Strobalenbouw

Webbey De Keyser

CVO-IVV De Avondschool Instituut Voor Volwassenenvorming Schoonmeersstraat 52 9000 Gent www.volwassenenonderwijs.be

Eindwerk Promotor: mevr. A. Van Coster Academiejaar 2008 – 2009 Afdeling Bouw- en Houtconstructies Studiegebied industriële wetenschappen en technologie

“What is the point of having a good house if you don‟t have a decent planet to put it on?”
Henry David Thoreau
(Schrijver/filosoof, 1817 – 1862)

Samenvatting
Bouwen met strobalen kent momenteel een heropleving. In de Verenigde staten worden nog veel zelfdragende wanden gebruikt, terwijl in Europa eerder een vorm van houtskeletbouw wordt toegepast waarin de strobalen tussen de elementen van het skelet worden geperst. Zo worden buitenwanden bekomen met een dikte van ongeveer 50 cm, bestaande uit 45 cm stro, een binnen- en een buitenbepleistering. Strobalenwoningen zijn lage-energiewoningen (Uwand ≈ 0.15 W/m²K) met een gezond binnenklimaat ten gevolge van de ademende en vochtregulerende eigenschappen van de wanden. Ook qua geluidsisolatie scoort strobouw vrij goed. Op het vlak van architectuur zijn er talrijke mogelijkheden, zolang het stro maar voldoende tegen alle soorten vocht wordt beschermd. Het warmte-accumulerend vermogen van stro is wel laag, waardoor er best thermisch inerte binnenwanden worden voorzien. Koudebruggen zijn normaalgezien geen probleem. Het opbouwen van een strobalenwand is eenvoudig en gebeurt doorgaans door de bouwheer zelf, nadat het houtskelet en het dak door een schrijnwerker werden geplaatst. Deze werkwijze maakt strobalenbouw iets goedkoper dan traditionele bouw. Door de lage verwarmingsbehoefte zijn de stookkosten eveneens laag. Certificering (en subsidiëring) als passiefhuis is alsnog niet mogelijk door het gebrek aan officiële 𝜆-waarde, en ook luchtdichtheid verdient nog extra aandacht. Strobalenbouw heeft een kleine impact op het milieu, te danken aan goede isolatie (kleine energiebehoefte), het gebruik van CO2-neutrale materialen en een minimale afvalproblematiek wanneer de woning wordt gesloopt. Bouwheren kiezen meestal voor strobalenbouw vanuit een bio-ecologische levensvisie. Het schenkt voldoening om eigenhandig met natuurlijke materialen een gezonde woning te creëren. Doordat een aantal milieubewuste architecten zich de laatste jaren heeft gespecialiseerd in strobalenbouw, voldoen strobalenwoningen nu ook aan alle hedendaagse bouwfysische principes. Het resultaat is een duurzame bouwwijze, in alle betekenissen van het woord.

Webbey De Keyser

Strobalenbouw

Voorwoord
Toen ik voor het eerst een artikel las over strobalenbouw in Wonen met de Natuur, het kwartaaltijdschrift van het Vlaams Instituut voor Bio-ecologisch Bouwen en wonen (VIBE), was ik meteen gebeten door een soort sceptische nieuwsgierigheid om te achterhalen hoe het bouwen met strobalen in zijn werk gaat en of deze gebouwen dan wel bestand zijn tegen allerlei problemen waar de traditionele bouw mee te maken heeft, zoals vocht, zettingen, koudebruggen, … Naast deze technische aspecten, was het uiteraard ook het uitgesproken ecologische karakter van de bouwwijze dat mij als milieutechnoloog aantrok. In de traditionele bouw zijn er niet veel mensen die al hebben gehoord van strobalenbouw of laat staan dat ze ermee vertrouwd zijn. Op het eerste gezicht leek het dus niet vanzelfsprekend om veel informatie over het onderwerp te vinden. Niets blijkt minder waar. Hoe meer je je er in verdiept, hoe meer literatuur je er over vindt, zeker zodra je in het Duits of Engels begint te zoeken. Voor wie echt interesse heeft in strobalenbouw, is er mits enig zoekwerk ruim voldoende informatie te vinden in boeken en op het internet om goed geïnformeerd aan een strobalenavontuur te beginnen. Wie vandaag met strobalen bouwt, is al lang geen pionier meer en kan steunen op de ervaring van andere zelfbouwers en van een handvol Vlaamse architecten. Zo heeft het niet lang geduurd voor ik op Casa Calida botste, de Vlaamse vzw ter ondersteuning en promotie van de strobalenbouw. In hun praktijkcursus die ik in september volgde, kon ik veel bijleren en kwam ik in contact met andere enthousiastelingen en potentiële strobalenbouwers. Met de slogan “warme mensen bouwen warme huizen” slaat Casa Calida de nagel op de kop. Naast de technische aspecten die in dit eindwerk besproken worden, is de warme gezelligheid die strobalenwoningen uitstralen een bijkomend element dat mijns inziens in het voordeel pleit van strobalenbouw. Aan al wie graag zou bouwen maar dat toch wil doen op een ecologisch verantwoorde wijze, kan ik een portie strobalenlectuur alleen maar aanbevelen. Dit eindwerk kan een goed startpunt zijn voor een dergelijke ontdekkingstocht. Ik hoop dat u even geboeid raakt door het onderwerp als ikzelf!

Webbey De Keyser Gent, mei 2009
Webbey De Keyser Strobalenbouw

......................................................... 2... 2..................................................5..............6................. 27 Buitenwanden ...................................................... 5 Soorten ......................................... 6 Oriëntatie van de strohalmen .................................................................... 5 Eigenschappen van strobalen en strobalenwanden ..................... 3........................................3...3....................... 7 Dampdiffusie ............................................ 3................2........................... 2....................................................6.............3...........................................7................. 3.............. 14 2.....................................3....... 16 Funderingen.................. 3....... 2.....................................1............. 3.......3.......................................................................... 3......................................... 3.............................................................1........................................ 2................ 18 Zelfdragende strobalenwanden („Nebraska‟ stijl) ..........................2.................... 11 Druksterkte ..........3............... 16 Dragende constructie ...1 Inhoudsopgave 1...................................... 19 Skeletbouw ................ 2.............................. 3....... 28 Hellende daken .... 6 Vochtigheid en vochtresistentie ...3.................. 6 Afmetingen van strobalen .........................................................3.................................. 3..................... 2................................2........................ 2.................................4. 25 Platte daken .... 3..3......2.......2..................... 3....................... 29 Binnenwanden ...............2.......................................................4.......................................... 40 Vloeren.................3........................................... 34 Binnenafwerking .................... 3..........5........... 28 Verwerking van strobalen tot muren ........................................3... Definitie . 2.......................... 3...... 21 Verankering van het houtskelet op de fundering .........................2....... 8 Thermische isolatie ......... 3................................ 3 Stro en strobalen ... 42 Strobalenbouw Webbey De Keyser ..4............. 29 Buitenafwerking .......................... Technische opbouw van een strobalengebouw.............................. 3.......... 9 Geluidsisolatie ........................................4....................4..1....................................8........ 14 Brandweerstand................................................................... Inleiding .............................1.............1................3..................................................... 2......................................3........................................3.................... Dak ...............................1................ 39 3................8.3................................2.............................. 5 2....... 3....7.............................................................................................2........ 41 Buitenschrijnwerk .................... 41 Technieken ........................................................

.......... 5.............................................................................. 55 Schatting van de globale bouwkost ........................... 6..................................................... 4.................. 7.......... 58 Buitenwanden..........................2.......................................................................2............. 62 Milieu-impact van bouwen ...................1.......................... 53 EPB-aangifte en energieprestatiecertificaat (EPC) .............................. 6.....................1.........................2........................................1..4.................. Vormgeving ................................................. 6........ 43 Bescherming tegen weersinvloeden...3.........................................................6................. Haalbaarheid van de passiefhuisstandaard ..........2.................................1........................... 57 6............................................ 64 Ecologische voetafdruk van strobalenbouw ........ 61 Situering van het mondiaal milieuprobleem .................................. 50 Binnenklimaateisen ................. 7..........2 4................................. 6....................................................................................... 58 Binnenwanden ....1....................................................2...2............................................. 5..................... 5.........................................................................................................................1.................................. 54 5................ Financiële analyse ........3...5.. Besluit ....................... 52 Toetsing aan de passiefhuisnormen ..................................................................................................................... 53 Certificering ................ 7................................. 5...........................................2................................... 8..2.......... 4........................................................... 67 Duurzaamheid ......... 60 6...................................... 59 Dak .............................................................. Vrijheidsgraden en beperkingen .... 7.... 47 Thermische-isolatie-eisen ...1................1.............................................1.................................................................................. 5.................. 75 Webbey De Keyser Strobalenbouw .................................2....... 7........ 9....... 60 Vloer .................................................. Energetische aspecten ............3............................................................... 62 Conclusies ....................................................... 69 Milieu-impact ........... 73 Verklarende woordenlijst ............... 5.................................................................. 6........ 43 4.....2............ 68 Ruimtegebruik ..........................................3.......... 47 Energieprestatie-eis ............................ 6........................2............................................................................... 7............... 7.....................................................3..2... 46 Koudebruggen... 46 Energieprestatie en binnenklimaat (EPB) ..............4............2............ 57 Vergelijking van enkele individuele kostenposten... 70 Bibliografie ....1................. 66 Cradle to cradle . 47 5.....3.................. 5.....................

waarin onder andere enkele voorbeelden aangehaald worden van woningen met een niet-alledaagse vormgeving. Achtereenvolgens wordt aandacht besteed aan de funderingen. In Hoofdstuk 5 wordt dieper ingegaan op de energetische aspecten van strobalenbouw. thermische en akoestische isolatie. eigenschappen met betrekking tot vochtigheid en vochtresistentie en dampdiffusie. het dak. Integendeel. meestal in combinatie met andere materialen zoals klei en zand.3 1. In Hoofdstuk 2 worden een aantal (bouw)fysische eigenschappen van stro en strobalen besproken: samenstelling en afmetingen van strobalen. Toen aan het einde van de 19e eeuw de strobalenpers werd uitgevonden. De groeiende interesse in strobouw gaat eigenlijk samen met het groeiende milieubewustzijn van de westerse maatschappij. duurzame bouwwijze. binnenwanden. Inleiding Stro wordt al eeuwenlang gebruikt bij het bouwen van hutten en huizen. Telkens komen zowel louter technische of theoretische aspecten als praktische aanwijzingen aan bod. -vloeren en -daken wordt berekend en het probleem van een niet eenduidige warmtegeleidingscoëfficiënt (𝜆) wordt besproken. vloeren. is het nu niet een gebrek aan andere bouwmaterialen dat bouwers ertoe aanzet om stro te gebruiken. waardoor nu vrij goed geweten is hoe stro zich in een gebouw gedraagt. de dragende structuur. Europa en Australië. Hoofdstuk 4 is een kort hoofdstukje in verband met architecturale aspecten van strobalenbouw. begonnen landbouwers in Nebraska (Verenigde Staten) gestapelde strobalen te gebruiken voor de bouw van huizen en stallen. Ten slotte wordt er ook Webbey De Keyser Strobalenbouw . In tegenstelling tot de vroege strobalenbouw in Nebraska. buitenwanden. in het licht van de Vlaamse Energieprestatieregelgeving. het integreren van technieken en het buitenschrijnwerk. wat de voordelen ervan zijn en wat de aandachtspunten zijn bij het bouwen met strobalen. gelinkt aan de certificering van strobalenwoningen als passiefhuizen. De U-waarde van strobalenwanden. drukweerstand en brandweerstand. De laatste decennia werd heel wat praktijkervaring opgebouwd en werden tal van wetenschappelijke studies uitgevoerd. Sinds de jaren ‟90 kent strobalenbouw een heropleving in Noord-Amerika. Steeds meer milieubewuste bouwers kiezen tegenwoordig voor strobouw als ecologisch verantwoorde. Daarna wordt in Hoofdstuk 3 uiteengezet hoe een strobalenwoning is opgebouwd.

De financiële kant van de zaak wordt belicht in Hoofdstuk 6. vermits deze de grondslag vormt van het waarom achter strobalenbouw. waarin getracht wordt een antwoord te bieden op de vraag of strobalenbouw nu al dan niet goedkoper is dan traditionele bouw. Strobalenbouw kan namelijk pas echt gewaardeerd worden wanneer men de ernst van de wereldwijde milieuproblematiek inziet. levenscyclusanalyse (cradle to cradle) en duurzaamheid. De vergelijking gebeurt op basis van drie concepten: CO2-emissie (carbon footprint). alsook de voornaamste aandachtspunten bij de bouw ervan. Hoofdstuk 8 zet als conclusie de belangrijkste eigenschappen van een strobalenwoning nog eens op een rijtje. Webbey De Keyser Strobalenbouw .4 bekeken hoe een strobalenwoning wordt behandeld in de EPB-aangifte en bij het opmaken van energieprestatiecertificaten (EPC). plaatst dit eindwerk in een veel ruimere context. door de milieu-impact van strobalenbouw te vergelijken met die van traditionele bouw. Hoofdstuk 7 ten slotte.

Stro en strobalen 2. gerst.5 2. Gerst is af te raden: doordat de stengels gemakkelijk breken bij het persen. Definitie Stro is de gedroogde stengel van koren of peulvruchten. De meest voorkomende graansoort is tarwe (ongeveer 200 000 ha per jaar. Deze graansoort is eveneens bruikbaar in de strobalenbouw. in tegenstelling tot hooi (gedroogd gras) dat daarom als dierenvoeder gebruikt wordt. Op een strohalm ligt er een waslaagje dat een natuurlijke bescherming biedt tegen vocht. haver en peulvruchten. wintertarwe. 2007). Strobalen ontstaan wanneer na de oogst het gedorste stro (dus zonder de graankorrels) door een strobalenpers wordt verzameld en geperst in balen. Webbey De Keyser Strobalenbouw . De derde geschikte soort is triticale (een kruising tussen tarwe en rogge). Het stro heeft in principe geen voedingswaarde. neemt het isolerend vermogen van de strobaal af. Stro kan afkomstig zijn van verschillende gewassen.2. knaagdieren en bacteriën doordat de was alkanen bevat en moeilijk verteerbaar is. goed voor ongeveer 700 000 ton stro). resulterend in 1 800 ton stro (FOD economie. Deze graansoort wordt in België echter weinig verbouwd: ongeveer 700 ha per jaar. rogge. sisal of hennep (zie Figuur 1). De balen worden samengehouden door 2 touwen uit polypropyleen. Figuur 1 Schematische voorstelling van een strobaal 2. Soorten Winterrogge is de meest ideale graansoort om aan strobalenbouw te doen omwille van de lange stengels. zoals zomertarwe.1.

2008a). Deze jumbo balen hebben een massadichtheid van 130 kg/m³ en zijn enkel met een vorklift te transporteren. Al deze waarden kunnen variëren.2). Deze laatste is best zo hoog mogelijk. 2.3. Deze oriëntatie heeft invloed op de isolerende eigenWebbey De Keyser Strobalenbouw . Hoewel sommigen al huizen (of grotere gebouwen) geconstrueerd hebben met jumbo balen. wat natuurlijk alles te maken heeft met de gebruikte strobalenpers en de druk waarmee de balen werden geperst. 2.2. zullen de strohalmen dwars op de lengterichting van de muur komen te liggen. zodat de bemating van de plannen correct kan gebeuren en hiermee rekening kan gehouden worden bij de bestelling van de balken voor het houtskelet (zie §3. De strobalen moeten namelijk minimum een densiteit van 90 kg/m³ hebben (VIBE. De klassieke pers produceert in theorie balen met een rechthoekige doorsnede van 14 × 18 inch (356 × 457 mm) en met een variabele lengte. Deze laatste afmeting kan nogal wat variatie vertonen.1. Tegenwoordig worden er ook grotere persen gebruikt. Afmetingen van strobalen Er bestaan strobalen van verschillende formaten en vormen. zijn de klassieke kleine strobalen. Strobalen hebben dus een massadichtheid van 85 à 105 kg/m³ (na droging). Deze hebben een dwarsdoorsnede van 600 × 900 mm. Ook de ronde (of beter: cilindervormige) balen worden hier buiten beschouwing gelaten.6 2. Hoewel de bovengenoemde maatvoering behoorlijk gestandaardiseerd is. Oriëntatie van de strohalmen Door de manier waarop de strobalenpers de balen produceert. De balen die bruikbaar zijn in de strobalenbouw.3. Eigenschappen van strobalen en strobalenwanden In wat volgt worden enkele eigenschappen besproken van strobalen die courant in de strobalenbouw gebruikt worden. namelijk dwars op de langste zijde. Deze hebben afmetingen van ongeveer 350 × 450 × 900 mm en wegen ongeveer 12 tot 15 kg. instelbaar tussen 300 en 1 100 mm. 2005). maar de andere afmetingen zijn normaalgezien wel vrij consistent (Hollis.3. 800 × 900 mm of 900 × 1 200 mm en een variabele lengte. die de zogenaamde „jumbo balen‟ produceren. typisch rond de 2 000 mm. Wanneer de strobalen gestapeld worden zoals gevelstenen.2. aangezien deze het moeilijkste te controleren valt tijdens het persen. dus met het vlak van 45 × 90 cm als grondvlak. is er een overheersende oriëntatie van de strohalmen. worden ze in de meeste gevallen beschouwd als onbruikbaar voor de normale strobalenbouw. wordt aangeraden om de afmetingen van de strobalen op voorhand na te gaan bij de landbouwer die het stro zal leveren.

3. Opslag op de werf gebeurt best niet in contact met de grond om het opnemen van grondvocht te vermijden. De weerstand voor warmtegeleiding in een strobaal is namelijk hoger in de richting dwars op de strohalmen dan in de richting evenwijdig met de strohalmen. Ook bij de constructie van dorpels. Wanneer de strobalen verwerkt zijn in een wand maar nog niet bepleisterd werden. blijft de relatieve vochtigheid van het stro normaalgezien rond de 12 %. Ook tijdens het transport naar en de opslag op de werf dienen de balen droog gehouden te worden. Figuur 2 Het stockeren van de strobalen dient droog te gebeuren. net zoals dat bij hout het geval is met de richting van de nerven. een beplanking of eventueel een gemetst parement (met luchtspouw) is daarvoor noodzakelijk. Om geleemde muren te beschermen tegen hevige slagregen wordt bovendien meestal een grote dakoversteek voorzien.7 schappen (zie §2. Webbey De Keyser Strobalenbouw . 2. voor de bevestiging van regenpijpen of doorvoer van een horizontale schoorsteenbuis) dient ervoor gezorgd te worden dat er geen water tot binnen in het stro kan lopen of sijpelen. omdat het binnenste van de strobalen anders kan beginnen rotten. wordt beschermd door middel van een zeil of folie (rechts) Er dient op gelet te worden dat het stro in afgewerkte strobalenwanden niet nat kan worden.5). wordt er tijdelijk een zeil of folie voorzien om de wand te beschermen tegen de weersinvloeden (Figuur 2). vensterbanken en allerhande doorboringen van de afwerkinglaag (b. Een relatieve vochtigheid van 10 tot 16 % wordt aanbevolen.3.v. Een afwerkinglaag zoals een leembepleistering. stro dat verwerkt is in muren maar nog niet voorzien is van een afwerkingslaag. Vochtigheid en vochtresistentie Bij het persen van de strobalen op het veld is het noodzakelijk dat het stro droog is. bijvoorbeeld onder het dak (links). Eens er een dampdoorlatende maar tegen regen beschermende afwerking is aangebracht.3.

hoe meer damp-open het materiaal is. Hoe lager µ.1). de dampweerstand van een laag lucht van dezelfde dikte. Figuur 15 in §3. In vergelijking met synthetische isolatiematerialen is stro dus veel meer dampdoorlatend. Stro is op het vlak van dampdiffusie een geschikt materiaal voor het opbouwen van buitenmuren.4. Tabel 1 geeft een overzicht van enkele courante bouwmaterialen en hun µ-waarden.8 In principe is dit niet anders dan bij traditionele bouwwerken. vermits het over goede dampdoorlatende eigenschappen beschikt. De buitenste lagen moeten volgens deze redenering dus dampdoorlatend zijn (zie ook verder in §3. Aan de binnenzijde kan een dampscherm voorzien worden om te verhinderen dat waterdamp uit de binnenlucht tot in de isolatie zou diffunderen en daar condenseren ten gevolge van een plotse temperatuurdaling. De reden hiervoor is wel verschillend. …) naar buiten kan migreren door te verdampen (dampdiffusie).4.v. wat de „ademende‟ eigenschappen van de muur alleen maar ten goede kan komen. De dampdiffusiecoëfficiënt µ geeft aan wat de weerstand is van een materiaal tegen dampdiffusie. wat tot rottingsverschijnselen kan leiden. Ten slotte dient er ook op gelet te worden dat het stro beschermd is tegen opstijgend vocht door een waterkerende folie te voorzien onderaan de wand (zie ook verder. regendoorslag.v. hoe sterker dampremmend het materiaal is (b.v. voor metalen is µ = ∞). Klassieke isolatiematerialen worden best droog gehouden omdat hun warmtegeleidend vermogen toeneemt bij vochtigheid en daardoor de isolatiewaarde afneemt. b.2 voor een bespreking van verschillende buitenafwerkingen).4. Dampdiffusie Buitenmuren die uit verschillende lagen bestaan. Hoe hoger µ. Bij natuurlijke isolatiematerialen zoals stro komt daar de factor biodegradatie bij. 2. waar het nat worden van het isolatiemateriaal ook dient vermeden te worden. Het is een dimensieloos getal dat de verhouding weergeeft van de dampweerstand van het materiaal t. Vochtig stro is een voedingsbodem voor schimmels en bacteriën. worden normaalgezien zo geconstrueerd dat vocht dat zich in de muur zou bevinden (door condensatie van luchtvochtigheid.o.3. voor roofing is µ = 10 000 tot 100 000. Webbey De Keyser Strobalenbouw .

038 W/mK vastgesteld op een volledig gedroogd monster met een dichtheid van 100 kg/m³. en werd er vastgesteld dat de isolatiewaarde toeneemt met toenemende dichtheden (Wimmer et al.111595) (VIBE. München. 2001). Door hun holle kokervorm zijn de strohalmen goed thermisch isolerend: het principe achter isolatie is immers het vasthouden van stilstaande droge lucht.070 W/mK bij een dichtheid van 80 kg/m³ vermeld (Van den Bruel. 2006).700 1 300 1 600 – 1 900 900 30 ..V. is de Duitse DIN-certificatie daterende van 2006 (DIN Z-23. Daardoor wordt een rekenwaarde 𝜆Z van 0. 2008a).200 90 . Thermische isolatie Eén van de belangrijkste redenen om voor strobalenbouw te kiezen. 2003).bouwtechnologie.5 4-6 6 9 .9 Tabel 1 Dampdiffusiecoëfficiënten van enkele courante bouwmaterialen (naar www. In enkele andere Europese landen werden er wel al standaardtesten uitgevoerd om de 𝜆-waarde officieel te bepalen. Hierin worden volgende warmtegeleidingcoëfficiënten gespeWebbey De Keyser Strobalenbouw .com) Materiaal Minerale wol Strobalen Cellenbeton Gipsbepleistering Baksteen Gipskarton PUR EPS XPS Massadichtheid [kg/m³] 35 . De norm voorziet echter in het toepassen van een veiligheidsfactor Z van 20 % om rekening te houden met een verlies aan isolerend vermogen ten gevolge van vocht dat in de praktijk aanwezig kan zijn.13 13 60 .40 30 .045 W/mK bekomen (Forschungsinstitut für Wärmeschutz e.3.5. 2008a).80 15 – 200 250 2.110 400 .050 W/mK vastgesteld (VIBE. is het goede isolerende vermogen van strobalen in verhouding tot hun erg lage kostprijs. en in Frankrijk werd door het CSTB (Centre Scientifique et Technique du Bâtiment) een 𝜆-waarde van 0.150 10 . In Duitsland werd in testen volgens de norm DIN 52612 dezelfde waarde (0. In Denemarken werd een iets hogere 𝜆waarde van 0.0379 W/mK) gevonden op een monster met een dichtheid van 90 kg/m³ bij een temperatuurverschil van 10 K. In België is stro totnogtoe echter nog niet officieel erkend als isolatiemateriaal en is er ook nog geen officiële warmtegeleidingcoëfficiënt 𝜆 vastgesteld door het BUtgb (Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw). In Oostenrijk werd een warmtegeleidingcoëfficiënt van 0.40 µ [-] 1-2 2. Het belangrijkste document inzake de officiële aanvaarding van strobalen als isolatiemateriaal.

Certificering zal dus nog niet voor binnenkort zijn. Merk op dat de prijs van de strobalen wel stijgt en er minder landbouwers gevonden worden die bereid zijn de strobalen te leveren wanneer ze verplicht worden om aan al de bovenstaande eisen te voldoen (b. Hieruit kunnen we dus afleiden dat het qua oriëntatie van de strohalmen beter zou zijn om de balen rechtopstaand of op hun zijkant te verwerken omdat de warmtegeleiding in de wand dan loodrecht op de halmrichting verloopt.       Dankzij deze technische goedkeuring. Ook een externe controle door een erkend bureau is noodzakelijk.080 W/mK) evenwijdig met de halmrichting. dus komt dit er voor de bouwheer op neer dat ze gratis worden. De vochtopname mag maximaal 15 % bedragen en de inbouwvochtigheid van de balen moet kleiner zijn dan 15 %.10 cificeerd: 𝜆 = 0. zijn:  De strobalen worden ingebouwd in een damp-open systeem met een verluchte buitenbekleding – dus niet afgewerkt met een dampdichte bepleistering zoals een cementpleister.4.178 W/m²K in het geval de strobalen op hun onderkant verwerkt worden. Zoals in §3. en 𝜆 = 0.v. dan wordt er toch een warmtedoorgangscoëfficient Λ (= 𝜆/d) van 0. komen strobalen in Duitsland ook in aanmerking voor subsidiëring als isolatiemateriaal uit landbouwgrondstoffen (25 EUR/m³). De praktijk in België staat nog heel ver af van deze bepalingen.1 wordt uitgelegd. De prijs van de strobalen bedraagt slechts ongeveer 20 EUR/m³. De leverancier van de strobalen moet een intern controlesysteem hebben om alle bovenstaande voorwaarden strikt op te volgen. Enkele voorwaarden die DIN verbindt aan de certificering van strobalen als isolatiemateriaal.148 W/m²K bekomen in plaats van 0.067 W/mK (rekenwaarde 0.052 W/mK) dwars op de halmrichting. De bindkracht van de touwen die de strobaal samenhouden moet 10 keer de gewichtskracht van de balen bedragen. De maximaal toegelaten afwijking op de afmetingen bedraagt 3 %. is het samendrukken van de strobalen noodzakelijk om ze op hun plaats te houden in het houtskelet. dus de strobalen dienen ingebouwd te worden in een dragend houtskelet. intern controlesysteem). Zelfs al is de dikte van de wand dan slechts 35 in plaats van 45 cm. De norm is enkel geldig voor stro als isolatiemateriaal. De dichtheid van de strobalen moet tussen 90 en 110 kg/m³ zijn. Zelfdragende strobalenwanden komen niet in aanmerking. Maar wanneer enkele eenvoudige vuistregels op het Webbey De Keyser Strobalenbouw .044 W/mK (rekenwaarde 0. In de praktijk wordt dit echter niet gedaan omdat de strobalen niet goed samendrukbaar zijn in de richting van de halmen.

Hieruit blijkt dat stro zeker geen lagere 𝜆-waarde heeft dan andere isolatiematerialen.0.0. 2008) Materiaal Strobalen. Parewijck.023 .  halmen Kurk Houtvezelplaten Cellulosevlokken Cellenglas Cellenbeton Minerale wol PIR PUR EPS XPS Massadichtheid [kg/m³] 90 . Aan de andere kant van de muur zorgt de trillende massa er op haar beurt voor dat de lucht aan deze zijde ook begint te trillen. Luchtgeluid is geluid dat zich door golven in de lucht voortplant. dient men naast het stro ook rekening te houden met het houtskelet en de afwerkingslagen die langs binnen en buiten op de wanden werden aangebracht.023 .180 0. VIBE.0.200 30 .110 100 140 .140 400 35 .043 0. // halmen Strobalen. waarbij ze kunnen afzwakken naargelang de materiaaleigenschappen van de muur. doen ze de materie in de muur ook trillen.0. Wanneer de U-waarde van een hele strobalenwand wordt beoordeeld.30 30 .035 2.048 0.040 0. namelijk luchtgeluidsisolatie en contactgeluidsisolatie.3.040 .6.032 0. Tabel 2 Warmtegeleidingscoëfficiënten van enkele courante isolatiematerialen in droge toestand (VIBE. Geluidsisolatie Er bestaan twee soorten geluidsisolatie.080 0.60 30 .60 15 .240 30 . waardoor er geluid hoorbaar is aan deze zijde van Webbey De Keyser Strobalenbouw . kunnen we de vastgestelde 𝜆-waarden toch gebruiken als een betrouwbare leidraad bij de EPB-berekeningen voor strobalengebouwen (zie hoofdstuk 5).037 .0. Wanneer de geluidsgolven tegen een muur botsen. 2009. De trillingen worden vervolgens voortgeplant doorheen de muur.110 90 . net zoals dat het geval is bij muren die opgetrokken worden uit cellenbeton.60 130 .052 0. Het goed isolerende effect van een strobalenwand is dus te wijten aan zijn dikte.040 0.11 gebied van densiteit en vochtigheid in acht genomen worden tijdens het bouwen met strobalen. 2008a.053 0. In Tabel 2 worden de warmtegeleidingscoëfficiënten van enkele courante isolatiematerialen vergeleken met die van strobalen.50 𝜆i [W/mK] 0. De berekening van de U-waarde van een strobalenwand wordt geïllustreerd in hoofdstuk 5.032 0.032 .039 0.

Het geluidsisolerend vermogen van strobalen wanden is vooral te verklaren door de moeilijkheid waarmee geluidstrillingen zich voortplanten doorheen het stro. Wat betreft contactgeluid. midden. Doordat het stro geen hard materiaal is.12 de muur. vormen ze ook een goede isolator voor contactgeluiden. door bijvoorbeeld een vloer „zwevend‟ uit te voeren. worden inkomende geluidstrillingen geabsorbeerd binnenin de wand en worden ze slechts zeer afgezwakt doorgegeven aan de tegenoverliggende pleisterlaag. Algemeen beschikken zwaardere materialen over betere luchtgeluidsisolerende eigenschappen. Uiteraard is niet alleen de massadichtheid van de gebruikte materialen maar ook de dikte van de wand van belang.en hoogfrequente geluiden kunnen al worden afgezwakt door absorbtie. De efficiëntie van beide afzwakkende mechanismen verschilt naargelang de frequentie van het geluid: laagfrequente geluiden (lage tonen) worden best afgezwakt door zwaardere materialen. Webbey De Keyser Strobalenbouw . Het is echter wel belangrijk erop te wijzen dat geluidsverzwakkende eigenschappen variëren naargelang de frequentie (Figuur 3). Hierbij is een vast materiaal zoals een betonnen vloer of wand rechtstreeks verantwoordelijk voor het voortplanten van het geluid. Contactgeluidsisolatie is meestal gericht op het verbreken van het contact tussen de geluidsbron en het vaste materiaal.5 cm leem) een Rw-waarde heeft van 55 dB. is het luchtgeluidsisolerend vermogen van de muur van belang. Om de voortplanting van dit luchtgeluid doorheen een muur tegen te gaan. heeft het dus toch nog een redelijk luchtgeluidsisolerend vermogen. De Rw-waarde is volgens de norm EN ISO 717 een gewogen geluidsverzwakkingsindex en geeft in principe het verschil in geluidssterkte weer tussen de twee zijden van de wand. kan luchtgeluid ook door absorbtie verzwakt worden. De twee bepleisteringen zijn als het ware zwevend met elkaar verbonden door het stro. Ondanks de geringe massa van stro. aangezien er meer energie vereist is om zwaardere materie aan het trillen te brengen. Hierbij komt het er op neer dat de energie van geluidsgolven die tegen een wand botsen. Testen in Nederland en Oostenrijk hebben uitgewezen dat een strobalenwand (langs weerszijden bepleisterd met 3 à 4. waardoor er minder geluid wordt teruggekaatst en minder trillingsenergie wordt doorgegeven aan de wand zelf. In het geval van luchtgeluidsisolatie komt het er op neer dat het stro dienst doet als een geluidsbrekende laag tussen de twee bepleisteringen. wordt geabsorbeerd in (bijvoorbeeld) een wandbekleding. In wanden is contactgeluidsisolatie in de meeste gevallen minder relevant. gaat uiteraard een gelijkaardige redenering op: doordat trillingen binnenin de strobalen eerder worden geabsorbeerd dan voortgeplant. De tweede soort geluidshinder is contactgeluid. Beide parameters samen worden in de akoestiek uitgedrukt als oppervlaktemassa. Behalve door constructieelementen uit te voeren in zware materialen.

stippellijn) in functie van de geluidsfrequentie (figuur samengesteld op basis van Magwood et al. Uit Figuur 3 blijkt duidelijk dat het geluidsisolerend vermogen in dit onderste deel van het geluidsspectrum slechts 30 tot 40 dB bedraagt. aan beide zijden met leempleister Rotswol tussen twee lagen gipskarton Muurdikte [mm] 90 140 10 + 140 + 10 175 150 190 200 + 80 + 10 40 + 450 + 40 12. maar dat geldt zeker niet voor laagfrequente geluiden zoals zwaar verkeer en bastonen in muziek.5 Rw [dB] 33 25 44 51 57 41 48 55 45 Figuur 3 Geluidsverzwakkingsindex R van bepleisterde strobalen (40 + 450 + 40 mm. Hieruit zou kunnen besloten worden dat strobalenwanden ongeveer even goed geluidsisolerend zijn als wanden van 15 cm dik beton. (2005) voor stro en Warnock (1985) voor beton) Webbey De Keyser Strobalenbouw . Voor frequenties hoger dan 1000 Hz. kan dit het geval zijn. maar aan beide zijden bepleisterd Kalkzandsteen (silicaatsteen) Normaal beton Baksteen Snelbouwsteen + minerale wol + pleisterlaag Strobalen. Tabel 3 Geluidsverzwakkingsindex van enkele courante wandmaterialen (diverse bronnen) Materiaal Hout Lichte betonblokken (geëxpandeerde klei) Idem. In Tabel 3 worden enkele Rw-waarden vergeleken. zoals spraakgeluid. volle lijn) en van beton (100 mm.13 niettegenstaande de Rw-waarde een ééngetalsaanduiding is.5 + 50 + 12.

2. Een analoog fenomeen wordt vastgesteld bij papier: een los vel papier brandt heel makkelijk. maar het is de compactheid van de strobaal die ervoor zorgt dat er binnenin onvoldoende zuurstof aanwezig is om een verbrandingsproces te onderhouden. Zo zal een bepleistering op basis van cement met een wapeningsnet een veel hogere druksterkte opleveren dan een traditionele leembepleistering. Ten tweede is de densiteit van de strobalen van belang. en is het onbestaande bij de houtskeletconstructies die tegenwoordig in onze streken worden gebouwd. omdat het stro daar gewoon tussen het skelet geperst wordt zonder zelf belastingen te moeten opnemen. Daarom is het bij deze zelfdragende wanden van belang om zo lang mogelijk te wachten alvorens de wanden te bepleisteren zodat scheuren in het pleisterwerk voorkomen worden. Dit illustreert dat er met een erg ruime veiligheidsfactor rekening gehouden wordt. verspreid over de hele wereld.14 2.3. maar een telefoonboek absoluut niet. Brandweerstand Het is enigszins contra-intuïtief. Uiteraard minder dan die van beton. Daarbij komt nog het beschermende effect van de brandresistente pleisterlaag Webbey De Keyser Strobalenbouw .2.3. Los stro is uiteraard makkelijk brandbaar.7 kN/m. werd al in verschillende onderzoeken proefondervindelijk bepaald. Ook het type en de stijfheid van de bepleistering zijn van belang. Hij besluit dat er ten eerste een groot verschil is tussen bepleisterde en onbepleisterde strobalenwanden. In California is de maximaal toegelaten belasting op een met cement bepleisterde zelfdragende strobalenwand vastgesteld op 11. maar testen hebben uitgewezen dat strobalenwanden een hoge brandweerstand bezitten. Uiteraard wordt dit effect kleiner naarmate de wand sterker mechanisch wordt samengedrukt bij de constructie. Blijkbaar treedt er in de eerste weken na het bouwen ook zetting op door het eigen gewicht van het gebouw (bijvoorbeeld het dak). blijkt het vooral de bepleistering te zijn die vertikale belasting opneemt. De druksterkte die werd geregistreerd in de verschillende proeven varieert van 19 kN/m voor gelijkmatig verdeelde belasting op onbepleisterde wanden over 21 kN/m voor excentrisch belaste wanden tot 40 à 60 kN/m voor degelijk bepleisterde wanden. Druksterkte De verticale belasting die een strobalenwand aankan. Net zoals in andere sandwich-systemen.7.8.1) moet de (droge) densiteit van de balen liefst groter zijn dan de gebruikelijke 110 kg/m³. Onbepleisterde strobalenwanden vertonen een veel grotere vervorming (samendrukking) dan bepleisterde wanden. Voor zelfdragende wanden (zie verder in §3. King (2003) geeft een overzicht van de testresultaten uit 14 studies. maar ruimschoots voldoende om aan alle eisen qua brandbestendigheid in gebouwen te voldoen.

De besluiten kunnen samengevat worden als volgt: onbepleisterde strobalen hebben een brandweerstand van minimum 30 minuten. Voor het bekomen van een normale brandverzekering. Een brand dient al doorheen de pleisterlaag te geraken om het stro te bereiken. kunnen de vlammen zich door de wind snel verspreiden in het losse stro. De Duitse norm DIN 4102-B2 klasseert strobalenwanden als „normaal ontvlambaar‟. Het losse stro dient daarom dagelijks in zakken verzameld te worden en op een veilige afstand van het gebouw bewaard te worden. kan het helpen om de attesten van de hoger genoemde standaardproeven in Duitsland en Oostenrijk voor te leggen. De vzw ter promotie van de strobalenbouw in Vlaanderen.be/ brandveiligheid/44. Een overzicht van testresultaten is bijvoorbeeld te vinden in Theis (2003) of op http://www. voor bepleisterde strobalen werd een brandweerstand van minimum 90 maar meestal 120 minuten vastgesteld. Webbey De Keyser Strobalenbouw . maar de ervaring bij Vlaamse strobouwers is dat het wel mogelijk is om een gewone brandverzekering aan normaal tarief te verkrijgen. zoals op strobalenwerven. Casa Calida. Er dient echter wel gewezen te worden op het grote brandgevaar bij de aanwezigheid van los stro.15 die op de strobalen wordt aangebracht.casacalida. probeert ondertussen toch een Belgisch officieel brandweerattest te verkrijgen. Als er door onvoorzichtigheid brand uitbreekt op de werf. Verschillende laboratoria hebben de brandbestendigheid van strobalenwanden getest volgens standaardproeven. Ook de nog niet gestapelde strobalen dienen veilig bewaard te worden. tot het in een later stadium (bij het pleisteren) kan gebruikt worden in de leemmengeling.

Figuur 5 illustreert dit voor een strobalenwoning die werd gebouwd op de plaats waar een loods stond. wordt ook al het dak geconstrueerd en afgewerkt. Na de funderingen komen verschillende mogelijkheden aan bod voor de dragende structuur van het gebouw. Pas daarna worden de buitenwanden opgebouwd door strobalen in het houtskelet te persen en ze langs binnen en buiten af te werken met een bepleistering. Technische opbouw van een strobalengebouw In dit hoofdstuk wordt de opbouw van een strobalenwoning systematisch besproken in de volgorde die in de praktijk gehanteerd wordt. In dat geval worden er wel best verstevigingen aangebracht ter hoogte van de kolommen. Het gewicht van het dak is normaalgezien niet afwijkend. Daardoor rust het hele gewicht van het gebouw op de kolommen en dienen in principe enkel deze kolommen gefundeerd te worden (zie Figuur 4).en buitenmuren van de gelijkvloerse verdieping rusten op balken die de kolommen verbinden. De totale belasting van een strobalengebouw op de funderingen is lager dan wanneer het zelfde gebouw in traditioneel metselwerk zou worden uitgevoerd. kunnen de binnenwanden. Nadat het buitenschrijnwerk is geplaatst. Er werd geopteerd om de funderingsplaat te behouden en verstevigingen te voorzien onder de kolommen. Funderingen De hedendaagse strobalenbouw in West-Europa is een vorm van houtskeletbouw met verticale kolommen en horizontale balken. Doorlopende muurfunderingszolen zijn overbodig aangezien deze muren geen dragende functie hebben. Toch worden de kolomfunderingszolen die de kolommen dragen onderling verbonden met gewapende dwarsbalken om zettingen van de funderingszolen ten opzichte van elkaar te beperken.1. aangezien zowel het houten skelet als de strobalen muren lichter zijn dan baksteen en beton. waarbij ook de binnen. Webbey De Keyser Strobalenbouw .16 3. 3. kan er gewerkt worden met een funderingsplaat (met vorstrand) voor de gelijkvloerse verdieping. Indien gewenst. technieken en vloeren worden afgewerkt in een wind. Gelijktijdig met de opbouw van het houtskelet.en waterdichte omgeving. De vloeren worden opgebouwd uit hout en zijn daarom lichter dan betonnen vloerplaten.

17 Figuur 4 Houtskelet van een strobalenwoning waarbij de volledige belasting van het gebouw via de kolommen wordt overgedragen op kolomfunderingszolen Figuur 5 Het voorzien van een http://baleninhetstro.com/) kolomfunderingszool onder een bestaande vloerplaat (bron: Webbey De Keyser Strobalenbouw .blogspot.

Uiteraard kan men ervoor kiezen om het strobalengebouw geheel of gedeeltelijk te onderkelderen. De wijze van verankering van dit skelet op een funderingszool verschilt wel met de verankering op een keldermuur. Daarvoor is het belangrijk dat de bovenkant van de betonnen keldermuren perfect effen is en dat de hoeken van de kelder perfect haaks zijn. Bij een volledige onderkeldering doet de kelder meteen dienst als fundering voor het houten skelet.2. is er op dit vlak dus geen verschil met de traditionele bouwkunde: zowel prefab.3. hoewel de keuze van het type en de omvang van de funderingen uiteraard niet alleen afhankelijk is van de over te brengen belasting maar ook grotendeels van de fysische eigenschappen van de grond. Aangezien deze keuze los staat van de bouwwijze met strobalen. moet dus van geval tot geval geëvalueerd worden in functie van de resultaten van het bodemonderzoek. Dragende constructie Voor de dragende elementen van een strobalengebouw zijn er in principe slechts twee mogelijkheden. Of er door het toepassen van strobalenbouw besparingen mogelijk zijn in het grondwerk. zowel in hoeveelheid wapeningsstaal en stortbeton als in de hoeveelheid arbeid nodig voor het plaatsen van de bekisting. Men kan er natuurlijk ook voor kiezen de keldermuren op te trekken in metselwerk van betonstenen. Webbey De Keyser Strobalenbouw . de hoeveelheid funderingsstaal en funderingsbeton.2. Ofwel zijn de strobalenmuren zelfdragend en rusten de eventuele verdiepingsvloeren en de dakconstructie dus integraal op de muren. kunnen normaalgezien ook lichtere funderingen toegepast worden dan in de klassieke bouwkunde.18 Door dit lager totaal gewicht van het gebouw.als ter plaatse gegoten kelders behoren tot de mogelijkheden en de uitvoeringswijze is klassiek. 3. Dit wordt verder toegelicht in §3. ofwel wordt er een vorm van skeletbouw toegepast en worden de strobalen in feite enkel gebruikt om de vlakken tussen de dragende elementen van het skelet op te vullen. Net als in de traditionele bouwkunde betekent de keuze voor een kelder in ter plaatse gegoten beton een grote kost. wat de kostprijs enigszins kan drukken omdat bekisting vermeden wordt. zonder een structurele functie te vervullen.

8. Bij skeletbouw kan er makkelijker druk uitgeoefend worden op de gestapelde strobalen omdat het skelet hierbij kan helpen (zie verder onder §3. Daardoor komen er in Europa ook veel minder zelfdragende strobalenconstructies voor. Op de hoeken worden palen opgericht ter versteviging en ter geleiding. Het stro wordt gestapeld in halfsteens verband. Zo worden de strobalen extra gecompacteerd. Op de plaatsen waar raamen deuropeningen moeten komen.4. Zelfdragende strobalenwanden (‘Nebraska’ stijl) In het beginstadium van de strobalenbouw. was namelijk niet veel ander constructiemateriaal zoals hout aanwezig (Hollis. 6. Bovenop de strowand komt een tweede muurplaat.2.1). De strobalen worden verticaal verbonden door het inhameren van wapeningsstaven of houten stokken. Op de muurplaat wordt een dakconstructie gebouwd. De raam. Bij zelfdragende wanden wordt de constructie opgebouwd als volgt (zie Figuur 6): 1. wordt een houten frame voorzien – zoals bij betonbekistingen. In Nebraska. Deze wordt stevig bevestigd aan de fundering omdat de strobalen worden aangetrokken tegen deze plaat. 5. Webbey De Keyser Strobalenbouw . werden enkel zelfdragende wanden gebruikt. maar wel een redelijke kracht zal uitgeoefend worden op de wanden door het dak. 2. De wandafwerking bestaat doorgaans uit een leempleister en verloopt analoog als bij skeletwanden.4. die door middel van een spansysteem naar de onderste muurplaat wordt getrokken.en deurbekistingen worden op analoge wijze in het stro verankerd. Als fundering wordt een doorlopende funderingssleuf of een funderingsplaat gebruikt. 7. waar de strobalenbouw ontstond. om een steviger wand te bekomen en om latere zettingen te voorkomen of beperken. zodat het makkelijker is om een rechte wand te construeren. Daarop komt een bescherming tegen opstijgend vocht en een houten muurplaat.1.) Het gebruik van strobalen met een voldoende hoge densiteit is bij zelfdragende wanden nog meer van belang dan bij skeletbouw vermits er minder compactie mogelijk is tijdens de constructie.19 3. terwijl er in Europa eerder een traditie is van skeletbouw (cfr. (Zie verder onder §3. In Amerika is er dan ook een veel langere traditie in zelfdragende wanden („load bearing walls‟). 3. 4. Bokrijk en Duitse „vakwerkhuizen‟). 2005).

2005) Webbey De Keyser Strobalenbouw .20 Figuur 6 Verschillende stappen in de constructie van een zelfdragende strobalenconstructie (bron: Corum.

vuren.21 Voordelen van de „load bearing‟ techniek zijn:   Eenvoudig en snel: er zijn weinig moeilijke details. Voor particuliere woningbouw (tot 2 verdiepingen) worden geen specifieke stabiliteitsberekeningen meer gemaakt aangezien er al voldoende expertise Webbey De Keyser Strobalenbouw . balken of knopen.2. Waar beide met elkaar verbonden zijn. lariks. Om dat te voorkomen. Post and beam Bij deze skeletbouwwijze bestaat het dragend skelet uit verticale kolommen en horizontale balken. en kunnen er 4 bouten voorzien worden. Beide maken gebruik van naaldhoutsoorten zoals den. zodat driehoeken bekomen worden). die scharnierende effecten moeten tegengaan. spreekt men van een knoop. Daardoor heeft een knoop een oppervlakte van 45 bij 45 cm. zijn de strobalen gevoeliger aan regenweer en treden zettingen pas na enige tijd op. kan er een gebrek aan vormstabiliteit optreden. en er is enkel hout nodig voor de muurplaten en het dak Nadelen van de „load bearing‟ techniek zijn:  In principe kunnen enkel gebouwen van één verdieping opgetrokken worden vermits het dak de strobalen aandrukt. In het geval van strobalenbouw wordt normaalgezien voor balken en kolommen gekozen die een grote breedte hebben (45 cm). Er kan ook stijfheid aan de constructie verleend worden door een doorlopende beplating aan te brengen (een techniek die standaard bij de platform and balloon methode toegepast wordt). … A. worden ofwel windverbanden geplaatst (diagonale verbindingen tussen kolommen. De eerste is de „post and beam‟ methode. de tweede wordt de „platform and balloon‟ methode genoemd. Omdat het dak pas op het einde wordt geplaatst. Openingen voor deuren en ramen mogen niet meer dan 50 % van de totale bouwoppervlakte bedragen om de stabiliteit niet in gevaar te brengen. ofwel worden de knopen op een “stijve” wijze uitgevoerd. Omdat de constructie bestaat uit rechthoeken.  3. zodat ze zeker niet scharnierend zijn. de techniek is gemakkelijk aan te leren en toe te passen Goedkoop: er zijn geen aannemers nodig (de bouwheer kan alles zelf doen). Daardoor moet even gewacht worden met het bepleisteren van de wanden om scheurvorming te voorkomen. Skeletbouw In houtskeletbouw kunnen twee verschillende methoden onderscheiden worden om de draagstructuur op te trekken.2.

6) 12 500/12 000 800/700 S10 /S6 C30/ C18 380/320 33/24 14/10 (28/20) 10/7 (19/14) 0.3/0. info@alexisversele.be Alexis Verseele. karakteristieke buigspanning vingerlas (N/mm²) Buigspanning (N/mm²) Trekspanning // (N/mm²) Trekspanning ⊥ (N/mm²) Drukspanning (N/mm²) Schuifspanning (N/mm²) Module E (buiging) Module G S6 C18 320 24 10 (20) 7 (14) 0.2 (0.45/0.6/2.22 aanwezig is bij de Vlaamse strobalenarchitecten1 uit voorgaande projecten.2/0.be Ward Lagrain.45/0.be Henk Van Aelst. 2006) Homogeen gelijmd gelamelleerd hout Houtkwaliteit lamel Sterkteklasse lamel Karakteristieke densiteit lamel (kg/m³) Min.47/0.be Mark Depreeuw.40) 12 (24) 1. St-Pietersaalststraat 1. Voor grotere vloeren wordt gebruik gemaakt van sterkteberekeningen op basis van gegevens die door de fabrikant van de gebruikte gelamelleerde balken ter beschikking gesteld worden (zie b.2/0. 3770 Riemst.lagrain@crepainbinst. 3000 Leuven.15 (0.47) 13 (26) 1.15 (0. 1 Enkele architecten die in Vlaanderen ervaring hebben met strobalenbouw: Luc De Meyer. orcaherwig@skynet.2/2. ward.2/0. Moorkensplein 17 .be Webbey De Keyser Strobalenbouw .37) 12/10 (24/21) 1.37) 10 (21) 0. 3910 Neerpelt. Blijde inkomststraat 35. De Roosen 60. 2140 Borgerhout. Tabel 4 Gegevens van gelijmd gelamelleerd hout die kunnen gebruikt worden bij berekeningen met betrekking tot de toelaatbare belasting van het houtskelet (bron: BUtgb.2 (0.2) 10 000 580 S8 C24 350 28 12 (23) 8 (16) 0.2 (0. Bovendien hebben de schrijnwerkers die het houtskelet plaatsen ook voldoende ervaring om aan te voelen wanneer een constructie onvoldoende stabiel zou zijn.15 (0.35) 13/10 (25/21) 1.2) 12 500/10 000 8 000/580 Waarden tussen haakjes: kenmerkende weerstanden volgens EN 1194: 1999.v. henk@henkvanaelst. 8340 Sijsele. Tikkelsteeg 11.3 (3. Tabel 4).2/2.2) 12 500 800 Gemengd gelijmd gelamelleerd hout S8/S6 C24/ C18 350/320 28/24 12/10 (23/20) 8/7 (16/14) 0. 2590 Berlaar.be Peter Vos.9 (2. Kanunnik Bittremieuxlaan 75. info@archi4. info@barchi.be Herwig Van Soom.6) 12 000 700 S10 C30 380 33 14 (28) 10 (19) 0.3/1.9 (3. Hertstraat 52. lucdemeyer@architectenbureau-dna.2 (2.2) 12 000/10 000 800/580 S10 /S8 C30/C24 380/350 33/28 14/12 (28/23) 10/8 (19/16) 0.40) 13/12 (25/24) 1.2 (3. 9000 Gent.9 (2.

Het doel is onder andere om na te gaan of de techniek verenigbaar is met strobalenbouw.v. maar nadat deze zijn uitgekomen in mei of juni treden er normaalgezien geen verdere problemen meer op met insecten. ontwikkeld door architect De Medts. wat tot nu toe dient te gebeuren door een schrijnwerkfirma met behulp van een kraan. in tegenstelling tot sommige formaldehydelijmen die courant in plaatmaterialen worden gebruikt. worden belastingen en momenten op een ideale wijze opgenomen met een minimum aan hout (VIBE. 2008c) De vzw Casa Calida. betekent dat niet alleen een potentiële verlaging van de benodigde hoeveelheid hout. In principe is het mogelijk dat er tijdens het bouwproces insecten (b. Figuur 7 De stijve bouwknoop van architect De Medts. is een houtbouwsysteem op basis van zogenaamd stijve bouwknopen. Webbey De Keyser Strobalenbouw . 2008c). zijn onschadelijk voor de gezondheid. Deze vier balken zijn met elkaar verbonden via twee. vermits hiervoor normaalgezien kolommen gebruikt worden met dezelfde breedte als de strobalen (45 cm).23 Architect Peter Vos werkt meestal om ecologische redenen met gelijmd gelamelleerde balken in onbehandelde rode Noorse den. Niet alleen het stapelen van het stro en de afwerking van de wanden kan men dan zelf doen. Het is een post and beam bouwwijze waarbij elke kolom wordt gevormd door vier verticale balken (Figuur 7). opgericht door en voor strobalenbouwers. maar gaat er tevens een nieuwe wereld open voor zelfbouwers. Een alternatief voor houtskeletbouw met volhouten balken of met gelijmd gelamelleerde balken. Indien het resultaat positief is. maar ook het optrekken van het houtskelet. bouwt momenteel een workshop-atelier met deze nieuwe houtbouwwijze onder leiding van architect Peter Vos (Figuur 8). Dankzij de driedimensionale onderlinge verbinding van de balken in de knoop. de huisboktor) hun eitjes leggen in de blote balken. De balken worden ovengedroogd op 80°C om aanwezige organismen te doden. drie of vier horizontale balken. De lijmen die bij de productie van deze balken worden gebruikt. bestaande uit vier verticale en twee horizontale (of zelfs schuine) balken (bron: VIBE.

De verdiepingsvloeren rusten op de dragende muren. Een variant van de „platform and balloon‟ methode wordt soms wel toegepast. die al dan niet doorlopen over verschillende verdiepingen. In de strobalenbouw wordt deze methode echter niet toegepast.24 Figuur 8 Vzw Casa Calida richt een klein testgebouwtje op om te onderzoeken of de houtskeletbouwwijze met de stijve bouwknopen van architect De Medts verenigbaar is met strobouw B. aan beide zijden verstijfd met een plaatmateriaal zoals OSB. onder andere door architect Henk Van Aelst. Deze houtskeletbouwmethode wordt frequent toegepast en is de laatste jaren populairder geworden doordat het houtskelet in de functie van binnenspouwblad kan voorzien worden van goede isolerende eigenschappen. in tegenstelling tot bijvoorbeeld cellulosevlokken die onder druk door een opening kunnen ingeblazen worden. heeft deze methode het voordeel dat het houtskelet volledig ingebed zit in de strobalen. In deze variant worden de strobalen tussen een raamwerk van rechtopstaande spanten geperst (Figuur 9. leidend tot lage-energiewoningen en passiefhuizen. Platform and balloon Bij deze methode worden de dragende wanden gevormd door een reeks rechtopstaande spanten. vermits het stro zich niet makkelijk in de verticale holten tussen het houtskelet laat aanbrengen. Figuur 15). Tussen de spanten ontstaan verticale holle ruimten die worden opgevuld met een isolatiemateriaal. In vergelijking met de vaker toegepaste post and beam methode op basis van gelijmd gelamelleerde balken. Doordat het houtskelet niet doorloopt over de volledige Webbey De Keyser Strobalenbouw .

Figuur 10 illustreert het gebruik van verschillende soorten beugels en blokjes. Figuur 9 Strobalenbouwwijze waarbij de strobalen tussen een skelet van verticale spanten worden geklemd (bron: arch. Henk Van Aelst) 3. Post and beam skelet op funderingszolen of op een vloerplaat In dit geval dient er een verbinding gemaakt te worden tussen een verticale kolom en een horizontaal betonoppervlak.2. Hoe dit gebeurt. Verankering van het houtskelet op de fundering Om een goede weerstand tegen windbelasting te verzekeren. A. Na afwerking zijn er geen elementen van het houtskelet meer zichtbaar.4. hangt zowel af van het type fundering als van het type houtskelet.25 breedte van de wand. Er kunnen drie mogelijkheden onderscheiden worden.2) of als koudebrug optreden. De beugels dienen hoofdzakelijk om horizontale verplaatsing tegen te gaan. Verticale druk wordt overgedragen naar de fundering via betonnen of hardhouten blokjes. Voor deze verbinding wordt een beroep gedaan op metalen beugels die met draadstangen verankerd zijn in het beton en met behulp van bouten de houten kolom stijf op haar plaats houden. is het essentieel dat de dragende constructie degelijk is verbonden met de fundering van het gebouw. zijn er tussen het hout en het stro geen naden die voor scheuren kunnen zorgen (zie §3. waarvan de dikte nog kan aangepast worden om eventuele niveauverschillen tussen de funderingszolen te nivelleren. wordt het houtskelet verstijfd door de kolommen ook aan de basis met elkaar te verbinden met balken. wat esthetisch soms als een nadeel kan beschouwd worden. Zoals de rechter afbeelding toont. maar wat op financieel vlak als voordeel kan hebben dat er goedkoper constructiehout kan gebruikt worden in plaats van de dure gelijmd-gelamelleerde balken. Webbey De Keyser Strobalenbouw .3.

Figuur 10 Verbinding van een post and beam houtskelet met funderingszolen B. Webbey De Keyser Strobalenbouw . De verticale stijlen worden door middel van hoekijzers met deze balk verbonden. De kolommen rusten op de onderste balken en zijn er ook met (hoek)ijzers aan bevestigd. Post and beam skelet op funderingsmetselwerk of keldermuren Indien het houtskelet op een doorlopende muur bevestigd wordt. Om de onderlinge afstand tussen de kolommen constant te houden.26 In het gebouw op de linker afbeelding bevindt de eerste dwarsbalk zich pas op enkele meter hoogte aangezien de ruimte op het gelijkvloers als carport dienst doet. werd hier voor doorlopende funderingsbalken gekozen. voorziet men eerst een balk die aan de binnenzijde van het gebouw door middel van ijzers met het beton is verbonden. Platform and balloon skelet op funderingsmetselwerk of keldermuren Zoals bij klassieke houtskeletbouw. C. De bevestigingswijze met ijzers is esthetisch niet optimaal en wordt dus best alleen toegepast als het knooppunt na de afwerking niet meer zichtbaar is (Figuur 11). De balken spreiden op die manier de belasting van de kolommen gelijkmatiger over de muur. wordt er in dit geval een onderste balk in de fundering verankerd door middel van ingebetonneerde draadstangen.

3. Praktisch houdt men er best ook rekening mee dat het comfortabeler is om de strobalen via de bovenkant tussen de dakbalken te duwen dan om ze nadien via de onderkant te moeten aanbrengen.27 Figuur 11 Houtskelet rustend op een keldermuur als fundering (links) en verbinding van kolommen en balken door middel van ijzers (rechts) 3. en de spanten bijvoorbeeld op een standaardafstand van 40 cm uit elkaar geplaatst worden. Dak Doordat er in onze streken normaalgezien met een houtskelet wordt gewerkt. komt er een aanzienlijke hoeveelheid bijkomend werk aan te pas om het stro aan te brengen in het dak. maar uiteraard wordt er stro gebruikt als isolatiemateriaal. Als de weersomstandigheden het toelaten. wat het noodzakelijk maakt om gebruik te maken van gelijmd gelamelleerde spanten. Normaalgezien bedraagt deze 35 cm. De bouwfysische opbouw van een dak op een strobalenwoning verschilt in principe niet van een ander dak. De afstand tussen de dakspanten moet overeenkomen met de breedte van de strobalen (normaalgezien standaard 45 cm). spreekt het voor zich dat er voor het dak ook een houten constructie zal gebruikt worden en geen betonnen breedvloerplaten of welfsels. eventueel verminderd met enkele centimeter zodat ze goed spannen tussen de balken. Zowel voor platte als hellende daken dient er gelet te worden op de afmetingen van de strobalen om ze makkelijk te kunnen aanbrengen tussen de spanten. Indien geen rekening wordt gehouden met de afmetingen van de strobalen. Ook de hoogte van de balken dient te worden afgestemd op de dikte van de strobalen. wordt na het plaatsen van het houtskelet (inclusief de spanten van het dak) dus meestal eerst de onderste laag plaatmateriaal samen met het dampscherm op de onderkant Webbey De Keyser Strobalenbouw .

50 €/m² excl. multiplex).055 W/mK.v. 𝜆: 0.com) 3. Afmetingen: 2500 x 750 x 18/22/28/35 mm. 3. Daarna wordt het stro aangebracht via de bovenkant (Figuur 12) en wordt het geheel afgedekt met de bovenste laag plaatmateriaal en de waterdichting. winden waterdicht. een plaatmateriaal (b. densiteit: 270 kg/m³. densiteit: ± 250 kg/m³. 𝜆: 0. Gutex Multiplex-top is een analoog product uit Duitsland.v. gipsvezelplaat). De Zwitserse fabrikant legt vooral de nadruk op de goede thermische en geluidsisolerende eigenschappen.2. Platte daken Voor platte daken wordt doorgaans geopteerd voor de opbouw volgens het principe van een „warm dak‟. een onderdakplaat (b. een plaatmateriaal (b. Afmetingen: 2485 x 575 x 22 mm.v. dampscherm. BTW. BTW (22 mm).40 €/m² excl. panlatten en ten slotte pannen of leien.v. damp-open onderdak gebruikt in de bio-ecologische bouw.v. prijs: ± 8.skyrock.044 W/mK.en waterdicht maar dampdoorlatend onderdak in de bio-ecologische bouwsector. prijs: ± 7. densiteit: 200 kg/m³. samen met een bescherming tegen oververhitting in de zomer. EPDM). Celit. 𝜆: 0. een plaatmateriaal (b. Afmetingen: 2480 x 750 x 18/22/35/52 mm. een waterdichte laag (b. OSB).v. dragende houten spanten met daartussen stro als isolatiemateriaal.v. Uiteraard kan er 2 Celit is een merknaam van gebitumineerde houtvezelplaten die vaak gebruikt worden als wind. prijs: ± 7. Figuur 12 Het gebruik van stro als isolatiemateriaal in platte daken (bron: http://huisvanstro. dampscherm. Hellende daken Hellende daken bestaan van binnen naar buiten doorgaans uit de volgende lagen: binnenafwerking (b. eventueel een ballastmateriaal en / of groendak. Het wordt eveneens als isolerend. Pavatex Isolair L is een derde merk van bio-ecologische onderdakplaten.047 W/mK. Gutex.3.1. OSB). BTW (22 mm). tengellatten. houten spanten met strobalen ertussen.28 van de spanten geschroefd. Van binnen naar buiten bestaat het uit de volgende lagen: binnenafwerking (b. Webbey De Keyser Strobalenbouw . gipsvezelplaten). Pavatex2).3.50 €/m² excl.

net zoals dat bij gevels in bepleisterd cellenbeton het geval is. rechts: www.29 ook gekozen worden voor andere dakbedekkingen zoals zink. Figuur 13 Het gebruik van strobalen als isolatiemateriaal in hellende daken.milieuadvieswinkel. Normaalgezien is er dus geen sprake van een spouw. In principe moet in de aansluiting van de bepleisterde strobalen met de sokkel een soort druiplijst voorzien worden. cederhouten leien (shingles). Dit kan door een waterdichte folie te plaatsen onder de onderste laag strobalen en een constructiewijze te hanteren waarbij de strobalen nooit in contact kunnen komen met de grond.1. zou aflopend water zich hierop kunnen verzamelen. of door een sokkel te voorzien in steen of in cellenbeton (Figuur 15). Op de rechter foto zijn ook het dampscherm en de Celit onderdakplaten duidelijk te zien (bronnen: links: Van den Bruel. maar kan wel aantrekkelijk bevonden worden door b. Strobalen zijn normaalgezien 45 cm breed. Stro bevat geen voedingsbestanddelen.4.be) 3. Behalve tegen vocht. Indien de sokkel breder zou zijn dan het stro. Buitenwanden Buitenwanden van een strobalengebouw bestaan van binnen naar buiten uit de volgende lagen: een binnenafwerking. muizen om een warm en droog nest in te maken – waardoor stro dus in principe niet verschillend is van andere isolatieWebbey De Keyser Strobalenbouw . maar voor de sokkel volstaat een breedte van 35 cm. of bv. wat minder milieuvriendelijk is. strobalen (al dan niet in een houtskelet) en een buitenafwerking.v.4. 3. en zo in de onderkant van de balen dringen. Verwerking van strobalen tot muren Strobalenwanden dienen in elk geval beschermd te worden tegen opstijgend vocht (zie Figuur 14). De sokkel moet niet zo breed zijn als de strobalen zelf. dient een strobalenwand ook beschermd te worden tegen het binnendringen van „ongedierte‟. 2006. Dit laatste kan op verschillende manieren: door de strobalen op een horizontale balk van het houtskelet te laten rusten.

Henk Van Aelst) materialen. Vooral op en in hoeken moet er voldoende aandacht besteed worden aan het goed verzorgen van de afdichtingen.30 Figuur 14 Rottend stro in een 6 jaar oude strobalenwand (aan beide zijden bepleisterd met 50 mm cementpleister) die werd opgetrokken zonder bescherming tegen opstijgend grondvocht (Wihan. moet er op gelet worden dat er nergens een opening is waarlangs deze dieren de strobalenwand zouden kunnen binnendringen. 2007) Figuur 15 Er dient voor gezorgd te worden dat de strobalen nooit in contact komen met potentieel vochtige ondergronden door het voorzien van een waterdichte folie onder de eerste laag strobalen (links). en aan de onderkant wordt een gaas van metaaldraad voorzien. door ze bovenop een horizontale balk van het houtskelet te plaatsen (links). zodat het in de bepleistering kan worden ingebed. Op de rechter foto in Figuur 15 is duidelijk te zien dat het metaalgaas wordt omgeplooid naar boven. Webbey De Keyser Strobalenbouw . Op de linker foto van Figuur 15 is het gaas niet zichtbaar omdat het werd aangebracht tussen de onderste horizontale balken van het houtskelet. rechts: arch. De zijkanten worden daarom steeds afgewerkt met een bepleistering (zie verder). Om dit tegen te gaan. of door een console of plint in een ander materiaal te voorzien (rechts) (bronnen: links: praktijkcursus strobalenbouw Casa Calida 21/09/2008.

De tweede laag wordt met de eerste verbonden door er gepunte wilgentakken in te kloppen. worden de balen na samendrukking verankerd met behulp van houten balken die aan het houtskelet worden bevestigd. Samendrukking met behulp van hydraulische persen Bij deze werkwijze wordt de druk verleend door 2 hydraulische krikken die worden opgespannen tussen een (tijdelijke) balk van het houtskelet en de balk(en) die op de bovenkant van de strobalenwand liggen. varieert naargelang het model van 20 tot 120 kN. Ook de derde laag wordt op deze manier met de twee voorgaande lagen verbonden. worden de spanmechanismen van de spanriemen afwisselend langs binnen en buiten geplaatst. De kracht die een dergelijke krik kan leveren. De hulpmiddelen die werden gebruikt voor het samendrukken. De hydraulische persen zijn verkrijgbaar in zaken waar autotoebehoren verkocht worden.31 De strobalen worden steeds gestapeld in een min of meer halfsteens verband. kunnen daarna worden verwijderd. en wordt er vanboven een houten plaatje voorzien waarover de spanriemen kunnen glijden. De lengte van de wilgentakken moet daarom een 15 à 20-tal cm korter zijn dan de hoogte van de drie lagen strobalen. worden de balen met staaldraad ( 2. In het geval van houtskeletbouw. Voor het samendrukken zijn er twee verschillende methoden in omloop (Figuur 16). worden de lagen onder hoge druk samengeperst.  Webbey De Keyser Strobalenbouw .5 mm) tegen de fundering of onderste muurplaat aangetrokken.  Samendrukking met behulp van spanriemen Bij deze methode wordt er bovenop de strobalen een tijdelijke houten constructie voorzien van twee aan elkaar geschroefde balken die de druk van de spanriemen gelijk moet verdelen over de hele lengte en breedte van de muur. In het geval van zelfdragende wanden. Na elke 3 lagen strobalen (dus in principe ongeveer om de meter). Opdat de muur geen kromming zou vertonen langs één zijde. Deze staaldraad blijft in de constructie zitten en blijft dus continu onder spanning staan. want ze worden ook gebruikt als krik voor vrachtwagens.

worden houten balken gebruikt die worden vastgemaakt aan het houtskelet. waarna ze bevestigd worden aan de kolommen van het houtskelet met behulp van metalen hoekijzers of multiplex plankjes. In dit laatste geval worden ook best nog enkele lange nagels gebruikt om het horizontale en verticale element rechtstreeks te verbinden. Ook hiervoor bestaan twee verschillende werkwijzen. Strobalenbouw  Webbey De Keyser . wordt een balk voorzien in elke laag strobalen of om de twee lagen in plaats van om de drie lagen. Dit uitfrezen gebeurt met behulp van een slijpschijf of kettingzaag.  Volhouten balken over de hele breedte van de muur. De voordelen van deze methode zijn dat er 50 tot 60 % minder hout nodig is. (Figuur 17) In deze werkwijze worden twee baddingen van kopmaat 70 × 220 mm of 80 × 230 mm naast elkaar gelegd. en dat er geen onderbreking van het stro is aan de binnen. (Figuur 18) Voor deze methode wordt er in de bovenste laag strobalen een sleuf gemaakt waar een balk met kopmaat 80 × 80 mm in past. Om zeker te zijn dat dit systeem de strobalen voldoende onder druk houdt. Dit verlaagt het risico op scheuren in de leemlaag die later wordt aangebracht. aangezien er geen overgang tussen verschillende materialen moet worden gemaakt. Deze worden vervolgens samen met de strobalen aangedrukt op één van de bovenstaande manieren.en buitenzijden van de strobalenwand.32 Figuur 16 Het samendrukken van de strobalen kan gebeuren met behulp van spanriemen (links) of met hydraulische persen (rechts) Om de strobalen in de samengedrukte positie te houden. zodat ze de hele breedte van de muur bedekken. Eén balk ingewerkt in de bovenste laag strobalen.

en buitenzijde van de wand effen geschoren met behulp van een kettingzaag of zware haagschaar op benzinemotor. worden de binnen.33 Figuur 17 De strobalen worden op spanning gehouden door horizontale balken die aan de kolommen van het houtskelet worden vastgemaakt door middel van multiplex plankjes (links) of hoekijzers (rechts) Figuur 18 Het inslijpen van een sleuf laat toe vierkante balkjes te gebruiken voor het op spanning houden van de strobalen Nadat de strobalen werden aangedrukt en op één van de bovenstaande wijzen werden verankerd. Webbey De Keyser Strobalenbouw . waardoor het aanbrengen van een bepleistering makkelijker wordt. Op deze manier worden al te grote oneffenheden vermeden.

Waar het. Cementpleisters en kunstharspleisters zijn minder of niet dampopen en tevens minder milieuvriendelijk.2. Concreet betekent dit dat alles wat gebruikt wordt om het stro weerbestendig of decoratief te maken. wat bij strobalenbouwers dus vaak indruist tegen de motivatie waarom er voor strobalenbouw gekozen werd. De ideale afwerking voor stro is een traditionele op kalk gebaseerde pleister of natuurlijke leempleister. bij de aansluiting van de muur met het schrijnwerk moeten koudebruggen vermeden worden. Zoniet kan het stro beginnen rotten.34 3. deze natuurlijke damp-openheid niet mag blokkeren. het voorzien van spouwhaken om het parement met de strobalenwand te verbinden is niet evident. worden enkele mogelijke buitenbepleisteringen besproken.  Omwille van deze nadelen.v. Plastieken schermen of synthetische afwerkingen worden best niet gebruikt. omwille van de kans op hevige slagregen. geschilderd met damp-open verven. en omdat een professioneel aangebrachte buitenbepleistering perfect in staat is het gebouw te beschermen tegen de weersomstandigheden. wordt er dikwijls voor gekozen om een deel van de gevel uit te voeren in een houten beplanking (zie b. maar dat heeft dan wel volgende consequenties:      de strobalenwand dient hoe dan ook toch bepleisterd te worden (om geen ongedierte toe te laten en omwille van de brandweerstand). omdat dit ook ademende materialen zijn. Figuur 20). toch noodzakelijk is om af te zien van een bepleistering. Het gebruik ervan bij strobalenbouw wordt daarom afgeraden. Indien gewenst. bakstenen worden als minder ecologisch verantwoord bouwmateriaal beschouwd omwille van de energie die vereist is bij de productie ervan. worden gemetste gevels in de praktijk niet toegepast in de Vlaamse strobalenbouw. Buitenafwerking Stro heeft een goede damp-openheid nodig om gezond te blijven. Webbey De Keyser Strobalenbouw . In wat volgt. er dient over de volledige lengte van de muur een funderingszool voorzien te worden.4. kan er voor gekozen worden om als buitenafwerking toch een gemetste muur te voorzien. en het is duurder.

te wijten aan verkeerde toepassing van het materiaal. Een zorgvuldig aangebrachte kalkpleister kan honderden jaren intact blijven. In essentie is de voorbereiding en de praktijk van kalkwerk eenvoudig. Koolstofdioxide is namelijk nodig in de carbonatatiereactie die optreedt tijdens de verharding: CaO + H2O Ca(OH)2 + CO2 Ca(OH)2 CaCO3 + H2O Na het aanbrengen mag een kalkpleister gedurende ongeveer drie maand niet blootgesteld worden aan vorst. zodat er nog strohalmen door deze laag uitsteken. zodat er geen luchtruimten meer overblijven wanneer de volgende laag aangebracht wordt.35 A. Na de tweede laag volgt nog een afwerkinglaag. Webbey De Keyser Strobalenbouw . waardoor de volgende laag beter verankerd wordt. Kalkbepleistering Kalk wordt al lang gebruikt als bindmiddel. b. Het gebruik van kalk vereist echter wel wat voorkennis van het productieproces van kalk. krachtige wind en vorst. zijn cruciaal voor de totale duurzaamheid van een kalkpleister (Bellens et al. De daaropvolgende dagen dient de pleisterlaag beschermd te worden tegen direct zonlicht. zodat er zeker voldoende koolstofdioxide vanuit de lucht tot in het binnenste van de pleisterlaag kan diffunderen.v. Er kan dus niet te laat op het jaar gepleisterd worden met kalkpleisters. maar variabiliteit in de materialen zelf (het zand en de kalk) en vooral de weersomstandigheden tijdens de aanbreng. Er wordt aangeraden om tijdens het verharden een vochtige atmosfeer te creëren rond de bepleisterde wand. Alvorens de tweede laag aan te brengen..en droogperiode. en losse strohalmen verwijderd werden. Tijdens het droogproces ontstaan er hier en daar scheuren ten gevolge van krimp. Pas bij het aanbrengen van de tweede laag wordt er gestreefd naar een effen oppervlak. door nat linnen aan een stelling op te hangen en de wand af en toe te benevelen. nog voor cement werd uitgevonden. slagregen. wordt de eerste laag bevochtigd door verneveling. kan de eerste laag kalkpleister worden aangebracht met de hand of met een spuitmachine (Figuur 19). Op die plaatsen dient de kalkpleister bijgewerkt te worden. maar er zijn er ook voorbeelden van mislukkingen. Bij het bepleisteren van strobalen is het van belang dat de eerste laag niet te dik is. Nadat het oppervlak van de strobalen effen geschoren werd. 2004).

skynetblogs. deze pleisterwerken werden uitgevoerd door een firma gespecialiseerd in gevelbepleistering en leverden perfect vlakke gevels op (bron: http://strobalenhuis-wilderen.36 Figuur 19 Het aanbrengen van een kalkpleister met behulp van een spuitmachine (bron: http://strobalenhuiswilderen.be) Figuur 20 Een halfopen bebouwing in strobalenbouw die langs buiten werd afgewerkt met een kalkbepleistering in 3 lagen.skynetblogs.be) Webbey De Keyser Strobalenbouw .

Dit is namelijk de meest kosteneffectieve manier om een vlakke geleemde wand te bekomen. Nochtans kan leem minder goed tegen regenweer. is het van groot belang om vooraf proefondervindelijk te bepalen welke samenstelling (leemgrond / zand / kalk / stro / water) het best voldoet m. verstopping veroorzaken van de meeste spuittoestellen. waarna het eventueel nog wat fijner kan gemixt worden met een krachtige plaastermenger.b. sterkte-eigenschappen.37 B. 2600 Antwerpen-Berchem Ruben Withouck. Naast kalk wordt ook zand toegevoegd om het pleistermengsel te verschralen. die vaak op de bouwplaats zelf wordt uitgegraven. Het aanbrengen van het leemmengsel op de effen geschoren strobalenwanden gebeurt best manueel. Spuiten van het leemmengsel kan ook. De meeste strobouwers kiezen ervoor om de eerste twee leemlagen zelf aan te brengen en de afwerkinglaag door een professionele leemstukadoor3 te laten verzorgen. maar is moeilijker aangezien de strohalmen die in het mengsel worden verwerkt. Het min of meer effen afwerken van een leemlaag gebeurt met de klassieke stukadoorswerktuigen. zorgt voor een ideale vochtregeling. 8740 Pittem Webbey De Keyser Strobalenbouw .K) en is gemakkelijk zelf te verwerken op verschillende manieren.t. Meulebekestraat 100. Doordat leem een natuurlijke grondstof is. Bij wijze van wapening wordt in het leemmengsel ook stro verwerkt (volumeverhouding 1/1). Diksmuidelaan 87. Wanneer het als buitenbepleistering wordt gebruikt. krimp. bij de daaropvolgende lagen alleen kortere strootjes en in de afwerkinglaag wordt geen stro meer gebruikt maar beter een andere. die tevens een ontsmettende werking heeft. is insectenwerend en zorgt voor minder scheuren. … Het bijmengen van kalk in de leem heeft een ontsmettend effect. 3 Enkele stukadoors die gespecialiseerd zijn in leempleisterwerken: Matthias Lootvoet. Soms wordt er voor gekozen om in de tweede leemlaag een wapeningsnet te verwerken zoals gebruikelijk is bij klassieke pleisterwerken. zodat de leem goed in het oppervlak van de strobalen kan gewreven worden. wordt er daarom vaak kalk bijgemengd. kleur. In de onderste leemlaag worden langere strohalmen tot 10 à 15 cm gebruikt. kan warmte opslaan (soortelijke warmte van ± 1 kJ/kg. Het aanmaken van het leemmengsel kan best gebeuren in een betonmolen. Leembepleistering Leem is goedkoop. fijnere „matrix‟ zoals vlaskaf. Daardoor wordt het geheel minder ecologisch maar misschien wel beter bestand tegen krimpscheuren. verwerkbaarheid. Daardoor is leem het pleistermateriaal bij uitstek voor strobouwers. vaak lokaal te vinden.

Dit fenomeen komt vooral voor ter hoogte van de overgang tussen verschillende materialen.v. foto rechts: praktijkcursus strobalenbouw Casa Calida 21/09/2008) C. zodat vocht dat zich in de strobalenwand bevindt steeds de neiging heeft om naar buiten toe te diffunderen en niet naar binnen. Figuur 21 Rietmatten worden aangebracht op het houtskelet om een betere aanhechting van de (buiten)bepleistering te bekomen en om scheuren in het pleisterwerk ten gevolge van zettingen en/of ongelijkmatige krimp te vermijden.38 Ondanks het gebruik van stro als wapening in de leempleister. Indien het om één of andere reden toch noodzakelijk zou zijn om een cementpleister te gebruiken. riet (Figuur 21). zoals b. daarvoor moeten de bamboematten het stro wel wat overlappen (wat niet overal het geval is op bovenstaande foto) (bron foto links: http://strobalenhuis-wilderen. wordt het hout vooraf bedekt met een materiaal dat als wapeningsnet dienst doet. kunnen er toch krimpscheuren optreden bij het uitharden. waar het stro aan het houtskelet grenst.skynetblogs. b.be.v. De rietmatten worden met een nietmachine of pneumatisch nietpistool vastgeschoten tegen het houtskelet. Webbey De Keyser Strobalenbouw . Cementbepleistering Het gebruik van op cement gebaseerde buitenbepleisteringen wordt afgeraden omdat een cementpleister veel minder damp-open is. Om op deze plaatsen krimp te beperken en opdat het leem beter zou hechten aan vlakke ondergronden zoals hout. moet er zeker op gelet worden dat de binnenbepleistering nog minder dampdoorlatend is.

