Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

  HC  8  –  Storey  -­‐  H6  Structuralism  and  post-­‐structuralism   HC  8  –  Pisters  -­‐  H9  Deconstructie   HC  9  -­‐  Gane  en  Beer  -­‐  H5  Archive   HC  10  –  Pisters  -­‐  H4  Gender   HC  10  -­‐  Storey  -­‐  H7  Gender  and  sexuality   HC  11  -­‐  Gane  en  Beer  -­‐  H6  Interactivity   HC  12  -­‐  Pisters  -­‐  H2  Narratologie   HC  13  -­‐  Gane  en  Beer  -­‐  H7  Simulation   Zelfstudie  -­‐  Storey  -­‐  H2  The  ‘culture  and  civilization’   Zelfstudie  -­‐  Storey    -­‐  H8  Race,  racism  and  representation   Zelfstudie  -­‐  Gane  en  Beer  -­‐  H4  Interface   Zelfstudie  -­‐  Gane  en  Beer  –  H8  Conclusion   Zelfstudie  -­‐  Pisters  –  H5  Geluid   Zelfstudie  -­‐  Pisters  -­‐  H6  Nationale  contexten   Zelfstudie  -­‐  Pister  -­‐  H10  Deleuze   2   5   7   8   10   12   14   16   18   19   20   21   23   26   27  

1  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

HC 8 – Storey - H6 Structuralism and post-structuralism
 
Postmoderniteit: Tijdsgeest, culturele mentaliteit; ook postmoderne filosofie Postmodernisme: Bewuste kunst- en cultuurstroming die afstand neemt van modernisme Poststructuralisme: Theoretische stroming (Derrida, Foucault, Barthes) ontstaan als een kritische reactie op structuralisme (de Saussure, Lévi-Strauss)

Ferdinand de Saussure (structuralist) Verdeeld taal in twee onderdelen: Signifier en signified (betekenis en betekende) VB: Het woord ‘hond’ ; de betekenis van deze klank of combinatie van letters is hond > signifier Maar woord ‘hond’ roept ook een concept op ; ‘vierpotig dier met een staart’ > signified De relatie tussen de twee termen is het resultaat van culturele afspraken (in Nederland hebben we immers afgesproken dat de combinatie van de letters h o n & d het woord hond vormen en dit roept bij ons het concept van een hond op. De betekenis van deze letters roepen niet alleen het concept van een hond op omdat dit zo is afgesproken, maar ook omdat het zich onderscheidt van andere woorden zoals het woord kat (dit roept het concept op van in kleiner vierpotig dier dat miauwt) Betekenis wordt geproduceerd, niet door een een-tot-een relatie tussen dingen in de wereld, maar door verschil Volgens Saussure wordt betekenis ook nog op een andere manier geproduceerd. Namelijk via een proces van combinatie en selectie >> Horizontaal via de syntagmatische as >> Verticaal via de paradigmatische as ‘De hond eet kip vandaag’. Deze zin krijgt pas echt betekenis wanneer alle woorden zijn uitgesproken: de/hond/eet/kip/vandaag >> syntagmatische as als betekenis kan veranderen door er woorden aan toe te voegen: de/hond/eet/kip/vandaag/vanwege/zijn/verjaardag De paradigmatische as gaat over welke woorden er gekozen zijn. ‘De terroristen hebben de oorlog verklaard tegen de overheid.’ Als we nu de betekenis veranderen via de paradigmatische as kunnen we er de volgende zin van maken: ‘ De vrijheidsstrijders hebben de oorlog verklaard tegen het regime.’ Door een andere woordkeuze (die eigenlijk hetzelfde betekend) te gebruiken, krijgt de gehele zin een andere betekenis. De taal die we spreken speelt een belangrijke rol in het vormen van een realiteit in de materiële wereld.Wat we zien, wat voor ons realiteit is, hangt af van de cultuur die we ons eigen hebben gemaakt met de daaraan verbonden taal. Saussure maakt een onderscheidt in taal dat belangrijk is geweest voor de ontwikkeling van het structuralisme. Saussure maakt het onderscheid in taal tussen langue en parole. Langue refereert naar het taalsysteem >> de regels die de taal organiseren Parole refereert naar de individuele manier waarop een taal gebruikt wordt >> Langue en parole kunnen gezien worden als structuur en performance

2  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  
Voor structuralisten zijn de onderliggende regels van culturele teksten belangrijk. Het structuur dat betekenis mogelijk maakt. De taak van de structuralist is het duidelijk maken van deze regels die de productie van betekenis bepalen. Claude Levi-Strauss (structuralist) Levi-Strauss gebruikt Saussure’s werk om te ontdekken wat de onbewuste beginselen zijn van de cultuur van de zogenaamde primitieve samenlevingen. In zijn analyse naar mythes, komt hij erachter dat mythes gestructureerd zijn in termen van binaire opposities. Mythes verdelen de wereld in oppositionele categorieën. Er is een wisselwerking tussen een proces van gelijkenis en verschillen. >> Zoals: cultuur/natuur, man/vrouw, goed/slecht, enz.. VB: Om vast te kunnen stellen wat goed is, moeten we kennis hebben van wat slecht is. Volgens Levi-strauss hebben alle mythes dezelfde structuur, ook hebben alle mythes dezelfde sociaal-culturele functie. Deze functie is de wereld acceptabel maken, het magisch oplossen van contradicties. Will Wright gaat nog een stap verder dan Levi-Strauss. Volgens hem is het nodig om de mythe niet alleen te analyseren in zijn binaire structuur, maar ook in de narratieve structuur. Alleen zo kan de sociale betekenis begrepen worden. Hij verdeeld bijvoorbeeld de klassieke western in 16 narratieve functies. Ronald Barthes, Mythologies (1973) structuralist In Mythologies is zijn principe duidelijk: maak duidelijk wat vaak onduidelijk blijft, maak expliciet wat vaak impliciet blijft in teksten en praktijken van populaire cultuur. Barthes gaat opzoek naar what-goes-without-saying, de ideologische lading die vaak verborgen zit. Barthes doet onderzoek naar het leven van tekens in de samenleving, hij noemt deze studie: semiologie Barthes ontwikkeld een semiologisch model voor het lezen van populaire cultuur. Hierin gebruikt hij Saussure’s schema van signifier/ signified = sign en voegt hier nog een tweede niveau van signification (betekenis vorming) aan toe. Hij noemt het eerste niveau denotatie en het tweede niveau connotatie. Het is bij de connotatie waar mythes worden gevormd. VB:
Primaire significatie: Denotatie: Secundaire significatie: Connotatie: 1. Signifier (hond, als woord) 2. Signified (hond, als concept)

3. Sign (het woord hond krijgt het concept als betekenis) 1. Signifier (3) 2. Signified (een vies en smerig mens)

3. Sign (een hond is een benaming voor een smerig vuil mens)

Het is tijdens de secundaire significatie waarin mythes worden gevormd. Met een mythe bedoeld Barthes ; de ideologie als in een raamwerk van ideeën en praktijken, die actief de waarden promoten van de dominante klasse in een samenleving, zodat hun structuur van macht verdedigd worden.

3  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  
Post-structuralisme Poststructuralisten verwerpen het idee dat een onderliggende structuur bepaald welke betekenis er wordt geproduceerd. Betekenis is altijd in proces In ‘The death of the author schrijft Barthes (die nu een poststructuralist is) dat een tekst alleen maar bestaat uit losse citaten. Alleen de lezer kan tijdelijk een samenhang brengen aan een tekst. Jacques Derrida (poststructuralist) Derrida komt met een nieuw woord: Differance: dit betekend to-defer en to-differ Derrida’s model van differance is tegelijkertijd structureel en tijdelijk, betekenis hangt af van het structurele verschil, maar ook van de tijdelijk relaties voor en na. VB: voor het opzoeken van een woord in een woordenboek kan er wederom een woord bij zitten welk je niet begrijpt en op moet zoeken, bij het nieuwe opgezochte woord zit echter weer een woord dat je niet kent en zo kunnen we eindeloos doorgaan... Alleen wanneer we het woord in een vertoog terug vinden en het lezen in een context, alleen dan krijgt het woord de juiste betekenis.

Michel Foucoult (post-structuralist) Foucoult richt zich op de relatie tussen kennis en macht en hoe deze relatie te werk gaat binnen vertogen. Vertogen werken op 1. They enabele 2. They constrain 3. They constitute 3 manier: (maken mogelijk) (beperken) (vormen)

VB: Taal, is een vertoog, maakt mogelijk dat ik spreek, het beperkt mijn zeggen (afhankelijk van bepaald vocabulaire) en vormt/maakt mij tot een sprekend onderwerp

Vertogen produceren kennis en kennis is altijd een wapen voor macht VB: Katholieke kerk meent bepaalde kennis te hebben van de bijbel en vind daarom dat ze kan bepalen wat goed en wat slecht is. >> hun kennis maakt het voor ze mogelijk om ons te vormen en beperken met de taal (bijbel)

4  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

HC 8 – Pisters - H9 Deconstructie
 
Jaques Derrida (poststructuralist) Het werk van Derrida valt in 2 fases onder te verdelen >> het werk van jaren ‘60 >> het werk vanaf de jaren ‘80 & ‘90. Het eerdere werk richt zich op taal en in het latere werk staan audio-visuele media centraal met een fantomatisch karakter. Volgens Derrida bestaat de wereld volledig uit teksten en tekens en is intertekstualiteit een belangrijk begrip, waarbij hij ervan uitgaat dat teksten alleen nog maar naar elkaar verwijzen. Maar Derrida gaat niet zozeer uit van de positie van de lezer, maar radicaliseert in feite de implicaties van de semiotiek zelf. Derrida ontrafelt de semiologie; hij deconstrueert het structuralisme >> Differance >> elk teken verwijst weer naar een nieuw teken, dat weer naar een nieuw teken verwijst, enz. Wat Derrida vooral aanvalt is de zekerheid die het structuralisme en het daarmee verbonden rationalisme na streven: het vaststellen van de ware betekenis, de waarheid. Volgens Derrida is er geen ware betekenis en ook geen waarheid. Het begrip differance heeft te maken met het feit dat de uiteindelijke betekenis telkens wordt vooruitgeschoven en uitgesteld. Differance laat zien/horen dat er dubbelzinnigheden in het taalteken kunnen zitten, bijvoorbeeld door het soms onhoorbare verschil tussen het geschreven en het gesproken woord. Differance heeft 2 betekenissen. >> In de eerste betekenis gaat het om het verschil of het afwijkende. >> In de tweede betekenis gaat het om het uitstellen of vertragen van de betekenis. Differance wordt ook veroorzaakt door de temporele dimensie van betekenisgeving. Hiermee wordt het dynamische karakter van betekenisgeving aangeduid. Derrida’s deconstructivistische methodologie is om de binaire hiërarchie van de dominante betekenis van teksten en tekens op te zoeken en de tekst vervolgens anders, ‘tegendraads’, te lezen; door de sporen van differance op te pakken en te volgens; door de centrale betekenis te vervangen met de marginale betekenis >> Oppositional reading Dissemination doelt Derrida op het uitzaaien van de betekenissen van tekens en teksten. Met postal bedoelt Derrida dat taal en tekens circuleren in de cultuur, zonder dat ze ooit op hun ware bestemming hoeven aan te komen of zonder dat de afzender bekend is. VB: je leest en ansichtkaart die niet voor jou bestemd is, de kans is groot dat je hem anders interpreteert dan degene voor wie hij bedoeld is

5  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  
Met paragon bedoelt Derrida het kader. VB: een kader, lijst, van een schilderij, behoort deze ook tot de kunst? Of het kader in de zin van het museum, behoort deze ook tot het kunstwerk? Met al deze begrippen laat Derrida zien hoe complex tegenstelling en betekenissen in elkaar overgaan en verglijden, zodat het onmogelijk wordt een vaste betekenis vast te stellen. Derrida’s ‘angst’ voor media komt voort doordat hij van mening is dat deze in een directe relatie staan met de dood. Ze laten immers een spoor na van iemand die er in de toekomst niet meer zal zijn. In Echographies of television onderscheidt Derrida twee aspecten die de hedendaagse mediamaatschappij bepalen, die hij benoemt als artifactuals en actuvirtualities. Met actuvirtualities doelt hij op het feit dat de actualiteit, de ‘feiten’ worden gemaakt via teletechnologie. Met ......

6  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

HC 9 - Gane en Beer - H5 Archive
 
Hedendaagse archieven zijn networked structuren die het mogelijk maken om terugkerende en versnellende communicatie in enorme hoeveelheden data op te slaan. Hedendaagse archieven veranderen de manier waarop we informatie aanmaken, er toegang tot krijgen en het opslaan Klassiek archieven zijn ontzettend decentralized (gedecentraliseerd) >> Opkomende vormen van online communicatie gaan hand in hand met de nieuwe structuren en capaciteiten van archiveren Derrida (Archive Fever 1996) Vroeger werden archieven bewaard in de daarvoor ingerichte instituties, waar alleen bepaalde mensen toegang tot hadden. Derrida focust teveel op het archief als geschreven documenten >> en dus niet op al het andere in het digitale archief van tegenwoordig Arjun Appadurai Hij onderzoekt de manier waarop de interactieve gebruiker meer en gemakkelijker het archief bewerkt & de manier waarop het archief zichzelf verspreidt en uitbreidt, als gevolg van zijn gebruikers. Er is sprake van een enorm meta-archief àFolksonomie Onderzoekt nieuwe connectie tussen archieven en populair geheugen; 2 ontwikkelingen: 1. Archieven zijn gedemocratiseerd; ze zijn toegankelijker voor de niet-officiëlen 2. De connectie tussen het menselijk geheugen en archieven is gedenaturaliseerd Archieven zijn extensies van ons dagelijks leven en hierdoor wordt ons collectief geheugen vergroot Zygmunt Bauman 2000 Individualization ; De verschuiving naar het massale archiveren van alledaags is een onderdeel van een breder sociaal en cultureel proces. Dit proces gaat over de stroom van persoonlijke interesses vanuit het huishouden naar de publieke ruimte. Andrew Keen The Cult of the Amateur 2007 ‘Het Web 2.0. is een mix van onwetende en egoïstische mensen. The user-generated-world dreigt een einde te maken aan de ‘geïnformeerde burger’ doordat het traditionele onderscheidingen tussen gebruiker en expert vervaagt. Gane en Beer zijn het niet eens met Keen en hebben het over collective collaboration voor het algehele goed, zoals Wikipedia

Michel Foucoult Archieven zijn een plekken voor inclusie en exclusie waardoor het historisch geheugen wordt gevormd. Welke dingen geven zoekmachines weer? Maar vooral, welke niet ?

7  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

HC 10 – Pisters - H4 Gender
 
Sigmund Freud Volgens Freud bestaat de menselijke psyché uit 3 onderdelen: ID, EGO en SUPEREGO >> De ID wordt geregeld door het pleasure principle en ontwikkeld zich als eerste >> Vanaf 2e levensjaar wordt het EGO ontwikkeld en deze werkt vanuit het reality principle >> Als laatste, vanaf 3e levensjaar ontwikkeld het SUPEREGO zich. Deze komt tot stand door de ouders en andere ‘toezichthouders >>>> Het SUPEREGO zou je kunnen vergelijken met de morele waakhond die erop toeziet dat het ID en EGO niet te egoïstisch zijn, en dus ook rekening houden met anderen >>>>>> Tijdens de fallische ontwikkelingsfase treedt er het oedipuscomplex op Freud heeft in de psychosociale ontwikkeling van de mens een aantal psychische mechanismen ontdekt: Regressie: er wordt hier teruggegrepen naar eerdere (comfortabelere) fases Verschuiven (displacement): verschuiving van dingen die we niet graag doen naar iets anders >> Sublimatie is een voorbeeld van verschuiving; boosheid afreageren door te gaan sporten. Of seksuele frustraties verwerken in kunst. Volgens Freud worden wij gedreven door scopofili, een liefde voor het kijken >> voyeurisme bedoeld Freud dat we stiekem kijken naar iets dat eigenlijk verboden is >> fetisjisme ontkennen we het seksuele verschil, het fetisj-object is dan een vervanging voor de penis.

Jacques Lacan Het grootste verschil tussen Lacan en Freud >> Lacan neemt de biologische en anatomische verschillen minder letterlijk MAAR PLAATST DEZE in een meer abstracter kader van de taal en cultuur Het eerste concept dat belangrijk is bij Lacan is het spiegelstadium >> Hiermee refereert Lacan aan het feit dat een kind zichzelf in de spiegel ziet, zich identificeert met dat beeld. Doordat we ons herkennen in iets dat buiten ons staat leidt dit tot vervreemding. Deze vervreemding is kenmerkend voor het subject dat als het ware gevangen zit in beelden. Volgens Lacan zit verlangen ‘gevangen’ in de taal. Verlangen ontstaat op het moment dat we geboren worden en niet meer een zijn met de moeder. Er ontstaat een gevoel van gemis, ook wel the lack genoemd. Ieder mens probeert dit gevoel van lack op te vullen, maar noch de taal, noch de ander kan dit verlangen helemaal opvullen. Vrouwen zijn volgens Lacan signifiers van dit gemis. Ze missen immers de fallus Sekse = natuur Gender = Cultuur

8  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  
Laura Mulvey ( Visual pleasure and narrative cinema 1975 ) Met haar artikel zorgde Mulvey voor een enorme stroom aan publicaties over gender en sekseverschillen Mulvey gebruikt psychoanalyse als politiek wapen, om zo te laten zien hoe er onbewust een patriottische structuur aan film wordt gegeven Volgens Mulvey spreekt de narratieve film en de Hollywood esthetiek het verlangen op twee manieren aan, namelijk via ; scopofilie | voyeurisme | narcisme / ego-libido | Ook worden we door Lacan’s spiegelstadium aangesproken; de film presenteert ons met ideale ego’s waar de toeschouwer zich mee kan identificeren en hoewel het hier om misherkenning gaat, zijn we fundamenteel in de vorming van het subject Volgens Mulvey is er een probleem waarop visueel plezier in cinema werkt >> ze zijn alleen toegankelijk voor de man >>>> Mannen kunnen kijken en vrouwen worden bekeken >>>>>> Vrouwen worden gekenmerkt door to-be-looked-at-ness Kritiek op Mulvey 1. Mulvey heeft te weinig aandacht voor de vrouwelijke toeschouwer van de Hollywoodfilm 2. Mulvey gaat te sterk uit van binaire opposities; >> mannen zijn actief (kijken) en hebben alle macht >> vrouwen zijn passief (worden bekeken ) en totaal machteloos 3. Mulvey gaat teveel uit van de heteroseksuele norm 4. Mulvey is te militant en avant-gardistisch 5. Het gehele psychoanalytische model wordt bekritiseerd

Mary Ann Doane ( The desire to desire (1987) en Femmes Fatales (1991) ) Zij geeft niet zozeer kritiek op Mulvey ‘s ideeën, maar nuanceert en breidt deze uit Volgens Doane is er naast Mulvey ‘s mannelijke scenario >> met voyeurisme, fetisjisme en controle >>>> OOK een vrouwelijk scenario; deze bestaat uit masochisme, paranoia en hysterie In het masochistische scenario wordt de vrouw gedesoriënteerd >> BV door ziekte De narratieve cinema nodigt vrouwen uit om zowel object als subject van commodities te worden. Vrouwen zijn aan de ene kant goederen (objecten) en aan de andere klant worden vrouwen uitgenodigd zelf te consumeren en goederen te kopen(subject). Op het filmdoek wordt veel reclame gemaakt.

Tania Modleski The women who knew too much 1988 Modleski’s voornaamste kritiek op Mulvey richt zich op de te sterk oppositionele machtsverhouding tussen mannen en vrouwen die door Mulvey wordt gesuggereerd

9  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

HC 10 - Storey - H7 Gender and sexuality
 
Feminisme Feminisme zorgde ervoor dat gender op de academische agenda kwam te staan. >> Er kwamen zoveel verschillende meningen over het onderwerp dat we niet meer kunnen spreken van een groep feministen, maar verschillende feminisms. Er zijn minstens 4 verschillende feminisms te onderscheiden: >> radicale, marxistische, liberale en een dual-system theorie Radicale feministen ; onderdrukking van vrouwen wordt veroorzaakt door de patriottische maatschappij, een maatschappij waar een groep mannen de macht heeft over vrouwen Marxistische feministen ; onderdrukking van vrouwen is ultieme kracht van kapitalisme Liberale feministen ; mannen vooroordelen hebben over vrouwen Dual-system theorie ; combineer de radicale en marxistische feministen door te zeggen ; dat onderdrukking het resultaat is van een patriottische kapitalistische samenleving

Jackie Stacey ( Star Gazing 1994 ) Stacey keert Mulvey ’s ideeën af >> Haar analyse begint met het publiek in de cinema IPV het publiek gestructureerd door cinema. Hierdoor lijkt Stacey beter bij cultural studies te passen dan bij film studies >> Stacey ontdekt 3 discoursen geproduceerd dor vrouwelijke kijkers: >>>> escapism, identification en consumerism Escapism ; altijd een two-way event >> vrouwen vluchten niet alleen in de luxe en glamour van cinema >> Maar ze vluchten ook uit een wereld van hard werken, veel regels en oorlog Identification ; Volgens Mulvey kon er alleen geïdentificeerd worden via de male gaze. Stacey zegt dat er ook een vrouwelijk blik met identificatie bestaat. >> Vrouwen identificeren zich via fantasieën over macht, controle en zelfverzekerdheid

Film studies Kijkersposities Tekstuele analyse Betekenis DMV productie Passieve kijker Onbewust Pessimistisch

Cultural studies Publiekslezing Etnografische methodes Betekenis DMV consumptie Actieve kijker Bewust Optimistisch

10  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  
Ien Ang (Watching Dallas 1985) IPV de vraag wat zijn de effecten van visueel plezier, stelt Ang de vraag wat zijn de mechanismes van plezier; hoe wordt het geproduceerd en hoe werkt het? Dallas is een voorbeeld van emotioneel realisme >> Dallas kan bekeken worden op twee niveaus; die van denotatie en connotatie Ang gebruikt de term tragic structure of feeling, waarmee ze aangeeft op welke manier Dallas speelt met emoties in eindeloze musical van blijdschap en tragedie Een belangrijk begrip die Ang introduceert is ideologie van de massacultuur Ien Ang onderscheidt 4 posities onder de kijkers van Dallas; >> hatende, ironische, fans en populisten Ideologie of populism, staat tegenover die van de massacultuur >> ‘over smaak valt niet te twisten..’

Janice Winship (Inside Women’s Magazines 1987) Doel van boek is om uit te leggen wat er aantrekkelijk is aan de formule voor magazines >> & om kritiek te geven op de beperkingen >>>> & de potentie aan te geven voor verandering Magazines geven vrouwen praktische adviezen over hoe ze kunnen overleven in een patriarchale maatschappij. Verlangen wordt gegenereerd d.m.v. advertenties. >> “Koop dit en volg dit advies voor een beter leven’’

Joke Hermes (Reading Woman’s Magazines 1995) Hermes geeft kritiek op manieren waarop eerdere feministen kritiek bracht >> Maakten zich zorgen over vrouwen die magazines lezen, Hermes heeft respect voor hun >>>> Deze aanpak wordt ook (post)modern feminist genoemd

Antony Easthope (What a man’s gotta do 1986) Easthope focust op wat hij dominante mannelijkheid noemt >> Volgens Easthope is mannelijkheid niet iets natuurlijks, maar cultureel. Er is een bepaalde mannelijkheidsnorm waaraan mannen zich kunnen meten. Queer theory Queer theorie onderzoekt de relatie tussen lesbiennes, homo’s en de cultuur die daaromheen hangt en hun uitsluit Queer theorie zoekt naar queerness in plekken waarvan eerst werd gedacht dat ze volkomen straight waren Judith Butler (Gender Trouble 1999) ‘one is not born a woman, but, rather, becomes one.’

11  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

HC 11 - Gane en Beer - H6 Interactivity
 
Interactiviteit wordt vaak als marketingterm gebruikt als het gaat om nieuwe media >> denk bijvoorbeeld aan interactieve televisie Interactie is wat volgens veel nieuwe mediafabrikanten nieuwe media ‘nieuw’ maakt >> Hierdoor is de term zijn kritische waarde verloren geraakt. Twee mediatheoretici die kritisch nadachten over de term zijn Marshall McLuhan en Lev Manovich. Hun ideeën over de term staan haaks op elkaar en door deze tegenover elkaar te zetten wordt het concept van interactiviteit goed duidelijk

Marshall McLuhan Om McLuhan ’s ideeën over interactiviteit duidelijk te maken, is het belangrijk om eerst zijn concepten hot en cool media uit te leggen. Hot Media >> de traditionele media zoals cinema, boeken en radio >> Deze media zijn hot omdat ze maar één enkele zintuig sterk verlengen >>>> BV. radio luisteren Cool Media >> verlengen meerdere zintuigen in mindere mate >> Hierdoor wordt er bij cool media een hoger niveau van participatie gevraagd omdat er een bepaald gat moet worden ingevuld McLuhan ziet interactie als iets sociaals >> Cool media stimuleren sociale interactie en zijn daarom meer interactief dan hot media >>>> Een boek lees je vrijwel altijd alleen, terwijl dat bij telefoneren onmogelijk is

Lev Manovich Manovich daarentegen vindt dat de traditionele media, met name de klassieke cinema, veel interactiever zijn dan de nieuwe media. Hot media vereist een bepaalde vorm van mentale interactie met het medium. Bij McLuhan waren het de traditionele media die weinig participatie vereisen, volgens Manovich is het tegendeel waar. De klassieke cinema uit de jaren twintig maakte veel gebruik van montage die dwong het publiek een ‘mentale gat’ op te vullen tussen de niet gerelateerde shots. >> Het medium moet begeleid worden door middel van mentale interactie om inhoud te geven aan het verhaal >>>> Wanneer we kijken naar het lezen van een boek zal een persoon waarschijnlijk de personages heel anders gefantaseerd hebben dan elk ander. Dit bewijst dus dat het boek een sterke mentale participatie vereist om er een verhaal van te kunnen maken. Manovich ’s kijk op interactiviteit in de nieuwe digitale media is erg kritisch. Manovich spreekt van een valse belofte van interactiviteit.

12  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  
Er wordt gezegd dat de nieuwe media interactief is, maar in werkelijkheid zijn het een verschillende opties uit een menu die allemaal al voorgeprogrammeerd zijn door iemand >> Deze op een menu gebaseerde interactiviteit kan volgens Manovich open of gesloten zijn. Hij noemt deze vorm van interactiviteit branching-tree interactiviteit >> Hierbij kan een menu als een boom worden gezien en is elke tak een optie, die vervolgens weer leidt naar meerdere takken (opties). Dit noemt hij een gesloten vorm van interactiviteit. Wanneer dit een complexer systeem is, een grotere boom, is dit een semiopen vorm interactiviteit >>> Een systeem is meer open naar mate het systeem zich aanpast aan de keuzes en gebruiken van de gebruiker

Spiro Kiousis ( Interactivity: A concept explication 2002) De beleving van interactiviteit ligt volgens Kiousis niet zozeer bij de technische systemen, maar meer bij de gebruikers gevoelens van interactiviteit; de verlangende effecten en de verwachtende effecten van de gebruiker tegenover de machine.

Andrew Barry (Political machines 2001) Interactiviteit is gelinkt aan het hedendaagse idee over active citizenship. Hij beweert twee zaken: De gebruiker wordt verwacht en verwacht zelf om bepaalde meningen te vormen over wetenschappelijke en technische zaken.

13  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

HC 12 - Pisters - H2 Narratologie
 
Ronald Barthes (Introductionto the structural analysis of narratives) Verhalen worden als transhistorische en transculturele structuren beschouwd >> algemene structuren waar het structuralisme naar opzoek is Russische formalisten onderzochten op verschillende wijze de esthetische kant van kunst, taal, poëzie, verhalen en ook van film. Hun nadruk op constructie van het kunstwerk leidde onder meer tot de opvatting van kunst als een systeem van tekens en conventies.

David Bordwell & Kritin Thompson ( Film Art 2000 ) Ze beschrijven een van deze formalistische principes, het onderscheid tussen story en plot >> Hun benadering wordt ook neo-formalistisch genoemd Een verhaal: een serie van gebeurtenissen die met elkaar verbonden zijn door een oorzaakgevolg relatie, meestal in gang gezet door personages Een van de meest basale formalistische principes van een verhaal is de driedeling in het begin (evenwicht), midden (verstoring van het evenwicht) en einde (herstel van evenwicht)

Vladimir Propp Hoewel zijn werkt niet tot de kerngroep van de Russische formalisten behoort, is zijn werk van groot belang voor de structuralistische filmnarratologie Alle sprookjes hebben dezelfde structuur, de verhalen bestaan uit een variatie op terugkerende elementen. Een proppiaans sprookje bestaat uit 32 verhaal elementen.

Claude Levi-Strauss (The structural study of myth 1969) Levi-Strauss deed in de jaren 50 onderzoek naar mythes bij verschillende volksstammen en kwam tot de conclusie dat veel van de lokale mythes universele kenmerken hebben Volgens Levi-Strauss blijft de structuur van de mythe altijd gelijk, hoe verschillend de uitwerkingen ervan mogen zijn. Het gaat Levi-Strauss niet om de ware en originele mythe terug te vinden, maar om de onderliggende betekenis van de mythe te achterhalen die achter alle verschijningsvormen schuil gaat

Rick Altman (A Semantic/ Syntactic approach to film genre 1986) In de jaren ‘50 heeft de genretheorie zich sterk ontwikkeld Altman geeft twee niveaus van esthetische genre definiëring die met elkaar zijn verenigt >> semantische benadering ; iconografische elementen die films van bepaald genre met elkaar delen >> VB: western; drooglandschap, cowboy en indianen. syntagmatische benadering ; analyseert verhaal structuren en veel voorkomende terugkerende patronen in bepaalde genres

14  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  
De sympathie van de toeschouwer Sympathieke personages in gevaar leveren meer suspense op >> Noel Carroll en Dolf Zillmann stellen dat deze betrokkenheid een grondbeginsel van suspense-situatie is >> volgens Carroll is het belangrijk om te weten wie goed en wie slecht is >> volgens Zillmann is het voornamelijk belangrijk dat we de personages aardig vinden

Murray Smith (Altered States 1994) Om meerdere niveaus van inbeelding en de betrokkenheid te onderscheiden maakt Smith gebruik van een onderscheid tussen central imagining en acentral imagining. >> central imagining de toeschouwer zich volledig verplaatst in een personage >> acentral imagining de toeschouwer veel indirecter betrokken is bij een of meerdere personages, het gaat om vormen van interactie tussen toeschouwer en personages die veel minder met elkaar samenvallen Smith ontwikkeld een model dat structure of sympathy heet. Hij benoemt hierin 3 niveaus van toeschouwersbetrokkenheid die alle 3 verbonden zijn aan verschillende narratieve principes die op hun beurt zijn verbonden aan een personage in een film: recognition, alignment en allegiance

Recognition (herkenning) ; Coherente opbouw van een personage in het verhaal Alignment (op een lijn zijn met) ; De manier waarop de toeschouwer toegang heeft tot de handelingen, gedachtes en gevoelens van een bepaald personage Allegiance (loyaliteit) ; De manier waarop het verhaal oproept tot morele of ideologische evaluaties van personages. Dit heeft te maken met de mate waarin we ons kunnen verplaatsen in de situaties en acties van een bepaald personage. Hoewel Smith gebruik maakt van enkele formalistische en structuralistische narratologische principes, is zijn gehele benadering meer vanuit de cognitieve wetenschap. Cognitivisten onderzoeken een klein specifiek gebied en willen graag begrijpen welke processen zich in ons hoofd afspelen om iets te begrijpen. Ze gaan daarbij vanuit dat we op basis van eerdere ervaringen zowel in de werkelijkheid als met de representaties, hypothese opstellen, veronderstellingen doen en deze toetsen en bijstellen om tot een begrip te komen van zowel werkelijkheid als representatie.  

 

 

15  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

HC 13 - Gane en Beer - H7 Simulation
 
Een belangrijke theoreticus voor het concept simulatie is Jean Baudrillard met name door zijn boeken Symbolic Exchange and Death 1993 & Simulations and Simulacra 1994 Baudrillard ‘s Orders of Simulacra Het doel van de westerse cultuur is erg simpel: een verschuiving opgang brengen van producer- naar consumptie maatschappij. 1e order >> Kopie van realiteit en natuur >> Renaissance 2e order >> Industriële tijdperk >> Het is hier niet meer de reproductie van natuur die belangrijk is, maar de massaproductie. Het origineel verdwijnt hier..
Technologie, zoals die van een fabriek, is altijd een vorm van media, ze hebben de kracht om niet alleen te produceren, maar vooral de kracht om objecten en tekens te reproduceren

3e order >> Simulation >> 3 belangrijke kenmerken: 1: 2: Computers kunnen gebruikt worden om ‘crash test’ te ontwerpen of gebeurtenissen na te maken die nog moeten plaatsvinden
Realiteit wordt hyperrealiteit. De virtuele realiteit is vaak nog echter dan de gewone realiteit.

>> BV. nieuws over de Golfoorlog, hierdoor kregen mensen een bepaald beeld over de gebeurtenissen, die echter voor hun waren, dan de daadwerkelijke werkelijkheid 3. De wereld bevindt zich in een wereld van codes. Alles bestaat uit binaire codes en binaire alternatieven.

James Der Derian 2001 Der Derian gebruikt Baudrillard ‘s theorie over simulatie voor een analyse over de hedendaagse oorlogsvoering en verkent hiermee de vervagende grens tussen geweld en vermaak Friedrich Kittler Kittler denkt na over de gecompliceerde connectie tussen hardware en software, virtualiteit en het lichaam. Kittler gaat opzoek naar de diepere structureren van macht van de virtuele cultuur, die vaak verborgen blijven. In There is No software schrijft Kittler dat het de technologische hardware is die de content van software bepaald en niet andersom. De explosie van software verbergt de implosie van hardware. Alle inhoud van de communicatie gaat via binaire codes (Baudrillard) die vaak verborgen blijven. Deze codes zijn niet door mensen te lezen, alleen door het medium. Hierdoor blijven we onbewust over de dingen die worden uitgevoerd door de hardware, die van die de machtsstructuren van simulatie in handen heeft.

Gebruikers komen in contact met computers via software zonder bewust te zijn van de ‘programma’s’ die ook aan staan in de onderste lagen..

16  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

17  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

Zelfstudie - Storey - H2 The ‘culture and civilization’
 
Matthew Arnold In Culture and Anarchy legt Arnold uit dat educatie de weg is naar cultuur.. Cultuur zoekt cultuur, Cultuur is: 1 het vermogen om te kunnen weten wat het beste is 2 wat het beste is 3 mentaal en spiritueel het beste toepassen 4 het nastreven van het beste Anarchie is voor Arnold synoniem voor populaire cultuur Arnold verdeeld de samenleving in 3 delen: Barbarians (aristocratie) de Philistines (de middenklasse) de Populace (arbeidersklasse) De Barbarians & de Philistines zijn verder in de evolutie dan de Populace

Leavisism Volgens Leavis en Leavisten wordt de 20e eeuw gekenmerkt door vermindering van cultuur >> Werken van Leavism komen op in begin 1930 >>>> Gebaseerd op het idee dat cultuur altijd in minderheidsgroepen wordt bewaard

Mass culture in America: the post-war decade Rond het einde van de 2e wereldoorlog begon er een groot debat over massacultuur

Andrew Ross ziet massacultuur als het onderscheidt tussen Amerikaan en niet-Amerikaan Ross onderscheid 3 posities die mensen zich innemen in dit debat: 1. Aesthitisch –liberaal >> massa kiest 2e rangs teksten IPV teksten van de hoge cultuur 2. Commercieel liberaal of progressief evolutionair >> populaire cultuur zorgt ervoor dat mensen gesocialiseerd worden met de nieuwe kapitalistische consumptie maatschappij 3. Radicale of socialistische positie >> cultuur is een vorm van sociale controle

18  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

Zelfstudie - Storey - H8 Race, racism and representation
 
‘Race’ and racism Biologie verdeeld mensen niet in verschillende rassen >> het is racisme die deze verdeling maakt >>>> Ras is een cultureel historische categorie

Stuart Hall Volgens Hall zijn er 3 momenten in de geschiedenis belangrijk zijn voor ras en racisme >> 1. De slavernij en slavenhandel >> 2. Kolonisatie en imperialisme >> 3. De immigratie en dekolonisatie in de jaren ’50 Racisme ontwikkeld zich voor het eerst in Engeland tijdens de slavernij Volgens Peter Fryer: Racisme komt op als een defensie ideologie >> Gemaakt om de economische winst van de slavernij in stand te houden

Orientalism Orientalisme, een systeem van ideologische fictie, is een zaak over macht Hollywood ’s Vietnam vertelt het verhaal van de oorlog van de VS in Vietnam >> klassiek voorbeeld van orientalisme >>>> Amerika ’s meest onpopulaire oorlog werd Amerika ’s populairste commercieel verhaal These different discourses are not just about Vietnam; they may increasingly constitute for many Americans the experience of Vietnam. They become the war itself.

     

19  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

Zelfstudie - Gane en Beer - H4 Interface
 
Het concept interface helpt ons na te denken over de connecties tussen mens en machine, en de zogenoemde virtuele en fysieke wereld Met het concept interface zijn we in staat om na te denken over de gemeenschappelijke band tussen twee systemen ; apparaten en programma’s >> en de vormen van contact die zo mogelijk worden gemaakt
Hayles: Haraway: interface is het moment waarop informatie wordt gedistantieerd interface is waar organisme en niet-organisme samenkomen en het cybernetic vormen

Een belangrijke kwaliteit van interface is dat ze tussen verschillende objecten en systemen navigeren. In dit proces maken ze netwerken niet alleen mogelijk, maar brengen ook een nieuw terrein

Steven Johnson Steven Johnson heeft het over interface culture. Volgens Johnson verwijst het woord interface naar de interactie tussen gebruiker en computer >> The interface dient als een soort translator

Door deze definitie van interface (waarbij de nadruk ligt op communicatie tussen 2 dingen) hoeft interface niet perse te refereren aan nieuwe of oude media.

Lev Manovich Traditionele media, zoals boeken, zijn ook interfaces waarbij de gebruiker een connectie aangaat met het geschreven verhalen. Interfaces brengen de stroom van informatie opgang tussen mens en verschillende media machines. In dit proces zijn interfaces niet passief tussen de systemen, maar worden beide systemen embodied met de interface.

In The language of New Media (2001) schrijft Manovich: Computer is een filter voor cultuur geworden & alle cultuur door of minstens de mogelijkheid heeft om door een HCI te gaan Manovich ontdekt een opkomst van nieuwe cultural interfaces: Ondanks dat nieuwe media interfaces wereldwijd gebruikt worden en gemakkelijk zijn om te leren is hun taal nog erg onduidelijk Manovich ziet een standaardisatie in de nieuwe applicaties zoals Word en Photoshop: selectie, compositie en teleactie

 

20  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

Zelfstudie - Gane en Beer – H8 Conclusion
 
Concepten zijn technologieën die ‘denken’. Concepten zijn zo alomtegenwoordig dat het gemakkelijk is om ze voor lief te nemen. De reden hiervoor is: 1. Concepten krijgen vaak een andere betekenis in populair gebruik 2. Concepten die geen aandacht krijgen kunnen ontaarden in een staat van verval >> Ulrich Beck noemt dit ‘zombiecategorieën’. Een voorbeeld hiervan is het ‘archief’ In dit boek denken we dieper na, over wat concepten zijn en het doel waarvoor ze dienen. We hopen dat de huidig besproken concepten uiteindelijk veranderen in nieuwe media concepten die sneller bewegen en meer flexibel zijn in vorm

Een netwerk van concepten Het is noodzakelijk deze concepten te zien in hun onderlinge samenhang om te begrijpen wat elk kan bijdragen en hoe ze samen kunnen werken: voorlopig conceptueel kader: Topologie / data en Virtuele code Netwerk Informatie Communicatie/ de mens en de machine Interface Interactiviteit Geheugen/ het virtuele en het materiele Archief Simulatie

Opkomende thema’s : Vier belangrijke punten : 1. Nieuwe mediaconcepten zijn vaak afgeleid van disciplines die zich bezighouden met de technische aspecten van nieuwe mediatechnologieën. Als gevolg daarvan, heeft de betekenis en het gebruik van deze begrippen de neiging om drastisch te verschuiven 2. Nieuwe mediaconcepten kunnen met elkaar communiceren 3. Nieuwe mediaconcepten bieden een nieuwe manier voor het ontstaan van sociale en culturele fenomenen 4. Conceptuele analyse dwingt ons de mogelijkheid van kritische mediatheorie te heroverwegen in een tijd van versnelde sociale en culturele veranderingen. Nieuwe media veranderen zo snel dat het moeilijk is om het bij te houden Nieuwe media? Een van de belangrijkste bezwaren is dat veel van de functies van ‘nieuwe’ media niet echt nieuw zijn. Voor Manovich, is het onderscheidende kenmerk van nieuwe mediatechnologieën de verwerking van binaire code. Maar er zijn ook andere, minder technische manieren van denken over deze vraag van nieuwheid. Silverstone zegt het noodzakelijk is het nieuwe te begrijpen op bestaande vragen en benaderingen. Op deze manier worden we niet verblindt door een teveel aan. Nieuwe media vormen nieuwe analytische uitdagingen maar leiden ook tot versterking van oude uitdagingen. Vandaag de dag kunnen we concluderen dat er geen term flexibel genoeg is om adequaat om te gaan met de wereld van de nieuwe of digitale

21  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  
media. Deze wereld kan alleen in detail worden begrepen door middel van een scala aan conceptuele apparaten.  

22  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

Zelfstudie - Pisters – H5 Geluid
Simon Frith gaat in op de semiotische vraag naar de betekenis van muziek: is muziek als muziek betekenisloos? Hoe komt het dat we betekenis toekennen aan muziek? Hitchcock ‘s eerste esthetische geluidsexperimenten Diegetische off-screen geluid = Persoon praat buiten beeld Diegetische on-screen geluid = Persoon praat in beeld Non-diegetisch geluid = Geluid afkomstig van iets of iemand buiten filmwereld Internal diegetisch geluid = Subjectief geluid dat gedachtes personage weergeeft External diegetisch geluid = Objectief geluid, geluid dat ook andere personages kunnen horen, zoals een dialoog tussen twee personages In zijn film BLACKMAIL maakt Hitchcock op expressionistische wijze gebruik van het geluid. De soundtrack wordt zo ingezet dat deze laat horen wat de innerlijke gevoelens van een personage zijn. Expressionistisch gebruik van geluid uit zich vaak in het expliciet op de voorgrond treden van een bepaald geluid dat psychisch de aandacht opeist In BLACKMAIL creëert Hitchcock de geluidsequivalent van een expressionistische close-up: de geluidsclose-up. Fidelity is het trouw of ontrouw gebruiken van geluid: dit is niet afhankelijk van hoe het geluid in de productiefase tot stand is gekomen, maar van de betekenis die we aan bepaalde geluiden hebben leren geven >> VB. Een miauwende hond is geen fidelity geluid. Een blaffende hond wel

Musical Accultaration In Performing Rites vraagt Simon Frith zich af wat er gebeurt wanneer we muziek ervaren en op welke manier deze ervaring overgaat in het waarderen en evalueren van die muziek. Ten eerste analyseert Frith hoe wij muziek van geluid (noise) onderscheiden >> Hij toont aan dat wat wij als muziek ervaren verschilt van periode tot periode In de 20ste eeuw is muziek deel geworden van een soundscape en dat maakt dat er ook andere soorten muziek bestaan of we dat we andere geluiden als muziek kunnen ervaren. Wat wij als muziek ervaren is dus gedeeltelijk context- en cultuurgebonden en gebonden aan conventies. Een andere manier om over het verschil tussen geluid en muziek te praten is om te kijken welke muziek wij als geluiden kunnen interpreteren, omdat de muziek geluiden imiteert; ‘een viool die huilt’, ‘saxofoon die lacht’. Met deze observaties lijkt het erop dat muziek op zichzelf geen betekenis heeft en dat we die er alleen maar achteraf aan kunnen toekennen in een cultureel bepaalde context van geluidsconventies. Er is ook een groep theoretici die zegt dat er toch ergens een biologische noodzakelijkheid of oorzakelijkheid bestaat tussen geluiden en muziek en de manier waarop we hierop reageren, waardoor de reactie meteen de betekenis van de muziek is:

23  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  
>> VB. een slaapliedje brengt ons in slaap. Een baby valt door het effect van de toon in slaap en interpreteert het liedje niet eerst als zijnde een slaapliedje. >>>> Ook het verschil tussen droevige en vrolijke muziek horen we gewoon. We zien hier dus twee visies op de betekenis van muziek: enerzijds wordt deze opgeroepen door de kwaliteiten van de muziek zelf, anderzijds interpreteren we deze volgens onze aangeleerde conventies, metaforen of verhalen.

Een Peirciaans Symbool heeft conventionele betekenis (roos voor liefde). Frith trekt met zijn opvatting over de indexical logic of music de oorzakelijk en conventionele betekenis van muziek samen: muziek heeft zowel een oorzakelijke als een conventionele betekenis. Het is in de cultuur dat we betekenis leren toekennen aan wat we voelen. Dit is wat musical acculturation wordt genoemd. We hoeven geen muziekopleiding te hebben gevolgd om te horen wanneer muziek vals is. >>VB: Justify my love (Madonna) speelt met onze musical acculturation, de effecten die muziek op kan roepen en de verschillende conventies die daaraan verbonden zijn.

Filmmuziek: functies en semiotische codes Het bijzonder aan filmmuziek is dat er altijd een relatie is tussen de muziek en het narratieve drama dat zich afspeelt. Daarbij kan muziek de drama zowel begeleiden en versterken als juist oproepen en een andere betekenis geven. Een systematisch gebruik van bepaalde beelden bij bepaalde geluiden kunnen onze conventies over beeld en geluid ook veranderen. Slaapliedjes en kermisdeuntjes zijn vaak in horrorfilms gebruikt, waardoor de rustgevende of vrolijke associatie niet meer zo vanzelfsprekend is.

Op basis van de twee hoofdeigenschappen van filmmuziek, begeleiden en produceren van betekenis, komt Frith tot een vijftal functies die muziek kan hebben in relatie tot beelden: 1. 2. 3. 4. 5. Het Het Het Het Het oproepen van sfeer beschrijven van de psychologische staat van de personages geven van achtergrondvulling creëren van een gevoel van continuïteit creëren van een gevoel van afsluiting (closure)

Muziek kan een hele scène omkleden, net zoals kleding een lichaam omkleedt. Uit deze kledingmetafoor leidt Frith af dat filmmuziek deel uitmaakt van een muzikaal fashion system en net zoals mode semiotische betekenis heeft, ook semiotisch benaderd moet worden.

24  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  
Frith onderscheidt hierbij drie semiotische codes die betekenis van muziek genereren: 1. De emotionele code 2. De culturele code 3. De dramatische code Emotionele code: Enerzijds vertelt de muziek hoe het publiek zich moet voelen. Anderzijds vertelt het hoe de personages zich voelen. Vaak vallen deze twee functies samen en voelen beiden hetzelfde. Deze kant van de muziek wordt door de componist bepaald en dringt diep tot ons door. Culturele code: Heeft als functie om op een efficiënte manier plaats, tijd en sociale setting te bepalen. Deze code is helemaal door conventies bepaald; >> met name genreconventies: saloonmuziek is western, doedelzak is Schotland. Dramatische code: Heeft te maken met het gebruik van muziek voor zijn narratief effect (om aan te geven dat de tijd sneller of langzamer verstrijkt), om een ruimtelijk effect te creëren (off-screen geluid, geluid dichtbij/veraf) of om op een actie te anticiperen. Dramatische code heeft dus een narratieve functie om op het verhaalverloop te anticiperen.

REAR WINDOW: de semiotische codes van de realistische geluidsband Realistisch geluid en muziek betekent niet dat het om puur natuurlijke of naturalistisch gebruik van muziek en geluid gaat. Het kan dus alsnog om hevig gestileerd en geconstrueerd geluid gaan. Realistisch gebruik van muziek en geluid is dat deze uit de mise – en – scène van het verhaal en diegetische wereld zelf voortkomt. Het kan ook best subjectief zijn. Het geluid geeft dan niet het psychologische effect van het personage weer, zoals bij expressionistisch gebruik van geluid, maar geeft het perceptuele effect weer: >> we horen wat het personage hoort.

De stem: stilte, dialoog, zang, de schreeuw en de acousmetre Acousmatisch geluid is geluid dat alleen te horen is, maar waarvan de bron niet te zien is (off-screen of non-diegetisch). Een acousmêtre is een personage dat zich alleen acousmatisch presenteert binnen de filmwereld. We zien hem niet maar horen hem wel. Deze mysterieuze en spraakzame personages hebben veel macht; hun woorden krijgen extra gewicht, omdat ze onzichtbaar zijn. Het omgekeerde geldt ook: personages die wel te zien zijn, maar voornamelijk zwijgen kan ook macht en controle betekenen. Echter kan zwijgen ook een uiting van onmacht zijn.

Odin vreest dat de 'domination of fictionalizing desire' (= klassieke Hollywoodfilm en zijn psychosemiotische structuren) gaat verdwijnen en dat we in de audiovisuele wirwar feit en fictie niet meer kunnen onderscheiden.

25  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

Zelfstudie - Pisters - H6 Nationale contexten
 
Via het begrip biographical legend wordt er een verband gelegd tussen tekst, auteur en zijn biografie. Hierbij wordt gekeken naar historical forces, hiermee worden discoursen bedoeld van o.a. uitspraken van de auteur zelf, journalistieke kritieken, academische analyses, en nog meer materiaal die samen de biographical legend van de auteur vormen.

Tom Ryall (Nationale cinema) Tom Ryall zegt dat national cinema in de eerste plaats te maken heeft met het filmklimaat in een bepaalde periode in een bepaald gebied; de verschillende factoren die productie, vertoning en distributie bepalen, alsmede de sociaal-culturele factoren die film speelt binnen een bepaalde cultuur. De sociaal-culturele factoren zijn af te lezen uit filmkritieken en de populariteit van een film op een bepaald moment. Deze eerste definitie van national cinema let dus vooral op economische en sociaal culturele aspecten van de filmproductie en receptie. Maar er is volgens Tom Ryall nog een andere manier om naar national cinema te kijken: Het tweede aspect van national cinema is de mate waarin een film nationale identiteiten en culturele waarden kan vertegenwoordigen.

Tob Miller gaat hier heel ver in door te stellen dat: populaire teksten kunnen een allegorie op de werkelijkheid verbeelden. Dit wordt soms als een probleem gezien: de media zouden te veel invloed hebben de werkelijkheid, of scheppen in ieder geval een parallelle werkelijkheid die nauw verbonden is met de historische feiten. Wat in ieder geval een feit is, is dat film, televisie en moderne media een grote rol spelen in de constructie van het verleden en bij de constructie van een idee van nationale identiteit.

In deze tweede definitie van nationale cinema wordt er dus gekeken naar de esthetische tekstuele aspecten en de politieke ideologische factoren die een tekst kunnen beïnvloeden of inspireren.

Wanneer we over nationale cinema spreken, kan er naar verschillende aspecten worden gekeken: de economisch en sociaal- culturele factoren van het filmklimaat in een land zijn van belang, maar ook is het mogelijk een tekst te zien als representatief of symptomatisch voor een nationale identiteit of politieke context. Zowel op esthetisch als inhoudelijk betekenisniveau kunnen deze verbindingen gelegd worden.

26  
 

Samenvatting  Tentamen  B  mediatheorie  

Zelfstudie - Pister - H10 Deleuze
 
Gilles Deleuze (post-structuralist) en Felix Guattari Anti-oedipus 1972 Ze verzetten zich hevig tegen de psychoanalyse. Ze houden zich bezig met de psychosociale aspecten van de kapitalistische maatschappij. Verlangen ontstaat niet uit een negatief gevoel van gemis (de oorspronkelijke eenheid met de moeder) zoals de psychoanalyse beweert, maar vanuit een positief gevoel vele heterogene verbindingen te willen maken om zoveel mogelijk te kunnen doen en zo goed mogelijk te kunnen overleven. Verlangens bestaan altijd uit een samengesteld geheel van verschillende dingen waar een mens een verbinding mee kan aangaan. Belangrijk in hun opvatting van verlangen is ook het idee van wordingsprocessen. Deze vinden plaats op een moleculair niveau, waarbij er een koppeling gemaakt wordt tussen heterogene dingen, zonder dat het gaat om letterlijke imitatie. Wat hierbij belangrijk is, is het uitwisselen en dichtbij komen van bepaalde krachten en sensaties. Voorbeeld: dierworden wanneer je rent, of, vogel-worden wanneer je zingt. Volgens Deleuze en Guattari beginnen alle wordings-processen met een ‘vrouwworden’. Aan het andere eind van het wordingsspectrum is er een moleculair-worden, en onzichtbaar-worden. Vooral het vrouw-worden heeft aanvankelijk veel stof doen opwaaien binnen de feministische theorievorming waar Deleuze sinds de jaren ‘90 een referentie is. Als alternatief op psychoanalyse geven Deleuze en Guattari schizoanalyse. Deleuzes filmboeken: cinema als temporele kunst In Deleuzes filmboeken staat het begrip ‘tijd’ centraal. Het is belangrijk om te zien dat lichaam (zintuigelijke ervaring) en geest (mentale relaties) parallel aan elkaar functioneren.

27  
 

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful