Investeren in duurzame groei

Programma Duurzaam

Investeren in duurzame groei
Programma Duurzaam

Programma Duurzaam

| pag 3

Programma Duurzaam

| pag 4

Leeswijzer
Voor u ligt het programma Duurzaam van het college van B&W van Rotterdam. De structuur van dit document is als volgt. Allereerst vindt u het voorwoord. In het inleidende hoofdstuk 1 beschrijven we de achtergrond van dit programma en de manier waarop het tot stand gekomen is. Hoofdstuk 2 gaat in op de noodzaak van een duurzame ontwikkeling voor onze stad. Hoofdstuk 3 behandelt onze ambities op het gebied van duurzaamheid. In hoofdstuk 4 staat beschreven wat we voorstellen te gaan doen met de verschillende partners in de stad en ook wat de eigen inzet van de gemeente is. In hoofdstuk 5 komen de randvoorwaarden voor de uitvoering van het programma aan bod, zoals de wijze van monitoring, de communicatie, de samenwerking met andere overheden en de financiële paragraaf. In kaders door het document heen vindt u beschrijvingen van organisaties die op hun eigen, unieke, manier werk maken van duurzaamheid en van inspirerende projecten die al in uitvoering zijn of nog op stapel staan, de icoonprojecten. Tot slot zijn enkele bijlagen opgenomen waarnaar we op diverse plaatsen in dit programma verwijzen.

Programma Duurzaam

| pag 5

Programma Duurzaam

| pag 6

Inhoudsopgave
Voorwoord 1. 2. De achtergrond van dit programma Duurzaam Waarom duurzaamheid steeds belangrijker wordt 9 11 15

2.1 Internationale ontwikkelingen................................................................................................................15 2.2 De Rotterdamse situatie vráágt om duurzaamheid ...............................................................................17

3.

Ambitieus werken aan een schone, groene en gezonde stad

23

3.1 De Rotterdamse ambitie .......................................................................................................................23 3.2 Concreet werk maken van de Rotterdamse opgaven ...........................................................................25

4.

Samen werken aan een duurzame wereldhavenstad

47

4.1 Inwoners van Rotterdam .......................................................................................................................47 4.2 Haven, industrie en grote bedrijven ......................................................................................................51 4.3 Ondernemers, verenigingen en instellingen..........................................................................................54 4.4 Corporaties, beleggers en ontwikkelaars ..............................................................................................57 4.5 Automobilisten, transporteurs, (openbaar)vervoerbedrijven en logistieke dienstverleners ...................58 4.6 Scholen, beroepsopleidingen en kennisinstellingen .............................................................................62 4.7 Gemeentelijke organisatie en deelgemeenten ......................................................................................65

5.

Over de grens samenwerken en praktische aspecten van de uitvoering

73

5.1 Over de gemeentegrenzen heen ..........................................................................................................73 5.2 Communiceren met en over de duurzaamste wereldhavenstad in zijn soort ........................................ 74 5.3 Organisatie en financiën .......................................................................................................................75 5.4 Meten en evalueren van de voortgang ..................................................................................................78 Bijlage 1. Overzicht van activiteiten en resultaten ........................................................................................81 Bijlage 2. Visie Rotterdam 2042: Verbonden HavenStad .............................................................................87

Programma Duurzaam

| pag 7

Programma Duurzaam

| pag 8

Voorwoord
Over dertig jaar zijn de kinderen van nu groot en volwassen. In welke wereld leven zij dan en hoe ziet onze stad Rotterdam er dan uit? In 2042 is Rotterdam een bruisende metropool, waarin haven en stad met elkaar zijn vervlochten. Schone productie en gezond wonen zijn weer elkaars naaste buur. De restwarmte van bedrijven maakt het klimaat in de stad behaaglijk; kennis en vakmanschap zorgen voor een welvarende economie. Stad en haven voeden elkaar vanuit een
Achmed Aboutaleb

symbiotische relatie en laten elkaar groeien. Wat we nu nog “stad aan de rivier” noemen, is dan een samenstel van stromen en kringlopen van water, energie, grondstoffen, goederen en afval. Een netwerk van informatie en kennis, van synergie en daadkracht. Rotterdam geldt dan als het schoolvoorbeeld van ‘het goede leven’: in balans met de omgeving, sociaal ingesteld, met respect voor diversiteit, in goede gezondheid en zich permanent ontplooiend. Ten opzichte van nu is er een verdubbeling van het aantal inwoners van de binnenstad en een minimalisering van de milieudruk. In 2042 is Rotterdam een stad met een hoge kwaliteit van bewust leven, wonen, werken en verplaatsen. In dit programma Duurzaam kijken we 30 jaar vooruit, één generatie verder. Dat sluit aan bij wat veel Rotterdammers als de belangrijkste drijfveer in hun leven zien: een betere toekomst voor hun kinderen en kleinkinderen, of voor de komende generaties. De wereld niet vermorsen, maar in goed beheer overdragen aan de mensen die na ons komen, dat is onze opgave. Die opgave bereiken we alleen door met z’n allen de schouders eronder te zetten, want we hebben met elkaar een toekomst te winnen. Door samenwerking kunnen we onze scope verbreden en hogere ambities stellen. En dat moet ook, want een echt duurzaam beleid is niet een beetje minder van alles, maar kiezen voor het allerbeste. In Rotterdam gaan we niet voor minder slecht, maar voor echt goed!’

Alexandra van Huffelen

Achmed Aboutaleb, Burgemeester Alexandra van Huffelen, Wethouder duurzaamheid, binnenstad en buitenruimte

Programma Duurzaam

| pag 9

Foto: Erno Wientjes i.o.v. Woonbron

Programma Duurzaam

| pag 10

1.
en met 2014 hard werken.

De achtergrond van dit Programma Duurzaam

Stevige ambities voor een duurzame stad
Een schone, groene en gezonde stad. Dát is wat het college van B&W van Rotterdam wil realiseren. Een stad die economisch sterk is, waar bedrijven zich graag vestigen, ondernemers de ruimte krijgen en waar aantrekkelijk en hoogwaardig werk te vinden is. Een groene stad waar je met plezier woont en recreëert. Een gezonde stad met een goede luchtkwaliteit en weinig geluidsoverlast. En een stad waar je tot goede leerprestaties komt en je je talent optimaal kunt ontwikkelen. Een stad met een hoge kwaliteit van leven. Dat is waaraan we in de periode tot
Foto: Jan van der Ploeg

Duurzame ontwikkeling is daarin een cruciale factor. In de hele stad. We streven naar een goede balans tussen sociale (people), ecologische (planet) en economische (prosperity) belangen bij het nemen van beslissingen en het uitvoeren van activiteiten – nu en in de toekomst. Duurzame ontwikkeling betekent voor ons dat we willen voorzien in huidige behoeften zonder dat dit ten koste gaat van de mogelijkheden van toekomstige generaties van Rotterdammers. Rotterdam kiest daarom in dit programma voor ecologisch verantwoorde oplossingen waarmee we óók winst boeken op sociaal en economisch terrein. Op korte én op lange termijn. We slaan daarmee drie vliegen in één klap: ons milieu wordt er in tal van opzichten beter van, de economie vaart er wel bij en Rotterdammers voelen zich prettiger en wonen, werken, studeren en recreëren in een gezondere, meer kindvriendelijke omgeving. We geven dus volop ruimte aan duurzaamheid, in al z’n hoedanigheden: we verlagen de uitstoot van CO2, dringen het energieverbruik terug, bevorderen schone energie en grondstoffen, stimuleren de vermindering en het hergebruik van afval, dringen geluidhinder terug en verbeteren de luchtkwaliteit. En we werken letterlijk aan meer groen en een grotere biodiversiteit in de stad. Daarnaast gaan we onverkort door met het vergroten van de klimaatbestendigheid van de stad en de haven. Bescherming tegen overstromingen nu én in de toekomst zijn randvoorwaardelijk om Rotterdam een duurzame deltastad te laten zijn. Ook voor toekomstige

generaties willen we dat onze stad een plek is waar het prettig, veilig en gezond is om te wonen én waar de Rotterdamse economie, met name de haven, kan floreren. Dat is onze vertaling van een stad met een hoge kwaliteit van leven.

Duurzaamheid is in Rotterdam een gezamenlijke uitdaging
Duurzaamheid vinden we als college van het allergrootste belang voor de ontwikkeling van onze stad. Daarin staan we niet alleen. Sterker: tal van partijen vinden dat al lang en dragen daaraan hard bij. Van individuele bewoners tot verenigingen en instellingen. Van scholen en woningcorporaties tot mkb-ondernemers en multinationals. Van vervoersbedrijven en medeoverheden tot aan automobilisten en kennisinstellingen. Een ‘bloemlezing’ van deze initiatieven, initiatiefnemers en andere betrokkenen is in kaders in dit programma opgenomen. Ze maken duidelijk dat we duurzaamheid in Rotterdam nu al zien én voelen als een gezamenlijke uitdaging en verantwoordelijkheid. Dat werkt ook door in de rol die we als gemeente moeten oppakken. Die rol is er niet één van ‘in alles vooropgaan’. Daarmee zouden we immers tal van lopende initiatieven wel eens voor de voeten kunnen lopen. De gemeentelijke rol zal er vooral een

Programma Duurzaam

| pag 11

duurzame economische ontwikkeling van de regio, zetten we voort. We bouwen daarbij door op de kennis, ervaring en resultaten van de afgelopen vier jaar. Maar in de jaren die voor ons liggen vragen we een nog prominentere rol van de samenwerkingspartijen in de stad. Vanuit onze rol zijn we als college voor het opstellen van dit programma op diverse momenten het gesprek aangegaan met de vele partijen in de stad. Met als
Foto: Hannah Anthonysz

centrale vragen: wat willen we met elkaar op het terrein van duurzaamheid bereiken en hoe kunnen we dat het beste doen? Daarvoor zijn er verschillende “Drijvende Krachten”-bijeenkomsten gehouden in het Drijvend Paviljoen in de Rijnhaven, hét icoon voor drijvend bouwen in Rotterdam. We zijn ook het gesprek aangegaan met medeoverheden, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. We constateerden dat we een groen hart voor de stad met elkaar gemeen hebben. Een betere basis kunnen we ons niet voorstellen!

van samenwerkingspartner zijn. Waar nodig zullen we partners faciliteren, voorwaarden scheppen en blokkades wegnemen, waar wenselijk de richting aangeven die ons gezamenlijk belang dient. En waar dat voortvloeit uit onze publieke taak zullen we zorgen voor voorzieningen, de juiste infrastructuur om duurzaamheid te bevorderen en handhaving waar dat nodig is. Rotterdam past deze rol goed; we hebben dat bewezen in samenwerkingsprogramma’s als Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR), het onlangs gestarte programma voor economische structuurversterking, Clean Tech Delta en het Rotterdam Climate Initiative (RCI). Dit unieke partnership waarin de gemeente, het Havenbedrijf, het bedrijfsleven verenigd in Deltalinqs en de DCMR Milieudienst Rijnmond samenwerken aan een beter klimaat en een

Meer dan zestig partijen droegen bij aan dit programma
De uitkomsten van deze “Drijvende Krachten”-bijeenkomsten zijn medebepalend geweest voor het formuleren van de ambities die we hebben vastgelegd in ons Collegewerkprogramma 2010-2014 “Werken aan talent en ondernemen”. En ze zijn verwerkt in het consultatiedocument dat aan dit programma ten grondslag ligt. Op dit consultatiedocument is door meer dan zestig partijen - waaronder de gemeenteraad - gereageerd en van aanvullingen, onderbouwingen, goede voorbeelden en commentaar voorzien. Organisaties als Stedin, de Kamer van Koop-

Programma Duurzaam

| pag 12

Foto: Freek van Arkel

handel, R’damse Nieuwe, RET, Erasmus Universiteit, Hogeschool Rotterdam en ook woningcorporaties, bouwers, ontwikkelaars en vele andere partijen hebben aangegeven actief te willen meewerken aan het realiseren van de ambities. Daarnaast zijn er diverse nieuwe onderwerpen ingebracht en vroegen veel partijen om nadere uitleg van de keuzes. Veel van de vragen betroffen de langetermijninzet op luchtkwaliteit en de sociale winst die er te behalen is door te werken aan duurzame oplossingen. Daarnaast benadrukten meerdere personen en organisaties het belang van biodiversiteit, een goed binnenklimaat, het betrekken van scholieren en studenten bij duurzaamheid en de behoefte aan zichtbaarheid van initiatieven op het gebied van duurzaamheid in Rotterdam. Het BurgerPanelRotterdam en het Rotterdams Milieucentrum in het bijzonder vroegen aandacht voor het betrekken van de inwoners van de stad bij de uitvoering van het programma. Al die reacties hebben een plek gekregen in dit uiteindelijke programma. Samen vormen ze dit programma Duurzaam. Daarmee is dit programma meer dan ‘een stuk’ van het college. Dit programma is van álle Rotterdammers.

Iedereen moet z’n verantwoordelijkheid nemen en aan de slag!
Nu komt het erop aan dit programma ook écht te laten werken. Ervoor te zorgen dat het niet bij mooie woorden en voornemens blijft. En dat verantwoordelijken voor onderdelen uit het programma hun verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk nemen. Het college zal zich daarmee actief bezighouden. Over de uitvoering van de onderdelen van het programma gaan en blijven we in gesprek met de partners in de stad. En andersom mogen samenwerkingspartners ook het college aanspreken op haar verantwoordelijkheid. Door elkaar scherp te houden wordt het écht een breed gedragen én breed uitgevoerd programma. Voelt iedereen zich betrokken, geïnspireerd en uitgedaagd. Ontstaat, méér dan een programma, een gemeenschappelijke beweging. En boeken we meer resultaten dan we als gemeentelijke overheid of individuele partij alléén ooit zouden kunnen behalen!

Programma Duurzaam

| pag 13

Foto: Roel Dijkstra

Programma Duurzaam

| pag 14

2.

Waarom duurzaamheid steeds belangrijker wordt
teruggedrongen ten opzichte van 1990 2 . De European Climate Foundation 3 heeft inmiddels onderzocht dat dit niveau technisch haalbaar is en tevens: dat dit kan leiden tot een positief effect op de economie. In de Routekaart naar 2050 stelt de Europese Commissie werk te willen maken van de overgang naar een concurrerende CO2-arme economie. Om dat proces te versnellen is een belangrijke rol weggelegd voor het Europese emissiehandelssysteem; door te sturen op de prijs van koolstof lokt dit systeem investeringen in CO2-arme technologieën uit. Voor het vervoerssysteem hamert de Europese Commissie op de samenhang met andere duurzaamheidsdoelstellingen, zoals het verminderen van de afhankelijkheid van aardolie en een betere luchtkwaliteit in steden. Dit kan een impuls geven aan de grote inspanningen die nodig zijn om elektrische voertuigen te ontwikkelen en te introduceren en om de ontwikkeling van alternatieve brandstoffen te versnellen. Voor gebouwen is het tussendoel dat alle nieuwe gebouwen vanaf 2021 nagenoeg klimaatneutraal zijn. Daarnaast is vooral aandacht nodig voor de bestaande bouw. Als we erin slagen dáár het energieverbruik aanzienlijk te verminderen beschermen we niet alleen (woon)consumenten tegen de stijgende prijzen van fossiele brandstoffen, maar dragen we ook bij aan een betere volksgezondheid. De industrie moet er rekening mee houden dat na 2035 op grote schaal CO2-afvang en -opslag (CCS) wordt ingevoerd. Al deze voorbeelden maken duidelijk dat het langetermijnplan van de Europese Commissie in sterke mate de richting bepaalt van veel toekomstige ontwikkelingen.

2.1 Internationale ontwikkelingen
Veel vraagstukken zijn het gevolg van een gebrek aan duurzame oplossingen
Veel van de grote vraagstukken waarvoor onze wereld staat - en die vooral in steden steeds sterker spelen - zijn terug te voeren op een gebrek aan duurzame oplossingen. Grondstoffen, schoon water, voedsel en makkelijk winbare fossiele energiebronnen worden in snel tempo schaarser en duurder. Daarop moeten we nu al anticiperen. Het Internationaal Energieagentschap laat in het energierapport van 20101 zien dat de wereldwijde vraag naar energie nog sterk zal stijgen en dat we daar met de huidige voorraden fossiele brandstoffen niet (makkelijk) in kunnen voorzien. Recentelijk nog werd de wereld geconfronteerd met de gevaren van kernenergie en de risico’s van oliewinning op moeilijk bereikbare plaatsen en in politiek instabiele regio’s. De snelgroeiende wereldbevolking - en toenemende concentratie ervan in steden - in samenhang met inefficiënt gebruik van grondstoffen en fossiele brandstoffen dwingen dan ook tot ingrijpende veranderingen in denken en doen. Vooral ook omdat decennia van sterke groei van de uitstoot van CO2 hebben geleid tot nu al merkbare klimaatverandering.

Nationale en Europese klimaatambities
Wereldwijd hebben landen inmiddels afspraken gemaakt over het verkleinen van de gevolgen van klimaatverandering via het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. In Europees verband werken deze afspraken door in beleid en regelgeving op basis van concrete doelstellingen op de korte termijn (o.a. 20% reductie van CO2 in 2020 t.o.v. 1990). De Europese Commissie heeft voor 2050 een langetermijnkader geformuleerd waarin de CO2-uitstoot in Europa met 80% tot 95% moet worden

Voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering
De gemaakte (internationale) afspraken om de CO2uitstoot terug te dringen zijn waarschijnlijk niet genoeg om de fysieke gevolgen van klimaatverandering helemáál te voorkomen. Vooral steden merken dit als het gaat om

2 Routekaart naar één concurrerende koolstofarme economie in 2050, Europese Commissie, 2011 1 World Energy Outlook 2010, IEA, 2010 3 http://www.roadmap2050.eu/

Programma Duurzaam

| pag 15

de leefbaarheid en veiligheid. Ze krijgen bijvoorbeeld te maken met een toenemende kans op overstromingen als gevolg van zeespiegelstijging en extremer weer. Door hierop nu al in te spelen, werken steden aan het behoud van het vertrouwen bij ondernemers om in deze steden te blijven investeren.

EU-milieunormen bepalen steeds meer wat er mag en kan
Europese steden hebben ook sterk te maken met de overige milieunormen van de EU. Deze milieunormen, waaraan decennialang is gewerkt, behoren tot de strengste van de wereld. Ze zijn niet alleen ingegeven door de strijd biodiversiteit in stand te houden en de luchtkwaliteit en gezondheid te verbeteren. Ook dragen ze eraan bij dat we verstandiger omspringen met natuurlijke hulpbronnen. Deze EU-milieunormen bepalen dan ook steeds meer wat er mag en kan. Dat geldt in nog sterkere mate voor Nederland, door de directe koppeling tussen nationale ruimtelijke wetgeving en door Europese milieuwetgeving bepaalde normen en grenswaarden. Overigens: ook al vormen de bescherming van het milieu en het verbeteren van de leefomgeving het belangrijkste doel van deze normen, ze dragen óók bij aan economische groei omdat ze innovatie en ondernemingsgeest stimuleren. mende concentratie van mensen en economische activiteit in steden trekt immers een grote wissel op de leefbaarheid in die steden en de gezondheid van mensen. Verstedelijking vraagt overheden dan ook veel aandacht te besteden aan het werken aan een schone lucht en energiezuinige huisvesting, een doordachte ruimtelijke inrichting, zo min mogelijk geluidsoverlast en een gezonde leefomgeving. Alleen zo houden we het leven in de stad prettig, betaalbaar en gezond.
Foto: R.Keus

tegen klimaatverandering, maar hebben ook als doel de

Steden en stedelijke regio’s spelen een steeds belangrijkere rol
De Verenigde Naties laten in een rapport van UNHabitat 4 zien dat er een grote wisselwerking is tussen de gevolgen van verstedelijking en de effecten van het klimaatvraagstuk. Die wisselwerking bedreigt nu al de ecologische, economische en sociale stabiliteit. Vandaag de dag leeft meer dan de helft van de wereldbevolking in en om steden. In Europa doet die trend zich nog sterker voor: naar verwachting zal in 2020 80% van de Europeanen in een stedelijk gebied wonen. Een groot deel van de CO2-uitstoot - wereldwijd tot 70% - is dan ook gerelateerd aan economische activiteiten in steden. Bovendien liggen veel steden aan het water en in laaggelegen deltagebieden, met toenemende risico’s op overstromingen. Ook al richten internationale klimaatafspraken zich vooral op landelijke overheden, het zijn dus vooral de steden die de bepalende rol (moeten) spelen bij de aanpak van het energie- en klimaatvraagstuk. Tegelijk doet zich een andere tendens voor. De toene-

Duurzaamheid biedt economische kansen en grote sociale meerwaarde
Duurzaamheid, in al zijn verschijningsvormen, wint snel terrein. Economisch is het wereldwijd een zeer snel groeiende sector waarin veel kennisontwikkeling plaatsvindt. Innovaties zijn er aan de orde van de dag. Steeds sterker dringt daarnaast het besef door dat duurzaamheid ook sociaal van groot belang is. Denken in termen van duurzaamheid en de relatie met gezondheid, armoedebestrijding, welbevinden en leerprestaties betekent dat er veel aandacht moet zijn voor het terugdringen van geluidsoverlast, voor veel groen in en om de stad, voor een schone buitenlucht en een gezond binnenklimaat. Investeren in energiezuinige gebouwen is ook van belang om de woonlasten op langere termijn beheersbaar te houden. Een betaalbare woning is immers steeds meer: een energiezuinige woning! Kortom: het ontwikkelen en vermarkten van duurzame oplossingen biedt aanknopingspunten voor ondernemerschap, kennisontwikkeling, werkgelegenheid en reïntegratie. En kan zo bijdragen aan een betere sociale cohesie.

4 Global Report on Human Settlements 2011 - Cities and Climate Change, UN Habitat, 2011

Programma Duurzaam

| pag 16

2.2 De Rotterdamse situatie vráágt om duurzaamheid
De specifieke Rotterdamse situatie geeft éxtra aanleiding om duurzaamheid hoog op de agenda te houden. Als laaggelegen delta- en havenstad is Rotterdam extra kwetsbaar voor wisselende en extreme rivierwaterstanden, meer regenval en een stijgende zeespiegel. Dat maakt anticiperende maatregelen voor stad en haven essentieel. Het Rijnmondgebied wordt in het tweede Nationale Deltaplan daarom gezien als sleutelgebied. Rotterdam behoort nu tot de veiligste havens ter wereld. Dat willen we graag zo houden. Daarom zijn op middellange termijn maatregelen nodig waarmee we nu al rekening moeten houden bij de ruimtelijke ontwikkelingen.

mogelijk te maken. De Stadsvisie 5 stelt niet zonder reden dat een goede milieukwaliteit en gezondheid voor Rotterdam onontbeerlijk zijn. Als stad hebben we gekozen voor een verdere verdichting, door werken en wonen dichter bij elkaar te brengen. Het verder blijven werken aan een dergelijke ‘compacte’ stad heeft gunstige effecten, zoals minder mobiliteit. Duidelijk is wel dat we dit hand in hand moeten laten gaan met het verbeteren van de leefomgeving. Verdichting kan, met andere woorden, alléén als ook aan de eisen van meer groen, een schone lucht en minder geluid wordt voldaan, nog afgezien van een zo efficiënt mogelijk energieverbruik.

Tal van partijen verduurzamen vanuit een intrinsieke motivatie
Werken aan economische groei, intensivering van het ruimtegebruik in de haven en verdichting van de stad en tegelijk werken aan een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving: dat is de gecombineerde doelstelling waaraan we hard werken. En dat kan een enorme economische impuls betekenen. Het bewijs daarvoor is in de afgelopen jaren al geleverd door bedrijven als Dura Vermeer, General Electric en Kema: bedrijven waarvoor de duurzaamheidsfocus van Rotterdam een doorslaggevend vestigingsmotief was. En door reeds in Rotterdam gevestigde bedrijven als Croon Elektrotechniek, Eneco, Greenchoice, OVG en Unilever die duurzaamheid tot ondernemingsstrategie hebben gemaakt. Daarin staan deze bedrijven in een lange traditie. Rotterdammers, zowel bewoners als ondernemers, hebben zich altijd al maatschappelijk zeer betrokken getoond. Daarvan getuigen vele voorbeelden uit bijvoorbeeld de jaren van de wederopbouw. Ook nu zien we dat in tal van sectoren een dergelijke betrokkenheid aan de dag wordt gelegd. Bij veel van deze Rotterdamse partijen is sprake van een grote intrinsieke motivatie om te verduurzamen. De gemeente speelt hierbij een belangrijke rol, maar hoeft daar dus zeker niet overal het voortouw in te nemen. Dat is typisch Rotterdams te noemen.

Duurzaamheid is een grote kans voor de Rotterdamse haven
Economisch blijft de haven voor Rotterdam enorm belangrijk. Veel van deze havenactiviteiten zijn energiegerelateerd: van de petrochemie en de overslag tot het transport en de productie. Tegelijk wordt de uitstoot van CO2 meer en meer aan banden gelegd. De noodzaak groeit met de dag om meer economische activiteit samen te laten gaan met minder grondstoffen, minder afval, minder geluid en minder uitstoot van schadelijke stoffen. Verduurzaming van de Rotterdamse haven is dan ook om tal van redenen zeer gewenst. Er is veel te winnen door de schaalvoordelen van het industriële complex te benutten. Bovendien is er tussen bedrijven sprake van een sterke onderlinge verwevenheid en afhankelijkheid. Vanuit de historie is er in het havengebied al veel ervaring met het samen laten gaan van economische groei en het terugdringen van luchtverontreiniging. Energiebesparing, afvang en opslag van CO2 en het bevorderen van duurzame energie en biomassa als grondstof zetten juist in de haven, door de schaal van de activiteiten die daar plaatsvinden, veel zoden aan de dijk. Los hiervan is berekend dat de verwachte verdubbeling in economische (haven)activiteiten en intensiever gebruik van de ruimte alleen mogelijk is als de haven zich maximaal inspant om te verduurzamen. De manier waarop werkt het Havenbedrijf in zijn Havenvisie 2030 verder uit.

Gezondheid verbeteren door betere luchtkwaliteit, minder geluidhinder en meer groen
Op sommige kenmerken zijn we allesbehalve trots. Zo kenmerkt onze stad zich door een in verhouding slechtere gezondheidssituatie dan gemiddeld in Nederland. Rotterdammers hebben een aanzienlijke achterstand in levensverwachting (1,3 tot 1,6 jaar) ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde. Circa 10% tot 12% van
5 Stadsvisie Rotterdam, http://www.rotterdam.nl/stadsvisie

Verdichting kan alleen door verduurzaming
Ook voor het stedelijk gebied geldt de noodzaak van verduurzaming om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen

Programma Duurzaam

| pag 17

deze achterstand in gezondheid is terug te voeren op de matige luchtkwaliteit. Andere verklaringen zijn een ongezondere leefstijl en (vooral) verschillen in opleidingsniveau en inkomen. Voor deze laatste oorzaken zoeken we oplossingen via andere programma’s, zoals het programma Binnenstad, programma Regionale en Stedelijke Economie, programma Arbeidsmarkt en programma Samen Werken aan een Goede Gezondheid. Vanuit het programma Duurzaam dragen we bij aan het verbeteren van de gezondheid van de Rotterdammer door meer groen te realiseren, via het terugdringen van geluidhinder en via het verbeteren van de luchtkwaliteit. Hoewel de Rotterdamse luchtkwaliteit in de afgelopen decennia fors is verbeterd en zich inmiddels nagenoeg overal binnen de geldende normen bevindt, blijft dit een bron van zorg. Het verband tussen gezondheidsklachten en een minder goede luchtkwaliteit blijkt immers keer op keer. Recent nog toonde onderzoek het zeer schadelijke effect aan van zwarte rook: het fijnste deel van fijnstof. De uitstoot hiervan vindt voornamelijk plaats door wegverkeer (met name vrachtverkeer), scheepvaart en industrie. Willen we de luchtkwaliteit verder verbeteren dan zullen we dat vooral moeten doen door ons op deze bronnen te richten. Wegverkeer en industrie zijn óók de voornaamste bronnen voor geluidhinder in de stad. Echt stil zal het nooit worden in de stad. Wel kan en moet het aantal mensen dat last heeft van geluid fors omlaag om het woonplezier te verbeteren en om gezondheidsschade te voorkomen. Dit willen we vooral doen via maatregelen die óók goed zijn voor de luchtkwaliteit en die tegelijk óók bijdragen aan het terugdringen van de uitstoot van CO2.

en New Orleans vragen onze stad bijvoorbeeld mee te denken over het ontwikkelen van water- en adaptatieplannen. Deze (inter)nationale profilering van Rotterdam als daadkrachtige en innovatieve wereldhavenstad heeft een sterk aanzuigende werking op (economische) activiteiten en initiatieven op het gebied van energie, duurzaamheid en watermanagement.

De tien duurzaamheidsopgaven voor Rotterdam
Het wereldwijd gegroeide belang van duurzaamheid én de specifieke Rotterdamse situatie maken duidelijk waar de grote kansen en uitdagingen liggen voor onze stad. Wat dit voor de komende periode betekent, hebben we vertaald in tien opgaven. Dit zijn de opgaven waarop wij ons met het programma Duurzaam in de periode tot en met 2014 richten: 1. Vooroplopen bij het verminderen van de CO2-uitstoot. 2. Verbeteren van de energie-efficiëntie. 3. Omschakelen naar duurzame energie en biomassa als grondstof. 4. Bevorderen van duurzame mobiliteit en transport. 5. Verminderen van geluidsoverlast en bevorderen van schone lucht. 6. Groener maken van de stad. 7. Vergroten van duurzame investeringen en bevorderen van duurzame producten en diensten. 8. Vergroten van het draagvlak voor duurzaamheid en verankering van duurzaamheid in onderwijs en onderzoek. 9. Voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. 10. Bevorderen van duurzame gebiedsontwikkeling. Als gemeente zélf hebben we uiteraard een voorbeeldfunctie en een grote eigen verantwoordelijkheid. Duurzaamheid moet in onze ogen voortdurend en steeds vanzelfsprekender verweven zijn met onze dagelijkse werkzaamheden en processen. En als gemeente moeten we dit actief uitdragen en in praktijk brengen. Onder meer door zelf groene stroom en groen gas te gebruiken, het wagenpark te verduurzamen, een duurzaam stadskantoor te laten bouwen én (in 2015) 100% duurzaam in te kopen. Daarmee willen we anderen stimuleren hetzelfde te doen en het draagvlak voor duurzaamheid vergroten.

Steeds meer steden maken dezelfde keuze als Rotterdam
Rotterdam staat natuurlijk niet alleen in zijn vraagstukken, afwegingen en keuzes. Net als onze stad kiezen steeds meer steden ervoor te investeren in duurzame ontwikkeling, met Hamburg, Kopenhagen, Oslo, Stockholm en Vancouver als voorbeelden van steden die vooroplopen in het verbeteren van de kwaliteit van leven in de stad via een integrale aanpak. Binnen de C40 Large Cities Climate Leadership Group (ondersteund door het Clinton Climate Initiative) maken we als stad Rotterdam deel uit van een groep grote wereldsteden die samenwerken aan bestrijding van en aanpassing aan klimaatverandering. Rotterdam geldt hier als voorbeeldstad met zijn grote haven, integrale klimaataanpak en ervaring op het gebied van watermanagement. Buiten Europa zijn diverse deltasteden geïnteresseerd in de kennis en aanpak van Rotterdam. Steden als Ho Chi Minh City, Jakarta

Programma Duurzaam

| pag 18

Wethouder Jeannette Baljeu (haven, economie, verkeer en vervoer)

“Het mes snijdt aan twee kanten: met duurzaamheid zijn ook bedrijfseconomische voordelen te halen”
“In de afgelopen jaren heb ik gemerkt dat bij bedrijven het bewustzijn is gegroeid dat economische kracht en duurzame groei beter met elkaar in balans moeten zijn. Denken in termen van duurzaamheid is veel vaker een vast onderdeel van de bedrijfsvoering. Er zijn grote stappen gemaakt, ook omdat men inziet dat het mes aan meerdere kanten snijdt: energie-efficiëntie bijvoorbeeld is niet alleen goed voor het milieu, maar ook bedrijfseconomisch zijn er steeds grotere voordelen. Dat voordeel is niet altijd alleen op eigen kracht te halen, door samenwerking binnen een keten lukt dat vaak veel beter. Het gaat erom te werken aan een goed verbonden systeem binnen het hele haven-industriële complex. Het Havenbedrijf zoekt bijvoorbeeld altijd naar de ontbrekende schakels in de productieketen waardoor het ene bedrijf gebruik kan maken van wat het andere bedrijf over heeft. Via een dergelijke benadering ontstaat veel meer efficiëntie in een hele productieketen. Een goed voorbeeld daarvan is de uitwisseling van restwarmte. Onze rol, samen met het Havenbedrijf, is daarbij vooral om de massa in beweging te krijgen. Dat kan bijvoorbeeld door de voorlopers in de schijnwerpers te zetten. Ook voeren we, vooral ook binnen RCI-verband, een actieve lobby richting Den Haag en Europa om belemmeringen weg te nemen en onder meer het risico van financieringen bij grote innova“Komende jaren willen we als college ook in de stad zelf een grote slag maken. Het bewustzijn in de haven, bij de industrie en bij grote organisaties in de stad hebben we in de afgelopen jaren zien groeien. Nu is het zaak om ook de ‘gewone’ Rotterdammers mee te krijgen. Dat is, denk ik, vooral ook een kwestie van laten zien wat er kan. Elektrisch vervoer is daarvan een goed voorbeeld. Via duurzame mobiliteit, vooral in het openbaar vervoer, boeken we winst met de luchtkwaliteit, de geluidsoverlast én de ties af te dekken. Zeker bij de écht nieuwe initiatieven als

CO2 -opslag ligt er wel een taak voor de diverse overheden
om bij te dragen aan een goede businesscase.”

CO2 -uitstoot. En zien is geloven. We zetten daar dan ook
stevig op in. Het mooie van dit programma Duurzaam is ook dat we er als verschillende wethouders heel concreet mee aan de slag kunnen, ieder op z’n eigen terrein. Waar we gezamenlijk naar zoeken en streven is een goede balans tussen economische dynamiek enerzijds en een hoge kwaliteit van de leefomgeving anderzijds. Dat kan heel goed samengaan. Duurzaamheid biedt bovendien voor veel bedrijven ook enorme kansen voor innovatie én kan een substantiële bijdrage leveren aan de werkgelegenheid. Ook dat is natuurlijk heel welkom in deze tijd.”

Foto: Hannah Anthonysz

Programma Duurzaam

| pag 19

Wethouder Hamit Karakus (wonen, ruimtelijke ordening en vastgoed)

“Als gemeente moeten we het voortouw nemen in het aantonen van de creatieve mogelijkheden”
“Duurzaamheid staat al sinds 2007 prominent op onze agenda. Bij de ambities die we dat jaar hebben verwoord in de Stadsvisie realiseerden we ons al dat dit een belangrijk issue zou worden. Wil je de stad verdichten, dan ontkom je er namelijk niet aan dat op een duurzame manier te doen. Anders stuit je op den duur op onoplosbare problemen. We zijn al snel met de diverse marktpartijen om tafel gaan zitten om daar bindende afspraken over te maken. Dat is voortvarend opgepakt. Los van de maatschappelijke en emotionele kant heeft duurzaamheid immers ook een zakelijke aspect. Afspraken over 50% minder energieverbruik voor nieuw te bouwen kantoorpanden konden we maken omdat er gewoon een markt voor is. Er is dus geld mee te verdienen. Dat kan óók in de woningmarkt. De kunst is wel het zo te organiseren dat eigenaren en investeerders er ook echt van mee profiteren als ze bij huurwoningen in energiebesparende maatregelen investeren. Dat voordeel komt nu alleen bij de huurder terecht. Daardoor pakken we in de bestaande woningvoorraad nu maar 2000 panden per jaar aan, wat makkelijk 8 tot 10.000 woningen kan zijn. Maar daar is wel andere regelgeving voor nodig. We maken ons daar hard voor, maar het vraagt een nieuw systeem waarin energielasten worden meegenomen in de puntenberekening voor huurwoningen. En dat heeft wat voeten in de aarde.” “Het andere knelpunt vormen de koopwoningen. Ook daar zou het energieverbruik meegenomen moeten worden bij het bepalen van de hypotheekhoogte. Maar banken zijn huiverig. Het vraagt ook creativiteit en flexibiliteit. Dan kan er veel. Kijk naar de manier waarop we als gemeente onze zwembaden nu hebben aanbesteed. Ook die constructie was nieuw voor marktpartijen, het was nog niet eerder gedaan, maar we doen het nu wél. En het scheelt ons wel enórm in de energielasten. Een ander voorbeeld is de wijze waarop we ons stadskantoor nu ontwikkelen tot duurzaamste van Nederland in zijn soort. Ook daar gaan we voorop. Als gemeente moeten we het voortouw nemen in het aantonen van dit soort creatieve mogelijkheden. Laten zien hoe het óók kán! Zo zijn we nu ook in de Rijnhaven aan het onderzoeken of we er een complete drijvende wijk kunnen laten bouwen, compleet met straten, plantsoenen en sportvelden. Door een dergelijk project interesseer je bedrijven, daag je uit tot innovaties. Zo trek je innovatieve bedrijven aan en werk je aan een economische kansen voor de stad. We zitten als gemeente ook zeer regelmatig aan tafel met marktpartijen om samen na te denken over waar we tegenaan lopen, om oplossingen te bedenken, afspraken te maken. Sommigen zeggen dat dat uniek is voor Rotterdam. Voor mij is het vooral heel logisch. Ik zou niet anders willen.”

Programma Duurzaam

| pag 20

Foto: Hannah Anthonysz

Foto: Hannah Anthonysz

Foto: Hannah Anthonysz

Programma Duurzaam

| pag 21

Foto: Marc Heeman

Programma Duurzaam

| pag 22

3.

Ambitieus werken aan een schone, groene en gezonde stad
De langetermijnambitie voor geluid is dat in 2025 30% minder mensen dan in 2007 last hebben van geluid. Voor luchtkwaliteit geldt dat we een bredere aanpak ontwikkelen gericht op structurele verbetering, met name met het oog op het bereiken van een betere gezondheidsituatie. Op de korte termijn willen we werken aan het oplossen van de knelpunten in de stad. Hierover hebben we inmiddels afspraken gemaakt in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Verder hanteren we als uitgangspunt dat elke ruimtelijke verandering moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Op die manier dragen we niet alleen bij aan het voorkomen van nieuwe knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit en geluidsoverlast, maar waarborgen we ook dat de leefomgeving bijdraagt aan een aantrekkelijkere stad en een betere gezondheid van de Rotterdammers.

3.1 De Rotterdamse ambitie
Onze ambitie is, kort en krachtig, om van Rotterdam de duurzaamste havenstad in zijn soort te maken: schoon, groen en gezond. Zoals we in het inleidende hoofdstuk stellen, streven we naar een betere balans tussen sociale (people), ecologische (planet) en economische (prosperity) belangen. Dat willen we doen via ecologisch verantwoorde oplossingen waarmee we óók winst boeken op sociaal én economisch terrein. Zo werken we samen met tal van partners aan een stad waar het prettig, veilig en gezond toeven is én waar de Rotterdamse economie kan floreren. Hoe Rotterdam er dan uiteindelijk uit kan zien, is voor ons uitgewerkt door het Dutch Research Institute for Transitions (Drift), instituut van de Erasmus Universiteit en Doepel Strijkers Architects. Dat toekomstbeeld is opgenomen in het kader op pagina 12. Bij het realiseren van onze ambitie hebben we helder voor ogen welke kansen en uitdagingen er op dit gebied liggen voor Rotterdam. Daar horen ook doelen en ambities bij, waarmee we richting geven aan onze inspanningen. Boven alles geldt dat we onverkort vasthouden aan de hoofddoelstelling van het Rotterdam Climate Initiative: in 2025 is de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 gehalveerd en is Rotterdam 100% klimaatbestendig. Voor de korte termijn leveren we met de uitvoering van dit programma een belangrijke bijdrage aan het realiseren van de volgende collegetargets: 1. Aan het einde van de collegeperiode is in Rotterdam en de haven voor minimaal €350 miljoen in duurzaamheid geïnvesteerd. 2. 15.000 Rotterdammers hebben aan het einde van de collegeperiode in hun woning een geluidbelasting als gevolg van verkeerslawaai die minimaal 3 decibel lager ligt dan in 2010. 3. Aan het einde van deze collegeperiode is het areaal groen en water toegenomen in de tien buurten die in 2010 het minst groen waren.

Duurzaamheid raakt uiteraard ook de klassieke milieutaken (zoals externe veiligheid, waterkwaliteit en rioolwaterzuivering). Het (huidige) beleid op deze dossiers zetten we voort; vanuit het programma Duurzaam zijn hiervoor geen extra ambities nodig.

Met deze ambities en targets werken we samen met bewoners, bedrijven en instellingen aan de oorzaken en de gevolgen van de klimaatverandering. Zo werken we voortvarend aan het totale duurzaamheidsdossier. Tegelijk zien we het als een mooie uitdaging om duurzaamheid in deze collegeperiode een ‘normale’, vanzelfsprekende plaats te geven in de andere collegeprogramma’s. Slagen we daarin, dan is een programmatische inzet op duurzaamheid in een volgende collegeperiode op deze manier niet meer nodig.

Programma Duurzaam

| pag 23

Door zijn unieke aanpak is Rotterdam nu al een inspirerend voorbeeld voor andere steden. Om dit te onderstrepen willen we in 2014 in aanmerking komen voor de European Green Capital Award, een Europese titel voor

duurzame steden die hoge prestaties op het gebied van duurzaamheid laten zien, werken aan ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen en als inspiratie voor andere steden dienen.

Een glimp van de toekomst
Hoe ziet de stad Rotterdam eruit als onze duurzaamheidsambities gerealiseerd zijn? Het is maar lastig voor te stellen. Daarom schetsten het Dutch Research Institute for Transitions (Drift), instituut van de Erasmus Universiteit, en Doepel Strijkers Architects op uitnodiging van het college, als een soort geschreven ‘artists impression’, samen een beeld van het Rotterdam van de toekomst. Hieronder vindt u een samenvatting van Rotterdam 2042: Verbonden HavenStad. De volledige tekst is opgenomen in bijlage 2. Rotterdam 2042: Verbonden HavenStad
Rotterdam in 2042 is een bruisende metropool, waarin haven en stad met elkaar vervlochten zijn door stromen: zowel fysiek als virtueel. Fysieke stromen als energie, materialen, goederen, water en mensen en virtuele stromen als kennis, informatie en geld. Beide stromen zorgen voor een continue, dynamische uitwisseling tussen haven en stad. De reststromen van de één vormen de voeding voor de ander: industriële restwarmte voedt de gebouwen in de stad, kennis en werknemers ontwikkelen de haven, grondstof- en goederenstromen doorkruisen de stad en leveren economische meerwaarde op voordat ze doorstromen naar het achterland. Water wordt binnen de stad vastgehouden en gefilterd en vervoert nieuwe grondstofstromen weer terug naar de haven. Rotterdam in 2042 is een echte havenstad, en niet meer ‘een stad met een haven’. Haven en stad voeden elkaar vanuit een symbiotische relatie en laten elkaar bloeien. In 2011 zijn de transities van zowel stad, de stadshavens als haven een versnelling ingegaan met het programma Duurzaam, de duurzaamheidsstrategie van de stadshavens en de nieuwe havenvisie Port Compass. Deze programma’s versnelden een omslag in denken en werken aan stedelijke, economische en sociale duurzaamheid. De grootschalige ruimtelijke transformatie die daardoor werd gerealiseerd, vloeide voort uit een aantal breedgedragen richtinggevende principes: schone energie en het sluiten van kringlopen van energie, water, afval en materialen; groene economische groei; hoge kwaliteit van bewust leven, wonen en verplaatsen. Met de geslaagde transities in haven en stad heeft Rotterdam de 80% CO2-reductiedoelen van de EU acht jaar eerder dan afgesproken bereikt, en dat terwijl de opgave hier met de aanwezige industrie extra groot was. Het haven-industrieel complex heeft zich tussen 2011 en 2042 ontwikkeld tot een industriële ecologie. Deze is erop gericht zo schoon mogelijk te produceren door maximaal hergebruik van grondstoffen en materialen en met gebruikmaking van technieken gebaseerd op natuurlijke processen. De haven is volledig gebaseerd op allerlei vormen van bio-grondstoffen. De transitie van petrochemie naar een duurzame bio-economie (‘biobased economy’), zoals destijds beschreven in de Port Compass, is vrijwel voltooid. Stadshavens Rotterdam is uitgegroeid tot een manifest knooppunt dat haven en stad met elkaar verbindt. In dit oude havengebied konden de nieuwste systemen voor het sluiten van kringlopen als eerste grootschalig aangelegd worden, terwijl gelijktijdig andere experimenten in samenhang konden worden opgezet. Vrijbuiters en pioniers uit de hele wereld zijn begonnen met de herontwikkeling van de oude havengebieden en hebben dat stap voor stap uitgebouwd. Het herorganiseren van het gebruik aan hulpbronnen, het upcyclen van afval en het sluiten van kringlopen voor grondstoffen, materialen en energie hebben geleid tot fors minder vervuiling, transport en energiegebruik en tot een hogere leefbaarheid en omgevingskwaliteit. Een treffend voorbeeld hiervan is de verdubbeling van het aantal inwoners van de binnenstad en de tegelijk gerealiseerde halvering van de milieudruk. Er zijn vrijwel geen schadelijke emissies meer, de stad is 100% klimaatbestendig, de luchtkwaliteit is goed en de geluidsoverlast is door de technische ontwikkelingen in het vervoer minimaal. Door de state-of-the-art duurzame omgeving, met alle voorzieningen op loopafstand, willen veel mensen in de stad wonen, werken en recreëren. Leven in Rotterdam geldt nationaal en internationaal als het schoolvoorbeeld van ‘het goede leven’: in balans met de omgeving, sociaal ingesteld, met respect voor diversiteit, in goede gezondheid en zich ontplooiend.

Programma Duurzaam

| pag 24

3.2 Concreet werk maken van de Rotterdamse opgaven
Opgave 1. Vooroplopen bij het verminderen van de CO2-uitstoot
om daarmee een concurrentievoordeel te creëren. De economie in de Rijnmond draagt circa 8,5% bij aan het bruto binnenlands product. In verhouding daarmee is de bijdrage in de Nederlandse CO2-uitstoot van circa 16% is de CO2-intensiteit van onze economie hoog. En dit percentage zal in Rotterdam nog verder stijgen als we geen werk maken van de vermindering van CO2-emissie. Bij een zelfstandige ontwikkeling zonder dat we op CO2reductie gerichte maatregelen nemen is de verwachting dat de CO2-uitstoot in 2025 stijgt naar 39 tot 46 Mton CO2. Daarmee zou de koolstofuitstoot nagenoeg verdubbelen in plaats van halveren (het RCI-doel) ten opzichte van de 24 Mton in 1990. Deze stijging komt grotendeels door de groeiende bedrijvigheid die samenhangt met de komst van Maasvlakte II én door de ingebruikname van twee nieuwe elektriciteitscentrales op Maasvlakte I. Momenteel komt 88% van de CO2-uitstoot in Rotterdam voor rekening van de industrie en energieopwekking in het havengebied. 7% van de uitstoot is afkomstig van verkeer en vervoer, 5% komt uit de gebouwde omgeving. Dit laatste percentage is relatief laag, doordat het elektriciteitsverbruik in de gebouwde omgeving wordt meegenomen bij de uitstoot van de sector industrie. Dáár vindt immers de bij elektriciteitsopwekking gepaard gaande uitstoot van CO2 plaats. Uitgangspunt van RCI is dat al deze drie sectoren streven naar een halvering van de uitstoot.

Wat willen we bereiken? We willen de uitstoot van CO2 in 2025 met de helft teruggebracht hebben ten opzichte van het niveau 1990. De CO2-uitstoot in 2025 moet dus hooguit 12 Mton worden. Dit is 27 tot 34 Mton lager dan het niveau bij ongewijzigd beleid en zonder klimaataanpak. De door het RCI nagestreefde CO2-reductie in 2015 is 4,2 Mton. Hoe gaan we het doel bereiken? Voor het verminderen van de CO2-uitstoot richten we onze aanpak op drie sectoren: de industrie, de gebouwde omgeving en de sector verkeer en vervoer. Het Rotterdamse cluster van petrochemie en energie is belangrijk voor de Rotterdamse en Nederlandse economie. Tegelijkertijd zijn deze activiteiten zeer CO2intensief en dragen ze voor een relatief groot deel bij aan de Nederlandse CO2-uitstoot. Daarmee is dit gebied ook kwetsbaar wanneer CO2 een hoge prijs krijgt of aan strikte banden wordt gelegd. Via RCI willen we daarom bijdragen aan de omschakeling naar een werkelijk duurzaam industrie- en energiecluster. Via een hoge energieen productefficiëntie en de aanleg van een infrastructuur voor uitwisseling van restenergie en CO2 wordt het mogelijk om op een verantwoorde manier te blijven produceren. Daarmee maken we Rotterdam tevens aantrekkelijker als vestigingsplaats én verkleinen we de bijdrage aan klimaatverandering. Tegelijkertijd ontwikkelen we écht duurzame vormen van energieopwekking en industriële activiteiten. Hierin staan het gebruik van biomassa, winden zonne-energie centraal en vindt onderzoek plaats naar mogelijke vormen van duurzame energie die de Rotterdamse bodem biedt. De reductiebijdrage die de sector industrie levert, is essentieel om de halveringsdoelstelling te realiseren.

Het belangrijkste en overkoepelende doel van RCI is het versnellen van de transitie naar een CO2-arme economie

Figuur 1. Monitoring van uitstoot t/m 2009 en een schatting van de toekomstige uitstoot (zonder klimaatbeleid) op basis van de CO2-Verkenning 2010 (DCMR 2010 en ECN 2010)

Programma Duurzaam

| pag 25

Die bijdrage moet dan bestaan uit een combinatie van energie-efficiëntie verbeteringen, biomassatoepassingen en CCS. Via afvang en opslag van CO2 kunnen we relatief snel een forse verbetering bereiken. Of het mogelijk is om deze maatregelen in de gewenste omvang te realiseren is echter afhankelijk van vele factoren. Zo zijn we afhankelijk van nationale en internationale klimaatafspraken, financiële en juridische ondersteuning van de gekozen maatregelen door hogere overheden (Rijk en EU) en ook van de inrichting van het emissiehandelssysteem voor CO2 en de daaruit volgende prijs voor CO2-uitstootrechten. De haalbare besparing van CO2-uitstoot via CCS is 17,5 Mton in 2025. Samen met het potentieel voor energieefficiëntie bij de industrie (4 Mton) en dat voor groene grondstoffen in de chemie en biomassa voor bijstook (4,5 Mton) is er in het haven- en industriecomplex in 2025 dus een besparing mogelijk van in totaal 26 Mton CO2. Dit is

nagenoeg voldoende voor de beoogde halvering van de CO2-uitstoot in 2025 t.o.v. 1990. De overige ruim 1 Mton reductie moet komen uit de sectoren gebouwde omgeving en verkeer en vervoer. De CO2-uitstoot van de sector gebouwde omgeving was 1.305 kiloton in 1990. Het doel voor 2025 is een uitstoot van 650 kiloton. Zonder aanvullende maatregelen voor 2025 komen we uit op 1.160 kiloton. Kortom: deze sector moet nog 510 kiloton aan reductie bijdragen. Die moet vooral komen van de inzet van corporaties, warmtelevering en de reductie door midden- en grootverbruikers van energie (kantoren, zorginstellingen, etc.) in de stad. Alles bij elkaar kunnen we zo 400 kiloton extra reduceren, bijna voldoende dus om tot een halvering van de CO2uitstoot te komen. We onderzoeken voor het resterende deel aanvullende besparingen door verdere verduurzaming van het warmtenet en energiebesparing bij bestaande gebouwen.

Figuur 2. Effect maatregelen RCI 2015 (DCMR, 2011)

Figuur 3. Effect maatregelen RCI 2025 (DCMR, 2011)

Programma Duurzaam

| pag 26

Voor de sector verkeer en vervoer is het behalen van de beoogde halvering helaas niet realistisch. De verwachting is zelfs dat de CO2-uitstoot van deze sector in de periode tot 2025 nog sterk zal toenemen. Voor de sector verkeer en vervoer is het doel 725 kton in 2025 en is de prognose van de CO2-uitstoot zelfs 2.600 kton zónder klimaataanpak. Er is dus een reductie van 1.875 kton nodig. Het verwachte effect van het stimuleren van biobrandstoffen en elektrisch vervoer en de komst van steeds zuiniger motoren is met 600 kiloton niet voldoende om een halvering binnen deze sector te bereiken. Dit betekent dat we met het Rijk en met steun van de inwoners en lokale ondernemers op zoek gaan naar extra oplossingen. Onderdeel hiervan is onderzoek naar toepassing van waterstof voor distributie in de stad door middelgrote vrachtwagens en voor het vervoer op haventerminals.

Elf bedrijven werken samen aan Rotterdams CCS-netwerk
CO2-afvang en –opslag (CCS) vormt een belangrijke pijler onder de ambitieuze klimaataanpak van het Rotterdam Climate Initiative. In de regio Rijnmond wordt hard gewerkt aan de grootschalige opslag van CO2 onder de bodem van de Noordzee. De aanwezigheid van lege olie- en gasvelden net uit de kust, én de concentratie van energie-intensieve industrie maken deze regio bij uitstek zeer geschikt voor deze techniek. Diverse bedrijven maken dit zichtbaar. Het Rotterdam Afvang en Opslag Demonstratieproject (ROAD) bijvoorbeeld is een van de grootste demonstratieprojecten ter wereld voor CCS. En OCAP levert al enige jaren CO2 afkomstig van de Shell Raffinaderij aan de glastuinbouw in het Westland. Elf Rotterdamse bedrijven werken aan de ontwikkeling van een gezamenlijk, regionaal CCS-netwerk: op de ‘Rotterdam CO2 Common Carrier Pipeline’ (R3CP) die is verbonden met potentiële offshore-opslaglocaties kunnen grote emitters in de regio worden aangesloten. Het RCI verwacht dat dit netwerk bijdraagt aan een gunstig investeringsklimaat in de haven en aan een geschikte infrastructuur voor overslag, transport en verwerking van CO2. De schaalvoordelen van het gezamenlijke netwerk zorgen voor versnelling van de ontwikkeling van CCS-technieken en lagere kosten voor marktpartijen die hun CO2 willen afvangen en transporteren. Het netwerk bevestigt de koploperpositie van het RCI en zijn partners binnen de ontwikkeling van CCS wereldwijd. Hans Schoenmakers (ROAD): “CCS is voor Rotterdam niet alleen een belangrijke technologie voor het realiseren van de klimaatdoelstellingen, maar is ook van belang voor de duurzame economische ontwikkeling van de Rotterdamse regio.” Kerngegevens Betrokken partijen: RCI, E.ON Benelux, Electrabel Nederland/GDF-SUEZ, Havenbedrijf, OCAP, Gasunie, Stedin, Air Products, Air Liquide, Shell, Vopak, Antony Veder, Maersk, TAQA. Doel: CO2-reductie, economische versterking regio, hergebruik CO2 voor tuinders en gas- en oliewinning.

Programma Duurzaam

| pag 27

Opgave 2. Verbeteren van de energieefficiëntie
Een belangrijk Europees en nationaal klimaatdoel is om te komen tot een besparing van 20% van het huidige jaarlijkse verbruik van primaire energie tegen 2020. Het verwezenlijken van dit doel maakt het mogelijk de gevolgen voor de klimaatverandering en de afhankelijkheid van ingevoerde fossiele brandstoffen te verminderen. Maar er pleit nog meer voor het verbeteren van de energieprestaties van producten, gebouwen en diensten. Zo versterkt het de concurrentiekracht van de industrie, levert het een bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën en stimuleert energiebesparing de werkgelegenheid. Met de gerealiseerde besparingen kunnen we bovendien de investeringen in vernieuwende technologieën terugverdienen en de kosten van energie voor huishoudens en bedrijven omlaag brengen. Wat willen we bereiken? We nemen het besparingsdoel van 20% in 2020 over. Vooral de industrie zal hieraan een grote bijdrage moeten leveren. Het doel is om de verbetering van de energieefficiëntie bij industriële bedrijven in het havengebied dusdanig te stimuleren dat zij hiermee in 2025 4 Mton CO2-uitstoot kunnen vermijden. Daarvoor is het wel nodig dat bedrijven hun energie- en productefficiëntie elk jaar verbeteren met zo’n 2% per jaar. Het tussendoel voor 2015 is om hiermee 900 kton CO2-reductie te realiseren. Voor de gebouwde omgeving (zie ook de vorige paragraaf) is het doel eveneens om de uitstoot van CO2 in 2025 te halveren t.o.v. 1990. De reductieopgave is 510

kton. Het tussendoel voor 2015 is om in de gebouwde omgeving 100 kton CO2-reductie te realiseren. Hoe gaan we het doel bereiken? De grote concentratie van logistieke en industriële activiteiten in het Rotterdamse havengebied biedt unieke kansen om landelijke en lokale ambities met elkaar te verbinden via een pragmatische aanpak. We richten ons niet alleen op de individuele bedrijven, maar kijken vooral naar kansen door samenwerking tussen bedrijven. De in 2025 te behalen reductie van 4 Mton CO2-uitstoot is te bereiken langs drie lijnen: 1. Door omvangrijke vervangings- en innovatieinvesteringen bij bedrijven (1,0 Mton CO2-reductiepotentieel). 2. Via co-siting, ketenvorming, ontwikkeling van warmteen stoomnetwerken (2,0 Mton CO2-reductiepotentieel). 3. Door technologische innovaties in de processen van bestaande bedrijven (1,0 Mton CO2-reductiepotentieel). In de stad liggen de mogelijkheden bij winkels, bedrijven en instellingen die energiebesparende maatregelen treffen en daar bij voorkeur verder in gaan dan het wettelijk minimum voorschrijft. Daarnaast bij woningcorporaties die investeren in het energiezuiniger maken van hun bezit en daarover afspraken maken met hun huurders. En bij bedrijven en consortia van bedrijven, financiers en uitvoerders die eigenaren en huurders met overtuiging en resultaatafspraken kunnen ‘ontzorgen’ bij het energiezuiniger maken van huizen. Maar bij ook de gemeente die bij haar eigen gebouwen en bij de openbare verlichting energiebesparing realiseert. Via het aanleggen van koudenetten en het uitbreiden van het warmtenet zullen we een grote stap kunnen maken. Streven is dat in de periode tot 2015 alle nieuwbouw (woningen en kantoren) op het warmtenet worden aangesloten en daarnaast ook 4.000 bestaande woningen. Op basis van de huidige inzichten kunnen we met de aangegeven maatregelen in de gebouwde omgeving 400 kton besparen. Omdat de reductieopgave 510 kton is, moet er dus nog een aanvullende besparing van 110 kton worden behaald in de gebouwde omgeving. De komende

Foto: Ben Wind Fotografie

periode onderzoeken we de mogelijkheden om dit ‘gat’ te dichten. We verwachten dat dit haalbaar is met het verder verduurzamen van het warmtenet en via de door het Rijk beoogde schaalvergroting in de energiebesparing bij gebouwen. Hierbij kijken we ook naar de mogelijkheden om het elektriciteitsgebruik terug te dringen. Minder elektriciteitsgebruik vertaalt zich niet direct in een

Programma Duurzaam

| pag 28

CO2-reductie binnen de gemeentegrenzen van Rotterdam, maar is uiteraard net zo essentieel voor de aanpak van het energie- en klimaatvraagstuk. Én heeft positieve economische en sociale effecten.

Hoe gaan we het doel bereiken? We geven invulling aan onze rol als Bioport van Europa door de handel en overslag in biomassa makkelijker te maken, door te bevorderen dat energiebedrijven biomassa als brandstof gaan gebruiken in kolencentrales en biomassa-energiecentrales, door het lokaal gebruik van biobrandstoffen te stimuleren en door onderzoek, pilots en bedrijvigheid op het gebied van groene chemie te faciliteren in Rotterdam. Naast het stimuleren van biomassatoepassingen richten we ons ook op het vergroten van de hoeveelheid windenergie in Rotterdam en onderzoeken we de mogelijkheden om investeringen in zonne-energie te versnellen. Het Rotterdamse havengebied is nu al een groot windpark met een opgesteld vermogen van 151 MW. Dit is in 2020 verdubbeld: dan staat er in het openbare gebied van de haven 300 MW. Daarnaast willen we met bedrijven samenwerken om op hun eigen terreinen ook windmolens te plaatsen. En onderzoeken we de mogelijkheid van het plaatsen van windmolens in Hoek van Holland en in Rozenburg. Inschatting is dit tot 50 MW aan extra door wind opgewekt vermogen leidt. Op het gebied van zonne-energie en kleinschalige windenergie zijn vooral daken van bedrijfspanden en collectieve installaties in de gebouwde omgeving kansrijk. Veel Rotterdammers willen hiermee (gezamenlijk) aan de slag. Momenteel zijn er echter nog veel (wettelijke) belemmeringen. Doel is dat we voor 2012 uitsluitsel hebben of Rotterdammers bij investeringen in collectieve installaties voor duurzame energieopwekking van dezelfde belastingvoordelen kunnen profiteren als wanneer ze investeren in duurzame energieopwekking thuis.

Opgave 3. Omschakelen naar duurzame energie en biomassa als grondstof
Uiteindelijk willen we een energie- en grondstoffenhuishouding realiseren met een fors lagere CO2-intensiteit. Niet alleen omdat dit tot een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen leidt, maar ook omdat dit ons minder afhankelijk maakt van (ingevoerde) fossiele brandstoffen. Windenergie, zonne-energie en energie uit biomassa bieden een goed alternatief voor energie uit fossiele brandstoffen. Biomassa, mits duurzaam geproduceerd, kan ook ingezet worden als groene grondstof in de chemie om zo fossiele grondstoffen te vervangen bij het maken van producten en als basis voor transportbrandstoffen. Vooral de biomassatoepassingen hebben grote economische kansen. Biomassa zorgt ervoor dat we een continue en betrouwbare voorziening van energie en chemie kunnen bieden aan de haven, de regio, Nederland en Noordwest-Europa. Dat deed Rotterdam vanaf het begin van de 20e eeuw; die rol willen we blijven spelen. Daarom investeren we in nieuwe ontwikkelingen en ontwikkelen we ons tot “Bioport”. Wat willen we bereiken? We willen bereiken dat het aandeel duurzame energie en grondstoffen flink groeit. Dit doen we in lijn met de gemaakte afspraken in het - ook door Rotterdam ondertekende - Covenant of Mayors om in 2020 dit aandeel 20% te laten zijn. Doel is ook om vanaf 2025 elk jaar 3 miljoen ton biomassa bij te stoken in de energiecentrales. Dit staat gelijk aan een reductie van 4,5 Mton CO2. Verder willen we in de periode tot 2025 een start maken met de vergroening van de chemie. Dit is echter een zaak van lange adem, die naar verwachting pas ná 2025 tot significante hoeveelheden vermeden CO2-uitstoot zal leiden. Voor windenergie is ons doel om in 2025 350 MW aan windvermogen binnen de Rotterdamse gemeentegrenzen te hebben opgesteld. Het tussendoel voor 2015 is dat opwekking en gebruik van hernieuwbare energie een CO2-reductie van 600 kton oplevert.

Opgave 4. Bevorderen van duurzame mobiliteit en transport
Rotterdam moet een bereikbare stad zijn op een duurzame manier. De keuzes die in de Stadsvisie gemaakt zijn voor de stad zijn uit het oogpunt van mobiliteit bij uitstek keuzes voor duurzaamheid. Het is daarvoor nodig om transport en mobiliteit slimmer te organiseren. Momenteel groeit de behoefte aan mobiliteit nog steeds. Zeker in een steeds stedelijker wordende omgeving schiet het wegennetwerk daarvoor te kort. Rotterdam wordt hierdoor steeds slechter bereikbaar. Daarnaast is er sprake van een groeiend milieubewustzijn en de wens om in een gezonde, schone en aantrekkelijke stad te wonen en te werken. Dat terwijl we ook actief willen bijdragen aan de verdere groei van de haveneconomie.

Programma Duurzaam

| pag 29

Wat willen we bereiken? De uitdagende opgave is om een duurzaam (gebruik van het) mobiliteitssysteem te realiseren. Dit houdt in: beperken van het aantal gereden (vracht)autokilometers, stimuleren van het gebruik van de meeste schone vormen van mobiliteit en terugdringing van de hinder die het gebruik van niet-duurzame mobiliteit oplevert. De doelen die we hierbij hanteren voor 2025 6 zijn: • • • • • Een toename van het openbaarvervoergebruik met 40%. Een afname van het aantal geluidsgehinderden met 30% t.o.v. 2008. Een toename van het fietsverkeer met 30%. Het reduceren van ‘sluipvrachtverkeer’ door de stad tot nul. Een stijging van het aantal voetgangers met 10% op nader te bepalen plekken. De doelen voor 2014 zijn: • Minder autoverkeer in de spits naar werkplekken in het centrum, de Kralingse Zoom, Alexander en bedrijven in het havengebied. • • • • • Meer gebruik van fiets, deelauto’s en bevorderen van efficiënte binnenstedelijke distributie. Gelijkmatigere doorstroming van het verkeer van en naar het centrum. Minder (doorgaand) verkeer in de Binnenstad. Forse groei van elektrisch vervoer. Praktijkervaring met schone brandstoffen bij vrachtverkeer en binnenvaart.

Hoe gaan we het doel bereiken? Om dit alles te realiseren volgen we drie sporen: 1. Het ‘schoon’ gebruik van het mobiliteitssysteem, voor zowel personen- als goederenvervoer. Dit houdt in dat we gaan investeren in de aanleg van fietspaden en stallingsplaatsen voor fietsen in de binnenstad. Verder stimuleren we maatregelen op het gebied van mobiliteitsmanagement. En realiseren we een systeem voor dynamisch verkeersmanagement. Het beperken van het aantal vrachtautokilometers willen we bereiken door allerlei vormen van efficiënte logistiek, waaronder de Binnenstadservice. Daarnaast stimuleren we de verduurzaming van de binnenvaart en zeescheepvaart. 2. Schone en stille voertuigen. We gaan hiervoor investeren in het ‘schoon’ maken van het gemeentelijk wagenpark door verdere introductie van elektrische en hybride voertuigen. Ook stimuleren we de aanschaf en gebruik van elektrische fietsen en elektrische scooters, onder meer door een sloopregeling voor (benzine)scooters. En we realiseren een oplaadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Samen met diverse marktpartijen realiseren we daarnaast een aantal innovatieve projecten op het gebied van elektrisch vervoer. 3. Schone brandstoffen. Op het gebied van “alternatieve” brandstoffen richten we ons op het toepassen van biodiesel bij vrachtverkeer. Specifiek voor de binnenvaart onderzoeken we de toepassing van vloeibaar aardgas. De geplande maatregelen zijn nog niet voldoende om de toename van CO2-uitstoot door de groeiende mobiliteit op te vangen. Bij onze zoektocht naar extra oplossingen betrekken we de recent gepubliceerde vervoerstrategie 2050 van de Europese Commissie als inspiratiebron. Uitgangspunten van deze vervoerstrategie zijn: • • • Een vermindering van de CO2-uitstoot door vervoer met 60% in 2050. Geen auto’s meer in steden die op conventionele brandstoffen rijden. Een verschuiving van 50% van het middellange passagiers- en goederenvervoer over de weg naar het spoor en het water. • Een vermindering van de uitstoot van de scheepvaart met minstens 40%.

6 Zie ook Collegevisie Duurzame Mobiliteit, brief aan de gemeenteraad met kenmerk 08/1470, 2008

Programma Duurzaam

| pag 30

Elektrisch Vervoer Centrum brengt elektrisch vervoer dichterbij
Zomer 2011 opent het Elektrisch Vervoer Centrum (EVC) zijn deuren, vlak naast het Centraal Station Rotterdam. Bedrijven en consumenten kunnen hier terecht met al hun vragen over elektrisch vervoer en kunnen zelf ervaren hoe het is om met een elektrische auto of scooter te rijden, door bijvoorbeeld een proefrit te maken door de stad. Ruim dertig publieke en private partijen gaan zich inzetten voor het centrum. Paul Hoffschult van Het Nieuwe Rijden: “Wij denken dat dit initiatief elektrisch vervoer een concrete stap verder brengt en verbinden graag onze naam aan dit project.” Kerngegevens Betrokken partijen: Green Mobility, gemeente Rotterdam, Het Nieuwe Rijden en dertig andere publieke en private partijen. Doel: stimuleren elektrisch vervoer en daarmee bijdragen aan CO2-reductie, verbeteren luchtkwaliteit en terugdringen geluidhinder.

Elektrisch Scooterparadijs
Rotterdam wordt hét Elektrisch Scooterparadijs. Samen met de Hogeschool Rotterdam onderzoekt de gemeente de mogelijkheden om het gebruik van elektrische scooters in de stad te stimuleren. Een tiental openbare fietsenstallingen is al voorzien van laadpunten voor elektrische fietsen en scooters. En sinds mei 2010 testen vierhonderd inwoners en werknemers van Rotterdam veertig weken lang hoe het is om je met een elektrische scooter door de stad te verplaatsen. De ‘e-scooters’ worden gratis ter beschikking gesteld door het Vervoer Coördinatie Centrum Rijnmond (VCCR). Het devies hierbij is dat proberen ook overtuigt. Frank Rieck (Hogeschool Rotterdam): “Elektrisch vervoer zorgt voor een schonere lucht en minder verkeerslawaai. Als er gebruik wordt gemaakt van groene stroom, levert het bovendien een aanzienlijke bijdrage aan de Rotterdamse klimaatdoelstelling.” Kerngegevens Betrokken partijen: gemeente Rotterdam, Hogeschool Rotterdam, VCCR. Doel: mobiliteit verduurzamen, CO2-reductie, verlagen fijnstof, verminderen geluidoverlast.

Programma Duurzaam

| pag 31

Opgave 5. Verminderen van geluidsoverlast en bevorderen van schone lucht
Voor driekwart van de Rotterdammers speelt milieu een belangrijke rol bij de waardering van het woongenot. Zo overweegt eenderde van de in de Omnibus enquête van 2010 ondervraagde Rotterdammers een verhuizing vanwege milieuhinder. Hierbij gaat het vooral om luchtkwaliteit en geluidsoverlast. Meer dan 108.000 Rotterdammers hebben last van het geluid van wegverkeer, railverkeer, industrie en vliegtuiggeluid, zo laat de geluidkaart Rotterdam 2007 zien. Met 88.000 mensen die last hebben van wegverkeer vormt wegverkeerslawaai veruit de voornaamste bron. Een hoge geluidbelasting heeft negatieve gezondheidseffecten, zoals slaapstoornissen, stress, concentratiestoornissen en het verergeren van hart- en vaatziekten. Ook de slechte luchtkwaliteit heeft negatieve gezondheidseffecten. Circa 60.000 mensen wonen op dit moment binnen 50 meter van een drukke binnenstedelijke of provinciale weg of binnen 100 tot 300 meter van de snelweg. Dit zijn gebieden met een relatief slechte luchtkwaliteit. Uit het onderzoek van GGD en Erasmus MC uit 2008 naar de benodigde inspanningen om de gezondheidsachterstand van Rotterdam ten opzichte van Nederland weg te werken volgt dat de relatief slechte luchtkwaliteit in Rotterdam circa 10% tot 12% van de achterstand in gezonden het blijvend verbeteren van de luchtkwaliteit draagt bij aan het realiseren van een voldoende goede gezondheid van de Rotterdammers.

Niet alleen de kwaliteit van de lucht búiten moet goed zijn, maar ook bínnen. In dit kader zijn vooral schoolgebouwen en woningen van belang. In het bijzonder (sociale) huurwoningen. Op dit moment voldoen nog niet alle schoolgebouwen aan de uitgangspunten van een gezond binnenmilieu. Door hieraan te werken dragen we

Programma Duurzaam

| pag 32

Foto: R.Keus

heid kan verklaren. Het verminderen van geluidsoverlast

ook bij aan betere leerprestaties en aan het verminderen van ziekteverzuim van leraren. Wat willen we bereiken? Op het gebied van geluid hebben we een duidelijk doel geformuleerd: 15.000 Rotterdammers hebben in 2014 in hun woning een geluidbelasting als gevolg van verkeerslawaai die minimaal 3 decibel lager ligt dan in 2010. De langetermijnambitie is dat in 2025 30% minder Rotterdammers last ondervinden van geluid ten opzichte van 2007. De helft van deze ambitie kunnen we halen door inspanningen van gemeentelijke kant. De andere helft verwachten we doordat anderen inspanningen leveren, zoals de Europese Unie, het Rijk, de stadsregio Rotterdam, bewoners en bedrijven. Op het gebied van luchtkwaliteit is ons doel op de korte termijn dat we voldoen aan de wettelijke normen voor fijnstof in 2011 en stikstofdioxide in 2015. Met het oog op de lange termijn gaan we aan slag met het structureel verbeteren van de luchtkwaliteit, vooral om zo de gezondheid te verbeteren. Op het gebied van de kwaliteit van het binnenmilieu ligt onze prioriteit bij schoolgebouwen en gebouwen voor kinderopvang. Onze langetermijnambitie is dat al deze gebouwen én alle huurwoningen in 2025 voldoen aan de uitgangspunten van een gezond binnenmilieu. Hoe gaan we het doel bereiken? De verbetering van de luchtkwaliteit pakken we aan met

maatregelen die zo zijn gekozen dat ze niet alleen bijdragen aan het oplossen van knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit, maar ook aan andere doelen. Zoals het terugdringen van de uitstoot van CO2, het bevorderen van de gezondheid en het verbeteren van de bereikbaarheid. Dit doen we voor een groot deel door het schoon gebruik van het mobiliteitssysteem te stimuleren, schone en stille voertuigen te stimuleren en met de inzet op schone brandstoffen (zie ook opgave 4). Daarnaast hebben we gerichte acties op ondermeer de luchtkwaliteit van de binnenstad (milieuzone) en onderzoeken we de mogelijkheden voor gedifferentieerd parkeren. De maatregelen die we nemen ter verbetering van de luchtkwaliteit dragen eraan bij dat de grenswaarden voor luchtkwaliteit in 2015 niet meer worden overschreden. Hiervoor is het noodzakelijk dat ook het Rijk en regionale overheden hun deel van de voorgenomen maatregelen uitvoeren. Voor het halen van de doelstellingen in 2015 moeten van meerdere kanten dus alle zeilen worden bijgezet. De aanpak van geluidsoverlast in de komende periode bestaat vooral uit het aanbrengen van stil asfalt en het isoleren van gevels. En we gaan in gesprek met het Rijk over de aanleg van geluidschermen. In aanvulling op het verbeteren van de buitenluchtkwaliteit richten we ons op het verbeteren van het binnenklimaat op scholen, kinderopvanglocaties en sociale huurwoningen. Dit doen we samen met respectievelijk de schoolbesturen en corporaties.

Programma Duurzaam

| pag 33

Opgave 6. Groener maken van de stad
Met meer groen in en om de stad dragen we bij aan een groot aantal centrale doelstellingen van Rotterdam. Zo kunnen we met meer groen in de stad regenwater opvangen en wateroverlast voorkomen (groene daken en groene gevels). Met de inzet van bomen, struiken, planten, groene gevels, geveltuinen en groene daken maken we de stad aantrekkelijker en kunnen we de gevolgen van temperatuurstijging beperken, waardoor hittestress (gezondheidseffecten en eerder overlijden) vermindert. Gezondheid bevorderen we ook doordat nabijheid van en zicht op groen stress vermindert en doordat bomen en struiken verkeerslawaai en hinderlijke geluiden van industrie maskeren. Tot slot dragen groene daken niet alleen bij aan meer waterberging in de stad, maar zijn ze ook energiebesparend en verlengen ze de levensduur van daken. Sommige stedelijke groengebieden kunnen dienen als productiegebied voor gezond en duurzaam geproduceerd voedsel. En door het bevorderen van groen in de openbare ruimte en op daken en gevels maken we ook Rotterdam als woonstad aantrekkelijker. Door verder te werken aan kwalitatief goed groen en (in nauwe samenwerking

met de stadsregio Rotterdam, de provincie Zuid-Holland en natuurbeschermingsorganisaties) aan de ontwikkeling van ecologische routes en groengebieden rond de stad bevorderen we zowel de recreatiemogelijkheden als de biodiversiteit. Wat willen we bereiken? Op het gebied van het groener maken van de stad is ons doel dat in 2014 de hoeveelheid groen en water is toegenomen in de tien buurten die in 2010 het minst groen zijn. Ook willen we meer bomen in de stad. Ons doel is jaarlijks 2.000 extra bomen te planten in 2011 en 2012. We willen meer groene daken en gevels in de stad; 160.000 m2 in 2014. Daarnaast willen een grotere betrokkenheid van Rotterdammers bij groen bereiken. Voor de langere termijn willen we dat ‘groen’ een standaard onderdeel is van de instrumenten waarmee doelen op het gebied van ondermeer gezondheid, geluid, klimaat, wateropgave en luchtkwaliteit worden gerealiseerd. Daarmee laten we zien dat ook een sterk verstedelijkte en industriële omgeving goed samengaat met een grote biodiversiteit.

Programma Duurzaam

| pag 34

Veel bewoners en ondernemers dragen al bij aan het realiseren van onze groenambities. Onder de noemer stadslandbouw zijn in Rotterdam bijvoorbeeld al groepen bewoners en ondernemers bezig met het opzetten van initiatieven. Organisaties als Eetbaar Rotterdam, Transition Towns en Rotterdamse Oogst zijn hiervan aansprekende voorbeelden. Deze organisaties combineren de behoefte aan gezond en duurzaam geproduceerd voedsel samen met andere behoeften. Zoals duurzaam beheerde landschappen om de stad en stedelijke groengebieden. En het betrekken van (in het bijzonder jonge) Rotterdammers bij het produceren van voedsel via natuur- en milieueducatie. Stadslandbouw is dus een prima middel om andere doelen te bereiken. Ook zijn er in diverse buurten door bewoners al groene initiatieven gerealiseerd. Met als inspirerend voorbeeld de buurttuin “Schat van Schoonderloo” in Delfshaven. Ook zijn bewoners en ondernemers, ondersteund door onze subsidieregeling voor groene daken, al aan de slag
Foto: Jan van der Ploeg

met het aanleggen van groene daken en groene gevels.

Landbouw in de stad
Drijvende tuinen, moestuindaken, zelfvoorzienende horecagelegenheden en innovatieve gebouwen op basis van gesloten kringlopen. Dat is de droom van Eetbaar Rotterdam, een netwerk van betrokken Rotterdammers die zich

Hoe gaan we het doel bereiken? Met dit programma zetten we onze aanpak van de afgelopen jaren voort om meer groen, maar bovenal meer groen op de juiste plek toe te passen in de stad. De focus ligt op ‘versteende’ plekken in de stad. Meer dan ooit vragen wij bewoners, ondernemers, instellingen en deelgemeenten bij te dragen aan het verwezenlijken van deze ambitie. Ook met waterschappen werken we samen aan het groener maken van de stad, met name bij het realiseren van meer groene daken en groene gevels om zo alternatieve waterberging te creëren in de stad.

inzetten om de voedselketen beter zichtbaar te maken in de stad. De vereniging ziet kansen voor stadslandbouw als handelsmerk van Rotterdam; door stadslandbouw onderdeel te laten uitmaken van de plaatselijke ruimtelijke ordening en ondernemende bewoners de ruimte te geven projecten te realiseren waarin de voedselkringloop centraal staat. Eetbaar Rotterdam verzamelt en verspreidt kennis over stadslandbouw, onder andere via haar website met inspirerende stadslandbouwprojecten in Rotterdam en ver daar buiten. Paul de Graaf (Eetbaar Rotterdam): “Als voedsel dichter bij huis groeit, krijgen de stadsbewoners de mogelijkheid het voedselproductieproces te zien en te ervaren.”

OVG voelt zich mede verantwoordelijk voor het aantrekkelijker en duurzamer maken van Rotterdam en heeft aangeboden om een bijdrage te leveren aan het groener maken van de stad. Samen met OVG onderzoeken we de mogelijkheden om meer groen toe te voegen aan de Wilhelminapier. Kerngegevens Betrokken partijen: Eetbaar Rotterdam, bewoners van de stad Rotterdam. Doel: vergroten van kennis bij stadsbewoners over landbouw en voedsel.

Programma Duurzaam

| pag 35

Opgave 7. Vergroten van duurzame investeringen en bevorderen van duurzame producten en diensten
Wereldwijd laten duurzame bedrijven een sterke economische groei zien. Ons streven is om een flink deel van deze groei in Rotterdam te realiseren. Clusters met grote kansen voor investeringen zijn bijvoorbeeld groene chemie en energie, CCS, water- en deltatechnologie, maar ook de ontwerp-, installatie- en bouwsector en duurzame mobiliteit. Vanuit dit programma Duurzaam én het programma Regionale en Stedelijke Economie en de Clean Tech Delta willen via deze clusters werken aan een verdere duurzame economische versterking van Rotterdam.

Onderzoek van Roland Berger (1) laat zien dat zogenoemde clean tech-investeringen naar verwachting tot aan 2030 wereldwijd meer dan 20 miljoen nieuwe banen zullen genereren. In 2008 werd wereldwijd voor het eerst meer geïnvesteerd in nieuwe duurzame energiecapaciteit dan in traditionele bronnen (€ 10 mrd). In een studie van Buck Consultants (2) is de verwachting onderbouwd dat de werkgelegenheid in duurzame energie tot 2030 in de wereld groeit met 2,2% tot 9,5% per jaar. Naar verwachting is er daarentegen een terugloop van werkgelegenheid in traditionele energiesectoren met 1% tot 2,7% per jaar. De huidige ontwikkelingen in het Midden-Oosten en in Japan zullen de vraag naar duurzame energiebronnen verder vergroten. Steeds meer bedrijven zien commerciële kansen in duurzaamheid. Zo is in Rotterdam bijvoorbeeld VOPAK één van de bedrijven die een rol willen spelen bij de op- en overslag van CO2 waarmee, vanuit haar bestaande expertise op tankterminal-gebied, nieuwe groeimarkten worden aangeboord. Daarbij wordt nauw samengewerkt met het Havenbedrijf, Air Liquide, Stedin, OCAP en Maersk. Ook KEMA, General Electric en Siemens zijn voorbeelden van partijen die in Rotterdam grote groeikansen zien op dit gebied. De Boston Consulting Group (3) concludeert in een studie dat “sustainability will become increasingly important to business strategy and management over time, and the risks of failing to act decisively are growing”. Unilever is één van de vooroplopers op dit gebied. Topman Paul Polman zegt daarover in een interview met ANP over Unilevers duurzaamheidsstrategie (7/4/2011): “De consument vraagt het, de overvloed aan natuurlijke grondstoffen verdwijnt en de wereldbevolking groeit sterk. Op dit moment verbruiken we al drie keer de aarde. De noodzaak is er dus om duurzamer te werk te gaan, willen we de steeds verder groeiende bevolking kunnen voeden”. In hetzelfde interview wordt ook een financieel analist van de ING aangehaald: “Nu is water nog gratis, over tien jaar zeker niet meer. ‘Business as usual’ zal door de schaarste niet meer mogelijk zijn.” Bedrijven die dit als eerste begrijpen en maatregelen

Foto: Sebastiaan Knot

treffen, kunnen hier flink van profiteren. In opdracht van RCI heeft de Boston Consulting Group (4) een inschatting gemaakt van de directe

Programma Duurzaam

| pag 36

economische impact van de projecten die in Rotterdam op het gebied van verminderen van de CO2-uitstoot worden uitgevoerd. Tussen 2011 en 2025 zal naar schatting voor € 11,3 miljard moeten worden geïnvesteerd. Binnen het huidige kader van wet- en regelgeving en met de huidige prijs van CO2 binnen het huidige emissiehandelssysteem en met de huidige (energie)prijzen en is hiervan nu al € 3,5 miljard economisch rendabel uit te voeren. Het is de opgave voor de gemeente en de Rotterdamse partners om met provincie, Rijk en EU ook de andere investeringen mogelijk te maken. Een groot deel van de investeringen zijn nodig voor pijpleidingen, netwerken en installaties. Gemiddeld per jaar zijn met deze investeringen en met de daaruit voortkomende operationele werkzaamheden bijna 3.400 banen gemoeid. In de periode 2011- 2015 is dit aantal groter: ruim 4.500 extra banen per jaar. Met De klimaatopgave voor Rotterdam betreft ook het beperken van de schade als gevolg van een veranderend klimaat. Onder de noemer Rotterdam Climate Proof wordt hieraan vanuit het programma Duurzaam gewerkt. Rotterdam is hierin proactief en loopt voor op andere kwetsbare deltasteden in de wereld. Wanneer Rotterdam louter passief aan stedelijk water- en rioolbeheer zou doen en zich enkel zou beperken tot de wettelijke taken, dan zal dat op middellange termijn juist leiden tot economische schade en een verkeerde perceptie van Rotterdam als wereldhaven. Een passieve houding ten aanzien van stedelijk waterbeleid is daarom geen optie. Op grond van een studie van Ecorys (5) kan geconcludeerd worden dat het klimaatbestendig maken van Rotterdam in 2025 tot aan dat jaar naar schatting tussen de € 4 en € 5 miljard aan investeringen zal vergen. Het gaat dan om maatregelen op het gebied van buitendijks bouwen, versterking van de primaire dijken, waterberging, stadsklimaat en lokale bereikbaarheid. De belangrijkste investeringen zullen, zoals het er nu uitziet, moeten worden ingevuld door de overheid, naar schatting zo’n 80%. Mogelijk kunnen publiek-private samenwerkingsconstructies een groter aandeel particuliere investeringen bewerkstelligen. Ecorys heeft tevens berekend wat de directe en indirecte werkgelegenheidseffecten zijn van het werken aan de wateropgave van Rotterdam. Directe effecten zijn direct gekoppeld aan de te plegen investeringen, de indirecte effecten betreffen spin-off effecten als gevolg van inkoop en uitbesteding door partijen die direct werken aan de realisatie van de maatregelen. Hierbij is ook het profileren van Rotterdam als duurzaamste wereldhavenstad van belang. Direct genereert dit tot maximaal 1.200 banen per jaar, in-

direct ruim 1.000 en tijdelijke werkgelegenheid is per jaar

maximaal 940 banen. Tot aan 2025 is het totale werkgelegenheidseffect van het werken aan de wateropgave van Rotterdam gemiddeld per jaar maximaal 3.140 extra banen. In een studie van de Rotterdam School of Management (RSM) (6) wordt op basis van interviews onder bedrijven in de regio en experts geconcludeerd dat Rotterdam wordt gezien als één van de vaandeldragers van Nederland Waterland: “met een concentratie van kennisinstellingen. Interessante ontwikkelingen op het gebied van adaptatie (vraag vanuit de publieke èn private sector) en goede internationale contacten.” Veel van de geënquêteerde bedrijven verwachten dat klimaatadaptatie leidt tot nieuwe banen. Bedrijven die hiermee raakvlakken hebben, zijn in de Rotterdamse regio bovengemiddeld vertegenwoordigd. RSM schat in dat in de bouw, bij architecten, ingenieursbureaus, verzekeraars en ICT bedrijven nu ongeveer 3.600 arbeidsplaatsen in de regio verband houden met klimaatadaptatie. Arbeidsplaatsen bij kennisinstellingen en overheden zijn hierbij niet mee gerekend.
Bronnen: 1. Roland Berger Strategy Consultants, “Op weg naar de Dutch Climate Delta”, Rotterdam 2009 2. Buck Consultants International, “Marktpotentie van Duurzaamheid”, Rotterdam 2010 3. Boston Consulting Group, “The Business of Sustainability”, Boston 2009 4. Boston Consulting Group, “CO2 Besparingsmaatregelen in Rotterdam, Economisch en Technisch Potentieel”, Amsterdam, 2011 5. Ecorys, “Quick-scan Economische Spin-off RCP”, Rotterdam, 2010 6. Rotterdam School of Management, “Verdienen aan Klimaatverandering”, Rotterdam 2011

Programma Duurzaam

| pag 37

Hoe gaan we het doel bereiken? Het stimuleren van duurzaam ondernemen, produceren en consumeren willen we op de volgende manieren gaan doen: • We ondersteunen de communicatie van bedrijven en organisaties die koplopers zijn op het gebied van duurzaam ondernemen. Hun ‘verhaal’ kan anderen stimuleren in hun voetspoor te treden. • We stimuleren de markt voor duurzame producten en diensten. Onder meer door het stimuleren van de vraag naar duurzame producten en diensten via het duurzame inkoopbeleid van de gemeente. • Door meer op duurzaamheid gerichte acquisitie (‘red carpet treatment’) willen we bereiken dat meer bedrijven die duurzaamheid als core business hebben zich in Rotterdam gaan vestigen. • • We werken aan de verdere ontwikkeling van het Nederlands Watercentrum. We willen dat er meer geïnvesteerd wordt in duurzaamheid in Rotterdam. Dit bevorderen we onder meer via de continuering van de samenwerking met het bedrijfsleven via o.a. RCI, convenanten met woningcorporaties en ontwikkelaars, het uitvoeren van voorstudies, gerichte lobby’s richting Den Haag en Brussel, handhaving en kennisoverdracht. • Samen met de kansrijke sectoren (groene chemie en energie, CCS, water- en deltatechnologie, de ontwerp-, installatie en bouwsector en duurzame mobiliteit) en de kennisinstellingen gaan we het stimuleringsbeleid verder vormgeven. Dit doen we in samenwerking met het programma Regionale en Stedelijke Economie en Clean Tech Delta. Doel is • • • • • •

randvoorwaarden te creëren die zorgen voor een structurele innovatieaanpak en versterking van de kansrijke sectoren. Voorbeeld hiervan is onze deelname aan het innovatiefonds ICOS Cleantech Early Stage Fund II (ICF II). Om de concurrentiekracht van bestaande bedrijven in Rotterdam te vergroten bevorderen we dat bedrijven, kennisinstellingen en beroepsopleidingen zich meer richten op innovaties en kennisontwikkeling op het gebied van duurzaamheid, en betrekken hierbij ook cradle-to-cradle principes. We positioneren onze stad als proeftuin voor relevante pilots en voorbeeldprojecten. We richten ons op het sluiten van kringlopen. We stimuleren nuttige toepassingen van restwarmte. We maken afspraken over duurzaam slopen en maken een start met een betere scheiding en hergebruik van afval. We continueren onze inspanningen om Rotterdam internationaal te profileren als daadkrachtige en innovatieve wereldhavenstad. Met deze inzet en het creëren van een aantal specifieke randvoorwaarden voor investeringen willen we ons doel bereiken. Met het creëren van die specifieke randvoorwaarden denken we onder meer aan: • • CCS demonstratieproject(en). Productie-, op- en overslagcapaciteit voor biobrandstoffen. Het nuttig toepassen van stoom, restwarmte en koude. Wind- en zonne-energieprojecten realiseren

Programma Duurzaam

| pag 38

• • • •

energiezuinigheid van de bestaande bouw en het MKB stimuleren. Energiebesparing van gemeentelijke gebouwen en voorzieningen realiseren. Adaptief bouwen (groene daken, waterpleinen, aangepast bouwen). Oplaadvoorzieningen voor elektrische voertuigen aanleggen.

Opgave 8. Vergroten van het draagvlak voor duurzaamheid en verankering van duurzaamheid in onderwijs en onderzoek
Om een duurzame ontwikkeling te realiseren moeten we niet alleen investeren in het vinden en in uitvoering brengen van duurzame oplossingen, maar ook in draagvlak voor de oplossingen en in enthousiasme voor duurzaamheid. Een belangrijk instrument hierbij is het verankeren van duurzaamheid in de educatie van jongeren. Dit vergroot het inzicht en kennis om verantwoorde keuzen als burger en professional te maken. Wanneer duurzaamheid integraal onderdeel uitmaakt van opleidingen en leidraad is voor onderwijs en onderzoek vergroot dit bovendien de mate waarin we in staat zijn grote strategische opgaven van de stad structureel met onderzoek en kennisopbouw te ondersteunen. Wat willen we bereiken? Ons doel voor 2025 is dat duurzaamheid integraal deel uitmaakt van opleidingen en leidraad is voor onderwijs en onderzoek. In 2015 hebben we met de beroepsopleidingen, hogescholen en universiteit afspraken over duurzaamheid gemaakt en worden deze ook uitgevoerd. Hoe gaan we het doel bereiken? Samen met basisscholen voeren we het natuur- en milieueducatieprogramma uit. Scholieren en studenten van het voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en kennisinstellingen brengen we in contact met bedrijven, medeoverheden en instellingen met als doel ze te laten werken aan concrete duurzaamheidsvraagstukken uit de Rotterdamse praktijk. We maken afspraken met de beroepsopleidingen en de kennisinstellingen over het verduurzamen van de curricula. We gaan een strategische kennisagenda opzetten zodat we een betere basis hebben om de kloof tussen onderzoek en de Rotterdamse praktijk te verkleinen. De opgaven uit het programma Duurzaam fungeren als basis voor deze agenda.

Innovatieve, duurzame metamorfose voor Stadshavens Rotterdam
In het hart van Rotterdam vindt een duurzame metamorfose plaats van 1.600 hectare voormalig havengebied. In Stadshavens, van oudsher het economisch centrum van de stad, ontwikkelt Rotterdam een hoogwaardig vestigingsklimaat voor maritieme dienstverleners, voor innovatieve (maak)bedrijven en voor kennisinstituten (Clean Tech Delta). Deze grootschalige, binnenstedelijke gebiedsontwikkeling beoogt naast het versterken van de innovatiekracht van de regionale economie ook de aantrekkelijkheid van het leefklimaat te vergroten. In Stadshavens komt de Clean Tech Delta tot stand: een samenwerkingsverband van bedrijven, kennisinstellingen en overheden in de regio Rotterdam-Delft dat innovatieve en schone technologie stimuleert en daadwerkelijk in de praktijk brengt. Deelgebieden RDM/Heijplaat en MerweVierhavens bieden een ideale proeftuin om innovaties op het gebied van Clean Tech in een werkend gebied te realiseren en etaleren. Clean Tech is de verzameling van technologieën gericht op: energie-efficiëntie, transitie naar niet fossiele energieopwekking, klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving, duurzaam gebruik van grond- en afvalstoffen en nieuwe vervoersconcepten. Kerngegevens Betrokken partijen: ARCADIS, Eneco, Erasmus Universiteit Rotterdam, Hogeschool Rotterdam, Hoogheemraadschap Delfland, Gemeente Delft, Gemeente Rotterdam, TU Delft, TNO, Van Gansewinkel Groep en Vestia. Doel: energie-efficiëntie, klimaatbestendig maken van bebouwde omgeving, transitie naar niet-fossiele energieopwekking, duurzaam gebruik van grond- en afvalstoffen, nieuwe vervoersconcepten.

Programma Duurzaam

| pag 39

Duurzame Diergaarde
De koeling van het pinguïnverblijf vindt plaats met energie afkomstig van maar liefst 3.400 zonnepanelen. De giraffen- en krokodillenverblijven zijn aangesloten op een houtsnipperkachel en het nieuwe, ui-vormige Savannehuis is volgens de principes van ‘cradle-to-cradle’ gebouwd. Duurzaamheid is al jarenlang één van de speerpunten van Diergaarde Blijdorp, maar de ambities van Blijdorp gaan verder: binnen een paar jaar wil de dierentuin alle benodigde energie zelf, op een duurzame manier, opwekken. De dierentuin onderzoekt op dit moment de mogelijkheden van een vergistingsinstallatie voor de productie van biogas. De installatie wordt gevoed met mest, takken, blad, enzovoorts. De bedoeling is om het vergistingsproces zichtbaar te maken voor de bezoekers. Dit dient niet alleen een educatief doel, maar motiveert bezoekers (zo’n 1,5 miljoen per jaar) ook zelf actief bij te dragen aan een beter milieu. Marc Damen (Diergaarde Blijdorp): “Het zou geweldig zijn als Blijdorp zelf voldoende biogas zou kunnen produceren met het eigen restafval. Het ideale concept is helemaal ‘cradle-to-cradle’: de hoefdieren eten groenvoer dat op eigen terrein wordt gekweekt, de mest wordt omgezet in biogas, dat weer dient voor verwarming en elektriciteit.”

Duurzaamheid beter zichtbaar op Erasmus Universiteit
De Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) kenmerkt zich door een moderne kijk op de wetenschap en de maatschappij. Het onderwerp ‘duurzaamheid’ komt in vrijwel alle opleidingen ruim aan de orde. Veel verschillende mensen binnen de universiteit houden zich bezig met de brede thematiek van innovatie duurzaamheid. Hierdoor is het intern maar ook extern niet altijd duidelijk welke activiteiten er worden ontplooid. Het nieuwe programma ESPRIT (Erasmus Sustainability Program InitiaTive) wil een einde maken aan dit versnipperde beeld en beleid. ESPRIT heeft als doel: een betere zichtbaarheid voor externe partijen, een betere onderlinge afstemming en meer mogelijkheden voor fondsenwerving. Concreet betekent dit dat de faculteiten nauwer gaan samenwerken, de EUR een ‘minor Duurzaamheid’ ontwikkelt en het aantal bestaande opleidingen op het gebied van duurzaamheid wordt uitgebreid. Hierbij werkt de EUR nauw samen met de TU Delft. Als onderzoekers de handen ineen slaan krijgen ze meer voor elkaar: meer multidisciplinair onderzoek, meer innovatie, meer zichtbaarheid voor hun oplossingen en meer financiën om ze te realiseren. Kerngegevens

Kerngegevens Betrokken partijen: Diergaarde Blijdorp, gemeente Rotterdam, provincie Zuid-Holland, AgentschapNL. Doel: energiebesparing, kostenbesparing, duurzame energieproductie, vergroten bewustzijn voor milieu en klimaat d.m.v. educatie en voorlichting.

Betrokken partijen: Erasmus Universiteit Rotterdam, TU Delft. Doel: versterken van onderwijs en onderzoek naar innovatieve duurzaamheid.

Programma Duurzaam

| pag 40

Heijplaat proeftuin voor duurzaamheid
Het monumentale RDM-terrein op Heijplaat is sinds 2009 de vestigingslocatie van de Hogeschool Rotterdam en het Albeda College. Op de RDM-Campus werken onderwijs, wetenschap en bedrijven samen aan duurzame en innovatieve oplossingen op het gebied van bouwen, mobiliteit en energie. Het vooroorlogse tuindorp Heijplaat is daar een ideale proeftuin voor. Bewoners en woningcorporatie Woonbron werken hier samen met de gemeente, de deelgemeente Charlois en de Hogeschool Rotterdam aan een klimaatneutrale en klimaatbestendige woonwijk. Daarbij kunnen ze een beroep doen op de kennis van het Innovatie Centrum Duurzaam Bouwen (ICDuBo), dat sinds 2010 ook op Heijplaat is gevestigd. Het onafhankelijke kenniscentrum wil duurzame en innovatieve toepassingen in de gebouwde omgeving bevorderen. En richt zich op kennisdeling en samenwerking tussen overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven. Bij het ICDubo is een aantal interessante voorbeeldprojecten te zien, zoals een duurzaam klaslokaal en warmte- en koudeopslag met een boring naar 35 meter diepte. Zo komt alles op Heijplaat samen: kennisontwikkeling, praktijkonderzoek (samen met de bewoners) en uithangbord voor duurzame innovaties. Onder het motto Research, Design & Manufacturing, werken onderwijs en bedrijven op Heijplaat samen aan duurzame en innovatieve oplossingen op het gebied van bouwen, mobiliteit en energie. Kerngegevens Betrokken partijen: ICDuBo, Hogeschool Rotterdam, Havenbedrijf Rotterdam, Albeda College, e.a. Doel: innovatie, educatie, bevorderen en stimuleren van duurzame toepassingen in gebouwde omgeving.

Eneco en WNF werken samen aan duurzame energie
Energiebedrijf Eneco en het Wereld Natuur Fonds werken nauw samen aan de verduurzaming van de energievoorziening. Als eerste energiebedrijf ter wereld ontving Eneco de Climate Saver-erkenning van het WNF. ‘Climate Savers’ nemen volgens het WNF het voortouw in de transitie naar een ‘low-carbon economy’. Ze laten zien dat het verminderen van CO2-uitstoot en economische groei hand in hand kunnen gaan. Zo is een van Eneco’s doelstellingen om over drie jaar 20% van de elektriciteit op duurzame wijze te produceren. Samen zetten Eneco en WNF in dat kader acties op om mensen bewust te maken van het belang van energiebesparing en groene energie. Bijvoorbeeld door het ontwikkelen van innovatieve energieconcepten voor de stad van de toekomst. In Rotterdam zijn er vergevorderde plannen voor een pilot-project met als doel duurzame energie dichter bij de consument te brengen, door samen energie te gaan opwekken. Zo kan iedereen een duurzame energieproducent zijn. Hans Kursten (Eneco): “Eneco en het WNF willen met deze samenwerking een voorbeeldfunctie vervullen als aanjager voor de verduurzaming van onze energievoorziening.” Kerngegevens Betrokken partijen: Eneco, Wereldnatuurfonds. Doel: energievoorziening verduurzamen, CO2-reductie, natuurbescherming, innovatie energievoorziening.

Programma Duurzaam

| pag 41

Opgave 9. Voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering
Het klimaat verandert. Dat heeft ook voor Rotterdam gevolgen. De regenbuien worden nu al heviger waardoor er meer wateroverlast in de stad ontstaat. Op termijn zullen we als laaggelegen deltastad tevens te maken krijgen met een zeespiegelstijging en een rivierstand die soms heel hoog is en soms heel laag. Ook de temperatuur in de stad zal stijgen waardoor steeds meer mensen last krijgen van hittestress. Om de klimaatverandering niet als een bedreiging maar als een kans te zien heeft Rotterdam het programma Rotterdam Climate Proof gestart. Blijvende bescherming en bereikbaarheid van de regio Rotterdam staan hier centraal. Het programma is volledig gericht op extra kansen voor een aantrekkelijke stad om te wonen, te recreëren, te werken en te investeren. Toonaangevend onderzoek, innovatieve kennisontwikkeling en daadkrachtige uitvoering resulteren in sterke economische impulsen. Samen met vooraanstaande partners wordt Rotterdam dé innovatieve waterkennisstad van de wereld en inspirerend voorbeeld voor andere deltasteden. Wat willen we bereiken? Ons doel is dat Rotterdam in 2025 100% klimaatbestendig is. In 2014 hebben we de Rotterdamse Adaptatie Strategie opgesteld, vastgesteld en is de uitvoering gestart. Hoe gaan we het doel bereiken? Klimaatadaptatie is een zaak van de lange adem. De inspanningen op het gebied van adaptatie in de periode tot 2014 richten zich daarom op het opstellen en in uitvoering brengen van de strategie waarmee we in 2025 zorgen dat Rotterdam klimaatbestendig is: de Rotterdamse Adaptatie Strategie (RAS). Op dit moment worden de aard en grootte van de verwachte problemen door de klimaatverandering in Rotterdam in beeld gebracht. Dit geeft ons inzicht in effectieve en toepasbare maatregelen. De status van hotspot binnen het landelijk onderzoeksprogramma Kennis voor Klimaat draagt hieraan bij. Eén van de belangrijke aandachtspunten voor Rotterdam is de veiligheid van het buitendijks gebied, waar in de regio Rijnmond-Drechtsteden 60.000 mensen wonen en werken. Met Rijk en regio wordt hiervoor een veiligheidstoetsing ontwikkeld. Tegelijkertijd zijn er in 2014 relevante (pilot)projecten uitgevoerd waardoor we meer weten over de haalbaar-

heid van diverse adaptatiemaatregelen. Deze bevorderen daarnaast de noodzakelijke innovatie (denk aan drijvend bouwen en aan waterpleinen). Ook dragen zij direct bij aan het terugdringen van het waterbergingstekort. Drijvend bouwen is een voorbeeld van adaptief bouwen dat bij uitstek past bij Rotterdam. We werken samen met bedrijven en kennisinstellingen aan kennisontwikkeling en aan concrete experimenten (o.a. in de Nassauhaven). We onderzoeken waar drijvende woningen ontwikkeld kunnen worden, met focus op Stadshavens Rotterdam. De ervaringen met deze innovatieve, duurzame bouwvorm wordt (door de bedrijven) verder vermarkt. Waterpleinen zijn in Rotterdam ontwikkeld met als doel om overtollig regenwater een tijdelijke (aantrekkelijke) plek in de openbare ruimte te geven waar het geen overlast vormt. Rotterdam heeft al wateroverlast en tegelijkertijd verandert het klimaat, regent het vaker en zijn de buien heviger. Omdat Rotterdam niet overal voldoende ruimte heeft om regenwater op te vangen en vast te houden zijn slimme oplossingen zoals waterpleinen nodig. Tot slot is in 2014 bereikt dat bedrijven en kennisinstellingen de Rotterdamse kennis en ervaring op het gebied van water en adaptatie internationaal uitdragen zodat de Rotterdamse economie en kennisinfrastructuur versterkt worden. Het netwerk Connecting Delta Cities kan hier een uitstekende rol in spelen. Ook op nationaal niveau wordt met het Deltaprogramma gewerkt aan een klimaatbestendig Nederland. Dit programma zal in 2014 leiden tot een aantal ‘deltabeslissingen’ door het kabinet die van invloed zijn op de ruimtelijk-economische ontwikkelingsrichting van de regio Rijnmond-Drechtsteden. Rotterdam is intensief betrokken bij dit programma. Hierin vindt uitwisseling plaats van Rotterdamse en nationale kennis over klimaatadaptatie en worden strategieën op één lijn gebracht. Al deze activiteiten leiden in 2014 tot een adaptatiestrategie die in de organisatie verankerd is. Met aansprekende voorbeelden van adaptatiemaatregelen in de stad en samenwerkende bedrijven en kennisinstellingen die (innovatieve) initiatieven nemen om Rotterdam klimaatbestendig te maken. Het Nederlands Watercentrum zal hierin een spilfunctie vervullen en bijdragen aan het imago van Rotterdam als internationale deltastad. Uitvoering van deze strategie zal in 2025 leiden tot een klimaatbestendige stad en haven.

Programma Duurzaam

| pag 42

Nederlands Watercentrum versterkt Rotterdamse positie op waterkaart
Het Nederlands Watercentrum in Rotterdam is de internationale etalage en ontmoetingspunt voor de watersector in Nederland. De keuze voor de havenstad is logisch: Rotterdam profileert zich met durf, doorzettingsvermogen en eigen initiatief op het snijvlak van klimaatadaptatie en innovatie. Het NWC heeft in 2010 zijn eerste visitekaartje al afgegeven met de opening van het Drijvend Paviljoen in de Rijnhaven; een markant voorbeeld van klimaatbestendig bouwen in buitendijks gebied en etalage voor innovaties in water- en deltatechnologie. Het Nederlands Watercentrum wordt hét verzamelpunt van kennis en ervaring op gebied van watermanagement. Een sector die de komende decennia mondiaal nog belangrijker wordt. Kerngegevens Betrokken partijen: Arcadis, DHV, Dura Vermeer, Evides, Ahoy, Hogeschool Rotterdam, TU Delft en de gemeente Rotterdam. Doel: vergroten van kennis en ervaring over watermanagement. Klimaatbestendig bouwen en innovatie stimuleren.

Opgave 10. Bevorderen van duurzame gebiedsontwikkeling
Nieuwe ontwikkelingen en herstructureringen in de stad bieden een goede gelegenheid om duurzaamheid concreet en tastbaar te maken. Stadshavens Rotterdam en Heijplaat, het gebied Rotterdam Central District rond het Centraal Station en Hart van Zuid zijn hiervoor aansprekende voorbeelden. Bij deze gebiedsontwikkeling ontstaan kansen om meerwaarde te creëren voor zowel de stad en het desbetreffende gebied als voor Rotterdammers en partijen zoals ontwikkelaars, corporaties, bouwers en beleggers. Deze kansen ontstaan wanneer het lukt om samen met de betrokken partijen in het gebied de unieke locatiekenmerken en (bouw)ontwikkelingen op elkaar af te stemmen vanuit het perspectief van duurzaamheid. Dergelijke afstemming en samenwerking kan bijvoorbeeld leiden tot winst op het gebied van afval, biodiversiteit, buitenruimte, energie-efficiëntie, duurzame energie, duurzame mobiliteit en openbaar vervoer, geluid, groen, luchtkwaliteit en waterberging. Voor veel duurzaamheidsthema’s is een gebiedsgerichte insteek noodzakelijk om ook écht voortgang te kunnen boeken. Vooral wanneer er geen sprake is van nieuwe (bouw)ontwikkelingen in een gebied. Binnen onze stad hebben de deelgemeenten hierbij een centrale rol. Bijvoorbeeld om draagvlak te creëren onder de inwoners. De deelgemeenten zijn tenslotte het eerste aanspreekpunt voor Rotterdammers en ze voeren de regie in de wijken. Wat willen we bereiken? Ons doel is een zo hoog mogelijke duurzaamheidsprestatie te bereiken als we gebieden ontwikkelen. Zowel bij

Programma Duurzaam

| pag 43

Foto: Sebastiaan Knot

nieuwe ontwikkeling als bij herstructurering maken we de doelen en ambities van het programma Duurzaam leidend. Ons streven is dat elke ruimtelijke verandering moet leiden tot een betere leefomgeving. En daarmee tot economische waarde. Hoe gaan we het doel bereiken? De belangrijkste gebieden in de stad waar we kansen zien voor duurzame gebiedsontwikkeling zijn de Binnenstad, Stadshavens Rotterdam en Rotterdam-Zuid. De uitgangspunten die we hebben vastgelegd in REAP, de Rotterdamse Energieaanpak, vormen hiervoor de basis. In deze aanpak staat uitwisseling van energiestromen centraal. Samen met de marktpartijen gaan we hier aan de slag om op gebouw- én op gebiedsniveau te werken aan een schone, groene en gezonde stad. Heel concreet doen we onder meer door slim te plannen waardoor we met minder energie kunnen volstaan, door warmte- en koudenetten aan te leggen en door meer (innovatieve) vormen van waterberging aan te leggen. Drijvend bouwen is een andere mogelijkheid; vooral Stadshavens Rotterdam leent zicht hier uitstekend voor. Klimaatbestendigheid bouwen we in binnen de Rotterdamse planvorming.

Bij elke ontwikkeling in de stad gaan we op ook zoek naar fysieke mogelijkheden binnen de projecten om de relatieve gezondheidsachterstand van de Rotterdammer te verbeteren. Vooral door verbetering van de luchtkwaliteit en vermindering van geluidsoverlast. Duurzame gebiedsontwikkeling en het Kader Leefomgevingskwaliteit, KLOK, worden een integraal onderdeel van de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. Samen met de deelgemeenten werken we aan een gebiedsgerichte vertaling van de doelstellingen van het programma. Met hen gaan we op zoek naar manieren om, via het creëren van draagvlak bij bewoners en lokale bedrijven, investeringen in bijvoorbeeld groen, energiebesparing, duurzame energieopwekking van de grond te krijgen. Pilotgebied hiervoor is Heijplaat.

Koudenet houdt Rotterdam Central District koel
Eneco onderzoekt de mogelijkheden om ‘Rotterdam Central District’ uit te rusten met een energiezuinige koeling. Uitgangspunt van dit collectieve koudenet is dat koude wordt onttrokken aan de Nieuwe Maas. Een nadeel van traditionele klimaatinstallaties is dat ze warmte uitblazen om te kunnen koelen. Dit is een van de belangrijkste oorzaken van smogvorming en hitte-eilandeffect in de zomer. Eneco wil in het Rotterdam Central District bewoners en bedrijven zoveel mogelijk comfort bieden, en tegelijkertijd de CO2-uitstoot beperken. Kerngegevens Betrokken partijen: Eneco, DWA, ontwikkelaars Doel: verbeteren comfort (met name in zomer), vergroten duurzame energieproductie, voorkomen hitte-eilandeffect, beperken CO2-uitstoot.

Foto: David Rozing

Programma Duurzaam

| pag 44

Foto: R. Keus

Programma Duurzaam

| pag 45

Foto: Marc Heeman

Programma Duurzaam

| pag 46

4.

Samen werken aan een duurzame wereldhavenstad
kan zijn. Periodiek bepalen we of de uitgezette koers nog steeds verstandig is, of dat er bijsturing nodig is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij veranderingen in wet- en regelgeving of bezuinigingen bij het Rijk. Bijsturing kan zich vertalen in het aanpassen van activiteiten, het schrappen van activiteiten en het introduceren van nieuwe activiteiten.

Alle geformuleerde opgaven, doelen en ambities maken tevens duidelijk dat de uitvoering van dit programma alleen mogelijk is als we nauw samenwerken met de partners in en om de stad. Samenwerking is in dit programma Duurzaam dan ook een sleutelbegrip waarbij gedeelde verantwoordelijkheid centraal staat. In dat kader zullen we ook zoveel mogelijk aansluiten bij huidige initiatieven van bewoners, bedrijven en instellingen. Op die manier bereiken we simpelweg meer en boeken we betere en snellere resultaten. De gemeente bevordert deze initiatieven en samenwerking tussen deze partijen, maakt concrete afspraken met partijen, creëert randvoorwaarden voor investeringen, haalt blokkades weg en neemt infrastructurele maatregelen. Daarnaast lobbyen we voor betere regelgeving en zullen we zowel handhaven en aanspreken op gemaakte afspraken als stimuleren, aanmoedigen en aanjagen. Natuurlijk: garanties dat op deze wijze alle doelen ook daadwerkelijk gerealiseerd worden hebben we niet. We denken wel dat het de beste voorwaarden voor succes creëert. Uiteindelijk is het noodzakelijk dat de samenwerking met de partners in de stad ook daadwerkelijk leidt tot onder meer minder CO2-uitstoot, meer investeringen in duurzaamheid en een ander gedrag. Tijdens de uitvoering van het programma meten en evalueren we daarom de voortgang en bereikte (tussen)resultaten periodiek. Voor deze aanpak hebben we de partners waarmee we de samenwerking zoeken als volgt gegroepeerd: • • • • • • • Inwoners van Rotterdam. Haven, industrie en grote bedrijven. Ondernemers, verenigingen en instellingen. Corporaties, beleggers en ontwikkelaars. Automobilisten, transporteurs, (openbaar) vervoerbedrijven en logistieke dienstverleners. Scholen, beroepsopleidingen en kennisinstellingen. Gemeentelijke organisatie en deelgemeenten.

4.1 Inwoners van Rotterdam
Voor het programma Duurzaam vormt de bewuste keus van Rotterdammers om duurzaam te werken en te leven een belangrijke drijfveer en succesfactor. We constateren dat het voor steeds meer inwoners inmiddels niet meer de vraag is óf er duurzamer en gezonder gewoond, gewerkt, verplaatst en geconsumeerd moet worden, maar hóe. Juist dat laatste blijkt nog niet zo eenvoudig. Door juridische hobbels, lastige financieringsmogelijkheden, onbekendheid met wat er kan en wat het oplevert, blijkt het moeilijk ook echt tot handelen over te gaan. Ook zijn duurzame producten en diensten vaak niet of moeilijk verkrijgbaar. Het blijft hierdoor vaak bij ideeën en voornemens. Terwijl Rotterdammers zelf veel kúnnen doen om de stad schoner, groener en gezonder te maken. In het bijzonder door: • • Hun huis te isoleren en energie te besparen. Zelf of samen met anderen te investeren in duurzame energieopwekking, in een groen dak of een groene gevel. • • • • • Met hun straat, vereniging, of school energie te besparen. Duurzame keuzes te maken als consument Streekproducten te kopen. Meer te fietsen en elektrische auto’s, fietsen en scooters en het openbaar vervoer te gebruiken. Zorgvuldiger met afval om te gaan.

We willen de Rotterdammer die wil meewerken aan een Per groep geven we aan wat we voorstellen om gezamenlijk te gaan doen, wat we hier van personen en organisaties verwachten en wat de gemeentelijk rol hierin duurzamere stad zó helpen dat wij én zij van woorden naar daden komen en resultaten boeken. We richten ons hierbij op het wegnemen van praktische obstakels (zoals

Programma Duurzaam

| pag 47

Samen met consortia aan de slag om huiseigenaren en verenigingen van eigenaren te benaderen met het aanbod om via geïntegreerde pakketten van energiebesparing woningen energiezuiniger te maken (activiteit 2). Voor deze activiteit zoeken we de aansluiting met de blok-voor-blok aanpak van het Rijk. Deze aanpak richt zich op het versnellen van energiebesparing in de bestaande bouw. Hiermee gaan we tevens invulling geven aan de uitvoering van de motie Klimaat op Maat. Bij het benaderen van de verenigingen van eigenaren sluiten we aan bij de werkzaamheden van VVE-010.

Het stimuleren van de aanleg van groene daken en groene gevels (activiteit 3). Het subsidieprogramma Groene Daken dat we hiervoor hebben, loopt nog tot eind 2014.

Bij het groener maken van de stad rekenen wij op (financiële) bijdragen van burgers en bedrijven. We starten pilots met publiek-private samenwerking. Hierin wordt minimaal één lokaal ondernemersfonds betrokken (activiteit 4).

Huishoudens met lage inkomens worden benaderd door energieadviseurs, waarbij we Rotterdammers betrekken met een afstand tot de arbeidsmarkt (activiteit 5).

• belemmerende regels, lastige financieringsmogelijkheden), het maken van afspraken met groepen bewoners en woningcorporaties, het bepleiten van regelingen (bij het Rijk en de EU) en op het aanleggen van infrastructuur (laadpunten voor elektrische voertuigen, verbeteren van fietsroutes, aanleg warmtenet) en het ondersteunen van kansrijke initiatieven van Rotterdammers op het gebied van duurzaamheid. • In de voorgaande periode hebben we ons vooral gericht op het geven van informatie over milieu en klimaat (websites DCMR, RCI en Rotterdam.nl), voorlichting over energiebesparing en subsidieverstrekking (o.m. voor groene daken). Ook hebben we het werk en de projecten van het Rotterdams Milieucentrum (RMC) ondersteund. Onder meer vanwege een groot besef onder Rotterdammers dat het anders moet, is er - zo tonen ook enquêtes aan - een steeds grotere bereidheid tot het maken van duurzame keuzes. Nu vraagt men om handelingsperspectief. Om de Rotterdammer te stimuleren met ons de doelstellingen te bereiken gaan we voor en met Rotterdammers in ieder geval de volgende activiteiten uitvoeren: • Het stimuleren van energiebesparingcompetities tussen straten en buurten (activiteit 1). • •

Samen met de G4 organiseren we een gezamenlijke inkoop van (groene) elektriciteit en gas voor huishoudens met lage inkomens. Hieraan koppelen we (positieve) prikkels voor energiebesparing (activiteit 6). Kansrijke initiatieven van Rotterdammers op het gebied van duurzaamheid ondersteunen met een fonds voor burgerinitiatieven en het organiseren van ‘meet and green’-sessies voor inwoners en ondernemers van de stad (activiteit 7). Met de bewoners van Heijplaat gaan we aan de slag om samen met hen een strategie uit te werken om Heijplaat klimaatneutraal en klimaatbestendig te maken (activiteit 8). Hierbij betrekken we de mogelijkheid om een pilot uit te voeren op het gebied van zelflevering van zonne-energie en een pilot met smart grids (activiteit 9). We gaan meer voorzieningen voor fietsers realiseren: we gaan het aantal stallingen in de binnenstad uitbreiden met 1.000 plaatsen (activiteit 10). Als onderdeel hiervan gaan we naar specifieke oplossingen zoeken voor de stallingsproblemen bij de locaties Coolsingel/ Beurstraverse, station Blaak en het Schouwburgplein. We willen het fietsen ook bevorderen door een langeafstands-fietsroutes aan te leggen, zoals De Hofpleinroute tussen Den Haag en Dordrecht (activiteit 11). Speciaal om het fietsverkeer richting het

Programma Duurzaam

| pag 48

centrum te stimuleren willen we daarnaast een aantal ontbrekende schakels in de hoofdroutes van het fietsroutenetwerk gaan aanpakken (activiteit 12). • Het aantal elektrische fietsen en elektrische scooters willen we de komende jaren verder uitbreiden. Om dit te bereiken investeren we in infrastructuur (activiteit 13) (een dekkend netwerk van oplaadpunten), in een sloopregeling om benzinescooters snel door elektrische scooters te vervangen (activiteit 14) en in communicatie (om marktpartijen en bewoners te enthousiasmeren). Dit laatste doen we samen met het Elektrisch Vervoer Centrum. Daarnaast voeren we meer activiteiten uit die direct of indirect duurzame resultaten opleveren voor de inwoners van deze stad. Naast de hierboven opgenomen activiteiten zijn dit bijvoorbeeld ook: • • • De investeringen in meer groen in de stad, in het bijzonder in stenige wijken. Het beschikbaar stellen van verbruikscijfers voor elektriciteit, aardgas en warmte. De investeringen in het voorkomen van geluidhinder, het investeren in gevelisolatie van woningen en het verbeteren van de luchtkwaliteit. • De afspraken met corporaties over energiebesparing en daarmee gepaard gaande woonlastenreductie in de sociale woningvoorraad. • • De beoogde samenwerking met scholen, beroepsopleidingen en kennisinstellingen. De inzet op een toename aan investeringen in duurzaamheid in stad en haven en de daarbij behorende werkgelegenheid.

Stadspark Schoonderloo: van, voor en door bewoners
Bewoners van de wijk Delfshaven sloegen de handen ineen en transformeerden een braakliggend terrein, bestemd voor woningbouw, in een groene oase: de schat van Schoonderloo. De buurt ontwierp het park en beheert het groen van hun ‘schat’. Ruth Schov, actief lid van de Vereniging De Schat van Schoonderloo: “Wij vinden ‘groen’ een basisvoorwaarde voor een prettig leven. De buurtbewoners willen een leefbare buurt en daar hoort groen bij. Het initiatief van de buurt om dat kleine lapje grond te veranderen in een park, heeft gezorgd voor een enorm saamhorigheidsgevoel. Het is nu dé ontmoetingsplek van de buurt. De inrichting en het beheer van het park doen wij als buurtbewoners zelf. Daarbij staat samenwerking voorop. We willen zoveel mogelijk gebruik maken van ieders talenten en mogelijkheden; dus ook een duurzame manier van met mensen omgaan. Waar nodig, krijgen we hulp van de ‘huisbaas’, de deelgemeente Delfshaven. De ‘schat’ is er voor de hele buurt. Het heeft een open en uitnodigende sfeer. Duurzaamheid is een van de drie pijlers van het park: we streven een maximale levensduur na bij de inrichting, het proces van tuinieren en gebruik van het park.”

Foto: Jan van der Ploeg

Programma Duurzaam

| pag 49

Duurzaamste VvE van Nederland
Bij de renovatie van het appartementen- en winkelcomplex op de Nieuwe Binnenweg speelt duurzaamheid een belangrijke rol. De Vereniging van Eigenaren koos voor ledverlichting, een groen dak en binnenkort een aansluiting op het warmtenet. Wietze Gorter, tuinarchitect en voorzitter van de VvE Nieuwe Binnenweg: “Uitgangspunt van ons renovatieplan is duurzaamheid. Het begon met een uitgekiend lichtplan aan de voorgevel. Het was niet alleen energiezuinig, maar ook gewoon mooi. Bovendien geeft het omwonenden een gevoel van veiligheid. De bewoners waren hier erg enthousiast over. Hierna ontstond grote betrokkenheid voor andere duurzame initiatieven. Bij volgende grote renovatiewerkzaamheden hebben we bewust gekozen voor duurzame oplossingen. Naast het milieu-aspect, zijn energiebesparing en comfort minstens zo belangrijk. Een groen dak ziet er niet alleen mooi uit, het zorgt voor de opname van overtollig regenwater, het isoleert goed in zomer en winter, en het neemt stof en geluid op. Bij onze duurzame plannen hebben we aangeklopt bij de gemeente, en niet voor niets. Daar waar nodig, konden we rekenen op financiële steun en deskundig advies.”

Samenwerking op straatniveau
Rotterdam is een van de actiefste steden in Nederland in de Nationale Klimaatstraatfeestcampagne. In 2011 deden in Nederland bijna 5.100 straten mee aan deze energiebesparingscompetitie. De best scorende Klimaatstraten krijgen een Klimaatstraatfeest. Nummer 1 in Rotterdam is de Schieveenstraat. De straat is met 64.802 punten twaalfde in Nederland, onder meer door allerlei duurzame acties. Zo ging een Kinderklimaatteam langs de deuren om lege batterijen, oud papier en elektrische apparaten in te zamelen. De vijf beste straten in Rotterdam krijgen een bijzondere straattheatervoorstelling aangeboden. Het Klimaatstraatfeest sluit goed aan de campagne opZUINIG! van het Rotterdams Milieucentrum (RMC). Via deze campagne krijgen bewoners praktische handvatten om energie en water te besparen in eigen huis en straat. Zo organiseert het RMC de cursus Milieucoach. Bewoners worden opgeleid om voorlichting over energie- en waterbesparing te geven. Ook komt de ‘GroeneKlusjesMan’ langs met tips over energiebesparende maatregelen. Emile van Rinsum (RMC): “Het Klimaatstraatfeest stimuleert energiebesparing op een leuke en sociale manier. Het versterkt het ‘straatgevoel’ en maakt dat bewoners extra energiebesparende maatregelen treffen.” Kerngegevens Betrokken partijen: Landelijke klimaatcampagne HIER. NU, Rotterdams Milieucentrum (RMC) en gemeente Rotterdam. Doel: CO2-reductie, energiebesparing, kostenbesparing, bevorderen bewustzijn voor energiebesparing en duurzaamheid.

Programma Duurzaam

Foto: Jan van der Ploeg

| pag 50

4.2 Haven, industrie en grote bedrijven
De Rotterdamse haven, het industriële complex en grote bedrijven in en om Rotterdam vormen ook in de toekomst een zeer belangrijke economische factor. Daarnaast zijn ze onmisbaar bij het realiseren van de duurzaamheidsambities van Rotterdam. Terwijl er sprake was van een sterke groei van haven en industrie zijn hier in de afgelopen jaren de grote slagen gemaakt op het gebied van het verbeteren van de luchtkwaliteit, vermindering van geluidsoverlast, verhoging van de energie-efficiency, het opwekken van schone energie en het gebruik van biomassa. Deze lijn van gelijktijdige economische groei en verdere verduurzaming willen we graag continueren. Daarom willen we eraan bijdragen deze sectoren verder te versterken, maar dan wel zo ‘schoon’ mogelijk. Dit kan vooral als men in deze sectoren verder werkt aan: • • • • • • • • Vergroten van de energie-efficiency van de processen. Investeringen in ketens voor uitwisseling van (rest-) energie. Investeringen in technische ontwikkeling en toepassingen van groene grondstoffen voor de chemie. Investeringen in duurzame energieopwekking. Terugdringen van de uitstoot van vervuilende stoffen en vermindering van industrielawaai. De handel in en het gebruik van duurzame biomassa. Samenwerking aan het realiseren van een CO2-infrastructuur. CO2 afvangprojecten.

heeft weer positieve effecten op de luchtkwaliteit in de meestal - benedenwinds gelegen stad. Rotterdam zoekt hierin ook nadrukkelijk de samenwerking met het Rijk en de EU voor financiering van innovaties en op gang brengen van de transitie. Samen bekijken we hoe onrendabele toppen voor bedrijven die hun nek uitsteken gefinancierd zouden kunnen worden en hoe daarbij risico’s het beste kunnen worden verdeeld. Hierbij gaat het ook om het aanpassen van wet- en regelgeving als dat nodig is om de beweging mogelijk te maken. Door de omvang van deze sectoren zijn de mogelijke besparingen en verminderingen zeer aanzienlijk. Over deze gebiedsgerichte aanpak zijn inmiddels afspraken gemaakt met de partners binnen RCI. Daarnaast zijn in de voorgaande periode al diverse samenwerkingsafspraken gemaakt tussen bedrijven en plannen voorbereid voor bijvoorbeeld de aanleg van infrastructuur voor hergebruik van stoom door bedrijven. Via meer dan dertig workshops is voorlichting gegeven aan medewerkers en beslissers van bedrijven over mogelijkheden voor energiebesparing via techniek, proces en gedrag. Ook is een windconvenant afgesloten dat voorziet in minimaal een verdubbeling van de capaciteit van 150 naar ruim 300 MW in 2020 in het havengebied op openbaar terrein. Diverse mijlpalen maken daarnaast duidelijk hoe de verduurzaming vorm krijgt. Van de realisatie van testlocatie Plant One, waar innovatieve technieken voor energiebesparing in de procesindustrie op ware schaalgrootte (dus niet laboratoriumschaal) kunnen worden getest en de levering van CO2 aan tuinders in het Westland, tot de komst van vier biobrandstoffabrieken en toekenning van diverse omvangrijke Europese subsidies voor projecten in het kader van CCS. In internationaal verband heeft Rotterdam 55 wereldhavens in het World Ports Climate Initiative bijeengebracht en zijn er afspraken gemaakt om de uitstoot van havenactiviteiten en scheepvaart aan te pakken.

De verdere verduurzaming van het haven- en industriecomplex levert een belangrijke extra economische impuls voor de stad op. Dit verduurzamen zal vooral door het bedrijfsleven en het Havenbedrijf zélf opgepakt moeten worden. De gemeente heeft hierin vooral een stimulerende en faciliterende rol: we willen belemmeringen voor deze verduurzaming zoveel mogelijk wegnemen, partijen bij elkaar brengen, en waar wenselijk een gebiedsgerichte aanpak mogelijk maken. De grote concentratie van logistieke en industriële activiteiten in het havengebied leent zich bij uitstek voor een dergelijke aanpak. De afgelopen jaren laten zien dat het voor bedrijven zeer lastig is om op eigen kracht energiebesparingsdoelen te halen. Door slimmer samen te werken - bijvoorbeeld door samen duurzame energieopwekking te realiseren en bijvoorbeeld warmte- of koudeoverschotten te delen – worden deze doelen wél haalbaar. Dit leidt niet alleen tot besparing op het energiegebruik maar ook tot een forse vermindering van de uitstoot van CO2 en andere vervuilende stoffen. Dat
Programma Duurzaam

Inzet van de gemeente
Om de haven, industrie en grote bedrijven te stimuleren het doel te bereiken stellen we voor om nadere afspraken te maken over energie- en productefficiency (activiteit 15). Daarbij willen we met bedrijven businesscases opstellen voor het nuttig toepassen van restwarmte en stoom (activiteit 16) en over de toepassing van smart grids door de bedrijven in het distripark Maasvlakte (activiteit 17). Samen met het Warmtebedrijf werken we aan een concreet voorbeeldproject voor de uitwisseling van warmte tussen bedrijven in de haven en de stad (activiteit 18). Met de bedrijven

| pag 51

De bestaande milieugebruiksruimte moeten we daarom zo efficiënt mogelijk benutten. Bijvoorbeeld op het gebied van geluid. Samen met de bedrijven gaan we onderzoeken hoe, en met welke innovaties, verdere intensivering van bedrijvigheid samen kan gaan met het verminderen van de benodigde geluidruimte (activiteit 24). Het realiseren van al deze plannen vraagt inzet, betrokkenheid en bemoeienis van een groot aantal partijen. Naast het Havenbedrijf, DCMR, Deltalinqs en grote bedrijven in het haven-en industriegebied zijn dat ook de landelijke overheid, de provincie Zuid-Holland en de EU. Als college zullen we hierin een bindende en stimulerende rol hebben.

ECT: marktgedreven naar duurzame innovatie
Containeroverslagbedrijf ECT - met drie terminals in de Rotterdamse haven - reduceert zijn CO2-uitstoot
Foto: Huntsman

met twintig procent tussen 2009 en 2012. De nieuwe Euromax Terminal Rotterdam is zo duurzaam mogelijk en het bedrijf heeft een nieuwe achterlandverbinding ontwikkeld die het wegverkeer ontlast. Rob Bagchus, Chief Public Affairs en Public

in de haven onderzoeken we verder de mogelijkheden van uitwisseling van grond- en reststoffen (activiteit 19). Voor de gemeente is daarnaast een belangrijke rol weggelegd voor het aantrekken van Europese subsidie(s) en het voeren van de lobby voor aanpassing van belemmerende wet- en regelgeving op het gebied van duurzame energie, biomassa en vooral CCS. In het verlengde hiervan voeren we samen met de bedrijven ons biomassaprogramma uit (activiteit 20), en dragen we bij aan het verder ontwikkelen van een goede infrastructuur voor CO2-transport (activiteit 21). Het Rotterdam Opslag en Afvang Demonstratieproject (ROAD) fungeert hierbij als stimulerend voorbeeld. Tot slot werken we aan het verder uitvoeren van het windconvenant; dat moet resulteren in een verdubbeling van de capaciteit van windenergie in het havengebied (activiteit 22). Ook maken we werk van het plaatsen van windmolens op bedrijventerreinen. De toepassing van zonne-energie door het plaatsen van zonnepanelen op bedrijfsdaken en leidingstraten gaan we onderzoeken (activiteit 23). De verwachte verdubbeling in economische (haven-)activiteiten en intensivering van het ruimtegebruik is alleen haalbaar als we ons maximaal inspannen voor verduurzaming.

Relations Officer van ECT: “Rotterdam is een dichtbevolkt gebied met veel activiteiten; dan heb je een grote verantwoordelijkheid. Daarnaast nemen wij als bedrijf ook zelf onze verantwoordelijkheid, en klanten vragen het van ons. Dat zijn drijfveren om te werken aan duurzaamheid. Het mooie aan duurzaamheid is dat milieu-, maatschappelijk en economisch voordeel hand in hand gaan. We houden onze processen continu tegen het licht – overal waar het slimmer, efficiënter en duurzamer kan, doen we dat. Eigenlijk is het niet nieuw voor ons; we doen dat al heel lang. Zo is ECT’s laatste aanwinst, de Euromax Terminal Rotterdam, de duurzaamste en efficiëntste terminal ter wereld. Bij de bouw daarvan hebben we ingezet op ‘duurzaam wat duurzaam kan’. We bieden ook nieuwe diensten aan: bijvoorbeeld European Gateway Services: een verbinding met terminals in het achterland. Tussen de diepzeeterminals en deze achterlandterminals garanderen wij een goede verbinding - vooral via spoor en binnenvaart. En we blijven kijken naar nieuwe verbeteringen, zowel in en om de terminal als van en naar het achterland. Die veranderingen worden meer gedreven door de markt dan door de overheid.”

Programma Duurzaam

| pag 52

Havenstrategie en gemeentelijk beleid versterken elkaar
“Een bloeiende haven maakt dat de Rotterdamse duurzaamheidsambities makkelijker zijn te realiseren.” Zo vat Pieter van Essen, projectdirecteur RCI namens het Havenbedrijf Rotterdam NV, de relatie tussen stad en haven kernachtig samen. Het duurzaamheidsbeleid van gemeente en haven sluiten dus naadloos op elkaar aan. Het Havenbedrijf zette het afgelopen jaar de toekomstvisie op papier. In Port Compass 2030 staat hoe de markt zich de komende decennia ontwikkelt en hoe de haven daarop anticipeert. Er zijn vier scenario’s uitgewerkt: van behoudende tot stormachtige groei. Van krimp is in géén van de varianten sprake. Daarbij neemt het belang van de energieen oliesector toe. “Al was het maar omdat Europa slechts beperkt beschikt over eigen grondstoffen,” zegt Pieter van Essen. CO2 is een gewoon product Met de groei van de haven zijn de Rotterdamse inspanningen erop gericht de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Hoe draagt het Havenbedrijf daaraan bij, in de wetenschap dat het havengebied nu al circa 90% van de uitstoot voor haar rekening neemt? “We willen de uitstoot van CO2 zoveel mogelijk voorkomen en terugdringen,” stelt Van Essen. “Bijvoorbeeld door emissie-eisen te stellen aan Maasvlakte 2 en bij gronduitgifte in te spelen op de veranderende energiemix. Denk aan de verwachte sterke groei van elektrisch vervoer in de komende jaren – de gemeente legt daar ook veel nadruk op. Er komen nieuwe elektriciteitscentrales op de Maasvlakte om in de toenemende energievraag te voorzien. De productie vindt naast gas en kolen ook plaats met biomassa. Biomassa is ook speerpunt van het gemeentelijk beleid. Dat sluit goed aan bij de havenactiviteiten, want het dat moet allemaal aangevoerd, op- en overgeslagen worden. Bij de centrales vangen we de CO2 vervolgens af voor hergebruik in het Westland of opslag onder zee. Dat betekent investeren in CO2-transportleidingen die toegankelijk moeten zijn voor verschillende aanbieders en afnemers. En er zal een terminal komen zodat CO2 ook per tanker kan worden vervoerd. Daarmee is CO2 voor ons dus een gewoon product. Net als biomassa en andere grondstoffen. Zo ontwikkelt de haven zich, werken we samen met de gemeente en neemt de uitstoot van CO2 per saldo af.” Flexibel inspelen op veranderende energiemix Een ander voorbeeld van hoe de strategie van het Havenbedrijf en het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid elkaar versterken is op het gebied windenergie. De gemeente wil het opgesteld vermogen verdubbelen tot 2020. Het Havenbedrijf werkt daaraan vanzelfsprekend mee. “In het havengebied moet er voor 300 MW aan windturbines staan,” aldus Van Essen. Ook op het gebied van LNG – vloeibaar aardgas – speelt dit. “Het belang van aardgas neemt de komende decennia verder toe,” zegt Van Essen. Dit jaar opent in Rotterdam de eerste LNG-terminal van Nederland. LNG is een relatief schone brandstof, en het Havenbedrijf wil daarom proberen om de binnenvaartsector zo ver te krijgen dat zij LNG gaat gebruiken als vervoerbrandstof. Van Essen: “Hierin trekken wij samen op met de gemeente; we starten gezamenlijk een pilot. Want om schippers zo ver te krijgen dat ze LNG gebruiken, moet het concurrerend zijn. Hoe krijg je dat voor elkaar? Daarbij spelen er zaken op het gebied van veiligheid en regelgeving. Want je wilt niet dat een schip met LNG mag varen tot de grens, en dan niet verder kan omdat de wetgeving elders anders is.” Zo’n project kost volgens Van Essen veel tijd, maar het heeft grote voordelen voor de emissies. Niet alleen in Rotterdam overigens, maar ook in het omringende gebied waar de schepen doorheen varen. “Zo’n project is echt uniek,” stelt hij. “Dat vind je nergens anders in de wereld. We willen echt een spilfunctie vervullen in de Nederlandse ambitie om uit te groeien tot dé energierotonde van Europa. We willen voorop lopen en flexibel kunnen inspelen op veranderingen. Dat is de rode draad van de havenvisie en dat sluit naadloos aan op het Rotterdamse duurzaamheidsbeleid.”

Programma Duurzaam

| pag 53

Deltalinqs Energy Forum: samen werken aan energie-efficiency in de haven
Het Deltalinqs Energy Forum (DEF) stimuleert energiebesparing en innovaties in industriële processen en installaties. Met het programma wil ondernemersorganisatie Deltalinqs de energie-efficiency in de Rotterdamse haven en industrie verbeteren en de CO2-uitstoot verminderen. Doel is duurzaam ondernemen te versterken én de internationale concurrentiepositie van Rotterdam te verbeteren. De drie pijlers van het kennisplatform zijn: bevorderen van energie- en productefficiency, het vergroten van het aandeel duurzame energie en grondstoffen, en de uitvoering van CCS-projecten. Daarnaast verkent DEF de economische kansen van ketenvorming, als onderdeel van het CoSiR–programma (Co-Siting Rijnmond). Dit heeft al geleid tot een wereldprimeur in Rotterdam: een gezamenlijk stoomnetwerk voor bedrijven in de Botlek. Bedrijven die hogedrukstoom produceren of over hebben, leveren de stoom aan het Stoompijpnetwerk. Andere bedrijven in de omgeving nemen stoom af van dit nieuw aan te leggen netwerk. Dat scheelt jaarlijks 400.000 ton CO2– uitstoot. En vanuit het CoSiR-programma heeft DEF een nieuwe, duurzame keten ontwikkeld voor de verwerking van biologisch zuiveringsslib. Op een centrale locatie wordt het slib uit installaties voor afvalwaterverwerking verwerkt tot bioslib, dat weer dient voor de productie van biogas. Zo gaan milieu en economie hand in hand. Cees Jan Asselbergs (Deltalinqs): “Er is veel te winnen door de schaalvoordelen van het Rotterdamse industriële complex te benutten. Met de innovatieve aanpak voor ontwikkeling van de Stoompijp Botlek, realiseert Rotterdam het samengaan van economische groei, verhoogde efficiency, verbeterde luchtkwaliteit en terugdringen van CO2.” Kerngegevens Betrokken partijen: Deltalinqs, Rotterdam Climate Initiative. Doel: energie-efficiency, CO2-reductie, kostenreductie, productiviteitsverhoging, MVO, kennisdeling, advisering en facilitering aangesloten bedrijven.

4.3 Ondernemers, verenigingen en instellingen
Verduurzaming biedt op diverse manieren kansen voor ondernemers. Allereerst is verduurzaming bedrijfseconomisch steeds aantrekkelijker door de stijgende prijzen van grondstoffen en (fossiele) brandstoffen. Duurzaam produceren wordt daardoor relatief goedkoper en de markt voor duurzame producten en diensten groeit bovendien snel. Ondernemers kunnen zich daarnaast in positieve zin van concurrenten onderscheiden door het leveren van duurzame producten en diensten en door maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Grote (en kleine) Rotterdamse bedrijven pakken dit inmiddels serieus op. Deels vanuit een maatschappelijke betrokkenheid, maar vooral ook omdat hiermee simpelweg geld te verdienen is. Hierdoor draagt deze groep aanzienlijk bij aan het realiseren van onze ambities. Vanuit het programma Duurzaam sluiten we dus aan bij het momentum dat bij veel bedrijven en in veel branches al aanwezig is. Ook bij verenigingen en instellingen is verduurzamen nadrukkelijk aan de orde. Vanuit de intrinsieke motivatie om hierin de eigen verantwoordelijkheid te nemen en daarnaast ook door de sterk stijgende kosten van energie. Met het programma hebben we een aantal sporen waarlangs we de beweging rond duurzaam ondernemen, produceren en consumeren stimuleren. Er is steeds meer vraag naar duurzame producten en diensten, maar het aanbod is nog beperkt. Daarom willen we deze markt stimuleren, door zowel de vraag verder aan te wakkeren als bedrijven aan te sporen tot het vergroten van het aanbod. In dat licht gaan we duurzame producten en diensten bevorderen via het inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente. We willen bereiken dat meer Rotterdamse bedrijven zich gaan richten op het produceren van duurzame producten en/of het leveren van duurzame diensten en dat meer bedrijven die duurzaamheid als kernactiviteit hebben zich in Rotterdam gaan vestigen. Uit onderzoek blijkt overigens dat een aanzienlijk deel van de bedrijven in de Rotterdamse regio deel uitmaken van de ‘productieketen van klimaatadaptatie’, denk aan ingenieursbureaus, architectenbureaus en (water)bouwbedrijven. Dit biedt goede aanknopingspunten voor economische versterking en innovatie. We bevorderen investeringen in energiebesparing van winkels, bedrijven, instellingen en verenigingen. Voor de grootverbruikers zullen we dat grotendeels via handha-

Programma Duurzaam

| pag 54

ving doen. Voor kleinverbruikers (o.a. verenigingen en stichtingen) verwachten we meer van stimulering. En we richten ons op het sluiten van kringlopen. Op het gebied van afval is nog veel winst te boeken. In directe zin door bijvoorbeeld goede waterzuivering en betere afvalscheiding en -hergebruik, maar ook in de keten van producenten van verpakking tot de inzamelaar van restafval en de verwerkers van reststromen. Hierbij betrekken we ook cradle-to-cradle principes.

rende maatregelen te vergemakkelijken. Bijvoorbeeld via een revolverend fonds of via het bieden van garanties. We ondersteunen de Diergaarde Blijdorp bij de uitvoering van hun energieplan (activiteit 27). Met bedrijven die innovaties in de praktijk willen uittesten gaan we aan tafel om te horen wat zij daarvoor van de gemeente nodig hebben. Hierbij werkt het programma Duurzaam samen met programma Regionale en Stedelijke economie en Stadshavens Rotterdam en de Clean Tech Delta. Op die manier snijdt het mes aan twee kanten. De ondernemer kan een belangrijke stap zetten naar het ‘marktrijp’ maken van zijn product en Rotterdam wordt een ‘living showcase’. Een ontwikkeling als de RDM-campus is hiervan al een goed voorbeeld. Voor industriële innovaties biedt Plant One in de Botlek demonstratiefaciliteiten. Ook werken we aan een innovatiefonds en onderzoeken we de mogelijkheid om uitzonderlijk goede ideeën op het gebied van duurzaamheid van Rotterdamse ondernemers actief te ondersteunen. Deze economische instrumenten werken we in de komende periode verder uit (activiteit 28). Onderdeel van de ‘living showcase’ is de rol van Stadshavens Rotterdam als co-locatie van een Europees Knowledge Innovation Community Climate (KIC-Climate). Doel van dit KIC-Climate is om via Europese samenwerking en schaalvergroting klimaatinnovaties te realiseren die het bedrijfsleven in staat stellen om klimaatoplossingen versneld te vermarkten. Specifiek voor de watersector werken we verder aan de (inter)nationale profilering van de Rotterdamse aanpak op het gebied van klimaatadaptatie. We organiseren een evenement voor professionals waarin de Rotterdamse aanpak en resultaten op het gebied van klimaatadaptatie centraal staan (activiteit 29). En we dragen de ervaringen van Rotterdam op het gebied van duurzaamheid en water uit in het buitenland, leidend tot nieuwe opdrachten en nieuwe omzet voor (Rotterdamse) bedrijven (activiteit 30). Met bedrijven en kennisinstituten uit de watersector en betrokken overheden maken we afspraken over vorm, inhoud en financiering van het Nederlands Watercentrum. De gemeente (activiteit 31) en in het bijzonder de Clean Tech Delta gaan dit faciliteren. Hiermee fungeert het Nederlands Watercentrum als een van de bouwstenen van het cluster water- en deltatechnologie.

Inspanningen
Bedrijven en organisaties die koplopers zijn op het gebied van duurzaam ondernemen ondersteunen we met het actief communiceren van hun ervaringen en boodschap (activiteit 25). Een voorbeeld hiervan is dat de Kamer van Koophandel al sinds 2001 werkt volgende de principes van duurzaam ondernemen, en een voorbeeldrol kan en wil vervullen richting het Rotterdamse bedrijfsleven. Om meer energiebesparing te bereiken bij bedrijven en instellingen zetten we de branchegerichte aanpak uit de afgelopen jaren voort (activiteit 26). Concreet is ons doel dat in 2014 bij 900 (van de 1.200 te benaderen) bedrijven energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van maximaal vijf jaar zijn genomen. In de afgelopen twee jaren hebben de gemeente en de DCMR gezamenlijk het stimuleringsprogramma opgezet. Dat begint nu haar vruchten af te werpen. Voor de komende jaren liggen er nog vele kansen die met de huidige opzet verzilverd kunnen worden. Om dit te bereiken willen we de succesvolle workshops ten behoeve van de branches voortzetten. Daarnaast willen we (markt)partijen, zoals installateurs en financiers, met de bedrijven in contact brengen om maatregelen te realiseren en eventuele knelpunten aan te pakken. Ook zal energiebesparing en duurzaamheid (vooral duurzame producten) een speerpunt zijn in de aanpak van winkelgebieden in Rotterdam. Daarmee willen we bereiken dat de benaderde bedrijven uiteindelijk gemotiveerd raken om méér te doen dan wat wettelijk is verplicht. Dit doen we zoveel als mogelijk samen met andere partijen die dit ook als doel hebben. Bijvoorbeeld de ‘stoere vrouwen’ die laten zien dat je met je aankoopgedrag invloed kan uitoefenen op de markt voor duurzame alternatieven en eerlijke producten. Specifiek voor verenigingen en stichtingen (bijvoorbeeld sportverenigingen, theaters en musea) onderzoeken we de mogelijkheden om de financiering van energiebespa-

Programma Duurzaam

| pag 55

Kamer van Koophandel biedt podium voor duurzame initiatieven
De Kamer van Koophandel zet zich actief in om Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) te stimuleren bij ondernemers in Rotterdam. Ze biedt koplopers op het gebied van duurzaamheid een podium en ondersteunt bij de realisatie van duurzaamheidsinitiatieven. Anneloes Brand, beleidsadviseur KvK: “Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen is een van de tien speerpunten van de KvK. En duurzaamheid maakt uiteraard onderdeel uit van goed MVO-beleid. We merken dat de laatste jaren steeds meer ondernemers vragen hebben over duurzaamheid, in de breedste zin van het woord. Ze horen er veel over, ze hebben het gevoel ‘we moeten wat met duurzaamheid’, maar ze weten niet zo goed wat. En daar komt onze rol om de hoek kijken. We opereren als een spin in het web. We kunnen ondernemers in aanraking brengen met aansprekende voorbeelden van duurzaam ondernemen, kennisdeling bevorderen en waar nodig faciliteren. Natuurlijk hebben we zelf ook een belangrijke voorbeeldfunctie. Zo werken we zelf al sinds 2001 volgens de principes van Het Nieuwe Werken. Wij geloven hier sterk in en dragen dit uit naar ondernemers. Het Nieuwe Werken draagt niet alleen bij aan een goede balans tussen werk en privé, maar ook aan een vermindering van fileproblemen, een betere bereikbaarheid en daarmee ook minder uitstoot van CO2. Alle kleine beetjes helpen, en iedereen kan daar aan bijdragen.”

Wattnou: pionier in duurzame winkelstraat
Energie verspillen is zonde. Dat weten ze bij Wattnou maar al te goed. In de energiebesparingswinkel aan de Nieuwe Binnenweg is alles te vinden op het gebied van energiebesparing. Van ledverlichting, een zeer groot assortiment spaarlampen tot tochtstrips en waterbesparende douchekoppen. Ook kan je er terecht om aan de keukentafel laagdrempelig grote en kleine energievragen te bespreken. Dat energiebesparing loont, bewijzen de energiescans die Wattnou uitvoert bij klanten. De scan brengt de besparingsmogelijkheden in beeld en rekent uit hoeveel de besparing opbrengt. Dit deed Wattnou al voor twintig winkeliers in het kader van het project ‘Dubbele winst aan de Nieuwe Binnenweg’. De energiewinst zat voor de ondernemers vooral in energiezuinige verlichting. Daarmee is de Nieuwe Binnenweg hard op weg om de meest duurzame winkelstraat van Rotterdam te worden. Frank Belderbos (projectmanager Revitalisering Nieuwe Binnenweg): “De energiebesparingswinkel Wattnou was de pionier voor duurzaamheid in de de Nieuwe Binnenweg. We zien nu dat meer ondernemers met een duurzaam profiel kiezen voor deze winkelstraat als vestigingslocatie.” Kerngegevens Betrokken partijen: Wattnou, Make&Co, gemeente Rotterdam, Rotterdam Climate Initiative, DCMR Milieudienst Rijnmond. Doel: energiebesparing, kostenbesparing, maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Programma Duurzaam

| pag 56

Foto: R. Keus

4.4 Corporaties, beleggers en ontwikkelaars
De vastgoedsector is een onmisbare partij om de Rotterdamse duurzaamheidsambities te realiseren. Duurzaamheid - energiezuinigheid in het bijzonder - speelt een snel groeiende rol in de algehele exploitatiekosten van panden. Een duurzaam pand heeft meerwaarde en kan op grotere belangstelling rekenen van huurders. Mede daardoor zijn corporaties, beleggers en ontwikkelaars meer en meer bereid om bij te dragen aan het realiseren van onze doelen. Deze insteek staat centraal in onze samenwerking met ontwikkelaars, bouwers, beleggers, corporaties en particuliere verhuurders. De duurzaamheidsuitdaging is vooral groot voor bestaande panden. De transformatie van de bestaande voorraad zal in de komende periode, méér dan nieuwbouw, de agenda bepalen. Hoe de herontwikkeling duurzaam plaats kan vinden en gefinancierd kan worden is ook in dit programma een belangrijk vraagstuk. Creatieve concepten kunnen hier een grote rol in vervullen. Onze eigen ervaringen met het afsluiten van energieprestatiecontracten voor de zwembaden verbreden we daarom naar de corporaties, beleggers en ontwikkelaars (activiteit 32).

ING, Maarsen Groep, Multi Vastgoed, OVG en Vestia/ Estrade. Deze inmiddels bijna zestig bedrijven willen een bijdrage leveren aan het concreet en meetbaar maken van duurzaamheid bij nieuwbouw, bestaande bouw en gebiedsontwikkeling in Rotterdam. Samen leveren ze een belangrijke en concrete bijdrage aan het realiseren van de Rotterdamse ambities op het gebied van duurzaamheid. Voor gebouwgebonden energie streven we naar een CO2reductie van 30% in 2020 ten opzichte van 2010. Voor nieuwbouw geldt nu al de gezamenlijk uitgesproken ambitie van halvering ten opzichte van het Bouwbesluit 2006. Met de hierbij betrokken partijen hebben we afspraken gemaakt om duurzaamheid integraal en ambitieus op te pakken conform (inter)nationaal geaccepteerde maatstaven zoals BREEAM. In de komende periode geven we hier uitvoering aan (actiepunt 35). Naast CO2-reductie gaat het om een veelheid aan duurzaamheidsaspecten: energie, water, adaptief bouwen, slopen, afval, gezondheid, luchtkwaliteit, landgebruik, groen, buitenruimte, mobiliteit en transport en (bouw)management. Iedere partij met wie we afspraken maken levert (ten minste) één concreet project dat bijdraagt aan een duurzamer Rotterdam. Een gezamenlijke marktstuurgroep begeleidt en rapporteert over de gemaakte afspraken. De gemeente ondersteunt deze samenwerking tussen marktpartijen in de uitvoering.

Corporaties
Met de Rotterdamse corporaties werken we samen (actiepunt 33) om ook in de sociale woningvoorraad tot een halvering van de CO2-uitstoot te komen. Ook voor deze samenwerking zoeken we aansluiting bij de Blok-voorBlok aanpak van het Rijk. We hebben afspraken gemaakt om in de periode tot 2015 10% CO2-uitstootreductie te realiseren. Met de corporaties hebben we ook afspraken gemaakt over het stimuleren van warmtelevering uit restwarmte, het gebruik van groene stroom door huurders, het bevorderen van een gezond binnenklimaat, het zoveel mogelijk toepassen van FSC-hout, toepassing van groene daken en duurzaam slopen. De gemeente helpt bij het in kaart brengen van de energieverbruikgegevens en onderzoekt de mogelijkheden om de ontwikkeling van smart grids te versnellen. Hierbij werken we samen met Stedin, Eneco en Nuon (activiteit 34). De corporaties monitoren de inspanningen en behaalde resultaten en vermelden deze in hun jaarverslag.

Warmte- en koudeaansluitingen
Binnen de samenwerking met corporaties, beleggers en ontwikkelaars gaat veel aandacht uit naar het vergroten van het aantal nieuwe en bestaande gebouwen in de stad dat is of wordt aangesloten op restwarmte (activiteit 36). Samen met corporaties, ontwikkelaars en warmteleveranciers gaan we alle geplande nieuwbouw aansluiten op ‘warmte’ in plaats van op aardgas. Met corporaties, verenigingen van eigenaren en energiebedrijven werken we samen aan het aansluiten van 4.000 bestaande woningen op het warmtenet. We onderzoeken ook wat de haalbaarheid is van collectieve koudenetten. Voor de binnenstad werken we aan een masterplan voor de ondergrond, om zo regie te houden op de mogelijkheden die de bodem biedt voor dit type energie-toepassingen (activiteit 37). We ontwikkelen een visie op koudelevering aan gebouwen (activiteit 38) en werken samen met onder meer Eneco aan een haalbaarheidsstudie naar een koudenet in de binnenstad (activiteit 39). Samen met marktpartijen onderzoeken we tot slot de mogelijkheden van vergroening van het warmtenet op basis van geothermie, restwarmte, biomassa en warmte uit asfalt (activiteit 40).

Ontwikkelaars en beleggers
We werken samen met bedrijven die in onze stad vastgoed ontwikkelen, beheren of erin investeren. Het gaat daarbij onder meer om AM, Blauwhoed, Dura Vermeer,

Programma Duurzaam

| pag 57

4.5 Automobilisten, transporteurs, (openbaar)vervoerbedrijven en logistieke dienstverleners
Rotterdam wil ook in de toekomst goed bereikbaar zijn. Maar dan wel op een duurzame manier. Een belangrijk deel van de uitdagingen op het gebied van luchtkwaliteit, CO2-uitstoot en geluidhinder heeft direct te maken met verkeer op de weg en vervoer over water. Verwachting is dat de mobiliteitsvraag de komende jaren sterk zal groeien. Om die vraag zo duurzaam mogelijk op te vangen, volgen we meerdere sporen. Dankzij technologische ontwikkelingen (schonere motoren, stillere en efficiëntere banden) is er al veel progressie om de vervoerssector schoner, stiller en efficiënter te maken. Dit is – vooral door de verder groeiende mobiliteit - echter onvoldoende om al onze ambities op het gebied van luchtkwaliteit, CO2-uitstoot en geluidhinder waar te maken. Het totale pakket aan maatregelen op het gebied van mobiliteit levert wel een aanzienlijke bijdrage aan het realiseren van de luchtkwaliteitsdoelen: het aantal elektrische voertuigen neemt sterk toe, elektrische scooters

zorgen voor minder geluid- en stankoverlast en er wordt straks meer gefietst in Rotterdam. Bedrijven gaan gebruikmaken van slimme vervoersconcepten en reduceren zo het aantal in de stad gereden kilometers. Verkeersgeleiding zorgt voor betere doorstroming en minder gereden kilometers. De gemeente Rotterdam geeft zelf het goede voorbeeld met schone voertuigen en duurzaam mobiliteitsmanagement. Ook op het water gaan schepen minder vervuilende stoffen uitstoten door het toepassen van schonere brandstoffen, zuiniger motoren en het gebruik van walstroom. Havenbedrijf en de Koninklijke Nederlandse vereniging van Reders (KNVR) hebben een belangrijke rol bij het verder stimuleren van milieuverantwoorde zeevaart. Voor de stad is een belangrijke rol weggelegd voor openbaar vervoer. Met de RET werken we aan het beter inzetten van openbaar vervoer om het vervoersysteem te verduurzamen. Ons doel daarbij is onder meer om een betere afstemming tussen duurzame vervoerwijzen bereiken. Denk aan de fiets als voor- en natransport naar ov-haltes en stations; maar ook aan het parkeren van auto’s aan de rand van de stad en verder reizen met openbaar vervoer en het in één pakket aanbieden van gebruik van deelauto’s, fietsen en openbaar vervoer. Met de RET onderzoeken we ook de mogelijkheid om nieuwe pilots op te starten in het kader van het programma Rotterdam Elektrisch (zie ook activiteit 44). De komende periode werken we verder aan het slimmer organiseren en schoner en stiller maken van transport en mobiliteit in onze stad. Dit doen we in ieder geval door samen met automobilisten, transporteurs, (openbaar) vervoerbedrijven en logistieke dienstverleners de volgende activiteiten uit te voeren:

Slimmer organiseren van transport en mobiliteit
Het zoveel mogelijk voorkomen van (auto)mobiliteit willen we bereiken via het slimmer organiseren van mobiliteit en aanreiken van goede alternatieven (activiteit 41). Bijvoorbeeld via de VerkeersOnderneming en het programma SlimBereikbaar, waarbij we samenwerken met Kamer
Foto: Hannah Anthonysz

van Koophandel en VNO-NCW. Dit programma biedt een breed palet aan alternatieven als carpoolen, gebruik van elektrische fietsen en telewerken om te komen tot een structurele gedragsverandering. Verder bevorderen we het aanbod en gebruik van deelauto’s en het gebruik van de logistieke diensten zoals de Binnenstadservice. We investeren in een betere routegeleiding voor bezoekers

Programma Duurzaam

| pag 58

aan de binnenstad zodat bestuurders minder kilometers rijden om op hun bestemming te komen (activiteit 42).

wordt toegepast als brandstof voor binnenvaartschepen (activiteit 49). In dat kader doen we onderzoek naar de veiligheidsaspecten van LNG bij de binnenvaart en gaan we het mogelijk maken dat vier schepen die regelmatig de Rotterdamse haven aandoen voor een periode van enkele jaren gebruik gaan maken van LNG. Het Deltalinqs Energy Forum doet onderzoek naar toepassing van waterstof voor distributie in de stad door middelgrote vrachtwagens en vervoer op haventerminals (activiteit 50).

Stimuleren elektrisch vervoer: Rotterdam Elektrisch
Onder de noemer ‘Rotterdam Elektrisch’ gaan we ons als stad sterk inzetten voor het stimuleren van elektrisch vervoer. We onderzoeken de mogelijkheid om via de introductie van gedifferentieerd parkeren schone auto’s te stimuleren (activiteit 43). Hiervoor is wel nodig dat de experimenteerwet Gedifferentieerd Parkeren wordt aangenomen. Samen met (markt)partijen gaan we diverse initiatieven ondersteunen op het gebied van elektrisch vervoer. (activiteit 44). Voor de komende periode zijn dit onder meer het opzetten van het Elektrisch Vervoer Centrum, de introductie van elektrische deelauto’s door Greenwheels, experimenten met elektrische auto’s bij Politie Rotterdam Rijnmond en het afronden van het onderzoek naar de vervanging bij de RET van bussen die gebruikmaken van traditionele brandstoffen door (hybride) elektrische bussen. Om het gebruik van elektrische auto’s te stimuleren gaan we de aanleg van een oplaadinfrastructuur ondersteunen. Dit doen we onder meer door een financiële bijdrage te leveren aan de eerste 1.000 oplaadpunten in Rotterdam (activiteit 45) en door aanleg van een oplaadinfrastructuur op te nemen bij de bouw van nieuwe parkeergarages (activiteit 46).

Binnenstadservice: schoner en stiller
Binnenstadservice Rotterdam verzamelt op een centraal distributie- en overslagpunt op bedrijventerrein Noord-West goederen die bestemd zijn voor winkeliers in de binnenstad. Twee keer per dag bezorgt BS Rotterdam op een schone manier én kosteloos de gebundelde goederen bij de zestig aangesloten winkeliers in het centrum. Wouter Blok,voorzitter stichting Binnenstadservice Rotterdam: “De meeste winkeliers hebben regelmatig beperkte zendingen. Hierdoor komt het vaak voor dat de vrachtwagens die hen bevoorraden, niet optimaal beladen zijn. Er is daardoor sprake van een groot aantal ‘kleine’ leveringen op verschillende tijdstippen van de dag, door verschillende leveranciers. Het gevolg: slechte bereikbaarheid van de binnenstad, onveilige situaties, geluidoverlast, luchtvervuiling, files enzovoort. Met de Binnenstadservice dragen we bij aan een bereikbare, schone, leefbare binnenstad, die daardoor ook economisch beter functioneert. Hiervoor gebruiken we de meest duurzame transportmiddelen, die we zo efficiënt mogelijk inzetten. Onze elektrische bestelwagen en bestelwagen op aardgas komen bijvoorbeeld niet leeg terug. We nemen ook retourstromen mee, zoals piepschuim, pallets of andere verpakkingsmaterialen. Deze verwerken we vervolgens weer op een duurzame manier. Ook bieden we de aangesloten winkeliers de mogelijkheid voor tijdelijke opslag van hun goederen, of het om- en verpakken van goederen waarna ze direct bij de consument worden geleverd of in gedeelten naar de winkeliers gaan. Binnenstadservice Rotterdam krijgt nu nog subsidie van de gemeente, maar op termijn is het de bedoeling dat leveranciers zelf gaan betalen voor de ‘last mile’. Onze service scheelt hen ook veel tijd, en dus geld.”

Optimalisatie grondstromen
Samen met andere overheden en marktpartijen gaan we onderzoeken hoe we het (vervuilende) transport van zand, grond en andere materialen kunnen verminderen (activiteit 47).

Schonere brandstoffen
Naast het schoner maken van het mobiliteitsysteem stimuleren we het gebruik van schone brandstoffen. Volledig elektrisch rijden is voor het vrachtverkeer in de komende jaren maar zeer beperkt mogelijk. Daarom is het gebruik van alternatieve en hernieuwbare brandstoffen noodzakelijk. Een praktijkproef met biodiesel op basis van restvetten (activiteit 48) moet de haalbaarheid van grootschalige inzet van deze brandstof aantonen. Vaak zijn ook andere soorten biobrandstof inzetbaar voor het vrachtverkeer. Samen met het Havenbedrijf, biobrandstofproducenten, vrachtwagenleveranciers en vervoerders werken we aan verdere toepassing van dergelijke biobrandstoffen. Samen met het Havenbedrijf en het bedrijfsleven gaan we een proef uitvoeren waarbij vloeibaar aardgas (LNG)

Programma Duurzaam

| pag 59

Greenwheels start proef met elektrische deelauto’s
Ruim vijftien jaar geleden begon Greenwheels in Rotterdam met het toen nog onbekende fenomeen autodelen. Inmiddels zijn de rode Greenwheelsauto’s een bekend verschijnsel in de meeste steden
Foto: Robin Utrecht Fotografie

van Nederland. Dit jaar gaat een pilot met 25 elektrische deelauto’s van start. Jan Borghuis, directeur en oprichter Greenwheels: “Elektrisch vervoer is ideaal in de stad. Een gemiddelde rit van de Greenwheels-automobilist is namelijk kort: 90 procent van de ritten kan op één acculading worden gereden. Een elektrische deelauto combineert de voordelen van elektrisch vervoer en autodelen. Denk aan schone lucht, en stil en zuinig rijden. Daarnaast neemt een deelauto minder ruimte in beslag en bovendien draagt het bij aan bewust autogebruik. Kortom, het is beter voor het milieu en je hebt toch de vrijheid om te rijden. In de vier grote steden van Nederland gaan dit jaar elektrische Peugeot iOn’s rijden die op 25 locaties kunnen opladen. Zo’n 20.000 automobilisten die bij Greenwheels zijn aangesloten, doen mee aan de proef. We willen met deze pilot op grote schaal ervaring opdoen met elektrisch vervoer in de stad en duurzame mobiliteit in de praktijk stimuleren. Door autodelen zo aantrekkelijk mogelijk te maken, overtuig je mensen van de voordelen. Bijvoorbeeld door het aantal autodeelplaatsen te vergroten en gebruikers de mogelijkheid te bieden gratis te parkeren. Daar hebben we de ondersteuning van de gemeente hard bij nodig. Maar, daar staat tegenover dat wij een uitstekende oplossing bieden voor een aantal stedelijke problemen zoals ruimtegebrek, files, geluidoverlast, fijnstof en parkeerdruk.”

RET: enkeltje duurzaamheid
Openbaar vervoer draagt al bij aan schonere lucht: mensen die de tram, bus of metro nemen, zitten immers niet in een auto om zich te verplaatsen en dat scheelt CO2-uitstoot. Maar de Rotterdamse RET gaat veel verder en zoekt milieu- en energiebesparing over de volle breedte van de bedrijfsvoering. Pedro Peters, algemeen directeur RET: “Als bedrijf willen we wát we doen, zo duurzaam mogelijk doen. Voor de toekomst van de stad is dat cruciaal. Een mooi voorbeeld is onze nieuwe remise in de Beverwaard. We doen daar alles duurzaam als dat technisch en financieel haalbaar is. Zoals dubbel grondgebruik door een parkeerplaats voor 500 auto’s op het dak. En het wassen van de trams en het spoelen van de wc’s met regenwater. Maar we hebben ook speciale heipalen gebruikt voor warmte- en koude-uitwisseling met de grond. In de zomer van 2011 neemt de RET de nieuwe, duurzame remise in gebruik. Natuurlijk spelen er ook economische motieven. We betalen per jaar 16 miljoen euro aan stroom, dus het is logisch dat we ook naar besparingen zoeken. Besparingsmaatregelen kunnen bijvoorbeeld zitten in het opwekken en gebruiken van stroom die vrijkomt als een metro of tram afremt. Belangrijke inspiratiebron voor ons zijn de ambities van het Rotterdam Climate Initiative.”

Programma Duurzaam

| pag 60

Programma Duurzaam

| pag 61

Foto: Hannah Anthonysz

4.6 Scholen, beroepsopleidingen en kennisinstellingen
Investeren in draagvlak voor duurzaamheid begint met het verankeren van duurzaamheid in de educatie van jongeren. Dit vergroot het inzicht en kennis om nu en in de toekomst verantwoorde keuzen als burger en professional te maken. De essentiële partners om deze opgave van onze duurzaamheidsagenda uit te voeren zijn uiteraard zijn de basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs, het beroepsonderwijs, hogescholen en universiteiten. Aan de basis hiervan staat dat de schoolgebouwen en onderwijscomplexen ook zelf voldoen aan duurzaamheidsambities die we aan de stad stellen. Dit betekent dat we actief aan de slag gaan ervoor te zorgen dat schoolgebouwen en campussen een gezond binnenklimaat hebben en zo veel mogelijk gevestigd zijn op locaties met een goede luchtkwaliteit. Daarnaast willen we stimuleren dat onderwijsorganisaties duurzaamheid in hun eigen bedrijfsvoering opnemen.

Maar eerst en vooral zijn onderwijsinstellingen voor ons natuurlijk de ingang om de jonge Rotterdammer te bereiken. Om te beginnen met de jongste generatie. Speciaal voor kinderen op basisscholen loopt vanuit de gemeente een natuur- en milieueducatieprogramma en is er een uitgebreide ondersteunende infrastructuur bestaande uit kinderboerderijen, centra voor natuur- en milieueducatie en educatieve tuincomplexen met kindertuintjes. Hiermee bereiken we een groot deel van de Rotterdamse basisscholen. Uitgangspunt is dat we door kinderen in aanraking te brengen met groen en natuur bijdragen aan betere leerprestaties en ook: dat kinderen beter in hun vel zitten. Het blijkt bovendien dat volwassenen die op jonge leeftijd natuur- en milieueducatie hebben genoten meer waarde hechten aan natuur, milieu en duurzaamheid en beter in staat zijn daarnaar te handelen. Samen met de scholen van voortgezet onderwijs, het beroepsonderwijs en de kennisinstellingen willen we het volgende realiseren: • We willen scholieren, studenten en onderzoekers gezamenlijk en interdisciplinair laten werken aan innovatieve oplossingen voor duurzaamheidsvraagstukken die wij, de gemeente, het bedrijfsleven en andere partijen als urgent beschouwen. • • We willen duurzame ontwikkeling meer integreren als leidraad in onderwijs en onderzoek. We willen bereiken dat we beter dan nu in staat zijn om grote strategische opgaven van de stad structureel met onderzoek en kennisopbouw te ondersteunen. Om dit te bereiken gaan we samen met de scholen, beroepsopleidingen en kennisinstellingen het volgende doen: Herijking programma Natuur-en Milieu Educatie In de komende periode gaan we het programma voor natuur- en milieueducatie opnieuw bekijken en toetsen aan de meest recente ontwikkelingen en inzichten (activiteit 51). Kern is een overgang van natuur- en milieueducatie naar duurzaamheidsparticipatie. Hierbij zetten we kinderboerderijen, natuurtuinen en milieucentra in als centra om educatie en participatie op het gebied van duurzaamheid te versterken. In de vorm van een duurzaamheidscoalitie willen we meer samenwerking bereiken tussen de verschillende organisaties op het gebied van natuur, milieu en duurzaamheid. Hierbij gaan we ook het bedrijfsleven betrekken.

Programma Duurzaam

| pag 62

Frisse Scholen Niet alle schoolgebouwen in Rotterdam voldoen aan de uitgangspunten van een gezond binnenmilieu. Vanuit de ‘Regeling verbetering binnenklimaat huisvesting primair onderwijs 2009’ zijn in 2010 en deels in 2011 maatregelen getroffen waarmee het binnenklimaat in vijftig scholen is verbeterd. In de periode tot en met 2014 voeren we samen met de schoolbesturen deze verbeteracties uit (activiteit 52). Deze zijn gericht op het verbeteren van het binnenklimaat en het energiezuinig maken van de overige scholen. We geven een binnenmilieuadvies aan alle scholen met natuurlijke ventilatie, passen het programma en ambitieprofiel ‘Frisse Scholen’ toe bij alle nieuwbouw en renovaties en maken afspraken met schoolbesturen over onderhoud en beheer van installaties in schoolgebouwen die van invloed kunnen zijn op het binnenmilieu. Bij het verder verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed (zie ook 4.7.1) nemen we ook de schoolgebouwen mee in het vervolg van het programma “Rotterdamse Groene Gebouwen”. Scholen voor duurzaamheid Voor scholieren van het voortgezet onderwijs hebben we het project Scholen voor Duurzaamheid. Leerlingen uit het voortgezet onderwijs geven in het kader van dit project advies over actuele duurzaamheidsvraagstukken van Rotterdamse bedrijven. In de komende periode gaan we samen met de deelnemende bedrijven onderzoeken of we dit project kunnen voortzetten en of we het ook geschikt kunnen maken voor studenten van beroepsopleidingen (activiteit 53).

Doorlopende leerlijn Op initiatief van de docentenopleidingen van de hogeschool Rotterdam wordt er samen met de scholen en de gemeente een Rotterdamse doorlopende leerlijn voor duurzaamheid ontwikkelt. Het ideaalbeeld is dat leerlingen in elke fase van het onderwijs een programma duurzaamheid krijgen dat aansluit en voorbouwt op de vorige fase. De gemeente is partner in het traject om hier een projectorganisatie voor in te richten (activiteit 54). Strategische kennisagenda Om de grote strategische opgaven van de stad structureel met onderzoek en kennisopbouw te ondersteunen gaan we een strategische kennisagenda opzetten. Duurzaamheid is een van de vijf thema’s op deze agenda waarmee we de kennisorganisatie van de gemeente verder vorm gaan geven (activiteit 55). Dit doen we om onze beleidsprogramma’s beter te kunnen onderbouwen, de uitvoerende taken efficiënter te verrichten en om de onderzoek- en onderwijsprogramma’s van kennisinstellingen beter te laten aansluiten op de opgaven uit de Rotterdamse praktijk. De kennisagenda is leidend in onze positionering in de diverse kennisnetwerken en geeft richting en focus in de zoektocht naar provinciale, rijksen/of Europese cofinanciering voor innovatieve projecten en kennistrajecten. Verduurzamen curricula beroepsonderwijs en kennisinstellingen Duurzaamheid willen we meer als leidraad laten fungeren in onderwijs en onderzoek. In het vervolg op de succesvolle samenwerking met het opzetten en uitvoeren van

RDM Campus

Programma Duurzaam

| pag 63

een duurzaamheidsagenda met de Hogeschool Rotterdam (via het convenant tussen RCI en de Hogeschool) en de Erasmus Universiteit (onder meer via het project Greening the Campus) gaan we daar actief mee aan de slag. Initiatiefnemer is de Erasmus Universiteit Rotterdam in samenwerking met de TU Delft. Wij dragen hier onder meer aan bij door vanuit de Rotterdamse praktijk concrete vraagstukken aan te dragen en met de scholen voor beroepsonderwijs en kennisinstellingen afspraken te maken over verduurzamen van de curricula (activiteit 56). Dit doen we niet alleen om de uitvoering van onze strategische kennisagenda door de kennisinstellingen te borgen. We merken ook dat studenten enthousiast raken als dat ze merken dat ze een concrete bijdrage kunnen leveren aan milieu en sociale problemen in de buurt én daarvan direct het effect zien.

Voor studenten vinden we het belangrijk dat ze de kans krijgen om gezamenlijk en interdisciplinair te werken aan innovatieve oplossingen voor urgente duurzaamheidsvraagstukken. De komende periode geven we deze samenwerking met studenten verder vorm in het kader van onze strategische kennisagenda (actiepunt 59). We vinden wel dat de beroepsopleidingen en kennisinstellingen hier meer het voortouw in moeten nemen. Hierbij betrekken we ook de vraag of en op welke wijze we onze samenwerking met samenwerkingsverbanden als Aida en KISSZ voortzetten.

Naoorlogse school krijgt duurzame metamorfose
Het schoolgebouw van De Wilgenstam is 56 jaar oud,

Kennis voor klimaat Een bijzonder element van de kennisagenda op het gebied van duurzaamheid is onze bijdrage aan het onderzoeksprogramma Kennis voor Klimaat (activiteit 57). Binnen dit nationale onderzoeksprogramma worden kennis en diensten ontwikkeld die nodig zijn om de investeringen in ruimte en infrastructuur die de komende 20 jaar zijn voorzien te beoordelen op klimaatbestendigheid en zonodig aan te passen. In het deelprogramma Hotspot Regio Rotterdam werken we samen met kennisinstellingen en het bedrijfsleven. De focus ligt hier op vraagstukken op het raakvlak van het klimaatbestendig maken van Rotterdam en tegelijkertijd de stad en haven optimaal aantrekkelijk te maken voor werken en wonen. Samen werken we aan het in beeld brengen van de effecten van klimaatverandering op de binnenvaart, het identificeren van kansen voor veilige en multifunctionele dijken in Rotterdam, het stedelijk hitte-eiland effect in Rotterdam en de kwetsbaarheid van buitendijkse gebieden in relatie tot klimaatverandering. Stimuleren van samenwerking tussen bedrijfsleven en scholen, beroepsopleidingen en kennisinstellingen Op de arbeidsmarkt en binnen het bedrijfsleven is steeds meer vraag naar kennis en kunde op het gebied van duurzaamheid. Daarom willen we ‘contextrijk leren’ en partnerships tussen bedrijfsleven en (met name) beroepsopleidingen stimuleren. Concreet voorbeeld hiervan is onze steun aan het Centrum voor Innovatief Vakmanschap in Onderhoud Mobiliteit (CIVOM) en het KoudeWarmtecentrum van Zadkine (activiteit 58).

ongeïsoleerd en voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd. Duurzame oplossingen staan centraal bij de renovatie. De basisschool in Schiebroek krijgt een nieuwe isolerende schil, een decentraal CO2gestuurd ventilatiesysteem en lokale energieopwekking met behulp van WKO-installatie, zonnepanelen (en windenergie). Peter Bergen, directeur OBS Wilgenstam: “Het gebouw is energieverslindend en heeft een zeer slecht binnenklimaat. Samen met een bevriend architect is, na een duurzame renovatie van ons andere gebouw, de school gaan dromen: stel dat we veel geld zouden hebben, hoe zouden we dit gebouw dan willen verbouwen? En toen bleek er ineens ook geld beschikbaar. Onze droom bleek uit te komen. Straks hebben we zeer laag energieverbruik, en de weinige energie die we nodig hebben, wordt lokaal opgewekt. Ook het binnenklimaat wordt heel aangenaam. Maar misschien nog wel het meest belangrijk; we willen met dit project onze leerlingen bewust maken van duurzaamheid. We willen dat ze zich medeverantwoordelijk voelen voor het gebouw, en dat ze zich realiseren dat je niet alleen een gebouw moet aanpassen, maar ook je gedrag. Het is de bedoeling dat de leerlingen het schoolplein duurzaam gaan inrichten, met een groene tuin. Ook bestaat het plan om de buurt te betrekken bij deze duurzame renovatie. We hopen dat de gemeente inziet hoe uniek dit project is als inspirerend leermiddel voor leerlingen en wijkbewoners. We kunnen wel een steuntje in de rug gebruiken.”

Programma Duurzaam

| pag 64

4.7 Gemeentelijke organisatie en deelgemeenten
Goed voorbeeld doet goed volgen. We krijgen meer partijen in beweging als ook de eigen inzet van de stad op het gebied van duurzaamheid overtuigt. Sterker: dit programma ontleent z’n legitimiteit mede aan de gemeentelijke inzet op het verduurzamen van de bedrijfsvoering. Deze voorbeeldfunctie is niet alleen van symbolische waarde. Door de omvang van de gemeentelijke vastgoedportefeuille en het grote inkoop- en aanbestedingsvolume betekent het een flinke stimulans voor verduurzaming van Rotterdam. Met de activiteiten die we vanuit dit programma uitvoeren willen we bereiken dat duurzaamheid een standaard onderdeel wordt van de gemeentelijke bedrijfsvoering. We richten ons hierbij op: • • • • Verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed. Integreren van duurzaamheid bij het gemeentelijk facilitair bedrijf. Duurzaam inkopen. Verduurzaming gemeentelijk wagenpark.

Deze ‘interne’ onderdelen komen aan bod in 4.7.1. De gemeente staat niet alleen voor de taak om duurzaamheid te integreren in de eigen bedrijfsvoering. We zijn vanuit ons publieke taak ook verantwoordelijk voor het inzamelen van restafval en voor de inrichting en beheer van de buitenruimte. Daarnaast zijn we een centrale partij bij gebiedsontwikkelingen in de stad. Met het programma focussen we ons op: • • • • • Duurzame gebiedsontwikkeling en een gebiedsgerichte benadering. Aanpak van geluidhinder en luchtkwaliteit. Het groener maken van de stad. Afval. Energie-efficiënte openbare verlichting.

Deze ‘externe’ onderdelen komen aan bod in 4.7.2. Daarnaast is het de taak van de gemeentelijke organisatie om duurzaamheid in de lijnorganisatie en de overige collegeprogramma’s te verankeren. Dit moet ertoe bijdragen dat een programmatische inzet op duurzaamheid in een volgende collegeperiode niet meer op deze

Programma Duurzaam

| pag 65

manier nodig is. Maar standaard onderdeel uitmaakt van de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. De gemeentelijke organisatie wordt meer gericht op het faciliteren van (lopende) initiatieven van de partners in de stad. Hier hoort een andere rol bij. Een rol waarbij de gemeentelijke organisatie zich vooral als samenwerkingspartner op stelt en minder gericht is op ‘in alles vooropgaan’.

Gemeente maakt haar vastgoed slim zuiniger en comfortabeler
Een duurzame en kostenefficiënte vastgoedportefeuille. Dat is het streven van de gemeente voor haar bestaande gebouwen. De variatie binnen deze portefeuille is groot: van sporthallen, scholen, kantoren, theaters tot zwembaden. Elk gebouw vraagt dan ook om een specifieke aanpak om te komen tot duurzame en kostenefficiënte oplossingen. Om de komende jaren de 1.500 gemeentelijke panden te verduurzamen is het programma ‘Rotterdamse Groene Gebouwen’ gestart. Inmiddels is een start gemaakt het aanpakken van de eerste reeks gebouwen: negen gemeentelijke zwembaden, grootverbruikers van energie en water. De energiebesparende maatregelen worden getroffen volgens het zogeheten ‘Building Retrofit concept’. De zwembaden worden gemoderniseerd zonder dat het de gemeente meer kost. Een private partij – Strukton in dit geval – schiet de investeringen voor en voert renovaties/besparingen door. De opbrengst van die besparingen vloeit weer terug naar dit bedrijf. De gemeente gaat het slimme principe van ‘building retrofit’ ook toepassen bij andere duurzame renovaties. De verduurzaming van de negen zwembaden moet

4.7.1 Verduurzamen van de gemeentelijke bedrijfsvoering
Verduurzaming gemeentelijk vastgoed
Het nieuw te bouwen Stadskantoor gaan we zo duurzaam mogelijk herontwikkelen. Binnen de kaders op het gebied van stedenbouw, architectuur, duurzaamheid en financiën gaat het gebouw ten minste voldoen aan de standaard BREEAM Excellent, een internationaal erkende standaard voor de duurzaamheid van gebouwen. Niet eerder behaalde een binnenstedelijk project deze kwalificatie. Daarnaast maken we met het Stadskantoor een start met het nieuwe huisvestingsconcept dat tot minimaal 20% minder energieverbruik zal leiden. Om de komende jaren de vastgoedportefeuille van de gemeente te verduurzamen en de CO2-uitstoot sterk te verminderen hebben we het programma ‘Rotterdamse Groene Gebouwen’ gestart. Doel is marktpartijen te selecteren met wie we een prestatiecontract afsluiten over het onderhoud en energiezuinig maken van ons vastgoed. Hierbij werken we nauw samen met het Clinton Climate Initiative. Begin 2011 hebben we zo een contract afgesloten voor negen gemeentelijke zwembaden (activiteit 60). De geselecteerde marktpartij draagt zorg voor uitvoering van de energiebesparende maatregelen, geeft garanties over de energiebesparing en zorgt voor de financiering. Uitgangspunt is dat verlaging van de energieen waterlasten de investering en onderhoudskosten dekt. In de tweede helft van 2011 bepalen we of, en zo ja: voor welke gebouwen (o.a. schoolgebouwen) we een tweede aanbesteding gaan organiseren (activiteit 61). We delen onze ervaringen met de private sector en corporaties.

leiden tot een daling van het energieverbruik met 34% in de komende tien jaar, wat neerkomt op een bedrag van liefst 3,4 miljoen euro. Dit leidt tot een CO2-reductie van bijna 2.000 ton per jaar en een verbetering van de water- en luchtkwaliteit van de zwembaden. Daarnaast besteedt de gemeente hiermee het beheer en onderhoud van deze zwembaden voor de komende tien jaar uit wat een besparing oplevert van 1,1 miljoen euro. Kerngegevens Betrokken partijen: Gemeente Rotterdam, Rotterdam Climate Initiative. Doel: besparen van energie, CO2-reductie, lagere onderhoudskosten, hoger comfort door slimme duurzame ingrepen, ontzorgen gemeente.

Programma Duurzaam

| pag 66

In Rotterdam gaan we dit beleid uitvoeren en de markt aanspreken op hun verantwoordelijkheid (activiteit 63). • We gaan ons meer richten op duurzaamheid in inkooptrajecten onder de Europese aanbestedingsgrens (activiteit 64). Deze meervoudig onderhandse aanbestedingen bieden tevens de mogelijkheid de Rotterdamse en regionale economie een impuls te geven. • We gaan verkennen hoe we meer aan zowel de voorkant (ontwerpen, gebiedsontwikkeling, bedrijfsvoering) als aan de achterkant (hoe duurzaam zijn de daadwerkelijke leveringen, diensten en werken ze in de praktijk?) de mate van duurzaamheid kunnen vaststellen (activiteit 65).

Verduurzaming gemeentelijk wagenpark
In de periode 2006-2010 is 75% van het gemeentelijk

Integreren van duurzaamheid bij het gemeentelijk facilitair bedrijf
Met onze energieleverancier Greenchoice werken we samen aan het verbeteren van de gemeentelijke inkoop van elektriciteit en gas. Onderdeel van de afspraak is dat Greenchoice risicodragend deelneemt in de ontwikkeling van deze dienstverlening en een deel van haar voordeel gebruikt om binnen de gemeentelijke organisatie het verbruik van energie terug te dringen. Voor de volgende aanbesteding van elektriciteit en gas willen we de levering van elektriciteit en gas koppelen aan een jaarlijkse vermindering van het energieverbruik (activiteit 62). Rotterdam is als klant groot en interessant genoeg voor marktpartijen om op deze manier samen naar duurzame oplossingen te zoeken. Wat hier ontwikkeld wordt, kan elders in Nederland vermarkt worden. We gaan om deze reden ons verder als proeftuin voor duurzame dienstverlening opstellen.

wagenpark ‘verschoond’ naar minimaal Euro 4. Voor de komende periode streven we ernaar dat minimaal 25% van het gemeentelijk wagenpark in 2014 elektrisch of hybride is (activiteit 66). Roteb lease is hierbij de centrale partij. In totaal gaat het om ongeveer 350 voertuigen, waaronder sowieso honderd elektrische scooters ter vervanging van gewone scooters en auto’s. De eerste twintig elektrische auto’s zullen onderdeel zijn van het proeftuinproject 75-EV-RO waarin we samenwerken met Stedin en Eneco.

4.7.2 Borging van duurzaamheid in de gemeentelijke uitvoeringspraktijk
Duurzame gebiedsontwikkeling en een gebiedsgerichte benadering
Duurzaamheid draagt bij aan de kwaliteit van leven in de stad. Nieuwe ontwikkelingen (inclusief hergebruik, transformatie en herstructurering) bieden een aangrijpingspunt om dit te realiseren. Zo maken we duurzaamheid concreet en tastbaar bij nieuwe ontwikkelingen. We hanteren de volgende algemene principes als uitgangspunt: • • • Elke ontwikkeling moet leiden tot een meer kindvriendelijke, groene, schone en gezonde leefomgeving. Elke ontwikkeling moet leiden tot waardecreatie en toekomstbestendigheid. Elke ontwikkeling moet leiden tot minimaal 50% CO2 reductie en 100% klimaatbestendig in 2025. Bij dit alles geldt dat we samenwerken met de markt en bewoners en afrekenbaar zijn en communiceren over de ambities en de resultaten.

Duurzaam inkopen
De afgelopen periode is veel aandacht besteed aan duurzaam inkopen: van groene stroom, het nieuw te bouwen Stadskantoor tot kopieermachines en warmedranken-automaten. De komende jaren gaan we door met het opnemen van duurzaamheidsaspecten in de aanbestedingen. We hebben als doel om in 2015 100% duurzaam in te kopen. Daarnaast gaan we ons in het bijzonder voor een paar zaken extra inspannen: • We willen geen zaken doen met leveranciers die niet hun ketenverantwoordelijkheid nemen voor internationale arbeidsnormen (zoals kinderarbeid). De internationale sociale criteria maakten tot nu toe geen deel uit van de duurzaamheidscriteria van AgentschapNL.

Programma Duurzaam

| pag 67

Ook in gebieden zonder veel (bouw)ontwikkelingen liggen overigens veel kansen. Via een gebiedsgerichte benadering pakken we deze samen met de deelgemeenten op. We zetten hierbij in op: • Het opnemen van duurzaamheid in de instrumenten en werkwijze bij stedelijke ontwikkeling. Onderdeel hiervan is het formuleren van een duurzaamheidsparagraaf bij ruimtelijke plannen (activiteit 67). Speerpunten hierbij zijn de Binnenstad, Stadshavens Rotterdam en Rotterdam-Zuid. • Een in de organisatie geborgde aanpak voor klimaatadaptief (her)ontwikkelen van bestaande en nieuwe gebieden: de Rotterdamse Adaptatie Strategie (RAS) (activiteit 68). Onderdelen hiervan zijn: Het realiseren van meer waterbergende capaciteit, die tevens bijdraagt aan de kwaliteit van de buitenruimte. We onderzoeken en realiseren innovatieve vormen van waterberging; waterpleinen (activiteit 69) zijn hiervan voorbeelden. Het realiseren van gebouwen en buitenruimte die bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering (adaptief bouwen). Bijvoorbeeld drijvend bouwen in de Nassauhaven (activiteit 70), adaptieve woningen op Heijplaat (activiteit 71) en een beleidskader buitendijks bouwen (activiteit 72). Het ruimte bieden voor het beproeven van innovatieve vormen van bouwen en bescherming tegen het water, bijvoorbeeld een proeflocatie voor innovatieve waterkeringen; dit als voorbereiding op praktijktoepassing in Stadshavens Rotterdam. • • Onderzoek in Hoek van Holland en op Rozenburg naar de mogelijkheden voor windenergie (activiteit 73). Afronden van onderzoek in Pernis naar het concept ‘duurzame weg’ (activiteit 74). Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek en mogelijkheden voor financiering gaan we dit concept promoten. • Uitvoering van het actieprogramma Milieu Overschie, samen met deelgemeente Overschie (activiteit 75). Hierin werken we samen aan een betere score op milieukwaliteit binnen Overschie en aan een beter imago voor de deelgemeente wat betreft milieu. • Samenwerking in Charlois met de deelgemeente, het Havenbedrijf, Woonbron, Hogeschool Rotterdam en de bewoners van Heijplaat aan een klimaatneutraal en klimaatbestendig Heijplaat (zie ook activiteit 8).

Aanpak geluidhinder en luchtkwaliteit
Een groot deel van de maatregelen om de geluidhinder te verminderen en de luchtkwaliteit te verbeteren pakken we vooral op in samenwerking met de partners in de stad: inwoners, de transporteurs, et cetera. Een aantal acties ligt primair op het bord van de gemeente: Aanleg stille wegdekken De belangrijkste bijdrage aan doelstelling de geluidoverlast te verminderen komt van stille wegdekken. De aanleg hiervan koppelen we aan het reguliere onderhoudsprogramma van gemeentelijke wegen met een maximumsnelheid van 50 km/u en hoger (activiteit 76). Hiermee kunnen we op de lange termijn het aantal mensen dat last heeft van verkeerslawaai met ongeveer 20% verminderen. Geluidsanering gevels en geluidschermen In de komende tijd saneren we ruim 300 woningen die aan drukke wegen liggen en niet voldoende gevelisolatie hebben om het binnen voldoende stil te hebben (activiteit 77). Aan deze aanpak draagt het Rijk financieel bij via het ISVIII. In Rozenburg pakken we samen met Prorail 500 woningen aan om de geluidbelasting als gevolg van verkeer over de Calandbrug te verlagen (activiteit 78). Bij het Rijk bepleiten we de aanleg van een geluidscherm voor de A16 en de A20 (activiteit 79). Actieplan geluid In het kader van de Rotterdamse aanpak geluidhinder laten we nieuwe geluidkaarten opstellen, evenals een nieuw actieplan geluid 2013-2018 (activiteit 80). Aanpak luchtkwaliteit en verkeer voor lange termijn In de periode na 2015, wanneer het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit is afgerond, gaan we verder met acties om de kwaliteit van de lucht te verbeteren. Niet zozeer om aan de normen te voldoen, maar vooral: om de gezondheid te verbeteren. Hierbij betrekken we de Vervoerstrategie 2050 van de Europese Commissie. Deze dient als inspiratiebron voor het opstellen van scenario’s voor de Rotterdamse praktijk. Onderdeel van de aanpak luchtkwaliteit en verkeer op de lange termijn is het formuleren van een visie gericht op bestaande milieubelaste gebieden. Daarnaast gaan we maatregelen ontwikkelen en uitvoeren met een focus op blootstelling aan luchtverontreinigde stoffen die de gezondheid het meest negatief kunnen beïnvloeden (ultrafijn stof en zwarte rook). Ook willen we op zoek gaan naar extra oplossingsrichtingen gericht op het volledig realiseren van de beoogde halvering van de CO2-uitstoot in de

Programma Duurzaam

| pag 68

sector Verkeer en Vervoer (activiteit 81). Hierbij werken we samen met het programma Samen Werken aan een Goede Gezondheid. Milieuzone Binnenstad De bestaande milieuzone in de binnenstad willen we in stand houden en mogelijk uitbreiden met de categorie lichte bedrijfsvoertuigen. Dit onderzoeken we samen met vervoerders en verladers en met de winkeliers in het centrum (activiteit 82).

Foto: Roel Dijkstra

legd (activiteit 85). Samen met de scholen, bewoners en mede-overheden gaan we op zoek naar geld voor het ontwikkelen en aanleggen van meer groene schoolpleinen. Verder ondersteunen we initiatieven op het gebied van stadslandbouw en het vermarkten van regionale producten. Vanuit de gemeente dragen we hieraan bij door de markt in Rotterdam voor de afzet van streekproducten te vergroten door de inkoop van de gemeentelijke organisatie aan te passen (activiteit 86) en doordat we particuliere initiatieven op het gebied van stadslandbouw vooruit helpen (activiteit 87). Dit doen we onder meer door aan te geven waar we in Rotterdam stedelijke voedselproductie wel en niet zien zitten en door ons in te zetten voor het (voor zover nodig en mogelijk) aanpassen van belemmerende regelgeving. Waar mogelijk willen we afnemers en producenten van voedsel in en rond de stad bij elkaar brengen.

Het groener maken van de stad
Om de stad groener te maken planten we in 2011 en 2012 jaarlijks gemiddeld 2.000 bomen (activiteit 83). In samenwerking met buurtbewoners maken we tien ‘stenige’ plekken in de stad groener (activiteit 84). Hiermee versterken we ook de ecologische structuur in de stad. Een bijzondere manier om stenige plekken te vergroenen is om dit bij schoolpleinen te doen, samen met omwonenden en scholieren. Niet alleen bevordert deze werkwijze de cohesie in de buurt; schoolpleinen zijn plekken waar kinderen veel tijd doorbrengen en daarom bij uitstek geschikt om er een groene speelomgeving van te maken. In totaal zijn eind 2011 twaalf groene schoolpleinen aange-

Afval
Op het gebied van afvalinzameling is in de afgelopen jaren al veel winst geboekt. Overal in de stad zijn ondergrondse afvalcontainers geplaatst. De hoeveelheid restafval per huishouden is met 730 kg per huishouden per jaar wel relatief hoog. In de hele afvalketen is nog winst te boeken. Producenten van verpakkingen, verwerkers en de

Programma Duurzaam

| pag 69

inzamelaar(s) van restafval zouden beter moeten samenwerken om zo te komen tot een optimaal hergebruik van grondstoffen. De gemeente sluit hierbij aan met een betere methodiek en techniek van inzamelen. Vooral nascheiding willen we op een hoger plan brengen als scheidingsmethode voor het Rotterdamse huisvuil. Dit met uitzondering van die afvalstromen waarvoor bronscheiding beter is, zoals bijvoorbeeld papier, glas en textiel. De reden dat we vooral voor nascheiding kiezen is dat dit voor onze stad goedkoper, effectiever, efficiënter en milieuvriendelijker is dan zelf afval scheiden. Doel is dat we uiterlijk in 2013 starten met nascheiding van het Rotterdams huisvuil om zo hergebruik mogelijk te maken en dat we er vervolgens aan gaan werken om dit hergebruik te bevorderen (actiepunt 88). Het afval dat overblijft en niet hergebruikt kan worden, wordt in de Afvalverbrandingsinstallatie Rozenburg verbrand. De warmte die daarbij vrijkomt zetten we in voor het verwarmen van de gebouwen in de stad en voor het opwekken van elektriciteit.

geïnvesteerd in duurzame openbare verlichting. We zijn overgestapt op energiezuiniger wit licht en op doorgaande wegen dimmen we de verlichting in de nachtelijke uren (tussen 23.00 en 05.00 uur). Bij het bepalen hoeveel licht nodig is een bepaalde straat houden we landelijke richtlijnen aan. Er wordt niet minder, maar zeker ook niet meer licht geplaatst dan volgens de richtlijnen noodzakelijk is. Bij het vervangen van lampen gebruiken we lampen met een verlengde levensduur. Ook passen we armaturen toe die zo min mogelijk lichtvervuiling veroorzaken door naast de weg ook de hemel te verlichten. Innovaties in de openbare verlichting volgen we op de voet. Op diverse plaatsen in de stad doen we ervaring op met nieuwe technologie zoals LED; hiermee experimenteren we nu bijvoorbeeld in onze proeftuin op de Kop van Zuid (W.G. Witteveenplein). Ondanks de toename van het aantal lampen met 16% in 2010 t.o.v. 2005 is het energiegebruik voor de openbare verlichting in deze periode met 15% afgenomen. De komende jaren gaan we op dezelfde voet door met het verhogen van de energie-efficiëntie van onze openbare verlichting (activiteit 89).

Energie-efficiënte openbare verlichting
Duurzaamheid is één van de pijlers van het Lichtplan Rotterdam. De afgelopen jaren heeft Rotterdam veel

Programma Duurzaam

| pag 70

Foto: Esther Kokmeijer

Programma Duurzaam

| pag 71

Foto: Ben Wind Fotografie

Programma Duurzaam

| pag 72

5.
waarop dit gestalte krijgt.

Over de grens samenwerken en praktische aspecten van de uitvoering
gemeenschappelijke beweging naar breed gedragen en breed uitgevoerde duurzame ontwikkeling. Regionaal is de samenwerking gericht op het realiseren van concrete projecten. We doen dit onder meer binnen de stadsregio Rotterdam wanneer het gaat om bijvoorbeeld de aanbesteding van het openbaar vervoer, het maatregelenpakket duurzame mobiliteit, windenergie, warmte- en koudelevering en de aanpak van de luchtkwaliteit. Ook op het gebied van groen is deze samenwerking relevant. In nauwe samenwerking met de stadsregio Rotterdam, de Provincie Zuid-Holland en natuurbeschermingsorganisaties zorgen wij voor de ontwikkeling van ecologische routes en groengebieden rond de stad.

Bij uitvoering van het programma Duurzaam staat Rotterdam niet alleen. Rotterdam opereert in een regionale, nationale, Europese en mondiale context. Op tal van fronten is nauwe samenwerking nodig met anderen om de eigen ambities te kunnen realiseren. En anderen kunnen niet om Rotterdam heen om hún doelen te halen. Daarnaast is Rotterdam sterk afhankelijk van nationale en Europese richtlijnen, normen en wetten. In paragraaf 6.1 van dit hoofdstuk schetsen we enkele voorbeelden van de wijze

Daarnaast geven we in dit hoofdstuk een beeld van de communicatieve (5.2), organisatorische en financiële (5.3) aspecten van het programma Duurzaam, en de wijze waarop de voortgang en resultaten meten (5.4).

Regionaal/Nationaal
In het kader van het Nationaal Deltaplan werken we samen met alle relevante partners uit de regio RijnmondDrechtsteden en het Rijk aan de regionale uitwerking van de ruimtelijke en waterstaatkundige consequenties van de klimaatverandering.

5.1 Over de gemeentegrenzen heen
Regionaal
Duurzame ontwikkeling kent geen grenzen. Afstemming en samenwerking met partijen buiten de directe omgeving is belangrijk, biedt kansen en versterkt de

Nationaal
Politieke besluitvorming in Den Haag over de Rotterdamse CCS demonstratieprojecten, bijstook van biomassa,

Programma Duurzaam

| pag 73

energiebesparing in de industrie, de stimulering van grootschalige duurzame energieproductie, zelflevering van zonne-energie en over het meetellen van warmtelevering bij normeringen voor nieuwbouw en bestaande gebouwen bepaalt in belangrijke mate of we onze doelstellingen kunnen realiseren. Samenwerking met het Rijk is ook essentieel om de kansen op het gebied van biomassatoepassingen voor energieproductie, transportbrandstoffen, chemie, hoogwaardige batterijproductie en -recycling en elektrisch vervoer te realiseren. Dit vraagt om een integrale overheidsbenadering om innovaties in Rotterdam te faciliteren en hindernissen, zoals strijdige regelgeving en contraproductieve belastingen, weg te nemen. De samenwerking met het Rijk krijgt onder meer vorm via de Green Deal en de voorgenomen aanpak van de Topsectoren. We zien vooral bij de sectoren chemie, water, energie en transport kansen voor samenwerking. In het bijzonder bij de watersector hebben we grote ambities. De Nederlandse watersector wil haar exportpositie versterken door in eerste instantie haar kennis en projecten letterlijk in de etalage te zetten. Zij hebben hiervoor Rotterdam als vestigingslocatie gekozen. Samen werken we aan het bereiken van de Rotterdamse duurzaamheiddoelen en maken we duurzame resultaten zichtbaar. Bijvoorbeeld via een duurzaamheidsroute door de stad. Meer en meer profiteren we van de economische meerwaarde van de duurzaamste wereldhavenstad in zijn soort. Het merk RCI blijft de afzender van alle communicatie-uitingen hierover. Uitgangspunt is dat communicatie in gezamenlijkheid plaatsvindt met concrete uitvoeringsprojecten. Het is essentieel om in de consistente boodschap over de Rotterdamse aanpak van duurzaamheid een aantal elementen telkens terug te laten komen. Afhankelijk van doelgroep en context kan de focus variëren. Hierbij werken we met een kernboodschap die RCI-breed kan worden gebruikt en niet alleen de gemeente en de stad betreft maar duidelijk en meer promotioneel de aanpak en ambitie van de stad én de haven verwoordt: Als daadkrachtige en innovatieve wereldhavenstad neemt Rotterdam samen met bewoners, bedrijven en instellingen haar verantwoordelijkheid voor een duurzame toekomst. Door zowel de oorzaken als de gevolgen van de klimaatverandering aan te pakken, de luchtkwaliteit te verbeteren en de geluidsoverlast te beperken, werkt Rotterdam met RCI voortvarend aan het totale duurzaamheiddossier. Door deze unieke aanpak is Rotterdam een inspirerend voorbeeld voor andere steden. De ambities
Foto; Marion Baas

5.2 Communiceren met en over de duurzaamste wereldhavenstad in zijn soort

Europees
In het bijzonder op het gebied van luchtkwaliteit, transport, energie- en klimaat en geluid hebben we een actieve Brusselse lobby. Water staat sinds kort ook de Europese agenda. Gelet op het belang van dit onderwerp voor Rotterdam, volgen we dit nauwlettend.

Mondiaal
In internationaal verband zijn we als ‘affiliate city’ onderdeel van de C40, een netwerk van de grootste steden ter wereld dat ondersteund wordt door het Clinton Climate Initiative. We participeren ook internationaal in Connecting Deltacities, een Rotterdams initiatief waarin de deltasteden ter wereld kennis en best practices uitwisselen en aan gezamenlijke instrumentontwikkeling doen. Hoofdonderwerp is klimaatadaptatie. Concrete samenwerkingsovereenkomsten zijn er met Ho Chi Minh City, Jakarta en New Orleans. Ook dit netwerk wordt gesteund door het Clinton Climate Initiative.

Programma Duurzaam

| pag 74

en resultaten op het gebied van milieu, klimaat, energie, biodiversiteit en water dragen bij aan een groene, schone, gezonde en economisch sterke stad en maakt van Rotterdam de duurzaamste wereldhavenstad in zijn soort. Het programma Duurzaam is het inhoudelijk kader van de communicatie over en met duurzaam Rotterdam: alle communicatie-inspanningen richten zich uiteindelijk op het uitdragen, versterken en versnellen van de doelstellingen en ambities. Centraal in de communicatiestrategie over duurzaam Rotterdam staan drie kernwaarden die de basis vormen voor de uitwerking naar doelgroepen, doelstellingen en middelen. Dit zijn: 1. Dialoog met bewoners, bedrijven en instellingen. 2. Actie, door het zichtbaar ontsluiten van Rotterdamse klimaatinformatie en actief aanbieden van handelingsperspectieven. 3. Profileren van Rotterdam als duurzaamste wereldhavenstad in zijn soort. We verbreden de profilering van Rotterdam daarmee van klimaatstad naar duurzaamste wereldhavenstad.

5.3 Organisatie en financiën
Organisatie
Het programma Duurzaam is een breed programma met raakvlakken met veel, zo niet alle beleidsterreinen van de gemeente Rotterdam. Om de gewenste resultaten te bereiken zijn veel inspanningen van ‘derden’ nodig. Partijen in de stad die aan zet zijn om een bijdrage te leveren worden daar dan ook op aangesproken en worden waar nodig en mogelijk ondersteund in de uitvoering. De activiteiten uit het programma zijn voor een groot deel hier op gericht (zie bijlage 1). De praktische uitvoering van het programma en het rapporteren over de voortgang ervan is een taak van het programmabureau Duurzaam. Dit programmabureau omvat 23 FTE en omvat ook de coördinatie van de reguliere milieutaken van de gemeente. De uitvoering van de individuele activiteiten is en blijft de verantwoordelijkheid van de ‘gewone’ gemeentelijke organisatie. Overige taken van het programmabureau zijn: • • Faciliteren van het samenwerkingsverband RCI. Onderhouden van de netwerken met de belangrijkste (gemeentelijke) uitvoerders van de activiteiten uit het programma en met de andere collegeprogramma’s. • Borgen van duurzaamheid in alle facetten van de gemeentelijke organisatie (de diensten), bij deelgemeenten en bij de relevante (publieke en private) partners buiten de gemeente. • Onderhouden en ontsluiten kennisnetwerken en netwerken relevant voor de uitvoering van het programma. • • Aanjagen, faciliteren, regisseren, verbinden Organisatie van communicatie en participatie rond programma Duurzaam. Daarnaast is in het programmabureau Duurzaam de opdrachtgeversrol van de gemeente bij de DCMR ondergebracht.

Financiën
Voor de uitvoering van het programma Duurzaam maken we gebruik van een aantal financieringsbronnen. Naast de reguliere middelen voor onder meer de uitvoering van
Foto: Ben Wind

de afvaltaken, het programma natuur- en milieueducatie en de investeringen in en onderhoud van groen betreft het hier de impuls voor duurzaam zoals vastgelegd in het collegewerkprogramma, de restanten van RCI en RCP en de (grotendeels gelabelde) budgetten beschikbaar voor

Programma Duurzaam

| pag 75

luchtkwaliteit, geluidhinder, bodem en vergunningverlening en -handhaving. Eind 2011 is bekend welk deel van de 4e tranche luchtgelden beschikbaar komt. Mogelijk gaat het hierbij om € 13 mln. Dit is echter nog onzeker. Het betreft hier de volgende budgetten:

Budget
Duurzaamheid (gemeente) Restanten RCI en RCP (gemeente) Kapitaallasten RCP (gemeente) Algemene middelen Milieu (gemeente) Doeluitkering bodem (Rijk) ISVIII, bodem milieu (Rijk) ISVIII, bodem plan (Rijk) Luchtgelden (Rijk) Externe veiligheid (via provinciaal programma EV)

2011
€ 6.000 € 5.000 € 657 € 17.100 € 1.401 € 2.900 € 1.300 € 20.800 € 100

2012
€ 7.000 € 1.800 € 1.330 € 17.100 € 1.401 € 2.900 € 1.300 € 10.800 € 100

2013
€ 8.500

2014
Tabel 1 Overzicht beschik€ 9.500 bare budgetten voor de uitvoering van programma Duurzaam 2011-2014 (bedragen * 1.000,-)

€ 1.653 € 17.100 € 1.401 € 2.900 € 1.300 € 1.800 € 100

€ 1.653 € 17.100 € 1.401 € 2.900 € 1.300

€ 100

De begrote besteding van de impuls voor duurzaamheid is als volgt:

Foto: Hannah Anthonysz

Programma Duurzaam

| pag 76

Inwoners van Rotterdam

Haven, industrie en grote bedrijven

Ondernemers, verenigingen en instellingen

Corporaties, beleggers en ontwikkelaars

Automobilisten, transporteurs, (openbaar) vervoerbedrijven en logistieke dienstverleners

Scholen, beroepsopleidingen en kennisinstellingen

Gemeentelijke organisatie en de deelgemeenten

CO2-reductie in 2025 (Mton)

Totaal:

Tabel 2 Begrote besteding impuls duurzaam (bedragen * 1.000,-)

Opgave 1. Vooroplopen bij het verminderen van de CO2uitstoot

2

21

33, 35 & 40

61

17.500

€ 8.000

Opgave 2. Verbeteren van de energie-efficiëntie

6

15, 16 & 18

26 & 27

36

47

60, 62 & 88

4.400

€ 4.500

Opgave 3. Omschakelen naar duurzame energie en biomassa als grondstof

9

17, 20, 22 & 23

83

4.500

€ 3.500

Opgave 4. Bevorderen van duurzame mobiliteit en transport

10, 11, 12, 13 & 14

41, 43, 44, 45, 46, 48, 49 & 50

66

600

€ 1.500

Opgave 5. Verminderen van geluidsoverlast en bevorderen van schone lucht

24

42

52

66, 74, 77, 78, 79, 80, 81 & 82

€ 500

Opgave 6. Groener maken van de stad

3,4

35

83, 84, 85 & 87

€ 500

Opgave 7. Vergroten van duurzame investeringen en bevorderen duurzame producten en diensten 1, 5 & 7 Opgave 8. Vergroten van draagvlak voor duurzaamheid en verankering van duurzaamheid in onderwijs en onderzoek Opgave 9. Voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering 3

25, 28, 29 & 31

58

63, 64, 65 & 89

€ 2.500

39

51, 53, 54, 55, 56 & 59

86

€ 2.500

35, 3

57

68, 69, 70, 71 & 72

€ 4.000

Opgave 10. Bevorderen van duurzame gebiedsontwikkeling

8

35, 37, 38, 39 & 40

67

€ 3.500

Totaal:

€ 4.500

€ 9.000

€ 4.500

€ 2.000

€ 2.000

€ 4.000

€ 5.000

€ 31.000

Programma Duurzaam

| pag 77

Middelen voor de activiteiten die behoren bij de opgaven 4, 5 en 6 komen vooral uit de luchtgelden, ISVIII en de reguliere begrotingen (o.a. voor groen). De algemene middelen milieu, de budgetten voor bodem en de middelen voor externe veiligheid worden verantwoord via het deelprogramma Milieu. De luchtgelden worden via het deelprogramma RAP/RAL besteed en verantwoord. Bijdragen derden aan samenwerkingsprogramma’s RCI en luchtkwaliteit Daarnaast zijn er bijdragen van derden aan activiteiten die in RCI verband worden uitgevoerd. Hierbij gaat het om: • Bijdrage van bedrijven die deelnemen aan het Deltalinqs Energy Forum aan de uitvoering van activiteiten binnen het onderdeel energie- en productefficiëntie van € 200.000. • Bijdrage van externe partijen (GCCSI, European Science Foundation en Rotterdamse bedrijven) aan de uitvoering van CCS-activiteiten van € 2.155.000. • • Bijdrage Havenbedrijf (out of pocket en in uren) van € 1.730.000. Bijdrage Havenbedrijf aan uitvoering eigen luchtkwaliteitsprogramma (o.a. walstroom, groen vlootplan, stimuleringsregeling binnenvaart en uitrol NOx-management) van € 4.440.000. • • Bijdrage stadsregio Rotterdam aan fietsinfrastructuur, SlimBereikbaar en luchtkwaliteit. Bijdrage waterschappen aan vergroten capaciteit voor waterberging en groene daken en groene gevels.

ting, luchtkwaliteit en duurzame investeringen) de actuele situatie en zetten we deze af tegen de targets voor die thema’s. Programmamonitoring Ook brengen we via de bestuursrapportages de voortgang van het programma in beeld. Het gaat hierbij om de rapportage over de voortgang van de collegetargets en de rapportage over de voortgang op de in het programma benoemde activiteiten en eventuele voorstellen voor koerswijzigingen, vertaald in het aanpassen van activiteiten, het schrappen van activiteiten en het introduceren van nieuwe activiteiten. Een opsomming van deze activiteiten is opgenomen in Bijlage 1. Prognoses Om in beeld te krijgen of de benoemde activiteiten nog voldoende zijn om de targets te halen worden prognoses gemaakt van de verwachte autonome ontwikkelingen en het effect daarvan op de belangrijkste thema’s. Dat maakt duidelijk of extra inspanningen nodig zijn om toekomstige normen (bijv. voor NOX) en doelstellingen te halen. Voor CO2 stellen we elke vier jaar zo’n prognose op. De eerstvolgende prognose wordt in 2015 opgesteld. Geluidsmeting De geluidsituatie actualiseren we om de vijf jaar. De huidige aanpak geluidhinder is in 2009 opgesteld aan de hand van de prognoses voor 2020. Op basis van de in 2012 nieuw op te stellen geluidbelastingkaart zullen we onderzoeken of aanpassing van onze aanpak geluidhinder nodig is. Meting luchtkwaliteit Jaarlijks wordt via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit de actuele luchtkwaliteit bepaald en op basis van de verwachte ontwikkelingen (tot aan 2020) getoetst aan de wettelijke normen voor stikstofdioxide en fijnstof. Op basis van deze gegevens bepalen we of we nog op koers liggen om in 2015 tot een situatie te komen zonder knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit.

5.4 Meten en evalueren van de voortgang
Het programma werkt alleen als het leidt tot tastbare en concrete resultaten én als de bedoelde effecten ook daadwerkelijk optreden. De vragen of het programma op koers ligt om de targets en doelstellingen te halen en of er voldoende zicht is op verwachte ontwikkelingen moet tijdens de uitvoering van het programma beantwoord worden. Dit doen we als volgt: Effectmonitoring Om de effecten van het programma Duurzaam te monitoren stellen we jaarlijks een effectrapportage op. Daarin tonen we aan de hand van indicatoren voor de belangrijkste thema’s (groen, CO2-reductie, adaptatie, geluidbelasProgramma Duurzaam

| pag 78

Foto Beelden van Enith

Programma Duurzaam

| pag 79

Programma Duurzaam

| pag 80

Bijlage 1
Inwoners van Rotterdam
Activiteit 1 2

Overzicht van activiteiten en resultaten
Resultaat 500 energiebesparingcompetities Afspraak met minimaal 1 consortium voor benaderen minimaal 10% van de particuliere Rotterdamse woningen leidend tot 30% tot 50% CO2-reductie per woning. 160.000 m2 aan groene daken en gevels Pilots met publiek-private samenwerking op het gebied van groen 20.000 huishoudens benaderd Aanbesteding voor gezamenlijke inkoop van (groene) elektriciteit en gas voor minima Minimaal 2 "meet and greensessies" en een fonds voor burgerinitiatieven Afspraakkader over realiseren klimaatneutraal en klimaatbestendig Heijplaat en maatregelen in uitvoering Een omvangrijke praktijkproef met smart grids en een praktijkproef met zelflevering van zonne-energie op Heijplaat 2014 2012

Energiebesparingscompetities stimuleren tussen straten en buurten Bevorderen dat consortia huiseigenaren een aanbod doen voor het energiezuiniger maken van woningen Stimuleren van groene daken en gevels Het betrekken van burgers en bedrijven bij het groener maken van de stad. Hierin wordt minimaal één lokaal ondernemersfonds betrokken Vervolg in 2010 gestart traject gericht op geven energieadvies aan huishoudens met lage inkomens Huishoudens met lage inkomens een inkoopvoordeel bieden en helpen bij energiebesparing Ondersteunen kansrijke initiatieven van Rotterdammers Samen met bewoners van Heijplaat aan de slag om een strategie uit te werken om Heijplaat klimaatneutraal en klimaatbestendig te maken Uitvoeren van een project met toepassen van smart grids bij huishoudens en een project waarin huishoudens de mogelijkheid krijgen om te investeren in een collectief zonneenergie systeem (zelflevering) Het creëren van nieuwe stallingsplaatsen voor fietsen in de binnenstad Aanleg van lange afstandfietsroute Aanleg van nieuwe fietspaden Stimuleren van aanschaf en gebruik van elektrische fietsen en elektrische scooters Programma Rotterdam Elektrisch Scooterparadijs, waaronder sloopregeling voor benzinescooters

3 4

2014 2014

5 6 7 8

2012 2011 2014 2012

9

2014

10 11 12 13

1.000 nieuwe stallingsplaatsen Lange afstandfietsroute naar Den Haag en Dordrecht fietspaden toegevoegd aan de hoofdroutes van het fietsroutenetwerk in de stad Een dekkend netwerk van laadinfrastructuur voor elektrische fietsen en scooters en minder geluidhinder van (benzine-)scooters Vervanging van minimaal 4.000 benzine scooters door elektrische scooters

2014 2014 2014 2014

14

2014

Haven, Industrie en grote bedrijven
Activiteit 15 Afspraken maken met bedrijven over verhogen energie- en productefficiency Bevorderen dat de businesscase voor de "stoompijp Botlek" wordt uitgewerkt Resultaat Afspraken met RCI-partners en bedrijven over verhogen energie- en productefficiency bij bedrijven met gemiddeld 2% op jaarbasis Een businesscase voor de uitwisseling van stoom en warmte in de Botlek 2011

16

2012

Programma Duurzaam

| pag 81

17 18 19 20

Bevorderen van smart grid toepassingen op de Maasvlakte Voorbeeldproject uitwisseling warmte haven en stad Onderzoek naar mogelijkheden van uitwisseling van gronden reststoffen. Uitvoering van het biomassa-programma op basis van position paper "Biomassa in de Rotterdamse Haven" Bevorderen van de realisatie van een infrastructuur voor afvang, transport, opslag en hergebruik van CO2 Uitvoering windconvenant Rotterdamse Haven Onderzoek naar toepassen van windenergie en zonne-energie op respectievelijk bedrijfsterreinen en bedrijfsdaken Onderzoek naar de mogelijkheden om verdere intensivering van bedrijvigheid samen te laten gaan met het verminderen van de benodigde geluidruimte

Toepassing van smart grids door de bedrijven in het distripark Maasvlakte Levering van warmte uit de haven aan de stad Onderzoeksrapportage Afspraken met RCI-partners en bedrijven over stimuleren biomassa-toepassingen, leidend tot 0,6 Mton CO2-reductie in 2015 Afspraken met RCI-partners en bedrijven over CO2-afvang, transport en opslag leidend tot 2,5 Mton CO2-reductie in 2015 Besluitvorming over locaties leidend tot minimaal 150 MW extra windenergie in 2020 Onderzoeksrapportage en uitvoeringsprogramma Onderzoeksrapportage en afspraken met bedrijfsleven

2012 2013 2013 2014

21

2014

22 23 24

2014 2012 2014

Ondernemers, verenigingen en instellingen
Activiteit 25 26 Communicatie van bedrijven en organisaties ondersteunen die koplopers zijn op het gebied van duurzaam ondernemen Bedrijven via een branchegerichte aanpak stimuleren tot het investeren in energiebesparende maatregelen Voorstel uitgewerkt om stichtingen en verenigingen (bijvoorbeeld sportverenigingen) te ondersteunen (bijvoorbeeld via een garantiefonds) die (te) weinig mogelijkheden hebben om investeringen in energiebesparing gefinancierd te krijgen Set van economische instrumenten uitwerken om duurzame bedrijven te stimuleren en te acquireren (Inter)nationale profilering van de Rotterdamse aanpak op het gebied van klimaatadaptatie (Inter)nationale profilering van de Rotterdamse aanpak op het gebied van duurzaamheid waaronder European Green Capital Award, netwerk Connecting Delta Cities Facilitering Nederlands Watercentrum Resultaat Een zichtbaar Rotterdams netwerk van koplopers op het gebied van duurzaam ondernemen 2014

Bij 900 van de 1200 benaderde bedrijven zijn de energiebe- 2014 sparende maatregelen genomen met een terugverdientijd van 5 jaar Besluitvorming over ondersteuning van stichtingen en verenigingen bij het gefinancierd krijgen van energiebesparende maatregelen. En ondersteuning van Stichting Diergaarde Blijdorp bij uitvoering energieplan Randvoorwaarden (o.a. op duurzaamheid gerichte acquisitie van bedrijven, (innovatie)fondsen, garantieregelingen) voor economische stimulering duurzame bedrijven Evenement voor professionals waarin de Rotterdamse aanpak en resultaten op het gebied van klimaatadaptatie centraal staan 2012

27

28

2013

29

2012

30

Internationale bekendheid van Rotterdam op het gebied van 2011-2014 duurzaamheid en water, leidend tot nieuwe opdrachten en nieuwe omzet voor (Rotterdamse) bedrijven Afspraken met watersector en bedrijven over vorm, inhoud en financiering Nederlands Watercentrum in Stadshavens Rotterdam 2014

31

Corporaties, beleggers en ontwikkelaars
Activiteit 32 Resultaat 2011

Delen van de ervaring met afsluiten energieprestatiecontrac- Uitwisselingsbijeenkomsten voor professionals ten (Rotterdamse Groene Gebouwen) met de private sector en corporaties Uitvoering geven aan de afspraken met corporaties over 10% CO2-uitstoot in 2014 Bevorderen dat informatie wordt verstrekt over energieverbruik en uitvoeren onderzoek naar smart grids Jaarlijkse voortgangsrapportage over inzet betrokken corporaties en geboekte voortgang Toegankelijk overzicht verbruikgegevens elektriciteit, gas en warmte en een onderzoekrapportage smart grids

33 34

jaarlijks 2013

Programma Duurzaam

| pag 82

35

Uitvoering geven aan de afspraken met ontwikkelaars, beleggers, bouwers en beheerders over duurzaamheid in nieuwbouw, bestaande bouw en gebiedsontwikkeling

Jaarlijkse voortgangsrapportage over inzet betrokken organisaties en gerealiseerde projecten

jaarlijks

36

Aansluiten van nieuw te bouwen en bestaande gebouwen op Toename van het aantal gebouwen aangesloten op warmte. 2014 restwarmte i.p.v. aardgas Alle geplande nieuwbouw wordt aangesloten en 4.000 bestaande woningen Masterplan voor de ondergrond Opstellen van een visiedocument op het leveren van koude aan gebouwen Masterplan voor de ondergrond van de Binnenstad Visiedocument koudelevering 2012 2012 2012 2012

37 38 39 40

Uitvoeren van een haalbaarheidsstudie naar een koudenet in Haalbaarheidsstudie en besluitvorming over vervolgtraject de binnenstad Onderzoek naar verdere vergroening van het warmtenet op basis van geothermie, restwarmte en biomassa Onderzoekrapportage

Automobilisten, transporteurs, (openbaar) vervoerbedrijven en logistieke dienstverleners
Activiteit 41 Resultaat 2014

Ontwikkeling en uitrol van een set instrumenten (SlimOntwikkeling en uitrol aanpak om alternatieven te bieden voor solistisch (vracht)autogebruik, met een focus op mobilit- Bereikbaar, bevorderen aanbod en gebruik deelauto's, Binnenstadservice, Europees project Ecostars en vervoer eitsmanagement van en naar de binnenstad over water) ten behoeve van mobiliteitsmanagement van en naar de binnenstad Realiseren van een systeem voor dynamisch verkeersmanagement. Voorbereiding van een experiment met gedifferentieerd parkeren Uitvoeren van innovatieve projecten op het gebied van elektrisch vervoer (Rotterdam Elektrisch) Realiseren van oplaadinfrastructuur voor elektrische voertuigen Verbeteren doorstroming verkeer en vermindering van onnodige autokilometers Collegebesluit over uitvoeren van een experiment met gedifferentieerd parkeren Een portfolio van innovatieve projecten op het gebied van elektrisch vervoer. Waaronder elektrische bussen, taxi’s, deelautos, bezorgscooter en Elektrisch Vervoer Centrum 1.000 oplaadpunten voor in Rotterdam geregistreerde elektrische voertuigen

42 43 44

2012 2014 2014

45 46

2014 2014

Opstellen van een programma van eisen voor laadinfrastruc- Nieuwe parkeergarages worden zo ontworpen dat ze tuur in nieuwe parkeergarages voorbereid zijn op de komst van elektrische voertuigen ("EV-Ready") Uitvoeren van een onderzoek naar mogelijkheden om het transport van grond en andere materialen te optimaliseren Uitvoeren van een praktijkproef met de inzet van biodiesel op basis van restvetten Uitvoeren van een praktijkproef met de inzet van vloeibaar aardgas bij binnenvaartschepen Onderzoek naar toepassing van waterstof voor distributie in de stad door middelgrote vrachtwagens en voor vervoer op haventerminals Onderzoeksrapportage naar optimalisatie grondstromen Uitsluitsel over geschiktheid van grootschalige toepassing van biodiesel op basis van restvetten Een praktijkproef met de toepassing van vloeibaar aardgas bij vier binnenvaartschepen Onderzoeksrapportage en besluitvorming over ondersteuning Rotterdams waterstofnetwerk

47 48 49 50

2012 2012 2012 2013

Scholen, beroepsopleidingen en kennisinstellingen
Activiteit 51 52 Toetsen van het programma Natuur- en Milieueducatie aan recente ontwikkelingen en inzichten Uitvoeren acties gericht op het verbeteren van het binnenklimaat en het energiezuinig maken van scholen Resultaat Nieuw beleidskader Natuur- en Milieueducatie (samen met deelgemeenten) Binnenmilieuadvies aan alle scholen met natuurlijke ventilatie. Nieuwbouw en renovaties voldoen aan ambitieprofiel “frisse scholen”. Afspraken met de schoolbesturen over verbeteren binnenmilieu door beter onderhoud en beheer van installaties in schoolgebouwen. Overeenkomst met scholen en bedrijven over continueren en uitbreiden van het project Scholen voor Duurzaamheid 2011 2014

53

Betrekken van scholieren van voortgezet onderwijs en MBO bij actuele duurzaamheidsvraagstukken van bedrijven

2011

Programma Duurzaam

| pag 83

54 55 56 57

Ontwikkelen van een doorlopende leerlijn voor klimaat en energie Opstellen van een (gemeentelijke) strategische kennisagenda duurzaamheid Bevorderen dat de kennisinstellingen duurzaamheid integreren in onderwijs en onderzoek Deelname aan onderzoeksprogramma Kennis voor Klimaat

Een doorlopende leerlijn voor klimaat en energie Een strategische kennisagenda duurzaamheid Overeenkomsten met kennisinstellingen Regiospecifiek, klimaatgerelateerde onderzoeksrapportages over kennis en diensten die nodig zijn om de Regio Rotterdam klimaatbestendig te maken en houden Een opleidingscentrum waarin samenwerking bedrijfsleven en beroepsopleiding vorm krijgt Afspraken met kennisinstellingen over inzet van studenten voor uitvoering strategische kennisagenda duurzaamheid

2012 2012 2014 2012

58 59

Stimuleren samenwerking bedrijfsleven en beroepsopleidingen op het gebied van duurzaamheid Studenten betrekken bij de uitvoering van strategische kennisagenda duurzaamheid

2011 2012

Gemeentelijke organisatie en deelgemeenten
Activiteit 60 61 62 63 64 65 66 Uitvoering programma Rotterdamse Groene Gebouwen Uitvoering programma Rotterdamse Groene Gebouwen Koppeling aanbesteding elektriciteit en gas aan energiereductie Marktpartijen aanspreken op verantwoordelijkheden m.b.t. internationale arbeidsnormen Uitbreiding van het aantal aanbestedingen waar duurzaamheidsaspecten in opgenomen worden Onderzoek naar de mogelijkheden om mate van duurzaamheid beter vast te kunnen stellen bij aanbestedingen Schoon maken van het gemeentelijk wagenpark door verdere introductie van elektrische en hybride voertuigen en standaard toepassen van De Nieuwe Band Integreren duurzame gebiedsontwikkeling (inclusief kader leefomgevingskwaliteit) in ruimtelijke projecten Opstellen en in de uitvoering borgen van een Rotterdamse Adaptatie Strategie Resultaat Uitvoering contract voor 9 zwembaden go/no-go voor een tweede aanbesteding aanbesteding energiecontract aangrijpen om te sturen op jaarlijkse vermindering van het energieverbruik Opname van internationale sociale criteria bij aanbestedingen Opname van duurzaamheid in inkooptrajecten onder de Europese aanbestedingsgrens Onderzoeksrapportage en implementatie Minimaal 25% van het eigen voertuigpark is elektrisch of hybride. 100% van de voertuigen zijn voorzien van stille, zuinige en veilige banden Duurzaamheidsparagraaf bij alle ruimtelijke plannen, leidend tot een verbetering van de leefomgevingskwaliteit In uitvoering gebrachte Rotterdamse Adaptatie Strategie, leidend in de praktijk tot meer waterbergende capaciteit, voorbeelden van adaptief bouwen en een proefproject voor innovatieve waterkeringen 4 waterpleinen Drijvende woningen in de Nassauhaven Adaptieve woningen op Heijplaat Beleidskader buitendijks bouwen 2011 2011 2013 2014 2013 2014 2014

67 68

2011-2014 2014

69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80

Waterpleinen realiseren Adaptief bouwen stimuleren Adaptief bouwen stimuleren Adaptief bouwen stimuleren

2014 2014 2013 2013 2012 2012 2014 2014 2014 2014 2014 2013

Onderzoek naar de mogelijkheden voor windenergie in Hoek Besluitvorming over windenergie in Hoek van Holland en van Holland en Rozenburg Rozenburg Afronding lopend onderzoek naar het concept Duurzame weg in Pernis Uitvoering actieprogramma Milieu Overschie Aanleggen van stille wegdekken op momenten van vervanging van gemeentelijke wegen Gevelsanering van woningen in geluidbelaste gebieden Gevelsanering van woningen in Rozenburg Lobby richting Rijk voor geluidschermen A16 en A20 Opstellen van een nieuw actieplan geluid Onderzoeksrapportage en afspraken over eventueel vervolgtraject Een betere score op milieukwaliteit binnen Overschie en een beter imago voor de deelgemeente wat betreft milieu 30 kilometer stil wegdek Sanering van 300 woningen aan drukke wegen Sanering van 500 woningen in Rozenburg (door Prorail) Besluitvorming over geluidschermen A16 en A20 Actieplan geluid

Programma Duurzaam

| pag 84

81 82 83 84 85 86 87 88 89

Opstellen lange termijn aanpak luchtkwaliteit en verkeer Voortzetting milieuzone kernwinkelgebied en besluitvorming over uitbreiding naar categorie Bomen planten Stenige plekken in de stad groener maken Schoolpleinen en speelplekken in de stad groener maken Vergroten markt voor afzet van streekproducten Faciliteren van initiatieven op het gebied van stadslandbouw Nascheiding van Rotterdams huisvuil en formuleren aanpak hergebruik Verhogen energie-efficiëntie openbare verlichting

Lange termijn aanpak luchtkwaliteit en verkeer Besluit over uitbreiding milieuzone met lichte bedrijfsauto's 4.000 bomen 10 stenige plekken zijn groener gemaakt 12 groene schoolpleinen en afspraken over vervolg

2012 2012 2012 2014 2012

Opname streekproducten in aanbod gemeentelijke kantines 2014 Concrete projecten op het gebied van stadslandbouw Aanbesteding nascheiding restafval en aanpak hergebruik in uitvoering Hogere energie-efficiëntie van de openbare verlichting, leidend tot afname van 15% in 2014 t.o.v. 2010 2014 2013 2014

Programma Duurzaam

| pag 85

Programma Duurzaam

| pag 86

Bijlage 2

Rotterdam 2042: Verbonden HavenStad
1

1

Het transitiebeeld 2042

doorkruisen de metropoolregio Rotterdam Den-Haag en leveren economische, ecologische en sociale waarde op. Regionale duurzame voedselketens zorgen voor arbeidsplaatsen, herstellen de relatie tussen mensen en voeding en dragen bij aan de gezondheid. Het water wordt binnen de stad vastgehouden en gefilterd en vervoert tevens de grondstof- en afvalstromen weer terug naar de haven. Rotterdam is hiermee een van de meest duurzame havensteden ter wereld. Sinds 2010 zijn de transitie van zowel haven als stad een versnelling ingegaan met het stedelijke duurzaamheidsprogramma, de Stadshavenvisie 2 en de nieuwe havenvisie Port Compass 2030 3 . Deze programma’s markeerden een omslag in denken en werken aan stedelijke, economische en sociale duurzaamheid. De gemeente Rotterdam legde met deze stukken de basis voor een nieuwe rol van de overheid, die vooral gericht was op het faciliteren van initiatieven uit de markt en het opschalen van de ontwikkelingen door nieuwe coalities tussen gemeente, marktpartijen en

Rotterdam in 2042 is een bruisende metropool, waarin duurzame verbindingen als blauw-groene draden door haven en stad lopen. Het is een echte havenstad (in plaats van een stad met een haven) waarin haven en stad vanuit een symbiotische relatie elkaar voeden en laten bloeien. Haven en stad zijn verbonden door stromen: zowel fysieke als virtuele stromen. Fysieke stromen als energie, materialen, goederen, water en mensen en virtuele stromen als kennis, informatie en geld worden continu uitgewisseld. De restproducten van de één vormen de voeding voor de ander. Industriële restwarmte voedt de woningen in de stad, biomassa uit het Westland en vlas en hennep uit de Hoekse Waard worden grootschalig gebruikt als basisgrondstof voor industriële productie in de haven en voor isolatie van gebouwen in de stad. Kennis en werknemers ontwikkelen de haven, stad en de stadshavens. Grondstof- en goederenstromen
1 Deze visie is gebaseerd op allerlei wetenschappelijke inzichten, ideeën van koplopers uit de duurzaamheidswereld, innovatieve plannen en projecten in haven en stad en een flinke dosis eigen creativiteit. Het is met nadruk een maatschappelijke visie, een mogelijke richting, waarvan wij de bouwstenen overal om ons heen zien. Dat deze niet geheel uit de lucht gegrepen is proberen we te illustreren met verwijzingen naar lopende initiatieven in de stad en aan het einde geven we een aantal verwijzingen naar (wetenschappelijke) bronnen die ons inspireerden.

2 1600 ha, Creating on the edge, projectbureau Stadshavens Rotterdam, mei 2008 3 Port Compass 2030, havenbedrijf Rotterdam NV, zomer 2011

Programma Duurzaam

| pag 87

inwoners. Nadat Rotterdam in 2014 de European Green Capital Award won, bleef de havenstad het internationale voorbeeld van een industrieel-stedelijke Delta die zichzelf telkens opnieuw wist uit te vinden op het gebied van duurzaamheid. De grootschalige ruimtelijke transformatie die de volgende decennia op deze manier werd gerealiseerd, werd gedreven door een aantal breed gedragen richtinggevende principes: schone energie en het sluiten van kringlopen van energie, water, afval en materialen; groene economische groei; hoge kwaliteit van bewust leven, wonen en verplaatsen. Met de geslaagde transities in haven en stad heeft Rotterdam de 80% CO2 reductiedoelen van de EU al in 2042 bereikt, en dat terwijl de opgave hier met de aanwezige industrie extra groot was. De belangrijkste drijvende kracht achter de versnelde ontwikkeling van de havenstad was de bundeling van de energie van bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden in het gezamenlijk en versneld duurzaam ontwikkelen van stad en haven. Zo was er veel ruimte voor bottom-up initiatieven zoals informeel zelfbeheer, ontwikkeling van duurzame infrastructuren op lokaal niveau en diverse vormen van participatieve bouw4 . Om het mede-eigenaarschap onder bewoners en bedrijven te stimuleren zijn er nieuwe financiële, sociale en beleidsmatige structuren ontwikkeld. Rotterdam benutte hierin haar rol als experimenteerruimte en verbinder: niet alleen bood het plek aan bedrijven, overheden en andere steden om nieuwe oplossingen te ontwikkelen, maar tegelijk exporteerde Rotterdam de ontwikkelde kennis en ervaringen. In Rotterdam was deze gezamenlijke stadsontwikkeling mogelijk omdat organisaties als de Erasmus Universiteit, het Boijmans en de Kunsthal, Eneco, Greenchoice, Van Gansewinkel, Unilever en OVG al langere tijd intensief aan de stedelijke ontwikkeling bijdroegen en gaandeweg ook hun internationale netwerken in stelling brachten. Met nieuwe business modellen die de maatschappelijke meerwaarde van sociaal-ecologsche initiatieven in Euro’s vertaalde, leverde de inzet van bewoners en bedrijven op dit gebied nu ook werkelijk inkomsten. Dit stimuleerde de langdurige betrokkenheid en het gevoel van verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van stad en haven alleen maar meer.

Nieuwe ondersteunende duurzame diensten hebben gezorgd voor diverse vormen van werkgelegenheid voor zowel hoog-, midden- als laagopgeleide Rotterdammers. Met de constante innovatie op het gebied van natuur, klimaat en techniek zijn onderwijs-, en onderzoeksprogramma’s in de regio Rotterdam-Den Haag wereldwijd toonaangevend. De integrale samenwerking tussen beleid, praktijk en wetenschap heeft tot werkelijk duurzame ontwikkeling en groei van alle sectoren geleid. De ROC’s, hogescholen en universiteiten hebben samen met het bedrijfsleven en corporaties, groene beleggingsfondsen en lokale MKB’ers na het deelprogramma Hotspot regio 5 het eerste Europese Maatschappelijke Vennootschap opgericht. Hiermee ontstond een massief onderwijscluster, dat een springplank bood voor duizenden jongeren uit de regio, die scholingstrajecten en huisvesting op maat konden combineren met werk in de opkomende economische clusters in haven en stad. De hogescholen en het Zadkine-college namen al in 2011 het voortouw door onderwijsclusters op te richten voor de duurzame arbeidsmarkt met de oprichting van kenniscentra op het gebied van wijkontwikkeling, mobiliteit en warmte/koude opslag. De hoogwaardige maak-, en kennisindustrie omtrent duurzame innovatie creëerde veel (groene) arbeidsplaatsen op verschillende niveaus: dakdekkers, slopers, installateurs, materiaalbewerkers, energieadviseurs, maar ook nieuwe ambachten zoals daktuinmannen, groenbeheerders, stadsboeren, groen energetici en mobiliteitsmakelaars. Bovendien begon Rotterdam de kennis en ervaring die werd opgedaan met de overschakeling naar grootschalige inzet van zon-, wind- en bio-energie te exporteren op het moment dat de meeste systemen gerealiseerd waren. Met de vele onderwijsmogelijkheden gelieerd aan de praktijk werden de schooluitval en werkloosheid onder jongeren in Rotterdam teruggebracht tot vrijwel nul. In de regio werken jongerengemeenschappen interactief en in samenwerking met gelijkgestemde groepen over de hele wereld aan complexe vraagstukken voor Delta-gebieden 6 op het gebied van klimaat, energie, zorg, water en vervoer. Tal van intensieve experimenten werden opgezet in de oude stadswijken op Zuid en bij de ontwikkeling van de Stadshavens. Dit vormde een belangrijke factor in de verduurzaming en verdichting van de binnenstad, de

5 http://knowledgeforclimate.climateresearchnetherlands.nl/rotterdam 4 DGO 12:21 Provincie Zuid Holland, Global Archs, www.sev.nl 6 www.cleantechdelta.nl, http://www.clintonfoundation.org/whatwe-do/clinton-climate-initiative/

Programma Duurzaam

| pag 88

INVOER BRONNEN
goederen voedsel water energie materialen pendelaars migranten

STEDELIJKE STROMINGEN LINEAIR
STEDELIJKE SYSTEMEN & PROCESSEN

UITVOER BRONNEN
niet organisch afval organisch afval rioolwater emisie afvalstoffen pendelaars migranten

INVOER BRONNEN
goederen

STEDELIJKE STROMINGEN KRINGLOOP
STEDELIJKE SYSTEMEN & PROCESSEN

UITVOER BRONNEN
niet organisch afval

voedsel water energie materialen pendelaars migranten

organisch afval rioolwater emisie afvalstoffen pendelaars migranten

grondstoffen warmte grijs water biomassa hergebruikt materialen

figuur 1: Circulair metabolism- REAP+

DOORVOER RE/UP CYCLE

INVOER BRONNEN

HEDENDAAGSE STEDEN
STEDELIJKE SYSTEMEN & PROCESSEN

UITVOER BRONNEN LEEFBAARDHEID

AFVAL & EMISSIES

VERMINDERD GEBRUIK BRONNEN VERBETERDE STEDELIJKE SYSTEMEN & PROCESSEN

TOEKOMSTIGE STEDEN

UITVOER BRONNEN GROTERE LEEFBAARDHEID

figuur 2: Verhoogde leefbaarheid door optimalisatie van stedelijke processen (gebaseerd op schema
VERMINDERDE AFVAL & EMISSIES

Newman)

Programma Duurzaam

| pag 89

grootschalige renovatieprogramma’s die Rotterdam-Zuid energieneutraal hebben gemaakt en de ontwikkeling van de drijvende stad in het Stadshavensgebied.

vervoersbewegingen in het OV sterk toegenomen en het autoverkeer afgenomen. Leven, wonen en werken in Rotterdam in 2042 staat

Het herorganiseren van het gebruik aan hulpbronnen, het upcyclen van afval en het sluiten van kringlopen voor grondstoffen, materialen en energie heeft geleid tot fors minder vervuiling, transport en energiegebruik. Deze winst leidt direct en indirect tot een hogere leefbaarheid en omgevingskwaliteit. Er zijn vrijwel geen schadelijke emissies meer, de stad is 100% klimaatbestendig, de luchtkwaliteit is goed en de geluidsoverlast is door de technische ontwikkelingen in het vervoer minimaal. De inwoners kunnen zonder consequenties voor hun gezondheid bij de snelweg wonen en zelfs daar horen ze voornamelijk vogels wanneer ze lekker in de tuin zitten. Veel mensen willen nu juist weer in de stad wonen door de duurzame leefomgeving waar een veelheid aan voorzieningen op loopafstand zijn. Minimale afstanden tussen wonen en werken, voorzieningen en recreëren zijn nu het belangrijkste uitgangspunt bij de stedelijke ontwikkeling. Rondom de knooppunten van weg, water en OV zijn dichte clusters van wonen werken en specifieke voorzieningen ontstaan. Juist de dichtheid en de diversiteit aan programma zorgt voor voldoende contacten, persoonlijke mogelijkheden voor ontplooiing en een binding met de buurt. Fietspaden en wandelroutes zijn dan ook de dominante infrastructuren in de stad. Doordat het OV-netwerk is uitgebreid met onder andere een de snelle Randstadmetro en een metroverbinding op Zuid , zijn de
7

gelijk aan ‘het goede leven’: in balans met de omgeving, sociaal ingesteld, met respect voor diversiteit, in goede gezondheid en zich ontplooiend. Rotterdammers hebben tegenwoordig een bovengemiddeld hoge levensverwachting door de combinatie van een goed leefklimaat, veel vormen van onderwijs, gezonde voeding, veel beweging en sterke sociale netwerken.

De transitie naar een duurzame stad: het goede leven
De ecologie is in de Rotterdamse stad gekropen de afgelopen decennia. Daken zijn vergroend, vele gebouwen zijn voorzien van kameleongevels die energie opwekken en de lucht zuiveren, en stadslandbouw is een wezenlijk onderdeel van het stadsbeeld. Het groen is verweven met een blauwe structuur: blauwe daken (daken met pv-panelen), blauwe pleinen (waterpleinen), drijvende wijken en volop ontwikkeling langs de boorden van de Maas en havens. Door de duurzame verdichting van de binnenstad is hier levendigheid, leefbaarheid en een echt stedelijk hart ontstaan. Het inwoneraantal is verdubbeld terwijl de milieudruk is gehalveerd. De binnenstad is een kwaliteitsplek geworden waar bewoners, bedrijven en bezoekers verblijven, ontmoeten en vermaakt worden 8 . In het openbare gebied zijn door gemeenschappelijke
8 Binnenstadsplan 2008-2020 , dS+V, apr 2008

7 Halte Zuid, onze lijn, Gemeente Rotterdam, okt 2009

Programma Duurzaam

| pag 90

initiatieven van stedelingen vormen van stadslandbouw, mooie openbare ruimte of duurzame energievoorzieningen ontwikkeld. Zij werden bijvoorbeeld geïnspireerd door de initiatieven van Creatief Beheer9 of de bewoners van de Schoonderloostraat in Delfshaven . Ze hebben
10

voedsel. Een van de eerste aanzetten voor deze nieuwe ecologie was de inzet op het nascheiden van afval. Toen dit functioneerde werden terugwerkend hele productketens fundamenteel verduurzaamd zodat afvalstromen nog slechts hoogwaardige en herbruikbare materialen bevatten. Zo ontstonden kwalitatief hoogwaardige stromen van stoffen en energie die op allerlei manieren bijdragen aan de economie. Dit gebeurt afwisselend op straat-, buurt-, wijk- en stadsniveau, via een cascade van schaalniveaus en kringlopen11. Door de kleinschalige herontwikkeling van lokale duurzame gebieden is een stedelijk weefsel ontstaan dat bestaat uit een diversiteit aan goede woonmilieus met passende voorzieningen en openbare ruimte. Ieder kan zijn droomplek in de stad realiseren, omdat er vele mogelijkheden zijn voor collectief en particulier opdrachtgeverschap. Door de omgevingskwaliteit en de directe relatie met de natuur maken Rotterdammers productief en recreatief gebruik van de openbare ruimte en voelen zich verbonden met hun buurt of wijk12 . De wijze waarop Rotterdam de fysieke en sociaal-economische opgave wist te verbinden en in te zetten voor de omslag

hun eigen openbaar gebied heroverd, waardoor hun huizen in waarde stegen, een diversiteit aan openbare ruimtes gezamenlijk ontworpen en onderhouden werd en de sociale onveiligheid af nam. Eindelijk is ook de Maas een bindende factor geworden tussen Rotterdam-Zuid en Noord, Oost en West. De brede rivier geeft de stad een indrukwekkende en eigen ruimtelijke kwaliteit, maar voorziet ook in nieuwe mogelijkheden voor recreatie, wonen, transport en mobiliteit. In achterstandswijken zijn ecosystemen en decentrale duurzame energiesystemen een verbindende schakel voor sociale en fysieke verandering geworden. Initiatieven en beleid gericht op stedelijke ontwikkeling zijn gebaseerd op de werking van de natuur; het (zoveel mogelijk) sluiten van kringlopen op verschillende schaalniveaus van energie, grondstoffen, bouwmaterialen, afval, water en
9 http://www.creatiefbeheer.nl/ 10 De schat van Schoonderloo, http://www.schatvanschoonderloo. nl/dedroom.htm

11 Agropolis een symbiose tussen stad en land, innovatienetwerk mei 2005 12 Stadsvisie Rotterdam 2030, dS+V, nov 2007

Programma Duurzaam

| pag 91

naar een duurzame stad is internationaal trendsettend.13 Het vervoer is volledig overgeschakeld op biobrandstoffen, hybride of elektrisch en een variëteit aan schone en stille vervoersmiddelen is voorhanden: van flexifuel auto’s tot elektrische scooters, van hybride tuk-tuks en taxi’s tot segways en van gemeenschappelijke fietsen tot elektrische watertaxi’s. Mobiliteitsmakelaars en slimme ICT oplossingen brengen bewoners effectief en schoon van deur tot deur, waardoor privé-bezit van auto’s nagenoeg verdwenen is. Slimme koppelingen met de gebouwen en slimme energienetten maken mogelijk dat de voertuigen binnen een gebied gebruikt kunnen worden als buffer bij piekmomenten in de lokale elektriciteitsnetten. Een fors deel van het vervoer vindt plaats over het water, tal van aanlegplaatsen zorgen voor snelle en effectieve verbindingen. De bestaande infrastructuur is daarmee voor een groot deel ontlast en veranderd in groene corridors. Meervoudige maaivelden met daaronder parkeervoorzieningen en bijpassende woningtypologieën creëren vele autoluwe gebieden waar kinderen veilig buiten kunnen spelen. Zelfs de fameuze Coolsingel is een groene wandelpromenade geworden waar toeristen van over de hele wereld als ook Rotterdammers zelf dagelijks flaneren.

De directere samenhang tussen de inrichting van de woonomgeving en de burger heeft veel nieuwe vormen van ondernemerschap opgeleverd. Hierdoor ontstaan lokaal diverse nieuwe economische markten, lokale zorgvoorzieningen en sterke sociale cohesie en zelforganisatie op lokaal niveau14 . De bewoners worden door de nieuwe participatiemogelijkheden maximaal gestimuleerd om zichzelf te ontplooien en te ontwikkelen; zelfredzaamheid wordt op alle mogelijke manieren gesteund.

De transitie naar een duurzame haven: The green portal to Europe
De omslag die de haven heeft doorgemaakt is zo mogelijk nog indrukwekkender. Door de positie als een van de meest veilige en duurzame in de wereld, heeft de haven zijn oorspronkelijke glans als mondiale tophaven teruggewonnen. Dit kwam, naast de expertise op klimaatadaptatie en watermanagement vooral door de transitie van de havenactiviteiten naar een functionerende industriële ecologie. Deze transitie was erop gericht zo schoon mogelijk te produceren door maximaal hergebruik van
14 http://www.rotterdampioneers.nl/, http://rotterdam.the-hub.net/, http://www.transitiontownrotterdam.nl/, http://www.ourcommonfuture.nl, http://www.rotterdam2040.nl/, http://www.arminiusmanifest.nl/, http://www.rotterdamcommunity.nl/

13 Pact op Zuid, 2006, Kwaliteitssprong op Zuid, 2011

INVOER

LINEAIRE ECONOMIE

EXTERN PRODUCERENDE BEDRIJVEN

UITVOER LOKALE ECONOMIE SOCIALE WAARDE TRANSPORT KOSTEN & EMISSIE

MULTISTORE

INVOER

KRINGLOOP ECONOMIE

LOKAAL PRODUCERENDE BEDRIJVEN € € € € € € € € € € € €

UITVOER LOKALE ECONOMIE

figuur 3. Economie - geSOCIALE WAARDE

baseerd op schema door Institute for Applied Material Flow Management (IfaS),

TRANSPORT KOSTEN & EMISSIE

2010

Programma Duurzaam

| pag 92

grondstoffen en materialen, en technieken gebaseerd op natuurlijke processen. Het heeft ertoe geleid dat er bijna geen schadelijke emissies zijn. De haven van Rotterdam is na de realisatie van de eerste grootschalige bio-raffinage in de wereld, de proeftuin geworden van het baanbrekende onderzoek op het gebied van plantaardige productieketens van de Wageningse Universiteit en het Energie Centrum Nederland. Dit heeft geleid tot een sterke band met het Westland waar zeer gericht biomassa wordt geproduceerd voor hoogwaardige toepassing in de biochemie. De transitie van petrochemie naar een duurzame bio-economie (‘biobased economy’), zoals destijds beschreven in de Port Compass is vrijwel voltooid. De groene Rotterdamse haven vormt het hart van de Nederlandse en Noordwest Europese bio-economie. Rotterdam was een van de eerste havens in de wereld die transformeerde richting biobased, renewable en groene chemie. Biomassa wordt gebruikt voor transport (biobrandstoffen), elektriciteit (houtsnippers), energie (groen gas, algen), chemie (bioplastics, kunststoffen en harsen), en landbouw (bio-energie en reststromen). De voedselindustrie en farmaceutische bedrijven halen eerst de hoogwaardige fracties uit de gewassen en wat overblijft wordt gebruikt voor de chemie, staalproductie en veevoer. Alle reststromen worden gebruikt en opnieuw ingezet voor energie en in de industriële productie. Dat betekent dat het onderscheid tussen product, co-product, restproduct en afval is verdwenen. De Rotterdamse haven is daarnaast een moderne emissie-marktplaats geworden, waar zowel het verhandelen CO2 en reststromen, upcycling van grondstoffen en
Programma Duurzaam

materialen, technologische bio-innovatie als opleidingen zijn gehuisvest. Een multifunctioneel havenlandschap, getransformeerd van een petrochemisch post-apocalyptisch naar een groen industrieel landschap, levert een scala aan producten en diensten voor de maatschappij. Net als in de stad is zo goed als alle transport geautomatiseerd of schoon. Het afvoerputje van Europa waar de haven de grootste vervuiler was, is getransformeerd tot de bron van nieuwe energie en duurzame welvaart voor Rotterdam, de Randstad en Noordwest Europa. In de combinatie haven en Westland is het antwoord op voedselproductie en de productie van hoogwaardige bioproducten gevonden. Een gedeelte van het Westland drijft in de haven, waar grote hoge gestapelde kassen grondstoffen voor chemicaliën, bioplastics of biobrandstoffen produceren. Het andere gedeelte bestaat uit gesloten kassen waar via hoogstaande techniek (hydroponics), effectieve productie van biologische producten mogelijk is. De vergevorderde ontwikkeling van de voedselproductie zorgt ook voor voldoende exportproducten, die in gekoelde containers direct vanaf het Westland worden vervoerd. De bebouwing van de buitengebieden is, door de groene verdichting van de stad en de compactheid van de industriële productie in de haven, zelfs teruggedrongen. In het groene hart is een landschappenpark ontwikkeld, waar de geschiedenis van de Nederlandse landbouw, inpolderen en waterbeheer voor het internationale en regionale publiek tentoongesteld worden en vele vormen van recreatie en verblijf mogelijk zijn. Veel stedelingen hebben in dit vergroende natuurgebied een autarkisch weekendverblijf.

| pag 93

De transitie van de Stadshavens: The Green Machine
Het belangrijkste knooppunt in het verbinden van de transities in haven en stad en het realiseren van de Verbonden Havenstad was het Stadshavensgebied; dit is het nieuwe kloppende hart van de havenstad geworden. In dit oude havengebied konden de nieuwste systemen voor het sluiten van kringlopen als eerste grootschalig aangelegd worden, terwijl gelijktijdig andere experimenten in samenhang werden opgezet. Vrijbuiters en pioniers uit de hele wereld zijn begonnen met de herontwikkeling van de oude havengebieden en hebben dat stap voor stap uitgebouwd. Het upcyclen van elektronisch afval is een groot succes geworden en de Stadshavens vormen het knooppunt van de wereldhandel op dit gebied. Door de regionale ontwikkeling van de ondergrondse infrastructuur vormt het Stadshavensgebied als het ware de draaischijf tussen haven en stad en pompt als hart de levenssappen rond van de groenblauwe havenstad. Een nieuwe maak- en kennisindustrie rondom klimaatadaptatie, stedelijke deltatechnologie en duurzaam waterbeheer is ontstaan in de Stadshavens; de Clean Tech Delta. Rotterdam heeft, samen met Delft, Den Haag en Dordrecht, systematisch geïnvesteerd in de ontwikkeling van deze industrie. Daarmee hebben deze deltasteden tijdig ingespeeld op het veranderende klimaat en problemen die werden veroorzaakt door hitte in de stad, zeespiegelstijgingen en hogere rivierstanden. Zij beseften al vroeg dat een duurzamere omgang met de ruimte, het water en het klimaat een vereiste was en tegelijk kansen

bood. Het hele buitendijkse gebied is inmiddels ‘klimaatproof’, deels door ophogingen en deels door adaptieve woon- en werkvormen (op het land en op het water). Speerpunten van de nieuwe industrie in Rotterdam zijn: drijvend en waterproof bouwen, groene dak- en gevelontwikkeling, duurzame energie, biomassa als grondstof voor een groene chemie in de haven, elektrisch vervoer, brede dijkontwikkeling, de zandmotor, groene diensten en duurzame kennis. Deze maak- en kennisindustrie rondom duurzame innovatie heeft veel hoogopgeleide kenniswerkers aangetrokken. Zij hebben in de Stadshavens de geschikte ruimte en voorzieningen gevonden voor diverse vormen van produceren, werken, wonen en recreëren. Door gerichte sturing en investeringen is een mondiale Trade Zone (handelszone) ontstaan voor bedrijven die Rotterdam hebben gekozen als toegangspoort naar de hele wereld15 . De producten en kennis die voortkomen uit de ‘Clean Tech’ industrie worden mede ontwikkeld door internationale bedrijven. In plaats van een markt in het buitenland te creëren is de buitenlandse markt ter plekke ontwikkeld in het gebied. Buitenlandse bedrijven zijn in steeds grotere getale naar de Stadshavens gekomen om te participeren in kennis- en productontwikkeling, zodat die innovatieve kennis en producten in de eigen landen toegepast konden worden. Dit was als het ware een inverse handelsmissie, waarbij de mondiale markt naar Rotterdam is gehaald.

15 gelijk aan het ‘greenzone’ concept, EDBR 2010 ; een economische zone waarin een hoogwaardig serviceconcept voor de buitenlandse bedrijven, die investeren in schone technologie.

DE URBANISTEN

Klimaatbestendig woon, werk en productielandschap

Programma Duurzaam

| pag 94

Stadshavens is niet alleen het innovatieve centrum voor de Clean Tech Delta en de nieuwe maak- en kennisindustrie, maar ook een hoogwaardig vestigingsgebied. Met behoud van het stoere havenkarakter zijn bijzondere woonmilieus ontstaan aan en op het water, waar tienduizenden mensen op af zijn gekomen. Hier werden de eerste grootschalige vormen van stadslandbouw16 ontwikkeld waarbij veel van de langdurig werklozen in de stad bij konden dragen aan de stedelijke voedselvoorziening en tegelijk gezond bezig zijn en sociale bijdrage leveren. Veel uit de stad vertrokken Rotterdammers zijn teruggekeerd naar het nieuwe stadshart van Rotterdam of wonen in de drijvende wijken. Hier leven bloeiende gemeenschappen op het water, die zich op kleine schaal organiseren en veel activiteiten samen doen zoals gezamenlijk duurzame energie opwekken, voedsel produceren maar ook hun eigen zorg17 en sociale leven organiseren. Het getransformeerde Stadshavensgebied als fysiek en sociaal duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig stedenbouwkundig concept is toonaangevend in de wereld. Honderdduizenden toeristen, bijvoorbeeld Brazilianen, Chinezen, Indiërs en Japanners, komen jaarlijks kijken naar de stedenbouwkundige en bedrijfskundige innovaties. Rotterdam heeft de interesse en het vertrouwen van bewoners, bezoekers, bedrijven en investeerders, doordat het de veiligste havenstad is in het Delta gebied dat koploper is op het gebied van transities naar duurzaamheid.

voor initiatieven in stad en haven in de gewenste richting. Onderdeel hiervan is ook dat gaandeweg barrières voor gewenste innovaties worden weggenomen. Het lijkt duidelijk dat de in Rotterdam gestelde ambities en doelen op het gebied van duurzaamheid een meer fundamentele verandering in stad en haven vereisen die ook nog eens relatief snel tot stand moet komen. Het impliceert zowel een massale en samenhangende inzet op innovatie als een gerichte strategie ten aanzien van het omvormen van bestaande instituties, beleid, routines, financiële kaders en infrastructuren. Juist de extra snelheid en richting (en dus coördinatie) die een dergelijke omslag vereisen, vragen om een slimme manier van sturen en organiseren. De inzet op een nieuwe rol van de gemeente ten aanzien van een versnelling van duurzaamheid is hiervan onderdeel.

Selectie van relevante bronnen voor verdere verdieping
• BLOOMBERG, 2010. Global trends in Sustainable Energy investment 2010. New York: United Nations Environment Programme and New Energy Finance, 2010. • BULKELY, H. and BETSILL, M., 2005. Rethinking Sustainable Cities: Multilevel Governance and the ‘Urban’ Politics of Climate Change. Environmental Politics, 14(1), pp. 42-63. • DE GRAAF, R. and VAN DE VEN, F., 2006. The Closed City as a strategy to reduce vulnerability of urban areas for climate change, Innovations in coping with water and climate risks 2006, IWA. • DEMPSEY, N., BRAMLEY, G., POWER, S. and BROWN, C., 2009. The social dimension of sustainable development: Defining urban social sustainability. Sustainable Development, pp. n/a-n/a. • DOBBELSTEEN A. van den; ‘Towards closed cycles – New strategy steps based on the cradle to cradle approach’, in: Proceedings of the Passive and Low Energy Architecture • DUBBELIN M, De duurzame stad is van alle tijden, http://www.duurzaamgebouwd.nl/20090821-de-duurzame-stad-is-van-alle-tijden • ERNSTSON, H., VAN DER LEEUW, S., REDMAN, C., MEFFERT, D., DAVIS, G., ALFSEN, C. AND ELMQVIST, T., 2010. Urban transitions: on urban resilience and human-dominated ecosystems. AMBIO: A Journal of the Human Environment, 39(8), pp. 531-545

Proloog
Nu, in 2011, zijn op allerlei terreinen de tekenen van verandering waar te nemen en zijn onderdelen van een duurzame toekomst van haven en stad al zichtbaar. De uitvergroting van allerlei initiatieven en ideeën in deze visie biedt hopelijk een inspirerend en richtinggevend perspectief dat richting en snelheid kan geven aan de aanwezige initiatieven en nieuwe ideeën en acties kan uitlokken. De gewenste transities van haven en stad, nog even los van de vraag wat nu de gewenste richting is, zijn echter niet vanzelfsprekend: ze vereisen een langdurige, gezamenlijke en proactieve inzet. Een duurzaamheidsvisie en de transitiebeelden voor Rotterdam zijn dan ook niet zozeer een doel op zich, maar moeten vooral een vertrekpunt bieden voor een breed maatschappelijk vernieuwingsproces. Deze visie probeert op deze manier ook bij te dragen aan de doelstellingen van het duurzaamheidsprogramma dat beoogt ruimte te creëren
16 http://www.stadslandbouw.wur.nl/NL/, http://www.eetbaarrotterdam.nl/ 17 http://www.transitiearena.nl/arena/10/22/3/10/get.aspx

Programma Duurzaam

| pag 95

• •

ELKINGTON, J., 2006. Governance for sustainability. Corporate governance, 14(6), pp. 522-529. EUROPEAN CLIMATE FOUNDATION, 2009. Roadmap 2050: A Practical Guide to a Prosperous, LowCarbon Europe. The Hague, Brussels: European Climate Foundation. •

Bioscience, 7(2), pp. 105-117. TILLIE N., DOBBELSTEEN A. van den, DOEPEL D., JAGER W. de, JOUBERT M. & MAYENBURG D.; Towards CO2 Neutral Urban Planning – Introducing the Rotterdam Energy Approach & Planning (REAP); in Journal of Green Building, vol 4, No. 3, 2009 (103112) • VAN DEN BERGH, J. C. J. M., BRUINSMA,F.R., ed, 2008. The Transition to Renewable Energy: Theory and Practice. Cheltenham: Edward Elgar. • VERSTEGEN, 2003; Urban Metabolism Desk Study: Study on Urban Environments, Well-being and Health, in: Royal Commission of Environmental Pollution, London: RECP, 2003 • WHEELER, S., Sustainable Urban Development: A Literature Review and Analysis, Berkley: University of California, 1996 • WALKER, B., ANDERIES, J.M., KINZIG, A.P. and RYAN, P., 2006. Exploring Resilience in SocialEcological Systems. Collingwood Victoria, Australia: CSIRO Publishing.

FOLKE, C., 2006. Resilience: The emergence of a perspective for social-ecological systems analysis. Global environmental change, 16, pp. 253-267.

GRIN, J., ROTMANS, J., SCHOT, J., WITH, I.C., LOORBACH, D. and GEELS, F.W., 2010. Transitions to Sustainable Development; New Directions in the Study of Long Term Transformative Change. New York: Routledge.

• •

IEA, 2008. World Energy Outlook. International Energy Agency. KATES, R. W., CLARK, W. C., CORELL, R., HALL, J. M., JAEGER, C., LOWE, I., MCCARTHY, J. J., SCHELLNHUBER, H. J., BOLIN, B., DICKSON, N. M., FAUCHEUX, S., GALLOPIN, G. C., GRUBLER, A., HUNTLEY, B., JAGER,J. and JODHA, N. S., KASPERSON, R. E., MABOGUNJE, A., MATSON, P., MOONEY, H., MOORE, B., O’RIORDAN, T. EN SVEDIN,U., 2001. Environment and development Sustainability science. Science, 292(5517), pp. 641642.

LOORBACH, D., 2010. Transition Management for Sustainable Development: a Prescriptive, ComplexityBased Governance Framework. Governance, 23(1), pp. 161-183.

McDONOUGH, W. & BRAUNGART, M.; Cradle to Cradle - Remaking the Way We Make Things; NorthPoint Press, 2002

RAVETZ, J. and ROBERTS, P., 2000. City-region 2020: integrated planning for a sustainable environment. London: Earthscan.

ROLAND BERGER, 2009. Clean Economy, Living Planet; building the Dutch clean energy technology industry.

ROTMANS, J., KEMP, R. and VAN ASSELT, M., 2001a. More evolution than revolution: Transition management in public policy. Foresight, 03(01), pp. 15-31.

ROTMANS, J., KEMP, R., VAN ASSELT, M., GEELS, F., VERBONG, G. and MOLENDIJK, K., 2001b. Transitions & Transition management: The case for a low emission energy supply. Maastricht: ICIS.

SANDERS, J., SCOTT, E., WEUSTHUIS, R. and MOOIBROEK, H., 2007. Bio-Refinery as the BioInspired Process to Bulk Chemicals. Macromolecular

Programma Duurzaam

| pag 96

Gemeente Rotterdam Programma Duurzaam

email: info@rotterdam.nl internet: www.rotterdam.nl