4 Voorbeelden van leemmengsels die in de handel te koop zijn (bron: www. 174 euro per big bag van 1200 kg. De samenstelling en werkwijze voor het aanbrengen van leem als binnenbepleistering is analoog met degene die besproken werd in §3.tierrafino. prijs: 15 euro per zak van 25 kg. Binnenafwerking Als binnenafwerking voor strobalenwanden kan om het even welke oppervlaktebehandeling in aanmerking komen.70 W/mK (0. 2008).t.3. met dat verschil dat het bijmengen van kalk nu alleen dient ter ontsmetting en niet meer om de bepleistering meer waterresistent te maken. het gebruik van leem als buitenbepleistering. anders kan het moeilijker worden om de elementen van het houtskelet nog terug te vinden onder de leembezetting.91 W/mK.wonenennatuur. en bij voorkeur een goede warmtecapaciteit ter bevordering van de thermische inertie van de wand. Naast het gebruik van leem dat op de bouwplaats werd uitgegraven. Vaak worden dergelijke pleisters als afwerkinglaag gebruikt.claytec. BTW): Tierrafino Base: bruine grondlaag aan te brengen in lagen van 10 à 15 mm dik. Het lattenwerk kan wel al gedeeltelijk bevestigd worden voordat de leemlaag wordt aangebracht (zie Figuur 27). www. prijs: 41 euro per zak van 25 kg. www.be.be) (prijzen excl. Hoewel het mogelijk is om geleemde wanden perfect vlak af te werken. brandbestendigheid. Tierrafino Finish: afwerkingslaag verkrijgbaar in 8 kleuren die onderling kunnen gemengd worden.4.39 3.65 W/mK met stro erin verwerkt). Webbey De Keyser Strobalenbouw .ecologischbouwen. kunnen er ook gebruiksklare leemmengsels aangekocht worden in tal van tinten4. afdichting tegen kleine en grote levende organismen. verbruik: 25 kg/m² in een laagdikte van 15 mm.2 m. verbruik: 5 kg/m² in een laagdikte van 3 mm.b.be. Warmtegeleidingscoëfficiënt 𝜆 = 0. als voldaan is aan de voorwaarden van dampdoorlatendheid (maar minder damp-open dan de buitenafwerking). Metingen hebben uitgewezen dat in lemen huizen de relatieve vochtigheid steeds stabiel blijft rond 50 %. Clayfix is een gelijkaardig product van het merk Claytec. Toch moet er op het stro eerst een leemlaag aangebracht worden om het meer brandbestendig te maken en af te dichten tegen het indringen van organismen. Als hechtingsmateriaal wordt voor binnenshuis ook vaker jute gebruikt in plaats van bamboematten (Figuur 22). kiezen sommige bouwheren ervoor om de buitenmuren langs binnen af te werken met gipsvezelplaten op een lattenwerk om zo zeker een perfect strakke wand te bekomen en om een leidingenspouw te bekomen. Warmtegeleidingscoëfficiënt 𝜆 = 0.4. Zie www.be. Concreet komt het er op neer dat er voor de binnenafwerking meestal gekozen wordt voor een leembepleistering. Leem zorgt door zijn damp-open karakter namelijk voor een goed binnenklimaat door schommelingen in de relatieve vochtigheid te dempen (Delile & Vereecken.

40 Figuur 22 Aan de overgangen van stro naar hout wordt een strook jute vastgeniet in het hout om een betere aanhechting van het leem te bekomen 3. Indien mogelijk wordt er wel beter met zwaardere materialen gewerkt. Stro isoleert namelijk wel goed. zand en water.v. Silicaatsteen of kalkzandsteen wordt vervaardigd uit kalk. Die functie moet dus vervuld worden door leembepleistering. en wordt bij de productie op slechts 200 °C verhard. zoals b. Webbey De Keyser Strobalenbouw . vloeren of binnenwanden. Verder heeft het materiaal ook interessante eigenschappen qua brandveiligheid en akoestische isolatie. Wanneer er enkel een scheidende functie dient vervuld te worden. maar houdt niet veel warmte vast. Dit is een aanzienlijk lagere verhardingstemperatuur dan die van baksteen. Binnenwanden Het optrekken van (sowieso niet-dragende) binnenwanden gebeurt in een strobalenwoning normaalgezien pas nadat alle buitenwanden zijn geplaatst.5. natuursteen of silicaatsteen. Betreffende de materiaalkeuze zijn er verschillende mogelijkheden. waardoor silicaatsteen ecologisch meer verantwoord is dan baksteen. kan er gekozen worden voor holle wanden in gipskarton of gipsvezelplaat. om de thermische inertie van de woning te verhogen.

De luchtdichte afwerking van die inbouwdozen is nog veel moeilijker. is er slechts een geringe verwarmingsbehoefte en vinden er geen plotse temperatuurschommelingen plaats. zodat de belasting via het houtskelet wordt overgedragen op de fundering. meestal OSB. De afwerking van de vloer gebeurt best met een thermisch inert materiaal zoals stampleem (sterk aangedamd leem) of tegels. Er wordt aangeraden om aansluitpunten zo veel mogelijk in de binnenmuren te voorzien. shellkraantjes.7. Aan de bovenzijde van de roostering komt eveneens een OSB-plaat. maar het bevestigen van aansluitpunten (schakelaars.6. eventueel met drainagebuizen erin en eventueel bovenop een waterdichte betonplaat. zodat onderbrekingen van de leembepleistering in de mate van het mogelijke vermeden worden. De balken worden bevestigd op horizontale balken van het houtskelet. De vloer van de gelijkvloerse verdieping bestaat meestal uit een reeks rechtopstaande balken in (gelijmd-gelamelleerd) hout. Vloeren De structurele opbouw van vloeren is niet specifiek voor strobalengebouwen. 3. Moeten er toch inbouwdozen voorzien worden in strowanden. Vloerverwarming is in dit geval ideaal. Technieken Het inwerken van leidingen in strowanden is op zich gemakkelijk. ofwel een laag grind. Webbey De Keyser Strobalenbouw . Vermits strobalenwoningen het K-peil hebben van lage-energiewoningen of passiefhuizen. Een alternatief is het voorzien van een leidingenspouw door een voorzetwand in gipsvezelplaten te construeren op enkele centimeter afstand van de bepleisterde strobalenwand. Verdiepingsvloeren in een strobalengebouw zijn niet anders dan die in de traditionele houtskeletbouw. In de meeste hedendaagse strobalenwoningen worden vloerverwarmingbuizen voorzien. of door een balkje te voorzien naast het houtskelet en een kunststof inbouwdoos tussen het skelet en dat balkje te schroeven (Figuur 23). dan kan dat gebeuren door houten inbouwdozen op een element van het houtskelet te bevestigen. maar uiteraard wordt er gebruik gemaakt van stro als isolatiemateriaal. Door het grote contactoppervlak kan met een relatief lage watertemperatuur toch de nodige warmte afgegeven worden. Onder de vloerconstructie kan zich een kelder of kruipruimte bevinden. Aan de onderkant van de roostering wordt een waterdichte folie en een plaatmateriaal voorzien.41 3. …) is minder evident. stopcontacten. De vloer rust dus niet rechtstreeks op de volle grond. die op een zodanige afstand uit elkaar geplaatst worden dat er net een strobaal tussen past.

Deuren. maar deze niet te mengen in ramen op halve hoogte. De buitenbepleistering loopt meestal door tot tegen het schrijnwerk of tot tegen de glaslatten. Daarbij moet er op gelet worden dat er een voldoende ruime uitzettingsvoeg voorzien wordt om glasbreuk ten gevolge van zettingen in het houtskelet te voorkomen. maar steeds naast een element van het houtskelet Ventilatie is in strobalenwoningen even belangrijk als in andere woningen. Het buitenschrijnwerk wordt ingebouwd tussen de balken en kolommen van het houtskelet. Buitenschrijnwerk In de strobalenbouw wordt (bijna?) altijd gekozen voor houten buitenschrijnwerk. aangezien dit ecologisch meer verantwoord is dan aluminium of PVC. aangezien het perfect haaks uitvoeren van de horizontale dwarsbalken meer tijd en moeite vergt. Betreffende de vaste ramen kan er wel een verschil zijn. De meeste bouwheren kiezen voor een actief ventilatiesysteem met warmterecuperatie (“systeem D”). Webbey De Keyser Strobalenbouw . Dit is echter geen specifiek kenmerk van strobalenbouw en daarom wordt hier ook niet dieper op ingegaan. poorten en opendraaiende ramen verschillen bij strobalenwoningen niet van die in andere bouwwijzen. is het uiteraard wel mogelijk. Indien de bouwheer het zo wenst. De bouwheer en de architect kunnen er namelijk voor kiezen om glas te bestellen zonder schrijnwerk en dit rechtstreeks tussen de elementen van het houtskelet in te bouwen door middel van glaslatten en een elastische voegkit.42 Figuur 23 Inbouwdozen voor elektrische aansluitpunten kunnen worden voorzien in hout of kunststof. Er wordt aangeraden om de gevel op te bouwen uit verticale stroken van ofwel strobalen ofwel glas. 3.8.

wat zowel als een voor. Figuur 25 toont slechts één enkele boog (met een dikte van 90 cm en een overspanning van 9 meter) die als proefstuk werd opgericht. Daarvoor wordt er (al dan niet plaatselijk) gebruik gemaakt van verticale spanten (methode van Figuur 9) in plaats van een post and beam houtskelet. enzoverder. Er wordt gebruik gemaakt van jumbo balen waarvan 2 zijkanten worden afgeschuind om een “gewelfbaal” te bekomen. In Stoumont (Wallonië) wordt momenteel een experimentele woning gebouwd op basis van een zelfdragend strogewelf. Naar verluidt zou dit slechts 2 000 EUR meer kosten dan een vlak dak doordat er slechts 5 of 6 gebogen spanten in gelijmd gelamelleerd hout vereist zijn. bijvoorbeeld verschillende skeletbouwwijzen.  Figuur 24 illustreert bijvoorbeeld het gebruik van gebogen daken met stro als isolatiemateriaal. verschillende mogelijke afwerkingen van binnen. EPDM-folie en een groendak. De uiteindelijke woning wordt een soort tunnel bestaande uit dergelijke bogen naast elkaar. Ook gebogen wanden kunnen geconstrueerd worden. dient er zich van bij het begin van bewust te zijn dat ontwerpafmetingen niet exact kunnen (noch moeten) aangehouden worden tijdens het bouwen.43 4.en buitenwanden. Het bouwproces vereist geen grote precisie.als nadeel kan beschouwd worden. Zowel afgeronde “organische” vormen als heel strakke rechte wanden kunnen met quasi dezelfde moeite en kosten verwezenlijkt worden. Wie bouwt met strobalen.1.  Webbey De Keyser Strobalenbouw . Door tal van bestaande voorbeelden wordt aangetoond dat men inzake creatieve vormgeving niet beperkt is tot het invullen van rechte vlakken tussen een post and beam houtskelet. Het principe is net zoals bij klassieke stenen booggewelven. afgewerkt met leem. Vrijheidsgraden en beperkingen In het vorige hoofdstuk werd er herhaaldelijk op gewezen dat er voor heel wat technische aspecten een keuze mogelijk is tussen verschillende concepten. Het is duidelijk dat strobalenwoningen dus niet altijd hetzelfde stereotype uiterlijk hoeven te hebben. Vormgeving Stro is een heel flexibel materiaal dat heel wat architecturale creativiteit toelaat. 4.

organische.be) Figuur 25 Strogewelf als basis van een zelfdragende dakconstructie voor een experimentele woning te Stoumont (bron: www.be) Webbey De Keyser Strobalenbouw . De woning werd volledig in harmonie met de omgeving geïntegreerd in de heuvelflank en afgewerkt met een groendak. ecologisch verantwoorde woning in Wales. Het bouwwerk bestaat uit geleemde strobalen tussen een natuurlijk houtskelet waarbij enkel hout werd gebruikt van ter plaatse gevelde of gesnoeide bomen.milieuadvieswinkel.44  Figuur 26 toont enkele zichten van een kleine.casacalida. Figuur 24 Houtskelet van strobalenwoningen met gebogen dakspanten (bron: www.

45 Figuur 26 Kleine strobalen gezinswoning met een natuurlijk houtskelet en een groendak voor een optimale integratie in de omgeving (bron: www.simondale.net) Webbey De Keyser Strobalenbouw .

kalkbepleistering. Er dient daarom goed gelet te worden op de uitvoeringsdetails zoals vermeld in §3.3.46 4.1 (contact tussen strobalen en een vochtige ondergrond vermijden) en op de keuze van de buitenafwerking. In onze streken kan dat wel eens voor problemen zorgen.12 tot 0. Oplossingen hiervoor zijn het voorzien van grote dakoversteken (zie Figuur 9. … Vochtproblemen kunnen behalve door regen ook ontstaan ten gevolge van opstijgend vocht of een te weinig dampdoorlatende buitenafwerking. Dit is uiteraard minder goed isolerend dan stro. Bescherming tegen weersinvloeden Bij het ontwerpen dient er rekening gehouden te worden met de uiteindelijke buitenafwerking van de strobalenwanden. wat aanvaardbaar is en normaalgezien niet tot condensatieproblemen leidt. vermits puur leem niet waterbestendig is. Koudebruggen In strobalenwoningen komen normaalgezien geen noemenswaardige koudebruggen voor doordat het slechtst isolerende materiaal in de meeste gevallen hout is (𝜆 = 0.2. wordt voor de houten onderdelen een U-waarde van 0. maar gezien de dikte van de wanden. Indien gekozen wordt voor leem – de meest natuurlijke oplossing – dan moet het gebouw zodanig ontworpen worden dat deze geleemde muren quasi nooit blootgesteld worden aan (hevige) regen.26 W/m²K bekomen (Tabel 5). Figuur 20) en/of het afwerken van westelijk georiënteerde buitenmuren in andere materialen zoals een houten beplanking.4. 4. Webbey De Keyser Strobalenbouw . kalei.17).

19 W/m²K.052 W/mK kan gebruikt worden in plaats van 0. Webbey De Keyser Strobalenbouw . De Uwaarde van een strobalenwand zoals berekend in Tabel 5 bedraagt 0.11-1595 voor de warmtegeleidingscoëfficiënt een rekenwaarde van 0.080 W/mK. sanitair water opwarmen.15 W/m²K).40 W/m²K. koelen.1. 5.47 5. In dit hoofdstuk wordt uiteengezet wat er op energetisch vlak kan worden verwacht van een strobalenwoning. …) te verlagen.1. waardoor volgens de Duitse norm DIN Z-23. Wat betreft strobalenbouw. 5. is het goede thermisch isolerend vermogen van strobalen. Vlaanderen vertaalde de Europese richtlijn in de momenteel geldende energieprestatieregelgeving. Thermische-isolatie-eisen Er zijn twee eisen op het vlak van thermische isolatie: het totale niveau van thermische isolatie van een gebouw (het K-peil) moet lager zijn dan K45 en de verschillende constructiedelen moeten voldoen aan bepaalde maximale warmtedoorgangscoëfficiënten (U-waarden). In wat volgt worden de verschillende onderdelen van de opgelegde EPB-eisen telkens kort geïntroduceerd en dan specifiek toegepast op strobalenbouw.18 à 0. Energetische aspecten Eén van de redenen om voor strobalenbouw te kiezen.1. De reden hiervoor is dat het warmtetransport in vloeren en daken geïsoleerd met strobalen loodrecht op de strohalmen verloopt. is het voldoen aan deze eisen geen probleem.60 W/m²K. Deze achtergrond wordt uitgediept in hoofdstuk 7. Energieprestatie en binnenklimaat (EPB) De Europese richtlijn betreffende de energieprestaties van gebouwen (EPBD: Energy Performance of Buildings Directive) werd eind 2002 goedgekeurd en impliceerde dat elke lidstaat verplicht werd tegen begin 2006 een systeem uit te werken om de energieprestatie van gebouwen te kwantificeren en te controleren. Analoge berekeningen voor vloeren (Tabel 6) en daken (Tabel 7) tonen aan dat deze Uwaarden zelfs nog lager zijn (0. De huidige EPB-eis voor vloeren en daken bedraagt maximum 0. De huidige EPB-eis voor buitenmuren is maximaal 0. De uiteindelijke doelstelling is de CO2-uitstoot ten gevolge van activiteiten die verbonden zijn aan gebouwen (verwarmen. De hier berekende waarden liggen daar ruimschoots onder.

48
Tabel 5 Berekening van de U-waarde van een strobalenwand

d [m] 1. Bepleisterde strobalen ri Binnenbepleistering leem Stro Buitenbepleistering leem Afwerklaag: kalkpleister re Rtot U1 = 1/Rtot = 0.178 W/m²K 0.03 0.43 0.03 0.01 - 𝜆

[W/mK]

R [m²K/W]

0.91 0.08 0.91 0.70 -

0.125 0.033 5.375 0.033 0.014 0.044 5.624

2a. Bepleisterd houtskelet in gelijmd gelamelleerde balken over de hele breedte van de wand ri Binnenbepleistering leem Hout Buitenbepleistering leem Afwerklaag: kalkpleister re Rtot U2a = 1/Rtot = 0.261 W/m²K 0.03 0.43 0.03 0.01 0.91 0.12 0.91 0.70 0.125 0.033 3.583 0.033 0.014 0.044 3.832

2b. Bepleisterd houtskelet bij gebruik van ingewerkte spanten ri Binnenbepleistering leem Stro Hout Stro Buitenbepleistering leem Afwerklaag: kalkpleister re Rtot U2b = 1/Rtot = 0.214 W/m²K 0.03 0.10 0.23 0.10 0.03 0.01 0.91 0.08 0.12 0.08 0.91 0.70 0.125 0.033 1.250 1.917 1.250 0.033 0.014 0.044 4.666

3a. Samengestelde wand (post and beam houtskelet + strobalen) Veronderstel 1m² wand ≈ 15 % houtskelet en 85 % stro Utot ≈ 0.85 U1 + 0.15 U2a ≈ 0.19 W/m²K 3b. Samengestelde wand (spanten houtskelet + strobalen) Veronderstel 1m² wand ≈ 15 % houtskelet en 85 % stro Utot ≈ 0.90 U1 + 0.10 U2b ≈ 0.18 W/m²K Opmerking 1: indien gebruik wordt gemaakt van de methode met horizontale ingefreesde kepers om de strobalen aan te drukken en op hun plaats te houden (Figuur 18), dan wordt nog een iets lagere U-waarde bekomen. Opmerking 2: indien men rekent met de 𝜆-waarde van 0.038 W/mK zoals bepaald in Oostenrijk (zie §2.3.5), worden voor wanden U-waarden van 0.10 à 0.11 W/m²K bekomen. Webbey De Keyser Strobalenbouw

49
Tabel 6 Berekening van de U-waarde van een vloerconstructie bestaande uit rechtopstaande spanten in gelijmd gelamelleerd hout met daartussen stro als isolatiemateriaal, met een OSB-plaat langs de bovenzijde als ondervloer en zonder rekening te houden met de eigenlijke vloerbekleding

d [m] 1. Stro ri OSB-plaat (ondervloer) Stro OSB-plaat ri Rtot U1 = 1/Rtot = 0.139 W/m²K 2. ri OSB-plaat (ondervloer) Hout OSB-plaat ri Rtot U2 = 1/Rtot = 0.288 W/m²K 3. Samengestelde vloer 0.022 0.340 0.018 - 𝜆

[W/mK]

R [m²K/W]

0.13 0.052 0.13 -

0.167 0.169 6.538 0.138 0.167 7.179

Houtskelet spanten in gelijmd-gelamelleerd hout 0.022 0.340 0.018 0.13 0.12 0.13 0.167 0.169 2.833 0.138 0.167 3.474

Veronderstel dat de spanten 4 cm dik zijn en de hart-op-hartafstand 47 cm bedraagt (= 45 cm breedte van een strobaal + 4 cm breedte van een spant – 2 cm samendrukking van de strobaal), dan bestaat 1m² vloer uit 9 % houtskelet en 91 % stro. Utot ≈ 0.91 U1 + 0.09 U2 ≈ 0.15 W/m²K Opmerking: voor de onderkant van de constructie wordt een interne warmteovergangsweerstand r i gebruikt omdat er verondersteld wordt dat de vloer zich boven een kelder of kruipruimte bevindt, maar niet rechtstreeks op de volle grond of niet blootgesteld aan wind en regen.

Bij de bepaling van het K-peil wordt rekening gehouden met warmteverliezen doorheen de buitenwanden (gemiddelde warmtedoorgangscoëfficiënt ks) en met de volumecompactheid van het gebouw (beschermd volume V / verliesoppervlakte AT). Vermits deze beide parameters gevalspecifiek zijn en dus geen inherente eigenschap van strobalenbouw, wordt hier geen volledige K-peilberekening gedaan. Algemeen kan wel gesteld worden dat stro als isolatiemateriaal ruimschoots voldoet aan de gestelde eisen, en dat het bij een weloverwogen ontwerp (koudebruggen vermijden, goed isolerend schrijnwerk kiezen, compact bouwen) zeker mogelijk is een veel lager K-peil te behalen dan er door de EPB-eisen wordt opgelegd (zie verder in §5.2 met betrekking tot passiefhuizen).

Webbey De Keyser

Strobalenbouw

50
Tabel 7 Berekening van de U-waarde van een dakconstructie bestaande uit rechtopstaande spanten in gelijmd gelamelleerd hout met daartussen stro als isolatiemateriaal, met langs de onderzijde een OSB-plaat en een dampscherm en langs de bovenzijde een onderdak in gebitumineerde houtwolplaat (b.v. Gutex), zonder rekening te houden met een eventuele verdere binnenafwerking (gipsplaat, gipsvezelplaat, …) of dakbedekking omdat die kan verschillen van geval tot geval (EPDM, groendak, shingles, pannen, leien, …)

d [m] 1. Stro ri OSB-plaat Dampscherm Stro Gebitumineerde houtwolplaat re Rtot U1 = 1/Rtot = 0.137 W/m²K 2. ri OSB-plaat Dampscherm Hout Gebitumineerde houtwolplaat re Rtot U2 = 1/Rtot = 0.276 W/m²K 3. Samengestelde dakconstructie 0.015 0.340 0.022 - 𝜆

[W/mK]

R [m²K/W]

0.13 0.052 0.044 -

0.125 0.115 6.538 0.500 0.044 7.322

Spanten in gelijmd-gelamelleerd hout 0.015 0.340 0.022 0.13 0.12 0.044 0.125 0.115 2.833 0.500 0.044 3.617

Veronderstel dat de spanten 4 cm dik zijn en de hart-op-hartafstand 47 cm bedraagt (= 45 cm breedte van een strobaal + 4 cm breedte van een spant – 2 cm samendrukking van de strobaal), dan bestaat 1m² dak uit 9 % spanten en 91 % stro. Utot ≈ 0.91 U1 + 0.09 U2 ≈ 0.15 W/m²K

5.1.2. Energieprestatie-eis Het E-peil is het peil van primair energieverbruik en mag maximaal 100 bedragen (en vanaf januari 2010 slechts 80). Bij de berekening van het E-peil wordt het „karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik‟ van een gebouw vergeleken met een referentiewaarde. Om dit 'karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik' te bepalen, wordt rekening gehouden met de energie die verbruikt wordt voor de ruimteverwarming, de bereiding van het sanitair warm water, de hulpfuncties van de installaties en de ventilatoren, de koeling en de energie die geproduceerd wordt door fotovoltaïsche panelen of warmtekrachtkoppeling (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 2006). Met betrekking tot strobalenbouw zijn volgende zaken relevant:

Webbey De Keyser

Strobalenbouw

51

Warmteverliezen Doordat strobalenwanden goede thermisch isolerende eigenschappen bezitten, zal de energiebehoefte voor verwarming in een strobalenwoning laag zijn. Koudebruggen Normaalgezien is het eenvoudig om bij het ontwerp van strobalengebouwen koudebruggen te voorkomen. Luchtdichtheid De luchtdichtheid van een strobalengebouw is niet evident. Stro op zich is uiteraard niet luchtdicht. De luchtdichtheid is dus afhankelijk van de binnenen buitenafwerking. Leembepleistering kan luchtdicht zijn zolang er geen scheuren optreden. Om luchtdicht binnenpleisterwerk te bekomen, kunnen alle overgangen tussen stro en hout – daar waar het leem het gevoeligste is voor de vorming van barsten – worden voorzien van een strook luchtdicht ProClima dampscherm en tape. Om de aanhechting van het leem op de stroken dampscherm te verbeteren, wordt gebruik gemaakt van een strook jute, die tevens dienst doet als wapeningsnet (zie Figuur 27). Ter hoogte van ingewerkte stopcontacten is volledige luchtdichting moeilijk. Daarom worden inbouwdozen voor stopcontacten en schakelaars best zoveel mogelijk in binnenmuren voorzien. Zonnewering De grote dakoversteken die voorzien worden om de buitenbepleistering te vrijwaren van (slag)regen kunnen in geval van goede oriëntatie ook dienst doen als beschaduwing van vensters om het gebouw in de zomer te beschermen tegen oververhitting. Thermische massa Een strobalenwoning wordt beschouwd als een lichte constructie. Bij de berekening van het E-peil is dit negatief omwille van de lage thermische massa. In de praktijk kan er wel voor voldoende thermische massa gezorgd worden door zware vloeren en binnenmuren te voorzien.

Webbey De Keyser

Strobalenbouw

3.be) 5. wordt hier niet dieper op ingegaan. … beperken het risico op oververhitting aanzienlijk. Bij de berekening van de dakoversteek wordt ervan uitgegaan dat de zon in de zomer onder een hoek van 60° instraalt en in de winter onder een hoek van 30° (Figuur 28). Zoals aangehaald. afdoende zonwering. Binnenklimaateisen Ten eerste worden er in de energieprestatieregelgeving minimumeisen opgelegd voor ventilatie. Webbey De Keyser Strobalenbouw . Vermits dit geen specifiek verband heeft met strobalenbouw. het gebruik van beglazing met een hoge zonnetoetredingsfactor (g-waarde).52 Figuur 27 Luchtdichting ter hoogte van de overgang tussen stro en hout kan uitgevoerd worden met behulp van stroken dampscherm (bron: http://strobalenhuis-wilderen. Ten tweede geldt voor woongebouwen een verplichting tot beperking van het risico op oververhitting in de zomer. Een doordachte oriëntatie van het gebouw.1. kan het voorzien van een grote dakoversteek ter bescherming van bepleisterde strobalenwanden in bepaalde gevallen meteen ook dienst doen als bescherming tegen direct zonlicht in de zomer.skynetblogs.

53 Figuur 28 Berekening van een dakoversteek zodat zomerzon niet binnenvalt en lager staande winterzon wel (bron: arch.1. 5.2. Toetsing aan de passiefhuisnormen Voor residentiële gebouwen zijn er momenteel drie eisen waaraan moet voldaan zijn om te kunnen spreken van een passiefhuis (onderstaande cursieve tekst is overgenomen uit Passiefhuis-Platform. Henk Van Aelst) De energieprestatieregelgeving gaat ervan uit dat de relatieve vochtigheid in een gebouw automatisch op een gezonde waarde wordt geregeld door het voorzien van afdoende ventilatie. In wat volgt wordt nagegaan of het ook mogelijk is om met strobalenbouw een passiefhuis te realiseren. In de strobalenbouw wordt er nochtans ook vaak op gewezen dat een leembepleistering als binnenafwerking goede vochtregulerende eigenschappen bezit. maar is in staat om tijdelijk een hoeveelheid waterdamp in zich op te nemen in geval van hoge relatieve luchtvochtigheid.2. Leem heeft namelijk een vrij laag evenwichtsvochtgehalte. 5. wat bijdraagt tot een gezond binnenklimaat. 2007). Haalbaarheid van de passiefhuisstandaard Uit het voorgaande is duidelijk dat het met strobalenbouw mogelijk is om een woning te creëren die voldoet aan de EPB-eisen en zelfs om een lageenergiewoning (K-peil < 30) te ontwerpen. Schommelingen in de relatieve luchtvochtigheid worden daardoor gedempt. Webbey De Keyser Strobalenbouw .

11 W/m²K. muur.04 w/mK). Als het volgens Passiefhuis-Platform in de praktijk noodzakelijk is om een U-waarde lager dan 0.11-1595.15 W/m²K te bekomen voor de wanden. 5. wordt voor de warmtewisselaar van het balansventilatietoestel een rendement van minimum 75 % nagestreefd. dak) die kleiner zijn dan 0. Certificering Wanneer voldaan is aan de voorwaarden die in de vorige paragraaf werden opgelijst. is er een richtwaarde waarbij de lineaire warmtedoorgangscoëfficiënt ψ niet hoger mag zijn dan 0. moet een aanvraagdossier worden ingediend waarin 5 Merk op dat deze waarden gebaseerd zijn op de warmtegeleidingscoëfficiënten die opgenomen zijn in de Duitse norm DIN Z-23.01 W/m.6 per uur. De ervaring leert dat om te voldoen aan de eis van de maximale verwarmingsbehoefte.K of dient een condensatievrije constructie verzekerd te zijn. 4 cm houtwolplaat met 𝜆 = 0. Ook moet de oververhitting (gerekend boven de 25°C) kleiner of gelijk zijn aan 10 %. Met de waarde van 0. bij standaardgebruik). al zal er toch een inspanning voor nodig zijn.15 W/m²K voldaan is.v.1.2.80 W/m²K. Daarnaast moet het certificaat van de luchtdichtheidstest een n50-waarde aangeven die kleiner of gelijk is aan 0. Met betrekking tot strobalenbouw moet het technisch mogelijk zijn om aan deze voorwaarden en streefdoelen te voldoen.45 W/m³u.2) helpen oplossen. Bovendien kiest men best voor een toestel met efficiënte ventilatoren waarbij het verbruik beperkt is tot maximum 0. bekomt men een U van 0. Wat technieken betreft. De toekenning van een passiefhuiscertificaat houdt een softwarematige ontwerpcontrole in van het karakteristieke gebouw (d.54 Als eerste is er de verwarmingsbehoefte die maximaal 15 kWh/m² mag bedragen. Alvorens een certificatiedossier kan opgestart worden.w. Een koudebrugvrije constructie is het streefdoel. Het aanbrengen van een bijkomende isolerende plaat kan meteen ook het probleem van de luchtdichtheid (§5. dan betekent dit dat er strobalen met een breedte van 55 in plaats van 45 cm moeten gebruikt worden of dat er aan de standaard strobalenwand nog een extra laag isolatiemateriaal moet toegevoegd worden (b. waardoor meteen probleemloos aan de vooropgestelde 0. indien er toch nog koudebruggen aanwezig zijn. de U-waarden voor de wanden lager liggen dan de streefcijfers.19 W/m²K5. De U-waarde van standaard strobalenwanden werd berekend in Tabel 5 op 0.038 W/mK die werd vastgesteld in officiële Oostenrijkse proeven.10 à 0. Webbey De Keyser Strobalenbouw . Bovendien streeft men naar U-waarden voor de wanden (vloer.2.18 à 0.15 W/m²K en die voor het schrijnwerk kleiner zijn dan 0. kan een aanvraag tot certificering ingediend worden.z.

2006). Het bewijs dat een nieuw of verbouwd gebouw voldoet aan de EPB-eisen wordt na de ingebruikname van het gebouw geleverd door middel van de EPB-aangifte. Nu is het probleem dat beide softwaretoepassingen niet afgestemd zijn op de ecologische bouwsector.Bostoen. enz. Op het EPC staat een energie-kengetal vermeld waarmee potentiële kopers of huurders het energieverbruik van woningen makkelijk onderling kunnen vergelijken. terwijl het perfect mogelijk is om een CV-ketel te stoken met houtpellets.55 zich onder andere de inplanting van het gebouw. werd in België niet eenduidig vastgelegd.be). Die aangifte is een conformiteitsdossier waarin een verslaggever alle maatregelen beschrijft die zijn genomen om de EPB-eisen na te leven. Webbey De Keyser Strobalenbouw . Daarnaast is er het EPC (energieprestatiecertificaat) dat moet worden opgemaakt door een erkend energiedeskundige van het type A bij elke woning die verhuurd of verkocht wordt. Ook een grondbuis om ventilatielucht voor te verwarmen (ook wel Canadese put genoemd) is geen optie in de EPB-software (VIBE. subsidies en belastingvermindering die de overheden ter beschikking stellen (samen ter waarde van 15 000 EUR volgens www. Nu is er echter één probleem: de warmtegeleidingscoëfficiënt 𝜆 waarop de berekening van de U-waarden gebaseerd is. fotomateriaal. detailtekeningen. is een dergelijk certificaat noodzakelijk. 2007). bevinden (Passiefhuis-Platform. technische fiches van schrijnwerk en technische installaties. omdat stro nog niet erkend is als isolatiemateriaal door de BUtgb (Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw) (zie §2. Zowel de EPB-aangifte als het opmaken van een EPC gebeuren online in software die door het Vlaams Energieagentschap ter beschikking wordt gesteld van de verslaggevers en erkende energiedeskundigen. EPB-aangifte en energieprestatiecertificaat (EPC) Om de energieprestatieregelgeving in de praktijk te doen naleven.3.3. 2009). 5. en de resultaten ervan al dan niet conform die eisen verklaart (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.5). Daardoor kunnen strobalenwoningen momenteel nog niet in aanmerking komen voor certificering als passiefhuis. werden er in het Energieprestatiedecreet twee mechanismen voorzien. plannen en snedes. Om een beroep te kunnen doen op de verschillende premies. In de EPB-software kan hout bijvoorbeeld niet ingegeven worden als energiebron voor centrale verwarming.

038 tot 0.06 W/mK niet gebruikt omdat deze niet gefundeerd is op onderzoek. is er een bibliotheek van warmtegeleidingscoëfficiënten samengesteld: de EPB-productgegevensdatabank of EPBD. Stro komt daar dus niet in voor vermits er geen “fabrikanten” van zijn.56 Om de EPC-software overzichtelijk te houden. Daarmee moet het behalen van de passiefhuisstandaard dus mogelijk zijn. Fabrikanten kunnen voor hun (isolatie)materiaal een 𝜆-waarde in deze databank laten registreren. werd ervoor geopteerd de energiedeskundigen te laten kiezen uit een lijst met 9 categorieën isolatiematerialen: „PUR/PIR‟. Om bij eventuele controle van de EPB-aangifte geen discussie over de 𝜆waarde van stro uit te lokken.14 à 0. Wanneer de berekeningen uit Tabel 5 echter toch herhaald worden met een 𝜆-waarde van 0. Uiteindelijk is 0.052 W/mK die in de DIN Z-23. maar gewoon een voorlopige grove schatting is die in de EPB-software wordt gehanteerd voor alle soorten organische vezelmaterialen. een volkomen ander materiaal uit minerale grondstoffen.053 W/mK) of hennep (𝜆 = 0.06 W/mK een onterechte onderschatting van de isolatiewaarde. Maar voor b.06 W/mK lager dan het gemiddelde van de 0.040 tot 0. Webbey De Keyser Strobalenbouw . „XPS‟. stelt het Vlaams Energieagentschap voor om een waarde van 0. In de EPB-software kan de verslaggever zelf 𝜆-waarden ingeven.15 W/m²K bekomen voor strobalenwanden. In de software is het niet zichtbaar welke 𝜆-waarde er voor die verschillende categorieën gehanteerd wordt. houtvezelplaten (𝜆 = 0.039 W/mK).040 W/mK).06 W/mK. is 0. „kurk‟. werd deze waarde van 0. „vermiculietplaten‟ en „onbekend‟ (VIBE.06 W/mK te gebruiken.06 W/mK.11-1595 opgenomen zijn. papiervlokken (𝜆 = 0. is het uiteraard makkelijk om terug te rekenen naar de gebruikte 𝜆-waarde. Alle verschillende soorten natuurlijke isolatiematerialen.v. Voor wat betreft stro valt deze waarde nog mee. „perliet/ natuurlijke materialen‟.042 W/mK). „vermiculiet‟. maar voor wie weet hoe de U-waarde berekend wordt. samen met perliet.037 tot 0. „EPS/MW/PF/PEF‟. gaande van dons over cellulosevlokken tot houtvezelplaten. Voor de groep van natuurlijke isolatiematerialen is dat 0.080 en 0. Om dit niet telkens opnieuw te moeten doen. Het is daarenboven ook erg jammer en onlogisch dat bij het aanduiden van „onbekend‟ als isolatiemateriaal gerekend wordt met 𝜆 = 0. „cellenglas‟. 2009). zitten dus in één heterogene categorie. wordt een warmtetransmissiecoëfficiënt U van 0. In de U-waardeberekeningen die eerder in dit hoofdstuk gebeurden. wat dus een veel betere score oplevert dan wanneer „perliet/ natuurlijke materialen‟ aangeduid wordt. ook al werden proefondervindelijk reeds lagere waarden bepaald. vlas (𝜆 = 0. net als in de EPC-software.04 W/mK.

1. balansventilatie type D. het leggen van alle nutsleidingen onder begeleiding van een vakman en het afwerken van vloeren. zijn er twee mogelijkheden: ofwel moeten de stookkosten mee in rekening gebracht worden. De fundering. Gedurende deze periode zijn er vermoedelijk ook verschillen in de onderhoudskosten. het dak. vermits dit erg verschillend is van geval tot geval. gevelbepleistering in trasskalk en leien als dakbedekking. Op www. De totale prijs van een „massief‟ passiefhuis bij aannemer Bostoen komt ongeveer op 1350 EUR/m². zonneboiler. dient er een afschrijvingstermijn bepaald te worden. en dan gaat het nog niet over een K15. Volgens een Duitse studie (samengevat op www. 6.passiefhuisplatform.à K20-woning. de draagbalken voor vloeren.be/lapaillote/ vermeldt de (Vlaamse) bouwheer van een strobalen woning in de provincie Luxemburg een reële kost van 900 EUR/m².be) bedraagt de gemiddelde kost voor een alleenstaand Webbey De Keyser Strobalenbouw . wat niet evident is (20 jaar? 30 jaar? …). Daardoor worden sterke besparingen gerealiseerd in de stookkosten. het buitenschrijnwerk en de buitenbepleistering worden doorgaans door vaklui uitgevoerd. (Ter vergelijking: een traditionele woning kost ongeveer 900 tot 1200 EUR/m². Het inschatten van onderhoudskosten is echter zowel voor klassiek gebouwde woningen als voor strobalenwoningen moeilijk. ofwel moet de kostprijs van een strobalengebouw vergeleken worden met een traditioneel gebouwde woning die hetzelfde K-peil heeft (“massief passief”). de binnenafwerking. Schatting van de globale bouwkost Bij Casa Calida weet men uit jarenlange ervaring dat de bouw van een doorsnee strobalenwoning ongeveer 750 EUR/m² bewoonbare vloeroppervlakte kost. wordt ervan uitgegaan dat de bouwheer zoveel mogelijk zelf doet. De bouwheer staat zelf in voor het plaatsen van de strobalen. De isolatiewaarde bedraagt theoretisch K18. individuele waterzuiveringsinstallatie.) Om aan dat bedrag te komen. Daarom wordt in de rest van dit hoofdstuk alleen de kost voor de bouw in beschouwing genomen. maar de vermelde prijs omvat wel alle „snufjes‟ zoals drievoudige beglazing. Om de vergelijking met een traditioneel gebouwde woning ten gronde te kunnen uitvoeren. het houtskelet. Financiële analyse Een strobalenwoning is op het vlak van verwarmingsbehoefte steeds een lageenergiewoning of zelfs een passiefhuis. bewoonbare oppervlakte 160 à 200 m²).57 6. het plaatsen van binnenwanden. bijna zo goed als een passiefhuis dus. De woning in kwestie is een vrij eenvoudig ontwerp (rechthoekig met zadeldak. Wanneer men de stookkosten mee in rekening wil brengen.bloggen.

v.2.en buitenbepleistering niet uit te besteden maar zelf uit te voeren in leem.en deuropeningen. Wat hoedanook uit Tabel 8 kan besloten worden. Een gecertificeerd passiefhuis komt anderzijds wel in aanmerking voor een aantal premies en belastingvoordelen. Er kan echter wel een analyse gemaakt worden van enkele belangrijke algemene kostenposten.2.1. www. zoals de binnenafwerking (verf. terwijl een strobalenwoning voorlopig nog niet in aanmerking komt voor een aantal van deze financiële voordelen door het gebrek aan een officieel vastgestelde 𝜆-waarde voor stro (zie §5. prijsofferte houthandel Terryn. elektriciteit. funderingen. verwarming. …) en het gebruik van lateien en balken in ter plaatse bekist en gegoten beton boven raam. Vergelijking van enkele individuele kostenposten De kostprijs berekenen van een volledige strobalenwoning is moeilijk als men niet beschikt over een concreet project. is dat een strobalenwand toch meer kost dan enkel wat stro (tegen 2 à 3 EUR per baal) en wat leem (dat min of meer gratis is wanneer er leemgrond op de bouwplaats aanwezig is).a. en inrichting zoals keuken en badkamer wordt hier niet verder ingegaan. omdat die niet specifiek zijn voor strobalenbouw.be.2). … Uit de gedetailleerde kostprijsschatting in Tabel 8 blijkt echter dat het prijsverschil tussen (deels) zelfuitgevoerde strobalenwanden en door een aannemer uitgevoerde klassieke spouwmuren niet zo groot is. Buitenwanden Strobalenwanden lijken op het eerste gezicht goedkoop en worden ook als dusdanig gepromoot: stro en leem kosten bijna niets. b. schrijnwerk.58 passiefhuis 1375 EUR/m² en is het prijsverschil tussen massiefbouw en houtskeletbouw niet zo groot. Webbey De Keyser Strobalenbouw . ventilatie. sanitair. Eerlijkheidshalve moet er wel op gewezen worden dat de richtprijzen in Tabel 8 afkomstig zijn van diverse bronnen (o. 6.livios. Op architectenkosten. de bouwheer kan de werken makkelijk zelf uitvoeren.2. 6. dan betekent dit wel een aanzienlijke besparing. …) en dat er een erg grote onzekerheid is op zowat alle eenheidsprijzen die vermeld staan. tijdschrift Beter Bouwen & Verbouwen nr 245. na het volgen van een leemcursus bij Casa Calida. Voor de strobalenwand zijn deze twee posten wel meegeteld in respectievelijk de afwerkingslaag van de leembepleistering en het houtskelet. behang. Kiest de bouwheer ervoor om de binnen. prijslijst Ecomat. Bovendien zijn er bij de traditionele wand ook nog elementen die niet in rekening werden gebracht.

00 m² 9 5 mm leempleister (afwerking) * 1.0 50.59 Tabel 8 Vergelijkende schatting van de kost van 1 m² buitenwand (alle prijzen inclusief 21 % BTW) hoeveelheid eenheidsprijs [eenh. blijkt dat silicaatsteen en gipskartonwanden (op houten geraamte met isolatie) – twee veelgebruikte types binnenwanden in de strobalenbouw – niet goedkoper zijn dan andere soorten binnenmuren.00 m² 30 Rietmatten 0.4 15.] Strobalenwand met houtskelet in gelijmd-gelamelleerd hout 440 mm strobalen 0.35 m³ 18 30 mm leempleister (grondlaag) 1.m.0 ? 13.m.5 60.0 Opmerking 1: aangezien de eenheidsprijzen slechts benaderend zijn.00 m² 60 Houtskelet kopmaat 10/44 1.2. 6.0 40. De vermelde prijzen zijn inclusief plaatsing door een vakman.0 0.00 l.00 1. maar dat fenomeen is niet specifiek gerelateerd aan strobalenbouw. 10 Metalen toebehoren (forfaitair) Totaal Klassieke spouwmuur met dezelfde U-waarde als een strobalenwand 15 mm gipsbepleistering * 140 mm poreuze snelbouwsteen * 200 mm PUR 90 mm gevelsteen (gevoegd) * Totaal 1. Gipskartonwanden worden in de praktijk wel vaak door de bouwheer zelf geplaatst.0 197. vermits deze werken door de doorsnee bouwheer niet zelf kunnen worden uitgevoerd. Opmerking 2: voor de posten aangeduid met een sterretje werd een eenheidsprijs inclusief uitvoering door een vakman gehanteerd.2.00 1.3 9.0 43.0 92.36 l. Webbey De Keyser Strobalenbouw .25 m² 2 30 mm kalkpleister (buiten) * 1. Binnenwanden Uit de richtprijzen voor binnenwanden die te vinden zijn in Tabel 9.] [EUR/eenh. 43 Plaatsing houtskelet * ? ? Baddingen kopmaat 8/23 1.0 166.0 30.6 4. is het niet relevant om de decimalen in rekening te brengen en werden ze afgerond.00 m² m² m² m² 26 50 40 92 prijs [EUR] 6.00 1. Voor binnenwanden kan dus evenmin besloten worden dat strobalenbouw goedkoper zou zijn dan traditionele bouw.

Om dezelfde waarde te bekomen met traditionele isolatiematerialen. januari 2009) minimumprijs [EUR/m²] Gipsblokken 80 mm Gipsblokken 100 mm Gipskartonplaten op metalen geraamte Gipskartonplaten op houten geraamte met isolatie Silicaatsteen 100 mm. tweezijdig bepleisterd 31 34 64 95 43 66 42 56 60 maximumprijs [EUR/m²] 37 40 81 125 66 92 67 85 91 6. zou een strobalendak dus iets goedkoper kunnen uitvallen dan een dak met traditionele materialen (voor dezelfde isolatiewaarde). Er zal dus iets meer hout nodig zijn voor een strobalendak. tweezijdig gevoegd Silicaatsteen 200 mm. (Alle prijzen zijn inclusief BTW.) Wat de materiaalkost betreft. tweezijdig gevoegd Betonblokken 90 mm. terwijl minerale wol ongeveer 65 EUR/m³ kost. lijkt de strobalenvloer iets goedkoper te zijn. exclusief BTW (bron: tijdschrift Beter Bouwen en Verbouwen.4. tweezijdig gevoegd Betonblokken 90 mm. Hoewel er een tamelijk grote onzekerheid is op de vermelde eenheidsprijzen. afhankelijk van de densiteit die bekomen wordt bij het spuiten. nr 245.60 Tabel 9 Richtprijzen voor binnenwanden. 6. Het kan ook een financieel voordeel zijn dat het dak normaalgezien geconstrueerd wordt door dezelfde aannemer/schrijnwerker die het houtskelet plaatst. en dat de bouwheer zelf kan instaan voor het aanbrengen van de strobalen en de plaatmaterialen. maar exclusief plaatsing. Vloer In Tabel 10 wordt de prijs van een vloer geschat voor strobalenbouw en voor traditionele bouw. Webbey De Keyser Strobalenbouw . inclusief levering en plaatsing door een vakman. Dak Een dakconstructie geïsoleerd met strobalen van 35 cm dik heeft een U-waarde van ongeveer 0. Met cellulosevlokken is ongeveer dezelfde dikte vereist en die kosten ook 50 à 70 EUR/m³. moet er ongeveer 27 cm minerale wol gebruikt worden. Daar tegenover staat dat de strobalen slechts 18 EUR/m³ kosten.2. De vloerbekleding en eventuele vloerverwarming worden hierbij niet in rekening gebracht.3.2.15 W/m²K (zie Tabel 7 op pagina 50). tweezijdig bepleisterd Snelbouwsteen 90 mm. aangezien die niet noodzakelijk verschillend zijn voor de twee bouwwijzen en afhankelijk zijn van de keuzes die de bouwheer maakt.

bron klassieke vloer: tijdschrift Beter Bouwen en Verbouwen. De belangrijkste besparingen in strobalenbouw zitten vermoedelijk in de grote hoeveelheid werk die de bouwheer zelf besteedt aan de bouw van zijn woning.m.3.00 l. Besluit Zonder concrete gevalstudie is het moeilijk om een betrouwbare prijscalculatie te maken.20 1. dan zou de gemiddelde kostprijs wellicht ook rond of onder de 900 EUR/m² bewoonbare oppervlakte liggen.00 0. Bovendien wordt de vergelijking tussen strobalenbouw en traditionele bouw bemoeilijkt doordat in de traditionele bouw standaard meestal slechtere isolatiewaarden gehanteerd worden dan wat bekomen wordt met strobalenbouw.04 1. Indien men bij de bouw van een traditionele woning evenveel werken zelf zou uitvoeren.] [EUR/eenh.61 Tabel 10 Schatting en vergelijking van de prijs (inclusief BTW) van 1 m² vloer (bron strobalenvloer: prijslijst Ecomat.00 m² 5 40 mm contactgeluidisolatie 1.00 m² m³ m² m³ m² 45 240 8 400 24 prijs [EUR] 6 20 5 8 44 ? 3 91 45 10 8 80 24 167 6.] Strobalenvloer met houten spanten in gelijmd-gelamelleerd hout 340 mm strobalen 0.00 m² 13 Spanten kopmaat 5/44 2. nr 245.00 0.15 W/m²K) 130 mm welfsels 40 mm druklaag Wapeningsnet 200 mm PUR 60 mm chape Totaal 1. Webbey De Keyser Strobalenbouw .32 m³ 18 2 x 22 mm OSB-platen 2.00 m² 10 Dampscherm / folie 1. 22 Plaatsing houtskelet ? ? Metalen toebehoren (forfaitair) Totaal Klassieke vloer met dezelfde U-waarde als een strobalenvloer (0. januari 2009) hoeveelheid eenheidsprijs [eenh.

Milieu-impact 7. methaan (CH4). de documentaire An Inconvenient Truth. Normaalgezien is dat effect positief. lachgas (N2O). In de dampkring houden deze gassen de warmte vast die het aardoppervlak uitstraalt. Die boodschap was in wetenschappelijke milieus al lang gekend maar raakte de laatste jaren ook meer verspreid bij het grote publiek dankzij de aandacht die de media schenken aan het onderwerp (b.1. bodem. CFK‟s (chloorfluorkoolwaterstofverbindingen) en een aantal minder voorkomende gassen zorgt voor de „isolatie‟ van de aarde. alles rond het Kyoto-protocol. Figuur 29 De koolstofkringloop (zwart gedrukte getallen zijn hoeveelheden opgeslagen koolstof (in gigaton). dat samen met waterdamp (H2O). Situering van het mondiaal milieuprobleem De Aarde warmt geleidelijk op. omdat er anders geen leven mogelijk zou zijn op aarde. water. blauwe getallen zijn koolstoffluxen (in gigaton koolstof per jaar)) Webbey De Keyser Strobalenbouw . materialen) en anderzijds wordt vrijgesteld aan de atmosfeer onder de vorm van koolstofdioxide (CO2). …). Koolstofdioxide is een belangrijk broeikasgas. de Gentse Low Impact Man.62 7. De mens is (mede) verantwoordelijk voor deze opwarming door het verstoren van de natuurlijke koolstofkringloop (Figuur 29). Dit is een complex systeem van korte.en langetermijncycli waarin koolstof enerzijds wordt opgeslagen (in vegetatie.v.

v. maar voor een aantal landen rond de evenaar is het effect van toenemende woestijnvorming en steeds meer onvruchtbare bodem nu reeds te voelen. diersoorten die zich met deze plantensoorten voeden uitsterven. zal het voorspelde effect dus groter of kleiner zijn. Enerzijds kan de bouwsector hiertoe bijdragen door goed geïsoleerde energievriendelijke gebouwen te construeren. Het klinkt als een doemscenario en is in West-Europa momenteel een ver-van-ons-bedshow. en ten slotte ook de mens het moeilijk krijgt om nog voldoende voedselgewassen te telen om de hele (tevens aangroeiende) wereldbevolking mee te voeden. De gevolgen van zo een klimaatopwarming zijn catastrofaal. verlaagt de oplosbaarheid van CO2 in (zee)water. De meeste wetenschappers zijn het er over eens dat de klimaatopwarming en haar gevolgen minder catastrofaal kunnen gemaakt worden door een massale gedragswijziging.4 °C tegen 2100) als de mensheid zich blijft gedragen zoals de laatste eeuw. smelten de ijskappen en gletsjers af (waardoor er minder zonlicht gereflecteerd wordt en er nog meer zonlicht in warmte wordt omgezet). …). … Wat heeft dit hele verhaal nu met strobalenbouw te maken? Het antwoord op die vraag zit vervat in het concept “verlaging van de CO2-uitstoot”. waardoor het moeilijk te voorspellen is hoe groot het uiteindelijke netto-effect zal zijn. het verlagen of stopzetten van verbranding van fossiele brandstoffen (waardoor grote hoeveelheden koolstof ondergronds opgeslagen zouden blijven in plaats van versneld in de atmosfeer te komen onder de vorm van CO2).1 tot 6. enzoverder. door meer CO2 in de lucht groeien planten en bomen sneller. door het afsmelten van de poolkappen is er meer water waarin CO 2 kan oplossen. zodat er minder (fossiele) energie nodig is voor verwarming en dus Webbey De Keyser Strobalenbouw . het opslaan van koolstof (b. Daardoor komt er nog meer waterdamp in de atmosfeer. waardoor bepaalde plantensoorten verdwijnen. kortom hele ecosystemen wijzigen. waardoor de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt. het wijzigen van voedingspatronen (veeteelt is namelijk de grootste mensgerelateerde bron van methaan). zijn het verminderen van de CO2-uitstoot van verkeer en industrie. neemt de woestijnvorming toe ten koste van regenwouden (die anders CO2 zouden opslaan in de vorm van biomassa). Oceaanstromingen veranderen. Toch voorspellen alle huidige modellen weldegelijk een opwarming van de aarde (met 1. Een aantal mogelijke pistes om dat te doen. waardoor lokale klimaten wijzigen (qua temperatuur en neerslag). Afhankelijk van de mechanismen die in klimaatmodellen worden opgenomen.63 Nu is echter het probleem dat door toedoen van de mens de concentratie van deze broeikasgassen toeneemt. Er zijn gelukkig ook negatieve feedbackmechanismen (b. in de vorm van bossen).v. Dit soort effecten noemt men „positieve feedback‟: een ketting van reacties die het probleem alleen maar doen toenemen. De mensheid is moreel verplicht om haar netto-uitstoot van broeikasgassen te verlagen.

waar ze worden gemengd en in vormen worden geperst. De volgende paragrafen gaan dieper in op (o. wat visuele en ecologische schade toebrengt aan het landschap. is het niet hernieuwbaar en vergt het gebruik van bakstenen in de bouw enorm veel energie voor productie en transport. Hoewel klei een natuurlijk materiaal is. Het verband tussen strobalenbouw en passiefhuizen werd reeds uitgelegd in hoofdstuk 5. 7. Indien ervoor gekozen wordt om een (strobalen)gebouw te onderkelderen.a. zowel op vlak van economie en werkgelegenheid als op het vlak van milieu-impact. Maar daarvoor geldt een analoge redenering als voor bakstenen: ook voor de productie van cement is er veel energie en transport nodig. Deze „groene stenen‟ worden gedroogd en gebakken op hoge temperaturen. Voor de productie van bakstenen moet klei worden ontgonnen. wat dus ook cement vereist. Het gebruik van metalen (b. Vervolgens worden de klei en andere bestanddelen getransporteerd naar steenbakkerijen. Zowel in de traditionele bouwsector als in de strobalenbouw wordt gebruik Webbey De Keyser Strobalenbouw . gemaaid en tot balen geperst wordt door een lokale landbouwer. voor wapening. Wanneer ze klaar zijn. Anderzijds zijn metalen wel recycleerbaar. eindproducten) en de energiebehoefte bij de productie. het transport (grondstoffen. worden de stenen getransporteerd naar handelaars van bouwmaterialen. …) is milieubelastend op het gebied van de ontginning van grondstoffen (steenkool. dan valt het verschil in energieconsumptie en milieuaantasting direct op.64 minder CO2 in de atmosfeer terecht komt.) dit onderwerp.v. om daarna nogmaals getransporteerd te worden naar de werf. In wat volgt wordt de milieu-impact van traditionele bouwmaterialen vergeleken met de materialen die in de strobalenbouw worden gebruikt. wat bij de voornaamste kunststoffen niet het geval is. Natuurlijk bestaat een traditionele woning uit meer dan alleen bakstenen. kunnen deze lichter uitgevoerd worden dan in de klassieke bouw. Anderzijds kan er heel wat gedaan worden aan de CO2-uitstoot die verbonden is aan de productie van de gebruikte bouwmaterialen. Cement bijvoorbeeld.2. komt daar jammer genoeg wel veel cement/beton aan te pas. maar door het kleinere gewicht van een strobalen gebouw. erts). die het meteen ook zelf tot op de werf brengt. Vergelijken we dit met stro dat normaalgezien gezaaid. Milieu-impact van bouwen De bouwsector heeft een aanzienlijke invloed op de maatschappij. In de hedendaagse strobalenbouw worden weliswaar funderingen in beton toegepast. Dit gedachtegoed lag mee aan de basis van de ontwikkeling van lage-energiewoningen en passiefhuizen. I-profielen.

65 gemaakt van staal voor funderingen en verbindingen (hoekijzers. … Zowel bij de productie en het transport ervan als in het afvalstadium hebben deze materialen een aanzienlijke milieu-impact. Ter vergelijking: volgens de Confederatie Bouw worden er in België jaarlijks 50 000 tot 60 000 nieuwbouwwoningen gebouwd. Zoals reeds vermeld.3.… Hout wordt daarom een hernieuwbare natuurlijke hulpbron genoemd. cement. Deze materialen hebben algemeen een iets hogere warmtegeleidingcoëfficiënt (zie §2. kan men er zeker van zijn dat de schade aan het milieu beperkt bleef. Daar tegenover staan meer natuurlijke materialen zoals cellulosevlokken (die in de houtskeletbouw steeds vaker gebruikt worden). Dit hout is afkomstig uit de bosbouw en kan. I-profielen. … en stro. glaswol. Door hout te gebruiken met een FSC of PEFC label. maar daar tegenover staat dat ze milieuvriendelijker zijn op het gebied van productie en afvalverwerking. bij voorkeur uit nabijgelegen bossen.5) en zijn gevoeliger aan vocht. nagels). Stro is in principe een afvalproduct uit de landbouw. houtvezelplaten. ook een ernstige impact hebben op de visuele en ecologische waarde van bosecosystemen. polystyreen (EPS. Het ontginnen van hout uit de bosbouw is echter wel perfect mogelijk op een verantwoorde wijze (door selectieve houtkap in plaats van kaalkap en door de aanplanting van nieuwe bomen). Volgens VIBE (2008a) bedraagt het stro-overschot in België ongeveer 210 000 ton per jaar. Webbey De Keyser Strobalenbouw . Het gebruik van stalen kolommen. Daar tegenover staat dat voor een strobalen woning in houtskeletbouw meer hout vereist is dan voor een traditionele woning. maar in de traditionele bouwwijzen wordt wel heel vaak gekozen voor synthetische materialen zoals polyurethaan (PUR). Het kan enkel worden gebruikt om op de bodem van stallen te leggen of om. Isolatiematerialen bestaan in tal van natuurlijke en kunstmatige varianten. schroeven. in tegenstelling tot de productie van traditionele bouwmaterialen zoals baksteen. wat goed is voor het bouwen van circa 14 000 strobalenwoningen (er wordt gerekend op gemiddeld 15 ton stro per woning) zonder daardoor extra druk uit te oefenen op de landbouwsector of op het milieu. aluminium. heeft stro geen voedingswaarde en kan het dus niet als dierenvoeder worden gebruikt. terug op het land te brengen zodat de verhouding tussen koolstof en stikstof in de bodem meer in evenwicht is. wapening in vloerplaten en aluminium schrijnwerk is in de strobalenbouw normaalgezien wel erg beperkt in vergelijking met de traditionele bouw. XPS). vermengd met dierlijke mest. in geval van niet-duurzaam bosbeheer. kurk.

Energie. compatibel met de milieuproblematiek die werd uiteengezet aan het begin van dit hoofdstuk. Positieve getallen duiden op een uitstoot van CO2. is er de „voetafdruk‟ van te berekenen.v. Het is duidelijk dat natuurlijke bouwmaterialen zoals hout en stro een veel kleinere milieu-impact hebben dan de traditionele keramische materialen.3. 2007) Webbey De Keyser Strobalenbouw .2) kwantitatief in beeld in termen van CO2-emissies die gepaard gaan met de productie van enkele courante bouwmaterialen. Een meer recente benadering. negatieve getallen impliceren dat er meer koolstof in het bouwmateriaal wordt opgenomen dan dat er nodig is voor de productie ervan (omgerekend naar CO2). zodat optellen en vergelijken eenvoudiger wordt. is om de ecologische voetafdruk niet uit te drukken in oppervlakte maar in ton koolstof (of koolstofdioxide): de „carbon footprint‟.en grondstoffenverslindende samenlevingen zoals de Verenigde Staten leven „op veel te grote voet‟ en het is onmogelijk om de hele wereldbevolking op die manier te laten leven op één aardbol. Daarbij worden alle nodige hulpbronnen (energie. Een veelgebruikte benadering is om alles om te rekenen naar ruimtegebruik en uit te drukken in hectare. ruimte.66 7. Figuur 30 Hoeveelheid CO2-emissie (kg) die nodig is om 1 kg van een bouwmateriaal te produceren (bron: Wihan.) een bouwwijze te kwantificeren. …) uitgedrukt in eenzelfde eenheid. Deze benadering wordt vooral gebruikt wanneer de bedoeling van de studie is om aan te tonen dat we onze natuurlijke hulpbronnen aan een te snel tempo aan het verbruiken zijn en daarmee roofbouw plegen op onze planeet. Ecologische voetafdruk van strobalenbouw Eén van de mogelijke concepten om de milieu-impact van (b. In dat soort studies wordt vaak ook gewezen op de enorme ongelijkheid tussen Noord en Zuid. Figuur 30 brengt de bovengenoemde bedenkingen (§7. materialen.

In het geval van strobalenbouw wordt grotendeels gebruik gemaakt van natuurlijke materialen. behalve misschien de wapening die in de fundering werd verwerkt – hoewel gewapend beton in breekinstallaties ook perfect kan gescheiden worden in metaal en steenpuin. betekent dit dat er weldegelijk van technologische materialen en producten gebruik kan gemaakt worden. Voor veel bouwmaterialen is dat het geval: op sloopwerven worden verschillende afvalstromen (hout. het ene al erger dan het andere. Alvorens iets te produceren. steen) tegenwoordig gelukkig gescheiden gehouden. dient er dus een volledige levenscyclusanalyse gemaakt te worden.67 7. Wanneer beide kringlopen gemengd raken. In het ideale geval kan al het afval opnieuw als voedsel dienen voor de natuur of kunnen er nieuwe producten uit vervaardigd worden. 2008b). Toch is er een behoorlijk risico op contaminatie (b. hier is de basisgedachte dat (natuurlijke) kringlopen zoveel mogelijk dienen gesloten te worden zodat er nergens ongewenste opeenhopingen van bepaalde stoffen of materialen plaatsgrijpen. hout). waardoor voorzichtigheid geboden is. Gebruiksgoederen behoren dan tot de technologische kringloop en kunnen op het einde van hun nuttig leven gerecycleerd worden tot nieuwe technologische grondstoffen voor de productie van nieuwe gebruiksgoederen. In het ideale geval behoren verbruiksgoederen tot de biologische kringloop en kunnen ze na gebruik terugkeren naar de natuur door biologische afbraak (compostering). metaal. In het verhaal achter de reductie van CO2-emissies is de basisidee dat de natuurlijke koolstofkringloop zo min mogelijk mag verstoord worden door de mens. Hoewel de gegevens in Figuur 30 wellicht correct berekend werden door de auteur.4. met oog voor de verwerkingsmogelijkheden op het einde van de nuttige levensduur van het product. moet er op gewezen worden dat hier niet de volledige levenscyclus Webbey De Keyser Strobalenbouw . verven met zware metalen in houtafval). zolang die bij de afbraak van het gebouw terug kunnen gerecycleerd worden.v. Er worden namelijk twee parallelle kringlopen onderscheiden: een biologische en een technologische kringloop (VIBE. Cradle to cradle De visie achter het begrip „cradle to cradle‟ (letterlijk vertaald “wieg tot wieg”) is dat het onverantwoord is om een product te produceren dat in zijn afvalstadium voor problemen zal zorgen. ontstaan er milieuproblemen. die bij afbraak van het gebouw gewoon kunnen terugkeren naar de natuur door compostering (stro. De link tussen cradle to cradle en het in evenwicht houden van de koolstofkringloop is dus de CO2-productie die gerelateerd is met het afvalstadium van de bouwmaterialen. Toegepast op de bouwsector. leem. In principe zijn alle gebruikte metalen onderdelen afzonderlijk beschikbaar voor recyclage.

2005). Duurzaamheid Hoewel het begrip „duurzaamheid‟ tegenwoordig in de wereld van de bouwkunde wordt gebruikt om aan te duiden dat een materiaal lang meegaat alvorens sporen van aftakeling te vertonen. ecologisch en sociaal. Er bestaan inderdaad materialen met een betere isolatiewaarde dan stro. Wanneer je je huis bekijkt als je derde huid. Bij een volledige levenscyclusanalyse zou de CO2emissie van deze natuurlijke bouwmaterialen dus toch lichtjes positief worden. snel geplaatst en bepleisterd – staat echter nog altijd ter discussie. "als het maar goed gedaan is. zit je met twee discussies. maar daar is uiteraard opnieuw energie (CO2-emissie) voor nodig. Strobouw past volkomen in deze laatste visie. zagen van houten balken). “Ik geef er de voorkeur aan om ons ontwerpatelier bio-ecologisch te noemen.5.” zegt architect Mark Depreeuw in een interview (Danckaers. Energofielen staren zich blind op het isoleren. De natuurlijke bouwmaterialen zoals hout en stro kunnen uiteindelijk gecomposteerd of verbrand worden. Deze laatste redenering leidt tot de gedachte dat deze materialen CO2-neutraal zijn – wat de negatieve waarden in Figuur 30 herleidt tot nul. Stro. Zo is de strobalenbouw een bio-ecologisch alternatief voor bakstenenbouw. "Duurzaam" is in de Vlaamse mond eerder synoniem voor onvergankelijk dan voor natuurlijk. Veel van de metalen die als bouwmateriaal gebruikt worden. Dat leidt tot misvattingen en foute discussies.v. in welk materiaal maakt niet uit. kunnen in hun afvalstadium gerecycleerd worden tot een nieuw metalen materiaal. waarbij in beide gevallen eveneens een CO2-emissie plaatsvindt. maar enkel de productie ervan. maar vooral het woord duurzaamheid binnen de architectuur bekijk ik met enige argwaan. zodat je minder energie gebruikt". Daarbij komt er nog een kleine CO2-emissie ten gevolge van transport en basisbewerkingen die plaatsvonden op de natuurlijke grondstoffen (b. werd het op het einde van de jaren ‟80 gedefinieerd als “het voldoen aan onze behoeften zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheden voor de toekomstige generaties” (World Commission on Environment and Development. hoewel dit nog steeds verwaarloosbaar weinig is in vergelijking met traditionele bouwmaterialen zoals bakstenen. “Het begrip. In theorie is deze gelijk aan de hoeveelheid CO2 die bij het groeien van het hout of het stro door fotosynthese werd opgenomen uit de lucht.” Webbey De Keyser Strobalenbouw . een natuurlijk afvalproduct – perfect isolatiemateriaal.68 van het materiaal in beschouwing werd genomen. 1987). wordt het verhaal anders: die moet gezond zijn. Een voorbeeld: wanneer je biologisch materiaal ongenuanceerd tegenover energieverbruik plaatst. 7. maar binnen het bio-ecologisch bouwen kijken we verder en zijn ook de andere voordelen belangrijk.

2005). Strobalenbouwers zijn mensen die graag zelf met ecologische middelen hun (t)huis willen verwezenlijken. doen dat vaak vanuit een ecologische gedachte en weten op voorhand dat er geen aannemers zijn die sleutel-op-de-deur strobalenwoningen bouwen. Daarbij komt men ongetwijfeld in contact met mensen die vanuit hetzelfde gedachtegoed ook met strobalenbouw bezig zijn. waardoor elk bouwproject ook een educatieve waarde krijgt.69 De ecologische aspecten van strobalenbouw kwamen hoger reeds aan bod. Hun doel is: ecologisch en sociaal verantwoorde huizen te bouwen voor mensen die het niet breed hebben en die dreigen dakloos te worden. De plaatselijke bevolking wordt intens betrokken bij het bouwproces. Ruimtegebruik In Vlaanderen begint open ruimte schaars te worden en zou er nog veel meer moeten op gelet worden dat in het Ruimtelijke Ordeningbeleid de resterende groene ruimte niet wordt bebouwd of versnipperd. Daarbij wordt vooral gefocust op de verschillende groepen Indianen die tegenwoordig gedwongen worden in een soort reservaten te leven. Het uitvoeren van meergezinswoningen in strobalenbouw moet in principe mogelijk zijn. In Vlaanderen is de vzw Casa Calida een mooi voorbeeld van een vrijwilligersorganisatie die dergelijke mensen met elkaar in contact brengt. Webbey De Keyser Strobalenbouw .6. Strobalenbouw is meer dan een technische bouwwijze: het is een levensvisie. The Red Feather is een vrijwilligersgroepering ontstaan in South Dakota / Montana die (zelfdragende) strobalen huizen bouwt. maar gebeurt momenteel (nog) niet. De vrijwilligers van The Red Feather hopen op deze wijze de fundamenten te leggen voor een duurzaam woonbeleid voor deze Indiaanse gemeenschappen: The American Indian Sustainable Housing Initiative (Corum. Strobalenbouw is vaak een sociaal gebeuren. Ondanks het erg groene karakter van strobalenbouw. maar het begrip duurzaamheid betrekt ook het sociaal aspect bij het bouwproces. 7. Bouwheren die voor strobalenbouw kiezen. Hun veelzeggende slogan “warme mensen bouwen warme huizen” vat een groot deel van het sociaal aspect van strobalenbouw samen. Behalve het triviale feit dat tijdens het stapelen van de strobalen familie en vrienden graag komen meehelpen met de bouwheer – al was het maar uit nieuwsgierigheid – is het ook zo dat kandidaat-strobalenbouwers zich eerst dienen te informeren over de achtergrond en uitvoeringsdetails van deze bouwwijze. Maar dat zouden ze ook niet willen. In de Verenigde Staten gaat het sociaal aspect nog verder dan hier. wat in de traditionele bouwsector zeker niet altijd het geval is. kan er (terecht) op gewezen worden dat strobalenwoningen in de meeste gevallen grote open bebouwingen zijn en daarmee dus niet echt bijdragen tot een doordacht ruimtegebruik.

voornamelijk bepaald door de afwerking. waardoor ook iets lichtere funderingen mogelijk zijn in vergelijking met traditionele bouw. maar minder weerbestendig. De afwezigheid van noemenswaardige koudebruggen. In Vlaanderen is nog geen officiële waarde vastgesteld.      Webbey De Keyser Strobalenbouw . In combinatie met leembepleistering als binnenafwerking wordt een quasi constante relatieve luchtvochtigheid bekomen van 50 %. Certificering als passiefhuis kan momenteel nog niet door dat gebrek aan officiële 𝜆-waarde. Daardoor kunnen nu strobalenwoningen worden gebouwd die voldoen aan alle wettelijke en menselijke noden. Conclusies Strobalenbouw is een volwaardige bouwwijze die het laatste decennium door verschillende architecten en groepen zelfbouwers is geperfectioneerd. De keuze van het type fundering moet van geval tot geval geëvalueerd worden op basis van de berekende belasting. Kalkpleisters zijn vrij delicaat wat betreft het aanbrengprocédé. Voldoende akoestische isolatie doordat een strobalenwand een geluidsverzwakkingsindex Rw heeft van 55 dB (≈14 cm beton). Strobalenwanden (inclusief houtskelet en bepleisteringen) hebben een U-waarde van ongeveer 0.15 W/m²K.of leembepleistering. Een lichte constructie.  Een gezond binnenklimaat ten gevolge van goede dampdiffusie doorheen de strobalenwanden. In Duitsland wordt met een rekenwaarde van 0. De bevestigingswijze van het houtskelet op de fundering verschilt van geval tot geval. Leem is eenvoudiger te verwerken en is tevens goedkoper. maar het K-peil van een lage-energiewoning of passiefhuis wordt zeker gehaald.060 W/mK gerekend. afhankelijk van het type fundering en het type houtskelet (post and beam of een variant van platform and balloon).70 8. Goede thermische isolatie door een combinatie van een relatief lage warmtegeleidingcoëfficiënt (𝜆) met een grote dikte van de buitenwanden. Op cement gebaseerde pleisters komen niet in aanmerking doordat deze onvoldoende damp-open zijn. de bodemfysische eigenschappen van de bouwplaats en de wensen van de bouwheer inzake onderkeldering. Meestal is dit een kalk.052 W/mK dwars op de halmrichting en 0. In tegenstelling tot beton is stro ook goed als contactgeluidsisolatie. maar voor EPB-doeleinden wordt voorlopig met 0. Een uitzicht dat zowel “organisch” (golvend) als strak kan zijn.080 W/mK evenwijdig met de halmrichting gewerkt. rekening houdend met algemeen aanvaarde bouwfysische principes. De hedendaagse strobalenwoning vertoont volgende eigenschappen.

blijken er ook enkele aspecten te zijn waar tijdens het ontwerp en de bouw van een strobalenwoning extra aandacht moet worden aan besteed. De strobalen moeten ten allen tijde droog gehouden worden om het risico op schimmels te minimaliseren: zowel tijdens de persing. Een standaard strobalenwoning kost 750 à 850 EUR/m² bewoonbare oppervlakte. In de traditionele bouw is dat voor de meeste bouwheren minder evident. Op de werf moet los stro steeds opgeruimd worden wegens brandgevoeligheid. Een kleine milieu-impact. wat meteen de reden is waarom een traditioneel gebouwde woning (met hetzelfde K-peil) 30 tot 50 % duurder is dan een strobalenwoning. tarwe of triticale). moet op de hoogte zijn van de vereiste eigenschappen van de balen: (1) droog. (2) gedorst en (3) geperst met een dichtheid van minimum 90 kg/m³ maar liefst nog meer. maar moet het stro droog houden bij regenweer. Eens ingebouwd in een wand en bepleisterd aan beide zijden. Doordat strobalenbouw principieel eenvoudig is. Wordt er geen rekening Strobalenbouw     Webbey De Keyser . De buitenafwerking moet dampdoorlatend zijn. de tijdelijke opslag. is er herhaaldelijk in standaardproeven bewezen dat er een brandweerstand van 90 tot 120 minuten is. De afmetingen en afstanden van de houtskelet-elementen moeten worden afgestemd op de afmetingen van de strobalen: de kolommen van een post and beam houtskelet moeten even breed zijn als de strobalen (meestal 44 à 45 cm). enerzijds door goede isolatie (weinig energie nodig voor verwarming). Grote dakoversteken worden voorzien om veel (slag)regen op de muren te verhinderen.  De landbouwer die het stro aanlevert (best winterrogge. De binnenafwerking wordt best minder damp-open gekozen dan de buitenafwerking. het bouwproces. het transport. de hoogte van de vloer. maar het staat de bouwheer vrij om gebruik te maken van strobalen uit de biologische landbouw.en dakspanten en hun onderlinge afstand moeten zo gekozen worden dat er net een strobaal tussen past.71  Een kostprijs die iets lager ligt dan die van traditionele bouw. kunnen er besparingen gerealiseerd worden door zelfbouw.  Naast al deze voordelige eigenschappen. als in de afgewerkte wand. anderzijds door gebruik van CO2-neutrale materialen en doordat er op het einde van de levensduur van het gebouw geen schadelijk afval vrijkomt. zodat vocht vanuit de strobalen naar buiten kan diffunderen. Volgens DIN 4102-B2 worden bepleisterde strobalen als “normaal brandbaar” geklasseerd. Over de invloed van het gebruik van pesticiden werd geen informatie gevonden.

zoals binnenwanden in silicaatsteen.   Webbey De Keyser Strobalenbouw . Het stro moet overal goed afgesloten zijn tegen het binnendringen van levende organismen. omdat stro zelf slechts weinig thermische inertie bezit.  Bij het isoleren van een dak met strobalen.72 gehouden met deze maatvoering. vloeren in stampleem of tegels in een mortelbed. en vloer.en dakconstructies goed af te sluiten met behulp van plaatmaterialen. dan is er veel manueel werk vereist om ofwel het skelet ofwel de strobalen aan te passen. kunnen deze het makkelijkst worden aangebracht via de bovenzijde. Binnen in de woning worden best enkele thermisch inerte elementen voorzien. Daarom worden de onderste laag plaatmateriaal en het dampscherm best eerst aangebracht op de onderzijde van de dakspanten. de onderste laag strobalen in te pakken in metaalgaas. zodat de strobalen er via de bovenzijde kunnen worden ingepropt. door de bepleistering te laten doorlopen tot op het houtskelet.

236p. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. 2004.be/main_tchn/cert/files_pdf_N/ggh2550_N. Load-bearing straw bale structures – a summary of testing and experience. T. 2005. 2006..2-430/03. departement burgerlijke bouwkunde. Forschungsinstitut für Wärmeschutz e. 2006. Mark Depreeuw: „Je huis is je derde huid‟.. Inleiding in de strobalenbouw. Geraadpleegd op 8 april 2009.be. New Society Publishers..pdf.73 9. & Thoelen. Danckaers. Canada. München. Bouwkunde.mo. Duitsland.. Verhandeling. T. C. 2005. 2003. B. Geraadpleegd op 11 november 2008. NY. Geraadpleegd op 2 maart 2009. Practical straw bale building. Technische goedkeuring met certificatie.be/ downloads/crp2007_nl. P. N. Claus.V. Ecological Building Network. Syllabus opleiding energieprestatieregelgeving. 288p. Geraadpleegd op 17 november 2008. 47p. Hollis. 98p. Balken in gelijmd gelamelleerd hout WOODLAM. Wärmeleitfähigkeit nach DIN 52612. 2007.fgov. P. P. 192p. More straw bale building – a complete guide to designing and building with straw. Productie van landbouwteelten. Passiefhuisprincipes en ecologisch bouwen a. King..xls. Faculteit toegepaste wetenschappen. Webbey De Keyser Strobalenbouw . M.pdf. milieu en duurzame ontwikkeling. 2003. 2005.. & Therrien. Mack. München. Leuven. Antwerpen. http://statbel. http://www.. 32p.h. 2005. http://www.org/pdfs/Load-Bearing_SB_Const. 17p. 1p. E. Building a straw bale house. Australia. VIBE. http://www.ecobuildnetwork. Prüfbericht Nr. & Vereecken. F. Landlinks Press.v. FOD economie.. Corum. Module 1: algemeen kader. The Red Feather construction handbook. Princeton Architectural Press. Magwood. G. Delile.ctib-tchn. Rekenblad. C. Collingwood. BUtgb (Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw).d.. een concreet project van (en voor) een architect. Bibliografie Bellens. 2008.

J. 123p. VIBE (Vlaams Instituut voor Bio-ecologisch Bouwen en Wonen). 2008c. H. 47.en houtconstructies. Theis. R. Doctoraat. Stro als bouwmateriaal. 2006. 2008a. World Commission on Environment and Development. 14p. Heat insulation performance of straw bales and straw bale walls. Vlaamse energiecertificaten benadelen bewuste bouwers: eraan voor de moeite.. L. 2003. PHP.gc.. 400p.. 133p. National Research Council Canada. Canadian Building Digest. L. M. Passiefhuis-Platform. VIBE (Vlaams Instituut voor Bio-ecologisch Bouwen en Wonen).pdf. CVO-IVV De Avondschool. Van den Bruel. Our common future. 271p. http://irc. Gent. Katholieke Hogeschool Kempen. VIBE (Vlaams Instituut voor Bio-ecologisch Bouwen en Wonen). 49. Hohensinner....html. Factors Affecting Sound Transmission Loss. 2008. Dossier: Naar een nieuwe houtskeletbouwwijze.ca/ pubs/cbd/cbd239_e. Straw bale fire safety: a review of testing and experience to date. 105p. University of East London School of Computing and Technology. VIBE (Vlaams Instituut voor Bio-ecologisch Bouwen en Wonen). Humidity in straw bale walls and its effect on the decomposition of straw. in: Wonen met de Natuur nr. Eindwerk. Webbey De Keyser Strobalenbouw . 2007. p. Cursus derde jaar bouw.74 Parewijck.. Wimmer. 14p. Warnock.nrc-cnrc. Wihan. in: Wonen met de Natuur nr. 5p. Passiefhuisgids: Antwerpen. 2001. in: Wonen met de Natuur nr. Janisch. Technische Universiteit Wenen. 2007. http://www. Instrumentarium voor de architect. Oostenrijk. Constructieleer – Bouwfysica. 1985. Oxford University Press. Dossier: Bouwen met strobalen. B.ecobuildnetwork. A. 1987. UK. 14p. Dossier: Cradle to cradle: kringlopen sluiten. 2009. 2008b. in: Wonen met de Natuur nr. Geel. Departement Industrieel Ingenieur en Biotechniek. Poster. Ecological Building Network. Geraadpleegd op 21 december 2008. 46. UK. 8-11. & Drack.. Geraadpleegd op 30 april 2009. C. 45.org/pdfs/Fire_safety.

de dampweerstand van een laag lucht van dezelfde dikte. Deze techniek wordt meestal toegepast op bakstenen muren maar kan ook op een geleemde strobalenwand gebruikt worden.v. EPC: energieprestatiecertificaat: een attest dat moet worden opgemaakt door een erkend energiedeskundige van het type A bij elke woning die verhuurd of verkocht wordt. Lage-energiewoningen en passiefhuizen hebben een Kpeil lager dan respectievelijk K30 en K15. energieprestatie (verwarmingsinstallatie. De term houdt niet alleen rekening met de isolatiegraad van een gebouw (op basis van de U-waarde van de verschillende constructie-onderdelen). EPB: energieprestatie en binnenklimaat: de Vlaamse regelgeving waaraan nieuwe en verbouwde gebouwen sinds 2006 moeten voldoen. Webbey De Keyser Strobalenbouw . zonne-energie. Voor isolatiematerialen moet deze waarde zo klein mogelijk zijn. en vanaf januari 2010 slechts 80. Ze omvat bepalingen omtrent thermische isolatie.. Een kalei is zeer damp-open maar beschermt de muur toch tegen regendoorslag. µ: dampdiffusiecoëfficiënt [-]: uitdrukking van de weerstand van een materiaal tegen dampdiffusie. ventilatie. Volgens het energieprestatiedecreet mag het K-peil maximaal K45 zijn. Het is een dimensieloos getal dat de verhouding weergeeft van de dampweerstand van het materiaal t.75 Verklarende woordenlijst E-peil: peil van primair energieverbruik: vergelijking van het “karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik” van een gebouw met een referentiewaarde. 𝜆-waarde: warmtegeleidingscoëfficiënt [W/mK]: een materiaalconstante die aangeeft hoe goed het materiaal warmte geleidt. maar ook met de compactheid van het gebouw. Post and beam: skeletbouwwijze waarbij de draagstructuur wordt gevormd door verticale kolommen en horizontale balken. Op het EPC staat een energie-kengetal vermeld waarmee potentiële kopers of huurders het energieverbruik van woningen makkelijk onderling kunnen vergelijken. Het E-peil mag nog maximaal 100 bedragen.) en ventilatie. K-peil: kengetal om de graad van thermische verliezen door de gebouwschil aan te geven.. Kaleien: het aanbrengen van een dunne kalkpleisterlaag met behulp van een blokborstel.o.

Rw-waarde: geluidsverzwakkingsindex [dB]: geeft het verschil in geluidssterkte tussen de twee zijden van de wand weer. Verdiepingsvloeren worden gedragen door deze wanden. De waarde geeft de mate van isolatie van de constructie aan: hoe hoger de U-waarde. hoe slechter geïsoleerd. Webbey De Keyser Strobalenbouw . per m² en per graad temperatuurverschil tussen de ene en de andere zijde van een constructie doorgelaten wordt.76 Platform and balloon: skeletbouwwijze waarbij de draagstructuur verwerkt wordt in de wanden onder de vorm van een reeks verticale spanten. U-waarde: warmtedoorgangscoëfficiënt [W/m²K]: drukt de hoeveelheid warmte uit die per seconde.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful