1

DEBERGREDE

Mt5:1
t ea i e. ·eu , e ,ìeu, a i. ¡µ .t , ·e e çe,, sat saòt cai·e, au ·eu :çecµ ìòai au ·a et ¡aòµ·at
au ·eu ·

t ea i part.aor.A.nom.masc.sing. e ça a zien
e. voegwoord e. en,nu,danmaar
·eu , e ,ìeu, subst.acc.(obi)masc.plur. e e ,ìe, deschare,menigte
a i. ¡µ aor.A.3epers.sing. a ia¡at ia opgaan,beklimmen
.t , voorzetsel(+4) .t , naar,tot,voor,tegen,op
·e e çe, subst.acc.neut.sing. ·e e çe, deberg
sat voegwoord sat en,ook
saòt cai·e, part.aor.A.gen.(abs)masc.sing. saòt ,a (doen)zitten,gaanzitten
au ·eu pron.pers.gen.(poss)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
:çecµ ìòai aor.A.3epers.plur. :çec. ç,e¡at komentot
au ·a pron.pers.dat.(soci)masc.sing. au ·e , hem
et ¡aòµ·at subst.nom.masc.plur. e ¡aòµ·µ , deleerling

ToenHijnudemenigtenhadgezien,gingHijdebergop(lett.:gingHijopnaardeberg)ennadatHij
wasgaanzitten,kwamenZijnleerlingentotHem,

NBG:ToenHijnudescharenzag,gingHijdebergopennadatHijZichhadnedergezet,kwamenZijn
discipelentotHem,

Opmerkingen:
• saòt cai·e, au ·euiseengenitivusabsolutus,d.w.z.hetparticipiumsaòt cai·e, heefteeneigen
onderwerpau ·eudatniettegelijkertijddeeluitmaaktvandepersoonsvorm:çecµ ìòai.Zowelhet
deelwoordalshetbijbehorendesubjectstaanindetweedenaamval.Devertalingvandegenitivus
absolutus is hier temporeel, d.w.z. met een bijzin van tijd (terwijl, toen, nadat). Andere opties bij
eengenitivusabsolutuszijnbijzinnenvanreden(omdat),vantoegeving(ofschoon,hoewel)ofvan
voorwaarde(mits).Vgl.Grieks1,par21.6;BDR§423,7enGG§230d.
• In enkele manuscripten ontbreekt de dativus sociativus au ·a (onder meer in B (Codex
Vaticanus)).VoordedativussociativuszieGrieks1,bijlage5.3.3.1.

Mt5:2
sat a iet¸a, ·e c·e ¡a au ·eu . et eacs.i au ·eu , ì. ,ai·

a iet¸a, part.aor.A.nom.masc.sing. a iet ,a openen
·e c·e ¡a subst.acc.(obi)neut.sing. ·e c·e ¡a demond
au ·eu pron.pers.gen.(poss)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
. et eacs.i imperf.A.3epers.sing. etea csa leren,onderrichten
au ·eu , pron.pers.acc.(obidir)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
ì. ,ai part.A.nom.masc.sing. ì. ,a zeggen

ennadatHijzijnmondhadgeopend,begonHijhentelerenenzei(of:terwijlHijzei):

NBG:EnHijopendezijnmondenleerdehen,zeggende:

Opmerkingen:
• Hetheleversiseensemitisme(MoultonII,p.454).
• De bergrede wordt in Mattheüs ingeleid met het imperfectum . et eacs.i (waar Lucas . ì.,.i
gebruikt, een imperfectum van ì. ,a) dat wordt gebruikt bij een langer relaas oftoespraak (waar
een aoristus staat voor een gedane uitspraak). Hoffmann & Von Siebenthal stellen daarom, in
correctieopdevertalingvandeNBG,eeningressiefaspectvoordateenaanvangendehandeling
uitdrukt of de overgang naar een andere toestand: ‘Hij begon hen te leren’ (vgl. New American
StandardBible).Eenlineairevertalingmagook,maardiezoudanmoetenluiden:‘Hijleerdehen
uitvoerig’.Vgl.WBC,86;BDR§329,2;GG§198e.

2
Dezaligsprekingen(cf.Lc.6,20-23)

Mt5:3
\asa çtet et :·a,et ·a :i.u ¡a·t, e ·t au ·a i . c·ti µ ¡actì.ta ·a i eu çaia i.

\asa çtet adj.nom.(pred)masc.plur. ¡asa çte, gelukkig,gezegend,zalig
:·a,et adj.nom.masc.plur. e :·a,e , dearme
·a :i.u ¡a·t subst.dat.(resp)neut.sing. ·e :i.u ¡a degeest
e ·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,doordat,want
au ·a i pron.pers.gen.(poss)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
. c·ti praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
µ ¡actì.ta subst.nom.fem.sing. µ ¡actì.t a hetkoninkrijk
·a i eu çaia i subst.gen.(obi)masc.plur. e eu çaie , dehemel

(Diep)gelukkig(zijn)dearmenvangeest,wantvanhenishetkoninkrijkvandehemelen.

NBG:Zaligdearmenvangeest,wanthunnerishetKoninkrijkderhemelen.

Opmerkingen:
• Het gesubstantiveerde adjectief ¡asa çtet krijgt geen lidwoord. Het is een naamwoordelijk deel
vanhetgezegde(predicaatsnomen).Hetlidwoorddateropvolgt,hoortbij:·a,et .ZieGG§136b.
• Hetkoppelwerkwoord.t ¡tisweggelatenna¡asa çtet,omdathethiergaatomeenzegswijze(of
nominaalzin, zie ook o.m.Jacobus 1:12, Romeinen 4:8). Vgl. BDR §127, 4.7 en §128,1. Zie ook
GG§256d.Deuitdrukkingmet¡asa çtetisafkomstiguitdeLXX,waarinhet64keervoorkomt.
• et :·a,et ·a :i.u ¡a·t is een zogeheten dativus respectus (of relationis). Deze drukt een
betrekkinguit(vaakbijadjectieven)enkanwordenvertaaldmet‘watXbetreft’.Ziebijv.·a ,. i.t
(wat de afstamming betreft) of e ie ¡a·t (wat de naam betreft). Er bestaat ook een accusativus
respectus, die exact hetzelfde weergeeft, maar in het NT komt de datiefvariant veel vaker voor
(BDR§197,3enGG§173b,§178a).Voordeuitdrukking‘armvangeest’,zie1QM14:7.
• e ·t scheidt een causale bijzin van een hoofdzin. Vandaar vaak de vertaling ‘omdat’. Wanneer
echterhetcausaleverbandmindersamenhangendis,zoalshier,iseenvertalingmet‘want’beter.
Merk op dat voegwoorden in de evangeliën veelvuldig voorkomen in onderwijzingen (en in
zaligsprekingenbuitendeBergrede)omdeverschillendevoorschriftenenuitsprakenteverbinden
(zieBDR§456,1-2;§462,2;WBC,88,89).BuitenhetNTisdee ·t-bepalingzeldzaam.
• Hetpersoonlijkvoornaamwoordau ·a i ishiergebruiktterbenadrukking(BDR§277,4).
• µ ¡actì.ta ·a i eu çaia i iseengenitivusobiectivus,behorendbijhetnomenactionis¡actì.t a
(eensubstantiefdatisafgeleidvan¡actì.uawateenhandelingweergeeft).ZieGrieks1,bijlage
5.2.1.2. Maar ook een genitivus possessivus is verdedigbaar. Deze geeft de oorsprong van het
‘Koninkrijk’ weer. Een genitivus attributivus, die een doel of richting aangeeft, is eveneens
mogelijk.Ta i eu çaia i kanverdereen‘hoedanigheid’ofeigenschapvanhetKoninkrijkzijn,met
de functie van een adjectief: Hemels Koninkrijk (genitivus qualitatis). Tot slot zou ook een
genitivusepexegeticuskunnenwordengelezen,dieuitdruktwaarhetKoninkrijkdanuitbestaat.
• Blass, Debrunner en Rehkopf zien in de eerste vier zaligsprekingen (Mt 5:3-6) een duidelijke :-
alliteratie(invers3gaathetomet :·a,et ·a :i.u ¡a·t).Vgl.BDR§488,7.

Mt5:4
¡asa çtet et :.iòeu i·.,, e ·t au ·et :açasìµòµ cei·at.

\asa çtet adj.nom.(pred)masc.plur. ¡asa çte, gelukkig,gezegend,zalig
:.iòeu i·., part.praes.A.nom.masc.plur. :.iò. a klagen,beklagen
e ·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,doordat,want
au ·et pron.pers.nom.masc.plur au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
:açasìµòµ cei·at indic.fut.pas.3epers.plur. :açasaì. a troosten

(Diep)gelukkig(zijn)zijdie(aanhoudend)treuren,wantzijzullenwordengetroost.

NBG:Zaligdietreuren,wantzijzullenvertroostworden.

Opmerkingen:
• Hetpersoonlijkvoornaamwoordau ·etishiergebruiktterbenadrukking(BDR§277,5).
• Sommige handschriften hebben vers 4 en 5 omgedraaid, vermoedelijk om een antithese te
creërentussen ‘hemel’ en ‘aarde’eneensynthesetussen‘armenvan geest’en‘zachtmoedigen’
(zieTCGNT,p.10)

3
• Letopde:-alliteratie(:.iòeu i·.,en:açasìµòµ cei·at).Vgl.BDR§488,7.
• OndermeerdeCodexSinaiticusN voegtnogiuiinna:.iòeu i·.,omafstandtecreërentussen
detegenwoordigetijdendetoekomst.

Mt5:5
¡asa çtet et :ça.t ,, e ·t au ·et sìµçeie¡µ ceucti ·µ i ,µ i.

\asa çtet adj.nom.(pred)masc.plur. ¡asa çte, gelukkig,gezegend,zalig
:ça.t , adj.nom.masc.plur. :çau , zacht,vriendelijk,gematigd
e ·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,doordat,want
au ·et pron.pers.nom.masc.plur au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
sìµçeie¡µ ceucti indic.fut.A.3epers.plur. sìµçeie¡. a (be)erven
·µ i ,µ i subst.acc.(obi)fem.sing. µ ,µ aarde

(Diep)gelukkig(zijn)dezachtaardigen,wantzijzullendeaardebeërven.

NBG:Zaligdezachtmoedigen,wantzijzullendeaardebeërven.

Opmerkingen:
• Sommigehandschriftenhebbenvers4en5omgedraaid(ziebijvers4).
• Het woord :çau ,, :ça.ta, :çau (:ça. a,) betekent zacht, liefelijk, vriendelijk, mild, mak,
gedwee.Vgl.Jes.41:17.Hetiseensynoniemvan·a:.tie ,enµ cu ,te,.
• Letopdedoorlopende:-alliteratie(:ça.t ,).Vgl.BDR§488,7.

Mt5:6
¡asa çtet et :.tia i·., sat et¦a i·., ·µ i etsatecu iµi, e ·t au ·et ,eç·acòµ cei·at.

\asa çtet adj.nom.(pred)masc.plur. ¡asa çte, gelukkig,gezegend,zalig
:.tia i·., part.praes.A.nom.masc.plur. :.tia a hongerhebben
et¦a i·., part.praes.A.nom.masc.plur. et¦a a dorsthebben
·µ i etsatecu iµi subst.acc.(obi)fem.sing. µ etsatecu iµ gerechtigheid
e ·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,doordat,want
au ·et pron.pers.nom.masc.plur au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
,eç·acòµ cei·at indic.fut.P.3epers.plur. ,eç·a ,a verzadigen,vetmesten

(Diep)gelukkig(zijn)zijdie(aanhoudend)hongerenendorstennaardegerechtigheid,wantzijzullen
wordenverzadigd.

NBG:Zaligdiehongerenendorstennaardegerechtigheid,wantzijzullenverzadigdworden.

Opmerkingen:
• Op werkwoorden van verlangen (zoals . :tòu¡. a) volgt doorgaans een genitief (BDR §171,2).
Maarna:.tia aenet¦a avolgtinhetNTeenaccusativusobiectidirecti(mogelijknaaranalogie
van.:t:eò. a(naarietsverlangen)waarnazoweleengenitiefalseenaccusatiefkanvolgen).De
werkwoorden zijn eigenlijk intransitief, maar door de toevoeging van een direct lijdend voorwerp
zijnzetransitiefgemaakt(overigenskomteendatiefnaet¦a aookvoor:vgl.Ex.17:3).
• Letopdedoorlopende:-alliteratie(:.tia i·.,).Vgl.BDR§488,7.
• Burton schrijft dat :.tia i·., en et¦a i·., tegenwoordige deelwoorden zijn, die een groep
aanduidenvanhendieeenbepaaldedaadvoortdurendverrichten(Burton§124).Zieookvers4.

Mt5:7
¡asa çtet et . ì.µ ¡ei.,, e ·t au ·et . ì.µòµ cei·at.

\asa çtet adj.nom.(pred)masc.plur. ¡asa çte, gelukkig,gezegend,zalig
. ì.µ ¡ei., adj.nom.masc.plur . ì.µ ¡ai medelijdend,barmhartig
e ·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,doordat,want
au ·et pron.pers.nom.masc.plur au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
. ì.µòµ cei·at indic.fut.P.3epers.plural . ì.. a medelijdenhebben

(Diep)gelukkig(zijn)debarmhartigen,wantzijzullenbarmhartigheidvinden(of:ervaren).

4
NBG:Zaligdebarmhartigen,wanthunzalbarmhartigheidgeschieden.

Opmerkingen:
• Hetpassief. ì.µòµ cei·atduidthieropmededogenofmedelijdenvínden(Bauer,. ì.. a).Thayer
vertaalthiermet‘toexperiencemercy’(Thayer,. ì.. a).

Mt5:8
¡asa çtet et saòaçet ·µ saçeta , e ·t au ·et ·e i ò.e i e ¦ei·at.

\asa çtet adj.nom.(pred)masc.plur. ¡asa çte, gelukkig,gezegend,zalig
saòaçet adj.nom.masc.plur saòaçe , rein,zuiver
·µ saçeta subst.dat.(resp)fem.sing. µ saçet a hart
e ·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,doordat,want
au ·et pron.pers.nom.masc.plur au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
·e i ò.e i subst.acc.(obi)masc.sing. e ò.e , God
e ¦ei·at indic.fut.M3epers.plural e ça a zien

(Diep)gelukkig(zijn)dezuiveren(of:dereinen)vanhart,wantzijzullenGodzien.

NBG:Zaligdereinenvanhart,wantzijzullenGodzien

Opmerkingen:
• et saòaçet ·µ saçetaiseen zogehetendativusrespectus(zuiverwatbetrefthethart).Zieook
Mt.5:3.Hoffmann&VonSiebenthalvertalenhieroverigens:dieHerzenreinen.

Mt5:9
¡asa çtet et .t çµie:etet , e ·t au ·et ut et ò.eu sìµòµ cei·at

\asa çtet adj.nom.(pred)masc.plur. ¡asa çte, gelukkig,gezegend,zalig
.t çµie:etet adj.nom.masc.plur .t çµie:ete , vredescheppend,makend
e ·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,doordat,want
au ·et pron.pers.nom.masc.plur au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
ut et subst.nom.(pred)masc.plur. e ut e , zoon
ò.eu subst.gen.(poss)masc.sing. e ò.e , God
sìµòµ cei·at indic.fut.P.3epers.plur. saì. a noemen,roepen

(Diep)gelukkig(zijn)devredemakers,wantzijzullenzonenvanGodwordengenoemd.

NBG:Zaligdevredestichters,wantzijzullenkinderenGodsgenoemdworden.

Opmerkingen:
• Enkelemanuscriptenmissenhetpersoonlijkvoornaamwoordau ·et .
• Het woord .t çµie:etet is een Verbale Rektionskomposita (verbal dependent determinatives),
een samenstelling met een substantief dat van een werkwoord (:et. a) is afgeleid. Tussen de
delenvandesamenstellingvindtgrammaticalebeïnvloedingplaats(rectie,afgeleidvanregeren).
Bij.t çµie:etetregeerthettweededeelheteerste(vgl..t çµie ,i.p.v..t çµ iµ).ZieBDR§119,1.

Mt5:10
¡asa çtet et e.eta,¡. iet . i.s.i etsatecu iµ,, e ·t au ·a i . c·ti µ ¡actì.ta ·a i eu çaia i.

\asa çtet adj.nom.(pred)masc.plur. ¡asa çte, gelukkig,gezegend,zalig
e.eta,¡. iet part.perf.M.nom.masc.plur eta sa (achter)volgen,vervolgen
. i.s.i voorzetsel(+2) . i.sa terwillevan
etsatecu iµ, subst.gen.(iud)fem.sing. etsatecu iµ gerechtigheid
e ·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,doordat,want
au ·a i pron.pers.gen.(poss)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
. c·ti indic.praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
µ ¡actì.ta subst.nom.fem.sing. µ ¡actì.t a hetkoninkrijk
·a i eu çaia i subst.gen.(obi)masc.plur. e eu çaie , hemel

5
Gelukkig(zijn) zijdievervolgd zijn(of:devervolgden)omwillevandegerechtigheid,wantvanhenis
hetkoninkrijkvandehemelen

NBG:Zaligdevervolgdenomdergerechtigheidwil,wanthunnerishetKoninkrijkderhemelen.

Opmerkingen:
• Bij het persoonlijk voornaamwoord au ·e , wordt van alle verbogen naamvallen alleen de genitief
gebruiktterbenadrukking(BDR§277,6).
• etsatecu iµ, is een genitivus criminis of iudicialis (betreffende de zaak waarom iemand wordt
vervolgd),feitelijkeensoortgenitivusrespectus(vgl.GG§167i;Grieks1,bijlage5.2.5).

Mt5:11
¡asa çtet . c·. e ·ai e i.tet cacti u ¡a , sat eta¸acti sat .t :acti :a i :eiµçe i saò` u ¡a i
[¦.uee ¡.iet] . i.s.i . ¡eu .

\asa çtet adj.nom.(pred)masc.plur. ¡asa çte, gelukkig,gezegend,zalig
. c·. indic.praes.A2
e
persplur .t ¡t zijn
e ·ai voegwoord+temporelebijzin e ·ai wanneer
e i.tet cacti coni.aor.A.3epers.plur. e i.tet ,a smalen,schelden,verwijten
u ¡a , pron.pers.acc.(obi)plur. cu jij
eta¸acti coni.aor.A.3epers.plur. eta sa (achter)volgen,vervolgen
.t :acti coni.aor.A.3epers.plur ì. ,a zeggen,spreken,noemen
:a i adi.indef.acc.(obi)neut.sing. :a , ieder,elk,hier:allerlei(Bauer)
:eiµçe i adi.acc.(obi)neut.sing. :eiµçe , slecht,gemeen
saò` voorzetsel(+2) sa·a tegen
u ¡a i pron.pers.gen.plur. cu jij
¦.uee ¡.iet part.praes.M.nom.masc.plur. ¦.u ee¡at liegen
. i.s.i voorzetsel(+2) . i.sa terwillevan(+2)
. ¡eu pron.pers.gen.sing. . ,a ik

(Diep) gelukkig zijn jullie wanneer ze jullie (uit)schelden en achtervolgen (of: men jullie uitscheldt en
achtervolgt)en[terwijlzeliegen(of:menliegt)]allerleikwadedingen(tennadele)vanjulliezeggen(of:
zegt)omwillevanMij.

NBG: Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om
Mijnentwil.

Opmerkingen:
• Sommige handschriften voegen na e ·ai nog et a iòça:et in, parallel aan Luc. 6:22. Maar de
derdepersoonmeervoude i.tet cactikanookvoor‘men’staan(Robertson,GGNT,392).
• Erzijnmanuscriptendiegeenconiunctivushebben,maareenfuturum(eta¸euctietc).
• In NA27 staat ¦.uee ¡.iet tussen haken, omdat niet zeker is of het woord oorspronkelijk is. Het
lijktopeenachterafaangebrachte(Westerse)harmonisatiemetLuc.6:22(Vgl.TCGNT,p.11).
• Enkeletekstenvoegenna.t :actinogçµ ¡ainofhebbenetsatecu iµ,i.p.v.. ¡eu (WBC,88).
• Nae ·aikanzoweleenconiunctivusgeneralisvolgenalseenconiunctivusfuturalis.Aangeziener
geenfuturumindehoofdzinstaatenerbijtemporelebijzinnenmete ·aivaaksprakeisvaneen
algemenegeldigheid(‘wanneer’),ligteengeneralisvoordehand(Grieks1,par.23.6;GG§276g).
• HetklassiekeGriekslaatdoorgaanseendatiefvolgenopwerkwoordenvansmadenenlasteren,
maarhetNTgebruiktdaareenaccusatief(u ¡a ,).
• VandeAttischeadverbialeuitdrukking. i.sa(+genitief)is. i.s.idekoinè-vorm(MoultonII,67).

Mt5:12
,at ç.·. sat a ,aììta cò., e ·t e ¡tcòe , u ¡a i :eìu , . i ·et , eu çaiet ,· eu ·a, ,a ç . et a¸ai
·eu , :çe|µ ·a, ·eu , :çe u ¡a i.

,at ç.·. imp.praes,A2
e
pers.plur. ,at ça zichverheugen
a ,aììta cò. imp.praes.M.2epers.plur. a ,aììta a jubelen,juichen
e ·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,doordat,want
e ¡tcòe , subst.nom.masc.sing. e ¡tcòe , loon
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
:eìu , adj.nom.masc.sing. :eìu , veel,groot
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder

6
·et , eu çaiet , subst.dat.masc.plur. e eu çaie , dehemel
eu ·a, bijwoord eu ·a zo,aldus
. et a¸ai indic.aor.A.3epers.plur. eta sa (achter)volgen,vervolgen
·eu , :çe|µ ·a, subst.acc.(obi)masc.plur. e :çe|µ ·µ, deprofeet
:çe voorzetsel(+2) :çe voor
u ¡a i pron.pers.gen.plur. cu jij

Verheugt jullie en jubelt (of: blijf je verheugen en jubelen), omdat jullie loon (is) groot in de hemelen;
wantzohebbenzij[uwvaderen]deprofetenvoorjullie[ook]vervolgd/dievooru(zijngeweest).

NBG:Verblijdtuenverheugtu,wantuwloonisgrootindehemelen;wantalzohebbenzijdeprofeten
vóóruvervolgd.

Opmerkingen:
• Vaak ontbreekt voor het septuagintsme eu çaiet , het lidwoord (zie 1 Cor. 8:5). Wat dit betreft
vormtMt.5:12eenuitzondering(DBR§253,4).
• Deimperatiefvanhetpraesensisvaakdirecterdandievandeaoristus.Tochlijkthetonderscheid
tussen beide hier minder relevant. Vgl. Luc. 6:23, waar ,a çµ·. staat (imp. aor. P. 2
e
pers. plur).
MerkopdatMoultonhetpraesenshiereenlineairaspecttoekent(MoultonI,174).
• Enkelemanuscriptenvoegenet :a·. ç., au·a itoe(onderinvloedvanLuc.6:26).

Zoutenlicht(cf.Mk.9,50;Lc.14,34-35)

Mt5:13
u ¡.t , . c·. ·e a ìa, ·µ , ,µ ,· .a i e. ·e a ìa, ¡açaiòµ , . i ·t it a ìtcòµ c.·at, .t , eu e. i t c,u .t
. ·t .t ¡µ ¡ìµò. i .¸a sa·a:a·.t còat u :e ·a i a iòça :ai.

u ¡.t , pron.pers.nom.plur. cu jij
. c·. indic.praes.A.2epers.plur .t ¡t zijn
·e a ìa, subst.nom.(pred)neut.sing. ·e a ìa, hetzout
·µ , ,µ , subst.gen.(attr/poss)fem.sing. µ ,µ deaarde
.a i voegwoord+conditionelebijzin . a i indien,als
¡açaiòµ coni.aor.P.3epers.sing. ¡açat ia smakeloosmaken,gekmaken
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·t it pron.interr.dat.(instr)neut.sing. ·t , wie,wat,welk?
a ìtcòµ c.·at indic.fut.P.3epers.sing. a ìt ,a (in)zouten(pass.=zoutworden)
.t , voorzetsel(+4) .t , tot,naar
eu e. i pron.indef.acc.neut. eu e.t , niemand,niets
t c,u.t indic.praes.A.3epers.sing. t c,u a sterkzijn,kunnen(+inf),deugen
. ·t bijwoord . ·t nog
.t ¡µ voegwoord+part.+conditionelebijzin .t ¡µ indienniet,tenzij,behalve
¡ìµò. i part.aor.P.nom.neut.sing. ¡a ììa werpen,gooien
.¸a bijwoord . ¸a buiten,naarbuiten
sa·a:a·.t còat infin.praes.M. sa·a:a·. a vertrappen,verachten
u :e voorzetsel(+2) u :e door
·a i a iòça :ai subst.gen.masc.plur. e a iòça:e, demens

Julliezijnhetzoutvandeaarde;wanneerdanhetzoutsmakeloos(lett.gek)wordt,waarmeezalhet
worden gezouten?Totnietsdeugthetnog,behalveom,nadathetnaarbuitenisgegooid,teworden
vertraptdoordemensen.

NBG: Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het gezouten
worden?Hetdeugtnergensmeertoedanomweggeworpenendoordemensenvertredenteworden.

Opmerkingen:
• Denadrukligthierop‘jullie’(ziehetgebruikvanhetpersoonlijkvoornaamwoord).
• De predikatieve nominativus ·e a ìa, (·µ , ,µ ,) is de koinè-variant voor het klassieke e a ì,.
Gebruikelijkerinhetkoinè-Grieksisoverigens·e a ìa(Mc.9:50).Vgl.MoultonI,p.132.
• Tµ , ,µ ,kaneengenitivusattributuszijn(doel-ofrichtingaangevend),ofeenqualitatis(bedoeld
als adjectief: het aardse zout), maar ook een bezitsgenitief is denkbaar (duidt de oorsprong van
het ‘zout’ aan), aangezien het zout in Israel werd gewonnen uit de heuvels rond de Dode Zee
(lees:deaarde).Vgl.Eerdmans,DB,1153.

7
• Hetvoorzetsel. i leidteendativusinstrumentalisinnaeenwerkwoordvan‘kruiden’enbetekent
hier‘met’:‘metwat/waarmeezalhetwordengezouten?’(BDR§195,5).
• De combinatie .t ¡µ duidt op ‘behalve’ en wordt hier gevolgd door een werkwoord (infinitief) –
watzeldzaamis(BDR§376,1;GG§286b).
• Veel manuscripten hebben ¡ìµòµ iat .¸a sat (om naar buiten te gooien en) i.p.v. ¡ìµò. i . ¸a,
maardetekstvanNA27isbeter(WBC,97).
• Nahetvoegwoord.a ikomteenconiunctivusgeneralis,dieindezezindichtbijeentemporaalzin
mete ·ailigt(vgl.indienenwanneer).ZieGG§282c.

Mt5:14
u ¡.t , . c·. ·e |a , ·eu se c¡eu. eu eu ia·at :e ìt, sçu¡µ iat . :a ia e çeu, s.t¡. iµ·

u ¡.t , pron.pers.nom.plur. cu jij
. c·. indic.praes.A.2epers.plur .t ¡t zijn
·e |a , subst.nom.(pred)neut.sing. ·e |a , hetlicht
·eu se c¡eu subst.gen.(attr/poss)masc.sing. e se c¡e, dewereld
eu bijwoord eu niet
eu ia·at indic.praes.M.3epers.sing. eu ia¡at kunnen
:e ìt, subst.nom.fem.sing. µ :e ìt, destad
sçu¡µ iat infin.aor.P. sçu :·a verbergen
. :a ia voorzetsel(+2) . :a ia boven(op)
e çeu, subst.gen.neut.sing. ·e e çe, deberg
s.t¡. iµ part.praes.P.nom.fem.sing. s.t ¡at liggen

Julliezijnhetlichtvandewereld.Eenstad,dieopeenbergligt,kannietverborgenzijn(of:eenstad
kannietverborgenzijn,terwijlzijopeenbergligt).

NBG:Gijzijthetlichtderwereld.Eenstad,dieopeenbergligt,kannietverborgenblijven.

Opmerkingen:
• Netalsinhetvorigeverszienwehiereennadrukop‘jullie’.
• ·e |a , ·eu se c¡eu is een predikatieve nominatief (naamwoordelijk deel van het gezegde).
Daarbinnen kan ·eu se c¡eu worden gelezen als een genitivus attributus (doel of richting
aangevend).Eengenitivuspossessivusisookmogelijk(duidtdeoorsprongvanhet‘licht’aan).
• In het koinè-Grieks wordt de thematische aoristus populair, vooral de passieve variant ervan.
sçu:·akrijgtdaarbijeen¡alsstamuitgang(. sçu ¡µiinplaatsvan. sçu|µiof. sçu|òµi).
• Hetligtvoordehandomsçu¡µ iatweertegevenmet‘verborgenzijn’(zieookStatenvertaling,de
LeidseVertalingendeKingJames).Hetpassivumkanweliswaarookintransitiefwordenvertaald
(zich verbergen), maar dat is met een stad als onderwerp niet perse voor de hand liggend. De
gebruikteaoristus(onbepaaldaspect)brengtbovendienmetzichdatnietswordtgezegdoverhet
voortduren van de handeling of het resultaat ervan. Toch kiezen veel recente vertalingen voor
‘blijven’ (wellicht ingegeven door de intransitieve betekenis van sçu¡µ iat), waarmee het
passivum duratief wordt gemaakt. Thayer stelt voor om sçu¡µ iat te vertalen met ‘to escape
notice’(Thayer,sçu :·a-1a)
• . :a ia is een samentrekking van . :-a ia en betekent eigenlijk bovenop. In het NT is deze vorm
vaakafgezwakttot‘op’+genitivus(BDR§215,3;Robertson,GGNT,505,642).

Mt5:15
eu e. sat eucti ìu ,iei sat ·tò.acti au ·e i u :e ·e i ¡e etei a ìì` . :t ·µ i ìu,itai, sat ìa ¡:.t
:a cti ·et , . i ·µ et sta .

eu e. voegwoord eu e. enniet,ookniet
sat eucti indic.praes.A.3epers.plur. sat a aansteken
ìu ,iei subst.acc.masc.sing. e ìu ,ie, delamp
·tò.acti indic.praes.A.3epers.plur. ·t òµ¡t leggen,plaatsen
au ·e i pron.pers.acc.masc.sing. au ·e , hij,zichzelf
u :e voorzetsel(+4) u :e onder
·e i ¡e etei subst.acc.masc.sing. ¡e ete, korenmaat(modius,maatvat)
a ìì` voegwoord a ììa maar
. :t voorzetsel(+4) . :t op
·µ i ìu,itai subst.acc.fem.sing. ìu,it a lampenstandaard,statief

8
ìa ¡:.t indic.praes.A.3epers.sing. ìa ¡:a schijnen
:a cti adi.indef.dat.(comm)masc.plur. :a , ieder,elk
·et , art.dat.masc.plur.,hier:pron.demon. e de,het
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·µ et sta subst.dat.fem.sing. µ et st a hethuis

Ook steken [de mensen] (of: steekt men) geen (olie)lamp aan en zetten (of: zet) haar onder de
korenmaat,maaropdestandaard,zodatzijschijntvoorallen,dieinhethuis(zijn).

NBG:Ooksteektmengeenlampaanenzethaaronderdekorenmaat,maaropdestandaard,enzij
schijntvoorallen,dieinhethuiszijn.

Opmerkingen:
• eu e. sat eucti sat ·tò.acti is een aramisme (vgl. parallelle tekst in Luc. 11:33 => eu e.t ,
ìu ,iei a ¦a, .t , sçu :·µi ·t òµcti).
• ¡e ete, (modius) is een latinisme voor de Romeinse inhoudsmaat voor het afmeten van koren
(eenschepelofca.8,75liter)enstaatzowelvoordemaatzelfalsvoorhetmaatvat.
• DederdepersoonmeervoudwordtinhetNTvaakgebruiktvoorhetonbepaaldesubject‘men’.Je
kanerooket aiòça:etbijinvullen.Vgl.MoultonII,p.447.
• Bijuitdrukkingenmetvoorzetselsstaatvaaknogeenlidwoord,zoookbijhetvoorzetsel. i:·et ,.
• Hettweedesat ishierconsecutiefgebruikt(eengevolgaangevend:zodat,dat).Inparallelteksten
inLucas(8:16en11:33)wordtt iagebruikt.ZieGrieks1,bijlage10.6.1.

Mt5:16
eu ·a, ìa¡¦a ·a ·e |a , u ¡a i . ¡:çecò.i ·a i a iòça :ai, e :a, t eacti u ¡a i ·a saìa . ç,a
sat ee¸a cacti ·e i :a·. ça u ¡a i ·e i . i ·et , eu çaiet ,

eu ·a, bijwoord eu ·a, zo,opdezemanier
ìa¡¦a ·a imp.aor.A.3epers.sing. ìa ¡:a schijnen
·e |a , subst.nom.neut.sing. ·e |a , hetlicht
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
. ¡:çecò.i voorzetsel(+2) . ¡:çecò.i voor
·a i a iòça :ai substgen.masc.plur. e a iòça:e, demens
e :a, voegwoord+finalebijzin e :a, opdat,dat,om
t eacti coni.aor.A.3epers.plur. e ça a zien
saìa adj.acc.neut.plur. saìe , goed,mooi
·a . ç,a subst.acc.(obi)neut.plur. ·e . ç,ei hetwerk
ee¸a cacti coni.aor.A.3epers.plur. ee¸a ,a verheerlijken,loven,prijzen
·e i :a·. ça subst.acc.(obi)masc.sing. e :a·µ ç devader
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·et , eu çaiet , subst.dat.masc.plur. e eu çaie , dehemel

Laat zo jullie licht schijnen voor de mensen, opdat zij jullie goede werken zien en jullie Vader in de
Hemelverheerlijken.

NBG:Laatzouwlichtschijnenvoordemensen,opdatzijuwgoedewerkenzienenuwVader,diein
dehemelenis,verheerlijken.

Opmerkingen:
• De Scrivener-editie heeft eu ·a in plaats van eu ·a,. Formeel wordt eu ·a gebruikt vóór een
medeklinker,maardezevormverliestgaandewegterreinenkomtinhetNTnauwelijksmeervoor.
• Hetvoegwoorde :a,(gevolgddooreenconiunctivusvandeaoristus)leidteenfinalebijzinin,die
het doel van iets aangeeft of het gewenste resultaat (vertaald met ‘opdat’). In het NT komt deze
constructie vaak voor, ten koste van de meer klassieke vorm met een infinitief (eventueel
voorafgegaan door ·eu) of een optativus obliquus. Oudere vertalingen laten het ‘wenskarakter’
van de coniunctivus nog meeklinken door te vertalen: ‘opdat zij jullie goede werken mogen zien’
(SVV)of‘thattheymayseeyourgoodworks’(KJV).Commentarenopditversdoenditsomsook
(WBCwel(p.101),Hermeneianiet).
• Sommige handschriften laten . ç,a weg, omdat het wordt verondersteld in ·a saìa (goede
dingen,daden(letterlijk:mooiedingen!)).
• ·et , eu çaiet ,iseenseptuagintisme(Grieks1,bijlage10.6.1).

9
Wetenprofeten(Onderwijzingenoverdewet)

Mt5:17
\µ ie¡t cµ·. e ·t µ ìòei sa·aìu cat ·e i ie ¡ei µ ·eu , :çe|µ ·a,· eu s µ ìòei sa·aìu cat a ììa
:ìµça cat.

\µ partikel \µ niet(nastreefzinnenmetconi)
ie¡t cµ·. coni.aor.A.2epers.plur. ie¡t ,a menen,denken
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat
µ ìòei indic.aor.A.1epers.sing. . ç,e¡at komen,gaan
sa·aìu cat inf.aor.A. sa·aìu a vernietigen,beëindigen,ontbinden
·e i ie ¡ei subst.acc.(obi)masc.sing. e ie ¡e, wet,regel,gewoonte,norm(tora)
µ voegwoord µ of
·eu , :çe|µ ·a, subst.acc.(obi)masc.plur. e :çe|µ ·µ, deprofeet
eu s bijwoord eu niet
a ììa voegwoord a ììa maar
:ìµça cat inf.aor.A. :ìµçe a volmaken,vervullen

Jullie moeten niet denken dat ik ben gekomen om de wet of de profeten op te heffen; ik ben niet
gekomenom[ze]opteheffen,maaromtevervullen.

NBG:Meentniet,datIkgekomenbenomdewetofdeprofetenteontbinden;Ikbennietgekomenom
teontbinden,maaromtevervullen.

Opmerkingen:
• DeSVVendeW95vertalenhettweededeelvanditversmeteenterugverwijzingnaardewetof
deprofeten(SVV:Ikbennietgekomen,omdieteontbinden,maartevervullen;W95:Ikbenniet
gekomenomzeopteheffen,maaromzetevervullen).
• Deimperatief‘meentniet’ staatindeaoristus.Datduidteropdatdetoehoordersdemeningnog
niethadden.Wanneereenverbodslaatophetstoppenvaneenreedsbestaandesituatie,staater
doorgaans een imperativus van het praesens. We kunnen het verbod daarom volgens Blass,
DebrunnerenRekopfookvertalenmet:‘Laathetnietinjullieopkomen!’(vgl.BDR§336,4).
• De infinitivus finalis wordt in het NT meestal gebruikt om het doel aan te geven bij werkwoorden
van beweging, zo ook hier na µ ìòei (cf. :eç. e¡at, a ia/ sa·a¡at ia, . :t/ u :ec·ç.|a, . ,,t ,a
etc).Zieookde2
e
opmerkingbijvorigvers(Mt.5:16).Vgl.Burton§98,§366.
• Het voegwoord van tegenstelling µ biedt een keuze uit meerdere opties, doorgaans in negatieve
zinnen. Merk op dat wanneer in Mt. 7:12 dezelfde opties worden geboden zónder scheiding, het
voegwoordsat wordtgebruikt(eu·e, ,a ç . c·ti e ie ¡e, sat et :çe|µ ·at)!
• ‘Profeten’ishiereenmetonymiavoordatwatdeprofetenhebbenverkondigd.

Mt5:18
a ¡µ i ,a ç ì. ,a u ¡t i· . a, a i :aç. ìòµ e eu çaie , sat µ ,µ , t a ·a . i µ ¡ta s.çata eu ¡µ
:aç. ìòµ a :e ·eu ie ¡eu, . a, a i :a i·a ,. iµ·at.

a ¡µ i indeclinabel a ¡µ i voorwaar,waarlijk
,a ç voegwoord ,a ç want
ì. ,a indic.praes.A.1epers.sing. ì. ,a zeggen
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij
. a, voegwoord+temporelebijzin . a, tot
a i partikel(+coni) a i -
:aç. ìòµ coni.aor.A.3epers.sing :aç. ç,e¡at voorbijgaan,verdwijnen
e eu çaie , subst.nom.masc.sing. e eu çaie , dehemel
µ ,µ subst.nom.fem.sing. µ ,µ deaarde
t a ·a subst.nom.neut.sing. ·e t a ·a iota
. i adj.card.nom.neut.sing. .t , één
µ voegwoord µ of
¡ta adj.card.nom.fem.sing. .t , één
s.çata subst.nom.fem.sing. µ s.çat a accentteken,streepje,tittel,punt
eu ¡µ bijwoord+partikel(+futofconi) eu ¡µ zekerniet(zullen)
a :e voorzetsel(+2) a :e vanaf,vanuit
·eu ie ¡eu subst.gen.(part)masc.sing. e ie ¡e, dewet(hebr.voortora)
:a i·a adj.nom.neut.plur. :a , ieder,elk(mv:alles,alledingen)
,. iµ·at coni.aor.M.3epers.sing. ,t ie¡at worden,gebeuren,zijn(aor.)

10
Wantvoorwaar,Ikzegjullie:Totdatdehemelendeaardeisvergaan,zalerzekernietéénjotaoféén
tittelvandewetvergaan(of:geenjotaoftittel),totdatalledingenzullenzijngebeurd.

NBG: Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel
vergaanvandewet,eeralleszalzijngeschied.

Opmerkingen:
• . a, met een coniunctivus van de aoristus duidt op een temporele betekenis (BDR §383,1). Het
kanzowelgaanom‘totdat’(‘Nachzeitigkeit’,eindpunt,zie:Bauer. a,,1b;Burton§172)of‘terwijl,
zoalsals’(bij gelijktijdigheid, Bauer. a,, 2b). Demeestevertalingenkiezen voordeeersteoptie.
De coniunctivus laat zien dat de gebeurtenis waarvan sprake is, afhankelijk is van
omstandigheden (GG §276h). Maar W78 vertaalt: ‘Want voorwaar, ik zeg u: Eerder nog zullen
hemelenaardevergaan,dandateenjotaofhaaltjevergaatuitdeWet,voordatallesgeschiedis’.
• Het is opmerkelijk dat het vers twee clausules met . a, bevat. Hagner houdt het erop dat de
zinsdelentautologieënzijn(WBC,107),Moultonspreektvaneenanakoloet(MoultonI,p.58).
• Merkopdathet werkwoordna‘hemelenaarde’in hetenkelvoudstaat.Ditgebeurt wanneerhet
subjectvolgtopdepersoonsvorm(inhetomgekeerdegeval zouhet werkwoordinhetmeervoud
staan,vgl.BDR§135,3;GG§264a).
• Ditzelfde geldt ook voor het werkwoord dat volgt op twee enkelvoudige onderwerpen die van
elkaargeschiedenzijndoorµ (éénjotaofééntittel,vgl.BDR§135,6).
• De postpositie van . i (t a ·a . i) is een semitisme. Merk op dat bij tittel het adjectief weer wel
voorhetzelfstandignaamwoordstaat(¡ta s.çata).Blass,DebrunnerenRekopfmenendat‘jota’
hierdenadrukkrijgtendatbijdeherhalinghetaccentligtophetaantal(BDR§474,2).
• Decombinatievan. i eneu wordtinhetGrieksookwelgebruiktomnietsofgeenaanteduiden
(BDR§302,4).Wezoudendanookkunnenvertalen:geenjotaoftittel.Vgl.MoultonII,p.433.
• eu ¡µ iseensterkeontkenningbijeenconjunctiefenwordtvertaaldmet‘zekerniet(zullen)’.
• Sommigemanuscriptenvoegenna·eu ie ¡eunogsat ·a i :çe|µ·a itoe,parallelaanvers17
(WBC,103).

Mt5:19
e , .a i eu i ìu cµ ¡tai ·a i . i·eìa i ·eu ·ai ·a i . ìa,t c·ai sat etea¸µ eu ·a, ·eu ,
a iòça :eu,, . ìa ,tc·e, sìµòµ c.·at . i ·µ ¡actì.ta ·a i eu çaia i· e , e` a i :etµ cµ sat etea ¸µ ,
eu·e, ¡. ,a, sìµòµ c.·at . i ·µ ¡actì.ta ·a i eu çaia i.

e , pron.rel.nom.masc.sing. e , die,dat,wie,wat,hetwelk
.a i partikel . a i als,indien
eu i voegwoord eu i dan,dus,daarom
ìu cµ coni.aor.A.3epers.sing. ìu a losmaken,ontbinden,beëindigen
¡tai adj.card.acc.(obi)fem.sing. .t , één
·a i . i·eìa i subst.gen.(part)fem.plur. µ . i·eìµ hetgebod
·eu ·ai pron.dem.gen.fem.plur. eu ·e, deze,die
·a i . ìa,t c·ai adj.gen.(poss)fem.plur.superl. . ìa,u ,/ e ìt ,e, klein
etea¸µ coni.aor.A.3epers.sing. etea csa onderwijzen,leren
eu ·a, bijwoord eu ·a, zo,opdezemanier
·eu , a iòça :eu, subst.acc.(obi)masc.plur. e a iòça:e, demens
. ìa ,tc·e, adj.nom.(pred)masc.sing.superl. . ìa,u ,/ e ìt ,e, klein
sìµòµ c.·at indic.fut.P.3epers.sing. saì. a roepen,noemen
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·µ ¡actì.ta subst.dat.fem.sing. µ ¡actì.t a hetkoninkrijk
·a i eu çaia i subst.gen.(obi)masc.plur. e eu çaie , dehemel
e` voegwoord e. maar,en(ofonvertaaldlaten)
a i partikel(+coni) a i -
:etµ cµ coni.aor.A.3epers.sing. :et. a doen,maken
eu ·e, pron.dem.nom.masc.sing. eu ·e, deze,die
¡. ,a, adj.nom.(pred)masc.sing. ¡. ,a, groot

Wieduséénvandezekleinstegebodenopheftenopdezemanier(indiegeest)demensenleert,zal
dekleinstewordengenoemdinhetHemelsKoninkrijk;maarwie(ze)doetenleert,diezaldegrootste
wordengenoemdinhetHemelsKoninkrijk.

11
NBG: Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein
heteninhetKoninkrijkderhemelen;dochwiezedoetenleert,diezalgrootheteninhetKoninkrijkder
hemelen.

Opmerkingen:
• Wanneer .a i (.t + a i) in een relatieve bijzin volgt op een betrekkelijk voornaamwoord, kan het
partikel onvertaald blijven. Het verliest dan de betekenis van ‘als, indien’. Wel wordt er na het
partikel een coniunctivus (hier: futuralis) gevormd, met een zekere mate van waarschijnlijkheid
(zieBDR§107,3;GG§252.3/290e;Burton§303,310;Grieks1,par.23.6).
• InnavolgingvanhetHebreeuws(datgeencomparatievenofsuperlatievenkent),gebruikthetNT-
Griekssomsgewoneadjectievenomeensuperlatiefaanteduiden.Zoishier¡. ,a,(inplaatsvan
¡. ,tc·e,)gebruiktalspositiefvanhetnegatieve. ìa ,tc·e,.Vgl.BDR245,2.
• Merk op dat bij . ìa ,tc·e,sprake is van paranomasie, het kort na elkaar herhalen van hetzelfde
woordofwoordstam(opheffenvanhetkleinstegebod,leidt(volgenseensoortiustalionis)totde
positie van kleinste in het Hemels Koninkrijk). De betekenis is hier wel veranderd van concreet
naarmetaforisch(BDR§488,5).
• Enkele teksten laten aan het eind van het vers . i ·µ ¡actì.ta ·a i eu çaia i weg, omdat het
logischvolgtuitdevorigezin,diemetdezelfdewoordeneindigt.Zieoverigensvooroverwegingen
bijdegenitief‘KoninkrijkderHemelen’vers3(WBC,103).

Mt5:20
A. ,a ,a ç u ¡t i e ·t .a i ¡µ :.çtcc.u cµ u ¡a i µ etsatecu iµ :ì.t ei ·a i ,ça¡¡a·. ai sat
1açtcat ai, eu ¡µ .t c. ìòµ·. .t , ·µ i ¡actì.tai ·a i eu çaia i.

A. ,a indic.praes.A.1epers.sing. ì. ,a zeggen
,a ç voegwoord+causalezin ,a ç want
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat,omdat,want(of‘:’bijcitaat)
.a i partikel . a i als,indien
¡µ partikel ¡µ niet
:.çtcc.u cµ coni.aor.A.3epers.sing. :.çtcc.u a overvloedigzijn
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
µ etsatecu iµ subst.nom.fem.sing. µ etsatecu iµ gerechtigheid,rechtvaardigheid
:ì.t ei adj.acc.(adv.)neut.sing.comp. :eìu , veel
·a i ,ça¡¡a·. ai subst.gen.(comp)masc.plur. e ,ça¡¡a·.u , deschriftgeleerde
1açtcat ai subst.gen.(comp)masc.plur. e 1açtcat e, deFarizeeër
eu ¡µ bijwoord+partikel(+futofconi) eu ¡µ zekerniet(zullen)
.t c. ìòµ·. coni.aor.A.2epers.plur. .t c. ç,e¡at binnengaan
.t , voorzetsel(+4) .t , in
·µ i ¡actì.tai subst.acc.fem.sing. µ ¡actì.t a hetKoninkrijk
·a i eu çaia i subst.gen.(obi)masc.plur. e eu çaie , dehemel

Want Ik zeg jullie: Als jullie gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan (die) van de schriftgeleerden
enFarizeeën,zullenjulliezekerhetHemelsKoninkrijknietbinnengaan.

NBG:WantIkzegu:Indienuwgerechtigheidnietovervloedigis,meerdandiederschriftgeleerdenen
Farizeeën,zultgijhetKoninkrijkderhemelenvoorzekernietbinnengaan.

Opmerkingen:
• Het comperatief :ì.t ei (van :eìu ,) is hier een accusativus adverbialis, een accusatief van
inhoud,dievolledigtoteenbijvoeglijknaamwoordisgeworden(MoultonII,p.165).
• ·a i ,ça¡¡a·. ai sat 1açtcat ai vormt een genitivus comparationis, die logisch volgt op de
vergrotendetrapvan:ì.t ei(BDR§246,2).
• CodexBezaelaathetheleversweg,omdatdeinhoudlogischvolgtuitvers19(WBC,103).
• :.çtcc.u cµ iseenfuturalismeteengrotematevanwaarschijnlijkheid(Burton§250).

Onderwijzingovertoorn

Mt5:21
`Hseu ca·. e ·t . çç. òµ ·et , a ç,at et,· eu |ei.u c.t,· e , e` a i |ei.u cµ , . ie,e, . c·at ·µ
sçt c.t.

12
`Hseu ca·. indic.aor.A.2epers.plur. a seu a horen
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat,omdat,want(of‘:’bijcitaat)
. çç. òµ indic.aor.P.3
e
pers.sing. ì. ,a zeggen
·et , a ç,at et, adj.dat.(obi/auct)masc.plur. a ç,at e, oud
eu bijwoord eu niet
|ei.u c.t, indic.fut.A.2epers.sing. |ei.u a doden,vermoorden
e , pron.rel.nom.masc.sing. e , die,dat,wie,wat,hetwelk
e` voegwoord e. maar,en(ofonvertaaldlaten)
a i partikel(+coni) a i -
|ei.u cµ coni.aor.A.3epers.sing. |ei.u a doden
. ie,e, adj.nom.masc.sing. . ie,e, schuldig,strafbaar,onderworpen
. c·at indic.fut.M.3epers.sing. .t ¡t zijn
·µ sçt c.t subst.dat.(obi)fem.sing. µ sçt ct, oordeel,vonnis,straf

Jullie hebben gehoord dat door (of: tot) de ouden (lett. ‘hen uit oude tijden’ of ‘eerdere generaties’ is
gezegd:Gijzultnietdoden,enwiedoodtzalonderworpenzijnaanhetoordeel.

NBG:Gijhebtgehoord,dattotdeoudengezegdis:Gijzultnietdoodslaan;en:Wiedoodslagpleegt,
zalvervallenaanhetgerecht.

Opmerkingen:
• µ seu ca·. iseenconstaterendeaoristus,dieechtertothethedenvoortduurt(Burton§52).
• De passieve aoristus . çç. òµ heeft een onbepaald onderwerp. Het NT gebruikt deze constructie
zelden (vaker zien we een derde persoon meervoud indicatief). Het gedeelte heeft de vorm van
een zogeheten ‘goddelijk passief’, waardoor er ook kan staan: ‘God heeft tot de ouden gezegd’,
een verwijzing naar de Mosaïsche wetten (BDR §103,1). ·et , a ç,at et, zijn dan de
oorspronkelijkehoordersvandewetindeSinaï(vgl.WBC,115).
• Bauer onderstreept dat een dativus na een passivum ook u :e (+2) kan vervangen (dativus
auctoris), waardoor beter gelezen kan worden: ‘dat door de ouden is gezegd’ (Bauer, a ç,at e,).
Jezus stelt zich dan tegenover de ouden en niet tegenover God (waarbij ·et , a ç,at et, dan de
profetenkunnenzijn,analoogaanLc.9:8).
• Hetverbod:eu |ei.u c.t,staat,geheelinlijnmetdeLXX,ineenindic.futurummetimperatieve
betekenis(vgl.Ex.20:15).Erhadinplaatsvaneu ook¡µ kunnenstaan(Grieks1,par.22.1).
• Het adjectief . ie,e, (onderworpen worden aan) kan in het NT onderdeel zijn van een genitivus
pretii(vergelijkbaarmeta¸te,).Maarhiervolgteendativus(·µ sçt c.t)!Vgl.BDR§182,3.

Mt5:22
. ,a e. ì. ,a u ¡t i e ·t :a , e e ç,t,e ¡.ie, ·a a e.ì|a au ·eu . ie,e, . c·at ·µ sçt c.t· e , e` a i
.t :µ ·a a e.ì|a au ·eu · çasa , . ie,e, . c·at ·a cui.eçt a · e , e` a i .t :µ · ¡aç. , . ie,e, . c·at
.t , ·µ i ,..iiai ·eu :uçe ,.

. ,a pron.pers.nom.sing. . ,a ik
e. voegwoord e. maar,en(ofonvertaaldlaten)
ì. ,a indic.praes.A.1epers.sing. ì. ,a zeggen
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat,omdat,want(of‘:’bijcitaat)
:a , adj.indef.nom.masc.sing. :a , ieder,elk
e e ç,t,e ¡.ie, part.praes.P.nom.masc.sing. e ç,t ,e¡at toornigworden
·a a e.ì|a subst.dat.(obi)masc.sing. e a e.ì|e , debroeder
au ·eu pron.pers.gen.(poss)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
. ie,e, adj.nom.masc.sing. . ie,e, schuldig,strafbaar,onderworpen
. c·at indic.fut.M.3epers.sing. .t ¡t zijn
·µ sçt c.t subst.dat.(obi)fem.sing. µ sçt ct, hetoordeel
e , pron.rel.nom.masc.sing. e , die,dat,wie,wat,hetwelk
e` voegwoord e. maar,en(ofonvertaaldlaten)
a i partikel(+coni) a i -
.t :µ coni.aor.A.3epers.sing. ì. ,a zeggen
çasa subst.voc.masc.sing. e ç asa domkop,uilskuiken
·a cui.eçt a subst.dat.(obi)neut.sing. ·e cui. eçtei hetSanhedrin
¡aç. adj.voc.masc.sing. ¡açe , dwaas
.t , voorzetsel(+4) .t , naar
·µ i ,..iiai subst.acc.fem.sing. µ ,. .iia dehel
·eu :uçe , subst.gen.(qual)neut.sing. ·e :u ç hetvuur

13
Maar ik zeg jullie:Iederdieboos isop zijn broeder zalwordenonderworpen aanhetoordeel(i.e.de
doodstraf,vgl.Ex.21:12enLev.24:17);enwietotzijnbroeder(dativusobiectivus)zegt:domkop,zal
worden onderworpen aan (de doodstraf van) het Sanhedrin, en wie zegt: dwaas (of: dwaze), zal
wordenonderworpenaanhetvuurvandehel(Gehenna).

NBG:MaarIkzegu:Eenieder,dieintoornleefttegenzijnbroeder,zalvervallenaanhetgerecht.Wie
tot zijn broeder zegt:Leeghoofd, zalvervallen aandeHogeRaad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen
aanhethellevuur.

Opmerkingen:
• Wezienhiereenconstructiemetì. ,a (gebiedendgebruikt),waarbijdeaangesprokenpersoonin
deobjectdatiefstaat.Somskanerookeenaccusativuscuminfinitvowordengebruikt.
• Hetversbevatdriekeereenconstructiemethetwoord . ie,e,.Sommigecommentarenzienhier
eenclimaxinvanterdoodveroordelingen,oplopendvanhetvonnisvandegewonerechtbanknaar
de uitspraak van het hoogste gerechtshof in Jeruzalem tot aan het laatste oordeel van de hel
(ThWNT6,975;WBC,115).
• Veel handschriften hebben na het eerste a e.ì|a au ·eu nog het woord .t sµ (zonder reden,
zomaar),maardatishoogstwaarschijnlijklatertoegevoegdomhetlogionwatvanzijnscherptete
ontdoen(TCGNT,11).
• Het hebraïsme ·µ i ,..iiai ·eu :uçe , is een genitivus qualitatis, een in het NT veelgebruikte
genitief voor het weergeven van eigenschappen van het substantief (oorspronkelijk gaf de
genitivusqualitatisdeomvangofhoeveelheidvanietsaan,maarindeloopdertijdheeftdecasus
defunctievanadjectiefgekregen).ZieBDR§162,2.
• HetGrieksgebruiktna :a ,vaakeengesubstantiveerdparticipiummeteenlidwoord,zoookhier:
:a , e e ç,t,e ¡.ie, (lett.‘eeniedertoornigzijndeop’).Vgl.BDR§413,4.
• Hetonvertaalbare a inaeenrelativumvormteenbetrekkelijkebijzin,met‘altijd’alsbijklank(GG
§290e).
• Het woord çasa (een zogeheten hapax legomenon of eenmalig voorkomend gezegde) is een
Aramees leenwoord voor ‘stommeling’ of ‘nietsnut’ (WBC: ‘blockhead’, ‘idiot’; ThWNT: ‘Trottel’,
‘Esel’ (6, 974-975). Hagner wijst erop dat zulke beledigingen ten tijde van het NT veel hoger
werden opgenomen dan tegenwoordig. Hetzelfde geldt voor ¡aç. wat ‘dwaas’ betekent.
Sommigen menen echter dat het hier om een Hebreeuws leenwoord gaat, nl. ומ הר wat ‘rebel’,
‘weerspannige’ of ‘ketter’ betekent, analoog aan Num. 20:10 (Moulton II, p. 152). Hagner houdt
hetechteropeenvocatiefvanhetGrieksewoord¡açe ,(WBC,116,117).

Mt5:23
.a i eu i :çec|. çµ , ·e ea çe i ceu . :t ·e òuctac·µ çtei sa s.t ¡iµcòµ , e ·t e a e.ì|e , ceu
. ,.t ·t sa·a ceu ,

.a i partikel . a i als,indien
eu i voegwoord eu i dan,dus,daarom
:çec|. çµ , coni.praes.A.2epers.sing. :çec|. ça brengen,presenteren,offeren
·e ea çe i subst.acc.(obi)neut.sing. ·e ea çei geschenk,gift,offer
ceu pron.pers.gen.(poss)sing. cu jij
. :t voorzetsel(+4) . :t naar,op
·e òuctac·µ çtei subst.acc.neut.sing. ·e òuctac·µ çtei (brandoffer)altaar
sa s.t voegwoord+bijwoord sat +. s.t endaar
¡iµcòµ , coni.aor.P.2epers.sing. ¡t¡iµ cse¡at zichherinneren,denkenaan
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat,omdat,want(of‘:’bijcitaat)
e a e.ì|e , subst.nom.masc.sing. e a e.ì|e , debroeder
. ,.t indic.praes.A.3epers.sing. . ,a hebben,houden
·t pron.indef.acc.(adv)neut.sing. ·t , iets,wat
sa·a voorzetsel(+2) sa·a tegen

Indien je dan je offer(gave) naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder iets tegen je
heeft,

NBG:Wanneergijdanuwgavebrengtnaarhetaltaarenudaarherinnert,datuwbroederietstegenu
heeft,

14
Opmerkingen:
• .a i meteenconjunctiefvanhetpraesensgeeftdoorgaanseentoekomstigegebeurtenisweer.
• Het indefinitum ·t is hier gesubstantiveerd tot een accusatief (met als betekenis: het een of
ander).Vgl.GG§144a;Grieks1,bijlage5.4.2.3.

Mt5:24
a|., . s.t ·e ea çe i ceu . ¡:çecò.i ·eu òuctac·µçt eu sat u :a,. :ça ·ei etaììa ,µòt ·a
a e.ì|a ceu, sat ·e ·. . ìòa i :çe c|.ç. ·e ea çe i ceu.

a|., imp.aor.A.2esing. a |t µ¡t latengaan/-staan
. s.t bijwoord . s.t daar
·e ea çe i subst.acc.(obi)neut.sing. ·e ea çei geschenk,gift,offer
ceu pron.pers.gen.sing. cu jij
. ¡:çecò.i voorzetsel(+2) . ¡:çecò.i voor,tegenover
·eu òuctac·µçt eu subst.gen.neut.sing. ·e òuctac·µ çtei (brandoffer)altaar
u :a,. imp.praes.A.2epers.sing. u :a ,a weggaan
:ça ·ei bijwoord(acc.adv.) :ça ·ei eerst
etaììa ,µòt imp.aor.P.2epers.sing. etaììa cce¡at verzoenen
·a a e.ì|a subst.dat.(soc)masc.sing. e a e.ì|e , broeder
·e ·. bijwoord ·e ·. toen,dan
. ìòa i part.aor.A.nom.masc.sing. . ç,e¡at komen,gaan
:çe c|.ç. imp.praes.A.2epers.sing. :çec|. ça brengen,presenteren,offeren

laatjeoffer(gave)daarstaan,vóórhetaltaar,engaeerstheen,verzoenjemetjebroederenkomen
brengdanjeoffer(gave).(of:ennadatje[weer]gekomenbent,brengdanjeoffer(gave)).

NBG:laatuwgavedaar,vóórhetaltaar,engaeerstheen,verzoenumetuwbroederenkomenoffer
daarnauwgave.

Opmerkingen:
• .a i meteenconjunctiefvanhetpraesenskrijgtsomseennazinmeteenimperativus(doorgaans
vandeaoristus):a|., (ookeenindicativuspraesens,futurumeneenperfectumzijnmogelijk).Zie
BDR§373,6.
• etaììa ,µòt ·a a e.ì|a ceu is een dativus sociativus (of comitativus), een datief die een
gemeenschapofverbindinguitdrukt(zieGrieks1,bijlage5.3.3.1,vgl.BDR§193,4).
• Deimperativusvanhetpraesenssat ·e ·. . ìòa i :çe c|.ç. ·e ea çe i ceu isduratiefendrukt
uitonderwelkevoorwaardenenhoeietsmagwordenhervat(nl.hetofferen).ZieBDR§336,3.
• Het bijwoordelijk gebruikte participium . ìòa i is hier voor ons gevoel pleonastisch gebruikt. Het
gaathieromeensemitisme(BDR§419,2).

Mt5:25
t còt .u iea i ·a a i·tet sa ceu ·a,u , . a, e ·eu .t ¡.·` au ·eu . i ·µ e ea , ¡µ :e·. c. :açaea e
a i·t etse, ·a sçt·µ sat e sçt·µ , ·a u :µç. ·µ sat .t , |uìasµ i ¡ìµòµ cµ ·

t còt imp.praes.A.2epers.sing. .t ¡t zijn
.u iea i part.praes.A.nom.masc.sing. .u ie. a welgezindzijn,vriendenmaken
·a a i·tet sa subst.dat.(soc)masc.sing. e a i·t etse, vijand,beschuldigendepartij
ceu pron.pers.gen.sing. cu jij
·a,u bijwoord ·a,u , snel
. a, voegwoord(+2)+temporelebijzin . a, zolangals,tot
e ·eu pron.rel.gen.neut.sing. e c·t, wie,wat
.t indic.praes.A.2epers.sing. .t ¡t zijn
¡.·` voorzetsel(+2) ¡.·a met
au ·eu pron.pers.gen.masc.sing. au ·e , (zich)zelf,vanhem
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·µ e ea subst.dat.fem.sing. µ e ee , deweg
¡µ :e·. voegwoord ¡µ :e·. opdatniet(+coni)
c. pron.pers.acc.sing. cu jij
:açaea coni.aor.A.3epers.sing. :açaet ea¡t overleveren
e a i·t etse, substnom.masc.sing. e a i·t etse, vijand,beschuldigendepartij
·a sçt·µ subst.dat.(obi)masc.sing. e sçt·µ , derechter

15
e sçt·µ , subst.nom.masc.sing. e sçt·µ , derechter
·a u :µç. ·µ subst.dat.(obi)masc.sing. e u :µç. ·µ, de(gerechts)dienaar
.t , voorzetsel(+4) .t , in,naarbinnen
|uìasµ i subst.acc.fem.sing. µ |uìasµ debewaring,gevangenis
¡ìµòµ cµ indic.fut.P.2epers.sing. ¡a ììa werpen,gooien

Maaksnel(d.w.z.optijd)vriendenmetjetegenpartij,terwijl(of:zolangals)je(nog)methemopweg
bent, opdat de (of: je) tegenpartij je niet (misschien) aan de rechter overlevert en de rechter (je) aan
degerechtsdienaarenjeindegevangeniswordtgegooid.

NBG: Wees vriendelijk jegens uw tegenpartij, tijdig, terwijl gij nog met hem onderweg zijt, opdat uw
tegenpartij u niet aan de rechter overlevere en de rechter aan zijn dienaar en gij in de gevangenis
wordtgeworpen.

Opmerkingen:
• Veel handschriften voegen na e sçt·µ , nog :açaea in, wellicht als welluidende herhaling.
Overigens zijn er ook manuscripten die de gehele bijzin (sat e sçt·µ , ·a u :µç. ·µ ) weglaten
(WBC,114).
• InhetNTkomt·a,u zeskeervooralsbijwoordvan·a,u ,enzevenkeeris·a,. a,gebruikt(BDR
§102,2).
• Merk op dat t còt .u iea i een voorbeeld is van hoe koinè-Grieks een gewone imperativus
omschrijft(coniugatioperfiphrastica)van.u ie. a(BDR§353,9).Overigensisditdeenigeplaatsin
hetNTwaarditwerkwoordvoorkomt(Burton§97).Hetverbumisingressiefgebruikt(merkopdat
.t ¡t geen aoristus heeft): ‘maak snel vrienden’, i.p.v. ‘wees vriendelijk’. Moulton I, p. 174;WBC,
117.
• Na . a, e ·eu volgt doorgaans een coniunctivus, maar hier niet (.t ). In dit vers betekent de
constructieslechtshetzelfdeals. a,,d.w.z.‘zolangals’,‘terwijl’(BDR§455,5;Burton§330).
• Mattheüs gebruikt u :µç. ·µ , terwijl Lukas het in het parallelle vers (Lc. 12:58) heeft over
:ça s·eçt.Beidebetekenen(ook)gerechtsdienaar.

Mt5:26
a ¡µ i ì. ,a cet, eu ¡µ .¸. ìòµ , . s.t ò.i, . a, a i a :eea , ·e i . c,a·ei seeça i·µi.

a ¡µ i indeclinabel a ¡µ i voorwaar,waarlijk
ì. ,a indic.praes.A.1epers.sing. ì. ,a zeggen
cet pron.pers.dat.(obi)sing. cu jij
eu ¡µ bijwoord+partikel(+futofconi) eu ¡µ zekerniet(zullen)
.¸. ìòµ , coni.aor.A.2epers.sing. . ¸. ç,e¡at naarbuitengaan,weggaan
. s.t ò.i bijwoord . s.t ò.i vandaar
. a, voegwoord+temporelebijzin . a, tot
a i partikel(+coni) a i -
a :eea , coni.aor.A.2epers.sing. a :eet ea¡t hetverschuldigdegeven
. c,a·ei adj.acc.masc.sing. . c,a·e, laatst,uiterst
·e i seeça i·µi subst.acc.(obi)masc.sing. e seeça i·µ, dequadrans(kwartpenning)

Voorwaar, Ik zeg je: je zal daar zeker niet uitkomen, totdat je de laatste (verschuldigde) cent hebt
betaald.

NBG: Voorwaar, Ik zeg u: Gij zult daar voorzeker niet uitkomen, voordat gij de laatste penning hebt
betaald.

Opmerkingen:
• Een seeça i·µ, is een latinisme voor quadrans, een penning ter waarde van 2 lepta (joodse
koperenmunt).
• Het partikel a i staat hier bij . a, en heeft de functie van het meer klassieke eu overgenomen
(totdat) Zie Grieks 1, par. 23.9. Hoffmann & Von Siebenthal voegen toe dat het duidt op het
intreden van een gebeurtenis (hier in de toekomst gelegen) die afhankelijk is van de
omstandigheden(GG§276h).

Onderwijzingoveroverspel

Mt5:27
`Hseu ca·. e ·t . çç. òµ· eu ¡et,.u c.t,.

16
`Hseu ca·. indic.aor.A.2epers.plur. a seu a horen
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat,omdat,want(of‘:’bijcitaat)
. çç. òµ indic.aor.P.3epers.sing. ì. ,a zeggen
eu bijwoord eu niet
¡et,.u c.t, indic.fut.A.2epers.sing. ¡et,.u a echtbreken,overspelplegen

Julliehebbengehoorddatisgezegd:Gijzultnietechtbreken(of:geenoverspelplegen).

NBG:Gijhebtgehoord,datergezegdis:Gijzultnietechtbreken.

Opmerkingen:
• Na het werkwoord a seu a kan ook een infinitief of een accusativus cum participio (AcP) volgen.
Hier lezen we echter een bijzin met e ·t, vanwege de betekenis: ‘feit gehoord van anderen’ (een
AcP wordt gebruikt bij een ‘gerucht gehoord van anderen’). Wanneer er een genitivus cum
participiohadgestaan,wassprakevan‘zelfgehoord’(GG§233j;Grieks1,par.21.7).
• . çç. òµ kan duiden op een zogeheten ‘goddelijk passief’, waardoor we dus ook zouden kunnen
vertalen:‘Godheeftgezegd’(BDR§103,1,vgl.WBC,115).Maarenkelemanuscriptenvoegenna
. çç. òµin:·et , a ç,at e,(van/doordeouden:dativusauctoris).
• ¡et,.u a is de attische vorm van het Griekse werkwoord voor ‘echtbreken’ (zie ook v. 28; vgl. v.
32waardedorischevariant¡et,a e¡atopduikt).Vgl.BDR§101,51.
• Merk op dat de gehele directe rede eu ¡et,.u c.t, hier het onderwerp is van de e ·t-bijzin (het
beantwoordtdevraag:‘Watisgezegd?’).Hetverbodstaat,geheelinlijnmetdeLXX,ineenindic.
futurummetimperatievebetekenis(vgl.Ex.20:13).MerkopdatJezus’eigengebodennooitdeze
futurum-vormkrijgen.Ontkenningeninvoorwerpzinnenkrijgenalleeneu (Grieks1,bijlage8.1.1).

Mt5:28
. ,a e. ì. ,a u ¡t i e ·t :a , e ¡ì. :ai ,uiat sa :çe , ·e . :tòu¡µ cat au ·µ i µ eµ . ¡et ,.uc.i
au ·µ i . i ·µ saçeta au ·eu .

. ,a pron.pers.nom.sing. . ,a ik
e. voegwoord e. maar,en(ofonvertaaldlaten)
ì. ,a indic.praes.A.1epers.sing. ì. ,a zeggen
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat,omdat,want(of‘:’bijcitaat)
:a , adj.indef.nom.masc.sing. :a , ieder,elk
e ¡ì. :ai part.praes.A.nom.masc.sing. ¡ì. :a zien,aankijken,kijkennaar
,uiat sa subst.acc.(obi)fem.sing. µ ,uiµ devrouw
:çe , voorzetsel(+4) :çe , naar,tegen,bij
·e . :tòu¡µ cat infin.aor.A. . :tòu¡. a begeren
au ·µ i pron.pers.acc.(obi)fem.sing. au ·e , zich)zelf,vanhem
µ eµ bijwoord µ eµ reeds,al
. ¡et ,.uc.i indic.aor.A.3epers.sing. ¡et,.u a echtbreken,overspelplegen
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·µ saçeta subst.dat.fem.sing. µ saçet a hethart
au ·eu pron.pers.gen.(poss)masc.sing. au ·e , (zich)zelf,vanhem

Maar Ik zeg jullie (dat): iedereen die een vrouw aankijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart al
overspelmethaargepleegd.

NBG: Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds
echtbreukmethaargepleegd.

Opmerkingen:
• Wezienhiereenconstructiemetì. ,a (gebiedendgebruikt),waarbijdeaangesprokenpersoonin
dedatiefstaat.Somskanerookeenaccusativuscuminfinitvowordengebruikt.
• In sommige teksten ontbreekt au ·µ i na . :tòu¡µ cat. Misschien wel uit verbazing dat het
persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval staat, terwijl doorgaans na werkwoorden van
verlangeneengenitivusvolgt(zieGrieks1,bijlage5.2.5;BDR§171,1)!
• Het Grieks gebruikt na :a , vaak een gesubstantiveerd participium met een lidwoord (BDR
§413,4).
• De aoristus-vorm van . ¡et ,.uc.i duidt hier op een toekomstige mogelijkheid, vanwege de
voorafgaandetoekomstigeconditie:a , e ¡ì. :ai ,uiat sa (BDR§333,7).

17
• :çe , ·e . :tòu¡µ cat is een gesubstantiveerde infinitivus die het doel en gevolg van een
handelinguitdrukt(omte,methetoogop).Decombinatie:çe , ·e isoverigenseensemitismeen
komtmaar12keerinhetNTvoor(Grieks1,par.25.4;BDR§402,5;GG§226b;Burton§414).

Mt5:29
.t e. e e|òaì¡e , ceu e e.¸te , csaieaìt ,.t c., .¸.ì. au ·e i sat ¡a ì. a :e ceu · cu¡|. ç.t ,a ç
cet t ia a :e ìµ·at . i ·a i ¡.ìa i ceu sat ¡µ e ìei ·e ca ¡a ceu ¡ìµòµ .t , ,..iiai

.t voegwoord+conditionelebijzin .t als,indien
e. voegwoord e. maar,en(ofonvertaaldlaten)
e e |òaì¡e , subst.nom.masc.sing. e e |òaì¡e , hetoog
ceu pron.pers.gen.(poss)sing. cu jij
e e.¸te , adj.nom.masc.sing. e.¸te , rechts,rechter
csaieaìt ,.t indic.praes.A.3epers.sing. csaieaìt ,a ergeren,totzondebrengen
c. pron.pers.acc.(obi)sing. cu jij
.¸.ì. imp.aor.A.2epers.sing. . ¸atç. a uitnemen,uittrekken
au ·e i pron.pers.acc.(obi)masc.sing. au ·e , (zich)zelf,vanhem
¡a ì. imp.aor.A.2epers.sing. ¡a ììa werpen,gooien
a :e voorzetsel(+2) a :e vandaan,vanaf
cu¡|. ç.t indic.praes.A.3epers.sing. cu¡|. ça bijdragen,nuttigzijn
,a ç voegwoord ,a ç want
cet pron.pers.dat.(comm)sing. cu jij
t ia voegwoord+finalebijzin t ia dat,opdat,om
a :e ìµ·at coni.aor.M.3epers.sing. a :e ììu¡at verlorengaan
. i adj.card.nom.neut.sing. .t , één
·a i ¡.ìa i subst.gen.(part)neut.plur. ·e ¡. ìe, lid,lidmaat
¡µ partikel ¡µ niet
e ìei adj.nom.neut.sing. e ìe, geheel
·e ca ¡a subst.nom.neut.sing. ·e ca ¡a hetlichaam
¡ìµòµ coni.aor.P.3
e
pers.sing. ¡a ììa werpen,gooien
.t , voorzetsel(+4) .t , in,naar
,..iiai subst.acc.fem.sing. µ ,. .iia hel,Gehenna

Enalsjerechteroogjetotzondebrengt(of:jelaatstruikelen),trekhetuitengooihetvanje(zelf)weg;
want het is beter (of: nuttig) voor je dat één van je leden verloren gaat (of: vergaat) en niet (of: dan
dat)jehelelichaamin(de)helgegooidwordt.

NBG:Indiendanuwrechteroogu tot zonde zou verleiden,rukhetuiten werp hetvanu, wanthet is
betervooru,datéénuwerledenverlorengaennietuwgehelelichaamindehelgeworpenworde.

Opmerkingen:
• Enkele handschriften hebben eufemistisch a :. ìòµ (vertrekken, (weg)gaan) in plaats van ¡ìµòµ .
DitisontleendaanhetparallelversinMc.9:43(zieookMt.5:30).
• InhetklassiekGrieksvolgtnawerkwoordenvan‘goedofkwaaddoen’doorgaanseenaccusatief.
InhetNTkomtnacu¡|. çaechteraltijdeendatief(BDR§151,2).
• Na onpersoonlijke uitdrukkingen als cu¡|. ça kan een infinitief volgen (die een richting of doel
uitdrukt),maarookeent ia-constructie.Beidezijnsynoniem.ZieBDR§393,2;Grieks1,par.16.3.
Hiervormtdet ia-constructiehetbeginvaneenzogehetenisocolonofparallel(BDR§485).
• a :e ììu¡atisdemedialevormvana :e ììu¡t(verliezen,vernietigen,tegronderichten)enwordt
vervoegdalse.t siu¡at(Grieks1,par.26,1p.63-64).
• . i ·a i ¡.ìa i is een genitivus partitivus (die laat zien waarvan het subject deel uitmaakt). Zie
Grieks1,bijlage5.2.2.Vgl.GG§166d.
• NaeenvoorzetselverandertinhetNTeenwederkerendvoornaamwoordsomsineenpersoonlijk
voornaamwoord(ziea :e ceu i.p.v.c.au·eu ).Vgl.BDR§283,4.
• Het voegwoord .t + indicativus praesens staat hier in plaats van het meer gebruikelijke . a i +
coniunctivus(BDR§372,3;Burton§256).
• µ ,..iiaiseenhebraïsme(Grieks1,bijlage10.6.1).

Mt5:30
sat .t µ e.¸ta ceu ,.t ç csaieaìt ,.t c., . sse¦ei au ·µ i sat ¡a ì. a :e ceu · cu¡|. ç.t ,a ç
cet t ia a :e ìµ·at . i ·a i ¡.ìa i ceu sat ¡µ e ìei ·e ca ¡a ceu .t , ,..iiai a :. ìòµ .

18
.t voegwoord .t als,indien
µ e.¸ta adj.nom.fem.sing. e.¸te , rechts,rechter
ceu pron.pers.gen.(poss)sing. cu jij
,.t ç subst.nom.fem.sing. µ ,.t ç dehand
csaieaìt ,.t indic.praes.A.3epers.sing. csaieaìt ,a ergeren,totzondebrengen
c. pron.pers.acc.(obi)sing. cu jij
. sse¦ei imp.aor.A.2epers.sing. . sse :·a afhakken,wegdoen
au ·e i pron.pers.acc.(obi)masc.sing. au ·e , (zich)zelf,vanhem
¡a ì. imp.aor.A.2epers.sing. ¡a ììa werpen,gooien
a :e voorzetsel(+2) a :e vandaan,vanaf
cu¡|. ç.t indic.praes.A.3epers.sing. cu¡|. ça bijdragen,nuttigzijn
,a ç voegwoord ,a ç want
cet pron.pers.dat.(obi)sing. cu jij
t ia voegwoord+finalebijzin t ia dat,opdat,om
a :e ìµ·at coni.aor.M.3epers.sing. a :e ììu¡at verlorengaan
. i adj.card.nom.neut.sing. .t , één
·a i ¡.ìa i subst.gen.(part)neut.plur. ·e ¡. ìe, lid,lidmaat
¡µ partikel ¡µ niet
e ìei adj.nom.neut.sing. e ìe, geheel
·e ca ¡a subst.nom.neut.sing. ·e ca ¡a hetlichaam
.t , voorzetsel(+4) .t , in,naar
,..iiai subst.acc.fem.sing. µ ,. .iia hel,Gehenna
a :. ìòµ coni.aor.A.3epers.sing. a :. ç,e¡at vertrekken,(weg)gaan

Enalsjerechterhand utot zondebrengt(of:jelaatstuikelen),hakdezeafen werp(die)vanje(zelf)
weg; wanthet isbeter(of: nuttig)voorjedatéénvanjeledenverlorengaat(of:vergaat)enniet(of:
dandat)jehelelichaamnaar(de)helgaat.

NBG:Enindienuwrechterhandutotzondezouverleiden,houwhaarafenwerphaarvanu;wanthet
isbetervooru,datéénuwerledenverlorengaennietuwgehelelichaamterhellevare.

Opmerkingen:
• NaeenvoorzetselverandertinhetNTeenwederkerendvoornaamwoordsomsineenpersoonlijk
voornaamwoord(ziea :e ceu i.p.v.c.au·eu ).Vgl.BDR§283,4.
• Hetvoegwoord.t +indic.staathierinplaatsvanhetmeergebruikelijke. a i+coni(BDR§372,9).
• Naonpersoonlijkeuitdrukkingenalscu¡|. çakaneeninfinitiefvolgen(diederichtingofhetdoel
uitdrukt), maar ook, zoals hier, een t ia-constructie. Beide zijn synoniem (behalve na . ,. i.·e,
waarna alleen een infinitief voorkomt). Zie BDR §393,2. Hier vormt de t ia-constructie het begin
vaneenzogehetenisocolonofparallel(BDR§485).
• a :e ììu¡atisdemedialevormvana :e ììu¡t(verliezen,vernietigen,tegronderichten)enwordt
vervoegdalse.t siu¡at(Grieks1,par.26,1p.63-64).
• . i ·a i ¡.ìa i is een genitivus partitivus (die laat zien waarvan het subject deel uitmaakt). Zie
Grieks1,bijlage5.2.2.Vgl.GG§166d.
• µ ,..iiaiseenhebraïsme(Grieks1,bijlage10.6.1).

Onderwijzingoverechtscheiding(Mt19:9;Mk10:11v;Lk16:18)

Mt5:31
`Eçç. òµ e. · e , a i a :eìu cµ ·µ i ,uiat sa au ·eu , ee ·a au ·µ a :ec·a ctei.

. çç. òµ indic.aor.P.3epers.sing. ì. ,a zeggen
e. voegwoord e. maar,en(ofonvertaaldlaten)
e , pron.rel.nom.masc.sing. e , die,dat,wie,wat,hetwelk
a i partikel(+coni) a i -
a :eìu cµ coni.aor.A.3epers.sing. a :eìu a vrijlaten,wegzenden
·µ i ,uiat sa subst.acc.(obi/iud)fem.sing. µ ,uiµ devrouw
au ·eu pron.pers.gen.(poss)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
ee ·a imp.aor.A.3epers.sing. et ea¡t geven
au ·µ pron.pers.dat.(comm)fem.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
a :ec·a ctei subst.acc.(obi)neut.sing. ·e a :ec·a ctei scheidingsbrief

Enerisgezegd:wiezijnvrouwwegstuurt,moethaareenscheidingsbriefgeven.

NBG:Erisookgezegd:Alwiezijnvrouwwegzendt,moethaareenscheidbriefgeven.

19
Opmerkingen:
• Deopeningvandezeantitheseiszeerkort,maartochklinktdeformulevanvers21erindoor.Dat
betekent dat ook hier mogelijk gedoeld wordt op ·et , a ç,at e, (van/door de ouden (vgl. Deut.
24:1):dativusauctoris).Vgl.WBC,123).ErkanooksprakezijnvaneenGoddelijkpassief.
• Merkopdathet woorda :ec·a cteihiergéén verkleinwoordis,ondanksdeuitgangop-tei.Het
gaat hier om een compositum uit het toenmalig juridische en administratieve taalgebruik, net als
,.a ç,tei (akkerland), e ¦a itei (loon, soldij), cu¡¡eu ìtei (raad, concilium van Romeinse
magistraat)en·.ìa itei, tolgebouw).Vgl..ua,,. ìtei(BDR§111,9).
• a :eìu cµ iseenverbumiudicialis,waarbijdepersoon(hier:·µ i ,uiat sa)indeaccusatiefstaat.

Mt5:32
. ,a e. ì. ,a u ¡t i e ·t :a , e a :eìu ai ·µ i ,uiat sa au ·eu :aç.s·e , ìe ,eu :eçi.ta, :et.t
au ·µ i ¡et,.uòµ iat, sat e , .a i a :eì.ìu¡. iµi ,a¡µ cµ , ¡et,a ·at.

. ,a pron.pers.nom.sing. . ,a ik
e. voegwoord e. maar,en(ofonvertaaldlaten)
ì. ,a indic.praes.A.1epers.sing. ì. ,a zeggen
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat,omdat,want(of‘:’bijcitaat)
:a , adj.indef.nom.masc.sing. :a , ieder,elk
a :eìu ai part.praes.A.nom.masc.sing. a :eìu a vrijlaten,wegzenden
·µ i ,uiat sa subst.acc.(obi/iud)fem.sing. µ ,uiµ devrouw
au ·eu pron.pers.gen.(poss)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
:aç.s·e , voorzetsel(+2) :aç.s·e , buiten,behalve
ìe ,eu subst.gen.masc.sing. e ìe ,e, hier:dezaak,dekwestie
:eçi.ta, subst.gen.(crimi/resp)fem.sing. µ :eçi.t a ontucht
:et.t indic.praes.A.3epers.sing. :et. a doen,maken
au ·µ i pron.pers.acc.(AcI)fem.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
¡et,.uòµ iat infin.aor.P.(AcI) ¡et,.u a echtbreken
e , pron.rel.nom.masc.sing. e , die,dat,wie,wat,hetwelk
.a i partikel . a i indien
a :eì.ìu¡. iµi part.perf.P.acc.(obi)fem.sing. a :eìu a vrijlaten,wegzenden
,a¡µ cµ coni.aor.A.3epers.sing. ,a¡. a huwen
¡et,a ·at indic.praes.P.3epers.sing. ¡et,a e¡at echtbreken

Maar ik zeg jullie (dat): ieder die zijn vrouw wegstuurt, behalve in geval van ontucht, maakt dat er
overspelmethaarwordtgepleegd,enwietrouwtmetiemanddieisweggestuurd,pleegtoverspel.

NBG:MaarIkzegu:Eenieder,diezijnvrouwwegzendtomeenandereredendanontucht,maakt,dat
erechtbreukmethaargepleegdwordt;enalwieeenweggezondenetrouwt,pleegtechtbreuk.

Opmerkingen:
• Wezienhiereenconstructiemetì. ,a(gebiedendgebruikt),waarbijdeaangesprokenpersoonin
dedatiefstaat.Somskanerookeenaccusativuscuminfinitvowordengebruikt.
• e a :eìu ai is een verbum iudicialis, waarbij de persoon (hier: ·µ i ,uiat sa) in de accusatief
staat(Grieks1,bijlage5.2.5).
• HetGrieksgebruiktna :a ,vaakeengesubstantiveerdparticipiummeteenlidwoord.
• ¡et,.u a is de attische vorm van het Griekse werkwoord voor ‘echtbreken’, ¡et,a e¡at de
dorischevariant(BDR§101,51;zieookv.27,28).Hetpassief¡et,.uòµ iatishieronderdeelvan
eenAccusativuscumInfinitivoenwordtdoorBauervertaaldmet:‘[…]ermacht,daßdieEhemit
ihrgebrochenwird’(Bauer, ¡et,.u a-2b).
• ManuscriptB(CodexVaticanus)leestsat e a :eì.ìu¡. iµi ,a¡µ ca, omdeconstructiegelijkte
laten lopen met het eerste deel van het vers (e a :eìu ai). Aan de betekenis verandert dit niets
(WBC, 122). Dan zijn er nog handschriften zoals D (Codex Bezae), die sat ...¡et,a ·at als
redundantbeschouwenenweggelaten(TCGNT,11).
• Het is lastig uit te maken hoe µ :eçi.ta moet worden gelezen (een uitzonderingsclausule die
alleenbijMattheüsvoorkomt(vgl.Mc.10:11)).Demeestevertalingenkiezenvoor‘ontucht’,watin
feiteeencontainerbegripis.Veelexegetenkiezenvoorbuiten-ofvoorechtelijkeseks,anderevoor
eenhuwelijkbinnendeverbodengraden(vgl.Lev.18:6-18).

20
• Deconstructiemeteengenitivuscriminis:aç.s·e , ìe ,eu :eçi.ta,(lett. ‘een zaakbetreffende
overspel’)iseen(oneigenlijke)vervangingvan¡µ . :t :eçi.ta (BDR§216,7).

Onderwijzingovereden(of:hetzweren)

Mt5:33
Ea ìti µ seu ca·. e ·t . çç. òµ ·et , a ç,at et,· eu s . :teçsµ c.t,, a :eea c.t, e. ·a suçt a ·eu ,
e çseu, ceu.

Ea ìti bijwoord :a ìti weer,wederom,verder
`Hseu ca·. indic.aor.A.2epers.plur. a seu a horen
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat,omdat,want(of‘:’bijcitaat)
. çç. òµ indic.aor.P.3
e
pers.sing. ì. ,a zeggen
·et , a ç,at et, adj.dat.(obi)masc.plur. a ç,at e, oud
eu s bijwoord eu niet
. :teçsµ c.t, indic.fut.A.2epers.sing. . :teçs. a meineedplegen
a :eea c.t, indic.fut.A.2epers.sing. a :eet ea¡t hetverschuldigdegeven
e. voegwoord e. maar,en(ofonvertaaldlaten)
·a suçt a subst.dat.(comm)masc.sing. e su çte, deHeer
·eu , e çseu, subst.acc.(obi)masc.plur. e e çse, deeed
ceu pron.pers.gen.(poss)sing. cu jij

Verderhebbenjulliegehoord/hoordendatdoor(of:tot)deouden(lett.door/tot‘henuitoudetijden’of
‘eerderegeneraties’)isgezegd:Gijzultgeenmeineedplegen(of:geeneedbreken),maaruvoorde
Heeraanuwedenhouden.

NBG:Wederomhebtgijgehoord,dattotdeoudengezegdis:Gijzultuweednietbreken,dochaande
Hereuwedengestanddoen.

Opmerkingen:
• Depassieveaoristus. çç. òµheefteenonbepaaldonderwerp.Devormisdievaneenzogeheten
‘goddelijk passief’: ‘God heeft tot de ouden gezegd’ (zie NBG). Maar Bauer wijst erop dat een
dativusnaeenpassivumooku :e(+2)kanvervangen(dativusauctoris),waardoorbetergelezen
kanworden:‘datdoordeoudenisgezegd’(Bauer,a ç,at e,).Jezussteltzichdanoptegenoverde
oudenenniettegenoverGod.
• Defuturinditversdrukteenimperatiefuit(zieGrieks1,par.22.1;bijlage6.2.2)geheelinlijnmet
destriktegebodenuitdeLXX.Erhadinplaatsvaneu ook¡µ kunnenstaan(zieookGG§202f).
• Enkele handschriften laten de dativus obiectivus ·et , a ç,at et, weg om het vers meer in lijn te
brengenmetdeoverigeantithesen.
• Veel vertalingen maken van . :teçs. a ‘eed breken’ (zie voor Nederlandse vertalingen: SVV en
W95)omdetegenstellingmet‘eedhouden’betertedoenuitkomen(vgl.Didache2:3).
• a :eet ea¡tduidtop‘hetverschuldigdegeven’of‘eenverplichtingnakomen’.Incombinatiemete
e çse,verandertdebetekenisinhethoudenvaneeneed(Bauer,a :eet ea¡t-1).Thayergeeft:‘to
pay off things promised under oath’ (Thayer, a :eet ea¡t-2). Vandaar de vertaling van Oussoren:
‘[…]maarafgevenovereenkomstigjeedenaandeHeer’.

Mt5:34
. ,a e. ì. ,a u ¡t i ¡µ e ¡e cat e ìa,· ¡µ ·. . i ·a eu çaia , e ·t òçe ie, . c·t i ·eu ò.eu ,

. ,a pron.pers.nom.sing. . ,a ik
e. voegwoord e. maar,en(ofonvertaaldlaten)
ì. ,a indic.praes.A.1epers.sing. ì. ,a zeggen
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij
¡µ partikel ¡µ niet
e ¡e cat infin.aor.A. e ¡iu¡t zweren
e ìa, bijwoord e ìa, geheel,compleet
¡µ ·. voegwoord ¡µ ·. noch,enniet
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·a eu çaia subst.dat.masc.sing. e eu çaie , dehemel
e ·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,want(of‘:’bijcitaat)
òçe ie, subst.nom.(pred)masc.sing. e òçe ie, detroon
. c·t i indic.praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
·eu ò.eu subst.gen.(poss)masc.sing. e ò.e , God

21
MaarIkzegjulliehelemaalniettezweren:nietbijdehemel,omdatdezedetroonvanGodis;

NBG:MaarIkzegu,inhetgeheelniettezweren:bijdehemelniet,omdathijdetroonvanGodis;

Opmerkingen:
• Naaste ¡iu¡t. i(zwerenbij)komtooke ¡iu¡t.t , voor(zieookv.35).Beideformuleringenzijn
hebraïsmen(MoultonII,p.464).
• We zien hier een formule met ì. ,a + infinitief (gebiedend gebruikt), waarbij de aangesproken
persoonindedatiefstaat.Somskanerookeenaccusativuscuminfinitvowordengebruikt.
• Enkele exegeten menen dat ¡µ ·. hier geen ¡µ ·....¡µ ·. (noch... noch)-constructie vormt, maar
datereigenlijk¡µe. (‘zelfsniet’)moetstaan.Devertalingluidtdan:‘helemaalnietbijdehemel’...
‘(vooral)ookniet’(BDR§445,2).
• òçe ie, is hier predikaat, waarbij het naamwoordelijk deel van het gezegde geen lidwoord krijgt
(teronderscheidingvanhetsubjectdateveneensindenominatiefstaat).ZieGrieks1,par.4.1.

Mt5:35
¡µ ·. . i ·µ ,µ , e ·t u :e:e ete i . c·ti ·a i :eea i au ·eu , ¡µ ·. .t , 'I.çece ìu¡a, e ·t :e ìt,
. c·t i ·eu ¡.,a ìeu ¡actì. a,,

¡µ ·. voegwoord ¡µ ·. noch,enniet
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·µ ,µ subst.dat.fem.sing. µ ,µ deaarde
e ·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,want(of‘:’bijcitaat)
u :e:e ete i subst.nom.(pred)neut.sing. ·e u :e:e etei devoetenbank
. c·t i indic.praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
·a i :eea i subst.gen.masc.plur. e :eu , devoet
au ·eu pron.pers.gen.(poss)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
.t , voorzetsel(+4) .t , in,op
'I.çece ìu¡a subst.acc.neut.plur. ·e 'I.çece ìu¡a Jeruzalem
:e ìt, subst.nom.(pred)fem.sing. µ :e ìt, destad
·eu ¡actì. a, subst.gen.(poss)masc.sing. e ¡actì.u , dekoning
¡.,a ìeu adj,gen.masc.sing. ¡. ,a, groot

ennietbijdeaarde,omdatdezedevoetenbankvanzijnvoetenis,ennietbijJeruzalem,omdathetde
stadisvandegroteKoning.

NBG: bij de aarde niet, omdat zij de voetbank zijner voeten is; bij Jeruzalem niet, omdat het de stad
vandegroteKoningis;

Opmerkingen:
• Naaste ¡iu¡t. i(zwerenbij)komthierooke ¡iu¡t.t , voor(vgl.v.34).Beideformuleringenzijn
hebraïsmen(MoultonII,p.464).
• u :e:e ete i . c·ti en :e ìt, . c·t i zijn hier predikaat, waarbij het naamwoordelijk deel geen
lidwoordkrijgt(i.t.t.hetsubjectdateveneensindenominatiefstaat).ZieGrieks1,par.4.1.

Mt5:36
¡µ ·. . i ·µ s.|aìµ ceu e ¡e cµ ,, e ·t eu eu iacat ¡tai ·çt ,a ì.usµ i :etµ cat µ ¡. ìatiai.

¡µ ·. voegwoord ¡µ ·. noch,enniet
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·µ s.|aìµ subst.dat.fem.sing. µ s.|aìµ hethoofd
ceu pron.pers.gen.(poss)sing. cu jij
e ¡e cµ , coni.aor.A.2epers.sing. e ¡iu¡t zweren
e ·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,want(of‘:’bijcitaat)
eu bijwoord eu niet
eu iacat indic.praes.M.2epers.sing. eu ia¡at kunnen
¡tai adj.card.acc.fem.sing. .t , één
·çt ,a subst.acc.(obi)fem.sing. µ òçt ¸ hethaar
ì.usµ i adj.acc.fem.sing. ì.use , licht,wit
:etµ cat infin.aor.A. :et. a doen,maken
µ voegwoord µ of
¡. ìatiai adj.acc.fem.sing. ¡. ìa, zwart

enookbijjehoofdzaljenietzweren,omdatjenietéénhaarwitofzwartkuntmaken.

22
NBG:ookbijuwhoofdzultgijnietzweren,omdatgijnietéénhaarwitkuntmakenofzwart.

Opmerkingen:
• In koinè-Grieks krijgen veel athematische werkwoorden een thematische variant. Toch zijn de
athematischeuitgangenniethelemaalweg,zoalshiereu iacat laatzien(inplaatsvaneu iµ ).Vgl.
t ·a¡at(Grieks1,par.26.1(p.70,71)).

Mt5:37
. c·a e. e ìe ,e, u ¡a i iat iat , eu eu · ·e e. :.çtcce i ·eu ·ai . s ·eu :eiµçeu . c·ti.

. c·a imp.praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
e. voegwoord e. maar,en(ofonvertaaldlaten)
e ìe ,e, subst.nom.masc.sing. e ìe ,e, hetwoord
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
iat partikel iat ja
eu bijwoord eu niet,nee
·e :.çtcce i adj.nom.neut.sing. :.çtcce , buitengewoon,opmerkelijk
·eu ·ai pron,dem.gen.(comp)neut.plur. eu ·e, deze,die,dit,dat
. s voorzetsel(+2) . s uit
·eu :eiµçeu adj.gen.(part)neut.sing. :eiµçe , slecht,gemeen,kwaad
. c·ti indic.praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn

Maarlaatjulliewoordjajazijn(enjullie)neenee;watmeer(is)dandit,isuitdeboze.

NBG:laathetja,datgijzegt,jazijn,enhetneen,neen;watdaarbovenuitgaat,isuitdenboze.

Opmerkingen:
• . c·a isdeattischeimperatiefvan.t ¡t (12xinhetNT).Dekoinè-variantµ ·aiszeldzamer(2x).
• Het woord :.çtcce , is een vervanging van een superlativus met ¡a ììei (¡a ìtc·a) of :ì.t ai
(:ì.t c·e,).Eigenlijkstaater·e :ì. ei ·eu ·ai(datwatmeerisdan)(BDR,§60,5).
• Het woord ·eu ·ai staat in een genitivus comparationis, wat logisch volgt uit :.çtcce , (BDR,
§185,1).
• Gesubstantiveerdebijwoordenkrijgenvrijwelaltijdeenlidwoord,behalveinditversbijiat eneu .
Vgl.2Cor.1:17enJac.5:12).HandschriftL(CodexRegius)voegtnogsat intussendeja’sende
nee’s,terwijlO(CodexKoridethi)ookdevereistelidwoordenlevert:·e iat iat sat ·e eu eu .
• eu iseenontkennend‘nee’(letophetaccent,teronderscheidvaneu ‘niet’).
• De verdubbeling ‘ja ja [...] nee nee’ is een stijlfiguur om iets belangrijks te benadrukken
(epanadiplosis).ZieBDR§493,2.
• . s ·eu :eiµçeu iseengenitivuspartitivus(het‘teveel’maaktdeeluitvandeboze).

Onderwijzingoververgelding(Lk.6:29-30)

Mt5:38
`Hseu ca·. e ·t . çç. òµ· e |òaì¡e i a i·t e|òaì¡eu sat e ee i·a a i·t e ee i·e,.

µ seu ca·. indic.aor.A.2epers.plur. a seu a horen
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat,omdat,want(of‘:’bijcitaat)
. çç. òµ indic.aor.P.3
e
pers.sing. ì. ,a zeggen
e|òaì¡e i subst.acc.(obi)masc.sing. e e |òaì¡e , hetoog
a i·t voorzetsel(+2) a i·t inruilvoor,inplaatsvan,tegen
e|òaì¡eu subst.gen.masc.sing. e e |òaì¡e , hetoog
e ee i·a subst.acc.(obi)masc.sing. e e eeu , detand
e ee i·e, subst.gen.masc.sing. e e eeu , detand

Julliehebbengehoorddatisgezegd:eenoog(inruil)vooreenoogeneentand(inruil)vooreentand.

NBG:Gijhebtgehoord,datergezegdis:Oogomoogentandomtand.

Opmerkingen:
• De passieve aoristus . çç. òµ heeft een onbepaald onderwerp. Er kan sprake zijn van een
zogeheten‘goddelijkpassief’,waardoorwezoudenkunnenlezen:‘Godheeftgezegd’.Daarmeeis
hetverseenverwijzingnaardeMosaïschewetten,inditverbandEx.21:23-25(BDR§103,1,vgl.
WBC,115).Hetkanookduidenopeeneerderereferentieaande‘ouden’,vgl.Mt.5:33.

23
• Jezusciteerthierdelextalionisinsterkverkortevorm(ellips).InEx.21:23-25(LXX)staat:. a i e.
.¸.tseitc¡. iei µ i ea c.t ¦u,µ i a i·t ¦u,µ , e|òaì¡e i a i·t e|òaì¡eu e ee i·a a i·t
e ee i·e, ,.t ça a i·t ,.tçe , :e ea a i·t :eee , sa·a sau¡a a i·t sa·asau ¡a·e, ·çau ¡a a i·t
·çau ¡a·e, ¡a ìa:a a i·t ¡a ìa:e,(maarindienereenanderletselis,zultgijgevenlevenvoor
leven,oogvooroog,tandvoortand,handvoorhand,voetvoorvoet,blaarvoorblaar,wondvoor
wond,striemvoorstriem).ZieookLev.24:20enDeut.19:21.
• Enkele handschriften laten, parallel aan de LXX, het voegwoordje sat weg tussen oog en tand
(WBC,129).

Mt5:39
. ,a e. ì. ,a u ¡t i ¡µ a i·tc·µ iat ·a :eiµça · a ìì` e c·t, c. ça:t ,.t .t , ·µ i e.¸ta i cta,e ia
[ceu], c·ç. ¦ei au ·a sat ·µ i a ììµi·

. ,a pron.pers.nom.sing. . ,a ik
e. voegwoord e. maar,en(ofonvertaaldlaten)
ì. ,a indic.praes.A.1epers.sing. ì. ,a zeggen
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij
¡µ partikel ¡µ niet
a i·tc·µ iat infin.aor.A. a iòt c·µ¡t zichverzettentegen,weerstaan
·a :eiµça adj.dat.(obi)masc./neut.sing. :eiµçe , slecht,gemeen,kwaad
a ìì` voegwoord a ììa maar
e c·t, pron.rel.nom.masc.sing. e c·t, wie,wat
c. pron.pers.acc.(obi)sing. cu jij
ça:t ,.t indic.praes.A.3epers.sing. ç a:t ,a slaan,eenklapgeven
e.¸ta i adj.acc.fem.sing. e.¸te , rechter,rechts
·µ i cta,e ia subst.acc.(obi)fem.sing. µ cta,a i dewang,kaak,kin
ceu pron.pers.gen.(poss)sing. cu jij
c·ç. ¦ei imp.aor.A.2epers.sing. c·ç. |a draaien,wenden
au ·a pron.pers.dat.(obi)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
sat bijwoord sat ook,eveneens,zelfs
·µ i a ììµi adj.indef.acc.(obi)fem.sing. a ììe, ander

Maarikzegjulliejenietteverzettentegenhetkwade(of:deboze),maarwiejeeenklapgeeftopje
rechterwang,draaihemookjeanderetoe;

NBG: Maar Ik zeg u, de boze niet te weerstaan, doch wie u een slag geeft op de rechterwang, keer
hemookdeanderetoe;

Opmerkingen:
• Hetwoord:eiµça isinvers37vertaaldmet‘deboze’(NBG),omdatMattheüshierzourefereren
aan de satan (zie ook Mt. 6:13; 13:19,38). Hagner meent dat in vers 39 de duivel niet kan zijn
bedoeld,omdaterdaneensubstantivumzonderlidwoordhadgestaan(WBC,130-131).Hetgaat
hieromdebozedaad,redenwaaromW95hetversvertaaltmet:‘maarikzegugeen weerstand
te bieden aan het onrecht’. De Lutherse vertaling heeft overigens ‘gij zult den bozen mens niet
wederstaan’.
• Dedativusobiectivus:eiµça wordtgeregeerddoora iòt c·µ¡t(+3).Datisopmerkelijkomdatna
a i·t eengenitiefzoumoetenvolgen!Ookau ·a iseendativusobiectivus.
• Koinè-Grieks gebruikt e c·t, alleen in de nominativus. Vgl. Grieks 1, par. 9.3. Het betrekkelijk
voornaamwoord is in dit vers onbepaald en staat voor ‘iedereen die’ (in tegenstelling tot meer
bepaaldgebruikals‘dezeenepersoon’,inb.v.Jh.8:53).ZieBDR§293.2;§380,1.
• In het NT neemt a ììe, meer en meer de plaats in van . ·.çe,. ¨Aììe, duikt vooral op in het
tweededeelvaneentweedeling(BDR§306,3).
• Het vers, een zogeheten paradoxon of onverwachte formulering, is een voorbeeld van een
complexio, een vorm van epanalepsis, waarbij een deel van een vers wordt herhaald
(parallellisme).ZieBDR§495,7.
• Wezienhiereenconstructiemetì. ,a +infinitief(gebiedendgebruikt),waarbijdeaangesproken
persoon in de datief staat. Soms kan er ook een accusativus cum infinitvo worden gebruikt. Zie
GG§218f.
• sat isindezezineenbijwoord(dusgeennevenschikkendvoegwoord,zoalsinhetvorigevers)en
betekenthier‘ook’(GG§250b;§252.29b).

24
• Merk op dat het praesens ça:t ,.t een ‘mogelijkheid’ vormt, die ook had kunnen worden
weergegevenmeteenconiunctivus+a i(Burton§309).
• c·ç. ¦eiiseeneffectieveaoristus,dieheteindpuntvandehandelingbenadrukt(BDR§337,2).

Mt5:40
sat ·a ò. ìei·t cet sçtòµ iat sat ·e i ,t·a ia ceu ìa¡.t i, a|., au ·a sat ·e t ¡a ·tei·

·a ò. ìei·t part.praes.A.dat.(comm)masc.sing. ò. ìa willen
cet pron.pers.dat.(soc)sing. cu jij
sçtòµ iat infin.aor.P. sçt ia procesaanspannentegen
·e i ,t·a ia subst.acc.(obi)masc.sing. e ,t·a i onderkleed,rok
ceu pron.pers.gen.(poss)sing. cu jij
ìa¡.t i infin.aor.A. ìa¡¡a ia nemen
a|., imp.aor.A.2epers.sing. a |t µ¡t laten,toelaten
au ·a pron.pers.dat.(comm)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
·e t ¡a ·tei subst.acc.(obi)neut.sing. ·e t ¡a ·tei bovenkleed,mantel

En(aan)degenediemetjewilprocederen(lett.jeietswilbetwisten)enjouwonderkleednemen,laat
hemookjebovenkleed;

NBG:enwiliemandmeturechtenenuwhemdnemen,laathemookuwmantel;

Opmerkingen:
• Hetpraesenssçt iabetekent,naastdeeerstebetekenisvan‘scheiden’,‘procederentegen’.Het
passief staat letterlijk voor ‘voor het gerecht gedagvaard worden’ (Van den Es), wat met een
dativus wordt: ‘iets aan iemand betwisten’ (Muller/ Thiel). Bauer vertaalt hier: sich vor Gericht
auseinandersetzen(Bauer,sçt ia-4¡),terwijlThayerervanmaakt:‘togotolawwiths.o.’(Thayer,
sçt ia-7).
• Dedatiefcet iseendativussociativus(comitativus)endruktverbindinguit.
• Hetpersoonlijkvoornaamwoordau ·a ishierpleonastischgebruikt,wantdepersoonaanwiehet
bovenkleed moet worden geschonken is al benoemd in het eerste deel van de zin (·a ò. ìei·t
cet sçtòµ iat). Blass, Debrunner en Rekopf scharen dit niet onder het hebraïstische resumptief
pronomen,maarbeschouwenditalscorrectGrieks.Vgl.BDR§297,3;Grieks1,bijlage8.2.
• Hetwerkwoordò. ìa heeftvaakeeninfinitiefvandeaoristusbijzich(BDR§338,2).
• ·a ò. ìei·t is hier een dativus commodi bij a|.,: ‘het laten van het bovenkleed’ gebeurt in het
belangofvoordeelvan‘degenediemetjewilprocederen’.Datgeldtookvoorau ·a .Merkopdat
Dhiereenzogehetennominativuspendensheeft(e ò. ìai).

Mt5:41
sat e c·t, c. a ,,aç.u c.t ¡t ìtei . i, u :a,. ¡.·` au ·eu eu e.

e c·t, pron.rel.nom.masc.sing. e c·t, wie,wat,deze,dit,die,dat
c. pron.pers.acc.(obi)sing. cu jij
a ,,aç.u c.t indic.fut.A.3epers.sing. a ,,aç.u a dwingen(totrenbode)
¡t ìtei subst.acc.(obi)neut.sing. ·e ¡t ìtei Romeinsemijl(1,4785meter)
. i adj.card.acc.neut.sing. .t , één
u :a,. imp.praes.A.2eprs.sing. u :a ,a (weg)gaan
¡.·` voorzetsel(+2) ¡.·a (samen)met
au ·eu pron.pers.gen.masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
eu e adj.card.acc.(obi)neut.plur. eu e twee

Enwiejetotéénmijlzaldwingen(totrenbode),gaertweemethem.

NBG:enzaliemanduvooréénmijlpressen,gaertweemethem.

Opmerkingen:
• a ,,aç.u c.t is een futurum, maar er had, gezien de hypothetische inhoud, ook een futuralis
kunnenstaan(Burton§308).
• Hetwoorda ,,aç.u averwijsthiernaareenrechtvanhetRomeinsemilitairegezagommensente
dwingen materieel over een bepaalde afstand te dragen (Bauer: ‘zur Fronleistung (herendienst)
nötigen’;vgl.Mt.27:32).Hagnerleest:‘andwheneversomesoldiercompelsyouinpublicservice
togoonemile,gowithhimtwo’(WBC,131).

25
• Naa ,,aç.u akaneeninfinitiefvolgen(hieralsellipsweggelaten:u :a ,.ti)ofeenconstructiemet
t ia(zieMt.27:32).Vgl.BDR§392,6.
• Sommigehandschriftenvoegenvoorafgaandaaneu enoga ììa of. ·t a ììa in(echter).
• ·e ¡t ìteiiseenlatinismevooreenRomeinsemijl,eenafstandvanbijnaanderhalvekilometer.

Mt5:42
·a at ·eu i·t c. ee ,, sat ·e i ò. ìei·a a :e ceu eait cacòat ¡µ a :ec·ça|µ ,

·a at ·eu i·t part.praes.A.dat.(comm)masc.sing. at ·. a (iemandiets)vragen
c. pron.pers.acc.(obi)sing. cu jij
ee , imp.aor.A.2epers.sing. et ea¡t geven
·e i ò. ìei·a part.praes.A.acc.(obi)masc.sing. ò. ìa willen
a :e voorzetsel(+2) a :e vanaf
ceu pron.pers.gen.sing. cu jij
eait cacòat infin.aor.M. eai.t ,a geldlenen
¡µ partikel ¡µ niet
a :ec·ça|µ , coni.aor.P.2epers.sing. a :ec·ç. |a zichafwendenvan,mijden

Geefdegenediejeietsvraagtenkeerjenietafvandegenedie(geld)vanjewillenen.

NBG:Geefhem,dievanuvraagt,enwijshemnietaf,dievanulenenwil.

Opmerkingen:
• Na werkwoorden van ‘vrezen’, ‘zich hoeden voor’ en ‘zich afwenden van’ volgt doorgaans een
accusativusobiectidirecti(hier:·e i ò. ìei·a a :e ceu eait cacòat).Vgl.BDR§149,2.
• Officieel zijn de imperativus van het praesens en de aoristus duidelijk onderscheiden (de imp.
praes. is duratief (voortdurend) of iteratief (herhaaldelijk) en wordt gebruikt bij algemene
voorschriften, terwijl de imp. aor. momentaan (tegenwoordig, d.w.z. begin- en eindpunt vallen
samen)isen vaakwordt gebruiktvoorindividuelegevallen.MaaropenkeleplekkeninhetNTis
het verschil vloeiend en staan juist de categorische imperatieven (algemene voorschriften) in de
aoristus. Merk op dat de paralleltekst in Lc. 6:30 et eeu heeft (imp. praes. A. 2
e
pers. sing.) met
eeniteratiefaspect,d.w.z.‘geeftelkens’.Vgl.BDR§335,2;337,2;Burton§180;MoultonI,p.129.
• Merk op dat het werkwoord eai.t ,a in het actief een ‘geven’ uitdrukt (Geld ausleihen (geld
uitlenen)) en in het medium, eai.t ,e¡at, een ‘ontvangen’ (Geld entleihen (geld lenen)). Bauer,
eai(.)t ,a-1,-2;zieook:GG§190d.

Liefdejegensvijanden(Lk.6:27-28;32-36)

Mt5:43
`Hseu ca·. e ·t . çç. òµ· a ,a:µ c.t, ·e i :ìµct ei ceu sat ¡tcµ c.t, ·e i . ,òçe i ceu.

µ seu ca·. indic.aor.A.2epers.plur. a seu a horen
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat,omdat,want(of‘:’bijcitaat)
. çç. òµ indic.aor.P.3
e
pers.sing. ì. ,a zeggen
a ,a:µ c.t, indic.fut.A.2epers.sing. a ,a:a a liefhebben
·e i :ìµct ei bijwoord :ìµct ei dichtbij(subst(indecl):naaste)
ceu pron.pers.gen.(poss)sing. cu jij
¡tcµ c.t, indic.fut.A.2epers.sing. ¡tc. a haten
·e i . ,òçe i adj.acc.(obi)masc.sing. . ,òçe , vijandig

Julliehebbengehoorddatisgezegd:Gijzultuwnaasteliefhebbenenuwvijandhaten.

NBG:Gijhebtgehoord,datergezegdis:Gijzultuwnaasteliefhebbenenuwvijandzultgijhaten.

Opmerkingen:
• De geboden: a ,a:µ c.t, ·e i :ìµct ei ceu en ¡tcµ c.t, ·e i . ,òçe i ceu staan, geheel in lijn
met de LXX, in een indic. futurum met imperatieve betekenis (vgl. Lev. 19:18; 1QS 1:4,10-11;
9:21-26, waar de vijand diegene is ‘die door God is verworpen’ of die behoort tot de ‘zonen der
duisternis’ of de ‘mannen van het verderf’; vgl. Ps. 139:21). Er had in plaats van eu ook ¡µ
kunnen staan (Grieks 1, par. 22.1). Jezus’ eigen vermaningen staan in een andere modus:
a ,a:a ·.(Mt.5:44)Vgl.BDR§362,1.

26
Mt5:44
. ,a e. ì. ,a u ¡t i· a ,a:a ·. ·eu , . ,òçeu , u ¡a i sat :çec.u ,.cò. u :. ç ·a i etase i·ai u ¡a ,,

. ,a pron.pers.nom.sing. . ,a ik
e. voegwoord e. maar,en(ofonvertaaldlaten)
ì. ,a indic.praes.A.1epers.sing. ì. ,a zeggen
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij
a ,a:a ·. imp.praes.A.2epers.plur. a ,a:a a liefhebben
·eu , . ,òçeu , adj.acc.(obi)masc.plur. . ,òçe , vijandig
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
:çec.u ,.cò. imp.praes.M.2epers.plur. :çec.u ,e¡at omietsbidden
u :. ç voorzetsel(+2) u :. ç tenbehoevevan,voor
·a i etase i·ai part.praes.A.gen.masc.plur. eta sa vervolgen,achtervolgen
u ¡a , pron.pers.acc.(obi)plur. cu jij

Maar Ik zeg jullie: heb (steeds) je vijanden lief en bidt voor degenen die jullie vervolgen (of: jullie
vervolgers).

NBG:MaarIkzegu:Hebtuwvijandenliefenbidtvoorwieuvervolgen,

Opmerkingen:
• Latere kopiisten vulden dit vers aan door na . ,òçeu , u ¡a i te schrijven .u ìe,.t ·. ·eu ,
sa·aça¡. ieu, u ¡a ,, saìa , :et.t ·. ·et , ¡tceu cti u ¡a ,(zieondermeerdeByzantijnsetekst,
de Textus Receptus en de Erasmustekst): ‘zegent degene, die u vervloeken; doet wel degenen,
die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen’. Na :çec.u ,.cò. volgt bovendien
. :µç.a,e ·ai u ¡a , sat (‘degenedieukrenkenen’).Metzgerhoudtheteropdatalsdeoriginele
tekst het gedeelte zou hebben bevat, het moeilijk te verklaren is dat vroege getuigen als de
codices Sinaiticus en Vaticanus de woorden missen. Het lijkt er eerder dat de kopiisten zich
hebbenlateninspirerendoorLc.6:27-28(TCGNT,11v).
• Na werkwoorden van ‘kwaad of goed doen’ volgt doorgaans een accusativus (Grieks 1, bijlage
5.4.3).IndeTextusReceptusvanditverszienwenasaìa , :et.t ·. eendativus(·et , ¡tceu cti
u ¡a ,).Vgl.BDR§151,2.
• Omgekeerdvolgtnawerkwoordenvan‘iemandlasterenofvervloeken’meestaleendativus,terwijl
weindeTextusReceptuseenaccusativuszien:. :µç.a,e ·ai u ¡a ,(BDR§152,1).
• De imperativus praesens wordt gebruikt bij een verzoek, opdracht of bij algemene voorschriften
(metduratief(voortdurend)ofiteratief(herhaaldelijk)aspect),zoalshierbija ,a:a ·.(BDR§362,1).

Mt5:45
e :a, ,. iµcò. ut et ·eu :a·çe , u ¡a i ·eu . i eu çaiet ,, e ·t ·e i µ ìtei au ·eu a ia·. ìì.t . :t
:eiµçeu , sat a ,aòeu , sat ¡ç. ,.t . :t etsat eu, sat a et seu,.

e :a, voegwoord+finalebijzin e :a, opdat
,. iµcò. coni.aor.M.2epers.plur. ,t ie¡at worden,gebeuren,zijn(aor.)
ut et subst.nom.(pred)masc.plur. e ut e , dezoon
·eu :a·çe , subst.gen.(poss)masc.sing. e :a·µ ç devader
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
eu çaiet , subst.dat.masc.plur. e eu çaie , dehemel
e ·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,doordat,want
·e i µ ìtei subst.acc.(obi)masc.sing. e µ ìte, dezon
au ·eu pron.pers.gen.(poss)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
a ia·. ìì.t indic.praes.A.3epers.sing. a ia·. ììa latenopgaan
. :t voorzetsel(+4) . :t op,naar,tegen,over
:eiµçeu , adj.acc.masc.plur. :eiµçe , slecht,gemeen,kwaad
a ,aòeu , adj.acc.masc.plur. a ,aòe , goed
¡ç. ,.t indic.praes.A.3epers.sing. ¡ç. ,a regenzenden,latenregenen
etsat eu, adj.acc.masc.plur. et sate, rechtvaardig
a et seu, adj.acc.masc.plur. a etse, onrechtvaardig

OpdatjulliezonenzullenwordenvanjullieVader,dieindehemelenis,wantHijlaatZijnzonopgaan
overslechtenengoedenenlaathetregenenoverrechtvaardigenenonrechtvaardigen.

27
NBG:opdatgijkinderenmoogtzijnvanuwVader,dieindehemelenis;wantHijlaatzijnzonopgaan
overbozenengoedenenlaathetregenenoverrechtvaardigenenonrechtvaardigen.

Opmerkingen:
• Sommige vertalingen hebben ‘opdat jullie zonen moogt zijn’ (SV, NBG, LEI, LUV), terwijl andere
‘zullen worden’ geven (W78, W95). H. D. Betz meent dat hier ‘worden’ is bedoeld, analoog aan
Mt. 5:9. ,. iµcò. is hier een conjunctief van de aoristus, ‘indicating present purpose, future
direction, and thus an imperatival force’ (The Sermon on the Mount, Hermeneia, p. 315; vgl.
Bauer,,t ie¡atI,4a).
• Bij woorden als µ ìte,, ,µ en eu çaiet , ontbreekt vaak het lidwoord, zeker na een voorzetsel
(BDR§253,4;GG§133a).eu çaiet ,iseenseptuagintisme(Grieks1,bijlage10.6.1).
• Gesubstantiveerde adjectieven missen nogal eens een lidwoord, zoals hier :eiµçeu ,, a ,aòeu ,,
etsat eu,ena et seu,(BDR§264,1).
• De transitieve woorden a ia·. ììa (opgaan) en ¡ç. ,a (regenen) hebben een intransitieve
betekenisgekregen,namelijk‘latenopgaan’en‘latenregenen’(BDR§309,3;vgl.Grieks1,bijlage
6.1.1).
• Inhetversissynoniemparallellismetezien(slechtvs.onrechtvaardigengoedvs.rechtvaardig),
gecombineerd met chiasme (verbinding van woordparen die in spiegelbeeld tegenover elkaar
staan).ZieBDR§492,1,GG§294aaenGrieks1,bijlage10.6.1.

Mt5:46
.a i ,a ç a ,a:µ cµ·. ·eu , a ,a:a i·a, u ¡a ,, ·t ia ¡tcòe i . ,.·., eu ,t sat et ·.ìa iat ·e au ·e
:eteu cti,

.a i voegwoord . a i als,indien
,a ç voegwoord ,a ç want
a ,a:µ cµ·. coni.aor.A.2epers.plur. a ,a:a a liefhebben
·eu , a ,a:a i·a, part.praes.A.acc.(obi)masc.plur. a ,a:a a liefhebben
u ¡a , pron.pers.acc.(obi)plur. cu jij
·t ia adj.inter.acc.masc.sing. ·t , wie,wat?
¡tcòe i subst.acc.(obi)masc.sing. e ¡tcòe , hetloon
. ,.·. indic.praes.A.2epers.plur. . ,a hebben,houden
eu ,t bijwoord eu ,t niet
et ·.ìa iat subst.nom.masc.plur e ·.ìa iµ, detollenaar
·e au ·e pron.pers.acc.(obi)neut.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
:eteu cti indic.praes.A.3epers.plur. :et. a doen,maken

Wantalsjulliehenliefhebbendiejullieliefhebben,welkloonhebbenjullie(dan)?Doenook(of:zelfs)
detollenaarsniethetzelfde(of:Tollenaarsdoentochzekerhetzelfde)?

NBG: Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat voor loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet
hetzelfde?

Opmerkingen:
• ·e au ·e betekent hier gewoon hetzelfde (vaak staat er nog een substantief bij: vgl. 2 Cor. 4,13:
·e au ·e :i.u ¡a(dezelfdegeest)).Vgl.BDR§288,1;Grieks1,par.8.1.
• Enkelemanuscriptenhebbeneu ·a,(zo,opdezewijze)inplaatsvan·e au ·e(WBC,133).
• MerkopdathetparallelversinLc.6:32hier.t +indicatiefheeftinplaatsvan.a i+conjunctief.
• Kat ishierversterkendgebruiktenbetekentookofzelfs(BDR§442,23).
• Eenvraagmeteeneu -ontkenningverwachteenbevestigendantwoord(‘tochzeker’?).

Mt5:47
sat .a i a c:a cµcò. ·eu , a e.ì|eu , u ¡a i ¡e iei, ·t :.çtcce i :et.t ·., eu ,t sat et . òitset ·e
au ·e :eteu cti,

.a i voegwoord . a i als,indien
a c:a cµcò. coni.aor.M.2epers.plur. a c:a ,e¡at groeten
·eu , a e.ì|eu , subst.acc.(obi)masc.plur. e a e.ì|e , debroeder
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
¡e iei bijwoord ¡e ie, alleen

28
·t pron.inter.acc.neut.sing. ·t , wat,wie
:.çtcce i adj.acc.(obi)neut.sing. :.çtcce , buitengewoon,opmerkelijk
:et.t ·. indic.praes.A.2epers.plur. :et. a maken,doen
eu ,t bijwoord eu ,t niet
et . òitset adj.nom.masc.plur. e . òitse , hetvolk
·e au ·e pron.pers.acc.(obi)neut.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
:eteu cti indic.praes.A.3epers.plur. :et. a doen,maken

En als jullie alleen jullie broeders groeten (momentaan aspect), wat voor bijzonders doen jullie (dan)
(lett. wat doen jullie (dan) meer)? Doen ook de heidenen niet hetzelfde (of: De heidenen doen toch
zekerhetzelfde)?

NBG: En indien gij alleen uw broeders groet, waarin doet gij meer dan het gewone? Doen ook de
heidenenniethetzelfde?

Opmerkingen:
• Veelhandschriftenhebben|t ìeu, u ¡a iinplaatsvana e.ì|eu , u ¡a i(WBC,133).
• Ookvervangenveelmanuscripten. òitsetdoor·.ìa iat,zoalsinhetvorigevers(WBC,133).
• Enkelemanuscriptenhebbeneu ·a,(zo,opdezewijze)inplaatsvan·e au ·e(WBC,133).
• Er zijn ook handschriften die vers 47 in z’n geheel weglaten omdat de vragen redundant zijn bij
vers46(WBC,133).
• Eenvraagmeteeneu -ontkenningverwachteenbevestigendantwoord(‘tochzeker’?).

Mt5:48
. c.cò. eu i u ¡.t , ·. ì.tet a , e :a·µ ç u ¡a i e eu ça ite, ·. ì.te , . c·ti.

. c.cò. indic.fut.M.2epers.plur. .t ¡t zijn
eu i voegwoord eu i dan,nu
u ¡.t , pron.pers.nom.plur. cu jij
·. ì.tet adj.nom.(pred)masc.plur. ·. ì.te, compleet,perfect,volmaakt
a , voegwoord+bijzinvanvergelijking a , zoals,als
e :a·µ ç subst.nom.masc.sing. e :a·µ ç devader
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
e eu ça ite, adj.nom.masc.sing. eu ça ite, hemels
·. ì.te , adj.nom.(pred)masc.sing. ·. ì.te, compleet,perfect,volmaakt
. c·ti indic.praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn

Jullienuzullenvolmaaktzijn,zoalsjulliehemelseVadervolmaaktis.

NBG:Gijdanzultvolmaaktzijn,gelijkuwhemelseVadervolmaaktis.

Opmerkingen:
• Enkelehandschriftenlezen:. i ·et , eu çaiet ,,parallelaanvers45(WBC,133).
• Hetfuturum. c.cò.wordtinhetNTvaakgebruiktinplaatsvandeimperatief. c·.of,t i.cò.(GG
§125a;§202f).MerkopdatdeindicativusfuturuminhetNTdoorgaansalleenalsimperatiefwordt
gebruiktbijcitatenuitdeLXX.Hierzienweduséénvandeuitzonderingen(BDR§362.2).

Onderwijzingoverweldadigheid

Mt6:1
Eçec. ,.·. [e. ] ·µ i etsatecu iµi u ¡a i ¡µ :et.t i . ¡:çecò.i ·a i a iòça :ai :çe , ·e
ò.aòµ iat au ·et ,· .t e. ¡µ ,., ¡tcòe i eu s . ,.·. :aça ·a :a·çt u ¡a i ·a . i ·et , eu çaiet ,.

Eçec. ,.·. imp.praes.A.2epers.plur. :çec. ,a achtslaanop,luisterennaar
e. voegwoord e. en,nu,danmaar(nietvertalen)
·µ i etsatecu iµi subst.acc.(obi)fem.sing. µ etsatecu iµ gerechtigheid,rechtvaardigheid
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
¡µ partikel ¡µ niet
:et.t i infin.praes.A. :et. a doen,maken
. ¡:çecò.i voorzetsel(+2) . ¡:çecò.i voor,tegenover
·a i a iòça :ai subst.gen.masc.plur. e a iòça:e, demens
:çe , voorzetsel(+4) :çe , naar,tegen,tot,bij

29
ò.aòµ iat infin.aor.P. ò.a e¡at zien,aanschouwen
au ·et , pron.pers.dat.(obi)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
.t voegwoord .t als,indien
,. partikel ,. welzeer(versterking),dantoch
¡tcòe i subst.acc.(obi)masc.sing. e ¡tcòe , hetloon
eu s bijwoord eu niet
. ,.·. indic.praes.A.2epers.plur. . ,a hebben,houden
:aça voorzetsel(+3) :aça bij
·a :a·çt subst.dat.masc.sing. µ :a·µ ç devader
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·et , eu çaiet , subst.dat.masc.plur. e eu çaie , dehemel

Let[echter](steeds)opdatjulliejegerechtigheidnietdoenvoordemensen(methetdoel)ombijhen
inhetoogtelopen(lett.doorhengezienteworden),andershebbenjulliegeenloon(of:beloning)bij
uwVaderdieindehemelenis.

NBG:Ziettoe,datgijuwgerechtigheidnietdoetvoordemensen,omdoorhenopgemerktteworden;
wantdanhebtgijgeenloonbijuwVader,dieindehemelenis.

Opmerkingen:
• Veellaterehandschriftenhebben. ì.µ¡ecu iµiinplaatsvanetsatecu iµi,wellichtvanwegeeen
betere aansluiting bij vers 2 (WBC, 137). Beide woorden liggen overigens in elkaars verlengde
(Moulton I, p. 471). etsatecu iµ is een uiting van rechtvaardigheid en houdt naast bidden en
vastenvooralhetgevenvanaalmoezenin(. ì.µ¡ecu iµ).ZieTobit12:8-10.
• Hetpassivumò.aòµ iatbetekentvolgensBauermeteendatief‘zichlatenzientenoverstaanvan
iemand’ betekent (in tegenstelling tot ò.aòµ iat u :e ·tie,, waarmee ‘gezien worden door
iemand’wordtbedoeld).Thayermaaktervan:‘inordertomakeashowtothem’.Bakelskomthier
dichtindebuurtdoortevertalen:‘omuvoorhententoontestellen’(GNB:‘omoptevallenbijde
mensen’).DeLeidseVertalingheeft:‘ominhetoogtevallen’.
• au ·et ,iseendativusobiectivusbijò.aòµ iat(vgl.BDR§191,3;§313,2).
• De hele combinatie .t e. ¡µ ,. betekent ‘anders’ (in het andere geval, otherwise, andernfalls).
ZieBDR§376,6;GG§252,10).
• Op:çec. ,avolgtaltijdeeninfinitief(na¡ì. :a,indezelfdebetekenisvan‘opletten,toezien’,volgt
echterdoorgaanseenconstructiemettia).Vgl.BDR§392,3a.
• Gesubstantiveerde infintieven die een doel (finaal) of de gevolgen daarvan (consecutief)
weergeven zijn in het NT meestal voorzien van het voorzetsel .t , ·e . Hier is :çe , ·e gebruikt,
ietswatmaar12keervoorkomtinhetNT(BDR§402,5;GG§226ab;Burton§107,§406,§414).

Mt6:2
¨0·ai eu i :etµ , . ì.µ¡ecu iµi, ¡µ caì:t cµ , . ¡:çecò. i ceu, a c:.ç et u :esçt·at :eteu cti . i
·at , cuia,a,at , sat . i ·at , ç u ¡at,, e :a, ee¸acòa cti u :e ·a i a iòça :ai· a ¡µ i ì. ,a
u ¡t i, a :. ,eucti ·e i ¡tcòe i au ·a i.

e ·ai voegwoord+temporelebijzin e ·ai wanneer
eu i voegwoord eu i dan,dus,daarom
:etµ , coni.praes.A.2epers.sing. :et. a doen,maken
. ì.µ¡ecu iµi subst.acc.(obi)fem.sing. µ . ì.µ¡ecu iµ deaalmoes
¡µ partikel ¡µ niet
caì:t cµ , coni.aor.A.2epers.sing. caì:t ,a eentrompetlatenklinken
. ¡:çecò. i voorzetsel(+2) . ¡:çecò.i voor,tegenover
ceu pron.pers.gen.sing. cu jij
a c:.ç voegwoord+bijzinvanvergelijking a c:.ç zoals
u :esçt·at subst.nom.masc.plur. e u :esçt·µ , dehuichelaar
:eteu cti indic.praes.A.3epers.plur. :et. a doen,maken
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·at , cuia,a,at , subst.dat.fem.plur. µ cuia,a,µ desynagoge
·at , ç u ¡at, subst.dat.fem.plur. µ ç u ¡µ desteeg
e :a, voegwoord+finalebijzin e :a, opdat
ee¸acòa cti coni.aor.P.3
e
pers.plur. ee¸a ,a prijzen,loven,verheerlijken
u :e voorzetsel(+2) u :e door
·a i a iòça :ai subst.gen.masc.plur. e a iòça:e, demens
a ¡µ i indeclinabel a ¡µ i voorwaar,waarlijk

30
ì. ,a indic.praes.A.1epers.sing. ì. ,a zeggen
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij
a :. ,eucti indic.praes.A.3epers.plur. a :. ,a hetverschuldigdehebben
·e i ¡tcòe i subst.acc.(obi)masc.sing. e ¡tcòe , hetloon
au ·a i pron.pers.gen.(poss)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem

Wanneer je dan een aalmoes geeft (lett. barmhartigheid doet), bazuin het niet voor je(zelf) uit, zoals
dehuichelaarsdoenindesynagogenenopdestraten(lett.indestegen),omdoordemensengeëerd
te worden (of: opdat zij door de mensen worden geëerd). Voorwaar, ik zeg jullie, zij hebben hun
(verdiende)loon(al).

NBG:Wanneergijdanaalmoezengeeft,laathetnietvooruuitbazuinen,zoalsdehuichelaarsdoenin
de synagogen en op de straten, om door de mensen geroemd te worden. Voorwaar, Ik zeg u, zij
hebbenhunloonreeds.

Opmerkingen:
• De woorden :et. a . ì.µ¡ecu iµi betekenen letterlijk ‘daden van barmhartigheid doen’ of
‘weldadigheidbewijzen’,maarindeintertestamentaireperiodewerddeuitdrukkingmeerenmeer
gereserveerdvooraalmoezengeven.ZieTob.1:3,16;4:7-8;Sir.7:10(WBC,139).
• Na een voorzetsel gebruikt het NT-Grieks vaak een persoonlijk voornaamwoord als een
betrekkelijk voornaamwoord (. ¡au·eu , c.au·eu etc) is bedoeld: . ¡:çecò. i ceu. Mattheüs wijkt
overigensweleensvandezeregelaf(9:3;9:21;12:25en15:30).Vgl.BDR§283,4.
• Inhetkoinè-Griekswordenperfectavaakvervangendooreenanderwerkwoordindeindicativus
praesens, zoals hier a :. ,eucti is gebruikt in plaats van a :.t ìµ|acti (perfectum van
a :eìa¡¡a ia = krijgen waar men recht op heeft) of . c,µsacti (perfectum van . ,a). Zie BDR
§322,2enGG§197e.
• Het vers begint met een temporaalbijzin met e ·ai (+coni), die duidt op een toekomstigheid (GG
§276g,i).
• Hoffmann & Von Siebenthal zien in ¡µ caì:t cµ , . ¡:çecò. i ceu (lett. ‘laat het niet voor je uit
bazuinen’)eenvoorbeeldvanbijtendespotofsarcasmeinhetNT(GG§296j).
• Enkelemanuscriptenhebbeneendubbela ¡µ i (ondermeerdeCodexSinaiticus).

Mt6:3
ceu e. :eteu i·e, . ì.µ¡ecu iµi ¡µ ,ia ·a µ a çtc·.ça ceu ·t :et.t µ e.¸ta ceu,

ceu pron.pers.gen.(abs)sing. cu jij
e. voegwoord e. en,nu,danmaar(nietvertalen)
:eteu i·e, part.praes.A.gen.(abs)masc.sing. :et. a doen,maken
. ì.µ¡ecu iµi subst.acc.(obi)fem.sing. µ . ì.µ¡ecu iµ deaalmoes,barmhartigheid
¡µ partikel ¡µ niet
,ia ·a imp.aor.A.3epers.sing. ,tia csa verstaan,lerenkennen,weten
µ a çtc·.ça adj.nom.fem.sing. a çtc·.çe , links,linker
·t pron.interr.acc.neut.sing. ·t , wie,wat,welk
:et.t indic.praes.A.3epers.sing. :et. a doen,maken
µ e.¸ta adj.nom.fem.sing. e.¸te , rechts,rechter

Maarwanneerjeeenaalmoesgeeft(lett.doendebarmhartigheid),laatjelinkerhandnietwetenwatje
rechter(hand)doet.

NBG:Maarlaat,alsgijaalmoezengeeft,uwlinkerhandnietwetenwatuwrechterdoet,

Opmerkingen:
• Het Thomasevangelie kent een parallelvers in logion 62, waarin de woorden niet op
barmhartigheid maar op kennis van het Koninkrijk lijken te worden betrokken (vgl. Mt. 13:11):
‘Jezusheeftgezegd:mijngeheimenissenzegikaanwiemijngeheimenissenwaardigzijn;watje
rechterhandookdoet(of:zaldoen),laatjelinkerhandnietwetenwatzijdoet’(Koptisch,vertaling:
Oussoren,BuitendeVesting).
• Het vers bevat een genitivus absolutus: ceu e. :eteu i·e, . ì.µ¡ecu iµi (een deelwoord met
een eigen onderwerp dat niet tegelijk deel uit maakt van de persoonsvorm (,ia ·a), waarbij het
participiumenzijneigensubjectineentweedenaamvalstaan).BDR§423,6.

31
• Indezinis,.t ç(hand)beschouwdalseenellips,eenwoorddatisweggelaten,omdatheterdoor
de toehoorders eenvoudig vanuit de context bij gedacht kon worden (BDR §241,8; GG §260c).
Overigensisa çtc·.çe ,vaakeeneufemismevoorietsonheilspellendsofverkeerds(GG§296e).

Mt6:4
e :a, µ ceu µ . ì.µ¡ecu iµ . i ·a sçu:·a · sat e :a·µ ç ceu e ¡ì. :ai . i ·a sçu:·a
a :eea c.t cet.

e :a, voegwoord+finalebijzin e :a, opdat
µ coni.praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
ceu pron.pers.gen.(poss)sing. cu jij
µ . ì.µ¡ecu iµ subst.nom.fem.sing. µ . ì.µ¡ecu iµ deaalmoes,barmhartigheid
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·a sçu:·a adj.dat.neut.sing. sçu:·e , verborgen
e :a·µ ç subst.nom.masc.sing. e :a·µ ç devader
e ¡ì. :ai part.praes.A.nom.masc.sing. ¡ì. :a zien
a :eea c.t indic.fut.A.3epers.sing. a :eet ea¡t hetverschuldigdegeven
cet pron.pers.dat.(comm)sing. cu jij

opdat je aalmoes in het verborgene is en je Vader, die (steeds) in het verborgene ziet, zal je
schadeloosstellen(of:zodatjeVader[...]jezalschadeloosstellen).

NBG: opdat uw aalmoes in het verborgene zij, en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u
vergelden.

Opmerkingen:
• DeTextusReceptusvoegtvoora :eea c.tnogau ·e ,in(enkeleanderemanuscriptendoendatna
cet)omdeVadertebenadrukken.
• Bij e :a, staat meestal een conjunctief van de aoristus, maar hier vinden we een coniunctivus
praesens(µ ).ZieBDR§369,3.
• sat duidthiereengevolgaan(zodat).ZieGrieks1,bijlage10.6.1;MoultonII,p.422.
• e ¡ì. :ai . i ·a sçu|at a a :eea c.t cet heefteenduratiefaspect(Robertson,GGNT,1115).
• Veel handschriften hebben aan het eind van het vers nog de toevoeging . i ·a |ai.ça (in het
openbaar)tegenover. i ·a sçu:·a.Metzgermeentdathethiernietdraaitomdeopenbaarheid
vandeVaderlijkebeloning,maarom‘it’ssuperioritytomerehumanapproval’(TCGNT,12).
• Nederlandse vertalingen geven transitieve vertalingen van a :eea c.t cet: ‘[Hij] zal het u
vergelden’(SV,NGB,LEI,W78,TELOS)of‘[Hij]zalhetjelonen’(W95).ZieBauera :eet ea¡t-3
(vergelten). Engelse vertalingen kiezen voor het intransitieve ‘to reward’ (KJV, WBC, 139) of ‘to
repay’(NewAmericanStandardBible).Vgl.Thayer:torequite,torecompense(a :eet ea¡t-4).

Onderwijzingoverhetbidden(Lk.11:2-4)

Mt6:5
Kat e ·ai :çec.u ,µcò., eu s . c.cò. a , et u :esçt·at , e ·t |tìeu cti . i ·at , cuia,a,at , sat
. i ·at , ,aitat, ·a i :ìa·.ta i . c·a ·., :çec.u ,.còat, e :a, |aia cti ·et , a iòça :et,· a ¡µ i
ì. ,a u ¡t i, a :. ,eucti ·e i ¡tcòe i au ·a i.

e ·ai voegwoord+temporelebijzin e ·ai wanneer
:çec.u ,µcò. coni.praes.M.2epers.plur. :çec.u ,e¡at bidden
eu s bijwoord eu niet
. c.cò. indic.fut.M.2epers.plur. .t ¡t zijn
a , voegwoord a , zoals,zo
u :esçt·at subst.nom.(pred)masc.plur. e u :esçt·µ , dehuichelaar
e ·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,doordat,want
|tìeu cti indic.praes.A.3epers.plur. |tì. a liefhebben,houdenvan
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·at , cuia,a,at , subst.dat.fem.plur. µ cuia,a,µ desynagoge
·at , ,aitat, subst.dat.fem.plur. µ ,ait a dehoek
:ìa·.ta i adj.gen.fem.plur. :ìa·u , breed(uit),ruim
. c·a ·., part.perf.A.nom.masc.plur. t c·a¡at staan,standhouden
:çec.u ,.còat infin.praes.M. :çec.u ,e¡at bidden
e :a, voegwoord+finalebijzin e :a, opdat

32
|aia cti coni.aor.P.3epers.plur. |at ia schijnen,tonen,zichtbaarzijn
·et , a iòça :et, subst.dat.(obi)masc.plur. e a iòça:e, demens
a ¡µ i indeclinabel a ¡µ i voorwaar,waarlijk
ì. ,a indic.praes.A.1epers.sing. ì. ,a zeggen
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij
a :. ,eucti indic.praes.A.3epers.plur. a :. ,a hetverschuldigdehebben
·e i ¡tcòe i subst.acc.(obi)masc.sing. e ¡tcòe , hetloon
au ·a i pron.pers.gen.(poss)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem

Enwanneerjulliebidden,zullenjullienietzijnzoalsdehuichelaars,wantzijhoudenervanomtestaan
bidden in de synagogen en op de hoeken van de pleinen opdat zij zichtbaar zijn voor de mensen.
Voorwaar,Ikzegjullie,zijhebbenhun(verdiende)loonal.

NBG:Enwanneergijbidt,zultgijnietzijnalsdehuichelaars,wantzijstaangaarneindesynagogen
en op dehoekender pleinente bidden,om zichaan demensente vertonen. Voorwaar,Ik zegu, zij
hebbenhunloonreeds.

Opmerkingen:
• e ·ai :çec.u ,µcò. is volgens Bolhuis een coniunctivus generalis, een uitspraak van algemene
strekking (Bolhuis, p. 104). Hoffmann & Von Siebenthal erkennen dat er een iteratief aspect
aankleeft,maarplaatsendeuitspraakwelindetoekomst(GG§276g,i).
• Enkele handschriften voegen na e :a, a i in. In veel oude handschriften is de koppeling tussen
e :a,ena ijuistverdwenen(BDR§369,11).
• Hetfuturum. c.cò.wordtinhetNTvaakgebruiktinplaatsvandeimperatief. c·.of,t i.cò.(GG
§125a;§202f).MerkopdatdeindicativusfuturuminhetNTdoorgaansalleenalsimperatiefwordt
gebruiktbijcitatenuitdeLXX.Hierzienweduséénvandeuitzonderingen(BDR§362.2).Merkop
dateenprohibitivusmeteenfuturumbijontkenningendoorgaanseu krijgtinhetNT(Burton§231,
§232,§466;MoultonII,p.458).
• |tìeu cti krijgt een infinitief en betekent hier niet ‘houden van iemand of iets’, maar ‘ervan
houdenomietstedoen’of‘ietsgewoonlijkdoen’(zieBauer,|tì. a-1b;BDR§392,9;§435,3;GG
§259c).
• . c·a ·., heeftalsparticipiumvanhetperfectumeenvoltooidaspect:hetstaan(hetinnemenvan
een staande positie) duurt in het heden voort en impliceert ‘the enjoyment of public attention’
(WBC, 142). Merk op dat het perfectum van t c·a¡at een praesens-betekenis heeft (staan). Zie
Grieks1,par.26.1.
• Codex Bezae heeft licht andere bewoordingen voor ‘want zij staan gaarne [...] te bidden’: e ·t
|tìeu cti c·µ iat . c·a ·., sat :çec.u,e ¡.iet (‘want zij houden ervan om te staan, terwijl zij
staanenbidden’).Hethandschriftvermijdtzodedirectelinktussen‘houdenvan’en‘bidden’.
• Inhetkoinè-Griekswordenperfectavaakvervangendooreenanderwerkwoordindeindicativus
praesens, zoals hier a :. ,a is gebruikt in plaats van a :.t ìµ|a (perfectum van a :eìa¡¡a ia =
krijgenwaarmenrechtopheeft)of. c,µsa (perfectumvan. ,a).ZieBDR§322,2enGG§197e.

Mt6:6
cu e. e ·ai :çec.u ,µ , .t c.ìò. .t , ·e ·a¡.t e i ceu sat sì.t ca, ·µ i òu çai ceu :çe c.u¸at ·a
:a·çt ceu ·a . i ·a sçu:·a · sat e :a·µ ç ceu e ¡ì. :ai . i ·a sçu:·a a :eea c.t cet.

cu pron.pers.nom.sing. cu jij
e. voegwoord e. en,nu,danmaar
e ·ai voegwoord+temporelebijzin e ·ai wanneer
:çec.u ,µ coni.praes.M.2epers.sing. :çec.u ,e¡at bidden
.t c.ìò. imp.aor.A.2epers.sing. .t c. ç,e¡at naarbinnengaan
.t , voorzetsel(+4) .t , in,naar
·e ·a¡.t e i subst.acc.neut.sing. ·e ·a¡.t ei debinnenkamer,magazijn
ceu pron.pers.gen.(poss)sing. cu jij
sì.t ca, part.aor.A.nom.masc.sing. sì.t a sluiten
·µ i òu çai subst.acc.(obi)fem.sing. µ òu ça dedeur
:çe c.u¸at imp.aor.M.2epers.sing. :çec.u ,e¡at bidden
·a :a·çt subst.dat.(obi)masc.sing. e :a·µ ç devader
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·a sçu:·a adj.dat.neut.sing. sçu:·e , verborgen
e :a·µ ç subst.nom.masc.sing. e :a·µ ç devader

33
e ¡ì. :ai part.praes.A.nom.masc.sing. ¡ì. :a zien
a :eea c.t indic.fut.A.3epers.sing. a :eet ea¡t hetverschuldigdegeven
cet pron.pers.dat.(obi)sing. cu jij

Maarjij,wanneerjebidt,gainjebinnenkamerennadatjejedeurhebtgesloten,bidjetotjeVaderin
het verborgene (of: die in het verborgen is); en je Vader die (steeds) in het verborgene ziet, zal je
schadeloosstellen.

NBG: Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het
verborgene;enuwVader,dieinhetverborgeneziet,zalhetuvergelden.

Opmerkingen:
• Enkelehandschriftenvoegenaanhetslotnog. i ·a |ai.ça toe(zieookvers4).Vgl.WBC,141.
• ·a :a·çt iseendativusobiectivusbij:çe c.u¸at(imp.aor.,vgl.:çecµu¸a ¡µi).ZieBDR§187,3.
• HetversisvolgensMoultonalsgeheeleensymmetrischetautologie(MoultonII,p.419).
• Hetgesubstantiveerdeadjectief. i ·a sçu:·akrijgteenlidwoord,watinJohannes7:4ontbreekt.
• Hagner merkt op dat het laatste ·a sçu:·a in het vers ook kan slaan op a :eea c.t (‘Hij zal je
beloneninhetverborgene’),maarhetisnatuurlijkeromhetbije ¡ì. :ai tetrekken(WBC,142).

Mt6:7
Eçec.u,e ¡.iet e. ¡µ ¡a··aìe,µ cµ·. a c:.ç et . òitset , eeseu cti ,a ç e ·t . i ·µ :eìuìe,t a
au ·a i .t caseucòµ cei·at.

Eçec.u,e ¡.iet part.praes.M.nom.masc.plur. :çec.u ,e¡at bidden
e. voegwoord e. en,nu,danmaar
¡µ partikel ¡µ niet
¡a··aìe,µ cµ·. coni.aor.A.2epers.plur. ¡a··aìe,. a kletsen,zwetsen
a c:.ç voegwoord+bijzinvanvergelijking a c:.ç zoals
et . òitset adj.nom.(pred)masc.plur. . òitse , heidens
eeseu cti indic.praes.A.3epers.plur. ees. a denken,menen
,a ç voegwoord ,a ç want
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat,omdat
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·µ :eìuìe,ta subst.dat.fem.sing. µ :eìuìe,t a woordenvloed
au ·a i pron.pers.gen.(poss)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
.t caseucòµ cei·at indic.fut.P.3
e
pers.plur. .t caseu a verhoren

En als jullie bidden, moeten jullie niet zwetsen zoals de heidenen, want zij denken dat zij door hun
woordenvloedzullenwordenverhoord.

NBG: En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; want zijmenen door
hunveelheidvanwoordenverhoordtezullenworden.

Opmerkingen:
• ¡a··aìe,. aismogelijkeenonomatopee,eenwoorddatisgevormddoorklanknabootsing,vanuit
het Aramees voor niksig (ahljb rma). Anderen zeggen dat het is afgeleid van ¡a··açt ,a
(stamelen). Zie BDR §40,3. Moulton ziet een haplologie (weglating van een lettergreep bij het
spreken of schrijven bij opeenvolging van twee gelijke syllabi) van ¡a··aìeìe,e, (Moulton II, p.
68,272).
• De constructie . i ·µ :eìuìe,ta vervangt een dativus instrumentalis, de datief die aangeeft
waarmeeietsgebeurt(BDR§219.2).
• Naees. aindebetekenisvan‘denken,geloven’volgtvaakeenbepalingmete ·tofeeninfinitief.
Wanneerees. a‘schijnen’betekent,staateraltijdeeninfinitief(BDR§397,5).

Mt6:8
¡µ eu i e ¡etaòµ ·. au ·et ,· et e.i ,a ç e :a·µ ç u ¡a i ai ,ç.tai . ,.·. :çe ·eu u ¡a , at ·µ cat
au ·e i.

¡µ partikel ¡µ niet
eu i voegwoord eu i dus,dan
e ¡etaòµ ·. coni.aor.P.2epers.plur. e ¡ete a gelijkwordenaan
au ·et , pron.pers.dat.(soci)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
et e.i indic.perf.A.3epers.sing. et ea weten

34
,a ç voegwoord ,a ç want
e :a·µ ç subst.nom.masc.sing. e :a·µ ç devader
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
ai pron.rel.gen.neut.plur. e , die,dat,wat,wie,hetwelk
,ç.tai subst.acc.fem.sing. µ ,ç.t a debehoefte
. ,.·. indic.praes.A.2
e
pers.plur. . ,a hebben,houden
:çe voorzetsel(+2) :çe voordat,alvorens
u ¡a , pron.pers.acc.(AcI)plur. cu jij
at ·µ cat infin.aor.A.(AcI) at ·. a vragen
au ·e i pron,pers.acc.masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem

Jullie moeten dus niet aan hen gelijk worden (of: jullie moeten hun voorbeeld niet navolgen), want
jullieVaderweetwatjullienodighebbenvoordatjullie(het)hemvragen.

NBG:Wordthundannietgelijk,wantGoduwVaderweet,watgijvannodehebt,eergijHembidt.

Opmerkingen:
• CodexBezaeheeftinplaatsvanbiddena iet¸at ·e c·e ¡a ((jullieje)mondopenen):WBC,144.
• Hetbetrekkelijkvoornaamwoorda i staathierinplaatsvan·t(vgl.Mk.9:6).ZieGG§143b.Het
verwijstalslijdendebijzinnietterugnaaret ea(+4),maarvooruitnaar,ç.tai . ,.·. (+2).
• :çe ·eu at ·µ catiseengesubstantiveerdeinfinitief(vgl.Grieks1,par.25.7).Merkopdatnade
specifiekeconstructie:çe ·eu altijdeeninfinitiefvandeaoristusvolgt(BDR§403,6).
• Het zinsdeel :çe ·eu u ¡a , at ·µ cat au ·e i is een accusativus cum inifinitivo (het object au ·e i
wordtsubjectenhetinfinitiefat ·µ catpersoonsvorm).

Mt6:9
eu ·a, eu i :çec.u ,.cò. u ¡.t ,· Ea ·.ç µ ¡a i e . i ·et , eu çaiet ,· a ,tacòµ ·a ·e e ie¡a ceu·

eu ·a, bijwoord eu ·a zo,opdezemanier
eu i voegwoord eu i dan,dus,daarom
:çec.u ,.cò. imp.praes.M.2epers.plur. :çec.u ,e¡at bidden
u ¡.t , pron.pers.nom.plur. cu jij
Ea ·.ç subst.voc.masc.sing. e :a·µ ç devader
µ ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. . ,a ik
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·et , eu çaiet , subst.dat.masc.plur. e eu çaie , dehemel
a ,tacòµ ·a imp.aor.P.3epers.sing. a ,ta ,a heiligen
·e e ie¡a subst.nom.neut.sing. ·e e ie¡a denaam
ceu pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij

Daarommoetenjúllieopdezemanier(blijven)bidden:Onzevaderdieindehemelenis,laatUwnaam
wordengeheiligd(of:mogeUwnaamwordengeheiligd);

NBG:Bidtgijdanaldus:OnzeVaderdieindehemelenzijt,uwnaamwordegeheiligd;

Opmerkingen:
• DeDidacheheeft. i ·a eu çaia (indehemel)Vgl.Did,p.72.
• Volgens Hagner (die Gerhardssons Matthaean Version citeert) vormen de eerste drie beden van
hetOnzeVader(zieookvers10)eenparallellismus membrorum:‘Inshort,God’snamewill only
beproperlyhonoredwhenhebringshiskingdomandaccomplisheshiswillonearth’(WBC,148).
• Vers9hoortchiastischbij7en8.Waardeauteureerstdefoutepraxisuitdedoekendoet,volgtin
vers8en9decorrectetheorierondhetbiddenendejuisteuitvoering.Zieookdenadrukopjúllie
(u ¡.t ,)integenstellingtotdeheidenen(TheSermonontheMount,Hermeneia,p.369).
• De epiclese (aanroeping of gebed) Ea ·.ç µ ¡a i (e . i ·et , eu çaiet ,) kent een bezittelijk
voornaamwoord,inplaatsvandemeerklassiekedativusethicusµ ¡t i,diewordtgebruiktvoorde
persoondieemotioneelbijeenhandelingisbetrokken(BDR,§192,1).
• Mattheüs gebruikt de imperativus praesens :çec.u ,.cò. als algemeen voorschrift (met duratief
aspect,d.w.z.datderegelnogsteedsvankrachtisinMattheüs’tijd).ZieBDR§336.
• Deimperatiefvandeaoristus,zoalshiera ,tacòµ ·a,wordtinhetNTveelgebruiktingebedenals
verzoek aan God (‘laat [alstublieft] X of Y gebeuren’). Zie D.B. Wallace, Greek grammar beyond
thebasics,p.488.Hoffmann&VonSiebenthalvoegentoe:‘GebetetwirdtumGotteswiederholtes
oder andauerndes Handeln; dies komt aber nicht durch die Verbalform [sondern durch den
weiterntheologischenKontext]zumAusdruck’(GG§212d).

35
Mt6:10
. ìò. ·a µ ¡actì.ta ceu· ,.iµòµ ·a ·e ò. 쵡a ceu, a , . i eu çaia sat . :t ,µ ,·

. ìò. ·a imp.aor.A.3epers.sing. . ç,e¡at komen,gaan
µ ¡actì.ta subst.nomfem.sing. µ ¡actì.t a hetkoninkrijk
ceu pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
,.iµòµ ·a imp.aor.P.3epers.sing. ,t ie¡at worden,gebeuren,zijn(aor.)
·e ò. 쵡a subst.nom.neut.sing. ·e ò. 쵡a dewil
a , voegwoord+bijzinvanvergelijking a , zoals,zo(+sat =zowel...als)
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
eu çaia subst.dat.masc.sing. e eu çaie , dehemel
. :t voorzetsel(+2) . :t op,tentijdevan
,µ , subst.gen.fem.sing. µ ,µ deaarde

LaatUwKoninkrijkkomen;laatUwwilgebeurenzowelin(de)hemelalsopaarde.

NBG:uwKoninkrijkkome;uwwilgeschiede,gelijkindehemelalzoookopdeaarde.

Opmerkingen:
• Hetkoinè-Grieksheeftvaakbijdeponentiadepassievevormvandeaoristuswaarookdemediale
vormhadgekund.Vgl.,.iµòµ ·a inplaatsvan,.i. còa(BDR§78,2).
• Bij woorden als ,µ , µ ìte, en eu çaiet , ontbreekt vaak het lidwoord, zeker na een voorzetsel
(BDR§253,4-5;GG§133a).
• a , ensat vormensamendeconstructie‘zowel...als’(correlatief).ZieBDR§453,3.

Mt6:11
·e i a ç·ei µ ¡a i ·e i . :teu ctei ee , µ ¡t i cµ ¡.çei·

·e i a ç·ei subst.acc.(obi)masc.sing. e a ç·e, hetbrood
µ ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. . ,a ik
. :teu ctei adj.acc.masc.sing. . :teu cte, voordevolgendedag
ee , imp.aor.A.2epers.sing. et ea¡t geven,schenken
µ ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. . ,a ik
cµ ¡.çei bijwoord cµ ¡.çei vandaag

Geefonsvandaagonsbroodomteleven(of:hetbrooddatwijnodighebben);

NBG:Geefonshedenonsdagelijksbrood;

Opmerkingen:
• De hypostasering (een tot zelfstandigheid verheven abstractie) . :teu cte, komt buiten het
Onzevader niet voor. Gedacht wordt aan de betekenis . :t ·µ i eu cai (part. acc. fem. sing. van
.t ¡t ) µ ¡. çai = voor de huidige dag. Maar dan is cµ ¡.çei redundant. Het is ook mogelijk dat µ
. :teu ca µ ¡. çai is bedoeld (. :.t¡t = naderen, aanstaande zijn d.w.z. voor de aanstaande dag,
ofwelmorgen).DatbotstweermetMt.6:34,waarwordtopgeroepenomjegeenzorgentemaken
voor de dag van morgen. Bovendien wordt bij . :.t¡t de samentrekking de t altijd geëlideerd
(Thayer). Hagner kiest daarom voor de variant ‘de komende dag’ (analoog aan ·e . :te i = de
toekomst), waardoor de tekst verwijst naar de eschatologische maaltijd (Mt. 8:11). Dat zou
aansluitenbijdedrievoorgaandebeden(vgl.Hagner,WBC,149-150).Maardezeinterpretatieis
welafhankelijkvantalvanandereaannames.Anderenlezen. :t +eu cta(zumDaseinnötig,om
televen(lett.tezijn),tebestaan).HetThWNTkiestdaaromvoor‘DasBrotdaswirbrauchen,gib
uns heute’ (W. Foerster, ThWNT II, 595); de Telosvertaling geeft: ‘Geef ons vandaag ons
toereikend brood’; Thayer houdt het op: ‘food sufficing from one day to the next’. Deze lezing
haakt aan bij andere bijbelteksten als Mt. 6:8, Jac. 2:15v en Spreuken 30:8 en wordt gesteund
door enkele buitenbijbelse passages (H.D. Betz, Hermeneia, 399). Maar zorgt dan cµ ¡.çei niet
opnieuw voor problemen, want waarom moeten we speciaal vandaag het brood om te leven
ontvangen (vgl. Lucas die ·e saò` µ ¡. çai heeft (dagelijks))? En hoort ·e i . :teu ctei niet
veeleer bij ‘brood’ in plaats van ‘dag’ (waardoor er zou staan: ‘ons brood dat van U tot ons
komt’)? Hoe het ook zij, de kwestie bezorgde vroege vertalers al hoofdbrekens. Zo komt
cottidianum (dagelijks) voor, terwijl de Vulgaat supersubstantialem heeft (boven-werkelijk of
geestelijk, kennelijk met de eucharistie op het oog). Syrische manuscripten hebben perpetuum
(eeuwigdurend), necessarium (noodzakelijk), savenientem (toekomstig), terwijl ook (mae bo)
crastinumvoorkomt(voordedagvanmorgen).Zieo.m.Bauer. :teu cte,-2,3;BDR§123,2.

36
• Hoffmann & Von Siebenthal zien in het brood een metonymia (pars pro toto) voor
levensnoodzakelijkevoeding(GG§295i).
• Deimperatiefvandeaoristusismomentaan(begin-eneindpuntvaneenhandelingvallensamen)
enwijstopeendringendenoodzaak(Wallace,Greekgrammarbeyondthebasics,p.720).

Mt6:12
sat a|., µ ¡t i ·a e|.tìµ ¡a·a µ ¡a i, a , sat µ ¡.t , a|µ sa¡.i ·et , e|.tì. ·at, µ ¡a i·

a|., imp.aor.A.2epers.sing. a |t µ¡t vergeven,laten,toelaten
µ ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. . ,a ik
·a e |.tìµ ¡a·a subst.acc.(obi)neut.plur. ·e e |.t 쵡a schuld
µ ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. . ,a ik
a , voegwoord+bijzinvanvergelijking a , zoals,zo(+sat =evenals)
µ ¡.t , pron.pers.nom.plur. . ,a ik
a|µ sa¡.i indic.aor.A.1epers.plur. a |t µ¡t vergeven,laten,toelaten
·et , e|.tì. ·at, subst.dat.(obi)masc.plur. e e |.tì. ·µ, schuldenaar,debiteur

Envergeefonsonzeschulden,zoalsookwijonzeschuldenarenhebbenvergeven;

NBG:envergeefonsonzeschulden,gelijkookwijvergevenonzeschuldenaren;

Opmerkingen:
• Veel handschriften hebben in plaats van de aoristus a|µ sa¡.i de indicativus praesens a |t e¡.i
of a|t.¡.i (vergeven), mogelijk voortkomend uit een Aramese perfectum praesens. Zowel de
aoristus-alsdeindicativus-varianthebbenoudepapieren.Metzgerkiestvoordeaoristusopbasis
interne argumentatie, zoals Mt. 6:14-15 en Mt. 18:21-35 (TCGNT, 13). Voor a|tµ¡t en de
bijbehorende dativus obiectivus µ ¡t i zie ook BDR §94,6-7; GG §257b,c en Grieks 1, bijlage
5.3.1.1.Moulton noemtoverigensa|µ sa¡.ieen verhalendeaoristus,die duidt op iets datnét is
gebeurd(MoultonI,p.140).
• Lucas heeft in het parallelle vers (Lc. 11:4) a ¡aç·tat (zonden) in plaats van e|.tìµ ¡a·a.
Vermoedelijk wilde Lucas het oorspronkelijke Aramees א ָ בוֹח uitleggen aan zijn heidense lezers,
diederabbijnsemetafoornietzoudenbegrijpen(WBC,150).
• DeDidacheleesthier·µ i e|.tìµ i µ ¡a i(onzeschuld).Vgl.Did.,p.72.

Mt6:13
sat ¡µ .t c.i. ,sµ , µ ¡a , .t , :.tçac¡e i, a ììa ç u cat µ ¡a , a :e ·eu :eiµçeu .

¡µ partikel ¡µ niet
.t c.i. ,sµ , coni.aor.A.2epers.sing. .t c|. ça binnenleiden,-brengen
µ ¡a , pron.pers.acc.(obi)plur. . ,a ik
.t , voorzetsel(+4) .t , in
:.tçac¡e i subst.acc.(obi)masc.sing. e :.tçac¡e , debeproeving,verzoeking
a ììa voegwoord a ììa maar
ç u cat imp.aor.M.2epers.sing. ç u e¡at beschermen,redden,bevrijden
a :e voorzetsel(+2) a :e van,uit
·eu :eiµçeu adj.gen.masc./neut.sing. :eiµçe , slecht,gemeen

Enbrengonsnietinbeproeving,maarbevrijdonsvanhetkwade.

NBG:enleidonsnietinverzoeking,maarverlosonsvandeboze.

Opmerkingen:
• ¡µ .t c.i. ,sµ , iseenprohibitivus(GG§246a;Burton§162).
• Hagnerprefereertalsvertalingvan:.tçac¡e i‘beproeving’boven‘verzoeking’,omdatGodnietin
verzoekingleidt(zieJacobus1:13).ZieWBC,151.
• ·eu :eiµçeuisvolgensBlass,DebrunnerenRekopfalgemeenbedoeld(generiek);hetkanzowel
mannelijk als onzijdig zijn: de boze en het boze (BDR §263,4).Wallace heeft een voorkeur voor
‘deboze’,geziendevoorgaandeverzoekingindewoestijn(Wallace,Greekgrammarbeyondthe
basics, p. 233). Volgens Hagner maakt het weinig uit welke keuze je maakt: ‘to pray to be free
from one is to pray to be free from the other’, hoewel ook hij een voorkeur heeft voor ‘de boze’,
geziendeeschatologischesettingdiehijvermoedt(WBC151).

37
[Mt6:13b
¨0·t ceu . c·ti µ ¡actì.ta sat µ eu ia¡t, sat µ ee¸a .t , ·eu , at a ia,. `A¡µ i.

¨0·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,doordat,want
ceu pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
. c·ti indic.praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
µ ¡actì.ta subst.nom.fem.sing. µ ¡actì.t a hetkoninkrijk
µ eu ia¡t, subst.nom.fem.sing. µ eu ia¡t, dekracht
µ ee ¸a subst.nom.fem.sing. µ ee ¸a deheerlijkheid
.t , voorzetsel(+4) .t , in,tot,voor,tegen,naar
·eu , at a ia, subst.acc.masc.plur. e at a i deeeuwigheid
`A¡µ i indecl. a ¡µ i amen

WantvanUishetkoninkrijk,endekrachtendeheerlijkheid,ineeuwigheid.Amen.

NBG:WantvanUishetKoninkrijk,endekracht,endeheerlijkheid,indereeuwigheid,amen.

Opmerkingen:
• Vermoedelijk is het tweede deel van vers 13 later toegevoegd voor liturgische doeleinden in de
vroege kerk. In onder meer de codices Sinaiticus en Bezae ontbreekt het slot. Codex 1424
(tiende-eeuws) bevat een opmerking dat niet alle handschriften het gedeelte kennen. De
toevoeging staat – overigens zónder µ ¡actì.ta – al wel in de Didache (8:2). Enkele late
manuscriptenkennenzelfseenverwijzingnaardedrieënigheid:¨0·t ceu . c·ti µ ¡actì.t a ·eu
:a·çe , sat ·eu ut eu sat ·eu a ,t eu :i.u ¡a·e, .t , ·eu , at a ia,. `A¡µ i(WBC,144)]
• e ·t wordt in causale bijzinnen vaak vertaald met ‘omdat’. Wanneer echter het causale verband
mindersamenhangendis,zoalshier,ligteenvertalingmet‘want’meervoordehand.
• µ ee¸a iseenhebraïsme‘invertaling’,vanuitdeLXX(vgl.kabod).ZieGrieks1,bijlage10.6.1.

Mt6:14
`Ea i ,a ç a|µ ·. ·et , a iòça :et, ·a :aça:·a ¡a·a au ·a i, a|µ c.t sat u ¡t i e :a·µ ç u ¡a i e
eu ça ite,·

`Ea i voegwoord . a i als,indien
,a ç voegwoord ,a ç want
a|µ ·. coni.aor.A.2epers.plur. a |t µ¡t vergeven,laten,toelaten
·et , a iòça :et, subst.dat.(obi)masc.plur. e a iòça:e, demens
·a :aça:·a ¡a·a subst.acc.(obi)neut.plur. ·e :aça :·a¡a deovertreding
au ·a i pron.pers.gen.(poss)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
a|µ c.t indic.fut.A.3
e
pers.sing. a |t µ¡t vergeven,laten,toelaten
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij
e :a·µ ç subst.nom.masc.sing. e :a·µ ç devader
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
eu ça ite, adj.nom.masc.sing. eu ça ite, hemels

Want als jullie de mensen hun overtredingen vergeven, dan zal jullie hemelse Vader ook jullie
vergeven;

NBG:Wantindiengijdemensenhunovertredingenvergeeft,zaluwhemelseVaderookuvergeven;

Opmerkingen:
• Enkelehandschriftenlaten,a ç weg.
• Sommigehandschriftenvoegenaanheteindvanhetvers·a :aça:·a ¡a·a u ¡a i toe,omhetin
overeenstemmingtebrengenmetheteindevanvers15.

Mt6:15
.a i e. ¡µ a|µ ·. ·et , a iòça :et,, eu e. e :a·µ ç u ¡a i a|µ c.t ·a :aça:·a ¡a·a u ¡a i.

.a i voegwoord . a i als,indien
e. voegwoord e. en,nu,danmaar
¡µ partikel ¡µ niet
a|µ ·. coni.aor.A.2epers.plur. a |t µ¡t vergeven,laten,toelaten
·et , a iòça :et, subst.dat.(obi)masc.plur. e a iòça:e, demens
eu e. voegwoord eu e. enniet,ookniet
e :a·µ ç subst.nom.masc.sing. e :a·µ ç devader

38
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
a|µ c.t indic.fut.A.3
e
pers.sing. a |t µ¡t vergeven,laten,toelaten
·a :aça:·a ¡a·a subst.acc.(obi)neut.plur. ·e :aça :·a¡a deovertreding
u ¡a i pron.pers.gen.plur. cu jij

Maaralsjulliedemensennietvergeven,danzaljullieVaderjullieovertredingenooknietvergeven.

NBG:maarindiengijdemensennietvergeeft,zalookuwVaderuwovertredingennietvergeven.

Opmerkingen:
• eu e. gevolgd op een ontkenning eerder in de zin (eu of ¡µ ) betekent altijd ‘ook niet’ of ‘niet
eenmaal’(BDR§445.2).
• Enkelemanuscriptenvoerenna¡µ a|µ ·.nog·a :aça:·a ¡a·a au ·a iin,parallelaanMc11:25
(TCGNT,14).

Onderwijzingoverhetvasten

Mt6:16
¨0·ai e. iµc·.uµ·., ¡µ ,t i.cò. a , et u :esçt·at csuòça:et , a|ait ,eucti ,a ç ·a :çe ca:a
au ·a i e :a, |aia cti ·et , a iòça :et, iµc·.u ei·.,· a ¡µ i ì. ,a u ¡t i, a :. ,eucti ·e i ¡tcòe i
au ·a i.

e ·ai voegwoord+temporelebijzin e ·ai wanneer
e. voegwoord e. en,nu,danmaar
iµc·.uµ·. coni.praes.A.2epers.plur. iµc·.u a vasten
¡µ partikel ¡µ niet
,t i.cò. imp.praes.M.2epers.plur. ,t ie¡at worden,gebeuren,zijn(aor.)
a , voegwoord+bijzinvanvergelijking a , zoals,zo
et u :esçt·at subst.nom.(pred)masc.plur. e u :esçt·µ , dehuichelaar
csuòça:et adj.nom.masc.plur. csuòça:e , droevig,knorrig,ontstemd
a|ait ,eucti indic.praes.A.3epers.plur. a |ait ,a onherkenbaarmaken
,a ç voegwoord ,a ç want
·a :çe ca:a subst.acc.(obi)neut.plur. ·e :çe ca:ei hetgezicht
au ·a i pron.pers.gen.(poss)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
e :a, voegwoord+finalebijzin e :a, opdat,omte
|aia cti coni.aor.P.3epers.plur. |at ie¡at verschijnen
·et , a iòça :et, subst.dat.(obi)masc.plur. e a iòça:e, demens
iµc·.u ei·., part.praes.A.nom.masc.plur. iµc·.u a vasten
a ¡µ i indeclinabel a ¡µ i voorwaar,waarlijk
ì. ,a indic.praes.A.1epers.sing. ì. ,a zeggen
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij
a :. ,eucti indic.praes.A.3epers.plur. a :. ,a hetverschuldigdehebben
·e i ¡tcòe i subst.acc.(obi)masc.sing. e ¡tcòe , hetloon
au ·a i pron.pers.gen.(poss)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem

Wanneer jullie nu vasten, wees dan niet droevig zoals de huichelaars, want zij maken hun gezicht
onzichtbaar (of: onherkenbaar (nl. met as en stof)) om zich aan de mensen te laten zien, terwijl zij
vasten.Voorwaar,Ikzegjullie,zijhebbenhun(verdiende)loonal.

NBG: En wanneer gij vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat; want zij maken
hun aangezicht ontoonbaar, om zich aan de mensen te vertonen, wanneer zij vasten. Voorwaar, Ik
zegu,zijhebbenhunloonreeds.

Opmerkingen:
• Inhetkoinè-Griekswordenperfectavaakvervangendooreenanderwerkwoordindeindicativus
praesens, zoals hier a :. ,a is gebruikt in plaats van a :.t ìµ|a (perfectum van a :eìa¡¡a ia =
krijgenwaarmenrechtopheeft)of. c,µsa (perfectumvan. ,a).ZieBDR§322,2enGG§197e.
• Dee ·ai-constructieleidthiereenconiunctivusgeneralisin.
• Merkopdathetdeelwoordiµc·.u ei·.,onderdeelisvanhetsubject(et u :esçt·at).
• Het medium |atie¡at betekent ‘verschijnen, zich laten zien, zich tonen’ (Bauer, |at ia-2c) in
plaatsvanhetactivum‘schijnen,tonen’(|at ia).

Mt6:17
cu e. iµc·.u ai a ì.t¦at ceu ·µ i s.|aìµ i sat ·e :çe ca:e i ceu it ¦at,

39
cu pron.pers.nom.sing. cu jij
e. voegwoord e. en,nu,danmaar
iµc·.u ai part.praes.A.nom.masc.sing. iµc·.u a vasten
a ì.t¦at imp.aor.M.2epers.sing. a ì.t |a zalven,metolieinsmeren
ceu pron.pers.gen.(subi)sing. cu jij
·µ i s.|aìµ i subst.acc.(obi)fem.sing. µ s.|aìµ hethoofd
·e :çe ca:e i subst.acc.(obi)neut.sing. ·e :çe ca:ei hetgezicht
it ¦at imp.aor.M.2
e
pers.sing. it :·a wassen(metwater)

Maarjij,alsjevast,doe(bijjezelf)olieopjehoofd(of:smeerolieopjehoofd)enwasjegezicht,

NBG:Maargij,zalfuwhoofd,alsgijvast,enwasuwgelaat,

Opmerkingen:
• Hetreflexievemediuma ì.t¦at ishiergebruiktomtelatenuitkomendatdehandelendepersoon
dehandeling–hetzalven–aanzichzelfvoltrekt(GG§190c).Hetgaathieroverigensom‘zalven’
als persoonlijke verzorging, niet om het religieuze zalven, waarvoor het woord ,çt a wordt
gebruikt(WBC,154).VandaarmijnvoorkeurvoordevertaalkeuzevandeLeidseVertaling.
• Hetparticipiumiµc·.u aistemtinnaamvalovereenmetdatvandepersoonsvormcu (participium
coniunctum).Vgl.Grieks1,par.20.2;GG§230c.

Mt6:18
e :a, ¡µ |aiµ , ·et , a iòça :et, iµc·.u ai a ììa ·a :a·çt ceu ·a . i ·a sçu|at a · sat e
:a·µ ç ceu e ¡ì. :ai . i ·a sçu|at a a :eea c.t cet.

e :a, voegwoord+finalebijzin e :a, opdat,omte
¡µ partikel ¡µ niet
|aiµ , coni.aor.P.2epers.sing. |at ia schijnen,tonen(P=verschijnen)
·et , a iòça :et, subst.dat.(obi)masc.plur. e a iòça:e, demens
iµc·.u ai part.praes.A.nom.masc.sing. iµc·.u a vasten
a ììa voegwoord a ììa maar
·a :a·çt subst.dat.(obi)masc.sing. e :a·µ ç devader
ceu pron.pers.gen.(poss)sing. cu jij
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·a sçu|at a adj.dat.neut.sing. sçu|at e, verborgen
e :a·µ ç subst.nom.masc.sing. e :a·µ ç devader
e ¡ì. :ai part.praes.A.nom.masc.sing. ¡ì. :a zien
a :eea c.t indic.fut.A.3epers.sing. a :eet ea¡t hetverschuldigdegeven
cet pron.pers.dat.(obi)sing. cu jij

opdatje(aan)demensennietlaatziendatjevast,maar(aan)jeVaderdieinhetverborgeneis;enje
Vaderdie(altijd)inhetverborgeneziet,zaljeschadeloosstellen.

NBG:omunietbijuwvastenaandemensentevertonen,maaraanuwVader,dieinhetverborgene
is;enuwVader,dieinhetverborgeneziet,zalhetuvergelden.

Opmerkingen:
• Veel handschriften hebben aan het eind van het vers nog de toevoeging . i ·a |ai.ça (in het
openbaar) tegenover . i ·a sçu:·a . Metzger meent echter dat het in dit vers niet draait om de
openbaarheid van de Vaderlijke beloning, maar om ‘it’s superiority to mere human approval’
(TCGNT,14).
• Het vers heeft hier twee keer sçu|at a (in het geheim) in plaats van sçu:·a , mogelijk om de
tekstaftelatenwijkenvanMt.6:4en6(WBC,153;vgl.Robertson,GGNT,589).
• e :a, ¡µ |aiµ , ·et , a iòça :et, iµc·.u ai is hier een toevoeging bij het onderwerp uit het
vorige verscu e. iµc·.u ai(BDR §414.7).Hoffmann&Von Siebenthal voegentoe dathethier
om een finale bijzin gaat (die zij vertalen met: ‘damit du dich nicht den Menschen vor die Augen
stellst mit deinem Fasten’). GG §278b. De NBV begint de zin echter met een hoofdletter: ‘Zodat
niemandzietdatjeaanhetvastenbent,alleenjeVader,dieinhetverborgeneis’.
• e ¡ì. :ai . i ·a sçu|at a a :eea c.t cet heefteenduratiefaspect(Robertson,GGNT,1115).

40
Schatindehemel(Lk.12:33-34)

Mt6:19
\µ òµcauçt ,.·. u ¡t i òµcauçeu , . :t ·µ , ,µ ,, e :eu cµ , sat ¡ça ct, a|ait ,.t sat e :eu
sì. :·at eteçu cceucti sat sì. :·eucti·

¡µ partikel ¡µ niet
òµcauçt ,.·. imp.praes.A.2epers.plur. òµcauçt ,a verzamelen,opslaan,bewaren
u ¡t i pron.pers.dat.(comm)plur. cu jij
òµcauçeu , subst.acc.(inw.subj.)masc.plur. e òµcauçe , deopslagplaats,schat(kist)
. :t voorzetsel(+2) . :t op
·µ , ,µ , subst.gen.fem.sing. µ ,µ deaarde
e :eu voegwoord e :eu waar,alwaar
cµ , subst.nom.masc.sing. e cµ , mot
¡ça ct, subst.nom.fem.sing. µ ¡ça ct, deroest,heteten,hetinvreten
a|ait ,.t indic.praes.A.3epers.sing. a |ait ,a onherkenbaarmaken,vernielen
sì. :·at subst.nom.masc.plur. e sì. :·µ, dedief
eteçu cceucti indic.praes.A.3epers.plur. eteçu cca inbreken,insluipen
sì. :·eucti indic.praes.A.3epers.plur. sì. :·a stelen

Verzamel voor jezelf geen (of: nooit) schatten op aarde waar mot en aanvreting [door insecten] (ze)
vernieltenwaardieveninbrekenen(ze)stelen.

NBG: Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven
inbrekenenstelen;

Opmerkingen:
• ¡ça ct,isvaakmetroestvertaald,maardatvindtbuitendezepassagegeensteun.Hetgaatom
‘eten’, hoogstwaarschijnlijk door insecten. De Septuaginta geeft in Mal. 3:11 ¡ça cti (‘veelvraat’)
voor sprinkhaan. Sommige vertalers denken ook wel aan houtworm (Bauer, ¡ça ct,-2). Hagner
merkt op dat in het evangelie van Thomas (log. 76) naast mot de worm wordt genoemd. In Jac.
5:2-3staatnaast‘doormotaanvreten’ook‘roesten’(sa·te a).EnomdatinJac.5:3ookhetmeer
gangbarewoordvoorroeststaat(e t e ,),kiestHagnervoor‘aantasting’alsvertalingvoor¡ça ct,
(WBC,157).
• òµcauçt ,.·. òµcauçeu , is een ‘accusativus van inwendig object’ (in het Engels een cognate
accusative), dat wil zeggen dat de accusatief wat betekenis en stamafleiding betreft verwant is
aan het werkwoord waar deze een object van is. In dit vers is het zelfstandig naamwoord geen
tautologiebijhetwerkwoord,waardooreenbijvoeglijkebepalingachterwegekanblijven(Grieks1,
bijlage5.4.1.3;BDR§153,4).
• . :t +2betekentvaak‘op’alshetantwoordgeeftopdevraag‘waar?’of‘waarheen?’(BDR§234,1).
• Het komt weinig voor dat het NT een persoonlijk voornaamwoord gebruikt als reflexivum. Daar
waarhetgebeurt,gaathetbovendiensteevastomau ·eu /au ·a i.Mt.6:19-20isdeenigepassage
inhetNTwaaru ¡t iisgebruiktalswederkerendvoornaamwoord(inplaatsvan.au·et ,).ZieBDR
§283,3;Wallace,Greekgrammarbeyondthebasics,325.
• e :eu is hier een lokaal voegwoord, wat verwijst naar de locatie of het gebied waar een actie
plaatsgijpt(inletterlijkeoffiguurlijkezin).Vgl.Wallace,Greekgrammarbeyondthebasics,676.
• eteçu cca(‘inbreken’)betekentletterlijk‘ergensdoorheengraven’(et-e çu cca).

Mt6:20
òµcauçt ,.·. e. u ¡t i òµcauçeu , . i eu çaia , e :eu eu ·. cµ , eu ·. ¡ça ct, a|ait ,.t sat e :eu
sì. :·at eu eteçu cceucti eu e. sì. :·eucti·

òµcauçt ,.·. imp.praes.A.2epers.plur. òµcauçt ,a verzamelen,opslaan,bewaren
e. voegwoord e. en,nu,danmaar
u ¡t i pron.pers.dat.(comm)plur. cu jij
òµcauçeu , subst.acc.(inw.subj)masc.plur. e òµcauçe , deopslagplaats,schat(kist)
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
eu çaia subst.dat.masc.sing. e eu çaie , dehemel
e :eu voegwoord e :eu waar,alwaar
eu ·. voegwoord eu ·. noch,enniet

41
cµ , subst.nom.masc.sing. e cµ , mot
¡ça ct, subst.nom.fem.sing. µ ¡ça ct, deroest,heteten,hetinvreten
a|ait ,.t indic.praes.A.3epers.sing. a |ait ,a onherkenbaarmaken,vernielen
sì. :·at subst.nom.masc.plur. e sì. :·µ, dedief
eu bijwoord eu niet
eteçu cceucti indic.praes.A.3epers.plur. eteçu cca inbreken,insluipen
eu e. voegwoord eu e. noch,enniet
sì. :·eucti indic.praes.A.3epers.plur. sì. :·a stelen

Maarverzamelvoorjezelf(steeds)schattenindehemel,waargeenmotofaanvreting[doorinsecten]
(ze)vernieltenwaardievennietinbrekenennietstelen.

NBG: maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en
waargeendieveninbrekenofstelen.

Opmerkingen:
• ¡ça ct,isvaakmetroestvertaald,maardatvindtbuitendezepassagegeensteun.Hetgaatom
‘eten’, hoogstwaarschijnlijk door insecten. De Septuaginta geeft in Mal. 3:11 ¡ça cti (veelvraat)
voor sprinkhaan. Sommige vertalers denken ook wel aan houtworm (Bauer, ¡ça ct,-2). Hagner
merkt op dat in het evangelie van Thomas (log. 76) naast mot de worm wordt genoemd. In Jac.
5:2-3staatnaast‘doormotaanvreten’ook‘roesten’(sa·te a).EnomdatinJac.5:3ookhetmeer
gangbarewoordvoorroeststaat(e t e ,),kiestHagnervoor‘aantasting’alsvertalingvoor¡ça ct,
(WBC,157).
• òµcauçt ,.·. òµcauçeu , is een ‘accusativus van inwendig object’ (in het Engels een cognate
accusative), dat wil zeggen dat de accusatief wat betekenis en stamafleiding betreft verwant is
aan het werkwoord waar het een object van is. In dit vers is het zelfstandig naamwoord geen
tautologie bij het werkwoord, waardoor een bijvoeglijke bepaling uit kan blijven (Grieks 1, bijlage
5.4.1.3;BDR§153,4).
• Het komt weinig voor dat het NT een persoonlijk voornaamwoord gebruikt als reflexivum. Daar
waarhetgebeurt,gaathetbovendiensteevastomau ·eu /au ·a i.Mt.6:19-20isdeenigepassage
inhetNTwaaru ¡t iisgebruiktalswederkerendvoornaamwoord(inplaatsvan.au·et ,).ZieBDR
§283,3;Wallace,Greekgrammarbeyondthebasics,p.325.
• e :eu is hier een ‘lokaal voegwoord’, wat verwijst naar de locatie of het gebied waar een actie
plaatsgijpt(inletterlijkeoffiguurlijkezin).Vgl.Wallace,Greekgrammarbeyondthebasics,p.676.

Mt6:21
e :eu ,a ç . c·ti e òµcauçe , ceu, . s.t . c·at sat µ saçeta ceu.

e :eu voegwoord e :eu waar,alwaar
,a ç voegwoord ,a ç want
. c·ti indic.praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
e òµcauçe , subst.nom.masc.sing. e òµcauçe , deopslagplaats,schat(kist)
ceu pron.pers.gen.(poss)sing. cu jij
. s.t bijwoord . s.t daar
. c·at indic.fut.M.3epers.sing. .t ¡t zijn
µ saçeta subst.nom.fem.sing. µ saçet a hethart

Wantwaarjeschatis,daarzalookjehartzijn.

NBG:Want,waaruwschatis,daarzalookuwhartzijn.

Opmerkingen:
• Het(locatieve)bijwoord. s.t ishiereenbijwoordelijkebepalingdieeenpredikatiefzinsdeelinleidt:
‘uwhartisdáár’(GG§241b).

Delampvanhetlichaam(Lk.11:34-36)

Mt6:22
'0 ìu ,ie, ·eu ca ¡a·e , . c·ti e e|òaì¡e ,. .a i eu i µ e e|òaì¡e , ceu a :ìeu ,, e ìei ·e ca ¡a
ceu |a·.tie i . c·at·

42
e ìu ,ie, subst.nom.(pred)masc.sing. e ìu ,ie, delamp,hetlicht
·eu ca ¡a·e , subst.gen.(attr/poss)neut.sing. ·e ca ¡a hetlichaam
. c·ti indic.praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
e e |òaì¡e , subst.nom.masc.sing. e e |òaì¡e , hetoog
.a i voegwoord . a i als,indien
eu i voegwoord eu i dan,dus,daarom
µ coni.praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
ceu pron.pers.gen.(poss)sing. cu jij
a :ìeu , adj.nom.(pred)masc.sing. a :ìeu , eenvoudig,gezond,niettroebel
e ìei adj.nom.neut.sing. e ìe, geheel
·e ca ¡a subst.nom.neut.sing. ·e ca ¡a hetlichaam
|a·.tie i adj.nom.(pred)neut.sing. |a·.tie , helder,hel,lichtend
. c·at indic.fut.M.3epers.sing. .t ¡t zijn

Het oog is de lamp van het lichaam. Als dus je oog gezond (of: zuiver) is, dan zal heel je lichaam
verlichtzijn.

NBG:Delampvanhetlichaamishetoog.Indiendanuwoogzuiveris,zalgeheeluwlichaamverlicht
zijn;

Opmerkingen:
• De Leidse Vertaling en de Lutherse Bijbel hebben ‘het oog’ als onderwerp (en de lamp als
naamwoordelijkdeelvanhetgezegde).OokHagnervindtdathetversmoetwordenvertaaldmet
hetoogalssubject:‘theeyeisthelightofthebody’(WBC,156).Bauerheeftechter:‘DieLeuchte
desLeibesistdasAuge(Bauer, ìu ,ie,-2).Wallacewijsteropdatwoordenmeteenlidwoorden
eigennamen (die ook vaak gearticuleerd zijn) in het Grieks gelijkwaardig zijn en dat de keuze tot
op zekerehoogte vrijis: vindjedathetversantwoordgeeftopde vraag ‘wat isdelampvanhet
lichaam’ofopdevraag:‘watishetoog’(Wallace,Greekgrammarbeyondthebasics,p.44,45).
• a :ìeu , betekent letterlijk eenvoudig, d.w.z. niet dubbel. Hagner meent dat de woorden niet zijn
bedoeldalsuiteenzetting overde werkingvanhetmenselijkoog.Hij zieteenparallelmetEf.6:5
(eenvoudvanhethart).Eeneenvoudig(lees:enkelvoudig)oogiseenoogdatdeblikopéénding
gericht houdt, namelijk op één Heer (v.24): ‘Metaphorically speaking [...] the single eye of
discipleshipisthesourceoflight;anevil,covetouseye,isthesourceofdarkness’(WBC,159).
• ìu ,ie, ·eu ca ¡a·e , is een genitivus attributivus (doel of richting aangevend) of een
possessivus(beschrijfteenbezitsrelatie).

Mt6:23
.a i e. e e|òaì¡e , ceu :eiµçe , µ , e ìei ·e ca ¡a ceu cse·.tie i . c·at. .t eu i ·e |a , ·e . i
cet cse ·e, . c·t i, ·e cse ·e, :e cei.

.a i voegwoord . a i als,indien
e. voegwoord e. en,nu,danmaar
e e |òaì¡e , subst.nom.masc.sing. e e |òaì¡e , hetoog
ceu pron.pers.gen.sing. cu jij
:eiµçe , adj.nom.(pred)masc.sing. :eiµçe , slecht,ongezond
µ coni.praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
e ìei adj.nom.neut.sing. e ìe, geheel
·e ca ¡a subst.nom.neut.sing. ·e ca ¡a hetlichaam
cse·.tie i adj.nom.(pred)neut.sing. cse·.tie , donker
. c·at indic.fut.M.3epers.sing. .t ¡t zijn
.t voegwoord .t als,indien
eu i voegwoord eu i dan,dus,daarom
·e |a , subst.nom.neut.sing. ·e |a , hetlicht
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
cet pron.pers.dat.sing. cu jij
cse ·e, subst.nom.(pred)neut.sing. ·e cse ·e, duisternis
. c·ti indic.praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
:e cei adj.interr.nom.neut.sing. :e ce, hoegroot,hoeveel

Maaralsjeoogongezond(of:troebel)is,(dan)zalheeljelichaamduisterzijn.Alsnuhetlichtdatinje
(is)duisternisis,hoegrootzaldandeduisterniszijn(of:hoedonkerishetdan).

43
NBG: maar indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn. Indien nu wat licht in u is,
duisternisis,hoegrootisdandeduisternis!

Opmerkingen:
• :eiµçe , in combinatie met oog betekent letterlijk ‘boos oog’, een veelgebruikte metafoor in het
oudeoosten.Hetbozeoogiseenhebzuchtigoog,datdebliklaatvallenopwatvaneenanderis.
Vgl.Mt.20:15enMc.7:22(WBC,158).
• De herhaling van het lidwoord in de bijwoordelijke bepaling ·e |a , ·e . i cet dient vooral de
duidelijkheid (het artikel blijft bij soortgelijke bepalingen soms achterwege, zie Lc. 16:10). Vgl.
BDR§272,1.
• Ondergeschikte bijzinnen beginnen normaliter met een voegwoord of een interrogativum.
Wanneerdaarvanwordtafgeweken,heefthetdeelvandebijzindatvóórhetvoegwoordstaatde
nadruk,zoalshier·e cse ·e, (voor:e cei).Vgl.BDR§475,1.

GodenMammon(Lk.16:13)

Mt6:24
0u e.t , eu ia·at euct suçt et, eeuì.u.ti· µ ,a ç ·e i . ia ¡tcµ c.t sat ·e i . ·.çei a ,a:µ c.t, µ
. ie , a iò.¸.·at sat ·eu . ·. çeu sa·a|çeiµ c.t. eu eu iacò. ò.a eeuì.u.ti sat ¡a¡aia .

eu e.t , pron.indef.nom.masc.sing. eu e.t , niemand
eu ia·at indic.praes.M.3epers.sing. eu ia¡at kunnen
euct adj.card.dat.masc.plur. eu e twee
suçt et, subst.dat.(obi)masc.plur. e su çte, deheer
eeuì.u .ti infin.praes.A. eeuì.u a dienen
µ voegwoord µ of
,a ç voegwoord ,a ç want
. ia adj.card.acc.(obi)masc.sing. .t , één
¡tcµ c.t indic.fut.A.3epers.sing. ¡tc. a haten
. ·.çei adj.indef.acc.(obi)masc.sing. . ·.çe, ander
a ,a:µ c.t indic.fut.A.3epers.sing. a ,a:a a liefhebben,houdenvan
. ie , adj.card.gen.masc.sing. .t , één
a iò.¸.·at indic.fut.M.3epers.sing.(+2) a i·. ,e¡at hechten,aanhangen
. ·. çeu adj.indef.gen.masc.sing. . ·.çe, ander
sa·a|çeiµ c.t indic.fut.A.3epers.sing. sa·a|çei. a minachten
eu bijwoord eu niet
eu iacò. indic.praes.M.2epers.plur. eu ia¡at kunnen
¡a¡aia subst.dat.(obi)masc.sing. ¡a¡aia , Mammon,rijkdom,geldbezit

Niemand (= geen enkele slaaf) kan twee heren dienen, want hij zal óf de ene haten en de andere
liefhebben, óf de ene toegewijd zijn en de andere minachten. Jullie kunnen niet God én het geld
dienen.

NBG:Niemandkantweeherendienen,wanthijzalòfdeenehatenendeandereliefhebben,òfzich
aandeenehechtenendeandereminachten;gijkuntnietGoddienenènMammon.

Opmerkingen:
• Eénmanuscriptvoegtnaeu e.t ,et s. ·µ,(slaaf)in,parallelaanLc.16:13.Infeiteisdetoevoeging
pleonastisch,omdateeuì.u aaleenslaaf-heerverhoudingveronderstelt(WBC,156).
• euct suçt et,iseendativusobiectivusbijhetwerkwoord‘vandienen’eeuì.u a(Grieks1,bijlage
5.3.1.1;GG§174b).
• Het vers bevat een herhalend of synoniem parallellisme: haten-liefhebben, gevolgd door
toewijden-minachten (BDR §492.2). Tegelijk is sprake van een antithetisch parallellisme, waarbij
heteerstelidsteedsdoorhettweedewordtverduidelijkt.Totslotstaandevergelijkingenooknog
eensgekruist(chiasme).ZieGG§294bb.
• Hagnerwijstoverigensdevertaling‘haten’vs.‘liefhebben’afenmaakter‘toneglect’vs.‘toprefer’
van. Het oorspronkelijke Aramese idioom drukt geen emotie uit, maar geheel of gedeeltelijke
verbondenheid(vgl. Lc.14:26; Mt. 10:37, zie ookGen29:31,Deut. 21:15).Omgekeerddienthet
woordpaar a iò.¸.·at en sa·a|çeiµ c.t volgens Hagner vertaald te worden met resp. ‘to pay
attention’en‘todisregard’omhetgebruikteparallelismeinhetverstelatenstaan(WBC,159).

44
• Mammoniseenpersonificatievanrijkdom,geldofbezit(WBC,159).
• a iò.¸.·atkrijgteengenitief,omdathetnaast. ,aookhetvoorzetsela i·t bevatdateengenitivus
‘regeert’. Hetzelfde geldt voor sa·a|çeiµ c.t, met het voorzetsel sa·a (Grieks 1, bijlage 5.2.5;
BDR§170,5;§181,4).
• Merkopdathiere .t ,–e . ·.çe,isgebruikti.p.v.hetmeergangbaree ¡. i–e e. (BDR§247,7;
GG§130).
• De schrijver van Mattheüs gebruikt de Griekse uitdrukking voor niemand: eu e.t ,. Elders in het
bijbelboekkomenookdemeersemitischeconstructieseu s...:a ,voor(Mt24:22)of.t ,...eu (Mt.
10:29).Vgl.GG§144c.
• Het vers laat een ‘gnomic future’ zien, een spreuk, die niet zozeer een toekomstige gebeurtenis
beschrijft,maareenlevenswijsheid(Wallace,Greekgrammarbeyondthebasics,571).

Zorgenbezorgdheid(Lk.12:22-34)

Mt6:25
^ta ·eu ·e ì. ,a u ¡t i· ¡µ ¡.çt¡ia ·. ·µ ¦u,µ u ¡a i ·t |a ,µ·. [µ ·t :tµ·.], ¡µe. ·a ca ¡a·t
u ¡a i ·t . ieu cµcò.. eu ,t µ ¦u,µ :ì.t e i . c·ti ·µ , ·çe|µ , sat ·e ca ¡a ·eu . ieu ¡a·e,,

eta voorzetsel(+4) eta door,gedurende,bij
·eu ·e pron.dem.acc.neut.sing. eu ·e, deze,dit
ì. ,a indic.praes.A.1epers.sing. ì. ,a zeggen
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij
¡µ partikel ¡µ niet
¡.çt¡ia ·. imp.praes.A.2epers.plur. ¡.çt¡ia a bezorgdzijn,piekeren,tobben
·µ ¦u,µ subst.dat.(comm)fem.sing. µ ¦u,µ deziel,hetleven(ademtocht)
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
·t pron.interr.acc.(adv)neut.sing. ·t , wat,wie
|a ,µ·. coni.(dub)aor.A.2epers.plur. . còt a eten
µ voegwoord µ of
:tµ·. coni.(dub)aor.A.2epers.plur. :t ia drinken
¡µe. partikel ¡µe. enniet,noch
·a ca ¡a·t subst.dat.(comm)neut.sing. ·e ca ¡a hetlichaam
. ieu cµcò. coni.(dub)aor.M.2epers.plur. . ieu a kleden
eu ,t bijwoord eu ,t niet
µ ¦u,µ subst.nom.fem.sing. µ ¦u,µ deziel,hetleven(ademtocht)
:ì.t e i adj.acc.(obi)neut.sing. :eìu , veel
. c·ti indic.praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
·µ , ·çe|µ , subst.gen.(comp)fem.sing. µ ·çe|µ voedsel,voeding
·e ca ¡a subst.nom.neut.sing. ·e ca ¡a hetlichaam
·eu . ieu ¡a·e, subst.gen.(comp)neut.sing. ·e . ieu¡a kleding

Daarom zegikjullie: Maakjegeen zorgen(of:jullie moetenjegeen zorgenmaken)overjullieleven,
watjulliezulleneten[ofdrinken]ofoverjullielichaam,hoejulliejezullenkleden.Ishetlevennietmeer
danhetvoedselenhetlichaamnietmeerdandekleding(of:hetlevenistochzekermeerdan(etc.))?

NBG: Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of drinken, of over uw
lichaam, waarmede gij het zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer
dandekleding?

Opmerkingen:
• Dewoordenµ ·t :tµ·.ontbrekeninondermeerdeCodexSinaiticusenbijveelkerkvaders.Ze
zijn vermoedelijk ingevoegd onder invloed van vers 31. Maar ze kunnen ook per ongeluk uit de
oorspronkelijke tekst zijn weggelaten (TCGNT, 15). Hagner voegt als andere mogelijke redenen
van weglatentoedatmenzeredundantvond bij|a ,µ·.,ofomdatmenhetversinde pas wilde
latenlopenmetLc.12:22(WBC,160).
• Heteta ·eu ·e slaatvolgensHagnerterugopdehelevoorgaandesectie(v.19-24):zorgenover
hetlevensonderhoudkunneneenvolledigdiscipelschapindewegzitten(WBC,163).
• De imperativus praesens drukt hier een algemeen voorschrift uit. Vgl. ¡µ ¡.çt¡ia ·. met ¡µ
¡.çt¡iµ cµ·. in vers 31 en 34, waar een categorische imperatief (algemeen moreel principe) is
bedoeld(BDR§337,3).Hetverschilisvloeiend.Hoffmann&VonSiebenthalzienin¡µ ¡.çt¡ia ·.
eennegatieve‘Begehrungssatz’,diedevormmeekrijgtvaneenprohibitivus(GG§268b).

45
• ·t |a ,µ·. en ·t :tµ·. zijn indirecte delibererende vraagzinnen, gesteld in de dubitativus (GG
§273e).
• ·µ ¦u,µ u ¡a i en ·a ca ¡a·t u ¡a i zijn dativi commodi (WBC, 163; BDR §188,1). Overigens
kanna¡.çt¡ia ·. ookeengenitivusvolgen(=werkwoordvanaffect,vgl.v.34).ZieBDR§176,3.
• µ ¦u,µ betekentletterlijkziel,maarwordtinhetNTvaakgebruiktvoor‘hetaardseleven’(=‘das
Leben,dasdurchdieNahrunggefristetwird’;Bauer,¦u,µ -1a¡).DitsluitaanbijhetHebreeuwse
woordvoorziel(nefeš),datduidtopdemensinzijn‘levendzijn’ofzijn‘levensbeweeg’–dezielis
zo‘hetmotorische’inhetmenselijkleven,zowelfysiekalspsychisch(Vriezen,Hoofdlijnen,441).
• ·µ , ·çe|µ , en ·eu . ieu ¡a·e, zijngenitivicomparationisonderinvloed van:ì.t ei(genitiefbij
devergrotendetrap).ZieGrieks1,par.21.8,22.3enbijlage5.2.4.1.
• Merk op dat het adjectief :ì.t e i een neutrale uitgang heeft, terwijl het als predikaat bij µ ¦u,µ
hoort. Dit gebeurt wanneer het subject in abstracto wordt beschouwd als klasse of groep en niet
alsindividueelgeval(BDR§131.1;GG§263d).
• Eenvraagmeteeneu -ontkenningverwachteenbevestigendantwoord(‘tochzeker’?)

Mt6:26
. ¡¡ì. ¦a·. .t , ·a :.·.tia ·eu eu çaieu e ·t eu c:.t çeucti eu e. ò.çt ,eucti eu e. cuia ,eucti
.t , a :eòµ sa,, sat e :a·µ ç u ¡a i e eu ça ite, ·ç.|.t au ·a · eu , u ¡.t , ¡a ììei eta|. ç.·.
au ·a i,

. ¡¡ì. ¦a·. imp.aor.A.2epers.plur. . ¡¡ì. :a kijkennaar,beschouwen(fig.)
.t , voorzetsel(+4) .t , naar
·a :.·.tia subst.acc.neut.plur. ·e :.·.tie , devogel
·eu eu çaieu subst.gen.(attr/poss)masc.sing. e eu çaie , dehemel,ook:atmosfeer
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat,omdat,doordat,want
eu bijwoord eu niet
c:.t çeucti indic.praes.A.3epers.plur. c:.t ça zaaien
eu e. voegwoord eu e. enniet,noch
ò.çt ,eucti indic.praes.A.3epers.plur. ò.çt ,a oogsten,maaien
cuia ,eucti indic.praes.A.3epers.plur. cuia ,a bijeenbrengen,verzamelen
a :eòµ sa, subst.acc.(obi)fem.plur. µ a :eòµ sµ deschuur
e :a·µ ç subst.nom.masc.sing. e :a·µ ç devader
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
e eu ça ite, adj.nom.masc.sing. eu ça ite, hemels
·ç. |.t indic.praes.A.3epers.sing. ·ç. |a voeden
au ·a pron.pers.acc.(obi)neut.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
eu , bijwoord eu niet
u ¡.t , pron.pers.nom.plur. cu jij
¡a ììei bijwoord ¡a ììei meer
eta|. ç.·. indic.praes.A.2epers.plur. eta|. ça meerwaardzijn,tebovengaan
au ·a i pron.pers.gen.(sepa)neut.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem

Kijk naar (of: denk aan) de vogels van de hemel (of: in de lucht): ze zaaien niet en maaien niet en
verzamelennietinschuren,entochvoedtjulliehemelseVaderze;zijnjullienietveelmeerwaarddan
zij(of:julliezijntochzekerveelmeerwaarddanzij)?

NBG: Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in
schuren,entochvoedtuwhemelseVaderdie;gaatgijzenietverreteboven?

Opmerkingen:
• . ¡¡ì. ¦a·. kanhierzowelletterlijk(‘tolookat’,‘ansehen’,‘kijkennaar’)alsfiguurlijk(‘toconsider’,
‘betrachten’,‘denkenaan’)zijngebruikt(Vgl.Thayer, . ¡¡ì. :a-2;Bauer,. ¡¡ì. :a-1en2).
• Merkopdat. ¡¡ì. :aondermeerissamengestelduit. i,waardoorereendativusnazoukunnen
komen(vgl.Mc10:21),maarhiervolgthetvoorzetsel.t ,meteenaccusatief(BDR§202,3).
• Het voegwoord sat wordt soms gebruikt om een verbazingwekkend feit te benadrukken en
betekentdan‘entoch’(BDR§442.1;Bauer,sat -2,g).
• au ·a iiseengenitivusseparationis(geeftscheidingofverwijderingaan)naeta|. ç.·.(zieGrieks
1,bijlage5.2.4.2;BDR§180,4).
• De comparativus eta|. ça (meer waard zijn dan) is versterkt met het elatief (semitische
constructievooreenvergrotendeofovertreffendetrap)¡a ììei (BDR§246,2).

46
Mt6:27
·t , e. .¸ u ¡a i ¡.çt¡ia i eu ia·at :çecò.t iat . :t ·µ i µ ìtstai au ·eu :µ ,ui . ia,

·t , pron.interr.nom.masc.sing. ·t , wie,wat
e. voegwoord e. en,nu,danmaar
.¸ voorzetsel(+2) . s uit,van
u ¡a i pron.pers.gen.(part)plur. cu jij
¡.çt¡ia i part.praes.A.nom.masc.sing. ¡.çt¡ia a bezorgdzijn,piekeren,tobben
eu ia·at indic.praes.M.3epers.sing. eu ia¡at kunnen
:çecò.t iat infin.aor.A. :çec·t òµ¡t toevoegenaan,voegenbij
. :t voorzetsel(+4) . :t naar,tegen,op
·µ i µ ìtstai subst.acc.fem.sing. µ µ ìtst a de(volwassen)leeftijd,lengte
au ·eu pron.pers.gen.(poss)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
:µ ,ui subst.acc.(obi)masc.sing. e :µ ,u, deel,voorarmslengte
. ia adj.card.acc.masc.sing. .t , één

Wie van jullie kan door zich zorgen te maken één el aan zijn levensweg (of: een uur aan zijn
levensduur)toevoegen?

NBG:Wievanukandoorbezorgdtezijnéénelaanzijnlengtetoevoegen?

Opmerkingen:
• µ ìtsta betekentlichaamslengte(‘stature’)óflevensduur(‘term/lengthoflife’).ZieThayer,µ ìtst a
-1,-2).HetThWNT,BauerenHagnerkiezent.a.v.ditversvoordelaatsteoptie,omdatdezeook
inde Septuaginta, de papyrien Philodominant is.Volgenssommigenbotst ditmet:µ ,ui,maar
Hagnerzietdatanders.Weliswaariseen‘el’eenlengtemaat,maarinhetHebreeuwswordenook
ruimtematenvoortijdseenhedengebruikt(ziePs.39:5-6).Hijkiestdaaromvoor‘uur’alsvertaling
van:µ ,ui (WBC,164;vgl.ThWNTII,943-945; Bauer,:µ ,u,).Hetis,inaansluiting hierop,m.i.
mooi ommetW78 en de Brouwervertaling te kiezen voor ‘levensweg’, in plaats van ‘levensduur’
(NBV).
• Hetparticipium¡.çt¡ia iishiereenpredikatievebepaling‘vanmiddel’(instrumenteel),dat‘door’
of‘doordat’beduidt(‘doorzichzorgentemaken’).Hagnerwaarschuwthetdeelwoordniettezien
als conditioneel (i.e. een predikatieve bepaling ‘van voorwaarde’) en het te vertalen met ‘indien
jullie je zorgen maken’. Vgl.WBC, 164; GG §206e;Wallace, Greek grammar beyond the basics,
629,630;Burton§443.NB.Moultonstaatditlaatstewéltoe(MoultonI,230)!
• .¸ u ¡a i is een genitivus partitivus (die laat zien waarvan het subject deel uitmaakt). De
constructiemet. shadhierookwegkunnenblijven(·t ,u ¡a i).Vgl.BDR§164,2.
• Op werkwoorden die zijn samengesteld met ‘:çec-’ volgt doorgaans een dativus. Behalve hier,
waarna:çecò.t iat,onderinvloedvan. :t (vaakbijvermenigvuldigingen)eenaccusativusstaat
(BDR§202,7).

Mt6:28
sat :.çt . ieu ¡a·e, ·t ¡.çt¡ia ·., sa·a¡a ò.·. ·a sçt ia ·eu a ,çeu :a , au¸a ieucti· eu
se:ta cti eu e. iµ òeucti·

:.çt voorzetsel(+2) :.çt over,aangaande,naar
. ieu ¡a·e, subst.gen.neut.sing. . ieu¡a kleding,gewaad
·t pron.interr.acc.(adv.)neut.sing. ·t , wie,wat
¡.çt¡ia ·. indic.praes.A.2epers.plur. ¡.çt¡ia a bezorgdzijn,piekeren,tobben
sa·a¡a ò.·. imp.aor.A.2epers.plur. sa·a¡aiòa ia onderzoeken,lettenop,kijkenn.
·a sçt ia subst.acc.(obi)neut.plur. ·e sçt iei delelie
·eu a ,çeu subst.gen.(attr/poss)masc.sing. e a ,çe , hetveld,land
:a , bijwoord :a , hoe
au¸a ieucti indic.praes.A.3epers.plur. au ¸a ia groeien,toenemen
eu bijwoord eu niet
se:ta cti indic.praes.A.3epers.plur. se:ta a zwoegen,hardwerken,strijden
eu e. voegwoord eu e. enniet,noch
iµ òeucti indic.praes.A.3epers.plur. iµ òa spinnen(BDR§101,52)

En waarom maken jullie je zorgen over (je) kleding? Leer (effectieve aoristus) van de leliën van (of:
op)hetveld,hoezijgroeien:zezwoegennietenspinnenniet;

47
NBG:Enwatzijtgijbezorgdoverkleding?Letopdeleliëndesvelds,hoezijgroeien:zijarbeidenniet
enspinnenniet;

Opmerkingen:
• In een aantal handschriften zijn de meervoudsvormen au¸a ieucti, se:ta cti en iµ òeucti
vervangendoorhetenkelvoud,omdathetonderwerp·a sçt iaonzijdigis(eenonzijdigmeervoud
krijgtgeregeldeensingularis(Grieks1,par,6.1;BDR,§133,4;TCGNT,15)).
• Enkele manuscripten hebben ‘spinnen en zwoegen’ (andere volgorde). In de Codex Sinaiticus
staat zelfs: eu ¸. ieucti eu e. iµ òeucti eu e. se:ta cti (ze kaarden niet, ze spinnen niet en
zwoegenniet),watechtervrijwelzekeralseenindividuelelezingmoetwordenbeschouwdomhet
aantalnegatiest.a.v.de leliën indit versophetzelfdeaantalte brengen alsde vogelsin vers26
tendeelvallen(WBC,161;TCGNT,15)Voor¸. ieuctii.p.v.¸atieucti,zieBDR§25,2;§101,11.
• Merk op dat ¡.çt¡ia ·. hier is verbonden met :.çt , terwijl in v. 25 alleen een dativus commodi
volgt(BDR176,3).
• sa·a¡a ò.·. ·a sçt ia ·eu a ,çeu :a , au¸a ieucti bevat een indirecte vraagzin (BDR §368,1;
§476,1; GG §128b), die het onderwerp uit de hoofdzin overneemt (prolepsis). De zin is ook een
hyperbaton, een vrije woordschikking om een belangrijk begrip naar voren te brengen (BDR
§476,3).
• ·t ishierbijwoordelijkgebruikt(accusativusadverbialis)enbetekentdan‘waarom’(inplaatsvan
eta ·t )ofsoms‘hoe’(semitisme,vaakbijuitroepen).Vgl.GG§143c.

Mt6:29
ì. ,a e. u ¡t i e ·t eu e. Leìe¡a i . i :a cµ ·µ ee¸µ au ·eu :.çt.¡a ì.·e a , . i ·eu ·ai.

ì. ,a indic.praes.A.1epers.sing ì. ,a zeggen
e. voegwoord e. en,nu,danmaar
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat,omdat,doordat,want
eu e. voegwoord eu e. enniet,noch,zelfsniet
Leìe¡a i subst.nom.masc.sing. e Leìe¡a i Salomo
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
:a cµ adj.indef.dat.fem.sing. :a , ieder,elk,al
·µ ee¸µ subst.dat.fem.sing. µ ee ¸a heerlijkheid(hebraïsme)
au ·eu pron.pers.gen.(poss)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
:.çt.¡a ì.·e indic.aor.M.3epers.sing. :.çt¡a ììa bekleden,(iem.iets)aantrekken
a , voegwoord+bijzinvanvergelijking a , zoals
. i adj.card.nom.neut.sing. .t , één
·eu ·ai pron.dem.gen.(part)neut. eu ·e, deze,die

MaarIkzegjullie:zelfsSalomowasinalzijnluisternietgekleedzoalséénvanhen(of:deze).

NBG:enIkzegu,datzelfsSalomoinalzijnheerlijkheidnietbekleedwasalseenvandeze.

Opmerkingen:
• Het negatieve voegwoord eu e. (bestaande uit eu + e. ) staat vooraan de zegzin en heeft hier
derhalvedebetekenisvan‘zelfsniet’(Bauer,eu e. -3;vgl.BDR§445.2).
• Hetversbreekthetparallellisme(chiasme)indehelepassage(v.25-33):vers25legtuitdat we
nietbezorgdmoetenzijnomvoedselenkleding.Vers26focustopvoedsel,meteenparallelinv.
30.Vers28gaatinopkleding.Vers31komtterugopvers25(WBC,162).
• The New American Standard Bible vertaalt het medium van :.çt¡a ììa hier niet passief, maar
reflexief:‘thatevenSolomoninallhisglorydidnotclothehimselflikeoneofthese’(‘Salomoinal
zijnluisterkleedezichnietalséénvandeze’).
• . i ·eu ·ai iseengenitivuspartitivus(dielaatzienwaarvanhetsubjectdeeluitmaakt).ZieGrieks
1,bijlage5.2.2.

Mt6:30
.t e. ·e i ,e ç·ei ·eu a ,çeu cµ ¡.çei e i·a sat au çtei .t , sìt ¡aiei ¡aììe ¡.iei e ò.e ,
eu ·a, a ¡|t. iiucti, eu :eììa ¡a ììei u ¡a ,, e ìt,e :tc·et,

.t voegwoord .t als,indien
e. voegwoord e. en,nu,danmaar
·e i ,e ç·ei subst.acc.(obi)masc.sing. e ,e ç·e, hetgras

48
·eu a ,çeu subst.gen.(attr/poss)masc.sing. e a ,çe , hetveld,land
cµ ¡.çei bijwoord cµ ¡.çei vandaag,heden
e i·a part.praes.A.acc.masc.sing. .t ¡t zijn
au çtei bijwoord au çtei morgen,devolgendedag,snel
.t , voorzetsel(+4) .t , in,naarbinnen
sìt ¡aiei subst.acc.masc.sing. e sìt ¡aie, (brood)oven
¡aììe ¡.iei part.praes.M.acc.masc.sing. ¡a ììa gooien,werpen
e ò.e , subst.nom.masc.sing. e ò.e , God
eu ·a, bijwoord eu ·a, zo,aldus,opdezemanier
a ¡|t. iiucti indic.praes.A.3epers.sing. a ¡|t. iiu¡t kleden
eu bijwoord eu niet
:eììa adj.dat.(mensurae)neut.sing. :eìu , veel
¡a ììei bijwoord ¡a ììei meer
u ¡a , pron.pers.acc.(obi)plur. cu jij
e ìt,e :tc·et adj.voc.masc.plur. e ìt,e :tc·e, kleingelovig

AlsGoddanhetgrasvanhetveld,datervandaagisenmorgeninde(of:een)ovenwordtgegooid,
zó kleedt, zal Hij (dan) jullie niet veel meer (kleden), kleingelovigen (of: zal Hij jullie toch zeker veel
meer(kleden))?

NBG: Indien nu God het gras des velds, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zó
bekleedt,zalHijunietveelmeerkleden,kleingelovigen?

Opmerkingen:
• Wanneer.t wordtgevolgddooreenindicativus(praesens),danwordtvaakeencausaalverband
gelegd(=wanneerdus,alsdan).ZieBDR§372,1;Burton§243.
• sìt ¡aie, is een (dorische, ionische en hellenistische) variant op het attische woord voor een
aardenofmetalenbroodoven(sçt ¡aie,).Vgl.BDR§34,14.
• Naast het verouderde a ¡|t. iiucti komt ook a ¡|ta ,a en a ¡|t. ,a voor in het NT – zie het
parallelversLc12:28(BDR§92,1).
• Het Grieks gebruikt graag samengestelde woorden. Als in het eerste lid van het woord een
zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord is, dan is het tweede vaak van hetzelfde soort (we vinden
zelden een adjectief en een substantief gecombineerd). Zie het adjectief e ìt,e :tc·e, dat is
opgebouwduittweeadjectieven(e ìt,e ,en:tc·e ,).Vgl.BDR§115,1.
• De combinatie :eììa en ¡a ììei wordt geregeld gebruikt ter versterking van de vergelijking
(BDR §246,1). is hier een dativus differentiae (of mensurae). Vgl. Grieks 1, bijlage 5.3.2.3; GG
§178b;Robertson,GGNT,532).

Mt6:31
¡µ eu i ¡.çt¡iµ cµ·. ì. ,ei·.,· ·t |a ,a¡.i, µ · ·t :t a¡.i, µ · ·t :.çt¡aìa ¡.òa,

¡µ partikel ¡µ niet
eu i voegwoord eu i dan,dus,daarom
¡.çt¡iµ cµ·. coni.(prohib)aor.A.2epers.plur. ¡.çt¡ia a bezorgdzijn,piekeren,tobben
ì. ,ei·., part.praes.A.nom.masc.plur. ì. ,a zeggen
·t pron.interr.acc.neut.sing. ·t , wie,wat
|a ,a¡.i coni.(dub)aor.A.1epers.plur. . còt a eten
µ voegwoord µ of
:t a¡.i coni.(dub)aor.A.1epers.plur. :t ia drinken
:.çt¡aìa ¡.òa coni.(dub)aor.M.1epers.plur. :.çt¡a ììa bekleden,(iem.iets)aantrekken

Maak je daarom geen zorgen, doorte zeggen:Wat zullen wijeten,of:wat zullenwij drinken,of:wat
zullenwijaantrekken(of:waarmeezullenwijonskleden)?

NBG:Maaktudannietbezorgd,zeggende:Watzullenwijeten,ofwatzullenwijdrinken,ofwaarmede
zullenwijonskleden?

Opmerkingen:
• De imperatief van de aoristus wordt vaak gebruikt voor het weergeven van algemeen moreel
principedatvooralleredelijkewezensopgaat(categorischeimperatief).Vgl.BDR§337,3.
• eu i zet het voorgaande voort (een functie die ook sat soms vervult) en is hier vertaald met
‘daarom’(BDR§442,6).

49
• ·t |a ,a¡.i, µ · ·t :t a¡.i, µ · ·t :.çt¡aìa ¡.òa, zijn voorbeelden van de dubitatief (GG
§210d;Burton§169).Merkopdatdevrageninvers25zijnvoorafgegaandoordezelfdeindirecte
vragen (Robertson, GGNT, 934,935,1028,1044)! De toevoeging van het deelwoord ì. ,ei·., en
deweergavevandevragenindeeerstepersoonmaaktdezinwelmilder(WBC,165).

Mt6:32
:a i·a ,a ç ·au ·a ·a . òiµ . :t,µ·eu cti· et e.i ,a ç e :a·µ ç u ¡a i e eu ça ite, e ·t ,çµ ,.·.
·eu ·ai a :a i·ai.

:a i·a adj.indef.acc.neut.plur. :a , ieder,elk,alle
,a ç voegwoord ,a ç want
·au ·a pron.dem.acc.(obi)neut.plur. eu ·e, deze,die
·a . òiµ subst.nom.neut.plur. ·e . òie, hetvolk
. :t,µ·eu cti indic.praes.A.3epers.plur. . :t,µ·. a verlangennaar,zoekennaar
et e.i indic.perf.A.3epers.sing. et ea weten
e :a·µ ç subst.nom.masc.sing. e :a·µ ç devader
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
eu ça ite, adj.nom.masc.sing. eu ça ite, hemels
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat,omdat,doordat,want
,çµ ,.·. indic.praes.A.2epers.plur. ,çµ ,a nodighebben,behoeven
·eu ·ai pron.dem.gen.neut.plur. eu ·e, deze,die
a :a i·ai adj.gen.(sep)neut.plur. a :a, alles,allemaal

Want dit alles jagen de heidenen na. Jullie hemelse Vader weet toch dat jullie dit allemaal nodig
hebben.

NBG:Wantnaaraldezedingengaathetzoekenderheidenenuit.WantuwhemelseVaderweet,dat
gijditallesbehoeft.

Opmerkingen:
• EnkelehandschriftenhebbenparallelaanLc.12:30:·au ·a ,a ç :a i·a,waarbij:a i·aslaatop·a
. òiµ (‘wantalleheidenenjagenditna’).Vgl.WBC,161.
• Merk op dat de persoonsvorm bij ·a . òiµ een meervoud is (vaak in het NT staat de
werkwoordsvormbij·a . òiµ inhetenkelvoud:BDR§133,3).Vertaaltrouwenshethebraïsme·a
. òiµ(gojim)indeBergredealtijdmetheidenen–ennietmetvolken–omdathetwoordsteevast
een negatieve connotatie krijgt, zoals hier door de gelijkstelling met materialisme (H.D. Betz,
Hermeneia,480).
• ·eu ·ai a :a i·ai is een genitivus separationis (geeft scheiding of verwijdering aan) bij ,çµ ,.·.
(BDR§180,5).
• Na et ea (werkwoord van ‘menen’ en ‘denken’) kan een accusativus cum infinitivo volgen, maar
hierzienwegewooneenconstructiemete ·t(BDR§397,3).
• Het tweede ,a ç levert enige vertaalproblemen op. Lucas heeft het niet. De meeste oudere
vertalingen vertalen ‘want’.W95 en NBV laten ‘want’ weg en maken er ‘wel’ van, de Naardense
BijbelenBakelskomenmet‘immers’(wateenvandebetekenissenvan,a çis)enBrouwerleest
‘toch’. Hagner en Betz vertalen echter met een tegenstelling: ‘Maar uw hemelse Vader weet [...]’
(WBC,161;Hermeneia,480).Davies,totslot,heeft‘En’(Davies,Sermon,145).

Mt6:33
,µ·.t ·. e. :ça ·ei ·µ i ¡actì.tai [·eu ò.eu ] sat ·µ i etsatecu iµi au ·eu , sat ·au ·a :a i·a
:çec·.òµ c.·at u ¡t i.

,µ·.t ·. imp.praes.A.2epers.plur. ,µ·. a zoeken,streven
e. voegwoord e. en,nu,danmaar
:ça ·ei bijwoord(acc.adv) :ça ·e, eerst,indeeersteplaats
·µ i ¡actì.tai subst.acc.(obi)fem.sing. µ ¡actì.t a hetkoninkrijk
·eu ò.eu subst.gen.(attr/poss)masc.sing. e ò.e , God
·µ i etsatecu iµi subst.acc.(obi)fem.sing. µ etsatecu iµ degerechtigheid
au ·eu pron.pers.gen.(subj)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
·au ·a pron.dem.nom.neut.plur. eu ·e, deze,dit
:a i·a adj.indef.nom.neut.plur. :a , ieder,elk,alle
:çec·.òµ c.·at indic.fut.P.3epers.sing. :çec·t òµ¡t toevoegenaan,voegenbij
u ¡t i pron.pers.dat.plur. cu jij

50
MaarblijfbovenalstrevennaarhetKoninkrijkvanGodenZijngerechtigheid,enaldezedingenzullen
jullieerbijwordengegeven(lett.wordentoegevoegd).

NBG: Maar zoekteerstZijnKoninkrijkenZijngerechtigheidendit alles zalubovendien geschonken
worden.

Opmerkingen
• De codices Sinaiticus en Vaticanus missen beide de toevoeging ‘van God’. Maar elders in
MattheüsvormenKoninkrijkenGodweleenvastpaar,duserbestaateenkansdatdekopiïsten
de woorden per abuis hebben weggelaten (het persoonlijk voornaamwoord au ·eu wordt met de
bijvoeging‘vanGod’ooklogischer).ZieWBC,161;TCGNT,15,16.
• ,µ·. a betekent hier niet ‘het uitkijken naar iets wat er nog niet is’, maar ‘het doen van een
serieuze poging om het gewenste te realiseren’ of ‘het verlangen om het gewenste te bezitten’
(Vgl.Bauer, ,µ·. a-2).HetThWNTvertaalt het werkwoord indit versmet‘trachten’(=‘streven’),
ThayerenLydellScottmet‘seekafter’.Hagnerconcludeertdat‘theimperativemeansratherthat
one should make the kingdom the center of one’s existence [...]’. Hij ziet dat ook terug in het
duratiefaspectvandeimperatiefpraesens:‘keepseeking’(WBC,165-166).
• :çec·.òµ c.·at iszogeheteneengoddelijkpassivum,d.w.z.datGodDegeneisdiealhetandere
zalschenken(WBC,166;BDR§130,3).
• Opwerkwoordendiezijnsamengesteldmet‘:çec-’volgtdoorgaanseendativus.Zokomtookhier
u ¡t ina:çec·.òµ c.·at.Vgl.echtervers27(BDR§202,7).Hetwerkwoordstaatindesingularis,
terwijlhetonzijdige(enabstracte)onderwerp·au ·a :a i·ainhetmeervoudstaat(GG§262b).

Mt6:34
¡µ eu i ¡.çt¡iµ cµ·. .t , ·µ i au çtei, µ ,a ç au çtei ¡.çt¡iµ c.t .au·µ ,· a çs.·e i ·µ µ ¡. ça µ
sasta au ·µ ,.

¡µ partikel ¡µ niet
eu i voegwoord eu i dan,dus,daarom
¡.çt¡iµ cµ·. coni.aor.A.2epers.plur. ¡.çt¡ia a bezorgdzijn,piekeren,tobben
.t , voorzetsel(+4) .t , op,naar,tegen
·µ i au çtei bijwoord au çtei morgen,devolgendedag,snel
,a ç voegwoord ,a ç want
¡.çt¡iµ c.t indic.fut.A.3epers.sing. ¡.çt¡ia a bezorgdzijn,piekeren,tobben
.au·µ , pron.refl.gen.fem.sing. . au·eu vanzichzelf
a çs.·e i adj.nom.neut.sing. a çs.·e , genoeg,voldoende
·µ µ ¡. ça subst.dat.(comm)fem.sing. µ µ ¡. ça dedag
µ sasta subst.nom.fem.sing. µ sast a hetkwaad,dezonde
au ·µ , pron.pers.gen.(poss)fem.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem

Maak je daarom geen zorgen voor morgen, want morgen zal voor zichzelf bezorgd zijn; voor de dag
(is)zijneigenkwaadgenoeg(lett.genoegvoordedag(is)zijnkwaad).

NBG: Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen
zorgenhebben;elkedagheeftgenoegaanzijneigenkwaad.

Opmerkingen:
• De prohibitivus ¡µ ¡.çt¡iµ cµ·. drukt hier een categorische imperatief uit (een algemeen
geldend moreel principe), die geënt lijkt op Spreuken 27:1, maar door Mattheüs in een andere
contextisgeplaatst.ZieBDR§337,3;Davies&Allison,ICC,663;Burton§162.
• Sommige handschriften hebben ·a .au·µ ,, wat gangbaarder Grieks is (gesubstantiveerde
voornaamwoordenindetweedenaamvalzijndoorgaansvoorzienvaneenlidwoord).Diegenitief
wordthieroverigens–watvrijzeldzaamis–geregeerddoorhetwerkwoord‘vanaffect’¡.çt¡ia a
(zieookvers25).Vgl.BDR§176,3;§266,5.
• µ au çtei is een ellepsis (een constructie, waarin woorden zijn weggelaten die de toehoorders
moeitelooskunneninvullen)voorµ µ ¡. ça(Robertson,GGNT,765,1202).
• Na a çs.·e , volgt een dativus obiectivus (omdat het corresponderende werkwoord a çs. a
(‘voldoendezijn’of‘genoeghebben’)ookeendativusheeft).ZieBDR§187,4.
• Indeonpersoonlijkeuitdrukkinga çs.·e i ·µ µ ¡. ça µ sasta au ·µ , ontbreekteenvormvan.t ¡t
(BDR§127,2).

51
• Merk ook op dat het adjectief a çs.·e i als predikaatsnomen onzijdig is, terwijl het onderwerp µ
sastavrouwelijkis(BDR§131,2)!
• Veelvertalingenhebben,netalsdeNBG,‘iederedagheeftgenoegaanzijneigenkwaad’(W95).
Bakels suggereert als alternatief: ‘Het is genoeg dat elke dag zijn eigen kwaad heeft’. De
Naardense Bijbel vertaalt:‘Dedagheeftgenoegaan haar(!)eigenkwaad’.Vgl. WBC:‘Foreach
day has its own quite sufficient supply of evil’ (WBC, 161). De Leidse Vertaling, W78 en NBV
vermijdendeassociatiemet‘hetkwade’of‘deboze’.Zehebbenresp.‘plagen’,‘leed’en‘last’.
• Hetheleversiseenzogehetenclimactischparallellisme(BDR§492.3).

Hetoordelenvananderen(Lk.6:37v,41v)

Mt7:1
\µ sçt i.·., t ia ¡µ sçtòµ ·.·

¡µ partikel ¡µ niet
sçt i.·. imp.praes.A.2epers.plur. sçt ia oordelen,veroordelen,scheiden
t ia voegwoord+finalebijzin t ia opdat
sçtòµ ·. coni.(prohib)aor.P.2epers.plur. sçt ia oordelen,veroordelen,scheiden

Oordeelniet,opdatjullienietwordengeoordeeld.

NBG:Oordeeltniet,opdatgijnietgeoordeeldwordt

Opmerkingen:
• Eenverbodheeftaltijd¡µ ineenfinalebijzinmett ia/e :a,(GG§246b;Burton§197).
• Bauer vertaalt de eerste verbuiging van sçt ia met ‘ein Urteil fällen’, gezegd ‘von dem Urteil mit
dem der Mensch das Leben und die Handlungen seines Nächsten zu begleiten liebt und zu
beeinflussen sucht’ (Bauer, sçt ia -6). Daar staat in dit vers een oordeel van God tegenover
(sçt òµi: ‘von Göttlichen Richterstuhl gerichtet werden’ (Idem,-4b)). Thayer leest sçt ia als ‘to
pronounce judgment; to subject to censure, of those who judge severely (unfairly), finding fault
with this or that in others’ (Thayer, sçt ia, 5b). Zie ook het ThWNT: ‘Im Neuen Testament
bedeutet sçt i.ti vorzugsweise: richten, z.B. das Richten Gottes [und] auch das nicht amtliche,
reinpersönliche Richten imSinne einerabsprechendenBeurteilungeinesanderenMt7,1’(III,p.
922). Brouwer, W95 en de Naardense Bijbel brengen het oordelen in direct verband met de
rechtspraak. De Naardense Bijbel vertaalt: ‘Zoekt geen oordeel bij de rechter, opdat je niet
veroordeeld wórdt’,terwijl Brouwer/W95hebben: ‘Werpjeniet opalsrechter,opdatjenietonder
hetoordeelvalt’).Hagnertekentaandathet verbodnietbetekentdat geenenkeloordeel geveld
magworden(vgl.Mt.7:6en7:15-20,waarjuistomeenoordeelkundigvermogenwordtgevraagd).
Betzvindtdathetgaatomredelijkheidenevenwichtigheid,analoogaandeGoudenRegelvanMt.
7:12.Ineerlijkeprocessenmagjegewoonjerechthalen,aldusBetz(H.D.Betz,Hermeneia,490).
• sçtòµ ·.iseengoddelijkpassivum,d.w.z.datGodDegeneisdiezaloordelen(Bauer,sçt ia-4b);
WBC,170;BDR§130,3).DeNBVheeft:‘opdaternietoverjulliegeoordeeldwordt’.

Mt7:2
. i a ,a ç sçt ¡a·t sçt i.·. sçtòµ c.cò., sat . i a ¡. ·ça ¡.·ç.t ·. ¡.·çµòµ c.·at u ¡t i.

. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
a pron.rel.dat.neut.sing. e , die,dat,wie,wat,hetwelk
,a ç voegwoord ,a ç want
sçt ¡a·t subst.dat.(instr)neut.sing. ·e sçt ¡a hetoordeel
sçt i.·. indic.praes.A.2epers.plur. sçt ia oordelen,veroordelen,scheiden
sçtòµ c.cò. indic.fut.P.2epers.plur. sçt ia oordelen,veroordelen,scheiden
¡. ·ça subst.dat.(instr)neut.sing. ·e ¡. ·çei demaat
¡.·ç.t ·. indic.praes.A.2epers.plur. ¡.·ç. a meten,beoordelen
¡.·çµòµ c.·at indic.fut.P.3epers.sing. ¡.·ç. a meten,beoordelen
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij

want met het oordeel, waarmee jullie oordelen, zullen jullie worden geoordeeld, en met de maat,
waarmeejulliemeten,zaljulliedemaatwordengenomen.

52
NBG: want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat,
waarmedegijmeet,zalugemetenworden.

Opmerkingen:
• Sommige handschriften lezen a i·t¡.·çµòµ c.·at (‘het zal u wedergemeten worden’), onder
invloedvanLc.6:38(WBC,168).
• sçt ¡a·t en¡. ·ça zijn,ondankshetgebruikvan. i,beideeendativusinstrumentalis(erkanook
uitsluitendeendativusinstrumentaliskunnenstaan).Vgl.BDR§195,10.
• ¡.·çµòµ c.·at is een goddelijk passivum, d.w.z. dat God Degene is die mensen de maat zal
nemen(BDR§130.1;GG§255f).

Mt7:3
·t e. ¡ì. :.t, ·e sa ç|e, ·e . i ·a e|òaì¡a ·eu a e.ì|eu ceu, ·µ i e. . i ·a ca e|òaì¡a
eese i eu sa·aie.t ,,

·t pron.interr.acc.(adv)neut.sing. ·t , wie,wat;hier:waarom
e. voegwoord e. en,nu,danmaar
¡ì. :.t, indic.praes.A.2epers.sing. ¡ì. :a zien
·e sa ç|e, subst.acc.neut.sing. ·e sa ç|e, desplinter
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·a e |òaì¡a subst.dat.masc.sing. e e |òaì¡e , oog,inzicht
·eu a e.ì|eu subst.gen.masc.sing. e a e.ì|e , debroeder
ceu pron.pers.gen.sing. cu jij
ca adj.poss.dat.masc.sing. ce , jouw
·µ i eese i subst.acc.fem.sing. µ eese , debalk
eu bijwoord eu niet
sa·aie.t , indic.praes.A.2epers.sing. sa·aie. a opmerken

Waaromzieje(wel)desplinterdieinhetoogvanjebroederzit,maarmerkjedebalkinjeeigenoog
nietop?

NBG: Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij
niet?

Opmerkingen:
• Deaccusativusadverbialis ·t (inplaatsvaneta ·t )betekent‘waarom’ensoms‘hoe’(semitisme,
vaakbijuitroepen).Vgl.GG§143c;Grieks1,bijlage5.4.2.3;Robertson,GGNT,738.
• Hagnermeentdatgeensplinter,maarzaagselisbedoeld(WBC,169).
• De dativus possessivus van ce , (ca ) is reflexief gebruikt (‘van jezelf’) en staat hier in plaats van
c.au·eu (Grieks1,par.10.2;BDR§285,6;GG§140e;Robertson,GGNT,685).
• Degebruiktestijlfiguuriseenhyperbool(sterkeoverdrijving).ZieWBC,169;GG§295q.

Mt7:4
µ :a , . ç.t , ·a a e.ì|a ceu· a|., . s¡a ìa ·e sa ç|e, . s ·eu e|òaì¡eu ceu, sat t eeu µ eese ,
. i ·a e|òaì¡a ceu ,

µ voegwoord µ of
:a , bijwoord :a , hoe
. ç.t , indic.fut.A.2epers.sing. ì. ,a zeggen
·a a e.ì|a subst.dat.(obi)masc.sing. e a e.ì|e , debroeder
ceu pron.pers.gen.(poss)sing. cu jij
a|., imp.aor.A.2epers.sing. a |t µ¡t wegzenden,(toe)laten,vergeven
. s¡a ìa coni.(adh)aor.A.1epers.sing. . s¡a ììa uitwerpen,verwijderen
·e sa ç|e, subst.acc.(obi)neut.sing. ·e sa ç|e, desplinter
. s voorzetsel(+2) . s uit,van(af)
·eu e |òaì¡eu subst.gen.(sep)masc.sing. e e |òaì¡e , hetoog
t eeu uitroep,tussenwerpsel t eeu zie(t)!
µ eese , subst.nom.fem.sing. µ eese , debalk
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·a e |òaì¡a subst.dat.masc.sing. e e |òaì¡e , oog,inzicht

53
Ofhoezuljedantegenjebroerzeggen:(kom)laatmijdesplinteruitjeoogweghalen,enzie,debalk
isinjeoog?(of:enzie,eriseenbalkinjeoog).

NBG:Hoezultgijdantotuwbroederzeggen:Laatmijdesplinteruituwoogwegdoen,terwijl,zie,de
balkinuwoogis?

Opmerkingen:
• µ kanmeerderebetekenissenhebben,variërendvan‘of’tot‘zo’(invraagzinnen:‘(werkelijk)zo?’),
‘dan’bijvergelijkingen(comparativus)en‘hé!’of‘hola’bijinterjecties(uitroepen).Bauermerktop
dat µ vaak wordt gebruikt aan het begin van retorische vragen (‘of denk je soms dat [...]’). Díe
betekenisishierbedoeld(Bauer,µ -1d).
• :a , . ç.t , ·a a e.ì|a ceuiseendubitatiusmeteenfuturum(BDR§366,10;GG§202e)!
• Enkelehandschriftenhebben:a , ì. ,.t, ·a a e.ì|a ceu(WBC,168;BDR§366,9).
• a|., . s¡a ìa iseenadhortativus,waarbijdeconjunctiefdeimperatiefaanvultom(gebruiktinde
eerste persoon enkelvoud) de aangesprokene toestemming te vragen. In het NT komt alleen de
imperatief van a|tµ¡t (a|.,) voor in combinatie met een adhortativus: ‘kom’ of ‘welaan’ (BDR
§364,1;GG§210c;§272d;Burton§161;Grieks1,bijlage7.1.1.1).

Mt7:5
u :esçt·a , . s¡aì. :ça ·ei . s ·eu e|òaì¡eu ceu ·µ i eese i, sat ·e ·. eta¡ì. ¦.t, . s¡aì.t i ·e
sa ç|e, . s ·eu e|òaì¡eu ·eu a e.ì|eu ceu.

u :esçt·a subst.voc.masc.sing. e u :esçt·µ , huichelaar
. s¡aì. imp.aor.A.2epers.sing. . s¡a ììa uitwerpen,verwijderen
:ça ·ei bijwoord(acc.adv) :ça ·e, eerst
. s voorzetsel(+2) . s uit,van(af)
·eu e |òaì¡eu subst.gen.(sep)masc.sing. e e |òaì¡e , hetoog
ceu pron.pers.gen.(poss)sing. cu jij
·µ i eese i subst.acc.(obi)fem.sing. µ eese , debalk
·e ·. bijwoord ·e ·. toen,dan
eta¡ì. ¦.t, indic.fut.A.2epers.sing.(+inf) eta¡ì. :a helderzien,scherpzien
. s¡aì.t i infin.aor.A. . s¡a ììa uitwerpen,verwijderen
·e sa ç|e, subst.acc.(obi)neut.sing. ·e sa ç|e, desplinter
·eu a e.ì|eu subst.gen.(sep)masc.sing. e a e.ì|e , debroeder

Huichelaar,haaleerstdebalkuitjeoogweg,endanzuljehelderzienomdesplinteruithetoogvan
jebroederwegtehalen.

NBG:Huichelaar,doeeerstdebalkuituwoogweg,danzultgijscherpkunnenzienomdesplinteruit
hetoogvanuwbroederwegtedoen.

Opmerkingen:
• Het superlatief :ça ·e, is hier gebruikt in plaats van :çe ·.çe,, dat oorspronkelijk stond voor ‘de
eerste van twee’ en dat die betekenis in het koinè-Grieks heeft overgedragen aan :ça ·e, (BDR
§62,1).Devormdieisgebruikt,isdievandeaccusativusadverbialis.
• De infinitief in sat ·e ·. eta¡ì. ¦.t, . s¡aì.t i betekent ‘om te’ en vormt een uitbreiding op het
werkwoordeta¡ì. :a.Ditvrijegebruikvandeinfinitief(inplaatsvanconstructiesmett ia,e :a,,
a c·.o.i.d.)staatonderinvloedvanhetHebreeuws(BDR392,10).

Mt7:6
\µ ea ·. ·e a ,tei ·et , suct i ¡µe. ¡a ìµ·. ·eu , ¡aç,açt ·a, u ¡a i . ¡:çecò.i ·a i ,et çai,
¡µ :e·. sa·a:a·µ ceucti au ·eu , . i ·et , :ect i au ·a i sat c·ça|. i·., 絸acti u ¡a ,.

\µ partikel ¡µ niet
ea ·. coni.(prob)aor.A.2epers.plur. et ea¡t geven
·e a ,tei adj.acc.(obi)neut.sing. a ,te, heilig,aanGodgewijd
·et , suct i subst.dat.(obi)masc.plur. e su ai dehond
¡µe. partikel ¡µe. enniet,noch
¡a ìµ·. coni.aor.A.2epers.plur. ¡a ììa gooien,werpen
·eu , ¡aç,açt ·a, subst.acc.(obi)masc.plur. e ¡aç,açt ·µ, deparel
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij

54
. ¡:çecò.i voorzetsel(+2) . ¡:çecò.i voor,tegenover
·a i ,et çai subst.gen.masc.plur. e ,et çe, varken,zwijn
¡µ :e·. voegwoord+finalebijzin ¡µ :e·. opdatnietmisschien
sa·a:a·µ ceucti indic.fut.A.3epers.plur. sa·a:a·. a vertrappen
au ·eu , pron.pers.acc.(obi)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·et , :ect i subst.dat.(instr)masc.plur. e :eu , devoet
au ·a i pron.pers.gen.(poss)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
c·ça|. i·., part.aor.P.nom.masc.plur. c·ç. |a draaien
絸acti coni.aor.A.3epers.plur. ç µ ,iu¡t verscheuren,breken,barsten
u ¡a , pron.pers.acc.(obi)plur. cu jij

Geef het heilige niet aan de honden en gooi jullie parels niet voor de varkens, opdat zij die niet
(misschien)vertrappenmethunpotenenzichomkerenenjullieaanstukkenscheuren.

NBG:Geefthetheiligenietaandehondenenwerptuwpaarlennietvoordezwijnen,opdatzijdieniet
vertrappenmethunpotenen,zichomkerende,uverscheuren.

Opmerkingen:
• De Textus Receptus heeft sa·a:a·µ cacti (conjunctief) in plaats van de indicatief
sa·a:a·µ ceucti (WBC, 171). Inderdaad is een conjunctief gangbaarder na ¡µ :e·. (zie ook
絸acti), maar in het koinè-Grieks komt in finale bijzinnen nu eenmaal soms de indicativus
futurumvoorwaardatnietmochtinhetklassiekeGrieks(BDR§369,5;Burton§199).
• Het futurum in de bijzin ¡µ :e·. sa·a:a·µ ceucti au ·eu , . i ·et , :ect i au ·a i kan worden
gezienalseenillocutie,d.w.z.eentaalhandelingwaarmeedesprekeropindirectewijzetekennen
geeftdatietszoumoetenplaatsvinden(Grieks1,bijlage8.1.5).
• Het vers is een logion op zichzelf (vgl. Thom. 93 en Did. 9:5), bestaande uit twee gedeelten, die
elk weer uit twee delen bestaan. De eerste twee delen vormen een synthetisch parallellisme (ze
maken hetzelfde punt), de twee laatste delen vormen een chiasme met de eerste twee
(vertrappen hoort bij varkens en verscheuren bij honden). Honden en zwijnen (volgens Hagner
hiernietbedoeldalsheidenen,maaralsniet-ontvankelijkenvoorhetevangelie)zijnwoordenmet
eenzeerongunstigebetekenis,diecontrasterenmet‘hetheilige’(WBC,171;BDR§477,5).
• HetNTgebruiktvaak. ¡:çecò.i inplaatsvan:çe (BDR§214,9).
• Het vers is een categorische imperatief (een algemeen geldend moreel principe), die in het NT
vaakdevormvaneenprohibitivuskrijgt(BDR§337.3).

Bidt,zoekt,klopt(Lk.9-13)

Mt7:7
At ·.t ·. sat eeòµ c.·at u ¡t i, ,µ·.t ·. sat .u çµ c.·., sçeu.·. sat a iet,µ c.·at u ¡t i·

At ·.t ·. imp.praes.A.2epers.plur. at ·. a (iemandiets)vragen
eeòµ c.·at indic.fut.P.3epers.sing. et ea¡t geven
u ¡t i pron.pers.dat.(obi)plur. cu jij
,µ·.t ·. imp.praes.A.2epers.plur. ,µ·. a zoeken
.u çµ c.·. indic.fut.A.2epers.plur. .u çt csa vinden
sçeu.·. imp.praes.A.2epers.plur. sçeu a kloppen,stampen,slaan
a iet,µ c.·at indic.fut.P.3epers.sing. a iet ,a openen

Blijfvragenenjulliezalwordengegeven,blijfzoekenenjulliezullenvinden,blijfbonzen(of:kloppen)
enjulliezalwordenopengedaan.

NBG:Bidtenuzalgegevenworden;zoektengijzultvinden;kloptenuzalopengedaanworden.

Opmerkingen:
• Depassieveneeòµ c.·atena iet,µ c.·at(thematischeaoristus,vgl.a iet,òµ c.·at)zijngebruikt
alsomschrijvingvandeNaamvanGod(goddelijkpassivum).Vgl.WBC,174;BDR§130,3;Grieks
1,par.24.6.
• Merk op dat de imperatieven in dit vers gesteld zijn in het praesens. Ze drukken uit dat mensen
herhaaldelijk (iteratief) moeten vragen, zoeken en kloppen (WBC, 173;Wallace, Greek grammar
beyondthebasics,p.521,722).Vgl.Lc.18:1-8.

55
• De imperatieven zijn zogeheten conditionele imperatieven: ze drukken een voorwaarde uit
(protasis)waarvandevervulling(apodosis)vaneenanderwerkwoordafhankelijkis(imperativus+
sat +indicativusfuturum).DezecategorieiskleininhetNT(20stuks).Wallace,Greekgrammar
beyondthebasics,p.489;MoultonII,p.421).
• Moultonziethiereensymmetrischetautologie(MoultonII,p.419).

Mt7:8
:a , ,a ç e at ·a i ìa¡¡a i.t sat e ,µ·a i .u çt cs.t sat ·a sçeu ei·t a iet,µ c.·at.

:a , adj.indef.nom.masc.sing. :a , elk,ieder,alle
,a ç voegwoord ,a ç want
e at ·a i part.praes.A.nom.masc.sing. at ·. a (iemandiets)vragen
ìa¡¡a i.t indic.praes.A.3epers.sing. ìa¡¡a ia ontvangen,krijgen,nemen
e ,µ·a i part.praes.A.nom.masc.sing. ,µ·. a zoeken
.u çt cs.t indic.praes.A.3epers.sing. .u çt csa vinden
·a sçeu ei·t part.praes.A.dat.(obi)masc.sing. sçeu a kloppen,stampen,slaan
a iet,µ c.·at indic.fut.P.3epers.sing. a iet ,a openen

Want iedereen die blijft vragen, krijgt, en wie (of: degene die) blijft zoeken, vindt, en voor wie (of:
degenedie)blijftbonzen(of:kloppen),zalwordenopengedaan.

NBG: Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan
worden.

Opmerkingen:
• Hetpassiefa iet,µ c.·at(thematischeaoristus, zie vers7)is een zogehetengoddelijkpassivum
(Godzalhemofhaardieblijftkloppen(eens)opendoen).Vgl.WBC,174;BDR§130,3.
• Merk op dat veel werkwoorden in dit vers zijn genoteerd in het praesens. Ze drukken uit dat
mensen herhaaldelijk (iteratief) vragen, zoeken en kloppen en ook steeds ontvangen en vinden
(WBC, 174; Wallace, Greek grammar beyond the basics, p. 521, 722). Merk ook op dat het
goddelijkpassivumditaspectontbeert!

Mt7:9
µ ·t , . c·ti .¸ u ¡a i a iòça:e,, e i at ·µ c.t e ut e , au ·eu a ç·ei, ¡µ ìt òei . :tea c.t au ·a ,

µ voegwoord µ of
·t , adj.interr.nom.masc.sing. ·t , wie,wat
. c·ti indic.praes.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
.¸ voorzetsel(+2) . s uit,van,vanaf
u ¡a i pron.pers.gen.(part)plur. cu jij
a iòça:e, subst.nom.masc.sing. e a iòça:e, demens
e i pron.rel.acc.(obi1)masc.sing. e , die,dat,hetgeen,wie,wat
at ·µ c.t indic.fut.A.3epers.sing. at ·. a vragen
e ut e , subst.nom.masc.sing. e ut e , dezoon
au ·eu pron.pers.gen.(poss)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
a ç·ei subst.acc.(obi2)masc.sing. e a ç·e, hetbrood
¡µ partikel ¡µ niet
ìt òei subst.acc.(obi)masc.sing. e ìt òe, desteen
. :tea c.t indic.fut.A.3epers.sing. . :tet ea¡t geven,overhandigen
au ·a pron.pers.dat.(obi)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem

Ofwelkmensiseronderjullie,(die),(als)zijnzoonhemomeenbroodvraagt(lett.zalvragen),hem
somseensteenzalgeven?

NBG:Ofwelkmensonderuzal,alszijnzoonhemombroodvraagt,hemeensteengeven?

Opmerkingen:
• µ leidt een retorische vraag in (Bauer, µ -1d), die bovendien negatief is gesteld (met ¡µ ). Het is
een zin die is opgebouwd volgens semitische taalregels, wat in het Grieks een anakoloet geeft.
Blass, Debrunner en Rekopf stellen dat er eigenlijk had moeten staan: ·t , . ¸` u ¡a i ·a ut a
a ç·ei at ·eu i·t ìt òei . :tea c.t au ·a , (BDR §469,1). Hoffmann & Von Siebenthal schrijven
echter dat ¡µ in negatieve retorische vragen (d.w.z. waarop een ontkennend antwoord wordt
verwacht)kanwordenvertaaldmet‘misschien’of‘soms’(‘etwa’),zodatkanwordenafgezienvan
‘niet’ of‘geen’(GG§246a,§269b; zieook:Grieks1,bijlage9.1; Burton§269;MoultonI,p.193).

56
Hoehet ookzij,Brouwerheeftervangemaakt:‘Ofwelkmenschiseronderu,dien zijn zoonom
brood vraagt – hij zal hem toch geen steen geven?’ Iets vergelijkbaars doet Oussoren in zijn
Naardensebijbel: ‘Ofisiemandvanu zo’nmens?–zijn zoon zal hemeenbroodvragen endan
geeft hij hem toch geen steen?’ Hagner maakt ervan: ‘There is no one among you who when a
sonordaughterasksforbreadwillgiveastone,isthere?’(WBC,173).
• at ·. akrijgteendubbeleaccusatief(iemand(e i)iets(a ç·ei)vragen).ZieGrieks1,bijlage5.4.1.2.

Mt7:10
µ sat t ,òu i at ·µ c.t, ¡µ e|ti . :tea c.t au ·a ,

µ voegwoord µ of
t ,òu i subst.acc.(obi)masc.sing. e t ,òu , devis
at ·µ c.t indic.fut.A.3epers.sing. at ·. a vragen
¡µ partikel ¡µ niet
e|ti subst.acc.(obi)masc.sing. e e |t, deslang
. :tea c.t indic.fut.A.3epers.sing. . :tet ea¡t geven,overhandigen
au ·a pron.pers.dat.(obi)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem

Of,(als)hijookeenvisvraagt,zalhijhemsomseenslanggeven?

NBG:Ofalshijeenvisvraagt,zalhijhemtochgeenslanggeven?

Opmerkingen:
• µ leidt een retorische vraag in (Bauer, µ -1d), die bovendien negatief is gesteld (met ¡µ ). Het is
een zin die is opgebouwd volgens semitische taalregels, wat in het Grieks een anakoloet geeft.
Blass,DebrunnerenRekopfstellendatereigenlijkhadmoetenstaan:µ sat t ,òu i at ·µ c.t, ¡µ
e|ti . :tea c.t au ·a , (BDR §469,1). Hoffmann & Von Siebenthal schrijven echter dat ¡µ in
negatieve retorische vragen (d.w.z. waarop een ontkennend antwoord wordt verwacht) kan
worden vertaald met ‘misschien’ of ‘soms’ (in het Duits: ‘etwa’), zodat kan worden afgezien van
‘niet’of‘geen’(GG§246a,§269b;vgl.Grieks1,bijlage9.1;Burton§269;MoultonI,p.193).Hoe
het ook zij, Brouwer heeft ervan gemaakt: ‘Of ook om een visch vraagt – hij zal hem toch geen
slang geven?’ Iets vergelijkbaars doet Oussoren in zijn Naardense bijbel: ‘Of hij zal ook om een
visvragenendangeefthijhemtochgeenadder?’Hagnermaaktervan:‘Andthereisnoonewho
willgiveasnaketothechildwhoasksforafish,isthere?’.

Mt7:11
.t eu i u ¡.t , :eiµçet e i·., et ea·. ee ¡a·a a ,aòa etee iat ·et , ·. siet, u ¡a i, :e ca ¡a ììei e
:a·µ ç u ¡a i e . i ·et , eu çaiet , ea c.t a ,aòa ·et , at ·eu cti au ·e i.

.t voegwoord .t als,indien
eu i voegwoord eu i dan,dus,daarom
u ¡.t , pron.pers.nom.plur. cu jij
:eiµçet adj.nom.(pred)masc.plur. :eiµçe , slecht
e i·., part.praes.A.nom.masc.plur. .t ¡t zijn
et ea·. indic.perf.A.2epers.plur. et ea weten
ee ¡a·a subst.acc.(obi)neut.plur. ·e ee ¡a hetgeschenk,degave
a ,aòa adj.acc.neut.plur. a ,aòe , goed
etee iat infin.praes.A. et ea¡t geven
·et , ·. siet, subst.dat.(obi)neut.plur. ·e ·. siei hetkind
u ¡a i pron.pers.gen.(poss)plur. cu jij
:e ca adj.interr.dat.(mensurae)neut.sing. :e ce, hoeveel,hoegroot
¡a ììei bijwoord ¡a ììei meer
e :a·µ ç subst.nom.masc.sing. e :a·µ ç devader
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·et , eu çaiet , subst.dat.masc.plur. e eu çaie , dehemel
ea c.t indic.fut.A.3epers.sing. et ea¡t geven
at ·eu cti part.praes.A.dat.(obi)masc.plur. at ·. a vragen
au ·e i pron.pers.acc.(obi)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem

Als dan jullie, hoewel jullie slecht (of: zondig) zijn, goede gaven weten te geven aan jullie kinderen,
hoeveel te meer zal jullie Vader, die in de hemelen is, het goede (of: goede [gaven]) geven aan hen
dieHemvragen.

57
NBG: Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te
meerzaluwVaderindehemelenhetgoedegevenaanhen,dieHemdaarombidden.

Opmerkingen:
• e i·., moetwordenopgevatalseenconcessiefparticipium(hoewel).Vg.BDR§418,3;GG§231g.
• Deconstructie·et , at ·eu cti au ·e i ismeewerkendvoorwerpbijhetobjecta ,aòa (GG§257c).
• Dedativusdifferentiae(ofmensurae):e ca isattributiefgebruiktbijhetbijwoord¡a ììeiengeeft
aaninwelkemateheteenhetanderovertreft(Grieks1,bijlage5.3.2.3;GG§260a).

Mt7:12
Ea i·a eu i e ca .a i ò. ìµ·. t ia :eta cti u ¡t i et a iòça:et, eu ·a, sat u ¡.t , :et.t ·. au ·et ,·
eu·e, ,a ç . c·ti e ie ¡e, sat et :çe|µ ·at.

Ea i·a adj.indef.acc.(obi)neut.plur. :a , ieder,elk,alle
eu i voegwoord eu i dan,dus,daarom
e ca pron.rel.acc.(obi)neut.plur. e ce, zogroot,zoveel
.a i partikel . a i als,indien,misschien
ò. ìµ·. coni.praes.A.2epers.plur. ò. ìa willen
t ia voegwoord+finalebijzin t ia opdat
:eta cti coni.praes.A.3epers.plur. :et. a doen,maken
u ¡t i pron.pers.dat.(comm)plur. cu jij
et a iòça:et subst.nom.masc.plur. e a iòça:e, demens
eu ·a, bijwoord eu ·a zo,opdezemanier
u ¡.t , pron.pers.nom.plur. cu jij
:et.t ·. imp.praes.A.2epers.plur. :et. a doen,maken
au ·et , pron.pers.dat.(comm)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
eu ·e, pron.dem.nom.(pred)masc.sing. eu ·e, deze,die,dit,dat
,a ç voegwoord ,a ç want
. c·ti indic.praes.3epers.sing. .t ¡t zijn
e ie ¡e, subst.nom.(pred)masc.sing. e ie ¡e, dewet
et :çe|µ ·at subst.nom.(pred)masc.plur. e :çe|µ ·µ, deprofeet

Dus al wat jullie willen dat de mensen je doen, doe hen steeds ook zo (of: moeten jullie hen ook
steedszodoen);wantditisdewetendeprofeten.

NBG: Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de
profeten.

Opmerkingen:
• Onder meer de Codex Sinaiticus laat eu i weg. Volgens Hagner omdat het vers niet helemaal
logischuit het voorgaande volgt. BijLucas(6:31)staatde zogehetenguldenregelineenandere
context (WBC, 176). Het logion is oorspronkelijk negatief gesteld (zie o.a. Sir. 31:15; Tob 4:15).
Jezus citeert de woorden als uitleg van Lev. 19:18 (dat eveneens positief is gesteld). Vgl. Mt.
22:35-40,waarJezusookdewetendeprofetensamenvat(WBC,176).
• Depraesensvormu ¡.t , :et.t ·.betekenteenoproepomaanhoudendmensendatgenetedoen
waarvanjewiltdatzijjoudatookdoen(WBC,176).
• Jekuntvooret a iòça:etook‘men’lezen(BDR§130,5).
• Wanneer een (aanwijzend) voornaamwoord onderwerp is, dan neemt het de vorm aan van het
predikaatsnomen(eu·e, ,a ç . c·ti e ie ¡e,).Vgl.BDR§132,1.
• Indelijdendebijzin:a i·a eu i e ca .a i ò. ìµ·.(etc)wordt.a inietvertaald(naeenbetrekkelijk
voornaamwoord),maarophetpartikelvolgtweleenconiunctivusgeneralis(Grieks1,par.23.6).
• De schrijver had in plaats van een constructie met t ia ookkunnen kiezen voor een accusativus
cuminfinitvo:.a i ò. ìµ·. :et.t i u ¡t i ·eu , a iòça:eu, (zieGrieks1,par.23.8;BDR§392,2b;
GG§218b;§272a).
• Merk op dat wanneer een samengesteld onderwerp (verbonden door sat ) wordt voorafgegaan
dooreenpersoonsvorm,danstaatdezevaakinhetenkelvoud(vgl.. c·ti).Hetkanuitdrukkendat
deeerstevandetweesubstantievenhetbelangrijksteis.Vgl.BDR§135,3;GG§264a;Robertson,
GGNT,405.

58
Tweewegen(Lk.13:24)

Mt7:13
Et c. ìòa·. eta ·µ , c·.iµ , :u ìµ,· e ·t :ìa·.ta µ :u ìµ sat .u çu ,açe, µ e ee , µ a :a ,euca .t ,
·µ i a :a ì.tai sat :eììet .t cti et .t c.ç,e ¡.iet et` au ·µ ,·

Et c. ìòa·. imp.aor.A.2epers.plur. .t c. ç,e¡at binnengaan
eta voorzetsel(+2) eta door(heen)
·µ , :u ìµ, subst.gen.fem.sing. µ :u ìµ depoort,deur
c·.iµ , adj.gen.fem.sing. c·.ie , nauw
e ·t voegwoord+causalebijzin e ·t dat,omdat,want
:ìa·.ta adj.nom.(pred)fem.sing. :ìa·u , wijd
µ :u ìµ subst.nom.fem.sing. µ :u ìµ depoort,deur
.u çu ,açe, adj.nom.(pred)fem.sing. .u çu ,açe, breed,ruim
µ e ee , subst.nom.fem.sing. µ e ee , deweg
µ a :a ,euca part.praes.A.nom.fem.sing. a :a ,a (weg)leiden(intrans.)
.t , voorzetsel(+4) .t , naar
·µ i a :a ì.tai subst.acc.(obi)fem.sing. µ a :a ì.ta devernietiging,ondergang
:eììet adj.nom.(pred)masc.plur. :eìu , veel
.t cti indic.praes.A.3epers.plur. .t ¡t zijn
et .t c.ç,e ¡.iet part.praes.M.nom.masc.plur. .t c. ç,e¡at binnengaan
au ·µ , pron.pers.gen.fem.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem

Ga (naar) binnen door de nauwe poort, want wijd (is) de poort en breed de weg die leidt naar de
ondergangenvelenzijndaardoorbinnengegaan;

NBG:Gaatindoordeengepoort,wantwijdisdepoortenbreeddeweg,dietothetverderfleidt,en
velenzijner,diedaardooringaan;

Opmerkingen:
• Enkele handschriften, waaronder de Codex Sinaiticus, laat in dit vers µ :u ìµ weg (onder meer
omdat:ìa·.tavakerwordtgebruiktvoor‘weg’danvoor‘poort’).Maaromdathetwoordinditvers
welwordtverondersteldenerveelhandschriftenzijnwaarhetinstaat,lijkthetlogischhethierook
telatenstaan(TCGNT,16).
• Erzijnhandschriftendiehier·t hebbeninplaatsvane ·t (hoewijdisdepoort).Vgl.v.14(WBC,
178).
• De verzen 13 en 14 laten volgens Hagner een antithetisch parallellisme zien (WBC, 178). Ook
Blasswijsterop.MaarA.T.Robertsonisdaarnognietzozekervan:‘He(Blass)actuallymakesit
tilt the scales against the bestmanuscripts in some passages as in Mt. 5:45; 7:13 f.; 25:35. This
seemsmuchlikeeisegesis.(Robertson,GGNT,1200).
• Hettegenwoordigdeelwoord.t c.ç,e ¡.iet geefteengroepweermeteenzelfdekenmerk(Burton
§124)

Mt7:14
·t c·.iµ µ :u ìµ sat ·.òìt¡¡. iµ µ e ee , µ a :a ,euca .t , ·µ i ,aµ i sat e ìt ,et .t ct i et
.u çt csei·., au ·µ i.

·t pron.interr.acc.neut.sing. ·t , wie,wat,hoe
c·.iµ adj.nom.(pred)fem.sing. c·.ie , nauw
µ :u ìµ subst.nom.fem.sing. µ :u ìµ depoort,deur
·.òìt¡¡. iµ part.perf.P.nom.(pred)fem.sing. òìt ¡a verdrukken,knellend
µ e ee , subst.nom.fem.sing. µ e ee , deweg
µ a :a ,euca part.praes.A.nom.fem.sing. a :a ,a (weg)leiden(intrans.)
.t , voorzetsel(+4) .t , naar
·µ i ,aµ i subst.acc.(obi)fem.sing. µ ,aµ hetleven
e ìt ,et adj.nom.(pred)masc.plur. e ìt ,e, weinig
.t cti indic.praes.A.3epers.plur. .t ¡t zijn
et .u çt csei·., part.praes.A.nom.masc.plur. .u çt csa vinden
au ·µ i pron.pers.acc.(obi)fem.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem

Hoenauwisdepoortensmaldewegdienaarhetlevenleidt,enerzijnweinigendiehemvinden.

NBG:wantengisdepoort,ensmaldeweg,dietenlevenleidt,enweinigenzijner,diehemvinden.

59
Opmerkingen:
• Enkelemanuscriptenhebbenaanhetbeginvanhetversnoge. omhettecontrasterenmetv.13
(WBC,178;TCGNT,16).
• Over het bijwoordelijk gebruik van ·t in de betekenis van ‘hoe!’ (semitisme) zie BDR §299,4 en
GG§143c.Vgl.Grieks1,bijlage5.4.2.3.
• Enkele handschriften, waaronder de Codex Sinaiticus, laat in dit vers µ :u ìµ weg. Maar omdat
het woord in dit vers wel wordt verondersteld en er veel handschriften zijn waar het in staat, lijkt
hetlogischhethierooktelatenstaan(TCGNT,16).
• Het voltooid deelwoord ·.òìt¡¡. iµ geeft het resultaat weer van een in het verleden afgeronde
handeling met een in het heden voortdurende uitkomst. Dus de weg is versmald, en dus ook nu
nogsmal(Grieks1,bijlage6.3).

Eenboomteherkennenaanzijnvruchten(Lk.6:43-44)

Mt7:15
Eçec. ,.·. a :e ·a i ¦.uee:çe|µ·a i, et ·ti., . ç,ei·at :çe , u ¡a , . i . ieu ¡acti :çe¡a ·ai,
. caò.i e. .t cti ìu set a ç:a,.,.

Eçec. ,.·. imp.praes.A.2epers.plur. :çec. ,a oppassen,uitkijken,opletten
a :e voorzetsel(+2) a :e van,door
·a i ¦.uee:çe|µ·a i subst.gen.(part)masc.plur. e ¦.uee:çe|µ ·µ, devalseprofeet
et ·ti., pron.rel.nom.masc.plur. e c·t, die,dat,hetgeen,hetwelk,wie
. ç,ei·at indic.praes.M.3epers.plur. . ç,e¡at komen,gaan
:çe , voorzetsel(+4) :çe , bij,naar,tegen
u ¡a , pron.pers.acc.plur. cu jij
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
. ieu ¡acti subst.dat.neut.plur. ·e . ieu¡a hetkleed
:çe¡a ·ai subst.gen.(mat)neut.plur. ·e :çe ¡a·ei hetschaap
. caò.i bijwoord . caò.i vanbinnen
e. voegwoord e. en,nu,danmaar
.t cti indic.praes.A.3epers.plur. .t ¡t zijn
ìu set subst.nom.(pred)masc.plur. e ìu se, dewolf
a ç:a,., adj.nom.(pred)masc.plur. a ç:a¸ roofzuchtig,vraatzuchtig

Pas op voor de valse profeten die naar jullie komen in schaapskleren, maar van binnen zijn ze
roofzuchtige wolven (of: zij die naar jullie komen in schaapskleren zijn van binnen roofzuchtige
wolven)

NBG: Wacht u voor de valse profeten, die in schapevacht tot u komen, maar van binnen zijn zij
roofgierigewolven.

Opmerkingen:
• e c·t,wordtondermeergebruiktinbetrekkelijkebijzinnenmeteenverklarendkarakter(inzoverre
als).Zoookhier(BDR§293,7;GG§290b;Wallace,Greekgrammarbeyondthebasics,p.344).
• Latere handschriften hebben na :çec. ,.·. nog e. ingevoegd om de perikoop beter bij het
voorgaandetelatenaansluiten(WBC,180).

Mt7:16
a :e ·a i saç:a i au ·a i . :t,ia c.cò. au ·eu ,. ¡µ ·t cuìì. ,eucti a :e a saiòa i c·a|uìa , µ
a :e ·çt¡e ìai cu sa,

a :e voorzetsel(+2) a :e van,door
·a i saç:a i subst.gen.masc.plur. e saç:e , devrucht
au ·a i pron.pers.gen.(poss)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
. :t,ia c.cò. indic.fut.M.2epers.plur. . :t,tia csa herkennen,lerenkennen
au ·eu , pron.pers.acc.(obi)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
¡µ ·t partikel ¡µ ·t tochniet
cuìì. ,eucti indic.praes.A.3epers.plur. cuìì. ,a plukken
a saiòa i subst.gen.fem.plur. µ a saiòa dedoornstruik
c·a|uìa , subst.acc.(obi)fem.plur. µ c·a|uìµ dedruiventros
µ voegwoord µ of
·çt¡e ìai subst.gen.masc.plur. e ·çt ¡eìe, dedistel
cu sa subst.acc.(obi)neut.plur. ·e cu sei devijg

60
Aanhunvruchtenzullenjulliehenherkennen.Menpluktvandoornstruikentochgeendruiventrossen
ofvandistels(tochgeen)vijgen?

NBG:Aanhunvruchtenzultgijhenkennen:menleesttochgeendruivenvandorensofvijgenvan
distels?

Opmerkingen:
• cuìì. ,euctizougrammaticaalkunnenterugslaanopdevalseprofetenvanhetvorigevers,maar
inhoudelijk slaat het nergens op. Jezus introduceert hier een algemeen principe, waar een
algemeenonderwerp bijhoort.Vandaardat wemet‘men’vertalen(BDR,§130.2;Wallace,Greek
grammarbeyondthebasics,p.402-403;MoultonII,p.447).
• Het vers opent een perikoop over de vruchten waaraan een boom kan worden herkend, die in
vers20metgelijkebewoordingenwordtafgesloten.Ditheeteeninclusio(WBC,181;GG§294t).

Mt7:17
eu ·a, :a i e. ieçei a ,aòe i saç:eu , saìeu , :et.t , ·e e. ca:çe i e. ieçei saç:eu , :eiµçeu ,
:et.t .

eu ·a, bijwoord eu ·a zo,opdezemanier
:a i adj.indef.nom.neut.sing. :a , ieder,elk,alle
e. ieçei subst.nom.neut.sing. ·e e. ieçei deboom
a ,aòe i adj.nom.neut.sing. a ,aòe , goed
saç:eu , subst.acc.(obi)masc.plur. e saç:e , devrucht
saìeu , adj.acc.masc.plur. saìe , goed,mooi
:et.t indic.praes.A.3epers.sing. :et. a doen,maken,voortbrengen
e. voegwoord e. en,nu,danmaar
ca:çe i adj.nom.neut.sing. ca:çe , slecht,verrot
:eiµçeu , adj.acc.masc.plur. :eiµçe , slecht

Zobrengtelkegoedeboommooievruchtenvoort,maareen(lett.de)vermolmdeboombrengtslechte
vruchtenvoort.

NBG: Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de slechte boom brengt slechte
vruchtenvoort.

Opmerkingen:
• Het vers vormt samen met het volgende een antithetisch parallellisme (vers 18 herhaalt het
voorgaande,maardaninhetnegatief).Vgl.WBC,183).
• In het vers is sprake van een ‘gnomisch’ (spreukachtige) praesens met een duratief aspect
(:et.t ), dat wordt gebruikt bij algemeen geldende waarheden (er is ook een gnomische aoristus
meteentijdloosaspect).Hierdrukthetpraesenseennatuurordeninguit(GG§197b;Burton§12).

Mt7:18
eu eu ia·at e. ieçei a ,aòe i saç:eu , :eiµçeu , :et.t i eu e. e. ieçei ca:çe i saç:eu , saìeu ,
:et.t i.

eu bijwoord eu niet
eu ia·at indic.praes.M.3epers.sing. eu ia¡at kunnen
e. ieçei subst.nom.neut.sing. ·e e. ieçei deboom
a ,aòe i adj.nom.neut.sing. a ,aòe , goed
saç:eu , subst.acc.(obi)masc.plur. e saç:e , devrucht
:eiµçeu , adj.acc.masc.plur. :eiµçe , slecht
:et.t i infin.praes.A. :et. a doen,maken,voortbrengen
eu e. voegwoord eu e. enniet,noch
ca:çe i adj.nom.neut.sing. ca:çe , slecht,verrot
saìeu , adj.acc.masc.plur. saìe , goed,mooi

Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen, en een vermolmde boom (kan) geen
mooievruchten(voortbrengen).

NBG: Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, of een slechte boom goede vruchten
dragen.

61
Opmerkingen:
• Enkelehandschriftenvoegenna:eiµçeu ,nog. i.,s.t iin(infin.aor.Avan|. ça)ofweldragen.
• Hetversvormtsamenmethetvorigeeenantithetischparallellisme(vers17zegthetzelfde,maar
daninhetpositief).Vgl.WBC,183).
• In het vers is sprake van een ‘gnomisch’ (spreukachtige) praesens met een duratief aspect
(:et.t i),datwordtgebruiktbijalgemeengeldendewaarheden(erisookeengnomischeaoristus
meteentijdloosaspect).Hierdrukthetpraesenseennatuurordeninguit(GG§197b;Burton§12).

Mt7:19
:a i e. ieçei ¡µ :eteu i saç:e i saìe i . sse :·.·at sat .t , :u ç ¡a ìì.·at.

:a i adj.indef.nom.neut.sing. :a , ieder,elk,alle
e. ieçei subst.nom.neut.sing. ·e e. ieçei deboom
¡µ partikel ¡µ niet
:eteu i part.praes.A.nom.neut.sing. :et. a doen,maken,voortbrengen
saç:e i subst.acc.(obi)masc.sing. e saç:e , devrucht
saìe i adj.acc.masc.sing. saìe , goed,mooi
. sse :·.·at indic.praes.M.3epers.sing. . sse :·a omhakken
.t , voorzetsel(+4) .t , in,naar
:u ç subst.acc.neut.sing. ·e :u ç hetvuur
¡a ìì.·at indic.praes.M.3epers.sing. ¡a ììa gooien,werpen

Elkeboomdiegeenmooievruchtenvoortbrengt,wordtomgehakt(of:zalwordenomgehakt)eninhet
vuurgegooid.

NBG:Iedereboom,diegeengoedevruchtvoortbrengt,wordtuitgehouweneninhetvuurgeworpen.

Opmerkingen:
• De praesens-vorm . sse :·.·at kan óf als een futur worden vertaald óf gnomisch (spreukachtig)
met een duratief aspect, dat wordt gebruikt bij algemeen geldende waarheden. De meeste
vertalingenkiezenvoorhetlaatste,Hagnervoorheteerste(WBC,184).
• . sse :·.·a en ¡a ìì.·at zijn zogeheten goddelijke passieven (eigenlijk passief vertaalde
medialen),dieGodalshandelendepersoonveronderstellen(WBC,184).
• Hetlidwoordbij:u ç blijftwegomdathetomeenalgemeenbegripgaat(Grieks1,par.4.1).

Mt7:20
a ça ,. a :e ·a i saç:a i au ·a i . :t,ia c.cò. au ·eu ,.

a ça partikel a ça zodoende,dus,natuurlijk
,. partikel ,. wel,ook
a :e voorzetsel(+2) a :e van,door
·a i saç:a i subst.gen.masc.plur. e saç:e , devrucht
au ·a i pron.pers.gen.(poss)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
. :t,ia c.cò. indic.fut.M.2epers.plur. . :t,tia csa herkennen,lerenkennen
au ·eu , pron.pers.acc.(obi)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem

Julliezullenhendusaanhunvruchtenherkennen.

Zozultgijhendanaanhunvruchtenkennen.

Opmerkingen:
• ,. versterkt a ça in de betekenis ‘dus’ (folglich) of ‘zodoende’ (consequently). De twee woorden
leidenhiereenafgeleideconclusiein(BDR§439,2;WBC,184).
• Vers20vormthetsluitstukvaneeninclusio,eeninsluitingvaneenperikoop,diebeginteneindigt
metdezelfdewoorden(vgl.vers16).Devoornaamwoordenau ·a i enau ·eu , verwijzennaarde
valseprofeteninvers15(GG§294t;WBC,184).

Valsebelijders(Lk.13:25-27)

Mt7:21
0u :a , e ì. ,ai ¡et· su çt. su çt., .t c.ì.u c.·at .t , ·µ i ¡actì.tai ·a i eu çaia i, a ìì` e
:eta i ·e ò. 쵡a ·eu :a·çe , ¡eu ·eu . i ·et , eu çaiet ,.

62
0u bijwoord eu niet
:a , adj.indef.nom.masc.sing. :a , ieder,elk,alle
ì. ,ai part.praes.A.nom.masc.sing. ì. ,a zeggen
¡et pron.pers.dat.(obi)sing. . ,a ik
su çt. subst.voc.masc.sing. e su çte, deHeer
.t c.ì.u c.·at indic.fut.M.3epers.sing. .t c. ç,e¡at binnengaan
.t , voorzetsel(+4) .t , in,naar
·µ i ¡actì.tai subst.acc.fem.sing. µ ¡actì.t a hetkoninkrijk
·a i eu çaia i subst.gen.(obi)masc.plur. e eu çaie , dehemel
a ìì` voegwoord a ììa maar
:eta i part.praes.A.nom.masc.sing. :et. a doen,maken,voortbrengen
·e ò. 쵡a subst.acc.(obi)neut.sing. ·e ò. 쵡a dewil
·eu :a·çe , subst.gen.(poss)masc.sing. e :a·µ ç devader
¡eu pron.pers.gen.(poss)sing. . ,a ik
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
·et , eu çaiet , subst.dat.masc.plur. eu çaie , dehemel

NietiedereendietegenMijzegt:‘Heer!Heer!’,zalhetKoninkrijkderHemelenbinnengaan,maarwie
doet(of:degenediedoet)dewilvanMijnVaderdieindehemelen(is).

NBG: Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar
wiedoetdewilmijnsVaders,dieindehemelenis.

Opmerkingen:
• DeTextusReceptuslaathetlidwoordwegindeuitdrukking . i ·et , eu çaiet ,(WBC,185).
• Enkele handschriften voegen nog toe: au ·e , (of: eu·e,) .t c.ì.u c.·at .t , ·µ i ¡actì.tai ·a i
eu ça a i(hij(of:deze)zalhetKoninkrijkderHemelenbinnengaan).Vgl.WBC,185).
• Hagner herkent parallellisme in dit vers: e ì. ,ai tegenover e :eta i, het eindigen van de twee
zinsdelen vanvers21 opeenmeervoudsvormvaneu çaie ,ende herhaling vansu çt. su çt.in
vers22(WBC,186).
• su çt. su çt.iseenepanadiplosisofeen nadrukkelijkeherhaling vaneenbelangrijkwoord(BDR
§493,2).
• Vooroverwegingenbijdegenitief¡actì.tai ·a i eu çaia i,zieMt.5:3.

Mt7:22
:eììet . çeu ct i ¡et . i . s.t iµ ·µ µ ¡. ça · su çt. su çt., eu ·a ca e ie ¡a·t . :çe|µ·.u ca¡.i,
sat ·a ca e ie ¡a·t eat¡e ita .¸.¡a ìe¡.i, sat ·a ca e ie ¡a·t euia ¡.t, :eììa , . :etµ ca¡.i,

:eììet adj.nom.masc.plur. :eìu , veel
. çeu ct i indic.fut.A.3epers.plur. ì. ,a zeggen
¡et pron.pers.dat.(obi)sing. . ,a ik
. i voorzetsel(+3) . i in,op,met,door,onder
. s.t iµ pron.dem.dat.fem.sing. . s.t ie, deze,die
·µ µ ¡. ça subst.dat.fem.sing. µ µ ¡. ça dedag
su çt. subst.voc.masc.sing. e su çte, deHeer
eu bijwoord eu niet
·a e ie ¡a·t subst.dat.(instr)neut.sing. ·e e ie¡a (eigen)naam
ca adj.poss.dat.neut.sing. ce , jouw
. :çe|µ·.u ca¡.i indic.aor.A.1epers.plur. :çe|µ·.u a profeteren
eat¡e ita subst.acc.(obi)neut.plur. ·e eat¡e itei deboze(kwaadaardige)geest
.¸.¡a ìe¡.i indic.aor.A.1epers.plur. . s¡a ììa uitdrijven
euia ¡.t, subst.acc.(obi)fem.plur. µ eu ia¡t, demacht,kracht,wonder(daad)
:eììa , adj.acc.fem.plur. :eìu , veel
. :etµ ca¡.i indic.aor.A.1epers.plur. :et. a doen,maken,voortbrengen

Velen zullen Mij op die dag zeggen: Heer, Heer, hebben wij in Uw naam niet geprofeteerd en in Uw
naambozegeestenuitgedreveneninUwnaamvelemachtigedaden(of:wonderen)gedaan?(of:wij
hebbentochzekerinUwnaam(etc)?)

NBG:VelenzullentediendagetotMijzeggen:Here,Here,hebbenwijnietinuwnaamgeprofeteerd
eninuwnaambozegeestenuitgedreveneninuwnaamvelekrachtengedaan?

63
Opmerkingen:
• Enkelehandschriftenvoegen,analoogaanLc13:26aandeeersteclaimnogtoe:eu ·a e ie ¡a·t
ceu .|a ,e¡.i sat . :t e¡.i sat (‘inUwnaamnietgegetenengedronkenen’).Vgl.WBC,185.
• Sommigemanuscriptenvoegenaaneat¡e ita nog:eììa toe(vele).ZieWBC,185.
• Dit vers vertoont parallellisme met vers 23, waar Jezus e ¡eìe,µ ca au ·et , plaatst tegenover
:eììet . çeu ct i ¡et invers22(WBC,186).
• su çt. su çt.iseenepanadiplosisofeennadrukkelijkeherhalingvaneenwoord(BDR§493,2).
• ·a ca e ie ¡a·t is een dativus instrumentalis, die aangeeft waarmee of waardoor iets gebeurt
(BDR§206,4).
• Het NT-Grieks kent nauwelijks nog echte bezittelijke voornaamwoorden (meestal zijn ze
vervangen door de genitivus van het persoonlijk voornaamwoord), maar in dit vers vinden we
driemaal ca , dat is gebruikt voorafgaande aan en ter benadrukking van het bijbehorende
substantivum(BDR§285,1).
• Hetaanwijzendvoornaamwoord. s.t ie,komt265keervoorinhetNT(tegenover1391keervoor
eu·e,enslechts10keervoore e.).Vgl.GG§141c.
• Een retorische vraag met eu verwacht een bevestigend antwoord en kan worden vertaald met
‘tochzeker?’(vgl.Grieks1,bijlage9.1).

Mt7:23
sat ·e ·. e ¡eìe,µ ca au ·et , e ·t eu e. :e·. . ,iai u ¡a ,· a :e,aç.t ·. a :` . ¡eu et . ç,a,e ¡.iet
·µ i a ie¡tai.

·e ·. bijwoord ·e ·. toen,dan
e ¡eìe,µ ca indic.fut.A.1epers.sing. e ¡eìe,. a verklaren,beweren,belijden
au ·et , pron.pers.dat.(obi)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
e ·t voegwoord+voorwerpzin e ·t dat,omdat,want,[nietvertalen]
eu e. :e·. bijwoord eu e. :e·. nooit
. ,iai indic.aor.A.1epers.sing. ,tia csa kennen
u ¡a , pron.pers.acc.(obi)plur. cu jij
a :e,aç.t ·. imp.praes.A.2epers.plur. a :e,aç. a weggaan,vertrekken
a :` voorzetsel(+2) a :e van,vanaf,vandaan
. ¡eu pron.pers.gen.(part)sing. . ,a ik
et . ç,a,e ¡.iet part.praes.M.nom.masc.plur. . ç,a ,e¡at werken,intrans:uitvoeren,doen
·µ i a ie¡tai subst.acc.(obi)fem.sing. µ a ie¡t a dewetteloosheid

Endanzalikhenronduitzeggen:(Voorwaar)Ikhebjullienooitgekend,gavanMijweg,julliewerkers
vandewetteloosheid.

NBG: En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der
wetteloosheid.

Opmerkingen:
• Enkelehandschriftenvoegenvoor . ç,a,e ¡.ietnog:a i·.,in,parallelaanPs.6:9a(LXX)enLc.
13:27.
• e ¡eìe,. abetekenthier‘freiheraussagen’of‘unumwundenerklären’(Bauer, e ¡eìe,. a-4).
• au ·et , iseendativusobiectivus(Grieks1,bijlage5.3.1.1;BDR§187,3).
• e ·t blijft hier onvertaald (BDR §470,2). Moulton leest het voegwoord hier als een semitisme, dat
‘voorwaar’betekent(analoogaanbijv.Gen.29:33).ZieMoultonII,p.469.
• Het semitisme et . ç,a,e ¡.iet ·µ i a ie¡tai (vgl. Ps. 5:6) kan worden vertaald met ‘zij die
onrechtvaardigheid (iniquity) doen (vgl. Thayer, a ie¡ta-2). De NBV heeft ‘wetsverkrachters’, de
LutherseVertaling‘kwaaddoeners’enW95leest:‘overtredersvanGodswet’.

Tweeërleifundament(Lk.6:47-49)

Mt7:24
Ea , eu i e c·t, a seu.t ¡eu ·eu , ìe ,eu, ·eu ·eu, sat :et.t au ·eu ,, e ¡etaòµ c.·at a ieçt
|çeit ¡a , e c·t, a seee ¡µc.i au ·eu ·µ i et stai . :t ·µ i :. ·çai·

64
:a , adj.indef.nom.masc.sing. :a , ieder,elk,alle
eu i voegwoord eu i dan,dus,daarom
e c·t, pron.rel.nom.masc.sing. e c·t, die,dat,hetgeen,wie,wat
a seu .t indic.praes.A.3epers.sing. a seu a horen
¡eu pron.pers.gen.(poss)sing. . ,a ik
·eu , ìe ,eu, subst.acc.(obi)masc.plur. e ìe ,e, hetwoord
·eu ·eu, pron.dem.acc.(obi)masc.plur. eu ·e, deze,dit,die,dat
:et.t indic.praes.A.3epers.sing. :et. a doen,maken,voortbrengen
au ·eu , pron.pers.acc.(obi)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
e ¡etaòµ c.·at indic.fut.P.3epers.sing. a ¡eta òµi lijkenop
a ieçt subst.dat.(soci)masc.sing. e a iµ ç deman
|çeit ¡a adj.dat.masc.sing. |çe it¡e, wijs,verstandig
a seee ¡µc.i indic.aor.A.3epers.sing. et seee¡. a bouwen
au ·eu pron.pers.gen.(poss)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
·µ i et stai subst.acc.fem.sing. µ et st a hethuis
. :t voorzetsel(+4) . :t op
·µ i :. ·çai subst.acc.fem.sing. µ :. ·ça (steen)rots

IedereendienudezewoordenvanMij(lett.dezemijnwoorden)hoortenzedoet,zallijkenop(lett.zal
gelijkwordenaan)eenwijzemandiezijnhuisbouwde(ingressief)opderots.

NBG:Eeniedernu,diedezemijnwoordenhoortenzedoet,zalgelijkenopeenverstandigman,die
zijnhuisbouwdeopderots.

Opmerkingen:
• Enkele handschriften laten ·eu ·eu, weg, om de tekst soepeler te laten lopen. Het resultaat is er
daterdangewoon‘mijnwoorden’staat(WBC,189).
• DeTextusReceptusleest:e ¡eta ca au ·e i a ieçt |çeit ¡a ,watindeStatenvertalingisvertaald
met:‘dienzalIkvergelijkenbijeenvoorzichtigman’(analoogaanLc.6:47).Metzgerdenktdathet
logischerisomlatervaneenpassieveteksteenactievetemakendanomgekeerd(TCGNT,17).
• De bijzin :a , ... au ·eu , is in z’n geheel onderwerp bij e ¡etaòµ c.·at (hyperbaton, i.e. een
zinsdeeldatbuitenzijnnormaleplaatsindezinwordtbehandeld).
• e ¡etaòµ c.·at betekent letterlijk ‘gelijk worden gesteld aan’ of ‘op één lijn worden gesteld met’,
eenverwijzingnaarhetvonnistijdensdeLaatsteOordeel.
• . :t krijgthiereenaccusativus,maarindezelfdebetekeniskomenookeengenitivus(Lc.8:13)en
eendativusvoor(Mt.16:18).Vg.BDR§235,1.
• Het onbepaalde relativum e c·t, kan op zichzelf ook ‘ieder die’ betekenen. De combinatie van
e c·t, en :a , vormt dan feitelijk een pleonasme. Maar in het NT is het onderscheid tussen het
onbepaalde betrekkelijk voornaamwoord e c·t, en zijn bepaalde evenknie e , vervallen. Verderop
in het vers luidt e c·t, een betrekkelijke bijzin in die een algemene kwaliteit van een zelfstandig
naamwoordomschrijft(‘eendie’).Vgl.BDR§293,6,7;GG§142a.
• Deverzen24totenmet27vormeneenbijnaperfectparallellisme.Alleenmistinhettweededeel
e c·t,enzijnindicatievenvervangendoorparticipia.Ookzijndeverbalichtgewijzigd(WBC,190).

Mt7:25
sat sa·. ¡µ µ ¡çe,µ sat µ ìòei et :e·a¡et sat . :i.ucai et a i.¡et sat :çec. :.cai ·µ et st a
. s.t iµ , sat eu s . :.c.i, ·.ò.¡.ìt a·e ,a ç . :t ·µ i :. ·çai.

sa·. ¡µ indic.aor.A.3epers.sing. sa·a¡at ia naarbenedengaan,neervallen
µ ¡çe,µ subst.nom.fem.sing. µ ¡çe,µ destortregen
µ ìòei indic.aor.A.3epers.plur. . ç,e¡at komen,gaan
et :e·a¡et subst.nom.masc.plur. e :e·a¡e , derivier,stroom
. :i.ucai indic.aor.A.3epers.plur. :i. a waaien
et a i.¡et subst.nom.masc.plur. e a i.¡e, dewind,storm
:çec. :.cai indic.aor.A.3epers.plur. :çec:t :·a (aan)vallenop
·µ et sta subst.dat.(obi)fem.sing. µ et st a hethuis
. s.t iµ pron.dem.dat.fem.sing. . s.t ie, deze,die,dit,dat
eu s bijwoord eu niet
. :.c.i indic.aor.A.3epers.sing. :t :·a instorten,neergaan
(.)·.ò.¡.ìt a·e indic.plusq.perf.P.3epers.sing. ò.¡.ìte a grondvesten,funderen
,a ç voegwoord ,a ç want
. :t voorzetsel(+4) . :t op
·µ i :. ·çai subst.acc.fem.sing. µ :. ·ça (steen)rots

65
Enneervieldeslagregenendewaterstromenkwamen(d.w.z.dekrekenzweldenop)endestormen
gierdenenzijbeuktentegendathuis,en(of:maar)hetstorttenietin,wanthetwasgegrondvestopde
rots.

NBG: En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat
huis,enhetvielnietin,wanthetwasopderotsgegrondvest.

Opmerkingen:
• Verscheidene handschriften lezen andere woorden voor :çec. :.cai: :çec. sçeucai (sloegen
tegen),:çec. ç絸ai(schokten;vgl.Lc.6:48)en:çec. se¦ai(sloegentegen).
• Merkopdatdeaoristusvan:çec:t :·aook:çec. :.ceihadkunnenluiden(Grieks1,bijlage4;
BDR§81,3).
• Nacompositamet:çec-volgtvaakeendativusobiectivus,zoookhier(BDR§202,7).
• . :t krijgthiereenaccusativus,maarindezelfdebetekeniskomenookeengenitivus(Lc.8:13)en
eendativusvoor(Mt.16:18).Vg.BDR§235,1.
• . s.t ie, verwijst naar het huis dat in het vorige vers is geïntroduceerd. Hierin onderscheidt het
aanwijzend voornaamwoord zich van eu·e, dat alleen terugwijst naar dat wat in het vers zelf is
opgeworpen(BDR§291.3).
• VeelplusquamperfectiinhetNThebbenhunaugmentverloren(Grieks1,bijlage10.4.3;Moulton
II,p.190).

Mt7:26
sat :a , e a seu ai ¡eu ·eu , ìe ,eu, ·eu ·eu, sat ¡µ :eta i au ·eu , e ¡etaòµ c.·at a ieçt ¡aça ,
e c·t, a seee ¡µc.i au ·eu ·µ i et stai . :t ·µ i a ¡¡ei·

:a , adj.indef.nom.masc.sing. :a , ieder,elk,alle
a seu ai part.praes.A.nom.masc.sing. a seu a horen
¡eu pron.pers.gen.(poss)sing. . ,a ik
·eu , ìe ,eu, subst.acc.(obi)masc.plur. e ìe ,e, hetwoord
·eu ·eu, pron.dem.acc.masc.plur. eu ·e, deze,dit,die,dat
¡µ partikel ¡µ niet
:eta i part.praes.A.nom.masc.sing. :et. a doen,maken,voortbrengen
au ·eu , pron.pers.acc.(obi)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
e ¡etaòµ c.·at indic.fut.P.3epers.sing. a ¡eta òµi lijkenop
a ieçt subst.dat.(soci)masc.sing. e a iµ ç deman
¡aça adj.dat.masc.sing. ¡açe , dwaas
e c·t, pron.rel.nom.masc.sing. e c·t, die,dat,hetgeen,wie,wat
a seee ¡µc.i indic.aor.A.3epers.sing. et seee¡. a bouwen
au ·eu pron.pers.gen.(poss)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
·µ i et stai subst.acc.fem.sing. µ et st a hethuis
. :t voorzetsel(+4) . :t op
·µ i a ¡¡ei subst.acc.fem.sing. µ a ¡¡e, zand

En iedereen die deze woorden van Mij (lett. deze mijn woorden) hoort en ze niet doet, zal lijken op
eendwazeman,diezijnhuisbouwde(ingressief)ophetzand.

NBG:Eneenieder,diedezemijnwoordenhoortenzenietdoet,zalgelijkenopeendwaasman,die
zijnhuisbouwdeophetzand.

Opmerkingen:
• a ¡¡e,isdeverkortevormvana ¡aòe,(vgl.BDR§34,13).
• Merkopdatinditversna:a ,(‘eeniederdie’)eengesubstantiveerdparticipiumvolgt(gangbaarin
koinè-Grieks),integenstellingtotvers24,waarEa , e c·t, a seu.t staat(BDR§413.2).

Mt7:27
sat sa·. ¡µ µ ¡çe,µ sat µ ìòei et :e·a¡et sat . :i.ucai et a i.¡et sat :çec. se¦ai ·µ et st a
. s.t iµ , sat . :.c.i sat µ i µ :·a ct, au ·µ , ¡.,a ìµ.

sa·. ¡µ indic.aor.A.3epers.sing. sa·a¡at ia naarbenedengaan,neervallen
µ ¡çe,µ subst.nom.fem.sing. µ ¡çe,µ destortregen
µ ìòei indic.aor.A.3epers.plur. . ç,e¡at komen,gaan

66
et :e·a¡et subst.nom.masc.plur. e :e·a¡e , derivier,stroom
. :i.ucai indic.aor.A.3epers.plur. :i. a waaien
et a i.¡et subst.nom.masc.plur. e a i.¡e, dewind,storm
:çec. se¦ai indic.aor.A.3epers.plur. :çecse :·a slaantegen
·µ et sta subst.dat.(obi)fem.sing. µ et st a hethuis
. s.t iµ pron.dem.dat.fem.sing. . s.t ie, deze,die,dit,dat
. :.c.i indic.aor.A.3epers.sing. :t :·a instorten,neergaan
µ i indic.imp.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
µ :·a ct, subst.nom.fem.sing. µ :·a ct, deval,ondergang
au ·µ , pron.pers.gen.(poss)fem.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
¡.,a ìµ adj.nom.(pred)fem.sing. ¡. ,a, groot

Enneervieldeslagregenendewaterstromenkwamen(d.w.z.dekrekenzweldenop)endestormen
gierdenenzijsloegentegendathuis,enhetstortteinenzijnval(of:ondergang)wasgroot.

NBG:Enderegenvielneerendestromenkwamenendewindenwaaidenensloegentegendathuis,
enhetvielin,enzijnvalwasgroot.

Opmerkingen:
• DeCodexSinaiticuslaathier. :i.ucai et a i.¡et sat weg,mogelijkomdathetalspleonastisch
werdbeschouwd(WBC,189).
• Enkele handschriften voegen aan het eind van het vers nog c|e eça in (zeer, heftig). Vgl. WBC,
189.
• . s.t ie, verwijst naar het huis dat in een vorig vers is geïntroduceerd. Hierin onderscheidt het
aanwijzend voornaamwoord zich van eu·e, dat alleen terugwijst naar dat wat in het vers zelf is
opgeworpen(BDR§291.3).
• µ :·a ct,, .a, betekentletterlijk‘hetinstortenvaneenhuis’(Bauer,:·a ct,).Figuurlijkduidthet
op‘ondergang’(FribergLexicon,:·a ct,).

Mt7:28
Kat . ,. i.·e e ·. . ·. ì.c.i e `Iµceu , ·eu , ìe ,eu, ·eu ·eu,, .¸.:ìµ ccei·e et e ,ìet . :t ·µ
etea,µ au ·eu ·

. ,. i.·e indic.aor.M.3epers.sing. ,t ie¡at worden,gebeuren,zijn(aor.)
e ·. voegwoord+temporelebijzin e ·. toen,wanneer
. ·. ì.c.i indic.aor.A.3epers.sing. ·.ì. a beëindigen,voltooien
e `Iµceu , subst.nom.masc.sing. e `Iµceu , Jezus
·eu , ìe ,eu, subst.acc.(obi)masc.plur. e ìe ,e, hetwoord
·eu ·eu, pron.dem.acc.masc.plur. eu ·e, deze,dit,die,dat
.¸.:ìµ ccei·e indic.imperf.P.3epers.plur. . s:ìµ cca versteldstaan,verbijsterdzijn
et e ,ìet subst.nom.masc.plur. e e ,ìe, deschare,demenigte
. :t voorzetsel(+3) . :t over
·µ etea,µ subst.dat.(instr)fem.sing. µ etea,µ deleer,hetonderricht
au ·eu pron.pers.gen.(poss)masc.sing. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem

En het gebeurde dat toen Jezus deze woorden had beëindigd, dat de menigten versteld stonden
vanwegeZijnleer.

NBG: Enhetgeschiedde,toenJezusdeze woordengeëindigdhad, dat descharen versteldstonden
overzijnleer,

Opmerkingen:
• Enkelehandschriftenvullenet e ,ìet nogaanmet:a i·.,(WBC,192).
• HagnerzietinditverseeninclusiometMt.5:1,waardeBergredebegintmet‘demenigten’(WBC,
192).ZieookparallellenmetMc.1:22enLc.4:32.
• Het imperfectum .¸.:ìµ ccei·e suggereert een voortduring van de verbijstering (Robertson
suggereert hier dat sprake is van Schilderung (GGNT, 1207)). Mattheüs herhaalt het woord in
13:54;19:25en22:33(WBC,193).
• . :t ·µ etea,µ is een dativus causae, een dativus instrumentalis, die aangeeft waardoor iets
gebeurt(Grieks1,bijlage5.3.2.1;BDR§196,3;vgl.GG§184j).

67
• Na . ,. i.·e komt hier een constructie van e ·. + aor. i.p.v. de gebruikelijke accusativus cum
infinitivo.DezeafwijkingvanderegelzienwevijfkeerinMattheüs.Inanderesynopticiontbreekt
ze(MoultonII,p.426).

Mt7:29
µ i ,a ç etea csai au ·eu , a , .¸euctai . ,ai sat eu , a , et ,ça¡¡a·.t , au ·a i.

µ i indic.imp.A.3epers.sing. .t ¡t zijn
,a ç voegwoord ,a ç want
etea csai part.praes.A.nom.(pred)masc.sing. etea csa leren,onderwijzen
au ·eu , pron.pers.acc.(obi)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem
a , voegwoord+bijzinvanvergelijking a , zo,zoals
.¸euctai subst.acc.(obi)fem.sing. µ . ¸euct a macht,gezag
. ,ai part.praes.A.nom.masc.sing. . ,a hebben,houden
eu , bijwoord eu niet
et ,ça¡¡a·.t , subst.nom.masc.plur. e ,ça¡¡a·.u , deschriftgeleerde
au ·a i pron.pers.gen.(poss)masc.plur. au ·e , hij,zich(zelf),vanhem

WantHijleerdehenalsiemanddiegezagheeft(of:vangezag)ennietzoalshunschriftgeleerden.

NBG:wantHijleerdehenalsgezaghebbendeennietalshunschriftgeleerden.
Opmerkingen:
• Enkelehandschriftenlatenau ·a i weg(WBC,192).
• Sommigemanuscriptenvoegennaet ,ça¡¡a·.t , nogsat et |açtcat ettoe(WBC,192).
• Hetpraesensetea csai duidthierophetherhaaldeonderrichtvanJezus.
• µ i etea csai is een coniugatio periphrastica (omschrijvende vervoeging). Vgl. Grieks 1, bijlage
6.4;Wallace,Greekgrammarbeyondthebasics,648.Merkopdatetea csaihieralspredikaatis
gebruikt(Robertson,GGNT,656).
• Hagner leest in et ,ça¡¡a·.t , au ·a i de toenemende afstand die was ontstaan tussen de
gemeentevanMattheüsendesynagogen(WBC,194).