeld groeide ook gele idelijk. ook in dingen die (nog) niet echt bestonden. moesten de Hollandse bestuurders wel leren om door overleg hun verschillen te overbruggen. in de landprovincies had de adel nog veel invloed. terwijl vóór 1648 de Republiek onafgebroken in oorlog was geweest (µTachtigjarige oorlog¶). 7 Waardoor speelden in het bestuur van de Republiek handelsbelangen zo¶n belangrijke rol? Het bestuur in de steden was in handen van kooplieden -regenten. Welke conclusie kun je hieruit trekken? Na 1700 werd een beperkte groep spaarders steeds rijker. 2 Bij de tijdbalk worden rechtsonder oorlogen genoemd. (2) een fase van economische expansie (1588-1648). Of: er kwamen niet meer rijke spaarders. (2) In Holland werd in alles gehandeld. maar na 1700 juist héél snel. (3) In Holland kon je met handel rijk worden. Bedenk waarom deze periode boven de tijdbalk toch een periode van µvrede en voorspoed¶ wordt genoemd. 1 Welke drie fasen worden onderscheiden in de economische ontwikkeling van de Nederlanden? (1) Een fase van economische doorbraak (1500 -1588). en na 1700 niet meer.De kustprovincies kenden een grote verstedelijking.

Bulkgoederen als graan leverden veel minder winst op. traanolie Italië: marmer. Ook voor hout en ander scheepsmateriaal had Spanje de Nederlandse tussenhandel nodig. zijde. zeilmakerijen. ivoor. Andere continenten 5 Welke drie intercontinentale bestemmingen werden in de 17e eeuw bereikt en in welke producten werd daar gehandeld? Azië: peper en andere kostbare specerijen. Toch dreven ze vaak gewoon handel met elkaar. tabak. Afrika: goud. Noorwegen: hout Zweden: ijzer.Moedernegotie 1 Wat wordt bedoeld met µmoedernegotie¶? De Oostzeehandel (vooral in graan). slaven . Paragraaf 2. Luxeproducten als specerijen brachten veel geld op. De bank van lening: daar kon je geld lenen in ruil voor een onderpand. . olijfolie. ook als ze in kleine hoeveelheden werden verkocht. zuidvruchten (dadels. citrusvruchten Turkije/Levant: zijde. De Republiek verzorgde zelf het vervoer van de producten die gekocht en verkocht werden. wapens De zee rond Nova Zembla en Groenland: walvis. katoen. angorawol. krenten. wat ook op land veel werk opleverde (bijvoorbeeld scheepsbouw. Amerika: zout. 6 Leg met voorbeelden uit wat het verschil is tussen bulkgoederen en luxeproducten. porselein. veel andere handel kwam dááruit voort ± als een soort moeder dus. 3 Leg uit dat niet alleen handel maar ook koopvaart een belangrijke economische motor was. suiker. De uithoeken van Europa 4 Tot welke Europese bestemmingen breidden de Hollanders en Zeeuwen hun handel uit en in welke producten werd daar gehand eld? Rusland: huiden. hard nodig. geld overboeken. graan. De Nederlanders op hun beurt hadden Spanje nodig om aan zilver te komen dat overal ter wereld als betaalmiddel werd gebruikt en voor een handelsnatie dus onmisbaar is. 2 Spanje en de Republiek waren in oorlog met elkaar. Die handel was voor Holland het belangrijkst. katoen. kaneel. vijge n. lijnbanen. geld wisselen. enzov oort). abrikozen). koper. Waarom? Het Spaans-Habsburgse rijk kampte met voedseltekorten en hongersnoden en had het graan dat de Nederlanders konden leveren. met graanhandel verdiende je alleen genoeg als je die in grote hoeveelheden aankocht en verkocht. bont.2 ± De organisatie van de handel Banken en beurzen 1 Welke financiële instellingen maakten Amsterdam tot een aantrekkelijke p laats om zaken te doen? De wisselbank: daar kon je geld in bewaring geven. Er was dus een grote koopvaard ijvloot.

Deze wapens verkochten zij ook zelf. Daarom werd ze opgeheven. Een monopolie op de handel met Indië leverde veel hogere winsten op. ze voorzagen µhalf Europa¶ ervan (kooplieden). Handel drijven kwam op de tweede plaats. tabak en suiker te kunnen verbouwen. (3) De WIC veroverde in Amerika grote gebieden om daar producten als koffie.2 Welke nieuwigheden werden op de Amsterdamse koopmansbeurs bedacht? VOC-aandelen. Franse en En gelse handelaren. De VOC ondernam ook militaire operaties om de Molukkers te dwingen de spcerijen alléén aan de VOC te verkopen. Dat bracht ond er een grootscheepse handel in slaven op gang. termijncontracten (kopen in de toekomst. 6 Waarom waren VOC-schepen zo zwaar bewapend? Omdat de VOC probeerde de Portugeze en Engelse concurrenten te verjagen (en zich omgekeerd tegen aanvallen van die concurrenten moest beschermen). oorlog voeren. kon het zelf de prijs bepalen. omdat de arbeiders die op plantages nodig waren niet in Amerika zelf gevonden werden. 9 Waarom werd de Noordse Compagnie geen succes? Het monopolie op de walvisvaart werd massaal ontdoken: ondernemers stuurde n op eigen houtje schepen erop uit. prijs nu al vastleggen). Zonder monopolie had de Noordse Compagnie weinig meerwaarde. en contracten over het vervoer van vrachten. (1) De WIC had sterke concurrentie van Spaanse. 5 Waarom was het bijzonder dat de VOC µsoevereine rechten¶ kreeg? Omdat daardoor een bedrijf zich kon gaan g edragen alsof het een staat of een overheid was: forten bouwen. Portugese. Er konden ook verzekeringen worden afgesloten. Het recht om (in Zweden) mijnen en bossen te gebruiken verw ierven ze door de Zweeds e koning geld te lenen. kogels en busruit lieten produceren (ondernemen). 7 Hoe kwam de VOC aan kapitaal voor haar activiteiten? Van investeerders. Doordat de VOC het enige (Nederlandse) bedrijf was dat op Indië mocht handelen. . (2) In de begintijd moest de WIC vooral schepen van de vijand kapen. 3 Waarom zijn de families Trip en De Geer goede voorbeelden van kooplieden ondernemers? Zij hadden eigen gieterijen. soldaten in dienst nemen. De VOC 4 Waarom werden losse compagnieën samengevoegd in één Verenigde Oostindische Compagnie? De onderlinge concurrentie van deze losse bedrijfjes was te groot: dat deed de inkoopprijzen in Indië stijgen en de verkoopprijzen in Europa dalen. mensen die geld lenen aan een bedrijf en lat er meedelen in de winst De WIC 8 Noem drie dingen waarin de WIC verschilde van de VOC. bossen en mijnen waar zij kanonnen. enzovoort.

) 4 Leg uit waarom hoge lonen technische vernieuwingen kunnen stimuleren. .Het fluitschip. . Dat leidde tot het ontstaan van nieuwe trafieken (verwerkingsbedrijven). nam de handel toe. Wind. dat sneller en stabieler was dan de bestaande schepen. meer lading kon vervoeren en minder bemanning nodig had. Vooral de internationale handel opende nieuwe markten en mogelijkheden. Turf was volop aanwezig. Ook de textielindustrie werd erg geholpen door de komst van kennis en arbeiders uit Vlaand eren. gaat eerder op zoek naar manieren om het met minder arbeiders te kunnen doen ± op zoek dus naar mogelijkhedentot mechanisering. Daarmee konden mech anisch snel en goedkoop de standaardonderdelen voor de fluitschepen worden gemaakt. Daardoor was de rente laag. Een ondernemer die hoge kosten maakt aan de lonen die hij uitbetaalt. Dat stimuleerde dus de economische groei en de verstedelijking. je kon dus gemakkelijk geld lenen. was eenvoudig te winnen en kon door het goede vervoersnetwerk over water goedkoop worden vervoerd.Paragraaf 2. 6 Leg uit dat het goede vervoersnetwerk (over water) tegelijk een gevolg en ee n oorzaak was van economische groei en verstedelijking. mede dankzij de komst van duizenden vermogende kooplieden -ondernemers uit Antwerpen (toen die stad door Spanje werd heroverd en vervolgens door de Republiek van zee werd afgesloten). Er was genoeg geld om uit te lenen. Oorzaak: De aanwezigheid van een goed vervoersnetwerk bevorderde de nijverheid en de handel: je kon in Gouda gemakkelijk een pijpenmakerij beginnen omdat je die pijpen niet alleen in Gouda kon verkopen maar over heel de Republiek en zelf s daarbuiten. (2) De handel voerde nieuwe grondstoffen aan.De houtzaagmolen. 5 Welke voordelen boden de natuurlijke hulpbronnen waarover de Rep ubliek beschikte? Wind was gratis en onuitputtelijk. (Door deze mechanisering kon bespaard worden op de loonkosten.3 ± Bloeiende nijverheid Bakstenen en suiker 1 Noem twee manieren waarop handel en nijverheid elkaar stimuleerden. Gevolg: Doordat meer mensen in steden gingen wonen (verstedelijking) en zij iets te besteden hadden (economische groei). want de lonen waren hoog. zoals rietsuiker en tabak. (1) Door de handel nam de vraag naar nijverheidsproducten toe. water en turf 3 Welke technische vernieuwingen in de scheepsbouw waren er in de Gouden Eeuw? . ook voor bedrijfjes die vooral voor de binnenlandse markt produceerden. zoals suikerraffinaderijen en een tabaksindustrie. Hulp uit het zuiden 2 Waardoor had de Republiek in de 17e eeuw een gunstig investeringsklimaat? Er was politieke stabiliteit: vertrouwen in het buiten de deur houden van de Spanjaarden en vrede en veiligheid in Holland en Zeeland. Om die handel mogelijk te maken werden kanalen en kleinere v aarwegen gegraven.

de welvaart en de bevolking. Hoofdstuk 3 ± de republiek in de gouden eeuw Introductie (pagina 42 -43) . Produceren voor eigen gebruik leidt niet tot economische g roei: als je niets kunt verkopen.Paragraaf 2. Oost. . waardoor polders met nieuwe. Dat wer d mede mogelijk gemaakt door de beschikbaarheid van mest die (in de vorm van afval) vanuit de groeiende steden kon worden geleverd. verbouw je niet meer dan je zelf nodig hebt. Sommige nijverheidstakken zaten op het platteland vanwege de nabijheid van grondstoffen. meer bevolking = meer klanten). meer welvaart = meer koopkracht. Plattelandsnijver heid 3 Welke rol speelden stedelijke investeerders in de landbouw en op het platteland? Zij staken grote bedragen in het droogleggen van grote meren. 2 Waarom had de Nederlandse landbouw µvoordeel¶ van de Dertigjarige Oorlog? Door die Oorlog waren grote delen van het Duits e platteland verwoest.In de landprovincies was vooral zandgrond. Zij konden zich specialiseren op de intensieve verbouw van handels . . zij konden bijvoorbeeld technische vernieuwingen tegenhouden en de oprichting van meer werkplaatsen verhinderen (of vertragen).Zij hadden meer te lijden van de Tachtigjarige oorlog omdat er op hun grondgebied nog gevochten werd. 4 Waardoor verplaatste een deel van de textielnijverheid zich van de stad naar het platteland? Op het platteland waren de lonen lager. Deze groei vergrootte de afzetmarkten van de boeren (meer handel = meer vraag en groter afzetgebied. Ook staken ze geld in de aanleg van trekvaarten en turfgraverijen.en Zuid-Nederland 5 Waardoor bleven de landprovincies economisch achter bij de kustprovincies? . zoals rivierklei voor steenbakkerijen en schoon water voor de papierindustrie. terwijl de steden in de landprovincies zelf klein bleven.Er was minder aansluiting op het netwerk van waterwegen. In de stad hadden de gilden veel macht. Dat was één concurrent minder. Door dit alles bleven de meeste boeren zelfvoorzienend. Zij zorgden er kortom voor dat de landbouwproductie fors kon worden opgevoerd.4 ± Het platteland in de Gouden Eeuw De bloei van de landbouw 1 Leg uit hoe de landbouw profiteerde van de groei van de handel. vruchtbare landbouwgrond ontstonden. het voedsel voor de tienduizenden soldaten die daar vochten werd nu uit de Republiek gehaald. en die was minder geschikt vo or commerciële landbouw.en tuinbouwgewassen.

hun macht.Ook goed: Vanaf 1590 verhoo gde de Republiek haar defensie -uitgaven. Ook in de Staten -Generaal was veel verdeeldheid. 3 Tegen welke µinternationale trend¶ ging de Republiek in door geen stadhouder te benoemen? Tegen de trend dat koningen en centrale overheden meer macht kregen. Hoe is dat te verklaren? Iedereen moest belasting betalen. Met accijnzen kan daarop belasting geheven worden die iedereen een beetje. omdat de vertegenwoordigers van de gewesten het eerst onderling eens moesten worden en daarna nog eens met elkaar. 2 Waarom besloot de Grote Vergadering in 1651 geen nieuwe stadhouder te benoemen? De gewesten vonden dat de vorige stadhouders. de gewes ten. In de gewesten zaten vertegenwoordigers met verschillende belangen. zoals edelen en regenten uit verschillende steden.Vanaf 1590 verlegde de Spaanse koning Filips II zijn aandacht naar de oorlog tegen Frankrijk. zonder daaraan te gronde te gaan. .1 De opstand tegen de koning van Spanje liep uit op een oorlog die tachtig jaar zou duren.1 ± Het bestuur van de Republiek Particularisme 1 Leg met een voorbeeld uit wat bedoeld wordt met particularisme. Dat leidde tot verdeeldheid. . hun macht misbruikt hadden en zich steeds meer als koningen waren gaan gedragen. Spanje kon dus niet al zijn middelen inzetten in de strijd tegen de Republiek. In een commerciële economie wordt veel gekocht en verkocht. De noordelijke gewesten (de Republiek dus) bleven gespaard voor de verwoestingen van oorlog op het eigen grondgebied.en uitvoerrechten hun eigen handel en nijverheid te be vorderen en die van andere steden en gewesten te benadelen. Ontleen aan de tijdbalk en de kaart twee redenen waarom de Republiek in die lange oorlog standhield en zelfs een µgouden¶ eeuw beleefde. Zij wilden zelf hun bestuurders benoemen en zo zelfstandig mogelijk blijven. 4 Leg uit waarom in e en commerciële economie meer belasting geïnd kan worden dan in een zelfvoorzienende economie. Belastingen 3 Hollanders betaalden steeds meer belasting. Steden en gewesten probeerden met het heffen van invoer . In de Republiek behielden de afzonderlijke delen. Kennelijk was er steeds meer geld om een sterk leger op te stellen. ut het huis van Oranje. na 1620 verdubbelden die zelfs. maar niet één groep het zwa arst . Dat leidde vaak tot eindeloos gepraat.De strijd verplaatste zich na 1575 naar de zuidelijke gewesten. Bovendien was in vredestijd geen legeraanvoerder nodig (de s tadhouder was ook legeraanvoerder). de lasten drukten niet (zoals bijvoorbeeld in Frankrijk) op de burgers alleen. . 2 Leg uit waardoor er in de gewestelijke staten en in de Staten -Generaal zoveel verdeeldheid heerste. Paragraaf 3.

.belasten. .en uitvoerrechten (belastingen) om de handel van de vijand te verzwakken. 6 Leg m en uit hoe de Staten-Generaal de handel bevorderden.De Staten-Generaal lieten de koopvaardijvloot beschermen met oorlogsschepen. waarover een enorm bedrag aan rente betaald moest worden. 5 Waarom stelden de bestuurders van de Republiek de belangen van handel en nijverheid voorop? Omdat zij zelf actief waren in de handel of er door familiebanden bij betrokken waren. Oorlogseconomie 3 Noem drie manieren waarop de oorlog de bloei van de Hollandse handel bevorderde. Schulden 7 Leg uit hoe de Republiek haar sterke leger bekostigde. . De gweseten betaalden dat volgens een vaste verdeelsleutel. Dardoor kon de republiek haar oorlogsuitgaven verhogen. 2 Welke gebeurtenis ná het Bestand van 1609 -1621 kwam voor de Republiek als geschenk uit de hemel? De verovering van de Spaanse zilvervloot in 1628. . .Hollandse handelaren maakten gebruik van de schaarste die door de oorlog ontstond. Holland betaalde het grootste deel en bekostigde dat d eels door geld te lenen ± wat leidde tot een hoge schuld. Afrika en Amerika ± met groot succes.De Staten-Generaal gebruikte in .). Ook richtten de kapers uit Duinkerken grote schade aan (de Spanjaarden legden deze kaper natuurlijk geen strobreed in de weg. .2 ± Internationale politiek De oorlog met Spanje 1 Welke gebeurtenis vormde een keerpunt in de strijd die de opstandige gewes ten tegen Spanje voerden? In 1590 haalde Filips II troepen weg uit de zuidelijke Nederlanden om oorlog te voeren tegen Frankrijk. was de Republiek (met name Holland) zelf gaan varen op Azië. Paragraaf 3. Dat gaf de Republiek de kans om zelf een groot leger op te bouwen. terwijl het voor het toch al zwaar belaste Spanje een zware klap was.De Staten-Generaal gaven de VOC en WIC alles wat ze nodig hadden om een handelsimperium op te bouwen.Holland (met name Amsterdam) had na de val van Antwerpen de positie van handelscentrum overgenomen. Door een nieuw Spaans embargo (tijdens het Bestand was dat opgeschort) ging veel handel met Zuid-Europa verloren. .Door de Spaanse embargo¶s en om Spanje te dwarsbomen. Het ging om ook hun eigen belangen. 4 Leg uit waarom de hervatting van de oorlog in 1621 de Republiek tijdelijk in een economische crisis stortte.

Schrijf naast de piramide de verschillende klassen die worden onderscheiden.3 ± Arm en rijk in de Gouden Eeuw Sociale verschillen 1 Maak een µsociale piramide¶ van de Republiek. Onder de volksklasse leidden veel mensen ook onder norma le omstandigheden al een schamel bestaan: zij verdienden een dagloon waarmee ze zichzelf maar net in leven konden houden. soms al op volle zee. Nadat Frankrijk zich had hersteld van een reeks burgeroorlogen en oorlogen met Spanje. De Acte van Navigatie beperkte de invoer van buitenlandse goederen (die mochten alleen worden ingevoerd als zij waren geproduceerd in het land van herkomst van de kooplieden) en beschermde zo de Eng else nijverheid terwijl tegelijkertijd de Engelse handel werd bevoordeeld. maar weinig bestaanszekerheid? Wie door economische tegenslag. Bovendien bouwde de Franse koning Lodewijk XIV in de 17e eeuw het Franse leger uit tot het sterkste en grootste van Europa. Paragraaf 3. 8 Leg uit hoe naast Engeland ook Frankrijk e en gevaar voor de Republiek begon te vormen. 7 Leg uit waarom de Eerste Engelse Oorlog en Tweede Engelse Oorlog gevolgen waren van de Acte van Navigatie. Deze µhandelsspanningen¶ leidden tot de Eerste en Tweede Engelse Zeeoorlog.Nieuwe concurrente 5 Wat is mercantilisme? Het versterken van de nationale economie door het bevorderen van de export en het beschermen van de eigen productie met het beperken van de invoer. 6 Leg uit waarom de Acte van Navigatie een voorbeeld is van mercantilisme. begon het mercantilistische maatregelen de Nederlandse handel op Frankrijk te dwarsbomen. ziekte of ouderdom niet kon werken. schrijf in de piramide de beroepen of inkomstenbron waaruit die klassen bestonden. Dat lot hing de kleine burgerij voortdurend boven het hoofd. De Republiek nam militaire maatregelen om haar handelsvloot te beschermen. 3 Welke argumenten worden gebruikt om te betogen dat de volksklasse in Holland beter af . De Engelsen namen na het afkondigen van de Acte van Navigatie tientalle n schepen van de Republiek in beslag. Deze politiek werd vooral in de 17e en 18e eeuw gevoerd. kwam zonder inkomsten te zitten. regenten edelen gegoede burgerij kleine burgerij volksklasse Levensstandaard 2 Waardoor was er voor mensen die niet tot de gegoede burgerij beho orden.

de werklieden waren in loonarbeid. man en vrouw golden als gelijkwaardige huwelijkspartners. Paragraaf 3.en Midden-Europese joden waren ongeschoold. Manufacturen waren grootschalige nijverheidsbedrijven. ouderdom of overlijden van ouders of een partner geholpen door hun gilde.) 2 Welke immigranten waren ± over het algemeen ± redelijk welvarend en welke immigranten waren arm? Veel ambachtslieden en kooplieden waren redelijk welvarend (en soms steenrijk). Portugese en Oost-Europese joden waren op de vlucht voor pogroms (vervolgingen) in eigen land. (Hun beweegredenen worden niet genoemd.Door de economische groei was er meestal volop werk.was dan elders in Europa? . Bevolkingsgroei 3 Waarom was de groei van de Hollandse steden opmerkelijk? Deze steden hadden (net als andere Europese steden) een sterfte -overschot: er gingen meer mensen dood dan er geboren werden. Scandinaviërs en Oost . De afstand tussen arbeiders en ondernemers was daar groot (veel groter dan in een ambachtelijke werkplaats). 5 Leg uit wat manufacturen zijn en hoe de arbeidsverhoudingen daar waren.De lonen waren in Holland hoger dan elders. Ook uit Engeland en Scandinavië kwamen veel immigranten. deden zwaar en slechtbetaald werk. die waren d eel economisch. deels politiek. zij waren straatarm. Immigranten uit de Zuidelijke Nederlanden ontvluchtte n het oorlogsgebied van de Tachtigjarige Oorlog en de economische malaise die daar het gevolg van was. . . Immigranten uit het Duitse rijk waren op de vlucht voor de Dertigjarige oorlog.Voor mensen die geen werk hadden. Vrouwen 4 Waaruit blijkt dat vrouwen een relatief vrije en zelfstandige positie hadden in de Republi ek? Ongehuwde vrouwen en weduwen hadden dezelfde rechten als mannen. hadden weinig rechten en werden scherp gecontrol eerd.Door de grootscheepse aanvoer van graan was er altijd genoeg voedsel.4 ± Immigratie en bevolkingsgroei Immigratie 1 Uit welke landen/gebieden kwamen veel immigranten naar de Republiek? Schrijf per groep ook op om welke reden zij hun land ontvluchtten. Franse protestanten (hugenoten) waren op de vlucht voor vervolging om hun godsdienst. veel vrouwen konden lezen en schrijven. . was er een goed georganiseerd stelsel van armenzorg Arbeidsverhoudingen 4 Wat voor bescherming was er voor mensen uit de kleine burgerij die in nood kwamen? Zij werden bij ziekte. . De groei was dus volledig te danken aan de komst van immigranten en van migratie van platteland naar de stad. velen ook vluchtten voor de Inquisitie. De meeste Duitsers.

Hoofdstuk 4 ± de economie in de zilveren eeuw Introductie (pagina 60 -61) 1 Bedenk welke gebeurtenissen (deze staan onder de tijdbalk) waarschijnlijk oorzaken zijn van de economische terugval en welke gebeurtenissen daar gevolgen van waren. was echt. Boswell zag in de steden massale armoede. Omdat de bevolking niet mee groeide. daalde de graanprijzen.De Republiek had last van het mercantilisme van andere Europese landen en van toenemende concurrentie uit havensteden als Hamburg en Londen. na 1720 werd het alleen nog in de Rep ubliek zelf verkocht. Paragraaf 4. .Echtgenoten van boeren. 1744) Continentaal Stelsel Gevolgen: Pachtersoproeren Einde WIC Einde VOC 2 Beschrijf in je eigen woorden wat Boswell in 1763 aantrof in de Republiek. weduwen zetten vaak het bedrijf van hun echtgenoot voort. ambachtsmannen en schippers waren vaak partner in het bedrijf. 3 Klopt het beeld dat Boswell in zijn brieven opriep? Gedeeltelijk. . het uitbaggeren van vaargeulen was een kostbare zaak. m aar dat was niet het hele verhaal van de Republiek. Naar het graan uit de Oostzee was minder vraag. de haringvisserij en de walvisvaart .1 ± De terugval van een handelsnatie Neergang van de handel 1 Welke oorzaken worden genoemd van de achteruitgang van de handel in de Republiek? .Door de verzanding van havens en rivieren konden grote zeeschepen hun bestemming moeilijker bereiken.De opkomst van de voorbijlandvaart ond ermijnde de positie van Amsterdam als stapelmarkt. In de arbeidersklasse was vrouwenarbeid vanzelfsprekend. Visserij 3 Vat samen hoe het in de 18e eeuw de houthandel. Veel mensen hadden ook in de 18e eeuw nog een goed bestaan ± en armoede was er ook in de µGouden Eeuw¶ altijd geweest. 2 Waardoor werd de graanhandel extra hard getr offen? Na de verwoestende Dertigjarige Oorlog nam in Duitsland en Frankrijk de productie van graan sterk toe. Oorzaken: Frans mercantilisme treft Republiek Negenjarige Oorlog Spaanse Successieoorlog Veepest (1714. De armoede die Boswell zag.

Daarom werden in de Nederlandse kolonie Suriname honderden suiker. .en koffieplantages gesticht. De handel bleef een belangrijke bron van welvaart en werkgelegenheid en leefde na 1750 weer op. de concurrentie van vooral de Engelsen werd steeds sterker.Nederlandse schippers namen (in buitenlandse dienst) deel aan de voorbijlandvaart.2 ± De groei van de koloniale handel en het geldbedrijf Groei van de koloniale handel 1 Wat veranderde er na 1680 in de koloniale handel met Azië? De VOC-vloot werd tweemaal zo groot en bracht tweemaal zo veel goederen naar de Republiek. waaronder. koffie en thee. onder het VOC -personeel kwam veel corruptie voor (producten verkopen voor eigen gewin). . maar dat kwam vooral door de groei van de Engelse en Franse handel en niet zozeer door een scherpe daling van de Nederlandse handel. Geldhandel 4 Wat is een kapitaalmarkt? Een plaats waar vraag naar en aanbod van geld bij elkaar komen: je kunt er dus geld lenen of uitlenen.De koloniale handel groeide.verging. .Nederlandse kooplieden verlegden hun activiteiten naar bankieren en commissieha ndel. dominante positie in de handel. ook steeds meer textiel. In al deze bedrijfstakken nam de buitenlandse concurrentie toe en had de Republiek last van de mercantilistische maatregelen van met name Engeland en Frankrijk. . porselein. naast specerijen. Paragraaf 4. 5 Waar kwam het kapitaal van de grote bankiershuizen vandaan? Van de rijke kooplieden en ondernemers in de Republi ek. De Republiek verloor wel haar leidende. vooral in thee en katoen. Velen stapten over van goederenhandel naar financiële dienstverlening. Engelse en uiteindelijk ook Spaanse koloniën. De winsten daalden en er was minder bedrijvigheid. 2 Wat veranderde er in de 18e eeuw in de handel op Afrika en Amerika? Door het mercantilisme kon de WIC haar producten niet meer kwij t aan de Franse. suiker.De rivierhandel met Duitsland groeide. Overvleugeld 4 Leg uit waarom de achteruitgang van de Nederlandse handel ¶maar relatief¶ was. 5 Noem vier redenen waarom de Re publiek toch een belangrijke handelsnatie bleef. 3 Waardoor leverde de groei van de koloniale handel niet meer winst op? De VOC maakte steeds meer kosten om aan (onder meer) militaire operaties haar handel zeker te stellen. .

turfgraverijen en trekvaart en en in leningen aan (stedelijke. . . Klinkers werden gebruikt als ballast in zeeschepen en konden in het buitenland verkocht worden. . dat zorgde voor een grote vraag naar papier. ging verloren. .) Textielnijverheid en scheepsbouw 2 Welke ontwikkeling maakte de Nederlandse textielindustrie door in de µZilveren Eeuw¶? De textielindustrie ve rdween uit Hollandse steden als Haarlem en Leiden naar West -Brabant en Twente omdat de lonen daar lager waren. Deze kon de µklap¶ van et mercantilisme te boven komen doordat in Suriname veel suikerplantages waren en doordat de binnenlandse vraag naar suiker sterk toenam. Paragraaf 4. en na 1750 vooral in b uitenlandse staatsobligaties (leningen door de overheid). 7 Waarin staken rijke investeerders hun geld vooral in de Zilveren (18e) Eeuw? In de VOC.De technische voorsprong die de Republiek in de Gouden Eeuw nog had.Investeringen 6 Waarin staken rijke investeerders hun geld vooral in de Gouden(17e) Eeuw? In grote binnenlandse projecten als droogmakerijen (polders).Het mercantilisme: veel andere landen schermden hun markt af. Papier. en buitenlandse bedrijven en handel. bovendien verboden deze landen hun onderdanen om schepen uit de Republiek te kopen. Rusland en Zweden hadden vanaf eind 17e eeuw een eigen scheepsnijverheid opgebouwd.Toenemende buitenlandse concurrentie (de technische voorsprong van de 17e eeuw ging verloren). Engeland.De hoge lonen in de Nederlanden: die maakten het extra moeilijk de concurrentie aan te gaan met buitenlandse bedrijven. In de republ iek waren relatief veel mensen geletterd. De technologische voorsprong uit de 17e eeuw ging verloren. 3 Hoe is de achteruitgang van de Nederlandse scheepsbouw in de Zilveren (18e) Eeuw te verklaren? Concurrerende handelslanden als Frankrijk. (3) De papierindustrie. (2) De suikerindustrie. (Het nadeel van de hoge lonen woog nu extra zwaar. de productie van textiel als geheel nam af. de WIC. (1) De steenbakkerijen.3 ± Kwijnende nijverheid Verloren voorsprong 1 Welke factoren veroorzaakten de achteruitgang van de nijverheid in de Republiek? . de Surinaamse plantages. suiker en jenever 4 Welke vier takken van nijverheid wisten zich in de 18e eeuw wel te handhaven? Leg van elke bedrijfstak ook uit waarom. gewestelijke en landelijke) overheid.

Herstel 3 Wat leidde het herstel van de landbouw in de Republiek in? De Europese bevolking begon snel te groeien en de voedselprijzen schoten omhoog. lagere belastingen). die werk vonden als dienstmeid ± mannelijke immigranten waren veel vaker seizoensmigranten. zoals de veepest (1713 en de jaren 1740). koos daarom voor jenever. terwijl in de Republiek (door de agrarische crisis) de belasti ngen en pachtprijzen juist waren gedaald. dus minder last van hoge lonen. De immigranten kwamen vooral uit de oostelijke gewesten en uit Duitsland. wie arm was en alcohol wilde drinken. en op hun gemengde bedrijven konden zij makkelijker overstappen naar gewassen waar nog wel een goede prijs voor werd betaald. 6 Hoe ontstond in de 18e eeuw een µvrouwenoverschot¶ en welk gevolg had dit? . de hoge pachtprijzen en de hoge belastingen (onder meer om de oorlog tegen Spanje te bekostigen) maakten h erstel van de landbouw moeilijk: terwijl de opbrengsten daalden. (2) De hoge lonen van landarbeiders. die een groot deel van de veestapel vernietigde. de meeste waren vrouwen.4 ± Oplevende landbouw.(4) De jeneverstokerij. (3) Veel boeren werden getroffen door natuurrampen. Paragraaf 4. De Republiek werd een grote exporteur van agrarische producten. en de pa alworm. maar bleef veel groter dan de emigratie. Hollandse krimp 4 Welke demografische verschuivingen vonden in de Zilveren (18e) Eeuw plaats in de Republiek? Er vond een ontwikkeling plaats die te genovergesteld was uit die van de Gouden Eeuw: de bevolking van Holland kromp en Holland µontstedelijkte¶. de bevolking van de landgewesten in het oosten en zuiden nam toe. 5 Welke ontwikkeling kenmerkte de migratie van en uit Holland in de 18e eeuw? De immigratie nam in de 18e eeuw sterk af. wat voor met name de commerciële landbouw in de kustprovincies een zware klap was. stagnerende bevolking Landbouwcrisis 1 Welke drie factoren droegen vanaf 1660 bij tot de agrarische crisis die de Republiek trof? (1) In heel Europa nam de landbouwproductie toe terwijl de bevolking niet verder groeide. Daardoor daalden de p rijzen van landbouwproducten. Voor een groeiend aantal Nederlanders was wijn te duur. zij hadden lagere lasten (minder personeel. die de kustgebieden dwong tot investeringen in de kustverdediging die door de boeren (met waterschapsbelastingen) moesten worden opgebracht. lukte het niet om de kosten te drukken. 2 Waardoor hadden boeren in de landgewesten minder last van de agrarische crisis? Zij produceerden meer vo or eigen gebruik (de prijs doet er dan niet toe: je eet het toch zelf op).

waardoor het gemiddelde kindertal per huishouden daalde (voor vrouwen die later trouwen blijven immers minder vruchtbare jaren over). Het gevolg was dat een kwart van de vrouwen ongehuwd (en dus kinderloos) bleef en de andere vrouwen gemiddeld steeds later trouwden.Het vrouwenoverschot ontstond door de komst van vooral vrouwelijke immigranten en het vertrek van mannen die uitvoeren met de VOC (vooral in de steden). .