ZER

advanced

performance voor

&

scenography

studies vzw

posthogeschool p:a jan

podiumkunsten kunstcampus 155 2018

internationale van rijswijcklaan

desingel antwerpen

z

e

l

F

e

v

a

l

u

a

t

i

e

r

a

p

p

o

r

t

a.pt

+

a.s

+

a.rc

=

a . pa s s

=

a.rc

+

a.s

+

a.pt

zer | apass .

26 ZEr.12 ZEr.5 Afstemming tussen vormgeving en inhoud 2. Studietijd krItIschE aNalysE ZEr.2 Permanente evaluatie 2.1 Samenhang in het programma 2. onderwijsmiddelen 2.pass opleidingen in het internationaal kunstenveld 1.5.4.15 01 02 03 04 t o t s ta n d k o m i n g va n h e t z e l f e va l u at i e r a p p o r t historische context o r g a n i s at o r i s c h e c o n t e x t financiële randvoorwaarden Onderwerp 1: DOELSTELLINGEN VAN DE OPLEIDING ZEr.1 Doelstellingen van a.2.1.1 curriculumfiche 2.2.19 ZEr.2.5.6.36 ZEr.5.1.pass opleidingsprogramma 2.3 Spelers betrokken in het evaluatiesysteem 2.23 Facet 1.2 Oorsprong van de eindtermen en leerdoelen krItIschE aNalysE Onderwerp 2 PROGRAMMA ZEr.6. Studieomvang 2.5 Onderwijsvernieuwing krItIschE aNalysE ZEr.6.37 Facet 2.2 Individuele inhoudelijke samenstelling curriculum krItIschE aNalysE ZEr.pt en a.1 samenhang evaluatiesysteem en toetsing 2.0 Beschrijving van het opleidingsprogramma Facet 2.pass a.4.en onderzoeksactiviteiten 2.2 Relatie tussen doelstellingen en inhoud van het programma 2.4 Studeerbaarheid 2.5.1 Principe van samenhang 2.2 Domeinspecifieke eisen 1.1 Niveau en oriëntatie 1.20 Facet 1.6.0 Algemeen onderwijsconcept Facet 1.rc onderzoekers ZEr. 7 ZEr.1.2.2.2.37 Facet 2.2 Evaluatievormen in relatie tot het onderwijsconcept van de opleiding 2.2 Competenties studenten a.2.33 Facet 2.1. 7 ZEr.3 Types werkvormen onderwijs.2.1.5.2 Case study: The Listening City krItIschE aNalysE ZEr.1 Domeinspecifiek referentiekader: inbedding van de a.3 Competenties doctoraatsonderzoekers en a.4.1.1.2. Basisprincipes in de organisatie van het opleidingsmodel en werkvormen 2.1 Doelstellingen bij het a.6. Organisatie en kwaliteitszorg 2.index ZEr.6 Beoordeling en toetsing 2.4 Evaluatievormen krItIschE aNalysE 3 | INDEX .2.44 Facet 2.6.30 Facet 2.s 1.1 Mentoring als bindmiddel 2.3 Eisen academische gerichtheid van het programma Facet 2.1.pass als onderzoeksomgeving 1.

3 Uitstroombegeleiding krItIschE aNalysE zer | apass .9 Toelatingsvoorwaarden 2.9.1.6 Overuren/recuperatie 3.7.2 Studenten.7.58 Facet 3.7. onderzoeksinfrastructuur 4.1.0 Beleid inzake huisvesting en materiële voorzieningen 4.1 Kwalificaties van het personeel in dienst 3.77 Facet 4.2.9 Begeleiding nieuwe personeelsleden 3.79 Facet 4.4 Belemmerende factoren voor het voeren van een goed personeelsbeleid 3.2 Studiebegeleiding 4.4.4 2.4 Algemene toelatingsvoorwaarden Afwijkende toelatingsvoorwaarden Bijzondere toelatingsvoorwaarden Instroom en instroombeleid 2.2 Extern krItIschE aNalysE ZEr.5 Aanstelling 3.1 Call for projects 2.7.3 2.1 Omvang en kwaliteit infrastructuur en voorzieningen 4.10 Professionalisering personeel 3.50 Facet 2.2.1.1 2.ZEr.0 Algemeen personeelsbeleid Facet 3.7.5 2.1 Kwaliteit personeel 3.72 Facet 3.4.11 Betrokkenheid van personeel krItIschE aNalysE ZEr.1.1 2.2.2 Selectieprocedure 2.1.3 2.1.9.7.3 Opleidingscapaciteit krItIschE aNalysE Onderwerp 3: INZET VAN PERSONEEL ZEr.1 Intern 2.1.8.1.2 Kwalificaties gastdocenten 3.8.47 Facet 2.3 Verantwoordelijkheden/functieomschrijvingen stafleden 3.9.7 Verloning 3.3 Kwantiteit personeel Onderwerp 4: VOORZIENINGEN ZEr.informatie aan potentiële studenten 4.52 Facet 2.2 Actieplan communicatie en te ontwikkelen informatiekanalen 4.3 Begeleiding van kandidaten & nieuwe studenten 4.1.9.57 ZEr.6 Uitgangspunten De begeleiding Verloop Examencommissie Verdediging Beoordeling krItIschE aNalysE ZEr.2.1 Instroombegeleiding 4.1.1.1 Bibliotheek.1.2.2 2.2 Eisen gerichtheid op artistiek onderzoek op post-master niveau Facet 3.7 Eindpresentatie 2.en docentenfaciliteiten krItIschE aNalysE ZEr.1.1. Materiële voorzieningen 4.8 Samenwerking & uitwisseling 2.9.4. mediatheek.1 Informatiekanalen .9.9.1.2.8 Evaluaties 3.2 2.1.1.69 ZEr.1.1.2.2 Studiebegeleiding tijdens de opleiding 4.2.

2.4 6.1.4 Kwaliteitszorg instroom/uitstroom krItIschE aNalysE Onderwerp 6: RESULTATEN ZEr.2.3.6 6.87 ZEr.3 Instanties betrokken bij de interne kwaliteitszorg ZEr.1.1.1.99 Facet 6.1 Actieplan 2010 5.2.1 Doorstroomanalyse 6. Onderwijsrendement 6.2 Gemiddelde studieduur krItIschE aNalysE 7.2 Kwaliteitszorgstelsel en maatregelen tot verbetering 5.2.107 Facet 6. Evaluatiesysteem als motor voor onderwijsverbetering 5.89 Facet 5. docenten.1.1.1.1.0 Beleid kwaliteitszorg Facet 5. Gerealiseerd niveau 6.1.2.92 Facet 5.3 6.2 Instrumenten bij actieplan 5.2 6.1 Onderwijsvernieuwing 5.1 6.2.1.7 Mate van realisatie van de doelstellingen Kwaliteit van de eindpresentatie Internationale werking Tewerkstellingsprofiel van de afgestudeerden Voorbereiding op de instap naar het professionele veld Tewerkstellingscontext na uitstroom Tevredenheid van de afgestudeerden over de opleiding krItIschE aNalysE ZEr. BESLUIT 5 | INDEX .1 Actiepunten kwaliteitszorg 5.1.Onderwerp 5: INTERNE KWALITEITSZORG ZEr.2.5 6. peers 5.2. Bevraging naar kwaliteitservaring door studenten.

zer | apass .

gastdocenten. Jan Versweyfelt.s (advanced scenography) enkel ter sprake te brengen in de inleiding van deze zelfstudie. Toen is beslist om de opleiding Theatervormgeving te organiseren naar het model van a.pt en a. Johan Daenen. hadden het allemaal op de toneelvloer zelf geleerd. hierin ondersteund door de Raad van Bestuur. afgestudeerden. 02 historische context kortE hIstorIEk vaN DE PosthoGEschool voor PoDIumkuNstEN ---Ante 2007--Ontstaan Theatervormgeving De Posthogeschool voor Podiumkunsten werd opgericht in 1996. in hun samenhang worden behandeld. De grote lijnen van het zelfevaluatierapport werden eind 2009 uitgezet door het College van Dagelijks Bestuur. Muziek en Dans van de Hogeschool Antwerpen. Deze scenografen. Hun feedback werd in het bijzonder ingezet voor de sterkte-zwakte analyse. het college van Dagelijks Bestuur is belast met de organisatie en coördinatie van het onderwijs en onderzoek binnen a.inleiding 01 t o t s ta n d k o m i n g va n h e t z e l f e va l u at i e r a p p o r t het college van Dagelijks Bestuur bestaat uit de drie coördinatoren: de artistiek-pedagogische coördinatoren van a.s en de algemeen coördinator van a.pass. Aanvankelijk werd de opleiding ondergebracht binnen de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen. Een aantal scenografen (Niek Kortekaas. De algemeen coördinator nam de andere onderwerpen voor haar rekening en coördineerde de opvolging en redactie van het zelfevaluatieproces.pt en a.pass een gedeeld opleidingsmodel gecreëerd. Daarbij werden verschillende actoren betrokken: studenten. Er is ook voor gekozen om de programmahervorming van Theatervormgeving naar a. Hun evaluatie valt samen in de verschillende onderwerpen en facetten in dit rapport.pass.s. Het College van Dagelijks Bestuur nam de eindredactie op zich. 1 De kritische zelfreflectie als onderdeel van de visitatieprocedure werd opgevat als een taak voor het College van Dagelijks Bestuur 1.pt en werd met a. heeft een opsplitsing in twee aparte zelfstudies geen zin. behandeld in onderwerpen 1.pass opleidingen een gemeenschappelijk opleidingsprogramma hebben. a. Er is gekozen voor een geïntegreerde zelfevaluatie waarin de beide laureaatsopleidingen van a. de eerste opleiding Theatervormgeving in Vlaanderen. werd er geen formele werkgroep visitatie opgericht en nam het College van Dagelijks Bestuur die rol op zich. inspelend op de nieuwe mogelijkheden van de onderwijswetgeving. Omdat de a. Om te vermijden dat hun opvolgers nog eens het warm water moesten uitvinden. of met een technische opleiding. De opleiding in zijn huidige vorm is immers resultaat van een kritische zelfevaluatie in 2008. De opleidingscoördinatoren waren verantwoordelijk voor de inhoud van de onderwijsgebonden aspecten.pass in de Posthogeschool voor Podiumkunsten vzw. Daar was aansluiting mogelijk bij de theateropleidingen (momenteel samengebracht in Dramaopleidingen van het Koninklijk Conservatorium 7 | INlEIDING .pass. met een achtergrond in plastische kunst of vormgeving. Na één jaar verhuisde de opleiding naar het huidige departement Dramatische Kunst. en 2. Zij wilden hun kennis en ervaring overdragen aan een volgende generatie. Benoit Dugardyn) creeerde toen. creëerden zij deze opleiding samen met dramaturg Alex Mallems die tot 2008 de opleiding coördineerde. Voor dit zelfevaluatierapport werd een grondige analyse gemaakt van alle intenties en processen die ten grondslag liggen aan de werking van a. Gezien de bescheiden structuur van de Posthogeschool voor Podiumkunsten.

niveau. Parallel hieraan werkte APT in opdracht van het kunsttijdschrift Janus aan een special over de verhouding tussen kunst en pedagogie. ‘legitieme’ vorm van theatraliteit.2] Ontstaan APT APT (acroniem voor 'Arts Performance Theatricality') ontstond vanuit een andere dynamiek. In de laatste werkweek waren er twee toonmomenten. Er werd een laboratorium voor theateronderzoek opgezet. in alle bescheidenheid. if this letter speed. I. De Posthogeschool voor Podiumkunsten vzw kreeg in 2000 de kans om de opleiding Theatervormgeving autonoom uit te bouwen als posthogeschoolvorming en tegelijk de structurele context te bieden aan een ander autonoom onderwijsproject APT. Het bleef niet bij een manifest of een rapport voor subsidiënten. Met e-Lab werd de individuele reflectie opgenomen in een netwerkverband. onder begeleiding van een internationaal samengestelde groep mentoren eigen projecten uitwerkte. Het plan voor APT ontstond in 1999 bij Koen Tachelet en Stefan Hertmans. noodzakelijk voor de ontwikkeling van een curriculum. my legitimate. discussies en bezoeken aan theatervoorstellingen. kING lEar. die later ook de projecten zelf zouden zer | apass . zowel op een artistiek als institutioneel – en bijgevolg ook pedagogisch . Dit project stond model voor de opleiding die APT voor ogen had. Daarnaast werd zeer veel ruimte vrijgemaakt voor gedeelde reflectie. I prosper: Now. actief in de meest uiteenlopende artistieke disciplines. De (internationale) rekrutering gebeurde door een jury van 8 mentoren. met als centrale vraag hoe het begrip theatraliteit zich verhoudt tot verschillende opleidingsmodellen. waarin ieder een eigen dynamiek kan ontwikkelen. I grow. Tegelijk werden ze even intensief aangesproken op de uitwerking van hun eigen project. De creatie van een experimenteel onderzoeksluik binnen een laboratoriumsituatie was voor Theatervormgeving als voortgezette opleiding een noodzakelijke stap. In de zomer en herfst van 2002 vond de selectie plaats voor het 2003-project. APT ging van bij het begin uit van een structureel bestaan. De overheid kon op dat moment niet zo'n structureel perspectief bieden. impressies. dat in de herfst van 2001 plaatsvond in Rotterdam in het kader ‘Culturele Hoofdstad van Europa’. De korte geschiedenis van 'Art Performance Theatricality' (APT) weerspiegelt. De eerste activiteit was een reeks semi-openbare gesprekken in samenwerking met deSingel en Aisthesis. And my invention thrive. – legitimate! Well. De Vlaamse overheid suggereerde in 2000 om de bestaande voortgezette opleiding Theatervormgeving en de plannen rond APT in één instituut onder te brengen: de Posthogeschool voor Podiumkunsten. “As to the legitimate: fine word. schetsen en experimenten een venster geopend op dit work in progress. stand up for bastards!” [WIllIam shakEsPEarE.Artesis Hogeschool Antwerpen). bij de operaklas van het Conservatorium en bij het Hoger Instituut voor Dans. beiden betrokken bij vernieuwende theaterpraktijken én bij de pedagogie in de kunst. 'Theatricality'. Op de website van APT werd aan de hand van dagelijkse verslagen. De samenwerking met deSingel zorgde voor de noodzakelijke ondersteuning. Theoreticus en theatermaker Herbert Blau heeft ooit dit dubbelzinnige fragment uit King Lear geciteerd om aan te geven dat elk theater op een bepaald moment gedwongen is zich af te zetten tegen een heersende. dat tussen december 2002 en juni 2003 plaatsvond. Er werd een interactieve website gecreëerd (APT e-Lab): een virtueel laboratorium dat docenten en studenten op een gestructureerde manier gebruikten. De deelnemers werden daarin aangemoedigd door een divers en intensief aanbod aan lezingen. Edmund the base Shall top the legitimate. van bij de start zocht APT de openbaarheid op. deze behoefte aan ‘de emancipatie van de bastaards’. Alle tijd en energie ging naar evaluatie en de voorbereiding van een volwaardige pedagogisch project. Een eerste confrontatie tussen praktijk en reflectie vond plaats in het project Roundabout. In 2002 vonden er geen publieke activiteiten plaats. gods. waarin een internationale groep deelnemers.

Pierre Van Diest (deSingel). De Posthogeschool voor Podiumkunsten vzw voorziet in de formele omkadering voor het bestaan en de ontwikkeling van beide opleidingen maar wilt de artistieke en pedagogische discussies op zich niet beïnvloeden: het 'instituut' faciliteert maar stuurt niet inhoudelijk. Posthogeschool voor Podiumkunsten Op suggestie van de Vlaamse overheid werden in 2000 de voortgezette opleiding Theatervormgeving en de plannen rond APT in één instituut ondergebracht: de Posthogeschool voor Podiumkunsten. ---Sinds 2007--Beheersovereenkomst Sinds mei 2007 geniet de Posthogeschool voor Podiumkunsten structurele ondersteuning als Hoger Instituut voor de Kunsten op basis van een getekende beheersovereenkomst 3 met de Vlaamse overheid.2. Sam Bogaerts (Drama Gent).a. cultuurfilosoof en pedagoog. dd. Tussen de theoretische en praktische werkblokken werden de studenten voor een paar weken ‘naar huis gestuurd’. Tot 2006 werd projectmatig gewerkt met jaarlijkse subsidies. Het programma en organisatie- 3 Beheersovereenkomst tussen PoPok en de vlaamse Gemeenschap. Omdat de realiteit van het beleid echter geen gelijke tred hield met de plannen van APT. Rob van Kranenburg. georganiseerd door de Universiteit Antwerpen (UA) en het MuHKA. Naast een reeks voorwaarden waaraan Posthogeschool voor Podiumkunsten moet voldoen. huidig organigram Posthogeschool voor Podiumkunsten | a. De verworven pedagogische inzichten werden toegepast op gespecialiseerde domeinen van de podiumkunsten. Troubleyn. De eindfase – presentatie en evaluatie – was collectief. met in de Algemene Vergadering o. nu dramaturg NTGent).pass in bijlage 0. De resultaten werden in de Monty gepresenteerd in het kader van Het Theaterfestival 2006. bood dit ondernemingskader ook de mogelijkheid om het inhoudelijk-pedagogisch programma van de opleidingen Theatervormgeving en APT te realiseren. 9 | INlEIDING . Via het e-Lab van APT communiceerden zij intensief over hun reflectie en onderzoek. maar zij kon die taak pas ernstig verankeren door de structurele ondersteuning. Jerry Aerts (deSingel) en de initiatiefnemers Alex Mallems en Sjef Tilly (Theatervormgeving). In 2004 werd een workshop rond ‘geluid’ georganiseerd: The Dramaturgy of Sound. Zoals gezegd. 2 Beschrijving van de bestuursorganen van Posthogeschool voor Podiumkunsten in 03.begeleiden. Klaas Tindemans (oud-directeur VTi en nu docent in RITS). Hans Dowit (Artesis. Samen met de workshop had een internationaal symposium over dit thema plaats. WP Zimmer en vaste partner deSingel waren betrokken bij dit project dat het kernbegrip ‘theatraliteit’ als methode én als strategie onderzocht. Dramatische Kunst & Dans/Hogeschool Antwerpen). Het acronym APT kreeg een nieuwe invulling: Advanced Performance Training. In de workshop Acting out technology: van acteur tot actor onderzochten theatermakers de wisselwerking tussen technologie en theatraliteit. In 2006 stelde APT technologie centraal. en als bestuurders Herman Mariën (oud-departementshoofd Muziek. Aisthesis). Het project 'Theatricality' was opgezet als brug tussen een projectmatige werking en een structureel bestaan in het kader van een ‘hoger instituut’ met een meerjarige financiering. Kurt Vanhoutte (UA. organisatorische context. 7 mei 2007 in bijlage 0. Hij organiseerde zowel collectieve sessies als momenten van individuele reflectie. Pas in 2007 maakte de overheid zijn voornemens waar en gaf de Posthogeschool voor Podiumkunsten een rol als Hoger Instituut voor de Kunsten op het vlak van Podiumkunsten. APT kon in januari 2008 eindelijk starten met een structurele opleiding.1. De bestuursorganen van de Posthogeschool voor Podiumkunsten vzw 2 weerspiegelen de geschiedenis en de inplanting van het instituut. werd er tussen 2004 en 2006 alleen een aantal kleinere workshops georganiseerd. begeleidde het geheel op pedagogisch vlak. Drama). Koen Tachelet (voorheen APT. vulde Theatervormgeving een leemte in. Elke deelnemer werd voor de ontwikkeling van zijn individueel project begeleid door een kunstenaar.

Er ontstond één brede transdisciplinaire onderzoeksomgeving waarin ook het aanbod van doctoraatsbegeleiding zich op natuurlijke wijze kan inpassen. bleken de inhoudelijke raakpunten te primeren op de verschillen en werden overleg en samenwerking in de samenstelling van het programma-aanbod vanzelfsprekend.pass en zijn huidige en potentiële partners. gedeelde reglementen en procedures. De meest directe hefboom hiertoe was het hermodelleren van de opleiding Theatervormgeving naar het model van APT.pt en a. zer | apass .model van APT werd opgebouwd vanuit de principes die in de vroegere projecten waren uitgetest: een internationale selectie van artistieke onderzoeksprojecten waarin theorie en praktijk samen komen. Deze 'common ground' bevordert ook de interne samenwerking. waarin de meervoudige werking van a.s (advanced scenography).pt-jaar hebben dus de uiteindelijke vormgeving van a. Deze reorganisatie diende een meer coherente vertaling van de opdracht tot het aanbieden van postacademisch onderwijs en een doctoraatsbegeleiding in de podiumkunsten.en de performance opleiding. en de externe relaties. herkenbare pedagogische structuur. de creatie van een transdisciplinaire onderzoeksomgeving waarbij kennisuitwisseling tussen de deelnemers centraal staat.pass (advanced performance and scenography studies) bestaat uit a. a. tussen de twee opleidingen en hun respectievelijke studenten-onderzoekers. kwam er een nieuwe naam voor de opleidingstandem en een nieuw acronym voor de vroegere Theatervormgeving : a. heeft geleid tot de creatie van a. waarbinnen de opleiding Theatervormgeving met de expliciete meester-leerlingpedagogie zich aan het ene eind van het didactisch spectrum bevond. Dit was de aanleiding voor een kritische analyse van de realisaties van het jonge APT-verhaal en van de lange-termijnvisie van Theatervormgeving.pass op elkaar ingrijpt.pass sterk bepaald. Het werd snel duidelijk dat de twee uiteenlopende sporen op termijn naar elkaar toe moesten groeien. Bovendien was het moeilijk om adequaat te communiceren over het aanbod van de Posthogeschool voor Podiumkunsten. de discussie over het onderzoek in de kunsten.pass met a. moet in de eerste plaats de participanten ten goede komen. de principes van self-education en collaboration die de conceptuele basis vormen van het individuele leertraject. In een kleine structuur met kleine studentenaantallen en beperkte overhead was dit geen ideale situatie. bestonden de opleidingen het eerste jaar naast elkaar en hadden weinig of geen interactie. Gezien de grote verschillen in didactiek en organisatiemodel. De gelijkvormige. Op termijn was deze pedagogische verdeeldheid problematisch gezien de opdracht tot Doctoraatsbegeleiding en.pass heeft een gedeeld organisatiemodel. De ontwikkeling van het a.s in januari 2009. terwijl aan het andere eind APT stond voor een vernieuwend onderwijsmodel. ---Sinds 2009--Reorganisatie tot a. Tegelijk bewaren a.pt en a. De ontwikkeling van a. daarmee samengaand.pt-model en de praktijk van het eerste a.pt en de conclusie dat dit model een voorbeeld kon zijn voor een bredere leer. waarbij beide opleidingen optimaal gebruik maken van elkaars expertise en netwerk. In functie van een scherpe profilering van het opleidingsaanbod. tussen a. ook internationaal.s hun eigen finaliteit en drukken een eigen stempel op het collectieve aanbod. Aanvankelijk zou er in de inhoudelijke invulling van de workshops en andere leerformats een duidelijk onderscheid blijven bestaan tussen de scenografie.s De kritische zelfevaluatie resulteerde eind 2008 in een actieplan om de identiteit van de Posthogeschool te herdefiniëren vanuit een één pedagogische missie. Al snel na de start van a.pass.en onderzoeksomgeving.pt (advanced performance training) en a.

pass is trouw aan de missie en opdrachten van de Posthogeschool voor Podiumkunsten vzw. het instituut werkt samen met binnen.s en het garanderen van de diversiteit in het aanbod en in de beoogde kwaliteit. De samenwerking moet een meerwaarde opleveren voor zijn eigen opleiding. op maat van zelfstandige kunstenaars en/of artistieke denkers. AUG. De volgende externe beoordeling vindt plaats tegen eind juni 2010. 2. De reorganisatie blijkt een middel om de opdrachten efficiënter te realiseren: . en de verschillende universiteiten (UA. 2. . Hiertoe sloot de Posthogeschool voor Podiumkunsten conform art. Binnen een jaar na de publicatie van het rapport geeft het instituut aan op welke wijze het aan de resultaten van de externe beoordeling gevolg geeft.2 «het (instituut) voorziet in een regelmatige externe beoordeling.3. Daartoe sluit het samenwerkingsakkoorden met minstens één universiteit voor het einde van 2008.het aanbieden van twee postacademische opleidingen aan performers / kunstenaars / makers / theoretici op het vlak van podiumkunsten in het algemeen en scenografie in het bijzonder.pt en a. 2. waarbij 'research & reflection' de kern uitmaken van het pedagogisch project.het faciliteren van onderzoek omtrent performativiteit en scenografie met als doel de creatie van een experimenteel onderzoeksluik binnen de opleidingen a.2 van de Beheersovereenkomst 5 beschouwen we als een tussentijdse kwaliteitsevaluatie die ons instrumenten aanreikt tot verbetering.pt. 2. Missie a. De opdracht tot zelfevaluatie en visitatie zoals gestipuleerd in art. de opleiding a.s zoals ze bestaan sinds de integrale programmaherziening.1 een samenwerkingsakkoord af.5.» Zelfevaluatie en visitatie In voorliggend zelfevaluatierapport behandelen we uitsluitend de opleidingen a.pt aan zijn derde en a.pass gelooft evenwel in de kracht én legitimiteit van het vernieuwend onderwijsconcept dat dag na dag met veel zelfkritische reflectie wordt gerealiseerd.2. 31 maart 2009 in bijlage 0. in nauwe samenwerking met die universiteit. waarin intellectuele en artistieke uitwisseling plaatsvinden en de noodzakelijke materiële infrastructuur gegarandeerd is om het de studenten mogelijk te maken hun opleiding met goed gevolg af te ronden. 2.pass kan samenwerken met deze partners om de doctoraatsbegeleiding te ondersteunen. onderzoek of dienstverlening. . 11 | INlEIDING .1 « . is het gedeelde opleidingsprogramma dat zich profileert op onderzoek. In de vroegere constellatie was het ondenkbaar dat beide opleidingen als één pakket ondergebracht konden worden in een groter onderwijskader. Ook voor de opdracht uit de Beheersovereenkomst tot administratieve integratie in een of meerdere instellingen (in de Beheersovereenkomst opgedragen tegen eind 2011 maar ondertussen formeel uitgesteld door Minister Smet). Dit betekent dat op het moment van schrijven. art.» art. een strategisch voordeel.1 uit de Beheersovereenkomst voorziet de Posthogeschool voor Podiumkunsten in de schoot van a.de creatie en permanente bijsturing van transparante en flexibele opleidingsprogramma's. ten minste om de vijf jaar.pt en a.s aan zijn tweede werkjaar begint .pt en a. PoPok creëert daartoe een (artistieke) onderzoeksomgeving.3. 2.1 «PoPok verstrekt ook een opleidingstraject in het kader van de voorbereiding van een doctoraat aan een vlaamse of buitenlandse universiteit. .5. Dit is een raamovereenkomst 4 met de verschillende hogescholen die een opleiding in de Podiumkunsten aanbieden (Artesis HA.. UG.rc ook een opleidingstraject in het kader van de voorbereiding van een doctoraat. vrij vroeg in het ontwikkelingsproces. De externe visitatiecommissie maakt een openbaar verslag van de resultaten. 5 art.2. AKULeuven) en biedt het formele kader waarin a.s en de implementatie van een modulair aanbod voor de begeleiding van het doctoraat in de kunsten. KULeuven) waarmee ze in de respectievelijke associaties verenigd zijn en met die associaties (AUHA. UB. De externe beoordeling verloopt voor zover dat mogelijk is op grond van het protocol van kwaliteitszorg dat de vlIr en vlhora hebben opgesteld. AUB. Natuurlijk komt deze doorlichting.d..s en twee jaar a.en buitenlandse universiteiten om de doctoraatsbegeleiding te ondersteunen. De uitdaging voor de komende jaren ligt in het bewaken van de verschillen in opdracht van a. Dit nieuwe programma werd ingevoerd vanaf januari 2009. Conservatorium Gent HG. a.4 kaderovereenkomst met betrekking tot het doctoraat in de kunsten d. Erasmushogeschool Brussel.3.» Doctoraatsbegeleiding Overeenkomstig art. na één jaar a. van de kwaliteit van zijn activiteiten.

Kurt Vanhoutte (docent Theater-.0 3 o r g a n i s at o r i s c h e c o n t e x t 0.0 orGaNIGram In de bijlagen is het organigram van de Posthogeschool voor Podiumkunsten vzw schematisch weergegeven. aanvragen afbetalingsplan.en Literatuurstudies UA) Algemene Vergadering Alex Mallems (dramaturg.3.pass is opgenomen in bijlage 0. 0.pass (als vertaling van de opdracht van de vzw) heeft de Raad van Bestuur (niveau vzw) een aantal concrete bevoegdheden met betrekking tot de onderwijsorganisatie. goedkeuring reglementen en opleidingsprogramma.3. begroting en beleidsplan • kwijting van de jaarrekening • benoemen van commissaris • waarnemen van alle niet-delegeerbare juridische bevoegdheden zoals bepaald door de wet op de vzw's Raad van Bestuur • toezicht op de uitvoering van het maatschappelijk doel • jaarlijks opmaken jaarrekening en jaarverslag.1 BEstuursorGaNEN Bevoegdheden en opdrachten: Algemene Vergadering • statutaire opdracht • benoemen bestuurders van Raad van Bestuur • jaarlijkse goedkeuring jaarrekening en jaarverslag. 0. In de dagelijkse realisatie van de doelstellingen van a. delegeert de werving van gastdocenten aan het College van Dagelijks Bestuur en heeft reglementaire bevoegdheden over de onderwijsorganisatie 6 zoals beschreven in het O-ER 7. evaluaties. bevoegd voor beroepsprocedure bij uitsluiting en beroep tegen beslissing eindevaluatie. afwijkingen van terugbetaling inschrijvingsgeld /nog te betalen sommen bij uitschrijving 7 het onderwijs. Theatervormgeving) Jerry Aerts (directeur Internationale Kunstcampus deSingel) 6 samenvattend: bepalen inschrijvingsgeld. artistiek directeur Zeeland Nazomerfestival) Sjef Tilly (docent Hogeschool Zuyd Maastricht. aanduiden ombudsman. begroting en beleidsplan • aanstelling en ontslag van personeelsleden • vaststellen en goedkeuren van basisovereenkomsten van inhoudelijke aard met andere instellingen • alle andere wettelijk voor de Raad van Bestuur voorbehouden bevoegdheden De raad van Bestuur stuurt daarnaast het personeelsbeleid aan (werving personeel in dienst.& aDvIEsorGaNEN a. secretaris (administratief directeur deSingel) Koen Tachelet (dramaturg NTGent) Klaas Tindemans (docent en onderzoeker RITS) Robert Sam Bogaerts (docent en voorzitter vakgroep Drama KASK Hogeschool Gent) Johannes Dowit (algemeen coördinator Drama Koninklijk Conservatorium Artesis HA) Prof. Film. De belangrijkste bevoegdheden op het vlak van dage- zer | apass . Dr.en Examenreglement (o-Er) van Posthogeschool voor Podiumkunsten | a.3.4. verloningsbeleid).pass is de operationele vertaling van de opdrachten en doelstellingen van de Posthogeschool voor Podiumkunsten vzw.2 INsPraak. De beschrijving van de organisatorische context bouwt verder op dit organigram. beslissingen mbt vermindering inschrijvingsgeld. Leden: Algemene Vergadering & Raad van Bestuur Herman Mariën. voorzitter (docent Koninklijk Conservatorium Artesis HA) Pierre Van Diest.

pass Ook het studentenoverleg verloopt informeel.pass.pass). Hierin zit een selectie van representatieve vertegenwoordigers uit het artistieke veld. werkvormen en evaluatievormen. inhoudelijk ondersteund door de artistieke raad. Docentenoverleg a. is er weinig mogelijkheid tot rechtstreeks overleg tussen de gastdocenten onderling. wordt onderzocht op welke manier docentenoverleg best wordt geformaliseerd. communicatie. De stafleden peilen regelmatig naar de noden en wensen van de studenten op praktisch en organisatorisch vlak. de toelatingsvoorwaarden tot de opleiding. Het College van Dagelijks Bestuur bespreekt de implementatie van de beslissingen van de Raad van Bestuur en rapporteert tevens over de eigen beslissingen aan de Raad van Bestuur.5 8 Artistieke Raad van a. het verlenen van toelating tot studieduurverlenging). Door de aard van het opleidingsmodel hebben zij ook inspraak bij de planning.s en a. De coördinatoren hebben diverse overlegmomenten met de studenten. de aanduiding van de verantwoordelijke lesgevers. participatie in netwerken en samenwerkingsovereenkomsten. Dit is tot nu toe de meest effectieve manier om de feedback van gastdocenten te verzamelen. procedures).pass in bijlage 0. Het formuleert adviezen en neemt beslissingen met betrekking tot de werking op middellange termijn: pedagogische en artistieke werking (doelstellingen en inhoud van de opleiding.pass De Artistieke Raad 8 is een adviesorgaan van het College van Dagelijks Bestuur.pt hebben elk hun specialisten in de Artistieke Raad.en beslissingsorgaan gemiddeld maandelijks en bestaat uit de drie coördinatoren: de artistiek-pedagogische coördinatoren van a. Uit de leden van de Artistieke Raad kiest het College van Dagelijks Bestuur de vertegenwoordigers voor de samenstelling van de selectie. organisatie en planning van collectieve formats waarin zaken van gemeenschappelijk belang worden behandeld (meetings over eindpresentaties. Gezien de praktische organisatie van de opleidingen met seriële aanwezigheid van gasten. De bevoegdheden van het College en de respectievelijke verantwoordelijkheden van de leden. 13 | INlEIDING . afstemming van workshops op specifieke vragen. a. samenstelling selectie. -.en evaluatiecommissie. Studentenoverleg a.s (Elke Van Campenhout en Bart Van den Eynde) en de algemeen coördinator (Leen Hammenecker).onderwijsorganisatie -lijst leden artistieke raad a.en beslissingsorganen voor selectie. goedgekeurd door de Raad van Bestuur (28 april 2008). Het College van Dagelijks Bestuur is belast met de organisatie en de coördinatie van het onderwijs en het onderzoek binnen a.dagelijkse leiding -College van Dagelijks Bestuur Het College van Dagelijks Bestuur vergadert als permanent advies. Daarnaast zijn er nog tijdelijke advies. Het overleg verloopt daarom informeel met de pedagogische staf die coördineert. -. zijn vastgelegd in een delegatieregeling. gebruik website.pt en a. In het kader van het verbetertraject in verband met de evaluatie.pass De studenten worden permanent geëvalueerd door de artistiek-pedagogisch coordinatoren en de gastdocenten (workshopbegeleiders/mentoren/curatoren). het verloop en de inhoud van de opleidingsprogramma's en hun verwachtingen bij de diverse onderdelen van de opleiding.lijkse werking en onderwijsorganisatie en ondersteuning liggen bij het College van Dagelijks Bestuur en de stafvergadering (niveau dagelijkse leiding a.pass. Samen vormen ze het operationele organigram van a. De studenten worden uitgenodigd om zich uit te spreken over de werking. zowel individueel als in groep.en evaluatiecommissies. evaluatie en overleg (docenten en studenten).

In de vorm van een productiemeeting. Door volle agenda’s.s. . Als intern overlegmoment is de stafvergadering belangrijk om efficiënt te communiceren. formats. en de uiteindelijke besluitvorming. volgend op de deadline van de 'call for projects' op 1 januari.bestuursniveau: de kalender van de Raad van Bestuur ordent de discussie.pass vindt gemiddeld tweewekelijks plaats en bestaat uit de artistiek-pedagogisch coördinatoren van a. Op de stafvergadering behandelt de voltallige staf behandelt alle productionele. de doorstroming van adviezen en dossiers.onderwijsondersteuning -Stafvergadering a. organisatorische en technische aspecten van de opleiding. zer | apass . daarom moet er consequenter omgegaan worden met de planning.pt en van a. Evaluatiecommissies a.s Het College van Dagelijks Bestuur stelt voorafgaand aan elke selectieprocedure de commissie samen (3 maal per jaar.3 INtErNE commuNIcatIE De interne communicatie verloopt grotendeels informeel. 1 mei en 1 september) en duidt een voorzitter en een secretaris aan. . voorbereiding en opvolging van deze ontmoetingsmomenten. de productiemedewerker en de algemeen coördinator van a. Zij overleggen over de geslaagde en niet-geslaagde studenten. hoge werkdruk. Van de beslissingen van de commissie (aanvaard/niet aanvaard) wordt een PV opgemaakt. mentor of workshopbegeleider die in de loop van het twaalf maandentraject bij de opleiding van de student in kwestie betrokken was.3. De eindevaluatiecommissie van a.s Het College van Dagelijks Bestuur stelt voor elke eindevaluatie de commissie samen (3 maal per jaar) en duidt hiervan de voorzitter en secretaris aan. De samenstelling en bevoegdheden van evaluatiecommissie is opgenomen in de bepalingen van het O-ER.minimum één curator. De selectiecommissie van a.minimum 2 leden van de Artistieke Raad van deze opleiding. Ze evalueren de ingediende onderzoeksprojecten op basis van de voorgeschreven selectiecriteria en organiseren de selectieprocedure van kandidaat-studenten.pass. 0. komen deze meetings soms in het gedrang.pt en a. Van deze beslissing wordt een PV opgemaakt.pt en a.s bestaat uit (minstens): . In de eindevaluatiecommissie zitten bij voorkeur ook externen uit het professionele veld.de artistiek-pedagogische coördinator van de opleiding in kwestie .pass De stafvergadering van a. met uitzondering van de verantwoording van de beslissingen van het College van Dagelijks Bestuur aan de Raad van Bestuur.pt en van a.minimum één lid van de Artistieke Raad van één van beide opleidingen . Een goede communicatie en samenwerking binnen het team is essentieel. -.pt en a.opleidingsniveau: de timing van de opleidingen ordent de discussie in het College van Dagelijks Bestuur over selecties. vindt zij bij voorkeur wekelijks of tweewekelijks plaats (vaak in combinatie met Collegevergadering). programmasamenstelling. de taken te verdelen en voeling met elkaar te bewaren.de artistiek-pedagogisch coördinator van de opleiding in kwestie .s bestaat uit (minstens): . het grote aanbod van workshops (met de noodzakelijke aanwezigheid van één van beide artistieke coördinatoren). De stafvergadering is het College van Dagelijks Bestuur uitgebreid met de productieverantwoordelijke. De samenstelling en bevoegdheden van selectiecommissie is opgenomen in de bepalingen van het O-ER.Selectiecommissies a.

De samenwerking tussen a.871 euro 385. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de algemene index.4 financiële randvoorwaarden De Posthogeschool voor Podiumkunsten verwerft middelen uit subsidies. De Raad van Bestuur bepaalt jaarlijks de toewijzing van de middelen in de meerjarenbegroting die wordt goedgekeurd door de Algemene Vergadering. Inkomsten uit inschrijvingsgelden: Het inschrijvingsgeld bedraagt 1000 euro per traject van twaalf maanden. internationale netwerking etc. Dit overleg betreft zowel de inhoud van de opleiding als de evaluatie van de studenten. In enkele gevallen vraagt a.pass-publicaties.studentenniveau: het overleg met studenten zit systematisch vervat in de organisatie van de opleidingen (permanente evaluatie.pass een beperkte bijdrage aan studenten als forfaitaire deelname in kosten van extra-curriculaire buitenlandse reizen. recht heeft op het reductietarief van 50% na een formeel verzoekschrift gericht aan de Raad van Bestuur.s gebeurt op het niveau van planning.603 euro 384.5 VTE 3. Tot 2009 werd een verdeelsleutel gehanteerd voor de verdeling van de middelen aan respectievelijk de twee opleidingen en de koepel. Daarbij werd rekening gehouden met de kosten van de overhead en de verdeelsleutel van de vooropgestelde studentenaantallen. Sinds de begroting 2010 en volgende. Inkomsten uit samenwerkingen: De inkomsten uit samenwerking zijn altijd occasioneel en verbonden met specifieke projecten. inschrijvingsgelden.626 euro Inkomsten uit subsidies: De jaarlijkse betoelaging door de Vlaamse Gemeenschap werd bepaald in de Beheersovereenkomst. implementatie en evaluatie van opleidingsonderdelen. a. wordt geopteerd voor een totaalbenadering die beter aansluit bij de actuele realiteit van verregaande samenwerking tussen de opleidingen. Er zijn geen structurele samenwerkingsverbanden die tot inkomsten leiden.pass opleiding volledig uitkeringsgerechtigd werkloos is en daarvan bewijs kan voorleggen.000 euro. 15 | INlEIDING .265 euro 386. Inkomsten uit eigen werking: De Posthogeschool genereert in beperkte mate inkomsten uit betaalde deelnames aan workshops door externen en uit de distributie en (niet-commerciële) verkoop van a. taBEl PErsoNElE EN fINaNcIëlE mIDDElEN 2007 2008 2009 2010 2011 In de tabel wordt een overzicht gegeven van de toegewezen personele en financiële middelen sinds 2007.pt en a. samenwerkingen en uit de eigen werking. Het startbedrag in 2007 bedroeg 350. mentoring) 0.24 VTE 2.eindevaluaties en andere inhoudelijke aangelegenheden als samenwerkingen.2 VTE 3.pass hanteert de regel dat wie bij aanvang van een a.2 VTE 359.pass model.operationeel niveau: het overleg met productionele medewerker is georganiseerd in de wekelijkse productievergaderingen. . . personele middelen in VTE financiële middelen in euro 2.1 VTE 3.626 euro 384. Deze samenwerking op onderwijsvlak is structureel ingebouwd in het a.

Artistieke Raad a.pass consequent betrekken bij de opleidingen voor selecties.en adviesorganen Aanpak .beperkt organigram. evaluaties. snelle ingrepen mogelijk . communicatie. steeds evoluerende model geeft een constante impuls tot reflectie over prioriteiten in programma-aanbod. mentoring en nazorg zer | apass .continue informele communicatie zorgt ervoor dat mogelijke discussiepunten. lichte flexibele structuur.pass is er in geslaagd om vanuit een divergente historische basis en ontstaansgeschiedenis uit te groeien tot een coherent structuur (door de reorganisatie van Theatervormgeving naar het a. eenvoudige besluitvorming.{ krItIschE aNalysE Sterktes . administratieve en productionele ondersteuning .pass model) .a.het College van Dagelijks Bestuur heeft een zeer ruime opdracht en gecentraliseerde bevoegdheid over bijna alle elementen van de opleidingen en is derhalve gebaat bij een wezenlijke inbreng van de verschillende inspraak. problemen en vraagstukken vrij snel worden opgepikt en aangepakt Aandachtspunten .het gedeelde.kaderovereenkomst voor de doctoraatsbegeleiding .de a.de bestuursorganen van de Posthogeschool voor Podiumkunsten vzw weerspiegelen de geschiedenis en de inplanting van het instituut wat leidt tot continuïteit in het bestuur .pass-opleidingen hebben een uniek model en kunnen zo een herkenbare en noodzakelijke positie in het onderwijslandschap verwerven . middelen.

17 | INlEIDING .

zer | apass .

pt selecteert dus niet alleen theatermakers.pass to be an autonomous artist (whose work can be part of a larger artistic collaboration or project) for whom artistic practice. politicologen en sociologen.pass-team. As a consequence a scenography does not exist as a self-contained artwork but is incomplete until the performer steps in and engages the audience (noting that performer and audience can very well coincide).rc-projecten zijn van variabele duur. Het onderzoek wordt geïnitieerd door de opleidingscoördinatoren en opgevolgd door het a. met a. mogelijk in samenwerking met een andere organisatie.pass ontwikkelt een transdisciplinair opleidingsmodel met een gedeeld opleidingsprogramma voor de twee laureaatsopleidingen a. architecten.pass research centre ook een archiveringsfunctie voor de kennis die in de opleidingen wordt ontwikkeld.pt (advanced performance training) richt zich voornamelijk tot kunstenaars en theoretici met bewezen ervaring in de ontwikkeling van eigen werk binnen het performanceveld (praktisch en/of theoretisch).rc (a. we are open to proposals seeking an interaction with other forms of scenography (for instance in the context of exhibitions. georganiseerd in 3 blokken van 4 maanden. a. grafiek. Daarbij heeft het a. etc. maar ook muzikanten.s verwelkomt daarbij professionelen uit de architectuur. maar ook regisseurs.doelstellingen 1: onderwerp doelstellingen fa c e t 1 . a.s aspires a very broad approach of the notion of scenography as an open invitation to constantly question and (re)define it.pass daarnaast in een open onderzoeksplatform voor doorgezette kennisontwikkeling en de begeleiding van doctoraatsprojecten. choreografen. verantwoordelijke en zelf-gemotiveerde onderzoeker bij de ontwikkeling van zijn traject en bij de collectieve creatie van een kennisplatform voor performance en scenografie.s ontwikkelt met hen een praktijkgerelateerd artistiek en theoretisch curriculum in functie van hun onderzoek. Although the performance context is the main focus of the program.pass-omgeving centraal stellen.pass onderzoeksomgeving en ontwikkelt voortgezet onderzoek: zowel in de organisatie van een begeleidingstraject voor doctoraatsstudenten.rc verhoudt zich tot de opleidingen als denktank voor en verbindingslijn met de academische en artistieke sector. a.pt begeleidt deelnemers die hun werk in vraag willen stellen.pass is een onderzoeksomgeving die open staat voor masters met een artistieke of theoretische vooropleiding of participanten met een gevorderde artistieke praktijk. a.s. overzicht van de onderzoeksprojecten a. actionisten. This definition incorporates a broad variety of artistic actions. die zich na hun masterstudies willen richten op de ontwikkeling van een onderzoekstraject gerelateerd aan de centrale thema's van het performanceveld.2 19 | DoElstEllINGEN . beeldend kunstenaars.pt en a. a. kostuumontwerpers en performers die zich na hun masterstudies willen richten op de ontwikkeling van een onderzoeksproject rond de notie scenografie. (interieur) design. en concentreren zich rond onderzoeksprojecten die de centrale vragen van de a. a.rc (a.rc in bijlage 1. a.s (advanced scenography) selecteert kunstenaars en theoretici die het begrip scenografie willen onderzoeken binnen en buiten de schouwburgmuren. het onderwijsmodel van a. De a. fashion shows.pass research centre) is een gespecialiseerd luik in de a. als in de facilitatie van onderzoek met professionele artiesten en theoretici ter ondersteuning van de opleidingen. beeldende kunst. As point of departure we conceive the scenografic space as a (temporary) spatial organization created for a specific performance activity.pass functioneert volgens de principes van zelf-organisatie en samenwerking. cultuurwetenschappers. hij treedt op als een zelfstandige.s hanteert een eigen definitie van scenografie thE scENoGraPhIc sPacE: a. a.1 waar ook een definitie wordt geformuleerd van ‘de scenografische ruimte’.) We consider the scenographer in a. ranging from the set design in a theatre building or any other chosen location in the context of a theatre or dance performance to interventions in the public space aimed at the random by passers. hun traject willen herevalueren of een interesse willen onderzoeken die buiten de lijnen van het institutionele aanbod kleurt. 0 a l g e m e e n o n d e r w i j s c o n c e p t lees ook de visie van a. a. a. a.pass op artistiek onderzoek in de visietekst in bijlage 1. centraal staat het individuele onderzoeksproject van de student dat de basis vormt voor een leertraject van 12 maanden.pass research centre) voorziet a. theoretical research and the development of craftsmanship are equally important.

rc).rc essentieel voor een optimale werking : het binnen a. archivering en (internationale) communicatie. In a.s) worden in a.pt en a. Centrale vragen binnen het programma zijn dan ook: wat is artistiek onderzoek? wat zijn de criteria voor artistiek onderzoek? wat is een artistieke methodologie? hoe ontwikkel ik artistieke instrumenten en strategieën? En belangrijker nog: wat kan artistiek onderzoek nog zijn? niveau .rc wordt onderzoek ontwikkeld met doctoraatsstudenten*. Het is dus erg belangrijk om 'artistiek onderzoek' als meta-onderzoek voor de opleiding te ontwikkelen. Het a.rc wil zijn expertise (theoretisch en artistiek) doorheen de jaren verder uitbouwen en een publicatie.pass is een post-masteronderzoeksomgeving: het programma-aanbod van a. a. De samenhang tussen de verschillende luiken van a.a.rc-onderzoek kan ook worden gevoed door de individuele laureaatsprojecten.pass en de opleidingsactiviteiten van de andere opleiding in hun pakket opnemen. 1 n i v e a u e n o r i ë n t a t i e a. namelijk de ontwikkeling.pass in bijlage1.pass zich stelt als onderzoeksplatform.en communicatiebeleid ontwikkelen dat geregeld (ten minste één keer per jaar) de resultaten van het onderzoek van de a.pass heeft niet alleen als doelstelling om de competenties van de participanten te verhogen (zoals dat gebeurt in a.rc ingebed in een breder kader of dienen er als vertrekpunt voor een ruimere vraagstelling. overzicht van de onderzoeksprojecten a.s en naar een groter publiek. Dit bevordert de transdisciplinaire uitwisseling en maakt een ruimer gedeeld aanbod mogelijk waardoor participanten hun programma optimaal kunnen personaliseren. Het a.1 zer | apass . Daarnaast is de doorstroming tussen a.2 De basisdoelstellingen van a. Voor doctoraatsstudenten in de kunsten vormt a.pass situeert zich op twee niveaus. onafhankelijk van de eindkwalificatie-doelstellingen van de participanten (a. ervaren kunstenaars en theoretici dat een verdere stap zet in het herdenken van de methodologieën.pt of a.rc zijn: voortgezet onderzoek.pt en a.pass-opleidingen. en de doelstellingen die gelden voor de eindkwalificaties van de participanten op post-masterniveau. Onderzoek is de belangrijkste bouwsteen van de a. colloquium.pass opleidingsmodel is gericht op een zo groot mogelijke wisselwerking tussen de opleidingen: participanten van a.s wordt in grote mate bepaald door de persoonlijke onderzoekstrajecten van de participanten die hun concrete curriculum individueel samenstellen uit het aanbod.* vooralsnog is dit een wens aangezien er zich nog geen kandidaten hebben aangemeld voor doctoraatsbegeleiding door a.rc ook een archiveringsfunctie: de onderzoeksprojecten van de individuele participanten (a.s en a.pt en a. strategieën en kwaliteitscriteria voor artistiek ('practice-based') onderzoek. De samenhang en wisselwerking tussen de doelstellingen die a. Mentoren en workshopbegeleiders worden uitgenodigd in functie van gedeelde en/of individuele onderzoeksvragen.rc in een ruimer onderzoekskader geplaatst en vormen een stimulus voor nieuwe onderzoekers. Zij worden in a. communicatie en archivering van kwalitatief hoogstaand (artistiek) onderzoek op post-master niveau. fa c e t 1 .pt en a.rc de uitvalsbasis waarbinnen zij hun traject kunnen ontwikkelen. staan dus centraal. te communiceren en te ontwikkelen. Daarnaast heeft a. Hun onderzoeksmateriaal stroomt door naar de laureaatsopleidingen a.rc gegenereerde onderzoeksmateriaal wordt 'gerecycleerd' in workshops van de laureaatsopleidingen. a.rc in bijlage 1. Beide visietekst ‘artistiek onderzoek’ a.s) maar ook om de kennisproductie van a.pass te archiveren.pass. DVD.s kunnen kiezen uit het volledige aanbod van workshops van a. Het onderzoek van de participanten is het uitgangspunt en het eindpunt van het hele opleidingsprogramma en het individueel curriculum.pt. enz. tentoonstelling.rc-onderzoekers kenbaar maakt door middel van een publicatie in boekvorm.

doelstellingen voeden en ondersteunen elkaar, en liggen in elkaars verlengde. Daarom schetsen we eerst de doelstellingen van a.pass als onderzoeksomgeving om van hieruit de competenties en doelstellingen van de participanten te formuleren.
1. DoElstEllINGEN vaN a.Pass als oNDErZoEksomGEvING

De algemene doelstellingen zijn: - ontwikkeling van nieuwe instrumenten voor artistiek-intellectuele samenwerking - ontwikkeling van experimentele formats voor zelf-organisatie - conceptualisering van transdisciplinaire kennismodellen - ontwikkeling en uitwisseling van praktijkgebaseerde kennis In het a.rc platform worden dezelfde algemene doelstellingen gehanteerd, maar wordt er bijzondere aandacht besteed aan: - ontwikkeling van voortgezet onderzoek (doctoraat en andere vormen) - ontwikkeling van methodologieën, strategieën en evaluatiecriteria in artistiek onderzoek - archivering - (internationale) communicatie van onderzoeksresultaten van voortgezet onderzoek

2. comPEtENtIEs vaN DE stuDENtEN a.Pt EN a.s

theoretische competentie - De participant is in staat om zijn onderzoek in te bedden in een theoretisch kenniskader en zijn praktijk te relateren aan een analytisch-kritische methodologie. transdisciplinaire competentie - De participant is in staat om kennis, opgedaan in een specifiek theoretisch en/of praktijkveld, te vertalen of in verbinding te brengen met kennismodellen uit andere disciplines. communicatiecompetentie - De participant moet in staat zijn onderzoek te communiceren met een ruimer publiek. In eerste instantie verhoudt de participant zich tot de mede-onderzoekers, in tweede instantie tot de sector, in derde instantie tot een potentieel ruimer publiek van geïnteresseerden dat specifiek aansluiting heeft met het onderzoeksproject. onderzoekscompetentie - De participant is in staat om een persoonlijk onderzoek te ontwikkelen, volgens de principes van zelf-organisatie en samenwerking, en dit onderzoek als hefboom te gebruiken voor de ontwikkeling van een collectieve kennis-ontwikkelingspraktijk. Elk onderzoek heeft zowel een praktijk- als een theoretische component. competentie tot zelfstandig leren/onderzoeken/ontwikkelen > organisatiecompetentie De participant is in staat om zijn eigen onderzoek en curriculum uit te stippelen, te organiseren en te communiceren. Hij is in staat zijn eigen agenda af te stemmen op de vereisten van de apass-werkomgeving. > (zelf)kritische competentie De participant is in staat zijn onderzoek en dat van anderen te onderwerpen aan een kritische analyse met aanduiding van zwaktes en sterktes van het project. > competentie tot samenwerking De participant is in staat om binnen de context van een samenwerking de eigenheid van zijn onderzoek te bewaren.

21

|

DoElstEllINGEN

3. EINDcomPEtENtIEs stuDENtEN a.Pass

In termen van doelstellingen voor de studenten (m.a.w. hun eindkwalificaties) wil a.pass participanten opleiden tot: - geëmancipeerde zelfstandige onderzoekers/makers (vanuit de theoretische en onderzoekscompetenties) - innovatieve onderzoekers/makers (vanuit de transdisciplinaire en onderzoekscompetenties) - kritische onderzoekers/makers (vanuit zelfstandigheidscompetenties en communicatiecompetenties) - netwerkende onderzoekers/makers (vanuit samenwerkings- en organisatiecompetenties) Deze doelstellingen vertalen zich in de eerste plaats in de inhoud en organisatie van het opleidingsprogramma (zie punt 2). Zij vormen ook de basis van de communicatie met toekomstige participanten en medewerkers en worden gecommuniceerd via de basistekst, de intake-gesprekken, de mentoringgesprekken met de lange termijn-mentoren en de onderhandelingen met de workshopbegeleiders.

4. comPEtENtIEs vaN DE Doctoraats- EN a.rc-oNDErZoEkErs

Voor a.rc onderzoek gelden dezelfde basisdoelstellingen als voor de reguliere onderzoekers, en dus ook dezelfde competenties, al ligt de nadruk in verhouding meer op de onderzoeks- en organisatiecompetenties, dan op de kennisverwervingscompetenties. Als we uitgaan van de doelstellingen die a.rc zich stelt om zich te ontwikkelen tot een centrum voor doorgezette kennisontwikkeling, internationale communicatie en archivering, zullen deze karakteristieken ook een belangrijke rol spelen in de selectie van a.rc-onderzoekers en/of doctoraatsstudenten, met bijzondere aandacht voor hun bereidheid/competentie tot organisatie van onderwijsformats (als doorgeefluik naar de reguliere opleidingen), communicatie (in het dissemineren van de ontwikkelde kennis naar een grotere gemeenschap), en samenwerking (met het onderzoeksplatform dat zich in a.pt, a.s en a.rc ontwikkelt). orientatie - a.pass streeft expliciet naar de inbedding van het leeraanbod binnen een groter kennisveld, zoals dat ontwikkeld wordt in de rest van het kunstonderwijs en in de artistieke sector. De a.pass-aanpak reflecteert een veranderend landschap waarin de artiest nog zelden monodisciplinair denkt en waarin de beschikbare kennis elke dag toeneemt. Deze explosie aan mogelijkheden laat zich slecht verzoenen met een geprefabriceerd kennisaanbod maar vraagt om een 'plastische' werkomgeving: een platform voor de vorming van kennisontwikkeling dat vorm krijgt door de explicitering van de noden van zijn onderzoekers. Om die reden gaan we in de artistieke onderzoeksomgeving van a.pass niet in de eerste plaats uit van de nood om artiesten op te leiden tot ‘betere’ artiesten. Met andere woorden, onze eerste bekommernis is niet zozeer om een kunstenaar ‘meer’ artistieke competenties bij te brengen maar wel om hem of haar de kans te geven zich op een bewustere manier te oriënteren binnen zijn artistieke en/of theoretische werkveld. We nemen dus geen artistieke competenties op in de eindcompetenties. (Een uitgebreidere verklaring voor deze keuze is terug te vinden in de tekst ‘artistiek onderzoek binnen a.pass’ in bijlage.)

zer

| apass

fa c e t 1 . 2

domeinspecifieke eisen

1.2.1 INBEDDING vaN DE a.Pass oPlEIDING IN hEt INtErNatIoNaal kuNstENvElD

De inbedding in een groter academisch en professioneel kennisveld sluit aan bij de expliciete vraag naar onderzoeksondersteuning in het internationale kunstenveld, zowel bij theaters als festivals. Deze vraag situeert zich steeds vaker op de rand van de disciplinaire theater-, scenografie- en performancegrenzen en vindt aansluiting bij bredere wetenschappelijke en maatschappelijke thema's zoals media, technologie, culturele identiteit, migratie, ecologie, enz. In dit veld stelt de kunstenaar zich almaar meer op als kunstenaar-onderzoeker, of kunstenaar-curator, een vervaging van disciplinaire functies die zeer verschillende werk- en denkattitudes met elkaar confronteert. De a.pass-omgeving geeft in het bijzonder aandacht aan dit transdisciplinaire en transfunctionele denken. Het a.pass opleidingsprogramma verhoudt zich expliciet tot deze vraagstelling door de ontwikkeling van actieve werkformats binnen de context van internationale festivals en/of theaterhuizen. a.pass gaat een samenwerking aan met o.a. het In-Transit festival Berlijn, Kunstenfestivaldesarts, Les Bains, Beursschouwburg, TQW (TanzQuartierWien), TanzFabrik (Berlijn), ... in de context van het opleidingsonderdeel 'internationaal netwerken'. Bij de internationale kunstopleidingen, zowel de formeel erkende als de temporele projectmatige opleidingsinitiatieven zien we op master en post-master niveau een groeiende interesse in de figuur van de artiest-onderzoeker, in transdisciplinaire kennisuitwisseling en in een kritische artistieke leerhouding. Vanuit de sector zelf ontstaan regelmatig initiatieven, vaak geïnitieerd door kunstenaars zelf, die de band tussen theorie en praktijk willen aantrekken zoals The Temporary Institute (Marten Spangberg), BOCAL (Boris Charmatz), everybodies (collectief), Pa-f (Jan Ritsema). Maar ook binnen de reguliere hogere kunstopleidingen staat de kunstenaar als kritisch, geëmancipeerd en transdisciplinair maker en denker centraal. Referentie-opleidingen in dit kader zijn de Jan Van Eyck-academie in Maastricht (kunstenaar als zelfstandig én collectief onderzoeker), DasArts Amsterdam (kunstenaar als transdisciplinaire netwerker), Stockholm University College of Dance (choreograaf als kritisch denker), MACAPD (Master in Contemporary Arts Practice and Dissemination). In de afgelopen tijd werkte a.pass samen met de Universiteit van Antwerpen, RITS, NYU (André Lepecki), Maska Ljubljana, Pa-f Reims. Bovendien wordt in beide gevallen ook het gedeelde kennismodel bevraagd: steeds vaker ontwikkelt een artistiek project zich als een mozaïek met diverse finaliteiten. Het collectieve werkmodel speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de hedendaagse 'communalities' die de grenzen tussen theorie en praktijk, proces en product, auteurschap en collectieve creatie voortdurend bevragen en herdefiniëren. Het is een artistiek model dat in grote mate afhankelijk is van gesitueerde netwerking en van de communicatie- en mediavaardigheden van de spelers. In die zin sluiten de collectieve werkvormen en de internationale netwerking binnen a.pass nauw aan bij een hedendaagse nood, zowel binnen de sector als binnen de kunstopleidingen.

1.2.2 oorsProNG vaN DE EINDtErmEN EN lEErDoElEN

De ontwikkeling van de eindtermen en leerdoelen is in de eerste plaats geïnspireerd door een analyse van het artistieke en kunsteducatieve veld (1.2.1). Daarnaast relateren deze doelstellingen ook aan een bredere maatschappelijke vraagstelling over kennis en kennisproductie zoals die sinds de jaren '70 is ontwikkeld in het denken over zelf-educatie ('self-education'). Veel van die initiatieven (Freire, online university programs, free knowledge movements, etc...) waren in eerste instantie sterk ideologisch gekleurd. Niettemin zien we vandaag een

23

|

DoElstEllINGEN

Hoe hangt zijn positie als maker samen met zijn (on)verantwoordelijkheid als burger? Wat is de vertaling van burgerlijke (on)gehoorzaamheid in een kunstpraktijk? In welke mate verschilt één attitude van een andere? Hoewel niet altijd geëxpliciteerd. Horizontale kennisoverdracht tussen de participanten onderling vormt een belangrijke drijfveer voor collectief leren en is tegelijkertijd de tegenpool van en de motor voor de ontwikkeling van een hyper-geïndividualiseerd onderzoekstraject van de individuele maker-denker. negotiëren en hertekenen van disciplinaire kennisgrenzen. In zijn (praktische en theoretische) kennishonger neemt hij zijn eigen verantwoordelijkheid en laat hij zich niet leiden door een vooropgesteld curriculum maar door zijn eigen onderzoekshonger en creatieve verbeelding.pass een werkomgeving die horizontale kennisontwikkeling stimuleert en integreert in het opleidingsprogramma (zie verder). In die zin staat het idee van kennisoverdracht ook in directe relatie tot het idee van proactieve kennisontwikkeling: een vernieuwend. opgenomen in bijlage 1. vormen deze vragen de horizon voor de ontwikkeling van het kennisontwikkelingsmodel dat a.pass voorstaat en voortdurend blijft bevragen en bijstellen. Deze worden geïnitieerd door het doorbreken. In het transdisciplinaire denkkader zoals dat in a.exponentiële toename van initiatieven die kwalitatief hoogstaande kennis en praktijken ter beschikking stellen van de geïnteresseerde (zij het niet noodzakelijk 'gekwalificeerde') leergierige.pass wordt ontwikkeld. recyclerend denken en werken dat steeds andere perspectieven opent op het eigen werk en de relatie van dit werk tot een breder maatschappelijk platform. Niet alleen binnen de kunsten. De 'leraar' beslist niet langer over het chronologische verloop van het leerproces en ook niet hoe het beoogde kennisveld zich verhoudt tot andere kennisvelden. divers en steeds verder uitdeinend kennisveld waarbinnen de disciplinaire grenzen steeds vaker worden opgeschort. maar ook tussen de kunsten en de wetenschappen. Vanuit dit denken ontwikkelt zich in a.4.pass legt in die zin ook expliciet de samenhang bloot tussen de noden van de artistieke sector en de kunsteducatieve instellingen. a. zer | apass . lees in dit verband ook het artikel van Elke van campenhout ‘the veil of Ignorance’. urbanistische en architecturale projecten etc. dat werd gepubliceerd in Prospero. Le maître Ignorant van Jacques Rancière): kennisoverdracht die niet hiërarchisch gekleurd of institutioneel verankerd is. consument en individu. staat deze geëmancipeerde kunstenaar-onderzoeker centraal: de participant oriënteert zichzelf binnen een complex. In dit kader ontstond het idee van de 'geëmancipeerde' kennisoverdracht (cfr. en een breder maatschappelijk veld waarin die kunstenaar-onderzoeker ook optreedt als burger. maatschappelijke en politieke issues. In het denken over zelf-educatie wordt met andere woorden de hiërarchische kennisopbouw doorbroken.

pass opleiding is nationaal en internationaal ingebed in kunsten(onderwijs)veld .inbedding van permanente vraagstelling naar wat theoretisch of practicebased onderzoek is en kan zijn in een artistieke onderzoeksomgeving .pass (a.permanente aandacht voor communicatie. a. met bijzondere aandacht voor de uitbouw van het publicatiebeleid 25 | DoElstEllINGEN .rc) bij de studenten.a.rc Aandachtspunten: . als van de resultaten.de ontwikkeling van a.s en a. in de vorm van de uitbouw van het onderzoekscentrum a. zowel van het programma-aanbod. gastdocenten en andere stakeholders Aanpak . houdingen .alertheid voor bekendheid van de doelstellingen a. vaardigheden.pass door centraal stellen van geïntegreerde verwerving en uitwisseling van kennis.a.pass staat garant voor het samengaan van theorie en praktijk .{ krItIschE aNalysE Sterktes: .onderwijsconcept verbindt principes van samenwerking en zelf-organisatie met de doelstellingen van a.pass vult de transdisciplinaire leemte in in de kennisontwikkeling in hoger kunstenonderwijs aansluitend op de realiteit van het kunstenveld .pass tot een autonoom centrum voor kennisontwikkeling.pt.pass hanteert een zelfkritische houding die voortdurende bijsturing mogelijk maakt .a.a.

zer | apass .

en beeldonderzoek 120 30 150 6 onderzoeksstrategie en -methodologie praktijk 30 70 100 500 4 20 10 8 2 30 50% 34% workshops (internationale) kennisuitwisseling en netwerken voorstellingen-.pass voor de studenten van a. in transdisciplinaire workshops. maar tegelijkertijd diepgaand aanbod van theorie en praktijk. 27 | ProGramma .pt en a. pa s s . s Opleidingsonderdelen: Contact onderwijs (uren/jaar) Zelfst studietijd (uren/jaar) Studiebelasting (uren/jaar) Studiepunten Percentage theorie 250 10 17% tekst. presentatie en archivering t o ta a l 25 75 100 1500 4 60 100% In de praktijk creëert a. waarbij niet kan beantwoord worden aan een vooropgezet curriculum. a. o p l e i d i n g s p r o g r a m m a a . Doctoraatsbegeleiding in a.rc vraagt een uiterst specifieke benadering en volgt een heel eigen logica.a .pass streeft naar samenhang en evenwicht tussen theorie. en dit telkens op maat van de individuele student.pass ontwikkelt in zijn werking een breed. lezingen en discussies. In het opleidingsprogramma vertaalt deze bekommernis zich in een gelijkwaardige verdeling tussen het theorie. theoretische sessies. p t e n a .s een flexibele leeromgeving die in grote mate afhankelijk is van de keuzes en de inbreng van de participanten. waaruit elke individuele participant een traject kan uitbouwen dat is aangepast aan de eigen noden. tentoonstellingenbezoek onderzoek 175 125 75 75 50 250 200 50 750 theoretisch onderzoek 50 100 150 6 artistiek onderzoek 100 onderzoeksuitwisseling 200 300 12 100 100 200 8 communicatie.en praktijkaanbod (50 percent) en de ontwikkeling van het eigen onderzoek (50 percent).programma onderwerp 2: programma In het algemeen kan worden gesteld dat a. artistieke praktijk en technische vaardigheid.

pass strekt zich uit over verschillende kennisvelden. filosofie en wetenschappen. the art of over-identification.pass-omgeving zoals zelf-organisatie. dat het uitgangspunt kan vormen voor de ontwikkeling van nieuwe artistieke onderzoeksstrategieën. strategieën. the renaissance theatre. performance en re-enactment. analyse en vergelijking van het eigen werk binnen een breder kader van maatschappelijk. geluidsmontage. praktijk of maker onderzocht en bediscussieerd. DoElstEllINGEN: Scheppen van een referentieel kader voor de ontwikkeling van het eigen onderzoek: uitzetten van de limieten van methodes en technieken.en tentoonstellingsbezoek zer | apass . artistieke onderzoeksstrategieën. video editing. bijvoorbeeld Castellucci en de Wunderkammer. Deufert en Plischke. praktijk (2/6) Praktijkworkshops en -sessies kunnen zowel van artistieke of praktische aard zijn.en beeldonderzoek: in deze sessies worden een bepaald thema. In-Transit festival Berlijn.pass probeert regelmatig aanwezig te zijn op internationale festivals of conferenties met een eigen project. Deze ervaringen bevorderen de uitwisseling met de internationale kunstengemeenschap en verhogen de zichtbaarheid van a. auteursrecht. kunstenfestivaldesart.of ervaringsmateriaal. eventueel aangevuld met ander bron.methodologieën: in deze groepssessies creëren we een gezamelijk denken over de basistermen van de a.pass als onderzoeksomgeving (o. en ook dit aanbod is erg gevarieerd en afhankelijk van de noodzaak in de groep. Plymouth Arts Centre performance conferentie) -voorstellings. gedeeld onderzoek. sociologie. David Moss. -onderzoeksstrategieën en . DoElstEllINGEN: Een basis ontwikkelen voor contextualizering. artistieke praktijkvoorbeelden en films die als uitgangspunt dienen voor de discussies situeren zich in het brede veld van culturele kritiek. lichtontwerp) -internationale kennisuitwisseling en netwerking: a. ethisch denken. Meg Stuart. oPlEIDINGsoNDErDElEN: -tekst. artistiek.m.m. netwerking voor de ontwikkeling van artistiek onderzoek. affect and emotion.theorie (1/6) Het theoretische aanbod van a. psychologie. psychoanalysis for beginners. De teksten. collaborative strategies. We lezen bij voorkeur primaire teksten. Vladimir Miller) tot workshops scenografische ontwerp (Niek Kortekaas. oPlEIDINGsoNDErDElEN: -workshops: van kunstenaarsworkshops (o. technische instrumentarium.m. Stefan Heinrich) en technische ondersteuning (o. en is afhankelijk van de noden van de onderzoekers.

portfolio. a. Deze geven een duidelijk beeld van het aanbod dat per blok wordt georganiseerd. is het uitgangspunt van het onderzoek in a. Opmaken van een portfolio. aangezien het programma buiten de generieke opleidingsonderdelen theorie.1 die de workshops. en dat hij de ontwikkeling van dit onderzoeksproject ook steeds als maatstaf blijft hanteren voor de kritische evaluatie en bijsturing van zijn traject. op het vlak van mogelijke verschuivingen van het methodologische apparaat van het ene veld naar het andere.pt zich toelegt op het onderzoek naar de performatieve actie.s Hoewel het a. maar deze oprekt tot zijn meest verrassende consequenties. in combinatie met de beschrijvende commentaren in de volgende facetten van onderwerp 2. een actie. de stad als een perfomatieve ruimte-organisatie. bijeenbrengen onderzoeksresultaten op website.pt bakent haar onderzoeksdomein af als een onderzoek naar het ‘performatieve’ (‘performativity). kritisch onderzoeker.s participanten. confrontatie met het publiek en jury finaliteit a.geen concrete vakinvulling heeft. de illusie van de huiselijkheid zijn bvb de onderwerpen van onderzoeken in a. en de kwaliteit van de lesgevers. Performativiteit is in die zin niet beperkt tot het artistieke performance veld. 29 | ProGramma .s het denken over de performatieve ruimte. DoElstEllINGEN: Stimuleren van de participant in zijn rol als zelfstandig.pt en a. maar meer nog. het internationale karakter van de bijdragen. de controle van de ‘first gaze’ in de publieke ruimte. een beslissing of een concept een mogelijke verschuiving initieert in de perceptie of de structuur van de situatie. delen van de onderzoeksmethodes en -voortgang met collega-onderzoekers of een bredere groep geïnteresseerden -communicatie. Onderzoeksprojecten in a. Workshops worden georganiseerd in functie van die verschillende onderzoeksprojecten. Deze overzichten.en beeldonderzoek gerelateerd aan de eigen onderzoeksvraag -praktisch: ontwikkelen van artistieke methodologieën van onderzoek -onderzoeksuitwisseling: mentoring. a. a. oPlEIDINGsoNDErDElEN: -theoretisch: tekst.pt en a. Het is een term die zowel gangbaar is binnen management en wetenschappelijk onderzoek. hebben beide richtingen een verschillende finaliteit.onderzoek (3/6) Het eigen onderzoek is de basis van de hele opleiding en omvat zowel een theoretisch als een praktisch deel. Programma vervangen de verplichte bijlagen met beschrijving opleidingsonderdelen in tabelvorm. presentatie en archivering: tussentijdse presentaties onderzoeksresultaten aan het eind van elk blok. voorbereiding eindpresentatie.pass traject wordt gedeeld door zowel a.s De inclusieve definitie van de scenografische ruimte als een (tijdelijke) ruimtelijke organisatie in functie van een performatieve activiteit (van performer en/ of publiek) is een open uitnodiging om het begrip scenografie telkens opnieuw te bevragen en te herdefiniëren. Het is zeer belangrijk dat hij zijn eigen onderzoekscurriculum vanuit zijn eigen onderzoekstraject organiseert.s zijn erg verschillend en gaan van de scenografie in de context van theater en dans in de schouwburg tot interventies in de publieke ruimte gericht op toevallige passanten. Waar a. Praktijk en onderzoek . als in technologie en ecologie. reading sessions en andere activiteiten in 2008 en 2009 beschrijft.pt moedigt zijn onderzoekers aan om de term zo elastisch mogelijk te interpreteren. De rol van een scènebeeld als vertellende instantie in een theatervoorstelling. zullen we op dit punt volstaan met de bijlage 2.s gevoerd. waarin een woord. waarop er een moment wordt gemarkeerd door de potentie van verandering. Het performatieve als datgene of dat moment waarop iets in beweging wordt gezet in een specifieke context. Niet alleen op het vlak van wat wordt onderzocht. en een onderzoek te ontwikkelen dat zich niet opsluit in het (historische) perspectief van de performance of podiumkunsten. een term ontleend aan Austin’s speech act theorie en Judith Butler’s vertaling hiervan naar het performanceveld.

flexibele en uiterst attentieve werking van de a.1.pt kan de a. maar suggereert aanknopingspunten die de samenhang in alle mogelijke verhoudingen kunnen tonen. Maar er is een tweede argument. onderscheid dat richtinggevend is voor het evenwicht dat wordt nagestreefd. praktijk en onderzoek is een arbitrair. en aangezien wij er van uitgaan dat deze doelstellingen nauw verbonden zijn met hun statuut als zelfstandig. Met andere woorden: a. die in de praktijk gerealiseerd wordt door de specifieke organizatie van het (individuele en collectieve) leerproces. en de vragen die daarin worden opgeroepen. productie en administratie). bezoek aan voorstelling) is een dwarsdoorsnede van het volledige programma en staat in dienst van de doelstellingen.1. onderzoeken zij manieren van kennisuitwisseling en monden soms uit in kleine toonmomenten. * zo kwam tijdens de workshop ‘city of Illusions’ (februari 2010) uit de discussies naar voor dat een workshop over queer theorie zeer welkom zou zijn. reading session. maakt een geïsoleerde detailbeschrijving van de opleidingsonderdelen niet alleen moeilijk vast te leggen maar zelfs contraproductief. fa c e t 2 . Aan de hand van een gerichte keuze uit het gedeelde workshopaanbod van a. zij het berekend. is de aandacht voor disciplinaire vaardigheden gelinkt aan het onderzoek een constant aandachtspunt (zoals licht.pass hanteert geen vooropgezet opleidingsonderdelenplan. In het concrete voorbeeld in 2.1 PrINcIPE vaN samENhaNG De opleiding kent een grote mate van samenhang. In de eerste plaats omdat het collectieve aanbod zo expliciet afhankelijk is van de noden van de individuele researcher. en dit is een logisch gevolg van de gehanteerde doelstellingen. vanuit een praktische sessie. de nood ontstaat om een theoretische workshop te organiseren*. Heel vaak vloeit uit het ene onderwijsformat het andere voort en vinden nieuwe formats hun oorsprong in de manier van werken met de studenten waardoor bvb. de akoestische ruimte. en dat zich situeert op vlak van de organische logica van het programma zoals dit zich aandient doorheen de gehanteerde formats in het aanbod. In praktijk zijn de meeste workshops nooit zuiver op een opleidingsonderdeel gericht maar confronteren zij bewust theoretische en practische aspecten. Of waardoor uit de ontmoeting met een mentor de nood groeit aan een samenwerking die de reguliere mentoring overstijgt en zich dan verplaatst naar een andere werkomgeving (zoals met mentor Nicolas Y Galeazzi: twee doorgezette samenwerkingen met participanten in diens studio in Berlijn). Het opmaken van een ‘gemiddelde’ voor-onderstelling van hun specifieke vragen is niet mogelijk en ondergraaft binnen het opzet van ons onderzoekskader (zie ook bijlage: artistiek onderzoek in a. In het daaropvolgende blok wordt deze workshop georganizeerd in samenwerking met één van de gasten van de city. De verdere subopdeling is een handleiding voor de uitbouw van het reële programma. wiens onderzoeksdomein dit is. maar enkel welke competenties en doelstellingen zij dienen te ontwikkelen.pass) de gewenste permanente maakbaarheid van het opleidingsprogramma en de doorstroming tussen de onderscheiden opleidingsonderdelen. zer | apass . ligt de logica van de ontwikkeling van de opleidingsonderdelen veeleer in de dagelijkse. dat deze moeilijkheid om de onderdelen geisoleerd te benaderen misschien nog scherper stelt. enz). elke aangeboden activiteit (workshop. Immers.pass groep (zowel participanten als mentoren en lesgevers als coordinatoren. De grove onderverdeling in theorie.pass er niet op voorhand van uitgaat wat de participanten dienen te weten. perspectiefwerking. Die samenhang. Aangezien a. kritisch en creatieve onderzoeker. de impliciete eindcompetenties en de geëxpliciteerde onderzoeksvragen van de participanten.s en a. 1 s a m e n h a n g i n h e t p r o g r a m m a 2.3 wordt dit duidelijk.s student zijn eigen scenografisch onderzoekstraject optimaal ondersteunen.Naast een wisselend theoretisch en artistiek aanbod. dan in een strak gekaderd en afgelijnd plan van geformatteerde opleidingsonderdelen.

De mentoring maakt dat mogelijk.2 mENtorING als BINDmIDDEl De samenhang in het individuele traject wordt in grote mate bepaald door de voortdurende dialoog tussen de participant en zijn mentoren. Het model van de stad was die ‘derde’ in dit kennisproductiesysteem: een ruimte voor studie en onderzoek waar ieder evenwaardig en op zijn eigen voorwaarden kon produceren. want noodzakelijke. zonder vooropgezet plan of onderverdeling. De drie sleutelteksten waren The Practice of Everyday Life by de Certeau. voor topics die voor meerdere participanten interessant kunnen zijn. die zij verschillende keren in hun traject ontmoeten. Hoe een ruimte om te luisteren vorm geven die de luisteraar en toeschouwer bewegingsvrijheid geeft? Een violiniste creëerde een continue aanwezigheid van geluid in de stad. tot een luisterstad met verschillende ‘huizen’ : de individuele locaties van het geluidsonderzoek van de participanten.student werd een driehoeksrelatie door de stadsmetafoor. de kerk/bibliotheek (als materialisatie van de kennisoverdracht). zijn onontbeerlijk. Eerst werd er gefocust op de politieke aspecten van ruimte-organisatie en het fenomenologische kader van de ruimte-ervaring van de toeschouwer. De participanten als stadsbewoners en buitenstaanders als toeristen of bezoekers. éénmalig uitgenodigd. Deze organische ontwikkeling en de attentieve attitude die hieraan ten grondslag ligt. Uitgaand van de strategische machtspositie van de scenograaf.pass heeft alle nood aan het flexibele.3 casE stuDy --. genereuze en kortetermijn-beslissingskader zoals we dat nu in onze dagelijkse werking hanteren. die elk traject op de voet volgen. negotiatie.2. Rancière stelt een ‘derde’ voor als de bemiddelende instantie tussen de performer en de toeschouwer zoals hij dat eerder deed met de meester en de leerling. Deze driehoeksrelatie laat toe dat het publiek en de performers zich op een gelijkwaardig niveau kunnen verhouden tot de performance. een centraal plein -ontstonden vanuit een evidente. Ook de relatie leraar . Uitnodiging. Doorheen de mentoringsessies wordt het organische potentieel van de opbouw van het gezamelijke én individuele parcours gerealiseerd: door de voortdurende aandacht voor mogelijke connecties. De verbinding tussen de status van de toeschouwer en vragen omtrent kennisoverdracht lag aan de basis van de structuur van de workshop als een ruimte voor kennisproductie. zowel de ‘dedicated’ mentoren. De lege theaterruimte van WPzimmer ontwikkelde zich.gedeelde ruimte. gastvrijheid (of haar afwezigheid) maar ook party’s. privé-ruimte. Het onderzoeksthema was geluid & luisteren. die in hun functioneren een uitgelezen partner blijken. Deze laatsten zijn bij uitstek verantwoordelijk voor de uitbouw van een kwalitatief onderzoekstraject dat persoonlijke en collectieve keuzes verenigt en de wederzijdse beïnvloeding van theorie en praktijk centraal stelt. als de opleidingscoördinatoren. Alle elementen van de luisterstad . storytelling en toespraken in de kerk/bibliotheek werden de familiaire aankle- 31 | ProGramma . vermaak.1. Curtis’ essay over de Incomprehensible Space and Jacques Rancière’s The Emancipated Spectator. De Certeau stelt een politiek onderscheid voor tussen individuele tactieken en het strategisch gebruik van de publieke ruimte.Vladimir Miller’s City of Listening (juli 2009) --City of Listening voerde een onderzoek naar de stad als model voor de betrokkenheid van de toeschouwer in een performatieve ruimte.1. ontstond er een analogie tussen de stad en de scenografische ruimte die een discussie over de tactieken en trajecten mogelijk maakte. a. 2. voor sprekers.

Het bloksysteem creëert ook een natuurlijk ritme in de ontwikkeling van het eigen onderzoek in drie fases: scherpstellen van de individuele vraagstelling (blok 1). De theoretische sessies kunnen aanzet geven tot een artistieke praktijk of experiment.a. In die zin is de korte-termijn planning van de a. en in het derde blok de concentratie toegespitst wordt op de afwerking van het eigen onderzoek. praxis. Iedereen kwam de stad binnen als toerist en verwierf kennis over de City of Listening. Theorie.ding van anders onuitgesproken vormen van kennisuitwisseling. De persoonlijke interesse vertaalt zich in een item in het volgende blokaanbod.pass leeromgeving de belangrijkste motor voor de ontwikkeling van een horizontale samenhang in het programma { zer krItIschE aNalysE Sterkte .In relatie tot de horizontale samenhang maakt de drieledige indeling het de participanten ook mogelijk om hun positie doorheen het verloop van de opleiding te herzien: de opgedane kennis van het eigen onderzoek kan in een tweede of derde blok transformeren tot een workshop of een theoretische sessie binnen het curriculum. 2. Aan de ene kant laat deze organisatievorm een voortdurende instroom van nieuwe participanten toe (drie maal per jaar) zodat de kansen op vruchtbare en inspirerende ontmoetingen en samenwerking worden bevorderd en geprikkeld.pass zorgt voor een sterke inhoudelijke en organisatorische samenhang in het aanbod voor de studenten en realiseert die samenhang voor en samen met de studenten | apass . Deze vormen werden ze zichtbaar en bevraagbaar. waarin tijdens het eerste blok meer aandacht uitgaat naar de collectieve workshops (vaak meer dan twee). De collectieve sessies rond onderzoek of samenwerking hebben een directe invloed op de ontwikkeling van het eigen traject of de theoretische interesse die zich bij de participanten ontwikkelt.Het bloksysteem maakt een drieledige indeling van het onderzoekstraject mogelijk.1. inbedding van deze vraagstelling binnen een bredere artistiek-intellectuele context (blok 2). uitwerking van de vraagstelling (blok 3). Verticale samenhang . Deze opstelling elimineerde het dualisme van onderwijzen – leren en van passieve toeschouwer – deelnemer. over het onderzoek. Natuurlijk is het onderzoek van elke participant verschillend en kunnen trajecten anders verlopen.4 horIZoNtalE EN vErtIcalE samENhaNG Horizontale samenhang . Dit model resulteert in een natuurlijke ontwikkeling doorheen het werkjaar. uitwisseling en communicatie zijn zo niet van elkaar te onderscheiden (net zo min als leraars en studenten).

pass ziet het bijgevolg vooral als haar vrantwoordelijkheid om een omgeving te creëren die dit soort ontmoetingen mogelijk maakt en optimaliseert. intellectueel verantwoordelijke en bewuste denkhouding voortdurend aangemoedigd en bijgestuurd.facet 2. Het individuele onderzoek van de participanten is het uitgangspunt en het eindpunt van het hele curriculum. Mentoren en workshopbegeleiders worden uitgenodigd in functie van de gemeenschappelijke en/of individuele onderzoeksvragen van de participanten.Pass oPlEIDINGsProGramma De doelstellingen bij het opleidingsprogramma van de a. kunnen ontstaan in kleine groepen of met de hele groep. om zich te profileren en positioneren. en niet als een verplichting binnen het curriculum. is een aansporing tot gedeeld denken en werken. zowel in het individuele onderzoek dat op regelmatige tijdstippen met de groep moet worden gedeeld.pass om ‘artistiek onderzoek’ als metaonderzoek voor de opleiding te ontwikkelen. Ook het mentoringsysteem en de mogelijkheid om mentoringgeld te delen. en niet vanuit een georganiseerde verplichting. Het is bijgevolg erg belangrijk voor a. enz. als in de collectieve workshops en theoretische sessies. Langs de ene kant vormen theoretische verdieping. In de publicaties is zo’n samenwerking duidelijk in de inbreng van de participanten in het onderzoek. Maar in het persoonlijke traject van de participanten wordt een zelfkritische. kan de ene onderzoeker een groepje performers gebruiken binnen zijn werk. filosofie. 33 | ProGramma . of organiseren verschillende participanten samen een workshop. We gaan niet op zoek naar ‘effectieve’ collectieve onderzoeksresultaten. a.2 relatie doelstellingen en inhoud van het programma 2.Collectieve modellen van kennisontwikkeling en samenwerking zijn zeer belangrijk in het model. Zo vormen zich vanzelf allianties.pass opleidingen zijn: Onderzoeksgericht programma . maar meer nog tot een complexe. zodat de individuele kost om een mentor uit te nodigen vermindert. die hem voor zijn verantwoordelijkheid stelt en hem hiertoe instrumenten aanreikt vanuit de wetenschappen. zowel door de coördinatoren als door mentoren.Onderzoek is de belangrijkste bouwsteen van de opleiding. Voor ons is een reflectieve houding het sine qua non voor de artistieke onderzoeker die zich niet enkel dient te verhouden tot de artistieke sector die hem omringt. discussie en reflectie het geraamte van bijna alle aangeboden workshops en gedeelde sessies. Zo kan bijvoorbeeld de ene participant dramaturg worden voor het project van de ander.In de uitbouw van het leerplan neemt persoonlijke reflectie een centrale rol in. maar naar ‘affectieve’ banden die het onderzoek kunnen verrijken en ondersteunen. Nadruk op kritische reflectie . De impuls tot het ontstaan van deze samenwerkingen zit ingebed in de collectieve momenten (workshops. Centrale vragen binnen het programma zijn dan ook: wat is artistiek onderzoek? wat zijn de criteria voor artistiek onderzoek? wat is een artistieke methodologie? hoe ontwikkel ik artistieke instrumenten en strategieën? En belangrijker nog: wat kan artistiek onderzoek nog zijn? Samenwerkend leren .2. en situeren zich op verschillende niveau’s. discussies) die in de opleiding worden voorzien: we moedigen participanten aan om hun stem te ontwikkelen. worden vragen uitgewisseld. ook diegenen die op het eerste zicht een meer praktisch karakter hebben.pass draait op een groep van variabele grootte: de samenwerkingen die wij aanmoedigen. Het is belangrijk dat deze samenwerkingen ontstaan vanuit individuele noodzaak en interesse. astronomie. maatschappelijke werkelijkheid. worden deelprojecten georganiseerd.1 DoElstEllINGEN BIj hEt a. a. sociologie.

en de zelf-organisatie van modellen om het eigen onderzoek met een grotere groep te delen.Zelfsturing . Deze werkvorm wordt gehanteerd op verschillende niveau’s: -in de keuze van het curriculum -in de organisatie van het persoonlijke onderzoek -in de organisatie van het collaboratieve onderzoek a.daarnaast stelt de participant een eigen traject samen uit het aanbod van a.2. Participanten hebben een individueel budget ter beschikking dat kan worden gespendeerd aan het ‘aankopen’ van occasionele mentoren. a. mentoring. Hiertoe behoort ook de georganiseerde mentoring door ‘dedicated mentors’. is zelf-organisatie de belangrijkste drijfveer binnen onze opleiding. de helft van het curriculum (50 procent) is self-organised.2 INDIvIDuElE INhouDElIjkE samENstEllING currIculum In de ontwikkeling van a.pass dan ook geëvolueerd naar een modulair systeem. gekozen door de opleidingscoördinatoren. Het aanbodgestuurd deel van het curriculum is voor iedere student anders.pass legt er evenwel de nadruk op dat het zelf-geregulariseerde parcours ten allen tijde wordt opgevolgd en bekritiseerd (in de positieve betekenis: ondersteuning in het maken van onderscheid) door coördinatoren en mentoren.Zoals hierboven reeds geduid.rc-participanten in de doctoraatsbegeleiding wordt deze self-organized component uiteraard nog belangrijker. op maat van de participant samengesteld curriculum. aangezien een participant uit het activiteitenaanbod (10 tot 15 workshops per blok) een eigen keuze kan maken van minimum twee activiteiten per blok. . is a. praktische of artistieke aard). en de algemene doelstellingen van de opleiding. die hen kunnen helpen bij het ontwikkelen van een specifieke vraagstelling (van theoretische. dat een verschuiving in dynamiek doorheen de blokken mogelijk maakt. . Praktisch gezien wil dit zeggen dat participanten per blok van 3 maanden ten minste de begin-en eindweek aanwezig dienen te zijn. zoals het individueel mentoring systeem het toelaat een belangrijke rol.en eindweek worden collectief georganiseerd voor de volledige groep.de rest van het opleidingsprogramma is gereserveerd voor de uitbouw van het individuele onderzoek. en wordt de keuze van de gasten een potentiële motor voor de uitbouw van het reguliere programma. .pt en a. Bij a. zoals die binnen de opleiding (kunnen) worden gehanteerd. 2. en in diverse vormen van samenwerking op alle niveau’s. Hier is het belangrijk voor de participanten en de coördinatoren om erover te waken dat deze mentoring aansluit bij de doelstellingen van het persoonlijke onderzoek.s-participanten ontwikkelen hierbij hun traject binnen de specifieke finaliteiten van hun keuzerichting. Met andere woorden. Hierin speelt de keuze van de persoonlijke mentoren. plus ten minste twee workshops uit het aanbod kiezen.pass is duidelijk geworden dat het evenwicht tussen het individuele onderzoek en het collectieve aanbod precair is. zer | apass . gedeeld door alle participanten. Van een vast curriculum.de begin. Op deze momenten wordt nagedacht over de basisprincipes van zelforganisatie en samenwerking.pass (dat ten dele is ge-coörganiseerd door de participanten zelf). Onze vorm van zelf-organisatie resulteert dus in een flexibel.

aandacht voor concrete samenwerkingsmogelijkheden met andere onderwijsinstellingen. mentoren. a. .meer algemeen: uitbouw van criteria voor artistiek onderzoek en artistieke methodologieën. participanten en persoonlijk onderzoek.afspraken finaliseren met bevoegde vertegenwoordigers van de Associatiefaculteit Kunsten AUHA om als inhoudelijke partner (informeel) toe te treden tot het overlegorgaan van de UA en Artesis Hogeschool over onderzoek in de kunsten 35 | ProGramma .rc Aanpak: -consequente gebruik van curriculumfiches voor elk van de participanten.in individuele curriculum erover waken dat elke participant gemiddeld over de drie blokken een proportioneel aandeel van het opleidingsprogramma met bijhorende eindcompententies kan verwerven.uitbouw en formalisering van een flexibel systeem voor de evaluatie van workshops. en laat alle ruimte aan initiatief van de participanten zelf > het opleidingsprogramma is nationaal en internationaal ingebed in het artistieke en kunsteducatieve veld en faciliteert ad hoc samenwerkingsverbanden met artistieke en academische partners Aandachtspunten: . .{ krItIschE aNalysE Sterktes: De sterktes van het a. .pass opleidingsprogramma situeren zich op volgende vlakken > de toolbox van het opleidingsprogramma is een stimulans voor self-organisation en collaboration >het opleidingsprogramma biedt een raamwerk voor transdisciplinaire kennisontwikkeling > het opleidingsprogramma is een samenhangend geheel en garandeert het samengaan van theorie en praktijk >het opleidingsprogramma is flexibel en voortdurend bij te sturen.pass functioneert op dat niveau als een experimenteel onderzoekscentrum voor leervormen en formats voor collectieve leerstrategieën . met name voor uitbouw doctoraatsbegeleiding in a. waarop (de wijzigingen in) het persoonlijke traject consequent worden bijgehouden.

maar ook in samenwerking met academici (bvb.pass op een hedendaagse problematiek of in-vraag-stelling. communicatie en archivering van kwalitatief (artistiek) onderzoek op postmaster niveau. a. betrokkenheid van de artistieke coördinatoren als mentors. intellectuele. workshop The Moment of Solo met David Moss. André Lepecki. hetgeen de doorstroming stimuleert en mogelijk maakt (workshop Rancière HetTheaterfestival09. vragen de facto om een grote betrokkenheid van a. Het onderzoek van de participanten is het uitgangspunt en het eindpunt van het hele opleidingsprogramma en het individueel curriculum. zer | apass .1 visietekst ‘artistiek onderzoek in a. PARTS) -met specialisten op theoretisch. pedagogische en maatschappelijke stakeholders. workshop Drama Queens ism Universiteit Antwerpen). namelijk de ontwikkeling.fa c e t 2 .pass opnieuw de rol van verbindingslijn met en denktank voor de academische en artistieke sector. 3 e i s e n a c a d e m i s c h e g e r i c h t h e i d va n h e t p r o g r a m m a Onderzoek is de grondstof in de realisatie van de doelstellingen van a. workshop Drama Queens. reading sessions Over-Identification Kunstenfestivaldesarts) voor de verwevenheid van a. waarin de verschillende formats de onderzoeksattitude en -vaardigheden van de participanten op methodologisch. met hogescholen en universiteiten (workshop Rabih Mrouéh ism RITS. kritische kennisontwikkeling en -uitwisseling tussen alle onderzoekers binnen a. methodologisch en artistiek vlak: het programma waarborgt de ontwikkeling van vaardigheden op het gebied van theoretisch en practice-based onderzoek en de ontwikkeling en beoefening van de kunsten en streeft in alle onderdelen linken na met de actuele kunstpraktijk . wetenschappelijke.pass (a. Peace Conference in Berlin. Hierin speelt a. juryleden bij de beoordelingsprocessen van hogescholen en universiteiten (Sint-Lukas Brussel. maatschappelijke of cultuurfilosofische veld.rc als gespecialiseerd kenniscentrum van a.met een breed veld van belanghebbenden: door openstellen van workshops en theoretische sessies voor een kritisch publiek. en door onze aanwezigheid op congressen en colloquia met academische inzet (Reenactment festival van Abramovic Research Centre in Plymouth.pt. in de eigen omgeving.pass geeft expliciet ruimte aan practice-based onderzoek in de kunsten. en de doelstellingen die gelden voor de eindkwalificaties van de participanten op post-masterniveau. praktisch en metaniveau voedt en/of aanscherpt. maar ook bij denkers en doeners die daarover kritisch reflecteren vanuit het culturele.pass is bij uitstek transdisciplinair en gebeurt in interactie . professor aan NYU.s en a.pass en een ruime kring van artistieke. Universiteit Antwerpen. lezingen van academici in het programma). De samenhang en wisselwerking tussen de doelstellingen die a.pass zich stelt als onderzoeksplatform.met onderwijsveld: door de organisatie van kwalitatief theoretische workshops. theoretisch. Kennisontwikkeling binnen a. zoals die zich ontwikkelt binnen de artistieke sector.pass die fundamenteel gaan over transdisciplinaire.pass met actuele tendensen in en buiten het artistieke bedrijf zie bijlage 1.pass’. a. In Transit Festival Berlin).rc) en tussen a.

37 | ProGramma .intensiteit: deelname aan uiteenlopende workshops en de combinatie hiervan met het persoonlijke onderzoekstraject is een bijzonder stimulerende en creatieve ervaring . samen met de coördinatoren.passprogramma een grote verantwoordelijkheid in de zelf-organisatie. waaraan elk van de participanten per blok een vast bedrag kan spenderen. 4 studeerbaarheid Zoals hierboven reeds aangeraakt. garandeert de individuele opvolging van het onderzoek en de ontwikkeling doorheen het jaar van elk van de participanten.2 stuDIEtIjD De studieduur bedraagt in principe 12 maanden.mogelijkheid tot pauzeblok Aandachtspunten & aanpak: . 2. Een afwijkende studieduur (uitbreiding met met maximum 1 blok) kan per uitzondering worden toegestaan om ernstige en dwingende persoonlijke of professionele redenen.1 stuDIEomvaNG De a.4. vraagt het a. deels aangduid door door de coördinatoren. 2. ofwel in de loop van het traject (pauzeblok) ofwel aan het eind (uitstel eindevaluatie).eigen onderzoek / collectief aanbod . dat ze vaak combineren met een artistieke praktijk of andere professionele activiteit. in voor de kwaliteitscontrole van het individuele onderzoekstraject. . mentoring .studietijdmetingen (kwantitatief en/of kwalitatief) en opvolging fa c e t 2 .De viermaandelijkse instroom hernieuwt periodiek de kritische massa en onderzoeksbasis en het potentieel tot uitwisseling en samenwerking tussen de onderzoekers. De intensiteit van de opleiding dwingt de participanten tot een verregaande beschikbaarheid tijdens hun onderzoeksjaar.pass opleidingen zijn voltijds en bedragen 60 studiepunten (zie tabel opleidingsprogramma). { krItIschE aNalysE Sterktes: . De langetermijnmentoren worden deels gekozen door de participanten. Zij staan.fa c e t 2 .Deze samenhang in het programma laat toe om een wederzijdse verdieping te bereiken van het individuele onderzoek doorheen de collectieve workshops én een aanpassing van het collectieve aanbod vanuit het individuele initiatief van elk van de participanten. 5 a f s t e m m i n g t u s s e n v o r m g e v i n g e n i n h o u d De afstemming tussen inhoud en vormgeving van het opleidingsprogramma vertaalt zich concreet in: 50/50 . bloksysteem .flexibiliteit van het programma laat om die intensiteit naar eigen inzicht te concentreren op het collectieve of individuele leertraject afhankelijk van de vereisten en de chronologie van het onderzoek.De persoonlijke mentoring.4.

samenwerkingsprojecten .s en a. Naast dit individuele aspect wordt ernaar gestreefd dat de mentoring ook een collectieve impact heeft op het programma. BasIsPrINcIPEs IN DE orGaNIsatIE vaN hEt oPlEIDINGsmoDEl EN GEhaNtEErDE WErkvormEN In de praktijk vertaalt dit zich in een curriculumorganisatie die gekenmerkt wordt door flexibiliteit.De belangrijkste bouwsteen voor de individuele invulling van het programma is de persoonlijke mentoring.1. samenwerking.pass model zijn flexibele leertrajecten de norm. of de workshops die ze hebben ge(co)organiseerd) maken deel uit van het reguliere leerprogramma.pass gebeurt in grote mate door de inbedding van de opleiding binnen publieke structuren. van een werksessie tot een observatiemoment. en het samengaan van theorie en praktijk. Het aanbod is zo ruim dat het voor de participant mogelijk moet zijn om curriculumitems te kiezen die een directe relevantie hebben voor zijn persoonlijk onderzoek.Elke blok wordt collectief geopend en afgesloten. en tot een vruchtbare wisselwerking te komen tussen prakijk en onderwijs. flexibele leertrajecten . zoals festivals en theaters. In samenspraak met de opleidingscoördinatoren besteden de participanten hun mentoringbudget naar eigen inzicht: van de uitnodiging van een mentor voor het geven van een workshop tot een individuele ontmoeting en gesprek.5. flexibiliteit in aanbod en keuze van curriculumonderdelen .pt wordt per blok van drie maanden georganiseerd. of indien één van de participanten beslist om een workshop te organiseren voor de anderen. Bovendien biedt de viermaandelijkse instroom en organisatie in blokken en de evenwichtige samenstelling van het aanbod in elk blok de mogelijkheid om een pauzeblok in te schakelen waarbij de student zijn traject onderbreekt voor een epriode van 4 maanden en in het daaropvolgende blok zijn curriculum hervat.In het a. In de eindweek is het belangrijk met de hele groep tot een evaluatie te komen van de afgelopen drie maanden en om de voorbereiding te maken van het volgende blok. 2. De student stelt zijn programma samen uit het aanbod (50 percent) en organiseert de rest van zijn opleiding volgens zijn eigen noden.Het leerprogramma van a. Als basis voor het aanbodgestuurde deel van het curriculum gelden de theoretische sessies (reading sessions). en lezingen en voorstellingen die ad hoc worden toegevoegd. transdisciplinariteit. de uitwisseling met andere kunstenaars mogelijk te maken. verplichte collectieve momenten . gedeeltelijk in samenspraak met de participanten. Dit biedt de mogelijkheid om nieuwe participanten te informeren en te introduceren bij de participanten die in hun tweede of derde blok zitten. Dit is het geval indien meerdere participanten beslissen om hun mentoring gezamelijk te gebruiken om een workshop te organiseren.De communicatie van a. zelf-organisatie in mentoring en inbreng vanwege studenten in curriculum . theoretische of praktische mentoring ‘aan te kopen’. Die kennismaking brengt onmiddellijk de discussies en uitwisseling op gang (oneon-ones) en geeft in een korte tijdspanne van één week een intense ervaring van de principes en samenhang van de opleiding. zer | apass . De workshops of lezingen die door de participanten worden ontwikkeld (zowel de workshops gegeven door de participanten. We zijn ervan overtuigd dat het zeer belangrijk is om de opleiding bij momenten in te bedden in de werking van de artistieke sector om de zichtbaarheid te verhogen. Elk van de participanten heeft per blok een vast bedrag ter beschikking om artistieke. zelf-organisatie. technische begeleiding. het artistieke workshopaanbod.

biedt elk blok nieuwe uitdagingen en een ander intern kennispotentieel voor collectieve uitwisseling.). en na elk blok krijgt hij de tijd om een evaluatie te maken van zijn vorderingen en eventuele bijstellingen maken in zijn planning. maar ook uit uiteenlopende velden van toegepaste kunst. enz. of nog: overstijgt de opleiding de nog steeds gangbare scheiding van disciplines in de vooropleidingen van studenten. zoals gezamelijke mind mapping. Deze mix maakt het mogelijk voor de verschillende participanten om zoveel mogelijk te leren van de zeer gevarieerde kennis die reeds in de groep aanwezig is. orGaNIsatIE EN kWalItEItsZorG Onderwijs in blokken: impact van permanente kwaliteitszorg Het bloksysteem heeft verschillende gevolgen: -het onderzoek wordt gefaseerd: in 12 maanden tijd kan de participant in drie blokken de evolutie van zijn eigen traject plannen..Het aanbod focust in belangrijke mate op het samenbrengen van theorie en praktijk. Deze werkvormen stimuleren het denken over en verbeelden van de collectieve werkomgeving. een periode waarin het onderzoek kan worden gerevalueerd en herdacht.samenwerkend leren . discussieformats.Het onderwijsaanbod van a. -door de organische aangroei van de participantengroep (elk blok startenieuwe participanten). een artistiek-creatieve workshop heeft een aantal theoretische momenten of lezingen verwerkt in zijn opzet. Dit fasemodel maakt het mogelijk dat de nieuwe participanten kunnen leren van hun voorgangers en evenzeer dat de onderzoekscultuur binnen de groep gradueel evolueert en vernieuwt. enz.Zowel in de selectie van de participanten als in de keuze van mentors staat transdisciplinariteit centraal: medewerkers uit verschillende artistieke velden.. theorie en praktijk zijn welkom binnen de opleiding.pass wordt gehanteerd nieuwe perspectieven mogelijk maakt op het begrijpen van kennisontwikkeling.. de tussenliggende maanden zijn momenten van zelfevaluatie en verdieping. In het workshopaanbod worden expliciet workshopbegeleiders uitgenodigd die het samenwerkingsaspect centraal stellen in hun werksessies (bvb: de collectieve creatiemethode van Tom Plischke en Kattrin Deufert.5. 2. Veel van de werksessies hanteren werkvormen voor collectieve kennisontwikkeling. de collectieve workshopvragen ontwikkelen zich tot de intellectuele basis voor de creatie van nieuwe werkvormen.. de verhouding tussen de kennis-’hebber’ en de kennis-’ontvanger’. overlappen van theorie en praktijk . waardoor de opleiding de limieten van kennis en kennisontwikkeling op de proef blijft stellen. Dit transdisciplinaire kader maakt het mogelijk om methodologieën uit de ene praktijk uit te testen in de experimentele setting van een ander onderzoeksmodel. 39 | ProGramma . transdisciplinaire werkvormen .In het leeraanbod en de samenstelling ervan wordt bijzondere aandacht besteed aan het ontwikkelen van formats voor collectief werk. Door het confronteren van verschillende perspectieven. experimenteel onderwijsaanbod .pass is experimenteel in de zin dat elk format dat binnen a. de workshop ‘Strategies for Collaboration’ van Nicolas Y Galeazzi. -de tussenliggende maanden functioneren dus als een soort ‘retraite’.2. ontsnapt de opleiding aan disciplinegebonden dogmatisme. -aan het eind van elk blok worden tussen-evaluaties georganiseerd waarin nieuwe aandachtspunten en mogelijkheden worden aangereikt aan de participanten. en de creatieve mediatie die hiervoor nodig is. In veel workshops sluiten beide aspecten nauw op mekaar aan: theoretische leersessies worden gekoppeld aan voorstellingen of opnames uit de praktijk.

4.5. oNDErWIjsmIDDElEN Theoretische basismiddelen: . 2. maar sterk aangeraden) Dit garandeert de individuele opvolging van de voortgang en ontwikkeling van elk van de participanten in hun onderzoek en een voortdurende kwaliteitscontrole van het individuele onderzoekstraject.pass (niet absoluut verplicht.pass zer | apass . Hiervoor werden een aantal formats ontwikkeld zoals ‘as you like it’ (driewekelijkse momenten waarin de participanten hun onderzoeksresultaten delen met de groep). methodologische) -one-on-one presentaties/discussies -mentoring sessies (gedeelde/individueel) -conferenties (organisatie/deelname) -festivals (deelname) -presentaties -artist-meetings -lectures -viewings (elkaars werk/anderen) -tento/voorstellingsbezoek -performative dinners . competenties en methodiek vormgegeven door de opleiding zelf. gekozen door a.5.s you like it 2. wat de werkvormen uiterst gevarieerd maakt. theoretische/praktische.DVD’s .en videomateriaal + audiostudio Technisch materiaal en ateliermateriaal Website a. of de gezamelijke eindweek die meestal op locatie wordt georganiseerd.EN oNDErZoEksactIvItEItEN Het onderwijsconcept is expliciet vraaggestuurd en in veel mindere mate aanbodgestuurd. collectief. a. technische. op locatie: het moment waarop de onderzoeksresultaten met mekaar worden gedeeld.pass investeert ook in de experimentele ontwikkeling van nieuwe werkvormen.a.gespecialiseerde literatuur en boeken . die in een volgende blok verder kunnen worden uitgewerkt. In de praktijk is er een grote inbreng van de studenten. Enkel in het workshopaanbod worden de doelstellingen.mentoring Het mentoringsysteem werkt op verschillende niveau’s: -de persoonlijke mentoring (zie boven) -de mentoring door de artistieke coödinatoren (minstens aan het begin en eind van het blok) -de mentoring door mentoren.teksten allerhande Praktische basismiddelen: Software Audio.3 tyPEs WErkvormEN oNDErWIjs. Een (onvolledig) overzicht: -begin-eindweek. grotendeels zelf-georganiseerd -reading sessions -workshops (artistiek. Naast de genoemde onderwijsvormen hieronder neemt ook de peerto-peer-commentaar een belangrijke plaats in: de mogelijkheid om het werk door de rest van de groep te laten becommentariëren en bekritiseren.

ecnonomie..de kortetermijnplanning van de blokken bevordert de horizontale en verticale doorstroming maar vraagt ook een grote flexibiliteit van de studenten ivm met planning: pas op tegen het eind van een blok kennen zij de planning van het volgende.De kwaliteit van de opleiding zit ook in de mogelijkheid tot onderzoekssamenwerking die erin vervat zit. social design. zelf-organisatie .pass onderscheidt zich van andere leeromgevingen door de expliciete nadruk op zelf-organisatie.2. a.Het curriculum wordt op individuele basis samengesteld door de participant op basis van de noden van zijn onderzoek. Het onderwijssysteem van a.diversiteit van gehanteerde werkvormen die goed aansluiten bij onderwijsconcept en doelstellingen van het opleidingsprogramma .pass organiseert op regelmatige basis extradisciplinaire workshops rond bijvoorbeeld architectuur. samenwerking . transdisciplinariteit en onderzoek en intentionele samenhang tussen deze principes.5 oNDErWIjsvErNIEuWING a. aangepast instrument dat ter beschikking staat van de onderzoeker. zijn deze principes de primaire motoren voor permanente onderwijsvernieuwing.mentoringsysteem maakt voortdurende toetsing en kwalitatieve input mogelijk maakt Aandachtspunten: .5.zowel theoretisch als praktisch materiaal is van goede kwaliteit en makkelijk centraal beschikbaar voor alle studenten . en plaatst persoonlijke verantwoordelijkheid en artistiek-intellectuele creativiteit en verbeelding centraal.pass ontwikkelt voortdurend nieuwe werkvormen en strategieën voor samenwerking. a. Het onderzoek geeft structuur aan het werkjaar. psychoanalyse.studenten van beide opleidingen hebben voordeel bij elkaars aanbod .samengaan van individuele en collectieve noodzaak is door flexibele organisatie ook in de praktijk te realiseren . enz. -de coördinatie tussen de verschillende mentoringniveau’s en de persoonlijke feedback van zowel mentors als participanten moet goed worden opgevolgd om deze instrumenteel in te kunnen zetten in de evaluatie van het werktraject 41 | ProGramma .Het onderzoek is het begin. filosofie. In hun dubbele kwaliteit als uitgangspunt én doelstelling.vanuit het idee dat kunstenaars geen discplinair geïsoleerde individuen zijn maar door de nieuwe technologieën en de beschikbaarheid van kennis deel uitmaken van een grotere wereld dan die van het theater of de dans alleen.. en moedigt collectieve creativiteit en intellectualiteit aan. onderzoek . { krItIschE aNalysE Sterktes: . zowel met collega’s als met buitenstaanders. het transdisciplinaire denken staat centraal .pass functioneert als een flexibel.en eindpunt van de opleiding. samenwerking.formats voor zelforganisatie zijn hefboom voor studenten om permanent te investeren in hun eigen onderzoek en voor voortdurende aandacht en aanmoediging van het eigen initiatief en persoonlijke verantwoordelijkheid .

zodat deze deel uitmaken van de eindevaluatie. De coördinatoren. De participanten die mekaars kritisch potentieel worden.6. die het programma samenstellen en tegelijkertijd als mentoren fungeren. Het is belangrijk om tot een volledig overzicht te komen van alle evaluatiemomenten in de eindfase.1 samENhaNG EvaluatIEsystEEm EN toEtsING Het beoordelingssysteem en het toetsingssysteem. zoals uit het onderstaand exhaustieve schema duidelijk wordt. Het staat de student daarnaast vrij om alle activiteiten te volgen uit het aanbod.2. De inhoudelijk-kwalitatieve toetsing van de doelstellingen gebeurt door permanente evaluatie.1 Curriculumfiche De student engageert zich bij aanvang van het blok voor het volgen van minstens de begin. Na ondertekening zijn alleen gevallen van heirkracht reden om een keuze te wijzigen. De beoordelingsstrategieën voor participanten en voor de opleiding zelf zijn nauw met mekaar verbonden. vaak triangulaire verhoudingen binnen de werking van de opleiding. De dubbele functie van de mentoren. aftoetsing van de kwaliteit van de workshops en voedingsmateriaal voor het bijstellen van het opleidingssysteem.en eindweek en twee workshops naar keuze. Door deze verweving ontstaan er voortdurend nieuwe. 2.6. Het is belangrijk om de verschillende evaluatiesystemen op mekaar af te stemmen en inzichtelijk te maken voor de participanten.2 Permanente evaluatie De permanente evaluatie moet nagaan of studenten effectief de doelstellingen en leerresultaten hebben bereikt. 6 b e o o r d e l i n g e n t o e t s i n g 2. 2.2. die zowel met de participanten als de coördinatoren praten. Aangezien elk traject verschilt. Het mentoringaandeel van ieder student in zijn curriculum van dat blok wordt niet meegenomen in de curriculumfiche maar wordt wel als addendum bijgevoegd. aangezien a. De ‘dedicated’ mentoren volgen niet enkel de participanten op maar worden ook ingezet in de kritische evaluatie van de werkomgeving.2 EvaluatIEvormEN IN rElatIE tot hEt oNDErWIjscoNcEPt vaN DE oPlEIDING a. De curriculumfiche bevat de minimale verplichte keuze.pass niet het onderwijs voor zijn studenten maar wel mét hen organiseert. De verslagen van de studenten dienen tegelijkertijd als toetssteen voor het eigen parcours. Dit document wordt binnen de eerste maand na aanvang van elk blok opgemaakt per student door de opleidingscoördinator en ondertekend door beiden. zowel van de participanten als van het onderwijssysteem. De evaluatie van studenten en toetsing van de opleidingsdoelstellingen is een samenhangend geheel gebaseerd op: . De coördinatoren beoordelen het werk van de participanten maar hebben door hun deelname aan workshops en mentoringsessies een duidelijk inzicht in de eigen werking. zijn ook zij belangrijke spelers in de evaluatie van hun studievoortgang. is deze individuele toetsing van de voortgang van het onderzoek en mate van participatie aan het opleidingsprogramma op dit moment de best werkbare vorm van beoordeling doorheen het blok.evaluatie onderzoeksvoortgang door mondelinge voortgangsgesprekken door zer | apass . Zij worden uitgenodigd om constructieve suggesties te doen. zijn nauw verbonden.fa c e t 2 .6. Op dit ogenblik worden de evaluatiemomenten gekoppeld aan duidelijke afspraken met de participant en een termijnovereenkomst. 2.pass introduceert een normatieve toets van het opleidingsprogramma via de curriculumfiche.6.

Ook de workshop.pass de vinger aan de pols houden van de leemtes en sterktes in het aanbod. De permanente evaluatie door coördinatoren en lange-termijnmentoren toetsen de onderzoeksvoortgang van de studenten. kritische doorlichting van de onderzoeksresultaten.pass kunnen vatten. De mentoringsessies zijn de belangrijkste vorm van evaluatie van het onderzoekstraject.evaluatie door dedicated mentoren van onderzoek studenten . Zij zijn ook de eerste evaluatoren van het werk van de participanten.minimum één curator.pass kiest voor die evaluatievormen die gecombineerd het best de onderwijscontext van a. artistiek als technisch vlak. -mentoren: de mentoring gebeurt zowel vanuit a. zie de bijlage 2.6. midden. met hieraan gekoppelde doelstellingen en bijstellingen per vier maanden. en zijn het eerste aanspreekpunt voor persoonlijke begeleiding en doorverwijzing van de participanten naar de geschikte specialisten voor de specifieke vraagstelling van de participanten. 2. Elke vorm van bijsturing.3 Spelers betrokken in het evaluatiesysteem . De coördinatoren zijn (in tegenstelling tot de mentoren) ook de enigen die het hele traject van de participanten opvolgen.evaluatie door studenten van workshops en mentoring . m.s nemen vaak zelf deel aan de workshops.pass door het aanstellen van ‘gedeelde’ mentoren die de participanten op regelmatige tijdstippen zien (bij voorkeur 3 ker per blok.pt en a. 43 | ProGramma . en feedback gebeurt hier.2 coördinatoren . dramaturgisch.en mentoringevaluaties door de studenten fungeren als kwalitatieve zelfevaluatie en toetssteen voor hun eigen parcours.opleidingscoördinatoren: de coördinatoren van a.minimum één lid van de Artistieke Raad van één van beide opleidingen . .a. op die manier wil a.eindevaluatie a. Op die manier kan bij elk gesprek worden terugverwezen naar de voornemens die in een vorige ontmoeting werden gemaakt.evaluatie in een bloksysteem .2.de artistiek-pedagogische coördinator van de betreffende opleiding . Aan het einde van het onderzoekstraject krijgt de student een eindbeoordeling door een jury. er moet bij samenstelling eindjury gekeken worden naar de individuele curricula om keuze derde te bepalen.jury: de evaluatiecommissies van beide opleidingen zijn minimaal samengesteld uit: . De mentoring situeert zich zowel op methodologisch. Evaluaties in bloksysteem hebben het voordeel dat er duidelijk afgebakende periodes voor evaluatie en reflectie kunnen worden voorzien. de begeleiding en de zelfkritische reflex van de onderzoeker.typevoorbeelden evaluatieformulieren voor (zelf) evaluatie door studenten. -studenten: zelfevaluatie workshops en mentoring: na elke workshop en mentoringsessie wordt de participanten gevraagd om een evaluatieformulier in te vullen met een aantal standaardvragen (zie bijlage).w. eind). begin. mentor of workshopbegeleider die in de loop van het twaalf maandentraject bij de opleiding van de student in kwestie betrokken was. en het klankbord voor de ontwikkeling van het onderzoek. Daarnaast is er de persoonlijke mentoring die wordt georganiseerd door de participanten zelf met behulp van hun mentoringbudget. Elk begeleidingsgesprek wordt schriftelijk samengevat als leidraad doorheen het onderzoek.

mentoringgesprekken door dedicated mentors: hier gelden dezelfde principes alleen zijn deze evaluaties met externe mentoren meer gericht op inhoudelijk-artistieke feedback.pt en a. op vragen kunnen antwoorden. mEDEWErkING tIjDENs coNtactmomENtEN: De mate waarin participanten actief zijn tijdens contactmomenten (workshops. De coördinatoren zijn (in tegenstelling tot de mentoren) ook de enigen die het hele traject van de participanten opvolgen. bieden permanente evaluaties een brede waaier aan mogelijkheden om een geïndividualiseerde aanpak te ontwikkelen. De basisprincipes van de opleiding. . daarnaast is dit ook het moment waarop de participant duidelijke feedback moet krijgen over al deze aspecten zodat hij/ zij doorheen de verschillende evaluatieactiviteiten een steeds beter beeld krijgt van de doelstellingen die het didactisch team nastreeft en de manier waarop die moeten worden gerealiseerd. op tijd komen. met andere woorden als inhoudelijke kwaliteitsmeter van het onderzoek. leerproces en zelf-organisatie en communicatieve competenties. Zij zijn ook de eerste evaluatoren van het werk van de participanten.welke vorm van medewerking van hen wordt verwacht (bijv.4 Evaluatievormen a. De contactmomenten zijn zo geconcipieerd dat de mogelijkheid tot participatie en uitwisseling maximaal is.mentoringgesprekken door de opleidingscoördinatoren: dit zijn gesprekken die enerzijds de kwaliteit van het onderzoek van de participant toetsen maar vooral ook zijn voortgang. B. Cruciaal is dan ook dat de participant specifieke feedback krijgt over zijn traject. worden aan de start van elk nieuw blok duidelijk gecommuniceerd : . reading sessions. eventueel in samenwerking met een blokmentor. Op die manier kan bij elk gesprek worden terugverwezen naar de voornemens die in een vorige ontmoeting werden gemaakt. De evaluaties op het einde van een blok zijn belangrijk omdat deze richting geeft aan de tussenliggende persoonlijke werkmaand van de participanten. .2. zelfstandig een experiment kunnen uitvoeren en zer | apass . Elk begeleidingsgesprek wordt schriftelijk samengevat als leidraad doorheen het onderzoek. en het klankbord voor de ontwikkeling van het onderzoek. waardoor het mogelijk is om het onderzoeksproces bij te sturen of anderszins te remediëren waar nodig. kritische bemerkingen geven bij tekst/beeld/onderzoeksmateriaal dat tijdens het contactmoment wordt getoond. De sociale omgeving als toetssteen speelt hierin een belangrijke rol. Ook hiervan wordt een schriftelijke neerslag gemaakt. Deze criteria en de redenen waarom hun participatie belangrijk is. zelf-organisatie en samenwerking. Gezien de sterke betrokkenheid (ook persoonlijk) op de studenten. Tegelijkertijd krijgen de opleidingsverantwoordelijken feedback over de vorderingen.6.2. voorbereiding van reading sessions.s nemen vaak zelf deel aan de workshops en zijn het eerste aanspreekpunt voor persoonlijke begeleiding en doorverwijzing van de participanten naar de geschikte specialisten voor de specifieke vraagstelling van de participanten. mentoring gesprekken) is een fundamenteel evaluatiecriterium in een expliciet collectieve onderzoeksomgeving. maar ook leermoeilijkheden bij de studenten. . Deze evaluaties worden uitgevoerd door de coördinatoren. De participant neemt ook deel aan het voortdurende herevalueren van deze criteria. DE PErmaNENtE EvaluatIE hEEft DE vorm vaN: -begeleiding coördinatoren: de coördinatoren van a. zijn de eerste criteria voor de inzet.eind van het het blok evaluaties: op het einde van elk blok wordt tijdens de gezamelijke eindweek voorzien voor een kritische evaluatie van het blok.

kennis.reflecties over sterke en zwakke kanten.uitvoerend (nauwgezetheid. initiatief nemen.een samenvattende zelfevaluatie en reflectie: daarin kan de student conclusies trekken over de gehele portfolio. In principe bepaalt de participant zelf de aard van de documenten hij in het portfolio opneemt op basis van de doelen die hij binnen zijn onderzoek wil bereiken en de kwaliteitscriteria die hij daaruit afleidt maar bevat bij voorkeur: .…) . Belangrijk is hierbij ook dat de verantwoordelijkheid ligt ook bij lesgevers: het moment zo begeleiden dat doelstellingen van participatie gehaald worden.cognitief (logica.pass in de selectie van docenten en workshopbegeleiders dit als criterium in acht neemt en indien nodig de docent in kwestie voldoende voorbereidt op de principes en vereisten van de leeromgeving van a. Dit impliceert dat a. PortfolIo: Het portfolio is de artistieke en documentaire exponent van het leerproces.affectief (enthousiasme.…) . bij voorkeur geeft de participant ook aan in zijn materiaal op welke wijze de theoretische kennisverwerving zijn traject en keuzes beïnvloedt of voedt . online projecten op a.pass opleidingen. 45 | ProGramma . . wordt het van belang om vaststellingen te noteren. constructieve kritiek. externen) De medewerking zelf kan bovendien op verschillende dimensies.pass site etc. audiovisueel materiaal. Dit materiaal is op verschillende momenten in de tijd verzameld en afkomstig uit verschillende bronnen: eigen werk. interesse. Een portfolio is een bewuste selectie. . zelfstandigheid. structuur. een staalkaart van van de inspanningen. Het gaat hier immers over een beperkte groep die voor de coördinatoren gemakkelijk te ‘managen’ is. creativiteit. Pas wanneer een student als individu de doelstellingen begint te ondermijnen en aanleiding geeft tot moeilijkheden die de goede omgang en constructieve dialoog verstoren. Op dat moment zijn bevindingen naar aanleiding van deze evaluatievorm aanleiding om een procedure tot uitsluiting te starten.een omschrijving van de doelstellingen die de participant en waarvan de portfolio als bewijsmateriaal dient.expressief (duidelijkheid. . en waarmee een grote vertrouwdheid ontstaat.de criteria op basis waarvan hun medewerking zal worden beoordeeld (door medeparticipante. het leertraject en de eventueel nog bestaande tekortkomingen. bondigheid. openheid voor andere meningen. c. reacties van medeparticipanten op eigen werk. Bij het afronden van de opleiding wordt een samenvattende analyse verwacht als finale toevoeging.observaties neerschrijven. te evalueren en te communiceren. het bevat minstens de research vragen en strategie of onderzoeksmethode en beoogde uitkomst. Hij laat toe om zowel het leerproces zelf als de resultaten ervan te onderzoeken. . creativiteit.…) Van deze vorm van evaluatie wordt geen verslag opgemaakt.…) .het geselecteerde materiaal: geschreven documenten.pass. Er wordt aan de student gevraagd om systematisch het eigen traject te analyseren en evalueren en aan de hand van zijn portfolio hierover te communiceren aan het begin en einde van elk blok.een literatuurlijst: de koppeling van theorie en praktijk is een cruciaal gegeven in de a. beoordelingen of feedback van begeleiders.…) . vlotheid.(meerwaarde van) bijdrage aan het leerproces (waardevolle suggesties. begeleiders. Het portfolio is een selecte verzameling materiaal.…). over leervaringen en ontdekkingen en over ontwikkelde strategieën. vooruitgang en prestaties van de participant als researcher. die belangrijke competenties vertegenwoordigen bij een onderzoeker (in de kunsten) worden geëvalueerd: . relevante observaties.

{ krItIschE aNalysE Sterktes: De evaluatievormen die a. gericht op het uitdrukkelijk aanwenden van de kritische massa van de groep voor de individuele projecten. dat zich aanpast aan de bijstellingen in het onderzoek na elk blok (zelfsturing) . PEEr-assEssmENts: Peer-assessment zijn in een collectieve omgeving een dagelijkse praktijk. Alle participanten zijn per definitie kritisch klankbord voor hun collega’s.…) en vormt het portfolio zelf een persoonlijk archief bij het onderzoekstraject van de individuele participant. zeker in de begin.de intensiteit van deze persoonlijke begeleiding en evaluatie maakt het mogelijk om het beste te halen uit het flexibele curriculum. Kennisuitwisseling is een expliciete doelstelling. Vooral aan het begin van een traject kan het ‘norm-referencen’ aan de onderzoeksproblematiek van de collega-participanten de grote druk die beginnende onderzoekers vaak ervaren om snel met resultaten te komen. een oefening in het zo duidelijk mogelijk verwoorden van onduidelijkheden. in de omgang met het misverstand. De toolbox is. relativeren. beschouwingen.transparantie van de evaluatie: duidelijke communicatie aan studenten over de doelstellingen.pass hanteert reflecteren de inhoudelijke doelstellingen van het opleidingsprogramma: . Er ontstaat een homogener discussieniveau.aandachtspunten naar aanleiding van voortganggesprekken met mentoren en coördinatoren ook helder formuleren in schriftelijke evaluaties van gesprekken en deze ook beschikbaar maken voor betreffende studenten zer | apass .pass site geplaatst.pass.door de veelvuldige persoonlijke gesprekken met coördinatoren en mentoren is de permanente evaluatie op maat van de participant en zijn onderzoek (onderzoeksgerichtheid) . en confronteren van de eigen opvatting met die van de medestudent. De feedback wint aan quantiteit en frequentie. Al deze activiteiten maken dat de student-beoordelaar het eigen inzicht kan bijsturen of verdiepen.transparant beschrijven van evaluatiesysteem in interne informatieverstrekking aan het begin van elk blok . zo kan de feedback van begeleiders en beoordelaars vaak ook meteen worden toegevoegd aan onderdelen (materiaal. etc. in het onderscheid van sterke en zwakke punten.(Delen van) het portfolio wordt bij voorkeur op de a. wat (ook aan externen en geïnteresseerden) een beter inzicht kan geven in het soort onderzoek en mogelijk verloop van een onderzoek binnen a. D. aanpak en consequenties van permanente evaluatie van studenten en hun rol daarin Aanpak .de workshopevaluaties en mentoringevaluaties en aanmaak van portfolio vragen om een kritische zelfreflectie en evaluatie van het persoonlijke traject (kritische reflectie) .en eindweek.peer assessments stimuleren kennisuitwisseling door de studenten (samenwerkend leren) Aandachtspunten: . In one-on-ones bijvoorbeeld is het wederkerig kritisch analyseren.

hoewel er ook tussentijdse publieke communicatiemomenten worden georganiseerd.in de eindpresentatie wordt een kritische component verwacht. in een zelf-gekozen vorm: publicatie. In de evaluatie van de eindpresentatie wordt rekening gehouden met zowel het traject als het eindresultaat en dit in verhouding tot de uitgangspunten (en vooral doelstellingen) van de opleiding: transdisciplinaire competenties . debat. tentoonstelling. in samenspraak met de participant.pt laureaten (er zijn nog geen afgestudeerden a. is de eindpresentatie voor de meeste participanten toch het moment waarop hun hele werkjaar wordt gepresenteerd en getoetst aan een ruimer publiek. in aangepaste of specialistische opvolging. De ondersteuning van de eindtrajecten wordt vaak ten dele opgenomen door mede-participanten of collega’s uit de sector die zich opwerpen als dramaturgen. in tekst en/of beeld en/of publieke discussie. scenografie. etc). communicatiecompetenties .2 DE BEGElEIDING De begeleiding van elke eindtraject (eindpresentatie) is verschillend. voorstelling.3 De eindpresentatie toont de resultaten van het onderzoek.tijdens de eindpresentaties worden zowel de praktische als de theoretische onderzoekskcompetenties van de participanten het uitgangspunt voor de ontwikkeling van een communicatiestrategie rond zichtbaarheid van de onderzoeksresultaten.s) in relatie tot hun eindpresentaties.fa c e t 2 .7. > competentie tot samenwerking . > (zelf)kritische competentie .pass in de kwaliteit van de eindpresentatie de meeste nadruk legt op de kwaliteit van de communicatie van het onderzoek dat de student heeft gevoerd. onderzoekscompetentie . zowel in de houding naar het eigen werk toe. 2. is ook de artistieke waarde en originaliteit van de gekozen format een aandachtspunt. We streven geen ‘afgewerkt product’ na op productioneel vlak. performers of critici tijdens het werkproces. 7 e i n d p r e s e n t a t i e 2.1 uItGaNGsPuNtEN De verslagen van de eindevaluatie per laureaat illustreren de gefaseerde onderzoeken van de a. 47 | ProGramma . competentie tot zelfstandig leren/onderzoeken/ontwikkelen > organisatiecompetentie . Het is belangrijk te benadrukken dat a. Ook al gaat het in de eerste plaats over de presentatie van het onderzoek. Er wordt gezocht naar een zichtbaarheid voor het traject (en niet enkel het resultaat van dit traject). Daarnaast voorziet a.7. dramaturgische of artistieke ondersteuning van de eindpresentatie. als in de ontwikkeling van een kritische publieke setting waarin discussie en uitwisseling kan ontstaan.pass ook productionele ondersteuning voor het persoonlijke werk van de participanten.wordt geconcretiseerd in de organisatie van de publicatie/tentoonstelling/discussie naar keuze en in het afstemmen van deze modus aan de modi van de andere participanten. maar wordt in eerste instantie gecoördineerd door de opleidingscoördinator die kan voorzien. Vaak wordt het mentoringgeld van het laatste blok aangewend voor de specifieke technische. zowel artistiek als intellectueel.in de eindpresentatie staat het afgelegde (transdisciplinaire) traject van de participant centraal.de participant is in staat om binnen de context van een samenwerking de eigenheid van zijn onderzoek te bewaren. Bij wijze van spreken kan men zeggen dat de eindpresentatie hoogstens het begin kan zijn van het artistiek productieproces van de maker (van een voorstelling. lees hiervoor bijlage 2.

.Het is van belang dat er goede begeleiding voorzien is in de voorbereiding ervan. In de jury streven we een evenwicht na tussen leden die deel hebben uitgemaakt van de permanente evaluatiesessies (coördinator en eventueel ook mentor). Het presentatiemoment is evenwel niet noodzakelijk een confrontatie met een breed publiek. Van groot belang is de kwaliteit van de feedback door de discussie die zich nadien ontspint. hetzij individueel.7. wat er precies geëvalueerd wordt. artistieke raad. locatie. en de globale curatoriele omgang met visuele en tekstuele informatie. en in de discussies die eraan vooraf gaan. 2. 1 of meer externen. en die gemodereerd wordt door de onderzoeker en de coördinatoren. zowel als de eindpresentatie. Een projectplan. 1 mentor/workshopbegeleider. een begroting. een groepsdramaturgie van de verschillende projecten.3 vErlooP Het verloop van het eindproject hangt in hoge mate af van het ontwikkelde onderzoek maar door de begeleiding door het team op zowel organisatorisch. nabespreking.4 EXamENcommIssIE De jury bij de eindpresentatie bestaat uit 1 coördinator (van de betreffende opleiding). eventueel ook mentor). 2. Dit is de expliciete verantwoordelijkheid van de opleidingscoördinatoren die deze begeleiding inpassen in het programma. een ruimtelijke of tekstuele dramaturgie. artistiek als logistiek vlak ontstaat er een zorgvuldig verloop voor elk individueel project. Het is belangrijker om in deze context een kleine groep geënga- zer | apass . onder de loupe te nemen en te beoordelen. 1 lid artistieke raad.5 vErDEDIGING De verdediging van de eindpresentatie gebeurt ten dele al tijdens het maakproces. Daardoor ligt het minder voor de hand om een extern jurylid in de beoordeling binnen te brengen al is dit een strategie die we zeker in overweging nemen.7.pass als werkomgeving en dat ze de doelstellingen van de opleiding begrijpen en onderschrijven. Maar in laatste fase neemt de jury de verantwoordelijkheid om het hele werkproces van het onderzoek. hetzij in een collectieve sessies. en leden die de participant niet of enkel van op afstand kennen (externe. en met publieksmomenten zijn belangrijke gegevens. 2. Voor dergelijke aansturing kunnen in de voorbereidingsfase een aantal gemeenschappelijke aandachtspunten worden geformuleerd: . productioneel. wie beoordeelt (leden evaluatiecommissie/jury).duidelijke informatie over technische en andere ondersteuning waarop ze kunnen rekenen vanuit de opleiding. Tegelijkertijd willen we echter dat de juryleden vertrouwd zijn met a. hoe men de evaluatie organiseert (voorbespreking. budget.het moet duidelijk gemaakt worden wat het doel is van de presentatie. is het relevant om vertegenwoordigers uit deze context mee in de beoordeling te betrekken. etc) .in de voorbereiding van de presentatie moeten studenten nadenken over een aantal vragen: wat de functie van de presentatie is en (samenhangend daarmee) in welke context de presentatie zal plaatsvinden.7. Aangezien de presentatie het sluitstuk is van een artistiek onderzoeksproject dat zich moet verhouden tot het artistieke veld.

Er gaat ook bijzondere aandacht naar de communicativiteit van het onderzoek en de hieraan gekoppelde werkvormen. positionering binnen het veld en een samenleving. creativiteit van herformulering en reflectie binnen het traject. leidraad voor een volgende ontmoeting) 49 | ProGramma . Aangezien deze criteria zich niet kunnen beperken tot het eindresultaat. { krItIschE aNalysE Sterktes: . In onze aanpak proberen we onze begeleiding en evaluatie dan ook. Het hele evaluatiesyteem van het eindproject zit ingebed in het algemene evaluatiesysteem van het traject van de participant en maakt hier onlosmakelijk deel van uit. 2.consequente opvolging verslagen van mentoren en van participanten van hun ontmoetingen (met de tips en aanbevelingen aan de participant.6 BEoorDElING a.7.geerde toeschouwers uit te nodigen die bij het geven van feedback niet gehinderd zijn door verkeerde verwachtingen maar de context van het toonmoment precies kunnen inschatten. ligt de klemtoon vooral op de evolutionaire criteria zoals: vernieuwing en verdieping binnen het eigen traject.contextualisering van eindpresentatie als ‘communicatie van onderzoeksresultaten’ schept gepaste verwachtingen bij student/publiek/jury Aandachtspunten: . gebaseerd op de evaluatierapporten en de individuele doelstellingen die elk van hen samen met de coördinator voor zichzelf heeft opgesteld. .er is geen formattering van de vorm van de eindpresentatie wat de student toelaat de beste vorm te kiezen voor de communicatie die meest aansluit bij zijn onderzoek van zijn onderzoeksresultaten .formaliseren van gehanteerde kwaliteitscriteria bij onderzoeksvoortgang levert studenten een helderder referentiekader voor zelfevaluatie en peer-evaluatie van medestudenten .beoordelingscriteria voor de eindpresentatie explicieter maken in eindfase van het onderzoek Aanpak: -het is belangrijk met de jury te komen tot een check list van doelstellingen die elk van de invividuele participanten zou moeten hebben bereikt.pass heeft bijzondere aandacht voor het formuleren van criteria voor het beoordelen van artistiek onderzoek. opnieuw. zo veel mogelijk te individualiseren en af te stemmen op de specifieke maatstaven van het gevoerde onderzoek.

die altijd erg productief wordt ervaren. Deze samenwerkingen omzeilen ook de hiërarchie van de opleiding: participanten gaan aan het werk met een mentor. Kennisoverdracht gebeurt slechts in uitzonderlijke gevallen ‘ex cathedra’.rc. academische uitgaven). -buitenschoolse samenwerking . en wil deze zichtbaarheid als speler binnen het artistieke onderzoek in de toekomst ook sterker uitbouwen. als naar het onderwijsveld. een belangrijke bron van informatie die als grondstof dienen voor de verdere uitbouw van het a. performen in het onderzoek van de ander. a.8.Vele participanten werken in de eindfase samen met kunstenaars/denkers die geen deel (meer) uitmaken van de a. debatten. films bekeken die aansluiten bij het onderzoek. is een belangrijke motor voor de ontwikkeling van methoden en materiaal voor de a. Weerkerende instrumenten in het samenwerkingsproces zijn: -collectieve workshops .Deze informele samenwerking ontstaat in alle fases: in het samen lezen van een tekst. Tegelijkertijd zijn de workshops die in het kader van a. Dit gebeurt door het organiseren van workshops op locatie.pass profileert zich zo sterk mogelijk als partner in onderzoek en educatie. Op dit vlak proberen we door de tussentijdse evaluaties greep te krijgen op de geproduceerde resultaten van de samenwerkingen en de mogelijke hiaten in het aanbod.De doorstroming en samenwerking van het voortgezette onderzoek zoals dat wordt ontwikkeld in a. Hiervoor moet de opleiding zich in de eerste plaats sterk zichtbaar maken als onderzoekplatform.pass omgeving. collectieve momenten van kennisontwikkeling vanuit het onderzoek van de participanten zelf .Tijdens de collectieve workshops wordt kennisuitwisseling tussen de participanten aangemoedigd en mogelijk gemaakt. 8 s a m e n w e r k i n g & u i t w i s s e l i n g a.pass is de laatste jaren regelmatig te gast geweest in gesprekken over (kunst)educatie en onderzoek. op die manier ontstaat er een fluïde begrip van de onderwijshiërarchie. bijna al onze werkmomenten zijn gebaseerd op discussie en actieve participatie van de participanten. of met één van de coördinatoren.rc-onderzoek (zie bijvoorbeeld: Sense Radio project in bijlage ‘a. door samenwerkingen in het organiseren van workshops en ook door het communiceren van onze filosofie op lezingen.s. -samenwerkingen in werkproces .pt en a.pt en a. -samenwerking tussen a. in publicaties (tijdschriften. vragen opgeworpen. 2. nieuwe werkvormen ontwikkeld door de participanten zelf. zowel naar de artistieke sector toe. regelmatig zijn dit ook ex-participanten of personen die interesse hebben in de werking van a.1 INtErN a.rc worden georganiseerd.rc .pass.rc projecten’). Bijzondere aandacht gaat uit naar de meerwaarde van deze samenwerkingen voor de kwaliteit van het onderzoek.pass is een omgeving waarin samenwerking en uitwisseling tussen participanten en andere betrokkenen van binnen of buiten de opleidingen voortdurend wordt aangemoedigd en mogelijk gemaakt. -as you like it. en in de tweede plaats ook een aanbod creëren dat door partners in het veld en het onderwijs kan worden opgepikt. a.sopleidingen. van meester naar student. dramaturgische ondersteuning. technische hulp.Tijdens deze sessies worden voorlopige resultaten gedeeld.fa c e t 2 . zer | apass .

natuurlijke doorstroming van sectorkennis door mentoring en eventuele doorgezette samenwerkingsverbanden . Theaterfestival.mentors voor de participanten zijn vaak spelers in het artistieke veld. -voor productionele ondersteuning eindpresentaties . met RITS. RITS. onder meer door de afwijkende organisatie van het jaar in a.interne collectieve kennisuitwisseling tussen de participanten Aandachtspunten: -uitbouw van meer permanente samenwerkingen met andere onderwijsinstellingen: dit aspect blijft momenteel beperkt tot occasionele projecten. die voor korte of lange termijn met de participanten werken. Kennisuitwisseling tussen a. Sint-Lukas Hogeschool Brussel.a.binnen a. Buda.2. aangezien a. -door het gezamelijk organiseren van workshops (o. Freie Universität Berlin en NYU) 51 | ProGramma . Workspace Brussels. PARTS.pass gaat regelmatig samenwerkingen aan met instellingen in de sector zoals deSingel. -voor mentoring .8. Kunstenfestivaldesarts.2 EXtErN 2.rc wordt onderzoek ontwikkeld met professionele spelers uit het artistieke en academische veld. Onze kortetermijn-organisatie is vaak moelijk te combineren met de opbouw van een curriculum in hogescholen of universiteiten. RITS.8. Universiteit van Antwerpen) -door de participanten binnen te brengen in een academische onderzoeksomgeving (zoals in het lab van In-transit.2. Theatermaker.a. Les Bains.hierin speelt de samenwerking met de Singel een belangrijke rol. ism SNDO en Freie Universität Berlin.8. Deze samenwerkingen vergroten de zichtbaarheid en laten toe om nieuwe doelgroepen te bereiken. Tegelijkertijd vormen deze plekken en festivals ook een uitstekende voedingsbodem voor de netwerking van de participanten. -voor meta-onderzoek binnen a.rc .1 samenwerkingen in de sector -voor organisatie van/deelname aan workshops .2 samenwerking met andere onderwijsinstellingen a.pass hier een logistieke en technische samenwerkingsovereenkomst mee heeft.verankering in podiumsector van werking en netwerking studenten . onder begeleiding van André Lepecki (NYU) -door de participatie van de coördinatoren aan projecten en evaluatietrajecten binnen andere instellingen (oa. 2.pass en andere kunsteducatieve instellingen gebeurt dus voorlopig op projectbasis (zoals met UA.2.pass werkt op verschillende niveau’s samen met andere onderwijsinstellingen. Troubleyn Lab) { krItIschE aNalysE Sterktes: .pass en het academische werkingsjaar.

texts. Europese richtlijn of internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend.2 afWIjkENDE toElatINGsvoorWaarDEN Een kandidaat die niet in het bezit is van een diploma kan in bijzondere gevallen worden toegelaten tot één van beide opleidingen. what media would you like to work on. 2. scale models. a. 2. initial proposed methodology. 9 t o e l a t i n g s v o o r w a a r d e n 2.pass. date of issue) or on the highest diploma you obtained 6 ) your contact information (full name. en minstens 20% heeft een diploma van een buitenlandse instelling voor hoger onderwijs. and a wider audience (what formats you would like to explore.9. how you would like to archive your trajectory and make it available to your professional colleagues and the public) 4 ) some material illustrating your past achievements and/or your artistic/design talents: DVD’s. reviews. proposed research trajectory.. Op basis daarvan beslist de commissie dat de betreffende kandidaat wordt toegelaten tot de selectieprocedure. address. a. of dat ingeschreven is op de desbetreffende lijst van de Vlaamse Gemeenschap. including a quite clear planning of the first three-month working period (central question. Voor beide opleidingen volstaat het dat de selectiecommissie van de betreffende opleiding oordeelt dat het voorgelegde artistieke en/of theoretische curriculum overeenstemt met de kennisontwikkeling vereist van een afgestudeerde master student.apass.3 BIjZoNDErE toElatINGsvoorWaarDEN Elke kandidaat is gehouden deel te nemen aan de selectieprocedure door het indienen van een onderzoeksvoorstel.3) tevens drie referenties uit het artistieke of research veld worden toegevoegd en dat grondige praktijklink en vertrouwdheid met het veld wordt aangetoond in een gedetailleerd curriculum.9. 2 ) the relevance of this project to the development of your practice or knowledge production of the performance scene or scenography in particular.pass houdt rekening met vooropgestelde ratio’s wat betreft binnen. date & place of birth. photos. Het voorstel dient minstens te bevatten: Deze beschrijving komt uit de ‘call for Projects’ en wordt ook zo gecommuniceerd op www.pass hanteert hier het criterium dat aan de kandidatuur en onderzoeksvoorstel (zie 2.be 1) a clear text describing your project.en buitenlandse diploma’s: minstens 20% van het totale aantal studenten (over een termijn van 5 jaar) zijn houder van een diploma van een instelling voor hoger onderwijs.1 alGEmENE toElatINGsvoorWaarDEN De kandidaten voor beide opleidingen moeten in het bezit zijn van een hoger diploma van universitair of gelijkgesteld niveau van een erkende Belgische of internationale instelling of van een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet. Deze praktijkkennis kan zijn opgebouwd doorheen de uitbouw van een persoonlijk kennisontwikkelingparcours of in het uitzetten van een significante (internationale) artistieke praktijk.9. gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap. drawings. . Het onderzoeksvoorstel van een kandidaat is bedoeld om een duidelijk inzicht te verwerven in de doelstellingen van de student in zijn 12-maanden traject.).fa c e t 2 . etc 5 ) a recent curriculum vitae including information on your master diploma: master in what. and for a. in de relevantie van het onderzoek en de bereidheid om het onderzoek open te stellen voor het kritische platform van a. 3 ) a proposal on how to develop and communicate your research to your fellow participants. where obtained.s also a port folio. paintings. phone numbers) zer | apass ...9..

via de website.Voor doctoraatsstudenten die een deel van hun traject binnen a.a.w. other artists.pass-onderwijssysteem.pass te funcitoneren als een actieve partner in kennisontwikkeling.2 Selectieprocedure De selectie is een beslissing van de selectiecommissie. theaters. Bij elke oproep wordt er een deadline van de betreffende ‘call’ bepaald. De selectiecommissie van a.rc heeft een voorkeur voor doctoraatsprojecten die aansluiten bij de hoofdbekommernissen van het a.pass. Voor de doctoraatsbegeleiding gelden aanvullend de procedureregels en toelatingsvoorwaarden die de betrokken universitaire partner in de eigen reglementen bepaalt.pass is expliciet internationaal gericht in de recrutering van participanten. en worden de selectiecriteria gecommuniceerd. 2. De gehanteerde selectiecriteria zijn: Deze criteria komen uit de ‘call for Projects’ en worden eveneens elders zo gecommuniceerd. a. m. organisatie en participatie wordt afgetoetst in een uitgebreid intakegesprek met beide opleidingscoördinatoren.rc zal worden ontwikkeld.9.be 1) the added research value of the project for the participant’s trajectory 2) the originality of the project/research questions 3) the potential of the project to develop innovative performance. en dient hiermee ook in zijn planning rekening te houden.) 53 | ProGramma . wordt er toelichting gegeven bij het artistiek-pedagogisch programma van de opleiding. academic researchers.4.apass. 2.pt en van a. disciplinaire.s bestaat uit de artistiek-pedagogisch coördinator van de opleiding in kwestie en minimum 2 leden van de Artistieke Raad van deze opleiding.4 INstroom EN INstroomBElEID a. onderzoeksprojecten die de grenzen van ons begrip van (artistiek) onderzoek bevragen en verdiepen. en via een uitgebreide mailing aan kunsthogescholen in eigen land en buitenland. 3) a. Een student kan zich enkel inschrijven voor de opleiding als hij toegelaten is tot de voorbereiding van een doctoraat aan een universiteit.9. Culturele. etc.4. artistieke. en deze vraagstelling in een ruimer kader weten te plaatsen. kunstencentra en alternatieve opleidingscentra in Europa en erbuiten en contacten allerlei (verzameld in workshops.9. worden de vormvereisten van een projectvoorstel geformuleerd. projecten die vragen stellen over actuele tendensen binnen en buiten de kunsten. 4) the probability that the research will bring about a creative dynamics in the group 5) the potential impact on a wider scale (directors. via een brochure.pass houdt rekening met een selectieratio van één op twee als richtinggevend. De selectiecommissie kadert het voorstel van de kandidaat in de leercontext van a. zie ook www. or the critical reflection here upon. bij apt on tour-projecten en via de deelnemers). de motivatie en geschiktheid van de student om binnen a. 2. audience.rc willen ontwikkelen gelden de volgende toelatingsvoorwaarden: 1) een duidelijk omschreven werkplan en afbakening van het deeltraject dat binnen a.1 Call for projects Voorafgaandelijk aan elk nieuw blok (3 blokken van 3 maanden per jaar) wordt een oproep gelanceerd tot het indienen van onderzoeksvoorstellen. transdisciplinaire kennis en methodologische projecten. 2) de student moet zich bewust zijn van de specifieke collectieve en zelfgeorganiseerde context waarin hij zal werken. Deze ‘call for projects’ wordt minstens drie maal per jaar internationaal verspreid. performers. heterogeniteit en diversiteit zijn een belangrijk aandachtspunt bij de werving en selectie op basis van het onderzoeksvoorstel. scenography or arts practices.

en het gedeeld programmaaanbod maakt de opleidingskeuze uiteindelijk geen verschil in het traject dat wordt afgelegd. Er is geen vooropgezette interne onderverdeling tussen a.s. De beheersovereenkomst schrijft een minimum voor van jaarlijks in totaal minstens vijftien ingeschreven studenten. wel op de best mogelijke kandidaten.2. ongeacht de opleiding waarvoor ze willen inschrijven. Bij de selecties wordt niet gemikt op een bepaald aantal participanten.pass bedraagt 20 ingeschreven studenten per jaar. procedures) .aandacht voor bredere (kwalitatief & kwantitatief) instroom door betere en gerichte communicatie door verbetering taakverdeling communicatie onder staf. inclusief eventuele doctoraatsstudenten.4. Door de verregaande samenwerking tussen a. { krItIschE aNalysE Sterktes: .pt en a.naambekendheid en communicatie (call for projects) Aanpak: .duidelijke criteria van onderzoeksvoorstel .9.afwijkende toelatingsvoorwaarden zijn oplossing voor feit dat criterium van master-diploma voor dit soort opleiding soms beperkend is Aandachtspunten: .s.3 Opleidingscapaciteit De totale opleidingscapaciteit van a. programma.maximumcapaciteit van 20 studenten garandeert haalbaarheid van individuele begeleiding in onderzoekstraject .pt of doctoraatsbegeleiding. Een dergelijke groep van 20 is een absoluut maximum om de intensieve persoonlijke begeleiding te garanderen.pass (doelstellingen. Om die aantallen te berekenen wordt een gemiddelde genomen over drie jaar. a. en belanden ze in de brede groep van a.pass participanten. aanmaak database en inschakelen netwerken voor naambekendheid` zer | apass .richtinggevende selectieratio van 1/2 .bijkomende criteria voor afwijkende toelatingsvoorwaarden zijn beperkte garantie voor kwaliteit en competenties onderzoeker .kwaliteitsvolle brochure met informatie over a.

55 | ProGramma .

zer | apass .

pass operationeel is. In het loonbeleid wordt rekening gehouden met een personeelsratio van 80% (totale personeelskost in dienst + gastdocenten/betoelaging).personeel onderwerp 3. Enkel stafmedewerkers worden in dienst genomen (met contract van onbepaalde duur).Het leidend principe is de samenstelling van een team met de nodige brede competenties om de doelstellingen van a. inclusief tweejarige trapverhoging. artistiek-pedagogisch coördinatoren van a.pt en a. overeenkomstig de Beheersovereenkomst. door inzet van de eigen competenties en die van een gerichte selectie van onderzoeksgerichte. De inzet van alle personeel is erop gericht de basisideeën van de leeromgeving. Zij dragen samen de dagelijkse leiding van a.pass. Op het niveau van de Posthogeschool voor Podiumkunsten betekent dit dat het team over voldoende managementscompetenties beschikt om de opdrachten en het beleid van de vzw én de doelstellingen van a. De organisatorische realisatie ligt in handen van de staf bestaande uit 3 coördinatoren (algemeen coördinator.pass te realiseren én op elkaar af te stemmen. productionele. doelstellingen . de grote variatie in en specificiteit van onderzoeksprojecten en de noodzakelijke continue bijsturing in functie van de doelstellingen. inhoudelijke. Gastdocenten worden geëngageerd als zelfstandige of via interim.pass.pass te realiseren. 0 a l g e m e e n p e r s o n e e l s b e l e i d De Posthogeschool voor Podiumkunsten. onderhoud. garandeert het team van coördinatoren de inhoudelijke (artistieke en onderzoeksgerichte) en onderwijskundige kwaliteitsnormen in de realisatie van het onderwijsprogramma. arbeidsvoorwaarden . Voor hun verloning zijn de barema’s PC 304 van toepassing.Het personeelsbeleid is erop gericht om alle onderzoek dat binnen a. onderzoeksgerichtheid. Die flexibiliteit is noodzakelijk vanwege de principiële keuze voor een flexibel opleidingsmodel. Zij genieten 25 vakantiedagen per jaar. technische ondersteuning). a. De grote samenhang in de a. theoretische. stuurt het personeelsbeleid aan.De arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd in een arbeidsreglement. afgelijnde taken (bvb.pass wordt verricht.s) en 1 productiemedewerker.pass werking tussen artistieke. maximaal te ondersteunen op alle mogelijke facetten van dat onderzoek. administratieve en zakelijke aspecten vraagt om een personeelsinzet die gekenmerkt wordt door veelzijdigheid van kwalificaties en specialisaties. 57 | PErsoNEEl . inzet van personeel fa c e t 3 . Op het niveau van a. professionele gastdocenten. praktische. maximaal te realiseren. werving . kritische reflectie en zelfsturing. samenwerkend leren. Daarnaast worden voor compacte. aanmaak database.pass is als onderzoeksomgeving constant in beweging en heeft behoefte aan een soepel en transparant personeelsbeleid. zij worden verloond aan een vooraf (door raad van bestuur) bepaald tarief per uurprestatie met variatie tussen binnen.en buitenlanders (op basis van hun woonplaats). de vzw structuur waarbinnen a. technische ondersteuning bij presentaties) tijdelijke medewerkers ingezet. Op beide niveaus is er een bijkomende operationele ondersteuning door de samenwerking met deSingel (boekhouding.

onderwijsondersteunend). de gastdocenten en de extra’s (samenwerking deSingel. tussen ‘culturen’.pass.ontwikkeling van nieuwe instrumenten voor artistiek-intellectuele samenwerking .pass. transdisciplinaire kennisproductie.1. Ook oud-studenten worden aangemoedigd om als gast terug te komen. werkervaring en bijkomende opleidingen én vanuit hun persoonlijke interesses. De omvang van het totale takenpakket is aanzienlijk. worden de opleidingsprogramma’s van a. 3. organisatie en zelfredzaamheid.s evalueren gasten op basis van hun opdracht. We maken hierin een onderscheid tussen het team. fa c e t 3 . Het organigram geeft aan dat de Raad van Bestuur verantwoordelijk is voor de selectie en kwaliteit van het personeel dat op zijn beurt verantwoording aflegt aan de Raad van Bestuur.ontwikkeling van experimentele formats voor zelf-organisatie . De personeelsbezetting in vaste dienst is absoluut minimaal voor het runnen van de vzw en a. een affiniteit met de doelstellingen van a. De deskundigheid van de stafleden is opgebouwd vanuit hun opleiding. De basiskwalificaties zijn minimaal een hogere niet-universitaire opleiding en bij voorkeur een universitaire scholing of een gelijkwaardig niveau door opgebouwde ervaring. Het personeel in dienst moet ervaring en bekwaamheid op diverse terreinen kunnen voorleggen.De Raad van Bestuur evalueert het personeel dat verantwoording aflegt over de dagelijkse werking en de implementatie van het beleid in de operationele doelstellingen. zelfkritische reflex.pass ligt in ontmoetingen voor samenwerking en kennisuitwisseling: tussen artistieke disciplines. in functie van de realisatie van de opleidingsprogramma’s. De finaliteit van a. dan als workshopbegeleider en later als mentor of curator.pass wordt gerund door de 4 stafmedewerkers met elk hun eigen verantwoordelijkheden.Naast de inbreng van de artistiek-pedagogische coördinatoren. De artistiek-pedagogische coördinatoren van a. doorstroming . communicatie. tussen theorie en praktijk en tussen onderzoek en werkveld.evaluaties . 1 k w a l i t e i t p e r s o n e e l De gewenste kwalificaties en competenties per medewerker hangen samen met hun opdrachten en verantwoordelijkheden in de realisatie van de doelstellingen van a.pass als onderzoeksomgeving: . de vertrouwdheid met (artistiek) onderzoek en met het artistieke en culturele veld. Zij staan in voor de organisatie en inhoudelijke. samenwerking.pass.ontwikkeling en uitwisseling van praktijkgebaseerde kennis en op de gewenste eindcompetenties van de participanten: competenties op het vlak van theorie.s volledig gerealiseerd door gastdocenten. productionele en administratieve ondersteuning. onderzoek.pass sluit aan op de algemene doelstellingen van a.1 kWalIfIcatIEs vaN hEt PErsoNEEl IN DIENst a. De grote flexibiliteit van het organisatiemodel en de bijhorende noodzakelijke instant follow-up van administratie en planning vraagt om een grote individuele verantwoordelijkheid van het niet-hiërarchisch team.pt en a.pt en a.conceptualisering van transdisciplinaire kennismodellen . zer | apass . Deze gasten brengen op hun beurt nieuwe medewerkers aan. De samenstelling van het (onderwijzend) personeelsbestand ten dienste van a. De coördinatoren nodigen gasten uit die mogelijk verschillende keren terugkomen: eerste als guest lecturer.

en een goede beheersing van het Engels.de vzw te vertegenwoordigen bij alle stakeholders en partners . De algemeen coördinator is o. kritisch denkvermogen .kennis van financieel beheer en boekhouding . problemen te voorkomen.en controle niveaus en heeft bijgevolg onderstaande competenties: .kennis van de vzw-wetgeving .de opleidingsprogramma’s vorm te geven door selectie en evaluatie van de gastdocenten door selectie en evaluatie van de participanten door betrekken van externe professionelen als klankbord voor de programmainvulling en selecties en evaluaties van studenten en gastdocenten .kennis van het onderwijsveld en onderwijskundig kader . detecteren en op te lossen .interesse in en affiniteit met artistiek onderzoek .pass .een vertaling te maken van beleidsmatige prioriteiten in de dagelijkse werking van opleidingen .toe te zien op de realisatie van de doelstellingen .het algemeen management van de vzw te voeren . flexibiliteit in de werkomgeving De artistiek-pedagogisch coördinatoren zijn in staat om: .een beleid uit te werken dat beantwoordt aan de opdrachten in de Beheersovereenkomst . professionaliteit.een gezond en transparant financieel beheer te garanderen .een vertaling te maken van beleidsopties in een financieel plan . in staat om: .analytisch.interesse in en affiniteit met kunst en cultuur in brede zin .inhoudelijke feedback te verschaffen bij de formulering van beleidsopties 59 | PErsoNEEl .communicatieve vaardigheden . werking en organisatie .precisie.een vertaling te maken van inhoudelijke prioriteiten in de beleidsopties . zijn beleidsmatige en organisatorische kwaliteiten en de kennis van het onderwijskundige context vereist.kennis van de doelstellingen van Posthogeschool voor Podiumkunsten .interesse in en affiniteit met de inhoudelijke aspecten van a.zich te laten aansturen door de raad van bestuur op het vlak van personeelsbeleid .de opleidingsdoelstellingen te realiseren.organisatorische vaardigheden .kennis van algemene managementprincipes .een efficiënte administratie te voeren . De meer specifieke deskundigheidsvereisten hangen samen met de verschillende opdrachten van de medewerkers.de studieloopbaanbegeleiding van studenten te garanderen.over al deze aspecten te rapporteren aan alle bestuurs.in samenspraak met de raad van bestuur kwaliteit te waarborgen in alle aspecten van management. punctualiteit.gerichtheid op samenwerking .goede taalbeheersing en meertaligheid .die doelstellingen te implementeren in een dagelijkse werking .zeer goede beheersing van het engels . Om de managementskwaliteit te garanderen.de (theoretisch en artistiek) inhoudelijke en pedagogische doelstellingen te formuleren voor de invulling van de opleidingsprogramma’s van a.pass .dat beleid te vertalen naar strategische en operationele doelstellingen op korte en lange termijn . te toetsen en te verfijnen en hiertoe de nodige tools te ontwikkelen .kennis van administratief beheer en personeelsbeheer .samen te werken met collegae voor de realisatie van de doelstellingen .a.

pass .a.verbeeldende visie op artistiek onderzoek .kennis van de doelstellingen van a.een efficiënte administratie te voeren .pass werking te beheersen en te coördineren .internationaal netwerk in het breed veld van onderwijs.inhoudelijke feedback te verschaffen over de realisaties bij de verslaggeving van de jaarrekening .zich te laten aansturen door de raad van bestuur . onderzoekers.het respecteren van de budgettaire grenzen in de realisatie van de opleidingsdoelstellingen en verantwoording af te leggen voor financiële consequenties van inhoudelijke keuzes . de scenografie en het artistiek onderzoek .internationaal netwerk in het gespecialiseerd professioneel veld van de podiumkunsten. (academisch) onderzoek .gerichtheid op samenwerking .pass inhoudelijk te vertegenwoordigen bij alle stakeholders en partners .pass . kunst.organisatorische vaardigheden .verbeeldende visie op inhoudelijke aspecten van a.communicatieve vaardigheden . gastdocenten.precisie.breed netwerk voor productieondersteuning .kennis van de doelstellingen van Posthogeschool voor Podiumkunsten . transdisciplinair denkvermogen .en controleniveaus en beschikken over volgende competenties: .de participanten.het productiebudget per blok te begroten en te bewaken .verbeeldende visie op performance en scenografie . onderzoeker .goede taalbeheersing en meertaligheid .administratieve vaardigheden .proactief productionele noden in te schatten en tekortkomingen in voorzieningen te detecteren .organisatorische vaardigheden .kennis van didactiek. punctualiteit. kritisch.rijke praktijkervaring als artiest. strategieën en tools voor kennisuitwisseling .theoretisch kader in verband met de podiumkunsten .permanentie te garanderen in dagelijkse opvolging van productienoden en heeft volgende competenties: .kennis van administratief beheer in functie van studietrajectbegeleiding .proactief de praktische planning en organisatie van de opleidingen uit te werken en deze op te volgen . professionaliteit.communicatieve vaardigheden .de productionele samenhang van de volledige a.verbeeldende visie op modellen. flexibiliteit in de werkomgeving De productieverantwoordelijke is o.goede taalbeheersing en meertaligheid .a.zeer goede beheersing van het engels . (kunst)pedagogie.praktisch en organisatorisch denkvermogen . in staat om: .samen te werken met collegae voor de realisatie van alle doelstellingen . theoretisch. onderwijskunde .analytisch. stafleden productioneel en technisch te begeleiden in hun (onderzoeks)vragen .in samenspraak met de raad van bestuur en algemeen coördinator kwaliteitstoetsen te implementeren in alle aspecten van de opleiding .kennis van het onderwijsveld en het onderwijskundig kader .zeer goede beheersing van het Engels . kritisch denker. verbeeldend..over al deze aspecten te rapporteren aan alle bestuurs.gerichtheid op samenwerking zer | apass .

en vertonen een open attitude in de kennisuitwisseling met de participanten.pass gastdocenten ontplooien een internationale belangwekkende artistieke praktijk en kunnen hierover verrijkend communiceren. flexibiliteit in de werkomgeving De finaliteit van a. flexibiliteit in de werkomgeving 3. Fundamenteel voor alle gasten is een openheid naar de collectieve transdisciplinaire onderzoeksomgeving en interesse in de praktijk van de a.gerichtheid op samenwerking . theoretisch.verbeeldende visie op/kennis van/ervaring met performance en scenografie .pass ligt zoals gezegd in ontmoetingen voor samenwerking en kennisuitwisseling tussen artistieke disciplines. methodologisch.internationaal netwerk in het gespecialiseerd professioneel veld van podiumkunsten. scenografie. a.verbeeldende visie op/kennis van/ervaring met artistiek onderzoek .1.2 kWalIfIcatIEs GastDocENtEN Gastdocenten (workshopbegeleiders en mentoren) in a.kennis van het onderwijsveld en het onderwijskundig kader .gespecialiseerde artistieke. onderzoeker . (academisch) onderzoek . discussie en experiment. onderzoeksgericht). kritisch. strategieën en tools voor kennisuitwisseling .precisie.analytisch.kennis van didactiek..affiniteit met de doelstellingen van a. Voor methodologische of theoretische workshops is bijkomend (pedagogische en/of academische) onderzoeksexpertise van belang.precisie. Naast technische workshops. artistiek onderzoek .pass . professionaliteit. praktisch. technische.pass beschikken over een variërende combinatie van onderstaande competenties: .theoretisch kader in verband met de podiumkunsten .kennis van budgetbeheer .administratieve vaardigheden .pass zelf steeds onderwerp is van onderzoek.internationaal netwerk in het breed veld van onderwijs. (kunst)pedagogie. punctualiteit. Daarbij is ook belangrijk dat de pedagogische praktijk binnen a.pass .communicatieve vaardigheden . De beoogde diversiteit en samenhang in de aard van deze ontmoetingen vertegenwoordigen de diversiteit en samenhang in de criteria voor de uitnodiging van een gastdocent.pass . kritisch denker. verbeeldend. tussen ‘culturen’. theoretische vaardigheden .kennis van administratief beheer . kunst. professionaliteit. De beoogde (cluster van) competenties van gastdocenten hangt samen van de opdracht waartoe ze worden uitgenodigd en verschillen naargelang de beoogde kennisuitwisseling (theoretisch.interesse in/verbeeldende visie op de collectieve transdisciplinaire onderzoeksomgeving van a.verbeeldende visie op/kennis van/ervaring met modellen. onderwijskunde .zeer goede beheersing van het engels .pass basisprincipes van self-organisation & collaboration. Het belangrijkste criterium voor selectie en uitnodiging van een gastdocent (in welke hoedanigheid dan ook) is artistieke relevantie en onderzoeksgerichtheid.interesse in en affiniteit met de inhoudelijke aspecten van a. tussen theorie en praktijk en tussen onderzoek en werkveld.organisatorische vaardigheden .interesse in/verbeeldende visie op de basisprincipes van self-organisation & collaboration . is specialisatie in een welbepaald vakgebied voor- 61 | PErsoNEEl .rijke professionele praktijkervaring als artiest. punctualiteit. artistiek. transdisciplinair denkvermogen .

en de realisatie van de doelstellingen van a.verantwoordelijk voor het uitwerken van het onderzoeksluik van a. De betrokkenheid op de a. doctoraatstrajecten.pt .pass (a. a.verantwoordelijk voor overleg met universiteiten en hogere kunstopleidingen bij de uitvoering van de Beheersovereenkomst. kwaliteitszorg onderwijs en onderzoek en inhoudelijk kader a. dagelijks bestuur van de vzw (bevoegdheden zijn geregeld in de delegatieregeling) . financiële implicaties van de verplichtingen uit de beheersovereenkomst en opvolging van de pedagogische en beleidsmatige uitwerking van het beleidsplan . pass wil door de beoogde transdisciplinaire uitwisseling ook een impulsomgeving bieden voor de verbreding of verdieping van competenties bij de gastdocenten.verantwoordelijk voor invulling van het artistiek-pedagogisch werkplan .verantwoordelijk voor de selectie en uitnodiging en onderzoekers voor a.pass-opleiding (commu- zer | apass .pass leeromgeving.pt . kwaliteitscontrole. workshopbegeleider of (persoonlijke) mentor) biedt de gastdocent ook de kans om om grondig kennis te maken met de werkomgeving en zelf te evolueren in de ontwikkeling van of reflectie over methodologische tools voor samenwerking. academisering .verantwoordelijk voor de (internationale) PR van de a. communicatie. zakelijke. administratieve. a. etc) .verantwoordelijk voor het opleidingsprogramma van a. De ‘recyclage’ van gastdocenten (opeenvolgende uitnodigingen in opeenvolgende blokken in verschillende hoedanigheden als docent.intern en extern contactpersoon .vzw: opvolgen verplichtingen van de vzw.ombudsvrouw . 3.coördinatie van de artistiek-pedagogisch beleidsopties op korte en langere termijn in College van Dagelijks Bestuur .pass.pass (a.verantwoordelijk voor opvolging van de individuele trajecten van de studenten door opvolging curriculumfiches .pass en andere veldactoren .pass .rc.rc onderzoek) . kennisuitwisseling en kennisproductie.opdracht van 100% Artistiek-pedagogisch coördinator a.3 vEraNtWoorDElIjkhEDEN/fuNctIEomschrIjvINGEN staflEDEN In grote lijnen worden de verantwoordelijkheden en taken als volgt verdeeld: Algemeen coördinator a.pt) op korte en langere termijn .pt).coördineren van samenwerkingsverbanden tussen tussen a. a.verantwoordelijk voor de (contacten met) artistieke raad .pass De algemene coördinator verenigt een geheel van beleidsmatige.pass en de vzw : . kwaliteitszorg.verantwoordelijk voor de selectie en uitnodiging van gastdocenten voor a. en heeft (informeel) de eindverantwoordelijkheid over het geheel van de werking van a.verantwoordelijk voor uitzetten van artistiek-pedagogisch beleidsopties a.beheersovereenkomst en beleidsplan: eindverantwoordelijk voor alle administratieve.al bij mentoringopdrachten bij de onderzoeksprojecten van de participanten een belangrijk criterium.pass-context is dan minder doorslaggevend. public relations-opdrachten. organisatorische.rc (archivering. inhoudelijke. hier wordt (al dan niet op aanvraag/suggestie van studenten) gekozen voor gespecialiseerde professionals (gaande van zuivere theoretici tot zuivere technici). Deze monitoring en recycling van de (weerkerende) gasten komt ten goede aan de kwaliteit van personeelsinzet in de a.1.rc (uitzonderlijke projecten.

s-participanten (selectie. voor de kwaliteitszorg onderwijs en onderzoek en inhoudelijk kader van a.pt .nicatie. De algemeen coördinator heeft echter geen formele bevoegdheid of verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de prestaties en de 63 | PErsoNEEl .intern en extern contactpersoon a.onderhouden van de contacten op administratief en praktisch-technisch vlak . studentenbegeleiding.verantwoordelijk voor de (internationale) PR van de a.s .4 BElEmmErENDE factorEN voor hEt voErEN vaN EEN GoED PErsoNEElsBElEID Het feit dat een groot aandeel van de beschikbare personeelsmiddelen naar gastdocenten gaat en dat de vzw de personeelsratio van 80% moet respecteren.verantwoordelijk voor het opleidingsprogramma van a.opdracht van 60% (in 2009 was dit 50%) Productieleiding a. opvolgingsdossier per student) ..coördinatie en uitvoering van de praktische organisatie en opvolging van workshops.s .pass.verantwoordelijk voor invulling van het artistiek-pedagogisch werkplan . In deze context werkt de non-hiërarchische structuur werkt bij momenten belemmerend voor de implementatie van beleidsbeslissingen in de dagelijkse werking. evaluaties.s . Door die (over)belasting neigt ieder zijn prioriteiten bovenaan te zetten.intern en extern contactpersoon a. . curriculum. onderhoud website. evaluaties.1.pass (a.Tot nog toe draagt de algemeen coördinator in de praktijk de eindverantwoordelijkheid en legt verantwoording af aan de Raad van Bestuur over het geheel van de werking van de vzw en a.verantwoordelijk voor studentenaangelegenheden van de a.ondersteuning van en aanspreekpunt voor de participanten en gasten . curriculum. studentenbegeleiding. maakt dat de inzet van de staf niet helemaal in verhouding kan staan met de loonscompensatie.pass ..verantwoordelijk voor uitzetten van de artistiek-pedagogische beleidsopties van a..verantwoordelijk voor de selectie en uitnodiging van gastdocenten van a.. . onderhoud website. het belang van individuele functioneringsgesprekken door de Raad van Bestuur (zie verder bij evaluaties) om de prioriteiten in de individuele en gemeenschappelijke doelstellingen op korte en lange termijn en de wijze van implementatie van beleidsbeslissingen te bepalen.pt-participanten (selectie..pass-opleiding (communicatie. .verantwoordelijk voor opvolging van de individuele trajecten van de studenten door opvolging curriculumfiches .opdracht van 100% Artistiek-pedagogisch coördinator a. netwerken. materiaal en ruimtes (intern en extern) . Om die reden is permanente aandacht voor een goede organisatie van de onderlinge samenwerking van groot belang.pass (a. In dit verband introduceert de afwezigheid van een leidinggevend niveau voor dagelijkse gecoördineerde aansturing van het stafteam en evaluatie van vooropgestelde prioriteiten en deadlines.verantwoordelijk voor de (contacten met) de artistieke raad . lectures en toonmomenten etc. netwerken.coördinatie en organisatie van reizen en verblijven .s). opvolgingsdossier per student) .verantwoordelijk voor studentenaangelegenheden van de a. in 2010 uitbreiding voorzien tot 70%) 3.opdracht van 50% (in 2009 uitgebreid naar 60%.opvolging van de planning.) .) . De opdrachten van de stafleden zijn zwaar en veeleisend.pass en de daaruit voortvloeiende acties .s) op korte en langere termijn .

pt en a. Het recht op jaarlijkse vakantiedagen is ter compensatie uitgebreid van de gangbare 20 dagen voor bedienden naar 25 dagen. Sinds de start van het eengemaakt opleidingsmodel a. Deze vakantiedagen kunnen. Daarbij spelen wisselende prioriteiten. (interne en externe) planning en (collectieve of individuele) deadlines een rol. In de praktijk organiseert ieder medewerker zijn werk volgens de vereisten van zijn verantwoordelijkheid en takenpakket. is er voor elk van beide opleidingen een artistiek-pedagogisch coördinator. De coördinator van a. mailing aan het eigen netwerk. etc). Vanuit hun bevoegdheid over het personeelsbeleid bepaalt de Raad van Bestuur de aanpak om deze paradoxale situatie te remediëren. Aanstelling gebeurt door middel van contracten voor prestaties als zelfstandig gastdocent voor de duur van hun prestaties. Er wordt geen officiële staat van overuren bijgehouden. na overleg met de algemeen coördinator. contracten via interim of via een samenwerkingsovereenkomst. SFP.pt werd van bij het begin bijgestaan door een halftijdse productieverantwoordelijke die tot december 2008 een meer inhoudelijke opdracht had.pass voor a. de aard van de samenwerking. te beginnen met individuele functioneringsgesprekken. zer | apass . dagen of weken. vrij worden opgenomen. 3. collegiale beschikbaarheid en wisselende werkdruk moeten de vaste medewerkers individueel hun inzet in uren bewaken. Door de vooropgestelde flexibiliteit. Gastdocenten: De opdracht van de gastdocenten wordt contractueel vastgelegd in uren.s in januari 2009 is het huidige organigram met bijhorende functieomschrijvingen van kracht.1. urgentie. en alumnisites van hogescholen en universiteiten. 3. Gastdocenten: De selectie gebeurt door de artistiek-pedagogisch coördinatoren. de individuele output en het collectieve eindresultaat in de uitvoering van de respectievelijke opdrachten. cultuurnet. Stafleden: De aanstelling van stafleden gebeurt in principe na een openbare selectieprocedure waarbij de vacature breed gecommuniceerd wordt (via de gangbare kanalen: sectorsites als vti. De Raad van Bestuur is formeel verantwoordelijk voor de selectie en aanwerving en bekrachtigt elke aanstelling formeel of delegeert deze bevoegdheden desgevallend aan het College van Dagelijks Bestuur. Naast de functie van algemeen coördinator.6 ovErurEN/rEcuPEratIE Stafleden: Het arbeidsreglement voorziet in een flexibel werkschema voor de medewerkers in (deeltijdse of voltijdse) dienst. Er worden vooraf duidelijke afspraken gemaakt omtrent de planning en timing van hun prestaties zodat de contractuele bepalingen (en bijhorende vergoeding) hun aanwezigheid reëel dekt.1.5 aaNstEllING Sinds de ondertekening van de Beheersovereenkomst in mei 2007 zijn er 4 functies gecreëerd voor personeel in dienst.inzet van de staf.

Het is nodig om binnen de privaat-juridische structuur van Posthogeschool voor Podiumkunsten te kunnen terugvallen op enkele richtlijnen omtrent verloning en werkomstandigheden zoals die in de CAO Podiumkunsten (PC 304) terug te vinden zijn. Buitenlanders worden vergoed aan het binnenlanderstarief indien zij zich niet hoeven te verplaatsen (bv bij mentoring aan participant die zelf naar de mentor toegaat). Bij elke indiensttreding met contract van onbepaalde duur is een proefperiode van 6 maanden voorzien.1.pass-project worden dan belangrijke argumenten. onbestaande. de keuze gelaten: ofwel wordt er een (interim-) arbeidsovereenkomst afgesloten. 3. worden als buitenlander vergoed als zij voor een korte aanwezigheid uit het buitenland moeten komen.3. welke hun opdracht ook precies is. Toch wordt hun vergoeding bepaald op basis van de normen van de hogescholen. Belgen die resideren in het buitenland. De geplande individuele functioneringsgesprekken zijn dus een wenselijke aanvulling op de huidige collectieve (zelf)evaluatie (want door het College van Dagelijks Bestuur).7 vErloNING De totale personeelskost mag de 80%-norm niet overschrijden.pass. Goodwill en het geloof in het a. a. Aan gasten wordt. gezien zijn kleinschaligheid.pass doet echter vaak beroep op (internationale) gespecialiseerde kunstenaars met een rijke artistieke praktijk en een uniek profiel die deze logica helemaal niet hanteren. 65 | PErsoNEEl . Het College van dagelijks Bestuur evalueert de productiemedewerker. De raad van bestuur bepaalt dan de criteria van evaluatie. Vanaf half 2010 zal die evaluatie formeel en individueel gebeuren met functioneringsgesprekken.pass. In die context kunnen desgevallend de bestaande functie-omschrijvingen herzien worden waarbij de verantwoordelijkheden van elk van de stafleden en de daaraan gekoppelde criteria van evaluatie explicieter worden gemaakt.8 EvaluatIEs Staf: De evaluatie van de 3 coördinatoren (samen het College van Dagelijks Bestuur) wordt aangestuurd door de Raad van Bestuur aan wie zij op collectieve basis verantwoording afleggen over de dagelijkse werking en implementatie van het beleid in de operationele doelstellingen van a. Als gevolg daarvan zit er weinig speling op het verloningsbeleid. Gastdocenten: Het is logisch om voor gasten een personeelsbeleid te voeren dat conform is aan het hogescholendecreet. De vergoeding maakt een onderscheid tussen binnenlanders en buitenlanders. Staf: Posthogeschool voor Podiumkunsten is een erg kleine en haast horizontale organisatie en wijkt in zijn visie op personeelsbeleid sterk af van het beleid van Onderwijs. Anderzijds kan niet voldoende zorg besteed worden aan het menselijk kapitaal dat door de competenties en ervaring van de medewerkers in de organisatie wordt geïnjecteerd. ofwel worden ze als zelfstandige vergoed. Zo is in een vzw-structuur een vaste benoeming onmogelijk. Bevordering of doorstroming is binnen a. De basistarieven worden jaarlijks goedgekeurd door de Raad van Bestuur en desgevallend aangepast overeenkomstig de geldende index.1.

Wanneer deze eerste ontmoeting positief is.conceptualisering transdisciplinaire kennismodellen . bijkomende voordelen zijn de netwerkuitbreiding en de public relations van de opleiding. Een eerste uitnodiging is verkennend en gaat meestal over een korte opdracht (guest lecture van één of meerdere dagen) of een workshop van een week. vormen de verslagen van de participanten. 3.ontwikkeling experimentele formats voor zelf-organisatie .Gastdocenten: Gastdocenten worden tweevoudig geëvalueerd. met voldoende feedback en achtergrondinformatie. schriftelijk te evalueren. Bijzondere aandacht en begeleiding van een nieuw personeelslid. Die vormt de basis voor eventuele.1. Voorheen gebeurde die evaluatie enkel mondeling. professionele workshops. keren de gasten terug voor een andere of langere opdracht.pass door: . Het bijwonen van symposia. studiedagen. is het belang van een schriftelijke neerslag gegroeid. Die activiteiten leiden tot een vernieuwde motivatie en bijkomend (intellectueel) kapitaal.10 ProfEssIoNalIsErING PErsoNEEl Stafleden: De stafleden worden aangemoedigd om binnen hun opdracht ruimte te creëren voor verdere professionalisering.s en a.1. Gezien het groeiend aantal studenten en het groeiend aantal activiteiten (inclusief de vele individuele mentoringsessies).pt zijn verantwoordelijk voor evaluatie van alle gastdocenten. Tenslotte kunnen de gasten ook nog ter sprake komen in de uitvoerige mondelinge evaluatiegesprek met de participanten tijdens de slotweek van elk blok. Hiervan maken de opleidingscoördinatoren een verslag. De artistiek-pedagogische coordinatoren van a. Bij die evaluatie gaat de aandacht naar de mate waarin de gastdocent bijdraagt aan de meta-context van a.pass introduceert bewust gastdocenten trapsgewijs om hen de kans te geven vertrouwd te raken met de a. Een tweede vorm van evaluatie van de gastdocenten. De artistiek-pedagogische coördinatoren begeleiden en evalueren gasten bewust met het oog op de realisatie van dit potentieel. Tijdens de selectieprocedure is er wel open kaart gespeeld over de achterstand en is duidelijk gecommuniceerd dat een verregaande zelfstandigheid een basisvereiste is voor de job.9 BEGElEIDING NIEuWE PErsoNEElslEDEN Staf: Bij de productie-ondersteuning is het zeker bij aanvang niet evident om de werklast in te schatten. toekomstige samenwerkingen. zijn belangrijk om zich snel in te werken.ontwikkeling en uitwisseling praktijkgebaseerde kennis Deze evaluatie gebeurt informeel met de gast zelf en als geschreven rapport.pass. etc wordt gefinancierd door a.pass. Zij worden immers verzocht om alle opleidingsactiviteiten waaraan ze hebben deelgenomen. Gastdocenten: a.ontwikkeling nieuwe instrumenten voor artistiek-intellectuele samenwerking . Bij de laatste vervanging was er een grote achterstand gegroeid en is de begeleiding (door overbelasting van de andere personeelsleden) beperkt gebleven tot een noodzakelijk minimum. bijscholingscursussen.pass research-context en de concrete basisprincipes van collaboration en self-organisation. Dit is essentieel voor de inhoudelijke basis van a. 3. zer | apass . Vaak zijn de gastdocenten na een eerste kennismaking ook zelf vragende partij om zich verder te engageren. om hoofdzaak van bijzaak te onderscheiden of gepaste grenzen te stellen aan verwachtingen van studenten en docenten.

pass leeromgeving. Het flexibel model ‘beloont’ (namelijk met kennisoverdracht) de geëngageerde interesse in en actieve deelname aan de collectieve transdisciplinaire onderzoeksomgeving van a. Door kennisuitwisseling tussen gasten.pass een menselijk gezicht dat zich niet verstopt achter administratieve regels of procedures. Hun betrokkenheid groeit naarmate ze vaker en in verschillende functies betrokken zijn in de a. is de betrokkenheid van stafleden erg groot. 67 | PErsoNEEl . is er een grote sociale controle op eenieders engagement.11 BEtrokkENhEID vaN PErsoNEEl Stafleden: Door de grote individuele verantwoordelijkheid bij de realisatie van het opleidingsprogramma en de ondersteuning van het onderzoek. het voordeel van een erg kleine en horizontale structuur. Zoals reeds aangestipt wil a. gastdocenten. Er is een informele vertrouwensband die bijdraagt tot flexibele communicatie en snelle (re)actie. academisch of onderzoeksveld een criterium voor selectie. studenten en stafleden is hun aanwezigheid is een motor in de gewenste professionalisering. Gastdocenten: Een aantal gastdocenten worden uitgenodigd voor een zeer specifieke eenmalige (vaak eerder technische of theoretische) opdracht. Het kleine geëngageerde team geeft a.pass. relevante professionele verankering in een artistiek. partners. De niet-hiërarchische samenwerking in een kleine equipe verplicht tot wederzijdse interesse en respect voor elkaars werkdomein. Die betrokkenheid toont zich naar alle betrokkenen in de opleidingen: studenten. 3. Door de grote onderlinge afhankelijkheid.1. De stafleden zijn regelmatig aanwezig op de bijeenkomsten van de raad van bestuur en hebben zo een invloed op de besluitvorming. pass door opeenvolgende uitnodigingen in opeenvolgende blokken in verschillende hoedanigheden zelf een rol spelen in de professionalisering bij de gastdocenten op het vlak van transdisciplinaire competenties. Andere gastdocenten worden strategisch meerdere malen uitgenodigd om hun aanwezigheid te verdiepen.Gastdocenten: Voor gasten is hun actuele. De uitwisseling van verschillende vormen van kennis tussen de teamleden verbreedt de individuele competenties.

evenwicht in verantwoordelijkheden van stafleden .evaluaties stafleden .kwaliteit van het personeel in dienst en gastdocenten .update functie-omschrijvingen en taakverdeling in functie van criteria evaluaties en functioneringsgesprekken .grote vrijheid van pedagogische staf om link met en netwerk in artistieke veld te bewaren en uit te breiden door ontplooien van eigen praktijk/onderzoek binnen de pedagogische opdracht Aandachtspunten: .lichte structuur van organigram faciliteert snelle besluitvorming .transparant personeelskader met menselijk gezicht .evaluaties stafleden: vanaf 2010 tweejaarlijks een functioneringsgesprek met stafleden op initiatief van de raad van bestuur .evaluaties van inbreng gasten door de studenten meenemen in blokevaluatiegesprek met studenten in functie van analyse en ontwikkeling van volgende blokken .evaluaties door studenten van inbreng gasten inzetten voor kwaliteitszorg .een meer proactieve analyse op welke punten van de werking bijkomende hulp in te schakelen ter verlichting van de belasting van de staf . administratieve en boekhoudkundige ondersteuning van dagelijkse werking .zware belasting stafleden .flexibele inzet en doorstroming en betrokkenheid van gastdocenten bij de realisatie programmaonderdelen .samenwerking met deSingel voor technische.interne communicatie en besluitvorming Aanpak: .{ krItIschE aNalysE Sterktes: .stafvergaderingen: vanaf maart 2010 op vast wekelijks weerkerend contactmoment met voorbereide agenda en checklist opvolging verslag zer | apass .

pt) en Bart Van den Eynde (a. Zij zijn regelmatig zelf uitgenodigd voor lectures. Of. Als gastspreker wordt zij regelmatig uitgenodigd op internationale colloquia.m a s t e r n i v e a u De onderzoeksgerichtheid van personeel is een voorwaarde voor de artistiekpedagogische staf en een fundamentele verwachting voor gastdocenten. Hun werk draagt bij aan de ontwikkeling van de kunsten en artistiek onderzoek. scenografie. dramaturgie. Deze ervaringen garanderen binnen de werking van a. Binnen de werking van a. Ze werkte voorheen als huisdramaturg en critica.2. Hun parcours is zeer divers en aanvullend.1 69 | PErsoNEEl . Zij hebben in hun professionele traject tot nu toe een uitgesproken link opgebouwd met het artistieke veld. Zij zit momenteel in de voorbereidende fase van een doctoraal project dat ze mogelijk in 2011 zal aanvangen. en/of zij zijn in staat om bij te dragen aan meta-onderzoek over artistiek onderzoek.pass garandeert hun achtergrond zowel de theoretische. onderwijskundige en onderzoekscomptenties die nodig zijn om de participanten in hun traject te begeleiden. kritische. en heeft deze ervaring ingezet in haar werk als onderzoeker in diverse werkplaatsen en onderzoeksplatforms.s). theoreticus. aan de Universiteit Antwerpen. Daarnaast werkte zij ook als docent o. performance.fa c e t 3 . Zie de curricula vitae van de opleidingscoördinatoren in de bijlage 3. workshops of dramaturgische opdrachten door actoren uit hun internationale netwerk (festivals. en heeft hen elk in contact gebracht met uiteenlopende takken van het artistiek veld en erg verscheiden onderzoeksomgevingen. onderwijskundige en onderzoekscompetenties die nodig zijn om de participanten in hun traject te begeleiden en het a. Hun regelmatige aanwezigheid op internationale conferenties en symposia over onderzoek. Zij is regelmatig lid van jury’s en beoordelingscommissies binnen het veld van (onderwijs in) de podiumkunsten en gastonderzoeker binnen internationale onderzoeksprojecten.en pedagogische veld scherp. houdt hun voeling met het hedendaagse kunsten. Elke Van Campenhout richt zich in haar professionele parcours voornamelijk op onderzoek en kritische reflectie op het hedendaagse performanceveld.pass model dynamisch te ontwikkelen. als kritisch denker of artiest.a. debatten. kritische. of onderzoeker) en/of zij kunnen de onderzoekscompetenties van de participanten toetsen. Daarnaast heeft alle onderwijzend personeel een rijke professionele ervaring in en kennis van de kunstpraktijk. Het programma wordt in elk blok zo evenwichtig mogelijk samengesteld met gastdocenten die deze verschillende gradaties van onderzoekscompetenties hebben bewezen. Deze diversiteit spiegelt zich aan de diverse belangen en noden van de verschillende onderzoeksprojecten. Als schrijver-onderzoeker cureerde zij een vooraanstaand theatertijdschrift. of/en zij hebben hun onderzoekscompetenties bewezen in hun praktijk (als artiest. zij hebben een bewezen interesse in artistiek onderzoek. etc). 3.1 PEDaGoGIschE staflEDEN Het team van artistiek-pedagogische coördinatoren bestaat uit Elke Van Campenhout (a.pass zowel de theoretische. onderzoekscentra. 2 e i s e n g e r i c h t h e i d o p a r t i s t i e k o n d e r z o e k o p p o s t. universiteiten. dat zij vooral inzette als theoretisch onderzoekskader voor praktijkgerelateerde kennisopbouw.

De ervaring leert dat een dergelijk tijdelijk in situ onderzoeksplatform rendeert wanneer de opgedane kennis opnieuw wordt gedeeld in de reguliere werking van a. disciplines en creaties van deze gastdocenten loopt parallel met de diversiteit van de studenten waarmee ze in a. Er wordt internationale aansluiting gezocht bij bestaande initiatieven om zo deze netwerken ook voor de studenten te ontsluiten. Naast dit traject binnen de kunsten met al zijn tentakels (lezingen. bij de keuze van de invulling van het programmaonderdeel ‘internationale netwerken’ en in on tour-projecten.pass in te schakelen in een breed veld van internationale spelers in kunst en in onderwijs. De artistiek-pedagogische staf heeft bijgevolg een internationaal netwerk op verschillende niveaus. Veelal zijn het artiesten die vertrouwd zijn met onderzoek en onderzoekspraktijk en een actuele kijk hebben ontwikkeld op het kunstveld. meermaals in New York.1. vervolgens als stafmedewerker van een jeugdtheatergezelschap.pass.pass te maken krijgen.pass-participanten in hun traject te begeleiden. Rotterdam).pt met deze onderzoeksprojecten op locatie zijn zichtbaarheid in binnen. enkele malen als operadramaturg en de laatste jaren hoofdzakelijk als dansdramaturg.2. Er wordt internationale samenwerking gezocht om a. De heterogeniteit in culturele en persoonlijke achtergrond. als gezelschaps. Zijn uitgebreide ervaring met erg verschillende artistieke praktijken en uiteenlopende onderwijsvormen garanderen de nodige onderwijskundige. Meg Stuart.pass in het kader van onderwijs en van onderzoek.2 GastDocENtEN In bijlage 3.pass zijn internationale artiesten en theoretici die een (artistiek-pedagogische) praktijk hebben ontwikkeld in confrontatie en dialoog met de ontwikkeling van een eigen praktijk of/en kunstpraktijk-specifieke kennis. Dora Garcia. David Moss.Bart Van den Eynde heeft een uitgebreid traject afgelegd dat zich voornamelijk in de kunstpraktijk zelf heeft afgespeeld. Dit wordt ingezet op verschillende manieren: bij de uitnodiging van gastdocenten.a. publicaties) was hij docent in verschillende acteurs-. samenwerking en dienstverlening in de bijlagen bij 6. artistieke context. is dus erg groot. beeldende kunst. voor het verzamelen en de archivering van sectorkennis. Specifieke netwerkingprojecten zijn doorgaans opgezet door a.pt on tour voeden de reguliere werking van a. Amsterdam. workshops. lees meer over de internationale projecten van a.3 internationale werking. De gasten van a. Deufert&Plischke. Het potentieel voor de studenten om connecties te maken met hun eigen methodes. kritische en onderzoekscompetenties om de a. Berlijn.en buitenland verhogen. performance. In deze context begeleidde hij talrijke werkprocessen op internationaal niveau in uiteenlopende theaterculturen (o. Jan Ritsema. De internationale artistieke of onderzoekspraktijk van gasten als Romeo Castellucci. ideologische context en onderzoek. zer | apass . Parijs. met beschrijving van hun opdracht.pass als onderwijsomgeving en zijn tegelijkertijd de inzet voor de ontwikkeling van nieuwe tools voor het delen en de uitwisseling van kennis. Qua public relations wil a. André Lepecki. Ze brengen met hun bijdragen als gastdocent een grote diversiteit aan artistieke werelden (dans. In het begin van zijn carrière koos hij bewust gekozen voor een functie als onderzoeker bij het Vlaams Theater Instituut om het veld in zijn geheel te leren kennen. scenario. Hans Op de Beeck. Lilia Mestre.en productiedramaturg voor repertoiretoneel in de grote zaal. 6.pt (op initiatief van coördinator Elke van Campenhout of van participanten) en hebben een dubbele finaliteit. Hamburg. Zij beschikken over de capaciteiten tot dialoog en uitwisseling met de participanten.2 is een namenlijst toegevoegd van alle gastdocenten die sinds 2008 uitgenodigd werden. en voor de doorstroming van sectorkennis naar de opleiding en omgekeerd. thema’s. Eerst en vooral een interne finaliteit: de resultaten van a.en filmopleidingen. 3. regie-. theater. kritische theorie) binnen. Deze nieuwsgierigheid naar de verschillende praktijken binnen de podiumkunsten is bepalend voor de rest van zijn parcours. Stuttgart. resultaten. carrières. Jan Maertens en Arco Renz is duidelijk. Lissabon.

{ krItIschE aNalysE Sterktes: . deskundigheid in beoefening en ontwikkeling van de kunsten.bewezen onderwijsinbreng van pedagogische staf en internationale gasten met professionele ervaring en kennis van de kunstpraktijk. Het feit dat a.pass 71 | PErsoNEEl .pass is expliciet kenbaar in de lijst van het gastpersoneel. De flexibiliteit van organisatie en planning maakt het mogelijk om verregaand rekening te houden met beperkte beschikbaarheden van drukbezette artiesten.pass op lange termijn wil schrijven over practice-based research en een onderzoekspedagogie in de kunsten.heterogeniteit van gastdocenten brengt de brede waaier aan competenties nodig om doelstellingen te realiseren Aandachtspunten: .pass flexibel en autonoom allianties kan kiezen is de conditio sine qua non voor de evolutie van het pedagogisch model dat de opleiding voor ogen houdt.De internationale context van de gastdocenten van a. onderzoeksdeskundigheid en specialisaties op het brede vlak van podiumkunsten .gegevens bijhouden omtrent doctores en doctorandi onder de gastdocenten van a. De gastdocenten met inbreng uit het internationale professionele veld creëren zo mee de rode draad van het verhaal dat a.

75. Allen zijn vast in dienst met een bediendencontract (van onbepaalde duur).6 VTE) op inhoudelijk niveau 3. 2008 en 2009 van Posthogeschool voor Podiumkunsten voor de gerealiseerde kwantiteit gastdocenten en de onderwijsvernieuwende ontwikkelingen. zer | apass . De reële werkdruk zette het oorspronkelijke beperkte organigram evenwel onder druk wat heeft geleid tot een stapsgewijze uitbreiding van het personeelsbestand in dienst. 3. a. 3 k w a n t i t e i t p e r s o n e e l Het personeelsbestand van Posthogeschool voor Podiumkunsten vzw bestaat enerzijds uit een staf van 4 personeelsleden in dienst (momenteel 3. die hun aanleiding telkens vonden in onderwijsvernieuwing.pass werking en de noden. Daarnaast zijn er de gastdocenten.2 vtE) Van bij het begin werd gekozen voor een beperkte overhead van personeel in dienst om zoveel mogelijk middelen naar de werking van de opleidingen zelf te laten gaan. 3. De samenwerkingsovereenkomst met deSingel en de Beheerscommissie voorziet tevens in de theatertechnische en onderhoudsondersteuning door technisch en onderhoudspersoneel van deSingel bij presentaties van studenten en workshops en het onderhouden van de lokalen op locatie in deSingel.3. Sinds de start in 2007 is de onderzoeksomgeving voortdurend in ontwikkeling geweest. de permanente personele ondersteuning door medewerkers van deSingel (via een samenwerkingscontract) en de occasionele tijdelijke extra’s.6 VTE) op technisch-ondersteunend niveau onderwijzend en onderwijsondersteunend (1.s (0.7 VTE in 2008 .3. naast de artistiek-pedagogische opdracht van de 2 genoemde stafleden die instaan voor het vast onderwijsondersteunend kader (1.pt en a.6 VTE).0.pass inhoudelijk.6 VTE) artistiek-pedagogisch coördinator a.73 VTE in 2009 . tabel ‘kwantiteit personeel’ op.6 VTE) algemeen coördinator (1VTE) op beleidssturend en zakelijk niveau productieverantwoordelijke (0. De variatie in VTE’s gastdocenten per jaar (1.s. De omvang in VTE’s op jaarbasis variëert overeenkomstig de evolutie van de a.fa c e t 3 .pass staat voor experiment.3. zakelijk en productioneel coördineert en omkadert. momenteel in de buurt van de grens van de 80% norm. Er is geen vaste omvang voorzien in kwantiteit gastdocenten.2 VTE) die de dagelijkse werking van a. Het opleidingsprogramma wordt op het vlak van personeelsinzet gerealiseerd door gastdocenten.2 DocENtEN We verwijzen ook naar de jaarverslagen 2007.3 aNDErE Het samenwerkingscontract (onbepaalde duur) met deSingel voorziet (tegen betaling) onder meer in administratieve ondersteuning die bestaat uit het voeren van de boekhouding en (een deel van) de personeelsadministratie van de vzw. ook in de manier waarop gastdocenten worden ingezet voor de realisatie van het opleidingsprogramma van a. Ter vervanging van de tabel ‘kwantiteit personeel in dienst’ volgt hieronder een beschrijvende lijst: onderwijsondersteunend (1.04 VTE in 2007 .1.32 VTE in blok 1/2010) telkens op basis van 1450u=1 VTE) reflecteren die ontwikkelingen.1 staflEDEN (3.pt (1 VTE) op inhoudelijk niveau artistiek-pedagogisch coördinator a.0.

7 0.samenwerkingscontract met deSingel . zou het eigen personeelsbestand een noodzakelijke uitbreiding moeten krijgen die evenwel budgettair niet haalbaar zou zijn.gegevens bijhouden omtrent doctores en doctorandi onder de gastdocenten van a.pass 73 | PErsoNEEl .6 categorie OOS OOS & OND OOS OOS OOS & OND OOS OOS & OND OOS OOS & OND OOS OOS & OND leeftijd ° 1974 ° 1971 ° 1979 ° 1974 ° 1971 ° 1981 ° 1969 ° 1974 ° 1971 ° 1981 ° 1969 studentenaantallen 16 2009 3.5 1 1 0.1 VTE 1 1 1 1 20 2010 3.flexibele aanpak in kwantiteit personeel.3 VTE 1 1 1 1 ? { krItIschE aNalysE Sterktes: . aansluitend op noden Aandachtspunten: .6 0.Outsourcen van deze specifieke taken aan een partnerorganisatie die ook op bestuurniveau verweven is met de vzw. Anders gesteld: zonder deze cruciale ondersteuning vanwege deSingel.5 VTE verhouding vt/dt 1 1 1 vte 1 1 0. taBEl kWaNtItEIt PErsoNEEl personeel in dienst 2008 omvang 2. Tijdelijke ondersteuning door extra medewerkers is in kwantiteit in verhouding tot het personeelsbestand minimaal.5 1 1 0. ondervangt gedeeltelijk de penibele administratieve belasting van het beperkte personeelsbestand in dienst van de vzw.

zer | apass .

wat in een opleiding podiumkunsten een fundamentele zorg is. De basisinfrastructuur voor de dagelijkse werking is voorzien door de samenwerking met deSingel.voorzieningen onderwerp 4. verluchting.1 omvaNG EN kWalItEIt INfrastructuur EN voorZIENINGEN Samenwerking met deSingel Het engagement van deSingel (sinds 2000) bestaat uit een verregaande infrastructurele en materiële ondersteuning die de gepaste voorwaarden scheppen voor de onderwijsopdracht van a. na ondertekening van de Beheersovereenkomst. Toekomst nieuwbouw deSingel Met de uitbreiding van de Kunstcampus. Dankzij de samenwerking met deSingel kan a. theater.1.en danszaal. deSingel zorgt voor het kleine en grote onderhoud van die lokalen en wordt een kantoor gedeeld in de burelengang van deSingel. De Posthogeschool voor Podiumkunsten beschikt op de 7e verdieping van deSingel over 4 lokalen.1. Via een sleutelkaartsysteem met geregistreerde houders (beheerd door deSingel) is de veiligheid van materiaal gegarandeerd en toegang mogelijk buiten reguliere werkuren. In samenspraak met Kunstcampus deSingel werd in 2007. atelier/mediaroom. studio. in infrastructuur en voorzieningen. Met een permanent gehuurde ruimte (buiten deSingel) streeft a. Er werden sindsdien de nodige investeringen voor materiële voorzieningen gedaan (gedeeld met deSingel) : de uitrusting van de lokalen (verwarming. deSingel wil hiermee ruimte creëren om jonge makers in de campuswerking te betrekken.pass binnen budgettaire grenzen de praktische onderzoeks.pass de deuren open zet en een geïnteresseerd publiek verwelkomt. Er wordt een beperkt investeringsbeleid gevoerd op basis van noodzaak.pass.0 BElEID INZakE huIsvEstING EN matErIëlE voorZIENINGEN De Posthogeschool voor Podiumkunsten vzw kiest voor een flexibele aanpak van haar huisvestingsbeleid. kantoor. wordt de infrastructuur voor Podiumkunsten van deSingel uitgebreid met de Rode Studio en de Blauwe Studio. etc. digitale fotocamera. hardware en software. muziektheaterzaal. en gastdocenten kunnen verblijven. Voor de onderzoeksgebonden vragen van de studenten worden permanente en ad hoc (gespecialiseerde) ruimtes gehuurd. concertzaal en publieksruimte (capaciteit 260 pp). a. beamer. De eerste wordt het zenuwcentrum van de campuspraktijk Podiumkunsten en doet dienst als werkplaats. met specifieke aandacht voor werk waarin theoretisch onderzoek en performatieve praktijk op elkaar worden betrokken. surround-geluidsinstallatie.pass is een bevoorrechte (gespreks)partner om voeling te hebben met 75 | voorZIENINGEN . in gebruik als keuken/ontmoetingsruimte. wifi).en creatiemogelijkheden van de participanten met de nodige professionele voorzieningen omringen. 4. 1 m a t e r i ë l e v o o r z i e n i n g e n 4. de infrastructuur aangepast om de opleidingen een adequaat onderdak te bieden. voorzieningen fa c e t 4 .pass een netwerkfunctie na: een eigen plek waar a. meubilair. semiprofessionele videocamera.

een toekomstige generatie van denkers en makers en hen te laten doorstromen naar een van de formats van het podiumprogramma (zoals ‘De Donderdagen’ in het verleden). Deze nieuwe presentatieplek en flexibele professioneel uitgeruste werkruimte biedt ook mogelijkheden voor de onderzoekspresentaties van a.pass participanten. Er zijn nu al afspraken om de Rode Studio indien mogelijk op de reguliere eindpresentatiemomenten te reserveren. Zo kunnen studenten hier gedeeltelijk hun preproductioneel praktisch onderzoek voeren voor de eindpresentatie. Hoewel in de eerste plaats gericht op het tonen van work-in-progress in het muziekprogramma van deSingel, biedt ook de nieuwe Blauwe Studio bijkomende mogelijkheden. Deze ruimte heeft dezelfde laboratoriumfunctie met flexibele voorzieningen als workshoplocatie en als presentatieplek (geen vaste oriëntatie: 3 toegangscircuits maken de zaal op meerdere manieren betreedbaar voor performers én publiek). Essentieel voor a.pass is dat dergelijke korte onderzoeksresidenties niet moeten eindigen in een gefinaliseerde voorstelling maar wel een intensieve technische opvolging kunnen krijgen.

LOPITâL Sinds midden 2008 huurt Posthogeschool voor Podiumkunsten een grote polyvalente studioruimte inzetbaar als repetitiestudio, voor workshops, presentaties, lezingen: LOPITâL, gelegen te Examenstraat 1, Borgerhout. Met LOPITÂL wil a.pass verschillende functies verenigen: enerzijds flexibel tegemoet komen aan de nood aan ruimte ten behoeve van het praktisch onderzoek van de studenten. Anderzijds biedt een eigen plek met verschillende functies (woon-en werkfunctie) de mogelijkheid om een publieke werking op te zetten en gastdocenten gastvrij te verwelkomen in een eigen tijdelijke verblijfplaats. Het eerste opzet is gerealiseerd. De publieke functie en logiesfunctie zijn tijdelijk opgeborgen omdat a.pass hiervoor bij voorkeur ook samenwerking zoekt met andere spelers die een expliciete publieke (werkplaats)functie hebben (Troubleyn, Monty, De Theatermaker) en omdat de ruimte om bijkomende investeringen zou vragen indien ze ook als leefruimte dient. Momenteel is LOPITâL dus uitsluitend in gebruik als studioruimte. Onlangs is het vroegere plan nieuw leven ingeblazen door verkennende gesprekken met een nieuwe partner die, net als a.pass, vragende partij is om het gebruik van een ruimte te koppelen aan een werking. a.pass bekijkt de huidige huurengagementen (tot juli 2011) om eventueel de overstap naar de nieuwe ruimte te realiseren. Inzet van theatertechnisch materiaal (belichtings-geluid-projector) in LOPITâL is projectgebonden en wordt geleend of gehuurd vanuit het productiebudget. Er werd een noodzakelijke investering gedaan voor verwarming van het dansstudiogedeelte met tweedehandse balletvloer, overgenomen van deSingel, en voor een sleutelskaartysteem ter beveiliging. Overige Soms hebben studenten tegelijkertijd voor hun praktische onderzoeksfase ruimtes nodig. In eerste instantie worden dan partnerorganisaties gecontacteerd (Conservatorium, Monty, WP Zimmer, Les Bains, etc). indien dit niet mogelijk is, worden specifieke ruimten gehuurd.

zer

| apass

4.1.2 tEchNIschE voorZIENINGEN

raadpleeg de technische fiche van de ruimtes van a.pass in de tabel in bijlage 4.1

Bibliotheek, mediatheek, onderzoeksinfrastructuur documentatiecentrum a.pass - a.pt startte in 2007 met de creatie van een bescheiden eigen bibliotheek en mediatheek met gespecialiseerde vakliteratuur en referentiefilms. a.pass heeft niet de ambitie tot volledigheid, noch om een exclusieve bibliografie bijeen te sparen maar streeft in het aankoopbeleid hoofdzakelijk efficiëntie in dagelijks gebruik en onmiddellijke verwerking na. Dit creëert een kwalitatief sterk aanbod aan onderzoeksliteratuur. Het bestand groeit gestaag door de aankoop van specifieke literatuur voor de regelmatige georganiseerde reading sessions en ter ondersteuning van de onderzoeksvragen van de participanten. Tijdens de mentoring sessies wordt besproken welke literatuur het onderzoek van de participanten theoretisch kan onderbouwen. En participanten doen zelf voorstellen voor aanvullingen. Ondertussen bevat de bibliotheek zo’n 300 titels, de filmotheek telt zo’n 100 titels. a.pass kent het kostenplaatje van een eigen documentatiecentrum maar maakt systematisch de nodige ruimte in het budget vrij en geeft bewust prioriteit aan deze lange termijn intellectuele ‘investering’. Alle items zijn tot nog toe vrij beschikbaar. a.pass wilt gezien het groeiend aantal participanten in 2010 werk maken van een database met ontleningsysteem voor opvolging en traceerbaarheid van de colelctie. Dit geldt ook voor de ontlening van technisch materiaal (camera, i-pods, etc) dat nu ad hoc door de productiemedewerker wordt ontleend. online - teksten voor reading sessions en workshops worden ook online geraadpleegd. Er is een waaier aan gespecialiseerde sites waar men open source teksten en werken kan raadplegen. Daarnaast creëren de participanten en onderzoekers ook zelf materiaal (video, foto, teksten) dat gefragmenteerd verzameld wordt op de website van a.pass. In hoofdzaak ingevoerd in functie van communicatie en archivering van het onderzoek, levert dit als bijverschijnsel op dat er ook iets groeit als de a.pass bibliotheek strictu senso. a.pass wil in de loop van dit jaar ook de archivering aanpakken (creatie van een fysiek bestand) van al dat onderzoeksmateriaal. Bibliotheken AUHA - Voor minder of anderszins gespecialiseerde literatuur kunnen de participanten terecht in de bibliotheken van de AUHA via een pasje van de Conservatoriumbibliotheek. De afspraak met de hoofdbibliothecaris van het Conservatorium is dat de a.pass participanten een studentenpas kunnen verkrijgen. a.pass verwijst studenten ook door naar andere bibliotheken en documentatiecentra gespecialiseerd in de Podiumkunsten (vti, Contredanse, Argos, Cinematek, La Bellone, etc). Studenten- en docentenfaciliteiten De keuken annex meeting spot van a.pass is de meest gebruikte ruimte aangezien ze een aantal functies verenigt: er kunnen lessen en meetings (in kleine groepen) doorgaan, het is de gezamenlijke keuken (met koffie, thee, water en de basis om te koken) en de plek waar participanten voor en na workshops kunnen werken en de bibliotheek consulteren. In deze lokalen zijn ook de computerfaciliteiten : een aantal macs staan permanent opgesteld en kunnen gebruikt worden door participanten en gasten. Er is ook een A5 printer en een kantoorprinter ter beschikking. De macs zijn qua software uitgerust met een aantal gespecialiseerde programma’s (o.a. adobe ID, adobe Photoshop, Abbleton Live) De beschikbaarheid van Wifi op de verdieping (en in LOPITÂL) en het feit dat alle participanten een laptop hebben, maken dat de voorziene computers voornamelijk worden gebruikt voor het collectief bekijken van films en fragmenten

77

|

voorZIENINGEN

en voor creatie van audivisueel werk in genoemde software. Daarnaast worden ze ingezet als monitors bij presentaties en installaties. Inrichting mediaroom Apple Imac met opname- en montagesoftware, externe geluidskaart, 2 grootmembraan microfoons met pop screen en tafelstatief, hoofdtelefoon, surround geluidssysteem, midi-klavier, 2 mediaspecifieke externe harde schijven. Naast de artiestenfoyer van deSingel voor drank, biedt de keuken de mogelijkheid tot self-catering. Voor broodjes kan men terecht in de cafetaria van het Conservatorium (met frisdrank- en snoepautomaten) of in de broodjeszaken dichtbij. Personeelsleden hebben een kaart die hen 50% korting geeft bij consumpties.

{

krItIschE aNalysE

Sterktes: - flexibel beleid inzake huisvesting - samenwerking met deSingel - gespecialiseerde onderzoeksvoorzieningen - beperkte investeringslasten Aandachtspunten: - beperkte inzetbaarheid van LOPItâL (niet voor logies) - fysieke archivering van door participanten geproduceerde onderzoeksmateriaal in bieb - archivering van documentatiemateriaal - ontlening materiaal documentatiecentrum en technisch materiaal Aanpak: - alternatieven zoeken voor LOPITâL op korte en lange termijn met publieke en logiesfunctie - fysieke archivering van door participanten geproduceerde onderzoeksmateriaal in bieb als concrete opdracht uitbesteden aan tijdelijke medewerker - systeem voor beheer documentatiecentrum en ontlening technisch materiaal uitwerken en implementeren

zer

| apass

In elk geselecteerd project ziet a. formats van het opleidingsaanbod en begeleiding). overtuiging. Op korte termijn is het beleid van a.pass zich tot doel op te treden als netwerkknooppunt.pass inspelen op de professionele behoeften van afgestudeerden om zich in te schrijven in een gespecialiseerd professioneel netwerk met het oog op doorstroming naar het praktijkveld. 4.pass streeft een diversiteit na in de geselecteerde projecten met het oog op een heterogeen samengestelde groep van participanten.pass prioritair gericht op werving van kandidaten. Ook in de begeleiding-op-maat van het a.pass initiatieven om de ex-participanten blijvend te ondersteunen en te betrekken in de opleiding en wilt a.1 INstroomBEGElEIDING Bij de instroom mikt a. interessevelden). Deze twee polen . ervaring.zijn de hefbomen om de algemene doelstellingen a.pass wil in 2010 de verschillende communicatiekanalen optimaliseren om méér kandidaten te werven die kwalitatief sterk staan. Heterogeniteit versus eigenheid is cruciaal in de instroomfase.pass potentieel om de overtuigende eigenheid van het voorstel te ontwikkelen in het voorgenomen onderzoekstraject. etc).pass op heterogene doelgroepen. Elke student stelt zijn persoonlijk traject samen uit het aanbod in combinatie met individuele mentoring. selectie) en doorstroom (individuele studietrajecten door organisatie van het opleidingsmodel: aard. In de uitstroomfase tenslotte neemt a.pass op heterogeniteit vs eigenheid. Concreet zal ook een actieplan worden geformuleerd om de communicatie over de a. a. welke begeleiding. De kandidaat moet voor aanvang zelf aangeven hoe zijn onderzoek zich leent tot samenwerking en hoe hij zelf zijn onderzoek organiseert en wil realiseren. De gewenste diversiteit is onderzoeksgerelateerd (artistieke achtergrond. tools. Een a.pass student is bij uitstek autonoom in de samenstelling van zijn programma maar wordt geadviseerd door de pedagogische staf die een coördinerende rol opneemt en zo ook eventuele problemen kan detecteren. welk eindresultaat.s-opleiding te intensifiëren en concretiseren. a. en persoonsgerelateerd (gender. voorkomen en verhelpen. De stafleden streven naar (visuele) eenvormigheid in de geschreven communicatie en werken actief mee aan de ‘branding’ van a. 79 | voorZIENINGEN . 2 s t u d i e b e g e l e i d i n g Het beleid van a. In de uitstroombegeleiding stelt a. herkomst. De doorstroombegeleiding is bijgevolg zeer gedifferentieerd maar steeds eigen aan de noden van het onderzoek van de student. Het zijn de leidende principes bij instroombegeleiding (advies. De ‘call for projects’ en brochure zijn een expliciete uitnodiging tot verscheidenheid door transdisciplinariteit en schetsen de principes van samenwerking en self-organisation. met welke middelen.pass te verwezenlijken op het niveau van studentenbegeleiding.in vier aspecten .pass op het vlak van studiebegeleiding is gericht op heterogeniteit & samenwerking en op eigenheid & self-organisation. sociale achtergrond. Samenwerking versus self-organisation is cruciaal in de doorstroomfase (zie hoger in onderwerpen 1 en 2). werving .pass.pass model mikt a.2. discipline.fa c e t 4 .

pass. etc. Zelden is het zo dat iemand die algemene informatie vraagt en die vervolgens wordt doorverwezen naar de site en naar de brochure/call for projects.pass als internationale onderzoeksomgeving. mét de vraag deze verder te verspreiden. Het ontbreken van deze informatie is een grote handicap in de werving van nieuwe studenten aangezien het beeld dat men kan krijgen via de site erg troebel is. Dit geeft ook aan dat de communicatiestijl binnen de opleiding direct en informeel is. raadpleeg ook de brochure van a.pass beschikt over een uitgebreide.pass is het meest directe kanaal waarlangs geïnteresseerden informatie kunnen inwinnen over de opleidingen van a. a. Het is in ieder geval van belang om onmiddellijk te reageren op dergelijke vragen opdat de betrokkene zijn interesse beantwoord voelt.4. Regelmatig wordt ook telefonisch geïnformeerd naar de toelatingsvoorwaarden en selectieprocedure. Het is absoluut noodzakelijk dat de volledige planning van alle activiteiten per blok gepost wordt op de site. terwijl deze wel het eerste visitekaartje is voor de buitenwereld. ook daadwerkelijk een onderzoeksvoorstel indient. Website: www. Zelfs als de vragen zeer algemeen zijn.pass. ‘Studiegids’ is niet meteen het meest gepaste woord voor deze informatiebrochure.apass. (oud)studenten. geeft de website een beeld van het soort onderzoek dat binnen a. artist-meetings.pass met ‘call for projects’. en tot on line publicatie van alle plannen en sporen van de opleidingen. onderstreept onderwijstaal De aandacht gaat naar de collectieve leeromgeving.be De website van a. De compacte teksten maken van het boekje een PR instrument met een helder pleidooi voor de doelstellingen van a. inclusief inhoudelijke beschrijvingen van de workshops. onderwijsjargon wordt vermeden om het doelpubliek niet af te schrikken door een formele onderwijskundige benadering. Ervaring leert dat de mailing de meeste reacties oplevert : meestal blijkt dat kandidaten op basis van de (doorgestuurde) call for projects hun onderzoeksvoorstel indienen. Het belang van actief en passief netwerken (persoonlijke en professionele netwerken staf. reading sessions. Met de expliciete internationale gerichtheid en het Engels als voertaal in de opleidingen.pass. Dit werkt meestal motiverend om ook daadwerkelijk een onderzoeksvoorstel in te dienen. gastdocenten.1. Mailinglist en reacties a. wordt er veel te weinig gebruik van gemaakt. zer | apass . een antwoord op maat gegeven worden.pass. het waarom is moeilijk te achterhalen.pass brochure In de loop van 2009 werd een engelstalige brochure aangemaakt met daarin verwerkt de call for projects. De PR via de website is ondermaats. Dit is een vaststelling.2. genereert de meest directe aandacht voor de opleiding. internationale mailinglijst (contacten in breed artistiek veld) die op geregelde tijdstippen (minstens 1 keer om de 4 maanden) de ‘Call for projects’ toegestuurd krijgt. informatie en interactie. Feedback over het eerste contact met kandidaten geeft aan dat die eerste menselijke reactie erg aantrekkelijk is en zelfs doorslaggevend kan zijn. wat een idee geeft van de kleinschaligheid van de context.1 Informatiekanalen .pass wordt verricht.informatie aan potentiële studenten Networking Mond-aan-mondreclame in een zich steeds verder vertakkend netwerk rond a. om zo een transparante inkijk te bieden op de inhoudelijke binnenkant van a. kan via de aard van de interesse en de persoonlijke achtergrond en huidige ambities. Ondanks de gigantische mogelijkheden van de website tot communicatie. Naast de contactgegevens. samenwerkingspartners) is het meest effectieve kanaal voor de naamsbekendheid van a.

Er wordt ook gestreefd naar de realisatie van een applicatie op de website die kandidaten toelaat zich online te registreren voor de selecties.informatie over inschrijvingsprocedure (noodzakelijke administratieve documenten: kopie diploma en paspoort.2. Deze gedeelde aanpak vraagt een extra inspanning.pass en over onderwijsdoelstellingen (informeel) -. Dit valt samen met de voorziene update van de site waarvoor een nieuwe homepage wordt aangemaakt (gepland tegen mei 2010).1.s op te stellen en tot uitvoer te brengen in 2010. krijgt vervolgens: -. betalingsmodaliteiten en voorwaarden vermindering inschrijvingsgeld) -.pt en a.mail met informatiebrochure a.informatie over aanvang opleiding Bij inschrijving: -.pass.informatie over beslissing selectiecommissie Wie geselecteerd wordt.pass a. Die zal dan alle algemene info over a. 4.Hier loopt het soms mis aangezien de opleidingscoördinatoren niet steeds de prioriteit geven om individuele vragen omstandig persoonlijk te beantwoorden. visum. een universitaire masterna-masteropleiding.studentenkaart -.pass mailbox waar deze vragen veelal in belanden. realiseren zich vooraf niet altijd dat er ook effectief een opleidingsprogramma is vastgesteld waartoe ze zich engageren in het studentencontract.pass en bijkomende vragen om gegevens voor de administratieve afhandeling van de selectieprocedure -. krijgt in principe achtereenvolgens: -.pt. Door ondertekening accepteren ze eveneens de onderwijs-en examenregeling. of een op onderzoek en training gerichte werkplaats.uitnodiging voor interview over de inhoud van hun voorstel en voor een informatiemoment over de a.2.pass gelijkvormig verzamelen.ontvangstbericht van het voorstel met de mededeling dat hij/zij binnen de maand een reactie mag verwachten over het voorstel -.pass al dan niet een voltijdse opleiding is.s Het is noodzakelijk om een actieplan voor de communicatie over a. en het huishoudelijk reglement. gegenereerd uit nieuwsupdates op de websites. waarbij a. wat sommige interne documenten relatief 81 | voorZIENINGEN .pass is in hoofdzaak Engels.opleidingscontract -. Onderzoekers die zich na selectie inschrijven bij a.s de inhoudelijke informatie over onderzoeksprojecten en gerealiseerde programmaonderdelen bevatten.2 Actieplan communicatie en te ontwikkelen informatiekanalen actieplan communicatie a. niet/nauwelijks gebruiken/controleren.1.sleutelkaart Ondanks de behoorlijk volledige informatie in de brochure. blijft vaak verwarring bestaan of a. Bestuurstaal van Posthogeschool voor Podiumkunsten is Nederlands en voertaal in a.3 Begeleiding van kandidaten & nieuwe studenten Verloop Wie zich kandidaat stelt met een onderzoeksvoorstel. terwijl de deelsites van a.s kan profiteren van de grotere naambekendheid van a. Een bijkomend probleem is dat ze hun a. 4. aanmaak nieuwsbrief en online registratie applicatie Naar het einde van het jaar toe zal ook een nieuwsbrief gecreëerd worden.

pass houdt zich tot doelstelling voortaan ook specifiek aandacht te besteden aan de transparantie van het evaluatiesysteem en duidelijker te communiceren over de doelstellingen. dramaturgisch maar ook administratief en technisch verregaand ondersteund in hun onderzoek. preventie en remedie van problemen in de studievoortgang.pass deelnemersgroep is er een verwelkomende ‘self-organising’ dynamiek voor nieuwkomers. aanpak en consequenties van permanente evaluatie van studenten en hun rol daarin. Doorheen het traject is de mentoring door de pedagogische staf (3 voortgangsgesprekken per blok) het permanente kader voor detectie. De verwachtingen en de beschikbare tools worden in alle communicatie over en door a. Detectie zer | apass . het netwerk. a.pass. interne procedures en reglementen. waarbij ‘ouderen’ het gemakkelijk op zich nemen om nieuwkomers te introduceren in de organisatorische principes van de opleiding. In die fase worden studenten productioneel. Deze plannen zijn noodzakelijke acties om de instroombegeleiding duidelijker. betaling.online ‘welcome pack’ en ‘reader’ online met duidelijke en gestructureerde informatie (inclusief visumprocedures extra EU’ers en registratieverplichtingen bij aankomst) Met andere woorden: a. doen studenten meer een beroep op specifieke vormen van ondersteuning en begeleiding.2 stuDIEBEGElEIDING tIjDENs DE oPlEIDING Self-organisation en samenwerking zijn inhoudelijke en operationele principes in de studiebegeleiding van a. Openingsweek In de a. krijgen een handleiding op maat over de procedures om een geldig verblijfsdocument te verkrijgen als student. efficiënter en gedetailleerder te maken. begeleidend document voor buitenlanders en extra EU’ers. inhoudelijk. Naarmate hun onderzoek naar de eindfase toe evolueert.2. intensiteit van zijn begeleiding door de curriculumsamenstelling die hij maakt uit het programma-aanbod.pass expliciet geformuleerd en ook aan het begin van elk nieuw blok uitgebreid toegelicht tijdens de openingsweek. inhoud. in het bijzonder voor de voorbereiding van eindpresentaties of onderzoekspublicatie.vertalingen van de reglementen worden gerealiseerd tegen start blok 2/2010 . Dit wordt aangemoedigd door de intense één-op-één ontmoetingen tijdens de openingsweek van elk blok. Dit betekent dat de student autonoom beslist en kiest in de aard. Tot nu kregen studenten bij aanvang grondige toelichting bij de formele documenten in het nederlands in een persoonlijke informatiesessie. met name: . 4. de stad.pass maakt een aandachtspunt van de formele aspecten van inschrijving.ontoegankelijk maakt voor buitenlanders. Hij kan die begeleiding naar eigen behoeften en voorkeuren organiseren. voorwaarden voor vermindering inschrijvingsgeld. Preventie Er zijn allerlei hefbomen ontwikkeld binnen het opleidingsmodel om zo veel mogelijk studenten de ondersteuning te bieden die ze voor zichzelf ideaal achten. a. vorm. Kandidaten uit het buitenland die nog niet in België woonachtig zijn.pass onderneemt tegen volgend blok de nodige stappen om de begeleiding van kandidaten en nieuwe studenten meer op maat te bernegen van anderstalige studenten.

kwaliteit van voorzieningen. Door het mentoringsysteem kan heel makkelijk worden opgevolgd in welke mate de student self-organising is. psychische problemen. hulp bij opmaken dossiers voor beurzen of subsidies. gebruik infrastructuur a.pass voor creatie of repetities). Deze gesprekken beperken zich tot het inhoudelijke aspect van de opleiding maar dienen ook om op andere vlakken de tevredenheid van studenten te meten (o. De mentoringgesprekken (1e lijnsbegeleiding) dienen eveneens als momenten voor programma-evaluatie en studententevredenheidsgesprekken om tekorten in of tekortkomingen van de opleiding of begeleiding op te sporen. dedicated mentoren om een genuanceerd beeld te krijgen op de tevredenheidsgraad en kwaliteitservaring van de begeleiding. Een halfjaarlijkse evaluatievergadering met studenten kan hierin bijdragen. Samen proberen we om de best mogelijke oplossingen te bedenken opdat zij hun onderzoek naar voldoening kunnen verder zetten. etc met het oog op doorstroming naar het praktijkveld. 83 | voorZIENINGEN . geen verandering komen.pass opleidingen. werkplaatsen. permanente uitnodiging om gratis deel te nemen aan de a.pass bestaat dus ook uit (niet-gespecialiseerde) psychische en menselijke steun aan studenten in moeilijkheden. 4.3 uItstroomBEGElEIDING a.pass.pass opereert als zelfstandig instituut. zolang a. productionele begeleiding.a. subsidiënten.pass neemt allerlei initiatieven om de ex-participanten te ondersteunen (promotie van hun onderzoeksresultaat inboekvorm of performance. studiebelasting. Deze nauwe opvolging is een vangnet voor studenten die de voorziene studiebegeleiding beperkt opnemen of links laten liggen. festivals. Remedie De studiebegeleiding van a. Hierin zal op korte termijn. organisatie van activiteiten). financiële problemen.pass activiteiten.pass ook tegemoet aan de professionele behoeften van afgestudeerden om gebruik te maken van het internationale a. Het team van a. In de huidige situatie zijn er geen gespecialiseerde sociale diensten (3e lijnsbegeleiding) waarbij studenten voor gepersonaliseerde hulp terecht kunnen bij problemen met huisvesting.pass-netwerk van organisatoren. leden artistieke raad.2. informatieverstrekking aan studenten. al dan niet met een pauze.De verantwoordelijkheid voor het verwerven van kennis en vaardigheden en onderzoekscompetenties ligt grotendeels bij de student zelf maar hij kan ten alle tijden hulp en begeleiding inroepen.pass houdt in deze gevallen rekening met de omstandigheden waarin de student zich bevindt en biedt hulp bij het zoeken naar oplossingen. De betrokken gesprekspartners moeten niet beperkt blijven tot de pedagogische coördinatoren maar dienen uitgebreid te worden naar de andere vaste medewerkers (2e lijnsbegeleiding). waarbinnen de algemeen coördinator formeel de rol opneemt van ombudsvrouw van de a. gebruik documentatiemateriaal en materiële voorzieningen a. In de uitstroomfase komt a.

pass.welcome pack en ‘reader’ samenstellen voor efficiënte instroombegeleiding (tegen blok 2/2010) zer | apass . huishoudelijk reglement) .{ krItIschE aNalysE Sterktes: .heterogeen doelpubliek & uitnodigende communicatie: niet-onderwijsgerichte karakter van communicatie geeft verwelkomende eerste indruk aan kandidaten die niet op zoek zijn naar duidelijk vastliggende trajecten maar naar een open omgeving om hun onderzoek in te situeren .s .algemene communicatie over a.eentaligheid interne formele documenten (O-ER.s voor verhogen instroomkwantiteit a.in 2010 opstellen en realiseren actieplan a.transparant beschrijven van evaluatiesysteem in interne informatieverstrekking aan het begin van elk blok .vertaling interne documenten (O-ER.deadlines instroombegeleiding nauwgezet opvolgen .s .transparantie van de evaluatie Aanpak .pass model geïntegreerd systeem van self-organised studiebegeleiding Aandachtspunten .pass met duidelijke ‘branding’ .in a. in het bijzonder kwantiteit instroom a. huishoudelijk reglement) naar Engels (tegen blok 2/2010) .uniforme en gecoördineerde communicatie over a.

85 | voorZIENINGEN .

zer | apass .

valt niet eenvoudig te vatten in een 'formeel' systeem van kwaliteitszorg.pass erkent de vraag om de kwaliteitszorg ook formeel aan te pakken. het referentiekader van de kwaliteitszorg is internationaal op het niveau van studenten. 0 b e l e i d k w a l i t e i t s z o r g Het principe van samenhang dat a. 8. bestuurders zijn gelijkwaardige partners in het proces van kwaliteitszorg en zetten zich solidair in voor de kwaliteit in alle facetten van de werking. centraal in de kwaliteitszorg staat de artistieke ontmoeting. a. In het meerjarenbeleidsplan 2010-2011 is de optimalisering van de kwaliteitszorg door de invoering van een samenhangend kwaliteitszorgsysteem een prioritair actiepunt. informele interne en externe communicatie is de belangrijkste aanvullende bron van kwaliteitsborging en verbeterbeleid. het opleidingsmodel is de operationele vertaling van de visie op onderwijs en onderzoek en is georganiseerd met het oog op permanente kritische reflectie en verbetering. a. Deze visie vertaalt zich in volgende uitgangspunten : 1. a. alleen wordt die in praktijk verder geformaliseerd. Dit betekent geen verandering in de basisaanpak. 4. Concreet ontwikkelt en implementeert a. zijn tot nu toe de leidraad voor de kwaliteitszorg geweest. 9. Het streven naar de ideale onderzoeksbegeleiding leidt tot een zo hoog mogelijk onderwijsrendement. docenten. 7. 6. self-organisation.pass in 2010 de passende tools en formats voor de coördinatie en ondersteuning van het kwaliteitszorgproces aan de hand van de bestaande structuur en inherente instrumenten van het a. 3. sinds het begin van het opleidingsmodel als een noodzakelijke reflex aanwezig. kwaliteitszorg in onderwijsverstrekking is onlosmakelijk verbonden met kwaliteitszorg in management. samenwerking.pass hanteert. van gasten en netwerken van partners.kwaliteitszorg onderwerp 5: interne kwaliteitszorg fa c e t 5 . het interne systeem van kwaliteitszorg beoogt de versterking van een kwalitatieve samenhang. 2. de bestaande kwaliteit te borgen en controleren en streefdoelen gefaseerd te ontwikkelen. 5. eigenheid en professionaliteit. studenten.pass werkt samen met een netwerk van professionele partners die vanuit het beroepsveld of academische veld een hoog kwaliteitsniveau garanderen. alle medewerkers. de visie op onderwijs en onderzoek wordt gekenmerkt door transdisciplinaire kennisuitwisseling. uItGaNGsPuNtEN kWalItEItsZorG Het beleid voor interne kwaliteitszorg vertrekt vanuit de basisvisie dat a.1.0.pass is één samenhangend geheel vormt.pass opleidingsmodel en organigram. 5. Informele kritische feedback en permanente zelfevaluatie. heterogeniteit. 87 | kWalItEItsZorG .pass hanteert de eigen logica om in de dagelijkse werking verbeterpunten te detecteren.

opvolging.en in overeenstemming met de doelstellingen van a.het systeem steunt op de opbouw en het onderhoud van een intense communicatie met allen die relevant zijn voor de optimalisering van de opleidingen > Naast de geformaliseerde kwaliteitszorg.pass permanent bij te sturen .0.2 cyclische aanpak van de kwaliteitszorg . .3.het kwaliteitszorgbeleid en de ontwikkeling van het kwaliteitszorgsysteem valt onder de verantwoordelijkheid van het College van Dagelijks Bestuur dat hierin wordt bijgestaan door de bestuurders > het College van Dagelijks Bestuur is dus het coördinerend advies.pass zijn . observatie. productievergadering en Raad van Bestuur).0. onderzoek.5.bewaking en verbetering van de kwaliteit van beleidsmatige.3. De raad van bestuur heeft de controlefunctie. . Alle medewerkers zijn alert voor de kwaliteitsbewaking en brengen relevante informatie uit informele ontmoetingen op de agenda's van de respectievelijke advies. onderwijsverstrekking. 5.de artistiek-pedagogische leiding is bepalend voor de richting van de kwaliteitszorg > in hun functie van permanente mentoren van alle onderzoek nemen de coördinatoren vragen rond kwaliteitservaring mee in elk gesprek met de studenten. Op basis daarvan .en beslissingsorganen (College van Dagelijks Bestuur. 5. tools en formats waarmee de kwaliteit systematisch kan worden getoetst en verbeterd.de implementatie van het systeem en van eventuele verbetertrajecten valt onder de verantwoordelijkheid van de staf > de staf ontwikkelt de procedures. .0. . analyse en verbetering parallel .0. onderzoeksbegeleiding en van de evaluaties.bewaking en verbetering van de kwaliteit van onderwijs.de voortdurende kritische houding ten opzichte van realisaties is de motivatie om a.1. .bewaking en verbetering van de samenhang tussen beide door een verbeterde samenwerking en een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen.de streefdoelen worden cyclisch bijgesteld 5.3 actieplan voor kwaliteitszorg (zie verder onder 5. strategische en operationele processen en evaluatie van deze managementprocessen.3 oPEratIoNElE raNDvoorWaarDEN Dit vraagt om volgende operationele randvoorwaarden: 5.formuleren zij voorzetten voor verbetering.3.1 actIEPuNtEN kWalItEItsZorG) zer | apass .pass .in het actieplan lopen de fases van planning.2 DoElstEllINGEN vaN hEt kWalItEItsZorGBElEID De doelstellingen van het kwaliteitszorgbeleid van a.en communicatieorgaan voor kwaliteitszorg. is de informele communicatie een vorm van permanente meta-evaluatie.0.1 gezamenlijk verantwoordelijkheid voor kwaliteitszorg .

de reorganisatie van het opleidingsmodel naar een gedeeld model voor a. .4.1. jaarlijkse herziening opleidingsprogramma. Zo vormen zij de basisinstrumenten van de interne kwaliteitszorg.pass onderwijs en aan de hand van bevindingen hierbij snel en functioneel de aandachtspunten corrigeren met geconcretiseerde verbetertrajecten en nieuwe streefdoelen. Streefdoel: Via verslaggeving door coördinatoren inzichtelijk maken van peilingen bij en feedback door studenten en docenten over kwaliteit van het a. recurrente.2 actiepunten met het oog op kwalitatief management van het kwaliteitszorgproces Streefdoel: Transparante. formuleert bevindingen in een geschreven evaluatie per blok van alle workshops en onderwijsactiviteiten.1. al delen alle betrokkenen van a. huishoudelijk reglement.de pedagogische staf analyseert de verzamelde gegevens.de pedagogische staf maakt een evaluatieplanning op en koppelt deze aan een evaluatiedossier dat wordt gehanteerd bij elk mentoringgesprek.de pedagogische staf initieert en coördineert de verbetertrajecten die resulteren uit voorgaande aanpak (o.s.1 actIEPuNtEN kWalItEItsZorG De actiepunten laten zich het makkelijkst vertalen aan de hand van hun toewijzing aan telkens de primaire speler in het organigram. O-ER) . en koppelt hieraan verbeterplannen die worden bijeengebracht door College van Dagelijks Bestuur en worden voorgelegd aan raad van bestuur . 5. in evaluaties van studenten die voor bepaalde opleidingsonderdelen elders aan het werk zijn in het professionele circuit. inzage geven in beslissingen College van Dagelijks voor het o-Er en huishoudelijk reglement verwijzen we opnieuw bijlage 0.a. Deze informele aanpak heeft geleid tot ingrepen in het opleidingsprogramma.1. 1 a c t i e p l a n 2 0 1 0 5. formele verslaggeving over kwaliteit van onderwijsverstrekking en -ondersteuning. Primaire speler: Vanaf 2010 formaliseren de pedagogische coördinatoren de onderstaande acties in functie van onderwijsverbetering: .de pedagogische staf maakt schriftelijke verslagen na elke activiteit en verzamelt de evaluaties door studenten en docenten .1. Het flexibele en experimentele karakter van het opleidingsmodel verantwoordt de keuze om meer aandacht te geven aan de integratie van verbeterplannen dan aan de voorafgaande evaluatiesystematiek. Onderstaande driedeling is in zekere zin artificieel gezien de onderlinge wisselwerking tussen de genoemde spelers en het onderliggend principe van cyclische gelijktijdigheid van hun acties.pt en a. De coördinatoren implementeren de bevindingen van het zelfonderzoek systematisch in de werking. behandelt deze op College van Dagelijks Bestuur en brengt verslag uit aan raad van bestuur 5. en actualisering van de lange termijn-visie.1 actiepunten met het oog op onderwijsverbetering Onderwijsverbeteringen zijn tot nog toe het resultaat van de zelfkritische processen van evaluatie. gecoördineerd door de pedagogische staf. 89 | kWalItEItsZorG .fa c e t 5 .de pedagogische staf analyseert de implementatie van verbeterplannen.pass in de zorg voor kwaliteit.de pedagogische staf coördineert de internationale toets van de opleidingskwaliteit en betrekt professionelen in het evaluatiesysteem (in eindevaluaties met jury.1. in de evaluatie van kwaliteit van het onderzoek) .

beheer) Primaire speler: Raad van Bestuur .aansturen en bewaken samenhang a. personeel.pass Primaire speler: College van Dagelijks Bestuur . uitnodigingen gasten. planningen.bevragingsformulier afgestudeerden 5.aansturen en bewaken kwaliteit en functioneren personeel op basis van rapportering door College van Dageliijks Bestuur en functioneringsgesprekken .bevragingsformulier mentoren en workshopbegeleiders . gezien de omvang en de basisprincipes van de opleiding.1.coördinatie van jaarplanning kwaliteitszorgsysteem . jurysamenstelling) en evaluatieprocessen (aanmaken en beschikbaar stellen formulieren voor evaluaties. peers De belangrijkste informatiebron voor detectie van pijnpunten in de a. inzichtelijke informatieverstrekking over kwaliteitzorgsyteem en verwacht aandeel van verschillende betrokkenen) .3 actiepunten met het oog op kwaliteit van samenhang van a.pass in jaarverslag vzw . bewaken en corrigeren financieel beheer door tussentijdse controle financiële toestand vzw 5.formulering verbeterplannen en rapportering aan raad van bestuur . a.aansturen.1.1.pass Streefdoel: Formele controle van wisselwerking tussen beleid en realisaties op het vlak van kwaliteit (van onderwijs. rapporteren aan raad van bestuur en andere controlerende instanties 5.aansturen. En zer | apass .pass in beleidsplan vzw en realisaties beleidsdoelstellingen a.2 INstrumENtEN BIj actIEPlaN De ontwikkeling van een aantal operationele instrumenten ondersteunen de implementatie van het actieplan: .3 INstaNtIEs BEtrokkEN BIj DE INtErNE kWalItEItsZorG Overleg staf/studenten.pass organiseert niet het onderwijs voor zijn studenten maar wel mét hen. resultaten opvolgen en communiceren.implementering kwaliteitszorg in eigen dagelijkse werking door consequente administratieve ondersteuning van opleidingsprocessen (aanmaak PV's.vragenlijst studietijdmeting .actiepunten uitvoeren en metingen organiseren.1.pass opleidingen zijn de studenten. gastdocenten. bewaken en corrigeren van kwaliteitsbeleid en -rapportering door kwaliteitszorg als vast agendapunt .jaarplanning kwaliteitszorgsysteem . Er is geen geformaliseerd studentenoverleg noch een door de studenten gekozen vertegenwoordiging.Bestuur over kwaliteitsbevorderende acties in de dagelijkse werking van a. curriculumfiches.bevragingsformulier studenten .systematische agendering van en rapportering over acties en beslissingen in verband met kwaliteitszorg in management en onderwijsverstrekking .verbetering interne communicatie door agenda en verslag stafvergaderingen .

Ze moeten ingelicht zijn hoe ze deze kunnen laten functioneren. College van Dagelijks Bestuur De bijeenkomsten van het College van Dagelijks Bestuur zijn de reguliere overlegmomenten voor de dagelijkse leiding om de permanente kwaliteitszorg van de opleiding te waarborgen. Stafvergadering Natuurlijk is de eindverantwoordelijkheid van de kwaliteitsbewaking van de onderwijsverstrekking voor het overgrote deel in handen van de dagelijkse onderwijsstaf. Het College van Dagelijks Bestuur buigt zich ook over strategische. 'Beslissingen College van Dagelijks Bestuur' is een vast agendapunt op de agenda van de Raad van Bestuur. formalisering van de verslaggeving is een belangrijk punt in 5. De aanwezigheid van minstens één pedagogisch coördinator tijdens de georganiseerde collectieve momenten van a. docenten en mentoren vertrouwd moeten zijn met deze gedeelde verantwoordelijkheid. participanten. Op deze meetings brengen de stafleden verslag uit over concrete punten rond kwaliteitszorg. Raad van Bestuur/Algemene Vergadering Het College van Dagelijks Bestuur legt verantwoording af aan de Raad van Bestuur door verslaggeving over de inhoudelijke werking en het onderwijsmanagement op elke vergadering van de raad. curatoren. Overleg staf/gastdocenten. de participanten organiseren vanuit een individuele en collectieve verantwoordelijkheid het onderwijs voor en binnen a. Hun rol in de kwaliteitzorg van a. en infrastructurele omkadering) en de algemeen coördinator (administratieve en managementsinstrumenten). In het bijzonder de artistiek-pedagogische coördinatoren zijn verantwoordelijk voor de middelen die ze willen inzetten om hun kwaliteitsbewaking te stroomlijnen en de kwaliteitservaring door alle betrokkenen te laten meten De verantwoordelijkheid voor de kwaliteitsbewaking van de onderwijsondersteuning ligt bij de andere stafleden: de productieverantwoordelijke (de productionele en technische ondersteuning. De beslissingen betreffen meestal het dagelijkse pedagogisch-artistieke beleid en onderwijsadministratieve aangelegenheden en moeten niet unaniem worden genomen.pass als peer-assessor is eerder occasioneel dan permanent. De belangrijke punten belanden op de stafvergadering en vervolgens desgevallend op het College van dagelijks Bestuur of de Raad van Bestuur. Dit gebeurt desgevallend in schriftelijke verslagen na afloop.pass.a. principiële en lange-termijnkwesties. De individuele leden van de artistieke raad treden ook op als mentor van studenten of als jurylid in de eindevaluatie. Dit betekent ook dat alle andere betrokkenen. neemt de algemeen coördinator hiervan nota voor de volgende Raad van Bestuur.2 91 | kWalItEItsZorG . peers De contacten tussen artistiek-pedagogische coördinatoren en gastdocenten of leden van de artistieke raad zijn meestal informeel.pass geeft voldoende aanleidingen tot mondelinge bespreking van eventuele verbetersuggesties in de werkomgeving van a.pass. coördinatoren. artistieke raad.pass hecht hier belang aan het inzetten van het evaluatiesysteem van studenten als periodiek bevragingsmoment én als een meta-evaluatie voor de kwaliteit van onderwijsorganisatie zelf.pass. Op de stafvergaderingen worden punten geagendeerd die betrekking hebben op de kwaliteit van de organisatorische aspecten van a. De duur van de aanwezigheid van een gast is mede bepalend in de mate waarin hij in staat is om de omgeving grondiger te evalueren. Indien er zaken zijn waarover beslissingen moeten worden genomen die onder de bevoegdheid vallen van het College van Dagelijks Bestuur.

De zelfkritische voorbereiding van het zelfevaluatierapport is een hefboom geweest in de detectie van de sterktes van a. regels en sancties Aanpak: . ontmoeting.2. oNDErWIjsvErNIEuWING De onderwijsvisie van a.pass .verslagen maken van vergadering met beslissingen College van Dagelijks Bestuur .pass maar ook van verbeterpunten. transdisciplinariteit.pass dat we willen blijven garanderen als kernkwaliteit van de onderzoeksomgeving van a.pass. is het nodig om de processen in kaart te brengen (observatie & inventarisatie). samengaan van theorie/praktijk en aan hun onderzoeksnoden? De participanten staan immers centraal: als actieve spelers in het experiment en als belanghebbenden in de uitkomst en de eventuele implementatie in het programma. De voornaamste strategie is hier het experiment met de toolbox van de opleiding. De bevindingen en de voorziene aanpak van de aandachtspunten geven aanleiding tot verbetertrajecten op het vlak van: . 2 k w a l i t e i t s z o r g s t e l s e l e n m a a t r e g e l e n t o t verbetering De implementering van een intern kwaliteistzorgstelsel is zoals gezegd een prioritaire opdracht van a.uitvoeren actieplan 2010 fa c e t 5 .1. om te duiden (analyse) en hiaten op te lossen (correctie).duidelijke communicatie over procedures. 5...kwaliteit van de instroom (en in mindere mate ook uitstroom) Daarnaast blijft onderwijsvernieuwing een belangrijk kwaliteitskenmerk van a. gasten en peers omtrent hun kwaliteitservaring .evaluatiesysteem: inzetten als meta-evaluatie en formalisering verslaggeving onderwijsverbetering in combinatie met interne communicatie (tussen stafleden en naar studenten toe) met betrekking tot de formele vereisten van de onderwijsomgeving van a. Om kwaliteit na te streven. Het criterium is hier de meerwaarde voor de opleiding en individuele participanten: voldoet deze sessie (workshop.) aan onze criteria: zelf-organisatie.agenda en verslag produtievergadering . samenwerking.{ krItIschE aNalysE Sterktes: .kwaliteitsbeleid dat aansluit bij de doelstellingen én bij de dagelijkse werking zodat verbetering kan vertrekken vanuit bestaande context Aandachtspunten: .pass in 2010.bevraging van studenten.onderwijsevaluatie door studenten . De onderwijsvisie incorporeert die kritische houding: het in zer | apass .genummerde lijst bijhouden beslissingen College van Dagelijks Bestuur .pass bevat een heleboel hefbomen tot onderwijsvernieuwing om tot verbeterde leerprocessen te komen.. Zij hebben dus een grote verantwoordelijkheid als critici.

5. Dit is niet alleen een manier om te peilen naar de inhoudelijke feedback die de student doorheen de sessie heeft vergaard maar het is ook een instrument om de efficiëntie te meten van het mentoringsysteem an sich. Hetzelfde geldt voor de mentoringsessies: na elke mentoringsessie worden de participanten verwacht een schriftelijk verslag te maken door het beantwoorden van een aantal vragen op een standaard formulier. 5. DocENtEN. indien nodig. Dit vereist een duidelijke en heldere communicatie van de stafleden. Een deel van de vragen kan meteen opgelost worden en wordt dus gefilterd door het aangesproken staflid. Een verantwoording over de budgetbesteding van de individuele mentoring is eveneens procedureel vastgelegd. Vaak is het een kwestie van wie men het eerste kan aanspreken.1 Onderwijsevaluatie door studenten Evaluatie van de a. en andere door a. docenten en peers met het oog op verbetertrajecten en hanteert hiervoor een checklist kwaliteitservaring in de mentoringgesprekken.de praktijk toetsen van experimentele formats is een vorm van gespecialiseerde en gedeelde onderwijskundige vorming. PEErs Feedback over de kwaliteitservaring wordt doorgaans gegenereerd in de geplande mentoringsessies of in toevallige gesprekken naar aanleiding van concrete vragen en noden. De opvolging van de formele en informele (zelf)evaluaties gebeurt door de pedagogisch coördinatoren faciliteert de onmiddellijke verwerking van de resultaten per blok en beïnvloedt de samenstelling van het volgende blok.pass georganiseerde en aangeboden activiteiten) Voor elke workshop (reading session.2. Docenten. Dit gebeurt niet altijd. Maatregelen tot verbetering: De pedagogische staf is belast met de formele verslaggeving over de gegenereerde feedback door studenten. De belangrijke punten belanden op de stafvergadering en vervolgens desgevallend op het College van dagelijks Bestuur of de Raad van Bestuur. etc) worden de participanten gevraagd een evaluatieformulier in te vullen. Zo kan de studiedruk worden gemeten en. Maatregelen tot verbetering: De staf benadrukt in de communicatie over evaluaties de formele vereisten van 93 | kWalItEItsZorG . Op termijn is het wenselijk om op regelmatige tijdstippen de studiebelasting te bevragen. Anderzijds is kleine schaal van de opleidingen en de intensieve onderlinge communicatie wel een sterk vangnet om toch een goed zicht te hebben op de opinies van de studenten over hun opleiding. reading sessions.2.2 BEvraGING Naar kWalItEItsErvarING Door stuDENtEN. Feedback vanwege studenten bevestigt dat ze opgetogen zijn over deze gang van zaken. Het belang van de evaluaties van de participanten moet benadrukt blijven. Studenten maken gebruik van de open één-op-één relaties met de stafleden om verbetervoorstellen met betrekking tot de onderwijsorganisatie of begeleiding kenbaar te maken. De grote wendbaarheid van het model laat snelle aanpassingen toe.2.pass toolbox (workshops. stafleden én studenten optimaliseren zo het onderwijs. Bovendien geeft deze evaluatie aan elke participant ook een forum parallel aan de informele mondelinge evaluaties om eventuele ontevredenheden te formuleren. het programma worden bijgestuurd. Participanten er systematisch aan herinnerd worden (door de staf) dat hun formele onderwijsevaluatie een vorm van kwaliteitsbewaking is. Soms kan deze informele aanpak leiden tot de veronderstelling bij studenten dat regels en procedures niet belangrijk zijn.

leveren de verslagen door gasten voldoende informatie over meta-context van onderzoek in a.pass onderzoekers voldoende kwalitatief sterk om een referentieel kritisch klankbord te zijn voor hun collega's B. Maatregelen tot verbetering: Opnemen van studietijdmeting in jaarplanning kwaliteitszorg 5. Inhoudelijke kwalitatieve evaluatietools a. Om dit beeld te vervolledigen en de toets te kunnen maken of de bestede 'reële' studietijd in overeenstemming is met de begrote studietijd van het gehele programma. EvaluatIE PartIcIPatIE EN mEDEWErkING tIjDENs coNtactmomENtEN: Deze vorm van evaluatie (een vorm van permanente evaluatie) heeft geen baat bij records. De beperkte groep is overzichtelijk voor de coördinatoren.pass voor analyse kwaliteit onderzoeksomgeving . Deze zer | apass .2 Studietijdmetingen De studietijd kan gedeeltelijk gemeten worden op basis van de curriculumfiche en de mentoringverslaggeving.is de kritische massa van de a.leveren de verslagen van de contactmomenten door de studenten voldoende informatie voor analyse kwaliteit onderwijsverstrekking & opleidingsprogramma en verbeterplannen . reading sessions).is de dedicated mentoring voldoende op maat van heterogene groep en de heterogene aard van het onderzoek . workshops. Normatieve evaluatietools .3. Dit laat toe om een gedeeltelijk beeld te vormen van de studietijd besteed aan workshops en het begeleide deel van het onderzoek van de student. workshopstudenten.2.zijn de verslagen van de mentoring sessies door de coördinatoren voldoende richtinggevend over de studievoortgang van de student . mentoringgesprekken door dedicated mentors.2. 5. Het mentoringaandeel in het curriculum van een blok wordt als addendum bijgevoegd.is de dedicated mentoring verplicht te maken voor studenten wiens onderzoek gebaat is bij stoorzenders .welke aspecten van de opleiding kunnen worden geëvalueerd (indien door coördinatoren) . schriftelijke verslagen door student per contactmomenten (mentoring. schriftelijke verslagen van contactmomenten door mentoren.is de uitkomst van elk mentoringgesprek een duidelijke taakstelling naar de onderzoeker . EvaluatIEsystEEm als motor voor oNDErWIjsvErBEtErING a. peer assessments meta-evaluatie van permanente evaluatievormen .zijn de gesprekken inhoudelijk goed afgestemd op onderzoek van student .de kwaliteitszorg in de opleiding. PErmaNENtE EvaluatIE: in de vorm van mentoringgesprekken door de opleidingscoördinatoren (twee maal verplicht per blok). Een cyclische aanpak van observatie. is een periodieke studietijdmeting aangewezen. analyse en correctie laat toe de resultaten van die meta-evaluatie in te zetten voor onderwijsverbetering.De curriculumfiche geeft informatie over het aantal activiteiten waartoe de student zich bij aanvang van het blok engageert en geeft derhalve het referentiepunt aan bij de individuele studietijdmeting.pass onderscheidt een aantal tools en koppelt daaraan een meta-evaluatie.2. Dit kan schriftelijk gebeuren op basis van een vragenlijst maar wordt ook meegenomen in de evaluatiegesprekken door de coördinatoren mits het aftoetsen van steeds eenzelfde reeks basisvragen bij elke toets.

hoe scherper a. Wie geen master is.biedt de leeractiviteit aan alle deelnemers voldoende mogelijkheden tot participatie en maakt elke student er adequaat gebruik van . De gehanteerde procedure is een efficiënte filter. Pas wanneer een student de leeromgeving en constructieve dialoog verstoort. moet aan een bijkomend criterium voldoen. . door wie. externen) . Op dat moment zijn die bevindingen aanleiding om een procedure tot uitsluiting te starten (waarbij het herstel van een werkbare situatie tot het eind het doel blijft). Een tweede aspect van de kwaliteitszorg instroom is een kwantitatieve zorg: voor a. Een conditio sine qua non hierbij is de kwaliteit van kandidaat-onderzoekers.is er voldoende gecommuniceerd waarom hun participatie belangrijk is en welke vorm van medewerking van hen wordt verwacht en over de criteria op basis waarvan hun medewerking zal worden beoordeeld (door medeparticipanten.4.a. die voorschrijft dat de kandidaat een onderzoeksvoorstel moet indienen overeenkomstig een aantal criteria.is duidelijk voor afstuderenden wat de functie van de presentatie is en (samenhangend daarmee) in welke context de presentatie zal worden gekaderd door evaluatiecommissie.is die zelfevaluatie een hefboom tot self-organised action .levert de feedback van de eindjury ook informatie over kwaliteit van andere aspecten van de opleiding 5.is in de voorbereiding van de presentatie nagedacht over communicatieve doelstellingen en is de participant daarin voldoende begeleid . PortfolIo: het portfolio is de materiele exponent in het leerproces van self-organising en collabortive researcher meta-evaluatie van portfolio als evaluatievorm o. (EIND)PrEsENtatIEs: In een artistieke onderzoeksopleiding wordt verwacht dat de format voor de presentatie tegelijkertijd onderdeel is van de artistieke praktijk van de participant (welk medium die ook kiest) en tegelijkertijd communiceert over het gevoerde artistiek onderzoek (in welke format dan ook) meta-evaluatie van eindpresentatie als evaluatievorm .2.4 kWalItEItsZorG INstroom/uItstroom 5.helpt het portfolio tot zelfkritische reflectie en communicatie .zegt de kwaliteit van het portfolio iets over de kwaliteit van het verrichte onderzoek D. wordt het van belang om vaststellingen te noteren.is de medewerking zelf meetbaar in termen van te verwerven competenties als onderzoeker c. De ratio van 1/2 die richtinggevend wordt ge- 95 | kWalItEItsZorG .s geldt dat hoe onderzoekers zich kandidaat stellen.is de keuze van juryleden en hun evaluatiecriteria representatief als professionele peer-assesment .evaluatie gebeurt meestal op de stafvergaderingen.1 Instroom De collectieve onderzoeksomgeving staat en valt met de kwaliteit van het onderzoek. meta-evaluatie van participatie als evaluatievorm .2.pass de selectiecriteria kan toepassen. begeleiders.is de opleidingsactiviteit bij voorbaat zo geconcipieerd dat de mogelijkheden tot participatie en uitwisseling maximaal ingebouwd zijn .wordt duidelijk in de presentatie dat participanten inzicht hebben verworven in de problematiek . wat er wordt geëvalueerd .pt en a. Om die kwaliteit te garanderen is naast het criterium van het masterdiploma in de selectieprocedure een verplichte selectieproef opgenomen.

Dit geldt zeker voor de doctoraatsbegeleiding (a.pass 'wat moet het niveau van onderzoek zijn dat binnen de opleidingen van a.pass researcher om het onderwijsmodel te laten slagen.pass legt de lat nog iets hoger. academisch en onderzoeksveld.website inzetten als tool om geïnteresseerden warm te maken voor opleiding .in eigen land persoonlijke contacten leggen met hogere kunstopleidingen voor instroom in a.v. Een moment waar de balans kan worden opgemaakt over het geheel van de opleiding en de mate waarin deze heeft beantwoord aan de verwachtingen/noden van de student in kwestie. de kwaliteitsnormen van peers en externe belanghebbenden. (open) workshops en publicaties aangrijpen als publieke momenten voor geïnteresseerd testpubliek met potentiële kandidaten die zo kennis kunnen maken met a.eindpresentaties.s maar ook voor begeleiding doctoraal onderzoek aan de instellingen .2 Uitstroom De kwaliteit van de uitstroom wordt geborgen doorheen het intensieve begeleidings. wanneer het met name deze stakeholders zijn die de eindpresentaties beoordelen.pass geen aparte wervingsprocedure heeft. De zorg voor borging van kwaliteit van de instroom toont zich in meer aandacht voor de voorbereiding van kandidaten: verbeteren van instroombegeleiding is nodig om voorafgaand aan en tijdens en na de selectieprocedure de kandidaten grondig te informeren over wat de verwachtingen zijn van een a.pass en die als vertegenwoordiger van het veld een bijkomende assessment (second opinion) kan bieden van het artistieke werk van de kandidaat De zorg voor toename in kwantiteit van de instroom wordt vertaald in enkele actiepunten bij een toegespitste communicatiestrategie: . De impliciet overheersende vraagstelling in de kwaliteitszorg van a. Maatregelen tot verbetering: .pass omgeving . De vraag naar het niveau van onderzoek t.o.4.noemd in de Beheersovereenkomst wordt gehaald maar a.verlagen van administratieve drempels: administratieve instroombegeleiding systematiseren (indienen proposal online formulier.pt en a.rc) waarvoor a.2. Na afronding van het programma vindt gewoonlijk een informeel globaal feedbackgesprek plaats met elke afgestudeerde.en evalautiesysteem dat inherent is aan de werking van het a.pass wordt verricht om te kunnen beantwoorden aan kwaliteitsnormen van peers en externe belanghebbenden?' wordt een concreet beantwoord in de kwaliteitszorg van de uitstroom.potentiële studenten beter informeren over principes van self-organisation & collaboration en hun individuele verantwoordelijkheid in het maken van de opleiding (als onderdeel van intake gesprek) .uitbreiding van mailing list internationaal (mond-aan-mond) met europese hogere kunstopleidingen . wordt ook expliciet getoetst door middel van peer assessments in samenwerkingen met partners in artistiek.pass opleidingsmodel.via internationale samenwerking netwerkingcontacten uitbreiden . registratieverplichtingen bij vestiging als student) online beschikbaar stellen 5. automatische bevestiging ontvangst application en informatie over inschrijvingsprocedure) en duidelijke informatie (inschrijvingsprocedures. zer | apass . visumvoorwaarden.snel en gepersonaliseerd antwoorden op vragen van geïnteresseerden .samenstelling selectiecommissie: naast de opleidingscoördinatoren ook lid artistieke raad die het voorstel van de kandidaat kan kaderen in de leercontext van a. criteria vermindering inschrijvingsgeld.

{ krItIschE aNalysE Sterktes: . grote wendbaarheid laat ook snelle aanpassingen toe in functie van onderwijsverbetering en -vernieuwing Aandachtspunten .kwaliteit (via kwantiteit) instroom Aanpak .maatregelen tot verbetering (zie hierboven) omzetten in praktijk 97 | kWalItEItsZorG . invloed op samenstelling van het volgende blok.verwerking van resultaten evalauties per blok.Maatregelen tot verbetering: Van deze slotevaluatie zou een verslag eveneens raadzaam zijn.verwevenheid en samenhang in de verschillende niveaus van kwaliteitszorg .optimalisering en objectivering van de beleidsinstrumenten kwaliteitszorg .zeer grote betrokkenheid van verschillende stakeholders in de kwaliteitszorg .

zer | apass .

1realisaties laureaten a. Zij zijn in staat om met hun theoretische. residentieperiode in monty.1. De kwaliteit van de eindpresentatie wordt geëvalueerd door professionele peers. transdisciplinaire communicatie-. onderneemt a. performer random scream ariane loze: beurs smart 2009. dramaturgische. Binnen de grenzen van de financiële draagkracht van a.1. Periodieke contacten informeren ons dat deze a.pass al het nodige om de participanten aan het eind van hun traject optimaal te ondersteunen. 2009.en organisatiecompetenties een bijdrage te leveren in het professionele circuit die het 'verschil' uitmaakt en andere actoren in dat veld (programmatoren. les Bains klaas Devos: residentie Buda marcos simoes: residenties les Bains.pass mikt in kwaliteitscriteria voor de eindpresentatie vooral op de kwaliteit van de communicatie van het onderzoek dat de student heeft gevoerd. 99 | rEsultatEN .pass in de eerste plaats te meten aan de mate waarin de afgestudeerden van a.pt en hun tewerkstellingscontext is niet exhaustief. productionele. organisatievermogen. publiek) daarvan te overtuigen. residentie de theatermaker Deze lijst van realisaties door laureaten van a. producenten. De korte geschiedenis van a. 1 g e r e a l i s e e r d n i v e a u 6.pt 2008. PhD julie Pfleiderer: recencies kollaps Berlin. troubleyn michel yang: onwikkelingsgerichte beurs 2008. werkplaatsen. In de voorbereiding van de eindpresentatie. met name door leden van de artistieke raad die in principe in de eindjury zitten. voorbeelden: sara manente: onwikkelingsgerichte beurs 2008. Working title festival. Niet zelden krijgen zij met steun of uitnodigingen van spelers in het a. en die het best tegemoet komt aan de vooropgestelde doelstellingen en competenties die de opleiding voor ogen staan (transdisciplinariteit.resultaten onderwerp 6: resultaten fa c e t 6 .1 matE vaN rEalIsatIE vaN DE DoElstEllINGEN hiervan getuigt het overzicht in de bijlage 6. ook al gaat het in de eerste plaats over het presenteren van het onderzoek. Vanaf 2010 kiest a. Een hefboom hiertoe is het combineren van de eindpresentaties van het ene blok met de openingsweek van het volgende blok.2 kWalItEIt vaN DE EINDPrEsENtatIE a. naast een maximale artistieke vrijheid om de vorm van presentatie te realiseren (publicatie. de theatermaker. is voor a.pass netwerk om hun onderzoek naar en creatie van uitdagend werk verder te zetten of te presenteren. selectie Potsdam. Eind 2008 stroomden de eerste a.pass erin slagen om een eigen parcours uit te stippelen als geëmancipeerde zelfstandige. zakelijke begeleiding. 6. constanze schellow: artikel.pass pioniers kansen benutten om zich als zelfstandig maker verder te manifesteren en met een verrijkte praktijk hun plaats innemen.pass zijn doelstellingen en in het bijzonder de doelstellingen van het programma realiseert. performer môWN. performance. tentoonstelling.pt participanten terug naar het veld. samenwerkings. communicatieve vaardigheid. cultuurbeleidsmakers. die een pre-fase van hun productieproces kunnen tonen aan mogelijke producenten die ondersteuning bieden aan jonge makers. docent Berlin. is ook de artistieke waarde en originaliteit van de gekozen format een aandachtspunt. Op die manier kunnen de afstudeermomenten belangrijker worden als netwerkmomenten voor de afstuderenden (en andere participanten). en in de keuze van juryleden ook internationaal te kijken. De mate waarin a. netwerkende onderzoekers/makers. Niettemin. krijgen de studenten inhoudelijke.pass geeft wat dit betreft een positief beeld. kritische. samenwerkingsvermogen). kritische houding.pass ervoor om de jury voor de eindevaluatie zeer gericht samen te stellen. onderzoeksvermogen. innovatieve.pass. theaters. etc) die hun werk/onderzoek best communiceert.

pt gedurende een week 'r-eject re-search'.pass tracht steeds de presentaties te groeperen.2009) Constanze Schellow. Decision) bij The Laughing Body georganiseerd als side-track programma tijdens een van DEDONDERDAGEN 18 in deSingel. een permanente tentoonstelling in Lopital met videowerk en installaties van de 4 laureaten. The Laughing Body (boek . Mown (DVD . en bij voorkeur te linken aan een bestaande programmering in samenwerking met een partner. De investering is niet gering maar a. In september 2009 werkte a. 56 Ways (not to) (boek . Er werd een reeks opgezet die een professionele hoogstaande weergave is van artistiek onderzoek in de schoot van de opleiding. of tussenvorm voor hun presentatie. p r e s e n tat i e s Bij de eerste presentaties in december 2008 presenteerde a.pass zorgde daarbij voor gepaste contextualisering van artistiek onderzoek en de werking van a. De voorstellingen van deze studenten in het kader van hun eindpresentaties kregen ook aandacht in de media (radio en geschreven pers) (voetnoot: in de bijlagen zijn recensies terug te vinden over MÔWN en Scar Stories).pass.2008) Marcos Simoes. Op diezelfde editie van DEDONDERDAGEN stond ex-a.pass door de openingsweek van het derde blok van 2009 ter plaatse in het festival te houden en open reading sessions en gesprekken met gasten (over performance in de publieke ruimte) te organiseren voor een geïnteresseerde festivalpubliek. De opsomming hieronder is richtinggevend voor de toekomstambities. (interactieve) installatie. De publieke voorstellingscontext geeft een belangrijke dynamiek voor de kwaliteit van de eindpresentaties. Met name het maken van een professionele publicatie is een kans die voor vele andere jonge kunstenaars niet is weggelegd.2009) Andere studenten verkiezen een performance. a. zeker wanneer de gekozen presentatievorm een publicatie betreft.2009) Ariane Loze. zer | apass . op locatie in Bozar (Ariane Loze) en in het Kaaitheater (Michel Yang).pass geeft prioriteit aan een doorgedreven publicatiebeleid. naast performances in Lopital en deSingel.pass samen met Het Theaterfestival en Bozar en toonden 2 laureaten hun eindpresentatie in het parallelprogramma van het festival.pass wil steunen. voorstelling.pt): Sara Manente. Bijgevolg wordt er zwaar op ingezet. Democratic Forest (boek .pt Sara Manente (laureaat in december 2008) geprogrammeerd met haar video-installatie 'Some Performances' en haar dansperformance 'lawaai means hawaai'. Het belang van deze publicaties ligt in de ontsluiting van het onderzoek dat wordt gevoerd onder de a. p u b l i c at i e s De publicatiereeks bevat ondertussen 3 artist books en 1 DVD met onderzoeksresultaten van a. Het rendement van publicaties is groot en langdurig. De gepubliceerde onderzoeksresultaten worden professioneel vorm gegeven en worden ook internationaal verdeeld (sinds 2009 in samenwerking met Books on the Move). a. In mei 2009 werd in samenwerking met deSingel de presentatie van de videoinstallatie Punch Line (Decisao.pt studenten (op een totaal van 9 afgestudeerden sinds aanvang van a.pass vlag en in het inzicht dat wordt geboden aan de lezer over de aard van artistiek onderzoek dat a. De inhoudelijke en vormelijke kwaliteit van de publicaties ligt erg hoog. in termen van zichtbaarheid en PR voor de onderzoeker in kwestie en voor a. Deze format groepeert werk van jonge makers op verschillende locaties in deSingel.De eindpresentaties zijn met andere woorden een visitekaartje voor de opleiding én voor de studenten.

beeldende kunst.pt) als workshopbegeleider. CV studenten en afgestudeerden Gastdocenten en uitwisseling Een belangrijk criterium bij de selectie van de gastdocenten ligt in hun internationale artistieke of onderzoekspraktijk. artistieke context.pt in het kader van 'Tools for Collaboration' werden nog eens 11 artiesten uitgenodigd.pass.pass (voor a. samen vertegenwoordigen zij 11 verschillende nationaliteiten. ligt voor de participanten erg hoog. Jan Ritsema.2 internationale werking.1.3 INtErNatIoNalE WErkING Instroom a. Bijlage 6. Deufert&Plischke.pt en nog niet was omgevormd naar het a.pass. samenwerking en dienstverlening in de bijlage 6. van deze gastdocenten loopt parallel met de diversiteit van de groep participanten waarmee ze in a. Voor de uitzonderlijke projecten van a. In 2009 waren in totaal omtrent 50 gastdocenten actief bij a. samenwerrking en dienstverlening 2008. Het potentieel in die ontmoetingen om connecties te maken tussen methodes. en Arco Renz brengen met hun bijdragen als gastdocent een grote diversiteit aan artistieke universa (dans. Dora Garcia. De heterogeniteit in culturele en persoonlijke achtergrond. heterogeniteit en diversiteit zijn een belangrijk aandachtspunt bij werving en selectie. Er wordt wel aansluiting gezocht met de opleiding van MACAPD (Master in Contemporary Arts Practice and Dissemination) om op termijn ook uitwisseling te realiseren. en overzicht van de internationale projecten in kader van onderzoek. maar niet in als vertegenwoordiger van a. creaties. thema's. naast internationale partners In Transit Berlin Peace project Berlin Pa-f eindweken 2009 Istanbulproject In Transit Berlin Pa-f eindweken 101 | rEsultatEN . disciplines. performance. 2009. Overzicht van de internationale onderwijsprojecten: 2008 lees meer over de internationale projecten van a. werkweken in Pa-f). ingebed in andere opleidingstrajecten. artistieke. In 2008 nodigde a. ideologische context. Meg Stuart.pass is van bij de start van a. Culturele. Samenwerking Aangezien internationaal netwerken als subopleidingsonderdeel is opgenomen in het programma van a. cfr. Hans Op de Beeck. (voetnoot: zie bijlagen tabellen gastdocenten 2008. onderzoek van hun werk en het eigen onderzoek. die 4 nationaliteiten vertegenwoordigen.s model). lecturer of onderzoeker. soorten carrières.pass te maken krijgen. mentor. Lilia Mestre. 2010) a.1: overzicht van de internationale onderwijsprojecten. In-Transitfestival Berlin. kritische theorie) binnen. De docenten zelf zijn anderzijds wel voor de grote meerderheid actief in het internationale onderwijsveld.pt voor het reguliere programma 14 individuele gasten uit met 9 verschillende nationaliteiten(niet representatief voor huidige werking aangezien de opleiding Theatervormgeving toen parallel liep aan a.pt expliciet internationaal gericht in de recrutering van participanten. theater..pass in het kader van onderwijs en van onderzoek. . Internationale artiesten als Romeo Castellucci. David Moss. André Lepecki. zelfstandig of in samenwerkingsverband.pass participeert niet aan uitwisselingsprogramma’s voor docenten.s en a. disciplinaire.6.. Istanbulproject. mikken we op internationale uitwisseling via welomschreven samenwerkingen en projecten of deelname aan internationale conferenties (vb.

naast de aanmaak van een uitgebreide database met meer dan 1000 contactpersonen in hogere kunstopleidingen in Europa en daarbuiten.pass samen met Books on the move' een online verdeler van gespecialiseerde publicaties rond performance (dans.. kortom makers die verschillende rollen in het (eigen) creatieproces opnemen.pass Sinds eind 2009 werkt a. en auteurs van eigen werk. Overzicht internationale partners: In Transit (festival Berlin) Pa-f (Performing Arts Forum. MACAPD (netwerking met internationale onderzoeksgerichte ManaMa georganiseerd door. . MASKA heeft de laatste jaren een belangrijke rol gespeeld in internationaal artistiek onderzoek.1.4 tEWErkstEllINGsProfIEl vaN DE afGEstuDEErDEN Het tewerkstellingsprofiel van de afgestudeerden: .pass. Verdeler publicaties a. samenwerking en dienstverlening in de bijlagen: Bijlage 6. De adressen uit deze mailingslist ontvangen om de 4 maanden de algemene call for projects. en een samenwerking met Toni Cots op het mentoringproject in Ljubljana.pt on tour) 2009 Symptomatic Body (a. sluit nauw aan bij de doelstellingen van a. De dramaturgische begeleiding werd georganiseerd in de rand van het festival en gekoppeld aan voorstellingsbezoeken en discussies. als internationals master in kunst en disseminatie. theater) en onderzoek.Overzicht van de internationale projecten in kader van onderzoek. De publicaties zijn permanent online te koop. Reims) MACAPD (Master in Contemporary Arts Practice and Dissemination) MASKA Books on the Move (verdeler a. Daarbij zal een selectie van specifieke opleidingen(sverantwoordelijk en) meer gepersonaliseerd aan geschreven worden met het verzoek de call ook systematisch te bezorgen aan hun afgestudeerde (masters).): De werking van MACAPD.pass aangescherpt met een communicatieplan voor a.en performancegebonden events en festivals in Duitsland maar ook daarbuiten..s.pass met alle informatie over de opleidingen. Dit project ging specifiek over het belang van re-enactment in de context van de 'onzichtbare' Oost-Europese kunstproductie voor de val van de muur.rc) MASKA (dramaturgische begeleiding choreografen in het kader van het festival 'Soking Gala'): MASKA is een productie.pass in het kader van onderwijs en van onderzoek. van concept tot realisatie. transdisciplinaire (uitvoerende) performers. innovatieve. In 2010 wordt de communicatie van a.ze blijven hun eigen artistieke taal en vaardigheden in vraag stellen en ontwik- zer | apass . samenwerrking en dienstverlening: lees meer over de internationale projecten van a. samenwerrking en dienstverlening 2008 en internationale partners 2008 TQW auto-education (a.en publicatiehuis in Ljubljana met een eigen toonaangevend magazine voor de regio en ver erbuiten.het zijn geëmancipeerde. 6. De contacten werden gelegd tijdens de APAP-meetings (in het kader van The Symptomatic Body) en resulteerden in een bezoek ter plaatse voor een workshop met Bojana Kunst. choreografen. De samenwerking met MACAPD zal in de toekomst verder worden uitgebouwd. De verdeler verkoopt ze ook tijdens dans. In de verpakking van elke publicatie zit ook een brochure van a.2: overzicht van de internationale projecten in kader van onderzoek. dansers.pass publicaties Duitsland & online) Communicatie De call for projects wordt verspreid aan een ruime database met veel internationale contacten. in samenwerking of als individueel artiest.

het zijn zelfstandige.pass studenten geldt dat zij reeds een professioneel traject hebben afgelegd op het moment dat ze binnen komen.pass is een eerstelijnsdoorstromingskanaal voor het oppikken van het werk van de studenten. De gewenste professionele maturiteit van de a. op alle elementen van de eigen praktijk en geeft vertrouwen in dat proces.pass om ook op lange termijn de goede doorstroming te handhaven maar op zich wordt slechts matig belang aan het criterium niveau van tewerkstelling (zo'n niveaubepaling zou een arbitraire niveaubeoordeling impliceren van de werkplaatsen en huizen waar ze eventueel werden geprogrammeerd of een residentie verkregen) 103 | rEsultatEN . Pas als de kwantiteit van de uitstroom toegenomen is.5 voorBErEIDING oP DE INstaP Naar hEt ProfEssIoNElE vElD Afgestudeerden zien met betrekking tot voorbereiding op de instap in/terugkeer naar het professionele veld. . in zeer diverse contexten en met een op onderzoekgebaseerde methodische aanpak van hun werk . Tijdens de opleiding komen ze vaak in contact met (mogelijk ook minder vertrouwde segmenten van) het professionele veld doorheen de workshops en specifieke (samenwerkings)projecten en voorstellingen.6 tEWErkstEllINGscoNtEXt Na uItstroom De uitstroom is voorlopig nog erg beperkt. is er een natuurlijke beweging naar residenties op programmering van hun werk door bijvoorbeeld Troubleyn. Het netwerk van partners van a. repeteren. etc). Buitenlandse participanten hebben vaak een eigen netwerk in het buitenland en zijn expliciet op zoek naar contacten hier om hun werk in het (internationaal georiënteerde) landschap hier te verankeren. deSingel etc.kelen in praktijk en theorie.pass en dat ze dit nadien sterker voortzetten.pass onderzoekers bij de selectie maakt dat de studenten reeds enige ervaring hebben met de waaier van praktische consequenties van het zelfstandig maken van werk of spelen van voorstellingen: creatie. Dit is niet een aandacht die enkel aan het einde van een traject wordt gegenereerd.pass opleiding is dus niet een professionele cesuur in het geheel van het professionele parcours dat een participant aflegt (tenzij misschien mentaal) maar een tijdelijke focus op verrijking van de eigen praktijk door onderzoek. Die gewoonte blijft een basis in elk creatieproces om te focussen op alle aspecten van dat proces. schrijven. inhoud en niveau van de tewerkstelling. Voor alle a. luisteren. 6.pass participanten en de contacten van de studenten met leden van de artistieke raad voor mentoring. en de discipline om dagelijks bezig te zijn met de iegen praktijk en het eigen onderzoek op verschillende manieren (door kijke. als belangrijkste verworvenheid in a. praktische organisatie en publiekservaring. De a. die zich bewust zijn van en actief en constructief omgaan met de transdisciplinaire context waarin ze werken.het zijn hedendaagse kunstenaars die actief reflecteren over hun eigen profiel en dat van hun werk.pass de gewoonte die ze als participant aanleerden om een vast werkritme te hanteren. dat ze hun professionele activiteiten als maker grotendeels combineren met hun onderzoek in a. Door informele communicatie tussendoor over de onderzoeken van de a. praten. 6. de Theatermaker. lezen.1. is het mogelijk meer veralgemenende conclusies getrokken worden met betrekking tot de sectoren van tewerkstelling. communicatie. een hoge mate van zelforganisatie en zelfwerkzaamheid vertonen en in heel verschillende constellaties kunnen werken. Het blijft een doelstelling van a. voldoening van de afgestudeerden over hun tewerkstelling.1. netwerkende kunstenaars die internationaal mobiel zijn.

zer | apass . In enkele gevallen zijn ex-participanten ook teruggevraagd als gasten of om mee te werken aan projecten. In het laatste blok besteedt a. en meer mogelijkheid tot het maken van individuele keuzes (via mentoring. een breder aanbod en minder verplichte aanwezigheid). communicatief en psychologisch vlak door de collectieve kritische en inspirerende omgeving .pass waaraan zijn kostenloos mogen deelnemen.de verruiming van het netwerk door nieuwe contacten en mogelijkheid tot publicatie wat de zichtbaarheid van de participant als artiest verhoogt Afgestudeerden blijven uitgenodigd op alle workshops van a.pt Met betrekking tot waardering voor de afgestudeerden door het beroepenveld leeft de indruk dat de indien de afgestudeerde dat wenst. hetgeen meteen al een dialoog op gang brengt met mogelijke latere programmatoren.pt en a. Ex-participanten blijven ook onderling met elkaar in contact en blijven tevens a. a.de goede voorbereiding op professionele praktijk: de mate waarin het principe van self-organisation een hefboom is tot beter time-management en tot het nemen van verantwoordelijkheid over een eigen werk en op persoonlijk vlak: het zichzelf leren organiseren betekent focus kiezen en reflecteren over de eigen doelstellingen om de weg naar realisatie ervan stapsgewijs te beschrijven en aan te pakken.pass informeren over hun bezigheden en projecten. zijn vooral tevreden hoe deze attitude doorwerkt in de vormgeving van hun professionele traject en het verder maken van keuzes. Aspecten die meest terugkomen hierin zijn: .1 realisaties laureaten a.pass opleiding) deze meestal ook kregen. De blijvende betrokkenheid staat niet in de weg van enige kritische noten natuurlijk.pass zijn (communicatie)netwerk inzet om hun PR blijvend te ondersteunen.pass wil deze band graag sterk houden. sociaal. Dat dit in de praktijk kan leiden tot professionele uitnodiging van hun performances in het artistieke circuit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat Sara Manente op DeDonderdagen van deSingel werd geprogrammeerd. Hier gaat het dan voornamelijk over de grotere flexibiliteit nu. . waarbij a. Buda. Ex-participanten van het eerste uur zien in het huidige model en de doorgevoerde aanpassingen sindsdien als een verbetering en vertaling van het wegwerken van tekortkomingen die ze tijdens hun opleiding vaststelden. Veel van hen gebruiken de studio's van kunstencentra en werkplaatsen.pass bijzondere zorg aan het leggen van contacten tussen de participanten en de sector.pass een soort kwaliteitslabel is en dus in het voordeel kan werken van een ex-participant. de referentie aan a. Deze bevestigen een algemene positieve waardering van de opleiding. Participanten die zich deze vaardigheid doorheen hun opleiding eigen maken.de specifieke ontmoetingen met specifieke gasten in a. Het is zo dat studenten die een aanvraag deden voor een onderzoeksbeurs (tijdens of na hun a.hiervan getuigt het overzicht in de bijlage 6. theatermaker.7 tEvrEDENhEID vaN DE afGEstuDEErDEN ovEr DE oPlEIDING Het kleine aantal afgestudeerden maakt dat de meting van de mate van tevredenheid over de opleiding bestaat uit informele contacten met de ex-studenten. En natuurlijk is er soms ook minder appreciatie voor deze of gene gastdocent die ze in hun traject tegen kwamen maar zulke hoogst persoonlijke indrukken zijn nooit aanleiding tot een veralgemening ten negatieve.1. om zo op termijn tot een sterke groep van geëngageerde kunstenaars te komen die de ideeën van de opleiding versterken en blijven voeden.pass die hun praktijk en denken erover hebben getriggerd op een wijze die ze nooit hadden kunnen voorzien en die is bijgebleven als een blijvende referentie (in positieve zin om te koesteren of in negatieve zin om blijvend tegen te vechten) . Met de preferentiële partners (deSingel. etc) worden hierover ook geregeld gesprekken gevoerd.de persoonlijke emancipatie op cognitief. 6.

tevredenheid van de afgestudeerden: bij het afronden van hun opleiding.systematisch opvolgen tewerkstellingscontext afgestudeerden Aanpak: . .regelmatige (informle) bevragingen organiseren bij afgestudeerden ivm hun tevredenheid en tewerkstellingscontext 105 | rEsultatEN .studenten zijn goed voorbereid op professioneel leven als maker/denker .{ krItIschE aNalysE Sterktes: . Ze voelen zich als artiest en als mens geëmancipeerd met de opgedane bagage en dragen blijvend zorg voor het hen geopende netwerk.pass-ervaring gepercipieerd als kwaliteitslabel voor afgestudeerden Aandachtspunten: .a.duidelijke criteria bepalen voor eindpresentaties (voor studenten en voor jury) . zijn studenten klaar om volledig terug te stromen naar het professionele artistieke circuit.

s ging van start in 2009 gestopt geweerd verlenging getuigschrift 5 2 1 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2 2 0 0 0 1 5 0* theatervormgeving 2007 2008 gestart 6 7 gestopt 0 2 geweerd 0 0 getuigschrift 6 3 Toelichting: .gestopt: is nog niet voorgevallen in a. In 2008 liep de opleiding Theatervormgeving parallel aan de a.pt opleiding.rc PhD Theatervormgeving 6 7 2009 blok 1 blok 2 blok 3 2 1 2 0 0 0 0 0 2010 blok 1 blok 2 blok 3 Opmerking: in 2007 waren er enkel ingeschreven studenten bij de opleiding Theatervormgeving en was a.gestart: studenten die hebben voldaan aan de inschrijvingsmodaliteiten .ta b e l i n g e s c h r e v e n s t u d e n t e n gestart in 2007 2008 jan blok 1 blok 2 blok 3 a.pt nog niet gestart.pt 4 2 3 2 4 5 5 a. waarvan 1 keer met student die nog niet formeel ingeschreven was zer | apass .s 2008 2009 blok 1 blok 2 blok 3 2010 blok 1 blok 2 blok 3 gestart a. onderwijsrendement a.pass (wel voorheen in Theatervormgeving) .s a. A.pt 2008 blok 1 blok 2 blok 3 2009 blok 1 blok 2 blok 3 2010 blok 1 blok 2 blok 3 gestart 9 4 2 3 11 2 4 5 5 5 gestopt 1 0 0 1 0 0 0 0 0 0 geweerd 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 verlenging 1 0 1 1 1 1 0 0 0 1 getuigschrift 8 4 2 2 1 a.geweerd om disciplinaire redenen: dit is 2 keer voorgevallen.s is pas in 2009 van start gegaan volgens het bloksysteem.

In het a. die aanleiding kunnen geven tot het maatregelen om studenten die een achterstand oplopen in hun onderzoek te helpen bijbenen om bij de start van het volgend blok op niveau te zijn in de voortgang van hun onderzoek.aangepakt zodat de participant de vrijheid behoudt om de impact van zijn persoonlijke verantwoordelijkheid in de opleiding zelf te benoemen en opnieuw op te nemen. Problemen met betrekking tot het afwerken van het pedagogisch programma (door bijvoorbeeld het niet nakomen van afspraken met betrekking tot verplichte aanwezigheid en niet naleven van andere interne procedures) worden in eerste instantie steeds constructief . Inmiddels hebben 3 studenten van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.pt) na een toegestaan verzoek tot één blok pauze voor theoretische verdieping en herbronning voor zijn onderzoek. Het uitsluiten van een student uit een opleiding is een extreme en uitzonderlijke maatregel die met veel voorbehoud wordt toegepast bij verregaande verstoring van de collectieve werkomgeving en het werkelijk onmogelijk maken van een constructief werkproces.1 DoorstroomaNalysE De opleidingen van a. Nadien beschouwt a. 2 o n d e r w i j s r e n d e m e n t a. ondanks herhaaldelijke contactname niet meer was komen opdagen. Niettemin houden we rekening met het feit dat een selectie feilbaar is en dat de kans reëel is dat naarmate het aantal studenten toeneemt er wel een soort natuurlijke correctie gebeurt op het selectieproces. Bij de selectie wordt een inschatting gemaakt van het potentieel van de onderzoeker. Er is twee keer overgegaan tot uitsluiting: een eerste keer betrof een student die niet functioneerde in het collectieve opzet van de a.2. Het feit dat deze mogelijkheid is voorzien. 107 | rEsultatEN .pass opleidingen is het niet relevant om de absolute slaagcijfers (die hoog liggen) te vergelijken met andere opleidingen.pass model met viermaandelijkse instroom en organisatie brengt het invoegen van een pauzeblok in het traject van de student. zij het dan gespreid over een langere periode. Er vinden wel evaluatiemomenten plaats doorheen en aan het eind van elk blok. Wanneer een student niet kàn deelnemen gedurende enige tijd (om medische of persoonlijke redenen). In sommige gevallen geeft dit aanleiding tot het nemen van een pauzeblok.pass kennen geen tussentijdse selecties.fa c e t 6 . op zich geen problemen mee voor de afwerking van het volledige programma. Het opleidingsmodel zelf leent zich tot permanente bijsturing waar dat nodig is om de participanten op het spoor te houden van hun gekozen traject. en een tweede keer nadat een student (a.pass het als zijn opdracht om deze inschatting trouw te blijven en van alle participanten (en in het bijzonder die met tanende motivatie en engagement) het potentieel te blijven zien. is een belangrijke reden waarom de studie-uitval minimaal is.en niet bij voorbaat repressief . a. Het is in zo'n geval een geruststelling voor de student dat hij zijn traject nog wel kan verder zetten en zijn doelstellingen in de opleiding kan realiseren.pass gaat voor het maximaliseren van het onderwijsrendement en zet hiertoe (zowel in de formele procedures van het O-ER als in de dagelijks praktijk) maximaal in op zoveel mogelijk kansen bieden om de geselecteerde kandidaten op best mogelijke wijze tot het einde een voor hen zo zinvol mogelijk traject te laten afleggen.pt opleiding en niet had voldaan aan de inschrijvingsmodaliteiten. aangezien het aanbod in elk blok evenwichtig wordt samengesteld met oog voor de noden van alle deelnemende studenten. mits goedkeuring door College van Dagelijks Bestuur. Gezien de unieke eigenheid van de a. individueel en in groep. biedt het systeem de noodzakelijke tijdelijke uitweg.pass streeft naar een cijfer van 100% wanneer het gaat over het begeleiden van aanvaarde kandidaten tot en met hun eindpresentatie en de uitval is erg beperkt (zie onder: doorstroomanalyse en gemiddelde studieduur). Met andere woorden. 6.

De procedure kan bovendien op elk moment terug worden verlaten van zodra verbetering merkbaar is. Deze situatie heeft zich nog niet voorgedaan. kan geen studieduurverlenging krijgen door uitstel eindevaluatie. Indien een student na deze eindevaluatie het getuigschrift niet krijgt. de informele omgang.2 GEmIDDElDE stuDIEDuur De studieduur van de a.pass opleidingen bedraagt 12 maanden. Een afwijkende studieduur kan per uitzondering worden toegestaan om ernstige en dwingende persoonlijke of professionele redenen. Deze procedures zijn uitvoerig beschreven in het O-ER.6.hoewel de voorziene formele procedure (O-ER) tot uitsluiting een verregaande stap is om een conflict of problematische situatie op te lossen. ofwel in de loop van het traject (pauzeblok) ofwel aan het eind (uitstel eindevaluatie). persoonlijke aanpak en permanente en constructieve aard van de evaluaties zijn factoren die een impact hebben op de aanpak van het onderwijsrendement. Op zich ervaart a.2. { krItIschE aNalysE Sterktes: . is deze op zich een uitnodiging tot constructieve dialoog. Een student is gebaat bij het afleggen van zijn onderzoekstraject in een aangesloten periode van 12 maanden.meer professionele afstand ten opzichte van participanten nemen op evaluatiemomenten . . Deze extra periode van 4 maanden behoort tot hetzelfde traject en leidt dus niet tot een nieuwe inschrijving.mogelijkheid tot pauzeblok en uitstel eindbeoordeling in geval van dwingende redenen Aandachtspunten: .pass deze als belangrijke kwaliteiten van de onderzoeksomgeving. Wie al een pauzeblok heeft opgenomen doorheen het traject. zer | apass . Dit is in twee gevallen toegepast. Studenten van wie de eindevaluatie na hun 12 maandentraject wordt uitgesteld moeten dus een extra blok afwerken alvorens ze na een nieuwe eindevaluatie het getuigschrift kunnen verkrijgen. Bij de eindevaluatie kan worden beslist om de studieduur te verlengen door uitstel van de eindevaluatie. kan hij zich opnieuw kandidaat stellen mits het volgen van dezelfde selectieprocedure.De beperkte omvang van de opleidingen.herhaaldelijke afwezigheden en langdurige stagnering van het onderzoek gaan in eerste plaats ten koste van de kwaliteit van het onderzoek Aanpak: .

109 | rEsultatEN .

zer | apass .

Wanneer we a. Er is met zekerheid een sterke zelfkritische reflex aanwezig in a. Deze moedigt aan om het bewezen potentieel van de onderzoeksomgeving van a. alleen moet deze voortaan ook een formele neerslag en ade- 111 | BEsluIt .betrekking hebben op kwaliteitszorg. in het delen en verankeren van die vraagstelling in een breed internationaal kunstenveld. en tussen de gecombineerde werkvormen die de student toelaten zijn persoonlijk curriculum evenwichtig vorm te geven en zijn permanente evaluatie. coherente koers Anderzijds liggen er ook verbeterpunten voor.pass. In de personeelsinzet toont a. waarin de doelstellingen van a. in de interne verbondenheid van a. Het actieplan kwaliteitszorg. toont die samenhang zich op zijn best in: het eigenzinnig onderzoeksgericht zelfkritisch onderwijsconcept. De samenhang in het programma tussen theorie. en waar de principes van samenwerking en zelf-organisatie bindmiddel zijn voor een transdisciplinaire geïntegreerde verwerving. en tussen de individuele mentoring en de collectieve momenten doorheen de opeenvolgende blokken. De samenwerking met deSingel geeft letterlijk en figuurlijk ruimte aan a. praktijk en onderzoek. is een samenhangend geheel dat aansluit op de karakteristieken van de dagelijkse praktijk van a.rc als bedding voor permanente vraagstelling naar wat theoretisch of practice-based onderzoek is en kan zijn in een artistieke onderzoeksomgeving. En. waar we in relatie tot de noden van de dagelijkse praktijk.pass. ervaren kwaliteitsgerichte persoonlijkheden aanspreken en met hen een traject uitbouwen als langetermijn injectie van kritisch kapitaal in de meta-vraagstellingen van a. onderzoek en (podium)kunsten te overstijgen.pass gekoppeld zijn aan de beoogde competenties van de studenten.pass als manifeste kwaliteit van a.pass. a.{ besluit inherente samenhang Wat we tot besluit meenemen in de beleidsopties is enerzijds de bestendiging van de verregaande samenhang en intrinsieke verwevenheid van alle eigenschappen en facetten van a.pass zich als verbindingslijn met het kunstenveld. in het bijzonder de implicaties voor het evaluatiesysteem. a. Het positieve onderwijsrendement illustreert het reële wederzijds engagement van a. In de resultaten tenslotte.pass en zijn participanten om samen de onderzoeksomgeving vorm te geven.rc.pass. Dit gebeurt in het bijzonder ook in a. die een welomschreven aanpak en zorg vragen.pass om in zijn functie als kritisch platform de grenzen tussen onderwijs.pass kadert deze aandachtspunten veralgemenend in de bewaking van de coherentie en is in het bijzonder alert voor de geformuleerde punten van zorg die .pass verder te ontplooien en als jong instituut een relevant verschil te maken in het landschap.pass in zijn geheel overschouwen. En. aansluitend op de realiteit van kunstenveld.s en a. schept een experimenteel maar stabiel raamwerk voor het onderzoek van de participant. erkennen we de realisatie van een dubbele finaliteit: de publicatiereeks functioneert als visitekaartje voor de student en voor a.pt.samengevat . vaardigheden en houdingen. Deze worden geremedieerd door uitvoering van het actieplan interne kwaliteitszorg en het gerichte communicatieplan.pass. ontwikkeling en uitwisseling van kennis. evaluaties en communicatie.

a. Kernwoorden voor verandering zijn hier transparantie en precisie. zer | apass .pass formaliseert concreet de verantwoordelijkheden van en verwachtingen naar alle interne stakeholders opdat ieder zijn deel kan opnemen in de zorg voor kwaliteit. studenten en andere betrokkenen. Gerichte gecoördineerde acties op het vlak van communicatie moeten de instroomkwantiteit en ‘branding’ van a.quate opvolging krijgen op verschillende niveaus om de werkelijke meerwaarde ervan te recycleren in de dagelijkse kwaliteitszorg. Intern gaat aandacht naar gesystematiseerde onderlinge communicatie tussen staf.pass ten goede komen.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful