Willem Frederik Veltman

Antroposofie — De weg van het ik

Uitgeverij Vrij Geestesleven Zeist

2

Uitgeverij Vrij Geestesleven Tweede druk 1993 © 1991 Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist ISBN 90-6038-270-6 / CIP / NUGI 612

3

Inhoud Antroposofie — De weg van het ik Inhoud 1 Wat is antroposofie? Inleiding. gelijkheid en broederlijkheid 15 Mens. aarde en kosmos 16 Verantwoording voor de toekomst 17 Aantekeningen en woordverklaringen 18 Informatie over organisaties en instellingen. 2 De eeuw van de paradoxie — een tijdsbeeld 3 “Het rijk van de geest is niet gesloten”° 4 Reïncarnatie en karma. De werkelijkheid van het mensen-ik 5 Mensbeeld en karma 6 Karma en vrijheid 7 Christologie 8 Wereldontwikkeling 9 Over de hemelse hiërarchieën 10 Tijdperken en culturen 11 De scholingsweg van de antroposofie 12 Beweging en vereniging — een kroniek 13 Het Goetheanum 14 Sociale vernieuwing. Vrijheid. 1 1 4 5 5 6 6 10 14 14 19 25 29 35 42 47 53 60 60 65 69 69 74 79 82 89 4 .

duidelijker dan door een definitie die in een paar woorden alles zegt en bijgevolg nietszeggend is. Het derde dat een wezenlijke rol gaat spelen is de betrokkenheid bij het tijdsgebeuren. Het woord is samengesteld uit twee Griekse woorden: ‘anthropos’: mens. Dat is. en ‘sophia’: wijsheid. want van iemand die deze vraag stelt. Het is vooral een weg van kennend inzicht. Rudolf Steiner°. Rudolf Steiner. Meestal was die openheid al aanwezig op beperkt gebied. Pas na de situatieschets van onze tijd zal het licht van de aandacht op deze interessante figuur worden gericht. Hoe komt iemand ertoe de antroposofie als leer of wereldbeschouwing aan te hangen en de inhoud ervan als een levensvoeding in zich op te nemen? Ga je dit na. Wanneer de vraag naar de antroposofie niet uit oppervlakkige nieuwsgierigheid voortkomt. positief. maar ook zeer negatief. zelden onverschillig hoe is mijn houding ten opzichte hiervan? Kan ik het naast mij neerleggen of moet ik me er meer in verdiepen? De schrijver van dit boek wil proberen duidelijk te maken waarom juist in deze tijd zoiets als antroposofie optreedt. Een innerlijke ervaringswereld gaat open en geeft aan het mens-zijn een nieuwe dimensie. kort aangeduid. maar vrij plotseling ontstaat er een sterke behoefte deze inzichten uit te breiden. Uit de karakterisering van onze situatie nu die ieder natuurlijk anders beleeft. doch de langere weg voert soms sneller en beter naar het doel dan de korte afsteek die zelden vrij van perikelen is. zal naast de behoefte aan informatie een onderliggend. soms halfbewust vragencomplex meeklinken: wat is dit voor tijdsverschijnsel? Er wordt over gepraat en geschreven. Om de vraag ‘wat is antroposofie?’ te beantwoorden moet ik een andere route kiezen. maar waarvan toch redelijk objectieve kenmerken te signaleren zijn zal wellicht duidelijk worden wat deze antroposofie is.1 Wat is antroposofie? Inleiding. maar liever interpreteren als ‘bewustzijn van het mens-zijn’. Dit laatste en het besef dat de werkelijkheid van de dingen niet stoffelijk maar geestelijk is. Het tweede kenmerk is een zekere openheid voor geestelijke inzichten. 5 . wordt voorlopig niet gesproken.” — Rudolf Steiner° Antroposofie is de naam van een geestelijke stroming die in het begin van de twintigste eeuw ontstond door de werkzaamheid van dr. Toch zouden we ‘antroposofie’ niet moeten vertalen met ‘wijsheid van de mens’. dan constateer je dat de overtuigingskracht van de antroposofie doorgaans bij mensen in werking treedt op een moment dat zij bewust of onbewust een heroriëntering in hun leven zoeken. niet van mystiek — Steiner spreekt van een geestes-wetenschap — waarbij echter de warmte van het gevoel en de inspanning van de wil ten volle in het kenproces zijn betrokken. Maar misschien mag ik wel uitgaan van het staan in de tijd. de gangbare weg tot de antroposofie. Vaak is er een duidelijke ommekeer ten aanzien van de richting waarin het leven hen tot dusver had geleid. Het nadeel van deze methode lijkt de omslachtigheid. “In de grond van de zaak is antroposofie niets anders dan de innerlijke ervaringswereld die de mens tot mens maakt in de volle betekenis van het woord. mag ik niet aannemen dat hij of zij bedoelt: hoe kom ik tot de antroposofie? Ik mag er niet van uitgaan dat de vraagsteller een ‘heroriëntering zoekt’. Over de schepper van de antroposofie. De persoon in kwestie gaat in een diepere zin met zijn tijd meeleven dan dit tevoren het geval was. doen een gevoel ontstaan dat je zou kunnen karakteriseren als een ontwaken. zelfs de ‘openheid voor geestelijke inzichten’ mag ik niet vooronderstellen.

terwijl er al een nieuw bewustzijnstijdperk is aangebroken. gefolterd en op de meest gruwelijke manier ter dood gebracht. Toen de Grieken en Romeinen in de bloei van hun beschavingsperiode stonden. Het bewustzijn van de mensen verandert in de loop van de tijden en dat betekent dat de relatie van de mens tot de wereld. waren andere volken of in een neergaande ontwikkeling (de Egyptenaren bijvoorbeeld). Vertoont ons tijdsbeeld dan niet de normale dubbele curve van een opgaande lijn: 6 . maar vooral ook op psychisch gebied. van staatsmanskunst en bestuursorganisatie. met weergaloze scheppingen op het gebied van kunst en kundigheid. klank en beeld hebben gebracht. zullen wij dan een schuimende toast uitbrengen op de vooruitgang of zullen wij bij een glas zure punch een hoofdstuk voorlezen uit Oswald Spenglers° Untergang des Abendlandes? Je zou ervoor kunnen voelen beide tegelijk te doen: de vooruitgang vieren en de ondergang bestuderen. verandert. of nog in een embryonaal stadium wat uiterlijke beschaving betreft. het beëindigen van de koude oorlog tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Sovjetrepublieken. De veranderingen in de mensheidsontwikkeling zijn niet op alle plaatsen van de aardbol synchroon. gevangengezet. Ik kan zo nog een hele poos doorgaan. of behoort de absurditeit tot de signatuur van ons tijdperk? Wij moeten dit onderzoeken. Terecht eren wij de grote meesters van deze eeuw die het absurde in woord. van literatuur en wijsbegeerte. Deze verandering is in het verleden niet snel gegaan. Een nieuwe fase wordt al eeuwen van tevoren in kiem aangelegd. Maar terwijl op het politieke vlak grote veranderingen ten goede verwacht mogen worden. zowel tot de wereld rondom hem als tot de eigen binnenwereld. maar steeds meer mensen op aarde leven in de meest barre ontberingen — ontberingen in materiële zin. De vraag is natuurlijk: waar komt dit vandaan? Is het altijd zo geweest in de geschiedenis. tegenwoordig lijkt ze te versnellen. maar in geen enkel historisch tijdperk — uitgezonderd misschien de tijd van DjengisKan° en de andere grote Mongoolse veroveraars — zijn zoveel miljoenen mensen. want het paradoxale lijkt mij een van de grondkenmerken van het huidige tijdperk.2 De eeuw van de paradoxie — een tijdsbeeld “De mens is vrijheid. maar steeds meer mensen weten steeds minder. De ontwikkelingen in de landen van Oost-Europa. stemmen de mensen hoopvol. in strijd met alle recht en menselijkheid. mishandeld.” — Jean-Paul Sartre: Het existentialisme is een humanisme Wij staan kort voor het einde van de twintigste eeuw. maar dat is overbodig. Enkele voorbeelden: De wereld staat bol van de informatie. Het vernuft vindt dagelijks nieuwe dingen uit die het leven op aarde vergemakkelijken en veraangenamen. oude bewustzijnsvormen en -inhouden werken nog eeuwen na. in de eerste plaats ten aanzien van het natuurmilieu. Wanneer wij straks op oudejaarsavond 1999 een blik terugwerpen op wat achter ons ligt en een tamelijk onzekere blik vooruitslaan op wat voor ons ligt. Er is een mondiale eensgezindheid in de opvatting omtrent de rechten van de mens. de afbrokkeling van de communistische dictaturen — al deze gebeurtenissen die enkele jaren geleden niet voor mogelijk werden gehouden. Iedereen kent de verbijsterende absurditeit van de tegensprakigheid van onze civilisatie. liggen op andere terreinen de meest bedreigende problemen. met name de Germaanse stammen.

maar daar hebben ze een andere werking. Wij zien duidelijk. Dat is een heel ander soort ondergang dan de gerechtvaardigde ondergang van het oude ten bate van het nieuwe. blijkbaar een factor in zich draagt. misschien zelfs eerder in het oog springend. omdat ze zich met heel machtige aspecten van de vooruitgang hebben verbonden: moderne wetenschap.en communicatiemiddelen. dus gericht op een materiële machtsontplooiing. Dit schrikbeeld van Huxley’s° A brave new world en Orwells° Nineteen eighty four lijkt nu ver weg te glijden. zich krachtig verbonden met wetenschap en techniek en dat wil niet alleen zeggen. de verstrengeling van het culturele en economische leven met het politieke rechtsleven. militarisme en bureaucratie. dat ook dat zal worden geslikt in het kader van de totale ‘verzorging’. Ik bedoel hiermee de voortschrijdende vernietiging van het milieu. het rechtsbewustzijn van de burger dat volledig berust op het rationalisme van de aardse persoonlijkheid. heeft voor een groot deel betrekking op wetenschap en techniek. die tegelijkertijd een negatief effect oproept. Het is niet zo moeilijk om bijvoorbeeld in de tegenwoordige staat die zich sedert de middeleeuwen heeft ontwikkeld. dwangloze wereld geeft. maar ook. maar ze lijken tegelijk te verhinderen dat er een nieuwe gezonde boel kan ontstaan. dus anderhalfduizend jaar geleden al achterhaalde staatsapparaat. benevens de aarde waarop hij moet leven. de taaiheid van een voortbestaan dat zeer kwaadaardige trekken kan vertonen. Ze wijzen erop dat het positieve. dat het zich kan veroorloven miljarden te steken in bewapeningsprojecten die het voortbestaan van de hele mensheid met aarde incluis op het spel zetten. de eenheidsstaat (parlementair of totalitair. maar de paradoxen die ik als voorbeeld gaf. omdat de mens zelf er zodanig door wordt aangetast. de mummie van het Romeinse imperium te herkennen. — al deze kenmerken van de moderne staat zijn niet alleen van Romeinse herkomst. Een ‘rechts’ staatssocialisme is in wezen niet anders dan een links-geörienteerde dictatuur. Wat ik onder de kop ‘vooruitgang’ noteer. techniek en economie. dat een betere wereld van morgen een wrange illusie dreigt te worden. zoals primitieve en omslachtige verkeers.en natuur- 7 . dat het door de informaticatechniek in staat zou kunnen zijn tot een volstrekte manipulatie van alles wat er aan onderdanen maar te manipuleren valt. de vooruitgang als men wil. dat maakt nauwelijks verschil). wijzen op iets totaal anders. maar dat ze gaandeweg vijandig aan de mens en aan de natuur zijn geworden. Menigeen zal mijn opvatting dat de wetenschap en de techniek mens. Ze helpen misschien wel de oude boel opruimen. In het Oosten zijn ze ook. We moeten bij dit alles nog het volgende bedenken: afstervende resten van vroegere perioden vertonen dikwijls een bijzondere hardnekkigheid. maar de gevaren van een technocratische staat zijn bepaald niet overwonnen als de communistische machtsblokken in elkaar zijn gezakt. Dit levert een gecompliceerd beeld op van onze situatie. maar ook nog steeds door en door Romeins van karakter. die niet opgesteld staan in een museumvitrine. Maar nu heeft dit naar zijn wezen oud-Romeinse. Het juridische denken. Andere aspecten van vooruitgang zoals de vrouwenemancipatie en solidariteitsimpulsen. anderzijds door verwildering. de ondergang van het oude en afgeleefde? Er is de tegensprakigheid die hier het gevolg van is en die ons in vele opzichten absurd voorkomt. Onze westerse cultuur is nog vol mummies uit het verleden. waaronder ik bewegingen versta als Amnesty International. welke immers het hoge ideaal is van de volmaakte eenheidsstaat. dat de producten hiervan niet alleen het oude en afgeleefde opruimen. enerzijds door een soort verkalking. De chemie heeft psychofarmaca° gevonden die het zieleleven van de mens diepgaand kunnen veranderen.de vooruitgang die nu met versnelde pas het hele mensdom mee gaat nemen en een neergaande lijn. maar ook het verval van de cultuur. omdat de politieke ontspanning ons weer de hoop op een vrije. Een staat zou ook hiervan gebruik kunnen maken. maar die een nog uiterst actieve rol spelen in het maatschappelijke leven. niet altijd het kenmerk van elke historische ontwikkeling geweest? Zeker is dit soort dubbele curve ook waarneembaar in onze tijd. zodra zijn onderdanen door staatsonderwijs zo totaal van elke eigen denk-kracht zijn beroofd. laat ik vooreerst buiten beschouwing om er later op terug te komen. Artsen zonder grenzen en dergelijke. of zedelijkheidsnormen ten aanzien van kleding of omgang van man en vrouw. De westerse mummies krijgen het karakter van robots. de biochemie is met de genen-manipulatie (DNA)° op weg het mensenwezen totaal aan ‘geleiders’ over te leveren.

zodat de huizen en de straten van de steden vol kwalijk riekende lijken lagen die men niet snel genoeg kon wegslepen — dit beeld van de broosheid van alle leven. tot vol besef kwam. daarna in Amerika en thans meer en meer over de hele wereld uitgebreid — veranderde zodanig. uitzonderingen daargelaten. Men sprak wel van ‘Natura’°. regentes van de levenskrachten die in de vier elementen van de aarde en tot in de planetaire sferen werkte. een soort godin. heeft kunnen waarnemen met een droomachtige helderziendheid. zo nuchter.vijandig zijn geworden willen bestrijden. maar dat is dan uitsluitend en alleen omdat mensen door de druk van de problemen wakker worden en hun wilsrichting gaan veranderen. Het beeld van de ‘Zwarte Dood’ die met verbijsterende snelheid oud en jong. Waarop berust het inzicht. Het doodsbesef was de grondslag waarop de bewustzijnsverandering plaatsvond. het zijn op een stoffelijke aarde. Wanneer wij echter de aard en wijze van het natuurwetenschappelijke denken — en dit denken is ook sterk in de andere wetenschappen doorgedrongen — nader onderzoeken. Sinds de Griekse tijd bestond er wel zoiets als natuurobservatie.en denkvermogen ontwikkelde zich de natuurwetenschap. namelijk tot het inzicht. dat het gangbare natuurwetenschappelijke denken tot ‘ondergang’ moet leiden? De laatste grote verandering in de mensheidsgeschiedenis begon zich af te tekenen met de aanvang van de Renaissance. Of fresco’s als in het beroemde Campo Santo te Pisa: De triomf van de Dood of toneelstukken als Elckerlijc. Er wordt wel beweerd dat alle negatieve verschijnselen tengevolge van de wetenschappelijke en technische vooruitgang kinderziektes zijn die overwonnen zullen worden en dat de mens uiteindelijk op de goede weg is. vernietiging van fauna en flora. Na de middeleeuwen veranderde dit. die de bevolking van dit werelddeel vrijwel heeft gehalveerd. In die zin zijn natuurwetenschap en techniek voortreffelijke opvoeders tot vrijheid en mondigheid. jonge maagd en oude vrek. aantasting van de ozonlaag met catastrofale gevolgen. laat staan een vermogen om de natuur analytisch en kritisch te beschouwen. Uit dit ontnuchterde observatie. dat het materiële zijn. Dat was voordien niet het geval. dan komen wij tot de meest klemmende paradoxie. natuurgeesten. maar zij hadden nog geen scherp omlijnd beeld van de natuurverschijnselen. waarop men de Dood als geraamte ziet afgebeeld. de dood. Natuurwetenschap en techniek zijn op zichzelf niet uit den boze. spreken duidelijke taal. Hun beschouwingswijze was eerder een tasten in het werkingsveld van de levende Alnatuur. dat aan het eind van de middeleeuwen Europa werd geteisterd door een pestepidemie. integendeel. van de oppermacht van de onverbiddelijke Vernietiger moet toentertijd heel diep in de zielen van de mensen zijn gegrift. Men begon nuchter naar een geestloze aarde te kijken. Dit laatste mag waar zijn. Wij weten. die nuchter was door een wereldhistorische ontnuchtering die eraan voosaf was gegaan. die paus. Het bewustzijn van de mens — eerst nog alleen in Europa. maar daarin was nog eeuwenlang een soort herinnering aan geestelijke krachten die men in veel en veel vroegere tijden waarschijnlijk ook nog als wezens: goden. moraliteiten geheten. men spreekt niet voor niets van de Nieuwe Tijd sinds de vijftiende. zestiende eeuw. arm en rijk wegmaaide. keizer. dat de consequentie van dit op zichzelf bewonderenswaardige denken toch onherroepelijk ‘ondergang’ in de bovenbedoelde zin moet zijn — tenzij een voldoende aantal mondig en vrij geworden mensen zichzelf een bewustzijnsstoot geeft die nieuwe wegen opent. die haar grote vlucht ging nemen sedert het begin van de zeventiende eeuw. Dat konden de middeleeuwers natuurlijk niet meer. Kunst en literatuur getuigen hiervan: neem de bekende ‘Dodendansen’. 8 . verwoestijning etcetera. Maar de wilsrichting veranderen zonder een andere wijze van denken te ontwikkelen helpt nog niet veel. Een wijze van observeren en denken ontstond. dat men het leven ook materieel ging opvatten. Het meest indringende voor dit nieuwe bewustzijn was het besef van de vergankelijkheid van al het aardse. iedereen zonder uitzondering meevoert in zijn macabere dans. maar de documentaties over milieuvergiftiging. series gravures of houtsneden. Het thema van de dood fascineert en obsedeert de mensen vanaf 1350 tot 1500. zij zijn bewonderenswaardig en de beoefenaars van beide putten exacte waarneming en koele beoordeling uit hun bezigheid. Waarschijnlijk is ook eerst dit doordringend doodsbesef ontstaan en als gevolg daarvan het besef van de materie als draagster van vergankelijkheid.

Psychische verlorenheid. alle onberekenbare factoren worden zoveel mogelijk uitgeschakeld. het startpunt vinden van waaruit een nieuwe integratie van mens en wereld kan worden verwerkelijkt. dan moet je de natuur eerst doden en in fragmenten opdelen om er greep op te krijgen. Godverlatenheid als je wilt — God bestaat niet voor het nulpuntbewustzijn — egoïsme. Door deze denk. We zouden de uitdrukking van haar juridische smaak kunnen ontdoen en van ‘tegenzin tegen verantwoordelijkheid’ kunnen spreken.Doch het denken waarmee deze wetenschap wordt beoefend. anti-socialiteit. maar hij beleeft dit als een hangen boven de afgrond. Ons ik moet blijkbaar door het dode nulpunt heen. maar de kwade trouw in alle mogelijke vormen is nog altijd actueel. het is doodbrengend. We zagen het al: het verleden met het masker van de vooruitgang maakt zich dik. Het ik dat zelfstandig en dus verantwoordelijk moet worden door de dood (ondergang) in het bewustzijn op te nemen. actief doodverspreidend. zonder dat we het wisten en zonder het een naam te hebben gegeven. een juridische term! Het existentialisme° van Sartre is uit de mode geraakt. eenzaamheid. overwaardering van seksualiteit. alle geestelijke inhouden en vormen. agressie. het draagt dus het karakter van ‘ondergang’. van de machine. De denkgeaardheid zelf is doodsbevangen. is kennelijk het verleden: alle oude waarden. dat zijn even zovele facetten van de grote ik-crisis waarin we verkeren. 9 . Richt je dit denken op de natuur. zuiver en alleen door een onversluierd beeld van onze tijd te vormen en onszelf daarin als betrokkene te ervaren. kan van de werkelijkheid alleen de dode zijde vatten en begrijpen. Nu is vermageren dikwijls erg gezond. Toch — wij zijn in de eeuw van de paradoxie — is dit uiteindelijk buitengewoon goed en heilzaam en men hoede zich ervoor de techniek een kwaad hart toe te dragen! Want alleen in een door de techniek doodgemaakte cultuur kan de bewustzijnsverandering waarmee de Nieuwe Tijd begon. zodat het te controleren en te berekenen valt. om vooruit te komen. drugs en andere verslavingen. Maar wanneer we in de gaten krijgen. Het draagt niet alleen door zijn herkomst het doodselement in zich. dan zitten we al midden in de antroposofie. Maar om door dit naaldeoog te glippen. dat zichzelf moet opgeven om te kunnen bestaan — Goethe° zei: “Je moet je existentie opgeven om te existeren” — als we in ons tot nul gereduceerde ik opeens tot het werkelijke ik-besef komen. is er natuurlijk de grootste onzekerheid. terreur. waar het ik in deze fase van de ontwikkeling doorheen moet. Bovendien laat de dikte zich niet zo gauw verdrijven.en handelwijze is het de mens in enkele eeuwen gelukt een vijfde rijk aan de vier natuurrijken toe te voegen: het rijk van de techniek. je zou het eerder een ondernatuurrijk kunnen noemen. Maar dit vijfde rijk is geen echt natuurrijk. maar je kunt er ook aan doodgaan. toen Mephisto° hem het ‘niets’ beschreef: “In jouw niets hoop ik het al te vinden. Het wil eigenlijk niet zo graag door het oog van de naald kruipen. verzet zich daartegen. door het oog van de naald. zelfdoding. In de nulpuntsituatie. Daar raken wij de sociale en psychologische zijde van de bewustzijnsverandering: angst. maar ook een gewone onschuldige natuurof scheikundeproef. criminaliteit. Dit doen we onder andere met onze wetenschappelijke experimenten en daar bedoel ik niet alleen vivisectie° mee. dat dit menselijke ik dat geheimzinnige iets is. want een machine is niets anders dan een operationeel gemaakt experiment. zoekt het nieuwe bewustzijn een verbinding met de wereld rondom. De Franse filosoof en schrijver Jean-Paul Sartre° heeft dit scherp gesignaleerd: “de mens is vrijheid”. Het heeft nog niet begrepen wat Faust° inzag. van bezit. als een toestand van wanhoop en existentiële angst. moeten we eerst alles kwijt wat ons te dik maakt.” Sartre noemde de vluchtpogingen van het ik ‘la mauvaise foi’: de kwade trouw. En wat ons te dik maakt. In het experiment wordt een stuk natuur als het ware gebannen en geïsoleerd uit het levende geheel.

ontbrak het meestal aan scherpzinnigheid. dat juist het nulpunt startpunt kan zijn — en moet zijn — van een nieuwe cultuur. die ‘de dood in zich draagt’ en ik heb met het woord ‘ondergang’. maar op de immense rijkdom van geest uit het verleden. De milieuvervuiling en -vergiftiging zijn een gevolg van een eenzijdige denkwijze over en handelwijze jegens de natuur. — lees: verstarring. is onderhevig aan de sterkste stoornissen. dat er een mens zou zijn. Ze waren zo scherpzinnig. Waarschijnlijk hangen deze drie relatiestoornissen ten nauwste met elkaar samen en we mogen veronderstellen. dat alleen een herstel van deze relaties gezonde toekomstperspectieven zal opleveren. op het onooglijke oog in die kale naaldekop waar de ‘arme van geest’ (dat is degeen die eigenlijk bedelt om geest) doorheen moet kruipen. De relatie met een hogere wereld tenslotte. maar ze hebben niet gezien. maar ook degeneratie en chaotisering bedoel. Deze filosofen van de ondergang hebben met onverbiddelijke scherpte het doodselement in onze cultuur gesignaleerd. waarmee ik niet alleen vernietiging. Hoewel die gevolgen pas nu. ongehoorde wijsheidsschatten in de westerse cultuur binnenbrachten. maar die door eigen ik-bewuste speurkracht de geest ontdekt als actuele werkelijkheid. Het waren de spiritualisten en theosofen. veelal puttend uit oosterse bronnen. de gevolgen van deze denkwijze aangeduid. maar zelf volledig opgeheven. die deze rijkdom van geest niet als eerbiedwaardige overlevering. niet alleen Oswald Spengler in het begin van deze eeuw.3 “Het rijk van de geest is niet gesloten”° “Om de filosofie tot voleinding in een antroposofie te laten komen is niets minder vereist dan een totaal nieuw standpunt dat boven het rationele en speculatieve denken uitgaat. De relatie in het horizontale vlak. die hierop attent maakten. Hun denken was zelf zo door de dood bevangen. dat ze geen oog hadden voor de levende werkelijkheid van de geest als enige bron van opstanding en vernieuwing. waren symptomen van ‘ondergang’ al lang van tevoren te bemerken. die in de tweede helft van de negentiende eeuw wel de geest als werkelijkheid erkenden en deze in het geding brachten om ‘de ondergang van het avondland’ tegen te gaan. De blik van zulke mensen was niet op het nulpunt gericht. Er waren al in de vorige eeuw genoeg mensen: schrijvers. in volle omvang zichtbaar worden. dus iets doods konden ervaren. En gesteld dat 10 . Gesteld nu. of als inspiratie langs mediamieke weg° bezit. Het duidelijkste en ook imposantste voorbeeld daarvan is Helena Petrowna Blavatsky°. dat zij ideeën alleen als iets abstracts. De relatie met de natuurrijken onder het mensenrijk is ernstig gestoord. maar volgens mij gaat het daar werkelijk om. Degenen. tegen het einde van de twintigste eeuw. waarbij zij dikwijls zonder enige getrainde wetenschappelijkheid te werk gingen. Je zou onze tegenwoordige situatie ook kunnen beschrijven als een drievoudige relatiestoornis of zelfs breuk tussen mens (als zelfbewust ik-wezen) en wereld. filosofen. doordat uitbuiting en kortzichtigheid het ecologische evenwicht in vele delen van de aarde grondig hebben vernietigd. van mens tot medemens. een hoger bewustzijnsen kennisorgaan met een geheel eigen karakter. verkrachtingen) zijn overduidelijke symptomen van verziekte menselijke relaties. Ik heb gemeend het ontstaan van de gekenschetste situatie te mogen toeschrijven aan een denkwijze.P. Troxler° Antroposofie is een antwoord op de kernvraag van onze tijd: hoe vindt het menselijk ik een relatie tot de wereld die niet tot dood. chaos en onmenselijkheid — maar tot leven voert? Dit klinkt wat theatraal. op de wijsheid van een lang vervlogen bewustzijnstoestand. de mystieken en occultisten die. is voor miljoenen mensen op aarde niet alleen gestoord of verstoord. de steeds toenemende onmatigheid van de seksuele drift (incest. kunstenaars. Dit geldt in het groot voor volken en rassen maar ook in het microsociale: de onstabiliteit van elke vorm van partnerschap. dat behoeft geen betoog. verdwenen.” — I.V.

Hij werd er als kind niet door geplaagd. Wat zou hij dan doen? Zou hij de zijde van de geest kiezen en bijvoorbeeld een nieuwe godsdienst stichten. de ‘andere werkelijkheden’ verontrustten hem geenszins en ze weerhielden hem er ook niet van een sterke leergierigheid ten aanzien van de ‘gewone’ wereld te ontwikkelen. de materie doorzien en technisch hanteren zonder door het materialisme geestelijk verlamd te worden? Aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw bestond er inderdaad een dergelijk mens. namelijk een brug te slaan van het ene gebied naar het andere. verschafte hem daartoe de mogelijkheid. of constitutie.’ Zou hij zichzelf en zijn eventuele aanhangers zoveel mogelijk van de materie onthechten? Zou hij de natuurwetenschap en de techniek hun fatale gang laten gaan. die door zijn helderziendheid toegankelijk voor hem is. Al vroeg ontwaakte in de jongen het verlangen een verbinding tussen deze twee werelden te vinden. dus onzienlijke. Hij is er zielsgelukkig mee. tussen het rijk van de geest en het rijk van de zintuiglijk-stoffelijke dingen. Rudolf Steiner heeft dit vermogen echter door oefeningen van meditatieve aard ontwikkeld tot een volkomen in de ik-beheersing gelegen helderziendheid. vooral wat de techniek betreft. In een terugblik op deze jaren zegt Rudolf Steiner later dat hij als kind in de kerkelijke cultus ook iets als 11 . Zijn vader was stationschef. zodoende te verbinden wat onherroepelijk gescheiden lijkt? De geest erkennen als realiteit zonder in de geest te vluchten. hij nam de mechanische constructie ervan met de grootste nauwlettendheid in zich op. Hij erkent dat de mathematische ideeën van dezelfde orde en exactheid zijn als de bovenzinnelijke wereld. Veel meer mensen dan men over het algemeen denkt. Soms worden ze erdoor geplaagd. leven en liefde voor een kleine groep onbesmette uitverkorenen? Of zou hij de zijde kiezen van de wetenschap en de techniek en zijn geestelijke ervaringen wetenschappelijk vertalen als trillingen in elektronische velden. Natuurlijk beleeft hij dit op zijn negende jaar nog kinderlijk. Hij bezat als kind een spontane helderziendheid. de draadloze telegrafie en dergelijke spannende dingen. die door een steeds subtieler wordende techniek voor het nut van de mensen hanteerbaar gemaakt kunnen worden. waardoor hij bovenzinnelijke waarnemingen kon doen. meestal verdwijnt dit soort beelden met de jaren. onontwijkbare factoren in de mensheidsontwikkeling zijn. maar zijn aanleg. het hele bedrijf van de toentertijd nog machtige stoomtreinen. Heeft deze man ‘door eigen ik-bewuste speurkracht’ de geest ontdekt als actuele werkelijkheid? Ongetwijfeld. Hij was een gewoon kind voor zijn ouders en dorpsgenoten. Als negenjarige leert hij de euclidische (vlakke) meetkunde° kennen. maar hij heeft toch al iets te pakken van datgene waar hij zijn verdere leven aan zal wijden: een brug te slaan tussen twee oevers. hielden de jongen sterk bezig. degeneratie en verwildering toch wel een oase zou vormen van licht. Vader Steiner was een vrijdenker. realiteiten ervaarbaar maakt. maar het onmogelijke proberen. onontkoombare toestand van verstarring. Ook een in de nabijheid van het station staande molen interesseerde hem hevig. Maar zou deze keuze hem dan niet uiteindelijk van de werkelijke geest vervreemden en hem overleveren aan een geraffineerder materialisme dan het eerlijke materialisme van de geestloochenaar? Of zou hij geen van beide keuzen maken. die voor hem even concreet en reëel waren als de waarneming van stoelen en tafels in de zintuiglijke ruimte. want nu vindt hij in de wiskunde een gebied dat binnen het gewone bewustzijn geestelijke. hebben als kind nog zulke bovenzinnelijke waarnemingen. dat de natuurwetenschap en de techniek die deze geest ontkennen. doordat een vriendelijke hulpschoolmeester een wiskundeboekje aan hem uitleent. die hij later vaak ‘exacte clairvoyance’ noemde. zijn ongewone aanleg hield hij verborgen. waartoe niet iedereen gelijkelijk toegang had. als kosmische stralingen. omdat hij er in de eerste plaats niets aan kan doen en omdat hij in de toekomstige. Toch had hij er geen bezwaar tegen dat zijn zoon. wederom door toedoen van de hulpschoolmeester die ook organist in de kerk was.deze mens tegelijkertijd overtuigd is. bij de mis ministreerde. omdat hij wist wat ieder kind feilloos aanvoelt: dat zijn helderziendheid door zijn omgeving niet serieus genomen zou worden. Wel verwonderde hij zich over het feit dat er blijkbaar twee werelden waren. dat wil zeggen dat hij anti-kerkelijk gezind was. Hij heette Rudolf Steiner en werd als zoon van Oostenrijkse ouders geboren in 1861.

die de geest als realiteit niet buiten spel zette. Waren nu de materialistische vorm en inhoud. Er moest een aansluiting worden gevonden bij de hoofdstroom van de westerse cultuurontwikkeling en deze had nu eenmaal door oorzaken die vanuit wereldhistorisch oogpunt volkomen begrijpelijk zijn. dat wil zeggen: hij moest eerst bewijzen. Wel is het nodig een aanduiding te geven van de hoofdzaak waar het hierbij om gaat. maar hij gebruikte zijn denken ook als waarnemingsorgaan en wel gericht op die zijde van de werkelijkheid — de ideële zijde — die zich in de uiterlijke verschijningsvormen voor de fysieke zintuigen nooit als zodanig openbaart. Maar zijn weg gaat vooreerst de andere kant op. Zijn keus is bewust wiskunde. dat ze daar iets mee te maken hebben. techniek. Het ligt niet in de opzet van dit boek de Goetheanistische natuurwetenschap nader te behandelen. dat de grenzen van de menselijke kennis niet onoverschrijdbaar waren. Hij gaat studeren aan de Technische Hogeschool te Wenen. aangezien Steiners kennistheorie een filosofische explicitatie° is van Goethes natuurwetenschappelijke methode. die hem daardoor raadselachtig voorkomt. moest hij filosofisch aantonen dat ‘het rijk van de geest niet gesloten is’. Hij had dus niet de opvatting dat het denken over de dingen slechts een subjectieve aangelegenheid is. natuurwetenschap. die sedert lang door het van doodskracht vervulde denken gesloten was. Maar een te lang doorwerkend materialisme levert zeker een afwijking van de koers en wel in neergaande richting. zoals de heersende wetenschap en filosofie van de negentiende eeuw sedert Immanuel Kant° beweerden — dit was eigenlijk al veel langer een grondinzicht in de westerse wijsbegeerte. maar tegelijkertijd door haar zorgvuldige methode van observatie en denken toch volledig aanspraak kon maken op het predikaat ‘wetenschappelijk’. maar die daarin niet de kiemkracht wekken om zelf tot de bronnen van die wijsheid actualiter door te dringen en die bovendien het moderne denken van de westerse wereld links laten liggen.een brug beleefde van de gewone wereld naar het bovenzinnelijke. Het materialisme is ontegenzeggelijk een noodzakelijk stadium in de ontwikkeling en in zoverre behoort het dus tot de hoofdstroom. dus objectief en als het denken dit bemachtigt. die een soort geestelijk aftreksel van de werkelijkheid zijn en waarvan je maar moet aannemen (of niet). Hij meende dat de ideële zijde die door het denken wordt waargenomen. Rudolf Steiner deelt deze overtuiging met Goethe en fundeert dit door erop te wijzen. Niet door wijsheidsschatten uit het Oosten te importeren. In zijn studietijd legt hij de grondslag van zijn hele latere werk. dat wil zeggen: hij voelt zich in eerste instantie van de wereld gescheiden. Deze natuurwetenschap ontwikkelde zich in MiddenEuropa rond de overgang van de achttiende naar de negentiende eeuw en zij wordt aangeduid met het woord ‘Goetheanisme’. dat de grenzen van het tegenwoordige bewustzijn slechts een voorlopige barrière vormen en dat deze barrière overschreden kan worden als het bewustzijn in zichzelf een hoger kenvermogen gaat ontdekken. dat de werkelijkheid zich in eerste instantie voor ons bewustzijn in twee delen splitst. Om een verbinding tot stand te brengen tussen het bovenzinnelijke en het zintuiglijke aspect van de wereld. kenmerkend voor de genoemde hoofdstroom. Dat wil niet zeggen dat hij het denken uitschakelde. Dat de ideevorming door een subjectieve activiteit ontstaat. Deze inhoud is het geestelijke waarheidsgehalte van de dingen. die deze natuurwetenschap meer en meer gingen bepalen. moest weer op nieuwe wijze worden geopend. Goethe nam de natuurfenomenen waar met terughouding van theoretiserende verklaringen. Er bestond echter een natuurwetenschap die deze materialistische vorm en inhoud niet vertoonde. waarbij het ene deel gegeven is aan onze zintuigen en het andere deel ontstaat door de ideevorming bij het denkend aanschouwen. Zijn contact met 12 . waarbij de mens een menigte begrippen en ideële verbanden concipieert. De toegang tot de werkelijkheid van de geest. Het ging erom aan te tonen. ook tot de dingen behoort. die de ziel wel kunnen verheffen.”° De mens staat tegenover de wereld. dat de inhoud van de ideeën subjectief. of was dit al een afwijking van de koers? Deze vraag kan niet in absolute zin met ‘ja’ of ‘nee’ worden beantwoord. Schrijvend over Goethes wetenschappelijke kenmethode formuleert Steiner de zin die ook als sleutel voor zijn eigen methode beschouwd mag worden: “Het gewaarworden van de idee in de werkelijkheid is de ware communie van de mens. omdat Goethe de belangrijkste representant hiervan was. dus discutabel is. geenszins. de natuurwetenschap doen ontstaan. is het één met het wezenlijke van de wereld. wil nog niet zeggen.

dat het ik zich met de levende scheppende wereld verbindt door het gewone kenvermogen tot een hoger vermogen te ontwikkelen. is het moment in de wereldgeschiedenis. Nu moet echter nog de stap worden gedaan van het weten in denkvormen naar de levende ervaring van wat Steiner de ‘ware communie van de mens’ noemt. zal in een later hoofdstuk ter sprake komen. waar alle ‘feitelijkheid’ uit verdreven is. zoals Hegel° dit deed. dat hij deze stap wilde maken. Wat antroposofie behelst als wetenschap van de geest.en kennisorgaan. Bij Goethe kunnen we duidelijk zien. een halve werkelijkheid. maar zo geladen met scheppende potentie. Hij wist dit hogere kenvermogen. maar is daarom nog niet vreemd aan de dingen. Hij kan alleen verder. boven reflexie en speculatie verheven standpunt. Vernieuwde relatie met de werkelijkheid kan ontstaan op basis van het besef dat deze werkelijkheid geest is. Dit denken ontstaat weliswaar in de mens en door diens toedoen. een hoger bewustzijns. 13 . indifferente en chaotische wirwar van indrukken. dat de mens bij een nulpunt is aangeland. Het zelfbewuste ik. Daarmee gaf Goethe te kennen. Dit tot waarheid in de kennis komen betekent echter ook de opheffing van de vermeende scheiding tussen mens en wereld. integendeel. Pas het denken. dat het tot de al eerder genoemde exacte clairvoyance ontwikkeld kon worden. zal nu aan de orde komen. dat de werkelijkheid van de geestelijke wereld niet alleen maar denkt. als hij zijn vrijheid gebruikt om in zijn ik zelf de bron van vernieuwing te vinden. je kunt het ook anders uitdrukken: de ik-geest van de individuele mens beleeft zijn werkelijkheid in de wereld en niet in de afgeslotenheid van zijn lichamelijke verschijningsvorm. In de menselijke geest wordt de geest van de wereld zich bewust. Tot waarheid in zijn kennis komt hij door het denken te oefenen als een waarnemingsorgaan van ideeën — volgens Goethe beter enkelvoud: de idee. De essentie van de wereld komt in ons denkend bewustzijn tot uitdrukking. ging Steiner verder. Wat de filosoof Troxler als een vereiste beschouwde om de filosofie in de antroposofie (dat wil zeggen in een wetenschap van de geest) te laten uitmonden: “een geheel nieuw. doch echt aanschouwt — Goethe noemde het ook ‘aanschouwende oordeelskracht’ — zo systematisch te scholen. nadat hij eerst filosofisch had aangetoond dat het rijk van de geest niet gesloten is. dat een eigen karakter vertoont”. De mens is zelf de oplossing van de wereldraadsels. Zijn ‘oerplant’ is zulk een levende idee. Daarmee is in principe de brug geslagen tussen de twee oevers waarover in het voorafgaande is gesproken.de dingen via zijn zintuigen levert hem geen oplossing van de wereldraadsels: de alleenmaar-zintuiglijke zijde van de wereld is een onvolledige. dat kon Steiner verwerkelijken. toch als reële mogelijkheden (dus geen verzonnen fantasievormen) zijn te denken. dat hieruit planten die op aarde niet bestaan. toegevoegd aan de waarneming. Waar Goethe de weg wees en een eerste stap deed. Hij beschouwde de idee niet als een puur geestelijk abstractum. Het tijdstip waarop de antroposofie optreedt. Hoe deze scholing van een hoger kenvermogen aangepakt kan worden. dat de idee gewaarwordt in de werkelijkheid. brengt zin en ordening in het geheel en daarmee is pas de hele werkelijkheid gegeven. maar hij verdichtte als het ware zijn denken tot het de idee als een levend wezen kon waarnemen. je kunt ook zeggen: een geestelijk oerbeeld van het hele plantenrijk. weet zich één met de wereld.

daagt bij vele mensen toch een gevoel van de continuïteit van het individuele zijn. maar we zullen ons bij deze lichte begripsverwarring neerleggen vanwege het heersende spraakgebruik. Het ik is ons diepste zelf. nog buitenkant. met de inhoud van het begrip ‘karma’ weet men meestal minder goed raad. Reïncarnatie is ‘in’. De biografie van een mens. is in de eerste plaats niet af te leiden uit de biologische koppeling van een onafzienbare reeks mensen die we gezamenlijk 14 . Men spreekt tegenwoordig graag over ‘biografie’ wanneer men levensloop bedoelt. die als het ware gekleed is in het kostuum van de aardse persoonlijkheid. Onder ‘ik’ verstaat de antroposofie de individuele kern van ons wezen.4 Reïncarnatie en karma. in de existentiële angst. maar mijns inziens komt het reïncarnatiebesef bij de huidige westerse mens voort uit de toenemende kracht van het ik-bewustzijn. individuele verschijningsvorm in dìt bepaalde lichaam. is het inderdaad goed uit te gaan van het menselijke ik. Want tegenover de ontstellende toename van nivellering en massificatie staat — we leven immers in de eeuw van de paradoxie — de snel voortschrijdende bewustwording van het individu. dus uniek. doch deze situatie heeft zich enigszins gewijzigd.en weefselstructuur door erfelijkheid hebben gekregen. wat het woord ook zegt (persona betekent masker). de snit heeft dit speciale kostuum voor dit leven gekozen en mee helpen vervaardigen. in de eenzaamheid en onzekerheid. zoals in het voorafgaande hoofdstuk kort werd aangeduid. Het persoonlijke kostuum mag dan zijn aanvankelijke stof. dat de sterke verbondenheid met mensen en dingen niet een gevolg is van een ontmoeting. Dit komt niet alleen door de populariteit van allerlei oosterse wijsheidsstromingen die na de tweede wereldoorlog het Westen hebben overspoeld. maar een soort gevoelszekerheid kun je ten opzichte hiervan toch wel krijgen. Het heeft zeker enige invloed. dat niets meer te maken heeft met de religieuze overlevering van een hiernamaals. De werking van het ik drukt zich uit in alles wat in en aan ons is en wel zeer duidelijk in onze levensloop. maar omgekeerd. dus niet de persoonlijkheid. enzovoort. Het bestaan van het ik als geestelijke entiteit voor de fysieke geboorte en na de fysieke dood is niet bewijsbaar in de zin van een mathematisch of natuurwetenschappelijk bewijs. Het gaat veeleer om een vaag besef ‘er al eens eerder te zijn geweest’. dat de ontmoeting plaatsvindt omdat er voordien een onbewuste verbondenheid al aanwezig was. Het is niet geheel en al onbegrijpelijk. Het ik is dus geen erfelijk product. terwijl betrekkelijk kort geleden deze gedachte bespottelijk werd gevonden. In de drievoudige relatiecrisis van het ik. Het stamt niet af van onze ouders en voorouders en zeker niet van de apen. niet bedenkend. dat de reïncarnatiegedachte thans vele mensen aanspreekt. Het ik is de geestelijke entiteit°. zijn levensloop dus. weten dat in deze wereldbeschouwing de leer van reïncarnatie en karma (Nederlands: wederbelichaming en levenslot) een centrale plaats inneemt. dat de beschrijving van een leven iets anders is dan de levensloop zelf. Een dertigtal jaren geleden was dit bij het gros van de westerse niet-kerkelijke mensen ook het geval. De werkelijkheid van het mensen-ik “Maar waarom zou niet iedereen meer dan één keer in deze wereld geleefd kunnen hebben?” — Gotthold Efraim Lessing: De opvoeding van de mensheid De meeste mensen die ooit iets over antroposofie hebben gehoord. met dìt temperament en dìt karakter. Het hiernamaals als niet-aardse verblijfplaats tussen twee levens van het ik is niet duidelijk in het genoemde gevoel opgenomen. om een vermoeden dat ontmoetingen van enig belang niet toevallig zijn. Voor de christelijke kerken is het vooral deze leer die aanstoot geeft in de antroposofie. Als je de antroposofische zienswijze aangaande reïncarnatie en karma wilt leren kennen. Deze is. wanneer je van een onbevangen observatie bij jezelf en anderen uitgaat.

Het kind heeft een eigen constitutie. die zij nooit eerder hebben gezien. Je moet het fenomeen ‘Mozart’ niet verklaren uit de onmiskenbaar muzikale aanleg van zijn beide ouders. disposities voor ziektes en kwaaltjes die ook pa. Zij deden dus niets of heel weinig met de uitzonderlijke erfelijkheid die hun vader hun had geleverd. dat alles wat schijnbaar toevallig op ons afkomt door een onbewuste selectie onze specifieke aangelegenheid wordt. mag op zijn minst twijfelachtig worden genoemd. vader en zoon. beladen met eigen bevrachting. Zo is het ook met zijn temperament en zeer zeker met zijn aangeboren sympathieën en antipathieën. zij komen niet toevallig in andere omstandigheden. Dan zijn er nog andere dingen waaruit zou kunnen blijken. die ook weer specifiek zijn. moeder en dochter hebben hun specifieke levensverhalen. onberedeneerbare gevoelens. broers of zusters mogen vertonen. maar bewaart na afloop nauwelijks enige indruk van hem. Twee vrienden bezoeken samen een feest waar zij mensen ontmoeten. daarvan valt ook zeer te betwijfelen of ze werkelijk de min of meer toevallige oorzaken van de verschillende lotgevallen zijn. voor bepaalde bezigheden of aan een speciale tegenzin tegen een kleur of iets dergelijks. Zijn kinderen hadden kennelijk niet een dergelijk gegeven om in hun incarnatie te realiseren. Erfelijkheid veroorzaakt niets in de biografie. dat wil zeggen: het voelt zich op een geheel eigen wijze in zijn huid. een geschikt daarbij passend voertuig zoekt om een nieuw leven op aarde te volbrengen. maar als dit waar zou zijn. daaraan gaat de ander voorbij. Wanneer we naar de ontwikkeling van een kind kijken.of moederskindjes. een geestelijk ik-wezen. die zelfs geen onderlinge verwantschap vertonen. maar hun ik kiest zelf onbewust de omstandigheden die bij hen passen. dan hebben we het gevoel — als we niet al te bevangen zijn in voorop- 15 . Men probeert vaak de aanleg. dan zouden de kinderen van bijzonder getalenteerde ouders dit talent toch juist moeten vertonen. zelfs het genie van een mens te verklaren uit erfelijke factoren. de verschillende levenswegen liggen al onbewust in hen afgetekend. maar wordt door het ik gebruikt om eigen incarnatiedoelen te verwerkelijken. waardoor twee totaal ongelijke levenswegen ontstaan. Wat voor de een van grote betekenis is. De ene raakt in levendig contact met iemand. niet op prettige of onprettige ervaringen berusten. Daarom zijn de biografieën van de twee leden van het eeneiige tweelingpaar verschillend. ma. toch ook de evidentie van een volkomen eigen wezen. na het feest praat hij over niemand anders dan over die persoon. De biografieën van een eeneiig tweelingpaar zijn niet identiek en wat betreft de verschillende omstandigheden die ieder lid van het paar ontmoet nadat ze uit het ouderlijk milieu zijn weggegaan. het talent. maar niet in de gemeenschappelijke celkern. Voorts heeft het kind — naarmate het ouder wordt komt dit steeds duidelijker te voorschijn — zijn eigen ontmoetingen en ervaringen. zien we naast eigenschappen die duidelijk aanwijsbaar bij de ouders en/of andere familieleden te vinden zijn en die het kind door erfelijke aanleg of door nabootsing in de prille jeugd overneemt. maar ook bij echte vaders. die niet door nabootsing ontstaan. Dat zij zijn kinderen werden. dan kunnen we de gedachte vatten dat een individualiteit. Beschouwen we het eind van het aardse bestaan van een mens. De moderne psychologie heeft ontdekt. maar die spontaan als iets volkomen eigens aanwezig zijn. hoogstens een zekere aanleg in de richting van een talent. Het ik kiest onbewust zijn ervaringen. Er zijn nauwelijks genieën te vinden die geniale kinderen hadden. zijn onbewuste selectie pikt deze ontmoeting voor hem er niet uit. moet een andere lotsoorzaak hebben gehad. Het is overduidelijk dat deze onbewuste selectie niet door het van buiten komende. De ander heeft de persoon in kwestie wel gesproken. maar het meer zo bezien. dat een heel hoog ontwikkeld ik-wezen een muzikale erfelijke bedding zocht waarin het door een bepaalde incarnatie een onvoorstelbare rijkdom aan de mensheid kon schenken: de Mozart-incarnatie. Dat het biografische weefsel zou ontstaan door de wisselwerking van uiterlijke omstandigheden en erfelijke gegevens die in de genen liggen opgeslagen. Dit eigen wezen drukt zich op verschillende manieren uit. maar door ons ik wordt uitgevoerd. De levensloop is zeker niet af te leiden uit de biografieën van de ouders. Je ziet dit bijvoorbeeld aan speciale voorkeuren voor spijzen. Dat is niet alleen het geval bij kinderen die zich al vroeg afzetten tegen hun milieu. Dit is meestal niet het geval. hij merkt het nauwelijks op. ten spijt. Kijken we naar het begin van een mensenleven. dat ons ik uniek en bestendig is.het voorgeslacht noemen.

voor de wetenschap van de geest hebben zij die wel. grootvader of van hun zoon. ook van zulke die niet gemakkelijk te verifiëren zijn. Bij de mens is dit anders. Daar zijn wij nog niet zo ver in gevorderd. Kijk weer naar een kind. Het specifieke van deze bepaalde diersoort. moet je je afvragen: waarom dan dit ene leven op aarde? Kan alles zich dan niet in een geestelijke toestand afspelen? Hebben wij de aarde eigenlijk wel nodig? De aarde hebben wij nodig. Nu is het heel goed mogelijk. hoe het zich tot zijn omgeving verhoudt. 16 . is inherent aan de diersoort. het niet-voleindigde dringt zich altijd aan de beschouwer op. dat die bevrachting in een geestelijke verblijfplaats voor de geboorte is opgedaan en dat een verdere voleinding van het leven in het hiernamaals zal plaatsvinden? Als dit laatste het geval zou zijn. dat bij iemand de volgende vragen rijzen: aangenomen. lust. op moeten volgen. Vrij kan de mens alleen worden door op aarde te leven. De sterke binding die het huisdier doorgaans heeft met de mens. Het houdt verband met de lichamelijke geaardheid van het dier. liefde als scheppende kracht ontwikkelen. dan doet het er niet veel toe van welk exemplaar je de levensloop volgt.en onlustgevoelens. dat het beëindigde leven maar een fragment is. uit een vorig leven komt of uit een serie vorige levens? En hoe weet je. hoe het zich gedraagt op grond van zijn soortelijke gesteldheid. maar hoe snel is het toch thuis op aarde. Wil je de biografie van een wolf. later. kun je nooit bijzonderheden daarvoor ontlenen aan de biografieën van hun vader. En dat is het allersimpelste en tegelijk het allerhoogste. Wat verschillend is per exemplaar is niet wezenlijk. maar niet ophoudt te bestaan. driften en instincten inbegrepen. dat niet bij de geboorte nieuw ontstaat en niet bij het sterven verdwijnt. Wat ik biografie bij het dier noem. dat het bij de dood nog onvoltooide leven in een volgende existentie op aarde moet uitmonden? Kan het niet zijn. maar een oordeel naar aanleiding van een observatie. een onvoltooide symfonie waar andere delen. doet deze meer op een mensenbiografie lijken. Het hele gedragspatroon. welke berusten op ervaringen die wij aan onze huisdieren opdoen. waartoe het exemplaar behoort. Voor een materialistische wetenschap mogen zulke overwegingen geen enkele waarde hebben. Het is aanvankelijk onbeholpen en machteloos. maar daardoor komt hij tot zelfbewustzijn en tot vrijheidsbeleven. dat niet door individuele ‘ontmoetingen’ wezenlijk wordt beïnvloed (behalve als het dier in gevangenschap raakt).gezette meningen — dat de individualiteit wel van toestand verandert. Je schrijft dus de biografie van de soort. Het eigenaardige van het dier-zijn moeten wij zoeken bij de in het wild levende dieren. want deze heren hebben hun eigen. dat in de biografie tot uitdrukking komt. De aarde zelf moet een planeet van liefde worden. maar dat komt omdat heel veel mensen eigenlijk niet weten waarvoor zij leven. Om de biografie van Napoleon of Pietersen te schrijven. omdat de mens alleen op aarde kan leren wat hij moet leren. de ‘bevrachting’ die het ik bij de geboorte meebrengt. Hoe gaaf en afgerond een leven ook mag schijnen. We kunnen nog verder gaan en zeggen. Zolang het ik moet leren liefhebben. want een zorgvuldige observatie is de beste voorbereiding voor het opnemen van geestelijke inhouden. dat het ik iets is. maar ook het allermoeilijkste: liefhebben. Door de wet van de erfelijkheid herhaalt zich bij elk exemplaar wat aan de lichamelijkheid van de hele soort vastzit en bij deze lichamelijkheid is meteen het geheel van gewaarwordingen. een leeuw of een gorilla schrijven. Om dat te kunnen moet de mens vrij zijn. verandert het beeld van zijn levensloop. volkomen unieke biografie. De aarde verduistert in eerste instantie zijn weten omtrent de geest in alle dingen van de wereld. want liefde kan slechts in vrijheid bestaan. dat de aanleg. die met de hunne geen enkele trek van overeenkomst vertoont. maar dit ‘moeten’ is tegelijk het diepste verlangen van het ik. Van daaruit kan hij de geest weer terugwinnen. is het verhaal van de leefwijze van een hele soort. anders zouden ze niet zo gauw met de dingen van de aarde vertrouwd raken. Hierbij moeten wij proberen ons los te maken van meningen. Weer geen bewijs. is voor alle exemplaren van die soort gelijk. dat het dus iets geestelijk bestendigs zou zijn. Vergelijken we nu de biografie van een mens met de levensloop van een dier. De aarde is kinderen uiteindelijk niet vreemd. moet het steeds weer op aarde terugkeren. hoe weet je dan.

Is men tot deze conclusie gekomen. De mijne is het. Voordien moeten echter nog twee vragen aan de orde komen. dan moeten we ons verdiepen in de wetten van het levenslot (karma). Het soortelijke of soortige speelt juist voor de biografie geen rol. is zijn karmische zaak. Wat een mens een unieke levensloop doet hebben is niet het feit dat hij van een reeks andere mensen afstamt. zie je over het hoofd dat lotsbestemming ook heel vreugdevolle en positieve dingen op je weg brengt. Het ik neemt dus de draad van zijn ontwikkeling weer op in een volgende existentie. Als in de menselijke biografie een geestelijk-psychische ‘gestalte’ zichtbaar wordt. dan moet je je vrij maken van de oudtestamentische gedachte van een wrekende God of iets dergelijks. lichamelijk ingeboren karakter hebben. zal ik in het volgende hoofdstuk in korte trekken uiteenzetten. is geen straf. Anders bij de mens. Maar dat is in dit geval van zichzelf! Wanneer we aard en wezen van het ik hebben doorzien. noemen we karma. als een ik-bewust wezen. Wil je iets van karma begrijpen. Op het moment kan ik diep bevredigd zijn. die dus niet veroorzaakt is door gebeurtenissen of door een innerlijke gesteldheid uit een vorig leven. Karma. doch die voor ieder mens specifiek zijn. Willen we nu begrijpen hoe het ene leven met het vorige of met een reeks vorige levens samenhangt. zoals in de levensloop van een dier de bezielde lichamelijkheid van een hele soort tot uitdrukking komt. is karma. Bovendien heeft de mens tijdens zijn leven op aarde ook slechte dingen gedaan en goede dingen nagelaten. Onze biografie is te beschouwen als de ‘afstammeling’ van een andere biografie van dezelfde individualiteit. of er niet ook zoiets als een geestelijke erfelijkheid bestaat. Neem simpelweg de klap die ik iemand geef op wie ik woedend ben. maar wie doet dat nu werkelijk in uitgebreide zin? En dan blijven er nog heel veel zaken over. Dat hij iets boosaardigs jegens mij had uitgehaald. dat wil zeggen: dit op een of andere manier in een volgend leven te vereffenen. is deze gevolgtrekking voor de hand liggend.alsmede de bewegingen die het dier op grond van zijn gesteldheid in de ruimte uitvoert. In de eerste plaats: als het waar is dat je individuele geest of ik-wezen voortdurend opnieuw op aarde leeft. Als we hier van een geestelijke erfelijkheid willen spreken. Het voortspinnen van de draad van de ontwikkeling en de vereffeningen die door het bewustzijn niet worden doorzien en die als gebeurtenissen eenvoudigweg op je toekomen zonder dat je de werkelijke oorzaak ervan kent. maar alles wat wij in ons leven ontmoeten. Hij reageert daarop ook niet volgens een vastgelegd gedragspatroon. doordat de mep me echt heeft opgelucht. niet uit de blinde omstandigheden. dan rijst de vraag: waar komt de biografie dan vandaan? — Zij komt niet uit de erfelijke genen. De diersoort-gestalte stamt af van de diersoort-gestalte. Dit is toekomst-karma. maar individueel. die bij lezingen over dit onderwerp zonder mankeren worden gesteld. in werkelijkheid ben ik daardoor minder waard geworden dan ik voorheen was. want het ik selecteert immers onbewust zijn eigen ontmoetingen. die niet in dit ene leven te klaren zijn. zou je je kunnen afvragen. dus zou de geestelijk-psychische gestalte op analoge wijze van de geestelijk-psychische gestalte kunnen afstammen. Ook wanneer wij een echt nieuwe ontmoeting hebben. dan hebben we een exacte aanduiding van het begrip ‘reïncarnatie’. is bij de mens het individuele ik. de minderwaardigheid van mijn eigen wezen te herstellen door de gevolgen van de klap op me te nemen. Als je denkt dat lot alleen maar noodlot is. hetgeen remmend op zijn ontwikkeling heeft gewerkt. dan vormt zich door deze ontmoeting karma. maar het leerproces kan nooit afgesloten zijn aan het eind van die ene existentie op aarde. Wat bij het dier de soort is. Karma wordt ook te vaak uitsluitend gezien als vereffening van vroegere ‘zonden’. maar het zijn de ontmoetingen en ervaringen die niet een algemeen menselijk. de wereldwet van vereffening. dat natuurlijk sterk bepaald gaat worden door de wijze waarop wij vanuit onze vrije persoonlijkheid op deze ontmoeting reageren. Ik heb de ander pijn en belediging aangedaan. Hoe het lot wordt gevormd. Karma ontstaat door het volgende: het ik leert in een leven weliswaar heel veel. hoe de karmische wetmatigheid werkt. Natuurlijk kun je in hetzelfde leven ook wel bewust een vereffening van je verkeerde daden of gedachten nastreven. hoe verklaar je dan de toename van de wereldbevolking? Of ont- 17 .

Er is een totaal aan menselijke ik-wezens — hoeveel miljard weet ik niet — waarvan een deel op aarde is geïncarneerd en een deel in een niet-aardse wereld leeft. De vrijheid van de zelfbewuste mens brengt gevaren met zich mee. De belangwekkende bewegingen van mondiale solidariteit. de vrouwenbeweging. hoe vaak ook nog vermengd met illusionaire elementen — het zijn toch duidelijke tekenen van een voortschrijden van de mensheid. De mogelijkheden te dwalen. maar de werkelijkheid stoort zich nooit aan statistieken. de emancipatie van rassen en volken. dat er over honderd jaar zo en zoveel mensen op aarde zullen zijn. De som van de twee delen blijft gelijk. aangenomen dat er gemiddeld achthonderd à duizend jaren tussen twee levens op aarde liggen (volgens Steiners karmaonderzoek). dat is in deze zin: verder ontwikkeld dan de vroegere stadia. Statistieken van bevolkingstoename willen aantonen. De tweede vraag luidt: als het waar is dat de achtereenvolgende incarnaties de mens steeds verder brengen in zijn ontwikkeling. Er kunnen bijvoorbeeld epidemieën uitbreken — het ontstaan van aids was immers ook niet voorzien — die de mensheid op aarde in korte tijd kunnen decimeren of halveren — om maar niet te denken aan een atoomoorlog. zijn enorm toegenomen. is het huidige mensheidsstadium ‘volmaakter’. de mens is losgeraakt van God en gebod. De vooruitgang bestaat daarin dat de mens in de huidige incarnatie veel en veel bewuster leeft dan in zijn vorige incarnaties. zowel in denken als in doen. maar bij nader inzien is dit niet zo. maar er was veel meer kindersterfte waardoor de bevolkingsdichtheid minder was. Daardoor kan hij de verschrikkelijkste dingen doen. maar niet verder in de beschouwing heb betrokken. vredesbewegingen. als de mens dus een vervolmaking tegemoet gaat. Er zijn tijdperken dat er veel ik-geesten incarneren en tijden dat dit weer afneemt. In dit verband moet ik ook terugkomen op de symptomen van vooruitgang die ik in het hoofdstuk over de tijdsituatie heb genoemd. 18 . waarom is onze tegenwoordige tijd dan zo vol slechtheid en onmenselijkheid? Gaan we niet eerder achteruit dan vooruit? Het zou inderdaad kunnen lijken. Bovendien moet men bedenken. als je de geschiedenis van de twintigste eeuw vergelijkt met vroegere tijden.staan er ook steeds nog nieuwe ik-geesten? Er ontstaan geen nieuwe ik-geesten meer. Reactionaire krachten hebben vrij spel. maar de delen hoeven niet altijd even groot te blijven. maar in het licht van de ontwikkeling beschouwd. omdat hij zijn fouten van vroegere levens kan goedmaken. alsof het mensdom achteruit gaat. Er waren dus niet zozeer veel minder geboorten. dat er vroeger veel meer kinderen al heel jong stierven.

Om te begrijpen wat karma is en hoe het ontstaat. de werking van pupil en lens zijn grotendeels zuiver natuurkundig te verklaren. Het zou onverstandig en ook ondoenlijk zijn om in een hoofdstuk een exposé van al deze aspecten te geven. Met ‘lichaam’ is hier niets stoffelijks bedoeld. voort- 19 . stofwisseling. het netvlies echter vertoont een proces dat niet meer zuiver natuurkundig of chemisch. Het woord ‘ether’ is een geesteswetenschappelijke term waaraan je geen aanstoot moet nemen. maar er functioneert dan ook niets meer. dat met chemische stoffen is gevuld. Rudolf Steiner belicht in zijn geesteswetenschappelijke werken en voordrachten het wezen van de mens op verschillende manieren. valt het uiteen. groei. Zo komen we tot het tweede deel van het menselijke wezen. de aithēr. want zodra het wordt overgelaten aan dit rijk. hoogstens het korte moment tussen het intreden van de dood en de beginnende ontbinding van het stoffelijk overschot. Zolang wij leven. Nemen wij het oog.5 Mensbeeld en karma “Zoals men oude kleedren afwerpt en weer andere. Het fysieke lichaam is dus niet uit het aardse rijk van de chemische elementen te verklaren. is het fysieke lichaam doortrokken van iets. We kunnen het fysieke lichaam. nieuwe over. doch vanuit het organische. is ondoordringbaar voor andere lichamen. een levend geheel van functies voorkomt. hoor je de muziek als een harmonische eenheid van vier elkaar doordringende stemmen. wordt het fysieke lichaam genoemd. Zodra de dood is ingetreden lost niet alleen de vorm op. Als ze alle vier tegelijk spelen. is onderhevig aan de zwaartekracht. zodat we zeer zeker van een eenheid ‘mens’ kunnen spreken. ze zijn ingebed in levensprocessen. De stoffen gaan uit elkaar en worden opgenomen in de aardse omgeving waaruit ze oorspronkelijk ook afkomstig zijn. moeten wij ons bezighouden met de vierledigheid van de mens. maar het fenomeen ‘mens’ is vergelijkbaar met een muziekstuk voor vier instrumenten. terwijl de andere drie zwijgen. dat in het bijzonder op dit onderwerp betrekking heeft. Je kunt echter tegelijkertijd de stemmen apart onderscheiden en ze natuurlijk ook de een na de ander apart laten spelen om de melodie van elke stem iets nauwkeuriger te kunnen beluisteren. het gedeelte van de mens dat in de ruimte voor onze zintuigen verschijnt. Zolang het leeft. dat het zijn vorm geeft en dat maakt dat het ons als een organisme. dat aspect van de mens naar voren te halen. enzovoort. zoals mineralen. Bij deze werkingen moeten wij echter wel bedenken dat ze nooit zo optreden als in de anorganische natuur. draagt het wel de eigenschappen van andere stoffelijke dingen die niet uit elkaar vallen. de hefboomwerkingen in het skelet. Het neemt ruimte in. Het levenslichaam doortrekt het fysieke lichaam geheel en al. De onderste ‘stem’. de lichtdoorglansde lucht die beschouwd werd als de bron van alle leven. geeft het zijn vorm en is de oorzaak van alle levensverrichtingen zoals ademhaling. Voor wij daarmee verdergaan. nieuwe tot zich neemt. De hier bedoelde vier leden (in het Duits ‘Glieder’ of ook ‘Leiber’ genoemd) doordringen elkaar.” — Bhagavad-Gita II-22 In het vorige hoofdstuk zijn wij uitgegaan van het menselijke ik om van daaruit het vraagstuk van reïncarnatie en karma aan de orde te stellen. Zo zullen wij steeds een ‘stem’ van het kwartet laten klinken. dat levenslichaam of etherlichaam wordt genoemd. de optische en akoestische werkingen in oog en oor. heeft dus naast uitbreiding ook gewicht en vertoont ook andere natuurkundige en scheikundige wetmatigheden zoals de werkingen van basen en zuren in de spijsverteringssappen. eigenlijk nooit echt op zichzelf zien. Voor de duidelijkheid is het beter telkens wanneer een belangrijk onderwerp uit de antroposofie ter sprake komt. vanuit het leven moet worden verklaard. maar een complex van krachtwerkingen. zo legt ook de drager van het lichaam zijn oude lichamen af en gaat in andere. moet eerst het mensbeeld als geheel worden behandeld zoals dit in de antroposofische geesteswetenschap te vinden is. Het is afkomstig uit de oud-Griekse wijsheid waar het gold als ‘vijfde element’.

In deze vorm. omdat de aarde daardoor haar leven. het is een bovenzinnelijk of bovennatuurlijk rijk — de etherkrachten zijn fundamenteel anders dan de aardse krachten. alleen aan de ledematen en aan het onderlichaam is de vorm van het etherische wijder dan de grens van het fysieke lichaam.of perzikbloesems. Hier scheiden zich al direct de wegen van diegenen die bereid zijn deze stap te maken omdat ze de redelijkheid ervan inzien en diegenen die willen vasthouden aan de gangbare natuurwetenschappelijke voorstellingswijze. in het algemeen. maar de bewegende kracht. dus haar vruchtbaarheid. maar in. zonder het principe van het levende in zijn geestelijke realiteit te erkennen. maar innerlijk voos. En wat men op dit gebied presteert. waar deze omgang met de krachten van de levende natuur uiteindelijk toe leidt. Het levens. De derde ‘stem’ van het kwartet wordt vaak met de term ‘astrale lichaam’ aangeduid. die bij de mens dus ongeveer dezelfde contour heeft als het weggedachte fysieke lichaam. Bij de mens vallen fysiek lichaam en etherlichaam grotendeels samen. Door een bepaalde manier van denken kan men met natuurkrachten omgaan. dat wil zeggen uit de bewegingen van moleculen. smakeloos en ontvankelijker voor ziektes worden. Dit laatste is ontegenzeggelijk waar. kan men zelfs effectief in levensprocessen ingrijpen. mineralen niet. De moderne wetenschap negeert het bestaan van het levenskrachtencomplex en tracht alle levensverrichtingen uit de chemie te verklaren. maar zelfs de meest spirituele en ruimdenkende van deze geleerden waagt nog niet de definitieve stap in de concreetheid van het bovenzinnelijke te doen. maar het is van kosmische herkomst. Deze laatste. maar veel mensen krijgen in de gaten dat men hiermee op de verkeerde weg is. Het etherrijk doordringt wel het aardse rijk tot op zekere hoogte (beter te zeggen: diepte). is geen stilstand. Planten en dieren hebben ook een etherlichaam. Is er toch iets fout? Zou de denkwijze niet veranderd moeten worden? Grote natuuronderzoekers van deze eeuw zijn de etherische krachten en het etherlichaam duidelijk op het spoor. omdat het hier juist gaat om de per definitie niet lichamelijke binnenwereld van de mens. maar zij doet dit zo goed dat ze deze processen niet alleen op haar wijze kan verklaren. maar de mens wordt niet gezonder. maar een architect die niet weggaat als het bouwwerk klaar is. maar daar ligt nu juist het grote vraagstuk. die zich alleen van de bouwstenen van de anorganische stoffen onderscheiden door een veel ingewikkelder structuur. Wanneer de helderziende het etherlichaam wil schouwen. De resultaten van chemische middelen. Als je het 20 . De helderziende kan het etherlichaam waarnemen.planting. die je dus etherkrachten kunt noemen. die de Indiër prana noemt. Lukt het hem de fysieke ‘vulling’ door sterke concentratie weg te denken.en tuinbouw is chemische bemesting nog volop in gebruik. Maar de vraagt rijst. dan moet hij met grote kracht het waarnemingsbeeld van het fysieke lichaam onderdrukken. maar tevens deze verklaring kracht kan bijzetten door er effectief mee te werken. dan verschijnt voor zijn geestesoog een kleurrijke vorm die de tint vertoont van abrikozen. antibiotica enzovoort zijn indrukwekkend. In de medische praktijk dito dito. alleen maar zieker. In de land. stammen uit een ander rijk dan de aardse of anorganische natuur.en uitstromende bewegingen. Nu kun je natuurlijk denken: wat doet ertoe langs welke weg je gaat. waarbij alle bovenzinnelijkheid naar het rijk der fabelen wordt verwezen. dwingt zonder enige twijfel grote bewondering en erkenning af. Bij de planten en dieren is de etherische ‘wolk’ rondom de fysieke omtrek echter veel groter.of etherlichaam is dus de architect van ons fysieke lichaam. onttrekt zich aan onze gewone zintuigen. De werking ervan kan echter indirect aan het stoffelijk fysieke lichaam worden waargenomen door onze stoffelijke zintuigen. dat wil zeggen: dit bovenzinnelijke deel van de mens is alleen te aanschouwen door een bovenzinnelijk waarnemingsorgaan waar de helderziende over beschikt. Met het erkennen van het reële en niet gefantaseerde bestaan van het etherlichaam doet de mens een eerste innerlijke stap in een geestelijke werkelijkheid. de gangbare wetenschap benadert de levensprocessen volgens moleculaire gezichtspunten. Hier is het woord ‘lichaam’ nog minder geslaagd dan bij ether-lichaam. enzovoort. De geesteswetenschap maakt echter een grondig onderscheid tussen de anorganische en de organische krachten. terwijl de producten wel schijnbaar goed gedijen. Deze verschijnselen zijn wel aan het fysieke lichaam te constateren. op den duur verliest. doch die er voortdurend vormend aan blijft werken.

maar de beschrijving van het zieleleven moet voorlopig nog worden uitgesteld. maar een exacte verwoording van een menskundig feit. als ze onlust voelen. Laten we dan ‘psyche’ zeggen. vinden sommige mensen dat ook al zweverig. manifesteert het zich als ‘ego’. Dat we hier met de unieke kern van ons wezen te maken hebben. wat bij het dier niet het geval is. Maar wat het ik aan zichzelf verricht. maar ook driften en hartstochten enzovoort. bedoelt hij. De psyche doordringt het etherlichaam en het fysieke lichaam. omdat het begrip ‘astraal’ zo occulterig aandoet. daarom wordt het ik ook wel ‘geestdrager’ genoemd. We verliezen het bewustzijn. Het ik kan zich met de wereld verbinden. Men spreekt ook wel van lager en hoger ik. die het uit de geesteswereld ontvangt. Bij de mens zijn de gewaarwordingen en gevoelens echter nog door het vierde deel. In elke incarnatie kan het ik dit ‘voeden met eeuwigheid’ voortzetten. omdat het in werkelijkheid in de geest van de wereld is. Zoals in het allerheiligste van de antieke tempel de godheid aanwezig was. Op aarde voedt het ik zich door de indrukken die het door de zintuigen krijgt. Bewustzijn heb je altijd van iets. het draagt dit als een hoger geestelijk gewaad dat niet wordt afgelegd bij de dood. Het ik als individuele geest wordt zich van zichzelf bewust in de ziel en wel door het denken waarin het ik volkomen wakker is. We hoeven deze aanduiding niet te gebruiken. Het kan naar aanleiding daarvan kennis ontwikkelen. dat de vingerafdruk van ieder mens individueel is. Het droomt nog in het gevoel en slaapt geheel en al in de wil. Je kunt een ander nooit met dat woord aanduiden en de ander jou niet. het ik. In het menselijke astrale lichaam huizen gevoelens zoals vreugde en smart. waarin het ik zich ook uitdrukt — denken we bijvoorbeeld aan het feit. zo is in ieder mens één druppel van de goddelijk-geestelijke oceaan aanwezig. Voor zover het nog door zijn omkleding lijkt ingesloten. geïndividualiseerd. Wanneer Dante° van zijn leermeester Brunetto Latini° zegt: “hij leerde mij hoe de mens zich vereeuwigt”. wordt het pas een menselijke ziel. Het astrale lichaam of de psyche kan evenmin als het etherlichaam door het gewone oog worden waargenomen. dat hun lust bereidt en ze kunnen ergens vandaan gaan. dus door het ik gestempeld. komt door de kracht. Deze opmerkingen behoeven natuurlijk een nadere uitleg. Het hoger ontwikkelde ‘geestelijke oog’ van de helderziende neemt dit echter wel waar als een zeer afwisselend gekleurde en binnenin uiterst beweeglijke eivorm die de aura° van de mens wordt genoemd en die de grenzen van het fysieke lichaam omstraalt. het ik. Dit deel van ons wezen levert ons dus in combinatie met de andere twee dat.niet zo mooie woord ‘complex’ wilt gebruiken. Tegelijk met de gevoelens van lust en onlust als primaire roerselen van de ‘psyche’ is de mogelijkheid van verplaatsing in de ruimte gegeven. Door het ik kan het geestelijke zich openbaren. kun je dit ‘lichaam’ het complex van zielekrachten en functies noemen. Pas in het licht van het zelfbewuste ik krijgen de overige delen van de vierledige mens hun zin. Met dit ik is de zelfstandigheid van elk menselijk wezen gegeven. Waarvan zijn wij ons bewust? Van wat we waarnemen en innerlijk gewaarworden. dat slechts een afspiegeling is van het ware zelf. Bezielde wezens kunnen zich bewegen. maar vormt er een minder hechte eenheid mee dan die welke het ether. dat klinkt misschien minder romantisch. maar als we ‘ziel’ zeggen. ze kunnen op iets afgaan. wat we bewustzijn noemen. Je zou dit deel dus ook gewaarwordings-’lichaam’ kunnen noemen. Bij elke slaap trekt het astrale lichaam zich terug uit de andere twee. geeft het feit al aan dat het woordje ‘ik’ alleen maar door ons gebruikt kan worden om onszelf aan te duiden. Zij zijn de omkleding van het ik. Astraal betekent: verband houdend met de sterren — nauwkeuriger gezegd: met de planeten. die samen in bed blijven liggen. in dit gewaarwordingslichaam leeft en werkt. dus verder weven aan zijn 21 . planten niet. dat Brunetto hem leerde zich uit de geest te voeden. De vierde ‘stem’ in het kwartet is het ik.en fysieke lichaam onderling vormen. Als Willem Kloos dicht in zijn beroemde sonnet: ‘Ik ben een god in ‘t diepst van mijn gedachten’ is dat geen blasfemie of zelfoverschatting. dat wil zeggen: ‘weten binnenin’. De uitdrukking ‘astrale lichaam’ wekt bij menigeen weerstand op. Wat het ik langs deze weg van geestelijke scholing zich eigen maakt. Dieren hebben dit ook. is eeuwig. oftewel een geestelijke scholing te ondernemen. Doordat het vierde deel.

Wanneer wij inslapen na een dag in de uiterlijke wereld te hebben geleefd. enzovoort. maar door hartmassage of anderszins weer in het leven zijn teruggeroepen. wanneer iemand op het punt staat te verdrinken. daden en woorden — goede en slechte — een dag waarin wij dingen hadden moeten doen en zeggen maar het niet hebben gedaan. Word je dan toch gered en blijf je in leven. dat het oordeel niet zo gunstig was — blijven de beoordelingen in ons bewaard. weten wij in eerste instantie niet. Dit uiteenvallen van het geestelijk-psychische enerzijds (ik en astrale lichaam) en het levend-lichamelijke deel anderzijds (etherlichaam en fysiek lichaam) moet echter niet al te radicaal worden opgevat. Het ik dat met het astrale lichaam evenzo een eenheid vormt als het etherlichaam met het fysieke lichaam. De mens beleeft dit echter zo dat de gebeurtenissen van zijn leven in 22 . Er ligt geen beoordeling in. De vierheid van het menselijke wezen valt bij elke slaaptoestand in een tweeheid uiteen. dus wanneer de dood al gaat intreden. Als mensen die korte tijd klinisch dood zijn geweest. Het bewustzijn dooft uit zodra de slaap intreedt. Dit oplossingsproces van het etherlichaam gaat vrij snel. Bij dit terugleven van ons dagverloop ondergaan wij een moreel oordeel over hetgeen wij gedaan of niet gedaan. gevoelens. over hun ervaringen ‘na de dood’ berichten. zoals het fysieke lichaam op den duur in de aardse wereld opgaat. Hoe moeten wij ons dat voorstellen? Als wij sterven. want hij kan deze buitenlichamelijke toestand van de geestelijkpsychische mens waarnemen. Deze twee maken zich hiervan vrij en het etherlichaam lost dan op in de etherwereld. velt dit oordeel. voor de geest. gedacht of niet gedacht hebben. Na drie en een halve dag is het etherlichaam in de etherwereld opgelost. ontdaan van alle verfraaiing en verzachting die we onszelf zouden toebedelen wanneer we wakend een oordeel over onszelf zouden moeten vellen. zoals bij de slaap. ook wel onze genius genoemd. Dit laatste begint spoedig uiteen te vallen. alle emoties zwijgen. Gedurende drie à vier dagen na het intreden van de dood speelt zich het volgende af: de gestorvene heeft in die tijd een panorama voor zich van zijn zojuist beëindigde leven op aarde. wensen en impulsen. dan ontrolt zich het boek van onze herinneringen als een groot panorama. De beelden zijn steeds groter en waziger geworden en verdwijnen dan. ervaringen. gedachten. Het doet zich onder andere voor. dan herinner je je dit levenstableau.geestelijk gewaad. Maar het etherlichaam kan ook maar kort met het astrale lichaam en het ik verbonden blijven. Simultaan staan alle beelden die men zich tijdens zijn leven als voorstellingsbeelden heeft gemaakt. in welke wereld ze zich bevinden wanneer ze buiten het lichaam zijn. Maakt dit zich van het fysieke lichaam los. Er begint thans een andere fase. dat wil zeggen: de morele zijde van het zojuist beëindigde leven komt aan de orde. gaan niet alleen het astrale lichaam en het ik eruit. dan beleven wij alles van die dag nog eens. wordt nu opnieuw doorleefd. Ons hogere ik. dat in zekere zin nog deel uitmaakt van een wereld van wezens van een hogere orde dan de aardse mens. Het bewustzijn dooft geenszins uit. vertellen zij vrijwel zonder uitzondering over deze ‘review’. Alles wat in het astrale lichaam is bewaard. namelijk die van het terugleven in de astrale sfeer. Degene die met een geestelijk waarnemingsorgaan is toegerust. Het betekent dat in het etherlichaam het geheugen zetelt. kan echter vervolgen wat er dan gebeurt. maar ook het etherlichaam maakt zich los van het fysieke lichaam. Wat het ik en het astrale lichaam beleven. een dag vol indrukken. Een tweede ‘lijk’ is daarmee afgelegd. het wordt integendeel juist aanzienlijk scherper dan het waakbewustzijn op aarde. Dit is dus niet egoïstisch gekleurd. maar strikt rechtvaardig. het is streng. De totale inhoud van ons waakbewuste voorstellingsleven blijft op een of andere manier opgeslagen in het etherlichaam. zoals de Amerikaanse arts Moody dit verschijnsel noemt in zijn boek Life after life°. maar in omgekeerde volgorde. hoogstens kan een ‘houten kop’ bij het wakker worden erop wijzen. Deze ‘review’. verlaat dus ook deze laatste twee bij het inslapen. was allang bekend. Zij vormen de grondslag van ons lot in een volgend leven. het verteert. het ik bewaart echter wel een soort geestelijk extract van de ‘lichamen’ waarin het zich gedurende zijn aardse existentie had gehuld. gevoelens van vreugde of smart. Ook tijdens de slaap blijft er een zekere verbinding van de vier delen bestaan. Dit oordeel is volkomen objectief. het is zuiver en alleen een terugblik. onverbiddelijk. Hoewel wij ons dit niet bewust zijn — bij het ontwaken zinkt het astrale beleven weg.

welke het nodig heeft om zijn karmische ‘rekening te betalen’. Rudolf Steiner noemt het ‘Kausalkörper’°.omgekeerde volgorde vanaf het stervensmoment terug tot de geboorte worden doorgemaakt. Deze plaats is niet in ruimtelijke betekenis op te vatten. ook op aarde. weggebrand. van incarnatie tot incarnatie wordt dit rijker en voller. We beleven in kamaloka elke begeerte als een schrijnende ontbering. vormen tezamen een krachtencomplex waarmee het ik omgeven blijft. maar die wij met ons gewone waakbewustzijn niet waarnemen. Zoals uit het etherlichaam dat het herinneringstableau van ons voorstellingsleven bevatte. Maar ook het weefsel van rechtvaardige vereffeningen moet tot stand worden gebracht. temperament. omdat het precies de nachten zijn die worden teruggeleefd en de mens slaapt gemiddeld acht uur per etmaal. We missen echter de fysieke organen waardoor we onze begeerten kunnen bevredigen en lustgevoel opwekken. waardoor wij de lotsdraden verder 23 . opdat het ik. met andere woorden: de drie nieuwe omhulsels waarin het ik zich gaat steken (astrale lichaam. de ‘Purgatorio’. Ik ben als het ware in de ander en moet nu alles zelf doorlijden wat ik hem heb aangedaan. zo neemt het ik ook een extract uit de astrale ervaringen mee. maar nu leer ik kennen wat de ander daaraan heeft beleefd: pijn. karakteraanleg en eventuele talenten moeten karmisch worden ingebouwd bij een volgende incarnatie van het ik. Het verblijf in kamaloka duurt een derde van de tijd die je op aarde hebt geleefd. Ons lot dragen wij in ons. nadat dit zich van het etherische omkleedsel heeft losgemaakt. Maar dat niet alleen: ook ontmoetingen die ons schijnbaar toevallig van buitenaf overkomen. Er ontstaat zodoende een derde ‘lijk’ en wel het lagere astrale lichaam dat nog met vergankelijkheid was behept. in totaal een derde van zijn leven. De toestand waarin de mens de teruggang door zijn aardse leven in morele zin moet doormaken. Wat niet door de geestelijke activiteit van het ik ‘vereeuwigd’ is. ‘Vagevuur’ noemt de katholieke gelovige deze toestand. de Divina Commedia. niet door mijn individuele zelf alleen kan worden verricht. Alles wat ons op aarde lust verschafte — en daarbij moet niet alleen aan ‘lagere’ maar evenzeer aan edele lustgevoelens worden gedacht — is in ons astrale lichaam nog als begeerte aanwezig na de dood. waar we die mensen ontmoeten of die gebeurtenissen ondergaan. Lichamelijke constitutie. Een wijzere tweede mens in ons brengt ons buiten het normale waakbewustzijn om precies op de plek waar we de karmische vereffening vinden. vernedering. Waarom plaats van ‘begeerte’? Bij het terugleven moet het ik zich gaandeweg vrijmaken van al wat het nog aan het aardse bestaan bindt. in dit verband van de ‘louteringsberg’. ‘oorzaaklichaam’. maar deze uitdrukking wordt in latere publicaties en voordrachten niet meer gebezigd. Kom ik bij het terugleven aan bij dit moment. opdat het karmische verband verwerkelijkt kan worden. de lering die de mens trekt uit zijn aardse existentie. Nemen wij weer het voorbeeld van de klap die ik op een gegeven moment in mijn leven aan iemand heb uitgedeeld. Want het gaat inderdaad om een louteringsproces. moet worden afgelegd. Bovendien wordt hem nu het tegengestelde van zijn eigen ervaringen bewust. het is de astrale sfeer — Steiner noemt het ook wel het zielenland — die ons altijd omgeeft. die omstandigheden zal aantreffen. De Italiaanse dichter Dante Alighieri spreekt in zijn machtige werk over het hiernamaals. Deze beide extracten. dan beleef ik de gebeurtenissen nogmaals. Deze ervaringen maken het ik los van het astrale omhulsel dat nog niet vergeestelijkt is en dientengevolge achtergelaten moet worden. Dat betekent onder andere. De louteringservaringen van kamaloka zijn zelf nog niet de vereffening van je daden en gedachten. wanneer het de kamaloka-sfeer achter zich laat om tot een hogere geestelijke wereld op te stijgen. als een brandende dorst die niet kan worden gestild. maar de ik-wezens van talloze mensen zijn betrokken. Het ik moet nu de opgedane ervaringen verwerken en transformeren tot vaardigheden die het in een volgend leven op aarde als aanleg en talent meebrengt. etherlichaam en fysiek lichaam) moeten de verwerkte ervaringen van vorige existenties als lotsgegevens bevatten. weer teruggekeerd op aarde. dat diegenen met wie ik een positieve of negatieve ervaring moet vereffenen — neem maar weer die klap — tegelijk met mij in een nieuw leven op aarde aanwezig moeten zijn. Het is duidelijk dat het tot stand komen van dit uiterst gecompliceerde weefsel van lotsdraden waarin niet alleen mijn ik. maar tegelijkertijd komt het op ons toe. moeten zijn ingebouwd. noemt de Indiër ‘kamaloka’: plaats van begeerte. een extract door het ik wordt meegenomen.

zodra we leren het karma vanaf de andere zijde. Kan ons tijdens het aardse bestaan misschien de gedachte terneerdrukken. dat zich een onuitblusbare wilsimpuls vormt om goed te maken. geneest dit inzicht ons van de verkeerde gedachte dat het zou gaan om straf of vergelding. kan ik niet ingaan op talloze vragen die ongetwijfeld bij de lezer door het voorafgaande zijn opgeroepen. Als wij dit beseffen. Ik verwijs hiervoor naar de literatuurlijst. Enige hoofdpunten evenwel moeten nog aan de orde komen. Aangezien het in dit geschrift erom gaat slechts in grote lijnen aan te geven wat antroposofie is. dat de positieve vruchten daarvan in een volgend leven door onszelf en anderen kunnen worden genoten. raken we niet alleen verzoend met ons lot. Deze uiterst beknopte schets van de wijze waarop karma ontstaat. rechtvaardige lotsweefsel te vervaardigen onze beperkte wijsheid verre te boven gaat. die ons met diepe eerbied vervult. omdat de onmetelijke wijsheid die nodig is om het objectieve. vanuit de geestelijke werkelijkheid te beschouwen. met betrekking tot de leer van reïncarnatie en karma. maar wij zien daarin de wijze leiding van een goddelijke wereld. In christelijke zin zou men hier van ‘hemel’ kunnen spreken. In elke lotsontmoeting komen wij in zekere zin ons eigen ik tegen. komt ons na de dood zo onverbiddelijk scherp tot bewustzijn. wij zijn ook vol betrokken bij de totstandkoming ervan. De onvolkomenheid. zou met een grote hoeveelheid nadere gegevens en gedetailleerde beschrijvingen moeten worden aangevuld. te herstellen. Deze zijn in de werken van Steiner overvloedig te vinden. 24 . dat de zware lotgevallen die ons treffen door onszelf zijn veroorzaakt. Wij willen zelf ons lot.kunnen spinnen. te verbeteren. dat wij vanuit onze bewuste vrije besluitkracht zo met ons lot kunnen omgaan. vandaar die onbewuste selectie. maar hogere wezens dan wijzelf moeten ons daarbij leiden en helpen. De toestand waarin het ik geraakt na het verlaten van het kamaloka wordt in de antroposofische literatuur ‘de wereld van het devachan’ of ‘geestenland’ genoemd. Vreugdevol is het besef. Dit geeft ons zekerheid in het leven. Ten eerste de vraag: hoe kunnen karma en vrijheid elkaar verdragen? Verder de verhouding van de antroposofie tot het christendom. Tijdens de hemelreis van het ik moet het komende lot worden gevormd. die wij aan onze menselijke tekortkomingen te wijten hebben.

ondergaan wij met vreugde of met pijn en verdriet. maar het niet klaarspeelde omdat hij geen longen heeft. Overigens duikt de vraag of karma en vrijheid elkaar niet uitsluiten pas op. laat staan om erin te kunnen leven. Ik heb de gegevens zelf mee bepaald. bewegen wij ons in onze voorstellingen van vrije bestemming en toevallige wederwaardigheden als een vis in het water. want ik heb dit huis immers speciaal voor mijzelf gebouwd om erin te wonen. dat hij merkt dat buiten het water een ander element bestaat. wanneer de mens enige notie begint te krijgen van lotsbeschikking. maar dan ben ik een grote dwaas. dat ik in dit huis ga wonen. maar aangezien het tot stand komen van deze omstandigheden geheel buiten ons normale bewustzijn om gaat. maar binnen die zelfbepaalde gegevens kan ik mij vrij bewegen. Alles wat buiten het water ligt. Zou ik nu zeggen: ‘Als ik dat doe. maar niet zonder bedoeling. deze binden mij. de tekeningen en de maquette gemaakt. ongeval of ziekte. Maar de mens is een bijzondere vis! Hij bezit behalve kieuwen om in het water te leven.6 Karma en vrijheid . Deze omstandigheden: een ontmoeting. of we interpreteren het als water. Maar de wet volgens welke de vereffeningen plaatsvinden. Ik heb niet alleen het plan naar eigen inzicht en wensen ontworpen. het zou kunnen schijnen of alle vrijheid van handelen daardoor is uitgesloten. ook longen. maar wat ik binnen die vormen doe. doch onvrij in het ziekenhuis ben beland. kun je ervaren door het verkeer. Ook een mens zou diep ongelukkig worden als hij ging beseffen dat zijn normale bewustzijn hem wel een gevoel van vrijheid geeft.. Maar stel je nu voor dat je een vis bent. dan is de kans groot dat ik om half vier niet vrij bij mijn vriend. Het lijkt misschien of ik pas echt vrij ben als ik nu in een ander huis ga wonen. Mijn vrijheid maakt het mogelijk dat ik het besluit neem vandaag om drie uur in de middag een vriend te gaan bezoeken. maar ik heb ook met eigen hand geholpen bij het bouwen. een gebeurtenis. Bij nader inzien echter is dat niet het geval. omdat hij geen organen bezit om zich in dit gebied te oriënteren.”dat hij wijzer zij dan der Schikgodin wet en het onoverwinlijke noodlot. voel en denk is volkomen vrij. de indeling van de kamers zijn weliswaar onveranderlijke gegevens (aangenomen dat ik niet direct aan het verbouwen sla). omdat ik weet dat alleen door het volgen van de verkeersregels ik en andere mensen zich vrij over straat kunnen bewegen. Dat vrijheid zelfs alleen op grond van een zekere gebondenheid mogelijk is.. moeten wij uitgaan 25 . En inderdaad vallen ze ons toe. schrijven we ze toe aan het toeval. Houden zij zich niet aan de regels en ik ook niet. oftewel de dwingende omstandigheden. die hij in reserve houdt totdat hij de sprong in de lucht durft te wagen. Steiner maakt ons door een beeld attent op iets heel belangrijks in dit verband: zolang wij niet een diepere kijk op onze levensloop krijgen. Een dergelijke vis zou doodongelukkig worden als hij nu ook in de lucht wilde gaan leven. Gesteld dat ik een huis bouw voor mijzelf. Zoals met het huis is het met mijn lot. Deze gebondenheid leg ik mijzelf op. bestaat niet voor ons. spreekt het vanzelf. dan zou ik mij vergissen. voor zover dit niet door de omstandigheden wordt belemmerd. een vrijheidsfantast. maar dat deze vrijheid is ingesloten in een heel wijd en onafzienbaar gebied van onvrijheid waarin hij niet kan doordringen. namelijk lucht. De vormen van het huis. Bij het rijden moet ik mij aan de regels van het verkeer houden. Wanneer wij onze aandacht gaan richten op ‘het wijde en onafzienbare gebied van onvrijheid’.” — Bernardus Silvestris: Over de alomvattende eenheid der wereld Karma of de wetmatigheid van het levenslot bepaalt in hoge mate het verloop van de menselijke biografie. Ik begeef me naar hem toe met een auto. ben ik niet meer vrij’. Een beeld kan ons dit verduidelijken. althans in aanleg. Voordien beschouwt hij zich immers vrij in zijn doen en laten. Wanneer het klaar is. die zo dicht aan de oppervlakte van het water komt. mag dan wel rechtvaardig zijn.

weer in een groot geheel zouden samenkomen. Gaat het bewustzijn vertrouwd raken met dit gebied van de werkelijkheid dat voor ons gewone voorstellingsleven is gesloten. Dergelijke gedachtegangen werden in de Delle Grazie-salon niet begrepen of zelfs nadrukkelijk afgewezen. waarin al de kiem lag van zijn vrijheidsfilosofie. Marie Eugenie delle Grazie°. Hij is een vrij wezen omdat hij in het kenproces tegelijk zichzelf kent. terwijl deze laatste twee eveneens gescheiden wegen gingen. hoewel onbegrepen gast was in de kring rond een beroemde. Twee jaar eerder had Steiner zijn dissertatie uitgegeven onder de titel Wahrheit und Wissenschaft. maar de tegenstelling van karma en vrijheid wordt niet meer beleefd als een tegenstelling van onvrijheid en vrijheid. De door en door pessimistische levenshouding die het gevolg is van een dergelijke deterministische denkwijze. dus totaal onvrij. dan verliest het begrip ‘lotsbeschikking’ ook zijn eventuele beklemming.van het gewone bewustzijn. blinde wetten. het doen verschijnen van het geestelijke door de scheppingen van de kunst en het geestelijk-morele handelen van de mens. Zou dit wel het geval zijn. Wij gaan inzien. maar horen bij elkaar zoals een cirkelomtrek hoort bij zijn middelpunt. als hij zich kennend tegenover de wereld plaatst? Volgens Steiner is het kenproces niet op te vatten als het vervaardigen van denk-kopieën van een in zichzelf gesloten natuur die kant en klaar is zoals zij aan ons verschijnt. onderworpen aan haar onwrikbare. dan is de mens alleen maar toeschouwer van een wereld die in alle opzichten wetmatig gedetermineerd is. Zo is het met alles wat de antroposofie betreft. Ze sluiten elkaar niet uit. Een dergelijk inzicht is het begin van een bewustzijnsverruiming die in de zojuist gebruikte beeldspraak te vergelijken is met het ontwikkelen van longen die de ‘bijzondere vis’ in staat stellen ook in de lucht te gaan leven. die zich met hartstocht aan dit pessimisme overgaf. Karma en vrijheid zijn de twee polen van de activiteit van het ik. De gebieden van waarheid. Deze toeschouwer kan zichzelf dan ook niet anders beschouwen dan als een onderdeel van de natuur. Hij is niet gevangen in de noodwendigheid van de natuurwetten. Die Philosophie der Freiheit° verscheen in het jaar 1893. waarin de wetten van de natuur door vrije scheppingskracht in gedachtenvorm verschijnen. wezens die een geestelijk bestaan op zichzelf hebben). Vorspiel einer Philosophie der Freiheit°. In een opstel uit die tijd (1886) getiteld Die Natur und unsere Ideale° wijst hij op de menselijke binnenwereld als het schouwtoneel van concreet geestelijke werkingen (hij noemt daar onze idealen: ‘levende individualiteiten’. dat de onvrijheid-door-de-omstandigheden lotsbeschikking is. Steiner stelde daar zijn Goetheanistisch-idealistische gedachten tegenover. Je kunt hoogstens zeggen. waar hij een geziene. de andere keer bewust. had Rudolf Steiner van zeer nabij leren kennen in Wenen. alleen op een totaal tegengestelde manier. Hoe is de verhouding van de mens tot de werkelijkheid. die elkaar bepalen en dragen. De ethische normen uit de joods-christelijke traditie werden beschouwd als erfgoed van de kerk. In dit werk wordt de kennistheorie die in aansluiting op Goethes natuurwetenschappelijke geschriften al in 1886 was gepubliceerd. De jonge Steiner echter werkte dit vrijheidsconcept in de loop van de jaren verder uit. Observerend en denkend beginnen wij ons in andere gebieden voorzichtig te oriënteren. We leren niet alleen beter het lot te aanvaarden. de ene keer onbewust. was een levensbeschouwing waarin drie aspecten: het kennen van de waarheid als een beleven van de geest. dat in de zogenaamde onvrijheid ons ik evenzeer is betrokken als in de vrijheid. die ons echter niet van buitenaf als dwang wordt opgelegd. Het is natuurlijk niet toevallig. Wij gaan onszelf leren kennen als de ‘beschikkers’ van dit lot. maar door hem wordt aan de natuur pas de volle werkelijkheid toegevoegd. nogmaals grondig behandeld. moet het in het kader van dit hoofdstuk over karma en vrijheid onder de aandacht worden gebracht. kunst en wetenschap zetten zich hiertegen af. dat de 26 . De zintuiglijke verschijningsvormen van de natuur mogen vergaan. schoonheid en het moreel goede waren immers sinds het begin van de Nieuwe Tijd in de westerse cultuur uiteengevallen — een duidelijk symptoom van een algehele desintegratie van het mens-zijn. Hoewel dit boek zuiver en alleen filosofie bevat en geen antroposofie. We gaan zien. jeugdige dichteres. want hij kan deze wetten in zijn geest losmaken van de natuur. Daardoor is de mens niet de slaafse na-denker van de natuur. Wat hem in Wenen al voorzweefde. in de mens spreken de dingen hun wezen uit. dat Rudolf Steiner als voorbereiding voor zijn karmaleer de Filosofie van de vrijheid heeft geschreven.

Niemand zou abstract kunnen denken. dat zijn intuïties. dus bijna twintig jaar na het verschijnen van zijn Filosofie der Vrijheid. als hij niet helderziende was. . dan neemt die kip daar geen bijzondere notitie van. Het moet duidelijk voor je zijn dat begrippen en ideeën tot ons komen uit bovenzinnelijke werelden. Daarbij moet wel een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen de subjectieve activiteit van het ik bij de conceptie van de idee en de inhoud daarvan. . Zulke kippen zijn de tegenwoordige mensen meestal. het gaat allereerst om vrijheid in het denken. Hij bepaalt zelf uit zijn meest individuele geestelijke activiteit en verantwoordelijkheid — het concipiëren van de morele idee — wat hij in een 27 .”° Hoe is het nu met onze vrijheid gesteld? Je kunt alleen van een vrije daad spreken als het motief voor die daad uit een vrij denken ontspruit. ze zien hem niet als iets kostbaars. Van daaruit komt het vrije handelen tot stand. als hij tot ware kennis komt. die als objectieve geestelijke werkelijkheid bestaat.. maar die hij vrij kan concipiëren.. dat zijn hun voorstellingen. Zij moet niet als een abstractum worden beschouwd. kan putten uit morele intuïties die niet als dwingende. Hij zegt: “Vergeeft u mij als ik een nogal grove vergelijking maak: Wanneer er een parel aan de kant van de weg ligt en een kip vindt hem.. en niet uit de zintuiglijke wereld.. Ieder mens die in zijn denken opstijgt van de verstandelijke begrippen die door analytisch waarnemen en denken ontstaan. Het denken dat zich verheft tot de idee is een helderziend vermogen. die uit het geheel van zijn ideeënwereld zijn uitgekozen door het denken. ‘Heeft de mens een vrije wil of niet’ is een foutieve probleemstelling. dan zijn dat wezens die uit geestelijke. want in de gewone gedachten en ideeën is de parel van de helderziendheid al van het begin af aan aanwezig. heeft daarmee een begin van helderziendheid gerealiseerd. Hij kiest de impuls niet omdat anderen in een analoog geval zo hebben gehandeld. Rudolf Steiner wijdt aan dit feit een interessante passage in een voordracht van 29 mei 1913 te Helsinki. Waar ze wel acht op slaan en wat ze wel als iets kostbaars beschouwen. In de tweede plaats wil hij de verhouding van de mens tot de morele wereld filosofisch doorgronden om van daaruit een praktische ethiek° te ontwikkelen. De gedachten en ideeën ontstaan door precies hetzelfde proces in de ziel als waardoor de hoogste krachten ontstaan. door een god gedicteerde voorschriften op hem inwerken. dan pas zie je hoe het werkelijk zit. zoals het begrip van de driehoek in tegenstelling tot een voorstelbare driehoek. met zijn ziel in een geesteswereld ‘leeft en weeft’. is niets anders dan deze ‘geestelijke werkelijkheid’. Dit betekent niets minder dan dat het zuivere denken als waarnemingsorgaan voor morele intuïties. tot meer omvattende. stelt hij zich een tweeledig doel: in de eerste plaats duidelijk maken dat de zintuiglijke wereld in werkelijkheid een geestelijke geaardheid heeft en dat de mens. ‘De vrije mens’ (Steiner schrijft: de vrije geest) handelt volgens zijn impulsen.. archetypische ideeën die vrij van zintuiglijkheid zijn. werkelijke gedachten en ideeën hebben. De kern van het betoog komt hierop neer dat de ziel die door het kenproces deel heeft aan de geestelijke realiteit en deze dan ook als zodanig leert beleven. of omdat God het zo heeft bepaald. Het is ontzaglijk belangrijk dat je eerst leert begrijpen dat het begin van helderziendheid eigenlijk iets heel alledaags is: je moet alleen de bovenzinnelijke geaardheid van de begrippen en ideeën doorzien.. Als ik het heb over geestelijke wezens van hogere hiërarchieën. ideeën en begrippen (niet te verwarren met voorstellingen die nog met zintuiglijkheid zijn geladen) een vermogen tot bovenzinnelijk waarnemen is. Ze slaan totaal geen acht op de parel die open en bloot voor hun neus ligt. Wanneer Rudolf Steiner zijn filosofie van de vrijheid gaat schrijven.wetenschap een zekere invloed op de kunst van de negentiende eeuw heeft uitgeoefend voor zover deze naturalistisch werd. Precies uit deze werelden komen de ideeën en begrippen in onze ziel. Vraag je je af: wat is dan die morele wereld? dan moet het antwoord luiden in de zin van Steiners filosofie van de vrijheid: de morele wereld waaruit de mens door een individuele vrije denkactiviteit zijn morele intuïties ontvangt. hetgeen betekende dat de kunst ook de geest ging verloochenen en steeds meer een slaafse navolgster werd van de zintuiglijke wereld. maar als een wereld van concrete geestelijke wezens. hogere werelden tot de menselijke ziel moeten spreken.

noemt hij ‘morele techniek’. met de naam ‘ethisch individualisme’. wanneer zijn handelingen niet voortvloeien uit die ideeën die in de intuïties van de specifieke menselijke individualiteit hun oorsprong vinden. die zich gaandeweg zowel uit de dwang van de natuurwetten als uit de dwang van de conventionele zogenoemde zedenwetten bevrijdt.. Zodat dit ethisch individualisme als uiteindelijk ethisch doel van de menselijke ontwikkeling slechts de zogenoemde vrije geest erkent. zoals karma de onbewuste relatie van het ik en de wereld betekent. dat deze vrijheid filosofisch-wetenschappelijk kan worden benaderd en dat vrijheid in diepste zin betekent: de bewuste relatie van het ik tot de wereld. die past op de nog te verrichten handeling. De kracht waardoor hij de algemene idee tot een voorstelling maakt. Maar voorlopig is het van belang in te zien dat er vrijheid mogelijk is. Dus vrijwel het diametraal tegenovergestelde van wat tegenwoordig door menselijke ingrepen in de natuur wordt aangericht — waarbij het dan ook bepaald niet om morele intuïties gaat. Morele techniek is de vaardigheid de morele impuls zo te verwerkelijken dat er iets in de uiterlijke wereld wordt veranderd. Uit deze laatste formulering is op te maken dat morele techniek meer is dan sociale vaardigheid en dat hierbij gedacht moet worden aan vrije handelingen uit morele inzichten. Hij zegt daarover in een voordracht van 27 oktober 1918°. voor zover deze de praktische ethiek betreft.” Uit de hier kort geschetste hoofdtrekken van de filosofie van de vrijheid kunnen wij opmaken dat de momenten waarop de mens werkelijk vrij is en dienovereenkomstig handelt in de zin van deze ethiek nog maar bijzonder beperkt zijn in de totaliteit van zijn leven. Rudolf Steiner betitelde de door hem ontwikkelde vrijheidsfilosofie. Wat deze morele fantasie tot een concrete werkelijkheid laat worden. transformaties in de natuurwereld kunnen voltrekken zonder dat deze wereld geweld zou worden aangedaan. die vergaande veranderingen. dat de mens nooit vrij kan worden. “Ik moest aantonen.gegeven omstandigheid heeft te doen. noemt Steiner ‘morele fantasie’. zonder dat natuurwetmatigheden worden doorbroken. 28 ..

maar resultaten van geesteswetenschappelijk onderzoek. Hij kwam dan altijd tot de conclusie dat er een volledige overeenstemming bestond tussen zijn langs geestelijke weg verworven inzichten en de geschreven overlevering. De antroposofische christologie is dus geen exegese°. maar inderdaad niet altijd met wat de theologie daarvan heeft gemaakt in de loop van de eeuwen via concilies en synodes. In de persoon van Jezus van Nazareth. of het ‘mysterie van Golgotha’ wordt genoemd. bijvoorbeeld het zogeheten lezen in de Akasha-kroniek. maar eerder een nieuwe openbaring. evenals de scholingsmethode die tot de daartoe benodigde bewustzijnsverruiming leidt.en karmaleer in strijd is met het christendom of juist niet. de centrale plaats inneemt. men noemt antroposofie vaak een opgewarmde gnostiek of gnosis°. waarbij gnostiek wordt beschouwd als een verfoeilijke ketterij uit de derde en vierde eeuw. vergissen zich in ernstige mate. noch een syncretistisch° samenraapsel van alle mogelijke opvattingen. En toch kan hem geheel een mensenhart omsluiten!” — Angelus Silesius: Der Cherubinische Wandersmann Voordat wij ons verdiepen in het vraagstuk of de hier geschetste reïncarnatie. Nu. maar deze nieuwe openbaring is in geen enkel opzicht in strijd met de Bijbelse openbaring. Over dit zogenoemde vijfde Evangelie spreek ik later. Het is dus niet zo dat Steiner de Bijbel nam en naar aanleiding van wat hij daarin las ‘geestelijke’ verklaringen uit zijn duim zoog. Dit is ook niet zo heel verwonderlijk.7 Christologie “De Hoogste. dan valt er verder weinig te bepraten. Deze noemt Steiner dan ook ‘het vijfde Evangelie’. geen eigengereide bedenksels zijn naar aanleiding van de nieuwtestamentische geschriften. Bij een niet al te oppervlakkige kennismaking van de antroposofie komt duidelijk aan het licht dat wat in deze wereldbeschouwing veelal de ‘Christus-impuls’. die volkomen in overeenstemming zijn met wat in de Evangeliën staat. daalt bij de Jordaandoop de goddelijke Christusgeest neer en vervult deze mens gedurende drie jaren. evenmin wanneer mensen zonder de geringste kennis van zaken ergens een etiket op plakken — in dit geval ‘opgewarmde gnostiek of gnosis’ — en denken dat daarmee de zaak is afgedaan. gaat alle ding te buiten. Gelijk zouden zij hebben als zij erop wezen dat het christendom van de antroposofie niet het christendom volgens hun opvatting is. moet je je voorstellen dat het ik van Jezus kort voor de doop in de Jordaan de drie omhulsels (zie hoofdstuk 29 . die in de vier Evangeliën nog niet waren opgetekend. Dat mag tamelijk schokkend klinken. Wanneer je dit ‘menskundig’ beschouwt. Aanhangers van verschillende christelijke confessies. met andere woorden dat de antroposofie in hun ogen een ketterse stroming is. Het heeft weinig zin hierover discussies op touw te zetten. dat wil niets anders zeggen dan dat de inhoud ervan ook uit de geestelijke wereld is geput door onderzoek en daarna opgetekend. Wat dit soort onderzoek kenmerkt. maar hij onderzocht bepaalde dingen in de geestelijke wereld en vergeleek dan achteraf zijn onderzoeksresultaten met de religieuze oorkonden. Beter is het objectief uiteen te zetten waar het om gaat zonder strijd te voeren tegen dogmatische vooroordelen. Eerst geef ik de grondgedachten van deze christologie. tegengesteld aan de oorspronkelijke en zij voegt enkele nieuwe inzichten toe. wil ik pas ter sprake brengen als de antroposofische scholingsweg als zodanig aan de orde komt. Vóór alles moet men zich realiseren dat de beschouwingen die Steiner aan het christendom wijdt. naar men weet. die deze moderne geesteswetenschap als onchristelijk betitelen. is het goed eerst de verhouding van de antroposofie tot het christendom in het algemeen ter sprake te brengen. dat gebeurt ook wel. alleen corrigeert zij enkele belangrijke punten in de vertalingen die uit onbegrip soms een betekenis hebben gekregen. geboren uit het Davidische geslacht van de stam Juda. Wanneer aanhangers van een bepaald kerkgenootschap menen dat zij en alleen zij het ware christendom kennen en belijden. in dit geval de Bijbel. aangezien dergelijke religieuze oorkonden ‘geïnspireerde’ geschriften zijn.

dat betekent: zij kunnen de Isis nog in zich levend voelen. dat wil zeggen: schiep afstand en wederverbinding vanuit een vrij bewustzijn. het mensheids-ik of. ontwaakte tot ‘kennis’. Je kunt dus ook zeggen: door de offerdaad van Christus is de mens God geworden. De Koran° eert hem als een profeet. maar de moeder baart niet meer zoals vroeger de hemelse zoon-echtgenoot. afgelezen uit de geestelijke sfeer van de Akasha-kroniek°. noemt hij het vijfde Evangelie°. dat wil zeggen: in het ‘vlees’ gaat. De antroposofie stelt tegenover de ‘eenvoudige mens van Nazareth’ aan wie door een materialistisch denken en een getrivialiseerd gevoel alle goddelijkheid is ontnomen. het scheppende wereldwoord ‘incarneert’. In de drie jaren dat het Logos-zonnewezen in het lichaam en de ziel van Jezus werkt. de Avesta van Zarathustra°. Door dit gebeuren verloor de mens zijn nog vegetatieve onschuldstoestand. wederom het kosmisch-geestelijke aspect van de Christusimpuls in het middelpunt. hetgeen voor Rome en het orthodoxe protestantisme nog steeds geldt. maar hem daardoor in zeker opzicht losmaakten van de oorspronkelijke goddelijkheid waarin het menselijke wezen was ingebed. Wanneer dit wezen uit de zonnesfeer wegtrekt om naar de aarde af te dalen — Mozes neemt het waar in de elementen vuur. maar ook bij andere cultuurvolken van de oudheid: daar was deze verwachting van de wereldheiland echter alleen bekend bij de ingewijden van de zogenoemde mysteriën°. als in een machtig geheugen wordt bewaard. Dit hoogste Schepperwezen — niet volkomen gelijk te stellen met de Vadergod. het vrijzinnig protestantisme heeft ertoe bijgedragen dat dit goddelijke aspect op de achtergrond raakte. Maar ‘Gods Zoon’ bestaat volgens Mohammed niet. De Bijbel noemt dit gebeuren de zondeval en schrijft de genoemde invloed toe aan rebelse engelwezens. Ook de oosterse goeroes eren Jezus als een goedwillende. Werd aanvankelijk in de rooms-katholieke orthodoxie Jezus als God beschouwd. dat de Messias of Christos (dat betekent: de Gezalfde. Jezus en Christus worden als synoniem genomen. dus een priester-koningsfiguur) uit het zonnerijk naar de aarde zou komen. In de catacombenkunst wordt deze Apollo-achtig afgebeeld. maar sedert de vierde eeuw gaat dit onderscheid verloren. God is inderdaad mens geworden. maar heeft daarmee in ieder mens de kiem gelegd van een nieuwe onsterfelijkheid. maar geraakte eveneens dieper in de dichtheid van de stoffelijke wereld 30 . niet alleen in het joodse volk. waarin alles wat zich in de kosmische en aardse geschiedenis heeft voltrokken. Dit vind je het duidelijkst in het heilige boek van de Perzen. Mythologische beelden en cultische feesten bij de verschillende volken wijzen duidelijk op dit wezen. Dit is ongeveer ook het standpunt dat de islam° inneemt ten aanzien van Jezus. Maria wordt de moeder Gods. zoals Johannes zegt. Zij is ‘weduwe’ geworden. maar ook de Egyptische Isis-Osiris-mysteriën geven de verbinding met het zonnewoord-wezen duidelijk aan. tezamen aangeduid met de naam ‘Slang’. want God is één en heeft geen nevengoden. worden deze ‘hulsels’ geheel en al doorgloeid van goddelijkheid. lucht en water — ontstaat in de mysteriescholen een gevoel van verlatenheid. de priester-ingewijden noemen zich voortaan ‘zonen van de weduwe’. In het oerchristendom onderscheidde men nog de mens Jezus van het zonnewezen Christus. Men wist. In de voorchristelijke mysteriën konden de ingewijden de Logos-zonnegod ook in de geestelijke zonnesfeer schouwen en de hoogsten onder deze ingewijden konden met hem in direct contact treden. maar die in wezen niet anders is dan andere edele wijzen die dikwijls ook een wreedaardige dood zijn gestorven. De voordrachten die Rudolf Steiner hieraan wijdt. maar met hem wel een eenheid vormend — was reeds vele eeuwen lang verwacht. waarvan de aanvoerder ‘Lucifer’ wordt genoemd. Sedert de negentiende eeuw spreekt men daar graag van de eenvoudige mens die door zijn volgelingen na zijn dood verheerlijkt en vergoddelijkt werd. het kind in de kribbe is God. Wat wil dit in feite zeggen? In een heel ver verleden heeft de mens nog onvrij de invloed opgenomen van geestelijke wezens die hem vervroegd een begin van zelfstandigheid in het bewustzijn schonken. Zij doet echter het menselijke aspect eveneens tot zijn recht komen door een licht te werpen op de dertig jaren tussen de geboorte te Bethlehem en de doop in de Jordaan. zachtaardige man wiens missie alleen jammerlijk is mislukt. zoals bijvoorbeeld Socrates.5: Mensbeeld en karma) verlaat en dat daarvoor in de plaats het hoogste ik-wezen.

omdat zijn voortbestaande ziel niets anders dan een geheugenloze kille schim werd. Het goddelijke ik. aangezien zij hem de Heer der elementen noemden. Door een machtig verwandelingsproces (‘verwandeling’ is levende verandering. waaruit eens een nieuwe zonnewereld wordt geboren. niet blijvend. Paulus noemt Christus de nieuwe Adam. Dat betekent letterlijk. geschonken door de hiërarchie van de Elohim (in vertaling ‘God’ genoemd). maar wel alsof het stoffelijk fysiek aanwezig was (Thomas mag zijn vingers in de wonden leggen). De komst van Christus op aarde is het antwoord van de ‘goede goden’ op de zondeval. dus tot het boze kan komen. dat het mensengeslacht dreigde geheel van zijn goddelijke oorsprong afgesneden te worden. waaraan alle hoge hiërarchieën° gedurende grote kosmische ontwikkelingsfasen hadden gewerkt. maar dat door de zondeval verloren was gegaan. Het opstandingslichaam heeft zich gedurende de drie jaren tussen Jordaan en Golgotha gevormd door de inwoning van het kosmische schepperwezen in de mens Jezus. dus volkomen ik-loos werd. maar juist dit denken is sterk aan het verval van het fysieke lichaam gebonden: het voortdurende afbraakproces in onze hersenstof. Hij legt in de aarde de kiem van een toekomstige vergeestelijking. De aarde zelf wordt tot graalschaal°. Zijn bloed dat op de Golgothaheuvel uit de wonden op de aarde stroomde. Met de hemelvaart wordt niet bedoeld: Christus wijkt van de aarde weg naar een ver oord van goddelijke onbereikbaarheid. want het kwam in de zorgvuldig afgesloten ruimte in het huis van de Essenen waar de discipelen en de vrouwen zich sinds het Avondmaal verzamelden. Dan vaart het ‘ten hemel’. ‘Hemel’ is op te vatten als het onzichtbare rijk van de levenskrachten. waargenomen (Emmaüsgangers). van die mensen die vanuit hun vrije ik-kracht de verbinding met Christus zoeken. omdat de ziel met het ik buiten het lichaam is). Het ik-bewustzijn ontwaakt in het verstandelijke denken. Het opstandingsgebeuren moeten we beschouwen als de grote vernieuwingsimpuls van de schepping van de mens. De oorspronkelijke Godgegeven geestelijke structuur van het fysieke lichaam. En deze verdoffing zette zich voort na de dood. Het egoïsme nam toe. Het is heel nabij en de Keltische° christenen in de vroege middeleeuwen wisten dit nog. doch anderzijds kan men dit ook zien als een verzwakking van de ik-kracht: de Griek vreesde de dood en de Hadesonderwereld. Aan de ene kant lijkt het wel of het ikbewustzijn wordt verhoogd en verscherpt door de ontwikkeling van het verstand die vooral in de Griekse cultuurperiode krachtig gaat optreden. de goddelijke ik-kracht verdofte. Slechts veertig dagen is het de leerlingen vergund dit opstandingslichaam waar te nemen. metamorfoserende kracht onze gehele planeet.verstrikt. doortrekt als een genezende. die meteen met de fysieke geboorte op aarde al begint. zoals dat aan de oorspronkelijke paradijselijke mens had toebehoord. hij zegt immers zelf. Het kon alleen maar worden waargenomen door diegenen die daartoe begenadigd werden: de leerlingen. het ware ik wakker te roepen en tot een hoger bewustzijn te leiden in aardse lichamen waarin het paradijselijke oerbeeld wordt hersteld. Christus is van zonnegeest tot Geest van de aarde geworden. Hij brengt het offer voor de mensheid om door zijn menswording de zieledood te overwinnen. werd door deze zondeval aangetast en afgebroken. opdat in de toekomst deze aarde draagster van liefde zal zijn. 31 . dat hij bij ons is tot aan het einde van de wereld. een ego dat door begeerte en dwaling tot afvalligheid van God. zoals onze vervallende lichamen van de oude Adam afstammen. dat wij allen met een vernieuwd geestelijk fysiek lichaam van Christus afstammen. Het was niet stoffelijk. In de loop van vele duizenden jaren waren de gevolgen van de zondeval inderdaad zodanig negatief gecumuleerd. De ziel raakte steeds sterker gekluisterd aan het fysieke lichaam waaruit het goddelijk oerbeeld was geweken. Het ik-bewustzijn kan alleen ontstaan doordat de ervaringen van de ziel zich spiegelen aan het fysieke lichaam (in de slaap zijn wij immers bewusteloos. Het werd ook maar korte tijd. werd geüsurpeerd en ‘vervalst’ tot een zelfzuchtig ik. Het opstandingslichaam is als de kiemcel waaruit alle latere geestelijke lichamen van de mensen voortkomen. een woord van de mysticus Johannes Ruusbroec°) ontstaat uit het stoffelijk fysieke lichaam van deze ene mens een geestelijk fysiek lichaam. Het lichaam dat Maria Magdalena° als eerste op de paaszondag aanschouwt en niet direct herkent (!) was niet het stoffelijk vergankelijke lichaam van Jezus dat weer tot leven was gewekt als door een magisch wonder. De dood is niets anders dan deze afbraak.

maar zijn openbaring groeit en verandert met de tijd. De problematische kanten van de oude gnosis. in verandering. als de opvatting te huldigen dat de christelijke leer eeuwig is en onveranderd moet blijven. maar er waren nog overal gaten en kloven gebleven waarin men water kon horen ruisen. integendeel. De offerdaad van Jezus-Christus is voor de hele mensheid verricht als een kosmische impuls van verlossing en genezing. waardoor zij het gemoed van de moderne mens wederom haar onuitputtelijke schatten kan schenken. Dit schenkt aan de hele mensheid de mogelijkheid uit het dieptepunt van haar neergang weer omhoog te stijgen. of men deze daad erkent of niet. of men eraan gelooft of niet. volgens welke gnostische leer het lichaam van Jezus een schijnlichaam zou zijn geweest (Grieks ‘dokein’ is ‘schijnen’) waardoor er geen werkelijke dood en dus geen opstanding uit de dood zou hebben plaatsgevonden. zou dan de belangrijkste geestelijke impuls in de geschiedenis van de wereld vastgehecht kunnen blijven aan een onveranderlijke formulering? Het wezen van Christus is eeuwig. want het graf was op de paaszondag immers leeg? De Akasha-kroniek geeft antwoord op deze vraag: direct na de kruisiging en graflegging zijn er hevige aardschokken en wervelwindstoten geweest. wat Rudolf Steiner altijd met klem betoogde: in het christendom gaat het niet zozeer om een leer. Het is even kortzichtig te menen dat het christendom nu heeft afgedaan. De verlossing is geen automatisch proces dat de onvrije mens ondergaat en dat dus buiten het bewustzijn om zou verlopen. waar bleef dit laatste dan. vrije verbinding in deze tijd tot stand te brengen. hoe grandioos deze stromingen ook waren. Tevoren had een hevige wervelwind in de door de aardschokken geopende grot de doeken waarin het lichaam was gewikkeld. De antroposofische geesteswetenschap levert een doorslaggevende bijdrage tot de ‘groeiende openbaring van deze tijd’. De nieuwe geestelijke kennis is dus niet de oude ‘opgewarmde’ kennis (gnosis). maar daarbij moet men de gangbare betekenis van dit woord (‘spookgedaante’) natuurlijk vergeten. losgerukt. welke de oude aanvult met een nieuw geestelijk weten omtrent het gebeuren in Palestina bij het begin van onze jaartelling. Deze leer in haar kerkelijke vormen is door mensen gemaakt. Salomo had deze kloof met grote steenbrokken dicht laten gooien. de grond onderin de grafspelonk opende zich en het stoffelijke lichaam verdween in een aardspleet die zich daarna weer sloot. Een van de belangrijkste aanvullingen op de oude openbaring is de leer van karma 32 . de zweetdoek ‘in een andere plaats samengerold’°. Maar het verwerkelijken van deze mogelijkheid ligt alleen binnen het bereik van die mensen die zich volbewust met Christus verbinden. Dit gebeurde dan ook. waar eertijds een zijarm van de grote Tyropoionkloof was gelegen die dwars door Jeruzalem liep en de westelijke Sionsberg van de oostelijke berg Moria scheidde. Haar inzichten zullen op den duur ook weer plaatsmaken voor latere. De bodem kon door een aardbeving gemakkelijk uiteenwijken.Rudolf Steiner noemt dit geestelijke opstandingslichaam merkwaardigerwijs het fantoom°. nog verder reikende inzichten met betrekking tot het Christusmysterie. alles is in beweging. De oude verkondiging wordt daardoor niet terzijde geschoven. een terrein. zij komt in een nieuw licht te staan. De Golgothaheuvel bevond zich even buiten de toenmalige stadsmuur. Petrus en de andere discipel (waarschijnlijk Johannes die het later in zijn Evangelie als ooggetuige beschrijft) werpen een blik in de lege grot en zien de doeken liggen. Om een bewuste. De vraag ligt voor de hand: wanneer het opstandingslichaam niet het weer levend geworden stoffelijke lichaam van Jezus is. een nieuwe verkondiging komen. zijn overwonnen. als wel om de objectieve daad die door het Golgothagebeuren zich heeft voltrokken. moet naast de Evangelie-verkondiging die tweeduizend jaren de gelovige zielen bevredigde maar die dit thans bij velen niet meer ten volle doet. Maar de vrucht van deze daad is niet onafhankelijk van de houding die de mens ten opzichte daarvan inneemt. Uit het hier geschetste beeld van het mysterie van Golgotha komt duidelijk naar voren. De vrijheid van de mens wordt meer serieus genomen door de goddelijke wereld dan door de menselijke wereld. De tijden veranderen. een religieus systeem. Aanvankelijk ging het om de machtige daad die slechts éénmaal in de totale ontwikkeling van de wereld mogelijk is: God wordt mens om de dood te overwinnen. zoals bijvoorbeeld het beruchte ‘doketisme’°.

maar dat wil niet zeggen dat deze daarin ontbreekt. opdat het hier en nu zou tellen voor de zondige ziel.” En weer bukt hij zich en schrijft in de aarde.en reïncarnatie. Wanneer je de antroposofie bestrijdt. De tekst waaruit blijkt dat Johannes de Doper de wedergeboren profeet Elia is. die weliswaar de absolutie in de naam van Christus verleent. De mannen blijven aandringen — begrijpen deze handeling dus niet — en dan geeft Jezus het antwoord: “Wie van u zonder zonde is. De kerk handelde in dit verband volgens een weloverwogen pedagogisch-spirituele strategie ten opzichte van de nog jonge Germaanse volken die zich in Europa vestigden en die onder de geestelijke supervisie van Rome werden gebracht: de reïncarnatiegedachte moest geëlimineerd worden en volledig worden vergeten. De Farizeeën begrijpen dat niet. De leer. omdat in dit stuk een misdadiger de zondevergeving krijgt door een leek: de als monnik vermomde hertog van Wenen. kan nauwelijks verkeerd worden begrepen (Mattheüs 17:10-15°). In de tijd dat Jezus op aarde leefde. Hij richt zich op en zegt: “Vrouw. als dat de waarheid was. evenzeer als de platonische leer van de preexistentie — het bestaan van de ziel vóór de conceptie. in 1914. waar zijn zij. voor Jezus wordt gebracht. die zelf zonder zonde is. hij spreekt niet tegen de wet en loopt dus ook niet in de val die de schriftgeleerden voor hem opzetten. waar de werkelijkheid van het karma door Christus symbolisch wordt duidelijk gemaakt zonder dat hij daarvoor woorden gebruikt. want de reïncarnatiegedachte impliceert het inzicht omtrent een voorgeboortelijk bestaan. werpe als eerste een steen op haar. is dan ook anders. Daarom werd er in de Evangeliën geen nadruk gelegd op de reïncarnatie. Rudolf Steiner behandelt de vermeende tegenspraak tussen karmaleer en christelijke genade in een korte reeks voordrachten. dat wil zeggen: hij wijst de vrouw en alle aanwezigen op het feit van karma: de schuld blijft in de aarde geschreven tot hij in een volgend leven is vereffend. De beschuldigers druipen de een na de ander af en de vrouw staat alleen voor Jezus. De kerkelijke theologie heeft deze gedachte echter volstrekt uitgebannen. maar angstvallig het recht van zondevergeving voor zich behoudt. De katholieke zowel als de protestantse kerken beschouwen nu nog steeds de reïncarnatieleer als een onchristelijk oosters geloof. moest echter een tijdlang onderdrukt en verzwegen worden. heeft niemand u veroordeeld?” Wanneer zij antwoordt: “Niemand. die alle tegenspraak opheft. Ik licht dit toe in verband met een passage uit het Johannes-Evangelie. bukt Jezus zich en schrijft met de vinger in de aarde. ga heen en zondig van nu af aan niet meer. zij eisen de directe vereffening van de schuld door een gruwelijke executie: de wet der wrake. die deze scène toont. Maar de waarheid. die volgens de Mozaïsche wet op het vergrijp van echtbreuk door vrouwen staat. Dat zij deze mening verkondigen. Hoe scherp zij daarover waakt. duidt op een gebrek aan gedegen kennisneming van Steiners werk. Jezus schrijft in de aarde. geeft Steiner een verklaring. Heer. die op heterdaad bij overspel was betrapt. getiteld: Christus und die menschliche Seele°. Begrijpelijk. gehouden te Norrköping. Jezus houdt hen daarvan niet terug. zou deze ons niet bevredigen.” Wat is de betekenis van deze aangrijpende scène? Zou de zondenvergeving beduiden. namelijk ter dood stenigen. omdat naar hun mening de vervolmaking van de mens door karmische vereffeningen de genadeleer van Christus tegenspreekt. mag blijken uit het interessante feit dat een toneelstuk van William Shakespeare°: Measure for measure onmiddellijk op de index is geplaatst. beter gezegd: het algemeen besef van wederbelichaming. dat van de mens alle verantwoording voor zijn daden wordt afgenomen? Nee. in het Westen evenzeer als in het Oosten. was de reïncarnatieleer nog overal bekend. duiden erop dat Jezus en zijn discipelen vertrouwd waren met de gedachte van wederbelichaming. In Johannes 8 wordt beschreven hoe een vrouw.” Hij wijst op het karma en op de vrijheid van de vrouw: “Zondig van 33 . zoals de vraag over de blindgeborene (Johannes 9:1-3°). Zweden. De vergeving van de zonden werd aangelegenheid van de kerk. opdat de mens zijn volle aandacht op één aards leven zou richten en zijn hele zieleheil van één existentie afhankelijk zou stellen. Ook andere passages. dat kan nooit de betekenis zijn.” spreekt hij tot haar het simpele. Hij wijst er slechts op dat veroordelen en straffen alleen diegene kan. Maar hij doet dat niet: “Ik veroordeel u niet. maar zo zwaar wegende woord: “Ook ik veroordeel u niet. Wanneer de schriftgeleerden en Farizeeën om Jezus op de proef te stellen over de straf spreken. moet je haar natuurlijk wel kennen. Naar aanleiding van de woorden die Christus spreekt tot de misdadiger die tegelijk met hem wordt gekruisigd (Lucas 23:39-43). dat wil eigenlijk zeggen: alleen hij zou dat kunnen doen als zondeloos mens.

Deze objectieve schuld die het persoonlijke karma niet in staat is uit te wissen. Met subjectieve kant bedoel ik wat de mens aan zichzelf en anderen misdoet. Er zijn grote christenen die zich ervan bewust zijn. Zou deze objectieve schuld niet weggenomen worden. als antwoord op de diepste vragen die het menselijk gemoed in deze tijd stelt ten aanzien van het leven. Midden op het schilderij staat hij en helpt het zware kruishout overeind te trekken°.en reïncarnatiegedachte is niet onchristelijk. Slechts een wezen van de allerhoogste orde vermag de kosmisch-objectieve zijde van onze collectieve schuld te dragen en daardoor de vernietigende werking weg te nemen.” Een mens hoeft niet te zondigen. Hij neemt de schuld van de vrouw dus niet van haar weg. Rembrandt schilderde zichzelf bij de oprichting van het kruis op Golgotha als een man die medeplichtig is aan deze huiveringwekkende terechtstelling. De gedachte van de kosmische zondevergeving naast de vereffening door het karma kan een gevoel als dat van Rembrandt verhevigen en een diep fundament van spiritueel inzicht geven. Hij is werkelijk het Offerlam dat de zondelast van de hele wereld torst. een vernieuwd christendom neemt deze gedachte op als een onuitputtelijke rijkdom. heeft twee zijden: een subjectieve en een objectieve kant. dat zij door hun zondige menselijkheid voortdurend het Christuswezen met hun schuld belasten. De karma. de objectieve zijde. Dit wordt door de karmische vereffening ongedaan gemaakt volgens de hoge rechtvaardigheid van de goddelijke wereld die in de totstandkoming van het mensenlot volledig is betrokken. breekt iets van het wereldgeheel af. het voortgaande offer van Christus. die het mogelijk maken dat de menselijke ziel en de haar omringende wereld zich in een voortgaande ontwikkeling bevinden. Rembrandt besefte dat de kruisiging voortgaat. integendeel. dat alle menselijke kwaad meewerkt aan het voortgaande lijden. Elke zelfzuchtige. Zondevergeving en karma sluiten elkaar dus geenszins uit. zijn vrijheid kan hem daarvan weerhouden. 34 . die de mens op zich laadt door dwaling. maar schrijft deze in de aarde. neemt Christus op zich. grift er een beschadiging in die de dader zelf niet kan herstellen. negatieve daad of gedachte die in de wereld wordt geplaatst. maar zijn twee bij elkaar horende realiteiten. Wat betekent dan “ik veroordeel u niet”? Toch een vergeving van haar daad als echtbreekster? Alle schuld.nu af aan niet meer. door zelfzuchtigheid in welke vorm dan ook. Maar aan alle doen en laten van de mens is ook een zijde die hij zelf niet meer kan veranderen. dan zou het wereldbestel al lang aan de gevolgen van het zich vermeerderende kwaad te gronde zijn gegaan.

in het Nederlands vertaald onder de titel De wetenschap van de geheimen der ziel°. De ontdekking van de zogenoemde spectraalanalyse door Gustav Kirchhoff° (1862) waardoor de chemische hoedanigheid van een sterrenlichaam kan worden afgelezen uit de ontleding van het licht dat de betreffende ster uitzendt. Een bepaalde spits van de natuurwetenschap. is niet bedoeld om de grote evolutionisten op eventuele fouten in hun theorieën te wijzen. ons totaal vreemd zonnestelsel. maar vervolgens vervult het bovenzinnelijke weten ook het gevoelsleven om van daaruit eveneens de wil te doordringen. over de geestelijke geaardheid van de sterren als ‘woonplaatsen’ of werkingssferen van kosmische. een nieuw denkmodel dat de eenzijdigheden van het Cartesiaanse° en Newtoniaanse° model corrigeert of zelfs helemaal vervangt. een bovenzinnelijke kennis. bracht de stoffelijkheid van de kosmische wereld aan den dag. onstoffelijke wezens nemen in de antroposofie een belangrijke plaats in. mag dan al tot conclusies zijn gekomen die materie en bewustzijn heel dicht bij elkaar brengen. De materialistische gedachtegangen van de negentiende-eeuwse natuurvorsers hebben zich in de loop van honderd jaar in het gemoedsleven van de westerse mens genesteld. De hoofdlijnen van de geesteswetenschappelijke evolutieleer. Het gaat. — de stap die werkelijk tot het overwinnen van de materialistische cultuurimpasse kan leiden. waaruit ze alleen met de grootste moeite zijn te verjagen. voert niet in de richting van oud-Chinese of oud-Indische wijsheid. de holistische° zienswijze van een Fritjof Capra° en anderen mag reeds duidelijk op een ‘turning point’ wijzen. zijn verworven. Deze kennis doordringt in eerste instantie het denken dat daartoe een grote energie moet ontplooien. zijn de conclusies die in deze werken zijn te vinden gemeengoed geworden en het is bepaald niet gemakkelijk mensen ervan te overtuigen dat de juistheid van gevonden feiten niet noodzakelijkerwijs de juistheid van theoretische conclusies aangaande deze feiten impliceert. Bovendien is het materialisme via het gemoedsleven tot in de handel en wandel van de mensen doorgedrongen en omdat het daardoor in het onderbewustzijn is opgenomen zit het helemaal muurvast. De vergelijking. zijn te vinden in Steiners Geheimwissenschaft im Umriss. wanneer zij deze naam enigszins zou verdienen. als je het zo wilt noemen. die door een ‘connaissance sur-naturelle’ om met Simone Weil° te spreken. Hoewel de gemiddelde cultuurmens van heden het werk van Darwin nauwelijks en van Kirchhoff helemaal niet kent. met name de quantumfysica°. De evolutietheorie van Charles Darwin° (1859) vestigde de overtuiging. ook niet om een ander paradigma°. Om dit onderwerp te behandelen kun je uitgaan van de gangbare evolutieleer en deze vergelijken met Steiners schildering van de wereldontwikkeling. Het is in zekere zin verbijsterend dat de antroposofie je uitnodigt maar liefst alle vertrouwde referentiekaders los te laten en je in het avontuur van de geest te storten. De beschouwingen over de evolutie van mens en wereld. afkomstig uit een ander. doch uitsluitend om de totaal andere bena- 35 . dat de bovenzinnelijke kennis niet een abracadabra is.en wereldbeeld in de hoogste mate hebben versterkt. hoe indrukwekkend en waar deze ook mogen zijn.8 Wereldontwikkeling “Onze filosofie der geschiedenis van het mensengeslacht moet bij de hemel beginnen.” — Johann Gottfried Herder: Ideen zur Philosophie der Geschichte der Menschheit In de negentiende eeuw zijn op natuurwetenschappelijk gebied een aantal ontdekkingen gedaan en theorieën gevormd die het materialistische mens. die markante verschillen aan het licht brengt. mijns inziens. dat de mens uit het dier is ontstaan en dat de natuurlijke ontwikkeling van een ééncellig oerdiertje tot homo sapiens° als een zuiver materieel proces moet worden beschouwd. maar wel degelijk gerefereerd kan worden aan inhouden van ons gewone bevattingsvermogen. Merkwaardig genoeg blijkt dan echter. Het gaat om de doordringing van het denken met geestelijke inhouden.

Teilhard spreekt van grote evolutiefasen: de previtale° fase waarin uit de oerbaaierd° van atomen zich wel moleculen vormen maar nog geen levende organismen. dat een uiterst boeiend beeld geeft van een moderne evolutionaire visie. zo zegt hij. die voordien verborgen. Christus. hij geeft toe dat de wetenschappelijke onderzoeker vanaf het standpunt waar hij nu staat slechts een beeld van het verleden kan schetsen naar waar- 36 . groeipijn van de noögenese°. storingen in de wording van het bewustzijnsrijk.deringswijze te schetsen. maar de drijfveer van de complexificatie° speelt zich voortaan af binnen het menselijke bewustzijnsveld..” Teilhard is eerlijk. zich voor ons oog in de stof van het heelal. maar postuleert° het bestaan van ‘de stof van het heelal’ om van daaruit zijn ontwikkeling af te leiden.. maar zoals wij ze ons moeten voorstellen opdat de wereld op dit ogenblik voor ons waar zij: het verleden. waarin alle evolutiestromen uitmonden als rivieren in de oceaan. Voorts de vitale fase waarin het leven ontstaat. die gaandeweg zich meer en meer gaat openbaren. In de atomen moet al een ‘binnenkant’ gepostuleerd worden. Zijn wereldbeeld is finalistisch°. Dat hij met dit punt Omega Christus bedoelt brengt Teilhard duidelijk tot uitdrukking. De voortgang is het langzame convergentieproces tot Omega waarin alle bewustzijnen samenvloeien zonder hun individuele geaardheid te verliezen. gaat een geestelijke dominantie° optreden. er ontstaan geen nieuwe soorten meer. niet in zich. Binnen de soort van de primaten (mensapen) volgt dan de geboorte van het denken. De ontwikkeling schrijdt verder. betekent dit naar Teilhards inzicht dat een geestelijke zijde zich gaat manifesteren en zelfs de overhand gaat krijgen ten opzichte van de vorming van het stoffelijk-organische. ten tweede de convergentie naar het punt Omega. het zelfbewuste nadenken. de aanvang van alles erkent. dan moet deze geestelijke zijde er van het begin af aan in hebben gezeten. Volgens hem is de drijfveer tot de ontwikkeling tweeledig: ten eerste de toename van complexiteit van de zich evoluerende organismen. In de proloog van zijn boek legt Teilhard verantwoording af van zijn wetenschappelijke methode. dat wil zeggen: met het ontstaan van de reflexie°. Zo is het ook met het bezielde leven: het ontstaan van het dier uit plantaardige wezens en tenslotte de denkende mens uit het dier. In het beroemde werk van Pierre Teilhard de Chardin° Het verschijnsel mens. de reflexie. treft ons meteen bij de aanvang de volgende zin: “Wanneer wij zo ver mogelijk doordringen in de richting van hun oorsprong. niet manifest aanwezig was. zwakheden en gebrekkige ordening.” Teilhard gaat niet uit van het verschijnsel ‘mens’. maar dat hij niet hetzelfde wezen als de Alpha°. Wanneer in de loop van de evolutie de noösfeer ontstaat door de reflexie van de mens. Het derde punt. Hij zegt daar het volgende: “Ik beweer niet dat ik ze (de perioden van de ontwikkeling) beschrijf zoals zij werkelijk geweest zijn. gericht op een einddoel: ten laatste convergeren° alle krachten van de ontwikkeling in één enkel punt dat hij het punt Omega° noemt. Hij beschrijft zeer suggestief hoe de apehersenen zich naar een soort ‘kookpunt’ toe ontwikkelen en opeens is het er. vervolgens het dierenrijk. natuurlijk in onafzienbaar lange tijdruimtes. Teilhards evangelie blijkt toch te zijn: In den oerbeginne was de Stof. Door gunstige omstandigheden ontstaat het leven uit anorganische moleculen in de loop van miljarden jaren. Dat dit nu niet meer gebeurt — het ontstaan van leven uit dode materie — is voor Teilhard geen reden om niet aan te nemen dat het zo-en-zoveel aeonen° geleden wel heeft kunnen gebeuren. Deze geestelijke binnenkant blijft bij Teilhard echter een gedachtenspinsel zonder enige concreetheid. verliezen de laatste vezels van het samenstel mens. is het feit dat hij wel ‘Omega’. maar zoals het verschijnt aan een waarnemer vanaf de vooruitgeschoven top waarop wij ons tengevolge van de evolutie bevinden. waarmee niet alleen een nieuwe fase haar intrede doet.. mens in zekere zin rechtlijnig uit elkaar voortkomen. Tenslotte kent hij aan het kwaad in de evolutie een nogal magere rol toe van toevallige mislukkingen. dier. als het einddoel van de wereldontwikkeling ziet. plant. het is ook de overgang van de ‘biosfeer’° naar de ‘noösfeer’°. dat niet alleen opvalt maar ook een zekere verbazing wekt.. Het tweede dat opvalt is zijn hypothese van de buitenkant en de binnenkant van de wereld. eerst het plantenrijk. Maar. dit is het zelfbewuste denken. Opvallend in Teilhards evolutiebeeld is zijn gedachte dat de vier achtereenvolgende fasen: mineraal.

De ontwikkeling van de wereld is. Dan blijkt dat de vier delen van het menselijke wezen hun oorsprong hebben uit de geestelijke kosmos en wel door achtereenvolgende scheppingsdaden. maar elk uit de geestelijke substantie van een der hogere hiërarchieën gevormd. Etherlichaam. Het derde planetaire stadium heet Maantoestand waarin de Geesten van de Beweging of Dynameis de kiem van het astrale lichaam (de psyche) planten in de daartoe geprepareerde etherisch-fysieke wezens. Rudolf Steiner gaat uit van ‘het verschijnsel mens’. als je wilt. bewerkt. een nieuw bestanddeel van het wezen mens in zich op kan nemen. Kosmische wezens voeren een scheppingsplan uit. als het om stoffelijke substanties ging — maar zij stijgen daardoor tot een hogere trap 37 . opdat daaruit nieuwe wezens ontstaan. astrale lichaam of psyche zijn ontstaan in drie grote kosmische fasen welke aan het stadium van de huidige aarde vooraf zijn gegaan. dat in het daartoe voorbereide fysieke lichaam kan gaan werken. van de aarde. is hij genoodzaakt op de kritieke momenten in de evolutiestroom. van hogere en lagere rangorde. ‘Maan’ worden hier niet gebruikt voor de gelijknamige hemellichamen van onze huidige fase. zodat zijn verhaal van de wereldontwikkeling wel ongemeen interessant is. De Geesten van de Wil of Tronen schenken hun kosmische wilssubstantie — geestelijke warmte — als eerste kiemaanleg van het fysieke lichaam van de mens. hun ‘substantie’ is niet stoffelijk. dat wil zeggen uitsluitend vanuit een materieel-zintuiglijk standpunt. Vergelijken wij nu deze zeer beknopte schets met het beeld dat de antroposofische geesteswetenschap schildert van de aard. Hun Griekse naam luidt: Exousiai. maar geestelijk van aard. De tweede kosmische fase wordt Zonnetoestand genoemd. namelijk bij de overgangen van minerale toestand naar leven (plantenrijk). ether. Zij geven drie kosmische scheppingswerelden aan. Deze ‘lichamen’ zijn niet het een uit het ander voortgekomen. wordt het Ik geschapen door de hiërarchie van de Elohim (zie de Hebreeuwse tekst van Genesis 1°) of Geesten van de Vorm.en mensheidsontwikkeling. zodra de hogere delen van de mens aan de orde komen. de Aarde. maar wel het geestesoog van de exact geschoolde clairvoyant°. al dan niet voorzien van een binnenkant.) In het vierde stadium. De omhullende ‘gewaden’ van het ik: fysiek lichaam. het spontane ontstaan van kleine levende wezens uit anorganische stof. zoals men vroeger deed met het voor waar aannemen van de zogenoemde generatio spontanea. zij hebben daar wel mee te maken maar moeten er toch scherp van onderscheiden worden. Elk ‘lichaam’ wordt gedurende het hele verloop van de betreffende fase zo door de hiërarchische wezens. dat uit de hoogste regionen van het Godsrijk stamt. uitgaande van goddelijke machten die in hiërarchische° rangorden zijn te onderscheiden. toch onberedeneerbare ‘wonderen’ in te schakelen. maar als geheel toch onbevredigend. van leven naar bezieling (dierenrijk) en van bezieling naar reflexie (mensenrijk). in dit geval modder. maar in zijn beschrijving van het vierledige mensbeeld (weergegeven in hoofdstuk 5) wordt het waarnemersstandpunt van het materieel-zintuiglijke plan verlaten. Hierin schenken de Geesten van de Wijsheid of Kyriotetes hun substantie waaruit het ether. een ontwikkeling van wezens en niet zozeer van atomen en moleculen.nemingsmaatstaven van nu. De Wetenschap van de geheimen van de ziel noemt de eerste kosmische fase de Saturnustoestand.of levenslichaam. voorlopers of vorige incarnaties. (De namen ‘Saturnus’. vooral waar de paleontoloog° Teilhard aan het woord komt. Door dit substantie-offer verdwijnen zij zelf niet — dat zou alleen het geval zijn. moeten wij de bestanddelen van ‘het samenstel mens’ — ik spreek hier liever niet van ‘laatste vezels’ — dus niet zoeken in de stof van het heelal waar ze zich voor ons oog verliezen. Wanneer wij nu ‘zover mogelijk doordringen in de richting van hun oorsprong’.(levens)lichaam ontstaat. astrale lichaam en ik zijn alleen direct waar te nemen door bovenzinnelijke organen. Om echter een gesloten geheel in zijn voorstellingen van hoe het geweest zou kunnen zijn te krijgen. ‘Zon’. naar geesteswetenschappelijk inzicht. maar in de geest van het heelal waar het stoffelijk oog ze ook niet zal ontdekken uiteraard. Zij offeren hun eigen substantie. dan zien wij dat hierin alles diametraal° tegengesteld is aan de visie van Teilhard de Chardin. dat het in de volgende toestand een nieuw principe. Hij kan nergens de werkelijke bewegende oorzaken van de evolutie duidelijk maken.

Het is alles nog geestelijk-psychische warmte. waartoe ook warmte gerekend zou moeten worden. waardoor het gigantische ‘warmte-ei’ ontstaat met zijn miljarden warmte-kiempunten die de eerste aanleg van het fysieke lichaam van de mens vormen. een achtergebleven rijk dat inmiddels toch een ontwikkelingsstap voorwaarts heeft kunnen doen en een daar weer bij achterblijvend rijk. chemische of klankether en levensether. kosmische beweging zijn. licht en ruimte zijn er nog niet. ze dus niet misbruiken. Elk voortstuwend proces levert differentiatie op: minder gevorderden. terwijl de andere. als dat er al was geweest. lichtether. corresponderen met de vier zogenoemde ethersoorten°: warmte-ether. opdat vooruitgaan mogelijk is. onder andere omstandigheden dan tevoren tijdens de Saturnustoestand. opdat de mens als ikbewust wezen zou kunnen bestaan. Voordat het hele ontwikkelingsverhaal in een schematisch overzicht kan worden samengevat. omdat deze rijken hem dragen. maar we moeten ook deze dragende broederrijken in de voortgang van de ontwikkeling meenemen. Naast het voortgeschreden rijk dat het einddoel van de eerste fase heeft gehaald en nu in staat is het volgende bestanddeel in zich als kosmische gave te ontvangen. plant en mineraal hun geest in geestelijke. Hierdoor verminderen wij niet. In de Saturnusfase is er aanvankelijk nog een eenheid van de miljarden kiemen die door het eerste scheppingsproces teweeg zijn gebracht. Hij kan vooruitkomen. lucht. plant en mineraal die zich als het ware opgeofferd hebben. buitenaardse sferen moeten laten. Er moest niet alleen kosmische wil. waardoor de mens zijn eigenlijke mensstadium bereikt. plantenrijk en minerale rijk en wel in deze volgorde en niet omgekeerd. die ik hier vanwege de beknoptheid onvermeld laat onder verwijzing naar de literatuur. Door de natuurrijken uit zich te zetten heeft de mens zich er boven kunnen verheffen. Saturnus is donker. verder gevorderden. een machtig scheppingsproces. Ook wij mensen kennen dit. waardoor de drie schalen van het ik gevormd konden worden als fysiciteit. in hoe geringe mate ook. een achterblijven. is er nog geen sprake van stoffelijkheid. planten en de minerale wereld. water en aarde noemde. Deze warmte-kiempunten zou het fysieke oog. De ethersoorten en aggregatietoestanden (elementen) zijn als zusterparen die van gelijke oorsprong zijn. geven wij geestelijke substantie van onszelf weg. Dit offer van de drie natuurrijken bestaat daarin dat zij eerder in de veraardsing zijn gegaan dan de mens. Bij elk ontwikkelingsproces wordt echter nog een ander soort offer gebracht. dus 38 . Wij moeten niet alleen goed en liefderijk zijn voor dieren. De ‘verst gevorderden’ hebben het langst gewacht met het betreden van het aardse plan. terwijl dier. is de differentiatie nog groter geworden. kosmische wijsheid. Zo is het ook hier. aardse zuster zich met de zwaarte verbindt. Drie rijken zijn nu achtergebleven en komen op aarde tevoorschijn als dierenrijk. Het inzicht dat de natuurrijken eigenlijk uit ons en niet wij uit de natuurrijken zijn voortgekomen en dat dit als een offer kan worden opgevat. Het ik als vierde principe wordt geschapen. verst gevorderden. maar hij dankt zijn menszijn aan dier. Wanneer de derde grote scheppingsfase gaat beginnen. Dit leidt in de Zonnefase tot een tweeheid. De mens is de eerste van de schepping. uitroeien of laten verkommeren. dus verwant wordt met de doodskrachten. Bij een daad die wij uit liefde verrichten. Daardoor kunnen zij de ik-geest in de stoffelijkheid van de wereld brengen. dus met het scheppende leven heeft te maken. Daar zijn in de antroposofie interessante gezichtspunten over te vinden. legt een grote verantwoording op de mens. moeten de volgende zwaarwegende gezichtspunten nog worden besproken: Wanneer in de Saturnusfase de Geesten van de Wil hun substantie schenken.van ontwikkeling op. maar waarvan de ene ‘hemels’ of kosmisch is geaard. is er een achtergebleven rijk dat. onopzettelijk. Deze periode vertoont drie rijken: het voortgeschreden rijk. er moest ook een ‘bodemvorming’ zijn. doch vermeerderen. die op aarde resulteren in de aggregatietoestanden van de stof. absoluut niet hebben kunnen waarnemen. De drie onder de mens liggende natuurrijken zijn op te vatten als ‘uitzettingen’ uit het mensenrijk. nog een stuk ontwikkeling moet inhalen. als leven en ziel. de Maantoestand. In de loop van de grote kosmische evolutieperioden vinden er ook een afkoeling en een verdichting plaats. Aan het eind van de Saturnustoestand is er echter al een differentiatie ontstaan: er zijn verder ontwikkelde en minder ver ontwikkelde menskiemen. Tenslotte komen we in de fase van de aarde. Deze aggregatietoestanden die de oude natuurwijsheid de vier elementen: vuur.

Alle ongelooflijk ingewikkelde processen waarvan hier slechts het allergeringste deel vluchtig en schematisch is aangeduid. We leren door de antroposofie genuanceerd over het kwaad. het begint te leven. daarna verdicht zich deze en koelt af tot gas. werd dier en bleef dier. want hij bestaat nog alleen maar uit een ‘fysiek lichaam’. De hoofdstroom van de ontwikkeling is de menswording. bestaan nu dankzij de gave van de Geesten van de Beweging uit drie bestanddelen: fysiek lichaam. Hij doorliep het dierstadium en datgene wat de hoofdstroom verliet. Maar het vloeistofachtige van de Maanfase is evenals het gasvormige van de Zonnetoestand nog niet stoffelijk fysiek geworden. over de machten van het boze te denken. doch als een integrerend bestanddeel van de ontwikkeling. die in de grote ordening van de hiërarchische wereld een zinrijke. Zonne. dan tot vloeistof die men zich niet dun als het huidige water moet voorstellen. In de eerste plaats worden deze machten als geestelijke entiteiten erkend. ook op aarde. Wij vinden dit motief op dichterlijke wijze verbeeld in de ‘Prolog im Himmel’ uit Goethes Faust. Zij zijn de ‘achterblijvers’. 39 . dus vrijheidsprincipe in de kosmos invoeren. Maar ‘de zaak’: het ontstaan van ons wereldbestel. maar als zodanig alleen voor een bovenzinnelijk bewustzijn waarneembaar. Tijdens de Maantoestand vindt een verdere verdichting plaats: ‘water’ ontstaat met het etherische complement van de chemische of klankether. noch de mensen voortgekomen. Wanneer wij het anatomische wonderwerk van ons lichaam beschouwen. De eerste vorm van ‘lucht’ ontstaat met haar ether-zuster het licht en daarmee de ruimte. Maar ‘lucht’ heeft nog geen gewicht als op de aarde. kunnen wij begrijpen dat de scheppende en vormende krachten die tot zulk een resultaat hebben geleid. De mens is daar nog niet mens. Het geleidelijk aan vast worden kent de gangbare wetenschap natuurlijk ook. enigszins te overzien. maar meer als eiwitgel en tenslotte de werkelijke verharding die zich het duidelijkst manifesteert in de skeletdelen en de aardkorst. van een grote veelzijdigheid en uiterste subtiliteit moeten zijn en dat ze door onafzienbaar lange tijden op heel gecompliceerde wijze gewerkt moeten hebben. maar niet als het aardse mineraal. staat dus op het niveau van de plant. Het is niet eenvoudig je deze processen voor te stellen en je hebt veel tijd nodig om het evolutiebeeld dat Steiner geeft. wat voortijdig als het ware de duik in de aardse stoffelijkheid nam. want dat is pas op aarde ontstaan als gevolg van het ‘achterblijven’. astraal lichaam. De mens is fysiek-etherisch geworden. Niets gebeurt ‘vanzelf ‘ door blind toeval of blinde natuurwetmatigheid die God weet waar vandaan komt. In tegenstelling alweer tot de visie van Teilhard de Chardin beschrijft de antroposofische geesteswetenschap het kwaad geenszins als een ontbreken van het goede. noodzakelijke plaats innemen. De goede macht (der Herr) staat aan de tegenmacht (Mephisto) toe. die door hun tegenwerking in eerste instantie het afzonderings-.wel verlopend in de tijd. Tenslotte de rol van het kwaad in de evolutie. De huidige plant echter is een product van de aarde. vormde de grondslag van een lager natuurrijk. voor een fysiek oog dus onzichtbaar. rebellen in zeker opzicht. Het dierenrijk op aarde kwam voort uit het mensenrijk en niet andersom. De mens is echter.en Maanfase herhalen zich aan het begin van de Aardetoestand. nooit dier geweest in de zin van het huidige dier. We hebben dus eerst nog te maken met een lange periode waarin al het geschapene nog in de toestand van warmte verkeert. In de tweede kosmische fase of Zonnetoestand wordt het fysieke lichaam doordrongen door het etherlichaam. De verdichting tijdens de aardefase leidt geleidelijk aan tot de zogenaamde vaste stof. moeten worden beschouwd als activiteiten van wezens van hogere en lagere orde. is ingewikkeld. De aggregatietoestanden van de Saturnus-. waarbij als complement de levensether hoort. Natuurlijk is alles nog onstoffelijk. Je hoort wel eens zeggen — maar dat is onzinnig — dat Rudolf Steiner de zaak zo ingewikkeld maakt. zij zijn dus in het dierstadium. De ‘mensen’. Wat daarvan aftakte. In andere boeken en in voordrachten zijn overigens nog talloze aanvullingen op het geschreven hoofdwerk over de wereldontwikkeling te vinden. als een toevallige storing of overkomelijke groeipijn. dat de mens van zijn ‘Urquell’. uit het aardse plantenrijk zijn noch de dieren. etherlichaam. Warmte en warmteether zijn nog één. de lucht is nog etherisch. beter gezegd de wezens uit het rijk van de verst gevorderden. Hij is dus in het stadium van een mineraal.

Het mannelijke en het vrouwelijke moesten in gescheiden lichamelijkheid worden gebracht. De eerste wordt genoemd: de uittreding van de maan. Zo ontstond er een evenwicht tussen de te snelle drijfkracht van het zonnegebied en de remmende. de voortplanting kon voortaan alleen van buitenaf door inbrenging van het mannelijke zaad in het vrouwelijke lichaam plaatsvinden. Aan de ene kant ontstaat er een verhoging van zijn bewustzijn: uit de vegetatieve droomachtigheid van zijn paradijselijke toestand (de tuin van Eden) ontwaakt hij als een zelfstandig wezen dat ‘geest’ in zich op kan nemen en binnenin verwerken. wordt losgetrokken. die gebruikt werden om in de binnenwereld van de mens een nieuw orgaan te vormen. driftgeladen innerlijkheid uitleven. nu niet meer in de aardse lichamen kon incarneren. dat een geestelijke bevruchting 40 .dus zijn oorspronkelijke verbondenheid met God. In de Lemurische periode dringen deze wezens in het astrale lichaam van de mens naar binnen. Vóór de Lemurische tijd was uit de eenheid van de vierde wereldfase (Aarde) al een deel afgescheiden. Voor de mens betekent de inwoning van het Luciferische element velerlei. De Bijbel noemt deze ingreep de zondeval. Mephistopheles krijgt de volmacht Faust ten verderve te voeren. Hierdoor kwamen er orgaankrachten vrij. want wij moeten niet uit het oog verliezen dat er immers de nauwste relatie bestaat tussen de mens en de overige natuurrijken. Hij bracht het offer om als woonplaats niet het lichte zonnerijk. hun afvalligheid is zodoende te beschouwen als een offer om de menselijke vrijheid mogelijk te maken. werd een hemellichaam. opdat de mens in meer evenwichtigheid zijn ontwikkeling kon voortzetten. Aan de andere kant kan hij door zijn ontwaakte egoïteit zijn emotionele. twee-geslachtelijk dus met een zelfbevruchting ‘van binnenuit’. maar het donkere maanrijk te kiezen. In de Lemurische periode spelen zich nog twee insnijdende gebeurtenissen af. bewoond door de hoge scheppergeesten. Deze twee kanten van de tegenmachten zijn onafscheidelijk. Uitgaande van dit gezichtspunt kun je zeggen dat de rebelse hiërarchische wezens in het grote scheppingsplan een dienende rol vervullen. Dit kwaad is dus geen toevalligheid. want daardoor krijgt deze de kans en de noodzakelijke prikkel zich hoger te ontwikkelen en het verderf te overwinnen. dat het oorspronkelijke androgyne° wezen van de mens. Wij kunnen begrijpen dat in religieuze stromingen die overigens door de kerk fanatiek zijn bestreden. waardoor het kwaad in de wereld komt. wat dat betreft stellen zij ons oordeelsvermogen ook voortdurend op de proef. of er van afgezien hebben. Vanwege het grote belang van dit thema wil ik hierop terugkomen in een van de volgende hoofdstukken. waardoor geen leven meer mogelijk zou zijn geweest. niet alleen voor de mens. Daarin vindt een ingreep in de evolutie plaats door Luciferische machten. geen lastige en betreurenswaardige storing. maar voor de hele aardse situatie. verhardende maanwereld. die met het voorafgaande direct samenhangen. Toch was de verdichting al zo ver gevorderd. hun gerechtvaardigde ‘bevoegdheden’ overschrijden en ‘voor eigen rekening’ hun activiteiten ontplooien. De aarde bleef met sterk verdichtende krachten achter. Daarom werd de huidige maan als centrum van deze verhardende macht uit het geheel van de aarde losgemaakt. dan zijn zij de inspiratoren van het kwaad. Wat wij nu de zon noemen. de tweede: de scheiding van de geslachten. Het zijn engelwezens die tijdens de Maantoestand hun mens-stadium hadden moeten bereiken. De gevolgen van de Luciferische invloed zijn bijzonder zwaarwegend. in het vorige hoofdstuk is daar al over gesproken. Tot zover is hun werking gerechtvaardigd en noodzakelijk. de rol van het kwaad bij de schepping van de aardse mens als doorslaggevend werd gezien. Maar wanneer deze afgevallen geesten die in de antroposofie de Luciferische en Ahrimanische machten worden genoemd. De maanuittreding werd geleid door het machtigste Elohim-wezen Jahve of Jehovah. Zodoende verschaffen zij zich een soort surrogaat van hun gemiste mens-stadium en aan de mens geven zij hierdoor een zekere zelfstandigheid ten opzichte van de hoge schepperwezens (Elohim of Exousiai). Deze zouden onze planeet volslagen verhard hebben. maar gaat uit van een geestelijke macht die volledig betrokken is bij het verloop van de ontwikkeling. zoals het manicheïsme° en het daarmee verwante katharisme°. dan moeten wij de aandacht richten op een periode die de geologie het Mesozoïcum noemt (de geesteswetenschappelijke naam is Lemurië). Zien wij af van de kosmische fasen die aan de aarde voorafgingen en richten wij de blik uitsluitend op de ontwikkeling van onze huidige planetaire toestand. maar ‘het niet hebben gehaald’.

Zo zijn man en vrouw naar hun uiterlijke gestalte wel verschillend. maar is een zeer sterk vereenvoudigd model van de veel ingewikkelder werkelijkheid. Planetaire fase Scheppende hiërarchie Wezensdeel van de mens Saturnu s Geesten van de Wil (Tronen) Fysiek lichaa m Zon Geesten van de wijsheid (Kyriotetes) Fysiek lichaam Etherlichaam Maan Geesten van de Beweging (Dynameis) Fysiek lichaam Etherlichaam Astraal lichaam Aarde Geesten van de Vorm (Exousiai) Fysiek lichaam Etherlichaam Astraal lichaam Ik Jupiter Venus Vulcanus Wordt niet in de tekst behandeld Fysiek lichaam Etherlichaam Astraal lichaam Ik Geestzelf Fysiek lichaam Etherlichaam Astraal lichaam Ik Geestzelf Levensgeest Inspiratief Aartsengel Fysiek lichaam Etherlichaam Astraal lichaam Ik Geestzelf Levensgeest Geestesmens Intuïtief Archē wezen Bewustzijn van de mens Stadium van de mens Ethersoort Trance Mineraal Warmteether Vuur Geen Slaap Plant Lichtether Droom Dier Klank of chemische ether Water Plant Mineraal Waak Mens levensether Imaginatief Engel Element Achterblijvend rijk Lucht Mineraal Aarde Dier Plant Mineraal Tussen de planetaire fasen zijn zogenoemde pralaya-toestanden. De mannelijke ziel in het vrouwelijk lichaam en de vrouwelijke ziel in het mannelijk lichaam worden beide weer tweegeslachtelijk door de bevruchting met de geest. Op de mannelijke ziel in de vrouw werkt de geest vrouwelijk en maakt haar zodoende mannelijk-vrouwelijk. op de vrouwelijke ziel in de man werkt de geest mannelijk en vormt deze evenzo tot androgyne eenheid. Ik beëindig hiermee de zeer onvolledige schets van de wereldontwikkeling met verwijzing naar meer uitgebreide beschrijvingen in de antroposofische literatuur. De tweegeslachtelijkheid van de mens heeft zich van haar uiterlijke verschijningvorm in de voor-Lemurische tijd in het innerlijk van de mens teruggetrokken. In het boek Aus der AkashaChronik° gaat hij zelfs zover dat hij zegt dat het mannelijke lichaam een vrouwelijke ziel heeft en het vrouwelijke lichaam een mannelijke ziel: “Deze innerlijke eenzijdigheid in de mens wordt nu door de bevruchting met de geest weer geharmoniseerd. De tegenstelling man-vrouw vindt dus met deze processen een aanvang. Zoals men ziet. De vereniging met de geest bewerkstelligt tenslotte de gelijkheid” (Aus der Akasha-Chronik blz. 41 . De eenzijdigheid wordt opgeheven. In het innerlijk versmelten geest en ziel tot een eenheid. In dit schema zijn enkele aspecten van toekomstige planetaire fasen ook opgenomen. 78). Het bijgevoegde schema verduidelijkt het een en ander wellicht. Wij hebben ons zelfstandig denkvermogen moeten betalen met het verlies van onze androgyne eenheid! Wat Teilhard beschrijft als het tot kookpunt geraken van de apehersenen in het phylum° van de primaten. vanwege de beknoptheid. waardoor het reflexieve denken° zou zijn ontstaan. Dat betekent dat alles wat geschapen is dan weer in een soort wereldschoot wordt teruggenomen. heeft het hogere innerlijk van de mens niets te maken met het manzijn of vrouw-zijn. is in de geesteswetenschappelijke visie wel enigszins anders. Rudolf Steiner wijst er altijd op dat het etherlichaam van de man vrouwelijk is en van de vrouw mannelijk.mogelijk maakt: het denkorgaan. niets staat vermeld. De innerlijke gelijkheid komt voort uit de mannelijkheid van de vrouweziel en uit de vrouwelijkheid van de manneziel. in het innerlijk echter vormen de psychische eenzijdigheden bij beiden zich tot een harmonisch geheel. hoewel daarover in de tekst.

hier dus ook niet. werd in de negende eeuw in het Latijn vertaald door de Ierse monnik Johannes Scotus Erigena°. Zij werd als het ware in de oorspronkelijke geestesbron gedompeld en kwam er krachtig vernieuwd uit tevoorschijn. werd door de komst van Christus op aarde vernieuwd. Zij geven slechts een dun extract van de mysterie-inhoud die aan de leerlingen werd toevertrouwd. Geschriften en 42 . Het geschrift mag naar zijn inhoud zeker aan de vriend van Paulus worden toegeschreven. Enkele jaren tevoren had hij door een bovenzinnelijke ervaring het sterven van de Wereldgod op Golgotha meebeleefd°. Door de verbinding van het christendom met de oude heidense mysteriewijsheid werd deze wijsheid verjongd. en die is de gestalte.” — Dante Alighieri: Divina Commedia. dat het polytheïsme° de erkenning van een allerhoogste godheid uitsluit en ze menen dan ook dat in een ééngodendom er geen andere. Raphaël. kreeg het grote invloed en verbreiding in het christelijke Europa. geestelijke machten of hiërarchieën. maar de traditie was machtig: de leider van de Atheense school droeg ook in latere tijd deze naam. die als auteur de heilige Dionysius vermeldden. lagere goden worden erkend. Het duidelijkste is dit wereldbestel van in rangen geordende wezens met een hoogste god te vinden bij de Iraniërs in de godsdienst van Zarathustra. waren de oorspronkelijk joods-ingewijde Paulus° en de Grieks-ingewijde Dionysius°. In zogenaamde heidense godsdiensten wordt van ‘goden’ gesproken. in het Grieks geschreven. de Wereldbouwmeester.. of alleen maar met een woord werd aangeduid: ‘to agathon’ (het Goede) of ‘to hen’ (het Ene). zodat wij mogen aannemen. De oorspronkelijke Dionysius was toen natuurlijk niet meer in leven. In het oorspronkelijke christendom was het weten omtrent de hiërarchische engelrangorden eveneens aanwezig. dat er een allerhoogste verborgen God was. Hij wordt nu de leerling en vriend van Paulus en leidt van die tijd af een mysterieschool te Athene waar een esoterisch christendom wordt onderwezen. Over de hemelse hiërarchieën. enzovoort. dat het Israëlitische monotheïsme een wereld van hiërarchische wezens omsloot. waarmee deze wezens bedoeld zijn. Pas in het begin van de zesde eeuw zijn geschriften ontstaan uit de esoterische school. De namen van de Iraanse goden zijn natuurlijk anders dan de Hebreeuwse namen (zie schematisch overzicht). Bij de monotheïstische° Israëlieten vinden wij een hoeveelheid namen van goddelijke wezens: Seraphim. Paradiso 1. Elohim en zelfs eigennamen zoals Michaël. uitgezonderd de geleerde Ierse monniken. Toen het werk eenmaal in het Latijn was vertaald. Cherubim. Ten onrechte denken veel mensen. Hij is de grootste filosoof van de vroege middeleeuwen. herkende Degene over wie Paulus sprak. De westers-christelijke wereld was het Grieks in die tijd niet meer machtig. De Griekse ingewijde Dionysius die daarbij aanwezig was. die werkte aan het hof van de Franse koning Karel de Kale°.9 Over de hemelse hiërarchieën . of bij de Indiërs ‘Vishva Karman’. genaamd Areopagita. Gabriël. Het is niet overbodig een apart hoofdstuk aan dit onderwerp te wijden. Dit belangrijke bestanddeel van een geestelijke kennis die al sedert onheuglijke tijden bestond en behoed werd in de zogeheten tempelmysteriën. Bij zijn optreden in Athene verkondigde Paulus het christendom in zijn beroemde rede op de Areopagus° (Handelingen 17). zonder dat hiervan een nadere verklaring werd gegeven. die uit eerbied ook niet bij name werd genoemd. Die het Heelal zijn gelijkenis met God geeft. Het weten omtrent geestelijke bewoners van de kosmische sferen is bij alle natuuren cultuurvolken te vinden.. Onderdeel van de aldaar gegeven leringen was de kennis over de hemelse hiërarchieën. deze oerwijsheid van de mensheid die berustte op helderziende waarnemingen in een hogere wereld waartoe de ingewijden toegang hadden. De ‘heidense’ Indiërs en Grieken wisten evengoed als de Joden. “Alle dingen tezamen vormen Een onderlinge orde. 106-108 In de voorafgaande hoofdstukken is al meermalen gesproken over bovenmenselijke wezens. Dergelijke inhouden werden in de mysteriescholen aanvankelijk nooit opgeschreven. De christelijke ingewijden die dit element van verjongde wijsheid in de cultuur brachten.

Tussen de genoemde reguliere rangorden zijn er dus wezens die in zeker opzicht ‘displaced’ zijn. Daarnaast introduceert hij Duitse benamingen die ik in het Nederlands letterlijk vertaal. ook wel Geesten van de Persoonlijkheid geheten. evenals van hun ‘afsnoeringen’. een ontwikkeling door. terwijl de volksgeest een reguliere aartsengel is. Een ander voorbeeld: de aartsengel die als volksgeest de Keltische stammen in Europa zijn geestelijke leiding gaf. Dan werden de Kyriotetes. de Aartsengelen of Vuurgeesten en de Engelen of Zonen van het Leven. waarvoor dezelfde dure decors gebruikt konden worden. Maar na de eerste opvoering werd dit ‘paapse’ werk verboden. welke als taalgeesten in de verschillende volken op aarde werken. Over het fenomeen van het achterblijven is gesproken. De protestantse opvatting kon hiervan nauwelijks afwijken — de Calvinisten° hadden immers altijd al verdenking tegen de engelscharen gekoesterd. die vergelijkbaar is met die van de mens. godsdienst en zuinigheid gaan in Nederland hand in hand! De materialistische astronomie. de Jupitertoestand. opstijgen tot de engelwaardigheid en zo verder.gebeeldhouwde kerkportalen getuigen hiervan (Dantes Divina Commedia. de Aartsengelen bereiken dit tijdens de Zonnetoestand en de Engelen gedurende de Maanfase. Dynameis en Exousiai (Elohim) genoemd in verband met de schepping van het etherlichaam. maar directe geestelijke observatie en ervaring. het zuidportaal van Notre Dame de Chartres°). Ook wordt er een veel gedetailleerder beeld van de werkzaamheid van deze wezens gegeven. De hoogste twee en laagste drie rangorden die in het vorige hoofdstuk niet ter sprake zijn gekomen. een verloochening van de wijsheid van Paulus die overigens in de protestantse wereld hoog in aanzien staat. Tijdens de Saturnusperiode bereiken de Archai hun mensstadium. Deze opstijging in hiërarchische rangorde gaat gepaard met het bereiken van een hogere vorm van bewustzijn. die wij ook als geschapen door de hogere hiërarchieën moeten beschouwen. hoe kan dat? Frist zij een oude. Bovendien maken de wezens van de derde hiërarchie. of de katholieke theologie verklaarde de Dionysische geschriften voor vervalsingen en beroofde ze aldus van hun autoriteit. onder andere van de banen der planeten. spelen bij de hele evolutie eveneens een uiterst belangrijke rol. doet afstand van zijn ‘bevordering’ tot tijdgeest (arche-wezen) en wordt de leidende geest van het esoterische christendom dat ook met de naam graalchristen- 43 . De antroposofie echter spreekt onbekommerd over de hemelse hiërarchieën. Deze laatste twee benamingen van de Aartsengelen en Engelen worden nauwelijks gebruikt. het in beweging zijn van het geheel. De ontdekking van de spectraalanalyse in 1862 maakte een definitief eind aan de Dionysische ‘mythe’. de hoogste hiërarchie. Toen duurde het ook niet lang meer. Hierdoor ontstaat pas het kale monotheïsme van het gangbare christendom. Het grote verschil met de beschrijving die het boek van Dionysius bevat. In de Nieuwe Tijd echter verflauwde de aandacht van de mensen voor de kosmische sferen als woonplaats van geestelijke wezens. De hiërarchieënleer is bij Steiner geen ‘literatuur’. Geesten van de Beweging en Geesten van de Vorm zijn tezamen de triade van de tweede hiërarchie. de zogenoemde ‘Elementargeister’ of natuurgeesten die in de oude alchemie nog een grote rol speelden — om maar van de sprookjes en sagen te zwijgen — maar die natuurlijk met hun hemelse voortbrengers in de doos van ‘middeleeuws bijgeloof ‘ werden weggezet. Tenslotte de derde hiërarchie die bestaat uit de Archai. In het hoofdstuk over de wereldontwikkeling hebben wij de Geesten van de Wil of Tronen genoemd. Vondel moest wel een ander stuk schrijven. ArchAngeloi en Angeloi of Tijdgeesten. In Nederland schreef Joost van den Vondel° nog zijn grandioze engelendrama ‘Lucifer’ (1654) waar alle negen hiërarchieën met prachtige Nederlandse namen in voorkomen. is de dynamiek. maar die door hun hogere afkomst en tegelijk lagere rangorde (doordat ze niet voortgeschreden zijn. maar op het niveau zijn gebleven dat hun bij de vorige ontwikkelingsstap toekwam) heel bepaalde taken kunnen vervullen. ingeluid door Copernicus°. Deze behoren tezamen met de Serafijnen en Cherubijnen of Geesten van de Liefde en Geesten van de Harmonie tot de eerste. Zo zal de mens als tiende hiërarchie in de volgende kosmische wereldfase. Evenals Dionysius onderscheidt Rudolf Steiner driemaal drie groepen van hogere wezens waarvoor hij veelal dezelfde Griekse en gedeeltelijk Hebreeuwse namen gebruikt als de Atheense wijze. Zo spreekt Rudolf Steiner van een soort aartsengelwezens die eigenlijk achtergebleven Archai zijn. verloren zaak weer op? Dat is niet het geval. Deze drie: Geesten van de Wijsheid. astrale lichaam en ik. verving de wetenschap van de kosmische geesteswereld door berekeningen.

Bij het oud-Vedische (Indische) soma-ritueel° werd een alcoholisch sap gedronken dat bij deze mensen een geestelijke uittreding mogelijk maakte. Zo onderscheidde men in de Europese middeleeuwen nog duidelijk de planetensferen en hogere gebieden van de hemel als de oorden waarin de verschillende hiërarchieën hun veld van activiteit hadden. de woorden ‘rangorde’. Men sprak van sferen (dat betekent ‘bollen’) die tegelijk woonplaats en werkingsveld van wezens waren. wat mijns inziens Rilkes bedoeling met deze schitterende gedichten niet is geweest. Je drong dan door in de woon. Je trad dan in de maansfeer binnen. Het heelal was in zijn ordening negenvoudig gevormd. Ik kan mij voorstellen dat je bij het lezen van deze dingen een beetje huivert of zelfs steigert. de wolken. dat hij zijn engelen uit de ‘Duineser Elegien’ als militairen ten tonele voert. Het zou de voorgenomen omvang van dit hoofdstuk en van het hele boek verre overschrijden. hetgeen veel mensen zou kunnen afstoten. destijds ook wel ‘intelligenties’ genoemd. werkten. Soma heette de plant waaruit de dronk werd bereid. de hemellichamen van dag en nacht. maar die verkeerde associaties kunnen oproepen. Deze spirituele wereldbeschouwing heeft de Italiaanse dichter Dante Alighieri op de meest overtuigende en tegelijk dichterlijk schoonste wijze onder woorden gebracht in zijn 44 . Het was ook een kwestie van bewustzijn. Het geheel werd beschouwd als een ‘gelijkenis Gods’ want de goddelijke Triniteit van Vader. als ze heel klein zijn. Zoon en Heilige Geest vond in dit heelal haar gestalte. wanneer hier verdere beschrijvingen werden gegeven van de eindeloos veelvuldige aspecten van de hiërarchische wezens en hun werkzaamheden. De mens op aarde stond in het middelpunt van de concentrische kringen of hemelse sferen waarin de wezens van de hogere orden. Toch gebruiken we deze woorden vaak in het alledaagse leven zonder de voorstelling van geestelijke wezens ermee te verbinden. houdt zij op.en werkingsplaats van de engelen (oftewel de maangoden). Je moest je bewustzijn verruimen om in een hogere sfeer te kunnen opstijgen. lag de grens van de planeetsfeer. Daar kwam bij dat de bollen niet grof materieel maar etherisch ijl werden gedacht. Waar zij zichtbaar wordt. Het hoogste goddelijke Wezen.en volksgeest wordt gesproken. maar tegelijkertijd transcendeert° het al het geschapene. Mijn excuses voor het taalgebruik. Zo is het ook ten opzichte van alle andere hemellichamen: hier staan wij. zodat ze elkaar doordrongen. Wij weten misschien niet precies hoeveel kilometers tussen ons en de maan liggen. waarin het tot de macht twee verheven triasprincipe tot uitdrukking kwam. bijna met het oog kunnen volgen. alsof dit de gewoonste zaak van de wereld zou zijn. Simon Vestdijk° beschuldigt de dichter Rilke° ook. Je moet nu eenmaal als je deze geestelijke realiteiten in gewone aardse begrippen en woorden wilt kleden. waarbij de hogere de lagere doordrongen. Kinderen beleven dat anders. maar de hele bolruimte binnenin was eigenlijk de planeet. Dat was de ‘vulling’ van de sfeer. daar ergens zweven zij en daar tussenin is niets. In de antroposofie evenwel wordt het woord ‘geest’ nooit abstract gebruikt. dan hebben wij het gevoel van een stevige afstand tussen ons en deze verschijning. Uit deze brede thematiek en uit het overstelpend rijke materiaal neem ik alleen enkele hoofdmotieven. Het is immanent° daarin aanwezig. Ook om andere redenen zou je kunnen steigeren of huiveren. zeker bij haar opkomst. nemen wij de ruimte boven ons en om ons heen waar: de lucht. geloven ze dat ze de maan kunnen pakken. Deze planeetsferen hadden niet zozeer een ruimtelijk-kwantitatief als wel een innerlijk-kwalitatief karakter dat met de geaardheid van de specifieke bewoners samenhing. vindt in de driemaal drievoudige kosmos zijn uitdrukking. Waar de planeet haar zichtbare baan beschrijft. Kijken wij bijvoorbeeld naar de maan wier beweging wij. het staat altijd voor concrete wezens die voor de geschoolde helderziende waarneembaar zijn. een zekere keuze van woorden doen die ongeveer aangeven waar je het over hebt. ‘bevorderen’ doen wat militaristisch aan. Vroeger beleefde men de ruimte tussen de aarde en de planeten niet als leeg. bijvoorbeeld omdat maar doodleuk van taal. Wanneer wij onze blik van de aarde omhoog richten. De negen hiërarchieën zijn de organen van de goddelijke Drievuldigheid. Dit gevoel van leegte ten aanzien van de hemelruimte is nog niet zo oud in de geschiedenis van de mensheid. soma heette ook de hogere bewustzijnstoestand en de maan! Dat wil dus zeggen: de sfeer waar de geest in opsteeg. zo dacht men. leegte. maar we stellen ons deze afstand niet anders voor dan als een lege ruimte.dom kan worden aangeduid°.

Copernicus schenkt ons een aardse visie. Deze werken. omdat zij machtiger zijn. aartsengelen en Tijdgeesten. houding. zoals reeds gezegd. Dit wezen. Het ontwikkelt zich tegelijk met ons en aan ons en stijgt naar een hogere trap. De moderne antroposofische geesteswetenschap bevestigt in hoofdtrekken dit wereldbeeld. is ons eigenlijk heel nabij. zien wij de menselijke entelechie (dit is het onsterfelijke geestzielewezen van de mens) achtereenvolgens door de planetaire sferen gaan. kan hier niet verder worden behandeld. Je kunt je in gebed tot dit eigen engelwezen wenden. 45 . zoals al gezegd. hebben de werking van de volksgeest in hun levenslichaam. vooral bij kinderen. In elk van de verschillende sferen ondergaat hij invloeden die door de affiniteit van zijn persoonlijke karma in het ene geval sterker zijn dan in het andere. Ook volken hebben een leidende geest. die tot de hiërarchie van de aartsengelen behoort. Iedere individuele mens heeft een engelwezen — de ‘bewaarengel’ die het katholicisme nog kent — dat hem door al zijn incarnaties leidt en begeleidt. Hoe het Copernicaanse wereldbeeld daarmee in overeenstemming is te brengen. Tenzij wij zelf. in het tweede geval zal hij een beweeglijk. alleen zet zij alles. draagt ons ware zelf nog in zijn schoot tot wij ons de engelwaardigheid ten volle hebben verworven. vaak wat dof broeierige menselijkheid zo ver te boven gaat. alle naïef traditionele en statische voorstellingen die de middeleeuwse kosmologie nog aankleven. beschrijf je het karakter van de volksgeest. Verdiepen wij ons in de verscheidenheid van de menselijke talen. in een lager gebied dan de engelen. de een is zonder de ander niet mogelijk. weer een bewuste verbinding met deze machten zoeken. terwijl het Ptolemaeïsche° model dat overeenkomt met de occulte visie. De goddelijke machten van de hiërarchieën vindt de mens in deze sferen als de wevers van zijn lot. meer combinerend denken ten toon spreiden. dat wij ook onze genius of hoger Zelf kunnen noemen. Uit de Jupitersfeer als het werkingsgebied van de Geesten van de Wijsheid neemt de daartoe voorbeschikte mens andere lotsbepalende gegevens mee dan uit de Mercuriussfeer waar de aartsengelen werken. dan komen wij ook in de werkingssfeer van aartsengelwezens — maar. als je de geschiedenis van het volk nagaat. Naarmate de mens meer tot geestelijke vrijheid is gekomen. dat wij ons nauwelijks kunnen indenken dat zulke wezens zich voor ons zouden interesseren. in vrijheid. Kunnen wij ook iets te weten komen over de werking van de hiërarchieën op aarde? De derde hiërarchie: engelen. Zo is de wetenschap van reïncarnatie en karma in elk opzicht verstrengeld met een moderne hiërarchieënleer. als wij de vrucht van de aardse ontwikkeling tot volle rijpheid hebben gebracht. dat je in moeilijke levenssituaties en bij ziekte steun geeft. Alleen een liefdevol begrijpen van het wezen der volken kan een bruikbare grondslag leveren voor vrede in de wereld.Goddelijke Komedie. In het eerste geval zal de mens het vermogen hebben een zekere soevereiniteit van inzichten te ontwikkelen. laten de hogere wezens hem ook meer aan zijn lot over. menige ‘engelervaring’ waarnemen. Ga je met enige aandacht en nauwlettendheid door het leven. Alle mensen die tot een bepaald volk behoren. aartsengelwezens die ‘achtergebleven’ Archai (Tijdgeesten) zijn: een hoofdstuk uit de antroposofische geesteswetenschap met belangwekkende gezichtspunten die ik laat rusten. de aartsengel werkt in het etherlichaam. opstijgend na de dood en weer neerdalend voor de geboorte. dan spreekt deze over de speciale taak van de betreffende volksgeest. in beweging en overwint in haar beschrijvingen die het direct geschouwde weergeven. beweging. In de veelvuldige beschouwingen die Steiner in zijn werken wijdt aan het leven na de dood. reine verhevenheid voorstellen. Als de moderne mens de overtuiging of het gevoel heeft dat ‘God dood is’ klopt dat in zoverre. De engel geeft zijn leiding via ons astrale lichaam. dat de goddelijke machten ons niet meer bij de hand nemen en leiden. Als je de volksaard goed beschrijft. dan zul je bij je zelf en anderen. Met het bereiken van de zonnesfeer is de geest van de mens in een hoger rijk aangeland. Iets daarvan kun je zien voor zover zich deze werking uitdrukt in fysieke trekken. beter gezegd het leven tussen dood en nieuwe geboorte. Rudolf Steiner heeft met grote nadruk gewezen op de noodzaak de volksgeesten of volkszielen met hun verschillende taken in de wereldgeschiedenis te leren kennen en onderscheiden. die onze eigen. vanuit een geestelijk standpunt is gegeven. al moeten wij ons deze wezens toch van een licht stralende.

Zij zijn machtiger dan de volksgeesten en daardoor in staat een groot aantal volken van zeer verschillende en vaak aan elkaar tegengestelde aard toch in een ontwikkelingsfase eenzelfde voorwaartse beweging te geven. toch een gemeenschappelijke trek: de ontwikkeling van het verstandelijke denken en het daarmee gepaard gaande verlies van een ‘mythologisch’ bewustzijn. Zij overstijgen de volksgeesten door een hoger algemeen principe te inspireren. Dit zijn geestelijke wezens die gedurende een ruime periode van de historische ontwikkeling hun activiteit ontplooien. Hebreeuwse en Griekse benaming volgens Dionysius Areopagita Seraphim 1e hiërarchie Cherubim Thronoi Kyriotetes 2e hiërarchie Dynameis Exousiai (Elohim) Archai 3e hiërarchie ArchAngeloi Angeloi Amoeša Spoenta Amsjaspands Jazata Fravaši Ahura Mazdao Zeruana Akarana Oud-Perzische benaming Antroposofisch-geesteswetenschappelijke benaming Geesten van de Liefde Geesten van de Harmonie Geesten van de Wil Geesten van de Wijsheid Geesten van de Beweging Geesten van de Vorm Geesten van de Persoonlijkheid of Tijdgeesten Vuurgeesten (Volksgeesten) Zonen van het Leven Werkingssfeer van de hiërarchiën kristalhemel of empyreum vaste sterren (dierenriem) Saturnus Jupiter Mars Zon Venus Mercurius Maan 46 . dat ook nog de hele middeleeuwen omvatte. Tijdgeesten of Geesten van de Persoonlijkheid. dan zien we bij de zeer uiteenlopende geaardheid van de volken in die historische periode. dat de signatuur uitmaakt van een heel tijdperk. In het volgende hoofdstuk zullen de grote tijdperken van de aardeontwikkeling en de cultuurperioden ter sprake komen waarbij de aandacht zal worden gevestigd op de inspiraties van de beurtelings werkende machtige geesten van de tijd.Tenslotte de Archai. bij de zeer uiteenlopende graad van rijpheid. Kijken we naar het tijdperk waarin de Grieks-Romeinse cultuur zich uitbreidde.

In het tweede hoofdstuk heb ik deze signatuur al gepoogd te karakteriseren met de woorden: het materiële zijn. En het feit dat het geen verzonnen sprookje maar een waarachtige geschiedenis betreft. Het derde zielegebied. Met dit zieledeel reageren wij spontaan op datgene wat van buitenaf of van binnenuit het lichaam op ons afkomt. het zijn op een stoffelijke aarde is in de Nieuwe Tijd tot vol besef gekomen. Socrates. die als drie zielebestanddelen of zieleaspecten zijn aan te merken. De drie omhullingen van het ik: fysiek lichaam. Van dit zelfbewustzijn uitgaande moet het ik als geïsoleerd geraakte toeschouwer een nieuwe verbinding met de werkelijkheid aangaan. In het aspect van de gewaarwordingsziel is het ik nog zwak.10 Tijdperken en culturen “‘We moeten onderzoeken. Het ik dat soeverein is geworden in het eigen zieleveld. Het reageert wel op zintuiglijke indrukken. uit het etherlichaam de verstands.en gemoedskrachten. begeerte. etherlichaam en astrale lichaam ondergaan in zoverre een gedeeltelijke verandering. gemoedsgesteldheid en leefwijze onder de bewoners van de vijf continenten. dat het ik uit deze drie gegeven ‘schalen’ een drietal fijnere omhullingen vormt. uit het fysieke lichaam de bewustzijnsziel.’“ — Plato: Timaeus In welke ontwikkelingsfase verkeren de huidige mensen op de aarde? Hoewel er een heel grote verscheidenheid bestaat in gedachten. Critias. Daar hoort bij dat door dit besef het zelfbewustzijn van de mens. dan opent het zich voor een hogere geestelijke realiteit. We mogen evenwel niet zeggen. kan nu zijn verdere ontwikkeling in de richting van de geest zelfstandig ter hand nemen. fysiek lichaam. zie je toch duidelijk een tijdssignatuur die verrassend algemeen is.en gemoedsziel. maar nu bewuste metamorfose gaat zich voordoen. is toch wel van kapitaal belang. Welk ander zouden we daarboven kunnen verkiezen?. of dat verhaal naar onze zin is: of moeten we in zijn plaats nog een ander zoeken?’ Socrates: ‘Ik vraag me af welk. Het is het zielegebied waar de primaire gevoelens huizen: lust. beheersing van de lagere ziele-elementen vormt het ik een deel van het astrale lichaam om tot het zogenoemde ‘manas’ of ‘geestzelf’.. wederom verricht aan de drie omhullende schalen: astrale lichaam. zijn zelfgevoel in hoge mate is verscherpt vergeleken met vroegere perioden. Door zelfopvoeding. hartstocht. vormveranderend. De hele mensheid is in haar ontwikkeling toe aan het vormen van een zieledeel of zieleaspect. Het ik is al meer heer en meester in het zieledeel van de verstands. maar niet meer elementair onmiddellijk. Ik heb bij de behandeling van het mensbeeld er al op gewezen dat de schets van de vierledige mens te zijner tijd enige aanvulling zou krijgen. onlust. maar het is zo op te vatten dat de menselijke ziel zich in drie etappes vormt. smart. Is het ik ‘door het nulpunt gegaan’. Een verdere diepere verandering kan het ik teweegbrengen in het etherlichaam door veredeling van levensgewoon- 47 . vreugde. Een nieuwe. Gedurende de loop van de tijd komen de verschillende delen van de mens na elkaar tot ontwikkeling. etherlichaam. het proces verloopt in zekere zin onbewust.. enzovoort. de bewustzijnsziel. doordat het ik op een heel bepaalde manier metamorfoserend. in zijn drie omhullende schalen werkt. Het ik doet dit nog onder leiding van hogere hiërarchische wezens. In het begin is die werkelijkheid alleen maar de zintuiglijk stoffelijke wereld en de vraag rijst of dit wel de werkelijke werkelijkheid is. Uit het astrale lichaam vormt zich de zogenoemde gewaarwordingsziel. In de antroposofie wordt de huidige fase dan ook de cultuurperiode van de bewustzijnsziel genoemd. dat de antroposofie drie zielen aan de mens toekent. brengt aanvankelijk het zelfbewustzijn in samenhang met het materiële wereldbeeld. De zieleroerselen kunnen er met het ik vandoor gaan. waarin het ik tot volledig bewustzijn komt. Het schept afstand door te oordelen en komt daardoor al tot een zekere vrijheid.

maar het volgende jaar is dit punt een heel klein eindje opgeschoven in tegengestelde richting van de jaarbeweging van de zon. Later zal ter sprake komen waarom Steiner aanvankelijk de theosofische nomenclatuur° gebruikt. Het onze begint dan 2160 jaar later. Hyperborea. Zo schuift het lentepunt langzaam maar zeker op en doorloopt de twaalf zodiak°-sterrenbeelden in een periode van 25 920 jaar (weer terug in het startpunt van waaruit je bent begonnen te tellen). die weer onderverdeeld zijn in zeven ‘onderrassen’ — helemaal een verkeerde benaming die Steiner dan ook spoedig vervangt door cultuurtijdperken. Deze term komt uit de theosofische literatuur. Deze tijdsduur houdt verband met de verschuiving van het lentepunt door de dierenriem. Zo noemt hij het stichtingsjaar van Rome. het ik moet echter door gestage inspanning en gigantische beproevingen deze kiemen in de toekomst tot ontluiking brengen. Nu heeft Rudolf Steiner enkele beginjaartallen van zulke cultuurtijdperken aangegeven. wordt na de dood niet afgelegd. De namen manas. Onze tijd is het tijdperk van de bewustzijnsziel. Lemurië ging te gronde aan vulkanische rampen. maar echt hard gesteente was er toch nog niet. dan is deze geaardheid anders dan wanneer het lentepunt in de Ram of in de Vissen ligt. Het hoofdgebied van Lemurië (Gondwanaland) bevond zich in dat gedeelte van de aarde. maar is enigszins verwarrend. Het ik draagt zijn ‘eeuwige gewaden’ door alle aard. ‘Christos’ en ‘Vader’ genoemd. buddhi en atman zijn ontleend aan de oudIndische wijsheidstraditie. dat nu door de Indische Oceaan is bedekt. min of meer kraakbeenachtig. men noemt dit de precessie. Bevindt het lentepunt zich in de Stier. Wanneer is het begonnen en hoe lang duurt een dergelijk tijdperk? Wat ging eraan vooraf. in de christelijke esoteriek worden deze drie hogere delen van de mens: ‘Heilige Geest’. De geestelijke delen die daaruit ontstaan worden ‘buddhi’ of ‘levensgeest’ en ‘atman’ of ‘geestesmens’ genoemd. Wij moeten ons echter het hele aanzien van onze planeet in die tijd: alle dieren.ten. Een twaalfde deel daarvan is 2160 jaar. 747 voor Chr. Het cultuurtijdperk begint echter pas op aarde als het lentepunt al tot op de helft van het betreffende sterrenbeeld is voortgeschreden. Vanwege de beknoptheid sla ik de indeling in zogeheten ronden. eeuwige bestanddelen in ons besloten. een signatuur aan de cultuur op aarde doorgeeft. Wat reeds van de drie ‘lagere’ lichamen door het ik is vergeestelijkt. Zo zal de zon over niet al te lange tijd op 21 maart uit de hemelsector van het Vissenbeeld overgaan naar de sector van het Watermanbeeld. De verharding was na de uittreding van de zon en vóór de uittreding van de maan wel duchtig toegenomen. De zon staat aan het begin van de lente (21 maart) bij haar hoogste stand in een bepaald punt in een bepaald sterrenbeeld. plastisch.en hemeltoestanden als zijn meest eigen wezen met zich mee. Over de Lemurische tijd is al gesproken: de zogenoemde zondeval. Met ‘wortelrassen’ zijn zeven grote tijdperken bedoeld. is een late herinnering aan het vuurgeweld van Lemurië. maar ons huidige Vissentijdperk blijft nog geruime tijd doorgaan.. intensivering van het religieuze en esthetische gevoel en dergelijke en tenslotte kan het allermoeilijkste worden ondernomen: de transformatie van het fysieke lichaam. een wereldmaand dus. De hoofdtijdperken heten: Polaris. (in 1412 werd Jeanne d’Arc° geboren die door haar geïnspireerde daad een nieuw tijdperk inluidt). voordat we de historische cultuurtijdperken op de juiste wijze in het geheel kunnen plaatsen. een bepaalde ‘kleur’. Plato° kende dit getal reeds en men noemt de tijdspanne van 25 920 jaren dan ook naar hem: een Platonisch wereldjaar. in 1413 na Chr. globen en vormtoestanden over en vermeld direct de zogenaamde ‘wortelrassen’. Atlantis. De natuurrampen hielden verband met de ongebreidelde wildheid en hartstocht van het toenmalige mensengeslacht waarin de 48 . Lemuria. Wat in Genesis 19 van Sodom en Gomorra wordt verteld. planten. als begin van het Grieks-Romeinse cultuurtijdperk. die natuurlijk overeenstemmen met historische data welke gemakkelijk te herkennen zijn als merkstenen van de tijd. wat zal erop volgen? Een cultuurtijdperk duurt 2160 jaar. Er zijn nog andere gewichtige gezichtspunten ten aanzien van de aardeontwikkeling die aan de orde moeten komen. na-Atlantisch tijdperk en twee nog naamloze die zullen volgen. de bodem was nog vrij week. In kiem liggen de hogere. de uittreding van de maan en de scheiding van de geslachten. mensen en mineralen totaal anders voorstellen dan hoe ze zich nu aan ons voordoen. Dat is de tijd dat de zon uit de zodiakale wereld een bepaald karakter.

De beschrijving die Steiner van ‘onze Atlantische voorouders’ geeft. die Rudolf Steiner in zijn boek Uit de Akasha-kroniek van de Lemurische tijd geeft. maar geen vermogen om begrippen te vormen. In de volgende grote wereldperiode. Van daaruit zijn de voorouders van de vijf hoofdrassen die thans nog de aarde bevolken naar verschillende windrichtingen weggetrokken. leefde in een soort oase. met name de planetensferen — ontstond het mensengeslacht van het volgende grote tijdperk: Atlantis. Aangezien deze menselijke zielen van zeer verschillend ontwikkelingsniveau waren. Het is zeer de moeite waard de prachtige beschrijving te lezen. De zielen konden de lichamen die afstamden van de kleine groep ‘kolonisten’ uit Lemurië en die zich door voortplanting sterk vermeerderden. zeker met betrekking tot de latere periodes. Overdag konden zij de wereld niet zo scherp onderscheiden als wij dat kunnen. sagen en sprookjes zijn niets anders dan herinneringen uit de Atlantische tijd waarin de mens met zijn dromend beeldenbewustzijn de geestelijke realiteiten nog kon waarnemen. omdat alles in een dichte nevelmassa was gehuld. de wijze vrouwen die het mannelijke deel van de bevolking leidden. Trouwens alle latere mythologie. Hun onvrije. De Atlantische mens bezat een fabelachtig geheugen. Dit gebeuren strekte zich over lange tijden uit. Een van de allerbelangrijkste dingen die de Atlantiërs ontwikkelden. We kunnen al over Atlantische ‘culturen’ spreken. Een klein deel van de menselijke aardbewoners. waren er sterke magische krachten in de mens aanwezig. maar de ‘occulte’ onderzoeksresultaten worden dikwijls door de vondsten van de gangbare wetenschap bevestigd. bestond er nogal wat verscheidenheid in de uiterlijke gedaante van de mensen. die zich verplaatsten in de luchtmassa die veel dichter was dan de huidige ijle lucht. waarin de elementaire verbinding van de mens met de hem omringende omgeving tot uitdrukking werd gebracht. Atlantis. ontstonden de gedifferentieerde talen van de volken. Deze lichamen waren nog uiterst plastisch en voegden zich in hun vormen sterk naar de ziel die er haar intrek in nam. maar zij namen wel geestelijke wezens waar. Uit dit sterkste deel van het mensdom. Het hoofdgebied van het oude Atlantis was gelegen waar zich nu de Atlantische Oceaan uitstrekt. zoals de onze. omgeven door het vulkanische branden en beven dat uiteindelijk overging in doodse verstarring: de woestijngordels van Afrika. De Atlantiërs waren in staat met de levenskrachten van de planten zo te werken. Pas vanaf de tweede helft van het Atlantische tijdperk zagen ze er ongeveer uit zoals nu de mensen op aarde eruit zien. Nibelungen — dat waren herinneringen aan Atlantis. De geesteswetenschap heeft weliswaar haar eigen methode van onderzoek. Deze ondergang werd bewerkstelligd mede door de invloed van andere ‘achtergebleven’ hiërarchische geesten dan die welke zich in Lemurië hadden doen gelden. de nog elementaire magische krachten van de wil en vele andere uiterst merkwaardige bijzonderheden. In plaats van het combinerende denken dat nog maar in de allerprilste kiem in Atlantis ontlook. dat zij er zelfs primitieve luchtschepen mee in beweging konden zetten.en ijsmassa’s te gronde ging. Dit wijst op een gemeenschappelijke herinnering van de mensheid aan de ondergang van Atlantis. neemt het mensengeslacht in de loop van de tijd weer toe. dat de aarde kon blijven bewonen — de meeste zielen hadden de wijk moeten nemen naar andere kosmische oorden. Bij vrijwel alle rassen van de wereld vind je vloedsagen. alle getallen die in oude vloedverhalen worden genoemd hebben een symbolische en geen letterlijke betekenis (bijvoorbeeld de veertig dagen in het verhaal van Noach). was de spraak. Het bewustzijn was nog dof. is bijzonder fascinerend. weer bewonen. Uit de Atlantische oertaal. als ze op de juiste wijze worden geïnterpreteerd. De stille oase temidden van de vurige onrust. te meer omdat in deze eeuw feiten zijn ontdekt door de geologie° en de etnologie°.ingreep van de Luciferische geesten steeds sterker kon doorwerken. toen het Atlantische continent door water. droomachtige helderziendheid trad op in een toestand tussen slapen en waken in. die het bestaan van het oude Atlantis zeer aannemelijk maken. De Germanen spraken in hun mythologie over Nifelheim. Azië en Australië. De Atlantische tijd is 49 . Hun techniek was niet gefundeerd op een rationele kennis van de anorganische wereld. maar op de magische beheersing van de etherische krachten. dat reeds edeler krachten had ontplooid onder de leiding van hoger ontwikkelde wezens.

Deze mensheidsleider en hoge Zonne-ingewijde voerde een groep mensen uit het oostelijk deel van Atlantis — Rudolf Steiner spreekt in dit verband meestal over Ierland — verder naar het oosten.gekenmerkt door een ingrijpen van de zogenoemde Ahrimanische of Satanische machten die zich niet in het astrale lichaam maar in het etherlichaam konden nestelen. de aarde en alle zintuiglijkheid was slechts schijn. werden nu in de periodes die op de grote watervloeden. In de na-Atlantische tijd moet het denken zich in de mensheid gaan ontwikkelen. wel ‘besmet’ maar niet onherstelbaar. andere.en voortplantingskrachten. zijn een landbouwvolk. ‘maja’. veredelt de aarde met haar planten en dieren door goede magie. Het ging hier om de magische beheersing van groei. De impuls tot het stichten van de Iraanse of Perzische cultuur gaat ook uit van de Manu-kolonie in Midden-Azië. Wat in de heilige boeken van de Hindoes geschreven staat. Evenals bij de ondergang van Lemurië een kleine groep de mogelijkheid bezat de ontwikkeling op aarde voort te zetten. Door verraad van mysteriegeheimen konden mensen die niet de graad van morele rijpheid hadden ontwikkeld om op onzelfzuchtige wijze bepaalde krachten te benutten. die nog de Atlantische wijsheid vertegenwoordigden. De Bijbel wijst op de figuur van Noach. Zarathustra. in ronde jaartallen. Herinneringen daaraan zijn in de Germaanse en oud-Iraanse mythologieën te vinden. maar in de Tweelingen. Inderdaad zijn er in het oud-Iraanse tijdperk goede magische ingrepen gedaan 50 . De uittocht van Atlantis begon al in de vijfde cultuurperiode van dit tijdperk en voltrok zich in hoofdzaak langs twee wegen: een noordelijke route via Scandinavië. Indiaanse. Wie hem volgt. medicijnmannen en tovenaars. lentepunt niet meer in de Kreeft. is slechts een late afspiegeling van de hoge en reine wijsheid die oorspronkelijk uit de mond stroomde van de geïnspireerde rishi’s — Manu’s uitgezonden leerlingen. voor hen. Vele stammen stierven uit. brengt zijn volk de konde van de hoogste zonnegod. Finse en anderszins Mongoolse overleveringen zijn er vol van. Noord-Rusland. Noord-Afrika. maar er moet voor gewaakt worden dat de denkkracht die met het Luciferische ego samenhangt. De nomadische Indiërs hadden de aarde niet lief. moesten een regeneratie doormaken die zich over eeuwen heeft uitgestrekt. komt de oud-Iraanse cultuur naar voren: het tweede na-Atlantische tijdperk. verzorgen deze en hebben deze lief. Spanje. De Iraniërs. dat zich als een epidemie verbreidde. die haar latere neerslag krijgt in de Hindoebeschaving van India met de verheven wijsheid van haar spirituele leiders. Het oud-Iraanse tijdperk met zijn latere neerslag in de beschaving van de Meden en Perzen is gekenmerkt door de grote strijd tussen de goede lichtmachten (Ahura Mazdao) en de boze machten van de duisternis (Angra Mainju = Ahriman). Ahriman is een machtiger geest dan Lucifer. maar tegelijk openbaart het zijn ware geaardheid: het vermag op te stijgen naar de hoogste hoogten van de geest. vermijdt de leugen. Arabië tot in India. Zij vestigen zich dus op een vaste plek van de aarde. van alle verharding. Egypte. Hij is de leugengeest en inspireert de dwalingen van het materialisme. Siberië tot in Midden-Azië en een zuidelijke route via Portugal. Na de oud-Indische cultuur van 7000-5000 voor Chr. mensen uitgezonden als stichters van de na-Atlantische culturen. Deze gebeurtenis had verstrekkende gevolgen: grote groepen van Atlantiërs werden tot een minderwaardig en gevaarlijk soort magie verleid. Zo ontstaat de oude Vedische nomadencultuur° van de arische Indiërs. niet afgesnoerd wordt van de goddelijke wereld. de oude Indiërs spreken over de grote Manu. oorspronkelijk sterk vermengd met de Turaniërs waar de Atlantische onreine magie nog krachtig was voortgezet. Door deze morele degeneratie verhardden en verkommerden op den duur ook de lichamen van deze mensen. zien wij ook hier een ‘uitverkoren’ deel dat de brug moet slaan van het ondergaande Atlantis naar de toekomst voorbij de catastrofentijd. zij werden onbewoonbaar voor zich incarnerende zielen. Ethiopië. Nog volledig ingebed in diepste devotie en religiositeit is dit beginnende denken. Uit Midden-Azië. tevens is hij de heer van de doodskrachten. waardoor een moreel bederf ging optreden. Een enigszins afgezwakte voortzetting van deze kwalijke Atlantische magie vind je bij de latere sjamanenpriesters. deze misbruiken om hun persoonlijke macht te verhogen. De oudPerzische. De ingewijde leerling van de Manu. waar de belangrijkste Manu-kolonie zich vestigde. landverzakkingen en ijstijden volgden. maar laten we ook niet onderschatten wat er in onze bekende historische culturen als de Egyptische en Babylonische nog aan ongure magie in zwang was. oud-Keltische.

de mens is niet uit zwaarte maar uit de lichte aithēr geboetseerd. die in de mensheid de gewaarwordingsziel wakker roept. Hier ligt tegelijkertijd een dieptepunt in de hele evolutie. Een uitzonderlijke volksgemeenschap is er. De tweede na-Atlantische cultuur wordt afgelost door de culturen van het Tweestromenland: Sumerië. maar door het rechtsbewustzijn. de hoenderen leggen sindsdien bijna het hele jaar door eieren en de koe geeft melk. geklemd tussen de steeds decadenter wordende buurreuzen van het Egyptische en het Babylonische rijk. De vijfde grote aardeperiode is dan afgelopen. In de Griekse cultuur is er nog een volmaakte harmonie tussen de hemelse en de aardse krachten.en gemoedsziel. Culturen bloeien op en raken in verval. Zal de opwaartse beweging doorzetten of zullen de desintegrerende krachten triomferen? Onze tijd is niet het laatste tijdperk van de aarde. twee grote. zijn gesprekken met de Zonnegod Ahura Mazdao. maar evenzeer in de dichtkunst en filosofie. Het lentepunt is inmiddels opgeschoven naar de Stier. De stap naar de aarde toe wordt hier nog duidelijker gemaakt dan bij de oude Iraniërs. is afgelopen. maar kan niet verhinderen dat de neergaande beweging.en voortplantingskrachten bij planten en dieren. ook nog gedurende het zevende cultuurtijdperk dat zal eindigen met een ‘oorlog van allen tegen allen’. Het volk van de Romeinen brengt de marskracht van de aardse persoon tot volle ontplooiing.en meetkunst. In Egypte wordt de ziel (de Bavogel) zelfs aan het stoffelijk aardse overschot van het fysieke lichaam gebonden door het mummificeren van de gestorvenen. ook als zij geen kalfje heeft te zogen. De ontwikkelingsperiode van de bewustzijnsziel is de grote crisistijd voor het ik. de fakkel van de historie wordt doorgegeven. weliswaar naar hemelse maten. anderzijds zullen de krachten van het egoïsme mateloos toenemen. De zusterculturen van Babylon en Egypte worden door een tijdgeest beheerst. Het denken viert zijn geboorte te midden van de schoonheid. De komst van Christus op aarde leidt de opwaartse beweging in. Romeins burger ben je niet zozeer krachtens je afkomst. komen nog twee cultuurtijdperken van de vijfde grote aardeperiode. Alles wordt nu opgetekend. om op aarde de akkers te verdelen waar de gewassen worden verbouwd die de aardse mens nodig heeft om te eten en zich te kleden (linnen). het is werkelijk het ‘midden der tijden’. opgeschreven in het heilige boek van de Avesta. In een veel latere tijd wordt de wijsheid van Zarathustra. de reken. oorspronkelijk nog een sterrengeheim maar op den duur het krachtigste middel om al het aardse te beheersen. in het beste geval ook in de staatkunde te vinden is. Assyrië en van Egypte. De antroposofische christologie doet ons echter begrijpen dat zonder de werking van Christus de mens en de aarde beide nu al tot een werkelijk onherstelbare desintegratie zouden zijn vervallen. maar de kunde van het meten wordt gebruikt om op aarde machtige stenen graven en tempels op te richten. Het vierde na-Atlantische tijdperk brengt de ontwikkeling van de verstands. Wat boven in de sterren is. Chemie (chem is aarde) is sterrenkunde. tussen-culturen zoals de Minoïsche en Pelasgische in het oostelijke bekken van de Middellandse Zee en de Etruskische in het westelijke gedeelte. De aarde wordt gemeten. sterrenwijsheid (astrologie) bepaalt het aardse leven.nog in het gebied van de groei. ieder met zeven kleinere 51 . De ziel ontwaakt. Na dit vijfde (Vissen) tijdperk dat pas in 3573 na Chr. Babylon. maar krachtens verworven rechten. De eerste ontplooiing van het geestzelf of manasprincipe zal die cultuur enerzijds haar spirituele signatuur geven. de val in de diepte voorlopig nog doorgaat. De granen worden ontwikkeld uit wilde grassoorten. maar al bestemd voor de aarde. is onder op de aarde. de godinnen als bloeiende jonkvrouwen. Overgangen zijn er altijd. Het getal doet zijn intrede. De Chaldeeuwse° ingewijden lezen het boek van de hemel vanaf hun hoge tempelobservatoria. de Hebreeuwse of Israëlitische die haar unieke wereldmissie rein moet houden. al lijkt het wel of een apocalyptisch° proces van ondergang en vernietiging al op volle toeren is. De Egyptische priester leert van de goddelijke Hermes of Toth het schrift. In het zesde (Waterman)tijdperk zullen de Slavische volken op de voorgrond treden. Het aardse ego beleeft zichzelf niet meer door het bewustzijn van de bloedsbanden. evenwichtsfenomeen dat niet alleen in de tempels en plastische kunstwerken. nog vervuld van goddelijke beelden. De goden verschijnen in de gedaante van atleten.

Deze snelle schets van tijdperken en culturen. voordat de aarde in een etherische toestand zal overgaan. begin van de uiteindelijke en totale omwenteling die in de Apocalypse van Johannes is beschreven als het uitgieten van de schalen van de toorn. die wellicht op een aanvechtbare manier over alle subtiliteiten van de ontwikkeling is heengewalst. volgen nog. was een onontbeerlijke aanvulling op wat in de vorige hoofdstukken aan de orde is geweest.tijdperken. Alle beweringen die door hun kortheid te boud zijn en daardoor provocerend werken — wat niet in de bedoeling ligt — zouden in zorgvuldige beschouwingen kunnen worden toegelicht. 52 . ondersteund door talloze feiten en zinnige overwegingen. hetgeen alles nu aan de activiteit van de lezer en de lezeres zelf moet worden overgelaten.

Er zijn veel mensen. is resultaat van onderzoek in gebieden die normaal gesproken buiten de grenzen van het gewone bewustzijn liggen. Neem je kennis van de antroposofische scholingsweg. waarmee de geesteswetenschappelijke mededelingen wel niet bewezen. Je kunt ook de volgende overweging hebben: als het waar is. in verleden en heden overbekend is. namelijk dat er concrete ervaringen in hogere bewustzijnstoestanden mogelijk zijn op grond van innerlijke scholing. De weg van de geheime zielescholing hoeft niet meer geheim te blijven en is ook niet meer voorbehouden aan een kleine elite. is het dan niet een plicht voor de mens zich naar zijn beste kunnen hiervoor in te spannen? Je kunt het vooroordeel van je afschudden dat een ‘hogere wereld’ helemaal niet bestaat. Zij willen betwijfelen of liever nog helemaal uitsluiten wat toch in Oost en West. die hem vroeger of later in staat stellen bovenzinnelijke waarnemingen te doen. De aanwijzingen die voor dit pad worden gegeven. En je kunt de overtuiging zijn toegedaan. Je wint er innerlijke stevigheid door en je opmerkzaamheid. dat de mens tot hogere werelden kan doordringen. maar dan zal ik geheel kennen. Thans ken ik ten dele. Wanneer je echter 53 . dat in deze tijd van verwarring en geestelijke blindheid het van de grootste betekenis is een poging te doen naar een wereld van licht door te breken. In dat geval is het toch niet nutteloos iets over dit pad te vernemen. Deze wekt in de mens nieuwe vermogens door de oude om te smeden of uitermate te versterken. Een dergelijke scholingsweg wordt het pad van de inwijding genoemd. geestelijke inzichten uit eigen aanschouwing te verkrijgen en binnen te gaan in ‘occulte’ werelden die voordien voor hem gesloten waren. zodat je ze als wetenschappelijke hypothesen kunt gebruiken. Wie niet vertrouwt op zijn verstandelijk inzicht en zijn gezonde waarheidsgevoel. vooral wetenschappelijk geschoolde lieden.11 De scholingsweg van de antroposofie “Wij zien thans in een spiegel een raadselbeeld. Brieven van Paulus: 1 Corinthiërs. zowel voor de uiterlijke als voor de innerlijke dingen. of dat je daarin niet mag doordringen als zoiets misschien toch zou bestaan. Er wordt vaak gezegd dat het dus oncontroleerbaar en onbewijsbaar is wat deze geesteswetenschap beweert. maar het blijkt dikwijls dat wat in het verleden zinrijk en goed was. dat iedereen kan lezen. zijn — los van alle geestelijke aspiraties — uiterst vruchtbaar ook voor het praktische leven van alledag. Dat staat in een boek van Rudolf Steiner. Nu kan het zijn dat je wel bereid bent je in de antroposofische inhouden te verdiepen zonder je geroepen te voelen het pad van de inwijding te betreden. gelijk ik zelf gekend ben. Noord en Zuid. zodat de ziel een geschikt instrument wordt om tot de genoemde ervaringen te komen. wordt aanzienlijk verscherpt. die uiterst sceptisch tegenover dergelijke dingen staan. dan treft je direct de opmerkelijke uitspraak dat in ieder mens de mogelijkheden liggen hogere organen in zijn ziel tot ontwikkeling te brengen. waardoor hij vragen kan oplossen die anders onopgelost blijven. een priesterkaste of occulte broederschap. eens echter van aangezicht tot aangezicht. getiteld: Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden?° dat voor iedereen te koop is. Wij weten dat de intrede in de verborgen gebieden van het leven sedert onheuglijke tijden met geheimhouding gepaard ging. maar zeker als plausibel kunnen worden aanvaard. kan zelf op weg gaan om door een bepaalde scholingsmethode in de realiteit van de geestelijke wereld door te dringen. Ten eerste zie je dan hoe de geestelijke onderzoeker tot zijn resultaten komt en ten tweede merk je hoezeer de innerlijke scholing kan bijdragen aan een psychische en sociale hygiëne. voor latere tijden niet meer bruikbaar is. 13:12 Alles wat de antroposofische geesteswetenschap in de vorm van ideeën naar voren brengt.” — Bijbel.

het inleven in de macrokosmos. vooral in de geschreven boeken — minder in de mondelinge voordrachten — zo onder woorden gebracht dat het denken in beweging moet komen om de dingen te volgen. De studie van de antroposofie als eerste schrede op het pad van de scholing moet enigszins anders worden opgevat dan een gangbare studie waar het gaat om een intellectueel opnemen en verwerken van leerstof. In zijn verdere werken heeft Rudolf Steiner zijn esoterische° onderwijzingen voortgezet. Steiner benadrukt dat de eerste schreden zo gemaakt kunnen en ook moeten worden. dan worden wij daar met de belangrijkste stappen bekendgemaakt. dat de verhouding leraar-leerling hierin een totaal andere is dan bij oudere vormen van inwijding. Dit betekent het volledig opgaan in de goddelijkheid van de wereld zonder het eigen individuele wezen te verliezen. Hier moet een begin worden gemaakt met datgene wat Rudolf Steiner ‘leibfreies Denken’ noemt. ook genoemd: het lezen van het occulte schrift. de ‘Gottseligkeit’. je moet uit de vele mogelijkheden zelf je weg kiezen en in zekere zin het pad dat je bewandelt tegelijkertijd zelf aanleggen. De veranderingen die zich in je gaan voordoen — veranderingen waarover je wel hebt gelezen. Deze trap wordt ook gelijkgesteld met het verkrijgen van het intuïtieve bewustzijn. studie van de geesteswetenschap. dan vind je onherroepelijk een leraar die je verder helpt.bereid bent — omdat je de zin ervan inziet je zo te scholen — deze weg te gaan en de aanwijzingen van de leraar op dit gebied te volgen. in die zin toch nog volledig ‘geheim’. 7. die de scholingsweg behandelen. maar door het hele gigantische levenswerk verspreid liggen. bereiding van de Steen der Wijzen (dit heeft betrekking op de doelbewuste verandering van het ademproces). je naar een reëel doel brengt. maar wel erop wijzen dat de term ‘rosenkreuzerisch’ slaat op de oorspronkelijke Rozenkruiserij° en niet op bewegingen die in onze tijd dezelfde naam dragen. Wanneer wij het boek Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden? lezen. of de hoofdstukken uit Theosofie en De Wetenschap van de geheimen der ziel°. Men zegt vaak: ‘Ik begrijp niet wat Steiner schrijft of zegt’. Anders gezegd: het handelen uit de wil van de gehele kosmos. maar die toch verrassend zijn als je ze bij jezelf waarneemt — geven je de zekerheid dat de weg. Kom je op deze manier goed vooruit. hoe lang hij ook mag zijn. Waarin bestaat nu de scholingsweg van de antroposofie? Rudolf Steiner noemt deze weg de christelijke rozenkruisersscholing die hij plaatst tegenover de Indische yoga en de christelijk-gnostische of Johanneïsche inwijdingsweg. Alles moet op vrijheid en inzicht worden gebouwd. 4. 2. De leraar is raadgever door middel van zijn geschriften. Het in beweging gebrachte denken begint zich los te maken van de gebondenheid aan de zenuwstof van de hersenen. Dit gebeurt door de geestelijke inhoud zelf en door de vorm waarin deze is gebracht. De scholing die Steiner beschrijft. 6. bestaat evenals de oude inwijdingswegen uit zeven stadia: 1. Hij betitelt de door hem gegeven scholingsweg als een moderne weg en bedoelt daarmee. Een proces van tot-leven-wekking treedt op. daarover zal in een volgend hoofdstuk worden bericht. Hij gaf zich over aan zijn ‘goeroe’ die hem mondeling de aanwijzingen gaf en zijn ontwikkeling stap voor stap leidde en begeleidde. aan onbevangenheid ook. want het stoort de gewone gedachtenvorming die betrekkelijk slaperig verloopt — met excuus! 54 . Vroeger was de in te wijden leerling volkomen onvrij. Ook Steiner heeft mensen persoonlijke leiding gegeven op het scholingspad. De antroposofische inhouden zijn. bijvoorbeeld door heel persoonlijke mantrams (meditatiespreuken) en oefeningen. Je leert uit een boek. maar dat niet begrijpen is niet zozeer een tekort aan intellectueel vermogen om een moeilijke inhoud te pakken. 5. In de antroposofie ga je zelfstandig te werk. dat het zich in je intieme binnenwereld voltrekt. maar veeleer een tekort aan beweeglijkheid. 3. verwerven van het imaginatieve bewustzijn. ervaren van de samenhang tussen macrokosmos en microkosmos. zodat deze niet in een boek zijn verzameld. het bereiken van de inspiratieve trap. dan is het innerlijke gebeuren dat je gaat ervaren. Ik wil hier niet op de belangwekkende tegenstellingen ingaan. Het gaat ‘kriebelen in je hoofd’ en dat vinden mensen vaak heel vervelend.

dat de inhoud van beide niet direct met een zintuiglijk realistisch beeld overeenkomt. Wat is meditatie in de hier bedoelde zin? Bij de meditatie hoeft geen specifieke houding te worden aangenomen. Bij ‘licht’ kun je je iets voorstellen. maar de overeenkomst met de meditatiespreuk of mantram is deze. waardoor op den duur de astrale (geestelijke) zintuigen die zich ontwikkelen. dan ervaar je het oefenkarakter in hoge mate. Deze mysteriedood werd door de hiërofant. ben je al bezig een imaginatief bewustzijn te ontwikkelen. maar vijf minuten volstaan. je kunt de ogen gesloten houden. De vorming van de astrale zintuigen. Daarom moet het meditatieve leven van de leerling zeer intensief zijn. dat je je daartoe niet meer hoeft te dwingen. geschiedt door een intensieve psychische training die bestaat in het verwerven van een aantal morele eigenschappen of deugden. vergelijkbaar met de waarneming van je spierkracht als je je spieren inspant. spreuken of gedichten met een spiritueel-religieuze strekking of inhouden uit geesteswetenschappelijke werken lenen zich het beste tot dit doel. 55 . of het ten uiterste versterken hiervan. Het beste is rechtop maar wel ontspannen te zitten. Woorden uit heilige oorkonden zoals de Bijbel of de Bhagavad Gita°. hun afdruk in het etherlichaam kunnen krijgen. Dit bestaat in het waarnemen van beelden die geen dood spiegelbeeld zijn zoals onze gewone voorstellingen. een stuk geestelijke meerwaarde. Hoe langer je je onverdeelde aandacht op de inhoud vast kunt houden. wil de eigenlijke inwijding kunnen geschieden. van alle gedachten en gevoelens die niets met de meditatieve inhoud te maken hebben. hebben een ‘wekkende’ werking op de ziel als deze zich daar met overgave op richt. richt je de aandacht op een woord of op een aantal woorden die bijvoorbeeld een ritmische spreuk vormen. Zo kon de astrale werking daarin plaatsvinden zonder te worden gestoord door het fysieke lichaam. Deze eigenschappen luiden: de juiste mening. maar dat ze vanzelfsprekend in je hele levenshouding zijn opgenomen. geen banale ‘doorzichtige’ inhoud. Het is het beste de meditaties ‘s morgens na het ontwaken en voor het nuttigen van enig voedsel. De meditatie heeft tot doel de zielekrachten van hun lichamelijke binding los te maken. maar levende beelden van geestelijke realiteiten. bewerkstelligd. dan kun je van deze inhoud niet zeggen dat hij onlogisch is. Het onderwerp van de meditatie kan ook een zinnebeeldige voorstelling zijn. de juiste gewoonten. Dit gebeurde in de oude inwijdingsprocedures door een kunstmatige dood op te roepen. lotusbloemen of chakra’s genaamd. Als inhoud kan alles worden genomen wat het bovenvermelde karakter heeft. bijvoorbeeld dat je leert de juiste en niet een lichtvaardige mening te vormen over hetgeen je ontmoet in je leven. Maar als je gaat verdiepen in wat ermee wordt bedoeld. met zijn helpers samen leidde hij de slotakte van het inwijdingsproces. en ‘s avonds voor het slapen te verrichten. waarbij het etherlichaam voor het grootste deel buiten het fysieke lichaam werd gebracht. maar kunnen gelijktijdig of in zeer individuele volgorde worden ondernomen) is de versterking van dit ‘lichaamsvrije denken’ door de meditatie. de hogepriester. of de juiste dingen te zeggen in plaats van er zomaar op los te praten. Dergelijke zinnen of ‘onlogisch-logische’ beelden die niet het gewone nadenken verlangen om ze te begrijpen. Met volledige concentratie. maar bij ‘wijsheid’ niet zo gemakkelijk. Je merkt dat het ontzaglijke inspanning kost je deze eigenschappen — zielehoudingen beter gezegd — zo te verwerven. die drie en een halve dag duurde. Dit is tegenwoordig niet meer gewenst en vanwege de menselijke constitutie ook niet meer mogelijk. Nemen wij als voorbeeld het zinnetje: ‘In het licht stroomt wijsheid’. dus met uitsluiting van alle zintuiglijke indrukken. De ‘losmakende’ werking is niet zozeer afhankelijk van de lengte van de geconcentreerde overgave als wel van de ritmische regelmaat waarmee de meditatie wordt beoefend. hoe beter het is. de juiste daad. die Boeddha° voorschrijft. wordt het misschien niet direct duidelijk wat de zin van dat alles is.Door dit beweeglijk maken van het denken dat tot een beleving wordt. het juiste herinneren. het juiste woord. maar logisch in de normale betekenis is hij ook niet. het juiste levensstandpunt. Zo moet je bijvoorbeeld de acht eigenschappen ontwikkelen. De volgende stap die heel goed tegelijk met de studie te doen is (de stappen hoeven helemaal niet nauwkeurig na elkaar te worden gedaan. het juiste beschouwen. het juiste oordelen. Wanneer je deze droge opsomming leest.

Zij zijn diep werkend en genezen de tekortkomingen van het astrale lichaam dat door de Luciferische invloed is verslechterd. was er een strenge retraite nodig om de zeer zware meditatie-oefeningen te kunnen volbrengen. Ook bij de christelijk-gnostische inwijding waar de leerling het Christuswezen als zijn geestelijke leider vond. Maar ook de gevoeligheid voor je omgeving. Daardoor kunnen elementaire krachten vrij spel krijgen die anders bij een normaal in elkaar steken van ziel en lichaam onder sim worden gehouden. integendeel. dat oefeningen als de hierboven genoemde. positiviteit. de volgende maand neem je de tweede oefening als belangrijkste. ver van de normale maatschappelijke omstandigheden. Ook dit is een kenmerkend verschil met oude inwijdingsmethoden. “Een stap vooruit in de occulte scholing moet altijd gepaard gaan met drie stappen vooruit in moreel opzicht” — een ernstige maning van de geestelijke leraar. vind je andere oefeningen beschreven. geef je de lagere neigingen geen kans. Dit is gesitueerd waar in het fysieke lichaam zich het strottenhoofd bevindt. Je leert jezelf grondig kennen. De leerlingen kwamen vroeger onder de absolute macht van hun meester te staan en leefden vaak afgezonderd in zogenoemde mysterieplaatsen. occulte kennis is in feite niets anders dan verdiepte zelfkennis. Je moet dat dan wel doen. door deugden te beoefenen. Het zijn waarnemingsoefeningen die een meditatief karakter hebben door de volledige overgave aan het te beschouwen object. dus je zorgt dat je de eerste oefening wel ‘bijhoudt’. die je niet in de wind mag slaan. natuurlijk. Deze elementaire krachten zijn van lagere orde en roepen ook lagere neigingen in de mens op. 56 . laten we zeggen een potlood of een veiligheidsspeld (hoe onbelangrijker voorwerp hoe beter. dat mensen die een dergelijke scholing toepassen. ook de tijd die je eraan besteedt. maar nooit mag de scholing. De westerse mens die een zieleloutering wil doormaken om tot geestelijke ervaringen te komen. De scholing vervreemdt je niet van het leven — dat doet een egocentrische gevoelsmystiek die met een werkelijke inwijdingsweg niets gemeen heeft — maar geeft je. innerlijk evenwicht. onbevangenheid of tolerantie en de harmonische combinatie van de vijf voorafgaande. Hoe komt het dan. Je kunt het aantal keren per dag dat je de oefening doet. je afhouden van je normale werk en van je sociale verplichtingen. zekerheid ook in de gewone levensomstandigheden. Deze gevaren moet je wel onder ogen zien. Gedurende een maand laat je een oefening de hoofdrol spelen. Door de morele krachten in de ziel te versterken. Door de meditaties worden de zielekrachten losgemaakt van het lichaam. tegelijkertijd een onschatbare waarde hebben voor het uiterlijke praktische leven. wat bij de meditatie ook moet gebeuren maar dan gericht op een symbolische voorstelling of op een geestelijke inhoud die juist niet direct zintuiglijk is. opvoeren. In de hartstreek vormt zich een ander bovenzinnelijk orgaan: de twaalfbladige lotus. waar ik ook maar een enkel voorbeeld van geef. opdat je niet door het ‘interessante’ van het ding gemakkelijk wordt meegenomen) zonder af te dwalen. het kunnen inleven in het wezen van de ander of het andere worden intenser. maar je hoeft er niet bang voor te zijn als je weet wat je eraan kunt doen. die toch een direct werken aan een hoger bewustzijn betekenen. komt het zestienbladige astrale zintuig-orgaan in beweging: het chakra-rad gaat draaien. en zo gaat het verder. op wat voor manier dan ook. Wanneer de oefeningen effect beginnen te krijgen.Boeddha’s achtvoudige pad is niet alleen voor het Oosten gegeven. Doch bij de antroposofische scholing gaat het er juist om de innerlijke rust en ruimte voor je geestelijke oefeningen te scheppen in de branding van het sociale leven. oefening van de wil. Je kunt tot je verbazing vaststellen. Naast de meditaties en de veelvuldige oefeningen die de versterking van de positieve eigenschappen van de ziel tot doel hebben. maar het effect van de voorafgaande moet niet verloren gaan. kan niet buiten deze oefeningen. Eerst de controle van je gedachten: vijf minuten — langer hoeft het niet — je gedachten op een ding richten. uitsluitend voorstellingen en begrippen vormend die met het bewuste ding te maken hebben. Ook dit astrale zintuig wordt gewekt door oefeningen van de ziel — een zestal: controle van de gedachten. toch vaak zo egoïstisch — erger dan ze voorheen waren — zo kil hoogmoedig en weinig sociaal bewogen lijken te zijn? Rudolf Steiner wijst op de gevaren die bij een onzorgvuldige scholing kunnen optreden en verklaart ze ook.

Deze zijn niet zozeer in uiterlijke omstandigheden gelegen. dan moet je los van je lichaam komen. Zeer werkzaam. Bovendien is de volgorde van de dingen in de geestelijke wereld ook tegengesteld aan die van het aardse bewustzijn. maar een reële ervaring. Op den duur voel je bij het waarnemen van een bloeiende plant iets dat je herinnert aan de beleving van een zonsopgang. Als je ‘s avonds een terugblik van je dagverloop wilt houden en je begint het laatste wat je hebt gedaan je zeer levendig voor te stellen. Daar is niets verontrustends aan. afstervende leven. dat het nodig is een stevig houvast in jezelf te hebben wanneer je de grens nadert of al aan het overschrijden bent. Dergelijke oefeningen die altijd neerkomen op een versterken van de gewone functies van de ziel. vooral door gebrek aan oplettendheid. en tevens bereid in ernstige gedachten de ervaringen te verwerken. geen oppervlakkige nieuwsgierigheid en vooral geen bijgelovigheid. — allemaal fundamentele eigenschappen of het ontbreken van verkeerde eigenschappen die bevorderlijk zijn voor de scholing. Tijdens de ‘voorbereiding’ worden alle noodzakelijke oefeningen tegelijk met een intensieve studie van de geesteswetenschap gedaan om de ‘opwekking’ van de hogere organen voor te bereiden. laten wij zeggen bij planten. Van groot belang is het gevoelens van eerbied voor de waarheid te ontwikkelen en verder moet je in staat zijn jezelf dagelijks momenten van innerlijke rust te verschaffen. Je leert door de zintuig-sluier heen te dringen. zonder ooit eens rustig afstand van jezelf en van de dingen te kunnen nemen. zelfs de noodzakelijke grondvoorwaarden voor die scholing vormen. voorbij de grens. kan zich op weg begeven. je gewone bewustzijn is immers voor honderd procent afhankelijk van het lichaam. De geestelijke rijken zijn als ervaringswereld zo totaal anders dan ons gewone bewustzijnsdomein. opgejaagd door alles wat je moet doen. waardoor je in het bewogen en bewegende veld van de etherische krachten terecht komt. enzovoort. te wachten staat. bereiden het imaginatieve bewustzijn voor. maar ook al de voorbereiding daartoe brengen in de ziel zulke veranderingen teweeg. leiden tot gevoelens en gedachten die veel rijker en levendiger zijn dan de vrij schimmige belevingen die wij doorgaans bij de dingen hebben. kan er misschien beter niet aan beginnen of moet eerst zichzelf tot de geschetste evenwichtigheid opvoeden. waarbij 57 . bijvoorbeeld aan het blauw van de hemel of aan het wit van de sneeuw. die je moet overwinnen. Niets is zo dodelijk voor de geestelijke scholing als het rennen van indruk naar indruk. De volgende stap wordt de ‘verlichting’ genoemd. zonder voortdurende kritiek op alles en iedereen. merk je hoe groot de weerstand is om uit de tredmolen van de gewone volgorde te komen. Positief staan in de wereld. Zulke waarnemingsoefeningen waar de hele mens bij betrokken is. Om de scholingsmethode met enig succes te kunnen beoefenen is er een aantal voorwaarden waaraan de leerling-beoefenaar zou moeten voldoen. als wel in het hebben of verwerven van een bepaalde innerlijke houding. terwijl de verwelkende plant de herinnering aan een zonsondergangsstemming oproept. dan het voorlaatste en het daarvoor verrichte. evenwichtig. maar bepaald niet gemakkelijk is de zogenoemde ‘Rückschau’. is geen autosuggestie°. geduld. ja. open voor indrukken van de zintuigen zonder aan zintuiggenot verslaafd te zijn. Het is eigenlijk de weerstand van je fysieke lichaam. opbloeiende en het verwelkende. En wie dat niet bezit. zwijgzaamheid. daarnaast een zekere lichamelijke stabiliteit zowel als een groot uithoudingsvermogen en vertrouwen — wie dat alles bezit. maar je bereidt je concreet voor op een totaal tegengestelde ervaringsrealiteit die je straks. de terugblik op een reeks gebeurtenissen in omgekeerde volgorde. Je vraagt je af: waarom zijn deze voorwaarden nodig? Zulke harmonische en ideale mensen bestaan toch niet? Het binnentreden in de geestelijke werkelijkheden. Met de ‘Rückschau’ oefen je dus niet alleen je wil op een enorme manier. Maar wil je in een geestelijk bewustzijnsveld doordringen. mits je niet eigenwijs wilt zijn en je wel houdt aan raadgevingen van degeen die de dingen kent.Steiner beschrijft bijvoorbeeld het intensief en herhaald waarnemen van beurtelings het ontluikende. dat een onevenwichtig psychisch leven daarvan volkomen uit zijn lood raakt. Wat je beleeft. Op een andere plaats spreekt hij over de totale overgave aan een kleur gedurende een zekere tijd. Een gezond zieleleven waarin bedachtzaamheid en warm gevoel gelijkelijk aanwezig zijn. wars van exaltatie en mystiek gezwijmel.

de vrucht van je scholingsactiviteit gaat niet verloren. Een ander belangrijk scholingselement waartoe al eerder een aanzet was gegeven. tenzij hij bereid is van zijn geestelijk voorrecht af te zien. omdat je daar recht op zou hebben vanwege je inspanningen. vindt in de Grote Wachter een verheven voorbeeld dat hij wil volgen. die dikwijls vrij snel tot resultaten leiden. Hij ging er daarbij van uit. Maar bij de verdere ontwikkeling van de wereld kan dan niet meer op hem worden gerekend. wordt meegenomen. dat de onderwijzingen die op scholingsgebied al jaren tevoren waren gegeven. Het is de Schaduw of Dubbelganger van de mens. De onbewuste schaamte over de afzichtelijkheid van ons lagere wezen dekt zijn beeld voor ons toe. Hij erkent dan wie deze Wachter in werkelijkheid is: de gestalte van Christus openbaart zich aan hem als het grote voorbeeld voor de menswording op aarde. Is het stadium van rijpheid bereikt waarin de zielekrachten zo versterkt zijn dat de ontmoeting met de Kleine Wachter te verdragen is. De drempel kan niet overschreden worden zonder het besef dat dit duistere wezen door onszelf moet worden verlost en gemetamorfoseerd tot een lichtwezen. als fundament voor deze nieuwe uitbreiding werden beschouwd en als zodanig ook blijvend zouden worden gebruikt. dan staat hij voor ons in al zijn gruwelijkheid. zolang wij nog niet sterk genoeg zijn om zijn aanblik te verdragen. van uitgaan. waardoor de leerling inhoudelijkmeditatief in de drempeloverschrijding en wat daarop volgt. De hoogste regionen van het geestesrijk zullen voor hem gesloten blijven. De Grote Wachter toont hem de ‘zaligheid’ die hij voor zichzelf heeft gewonnen. zijn zaligheid te offeren en mee te helpen aan de verlossing van al diegenen die nog in duisternis en ellende verkeren. want daartoe heeft hij zich in zekere zin het recht verworven. Door zijn intuïtieve bewustzijn verenigt de ingewijde zich met Christus. De tijd die door deze drie grote stappen in beslag wordt genomen. Dit blijft een genade die je in bescheidenheid en deemoed hebt af te wachten. De geestesmachten bepalen het ogenblik van je verlichting en inwijding. of zijn geestelijke verworvenheden geheel in dienst van de mensheid te stellen. Maar in dit gebied zijn er ongelooflijk veel mogelijkheden van illusie en dwaling. los van alle aardse banden. daarin zou hij mogen verblijven. De klasse-uren zijn esoterische lessen rondom bepaalde mantrische spreuken. Je kunt de geestelijke wereld niet dwingen je toe te laten tot haar gebieden. vol vertrouwen doorgaan. Het is meestal zo dat je heel lang in de ‘voorbereiding’ blijft en misschien wel in dit leven helemaal niet verder lijkt te komen. namelijk van de versterking 58 . De Kleine Drempelwachter is een demonisch wezen dat wij zelf hebben geschapen door onze zelfzuchtigheid in vele incarnaties. houdt verband met de verdieping van de karmawetenschap die gedurende het jaar 1924 in een indrukwekkende reeks voordrachten werd gegeven. Deze korte schets van de antroposofische scholingsweg wil ik met het volgende besluiten: na 1923 heeft Rudolf Steiner een nieuwe esoterische school ingericht. De mens die echter voor dit laatste kiest. In een stadium dat reeds op een hogere graad van geestelijke ontwikkeling wijst. Veel hangt af van je karmische voorwaarden die je natuurlijk zelf voorlopig niet kent. is zeer verschillend bij de verschillende mensen. terwijl het alternatief weinig aanlokkelijks biedt. De antroposofische scholingsweg is een lange weg in vergelijking met verscheidene andere meditatiewegen van deze tijd. Hij zal voortaan niets meer ten eigen bate uit zijn geestelijke verheffing putten. doch zich uitsluitend wijden aan het welzijn van zijn medeschepselen op aarde. de zogenoemde eerste klasse van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap te Dornach in Zwitserland. dat wil zeggen tot bepaalde bovenzinnelijke waarnemingen. staat de mens voor de Grote Drempelwachter die hem de keuze laat maken tussen op te gaan in de geestelijke vervolmaking die hij heeft bereikt.bovenzinnelijke waarnemingen zich beginnen te manifesteren en tenslotte de ‘inwijding’ die gepaard gaat met een aantal zielebeproevingen zoals deze ook in de oude inwijdingsprocedures werden doorgemaakt. die voor het normale bewustzijn verborgen blijft. De verlokkingen van de reeds gewonnen ‘zaligheid’ zijn veel groter dan je misschien zou denken. In ieder geval moet je nooit vertwijfelen en rustig. De oefeningen om eigen ‘karmische samenhangen’ in het bewustzijn te krijgen gaan uit van hetzelfde principe als dat waar alle scholingsoefeningen die Steiner geeft. Twee diep aangrijpende belevenissen op het pad van de inwijding markeren de drempelovergang naar de hogere wereld: de ontmoetingen met de zogenoemde Kleine en Grote Wachter op de Drempel.

59 .van de normale zielefuncties en niet van een uitschakeling van deze functies door hypnose.

Zij is ook niet ontstaan uit de willekeur van een mens die voor zijn ideeën een paar aanhangers vond. society people. hij was geen mediamiek begaafd tussenpersoon door wie de Grote Meesters spraken.P. Grandioze wijsheid en diepe geheimen werden geopenbaard. maar een verruiming en voortzetting daarvan. evenmin naar het christendom. Hij gebruikte de twee grondpijlers van het materialistische bouwwerk: waarneming en denken. maar trad erin binnen. Het geloof aan het voortbestaan van de geest na de dood werd door de spiritistische verschijnselen schijnbaar bevestigd. zij heeft haar wortels in de esoterisch christelijke wijsheid van het Westen. In de negentiende eeuw bereikte het materialisme een hoogtepunt. Doch het spiritisme dat de mensen van de werkelijkheid van de geest moest overtuigen. om een nieuw bouwwerk eveneens daarop te funderen: een wetenschap van de geest — niet in tegenstelling tot de natuurwetenschap. evenals op het sociale gebied.12 Beweging en vereniging — een kroniek “De antroposofie is de meest opmerkelijke poging in de tegenwoordige tijd om de verbroken harmonie tussen de materiële en de spirituele wereld te herstellen en vervolgens tussen de wetenschap en de religie. Hij ging een geheel eigen. Een van deze pogingen begon in Amerika en werd spoedig in de wereld bekend als het spiritisme°. maar de brug naar de westerse wetenschap werd niet gebouwd. Mevrouw Helena Petrowna Blavatsky was de geniale bemiddelaarster van een volgende poging: de theosofische beweging ontstond. maar het is duidelijk dat H. Hij zocht het materialisme op in zijn sterkste stellingen — hij ging natuurwetenschappen studeren aan een Technische Hogeschool — en hij bestookte deze stellingen niet van buitenaf met ‘mystieke granaten’. maar die weerklank heeft gevonden en nog steeds vindt in de zielen van duizenden mensen die hierin de inspiratie van de Tijdgeest herkennen. maar liet spoken binnen. Reacties daarop konden niet uitblijven.” — Edouard Schuré De antroposofie is niet uit de lucht komen vallen. Wel moest hij daarvoor een Herakleswerk° verrichten: hij moest de ‘grondpijlers’ vrijmaken van filosofische en wetenschappelijke vooroordelen die zich in de loop van de tijd daaraan hadden gehecht en hun werkelijke 60 . Blavatsky van haar oorspronkelijke inspiratiestroom is afgeweken en geheel en al in het Indische vaarwater terecht is gekomen. Volgens mededelingen van Steiner werden vanuit occulte bewegingen verschillende pogingen gedaan een tegenwicht te vormen tegen de materialistische overmacht. Het spiritisme opende wel een deur naar een andere wereld. Een korte schets van deze geschiedenis is onontbeerlijk als je de antroposofie tot haar recht wilt laten komen als cultuurfactor. Het was de handschoen in het gezicht van gelovigen en ongelovigen: mannen van de kerk en van de wetenschap (vrouwen waren daar toen nog niet bij!). De geschiedenis van de antroposofische beweging is uitermate boeiend en dramatisch. vereenzelvigde zich met deze wereldbeschouwing. uiterst eenzame en moeilijke weg die hem tot een eigen onafhankelijk meesterschap voerde. maar zij is een geestelijke wereldbeweging die op aarde weliswaar door een grote ingewijde werd gebracht. welke overigens in haar essentie overeenstemt met de wijsheid van het Oosten. Rudolf Steiner was geen afgezant van een occulte broederschap. kon alleen maar van die soort geesten getuigen. Haar bewogen geschiedenis kan hier niet worden behandeld. Het lijkt of alle positieve maar ook alle negatieve machten en krachten van ons tijdsgewricht zich daarin willen openbaren. cynische intellectuelen en naturalistische kunstenaars — die overigens spoedig in groten getale fervente bezoekers van ‘seances’ werden en de tafels in de salons lustig lieten dansen. die een geraffineerder materialisme brachten dan de robuuste stofverering van de eerlijke geestloochenaar. die zich materieel-zintuiglijk kenbaar maakten.

Kunst niet in de zin van het negentiende-eeuwse principe ‘l’art pour art’°.functie hadden ‘verontreinigd’. Hijzelf stond volledig in deze stroming evenals zijn grote voorloper Goethe. Daarnaast richtte Steiner een esoterische school in — een metamorfose van de bestaande theosofische ‘esoteric school’ — met een cultisch-rituele afdeling. Om het materialisme in zijn negatieve aspecten te overwinnen moest een gigantische kosmischgeestelijke inhoud in een zodanige vorm worden gebracht. De meest volstrekte inspanning zou nodig zijn om een begin te kunnen maken met een radicale ommekeer in de cultuur die sinds de vijftiende eeuw haar steeds sterker wordende materialistische tendensen had ontwikkeld. Christendom niet in traditioneel kerkelijke zin. De mensen van het eerste uur waren voor het merendeel leden van de oorspronkelijke Theosofische Vereniging: ernstig zoekende mensen — vooral veel vrouwen — die de geestelijke inhouden zochten als een vervulling van hun persoonlijke verlangen naar het licht van de geest. die de ‘Christlich-Rosenkreuzerische’ stroming vertegenwoordigde. welke in vele opzichten diametraal tegengesteld was aan die van de grote theosofische leiders. ontstonden de zogenoemde mysteriedrama’s van Rudolf Steiner°. verwant aan de maçonnieke° vorm. voornamelijk in de stad München. Hij wist de werkelijke functie van waarneming en denken in het kenproces aan te tonen en opende daarmee tegelijkertijd de weg tot een hoger kenvermogen — ik heb dit in uiterste beknoptheid gepoogd duidelijk te maken in hoofdstuk 3 van dit boek. In dezelfde tijd dat daar de grote kunstenaars van ‘Der Blaue Reiter’° werkten. Daarnaast ontwikkelde zich een sterke artistieke activiteit. Dit werk bestond in het binnenleiden van een geestelijke beweging in de samenleving van de twintigste eeuw. Deze activiteiten heeft hij in 1914 bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog gestopt.”° De eerste etappe bestond voornamelijk in het leggen van de grondslagen van de geesteswetenschap in de vorm van publicaties. in de bedding van de bestaande Theosofische Vereniging kon laten instromen. de openbaringen van ‘het vijfde Evangelie’ sloten daarbij aan. nadat er in 1900 een samenwerking met hem was ontstaan op grond van een aantal voordrachten die hij in een Berlijnse kring van theosofen had gehouden. Zijn belangrijkste medewerkster bij dit alles was Marie von Sivers°. maar in de zin van een vernieuwde spirituele christologie. die hun wijsheid meestal langs mediamieke weg ontvingen en niet door een exacte helderziendheid. met wie hij in 1914 in het huwelijk trad. In 1902 aanvaardde Rudolf Steiner de functie van voorzitter van de nieuw opgerichte Duitse Afdeling van de Theosofische Vereniging. Hij wist dat de inspirator door wie H. maar eveneens met een volkomen eigen en vernieuwde inhoud. dezelfde was. De basiswerken verschenen in het tijdvak tussen 1902 en 1909. of als intellectuele abstracties in de hoofden blijven steken. Blavatsky oorspronkelijk was geleid. dat hij in het moderne bewustzijn kon worden opgenomen en dat er in de materiële wereld omvormend. Wat naar zijn overtuiging een Midden-Europese antroposofie aan de Engels-Indische theosofie moest toevoegen was in de eerste plaats het christendom en in de tweede plaats de kunst. De eerste veertig jaar van zijn leven besteedde Steiner aan deze noodzakelijke voorbereiding van het werk dat met het aanbreken van de nieuwe eeuw moest worden verricht.P. De tweede etappe werd gekenmerkt door drie belangrijke dingen: de grote reeksen voordrachten over de Evangeliën werden gehouden. transformerend. Verder werd een tijdschrift uitgegeven: Luzifer-Gnosis° en er werden vele voordrachten gehouden in Duitsland en in andere Europese landen. Hoewel hij een volkomen eigen geestelijke ontwikkelingsweg was gegaan. ‘genezend’ mee te werken viel. maar hij voegde daar zijn eigen opdracht van westers ingewijde aan toe: het ontwikkelen van een wetenschap van het karma. zij moest in hart en wil van de mensen doordringen. Het verzoek daartoe was van theosofische zijde gekomen. omdat de oorlogsomstandigheden dit esoterische werk in hoge mate bemoeilijkten. meende Steiner dat hij de geestelijke beweging waarvan hij de representant en bemiddelaar was. maar in de zin van Schillers woord: “Nur durch das Morgenthor des Schönen Drangst du in der Erkenntnis Land. De aanpak geschiedde in drie etappes. Deze geestelijke beweging mocht niet boven de hoofden van de mensen zweven. In 1912 werd het 61 .

en tuinbouwbeweging en de antroposofische heilpedagogie. Rudolf Steiner bestreed met vuur en kracht. Marie von Sivers als spraakkunstenares en toneelspeelster nam de zorg voor deze kunstzinnige activiteiten op haar schouders. niet alleen van de intelligentsia. Inmiddels waren aan het Goetheanum in Dornach niet alleen kunstenaars verbonden. De doorbraak naar een algemene erkenning en aanvaarding van vernieuwingen in het praktisch-sociale leven vanuit geestelijke inzichten leek op komst te zijn. de driegeleding van het sociale organisme welke vanaf 1918 grote activiteit ontplooit. Rudolf Steiner hield zich. naast onnoembaar veel ander werk. Het ontwerp voor het gebouw werd afgekeurd door de stedelijke overheid van München. De derde etappe begon met het verschijnen van een klein boek in 1917. maar juist ook van de fabrieksarbeiders voor Steiners ideeën en prakti- 62 . Hieruit ontstaat de Vrije (Waldorf) Schoolbeweging (Stuttgart 1919). ook wetenschappelijk geschoolde mensen zochten in de antroposofie inspiratie en concrete aanwijzingen om verschillende takken van de wetenschap te vernieuwen of aan te vullen met verruimende gezichtspunten (Hogeschoolcursussen). tussen de dorpen Dornach en Arlesheim. de pretenties van de Ster van het Oosten. Steiner zelf werd geen lid van de nieuw opgerichte vereniging. speelde de tegenstelling Engeland-Duitsland een grote rol. Nog twee belangrijke vernieuwingen met verstrekkende gevolgen voor de aarde en de samenleving ontstaan in 1924: de biologisch-dynamische land. Ita Wegman°. De antroposofische beweging als geestelijke stroming vond in dit drieledigheidsbeeld van de mens haar volledig gerijpte conceptie van waaruit nu vernieuwende impulsen op elk gebied van cultuur en samenleving konden uitgaan. zetten deze mensen hun vredeswerk voort. in dit geval de jonge Indiër Krishnamurti. Terwijl de kanonnen bulderden in de nabije Vogezen. In de onverkwikkelijke campagnes die tegen hem werden ontketend. Te Arlesheim wordt een antroposofische kliniek gesticht onder leiding van de Nederlandse arts. konden geen doorgang vinden. In 1913 begon de bouw van het zogeheten Goetheanum. doch slechts raadgever. In 1913 werd de bestaande breuk bekrachtigd door het oprichten van een Antroposofische Vereniging in Duitsland die verder geen enkele band met de theosofische beweging meer onderhield. Deze groep bestond uit vrouwen en mannen van vrijwel alle landen die met elkaar in oorlog waren. dr. ook in de discussies. zou incarneren in een menselijk wezen. waarin niet alleen de opvoeringen van de mysteriedrama’s een daarbij passende omgeving zouden krijgen. aangezien de leiding van de Theosophical Society een sterk verpolitiekt Anglo-Amerikaans element in deze vereniging vertegenwoordigde. die met Steiner mee waren uitgetreden toen hij gedwongen was zijn voorzitterschap te beëindigen. propageerden de wederkomst van Christus die andermaal. ondertussen voortwerkend met een kleine groep aan het gutsen van de houten binnenvormen van het reusachtige bouwwerk. Een medisch-farmaceutische stroom komt sedert 1920 op gang. buiten de politiek. volgens hun zeggen. de leden van deze groepering onder leiding van de voorzitster van de Theosophical Society. waarin zeer beknopt een drieledig mensbeeld wordt geschetst. De belangstelling. Von Seelenrätseln°. Om dit plan toch te realiseren werd een terrein gebruikt in de Juraheuvels bij Bazel.begin gemaakt met een nieuwe bewegingskunst: de euritmie die op Steiners aanwijzingen werd ontwikkeld. die Rudolf Steiner met de allergrootste compassie en betrokkenheid meebeleefde. Dit gebeurt in eerste instantie in de vorm van een sociale beweging. De leden waren wel voor het grootste deel de oude leden van de ‘Deutsche Sektion’ van de Theosophical Society. maar kwam wel sterk op voor de Midden-Europese cultuur. de grondsteenlegging vond plaats op 20 september van dat jaar. Annie Besant°. maar waar tevens een centrum van de antroposofische beweging zou worden gevestigd. Kort daarop brak de eerste wereldoorlog uit. De plannen om in München een gebouw neer te zetten. Binnen deze vereniging was de stroming ontstaan van de ‘Ster van het Oosten’°. onder andere de antroposofische uitgeverij te Berlijn. vooral in ZuidDuitsland en Zwitserland. op geesteswetenschappelijke gronden. Het derde belangrijke evenement in de ontwikkeling van de antroposofische beweging was de breuk met de Theosofische Vereniging.

sche voorstellen was enorm in bepaalde industriegebieden. De reactionaire krachten van kerk en politiek (vakbonden) waren echter hierdoor scherp uitgedaagd. Een felle hetze tegen de sociale driegeleding, tegen de antroposofie en tegen de persoon van Steiner was het gevolg. Lastercampagnes in de pers, schotschriften, gewelddadige aanslagen en rellen, niets werd nagelaten om Rudolf Steiner en zijn activiteiten te dwarsbomen en als het kon te vernietigen. Dit alles culmineerde in het in brand steken van het Goetheanum in de oudejaarsnacht van 1922. De daders werden natuurlijk niet ontdekt. Rudolf Steiner had de zwakte van de Antroposofische Vereniging en van de Driegeledingsbeweging, zeker ten aanzien van de verbeten vijandschap die uit verschillende hoeken kwam, al lang voor de catastrofale nacht van 31 december 1922 gezien en de leden ervoor gewaarschuwd. Zijn antwoord op de aanvallen was een ongehoorde stap vooruit. Wel was hij genoodzaakt de Driegeledingsbeweging voorlopig stop te zetten, aangezien op het maatschappelijk gebied uiterst negatieve krachten (opkomend nationaal-socialisme) de atmosfeer vergiftigden, maar hij bracht een zodanige vernieuwing aan in de Antroposofische Vereniging, dat hierdoor de geestelijke beweging met de aardse organisatievorm werkelijk kon samenvallen. Dientengevolge openden zich mogelijkheden, ook voor hem, nieuwe openbaringen uit de hogere werelden aan de mensen te geven. De nieuwe oprichting geschiedde niet alleen door nieuwe statuten op te stellen en een nieuw bestuur te vormen, maar eveneens door een ‘grondsteenlegging’ — een uitvoerige mantrische tekst — tijdens een bijeenkomst te Dornach in de kersttijd van het jaar 1923, waarmee de nieuwe vorm van de Antroposofische Vereniging in de harten van de mensen werd gefundeerd. Ditmaal nam Rudolf Steiner zelf het voorzitterschap op zich en verbond daardoor zijn persoonlijk lot met al diegenen die in deze vereniging “het menselijke zieleleven individueel en in sociaal verband op de grondslag van een werkelijke kennis van de geestelijke wereld willen verzorgen”. In de statuten vinden wij verder: “De Antropofische Vereniging is geen geheim genootschap, maar volledig openbaar. Iedereen, zonder onderscheid van nationaliteit, geslacht, maatschappelijke positie, religieuze, wetenschappelijke of artistieke overtuiging kan lid worden, die een institutie als het Goetheanum in Dornach als Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap gerechtvaardigd vindt. De Vereniging wijst elke vorm van sektarisme af en beschouwt het niet als haar taak politiek te bedrijven. De Antropofische Vereniging beschouwt de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap als een centrum van haar werkzaamheden.” Tot het lidmaatschap van deze ‘Freie Hochschule für Geisteswissenschaft’ die uit drie ‘klassen’ zou bestaan, waarvan er maar één is gerealiseerd, kan men op verzoek worden toegelaten. De toelating ligt in de beoordeling van de leiding van deze ‘Hochschule’. Zo ontstond een tweezijdig gevormd geheel: een totaal open vereniging voor alle mensen die het algemeen menselijke op geestelijke grondslag zoeken en een hogeschool met afdelingen (Sektionen) waarvoor een besloten esoterische oefenweg het uitgangspunt vormt van een spirituele verdieping in de verschillende vakgebieden van de secties. Deze ‘Sektionen’ zijn: 1. de ‘Allgemeine Anthroposophische Sektion’, 2. de ‘Pädagogische Sektion’, 3. de ‘Naturwissenschaftliche Sektion’, 4. de ‘Mathematisch-Astronomische Sektion’, 5. de ‘Medizinische Sektion’, 6. de ‘Sektion für Sozialwissenschaft’, 7. de ‘Sektion für Schone Wissenschaften’, 8. de ‘Sektion für Redende und Musizierende Künste’, 9. de ‘Sektion für Bildende Künste’, en 10. de ‘Sektion für das Geistesstreben der Jugend’. Aan het volgende stadium in de ontwikkeling van de antroposofie heeft Rudolf Steiner nog maar kort gestalte kunnen geven. Hij werd in 1924 ernstig ziek en overleed na een lang ziekbed in het voorjaar van 1925. Gedurende de vijftien maanden die tussen de kerstbijeenkomst van 1923 en zijn dood liggen, heeft hij nog een onvoorstelbaar groot aantal voordrachten gehouden, twee boeken en vele artikelen geschreven en met

63

vele honderden mensen gesprekken gevoerd. Ook de aanzet tot de biologisch-dynamische en de heilpedagogische beweging viel, zoals reeds gemeld, in die tijd. Na zijn dood ontstonden moeilijke tijden voor de Antroposofische Vereniging — crisis en desintegratie ook daar, parallel aan wat in de wereld geschiedde. Na de tweede wereldoorlog trad geleidelijk aan een herstel in en de belangstelling, vooral voor de zogenaamde dochterbewegingen zoals de Vrije-Schoolpedagogie, de medische beweging en de biologisch-dynamische landbouw nam sterk toe. Ook de Algemene Antroposofische Vereniging zag haar ledental gestadig groeien. Achterin dit boek worden nog enkele gegevens verstrekt ten aanzien van de vereniging en de verschillende praktische toepassingen van de antroposofie in Nederland.

64

13 Het Goetheanum
“Architectuur is die grote, levende, scheppende geest die van generatie tot generatie, van eeuw tot eeuw voortschrijdt, bestendig is en schept in overeenstemming met de menselijke natuur en met de zich veranderende omstandigheden van de menselijke ontwikkeling. Dat is werkelijk architectuur.” — Frank Lloyd Wright: An organic architecture

Elke cultuurimpuls van enige betekenis drukt zich uit in architectonische vormen die meestal pas na een zekere periode van geestelijke activiteit uitkristalliseren. Wij zien dit duidelijk bij de bouw van de tempel van Salomo, maar voor de christelijke kerkbouw geldt hetzelfde. De uiterlijke omstandigheden verhinderen kortere of langere tijd, dat de geestelijke impuls een stoffelijke behuizing vindt — de strijd van de Israëlieten tegen de volken van Kanaän, of de christenvervolgingen in het Romeinse rijk — maar deze uiterlijke belemmeringen zijn niet de werkelijke oorzaak van de laat optredende architectuur. Een rijpingsproces is nodig, zoals ook een menselijk lichaam pas kan ontstaan als een mensengeest zich tot incarnatie voorbereidt in een langdurige geestelijke preëxistentie. De impuls van de antroposofie is bijzonder snel tot een architectonische uitkristallisering gekomen. Dat komt niet alleen door de algehele versnelling van cultuurprocessen in deze tijd, maar ook door de ongehoorde energie en vaart waarmee Rudolf Steiner de verwerkelijking van deze impuls nastreefde, daarbij zijn medewerksters en medewerkers in een adembenemend tempo meeslepend. ‘De tijd dringt’: een apocalyptisch woord. Het eerste grote theosofische congres in Duitsland vond plaats in 1907 te München. Rudolf Steiner had de taak als voorzitter van de ‘Deutsche Sektion’ dit congres te organiseren. Hij deed dit zo, dat de kunst hier voor het eerst nadrukkelijk in het theosofische werk werd geïntroduceerd. Er vond een opvoering plaats van het Oerdrama van Eleusis van Edouard Schuré° en in de zaal hingen afbeeldingen van zuilen en occulte zegels. De zeven op karton geschilderde zuilen hadden merkwaardige kapiteelmotieven° die een onderlinge samenhang in hun vormen vertoonden. Ze duidden in plastische vorm (hier op het vlak geschilderd) op de zeven grote planetaire ontwikkelingsfasen, waarover in hoofdstuk 8 van dit boek is geschreven. Dit moest niet als symboliek worden opgevat, maar als een artistieke vormgeving van geestelijke klankopenbaringen uit een zeer hoge, slechts voor het inspiratieve bewustzijn toegankelijke wereld. Op een vraag aan Steiner, hoe deze zuilen realiter in een gebouw te verwerken waren, gaf hij aanwijzingen die tot de vervaardiging van een klein bouwwerk leidden, uitgevoerd door E.A. Karl Stockmeyer te Malsch in de buurt van Karlsruhe. Dit model met drie elkaar doorsnijdende ellipsoïden is de voorloper van het grote bouwwerk dat enige tijd later in Dornach verrees. De mysteriedrama’s van Steiner ontstonden in de jaren 1910 tot 1913 te München, in zekere zin als voortzetting van de in 1907 begonnen activiteit op dramatisch gebied. Het volkomen nieuwe en ook wel verbijsterende van deze machtige dichtwerken is niet alleen in de inhoud gelegen, maar ook in de vorm. Hier wordt geprobeerd in woord en toneelbeeld de moderne inwijdingsweg van een groep mensen te tonen, die individueel zeer verschillend maar door het lot verbonden zijn. De totale innerlijkheid van dit gebeuren betekent, dat de dramaturg, wil hij niet in symboliek of zelfs allegorie vervallen, geestelijke territoria voor de toeschouwer zichtbaar moet maken. Hier ontstaat een dramatiek, niet in de gangbare betekenis van toneel-handeling, maar een subtiel en tegelijk ontzagwekkend proces van bewustwording van ‘het mens-zijn in de volle betekenis’. Je kunt bij het lezen en aanschouwen van deze drama’s de hoogste geestelijke spanning ervaren, of je kunt dat niet en dan zegt het je allemaal niets. Je blijft naar onbegrijpelijke curiositeiten luisteren en kijken, of je beleeft wat de grote dichter Christian Morgenstern° eraan beleefde: ‘een geestelijk berglandschap dat men een leven lang niet geheel en al kan leren kennen en doorgronden’. Morgenstern

65

Er was een as van symmetrie. De kleine koepelruimte kon als toneel worden gebruikt. maar alle vormen waren door dit principe bepaald. werd het bouwwerk een ‘orgaan’ voor de geestelijke wereld. Er moest een gebouw worden ontworpen. waardoor meer of minder licht wordt doorgelaten.en de Maanzuil met kapiteelvormen die als metamorfosen van de eerste vorm beschouwd moeten worden. maar daarop verrees het eigenlijke bouwwerk geheel opgetrokken uit hout in welk materiaal de vormen met de hand waren gegutst. ontstaan voorstellingen. De vormen van het eerste Goetheanum (dat. De metamorfose of levende vormverandering werd hier architectonisch-plastisch tot uitdrukking gebracht. deed je meer voelend en willend bij het betreden van dit gebouw: je stapte binnen in ‘een andere wereld’. De grote koepel werd gedragen door tweemaal zeven zuilen. de hoofdingang lag in het westen. waarin de mens als kosmisch wezen zichzelf zou kunnen vinden. In deze opeenvolging toonde het bouwwerk de ontwikkeling van het mensenwezen in zijn grote 66 . De kapitelen van de zuilen in de grote zaal gingen uit van een eenvoudig opstijgend en neerdalend motief dat met de Saturnus-toestand in verband staat. Met deze naam wordt niet alleen de grote dichter Goethe als representant van de Midden-Europese cultuur geëerd.en Mercuriuszuilen. dan kwam de Jupiterzuil en tot slot de Venuszuil. de architectuur van dit gebouw maakte gebruik van wat Goethes hoogste wetenschappelijke prestatie is geweest: de ontdekking van de metamorfose° als grondwetmatigheid van het leven. zoals gemeld. Het verwondert ons niet. Hiertoe zouden wetenschap en kunst. Wat je denkend moet doen wanneer je het antroposofische mensbeeld bestudeert. In de mysteriedrama’s is de kern van de antroposofie vervat: het zoeken van menselijke zielen naar een ontwaken in de lichtrijken van de geest om van daaruit op aarde in dienst van de mensheid te werken. violet en roze. gaven de stadia van de inwijdingsweg aan. sterk ervaren. Door het glas in langere en kortere. de kleine door tweemaal zes. Rudolf Steiner noemde dit de organisch-levende bouwstijl. Het was een ‘strottenhoofd’ voor de hiërarchische machten. waarbij ook het grote rode venster in het westportaal hoorde. zoals in de Jugendstil°. De grote koepel overspande een auditorium met ruim achthonderd zitplaatsen. Door dit gebouw te betreden werd je als mens werkelijk geholpen de stap in een bovenzinnelijk ervaringsveld te doen. Het lichtspel op de machtige houten zuilen was bijzonder fascinerend. Dan volgden de Zonne. niet alleen in de zeven kapiteelvormen van de ‘Münchense’ zuilen die hier. Het gebouw zou een hogeschool voor geesteswetenschap moeten zijn en tegelijkertijd een theater en dit geheel zou het karakter of de stemming van een tempel moeten hebben. Ik heb er al eerder op gewezen dat de principiële stap die je moet doen om de antroposofie te accepteren.of levenskrachten. Er waren aan weerskanten viermaal drie gekoppelde ramen in de kleuren groen. Hiermee zijn de diepste innerlijke belevingen en de aangrijpendste beproevingen verbonden. spiritueel inzicht en moedige scheppingskracht. De Aarde in haar tweeheid werd gerepresenteerd door de Mars. die min of meer nabootsingen van motieven uit het rijk van het plantenleven zijn. Hier was een geweldige hoeveelheid vormende kracht in het werk ingebracht. De onderbouw was van beton. Deze kon door de bouwvormen tot de mens spreken. Het ging niet om gebruikmaking van plantenvormen. In de grote zaal bevonden zich ramen van éénkleurig glas waarin voorstellingen waren te zien. de grote koepelruimte van het bouwwerk droegen. niet door contouren omgrensd maar uit de wisselwerking van lichtere en donkere partijen in het vlak.noemde dit: ‘kunst van de toekomst’. maar om een scheppen vanuit de levenskrachten. in 1922 afbrandde) volgden de wetmatigheden van de etherwereld. Deze vorm en inhoud moesten een passende omhulling krijgen. de stap is van het fysiek-materiële in het gebied van de ether. dat Rudolf Steiner het Goetheanum ‘het huis van de spraak’ noemde. blauw. harmonisch moeten samengaan tegelijk met een diepe religiositeit. Dit ontwerp leverde Rudolf Steiner en het bouwwerk dat hieruit ontstond werd ‘Goetheanum’ genoemd. diepere en minder diepe groeven diagonaalsgewijs in te slijpen. dubbel in aantal. Het houten gebouw had twee elkaar doorsnijdende koepels. Maar door deze vormgeving waarbij de materie iets boven-materieels zichtbaar maakte. een grote en een kleine. De beelden die deze ramen vertoonden. Het gebouw was zelf als een levend wezen en dat hebben vele mensen die het voor zijn verwoesting bezochten.

door wat erin gesproken werd. Christus als de brenger van het hogere Ik was het brandpunt van het bouwwerk waarin alle werkingen samenkwamen en waarvan alle werkingen uitgingen. Rudolf Steiner heeft veel over dit gebouw gesproken. Daarin vinden wij de machtige impuls van het oorspronkelijke bouwwerk terug: de oproep aan de menselijke ziel tot een drievoudig oefenen om als willende. er is vrij uitvoerig fotomateriaal. hoewel het niet meer op aarde bestaat. dat daaruit drie hogere bewustzijnstoestanden kunnen worden geboren: het imaginatieve bewustzijn uit het denken. denkende ziel door te 67 . die zich daartoe verhield als de tulbandvorm tot de tulbandkoek. Onder deze op het koepelvlak geschilderde middenfiguur was een soort hoge nis tussen twee van de twaalf zuilen precies in de lengte-as van het gebouw. Het was een beleefbaar geworden verheffing van de ziel. publiceerden belangwekkende boeken en artikelen over dit unieke kunstwerk. Maar je moet het innerlijk weer opbouwen. in opzet geniaal en van een overweldigende kracht. Het is ondoenlijk in kort bestek het eerste Goetheanum in al zijn aspecten tot zijn recht te laten komen. soms wat naïef aandoende gestalten die aan Chagalls° wonderlijke droomfiguren doen denken. Het Goetheanum was eigenlijk niet iets waar je als toeschouwer van buitenaf. het inspiratieve bewustzijn uit het voelen en het intuïtieve bewustzijn uit het willen. geheel van beton maar met muzikaal beweeglijke vormen. alleen maar esthetisch oordelend naar kon kijken. maar op een veel minder centrale plaats dan door Rudolf Steiner was bedoeld. op je inwerkte. Mensen die het nog hebben gezien en beleefd. De koek krijgt de vorm die de tulbandvorm hem oplegt. het in gedachten zien en erin rondgaan om iets van de onuitputtelijke rijkdom en mysterieuze werking ervan te ervaren. Dit alles was volkomen nieuw. Zo waren ook de plafondschilderingen van de beide koepels van een ongehoord krachtige werking — uit de kleurstromen opdoemende. je veranderde en veredelde. door kleuren en beelden. werd de ziel in haar wilsfunctie aangesproken. Deze plaats was bestemd voor een machtige houten plastiek waarin hetzelfde motief als van de koepelschildering tot uitdrukking was gebracht. declamatie en dramatische kunst. in de uitvoering wellicht nog met onvolmaaktheden waar Steiner zich altijd bescheiden voor excuseerde. de Mensheidsvertegenwoordiger.kosmische fasen. maar deze vorm is zo. maar dan ging het wezenlijke aan je voorbij. In het voortgaan van west naar oost in de richting van de kleine koepel. een opvoedingsmiddel dat door architectonische en plastische vormen. de grote ontwikkelingstijdperken van de aarde op het koepelvlak van de grote koepel. de cultuurtijdperken van de na-Atlantische tijd met de ingewijde mensheidsleiders en de hen inspirerende hiërarchische wezens op het kleine koepelvlak. Het is als een vesting. Het was een omhulling voor de totale antroposofie. Het vernietigen van dit bouwwerk was niet alleen een misdaad gericht tegen Rudolf Steiner en de antroposofie maar tegen de mensheid. Doch. is van een heel ander karakter. is het niet verdwenen. voelende. door wat erin tot uitdrukking werd gebracht door middel van beweging. Het gevoel kon in de muzikaal-ritmische vormen van kapitelen en architraaf worden meegevoerd en tenslotte in de koepelvormige afdekking beleefde de ziel de geestelijke denk-beelden. Het tweede Goetheanum. Deze beeldengroep was nog niet gereed toen het Goetheanum afbrandde. Dat kon natuurlijk wel. zal ik in het laatste hoofdstuk nog iets zeggen. De hele mens kon zich opgenomen voelen in het Goetheanum. De sterk bewogen vormen van de architraaf° boven de kapitelen drukten het intervalbeleven uit tussen de gigantische ‘mijlpalen’ van de evolutie. omdat de koek een ‘tulband’ is. Ahriman in gouden stralen gekluisterd onder de voeten van de centrale gestalte. dat eveneens door Rudolf Steiner is ontworpen en dat na zijn dood werd voltooid op hetzelfde fundament en dezelfde grondsteen waarop het eerste was gebouwd. Over deze ‘Holzgruppe’. In zeker opzicht is het een metamorfose van het eerste Goetheanum. maar de ware metamorfose van deze moderne mysterieplaats leeft in de grondsteenspreuk van de kerstbijeenkomst van 1923. In het midden van dit laatste rees de Christusfiguur op tussen de twee tegenstrijdige machten van het Boze: Lucifer in de hoogte. muziek. voelen en willen door oefening zo te ontwikkelen. deze beschouwingen zijn in de uitgave van zijn werken te vinden. maar een veel sterkere geestelijke geladenheid hebben. zij bevond zich nog in het atelier dat voor het vuur gespaard bleef. die in het tweede Goetheanum is opgesteld. langs de zuilen met hun grote evolutiemotieven. Bij de scholingsweg van de antroposofie gaat het erom de drie zielefuncties: denken.

Inmiddels heeft de ‘organisch-levende bouwstijl’ die Rudolf Steiner inaugureerde en die verwant is met andere ‘expressionistische’° uitingen van architectuur in onze eeuw. 68 . al vraag je je soms af of de resultaten nog wel iets met de oorspronkelijke impuls te maken hebben. veel navolging in de wereld gevonden.dringen in en zich verenigd te weten met de drievoudige werkelijkheid van de wereld.

het zenuw-zintuigsysteem — overal aanwezig maar geconcentreerd in het hoofd. voor de medische beweging maar evenzeer voor het algemeen antroposofische werk. dat zij deze nauwelijks meer als zodanig ervaren. Het gaat niet om een deling in drieën. voor de sociale en pedagogische beweging. Deze drie orgaanstelsels met hun specifieke functies kunnen alleen goed functioneren als ze met elkaar in evenwicht zijn. Daarbij zal de omgang met de natuur als een van de grondslagen van de economie eveneens een ingrijpende verandering moeten ondergaan. in het borst-romp gedeelte gesitueerd. maar tegelijkertijd hun werking over het hele lichaam uitstrekken. maar met zijn belangrijkste organen: hart en longen. De een mag de ander niet overheersen. Maar wat te doen om het proces van geleidelijke ondergang te keren? Verstoring van het sociale evenwicht en annex daarmee van het evenwicht in de natuur is het gevolg van een eenzijdige manier van denken over mens en natuur. Wij moeten waarschijnlijk beginnen met te zoeken naar ‘een evenwicht van krachten’ in de mens en daartoe hebben wij een ruimere zienswijze nodig dan die van de gangbare wetenschap. Hier en daar begint men wel te merken dat de verstoring die van de samenleving is overgeslagen op de natuur. die aan het eind van de eerste wereldoorlog werden gepubliceerd in zijn Aufruf an das Deutsche Volk und an die Kulturwelt° en in zijn boek: Kernpunkte der sozialen Frage in den Lebensnotwendigkeiten der Gegenwart und Zukunft° staan in onmiddellijk verband met het reeds genoemde boek Von Seelenrätseln dat in 1917 was verschenen. 2. dat Steiner de mens ‘in drieën deelt’. 1. die reductionistisch° is. Dit begrip is ontleend aan de Goetheanistische natuurwetenschap en als zodanig een belangrijke verruiming van de gangbare beschouwingswijze. dat wil zeggen een met elkaar 69 . Veel mensen zijn zozeer gewend onder omstandigheden te leven die het gevolg van de maatschappelijke evenwichtsverstoring zijn. die elk een principaal gebied hebben.” — Simone Weil: La pesanteur et la grâce De menselijke samenleving kan slechts een evenwicht van krachten zijn. Wat houdt deze conceptie in? In het levende lichaam van de mens zijn drie grote orgaansystemen te onderscheiden. het stofwisseling-ledematensysteem — met zijn belangrijkste organen in het onderlichaam en natuurlijk als functie wederom over het hele lichaam verspreid. Rudolf Steiners ideeën over een sociale vernieuwing. Een dergelijke drieledigheid noem je een polariteit. Het ritmische middenstelsel speelt daarbij de verzoenende rol tussen de radicaal tegengestelde systemen van ‘hoofd’ en ‘onderlichaam’. daar al gigantische afmetingen heeft aangenomen. wanneer je bedenkt dat de in het vorige hoofdstuk genoemde grondsteenmeditatie van 1923 ook geheel en al op dit drieledigheidsprincipe berust. Vrijheid. maar om een driegeleding. In dit geschrift schetst hij het drieledig mensbeeld dat de centrale conceptie is voor alles wat vanaf dat moment uit de bron van de antroposofie gaat ontstaan. anders wordt het organisme ziek. Ziekte is niets anders dan verstoord evenwicht in de balans van de drie elkaar doordringende orgaansystemen.14 Sociale vernieuwing. De opvatting die je soms als kritiek hoort. het ritmische systeem — eveneens door het hele lichaam heen werkend. zodat je evengoed van een autonomie als van een onderlinge doordringing van de drie systemen kunt spreken. Van een nieuw mensbeeld uitgaande kunnen wij proberen een sociale vernieuwing te verwerkelijken. Wij leven in een tijd waarin dit evenwicht van krachten grondig is verstoord en de huidige staatsvormen zijn institutionaliseringen van deze verstoring. gelijkheid en broederlijkheid “Sociale ordering kan slechts een evenwicht van krachten zijn. is een stupide of tendentieuze weergave van wat hier werkelijk wordt bedoeld. en 3.

spanningen. Je ziet dan dat Rudolf Steiners idee van de sociale driegeleding geen utopie is. onrechtvaardigheden en onmenselijkheden moeten optreden. Het gaat er nu alleen om de grondgedachte van het drieledige mensbeeld neer te zetten. verloopt in een droombewustzijn (pas als je over je gevoelens gaat nadenken. Vanuit de drieledigheidsconceptie moet je tot de conclusie komen. het rechtsleven. voelen en willen. haal je ze omhoog in je wakkere voorstellingen) en de processen van de stofwisseling. maar toch tot een eenheid zijn verbonden. wanneer ze hun eigenheid bewaren (die van alle drie zeer verschillend is). drie werelden waaruit ons mens-zijn is opgebouwd. vormen. Zou je namelijk oppervlakkig naar mens en maatschappij kijken. dan ligt het voor de hand het economische leven met de stofwisseling (eten) en het geestesleven met het hoofd (denken) te associëren. maar een uiterst praktische conceptie van een sociaal principe. De antropologische (anatomische en fysiologische) bewijzen hiervoor zijn wel te leveren. in werkelijkheid een geforceerde eenheid is. Zij vindt haar aangrijpingspunt dus niet uitsluitend in de hersenen. Je ziet drie grote gebieden. samenhangend met adem en circulatieprocessen. Vooral dit laatste zet de gangbare opvattingen over de mens op hun kop. werp dan een blik op de maatschappij. Deze dingen zijn bij een zorgvuldige en vooral onbevooroordeelde zelfwaarneming te constateren. Nu gaat het bij de overbrenging van de driegeledingsgedachte van de mens op het maatschappelijk organisme niet om een wat simpele analogie. 2. maar is slechts als denkende ziel met het ‘hoofd’systeem (in de hele mens) verbonden. er is namelijk een waarnemings. het culturele gebied of geestesleven en 3. Het voorstellingsleven. alleen de waarneming van de wilsimpuls. met name over de zogenaamde motorische zenuwen. drukt zich op drievoudige wijze in de orgaanstelsels van het lichaam uit. speelt zich af in de waakbewustijnstoestand. doordat de een de ander overheerst door macht en dat daarom aan een stuk door conflicten. Als voelende ziel echter drukt zij zich uit in de ritmische organen en als willende ziel in de stofwisseling-ledematenpool. het gevoelsleven. dat alle zenuwactiviteit met het waarnemings-voorstellings-vermogen samenhangt en dat er dus ook geen wilsimpuls langs een zenuwbaan kan worden overgebracht. hoe in elk ‘deel’ apart het geheel zich weer laat vinden zonder het specifieke karakter van dat deel aan te tasten. Dit is de grondgedachte van Steiners driegeleding van de samenleving. Tegelijk zie je echter hoe de schijnbare eenheid die deze drie orgaansystemen van het maatschappelijk bestel in de huidige eenheidsstaat vertonen. functies. Maar zo moet je in eerste instantie niet denken. maar zouden de strekking van dit hoofdstuk een niet bedoelde richting geven. verbonden met de wil. ‘orgaanstelsels’ als je wilt: 1. voltrekken zich in een slaaptoestand. Ook daar worden wij ons pas wakker bewust van de impulsen als wij het handelen uit de onbewuste (slapende) beweging in de voorstelling trekken. Je kunt ook zeggen: de ziel die het levende lichaam bewoont. dat zijn lichamelijke correlatie° in het zenuwstelsel heeft. waardoor het ademen toch ‘hoofd’-verwant blijft door het ruiken en evenzo het eten in de mond ‘hoofd’-karakter behoudt door het proeven. Pas als je hebt doorgeslikt gaat het weg uit je waakbewustzijn! Wanneer je door dit mysterie diep bent getroffen. En nu kun je gaan beseffen dat deze drie alleen goed functioneren.en voorstellingselement ingeschakeld. Je zou je dan schromelijk vergissen. Deze drie orgaansystemen vormen de lichamelijk-fysiologische grondslag van de drie zielefuncties: voorstellen (denken). Je moet je eerst laten doordringen van het drieledige mensbeeld als van een zonneklaar en onomstotelijk weten en tegelijkertijd als van een ondoorgrondelijk mysterie: drie orgaansystemen met hun volkomen eigen karakter. 70 .vervlochten zijn van drie min of meer autonome stelsels in een levende wisselwerking. het economische gebied. Hoe een drieheid een eenheid kan zijn. zonder in één opzicht gelijk te zijn en toch harmonisch samenwerkend. De driegeleding van de lichamelijke en psychische wezensaspecten van de mens en hun onderling verband vindt in het geestelijke aspect van de drie bewustzijnstoestanden haar aanvulling en afsluitende apperceptie°. maar het totale ‘hoofd’karakter blijft het geheel beheersen. Je hoofd heeft immers een ademend-ritmische partij in de neus en een stofwisselingsgebied in de mond.

Het ‘rendements’-onderwijs levert jaarlijks een toenemend aantal ‘onrendabele’ uitvallers die sociaal ‘getekend’ zijn: ongelijkheid dus! Maar ook onmenselijkheid. maar net zo of nog erger abstract is als welke uitgedachte ‘structuur’ dan ook.Omdat men gewend is in modellen te denken. In het onderwijs droogt ogenblikkelijk elk leven. het onderwijs. bijvoorbeeld als vadertje staat flink gaat bezuinigen. Men heeft destijds de grootsheid van deze drie mensheidsidealen wel aangevoeld. zij vinden het normaal. leraren en leerlingen. Echt noodlottig wordt dit wanneer de staat zich opwerpt tot promotor van een dergelijk onderwijssysteem en dan zijn eisen als bekostigingsvoorwaarden in de wet laat opnemen. dus met een open zijn voor het concreetgeestelijke. met tot gevolg steeds minder kwaliteit. maar ook dat ieder kind onderwijs kan krijgen. hetgeen gemakkelijk aan ontelbare voorbeelden is te demonstreren. hun uitvindingen en wetenschappelijke ontdekkingen. kom je natuurlijk in moeilijkheden en heilloze verwarringen. door middel van een methodiek die de vrije creativiteit van de opvoeder inschakelt om ook het kind in zijn creativiteit te wekken. hun artistieke credo vrij tot uitdrukking kunnen brengen.q. In het culturele of geestesleven moet alles berusten op de mens als individueel creatief wezen. want deze kinderen voor het ‘speciale onderwijs’ zijn voor een flink percentage alleen door het systeem uit de boot gevallen. ‘Vrij’ betekent niet: zonder regels en afspraken. zouden heel veel kinderen niet als mislukkelingen worden aangemerkt. De staat moet er bijvoorbeeld voor zorgen. hetgeen dan niet alleen uitermate theoretisch klinkt. In een onderwijs dat meer met hun individuele wezen overeen zou komen. enzovoort. dat wij veelal het kwalijke van staatsbemoeienis alleen nog maar afkeuren als het om geld gaat. Van het grootste belang hierbij is het inzicht dat ook alle onderwijs in de hier bedoelde zin vrij moet zijn. bijvoorbeeld door uit te gaan van de ‘input-output’-gedachte die niet zozeer zuiver economisch maar meer technologisch is gekleurd. De drie grote idealen van de Franse Revolutie vinden wij hier terug. elke waarachtigheid uit. dat ze niet inzien dat door deze verstoring van evenwicht de ellende in het onderwijs voortgaat. steeds minder gemotiveerde onderwijzers. En ware creativiteit heeft altijd te maken met inspiratie. wilt toepassen. namelijk van de werkelijkheid van dit kind dat. als men uitsluitend ‘rendement’. denken er nauwelijks over na. dat is het eigenlijke terrein van de staat. juist niet tot rechtvaardigheid. omdat elk mens recht heeft op onderwijs. kunst. geholpen door zijn opvoeders. Deze heeft in een gezonde samenleving de functie van handhaving van orde en rechtszekerheid door 71 . De cultuur komt alleen tot bloei wanneer mensen hun gedachten. Het gelijkheidsprincipe leidt in het geestesleven c. Om de driegeleding als dynamisch principe en niet als model te begrijpen geeft Rudolf Steiner voor elk maatschappelijk veld van activiteiten een sleutelwoord. Voor het culturele gebied. maar zij zouden als volwaardige mensen met hun zwakkere en hun sterkere zijden zich verder ontwikkelen. ‘scores’ en dergelijke op het oog heeft. dat de arbeidsvoorwaarden zijn geregeld. religie en dergelijke omvat. maar men heeft ze niet op de juiste manier weten te gebruiken. maar vrij zijn betekent: de mogelijkheid van creativiteit kunnen verwerkelijken. zijn individuele weg in het leven moet vinden. Dat de staat via wetten de inhoud en de inrichting van het onderwijs bepaalt en daarmee het gelijkheidsprincipe oplegt (door de macht van de staatsbekostiging) aan het gebied waar het vrijheidsprincipe zou moeten heersen. dat de driegeleding van het sociale organisme een gefixeerd model is en zij willen altijd vanuit dit model van tevoren uitdenken hoe de boel in elkaar moet zitten. wetenschap. Wij zijn echter al zo eenzijdig geconditioneerd. Staatsbemoeienis mag alleen betrekking hebben op dat aspect van het onderwijs waar rechtsafspraken moeten gelden. dat onderwijs. hun religieuze overtuiging. met name de staat. Wordt het onderwijs ondergeschikt gemaakt aan economische gezichtspunten. Wat betreft het rechtsleven. Jammer. maar nu op de juiste plaats gezet. geldt het principe van de vrijheid. is een drop-out. Voor het rechtsleven geldt het gelijkheidsprincipe en voor de economie de broederlijkheid. menen velen. vrijbuiterij. Wie de ‘gelijke toets’ niet haalt. dan schaadt dit in hoge mate de relatie opvoeder-leerling die van een totaal andere premisse moet uitgaan. zien de meeste mensen niet als iets hoogst verontrustends. Wanneer je de drie elkaar in zekere zin tegensprekende principes in een gebied. Dit beïnvloedt vanzelfsprekend het geheel van de samenleving. Integendeel. maar tot onrechtvaardigheid.

meer onmenselijkheid op alle fronten. maar zij komen direct met: ‘En hoe moet dat dan en hoe dat?’ en ‘Dat kan toch nooit?’ en ‘Hoe wil je zoiets nu invoeren?’ en ‘Je 72 . In dit gebied gaat het niet om het democratische principe zoals in het rechtsleven. Met de opkomst van de industrie is men veel te veel gaan produceren. De economische werkelijkheid is namelijk een volstrekte afhankelijkheid. waarbinnen de individuele mens zich geestelijk vrij kan ontplooien en door zijn geestelijke productiviteit nieuwe ideeën kan laten instromen. De staat is dus niet ‘de natie’. Als het inzicht veld zou winnen dat de staat een veel bescheidener rol in de samenleving toekomt dan thans doorgaans het geval is. maar de mensen die het toentertijd zoveel beter wisten. Het economische leven zou in de zin van de driegeleding van de maatschappij associaties moeten vormen. Er is blijkbaar geen regeling te treffen om het evenwicht te vinden. enzovoort. waardoor de consument gemanipuleerd moet worden. dan zou er meteen een eind gemaakt kunnen worden aan alle partijpolitiek en daarmee tegelijkertijd aan alle geld. Het gaat daarbij om productie. hebben de wereld met een tweede mondiale oorlog opgescheept en met een sindsdien steeds zieker worden de maatschappij. In het rechtsgebied zijn alle mensen inderdaad gelijk. handel en consumptie mogelijk worden.en tijdrovende hoogst ondemocratische machtsmanoeuvres waar regeringen zich schuldig aan maken. consumenten en handeldrijvenden. Het komt hier niet zozeer op de individuele mens aan. maar in karikatuur: de multinationals zijn mondiaal. in de eerste plaats afhankelijkheid van de natuur die ons grondstoffen. Het economische leven moet weer met heel andere voorwaarden rekening houden. de staat binnen zijn bevoegdheidsgrenzen terug te dringen. manipuleert en domineert. om de producten maar kwijt te raken. subsidieert. Steiners ideeën zijn voor utopie uitgekreten. Wij zien dit ook duidelijk in onze tijd. de werkelijkheid demonstreert toch de absolute noodzakelijkheid van deze dingen. Hierdoor zou evenwicht in productie. De mensen aan wie je de grondgedachte van de driegeleding voorlegt. Hoezeer men ook naar voren mag brengen dat de mensen nooit zover te krijgen zullen zijn de politieke partijen op te heffen. Het negeren hiervan leidt onherroepelijk tot meer chaos. Hier zijn niet allen gelijk. voedingsgewassen enzovoort schenkt en daarenboven afhankelijkheid van mensen onderling — denk maar eens aan het effect van stakingen van vervoermiddelen. doch op eigenbelang van een kleine groep en op macht. maar ze zijn niet op broederschap gebaseerd. Wanneer de staat met zijn nationale en dikwijls nationalistische tendens de economie zijn voorschriften geeft. de ondernemers tot broederlijk associatief samenwerken over te halen. handel en verbruik van goederen. een soort zakelijke broederschappen van belanghebbenden: producenten. noch om het liberale principe voor het culturele leven. reguleert. Economie tendeert naar mondiale vormen. Wat is het tegenovergestelde van macht? In dit geval: het scheppen van ruimte voor allen. maar om broederlijkheid. — een nationale economie is een contradictio in terminis — zij hebben verbindingen die ver buiten alle landsgrenzen reiken. Van goederen en voedingsstoffen zijn waanzinnige overschotten aan de ene kant en aan de andere kant sterven mensen als ratten van de honger of leven onder de grootste ontberingen: het ontbreken van de meest primaire levensbehoeften. bijvoorbeeld door middel van reclame. dus een socialistisch principe. wanneer de uitzinnige wedloop om meer en meer en steeds maar meer goederen te produceren (die voor een deel totaal overbodig en zelfs schadelijk voor de mens zijn) gestopt zou kunnen worden. Bovendien zou aan de schandelijke vernietiging van de natuur paal en perk gesteld kunnen worden. De economisch met elkaar verbonden mensen (in zekere zin zijn dat alle mensen op deze aarde) vormen geen gemeenschap door staatsgrenzen bepaald. De mensen moeten binnen het economische werkingsveld met elkaar in overleg kunnen treden. maar de deskundige producent moet toch luisteren naar de consument die per slot van rekening zijn spullen gebruikt of niet wil gebruiken. die andere maatschappelijke vormen en dus andere regulering met zich meebrengen. maar op de gemeenschap van mensen: een democratisch principe is hier verlangd. aan moeten maken binnen het huidige verstoorde evenwicht. dan wordt het wezen van de economie geweld aangedaan. Er zou geen honger in de wereld hoeven te zijn. voorwaarden en minimale regels hanteren.het uitvoeren van wettelijke regels welke als rechtsideeën natuurlijk uit het geestesleven afkomstig zijn. enzovoort. zien vrij gauw de juistheid van de gedachtengang in. maar een dienend lichaam dat het tegenovergestelde van macht moet nastreven.

speciaal in Nederland met zijn voorliefde voor bemoeizucht als volkseigenschap. Wat de belemmerende omstandigheden waren en nu nog zijn. en tegelijkertijd duiken ook overal initiatieven. impulsen om te helpen. 73 . de gelijkheidsimpuls met de toenemende vragen om overlegstructuren op grond van democratische gevoelens.kunt de mensen toch niet veranderen?’ Allemaal begrijpelijke vragen en twijfels. Kant en klare recepten heeft Rudolf Steiner nooit gegeven. Overal in de wereld zie je ‘anti-driegeleding’ ad absurdum gevoerd. De grote strijd is begonnen van deze lichtkrachten in onze tijd tegen alle duisternis en verwarring die verhinderen dat het evenwicht der krachten kan ontstaan. Deze liggen niet zozeer in uiterlijke onmogelijkheden als wel in de innerlijke zwakheden van de mensen. Hij wijst op de wetmatigheden die afgelezen zijn van de werkelijkheid en hij wijst op het diepe. onbewuste verlangen van de mensen het leven op aarde volgens de conceptie van de sociale driegeleding in te richten. impulsen en idealen op. die voortkomen uit de angst iets werkelijk nieuws te ondernemen. de nood te willen lenigen. was Steiner ook niet onbekend. die de zuiverste driegeledingskwaliteiten in zich dragen: de verschillende emancipatiestromingen als machtige impuls van de geestelijke vrijheid. gevoelens van broederlijkheid. het werkelijke ‘geven om’. het statuut van de mensenrechten! en tenslotte de werkelijk nieuwe solidariteit onder de mensen van verschillende volken en rassen.

dat zich uitsluitend 74 . behalve de beweging voor sociale driegeleding: de Vrije-Schoolpedagogie. Na zijn dood is het echter pas mogelijk geworden door de bijzondere kwaliteiten van Marie Steiner-von Sivers de twee delen van dit drama onverkort uit te voeren in een spirituele stijl en grandioze enscenering. Wat in de westerse cultuur al enige eeuwen tot gewoonte is geworden: het losmaken van geestelijke inhouden van het zogenaamde praktische leven. maar de bewegingen die latent in muziektoon en woordklank zijn gelegen (die in werkelijkheid ook door het zogeheten etherlichaam worden uitgevoerd. intervallen. die eveneens een grote activiteit heeft ontwikkeld. wil de antroposofische geestesstroming overwinnen.15 Mens. ritme en in de woordkunst grammaticale en metrischritmische elementen worden eveneens door bepaalde gebaren en door het ‘voetenwerk’ tot uitdrukking gebracht. zoals dit elders wel is geschied. Dat houdt in: een onderwijs dat vrij wil zijn van staatsbemoeienis. vooral van de betonbouw van het tweede Goetheanum. Dit werk was al tijdens de eerste wereldoorlog onder leiding van Rudolf Steiner begonnen.” — Novalis: Fragments Het verschil tussen de antroposofie en vele andere geestelijke stromingen en wereldbeschouwelijke richtingen in deze tijd is onder andere het feit dat deze wetenschap de resultaten van haar geestelijk onderzoek probeert in dienst te stellen van alles wat het menselijke leven uitmaakt. maar het is niet zonder belang op een aantal punten opmerkzaam te maken. aarde en kosmos “Er is geen werkelijk onderscheid tussen theorie en praktijk. waarbij het gaat om de mens en de aarde in hun samenhang met de kosmische wereld. de medisch-farmaceutische beweging waar de heilpedagogie ook onder ressorteert en de biologisch-dynamische land. maar ook sociaal-pedagogische en therapeutische toepassingen. Euritmie is ‘zichtbare muziek’ en ‘zichtbare woordkunst’. Een levendige activiteit ontplooide zich op natuurwetenschappelijk en mathematischastronomisch gebied. doch wel waarneembaar voor de helderziende). Behalve regelmatige opvoeringen van deze vier drama’s brengen de toneelspelers van het Goetheanum ook opvoeringen van de hele Faust van Goethe. In het overzicht van de ontwikkelingsfasen van de antroposofie is er al op gewezen.en tuinbouw. Ook in het domein van de beeldende kunsten is de impuls van het Goetheanum verder gegaan. dat na 1917 een aantal bewegingen is ontstaan waarin de antroposofische geesteswetenschap een praktische toepassing heeft gekregen. de dubbele boekhouding voor de zondag en voor de rest van de week. Ik wees er al op dat de door Rudolf Steiner geïnaugureerde bouwstijl. zoals duren mol-stemming. Niet zozeer de stemming en het emotionele karakter van een muziekstuk of gedicht worden hierbij ‘gedanst’ of pantomimisch uitgedrukt. Het zou ondoenlijk zijn al deze activiteiten naar hun aard en intentie te beschrijven. ‘Aan de geest doen’ om je stress kwijt te raken ligt ook niet in de lijn van deze stroming. De alledaagse praktijk van het leven moet weer doortrokken worden van spiritualiteit. terwijl literaire. De pedagogie van Rudolf Steiner is direct voortgevloeid uit de sociale driegeleding. Dit zijn. Andere aspecten van muziek. zonder de ‘modernismen’ die de intenties van de schepper van dit meesterwerk vrijwel tenietdoen. dat wil zeggen dat muziek en woord door gebaar en beweging in choreografische vormen in de ruimte zichtbaar worden gemaakt. Daarnaast heeft zich de euritmie als nieuwe bewegingskunst sterk ontwikkeld met zuiver artistieke. In direct verband met de mysteriedrama’s van Rudolf Steiner is er een toneel. Dat alleen kan de heilloze verwarringen in de samenleving en in het privéleven tot klaarheid brengen. veel invloed heeft in de wereld.en recitatiekunst ontstaan. worden met het lichaam — voornamelijk met armen en handen — uiterlijk zichtbaar gemaakt. wetenschappelijke en essayistische geschriften van antroposofische herkomst in groten getale door enkele gerenommeerde uitgeverijen worden uitgebracht. onzichtbaar voor het fysieke oog.

dus kosmisch.” zegt Novalis in een van zijn Fragmente. maar een integrerend° bestanddeel bij elk leerproces ongeacht het vak. banale vorm. geen bonte franje aan het grauwe tafelkleed van ‘het leren’. de kennis is omtrent de verhouding tussen het geestelijk-psychische en het levend-lichamelijke aspect van de opgroeiende mens. Natuurlijk gaat het hier ook om het mensbeeld waar je van uitgaat. zijn niet anders in de wereld gekomen dan door de zich ontwikkelende mens. Inhoudelijk berust de Vrije-Schoolpedagogie op het mensbeeld van de antroposofie en daarbij geldt principieel het inzicht dat de mens naar zijn essentie een geestelijk. schep je ‘theoretische praktijk’ of ‘praktische theorie’. maar ontoegankelijk voor een hogere werkelijkheid. Het geestelijke inzicht van de ‘theorie’ wordt door het scheppende doen uit zijn abstractie verlost. maar ook bij mensen die haar feitelijk de rug hebben toegekeerd. brengen wij een geestelijke. Maar hoe realiseer je dat. De ‘echte’ architect en de ‘echte’ componist zijn mensen die deze algemeen menselijke krachten expliciet kunnen gebruiken. enzovoort. die hij niet abstract-intellectualistisch in zijn hoofd heeft (en er dan niets mee kan doen). dus de vrije mens (dat is de creatieve mens) stelt zich door zijn kunstzinnige opvoedingspraktijk in dienst van een geestelijke ontwikkelingswetmatigheid. wij zijn componist omdat wij in ons een dynamisch muzikaal zielewezen dragen. Hoe incarneert een kosmisch georiënteerd geestelijk wezen in een aards-lichamelijke omhulling? Hoe leid en begeleid je dit proces op een zodanige manier. die dus maar beter kan worden weggelaten. Je voedt dan geen ‘mens’ op. Ik doel hier voornamelijk op de lagere-schoolleeftijd. muzische zowel als beeldende. kwalitatieve werking in de aardse werkelijkheid naar binnen. Fritjof Capra heeft in zijn boek The turning point° in het hoofdstuk getiteld ‘The biomedical model’ op heldere manier de eenzijdigheid van deze wetenschap geschetst. dat het betreffende mensenkind als het volwassen is een optimaal gebruik kan maken van de mogelijkheden en intenties waarmee het een nieuw leven op aarde wil doormaken? Dat zijn de principiële vragen die een opvoeder zich zou kunnen stellen. dan snijd je het kind te vroeg af van zijn kosmische oorsprong. wanneer hij bereid is de werkelijkheid van mens.baseert op inzichten van individuele mensen omtrent de ontwikkeling van kinderen en op de creativiteit van individuele mensen om met deze inzichten een levende praktijk te ontwikkelen. onderwijs je alleen intellectuele dingen in een onkunstzinnige. Bovendien ‘behandel’ je het gelijke dan met het gelijke. We komen hiermee op nog veel gladder ijs dan bij het vraagstuk van onderwijs en opvoeding. als dat niet lukt. beeld. omdat ze geen baat hebben gevonden bij gangbare medische behandelingen. wezen is. Hoe dit nu psychologisch-fysiologisch in elkaar zit. wil ik hier ter plaatse buiten beschouwing laten. omdat wij onbewuste architecten van ons fysieke lichaam zijn. Door kunstelementen als ritme. Wij verbinden kosmos en aarde en dat is nu juist het ‘kunst’-stuk dat bij iedere incarnatie moet worden klaargespeeld. Op soortgelijke wijze moet de antroposofie een heel andere weg inslaan als het gaat om de genezing van mensen. wat moet er dan gebeuren?). bijvoorbeeld in het onderwijs? Door de praktijk een kunstzinnige vorm te geven! Door de verschillende kunsten te gebruiken om de leerstof als opvoedingsmiddel aan het kind te brengen. Doe je dit niet. Wij kunnen bouwen. maar je conditioneert° iemand op de geestelijke non-productiviteit die wij ‘civilisatie’ noemen. maar voor het zevende en na het veertiende levensjaar is ‘kunst in de opvoeding’ mutatis mutandis° evenzeer noodzakelijk. klank en beweging. want de verschillende vormen van kunst. Alle kunsten zijn projecties van vormende krachten in de mens. geldt ‘de medische wetenschap’ nog steeds als onfeilbaar. “Er is geen werkelijk onderscheid tussen theorie en praktijk. je maakt het misschien slim voor de materiële wereld (en o wee. Wij zien dan ook dat de basiskennis waarop het hele pedagogische doen is gebouwd. maar van groot belang is het in te zien waardoor het door mij gekozen motto van dit hoofdstuk realiteit kan worden. maar die in het moment zelf van het didactisch-methodisch bezig zijn werkzaam is. kleur en vorm te gebruiken. Kunst in de opvoeding is niet een aardig tegenwicht tegen intellectueel onderwijs. De gedachte dat het li- 75 . aarde en kosmos onder ogen te zien. want de medische wereld is van oudsher een rijk van onaantastbare autoriteit en hoewel duizenden mensen alternatieve geneeswijzen verlangen. zeker bij verreweg de meesten die haar beoefenen en die haar als arts in praktijk brengen.

maar dat klopt niet met de werkelijkheid. met name in de planten en mineralen. Hij wist bovendien dat deze processen in een direct verband stonden met kosmische werkingen. Daarom is antroposofische geneeskunst over het algemeen geen symptoombestrijding. Een veel gebruikte vorm van bereiding is de ritmische verdunning. Er bestaat dan ook een zeer uitgebreide farmacabereiding op antroposofische grondslag. Hij geeft door middel van medicamenten ondersteuning aan het proces van genezing dat het lichaam zelf (beter gezegd de hele mens) bezig is te voltrekken. maar hulp aan het organisme de strijd zelf te winnen. je transplanteert. opdat ‘de karmische vereffening’ dan ongestoord kan plaatsvinden. dat een aanwezigheid van de stof in de oplossing niet meer met een gewone onderzoekmethode valt te constateren. Integendeel. die zo karakteristiek is voor alle praktische toepassingen van deze geestelijke stroming. wanneer een evenwichtsverstoring optreedt welke wij ziekte noemen. Nog moeilijker is het in te zien dat de ziekte zelf eigenlijk de genezing is van wat tevoren — het kan in een vorig leven zijn — als ziekteverwekkende kracht heeft gewerkt. In welk opzicht zij verschillen kan hier niet worden uiteengezet. als men niet bereid is de moleculaire theorie te relativeren. (Men sprak destijds van de intelligenties van de planeten. je kunt ook zeggen een totale vernieuwing van de oude alchemie. De gedachte dat het ziekteproces gezien moet worden in het geheel van het leven van de betreffende mens. Wanneer men niet vanuit een zekere angst zo hatelijk en smadelijk tegen de antroposofische geneeskunde zou 76 . Dat houdt in dat je bij ziekte de oorzaak van de storing van de machine opspoort en tracht het beschadigde onderdeel te herstellen of te vervangen door een nieuw onderdeel. Een voor de gangbare materialistische zienswijze onacceptabele zaak. Ook de ware alchemist — niet de latere charlatans — kende de samenhang van de processen in het menselijke organisme met de processen in de natuur.chaam een soort machinerie is staat aan de wieg van de moderne geneeskunde. Dergelijke inzichten. (Vaak worden de homeopathische en antroposofische geneeskunde als min of meer gelijk beschouwd. of de chemische aantasting waardoor vitale machinedelen dreigen te corroderen°. In het fundamentele boek over de medische kunst. je lapt op en vaak lukt dat echt goed. geschreven door Rudolf Steiner en Ita Wegman: Grundlegendes fur eine Erweiterung der Heilkunst nach geisteswissenschaftlichen Erkenntnissen° vinden wij beschrijvingen van de chemische processen in de mens in samenhang met de hogere delen (etherlichaam. dat hij probeert de patiënt door de ziekte heen te helpen. maar juist in hoge mate doorziet hoe de verschillende wezensdelen van de mens in de verschillende organen werken. dat het niet als geïsoleerd verschijnsel kan worden bestreden en teniet worden gedaan. de arts is genezer in die zin. Je tracht de ‘ziekteverwekker’ te vinden. astraal lichaam en ik) en daarbij wordt aangegeven hoe medicamenten op deze samenhang inspelen. Maar genezen doe je dan natuurlijk niet. die ook in de homeopathie wordt aangetroffen. en je bestrijdt die veroorzaker: je blaast het zand eruit of je spuit een ander chemisch middel in dat de corrosie ongedaan moet maken. die de antroposofische wetenschap verschaft. is vaak moeilijk te accepteren. waarbij wederom de verbinding met de kosmische krachten opvalt. Door de geesteswetenschappelijke inzichten is het mogelijk de correspondentie van ziekteprocessen met substanties uit de natuur nauwkeurig aan te geven. omdat dit proces een zin in het geheel heeft. wordt de stof ‘ontmaterialiseerd’. Daarvoor is een kennis noodzakelijk die niet alleen het fysieke lichaam betreft. Je snijdt weg. De verklaring is niet gemakkelijk.) De strijd tegen de antroposofie van materialistische zijde lijkt zich de laatste tijd toe te spitsen in aanvallen op haar medische inzichten en praktijk. Dit gebied van de antroposofische wetenschap is een duidelijke metamorfose. dat wil zeggen: in het geheel van het menselijk leven gezien is het doormaken van een ziekte de overwinning van het eigenlijke ziekmakende. hebben geenszins de consequentie dat je de ziekte dan maar op haar beloop moet laten. De ziektesymptomen wijzen op een ziekmakende oorzaak die door de ziekte ‘beter’ wordt gemaakt.) Door de verdunning die zo ver gaat. maar experimenteel is het niet eens zo moeilijk aan te tonen dat de werking van de zogeheten potentiëring van de stof volkomen onbetwistbaar is. laten we zeggen het zand in het raderwerk dat de boel vast laat lopen. als het ware geopend voor de kosmisch geestelijke werkingen.

dumpingen. Tenslotte nog een enkel woord over de biologisch-dynamische land. zodat eigen mest en eigen veevoer kunnen worden geproduceerd. of er een storing in het orgaan aanwezig is (capillair-dynamische methode van Kaelin°). is het baanbrekende werk geweest van Lili Kolisko°. te versterken. De landbouwer moet zich thuis voelen in het fijne wisselspel van krachten.en planeetkrachten) als geestelijke openbaringen moet hij op dezelfde wijze hanteren als de goede Vrije-Schoolleraar zijn menskundige inzichten en de antroposofische arts zijn vernieuwde alchemistische wijsheid. het voortreffelijke werk dat bepaalde organisaties en individuele mensen verrichten. heeft Rudolf Steiner een aantal aanwijzingen gegeven. Zij volgde een aanwijzing van Rudolf Steiner en ontwikkelde een methode om de inwerking van planeetkrachten op stoffen aan te tonen door de gepotentiëerde opgeloste stof in filtreerpapier te laten opstijgen. ten tweede door anti-ecologische maatregelen (ontbossing. Ten eerste het gebruik van chemische bemesting en chemische bestrijdingsmiddelen. zou een open gesprek. zowel voor de medische als voor de agrarische beweging. ten vierde door alle andere schadelijke neveneffecten van de techniek (zure regen). Voor hen is er geen werkelijk onderscheid tussen theorie en praktijk! Van de allergrootste betekenis. veel erger: milieuvernietiging is uiterst zorgelijk. die betrekking hebben op de wisselwerking van aarde en kosmos en op de stofkringlopen die daarbij een grote rol spelen. maar is daarmee verwant. de verschillende beplantingen naast de gewassen die geteeld worden. met wederzijds begrip en tolerantie gevoerd. Kennis van de stofwerkingen. Door dit soort stijgbeelden kan ook kwaliteitsverschil wetenschappelijk worden aangetoond. Deze geniet bij het publiek al geruime tijd belangstelling en waardering — de bijzonder sterke toename van het aantal BD-bedrijven in en buiten Europa spreekt duidelijke taal — maar ondervindt van wetenschappelijke zijde nog altijd veel tegenstand. de vormen ‘verraden’ op min of meer duidelijke wijze. niet alleen de verschillende richtingen tot vruchtbare inzichten kunnen brengen. Het verzorgen van een dergelijk bedrijf is niet uitsluitend een technisch-economische aangelegenheid. De hier kort geschetste vindingen zijn wetenschappelijke prestaties van de eerste orde en zullen in de toekomst zeker op één lijn gesteld worden met andere opzienbaren- 77 . ten derde door het gebruik van kernenergie (atoombomproeven. lozingen van giftig afval. hoewel dit element natuurlijk volop aanwezig is. of bij een zonsverduistering. van de aardse en kosmische processen (invloed van sterren. bijvoorbeeld van chemisch bemeste en biologisch-dynamisch bemeste gewassen.en tuinbouwmethode. De nieuwe ‘randen’ die dan ontstaan verwijzen naar de toestand van bepaalde organen in het lichaam. meer vertrouwen wekken.ageren. Daarnaast ontwikkelde Ehrenfried Pfeiffer° de zogeheten kristallisatiemethode voor het stellen van diagnoses. Deze methode is niet een stijgbeeldmethode. niet te na gekomen! Om de bodem waarop onze voedselgewassen moeten groeien gezond en daarmee ook het voedsel zelf weer levend te maken en heilzaam voor de mens. waardoor evenwicht — gezondheid — zich kan realiseren. welke dan ook. overgeven. De huidige toestand van milieuverontreiniging en. maar zou men ook bij diegenen die zich als patiënt aan behandelingen. Het is duidelijk geworden — in de laatste jaren steeds duidelijker — dat de mensen bezig zijn de aarde haar vruchtbaarheid te ontnemen en het leefmilieu te vergiftigen door verschillende manipulaties. De biologisch-dynamische landbouwbedrijven zijn doorgaans gemengde bedrijven. De stijgbeelden (eigenaardig gevormde randen) van dezelfde oplossing tonen uitermate karakteristieke verschillen bijvoorbeeld bij volle of bij nieuwe maan. maar werkelijke ideeën om deze catastrofale ontwikkeling te keren zijn er nauwelijks. dat weet iedereen. defecte kerncentrales en dergelijke). Gelukkig zijn er ook positieve pogingen op dit gebied ondernomen. Het gaat erom de zogeheten etherische (levens)krachten waarover al eerder in dit boek is gesproken. Het geheel krijgt door een goede bedrijfsvoering het karakter van een individueel wezen. Op grond van dergelijke experimenten kon een methode worden gevonden voor het diagnosticeren van ziekten door verdund bloed in filtreerpapier te laten opstijgen om vervolgens het opgedroogde stijgbeeld te laten doordringen door water. door de wisselende bebouwing en de combinatie van gewassen en door het gebruik van zogenoemde preparaten die als sproeipreparaten of mest(compost)preparaten verschillende functies vervullen. Dit geschiedt door de inrichting van het bedrijf. enzovoort).

genezing — en juist door de materiële werkelijkheid te doortrekken met spirituele impulsen en de spirituele wereld nooit los te maken van het concreet materiële. aarde en kosmos komt wellicht naar voren. verbeterend aan te pakken op de meest centrale levensgebieden: voeding. bijvoorbeeld van het echtpaar Curie°. opvoeding.de ontdekkingen in deze eeuw. omdat hier niet zozeer ‘mooie gedachten’ en ‘gevoelige idealen’ worden gegeven. dat de antroposofie het meest praktische is wat je maar kunt bedenken. Uit deze vluchtige beschouwingen over mens. maar werkzame methoden om vernieuwend. 78 .

Wij mogen niet verwachten dat ze van ons af zullen laten — het drama van Faust en Mephistopheles geeft daarvan een exact beeld — maar wij zijn niet willoos aan deze machten overgeleverd. Zij bestrijden elkaar. moeten wij een exacte kennis zien te krijgen. west contra oost of allemaal omgekeerd. twee krachtpolen van een eenzijdig karakter die de menselijke ziel uit haar evenwicht willen trekken.” — Bijbel. namelijk tot het vormen van de brug naar een nieuw spiritueel bewustzijn. maar hij zweert God niet af en ook wil hij niet aanvaarden dat hij zijn lijden als straf moet ondergaan. dan geeft de antroposofie daarop het antwoord: het allerbelangrijkste voor de mens in deze tijd is zich grondig bezig te houden met die machten welke willen verhinderen dat de mensheid tot een harmonie in de samenleving komt. Omtrent deze tegenmachten. Job is werkelijk in de nulpuntsituatie aangeland. maar op demonische wezens die hun invloed op alle mensen uitoefenen. omdat het huidige ontwikkelingsstadium van het mensdom dit noodzakelijk maakt. De Bijbelse namen zijn Diabolos en Satanas. maar hoort bij de fase van de bewustzijnsziel als reactie op de diep uit de mens opwellende neiging tot het anti-sociale. Job 40:14 Wanneer wij ons afvragen wat het meest kenmerkende van ons tijdperk is. Hoe is deze uitspraak op te vatten? Ik heb al betoogd dat over de hele aarde mensen bezig zijn een aspect van de ziel te ontwikkelen. mits wij ze onderkennen. rechts contra links. dat in de antroposofie bewustzijnsziel wordt genoemd. In dit kritieke moment gaat het erom te onderkennen. Ik heb dit in het begin van mijn boek aangeduid met de uitdrukking ‘door het nulpunt gaan’ om tot een ware vooruitgang te komen.16 Verantwoording voor de toekomst “Hij is de aanvang van de wegen Gods. Hij moet een onnoemelijk lijden doormaken. of ook wel Leviathan en Behemoth: het beest dat oprijst uit de zee en het beest dat op het land te voorschijn komt. als er geen middenkracht aanwezig is. die in een voorafgaand hoofdstuk al zijn genoemd. Deze tegenmachten noemt de antroposofie Lucifer en Ahriman. vrouw contra man. want hij weet zich niet schuldig in de zin van zich tegen God te hebben gekeerd. Verzuimen wij dit echter. hetgeen betekent: een volledig ontwaken van het ik-bewustzijn door de confrontatie met de materiële wereld. Het socialisme in zijn oorspronkelijke betekenis. Deze imaginatieve beelden zijn door ingewijden geschouwd en kunnen gelden als geestelijke realiteiten. Het gaat niet om de tegenstelling goed en kwaad in dualistische zin: licht contra duister. dat de moderne mensheid ook moet doormaken. dat deze ontwikkelingsstap gepaard gaat met een ontplooiing van ongehoord sterke anti-sociale krachten en dit roept de dringende vraag naar het sociale op. de bewustzijnsziel komt dan niet zover als zij moet komen in de toekomst. dat de werkelijkheid van de huidige menselijke situatie alleen in de zin van een drieheid is te vatten. maar om twee mogelijkheden tot eenzijdigheid waartussen ‘het midden’ een levend evenwicht tot stand kan brengen. god contra duivel. De antroposofie spreekt van twee tegenmachten. die de balans naar de ene of naar de andere kant willen laten doorslaan en daarmee alles wat het sociale leven betreft willen chaotiseren. Nu is het bijzonder interessant het indrukwekkende slot van het oudtestamentische boek Job in dit verband te beschouwen. Het is niet moeilijk te constateren. waardoor de broederlijkheid onder de mensen werkelijk gerealiseerd kan worden. de behoefte aan verbroedering ontstaat niet toevallig in deze tijd. waar de kern ligt van het vraagstuk hoe wij de toekomst bewust moeten vormen. arm contra rijk. 79 . Je kunt zeggen dat het anti-sociale inherent is aan de ontwikkeling van de bewustzijnsziel en bij deze ontwikkeling zijn de genoemde tegenmachten volledig betrokken. Met het woord ‘machten’ is hier niet zozeer op mensen of groepen van mensen geduid. dan zal het hun lukken de ontwikkeling te corrumperen. maar kunnen elkaar ook op kwalijke wijze de bal toespelen.

openen zich. De Statenvertaling geeft: “Hij is een hoofdstuk der wegen Gods” en het Nederlands Bijbelgenootschap vertaalt (vertaling 1951): “Hij is de eerste van Gods werken”. geestelijk territorium verleggen. De ontwikkeling van mens en aarde zelf. voor mystiek en wijsheid uit het verleden. Zijn rijk is de dood en hij heerst in de samenleving als de aanstichter van verwarrin- 80 . voor traditionele religiositeit. Aan de andere kant hebben wij hem nodig. die hij de grote dwalingen van het materialisme inblaast. wanneer de mens door het lijden waarin zijn ik niet ten onder gaat. God toont aan Job de twee Dieren: Behemoth en Leviathan. Hij wil het ik verweken met irreëel idealisme en schijnliefde. Hij wil niet dat wij het lijden als weg van het ik leren zien. hartstochten. Hij leeft niet in onze hartstochten en emoties. daar. welke schat is niet meer op te delven uit de schachten van de aarde? De wijsheid. is er in zekere zin al overheen gegaan. IJzingwekkende monsters die breedvoerig worden beschreven. De verschrikkingen van Behemoth en Leviathan moeten onderkend worden. dat wil zeggen dat hij een nieuwe verbintenis met het geestelijke rijk kan aangaan. maar met een mateloos scherpe intelligentie. De eerste met ijzeren stangen als botten. leuzen en frasen zijn de negatieve gevolgen van zijn activiteit. in dat wereldproces is alle lijden gelegen.Wanneer zijn vrienden op hem inpraten. zelfoverschatting en tot mystieke en religieuze vaagheid. waartegenover de mens in zijn kleinheid en waardeloosheid in het niet verzinkt. want de mens kon hierdoor een eigen wijsheid ontwikkelen en zo een zekere zelfstandigheid verwerven. snijdend en koud als een mes. waar is. Hij wil ons doen geloven dat ‘geest’ niet bestaat en dat de wereld zoals wij die met onze fysieke ogen zien. dan is hij op de weg tot het goddelijke gekomen. toch een verborgen aansporing het verlorene terug te winnen? De openbaring die dan volgt. de verdichting in de materie. Als het aan Lucifer lag zouden wij de aarde verlaten en onze verblijfplaats permanent naar een buitenaards. Hij is de leugengeest of aartsbedrieger zoals de Perzen hem noemden. Hij drijft de mens tot eerzucht. hij is een ingewijde van het lijden geworden! De huidige mens staat onbewust aan de geestesdrempel. de wegen in de werkelijkheid van de geestelijke wereld. omdat zijn aards verstand hem verhindert het geestelijke te zien. Behemoth-Ahriman is zijn tegenspeler. de afsnoering van God. Hij wil de mens wel vergeestelijken. maar hij tast daar rond in het donker. Is het om Job inderdaad zijn nietigheid voor te houden. spreekt hij een diepere notie uit over de oorsprong van leed en ellende. maar hem in zijn sfeer van illusie en vervluchtiging trekken. Illusies. maar er staat: “Hij is de aanvang der wegen Gods” (Job 40:14). Want wat is verloren gegaan. Oorspronkelijk was deze wijsheid natuurlijk alleen voor de geestelijke elite bestemd. Daarna verheft God zelf zijn stem en stelt verpletterende vragen aan Job. emoties. God alleen kent de wegen van de wijsheid. ijdelheid. van zijn toorn en geweld. omdat hij helpt ons te verheffen boven het alledaagse. Hij maakt ons gevoelig voor schoonheid en idealisme. Wat kan dit betekenen? ‘Hij’ is Behemoth-Ahriman. het wezen dat in de Lemurische tijd zijn beslissende invloed op de mens kreeg. geeft antwoord op deze vraag. hem voorhoudende dat lijden altijd en alleen als straf voor zonden moet worden beschouwd. De mens had vroeger deel aan het voedende licht van de goddelijke wijsheid. of ligt in deze manifestatie van de goddelijke macht waaraan vroegere hoge ingewijden zoals Henoch° nog deel hadden en die nu onbereikbaar is geworden voor de mens. En dan staat daar dat ene onopvallende zinnetje dat nog verkeerd vertaald is ook. maar in onze rationele overwegingen. Thans is Lucifer juist de grote vijand van de vrijheid. werkt in de ziel als de heet ademende Verzoeker. Leviathan-Lucifer. Duister en verhard is zijn wezen. Job ‘verzoent zich’ met God. de tweede met zijn vlammende adem en zijn stenen hart. Maar zijn ‘stenen hart’ is ijskoud. als brenger van een vrijheidsimpuls. Staat hij daarvoor en schouwt hij deze machten. Wanneer de mens aan de drempel komt van het geestesrijk ontmoet hij de machten van het Boze. Daardoor kunnen Behemoth-Ahriman en Leviathan-Lucifer hem van de spirituele werkelijkheid afhouden. schouwend wordt. De wegen Gods. Hij werkte in voorchristelijke tijden als inspirator van de wijsheid. Nu is hij door haar verlaten en hoe zal hij de weg tot haar weer terugvinden? De jongeling Elihu verschijnt ten tonele en met vurigheid en kracht tracht hij Job te overtuigen van Gods almacht. omdat hij de mens van zijn verantwoordelijkheid voor de aarde probeert los te maken.

net als op de plafondschildering. Ook dat doet hij zelf. gehuld in een gewaad als geweven uit stromende liefdekrachten. Maar ook hem hebben wij nodig als de macht die tegenover de vervluchtiging van Lucifer vastheid geeft en structuur. 81 . machtig voortschrijdend. nu. op welke manier dan ook. Hij wil het ik verharden door macht en leugen. Rudolf Steiner zegt hierover: “Christus is zo afgebeeld dat zijn gestalte als uitdrukking van de belichaamde liefde midden tussen Ahriman en Lucifer is geplaatst. Antroposofie wil een wekroep zijn tot deze verantwoording. Christus. dus van de hele antroposofie had moeten vormen. Zijn streven is de mens volledig aan de materie te kluisteren en hem ook na de dood in een lagere sfeer. Christus staat niet vijandig tegenover deze beide figuren. Rudolf Steiner heeft deze twee geestesmachten zichtbaar gemaakt en ons daardoor de mogelijkheid gegeven ons tegen hun verzoekingen te weer te stellen. niet Christus ‘legt hem aan banden’ maar hij zelf moet zich ‘inbinden’ tegenover de kracht van de liefde. mensheidsvertegenwoordiger. Hij is de grote meester van alle bureaucratie en grauwe aardse sleur. Hij voerde hen ten tonele in zijn mysteriedrama’s als hoofdrolspelers tezamen met de groep personen die het pad van de inwijding in deze tijd betreden. ligt Ahriman in zijn knokige verknoesting machteloos omhoogblikkend. In de houten beeldengroep die het centrum van het Goetheanum. partijvorming en apartheidstendenties. In een grotachtige ruimte daaronder zien wij de Ahrimanfiguur nogmaals. voor de toeschouwer links van de Christus. Lucifer valt niet omdat Christus hem doet vallen. alles is gedetermineerd en door (geestloze) wetmatigheden geregeld. hij is de uitvinder van het modeldenken. maar omdat hij de nabijheid van Christus. maar de uitstromende liefde van het middenwezen maakt dat hij zichzelf omlaag stort met gebroken vleugels.” Ditzelfde geldt voor Ahriman. Enige zakelijke informatie wordt in het hierna volgende gegeven. Hiermee ben ik aan het eind gekomen van een uiteraard onvolledige beschrijving van de antroposofie. een verhouding moeten vinden tot de realiteit die in deze beeldengroep tot uitdrukking is gebracht. heft de linkerhand omhoog en strekt de rechter voorwaarts naar beneden gericht. Ik kan alleen maar hopen dat de onvermijdelijke tekortkomingen door de eigen studie van de lezer of lezeres zullen worden aangevuld. Volgens hem is vrijheid de grootste dwaasheid die er bestaat. de nabijheid van het wezen dat de belichaming van de liefde is. door strikachtige banden gekneveld. Wie verantwoording wil dragen voor de toekomst zal. niet kan verdragen. wanneer deze hoofdstukken althans voldoende interesse hebben gewekt.gen en scheuringen. Lucifer verheft zich boven hem. beeldde hij dezelfde drieheid af. Onder de zich verheffende Lucifergestalte. de hand van de mensheidsrepresentant wijst slechts in zijn richting. een soort Hades te houden. Hij schilderde in de kleine koepel van het eerste Goetheanum de representant van de mensheid als de middenfiguur die Lucifer boven en Ahriman onder in evenwicht houdt.

82 . Helena Petrowna Blavatsky (1831-1891): stichtster van de Theosofische Vereniging. Stuttgart 1923. (De Rudolf Steiner Gesamtausgabe (GA) wordt uitgegeven door Rudolf Steiner Verlag. wordt de gestalte opgeroepen van de godin Natura die in de rijken van de elementen en de planetensferen als scheppend wezen werkte. Mephisto of Mephistopheles: de cynische begeleider van Faust uit het rijk van de duivelen existentialisme: filosofische stroming in de twintigste eeuw. Ignaz Paul Vital Troxler (1780-1866): Oostenrijks filosoof. 6 6 7 8 8 8 8 8 8 HS 3 “Het rijk van de geest is niet gesloten” 9 9 9 9 10 “Het rijk van de geest is niet gesloten”: citaat uit Faust van Goethe. mediamieke weg: door gebruikmaking van een medium. Zwitserland).17 Aantekeningen en woordverklaringen In de tekst wordt naar deze aantekeningen verwezen door het teken °. De hoofdpersoon Faust zoekt een hogere ontwikkeling van zijn mens-zijn. Johann Wolfgang Goethe (1749-1832): groot Duits dichter en natuuronderzoeker. evenals in een werk van de Italiaanse schrijver Brunetto Latini. Zij werd beschouwd als de dienares van de hoogste God. dit is een persoon die. arts en politicus. DNA (desoxyribonucleïnezuur) is de naam van een molecuul in de celkern. GA257. George Orwell (1903-1950): Engels romanschrijver en essayist. Jean-Paul Sartre (1905-1980): een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het atheïstische existentialisme Faust: toneelspel in twee delen van Goethe. vivisectie: het opensnijden van levende dieren ten behoeve van de medische wetenschap. HS 2 De eeuw van de paradoxie — een tijdsbeeld 5 5 6 6 Oswald Spengler (1880-1936): pessimistisch filosoof. HS 1 Wat is antroposofie? Inleiding. psychofarmaca: medicamenten waarmee zielsziekten worden behandeld. genen-manipulatie (DNA): door de biochemie is in deze eeuw de structuur van de celkern van de geslachtscellen ontdekt waardoor men genetische manipulaties kan gaan verrichten. Aldous Huxley (1894-1963): Engels romanschrijver. onder hypnose gebracht. Dornach. Rudolf Steiner (1861-1925): grondlegger van de antroposofie. Natura: in de geschriften van de leraren van de klooster-academie te Chartres. maar moet daarbij de hulp inroepen van de macht van de boze. boodschappen uit een andere wereld kan overbrengen zonder daarvan zelf iets te weten. Djengis-Kan (1167-1227): Mongoolse wereldveroveraar. De cijfers verwijzen naar de betreffende bladzijde. 4 4 Vrij weergegeven citaat van Steiner uit: Anthroposophische Gemeinschaftsbildung. euclidische meetkunde: de ‘uitvinder’ van de vlakke meetkunde was de Griek Euclides.

Alle religie. leermeester van Dante. Georg Friedrich Wilhelm Hegel (1770-1831): Duits filosoof. “[…] ware communie van de mens”: citaat uit Rudolf Steiner: Goethes naturwissenschaftliche Schriften. zonder dat de tegenstrijdigheden worden opgeheven en een diepere synthese wordt bereikt. Wahrheit und Wissenschaft. Servire. Dante Alighieri (1261-1521): Italiaans dichter. Dornach 1918. geleerde en staatsman. HS 4 Reïncarnatie en karma. GA146. Walter Nigg: Das Buch der Ketzer. Vrij Geestesleven. Helsinki 1913. Die Natur und unsere Ideale: opstel uit 1886. Dat wil zeggen dat zij een hoge spirituele wijsheid over kosmos en mens overgeleverd kregen en door oefening en beproeving uiteindelijk in direct psychisch contact konden komen met hogere wezens van geestelijke geaardheid (goden). Zeist). GA4 (vert. Rudolf Steiners proefschrift voor het behalen van de doctorsgraad.a. HS 5 Mensbeeld en karma 20 20 20 21 22 aura: voor een beschrijving van de menselijke aura zie Rudolf Steiner: Theosophie. Filosofie der Vrijheid. Katwijk). uitg. “[…] zintuiglijke wereld. Kausalkörper: zie Rudolf Steiner: Grundelement der Esoterik. Theosofie. Er was een heidense. exegese: verklaring. GA185. GA9 (vert.”: citaat uit Rudolf Steiner: Die okkulten Grundlagen der Bhagavad Gita. explicitatie: het uitdrukkelijk formuleren. Waarheid en wetenschap. (vert. Tegenwoordig kan de gnosis zich weer in een positieve belangstelling verheugen. GA1. GA30. Strengholt. Bantambook. Zie o. 131. De werkelijkheid van het mensen-ik 13 entiteit: individueel wezen. een joodse en een christelijke gnosis. 2e deel blz. HS 7 Christologie 28 gnostiek of gnosis: letterlijk ‘kennis’. Wijsheidsstromingen uit de eerste eeuwen van onze jaartelling waarin nog veel oude mythologische beelden en occult-filosofische inhouden leefden. Life after life door Raymond A.of orakelplaatsen waar de daartoe geschikt bevonden mensen ingewijd konden worden. Zeist). Zarathustra: ingewijde leraar van de oude Perzen.11 11 11 12 Immanuel Kant (1724-1804): Duits filosoof. uitg. Bussum). Hij leefde duizenden jaren voor 28 28 29 29 83 . Vorspiel einer Philosophie der Freiheit. HS 6 Karma en vrijheid 25 25 25 25 26 26 27 Die Philosophie der Freiheit: Rudolf Steiners filosofische hoofdwerk. uitleg. blz. wordt speciaal voor de Bijbel gebruikt. ethiek: leer van het zedelijk gedrag. uitg. 27 oktober 1918 […]: citaat uit Rudolf Steiner: Geschichtliche Symptomatologie. blz. mysteriën: tempel. Leven na dit leven. wetenschap en kunst gingen in de oudheid van dergelijke centra uit. uitg. 35. 4. Brunetto Latini (±1220-1294): geleerde en staatsman in Florence. Berlin 1905. GA93a. Vrij Geestesleven. syncretistisch: syncretisme volgens Van Dale: versmelting van wijsgerige en religieuze opvattingen en meningen van verschillende herkomst. Marie Eugenie delle Grazie (1864-1931): Weense dichteres in wier ‘salon’ Rudolf Steiner een vaste bezoeker was. GA3 (vert.. te vinden in Methodische Grundlagen der Anthroposophie. Moody jr. Zürich 1986.

graalschaal: in de middeleeuwse graaloverleveringen vindt men de beschrijving van een schaal waarin Jozef van Arimathea het bloed dat uit de wonden op Golgotha stroomde. belangrijk Frans filosoof uit 84 . het zware kruishout overeind te trekken: dit schilderij maakt deel uit van een serie van zes doeken die Rembrandt voor prins Frederik Hendrik schilderde. (vert. Contact. homo sapiens: wetenschappelijke term voor de mens. Deze voordrachten zijn gebundeld en in de volledige uitgave van zijn werken genummerd GA148. Koran: heilig boek van de islam. Zij beelden de gebeurtenissen op Golgotha uit. alleen voor de ingewijde toegankelijk. Het bezat nog een spiritualiteit en natuurverbondenheid die het Roomse christendom miste. uitg. opving. gedeeltelijk vertaald als Het vijfde Evangelie. dat wil zeggen het symbool voor de diepste aspecten van het Christusmysterie. — Toen begrepen de leerlingen dat hij over Johannes de Doper tot hen had gesproken’ Johannes 9:1-3: ‘En hij zag in het voorbijgaan een mens die blind was van zijn geboorte af. Karlsruhe 1911. hoge hiërarchieën: geestelijke wezens van hogere geaardheid dan de mens in een negenvoudige opstijgende ordening. islam: godsdienst gesticht door Mohammed. hijzelf [dus in een vorig leven! –WFV] of zijn ouders [oudtestamentisch — WFV] dat hij blind geboren werd?’. Zij is de ‘zondige’ vrouw die door haar grote liefde de genade deelachtig wordt de Herrezene op de paaszondagochtend het eerst te aanschouwen. Johannes Ruusbroec (1292-1381): mysticus uit de zuidelijke Nederlanden. Deze schaal is het graalsymbool. zodat de historische Zarathustra meestal veel later wordt gedateerd. William Shakespeare (1564-1616): Engelse toneeldichter.29 29 29 29 30 30 30 30 30 31 31 31 32 32 32 32 33 Christus. GA 155. doketisme: zie bijvoorbeeld Walter Nigg: Das Buch der Ketzer. omdat deze ‘kroniek’ niet uit stilstaande beelden bestaat. de met rede behepte mens quantumfysica: de moderne fysica of natuurkunde die zich bezighoudt met uiterst kleine deeltjes. wie heeft gezondigd. Keltische: Het Keltische — vooral Ierse — christendom speelde bij de ontwikkeling van de vroege middeleeuwen een heel belangrijke rol. Akasha-kroniek: een heel hoge sfeer van de geestelijke werelden. Charles Darwin (1809-1882): Engels natuurvorser. schrijver van The Tao of Physics en The turning point. Cartesiaans: van Cartesius of Descartes (1596-1650). Tao van fysica en Keerpunt. uitg. holistisch: holisme is een denkwijze die zich op gehelen richt. fantoom: zie Rudolf Steiner: Von Jesus zu Christus. Amsterdam). Deze serie bevindt zich thans in de oude Pinacotheek te München. Het ‘lezen in de Akasha-kroniek’ is ook voor de ingewijde niet gemakkelijk. Mattheüs 17:10-15: ‘Maar ik zeg u: Elia is reeds gekomen. Fritjof Capra: modern fysicus. het vijfde Evangelie: Rudolf Steiner spreekt in 1913 en 1914 op verschillende plaatsen over het leven van Jezus voor de Jordaandoop. en zij hebben hem niet herkend. samengerolde zweetdoek: zie Johannes 20:7. interpretatiekader. waarin het ‘wereldgeheugen’ is gelegen. maar zijn leer werd telkens vernieuwd. maar een levende en beweeglijke bewustzijnservaring is. waarin Mohammeds openbaringen zijn opgeschreven. HS 8 Wereldontwikkeling 34 34 34 34 34 34 34 34 Gustav Kirchhoff (1824-1887): Duits natuurkundige. Vrij Geestesleven. paradigma: denkmodel. de Arabische profeet. GA131. Zeist. En zijn leerlingen vroegen hem: Rabbi. Christus und die menschliche Seele: Norrköping 1914. Maria Magdalena: zuster van Martha en Lazarus. Islam betekent overgave.

Vrij Geestesleven. androgyn: mannelijk en vrouwelijk in één wezen verenigd. Paulus: de grote apostel van het christendom was oorspronkelijk een joodse ingewijde Farizeeër. Freies Geistesleben. Sutherland: Het visioen van Dionysios 85 . geleerde. noösfeer: sfeer van de geest. Vrij Geestesleven. De kerk heeft deze sekte laten uitroeien. hoofdstuk 17 laatste zin Areopagus: rotsachtige heuvel in Athene waar de Hoge Raad — die dezelfde naam droeg als de heuvel — regelmatig bijeen kwam. Alpha: eerste letter van het Griekse alfabet. hiërarchisch: zie aantekening bij blz. GA13 (vert. Newtoniaans: van Newton (1643-1727). 54. reflexie: het nadenken. Zo ook gebruikt in de Openbaring van Johannes. convergeren: samenkomen. de vervulling. technische term uit de evolutieleer duidend op een uitwaaiering van verschillende diersoorten die van een zijtak van de levensstamboom afstammen. waarin de wereldschepping wordt beschreven. monotheïsme: ééngodendom. HS 9 Over de hemelse hiërarchieën 41 41 41 41 41 41 polytheïsme: veelgodendom. Zeist). de waarheid van iets zonder bewijs aannemen. manicheïsme: leer van de grote ingewijde Mani of Manes. Genesis 1: eerste boek van het Oude Testament. centraal staat. De wetenschap van de geheimen der ziel: Rudolf Steiner: Geheimwissenschaft im Umriss. dominantie: overheersing. previtaal: voordat het leven er is. biosfeer: sfeer van het leven. Uit de Akasha-kroniek. Pierre Teilhard de Chardin (1881-1935): jezuïetenpater. goed en kwaad. aanhanger van de evolutietheorie volgens Darwin. De wetenschap van de geheimen der ziel. Zeist). oerbaaierd: aanvankelijke chaotische toestand. een van de origineelste en imponerendste gestalten in onze eeuw. ethersoorten: zie Ernst Marti: Die vier Äther. aeonen: zeer lange tijdruimten. reflexieve denken: het nadenken. Dionysius Areopagita: zie ‘Handelingen der Apostelen’ in het Nieuwe Testament. complexificatie: het steeds ingewikkelder worden.34 34 34 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 35 36 36 36 36 36 37 39 39 39 40 40 40 de zeventiende eeuw. Omega: laatste letter van het Griekse alfabet. finalistisch: op een doel gericht. Mani leefde in de derde eeuw na Christus. […] op Golgotha meebeleefd: zie J.G. Aus der Akasha-Chronik: GA11 (vert. Stuttgart. Een christelijk-gnostische wereldbeschouwing waarin het Perzische licht-duistermotief. paleontoloog: geleerde die de wetenschap van de oeroude levensvormen bestudeert. uitg. uitg. phylum: eigenlijk blad. De leer van de Katharen vertoont duidelijk manicheïstische trekken. clairvoyant: helderziende. Simone Weil (1909-1943): Joods-Franse schrijfster. Engels wis.en natuurkundige. maar met een geheel eigen visie. katharisme: christelijke stroming in Europa (vooral Zuid-Frankrijk) tijdens de elfde tot de dertiende eeuw. postuleert: het bestaan. noögenese: het ontstaan van de denkende geest. begin. uitg. diametraal: lijnrecht. Bedoeld als het einde.

41 41 42 42 42 42 43 43 43 43 43 43 44

Areopagites, Driebergen. Johannes Scotus Erigena (810-± 877): filosoof wiens werk in de dertiende eeuw door de kerk werd verboden. Karel de Kale (823-877): kleinzoon van Karel de Grote, koning van Frankrijk. Notre Dame de Chartres: zie W.F. Veltman: Chartres, uitg. Vrij Geestesleven, Zeist. Calvinisten: aanhangers van Johannes Calvijn, die fel gekant zijn tegen de voorstelling van goddelijke wezens. Joost van den Vondel (1187-1679): Nederlands dichter. Copernicus (1473-1543): Poolse kanunnik en geleerde die een nieuw astronomisch wereldbeeld ontwierp, dat door de R.K. kerk als ketterij werd verworpen. [...] graalchristendom kan worden aangeduid: zie Rudolf Steiner: Die Mission einzelner Volksseelen, Oslo 1910, GA121 (vert. De volkszielen, uitg. Vrij Geestesleven, Zeist). Simon Vestdijk (1898-1971): Nederlands schrijver en essayist. Rainer Maria Rilke (1875-1926): Oostenrijks dichter. soma-ritueel: in de oudste Veda, de Rig Veda, het heilige geschrift van de Indiërs, vindt men een hymne aan de heilige soma. immanent: inwonend, innerlijk erin werkend. transcendeert: gaat boven en buiten de aardse werkelijkheid. Ptolemaeïsch: Ptolemaeus is de Griekse astronoom, wiens wereldbeeld met de aarde in het midden en de planetenbanen als concentrische cirkels daaromheen behouden bleef tot Copernicus een andere visie gaf.

HS 10 Tijdperken en culturen
47 47 47 47 zodiak: de twaalf sterrenbeelden van de dierenriem. Plato: (428/427-348/347 v.Chr.): Grieks filosoof. Jeanne d’Arc (1412-1431): geïnspireerd boerenmeisje dat de Engelsen uit Frankrijk wist te verjagen. theosofische nomenclatuur: in de werken van H.P. Blavatsky worden termen gebruikt die Rudolf Steiner aanvankelijk in zijn geesteswetenschappelijke publikaties en lezingen overnam, omdat hij schreef en sprak voor een publiek dat daaraan gewend was. geologie: wetenschap die de aarde in haar stoffelijke samenstelling onderzoekt, tevens hoe de verschillende gesteenten zijn ontstaan. etnologie: wetenschap omtrent rassen en volken. Vedische nomadencultuur: ongeveer 7000 jaar voor Christus kwamen er Arische ‘kolonisten’ over het Himalayagebergte in het Indische land. Zij waren nomaden en hadden een godsdienst die veel later in heilige boeken is opgetekend: de Veda’s. ‘Veda’ betekent ‘weten’. Chaldeeuws: in Babylonië was een stam van Chaldeeën-priesters. apocalyptisch: de Apocalypse of Openbaring van Johannes is het laatste boek van het Nieuwe Testament. Hierin wordt in overweldigende beelden het einde van de wereld beschreven.

48 48 49

50 50

HS 11 De scholingsweg van de antroposofie
52 53 Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden?: Rudolf Steiner: Wie erlangt mann Erkenntnissen der Höheren Welten?, GA10 (vert. Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden? uitg. Vrij Geestesleven, Zeist). Rozenkruiserij: een verborgen broederschap die als inwijdingsteken en hoog christelijk symbool een kruis met zeven rozen had. Aan het begin van de zeventiende eeuw werden er geschriften uit deze stroming gedrukt. Het oorspronkelijke Rozenkruiserdom is een voortzetting van het Johanneïsche of esoterische christendom. Theosofie en De wetenschap van de geheimen der ziel: zie noten bij blz. 37

53

86

53 54

54 56

en 63. In beide werken is een hoofdstuk aan de scholingsweg gewijd. esoterisch: voor ingewijden. Bhagavad Gita: heilig geschrift van de Indiërs. Het is oorspronkelijk een onderdeel van het grote heldendicht Maha-bharata en het geeft het gesprek weer tussen de held Arjuna en zijn wagenmenner Krishna, die zich openbaart als de hoogste godheid. Boeddha: de grote Verlichte wiens leringen miljoenen mensen, hoofdzakelijk in Azië, de weg naar een beter leven wijzen. autosuggestie: jezelf iets wijsmaken dat objectief niet bestaat.

HS 12 Beweging en vereniging — een kroniek
59 59 spiritisme: stroming die de geesten van de gestorvenen wil bereiken door langs mediamieke weg met hen in contact te komen. Herakles: de Griekse halfgod die twaalf gigantische werken moest verrichten die als ‘inwijdingsstadia’ zijn te beschouwen. Een ervan was het schoonmaken van een ontzettend smerige stal van een koning wiens paarden mensen vraten, zodat niemand de stal durfde reinigen. l’art pour l’art: de kunst om de kunst: slagzin van de negentiende-eeuwse kunstopvatting. […] Erkenntnis Land.” : vertaling van het Schiller-citaat: “Alleen door de ochtendpoort van het Schone drong je door in het land van het kennend inzicht.” Uit het gedicht Die Künstler. Luzifer-Gnosis: het tijdschrift Luzifer, spoedig gefuseerd met het Oostenrijkse tijdschrift Gnosis was het orgaan waardoor Rudolf Steiner zijn geesteswetenschap schriftelijk aan de leden van de Deutsche Sektion van de Theosofische Vereniging kon bekendmaken. Enkele grondleggende werken zijn eerst in artikelvorm in dit blad verschenen. Het bestond van 1903 tot 1908. Door overstelpend drukke werkzaamheden kon Steiner de uitgave van het blad niet voortzetten. maçonniek: van de Vrijmetselarij. Marie von Sivers (1867-1948): belangrijkste medewerkster van Rudolf Steiner. Spraakkunstenares. Later lid van het bestuur van de Allgemeine Anthroposophische Gesellschaft, leidster van de ‘Sektion für redende und musizierende Künste’. Der Blaue Reiter: kunstenaarsgroep in München waartoe o.a. Wassili Kandinsky, Paul Klee en Franz Marc behoorden. mysteriedrama’s van Rudolf Steiner: deze ontstonden in de jaren 1910-1913 en werden in München geschreven, ingestudeerd en opgevoerd. In het verzamelde werk staan zij onder nr. GA14. Ster van het Oosten: genootschap binnen de theosofische beweging, dat propaganda maakte voor de komst van de Wereld-leraar, volgens hun zeggen een wederverschijnen van Christus in een Indisch kind, Krishnamurti. Annie Besant (1847-1933): voorzitster van de Theosofische Vereniging na H.P. Blavatsky. Von Seelenrätseln: GA21. dr. Ita Wegman (1876-1943): Nederlandse arts, belangrijke medewerkster van Rudolf Steiner vooral in de jaren sinds 1920. Door haar kwam het medische werk in de antroposofische beweging tot krachtige ontplooiing.

60 60 60

60 60

60 60 61 61 61 61

HS 13 Het Goetheanum
64 64 64 65 65 Edouard Schuré (1841-1919): Frans schrijver vooral beroemd door zijn boek De grote ingewijden. kapiteel: de dragende kop van een zuil. Christian Morgenstern (1871-1914): Duits dichter. metamorfose: vormverandering in de organische of in de psychische wereld. Jugendstil: een kunststijl die aan het einde van de negentiende eeuw zich ontwik-

87

66 66 67

kelde met een streven naar het levend-beweeglijke. architraaf: steunbalk die op de kapitelen van de zuilen rust. Marc Chagall (1887-1984): schilder van Russisch-Joodse geboorte. expressionistisch: kunststijl van het begin van de twintigste eeuw, waarbij het innerlijk uitgedrukt wordt.

HS 14 Sociale vernieuwing. Vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid
68 68 68 69 69 Aufruf an das Deutsche Volk und an die Kulturwelt: te vinden in GA23 (zie hieronder). Kernpunkte der sozialen Frage in den Lebensnotwendigkeiten der Gegenwart und Zukunft: GA23 (vert. De kernpunten van het sociale vraagstuk, uitg. Vrij Geestesleven, Zeist). reductionistisch: volgens een denkwijze die de werkelijkheid laat samenvallen met een aspect ervan. apperceptie: duidelijke waarneming, heldere voorstelling. correlatie: onderlinge betrekking.

HS 15 Mens, aarde en kosmos
74 74 74 74 75 75 integrerend: wezenlijk tot het geheel behorend. mutatis mutandis: veranderd wat veranderd moet worden, met de voor de toepassing in een ander geval nodige veranderingen. conditioneert: in een toestand brengen van onvrije, stereotiepe reacties. The turning point: opmerkelijk geschrift van Fritjof Capra, zie noot bij blz. 63. corroderen: aantasten door chemische inwerking. Grundlegendes fur eine Erweiterung der Heilkunst nach geisteswissenschaftlichen Erkenntnissen: door Rudolf Steiner en Ita Wegman, GA27 (vert. Grondslagen voor een verruiming van de geneeskunde, uitg. Vrij Geestesleven, Zeist). Lili Kolisko (1889-1976): ontwikkelde de zogenoemde stijgbeeldmethode. W. Kaelin (1888-1973): onderzoeker die werkte volgens aanwijzingen van Rudolf Steiner. Ehrenfried Pfeiffer (1899-1961): verrichtte onderzoek op natuurwetenschappelijk gebied naar aanwijzingen van Rudolf Steiner. echtpaar Curie: Pierre en Marie Curie (1859-1906, 1867-1934): ontdekkers van de radioactiviteit.

76 76 76 77

HS 16 Verantwoording voor de toekomst
79 Henoch: grote mysterieuze mensheidsleider uit de Atlantische voortijden, van wie het Bijbelboek Genesis zegt: ‘Hij wandelde met God en hij was niet meer, want God nam hem weg’ (Gen. 5:24).

88

80 scholen werkend volgens de pedagogische beginselen van dr. Onderwijs Ca.18 Informatie over organisaties en instellingen. Organisaties Algemeen Secretariaat van de Vrije Schoolbeweging Hoofdstraat 20 3972 LA Driebergen 03438-31772 89 . Nederland Antroposofie algemeen Antroposofische Vereniging in Nederland Boslaan 12 3701 CJ Zeist 03404-18216 Allgemeine Anthroposophische Gesellschaft. o. orientatie.en vervolgcursussen.a. Freie Hochschule fur Geisteswissenschaft Goetheanum CH-4143 Dornach Zwitserland Landelijke Bibliotheek van de Antroposofische Vereniging in Nederland Riouwstraat 1 2585 GP Den Haag 070-3540118 Opleidingen Vrije Hogeschool Hoofdstraat 20 3972 LA Driebergen 03438-18044 Propedeutisch studiejaar. Scholingscursussen antroposofie. op kunstzinnige gebieden. Rudolf Steiner.

verslavingszorg Krakelingweg 25 3707 HP Zeist 03404-14112 Geneesmiddelenproducenten Weleda Handelsonderneming BV Van de Spiegelstraat 16 2518 ET Den Haag 070-3469641 90 . Opleidingen Hogeschool voor Opvoedkunst Socrateslaan 22a 3707 GL Zeist 03404-37900 Omscholingscursussen van het Vrij Pedagogisch Centrum Hoofdstraat 20 3972 LA Driebergen 03438-21114 Geneeskunde Organisatie Federatiebureau Anthroposofische Gezondheidszorg Professor Bronkhorstlaan 10 3723 MB Bilthoven 030-293584 Dit bureau kan adressen verstrekken over gevestigde antroposofische artsen. fysiotherapeuten. Stichting Rudolf Steiner Pedagogie. verpleegkundigen.Vereniging voor Vrije Opvoedkunst Postbus 96860 2509 JG Den Haag 070-3246307 Vrij Pedagogisch Centrum. eurythmietherapie en psychotherapie. kunstzinnige en muziektherapie. Landelijke schoolbegeleidingsdienst: allemaal bereikbaar via het Algemeen Secretariaat (zie boven). Instellingen Willem Zeylmans van Emmichovenkliniek Prof. Bronkhorstlaan 10 3723 MB Bilthoven 030-289911 Stichting Arta. Bond van Vrije Scholen. alsmede adressen voor nadere informatie over opleidingen voor artsen.

Wala-Nederland BV Van Gijnstraat 20 2288 GB Rijswijk 070-3191158 Onderzoeksinstituten Stichting Anthroposofisch Medisch Onderzoek Postbus 447 3720 Bilthoven 030-289870 Louis Bolk Instituut Hoofdstraat 24 3972 LA Driebergen 03438-17814 Stichting Fundamenteel Immunologisch Kankeronderzoek Fred. Hendriklaan 86 3708 VE Zeist Heilpedagogie Veertien instituten voor kinderen en volwassenen Organisatie Heilpedagogisch Verbond Duinweg 35 3735 LC Bosch en Duin 03404-35222 Opleidingen Opleiding tot Z-verpleegkundige in heilpedagogisch verband Duinweg 35 3735 LC Bosch en Duin 03404-35210 Landbouw en voeding Bedrijven Ongeveer 230 agrarische bedrijven in Nederland Organisatie Nederlandse Vereniging tot Bevordering der Biologisch-Dynamische Landbouw Postbus 17 3970 AA Driebergen 03438-31740 91 .

orgaan van de Vrije-Schoolbeweging Postbus 96860 2509 JG Den Haag 070-3246307 92 . aarde. Warmonderhof. jaarcursus ‘Mens en milieu’.en tuinbouwschool Thedingsweert 3 4012 NR Kerk-Avezaath 03340-14048 Dienstverlening Triodosbank NV Postbus 55 3700 AB Zeist 03404-16544 lona-Stichting Herengracht 276 1016 BX Amsterdam 020-233353 Sociale Driegeleding Organisatie Werkgemeenschap voor Sociale Driegeleding. tevens opleiding Voorschoterlaan 78 3062 KS Rotterdam 010-4128742 Tijdschriften Mededelingen voor leden van de Antroposofische Vereniging in Nederland Boslaan 12 3701 CJ Zeist 03404-18216 Vrije Opvoedkunst.Opleidingen Studiecentrum Kraaybeekerhof Postbus 17 3970 AA Driebergen 03438-12925 Ondernemers-opleiding natuurvoeding. boom en milieu. voeding en diëtiek. bos. scholingscursussen voor BD-landbouw. fenomenologie. mens en kosmos. middelbare land.

orgaan van de Biologisch-dynamische landbouwbeweging Postbus 17 3970 AA Driebergen 03438-31740 Driegonaal. algemeen opinietijdschrift Weteringschans 76/1 1017 XR Amsterdam 020-239895/277202 Kunst Academie voor Eurythmie en Nederlands Eurythmie Ensemble Riouwstraat 1 2585 GP Den Haag 070-3550039 Nederlandse School voor Spraakvorming Frankenslag 11 2582 HB Den Haag 070-3559330 Overige opleidingen De Kleine Prins. omdat het bij de laatste om een geesteswetenschap gaat en niet om een kerkgenootschap waarbij het cultisch-sacramentele leven de centrale plaats inneemt. 93 . landelijk secretariaat Groot Hertoginnelaan 4 2517 EG Den Haag 070-3451506 De Christengemeenschap als beweging tot religieuze vernieuwing is met hulp van Rudolf Steiner ontstaan in 1922. tijdschrift voor sociale driegeleding Postbus 5254 2000 GG Haarlem Jonas.Vruchtbare Aarde. kunstzinnige en muziektherapie Choisyweg 2 3701 TA Zeist 03404-23194/23376 De Christengemeenschap Beweging tot Religieuze Vernieuwing. hogere beroepsopleiding voor kunstzinnig-therapeutische en psychosociale beroepen op antroposofische grondslag Postbus 64848 2506 CE Den Haag 070-3683647 Academie de Wervel. Zij is te beschouwen als een geestverwante stroming die echter van de antroposofie onderscheiden moet worden.

Secr.Het hier gegeven overzicht van organisaties en instellingen die verband houden met de antroposofie is niet volledig. België De belangrijkste adressen voor informatie over antroposofische instellingen en activiteiten in België zijn: Anthroposofische Vereniging in België Kardinaal Mercierlei 15 2600 Berchem (Antwerpen) 03-2390872 Federatie van Rudolf Steinerscholen in Vlaanderen. N. 94 . kan zich wenden tot het secretariaat van de Antroposofische Vereniging in Nederland. Hellemans Lamorinièrestraat 77 2018 Antwerpen 03-2302444 Vrije Volkshogeschool op anthroposofische basis Kardinaal Mercierlei 15 2600 Berchem (Antwerpen) 03-2396613 De Vrije Volkshogeschool organiseert cursussen en is uitgever van het tijdschrift Drieblad. Wie meer informatie wenst.