Goeiedag iedereen, wij gaan vandaag spreken over leerkrachten

Onderwijs is al heel oud en begon in het oude Egypte. Oorspronkelijk was het enkel de koningszoon en enkele kinderen uit hogere kringen die onderwijs kregen. Om de opvoeding van de koningszonen te ondersteunen en om het beroep van schrijver of beambte niet verloren te laten gaan, werden kinderen uit de elite ook naar de hofschool gestuurd. Meestal adopteerde een oudere beambte één kind om zijn kennis over te dragen. Rond 2000 v.Chr. veranderde dit systeem. De term voor school (letterlijk huis voor instructie , dook op en er werd voor het eerst gebruik gemaakt van een schoolboek, het Kemit. Dit boek bevatte teksten en grammaticale oefeningen. In deze periode konden ook armere kinderen naar school. De kinderen kregen les in de open lucht. Schoolgebouwen zijn nog niet gevonden, we weten niet zeker of ze ook bestaan hebben. De leerlingen kregen les in lezen, schrijven, rekenen en meetkunde. Uit het Kemit kregen ze dictee. Door de tek st uit te schrijven op ostraca of potscherven leerden ze woordjes en zinnen, waarmee ze al snel zelf teksten konden lezen en uit het hoofd konden navertellen. Hiërogliefen werden vanaf deze tijd alleen nog maar gebruikt op monumenten; de schrijflessen waren in h et schrift voor het dagelijks leven, het hiëratisch. Ook leerden ze dansen en muziek maken. Ze maakten hun oefeningen op houten schrijfpaletten en op de eerder vermelde ostraca met een rieten penseel en zwarte of rode inkt. In sommige gevallen deed de onderwijzer het eerst voor, waarna de leerling het kon overschrijven. Als hij echter iets fout deed kreeg hij of de hele klas een flink pak slaag. Bij de Grieken werden de kinderen vanaf de leeftijd van zes of zeven naar school gebracht, maar rijke ouders lieten hun kinderen vaak vroeger beginnen en hielden ze langer op school. Scholen werden als private bedrijven uitgebaat: de vakken die gegeven werden en het schoolgeld dat ervoor betaald werd, hing af van wat de ouders wilden dat hun kind zou leren. De competitie tussen scholen om ouders en studenten aan te trekken hield de kost van het onderwijs behoorlijk laag: vermoed wordt dat zelfs de armste families hun zonen voor enkele jaren naar school konden laten gaan. Armere kinderen leerden een ambacht door in de leer te gaan bij een vakman. Hun ouders stelden een overeenkomst op met de vakman waarin ze aanduidden welke vaardigheden hij zou aanleren en deze werd enkel betaald als hij he t contract was nagekomen. Atheense ouders zochten onderwijs voor hun kinderen in drie algemene categorieën: lichaamsoefening, grammatica (het lezen en schrijven), en muziek (het kunnen bespelen van een instrument, goed kunnen acteren en dansen). Met de groei van de volksvergadering in Athene steeg ook de vraag naar retorische vaardigheden. Rondreizende leraren brachten tegen betaling kinderen deze vaardigheden bij. Dit waren de sofisten. Naarmate de nood aan hoger onderwijs hoger werd, ontstonden er rond de 4e eeuw v.Chr. een paar scholen in Athene. De academie van Plato en het lyceum van Aristoteles waren plaatsen waar studente n gratis konden komen om met elkaar in discussie te gaan, en lezingen bijwoonden. Daarnaast ontstonden ook scholen die betaald onderwijs aanboden.

De meest bekende is de school van Socrates. Aspasia, een vrouw afkomstig uit Milene, richtte in Athene een sc hool op waar ook meisjes naartoe mochten. Onder invloed van de Grieken kwamen er in Rome in de 3e eeuw v.Chr. naast de scholen voor jongens en meisjes (die ludus genoemd werden) ook Griekse scholen. Het grote verschil tussen deze twee scholen was dat er in de ludus onderwijs gegeven werd op het gebied van lezen, schrijven en rekenen, terwijl er in de Grieks e scholen lesgegeven werd door een grammaticus op het gebied van de Griekse taal- en schrijfkunde en les in de geschiedenis van Griekse auteurs. In de 1e eeuw v.Chr. kwam daar ook de Latijnse school bij. Na het wegtrekken van de Romeinen verdwenen in West-Europa de scholen en dit onderwijs werd nu verdeeld onder de kloosters en enkele hogere, private onderwijsinstellingen. Veel mensen waren analfabeten. In de late Middeleeuwen echter werd onderwijs voor meer kinderen bereikbaar en nam het analfabetisme af. Het waren vooral jongens die naar school gingen. De meisjes bleven meestal thuis om te leren hoe ze een huishouden moesten besturen. Op de lagere school werden de basisvaardigheden onderwezen in het Nederlands. Daarna konden de leerlingen hun opleiding vervolgen aan de Latijnse school, een prestigieuze middelbare school. Tenslotte kon een zeer select groepje studenten nog doorstuderen aan de universiteit. En nu kan gelukkig ±humhum- iedereen naar school en hebben de latijnse A toets MO vandaag en de Grieken hebben toets godsdienst als ik mij niet vergis« (en nu op een zeeeeeeeeeeer sarcastische toon: ) wat is leren tocht leuk! Nu volgt de lerarenquiz. De klas deelt zich op in groepjes van 5 en stelt iemand aan die in naam van de hele groep antwoord« 1 Ria Dewilde 2Renaat Devos 3Filip Herpelinck 4Mieke Decaestecker (kleine meisje) 5Roos Herman 6Sabien Dessein 7Geert Louwyck 8Ilse Deturck 9Marc Vandenbussche