Beroepsopdracht

Een faland hart, afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.

Voorwoord.
Voordat U begint met het lezen van onze scriptie stellen wij ons graag aan U voor. Wij zijn: Nina James, Barbra Smulders en Nicky Sproet, derdejaars fysiotherapiestudenten aan de Hogeschool van Amsterdam. Wij hebben deze scriptie geschreven als eindproduct van onze beroepsopdracht. De doelgroep waarvoor wij deze scriptie schrijven bestaat uit fysiotherapeuten die met name werkzaam zijn in de tweedelijnsgezondheidszorg en te maken hebben met de revalidatie/ training van patiënten met hartfalen. Ook is de scriptie geschreven voor alle andere personen die meer willen weten over de ziekte hartfalen en die geïnteresseerd zijn in het meten van kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen. Onze beroepsopdracht is het vinden van een goed klinimetrisch meetinstrument voor het meten van de kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen voor, tijdens en na hartrevalidatie of fysieke training. Op korte termijn wordt deze beroepsopdracht gebruikt voor onderzoek in het VUmc om te kijken of training van patiënten met hartfalen positieve gevolgen heeft op de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van de patiënt. Op lange termijn kan het meetinstrument gebruikt worden door fysiotherapeuten in de eerste- en tweedelijnsgezondheidszorg. Wij hebben voor deze beroepsopdracht gekozen omdat hart- en vaatziekten doodsoorzaak nummer 1 is in Nederland. Als toekomstige fysiotherapeuten zullen wij dan ook vaak in aanraking komen met hartpatiënten. Verder spelen persoonlijke ervaringen een rol in onze keuze voor deze beroepsopdracht. Alle drie hebben wij in de naaste familie personen met hart- en vaatziekten. Wij bedanken onze begeleiders voor hun hulp bij het maken van deze scriptie. Onze begeleiders zijn: Benno van Tol en Harriët Wittink beiden fysiotherapeut en opdrachtgever en ook allebei werkzaam aan het VUmc. Tevens Ella Kruger docente fysiotherapie aan de HvA. Zij waren met ons net zo enthousiast en gemotiveerd om het project tot een goed eind te brengen. De beroepsopdracht heeft niet alleen geleid tot een grote hoeveelheid kennis op het gebied van hartrevalidatie. Het heeft er ook voor gezorgd dat onze interesse in het vak fysiotherapie nog meer is toegenomen. Wij zien de informatie, die wij hebben verkregen tijdens de beroepsopdracht, als een goede bagage wanneer wij in het werkveld te maken gaan krijgen met hartpatiënten.

Beroepsopdracht

Een falend hart, afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.

Inhoudsopgave.
Voorwoord. Inhoudsopgave. Samenvatting. Inleiding. 1
1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4 1.2.5 1.3 1.3.1 1.3.2 …………………………………………………………… 2 4 5

……………………………………………………………...

……………………………………………………………………..

Chronisch hartfalen.
Inleiding. …………………………………………………………. Hartfalen. …………………………………………………….….. Definiëring. ………………………………………………………. Symptomen. ………………………………………………… …… Prevalentie. ……………………………………………………….. Incidentie. ………………………………………………………… Prognose. …………………………………………………. …….. Gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven en behandelmogelijkheden. …………………………………….. Invloed hartfalen op gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Behandelmogelijkheden. …………………………………….… 7 7 7 8 8 8 8 9 9 9

2
2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.2.1 2.2.2.2 2.2.2.3 2.3 2.4 2.4.1 2.4.2

Methode.
Inleiding. ………………………………………………………… Kwaliteit van leven. …………………………………………….. Definiëring. ………………………………………….…………... Het ontstaan van meetinstrumenten voor gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. ….…………………………………………... Lichamelijk domein. ……………………………………………… Psychisch domein. ……………………………………………….. Sociaal domein. …………………………………………………. Meetinstrumenten. ……………………………………………. Soorten meetinstrumenten. …………………………………… Generieke meetinstrumenten…………………………………… Ziekte-specifieke meetinstrumenten…………………………….. 11 11 11 11 11 12 12 12 13 13 13

Beroepsopdracht

Een falend hart, afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.

3
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4

Resultaten.
Inleiding. ………………………………………………………….. Resultaten uit zoekstrategie. ………………………………….…. Zoekmethode. ……………………………………………………… Eerste screeningronde. …………………………………………….. Tweede screeningronde. …………………………………………… Consensusronde. …………………………………………………… 15 15 15 15 15 22

4
4.1 4.2 4.3 4.4

Discussie.
Inleiding. ………………………………………………………… Discussiepunten. ………………………………………………… Suggesties voor vervolgonderzoek. ……………………………. Conclusie. ……………………………………………………….. 24 24 25 25

Bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 ……………………………………………………………………. ……………………………………………………………………. ……………………………………………………………………. ……………………………………………………………………. ……………………………………………………………………. ……………………………………………………………………. …………………………………………………………… …………………………………………………………… 26 27 28 29 30 31 32 38

Literatuurlijst Begrippenlijst

Beroepsopdracht

Een falend hart, afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.

Samenvatting.
Opdracht: Het vinden van een goed klinimetrisch meetinstrument voor het meten van de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen voor, tijdens en na hartrevalidatie en fysieke training. Achtergrond: Chronisch hartfalen heeft een hoge incidentie en prevalentie en heeft een slechte overlevingsprognose. De gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van deze patiëntengroep is verminderd. Uit onderzoek is gebleken dat fysieke training een positief effect heeft op de kwaliteit van leven. Derhalve wordt er onderzoek gedaan naar de effecten van een fysiek trainingsprogramma voor patiënten met chronisch hartfalen. Gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven is in dit onderzoek een belangrijke effectmaat. In deze studie is gezocht naar een goed klinimetrisch meetinstrument voor de meting van kwaliteit van leven. Vraagstelling: Wat is een goed klinimetrisch meetinstrument voor het meten van (veranderingen in) gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen die deelnemen aan een fysiek trainingsprogramma of hartrevalidatie. Methode: Middels een literatuurstudie is onderzoek gedaan naar meetinstrumenten die de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven meten na revalidatie van patiënten met chronisch hartfalen. Er is allereerst gezocht op de termen gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven, hartfalen en revalidatie. In deze artikelen is gekeken naar welke meetinstrumenten gebruikt worden na revalidatie bij patiënten met hartfalen en de frequentie van de meetinstrumenten. Vervolgens is in de artikelen van elk meetinstrument de klinimetrie bekeken. In geen van de artikelen was de klinimetrie van de meetinstrumenten vermeld. De auteurs hebben er voor gekozen om via andere bronnen de klinimetrie van deze meetinstrumenten te achterhalen. Deze gegevens zijn bij de resultaten in een tabel weergegeven. Uit de tabel blijkt dat van geen enkel meetinstrument de waarden van de responsiviteit weergegeven is in de gevonden literatuur. Bij de tweede screening is er gekeken naar de inhoud van de studies, om de responsiviteit na te gaan. Na de tweede screening is er een concensusronde gehouden. Bij deze ronde kijken de auteurs naar de bruikbaarheid, betrouwbaarheid en de responsiviteit van het meetinstrument. Deze zijn weergegeven in een tabel. Resultaat:

000 à 200. Een goed klinimetrisch meetinstrument moet valide. Inleiding. (51) Chronisch hartfalen: indien de verschijnselen van hartfalen blijvend zijn. De gezondheidgerelateerde kwaliteit van leven bij deze patiëntengroep is verminderd. 24. Het leven van een patiënt met hartfalen wordt sterk beïnvloed door de aandoening.Beroepsopdracht Een falend hart. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. het optreden van dyspneu. valide en responsief klinimetrisch meetinstrument voor het meten van de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen. 22. maar het is niet bekend welk meetinstrument het meest geschikt is voor het meten van gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen. Hierbij zijn de volgende definities gehanteerd: Klinimetrie: het kwantificeren van klinische verschijnselen. kan een uitspraak worden gedaan over de effectiviteit van een behandeling en de prognose. 9. voor. Het doel van deze afstudeeropdracht is het zoeken naar een betrouwbaar. op basis van een verminderde (linker) ventrikel functie.(2. 14. 46) Om bij patiënten met hartfalen de verandering in de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven als gevolg van een fysiek trainingsprogramma te kunnen meten. vermoeidheid en een verminderde inspanningstolerantie. zodat de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven verbeterd. Nederlandstalig en makkelijk te lezen zijn. tijdens en na hartrevalidatie en fysieke training. . In Nederland lijden 150. betrouwbaar en responsief zijn. Vorderingen tijdens het revalidatieproces: De verandering in de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven als gevolg van het trainingsprogramma. 18.000 mensen aan een falend hart. Er zijn generieke en ziektespecifieke meetinstrumenten die gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven meten. is een goed klinimetrisch meetinstrument een vereiste. Verder moet het meetinstrument ook praktisch zijn in het gebruik. Aanvankelijk dacht men dat rust en medicijnen de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen zouden verbeteren. 17. door het vastleggen van de begintoestand en de daar op volgende veranderingen. De overlevingsprognose is slecht en het heeft een hoge incidentie en prevalentie. Dit leidde tot de vraag: Wat is een goed klinimetrisch meetinstrument voor het meten van (veranderingen in) gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen die deelnemen aan een fysiek trainingsprogramma of hartrevalidatie. Er zullen dus steeds meer patiënten met hartfalen doorgestuurd worden naar de fysiotherapeut om te revalideren en te trainen. maar inmiddels is uit verschillende studies gebleken dat fysieke training een belangrijke component is in het verbeteren van kwaliteit van leven. 16.

.Beroepsopdracht Een falend hart. Met uitzondering van de cursieve tekst bij boven. Verder staat aan het einde een Literatuurlijst waar alle bronnen instaan die wij hebben gebruikt. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. aan welke eisen deze behoren te voldoen en de zoekwijze die gebruikt is. Hoofdstuk 4 gaat over de discussiepunten. Hierbij moet gedacht worden aan hoe vaak een bepaald meetinstrument in de verscheidene artikelen naar voren is gekomen en bij wat voor (onderzoek)training de meetinstrumenten gebruikt zijn. Hoofdstuk 2 gaat over kwaliteit van leven. Achter de tekst staan getallen vermeld in superscript. deze verwijzen naar de literatuurlijst. Hier staat meteen in de tekst de definitie. Aan het einde is een Begrippenlijst opgenomen. Er staan in de tekst ook cursief gedrukte teksten die onderstreept staan. hierin komen suggesties voor verder onderzoek naar voren en wordt de conclusie gegeven. diagnostiek en behandelmogelijkheden. epidemiologie. de definitie. de impact op kwaliteit van leven. De woorden uit de begrippenlijst staan cursief gedrukt in de tekst. wat voor meetinstrumenten hiervoor zijn. Vervolgens komt aan de orde welke meetinstrumenten betrouwbaar en responsief zijn en wordt een overzicht gegeven van wat de auteurs het belangrijkst vinden voor een gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven meetinstrument. Hoofdstuk 3 gaat over de resultaten die verkregen zijn uit het onderzoek. De opbouw van onze scriptie is als volgt: Hoofdstuk 1 gaat over de achtergrond van chronisch hartfalen.en onderschriften van tabellen en figuren.

dat de gevolgen van een fysiek trainingsprogramma/ hartrevalidatie meet wat betreft de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen. De verschijnselen zijn afhankelijk van de oorzaak. 1. (61) 1. Een tweede belangrijke oorzaak van hartfalen is een te hoge bloeddruk. Hierbij treden vaak decompensatie-mechanismen in werking. Dit noemt men hartfalen. Voor de fysiotherapie is het belangrijk om een goed meetinstrument te hebben. enkels enz. Dit is van belang omdat het aantal patiënten met hartfalen groeit. Het verminderde inspanningsvermogen kan zich onder andere uiten in het optreden van dyspneu of moeheid bij normale of geringe inspanning van de patiënt. ontzouting). is het gevolg een afname van het inspanningsvermogen. Andere mogelijke oorzaken van hartfalen zijn: verminderde functie van de hartkleppen. Andere benamingen zijn decompensatio cordis of insufficiëntia cordis. Hartfalen is de toestand waarbij het hart tekortschiet ten aanzien van de geëiste arbeid. De eerste treedt speciaal op bij hypertensie. Hartfalen staat ook wel bekend als hartinsufficiëntie of hartzwakte.1 Inleiding. 1. aorta.). welke uiteraard verhoogde eisen stelt aan de rechter kamer (rechtsbelasting) die hypertrofisch wordt en eventueel tekortschiet.2 Hartfalen. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. Dit leidt tot rechtsdecompensatie met als gevolg stuwing in de grote circulatie (leverstuwing. De belangrijkste oorzaak van hartfalen is het hartinfarct. ascites. Hoofdstuk 1: Chronisch hartfalen. De kracht van de hartspier is altijd relatief (de verlangde prestatie is te groot) of absoluut (ziekten van de hartspier) te gering.en mitralisklepgebreken (zogenoemde linksbelasting) en veroorzaakt stuwing in de longcirculatie (met kortademigheid. Het hart pompt het bloed door het hele lichaam. cyanose. soms astmacardiale en longoedeem). Hartfalen kan direct na een hartinfarct optreden of enige tijd later. de prognose slecht is en de bewijzen voor het effect van training boven rust en medicijnen op de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen toenemen. waarvan het gevolg is dat het hart een verminderde pompfunctie krijgt. Men onderscheidt backward failure van de linker (linksdecompensatie) en van de rechter harthelft (rechtsdecompensatie).Beroepsopdracht Een falend hart. hartritmestoornissen en cardiomyopathie (51).1 Definiëring. Wanneer de pompfunctie van het hart vermindert.2. Ook in rust kan dyspneu of moeheid voorkomen. Overigens treedt rechtsdecompensatie ook op bij klepgebreken van de rechter harthelft en bij cor . hydrothorax en oedeem aan voeten. De bestaande vergroting van de hoeveelheid circulerend vocht in het lichaam vormt een belangrijk aangrijpingspunt bij de therapie (ontwatering.

000 mannen en 27.5 per 1.Beroepsopdracht Een falend hart. Engeland en Wales.1 per 1. Leeftijdspecifiek zijn de prevalentie en incidentie voor mannen wat hoger dan voor vrouwen.000. ‘Hartdecompensatie’ (ICD-10 428) is de meest gestelde doodsoorzaak (Zie bijlage 3). (65) Het aantal gevallen van hartfalen in Nederland is.000 mannen en 11.4 Incidentie. 1.0 per 1.3 Prevalentie.300 vrouwen). Jaarlijks overlijden 7.000 mannen en 44.1 per 1.2.2. Op de gehele bevolking in Nederland is de prevalentie 8. De incidentie wordt op basis van huisartsenregistraties geschat op 2. internationaal gezien laag tot gemiddeld. De leeftijdspecifieke sterfte is bij mannen iets groter dan bij vrouwen. (Zie Bijlage 2) (58) 1.000 personen met hartfalen.700 vrouwen). 57.2. activiteiten en participatieniveau bij hartfalen zijn te zien in bijlage 1.5 Prognose. Voor mannen en vrouwen vanaf 75 jaar bedroeg deze respectievelijk 128.6 en 126. (58. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. Over het algemeen worden de klachten in de loop van de tijd erger en wordt het klinisch beeld duidelijker. 1.000 vrouwen. en is vooral na de leeftijd van 65 jaar hoog. 1. Vooral in het beginstadium van chronisch hartfalen zijn de verschijnselen weinig uitgesproken. verminderde zuurstofopname tijdens als ook bij korte .000 vrouwen (absoluut 61. 66) Voor de toekomst wordt een toename van de absolute prevalentie van hartfalen verwacht. (56.0 per 1. De levensverwachting voor mensen met hartfalen is slecht. De onderverdeling van hartfalen volgens de ICD-10 is weergegeven in bijlage 4. Op basis van enkele demografische ontwikkelingen zal naar verwachting het aantal personen met hartfalen tussen 1994 en 2015 met 42.5 per 1. 60) mede omdat de vergrijzing en betere overleving na een acute coronaire hartziekte opwegen tegen het gunstige effect van een verbeterde opsporing en therapie van cardiovasculaire risicofactoren zoals verhoogde bloeddruk. In Nederland zijn 150.500 personen ten gevolge van hartfalen. De sterftekans neemt toe met de leeftijd. Het klinisch beeld van hartfalen is zeer veelzijdig en ook bij individuele patiënten kunnen de symptomen van dag tot dag variëren.6% stijgen.2.300 nieuwe gevallen van hartfalen vastgesteld.000 mannen en 3.4 per 1.2 Symptomen.000 à 200. De prevalentie neemt sterk toe met de leeftijd. 62) De gestandaardiseerde prevalentie van hartfalen bij personen van 55 jaar en ouder voor 1994 wordt geschat op 40. De belangrijkste determinanten van de slechte prognose van hartfalen zijn verlaagde ejectie fractie van de linker hartkamer.400 mannen en 85.000 vrouwen per jaar (absoluut 19. zo blijkt uit vergelijking met enkele studies uit de VS. (51. Jaarlijks worden ongeveer 46. De meest voorkomende klachten/ symptomen op functie.

3 Gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven en behandelmogelijkheden. Daarnaast nemen de slaapproblemen toe en bij sociale activiteiten worden meer beperkingen ervaren. De ernst van de ziekte beïnvloedt de emotionele stabiliteit van de patiënt niet.5 maal hoger dan voor ouderen die geen ziekte of aandoening hadden. De meest rationele therapie voor hartfalen is het verbeteren van de pompfunctie van het hart.Beroepsopdracht Een falend hart. 36% had problemen met dagelijkse activiteiten en 20% was beperkt in sociale activiteiten. Zesenzestig procent van de patiënten ondervond ernstige beperkingen bij lichamelijke activiteiten. De training die bij patiënten met chronisch hartfalen kan worden toegepast. De gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven neemt af met de ernst van de ziekte. (50) 1. Ook bij lichamelijke activiteiten treden meer problemen op. Ouderen bij wie in de huisartspraktijk voor het eerst de diagnose hartfalen was gesteld. De auteurs hebben specifiek gezocht naar studies op hartfalen en het effect van oefentherapie op gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Zowel lichamelijke als emotionele rust kan een positieve bijdrage leveren aan de behandeling van de patiënt met hartfalen. Dit is echter vaak niet mogelijk. maar opmerkelijk genoeg in mindere mate dan op de andere terreinen. In principe geldt dat wanneer de patiënt voelt dat hij tot een bepaalde activiteit in staat is. Het doel van de behandeling is dus een symptomatische verbetering te bereiken. 1.(37) .3. Patiënten vertellen dat ze minder energie hebben om dingen te ondernemen wanneer de ziekte ernstiger wordt. de prognose slecht is en de bewijzen voor het effect van training boven rust en medicijnen op de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen toenemen. kan bestaan uit krachttraining.3. Een belangrijke overweging hierbij is dat volledige immobilisatie risico’s met zich meebrengt. of uit intervaltraining gebaseerd op een percentage van VO2 max. gemeten via de Nottingham Health Profile (NHP). deze activiteit ook toegestaan kan worden. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. (61) Een grote variatie aan trainingsvormen is te onderscheiden.1 De invloed van hartfalen op de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven.2 Behandelmogelijkheden. waaronder de verhoogde kans op veneuze trombose en ook een verminderd uithoudingsvermogen en daarmee een vermindering van cardiorespiratoire capaciteit. Over het algemeen wordt de meeste progressie met trainen bij hartfalenpatiënten geboekt in de eerste 26 weken. Dit is van belang omdat het aantal patiënten met hartfalen groeit. 1. Deze percentages liggen ongeveer 3. hadden een sterk verminderde gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven (gemeten met de COOP/WONCA-functiekaart). Daarna ontstaat er een steady-state. uit duurtraining op geleide van de hartfrequentie.

gewicht. Richtlijnen en systematic reviews onderschrijven oefentherapie als een evidence based interventie bij patiënten met chronisch hartfalen. 13. De gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven gaat vaak sterk achteruit. De vraag die hiermee gepaard gaat is: Wat is een goed klinimetrisch meetinstrument voor het meten van (veranderingen in) gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen die deelnemen aan een fysiek trainingsprogramma of hartrevalidatie? . 18. 14. het is niet bekend welk meetinstrument het beste de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven het meest betrouwbaar meet na een fysiek trainingsprogramma of revalidatie. Deze patiënten hebben een slechte prognose. Verder blijkt ook dat intervaltraining efficiënter is dan duurtraining. 24. 40) Er zijn veel meetinstrumenten om de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven te meten bij patiënten met hartfalen. tijdens en na een training op bloeddruk. 17. hartfrequentie en symptomen (37) Uit dit hoofdstuk blijkt dat er in de toekomst steeds meer patiënten zullen zijn met de ziekte hartfalen. (9. Het is dus te belastend voor de patiënt om te gaan zwemmen. 30.Beroepsopdracht Een falend hart. 36. bloedlactaat en het plasmacatecholamine. Training/ revalidatie van hartpatiënten door fysiotherapie wordt steeds meer door onderzoek onderbouwd als een efficiënte manier om de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven te verbeteren bij patiënten met hartfalen. Zwemmen is echter uitgesloten voor patiënten met hartfalen die een systolische en diastolische disfunctie hebben omdat uit een studie is gebleken dat langzaam zwemmen ( 20-25m / min) een vergelijkbare belasting is als bij fietsen op een fietsergometer met een belasting van 100-150 Watt. Bij training kan gedacht worden aan fietsen op de fietsergometer of wandelen. 15. 34. als gemeten door de hartfrequentie.(37) Om bepaalde spiergroepen van de extremiteiten te trainen wordt over het algemeen aangeraden om beide extremiteiten tegelijk te trainen omdat het efficiënter blijkt te zijn. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. 16. Wat betreft de veiligheid is het belangrijk dat er goed overleg is met de cardioloog en dat de patiënt regelmatig wordt gecontroleerd voor.

1 Definiëring: Kwaliteit van leven is. niet direct te meten. Dit is van belang bij het zoeken naar een goed klinimetrisch meetinstrument voor het meten van ( veranderingen in) gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij hartpatiënten met hartfalen die deelnemen aan een fysiek trainingsprogramma of hartrevalidatie. 2.(41) Het verbeteren van de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven is van belang voor therapie bij personen . (50) 2.1 Inleiding.2 Kwaliteit van leven.2 Het ontstaan van meetinstrumenten voor gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. en niet alleen als de afwezigheid van ziekte’ (68) Men kan gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven operationaliseren met behulp van drie domeinen: het fysieke domein. en als dat niet meer kan. De term ‘kwaliteit van leven’ verwijst naar een zogenaamd ‘construct’. net als de begrippen ‘geluk’ en ‘sociaal-economische status’.(60) Gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven wordt gedefinieerd als het functioneren van personen op het fysieke. een theoretisch kenmerk van iets of iemand.2. 2. het psychisch domein en het sociale domein. de schade te beperken en het lijden te verlichten.(50) Kwaliteit van leven is de voldoening die een persoon voelt met het leven dat hij leidt. Tegenwoordig ontvangt het concept gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven veel aandacht vanuit de medische onderzoekswereld. Aan het eind van het hoofdstuk is de zoekwijze van het onderzoek beschreven. De geneeskunde probeert ziekte te voorkomen of te genezen. zoals bloeddruk en het cholesterolgehalte. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. Dit hoofdstuk geeft de meetinstrumenten aan voor de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven en aan welke criteria deze meetinstrumenten moeten voldoen. worden andere effectmaten dan sterfte en klinische parameters steeds relevanter. Het kan omschreven worden als een subjectief gevoel van welzijn en geluk. Volgens de definitie van de Wereld Gezondheid Organisatie (1946) wordt gezondheid omschreven als ‘een toestand van volledig lichamelijk. geestelijk en sociaal welzijn.Beroepsopdracht Een falend hart. 2. Hoofdstuk 2: Methode. Bij de evaluatie van de effecten van medische zorg is de aandacht lange tijd gericht geweest op sterfte en op klinische uitkomstmaten. psychische en sociale gebied en de subjectieve evaluatie daarvan. In de huidige tijd waarin chronische ziekten een groter volksgezondheidsprobleem vormen dan acuut levensbedreigende aandoeningen. Nieuwe instrumenten voor het meten van gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven worden continu ontwikkeld.2. Het is een relatief begrip.

werk. bijvoorbeeld angst en depressie. vriendenkring of vrije tijd. De coëfficiënt varieert hierbij van minimaal 0 tot maximaal 1. 2. dan het beschrijven van negatieve gevoelens alleen. (48). Deze correlatiecoëfficiënt geeft de mate van samenhang weer tussen de items onderling.8 als ‘goed’ beoordeeld en een Cronbach’s alfa > 0.90. Test/hertest betrouwbaarheid is een maat over stabiliteit van testscores in de tijd. Het beschrijven van negatieve en positieve gevoelens geeft een beter inzicht in psychologisch (on)welbevinden. (48) Ten aanzien van meetinstrumenten worden de volgende soorten validiteit onderscheiden: 1.(48) Onder validiteit van een meetinstrument wordt verstaan de mate waarin een meetinstrument meet wat het beoogt te meten. Inhoudsvaliditeit 2.9 als ‘uitstekend’ (49) Responsiviteit van een meetinstrument is de mate waarin een meetinstrument bij een patiënt klinisch relevante veranderingen in de tijd kan vaststellen.3 Meetinstrument. Belangrijke criteria voor meetinstrumenten zijn betrouwbaarheid en validiteit.2.2. Criteriumvaliditeit 3.70 op groepsniveau. Grofweg kan men stellen dat er sprake is van een betrouwbaar meetinstrument. 2. Op individueel niveau streeft men naar een betrouwbaarheidscoëfficiënt van 0.(23) (48) (50) Bij ons onderzoek zijn we voornamelijk geïnteresseerd in de test-hertest betrouwbaarheid en de inhoudsbetrouwbaarheid en responsiviteit.Beroepsopdracht Een falend hart. namelijk de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. Volgens Feinstein (1987) wordt doorgaans een Cronbach’s alfa > 0. 2. Een maat om de interne consistentie uit te drukken is de zogenaamde Cronbach’s alfa coëfficiënt. Daarnaast kan in dit domein aandacht worden geschonken aan positieve gevoelens. Het sociale domein kan worden omschreven als de mate waarin ziekte of behandeling afbreuk doet aan de mogelijkheid van de patiënt om sociale rollen te vervullen. Constructvaliditeit . Bij de beschrijving van het psychische domein wordt meestal uitgegaan van ‘psychische klachten’.2. Daarnaast kan aandacht worden besteed aan de gevolgen voor de sociale relaties van de patiënt. wanneer de betrouwbaarheidscoëfficiënt van de Cronbach’s alfa groter is dan 0.2. Bij de inhoudsbetrouwbaarheid wordt nagegaan in hoeverre items inhoudelijk met elkaar overeenkomen (onderzoek naar de ‘interne consistentie’).2 Psychisch domein. zoals het functioneren in gezin. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.3 Sociaal domein.

4. De volgende zoekmachines zijn gebruikt: DocOnline.2 Ziekte-specifieke vragenlijsten. ziektestadia en behandelingen worden toegepast en maakt het mogelijk de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven te vergelijken van patiënten met verschillende ziekten of ziektestadia.4 Soorten meetinstrumenten. zoals alle hart.5. Zij kunnen namelijk ook gericht zijn op een groep ziekten. 2. 2. dus ongeacht de aan.1 Patiëntenpopulatie. Ze omvatten het fysieke. relevant zijn. Er is gezocht naar bronnen voor artikelen en algemene informatie. die aan een oefenprogramma hebben deelgenomen. 2. Mapi Research Institute Quality . De eerste stap voor het verkrijgen van informatie voor onze vraagstelling: Wat is een goed klinimetrisch meetinstrument voor het meten van (veranderingen in) gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen die deelnemen aan een fysiek trainingsprogramma of hartrevalidatie.en vaatziekten. Generieke vragenlijsten meten de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven in termen die voor ieder mens. Ziekte-specifieke vragenlijsten kunnen gedetailleerd ingaan op die aspecten van de situatie die specifiek beïnvloed worden door een bepaalde ziekte. De doelgroep bestaat uit volwassen patiënten (boven de 18 jaar) met hartfalen (zie bijlage 1).of afwezigheid van een specifieke diagnose. Deze vragenlijsten vertonen soms overlap met generieke meetinstrumenten. het psychische en het sociale domein.1 Generieke meetinstrumenten. kunnen verschillende soorten meetinstrumenten gebruikt worden.5 Zoekwijze. Een generieke vragenlijst kan in principe bij een breed scala aan diagnoses. Om de kwaliteit van leven te meten. Deze vragenlijsten meten de gevolgen van een bepaalde ziekte op de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven. 2.5.2 Zoekmethode.Beroepsopdracht Een falend hart. namelijk: 2. bijvoorbeeld naar het gedrag of de (50) ervaringen op het gebied van het sociaal functioneren. was zoeken op het internet.4. 2. Een domein of dimensie verwijst naar het gedrag of de ervaringen van een persoon op een bepaald gebied. De verschillende vragen of items van een dergelijke vragenlijst. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. worden bij elkaar opgeteld en vormen zo een domein.

In tabel 3 worden van de overgebleven artikelen het volgende weergegeven: het instrument. de trainings interventie. Uit de overgebleven artikelen zijn de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven meetinstrumenten gehaald. Uit de tabel blijkt dat van geen enkel meetinstrument de mate van responsiviteit weergegeven is in de gevonden literatuur. .5. Deze begrippen zijn het onderwerp van ons onderzoek. betrouwbaarheid en de responsiviteit van de meetinstrumenten.5. hartfalen en oefentherapie (revalidatie/ training). de frequentie.5 Consensusronde Naast het literatuuronderzoek heeft er een consensusronde plaatsgevonden. de duur. De eerste screening betrof drie begrippen: gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven meetinstrument. In de consensusronde kijken de auteurs naar de bruikbaarheid.5. In geen van de artikelen was de klinimetrie van de meetinstrumenten vermeld. Deze zijn weergegeven in tabel 4. 2. 2. Indien elk van de drie de begrippen in het artikel naar voren kwam. Daarna hebben de auteurs de meetinstrumenten uit de artikelen gehaald en in tabel 1 de frequentie weergegeven. de oefenintensiteit.3 Eerste screening. controle interventie. Vervolgens is gekeken welk meetinstrument aan de hand van deze gegevens als beste kon worden beschouwd en daarom bruikbaar is voor het onderzoek in het VUmc.Beroepsopdracht Een falend hart. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. kwaliteit van leven resultaten van de interventie en de controlegroepen. 2.4 Tweede screening. Deze gegevens zijn bij de resultaten in tabel 2 weergegeven. De meetinstrumenten worden weergegeven in een tabel en tevens kijken we naar de frequentie in gebruik van de verschillende meetinstrumenten. De auteurs hebben er voor gekozen om via andere bronnen de klinimetrie van deze meetinstrumenten te achterhalen. kwam het artikel in aanmerking voor de tweede screening. alsmede de significantie van de veranderingen tussen de pre/post interventie. Vervolgens is in de artikelen van elk meetinstrument de klinimetrie bekeken. De gevonden artikelen ondergingen allemaal een screening. Aangezien responsiviteit belangrijk is om de mate van verandering van gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven aan te geven voor en na een oefentherapie interventie hebben de auteurs vervolgens de relevante artikelen geanalyseerd.

2. Deze artikelen werden gebruikt voor de eerste screening. In de artikelen stonden 4 generieke en 3 ziektespecifieke gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven meetinstrumenten. hartfalen en oefentherapie (revalidatie/ training). het VU. Dit hoofdstuk geeft de resultaten weer van de zoekwijze. In de tabel hieronder staat de frequentie van de meetinstrumenten weergegeven. Rel. 3. het NIWI en het NPI hadden we 68 bronnen. Hoofdstuk 3: Resultaten 3. 3. Na het zoeken in de HvA.28 42. Uit de 13 overgebleven artikelen zijn de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven meetinstrumenten gehaald.28 7. Na de screening bleven er 13 artikelen over.Beroepsopdracht Een falend hart. 3.2 Resultaten uit zoekstrategie. waarvan 44 artikelen.14 100% * De afkortingen zijn afkomstig van het MAPI .2.3 Tweede screeningronde.2 Eerste screeningronde. Meetinstrument Frequentie Abs. De 44 gevonden artikelen met de woorden hartfalen en kwaliteit van leven worden gescreend op de woorden: kwaliteit van leven meetinstrument. het AMC.14 7. het VUmc.1 Zoekmethode. 2 3 4 5 6 7 Chronic Heart Failure Questionnaire Minnesota Living with Heart Failure Questionnaire Nottingham Health Profile Patient’s Global Self-Assessment Quality of Life Questionnaire in Severe Heart Failure Short Form-36 Sickness Impact Profile 68 TOTAAL CHQ MLHF NHP PGSA QLQ-SHF SF-36 SIP 68 2 6 1 1 1 2 1 14 14.2. de beide screeningrondes en de consensusronde.1 Inleiding. 1. 3. evenals het percentage. Tabel 1 Nr.84 7.14 7. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.14 14.

32) algehele scoreα=0. algemene schaal.94 emotionele domein α = 0. (23) somatische symptomen.0. 28) 6 puntschaal van 0-5 Hogere score = slechter. 54) SF-36 Generiek 36 en nog 8 gewone vragen. 7 statements(30.77 Emotionele reactie α= 0. levensgeluk en Hogere score =slechter lichamelijke activiteiten. 43) (20. 23. psychisch ongemak. 20. (7. 10. lichamelijke om in een 0 tot 100 pijn.86 Emotioneel α= 0.85 Energie α= 0. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. Vermoeidheid Emotioneel functioneren. 28) Zespuntsschaal ** 4 Zespuntsschaal. 44) ** ** ** ** ** ** 0. 34. 26. emotionele rol en psychische gezondheid. (23) 3 (4) Lichamelijke Sociaal-economische en psychologische beperkingen.86 Vermoeidheid α=0.92 Totaal α= 0. Hogere score = beter sociaal functioneren.30.72-0. (1.85 (21) ** 16 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . 30. 43) functionele en sociale domeinen van chronische ** ziektes(6.84 (21) 0.Beroepsopdracht Een faland hart. lichamelijke rol.94 lichamelijk domein α=0.75 ** ** Responsiviteit CHQ 7 puntschaal. vitaliteit.90 (4) Fysieke mobiliteit α =0.94 Pijn α =0. (34) gezondheidsperceptie. Tabel 2 Meetinstrument Soort meetinstrument Ziekte Specifiek Aantal Items 16 (12 ) Schaal Domeinen Test-hertest betrouwbaarheid Inhouds Betrouwbaarheid Cronbach’s alfa Dyspneu α=0. 42. (32) 3 39 ja/ nee vragen subjectieve emotionele.4 25. (23) 8 Standaard scores algoritme zetten de scores Lichamelijk functioneren. 25. 28) ** ** MLHF Ziekte Specifiek 21 (9. 28) 26 (20. (21) Hogere score = beter 3 Kortademigheid.70 .80 (31. 29) ** ** NHP Generiek PGSA QLQ-SH Generiek Ziekte Specifiek 1(20. 38. (19.93 Algehele score α > 0.

wandelen. lichaamsverzorging. Schaal Domeinen Test-hertest betrouwbaarheid Inhoudsbetrouwbaarheid Responsiviteit Meetinstrument Soort meetinstrument Generiek Aantal items Cronbach’s alfa SIP 68 136 stellingen Score per domein en/of geheel. huishouden.Beroepsopdracht Een falend hart.94 (27) ** ** = Onbekend 17 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . Hogere score = ? 0. sociale interactie. mobiliteit. recreatie en uitgaan. communicatie. alert gedrag.92 (27) 12 emotioneel gedrag. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. 0. eetgedrag en werk. slaap en rust.

S.6) / 33 (3. verhoging 2lb / been / maand 60% VO2 8 weken max.Beroepsopdracht Een falend hart.8) / 37 (3. de frequentie. 3x / week 2x / week Tot 50% VO2 ** max.5) P Beniaminovitz et al (40 ) 2002 25 MLHF 15 min Fietsen + krachtoefeningen flexie/ extensie heup 3x / week Belardinelli et al ( 36) Cider et al ( 30 ) 1998 99 1997 24 MLHF NHP QLQ-HF Warming-up + Fietsergometer Functioneel trainingsprogramma voor de perifere spieren.S. alsmede de significantie van de veranderingen tussen de pre/post interventie.001 NHP: N.05 Geen training Placebo 52 (22) / 40 (19) NHP: Thuisleven 25 (**) / 27 (**) Hobby’s 33 (**) / 55 (**) Vakanties 33 (**) / 45 (**) *** QLQ-HF: *** 50 (21) / 51 (22) NHP: Thuisleven 36 (**) / 33 (**) Hobby’s 45 (**) / 33(**) Vakanties 45 (**) / 17 (**) *** QLQ-HF: *** P < 0. kwaliteit van leven resultaten van de interventie en de controlegroepen. 18 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. In tabel 3 worden van de overgebleven artikelen het volgende weergegeven: het instrument. ** 5 maanden P < 0. controle interventie. QLQ-HF: N. de duur.0) Controle * (SD) Pre/ Post 41 (4. Tabel 3 Auteur Jaar N Instrument Interventie Duur Frequentie Intensiteit TrainingsPeriode Controle interventie Mentale ontspanningsoefeningen 2x / dag 15 min. Interventie* (SD) Pre/ Post 50 (3. de trainings interventie. de oefenintensiteit. Uit de bovenstaande tabel blijkt dat van geen enkel meetinstrument de mate van responsiviteit is weergegeven in de gevonden literatuur. 5 lb / been. Naar aanleiding van de ontbrekende gegevens over de meetinstrumenten zijn de auteurs ingegaan op het study-design in de artikelen. 15-20 min + 40 min 60 min.

Beroepsopdracht Een falend hart. 8 weken Voortzetten normale bezigheden 46 (7) / 24 (5) ** P < 0.8) *** 22. + 75% 1 RM 3 maanden ADL zonder training Owen et al (13 ) 2000 22 MLHF Parnell et al (18 ) 2002 21 MLHF Zittende warming-up + circuit: zes stations duur en krachtoefeningen + zittende cooling-down Individueel programma van lopen.5 min + 10 min 30 naar 60 min. 1x / week op eigen tempo 12 weken ** Mastery 23.5) / -3. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.1) / 21.5 (**) / 23 (**) Mastery 21.0 (4. krachtoefeningen armen met lichte handgewichten + fietsen op een fietsergometer 10 min + 4.6 (3.3 (5.01 19 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet .5 min / km 40-60 min + 30.7) *** 28 (**) / 28 (**) Mastery P = 0.1) Emotion 38.1 (4.02 *** ** Van 1x naar 5-7x / week 50-60% HF max.2) / 25.0132 Oka et al (24 ) 2000 24 CHQ Lopen + krachtoefeningen unilateraal 3x / week + 2 x / week 70% VO2 max.04 Emotion P = 0.8 (4. Instrument Interventie Duur Frequentie Intensiteit TrainingsPeriode 3 maanden Controle interventie Voortzetten normale bezigheden Interventie* (SD) Pre/ Post 32.33 km) en 11.8) / 42.001 Kortademig -heid p < 0.7 (6. + 40% naar 60% 1 RM + ** Kavanagh et al ( 33) 1996 30 CHQ Individueel progressief aerobic loopprogramma 50-60% van 52 weken de VO2 max.9 (1.40 min 2 x / week + 2x / week + 1x / week 5x / week eerste 16 weken nog 20 weken 1x / week en nog 16 weken 1x / maand 60-70% HF max.1 (4.6) / 33. + 13-14 van de Borg-scale Standaard medische behandeling (12 weken) ** ** Vermoeidheid p < 0.1) Emotion 35.5 (2.2 (8.9) Controle * (SD) Pre/ Post ** P Auteur Jaar N MC Kelvie et al (15 ) 2002 163 MLHF Aerobics + Weerstand training + Lopen 30 min +10 herh + ** 10 km (6-16 km) gemiddeld 13 min / km na 16 weken opgevoerd naar 21 km (16.

20 (1.1.13 (1.94) **** L func P = 0.01) L rol .93) Pijn .9 (**) Pijn 5.03 2 tot 3 x / week 60 tot 80% HF max. Interventie* (SD) Pre/ Post L func 21.0) / .6 (**) Controle * (SD) Pre/ Post L func 9.0001 20 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet .4 (**) L rol 44.0001 Pijn P = 0.00) Vit . + de patiënt voerde de oefeningen uit op een range van +/.0001 **** **** ** 33 (**) / 19 (**) 34 (**) / 44 (**) Interventie P < 0.2) / .1.38 (1.33 (0.12) / . afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.3 Vit p = 0.0.26 (0.02 L rol p = 0.0.0.89 (1.5 (**) Vit –2. Instrument Interventie Duur Frequentie Intensiteit TrainingsPeriode Controle interventie Gingen door met de gebruikelijke activiteiten van hun dagelijks leven.0.4 (1.001 Pijn p = 0.0001 L rol P = 0.4 (**) Pijn 2.Beroepsopdracht Een falend hart.4 (**) L rol 4.001 Controle P < 0.3 (**) Vit 16.0.1) / . zonder rust 8 weken begonnen werd met 25 herhalingen L func p = 0.5 slagen van hun individueel voorgeschrev en hartslag.0001 Vit P = 0. 4 weken ** ** L func .0.73 (1.9 (**) **** P Auteur Quittan et al ( 34) Jaar N 1999 25 SF-36 een warming-up + aerobic oefeningen: fietsergometer training en vanaf de derde week step oefeningen + cooling-down en stretch oefeningen 3-5 min + 2x 25 min 2x / week vanaf de vijfde week 3x / week + 5 min Tyni-Lenne et al ( 9) 2001 24 MLHF Radzewitz et al (17 ) 2001 88 SF-36 6 min Warming-up + 45 min + aerobic weerstand groepstraining waarbij alle hoofd spier groepen in één keer per keer worden getraind continue herhaalde spier contracties tegen een weerstand van een Thera-Band Krachttraining 15-20 min + fietsergometer training 3x / week 50% van de 3 maanden VO2 max.

4 maanden Voortzetten normale bezigheden Startpunt 0 (0) / na 4 maanden 1.0 (1. indirecte maat van moeheid. zowel pre/ post. ** = Niet vermeld. 21 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet .S.4) / na 10 maanden 0. 2x / week opgebouwd naar 3 x / week 80% HF max.Beroepsopdracht Een falend hart. zijn gemiddeld. L func L rol Vit = Niet Significant.9) Startpunt 0 (0) / na 4 maanden 0. Instrument Interventie Duur Frequentie Intensiteit TrainingsPeriode 12 weken Controle interventie Medische zorg Interventie* (SD) Pre/ Post 104 (56) / 89 (44) Controle * (SD) Pre/ Post 112 (58) / 100 (50) P Auteur Jaar N Wielenga et al (14 ) 1998 67 SIP 68 Fietsen.4 (1.3 (1.S.7 (0.0) Van 0-4 maanden P < 0.oo6 Legenda voor tabel 3: * = De waarden die vermeld staan zonder omschrijving.3) / na 10 maanden 0.0001 Van 0-10 maanden P < o. snelwandelen en balspel Willenheimer et al ( 16) 2000 49 PGSA Fietsergometer + krachttraining 3x tien min met 5 min pauze tussen elke serie 15 min opgebouwd naar 45 min 3 x / week ** N. = Lichamelijk functioneren = Lichamelijke rol = Vitaliteit. *** = Alleen de domeinen die significant zijn veranderd zijn vermeld. **** = Alleen de voor de fysiotherapeut belangrijke gegevens zijn vermeld N. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.

Deze drie domeinen worden verbeterd door oefentherapie (37). In hoofdstuk 3 werd vermeld dat met name de betrouwbaarheid. Het is onder andere bij deze patiëntengroep van belang dat het meetinstrument Nederlandstalig is. Fysiotherapie is met name gericht op het lichamelijk functioneren en de fysieke gesteldheid. In de consensusronde hebben de auteurs gelet op de criteria van een gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven meetinstrument. (48) Hartfalen komt in het bijzonder voor bij oudere patiënten.8.8. lichamelijke domein en vermoeidheid. Consensusronde. Andere domeinen die verbeteren door oefentherapie zoals geestelijke gezondheid (37) liggen niet binnen het domein van fysiotherapie.85 ** ** ** ** SIP 68 + + +/- +/- - - + 0. alsmede het praktische gebruik. om een zo goed mogelijk beeld hebben van de patiënt zijn kwaliteit van leven. goed leesbaar. Tabel 4 SelfAdministered CHQ MLHF + + Nederlands -talig + + Goed leesbaar Makkelijk te begrijpen ** -/+ Invultijd 1 ** ** + + Domeinen 2 + + 3 + 0. ** - + ** - ** + + 0. makkelijk te begrijpen en een korte invultijd heeft.4.75-0.94 ** Legenda: +/= redelijk 1 = kortademigheid + = ja / goed 2 = vermoeidheid 22 ++ = zeer goed 3 = lichamelijke domein ** = nee = onbekend Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . wil een meetinstrument betrouwbaar worden geacht. Op basis van deze gegevens geven wij een antwoord op de vraagstelling: Wat is een goed klinimetrisch meetinstrument voor het meten van (veranderingen in) gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen die deelnemen aan een fysiek trainingsprogramma of hartrevalidatie? Het antwoord op de vraagstelling is weergegeven bij de conclusie. Het is van belang dat juist deze domeinen goed uitgevraagd worden in het meetinstrument en tevens ook responsief zijn om een training te evalueren. te weten: kortademigheid. de validiteit en de responsiviteit belangrijk zijn. 3. 15min. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.8 Responsiviteit in de 3 domeinen ** ** ** - NHP PGSA QLQHL SF-36 + ** ** + + ** ** + + ** ** ++ ++ ** ** ++ ** ** ** 10 min. De reden dat de auteurs voor deze domeinen hebben gekozen is om het feit dat men in de fysiotherapie met name geïnteresseerd is in deze drie domeinen.94 α > 0.93 0. Verder is het van belang dat een meetinstrument een betrouwbaarheid heeft van α > 0.2. In de fysiotherapie is een betrouwbaarheid vastgesteld van α > 0. Onderstaande tabel 4 geeft weer wat de auteurs belangrijke criteria vinden aan een gezondheidsgerelateerd kwaliteit van leven meetinstrument aan de hand van hun eigen bevindingen en de scores die in de literatuur naar voren kwamen. Kortademigheid.94 ** ** 0. lichamelijke domein en vermoeidheid beïnvloeden de kwaliteit van leven bij patiënten met chronisch hartfalen negatief.72-0.Beroepsopdracht Een faland hart. In de tabel staan drie domeinen genoemd.

want de vragenlijst is ziekte specifiek!!). controle interventie. validiteit en responsiviteit).Beroepsopdracht Een falend hart. In de literatuur ontbreken vaak ook klinimetrische gegevens over de verschillende gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven meetinstrumenten. Wel blijkt dat de Minnesota living with heart failure questionnaire het meest wordt gebruikt. N-waarde en de criteria van de populatie groot is. Meetinstrumenten behoren getest te worden op de populatie waar het voor gebruikt dient te worden omdat men moet weten hoe het meetinstrument zich gedraagt in de desbetreffende populatie. behalve de meetinstrumenten die ziektespecifiek zijn. In de artikelen wordt niet aangeven waarom ze voor een bepaalde meetinstrument kiezen. (bij de Minnesota dus wel. 23 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . Verder blijkt dat in de verschillende studies de diversiteit in training interventie. Ook wordt er niet weergegeven dat het gebruikte meetinstrument getest is bij de onderzoeks-populatie. De waarden die wel weergegeven worden bij deze studies zijn geen eigen gerapporteerde klinimetrische gegevens ( test-hertest betrouwbaarheid. inhouds-betrouwbaarheid. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.

In de discussie staan punten waar de auteurs in het onderzoek tegenaan gelopen zijn.1 Inleiding. 24 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . Aan het eind van het hoofdstuk wordt de conclusie gegeven op de vraagstelling. vermoeidheid. De Minnesota living with heart failure is het meest gebruikte instrument en is ziektespecifiek. Indien een meetinstrument niet getest is op de betreffende populatie kunnen er kanttekeningen geplaatst worden of het meetinstrument wel bij zo een populatie gebruikt kan worden. Dit meetinstrument heeft dus een klinische validiteit. Van de 13 studies die onderzocht zijn hadden er maar vier een N-waarde van boven de 50. Na de discussie worden suggesties gegeven voor een vervolgonderzoek. Deze gegevens ontbreken veelal in de gebruikte 13 artikelen. zou het kunnen zijn dat wanneer men de N verhoogd. zoals de responsiviteit. De Minnesota Living with Heart Failure Questionnaire is dus wel getest bij de onderzoekspopulatie en heeft bovendien alle drie de domeinen die van belang worden geacht (dyspneu. kon er geen helder beeld gegeven worden wat het beste meetinstrument is. en een hoge Cronbach’s alpha. De waarden die wel weergegeven worden bij deze studies zijn geen eigen gerapporteerde klinimetrische gegevens ( test-hertest betrouwbaarheid. 4.). Klinimetrische gegevens ontbraken. Dit hoofdstuk geeft de discussie weer. Dit is erg laag. inhoudsbetrouwbaarheid. De artikelen (onderzoeken) waren vaak niet te vergelijken omdat de N waarden heel verschillend waren evenals de interventies die gebruikt waren voor training en de controle. Vaak zijn bij studies met een hogere N-waarde er meer veranderingen waar te nemen. etc. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. Bij het uitvoeren van het onderzoek naar: “Wat is een goed klinimetrisch meetinstrument voor het meten van (veranderingen in) gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen die deelnemen aan een fysiek trainingsprogramma of hartrevalidatie?” kwamen een aantal problemen naar voren. Over het algemeen zijn er kleine studies gebruikt. Aangezien er nu meer studies zijn met lage N-waarden. Hoofdstuk 4: Discussie 4. Ook is in geen van de studies naar voren gekomen dat het gebruikte meetinstrument getest is bij de onderzoekspopulatie. Een probleem was dat bij geen van de studies achterhaald kon worden waarom er voor een bepaald meetinstrument gekozen was. er andere resultaten uit de onderzoeken naar voren komen.2 Discussiepunten. validiteit en responsiviteit) en zijn soms gebaseerd op een andere dan de hartfalen populatie. De onderzoeken die gehouden waren in de artikelen hadden vaak grote verschillen. waardoor de auteurs de informatie uit andere bronnen moesten halen. Doordat de onderzoeken vaak verschilden.Beroepsopdracht Een falend hart. Meetinstrumenten behoren getest te worden op de populatie waar het voor gebruikt dient te worden omdat men moet weten hoe het meetinstrument zich gedraagt in de desbetreffende populatie. Een ander probleem waar de onderzoekers tegenaan liepen bij het lezen van de artikelen was dat de artikelen vaak niet volledig waren. Ook de andere meetinstrumenten hadden goede klinimetrische eigenschappen voorzover bekend.

Bij geen van de studies kon achterhaald worden waarom er voor een bepaald meetinstrument gekozen was. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. de diversiteit in training interventie. (48) Tevens is het belangrijk dat er vervolgonderzoek plaats vind naar de overige kwaliteit van leven meetinstrumenten (zie bijlage 6) deze zijn wij wel tegen gekomen in de andere 31 artikelen. zodat men de verschillende studies met elkaar kan vergelijken. 4. kan er geen goed gefundeerd antwoord worden gegeven. Ook moet nader onderzoek verricht worden naar het gedrag van de verschillende meetinstrumenten bij de onderzoekspopulatie waarvoor het meetinstrument gebruikt gaat worden.Beroepsopdracht Een falend hart. Aan de hand van de discussiepunten waar de onderzoekers tegenaan gelopen zijn. maar waren niet gebruikt bij training. responsiviteit alsmede bruikbaarheid.3 Suggesties voor vervolgonderzoek. Omdat voor geen van de 7 instrumenten de mate van responsiviteit. In de toekomst is het van belang dat men een gouden standaard ontwikkeld. N-waarde en criteria van de populatie kon de mate van verandering in test scores van de verschillende instrumenten ook niet vergeleken worden.4 Conclusie. hartrevalidatie. Een erkende ideale test met de hoogste mate van validiteit en betrouwbaarheid. 25 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . ofwel de gevoeligheid voor het meten van veranderingen gevonden kon worden kan er niet een goed gefundeerd antwoord worden gegeven op de vraag: Wat is een goed klinimetrisch meetinstrument voor het meten van (veranderingen in) gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij patiënten met hartfalen die deelnemen aan een fysiek trainingsprogramma of hartrevalidatie? Vanwege de heterogeniteit bij de verschillende studies. Een andere moeilijkheid bij deze studie is dat er geen meetinstrument bestaat om het kwaliteit van leven meetinstrument te testen. 4. Ook is in geen van de studies naar voren gekomen dat het gebruikte meetinstrument getest is bij de onderzoekspopulatie of worden klinimetrische gegevens ( test-hertest betrouwbaarheid. inhoudsbetrouwbaarheid. controle interventie. zou het wenselijk zijn dat er in de toekomst betere afspraken gemaakt worden voor de klinimetrie. Het is belangrijk dat er in de toekomst afspraken gemaakt worden om overeenkomsten te krijgen binnen verschillende studies. Daarom moet daarbij onderzocht worden of deze meetinstrumenten ook geschikt zijn voor het meten van de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven na oefentherapie. validiteit en responsiviteit) op de eigen studiepopulatie gegeven.

koude handen en voeten . depressiviteit.prikkelhoest ( vooral bij plat liggen) .dyspneu .concentratieproblemen . geïrriteerdheid of neerslachtigheid .beperkt traplopen .slechte blaascontrole Het slecht ervaren van dingen niet meer kunnen doen. 26 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet .nachtelijke diurese Activiteitenniveau: .inspanningstolerantie .slecht slapen .dikke benen .vermoeidheid . vrienden. zoals moeite hebben met traplopen.beperking in sport en lichaamsbeweging .verminderde eetlust .het niet kunnen van dagelijkse bezigheden (ADL) binnen. Functieniveau: .emotionele problemen zoals angst.dementie .opgeblazen gevoel (opgezette buik) . (59) Participatieniveau: Belemmerd in sociale activiteiten met familie. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. Volgens het ICF. Bijlage 1.Beroepsopdracht Een falend hart. buren of club.enkeloedeem .longcrepetaties . door lichamelijke of emotionele problemen.en buitenshuis als gevolg van lichamelijke of emotionele problemen .pijnlijke en vermoeide benen .gewichtstoename .obstipatie .

Statistieken van het hartvaatstelsel.344 5.400 86. Dat is het aantal personen dat ooit een beroerte heeft doorgemaakt. 2. 1. (58) 27 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . 4 M V M V M V M V 40.545 620 210 Verloren levensjaren 115.921 7.522 2.200 20.200 5. 3. De prevalentie betreft de levensprevalentie.100 Prevalentie 337.052 4.490 1.707 17.730 7. voor heupfracturen zijn alleen hoofddiagnosen meegeteld.000 50.900 71. Voor sepsis en aneurysma’s van de buikaorta zijn hoofd.406 4.600 32.700 1.800 Noten: A) geen (eenduidig) cijfer beschikbaar.en nevendiagnosen gesommeerd.413 64.300 18.000 67. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. Bijlage 2. Het werkelijk aantal nieuw ontdekte gevallen van aneurysma’s is niet bekend. De incidentie betreft het aantal ziekenhuisopnamen met genoemde aandoeningen als ontslagdiagnose. De prevalentie betreft personen die onder behandeling zijn voor angina pectoris of (de gevolgen van een acuut hartinfarct.500 13. De incidentie betreft het aantal ziekenhuisopnamen.048 43.039 71.800 A A Absolute sterfte 9.600 219.843 26. Ziekten van het hartvaatstelsel Incidentie Coronaire hartziekten 1 Hartfalen Beroerte 2 Aneurysma van de buikaorta 3. Dit is vooral een afspiegeling van het aantal aneurysma’s dat voor operatie in aanmerking komt.Beroepsopdracht Een falend hart. 4.700 18.

Diagnose ( ICD-code) Hartziekte door hypertensie (402) Hartdecompensatie (428) Myocarddegeneratie (429.184 56 17 61 28 12.1) Functiestoornissen na (429.993 12.738 12. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.094 89 372 13.4) hartchirurgie Totaal Hoofddiagnose Mannen Vrouwen 138 157 12.Beroepsopdracht Een falend hart.386 Nevendiagnose Mannen 193 13. Bijlage 3.285 52 119 12.748 vrouwen 247 12.703 Tabel 2: Aantal opnamen (absoluut) in 1994 ten gevolge van hartfalen (58) 28 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet .

ICD-10 betekent dat het de negende revisie is van de ICD. 60) Indeling hartfalen ICD-9 Hartziekte door hypertensie 402 Hart. In de ICD.1 Functiestoornissen na hartchirurgie (inclusief 429.Beroepsopdracht Een falend hart. Bijlage 4. Het is een klinisch modificatie systeem (een centrale classificatie).4 hartdecompensatie en hartinsufficiëntie) Onderverdeling van hartfalen volgens de ICD-10. 60) 29 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . (45.10 worden numerieke codes gebruikt (001-999). Het ICD is samengesteld door de World Health Organization en staat voor International Classifications of Diseases. (45. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.en nierziekte door hypertensie 404 Hartdecompensatie 428 Myocarddegeneratie 429.

Klinische validiteit is ten eerste het onderscheidend vermogen van een vragenlijst tussen klinisch verschillende groepen. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. Een tweede vorm van klinische validiteit is de responsiviteit of gevoeligheid voor klinische verandering over de tijd in één groep.Beroepsopdracht Een falend hart. Constructvaliditeit voor onderzoek hiervan is theoretische onderbouwing van de geformuleerde hypothesen noodzakelijk: gedraagt het instrument zich zoals het zich op grond van verwachting zou moeten gedragen? Eerst worden hypothesen opgesteld over de richting en de sterkte van relaties tussen de dimensies van het te onderzoeken meetinstrument voor kwaliteit van leven met andere meetinstrumenten. Verschillende soorten validiteit behorend bij ons onderzoek.. Daarna wordt onderzocht of deze hypothesen empirisch kunnen worden ondersteund. Inhoudsvaliditeit is een niet-statische evaluatie van de inhoud van een vragenlijst. door het instrument gedekt zijn. bijvoorbeeld het ziektestadium. Criteriumvaliditeit bij onderzoek hiervan zou men de kwaliteit van leven scores op een vragenlijst willen vergelijken met een gouden standaard voor gezondheidstoestand. Bijlage 5. Voor onderzoek van het onderscheidend vermogen tussen groepen worden groepen geselecteerd die verschillen op een kenmerk waarvan men veronderstelt dat het met kwaliteit van leven samenhangt. (50) 30 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . is de criteriumvaliditeit van een instrument voor gezondheidstoestand zelden aan de orde. Hierbij beziet men in hoeverre de domeinen die men van belang acht. Aangezien er voor gezondheidstoestand geen algemeen gouden standaard aanwezig is.

(41) ! Quality of Well-Being Scale. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. 6. 8) ! Short Form 12 Health Survey.Beroepsopdracht Een falend hart. ! Duke Health profile. (5. Bijlage 6. Overige gezondheisgerelateerde kwaliteit van leven meetinstrumenten voor hartfalen. (SF-12TM) (12) ! Symptoms Scale. (35) ! Vragenlijst kwaliteit van leven bij hartpatiënten. ! Welbevinden vragenlijst 2. ! Welbevinden vragenlijst 1. 31 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . (11) ! MacNew instrument. ! COOP/WONCA-functiekaarten. (39) ! Kansas City Cardiomyopathy Questionnaire.

P. Assessment of patient outcome with the Minnesota Living With Heart Failure questionnaire: Reliability and validity during a randomized. p. Franciosa. African-American Heart Failure Trial (A-HeFT): rationale. p. 4. Journal of Cardiac Failure. 11.P. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. 2000. American Heart Journal.... Journal of the American college of Cardiology. R. Backett. 7.P.C. 281-286. et al. 1989.P... No. Journal of Cardiac Failure. Lapuerta. 1980. p.A low intensity exercise training in patients with chronic heart failure.K. 3. placebo-controlled trial of pimobendan. Porter. 26. S. 10... E.. No. 1. Vol... double-blind..K. Tandon. p.. et al... 955-962.M. et al. p. H. 2001. J. Journal of Epidemiology Community health. R. M. Vol.. 153-157. Stander. 3Belardinelli. Williams. 7. E..A.S. P.. Cohn. Vol. J. A quantative approach to perceived health status: a validation study.N. Heart Failure. Cross-cultural variation in the weighting of health statements: a comparison of Swedish and English valuations. 1017-1025. A Health Perception Score Predicts Cardiac Events in Patients with Heart Failure: Results from the IMPRESS Trial.5.. T. 39-54. vol. 9.J. 8. Journal of Advanced Nursing. H. Hentinen. J. Assessment of the quality of life of patients with heart failure: a randomized. en Papp. Massey. Vol. Dyke.. Schwarz.. 34.. 10. Comprehensive local muscle training increases aerobic working capacity and quality of life and decreases neurohormonal activation in patients with chronic heart failure. Development and evaluation of the Kansas City Cardiomyopathy Questionnaire: a new health status measure for heart failure. 73-84. R. Tandon. Green. p. October 1992. 35. No. D. P. A. P. Mc Ewen. Mc Kenna. 1245-55. Taylor.. Wiklund. P.. Vol.B.. Georgiou.H. p. Assessment of quality of life with the Nottingham Health Profile among patients with coronary heart disease. DiBianco.. 1988. No.. Journal of the American College of Cardiology.. 3... Hunt. 26. 47-52. 6.. S. et al. 2001. 1997. 3.. p. R.. 32 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . C. 2. Lukkarinen. 2. Dencker. I. Tyni-Lenné. controlled drug trial.. 227-325. Rector. et al. Health Policy 1987. European Journal of Heart Failure. E. J. et al. 4.Beroepsopdracht Een falend hart.. Schwarz jr. H.M... R. 4. S.L. 124.1997. K.M. Havranek. 128-135. 2002. No. Analysis of quality of life data from a randomized placebo-controlled heart-failure trial.. Design and Methodology. 975-982. Journal of clinical Epidemiology. 8. Vol. Literatuurlijst Literatuurlijst artikelen. p. 8. Hunt S. 5. Stander. T. Vol 42. P.

148. American Journal of cardiology..634. 21... Clinical Science.. 175. p.S.K. Erdman. Holst. 14..M.Beroepsopdracht Een falend hart.. 2000.. Journal of Psychosomatic Research.. et al.. 5.D. T. C. S. 27. Stewart.K. Downing.. E. L. Mc Kelvie.. E. 907-913.. 278-285. 365-369.B. no. JAMA. p. R. S.. et al. International Journal of Cardiology. no. Exercise and muscle strength training and their effect on quality of life in patients with chronic heart failure. 77.. Rogers. L.Vol.. 23. 25-31. Wielenga. 33 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . Effect of an exercise programme for elderly patients with heart failure. 8. Steenkiste.B. N. en Croucher.. 17. vol..M. Journal of Cardiac Failure. 2002. A. 1989.. Health status of individuals entering a cardiac rehabililitation program as measured by the medical outcomes study 36-item short form survey (SF36). 459-464. et al. Miche. R. K. p. 15. p. 102. Cline. Bennet.. 1-7. Exercise training increases arterial compliance in patients with congestive heart-failure.. p. Ledwidge. 6.179. vol. Hillberger. Owen.No. K. Effect of exercise training on quality of life in patients with chronic heart failure. K. D. Erhardt. vol.A.. Berry. Discriminant properties of commonly used quality of life measures in heart failure. 521-527. R. vol 85. Oka. M. 18. L. 2002. Quality of Life Research.Vol. Willenheimer. Oldridge. R. 20. 33. 11. 1. Functional status and well being of patients with chronic conditions-results from the Medical Outcomes Study. 45.M. Greenfield.. 2001. M. p. et al. 24. Impact of a home. K.M. Scandinavian Cardiovascular Journal. R. Heart failure management: Multidisciplinary care has intrensic benefit above the optimalization of medical care. R. Parnell. T. 3. American Heart Journal. De Marco..U. van. C.. W. 13. et al. 142. Oktober 1996. A.. Het meten van kwaliteit van leven bij patiënten met chronisch hartfalen. june 1994. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. No.. S. Physical therapy.L.based walking and resistance training program on quality of life in patients with heart failure.C. D.J. et al.P. Effects of exercise training in patients with heart failure: The Exercise rehabilitation trial (EXERT). Jette. Cline.. Vol. Teo. 16. Hays. 65-70. P. Rydberg..D. 23-30. Radzewitz. D. 2002. et al. Öberg. 14. 1998. 349-359. p... J. 4. 2002. B.H.. 2002. Health–related quality of life in Elderly Patients with Heart Failure. Kaye.. Vol. p. 2000. Jaarsma. The European Journal of Heart Failure. p. 262. Willenheimer.... p. Wells. p. 627. symptoms and daily activity 6 months after termination of an exercise training programme in heart failure patients. B. Effects on quality of life. Mc Donald. Vol. p. The European Journal of Heart Failure. 12. 74. 22.. Bloms. 19. A. p. 1999. Hartbulletin..

H. B. Tygesson. European Heart Journal. Barsky. 30. ML.489-499. 34. p. p. p. Goldman. 185A-191A.. Oxford. 28. et al. D. Profile versus utility-based measures of outcome for clinical trials. T.. 5. A. P..105-111. Negative thougts in adults with congenital heart disease. M. J. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. 36. Fayers PM.. 30. Mulder. D. 22.reliability and validity of a New Measure. Medical Care. 31. 1998. Sawyer. p. 1997. R.vol. Kavanagh. Quality of life and cardiorespiratory function in chronic heart failure: effects of 12 months’ aerobic training. Quality of life in patients with chronic heart failure: a randomized controlled trial of changes induced by a regular exercise program. vol. Staquet MJ. Shepard. Essink.125-135. Journal of the American College of Cardiology.. 2.J. 34 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . 85. the Minnesota living with heart failure questionnaire. 42-49. J. J... p.. Part 2: content.. D. vol. 1991. Peripheral muscle training in patients with clinical signs of heart failure. Scandinavian Journal of rehabilitation medicine.J. controlled trial of long-term moderate exercise training in chronic heart failure.Bot. K. p. Vol. Baigrie. p.. p.S. Riedinger. T. Performence of a five item mental health screening test. p. Hays RD. Vol. M. Vol 31.M. no. Ware. Oxford University Press. PF. Dracup. 2002..M. Ciculation.. 29. 1993. Clinical rehabilitation.A. Cider. 169-176. Guyatt. Recommendations for exercise training in chronic heart failure patients. Rector. Randomized. G.J. R. p. 1996. 121-127. 27. P. Psychometric properties of the Minnesota living with heart failure questionnaire (MLHF-Q).. et al.M. B. no. Sturm. R. october/november 1987.. Rietveld. 2001. M. 1.E. et al..A comparitive study in renal insufficiency associated in anemia. 2. p. Middel.. et al. Weinstein..S.S. editors. 9. 1999... Scandinavian journal of rehabilitation medicine. Berwick. et al. Myers. NHP or SIP. H. Vol.. Bouma. D. 1173-1182.29. 22.M. A. M.. Quality of life in patients with heart failure: do gender differences exist?.. 1999.. Krabbe. 33. International journal of cardiology.. Murphy. 29. Quality of life assessment in clinical trials. Heart failure. Patients’ self-assesment of their congestive heart failure..A. 91-100.J. R. Vol 76.. Working Group report. 37.. Kaplan. 32. 35. Vol. Mertens. S. 15. 26. Georgiou. 223-228. et al.G. 19-26. Quittan. 1996. Heart.Beroepsopdracht Een falend hart. 25.. Belardinelli. 198-209. Heart & Lung. Spencer. 2001. Quality of life Research. no. Measurement of health related quality of life in heart failure.

A. M. Bohn Stafleu van Loghum. Seegers. Y.J. Selective low-level leg muscle training alleviates dyspnea in patients with heart failure. Amersfoort. Vol 4. Medical care. p. J. The MOS 36-item short-form health survey (SF36): 3.Beroepsopdracht Een falend hart. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. en Meyer. no. R. 45. Cantril.M.W. et al..J. Lisse. R. C. D. Garratt. van. and reliability across diverse patients groups. Briançon. 113-132.32. D.234. 173.M.E. Lim. p. Ruta. 39.. S. juni 2001. Tests of data quality. M. Amsterdam University Press. McHorney. Ware.. A. Vol. 5. J. 11. 42.A. klinische beschrijvingen en diagnostische richtlijnen. The MacNew Heart disease health-related quality of life instrument: Reference data for users. Lang. et al. Vol. De ICD-10 Classificatie van Psychische Stoornissen en Gedragsstoornissen. Journal of American College of Cardiology. New Brunswick. et al. 46. Hellings... p. LaManca. Nederlands Paramedisch Instituut en VU medisch centrum. van den en Windt. 2000. oktober 2001. 1965. 1982.C.. G. 9. H. 40-66. C... en Nijland. Soc Indicat Res. 40. 49.C.L.L. Hoe vind ik het? Zoeken interpreteren en opzetten van fysiotherapeutisch onderzoek. The stability and validity of quality of life measures. Dixon. Amsterdam. The European journal of Heart Failure. p. Vol. p. Yperen. Burgers.A. Aufdemkampe. A. 1994. 2002. 10. 44.. 50.. J.. R. Hart in Actie. Beniaminovitz. et al. J. N. 1996. 1. biedt de literatuur voldoende houvast om te kunnen komen tot een aantal richtlijnen voor de revalidatie van patiënten met hartfalen? Welke richtlijnen zijn dat dan?. in training vertaald. T.Bots. Berg. Self-rating of quality of life provides additional prognostic information in heart failure.A.183. T. 223. 1602-1608.. no. Kwaliteit van leven in medisch onderzoek.Essink-Bot. J. 2002... T. D. F. Een hart dat faalt. Klinimetrie na een betroerte. van der. 2002. 48. 41.. Amsterdam. The pattern of human concerns.. Intervaltraining versus duurtraining binnen de revalidatie bij chronisch hartfalen. I. 38. maart 2002. 1994. Alla. de Haes. een praktische handleiding. Quality of Life Research. Giel. Atkinson. Vol.... et al.M. Rutgers University Press. L. Responsiveness of the SF-36 and a condition pacific measure of health for patients with varicose veins. Insights into the EPICAL study. 40. 47. Quality of life Research. Houten/Diegem. Literatuurlijst boeken.. Mancini. scaling assumptions. Koolstra. 35 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . 43.M. Amsterdam 2000. 337-343.

Beroepsopdracht Een falend hart. R.htm 57. http://www. Joosten. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.rivm.htm 62.nl/vtv/data/kompas/gezondheidstoestand/ziekte/hartfalen/hartfalen_o mvang_5jaarcijfers. <http://www.htm 60. 18 juni 2001. Volksgezondheid Toekomst Verkenning 1997. http://www.nl/vtv/data/kompas/gezondheidstoestand/ziekte/hartfalen/hartfalen_tr end_diagnbehand. Hoe vaak komt hartfalen voor en hoeveel mensen sterven eraan? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning. Hoes AW (Julius Centrum).nationaalkompas. I De gezondheidstoestand: een actualisering.. Mosterd A (EUR). Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning. A.htm 36 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet .nl/vtv/data/kompas/gezondheidstoestand/ziekte/hartfalen/hartfalen_o mvang.G. <http://www. IE. 1997. Jochemse. Poos. Nationaal Kompas Volksgezondheid. http://www. Bilthoven: RIVM.rivm. MJJC (red. http://www. Hoes AW (Julius Centrum). Gijsen.). 56. http://www.htm 64. 55.htm 63. http://www.nl/vtv/data/kompas/gezondheidstoestand/ziekte/hartfalen/hartfalen_k vl. 15 juni 2001.nl/vtv/data/kompas/gezondheidstoestand/ziekte/hartfalen/hartfalen_tr end_determinanten.rivm. Bilthoven: RIVM.A.rivm.tiscali.rivm. Zakwoordenboek der geneeskunde.nl> Gezondheidstoestand\Ziekten en aandoeningen\Ziekten van het hartvaatstelsel\Hartfalen. Mosterd A (EUR).nl/vtv/data/kompas/gezondheidstoestand/ziekte/hartfalen/hartfalen_zi ektebeeld. 53.htm 61. IAM.F.nl/vtv/data/kompas/gezondheidstoestand/ziekte/hartfalen/hartfalen_d iagn_behand. Arnhem 2000.nationaalkompas.nl> Gezondheidstoestand\Ziekten en aandoeningen\Ziekten van het hartvaatstelsel\Hartfalen.rivm.htm 59.nl/~kuijpers/cardio01.htm#EF 54. 51. F. http://www. Nationaal Kompas Volksgezondheid. Maarssen: Elsevier De Tijdstroom. http://www. http://www.rivm.M. 52.W.htm 58..nl/vtv/data/kompas/gezondheidstoestand/ziekte/hartfalen/hartfalen_tr end.nl/vtv/data/kompas/gezondheidstoestand/ziekte/hartfalen/hartfalen_k ort. http://home-2. Maas.rivm. Elsevier/ koninklijke PBNA. Literatuurlijst internet.rivm. Lobbezoo.

nl/vtv/data/kompas/gezondheidstoestand/kvl/gr_kvl/gr_kvl_kort.dewijnhoek. www. 65.rivm.nl/vtv/data/kompas/gezondheidstoestand/ziekte/internationaal/hartfal en_internationaal.rivm.htm 2802-’03 68. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.Beroepsopdracht Een falend hart.nl/vtv/data/kompas/gezondheidstoestand/ziekte/hartfalen/hartfalen_g egbron.nl/gezond.rivm. http://www.html. 37 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . www. http://www.htm 66.htm 67.

het is “slecht” cholesterol omdat het zich afzet in de wand van slagaders zodat arteriosclerose (aderverkalking) ontstaat. Backward failure: onvoldoende hartwerking. In de loop der tijd leidt dit tot vergeetachtigheid. desoriëntatie in tijd. Echocardiografie: onderzoek van weefselveranderingen in het lichaam (hart) en van de inhoud der lichaamsholten. 38 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . Dyspneu: bemoeilijkte ademhaling. Begrippenlijst Ascites: buikwaterzucht. Depressiviteit: teneergeslagenheid. kortademigheid. ophoping van vocht in de buikholte. met als centraal kenmerk een aftakeling van cognitieve functies bij het intact bewustzijn. plaats etc. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. Cardiomyopathie: spierziekte van het hart.en longziekten.Beroepsopdracht Een falend hart. dilatatie en/of decompensatie van de rechterkamer van het hart door chronisch verhoogde druk in de kleine circulatie. Cor Pulmonale: chronische hypertrofie. somberheid. waarbij de aderlijke bloedtoevoer onvoldoende wordt verwerkt (stuwing). berustend op registratie van teruggekaatste ultrasone golven. Diurese: vorming van urine in de nieren. hetzij in de grote. Dementie: syndroom. Bloeddruk: de druk in de grote arteriën. hetzij in beide. Cyanose: blauwzucht. Eerstelijnsgezondheidszorg: gezondheidszorg voor mensen in hun thuissituatie. gedruktheid. Diastolische disfunctie: niet goed bewerkstelligen van ontspanning van het hart na iedere samentrekking. met vochtretentie en oedeem tot gevolg. Catecholaminespiegels: het gehalte van catecholamine in een vloeistof Cholesterolgehalte: het cholesterolgehalte dat in het bloed wordt gemeten wordt hoofdzakelijk bepaald door het LDL-cholesterol dit is 75 % van alle cholesterolen (galvetten). hetzij in de kleine circulatie. blauwe verkleuring van huid en de slijmvliezen door te groot gehalte gereduceerd hemoglobine in het bloed ten gevolge van onvoldoende oxygenatie bij ernstig hart. Betrouwbaarheid van een meetinstrument: de mate waarin een meetinstrument bij herhaalde metingen op dezelfde onderzoekselementen dezelfde waarde als meetresultaat geeft. Astmacardiale: ademnood ten gevolge van stuwing in de kleine bloedsomloop door linksdecompensatie van het hart.

door afsluiting van een kransslagader of een tak hiervan. overmatige ophoping van vocht in de intracellulaire ruimte Prevalentie: Het aantal gevallen van een ziekte dat in een omschreven populatie in een omschreven periode voorkomt of dat op een bepaalde tijd voorkomt. Hartdecompensatie: te kort schietende werking van de hartspier.Beroepsopdracht Een falend hart. één hart(pomp)slag weggepompt wordt. Seriumnatriumgehalte: verlaging van het serum en natrium in het bloed. Responsiviteit van een meetinstrument: de mate waarin een meetinstrument bij een patiënt klinisch relevante veranderingen in de tijd kan vast stellen. Oedeem: (water)zucht. Hydrothorax: borstwaterzucht. Ritmestoornissen: stoornissen in het gelijkmatige bewegen van het hart. ophoping van sereuze vloeistof in de pleuraholte. Incidentie: Het aantal nieuwe gevallen van een bepaalde ziekte in een omschreven populatie gedurende een omschreven periode. moeilijke stoelgang. ICF: international classification of functions bestaande uit functie. Longcrepitaties: knetterend reutelgeruis in de longen. Elektrocardiogram (ECG): curve van de actiestroom van het hart. geeft informatie over de hartfrequentie en het hartritme. Prikkelhoest: hoest waarbij er geen slijm is wat opgehoest moet worden. activiteiten en participatieniveau. Hartinfarct: acute ischemie van hartspierweefsel. 39 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . Systolische disfunctie: niet goed bewerkstelligen van het samentrekken van de hartkamers. Ejectie fractie: hoeveelheid vloeistof die bij bijv. maar hoe meer je hoest hoe meer de aandrang wordt om te hoesten hiervan krijg je vooral een geïrriteerde keel. Pulmonale wiggedruk: druk in een het vaatgebied (van de longen)…. over de wijze waarop de prikkelgeleiding plaatsvindt en over de toestand van de hartspier. Obstipatie: verstopping. Prognose: voorspelling omtrent het verdere verloop van een ziekte. Hypertensie: verhoogde slagaderlijke bloeddruk Hypertrofisch: sterke ontwikkeling van weefsels of organen. afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven. leidend tot necrose.

Tweedelijnsgezondheidszorg: intramurale gezondheidszorg. binnen het ziekenhuis of een andere instelling zoals een revalidatiecentrum.Beroepsopdracht Een falend hart. Validiteit van een meetinstrument: de mate waarin een meetinstrument meet wat het beoogt te meten. 40 Nina James Barbra Smulders Nicky Sproet . afgeschreven? Meet de kwaliteit van leven.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful