Merlin Gerin Gids voor laagspanningsverdeling 2003

K
Gids laagspanningsverdeling

Deze gids heeft tot doel ontwerpers te adviseren bij het kiezen van optimale oplossingen om tot elektrische installaties te komen die beantwoorden aan de normen.

inhoud gedetailleerde inhoud

K2

1
studie van een installatie 1a methodologie 1b bediening en scheiding van kringen 1c beveiliging van kringen 51d beveiliging van transformatoren 1e beveiliging van leidingen 1f beveiliging van motoren 1g selectiviteit van de beveiligingen 1h filiatie 1i beveiliging van personen en goederen 1j compensatie van reactieve energie 1k onderbrekingsvrije voedingen 1l beveiliging tegen bliksem 1m installatie in omhulsels
K5 K11 K29 K75 K79 K93 K117 K165 K173 K217 K225 K233 K249

2
Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars 2a uitschakeling 2b begrenzing 2c declassering bij temperatuursverhoging
K261 K262 K281 K292

3
reglementering normen
K295 K296

4
vragen-antwoorden aantal schakelingen, trillingen, thermisch geheugen...
K301

Diensten van Schneider
Ecodial 3-software... Ontwikkeld om u te helpen bij het uitoefenen van uw beroep. Dit programma is een specifiek hulpmiddel bij het ontwerpen, berekenen en uittekenen van elektrische installaties. Het opleidingscentrum Campus Een programma van cursussen op het gebied van de elektrische verdeling en industriële automatisering. E-mail: campus@schneider.be

... Bezoek onze website www.schneider-electric.be
Gids laagspanningsverdeling 2003

K1

inhoud

1. studie van een installatie
1a methodologie
basisfuncties van de apparatuur te volgen stappen voorbeeld K6 K7 K8

K5

1b bediening en scheiding van kringen
plaatsbepaling van een lastschakelaar gerealiseerde functies en toepassingen normen en keuzecriteria keuze van een lastschakelaar coördinatie van de vermogensschakelaars stroomopwaarts/lastschakelaar stroomafwaarts

K11
K12 K13 K14 K15 K24

1c beveiliging van kringen
bepaling van het kaliber van een vermogensschakelaar bepaling van de kabeldoorsnede bepaling van de toelaatbare spanningsval bepaling van de kortsluitstroom keuze van de beveiligingsinrichtingen kringen gevoed met gelijkstroom kringen gevoed met 400 Hz kringen gevoed door een generator kringen gevoed door meerdere parallelle transformatoren huishoudelijke installaties

K29
K30 K32 K34 K40 K43 K65 K68 K70 K72 K74

1d beveiliging van LS/LS-transformatoren
keuze van de vermogensschakelaars

K75
K76

1e beveiliging van de leidingen
coördinatie vermogensschakelaar/geprefabriceerde railkokers

K79
K80

1f beveiliging van motoren
beveiliging van motoraanzetters coördinatietabellen type 2 coördinatietabellen type 1 preventieve beveiliging van motoren

K93
K94 K99 K110 K116

1g selectiviteit van de beveiligingen
algemeenheden selectiviteitstabellen

K117
K118 K120

1h filiatietechniek
presentatie filiatietabellen

K165
K166 K168

1i beveiliging van personen en goederen
definities volgens A.R.E.I. en IEC 60479-1 en 2 nulleiderstelsels keuze van een nulleiderstelsel aantal polen van de schakelaars in functie van een nulleiderstelsel TT-stelsel: c beveiliging van personen tegen onrechtstreekse aanraking c typeschema’s c keuze van een differentieelinrichting TN- en IT-stelsels: c beveiliging van personen tegen onrechtstreekse aanraking c controle van de uitschakelvoorwaarden c TN-stelsel: v typeschema v maximale kabellengten c IT-stelsel: v typeschema's v keuze van een permanente isolatiebewaking (P.I.B.) v verplichtingen door de normen bij permanente isolatiebewaking v gebruik van permanente isolatiebewaking met onderbrekingsvrije voedingen v maximale kabellengten gelijkstroomnet geïsoleerd van de aarde risico’s op ontijdige uitschakeling van een differentieelinrichting gedrag van een differentieelinrichting in aanwezigheid van een gelijkstroomcomponent

K173
K174 K177 K180 K184 K185 K186 K188 K190 K191 K192 K193 K199 K201 K203 K205 K207 K213 K214 K215

1j compensatie van reactieve energie
de compensatie van reactieve energie en het wegfilteren van harmonischen methode voor het kiezen van een condensatorbatterij compensatie van asynchroonmotoren en transformatoren doorsnede en beveiliging van de kabels wegfilteren van harmonischen

K217
K218 K219 K221 K222 K223

K2

Gids laagspanningsverdeling 2003

1k onderbrekingsvrije voedingen
ontwerp van een installatie keuze van een onderbrekingsvrije voeding de batterijen niet-lineaire belastingen en generatorgroepen actief compensatiefilter voor harmonischen

K225
K226 K228 K230 K231 K232

1l beveiliging tegen bliksem
reglementering de bliksem en zijn effecten keuze van overspanningsbeveiliging

K233
K234 K236 K245

1m installatie in een omhulsel
beschermingsgraad eigenschappen van de metalen omhulsels eigenschappen van de kunststof behuizingen thermisch beheer van borden dimensionering van railstellen

K249
K250 K251 K252 K253 K256

2. bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars K261
2a uitschakeling
de lossers uitschakelcurven K262 K267

2b begrenzing
algemeenheden begrenzingscurven K281 K282 K292

2c declassering bij temperatuursverhoging

3. reglementering
de norm NBN EN 60439-1 de norm NBN EN 60439-2

K295
K296 K300

4. vragen-antwoorden
Heeft de hoogte een invloed op de specificaties van de vermogensschakelaar? Wat is het aantal elektrische en mechanische schakelingen van de vermogensschakelaar? Waartoe dient en hoe werkt de controle van de belasting? Aan welke industriële trillingen mogen de vermogensschakelaars onderworpen worden? Wat is de tropenvastheid van de apparatuur? Wat is de scheidingsafstand tussen de contacten met het apparaat in open stand? Wat is de openingstijd van een vermogensschakelaar uitgerust met een uitschakelspoel? Mag men een apparaat voeden langs de stroomafwaartse klemmen? Hoe werkt de teletransmissie bij Masterpact? Wat is het thermisch geheugen van een beveiligingsunit met microprocessor? Wat is het gedissipeerd vermogen per pool?

K301
K302 K302 K302 K302 K302 K302 K303 K303 K303 K303 K304

Gids laagspanningsverdeling 2003

K3

K4

Gids laagspanningsverdeling 2003

1a 1 studie van een installatie 1a methodologie basisfuncties van de elektrische apparaten te volgen stappen voorbeeld pag. K6 K7 K8 Gids laagspanningsverdeling 2003 K5 .

Het A. moeten bij het begin van elke kring geïnstalleerd worden. Het detecteren van deze overbelasting gebeurt doorgaans met behulp van een thermisch relais. 248.R.02). De elektrische beveiliging Beveiliging tegen overbelasting : (waardoor ook de leidingen beveiligd worden) c tegen overbelasting.Studie van een installatie Methodologie Basisfuncties van de elektrische apparaten De elektrische apparaten hebben tot doel de elektrische beveiliging. blokkering van de rotor of werking op één fase. Beveiliging tegen isolatiefouten Ter beveiliging van personen. Bedieningsfuncties Onder de algemene term «bediening» worden doorgaans alle functies ondergebracht die de exploitant toelaten op de verschillende niveaus van de installaties in te grijpen op kringen onder spanning. art.I. ingevolge langdurige overbelasting. de kortsluitbeveiliging wordt verzekerd door smeltveiligheden van het type aM of een vermogensschakelaar met magnetische beveiliging.of reparatiewerkzaamheden aan de installatie moeten uitvoeren.R.E. Deze beveiligingen. 236 Heeft tot doel bij normaal bedrijf de spanning van het geheel of een gedeelte van de installatie in. die doorgaans verzekerd worden door vermogensschakelaars of automaten. met het oog op de veiligheid van personen die onderhouds.en uit te schakelen en moet ten minste voorzien worden : c bij het begin van elke installatie c ter hoogte van de verbruikers. differentieelinrichtingen of apparaten voor isolatiebewaking Beveiliging tegen de gevaren van oververhitting van motoren Bijv. ingevolge een optredende fout tussen verschillende geleiders van een kring.I. Art.I. definieert de te eerbiedigen voorwaarden opdat een apparaat deze scheidingsfunctie zou kunnen vervullen. 235 van het A. 235 en art. de scheiding en de bediening van kringen te verzekeren. Scheiding Heeft tot doel een kring of een apparaat te isoleren van de rest van de elektrische installatie. Functionele bediening A. onder de vorm van overstromen die zich kunnen voordoen in een kring die vanuit elektrisch oogpunt gezond is c tegen kortsluitstromen. K6 Gids laagspanningsverdeling 2003 .E. legt de verplichting op voor elke elektrische kring van een installatie deze scheidingsmogelijkheid te voorzien (art.R.E. Naargelang het nulleiderstelsel wordt deze beveiliging verzekerd door vermogensschakelaars of automaten.

bepaling van de spanningsval 4. indien de stroomverdeling gebaseerd is op een nulleiderstelsel van het type IT of TN. Elk geheel van leiding en haar beveiliging moet tegelijkertijd aan meerdere voorwaarden beantwoorden. kabel S1 lB (A) 350 installatiewijze éénpolige PRkabel. Een aankomstvermogensschakelaar en een vertrekvermogensschakelaar zijn verbonden door koperen rails van 1 meter. alleen in een buis meerpolige PRkabel. vanaf het begin van de installatie tot en met de eindverdeelkringen. of kostbare lijnverliezen zou kunnen meebrengen.Te volgen stappen Voorbeeld 1a De studie van een installatie omvat de precieze bepaling van de leidingen en hun elektrische beveiligingen. Tussen elke transformator en de ermee overeenstemmende aankomstvermogensschakelaar zijn 5 meter éénpolige kabels voorzien. op nietgeperforeerde tablet. De studie van een elektrische installatie gebeurt methodisch volgens de volgende stappen: 1. controle van de beveiliging van personen Voorbeeld Als voorbeeld nemen we de bijgaande installatie met nulleiderstelsel TN. samen met 4 andere kringen meerpolige PRkabel. Er worden uitsluitend koperkabels gebruikt en de omgevingstemperatuur bedraagt 35 °C. alleen in een buis 35 S2 110 80 S3 30 S4 230 2 x 800 kVA 20 kV / 410 V 50 S5 D0 D'0 75 10 S6 S7 17 PEN A D1 PEN D4 D7 S7 S1 PEN B D2 D S2 PEN C D3 PE S3 N PE motoren moteurs fluoverlichting 2 x 58 W éclairage fluorescent 2 x 58 W 17 toestellen per fase 17 luminaires par phase N PE PE D5 S5 S6 D6 auxiliaires hulpapparaten PE P = 37 kW P = 11 kW Gids laagspanningsverdeling 2003 K7 . samen met 2 andere kringen meerpolige PVCkabel in kabelgoot. alleen bevestigd en los van de wand meerpolige PRkabel. op niet geperforeerde kabelbaan. zoals opstartende motoren. bepaling van de kalibers In van de lossers van de vermogensschakelaars 2. bepaling van de kortsluitstromen 5. gebruik van de filiatietechniek (eventueel) 8. Bovendien moet de vermogensschakelaar (of de smeltveiligheden) : c de leidingen beveiligen tegen alle overstromen tot aan de kortsluitstroom c de beveiliging van personen tegen onrechtstreekse aanraking verzekeren. die schadelijk zou kunnen zijn voor de werking van bepaalde verbruikers. samen met 2 andere kringen meerpolige PRkabel. optimalisering van de selectiviteit van de beveiligingen 9. Karakteristieken van de kabels lengte (m) 40 identif. samen met 2 andere kringen meerpolige PRkabel. die samen de veiligheid van de installatie verzekeren : c transporteren van de permanente bedrijfsstroom en de normale bijhorende stroompieken c geen spanningsval veroorzaken. keuze van de beveiligingsinrichtingen 6. bepaling van de kabeldoorsneden 3. selectiviteit van de beveiligingen 7. op geperforeerde kabelbaan.

08 = 3.08 0. wat strijdig is met de wens energie te besparen. K36 bepaalt de spanningsval voor de onderscheiden doorsneden.56 % c motorkring (11 kW) : ∆U = 0. kabel S1 S2 S3 S4 S5 S6 S7 kaliber (A) 400 125 20 250 80 25 20 doorsnede (mm2) 240 50 6 150 16 4 2. K42 laat toe de waarden te bepalen van de kortsluitstromen op de verschillende punten waar de beveiligingsinrichtingen geïnstalleerd zijn.63 %.51 + 3.63 Berekening van de spanningsval in de verschillende kringen : c verlichtingskring : ∆U = 0.77 2. K30 en K31 bepalen rechtstreeks de kalibers van de eindvermogensschakelaars in functie van het vermogen en de aard van de verbruiker. K32 zijn correctiefactoren afgeleid. Vervolgens dient men te controleren of de som van de spanningsvalpercentages kleiner is dan (bij een HS/LS-post die eigendom is van de abonnee) c 6 % voor de verlichtingskring c 8 % voor de andere vertrekken. K44 tot K61.75 = 4. in functie van het vermogen en het aantal parallel geschakelde transformatoren.26 % c hulpkringen : ∆U = 0.84 0.76 0.84 + 0.96 0.85.51 + 2. Daarbij moet rekening gehouden worden met een eventuele declassering van de kalibers op grond van de omgevingstemperatuur.5 3 Bepaling van de spanningsval De tabel op pag. 4 Bepaling van de kortsluitstromen Aan de hand van de tabel op pag. De tabel op pag.77 + 2. pag. die toelaten de coëfficiënt K te bepalen en de keuzeletter.05 3.Studie van een installatie Methodologie Voorbeeld 1 Bepaling van de kalibers In van de lossers van de vermogensschakelaars De tabellen op pag. De tabel op pag. K33 laat vervolgens toe de vereiste kabeldoorsneden te bepalen. identificatie kabel S1 S2 S3 S4 S5 S6 S7 kaliber (A) 400 125 20 250 80 25 20 coëfficiënt K 0. Opmerking : Deze waarde van 8% kan echter te hoog zijn en wel om drie redenen : 1/ de goede werking van motoren wordt doorgaans gewaarborgd bij hun nominale spanning ±5 % (in permanent bedrijf) 2/ de aanloopstroom van een motor kan 5 tot 7 In en soms zelfs meer bedragen.59 0.51 2.5 lengte (m) 40 35 80 30 50 75 10 ∆U % 0. met behulp van de tabellen op pag.86 0. identif. Voor de andere vertrekken volstaat het rekening te houden met de relatie In u IB en een van de bestaande kalibers te kiezen uit de keuzetabellen van de vermogensschakelaars. De gemiddelde cos van de installatie bedraagt 0. Om al deze redenen is het wenselijk een lagere spanningsval na te streven dan de maximaal toegelaten waarde.75 0.69 % c motorkring (37 kW) : ∆U = 0. vermogensschakelaar bedrijfsstroom (A) kaliber D0 et D'0 800 kVA D1 D2 D3 17 verlichtingstoestellen/fase 2 x 58 W D4 D5 37 kW D6 11 kW D7 vermogen 1 126 350 110 16 230 72 23 17 1 250 400 125 20 250 80 25 20 2 Bepaling van de doorsnede van de kabels Uit de tabellen op pag. K73 kan men de waarde van de kortsluitstroom bepalen ter hoogte van het hoofdrailstel (punt A).76 0. K292 tot K294.86 keuzeletter F C B C E B B doorsnede (mm2) 240 50 6 150 16 4 2. Afgezien van het feit dat dit hinderlijk zal zijn voor de andere gebruikers kan dit eveneens meebrengen dat de motor niet eens start 3/ ten slotte is spanningsval synoniem van verlies op de lijnen. Indien de spanningsval 8% bedraagt bij permanent bedrijf zal hij bij het opstarten vermoedelijk een zeer hoge waarde bereiken (15 tot 30% in bepaalde gevallen). identif. aanduiding bord A B C D doorsnede (mm2) 240 50 150 lengte (m) 40 35 30 Icc (kA) 37 22 10 22 K8 Gids laagspanningsverdeling 2003 .72 0.05 = 2.

Ze moeten vergeleken worden met de hoger berekende waarden van de kortsluitstromen. De selectiviteitsgrens tussen D0-D1 en D’0D4 of D’0-D7 dient vermenigvuldigd te worden met het aantal parallel geschakelde transformatoren.0 PEN 48 kA 37 kA PEN 6 Selectiviteit van de beveiligingen De selectiviteitstabellen op pag. De filiatietechniek bij parallel geschakelde transformatoren is terug te vinden in de tabel pag.0 totaal 12 kA D' D0 0 C1251N NS1250N STR25DE Micrologic 2. Het blijkt nu dat het selectiviteitsniveau niet verbeterd is. Daar tegenover staat een zeer aanzienlijke besparing op het vlak van de materiaalkosten. D1 A totaal 24 kA 30 kA totaal totale 30 kA NS400H NS400N STR23SE B totaal totale S1 PEN 25 kA 22 kA D4 NS250H TM250 S4 totaal totale D7 NS100H TM25 S7 N PE totaal totale PE 25 kA 22 kA hulpauxiliaires apparaten D2 NS160N TM125 C D S2 totaal totale 13 kA 10 kA PEN D5 NS100H TM80 S5 S6 D6 C60L 25 A curve C C courbe PE S3 N PE D3 C60H C60N 16 20 A curve C C courbe PE motoren moteurs fluoverlichting 2 x 58 W éclairage fluorescent 2 x 58 W 17 toestellen par phase 17 luminaires per fase P = 37 kW P = 11 kW 7 Gebruik van de filiatietechniek Alvorens de selectiviteitsgrenzen te verbeteren kunnen we eerst de keuze van de beveiligingsinrichting zelf verbeteren. K118 tot K164 laten toe de selectiviteitsgrenzen te bepalen tussen de verschillende trappen op bijgaand schema. De selectiviteitsgrenzen met deze nieuwe beveiligingsinrichtingen worden eveneens op bijgaand schema overgebracht. K168 tot K172. met behulp van de filiatietabellen op pag. K44 tot K61 en wordt overgebracht op het bijgaande schema.0 PEN 48 kA 37 kA PEN A totaal 24 kA 30 kA totale totaal 30 kA D1 NS400N STR23SE B S1 PEN 22 kA 25 kA totale totaal D4 NS250N NS250H TM250 D7 S4 totaal totale NS100N H NS100H TM25 S7 N PE totaal totale 25 kA 22 kA D PE hulpauxiliaires apparaten D2 NS160N TM125 C S2 totaal totale 10 kA 13 10 kA PEN D5 NC100H NS100N 80 A TM80 D6 S5 S6 C60H N C60N 25 A curve C C courbe S3 N PE D3 C60N 16 20 A curve C C courbe PE PE moteurs motoren fluoverlichting 2 x 58 W éclairage fluorescent 2 x 58 W 17 toestellen per fase 17 luminaires par phase Gids laagspanningsverdeling 2003 P = 37 kW P = 11 kW K9 .0 totaal 12 kA D' D00 C1251N NS1250N STR25DE Micrologic 2. (de tabel geldt enkel voor aankomstvermogensschakelaars en de vermogensschakelaar stroomafwaarts van het hoofdrailstel. pag. De selectiviteitswaarden hebben geen absolute betekenis. pag. Het is noodzakelijk de selectiviteitsgrenzen te verbeteren om tot een goede exploitatie van de installatie te komen. K168 tot K172). K172.1a 5 Keuze van de beveiligingsinrichtingen Om een beveiligingsinrichting te kiezen volstaat het rekening te houden met de volgende relaties : c In u IB c Onderbrekingsvermogen u Icc De keuze gebeurt met behulp van de keuzetabellen voor vermogensschakelaars. 2 x 800 kVA 20 kV / 410 V D0 D0 C1251N NS1250N STR25DE Micrologic 2. 2 x 800 kVA 20 kV / 410 V D0 D0 C1251N NS1250N STR25DE Micrologic 2. Daarna de traditionele filiatietabellen gebruiken.

We stellen dat coëfficiënt m gelijk is aan 1. Ofwel dient men een grotere doorsnede te kiezen. ofwel dient men een differentieelbeveiliging voor residuele stroom te voorzien.Studie van een installatie Methodologie Voorbeeld 8 Verbetering van de selectiviteit van de beveiligingen Het gebruik van selectieve vermogensschakelaars op de hoofdvertrekken laat toe: c de selectiviteitsgrens te verdubbelen c totale selectiviteit te bereiken met alle stroomafwaartse vertrekken. 2 x 800 kVA 20 kV / 410 V D0 D0 C1251N NS1250N STR45AE Micrologic 2.0 STR35SE 1250 A 1250 A PEN totaal totale D'0 D’0 C1251N NS1250N Micrologic 2. identificatie kabels S1 S2 S3 S4 S5 S6 S7 vermogensschakelaars NS400N NS160N C60N NS250H NS100N C60L NS100H STR23SE TM125 20 A (C) TM250 TM 80 25 A (C) TM25 doorsnede (mm2) 240 50 6 150 16 4 2. namelijk 6 mm2. K193 tot K198 geven voor elk apparaat de maximale lengte op waarbij personen nog beveiligd zijn. K10 Gids laagspanningsverdeling 2003 .0 STR45AE STR35SE 1250 A 1250 A 48 kA 37 kA PEN A totale totaal totaal totale D1 NS400H NS400N STR23SE B S1 PEN 25 kA 22 kA totaal totale D4 NS250H TM250 S4 totaal totale D7 NS100H TM25 S7 N PE totale totaal PE D 25 kA 22 kA hulpapparaten auxiliaires D2 NS160N TM125 C S2 totale totaal PEN D5 13 kA NS100H 10 kA NS100N TM80 S5 S6 D6 C60H C60L 25 A curve C C courbe S3 N PE D3 C60H C60N 20 A 16 curve C C courbe PE PE motoren moteurs fluoverlichting 2 x 58 W éclairage fluorescent 2 x 58 W 17 toestellen per fase 17 luminaires par phase P = 37 kW P = 11 kW 9 Controle van de beveiliging van personen Bij een nulleiderstelsel van het type TN dienen we rekening te houden met de maximaal toelaatbare lengte van de verdeling in functie van de gebruikte beveiligingsinrichtingen. waarbij de maximale lengte 98 m bedraagt.5 lengte (m) 40 35 80 30 50 75 10 max. lengte (m) 220 140 123 211 86 65(1) 29 2 (1) De beveiliging van personen is niet verzekerd bij kabel S6 met doorsnede 4 mm. De tabellen op pag. ofwel dient men een bijkomende equipotentiaalverbinding aan te brengen (in dit geval is het noodzakelijk metingen uit te voeren).

lastschakelaar stroomafwaarts lastschakelaars Multi 9 K24 lastschakelaars Interpact K24 lastschakelaars Compact K28 Gids laagspanningsverdeling 2003 K11 .1b 1 studie van een installatie 1b bediening en scheiding van kringen plaatsing van LS-lastschakelaars verzekerde functies en toepassingen normen en keuzecriteria keuze van de lastschakelaars lastschakelaars Multi 9 lastschakelaars Interpact lastschakelaars Compact lastschakelaars Masterpact pag. K12 K13 K14 K15 K16 K20 K22 coördinatie vermogensschakelaars of smeltveiligheden stroomopwaarts.

.tertiaire vermogenverdeelbord tableau de distribution industriële toepassingen de puissance .80 kA automatiseringsarmoire kast d'automatisme i 160 A 15 .25 kA i 400 A plaatselijke coffret de kast proximité petit kleinecoffret de verdeelkast tertiaire distribution toepassingen tertiaire i 10 kA plaatselijke coffret de kast proximité coffret automatiseringskast d'automatisme i 25 kA i 63 A i 10 kA i 40 A i 5 kA i 63 A ≤ 630 A verlichting.Studie van een installatie Bediening en scheiding van kringen Plaatsing van LS-lastschakelaars lastschakelaar interrupteur voor koppeling de couplage vermogenverdeelbord tableau de distribution tertiaire toepassingen de puissance .. verwarming.25 kA i 400 A : 20 .industriel i 1000 A 15 -40 kA i 1600 A 20 -80 kA tableau onderverdeelbord divisionnaire modulaire producten produits modulaires tableau de industrieel distribution verdeelbord industriel i 160 A : 15 .. M M M M Opm. chauffage.: vlak naast de machine ofde la machine ou NB.. immédiatement à côté erin geïntegreerd intégré à la machine M voorzieningen gebouw utilités du bâtiment eindverdeling distribution gebouw terminale bâtiment continu-proces process continu process manufacturier fabricageproces machine individuelle individuele machine K12 Gids laagspanningsverdeling 2003 . éclairage.

dat alle actieve geleiders.Verzekerde functies en toepassingen 1b Een lastschakelaar is in essentie een bedieningsapparaat. Als scheiding uitdrukkelijk erkend is door een constructienorm. om de veiligheid van personen tijdens onderhoudswerkzaamheden of herstellingen te verzekeren. bijv. Gebruikelijke toepassingen c koppelen en isoleren van vermogenborden c isoleren van industriële borden en automatiseringskasten c isoleren van borden met modulaire apparaten c isoleren van plaatselijke kasten c isoleren van kleine verdeelkasten in tertiaire toepassingen c isoleren van automatiseringskasten Geschiktheid tot scheiden MERLIN GERIN interpact INS160 Ui 750V Uimp 8kV Lth 100A 60°C Ue(V) DC23A 250 AC22A 690 AC23A 500 AC23A 690 DC23A 250 Ie 100A 100A 100A 63A 100A IEC 947. dat zichtbaar moet zijn op de voorzijde van het apparaat. De functie scheiding De installatienormen bepalen de voorwaarden waaraan een apparaat moet voldoen om de functie scheiding te verzekeren. Gids laagspanningsverdeling 2003 K13 . die nooit mag onderbroken worden) c vergrendelbaar zijn in geopende stand. gelijktijdig moeten onderbroken worden (behalve een PEN-geleider. Om een optimale bedrijfscontinuïteit te verzekeren wordt in de praktijk een scheidingsinrichting geïnstalleerd bij het begin van elke verdeelkring. Hij moet altijd gebruikt worden in combinatie met een apparaat dat de beveiliging tegen overbelasting en kortsluiting verzekert. om elk risico op ongewenst hersluiten te voorkomen. de nulleider inbegrepen. De constructienorm verzekert de gebruiker de geschiktheid tot scheiden. d. Dit is verplicht bij apparaten van het industriële type c overeenstemmen met een norm. We spreken dan van een lastscheider. Sommige lastschakelaars combineren deze functie met het bedienen van kringen. IEC 60947-1/3 voor lastscheiders van het industriële type.w. herkenbaar aan het hierbij afgebeelde symbool. Om veiligheidsredenen is hij meestal geschikt om de functie scheiding te verzekeren.3 BS CEI UNE UTE VDE UTE VDE BS CEI UNE IEC 947.z. dan voldoet een apparaat dat aan deze norm beantwoordt perfect aan de voorwaarden opgelegd door de installatienormen. Hij heeft geen energie nodig om geopend of gesloten te blijven (2 stabiele standen). Het apparaat moet : c uitgerust zijn met alpolige onderbreking.3 Lastscheider Het scheiden laat toe een kring of een apparaat te isoleren van de rest van de elektrische installatie. die de geschiktheid tot scheiden verzekert c voldoen aan de voorwaarden qua houdvermogen bij overspanning. Normaal moet elke kring kunnen gescheiden worden van de rest van een installatie. dat een kring in normaal bedrijf kan onderbreken en sluiten.

er moet dus eventueel rekening gehouden worden met een declassering.35 tot stand te brengen. samengevat in onderstaande tabel. Gebruikscategorie frequente schakelingen AC-21A AC-22A AC-23A niet-frequente schakelingen AC-21B AC-22B AC-23B Voorbeeld Een schakelaar met kaliber 125A en van categorie AC-23 moet in staat zijn om : c een stroom van 10 In (1250 A) met een cos ϕ van 0.Studie van een installatie Bediening en scheiding van kringen Normen en keuzecriteria Normen en specificaties van de schakelaars De normen bepalen : c de frequentie van de schakelcycli (maximum 600/uur) c de mechanische en elektrische duurzaamheid c een in.35 te onderbreken.95) gemengde resistieve en inductieve belastingen. Deze functies omvatten : v differentieelbeveiligingen v elektrische bediening v opening vanop afstand v uittrekbaarheid. Er zijn drie niveaus van functies : c basisfuncties: die zijn nagenoeg gemeenschappelijk voor alle types lastschakelaars: de scheiding. c het sluitingsvermogen bij kortsluiting Icm (A piek) dat overeenkomt met de elektrodynamische belastingen.en uitschakelvermogen bij : v normale werking v occasionele werking (sluiting bij kortsluiting bijvoorbeeld) c gebruikscategorieën In functie van de toegekende gebruiksstroom en de mechanische duurzaamheid A of B bepalen de normen IEC 60947-3(1) en IEC 60669-1(2) de gebruikscategorieën evenals de belangrijkste standaardwaarden.45 of 0. De toegekende stroom wordt toegekend voor een gegeven omgevingstemperatuur. (2) De lastschakelaar voor huishoudelijk gebruik wordt bepaald door de norm IEC 60669-1. Specifieke toepassingen resistieve belastingen. K14 Gids laagspanningsverdeling 2003 . Keuzecriteria van de schakelaars Het bepalen van de nominale spanning. de nominale frequentie en de nominale stroom gebeurt als voor een vermogensschakelaar : c nominale spanning: nominale spanning van het net c frequentie: frequentie van het net c nominale stroom: toegekende stroom met een waarde die onmiddellijk boven de stroom van de belasting stroomafwaarts ligt.65) kooiankermotoren of andere sterk inductieve belastingen (cos ϕ = 0. de consignatie c bijkomende functies: die zijn het rechtstreeks gevolg van de behoefte van de gebruiker en van de omgeving waarin de schakelaar zich bevindt. de besturing.35) (1) De industriële lastschakelaar wordt bepaald door de norm IEC 60947-3. c een stroom van 8 In (1000 A) met een cos ϕ van 0. De andere specificaties zijn : c bestand zijn tegen een kortsluitstroom van 12 In/1s. Dat zijn : v prestaties van het industriële type v grootte van Icc v het type vergrendeling v het type bediening v de gebruikscategorie v het montagesysteem c specifieke functies: die staan in verband met het gebruik en de belasting van de installatie. Dat bepaalt het type en de specificaties of belangrijkste functies van de lastschakelaar. matige overbelastingen inbegrepen (cos ϕ = 0. matige overbelastingen inbegrepen (cos ϕ = 0. hetgeen de thermische weerstand Icw=1500 A eff gedurende 1 s bepaalt.

(2) Een OFS-contact is verplicht om de hulpcontacten OF. OF+SD/OF. MN. SD. MN s. Gids laagspanningsverdeling 2003 K15 .MN s. MNX. MNX. (zie coördinatietabellen K25 tot K28). Differentieellastschakelaars ID(1) Multi 9 In (A) aantal polen Un (V) gevoeligheid (mA) WS 50 Hz 25 2 240 10-30-300 4 415 30-100-300 20000 10000 c 40 2 240 30-100-300 20000 10000 c 4 415 30-100-300 300 S 20000 10000 c 63 2 240 30-100-300 300 S 20000 10000 c 4 415 30-100-300 300 S 20000 10000 c 80 2 240 300 300 S 20000 10000 c 4 415 300 300 S 20000 10000 c 100 2 240 300 300 S 20000 10000 c 4 415 300 S 300 S 20000 10000 c duurzaamheid (cycli CO) mechanisch 20000 elektrisch AC-22 10000 (2) hulpcontacten OF. MX. MN .Keuze van de lastschakelaars Multi 9 1b Lastschakelaars I(1) Multi 9 In (A) aantal polen Un (V) WS 50/60 Hz duurzaamheid (cycli CO) mechanisch elektrisch AC-22 hulpcontact OF 20/32 (met controlelampje) 1 2-3-4 250 415 200 000 200 000 30 000 30 000 c c 40/63 1 250 50 000 20 000 c 2-3-4 415 50 000 20 000 c 100 1 250 50 000 10 000 c 2-3-4 415 50 000 10 000 c 125 1 250 50 000 2 500 c 2-3-4 415 50 000 2 500 c (1) De schakelaars en differentieelschakelaars moeten altijd gebruikt worden in combinatie met een apparaat voor de beveiliging tegen overbelasting en kortsluiting. MN te gebruiken. Lastschakelaars met I-NA(1) uitschakeling Multi 9 In (A) aantal polen Un (V) WS 50/60 Hz duurzaamheid (cycli CO) mechanisch electrisch AC-22 hulpcontact OF. MX.OF+SD/OF. MX. MSU c (1) De schakelaars en differentieelschakelaars moeten altijd gebruikt worden in combinatie met een apparaat voor de beveiliging tegen overbelasting en kortsluiting. SD. MSU 40 2 250 25000 5000 b 4 415 25000 5000 b 63 2 250 25000 5000 b 4 415 25000 5000 b (1) De schakelaars en differentieelschakelaars moeten altijd gebruikt worden in combinatie met een apparaat voor de beveiliging tegen overbelasting en kortsluiting.

2 b b b b b b b b b b b b b b b b 185 x 205 x 120 185 x 205 x 120 4.6 4.5 0.60% 50 330 20000 11500 4900 4000 10000 1500 1500 1500 1500 1500 1500 b ja III b klasse 120 .6 100 x 135 x 62. rail op paneel achteraansluiting hulpelementen voor signalering en meting hulpcontacten indicator aanwezigheid spanning blok stroomtrafo blok ampèremeter blok voor isolatiebewaking hulpelementen bediening directe en verlengde frontale draaibediening directe en verlengde laterale draaibediening vergrendeling met hangsloten handbediende normaal/noodomschakelaar Toebehoren voor installatie en aansluiting klemmen aansluitvlakken en aansluitverbreders klemmenkappen en schroevenkappen fasescheiders koppelingstoebehoren kader voorzijde Afmetingen en gewicht totale afmetingen 3 polen H x B x D (mm) 4 polen benaderd gewicht (kg) 3 polen 4 polen (1) Geschikt voor 480 V NEMA.6 4.5 0.5 100 x 135 x 62.8 0.60% 30 330 8500 4900 2200 1800 15000 1500 1500 1500 1500 1500 1500 b ja III b klasse 120 .8 0. (alleen schakelaar) max. 4 320 750 8 690 250 AC22A 320 320 320 320 320 DC22A 320 320 125 AC23A 320 320 320 320 320 DC23A 320 320 125 INS400 3. 4 160 750 8 690 250 AC22A 160 160 160 160 160 DC22A AC23A 160 160 160 160 100 DC23A NS250-100 3.5 81 x 90 x 62. K25 tot K28.60% 30 330 8500 4900 2200 2200 15000 1500 1500 1500 1500 1500 1500 b ja III b klasse 120 .60% 30 330 8500 4900 2200 1800 15000 1500 1500 1500 1500 1500 1500 b ja III b klasse 120 .door vermogenssch.9 b b b b b b b b b b b b b b b b 185 x 205 x 120 185 x 205 x 120 4.4 500 750 8 690 250 AC22A 500 500 500 500 500 DC22A 500 500 AC23A 500 500 500 500 500 DC23A 500 500 INS630 3.9 (1) Geschikt voor 480 V NEMA (2) Beveiliging stroomopwaarts: zie blz.5 100 x 135 x 62. 4 80 690 8 500 250 AC22A 80 80 80 80 AC23A 80 80 80 63 INS100 3. K25 tot K28 INS40 3. vooraansluiting op sym.5 0.6 81 x 90 x 62. 4 100 750 8 690 250 AC22A 100 100 100 100 100 DC22A AC23A 100 100 100 100 63 DC23A INS125 3. (3) Stroomafwaarts alleen (behalve INS250 met manuele bediening) K16 Gids laagspanningsverdeling 2003 Gids laagspanningsverdeling 2003 K17 .2 b b b b b b (3) b b b b b b b b b b b 140 x 136 x 86 140 x 136 x 86 2 2. 250 (4P) toegekende dienst continu dienst niet continu dienst inschakelvermogen bij kortsluiting Icm (piek) min.5 0.8 0.60% 50 330 20000 11500 4900 4000 10000 1500 1500 1500 1500 1500 1500 b ja III b klasse 120 . (met bev.5 0.60% 30 330 8500 4900 2200 1800 15000 1500 1500 1500 1500 1500 1500 b ja III b klasse 120 .Studie van een installatie Bediening en scheiding van kringen Keuze van de lastschakelaars Interpact INS40 tot 630 1b type aantal polen elektrische specificaties volgens IEC 60947-3 conventionele thermische stroom (A) Ith 60 °C toegekende isolatiespanning (V) Ui WS 50/60 Hz toegekende schokbestendigheidsspan.) (2) toelaatbare korte duurstroom Icw (A eff) 1s 3s 20 s 30 s duurzaamheid (categorie A) (cycli CO) mechanisch elektrisch WS AC22A 500 V AC22A 690 V AC23A 440 V AC23A 500 V AC23A 690 V elektrisch GS DC23A 250 V geschiktheid tot scheiding volkomen betrouwbaar aangeduide onderbreking vervuilingsgraad installatie en aansluiting vast.60% 50 330 20000 11500 4900 4000 10000 1500 1500 1500 1500 1500 1000 b ja III 20000 3000 3000 2000 (32 A) 1500 b ja III b b 20000 3000 3000 2000 (40 A) 1500 b ja III b b 20000 3000 3000 2000 (63 A) 1500 b ja III b b 15000 2000 2000 2000 2000 1500 (63 A) 1500 b ja III b b 15000 2000 2000 2000 2000 1500 (80 A) 1500 b ja III b b 15000 2000 2000 2000 2000 1500 (100 A) 1500 b ja III b b b b b b b b (3) b b b b b b b b b b (3) b b b b b b b b b b b 140 x 136 x 86 140 x 136 x 86 2 2. 4 100 750 8 690 250 AC22A 100 100 100 100 100 DC22A 100 100 40 AC23A 100 100 100 100 100 DC23A 100 100 40 INS250-160 3.60% 50 330 20000 11500 49000 40000 10000 1500 1500 1500 1500 1500 1500 b ja III b klasse 120 . 4 400 750 8 690 250 AC22A 400 400 400 400 400 DC22A 400 400 160 AC23A 400 400 400 400 400 DC23A 400 400 160 INS500 3. 4 160 750 8 690 250 AC22A 160 160 160 160 160 DC22A 160 160 63 AC23A 160 160 160 160 160 DC23A 160 160 63 INS250-200 3.9 b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b 140 x 136 x 86 140 x 136 x 86 2 2.5 0.5 81 x 90 x 62.9 100 x 135 x 62. (V) Ue WS 50/60 Hz GS toegekende gebruiksstroom (A) Ie WS 50/60 Hz 220/240 V 380/415 V 440/480 V (1) 500 V 660/690 V GS 125 V (2P) 250 V (4P) 48 V (1P).5 81 x 90 x 62. 4 63 690 8 500 250 AC22A 63 63 63 63 AC23A 63 63 63 40 INS80 3.4 630 750 8 690 250 AC22A 630 630 630 630 630 DC22A 630 630 AC23A 630 630 630 630 630 DC23A 500 500 DC22A DC23A DC22A DC23A DC22A DC23A 40 40 63 63 80 80 100 100 125 125 160 160 b b b b b b klasse 120-60% klasse 120-60% klasse 120-60% klasse 120-60% klasse 120-60% klasse 120-60% 15 75 3000 1730 670 15 75 3000 1730 670 15 75 3000 1730 670 20 154 5500 3175 1230 20 154 5500 3175 1230 20 154 5500 3175 1230 b klasse 120 .5 100 x 135 x 62.9 b b b b b b b b b b b b b b b b 185 x 205 x 120 185 x 205 x 120 4.2 81 x 90 x 62. 4 40 690 8 500 250 AC22A 40 40 40 40 AC23A 40 40 40 32 INS63 3.2 b b b b b b (3) b b b b b b b b b b b 140 x 136 x 86 140 x 136 x 86 2 2.5 0. 4 250 750 8 690 250 AC22A 250 250 250 250 250 DC22A 250 250 100 AC23A 250 250 250 250 250 DC23A 250 250 100 INS320 3. (2) Beveiliging stroomopwaarts: zie blz. 4 125 750 8 690 250 AC22A 125 125 125 125 125 DC22A AC23A 125 125 125 125 80 DC23A INS160 3.6 4. (kV) Uimp toegekende gebruikssp.6 81 x 90 x 62.9 b b b b b b b b b b b b b b b b 185 x 220 x 120 185 x 220 x 120 4.9 100 x 135 x 62.5 0. 125 V (2P). 4 200 750 8 690 250 AC22A 200 200 200 200 200 DC22A 200 200 80 AC23A 200 200 200 200 200 DC23A 200 200 80 INS250 3.5 0.6 4. stroomopw.

INS800 3. (alleen schakelaar) max.60% 105 330 50 35 20 10 8 3000 AC21A 500 500 500 500 DC21A 500 500 b ja III AC22A 800 800 800 800 800 DC22A 800 800 AC23A 800 800 800 800 800 DC23A 800 800 INS1000 3.) toelaatbare korte duurstroom Icw (A eff) 0.Studie van de installatie Bediening en scheiding van kringen Keuze van de lastschakelaars Interpact INS800 tot 2500 type aantal polen elektrische specificaties volgens IEC 60947-3 conventionele thermische stroom (A) Ith 60 °C toegekende isolatiespanning (V) Ui WS 50/60 Hz toegekende schokbestendigheidsspanning (kV) Uimp toegekende gebruiksspanning (V) Ue WS 50/60 Hz GS toegekende gebruiksspanning WS20 en GS20 (V) Ue toegekende gebruiksstroom (A) Ie WS 50/60 Hz 220/240 V 380/415 V 440/480 V (1) 500 V 660/690 V GS / polen in serie 125 V (2P) 250 V (4P) toegekende vermogen AC23 (kW) WS 50/60 Hz 220/240 V 380/415 V 400/480 V (1) 500/525 V 600/690 V toegekende dienst continu dienst niet continu dienst inschakelvermogen bij kortsluiting Icm (piek) min. 4 1250 1000 12 690 750 800 AC21A 1250 1250 1250 1250 1250 DC21A 1250 1250 400 710 800 900 AC22A 1250 1250 1250 1250 1250 DC22A 1250 1250 AC23A 1250 1250 1250 1250 1250 DC23A 1250 1250 b klasse 120 .60% 105 330 50 35 20 10 8 3000 AC21A 500 500 500 500 DC21A 500 500 b ja III AC22A 500 500 500 500 DC22A 500 500 AC23A 500 500 500 500 DC23A 500 500 AC22A 500 500 500 500 DC22A 500 500 AC23A 500 500 500 500 DC23A 500 500 AC22A 500 500 500 500 DC22A 500 500 AC23A 500 500 500 500 DC23A 500 500 b b b b b b b b b b b b b b b b b b 340 x 300 x 198 410 x 300 x 198 14 18 b b b b b b 340 x 300 x 198 410 x 300 x 198 14 18 b b b b b b 340 x 300 x 198 410 x 300 x 198 14 18 K18 Gids laagspanningsverdeling 2003 .60% 105 330 50 35 20 10 8 3000 AC21A 500 500 500 500 DC21A 500 500 b ja III AC22A 1000 1000 1000 1000 1000 DC22A 1000 1000 AC23A 1000 1000 1000 1000 1000 DC23A 1000 1000 INS1250 3. vooraansluiting rechtstreeks met vlakke rails met vlakke rails op aansluitverbreders met vertikale rails op bijkomende aansluitingen met kabels op bijkomende aansluitklemmen en vlakken hulpelementen voor signalering hulpcontacten hulpelementen voor bediening directe en verlengde frontale draaibediening directe en verlengde laterale draaibediening toebehoren voor installatie en aansluiting klemmen fasescheiders kader voorzijde afmetingen en gewicht totale afmetingen 3 polen HxBxD (mm) 4 polen benaderd gewicht (kg) 3 polen 4 polen (1) geschikt voor 480 V NEMA.5 s 1s 3s 20 s 30 s duurzaamheid (categorie A) (cycli CO) mechanisch elektrisch WS 50/60 Hz 220/240 V 380/415 V 400/480 V (1) 500/525 V elektrisch GS 125 V (2P) 250 V (4P) geschiktheid tot scheiding volkomen betrouwbaar aangeduide onderbreking vervuilingsgraad installatie en aansluiting vast. 4 1000 1000 12 690 750 800 AC21A 1000 1000 1000 1000 1000 DC21A 1000 1000 315 560 630 710 900 b klasse 120 .door vermogenssch. (met bev. 4 800 1000 12 690 250 800 AC21A 800 800 800 800 800 DC21A 800 800 250 400 500 560 710 b klasse 120 . stroomopw.

4 2000 1000 12 690 750 800 AC21A 2000 2000 2000 2000 2000 DC21A 2000 2000 AC22A 2000 2000 2000 2000 2000 DC22A 2000 2000 INS2500 3.5 26 30 Gids laagspanningsverdeling 2003 K19 . 4 1600 1000 12 690 750 800 AC21A/B 1450/1600 1450/1600 1250/1600 1250/1600 1250/1600 DC21A/B 1600/1600 1600/1600 400 710 800 900 AC22A/B 1450/1600 1450/1600 1250/1600 1250/1600 1250/1600 DC22A 1600/1600 1600/1600 AC23A 1250 1250 1250 1250 1250 DC23A 1250 1250 INS2000 3.door vermogenssch.60% 105 105 50 50 30 13 11 3000 AC21A 500 500 500 500 DC21A 500 500 b ja III b klasse 120 . 4 2500 1000 12 690 750 800 C21A 2500 2500 2500 2500 2500 DC21A 2500 2500 AC22A 2500 2500 2500 2500 2500 DC22A 2500 2500 b klasse 120 .5 410 x 300 x 303. stroomopw. vooraansluiting rechtstreeks met vlakke rails met vlakke rails op aansluitverbreders met vertikale rails op bijkomende aansluitigen met kabels op bijkomende aansluitklemmen en vlakken hulpelementen voor signalering hulpcontacten hulpelementen voor bediening directe en verlengde frontale draaibediening directe en verlengde laterale draaibediening toebehoren voor installatie en aansluiting klemmen fasescheiders kader voorzijde afmetingen en gewicht totale afmetingen 3 polen HxBxD (mm) 4 polen benaderd gewicht (kg) 3 polen 4 polen (1) geschikt voor 480 V NEMA.5 410 x 300 x 303.5 s 1s 3s 20 s 30 s duurzaamheid (categorie A) (cycli CO) mechanisch elektrisch WS 50/60 Hz 220/240 V 380/415 V 400/480 V (1) 500/525 V elektrisch GS 125 V (2P) 250 V (4P) geschiktheid tot scheiden volkomen betrouwbaar aangeduide onderbreking vervuilingsgraad installatie en aansluiting vast.1b type aantal polen elektrische specificaties volgens IEC 60947-3 conventionele thermische stroom (A) Ith 60 °C toegekende isolatiespanning (V) Ui WS 50/60 Hz toegekende schokbestendigheidsspanning (kV) Uimp toegekende gebruiksspanning (V) Ue WS 50/60 Hz GS toegekende gebruiksspanning WS20 en GS20 (V) Ue toegekende gebruiksstroom (A) Ie WS 50/60 Hz 220/240 V 380/415 V 440/480 V (1) 500 V 660/690 V GS / polen in serie 125 V (2P) 250 V (4P) toegekende vermogen AC23 (kW) WS 50/60 Hz 220/240 V 380/415 V 400/480 V (1) 500/525 V 600/690 V toegekende dienst continu dienst met continu dienst inschakelvermogen bij kortsluiting Icm (piek) min. INS1600 3.60% 105 105 50 50 30 13 11 3000 AC21A 500 500 500 500 DC21A 500 500 b ja III AC22A/B 500 500 500 500 DC22A 500 500/100 AC23A 500 500 500 500 DC23A 500 500 AC22A 500 500 500 500 DC22A 500 500 AC22A 500 500 500 500 DC22A 500 500 b b b b b b b b b b b b b b b b b b 340 x 300 x 198 410 x 300 x 198 14 18 b b b b b b 340 x 300 x 303.60% 105 105 50 35 20 10 8 3000 AC21A 500 500 500 500 DC21A/B 500 500/100 b ja III b klasse 120 .5 26 30 b b b b b b 340 x 300 x 303. (alleen schakelaar) max.) toelaatbare korte duurstroom Icw (A eff) 0. (met bev.

Studie van de installatie Bediening en scheiding van kringen Keuze van de lastschakelaars Compact NS100NA tot 1600NA type aantal polen elektrische specificaties volgens IEC 60947-3 conventionele thermische stroom (A) Ith 60 °C toegekende isolatiespanning (V) Ui toegekende schokbestendigheidsspanning (kV) Uimp toegekende gebruiksspanning (V) Ue WS 50/60 Hz GS toegekende gebruiksstroom (A) Ie WS 50/60 Hz 220/240 V 380/415 V 440/480 V (1) 500 V 660/690 V GS 250 V (1P) 500 V (2P) inschakelvermogen bij kortsluiting Icm (piek) min. toebehoren voor installatie en aansluiting klemmen. (alleen schakelaar) max. verlengd) vergrendeling met hangsloten en slot handbediende/automatische normaal/noodomsch. K20 Gids laagspanningsverdeling 2003 . K25 tot K28. 4 630 750 8 690 500 AC22A 630 630 630 630 630 DC22A 630 630 8.9 330 3500 3500 1350 b 20000 20000 10000 (20000-In/2) 10000 (20000-In/2) ja III b b b b b b b b b b b b c b b b c b b b 105 x 161 x 86 105 x 161 x 86 1.6 2.0 AC23A 160 160 160 160 160 DC23A 160 160 NS250NA 2. 3.6 330 1800 1800 690 b 50000 50000 30000 (50000-In/2) 30000 (50000-In/2) ja III b b b b b b b b b b b b c b b b c b b b 105 x 161 x 86 140 x 161 x 86 1.5 2. 4 250 750 8 690 500 AC22A 250 250 250 250 250 DC22A 250 250 4.8 AC23A 630 630 630 630 630 DC23A 630 630 (1) Geschikt voor 480 V NEMA. 4 400 750 8 690 500 AC22A 400 400 400 400 400 DC22A 400 400 7.5 330 6000 6000 2320 b 15000 15000 4000 (8000-In/2) 4000 (8000-In/2) ja III b b b b b b b b b b b b c b b b c b b b 140 x 255 x 110 140 x 255 x 110 5.2 AC23A 250 250 250 250 250 DC23A 250 250 NS400NA 3. 3. (2) Beveiliging stroomopwaarts: zie blz.8 2. aansluitvlakken en aansluitverbreders klemmenkappen en fasescheiders kader voorzijde afmetingen en gewicht afmetingen L x B x D (mm) gewicht (kg) 2-3 polen vast PAV 4 polen vast PAV 3 polen vast PAV 4 polen vast PAV NS100NA 2.) (2) toelaatbare korte duurstroom Icw (A eff) 1s 3s 20 s geschiktheid tot scheiden duurzaamheid (categorie A) (cycli CO) mechanisch elektrisch WS AC22A 500 V AC22A 690 V AC23A 440 V AC23A 500 V elektrisch GS DC23A 250 V DC23A 500 V volkomen betrouwbaar aangeduide onderbreking vervuilingsgraad differentieelbeveiliging met bijkomende inrichting Vigi met relais Vigirex installatie en aansluiting vast.2 6. vooraansluiting installatie op symmetrische rail achteraansluiting uittrekbaar op sokkel uittrekbaar op chassis hulpelementen voor signalering en meting hulpcontacten indicator aanwezigheid spanning blok stroomtrafo blok ampèremeter blok voor isolatiebewaking hulpelementen bediening uitschakelspoelen afstandsbediening bediening met kruk draaibediening (direct. (met bev.6 330 2500 2500 960 b 40000 40000 20000 (40000-In/2) 20000 (40000-In/2) ja III b b b b b b b b b b b b c b b b c b b b 105 x 161 x 86 140 x 161 x 86 1.1 330 5000 5000 1930 b 15000 15000 6000 (12000-In/2) 6000 (12000-In/2) ja III b b b b b b b b b b b b c b b b c b b b 140 x 255 x 110 140 x 255 x 110 5. 4 160 750 8 690 500 AC22A 160 160 160 160 160 DC22A 160 160 3.0 AC23A 100 100 100 100 100 DC23A 100 100 NS160NA 2. 3. stroomopw.8 AC23A 400 400 400 400 400 DC23A 400 400 NS630NA 3.door vermogenssch. 4 100 750 8 690 500 AC22A 100 100 100 100 100 DC22A 100 100 2.2 6.

4 1600 750 8 690 500 AC22A 1600 1600 1600 1600 1600 50 330 25 17 4 10000 1000 1000 b b III b b b b b b AC23A 1600 1600 1600 1600 1600 b b b b b b b b b b 327 x 210 x 147 327 x 280 x 147 14 18 b b b b b b b b b b b 327 x 210 x 147 327 x 280 x 147 14 18 b b b b b b b b b b b 327 x 210 x 147 327 x 280 x 147 14 18 b b b b b b b b b b b 327 x 210 x 147 327 x 280 x 147 14 18 b normaal/noodomschakelaars (3) handbediende/automatische normaal/noodomschakelaar (1) Geschikt voor 480 V NEMA. 4 800 750 8 690 500 AC22A 800 800 800 800 800 50 330 25 17 4 10000 2000 2000 b b III b b b b b b AC23 800 800 800 800 800 NS1000NA 3. verlengd) elektrische bediening uitschakelspoelen stroomuitschakelspoel MX minimumspanningspoel MN afstandscommunicatie met bus signalisatie van apparaat-status afstandsbediening toebehoren voor installatie aansluitvlakken en aansluitverbreders klemmenkappen en fasenscheiders kader voorzijde afmetingen en gewicht afmetingen L x B x D (mm) gewicht (kg) 3 polen vast 4 polen vast 3 polen vast 4 polen vast vooraansluiting achteraansluiting vooraansluiting achteraansluiting NS800NA 3. (2) Beveiliging stroomopwaarts: zie blz. (met bev.5 s 1s 20 s duurzaamheid (categorie A) (cycli CO) mechanisch elektrisch WS AC22A 500 V AC23A 440 V geschiktheid tot scheiden volkomen betrouwbaar aangeduide onderbreking vervuilingsgraad differentieelbeveiliging met relais Vigirex aansluiting vast uittrekbaar op chassis hulpelementen voor signalering hulpcontacten hulpelementen voor bediening manuele bediening met kruk draaibediening (direct.1b type aantal polen elektrische specificaties volgens IEC 60947-3 conventionele thermische stroom (A) Ith 60 °C toegekende isolatiespanning (V) Ui toegekende schokbestendigheidsspanning (kV) Uimp toegekende gebruiksspanning (V) Ue WS 50/60 Hz GS toegekende gebruiksstroom (A) Ie WS 50/60 Hz 220/240 V 380/415 V 440/480 V (1) 500/525 V 660/690 V inschakelvermogen bij kortsluiting Icm (piek) min.door vermogenssch. K25 tot K28.: zie catalogus LS Gids laagspanningsverdeling 2003 K21 . (alleen schakelaar) max. 4 1250 750 8 690 500 AC22A 1250 1250 1250 1250 1250 50 330 25 17 4 10000 2000 2000 b b III b b b b b b AC23A 1250 1250 1250 1250 1250 NS1600NA 3.) (2) toelaatbare korte duurstroom Icw (A eff) 0. (3) normaal/noodomschakelaars. 4 1000 750 8 690 500 AC22A 1000 1000 1000 1000 1000 50 330 25 17 4 10000 2000 2000 b b III b b b b b b AC23A 1000 1000 1000 1000 1000 NS1250NA 3. stroomopw.

MX.5 b b b b b b < 80 ms 10 5 1.5 2.5 - uittrekbaar vast vóór.5 20 10 0./vast handbediende/automatische normaal/noodomschakelaar (1) normaal/noodomschakelaars.5 6 (NT16: 3) 6 (NT16: 1) 6 (NT16: 1) b b < 70 ms 25 12.: zie catalogus LS c b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b K22 Gids laagspanningsverdeling 2003 Gids laagspanningsverdeling 2003 K23 . met hangslot of slot oriëntatiepen isolerende shutters fasenscheiders (EIP) afscherming (AC) deurkader (CDP) transparante kap (CCP) normaal/noodomschakelaars (1) uittrekb.Studie van de installatie Bediening en scheiding van kringen Keuze van de lastschakelaars Masterpact NT08 tot NT16. 4 1000 1000 1250 1250 1600 1600 800 1000 800 1000 1000/1250 12 690/1150 NA 42 20 75 75 75 35 20 75 75 75 35 88 88 88 42 HA 50 105 105 105 50 1250 1250 1600 1600 2000 2000 1000/1250 12 690/1150 HA 50 105 105 105 50 HF 85 187 187 187 85 HA10 50 105 50 2500 2500 1000/1250 12 690/1150 HA 60 135 135 135 60 3200 3200 4000 4000 4000 4000 1000 12 690 HA 85 187 187 187 85 5000 5000 6300 6300 1b type NW25 NW32 NW40 NW40b NW50 NW63 aantal polen 3.5 2.en achteraansluiting b b b b c b b b b b b b b b b c b b b b b b b b b b b b c b b b b b b b b b b b b b b b vóór.5 - 20 10 5 2. NW08 tot NW63 NT08 NT10 NT12 NT16 NW08 NW10 NW12 NW16 NW20 3.5 - 10 10 10 25 12.5 10 10 10 b b b b b b b b < 70 ms 20 10 8 6 6 b b b b b b < 70 ms 20 10 5 2.5 6 3 3 b b < 50 ms 25 12. 4 elektrische specificaties volgens IEC 60947-2 en EN 60947-2 toegekende stroom (A) In 40 °C 800 kaliber van de 4de pool (A) 800 toegekende isolatiespanning (V) Ui 1000 toegekende schokbestendigheidsspanning (kV) Uimp 12 toegekende gebruiksspanning (V) Ue WS 50/60 Hz 690 0.en achteraansluiting b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b (achteraansluiting) b (achteraansluiting) b b b b b b b b b b b hulpelementen voor signalering en meting hulpcontacten hulpelementen bediening uitschakelspoelen (MN.5 10 10 10 0. MNR.5 - 20 10 8 6 6 20 10 0. XF) motorvertragingskast (MCH) teller aantal bedieningen (CDM) toebehoren voor installatie en aansluiting vergr.5 s 1s 3s 220/415 V 440 V 500/690 V 1150 V onderbrekingsvermogen Icu (kAeff) met een extern beveiligingsrelais maximum vertraging 350 ms elektrodynamisch houdvermogen (kA piek) geschiktheid tot scheiden vervuilingsgraad volgens IEC 60664-1 inschakeltijd duurzaamheid (cycli CO) x 1000 mechanisch met onderhoud mechanisch zonder onderhoud elektrisch zonder onderhoud 440 V 690 V 1150 V motorbediening (AC3-60947-4) 690 V installatie en aansluiting aansluiting versie type lastschakelaar toelaatbare korte duurstroom toegekend inschakelvermogen Icw WS 50/60 Hz toegekend inschakelvermogen (kA piek) Icm WS 50/60 Hz HA 42 HA 42 HF 85 187 187 187 85 HA10 50 HF 85 187 187 187 85 H10 50 105 50 105 50 b b < 50 ms 25 12.

Indien de differentieellastschakelaar en de stroomafwaartse vermogensschakelaars zich in hetzelfde. De installatie werkt onder het TT-nulleiderstelsel. dat deze kast voedt. Icc 20 kA C60H 30 A C60H 20 30 A C60H C60H 10 A 30 A K24 Gids laagspanningsverdeling 2003 . moet hij stroomopwaarts beveiligd worden door een beveiligingsinrichting tegen kortsluitstromen. Automaten C60N stroomafwaarts van een C120H verkrijgen namelijk een onderbrekingsvermogen van 30 kA. Merk op dat automaten C60N zouden volstaan indien er geen lastschakelaar zou geweest zijn. De overeenstemmende waarden zijn dezelfde als bij de coördinatie met een stroomopwaarts geïnstalleerd apparaat. Let op: de lastschakelaar dient bovendien beveiligd te worden tegen overbelasting. 20 A en 10 A. C120H NC100H tweepolig bipolaire 63A max.Studie van een installatie Bediening en scheiding van kringen Coördinatietabellen Modulaire lastschakelaars Aangezien een lastschakelaar slechts een beperkt onderbrekingsvermogen heeft en een beperkt houdvermogen bij kortsluiting. mag de beveiliging van de differentieellastschakelaar tegen kortsluitstromen gebeuren door elk van de stroomafwaartse vermogensschakelaars. is beveiligd met een 2-polige automaat C120H. waarbij de kortsluitstroom op het railstel 25 kA bedraagt. Welke differentieellastschakelaar moet men kiezen om de aankomst in de kast te beveiligen? Aangezien de vertrekken zich in dezelfde kast bevinden als de lastschakelaar is het mogelijk de coördinatie te verzekeren met elk van de vertrekken van de kast. De tabellen vermelden de kortsluitbeveiliging (automaat. Bijgevolg kiezen we een differentieellastschakelaar ID met kaliber 63 A en automaten van het type C60H voor de vertrekken. volgens de regels van goed vakmanschap gebouwde bord bevinden. Het vertrek in het stroomopwaarts gelegen bord. 30 A. Voorbeeld Een vertrek in een kast. voedt verbruikers met een éénfasige bedrijfsstroom van resp. vermogensschakelaar of smeltveiligheden) die een goede coördinatie verzekert met de lastschakelaars bij een stroomafwaartse kortsluiting. Volgens de tabel op de volgende pagina verdraagt de C60H in dit geval 30kA.

5 3 4.5 8 10 7 7 7 7 7 5 15 6. Lastschakelaars I en I-NA stroomafwaarts apparaat kaliber (A) beveiliging stroomopwaarts met automaat DT40 max.5 8 vierpolig (400-415 V) I-NA 40 63 6 10 20 30 30 10 10 15 15 6 10 20 30 30 10 10 15 15 32-40 63 5.5 4.5 5. : vergeet niet rekening te houden met de declassering van de differentieellastschakelaar in functie van de omgevingstemperatuur.1b Aflezen van de tabellen Voorbeeld: een tweepolige differentieelschakelaar. kortsluitstroom C60H (kA eff) C60L C120N C120H NG125N NG125L NS100N NS100H NS100L NS160N NS160H NS160L vierpolig (400-415 V) ID 40 10 10 10 10 16 25 50 25 36 36 25 25 25 63 10 10 10 10 16 25 50 25 36 36 25 25 25 80 100 125 160 10 16 25 50 25 36 36 25 25 25 10 16 25 25 70 70 36 70 70 10 16 25 36 70 70 36 70 70 Gids laagspanningsverdeling 2003 K25 . met een C60H).5 4.5 4. kortsluitstroom 63 A (kA eff) 80 A zonder smeltv.5 6. stroomafwaarts gemonteerd van het type ID 63 wordt beveiligd door een C60N stroomopwaarts tot een Icc van 20 kA eff. kortsluitstroom 63 A (kA eff) 100 A 125 A tweepolig (230-240 V) I 20 6.5 5.5 2 3 3 3 8 32-40 63 4 4 4 4 4 2 3 3 3 8 5 5 5 5 5 6 6 6 6 100 I-NA 40 63 6 10 10 15 15 7 7 15 15 6 10 10 15 15 7 7 15 15 15 15 15 15 5 10 10 10 6 30 20 30 20 10 6 30 20 30 20 Differentieellastschakelaars ID stroomafwaarts apparaat kaliber (A) beveiliging stroomopwaarts met automaat DT40 max.5 100 I 20 4.5 5.5 4.5 4.5 5.5 6.5 4. aM 100 A 125 A 6 10 20 30 50 10 10 20 100 6 10 20 30 50 10 10 20 80 30 20 10 20 30 40 10 10 20 20 2 3 10 15 25 7 7 20 100 2 3 10 15 20 7 7 20 80 30 20 10 10 15 15 7 7 15 20 tweepolig (230-240 V) ID 25 40 63 80 vierpolig (400-415 V) ID 100 25 40 63 80 100 10 10 20 20 10 10 20 20 7 7 15 20 7 7 7 10 Opm.5 6. (en tot een Icc van 30 kA eff.5 4.5 6. kortsluitstroom DT40N (kA eff) C60N C60H C60L C120N C120H NG125N NG125L met smeltveiligheden gG 25 A (kaliber in A) 40 A max.5 6.5 4. kortsluitstroom DT40N (kA eff) C60N C60H C60L C120N C120H NG125N NG125L met smeltveiligheden gG 20 A (kaliber in A) 32 A max. Lastschakelaars Interpact INS stroomafwaarts apparaat kaliber (A) beveiliging stroomopwaarts met automaat C60N max.5 3 4.

Bovendien is de lastschakelaar NS100NA zelfbeveiligd vanaf 10 kA. Voor Icc = 30 kA. De leiding die dit vertrek voedt wordt beveiligd met een vermogensschakelaar NS100H (onderbrekingsvermogen 70 kA). I max.Studie van een installatie Bediening en scheiding van kringen Coördinatietabellen Industriële lastschakelaars Aflezen van de tabellen type interrupteur type lastschakelaar et ces en zijn caractéristiques specificaties (après coordination) (na coördinatie) INS 100 inschakelpouvoir de vermogen fermeture Icc typetype beveiliging stroomprotection opwaarts amont NS 100-L 70 154 Het kaliber van de INS100 is compatibel met de nominale stroom van de leiding: 60 A. want het houdvermogen van de combinatie met de NS100H bedraagt 70 kA. Uit de tabel blijkt dat de karakteristieken van de INS100 door coördinatie met de NS100H als volgt gewijzigd worden: c houdvermogen bij kortsluiting: 70 kA c inschakelvermogen: 154 kA piek. waarvan de coördinatiekarakteristieken vermeld worden in de tabel op pag. De kortsluitstroom ter hoogte van het onderverdeelbord bedraagt 30 kA. Welke lastschakelaar moet hier gekozen worden? Icc = 30 kA Als bijkomende functies zoals afstandsbediening of differentieelbeveiliging gewenst zijn kiest men best een Compact NA. Met coördinatie : c is het houdvermogen tegen kortsluiting ruim voldoende: 70 kA c het inschakelvermogen bij Icc 154 kA piek is aanzienlijk groter dan nodig. dan kan men een Interpact INS100 kiezen (zie tabel pag. Als geen enkele bijkomende functie vereist is. K26 Gids laagspanningsverdeling 2003 . tenzij hulpfuncties van het type hulpcontacten of een draaibediening. waarbij de kortsluitstroom ter hoogte van het railstel 35 kA bedraagt. De lastschakelaar NS100NA is geschikt. K27). K28. piek ~ 75 kA. waarin men op de aankomst een lastschakelaar wil installeren om de functies bediening en scheiding te verzekeren. heeft een vertrek met nominale stroom 60A. Deze leiding voedt een onderverdeelbord. Opm. Voorbeeld Icc = 35 kA NS100H coördinatie coordination I = 60 A Een LS-hoofdverdeelbord.

(380/415 V) inschakelvermogen (380/415 V) type/kaliber max. kA piek kA eff. (500 V) inschakelvermogen (500 V) NS100N/40 25 52 NS100H-L/40 36 75 NS160N/40 25 52 NS160H-L/40 25 52 NS100N/63 25 52 NS100H-L/63 36 75 NS160N/63 25 52 NS160H-L/63 25 52 NSA160N/63 30 63 63 80 176 50 100 220 125 100 220 50 & 32M50 80 176 125 & 100M125 80 176 NS100N/80 25 52 NS100H-L/80 36 75 NS160N/80 25 52 NS160H-L/80 25 52 NSA160N/80 30 63 80 80 176 63 100 220 125 100 220 63 & 32M63 80 176 125 & 100M125 80 176 NS100N/100 25 52 NS100H-L/100 70 154 NS160-250N/100 36 75 NS160-250H-L/100 70 154 NSA160N/100 30 63 100 80 176 80 100 220 160 100 220 80 & 63M80 80 176 160 & 100M160 80 176 INS40 INS63 INS80 INS100 INS125 INS160 kA eff kA piek kA eff kA piek kA eff kA piek kA eff kA piek kA eff kA piek NS160-250N/125 36 75 NS160-250H-L/125 70 154 NSA160N/125 30 63 125 55 121 100 100 220 160 100 220 100 & 63M100 80 176 160 & 100M160 80 176 NS160-250N/160 36 75 NS160-250H-L/160 70 154 NS160N/160 30 63 160 33 69 125 100 220 160 100 220 125 & 100M125 80 176 160 & 100M160 80 176 kA eff. kA eff. (A) Icc max. inschakelvermogen type/kaliber max. (A) Icc max. kA piek 40 80 176 32 100 220 125 100 220 32 80 176 125 & 100M125 80 176 (1) Beveiliging met verplicht extern thermisch relais. inschakelvermogen met smeltveiligheden type aM kaliber max. kA eff kA piek kA eff kA piek kA eff kA piek 25/36 53/75 NS100-250H/100 70 154 NS100-250L/100 150 330 100 100 220 80 100 220 100 100 220 80 & 63M80 80 176 250 & 200M250 80 176 NS160-25N/160 36 75 NS160-25H/160 70 154 NS160-25L/160 150 330 160 100 220 125 100 220 160 100 220 125 & 100M315 80 176 250 & 200M250 80 176 NS25N/250 36 75 NS25H/250 70 154 NS25L/250 150 330 250 100 220 200 100 220 250 100 220 200 & 100M200 80 176 250 & 200M250 80 176 NS400-630N/320 NS400-630N/400 NS630N/630 45 45 45 94 94 94 NS400-630H/320 NS400-630H/400 NS630H/630 70 70 70 154 154 154 NS400-630L/320 150 330 320 100 220 250 100 220 320 100 220 NS400-630L/400 150 330 400 100 220 315 100 220 400 100 220 315 & 200M315 80 176 355 & 315M355 80 176 NS630L/630 150 330 500 100 220 400 100 220 500 100 220 NS630N/630 45 94 NS630H/630 70 154 NS630L/630 150 330 500 100 220 500 100 220 630 100 220 500 80 176 450 & 400M450 80 176 inschakelvermogen ype/kaliber max. inschakelvermogen kA piek type BS kaliber max. (A) Icc max. inschakelvermogen kA piek 176 355 & 315M355 176 176 450 & 400M450 176 Gids laagspanningsverdeling 2003 K27 . (A) Icc max. (500 V) inschakelvermogen (500 V) type gl (2) kaliber max. (A) Icc max. (A) Icc max. (500 V) inschakelvermogen (500 V) type BS (2) kaliber max. (A) Icc max. (A) Icc max. inschakelvermogen kA eff.1b Lastscheiders Interpact INS stroomafwaarts apparaat stroomopwaartse beveiliging met vermogensschakelaar type/kaliber max. (A) Icc max. (A) Icc max. (500 V) inschakelvermogen (500 V) type gl (1) kaliber max. kA piek type gG kaliber max. kA piek kA eff. (A) Icc max. inschakelvermogen kA piek type gG kaliber max. (380/415 V) inschakelvermogen (380/415 V) met smeltveiligheden type aM (1) kaliber max. kA piek kA eff. (500 V) inschakelvermogen (500 V) type BS (1) kaliber max. (A) Icc max. (380/415 V) inschakelvermogen (380/415 V) type/kaliber max. kA piek kA eff. (2) Zonder externe thermische beveiliging. (A) Icc max. (380/415 V) inschakelvermogen (380/415 V) type/kaliber max. kA eff. (A) Icc max. (A) Icc max. (A) Icc max. kA eff. inschakelvermogen kA piek type BS kaliber max. stroomafwaarts apparaat stroomopwaartse beveiliging INS250-100 INS250-160 INS250 INS320 INS400 INS500 INS630 met vermogensschakelaar (380/415V) type/kaliber max. (A) NS100-250N/100 Icc max. (380/415 V) inschakelvermogen (380/415 V) type/kaliber max. kA eff. (A) Icc max.

inschakelvermogen kA piek type BS (1) kaliber max. (A) Icc max. (A) Icc max. inschakelvermogen kA piek type/kaliber max. (A) Icc max. inschakelvermogen kA piek type BS (1) kaliber max. inschakelvermogen kA piek type gl (2) kaliber max. inschakelvermogen kA piek type/kaliber max. inschakelvermogen kA piek type/kaliber max. kA eff. kA eff. (A) Icc max. kA eff. kA eff. inschakelvermogen kA piek type/kaliber max. (A) Icc max. inschakelvermogen kA piek type gl (1) kaliber max. inschakelvermogen kA piek NS100N/100 25 52 NS160-250N/100 36 75 NS100-250H/100 70 154 NS100-250L/100 150 330 NSA160N/100 30 63 100 80 176 80 100 220 160 100 220 80 & 63M80 80 176 160 & 100M160 80 176 NS160-250N/160 36 75 NS160-250H/160 70 154 NS160-250L/160 150 330 NSA160N/160 30 63 NS250N/250 36 75 NS250H/250 70 154 NS250L/250 150 330 NS100NA NS160NA NS250NA 160 33 69 125 100 220 160 100 220 125 & 100M125 80 176 160 & 100M160 80 176 250 100 220 200 100 220 250 100 220 200 & 100M200 80 250 & 200M250 80 176 stroomafwaarts apparaat stroomopwaartse beveiliging met vermogensschakelaar (380/415 V) type/kaliber max. kA eff. kA eff. kA eff. (A) Icc max. (A) Icc max. (A) Icc max. K28 Gids laagspanningsverdeling 2003 . kA eff. kA eff. inschakelvermogen kA piek type gl (2) kaliber max. (A) Icc max. (A) Icc max. kA eff. kA eff. kA eff. (A) Icc max. (A) Icc max. inschakelvermogen kA piek type BS (2) kaliber max. inschakelvermogen kA piek met smeltveiligheden (500 V) type aM (1) kaliber max. inschakelvermogen kA piek type BS (2) kaliber max. kA eff. inschakelvermogen kA piek type/kaliber max. (A) Icc max. kA eff. inschakelvermogen kA piek met smeltveiligheden (500 V) type aM (1) kaliber max. (2) Zonder externe thermische beveiliging. kA eff. kA eff. (A) Icc max. inschakelvermogen kA piek type/kaliber max. (A) Icc max. kA eff. (A) Icc max. inschakelvermogen kA piek NS400NA NS630NA NS800NA NS1000NA NS1250NA NS1600NA NS400-630N/400 45 94 NS400-630H/400 70 154 NS400-630L/400 150 330 400 100 220 315 100 220 400 100 220 315 & 200M315 80 176 355 & 315M355 80 176 NS630N/630 45 94 NS630H/630 70 154 NS630L/630 150 330 500 100 220 500 100 220 630 100 220 500 80 176 450 & 400M450 80 176 NS800N/800 50 105 NS800H/800 70 154 NS800L/800 150 330 NS1000N/1000 50 105 NS1000H/1000 70 154 NS1000L/1000 150 330 NS1250N/1250 50 105 NS1250H/1250 70 154 NS1250L/1250 NS1600N/1600 50 105 NS1600H/1600 70 154 NS1600L/1600 (1) verplichte beveiliging door extern thermisch relais. (A) Icc max. kA eff.Studie van een installatie Bediening en scheiding van kringen Coördinatietabellen Industriële lastschakelaars Lastscheiders Compact stroomafwaarts apparaat stroomopwaartse beveiliging met vermogensschakelaar (380/415 V) type/kaliber max. (A) Icc max. inschakelvermogen kA piek type gl (1) kaliber max.

K30 K32 K34 K40 K43 K44 K46 K48 K50 K52 K56 K60 K62 K63 K64 K65 K66 K67 K68 K68 K70 K71 kringen gevoed door meerdere parallelle transformatoren maximale stroomafwaartse kortsluitstroom K72 keuze van de vertrek.1c 1 studie van een installatie 1c beveiliging van kringen bepaling van het kaliber van een automaat bepaling van de kabeldoorsnede bepaling van de toelaatbare spanningsval bepaling van de kortsluitstroom keuze van beveiligingsinrichtingen keuzecriteria keuze automaten Multi 9 keuze vermogensschakelaars Compact NS 100 tot 630 keuze lossers Compact NS 100 tot 630 keuze vermogensschakelaars Compact NS 800 tot 1600 keuze vermogensschakelaars Masterpact NT en NW keuze beveiligingsunits Micrologic keuze van de afstandsbedieningselementen keuze van de uitschakelspoelen keuze van de hulpcontacten standmelders van de automaten en vermogensschakelaars kringen gevoed met gelijkstroom keuzecriteria keuze van de automaten en vermogensschakelaars schikking van de polen kringen gevoed met 400 Hz keuze van de automaten Multi 9 keuze van de vermogensschakelaars Compact kringen gevoed door een generator classificering van de groepen volgens UTE C15-401 keuze van de aankomstvermogensschakelaars pag.en aankomstvermogensschakelaars K72 huishoudelijke installaties doorsnede van de fasegeleiders keuze van apparatuur individuele elektrische verwarming K74 K74 K74 Gids laagspanningsverdeling 2003 K29 .

vermogen tingstoest.4 19. (A) 6 10 10 16 16 20(1) 20 25 25 32 32 40 50 50 230 V Ib (A) 2.3 12.6 25.02 6. kal. P = niet te overschrijden maximumvermogen per vertrek.35 6.vermogen tingstoest.72 10 11.89 6 10 3.4 34. verm.77 5.5 4 4.5 16 25 11.2 17. 400 V drief.5 16 32 14. met al dan niet gecompenseerde ballast. bij een omgevingstemperatuur van 25 °C c vermogen van de ballast: 25% van het vermogen van de buislamp c arbeidsfactor: 0. Gelieve ons te raadplegen K30 Gids laagspanningsverdeling 2003 . 6A 10 A Fluorescentielampen De onderstaande tabel geeft. (A) (A) (A) 3 1. automaat aantal verlichtingstoestellen per fase 7 3 2 3 1 1 1 14 7 4 7 3 2 2 21 10 6 10 5 3 3 42 21 13 21 10 6 6 70 35 21 35 17 10 10 112 56 34 56 28 17 16 140 70 43 70 35 21 20 175 87 54 87 43 27 25 225 112 69 112 56 34 32 281 140 87 140 70 43 40 351 175 109 175 87 54 50 443 221 137 221 110 68 63 562 281 174 281 140 87 80 703 351 218 351 175 109 100 Driefasige verdeling : 230 V tussen de fasen type verlich.4 20(1) (1) niet te overschrijden maximumwaarden voor afstandsbediende apparaten (Reflex -magneetschakelaar.9 13 15.52 8. Men kiest daarbij uit de beschikbare kalibers doorgaans de waarde die net boven de gebruiksstroom ligt. kal. Eénfasige verdeling : 230 V Driefasige verdeling + N : 400 V tussen de fasen (stermontage) type verlich. het kaliber van de automaat.6 15.8 39.70 10.51 3. 2.53 8.61 6 10 4.66 10 20 10.7 26.86 bij gecompenseerde montage Voorbeeld : Installatie van 63 enkelvoudige fluorescentiebuizen van 36 W. Hoge druk gasontladingslampen Deze tabel is geldig voor de spanningen 230 en 400 V.5 5 6 7 8 9 10 230 V lb (A) 4. op een driefasige lijn + N 400/230 V. De bijgaande tabellen laten toe het kaliber van de automaat te bepalen in een aantal bijzondere gevallen.1 22.6 20. 6A 10 A 16 A kal. 3-p.5 éénf. Gloeilampen en verwarmingstoestellen Voor elk type voedingsspanning is de gebruiksstroom Ib opgegeven.1 16 25 11. automaat aantal verlichtingstoestellen per fase 4 2 1 2 1 0 1 8 4 2 4 2 1 2 12 6 3 6 3 1 3 24 12 7 12 6 3 6 40 20 12 20 10 6 10 64 32 20 32 16 10 16 81 40 25 40 20 12 20 101 50 31 50 25 15 25 127 64 40 64 32 20 32 162 81 50 81 40 25 40 203 101 63 101 50 31 50 255 127 79 127 63 39 63 324 162 100 162 81 50 80 406 203 126 203 101 63 100 Opmerking : deze tabellen gelden niet voor het type TC16. lampen (W) enkel 18 gecom36 penseerd 58 dubbel 2 x 18 gecom2 x 36 penseerd 2 x 58 kal.5 10 16 7. kwikdamplampen + fluorescentiepoeder P i 700 W P i 1 000 W P i 2 000 W kwikdamplampen + metaalhalogeniden P i 375 W P i 1 000 W P i 2 000 W hoge druk natriumdamplampen P i 400 W P i 1 000 W kal.05 10 16 5.5 2 2. Deze gebruiksstroom wordt : c ofwel rechtstreeks door de fabrikant zelf opgegeven c ofwel eenvoudig berekend aan de hand van het nominaal vermogen en de gebruiksspanning. (kW) 1 1. evenals het te kiezen kaliber.33 6 10 5.1 43. Ib kal. gecompenseerd.17 3 10 2. Tabel 3 geeft voor 21 verlichtingstoestellen per fase een kaliber van 6 A. 6A 10 A 16 A kal.6 21. lampen (W) enkel 18 gecom36 penseerd 58 dubbel 2 x 18 gecom2 x 36 penseerd 2 x 58 kal.5 3 3.1 17. c Ib = P/U bij éénfasige kringen en c Ib = P/U e bij driefasige kringen.1 drief. enz.77 10 16 6.of 4-p.22 10 20(1) 8. in functie van de voeding en van het aantal en type verlichtingstoestellen.28 7. uitgaande van de volgende berekeningshypothesen: c installatie in een kast. Uitgaande van het kaliber kan men de doorsnede van de geleiders bepalen.) bij gebruik in verlichtingskringen met gloeilampen.44 2 6 2.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Bepaling van het kaliber van een automaat Het kaliber van een automaat wordt doorgaans gekozen in functie van de gebruiksstroom van de verbruikers.1 30.

1 vermogen (kW) nominaal 0.5 22 25 64 37 30 75 43 250 340 480 55 75 110 132 147 150 180 200 360 427 210 250 160 200 220 220 270 300 300 380 420 100 59 72 180 105 140 Gids laagspanningsverdeling 2003 K31 .5 15 9 5.5 vermogen (PK) opgenomen 230 V 2 2.5 20 12 7.37 0.3 75 100 3 4 7 90 125 170 4 5.5 0.8 5 stroom (A) 400 V 1.5 Opmerking : de beveiliging van de kabel tegen overbelasting gebeurt met behulp van een afzonderlijk thermisch relais. K93).55 0. η : rendement driefasige verdeling (230 of 400 V) nominaal 0.8 nominaal vermogen (kW) nominaal vermogen (PK) opgenomen stroom (A) 25 35 230 V 400 V 85 30 40 37 50 45 60 85 1.5 7.75 1 1. De combinatie automaat-contactorthermisch relais wordt verder uitgediept in de pagina’s “beveiliging van motorvertrekken" (pag.2 3 9 5.1c Asynchroonmotoren De onderstaande tabel geeft de waarde van de opgenomen stroom in functie van het vermogen van de motor : Pn (labs = ) eU η cos ϕ Pn : nominaal vermogen in W.2 1.75 1. 2.6 2 2.5 2 6.5 10 28 16 11 15 39 23 15 20 52 30 18.

die toelaat de invloed van de verschillende installatieomstandigheden in te calculeren.81 0. De benodigde doorsnede wordt bepaald aan de hand van: c een keuzeletter.00 0.78 0.79 0. enz.79 0.82 0. ethyleen.93 0.38 1.71 K32 Gids laagspanningsverdeling 2003 .00 0.73 bij 3 lagen c 0. Keuzeletter type van de geleidende plaatsingswijze elementen geleiders en c in buizen.70 0.64 0. haken.87 0.57 0.75 0.71 0.75 0. propyleen (EPR) 1.00 0. haken.77 0.00 0.62 0.79 0. De tabellen gelden enkel voor niet ingegraven leidingen.70 0. boven valse plafonds c in kabelkanaal. lijsten.70 0.08 1.72 0.80 0.60 0. vloeren of niet geperforeerde tabletten enkele laag tegen plafond enkele laag op horizontale geperforeerde tabletten of verticale tabletten enkele laag op kabelladders.58 – – polyvinylchloride (PVC) 1.00 0.73 0.82 0.52 0.80 bij 2 lagen c 0. geperforeerde kabelrekken c opbouwbevestiging. haken. F 1.72 0.45 0.61 1.95 1 C B. profielen of kabelbanen. Deze coëfficiënt K wordt bekomen door de drie correctiefactoren K1.80 0.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Bepaling van de kabeldoorsnede De bijgaande tabellen laten toe te bepalen welke doorsnede de fasegeleiders van een stroomkring moeten hebben.93 0.71 0.82 0. C C plaatsing van naast elkaar lopende kabels ingebouwd of ingegoten in wanden enkele laag op muren. plinten c bovenop muren of plafonds c op niet geperforeerde kabelrekken en -banen meeraderige kabels c op kabelladders.61 0.78 Indien de kabels in meerdere lagen boven elkaar liggen dienen bovendien de onderstaande correctiefactoren toegepast te worden: c 0.73 0. F Correctiefactor K2 keuzeletter B.07 1.68 0. Correctiefactor K3 omgevingstemperatuur (°C) 10 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60 isolatie elastomeer (rubber) 1.96 0.22 1.90 0.07 1.65 0.73 0.12 1.76 0.95 0. opgebouwd of ingebouwd meeraderige kabels c in holle ruimten.72 E.66 0. geperforeerde kabelrekken c opbouwbevestiging. E.77 0.15 1.91 0.63 0. correctiefactor K2 aantal kringen of meeraderige kabels 1 2 3 4 5 6 7 8 9 12 16 20 1.61 0.82 0. K2 en K3 met elkaar te vermenigvuldigen: c K1 heeft betrekking op de plaatsingswijze c K2 heeft betrekking op de onderlinge beïnvloeding van zij-aan-zij lopende kringen c K3 heeft betrekking op de omgevingstemperatuur en het gebruikte isolatiemateriaal. van de wand verwijderd c opgehangen kabels keuzeletter B C E F Correctiefactor K1 keuzeletter B installatiewijze c kabels in een kanalisering die rechtstreeks ingebouwd is in thermisch isolerende materialen c geleiders ingebouwd in thermisch isolerende materialen c meeraderige kabels c holle ruimten en kanalen c plaatsing onder plafond c overige gevallen K1 0.71 0.50 gereticuleerd polyethyleen (PR) butyl.78 0.72 0.12 1.70 bij 4 of 5 lagen. C. die afhangt van de gebruikte geleider en zijn plaatsingswijze c een coëfficiënt K.54 0. die beveiligd worden door een automaat of vermogensschakelaar.22 1.72 0. van de wand verwijderd c opgehangen kabels éénaderige kabels c op kabelladders.79 0.80 0.95 0.00 0.50 0.88 0.00 0.70 0.29 1.17 1.87 0.85 0.41 0.87 0.04 1.15 1.72 0.

Bij aluminium vinden we de waarde 43 A.5 22 23 24 21 24 25 27 30 31 33 28 32 34 36 40 42 45 36 41 43 48 51 54 58 50 57 60 63 70 75 80 68 76 80 85 94 100 107 89 96 101 112 119 127 138 110 119 126 138 147 158 169 134 144 153 168 179 192 207 171 184 196 213 229 246 268 207 223 238 258 278 298 328 239 259 276 299 322 346 382 299 319 344 371 395 441 341 364 392 424 450 506 403 430 461 500 538 599 464 497 530 576 621 693 656 754 825 749 868 946 855 1 005 1 088 16. In de tabel terzake vindt men 1 als correctiefactor K1.5 19. Voorbeeld Een driefasige PR-kabel wordt geïnstalleerd op een geperforeerde kabelbaan. die als volgt samengesteld zijn: c een driefasige kabel (1ste kring) c 3 éénpolige kabels (2de kring) c 6 éénpolige kabels (3de kring). De omgevingstemperatuur bedraagt 40˚C.5 17. zij-aan-zij met drie andere kringen. berekend uit K1 x K2 x K3 bedraagt dus 1 x 0.5 21 23 24 26 22 25 26 28 31 32 35 28 32 33 36 39 42 45 39 44 46 49 54 58 62 53 59 61 66 73 77 84 70 73 78 83 90 97 101 86 90 96 103 112 120 126 104 110 117 125 136 146 154 133 140 150 160 174 187 198 161 170 183 195 211 227 241 186 197 212 226 245 263 280 227 245 261 283 304 324 259 280 298 323 347 371 305 330 352 382 409 439 351 381 406 440 477 508 526 600 663 610 694 770 711 808 899 PR2 PR2 26 36 49 63 86 115 149 185 225 289 352 410 473 542 641 741 161 200 242 310 377 437 504 575 679 783 940 1 083 1 254 28 38 49 67 91 108 135 164 211 257 300 346 397 470 543 121 150 184 237 289 337 389 447 530 613 740 856 996 Gids laagspanningsverdeling 2003 K33 . 1 2 3 keuzeletter doorsnede koper (mm2) θa = 40°C PR doorsnede aluminium (mm2) De desbetreffende tabel levert keuze letter E op.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 400 500 630 2. Er zijn dus in totaal 5 driefasige groepen. die overeenstemt met 6 mm2 aluminium.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 400 500 630 isolatie en aantal belaste geleiders (3 of 2) rubber butyleen of PR of ethyleen PR of PVC PVC3 PVC2 PR3 PR2 PVC3 PVC2 PR3 PR2 PVC3 PVC2 PR3 PVC3 PVC2 PR3 15.1c Bepaling van de minimale doorsnede Uitgaande van de waarden l’z en K geeft de onderstaande tabel de te weerhouden doorsnede (l’z is equivalent met de stroom die door de leiding vloeit: l’z = lz/K). deze kring telt 2 geleiders per fase. Op de lijn die overeenstemt met de keuzeletter E in de kolom PR3 kiezen we de eerstvolgende waarde boven 36.91 = 0. Bij koper levert dit de waarde 42 A op.68. De uiteindelijke coëfficiënt K. rekening houdende met de coëfficiënt K bedraagt I’z = 25/0.8 A.5 2.91.5 19. De correctiefactor K3 bedraagt volgens de overeenkomstige tabel 0.5 18. Doorheen de PR-kabel vloeit een stroom van 23 A per fase.5 18. Bepaling van de doorsnede Kies voor In de eerstvolgende genormaliseerde waarde boven 23 A ➯ 25 A De fictieve waarde I’z. B C E F 1.75 x 0. Uit de betrokken tabel blijkt dat de correctiefactor K2 0.8 A.75 bedraagt.68 = 36. die overeenstemt met een doorsnede van 4 mm2 koper.

E. en in het bijzonder hun doorsneden. andere toepassingen (drijfkracht) 5% 8 % (1) abonnee abonné eigenaar van du propriétaire LS-abonnee poste MT/BT abonné BT de MS/LS-post 5% (1) 8% verbruiker récepteur (1) tussen het (1) entre le point de aansluitpunt van de raccordement de l'abonné BT LS-abonnee en de et le récepteur verbruiker K34 Gids laagspanningsverdeling 2003 . De volgende pagina’s helpen u de spanningsval te bepalen en dit laat toe : c de overeenkomst met de van kracht zijnde normen en reglementen te controleren c de voedingsspanning te beoordelen vanuit het standpunt van de verbruiker c rekening te houden met de exploitatievereisten. De goede werking van een verbruiker (inzonderheid een motor) hangt af van de waarde van de spanning aan zijn klemmen.I. Art.. Maximale spanningsval tussen het begin van de LS-installatie en de verbruikers (NFC15-100) verlichting abonnee gevoed door het 3% openbaar LS-verdeelnet abonnee eigenaar van zijn HS/LS-post 6% (1) Tussen het aansluitingspunt van de LS-abonnee en de motor. derwijze worden gekozen dat: 1. 2..E. 198 van het A. maar niet nul.Keuze van de elektrische leidingen .Studie van een installatie Beveiliging van kringen Bepaling van de toelaatbare spanningsvallen De impedantie van een kabel is klein.I. Het is dus noodzakelijk de spanningsval op de lijn te beperken door een correcte doorsnede van de voedingskabels. Aangezien het A. Technisch Reglement: met alle verbruikers van een installatie in volle bedrijf mag het verschil tussen de spanning aan de klemmen van de hoofdschakelaar en de klemmen van een verbruiker niet meer bedragen dan 3% van de eerstvermelde spanning. De normen leggen beperkingen op wat de spanningsval betreft De norm NF C 15-100 schrijft voor dat de spanningsval tussen het begin van de LSinstallatie en elk verbruikspunt niet hoger mag zijn dan de in de bijgaande tabel vermelde waarden. . . de spanningsval onder de normale bedrijfsvoorwaarden verenigbaar is met de bedrijfszekere werking van de gevoede elektrische machines en toestellen.R. Als er stroom door de kabel vloeit treedt er een bepaalde spanningsval op tussen het begin en het einde van de kabel.bepaalt dat elektrische leidingen die geen integrerend deel uitmaken van een elektrisch toestel of machine. geen maximaal toelaatbare spanningsval bepaalt is het zinvol hiervoor beroep te doen op documenten zoals het vroegere Technisch Reglement of buitenlandse reglementeringen.R.

. pomp breekmolen kneedmachine lopende band U < Un parabolisch koppel (centrifugale machines) constant koppel Gids laagspanningsverdeling 2003 K35 .5 Cn Evolutie van het motorkoppel in functie van de voedingsspanning.. maar de te dissiperen energie neemt nog sneller toe.1c Invloed van de voedingsspanning op een motor in bedrijf Elektromotoren worden verondersteld te werken bij een nominale spanning Un ± 5%. Effecten van wijziging van de voedingsspanning in functie van de aangedreven machines spanningsvariatie U > Un aangedreven machine parabolisch koppel (centrifugale machines) ventilator pomp effecten ontoelaatbare verhitting van de wikkelingen ingevolge ijzerverliezen ontoelaatbare verhitting van de wikkelingen ingevolge te hoge druk in de buizen ontoelaatbare verhitting van de wikkelingen ingevolge groter mechanisch vermogen beschikbaar langere aanlooptijd ontoelaatbare verhitting van de wikkelingen ingevolge blokkeren van de rotor niet starten van de motor mogelijke defecten voortijdige veroudering van de wikkelingen terugloop isolatie voortijdige veroudering van de wikkelingen ingevolge terugloop isolatie overmatige slijtage van de buizen voortijdige veroudering van de wikkelingen ingevolge terugloop isolatie overmatige slijtage van de machine kans op uitschakelen van de beveiliging terugloop isolatie voortijdige veroudering van de wikkelingen ingevolge terugloop isolatie machinestilstand constant koppel breekmolen kneedmachine lopende band ventilator. Voorbeeld Een motor met middelgroot vermogen.). de aanlooptijd wordt verlengd en dit veroorzaakt verhitting van de wikkelingen.6 Cn werkelijk aanloopkoppel Cd nominaal = 1. Hoe zwaarder een motor is. levert: c in bedrijf: 81% van zijn nominaal koppel in plaats van 100% c bij het aanlopen: 121% van het nominaal koppel in plaats van 150%. De curve hiernaast toont aan dat de koppels C en Cn verlopen in functie van het kwadraat van de spanning. Buiten dit bereik gaan de mechanische karakteristieken er snel op achteruit. Op thermisch vlak geldt dat grotere motoren weliswaar meer calorieën kunnen afvoeren. Bij een te lage voedingsspanning neemt het aanloopkoppel aanzienlijk af. Spanningsafwijkingen kunnen daarbij de levensduur van de motor of van de aangedreven machine aanzienlijk verkorten. des te meer is hij in de praktijk gevoelig voor afwijkingen van de voedingsspanning: c spanning lager dan Un: abnormale verhitting door langere aanlooptijden c spanning hoger dan Un: toename van de Joule-verliezen en ijzerverliezen (bij geoptimaliseerde motoren . koppel bij permanent bedrijf werkelijk aanloopkoppel Cd nominaal = 0. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de effecten en mogelijke schade ten gevolge van een foutieve voedingsspanning. maar kan ernstige gevolgen hebben bij motoren die machines aandrijven met hyperbolisch koppel of constant koppel. Dit verschijnsel kan vrij onopgemerkt blijven bij centrifugaal werkende machines. die gevoed wordt met 90% van zijn nominale spanning.

9 1.7 4.3 1.4 0.2 3.9 2.6 5.2 4 5 6.9 1.8 0.3 3 0.2 1. Op een eenvoudigere wijze geeft de onderstaande tabel de spanningsval in % voor een kabellengte van 100 m.5 3.6 2. Vn: nominale spanning tussen fase en N.8 1 1.9 0.4 1.5 0.4 3.9 1.6 1 2 3.4 1.3 1.4 1.4 2.3 0.9 1.9 2.3 7. De waarden in de tabel gelden voor cos ϕ 0.8 7.6 0.5 3.1 5.5 0.7 0.3 2.2 5.5 2.1 1.6 2 2.6 0.6 0.1 5.9 0.6 2.9 4.8 1.3 3 3.1 0.5 0.1 4.7 2.5 2 2.9 6 0.1 0.7 4.5 4.4 0.3 2.9 2.2 1.6 3.1 1.3 1.3 1.3 6.3 6.9 0.1 1.6 3. De tabel is eveneens bruikbaar voor andere kabellengten dan 100 m: het volstaat de waarde uit de tabel te vermenigvuldigen met de coëfficiënt L/100.8 1 1.4 1.6 2 2.4 1.7 4.8 5.3 4.4 0.3 0.8 1.6 0.3 1.7 3.1 5 5.9 2.5 0.2 1.9 7.2 16 8.4 2.5 0.4 2 1.2 2.6 0.9 7.4 1.8 0.7 0.8 4.2 1.7 3 3.3 1.6 0.1 3.9 3.2 5.2 1.3 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 aluminium 10 16 25 35 50 70 95 120 150 Formules voor berekening van de spanningsval voeding éénfasig : 2 fasen éénfasig : fase + N driefasig : 3 fasen (met of zonder N) Un: nominale spanning tussen de fasen.6 0.7 0.1 1.8 1.4 3.1 2.1 2.3 1.3 1.8 1 1.6 0.7 0.7 2.9 0.9 1.4 1.8 1.6 3 3.2 5.2 1.2 1. De tabel hiernaast geeft de gebruikelijke formules om de spanningsval te kunnen berekenen.6 1.5 2 2.3 Voor een driefasig net 230 V dienen de waarden in de tabel vermenigvuldigd te worden met e = 1.4 0.5 0.1 4.4 3.1 5 4.85 bij motoren en 1 voor een niet-inductieve verbruiker.5 1.3 1.4 4.8 3.4 9.9 1.8 5.6 0.7 0.9 2.4 0.4 0.4 8 0.4 1.9 2.7 0.85 kabel koper S (mm2) 1.6 1.3 4.6 0.2 5.6 1.3 1.2 6. spanningsval (in V) ∆U = 2 BL (R cos ϕ + X sinϕ) I ∆U = 2 BL (R cos ϕ + X sinϕ) I ∆U = eIB L (R cos ϕ + X sin ϕ) in % 100 ∆U/Un 100 ∆U/Vn 100 ∆U/Un 0.7 2.1 1.4 1.8 1 1.4 1.6 0.5 0.5 0.1 2.7 0.5 0.1 7. bij 400 V/ 50 Hz driefasig en dit in functie van de kabeldoorsnede en de stroom (In van de verbruiker).6 5.7 0.5 0.7 0.4 1.7 0.1 1.9 2.4 0.3 1.4 1.4 3 3.6 2 2.1 2.5 0.5 1.5 0.3 3 3.8 1 1.5 3.6 0.5 0.3 4.2 1.4 1.4 9.3 3 3.9 2.1 1.5 0.6 3.5 3.6 2 2.8 5.3 3 3.5 7.3 0.3 6.5 0.8 0. Voor een éénfasig net 230 V dienen de waarden met 2 vermenigvuldigd te worden.5 0.9 2.5 0.6 3.4 1.9 1.5 1.5 0.4 8 0.4 1.9 2. Spanningsval voor 100 m kabel bij 400 V/50 Hz driefasig (%) cos ϕ = 0.7 1 1.3 4.6 10 5.6 0.4 0.9 6.6 6.9 0.8 1 1.6 6.3 6.2 4.8 1 1.9 1.1 2.4 3.8 4.9 6.9 2.8 1 1.4 1.3 5.2 7.6 0.4 3.9 1.9 3.4 1.2 3.2 4.8 1 1.6 5.7 0.6 6.9 2.2 4.4 0.6 0.6 5.5 2 2.7 2.3 1.2 2.73.8 3.4 1.8 1.1 5.1 2.4 9.8 1.3 1.9 5 6.2 2.7 1.4 9 0.7 0.6 0.6 0.8 7.1 1.6 1.3 4.3 3 3.5 0.2 4.8 1 1.4 0.9 4.3 1.5 0.4 1.7 1.6 0.6 2.8 0.1 6.6 4.1 2.2 1.2 4 0.8 1.3 1.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Bepaling van de toelaatbare spanningsval Berekening van de spanningsval op een lijn bij permanent bedrijf De spanningsval op de lijn bij permanent bedrijf is van belang om de verbruikers onder normale bedrijfsvoorwaarden te kunnen laten werken (binnen de grenzen die door de fabrikanten vastgesteld zijn).2 5.7 3.5 0.7 5.1 10.9 2. K36 Gids laagspanningsverdeling 2003 .2 4 5 0.8 3.6 2.8 0.7 0.9 5 6.3 2.2 3.3 2.6 0.3 4.6 3.1 0.5 1.7 1 1.5 2 2.7 8.8 2.9 7.4 3.7 0.7 0.8 0.2 1.5 0.5 0.4 3.4 0.4 0.5 1.2 2.3 5.6 2 2.3 6.5 In (A) 1 0.1 5.7 1.2 1.7 0.5 3.6 5.6 3.7 4.6 3 1.2 4 5 6.5 7.4 1.5 2 2.3 2.5 0.7 4.5 0.7 0.6 0.2 3.1 6.6 0.6 1 1.5 2.7 9.5 4.6 2.9 1.5 0.4 1.2 1.6 0.1 3.9 7.5 2.8 1 1.9 1.8 0.7 2.7 0.8 0.5 0.5 3.6 3 3.2 4 5 0.9 6.1 1.6 4.7 4.4 1.9 1 1.3 1.9 7.6 4.1 6.9 1.5 0.5 5.9 3.1 2.1 2.1 3.8 3.8 0.3 3.6 0.9 4.5 0.3 1.9 0.8 1 1.7 1.4 0.6 2 2.3 1.4 0.3 3 3.9 2.1 2.5 1 5 2.2 0.8 1 1.4 1.1 3.8 1.9 32 40 50 63 70 80 100 125 160 200 250 320 400 500 cos ϕ = 1 kabel S (mm2) In (A) 1 2 3 5 10 16 20 25 32 40 50 63 70 80 100 125 160 200 250 320 400 500 koper 1.2 1.7 0.8 1.4 4.1 1.1 4 5 6.7 1.1 5 5.5 0.6 0.3 2.6 3.5 3.7 4.5 0.9 1.1 1.7 6 0.1 2.1 5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 aluminium 120 150 185 240 300 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 0.7 4.6 1.5 0.6 6.1 1.6 3.9 1.7 0.6 2.5 0.9 1 1.6 0.6 3.9 7.5 0.3 2.2 4.3 2.4 0.6 0.1 1.1 0.6 2 2.9 2.3 6.6 5.3 25 7.4 5 20 6.2 3.8 5.6 3.

4% + 2. De motor wordt gevoed via 80 m driefasige koperkabel van 4 mm2.6% De totale spanningsval tussen het begin van de installatie en de motor bedraagt dus: ∆UAC = ∆UAB + ∆UBC ∆UAC = 1.5 kW (In = 16 A) en de cos ϕ = 0.6% = 4% Het genormaliseerde spanningsbereik voor de voeding van motoren (± 5%) wordt dus niet overschreden (MS/LS-transformator 400 V belast). volgende gegevens op: ∆UBC = 3.4%.2 x (80/100) = 2.2% Voor L = 80 m wordt dit: ∆UBC = 3. 4% 2. De spanningsval tussen het begin van de installatie en het vertrek van de motor wordt geraamd op 1.85.6% Gids laagspanningsverdeling 2003 K37 .1c Toepassingsvoorbeeld van de tabellen Gegeven: een motor wordt gevoed door een driefasig net van 400 V. Zijn vermogen bedraagt 7. Ligt de totale spanningsval van de lijn bij permamanent bedrijf binnen de toelaatbare grenzen? Antwoord: Voor L = 100 m levert de tabel op vorige pag.

5 maal het weerstandskoppel. Deze opmerking is vooral van belang indien Ibron = 2 In motor. Spanningsval stroomopwaarts van het motorvertrek bij het aanzetten van de motor Deze spanningsval dient gekend te zijn: c om te kunnen controleren of de storingen op de nabijgelegen vertrekken aanvaardbaar zijn c om de effectieve spanningsval aan de klemmen van de motor bij het aanzetten te kunnen berekenen.1 x (1 . Bij het aanzetten wordt echter een veel grotere stroom opgenomen dan bij normaal bedrijf.27 6 3.50 3.2%.67 1.17 1.20 1.2%) = 4.67 Dit geeft: ∆UAB aanzetten = 2.47 Toepassingsvoorbeeld van de tabel bron permanent bij aanzetten ∆UAC permanent=3.5% .1 x (1 .25 1. maar ook op de andere nabijgelegen verbruikers c de spanningsval ∆UAC op de lijn van de motor.5 kW (In = 35 A. Hoeveel bedraagt de spanningsval ∆UAC bij het aanzetten van de motor? Antwoord: Ibron/Id = 1155/175 = 6. Voor een meer precieze berekening dient men rekening te houden met de cos ϕ bij het aanzetten. De spanningsval ∆UAB bij permanent bedrijf bedraagt 2. In extreme gevallen kan dit betekenen dat de motor niet start.7 maal het weerstandskoppel van de belasting overtreft.68% ∆UAC aanzetten = ∆UAB aanzetten + (∆UAC permanent .7 maal het weerstandskoppel.5% ∆UAC bij aanzetten=4. De motor zal dus correct starten.∆UAB permanent) = 3. Indien dit een belangrijke spanningsval op de lijn tot gevolg heeft zal ook het aanloopkoppel aanzienlijk dalen.40 8 4.13 1.67 = 3.88 1.23 1. Gegeven: bij een motor van 18.07 1.78 1.1)2 = 1. Id = 175 A).98% Dit resultaat is absoluut aanvaardbaar voor de andere verbruikers.38 1.50 2.34 7 4.34 1.0.15)2 = 1.10 1.50 1.63 1. K38 Gids laagspanningsverdeling 2003 .00 1.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Bepaling van de toelaatbare spanningsval Spanningsval op de lijn bij het aanzetten van een motor: gevaar voor moeilijk starten Opdat een motor onder normale omstandigheden zou kunnen aanzetten moet hij een koppel leveren dat 1. Verhogingscoëfficiënt spanningsval stroomopwaarts van het motorvertrek bij het aanzetten (zie voorbeeld hiernaast) Id/In Ibron/Id aanzetten ster-driehoek 2 3 1.67 1. Berekenen van de spanningsval bij het aanzetten Ten opzichte van de situatie bij permanent bedrijf verhoogt het aanzetten van een motor: c de spanningsval ∆UAB stroomopwaarts van het motorvertrek. Als vuistregel wordt aanbevolen de spanningsval bij het aanzetten te beperken tot maximum 10%.34 1.50 1. Het totale aan de bron beschikbare vermogen bedraagt: Ibron = 1155 A.2 x 1.00 1.00 1.25 1. c indien de spanningsval bij het aanzetten 15% bedraagt wordt het afgegeven koppel: 2.75 2.2.1 maal het weerstandskoppel van de belasting c indien het aanzetten een spanningsval van 10% veroorzaakt wordt het afgegeven koppel: 2. Niettemin geeft de tabel een goede benadering van de spanningsval bij het aanzetten.17 1.45 1.56 1.6 De tabel geeft voor Ibron/Id = 6 en Id/In = 5 k2 = 1.0.50 1. Deze spanningsval heeft niet alleen invloed op de motor. Hierbij bestaat kans dat het aanzetten zeer lang duurt of dat de motor helemaal niet opstart.00 2. Zij geeft een goede benadering van de verhogingscoëfficiënt k2 in functie van de verhouding tussen het vermogen van de bron en het vermogen van de motor.98% 2 4 6 8 10 15 Deze tabel houdt geen rekening met de overgangs-cos ϕ van de installatie op het ogenblik dat de motor aangezet wordt.68 + (3.84 1.25 1.50 2.50 2.75 2. Voorbeeld : c bij een reële spanning van 400 V levert een motor bij het aanzetten een koppel van 2.50 2. De bijgaande tabel laat toe te spanningsval op punt B te kennen bij het aanzetten.00 1.75 1.14 rechtstreeks 4 5 2.

89 0. De cos ϕ van de motor bij het aanzetten bedraagt 0.18 0. bij het aanzetten? Antwoord: c volgens de bovenstaande tabel (laatste regel) bedraagt de spanningsval op de lijn naar de motor bij normaal bedrijf: ∆UBC = 0. 95 120 150 aluminiumkabel 10 16 25 35 50 70 95 120 150 0.39 0.77 0.072 = 2.45 Een motor van 18.094 0.32 0.35 2.56 0.072 0.064 0. cos ϕ ≥ 0.5 kW (In = 35 A en Id = 5 x In = 175 A) wordt gevoed door een driefasige koperen kabel met doorsnede 10 mm2 en een lengte van 72 m.135 0.45 0.11 1.082 0. door Id te vervangen door In motor.12 0.49 x 175 x 0.15 0.14 0.63 0. doorlopen door een stroom van 1 A.27 0.41 0.5 4 6 10 16 25 35 50 70 cos ϕ van de motor bij aanzetten 0.45 3. in functie van de kabeldoorsnede en de cos ϕ van de motor.19 0.30 0.4 x 1.83 3.35 De onderstaande tabel geeft de spanningsSpanningsval bij het aanzetten in 1 km kabel.27) = 9.49 0.26 0. cos ϕ ≥ 0. Toepassingsvoorbeeld van de tabel bron 15Id 35 175 0. Gids laagspanningsverdeling 2003 K39 .89 x 35 x 0.111 0.42 0.16 0.93 0.39 0.14 0.4% en I bron/Id = 15.18 0.22 0.24% ∆UAC = ∆UAB + ∆UBC ∆UAC = 2.17 0.085 0.12 0.058 0.61 0.144 val in % bij 1 km kabel.26 0.20 1.081 0.09 0.49 0. resp.11 0.072 0. De spanningsval (in %) in een motorkring bij het aanzetten van de motor kan hieruit afgeleid worden als volgt: ∆U (in %) = k1 x Id x L k1: waarde opgegeven in de onderstaande tabel Id: aanloopstroom van de motor (in A) L: kabellengte (in km).082 0.85 5.47 0.33 0. Hoeveel bedraagt de totale spanningsval bij normaal bedrijf.81 2.17 + (2.24 0.20 0.80 0.43 1.1c Spanningsval aan de klemmen van de motor bij het aanzetten De spanningsval op de lijn bij het aanzetten staat in functie van de cos ϕ van de motor bij het onder spanning brengen.077 1.11 0.37 0.092 0.22 0.58 0.071 0. doorlopen door 1 A (in %) koperkabel S (mm2) 1.45.4% + 2.17% ∆UAC = ∆UBC + (∆UAB x k2) (zie tabel op vorige pagina) ∆UAC = 6.89 0.45 c voor In > 100 A.88 1.063 0.64% Dit resultaat is absoluut aanvaardbaar voor de werking van de motor.072 = 6.5 2.112 (*) De laatste regel van de tabel laat toe met dezelfde formule de spanningsval bij normaal bedrijf te berekenen (cos ϕ bij nominale belasting). c volgens de bovenstaande tabel bedraagt de spanningsval op de lijn naar de motor bij het aanzetten: ∆UBC = 0. De norm IEC 60947-4-1 bepaalt de uiterste grenzen voor deze cos ϕ in functie van de nominale stroom van de motor: c voor In ≤ 100 A.098 bij normaal bedrijf* 0.24% = 4.22% Dit is een aanvaardbare waarde voor een correct opstarten van de motor. De spanningsval op het laatste verdeelniveau bedraagt 2.19 0.

51 (Cu) of 29.15 vermogenssch.1 R1R1 = = x 0. en de som van de reactanties stroomopwaarts van het betrokken punt : Xt = X1 + X2 + X3 + .15 X5X50.31 R3R3 = 18.1 SKQ = 500 000 kVA 500 000 SKQ= 500 000 kVA 500 000 R1R10. 3 Rt 2 + Xt 2 waarbij U0 = 410 V of 237 V Rt en Xt worden uitgedrukt in mΩ Belangrijk : c Un = nominale spanning tussen de fasen van de transformator (400 V) c m = belastingsfactor onbelast = 1. (kabels) tableau LS-hoofdbord général BT secundair tableau bord secondaire 11xx(1 xx185 mm2) ) (1 185 mm2 Cu per fase Cu par phase LL==70 m 70 m secundair tableau bord secondaire M3 R7 = 18.05 x 400 = 21.09 = = 0.20 = = 0.34)2 1. (5) Lineaire reactantie van de railstellen (Cu of Al) in gemiddelde waarden.15 = = 0.51 x 2 x 2 = = 18.84 10.10.12)2 + (11.05 x 400) réseau amont (1.515x 5 = 18...74 Icc (kA) 1.05 kA 3 (10.09 X5X50.09L (gebundelde 1-polige kabels) X3 = 0. K72.51 x 150150 x 3 x3 R3R3 0. net (1.995 ZQ stroomopw.1 ZQ (1) net (m Un)2 ZQ= S KQ tranformator R2 = Wc x U2 10–3 S2 Wc = verliezen koper (W)(2) S = schijnbaar vermogen van de transformator (kVA) Bepaling van de Icc-waarde aan de hand van de volgende methode (ook gebruikt door de software Ecodial 3) : 1.05 c c = spanningsfactor = 1.13 x 70 X7X79.09 x 3 3 X3X30.82.(câbles) transformateur transformator disjoncteur vermogenssch.05 x 400)2 2 x 0.51 x 185 R7 = 7 R7 = 7 X7 = 0.13L(3) (gespreide 1-polige kabels) L in m X3 = 0. R6 = 0 R6 = 0 X6 = 0 X6 = 0 liaison (câbles) verbind. Voorbeeld Exemple schema schéma 2.20 kA 3 (3.30 = = 0.15L(5) L in m X2X2 = = – (2.05 x 400 = 11. M1 disjoncteur snelle rapide vermogenssch.05 x 400)2 2 x 0. bereken : de som Rt van de weerstanden stroomopwaarts van het betrokken punt : Rt = R1 + R2 + R3 + . 2 (1 150 mm 33xx(1 xx150 mm2) ) Cu par phase Cu per fase L==55m m L 420 R2R26 300 x 420 x 10 10 = = 6 300 x 2 2 x 630 630 R2R22.05 x 1.13 x 70 = = X7 = 9. c snel R4 verwaarloosbaar X4 verwaarloosbaar c selectief R4 verwaarloosbaar X4 verwaarloosbaar (1) SKQ : kortsluitvermogen van het HS-net in kVA (2) Voor de verliezen bij koper : zie de overeenstemmende waarden in tabel pag.51 (Cu) of 29.05 x 1.035 = = 0.09 x 5 5 = = 0.351 = = 0.8)2 X3X210. (4) Bij meerdere parallelle geleiders per fase de weerstand en de reactantie van één geleider delen door het aantal geleiders.51 x 70 70 185 R7 = 18.12 in Rt3 = Rt2 + R6 + R7 M3 Rt3 = 10. R4R40= 0 = X4X40 0 = = 1 2 3 liaison verbinding disjoncteur vermogenssch.30 M2 disjoncteur snelle rapide vermogenssch.035 transformateur transformator S= = 630 kVA S ntnt 630 kVA U=4% Ukskr = 4 % U = 420 V V U Pcu==66300 W 300 W Pcu liaison (kabels) verbind.995 X1X1 = 500 000x 0. R1 = 0.03)2 + (11.64)2 1. départ 2 vertrek 2 barres (CU) rails (Cu) 1xx80 xx55mm2 2 mm 1 80 par phase per fase m LL==22m R5R518.64 Xt3 = Xt2 + X6 + X7 Xt3 = 20.70 kA 3 (3.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Bepaling van de kortsluitstroom (Icc) Icc op een willekeurig punt van de installatie Bepaling van de weerstanden en reactanties van elk gedeelte van de installatie gedeelte van te beschouwen waarden de installatie weerstanden reactanties (mΩ) (mΩ) X1 = 0.1 Berekening intensiteit kortsluitstromen (kA) weerstanden (mΩ) in Rt1 = R1 + R2 + R3 M1 Rt1 = 3.05 x 400) (1.74)2 K40 Gids laagspanningsverdeling 2003 .05 x 1.995 = 500 000 X1X10..15 x 2x 2 = = 0. (3) Lineaire reactantie van de geleiders in functie van de kabeltypes en hun plaatsingswijze.351 4 (100 x 420 ) 630 2 2 X2 = Z22 _ R22 2 Z = Ucc x U 100 S Ucc = kortsluitspanning van de transformator (in %) gedeelte v/d weerstanden partie de résistances installatie (mΩ) l’installation (mΩ) stroomopw.8 = = 2 2 –3 –3 verbinding c met kabels(3) R3 = ρ L S(4) ρ = 18.05.41 (Al) L in m S in mm2 R3 = ρ L(4) S ρ = 18. 2 R is verwaarloosbaar bij doorsneden > 240 mm.84 = = 10.34 Xt2 = Xt1 + X4 + X5 Xt2 = 11.05 x 400 = 21.51 400 400 R5R50. reactanties réactances (mΩ) (mΩ) (1.41 (Al) L in m S in mm2 c met rails X3 = 0.03 in Rt2 = Rt1 + R4 + R5 M2 Rt2 = 3.12 reactanties (mΩ) Xt1 = X1 + X2 + X3 Xt1 = 11. bereken : Icc = mc Un kA.12)2 + (20..20 X3X30.

laat de filiatietechniek bovendien toe stroomafwaarts automaten of vermogensschakelaars te voorzien met een onderbrekingsvermogen dat kleiner is dan de veronderstelde kortsluitstroom (zie pag. Cu 11 m Icc = ? IB = 55 A IB = 160 A Indien stroomopwaarts een begrenzende automaat of vermogensschakelaar geïnstalleerd is. 400V Icc = 28 kA 50 mm2. Men dient dus een automaat Multi 9 NG125N met kaliber 63 A te voorzien (onderbrekingsvermogen 25 kA) op het vertrek van 55 A en een vermogensschakelaar Compact NS160N met kaliber 160 A (onderbrekingsvermogen 35 kA) op het vertrek van 160 A. de doorsnede en de samenstelling van de kabel stroomafwaarts. Op het snijpunt van de kolom met deze waarde en de regel waarop de dichtstbijzijnde waarde van de kortsluitstroom stroomafwaarts vermeld is (in dit geval: de regel 30 kA). in dit geval: Icc = 19 kA. K165). volgens de methode beschreven op pag.1c bepaling Icc stroomafwaarts in functie van Icc stroomopwaarts De tabellen op de volgende pagina laten toe snel een goede benadering te vinden van de kortsluitstroom stroomafwaarts van een bepaald punt van het net. Voor meer nauwkeurige waarden kan men een gedetailleerde berekening maken. K40 of met behulp van het programma Ecodial 3. Gids laagspanningsverdeling 2003 K41 . Voorbeeld Gegeven: het hieronder schematisch voorgestelde net. mits men de volgende gegevens kent: c de kortsluitstroom stroomopwaarts c de lengte. Het volstaat dan een automaat of vermogensschakelaar te kiezen met een groter onderbrekingsvermogen dan de gevonden Icc. vindt u de waarde van de gezochte kortsluitstroom. Zoek in de tabel van de koperen geleiders op de volgende pagina op de regel die overeenstemt met de kabeldoorsnede (50 mm2) de lengte van de betrokken kabel of de dichtstbijzijnde waarde (in dit geval 11 m).

8 2.7 1.2 2.732.6 1.8 2.7 2.9 2.6 1.5 0.3 2.1 1.2 1.3 1.6 1.2 1.5 2.7 2 2 2 1.7 3.9 1.8 2 2.9 0.6 2.7 3 4 5 5.5 3 3.9 0.9 2.5 9 9.2 1.3 1.1 0.6 4 6.5 2.3 1.5 7 8 10 12 13 14 16 19 21 24 1 1.3 2.6 1.5 14 21 30 40 60 80 100 110 130 160 190 200 220 260 300 330 390 1.5 7.3 2.4 1.2 1.5 4.6 3.2 2.6 4 6.4 1.9 1.9 1.1 3 4 6 8 10 11 13 16 19 20 22 26 30 33 39 1.2 1.5 1 1.9 1.3 2 3.5 6 4.1 2 1.5 2.1 0.9 0.5 6 5 4 3.4 1.8 1.7 1.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 2 x 120 2 x 150 2 x 185 3 x 120 3 x 150 3 x 185 Icc stroomopwaarts (in kA) 100 90 80 70 60 50 40 35 30 25 20 15 10 7 5 4 3 2 1 lengte van de leiding (m) 0.1 1.9 2.5 4.5 10 16 26 42 65 90 130 180 250 320 340 400 8 13 20 33 55 85 120 170 230 310 400 9.5 2.5 6.8 1 14 14 14 14 13 13 12 11 11 10 9 8 6.5 0.4 2.5 2.2 1.2 1.9 1.6 1.3 1.3 2.1 1.5 4 6.2 1.2 1 1.5 0.5 8 9.5 3 2.9 1 0.5 8.9 3.5 13 18 26 37 50 65 70 80 100 120 130 140 160 200 190 210 240 300 1.1 1.5 12 15 15 17 20 23 25 29 0.4 2.6 3 4 0.5 9 9 8.9 2.5 0.6 2.5 7 5.6 2.4 2.5 7.8 3.9 11 11 11 11 10 10 9.5 5.4 2.7 2.6 2.7 3.5 2.4 1.5 9 13 18 25 32 34 40 50 60 65 70 80 100 95 100 120 150 0.5 8 9 10 13 12 13 15 19 1 1.2 1.4 0.5 8 8.6 2.5 0.5 0.5 1.1 5 4.5 9 13 17 17 20 25 30 32 35 41 50 48 50 60 75 1 1.5 0.8 1.5 6.3 2.5 2 2.9 5 4.5 5 7.5 1.1 1.2 1.5 4.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 2 x 120 2 x 150 2 x 185 2 x 240 3 x 120 3 x 150 3 x 185 3 x 240 lengte van de leiding (m) 0.6 1.5 0.9 0.5 7.4 2.5 1.9 1 1.5 2.6 3.9 1.8 1.4 1.5 1.1 3.5 6.8 2.7 1.6 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 0.1 0.7 0.5 10 12 15 0.5 11 17 26 37 55 75 100 130 140 160 200 240 250 280 330 380 410 3 5 8.7 1.5 16 25 38 65 100 160 220 320 13 21 34 50 85 140 210 300 16 26 42 65 110 170 260 370 32 50 85 130 210 340 0.1 1 1.1 3 4 5 5.8 1.8 4 4.7 2.5 2.5 3.5 0.1 1.9 3.6 2 1.2 1.5 5 6 7.6 2 2.3 1.7 2 2.5 4 4 4 3.1 1.3 2.4 2.8 0.6 2.3 1.3 2.6 1.9 1.5 1.5 4.5 7 8 10 12 13 14 16 20 19 21 24 30 1.3 1.5 5 6.3 Aluminium (net 400 V) doorsnede fasegeleiders (mm2) 2.3 3 4 4.3 2.6 1.8 0.3 1.5 4 4.5 4 3.5 1.9 0.9 1.7 2 2.2 1.5 7 6.5 16 24 40 65 100 140 200 280 380 13 21 32 55 85 130 180 260 370 16 26 40 65 105 165 230 330 32 50 80 130 210 330 Opmerking : bij een driefasig net met spanning 230 V tussen de fasen dient men de bovenvermelde lengten te delen voor e = 1.6 1.5 11 15 20 25 27 32 40 49 50 55 65 75 80 95 1 1.7 1.8 1 1.5 7 8 10 9.6 4 6.2 1 0.8 1.5 8 9.8 1.2 1.8 2.5 3 3 3.8 0.4 1.3 3.5 2.5 8.3 2.6 1.7 1.2 1.8 1.6 1.3 2.5 2.5 0.3 2.5 0.1 5.7 1 1.9 0.5 10 14 20 28 38 47 50 60 75 90 95 100 120 150 140 150 180 230 1.5 Icc stroomafwaarts 94 85 76 67 58 49 39 34 30 25 20 15 10 7 5 4 3 2 1 94 85 76 67 58 48 39 34 29 25 20 15 10 7 5 4 3 2 1 93 84 75 66 57 48 39 34 29 25 20 15 10 7 5 4 3 2 1 92 83 75 66 57 48 39 34 29 24 20 15 10 7 5 4 3 2 1 1 1.3 1.1 2.7 0.5 2 2.5 0.8 1.1 3.5 2.2 1.5 0.5 11 17 23 33 46 65 80 85 100 130 150 160 170 200 250 240 260 300 380 3 5 8 13 21 33 46 65 90 130 160 170 240 250 300 320 6.5 2.4 3 0.5 5 4 2.4 2.5 4.3 2.5 5 6.5 0.4 2.9 2 1 33 32 31 29 27 25 22 21 19 17 14 12 8.4 4 6.4 0.9 1 20 20 19 18 18 17 15 15 14 13 11 9.5 5 4 3.5 13 19 27 37 50 65 70 80 100 120 130 140 160 190 210 240 1 1.9 1.1 0.5 5.7 2.4 1.5 4.5 6.8 1.5 10 12 15 14 15 18 23 0.5 4.6 1.5 3.5 10 16 22 32 44 60 75 80 95 120 150 150 170 200 230 250 290 1.1 2.9 1.5 6.7 0.5 4.5 1.5 5 4 2.2 1.1 2.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Bepaling van de kortsluitstroom (Icc) Koper (net 400 V) doorsnede fasegeleiders (mm2) 1.5 10 13 14 16 20 24 25 28 33 38 41 49 0.4 2.8 1.4 1.6 2.5 5 8.5 6.5 0.5 0.5 4.6 1.5 12 17 23 32 40 43 50 65 75 80 85 100 130 120 130 150 190 1 1.9 2.9 0.8 1.3 1.5 4.9 2.5 2.8 0.4 2 2.1 1.4 0.9 1 1.9 1.5 7 5.1 1.5 8.1 3.5 4 7 10 15 21 30 40 50 55 65 80 95 100 110 130 150 160 190 91 83 74 65 57 48 39 34 29 24 20 15 10 7 5 4 3 2 1 83 76 69 61 54 46 37 33 28 24 19 15 10 7 5 4 3 2 1 71 66 61 55 48 42 35 31 27 23 19 14 9.8 1.8 0.2 3 4.2 1.5 4 4 5 1.9 1.9 2.9 2 1 56 52 49 45 41 36 30 27 24 21 17 13 9.5 1.5 5 4 3 2. K42 Gids laagspanningsverdeling 2003 .8 0.5 0.5 4.3 1.3 1.5 10 11 13 15 16 20 0.3 2.5 8 9.1 3 5.4 0.3 1.5 7 5 4 3 2 1 67 62 57 52 46 40 33 30 26 22 18 14 9.9 9 9 9 5 8.9 2 1 50 47 44 41 38 33 29 26 23 20 17 13 9 6.7 1.5 5 6 7.4 1.5 8 8 7.8 1.2 1.8 2.4 1.2 1.6 1.5 1.5 8.6 1.5 6.5 7.4 4 5 6 6.5 1.5 2.4 1.1 3 5.5 5 6.5 0.5 6 7.9 1 17 16 16 16 15 14 13 13 12 11 10 8.4 2.5 10 13 15 16 17 20 25 24 26 30 38 0.5 7 5 4 3 2 1 63 58 54 49 44 39 32 29 25 22 18 14 9.5 1.9 1.5 13 21 34 50 75 110 150 200 250 270 320 400 6.8 1.5 3.7 3 3.7 1.2 1.5 5 4 2.5 10 17 25 42 70 100 150 210 300 400 8 13 21 32 55 85 130 190 270 370 9.

K65 en K67). K68 tot K69. K70 en K71). De instelstroom van deze apparaten bepaalt de maximumlengte van de kabels in functie van hun doorsnede. Bij TT-netten (zie typeschema pag. rekening houdende met de geldende reglementering (zie pag. K192) of IT-netten (zie typeschema pag. De apparaten van Merlin Gerin zijn zowel voor 50 Hz als 60 Hz geschikt (voor gebruik bij 400 Hz netten: zie pag. Beveiliging van de kabels De vermogensschakelaar moet de canalisatie beschermen. exploitatievereisten. enz. Bij TN-netten (zie typeschema pag. scheiding) bepalen het aantal polen (zie pag. De methode van pag. K74 voor huishoudelijke installaties). Aantal polen Het nulleiderstelsel (TT. Bij IT-netten dient het net bewaakt te worden bij voorkeur door een inrichting voor permanente isolatiecontrole (zie pag. Veiligheidsvoorschriften Beveiliging van personen tegen onrechtstreekse aanraking De te nemen beveiligingsmaatregelen tegen onrechtstreekse aanraking. K186 en K187) wordt de beveiliging verzekerd door differentieelinrichtingen voor residuele stroom (zie pag. hangen af van de keuze van het nulleiderstelsel (zie pag. IT) en de vereiste functie (beveiliging. Een methode om de kortsluitstroom op een gegeven punt van de installatie te bepalen vindt u op de pag. Frequentie De nominale frequentie van de vermogensschakelaar moet overeenstemmen met de netfrequentie.Keuze van beveiligingsinrichtingen 1c Een vermogensschakelaar of automaat moet gekozen worden in functie van : c de karakteristieken van het net waarin hij geïnstalleerd wordt c de gewenste bedrijfscontinuïteit c het geheel van de na te leven veiligheidsvoorschriften. K193 tot K198 en K207 tot K212). K93) en generatoren (zie pag. Gids laagspanningsverdeling 2003 K43 . K217). bediening. indien er stroomopwaarts een inrichting infiliatie is (pag. K76). K165). K32 en K33 mag gebruikt worden. K79).) kan de installateur genoodzaakt zijn bij een gegeven net te kiezen tussen vermogensschakelaars die : c ofwel een totale selectiviteit verzekeren tussen twee opeenvolgende apparaten in serie c ofwel een gedeeltelijke selectiviteit verzekeren (zie pag. K199 en K200) wordt de beveiliging doorgaans verzekerd door de beveiligingsinrichtingen tegen kortsluiting. K40 tot K42. Karakteristieken van het net Spanning De nominale spanning van de vermogensschakelaar moet groter of gelijk zijn aan de spanning tussen de fasen van het net. of met Ecodial 3. door automatisch de voeding te onderbreken. K201 en K202). Stroomsterkte De instelstroom of het kaliber van de losser van de vermogensschakelaar moet groter zijn dan de permanente stroom die door de geleider vloeit waarop hij geïnstalleerd is en kleiner dan de maximaal toelaatbare stroom voor deze geleider (zie pag. Bedrijfscontinuïteit In functie van de vereiste bedrijfscontinuïteit (veiligheidsreglementen. voor gebruik bij gelijkspanningsnetten: zie pag. K188 en K189). In het specifieke geval van geprefabriceerde railkokers Canalis van Telemecanique vermelden coördinatie-tabellen de vermogensschakelaars die met de Canalisrailkokers kunnen gecombineerd worden en de maximale kortsluitstroom waartegen de railkoker beveiligd is (zie pag. TN. K184). Onderbrekingsvermogen Het onderbrekingsvermogen van de vermogensschakelaar dient ten minste gelijk te zijn aan de driefasige kortsluitstroom die zou kunnen voorkomen op de plaats waar hij geïnstalleerd is. Dit is met name het geval bij LS/LStransformatoren (zie pag. condensatorbatterijen (zie pag. Beveiliging van diverse elektrische elementen Bepaalde elektrische systemen vereisen beveiligingen met speciale karakteristieken. motoraanzetters (zie pag. K180 tot K183). K117). Uitzondering: het onderbrekingsvermogen van de vermogensschakelaar mag kleiner zijn dan de kortsluitstroom.

2). (5) volgens NBN EN 60947-2. K93 c c c c (15) (15) 63 80 100 125 c c 63 80 100 125 c 63 80 100 125 63 80 100 125 c c 63 80 100 125 c c 63 80 100 125 10 16 20 25 32 40 50 63 80 100 125 80 100 125 10 16 20 25 32 40 50 63 80 10 16 20 25 32 40 50 63 80 10 16 20 25 32 40 50 63 80 c c c c c c c c c c c c c c c c c c c (16) c (17) c c c (16) c c c (16) c c c (16) c c c (16) c c c c c (16) c c c c c c c c c c c c c c (2) bij 40 °C bij curve D. (8) uitschakeling tussen 3 en 5 In (volgens EN 60898 en NBN C 61-898).5 1 0.5 0.75 1 2 2 2 2 4 6 10 16 20 25 32 40 50 63 4 6 10 16 20 25 32 40 50 63 4 6 10 16 20 25 32 40 50 63 4 6 10 16 20 25 32 40 50 63 "C" 0. (10) uitschakeling tussen 3.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Keuzetabel automaten Multi 9 1c type automaat toegekende stroomsterkte In (A) toegekende beWS 50/60 Hz drijfsspanning (V) GS Isolatiespanning Ui (V) toegekende schok. (9) uitschakeling tussen 5 en 10 In (volgens EN 60898 en NBN C 61-898). type MA uitvoering vast. (17) bediening met impulsbevel.5(7) 100 50 40 75 % van Icu 15 (2p) 20 (2p) (5) 45 (3p)(5) 50 (4p) (5) c c "C" 6 10 16 c c "C" 10 16 c c "C" c c "C" 10 16 20 25 32 40 15 (1p) (5) 10 (2p) 20 (3p) 25 (4p) 100% van Icu c c "C" 25 (1p) 30 (2p) 50 (3p) 60 (4p) 100% van Icu c c "B" 25 (1p) 30 (2p) 50 (3p) 60 (4p) 100 % van Icu c c "B" 36 (1p) 36 (3p) 100 % van Icu c c "C" 30 (2p) 40 (3p) 50 (4p) 250 V 100 % van Icu c c "C" c c "B" c c "B” 25 (2p) 25 (4p) 100 % van Icu c c "C” 50 (2p) 50 (4p) 100 % van Icu c c "C" 50 (2p) 50 (4p) 100 % van Icu c c "C" 6 10 16 20 25 32 40 2 4 6 10 16 20 25 32 40 c c "B" "C" "D" "B" "C" "D" 0. (7) onderbrekingsvermogen 1 pool in IT. afhankelijk van de toepasselijke norm.)Icu (3) 130 V NF C 63-120 240 V NBN EN C 60947-2 415 V 440 V Ics onderbrekingsvermogen GS (kA) (6) IEC 60947. (13) uitschakeling tussen 2. (3) Icn en Icu zijn twee verschillende benamingen die. (4) volgens NBN C 61-898.5(7) 2-3-4 15000 15000 7500 NG125N 125 bij 40 °C 500 500 V 4P 690 8 1 2-3-4 NG125H 80 bij 40 °C 500 500 V 4P 690 8 1 2-3-4 NG125L 80 bij 40 °C 500 500 V 4P 690 8 1 2-3-4 16 bij 30°C 40 bij 30°C 240 240 60 500 500 6 4 1-1 + N 3000(4) 1+N 3000(4) 2-3-4 1 2-3-4 1 4.5 (5) 6 2 (400 V) (7) 75% van Icu 16 (5) 6 (5) 3000 6000 6000 10000 10000 3000 6000 6000 10000 10000 3000 6000 6000 7500 7500 20 10 10 20 15 30 5 3(7) 10 4(7) 15 3 6 10 75% van Icu 75% van Icu 50% van Icu 10 (1p) 20 (2p) 30 (3p) 40 (4p) 100% van Icu c 15 (1p) 25 (2p) 40 (3p) 40 (4p) 100% van Icu c 50 25 6(7) 50 25 20 50% van Icu 50 20 5(7) 40 20 15 50 % van Icu 25 (1p) 30 (2p) 50 (3p) 60 (4p) 100 % van Icu c c "B" 50 15 4(7) 30 15 10 50 % van Icu 70 36 9(7) 70 36 100 40 10(7) 75 % van Icu 80 40 30 75 % van Icu 20 10 6 75 % van Icu 30 15 10 75 % van Icu 100 25 6(7) 50 25 20 75 % van Icu 36 9(7) 70 36 30 75 % van Icu 50 12.2 Icu 60 V NF C 63-120 125 V NBN EN C 60947-2 125 V 250 V Ics losserblok niet uitwisselbaar magnetothermiinstelbaar sche beveiliging niet instelbaar thermisch Ir (A) TC16 16 bij 30 °C 240 500 6 1-1 + N 3000(4) TC16P DPN vigi Reflex XC40 38 bij 20°C 440 250 4 2-3-4 4500(4) 4500(4) C60a 40 bij 30°C 440 250 500 6 1 3000 3000 3000 10 5 3(7) C60N 63 bij 30°C(2) 440 250 500 6 C60H 63 bij 40°C 440 250 500 6 2-3-4 C60L ≤ 25A 25 bij 40°C 440 250 500 6 1 2-3-4 C60L 32-40 A 40 bij 40 °C 440 250 500 6 1 2-3-4 C60L 50-63 A 63 bij 40 °C 440 250 500 6 1 2-3-4 NC100LS 63 bij 40 °C 415 250 500 6 1 2-3-4 NC100LH 63 bij 40 °C 440 250 500 6 1 3-4 C120N 125 bij 30 °C 440 250 500 6 1 10000 10000 7500 50 10 3(7) 2-3-4 10000 10000 7500 C120H 125 bij 30 °C 440 250 500 6 1 15000 15000 7500 100 15 4.5 0. zie pag.5 1 "K" 1 2 "C" "K" "C" "D" "C" "D" "C” "D” "D” "D" 6 10 16 20 25 32 40 50 63 6 10 16 20 25 32 40 50 63 10 16 20 25 10 16 20 25 4 6 10 16 20 25 32 40 32 40 32 40 50 63 50 63 10 20 25 32 40 50 63 10 20 25 32 40 50 63 10 16 20 25 32 40 50 63 magnetisch curve B(8) Im curve C(9) curve B(10) curve C(11) curve D(12) curve Z(13) curve K(14) enkel magnetische beveiliging.8 In (volgens IEC 60947. VA mogelijkheid Vigiblok afstandsbediening c c c c c c c c c c c c c c voor bijhorende toepassingen zie . (14) uitschakeling tussen 10 en 14 In (volgens IEC 60947.2).6 In (volgens IEC 60947.2 en 4.Uimp (kV) bestendigheidsspanning aantal polen onderbrekingsvermogen WS NF C 61-410 Icn(3) 230 V EN 60898 (A eff.2 (kA eff.5 (5) 4.) 400 V NBN C 61-898 Ics 230/400 V IEC 60947.2).2).4 en 3. (12) uitschakeling tussen 10 en 14 In (volgens IEC 60947. gebruikt worden voor hetzelfde gegeven. (6) het aantal polen dat aan de onderbreking moet deelnemen is tussen haakjes vermeld. K44 Gids laagspanningsverdeling 2003 Gids laagspanningsverdeling 2003 K45 . (15) monobloc-differentieeluitvoering 30 mA.2). (11) uitschakeling tussen 7 en 10 In (volgens IEC 60947. 300 mA (6 tot 40 A) (16) bediening met houdbevel.

4 250 750 8 690 500 N 85 36 35 30 22 8 50 50 100 % c A 20000 20000 10000 85 35 20 c 13 / 250 c 0.4 tot In 2 tot 10 Ir vast 11 In NS160 2 .5/80 c 60/150 100/250 160 / 400 c c 250 / 630 elektronische beveiligingsunit c 0. (10 stand. instelstroom bijkomend Vigi-element STR22SE lange vertaging Ir korte vertraging Im vertraging ogenblikkelijke drempel STR23SE lange vertaging Ir korte vertraging Im vertraging ogenblikkelijke drempel STR53UE lange vertaging Ir korte vertraging Im vertraging ogenblikkelijke drempel STR22ME (motorbeveiliging) lange vertaging Ir korte vertraging Im fase-uitval ogenblikkelijke drempel elektronische beveiligingsunit STR43ME (motorbeveiliging) lange vertaging Ir korte vertraging Im fase-uitval ogenblikkelijke drempel 1.5 tot 11 In elektronische beveiligingsunit elektronische beveiligingsunit c 0.4 tot In 1. 3. (10 stand.In 240 V 480 V 600 V 100 % c A 20000 10000 7000 100 65 10 H 100 70 65 50 35 10 85 85 100 % c A L 150 150 130 70 50 20 100 100 100 % c A H 100 70 65 50 35 10 85 85 100 % c A L 150 150 130 70 50 20 100 100 100 % c A H 100 70 65 50 35 10 85 85 100 % c A L 150 150 130 70 50 20 100 100 100 % c A H 100 70 65 50 35 20 85 85 100 % c A L 150 150 130 100 100 75 100 100 100 % c A H 100 70 65 50 35 20 85 85 100 % c A L 150 150 130 70 50 35 100 100 100 % c A elektrische karakteristieken volgens Nema AB1 onderbrekingsvermogen (kA) 100 65 35 200 130 50 100 65 35 200 130 50 100 65 35 200 130 50 85 42 20 100 65 35 200 130 50 100 65 35 200 130 50 beveiliging (zie volgende pagina’s) beveiliging tegen overstromen (A) differentieelbeveiliging elektronische beveiligingsunit Ir uitwisselbare losser min.4 tot In 2 tot 10 Ir vast 11 In c 0. 4 150 750 8 690 500 L 150 150 130 100 100 75 100 100 100 % c A 15000 12000 6000 200 130 50 250 400 750 8 690 500 N 85 45 42 30 22 10 50 50 100% c A NS630 3.4 tot In 2 tot 10 Ir vast 11 In c 0.6 tot 1In instelb.4 tot In 2 tot 10 Ir vast 11 In NS400 3.5 tot 10 Ir 4 standen 1.4 tot In 1.4 tot 1 In instelbaar (40 standen) 6 tot 13 Ir c 15 In c 0.In/2 440 V . 4 160 750 8 690 500 N 85 36 35 30 22 8 50 50 100 % c A 40000 40000 20000 85 35 20 c 13 / 160 c c 0.5 tot 11 In c 0. 3.4 tot 1 In instelbaar (40 standen) 6 tot 13 Ir c 15 In K46 Gids laagspanningsverdeling 2003 Gids laagspanningsverdeling 2003 K47 .6 tot 1In instelbaar (10 standen) 13 Ir c 15 In c 0.) 13 Ir c 15 In 0. 3.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Keuzetabel vermogensschakelaars Compact NS 1c type vermogensschakelaar aantal polen elektrische karakteristieken volgens IEC 60947-2 en EN 60947-2 toegekende stroomsterkte (A) In toegekende isolatiespanning (V) Ui toegekende schokbestendigheidsspanning (kV)Uimp toegekende bedrijfsspanning (V) Ue 40 °C NS80 3 80 750 8 690 H 10 70 65 25 25 6 NS100 2.6 tot 1In instelb.4 tot In 2 tot 10 Ir vast 11 In NS250 2 .) 13 Ir c 15 In c 0. 4 630 750 8 690 500 N 85 45 42 30 22 10 50 50 100 % c A 15000 8000 4000 85 42 20 WS 50/60 Hz GS WS 50/60 Hz 220/240 V 380/415 V 440 V 500 V 525 V 660/690 V 250 V (1 pool) 500 V (2 polen in serie) ultiem onderbrekingsvermogen (kA eff) Icu GS onderbrekingsvermogen in bedrijf geschiktheid tot scheiding gebruikscategorie duurzaamheid (cycli C-O) Ics (% Icu) mechanisch elektrisch 440 V .5 tot 10 Ir 4 standen 1. 4 100 750 8 690 500 N 85 25 25 18 18 8 50 50 100 % c A 50000 50000 30000 85 25 10 c 13 / 100 c c 0./ max.

beveiliging nulleider 4P 4l instelbaar 4P 3l N/2 4P 3l beveiliging tegen kortsluiting (korte vertraging) uitschakeldrempel (A) Im vertraging (ms) nauwkeurigheid tijd overstroom zonder uitschakeling totale onderbrekingstijd instelbaar (48 standen) 0.4 tot 1 x In 120 180 5 7.8 c c c 25 24 23 21 c c c 40 38 36 34 c c c 63 60 57 54 c c c voor vermogensschakelaar c c beveiliging tegen overbelasting (thermisch) uitschakeldrempel (A) beveiliging nulleider (A) instelbaar 0.2 5 1 x Ir 0.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Keuze van beveiligingsunits Voor Compact NS100 tot 250 Magnetothermische lossers TM-D en TM-G type losser kalibers (A) In 40 °C 50 °C 60 °C 70 °C Compact NS100 Compact NS160 Compact NS250 Ir 4P 3l 4P 3l + N/2 4P 4l Im Compact NS100 Compact NS160 en 250 TM16D tot TM 250D 16 15.95 bedragen bij 60 °C.5 13. K48 Gids laagspanningsverdeling 2003 . bij 6 x Ir min. max.2 14.8 tot 1 x In zonder 56 1 x Ir vast 190 190 instelbaar 300 300 500 500 500 500 650 1000 800 1250 1250 1250 5 tot 10 x In 56 63 0.2 14.4 tot 1 x In 12 15 instelbaar (8 standen) 2 tot 10 x Ir ± 15 % vast i 40 i 60 vast u11 x In beveiliging tegen overbelasting (ogenblikkelijk) uitschakeldrempel (A) Im (*) Indien de STR22SE of STR22GE 250 A bij hoge temperaturen gebruikt wordt moet bij het instellen rekening gehouden worden met de thermische grenzen van de vermogensschakelaar: de instelling van de beveiliging tegen overbelasting mag ten hoogste 0.5 x Ir 1 x Ir vast 63 80 80 125 instelbaar 0.8 c c c 25 24 23 21 c c c 40 38 36 34 c c c 63 60 57 54 c c c 80 76 72 68 c c c 100 95 90 85 c c c 125 119 113 106 c c 160 152 144 136 c c 200 190 180 170 250 238 225 213 TM16G tot TM63G 16 15. respectievelijk 0.90 bij 70 °C.5 13.8 tot 1 x In zonder beveiliging tegen kortsluiting (magnetisch) uitschakeldrempel (A) Elektronische beveiligingsunits STR22SE en STR22GE type beveiligingsunit kalibers (A) In voor vermogensschakelaar 20 tot 70 °C (*) Compact NS100 Compact NS160 Compact NS250 STR22SE 40 c c c 100 c c c 160 c c 250(*) STR22GE 40 c c c 100 c c c 160 c c 250(*) c c beveiliging tegen overbelasting (lange vertraging) uitschakelIr drempel (A) uitschakeltijd (s) bij 1.2 x Ir min. bij 7. max. max.5 3.5 x Ir zonder instelbaar (8 standen) 2 tot 10 x Ir ± 15 % vast i 40 i 60 vast u11 x In instelbaar (48 standen) 0.5 x Ir min.

Hierdoor wordt de fout ogenblikkelijk geëlimineerd door de dichtstbijgelegen vermogensschakelaar. 0. STR23SE (U y 525V) STR23SV (U > 525V) 150 b 250 b 400 b 630 b instelbaar (48 standen) 0. (3) Deze optie bestaat niet voor STR53SV Opties van de beveiligingsunit STR53UE Ampèremeter (I) Een digitale display geeft doorlopend de meest belaste fase aan. Gids laagspanningsverdeling 2003 K49 .5 x Ir 1 x Ir STR53UE (U y 525V) STR53SV (U > 525V) 150 b 250 b 400 b 630 b instelbaar (48 standen) 0.5 tot 11 x In zonder beveiliging 0.4 2. in cascade : c bij aardfout of korte vertraging c de beveiligingsunit STR53UE detecteert de fout en informeert de vermogensschakelaar stroomopwaarts die dan de geprogrammeerde vertraging respecteert. l2.5 x Ir instelbaar 8 34 69 15 50 100 0. Waarde van de fase.95 bedragen bij 60°C. Communicatie (COM) Gegevenstransmissie naar Dialpact-modules voor bewaking en controle van de verdeling.2 5 aanduiding mer ledje : b verlicht : > 90 % van Ir b flikkerende : > 105 % van Ir instelbaar (8 standen) 2 tot 10 x Ir ± 15 % vast y 40 y 60 vast 11 x In zonder beveiliging 0. dank zij het gebruik van opto-transistoren. STR53SV type beveiligingsunit In 20 tot 70°C (1) Compact NS400 N/H/L Compact NS630 N/H/L beveiliging tegen overbelasting (lange vertraging) uitschakeldrempel Ir = In x… (A) beveiliging nulleider 4P 3d instelbaar 4P 4d 4P 3d + N/2 uitschakeltijd (s) kaliber (A) Vermogensschakelaar bij 1.5 277 400 12 16 8.5 3 0.5 x Ir 1 x Ir b (standaard) b (1) b (2) b (3) beveiliging van de vierde pool nulleider niet beschermd 4P 3d halve nulleider beschermd 4P 3d + N/2 volle nulleider beschermd 4P 4d opties (2) signalering van het fouttype logische selectiviteit (ZSI) communicatie (COM) geïntegreerde ampèremeter (I) (1) Indien de STR23SE/SV of STR53UE/SV bij hoge temperaturen gebruikt worden moet bij het instellen rekening gehouden worden met de thermische grenzen van de vermogensschakelaar : de instelling van de beveiliging tegen overbelasting mag voor een Compact NS400 ten hoogste 0. De uitgelezen fase wordt eveneens aangeduid door een brandende LED. Door opeenvolgend indrukken van een toets kunnen de waarden l1. enz.90 bij 70°C en voor een Compact NS630 ten hoogste 0.5 x Ir vast 90 180 5 7. resp.5 Ir lichtsignalisatie voor overbelasting beveiliging tegen kortsluiting (korte vertraging) uitschakeldrempel (A) Im nauwkeurigheid tijd overstroom zonder uitschakeling totale onderbrekingstijd beveiliging tegen kortsluiting (ogenblikkelijk) uitschakeldrempel (A) I min.5 tot 10 x Ir ± 15 % instelbaar (4 standen + optie "12t = constant") y 15 y 60 y 140 y 230 y 60 y 140 y 230 y 350 instelbaar (8 standen) 1. min.2 11 vertraging (ms) instelbaar (8 standen) 1. c de beveiligingsunit STR53UE detecteert de fout niet. max. l3 en l nulleider afgelezen worden.5 Ir bij 6 Ir bij 1. (2) Mogelijke combinaties: c logische selectiviteit (ZSI) + ampèremeter (I) c communicatie (COM) + ampèremeter (I) c logische selectiviteit (ZSI) + communicatie (COM) + ampèremeter (I).en nulleiderstromen c stroom bij de meest belaste fase c alarm: bij overbelasting c oorzaak van uitschakeling (overbelasting.8 138 200 6 8 4 5.2 1 2 0.4 tot 1 x In zonder beveiliging 1 x Ir 0. max.). kortsluiting. Logische selectiviteit (ZSI) Een pilootdraad verbindt meerdere vermogensschakelaars.4 1.4 tot 1 x In zonder beveiliging 1 x Ir 0.Compact NS400 en 630 1c Elektronische beveiligingsunits STR23SE.95 bij 50°C. min.7 1. 0. max.90 bij 60°C en 0. De thermische belasting van het net blijft minimaal en de tijdsselectiviteit wordt geërbiedigd op gans de installatie.5 2 4 0. De vermogensschakelaar stroomopwaarts schakelt uit na de kortste vertraging. STR23SV.5 3.85 bij 70°C. Overgebrachte gegevens: c stand van de instelschakelaars c eff. STR53UE. c opto-elektronische uitgangen: deze laten een perfecte ontkoppeling toe tussen de interne kringen van de beveiligingsunit en de kringen die door de installateur bedraad worden.

5 s 1s H 70 70 65 50 42 50% 25 17 B L 150 150 130 100 25 100% 10 7 A 440 V 690 V In/2 In In/2 In vervuilingsgraad elektrische gegevens volgens Nema AB1 onderbrekingsvermogen op 60 Hz (kA) 1250 1090 750 8 690 500 N 50 50 50 40 30 75% 25 17 b B 10000 5000 4000 3000 2000 III N 50 35 25 H 70 70 65 50 42 50% 25 17 B 5000 2000 2000 1000 H 65 50 50 Micrologic 7. afstandsbediend of automatisch (1) Met vertikale aansluiting.0 A b b b b b b b b b b b b b b b b b 327 x 210 x 147 327 x 280 x 147 14 18 b stroomuitschakelspoelen MX minimumspanningspoelen MN afmetingen van vast-apparaten met vooraansluiting (mm) HxBxD gewicht van vast-apparaten met vooraansluiting (kg) K50 Gids laagspanningsverdeling 2003 Gids laagspanningsverdeling 2003 K51 . 4 b b b N b b b b NS1600 H b b b b L b b b b 1000 1000 H b b b b 1600 1510 WS 50/60 Hz GS WS 50/60 Hz 220/240 V 380/415 V 440 V 500/525 V 660/690 V 250 V 500 V ultiem onderbrekingsvermogen (kA eff) lcu GS dienst onderbrekingsvermogen (kA eff) toegelaten korte duurstroom (kA eff) V WS 50/60 Hz geschiktheid tot scheiding gebruikscategorie levensduur (cycli C/0) mechanisch elektrisch lcs lcw waarde of % Icu 0.0 A b b b b b b b H 70 65 25 L 150 100 25 Micrologic 5.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Keuzetabel vermogensschakelaars Compact NS800 tot 1600 1c type vermogensschakelaar aantal polen bediening manueel elektrisch type vermogensschakelaar aansluiting vast uittrekbaar elektrische gegevens volgens IEC 60947-2 en EN 60947-2 toegekende stroomsterkte (A) toegekende isolatiespanning (V) toegekende schokgolfspanning (kV) toegekende bedrijfspanning (V) In Ui Uimp Ue 50°c 65°c (1) vooraansluiting achteraansluiting vooraansluiting achteraansluiting met krukpen draaiende NS800 3.0 A b b b b b b beveiliging en meting uitwisselbare losserblokken beveiliging tegen overbelasting beveiliging tegen kortsluitstroom aardfoutbeveiligng logische selectiviteit bescherming van de vierde pool stroommeting signalisatie en supplementaire sturing toebehoren signalisatiecontacten voltmetrische uitschakelspoelen afstandscommunicatie met bus signalisatie van apparaat-status afstandsbediening transmissie van instellingen signalisatie en identificatie van de beveiligng en alarmen transmissie van de gemeten stromen installatie toebehoren aansluitvlakken en uitbreiders klemblokken en fasescheider kader voorkant 3P 4P 3P 4P bronnenomschakeling (zie hoofdstuk bronnenomschakeling) manueel. Zie temperatuur deklassering voor andere aansluittypes. lange vertraging korte vertraging ogenblikkelijk Ir (In x …) Isd (Ir x …) Ii (In x …) I∆n ∆ ZSI Micrologic 2. 4 b b b N b b b b 800 800 750 8 690 500 N 50 50 50 40 30 75% 25 17 b B 10000 6000 5000 4000 2000 III N 240 V 480 V 600 V 50 35 25 NS1000 NS1250 3.

afstandsbediend of automatisch (1) 50 °C : met achter vertikale aansluiting zie temperatuur deklasseringstabellen voor andere types aansluiting. : zie catalogus LS.5 s 3s 220/415 V 440 V 525 V 690 V 1000 V sluitingsvermogen (ms) uitschakeltijd (ms) elektrische karakteristieken volgens Nema AB1 onderbrekingsvermogen (kA) V WS 50/60 Hz 240 V 480 V 600 V 150 100 25 HA10 42 20 20 HA10 42 20 20 karakteristieken van lastschakelaars volgens IEC 60947-3 type lastschakelaars sluitingsvermogen (kA piek) V WS 50/60 Hz Icm 220/415 V 440 V 500/690 V 1000 V 0.5 0.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Keuzetabel vermogensschakelaars Masterpact NT08 tot NT16 1c gemeenschappelijke karakteristieken aantal polen toegekende isolatiespanning (V) toegekende schokgolfspanning (kV) toegekende bedrijfspanning (V WS 50/60 Hz) scheiderfunctie vervuilingsgraad toegekende stroomsterkte (A) kaliber van vierde pool (A) kaliber van stroomopnemers (A) type van vermogensschakelaar ultieme onderbrekingsvermogen (kA eff) V WS 50/60 Hz Ui Uimp Ue IEC 60947-2 IEC 60664-1 In 3/4 1000 12 690 3 karakteristieken van de vermogensschakelaars volgens IEC 60947-2 en EN 60947-2 tot 40 °C / 50 °C (1) NT08 800 800 400 tot 800 H1 42 42 42 42 100 % 42 20 88 88 88 88 25 < 50 42 42 42 HA L1* 150 130 100 25 10 1(2) 330 286 220 52 9 NT10 1000 1000 400 tot 1000 H10 20 20 42 25 NT12 1250 1250 630 tot 1250 H1 42 42 42 42 100 % 42 20 88 88 88 88 < 50 42 42 42 HA 75 75 75 42 20 42 H10 20 20 42 - NT16 1600 1600 800 tot 1600 Icu dienst onderbrekingsvermogen (kA eff) Ics korte duurstroom (kA eff) Icw V WS 50/60 Hz ogenblikkelijke beveiliging ingebouwd (kA piek ±10%) onderbrekingsvermogen (kA piek) Icm V WS 50/60 Hz 220/415 V 440 V 525 V 690 V 1000 V % Icu 0.5 6 (NT16 : 3) 2 (NT16 : 1) 2 (NT16 : 1) b b 25 12. aansluiting en onderhoud duurzaamheid cyclus C/O x 1000 mechanisch elektrisch met onderhoud zonder onderhoud zonder onderhoud 25 12.5 3 2 2 b b b b 25 12.5 b b - motorvertrek (volgens IEC 60947-4 AC3) aansluiting uittrekbaar vast afmetingen (mm) H x B x D uittrekbaar vast gewicht (kg) (ongeveer) uittrekbaar vast 440 V 690 V 1000 V 690 V PAV PAR PAV PAR 3P 4P 3P 4P 3P/4P 3P/4P 322 x 288 x 280 322 x 358 x 280 301 x 274 x 211 301 x 344 x 211 30/39 14/18 b b b bronnenomschakeling (3) manueel.5 0.5 s 3s 75 75 75 42 20 42 korte duurstroom (kA eff) Icw V WS 50/60 Hz onderbrekingsvermogen Icu (kA eff) met externe beveiligingsrelais maximale vertraging : 350 ms installatie. (2) SELLIM systeem (3) Bronnen omschak.5 b b 25 12. keuze stroomtransformatoren kaliber (A) instelling drempel Ir (A) 400 160 tot 400 630 250 tot 630 800 320 tot 800 1000 400 tot 1000 1250 500 tot 1250 1600 640 tot 1600 K52 Gids laagspanningsverdeling 2003 Gids laagspanningsverdeling 2003 K53 .5 6 3 3 b b b b 25 12.

25 1.5 - b b b b 439 x 441 x 395 439 x 556 x 395 352 x 429 x 297 352 x 537 x 297 90/120 60/80 b b b b b b b b b b b b - 479 x 786 x 395 479 x 1016 x 395 352 x 767 x 297 352 x 997 x 297 225/300 120/160 b b bronnenomschakeling (2) manueel. aansluiting en onderhoud duurzaamheid cyclus C/O x 1000 mechanisch elektrisch met onderhoud zonder onderhoud zonder onderhoud 25 12.5 b b b b 1.5 - motorvertrek (volgens IEC 60947-4 AC3) aansluiting uittrekbaar vast afmetingen (mm) H x B x D uittrekbaar vast gewicht (kg) (ongeveer) uittrekbaar vast 440 V 690 V 1150 V 690 V PAV PAR PAV PAR 3P 4P 3P 4P 3P/4P 3P/4P 10 10 10 b b b b 10 10 10 b b b b 3 3 b b - 0.5 1.25 2. houdspanning (kA piek) ogenblikkelijke beveiliging ingebouwd (kA piek ±10 %) onderbrekingsvermogen (kA piek) Icm V WS 50/60 Hz 220/415 V 440 V 525 V 690 V 1150 V % Icu 1s 3s H1 65 65 65 65 - H3 150 150 130 100 65 65 190 150 330 330 286 220 25 L1* 150 150 130 100 30 30 90 80 330 330 286 220 10 H10 50 50 50 105 105 25 220/415 V 440 V 525 V 690 V 1150 V uitschakeltijd (ms) inschakeltijd (ms) 65 36 143 143 143 143 143 25 elektrische karakteristieken volgens Nema AB1 onderbrekingsvermogen (kA) V WS 50/60 Hz 240 V 480 V 600 V 65 65 65 HA 105 105 105 50 36 50 100 100 85 HF 187 187 187 85 75 85 150 150 100 HA10 105 50 50 50 100 150 150 100 150 150 85 100 100 HF 187 187 187 85 75 85 HA10 105 50 50 50 150 150 100 HA10 105 50 50 50 150 150 100 karakteristieken van lastschakelaars volgens IEC 60947-3 type lastschakelaar sluitingsvermogen (kA piek) V WS 50/60 Hz Icm 220/415 V 440 V 500/690 V 1150 V 1s 3s 88 88 88 42 42 korte duurstroom (kA eff) Icw V WS 50/60 Hz onderbrekingsvermogen Icu (kA eff) met externe beveiligingsrelais maximale vertraging : 350 ms installatie.5 2.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Keuzetabel vermogensschakelaars NW08 tot NW63 1c gemeenschappelijke karakteristieken aantal polen toegekende isolatiespanning (V) toegekende schokgolfspanning (kV) toegekende bedrijfspanning (V WS 50/60 Hz) scheiderfunctie vervuilingsgraad toegekende stroomsterkte (A) kaliber van vierde pool (A) kaliber van stroomopnemers (A) type van vermogensschakelaar ultieme onderbrekingsvermogen (kA eff) V WS 50/60 Hz Ui Uimp Ue IEC 60947-2 IEC 60664-1 In 3/4 1000/1250 12 690 / 1150 4 karakteristieken van de vermogensschakelaars volgens IEC 60947-2 en EN 60947-2 tot 40 °C NW08 800 800 400 tot 800 N1 42 42 42 42 100 % 42 22 88 88 88 88 88 25 < 70 42 42 42 NA NW10 1000 1000 400 tot 1000 H2 100 100 85 85 85 50 187 190 220 220 187 187 25 NW12 1250 1250 630 tot 1250 L1* 150 150 130 100 30 30 90 80 330 330 286 220 10 NW16 1600 1600 800 tot 1600 H10 50 50 50 105 105 25 NW20 2000 2000 1000 tot 2000 H1 H2 65 100 65 100 65 85 65 85 100A % 65 85 36 75 143 187 190 143 220 143 220 143 187 143 187 25 25 < 70 65 65 65 HA 105 105 105 50 36 50 NW25 2500 2500 1250 tot 2500 H1 H2 65 100 65 100 65 85 65 85 100 % 65 85 65 75 143 187 190 143 220 143 220 143 187 143 187 25 25 < 70 65 65 65 HA 121 121 121 55 55 60 100 100 85 HF 187 187 187 85 75 85 NW32 3200 3200 1600 tot 3200 H3 150 150 130 100 65 65 190 150 330 330 286 220 25 NW40 4000 4000 2000 tot 4000 H10 50 50 50 105 105 25 NW40b 4000 4000 2000 tot 4000 H1 100 100 100 100 100 % 100 100 220 220 220 220 220 25 < 80 100 100 100 HA 187 187 187 85 85 85 NW50 5000 5000 2500 tot 5000 H2 150 150 130 100 100 100 200 270 330 330 286 220 25 NW63 6300 6300 3200 tot 6300 Icu dienst onderbrekingsvermogen (kA eff) Ics korte duurstroom (kA eff) Icw V WS 50/60 Hz elektrodyn.5 b b b b 5 2.: zie catalogus LS.5 2.5 b b - 0.5 b b b b 10 5 1.5 b b - 8 6 6 b b b b 2 2 6 b b b b 3 3 b b b b 0.5 1. afstandsbediend of automatisch (1) Behalve 4000 A (2) Bronnen omschak.5 b b - 1. keuze stroomtransformatoren kaliber (A) instelling drempel Ir (A) 400 160 tot 400 630 250 tot 630 800 320 tot 800 100 400 tot 1000 1250 500 tot 1250 1600 630 tot 1600 2000 500 800 1000 tot 2000 tot 2500 3200 1250 tot 3200 4000 1600 tot 4000 5000 2000 tot 5000 6300 2500 tot 6300 K54 Gids laagspanningsverdeling 2003 Gids laagspanningsverdeling 2003 K55 .5 10 10 10 b b b b 20 10 8 8 6 b b b b 20 10 5 2.

8 16.0 / 7.9 0.0 A 0.0 A bevat.9 0.2 x Ir thermisch geheugen korte vertraging drempel (A) nauwkeurigheid : ±10 % vertraging (ms.34 0.5 8.38 2.69 1.8 0.7 0.2 140 200 4 3 0.4 350 500 8 10 12 15 off 5 6 8 10 0 t Ir tr Isd tsd Ii I ogenblikkelijk drempel (A) nauwkeurigheid : ±10 % lekstroombeveiliging (Vigi) drempel (A) nauwkeurigheid : 0 tot -20 % vertraging (ms. met de funktie van Micrologic 5.4 0.95 0.05 tot 1.0 / 7.0 A 0.5 0.4 0.85 0.5 25 50 100 200 300 400 500 600 0. stroommeting mogelijkheden aan.6 0.4 tot 1 uitgerust.95 0.1 0. aanduiding.5 1 2 60 80 140 140 230 140 230 200 320 3 350 350 500 5 800 800 1000 7 10 20 30 t I∆n t∆n 0 I ampèremeter continu meting van stromen meting van 20 tot 200 % van In nauwkeurigheid : 1.98 0.3 0.0 / 5. onderbreking) Micrologic 7.) I∆n standsinstelling t∆n (niet uitschakeling) t∆n (max.65 0.69 1.3 11 13.20 Ir vertraging (s.6 20 min vóór.5 8.8 16. op de spanning aangeklemd.9 geen beveiliging lange vertraging 0.5 0.3 230 320 6 4 0.3 11 13.98 1 plaatsing jumper voor selektie van andere plage of voor inhibitie 12.92 0.5 1 2 4 8 12 16 20 24 0.2 x Ir thermisch geheugen ogenblikkelijk drempel (A) Isd = Ir x … nauwkeurigheid : ±10 % vertraging Micrologic 2.0 A 0.38 2.55 0.8 0.5 3 4 5 6 8 10 0 t Ir tr Isd I vast : 20 ms ampèremeter continu meting van stromen meting van 20 tot 200 % van In nauwkeurigheid : 1.80 0.5 % (sensors inbegrepen) maximeter I1 I2 I3 IN voeding of eigen stroom (voor I > 20 % In) I1 max I2 max I3 max IN max beveiliging lange vertraging drempel (A) (1) Ir = In x … uitschakeling tussen 1.2 0.95 0.98 1 0. De beveiligingsunits zijn standard met kalibers 0.6 20 vóór. intstellingswaarden standaard lager type hoger type plug off Ir = In x … Ir = In x … Ir = In x … 0.5 0.5 % (sensors inbegrepen) maximeter Micrologic 2.) tr tot 1.05 tot 1. communicaties en max.7 0.95 0.7 5. b Micrologic 2.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Keuze van de beveiligingsunits Micrologic A voor vermogensschakelaars Compact NS800 tot 1600 en Masterpact NT-NW De beveiligingsunits Micrologic A beschermen de vermogenskringen van de vermogensschakelaars Compact NS800 tot 1600A en Masterpact NT en NW.5 1 2 4 8 12 16 20 24 0.0 A bevat de lange vertraging en ogenblikkelijk beveiliging b Micrologic 5.4 0.88 0.5 x Ir nauwkeurigheid : 0 tot -20 % tr tot 6 x Ir tr tot 7.6 0.75 0.98 1 plaatsing jumper voor selektie van andere plage of voor inhibitie 12.7 0.8 0.1 80 140 3 2.9 0.20 Ir vertraging (s.5 x Ir nauwkeurigheid : 0 tot -20 % tr tot 6 x Ir tr tot 7.en na-uitschakeling 1.7 5.en na uitschakeling 1.0 A.5 0. beveiliging lange vertraging drempel (A) (1) Ir = In x … uitschakeling tussen 1.5 0 20 80 2 2 0.0 A laat chronometrische selectiviteit toe met de korte vertraging funktie b Micrologic 7.5 0.) op 10 Ir Isd = Ir x … standsinstelling I2t Off I2t On tsd (niet uitschakeling) tsd (max.) tr tot 1.8 1 Nota : Alle stroombeveiligingen zijn op eigen stroomvoeding voorzien.5 2 2.7 0.45 0. onderbreking) Ii = In x … Micrologic 5.0 A I1 I2 I3 IN Ig I∆n voeding of eigen stroom (voor I > 20 % In) I1 max I2 max I3 max IN max Ig max I∆n max (1) lange vertraging 4 jumpers: laten de begrenzing van de instellingen lange vertraging toe en de nauwkeurigheid te verhogen.4 0. De spanning gebaseerde beveiligingen zijn intern.4 0. Ze bieden meting.6 0.34 0. differentiële beveiliging.5 25 50 100 200 300 400 500 600 0. K56 Gids laagspanningsverdeling 2003 .82 0.6 0.

4 0.2 tot 5 s. seuil seuil drempel tempo vertraging 0 vertraging tempo I/P Gids laagspanningsverdeling 2003 K57 .6 SIT VIT EIT HVFuse DT 20 min voor en na uitschakeling 1.8 16.98 1 plaatsing jumper voor selektie van andere plage of voor inhibitie 12.) I∆n instellingswaarden t∆n (niet uitschak.4 350 500 8 10 12 15 off 5 6 8 10 t Ir tr IDMTL Isd tsd Ii 0 I ogenblikkelijk drempel (A) nauwkeurigheid : ±10 % lekstroom beveiliging (Vigi) drempel (A) nauwkeurigheid : 0 tot -20 % vertraging (ms.0 / 7.) Micrologic 7.0 / 7.) t∆n (max. van Igemiddeld spanning spanning uitbalancering min.5 0. 0 tot 1500 s.3 11 13. uitschak. IN. Ig 0.5 25 50 100 200 300 400 500 600 0.8 0. Ze zijn uitgerust met een groter berekeningscapaciteit en een geheugen.0 P 0.2 tot 5 s.20 Ir vertraging (s.1 80 140 3 2.2 x Ir instelling IDMTL kurve helling thermische geheugen korte vertraging (RMS) drempel (A) nauwkeurigheid : ±10 % vertraging (ms.2 140 200 4 3 0. beveiliging lange vertraging (RMS) drempel (A) Ir = In x … uitschakeling tussen 1.7 0.38 2. Ze zijn voor een exploitatie met supervisie bestemd.2 0. 0.) Ii = In x … 1c Micrologic 5.0 P t drempel seuil drempel vertraging Iuitbalancering 5 tot 60% x I gemiddeld 1 tot 40 s.3 0. Ze laten toe een betere energie analyse en een gedetailleerde diagnose.0 P 0. De spanning gebaseerde beveiligingen zijn intern. spanning max. 10 tot 3600 s.Micrologic P. ogenblikkelijk seuil drempel tempo vertraging 0 tempo vertraging I/U/P/F controle op de belasting gemeten waarde stroom vermogen I P drempel 0. frequentie fasen draaizin draaizin Micrologic 5.5 x Ir nauwkeurigheid : 0 tot -20 % tr tot 6 x Ir tr tot 7.) op 10 Ir Isd = Ir x … instellingswaarden I2t Off I2t On tsd (niet uitschak. Uuit balans Umin Umax rP Fmin Fmax ∆Ø 2 tot 30% x U gemiddeld 60 tot 690 V tussen fasen 100 tot 930 V tussen fasen 5 tot 500 kW 45 tot 400 Hz 45 tot 540 Hz Ø1/2/3 of Ø1/3/2 1 tot 40 s.69 1.2 tot 20 s.05 tot 1.7 5. spanning vermogen vermogen terugkeer frequentie min.) tr tot 1.5 0. t drempel Nota : Alle stroombeveiligingen zijn op eigen stroomvoeding voorzien.5 0 20 80 2 2 0.2 tot 5 s.95 0. 0.1 0.) tsd (max. 0.6 0.9 0.5 1 2 4 8 12 16 20 24 0.2 tot 5 s.4 In op drempel korte vertrag.4 0. I2.3 230 320 6 4 0.34 0. I3.5 1 2 60 60 140 140 140 200 230 230 320 3 350 350 500 5 800 800 1000 7 10 20 30 t I∆n t∆n 0 I alarmen en andere beveiliging stroom stroom uitbalancering max. 0.5 8.5 tot 1 Ir per fase 200 kW tot 10 MW vertraging 20 % tr tot 80 % tr. uitschak. 0. Imax gemiddeld : I1. op de spanning aangeklemd. H voor vermogensschakelaars Masterpact NT-NW De beveiligingsunits Micrologic H bevatten alle functies van de Micrologic P. frequentie max.

V. I. H. S. mogen uitgerust worden met een communicatie optie COM die de volgende parameters (in tabel vermeld) kan doorsturen. I. P. fase per fase richting van energie fase per fase vermogensfaktor en cos f fase per fase globale distortie ratio in spanning en stroom harmonische spectrum in spanning en stroom golven opname in spanning en stroom van de 12 laatste cyclus voortdurende opname van de 12 laatste cyclus van I en U ogenblikkelijk visualisering door supervisie programmatie van parametreerbare alarmen vergelijking van elke ogenblik. S. max. Q) vereniging van drempeloverschrijding met geprogrammeerde akties (1) gedateerde verschijnsels uitschakelingen fouten en alarmen verschijning modificatie van instellingen en parameters reset tellers onderhoudsregister max. P.0 H b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b K58 Gids laagspanningsverdeling 2003 . Q. Eaktieve. van fasespanningen uitgebalanceerd (%) richting van energie in effektieve waarde frequentie van net vermogensfaktor effektieve waarde van U en V fase per fase effektieve waarde van P.0 H / 7.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Communicatie opties van de beveiligingsunits Micrologie A. voor Compact en Masterpact vermogensschakelaars De beveiligingsunits: b Micrologic A. Ereaktieve gemiddelde waarde op een bepaald venster van U.0 A b b b Micrologic P 5. Ereaktieve maximeter op I maximeter op I en energie met reset maxi. van gemiddelde stromen.0 P / 7. Q.0 A / 5. Etotaal. Ereaktief. Etotaal. S. Eaktieve.0 P b b b Micrologic H 5.0 A / 7. gemeten stroomwaarde cyclusteller indicatie slijtage van contacten (1) met M2C of M6C Micrologic A 2. Q. waarden met lage en hoge drempel (I. V. gebruikt voor Compact NS800 tot 1600 en Masterpact NT en NW b Micrologic P en H voor Masterpact NT en NW. S. P. type beveiliging teletransmissie instelparameters belastingsratio in % Ir signalisatie fouttype metingen verschijnselen opname met GTC of supervisie effektieve waarde Ieff fase per fase effektieve waarde van U. P. U. Eaktief.

8 tr .4 .1 on 0 off 3 2 1 .1 0 2 I t off Ii 6 4 3 2 8 Isd 10 12 15 off 3 2.5s I U P E F (A) (V) (kW) (kWh) 100 % 85kA Trip (H2) 40 % 1 menu long time long time long time Ir .5 x In 1 @ 6 Ir 24 x In tr 8 (s) 4 .4 .3 .1c De beveiligingsunits Micrologic A beschermen vermogenskringen.0 H I (A) 5000A 24s 30kA .3 .3 .5s 85kA I U P E (A) (V) (kW) (kWh) Trip Harmonics 1 long time long time Ir .9 .8 2 1 .4 .0 A / 5.8 x In tr 8 (s) 4 .98 (s) 4 8 alarm 12 16 20 2 1 .3 .2 .5 2 1 .2 .4 .1 2 0 I t delay Ii 4 3 off 6 8 10 12 15 off 2 x In test Isd 3 2.5 x In 1 @ 6 Ir 24 x In 1 @ 6 Ir 24 short time instantaneous short time instantaneous short time instantaneous Isd 4 5 3 2.4 .3 .2 .5 .n (A) setting .4 .4 .2 .2 .1 10 12 15 off x Ir 10 on tg x In test x Ir 10 on x In test setting delay Ig D C B A E F G H J (s) on . spanningsmeting en berekening van vermogen en energie.2 . De versie 7 bevat ook aardlekstroombeveiliging.9 .0 A / 7. Door zijn grotere berekeningsmogelijkheid laat de Micrologic H een energiekwaliteitsanalyse toe.7 .2 .4 .3 .4 .4 .4 .4 .5 @ 6 Ir alarm short time instantaneous short time instantaneous Isd 3 2.0 A Aanduiding curven en meting 5.6 .3 .5 6 2 8 1.2 .3 .98 (s) 4 8 alarm 12 16 20 Ir .2 .5 @ 6 Ir alarm Ir .4 .95 2 .0 P Micrologic 5.1 I t 2 I .5 .1 I t 2 Ii 6 4 3 2 8 .1 .1 .5 5 (ms) 230 350 140 60 800 off ground fault on 0 off 30 ground fault earth leakage Voorkant Micrologic 2.4 .95 . 0 2 I t off Ii 6 4 3 2 8 .5 6 2 8 1.0 P ∆t= I∆n= tsd= tr= Isd= Ii= Ir= Ig= tg= MAX s kA I (A) 5000A 24s 30kA .2 .4 .5 2 1.4 .5 10 x Ir setting tsd (s) on tg .5 4 tsd 5 6 8 (s) .5 .5 2 1.3 .0 P De Micrologic H heeft alle funkties van Micrologic P.7 .5 4 tsd 5 6 8 (s) .1 3 2 1 .2 .98 1 20 24 1 . Micrologic 7.4 .3 .1 2 0 I t Ig D C B A E F G H J (s) .1 10 12 15 off x Ir 10 on tg 0 off x In test Isd 4 5 3 2.5 .3 .2 .5 2 1.7 . Ze bevatten metingen en stroom maximeters zowel op aanduiders als communicatie.2 .3 .6 .t 7 10 20 delay .0 A Micrologic 5.0 H Micrologic 7.6 .4 .4 .0 H Gids laagspanningsverdeling 2003 K59 .98 (s) 4 8 alarm 12 16 20 Ir .9 . I t delay 2 Ii 4 3 .1 .6 .95 .9 12 16 .8 tr .5 5 ∆t (ms) 230 10 140 20 30 60 7 350 800 ground fault earth leakage Aanduiding curven en meting 5. Micrologic 7.7 .3 .0 P / 7.5 .0 H / 7.98 1 20 24 1 .3 .2 .3 .2 .1 on 0 off 6 8 10 12 15 off 2 x In test setting delay Ig D C B A E F G H J (s) .1 I t 2 I∆n (A) .95 2 .9 12 16 .7 .6 . De Micrologic P hebben alle funkties van Micrologic A.4 .95 .2 .5 4 tsd 5 6 8 (s) .3 .8 tr .4 . Het programmeren van individuele alarmen laat een analyse toe en de netstoringen te lokaliseren met een supervisie systeem.5 10 x Ir setting tsd (s) .

Zij laten onder meer toe het vermogen van de transformatoren te bepalen in geval van voeding middels een hulpbron en in functie van het verbruik van de afstandsbediening. Het is echter mogelijk de tweede ingang (klem X) te gebruiken voor impulsbevelen in plaats van houdbevelen (selector op het apparaat).5s 20 000 op 40°C (1) Eén enkele bedieningsspanning 220/240 V WS (2) Spanningen 12-24-48 V WS/GS mogelijk met behulp van een module MDU.1 s 3000 1500 4 s maxi.5 tot + 60 °C 0.85 tot 1. +10 %) WS 50-60 Hz GS verbruik (VA) aanspreekvermogen XC40(1) 48-110 220/240 (2) 48-110 220/240 (2) 175 (2P) 360 (3P. cycli in permanent bedrijf hulpcontacten 2VA 100 ms 100 ms 100 000 4 cycli/min OF + SD geïntegreerd (XC40) onbeperkt 600 cycli/min 2s 0. processors voor energiebeheer).85 tot 1.1 Un tot 40 °C 2 tot 3 gedurende 0.85 tot 1.5 tot + 40 °C 0. 3 b b b NW08 tot NW63 motorreductie MCH b 70 ± 10 (NW08 tot NW40).1 Un tot 40 °C 2 tot 3 gedurende 0. 250 ms) c houdbevelen via klem X.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Keuze van de afstandsbedieningselementen 1c De afstandsbediening zorgt voor het vanop afstand openen of sluiten van een apparaat. (3) Voor het openen en sluiten kan gebruik gemaakt worden van twee soorten bevelen.85 tot 1. 3 b b b b b b b b b (1) Herbewapenen : reactietijd < 1 s.5 TC16 TC16P 220 220/240 (2) 10-24-48 220/240 (2) C60 230 28VA vermogen bedieningsbevel reactietijd (ms) sluiten (3) (bij Un) openen (3) duurzaamheid (cyclus CO-IEC) max.1 Un tot 40 °C 2 tot 3 gedurende 0. middels 2 onafhankelijke ingangen bij de versies XC40 : c met impulsen via klem T (min.8 (x1000 cycli) mechanische duurzaamheid hulpcontacten 4 b b b 4 s maxi.1 Un tot 40 °C 12 (NS400) 8 (NS630) 10 (NS400) 4 (NS630) NS800 tot 1600 Masterpact NT08 tot NT16 motorreductie MCH b 55 ± 10 (met XF) 50 ± 10 (met MX) 55 ± 10 (met XF) 50 ± 10 (met MX) 48-100-200-277 380-400-480 60-130-240-277 415-440-480 24/30-48/60-100/125 200/250 200 200 200 200 . cycli/min) opening/sluiting OF foutmelding SD elektrische foutmelding SDE ingereden/gesloten EF vooraktie OF CAF/CAO chassis niger.1 Un tot 40 °C 50 (NS100) 40 (NS160) 20 (NS250) 50 (NS100) 40 (NS160) 20 (NS250) 4 b b b NS400/630N/H/L b b < 500 < 80 (1) 48-110-130-220 240-380-440 110-130-220-240 380-440 24/30-48/60 110/130-250 y 500 y 500 y 500 y 500 . K60 Gids laagspanningsverdeling 2003 Gids laagspanningsverdeling 2003 K61 . 4P) gedurende 30 ms 0.5 tot + 40 °C 0.5 tot + 60 °C 0. voor automaat Multi 9 voeding (V) (-15 %. 80 ± 10 (NW50 tot 63) 48-100-200-277 380-400-480 60-130-240-277 415-440-480 24/30-48/60-100/125 200/250 200 200 200 200 . De bijgaande tabellen geven een overzicht van de belangrijkste karakteristieken per productfamilie. voor vermogensschakelaar Compact en Masterpact afstandsbediening motorreductie aan te bouwen element standaard type T openen sluiten WS 50 Hz WS 60 Hz GS verbruik openen sluiten GS (W) openen sluiten omgevingstemperatuur spanning motor overstroom bij In/2 bij In bewapeningstijd (max. omschakelaars of andere bedieningsorganen (relais.85 tot 1. 3 b b b b b werkingsgrenzen elektrische duurzaamheid bij cos ϕ = 0. door middel van bevelen die afkomstig zijn van drukknoppen. De afstandsbediening kan geïntegreerd zijn in het apparaat zelf (XC40) of ermee gecombineerd zijn (Compact NS100N/H/L tot 1600.1 s reactietijd (ms) voeding (V) 60 ± 10 60 ± 10 48-100-200-277 380-400-480 60-130-240-277 415-440-480 24/30-48/60-100/125 200/250 180 180 180 180 .5 tot + 40 °C 0./uitger.1 s 2000 2000 3 s maxi. Masterpact NT/NW)./test/CE/CD/CT programeerbaar MC2/MC6 "klaar te sluiten" contact WS (VA) Compact NS100/160/250N/H/L b b < 500 < 80 (1) 48-110-130-220-240 380-440 110-130-220-240 380-440 24/30-48/60 110/130-250 y 500 y 500 y 500 y 500 . 80 ± 10 (NW50 tot 63) 70 ± 10 (NW08 tot NW40).

5 tot 1 s niet regelbaar 0.1 VA GS : 4. met zelfverbrekend contact. Compact.1 VA 500 ms (1) Enkel voor C60 en NC100. voor Compact (behalve NS100 tot 630): MX c vluchtig of permanent.25 s WS (VA) GS (W) 200 (bij aanspreken) 4. vermogen voeding duur v/h openen voeding houdverbruik duur v/h openen voeding houdverbruik duur v/h openen minimumspanningspoel MN ogenblikkelijk minimumspanningspoel MN s (1) vertraagd XC40 220/380 of 240/415 V WS 110/220 WS of 110/125 V GS 24 tot 48 V GS/WS WS : 50 VA GS : 50 W 10 ms WS : 220/240 V GS : 220/240 V WS : 4. Compact Stroomuitschakelspoel MX voeding max.35 en 0.5 (houdvermogen) (1) Deze stroomuitschakelspoel met vluchtige bekrachtiging MX bestaat niet voor de spanningen 440-480 (50 Hz) en 277 V (60 Hz).5 (houdvermogen) regelbaar van 0. Er bestaan verschillende types : Stroomuitschakelspoelen: c in combinatie met een OF-contact voor Multi 9: MX + OF. c vluchtig.5 (houdvermogen) 200 (bij aanspreken) 4. Compact NS800 tot 1600 voedingsspanning (V) Multi 9 Stroomuitschakelspoel MX + OF voeding min.7 Un 0.7 en 1.85 Un 50 ms ± 5 0.7 Un verbruik duur van het openen 90 ms ± 5 vertraging werking tussen 0. inschakelspoel (XF) 45 ms ± 5 voor NT 90 ms ± 5 voor NW 0.5 (houdvermogen) stroomuitschakelspoel vluchtig (MX)(1) Masterpact NT/NW voedingsspanning (V) verbruik minimumspanningspoel ogenblikkelijk (MN) WS 50/60 Hz 100 V GS 24 tot 250 V WS (VA) 20 GS (W) 15 reactietijd vermogensschakelaar bij In openen sluiten verbruik WS (VA) GS (W) reactietijd vermogensschakelaar bij In werkingsdrempel openen sluiten reactietijd vermogensschakelaar bij In werkingsdrempel verbruik WS (VA) GS (W) reactietijd vermogensschakelaar bij Un werkingsdrempel verbruik WS (VA) GS (W) werkingsdrempel minimumspanningspoel vertraagd (MNR) stroomuitschakelspoel vluchtig (MX) elektromagnet. voor Multi 9: MN s.7 tot 1.35 tot 0.5 (houdvermogen) 200 (bij aanspreken) 4.85 Un 200 (bij aanspreken) 4.1 Un 200 (bij aanspreken) 4.48 V GS : 48 V WS : 4. Masterpact: MN c vertraagd.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Keuze van de uitschakelspoelen De uitschakelspoelen laten toe een apparaat vanop afstand uit te schakelen en te ontwapenen.3 VA GS : 2 W 20 ms WS : 220/240 V WS : 4. voor Multi 9.1 W 20 ms WS : 220/240 V GS : 220/240 V WS : 4.5 tot 3 s 0. c vertraagd. Nadien is plaatselijke manuele tussenkomst noodzakelijk om het apparaat te herwapenen (behalve indien het uitgerust is met een SDE-contact).5 (houdvermogen) 200 (bij aanspreken) 4.85 tot 1.1 W 200 ms C60 220 tot 415 V WS of 110 tot 130 V WS 110/130 V WS of 48 V GS/WS 24 V WS en GS WS : 220/240 V .35 tot 0. voor Compact en Masterpact: MNR.5 (houdvermogen) 200 (bij aanspreken) 4. -15 0.5 (houdvermogen) 70 ms+10. voor Masterpact (mogelijkheid een geïntegreerd contact OF te gebruiken): MX Minimumspanningspoelen: c ogenblikkelijk. verbruik bij aanspreken duur v/h openen voeding houdverbruik duur v/h openen voeding vertraging minimumspanningspoel MN ogenblikkelijk minimumspanningspoel MNR vertraagd NS100 tot NS630 WS: 48 tot 600 V GS : 12 tot 250 V WS : 10 VA GS : 10 W i 50 ms WS : 48 tot 600 V GS: 12 tot 250 V WS : 5 VA GS : 5 W i 50 ms WS : 220/240 V 200 ms WS 50 Hz 60 Hz verbruik minimumspanningspoel ogenblikkelijk (MN) vertraagd (MNR) GS WS (VA) GS (W) werking tussen 0.5 (houdvermogen) 200 (bij aanspreken) 4. K62 Gids laagspanningsverdeling 2003 .7 Un 0.1 Un 200 (bij aanspreken) 4.1 Un verbruik duur van het openen 50 ms 48 tot 440 V 60 tot 480 V 24 tot 250 V 20 13 WS (VA) GS (W) 200 (bij aanspreken) 4. De uitschakelspoelen worden gebruikt bij noodstopvoorzieningen en bij gebruik van differentieelinrichtingen met afzonderlijke torus.5 (houdvermogen) 0.1 VA GS : 4.

5 0. Contact SDV Signalering dat het apparaat uitgeschakeld is ingevolge een differentieelfout.5 0.8 0.1.5 0. CD: meldt de stand uitgereden.8 0.3 5 5 5 2. de accumulatieveren opgespannen zijn. Contact OF Signalering of bediening.25 5/3 1. Dit contact kan noodzakelijk zijn in geval gebruik gemaakt wordt van afstandsbedieningselementen (afstandsbediening van automaten of vermogensschakelaars die deel uitmaken van procescontrole).5 0. Contact SDE Signalering van het uitschakelen van de automaat of vermogensschakelaar wegens elektrische fout.2 8 5 0.6 0. optionele contacten : 6 A ** onderbrekingsvermogen cos ϕ = 0.3 0. Deze contacten signaleren : b het type fout b overschrijding van ogenblikkelijke of vertraagde drempels. CT CE: meldt de stand ingereden.8 250 V 3 0.3 0. Een externe voedingsmodule is vereist.5 125 V 6 0.3 5 5 5 2.3 8 8 6 2.3 0.3 250 V 0.8 0.8 0.5 0.8 0.5 0. CD. informatie die gecentraliseerd wordt op een controlelessenaar) of bediening.3 0.5 0. Standmeldingscontacten "ingereden-uitgereden" EF Het contact signaleert "apparaat ingereden" en "apparaat gesloten" die de "gesloten kring" informatie meldt. Zij mogen geprogrammeerd zijn : b met ogenblikkelijke terugkomst naar eerste stand b zonder ogenblikkelijke terugkomst naar eerste stand b met ogenblikkelijke terugkomst naar eerste stand na vertraging. 12 8 onderbrekings.3 125 V 0.5 1 5 3 5 1 8 6 2.3 0.3 CE 3 3 9 6 6 8 8 6 2.5 0.15 0. Standmeldingscontacten «ingereden-uitgereden» CE.5 0.8 0.Keuze van de hulpcontacten 1c De hulpcontacten laten toe vanop afstand de stand van de automaat of vermogensschakelaar te kennen.6 A (24 V) (1) Geïntegreerde contacten : XC40 contact OF + SD.05 8 4 5 2 0.8 0.3 0.15 minimum belasting 2 mA / 15V GS 24/48 V 5 3 3 240 V 5 3 3 380 V 5 3 3 24/48 V 5/2. Contact SD Signalering van het uitschakelen van de automaat of vermogensschakelaar wegens fout: c werking van een thermisch-magnetische losser (elektrische fout.5 1 6 6 2. Het contact CAM kan vooruitlopen op het openen (CAO) of het sluiten (CAF).5 0.15 types OF SDE PF 1 2 1 1 EF 8 8 6 2.3 0.3 5 5 5 2. Contact «veren gespannen» CH Het contact signaleert dat het mechanisme «gewapend» is.6 A (240 V) 1 A (130 V) .3 0.25 5/3 1.3 10/6 6 3 3 0.3 CD 2 3 0 3 0 8 8 6 2.2 5 3 2.3 ** AC12/DC12 GS types standaard 4 1 1 maxi.3 ** AC12/DC12 GS laag niveau WS GS minimum belasting 100 mA / 24 V 240/380 V 10/6 * 5 5 6 480 V 10/6 * 5 5 6 690 V 6 3 3 6 24/48 V 10/6 * 3 3 2.15 0.5 0.5 0. gekoppeld aan de stand «open» of «gesloten» van de automaat of vermogensschakelaar.3 8 3 5 1.5 0.5 0.5 125 V 10/6 * 0.3 5 5 5 2.8/1.5 3 3 125 V 0. 4 2 1 minimum belasting 100 mA / 24 V 240/380 V 6 5 5 480 V 6 5 5 690 V 6 3 3 24/48 V 2.3 5 1.8/1.5 minimum belasting 2 mA / 15V GS 24/48 V 6 3 3 5 240 V 6 3 3 5 380 V 3 3 3 5 24/48 V 6 3 3 2.15 * klassieke contacten : 10 A.15 0.3 250 V 0.7 voor M2C / M6C Gids laagspanningsverdeling 2003 K63 .5 0. overbelasting of kortsluiting) c werking van een differentieelelement (isolatiefout) c werking van een uitschakelspoel.3 0.8 0.3 0.5 0.3 5 5 5 2.5 0.1 "lage niveau" contacten 5 1 mA bij 4 V WS GS AC12 AC15 DC12 DC14 5 3 5 1 5 3 2.8 0.8 0.5 0. het mechanisme correct gewapend is.5 0.3 10/6 6 3 3 0.8 0.2 6 5 0.5 0.15 2.WS vermogen GS XC40(1) 3 A (250 V) TC16. Voorijlend contact CAM Signalering of bediening waarvan de uitvoering licht vooruitloopt op de werking van de hoofdcontacten van het apparaat.05 5 2 0.8 0. NG125 3 A (415 V) .03 6 3 6 3 6 0.5 5 1. Compact NS100 N/H/L tot NS630 N/H/L contacten OF-SD-SDE-SDV nominale thermische stroomsterkte (A) minimum belasting stroom gebruikscategorie (IEC 60947-4-1) bedrijfsstroom (A) 24 V 48 V 110 V 220/240 V 250 V 380/415 V 440 V 660/690 V klassieke contacten 6 10 mA bij 24 V WS GS AC12 AC15 DC12 DC14 6 6 2.8 0.5 Compact NS800 tot 1600 contact OF-SD-SDE-SDV contact CE/CD/CT nominale thermische stroomsterkte (A) minimum belasting stroom gebruikscategorie (IEC 60947-4-1) bedrijfsstroom (A) 24 V 48 V 125 V 220/240 V 250 V 380/480 V 660/690 V karakteristieken : cf Compact NS100 tot 630 N/H/L klassieke contacten "lage niveau"contacten 8 5 10 mA bij 24 V 1 mA bij 4 V WS GS WS GS AC12 AC15 DC12 DC14 AC12 AC15 DC12 DC14 8 6 2. ten behoeve van een systeem voor afstandsbewaking (bijv.4 0.3 CT 1 3 0 0 3 8 8 6 2.4 0.8 0. Multi 9 contact OF of SD onderbrekings.3 8 8 6 2.5 0. Programmeerbare contacten M2C.8 0.2 5 2.3 0.5 0.5 0.05 6 4 0.standaard vermogen (A) WS cos ϕ u 0.5 250 V 3 0.5 6 0.15 laag niveau WS GS Masterpact NW hulpcontacten aantal CH 1 M2C M6C standaard 4 maxi.standaard vermogen (A) WS cos ϕ u 0.3 5 5 5 2.1 OF SDE PF EF CE 3 CD 2 CT 1 CH 1 M2C M6C Masterpact NT hulp contacten aantal onderbrekings.3 2. de uitschakeldrukknop niet vergrendeld is en geen enkel bevel tot openen aanwezig is. C120. Standby-contact PF Signaleert dat de vermogensschakelaar geopend is. CT: meldt de stand «test».5 A (60 V) 2 A (48 V) .15 0.05 5 2.8 0. Het contact keert terug in ruststand bij het resetten van de Vigi.03 0. M6C Deze toevoegbare contacten met Micrologic P en H zijn vanaf de beveiligingsunit geprogrammeerd of vanaf een supervisie systeem (met COM optie). C60.3 0.5 0.15 0.

Het kleurvlakje is zowel bij handbediende als bij afstandsbediende vermogensschakelaars zichtbaar. waarvan de kleur de stand van de hoofdcontacten aangeeft : c groen in de stand “open” c wit in de stand “gesloten”. net zoals de stand “uitgeschakeld” aangeeft dat de vermogensschakelaar uitgeschakeld is (hoofdcontacten geopend). die aangeeft dat de automaat manueel uitgeschakeld werd of uitgeschakeld is ingevolge overbelasting. moet hij eerst in de stand “open” gezet worden om de vermogensschakelaar te resetten. waarvan de kleur de stand aangeeft : c rood als de automaat “gesloten” is c groen als alle polen geopend zijn. die de stand van de hoofdcontacten aangeeft door middel van een kleurvlak : c wit in de stand “gesloten” c groen in de stand “open”. Multi 9 push O OFF push I ON disch arge d O OFF 012 53 Compact NS Masterpact K64 Gids laagspanningsverdeling 2003 . kortsluiting of door de werking van een differentieelelement. gesloten fermé ouvert open Multi 9 fermé gesloten déclenché uitgeschakeld réarmement reset open ouvert Compact NS Standmelders Multi 9 In de vensters A op de voorzijde van de automaat NC100 bevindt zich een mechanische verklikker. Indien de bedieningsknop in de stand “uitgeschakeld” staat. Masterpact In het venster A bevindt zich een verklikker. De kleur van deze verklikker geeft de stand van de vermogensschakelaar aan ten opzichte van het vaste chassis : c groen: vermogensschakelaar uitgereden c blauw: vermogensschakelaar in de stand “test” c wit: vermogensschakelaar ingereden. kortsluiting of een isolatiefout (indien de vermogensschakelaar uitgerust is met een Vigi-element) of ingevolge de werking van een stroomuitschakelspoel (MX) of een minimumspanningsspoel (MN) c een stand “open” die. Compact NS De bedieningsknop van een vermogensschakelaar Compact NS kan 3 standen innemen : c een stand “gesloten” c een stand “uitgeschakeld”. alvorens hij opnieuw kan gesloten worden.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Standaanduiding automaten en vermogensschakelaars Standmelders Stand van de bedieningshendels Multi 9 De bedieningshendel van de Multi 9 automaten heeft 2 standen : c een stand “gesloten” c een stand “open”. een stroomuitschakelspoel (MX) of een minimumspanningspoel (MN). De verklikker C komt enkel voor bij uittrekbare vermogensschakelaars Masterpact. Bij de automaten C60 vertoont de hendel zelf bij geopende stand een groene band. die wijst op uitschakeling ingevolge overbelasting. Compact NS In het venster A bevindt zich een verklikker. In het venster B geeft een verklikker de stand aan van de wapening van de bediening : c wit: de bediening is niet gewapend c geel: de bediening is gewapend.

Kringen gevoed met gelijkstroom Keuze van een vermogensschakelaar

1c

De keuze van het type vermogensschakelaar voor de beveiliging van een gelijkspanningsinstallatie hangt hoofdzakelijk af van de volgende criteria: c de nominale stroom, die toelaat het kaliber te bepalen c de nominale spanning, die toelaat te bepalen hoeveel polen in serie aan de onderbreking moeten deelnemen c de maximale kortsluitstroom op de plaats van installatie, die toelaat het vereiste onderbrekingsvermogen te bepalen c het nettype (zie hieronder).

nettypes
schema’s en verschillende foutgevallen

geaarde netten
de bron is met één pool geaard de bron heeft een geaard middelpunt

geïsoleerde netten

analyse van elke foutsoort

fout A fout B fout C

Icc maximaal enkel de positieve polariteit is betrokken Icc maximaal beide polariteiten betrokken zonder gevolg fout A alle polen die daadwerkelijk aan de onderbreking moeten deelnemen worden in serie op de positieve polariteit geplaatst(1)(2)

meest ongunstige geval verdeling van de onderbrekingspolen

lcc benadert Icc max. Enkel de positieve polariteit is bij de fout betrokken, bij halve spanning U/2 Icc maximaal; beide polariteiten zijn bij de fout betrokken. idem als bij fout A, maar de neg. polariteit is bij de fout betrokken fouten A en C op elke polariteit het nodige aantal polen voorzien om Icc max. te kunnen onderbreken bij spanning U/2

zonder gevolg Icc maximaal; beide polariteiten zijn bij de fout betrokken zonder gevolg fout B het aantal polen dat noodzakelijk is voor de onderbreking verdelen over beide polariteiten

(1) Of de negatieve polariteit indien de positieve geaard is. (2) Een bijkomende pool voorzien op de geaarde polariteit indien ook de functie scheiding gewenst is.

Berekening van de kortsluitstroom aan de klemmen van een accumulatorenbatterij
Bij kortsluiting aan de klemmen geeft een accumulatorenbatterij een stroom af die berekend wordt volgens de wet van Ohm: Icc = Vb Ri Vb = maximale ontladingsspanning (batterij 100% geladen). Ri = inwendige weerstand equivalent met het geheel van de elementen (waarde doorgaans opgegeven door de fabrikant, in functie van de capaciteit in Ah van de batterijen). Voorbeeld Hoeveel bedraagt de kortsluitstroom aan de klemmen van een stationaire batterij met volgende karakteristieken: c capaciteit: 500 Ah c maximale ontladingsspanning: 240 V (110 elementen van 2,2 V) c ontladingsstroom: 300 A c autonomie : 1/2 uur c inwendige weerstand: 0,5 mΩ per element
240 V GS 300 A 500 Ah Ri = 0,5 mΩ/element

Antwoord Ri = 110 x 0,5 10–3 = 55 10–3 Ω 240 Icc = = 4,4 kA 55 10–3 Uit de bovenstaande berekening blijkt dat de kortsluitstromen relatief klein zijn. Opmerking : indien de inwendige weerstand niet gekend is kan men zich behelpen met de volgende benaderende formule: Icc = kC. C is daarbij de capaciteit van de batterij, uitgedrukt in Ah en k een coëfficiënt, die doorgaans in de buurt van 10 ligt, maar in elk geval lager is dan 20.

Gids laagspanningsverdeling 2003

K65

Studie van een installatie Beveiliging van kringen

Kringen gevoed met gelijkstroom Keuze van een vermogensschakelaar

Keuzetabel automaten/vermogensschakelaars voor gelijkspanning
type toegekende stroomsterkte (A) onderbrekingsvermogen (kA) (L/R i 0,015 s) (tussen haakjes het aantal polen dat aan de onderbreking moet deelnemen) 24/48 V 125 V 125 V 250 V 500 V 20 (1p) 15 (1p) 10 (1p) 15 (1p) 20 (1p) 25 (1p) 10 (1p) 15 (1p) 50(1p) 85 (1p) 100 (1p) 50 (1p) 85 (1p) 100 (1p) 50 (1p) 85 (1p) 100 (1p) 85 (1p) 85 (1p) 50 (1p) 10 (1p) 20 (2p) 10 (2p) 20 (2p) 25 (2p) 30 (2p) 10 (1p) 15 (1p) 50 (1p) 85 (1p) 100 (1p) 50 (1p) 85 (1p) 100 (1p) 50 (1p) 85 (1p) 100 (1p) 85 (1p) 85 (1p) 50 (1p) 20 (2p) 45 (3p) 20 (3p) 30 (3p) 40 (3p) 50 (3p) 10 (2p) 50 (4p) 25 (4p) 40 (4p) 50 (4p) 60 (4p) 10 (2p) 15 (2p) 50 (1p) 85 (1p) 100 (1p) 50 (1p) 85 (1p) 100 (1p) 50 (1p) 85 (1p) 100 (1p) 85 (1p) 85 (1p) 50 (2p) 50 (2p) 85 (2p) 100 (2p) 50 (2p) 85 (2p) 100 (2p) 50 (2p) 85 (2p) 100 (2p) 85 (2p) 85 (2p) 50 (3p) beveiliging tegen overbelasting (thermisch) speciaal GS idem WS idem WS idem WS idem WS idem WS idem WS idem WS verhogingscëfficiënt van de magnetische drempel speciaal GS 1,43 1,38 1,38 1,38 1,38 1,4 1,4

750 V

900 V

Multi 9
C32H-DC (1) XC40 C60a C60N C60H C60L C120N C120H 1-2-3-6-10-16-20-25-32-40 10-15-20-25-32-38 10-16-20-25-32-40 6-10-16-20-25-32-40-50-63 1-2-3-4-6-10-16-20-25-32-40-50-63 1-2-3-4-6-10-16-20-25-32-40-50-63 63-80-100-125 50-63-80-100-125 16-25-40-63-80-100 16-25-40-63-80-100 16-25-40-63-80-100 80-100-125-160 80-100-125-160 80-100-125-160 160-200-250 160-200-250 160-200-250 MP1/MP2 MP1/MP2/MP3 P21/P41-1250

Compact
NS100N NS100H S100L NS160N NS160H NS160L NS250N NS250H NS250L NS400H NS630H C1251N-DC beveiliging met magnetischthermische losser, identiek met de lossers gebruikt bij wisselspanning

25 (3p)

ther. beveil. werkt niet, (zonodig) extern relais voorzien

lossers MP1/MP2/MP3 P21/P41 speciaal gelijkspanning(2)

Masterpact
NW 10NDC NW 20NDC NW 40NDC NW 10HDC NW 20HDC NW 40HDC NW 10HDC NW 20HDC NW 40HDC 35 (2p/3p) 35 (2p/3p) 35 (2p/3p) 85 (2p/3p) 85 (2p/3p) 85 (2p/3p) 35 (2p/3p) 35 (2p/3p) 35 (2p/3p) 85 (2p/3p) 85 (2p/3p) 85 (2p/3p) 35 (2p/3p) 35 (2p/3p) 35 (2p/3p) 85 (2p/3p) 85 (2p/3p) 85 (2p/3p) 35 (2p/3p) 35 (2p/3p) 35 (2p/3p) 85 (2p/3p) 85 (2p/3p) 85 (2p/3p) 35 (2p/3p) 35 (2p/3p) 35 (2p/3p) 85 (2p/3p) 85 (2p/3p) 85 (2p/3p) 35 (2p/3p/4p) 35 (2p/3p/4p) 35 (2p/3p/4p) Ti’s(3) 1250 tot 2500 kA Ti’s(3) 2500 tot 5100 kA Ti’s(3) 5000 tot 11000 kA

(1) C32H-DC voor gelijkspanning wordt met een elektromagneet uitgerust, de polariteiten moeten niet eerbiedigd worden. (2) ter herinnering : MP1: Im instelbaar tussen 800 en 1600 A MP2: Im instelbaar tussen 1200 en 2500 A MP3: Im instelbaar tussen 2000 en 4000 A P21-1250: Im instelbaar tussen 1600 en 3200 A P41-1250: Im instelbaar tussen 3200 en 6400 A (3) Beveiligingsunits DC10 met ogenblikkelijke drempel, instelbaar met 5 standen A-B-C-D-E.

Voorbeelden
C60L 3-polig 63A

Belasting

Hoe verzekert men de beveiliging van een vertrek van 63 A bij een gelijkspannings-net van 125 V, waarbij de negatieve polariteit geaard is en Icc = 15 kA? Uit de bijgaande tabel blijkt dat men een C60L (30 kA, 2-p., 125 V) moet gebruiken. De bovenstaande tabel geeft aan dat de twee polen op de positieve polariteit moeten geplaatst worden. Men kan een bijkomende pool op de negatieve polariteit voorzien om de scheiding te verzekeren.

C60L 4-polig 50A

Hoe verzekert men de beveiliging van een vertrek van 50 A bij een gelijkspanningsnet van 250 V, waarvan het middelpunt geaard is en Icc = 15 kA? Elke pool zal ten hoogste onderworpen worden aan U/2 = 125 V. Uit de bijgaande tabel blijkt dat men een C60L (30 kA, 2-p., 125 V) moet gebruiken of een NS100N (50 kA, 1-p., 125 V) of een NS160N (50 kA, 1-p., 125 V). De bovenstaande tabel geeft aan dat de twee polen moeten deelnemen aan de onderbreking bij een spanning van 125 V.

Belasting

NS400H 2-polig 400 A

Hoe verzekert men de beveiliging van een vertrek van 400 A bij een gelijkspanningsnet van 250 V dat geïsoleerd is van de aarde en met Icc = 35 kA? Uit de bijgaande tabel blijkt dat men een vermogensschakelaar NS400H (85 kA, 1-p., 250 V) moet gebruiken. Ten minste twee polen dienen aan de onderbreking deel te nemen. De bovenstaande tabel geeft aan dat het aantal voor de onderbreking benodigde polen moet verdeeld worden over elk van de polariteiten.

Belasting

K66

Gids laagspanningsverdeling 2003

Kringen gevoed met gelijkstroom Schikking van de polen

1c

De bepaling van de schikking van de polen in functie van het nettype en van de spanning. Het Masterpact NW gamma gelijkstroom biedt 4 versies van aansluitingen aan : versie C, D, E en H. De verbindingen om meerdere polen in serie te plaatsen zijn met het apparatuur meegeleverd.

Vermogensschakelaar Masterpact NW
De keuze is in functie van de onderstaande tabel en moet bij de bestelling vermeld worden.
kaliber van de vermogensschakelaar gebruiksspanning (Vcc) 250/500 onderbrekingsvermogen (LR y 15 ms) n° 1 : net geïsoleerd van de aarde n° 2 : net met geaard middelpunt n° 3 : negatieve pool geaard 1ste alternatief 2de alternatief NW10-20-40 NDC 500 35 kA versie C versie C versie C versie H NW10-20-40 HDC 500 900 85 kA 35 kA versie E versie E versie C versie C versie D versie D versie H versie H

versie C
+

versie D
+

versie E
+ +

versie H

charge verbruiker

charge verbruiker

charge verbruiker

charge verbruiker

Nota : Schema’s voorgesteld met het apparaat in vooraanzicht.

Vermogensschakelaar C32H-DC
De C32H-DC, speciaal GS, wordt gebruikt voor sturing en kringen beveiliging y 250 V GS, Iccy 10 kA. Aansluiting Volgens gebruikspanning, Icc van de installatie en positie van de verbruiker wordt het aansluitschema verschillend : b C32H-DC 1-polig (schema 1) : v gebruikspanning y 125 V GS v Icc y 10 kA b C32H-DC 2-polig (schema 2) : v gebruikspanning y 125 V GS v Icc y 20 kA c C32H-DC 2-polig (schema 3) : v gebruikspanning y 250 V GS v Icc y 10 kA.
last last 1

last

Schema 1 (net geaard met positieve of negatieve polariteit)

last last 2

Schema 2 (net met positieve pool geaard)

Schema 3 (net geïsoleerd van de aarde)

Nota : De C32H-DC is een gepolariseerde vermogensschakelaar, hij is met een permanent magneet uitgerust om de onderbreking van de nominale stroom te verbeteren. De polariteit + en - vermeld moeten in funktie van het gekozen schema geëerbiedigd worden.

Gids laagspanningsverdeling 2003

K67

Studie van een installatie Beveiliging van kringen

Kringen gevoed met 400 HZ Keuze van een automaat of vermogensschakelaar
ID
I∆n 2.5

Automaten Multi 9 en vermogensschakelaars Compact kunnen ook bij 400 Hz-netten gebruikt worden. De kortsluitstromen aan de klemmen van 400 Hz-generatoren lopen meestal niet hoger op dan 4 maal de nominale stroomsterkte. Hierdoor kunnen zich slechts zelden problemen stellen wat het uitschakelvermogen betreft.

Vigi C60
Id I, n 2.5 1 2 4

2

2 n

1.5

1.5

Automaten Multi 9
Karakteristieken c geen thermische declassering c verhoging van de magnetische drempels : v coëfficiënt 1,48 voor C60 v coëfficiënt 1,40 voor NG125 v coëfficiënt 1,5 voor DPN De differentieelinrichtingen uit het gamma Multi 9 zijn eveneens bruikbaar bij 400 Hznetten. Men dient er evenwel rekening mee te houden dat de drempel in mA varieert in functie van de frequentie van het net (zie bijgaande curven). Opmerking Bij 400 Hz bestaat de kans dat de testkring van de differentieelinrichtingen niet werkt bij het indrukken van de testknop of bij gebruik van de afstandsuitschakeling (MOD), dit ingevolge de wijziging van de drempel. Volgens internationale bronnen (IEC 60479-2) is het menselijk lichaam minder gevoelig voor doorvloeiende stromen van 400 Hz. Dit houdt in dat, ondanks de verminderde gevoeligheid van de differentieelinrichtingen, de beveiliging van personen toch altijd verzekerd blijft. De werkwijze voor het kiezen van differentieelinrichtingen voor 400 Hz is dan ook dezelfde als bij 50 Hz.
1 0.5 10 1 2 50 60 3 8 90 150 250 350 400 Hz

1

0.5

10

50 60

90

150

250

350 400 Hz

type klasse kaliber (A) ID AC 25 25-40 63-80-100 alle s types

gevoeligheid (mA) : 10 30 100 300 1 A 2 1 1 1 1 1 2 1 1 2 -

DPN Vigi
I∆n 2.5

type klasse kaliber gevoeligheid (mA) : (A) 10 30 300 1 A Vigi C60 2P 110/240 V - 50 Hz Vigi C60 AC 25 2 1 1 63 2 1 Vigi C60 2, 3 en 4P 220/415 V - 50 Hz Vigi C60 AC 25 2 1 1 40-63 2 1 alle types A 4 2 2 s Vigi C60 A 4 4 4 si

Vigi NC100/125, NG125
I∆n 2.5

2

1.5

2

1

1.5

0.5 10 8 50 60 90 150 250 350 400 Hz

Vermogensschakelaars Compact en Masterpact
De instelwaarden bij 400 Hz worden bekomen door de waarden bij 50 Hz te vermenigvuldigen met de onderstaande coëfficiënten: c K1 voor de thermische lossers c K2 voor de magnetische lossers Deze aanpassingscoëfficiënten zijn onafhankelijk van de stand van de regelknop van de losser indien deze instelbaar is. Voor de thermische lossers zijn de regelstromen bij 400 Hz kleiner dan bij 50 Hz (K1 ≤ 1). Voor de magnetische lossers zijn de regelstromen daarentegen groter bij 400 Hz dan bij 50 Hz (K2 > 1). Indien de lossers regelbaar zijn raden we dan ook aan ze op hun minimumstand in te stellen, ofwel Compactvermogensschakelaars te gebruiken die uitgerust zijn met lossers met lage magnetische drempel (type G). De onderstaande tabel geeft de coëfficiënten K1 en K2, waarmee men de bij 50 Hz gedefinieerde waarden moet vermenigvuldigen om de karakteristieken bij 400 Hz te bekomen. Voor elektronische beveiligingsunits geldt dat de elektronica borg staat voor een grote werkingsstabiliteit bij frequentievariaties. De apparaten ondergaan echter steeds de temperatuurseffecten die samenhangen met de frequentie en hun toepassingsmogelijkheden kunnen soms enigszins beperkt worden. De kolom K1 in de bijgaande tabel geeft in voorkomend geval de maximale waarde van de gebruiksstroom, die niet mag overschreden worden (waarde in te stellen met de regelknop). De kolom K2 van de tabel geeft de coëfficiënt waarmee men de bij 50 Hz gedefinieerde waarden moet vermenigvuldigen om de karakteristieken bij 400 Hz te bekomen. K68

1

type DPN Vigi

klasse AC

kaliber (A) 25

gevoeligheid (mA) : 10 30 300 8 8 8

0.5 10 9 50 60 7 90 150 250 350 400 Hz

type

Vigi NG125 alle s types

klasse kaliber gevoeligheid (mA) : (A) 10 30 100 300 1 A 3 A A 125 7 7 7 7 7 9 9 9 -

Magnetische-thermische lossers
vermogensschakelaar NS100N kaliber TM16G TM25G TM40G TM63G TM16D TM25D TM40D TM63D TM80D TM100D TM125D TM160D TM200D TM250D thermisch bij 40° C 16 25 40 63 16 25 40 63 80 100 125 160 200 250 K1 0,95 0,95 0,95 0,95 0,95 0,95 0,95 0,95 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 magnetisch 63 80 80 125 240 300 500 500 650 800 1000 1250 1000 (*) 1250 (*) K2 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6 1,6

NS250N

(*) Bij TM 200D en TM250D moet IM verplicht in de maximumstand gezet worden.

Elektronische beveiligingsunits
vermogensschakelaar Compact NS100N NS250N NS400N NS630N NS400N NS630N beveiligingsunit kaliber Ir bij 50 Hz (A bij 40 °C) STR22SE STR22SE STR23SE STR23SE STR53SE STR53SE 40...100 160,..250 400 630 400 630 lange vertraging korte vertraging Ir maxi Irm bij 50 Hz K2 K1 (A) 0,4 tot 1 0,4 tot 0,9 0,4 tot 0,8 0,4 tot 0,8 0,4 tot 0,8 0,4 tot 0,8 2 tot 10 Ir 2 tot 10 Ir 2 tot 10 Ir 2 tot 10 Ir 1,5 tot 10 Ir 1,5 tot 10 Ir 1 1 1 1 1 1

Gids laagspanningsverdeling 2003

1c

Onderbrekingsvermogen van de vermogenssschakelaars Compact NS
Bij gebruik op 440 V, 400 Hz :
Compact NS NS100N NS250N NS400N NS630N Onderbrekingsvermogen 12 kA 4,5 kA 10 kA 10 kA

Vermogensschakelaars
Bij het gebruik van vermogensschakelaars die uitgerust zijn met een minimumspanningsspoel in een 400 Hz-net, dient men een MN of een MX 125 V GS te gebruiken. Deze dient gevoed te worden door het 400 Hz-net, via een gelijkrichterbrug, te kiezen uit de bijgaande tabel en met gebruik van een bijkomende weerstand, waarvan de karakteristieken afhangen van de netspanning en het type van de vermogensschakelaar. Aansluitschema
U (V) 400 Hz 110/127 V 220/240 V 380/420 V keuze van de gelijkrichter Thomson 110 BHz of General Instrument W06 of Semikron SKB tot 1,2/1,3 Thomson 110 BHz of General Instrument W06 of Semikron SKB tot 1,2/1,3 Semikron SKB tot 1,2/1,3 bijkomende weerstand 33 kΩ-2 W 10 kΩ-8 W 22 kΩ-15 W

Opmerking : eventueel kunnen ook andere merken gelijkrichterbruggen gebruikt worden, mits hun karakteristieken ten minste evenwaardig zijn met de hierboven vermelde.

125 VGS

Gids laagspanningsverdeling 2003

K69

De beveiliging tegen elektrische schokken dient verzekerd te worden door differentieelinrichtingen voor residuele stroom met een drempel van ten hoogste 30 mA. Het probleem bij dit soort installaties bestaat erin voor de prioritaire kringen beveiligingsapparaten te kiezen die passen bij de karakteristieken van elk van de twee voedingsbronnen. met de hand verplaatsbare groepen Kleine. C60N 30mA 230 V 1-fasig 230 V 3-fasig 400 V 3-fasig nominale stroom (A) type automaat of vermogensschakelaar Vigi-element vermogen groep (kVA) 1/4/5 2 3 5 C60N curve B 8 14 25 38 C60N curve B NS100N TM40G 30 mA 20 40 65 99 C120N curve B NS100N STR22GE100 30 mA 30 mA Mobiele groepen Deze worden gebruikt voor het tijdelijk voeden van installaties. waarvan langdurige stilstand wegens het uitvallen van het openbaar verdeelnet tot produktieverliezen zou leiden of beschadiging van de uitrusting zelf.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Kringen gevoed door een stroomgenerator Classificatie van de generatoren c mobiele groepen c vaste posten De praktische gids voor “de installatie van thermische groepen . MS LS inrichting voor normaal/noodomschakeling niet-prioritaire kringen prioritaire kringen K70 Gids laagspanningsverdeling 2003 . met de hand verplaatsbare groepen Deze worden in toenemende mate gebruikt door elektrisch ongeschoolde gebruikers. De lage waarde van de kortsluitstroom van de generator (2 tot 3 In) maakt het gebruik van lossers met lage magnetische drempel noodzakelijk. bijv.generatoren” (UTE-C15-401) deelt deze groepen in in drie categorieën: c kleine. tijdens werkzaamheden. conduit isolerende isolant leiding C60N C60N 30 mA 30 mA T PE verbruikers Vigicompact NS100N TM63G 30 mA utilisation Vaste posten Deze voeden veiligheidsinstallaties of prioritaire uitrustingen. Indien deze groepen en hun leidingen niet beantwoorden aan klasse II vereist de norm het gebruik van een differentieelinrichting voor residuele stroom met een drempel ≤ 30 mA. De nevenstaande tabel laat toe het type beveiliging te kiezen in functie van het vermogen van de groep.

Opmerking: indien het vermogen van de generator niet voorkomt in de tabel. Bepaling van de vermogensschakelaars en hun lossers bij plaatsing in cascade. De losser van de stroomafwaartse apparaten dient als volgt ingesteld te worden: 2. X’d : overgangsreactantie. In dit geval is het selectiviteitsniveau tussen beide automaten/vermogensschakelaars beperkt tot de waarde van de instelling van de magnetische beveiliging of korte vertraging van het stroomopwaartse apparaat (A).8 v 504 A). hetzij 500 A (630 x 0. i 30%. Beveiliging van generatoren met middelgroot tot groot vermogen max. Voorbeeld Gegeven: een generator met vermogen 300 kVA/400 V. max.5 13 14 9 tot 9. instelbaar tussen 400 en 600 A c in C een C60N/50 A met curve C. in functie van het vermogen van de generator.4 x 504 Irm B = = 672 A 1. die een nominale stroomsterkte levert van 433 A en waarbij de overgangsreactantie X’d 30% bedraagt. De bijgaande tabel laat toe het type automaat/vermogensschakelaar en de instelling van de magnetische beveiliging te bepalen.5 tot 24 24 tot 30 38 tot 48 12 tot 30 30 tot 76 49 tot 120 76 tot 191 vermogensschakelaar C60N 16 A C60N 20 A C60N 25 A C60N 32 A C60N 40 A/NS100N TM40G C120N 50 A/NS100N TM63G NS100N STR22GE40(1) NS100N STR22GE100(1) NS160N STR22GE160(1) NS250N STR22GE250(1) (1) Beveiliging geldig voor generatoren met overgangsreactantie i 2.5 Keuze van de vermogensschakelaars B en C: c in B een NS250N STR22SE. zoek dan op het identificatieplaatje naar In en X’d en leidt hieruit Icc af.0/7. Hiertoe dienen we de kortsluitstroom te berekenen aan de klemmen van de stroomgenerator: In Icc = X’d In : nominale stroom bij nominaal vermogen.5 tot 17. continuvermogen van de generator in kVA 230 V 3 fasen 400 V 3 fasen 415 V 3 fasen 6 10 11 7.5. hetzij 1008 tot 5040 A. De lange vertraging wordt ingesteld op 0. continuvermogen van de generator in kVA 230 V 3 fasen 400 V 3 fasen 415 V 3 fasen 85 tot 159 149 tot 277 154 tot 288 135 tot 251 234 tot 436 243 tot 453 241 tot 305 416 tot 520 451 tot 575 306 tot 380 521 tot 650 576 tot 710 381 tot 480 651 tot 820 711 tot 900 481 tot 610 821 tot 1050 901 tot 1150 611 tot 760 1051 tot 1300 1151 tot 1400 761 tot 950 1301 tot 1650 1401 tot 1800 951 tot 1220 1651 tot 2100 1801 tot 2300 440 V 3 fasen 163 tot 305 257 tot 480 481 tot 610 611 tot 760 761 tot 960 961 tot 1220 1221 tot 1520 1521 tot 1900 1901 tot 2400 vermogensschakelaar(1) NS400N STR23SE / NS800 NS630N STR23SE / NS800 NS800N / NT08H-NW08N/H NS1000N / NT10H-NW10N/H NS1250N / NT12H-NW12N/H NS1600N / NT16H-NW16N/H NS2000N / NW20N/H NS2500N / NW25N/H NS3200N / NW32N/H (1) Beveiliging geldig voor generatoren met overgangsreactantie i 30% en alle varianten van elektronische beveiligingsunits.5 15 tot 16 16. Gids laagspanningsverdeling 2003 K71 . Er bestaat totale selectiviteit tussen deze beveiligingen met een beveiligingsunit STR23SE.8 In.5 tot 20 23. De korte vertraging is instelbaar tussen 2 en 10 Ir. Bepaling van automaat/vermogensschakelaar B: wegens de lage waarden van de kortsluitstroom kan men in de praktijk de losser voor apparaat B als volgt kiezen: IrmB = IrmA/1. Icc 3-fasig in A Icc 3-fasig in B Bepaling van automaat/vermogensschakelaar A: zie bovenstaande tabel.5 11.5%.0 voor Compact NS800 tot 1600 en Masterpact NT/NW. Uit de bovenstaande tabel blijkt dat voor A een vermogensschakelaar NS630N STR23SE aangewezen is. De meest passende instelling is 2 Ir (lange vertraging).1c Keuze van de aankomstvermogensschakelaar De keuze van de aankomstvermogensschakelaar hangt hoofdzakelijk af van de instelling van de magnetische beveiliging. Deze stromen zijn doorgaans vrij zwak en vereisen het gebruik van magnetische beveiligingen met lage drempel (Icc u Imag x k) k : tolerantie regeling magnetische beveiliging of beveiliging met korte vertraging: c type TM-G tot 63 A voor vermogensschakelaars Compact NS100N/H/ L c type STR22GE voor vermogensschakelaars NS100 tot NS250N/ H/L c type STR23SE of STR53SE voor vermogensschakelaars NS400 en NS630N/H/L c type Micrologic 5. Beveiliging van generatoren met klein tot middelgroot vermogen max.5 tot 12 20 tot 21 22 tot 23 13 tot 16 22 tot 28 23 tot 29 20 tot 25 35 tot 44 36 tot 45 6 tot 16 11 tot 28 11 tot 29 16 tot 40 27 tot 69 29 tot 72 25 tot 64 44 tot 110 45 tot 115 40 tot 100 70 tot 173 72 tot 180 440 V 3 fasen 12 15 17. de bedrijfsspanning en de overgangsreactantie.

7 1 760 28.82 6 3.64 6 10.05 6 7.6 887 14. een vermogensschakelaar NS250H voor het vertrek van 200 A en een NS100H voor het vertrek van 100 A.2 1 127 18.7 1 408 22.7 315 767 12.4 563 9.81 4 4.32 244 6.2 1 250 1 600 2 000 2 500 Opm.65 6 19.48 6 7.6 2 816 44.32 6 4.3 887 21.7 352 5.6 800 1 949 31.04 4 3. Vertrekken: een van 400 A.71 6 12.97 6 6.5 1 127 18.20 4 6. Deze vermogensschakelaars bieden het voordeel van selectiviteit (totale selectiviteit) met de vermogensschakelaars NT12H1 of NS1250N.3 225 5.5 1 000 2 436 39.6 2 253 35.65 6 15.26 6 5.6 225 3.3 800 1 949 31.3 704 11. Voorbeeld: Aankomst van 3 transformatoren 20 kV/410V van elk 800 kVA (In = 1127 A). Geval met meerdere transformatoren Bij meerdere parallelle transformatoren(1): c moet het onderbrekingsvermogen van de aankomstvermogensschakelaar D1 groter zijn dan de grootste van beide volgende waarden: v ofwel Icc1 (bij kortsluiting in B1) v ofwel Icc2 + Icc3 (bij kortsluiting in A1) c moet het onderbrekingsvermogen van de vertrekvermogensschakelaar D4 of D5 groter zijn dan Icc1 + Icc2 + Icc3. in functie van het aantal en het vermogen van de voedingstransformatoren (bij één enkele transformator schrijft de tabel een vaste vermogensschakelaar voor.03 6 5.3 630 1 535 25.6 609 10.46 6 2.2 400 974 23.67 4 2.29 6 10.06 4 2.34 6 2 390 6. bij meerdere transformatoren een uitrijdbare en een vaste vermogensschakelaar) c het type van de vertrekvermogensschakelaar in functie van de bronnen en de nominale stroomsterkte van het vertrek (de in de tabel aangegeven vermogensschakelaars mogen vervangen worden door begrenzende vermogensschakelaars indien men wenst gebruik te maken van de filiatietechniek met andere vermogensschakelaars.07 6 3.9 3 520 54.5 1 250 1 600 2 000 2 500 Opm.en vertrekvermogensschakelaars in functie van het aantal en het vermogen van de voedingstransformatoren De keuze van een vermogensschakelaar voor de beveiliging van een stroomkring hangt hoofdzakelijk af van deze twee criteria: c de nominale stroom van de voeding of de verbruiker. De uiteindelijke keuze zal bepaald worden door de gewenste opties (let op: het zou ook mogelijk zijn vaste vermogensschakelaars CM1250N te installeren).04 4 1.29 6 10.5 2 816 44.01 6 19.71 6 10.29 6 9.1 141 3.16 6 12. (1) Om meerdere transformatoren parallel te kunnen schakelen dienen ze aan de volgende voorwaarden te voldoen: c zelfde Ucc c dezelfde transformatieverhouding c dezelfde koppeling c de verhouding tussen de vermogens van twee transformatoren mag ten hoogste 2 bedragen.66 6 4. Oliegevulde driefasige transformator vermogen in kVA 50 100 160 237 V In (A) Icc (kA) Ucc (%) verliezen koper (kW) 410 V In (A) Icc (kA) Ucc (%) verliezen koper (kW) 122 3. c Vertrekvermogensschakelaars: een vermogensschakelaar NS 400H voor het vertrek van 400 A.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Kringen gevoed door meerdere parallelle transformatoren Maximale kortsluitstroom stroomafwaarts van een MS/LS-transformator De waarden in de onderstaande tabel stemmen overeen met een driefasige kortsluiting aan de laagspanningsklemmen van een MS/LS-transformator. die aangesloten is op een net met een kortsluitvermogen van 500 MVA.59 4 2.64 6 9.5 630 1 535 37. 3 Tr 800 kVA 20 kV/400 V DG1 DG2 DG DG3 DP1 DP2 DP3 vertrek départ 400 A départ vertrek 100 A vertrek départ 200 A K72 Gids laagspanningsverdeling 2003 .5 400 974 16.01 6 24.16 6 15.16 6 31.5 563 13. Driefasige droge gietharstransformator TRIHAL vermogen in kVA 100 160 250 237 V In (A) Icc (kA) Ucc (%) verliezen koper (kW) 410 V In (A) Icc (kA) Ucc (%) verliezen koper (kW) 244 4.: de toegekende vermogens zijn afkomstig van het Europees harmonisatiedocument HD 428. die bepaalt welk onderbrekingsvermogen het apparaat minimaal moet hebben.88 4 4.1 390 9.5 444 7.7 1 760 28.2 1 000 2 436 39.7 1 408 22.4 500 1 218 19. die het passend kaliber van het apparaat bepaalt c de maximale kortsluitstroom op het betrokken punt.50 4 6.29 6 12. ofwel vermogensschakelaars NS1250N uitrijdbaar.05 6 2 141 2.16 6 22. Met behulp van de tabel hiernaast kan men het volgende bepalen: c het type van de aankomstvermogensschakelaar. Welke vermogensschakelaars moet men voorzien voor de aankomsten en de vertrekken? c Aankomstvermogensschakelaars: ofwel Masterpact NT12H1 uitrijdbaar.: de toegekende vermogens zijn afkomstig van het Europees harmonisatiedocument HD 538. Keuze van de aankomst.3 250 609 15.2 352 8. stroomafwaarts van het vertrek).76 4 1.74 6 2.69 4 3.32 70 1.8 2 253 35.54 6 6. een van 200 A en een van 100 A.5 3 520 54.50 4 2.

Ucc (%) 4 4 4 4 4 4 6 6 6 6 6 6 6 4 4 4 4 4 4 6 6 6 6 6 6 6 4 4 4 4 4 4 6 6 6 6 6 Icc (kA) 2 4 6 9 14 22 19 23 29 36 45 55 74 2 4 6 9 14 22 19 23 29 36 45 55 74 2 4 6 9 14 22 19 23 29 36 45 min. transformator P (kVA) In (kA) 1 transformator 50 70 100 141 160 225 250 352 400 563 630 887 800 1127 1000 1408 1250 1760 1600 2253 2000 2816 2500 3520 3150 4436 2 transformatoren 50 70 100 141 160 225 250 352 400 563 630 887 800 1127 1000 1408 1250 1760 1600 2253 2000 2816 2500 3520 3150 4436 3 transformatoren 50 70 100 141 160 225 250 352 400 563 630 887 800 1127 1000 1408 1250 1760 1600 2253 2000 2816 .v. vertrek 2 4 6 9 14 22 19 23 29 36 45 55 74 4 7 12 18 28 44 37 46 57 72 89 110 148 6 11 17 27 42 65 55 69 85 107 133 vertrekvermogensschakelaar 160 250 y 100 NS100N NS100N NS100N NS100N NS100N NS100N NS100N NS100N NS100H NS100H NS100H NS100H NS100L NS100N NS100N NS100N NS100N NS100H NS100H NS100H NS100H NS100H NS100L NS100L NS100L NS100L NS100N NS100N NS100N NS100H NS100H NS100H NS100H NS100H NS100L NS100L NS100L 400 630 NS160N NS160N NS160N NS160N NS160N NS160N NS160N NS160N NS160N NS160H NS160H NS160L NS160N NS160N NS160N NS160N NS160N NS160H NS160H NS160H NS160H NS160L NS160L NS160L NS160L NS160N NS160N NS160N NS160N NS160H NS160H NS160H NS160H NS160L NS160L NS160L NS250N NS250N NS250N NS250N NS250N NS250N NS250N NS250N NS250H NS250H NS250L NS400N NS400N NS400N NS400N NS400N NS400N NS400N NS400N NS400H NS400L NS630N NS630N NS630N NS630N NS630N NS630N NS630N NS630H NS630L NS250N NS250N NS250N NS250N NS250H NS250H NS250H NS250H NS250L NS250L NS250L NS250L NS250N NS250N NS250N NS250N NS250H NS250H NS250H NS250H NS250L NS250L NS250L NS400N NS400N NS400N NS400N NS400N NS400H NS400H NS400L NS400L NS400L NS400L NS630N NS630N NS630N NS630N NS630H NS630H NS630L NS630L NS630L NS630L NS400N NS400N NS400N NS400N NS400H NS400H NS400H NS400L NS400L NS400L NS630N NS630N NS630N NS630H NS630H NS630H NS630L NS630L NS630L Oplossing volgens gegevens van tabellen op K72 Gids laagspanningsverdeling 2003 K73 . met een omgevingstemperatuur van 40°C. aankomst (kA) 2 4 6 9 14 22 19 23 29 36 45 55 74 2 4 6 9 14 22 19 23 29 36 45 55 74 4 7 12 18 28 44 37 46 57 72 89 aankomstvermogensschakelaar NS100N TM-D / STR22SE NS160N TM-D / STR22SE NS250N TM-D / STR22SE NS400N STR23SE / 53UE NS630N STR23SE / 53UE NS1000N NT10H1 NW10N1 Micrologic NS1250N NT12H1 NW12N1 Micrologic NS1600N NT16H1 NW16N1 Micrologic NW20N1 Micrologic NW25H1 Micrologic NW32H1 Micrologic NW40H1 Micrologic NW50H1 Micrologic NS100N TM-D / STR22SE NS160N TM-D / STR22SE NS250N TM-D / STR22SE NS400N STR23SE / 53UE NS630N STR23SE / 53UE NS1000N NT10H1 NW10N1 Micrologic NS1250N NT12H1 NW12N1 Micrologic NS1600N NT16H1 NW16N1 Micrologic NW20N1 Micrologic NW25H1 Micrologic NW32H1 Micrologic NW40H1 Micrologic NW50H1 Micrologic NS100N TM-D / STR22SE NS160N TM-D / STR22SE NS250N TM-D / STR22SE NS400N STR23SE / 53UE NS630N STR23SE / 53UE NS1000N NT10L1 NW10H1 Micrologic NS1250N NT12H1 NW12N1 Micrologic NS1600N NW16H1 Micrologic NW20H1 Micrologic NW25H2 Micrologic NW32H2 Micrologic min o.v.1c Berekeningshypothesen : c het kortsluitvermogen van het stroomopwaartse net is niet bekend c transformatoren 20 kV / 400 V c tussen elke transformator en de overeenstemmende vermogensschakelaar bevinden zich 5 m éénpolige kabels c tussen een aankomstvermogensschakelaar en een vertrekvermogensschakelaar bevindt zich 1 m rail c het materieel is geïnstalleerd in een bord. o.

10 smv. 32 1.5 C60a 16 1. stroomsterkte automaat 16A 20A 25A 40A 63A 80A 100A 125A K74 Gids laagspanningsverdeling 2003 . 20 Toelaatbare stroom in elektrische leidingen volgens het A. 16 smv.I.5 4 6 10 16 25 35 In smeltveiligheid 10A 16A 20A 32A 50A 63A 80A 100A Nom. 16 smv. 10 2.B.5 (1) C60a 16 smv. van 27/07/81.5 C60a 20 smv. 16 10 1. smv. vermogen) Elektrische verwarming 1.5 C60a 16 smv. B. 32 1. van de geleiders (mm2). van de geleiders (mm2).R. 1-fasige kring (2) beveiligingsinrichting nominale stroom (A) Doorsn.5 C60a 20 2.E.E. 20 smv. van 21/10/81). Indien nodig kan men hierbij rekening houden met hun gebruikskarakteristieken en het al dan niet gelijktijdig in bedrijf zijn van de toestellen. 10 smv. 3-fasige kring (3) beveiligingsinrichting nominale stroom (A) Verlichting (vast) Contactdozen Vaatwasmachine Wasautomaat WaterKookapparaten verwarmer (volg. algemene regels (Volgens het A. Doorsnede (mm2) 1.S.5 C60a 20 smv. Elektrische beveiliging van de vertrekken De doorsnede van de geleiders en het kaliber van de beveiligingsinrichtingen stemmen in de praktijk overeen met de waarden in de onderstaande tabel.5 (1) C60a smv. nulleider en aarding) dienen dezelfde doorsnede te hebben. 16 6 (1) C60a 40 4 (1) C60a 25 smv.5 C60a 16 smv. = smeltveiligheid (1) minimum toegelaten bij vaste aansluiting (2) éénfasig = 230 V (3) driefasig = 3 x 230 V Doorsn.I.5 C60a 20 2.R.5 2.Studie van een installatie Beveiliging van kringen Huishoudelijke installaties benodigd vermogen Bij het bepalen van de karakteristieken van de voedingslijn(en) dient men het benodigd vermogen voor de installatie te ramen op basis van de nominale stroomsterkte der diverse verbruikers.5 C60a 16 1. 16 2. 10 6 (1) C60a 40 4 (1) C60a 25 smv. Alle geleiders van eenzelfde kring (fase. + M. 10 smv.

K76 K77 K78 K78 Gids laagspanningsverdeling 2003 K75 .1d 1 studie van een installatie 1d beveiliging van LS/LS-transformatoren presentatie beveiliging met automaten Multi 9 beveiliging met vermogensschakelaars Compact NS beveiliging met vermogensschakelaars Masterpact pag.

teneinde de beveiliging van LS/LS-transformatoren te optimaliseren. I Î 1 piek 1ère crête Î 1ere crête 10 tot 25 10 à 25 In 10 à 25InIn ste In θ t Keuze van de beveiliging primaire eenroulement wikkeling primaire Bij een transformator met transformatieverhouding 1 en een vermogen van minder dan 5 kVA kan men bij ongewenst uitschakelen van de vermogensschakelaar stroomopwaarts en alvorens een vermogensschakelaar met hoger kaliber te kiezen de aansluiting van voeding en verbruiker omwisselen (de inschakelstroom varieert van enkel tot dubbel naargelang de primaire wikkeling zich aan de binnen. nodig op het punt van installatie. H. K76 Gids laagspanningsverdeling 2003 . Keuzemethode voor vermogensschakelaars en hun losserblok : c bereken op voorhand de nominale stroom van de primaire wikkeling van de transformator : v In = P kVA/eUn bij driefasige transformatoren v In = P kVA/Un bij éénfasige transformatoren c kies de vermogensschakelaar en de thermisch-magnetische (TMD) of elektronische (STR) beveiliging in functie van de instelbehoeften Ir en van het onderbrekingsvermogen (N. H of L gebeurt in functie van het onderbrekingsvermogen dat nodig is op de plaats waar de automaat/ vermogensschakelaar geïnstalleerd wordt. Voor het uitvoeren van de proefnemingen werd gebruik gemaakt van genormaliseerde transformatoren. Merlin Gerin heeft een uitgebreide reeks proefnemingen uitgevoerd. L). Deze tabellen gaan uit van een piekfactor 25. Keuzemogelijkheden Er zijn verscheidene oplossingen om de primaire kring van LS/LS-transformatoren te beveiligen: c hetzij met magnetisch-thermische lossers c hetzij met elektronische beveiligingsunits. De elektronische beveiligingsunits beschikken over een meer uitgebreide thermische instellingsdynamiek waardoor er een ruimere keuze ontstaat qua vermogen van de te beveiligen transformator (voorbeeld: niet-genormaliseerd transformatorvermogen. De piekwaarde van de eerste golf bereikt vaak een waarde van 10 tot 15 maal de effectieve nominale stroom van de transformator en kan bij vermogens van minder dan 50 kVA zelfs oplopen tot 20 tot 25 maal de nominale stroom. De in de nevenstaande tabellen voorgestelde automaten Multi 9 en vermogensschakelaars Compact NS laten toe: c de transformator te beveiligen bij abnormale belasting c elke ongewenste uitschakeling te voorkomen bij het onder spanning brengen van de primaire wikkeling c de elektrische duurzaamheid van de automaat of vermogensschakelaar te vrijwaren. Zij geven de te gebruiken automaat/ vermogensschakelaar aan in functie van: c de primaire voedingsspanning (230 of 400 V) c het type transformator (éénfasig of driefasig). niet-standaard bedrijfsspanning. Hun belangrijkste karakteristieken zijn opgenomen in de nevenstaande tabellen. Zij gaan uit van de meest voorkomende constructie. waarmee men rekening moet houden bij het kiezen van een beveiligingsinrichting tegen overstromen. Deze overgangsstroom bij het inschakelen wordt echter in enkele milliseconden gedempt. De keuze tussen een type N.of aan de buitenzijde bevindt).Studie van een installatie Beveiliging van LS/LS-transformatoren Presentatie Aanspreekstroom bij het onder spanning brengen Bij het onder spanning brengen van LS/LStransformatoren treden zeer hoge aanspreekstromen op. overbemeting van de vermogensschakelaar voor toekomstige uitbreiding…) De vermogensschakelaars die in deze tabellen worden voorgesteld houden rekening met de inschakelstroom bij het onder spanning brengen van de transformator (I piek bij inschakeling (in A) i 25 In). namelijk met de primaire wikkeling aan de buitenzijde (in tegenovergesteld geval: gelieve ons te raadplegen).

9 4.5 6.1 0.5 7.2 4 3 2.4 0.63 2.5 7 5.25 1.1 0.7 8 20 10 25 12.9 4.5 54.5 automaat.2 4.9 5.8 0.1 transformator P (kVA) In (A) 5 12.2 16 40 20 50 Ucc (%) 5.9 6.6 7 2.1 1.5 6.5 9.5 31 16 40 20 50.3 5.9 5.8 10 43.6 5.3 Ucc (%) 13 10.8 1 4.7 50 72.9 5.3 5.5 6.5 18 16 23 20 29 25 36 31.3 9 8 11.5 1. curve D of K type C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 NG125 / C120 NG125 / C120 NG125 / C120 automaat.3 kaliber of losser 20 25 32 40 40 50 63 80 Eénfasige transformatoren Primaire wikkeling 400 V transformator P (kVA) In (A) 1 5 1.8 8 20 10 25 12.2 4 3 2.5 4. curve D of K type C60 C60 C60 C60 C60 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 NG125 / C120 NG125 / C120 NG125 / C120 kaliber of losser 1 2 3 4 6 10 16 20 25 32 63 80 100 100 Gids laagspanningsverdeling 2003 K77 .9 5.16 0.25 4 10 5 12.3 27.9 5 5 5 5 4.7 Ucc (%) 4.5 11 4 18 5 22 6.1 5 5 5 5 5 automaat.3 15.5 12.4 12.7 0.4 40 57. curve D of K type C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 / C120 NG125 / C120 kaliber of losser 10 16 20 25 32 40 40 50 63 80 100 Primaire wikkeling 230 V Ucc (%) 4.3 5 5 5 automaat.4 1.9 4.2 4.5 10 14.4 8 34.3 15.5 45. curve D of K type C60 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 C60 / NG125 / C120 C60 / NG125 / C120 NG125 / C120 NG125 / C120 kaliber of losser 6 10 16 20 32 40 50 63 63 80 100 Primaire wikkeling 230 V transformator P (kVA) In (A) 0.6 4 2.9 4.2 25 62.Beveiliging met automaten Multi 9 1d Driefasige transformatoren Primaire wikkeling 400 V transformator P (kVA) In (A) 5 7.6 5.5 31.

8 0.0/7. uitgerust met een magnetothermische losser TM-D vermogen van de transformator (kVA) 230 V éénfasig 230 V driefasig 400 V driefasig 400 V éénfasig 3 5 tot 6 9 tot 10 5 8 tot 9 14 tot 16 7 tot 9 13 tot 16 22 tot 28 12 tot 15 20 tot 25 35 tot 44 16 tot 19 26 tot 32 45 tot 56 18 tot 23 32 tot 40 55 tot 69 23 tot 29 40 tot 50 69 tot 87 29 tot 37 51 tot 64 89 tot 111 37 tot 46 64 tot 80 111 tot 139 beveiliging vermogensschakelaar NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS160N/H/L NS160N/H/L NS250N/H/L NS250N/H/L losser TM16D TM25D TM40D TM63D TM80D TM100D TM125D TM160D TM200D Compact NS100 tot NS630.8 In.8 0.0/7. H of L met losser TMD 40 A ingesteld op 0.0/7. NW. inst.0/7.0 A instelling Ir max 1 90 tot 230 159 tot 398 277 tot 693 Micrologic 5. Compact NS100 tot NS250. 400 V. uitgerust met een elektronische beveiligingsunit vermogen van transformator (kVA) 230 V éénfasig 230 V driefasig 400 V driefasig 400 V éénfasig 74 tot 184 127 tot 319 222 tot 554 beveiliging vermogensschakelaar NS800N/H/L NT08H1 NW08N1/H1 NS1000N/H/L NT10H1/L1 NW10N1/H1 NS1250N/H NT12H1/L1 NW12N1/H1 NS1600N/H NW16N1/H1 NW20H1/L1 NW25H2/H3 NW32H2/H3 losser type Micrologic 5.0 A 1 147 tot 368 184 tot 460 230 tot 575 294 tot 736 256 tot 640 320 tot 800 400 tot 1000 510 tot 1280 443 tot 1108 554 tot 1385 690 tot 1730 886 tot 2217 Micrologic 5.8 0. We kiezen een NS100N. uitgerust met een elektronische beveiligingsunit STR vermogen van de transformator (kVA) 230 V éénfasig 230 V driefasig 400 V driefasig 400 V éénfasig 4 tot 7 6 tot 13 11 tot 22 9 tot 19 16 tot 32 27 tot 56 15 tot 30 25 tot 52 44 tot 90 23 tot 46 40 tot 80 70 tot 139 37 tot 74 64 tot 128 111 tot 222 58 tot 115 100 tot 200 175 tot 346 beveiliging vermogensschakelaar NS100N/HL NS100N/H/L NS160N/H/L NS250N/H/L NS400N/H/L NS630N/H/L losser STR22SE 40 STR22SE 100 STR22SE 160 STR22SE 250 STR23SE 400 STR23SE 630 max.8 0.0 A Micrologic 5. éénfasig c In = 8000/230 = 35 A.0 A 1 115 tot 288 200 tot 498 346 tot 866 Micrologic 5. driefasig c In = 125000/ex 400 = 180 A.0/7.0 A Micrologic 5. lr 0.8 Vermogensschakelaar Compact NS 800 tot 1600 en Masterpact NT. Keuzevoorbeeld met elektronische beveiligingsunit STR : c beveiliging van een transformator van 125 kVA.0 A 1 1 1 1 K78 Gids laagspanningsverdeling 2003 . Wij kiezen een NS250N. H of L met losser STR22SE 250 A ingesteld op 0.8 0.9 In.0 A Micrologic 5.Studie van een installatie Beveiliging van LS/LS-transformatoren Beveiliging met vermogensschakelaars Compact NS en Masterpact Vermogensschakelaar Compact NS Keuzevoorbeeld met thermischmagnetische losser TMD : c beveiliging van een transformator van 8 kVA. NW Compact NS en Masterpact NT.9 x0.0/7. 230 V.0/7.

Masterpact/Canalis KHF Compact NS. Masterpact/Canalis KTA K80 K81 K82 K83 K83 K84 K85 K86 Gids laagspanningsverdeling 2003 K79 . Masterpact/Canalis KHF Compact NS. Masterpact/Canalis KSA Compact NS. coördinatie vermogensschakelaar/ geprefabriceerd railkokersysteem spanning 380/415 V Compact NS.1e 1 Studie van een installatie 1e beveiliging van railkokersystemen pag. Masterpact/Canalis KSA Compact NS. Masterpact/Canalis KVA Compact NS. Masterpact/Canalis KTA spanning 660/690 V Compact NS.

Automaten Multi 9 Bij de railkokersystemen Canalis van het type KBA en KBB is het nodig de grens van de elektrodynamische beveiliging van de railkoker te controleren (overeenkomstig de gids UTE C 15-107. Voorbeeld Twee transformatoren van 630 kVA/400 V (Ucc 4%) voeden een LS-hoofdverdeelbord. 630 kVA 400 V 630 kVA 400 V LS-hoofdverdeelbord TGBT Icc présumé Icc ideëel 44 kA 45 kA 30 m kabel 30 m câble cuivre Koper PRC PRC 2 2 240 / phase x x 240 mm2 per fase ? Icc ideëel Icc présumé 32. voedt op haar beurt een geprefabriceerd railkokersysteem Canalis KSA 160. Hierbij geldt: Ib = gebruiksstroom Ir = instelstroom van de vermogensschakelaar Inc = nominale stroom van het railkokersysteem. Voor de railkokersystemen Canalis van het type KN/KSA 100 geldt dat ze beveiligd zijn tot aan het onderbrekingsvermogen van de Multi 9automaat die ermee gecombineerd is. Voor de aftakking kan een vermogensschakelaar NS160N gebruikt worden (onderbrekingsvermogen = 36 kA > 32.Studie van een installatie Beveiliging van railkokersystemen Coördinatie vermogensschakelaar/ geprefabriceerd railkokersysteem Bij de keuze van een automaat of vermogensschakelaar voor de beveiliging van een geprefabriceerd railkokersysteem dient men rekening te houden met: c de gebruikelijke regels wat betreft de instelstroom van de vermogensschakelaar.2 kA). met name: Ib i Ir i Inc. Welke vermogensschakelaar moet gebruikt worden voor dit ondervertrek? Uit de bijgaande tabel blijkt dat een vermogensschakelaar NS630N moet geïnstalleerd worden (onderbrekingsvermogen = 45 kA > 44 kA). Welke vermogensschakelaar moet hier gebruikt worden? Een aftakking. Dit apparaat beveiligt de Canalis-railkoker KSA 160 tot 36 kA. transport en aftakkingen met lage dichtheid railkokersysteem voor aftakkingen met grote dichtheid middelgroot vermogen KVA 200 tot 800 A KSA 100 tot 800 A groot vermogen KTA 1000 tot 4000 A KHF 1000 tot 4500 A Coördinatietabellen Vermogensschakelaars Compact NS en Masterpact De coördinatietabellen betreffende de vermogensschakelaars Compact NS en Masterpact en de railkokersystemen Canalis van Telemecanique geven rechtstreeks de maximale kortsluitstroom waartegen de Canalis-railkoker beveiligd is. te beveiligen door een vermogensschakelaar.2 kA. De verschillende railkokersystemen van Telemecanique type railkokersysteem railkokersysteem voor verbindingen. De ideële kortsluitstroom op het railkokersysteem bedraagt 32. Dit apparaat beveiligt de Canalis-railkoker KSA 630 tot 45 kA.2 kA Canalis KSA 630 ? Canalis KSA 160 K80 Gids laagspanningsverdeling 2003 . Een van de vertrekken voedt een geprefabriceerd railkokersysteem Canalis KSA 630 via een 30 m lange PRC-kabel van 2 x 240 mm2 koper per fase. in functie van het type van de geprefabriceerde railkoker en het type van de beveiligende vermogensschakelaar. met een ideële Icc op het railstel van 44 kA.2 kA 32. c het elektrodynamisch houdvermogen van het railkokersysteem: de piekstroom Î begrensd door de vermogensschakelaar dient lager te liggen dan het elektrodynamisch houdvermogen (of de toegekende piekstroom) van het railkokersysteem.

1e 380/415 V Compact NS. NS100N NS100H NS100L NS160N NS160H NS160L NS250N NS250H NS250L NS400N NS400H NS400L NS630N NS630H NS630L NS800N NS800H NS800L NS1000N NS1000H NS1000L NS1250N NS1250H NT08H1 NT10H1 NT12H1 NT08L1 NT10L1 NW08N1 NW10N1 NW12N1 NW08H1 NW10H1 NW12H1 NW10H2 NW12H2 NW08L1 NW10L1 NW12L1 KSA-10 100 25 25 25 20 20 20 17 17 17 KSA-16 160 25 70 90 36 70 70 36 55 55 30 30 30 KSA-25 250 KSA-31 315 KSA-40 400 KSA-50 500 KSA-63 630 KSA-80 800 36 70 150 36 70 150 45 45 45 30 30 30 36 70 150 45 70 130 45 70 80 45 70 150 45 70 150 45 70 150 45 70 150 32 32 120 Masterpact 24 24 24 55 55 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 26 26 26 70 70 26 26 26 26 26 26 26 26 26 26 26 32 32 32 120 120 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 45 70 150 38 38 150 38 38 150 38 38 38 38 38 150 150 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 Gids laagspanningsverdeling 2003 K81 . Masterpact / Canalis KSA type railkokersysteem Canalis kaliber van het railkokersysteem (in A bij 35 °C) Compact NS type vermogensschakelaar Icc max. in kA eff.

NS800H NS800L NS1000N NS1000H NS1000L NS1250N NS1250H NS1600N NS1600H NT08H1 Masterpact NT10H1 NT12H1 NT16H1 NT08L1 NT10L1 NW08N1 NW10N1 NW12N1 NW16N1 NW20N1 NW08H1 NW10H1 NW12H1 NW16H1 NW20H1 NW25H1 NW32H1 NW40H1 NW50H1 NW63H1 NW10H2 NW12H2 NW16H2 NW20H2 NW25H2 NW32H2 NW40H2 NW40bH2 NW50H2 NW63H2 NW25H3 NW32H3 NW40H3 NW08L1 NW10L1 NW12L1 NW16L1 NW20L1 KHF 1000 28 28 70 28 28 70 28 28 KHF 1200 KHF 1450 KHF 2200/2500 KHF 3000/3400 KHF 4000/4500 28 28 28 28 80 80 28 28 28 28 28 28 28 28 28 28 28 38 38 150 38 38 38 38 38 38 38 38 150 150 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 48 48 150 48 48 48 48 38 38 38 38 150 150 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 42 42 42 42 65 65 65 65 65 92 92 65 65 65 65 100 100 65 65 100 100 28 28 28 28 28 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 28 38 38 92 92 92 92 92 92 92 92 92 92 92 100 100 100 100 117 117 117 117 117 117 100 100 147 147 147 147 147 28 28 28 28 28 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 150 150 150 K82 Gids laagspanningsverdeling 2003 .Studie van een installatie Beveiliging van railkokersystemen Coördinatie vermogensschakelaar/ geprefabriceerd railkokersysteem 380/415 V Compact NS. Masterpact / Canalis KHF type railkokersysteem Canalis kaliber van het railkokersysteem (in A bij 35 °C) type vermogensschakelaar Compact NS NS800N Icc max. in kA eff.

NS1000H NS1000L NS1250N NS1250H NS1600N NS1600H Masterpact NT10H1 NT12H1 NT16H1 NT10L1 NW10N1 NW12N1 NW16N1 NW20N1 NW10H1 NW12H1 NW16H1 NW20H1 NW25H1 NW32H1 NW40H1 NW40bH1 NW50H1 NW10H2 NW12H2 NW16H2 NW20H2 NW25H2 NW32H2 NW40H2 NW40bH2 NW50H2 NW25H3 NW32H3 NW40H3 NW10L1 NW12L1 NW16L1 NW20L1 KTA-10 1000 40 40 150 40 40 40 40 40 40 40 150 40 40 40 40 40 40 KTA-12 1200 KTA-16 1600 KTA-20 2000 KTA-25 2500 KTA-30 3000 KTA-40 4000 50 50 50 50 42 42 42 150 42 42 42 50 50 50 60 60 60 60 42 42 42 150 42 42 42 42 60 60 60 60 60 42 42 42 150 42 42 42 42 65 65 65 65 65 42 42 65 65 65 65 65 80 65 65 65 65 65 86 65 65 90 90 40 40 40 50 50 50 60 60 60 60 60 72 72 72 72 72 80 80 80 80 80 80 80 80 80 86 86 86 86 86 86 86 86 86 90 90 90 90 90 90 60 72 40 40 55 55 80 80 80 80 140 140 150 150 150 Gids laagspanningsverdeling 2003 K83 . in kA eff.1e Compact NS. NS250H NS250L NS400N NS400H NS400L NS630N NS630H NS630L NS800N NS800H NS800L NS1000N NS1000H NS1000L KVA-20 35 70 100 35 35 35 KVA-31 200 KVA-40 315 KVA-50 400 KVA-63 500 KVA-80 630 800 45 70 150 45 70 150 45 70 150 45 70 150 45 70 150 45 70 150 45 70 150 45 70 150 32 32 120 38 38 150 38 38 150 Compact NS. in kA eff. Masterpact / Canalis KVA type railkokersysteem Canalis kaliber van het railkokersysteem (in A bij 35 °C) type vermogensschakelaar Compact NS NS250N Icc max. Masterpact / Canalis KTA type railkokersysteem Canalis kaliber van het railkokersysteem (in A bij 35 °C) NS1000N type vermogensschakelaar Compact Icc max.

NS100L NS160N NS160H NS160L NS250N NS250H NS250L NS400N NS400H NS400L NS630N NS630H NS630L NS800N NS800H NS800L NS1000N NS1000H NS1000L Masterpact NT08H1 NT10H1 NT12H1 NT08L1 NT10L1 NW08N1 NW10N1 NW12N1 NW08H1 NW10H1 NW12H1 NW10H2 NW12H2 NW08L1 NW10L1 NW12L1 KSA-10 100 8 10 20 8 10 20 8 10 15 KSA-16 160 8 10 75 8 10 75 8 10 20 10 17 14 KSA-25 250 KSA-40 400 KSA-50 500 KSA-63 630 KSA-80 800 8 10 75 8 10 20 10 20 28 10 20 35 10 20 35 10 20 35 26 26 75 10 20 35 30 32 75 24 24 24 25 25 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 26 26 26 25 25 26 26 26 26 26 26 26 26 26 26 26 32 32 32 25 25 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 20 20 35 30 38 75 30 38 35 38 38 38 25 25 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 K84 Gids laagspanningsverdeling 2003 .Studie van een installatie Beveiliging van railkokersystemen Coördinatie vermogensschakelaar/ geprefabriceerd railkokersysteem 660/690 V Compact NS. Masterpact / Canalis KSA type railkokersysteem Canalis kaliber van het railkokersysteem (in A bij 35 °C) NS100N type vermogensschakelaar Compact NS100H Icc max. in kA eff.

in kA eff. Masterpact / Canalis KHF type railkokersysteem Canalis kaliber van het railkokersysteem (in A bij 35 °C) type vermogensschakelaar Compact Icc max.1e Compact NS. NS800N NS800H NS800L NS1000N NS1000H NS1000L NS1250N NS1250H NS1600N NS1600H NT08H1 NT10H1 NT12H1 NT16H1 NT08L1 NT10L1 NW08N1 NW10N1 NW12N1 NW16N1 NW20N1 NW08H1 NW10H1 NW12H1 NW16H1 NW20H1 NW25H1 NW32H1 NW40H1 NW40bH1 NW50H1 NW63H1 NW10H2 NW12H2 NW16H2 NW20H2 NW25H2 NW32H2 NW40H2 NW50bH2 NW50H2 NW63H2 NW25H3 NW32H3 NW40H3 NW08L1 NW10L1 NW12L1 NW16L1 NW20L1 KHF 1000 28 28 75 28 28 35 28 28 28 28 28 28 28 28 25 25 28 28 28 28 28 28 28 28 28 28 28 KHF 1200 KHF 1450 KHF 2200/2500 KHF 3000/3400 KHF 4000/4500 Masterpact 30 38 35 30 38 30 38 38 38 38 38 25 25 30 48 35 30 48 30 48 38 38 38 38 25 25 30 42 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 65 65 65 65 65 92 92 92 65 65 65 65 100 100 100 65 65 100 100 100 28 28 28 28 28 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 28 38 38 85 85 85 85 85 92 92 92 92 92 92 85 85 85 85 100 100 100 100 100 100 85 85 100 100 100 100 100 28 28 28 28 28 38 38 38 38 38 38 38 38 38 38 100 100 100 Gids laagspanningsverdeling 2003 K85 .

Masterpact NS1000N NS1000H NS1000L NS1250N NS1250H NS1600N NS1600H NT10H1 NT12H1 NT16H1 NT10L1 NW10N1 NW12N1 NW16N1 NW20N1 NW10H1 NW12H1 NW16H1 NW20H1 NW25H1 NW32H1 NW40H1 NW40bH1 NW50H1 NW10H2 NW12H2 NW16H2 NW20H2 NW25H2 NW32H2 NW40H2 NW40bH2 NW50H2 NW25H3 NW32H3 NW40H3 NW10L1 NW12L1 NW16L1 NW20L1 KTA-10 1000 30 40 35 30 40 30 40 40 40 40 25 40 40 40 40 40 40 40 KTA-12 1200 30 42 35 30 42 30 42 42 42 42 25 42 42 42 42 50 50 50 KTA-16 1600 KTA-20 2000 KTA-25 2500 KTA-30 3000 KTA-40 4000 42 42 42 25 42 42 42 42 60 60 60 60 42 42 42 25 42 42 42 42 65 65 65 65 42 65 65 65 65 65 80 65 65 65 65 65 86 65 65 90 90 40 40 40 50 50 50 60 60 60 60 60 72 72 72 72 72 80 80 80 80 80 80 80 80 80 86 86 86 86 86 86 86 86 86 85 85 90 90 90 90 60 72 40 40 50 50 65 65 65 65 100 100 100 100 K86 Gids laagspanningsverdeling 2003 . in kA eff. Masterpact / Canalis KTA type railkokersysteem Canalis kaliber van het railkokersysteem (in A bij 35 °C) Compact type vermogensschakelaar Icc max.Studie van een installatie Beveiliging van railkokersystemen Coördinatie vermogensschakelaar/ geprefabriceerd railkokersysteem 660/690 V Compact NS.

(kA) 70 Opgedreven onderbrekingsverm. en afw. stroomopwaartse railkoker vermogensschakelaar stroomafwaarts opgedreven bescherming van stroomafwaartse railkoker stroomafwaartse railkoker Nominale stroomsterkte van stroomopwaartse railkoker : 1600 A Stroomopw.400 A 500 . (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. vermogenssch.0 KTA-16 1600 A 70 NS100N 40 A KN 40 A 70 70 50 TMD / STR22SE 63 A 100 A KN KN 63 A 100 A 70 70 50 70 70 50 Limiet van selectiviteit tussen opw. vermogenssch.630 A 45 50 50 40 50 50 NS1600N Micrologic 5. canalisatie (kA) Stroomafw. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker NS1600H Micrologic 5. railkoker (kA) NS1600N Micrologic 5. beveiligingsunit Stroomopw. vermogenssch. vermogenssch.0 KTA-16 1600 A 70 NS100N NS160N TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 70 70 70 NS250N KSA 250 A 70 70 70 NS400N NS630N STR23SE / STR53UE KSA / KVA 315 .1e Filiatie en versterkte selectiviteit door coördinatie Spanning : 380/415 V voeding stroomopwaarts vermogensschakelaar stroomopwaarts niveau van beveiliging van stroomopwaartse canalisatie filiatie en versterkte selectiviteit tussen de 2 vermogenssch. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker (kA) Gids laagspanningsverdeling 2003 K87 .630 A 45 70 70 40 70 70 NS1600H Micrologic 5.0 KTA-16 1600 A 50 NS100N 40 A KN 40 A 50 50 50 TMD / STR22SE 63 A 100 A KN KN 63 A 100 A 50 50 50 50 50 50 Stroomopw. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. 70 van afw.0 KTA-16 1600 A 50 NS100N NS160N TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 50 50 50 50 50 50 NS250N KSA 250 A 50 50 50 NS400N NS630N STR23SE / STR53UE KSA / KVA 315 .400 A 500 . (kA) Limiet van versterkte bescherming 70 van afw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. en afw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. vermogenssch. vermogenssch.

Studie van een installatie Beveiliging van railkokersystemen

Coördinatie vermogensschakelaar/ geprefabriceerd railkokersysteem Filiatie en versterkte selectiviteit door coördinatie
NS1250N Micrologic 5.0 KTA-12 1200 en 1350 A 50 NS250N KSA 250 A 50 50 50 NS400N NS630N STR23SE / STR53UE KSA / KVA 315 - 400 A 500 - 630 A 45 50 50 40 50 50 NS100N 40 A KN 40 A 50 50 50 TMD / STR22SE 63 A 100 A KN KN 63 A 100 A 50 50 50 50 50 50

Nominale stroomsterkte van stroomopwaartse railkoker : 1200 en1350 A
Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA) NS1250N Micrologic 5.0 KTA-12 1200 en 1350 A 50 NS100N NS160N TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 50 50 50 50 50 50

Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA)

NS1250H Micrologic 5.0 KTA-12 1200 en 1350 A 70 NS100N NS160N TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 70 70 70 70 70 70 NS250N KSA 250 A 70 70 70 NS400N NS630N STR23SE / STR53UE KSA / KVA 315 - 400 A 500 - 630 A 45 70 70 40 70 70

NS1250H Micrologic 5.0 KTA-12 1250 en 1350 A 70 NS100N 40 A KN 40 A 70 70 50 TMD / STR22SE 63 A 100 A KN KN 63 A 100 A 70 70 50 70 70 50

Nominale stroomsterkte van stroomopwaartse railkoker : 1000 A
Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA) NS1000N Micrologic 5.0 KTA-10 1000 A 50 NS100N NS160N TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 50 50 50 50 50 50 NS250N KSA 250 A 50 50 50 NS400N NS630N STR23SE / STR53UE KSA / KVA 315 - 400 A 500 - 630 A 45 50 50 40 50 50 NS1000N Micrologic 5.0 KTA-10 1000 A 50 NS100N 40 A KN 40 A 50 50 50 TMD / STR22SE 63 A 100 A KN KN 63 A 100 A 50 50 50 50 50 50

Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA)

NS1000H Micrologic 5.0 KTA-10 1000 A 55 NS100N NS160N TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 70 70 55 70 70 55 NS250N KSA 250 A 70 70 55 NS400N NS630N STR23SE / STR53UE KSA / KVA 315 - 400 A 500 - 630 A 45 70 55 40 70 55

NS1000H Micrologic 5.0 KTA-10 1000 A 55 NS100N 40 A KN 40 A 70 70 50 TMD / STR22SE 63 A 100 A KN KN 63 A 100 A 70 70 50 70 70 50

K88

Gids laagspanningsverdeling 2003

1e

Nominale stroomsterkte van stroomopwaartse railkoker : 1000 A
Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA) NS1000L Micrologic 5.0 KTA-10 1000 A 150 NS100N/H NS160N/H TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 150 150 50 150 150 70 NS250N/H KSA 250 A 150 150 150 NS400N/H NS630N/H STR23SE / STR53UE KSA / KVA 315 - 400 A 500 - 630 A 150 150 150 150 150 150 NS100L Micrologic 5.0 KTA-10 1000 A 150 NS100N/H 40 A KN 40 A 150 150 50 TMD / STR22SE 63 A 100 A KN KN 63 A 100 A 150 150 50 150 150 50

Nominale stroomsterkte van stroomopwaartse railkoker : 800 A
Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA) NS800N Micrologic 5.0 KVA-80 800 A 50 NS100N NS160N NS250N NS400N STR23SE / STR53UE KSA / KVA 315 - 400 A 35 50 50 NS800N Micrologic 5.0 KVA-80 800 A 50 NS100N 40 A KN 40 A 50 50 50 TMD / STR22SE 63 A KN 63 A 50 50 50 100 A KN 100 A 50 50 50

TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 50 50 50 50 50 50

KSA 250 A 50 50 50

Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA)

NS800H Micrologic 5.0 KVA-80 800 A 60 NS100N NS160N TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 70 70 60 70 70 60 NS250N KSA 250 A 70 70 60 NS400N STR23SE / STR53UE KSA / KVA 315 - 400 A 35 70 60

NS800H Micrologic 5.0 KVA-80 800 A 60 NS100N 40 A KN 40 A 70 70 50 TMD / STR22SE 63 A 100 A KN KN 63 A 100 A 70 70 50 70 70 50

Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA)

NS800L Micrologic 5.0 KVA-80 800 A 150 NS100N/H NS160N/H TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 150 150 50 150 150 70 NS250N/H KSA 250 A 150 150 150 NS400N/H STR23SE / STR53UE KSA / KVA 315 - 400 A 150 150 150

NS800L Micrologic 5.0 KVA-80 800 A 150 NS100N/H 40 A KN 40 A 150 150 50 TMD / STR22SE 63 A 100 A KN KN 63 A 100 A 150 150 50 150 150 50

Gids laagspanningsverdeling 2003

K89

Studie van een installatie Beveiliging van railkokersystemen

Coördinatie vermogensschakelaar/ geprefabriceerd railkokersysteem Filiatie en versterkte selectiviteit door coördinatie
NS630H STR23SE/STR53UE KSA 500 en 630 A 70 NS250N KSA 250 A 45 45 45 NS100N NS160N TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 70 70 70 70 70 70 NS250N KSA 250 A 70 70 70 NS630L STR23SE/STR53UE KSA 500 en 630 A 150 NS100H NS160H TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 150 150 70 150 150 70 NS250H KSA 250 A 150 150 70

Nominale stroomsterkte van stroomopwaartse railkoker : 500 en 630 A
Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA) NS630N STR23SE/STR53UE KSA 500 en 630 A 45 NS100N NS160N TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 45 45 45 45 45 45

Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA)

NS630N STR23SE/STR53UE KSA 500 en 630 A 45 NS100N TMD / STR22SE 40 A 63 A 100 A KN KN KN 40 A 63 A 100 A 45 45 45 45 45 45 45 45 45

NS630H STR23SE/STR53UE KSA 500 en 630 A 70 NS100N TMD / STR22SE 40 A 63 A 100 A KN KN KN 40 A 63 A 100 A 70 70 50 70 70 50 70 70 50

NS630L STR23SE/STR53UE KSA 500 en 630 A 150 NS100N TMD / STR22SE 40 A 63 A 100 A KN KN KN 40 A 63 A 100 A 150 150 50 150 150 50 150 150 50

K90

Gids laagspanningsverdeling 2003

1e

Nominale stroomsterkte van stroomopwaartse railkoker : 315 en 400 A
Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA) NS400N STR23SE/STR53UE KSA 315 en 400 A 45 NS100N NS160N TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 45 45 45 45 45 45 NS400H STR23SE/STR53UE KSA 315 en 400 A 70 NS100N NS160N TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 70 70 70 70 70 70 NS400L STR23SE/STR53UE KSA 315 en 400 A 150 NS100H NS160H TMD / STR22SE KSA KSA 100 A 160 A 150 150 70 150 150 70

Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA)

NS400N STR23SE/STR53UE KSA 315 en 400 A 45 NS100N TMD / STR22SE 40 A 63 A 100 A KN KN KN 40 A 63 A 100 A 45 45 45 45 45 45 45 45 45

NS400H STR23SE/STR53UE KSA 315 en 400 A 70 NS100N TMD / STR22SE 40 A 63 A 100 A KN KN KN 40 A 63 A 100 A 70 70 50 70 70 50 70 70 50

NS400L STR23SE/STR53UE KSA 315 en 400 A 150 NS100N TMD / STR22SE 40 A 63 A 100 A KN KN KN 40 A 63 A 100 A 150 150 50 150 150 50 150 150 50

Nominale stroomsterkte van stroomopwaartse railkoker : 200 en 250 A
Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA) NS250N TMD / STR22SE KSA 200 en 250 A 36 NS100N TMD / STR22SE KSA-10 100 A 36 36 36 NS250H TMD / STR22SE KSA 200 en 250 A 70 NS100N TMD / STR22SE KSA-10 100 A 36 70 70 NS250L TMD / STR22SE KSA 200 en 250 A 150 NS100H TMD / STR22SE KSA-10 100 A 36 150 70

Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA)

NS250N TMD / STR22SE KSA 200 en 250 A 36 NS100N TMD / STR22SE 40 A 63 A 100 A KN KN KN 40 A 63 A 100 A 36 36 36 36 36 36 36 36 36

NS250H TMD / STR22SE KSA 200 en 250 A 70 NS100N TMD / STR22SE 40 A 63 A 100 A KN KN KN 40 A 63 A 100 A 36 70 50 36 70 50 36 70 50

NS250L TMD / STR22SE KSA 200 en 250 A 150 NS100N TMD / STR22SE 40 A 63 A 100 A KN KN KN 40 A 63 A 100 A 36 150 50 36 150 50 36 150 50

Gids laagspanningsverdeling 2003

K91

Studie van een installatie Beveiliging van railkokersystemen

Coördinatie vermogensschakelaar/ geprefabriceerd railkokersysteem Filiatie en versterkte selectiviteit door coördinatie
NS250H TMD / STR22SE KSA 200 en 250 A 70 C60H 25/40 KBA / KBB 25 - 40 A 40 40 40 NG125N 25/40 KBA / KBB 25 - 40 A 70 70 70

Nominale stroomsterkte van stroomopwaartse railkoker : 200 en 250 A
Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA) NS250N TMD / STR22SE KSA 200 en 250 A 36 C60N 25/40 KBA / KBB 25 - 40 A 25 25 25 NG125N 25/40 KBA / KBB 25 - 40 A 36 36 36

Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA)

NS250N TMD / STR22SE KSA 200 en 250 A 36 C60N 40 A KN 40 A 25 25 25 C60N 63 A KN 63 A 25 25 25 NG125N 40 A KN 40 A 36 36 36 NG125N 63 A KN 63 A 36 36 36

NS250H TMD / STR22SE KSA 200 en 250 A 70 C60H 40 A KN 40 A 40 40 40 C60H 63 A KN 63 A 30 30 30 NG125N 40 A KN 40 A 70 70 70 NG125N 63 A KN 63 A 70 70 70

Nominale stroomsterkte van stroomopwaartse railkoker : 160 A
Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA) NS160N TMD / STR22SE KSA 160 A 36 C60N 25/40 KBA / KBB 25 - 40 A 25 25 25 NG125N 25/40 KBA / KBB 25 - 40A 36 36 36 NS160H TMD / STR22SE KSA 160 A 70 C60H 25/40 KBA / KBB 25 - 40 A 40 40 40 NG125N 25/40 KBA / KBB 25 - 40 A 70 70 70

Stroomopw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomopw. railkoker Niveau van beveiliging van stroomopw. canalisatie (kA) Stroomafw. vermogenssch. beveiligingsunit Stroomafw. railkoker Limiet van selectiviteit tussen opw. en afw. vermogenssch. (kA) Opgedreven onderbrekingsverm. van afw. vermogenssch. (kA) Limiet van versterkte bescherming van afw. railkoker (kA)

NS160N TMD / STR22SE KSA 160 A 36 C60N 40 A KN 40 A 25 25 25 C60N 63 A KN 63 A 25 25 25 NG125N 40 A KN 40 A 36 36 36

NS160H TMD / STR22SE KSA 160 A 70 C60H 40 A KN 40 A 40 40 40 C60H 63 A KN 63 A 30 30 30 NG125L 40 A KN 40 A 70 70 70

K92

Gids laagspanningsverdeling 2003

1f

1
studie van een installatie 1f beveiliging van motoren
norm IEC 60947-4-1 beveiliging en coördinatie van motorvertrekken coördinatie type 1 en type 2 uitschakelklassen van een thermisch relais gebruikscategorieën van contactoren coördinatie vermogensschakelaar - contactor gebruik van de coördinatietabellen coördinatie bij ster-driehoek aanzetten coördinatie type 2 220/240 V 380/415 V 440 V 500/525 V 690 V coördinatie type 1 rechtstreeks aanzetten, omkering van de werkingsrichting ster-driehoek aanzetten pag.

K94 K95 K96 K96

K97 K98

K99 K101 K104 K107 K109

K110 K113

bijkomende begrenzende en preventieve beveiliging K116

Gids laagspanningsverdeling 2003

K93

Studie van een installatie Beveiliging van motoren

Norm IEC 60947-4-1 Beveiliging en coördinatie van motorvertrekkers
Scheiding Een kring scheiden met het oog op onderhoudswerken aan het motorvertrek. Beveiliging tegen kortsluiting De aanzetter en de kabels beveiligen tegen sterke overstroom (> 10 In). Deze functie wordt verzekerd door een vermogensschakelaar. Bediening Het starten en stoppen van de motoren eventueel: c progressieve opvoering van de snelheid c regeling van de snelheid. Beveiliging tegen overbelasting De motor en de kabels beveiligen tegen zwakke overstroom (< 10 In). De thermische relais verzorgen de beveiliging tegen dit fouttype. Ze zijn ofwel : c geïntegreerd in de kortsluitbeveiligingsinrichting, ofwel c gescheiden. Specifieke bijkomende beveiligingen : c beveiliging tegen fouten tijdens de werking van de motor. Deze functie wordt verzorgd door een differentieelinrichting (zie pag. K188) c preventieve beveiliging tegen fouten: isolatiebewaking bij spanningsvrije motor. Deze functie wordt verzekerd door een apparaat voor isolatiecontrole (zie pag. K201). Overbelasting : I < 10 In Deze heeft als oorsprong : c ofwel een elektrische oorzaak: afwijking op het net (fase-uitval, spanning buiten de tolerantiegrens…) c ofwel een mechanische oorzaak: te hoog koppel door abnormale eisen van het proces of door slijtage aan de motor (trillingen lager enz.). Deze twee oorzaken hebben ook een te lange aanlooptijd tot gevolg. Impedante kortsluiting : 10 < I < 50 In De slijtage van de isolatie van de motorwikkelingen is hiervan de belangrijkste oorzaak. Kortsluiting : I > 50 In Deze fout komt slechts zelden voor. De oorzaak ervan kan een foutieve aansluiting zijn tijdens een onderhoudsbeurt.

Een motoraanzetter kan bestaan uit 1, 2, 3 of 4 verschillende apparaten met één of meerdere functies. Bij een combinatie van meerdere apparaten moeten deze gecoördineerd worden om een optimale werking van de motortoepassing te garanderen. Er zijn heel wat parameters waarmee rekening moet gehouden worden bij de beveiliging van een motorvertrek, ze hangen af van : c de toepassing (type aangedreven machine, bedrijfsveiligheid, schakelfrequentie, enz.) c de bedrijfscontinuïteit opgelegd door het gebruik of de toepassing c de te respecteren normen voor de beveiliging van goederen en personen. De elektrische functies zijn op zich heel verschillend: : c beveiliging (gericht op de motor i.v.m. overbelasting) c besturing (normaal gezien met een grote duurzaamheid) c isolatie. Een motorvertrek moet voldoen aan de algemene regels van de norm IEC 60947-1 en in het bijzonder aan die betreffende de contactoren, de motor-aanzetters en hun beveiliging, zoals beschreven in de norm IEC 60947-4-1 : c coördinatie van de componenten van het motorvertrek c uitschakelklassen van de thermische relais c gebruikscategorieën van de contactoren c coördinatie van de isolatie.

Scheiding en beveiliging sectionnement et tegen protections kortsluiting contre les courts-circuits

commande Bediening

Beveiliging protection contre tegen les surcharges overbelasting ou protection of thermische thermique beveiliging

Specifieke protections beveiligingen of beveiligingen spécifiques ou binnenin au internes de motor moteur

M

K94

Gids laagspanningsverdeling 2003

Stroom "Ir" (Impedante kortsluiting 10 < I < 50 In). Na deze test in extreme omstandigheden moeten alle apparaten die bij de coördinatie samenwerken.75lc Ic 1.75 Ic moet alleen het thermisch relais tussenbeide komen c bij 1. Deze hebben tot doel de apparaten aan extreme omstandigheden te onderwerpen. De norm IEC 60947-4-1 bepaalt een tussenliggende kortsluitstroom “Ir”. c type 1 : v gekwalificeerde onderhoudsdienst v beperkte kosten apparatuur v bedrijfscontinuïteit niet vereist of mogelijk door vervanging. Zij dient te gebeuren met het oog op een optimaal evenwicht tussen de behoeften van de exploitant en de kostprijs van de installatie. Stroom "Iq" (Kortsluiting I > 50 In) Dit type fout komt zelden voor en kan veroorzaakt worden door een foutieve aansluiting tijdens onderhoudswerken. Het hersluiten van de contactor kan automatisch gebeuren nadat de fout geëlimineerd is. De coördinatie van het type 2 maakt het ook mogelijk de bedrijfscontinuïteit te vergroten.25 Ic moet de inrichting voor beveiliging tegen kortsluiting tussenbeide komen. Stroom “Ic” (overbelasting I < 10 In) Het thermisch relais zorgt voor de beveiliging tegen dit type fout. Deze teststroom maakt het mogelijk te controleren of de beveiligingsinrichting de beveiliging verzekert tegen impedante kortsluitingen. normaal gezien ≥ 50 kA. De beveiliging in geval van kortsluiting wordt uitgevoerd door snelopenende inrichtingen. De verschillende teststromen bij coördinatie type 2 Om een coördinatie type 2 te garanderen.75 en 1. De norm IEC 60947-4-1 bepaalt de 2 tests die moeten uitgevoerd worden om de coördinatie tussen het thermisch relais en de kortsluitbeveiligingsinrichting te garanderen : c bij 0.25 Ic moeten de uitschakelspecificaties van het thermisch relais onveranderd zijn.Coördinatie type 1 en type 2 1f De norm bepaalt tests bij verschillende stroomsterkteniveaus.en bedieningsapparaten nog operationeel. Na de coördinatietests van het type 2 zijn de functies van de beveiligings. De belangrijkste oorzaak van dit type fout is te wijten aan de slijtage van de isolerende stoffen. tot een waarde Ic (functie van Im) bepaald door de fabrikant. mits zij makkelijk te scheiden zijn. Coördinatie type 2 Hierbij is enkel “lassen” van de contactor of de aanzetter toegestaan. De norm IEC 60947-4-1 bepaalt een stroom “Iq”. Na de tests moeten de contactor en het thermisch relais hun oorspronkelijke specificaties behouden.25lc overbelastingszone Ir 50 Iq zone kortsluiting k ˜~kA ln zone impedante kortsluiting Gids laagspanningsverdeling 2003 K95 . Na de tests bij 0. schrijft de norm 3 tests voor met foutstromen om het goed gedrag van de apparatuur te controleren bij overbelasting en kortsluiting. operationeel blijven. Deze stroom “Iq” maakt het mogelijk de geschiktheid te controleren in coördinatie van verschillende apparaten van een motorvoedingslijn. Naargelang de staat van de componenten na de tests onderscheidt de norm twee coördinatietypes: c type 1 c type 2. Welk type coördinatie kiezen ? De keuze van het coördinatietype hangt af van de exploitatieparameters. c type 2 : v bedrijfscontinuïteit onontbeerlijk v beperkte onderhoudsdienst v specificaties die type 2 voorschrijven. Gebruiksstroom (AC3) Ie i 16 16 < Ie i 63 63 < Ie i 125 125 < Ie i 315 315 < Ie < 630 Stroom "Ir" (kA) 1 3 5 10 18 Coördinatie type 1 Hierbij is beschadiging van de contactor en het relais toegelaten onder twee voorwaarden: v geen enkel risico voor de bedienaar v andere elementen dan de contactor en het thermisch relais mogen geen beschadiging oplopen. t curve van het thermisch motorrelais smeltveiligheid grens van het thermisch houdvermogen van de vermogensschakelaar (MA) grens van het houdvermogen van het thermisch relais verplichte losser van de vermogensschakelaar magnetische losser (MA) bedrijfscontinuïteit 1 In 10 0. De vermogensschakelaar moet uitschakelen binnen een tijd ≤10 ms voor een foutstroom van ≥ 15 In.

2 lr l/lr De gebruikscategorie van een contactor is bepalend voor de toelaatbare schakelfrequentie en de duurzaamheid.65) Zij hangt af van de bediende verbruiker. Dit is het meest voorkomende geval (ca. 7. ventilatoren.35 voor le > 100A) een kooiankermotor (cos ϕ 0.35 voor le > 100A) compressoren. Gids laagspanningsverdeling 2003 K96 . liften.2 7. Deze moeilijke omstandigheden vereisen een overdimensionering van de besturings.95) een sleepringmotor (cos ϕ 0.5 lr 1. 85 % van de gevallen).Studie van een installatie Beveiliging van motoren Uitschakelklasse van een thermisch relais Gebruikscategorieën van de contactoren De tabel en de grafiek tonen de aanpassing van het thermisch relais aan de aanlooptijd van de motor klasse 10 A 10 20 30 1. t < 8 min.2 In t<2h t<2h t<2h t<2h 1. … bedient de contactor … het aanleggen van de spanning het aanzetten de onderbreking bij een motor in bedrijf remmen met tegenstroom schoksgewijze werking het aanzetten de onderbreking bij een motor in bedrijf het aanzetten de onderbreking bij een motor in bedrijf remmen met tegenstroom omkeren van de draaizin schoksgewijze werking … voor een toepassing van het type … verwarming. Als deze verbruiker een motor is hangt zij ook af van de bedrijfscategorie.05 lr 1. De bedieningsinrichting brengt de aanloopstroom tot stand en onderbreekt de nominale stroom bij een spanning van ongeveer 1/6 van de nominale waarde. roltrappen. transportbanden. De contactor moet de aanloopstroom kunnen onderbreken. toestellen voor klimaatregen drukpersen. waarbij kan geremd worden met tegenstroom of die schoksgewijs kunnen werken. De onderbreking is gemakkelijk te verwezenlijken.20lrlr 1. De klassen 20 en 30 zijn voorbehouden voor motoren met moeilijke aanloop. t < 12 min. 20 en 30 (maximale uitschakeltijd bij 7. 10.5 In t < 2 min.2 In 2 < t i 10 s 4 < t i 10 s 6 < t i 20 s 9 < t i 30 s De 4 uitschakelklassen van een thermisch relais zijn 10A. t < 4 min. De klassen 10 en 10A worden het meest gebruikt. draadtrekmachines Gebruikscategorie AC3 courant stroom lc coupure de onderbreking van de voeding l'alimentation Gebruikscategorie AC2-AC4 stroom courant lc coupure de van de voeding l'alimentation onderbreking ld ld aanlooptijd période de démarrage tijd temps période de démarrage aanlooptijd temps tijd De contactor onderbreekt de nominale stroom van de motor. in categorie AC1 AC2 wanneer de belasting … is niet-inductief (cos ϕ u 0. waarbij de onderbreking gebeurt met de motor in bedrijf. Dit betreft asynchroonmotoren met kortgesloten rotor. De bedieningsinrichting brengt de aanloopstroom tot stand en kan dezelfde stroom onderbreken bij een spanning die gelijk kan zijn aan de netspanning. mengpompen.45 voor le i 100A) (cos ϕ 0.05 In t >2h t>2h t>2h t>2h 1.45 voor le i 100A) (cos ϕ 0. t (s) klasse 30 classe 30 30 klasse classe 20 20 klasse classe 10 10 1. Dit betreft asynchroonmotoren met kortgesloten rotor (AC4) of sleepringmotoren (AC2).2 In). verdeling draadtrekmachine AC3 AC4 een kooiankermotor (cos ϕ 0.en beveiligingsinrichtingen in vergelijking met de categorie AC3.

K103 blz. op stroomtrafo 0. aanz. K102 blz. K112 ster-driehoek aanzetten blz.Coördinatie vermogensschakelaar-contactor 1f Gebruik van de coördinatietabellen De tabellen op de pagina’s K99 tot K115 zijn gebaseerd op een “normale” aanlooptijd van de motoren. 5 P 10 veelvoud van de verzadigingsstroom stroomtrafo bestemd voor de beveiliging van motoren nauwkeurigheidsklasse (5 %) Gids laagspanningsverdeling 2000 K97 . K104 blz. De te gebruiken thermische relais zijn: c LR2-D1305 (0. 92 A. Voorbeeld : c NS100H MA 100: gebruiken bij max. Deze tabellen kunnen ook gebruikt worden Voor een traditionele thermische beveiliging met stroomtrafo.3). De vermelde coördinaties bij 440 V gelden eveneens voor 480 V NEMA. ster-driehoek of omkeerinrichting draaizin 220/240 V 380/415 V 440 V 500/525 V blz.63 tot 1 A) bij klasse 20. Het vermogen van de stroomtrafo’s moet 5 VA per fase bedragen. Contactoren In de tabellen voor coördinatie type 2 : c inrichtingen voor het omkeren van de draaizin: vervang LC1 door LC2 c ster-driehoekaanzetters: vervang LC1 door LC3 c lange aanlooptijd. omkeerinr. K99 rechtstreeks aanz. K106 blz. K101 blz. De overige specificaties zijn identiek aan de hierboven vermelde. die thermische relais klasse 30 vereist: de vermogensschakelaar en de contactor declasseren met een coëfficiënt K = 0. Voor motoren met een lange aanlooptijd moeten de thermische relais van klasse 10 of 10 A vervangen worden door thermische relais van klasse 20. K107 Correspondentie van de relais klasse 10/10A en klasse 20 thermisch relais klasse 10/10A LRD08 LRD10 LRD12 LRD14 LRD16 LRD21 LRD22 LRD32 LRD3322 LRD3353 LRD3355 LRD3357 LRD3359 LRD3361 LRD3363 LRD3365 LR9-F5357 LR9-F5363 LR9-F5367 LR9-F5369 LR9-F5371 LR9-F7375 LR9-F7379 LR9-F7381 LR2-F8383 LR2-F8385 klasse 20 LR2-D1508 LR2-D1510 LR2-D1512 LR2-D1514 LR2-D1516 LR2-D1521 LR2-D1522 LR2-D2553 LR2-D3522 LR2-D3553 LR2-D3555 LR2-D3557 LR2-D3559 LR2-D3561 LR2-D3563 LR9-F5557 LR9-F5563 LR9-F5567 LR9-F5569 LR9-F5571 LR9-F7575 LR9-F7579 LR9-F7581 LR2-F7583 LR2-F7585 instelbereik 2. K99 blz. K107 blz. K100 blz. K113 en K114 blz.1/60044. K104 blz. met klemmenblok LA7-D1064. K115 magnetisch MA magnetisch MA + multifunctioneel of thermisch relais op stroomtrafo thermisch-magnetisch blz. De bijhorende thermische relais zijn van klasse 10 of 10 A (aanlooptijd i 10 s). K110 tot K112 blz. draaizin blz. Coördinatietabellen met multifunctioneel beveiligingsrelais LT6-P Er bestaan 3 types multifunctionele relais die kunnen aangesloten worden hetzij : c rechtstreeks op de voedingslijn van de motor c op de secundaire van de stroomtrafo’s.5 tot 8 7 tot10 9 tot 13 12 tot 18 17 tot 25 23 tot 32 17 tot 25 23 tot 32 30 tot 40 37 tot 50 48 tot 65 55 tot 70 63 tot 80 30 tot 50 48 tot 80 60 tot 100 90 tot 150 132 tot 220 200 tot 300 300 tot 500 380 tot 630 500 tot 800 630 tot 1000 De specificaties van de stroomtrafo’s zijn de volgende (volgens IEC 60044.8..63 tot 1 A) bij klasse 10 c LR2-D1505 (0. 80 A c LC1F115: gebruiken bij max. zoals aangegeven in de bijgaande tabel (voor coördinatie type 1 en type 2).5 tot 4 4 tot 6 5.2 tot 1 A c c 1 tot 5 A c c 5 tot 25 A c kaliber Coördinatietabellen coördinatietabel type 1 vermogensschakelaar magnetisch thermisch-magnetisch coördinatietabel type 2 vermogensschakelaar rechtstr. relais LT6-P0M005 FM LT6-P0M025 FM aansluiting rechtstr.

Studie van een installatie Beveiliging van motoren Coördinatie vermogensschakelaar-contactor Coördinatie en ster-driehoek aanzetters Bepaling van de componenten in functie van de stroom die door de wikkelingen van de motor vloeit. KM2 en KM3 worden gekozen in functie van de lijnstroom. rechtstreeks aanzetten. De keuze gebeurt aan de hand van de tabel op blz. De keuze gebeurt op basis van de specifieke ster-driehoek coördinatietabellen type 1. K100: c vermogensschakelaar: NS160H met STR22ME c aanzetter: LC1-D115. blz. K113 tot K115. Ster-driehoek aanzetter met coördinatie type 2 De contactoren KM1. blz. KM2 KM2 KM3 KM1 KM3 KM1 M Oplossing met thermisch-magnetische motorbeveiligingsschakelaar M Oplossing met magnetische motorbeveiligingsschakelaar KM2 KM2 KM3 KM1 KM3 KM1 M Oplossing met thermisch-magnetische motorbeveiligingsschakelaar M Oplossing met magnetische motorbeveiligingsschakelaar K98 Gids laagspanningsverdeling 2003 . K113: c vermogensschakelaar: NS100NMA100 c aanzetter: LC-D50 c thermisch relais: LR2-D3357. K99 tot K108. maar is omwille van de homogeneïteit vaak gelijk aan KM2 en KM3. te vervangen door LC3-D115. Montage en aansluiting van de verschillende apparaten van de ster-driehoek aanzetters in functie van het gewenste type coördinatie en de gebruikte beveiligingsoplossingen. Voorbeeld Welke componenten moet men kiezen bij de onderstaande combinatie: c een motor van 45 kW/380 V c ster-driehoek aanzetter c afzonderlijk thermisch relais c kortsluitstroom ter hoogte van de aanzetter 20kA c coördinatie type 1 De keuze gebeurt aan de hand van de tabel op blz. Voorbeeld: Welke componenten moet men kiezen bij de onderstaande combinatie: c een motor van 55 kW /415 V c ster-driehoek aanzetter c thermische beveiliging geïntegreerd in de vermogensschakelaar voor kortsluitbeveiliging c kortsluitstroom ter hoogte van de aanzetter: 45 kA c coördinatie type 2. Coördinatie type 1 De contactoren KM2 en KM3 zijn gedimensioneerd op basis van de lijnstroom e. KM1 kan gedimensioneerd zijn op de lijnstroom gedeeld door 3. De keuze gebeurt op basis van de coördinatietabellen type 2.

5 5 6. beveiliging Contactor Contacteur Relais thermique Thermisch relais motoren P (kW) 0.3 7.5 32.4 1.12 0. zie overeenkomstigheidstabel thermische relais blz.5 10 11 15 18. (A) 1.5 10 11 15 18.6 3.5/4 4/6 5.1 1.09 0.8 2.5 18 25 25 32 50 40 50 50 63 80 63 80 80 cal.5 1.Coördinatie type 2 (IEC 60947-4-1) 220/240 V 1f Spanning : U = 220/240 V Vermogensschakelaar met Disjoncteur thermisch-magn.5 2.5 25 25 25 50 50 50 80 80 80 Irm (A) 13.5 2. beveiliging motor magnétothermique moteur Contacteur Contactor Vermogenssch. NS100-STR22ME NS160-STR22ME NS250-STR22ME NS400-STR43ME NS630-STR43ME N 85 kA 85 kA 85 kA 85 kA 85 kA H 100 kA 100 kA 100 kA 100 kA 100 kA L 130 kA 130 kA 130 kA 130 kA 130 kA Aanloop : normaal lang STR22ME klasse 10 STR43ME klasse 10 klasse 20 Irth (A) 24/40 24/40 24/40 48/80 48/80 60/100 50/100 60/100 50/100 90/150 80/160 90/150 80/160 132/220 80/160 130/260 200/400 200/400 Irm (A) 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth contactoren type LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 of LC1-F115 LC1-D115 LC1-F185 of LC1-F115 LC1-D115 LC1-F185 of LC1-F150 LC1-D150 LC1-F185 LC1-D150 LC1-F185 LC1-F185 LC1-F185 LC1-F265 LC1-F400 LC1-F500 motoren P (kW) 7.5 2.5 2.6/2.5 12. I (A) 220 V 0.5 22 Vermogensschakelaar type NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA contactoren (2) type LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D18 LC1-D18 LC1-D25 LC1-D32 LC1-D32 LC1-D32 LC1-D32 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D80 LC1-D50 LC1-D80 LC1-D50 LC1-D80 LC1-D65 LC1-D80 LC1-D65 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 thermisch relais type LR D05 LR D05 LR D06 LR D07 LR D07 LR D08 LR D08 LR D10 LR D12 LR D14 LR D16 LR D21 LR D33 22 LR D33 22 LR D33 53 LR9-F53 57 LR D33 55 LR9-F53 57 LR D33 57 LR9-F53 57 LR D33 59 LR9-F53 63 LR D33 59 LR9-F53 63 LR D33 63 LR9-F53 63 Irth (1) 0.5 2 2.25 0.6 2.3 6.5 9 12 15 21 24 28 36 39 52 63 75 I (A) 240 V 0.5 32.7 0.63/1 0.5 2.5 6 8 11 14 19 22 25 33 36 48 59 70 Ie max 1 1 1.3 12.5 1.5/8 7/10 9/13 12/18 17/25 17/25 23/32 30/50 30/40 30/50 37/50 30/50 48/65 48/80 48/65 48/80 63/80 48/80 vermogenssch. K97.6 0.63/1 1/1.18 0.5 6.2 3 4 5.5 2.5 4 4 6 8 10 12.6/2.3 6.9 1.5 13. unit NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS400 STR43ME NS100 STR22ME NS400 STR43ME NS160 STR22ME NS400 STR43ME NS160 STR22ME NS400 STR43ME NS250 STR22ME NS400 STR43ME NS400 STR43ME NS630 STR43ME NS630 STR43ME Spanning: U = 220/240 V Disjoncteur Vermogensschakelaar magnétique (MA) met enkel magn.5 6. LR9 klasse 10.5 57 57 82 113 138 163 250 325 325 450 550 650 880 880 880 1040 1040 (1) Lange aanloop (klasse 20). (2) Inrichtingen voor omkeren draairichting: vervang LC1 door LC2 ster-driehoek aanzetter: vervang LC1 door LC3. Gids laagspanningsverdeling 2003 K99 . NS80-MA H 100 kA Aanloop (1) : normaal LRD2 klasse 10 A.5/4 2.55 0.37 0.2 1.1 1.8 3.75 1.5 22.8 1.2 4.6 1.5 12.5 22 30 37 45 55 75 110 132 I (A) 220 V 28 36 39 52 63 75 100 125 150 180 250 360 430 I (A) 240 V 25 33 36 48 59 70 95 115 140 170 235 330 400 Ie max 40 40 40 80 80 100 100 150 150 185 265 400 400 vermogensschakelaar type bev.

2 3 4 5.25 0.5 18 25 25 32 50 40 50 40 50 50 63 80 80 100 150 150 185 265 320 400 500 500 Vermogensschakelaar type kal.Studie van een installatie Beveiliging van motoren Coördinatie type 2 (IEC 60947-4-1) 220/240 V Spanning: U = 220/240 V Disjoncteur Vermogensschakelaar met enkel magnétique (MA) (MA) magn.5 2 2.3 NS100-MA 6.5 2.5 32.18 0.5 9 12 15 21 24 28 36 39 52 63 75 100 125 150 180 250 300 360 430 480 (1) Lange aanloop (klasse 20). NS100-MA NS160/250-MA NS400/630-MA N 85 kA 85 kA H 100 kA 100 kA 100 kA L 130 kA 130 kA 130 kA Aanloop (1) : normaal LRD klasse 10 A.37 0. (2) Inrichtingen voor omkeren draairichting: vervang LC1 door LC2 ster-driehoek aanzetter: vervang LC1 door LC3.8 3.55 0.5 NS100-MA 2.5/4 2.2 1.5 1. I (A) 240 V 1.6/2.5 32.5 NS100-MA 12.5/4 4/6 5.5 NS100MA 25 NS100-MA 25 NS100-MA 25 NS100-MA 50 NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS160-MA NS160-MA NS250-MA NS400-MA NS400-MA NS400-MA NS630-MA NS630-MA NS630-MA 50 50 50 100 100 100 150 150 220 320 320 320 500 500 500 Irm (A) 22.5/8 7/10 9/13 12/18 17/25 17/25 23/32 30/50 30/40 30/50 30/40 30/50 48/65 48/80 48/65 48/80 63/80 48/80 60/100 90/150 90/150 132/220 200/330 200/330 300/500 300/500 300/500 I (A) 220 V 1.5 NS100-MA 12. K97. beveiliging Contactor Contacteur Thermisch relais Relais thermique motoren P (kW) 0.5 6. K100 Gids laagspanningsverdeling 2003 . (A) NS100-MA 2.5 4 4 6 8 10 12.5 10 11 15 18.5 NS100-MA 6.6 1.3 7.5 NS100-MA 2.1 1.6 3.6 2.5 22 30 37 45 55 75 90 110 132 150 vermogenssch.5 2. andere klasse 10.3 NS100-MA 12.1 1.3 NS100-MA 6.5 2.5 6 8 11 14 19 22 25 33 36 48 59 70 95 115 140 170 235 270 330 400 450 Ie max 1.4 1.5 57 57 82 113 138 163 250 325 325 450 550 550 650 900 1100 1300 1950 1950 2420 2560 3500 4000 5700 6300 6300 contactoren (2) type LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D115 LC1-F115 LC1-D150 LC1-F150 LC1-D150 LC1-F150 LC1-F185 LC1-F265 LC1-F265 LC1-F330 LC1-F400 LC1-F500 LC1-F500 thermisch relais type LR D 06 LR D 07 LR D 07 LR D 08 LR D 08 LR D 10 LR D 12 LR D 14 LR D 16 LR D 21 LR D33 22 LR D33 22 LR D33 53 LR9-F53 57 LR D33 55 LR9-F53 57 LR D33 55 LR9-F53 57 LR D33 59 LR9-F53 63 LR D33 59 LR9-F53 63 LR D33 63 LR9-F53 63 LR9-F53 67 LR9-F53 69 LR9-F53 69 LR9-F53 71 LR9-F73 75 LR9-F73 75 LR9-F73 79 LR9-F73 79 LR9-F73 79 Irth (1) 1/1.5 5 6.2 4.75 1.6/2. zie overeenkomstigheidstabel thermische relais blz.8 2.

3 6.5 1.1 1.5 32. Gids laagspanningsverdeling 2003 K101 . zie overeenkomstigheidstabel thermische relais blz.5 12.7 5.5/4 2.9 1. (A) 1.5 22 30 37 vermogensschakelaar type NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA contactoren (2) type LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D18 LC1-D18 LC1-D25 LC1-D32 LC1-D32 LC1-D32 LC1-D32 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D80 LC1-D50 LC1-D80 LC1-D50 LC1-D80 LC1-D65 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 thermisch relais type LRD05 LRD05 LRD06 LRD07 LRD07 LRD08 LRD08 LRD10 LRD12 LRD14 LRD16 LRD21 LRD33 22 LRD33 22 LRD33 53 LR9-F53 57 LRD33 55 LR9-F53 57 LRD33 57 LR9-F53 57 LRD33 59 LR9-F53 63 LRD33 63 LR9-F53 63 vermogensschakelaar H NS80-MA 70 kA Aanloop (1) : normaal LRD klasse 10 A.5 6.5/8 7/10 9/13 12/18 17/25 17/25 23/32 30/50 30/40 30/50 37/50 30/50 48/65 48/80 63/80 48/80 (1) Lange aanloop (klasse 20).5 22.5 25 25 25 50 50 50 80 80 Irm (A) 13.1 1.5 22 30 37 45 55 75 90 110 132 200 220 I (A) 380 V 30 37 44 60 72 85 105 138 170 205 250 370 408 I (A) 415 V 28 35 40 55 66 80 100 135 165 200 240 340 385 Ie max 40 40 50 80 80 100 115 150 185 220 260 400 400 STR22ME klasse 10 STR43ME klasse 10 Irth (A) 24/40 24/40 30/50 48/80 48/80 60/100 50/100 90/150 50/100 90/150 80/160 131/220 131/220 130/260 200/400 200/400 Irm (A) 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth contactoren (2) type LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 of LC1-F115 LC1-D115 LC1-F185 of LC1-F115 LC1-D115 LC1-F185 of LC1-F115 LC1-D150 LC1-F185 LC1-F185 LC1-F225 LC1-F265 LC1-F400 LC1-F500 vermogensschakelaar type bev.5 2.2 1.8 1.5 8. (2) Inrichtingen voor omkeren draairichting: vervang LC1 door LC2 ster-driehoek aanzetter: vervang LC1 door LC3.380/415 V 1f Spanning : U = 380/415 V Vermogensschakelaar met Disjoncteur magnétothermique enkele thermisch-magnetische moteur beveiliging motor Contactor Contacteur Vermogensschakelaar NS100-STR22ME 25 kA NS160-STR22ME 35 kA NS250-STR22ME 35 kA NS400-STR43ME 45 kA NS630-STR43ME 45 kA N 70 kA 70 kA 70 kA 70 kA 70 kA HL 130 kA 130 kA 130 kA 130 kA 130 kA Aanloop : normaal motoren P (kW) 15 18.5 13.2 11 14 19 21 28 34 40 55 66 Ie max 1 1 1.5 2.5 1.6/2.8 6.6 2.6/2.6 3. LR9 klasse 10.8 3.75 1. I (A) 380 V 0.25 0.5 1.5 2.3 12.55 0.6 1.5 32.5 2.37 0.63/1 0.5/4 4/6 5. K97.5 7.6 2 2.63/1 1/1.2 3 4 5. unit NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS400 STR43ME NS160 STR22ME NS400 STR43ME NS160 STR22ME NS400 STR43ME NS250 STR22ME NS250 STR22ME NS400 STR43ME NS630 STR43ME NS630 STR43ME Spanning : U = 380/415 V Vermogensschakelaar met enkel Disjoncteur magnetische (MA) magnétique beveiliging (MA) Contactor Contacteur Relais thermique Thermisch relais motoren P (kW) 0.4 4.3 7 9 12 16 21 23 30 37 43 59 72 I (A) 415 V 0.5 18 25 25 32 40 50 63 80 kal.6 0.7 0.5 57 57 82 113 138 163 250 325 325 450 550 650 880 1040 Irth (1) 0.5 4 4 6 8 10 12.5 2.5 10 11 15 18.3 6.18 0.8 2.5 12.5 2.

5 32.6/2.5 2.5/8 7/10 9/13 12/18 17/25 17/25 23/32 30/50 30/40 30/50 37/50 30/50 48/65 48/80 63/80 48/80 60/100 90/150 90/150 132/220 132/220 200/330 200/330 300/500 300/500 300/500 (1) Lange aanloop (klasse 20).5 10 11 15 18. andere klasse 10.2 3 4 5.3 7 9 12 16 21 23 30 37 43 59 72 85 105 140 170 210 250 300 380 420 480 I (A) 415 V 1.8 2. vermogensschakelaar type NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS160-MA NS160-MA NS250-MA NS250-MA NS400-MA NS400-MA NS400-MA NS630-MA NS630-MA NS630-MA contactoren (2) type LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D115 LC1-F115 LC1-D115 LC1-F115 LC1-D150 LC1-F150 LC1-F185 LC1-F225 LC1-F265 LC1-F265 LC1-F330 LC1-F400 LC1-F500 LC1-F500 thermisch relais type LRD06 LRD07 LRD07 LRD08 LRD08 LRD10 LRD12 LRD14 LRD16 LRD21 LRD33 22 LRD33 22 LRD33 53 LR9-F53 57 LRD33 55 LR9-F53 57 LRD33 57 LR9-F53 57 LRD33 59 LR9-F53 63 LRD33 63 LR9-F53 63 LR9-F53 67 LR9-F53 69 LR9-F53 69 LR9-F53 71 LR9-F53 71 LR9-F73 75 LR9-F73 75 LR9-F73 79 LR9-F73 79 LR9-F73 79 kal.5 2.8 3.2 1.5 1.5 1.4 4. K102 Gids laagspanningsverdeling 2003 . (A) 2.5 32.37 0.5 2.8 6.5 22 30 37 45 55 75 90 110 132 160 200 220 250 I (A) 380 V 1.5 2.5 18 25 25 32 50 40 50 50 63 80 80 100 115 150 185 220 265 320 400 500 500 vermogensschakelaar NS100-MA 25 kA NS160/250-MA 35 kA NS400/630-MA N 70 kA 70 kA 70 kA HL 130 kA 130 kA 130 kA Aanloop (1) : normaal LRD klasse 10 A.7 5.5 12.5 4 4 6 8 10 12.3 6.1 1.55 0.5 7.1 1.5 12.5 25 25 25 50 50 50 100 100 100 150 150 220 220 320 320 320 500 500 500 Irm (A) 22. K97. zie overeenkomstigheidstabel thermische relais blz.3 6.75 1.6 2 2.2 11 14 19 21 28 34 40 55 66 80 100 135 160 200 230 270 361 380 430 Ie max 1.6/2.5/4 4/6 5.6 3.6 1. (2) Inrichtingen voor omkeren draairichting: vervang LC1 door LC2 ster-driehoek aanzetter: vervang LC1 door LC3.5 57 57 82 113 138 163 250 325 325 450 550 650 900 1100 1300 1500 1950 2420 2860 2880 3500 4000 5700 6300 6300 Irth (1) 1/1.5 8.5/4 2.Studie van een installatie Beveiliging van motoren Coördinatie type 2 (IEC 60947-4-1) 380/415 V Spanning : U = 380/415 V Vermogensschakelaar met enkel Disjoncteur magnetische(MA) magnétique beveiliging (MA) Contactor Contacteur Relais thermique Thermisch relais motoren P (kW) 0.3 12.6 2.5 2.5 6.

5 1.H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA kal.1 1.5 2.4 4.1 1.5 5 5 6.5 22.5 12. (A) 2.5 32.2 3 4 5.3 6.6 0.3 12.25 0.5 25 25 25 50 50 50 80 80 100 115 150 185 220 265 265 320 400 500 500 kal.5 6. vermogensschakelaar type NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80.5 2. vermogensschakelaar type NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS160-MA NS160-MA NS250-MA NS250-MA NS400-MA NS400-MA NS400-MA NS630-MA NS630-MA NS630-MA contactoren (2) type LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D115 LC1-F115 LC1-D115 LC1-F115 LC1-D150 LC1-F150 LC1-F185 LC1-F225 LC1-F265 LC1-F265 LC1-F330 LC1-F400 LC1-F500 LC1-F500 thermisch relais type LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M I (A) 380 V 1.5 25 25 25 50 50 50 80 80 Irm (A) 13.2/1 0. (A) 1.5 57 57 82 113 138 163 250 325 325 450 550 650 900 1100 1300 1500 1950 2420 2860 2880 3500 4000 5700 6300 6300 Irth (1) 1/5 1/5 1/5 1/5 1/5 5/25 5/25 5/25 5/25 5/25 5/25 5/25 op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI (1) Volg de aanbevelingen van blz.2 1.5 25 25 25 50 50 50 80 80 Spanning : U = 380/415 V vermogensschakelaar NS80 MA H 70 kA Aanloop (1) : klasse instelbaar 10 A tot 30.8 6.5 2.3 6.5 2.8 2.5 2.6 2 2.5 7.5 12.7 0. Gids Laagspanningsverdeling 2003 K103 .5 1.5 2.55 0.9 1.5 6.2 1.7 5.3 12.5 12.5 1.5 32.5 7.2/1 1/5 1/5 1/5 1/5 1/5 5/25 5/25 5/25 5/25 5/25 5/25 5/25 op TI op TI op TI op TI op TI Spanning : U = 380/415 V Vermogensschakelaar met enkel Disjoncteur beveiliging (MA) magnetische magnétique (MA) Contactor Contacteur Thermisch relais op TC Relais thermique sur stroomtrafo relais thermique sur TC motoren P (kW) 0.75 1.6 3.5 5 5 6.3 12.4 4.8 1.8 3.3 12.5 13.5 10 11 15 18.5 8. (2) Inrichtingen voor omkeren draairichting: vervang LC1 door LC2 ster-driehoek aanzetter: vervang LC1 door LC3.5 2.8 3.5 12.5 2.5 12.5 22 30 37 45 55 75 90 110 132 160 200 220 250 vermogensschakelaar NS100-MA NS160/250-MA NS400/630-MA N 25 kA 35 kA H 70 kA 70 kA 70 kA L 130 kA 130 kA 130 kA Aanloop (1) : klasse regelbaar 10 tot 30.1 1.8 6.5 12.18 0.3 6.5 10 11 15 18.3 7 9 12 16 21 23 30 37 43 59 72 85 105 140 170 210 250 300 380 420 480 I (A) 415 V 1.380/415 V 1f Vermogensschakelaar met enkel Disjoncteur beveiliging (MA) magnetische magnétique (MA) Contactor Contacteur Relais thermique sur stroomtrafo Thermisch relais op TC relais thermique sur TC motoren P (kW) 0.75 1. K97 bij gebruik met relais klasse 30 en montage van het thermisch relais op de stroomtrafo.2 11 14 19 21 28 34 40 55 66 80 100 135 160 200 230 270 361 380 430 Ie max 2.2 3 4 5.55 0.3 7 9 12 16 21 23 30 37 43 59 72 I (A) 415 V 0.3 6.5 32.37 0.6 3.5 12.5 2.5 22 30 37 I (A) 380 V 0.5 25 25 25 50 50 50 100 100 100 150 150 220 220 320 320 320 500 500 500 Irm (A) 22.8 2.5 12.6 2 2.5 8.5 32.37 0.2 11 14 19 21 28 34 40 55 66 Ie max 1 1 2.5 2.7 5.1 1.5 57 57 82 113 138 163 250 325 325 450 550 650 880 1040 contactoren (2) type LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 thermisch relais type LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M Irth (1) 0.5 2.

2 3 4 5.3 12.5 6.37 0.5 4 6 6 8 12. zie overeenkomstigheidstabel thermische relais blz.5 5.7 1 1.5/4 4/6 4/6 5.63/1 1/1.5 33 39 51 64 76 90 125 146 178 215 256 353 400 Ie max 40 40 40 80 80 80 100 150 150 185 220 260 400 400 STR22ME klasse 10 STR43ME klasse 10 klasse 20 Irth (A) 24/40 24/40 24/40 48/80 48/80 48/80 60/100 50/100 90/150 80/160 90/150 80/160 131/220 131/220 130/260 130/260 200/400 200/400 H 65 kA Irm (A) 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth contactoren (2) type LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D115 of LC1-F115 LC1-F185 LC1-D150 of LC1-F150 LC1-F185 LC1-D150 of LC1-F150 LC1-F185 LC1-F185 LC1-F225 LC1-F225 LC1-F265 LC1-F400 LC1-F400 vermogensschakelaar type bev.5 57 82 82 113 163 250 325 325 450 550 550 880 880 1040 Irth (1) 0.25 0.6 1. I (A) 440 V 0.5 13. beveiliging (MA) moteur Contacteur Contactor vermogensschakelaar NS100-STR22ME NS160-STR22ME NS250-STR22ME NS400-STR43ME NS630-STR43ME N 25 kA 35 kA 35 kA 42 kA 42 kA H 65 kA 65 kA 65 kA 65 kA 65 kA L 130 kA 130 kA 130 kA 130 kA 130 kA Aanloop : normaal lang motoren P (kW) 15 18.5 22 30 37 45 55 75 90 110 132 160 220 250 I (A) 440 V 26.5 22.6 1/1.3 6.8 8 10.1 1.1 4. (3) Lange aanloop (klasse 20).5 22 30 37 45 vermogensschakelaar type NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA contactoren (2) type LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D18 LC1-D25 LC1-D25 LC1-D32 LC1-D32 LC1-D32 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D50 LC1-D80 LC1-D50 LC1-D80 LC1-D65 LC1-D80 LC1-D65 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 thermische relais type LRD05 LRD06 LRD06 LRD07 LRD07 LRD08 LRD10 LRD10 LRD12 LRD16 LRD21 LRD33 22 LRD33 22 LRD33 53 LRD33 55 LR9-F53 57 LRD33 55 LR9-F53 57 LRD33 59 LR9-F53 63 LRD33 59 LR9-F53 63 LRD33 63 LR9-F53 63 vermogensschakelaar NS80-MA Aanloop (3) : normaal LRD klasse 10 A.6 2.5 10 11 15 18.75 1.5 32. LR9 klasse 10.5 2.5 22.5 2.5/8 9/13 12/18 17/25 17/25 23/32 30/40 30/50 30/40 30/50 48/65 48/80 48/65 48/80 63/80 48/80 (1) Van toepassing voor 480 V NEMA.7 2.Studie van een installatie Beveiliging van motoren Coördinatie type 2 (IEC 60947-4-1) 440 V Spanning (1) : U = 440 V Disjoncteur Vermogensschakelaar met enkel magnétothermique magn.5 1.5 7.5 12.5 2.5 2. unit NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS100 STR22ME NS400 STR43ME NS160 STR22ME NS400 STR43ME NS160 STR22ME NS400 STR43ME NS250 STR22ME NS250 STR22ME NS400 STR43ME NS400 STR43ME NS630 STR43ME NS630 STR43ME spanning (1) : U = 440 V Vermogensschakelaar met enkel Disjoncteur magn. (A) 1. K104 Gids laagspanningsverdeling 2003 .4 3. K97.5 32. beveiliging magnétique (MA) (MA) Contactor Contacteur Thermisch relais Relais thermique motoren P (kW) 0. (2) Inrichtingen voor omkeren draairichting: vervang LC1 door LC2 ster-driehoek aanzetter: vervang LC1 door LC3.5 25 25 25 50 50 50 80 80 80 Irm (A) 13.6/2.6 1.5 2.5 18 25 25 32 40 50 40 50 63 80 63 80 80 kal.5 2.3 6.55 0.5 33 39 52 63 76 Ie max 1 1.7 19 20 26.5 2.4 1.6/2.

6/2. overige klasse 10. vermogensschakelaar type NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS160-MA NS160-MA NS250-MA NS250-MA NS400-MA NS400-MA NS400-MA NS630-MA NS630-MA NS630-MA contactoren (3) type LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D115 LC1-F115 LC1-D150 LC1-F150 LC1-D150 LC1-F150 LC1-F185 LC1-F225 LC1-F265 LC1-F265 LC1-F330 LC1-F400 LC1-F400 LC1-F500 thermisch relais type LRD06 LRD06 LRD07 LRD07 LRD08 LRD10 LRD10 LRD12 LRD16 LRD21 LRD33 22 LRD33 22 LRD33 53 LRD33 55 LR9-F53 57 LRD33 55 LR9-F53 57 LRD33 59 LR9-F53 63 LRD33 59 LR9-F53 63 LRD33 63 LR9-F53 63 LR9-F53 67 LR9-F53 69 LR9-F53 69 LR9-F53 71 LR9-F53 71 LR9-F73 75 LR9-F73 75 LR9-F73 79 LR9-F73 79 LR9-F73 79 I (A) 440 V 1 1.7 19 20 26.6 2.6 1/1. (2) Inrichtingen voor omkeren draairichting: vervang LC1 door LC2 ster-driehoek aanzetter: vervang LC1 door LC3.3 6.5 2.5 2.5 2.5 7.5 2.5 22. (A) 2.5 18 25 25 32 40 50 40 50 63 80 63 80 80 100 150 150 185 220 265 320 400 400 500 kal.5 32.6 1.5/4 4/6 4/6 5.5 25 25 25 50 50 50 100 100 100 100 150 150 220 220 320 320 320 500 500 500 Irm (A) 22.55 0.1f Spanning (1) : U = 440 V Vermogensschakelaar met enkel Disjoncteur magn.1 4.8 8 10.5 22 30 37 45 55 75 90 110 132 160 200 220 250 300 vermogensschakelaar NS100-MA NS160/250-MA NS400/630-MA N 25 kA 35 kA H 65 kA 65 kA 65 kA L 130 kA 130 kA 130 kA Aanloop (2) : normaal LRD klasse 10 A.5/8 9/13 12/18 17/25 17/25 23/32 30/40 30/50 30/40 30/50 48/65 48/80 48/65 48/80 63/80 48/80 60/100 90/150 90/150 132/220 132/220 200/330 200/330 300/500 300/500 300/500 (1) Van toepassing voor 480 V NEMA. beveiliging magnétique (MA) (MA) Contactor Contacteur Thermisch relais Relais thermique motoren P (kW) 0.5 2.3 12. (3) Lange aanloop (klasse 20).5 5. Gids laagspanningsverdeling 2003 K105 .5 12.5 2.75 1.4 3. K97.5 4 6 6 8 12.1 1.6/2.5 33 39 52 63 76 90 125 146 178 215 256 320 353 400 480 Ie max 1.5 57 82 82 113 163 250 325 325 450 550 550 900 900 1100 1300 1950 1950 2420 2860 2880 3500 4000 5700 5700 6300 Irth (2) 1/1.37 0.2 3 4 5.5 6.5 13.7 2.5 32. zie overeenkomstigheidstabel thermische relais blz.4 1.5 10 11 15 18.3 6.5 1.6 1.

5 4 5 6.5 12.5 22 30 37 45 I (A) 440 V 0. (2) Volg de aanbevelingen van blz.5 7.5 2.5 25 25 25 50 50 50 100 100 100 100 150 150 220 220 320 320 320 500 500 500 Irm (A) 22.5 2.37 0.5 2.5 32.5 12.5 2.5 57 82 82 113 163 250 325 325 450 550 550 900 900 1100 1300 1950 1950 2420 2860 2880 3500 4000 5700 5700 6300 contactoren type (3) LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D115 LC1-F115 LC1-D150 LC1-F150 LC1-D150 LC1-F150 LC1-F185 LC1-F225 LC1-F265 LC1-F265 LC1-F330 LC1-F400 LC1-F400 LC1-F500 thermisch relais type LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M Irth (1) 1/5 1/5 1/5 1/5 1/5 1/5 5/25 5/25 5/25 5/25 5/25 5/25 op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI op TI (1) Van toepassing voor 480 V NEMA.4 1.5 32. vermogensschakelaar type NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS160-MA NS160-MA NS250-MA NS250-MA NS400-MA NS400-MA NS400-MA NS630-MA NS630-MA NS630-MA kal.75 1.75 1.5 10 11 15 18.5 33 39 52 63 76 90 125 146 178 215 256 320 353 400 480 Ie max 2.55 0.3 6.5 25 25 25 50 50 50 80 80 80 vermogensschakelaar NS80 MA H 65 kA Aanloop (2) : klasse instelbaar 10 A tot 30.25 0.8 8 10.5 2.5 7.5 33 39 52 63 76 Ie max 1 1.5 2.3 6.5 22.3 12.4 3.5 12. beveiliging (MA) magnétique (MA) Contactor Contacteur Thermisch relais op Relais thermique sur TC R relais thermique sur TC stroomtrafo motoren P (kW) 0.4 3.1 1.3 12.2 3 4 5.5 10 11 15 18.5 2.7 1 1.1 4.8 8 10.5 13. vermogensschakelaar type NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA vermogensschakelaar NS100-MA NS160/250-MA NS400/630-MA kal.7 19 20 26.5 2.6 1. (3) Inrichtingen voor omkeren draairichting: vervang LC1 door LC2 ster-driehoek aanzetter: vervang LC1 door LC3.5 22. (A) 1.37 0.3 6.5 32.5 2.5 22 30 37 45 55 75 90 110 132 160 200 220 250 300 I (A) 440 V 1 1.55 0.7 2.1 1.5 2. K97 bij gebruik met relais klasse 30 en montage van het thermisch relais op de stroomtrafo.2/1 1/5 1/5 1/5 1/5 1/5 1/5 5/25 5/25 5/25 5/25 5/25 5/25 op TI op TI op TI op TI op TI op TI Spanning (1) : U = 440 V Vermogensschakelaar met enkel Disjoncteur magn.5 57 82 82 113 163 250 325 325 450 550 550 880 880 1040 contactoren (3) type LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 H 65 kA 65 kA 65 kA thermisch relais type LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M LT6-P0M L 130 kA 130 kA 130 kA Irth (2) 0.5 2.5 5.5 22.7 2.5 32.5 25 25 25 50 50 50 80 80 80 N 25 kA 35 kA Irm (A) 13. K106 Gids laagspanningsverdeling 2003 .Studie van een installatie Beveiliging van motoren Coördinatie type 2 (IEC 60947-4-1) 440 V Spanning (1) : U = 440 V Vermogensschakelaar met enkel Disjoncteur magn.5 6.6 2.2 3 4 5. beveiliging (MA) magnétique (MA) Contactor Contacteur Thermisch relais op Relais thermique sur TC R R relais thermique sur TC stroomtrafo motoren P (kW) 0.5 5.3 12.7 19 20 26.1 4.5 12.4 1.3 12.5 25 25 25 50 50 50 80 80 80 100 150 150 185 220 265 265 320 400 400 500 Aanloop (1) : instelbaar 3 klassen 10 A tot 30.5 2.3 6.5 6.5 5 5 6.5 13.5 2. (A) 2.

8 3.63/1 LRD06 1/1.9 1.6 1.8 5 6.5 9 12 15 18.5 10 11 15 18.5 33 45 55 65 80 1 1 1.5 33 45 55 65 80 105 130 155 185 220 360 23 28.4 23 28.2 1.5 12.5 6.5 2.6 0.5 33 45 55 65 80 0.5 22 30 37 45 55 75 90 110 132 160 250 23 28.5 2.4 Ie max 20 20 vermogensschakelaar type bev.6 2.6/2. unit NS100 NS100 STR22ME STR22ME Irm (A) 13 Irth 13 Irth contactoren (1) type LC1-D80 LC1-D80 15 18.3 6.5 7.5 22.6 0.3 12. (2) Lange aanloop (klasse 20). Gids laagspanningsverdeling 2003 K107 .6 LRD07 1.5 57 57 82 113 138 163 250 325 325 450 550 650 880 960 1040 contactoren (1) type LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D18 LC1-D18 LC1-D25 LC1-D32 LC1-D32 LC1-D32 LC1-D32 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D50 LC1-D115 LC1-D50 LC1-D115 LC1-D65 LC1-D115 LC1-D115 LC1-D115 thermisch relais (2) type Irth LRD05 0. overige klasse 10.5 LRD08 2.2 1.5 13.25 0.4 I (A) 525 V 15 18.5 16 25 25 32 40 50 63 80 80 80 vermogensschakelaar type NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA kal.55 0.5 2.5 2. beveiliging magnétothermique motor moteur Contacteur Contactor Relais thermique sur TC R vermogensschakelaar NS100-STR22ME NS160-STR22ME NS250-STR22ME NS400-STR43ME NS630-STR43ME H 50/35 kA 50/35 kA 50/35 kA 50/35 kA 50/35 kA L 70/50 kA 70/50 kA 70/50 kA 70/50 kA 70/50 kA Aanloop : normaal lang STR22ME klasse 10 STR43ME klasse 10 klasse 20 Irth (A) 12/20 12/20 motoren P (kW) 10 11 I (A) 500 V 15 18.5 12.5 33 45 55 65 80 105 130 155 185 220 360 40 40 40 50 80 80 100 115 150 160 220 220 400 NS100 NS100 NS100 NS100 NS100 NS100 NS100 NS400 NS160 NS400 NS160 NS400 NS250 NS400 NS250 NS400 NS250 NS400 NS630 STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR43ME STR22ME STR43ME STR22ME STR43ME STR22ME STR43ME STR22ME STR43ME STR22ME STR43ME STR43ME 24/40 24/40 24/40 30/50 48/80 48/80 60/100 50/100 90/150 50/100 90/150 80/160 131/220 80/160 131/220 130/260 131/220 130/260 200/400 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth 13 Irth LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D115 of LC1-F115 LC1-F185 LC1-D115 of LC1-F115 LC1-F185 LC1-D150 of LC1-F150 LC1-F185 LC1-F185 LC1-F185 LC1-F265 LC1-F265 LC1-F265 LC1-F265 LC1-F500 Spanning : U = 500/525 V Vermogensschakelaar met enkel Disjoncteur magn.37 0. zie overeenkomstigheidstabellen thermische relais blz. beveiliging magnétique (MA) (MA) Contactor Contacteur Thermisch relais Relais thermique motoren vermogensschakelaar NS80-MA H 25 kA Aanloop (2) : normaal LRD klasse 10 A.9 1.5 1.5/4 LRD10 4/6 LRD12 5.5 22 30 37 45 55 I (A) 500 V I (A) 525 V Ie max 0.5 2 2.3 6.8 3.1 1.5 22. K97.5 32.75 1.8 5 6. P (kW) 0.63/1 LRD05 0.5 4 4 6 8 10 12.5/4 LRD08 2.6 LRD06 1/1.5/8 LRD14 7/10 LRD16 9/13 LRD33 21 12/18 LRD33 22 17/25 LRD33 22 17/25 LR9-F53 53 23/32 LRD33 55 30/40 LR9-F53 57 30/50 LRD33 57 37/50 LR9-F53 57 30/50 LRD33 59 48/65 LR9-F53 63 48/80 LRD33 63 50/80 LR9-F53 63 48/80 LRF53 63 50/80 LR9-F53 63 48/80 (1) Inrichtingen voor omkeren draairichting: vervang LC1 door LC2 ster-driehoek aanzetter: vervang LC1 door LC3.5 9 12 15 18.5 2 2.5 25 25 25 50 50 50 80 80 80 Irm (A) 13.500/525 V 1f Spanning : U = 500/525 V Vermogensschakelaar met Disjoncteur thermisch-magn. (A) 1.2 3 4 5.4 23 28.

5 2. overige klasse 10.3 6.8 5 6.Studie van een installatie Beveiliging van motoren Coördinatie type 2 (IEC 60947-4-1) 500/525 V Spanning : U = 500/525 V Disjoncteur Vermogensschakelaar met enkel magnétique (MA) magn. K97.5 22 30 37 45 55 75 90 110 132 160 200 220 250 315 355 Aanloop (1) : normaal LRD klasse 10 A.1 1.8 3.5/4 LRD10 4/6 LRD12 5.5/8 LRD14 7/10 LRD16 9/13 LRD21 12/18 LRD33 22 17/25 LRD33 22 17/25 LRD33 53 17/25 LRD33 55 23/32 LR9-F53 57 30/50 LRD33 57 30/40 LR9-F53 57 30/50 LRD33 59 37/50 LR9-F53 63 48/80 LR9-F53 63 48/80 LR9-F53 67 LR9-F53 69 LR9-F53 69 LR9-F53 71 LR9-F53 71 LR9-F73 75 LR9-F73 75 LR9-F73 75 LR9-F73 79 LR9-F73 79 LR9-F73 79 60/100 90/150 90/150 132/220 132/220 200/330 200/330 200/330 300/500 300/500 300/500 I (A) 500 V 1.55 0.4 23 28.6 2.6 LRD07 1. ster-driehoek aanzetter: vervang LC1 door LC3. (2) Inrichtingen voor omkeren draairichting: vervang LC1 door LC2.5 12.2 3 4 5.5 2 2.3 6.2 1.5 25 25 25 50 50 50 100 100 100 150 150 220 220 220 320 320 320 500 500 500 Irm (A) 22.5 33 45 55 65 80 105 130 156 187 220 280 310 360 445 500 Ie max 1.5 7.5 9 12 15 18.8 5 6.2 1.5 12. I (A) 525 V 1.6/2.5 22.8 3.5 4 4 6 8 10 12.5 16 25 25 32 40 50 50 63 80 80 65 100 80 115 150 185 220 220 265 320 320 500 500 500 vermogensschakelaar type NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS100-MA NS160-MA NS160-MA NS250-MA NS250-MA NS250-MA NS400-MA NS400-MA NS400-MA NS630-MA NS630-MA NS630-MA kal. zie overeenkomstigheidstabellen thermische relais blz.5 2.5 32.75 1.5 2 2.4 23 28.6 LRD06 1/1.5 10 11 15 18.5 9 12 15 18.5 6.5/4 LRD08 2.5 2. beveiliging (MA) vermogensschakelaar NS100-MA 50/35 kA NS160/250-MA 50/35 kA NS400/630-MA 50/35 KA H L 70/50 kA 70/50 kA 70/50 kA Contactor Contacteur Relais thermique Thermisch relais motoren P (kW) 0.3 12.6 1.5 33 45 55 65 80 105 130 156 187 220 280 310 360 445 500 (1) Lange aanloop (klasse 20).5 LRD08 2. K108 Gids laagspanninsverdeling 2003 .5 57 57 82 113 138 163 250 325 325 450 550 650 900 900 1000 1350 1650 2000 2640 2860 2880 4000 4000 5500 5500 6500 contactoren (2) type LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D115 LC1-D80 LC1-D115 LC1-D80 LC1-D115 LC1-D115 LC1-F115 LC1-D115 LC1-F115 LC1-D115 LC1-F115 LC1-D150 LC1-F150 LC1-F185 LC1-F265 LC1-F265 LC1-F400 LC1-F400 LC1-F400 LC1-F500 LC1-F500 LC1-F630 thermisch relais (1) type Irth LRD06 1/1. (A) 2.

3 NS100L MA 6.6 1. (2) Inrichtingen voor omkeren draairichting: vervang LC1 door LC2.5 NS100L MA 6.5/4 2.2 33 40 47 58 76 94 113 135 165 203 224 253 Ie max 1.2 3 4 5.5 57 57 82 113 138 175 250 325 325 650 650 650 1100 1100 2880 2880 2880 2880 2880 2880 3520 contactoren (2) type LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1F-115 LC1F-115 LC1F-265 LC1F-265 LC1F-265 LC1F-265 LC1F-330 LC1F-330 LC1F-400 thermisch relais type LRD06 LRD06 LRD07 LRD08 LRD08 LRD10 LRD12 LRD14 LRD16 LRD21 LRD22 LRD22 LR9-D53 57 LR9-D53 57 LR9-D53 57 LR9-F53 63 LR9-F53 63 LR9-F53 67 LR9-F53 69 LR9-F53 69 LR9-F53 71 LR9-F73 75 LR9-F73 75 LR9-F73 75 Irth (1) 1/1. K97.9 6.25/2 1.6 2 2.5 NS100L MA 2.2 33 40 47 58 76 94 113 135 165 203 224 253 Ie max 18 25 40 50 50 50 63 80 100 100 160 160 160 230 230 260 vermogensschakelaar type bev.5/4 4/6 5. I (A) 690V 1.5 10 15 18.9 11. (A) NS100L MA 2.6 8.5 2.5 NS100L MA 2.2 24.690 V 1f Spanning : U = 690 V Disjoncteur Vermogensschakelaar met électronique elektronische beveiliging vermogensschakelaar NS100L-STR22ME NS400L-STR43ME L 75 kA 75 kA Aanloop : Contactor Contacteur normaal lang motoren P (kW) 15 18.8 3. unit NS100L STR22ME NS100L STR22ME NS100L STR22ME NS100L STR22ME NS100L STR22ME NS100L STR22ME NS100L STR22ME NS100L STR22ME NS400L STR43ME NS400L STR43ME NS400L STR43ME NS400L STR43ME NS400L STR43ME NS400L STR43ME NS400L STR43ME NS400L STR43ME Irth (A) 12/20 12/20 24/40 30/50 30/50 30/50 48/80 60/100 50/100 50/100 80/160 80/160 80/160 130/260 130/260 130/260 Irm (A) 13Irth 13Irth 13Irth 13Irth 13Irth 13Irth 13Irth 13Irth 6 tot 13 x Irth 6 tot 13 x Irth 6 tot 13 x Irth 6 tot 13 x Irth 6 tot 13 x Irth 6 tot 13 x Irth 6 tot 13 x Irth 6 tot 13 x Irth (1) inrichtingen voor omkeren draairichting : vervang LC1 door LC2 .3 NS100L MA 12.75 1 1.5 22 30 37 45 55 75 90 110 132 160 200 220 250 Aanloop (1) : normaal LRD klasse 10 A.3 NS100L MA 6. ster-driehoek aanzetter: vervang LC1 door LC3.5 7.8 4.5 NS100L MA 12.5 27. Gids laagspanninsverdeling 2003 K109 .5 22 30 37 45 55 75 90 110 132 160 200 220 250 STR22ME klasse 10 STR43ME klasse 10 klasse 20 contactoren (1) type LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D80 LC1F-115 LC1F-115 LC1F-265 LC1F-265 LC1F-265 LC1F-265 LC1F-265 LC1F-330 LC1F-330 LC1F-400 I (A) 690V 17 20. ster-driehoek aanzetter : vervang LC1 door LC3. Spanning : U = 690 V vermogensschakelaar NS100L-STR22ME NS400L-STR43ME L 75 kA 75 kA Disjoncteur Vermogensschakelaar met enkel magnétique (MA) (MA) magn.5 17 20. overige klasse 10.2 1.5/8 7/10 9/13 12/18 17/25 17/25 30/50 30/50 30/50 48/80 48/80 60/100 90/150 90/150 132/220 200/330 200/330 200/330 (1) Lange aanloop (klasse 20).5 2 2.6/2.5 2.2 24.5 32. zie overeenkomstigheidstabellen thermische relais blz.5 NS100L MA 25 NS100L MA 25 NS100L MA 25 NS100L MA 25 NS100L MA 50 NS100L MA 50 NS100L MA 50 NS100L MA 100 NS100L MA 100 NS400L MA 320 NS400L MA 320 NS400L MA 320 NS400L MA 320 NS400L MA 320 NS400L MA 320 NS400L MA 320 Irm (A) 22. beveiliging Contactor Contacteur Thermisch relais sur TC relais thermique motoren P (kW) 0.5 4 4 6 8 10 13 18 25 25 50 50 50 80 80 100 150 150 165 230 230 280 vermogensschakelaar type kal.

2 11 14 17 21 440 V P (kW) 0.1 1.5 16 25 25 40 40 40 63 63 Irm (A) 20 20 30 50 50 75 120 120 150 190 300 300 480 480 480 750 750 contactoren type LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D12 LC1-D18 LC1-D18 LC1-D25 LC1-D32 LC1-D40 LC1-D50 LC1-D50 LC1-D65 thermisch relais type LRD06 LRD06 LRD07 LRD08 LRD08 LRD10 LRD12 LRD14 LRD16 LRD21 LRD21 LRD22 LRD3353 LRD3355 LRD3357 LRD3357 LRD3359 Irth 1/1.2 0.5 2.5 11 15 2 2.2 3 4 5.5 2.5 2.8 2.5 3 4 5.5/4 4/6 5.5 8.2 1.5 64 37 55 45 49 60 80 30 59 30 37 45 55 66 80 37 22 75 37 72 45 76 55 80 55 75 (1) Lange aanloop (klasse 20).37 0.1 4.5 28 39 52 64 15 18.5 2.2 3 4 1.5/8 7/10 7/10 9/13 12/18 12/18 9/13 17/25 12/18 17/25 23/32 30/40 37/50 37/50 48/65 37/50 48/65 55/70 37/50 63/80 48/80 0.6 1.1 26.6 1.5 9 11 (2) I (A) 1 1.5 33 45 30 33 37 51.5 39 18.5 2.5 type C60LMA C60LMA C60LMA C60LMA C60LMA C60LMA C60LMA C60LMA C60LMA C60LMA C60LMA C60LMA C60LMA C60LMA C60LMA NG125LMA NG125LMA kal (A) 1.5 1.5 8.5/4 4/6 5.5 14.55 0.75 1.5 5.5 25 25 25 25 25 50 50 50 50 50 50 50 80 80 80 80 80 contactoren (3) type LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D12 LC1-D12 LC1-D18 LC1-D18 LC1-D18 LC1-D25 LC1-D25 LC1-D32 LC1-D32 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D50 LC1-D50 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D115 LC1-F115 thermisch relais (1) type LRD06 LRD06 LRD07 LRD07 LRD08 LRD08 LRD10 LRD12 LRD14 LRD14 LRD16 LRD21 LRD21 LRD16 LRD22 LRD21 LRD22 LRD33 53 LRD33 55 LRD33 57 LRD33 57 LRD33 59 LRD33 57 LRD33 59 LRD33 61 LRD33 57 LRD33 63 LR9-F53 63 Irth (A) 1/1.5 9 10 11 2 2.75 1.5 12. beveiliging Onderbrekingsvermogen "Iq" : gelijk aan het onderbrekingsvermogen van de vermogensschakelaar alleen Aanloop (1) : normaal LRD klasse 10 A.5 2. zie overeenkomstigheidstabellen thermische relais blz.8 2.7 11.5 9 11 15 22 30 I (A) 1 1.6 3.2 3 4 5.37 0. (A) 2.2 3 4 5.5 2.4 13.6 2.5 2.1 vermogensschakelaar 500/525 V P I (kW) (A) 0.4 1.1 1.5 5.5 12.3 6.5 I (A) 1.6 0.4 3.55 0.5 11. LR9 klasse 10.6/2.9 20.25/2 1.6/2.75 1.8 3.5 9 11 15 22 25 I (A) 1.3 34.6 2 2.5 660/690 V P I (kW) (A) 0.4 4.2 0.37 0.5 2.55 0.6 1.6/2.5 12.5 2 2. K110 Gids laagspanningsverdeling 2003 .Studie van een installatie Beveiliging van motoren Coördinatie type 1 (IEC 60947-4-1) Rechtstreeks aanzetten Inrichting voor omkeren draairichting vermogensschak.5 5.25/2 1.8 3. (2) Van toepassing voor 480 V NEMA.75 2 1.7 5 6.37 0.55 1.1 4.5 3.6 5 6.5 9 11 I (A) 1.2 3 4 5.5 1.5 22 30 37 44 15 22 25 28 40 47 15 22 30 26.3 6.55 1.37 0.55 0.9 10.6 8.37 1.4 1.5/8 7/10 9/13 12/18 12/18 17/25 23/32 30/40 37/50 37/50 48/65 0.5 2.37 0.5/4 2.75 1.9 20. Contactor Contacteur Relais thermique Thermisch relais motoren 220/230 V P I (kW) (A) 380 V P (kW) 0.5 22 2.5 2.5 2.55 1.8 5.5/4 2.8 4.3 12.1 2.5 11 15 18.5 9 12 14 15 10 11.5 7.5 15.5 1.5 6.1 1.9 type NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA kal.8 7.7 2.5 20 11 22 7. K97.1 1.5 7.8 7.5 1.1 1.8 5 6.5 415 V P (kW) 0.5 11 15 18. (3) Inrichtingen voor omkeren draairichting: vervang LC1 door LC2.8 6.8 4.5 7.5 17 21.2 1 1.75 1.6 39 42 18.5 4.6 8.9 6.5 1.3 10 10 12.37 0.5 4 4 6.8 6.2 11 14 17 21 28 40 47 P (kW) 440V 0. contactoren norm aanloop onderbrekingsvermogen motoren P (KW) I (A) 220/230V Merlin Gerin Telemecanique IEC 60947-4.3 7 9 12 16 23 30 37 43 P (kW) 415V 0.1 1.2 4 5.2 3 4 5.4 6.8 2.2 3 4 7.55 11 1.7 3.75 1.1 1.5 7.5 7.7 16.9 13.5 22 30 28.1 normaal gelijk aan het onderbrekingsvermogen van de vermogensschakelaar alleen vermogensschakelaar P (kW) I (A) 380/400V 0.55 0.1 8.1 1.5 39 51.5 9 15 20 28 39 52 Disjoncteur Vermogensschakelaar met enkel magnétique (MA) (MA) magn.2 3 4 5.5 2.7 16.5 7.4 15 18.5 7.75 1.5 7.

2 11 14 17 21 440 V P (kW) 0. beveiliging gelijk aan het onderbrekingsvermogen van de vermogensschakelaar alleen Aanloop (1) : normaal LRD klasse 10 A.5 2.5 9 12 14 15 10 11.1 4.5 5.6 1.5 4.5 8.2 3 4 5.5 I (A) 1.55 1.5 660/690 V P I (kW) (A) 0.7 11.9 type NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA 30 30 37 51.2 3 4 1.75 1.3 34.9 10.55 0.4 3.5 7.7 2.1 1.5 1.2 3 4 5.37 0.2 3 4 5.5 7.8 2.5 15.5 12. Gids laagspanningsverdeling 2003 K111 .5 7. Contactor Contacteur Thermisch relais Relais thermique motoren 220/230 V P I (kW) (A) 380 V P (kW) 0.5 1.5 2.5 2 2.5 9 11 (2) I (A) 1 1.8 4.5 1.37 0. zie overeenkomstigheidstabellen thermische relais blz.5 3.55 0.8 2.7 5 6.9 6.1 vermogensschakelaar 500/525 V P I (kW) (A) 0.5 64 37 55 45 49 45 33 37 39 42 NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA 55 60 80 NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA kal.1 1.6 18.1 8.2 0.5 9 10 11 2 2.6/2. (3) Inrichtingen voor omkeren draairichting: vervang LC1 door LC2.25/2 1.4 13.55 1.8 4.5 2.5 2.1 1.75 1.5 2.5 25 25 25 25 25 50 50 50 50 50 50 100 100 100 100 100 100 contactoren (3) type LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D09 LC1-D12 LC1-D12 LC1-D18 LC1-D18 LC1-D18 LC1-D25 LC1-D25 LC1-D32 LC1-D32 LC1-D40 LC1-D40 LC1-D50 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D80 LC1-D80 LC1-D95 LC1-D115 LC1-F115 LC1-D115 LC1-F115 thermisch relais (1) type LRD06 LRD06 LRD07 LRD07 LRD08 LRD08 LRD10 LRD12 LRD14 LRD14 LRD16 LRD21 LRD21 LRD16 LRD22 LRD21 LRD22 LRD33 53 LRD33 55 LR9-F53 57 LRD33 57 LR9-F53 57 LRD33 57 LR9-F53 57 LRD33 57 LR9-F53 57 LRD33 59 LR9-F53 63 LRD33 57 LR9-F53 63 LRD33 63 LR9-F53 63 LRD33 65 LR9-F53 67 LR9-F53 63 LR9-F53 67 Irth (A) 1/1.1f Onderbrekingsvermogen "Iq" : Disjoncteur Vermogensschakelaar met enkel magnétique (MA) (MA) magn.5 33 30 11 39 18.8 6.4 6.2 3 4 5.5/4 2.5/4 4-jun 5.2 1.1 1.8 3.3 6.5 6.3 12.1 1.5 28 15 30 15 28 15 26.5 11.2 1 1.5/8 7/10 7/10 9/13 12/18 12/18 9/13 17/25 12/18 17/25 23/32 30/40 30/50 37/50 30/50 37/50 30/50 37/50 30/50 48/65 48/80 37/50 48/80 63/80 48/80 80/93 60/100 48/80 60/100 0.5 7.4 1.5 14.55 0.1 1. K97.6 5 6.5 2.5 3 4 5.6 8.5 1.5 12.5 2.5 2.5 7. (2) Van toepassing voor 480 V NEMA.6/2. LR9 klasse 10.9 20.8 7. (A) 2.5 5.37 0.37 0.8 3.5 52 64 30 22 25 75 85 37 45 72 85 37 45 72 80 45 76 55 80 30 100 55 100 55 96 75 (1) Lange aanloop (klasse 20).5 12.75 1.6 2 2.5 22 37 44 59 22 25 30 40 47 55 22 39 15 18.75 1.5 9 11 I (A) 1.5 20 11 22 7.4 15 18.5 18.3 6.5 17 21.7 16.5 22 28.5 415 V P (kW) 0.75 1.5 2.6 8.

5 22 33 30 45 37 55 55 80 660/690 V P I (kW) (A) 30 33 37 45 55 75 90 110 34.0 5.6 39 42 49 60 80 100 120 55 75 90 110 105 140 170 210 55 75 90 110 100 135 160 200 55 75 90 110 132 96 124 156 180 215 75 90 110 110 130 156 132 75 250 132 250 132 230 160 256 160 190 228 132 160 200 220 250 335 375 140 175 220 240 270 335 400 110 360 200 380 220 380 220 250 335 375 400 450 360 401 540 590 650 720 220 310 160 200 220 250 520 630 700 800 300 335 375 400 450 500 570 630 700 700 800 900 300 335 375 400 450 500 510 580 650 690 720 830 400 450 500 500 560 600 570 630 700 700 760 830 920 1020 5.Studie van een installatie Beveiliging van motoren Coördinatie type 1 (IEC 60947-4-1) Rechtstreeks aanzetten Inrichting voor omkeren van de draairichting Onderbrekingsvermogen "Iq" : gelijk aan het onderbrekingsvermogen van de vermogensschakelaar Aanloop : normaal klasse 10.5 22 25 30 37 45 55 52 64 75 85 100 125 150 180 380 V P (kW) 15 18. K112 Gids laagspanningsverdeling 2003 .0 NS800N/H/L-Micrologic 5. beveiliging (MA) magnétique (MA) Contactor Contacteur Relais thermique Thermisch relais motoren 220/230 V P I (kW) (A) 37 125 45 150 55 180 380 V P (kW) 55 75 90 110 I (A) 105 140 170 210 415 V P I (kW) (A) 75 135 90 110 160 200 440 V P (kW) 75 90 110 132 (1) I (A) 124 156 180 215 500/525 V P I (kW) (A) 75 110 90 130 110 156 kal.0 C801N/H-STR35ME 580 NS800N/H/L-Micrologic 5.5 22 30 37 45 I (A) 30 37 44 59 72 85 415 V P (kW) 15 22 25 30 37 I (A) 28 40 47 55 72 440 V (1) P I (kW) (A) 15 26.0 NS1000N/H/L-Micrologic 5.5 22 39 30 37 45 51.0 5.0 1250 LC1-BP33 Vermogensschakelaar met enkel Disjoncteur magnétothermique motor moteur Contacteur Contactor magn.0 300 970 560 600 1000 560 1100 600 500 560 920 600 1000 670 800 900 960 670 1080 750 Micrologic 5. vermogensschakelaar 660/690 V P I type (kW) (A) (A) 90 100 NS160N/H/L-MA 110 120 NS250N/H/L-MA NS250N/H/L-MA 140 NS250N/H/L-MA 175 NS400N/H/L-MA 220 NS400N/H/L-MA 240 NS630N/H/L-MA 270 NS630N/H/L-MA 335 NS630N/H/L-MA NS630N/H/L-MA 400 NS630N/H/L-MA NS800N/H/L-Micrologic 5. unit NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS160N/H/L NS250N/H/L NS250N/H/L NS250N/H/L NS400N/H/L NS400N/H/L NS630N/H/L NS630N/H/L NS630N/H/L NS800N/H/L NS800N/H/L NS800N/H/L NS800N/H/L NS1000N/H/L NS1000N/H/L NS1250N/H/L STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR43ME STR43ME STR43ME STR43ME STR43ME Micrologic Micrologic Micrologic Micrologic Micrologic Irth (A) 24/40 24/40 30/50 48/80 48/80 48/80 60/100 60/100 60/100 90/150 131/220 131/220 131/220 130/260 130/260 200/400 200/400 200/400 320/800 320/800 320/800 250/630 400/1000 contactoren (2) type LC1-D32 LC1-D40 LC1-D50 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D80 LC1-D95 LC1-D115 of LC1-F115 LC1-D115 of LC1-F115 LC1-D150 LC1-F150 LC1-F185 LC1-F225 LC1-F265 LC1-F265 LC1-F330 LC12-F400 LC1-F500 LC1-F630 LC1-F630 LC1-F630 LC1-F800 LC1-F800 LC1-BM33 LC1-BM33 LC1-BP33 motoren 220/230 V P I (kW) (A) 7. (A) 150 220 220 220 320 320 500 500 500 500 500 800 800 800 800 1000 1000 132 75 90 110 250 312 360 132 160 200 220 250 375 400 450 500 300 970 560 600 250 300 380 420 480 700 750 800 900 132 160 220 230 270 380 160 256 160 200 220 190 228 281 310 132 160 200 220 250 335 220 250 360 401 480 650 720 150 220 480 700 250 375 400 450 500 430 650 690 750 500 560 920 600 1000 670 830 300 400 450 315 355 445 500 375 560 250 800 500 560 600 700 760 830 920 1020 1000 560 1100 600 800 900 960 670 1080 750 NS1250N/H/L-Micrologic 5.5 64 76 500/525 V P I (kW) (A) 18.0 NS1000N/H/L-Micrologic 5.0 contactoren (2) type LC1-D150 LC1-F150 LC1-F185 LC1-F225 LC1-F265 LC1-F265 LC1-F330 LC1-F400 LC1-F400 LC1-F500 LC1-F500 LC1-F630 LC1-F800 LC1-F800 LC1-BL33 LC1-BM33 LC1-BM33 thermisch relais type LR9-D53 69 LR9-F53 69 LR9-F53 71 LR9-F53 71 LR9-F53 71 LR9-F73 75 LR9-F73 75 LR9-F73 79 LR9-F73 75 LR9-F73 79 LR9-F73 79 LR9-F73 81 LR2-F83 83 LR2-F83 83 LR2-F83 83 LR2-F83 83 LR2-F83 85 LR2-FF83 85 Irth (A) 90/150 100/160 132/220 132/220 132/220 200/330 200/330 300/500 200/300 300/500 300/500 380/630 500/800 500/800 500/800 500/800 630/1000 630/1000 Vermogensschakelaar met enkel Disjoncteur magn.0 5. (2) Inrichtingen voor omkeren draairichting: vervang LC1 door LC2.5 28. beveiliging (MA) Onderbrekingsvermogen "Iq" : gelijk aan het onderbrekingsvermogen van de vermogensschakelaar Aanloop : normaal lang STR22ME klasse 10 STR43ME klasse 10 klasse 20 vermogensschakelaar type bev.0 5.0 630/1250 (1) Van toepassing voor 480 V NEMA.5 28 11 39 15 18.0 400/1000 Micrologic 5.

4 6.3 12.5/8 7/10 9/13 9/13 12/18 17/25 23/32 23/32 30/40 30/40 37/50 37/50 1.5 2.5 11 15 18.Ster-driehoek aanzetten 1f Disjoncteur Vermogensschakelaar met magnétique (MA) enkel magn.5 22 39 30 37 45 1.5 7.1 2.5/4 2.5 8.5 22 25 30 28 39 52 64 75 2.9 10.1 26.9 20.5 11 15 18.5 2.2 8.1 2.5 2.5 15. Gids laagspanningsverdeling 2003 K113 .5 22 30 37 44 415 V P (kW) 1.1 1.5 7.7 3 11.5 2.6/2.5 8.5 20 7.7 5 6.7 9 16.7 11.5 11 15 18.8 4 7.4 1.5 3.2 3 4 5.2 3 4 5. (A) contactoren type thermisch relais type Irth (A) NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS80H-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA NS100N/H/L-MA 6.3 12.2 3 4 5.4 13.8 6.5 9 11 15 22 30 37 45 51.2 11 14 17 21 28 40 47 380 V P (kW) 1.5 14.8 1.5 3 5.5 64 76 3.5 7.5 4.5 7.9 5.2 3 4 5.5 5.8 7.2 11 14 17 21 28 40 47 440 V (1) P I (kW) (A) 1.5/4 4/6 5.5 6.5 22 I (A) 3.5 2.6/2.7 5 6.5 13.5 12.5 15.5/8 7/10 9/13 9/13 12/18 17/25 23/32 23/32 30/40 30/40 37/50 37/50 37/50 48/65 (1) Van toepassing voor 480 V NEMA.5 12.5 12.5 9 11 15 22 25 55 66 80 3. beveiliging (MA) Onderbrekingsvermogen "Iq" : gelijk aan het onderbrekingsvermogen van de vermogensschakelaar Aanloop normaal.5 25 25 25 50 50 50 80 80 80 80 80 6.5 2.9 11 20.5 22 59 72 3.2 3 4 5.2 3 4 5.5 22 30 37 44 30 37 45 1.1 8.2 4.5 39 51.5 4 14. Démarreur Aanzetter M relais thermique Relais thermique Thermisch relais motoren 220/230 V P I (kW) (A) 0.5/4 2.5 25 25 25 50 50 100 100 100 100 100 100 100 100 LC3-D09 LC3-D09 LC3-D09 LC3-D09 LC3-D09 LC3-D09 LC3-D12 LC3-D12 LC3-D18 LC3-D18 LC3-D32 LC3-D32 LC3-D32 LC3-D40 LC3-D40 LC3-D50 LC3-D09 LC3-D09 LC3-D09 LC3-D09 LC3-D09 LC3-D09 LC3-D12 LC3-D12 LC3-D18 LC3-D18 LC3-D32 LC3-D32 LC3-D32 LC3-D40 LC3-D40 LC3-D50 LC3-D50 LC3-D50 LRD07 LRD08 LRD08 LRD10 LRD12 LRD14 LRD16 LRD16 LRD21 LRD22 LRD33 53 LRD33 53 LRD33 55 LRD33 55 LRD33 57 LRD33 57 LRD07 LRD08 LRD08 LRD10 LRD12 LRD14 LRD16 LRD16 LRD21 LRD22 LRD33 53 LRD33 53 LRD33 55 LRD33 55 LRD33 57 LRD33 57 LRD33 57 LRD33 59 1.5/4 4/6 5.6 8.1 4.1 4.5 11 15 18.5 2.5 9 11 15 22 25 I (A) 3.8 6.5 20 28 39 52 64 75 85 100 30 37 45 59 72 85 55 100 55 96 30 37 45 55 66 80 30 37 1.7 16.4 7.3 6.5 5.6 8.5 11.5 4.5 2.5 7.5 11.5 7.3 6.55 2.1 15 26.5 10.5 12.5 22 0.8 4.55 1.5 64 76 vermogensschakelaar type kal.

Démarreur Aanzetter M relais thermique R Relais thermique Thermisch relais motoren 220/230 V P I (kW) (A) 37 45 125 150 380 V P (kW) 55 75 75 90 55 180 110 75 250 132 210 250 110 132 200 230 160 220 250 335 375 400 450 256 360 401 540 590 627 706 I (A) 105 140 140 170 415 V P (kW) 75 I (A) 135 440 V (1) P I (kW) (A) 75 124 vermogensschakelaar type kal.0 NS1000N/H/L Micrologic 5.0 NS800N/H/L Micrologic 5. Aanloop : normaal.0 150 150 150 220 220 220 320 320 500 500 800 800 800 800 1000 90 160 90 110 156 180 110 160 360 520 200 300 380 570 220 300 335 375 400 380 510 580 620 665 LC3-D80 LC3-D80 LC3-D115 LC3-F115 LC3-D115 LC3-F115 LC3-D115 LC3-F115 LC3-D115 LC3-F115 LC3-D150 LC3-F150 LC3-F185 LC3-F265 LC3-F265 LC3-F400 LC3-F400 LC3-F400 LC3-F400 LRD33 59 LRD33 63 LR9-F53 67 LR9-F53 67 LR9-F53 69 LR9-F53 69 LR9-F53 69 LR9-F53 69 LR9-F73 75 LR9-F73 75 LR9-F73 75 LR9-F73 79 LR9-F73 79 LR9-F73 79 48/65 63/80 60/100 60/100 90/150 90/150 90/150 132/220 200/330 200/330 200/330 300/500 300/500 300/500 (1) Van toepassing voor 480 V NEMA.0 NS800N/H/L Micrologic 5.0 NS800N/H/L Micrologic 5. beveiliging (MA) Onderbrekingsvermogen "Iq" : gelijk aan het onderbrekingsvermogen van de vermogensschakelaar.Studie van een installatie Beveiliging van motoren Coördinatie type 1 (IEC 60947-4-1) Ster-driehoek aanzetten Disjoncteur Vermogensschakelaar met magnétique (MA) enkel magn. (A) contactoren type thermisch relais type Irth (A) NS160N/H/L-MA NS160N/H/L-MA NS160N/H/L-MA NS250N/H/L-MA NS250N/H/L-MA NS250N/H/L-MA NS400N/H/L-MA NS400N/H/L-MA NS630N/H/L-MA NS630N/H/L-MA NS800N/H/L Micrologic 5. K114 Gids laagspanningsvereling 2003 .

0 Micrologic 5.1f Disjoncteur Vermogensschakelaar met magnétothermique (MA) enkel magn. beveiliging (MA) Onderbrekingsvermogen "Iq" : gelijk aan het onderbrekingsvermogen van de vermogensschakelaar Aanloop : normaal.5 22 25 30 37 45 55 75 110 160 52 64 75 85 100 125 150 180 250 360 520 30 37 45 55 75 75 90 110 132 200 300 59 72 85 55 105 140 140 170 210 250 380 570 75 90 110 132 220 300 335 375 400 100 135 160 200 230 380 510 580 620 665 160 220 250 335 375 400 450 256 360 401 540 590 627 706 55 75 90 110 132 96 124 156 180 215 30 37 45 55 66 80 380 V P (kW) 15 18.5 22 39 30 37 45 51. unit Irth (A) contactoren NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS100N/H/L NS160N/H/L NS160N/H/L NS160N/H/L NS250N/H/L NS250N/H/L NS250N/H/L NS400N/H/L NS400N/H/L NS630N/H/L NS630N/H/L NS800N/H/L NS800N/H/L NS800N/H/L NS800N/H/L NS1000N/H/L STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR22ME STR43ME STR43ME STR43ME STR43ME Micrologic 5. Démarreur Aanzetter M Relais thermique motoren 220/230 V P I (kW) (A) 7.0 24/40 30/50 30/50 48/80 48/80 48/80 48/80 60/100 60/100 60/100 90/150 90/150 90/150 131/220 131/220 131/220 130/260 130/260 200/400 200/400 320/800 320/800 320/800 320/800 LC3-D18 LC3-D18 LC3-D32 LC3-D32 LC3-D32 LC3-D40 LC3-D40 LC3-D50 LC3-D50 LC3-D50 LC3-D80 LC3-D80 LC3-D115 of LC3-F115 LC3-D115 of LC3-F115 LC3-D115 of LC3-F115 LC3-D150 of LC3-F150 LC3-D150 of LC3-F150 LC3-F185 LC3-F265 LC3-F265 LC3-F400 LC3-F400 LC3-F400 LC3-F500 (1) Van toepassing voor 480 V NEMA.0 Micrologic 5. Gids laagspanningsvereling 2003 K115 .5 64 76 vermogensschakelaar type bev.5 22 I (A) 30 37 44 415 V P (kW) 15 22 25 I (A) 28 40 47 440 V (1) P I (kW) (A) 15 26.5 28 11 39 15 18.0 Micrologic 5.

. controlelampje vooralarm (geel) 3. ten behoeve van: . contactor. Beveiliging tegen deze beide gevallen is mogelijk met behulp van twee apparaten en dit ongeacht het nulleiderstelsel: c onder spanning met het differentieelrelais met afzonderlijke torus Vigirex RH328A c spanningsloos met het apparaat voor isolatiecontrole Vigilohm SM21. want zij signaleert de fout vóór deze enige schade heeft kunnen aanrichten. enz.blokkering aanzetten . testknop 5. c alarmdrempels..omschakeling op een noodmotor. Vigirex RH328A : begrenzende beveiliging In het eerste geval veroorzaakt de Vigirex RH328A na het detecteren van een fout het openen van het bijhorende apparaat (vermogensschakelaar. De beveiliging is begrenzend. Preventieve beveiliging voor LS-motoren: Un i 690 V Principe Terwijl de bedienings. Bij het detecteren van een differentieelstroom die ten minste even groot is als de aangegeven gevoeligheidsdrempel I∆n en na de aangegeven vertraging veroorzaakt het relais het openen van het bijhorende apparaat (vermogensschakelaar.).een signalering .Studie van een installatie Beveiliging van motoren Bijkomende begrenzende en preventieve beveiliging De belangrijkste twee oorzaken van elektrische fouten die bij een motor kunnen optreden zijn kortsluitingen tussen fase en massa ingevolge een isolatiefout.aanzetten ventilatie. referentienummer K116 Gids laagspanningsverdeling 2003 . instelbaar tussen 0. contactor. ...25 en 2 MΩ : v het rode controlelampje gaat branden v het uitgangscontact sluit zich. want zij veroorzaakt het stoppen van de motor zonder beschadiging of beperkt de schade. Opmerking: het hulpcontact van het schakeltoestel moet de nominale spanning kunnen verdragen als het contact open is. Dergelijke fouten kunnen zowel optreden bij een motor in bedrijf als bij koud opstarten.).een signalering . contactor. waarvan het isolatieniveau gedetecteerd en permanent gemeten kan worden. ten behoeve van: . ondanks het overschrijden van de drempelwaarden. .. Zij werkt beschermend want zij voorkomt gevaar voor personen en andere goederen dan de motor. Belangrijkste karakteristieken : c signalering van het overschrijden van de alarmdrempel door een rood controlelampje c visualisering van de aanwezigheid van spanning door een groen controlelampje c veroorzaakt het openen van de vermogensschakelaar (of de contactor) bij het onderbreken van de detectiekring (verbindingskabel en torus). Er ontstaat een ministelsel met geïsoleerde nulleider IT. met als gevolg brand ofwel perforatie van de magnetische platen.of beveiligingsinrichting van een motorkring geopend is injecteert de Vigilohm SM21 in deze kring een veiligheidsspanning (GS). Als algemene regel kan men stellen dat motoren typische isolatiekarakteristieken vertonen: c nieuwe motor : 1 000 M Ω c in bedrijf : 10 tot 100 M Ω c minimale exploitatiewaarde: 500 k Ω Werking c vooralarmdrempels. Begrenzende beveiliging en bescherming van motoren Principe Het relais Vigirex RH328A werkt zoals alle differentieelrelais met afzonderlijke torus. instelknop alarmdrempels 8. die de isolatie ten opzichte van de aarde controleert van het geheel net-stator van de motor stroomafwaarts van de vermogensschakelaar. verzegelbare doorzichtige kap 9. ..).aanzetten voorverwarming . Dit is een preventieve beveiliging. instelknop drempels vooralarm 7. controlelampje werking (groen) 4. controlelampje alarm (rood) 2. keuzeschakelaar 6. instelbaar tussen 0. van een brandbluspomp) is het mogelijk de blokkering van het onder spanning brengen van de motor te neutraliseren. uitgangsrelais alarm système commande moteur controlelampje vooralarm voyant alarme ondersteund net réseau secouru 1 2 3 5 6 7 SM21 8 9 11 12 13 14 voeding WS L1 L2 L3 U V W M Verklaring 1.5 en 10 MΩ : v het gele controlelampje gaat branden v het uitgangscontact sluit zich. c functie neutralisering om zonodig de bedrijfscontinuïteit te kunnen verzekeren (bijv. Vigilohm SM21 : preventieve beveiliging In het tweede geval voorkomt de Vigilohm SM21 na het detecteren van een fout het inschakelen van het bijhorende apparaat (vermogensschakelaar. enz.

NC100LMA. K118 K120 K121 K122 K123 K124 K125 K126 K127 K128 K129 K130 K131 K132 K134 K136 K137 K138 K140 K142 K147 K155 K159 beveiliging van motoren stroomopwaarts : NS100 tot 630 K160 stroomafwaarts : GV2.1g 1 studie van een installatie 1g selectiviteit van de beveiligingen selectiviteit van de beveiligingen beveiliging van kringen stroomopwaarts : C60a/N/H/L curven B. C. D. XC40. D. C. MA stroomopwaarts : NG125N/L. C120N/H curve D stroomafwaarts : C60a/N/H/L curven B. D. C. NS80HMA. D. K stroomafwaarts : DPN vigi. C. NG125N/H/L curven B. Integral 18. C. NS100 tot 250 stroomopwaarts : NS800 tot 1600N/H stroomafwaarts : NS400 tot 630 stroomopwaarts : NS800 tot 1000L stroomafwaarts : Multi 9. D. XC40 curve C stroomopwaarts : C60N/H/L curve B stroomafwaarts : C60a/N/H/L curven B. TC16. C. K stroomopwaarts : C60N/H/L. C120N/H curven B. NW. MA stroomopwaarts : NG125N/H/L curve C. NG125N/H/L curven B. C60. NS100 tot 1600. D. NS100 tot 630 stroomopwaarts : NS1600. K stroomafwaarts : C60a/N/H/L curven B. D stroomopwaarts : NS100 tot 630 stroomafwaarts : DPN vigi. Masterpact NT. C. NS100 tot 1600 stroomopwaarts : Masterpact NW stroomafwaarts : Masterpact NT. NG125N/H/L curven C. C. K stroomopwaarts : C60a/N/H/L curve C stroomafwaarts : C60a/N/H/L curven B. C stroomafwaarts : NC100LS/LH. Masterpact NT stroomopwaarts : Masterpact NW stroomafwaarts : Multi 9. C. C stroomafwaarts : C120N/H. K stroomafwaarts : P25M stroomopwaarts : C120N/H curve B stroomafwaarts : C60N/H/L curven B. MA. NC100. K. M stroomopwaarts : Masterpact M stroomafwaarts : Masterpact NT. NW pag. NG125LMA. Masterpact NT. NG125N/L curve C stroomafwaarts : C60a/N/H/L curven B. D stroomopwaarts : NG125N/L curve D stroomafwaarts : NC100LS curven C. 63 stroomopwaarts : NS100 tot 1600. GV3. C120. C. C120N/H curven B. NW K164 stroomafwaarts : NS630 tot 1250 Gids laagspanningsverdeling 2003 K117 . K. K. C120N/H curve B stroomopwaarts : C120N/H. NS100 tot 630 stroomopwaarts : NS800 tot 1600N/H stroomafwaarts : NS800 tot 1600 stroomopwaarts : Masterpact NT stroomafwaarts : Multi 9. K stroomopwaarts : C60N/H/L curven D. D. NG125N/H/L curven B. NW K162 stroomafwaarts : C60LMA. NG125 stroomopwaarts : NS100 tot 630 stroomafwaarts : NS100 tot 630 stroomopwaarts : NS800 tot 1600N/H stroomafwaarts : Multi 9. D stroomopwaarts NG125N/L curve D stroomafwaarts : C120N/H. D. D stroomopwaarts : NC100LS/LH. 32.

Totale selectiviteit Indien D2 uitschakelt en D1 ingeschakeld blijft bij elke waarde van de foutstroom. waarmee men reeds van bij het ontwerp van een installatie rekening moet houden.5. maar slechts tot een lagere waarde. Beveiliging tegen hoge kortsluitstromen : energieselectiviteit Dit principe combineert het uitzonderlijk begrenzingsvermogen van de vermogensschakelaars Compact NS met de reflex-uitschakeling.5 1 10 x 100A 100 300 K118 . De energie die in het stroomopwaartse apparaat gedissipeerd wordt is dan te klein om de uitschakeling ervan te veroorzaken: er is sprake van selectiviteit. enz. ongeacht de grootte van de kortsluitstroom. (1) Buiten gebruik van NTL1 en met eerbiediging van de regels vermeld op pag.001 . Deze hoge prestaties zijn toe te schrijven aan het combineren en optimaliseren van 3 principes: c stroomselectiviteit c tijdselectiviteit c energieselectiviteit.01 .Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteit van de beveiligingen vormt een essentiële factor. teneinde de gebruikers de best mogelijke beschikbaarheid van de elektrische energie te kunnen verzekeren. De beveiliging is selectief indien de verhouding tussen de kalibers van de vermogensschakelaar groter of gelijk is dan 2.v. bieden de nieuwe NT en NW een totale selectiviteit t. met het oog op het comfort van de gebruikers. de Compact NS tot 630 A (1) Natuurlijke selectiviteit met de vermogensschakelaars Compact NS Dank zij de Roto-Actieve onderbreking van de vermogensschakelaars Compact NS (100 tot 630) biedt de combinatie met vermogensschakelaars van Merlin Gerin een uitzonderlijk hoog selectiviteitsniveau van de beveiligingen. Bij een zware kortsluiting. De beveiliging is selectief indien de verhouding tussen de beveiligingsdrempels tegen kortsluiting groter is dan of gelijk aan 1. die gevoelig is voor de energie die door de kortsluiting in het apparaat gedissipeerd wordt. die door twee apparaten waargenomen wordt.productieverliezen en/of verlies van afgewerkte producten . Beveiliging tegen overbelasting : stroomselectiviteit De beveiliging is selectief indien de verhouding tussen de ingestelde drempels groter is dan 1. Wat is selectiviteit ? De term selectiviteit heeft betrekking op de gecoördineerde werking van de automatische beveiligingsinrichtingen. Afwezigheid van selectiviteit houdt heel wat ernstige risico’s in: c afwijking van specifieke productievereisten c onderbrekingen van de productie met als mogelijke gevolgen: . K119 Gids laagspanningsverdeling 2003 10000 NS100 NS250 100A 250A 1000 100 10 t (s) 1 . zal het stroomafwaartse apparaat de kortsluitstroom in sterke mate begrenzen. Selectiviteit is belangrijk bij alle installaties. Gedeeltelijke selectiviteit Indien aan bovenstaande voorwaarde niet voldaan wordt tot aan de totale grootte van de kortsluitstroom.6 (bij twee vermogensschakelaars in een verdeelnet). het apparaat stroomafwaarts werkt sneller.gevaar voor schade aan de productiemiddelen bij continuprocessen c noodzaak ingewikkelde opstartprocedures uit te voeren per machine na een totaal uitvallen van de voeding c stilstand van motoren die belangrijk zijn voor de veiligheid zoals smeerpompen.1 . Deze waarde is de selectiviteitsgrens. vanaf overbelasting tot en met onbelemmerde kortsluiting. waarbij een op een willekeurig punt van het net optredende fout uitschakeling tot gevolg heeft van de vermogensschakelaar onmiddellijk stroomopwaarts van de fout en enkel van die bepaalde vermogensschakelaar. Beveiliging tegen zwakke kortsluiting : tijdselectiviteit De uitschakeling van het apparaat stroomopwaarts is lichtjes vertraagd.5.o. D1 D2 Totale selectiviteit in standard met de nieuwe vermogenschakelaars Masterpact NT/NW Dank zij hun zeer performante beveiligingsunits en een altijd nieuw ontwerp. rookafzuiging. maar is een fundamentele eis bij installaties die industriële fabricageprocessen voeden.

6 u 1.5 u3 u 1.1g Gebruik van de selectiviteitstabellen Totale selectiviteit (T) D1 D2 De selectiviteitstabellen geven voor elke combinatie van 2 vermogensschakelaars aan of er sprake is van totale selectiviteit (symbool T op gekleurde ondergrond).0 MA + afzonderlijk thermisch relais thermisch-magnetische motorbev.5 u 1. de stand van de stroomopwaartse moet hoger staan dan de stroomafwaartse beveiligingsunit.5 u3 u 1. thermische beveiliging magnetische beveiliging Ir stroomopw.5 u 2.5 u 1.5 u3 u2 u3 u2 u3 u 1.5 u 1.6 u2 u 1. STR…ME.5 u3 u 1. en stroomafw.6 u 1.2 u 1. Im stroomopw. Bij grotere foutstromen zullen beide apparaten gelijktijdig uitschakelen.5. u 1. D2 M M M Selectiviteit van vermogensschakelaars bij beveiliging van motoren Samenvatting van de voorwaarden voor totale selectiviteit Deze tabel moet gebruikt worden met de achtervolgende tabellen D1 TM…D toepassingen verdeling motor D2 TM…D of Multi 9 STR…SE/GE MA + afzonderlijk thermisch relais thermisch-magnetische motorbev. Micrologic 2/ 5/7.: verhouding tussen de kalibers van de vermogensschakelaars groter dan 2. (1) Indien beveiligingsunits met instelbare vertraging.5 u3 u 1.5 u3 u 1.5 STR22/23 vaste vertraging LT verdeling motor Micrologic 2/ 5/ 7.5 u 1. Micrologic 2/ 5/ 7. STR…ME TM…D STR…SE/GE MA + afzonderlijk thermisch relais thermisch-magnetische motorbev. STR…ME TM…D of Multi 9 STR…SE/GE.6 u 1. Gedeeltelijke selectiviteit Selectiviteit tussen vermogensschakelaars bij een verdeelnet D1 Bij gedeeltelijke selectiviteit geeft de tabel de maximumwaarde van de foutstroom waarbij de selectiviteit verzekerd is. /Im stroomafw.5 u3 u 1.0 verhouding tussen instellingen stroomopw. Gids laagspanningsverdeling 2003 K119 . /Ir stroomafw.0 (1) STR43 of 53 verdeling motor Opm.

TC16. : DPN vigi.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw. In (A) (A) 6 10 16 20 stroomopw. C. In (A) (A) 6 10 16 20 25 32 stroomopw. D. In (A) (A) 1 2 3 4 6 10 16 20 25 32 6 24 10 40 16 64 20 80 25 100 32 128 40 160 50 200 63 252 C60a/N/H/L curve C 2 4 17 34 6 50 10 85 16 136 20 170 25 212 32 270 40 340 50 425 63 535 C60N/H curve D C60L curve K 2 4 24 48 6 72 10 120 16 192 20 240 25 300 32 384 40 480 50 600 63 756 selectiviteitszone K120 Gids laagspanningsverdeling 2003 . XC40 curve C C60N/H/L curve B 2 4 16 stroomafwaarts DPN vigi TC16 X 40 curve C stroomafwaarts DPN vigi TC16 XC40 curve C stroomafwaarts DPN vigi TC 16 XC 40 curve C stroomopw. K Stroomafw. : C60a/N/H/L curven B.

: C60N/H/L curve B Stroomafw.5 1 2 4 6 10 16 C60N/H/L curve B 6 10 24 40 1g stroomafwaarts C60N/H/L curve B 16 64 20 80 25 100 32 128 40 160 50 200 63 252 C60a/N/H/L curve C 24 40 64 80 100 128 160 200 252 C60N/H curve D C60L curve K 24 40 64 80 100 128 160 200 252 selectiviteitszone Gids laagspanningsverdeling 2003 K121 . K stroomopw. : C60a/N/H/L curven B. C.Stroomopw. In (A) (A) 6 10 16 20 25 32 40 (A) 0. D.5 1 2 4 6 10 16 20 (A) 0.

: C60a/N/H/L curven B. In (A) (A) 6 10 16 20 25 32 40 (A) 0.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw. D. C.5 1 2 4 6 10 16 20 25 32 (A) 1 2 4 6 10 16 20 25 6 50 10 85 16 136 20 170 25 212 32 270 40 340 50 425 63 535 17 34 50 85 136 170 212 270 340 425 535 17 34 50 85 136 170 212 270 340 425 535 selectiviteitszone K122 Gids laagspanningsverdeling 2003 . : C60a/N/H/L curve C Stroomafw. K C60a/N/H/L curve C 2 4 17 34 stroomafwaarts C60N/H/L curve B C60a/N/H/L curve C C60N/H curve D C60L curve K stroomopw.

C. K Stroomafw. C60L curve K In (A) 2 4 (A) 24 48 2 4 6 10 16 20 25 32 40 50 (A) 24 48 0.C60N/H curve D opw.Stroomopw. K stroom. : C60a/N/H/L curven B. : C60N/H/L curven D.5 1 2 4 6 10 16 20 25 32 40 50 (A) 24 48 1 2 4 6 10 16 20 25 32 40 1g stroomafwaarts C60N/H/L curve B 6 72 10 120 16 192 20 240 25 300 32 384 40 480 50 600 63 756 C60a/N/H/L curve C 72 120 192 240 300 384 480 600 756 C60N/H curve D C60L Curve K 72 120 192 240 300 384 480 600 756 selectiviteitszone Gids laagspanningsverdeling 2003 K123 . D.

: P25M C60N/H/L 1 2 15 15 15 15 3 T 23 23 23 23 4 T 30 30 30 30 30 6 T T 45 45 45 45 45 10 T T T T 75 75 75 75 16 T T T T 120 120 120 120 20 T T T T 150 150 150 150 150 25 T T T T 188 188 188 188 188 32 T T T T 240 240 240 240 240 240 40 T T T T 300 300 300 300 300 300 50 T T T T T 375 375 375 375 375 375 63 T T T T T 473 473 473 473 473 473 stroomafwaards P25M stroomafwaards P25M stroomopw. NG125N/H/L curven C.63 1 1.5 4 6. curven D/K In (A) 0.4 0.63 1 1.6 2.5 4 6.4 0.16 0.3 10 14 18 23 25 32 stroomopw.6 2.5 4 6. D.3 10 14 stroomopw.25 0. K Stroomafw.16 0. curve C In (A) 0.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw.25 0.3 10 14 18 23 25 32 C60N/H/L 1 2 24 24 24 24 3 T 36 36 36 36 4 T 48 48 48 48 48 6 T T 72 72 72 72 72 10 T T T T 120 120 120 120 16 T T T T 192 192 192 192 20 T T T T 150 150 150 150 240 25 T T T T 188 188 188 188 300 32 T T T T T 240 240 240 240 384 40 T T T T T 480 480 480 480 480 50 T T T T T 600 600 600 600 600 600 63 T T T T T 756 756 756 756 756 756 NG125N/H/L 10 150 150 100 80 16 350 350 200 180 140 20 500 500 280 200 170 170 25 850 850 400 300 220 220 220 32 2000 2000 550 370 300 270 270 270 40 T T 800 500 420 340 340 340 340 50 T T 1200 700 600 500 450 420 420 420 420 63 T T 2500 1000 800 650 600 540 540 540 540 80 T T 600 1500 1100 900 800 770 680 680 680 100 T T T 2000 1500 1100 340 950 850 850 850 125 T T T 4000 2200 1600 1500 1400 1300 1200 1200 stroomafwaards P25M NG125N/H/L 10 300 300 180 150 120 16 600 600 350 250 190 190 20 1200 1200 500 320 280 240 240 25 5000 5000 700 450 360 320 300 300 32 T T 1100 600 500 450 400 380 380 380 40 T T 1800 800 700 600 520 480 480 480 480 50 T T 4000 1200 900 750 700 500 600 600 600 63 T T 10000 1800 1300 950 850 750 750 750 750 80 T T T 3000 2000 1500 1400 1300 1200 1000 1000 100 T T T 6000 2800 2000 1900 1800 1700 1600 1200 125 T T T T 4500 3000 2800 2500 2200 2000 1800 stroomafwaards P25M T tatale selectiviteit K124 Gids laagspanningsverdeling 2003 .5 4 6.6 2. : C60N/H/L.3 10 14 stroomopw.6 2. curve C In (A) 1 1. curve D In (A) 1 1.

: C60/N/H/L curven B. C120N/H curve B stroomafwaards C60N/H/L curven B. K. MA. curve B In (A) 0. C stroomopw. C. D.5-0.Stroomopw. MA T 2800 2500 2000 1750 T 3500 3000 2300 2000 1500 1000 T 5000 4500 3300 3000 2600 2300 C120N/H curve B T tatale selectiviteit Gids laagspanningsverdeling 2003 K125 .75 1 2 4 6 10 16 20 25 63 80 C120N/H 63 T 2800 2500 2000 1750 1100 700 80 T 3500 3000 2300 2000 1500 1000 800 700 100 T 5000 4500 3300 3000 2600 2300 1900 1700 125 T T T 4000 3500 3300 2900 2500 2200 1550 1100 T T T 4000 3500 3300 2900 2500 2200 500 500 1g C60N/H curve D C60L curven K. : C120N/H curve B Stroomafw.75 1 2 4 6 10 16 20 25 32 40 0.5-0.

C.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw. D.5 16 25 40 25 188 32 240 40 300 50 375 63 473 80 600 100 750 125 1000 188 240 300 375 473 600 750 1000 188 240 300 375 473 600 750 1000 190 240 300 375 470 600 750 100 selectiviteitszone K126 Gids laagspanningsverdeling 2003 .6 2 4 6 10 16 20 25 32 40 50 63 (A) 75 120 150 1.NG125N/H/L. NG125N/H/L curve C Stroomafw. MA stroomafwaarts C60N/H/L curve B C60a/N/H/L curve C C60N/H curve D C60L curve K C60LMA stroom.3 10 12. : C120N/H. : C60a/N/H/L curven B. curve C In (A) 10 16 20 (A) 75 120 150 6 10 16 20 25 32 40 50 63 (A) 75 120 150 1 2 4 6 10 16 20 25 32 40 50 63 (A) 75 120 150 1 1. K.6 2. C120N/H afw.5 4 6.

NG125N/L.3 10 12. C120N/H curve D Stroomafw. : NG125N/L.6 2.5 4 6. curve D In (A) 10 16 20 (A) 120 192 240 6 10 16 20 25 32 40 50 63 (A) 120 192 240 1 2 4 6 10 16 20 25 32 40 50 63 (A) 120 192 240 1 1. D. C120N/H afw. K. C. : C60a/N/H/L curven B.6 2 4 6 10 16 20 25 32 40 50 63 (A) 120 190 240 1.Stroomopw.5 16 25/40 1g stroomafwaarts C60N/H/L curve B 25 300 32 384 40 480 50 600 63 756 80 960 100 1200 125 1500 C60a/N/H/L curve C 300 384 480 600 756 960 1200 1500 C60N/H curve D C60L curve K 300 384 480 600 756 960 1200 1500 C60LMA 300 384 480 600 756 selectiviteitszone Gids laagspanningsverdeling 2003 K127 . MA stroom.

C120N/H curve C curven B. NG125N/H/L curven B. : NG125N/H/L curve C.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw. C 10 16 20 C120N/H NG125N/H/L curve C 200 200 256 256 256 320 320 320 400 400 400 400 504 504 504 504 504 504 640 640 640 640 640 640 640 800 800 800 800 800 800 800 800 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 NG125N/H/L curve D 256 320 320 400 400 400 504 504 504 504 640 640 640 640 640 800 800 800 800 800 800 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 K128 Gids laagspanningsverdeling 2003 . C120N/H curven B. : C120N/H. D 25 32 40 50 63 80 100 800 125 1000 1000 stroomopw. C. C Stroomafw. stroomafwaards C120N/H curve B In (A) 63 80 100 125 10 16 20 25 32 40 50 63 80 100 125 10 16 20 25 32 40 50 63 80 100 NG125N/H/L.

Stroomopw. : NC100LS/LH. NG125N/H/L curven B. NG125N/H/L curve C 10 16 20 150 25 188 32 240 40 300 50 375 63 473 80 600 100 750 125 1000 NC100LS curve D 240 300 375 473 600 750 1000 selectiviteitszone Gids laagspanningsverdeling 2003 K129 . In (A) (A) 10 16 20 25 32 40 50 63 80 100 (A) 10 16 20 25 32 40/50 63 80/100 NC100LS/LH curve B 50 63 200 252 80 320 100 400 125 500 1g NC100LS curve D 200 252 320 400 500 stroomafwaarts NC100LS/LH curve C NC100LS/LH. C Stroomafw. D stroomafwaarts NC100LS/LH curve C stroomopw. In (A) (A) 10 16 20 25 32 40 50 63 80 100 (A) 10 16 20 25 32 40 50 63 80 100 stroomopw. curven C. : NC100LS/LH.

stroomafwaarts C120N/H curve B In (A) 63 80 100 125 10 16 20 25 32 40 50 63 80 100 125 10 16 20 25 32 40 50 63 80 C120N/H. D 16 20 25 32 40 50 63 80 100 125 1500 stroomopw. : C120N/H.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw. NG125N/L curve D 10 C120N/H NG125N/H/L curve C 300 384 384 480 480 480 600 600 600 600 756 756 756 756 756 756 960 960 960 960 960 960 960 1200 1200 1200 1200 1200 1200 1200 1500 1500 1500 1500 1500 1500 1500 1500 C120N/H NG125N/L curve D 300 384 384 480 480 480 600 600 600 600 756 756 756 756 756 756 960 960 960 960 960 960 960 1200 1200 1200 1200 1200 1200 1200 1500 1500 1500 1500 1500 1500 1500 1500 K130 Gids laagspanningsverdeling 2003 . : C120N/H. NG125N/H/L curven B. NG125N/L curve D Stroomafw. C.

Stroomopw. curve D In (A) 10 16 (A) 192 10 16 20 25 32 40 50 63 80 100 (A) 10 16 20 25 32 40 50 63 80 100 1g stroomafwaarts NC100LS curve C 20 240 25 300 32 384 40 480 50 600 63 720 80 960 100 1200 125 1500 NC100LS curve D 240 300 384 480 600 720 960 1200 1500 selectiviteitszone Gids laagspanningsverdeling 2003 K131 . : NC100LS.NG125N/L opw. D stroom. curven C. : NG125N/L curve D Stroomafw.

5 0.8 0.3 0.4 0.5 T T T 2.63 0.5 0.5 2.5 25-32 40 50 63 80 i 16 0.8 0.5 0.8 T T T 2.8 0.5 2.5 0.2 1.63 0.8 0.5 2.5 2.2 1.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.63 0.2 1.5 2.8 0.19 0.5 0.63 0.5 16 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.8 0.2 1.5 T T T 2.2 1.5 2.5 2.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.5 2.8 0.8 0.4 80 1.8 T T T T 2.2 1.63 0.8 0.5 2.8 0.5 0.2 1.5 2.5 0.63 0.63 0.63 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.5 0.8 0.4 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.5 2. C60.5 0.5 0.8 0.5 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 2.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.3 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.8 0.5 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.2 1.5 2.8 0.63 0.63 0.5 2.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.8 0.4 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.5 0.2 1.8 0.3 0.2 1.5 25-32 40 50 63 80 100 125 80 100 125 i 16 0.63 0.2 1.5 25 0.8 0.5 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 2.5 2.2 2.5 2.5 T T T 2.2 1.2 1.5 0.5 2.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.5 2. C.2 1.5 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.63 0.4 0.2 1.2 1.2 1.2 1.4 1.4 0.8 T 0.2 1.8 0.8 0.63 0.8 0.3 0.63 0.5 25 0.5 16 0.63 0.5 2.63 0.63 0.5 T 2.5 32 40 i 10 0.5 2.5 K132 Gids laagspanningsverdeling 2003 Gids laagspanningsverdeling 2003 K133 .8 0.5 32 40 i10 0.8 T T T T T 4 4 4 4 4 4 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 15 15 15 T T T T T T T T T T T 5 5 5 5 5 5 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 2.63 0.5 2.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.63 0.5 2.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.63 0. C curve K NC100LH curve C NC100LS curve C en D C120N/H curven B.5 0.2 1.5 16 0.8 0.2 1.5 2.5 20 0.2 1.2 1.8 0.5 2.5 2.63 0.5 2.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.8 0.5 T T 0.5 0.63 0.5 0.63 0.5 T T T T T T T T T T T T T T T 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.5 2.63 0.8 0.8 0. DPN Vigi curve C XC40 curve C C60a curve C C60N curven B.3 0. stroomafw.63 0.5 0.5 2.3 0.5 20 0.63 0.5 0.5 T T T T T T T T T T T T T 2.8 0.5 0.8 0.8 0.63 0.5 25-32 40 50 63 80 63 0.8 0.5 T T T T T T T T T T 1g stroomopw.8 0.63 0.2 1.3 0.3 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.3 0.5 0.5 2.5 0.63 0.5 2.5 2.4 NS160N/H/L NS250N/H/L NS400N/H/L NS630N/H/L losser STR22SE losser STR22SE losser STR23SE/53UE losser STR23SE/53UE 160 250 400 630 100 80 100 125 160 125 160 200 250 160 200 250 320 400 250 320 400 500 630 1.5 25 0.5 32 40 50 63 i 16 0.5 32 40 50 63 i 10 0. XC40.2 1.5 20 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.8 T 0.5 0.5 0.8 0.63 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.5 T T T 2.2 1.2 1.8 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.8 0. NG125 NS160N/H/L NS250N/H/L losser TM-D losser TM-D 80 100 80 100 125 160 125 160 200 250 0.63 0.5 2.19 0.3 0.8 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.3 0.5 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.2 1.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.2 1.8 T 0.4 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.8 0.5 100 63 1.5 0.4 0.2 1.5 0.63 0.5 0.19 0.5 2.63 0.2 1.2 1.5 20 0.5 2.5 2.5 T T T T T T T T T T T T T T T T 2.4 0.4 0.5 0.63 0.5 0.8 0.5 0.63 0.8 0.5 16 0.5 20 0.2 1.8 0.5 0.5 2.5 2.5 2.8 0.5 16 0.63 0.5 0.2 0.2 1.63 0.2 1. NC100.5 T T T T T T T T T T T 2.63 0.5 2.2 1.63 0.5 25 0.5 2.8 0.2 1.63 0.5 0.4 0.5 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.19 0.5 2.5 2.2 1.2 1.2 1.3 0.63 0.63 0. : NS100 tot 630 Stroomafw.5 0.63 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.4 0.5 2.2 1.2 0.5 T T T T 2.2 1.4 0.19 0.8 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.63 0.5 20 0.8 0.8 0.5 20 0.5 2.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.5 2.8 0.2 1.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.19 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.63 0.8 0.2 1.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.3 0.3 0.5 2.8 0.63 0.8 0.5 0.2 1.5 0.5 0.8 0.2 1.8 T 0.5 0.5 2.2 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.5 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NS100N/H/L losser STR22SE 40 16 25 40 0.5 T T T T T T T T T T T T 2.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.2 1.5 0.5 2.2 1.63 0.5 25 0.5 2.5 2.63 0.8 0.5 2.5 T T T T 2.8 0.5 0.5 T T T T T T T T T T T T T 2.5 20 0.5 16 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.8 0.8 0.2 1.63 0.8 0.2 1.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw.63 0.4 1.5 0.8 0.8 2.5 20 0. C120. : DPN Vigi.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.4 0.63 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.2 1.5 25 32 i 10 0.63 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.5 0.5 0.5 0.63 0.5 25 32 40 50 63 63 80 100 125 63 80 100 125 i 20 0.63 0.5 2.5 T T T T T 5 5 5 5 5 5 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 2.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.4 0.2 1.5 32 40 50 63 i 10 0.5 2. C C120N/H curve D NG125N/H curve C NG125N curve D NG125L curve C NG125L curve D NS100N/H/L losser TM-D kaliber (A) 16 25 40 instelling Ir i 10 0. D C60H curve C C60L curve B.8 0.63 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.2 1.63 0.63 0.2 1.5 T T T T T 5 5 5 5 5 5 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 2.

2 2 2 2 2 T T T T T T T T T 1.5 40 63 80 100 NS100H/L 16 0.25 1.63 0.8 1 0.2 1.2 1.63 0.25 1.2 1.6 2 NS630N/H/L losser STR23SE/53UE/SV 630 250 320 400 500 630 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 K134 Gids laagspanningsverdeling 2003 Gids laagspanningsverdeling 2003 K135 .63 0.25 1.2 1.5 2.25 T T 1.5 2.25 1.25 1.25 2 2 2 2 1.63 0.63 0.8 1 0.2 1.25 T T T T T T 2 T 2 T 2 T 2 T 1. : NS100 tot 630 Stroomafw.6 T T T T 2 2 1.2 1.5 0.8 1 0.8 1 0.63 0.2 1.6 1.25 T T T T T T T T T T T T 4 4 4 4 T T T T T T T T T T T T 5 5 5 5 5 2.6 2 1.5 2.8 1 0.5 losser TM-D 25 0.2 1.5 2.6 1.8 1 0.25 1.2 1.8 1 0.25 1.5 losser TM-D 25 40 63 80 100 NS160N/H/L i 63 losser TM-D 80 100 125 160 NS250N/H/L i 100 losser TM-D 125 160 200 250 NS100N 40 losser STR22SE 100 NS100H/L 40 losser STR22SE 100 NS160N 40 losser STR22SE 100 160 NS160H/L 40 losser STR22SE 100 160 NS250N/H/L i 100 losser STR22SE 160 250 NS400N/H/L 160 losser STR23SE/ 200 53UE/SV 250 320 400 NS630N 250 losser STR23SE/ 320 53UE/SV 400 500 630 Totale selectiviteit T stroomopw.25 1.5 2.63 0.63 0.2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 T T 3 3 T T T T 3 3 3 3 3 T T T T 3 3 3 3 3 3 T T T T 3 3 3 3 3 3 3 3 T T T T T T T T 5 T T T T T T T T T T 5 T T T T T T T T T T 5 5 T T T T T T T T T T 5 5 T T T T T T T T T T 5 5 5 0.2 1.2 2 2 2 2 T T T T T T T T T 1.8 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1.2 1.6 2 2 NS160N/H/L NS250N/H/L NS400N/H/L losser STR22SE losser STR22SE losser STR23SE/53UE/SV 160 250 400 100 80 100 125 160 125 160 200 250 160 200 250 320 400 1. stroomafw.63 0.2 2 2 2 2 T T T T T T T T T 1.6 2 1.25 1.2 1.5 0.2 1.2 2 2 T T T T T T T T T 2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 3 3 3 T T T T T 3 3 T T T T 3 T T T T T T 3 5 5 5 5 5 5 1. : NS100 tot 630 1g NS100N/H/L losser TM-D kaliber (A) 16 25 40 instelling Ir NS100N 16 0.5 T T T T 2.5 2.5 2.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw.5 0.25 T T 1.2 1.8 0.5 0.2 1.25 1.8 1 0.6 2.63 0.2 1.2 1.25 2.5 2.8 NS100N/H/L losser STR22SE 40 100 16 25 40 63 80 1.8 1 0.2 1.25 1.25 2.2 2 2 2 T T T T T T T T T 2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.5 2.5 0.2 2 2 2 2 T T T T T T T T T 1.6 2 2 2 2 1.2 1. 63 NS160N/H/L NS250N/H/L losser TM-D losser TM-D 80 100 80 100 125 160 125 160 200 250 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 1.25 T T 1.25 2 2 2 2 2 2 2 2 1.

: NS800 tot 1600N/H Stroomafw.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw. NG125 NS100N 16 losser TM-D 25 40 63 80 100 NS100H/L 16 losser TM-D 25 40 63 80 100 NS160N i 63 losser TM-D 80 100 125 160 NS160H/L i 63 losser TM-D 80 100 125 160 NS250N i 100 losser TM-D 125 160 200 250 i 100 NS250H/L losser TM-D 125 160 200 250 NS100N 40 STR22SE 100 NS100H/L 40 STR22SE 100 NS160N 40 STR22SE 80 100 160 NS160H/L 40 STR22SE 100 160 NS250N i 100 STR22SE 160 250 NS250H/L i 100 STR22SE 160 250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T Totale selectiviteit K136 Gids laagspanningsverdeling 2003 . XC40. stroomopw.Isd : 10 Ir 800 800 320 400 500 630 800 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1000 1000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1250 1250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1600 1600 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1000 1000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1250 1250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1600 1600 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T DPN Vigi. NS100 tot 250 NS800/NS1000/NS1250/1600N/H Micrologic 5.7. losser kaliber (A) Instelling Ir NS800/NS1000/NS1250/1600N/H Micrologic 2. : Multi 9.0 .0 . C60 C120.0 .Inst : OFF 800 800 320 400 500 630 800 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T stroomafw.

Isd : 10 Ir 800 800 320 400 500 630 800 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NS800/NS1000/NS1250/1600N/H Micrologic 5.0 .Inst : OFF 800 800 320 400 500 630 800 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1g stroomafw. : NS800 tot 1600N/H Stroomafw. losser kaliber (A) Instelling Ir 150 250 400 150 250 400 150 250 400 250 320 400 500 630 250 320 400 500 630 250 320 400 500 630 NS800/NS1000/NS1250/1600N/H Micrologic 2.Stroomopw. : NS400 tot 630 stroomopw. NS400N STR23SE/SV STR53UE/SV NS400H STR23SE/SV STR53UE/SV NS400L STR23SE/SV STR53UE/SV NS630N STR23SE/SV STR53UE/SV 1000 1000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1250 1250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1600 1600 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1000 1000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1250 1250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1600 1600 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NS630H STR23SE/SV STR53UE/SV T T T T T T T T T NS630L STR23SE/SV STR53UE/SV T T T T T T T T T T T T T T T T T Totale selectiviteit Gids laagspanningsverdeling 2003 K137 .7.0 .0 .

7.0 . C60 C120.0 . : NS800 tot 1000L Stroomafw. : Multi 9.Inst : OFF 800 320 400 500 630 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 800 800 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1000 1000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T Totale selectiviteit K138 Gids laagspanningsverdeling 2003 . NS100 tot 250 stroomopw. losser kaliber (A) stroomafw. instelling Ir DPN Vigi. NG125 NS100N 16 losser TM-D 25 40 63 80 100 NS100H/L 16 losser TM-D 25 40 63 80 100 NS160N i 63 losser TM-D 80 100 125 160 NS160H/L i 63 losser TM-D 80 100 125 160 i 100 NS250N losser TM-D 125 160 200 250 NS250H/L i 100 losser TM-D 125 160 200 250 NS100N 40 STR22SE 100 NS100H/L 40 STR22SE 100 NS160N 40 STR22SE 80 100 160 NS160H/L 40 STR22SE 100 160 NS250N i 100 STR22SE 160 250 NS250H/L i 100 STR22SE 160 250 NS800/NS1000L Micrologic 5.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw. XC40.

: NS400 tot 630 stroomopw. losser kaliber (A) Instelling Ir 160 200 250 320 400 160 200 250 320 400 160 200 250 320 400 250 320 400 500 630 250 320 400 500 630 250 320 400 500 630 NS800/NS1000L Micrologic 5.Inst : OFF 800 320 400 500 630 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 12 12 12 12 12 12 1g stroomafw. : NS800 tot 1000L Stroomafw.0 .Stroomopw.0 .7. NS400N STR23SE/SV STR53UE/SV NS400H STR23SE/SV STR53UE/SV NS400L STR23SE/SV STR53UE/SV NS630N STR23SE/SV STR53UE/SV 800 800 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 30 30 30 30 30 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 NS630H STR23SE/SV STR53UE/SV 12 12 12 12 12 12 NS630L STR23SE/SV STR53UE/SV 12 12 12 12 12 12 1000 1000 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 30 30 30 30 30 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 Gids laagspanningsverdeling 2003 K139 .

5 12.5 12.5 12.5 12.3 8 8 25 25 25 NS1000H 6.5 2. : NS800 tot 1600 NS800/NS1000/NS1250/1600N/H 1250 1250 12. losser kaliber (A) instelling Ir 320 400 500 630 800 320 400 500 630 800 320 400 500 630 800 400 500 630 800 1000 400 500 630 800 1000 400 500 630 800 1000 500 630 800 1000 1250 500 630 800 1000 1250 640 800 960 1250 1600 640 800 960 1250 1600 NS800/NS1000/NS1250/1600N/H Micrologic 2.5 12.5 12.Inst : OFF 800 800 1000 500 630 800 1000 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 70 70 70 70 25 25 25 1250 1250 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 70 70 70 70 70 25 25 25 25 25 25 25 25 70 70 70 70 25 25 25 1600 1600 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 70 70 70 70 70 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 70 70 70 70 70 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 stroomopw.0 .Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw.3 6.3 8 8 10 10 10 70 70 70 70 70 70 NS1250N 8 10 10 25 25 25 NS1250H 8 10 10 12.5 12.5 12.5 12.5 12.5 12.5 12.5 12.5 16 16 16 25 25 25 25 25 25 K140 Gids laagspanningsverdeling 2003 .5 25 25 25 25 25 25 NS1000L 6.3 8 8 8 25 25 25 25 25 25 NS800L 5 6.7.5 25 25 25 25 25 25 NS1600N 10 12.3 6.5 12.5 12.5 12.5 12.5 12.5 25 25 25 NS1600H 10 12.5 12. : NS800 tot 1600N/H Stroomafw.5 1600 1600 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 Micrologic 5.5 12.3 6.5 12.5 12.5 12.0 .5 12.5 12.5 12.3 8 8 8 70 70 70 70 70 70 NS1000N 6.5 12.5 12.5 12.Isd : 10 Ir 800 800 500 630 800 5 6.0 .3 8 8 10 10 10 12. NS800N NS800H 5 6.3 8 8 8 1000 1000 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 stroomafw.5 12.

: NS800 tot 1600 stroomopw.Stroomopw. losser kaliber (A) instelling Ir 320 400 500 630 800 400 500 630 800 1000 400 500 630 800 1000 500 630 800 1000 1250 500 630 800 1000 1250 640 800 960 1250 1600 640 800 960 1250 1600 NS800/NS1000L Micrologic 5.0 .0 . NS800H NS1000N/L NS1000H 10 10 10 10 10 10 NS1250N NS1250H NS1600N NS1600H Gids laagspanningsverdeling 2003 K141 .Inst : OFF 800 800 1000 500 630 800 1000 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 1g stroomafw.7. : NS800 tot 1000L Stroomafw.

NS100 tot 630 met STR NT12 1250 1250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NT16 1600 1600 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T Masterpact NT H1 Micrologic 5. : Masterpact NT H1 Stroomafw. NG125 T T NS100 tot 250N/H/L T T TM-D alle kalibers T T NS100N 40 T T STR22SE 100 T T NS100H/L 40 T T STR22SE 100 T T NS160N 40 T T STR22SE 100 T T 160 T T NS160H/L 40 T T STR22SE 80 T T 100 T T 160 T T NS250N T T y 100 STR22SE 160 T T 250 T T NS250H/L T T y 100 STR22SE 160 T T NS400N 160 T T STR23SE/SV 200 T T STR53UE/SV 250 T T 320 T T 400 T T NS400H 160 T T STR23SE/SV 200 T T STR53UE/SV 250 T T 320 T T 400 T T NS400L 160 T T STR23SE/SV 200 T T STR53UE/SV 250 T T 320 T T 400 T T NS630N 250 T T STR23SE/SV 320 T T STR53UE/SV 400 T T 500 T T 630 T NS630H 250 T T STR23SE/SV 320 T T STR53UE/SV 400 T T 500 T T 630 T NS630L 250 T T STR23SE/SV 320 T T STR53UE/SV 400 T T 500 T T 630 T T Totale selectiviteit K142 Gids laagspanningsverdeling 2003 . : Multi 9.0 .Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw. C60 T T C120.0 Inst : 15 In NT08 NT10 800 1000 800 1000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NT12 1250 1250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NT16 1600 1600 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T Masterpact NT H1 Micrologic 5.7.7. instellingen Ir 800 1000 DPN Vigi XC40.0 Isd : 10 Ir NT08 NT10 kaliber (A) 800 1000 stroomafw.0 .0 Inst : OFF NT08 NT10 800 1000 800 1000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NT12 1250 1250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NT16 1600 1600 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T stroomopw. Masterpact NT H1 losser Micrologic 2.

5 12.7 18.0 Inst : 15 In NT08 NT10 800 1000 800 1000 12 15 12 15 12 15 15 15 15 15 NT12 1250 1250 18.7 18.7 18.7.5 12.Stroomopw.5 12. : NS800 tot 1600.7.5 12. instelling Ir NS800N/H/L 320 400 500 630 800 NS1000N/H/L 400 500 630 800 1000 NS1250N/H 500 630 800 1000 1250 NS1600N/H 640 800 960 1280 1600 Masterpact NT NT08 H1 NT10 NT12 NT16 Masterpact NT NT08 L1 NT10 12.7 24 24 T T T T Totale selectiviteit Gids laagspanningsverdeling 2003 K143 .7 24 24 T T T 12.5 12.7 18.7 18.5 16 16 18.7 NT16 1600 1600 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 Masterpact NT H1 Micrologic 5.7 18.5 12.0 .7 18.7 18.0 .5 NT16 1600 1600 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 Masterpact NT H1 Micrologic 5.0 Inst : OFF NT08 NT10 800 1000 800 1000 T T T T T T T T T T NT12 1250 1250 T T T T T T T T T T T T NT16 1600 1600 T T T T T T T T T T T T T T T T T 1g kaliber (A) stroomafw.7 18.5 12. losser Masterpact NT H1 Micrologic 2.5 12.5 12.7 18. Masterpact NT stroomopw.0 Isd : 10 Ir NT08 NT10 800 1000 800 1000 8 10 8 10 8 10 10 10 10 10 NT12 1250 1250 12. : Masterpact NT H1 Stroomafw.5 16 16 18.7 18.5 12.5 12.

NS100 tot 250 met TM-D NT10 1000 1000 T T T T T T T T 28 28 28 28 28 28 28 28 28 28 28 28 22 22 22 22 22 22 22 22 22 22 22 22 22 22 22 19 19 19 19 19 19 19 19 19 19 Masterpact NT L1 Micrologic 5.7. : Multi 9. losser kaliber (A) stroomafw.0 Inst : 15 In NT08 800 800 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NT10 1000 1000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T Masterpact NT L1 Micrologic 5.0 Inst : OFF NT08 800 800 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NT10 1000 1000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T stroomopw.0 Isd : 10 Ir NT08 800 800 T T T T 17 17 17 17 17 17 17 17 17 17 17 17 17 17 17 17 13 13 13 13 13 13 13 13 13 13 13 13 13 13 13 11 11 11 11 11 11 11 11 11 11 T Totale selectiviteit K144 Gids laagspanningsverdeling 2003 . NG125 NS100N 16 TM-D 25 40 63 80 100 NS100H 16 TM-D 25 40 63 80 100 NS100L 16 TM-D 25 40 63 80 100 NS160N y 63 TM-D 80 100 125 160 NS160H y 63 TM-D 80 100 125 160 NS160L y 63 TM-D 80 100 125 160 NS250N y 100 TM-D 125 160 200 250 NS250H/L y 100 TM-D 125 160 200 250 Masterpact NT L1 Micrologic 2.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw.0 . XC40. C60 C120. : Masterpact NT L1 Stroomafw. instelling Ir DPN Vigi.7.0 .

0 Isd : 10 Ir NT08 800 800 17 17 17 17 13 13 13 13 13 13 13 11 13 11 11 11 11 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 8 Masterpact NT L1 Micrologic 5.7.0 .0 .Stroomopw.7. : NS100 tot 630 met STR stroomopw. NS100N STR22SE NS100H/L STR22SE NS160N STR22SE NS160H/L STR22SE NS250N NS250H/L STR22SE NS400N STR23SE/SV STR53UE/SV NS400H STR23SE/SV STR53UE/SV NS400L STR23SE/SV STR53UE/SV NS630N STR23SE/SV STR53UE/SV NS630H STR23SE/SV STR53UE/SV NS630L STR23SE/SV STR53UE/SV kaliber (A) instelling Ir 40 100 40 100 40 100 160 40 80 100 160 y 100 160 250 y 100 160 250 160 200 250 320 400 160 200 250 320 400 160 200 250 320 400 250 320 400 500 630 250 320 400 500 630 250 320 400 500 630 8 8 8 8 8 8 8 NT10 1000 1000 T T 28 28 22 22 22 22 22 22 22 19 22 19 19 19 19 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 NT10 1000 1000 T T T T T T T T T T T T T T T T T 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 23 23 23 23 23 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 NT10 1000 1000 T T T T T T T T T T T T T T T T T 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 30 30 30 30 30 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 T Totale selectiviteit Gids laagspanningsverdeling 2003 K145 . : Masterpact NT L1 Stroomafw.0 Inst : OFF NT08 800 800 T T T T T T T T T T T T T T T T T 18 18 18 18 18 18 18 18 18 18 30 30 30 30 30 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 1g stroomafw. losser Masterpact NT L1 Micrologic 2.0 Inst : 15 In NT08 800 800 T T T T T T T T T T T T T T T T T 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 Masterpact NT L1 Micrologic 5.

0 .7. NS800N/H/L NS1000N/H/L NS1250N/H NS1600N/H Masterpact NT H1 Masterpact NT L1 kaliber (A) instelling Ir 320 400 500 630 800 400 500 630 800 1000 500 630 800 1000 1250 640 800 960 1280 1600 NT08 NT10 NT12 NT16 NT08 NT10 Masterpact NT L1 Micrologic 2.0 Isd : 10 Ir NT08 800 800 8 8 8 K146 Gids laagspanningsverdeling 2003 .0 Inst : OFF NT08 800 800 10 10 10 NT10 1000 1000 10 10 10 10 10 10 10 stroomopw. : Masterpact NT L1 Stroomafw. losser stroomafw.0 .0 Inst : 15 In NT08 800 800 10 10 10 NT10 1000 1000 10 10 10 10 10 10 10 Masterpact NT L1 Micrologic 5.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw. : NS800 tot 1600. Masterpact NT NT10 1000 1000 10 10 10 10 10 10 10 Masterpact NT L1 Micrologic 5.7.

H1 . : Multi 9. : Masterpact NW N1/H1/H2 Stroomafw.Inst : 15 In 5000 6300 800 5000 6300 800 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1000 1250 1600 2000 2500 1000 1250 1600 2000 2500 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 3200 4000 5000 6300 3200 4000 5000 6300 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1g NW08 NW10 NW12 NW16 NW20 NW25 NW32 NW40 NW50 NW63 NW08 NW10 NW12 NW16 NW20 NW25 NW32 NW40 NW50 NW63 Gids laagspanningsverdeling 2003 K147 . NS100 tot 630 stroomopw. Masterpact NW N1 .0 .0 .Isd : 10 Ir kaliber (A) 800 stroomafw.H1 .0 .H2 losser Micrologic 2. instelling Ir 800 DPN Vigi C60 XC40 NG125N/H/L C120N/H NS100N NS100H NS100L NS160N NS160H NS160L NS250N NS250H/L NS400N 160 STR23SE/SV 200 STR53UE/SV 250 320 400 NS400H 160 STR23SE/SV 200 STR53UE/SV 250 320 400 NS400L 160 STR23SE/SV 200 STR53UE/SV 250 320 400 NS630N 250 STR23SE/SV 320 STR53UE/SV 400 500 630 NS630H 250 STR23SE/SV 320 STR53UE/SV 400 500 630 NS630L 250 STR23SE/SV 320 STR53UE/SV 400 500 630 T totale selectiviteit T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1000 1000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1250 1250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1600 1600 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 2000 2000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 2500 2500 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 3200 3200 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 4000 4000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T Masterpact NW N1 .Stroomopw.H2 Micrologic 5.7.

Inst : OFF NW08 NW10 NW12 kaliber (A) 800 1000 1250 instelling Ir 800 1000 1250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 160 T T T 200 T T T 250 T T T 320 T T T 400 T T T 160 T T T 200 T T T 250 T T T 320 T T T 400 T T T 160 T T T 200 T T T 250 T T T 320 T T T 400 T T T 250 T T T 320 T T T 400 T T T 500 T T T 630 T T T 250 T T T 320 T T T 400 T T T 500 T T T 630 T T T 250 T T T 320 T T T 400 T T T 500 T T T 630 T T T NW16 1600 1600 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW20 2000 2000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW25 2500 2500 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW32 3200 3200 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW40 4000 4000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW50 5000 5000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW63 6300 6300 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T totale selectiviteit K148 Gids laagspanningsverdeling 2003 .H1 .7. DPN Vigi C60 XC40 NG125N/H/L C120N/H NS100N NS100H NS100L NS160N NS160H NS160L NS250N NS250H/L NS400N STR23SE/SV STR53UE/SV NS400H STR23SE/SV STR53UE/SV NS400L STR23SE/SV STR53UE/SV NS630N STR23SE/SV STR53UE/SV NS630H STR23SE/SV STR53UE/SV NS630L STR23SE/SV STR53UE/SV stroomopw. Masterpact NW N1 .H2 losser Micrologic 5.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw.0 .0 . : Masterpact NW N1/H1/H2 Stroomafw. : Multi 9. NS100 tot 630 stroomafw.

0 .7.7. : Multi 9.0 Inst : OFF NW20 NW25 2000 2500 2000 2500 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1g stroomafw. Masterpact NW H3 losser Micrologic 2. DPN Vigi C60 XC40 NG125N/H/L C120N/H NS100N NS100H NS100L NS160N NS160H NS160L NS250N NS250H/L NS400N STR23SE/SV STR53UE/SV NS400H STR23SE/SV STR53UE/SV NS400L STR23SE/SV STR53UE/SV NS630N STR23SE/SV STR53UE/SV NS630H STR23SE/SV STR53UE/SV NS630L STR23SE/SV STR53UE/SV NW32 3200 3200 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW40 4000 4000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW32 3200 3200 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW40 4000 4000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW32 3200 3200 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW40 4000 4000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T totale selectiviteit Gids laagspanningsverdeling 2003 K149 . NS100 tot 630 stroomopw.0 .0 Isd : 10 Ir NW20 NW25 kaliber (A) 2000 2500 instelling Ir 2000 2500 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 160 T T 200 T T 250 T T 320 T T 400 T T 160 T T 200 T T 250 T T 320 T T 400 T T 160 T T 200 T T 250 T T 320 T T 400 T T 250 T T 320 T T 400 T T 500 T T 630 T T 250 T T 320 T T 400 T T 500 T T 630 T T 250 T T 320 T T 400 T T 500 T T 630 T T Masterpact NW H3 Micrologic 5.0 Inst : 15 In NW20 NW25 2000 2500 2000 2500 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T Masterpact NW H3 Micrologic 5.Stroomopw. : Masterpact NW H3 Stroomafw.

7.0 .0 .0 Inst : OFF NW08 NW10 NW12 800 1000 1250 800 1000 1250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T stroomafw.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw. NS100 tot 630 Masterpact NW L1 Micrologic 5. DPN Vigi C60 XC40 NG125N/H/L C120N/H NS100N NS100H NS100L NS160N/NE NS160H NS160L NS250N NS250H/L NS400N STR23SE/SV STR53UE/SV stroomopw. : Masterpact NW L1 Stroomafw.7.0 Isd : 10 Ir NW08 NW10 NW12 kaliber (A) 800 1000 1250 instelling Ir 800 1000 1250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW16 1600 1600 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW16 1600 1600 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW20 2000 2000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW16 1600 1600 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW20 2000 2000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NS400H STR23SE/SV STR53UE/SV NS400L STR23SE/SV STR53UE/SV NS630N STR23SE/SV STR53UE/SV NS630H STR23SE/SV STR53UE/SV NS630L STR23SE/SV STR53UE/SV 160 200 250 320 400 160 200 250 320 400 160 200 250 320 400 250 320 400 500 630 250 320 400 500 630 250 320 400 500 630 T totale selectiviteit K150 Gids laagspanningsverdeling 2003 .0 Inst : 15 In NW20 NW08 NW10 NW12 2000 800 1000 1250 2000 800 1000 1250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T Masterpact NW L1 Micrologic 5. Masterpact NW L1 losser Micrologic 2. : Multi 9.

Stroomopw.5 12.7 18.5 37.5 12.7 18.7 18.7 18.7 18.5 12.5 12.7 24 24 24 T totale selectiviteit Gids laagspanningsverdeling 2003 K151 .5 12.5 37.7 18.5 12.7 18.5 37.0 .7 18.5 12.5 37.7 18.5 12.5 40 40 40 40 40 37.5 37.7 18. : Masterpact NW N1/H1/H2 Stroomafw.7 18.5 12.7 18.5 40 40 40 40 40 37.5 12.5 12.5 12. NS800N instelling Ir 800 320 400 500 630 800 320 400 500 630 800 320 400 500 630 800 400 500 630 800 1000 400 500 630 800 1000 400 500 630 800 1000 500 630 800 1000 1250 500 630 800 1000 1250 640 800 960 1280 1600 640 800 960 1280 1600 8 8 8 NS800H 8 8 8 12 12 12 NS800L 8 8 8 12 12 12 NS1000N 8 8 12 12 NS1000H 8 8 10 10 10 12 12 15 15 15 NS1000L 8 8 10 10 10 12 12 15 15 15 NS1250N 8 10 10 12 15 15 NS1250H 8 10 10 12.Inst : 15 In 4000 5000 6300 800 4000 5000 6300 800 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 T T T T T 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 T T T T T 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 T T T T T 50 50 50 50 50 T T T T T 50 50 50 50 50 T T T T T 63 63 63 63 63 63 63 63 63 63 T T T T T 63 63 63 63 63 63 63 63 63 63 T T T T T 63 63 63 63 63 T T T T T 63 63 63 63 63 12 12 12 1000 1250 1600 2000 2500 3200 4000 5000 6300 1000 1250 1600 2000 2500 3200 4000 5000 6300 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 18.7 18.5 37.5 12.0 .5 12.7 18.7 18.5 12.7 18.5 37.7 18.7.H1 . : NS800 tot 1600 stroomopw.5 37.7 18.5 12.0 .7 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 24 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 37.7 18.7 18.5 37.7 18.5 37.7 18.5 37.5 37.5 12.7 NS1600H 10 12.7 18.5 37.5 37.H1 .5 37.5 12.5 12.Isd : 10 Ir 1000 1250 1600 2000 2500 3200 1000 1250 1600 2000 2500 3200 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 10 12.5 12.5 37.5 37.5 37.5 37.7 18.5 12. Masterpact NW N1 .5 12.7 18.5 37.5 37.7 18.5 37.5 12.7 18.5 48 37.5 37.H2 losser Micrologic 2.5 16 16 16 15 18.5 37.5 12.5 37.5 12.5 37.5 12.5 12.7 18.5 37.5 48 48 48 48 48 48 48 48 48 T T T T T 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 T T T T T 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 T T T T T 60 60 60 60 60 T T T T T T T T T T 60 60 60 60 60 T T T T T T T T T T 60 60 60 60 60 T T T T T 60 60 60 60 60 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1g NW08 NW10 NW12 NW16 NW20 NW25 NW32 NW40 NW50 NW63 NW08 NW10 NW12 NW16 NW20 NW25 NW32 NW40 NW50 NW63 kaliber (A) 800 stroomafw.5 12.5 37.5 37.5 37.5 12.5 37.7 NS1600N 10 12.5 37.7 18.5 37.7 18.5 37.5 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 Masterpact NW N1 .5 12.5 37.H2 Micrologic 5.7 18.7 18.7 18.5 37.5 15 18.5 12 15 15 18.5 12.5 12.5 12.

Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw.0 . NS800N Masterpact NW N1 .7. : Masterpact NW N1/H1/H2 Stroomafw.H1 .0 . : NS800 tot 1600 stroomopw.H2 Micrologic 5.Inst : OFF NW08 NW10 NW12 800 1000 1250 800 1000 1250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW16 1600 1600 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW20 2000 2000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW25 2500 2500 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW32 3200 3200 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW40 4000 4000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW50 5000 5000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NW63 6300 6300 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NS800H T T T NS800L T T T NS1000N T T NS1000H T T T T T NS1000L T T T T T NS1250N T T T NS1250H T T T T T T NS1600N T T T NS1600H T T T T T T T totale selectiviteit K152 Gids laagspanningsverdeling 2003 . losser kaliber (A) instelling Ir 320 400 500 630 800 320 400 500 630 800 320 400 500 630 800 400 500 630 800 1000 400 500 630 800 1000 400 500 630 800 1000 500 630 800 1000 1250 500 630 800 1000 1250 640 800 960 1280 1600 640 800 960 1280 1600 stroomafw.

5 37.5 40 40 40 40 40 37.5 37.0 .5 37.5 37.7.Inst : OFF NW20 NW25 NW32 NW40 2000 2500 3200 4000 2000 2500 3200 4000 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1g stroomafw.5 37.5 37.5 40 40 40 40 40 37.5 37. : Masterpact NW H3 Stroomafw.5 37.5 37.5 37.5 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 T T T T T 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 T T T T T 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 T T T T T 60 60 60 60 60 T T T T T T T T T T 60 60 60 60 60 T T T T T T T T T T 60 60 60 60 60 T T T T T 60 60 60 60 60 Masterpact NW H3 Micrologic 5.5 37.5 37.Stroomopw.5 37.5 37.7.5 37.5 37.5 37.5 37.0 .5 37.5 37.5 37.Isd : 10 Ir NW20 NW25 NW32 kaliber (A) 2000 2500 3200 instelling Ir 2000 2500 3200 320 400 500 630 800 320 400 500 630 800 320 400 500 630 800 400 500 630 800 1000 400 500 630 800 1000 400 500 630 800 1000 500 630 800 1000 1250 500 630 800 1000 1250 640 800 960 1280 1600 640 800 960 1280 1600 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 Masterpact NW H3 Micrologic 5.Inst : 15 In NW20 NW25 NW32 NW40 2000 2500 3200 4000 2000 2500 3200 4000 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 37.5 37.0 .5 37.5 37.0 .5 37.5 37.5 37.5 37.5 37. NS800N NW40 4000 4000 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 NS800H NS800L NS1000N NS1000H NS1000L NS1250N NS1250H NS1600N NS1600H T totale selectiviteit Gids laagspanningsverdeling 2003 K153 .5 37.5 37.5 37.5 37.5 37.5 37. : NS800 tot 1600 stroomopw. Masterpact NW H3 losser Micrologic 2.0 .5 37.5 37.

5 1000 400 8 10 12.5 1000 500 8 10 12.7 24 12 15 18.7 24 12 15 18.7 24 24 24 24 24 24 24 Masterpact NW L1 Micrologic 5.5 500 8 10 12. : Masterpact NW L1 Stroomafw.7 24 15 18.7.Inst : OFF NW20 NW08 NW10 NW12 NW16 2000 800 1000 1250 1600 2000 800 1000 1250 1600 30 37 37 37 37 30 37 37 37 37 30 37 37 37 37 30 37 37 37 30 37 37 30 37 37 37 37 30 37 37 37 37 30 37 37 37 37 30 37 37 37 30 37 37 30 T T T T 30 T T T T 30 T T T T 30 T T T 30 T T 30 37 37 37 37 30 37 37 37 37 30 37 37 37 30 37 37 30 37 30 37 37 37 37 30 37 37 37 37 30 37 37 37 30 37 37 30 37 30 T T T T 30 T T T T 30 T T T 30 T T 30 T 30 37 37 37 37 30 37 37 37 30 37 37 30 37 30 30 37 37 37 37 30 37 37 37 30 37 37 30 37 30 30 37 37 37 30 37 37 30 37 30 30 30 30 30 37 37 37 37 37 37 stroomafw.7 18.7 24 12 15 18.0 .7 24 12 15 18.5 800 12.5 320 8 10 12.5 400 8 10 12.7 24 24 12 15 18.7 24 12 15 18.5 1000 400 8 10 12.5 800 12.7 24 15 18.5 630 10 12.7 24 15 18.5 800 12.5 800 12.5 400 8 10 12.5 800 12.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw.5 800 12.7 24 15 18.7 24 12 15 18.0 .5 500 8 10 12.7 24 12 15 18.5 400 8 10 12.7 24 12 15 18.5 800 12.7 24 24 24 T totale selectiviteit K154 Gids laagspanningsverdeling 2003 .7 24 12 15 18.5 500 8 10 12.5 630 10 12.Isd : 10 Ir NW08 NW10 NW12 kaliber (A) 800 1000 1250 instelling Ir 800 1000 1250 320 8 10 12.5 1000 1250 500 8 10 12. : NS800 tot 1600 Masterpact NW L1 Micrologic 5.7 NW20 2000 2000 37 37 37 37 37 37 37 37 37 37 T T T T T 37 37 37 37 37 37 37 37 37 37 T T T T T 37 37 37 37 37 37 37 37 37 37 37 37 37 37 37 37 37 37 16 16 16 15 18.5 500 8 10 12.5 320 8 10 12.7 18.7 24 18.5 500 8 10 12.5 630 10 12.7 24 18.7 18.7 24 12 15 18.5 800 12.5 1000 1250 640 10 12.5 800 12.7 24 15 18.5 400 8 10 12.5 960 1280 1600 NW16 1600 1600 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 16 NW20 2000 2000 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 15 18.0 .7 24 24 12 15 18.0 .7 24 15 18.5 630 10 12.7 24 24 12 15 15 18.5 800 12.7 24 18.5 500 8 10 12.7 24 12 15 18.5 630 10 12.7 24 24 12 15 18.5 630 10 12.5 960 1280 1600 640 10 12.0 .7 24 18.7 24 18. NS800N NS800H NS800L NS1000N NS1000H NS1000L NS1250N NS1250H NS1600N NS1600H stroomopw.7 18.7 24 12 15 18.5 630 10 12.5 630 10 12. Masterpact NW L1 losser Micrologic 2.7.7 24 15 18.7 24 18.7 24 18.Inst : 15 In NW08 NW10 NW12 NW16 800 1000 1250 1600 800 1000 1250 1600 12 15 18.

H1 .5 37.5 T T T T T T T T Masterpact M H2 12 16 16 20 20 20 25 25 25 25 32 32 32 32 32 40 40 40 40 40 40 50 50 50 50 50 50 50 63 63 63 63 63 63 63 63 18.5 37. : Masterpact NT.H1 .H2 Micrologic 5.5 37.5 37.7 24 24 2000 2000 30 30 30 35 35 30 30 18.5 37.5 37.5 37.5 37.5 48 48 48 48 48 60 60 60 60 60 60 75 75 75 75 75 75 75 82 82 82 82 82 82 82 82 Masterpact NW L1 12 16 16 20 20 20 25 25 25 25 25 25 25 25 Masterpact M N1/H1 12 16 16 20 20 20 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 63 63 63 63 63 63 63 63 63 63 63 63 63 18.7 24 24 24 2500 2500 37.5 94.5 3200 3200 T T T T T T 48 48 48 48 4000 4000 T T T T T T 60 60 60 60 60 5000 5000 T T T T T T T T T T T T 6300 6300 T T T T T T T T T T T T T Masterpact NW H2/H3 12 16 16 20 20 20 25 25 25 25 32 32 32 32 32 40 40 40 40 40 40 50 50 50 50 50 50 50 63 63 63 63 63 63 63 63 18.7 24 24 30 30 30 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 75 75 75 75 75 T T T T T T T 94.5 37.7 24 24 30 30 30 37.5 37. Masterpact NW N1 .0 .5 94.5 37.5 18.5 94.5 48 48 48 48 48 60 60 60 60 60 60 75 75 75 75 75 75 75 85 85 85 85 85 85 85 85 Masterpact M L1 T totale selectiviteit Gids laagspanningsverdeling 2003 K155 .7.5 37.5 37.5 37.7 24 24 30 30 30 37.Isd : 10 Ir kaliber (A) 800 instelling Ir 800 NT08 NT10 NT12 NT16 NT08 NT10 NW10 NW12 NW16 NW20 NW25 NW32 NW40 NW50 NW63 NW08 NW10 NW12 NW16 NW20 NW25 NW32 NW40 NW50 NW63 NW08 NW10 NW12 NW16 NW20 M08 M10 M12 M16 M20 M25 M32 M40 M50 M63 M08 M10 M12 M16 M20 M25 M32 M40 M50 M63 M08 M10 M12 M16 M20 M25 1000 1250 1600 1000 1250 1600 12 16 16 2000 2000 20 20 20 20 20 20 20 2500 2500 25 25 25 25 26 26 25 25 25 3200 3200 32 32 32 32 45 45 32 32 32 32 4000 4000 40 40 40 40 T T 40 40 40 40 40 5000 5000 T T T T T T 50 50 50 50 50 50 Masterpact NW N1 . NW.0 . Masterpact M stroomopw.5 37.H2 losser Micrologic 2. : Masterpact NW N1/H1/H2 Stroomafw. Masterpact NT H1 Masterpact NT L1 Masterpact NW N1/H1 12 16 16 16 6300 800 6300 800 T T T T T T 63 63 63 63 63 63 63 1000 1250 1600 1000 1250 1600 18.Inst : 15 In NW50 NW63 NW08 NW10 NW12 NW16 NW20 NW25 NW32 NW40 NW50 NW63 NW08 NW10 NW12 NW16 NW20 NW25 NW32 NW40 1g stroomafw.5 37.7 24 24 30 30 30 37.5 37.Stroomopw.5 94.5 65 65 37.5 37.0 .

Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw. Masterpact NW N1 . Masterpact M NW16 1600 1600 T T NW20 2000 2000 T T T T T T T T NW25 2500 2500 T T T T T T T T T T NW32 3200 3200 T T T T T T T T T T T NW40 4000 4000 T T T T T T T T T T T T NW50 5000 5000 T T T T T T T T T T T T T NW63 6300 6300 T T T T T T T T T T T T T T stroomafw.Inst : OFF NW08 NW10 NW12 kaliber (A) 800 1000 1250 instelling Ir 800 1000 1250 T Masterpact NT NT08 H1 NT10 NT12 NT16 Masterpact NT NT08 L1 NT10 Masterpact NW NW08 N1/H1 NW10 NW12 NW16 NW20 NW25 NW32 NW40 NW50 NW63 Masterpact NW NW08 H2/H3 NW10 NW12 NW16 NW20 NW25 NW32 NW40 NW50 NW63 Masterpact NW NW08 L1 NW10 NW12 NW16 NW20 Masterpact M M08 N1/H1 M10 M12 M16 M20 M25 M32 M40 M50 Masterpact M M08 H2 M10 M12 M16 M20 M25 M32 M40 M50 M63 T totale selectiviteit T T T T T T 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 T T T T 100 100 100 T T T T 100 100 100 100 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 85 K156 Gids laagspanningsverdeling 2003 .H1 .H2 losser Micrologic 5. : Masterpact NT.0 . : Masterpact NW N1/H1/H2 Stroomafw.0-7. stroomopw. NW.

5 37.5 37.5 37. Masterpact NW H3 losser Micrologic 2.5 37.5 37.5 35 65 35 65 30 37.5 37.5 48 48 48 48 48 48 48 48 48 48 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 60 100 100 100 100 100 100 100 T T T T 100 100 100 100 100 T T T T T 100 100 100 100 100 T T T T T T Masterpact M H2 32 32 32 32 32 40 40 40 40 40 40 37.0 Isd : 10 Ir NW20 NW25 kaliber (A) 2000 2500 instelling Ir 2000 2500 NT08 20 25 NT10 20 25 NT12 20 25 NT16 25 NT08 20 25 NT10 20 25 NW08 20 25 NW10 20 25 NW12 20 25 NW16 25 NW20 NW25 NW32 NW40 NW50 NW63 NW08 20 25 NW10 20 25 NW12 20 25 NW16 25 NW20 NW25 NW32 NW40 NW50 NW63 NW08 20 25 NW10 20 25 NW12 20 25 NW16 25 NW20 M08 25 M10 25 M12 25 M16 25 M20 M25 M32 M40 M50 M63 M08 25 M10 25 M12 25 M16 25 M20 M25 M32 M40 M50 M63 Masterpact NW H3 Micrologic 5.0 . : Masterpact NW H3 Stroomafw.5 30 37.5 Masterpact NW H3 Micrologic 5.0 .7. Masterpact M stroomopw.5 37.5 48 48 48 48 48 60 60 60 60 60 60 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 Masterpact NW L1 Masterpact M N1/H1 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 45 45 45 45 45 40 40 40 40 40 40 30 30 30 37.5 37.5 30 37.5 37. Masterpact NT H1 Masterpact NT L1 Masterpact NW N1/H1 NW32 3200 3200 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 32 NW40 4000 4000 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 NW32 3200 3200 T T T T 110 110 48 48 48 48 48 NW40 4000 4000 T T T T T T 60 60 60 60 60 60 NW32 3200 3200 T T T T T T T T T T T NW40 4000 4000 T T T T T T T T T T T T Masterpact NW H2/H3 32 32 32 32 32 40 40 40 40 40 40 30 30 30 37.5 37.7.5 37.5 37.0 Inst : OFF NW20 NW25 2000 2500 2000 2500 T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1g stroomafw.Stroomopw.5 37.5 37. NW.0 Inst : 15 In NW20 NW25 2000 2500 2000 2500 30 37. : Masterpact NT.5 30 37.5 48 48 48 48 48 60 60 60 60 60 60 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 T totale selectiviteit Gids laagspanningsverdeling 2003 K157 .5 30 37.5 37.

Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen Stroomopw.7 24 24 24 24 T 37 T T 37 37 12.0 . NW.5 16 16 16 16 18. : Masterpact NW L1 Stroomafw. : Masterpact NT. Masterpact M NW16 1600 1600 16 16 Masterpact NW L1 Micrologic 5.5 16 16 20 20 20 18.7 24 24 30 30 30 37 37 37 37 37 37 12.7 24 24 30 30 30 37 37 37 37 37 37 12.7 24 24 30 30 30 37 37 37 37 37 37 K158 Gids laagspanningsverdeling 2003 .5 12.5 16 16 20 20 20 18.0 Inst : OFF NW12 NW16 NW20 NW08 NW10 1250 1600 2000 800 1000 1250 1600 2000 800 1000 18. Masterpact NW L1 losser Micrologic 2.5 16 16 20 20 20 18.7 24 24 30 30 30 30 30 30 30 30 NW12 1250 1250 37 NW16 1600 1600 37 37 NW20 2000 2000 37 37 37 T T 37 37 37 stroomafw.5 16 16 20 20 20 18.5 16 16 20 20 20 18.5 Masterpact NT NT08 H1 NT10 NT12 NT16 Masterpact NT NT08 L1 NT10 Masterpact NW NW08 N1/H1 NW10 NW12 NW16 NW20 NW25 NW32 NW40 NW50 NW63 Masterpact NW NW08 H2/H3 NW10 NW12 NW16 NW20 NW25 NW32 NW40 NW50 NW63 Masterpact NW NW08 L1 NW10 NW12 NW16 NW20 Masterpact M M08 N1/H1 M10 M12 M16 M20 M25 M32 M40 M50 M63 Masterpact M M08 H2 M10 M12 M16 M20 M25 M32 M40 M50 M63 Masterpact M M08 L1 M10 M12 M16 M20 M25 T totale selectiviteit 12.7.7 24 24 30 30 30 37 37 37 37 37 37 12.0 Isd : 10 Ir NW08 NW10 NW12 kaliber (A) 800 1000 1250 instelling Ir 800 1000 1250 12.0 Inst : 15 In NW20 NW08 NW10 2000 800 1000 2000 800 1000 20 20 20 20 20 20 20 20 Masterpact NW L1 Micrologic 5.0 .7 18.7.7 24 24 30 30 30 37 37 37 37 37 37 12. stroomopw.

H1 . Masterpact NT H1 Masterpact NT L1 Masterpact NW N1/H1/H2/H3 Masterpact NW L1 stroomafw.H2 Masterpact M N1 . Masterpact M N1 .H1 Masterpact L Masterpact L STR68U .5 16 20 25 32 40 50 63 30 70 70 70 70 70 T T NW10 16 20 25 32 40 50 63 70 70 70 70 70 T T NW12 20 25 32 40 50 63 70 70 70 70 T T NW16 25 32 40 50 63 70 70 70 T T NW20 32 40 50 63 70 70 T T stroomopw. NW stroomopw. Masterpact NT N1/H1 Masterpact NT L1 Masterpact NW N1/H1/H2/H3 Masterpact NW L1 T totale selectiviteit Gids laagspanningsverdeling 2003 K159 .Inst : OFF STR38S/58U STR68U M08 M10 M12 M16 M20 M25 M32 M40 M50 M63 M08 M10 M12 M16 M20 M25 M08 M10 M12 M16 M20 M25 kaliber (A) 800 1000 1250 1600 2000 2500 3200 4000 5000 6300 800 1000 1250 1600 2000 2500 800 1000 1250 1600 2000 2500 instelling Ir 800 1000 1250 1600 2000 2500 3200 4000 5000 6300 800 1000 1250 1600 2000 2500 800 1000 1250 1600 2000 2500 NT08 T T T T T T T T 10 12 12 15 10 12 12 15 NT10 T T T T T T T 12 12 15 12 12 15 NT12 T T T T T T 12 15 12 15 NT16 T T T T T 15 15 NT08 T T T T T T T T 10 15 15 25 10 15 15 25 NT10 T T T T T T T 15 15 25 15 15 25 NW08 T T T T T T T T NW10 T T T T T T T NW12 T T T T T T NW16 T T T T T NW20 T T T T NW25 T T T NW32 T T NW40 T NW50 NW63 NW08 T T T T T T T T NW10 T T T T T T T NW12 T T T T T T NW16 T T T T T NW20 T T T T 1g stroomafw. Masterpact M N1 . : Masterpact NT. Masterpact NT H1 Masterpact NT L1 Masterpact NW N1/H1/H2/H3 Masterpact NW L1 stroomafw.Inst : OFF M08 M10 M12 M16 M20 M25 M32 M40 M50 M63 M08 M10 M12 M16 M20 M25 M32 M40 M50 M63 kaliber (A) 800 1000 1250 1600 2000 2500 3200 4000 5000 6300 800 1000 1250 1600 2000 2500 3200 4000 5000 6300 instelling Ir 800 1000 1250 1600 2000 2500 3200 4000 5000 6300 800 1000 1250 1600 2000 2500 3200 4000 5000 6300 NT08 40 40 T T T T T T T T T T T T T T NT10 40 T T T T T T T T T T T T T NT12 T T T T T T T T T T T T NT16 T T T T T T T T T T NT08 T T T T T T T T T T T T T T T T NT10 T T T T T T T T T T T T T T NW08 40 40 65 65 65 65 65 65 T T T T T T T T NW10 40 65 65 65 65 65 65 T T T T T T T NW12 65 65 65 65 65 65 T T T T T T NW16 65 65 65 65 65 T T T T T NW20 65 65 65 65 T T T T NW25 65 65 65 T T T NW32 65 65 T T NW40 65 T NW50 NW63 NW08 40 40 T T T T T T T T T T T T T T NW10 40 T T T T T T T T T T T T T NW12 T T T T T T T T T T T T NW16 T T T T T T T T T T NW20 T T T T T T T T stroomopw. Masterpact N1 .Stroomopw.H1 .H2 STR28D STR38S/58U . : Masterpact M Stroomafw.5 16 20 25 32 40 50 63 28 40 40 40 40 40 50 63 NW10 16 20 25 32 40 50 63 40 40 40 40 40 50 63 NW12 20 25 32 40 50 63 40 40 40 40 50 63 NW16 25 32 40 50 63 40 40 40 50 63 NW20 32 40 50 63 40 40 50 63 NW25 40 50 63 40 50 63 NW32 50 63 50 63 NW40 63 63 NW50 NW63 NW08 12.H2 Masterpact M N1 .Inst : ON .H1 STR68U .Inst : ON .maximum stand STR38S/58U .maximum stand M08 M10 M12 M16 M20 M25 M32 M40 M50 M63 M08 M10 M12 M16 M20 M25 M32 M40 M50 M63 kaliber (A) 800 1000 1250 1600 2000 2500 3200 4000 5000 6300 800 1000 1250 1600 2000 2500 3200 4000 5000 6300 instelling Ir 800 1000 1250 1600 2000 2500 3200 4000 5000 6300 800 1000 1250 1600 2000 2500 3200 4000 5000 6300 NT08 12 16 20 25 32 40 T T 30 40 40 40 40 40 T T NT10 16 20 25 32 40 T T 40 40 40 40 40 T T NT12 20 25 32 40 T T 40 40 40 40 T T NT16 25 32 40 T T 40 40 40 T T NT08 12 16 20 25 32 40 T T 100 T T T T T T T NT10 16 20 25 32 40 T T T T T T T T T NW08 12.

25 1. Integral 18.7 0.2 1.7 T T T T 1 0.2 1.5 T T T T T 1 1 0.8 0.5 0.5 T T T T T T 1.5 0.5 63 T T T T T T T 4 1 0.8 0.5 T 1 0.2 1.5 0.6 A 1.8 0.2 1.25/0.4/0.6 0.5 0.5 80 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 2 1.5 0.5 0.7 0.25 1.2 0.63 tot 1 A 1 tot 1.5 0.6 1.2 1.5 tot 4 A 4 tot 6 A 6 tot 10 A 10 tot 16 A 12 tot 18 A 0.25 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 2 0.5 0.25 T T T T T T 1.5 T T T T 0.2 1.5 0.2 1.2 1.8 0.25 tot 0.5 T 1 0.2 1.5 T T T T T 4 1 0.5 0.8 0.5 A 2.7 T T T T T T T 4 1 0.5 Integral 63 LD1-LD030 LD4-LD130 LD4-LD030 0.1 tot 0.5 0.2 1.7 0.63 A 0.2 T T T T T T 2 0.5 0.16 A 0.3 A 6 tot 10 A 9 tot 14 A 13 tot 18 A 17 tot 23 A 20 tot 25 A 0.65 0.5 0.5 0.5 tot 4 A 4 tot 6.5 T T T T T T T 4 1 0.5 0.5 0.63 A 0.2 1.5 0.40 A 0.5 0.5 0.5 tot 4 A 4 tot 6.5 0.3 0.5 T T T T T T 1.5 0.2 1.7 0.5 0.2 1.5 0.63/1 1/1.7 T T T T T 4 0.7 NS160N/H/L losser TM-D 100 40 T T T T T T T 10 2 0.25 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 3 2 2 1.8 0.2 1.7 0.63 0.5 0.8 0.5 0.5 0.3 0.7 T 0.8 T T T T T T T 4 1 0.4 0.16 tot 0.25 1.5 tot 4 A 4 tot 6 A 6 tot 10 A 10 tot 16 A 16 tot 25 A 23 tot 32 A 10 tot 13 A 13 tot 18 A 18 tot 25 A 23 tot 32 A 28 tot 40 A 35 tot 50 A 45 tot 63 A stroomafw.5 T T T 1 1 0.63 A 0.5 63 T T T T T T T 4 1 0.2 T T T T 4 3 2 1.2 1.40 tot 0.5 2.7 0.5 0.5 0.5 0.8 0.5 T T T T T 4 1 0.65 0.8 0.5 0.2 1.5 0.5 0.5 T T T T T T T 4 1 0.5 0.7 0.5 0.7 0.5 A 2.5 0.7 0.5 0.5 T T T T T 4 1 0.5 0.5 0.2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 35 35 35 35 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 35 35 35 35 T Totale selectiviteit T Totale selectiviteit K160 Gids laagspanningsverdeling 2003 Gids laagspanningsverdeling 2003 K161 .40 tot 0.8 0.6 tot 2.5 T T T T T 4 1 0.8 0.5 0.8 0.5 0.5 0. GV2 ME01 GV2 ME02 GV2 ME03 GV2 ME04 GV2 ME05 GV2 ME06 GV2 ME07 GV2 ME08 GV2 ME10 GV2 ME14 GV2 ME16 GV2 ME20 GV2 ME21 GV2 ME22 GV2 P01 GV2 P02 GV2 P03 GV2 P04 GV2 P05 GV2 P06 GV2 P07 GV2 P08 GV2 P10 GV2 P14 GV2 P16 GV2 P20 GV2 P21 GV2 P22 GV2 L03 GV2 L04 GV2 L05 GV2 L06 GV2 L07 GV2 L08 GV2 L10 GV2 L14 GV2 L16 GV2 L20 GV2 L22 GV3 ME06 GV3 ME07 GV3 ME08 GV3 ME10 GV3 ME14 GV3 ME20 GV3 ME25 GV3 ME40 GV3 ME63 GV3 ME80 Integral 18 LD1-LB030 T T T T T 2 0.8 0.5 0.2 1.5 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.1 tot 0.5 T T T T T T T 3 1.2 1.7 0.16 tot 0.2 1.63 tot 1 A 1 tot 1.7 T T T T T T 1.3 T T T T 1.5 T 1 0.5 0.5 0.25 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.2 T T T T T 3 1.5 0.5 0.2 0.5 0.5 0.7 0.5 T T T T 1.40 A 0.5 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.5 0.2 1.25 tot 0.5 0.3 40 T T T T T T T 4 1 0.7 0.25 1.2 1.5 0.25 1.8 0.2 1.5 0.5 0.5 T T T T 1.2 1.2 0.8 1 1 1 0.5 0.2 1.5 100 T T T T T T 4 3 2 1.8 0.2 1.5 0.2 1.5 0.25 1.7 0.8 0.5 0.2 T T T T T T 4 3 2 1.5 T T T T T T T 4 1 0.6 0.5 0.16 tot 0.25 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.7 0.7 0.7 0.5 0.8 0.2 1.25 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 200 250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NS100N/H/L STR22SE 40 T T T T T 1 1 0.5 0.1 tot 0.25 1.8 0.5 0.5 A 2.5 T T T T T 0.8 0.5 T T T T 1.63 tot 1 A 1 tot 1.5 0.8 0.2 25 T T T T T T 2 0.5 0.7 0.8 T T 0.5 0.2 1.5 0.5 0.8 T T T T T T T 10 2 0.25 A 0.3 0.2 1.5 0.5 0.5 T 1 0.8 0.2 0.25 1.2 1.5 0.2 1.5 T 1 0.6 tot 2.2 T T T T T 3 1.16 A 0.5 T 1 0.8 0.8 0.6 A 1.2 NS160N/H/L STR22SE 100 T T T T T T 4 3 2 1.3 T T T T T T T 4 1 0.5 0.5 0.5/4 4/6 7/10 9/13 12/18 17/25 1 tot 1.2 1.2 1.5 0.8 0.25 1.5 0.8 0.8 0.6 tot 2.7 0.5 0.8 0.65 0.3 T T T T T T 1.5 T T T 2 0.25 A 0.2 T T T T 4 3 2 1.8 0.25 1.5 0.2 1.2 1.5 0.2 T T T T 2 0. losser of th.5 80 T T T T T T T 4 1 0.2 0.2 1. 63 NS100N/H/L losser TM-D 16 T T T T T 2 0.3 0.6 tot 2.8 0.5 0.5 0. 32. : GV2.5 0.5 0.5 T T T T T T 1.5 0.5 0.8 T T T T T T 4 0.2 1.5 T T T T T 4 1 0.2 T T T T T T 0.5 1 100 125 160 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 3 2 2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 3 2 2 1.2 1. GV3.2 0.5 63 T T T T T T T 4 1 0.2 T T T T T T T 3 1.7 0.5 1 100 125 160 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 3 2 2 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 3 2 2 1.6 A 1.5 0.8 T T T T T 1 0.63 A 0.6 0.2 1.5 0.2 T T 5 2 1.25 1.5 80 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 2 1.2 1.8 0.5 0.25 1.16 A 0.5 0.2 1.5 0.7 0.2 1.8 T T T T T 10 2 0.5 T T T T T T T T T T 4 3 T T T T T T T T 4 3 1 1 1 0. relais geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd LR D03 LR D04 LR D05 LR D06 LR D07 LR D08 LR D10 LR D14 LR D16 LR D21 LR D33 22 geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd geïntegreerd LB1-LB03P01 LB1-LB03P02 LB1-LB03P03 LB1-LB03P04 LB1-LB03P05 LB1-LB03P06 LB1-LB03P07 LB1-LB03P08 LB1-LB03P10 LB1-LB03P13 LB1-LB03P17 LB1-LB03P21 LB1-LC03M03 LB1-LC03M04 LB1-LC03M05 LB1-LC03M06 LB1-LC03M07 LB1-LC03M08 LB1-LC03M10 LB1-LC03M13 LB1-LC03M17 LB1-LC03M22 LB1-LC03M53 LB1-LD03M16 LB1-LD03M21 LB1-LD03M22 LB1-LD03M53 LB1-LD03M55 LB1-LD03M57 LB1-LD03M61 kaliber (A) insteling Ir 0.25 NS250N/H/L losser TM-D 40 T T T T T T T 4 1 0.7 0.3 T 1 0.6 A 1.6 tot 2.2 T T T T 0.5 0.2 1.25 1.5 T T T T 1.40 tot 0.5 0.25 1.6/2.3 T T T T T 4 1 0. : NS100 tot 630 Stroomafw.25 1.7 0.25 1.2 T T T T T T 4 3 2 1.2 0.25 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.7 0.7 0.3 A 6 tot 10 A 9 tot 14 A 13 tot 18 A 17 tot 23 A 20 tot 25 A 0.2 0.40 A 0.5 A 2.40 A 0.5 Integral 32 LD1-LC030 LD4-LC130 LD4-LC030 T T T 0.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen beveiliging van motor Stroomopw.5 T T T T T T T T T T 4 3 T T T T T T T T 1 0.2 T T 5 2 1.2 1.5 T T T T T T T 4 1 0.7 0.25 tot 0.5 0.2 160 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NS250N/H/L STR22SE 160 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NS400N/H/L STR23SE/53UE 160 tot 400 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NS630N/H/L STR23SE/53UE 250 tot 630 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1g stroomopw.25 1.5 0.5 A 2.5 T T T T T T T 4 1 0.2 1.5 0.63 tot 1 A 1 tot 1.2 1.5 0.40 tot 0.6 A 1.25 tot 0.3 0.5 0.5 0.5 T T T T T T T 2 1 0.5 T T T T 1.8 0.3 0.3 0.25 A 0.25 1.5 0.2 1.5 0.25 1.5 0.2 1.5 0.5 tot 4 A 4 tot 6 A 6 tot 10 A 10 tot 16 A 16 tot 25 A 25 tot 40 A 40 tot 63 A 63 tot 80 A 0.

5 0.3 LR D08 NS100N/H/LMA 6.2 0.3 LR D10 NS100N/H/LMA 12.5 0.4 6.5 0.5 0.5 0.5 T T 0.19 3 3 3 T 5 5 5 5 5 NS160N/H/L losser TM-D 40 63 80 T 5 5 5 5 5 5 T 5 5 5 5 5 5 5 T T T T 10 10 10 10 10 losser stroomafw. NS1600. NW Stroomafw.5/4 4/6 5.5 0.5 0.5 12.5 0.3 T T 0.5 0.7 0. NS100 à 630 NS100N/H/L losser TM-D 16 25 40 0.3 0.7 0.5 0.19 3 0.5 LR D06 NS100N/H/LMA 2.8 T T T 10 2 0.5 12.5 0.7 0.3 NC100LMA 10 NC100LMA 10 NC100LMA 12.5 0.5 T T T T T T T 1 1 T T T T T T T T 1.2 0.2 NS250 N/H/L losser TM-D 200 250 T T T T 20 20 20 20 20 20 20 20 20 T T T T 25 25 25 25 25 25 25 25 25 25 stroomopw.6/2.6/2.19 3 0.5 12.5 0.5 0.8 0.5 0.3 T T 0.5 NS80HMA 12.8 0.5 63 T T 0.7 T T 0.5 0.5 125 T T T T 12.7 0.8 0.3 0.5 12.5 0.2 NS100N/H/L losser TM-D 16 25 40 0.5 0.5 0.5/8 7/10 9/13 12/18 17/25 23/32 30/40 37/50 48/65 63/80 63 T 5 5 5 5 5 5 5 80 T T 6.2 T T 0.5 0.5 0.5 0.8 0.8 0.5 NS80HMA 12.5 T T T T T T T T T 100 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 125 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 160 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.3 0.7 0. Masterpact NT. : NS100 tot 630.5 C60LMA 16 C60LMA 25 C60LMA 40 C60LMA 40 NC100LMA 1.3 NS80HMA 12.6 C60LMA 2.5 NS80HMA 2.5/8 7/10 9/13 12/18 17/25 23/32 30/40 1/1.2 1.5 12.7 0. of th. NC100LMA. C60LMA 1.4 100 T T 8 8 8 8 8 8 8 8 100 T T T T 12.4 6.6 1.5 12.4 6.5 LR D16 NS100N/H/LMA 25 LR D21 NS100N/H/LMA 25 LR D33 22 NS100N/H/LMA 50 LR D33 53 NS100N/H/LMA 50 LR D33 55 NS100N/H/LMA 50 LR D33 57 NS100N/H/LMA 100 LR D33 59 NS100N/H/LMA 100 LR D33 63 NS100N/H/LMA 100 NS160N/H/LMA 150 NS250N/H/LMA 220 NS400N/H/LMA 320 NS630N/H/LMA 500 NS100N/H/L STR22ME40 NS100N/H/L STR22ME50 NS100N/H/L STR22ME80 NS100N/H/L STR22ME100 NS160N/H/L STR22ME150 NS250N/H/L STR22ME220 NS400N/H/L STR43ME320 T Totale selectiviteit kaliber (A) insteling Ir 1/1.5 0.5 12.4 6.5 12.7 0.5 0. : C60LMA.5 12.6/2.2 0.5 0.5 T T 0.5 LR D14 NS100N/H/LMA 12.4 6.4 6.5 12.5 12.6 1.5 0.5 0.7 0.2 T 0.5 12.8 NS160N/H/L losser TM-D 40 63 80 T T 0.5/4 4/6 5.5 T T 0.7 0.5 T T T T T T T T T T T 0.5 0.5 0.5 T T 10 0.2 T 0.5 0.5 12. stroomafw.5 LR D12 NS100N/H/LMA 12.7 0.8 0. relais LR D06 LR D07 LR D08 LR D10 LR D12 LR D14 LR D16 LR D21 LR D13 22 LR D33 53 LR D33 55 LR D06 LR D07 LR D08 LR D10 LR D12 LR D14 LR D16 LR D21 LR D22 LR D33 53 LR D33 55 LR D33 57 LR D33 59 LR D06 LR D07 LR D08 LR D10 LR D12 LR D14 LR D16 LR D21 LR D33 22 LR D33 53 LR D33 55 LR D33 57 LR D33 59 kaliber (A) instelling Ir 1/1.5 12.8 T T 0.5 12.5 0.2 0.5/8 7/10 9/13 12/18 17/25 23/32 30/40 37/50 48/65 stroomopw.5 0.3 0.5/8 7/10 9/13 12/18 17/25 23/32 30/40 37/50 48/65 1/1.2 1.5 0.5 0.7 0.5 0.3 C60LMA 10 C60LMA 10 C60LMA 12.2 1.7 0.5/4 4/6 5.5 0.5 12.5 0.3 0.5 NS80HMA 6.2 1.2 1.5 0.5 2.5 2.5 0.8 0.3 0.5 12.5 0.5 0.7 0.6 1.8 0.5 0.6 NC100LMA 2. : NC100LMA = NG125LMA K162 Gids laagspanningsverdeling 2003 .5 NC100LMA 4 NC100LMA 6.2 1.5 0.5 C60LMA 4 C60LMA 6.5 12.8 0.3 0. relais NS100N/H/LMA 2.2 T T T T T T T T 1.5 0.5 0.5 2.5 NS80HMA 25 NS80HMA 25 NS80HMA 50 NS80HMA 50 NS80HMA 50 NS80HMA 80 0.5 LR D07 NS100N/H/LMA 6.5 0.5/4 4/6 5.5 24/40 30/50 48/80 60/100 90/150 131/220 190/320 12.5 NC100LMA 16 NC100LMA 25 NC100LMA 40 NC100LMA 40 NC100LMA 63 NC100LMA 63 NS80HMA 2.5 160 T T T T 12.5 0.8 0.7 0.8 0.7 0. NS80HMA.5 12.5 0.5 0.5 T T 0.3 T T 0.8 0.7 T T 10 2 0.5 T T 0.5 12.5 0.6/2.5 0.5 T T 0.Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen beveiliging van motor Stroomopw. losser of th.7 100 T T T 5 2 0.3 NS80HMA 6.8 0.5 2.5 0.6 1.5 80 T T 3 0.3 0.7 0.5 0.5 36 36 36 36 36 Opm. NG125LMA.5 0.

2 T T T T T T NS400N/H/L NS800N/H NS800L NS630N/H/L STR23SE.75 1.2 T T T T T T T T T T T T T 1 T T T T 0.5 T T 0.5 0.2 T T T T T T T T 1.75 1.2 T T 1.2 1.5 0.75 3.5 0.1 1.5 T T T T T T T 1 1 T T T T T T T T 1.45 0.5 0.75 T T T T T T T 36 36 36 36 36 36 36 T T T T T T T 1 T T T T 0.5 0.2 T T 1.5 T T 0.5 2 2 T T 0.5 80 T T T T T T T T T 100 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 125 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 160 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 200 250 NS100N/H/L STR22SE 40 100 NS160N/H/L STR22SE 100 160 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NS250N/H/L STR22SE 160 250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NS400N/H/L STR23SE/53UE 160 tot 400 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NS630N/H/L STR23SE/53UE 250 tot 630 T T 0.2 1.45 0.5 0.5 0.6 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T Totale selectiviteit Gids laagspanningsverdeling 2003 K163 .5 1.1 1.2 T T 0.0 1000 1250 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NS1000L Micrologic 2.2 1.5 0.75 1.2 1.2 1.1g NS250N/H/L losser TM-D 40 63 T T 0.2 NS100N/H/L STR22SE 40 100 0.5 T T T T 0.2 T T 1.1 1.0-5.5 2 2 T T 0.2 T T 0.0-5.2 1.5 1.5 0.2 T T 1.75 1.5 T T 0.2 T T T T T T T T T 1 T T T T 0.45 0.5 1.1 1.5 5 5 T T 0.5 2 2 T T 0.75 1.2 1.2 1.2 T T 1.2 T T 0.2 T T 1.2 1.1 NS160N/H/L NS250N/H/L STR22SE 160 250 T T T T T T T 1.2 1.6 3.5 0.5 T T T T 0.45 0.5 T T T T T T T T T T T 0.5 0.5 5 5 T T 0.5 0.2 1.5 0.6 3.2 T T 1.1 1.5 0.5 0.5 1.5 1.5 0.2 1.1 1.1 1.5 0.2 1.5 1.5 0.5 1.45 0.2 1.5 0.2 1.2 T T 1.0 400 630 800 800 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T NS1000N/H NS1250/NS1600N/H Micrologic 2.2 1.2 1.2 T T 1.5 0.0-5.2 1.2 T T 0.45 0.5 0.5 0.5 0.5 0. STR53UE Micrologic 2.0 1000 T T T T T T T T T T T T T T T T T 18 T T T T T T 18 1600 T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T T 1.5 15 15 T T 0.2 1.5 0.45 T T 1.5 0.5 0.

Masterpact NT. : NS1600. NS1600N/H losser Micrologic 2.0 2.5.0 T T T T T T T T T stroomopw.0 .0 200…500 320…800 400…1000 500…1200 T Totale selectiviteit K164 Gids laagspanningsverdeling 2003 . : NS630 tot 1250 NT16H1 Micrologic 2.5.5.0 .5.0 .0 .0 2.0 T T NW25H1/H2/H3 NW32H1/H2/H3 NW40H1/H2/H3 Micrologic Micrologic Micrologic 2.5. NS630N/H/L NS800N/H/L NS1000N/H/L NS1250N/H/L T losser STR43ME Micrologic 5.0 .0 2.0 .Studie van een installatie Selectiviteit van de beveiligingen Selectiviteitstabellen beveiliging van motor Stroomopw.5. NW Stroomafw.0 Micrologic 5.0 Micrologic 5.5.0 stroomafw.0 T NW16N1/H1 NW20H1/H2/H3 Micrologic Micrologic 2.0 .

GV2. of automaat stroomafwaarts Multi 9 K168 Multi 9 K168 Multi 9. 440 V Compact NS Integral Compact NS. GV3 K170 Multi 9. Integral. of automaat net stroomopwaarts stroomafwaarts 400/415 V Compact NS Compact NS. GV2. Compact NS K169 Multi 9. of automaat stroomopwaarts Multi 9 Multi 9 Compact NS.1h 1 studie van een installatie 1h filiatietechniek presentatie verdeling net 230/240 V 400/415 V 220/240 V 400/415 V 440 V verm. Compact NS. GV3. K166 verm. Masterpact Compact NS. Integral K171 K171 Parallelle transformatoren meerdere parallelle transformatoren K172 Gids laagspanningsverdeling 2003 K165 . Masterpact Compact NS. Compact NS. Masterpact pag. K171 motoren vermogensschakelaar verm.

Basisregel bij IT-stelsel De vermogensschakelaar moet een onderbrekingsvermogen hebben dat groter is dan of gelijk aan de driefasige kortsluitstroom op het beschouwde punt. De Compact-vermogensschakelaars stroomopwaarts werken dan als een soort sper voor grote kortsluitstromen. De filiatie is dus niet beperkt tot twee opeenvolgende apparaten.5 kA Voordeel van filiatie Dankzij de filiatie kunnen. De filiatie heeft betrekking op alle stroomafwaarts geplaatste apparaten.5 kA v NS400/630N : 12 kA v NS400/630H : 17. Conventioneel gaat men uit van de onderstaande maximumwaarden voor de kortsluitstroom op het beschouwde punt bij dubbele fout : v 15% van de driefasige kortsluitstroom indien deze kleiner is dan 10 kA v 25 % van de driefasige kortsluitstroom indien deze groter is dan 10 kA. vermenigvuldigd met e. Conventioneel wordt aangenomen dat het eenpolige onderbrekingsvermogen van een meerpolige vermogensschakelaar bij de samengestelde spanning ten minste gelijk is aan het driefasige onderbrekingsvermogen bij de samengestelde spanning. v De onderstaande tabel vermeldt het onderbrekingsvermogen van één pool bij vermogensschakelaars Compact NS (bij 400/415 V). v Opmerking : controle van het éénpolige onderbrekingsvermogen bij de samengestelde spanning is mogelijk op basis van het alpolig onderbrekingsvermogen bij de samengestelde spanning. Aldus laten ze toe dat vermogensschakelaars met een kleiner onderbrekingsvermogen dan de ideële kortsluitstroom (op de plaats waar ze geïnstalleerd zijn) toch onder hun normale onderbrekingsvoorwaarden kunnen werken.Studie van een installatie Filiatietechniek Presentatie Filiatie is gebruik maken van het begrenzingsvermogen van vermogensschakelaars. In dit geval moeten de karakteristieken van het stroomopwaarts geplaatste apparaat zo zijn dat de energie die het doorlaat. Gebruik van filiatie Filiatie is mogelijk met apparaten die in verschillende borden geïnstalleerd zijn. Aldus heeft de term filiatie in zijn algemene zin betrekking op elke combinatie van vermogensschakelaars die toelaat op een bepaald punt van de installatie een vermogensschakelaar te plaatsen met een kleiner onderbrekingsvermogen dan de ideële kortsluitstroom. De tabellen op de volgende pagina’s bieden een overzicht van de filiatiemogelijkheden met vermogensschakelaars Compact stroomopwaarts en automaten Multi 9 Net van 220/240 V stroomafwaarts van een net van 380/415 V Bij 1-polige + N of 2-polige vermogensschakelaars. die aangesloten worden tussen fase en nulleider van een net van 380/415 V. aangezien de stroombegrenzing effect heeft op de ganse lengte van de stroomkring die beveiligd wordt door de stroomopwaarts geplaatste begrenzende vermogensschakelaar. stroomafwaarts van begrenzende vermogensschakelaars. Let op De filiatietabellen gelden voor nulleiderstelsels TN of TT. Het bijgaande voorbeeld toont dit aan.04). Filiatietabellen De filiatietabellen zijn opgesteld aan de hand van berekeningen (vergelijking tussen de door het stroomopwaartse apparaat begrensde energie en de maximaal toelaatbare thermische belasting van het stroomafwaartse apparaat) en proefondervindelijk gecontroleerd overeenkomstig de norm IEC 60947-2. N K166 Gids laagspanningsverdeling 2003 . kan men de filiatiemogelijkheden tussen stroomopwaartse en stroomafwaartse apparaten bepalen aan den hand van de filiatietabel voor een net van 220/240 V. stroomafwaarts en vermogensschakelaars Compact in combinatie met Masterpact stroomopwaarts of Compactvermogensschakelaars stroomafwaarts en dit voor verdeelnetten 220/240 V. met nulleiderstelsel TT of TNS. 400/415 V en 440 V tussen de fasen. vermenigvuldigd met e. vermogensschakelaars met een kleiner onderbrekingsvermogen dan de ideële kortsluitstroom gebruikt worden. is toegelaten indien stroomopwaarts een ander apparaat geïnstalleerd is dat wél het nodige onderbrekingsvermogen heeft. Het gebruik van de filiatietechniek tussen twee vermogensschakelaars is voorzien door de normen : c constructienorm apparaten (IEC 60947-2) c installatie (AREI art. Uiteraard dient het onderbrekingsvermogen van het stroomopwaarts geplaatste apparaat groter of gelijk te zijn aan de ideële kortsluitstroom op het punt waar het opgesteld is. inbegrepen het geval van dubbele ideële fout. v NS100/160/250N : 9 kA v NS100/160/250H : 18 kA v NS100/160/250L : 37. niet groter is dan deze die het stroomafwaarts geplaatste apparaat en de door dat apparaat beschermde leidingen zonder beschadiging kunnen verdragen. 118. Combinatie van vermogensschakelaars Het gebruik van een beveiligingsapparaat met kleiner onderbrekingsvermogen dan de ideële kortsluitstroom op de plaats waar het geïnstalleerd is. Dit laat aanzienlijke besparingen toe op de kostprijs van de apparaten bij bordenbouw.5 kA v NS400/630L : 37. Dit begrenzingsvermogen laat toe stroomafwaarts vermogensschaklaars te installeren met een kleiner onderbrekingsvermogen.

Net 400V A Icc = 80 kA Isc = 80 kA NS250L 200 A 220 A B Icc = 50 kA Isc = 50 kA NS100N 63 A C Isc 24 kA Icc ==24 kA C60N 25 A De aankomstvermogensschakelaar A is een NS250L (onderbrekingsvermogen 150 kA) en de veronderstelde kortsluitstroom aan zijn stroomafwaartse klemmen bedraagt 80 kA. hier A. maar: c A + B = 150 kA. Voor C kan men een automaat C60N kiezen (onderbrekingsvermogen 10 kA) bij een veronderstelde kortsluitstroom van 24 kA aan zijn stroomafwaartse klemmen. Het volstaat na te zien of A + B en A + C het nodige onderbrekingsvermogen hebben c indien twee opeenvolgende apparaten onderling gecoördineerd zijn: A met B en B met C (zelfs indien niet aan de filiatievoorwaarden voldaan is tussen de apparaten A en C). het onderbrekingsvermogen van dit apparaat is door filiatie met de stroomopwaarts geplaatste NS250L “opgedreven” tot 150 kA. Immers. Gids laagspanningsverdeling 2003 K167 . B en C genaamd is filiatie tussen de drie apparaten verzekerd in beide onderstaande gevallen: c het aankomstapparaat (A) is wat filiatie betreft gecoördineerd met apparaat B en met apparaat C (zelfs indien niet aan de filiatievoorwaarden voldaan is tussen de apparaten B en C). het onderbrekingsvermogen van dit apparaat is door filiatie met de stroomopwaarts geplaatste NS250L “opgedreven” tot 30 kA. Het volstaat na te zien of A + B en B + C het nodige onderbrekingsvermogen hebben. Immers.1h Voorbeeld : drietrapsfiliatie Bij een installatie met 3 vermogensschakelaars in serie. Men kan voor B een vermogensschakelaar NS100N kiezen (onderbrekingsvermogen 25 kA) bij een veronderstelde kortsluitstroom van 50 kA aan zijn stroomafwaartse klemmen. c A + C = 30 kA. Merk op dat het “opgedreven” onderbrekingsvermogen van de C60N met de stroomopwaarts gelegen NS100N slechts 25 kA bedraagt.

K166. : Voor het gebruik van de filiatietabellen.kA eff automaat stroomafwaarts C60a C60N C60H C60L y 40 C60L 50-63 A NG125N XC40 C60N C60H 10 15 onderbrekingsvermogen (kA eff) 10 15 15 C60L 50-63 15 15 15 C60L 32-40 20 20 20 20 NG125H 36 20 25 36 36 36 36 C60L i 25 25 25 25 25 NG125L 50 25 25 36 50 36 36 C120N C120H 10 15 onderbrekingsvermogen (kA eff) 10 15 15 NG125N 25 15 25 25 Opm.of TNS-stelsel.kA eff automaat stroomafwaarts C60a C60N C60H XC40 automaat stroomopwaarts onderbrekingsverm. K168 Gids laagspanningsverdeling 2003 .kA eff automaat stroomafwaarts C60a C60N C60H DPN Vigi XC40 automaat stroomopwaarts onderbrekingsverm.kA eff automaat stroomafwaarts C60a C60N C60H C60L/LMA NG125N NG125H DPN Vigi XC40 C60a C60N 10 20 onderbrekingsvermogen (kA eff) 20 C60H 30 30 30 30 30 NG125N 50 30 50 50 50 C60L 50-63 30 30 30 30 30 NG125H 70 40 50 70 C60L 32-40 40 40 40 40 40 40 NG125L 100 50 50 70 70 70 100 100 C60L i 25 50 50 50 50 50 50 10 20 20 C120N C120H 20 30 onderbrekingsvermogen (kA eff) 20 30 30 20 20 20 20 50 Net 400/415 V (voor vermogensschakelaars 1 P+N of 2P aangesloten stroomafwaarts in een TT. zie tabel 230/240V). zie pag. 400/415 V Net 230/240 V Stroomopwaarts : Multi 9 Stroomafwaarts : Multi 9 automaat stroomopwaarts onderbrekingsverm. Stroomopwaarts : Multi 9 Stroomafwaarts : Multi 9 automaat stroomopwaarts onderbrekingsverm.Studie van een installatie Filiatietechniek Filiatietabellen Net 230/240 V.

stroomopwaarts onderbrekingsvermogen kA eff autom. sch. stroomafwaarts onderbrekingsvermogen (kA eff) NS100N 100 150 NS100H 150 NS160N 100 150 NS160H 150 NS250N 100 150 NS250H 150 NS400N 100 150 NS400H 150 NS630N NS630H NS630N 85 NS630H 100 100 100 100 100 100 NS630L 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 Stroomopwaarts : Compact NS / Masterpact Stroomafwaarts : Compact NS vermogenssch. stroomafwaarts C60a C60N C60H C60L i 25 A C60L 32-40 A C60L 50-63 A C120N C120H NG125N NG125H NG125L/LMA XC40 NS100N NS100H NS160N NS160H NS100N NS100H NS100L 85 100 150 onderbrekingsvermogen (kA eff) 30 80 80 40 100 100 50 100 100 65 100 100 65 100 100 65 100 100 40 50 70 40 50 70 60 70 85 85 85 100 150 40 40 40 100 150 150 NS160N 85 30 40 50 65 65 65 40 40 60 85 40 NS160H 100 40 60 80 80 80 80 50 50 70 85 40 100 100 NS160L 150 40 60 80 80 80 80 70 70 85 100 150 40 150 150 150 150 NS250N 85 30 40 50 65 65 50 40 40 60 85 40 NS250H 100 40 60 65 80 80 65 50 50 70 85 40 100 100 NS250L 150 40 60 65 80 80 65 70 70 85 100 150 40 150 150 150 150 Stroomopwaarts : Compact NS400 tot 630 Stroomafwaarts : Compact NS vermogenssch. Compact NS vermogenssch. stroomafwaarts NS100N NS100H NS160N NS160H NS250N NS250H NS400N NS400H NS630N NS630H NS800N NS800H NS1000L NS1000H NS1250N NS800L 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 NS1000L 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 NT L1 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 NW L1 150 100 100 100 100 Gids laagspanningsverdeling 2003 K169 ./verm./verm.Net 220/240 V 1h Stroomopwaarts : Compact NS100 tot 250 Stroomafwaarts : Multi 9. sch. sch. stroomopwaarts onderbrekingsvermogen kA eff autom. stroomopwaarts NS400N NS400H NS400L onderbrekingsvermogen kA eff 85 100 150 autom./verm.

stroomopwaarts onderbrekingsvermogen kA eff vermogenssch. K166. K170 Gids laagspanningsverdeling 2003 .of TNS-stelsel stroomafwaarts 1-p. stroomafwaarts NS100N NS100H NS160N NS160H NS250N NS250H NS400N NS400H NS630N NS630H NS800N NS800H NS1000N NS1000H NS1250N NS800H NS800L NS1000H 70 150 70 onderbrekingsvermogen (kA eff) 70 150 70 150 70 150 70 150 70 150 70 150 70 150 70 150 70 150 70 150 70 150 70 150 70 NS1000L 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 NS1250H 70 70 70 70 70 70 70 70 70 NS1600N 70 70 70 70 70 70 70 70 NT L1 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 NW L1 150 100 100 100 100 100 (1) Indien bij een TT.+N of 2-polige vermogensschakelaars gebruikt worden: zie filiatietabel voor net 220/240V Opm. stroomopwaarts onderbrekingsvermogen kA eff vermogenssch. Masterpact Stroomafwaarts : Compact NS vermogenssch. GV3 vermogenssch. : voor het gebruik van de filiatietabellen. stroomafwaarts NS100N NS100H NS160N NS160H NS250N NS250H NS400N NS400H NS400N NS400H NS400L 45 70 150 onderbrekingsvermogen (kA eff) 45 70 150 150 45 70 150 150 45 70 150 150 70 150 150 NS630N 45 45 45 45 NS630H 70 70 70 70 70 NS630L 150 150 150 150 150 150 150 150 150 Stroomopwaarts : Compact NS800 tot 1600. 1-p. zie pag. stroomafwaarts C60a C60N C60H C60L/LMA i 25 A C60L/LMA 32-40 A C60L/LMA 50-63 A C120N/H NG125N NG125H NG125L/LMA P25M XC40 NS100N NS100H NS160N NS160H NS250N NS250H GV2M GV2P GV3M NS100N NS100H NS100L 25 70 150 onderbrekingsvermogen (kA eff) 15 20 20 25 30 30 25 40 40 40 40 25 40 40 25 40 40 25 25 25 36 70 50 100 70 150 25 50 50 25 30 30 70 150 150 NS160N 36 15 25 30 30 30 30 25 36 NS160H 70 20 30 40 40 40 40 25 36 50 70 50 30 70 70 NS160L 150 20 30 40 40 40 40 25 70 100 150 50 30 150 150 150 150 NS250N 36 15 25 30 30 30 30 25 36 NS250H 70 20 30 30 40 40 30 25 36 50 70 30 70 70 70 25 50 70 70 50 150 150 36 50 70 70 50 150 150 NS250L 150 20 30 30 40 40 30 25 70 100 150 30 150 150 150 150 150 150 25 25 36 25 36 70 150 Stroomopwaarts : Compact NS400 tot 630 Stroomafwaarts : Compact NS vermogenssch. Compact NS. GV2.Studie van een installatie Filiatietechniek Filiatietabellen Net 400/415 V(1) Stroomopwaarts : Compact NS100 tot 250 Stroomafwaarts : Multi 9. stroomopwaarts onderbrekingsvermogen kA eff vermogenssch..

440 V Stroomopwaarts : Compact NS100 tot 630 Stroomafwaarts : Multi 9. stroomopwaarts onderbrekingsvermogen kA eff vermogenssch. : voor het gebruik van de filiatietabellen. K166. Compact NS. stroomopwaarts onderbrekingsvermogen kA eff vermogenssch. Gids laagspanningsverdeling 2003 K171 . stroomopwaarts onderbrekingsvermogen kA eff vermogenssch. Integral vermogenssch. GV2. stroomafwaarts NS100N NS100H NS160N NS160H NS250N NS250H NS400N NS400H NS630N NS630H NS800N NS800H NS1000N NS1000H NS1250H NS800N NS800H NS800L 50 65 130 onderbrekingsvermogen (kA eff) 50 65 130 130 50 65 130 130 50 65 130 130 50 65 130 130 50 65 130 130 65 130 130 NS1000N 50 50 50 50 50 50 NS1000H 65 65 65 65 65 65 65 65 NS1000L 130 130 130 130 130 130 130 130 130 130 130 130 130 130 130 NS1250N NS1250H NS1600H NT L1 NW L1 50 65 65 150 150 50 50 50 50 50 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 65 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 65 65 65 Net 400/415 V Stroomopwaarts : Compact NS Stroomafwaarts : Compact NS.Net 440 V Motorbeveiliging Net 400/415 V. zie pag. GV3. Integral vermogenssch. stroomopwaarts onderbrekingsvermogen kA eff vermogenssch. stroomafwaarts NS80HMA NS100N NS100H NS160N NS160H NS250N NS250H Intégral 32 Intégral 63 NS100H NS100L NS160H 65 130 65 onderbrekingsvermogen (kA eff) 130 65 130 65 130 65 NS160L 130 130 130 130 130 130 NS250H 65 NS250L 130 130 130 130 130 130 130 130 130 130 NS400H 65 NS400L 130 130 130 130 130 130 130 130 130 65 65 65 65 65 65 65 65 130 130 65 65 130 130 65 65 65 Opm. Integral vermogenssch. stroomafwaarts NS100N NS100H NS160N NS160H NS250N NS250H Integral 32 Integral 63 NS400N NS400H NS 630N NS 630H NS100H NS100L NS160H NS160L 65 130 65 130 onderbrekingsvermogen (kA eff) 65 130 65 130 130 130 65 130 130 65 65 130 130 65 65 130 130 NS250H 65 65 65 65 65 65 NS250L 130 130 130 130 130 130 130 130 130 NS400N 42 42 42 42 NS400H 65 65 65 65 NS400L NS630N 130 42 130 130 130 130 130 130 130 130 42 42 42 NS630H NS630L 65 130 65 65 65 130 130 130 130 130 130 130 130 130 130 1h 65 65 65 Stroomopwaarts : Compact NS800 tot 1600 Masterpact Stroomafwaarts : Compact NS vermogenssch. stroomafwaarts NS80H NS100N NS100H NS160N NS160H NS250N NS250H GV2M u 14 A GV2L u 18 A GV2P u 18 A GV3M Intégral 18 Intégral 32 Intégral 63 NS100N NS100H NS100L 25 70 150 onderbrekingsvermogen (kA eff) 150 70 150 150 NS160H 70 NS160L 150 150 150 150 150 150 NS250H 70 NS250L 150 NS400H 70 NS400L 150 70 70 70 70 25 50 70 70 70 70 70 70 50 150 150 150 150 150 150 50 70 70 70 70 70 70 50 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 150 70 70 70 150 150 150 150 150 70 70 70 70 150 150 150 150 70 150 70 150 Net 440 V Stroomopwaarts : Compact NS Stroomafwaarts : Compact NS.

De max. stroom (kVA) van de trafo vermogensschakelaar D1 of D2 onderbrekingsvermogen (kA) vermogensschakelaar D4 NS160N NS250N NS400N NS630N NS800N NS1000N 250 315 400 500 26400 33300 42300 52800 352 444 564 704 NS400N NS630N NS630N NS800N 45 45 70 50 versterkt onderbrekingsvermogen (kA) 45 45 45 45 45 45 70 50 50 500 52800 704 NS800H 70 630 66600 887 NS1000N 50 630 66600 887 NS1000H 70 800 56300 1126 NS1250N 50 800 56300 1126 NS1250H 70 70 70 50 50 50 50 70 50 50 50 50 70 70 K172 Gids laagspanningsverdeling 2003 . 125 en 630 A. uitgerust met beveiligingsunits Micrologic 20 A. resp. Het vertrek van 125 A zal uitgerust worden met een NS160H. De onderstaande tabellen geven aan welke types vermogensschakelaar aan de bron en als hoofdvertrekken kunnen geïnstalleerd worden bij een installatie met 2 of 3 parallel geschakelde transformatoren. stroomafw. D1 D2 D4 Icc vermogen (kVA) van de trafo’s Icc max. Er zijn 2 vertrekken. stroomafw. van D4 nom. stroom (kVA) van de trafo vermogensschakelaar D1 of D2 onderbrekingsvermogen (kA) vermogensschakelaar D4 NS100N NS160N NS250N NS400N NS630N NS800N NS1000N 250 315 400 500 17600 22200 28200 35200 352 444 564 704 NS400N NS630N NS630N NS800N 45 45 45 50 versterkt onderbrekingsvermogen (kA) 45 45 45 45 45 45 50 45 45 45 50 50 50 500 35200 704 NS800H 70 630 44400 887 NS1000N 50 630 44400 887 NNS1000H 70 800 37500 1126 NS1250N 50 800 37500 1126 NS1250H 70 50 70 70 70 50 50 50 50 70 70 70 50 50 70 70 70 70 3 parallel geschakelde transformatoren D1 D2 D3 D4 Icc vermogen (kVA) van de trafo’s Icc max. aangezien er geen filiatie mogelijk is met een NS160N. van D4 nom. Hierbij werd uitgegaan van de volgende veronderstellingen: c kortsluitvermogen van het stroomopwaartse net: 500 MVA 2 parallel geschakelde transformatoren Voorbeeld gegeven 2 parallel geschakelde transformatoren van 800 kVA. Het vertrek van 630 A zal beveiligd worden door een vermogens-schakelaar NS630N (onderbrekingsver-mogen bij filiatie 50 kA).Studie van een installatie Filiatietechniek Filiatietabellen Meerdere parallel geschakelde transformatoren c de transformatoren zijn identiek (20 kV/ 410 V) en hebben de gebruikelijke kortsluitspanning c de kortsluitstroom op het railstel houdt geen rekening met de impedantie van de verbindingen (meest ongunstige geval) c het materieel is geïnstalleerd op een bord en de omgevingstemperatuur bedraagt 30˚C Om verscheidene transformatoren parallel te kunnen schakelen dienen zij aan de volgende voorwaarden te beantwoorden: c dezelfde Ucc c dezelfde transformatieverhouding c dezelfde koppeling c het verschil in vermogen tussen twee transformatoren mag ten hoogste een factor 2 bedragen De opgegeven Icc-waarde is slechts indicatief. afgesteld op 1250 A. Het middels filiatie verkregen opgevoerd onderbrekingsvermogen is dus opgegeven voor hogere waarden. Aan de bron komen 2 vermogensschakelaars NS1250N. kortsluitstroom stroomafwaarts van D4 bedraagt 49600 A. Zij kan verschillen in functie van de Ucc in %. opgegeven door de fabrikant van de transformatoren.

B. bij onderbrekingsvrije voedingen maximale kabellengten gelijkspanningsnetten geïsoleerd van de aarde kans op ontijdig uitschakelen van een differentieelinrichting bij aanwezigheid van een gelijkspanningscomponent gedrag van een differentieelinrichting bij aanwezigheid van een gelijkspanningscomponent pag. nulleiderstelsels keuze van een nulleiderstelsel aantal polen van de vermogensschakelaars in functie van het nulleiderstelsel TT-nulleiderstelsel beveiliging van personen tegen onrechtstreekse aanraking typeschema’s en oplossingen keuze van een differentieelbeveiliging TN.) verplichtingen bij P.en IT-nulleiderstelsel beveiliging van personen tegen onrechtstreekse aanraking TN-nulleiderstelsel typeschema’s en oplossingen maximale kabellengten IT-nulleiderstelsel typeschema’s en oplossingen keuze apparaten voor permanente isolatiebewaker (P..I. K174 K177 K180 K184 K185 K186 K188 K190 K192 K193 K199 K201 K203 K205 K207 K213 K214 K215 Gids laagspanningsverdeling 2003 K173 .I.B.1i 1 studie van een installatie 1i beveiliging van personen en goederen definities volgens de norm IEC 60479-1 en 2 en het A.E.B.R.I.I. opgelegd door de normen gebruik van P.

106A2s. Het geheel heeft als functie een verliesstroom te detecteren of. Het voorkomen van een residuele differentieelstroom is het gevolg van een isolatiefout tussen een actieve geleider en een massa of de aarde. die de actieve geleiders omringt. Gevaar voor brandwonden Een andere belangrijke risicofactor bij elektriciteit is het gevaar voor brandwonden.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen Definities volgens de norm IEC 60479-1 en 2 en het A. Massa Geleidend gedeelte. Het terug loslaten van spanningvoerende delen gaat makkelijker dan bij wisselstroom. Algemeen gesproken bedraagt de grootteorde 50 tot 100. doorgaans naar de aarde. Gebruikelijke waarde: 10 mA. Men kan onderscheid maken tussen twee soorten brandwonden: c verbranding door vlamboog: dit is een thermische verbranding ingevolge de hevige hittestraling van de elektrische boog c elektrothermische verbranding: dit is de enige echte elektrische verbranding.5mA zeer zwakke gewaarwording Gids laagspanningsverdeling 2003 .I. dat aangeraakt kan worden en in normale omstandigheden geïsoleerd is van de actieve gedeelten. die hartfibrillatie kan veroorzaken is de waarde van de hoeveelheid elektriciteit It of energie I2t bij schokgolven van minder dan 10 ms. c drempel hartfibrillatie: deze drempel hangt af van de duur van het doorvloeien van de stroom. Onrechtstreekse aanraking Fysisch contact met massa’s die toevallig onder spanning staan. waarop zich een gelijkstroomcomponent geënt heeft. Een gedeelte van de stroom volgt dan een abnormale weg. Effecten van wisselstroom (15 tot 100 Hz) c waarnemingsdrempel: minimumwaarde van de stroom die bij doorgang door de betrokken persoon waargenomen wordt.R. want de impedantie hangt af van het stroomtraject doorheen het lichaam. Hoe groter de frequentie (tussen 200 en 400 Hz). de frequentie van de stroom en de contactspanning. des te meer neemt de impedantie van het menselijk lichaam af.E. Effect van stromen met speciale golfvormen De ontwikkeling van elektronische bedieningen kan bij een isolatiefout stromen opleveren waarvan de vorm samengesteld is uit de gebruikelijke wisselstroom. Het gevaar voor brandwonden daarentegen neemt toe. c verkrampingsdrempel: maximumwaarde van de stroom waarbij een persoon die elektroden vasthoudt deze nog kan loslaten. I∆n/2 iIf i I∆n. Samenvatting v/d gevolgen v/d doorgang van stroom doorheen het lichaam Effecten van wisselstroom met frequentie > 100 Hz Naarmate de frequentie van de stroom toeneemt verkleint het risico op hartfibrillatie. Differentiële werkingsdrempel If Waarde van de residuele differentieelstroom die de inrichting doet werken. Grootteorde: 0. met inbegrip van de nulleider. Rechtstreekse aanraking Fysisch contact met de actieve gedeelten van het elektrisch materieel (spanningvoerende geleiders of onderdelen). een residuele stroom. Algemeen wordt aangenomen dat de beveiligingsvereisten tegen onrechtstreekse aanraking identiek zijn bij 400 Hz als bij 50/60 Hz. Teneinde de uitschakeling van de defecte kring te verzekeren kan de differentieelinrichting: c geïntegreerd zijn in een onderbrekingsinrichting (zoals het geval is bij de DPN Vigi en de differentieelschakelaars Multi 9) c aan de onderbrekingsinrichting gekoppeld zijn (zoals bij de automaten C60 en C120/NG125 van het gamma Multi 9 en bij de vermogensschakelaars Vigicompact NS100 tot 630N/H/L) c een afzonderlijk geheel uitmaken (voorbeeld: Vigirex). De constructienormen definiëren deze stroom als volgt: bij 20 °C. Residuele differentieelstroom I∆n Effectieve waarde van de vectoriële som der stromen die door alle actieve geleiders van een kring vloeien op een bepaald punt van de installatie. De belangrijkste factor. te wijten aan de doorgang van de stroom doorheen het organisme. gecombineerd met een ringkerntransformator (torus). maar ingevolge een fout onder gevaarlijke spanning kan komen te staan. Het gevaar van stroom die door het lichaam vloeit is hoofdzakelijk afhankelijk van de stroomsterkte en de doorgangstijd.1 s. K174 Gevolgen van elektrische stroom die door het menselijk lichaam vloeit Impedantie van het menselijk lichaam De informatie in dit hoofdstuk is afkomstig van het rapport dat voortgesproten is uit de normen IEC 60479-1 van 1984 en IEC 60479-2 van 1987 en waarin de gevolgen van elektrische stroom die doorheen het lichaam vloeit behandeld worden. Differentieelinrichting voor residuele stroom of verliesstroominrichting Een meetinrichting. Effect van stroompulsen met korte duur Zij treden op bij ontlading van condensatoren en kunnen bij een optredende isolatiefout bepaalde gevaren voor personen inhouden. Deze komen zeer vaak voor bij huishoudelijke en vooral bij industriële ongevallen (brandwonden bij meer dan 80% van de ongevallen vastgesteld door Electricité de France). Actieve geleiders Het geheel van geleiders dat betrokken is bij de transmissie van elektrische energie. 1A hartstilstand 75mA drempel van de onomkeerbare hartfibrillatie 30mA drempel van de ademhalingsverlamming 10mA spierverkramping (tetanussamentrekking) 0. De stroom hangt af van de contactspanning waaraan de persoon onderworpen wordt en de impedantie die de stroom ondervindt bij zijn doorgang doorheen het lichaam. De relatie hiertussen is niet lineair. De pijndrempel hangt af van de lading van de impuls en zijn piekwaarde. Men gaat uit van 400 mA gedurende ten hoogste 0. Effecten van gelijkstroom Gelijkstroom blijkt minder gevaarlijk te zijn dan wisselstroom. Foutstroom Id Stroom die het gevolg is van een isolatiefout.5 mA. beter gezegd. Bij gelijkstroom ligt ook de hartfibrillatiedrempel aanzienlijk hoger. De invloed van dit soort stromen op het menselijk lichaam ligt ergens tussen die van wisselstroom en die van gelijkstroom. evenals van de vochtigheidsgraad van de huid. De fysiologische effecten van elektrische stroom zijn schematisch weergegeven in de bijgaande afbeelding. om terug te keren naar de bron. doorgaans ingevolge een isolatiefout.

maximum 25 V (beperkte toepassingsmogelijkheden.R. Preventieve bescherming Voorzorgsmaatregelen die tot doel hebben actieve. geleidende omhulsels).1i Beveiliging tegen rechtstreekse aanraking: ongeacht het nulleiderstelsel Actieve onderdelen kunnen actieve geleiders zijn. wikkelingen van een motor of transformator of stroombanen van gedrukte schakelingen. Voorziening die de rechtstreekse aanraking ongevaarlijk maakt: het werken met een zeer lage veiligheidsspanning. De aan te wenden middelen om personen tegen rechtstreekse aanraking te beveiligen zijn van verscheidene aard. Gids laagspanningsverdeling 2003 K175 . beschermingsgeleider die ontbreekt of kan onderbroken raken. enkel voor lage vermogens). hoofdzakelijk toegepast in elektrische dienstlokalen. In dergelijke gevallen bepaalt het A. Rechtstreekse aanraking wordt als volgt omschreven: “contact van personen. Karakteristiek voor rechtstreekse aanraking is de afwezigheid of het buiten beschouwing blijven van een bescherminsgeleider bij het analyseren van de aan te wenden beveiligingen tegen rechtstreekse aanraking. spanningvoerende delen buiten bereik te houden: c isolering van de actieve delen: isolerende behuizingen (kasten met een minimale beschermingsgraad van IP 2x of IP xx.B). Deze behuizingen kunnen slechts met een sleutel of werktuig geopend worden. In het eerste geval kan men het lichaam beschouwen als een eenfasige belasting. of na het buiten spanning zetten van de actieve delen of nog door het automatisch tussenschuiven van een andere afscherming c verwijdering of hindernissen om actieve delen buiten bereik te houden: gedeeltelijke bescherming. Welk ook het gebruikte nulleiderstelsel is. dat een bijkomende beveiliging noodzakelijk is.I.E. Bijkomende bescherming Daarnaast kunnen bepaalde installaties ondanks toepassing van de hoger vermelde maatregelen toch nog bijzondere risico’s vertonen: isolatie kan defect gaan (werven. of van een actieve geleider naar de aarde en zo naar de bron. eveneens via het menselijk lichaam. huisdieren of vee met actieve onderdelen”. namelijk het gebruik van hooggevoelige differentieelinrichtingen voor residuele stroom (I∆n ≤ 30 mA). Deze inrichtingen verzekeren de beveiliging van personen door een optredende foutstroom te detecteren en hem meteen te onderbreken. De stroom kan van een actieve geleider naar een andere vloeien via het menselijk lichaam. in het tweede geval als een isolatiefout. enz. bij rechtstreekse aanraking zal de stroom die naar de bron terugkeert doorheen het lichaam vloeien.

5 0. via de beschermingsgeleider of via de persoon die met de massa in contact staat. De wijze waarop de installatie spanningsvrij gemaakt wordt verschilt naargelang het gebruikte nulleiderstelsel: TT. Kenmerkend voor indirecte aanraking is dat de foutstroom nooit in zijn totaliteit doorheen het menselijk lichaam vloeit. Twee gelijktijdig genaakbare massa’s moeten met dezelfde aardelektrode verbonden zijn v 2de voorwaarde (nadat aan de 1ste voldaan is): de onderbreking moet gebeuren door het automatisch spanningsvrij maken van het gedeelte van de installatie waar zich een isolatiefout voordoet.01 relatieve conventionele grensspanning U in volt (wisselstroom) BB1 < 50 50 72 87 207 340 465 520 543 565 BB2 < 25 25 43 50 109 170 227 253 263 275 K176 Gids laagspanningsverdeling 2003 . verwijdering of aanbrengen van hindernissen.I. Hoe hoger deze spanning. TN of IT (zie volgende pagina's).Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen Definities volgens de norm IEC 60479-1 en 2 en het A. Het A.2 0. bijkomende isolatie van de installatie. Onrechtstreekse aanraking wordt als volgt omschreven: “contact van personen. gebruik van materieel van klasse II.02 0. Het gaat om metalen of geleidende omhulsels van actieve. Beveiliging tegen onrechtstreekse aanraking Massa’s onder spanning Dergelijke massa’s zijn bijvoorbeeld de behuizing van een motor. een elektrisch bord of een huishoudapparaat.03 0. Bij een optredende isolatiefout staat deze massa in contact met een actief gedeelte en de stroom vloeit van de fout via de massa naar de aarde. zodat een persoon niet aan een contactspanning Uc kan onderworpen worden gedurende een tijdspanne die gevaar oplevert. elektrische scheiding van de kringen. Maximale houdtijd in seconden (t) ∞ 5 1 0. Deze elektrische massa’s mogen niet verward worden met elektronische massa’s die specifiek zijn voor de werking van elektronische systemen. huisdieren of vee met massa’s die ingevolge een isolatiefout onder spanning staan”.1 0. aangezien de hoger vermelde beveiligingsmaatregelen in de praktijk enkel plaatselijke maatregelen zijn.R.E. (UL is de hoogste contactspanning die onbeperkt mag behouden blijven zonder gevaar voor personen).R.E. des te sneller moet het installatiegedeelte waar de fout zich voordoet spanningsvrij gemaakt worden.05 0. Bij afwezigheid van isolatiefouten moet het potentiaal van deze massa’s ten opzichte van de aarde nul zijn. De elektrische massa’s zijn geaard middels een beschermingsgeleider (PE).I. bepaalt de maximale onderbrekingstijd van de beveiligingsinrichting in normale omstandigheden (UL = 50 V) en in vochtige omstandigheden (UL = 25 V). Deze beveiliging door automatische onderbreking is slechts doeltreffend mits aan de volgende twee voorwaarden voldaan wordt: v 1ste voorwaarde: alle massa’s en genaakbare geleidende delen moeten onderling verbonden en geaard zijn. aangezien ze normaal voor iedereen toegankelijk zijn. Beveiligingsmaatregelen tegen onrechtstreekse aanraking De beveiligingsmaatregelen zijn van tweeërlei aard: c beveiliging zonder onderbreking van de voeding: het werken met zeer lage veiligheidsspanning. plaatselijke. niet geaarde equipotentiaalverbindingen c beveiliging door automatische onderbreking van de voeding: blijkt noodzakelijk. spanningvoerende delen.

Zij verschillen van elkaar door het al dan niet aarden van het nulpunt van de stroombron en de wijze van aarding van de massa’s. c geen specifieke vereisten betreffende de continuïteit van de nulleider c uitbreiding van de lengte van de leidingen zonder berekeningen c vereist geen permanente bewaking tijdens de exploitatie (enkel een periodieke controle van de differentieelinrichtingen kan soms nodig zijn). die opgesteld is aan het hoofd van de installatie (en/ of eventueel op elk vertrek om een betere selectiviteit te bekomen). namelijk : c met geaarde nulleider TT c massa’s verbonden met de nulleider: TN. Identificatiesysteem volgens de norm CEI 364 : c 1ste letter : positie van de nulleider v T : rechtstreeks geaard v I : geïsoleerd van de aarde of ermee verbonden via een impedantie c 2de letter : aardingswijze van de elektrische verbruikersmassa's v T : rechtstreeks geaard v N : aansluiting op nulleider van de bron c 3de letter : duidt de situatie van de nulleider en beschermingsgeleider aan v C: nulleider en PE gemeenschappelijk v S: nulleider en PE afzonderlijk De regels voor de beveiliging van personen tegen rechtstreekse aanraking hangen niet af van het nulleiderstelsel Geaarde nulleider TT c rechtstreeks geaarde nulleider c verbruikersmassa’s onderling verbonden en op één plaats geaard c intensiteit van de foutstroom bij isolatiefout begrensd door de aardingsweerstand c verbruikersmassa’s geaard door PEgeleider. gescheiden van de nulleider c de eerste isolatiefout is noch gevaarlijk. dit laat toe een betere bedrijfscontinuïteit te verzekeren c signalering bij de eerste isolatiefout verplicht. Gids laagspanningsverdeling 2003 K177 . geëlimineerd door een differentieelinrichting voor residuele stroom. bestaande in twee varianten : v TN-C nulleider en PE gezamenlijk v TN-S nulleider en PE afzonderlijk c met geïsoleerde nulleider IT. Geïsoleerde nulleider IT N PE CPI c nulleider geïsoleerd van de aarde of geaard via een impedantie c verbruikersmassa’s onderling verbonden en verbonden met eenzelfde aarding (1) c indien de aarding van de massa's van de transformatorpost gescheiden is van de verbruikersmassa's moet aan het hoofd van de installatie een differentieelinrichting voor residuele stroom geïnstalleerd worden c de intensiteit van de foutstroom bij 1ste isolatiefout kan geen gevaar opleveren c bij dubbele isolatiefout ontstaat een foutstroom met hoge intensiteit c verbruikersmassa’s zijn geaard door PE-geleider. gescheiden van de nulleider c de eenvoudigste oplossing. zowel bij het ontwerp als bij de uitvoering van de installatie c uitschakeling verplicht bij de eerste isolatiefout. gevolgd door haar opsporing en opheffing met behulp van een apparaat voor permanente isolatiebewaking dat geïnstalleerd is tussen de nulleider en de aarde c verplichte uitschakeling bij de tweede isolatiefout door middel van beveiligingsinrichtingen tegen overstromen c controle op het uitschakelen bij de 2de fout is noodzakelijk c vereist onderhoudspersoneel voor de bewaking en opheffing van de 1ste fout tijdens de exploitatie c deze oplossing verzekert de beste bedrijfscontinuïteit tijdens de exploitatie c vereist installatie van verbruikers met een isolatiespanning fase/massa die groter is dan de samengestelde spanning (geval 1ste fout) c verbruikers met lage isolatiespanning (inductieovens) vereisen een opdeling van het net.Nulleiderstelsels 1i Er bestaan drie types nulleiderstelsels voor LS-netten. noch storend voor de werking van de installatie c uitschakeling bij de eerste fout is niet verplicht.

informatica. . c het gebruik van differentieelinrichtingen voor residuele stroom is steeds aanbevolen ter beveiliging van personen tegen onrechtstreekse aanraking. maar vereist een TN-S stelsel)... Dit geldt in het bijzonder op het niveau van de eindverdeling. Dit geldt in het bijzonder op het niveau van de eindverdeling. geëlimineerd door beveiligingsinrichtingen tegen overstromen c het is moeilijk de goede werking van de beveiligingen te testen. waar de impedantie van de lus niet beheersbaar is c controle op het uitschakelen dient te gebeuren : v in de ontwerpfase. waar de impedantie van de lus niet beheersbaar is (overgang naar TN-S stelsel) c het is moeilijk de goede werking van de beveiligingen te testen (gebruik van differentieelinrichtingen komt hieraan tegemoet. telecommunicatie. Het gebruik van differen- tieelinrichtingen komt hieraan tegemoet.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen Nulleiderstelsels Nulleiderverbinding TN TN-S stelsel N PE c nulpunt van de transformator en PE-geleider rechtstreeks geaard c verbruikersmassa’s verbonden met de PE-geleider. die op zijn beurt verbonden is met de aarde c hoge intensiteit van de foutstromen bij isolatiefouten (verhoogde kans op storingen en brandgevaar) c nulleider en beschermingsgeleider gemeenschappelijk (PEN) c voortplanting van de nulleiderstromen in de geleidende gedeelten van het gebouw en de massa’s kan brand veroorzaken en spanningsval die de werking van gevoelige apparatuur verstoort (medisch materieel. K178 Gids laagspanningsverdeling 2003 . die op zijn beurt verbonden is met de aarde c hoge intensiteit van de foutstromen bij isolatiefouten (verhoogde kans op storingen en brandgevaar) c nulleider en beschermingsgeleider afzonderlijk c uitschakeling verplicht bij de eerste isolatiefout. geëlimineerd door beveiligingsinrichtingen tegen overstromen c controle op het uitschakelen dient te gebeuren : v in de ontwerpfase. door berekening v verplicht bij de indienststelling v periodiek (jaarlijks) door meting c bij uitbreiding of renovatie moeten deze controles overgedaan worden c het gebruik van differentieelinrichtingen voor residuele stroom is steeds aanbevolen ter beveiliging van personen tegen onrechtstreekse aanraking. door berekening v verplicht bij de indienststelling v periodiek (jaarlijks) door meting c bij uitbreiding of renovatie moeten deze controles overgedaan worden TN-C stelsel PEN c nulpunt van de transformator en PEN-geleider rechtstreeks geaard c verbruikersmassa’s verbonden met de PEN-geleider.) c uitschakeling verplicht bij de eerste isolatiefout.

Het TN-S stelsel is verplicht bij kabeldoorsneden < 10 mm2 koper of < 16 mm2 aluminium en bij het gebruik van soepele kabels. c Bij een TN-S stelsel. c TN-C en TN-S stelsels mogen samen gebruikt worden in dezelfde installatie. Het TN-C stelsel dient zich echter verplicht stroomopwaarts van het TN-S stelsel te bevinden. c bij een TN-C stelsel heeft de functie “beschermingsgeleider” voorrang op de functie “nulleider”. net als bij de andere stelsels. In het bijzonder dient een PEN-geleider steeds aangesloten te worden op de klem “aarding” van een verbruiker en moet een doorverbinding gemaakt worden tussen deze klem en de nulleiderklem. TN-C 4 x 95 mm2 L1 L2 L3 PEN 6 mm2 PEN 16 mm2 PEN N 10 mm2 6 mm2 goed bon verkeerd mauvais goed bon verkeerd mauvais PEN raccordé sur aansluiting PEN la borne neutre interdit op nulleiderklem verboden TN-C TN-S 5 x 50 mm2 S < 10 mm2 2 S < 10 mm TN-C interdit TN-C verboden L1 L2 L3 N PE 16 mm2 6 mm2 16 mm2 PEN verkeerd mauvais verkeerd mauvais 16 mm2 TN-C stelsel verboden schéma TN-C stroomafwaarts van een TN-S stelsel interdit en aval d'un TN-S Gids laagspanningsverdeling 2003 K179 . mag de beschermingsgeleider nooit onderbroken worden.1i Bijzonderheden van het TN-stelsel c bij een TN-C stelsel mag de PEN-geleider (gemeenschappelijke nulleider en beschermingsgeleider) nooit onderbroken worden.

Het is niet zinvol een net met geïsoleerde nulleider te willen gebruiken in een gedeelte van de installatie dat door zijn aard een laag isolatieniveau bezit (enkele duizenden Ohm): oude installaties.. 3 In overleg met de gebruiker van het net en het studiebureau dient naar synergie gezocht te worden tussen de onderscheiden nulleidersystemen en elektromagnetische storingen (zie tabel C). Het is dan wel nodig het net onder te verdelen en elke groep verbruikers te voeden via een scheidingstransformator. installateur. Tabel D geeft een overzicht van speciale soorten netten en verbruikers waarvoor sommige nulleiderstelsels aan te raden of af te raden zijn. enz. zie verder). Opmerking : Indien de aard van de verbruikers dit verrechtvaardigt is het vaak zinvol twee verschillende nulleiderstelsels toe te passen binnen eenzelfde installatie. . 2. Methode om een stelsel te kiezen 1 Eerst dient men er zich van te vergewissen dat de installatie niet tot een van de gevallen behoort waarbij een bepaald nulleiderstelsel voorgeschreven of aanbevolen is (tabel A. De keuze dient te gebeuren na overleg tussen de gebruiker en de ontwerper van het net (studiebureau.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen Keuze van een nulleiderstelsel Wat de beveiliging van personen betreft zijn de drie nulleiderstelsels gelijkwaardig. 2 In overleg met de gebruiker (of zijn vertegenwoordiger) dient men te onderzoeken welke de vereisten zijn wat betreft bedrijfscontinuïteit of produktiviteit in functie van de exploitatie (onderhoudsdienst) (zie tabel B). met buitenlijnen.. 4 Controleer de compatibiliteit tussen het gekozen nulleiderstelsel en bepaalde specifieke karakteristieken van de installatie of bepaalde verbruikers. waar de bedrijfscontinuïteit en de productiviteit voorop staan en een verhoogd brandrisico bestaat. Gezien de specifieke kenmerken van elk stelsel kan er echter geen sprake van zijn lukraak een keuze te maken. de karakteristieken van de installatie. uitgestrekte installaties. de omstandigheden en vereisten bij de exploitatie. Op gelijkaardige wijze zou het onlogisch zijn het stelsel te kiezen met massa’s verbonden met de nulleider in een industriële omgeving. K180 Gids laagspanningsverdeling 2003 . mits men alle regels eerbiedigt bij de installatie en de exploitatie.) met betrekking tot de volgende factoren : 1.

) is dit de zekerste methode om onderbrekingen tijdens de exploitatie zoveel mogelijk te voorkomen. hospitalen.. kleine werkplaats) BAKKERIJ BOULANGERIE Geaarde nulleider (TT) BT Openbare plaatsen Geïsoleerde nulleider (IT) H Veiligheidskringen (verlichting) onderworpen aan de wetgeving op de arbeidsbescherming NOODUITGANG Geïsoleerde nulleider (IT) Mijnen en steengroeven Geïsoleerde nulleider (IT) of geaarde nulleider (TT) Tabel B onderhoud verzekerd door elektrotechnisch geschoold personeel JA bedrijfscontinuïteit prioritair JA geïsoleerde nulleider (IT) In combinatie met eventuele andere voorzieningen (normaalnoodomschakeling.. uitvoering.. c voorgeschreven door computerfabrikanten c gelijkwaardig met TNS maar beperkte foutstroom bij isolatiefout c aanbevolen voor bedrijfscontinuïteit c mogelijk. . geaarde nulleider (TT) De eenvoudigste oplossing wat betreft uitvoering. controle en exploitatie (zeker als wijzigingen aan de installatie te voorzien zijn in de loop van de exploitatie)..I. selectiviteit van de beveiligingen. automatisch opzoeken en lokaliseren van de 1ste fout. voedingsnijverheid. maar opletten voor de instelling van de beveiligingen c aanbevolen kring na een LS/LStransformator met gescheiden wikkelingen noodbronnen Gids laagspanningsverdeling 2003 K181 . exploitatie). c exploitaties met prioritaire veiligheidskringen : hoogbouw. NEEN geïsoleerde nulleider (IT) geaarde nulleider (TT) massa’s aan de nulleider (TN) Definitieve keuze te bepalen na : onderzoek van : c de karakteristieken van de installatie (aard van het net en de verbruikers.. openbare gebouwen.1i Tabel A Meest voorkomende gevallen waarbij een bepaald nulleiderstelsel verplicht is (of sterk aanbevolen wordt) door officiële teksten Gebouw dat gevoed wordt door een openbaar verdeelnet (woonhuis.). klein kantoor. NEEN geen enkel stelsel geeft voldoening ingevolge de onverenigbaarheid tussen deze twee criteria. controle. tabel C) c de graad van complexiteit die aan elk stelsel verbonden is c de uiteindelijke kosten van elk stelsel (ontwerp. Tabel C aard van de voeding LS-verdeelnet LS-installatie na een MS/LS-post stelsel TT TT TN IT IT TNS TT IT TNS TT opmerkingen c gebruik van overspanningsbeveiligingen bij aanwezigheid van luchtlijnen c aanbevolen voor installaties met weinig toezicht of sterk evoluerende installaties c TNS aanbevolen bij goe’d bewaakte installaties met weinig evolutie c aanbevolen indien bedrijfscontinuïteit vooropstaat c let op voor de bedrijfsspanning van bepaalde hoogfrequentfilters c voorgeschreven door het A. Voorbeelden c industrieën waarbij de bedrijfscontinuïteit van primordiaal belang is in het belang van de uitrusting en/of de producten (hoogovens. ..E.R.

10 Ω) zeer uitgestrekt net. (10) Indien de aard van de verbruikers onbekend is bij het ontwerpen van de installatie. Een stelsel van het type TT en differentieelinrichtingen vormen de beste voorzorgsmaatregel.. (20) De kans op breuk van geleiders (voeding. lasposten. kan het vrij bepaald worden op grond van de gewenste exploitatiekarakteristieken (prioriteit voor de bedrijfscontinuïteit om veiligheidsredenen of wenselijk vanuit het oogpunt van de productiviteit. Dit risico bestaat vooral in gebieden waar vaak onweders voorkomen en bij installaties die gevoed worden met luchtlijnen. allerlei hulpuitrusting (gereedschapsmachines) TNS TNC IT (12bis) TT (12) diversen voeding door vermogenstransformator in ster-ster schakeling lokalen met brandgevaar TT TT zonder nulleider TNS (15) TN (13) IT (15) TT (15) TNC (14) verhoging van het vermogen van een abonnee. verwarmende gereedschappen. IT (1) of gemengd systeem TNS IT (1) TNC af te raden (1) Indien reglementair geen specifiek nulleiderstelsel opgelegd is. installaties waarbij de continuïteit van de aardingskringen onzeker is (werven. geen beveiligingen te wijzigen). indien men het gemakkelijk kan lokaliseren. met goede aarding van de verbruikersmassa’s (max. transportbanden. In zeer specifieke gevallen kan een IT-stelsel gebruikt worden. Anderzijde kunnen stroomgeneratoren veiligheidsinstallaties voeden die niet bij de eerste fout moeten uitgeschakeld worden.en TNS-stelsels. met gevaar voor beschadiging van motorwikkelingen of voortijdige slijtage of vernieling van de magnetische kringen. half-vast. TT (9) IT TT (10) TNS IT (10) risicohoudende verbruikers (takels. K182 Gids laagspanningsverdeling 2003 Gids laagspanningsverdeling 2003 K183 . (13) Te sterke begrenzing van de stroom fase/nulleider ingevolge de hoge waarde van de homopolaire impedantie : ten minste 4 of 5 maal de rechtstreekse impedantie. dompelaars. aard van de verbruikers verbruikers die gevoelig zijn voor belangrijke foutstromen (motoren. TN. (19) Dergelijke installaties vereisen de grootste zorg om de veiligheid te handhaven. (4) De ideale oplossing bestaat erin – ongeacht het nulleiderstelsel – het storende gedeelte te isoleren. (12bis) Met dubbele onderbreking van de bedieningskring. Het kan dan ook zinvol zijn het net onder te verdelen in kleinere stukken. . grootkeukenuitrusting) tal van eenfasige verbruikers (fase + nulleider) (verplaatsbaar.of radio-relaiszender) TN TT IT (2) (2) Kans op activeren van de overspanningsbegrenzer. (18) Met differentieelbeveiliging met middelgrote gevoeligheid aanbevolen. (15) Ongeacht het nulleiderstelsel een differentieelinrichting voor residuele stroom voorzien. die gevoed wordt met laagspanning.. (12) Het gebruik van scheidingstransformatoren met plaatselijke nulleiderverbinding is noodzakelijk om de risico’s te voorkomen van ontijdig werken of uitschakelen bij de 1ste fout (TT) of dubbele fout (IT). net met belangrijke lekstromen (> 500 mA) TN (4) IT (4) TT (3) (4) net met luchtlijnen TT (6) TN (5) (6) IT (6) (5) Kans op fouten fase/aarde. bestaat het gevaar dat het isolatieniveau snel verkleint. programmeerbare automaten net voor controle en bediening van machines en uitvoerende organen van programmeerbare automaten TN-S TT (21) TN-C IT (22) TN-S TT (22) Met deze oplossing kan met ontijdige bediening vermijden bij een ontijdig lek naar de aarde. bescherming) maakt de equipotentialiteit van de massa’s onvoorspelbaar.. (9) Om bedrijfscontinuïteit en veiligheid te verzoenen is het noodzakelijk en aanbevolen – ongeacht het nulleiderstelsel – deze verbruikers af te scheiden van de rest van de installatie (scheidingstransformatoren met plaatselijke nulleiderverbinding). Ongeacht het nulleiderstelsel verdient het aanbeveling deze kringen te voeden via scheidingstransformatoren met plaatselijke nulleiderverbinding. (16) Een installatie met LS-voeding heeft verplicht het TT-stelsel. Bij om het even welk net neemt de kans op problemen met de isolatie toe naarmate het net groter is. Dit stelsel behouden houdt een minimum aan wijzigingen in aan de bestaande verdeling (geen kabels te trekken.). Het installeren van differentieelbeveiligingen met gevoeligheid 30 mA is een preventieve maatregel tegen dit risico bij TT.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen Keuze van een nulleiderstelsel 1i Tabel D speciale gevallen van netten of verbruikers aard van het net zeer uitgestrekt net. (6) Onzekere isolatie wegens vochtigheid en geleidend stof. met gevoeligheid I ∆n i 500 mA. noodstroomgenerator IT TT TN (7) (7) De nulleiderverbinding is af te raden vanwege het gevaar voor beschadiging van de alternator bij een inwendige fout.) TN (11) TT (11) IT (11) (11) De verplaatsbaarheid van deze verbruikers is oorzaak van regelmatig optredende fouten (glijdend massacontact). . draagbaar) TN (9) TT TN (8) (8) De foutstroom fase/massa kan een veelvoud van In bereiken. (3) Kans op ontijdig werken van de differentieelbeveiligingen. oude installaties) TT (20) TNS (20) TN-C elektronische uitrusting : computers. (21) Met overspanningsbeveiliging in functie van de gevoeligheid van de lokatie. gestoord net (onweerszone) (bijv. met slechte aarding van de verbruikersmassa’s (> 30 Ω) TT aanbevolen mogelijk TT.) verbruikers met zwakke isolatie (elektrische ovens. Dit vergemakkelijkt het lokaliseren van een fout en laat bovendien toe voor elke toepassing het meest aangewezen stelsel te gebruiken. die men dient te begrenzen. De afwezigheid van preventieve voorzorgsmaatregelen bij de nulleiderverbinding vereist zeer onderlegd personeel om deze veiligheid ook op langere termijn te verzekeren.. (14) De hoge foutstromen maken de nulleiderverbinding gevaarlijk : het TN-C stelsel is verboden. Indien voor het IT-stelsel gekozen wordt omwille van de bedrijfscontinuïteit zal de ontwerper zeer nauwkeurig de voorwaarden voor uitschakeling bij de 2de fout moeten berekenen.. waardoor een privé-transformatorpost noodzakelijk is inrichtingen die vaak gewijzigd worden TT (16) TT (17) TNS (18) TN (19) IT (19) (17) Mogelijk zonder hooggekwalificeerd onderhoudspersoneel. Dit schema is te vervangen door een ster-driehoek schema.. waardoor de geïsoleerde nulleider een geaarde nulleider wordt. waardoor de equipotentiaalverbinding onzeker wordt en risico breuk van de PEN-geleider. : tv.

waarvan de gevoeligheid ten hoogste gelijk is aan 15% van de toelaatbare stroom in de zwakste van de onderscheiden kringen. 2 . Voorwaarde 3 De maximale stroom die mogelijk door de nulleider kan vloeien is kleiner dan de voor deze geleider toelaatbare stroom Iz. Voorwaarde 5 De nulleider is beveiligd tegen kortsluiting door de inrichtingen die de fasen beveiligen. Voorwaarde 1 De doorsnede van de geleiders is > 16 mm2 Cu of > 25 mm2 Al. Voorwaarde 4 De beschouwde kring maakt deel uit van een geheel van eindkringen: c beveiligd door inrichtingen waarvan de instelling (of het kaliber) niet meer dan een factor 2 van elkaar verschillen c het geheel is stroomopwaarts beveiligd door een differentieelinrichting voor residuele stroom. 3 en 5 K184 Gids laagspanningsverdeling 2003 . 3 en 4 fase + N Sn = Sf : schema B of schema A onder voorwaarde 4 TN-C-stelsel driefasig + PEN SPEN = Sf : schema A SPEN < Sf : schema A onder voorwaarden 1. 2. 2 en 3 schema A onder voorwaarden 1.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen Aantal polen van de vermogensschakelaars in functie van het nulleiderstelsel TT of TN-S stelsel nulleider niet verdeeld driefasig Het hieronder aangegeven aantal polen geldt voor vermogensschakelaars die zowel de functies beveiliging. nulleider verdeeld driefasig + N Sn = Sf : schema's A of B Sn < Sf : schema B onder voorwaarden 1. 3 en 5 fase + N Sn = Sf : schema A of B IT-stelsel nulleider niet verdeeld driefasig nulleider verdeeld driefasig + N Sn = Sf : schema B of schema A onder voorwaarde 4 Sn < Sf : schema B onder voorwaarden 1. bediening als scheiding verzekeren. 2. Voorwaarde 2 Het tussen fase en nulleider geabsorbeerde vermogen is < 10% van het totale vermogen dat door de leiding vloeit. 2 en 3 schema A onder voorwaarden 1.

I. vertraging select. 30. voorzien bij de werking van het apparaat stroomopwaarts. schakelaar (2) Minicompact Vigicompact met ogenblikkelijke werking Vigicompact stand 0 = ogenblikkelijk instelbaar stand I = 60 ms Vigirex RH328A stand 0 = ogenblikkelijk instelbaar(4) stand I = 90 ms I∆n = 300 mA type S stand I stand I stand II stand I stand II stand I stand I stand II stand I stand II Droge. resp. gecombineerd met een vermogensschakelaar Compact NS. totale onderbrekingstijd t2 verticale selectiviteit met de differentieelinrichtingen Merlin Gerin (1). Bij een combinatie met een contactor dient men rekening te houden met de onderbrekingstijd van de contactor. gedefinieerd in de norm. In bepaalde specifieke gevallen moet een differentieelbeveiliging met hoge gevoeligheid geïnstalleerd worden (i 30 mA).w. I en 0. groter te zijn dan de totale onderbrekingstijd t2 van het apparaat stroomafwaarts. zoals het geval is bij kortsluitstromen. 300 mA. ingesteld op 250 ms.TT-nulleiderstelsel Beveiliging van personen tegen onrechtstreekse aanraking Het A. 1. De maximale onderbrekingstijden zijn terug te vinden op pag. K15.z. respectievelijk door de impedantie van de foutlus ingeval alle massa’s onderling verbonden zijn door een hoofdequipotentiaalverbinding. De keuze van de gevoeligheid van het differentieel hangt af van de weerstand van de aardaansluiting. 100. De «vochtige» omstandigheden komen voor in bepaalde specifieke ruimten en plaatsen. maar door de weerstand van de terugkeerkring (aardingen van de nulleider en de verbruikers). Dit houdt in dat de differentieelstroom groter zal zijn naarmate de fout meer onbelemmerd is. Gids laagspanningsverdeling 2003 K185 . In geval meerdere differentieelinrichtingen geïnstalleerd worden bestaat de mogelijkheid de bedrijfscontinuïteit te verbeteren door gebruik te maken van verticale of horizontale selectiviteit. omvat de tijd t2 niet alleen de responstijd van het differentieelrelais. schakelaar (2) « in te stellen Multi 9 selectief vertragingsstand » vertragingsstand » automaat of diff. niet geleidende plaatsen tot 50 Ω 50 tot 100 Ω 100 tot 166 Ω 166 tot 500 Ω Andere plaatsen tot 24 Ω 24 tot 48 Ω 48 tot 80 Ω 80 tot 240 Ω 1000 mA 500 mA 300 mA 100 mA hoge en zeer hoge gevoeligheid (1) De differentieelinrichtingen van Merlin Gerin hebben gevoeligheden I∆n die. 3. en kringen die vochtige ruimten voeden. Bij gebruik van een afzonderlijk relais.R. 30 A). (3) Op grond van de constructie bestaat er tijdselectiviteit tussen de standen II en I. De gevoeligheids-drempel I∆n hiervan moet beantwoorden aan onderstaande voorwaarde: I∆n i UL/RU (RU: weerstand van de aardingen van de verbruikersmassa's). mits de verschillende vermogensschakelaars in hetzelfde bord geïnstalleerd zijn. UL is de maximale contactspanning die onbeperkt mag blijven bestaan zonder gevaar voor personen. Indien alle verbruikersmassa’s onderling verbonden zijn en ook verbonden zijn met eenzelfde aarding Ru is de minimumvereiste een differentieelinrichting te plaatsen aan het hoofd van de installatie. schakelaar (2) Multi 9 I∆n = 30 mA automaat of diff. instelling van de vertragingen “stroomopwaarts” apparaat stroomafwaarts apparaat stroomopwaarts automaat of Vigicompact NS(3) Vigirex RH328A « in te stellen diff. 2 per 2 steeds een verhouding hebben die groter is dan 2 (10. maar tevens de onderbrekingstijd van het ermee gecombineerde apparaat (doorgaans minder dan 50 ms). in combinatie met een onderbrekingsinrichting. Dit houdt in dat men stroomopwaarts van een combinatie contactor + RH328A een differentieelschakelaar moet installeren die ingesteld is op stand II (in plaats van stand I) of een Vigirex RH328A. Bij een net met TT-nulleiderstelsel wordt de beveiliging van personen tegen onrecht-streekse aanraking doorgaans verwenzenlijkt met behulp van differentieelinrichtingen voor residuele stroom. Spreidingsweerstand van de aarding Nominale residuele differentieelstroom van de beveiligingsinrichting 1i Verticale selectiviteit Vooraf dienen we op te merken dat de differentiële foutstroom niet begrensd wordt door de impedantie van het net. bij de meest gebruikelijke uitvoeringen. Horizontale selectiviteit Deze laat toe aan het hoofd van de installatie een differentieelvermogensschakelaar uit te sparen. K176. bepaalt de maximale onderbrekingstijd van de inrichting voor de beveiliging van personen tegen onrechtstreekse aanraking en dit zowel onder normale omstandigheden (UL = 50 V) als «vochtige» omstandigheden (UL = 25 V). aangezien de andere differentieelinrichtingen geen foutstroom waarnemen. A schakelt niet uit bij een fout stroomafwaarts van B) dient er sprake te zijn van stroomselectiviteit en tijdselectiviteit: c qua stroom dient de gevoeligheid van het apparaat stroomopwaarts minstens het dubbele te bedragen van die van het apparaat stroomafwaarts: I∆n/2 i IF i I∆n c qua tijd dient de vertraging t1. gegeven in de onderstaande tabel voor niet-huishoudelijke installaties met BA4 of BA5. Bij het optreden van een fout zal enkel het betrokken vertrek afgeschakeld worden.E. (2) Keuze differentieelschakelaars: zie pag. Typisch zijn kringen met contactdozen met een toegekende stroomsterkte i 30 A. Om selectiviteit tussen A en B te bekomen (d. ongeacht de aard van het lokaal. Aan het hoofd van kringen waarvan de massa of het geheel van de massa’s verbonden is met een afzonderlijke aarding dient eveneens een differentieelinrichting geplaatst te worden. 10. (4) De instelling van de vertragingen is opgegeven voor een relais RH328A.

Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen TT-nulleiderstelsel Minimum verplicht typeschema Uitschakeling bij enkele fout Masterpact Masterpact uittrekbaar débrochable of Visucompact ou Visucompact HS/LS HT/BT Vigirex 3 2 1 N PE NS400N NS160N Compact STR Rp Rn Ra N 1 2 3 PE C60N diff. enz. du régime de neutre est Bijv. b) lokalen met brandgevaar Een Vigirex-relais of een vermogensschakelaar Vigicompact of een automaat Multi 9 met Vigi-element (drempel ingesteld op 300 mA) verhinderen het voortduren van een foutstroom van meer dan 300 mA. 30mA Vigirex NC100LMA C60L MA diff. c voeding van installaties zoals op werven e. Differentieelinrichting met drempel 10 mA. Vigilohm SM21 discont. Een optredende fout kan een gevaarlijke spanning meebrengen. IT-stelsel libre) ex : régime IT discont. Een Vigirex-relais of een vermogensschakelaar Vigicompact of een differentieelautomaat Multi 9 met drempel i UL/Ra1 verhindert dat deze spanning langer aanhoudt dan voorzien door de veiligheidscurve. 30mA XC40 NS100H type type MA MA P25M Vigilohm EM9 overgang op een ander de changement de régime nulleiderstelsel met gebruik neutre et mise en œuvre van de overeenstemmende des protections beveiligingen (de keuze van correspondantes (le choix het nulleiderstelsel is vrij). PC contactdoos diff.d. M M Noodzakelijke speciale maatregelen N 1 2 3 PE DPN Vigi 30mA (bij bepaalde installatieomstandigheden) 80H NS100 type MA C60N diff. Vigilohm SM21 M M Ra1 a) differentieelinrichting met hoge gevoeligheid i 30 mA verplicht bij: c kringen die badkamers voeden. c) geval waarbij een apparaat met zeer hoge gevoeligheid vereist is. waar gevaar bestaat voor onderbreking van de beschermingsgeleider c enz. diff. K186 Gids laagspanningsverdeling 2003 . niet onderling verbonden massa’s. d) verafgelegen. zwembaden. N 1 PE discont..

klimatisering) c IT-stelsel: v een transformator met gescheiden wikkelingen installeren op «net 2» v de toepassing die bedrijfscontinuïteit vereist uitrusten met een apparaat voor permanente isolatiecontrole discont. 300mA 300 mA Ra N 1 2 3 PE NC100 diff. 300mA 300 mA sélectif selectief Onderbrekingsvrije A. 300mA 300mA Vigirex mogelijkheid over te gaan op een ander nulleiderstelsel: c TT-stelsel: v een transformator met gescheiden wikkelingen installeren op «net 2» v een differentieelinrichting installeren (bijv.Schema voor verbetering van de exploitatieomstandigheden Verticale differentieelselectiviteit Masterpact Masterpact uittrekbaar of débrochable Visucompact ou Visucompact HS/LS HS/LS HT/BT 1i Vigirex (selectiviteit mits instelling van deze Vigirex Vigirex aan het hoofd van de installatie in de stand 250 ms) 3 2 1 N PE NS400N NS160 Vigi Vigicompact compact instant. Vigilohm SM21 discont.S. Vigilohm SM21 M M N Fase Ph PE XC40 diff. 300mA 300 mA Rp Rn NS160 Vigi Vigicompact compact instant. Gids laagspanningsverdeling 2003 K187 . ogenbl. 30mA Opmerking: de SM21 bewaakt de isolatie van de motor en vergrendelt het inschakelen van de contactor bij een optredende fout.I voeding NS100H NS100H NC100L C60L MAMA instantané ogenblikk. 30mA C60N diff. ogenbl.

Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen TT-nulleiderstelsel Keuze van een differentieelbeveiliging Differentieelautomaten en -vermogensschakelaars met beveiliging tegen overstromen Multi 9 met Vigi-element nominale stroom (A) 32 bij 20 °C + Vigi-element Reflex 38 bij 20 °C + Vigi-element 63 bij 30 °C cal i 25 alle kal.3 1 3 .3-1-3 (4) HS : 0.3 1 3 10 .3 MS : 0.3 MS : 0.03 MS : 0.03 MS : 0. Standen ogenblikkelijk of selectief en gevoeligheid I∆n in te stellen met omschakelaars. geen uitschakeling bij I∆n/2.3 HS : 0.3-1-3 (4) MS : 0.3 1 3 10 .3 1 3 .03 MS : 0. K188 Gids laagspanningsverdeling 2003 .10 0. nominale spanning WS (50/60 Hz) (1) (V) 220 220 tot 380 230 tot 400 aantal polen 2 2-3-4 2-3-4 HS : 0.30 0 0 0 S S 0 0 S S 0 (4) 0 (4) S (4) 0 0 S S 0 0 (4) S (4) 0 60 150 310 0 60 150 310 0 60 150 310 0 60 150 310 0 60 150 310 30 30 30 170 170 30 30 170 170 30 30 170 30 30 170 170 30 30 170 40 140 300 800 40 140 300 800 40 140 300 800 40 140 300 800 40 140 300 800 gevoeligheid I∆n (A) (2) HS : 0. totale (ms) uitsch.3 MS : 0. tijd (ms) (3) 0 30 0 30 0 30 0 30 klasse (werking bij gelijkspanningscomp.03 0.3-1-3 (4) MS : 0.) Zie de betreffende pag.01 HS : 0.10 0.3 MS : 1 HS : 0.3 gewilde vertraging vertr.03 MS : 0. Totale uitschakeltijd bij 2I∆n.30 0.10 0.03 MS : 0. K68 tot K69.03 0.3 MS : 1 HS : 0. Werkingswaarde: uitschakeling bij I∆n.03 0.03 (4) MS : 0.3 1 3 .3-1-3 (4) 0.3 MS : 1 HS : 0. in hoofdstuk A van de catalogus laagspanningsmateriaal DPN Vigi XC40 C60a/N/H/L NC100LS/LH + Vigi-element 100 bij 40 °C 230/400 2-3-4 NC100LS/LH C120N/H + Vigi-element NC100 100 bij 40 °C met afzonderlijke torus + Vigi-element/Si 125 bij 40 °C 230/400 3-4 230/400 2-3-4 NG125N NG125H/L Vigicompact NS100N/H/L + Vigi-element/Si + Vigi-element/Si MH 125 bij 40 °C 80 bij 40 °C 100 bij 40 °C 230/500 2-3-4 2-3-4 200 tot 440 2-3-4 A NS160N/H/L MH 160 bij 40 °C 200 tot 550 2-3-4 A NS250N/H/L MH 250 bij 40°C 200 tot 550 2-3-4 A NS400N/H/L MB 400 bij 40°C 200 tot 550 2-3-4 A NS630N/H/L MB 630 bij 40 °C 220 tot 550 2-3-4 A (1) (2) (3) (4) Voor gebruik bij 400 Hz: zie pag.03 MS : 0.

bijv. Door de kabels zorgvuldig te centreren in een torus van 200 mm Ø (terwijl Ø 50 zou volstaan) en bovendien een mof te plaatsen. +10% bij 2 torussen in parallel) c een torus plaatsen per kabel (max. Verbinding torus-Vigirex: met afgeschermde kabel. de richting van de energiestroom in acht nemend: teken ↑ gesloten torus. een spanningsuitschakelspoel en een differentieelinrichting Vigirex met afzonderlijke torus: c kalibers > 630 A c bij kalibers < 630 A indien de gewenste vertraging niet overeenstemt met die van de standen I of II bij de Vigi-elementen. waardoor de uitschakeldrempel verhoogt (bijv.1i Differentieelinrichtingen Vigirex met afzonderlijke torus In de volgende gevallen wordt de differentieelbeveiliging verwezenlijkt door combinatie van een vermogensschakelaar. L = 2 maal de ∅ van de torus Gids laagspanningsverdeling 2003 K189 . ten behoeve van parallelle kabels waarvoor ook een grote torus niet volstaat. HT/LS Aanbevelingen voor de installatie De kabels in de torus centreren Installatie van een differentieelinrichting met afzonderlijke torus laat zonder speciale maatregelen nauwelijks de volgende verhouding toe: I∆n I fase max. of Montage van gesloten torussen a ringkerntransformator (torus) b eventuele nulleider c aardingsgeleider Parallelmontage van torussen Het is mogelijk meerdere torussen in parallel aan te sluiten op een Vigirex. 5). < 1 1 000 winstfactor 3 2 2 6 4 3 3 2 Een torus nemen die een maat groter is dan noodzakelijk Deze waarde kan als volgt aanzienlijk verhoogd worden: maatregelen zorgvuldig centreren van de kabels in de torus overdimensionering van de torus Een mof in magnetisch materiaal aanbrengen om het magnetisch veld te kanaliseren Gebruik van een stalen of weekijzeren mof c met dikte 0.5 mm c met lengte gelijk aan de diameter van de torus c de kabel volledig omgevend en met afgedekte uiteinden ∅ 50 > ∅ 100 ∅ 80 > ∅ 200 ∅ 120 > ∅ 200 ∅ 50 ∅ 80 ∅ 120 ∅ 200 Deze maatregelen kunnen gecombineerd worden. Vigirex RH10 M RH10 P RH21 M RH21 P RH99 A RH99 P RHU type net LS 50-60-400 Hz LS 50-60-400 Hz LS 50-60-400 Hz LS 50-60-400 Hz LS 50-60-400 Hz LS 50-60-400 Hz LS 50-60-400 Hz gevoeligheid I∆n (A) 1 drempel van 30 of 1 drempel van 300 of 1 drempel van 1000 1 drempel van 30 of 1 drempel van 300 of 1 drempel van 1000 2 drempels 30 of 300 2 drempels 30 of 300 9 drempels van 30 tot 30000 9 drempels van 30 tot 30000 van 30 tot 30000 per stap van 1 tot 100 mA vóóralarm van van 30 tot 30000 mA per stap 1 tot 100 mA ∅ (mm) 30 50 80 120 200 300 gewilde vertraging (ms) klasse ogenblikkelijk ogenblikkelijk ogenblikkelijk of 60 ogenblikkelijk of 60 9 tempos ogenblikkelijk aan 4000 9 tempos ogenblikkelijk aan 4000 van 0 tot 5000 per stap van 100 ms tot 1s Indien regeling op 30 mA tempo = 0s A A A A A A A type torus A-OA kader (*) A-OA kader (*) A-OA A-OA A-OA kader (*) A-OA kader (*) A-OA torussen type A TA PA IA MA SA GA torussen type OA POA GOA Torus (*) 280 x 155 470 x 160 ∅ (mm) 46 110 (mm) si I∆n u 500 mA si I∆n u 500 mA Installatie Type torus: gesloten of opengaand. teken opengaande torus c de klemmen S1 samen aansluiten en ook de klemmen S2 samen aansluiten. Montage van torussen bij grote railstellen Ingeval het onmogelijk blijkt een torus rond een railstel te installeren kan men hem aanbrengen op de aardverbinding van de nulleider van de transformator. kan de verhouding 1/1000 verbeterd worden tot (1) 1 30000 (1) Let op: de vermelde winstfactoren mogen niet zonder meer vermenigvuldigd worden. Deze werkwijze gaat echter ten koste van de gevoeligheid van de inrichting.

waarop soepele kabels worden aangesloten met meestal onbekende lengte en doorsnede. Men kan dus. Voor een globale isolatiecontrole en signalering van de 1ste fout kan men een Vigilohm XM200 of gelijkaardige apparatuur installeren. die soms zelfs niet uitvoerbaar is (1). Een automaat of vermogensschakelaar met lage magnetische drempel laat inderdaad toe de beveiliging van personen te verzekeren bij grotere kabellengten (bij gelijkblijvende installatieomstandigheden). van de kabels. Dit laatste is echter een zeer dure oplossing. op te sporen en te onderbreken: een inrichting met lage gevoeligheid volstaat (1 of 3 A). Deze oplossing maakt verdere controles overbodig. K193 tot K198 en K207 tot K212 geven voor elke kabeldoorsnede de maximale lengte L max waarbij een vermogensschakelaar met een gegeven kaliber de beveiliging van personen nog kan verzekeren. Het aanzetten van een motor kan een spanningsval van 15 tot 30% veroorzaken. TM-G of een vermogensschakelaar met elektronische beveiligingsunit type STR en bij Sfase/SPE = 1. De voorwaarde Im < Id kan dus ook uitgedrukt worden als L < L max. Indien de beveiliging verzekerd wordt door middel van een vermogensschakelaar dient deze uit te schakelen: c bij de eerste fout in het stelsel met nulleiderverbinding TN c bij twee gelijktijdige fouten in het stelsel met geïsoleerde nulleider IT. Zij is bijzonder aan te bevelen: c bij eindkringen. De tabellen op pag. aangezien de onderbrekingstijd van een automaat Multi 9 of een vermogensschakelaar Compact altijd voldoende kort is (grootteorde 10 tot 20 ms). zodat aanraking ongevaarlijk wordt (controle door metingen verplicht). Bij vermogensschakelaars dient men er zich van te vergewissen dat Im < Id (Im: instelstroom van de magnetische beveiliging of korte vertraging. Id: foutstroom fase/massa). of indien het installeren van een automaat met curve B of type G of een vermogensschakelaar met beveiligings-unit type ST of STR (elektronisch) niet volstaat (verbruikers met piekstromen) (1) de doorsnede van de beschermingsgeleider vergroten. ongeacht de toepasselijke grensspanning UL = 50 of 25 V. waarbij ∆U % kleiner moet zijn dan 5% of 8%. naargelang de soort toepassing. Een differentieelinrichting gebruiken In alle gevallen waarbij de voorgaande methoden niet toelaten de beveiliging van personen te verzekeren bestaat de enige oplossing erin een differentieelinrichting voor residuele stroom te gebruiken. die steeds onderhevig zijn aan wijzigingen tijdens de exploitatie c bij eindkringen die contactdozen voeden. zijn de maximale kabellengten niet altijd aanvaardbaar wegens een te grote spanningsval. Deze oplossing is echter vaak moeilijk te realiseren (bestaande installaties) en erg duur. Bij het stelsel met nulleiderverbinding TN of bij geïsoleerde nulleider IT (dubbele fout) dient de beveiliging van personen tegen onrechtstreekse aanraking verzekerd te worden door beveiligingsinrichtingen tegen overstromen. met een automaat met curve B of type G. Dit laat toe de contactspanning Uc te verlagen. ofwel kan men in elk geval voor alle geleiders een grotere doorsnede voorzien. indien deze kleiner is dan die van de fasen. Id neemt af naarmate de lengte l van de kabels stroomafwaarts van de vermogensschakelaar toeneemt. Niettemin is signalering van het optreden van deze 1ste fout en het opheffen ervan aanbevolen.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen TN en IT-nulleiderstelsels Beveiliging van personen tegen onrechtstreekse aanraking Wanneer niet voldaan wordt aan de voorwaarde L < L max. indien met grote kabellengten gewerkt wordt. TM-G of STR (elektronisch). neemt toe als de kabeldoorsnede groter is (indien men de doorsnede vergroot daalt de impedantie en neemt Id toe tot Im < Id). Het is verplicht een spanningsbegrenzer Cardew C te installeren tussen de nulleider van de HS/LStransformator en de aarde (of tussen fase en aarde indien de nulleider niet toegankelijk is). (1) Indien men te maken heeft met verbruikers met piekstromen is het noodzakelijk geleiders met grotere doorsnede te voorzien.: Kies een automaat met curve B of type G. De kabeldoorsnede vergroten Aanbrengen van een bijkomende equipotentiaalverbinding tussen de verschillende metalen delen die gelijktijdig genaakbaar zijn. waarbij de kans bestaat dat de motor niet opstart. In het bijzonder bij een TN-stelsel. Het voldoen aan de voorwaarde L < L max sluit niet uit dat men de spanningsval ∆U % dient te berekenen tussen het begin van de installatie en het gebruikspunt. waarbij de beveiliging van personen verzekerd is. Bij een IT-stelsel veroorzaakt de 1ste fout een ongevaarlijke contactspanning. K190 Gids laagspanningsverdeling 2003 . De lengte L max. De differentieelbeveiliging is inderdaad het enige middel dat toelaat de foutstroom. die in dit geval een hoge waarde kan hebben. Een fout tussen fase en massa dient geëlimineerd te worden binnen een tijd die des te korter is naarmate de contactspanning Uc hoger is (potentiaalverschil tussen twee gelijktijdig genaakbare massa’s of tussen de massa en de aarde). In dat geval is steeds voldaan aan de veiligheidsvoorwaarde t = f(Uc).

De instelling van de magnetische beveiliging op 8000 A voldoet dus. Gids laagspanningsverdeling 2003 K191 .R.E.1: 140 ms c stand 0. Verklaring van de symbolen L max maximale lengte in meter V enkelvoudige spanning = 237 V bij een net 237/410 V U samengestelde spanning in Volt (400 V bij een net 237/410 V) Sfase doorsnede van de fasen in mm2 S1 Sfase indien de beschouwde kring geen nulleider omvat (IT) S1 S nulleider indien de kring de nulleider omvat (IT) SPE doorsnede van de beschermingsgeleider in mm2 ρ soortelijke weerstand bij normale werkingstemperatuur = 22.R.6 kA. Men dient dan ook nauwkeurigere berekeningen uit te voeren.I. Door net als bij een TN-stelsel de reactanties van de geleiders ten opzichte van hun weerstand te verwaarlozen(1).E. zodat men zonder enig probleem alle selectiviteitsstanden van de Masterpact kan gebruiken. 251. beveelt aan de nulleider niet te verdelen bij een IT-stelsel. Kring die zich ver van de bron bevindt (secundaire en eindvertrekken) Het A.E. Een van de redenen hiervoor is dat de maximumlengten relatief klein zijn. De berekening komt er dan op neer te controleren of de lengte van de kring lager is dan de waarde die bekomen wordt met de onderstaande formule: L max = 0.8 x V x Sfase ρ (1 + m) I magn (1) Deze benadering wordt toelaatbaar geacht tot een doorsnede van 120 mm2.8 U Sfase 2ρ (1 + m) I magn Kring die zich dicht bij de bron bevindt De hoger gebruikte vereenvoudigde berekeningsmethode levert in dit geval zeer beperkende resultaten op.2: 230 ms c stand 0.5 10–3Ω x mm2/m voor koper m S fase (of S1) Stelsel met nulleiderverbinding TN Stelsel met geïsoleerde nulleider IT SPE I magn werkingsstroom (A) van de magnetische losser van de vermogensschakelaar De methode bestaat erin de wet van Ohm toe te passen op het ene vertrek dat bij de fout betrokken is.08. gebruik makende van de methode der symmetrische componenten en in het bijzonder rekening houdende met de inwendige impedantie van de transformatoren. komt de berekening erop neer te controleren of de lengte van elke kring lager is dan de maximumwaarde die bekomen wordt met behulp van de onderstaande formules. Het principe blijft hetzelfde als bij een TN-stelsel: men vertrekt van de hypothese dat de som van de spanningen tussen de beschermingsgeleider bij het begin van elke foutieve kring gelijk is aan 80% van de normale spanning. uitgaande van de volgende hypothesen: c de spanning tussen de fase met de fout en de beschermingsgeleider PE (of PEN) bedraagt aan het begin van de kring 80% van de enkelvoudige nominale spanning c de reactanties van de geleiders ten opzichte van hun weerstand (1) worden verwaarloosd. die nauwelijks met de werkelijkheid overeenstemmen (in het bijzonder de bekomen waarden voor de contactspanning zouden praktisch elke mogelijkheid tot tijdsselectiviteit uitsluiten). art.I. Deze berekeningen tonen aan: c dat de contactspanning relatief klein is bij een fout in de nabijheid van de bron c dat het dus mogelijk is selectiviteit te gebruiken (de hoofdvermogensschakelaars mogen gemakkelijk vertraagd worden met 300 tot 500 ms en zelfs meer) c dat de maximum toelaatbare kabellengten groot zijn en zelden bereikt worden op dit niveau van de verdeling. (2) Het A. c nulleider niet verdeeld: 2ρ (1 + m) I magn c nulleider verdeeld(2) L max = 0. Gezien de praktische onmogelijkheid de controle uit te voeren voor elke configuratie met dubbele fout worden de berekeningen uitgevoerd op grond van een veronderstelde gelijke verdeling van de spanning tussen elk van de beide kringen met een fout (ongunstige hypothese). geeft een vereenvoudigde berekeningsmethode waarvan de hypothesen en resultaten hieronder weergegeven worden.I.b): S = 150 mm2: R + 15% S = 185 mm2: R + 20% S = 240 mm2: R + 25% S = 300 mm2: R + 35% (waarde niet beschouwd door de norm).8 V S1 L max = 0.R. c contactspanning: ongeveer 75 V.3: 350 ms 630kVA TN-stelsel In = 915 A verdeelbord Resultaten c foutstroom: ongeveer 11.1i Controle van de uitschakelvoorwaarden Voorafgaande voorwaarde De beschermingsgeleider dient zich in de onmiddellijke nabijheid te bevinden van de actieve geleiders van de kring (in het tegenovergestelde geval kan de controle slechts gebeuren door metingen na het beëindigen van de installatie). Voorbeeld 2 x 240 mm2 per fase Masterpact M10 déclencheur STR38S beveiligingsunit STR38S ingesteld op 8 Ir onderbrekingstijd: c stand 0: 60 ms c stand 0. De maximale onderbrekingstijd bedraagt volgens de veiligheidscurve 700 ms. Daarboven dient men de weerstand als volgt te verhogen (A.

Vigilohm SM21 discont. 30mA NS80H type MA P25M Fase PH N PE discont. In dit geval is de foutstroom begrensd. klimatisering) c IT-stelsel : v een transformator met gescheiden wikkelingen installeren op “net 2” v permanente isolatiecontrole voorzien op de toepassing waarbij bedrijfscontinuïteit noodzakelijk is. L a1 verzekeren beveiliging tegen onrechtstreekse aanraking. waar gevaar bestaat voor onderbreking van de beschermingsgeleider c enz. M M Noodzakelijke bijzondere maatregelen 1 2 3 PEN C60N diff. niet onderling verbonden massa’s. 300mA 300mA 300 mA Vigirex 3 N PE discont. c) grote kabellengte.I XC40 C60N diff. Een Vigirex-relais of een differentieelvermogensschakelaar Vigicompact of een differentieelautomaat Multi 9. Een Vigirex-relais of een vermogensschakelaar Vigicompact of een automaat Multi 9 met Vigi-element (drempel ingesteld op 300 mA) verhinderen het voort-duren van een foutstroom van meer dan 300 mA. drempel I i U R .S. 1 2 3 PEN Ra NS250N Ra NS160 Rp Rna Ra NS160 PE NS160 Differentieelbeveiliging aanbevolen: de impedantie van de lus stroomafwaarts van de contactdozen is onbekend. Vigilohm SM21 M M Ra1 a) differentieelinrichting met hoge gevoeligheid i 30 mA verplicht bij: c kringen die badkamers en zwembaden voeden c voeding van installaties zoals op werven e. De foutspanning kan gevaarlijk zijn. drempel I∆n < I foutstroom.d. 1 2 3 PEN A. b) lokalen met brandgevaar. Naargelang het geval kan de uitschakeling verzekerd worden door een vermogensschakelaar Compact G of STR of een automaat Multi 9 met curve B of een differentieelautomaat Minicompact of een differentieelvermogensschakelaar Vigicompact of een Vigirexrelais. Opmerking: de SM21 bewaakt de isolatie van de motor en vergrendelt het inschakelen van de contactor bij een optredende fout.. d) verafgelegen. K192 Gids laagspanningsverdeling 2003 . Mogelijkheid tot verandering van nulleiderstelsel: c TT-stelsel : v een transformator met gescheiden wikkelingen installeren op “net 2” v een differentieelbeveiliging voorzien (bijv.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen TN-nulleiderstelsel Minimaal opgelegd typeschema Uitschakeling bij enkele fout Masterpact uitrijdbaar débrochable of Visucompact ou Visucompact HS/LS HT/BT Masterpact. 30mA Ra NS80H NS100H type MA Ra Compact G ou STR of ST ou Vigicompact of Vigicompact ou Vigirex of Vigirex NC100L MA NC100L NC100LMA C60L MAMA instantané instantané ogenblikk.

Sfase = SPE. Sfasen mm2 1.5 4 6 10 16 25 35 50 Sfasen mm2 1.5 274 175 456 292 730 467 701 4 110 183 292 438 730 6. TN-stelsel. TN-stelsel. . deze bijkomende coëfficiënt niet gebruiken .5 4 6 10 16 25 35 50 Sfasen mm2 1.5 2.67 0.5 2. UL = 50 V . UL = 50 V .50 tussen de fasen Al-kabel 0.62 0. Correktiefactoren. kaliber (A) 1.5 2.6 2.5 4 6 10 16 25 35 50 Sfasen mm2 1.16 0. kaliber (A) 10 16 123 77 204 128 327 204 491 307 818 511 818 20 61 102 164 245 409 654 25 49 82 131 196 327 523 818 C60a/N/H/L. kaliber (A) 1 2 438 219 730 365 564 876 3 146 243 389 584 974 4 110 183 292 438 730 6 73 122 195 292 487 779 10 44 73 117 175 292 467 730 16 27 46 73 110 183 292 456 639 913 10 44 73 117 175 292 467 730 20 22 37 58 88 146 234 365 511 730 C60LMA.5 2. UL = 50 V . NG125LMA Curve MA driefasig net. 400 Vkoperen kabel. Gids laagspanningsverdeling 2003 K193 . Sfase = SPE. .41 0. 400 Vkoperen kabel.25 P25M Driefasig net.5) Sfasen mm2 1.5 4 6 10 16 25 35 50 kaliber (A) 0.57 gebruiken. De berekende waarden gaan uit van het meest ongunstige geval. Sfase = SPE.6 730 1 426 710 1. NC120N/H. namelijk Im + 20 %. 400 Vkoperen kabel.5 2. NG125N/H/L Curve C driefasig net. NG125N/L Curve D C60L Curve K driefasig net.Maximale kabellengten 1i Maximale kabellengten (in meter) bij een TN-stelsel met beveiliging tegen onrechtstreekse aanraking door automaten of vermogensschakelaars. Sfase = SPE. . . TN-stelsel. UL = 50 V .5 4 5 (2 x 2. 400 Vkoperen kabel. NC120N/H. CN120N/H Curve B driefasig net. .40 0. TN-stelsel. 4 0.4 0.4 170 284 454 568 40 31 51 82 123 204 327 454 636 4 102 170 272 340 6 68 113 181 227 50 25 41 65 98 164 262 409 572 818 10 42 71 113 142 63 19 32 52 78 130 208 325 454 649 50 12 20 33 49 82 131 204 286 409 50 9 15 23 35 58 93 146 204 292 16 27 44 71 89 80 15 28 41 61 102 164 258 358 511 63 10 16 26 39 65 104 162 227 325 63 7 12 19 28 46 74 116 162 232 80 8 13 20 31 51 82 128 179 258 80 5 9 14 21 35 58 88 123 178 20 21 35 56 71 25 17 28 45 56 100 12 20 33 49 82 131 204 288 409 C60N/L.31 (1) Bij netten 237 V tussen de fasen bovendien een coëfficiënt 0. UL = 50 V . TN-stelsel.24 0. kaliber (A) 1 2 3 613 307 204 511 341 545 818 4 153 256 409 613 6 102 170 273 409 681 10 61 102 164 245 409 654 16 38 64 102 153 256 409 639 894 20 31 51 82 123 204 327 511 716 25 25 41 65 98 164 262 409 572 818 25 18 29 47 70 117 187 292 409 584 32 19 32 51 77 128 204 319 447 639 32 14 23 37 55 91 146 228 319 456 16 27 46 73 110 183 292 456 639 913 40 15 26 41 61 102 164 256 358 511 40 11 18 29 44 73 117 183 258 365 25 18 29 47 70 117 187 292 409 584 100 6 10 16 25 41 65 102 143 204 100 4 7 12 18 29 47 73 102 146 125 4 8 13 19 32 51 80 112 160 125 2 4 7 10 19 31 48 68 97 C60N. 400 Vkoperen kabel. Sfase = SPE. toe te passen op de in de tabellen K193 tot K198 opgegeven lengten Sfase 1 2 3 m= SPE (1) netten 400 V Cu-kabel 1 0. Bij éénfasige netten 237 V (tussen fase en N).3 70 116 186 279 465 743 12.6 255 425 681 851 32 38 64 102 153 256 409 639 894 2.5 35 58 93 141 234 374 584 818 40 11 18 29 44 73 117 183 256 365 63 7 12 19 28 46 74 116 162 232 80 5 7 12 18 30 48 76 106 152 De werking van de magnetische beveiliging is verzekerd bij Im ± 20 %.

5 75 70 117 187 281 468 749 1170 1639 175 30 50 80 120 201 321 502 702 1003 1404 1906 25 150 35 59 94 140 234 375 585 819 1170 1639 2224 350 15 25 40 60 100 161 251 351 502 702 953 1204 50 300 18 29 47 70 117 187 293 410 585 819 1112 1404 1756 700 8 13 20 30 50 80 125 176 251 351 477 602 752 928 100 600 11 18 29 44 73 117 183 256 366 512 695 878 1097 1353 500 4000 1 2 4 5 9 14 22 31 44 61 83 105 132 162 1400 5 8 13 19 31 50 78 110 157 219 298 376 470 580 NS160N/H/L tot NS630N/H/L Losser type MA driefasig net 400 V. koperen kabel. kaliber (A) In (A) Im (A) 100 600 9 14 22 34 56 90 142 198 283 1400 4 6 9 14 24 38 60 85 121 150 1200 4 7 12 18 29 47 73 102 146 1950 3 5 7 11 18 29 45 63 90 126 220 1760 3 5 8 12 20 32 50 70 100 140 190 2860 2 3 5 7 12 20 31 43 61 86 117 320 2560 2 3 5 8 14 22 34 48 69 96 130 165 4160 1 2 3 5 8 14 21 30 42 59 80 101 6500 1 1 2 3 5 9 14 19 27 38 51 65 81 100 De werking van de magnetische beveiliging is verzekerd bij Im ± 20 %. Sfase = Spe.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen TN-nulleiderstelsel Maximale kabellengten Correctiefactoren.5 2.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 kaliber (A) In (A) Im (A) 2.62 2 0. Sfase = Spe. De berekende waarden gaan uit van het meest ongunstige geval.5 4 6 10 16 25 35 50 70 Sfasen (mm2) 1.5 2. Bij éénfasige netten 237 V (tussen fase en N). koperen kabel.41 3 0.5 15 351 585 936 1404 35 150 251 401 602 1003 1605 6.5 15 351 585 936 1404 35 150 251 401 602 1003 1605 6.5 4 6 10 16 25 35 50 70 Sfasen (mm2) 1.5 0. kaliber (A) In (A) Im (A) 16 63 84 139 223 334 557 892 25 80 66 110 176 263 439 702 1097 1536 NS100N/H/L Losser type MA driefasig net 400 V. UL = 50 V TN-stelsel. Sfasen (mm2) 1. Sfase = Spe.3 35 150 251 401 602 1003 1605 88 60 100 160 239 399 638 997 1396 12.3 35 150 251 401 602 1003 1605 88 60 100 160 239 399 638 997 1396 12.67 0. UL = 50 V TN-stelsel.5 2. deze bijkomende coëfficiënt niet gebruiken . koperen kabel. NS80H-MA Driefasig net. koperen kabel. Sfase = Spe.57 gebruiken. namelijk Im + 20 %.4 0.5 2. kaliber (A) In (A) Im (A) 2.5 75 70 117 187 281 468 749 1170 1639 175 30 50 80 120 201 321 502 702 1003 1404 25 150 35 59 94 140 234 375 585 819 1170 1639 40 80 66 110 176 263 439 702 1097 1536 2194 350 15 25 40 60 100 161 251 351 502 702 50 300 18 29 47 70 117 187 293 410 585 819 700 8 13 20 30 50 80 125 176 251 351 63 125 42 70 112 169 281 449 702 983 1404 1966 80 480 11 18 29 44 73 117 183 256 366 512 1120 4 7 12 18 30 48 76 106 152 212 NS100N/H/L Losser type TM-G driefasig net. UL = 50 V TN-stelsel.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 Sfasen (mm2) 1.25 (1) Bij netten 237 V tussen de fasen bovendien een coëfficiënt 0. UL = 50 V TN-stelsel. 400 V. toe te passen bij netten 400 V tussen de fasen (1) m = Sph/Spe Cu-kabel Al-kabel 1 1 0. K194 Gids laagspanningsverdeling 2003 .31 4 0. 400 V.

400 V.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 Sfasen (mm2) 1. Sfase = Spe. De berekende waarden gaan uit van het meest ongunstige geval.5 2. kaliber (A) In (A) Im (A) 80 1000 5 9 14 21 35 56 88 123 176 246 334 421 100 1250 4 7 11 17 28 45 70 98 140 197 267 337 421 125 1250 4 7 11 17 28 45 70 98 140 197 267 337 421 160 1250 4 7 11 17 28 45 70 98 140 197 267 337 421 200 1000 5 9 14 21 35 56 88 123 176 246 334 421 527 650 2000 3 4 7 11 18 28 44 61 88 123 167 211 263 325 2500 2 4 6 8 14 22 35 49 70 98 133 169 211 260 337 421 De werking van de magnetische beveiliging is verzekerd bij Im ± 20 %.1i NS100N/H/L Losser type TM-D Driefasig net. Sfasen (mm2) 1. Gids laagspanningsverdeling 2003 K195 . UL = 50 V TN-stelsel. koperen kabel.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 kaliber (A) In (A) Im (A) 16 190 26 44 71 106 177 284 25 300 18 29 47 70 117 187 293 410 40 500 11 18 28 42 70 112 176 246 351 63 500 11 18 28 42 70 112 176 246 351 492 80 650 8 14 22 32 54 86 135 189 270 378 513 250 1250 4 7 11 17 28 45 70 98 140 197 267 337 421 520 674 843 100 800 7 11 18 26 44 70 110 154 219 307 417 NS160N/H/L tot NS250N/H/L Losser type TM-D Driefasig net. 400 V. Sfase = Spe.5 2. namelijk Im + 20 %. koperen kabel. UL = 50 V TN-stelsel.

4. 5 en 10 x Ir.4 en 1 x In Im = 2. 5 en 10 x Ir. 0. die bij elke beveiligingsunit opgegeven zijn. stemmen overeen met : Ir = 0. TN-stelsel. TN-stelsel. K196 Gids laagspanningsverdeling 2003 . Sfase = Spe. Im (A) STR22SE 40 A STR22SE 100 A Sfasen (mm2) 1. UL = 50 V. koperen kabel.5 2. 240 c 534 763 1069 1450 1832 2290 2824 3664 4580 600 c c 214 305 427 580 733 916 1130 1466 1832 1250 c c 103 147 205 278 352 440 542 703 879 2500 c c 51 73 103 139 176 220 271 352 440 339 485 678 921 1163 1454 1793 2326 2908 De werking van de magnetische beveiliging is verzekerd bij Im ± 15 %. koperen kabel. 400 V. UL = 50 V.4 x 100 = 40 A v Im = 2 x 40 = 80 A v Im = 5 x 40 = 200 A v Im = 10 x 40 = 400 A c Ir = 1 x 100 = 100 A v Im = 2 x 100 = 200 A v Im = 5 x 100 = 500 A v Im = 10 x 100 = 1000 A. De drempelwaarden van de korte vertraging. die bij elke beveiligingsunit opgegeven zijn. Sfase = Spe.63 en 1 x In Im = 2.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 Im (A) STR22SE 160 A STR22SE 250 A Sfasen (mm2) 1. namelijk Im + 15 %.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen TN-nulleiderstelsel Maximale kabellengten NS100N/H/L tot NS250N/H/L Beveiligingsunit type STR22SE/GE Driefasig net. Voorbeeld Voor een beveiligingsunit STR22SE 100 A: c Ir = 0. De drempelwaarden van de korte vertraging. 400 V. De berekende waarden gaan uit van het meest ongunstige geval.5 2.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 Im (A) NS400 NS630 Sfasen (mm2) 35 50 70 95 120 150 185 240 300 38 c 60 c 80 c c 69 114 183 275 458 733 1145 1603 2290 3206 4351 95 c c 58 96 154 231 386 617 964 1350 1928 2700 3664 4628 126 c c 44 73 116 174 291 465 727 1018 1454 2035 2762 3489 4362 150 c c 37 61 98 147 244 391 611 855 1221 1710 2320 2931 3664 4519 160 c c 34 57 92 137 229 366 572 801 1145 1603 2175 2748 3435 4236 5496 640 c c 9 14 23 34 57 92 143 200 286 401 544 687 859 1059 1374 1717 200 c c 27 46 73 110 183 293 458 641 916 1282 1740 2198 2748 3389 4397 5496 790 c 7 12 19 28 46 74 116 162 232 325 441 557 696 858 1113 1391 1600 c c 80 114 160 218 275 343 424 550 687 250 c c 22 37 59 88 147 234 366 513 733 1026 1392 1759 2198 2711 3517 4397 800 c c 7 11 18 27 46 73 114 160 229 321 435 550 687 847 1099 1374 2000 c c 64 92 128 174 220 275 339 440 550 315 c c 17 29 47 70 116 186 291 407 582 814 1105 1396 1745 2152 2791 3489 400 c c 14 23 37 55 92 147 229 321 458 641 870 1099 1374 1694 2198 2748 500 c 11 18 29 44 73 117 183 256 366 513 696 879 1099 1356 1759 2198 630 c 9 15 23 35 58 93 145 204 291 407 552 698 872 1076 1396 1745 1000 c 5 9 15 22 37 59 92 128 183 256 348 440 550 678 879 1099 145 241 386 578 964 1543 2410 3375 4821 92 153 244 366 611 977 1527 2137 3053 4274 150 c 37 61 98 147 244 391 611 855 1221 1710 2320 2931 3664 4519 235 c 23 39 62 94 156 249 390 546 780 1091 1481 1871 2339 2884 3742 4677 378 c c 240 c c 23 38 61 92 153 244 382 534 763 1069 1450 1832 2290 2824 3664 4580 320 c c 17 29 46 69 114 183 286 401 572 801 1088 1374 1717 2118 2748 3435 375 c c 15 24 39 59 98 156 244 342 489 684 928 1172 1466 1807 2345 2931 800 c c 160 229 321 435 550 687 847 1099 1374 500 c c 11 18 29 44 73 117 183 256 366 513 696 879 1099 1356 1759 2198 1000 1250 1575 1600 2500 c c c c c c c 5 9 15 22 37 59 92 128 183 256 348 440 550 678 879 1099 4 7 12 18 29 47 73 103 147 205 278 352 440 542 703 879 3 6 9 14 23 37 58 81 116 163 221 279 349 430 558 698 4000 c c 32 46 64 87 110 137 169 220 275 3 6 9 14 23 37 57 80 114 160 218 275 343 424 550 687 6300 c 20 29 41 55 70 87 108 140 174 2 4 6 9 15 23 37 51 73 103 139 176 220 271 352 440 NS400N/H/L tot NS630N/H/L Beveiligingsunit type STR23SE/STR53UE Driefasig net. stemmen overeen met : Ir = 0.

Sfase = Spe. worden omsloten door de overeenstemmende maximum. namelijk Im + 15 %. die bij elke beveiligingsunit opgegeven zijn. 400 V. De berekende waarden gaan uit van het meest ongunstige geval. Im STR22ME 40A STR22ME 50A STR22ME 80A STR22ME 100A Sfasen (mm2) 1. 400 V.6 en 1 x In Im = 13 x Ir.5 2. De drempelwaarden van de korte vertraging. UL = 50 V.1i NS100N/H/L tot NS250N/H/L Beveiligingsunit STR22ME Driefasig net. die bij elke beveiligingsunit opgegeven zijn.5 2. De drempelwaarden van de korte vertraging.en minimumwaarden van Ir: Ir = 0.6 en 1 x In Im = 13 x Ir.en minimumwaarden van Ir : Ir = 0. Gids laagspanningsverdeling 2003 K197 .5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 Im STR22ME 150A STR22ME 220A Sfasen (mm2) 1. koperen kabel. koperen kabel.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 312 c 390 c c 520 c c 624 650 c 780 1040 1170 1300 c 18 29 47 70 117 188 294 14 23 38 56 94 150 235 329 470 658 892 11 18 28 42 70 113 176 247 352 493 669 845 1057 1303 1691 2114 9 15 23 35 59 94 147 205 294 411 558 705 881 1086 1409 1761 1702 c c 3 5 9 13 22 34 54 75 108 151 204 258 323 398 516 645 2860 c 45 64 90 122 154 192 237 307 384 8 14 23 34 56 90 141 197 282 395 535 676 845 1043 1353 1691 1950 c 3 5 8 11 19 30 47 66 94 132 178 225 282 348 451 564 3900 c c 33 47 66 89 113 141 174 225 282 c c 7 12 19 28 47 75 117 164 235 329 446 564 705 869 1127 1409 2314 c 2 4 6 9 16 25 40 55 79 111 150 190 237 293 380 475 4160 c 31 44 62 84 106 132 163 211 264 c c 5 9 14 21 35 56 88 123 176 247 335 423 528 652 845 1057 2665 c 2 3 5 8 14 22 34 48 69 96 131 165 206 254 330 412 c 5 8 13 19 31 50 78 110 157 219 297 376 470 579 752 939 c 4 7 11 17 28 45 70 99 141 197 268 338 423 521 676 845 2860 c 2 3 5 8 13 20 32 45 64 90 122 154 192 237 307 384 6500 c 20 28 39 54 68 85 104 135 169 1170 c 5 8 13 19 31 50 78 110 157 219 297 376 470 579 752 939 2665 c 48 69 96 131 165 206 254 330 412 1300 c 4 7 11 17 28 45 70 99 141 197 268 338 423 521 676 845 NS400N/H/L tot NS630N/H/L Beveiligingsunit STR43ME Driefasig net. Sfase = Spe. TN-stelsel. UL = 50 V. Im STR43ME 320A STR43ME 500A Sfasen (mm2) 35 50 70 95 120 150 185 240 300 De werking van de magnetische beveiliging is verzekerd bij Im ± 15 %. TN-stelsel. worden omsloten door de overeenstemmende maximum.

(1. max. Sfase = SPE.8 (1 000 A) min.5 Ir) (10 Ir) 480 3 200 181 254 362 507 688 870 945 1117 1391 1672 27 38 54 76 103 130 141 167 208 251 Ir = 0.5 Ir) (10 Ir) 1 500 10 000 58 81 116 162 220 278 302 357 445 535 9 12 17 24 33 42 45 53 66 80 NS1250N/H Met elektronische beveiliginsunit type Micrologic 2.5 Ir) (10 Ir) 1 200 8 000 72 101 145 203 275 348 378 446 556 669 11 15 22 30 41 52 56 67 83 100 NS1000N/H/L Met elektronische beveiliginsunit type Micrologic 2.63 (500 A) min. (1. (1. . (1. (1. max.5 Ir) (10 Ir) 750 5 000 162 232 325 441 567 605 715 890 1070 24 34 48 65 82 94 107 133 160 Ir = 0. (A) Sfasen (mm2) 35 50 70 95 120 150 185 240 300 Ir = 0. max. (1.5 Ir) (10 Ir) 600 4 000 145 203 290 406 551 696 756 893 1113 1338 22 30 43 61 83 104 113 134 167 200 Ir = 0.0A . (A) Sfasen (mm2) 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 I magn.5 (625 A) min.5 Ir) (10 Ir) 1 200 8 000 72 101 145 203 275 748 378 446 556 669 11 15 22 30 41 52 56 67 83 100 Ir = 1 (1 000 A) min.0A . max. . max.0A .0A Driefasig net 400 Vkoperen kabel. max.4 (320 A) min.0A . (1. Sfase = SPE. max. max.5 Ir) (10 Ir) 750 5 000 116 162 232 325 441 557 605 715 890 1070 17 24 34 48 65 82 94 107 133 160 Ir = 0. (A) Sfasen (mm2) 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 I magn. UL = 50 V TN-stelsel I magn.5 Ir) (10 Ir) 960 6 400 91 127 181 254 344 435 472 558 695 836 14 19 27 38 52 65 71 84 104 125 Ir = 1 (800 A) min. Sfase = SPE. UL = 50 V TN-stelsel Ir = 0.0A Driefasig net 400 Vkoperen kabel. .5 Ir) (10 Ir) 1 181 7 875 103 147 206 280 353 384 454 565 679 15 22 31 42 53 57 68 85 102 Ir = 0.0A .Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen TN-nulleiderstelsel Maximale kabellengten NS800N/H/L Met elektronische beveiliginsunit type Micrologic 2. K198 Gids laagspanningsverdeling 2003 .7.8 (640 A) min.0A .4 (400 A) min.8 (800 A) min. (1. max.63 (787. max. max.5 Ir) (10 Ir) 937 6 250 130 186 260 353 445 484 572 712 856 19 28 39 53 67 72 86 107 128 Ir = 0.5 Ir) (10 Ir) 750 5 000 116 162 232 325 441 557 605 715 890 1070 17 24 34 48 65 82 92 107 133 160 Ir = 0.4 (500 A) min. max.63 (630 A) min.5 Ir) (10 Ir) 600 4 000 145 203 290 406 551 696 756 893 1113 1338 22 30 43 61 83 104 113 134 167 200 Ir = 0. (1. (1.5. max.5. max. (1. De berekende waarden gaan uit van het meest ongunstige geval.7.5 (500 A) min. (1.5. (1. UL = 50 V TN-stelsel Ir = 0.5 Ir) (10 Ir) 1 500 10 000 81 116 162 220 278 302 357 445 535 12 17 24 33 42 45 53 66 80 Ir = 1 (1 250 A) min. namelijk Im + 15 %.0A Driefasig net 400 Vkoperen kabel.5) min.5 (400 A) min.7.5 Ir) (10 Ir) 1 875 12 500 65 93 130 176 223 242 286 356 428 10 14 19 26 33 36 43 53 64 De werking van de magnetische beveiliging is verzekerd bij Im ± 15 %. max. (1. (1.5 Ir) (10 Ir) 945 6 300 92 129 184 258 350 442 480 567 706 849 14 19 28 39 52 66 72 85 106 127 Ir = 0.

(1) Indien de massa-aarding van de post niet verbonden is met de massa’s van de verbruikers. d) verafgelegen. Gids laagspanningsverdeling 2003 K199 .d. Een Vigirex-relais of een vermogensschakelaar Vigicompact of een automaat Multi 9 met Vigi-element (drempel ingesteld op 300 mA) verhinderen het voortduren van een foutstroom van meer dan 300 mA. Vigirex discont. drempel I∆niU2/RA1. Verandering van nulleiderstelsel met gebruik van de overeenstemmende beveiligingen (keuze van het nulleiderstelsel vrij). Vigilohm SM21 discont. 30mA NS80H type MA P25M 1 2 3 PE discont. Vigilohm SM21 M M Ra1 a) differentieelinrichting met hoge gevoeligheid i 30 mA verplicht bij: c kringen die badkamers en zwembaden voeden c voeding van installaties zoals op werven e. Een Vigirex-relais of een differentieelvermogensschakelaar Vigicompact of een differentieelautomaat Multi 9. Bijv. Opmerking : de SM21 bewaakt de isolatie van de motor en vergrendelt het inschakelen van de contactor bij een optredende fout. In dit geval is de foutstroom begrensd. De foutspanning kan gevaarlijk zijn. c) grote kabellengte. TT. 30mA Om bij bepaalde installatieomstandigheden uitschakeling bij dubbele fout te verzekeren 1 2 3 PE C101H type MA NS80H Compact G of STR Compact G ou STR of Vigicompact ou Vigicompact ou Vigirex of Vigirex NC100LMA C60L MA diff. niet onderling verbonden massa’s. b) lokalen met brandgevaar..of TN-stelsel. Naargelang het geval kan de uitschakeling verzekerd worden door een vermogensschakelaar Compact G of STR of een automaat Multi 9 met curve B of een differentieelautomaat Multi 9 of een differentieelvermogensschakelaar Vigicompact of een Vigirexrelais. verzekeren beveiliging tegen onrechtstreekse aanraking. moet aan het hoofd van de installatie een differentieelinrichting geïnstalleerd worden.IT-nulleiderstelsel Minimaal opgelegd typeschema 1i Signalering bij enkele fout (mogelijkheid tot behoud van de bedrijfscontinuïteit) Uitschakeling bij dubbele fout Masterpact uittrekbaar débrochable of Visucompact ou Visucompact Masterpact HS/LS HT/BT (1) 1 2 3 PE Rp Cardew C NS250N NS160 Compact STR Compact STR ou Compact sans of Compact thermique Rn Vigilohm TR22A zonder thermische beveiliging 1 2 3 PE C60N diff. waar gevaar bestaat voor onderbreking van de beschermingsgeleider c enz. drempel I∆n < I foutstroom. M M Noodzakelijke bijzondere maatregelen Permanent 1 2 3 PE C60N diff.

30mA NS80H. (1) Indien de massa-aarding van de post niet verbonden is met de massa's van de gebruikers.I C60N diff.MA P25M XRM discont. Dit laat sneller ingrijpen toe om uitschakeling wegens dubbele fout te voorkomen Masterpact Masterpact uitrijdbaar débrochable of Visucompact ou Visucompact HS/LS HT/BT (1) 1 2 3 PE c in combinatie met een draagbare ontvanger XRM en een stroomtang manueel het vertrek te lokaliseren waarop de fout zich voorgedaan heeft. 1 2 3 PE Vigilohm SM21 M Vigilohm SM21 M Mogelijkheid tot verandering van nulleiderstelsel: c TT-stelsel: v een transformator met gescheiden wikkelingen installeren op “net 2” v een differentieelbeveiliging voorzien (bijv.: klimatisering) c IT-stelsel: v een transformator met gescheiden wikkelingen installeren op “net 2” v een permanente isolatiecontrole voorzien op de toepassing waarbij bedrijfscontinuïteit vereist is. K200 Gids laagspanningsverdeling 2003 . Het Vigilohm System XM200 laat toe: c in combinatie met de lokale detectoren XD301 (enkelvoudig) of XD312 (voor een groep van 12 vertrekken) automatisch en onmiddellijk het vertrek te bepalen waarop de fout zich voorgedaan heeft.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen IT-nulleiderstelsel Typeschema om de exploitatieomstandigheden te verbeteren Verbetering van de exploitatieomstandigheden Om onder spanning de enkele fout te kunnen lokaliseren: Vigilohm System. Rp Cardew C NS250N NS160 NS160 Rn XM200 XD301 naar tores vers torussen XD312 XD312 XD312 XD312 1 2 3 PE A. Opm.S. moet aan het hoofd van de installatie een differentieelinrichting geïnstalleerd worden.: de SM21 bewaakt de isolatie van de motor en vergrendelt het inschakelen van de contactor bij het optreden van een fout.

2 tot 100 kΩ c 115 tot 525 V c IP30 Isolatiebewaking voor "eiland"-net De noodzaak tot bedrijfscontinuïteit kan beperkt zijn tot een gedeelte van het net (bijv. signalering drempels 2 de dremp. TR22A 20 tot 1 000Hz i 760 V 20 tot 1 000 Hz i 440 V WS i 50 km GS 0.) De keuze van een apparaat voor permanente isolatiebewaking moet gebeuren op grond van de drie onderstaande criteria: c te vervullen functies: plaatselijke signalering. c c c manueel met XRM + stroomtangen XML316 automatisch met XD301-XD312 automatisch + lokale meting XL308 -XL316 XML308.B.in een fabriek die hoofdzakelijk met lasposten werkt -TN aan te raden). SM21 c TR22A c c XM200 c c manueel met XRM + stroomtangen XM300C.. enz. EM9T. P. nulleider van het te bewaken net toegankelijk WS.IT aan te raden .2 tot 100 kΩ c 115 tot 525 V c IP30 XML308/316 45 tot 400 Hz i 760 V 45 tot 400 Hz i 440 V WS i 30 km WS 1 tot 299 kΩ 0. XML316 c c c c transmissie plaats fout transmissie meetwaarde en plaats fout 1i automatisch met XD308C-XLI300 automatisch met XL308 XL316 + XLI300 c automatisch met XL308 XL316 + XLI300 c Isolatiebewaking voor volledig net De noodzaak tot bedrijfscontinuïteit kan gelden voor een gans net (bijv.I. met behulp van de passende apparatuur. isolatiemeting. gegevenstransmissie (naar een supervisiesysteem.) omtrent de aanwezigheid van een fout. plaatselijke meting. nulleider niet toegankelijk GS uitgestrektheid van het net detectieprincipe: injectie van werkings1stedremp. EM9 50 tot 1 000 Hz i 760 V 50 tot 1 000 Hz i 440 V WS i 50 km GS 10 tot 150 kΩ neen 115 tot 480 V EM9T 50 tot 1 000 Hz i 380 V 50 tot 1 000 Hz i 440 V WS i 50 km GS 10 tot 150 kΩ neen 24 tot 240 V c IP30 IP20 EM9B 50 tot 1 000 Hz i 760 V 50 tot 1 000 Hz i 220 V WS i 50 km GS 1 tot 100 kΩ neen 115 tot 480 V c IP30 IP20 TR5A i 420 V GS i 50 km detectie van spanningsonevenwicht 24/48 V : 5 tot 25 kΩ 120 V : 10 tot 50 kΩ 220 tot 500 V : 30 tot 150 kΩ neen zonder hulpbron c IP30 IP20 uittrekbaar afkoppelbaar inbouw opbouw c IP30 IP20 Gids laagspanningsverdeling 2003 K201 . De installatie zal in dit geval van het type met geïsoleerde nulleider zijn (IT). EM9B. enz. lokalisering van de fout.Keuzetabel apparaten voor permanente isolatiebewaking (P.B. processen in een chemische fabriek). voor "eiland"-net spanning tussen de fasen WS nulleider van het te bewaken net toegankelijk WS nulleider niet toegankelijk GS uitgestrektheid van het net detectieprincipe: injectie van werkingsdrempels directe uitlezing hulpspanning montage beschermingsgraad De permanente bewaking van het isolatieniveau gebeurt dan op het IT-gedeelte. c de spanning tussen de fasen en het te bewaken nettype c de uitgestrektheid van het te bewaken net.1 tot 200 kΩ c 115 tot 525 V c IP30 XM300C 45 tot 400 Hz i 760 V 45 tot 400 Hz i 440 V WS i 30 km WS 1 tot 299 kΩ 0. Tabel functies van de apparaten voor permanente isolatiebewaking foutuitlezing transmisse detectie lokalisering melding meetwaarde fout en isolatie meetwaarde fout EM9. In dit geval zal men binnen het hoofdnet een «eiland» voorzien met geïsoleerde nulleider (IT).I.7 tot 100 kΩ c 110 tot 525V c IP40 IP40 XM200 45 tot 400 Hz i 760 V 45 tot 400 Hz i 440 V WS i 30 km WS 10 tot 100 kΩ 0. met behulp van de passende apparatuur. detecteren en lokaliseren van de fout. uitschakeling digitale uitlezing hulpspanning WS montage uittrekbaar afkoppelbaar beschermingsgraad inbouw opbouw De permanente bewaking van het isolatieniveau moet het ganse net dekken. PIB voor volledig net spanning tussen de fasen WS. een spuitafdeling . XML306.. TR5A.

in combinatie met torussen N of A. Bovendien signaleren/communiceren ze bij elk vertrek of de isolatiewaarde beneden een door de exploitant bepaalde drempel daalt.2 tot 99. In combinatie met torussen van het type A kunnen de apparaten voor foutlokalisering XL308 en XL316 het isolatieniveau van elk bewaakt vertrek meten. uitsch.5 Hz 1 tot 299 kΩ 0. enz. uitlezen en signaleren. isolatiefouten en de bijhorende waarden. Vigilohm System XML308 en XML316 De apparaten Vigilohm System XML308 en XML316 combineren in een enkele behuizing alle functies van de Vigilohm System XM300C en de apparaten voor foutlokalisering XL08 en XL16.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen IT-nulleiderstelsel Keuze apparaten voor permanente isolatiebewaking PIB voor volledig net en een eiland-net De Vigilohm XM200. directe uitlezing hulpspanning WS montage uittrekbaar afkoppelbaar beschermingsgraad inbouw (1) Met plaat PHT 1000 isolatiefouten en de betrokken waarden voor elk bewaakt vertrek. toe de fout te lokaliseren. nulleider niet toegankelijk GS detectieprincipe: injectie van werkingsdrempels werkingsdrempels 1ste drempel. De detectors XD301 en XD312 laten. sign.9 kΩ digitale uitlezing 115 tot 525 V c IP30 Keuzetabel overspanningsbegrenzer Cardew C Het is verplicht een overspanningsbegrenzer Cardew C aan te sluiten op de secundaire wikkeling van de MS/LS-transformator. voor een volledig net en een eiland-net spanning tussen de fasen van het te bewaken net WS. logging. XM300C 45 tot 400 Hz i 1700 V (1) 45 tot 400 Hz i 1000 V (1) i 1200 V(1) WS : 2. c in combinatie met de apparaten voor foutlokalisering XL308 of XL316 (met communicatiebus Vigilohm System) verstrekt de Vigilohm System XM300C naar buiten informatie over het globale isolatieniveau. Deze begrenzer laat een correct afvloeien van overspanningen naar de aarde toe. Hij beantwoordt aan de fabricagenorm NF C 63-150. is een eerste stap in de verbetering van het opsporen van fouten.2 tot 99. in combinatie met de apparaten voor foutopsporing XD301 en XD312. daling van de isolatiewaarde. met behulp van specifieke interfaces de mogelijkheid tot communicatie met een extern net (communicatieprotocol JBus) voor supervisie. analyseren en zo toelaten ter plaatse het vertrek met een fout te identificeren.5 K202 Gids laagspanningsverdeling 2003 . Un (V) nulleider toegankelijk nulleider niet toegankelijk HS LS HS LS i 230 230 < U i 400 400 < U i 660 660 < U i 1 000 1 000 < U i 1 560 type "250 V" type "250 V" type"440 V" type"660 V" type "1 000 V" (kVA) 100 25 35 160 35 50 250 50 70 315 50 95 400 70 120 500 95 150 630 120 185 800 120 185 type "250 V" type "440 V" type "660 V" type "1 000 V" Keuzetabel aansluitkabel Cardew C vermogens transformator doorsnede Cu (mm2) doorsnede Al (mm2) 1 000 150 240 1 250 150 240 1600 185 300 2000 240 300 2500 240 400 3150 300 500 Voor aluminiumkabel: de opgegeven doorsnede voor koper vermenigvuldigen met 1. De XM200 is zowel een apparaat voor isolatiebewaking als een generator voor het foutzoeken. 2de drempel. het isolatieniveau van elk bewaakt vertrek. afkomstig van de torussen type A. nulleider toegankelijk WS. Dit laat toe gericht preventief onderhoud te plannen.5 Hz 1 tot 299 kΩ 0. De onderstaande tabel vermeldt het type overspanningsbegrenzer in functie van de nominale spanning Un tussen de fasen van het net. c in combinatie met detectors XD301 of XD312 verstrekt de Vigilohm System XM300C aldus naar buiten informatie over het isolatieniveau. De Vigilohm System XM300C biedt naast de functies van de XM200. Met de apparaten voor permanente isolatiebewaking Vigilohm System XM300C en XML308/XML316 werd een volgende belangrijke stap voorwaarts gezet. De detectors XD301 (voor 1 vertrek) en XD312 (voor 12 vertrekken) zijn ontvangers/ foutdetectors.9 kΩ digitale uitlezing 115 tot 525 V c IP30 XML308/316 45 tot 400 Hz i 1700 V (1) 45 tot 400 Hz i 1000 V (1) i 1200 V(1) WS : 2. die de informatie.

Dit is mogelijk met de hierna volgende oplossingen. Dit type aansluiting vereist 1 apparaat voor permanente isolatie-bewaking per transformator. opgelegd door de normen Volgens de norm NFC 15-100. § 532. want elk apparaat voor isolatiebewaking zal de andere interpreteren als een isolatiefout. CPI PIB PIB CPI 1 2 3 Gids laagspanningsverdeling 2003 K203 .Deze configuratie biedt een bijkomend voordeel: indien de LSaankomstvermogensschakelaar opent blijft het apparaat voor isolatiebewaking de secundaire wikkeling van de tranformator bewaken.B. 1 2 3 N PIB CPI PE Voeding door meerdere parallelle en koppelbare transformatoren In geval meerdere transformatoren kunnen parallelgeschakeld worden kunnen dus verscheidene apparaten voor isolatiebewaking gelijktijdig stromen injecteren in hetzelfde LS-net. Dit moet volstrekt voorkomen worden. evenals de aankomstkabels en de overspanningsbegrenzer (Cardew C). Het is dus mogelijk het opniew sluiten van de aankomstvermogensschakelaar van de LS-installatie te verhinderen indien stroomopwaarts van deze vermogensschakelaar een isolatiefout optreedt.Verplichtingen bij P.I.4. De apparaten zullen elkaar wederzijds verblinden. moeten apparaten voor permanente isolatiebewaking aangesloten worden tussen aarde en nulleider (indien deze verdeeld is) en zo dicht mogelijk bij de oorsprong van de installatie. 1i Voeding door een enkele HS/LS-transformator Bij voeding door een HS/LS-transformator adviseren wij het apparaat voor permanente isolatiebewaking aan te sluiten tussen het nulpunt van de transformator (indien voorhanden) en de equipotentiaallus van de verbruikersmassa’s. Het is dan ook nodig de apparaten voor isolatiebewaking van alle bronnen "onderling te vergrendelen". De aardingsklem moet zo dicht mogelijk bij de aarding van de massa’s van de installatie aangebracht worden. Dit type schema wordt al gauw erg ingewikkeld naarmate het aantal bronnen toeneemt en indien het railstel kan opgedeeld worden in verscheidene delen met behulp van vermogensschakelaars die de rails koppelen.

Het is met dit systeem mogelijk netten te beheren waarbij het hoofdrailstel kan opgedeeld worden in verscheidene delen met behulp van vermogensschakelaars die de rails koppelen. Apparaten voor permanente isolatiebewaking met communicatiemogelijkheid kunnen onderling dialogeren en het injecteren van hun signaal van 2.B.opgelegd door de normen Voeding door meerdere parallelle en koppelbare transformatoren (vervolg) Automatische oplossing Dit type onderlinge vergrendeling kan in het apparaat voor isolatiebewaking geïntegreerd worden middels informatietransmissie naar het apparaat over de status van de bijhorende aankomstvermogensschakelaar. noch de overspanningsbegrenzers indien een of meerdere aankomstvermogensschakelaars openen.I. bij het koppelen van railstellen stelt zich opnieuw het probleem van het onderling uitsluiten van de apparaten voor isolatiebewaking. Deze configuratie laat niet toe de secundaire wikkeling van de transformatoren te bewaken. Dit systeem met interne communicatie is beperkt tot maximaal 4 apparaten voor permanente isolatiebewaking. Dit geldt met name voor de apparaten met communicatiemogelijkheid van het gamma Vigilohm System (XM300C XML308/316).Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen IT-nulleiderstelsel Verplichtingen bij P. De interface XAS dient voor de voeding van de communicatiebus. interne communicatiebus bus de communication interne CPI PIB CPI PIB CPI PIB XAS 1 2 3 Economische oplossing Het is mogelijk het apparaat voor permanente isolatiecontrole rechtstreeks op het hoofdrailstel aan te sluiten. Anderzijds. noch de aankomstkabels.5 Hz stoppen zodra er kans op onderlinge verblinding bestaat. 1 2 3 N CPI PIB K204 Gids laagspanningsverdeling 2003 .

Afwezigheid van spanning met onderbreking van de kring.B. omschakelaar de transfert by-pass kring circuit by-pass interrupteur R2 R1 1 CPI PIB CPI 2 CPI PIB CPI 2 2 Beveiligingsinrichtingen voor personen bij een installatie met een onderbrekingsvrije voeding zonder galvanische scheiding. dat bij het begin van de installatie geplaatst is. die niet meer gevoed wordt. Vandaar dat. TO of beide. is het nodig: c voorlopig het stelsel met geaarde nulleider stroomafwaarts van de onderbrekingsvrije voeding te herstellen en volgens de “positie van de nulleider ten opzichte van de aarde” de bewakingsinrichtingen in dienst te stellen. met inbegrip van het gedeelte stroomafwaarts van de onderbrekingsvrije voeding. een nulspanningsrelais R1 gebruikt wordt. de werking van de PIB 2 niet verstoort. A B Opmerkingen: c de PIB 2 moet zo aangesloten worden dat haar werking verzekerd blijft. waardoor de nulleider van de algemene voedende installatie onderbroken wordt. Afwezigheid van spanning zonder onderbreking van de kringen die de continuïteit verzekeren van de nulleider van de voedende installatie. c afwezigheid van spanning met onderbreking van de kring. afhankelijk van het type onderbrekingsvrije voeding. TR.I. zelfs tijdens onderhoudswerkzaamheden aan een van de parallelle ketens c de PIB 2 bewaakt (terwijl zij in dienst is) het geheel van de installaties stroomafwaarts en stroomopwaarts. Gids laagspanningsverdeling 2003 K205 . tot aan de geopende onderbrekingsinrichtingen stroomopwaarts c in de praktijk zijn de ketens gelijkrichteromvormer identiek en omvatten zij vaak ten minste een scheidingstransformator. Bij het wegvallen van de spanning op alle ingangen stroomopwaarts van de onderbrekingsvrije voeding wordt de permanente isolatiebewaking PIB 2 automatisch in dienst gesteld door gebruik te maken van een nulspanningsrelais (R2). de ganse installatie bewaken. In dit tweede geval en gedurende de tijd dat de nulleider onderbroken is.Gebruik van de P. alternatieve ingangen entrées alternatives keten n n chaine keten 2 2 chaine 1i TR gelijkrichterredresseur chargeur lader omvormer onduleur TO keten 1 1 chaine TB circuit by-pass by-pass kring interrupteur omschakelaar de transfert alternatieve sortie uitgang alternative Configuratie van een onderbrekingsvrije voeding en plaatsing van de eventueel noodzakelijke transformatoren voor aanpassing van de spanning en/of de galvanische scheiding. dat de PIB 1 van de stroomopwaartse installatie scheidt. De galvanische scheiding kan bekomen worden door gebruik van transformatoren met gescheiden wikkelingen aan de ingang of de uitgang van de onderbrekingsvrije voeding. zal het apparaat voor permanente isolatiebewaking PIB 1. bij onderbrekingsvrije voedingen Statische onderbrekingsvrije voedingen kunnen enkele specifieke kenmerken vertonen met betrekking tot het gebruik van apparaten voor permanente isolatiebewaking. waardoor de nulleider van de algemene voedende installatie onderbroken wordt. Ook hangt de indienststelling van de PIB 2 slechts af van de afwezigheid van spanning stroomopwaarts van de by-pass en haar bewaking strekt zich uit over de stroomopwaartse installatie. Gevolgen voor het IT-stelsel Zonder galvanische scheiding en bij normale werking. behalve indien een onderbrekingsinrichting op de by-pass geopend is. c de nodige schikkingen te treffen om zonodig de bewaking van de GS-kringen te verzekeren (zie volgende pagina). bij afwezigheid van spanning op de transformator A moet er voor gezorgd worden dat de PIB 1. Men dient dan twee mogelijkheden van afwezigheid van spanning te beschouwen: c afwezigheid van spanning zonder onderbreking van de kringen die de continuïteit verzekeren van de nulleider van de voedende installatie. Bij deze eerste mogelijkheid blijft het initiële schema van de aardverbindingen behouden en sommige beveiligingsinrichtingen van de stroomopwaartse installatie kunnen gebruikt worden voor de beveiliging van de stroomafwaartse installatie. Er kunnen zich twee gevallen voordoen: c onderbrekingsvrije voeding zonder galvanische scheiding tussen ingangen en uitgangen c onderbrekingsvrije voeding met galvanische scheiding tussen ingangen en uitgangen. Evenwel. Onderbrekingsvrije voedingen zonder galvanische scheiding Twee mogelijkheden Deze configuratie is steeds van toepassing indien de ketens of de by-pass rechtstreeks aangesloten zijn of slechts een autotransformator omvatten tussen de installaties stroomopwaarts en stroomafwaarts. aangezien de nulleider niet onderbroken is.

B. afhankelijk van de gekozen beveiligingsinrichtingen en het nulleiderstelsel van de installaties stroomopwaarts en stroomafwaarts. De galvanische scheiding wordt verzekerd door transformatoren met gescheiden wikkelingen. A TR en/of et/ou TO TR en/of et/ou TO interrupteur omschakelaar de transfert F U3 U2 U1 circuit by-pass De beveiliging van personen bij tweede fout wordt normaal verzekerd door de beveiligingen tegen overstromen.I. Ze zijn dan ook aan te bevelen: c indien er een echt gelijkspanningsnet aanwezig is (meerdere verbruikers) c indien er geen galvanische scheiding bestaat tussen de batterijen en de installatie stroomafwaarts van de onderbrekingsvrije voeding (zeldzaam). Dit kan voorkomen worden door gebruik van een relais. zoals R1 op het schema.5 Hz) Principe: het apparaat injecteert een laagfrequente wisselstroom tussen een van de polariteiten van de GS-kringen en de aarde. Zij kunnen de goede werking van beveiligingsinrichtingen storen (met ongewenste alarmmeldingen en/of uitschakelingen tot gevolg). Geïnstalleerd aan beide zijden van een vermogensomvormer (gelijkrichter of wisselrichter) zonder galvanische scheiding zal de wederzijdse storing rechtstreeks afhangen van de geleidingsgraad van de halfgeleiders van de omvormer. K206 Gids laagspanningsverdeling 2003 N PIB CPI 2 . Bij het optreden van een isolatiefout in een van de GS-kringen gaat een stroom vloeien. Bij apparaten voor permanente isolatiebewaking kunnen zij soms bij het aanleggen van de spanning vluchtige foutmeldingen veroorzaken bij systemen met injectie van gelijkstroom (lading van de condensatoren) of blijvende foutmeldingen bij systemen met injectie van wisselstroom. die op elk van de kanalen met gelijkrichter/omvormer (TR of TO) geplaatst worden en op de by-pass (TB) ofwel door een transformator met gescheiden wikkelingen stroomafwaarts van de onderbrekingsvrije voeding.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen IT-nulleiderstelsel Gebruik van de P. Zij hangt in het bijzonder af van: c het al dan niet aanwezig zijn van een statische contactor c het aantal onderbrekingsvrije voedingen: een enkele of meerdere met passieve of actieve redundantie v het al dan niet aanwezig zijn van een galvanische scheidingstransformator TR of TO. elkaar wederzijds storen.en gemengde netten kunnen bewaken. Gevolgen voor het IT-stelsel Een PIB 2 tussen een van de actieve geleiders stroomafwaarts van de onderbrekingsvrije voeding en de aarde controleert op isolatiefouten bij de verbruikers evenals bij de onderbrekingsvrije voeding tot aan de transformatoren TR of TO. aangesloten op twee elektrisch niet gescheiden installaties. Deze interactie kan positief zijn Bijv. indien de beveiligingsinrichting stroomopwaarts eveneens de GS-kringen bewaakt Zij kan negatief zijn: c tussen twee apparaten voor isolatiebewaking: net als bij WS-kringen zullen ook hier twee apparaten van hetzelfde type. bij onderbrekingsvrije voedingen Onderbrekingsvrije voedingen met galvanische scheiding Het nulleiderstelsel stroomopwaarts en stroomafwaarts kan al dan niet verschillend zijn. die gedetecteerd wordt door de meetkringen (bijv. Interactie tussen de bewakingsinrichtingen van de GS-kringen en die van de installaties stroomopwaarts en stroomafwaarts Deze interactie is rechtstreeks verbonden met het schema van de onderbrekingsvrije voeding. Vigilohm XM200). Gebruik van permanente isolatiebewaking met injectie van laagfrequentstroom (2.5 Hz injecteert.als GS. Isolatiebewaking van de GS-kring en de batterijen Storingen door filters Filters op basis van geaarde condensatoren worden vaak gebruikt voor computers en soms ook voor onderbrekingsvrije voedingen. c tussen een apparaat voor isolatiebewaking met injectie en een apparaat met spanningsbalans: een apparaat dat gelijkstroom of laagfrequente wisselstroom injecteert zal de inwendige weerstand (R/2) van een inrichting met spanningsbalans meten. laten ook het opzoeken van isolatiefouten toe (Vigilohm System XM200). Deze apparaten. Deze interactie kan zonder gevolg zijn: c indien er een galvanische scheiding bestaat tussen de batterijen en de installaties (WS) stroomopwaarts en stroomafwaarts c tussen het apparaat voor isolatiebewaking en een differentieelinrichting of vermogensschakelaar. die zowel WS. Om deze bijverschijnselen te voorkomen vermelden we ter informatie dat de totale capaciteit van de filters niet hoger mag zijn dan 30 µF bij gebruik van een isolatiebewaking die een stroom van 2. Galvanische scheiding is altijd noodzakelijk indien de bedrijfsomstandigheden stroomafwaarts niet compatibel zijn met het nulleiderstelsel stroomopwaarts en omgekeerd.

IT-stelsel.41 0. kaliber (A) 10 16 107 67 176 110 283 176 425 265 708 442 708 20 53 88 142 212 354 566 885 25 42 71 113 169 283 452 708 C60a/N/H/L. 400 V. UL = 50 V.24 0.6 222 370 592 740 32 33 55 88 132 221 354 553 774 2.25 3 0. nulleider niet verdeeld. nulleider niet verdeeld. kaliber (A) 1 2 530 265 885 442 708 3 176 295 471 708 4 132 221 354 530 885 6 88 147 236 354 589 10 52 88 142 212 354 566 885 16 32 55 88 132 221 354 553 774 20 26 44 71 106 176 283 442 620 885 20 19 32 50 76 126 202 316 442 632 32 16 27 44 66 110 176 276 387 553 32 12 19 32 47 78 126 197 276 394 16 23 39 63 95 158 252 394 553 790 40 13 22 35 52 88 142 221 310 402 40 9 15 25 38 63 101 158 223 316 25 15 25 40 60 101 161 252 354 505 100 5 8 13 21 35 56 88 123 176 100 3 6 10 15 25 40 63 88 126 125 4 7 11 16 27 44 69 97 139 125 2 4 6 10 16 27 42 59 84 C60N.4 0. Correctiefactoren. nulleider niet verdeeld. koperen kabel.16 0.25 0.15 (*) Bij netten 237 V tussen de fasen bovendien een coëfficiënt 0.Maximale kabellengten 1i Maximale kabellengte van de leidingen (in meter) bij een IT-stelsel met beveiliging tegen onrechtstreekse aanraking door vermogensschakelaars of automaten.3 60 100 161 241 402 643 12.24 0. 400 V. C120N/H Curve B Driefasig net.5 2.6 2.19 4 0.5 2. kaliber (A) 1. kaliber (A) 1 2 379 189 632 316 488 758 3 126 210 336 505 843 4 95 158 252 379 632 6 63 105 168 252 421 674 10 38 63 101 151 252 404 632 885 16 23 39 63 95 158 252 394 553 790 10 38 63 101 151 252 404 632 885 C60LMA.37 2 0. koperen kabel.5 4 6 10 16 25 35 50 Sfasen mm2 1.4 0. toe te passen op de in de tabellen K207 tot K212 opgegeven lengten* driefasige netten 400 V (1) Sfase SPE Cu-kabel Al-kabel 1 nulleider niet verdeeld nulleider verdeeld nulleider niet verdeeld nulleider verdeeld 1 0. UL = 50 V.5 4 6 10 16 25 35 50 kaliber (A) 0. P25M Driefasig net.5) Sfasen mm2 1. Gids laagspanningsverdeling 2003 K207 .4 118 246 395 493 40 27 44 71 106 176 283 393 550 885 25 21 35 56 84 142 226 354 495 705 25 15 25 40 60 101 161 252 354 505 4 89 148 237 296 6 59 98 158 197 50 22 35 56 84 142 226 354 495 708 10 37 61 98 123 63 16 27 45 67 112 180 281 393 562 50 10 17 28 42 71 113 176 247 354 50 7 13 19 30 50 80 126 176 252 16 23 39 62 79 80 13 24 35 52 88 142 223 310 442 63 8 13 22 33 56 90 140 196 281 63 6 10 16 24 39 64 100 140 200 80 6 11 17 26 44 71 110 155 223 80 4 7 12 18 30 50 76 106 154 20 18 31 49 61 25 14 24 39 49 100 10 17 28 42 71 113 176 249 354 C60N/L. UL = 50 V.5 2.5 4 6 10 16 25 35 50 Sfasen mm2 1.6 0. Bij éénfasige netten 237 V (tussen fase en N).62 0. De berekende waarden gaan uit van het meest ongunstige geval. nulleider niet verdeeld. Sfase = SPE.5 0. UL = 50 V. Sfase = SPE. 400 V. UL = 50 V.5 30 50 80 122 202 323 505 708 40 9 15 25 38 63 101 158 221 316 63 6 10 16 24 39 64 100 140 200 80 4 6 10 15 26 42 66 92 142 De werking van de magnetische beveiliging is verzekerd bij Im ± 20%. namelijk Im + 20%. Sfase = SPE. koperen kabel. Sfase = SPE. C120N/H. Sfasen mm2 1. IT-stelsel.5 2. koperen kabel.67 0. deze bijkomende coëfficiënt niet gebruiken.3 0. C120N/H. Sfase = SPE. NG125N/H/L Curve C Driefasig net. nulleider niet verdeeld.5 2. IT-stelsel.5 4 5 (2 x 2. koperen kabel.31 0. NG125LMA Curve MA Driefasig net. IT-stelsel. 400 V.5 4 6 10 16 25 35 50 Sfasen mm2 1.5 237 151 394 252 632 404 607 4 95 158 252 379 632 6. IT-stelsel.6 635 1 058 1 370 617 987 1.4 899 0. 400 V. NG125N/L Curve D C60L Curve K Driefasig net.57 gebruiken.

nulleider niet verdeeld.4 0.62 0.4 0.3 0. 400 V.5 Im (A) 15 296 494 790 1185 1975 3160 35 127 212 339 508 847 1354 2116 2963 6. koperen kabel. kaliber (A) In (A) 2. De berekende waarden gaan uit van het meest ongunstige geval.5 2.25 0.5 2. IT-stelsel. UL = 50 V. UL = 50 V.31 0. nulleider niet verdeeld.3 35 127 212 339 508 847 1354 2116 2963 4233 88 51 84 135 202 337 539 842 1178 1684 2357 12.67 0. 400 V.15 (1) Bij netten 237 V tussen de fasen bovendien een coëfficiënt 0. Sfase = SPE. IT-stelsel.5 2. kaliber (A) In (A) 16 Im (A) 63 71 118 188 282 470 752 NS100N/H/L Losser type MA Driefasig net.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 Sfasen (mm2) 1.3 35 127 212 339 508 847 1354 2116 2963 4233 88 51 84 135 202 337 539 842 1178 1684 2357 25 80 56 93 148 222 370 593 926 1296 12. Sfase = SPE.41 0. kaliber (A) In (A) 100 Im (A) 600 7 12 19 29 49 79 123 172 246 1400 3 5 8 12 21 33 53 74 106 150 1200 4 6 10 15 25 40 62 86 123 1950 2 4 6 9 15 24 38 53 76 106 220 1760 3 4 7 10 17 27 42 59 84 118 160 2860 2 3 4 6 10 17 26 36 52 73 98 320 2560 2 3 5 7 12 19 29 41 58 81 110 139 4160 1 2 3 4 7 11 18 25 36 50 68 85 500 4000 1 2 3 4 7 12 19 26 37 52 70 89 111 137 6500 1 1 2 3 5 7 11 16 23 32 43 55 68 84 De werking van de magnetische beveiliging is verzekerd bij Im ± 20%. 400 V.19 4 0. Sfase = SPE.5 2.25 3 0. koperen kabel. K208 Gids laagspanningsverdeling 2003 . toe te passen bij netten 400 V tussen de fasen (*) m = Sfase/Spe Cu-kabel Al-kabel nulleider niet verdeeld nulleider verdeeld nulleider niet verdeeld nulleider verdeeld 1 1 0.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen IT-nulleiderstelsel Maximale kabellengten Correctiefactoren. UL = 50 V. 400 V. NS80H-MA Driefasig net. deze bijkomende coëfficiënt niet gebruiken. IT-stelsel.57 gebruiken. Bij éénfasige netten 237 V (tussen fase en N). Sfasen (mm2) 1. IT-stelsel.6 0.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 kaliber (A) In (A) 2.5 0.5 Im (A) 15 296 494 790 1185 1975 3160 35 127 212 339 508 847 1354 2116 2963 6. UL = 50 V.5 75 59 99 158 237 395 632 988 1383 1975 2765 175 25 42 68 102 169 271 423 593 847 1185 25 150 30 49 79 119 198 316 494 691 988 1383 40 80 56 93 148 222 370 593 926 1296 1852 350 13 21 34 51 85 135 212 296 423 593 50 300 15 25 40 59 99 158 247 346 494 691 700 6 11 17 25 42 68 106 148 212 296 63 125 36 59 95 142 237 379 593 830 1185 1659 80 480 9 15 25 37 62 99 154 216 309 432 1120 4 7 11 16 26 42 66 93 132 185 NS100N/H/L Losser type TM-G Driefasig net. namelijk Im + 20%. nulleider niet verdeeld. koperen kabel.24 0. koperen kabel.37 2 0.5 75 59 99 158 237 395 632 988 1383 1975 2765 3753 175 25 42 68 102 169 271 423 593 847 1185 1608 25 150 30 49 79 119 198 316 494 691 988 1383 1877 2370 350 13 21 34 51 85 135 212 296 423 593 804 1016 50 300 15 25 40 59 99 158 247 346 494 691 938 1185 1481 1827 700 6 11 17 25 42 68 106 148 212 296 402 508 635 783 100 600 9 15 25 37 62 99 154 216 309 432 586 741 926 1142 1400 4 7 11 16 26 42 66 93 132 185 251 317 397 489 NS160 tot NS630N/H/L Losser type MA Driefasig net.5 4 6 10 16 25 35 50 70 Sfasen (mm2) 1.5 4 6 10 16 25 35 50 70 Sfasen (mm2) 1. nulleider niet verdeeld. Sfase = SPE.

Ui = 50 V. UL = 50 V.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 kaliber (A) In (A) Im (A) 16 190 23 39 62 94 156 250 25 300 15 25 40 59 99 158 247 346 40 500 9 15 24 36 59 95 148 207 296 63 500 9 15 24 36 59 95 148 207 296 415 80 650 7 12 19 28 47 75 118 165 235 329 447 250 1250 4 6 9 14 24 38 59 83 119 166 225 284 356 439 569 711 100 800 6 9 15 22 37 59 93 130 185 259 352 NS160N/H/L tot NS250N/H/L Losser type TM-D Driefasig net.5 2.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 Sfasen (mm2) 1.1i NS100N/H/L Losser type TM-D Driefasig net. Gids laagspanningsverdeling 2003 K209 . nulleider niet verdeeld. IT-stelsel.5 2. De berekende waarden gaan uit van het meest ongunstige geval. IT-stelsel. nulleider niet verdeeld. 400 V. koperen kabel. namelijk Im + 20%. kaliber (A) In (A) Im (A) 80 1000 4 6 9 14 24 38 59 83 119 166 225 284 100 1250 4 6 9 14 24 38 59 83 119 166 225 284 125 1250 4 6 9 14 24 38 59 83 119 166 225 284 160 1250 4 6 9 14 24 38 59 83 119 166 225 284 200 1000 4 7 12 18 30 47 74 104 148 207 281 356 444 548 2000 2 4 6 9 15 24 37 52 74 104 141 178 222 274 2500 2 3 5 7 12 19 30 41 59 83 113 142 178 219 284 356 De werking van de magnetische beveiliging is verzekerd bij Im ± 20%. koperen kabel. geaarde nulleider. Sfasen (mm2) 1. 400 V. Sfase = SPE. geaarde nulleider. Sfase = Spe.

4 . De drempelwaarden van de korte vertraging. namelijk Im + 15%.5 2. 400 V.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 Im (A) STR22SE 160 A STR22SE 250 A Sfasen (mm2) 1. nulleider niet verdeeld. K210 Gids laagspanningsverdeling 2003 . De drempelwaarden van de korte vertraging. 0.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen IT-nulleiderstelsel Maximale kabellengten NS100N/H/L tot NS250N/H/L Beveiligingsunit type STR22SE/GE Driefasig net. Im (A) 240 378 beveiligingsunits STR23SE / STR53UE NS400 c c NS630 c 2 Sfasen (mm ) 35 451 286 50 644 409 70 902 573 95 1224 777 120 1546 982 150 1932 1227 185 2383 1513 240 3092 1963 300 3865 2454 600 c c 180 258 361 490 618 773 953 1237 1546 1250 c c 87 124 173 235 297 371 458 594 742 1600 c c 68 97 135 184 232 290 357 464 580 4000 c c 27 39 54 73 93 116 143 186 232 c 17 25 34 47 59 74 91 118 147 De werking van de magnetische beveiliging is verzekerd bij Im ± 15%. nulleider niet verdeeld. koperen kabel. UL = 50 V.4 x 100 = 40 A v Im = 2 x 40 = 80 A v Im = 5 x 40 = 200 A v Im = 10 x 40 = 400 A c Ir = 1 x 100 = 100 A v Im = 2 x 100 = 200 A v Im = 5 x 100 = 500 A v Im = 10 x 100 = 1000 A. die bij elke beveiligingsunit opgegeven zijn. 5 en 10 x Ir. Voorbeeld Voor een beveiligingsunit STR22SE 100 A c Ir = 0. 400 V. IT-stelsel. koperen kabel.63 en 1 x In Im = 2. UL = 50 V. 5 en 10 x Ir.5 2.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 38 c 122 203 325 488 814 1302 2034 2848 4068 60 c c 77 129 206 309 515 824 1288 1804 2576 3607 4895 80 c c 58 97 155 232 386 618 966 1353 1932 2705 3671 4638 95 c c 49 81 130 195 325 521 814 1139 1627 2278 3092 3905 4882 126 c c 37 61 98 147 245 393 613 859 1227 1718 2331 2945 3681 4540 150 c c 31 52 82 124 206 330 515 721 1031 1443 1958 2473 3092 3813 4947 500 c c 9 15 25 37 62 99 155 216 309 433 587 742 928 1144 1484 1855 800 c c 135 193 271 367 464 580 715 928 1159 160 c c 29 48 77 116 193 309 483 676 966 1353 1836 2319 2899 3575 4638 5797 640 c c 7 12 19 29 48 77 121 169 242 338 459 580 725 894 1159 1449 200 c c 23 39 62 93 155 247 386 541 773 1082 1469 1855 2319 2860 3710 4638 790 c 6 10 16 23 39 63 98 137 196 274 372 470 587 724 939 1174 250 c c 19 31 49 74 124 198 309 433 618 866 1175 1484 1855 2288 2968 3710 800 c c 6 10 15 23 39 62 97 135 193 271 367 464 580 715 928 1159 315 c c 15 25 39 59 98 157 245 344 491 687 932 1178 1472 1816 2356 2945 400 c c 12 19 31 46 77 124 193 271 386 541 734 928 1159 1430 1855 2319 500 c 9 15 25 37 62 99 155 216 309 433 587 742 928 1144 1484 1855 630 c 7 12 20 29 49 79 123 172 245 344 466 589 736 908 1178 1472 1000 c 5 8 12 19 31 49 77 108 155 216 294 371 464 572 742 928 150 c 31 52 82 124 206 330 515 721 1031 1443 1958 2473 3092 3813 235 c 20 33 53 79 132 211 329 460 658 921 1250 1579 1973 2434 3158 3947 240 c c 19 32 52 77 129 206 322 451 644 902 1224 1546 1932 2383 3092 3865 320 c c 14 24 39 58 97 155 242 338 483 676 918 1159 1449 1787 2319 2899 375 c c 12 21 33 49 82 132 206 289 412 577 783 989 1237 1525 1979 2473 1000 1250 1575 1600 2500 c c c c c c c 5 8 12 19 31 49 77 108 155 216 294 371 464 572 742 928 2000 c c 54 77 108 147 186 232 286 371 464 4 6 10 15 25 40 62 87 124 173 235 297 371 458 594 742 2500 c c 43 62 87 117 148 186 229 297 371 3 5 8 12 20 31 49 69 98 137 186 236 294 363 471 589 3 5 8 12 19 31 48 68 97 135 184 232 290 357 464 580 2 3 5 7 12 20 31 43 62 87 117 148 186 229 297 371 6300 NS400N/H/L tot NS630N/H/L Beveiligingsunit type STR23SE/STR53UE Driefasig net. Sfase = SPE. IT-stelsel. De berekende waarden gaan uit van het meest ongunstige geval. die bij elke beveiligingsunit opgegeven zijn. stemmen overeen met : Ir = 0. Im (A) STR22SE 40 A STR22SE 100 A Sfasen (mm2) 1. stemmen overeen met : Ir = 0. Sfase = SPE.4 en 1 x In Im = 2.

koperen kabel.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 Im STR22ME 150 A STR22ME 220 A Sfasen (mm2) 1. nulleider niet verdeeld. Gids laagspanningsverdeling 2003 K211 .6 en 1 x In Im = 13 x Ir. Ir = 0.1i NS100N/H/L tot NS250N/H/L Beveiligingsunit STR22ME Driefasig net. nulleider niet verdeeld. worden omsloten door de overeenstemmende maximum.6 en 1 x In Im = 13 x Ir. IT-stelsel. Sfase = SPE.5 2. De drempelwaarden van de korte vertraging. UL = 50 V. IT-stelsel. Sfase = SPE. UL = 50 V. 400 V. De berekende waarden gaan uit van het meest ongunstige geval. koperen kabel. Im STR43ME 320 A STR43ME 500 A Sfasen (mm2) 35 50 70 95 120 150 185 240 300 De werking van de magnetische beveiliging is verzekerd bij Im ± 15%. namelijk Im + 15%. Im STR22ME 40 A STR22ME 50 A STR22ME 80 A STR22ME 100 A Sfasen (mm2) 1. die bij elke beveiligingsunit opgegeven zijn. 400 V.5 2.en minimumwaarden van Ir: Ir = 0.5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 312 c 390 c c 520 c c 611 c c 8 13 20 30 51 81 127 177 253 354 481 607 759 936 1214 1518 1702 c c 3 5 7 11 18 29 45 64 91 127 172 218 272 336 436 545 715 780 1040 1170 1300 c 6 11 17 26 43 69 108 151 216 666 411 519 649 800 1038 1297 c c 6 10 16 24 40 63 99 139 198 555 377 476 595 733 951 1189 1898 c c 2 4 7 10 16 26 41 57 81 114 155 195 244 301 391 489 5330 c 20 29 41 55 70 87 107 139 174 c c 4 7 12 18 30 48 74 104 297 149 282 357 446 550 713 892 c 4 7 11 16 26 42 66 92 264 132 251 317 393 489 634 793 2665 c 2 3 5 7 12 19 29 41 58 81 110 139 174 215 278 348 6500 c 17 24 33 45 57 71 88 114 143 c 4 6 10 14 24 38 59 83 238 119 226 285 357 440 571 713 15 25 40 59 99 159 248 347 495 694 941 1189 1486 12 20 32 48 79 127 198 277 396 555 753 951 1189 1467 9 15 24 36 59 95 149 208 297 416 565 713 892 1100 1427 1784 1300 c 4 6 10 14 24 38 59 83 119 166 226 285 357 440 571 713 3900 c c 28 40 55 75 95 119 147 190 238 1170 c 4 7 11 16 26 42 66 92 132 185 251 317 396 489 634 793 2665 c 41 58 81 110 139 174 215 278 348 NS400N/H/L tot NS630N/H/L Beveiligingsunit STR43ME Driefasig net.

63 (500 A) min.0A .5 Ir) (10 Ir) 1 875 12 500 56 81 113 153 194 210 248 309 372 8 12 17 23 29 31 37 46 55 De werking van de magnetische beveiliging is verzekerd bij Im ± 15%. max. (1.63 (630 A) min. 400 Vkoperen kabel. (A) (1) Sfasen (mm2) 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 I magn. I magn. (1. max.8 (800 A) min.5 Ir) (10 Ir) 750 5 000 141 202 282 383 484 526 621 774 930 21 30 42 57 73 79 93 116 139 Ir = 0.4 (320 A) min. (1. (1. max.5 Ir) (10 Ir) 600 4 000 126 176 252 353 479 605 657 777 967 1163 19 26 38 53 72 91 98 116 145 174 Ir = 0. nulleider niet verdeeld. max.0A .7.5. UL = 50 V . IT-stelsel. (1. Ir = 0.4 (400 A) min.4 (500 A) min. nulleider niet verdeeld.5 Ir) (10 Ir) 750 5 000 101 141 202 282 383 484 526 621 774 930 15 21 30 42 57 73 79 93 116 139 Ir = 0. max. (1.5.7.0A Driefasig net.0A Driefasig net. max.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen IT-nulleiderstelsel Maximale kabellengten NS800N/H/L Met elektronische beveiligingsunit type Micrologic 2. (A) (1) Sfasen (mm2) 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 I magn.5 Ir) (10 Ir) 1 200 8 000 63 88 126 176 239 302 328 388 484 581 9 13 19 26 36 45 49 58 79 87 NS1000N/H/L Met elektronische beveiligingsunit type Micrologic 2.0A .5 Ir) (10 Ir) 1 500 10 000 71 101 141 192 242 263 310 387 465 11 15 21 29 36 39 46 58 69 Ir = 1 (1 250 A) min. Sfase = SPE. De berekende waarden gaan uit van het meest ongunstige geval.5 (400 A) min.5 Ir) (10 Ir) 1 181 7 875 90 128 179 243 307 334 394 491 591 13 19 27 36 46 50 59 73 88 Ir = 0. max. 400 Vkoperen kabel. Ir = 0.5 Ir) (10 Ir) 600 4 000 126 176 252 353 479 605 657 777 968 1163 19 26 38 53 72 91 98 116 145 174 Ir = 0. (1. (1. max.5 Ir) (10 Ir) 945 6 300 80 112 160 224 304 384 417 493 614 738 12 17 24 34 46 58 62 74 92 110 Ir = 0. (1. . UL = 50 V .0A Driefasig net. max.5 (625 A) min. (1.5. (1. UL = 50 V . (1. max.5 Ir) (10 Ir) 940 6 400 80 113 161 225 306 386 419 496 617 109 12 17 24 33 45 57 61 73 90 109 Ir = 1 (800 A) min. max. max.5 Ir) (10 Ir) 937 6 250 113 161 226 307 387 421 497 619 745 17 24 34 46 58 63 74 93 111 Ir = 0. K212 Gids laagspanningsverdeling 2003 .0A .5 A) min.0A . . (A) (1) Sfasen (mm2) 35 50 70 95 120 150 185 240 300 Ir = 0.5 Ir) (10 Ir) 480 3 200 158 221 315 441 599 756 822 971 1209 1454 24 33 47 66 90 113 123 145 181 218 Ir = 0.5 (500 A) min. (1.5 Ir) (10 Ir) 1 500 10 000 50 71 101 141 192 242 263 310 387 465 5 11 15 21 29 36 39 46 58 69 NS1251N/H Met elektronische beveiligingsunit type Micrologic 2. max. Sfase = SPE.5 Ir) (10 Ir) 750 5 000 101 141 202 282 383 484 526 621 774 930 15 21 30 42 57 73 79 93 116 139 Ir = 0. max.8 (640 A) min. IT-stelsel.5 Ir) (10 Ir) 1 200 8 000 63 88 126 176 239 302 328 388 484 581 9 13 19 26 36 45 49 58 72 87 Ir = 1 (1 000 A) min.8 (1 000 A) min. max. nulleider niet verdeeld.7. . (1. namelijk Im + 15%. (1.0A . 400 Vkoperen kabel. Sfase = SPE. IT-stelsel.63 (787.

gecombineerd met detectoren XD301 of XD312 op de vertrekken of apparaten voor foutlokalisering XL308 of XL316 c hetzij door een Vigilohm System XML308 of XML316. ..Gelijkspanningsnet geïsoleerd van de aarde 1i De wetgeving beveelt signalering of uitschakeling bij de eerste fout aan De uitschakeling wordt in de praktijk zelden toegepast en is wegens dwingende redenen van bedrijfscontinuïteit vaak onmogelijk. De foutstroom wordt gedetecteerd door torussen. Een laagfrequentstroom (meestal 2.5 Hz) wordt in de kring geïnjecteerd : c hetzij door een Vigilohm system XM200. 2 en 3). die op de verschillende vertrekken geïnstalleerd worden en verbonden zijn met de detectoren XD301 of XD312 (die het vertrek met de fout signaleren) of met apparaten voor foutlokalisering XL308 of XL316 (die het vertrek met de fout signaleren en het isolatieniveau meten). 1 Onder spanning opzoeken van een fout (Verbetering van de exploitatieomstandigheden : afb. 2 XD312 torussen XRM Afb. Opmerking : de draagbare ontvanger XRM en de bijhorende stroomtangen zijn compatibel met alle op deze pagina vermelde apparaten.) : Een Vigilohm TR5A (afb. trafo-gelijkrichter met thyristoren) of met vaste spanning : Een Vigilohm system XM200 met bijhorende detectoren XD301 of XD312 (afb. Afb.. Globale isolatiecontrole en signalering of uitschakeling bij de eerste fout Net met vaste gelijkspanning (accumulatorenbatterij. Vigilohm system XM200 of XM300C of XML308 of XML316 Vigilohm system XM200 XD301 XD301 Afb. 3 Gids laagspanningsverdeling 2003 K213 . 2). 1). gecombineerd met detectoren XD301 of XD312 op de vertrekken c hetzij door een Vigilohm System XM300C. Net met variabele gelijkspanning (gelijkspanningsgenerator.

die uitgevoerd werden door de technische diensten van Electricité de France. Deze uitschakelingen kunnen met tussenpozen optreden. Dergelijke uitschakelingen schaden niet alleen het comfort en de bedrijfscontinuïteit.Studie van een installatie Beveiliging van personen en goederen Kans op ontijdig uitschakelen bij aanwezigheid van een gelijkspanningscomponent Oorzaken van ontijdig uitschakelen Deze vervelende uitschakelingen hebben hoofdzakelijk drie oorzaken : c atmosferische overspanningen c overspanningen ingevolge bedieningen c het onder spanning brengen van kringen met een grote capaciteit ten opzichte van de aarde Atmosferische overspanningen Proefnemingen. zeer uitgestrekte kabelnetten. ontijdige uitschakelingen voordoen. Deze lekstromen naar de aarde worden vrij goed voorgesteld door een stroomgolf met periode 8/20 µs. de aarde Dit zijn kringen zoals vloerverwarming. De thans gebruikte differentieelrichtingen treden soms in werking onder invloed van vluchtige lekstromen.v.t = µs/vierkant Normgeving c Op internationaal vlak wordt deze problematiek door het IEC behandeld. waarvan de aard vergelijkbaar is met stromen die te wijten zijn aan atmosferische overspanningen.o. Zij bieden een hoog niveau van ongevoeligheid voor overgangsstromen en dekken het ganse gevoeligheidsbereik van 10 mA tot 3 A. hebben een beter inzicht verschaft in de storingen die bliksem kan veroorzaken op elektrische netten. Zij zijn de oorzaak van talrijke uitschakelingen indien de differentieelbeveiligingen niet beschermd zijn tegen de kans op ontijdig uitschakelen. in functie van de verschillende technologieën die bij differentieelbeveiligingen toegepast worden en uiteraard in overeenstemming met de te eerbiedigen veiligheidscurven. De aldus beschermde apparaten zijn herkenbaar aan het teken d op het identificatieplaatje. maar zijn moeilijk te controleren bij een bestaande installatie. Hierdoor worden namelijk de dwingende eisen qua veiligheid verzoend met de bedrijfscontinuïteit die onontbeerlijk is voor het comfort van de gebruiker. antistoringsfilters geïnstalleerd op computers en andere kantoormachines. toevallig. dat in goede staat verkeert (geen isolatiefouten).1 I = 5A/vierkant . Atmosferische ontladingen induceren in het verdeelnet vluchtige overspanningen met een steile curve (afb. Het onder spanning brengen van kringen met grote capaciteit t. Zo zijn bijv. Zij komen doorgaans vaker voor. Overspanningen ingevolge bedieningen Elektrische LS-netten worden gestoord door vluchtige overspanningen. naast de aanduiding van de gevoeligheid (I∆n). Op het niveau van de LSinstallaties veroorzaken deze overspanningen een lekstroom. I = 5 A/carreau – t = 10µs/carreau Afb. maar hebben een kleinere amplitude. Overspanningen ingevolge bedieningen veroorzaken lekstromen naar de aarde. De optredende overgangsstromen kunnen bestudeerd worden in laboratorium-opstellingen. die doorheen een capaciteit naar de aarde vloeien. zijn deze doorgaans te wijten aan vluchtige lekstromen. Hoe doet dit verschijnsel zich voor? Indien zich bij een net. Ontijdig uitschakelen kan omschreven worden als elke uitschakeling ingevolge een lekstroom die geen enkel gevaar oplevert voor personen of goederen. die wegvloeit doorheen de capaciteit die belichaamd wordt door de installatie en de aarde. vaak ook bij het onder spanning brengen van een kring of bij het onderbreken ervan. zonder dat er sprake is van een isolatiefout. K214 Gids laagspanningsverdeling 2003 . Een differentieelbeveiliging met residuele stroom verzekert de beveiliging van personen en goederen door de defecte kring spanningsvrij te maken zodra er een gevaarlijke lekstroom naar de aarde optreedt. met alle risico’s vandien. De oplossingen van Merlin Gerin Voor het ganse gamma van Merlin Gerin werden reeds verscheidene oplossingen uitgewerkt. Het voorkomen van de meerderheid van de ontijdige uitschakelingen van differentieelbeveiligingen betekent een belangrijke stap vooruit bij de verbetering van de beveiliging van personen en goederen. de differentieelschakelaars nuttig beveiligd tegen ontijdig uitschakelen. 1). maar kunnen sommige gebruikers ertoe aanzetten de beveiligingen te omzeilen. die op plaatselijk niveau kunnen veroorzaakt worden door het omschakelen van inductieve belastingen of (minder vaak) door de werking van MSbeveiligingen. waarvan de amplitude meerdere tientallen Ampère kan bereiken.

Gedrag van een differentieelinrichting bij lage temperatuur. type Si. de differentieelinrichtingen als het ware min of meer kan verblinden. is dan van toepassing. Apparaten die aan klasse A beantwoorden zijn verkrijgbaar. in functie van de verschillende technologieën die bij differentieelbeveiligingen toegepast worden en uiteraard in overeenstemming met de te eerbiedigen veiligheidscurven. thyristors. 1i Classificering volgens het IEC Het IEC heeft de differentieelinrichtingen ingedeeld in 3 klassen. Gids laagspanningsverdeling 2003 K215 . Compact NS Voor het ganse gamma Compact NS werden verscheidene oplossingen uitgewerkt. De oplossingen van Merlin Gerin Multi 9 Voor het ganse gamma Multi 9 geldt dat de standaardapparaten aan de klasse AC beantwoorden. op basis van hun geschiktheid om te werken bij een foutstroom die een gelijkspanningscomponent bevat : Klasse AC : differentieel dat enkel gevoelig is voor residuele wisselstroom Klasse A : differentieel dat gevoelig is voor gepulseerde residuele stroom Klasse B : differentieel dat gevoelig is voor zuivere gelijkstroom. triacs). Het gebruik van apparaten met logo van -25° C tot + 40° C. afhankelijk van hun bouw. naast de aanduiding van de gevoeligheid (I∆n). Onder temperatuur < -5° C kunnen de apparaten een «verblinding» ondergaan. kan de lekstroom naar de aarde een gelijkspanningscomponent bevatten die. De apparaten beantwoorden aan de vereisten van klasse A en zijn herkenbaar aan het genormaliseerde teken k op het identificatieplaatje.Gedrag van een differentieelinrichting bij aanwezigheid van een gelijkspanningscomponent De voeding van tal van apparaten en machines omvat gelijkrichtende onderdelen (dioden. Bij een isolatiefout stroomafwaarts van deze inrichtingen. Vigirex Voor het ganse gamma differentieelbeveiligingen Vigirex met afzonderlijke torus geldt dat de apparaten aan de klasse A beantwoorden. Zij laten de beveiliging van personen toe tegen de gevaren van onrechtstreekse aanraking en bestrijken het ganse gevoeligheidsbereik van 30 mA tot 30 A. De standardtypes van differentieelinrichtingen hebben een normale werking tussen -5° C en +40° C.

K216 Gids laagspanningsverdeling 2003 .

K218 K219 K221 K221 K222 K223 Gids laagspanningsverdeling 2003 K217 .1j 1 studie van een installatie 1j compensatie van de reactieve energie compensatie van reactieve energie procedure voor de keuze van een condensatorbatterij compensatie van asynchrone motoren compensatie van transformatoren regels voor de beveiliging en aansluiting van de compensatie-uitrusting filteren van harmonischen pag.

De cosinus ϕ (cos ϕ) is op zijn beurt een maat voor het elektrische rendement van een installatie.93 S = 300 kW/0.4 kV x 3 x 0. Hij is gelijk aan het quotiënt van het door de installatie verbruikte actieve vermogen en het schijnbare vermogen dat aan de installatie geleverd wordt. P (kW) Compensatie van de reactieve energie en voordelen ervan Besparing op de elektriciteitsfactuur door het terugdringen van een overmatig verbruik van reactieve energie… De energieverdeler kan de reactieve energie leveren. hoe groter het netvermogen dat aangesproken wordt om hetzelfde werk tot een goed einde te kunnen brengen.90) of voor gebruikers “onderworpen aan een tweedelig tarief C” tangens ϕ y 0.48 (of cos ϕ u 0.95).93 = 465 A of een afname van de gevoerde stroom met -20% Vermindering van de spanningsverliezen in de kabels stroomopwaarts van de compensatieuitrusting.75 = 577 A –> indien cos ϕ = 0. b hoe kleiner de arbeidsfactor. De facturatiedrempel: cos ϕ = 0. Hij is gelijk aan de verhouding van het reactieve vermogen op het verbruikte actieve vermogen.75 I = 300 kW/ 0. K218 Gids laagspanningsverdeling 2003 .75 = 400 kVA –> de transformator bereikt een maximum –> indien cos ϕ = 0.Studie van een installatie Compensatie van de reactieve energie Compensatie van reactieve energie Uitrustingen die de reactieve energie compenseren (condensatoren en batterijen) laten toe besparingen te doen op de elektriciteitskosten en de elektrische uitrustingen te optimaliseren. Dat leidt tot kleinere Jouleverliezen in kabels waar het verbruikte vermogen P = RI De gevoerde stroom is gelijk aan: I = P/U 3 cos ϕ –> indien cos ϕ = 0. Vandaar het belang voor de abonnee om een compensatie-uitrusting te plaatsen die zijn installatie optimaliseert en het verbruik van de reactieve energie zodanig vermindert dat er geen supplementen meer aangerekend worden. Daarom rekent de energieverdeler.75 S = 300 kW/0. als de elektriciteit in de vorm van middenspanning geleverd wordt.95 . Er is sprake van een goed rendement als de cos ϕ ongeveer gelijk is aan 1.is bedoeld om de klant aan te moedigen om zich met condensatoren uit te rusten.93 I = 300 kW/ 0. de geleverde reactieve energie op dezelfde wijze aan als de geleverde actieve energie. De tangens phi (tg ϕ) is een indicator voor het verbruik van de reactieve energie.93 = 323 kVA –> de transformator heeft een vermogensreserve van ongeveer 20%. hoe kleiner de arbeidsfactor (cos ϕ) en hoe groter tangens ϕ.4 kV x 3 x 0.9 of cos ϕ = 0.33 (of cos ϕ u 0. tangens ϕ y 0. Voor een vermogenstransformator met een nominaal vermogen van 400 kVA in een installatie van 300 kW is het aangesproken vermogen gelijk aan: S = P/cos ϕ –> indien cos ϕ = 0. Conclusie: b hoe meer reactieve energie de installatie verbruikt. Vermindering van de gevoerde stroom in de installatie stroomafwaarts van de LSvermogensschakelaar. maar deze levering leidt tot een overbelasting van de lijnen en de transformatoren. ϕ S( kVA ) Q (kvar) S : schijnbare vermogen P : actieve vermogen Q : reactieve vermogen ϕ : faseverschil tussen het schijnbare vermogen en het actieve vermogen (gelijk aan het faseverschil tussen de stroom en de spanning) reactieve vermogen (kvar) tg ϕ = Q = P actieve vermogen (kW) P actieve vermogen (kW) cos ϕ = = S schijnbare vermogen (kVA) Belang van een goede ϕ Verhoging van het beschikbare vermogen ter hoogte van de secundaire spoel van de transformator.

130 1.74 0.264 0.030 0.56 0.541 0.716 0.369 1.515 0.67 0.78 0.691 0.99 1.580 0.650 0.005 1.563 0.230 0.143 0.089 0.904 0.086 0.850 0.281 0.447 0.277 1.64 0.400 0.629 0. de waarde waarbij men niet zal moeten betalen voor het meerverbruik van het reactieve vermogen.36 0.684 0.907 0.909 0.698 0. 268 kW) b Pas de volgende formule toe: Qc = bereikte vermogen (kW) x (tangens ϕ . waarde k (in benodigd aantal kvar om de arbeidsfactor te verhogen) vóór compensatie tgϕ 1.05 1.288 0.192 1.499 0.73 1.88 0.618 0.316 1.519 0.191 1.673 0.52 0.27 1.249 1.712 0.541 0.61 0.526 0.966 0.421 0.124 1.73 0.077 1.14 0.007 0.33 1.829 0.937 0.687 0.33) = 241 kVAr.500 0.604 0.741 0.450 0.84 0.876 0.672 0.750 0.083 1.902 0.75 of tg ϕ (secundaire spoel transformator) = 0.949 0.758 0.83 0.804 0.315 1.361 0.70 0.183 0.87 0.275 0.57 0.v.374 0.474 0.381 0.33) (geval waarbij de nagestreefde cos ϕ = 0.507 0.156 1.303 0.171 1.417 0.582 0.91 0.685 0.663 0.65 0.364 0.573 0.368 1.048 1.43 0.59 0.502 1.724 0.tgϕ') = kP tg ϕ stemt overeen met de cos ϕ van de installatie zonder condensator.492 0.504 0.871 0.525 0.62 0.59 0.620 0.167 0.591 0.66 0.268 1.40 0.942 0. Voor een bepaalde waarde van het actieve vermogen P (kW) is de waarde van het te installeren reactieve vermogen Qc (kVAr) gelijk aan: Qc = P(tgϕ .283 0.356 1.783 0.597 0.405 1.343 0. kVA en cos ϕ waarde.905 0.745 0.81 0.774 0.217 0.775 0.939 0.17 1.466 0.190 1.141 0.20 cosϕ 0.857 0.811 0.54 0.976 1.553 0.447 0.679 0.225 0.387 0.625 0.776 0.88 .441 1.51 0.433 0.552 0.441 1. 2e stap Keuze van het type van compensatie-uitrusting Standaarduitrusting.64 1.97 0.65 0.205 1.686 0.90 te installeren condensatorvermogen in kVAr per kW belasting om de arbeidsfactor te verhogen tot een bepaalde waarde tgϕ 0.829) b Neem de hoogste waarde van het actieve vermogen (kW) op deze factuur (b.72 0.114 1.657 0.321 0.329 0.870 0.29 0.817 0.837 0.191 0.754 0. b Bereken de globale tangens ϕ (tg ϕ = Q/P) voor elk onderstation en elke werkplaats.042 1.343 0.485 0.936 0.645 0.838 0.355 0.44 1.512 0.424 0.788 0.93 0.238 0.37 1.323 1.974 1.634 0.68 0.686 1.010 1.77 0.459 0.54 0.55 0.86 0.353 1.50 0.20 1.544 1.397 1.200 1.78 0.426 0.453 0.86 0.230 0.98 1.99 0.94 0.996 0.0.821 0.878 0.v.69 0.en gelijktijdigheidsfactoren.237 1.377 1.157 1. type SAH.70 0.460 0.196 1.92 0.299 1.720 0.652 0.939 0.090 1.512 0.268 1.334 1.338 1.620 0.209 0.269 0.381 0.79 0.740 0.829 .480 0.317 0.80 0.767 0.740 0.277 0.905 0.301 0.309 1.534 0.982 1.62 0.25 0.836 0.437 0.882 0.393 1.108 1.d.263 1.769 0.417 1.909 0.233 1.620 0.57 0.112 0.94 0.732 1.546 0.300 1.131 0.700 0.870 0.014 1.123 1.806 0.658 0.473 0.295 0.904 0.239 0.243 0.049 1.435 1.594 0.121 0.840 0.33 0. b Bereken de totale vermogens P en Qc.970 1.047 1.165 0.149 0.590 1.309 0.309 0.76 0.67 0.215 1.234 0.564 0.75 0.847 0.713 0.88 0.407 0.82 0.701 0.992 0.246 0.63 0.355 0.369 0.966 0.918 0.085 1.672 0.69 1.828 0.117 1.271 1.463 0.11 1.151 1.0. b Vergelijk de op die manier gecorrigeerde vermogensbalans met de bovenvermelde kW-.043 1.039 1.75 0.226 1.559 1.349 1.878 0. Qc = 438 kW x (0.175 0.480 1.607 0.051 1.113 1.164 1.71 0.251 0.48 1.229 1.60 0.23 1.631 0.578 0.421 0.519 1.33) = 134 kVAr Berekening van het benodigde reactieve vermogen op basis van de elektrische gegevens van de installatie b Stel de balansen van het actieve vermogen P en reactieve vermogen Qc op voor alle verbruikers van de installatie. 1e stap Berekening van het benodigde reactieve vermogen op basis van de elektriciteitsfactuur b Neem de elektricteitsfactuur waarop het meeste aantal kvar aangerekend werd in de laatste 12 maanden.408 0.855 0.341 0.779 0.0.337 1.529 1.95) Voorbeeld: Qc = 268 x (0.997 0.303 1.369 0.538 0.395 0.743 0.85 0.83 0.93.51 0.887 0.644 1.062 0.4 stemt overeen met cos ϕ' = 0.661 0.091 1.Procedure voor de keuze van een condensatorbatterij 1j K219 1e stap Berekening van het benodigde reactieve vermogen Qc Het te installeren vermogen wordt berekend: b op basis van de elektriciteitsfacturen b of op basis van de elektrische gegevens van de installatie.335 0.809 0.138 1.265 1.403 1.281 1.169 1.568 0.079 1.30 1.434 0.369 0.172 0.634 0.645 0.48 cosϕ 0.593 0. ofwel gemeten ofwel geraamd tg ϕ' = 0.329 0.80 0. b Bereken de benodigde compensatie door de compensatie te verdelen per niveau (cos ϕ u 0. Voorbeeld Vermogen van de installatie : 438 kW Cos ϕ (secundaire spoel transformator) = 0.487 0.538 0.058 0. Tabel voor afleiding v.483 1.154 1.192 0.971 1.013 1.530 0.257 0.771 0.840 0.189 1.08 1.727 0.198 0.117 0.005 1.935 0.395 0.870 0.262 0.395 0.95 0.95).155 0.0 1 1.709 0.228 1.020 0.096 0.079 1.567 0.393 1.567 0.308 1.805 0.413 0.204 0.89 0.230 1.: 0.798 0.56 1.936 0.442 1.481 1.478 0.750 0.963 0.96 0.02 0.291 1.90 of 0. b Verhoog de tangens ϕ (b.357 1.608 0.803 0.591 0.202 0.713 0.936 0.117 1.317 0.52 1.58 0.600 0.151 1.60 1.40 1.257 1.291 0.390 0. type H.514 0.335 0.556 0.440 0.347 0.654 0.484 Gids laagspanningsverdeling 2003 K219 .058 1.008 1.88.794 0.96 0.076 1.72 0.14 1. b Houd rekening met de gebruiks.458 1.600 1.489 0.729 0.53 0.973 1.

De keuze is mogelijk: b ofwel op basis van de verhouding Gh/Sn Voorbeeld 1 U = 400 V Sn = 800 kVA P = 450 kW Gh = 50 kVA Gh = 6. Met behulp van de verhouding Gh/Sn kunt u het geschikte type van uitrusting bepalen. gelijk is aan 15 tot 25% van het vermogen van de transformator b Type SAH (met anti-harmonische spoelen) –> als het vermogen van de apparaten die harmonischen genereren. Houd rekening met het schijnbare vermogen op het ogenblik van de meting. bij vollast en zonder condensatoren. THD(1) x S < 5% Sn M P (kW) Gh (kVA) (kVAr) Qc (kvar) V V V Standaarduitrusting Sn: schijnbare vermogen van de transformator Gh: schijnbare vermogen van de verbruikers die harmonischen produceren (motoren met variabele snelheid. type H of type SAH b Standaard –> als het vermogen van de apparaten die harmonischen genereren. gelijk is aan 25 tot 50% van het vermogen van de transformator Opgelet : Als het vermogen van de apparaten die harmonischen produceren groter is dan 50%. …) Qc: vermogen van de compensatie-uitrusting 5% < THD(1) x S < 10% Sn 10% < THD(1) x S < 20% Sn Uitrusting type H Gh / Sn Uitrusting type SAH Opmerking: De meting van de harmonischen moet gebeuren ter hoogte van de secundaire spoel van de transformator.75% Sn Voorbeeld 3 U = 400 V Sn = 800 kVA P = 100 kW Gh = 400 kVA Gh = 50% Sn V Uitrusting type H Sn (kVA) V Uitrusting type SAH U (V) b ofwel op basis van de gemeten harmonische stroomvervormingsgraad THD(1) : Sn = schijnbare vermogen van de transformator S = belasting in kVA aan de secundaire van de transformator tijdens de meting. raden we aan om door Rectiphase een studie te laten uitvoeren voor het filteren van de harmonischen. statische omvormers. die elk aangepast zijn aan het harmonische vervuilingsniveau van het net. K220 Gids laagspanningsverdeling 2003 . die elk aangepast zijn aan het harmonische vervuilingsniveau van het net.2% Standaarduitrusting Sn 2e stap Bepaling van het type van batterij Er bestaan drie types van compensatie-uitrustingen. (1) THD “Total Harmonic Distortion” of globale harmonische vervormingsgraad. krachtige elektronische apparaten. Standaardtype. is het raadzaam filters te plaatsen. < 15% 15 tot 25% 15 ˆ 25% > 25% (*) équipement de compensatiecompensation uitrusting van type standard het standaardtype équipement de compensatiecompensation uitrusting van type H het type H équipement de compensatiecompensation uitrusting van type SAH het type SAH (*) als Gh/Sn groter is dan 50%.K220 Studie van een installatie Compensatie van de reactieve energie Procedure voor de keuze van een condensatorbatterij Keuze van het type van uitrusting Er bestaan drie types van compensatie-uitrustingen. V Voorbeeld 2 U = 400 V Sn = 800 kVA P = 300 kW Gh = 150 kVA Gh = 18. kleiner is dan 15% van het vermogen van de transformator b Type H (isolatie opgedreven naar 470 V) –> als het vermogen van de apparaten die harmonischen genereren.

Deze condensatoren leveren de reactieve energie die nodig is om als asynchrone generator te werken.een vast gedeelte dat afhankelijk is van de magnetiserende nullaststroom Io : Qo = 3Un Io 2. De zelfbekrachtiging leidt tot een behoud van de spanning en in sommige gevallen tot grote overspanningen.7 54.9 3Un Io Io : nullaststroom van de motor Een raming van Io is mogelijk aan de hand van de volgende formule: lo = 2In (l .4 94. Het kan daarom nuttig zijn om voor dit type van verbruiker condensatoren te installeren.4 22. Indien deze compensatie een individuele compensatie is. In dat geval is een volledige compensatie van het reactieve vermogen van de motor mogelijk bij vollast. …) zullen de condensatoren pas na het starten ingeschakeld worden. kan ze tot stand gebracht worden aan de klemmen zelf van de transformator. Deze waarden zijn afhankelijk van het nominale vermogen van de transformator vermogen in kVA (400 V) 100 160 250 315 400 500 630 800 1000 1250 1600 2000 te compenseren reactieve vermogen in kvar nullast 2. Om gevaarlijke overspanningen door zelfbekrachtiging te vermijden of indien de motor gestart wordt met behulp van een speciaal apparaat (weerstanden. S : schijnbare vermogen vervoerd door de transformator Sn : nominale schijnbare vermogen van de transformator Un : nominale samengestelde spanning.7 35.6 14. is gelijk aan: Qt = Qo + Q.5 126. spaartransformatoren.cos ϕn) In : waarde van de nominale stroom van de motor cos ϕn: cos ϕ van de motor bij het nominale vermogen Un : nominale samengestelde spanning M Montage van de condensatoren op de klemmen van de motor Eventuele inductance schokinductantie de choc éventuel M Montage van de condensatoren parallel met afzonderlijke bediening Geval van de montage van de condensatoren parallel met afzonderlijke bediening.1 9. Zo ook moeten de condensatoren afgekoppeld worden vooraleer de spanning van de motor uitgeschakeld wordt. Compensatie van transformatoren Een transformator verbruikt een reactief vermogen dat bij benadering bepaald kan worden door optelling van: 1. Opgelet: indien in hetzelfde net verscheidene batterijen van dit type voorkomen. Compensatie van asynchrone motoren De cos ϕ van de motoren is meestal zeer slecht bij nullast. inductanties.7 5.3 20 23. In de onderstaande tabel vindt u bij wijze van informatie de waarden van de individuele compensatie die kenmerkend zijn voor de transformator.een gedeelte dat bij benadering evenredig is aan het kwadraat van het schijnbare vermogen dat door de transformator gevoerd wordt: Q = Ucc S2/Sn Ucc : kortsluitspanning van de transformator in p.5 11.9 27. Geval van de montage van condensatoren op de klemmen van de motor Om gevaarlijke overspanningen te vermijden als gevolg van zelfbekrachtiging. moeten schokinductanties voorzien worden. dient u te controleren of het vermogen van de batterij aan de volgende formule voldoet: Qc y 0.5 72. Het totale reactieve vermogen verbruikt door de transformator.2 176 Gids laagspanningsverdeling 2003 K221 . kleine belastingen en in normaalbedrijf.5 3. kan hij na het onderbreken van de voedingsspanning alsnog blijven draaien door gebruik te maken van zijn kinetische energie.9 28.4 31.7 18.3 6.9 37.3 7.8 belast 6.u.Compensatie van asynchrone motoren en transformatoren 1j K221 Wanneer een motor een belasting met hoge inertie aandrijft.6 9. en kan hij zichzelf bekrachtigen indien op de klemmen van de motor een condensatorbatterij gemonteerd wordt.

12 x In voor uitrustingen van het type SAH – afstemming 2. Schommelingen van de waarde van de basisspanning en van de harmonische componenten kunnen een stroomversterking veroorzaken. Tijdens de werking van de condensatoren vloeit er stroom door de condensatoren.36 x 72 = 98 A Magnetische beveiliging > 10 In = 720 A Voorbeeld 2 50 kVar / 400 V – 50 Hz – SAH (afstemming 4. …) Zie de aanbevelingen van de kabelfabrikant. De norm laat 30% toe als maximale waarde. (1) In = Qc = nominale stroomsterkte onder de netspanning Un 3x Un Voorbeeld 1 50 kVar / 400 V – 50 Hz – standaard In = 50000 = 72 A 400 3 Thermische beveiliging: 1.31 x 72 = 94 A Magnetische beveiliging > 10 In = 720 A De vermogenskabels Ontwerpstroom Ze moeten ontworpen zijn voor een stroom van minimum 1. Aanbevolen minimumdoorsnedes van de kabels (U1000 R02V kabels bijvoorbeeld) voor de condensatoraansluitingen.7 b 1. Aan deze waarde dient u nog de schommelingen toe te voegen als gevolg van de toleranties op de condensatoren.36 x In (1) voor standaarduitrustingen b 1.5 mm2 voor 230 V WS.3) In = 72 A Thermische beveiliging: 1.5 mm2 te gebruiken. Bijgevolg moet u voor de dimensionering van deze uitrustingen de stroom kennen waarmee u rekening moet houden.31 x In voor uitrustingen van het type SAH – afstemming 4.43 x In voor uitrustingen van het type H b 1. sleuf. die afhankelijk is van de aangelegde spanning. De vermogensschakelaars Het kaliber ervan moet zodanig gekozen worden dat de thermische beveiliging ingesteld kan worden op: b 1.3 De insteldrempels van (magnetische) kortsluitbeveiligingen moeten de doorgang van tijdelijke inschakelstromen toelaten: b 10 x In voor standaarduitrustingen of uitrustingen van het type H of SAH.8 b 1.8) In = 72 A I ontwerp = 108 A Opmerking : sommige kabelfabrikanten geven in hun catalogus rechtstreeks de waarden op waarmee u rekening moet houden voor condensatorbatterijen.. K222 Gids laagspanningsverdeling 2003 . Voorbeeld 50 kVar / 400 V – 50 Hz – SAH (afstemming 3.19 x In voor uitrustingen van het type SAH – afstemming 3. b Voor de secundaire spoel van de ST raden we aan een kabeldoorsnede > 2.5 x In Doorsnede De doorsnede moet tevens compatibel zijn met: b de omgevingstemperatuur rond de geleiders b de plaatsingswijze (goot. met een omgevingstemperatuur van 35 °C vermogen (kVar) 230 V 400 V 15 25 20 30 25 45 30 60 40 75 50 90 60 110 70 135 90 150 100 180 120 200 135 240 165 275 180 300 210 360 240 400 doorsnede (mm2) koper 6 10 16 25 35 50 70 95 120 2 x 50 2 x 70 2 x 70 2 x 95 2 x 120 2 x 150 2 x 185 aluminium 16 16 25 35 50 70 95 2 x 50 2 x 70 2 x 70 2 x 95 2 x 150 2 x 150 2 x 185 2 x 240 2 x 300 De stuurstroomkabels Doorsnede b De doorsnede van de stuurstroomkringkabels (secundaire spoel van de hulptransformator) moet minstens gelijk zijn aan 1. de capaciteit en de harmonische componenten van de spanning.Studie van een installatie Compensatie van reactieve energie Regels voor de beveiliging en aansluiting van de compensatie-uitrusting Algemeen Het materieel stroomopwaarts van de condensatoren wordt bepaald op basis van de installatieregels en de door de apparaten opgenomen stromen.

… Al deze schadelijke effecten hebben belangrijk economische gevolgen: hogere kosten wegens materieel dat moet overgedimensioneerd worden of voortijdig slijt. motoren c verstoring van telefoonlijnen.05 0. Bij eenzelfde verbruikt actief vermogen zal een niet-lineaire belasting een grotere effectieve stroom opnemen. energieverliezen. Xn : amplitude van de harmonischen Apparatuur met vermogenselektronica. éénfasige belasting 500 V 250 0 -250 -500 0. compacte fluolampen. De totale harmonische vervorming (THD) van een signaal X wordt bepaald met de onderstaande formule : THD = ΣX h 2 X1 n 2 100 X1 : amplitude van de basisgolf. kopieermachines c snelheidsregelaars voor asynchroonmotoren of gelijkstroommotoren c lasposten. Indien deze apparatuur een belangrijk aandeel heeft in het vermogen dat door de installatie verbruikt wordt is een analyse van de harmonischen aangewezen.Wegfilteren van harmonischen 1j Harmonischen worden veroorzaakt door apparatuur met vermogenselektronica.05 0. trillingen en veroudering van alternatoren. productiviteitsverliezen. omvormers. Er bestaan verscheidene mogelijkheden in LS om de harmonischen te filteren: c passieve filters c actieve filters c hybride filters. liggen aan de basis van niet-sinusvormige stromen op het net.06 0.08 Stroom van een niet-lineaire. veroorzaakt door éénfasige belastingen c vervorming van de voedingsspanning. Voorbeeld 50 A 0 tijd temps -50 0. maar ook tv-toestellen. Harmonischen die door het net vloeien kunnen heel wat schade aanrichten: c overbelasting en veroudering van de condensatoren voor het compenseren van reactieve energie c overbelasting van de nulleiders door accumulatie van harmonischen van rang 3. om mogelijke schade te voorkomen en de installatie in overeenstemming te brengen met de regels en aanbevelingen van de elektriciteitsleverancier en een goede werking te verzekeren. Apparatuur die harmonischen genereert komt zowel in industriële als tertiaire en huishoudelijke omgevingen voor.07 0. Zij maakt gebruik van vermogenselektronica en haar aandeel in het totale elektriciteitsverbruik neemt steeds verder toe. De bijgaande curven tonen de toename van de effectieve stroom en de Jouleverliezen in functie van de mate van vervorming van de stroom bij een constant vermogen. printers. Harmonischen: ter herinnering Elk periodiek signaal is samengesteld uit een som van sinusvormige signalen (theorie van Fourier): c een signaal met basisfrequentie (50Hz) c signalen waarvan de frequentie een veelvoud is van de basisfrequentie: de harmonischen. verstoren de werking van de elektrische apparaten. is het mogelijk om storingen weg te werken.04 temps tijd 0. wat de werking van bepaalde verbruikers kan storen (zie bijgaand voorbeeld). Het filteren van deze harmonischen laat toe: c de goede werking van een installatie te garanderen c de meerkosten veroorzaakt door de harmonischen uit te schakelen. printers. lastoestellen) gegenereerd worden. transformatoren. PC’s.07 0. enz. vervormen de spanning. elektrolyse. zoals snelheidsregelaars. snelheidsregelaars. Gids laagspanningsverdeling 2003 K223 . microgolfovens c kantoorapparaten: PC’s.04 0. … Door de harmonischen te filteren. vlamboogovens. onderbrekingsvrije voedingen. Ze worden niet-lineaire belastingen genoemd. inductie-ovens c gelijkrichters: batterijladers.08 Resulterende voedingsspanning Filteren van harmonischen Filteren van de harmonischen De harmonischen die door sommige krachtige elektronische apparaten (gelijkrichterbruggen. De niet-sinusvormige stromen die doorheen het net vloeien. De onderstaande lijst geeft hiervan een (onvolledig) beeld: c huishoudelijke apparaten: televisies.06 0. vlamboogovens. gelijkrichters. CD-spelers. waardoor gevoelige verbruikers kunnen gestoord worden c overbelasting van de verdeelnetten door toename van de effectieve stroom c overbelasting. die bijkomende Joule-verliezen veroorzaakt.

compenactif sator gŽnŽrateur Apparaat dat d'harmoniques harmonischen genereert charge Lineaire belasting linŽaire Hybride LS-filters: Principe : Het is mogelijk om een passieve en actieve filter tot één hybride filter te combineren binnen dezelfde uitrusting. gelijkrichters. …) b installaties waarvan de reactieve energie gecompenseerd moet worden b als de spanningsvervormingsgraad verkleind moet worden om storingen van gevoelige verbruikers te voorkomen b als de stroomvervormingsgraad verkleind moet worden om overbelastingen te voorkomen. wordt parallel geplaatst op het apparaat dat harmonischen genereert. Over het algemeen wordt de actieve filter afgestemd op een frequentie die dichtbij de frequentie van de weg te werken harmonische ligt.en prestatiebereik te verruimen. Bijzondere voordelen: b gemakkelijk te installeren b ideaal compromis om verscheidene harmonischen te filteren en tegelijk de reactieve energie te compenseren Typische toepassingen: b industriële installaties met een groot aantal apparaten dat harmonischen genereert (snelheidsregelaars. gelijkrichters. compenactif sator gŽnŽrateur Apparaat dat d'harmoniques harmonischen genereert charge Lineaire linŽaire belasting Hybride filter filtre hybride K224 . I har gŽnŽrateur Apparaat dat d'harmoniques harmonischen genereert filtre Passieve passif filter charge Lineaire linŽaire belasting Actieve LS-filters: Principe : Het gaat om krachtige elektronische systemen die in serie of parallel geplaatst worden op de niet lineaire belasting ter compensatie van de harmonische spanningen of de harmonische stromen die door de belasting gegenereerd worden. gelijkrichters. ononderbroken voedingen. De harmonischen die op de voeding van de belasting aanwezig zijn.Studie van een installatie Compensatie van de reactieve energie Filteren van harmonischen Passieve LS-filters: Principe : Een LC-kring afgestemd op elke frequentie van de weg te werken harmonischen. Typische toepassingen: b tertiaire installaties met een groot aantal apparaten dat harmonischen genereert (snelheidsregelaars. ononderbroken voedingen. Typische toepassingen: b industriële installaties met een groot aantal apparaten dat harmonischen genereert (snelheidsregelaars. 7. Specifieke kenmerken: b geschikt voor het filteren van een groot aantal harmonischen (Sinewave: van rang 2 tot rang 25 / AccuSine : tot rang 50) b laat uitbreidingen toe door verscheidene eenheden parallel te schakelen en kan zich zodoende aan evoluties van de installatie aanpassen b geen gevaar voor overbelasting.en onderhoudsvriendelijk. Specifieke kenmerken : b combineert de voordelen van de actieve en passieve filters b laat toe grote harmonische stromen (gewoonlijk rang 5) te filteren b compenseert tevens de reactieve energie (indien nodig is een automatische regeling met trappen mogelijk) b zorgt voor de globale filtering van de harmonischen van de rangen 2 tot 25. …) b als de stroomvervormingsgraad verkleind moet worden om overbelastingen te voorkomen b de actieve filter Sinewave is bovendien de ideale oplossing voor de uitschakeling van de harmonische stroom met rang 3 die in de nulleider circuleert van installaties met verscheidene eenfasige niet-lineaire belastingen. I har Is Ich Actieve comp. Deze aftakkingskring vangt de harmonischen op en voorkomt dat ze niet in de voeding circuleren. Bijzondere voordelen: b oplossing waarmee een gemakkelijke en doeltreffende behandeling van verscheidene harmonische rangen mogelijk is b voorkomt het gevaar voor resonantieverschijnselen b dankzij zijn zeer sterke prestaties (reactietijd < 8 ms) kan de Accusine ook gebruikt worden voor de behandeling van Ficker-verschijnselen. Bijzondere voordelen: b het is de meest voordelige oplossing om een bepaalde harmonische rang weg te werken b gebruiks. Deze filteroplossing laat toe de voordelen van de bestaande oplossingen te verenigen en het vermogens. Gids laagspanningsverdeling 2003 I har Is Ich Actieve comp. kunt u gebruik maken van verscheidene takken van filters die parallel geplaatst zijn. Specifieke kenmerken: b laat toe grote harmonische stromen (gewoonlijk de rangen 5. Als u de vervormingsgraad met meerdere rangen wenst te verminderen. ononderbroken voedingen. 11 en 13) te filteren b compenseert tevens de reactieve energie (indien nodig is een automatische regeling met trappen mogelijk) b werkt tot 80% van de beoogde harmonische stromen weg. worden door de actieve filter zodanig en tegengesteld aan de fase teruggestuurd dat de lijnstroom Is sinusoïdaal is. …) b installaties waarvan de reactieve energie gecompenseerd moet worden b als de spanningsvervormingsgraad verkleind moet worden om storingen van gevoelige verbruikers te voorkomen b als de stroomvervormingsgraad verkleind moet worden om overbelastingen te voorkomen b als men ernaar streeft om aan de grenzen voor harmonische emissies te beantwoorden.

K226 K228 K230 K231 K231 K232 Gids laagspanningsverdeling 2003 K225 .1k 1 studie van een installatie 1k onderbrekingsvrije voedingen ontwerp van een installatie keuze van een ondulator de batterijen niet-lineaire belastingen generatoren actieve compensatie van harmonischen pag.

Bij sommige onderbrekingsvrije voedingen moet een aantal punten in verband met de omgevingstemperatuur en de inplanting in het lokaal gecontroleerd worden: c ventilatie en klimatisering van de ruimte waar de kast met gelijkrichter. In de handleiding van elk type onderbrekingsvrije voeding zijn tabellen opgenomen met de spanningsval in functie van de kabeldoorsnede en de nominale stroomsterkte. dat overigens voornamelijk toe te schrijven is aan hun gedwongen ventilatie. vanwege hun hoger geluidsniveau. Keuze van de kabels De kabeldoorsnede hangt af van: c de toelaatbare verhitting c de toelaatbare spanningsval. Aansluiting van de kabels Het aansluiten van de kabels gebeurt doorgaans langs onder (met of zonder goot). De kasten zijn volgens type voorzien van: c wieltjes om ze te kunnen verplaatsen. In dat geval beschikken ze over intrekbare voetjes om ze op hun plaats van installatie te immobiliseren c hijsringen of openingen voor de tanden van een vorklift om ze te kunnen verplaatsen. c verhitting De verhitting van de kabels hangt af van: v de aard van de kabel (geleiders. Uiteraard moet de grootste van beide waarden gebruikt worden. Hierbij komen een aantal vereisten en aanbevelingen kijken. Bij temperaturen boven 25˚C neemt de levensduur van de batterijen met de helft af per schijf van 10˚C. Afhankelijk van de af te voeren warmteverliezen en de omgevingstemperatuur in het lokaal kan men voor een van de volgende oplossingen kiezen: c ventilatie door natuurlijke convectie c versnelde warmteafvoer c een klimatiseerinrichting. de batterijkabel (indien nodig) en de vertrekken naar de verbruikers worden aangesloten middels een klemmenblok dat zich op halve hoogte of onderaan de kast bevindt. Bij het bepalen van de loop van de kabels mag men de noodzakelijke afstand tussen de vermogenskringen en de hulpbedrading niet uit het oog verliezen. De warmteverliezen: worden opgegeven in kW. K226 Gids laagspanningsverdeling 2003 . Andere onderbrekingsvrije voedingen daarentegen vereisen een afzonderlijke ruimte. Opmerking: de batterijen hebben een maximale levensduur bij plaatsing in een ruimte met een omgevingstemperatuur tussen 15˚C en 25˚C. een bepaalde minimumdoorsnede op. Nauwkeurige gegevens hierover zijn terug te vinden in de handleiding van de verschillende types voeding. lader en omvormer ondergebracht wordt.Studie van een installatie Onderbrekingsvrije voedingen Ontwerp van een installatie In dit gedeelte worden de onderscheiden elementen besproken waarmee men rekening moet houden bij het installeren van onderbrekingsvrije voedingen. c onderbrekingsvrije voedingen zijn doorgaans ontworpen voor werking bij: v een gemiddelde omgevingstemperatuur van 35˚C over 24 uur v een maximale omgevingstemperatuur van 40˚C gedurende 8 uur. De keuze van de beveiligingsinrichtingen op de onderscheiden kringen van de onderbrekingsvrije voeding moet gebeuren in functie van: c de nominale stroomsterkte van de kring c het benodigde onderbrekingsvermogen en de aard van de kring (GS of WS) c het benodigde type losser (zie hoofdstukken "selectiviteit" en "beveiliging van personen"). Bepaling van de minimumdoorsnede. Elk van deze parameters levert. in functie van het type voeding. Omgeving Dank zij hun beperkte afmetingen en hun geruisarme werking kunnen sommige onderbrekingsvrije voedingen in dezelfde ruimte opgesteld worden als de verbruikers die ze voeden. Inplanting Het is wenselijk rondom de kasten een vrije ruimte te voorzien (minimumwaarden naargelang het type voeding: raadpleeg de handleiding). Verplaatsing en bevestiging op de vloer De onderbrekingsvrije voedingen worden rechtstreeks op een vlakke vloer geïnstalleerd. De aankomst. met name betreffende: c de omgeving c de inplanting c de keuze van de beveiligingsinrichtingen c de beveiliging van personen. bij cos phi 0. c spanningsval De maximaal toelaatbare spanningsval bedraagt: v 3% bij wisselstroomkringen v 1% bij de batterijkringen. isolatie) v de plaatsingswijze v het aantal samenlopende kabels.8 en hangen af van het type onderbrekingsvrije voeding.

Selectiviteit van de beveiligingen stroomafwaarts van de voeding Het kortsluitvermogen van de onderbrekingsvrije voeding is gering. Beveiliging tegen onrechtstreekse aanraking Met "onrechtstreekse aanraking" wordt het aanraken bedoeld van een onderdeel dat toevallig onder spanning staat ingevolge een isolatiefout.R.en uitgangsspanningen van de onderbrekingsvrije voeding (3 tot 5 In met een autotransformator en 12 tot 15 In met een transformator). Gids laagspanningsverdeling 2003 K227 .E. De waarden van deze stromen worden vermeld in de tabellen met de elektrische karakteristieken van elk gamma onderbrekingsvrije voedingen. Beveiliging van personen De beveiliging van personen tegen de gevaren van elektrische stroom dient uitgevoerd te worden overeenkomstig de voorschriften van het A.I. Er moeten echter bepaalde voorzorgen genomen worden in functie van twee mogelijke gevallen: c identiek nulleiderstelsel stroomopwaarts en stroomafwaarts c verschillend nulleiderstelsel stroomopwaarts en stroomafwaarts. Keuze van het onderbrekingsvermogen Het onderbrekingsvermogen van de ingangsvermogensschakelaars moet groter zijn dan of gelijk aan de veronderstelde kortsluitstroom op de plaats waar ze geïnstalleerd worden. K205 en K206 worden de verschillende gevallen besproken van onderbrekingsvrije voedingen met of zonder galvanische scheiding en het gebruik van apparaten voor permanente isolatiebewaking op de kringen stroomopwaarts en stroomafwaarts van onderbrekingsvrije voedingen. In het tegengestelde geval. De selectiviteit van de beveiligingen stroomafwaarts van een onderbrekingsvrije voeding verzekeren betekent: c elimineren van een optredende fout. wanneer de batterij in een tot dit doel voorzien lokaal is geplaatst (elektrisch dienstlokaal). Beveiliging tegen rechtstreekse aanraking Beveiliging van personen tegen rechtstreekse aanraking met een onderdeel dat normaal onder spanning staat. De maximale kortsluitstroom van de batterijen is namelijk steeds lager dan 20 maal hun capaciteit in Ah. waarvan de keuze afhangt van het nulleiderstelsel. Bijgevolg moeten speciale voorzieningen getroffen worden om bij kortsluiting een selectieve uitschakeling van de beveiligingen te verzekeren en de karakteristieken van de spanningsgolf binnen de karakteristieken te houden die toelaatbaar zijn voor de verbruikers. Vaak worden hiervoor differentieelinrichtingen gebruikt. De omzetting in het kader van de netwerken die een statische voeding zonder onderbreking bevatten.1k De beveiliging van de onderbrekingsvrije voeding Keuze van de kalibers Het kaliber In van de onderscheiden beveiligingen wordt bepaald door: c In ≥ I1 belasting (ingangsstroom gelijkrichter batterijen belast) voor wat betreft de hoofdaankomstvermogensschakelaar c In ≥ Iu (gebruiksstroom) voor de vermogensschakelaar “net 2” in voorkomend geval c In ≥ Ib (maximaal door de batterijen afgegeven stroom) voor de vermogensschakelaar batterijen (GS). Op pag. De beveiliging hiertegen wordt verzekerd door twee bijkomende maatregelen: c onderlinge verbinding en aarding van alle metalen massa’s van de installatie c elimineren van voor personen gevaarlijke fouten door een beveiligingsinrichting. Dit is het geval bij alle kasten van de onderbrekingsvrije voedingen van het Merlin Gerin gamma. volstaat het de maatregelen besproken in de § batterijkeuze toe te passen. De GS-vermogensschakelaar vereist slechts een laag onderbrekingsvermogen. is verzekerd zodra het materieel is geïnstalleerd in behuizingen met een beschermingsgraad groter dan IP2x of IPxxB. enkel met behulp van de beveiliging van het betrokken vertrek c ervoor zorgen dat de spanning op het railstel binnen de toleranties blijft die voor de andere verbruikers toelaatbaar is (over het algemeen: spanningsval gedurende minder dan 5 ms). c overstromen ingevolge een fout Zij zijn afkomstig van: v een kortsluiting tussen actieve geleiders (fase-fase of fase-nulleider) v een kortsluiting fase-massa ingevolge een isolatiefout. Deze kortsluitstroom wordt op de gebruikelijke manier berekend. De instelling van de magnetische beveiliging van de vermogensschakelaars moet rekening houden met de voorkomende aanspreekstromen ingevolge: c de eventuele aanwezigheid van een scheidingstransformator c een aanpassing van de in. Het is eveneens het geval voor de batterij wanneer ze in een kast is gemonteerd. want de statische voeding speelt de dubbele rol van verbruiker voor het net stroomopwaarts en energiebron voor het net stroomafwaarts. vereist bepaalde voorzorgen. Men kan algemeen gesproken onderscheid maken tussen twee soorten overstromen: c exploitatie-overstromen Zij zijn afkomstig van: v aanspreekstromen bij het aanzetten van motoren v magnetiserende stromen bij het inschakelen van transformatoren v ladingsstromen van de condensatoren voor de filtering.

uitgangen éénf. drief. Dergelijke voedingen noemt men onderbrekingsvrije voedingen of UPS (Uninterruptible Power Supply) of ook No-break voedingen. drief. laagspanning 400 V eff. Het type van de toepassing: c PC-systemen c minicomputers c mainframe computers c industriële processen. i 58 dBA on-line + on-line + contacteur statische statique contactor Galaxy 1000 20 tot 360 kVA 10 tot 60 min. De noodzaak om. reeks 11 i 45 dBA reeks 31 i 52 dBA on-line++ on-line contacteur statische statique contactor Keuzecriteria voor een onderbrekingsvrije voeding De elektrische karakteristieken van de te beveiligen uitrusting: c vermogen c aantal fasen aan ingang/uitgang. doorgaans met batterijen c onderbrekingsvrije inschakeling (geen omschakeltijd). In de praktijk zijn de sinusgolf van de spanning en die van de stroom. . De oplossingen tegen netstoringen (en o...Studie van een installatie Onderbrekingsvrije voedingen Keuze van een onderbrekingsvrije voeding 1k Openbare en private verdeelnetten van elektrische energie leveren. i 55 dBA on-line + on-line + contacteur statische statique contactor Galaxy PW 20 tot 60 kVA 8 tot 30 min. De omgeving waar de beveiliging zal geïnstalleerd worden: c kantoor c computerzaal c elektrische dienstruimte. installatie batterijen ingebouwd in kast op rekken standaard autonomie EL : 5 tot 40 min. een sinusvormige spanning met vaste amplitude en frequentie aan de elektrische uitrusting die ze voeden (bijv. gamma onderbrekingsvrije voedingen Pulsar 0 tot 4 kVA reeksen EL. in theorie althans. 50 Hz). EX ingangen éénf. met zelfde frequentie. i 65 dBA N/S on-line + on-line + contacteur statische statique contactor Galaxy 40 tot 4800 kVA 10 tot 15 min. die een betrouwbare energie levert c autonomie. i 75 dBA N/S on-line + on-line + contacteur statische statique contactor K228 Gids laagspanningsverdeling 2003 Gids laagspanningsverdeling 2003 K229 . ESV+ : tot 8 u EX : tot 4 u enkelvoudige configuratie parallelconfiguratie redundante configuratie geluidsniveau i 45 dBA F off-line on-line metà on-line galvanische isolement scheiding galvanique Comet 5 tot 20 kVA reeksen 11 en 31 8 tot 50 min.a. ES+. ESV+. ES+ : 5 tot 30 min. Comet 10 tot 30 kVA reeks 33 10 tot 50 min.. al dan niet over batterijautonomie te beschikken In voorkomend geval de duur van deze autonomie. in mindere of meerdere mate vervormd door allerlei storingen die zich op het net kunnen voordoen. afhankelijk van de toepassing. micro-onderbrekingen) combineren de volgende elementen: c omvormer. maar in fase verschoven.

Deze plaatsingswijze is mogelijk bij waterdichte batterijen en open onderhoudsvrije batterijen. Vereisten om rekening mee te houden Atmosferische omstandigheden De batterijen bij de onderbrekingsvrije voedingen van Merlin Gerin zijn bestemd vor werking onder de onderstaande omstandigheden: c optimale temperatuur tussen 15˚C en 25˚C c optimale relatieve vochtigheid tussen 5% en 95% c luchtdruk tussen 700 en 1060 hPa (0. Open elementen Zijn voorzien van openingen c om een uitweg te bieden aan de zuurstof en de waterstof die bij de diverse chemische reacties vrijkomen c om de elektrolyt op peil te houden door het toevoegen van gedistilleerd of gedemineraliseerd water. het vermogen en de autonomie zijn de batterijen: c van het recombinante type. Opmerking: er bestaan eveneens open batterijen waarbij het niet nodig is het elektrolyt op peil te houden met water. geïsoleerd van de vloer. c in trappen c gestapeld. Recombinante elementen Dit zijn meestal loodelementen. Men dient met name ook aandacht te besteden aan de beschikbare oppervlakte. Sommige onderbrekingsvrije voedingen kunnen optioneel uitgerust worden met een module die toelaat: c de spanning van de lader te optimaliseren in functie van de temperatuur in het batterijenlokaal c de exploitant te alarmeren indien de vooraf ingestelde toelaatbare temperaturen overschreden worden c een nauwkeurigere voorspelling te geven van de beschikbare autonomie dan met de standaardvoorziening van de voeding. Levensduur De levensduur van een batterij is ten einde als de reële autonomie teruggevallen is tot 50% van de aangegeven autonomie. Bouwkundige vereisten Bij onderbrekingsvrije voedingen met zeer groot vermogen worden de batterijen doorgaans in een afzonderlijk lokaal opgesteld. lood-antimoon. De belangrijkste batterijtypes die gebruikt worden bij onderbrekingsvrije voedingen zijn: c open loodbatterijen c recombinante loodbatterijen c open nikkel-cadmiumbatterijen.06 bar). de toegankelijkheid en het onderhoud. Let op: een hoge temperatuur gaat ten koste van de levensduur van de batterij c veroudering: de autonomie neemt af naarmate de batterijen verouderen.7 en 1. een lagere waarde verhoogt de beschikbare autonomie c het ontladingsregime: een hoog ontladingsregime laat een lage eindspanning toe en draagt dus bij tot een grotere autonomie c de temperatuur: binnen de voorgeschreven temperatuursgrenzen neemt de autonomie toe als de temperatuur stijgt. geïntegreerd in de kast van de voeding c van het recombinante type en ondergebracht in een.Studie van een installatie Onderbrekingsvrije voedingen Batterijen Een batterij is opgebouwd uit onderling verbonden accumulatorenelementen. Merlin Gerin biedt deze drie soorten batterijen aan in functie van de vereisten van de installatie. In dit laatste geval kan de plaatsing gebeuren: c op rekken. Trapvormige en gestapelde plaatsing past voor elk batterijtype. waarbij de elementen opgesteld zijn op meerdere niveaus. de maximale vloerbelasting. Men spreekt doorgaans van open batterijen of “waterdichte batterijen”. De levensduur van een batterij wordt aanzienlijk verbeterd door : c het gebruik van een beveiliging tegen totale ontlading (de onderbrekingsvrije voedingen van Merlin Gerin zijn standaard voorzien van een beveiligingsinrichting tegen te sterk ontladen) c een correcte afstelling van de parameters van de lader c het handhaven van een juiste temperatuur: optimaal tussen 15˚C en 25˚C. omdat het controleren van het elektrolytniveau en het bijvullen gemakkelijker is c op de vloer: deze plaatsingswijze is geschikt voor alle batterijtypes. Plaatsingswijze Afhankelijk van het gamma van de onderbrekingsvrije voedingen. Die worden doorgaans “open onderhoudsvrije batterijen” genoemd. twee of drie kasten c van het open of recombinante type en geïnstalleerd op rekken. zuiver lood en nikkel-cadmium. In de praktijk spreekt men dan van loodbatterijen of nikkel-cadmiumbatterijen. waarvan het ontwerp moet beantwoorden aan de van kracht zijnde internationale normen. is makkelijk toe te passen. maar vereist een vrij grote vrije vloeroppervlakte. de plaatselijke reglementeringen en de norm IEC 60364. een combinatie van plaatsing op rekken en trapvormig. Adviezen voor de exploitatie Autonomie De autonomie van een gegeven batterij hangt af van : c het te leveren vermogen. De elementen kunnen van het open of van het recombinante type zijn. waarbij het elektrolytniveau niet moet aangevuld worden. K230 Gids laagspanningsverdeling 2003 . maar in het bijzonder voor open batterijen. Toegankelijkheid De batterijen moeten toegankelijk zijn voor nazicht : c batterijen in de kast van de onderbrekingsvrije voeding of in afzonderlijke kasten: volg de instructies in de installatiegids c batterijen op rekken: kies een plaatsingswijze die overeenstemt met het batterijtype. De meest gebruikelijke verbindingen voor deze elementen zijn lood-calcium. De gassen worden hierbij voor ten minste 95% gerecombineerd en het is dan ook niet nodig tijdens de exploitatie water toe te voegen.

de globale optredende vervorming. De niet-lineaire belastingen kunnen hierdoor met name de goede werking storen van andere verbruikers. Deze koppeling gebeurt doorgaans op het niveau van het LShoofdverdeelbord en met behulp van een normaal-noodomschakelaar. Generatoren Belang van een generator Bij sommige installaties is de autonomiebehoefte bij netuitval zo groot dat een noodstroomgenerator ingezet wordt. Deze voedingen met spanningsversnijding vormen de geregelde wisselspanning van de onderbrekingsvrije voeding vaak om tot (eveneens geregelde en onderbrekingsvrije) gelijkspanning om elektronische componenten te voeden. Gevolgen Het is dan ook soms noodzakelijk te weten hoe een voedingsbron zich gedraagt bij aanwezigheid van niet-lineaire belastingen. die gebruik maakt van pulsbreedtemodulatie en uitgerust is met een regelsysteem voor de uitgangsstroom. die harmonischen genereren ingevolge de vervorming van de sinusgolf. vooral indien andere gevoelige verbruikers op deze bron aangesloten zijn. Gevolgen van niet-lineaire belastingen De door de niet-lineaire belastingen De verwekte harmonischen veroorzaken een totaal niveau van spanningsvervorming dat de sinusgolf van de voedingsbron sterk kan veranderen. Deze voedingen met spanningsversnijding vormen voor de onderbrekingsvrije voeding niet-lineaire belastingen. Combinatie onderbrekingsvrije voeding – generator Gevolgen van de belasting Bij het overnemen van de voeding van de installatie door de generator kunnen zware belastingen hoge aanspreekstromen veroorzaken. die op dezelfde voedingsbron aangesloten zijn. Onderbrekingsvrije voedingen voeden vaak dergelijke verbruikers. Deze oplossing voorkomt batterijsystemen met te lange autonomie. waarbij de technische uitvoering of de installatie problemen zouden opleveren. ten hoogste 5% bedragen op het railstel stroomopwaarts van de onderbrekingsvrije voeding. gemeten door het totale vervormingsniveau D (of THD). met name informatica-uitrusting en elektronische apparatuur met spanningsversnijdende voeding aan hun ingang. d. Gids laagspanningsverdeling 2003 K231 . Om dit te voorkomen zijn de onderbrekingsvrije voedingen van Merlin Gerin uitgerust met een progressief werkend startsysteem. De autonomie van de batterijen van de onderbrekingsvrije voeding moet het starten van de generator en zijn koppeling aan het verdeelnet toelaten. Deze gelijkrichter absorbeert op het net een niet-sinusvormige stroom.z. hetzij door met behulp van software haar gedrag te simuleren. De tijd voor deze omschakeling op de noodbron hangt af van de karakteristieken van de installatie : startprogramma. die schadelijk kunnen zijn voor de generator. om andere gevoelige verbruikers die op hetzelfde railstel aangesloten zijn niet te storen. Deze waarde van 5% moet ook gecontroleerd worden indien andere verbruikers dit vereisen en bij werking op de generator. Dergelijke onderbrekingsvrije voedingen behouden hun volledige prestaties ook bij aanwezigheid van niet-lineaire belastingen. Stroomharmonischen in de impedantie van de bron en op de leidingen genereren spanningsharmonischen en vervormen de spanning op het railstel dat de onderbrekingsvrije voeding voedt. Het is echter mogelijk het gedrag van de bron te voorspellen. afschakeling.w. In de praktijk mag deze spanningsvervorming. Ook bij het stoppen van de onderbrekingsvrije voeding kan een progressief werkend programma voorzien worden om de andere verbruikers te beschermen. hetzij door tests. Deze studie is niet meer noodzakelijk bij de huidige generatie onderbrekingsvrije voedingen. De moeilijkheid bestaat erin dat elke nietlineaire belasting een eigen spectrum van harmonischen genereert en een specifiek geval vormt.Niet-lineaire belastingen Generator 1k Niet-lineaire belastingen Kenmerken van niet-lineaire belastingen Niet-lineaire belastingen (ook vervormende belastingen genoemd) zijn verbruikers die in belangrijke mate harmonischen opwekken als ze gevoed worden. Het kan nodig zijn de generator te overdimensioneren of inrichtingen te voorzien die de harmonischen beperken of het kiezen van een generator met een kleinere subtransiënte reactantie. Harmonische vervormingen De onderbrekingsvrije voeding omvat een gelijkrichter-lader met vermogensthyristors.

Het actieve compensatiefilter SineWave™ genereert continu een stroom die gelijk is aan IH. met name: v het ontijdig uitschakelen van beveiligingen samenhangend met de waarde van de stroom in de nulleider v verhitting van de kabels. K232 Gids laagspanningsverdeling 2003 . H25) v of door het compensatievermogen van de SineWave™ te concentreren op de specifieke eisen van de installatie en zo een selectieve compensatie uit te voeren c de reactieve energie te compenseren om de cos ϕ te verbeteren en in overeenstemming te brengen met het niveau dat door de energieleverancier opgelegd wordt c metingen en andere door het apparaat berekende waarden uit te lezen (spanning. stromen. een computersysteem) verbruikt. vervormingsgraad.Studie van een installatie Onderbrekingsvrije voedingen Actieve compensatie van harmonischen Het actieve compensatiefilter tegen harmonischen SineWave™ laat toe: c de vervorming van de stroom te beperken en alle problemen ingevolge harmonischen te voorkomen. middels J-BUS-protocol. …) c optioneel : te dialogeren met een externe automaat. …) v overschrijden van de normen betreffende de uit het net betrokken stroom … c de spanningsvervorming te verlagen en slechte werking van apparaten te voorkomen ingevolge te sterk gestoorde voedingsspanning c de karakteristieken van een installatie te verbeteren. zodat de apparatuur binnen de door de fabrikant opgegeven voorwaarden werkt c reactieve energie te compenseren (indien deze functie geactiveerd is) en de cos ϕ te verbeteren tot ≥ 0.8 0 -0.8 2 1 0 -1 -2 IF IF + IH Bron source IH Belasting charge 1 0 -1 Actief condensateur actif compensatiefilter Functies Het actieve compensatiefilter tegen harmonischen SineWave™ laat toe : c de rangen van de harmonischen die men wenst te compenseren te definiëren : v door de breedte van het te compenseren spectrum te configureren (H2 tot max. samengesteld uit stromen met een veelvoud van de netfrequentie. en meer speciaal de nulleider v verhitting van generatoren (transformatoren. basis van de netfrequentie. via een RS522/485-verbinding. zodat het net enkel nog de basisstroom moet leveren. de kabels en de generator geen spanningsvervorming veroorzaken. Zo zullen de impedanties. Het geheel van belasting + actieve compensatiefilter wordt dus door het net als een globaal lineaire belasting aanzien. en een harmonische stroom IH. onderbrekingsvrije voedingen. Het past zich aan aan alle schommelingen in de belasting en in het harmonisch spectrum. ten behoeve van v het doorzenden van uit te lezen informatie v het ontvangen van start/stop-bevelen. 0. noodstroomgroepen. Werkingsprincipe De stroom die een niet-lineaire belasting (bijv. is samengesteld uit een sinusvormige stroom IF. zoals aanbevolen door de energieverdelers. De nodige compensatie van harmonische stromen en reactieve energie wordt door de SineWave™ doorlopend herberekend. Het actieve compensatiefilter meet continu de door de belasting opgenomen stromen en past meteen de in het net te injecteren stromen aan.04. die een sinusvormige stroom opneemt. om doorlopend een optimaal resultaat te leveren.

1l 1 studie van een installatie 1l beveiliging tegen de bliksem reglementering de bliksem en zijn effecten keuze van overspanningsbegrenzers toepassingen pag. K234 K236 K238 K245 Gids laagspanningsverdeling 2003 K233 .

Als het materieel een lager houdvermogen tegen schokgolfspanningen heeft dan de waarden in de bovenstaande tabel. Sectie 534 Beveiligingsinrichtingen tegen overspanning. 1-a Bij een installatie met een onder.Aansluitschema van een overspanningsbegrenzer..5 400/690 8 6 4 1000 1. 1-b Bij een installatie die geheel of gedeeltelijk gevoed wordt via bovengrondse getwiste of blanke geleiders Een beveiliging tegen overspanningen aan het begin van de installatie is aanbevolen.5 m) (afb. c industrieel gereedschappen materieel beperkt c materieel met elektronische kringen nominale spanning toegekend houdvermogen tegenover schokgolfspanningen (kV) van de installatie (V) 230/440 6 4 2.Studie van een installatie Beveiliging tegen de bliksem Reglementering De norm NF C 15-100 De secties 443 en 534 van de norm NF C 15-100 betreffende de installatie van beveiligingsinrichtingen tegen overspanning werden sinds april 1995 herzien.5m L2 aardrail de terre barette 2 Gebruik van de overspanningsbegrenzers : c overspanningsbegrenzers worden aangesloten tussen fase en aarde of fase en PE (TNC. 2 Beschrijving van de verschillende categorieën van materieel driefasige netten houdvermogen tegen schokgolfspanningen zeer hoog hoog normaal c elektriciteitsc verdeelapparaten : c elektrische tellers vermogensschakelaarshuishoudc apparaten c industrieel materiaal apparaten voor afstandslastschakelaars c draagbare meting. c het beveiligingsniveau van de overspanningsbegrenzers moet overeenstemmen met het houdvermogen tegen schokgolfspanningen van de te beveiligen apparatuur en met de ontladingsstromen c de overspanningsbegrenzers moeten aan het begin van de installatie geïnstalleerd worden (in dit geval bedraagt de aanbevolen ontladingsstroom In = 5 kA.en IT-stelsels) en tussen de fasen en de PE en ook tussen nulleider en PE (TT en TNS-stelsels) Afb.5 3 Keuze van het materieel voor de installatie De keuze moet rekening houden met de bovenstaande tabel.5 kV bij In). L1 overspanningsparafoudre begrenzer belasting charge L=L1+L2<0. met een geaarde metalen afscherming Het houdvermogen tegenover schokgolfspanningen wordt verondersteld toereikend te zijn en een bijkomende beveiliging is slechts nodig voor zover de risico’s van overspanning belangrijke schade zou kunnen aanrichten in samenhang met het gebruik van de installatie.. Hierbij volgt een samenvatting ervan: Sectie 443 1 Overspanningen van atmosferische oorsprong of veroorzaakt door schakelingen De genoemde regels zijn bedoeld voor het beschrijven van de middelen die toelaten vluchtige overspanningen te begrenzen tot een niveau dat compatibel is met de nominale schokgolfspanningen die het elektrisch materieel kan doorstaan. moeten de regels die in 1-a en 1-b beschreven staan geërbiedigd worden.of bovengrondse laagspanningsvoeding.5 2. 1). 1 plaatsing en beveiligingsniveau : c de overspanningsbegrenzers beveiligen de ganse installatie. en/of in de nabijheid van het materieel indien dit bijzonder gevoelig is. K234 Gids laagspanningsverdeling 2003 . 1 . Ze worden stroomafwaarts van de scheidingsinrichting aan het begin van de installatie geplaatst. bij een golf 8/20 en een beveiligingsniveau Up i 2. c de geleiders die de verbinding vormen tussen de aansluitklemmen van de overspanningsbegrenzer en de actieve geleiders en de aardrail moeten zo kort mogelijk gehouden worden (< 0.

2) v stroomgolf 8/20 µS (afb. die opgegeven wordt door de fabrikant c de implementatie van tests betreffende het einde van de levensduur van het apparaat. 8 De norm NF C 61-740 De norm NF C 61-740 is een specifieke productnorm voor beveiligingen tegen overspanningen van atmosferische oorsprong.5 Uo (beveiliging tussen fase-waarde.2/50 µs. U Up Uc I <1 mA In IMax Uc: maximale bedrijfsspanning Up: beveiligingsniveau In: nominale ontladingsstroom Imax: maximale ontladingsstroom 50 % t (µS) 20 Afb. Gids laagspanningsverdeling 2003 K235 . c specificaties van een varistor (ZnO).2 Afb. 300 A.7. Deze golven moeten vermeld worden op de voorzijde van de apparaten. veroorzaakt door de aanwezigheid van een bliksemafleider op het gebouw c de overspanningsbegrenzer klasse 1 test wordt alleen geïnstalleerd als het gebouw wordt beschermd door een bliksemafleider c de proeven van klasse 1 worden uitgevoerd onder de maximale schokstroom (limp) volgens de golfstroom van 10/350 µs. die dateerde van 1987. nulleider-aarde) Uc waarde in differentieel mode u 1. werd op 1. Opmerkingen : c de verhoging van het aantal keer dat de nominale bliksemstootstroom (In) door een overspanningsbeveiliging moet worden verdragen zonder vernietigd te worden: 20 in plaats van 3 voorheen.5 Uo IT u 1.Golf 1. Maxi 100% 100 % 4 Veiligheidsmaatregelen: c de overspanningsbegrenzer moet gecombineerd worden met een beveiligingsinrichting tegen overstromen en aardlekfouten.95 vervangen door een totaal herzien en vollediger document. 50 I Max.1l 3 Keuze van de overspanningsbegrenzers: c de overspanningsbegrenzers moeten beantwoorden aan de nieuwe norm NF C 61-740/1995 Maximale permanente bedrijfsspanning volgens de norm NF C 15100 sectie 534 Nulleiderstelsels TT TN-S Uc waarde in common mode u 1. behalve indien de constructie van de overspanningsbegrenzer dergelijke inrichtingen overbodig maakt. die vooral afkomstig is van een potentiaalstijging van de aarde. 200 ms): Deze tests betreffende het einde van de levensduur hebben de fabrikanten ertoe aangezet: c in het product een thermische afschakelinrichting te integreren c de installatie van een externe afschakelinrichting tegen kortsluiting aan te bevelen. 5 Productspecificaties: c gestandaardiseerde golven. Deze verzekeren: v dat het thermisch doorslaan tijdig zal onderbroken worden bij veroudering van de interne componenten v dat de foutstroom als gevolg van het kortsluiten van een component zal geëlimineerd worden v dat geen enkel uitwendig verschijnsel zal optreden indien zich een overspanning met industriële frequentie voordoet (golf 1500 V. De eerste uitgave. of moet hij gecombineerd worden met een geïntegreerde of externe afschakelinrichting. die de goede werking van het apparaat verzekert bij een maximale permanente bedrijfsspanning (Uc).en IT-stelsels moet de overspanningsbegrenzer stroomafwaarts van een differentieelinrichting geplaatst worden.732 Uo u 1. De norm IEC 61643-1 Overspanningsbegrenzer tegen rechtstreekse blikseminslagen klasse 1 test volgens de norm CEI 61643-1 : c laat toe een rechtstreekse bliksemstroom af te voeren. c de implementatie van een verouderingstest.1 Uo V Max. die geïnstalleerd worden op het laagspanningsnet. om de beveiliging tegen onrechtstreekse aanraking te verzekeren. c bij TT. Maxi 100% 100 % 50 % t (µS) 1. Overspanningsbegrenzers tegen onrechtstreekse blikseminslagen klasse 2 test volgens de norm IEC 61643-1 : c bestemd voor de beveiliging van elektrische uitrusting tegen geïnduceerde of geleide overspanningen (onrechtstreekse effecten) c de proeven van klasse 2 worden uitgevoerd onder de maximale ontladingsstroom (lmax) volgens de golfstroom van 8/20µs. 2 . De uitgave 1995 van de norm NF C 61-740 heeft als gevolg dat de producten die eraan voldoen een betere beveiliging bieden tegen de gevolgen van bliksemontladingen.1 Uo (beveiliging tussen fase-nulleider) Uo : enkelvoudige netspanning tussen fase en nulleider Uc : maximale spanning bij permanent regime TN-C u 1.Golf 8/20 µs. Om overspanningsbegrenzers te kunnen testen werden twee golftypes gedefinieerd: v spanningsgolf 1. 3 .2/50 µS (afb. 3).5 Uo u 1. zodat verschillende producten makkelijk kunnen vergeleken worden op basis van een gemeenschappelijke specificatie. De aangebrachte wijzigingen laten toe de bedrijfszekerheid van dit type materieel te verhogen. 50 Hz.1 Uo u 1.

Verschijnselen van een ongelooflijke omvang c meerdere miljoenen volt c elektrische velden van meer dan 15000 V/m c stromen die tot 200 000 A kunnen bereiken c soms meer dan 10 opeenvolgende ontladingen tijdens dezelfde bliksemschicht.5 miljoen. Afb.en telecommunicatienetten c fouten bij de werking van automatische stuur.Studie van een installatie Beveiliging tegen de bliksem De bliksem en zijn effecten De vorming van onweer Bij een zomeronweer wordt het proces op gang gebracht door vanop het aardoppervlak opstijgende warme lucht. Deze wolken zijn gigantische thermische machines. Er ontstaan bliksemflitsen binnen de wolk en tussen wolken onderling. 1). Tijdens het opstijgen neemt deze luchtmassa vocht op totdat zich een wolk vormt. Blikseminslag Afb. 3). De bliksem beschadigt elektrische installaties: c tienduizenden huishoudapparaten worden vernield c de schade aan elektrische installaties loopt in de miljarden c meer dan 100 miljoen frank schade aan telefooninstallaties c 50 000 elektriciteitsmeters beschadigd c 100 transformatoren van EDF buiten gebruik c zeer hoge verliezen wegens productiestilstanden Bovendien moet men rekening houden met de gevolgen van : c storingen aan computer. met indrukwekkende karakteristieken : c hun basis bevindt zich op ongeveer 2 km hoogte en hun top op een hoogte van zowat 14 km c aan de basis bedraagt de temperatuur +5°C en aan de top –60°C c potentiaalverschil van honderden miljoenen V door de scheiding tussen waterdeeltjes en ijs in de wolk : v grote. 2 – Ontwikkeling van een onweerswolk : bliksemflitsen in de wolk Dit is een bliksem tussen de wolk en de aarde (afb. die tot 5 km hoog kunnen zijn (afb.en regelsystemen. blikseminslagen op het aardoppervlak. 2). 3 – Bliksemflitsen. negatief geladen druppels onderaan v positief geladen ijskristallen bovenaan. windvlagen K236 Gids laagspanningsverdeling 2003 . Afb. De bliksem Bliksem richt aanzienlijke schade aan : in Frankrijk telt men jaarlijks ca. De schokgolf gaat gepaard met een geluidsgolf : de donder. Onweerswolken zijn doorgaans van het cumulo-nimbustype (afb. Ze zijn herkenbaar aan hun typische vorm en hun donkere kleur onderaan. De bliksem vernielt gebouwen: c honderden gebouwen worden verwoest c 10% van de branden wordt veroorzaakt door blikseminslag (waarvan 40% in agrarische bedrijven). hevige neerslag. De exploitatieverliezen kunnen financieel veel verder reiken dan de kostprijs van het beschadigde materieel. De bliksem doodt: c jaarlijks 15 tot 20 dodelijke slachtoffers ingevolge de bliksem c honderden raken gewond of blijvend gehandicapt c 20 000 dieren worden gedood. 1. 1 – Cumulo-nimbuswolk Bliksem Zodra de lading van de wolk het ioniseren van een luchtkolom toelaat treden bliksemflitsen op.

2) Een bliksem die op een willekeurige plaats op de bodem inslaat is te vergelijken met een zeer lange antenne. L N U mode U common commun mode belasting charge c tussen de actieve geleiders onderling (fase/N.type PE. Werkingsprincipe van een overspanningsbeveiliging Werking : c standby : bij afwezigheid van overspanning heeft de beveiliging een zeer hoge impedantie en heeft zij geen enkel effect op de installatie. Afb. ( standaardgolf 8/20 µS) v het einde van de levensduur van de overspanningsbeveiliging wordt gesignaleerd door een controlelampje b verschillende gamma's producten. (standaardgolf 8/20 µS) . Men maakt onderscheid tussen twee soorten overspanning : c geleide overspanning c geïnduceerde overspanning. vast.type PF. maar een gedeelte van de schokgolf zal toch terecht komen bij gevoelige verbruikers. Gids laagspanningsverdeling 2003 K237 . die een elektromagnetisch veld uitstraalt. Ze worden verzwakt door de lengte van de lijnen. Geïnduceerde overspanningen (afb. voor analoog telefoon-net .type PRD. Deze overspanning is voornamelijk van belang bij TT. 4 – Differential mode De overspanningsbeveiliging L récepteur verbruiker De overspanningsbeveiliging heeft tot doel elektrische en elektronische uitrusting te beveiligen tegen overspanningen van atmosferische (bliksem) en /of industriële oorsprong (overspanning ingevolge schakelen). L U differential mode mode N différentiel belasting charge Afb. éénpolig v overspanningsbeveiliging voor communicatie-net . fase/fase en worden differentiel mode genoemd (afb.20 stroomstoten bij I nom.type PRI. Rn nulleider Afb. c werking : bij overspanning wordt de beveiliging actief en laat de sterke schokstromen naar de aarde vloeien zolang de elektrische storing duurt..1 stroomstoot bij I max.of telefoonkabel. vast.type PRC. meerpolig. 1) Zij zijn het gevolg van een blikseminslag op of nabij een bovengrondse elektriciteits. monoblok .type PRI.1l De effecten van de bliksem op elektrische installaties i/2 i i/2 i t De bliksem is een hoogfrequent elektrisch verschijnsel. 3 – Common mode Afb. overspanningen kunnen optreden : c tussen geleiders en de aarde (fase/aarde. transformatoren enz. De gegenereerde stroompulsen planten zich voort tot in woningen die kilometers ver verwijderd zijn. 6V voor IT-netten. die ze op hun weg tegenkomen. plugbaar. Hierdoor beperkt zij de overspanning aan de klemmen van de verbruikers. 3). N/aarde) en worden common mode genoemd (afb. 2 – Geïnduceerde overspanning Opm. Dit veld veroorzaakt overspanningen. 1 – Geleide overspanning bliksem champ électromagn tique lectromagnétique uitrusting elektromagnetisch veld LS U overspanning neutre Geleide overspanningen (afb.en TNSnulleiderstelsels. éénpolig en meerpolig . waarvan de effecten honderden meters tot kilometers ver nog merkbaar zijn. 4). 12/48V voor numerische telefoon en PLC's . dat overspanningen veroorzaakt op elk geleidend element en met name kabels en elektrische verbruikers. v afleidingsvermogen : . voor LS-net (230/400 V) en communicatie-net v overspanningsbeveiliging voor LS-net (230/400 V) .

Installatie zonder bliksemafleider c met de bovenstaande tabel kan de maximale stroom van de te installeren overspanningsbegrenzer bepaald worden. moet een andere overspanningsbegrenzer in cascade worden toegevoegd.79 65 ≤1.53 Indien de afstand tussen de overspanningsbegrenzer en de verbruiker ≥ 30 m en / of bij gevoelige apparatuur (Up te hoog).58 15 30-40 65 ≤0. Interrupteurs I INSTALLATIE ZONDER BLIKSEMAFLEIDER Hoge materiaalkost / Gevoelig materiaal Tertiair / Industrie Bedrijfscontinuïteit van de installatie INSTALLATIE MET BLIKSEMAFLEIDER Of gelegen in een straal van 50 m 2. een fijnbeveiliging Imax 8 kA (PRD8.85 1. PF8. PF30.00 In functie van de karakteristieken van de site kA hoofdbeveiliging fijnbeveiliging Installatie met bliksemafleider c de aanwezigheid van een bliksemafleider op het gebouw of in een straal van 50 m kan een rechtstreekse blikseminslag veroorzaken. dringt een fijnbeveiliging (in kA) zich op.58 30-40 ≤0. PE8) geïnstalleerd worden zo dicht mogelijk bij de verbruikers.40 kA (PRD40.53 30-40 >0. waarbij een beveiligingsniveau van max. afhankelijk van de geografische ligging en de blikseminslagdensiteit van de te beveiligen site c er moet een overspanningsbegrenzer voor fijnbeveiliging Imax = 8 kA gemonteerd worden als: v de afstand tussen de hoofdbeveiliging en de verbruikers ≥ 30 m v de spanning Up van de overspanningsbegrenzer te hoog is in verhouding tot de gevoeligheid van de te beveiligen verbruikers (Uchoc).11 1.53 65 0.26 8 8 8 8 8 8 0. Een deel van de bliksemstroom vloeit in de stroominstallatie langs de aardingspen en de aardrail c om de verbruikers te beveiligen. K238 Gids laagspanningsverdeling 2003 . die in staat is de bliksemstroom op te vangen en vervolgens af te leiden naar een afgelegen aarding met een referentie van 0 V.58 Niet nodig Blikseminslagdensiteit (Ng) Gedeeltelijk Zeer belangrijk 1. is het dan noodzakelijk bij de aankomst in het bord een overspanningsbegrenzer klasse 1 test PRF1 te installeren met een zeer grote afvoercapaciteit (Iimp ≥ 20 kA).32 0. PE40) verenigbaar zou zijn met de stoothoudspanning van het te beveiligen materiaal (Uchoc < 1. die een potentiaalstijging van de massa's en het aardingsnet tot gevolg heeft.58 >1. opdat de residuele spanning op de klemmen van de tweede overspanningsbegrenzer Imax = 30 .53>Ng≤1.Studie van een installatie Beveiliging tegen de bliksem Keuze van de overspanningsbegrenzers voor LS-netten Interrupteurs jusqu'à 125 A.5 kV) c tot slot moet.58 15 >1. 4 kV tussen fase / nulleider en aarde verzekerd wordt c vermits dit beveiligingsniveau te hoog is. 0.53 0. als de te beveiligen verbruikers zich op meer dan 30 m van de hoofdbeveiliging bevinden.

draagbaar gereedschap 4 kV 2.2 kV Uchoc : 1.732 Uo ≥ 1. Er zijn 2 mogelijke situaties: c als het beveiligingsniveau (Up) te hoog is voor de stoothoudspanning (Uchoc) van het installatiemateriaal: er moet een overspanningsbegrenzer (P2) voor fijnbeveiliging gemonteerd worden in de omgeving van de verbruikers.5 kV is in principe aanvaardbaar (hoewel er dan geen marge is).5 kV P1: hoofdbeveiliging berekend met In en Imax aangepast aan de bliksemstromen die zich kunnen voordoen en met een beveiligingsniveau van 2 kV P2: overspanningsbegrenzer in de omgeving van de te beveiligen verbruikers met een beveiligingsniveau dat is aangepast aan en gecoördineerd met P1. om de spanning te verminderen en verenigbaar te maken met de stoothoudspanning van de te beveiligen verbruikers c als de gevoelige verbruikers zich te ver van de hoofdbeveiliging bevinden (d ≥ 30 m. koelkast. Gids laagspanningsverdeling 2003 K239 .5 kV P1 Up : 2 kV E P1 P2 Up : 1. Cascadeschakeling van verschillende overspanningsbegrenzers De hoofdbeveiliging (P1) is berekend om bliksemstromen afkomstig van de installatie af te voeren.5 kV P1 P2 E: te beveiligen verbruiker met een stoothoudspanning van 1. informatica. telecommunicatie 2. trafo 6 kV 4 kV schokgolf categorie III zeer hoog industriële apparaten: elektrische teller.1 Uo ≥ 1. telemeting 8 kV 6 kV schokgolf categorie IV c het beveiligingsniveau (Up) is de spanning die de prestaties van een overspanningsbegrenzer bij In kenmerkt c Up moet liggen tussen: v de maximumspanning in permanent bedrijf (Uc) v de stoothoudspanning (Uchoc) van de te beveiligen verbruikers.5 kV P1: aankomstbegrenzer berekend met In en Imax aangepast aan de bliksemstromen die zich kunnen voordoen en met een beveiligingsniveau van 1.5 kV schokgolf categorie II hoog industriële apparaten: motor. maar de afstand is te groot P2: overspanningsbegrenzer in de omgeving van de te beveiligen verbruikers met een beveiligingsniveau dat is aangepast aan en gecoördineerd met P1.5 kV. oven.1 Uo TN-C ≥ 1. figuur 2): er moet een overspanningsbegrenzer (P2) voor fijnbeveiliging gemonteerd worden in de omgeving van de verbruikers. videorecorder.5 kV schokgolf categorie I normaal elektrische huishoudapparaten: vaatwasser.1 Uo IT ≥ 1. alarm. Dit niveau van 1. om de spanning te verminderen en verenigbaar te maken met de stoothoudspanning van de te beveiligen verbruikers.1l In functie van de karakteristieken van de verbruikers Uc < Up < Uchoc Tabel van de bestendigheid tegen schokgolven 8/20 van de te beveiligen verbruikers c algemene norm: IEC 60364-4 Nom. stopcontacten. E: te beveiligen verbruiker met een stoothoudspanning van 1.1 Uo Up overspanningsbegrenzer < Uchoc verbruikers Voorbeeld figuur 1 Voorbeeld figuur 2 d ≥30 m Up : 2 kV P1 E Uchoc : 1. verdeelkast. nulleider-aarde) Waarde Uc in differentieel mode ≥ 1. 400/690/1000 V 230/440 V Maximumspanning in permanent bedrijf Uc volgens de norm IEC 60364-5-534 TT Aardingsschema Waarde Uc in common mode ≥ 1.5 Uo (beveiliging tussen fasen-aarde.1 Uo (beveiliging tussen fasen-nulleider) Uo: enkelvoudige netspanning tussen fase en nulleider Uc: maximumspanning in permanent bedrijf TN-S ≥ 1. hifi.5 kV 1. spanning van de installatie driefasige netten Schokbestendigheid van de verbruikers (Uchoc) beperkt apparaten met elektronische kringen: televisie.

PF en PE) aardingsschema TT TN-S TN-C IT met ver- IT met niet- deelde null.IT met nietdeelde null. Iimp : 60 kA 125 A Maxi compact NS160H gL (22 x 58) TM125D Max.Studie van een installatie Beveiliging tegen de bliksem Keuze van de overspanningsbegrenzers voor LS-netten In functie van het aardingsschema (PRF1) aardingsschema TT TN-S TN-C IT met ver. moet in de tabel hiernaast de gepaste afkoppelinrichting gekozen worden c het onderbrekingsvermogen moet compatibel zijn met het onderbrekingsvermogen van de installatie c iedere actieve geleider moet beveiligd worden.afkoppelingsautomaat stroom van de kaliber curve overspanningsbegrenzers 8-15-30-40 kA 20 A C 65 kA 50 A C Na de keuze van de nodige overspanningsbegrenzer(s) voor de beveiliging van de installatie. verdeelde null. overspanningsbegrenzers klasse 2 test max. vaste overspanningsbegrenzers klasse 2 test PRD CM Uc = 275 V CM Uc = 440 V CM/DM 1P+N 1P+N Uc = 440/275 V 3P+N 3P+N uittrekbare overspanningsbegrenzers klasse 2 test PF 30-65 kA CM 1P+N 1P+N Uc = 440 V 3P+N 3P+N PF 8-15 kA CM/DM 1P+N 1P+N Uc = 440/275 V 3P+N 3P+N PE CM Uc = 440 V 1P 3P 3P 1P+N 3P+N 1P+N 3P+N 1P+N 3P+N 1P 3x1P 3x1P Keuze van de afkoppelinrichting overspanningsbegrenzer klasse 1 test afkoppeling PRF1 zekering vermogenschak. K240 Gids laagspanningsverdeling 2003 . vaste overspanningsbegrenzer klasse 1 test PRF1 2x1P 4x1P 2x1P 4x1P 3x1P In functie van de aardingsschema’s (gamma PRD. ontladings. Bijvoorbeeld: een overspanningsbegrenzer 1P + N moet gecombineerd worden met een tweepolige afkoppelingsautomaat (2 beveiligde polen). verdeelde null.

gL (22x58) Compact NS 160H TM125D Max. op meer dan 15 m van elkaar. PE PRD = 60kA limp 4kV AC Up ≤ 255V 50Hz Uc = 30As Q= = 60kA limp 4kV AC Up ≤ 255V 50Hz Uc = 30As Q= 16620 16620 16620 16640 PRF 1 PRF 1 L40A 16620 PRF 1 PRF 1 L40A c de 50 cm regel is eveneens van toepassing op de aansluiting van de overspanningsbegrenzer PRF1 125 A Max. d1 T OFF PRF1 16 ➞ 50 mm2 d2 16 ➞ 35 mm2 F O-OF MERLI MERLI N GERIN = 60kA AC limp 4kV Up ≤ 255V 50Hz Uc = Q= 30As F O-OF F O-OF F O-OF N GERIN = 60kA AC limp 4kV Up ≤ 255V 50Hz Uc = Q= 30As 16620 16620 PRF 1 PRF 1 d3 d 2+ 1+d d3 ≤ 50 c m Gids laagspanningsverdeling 2003 K241 .1l Installatiebeperkingen voor overspanningsbegrenzer PRF1 klasse 1 test Overspanningsbegrenzer PRF1 met Self c Als de afstand tussen de twee hoofdbeveiligingen < 15 m. F O-OF F O-OF F O-OF F O-OF F O-OF F O-OF O-OF F F O-OF L N multi PRD C Neutral 9 r multi PRD 9 L N PF. een afkoppelself L40A. PE PRD ERLIN M ERLIN M GERIN GERIN multi PRD C Neutral 9 r multi PRD 9 GERIN MERLIN GERIN MERLIN GERIN MERLIN GERIN MERLIN = 60kA limp 4kV AC Up ≤ 255V 50Hz Uc = 30As Q= = 60kA limp 4kV AC Up ≤ 255V 50Hz Uc = 30As Q= 50/60Hz Un 500V In 40A µH 15 Ln = 50/60Hz Un 500V In 40A µH 15 Ln = 16640 PF. is de afkoppelself niet nodig. Overspanningsbegrenzer PRF1 zonder Self c als de twee hoofdbeveiligingen geïnstalleerd worden in afzonderlijke borden.

Coördinatie van 2 overspanningsbegrenzers in cascade (10 m regel) c er moet een afstand van ten minste 10 m kabel in acht genomen worden tussen de twee overspanningsbegrenzers om een goede coördinatie te verzekeren.2kV Uc:275V O-OFF O-OFF L N d3 IN GERIN MERL 9 IN GERIN MERL 9 multi PRD r C Neutral multi PRD 0 cm 3 ≤5 d2+ d d1+ K242 Gids laagspanningsverdeling 2003 . DDR type s eiliging fijnbev hoofd d1 beveil iging O-OFF O-OFF T OFF O-OFF O-OFF O-OFF O-OFF d2 N PRD O-OFF L N L O-OFF O-OFF IN GERIN MERL 9 IN GERIN MERL 9 multi PRD r C Neutral multi PRD O-OFF N GERIN MERLI N GERIN MERLI i9 mult PRD r C Neutral i9 mult PRD C40r-275 (8/20) Imax:40kA20) In:15kA(8/ Up:1.Studie van een installatie Beveiliging tegen de bliksem Keuze van de overspanningsbegrenzers voor LS-netten Installatiebeperkingen voor overspanningsbegrenzer klasse 2 test 50 cm regel in het elektrisch bord De aansluitingen moeten zo kort mogelijk zijn. Ze mogen niet langer zijn dan 50 cm om de stroomverbruikers doeltreffend te beveiligen.

overspanningsbegrenzer diagnose ontvanger Imax R = 8 of 9 andere kringen prioritaire kringen Ry7 diagnose situs Ey1 PRC-PRI aangeraden 1<E<4 PRC-PRI zeer aangeraden PRC-PRI zeer aangeraden PRC b b b b b b b b b b b b b PRI 12…48 V Eu4 PRC-PRI zeer aangeraden PRC-PRI zeer aangeraden PRI 6 V nettype telecommunicatie analoog 300 Hz RTC numerische toegang T0 speciale lijn 24 V speciale lijn modem basisbandbreedte 64 kbit/s MIC lijn en toegang T2 informatica stroomlus 200 V stroomlus 12…48 V RS 232 (12 V) RS 485 (12 V) stroomlus 6 V RS 422 (6 V) RS 423 (6 V) voeding verbruikers 12/48 V brandcentrale. geen ongewenste uitschakeling van de aansluitautomaat veroorzaakt.1l Coördinatie van de beveiligingen differentieelbeveiliging type s of vertraagd ontkoppelingsautomaat overspanningsbegrenzer verbruikers differentieel vermogensschakelaar hoge gevoeligheid selektief met differentieelbeveiliging type s In installaties die met een algemene differentieelbeveiliging uitgerust zijn. dient u de volgende apparaten te combineren: b een overspanningsbegrenzer om de gevoelige verbruikers te beveiligen tegen atmosferische overspanningen b een automaat met een selectieve differentieelinrichting voor residuele stroom 300/500 mA stroomopwaarts om een totale differentieel selectieve te waarborgen b een differentieelinrichting van 30 mA van het type "Si" die stroomafwaarts wordt en ongevoelig is voor dit type van storingen. In dat geval dient u een selectieve differentieelinrichting van het s-type of met vertraagde uitschakeling te voorzien. differentieelbeveiliging type s of vertraagd ontkoppelingsautomaat ID 30 mA ID "Si" 30 mA Keuze van de overspanningsbegrenzers voor communicatienetten Na analyse volgens verbruikers risico’s (R) en en situs (E) (zie gids voor overspanningsbegrenzers). zie hiernaast tabel om het nodige overspanningsbegrenzer te kiezen. Om de bedrijfscontinuïteit van de prioritaire kringen te waarborgen en tegelijkertijd de veiligheid te verzekeren bij atmosferische storingen. zodat de stroom die langs de overspanningsbegrenzer naar de aarde vloeit. Opgelet: de verbinding moet klasse II zijn. inbraakcentrale. De overspanningsbegrenzer zal tussen de 2 apparaten aangesloten moeten zijn (zie hierachter). is het beter om de overspanningsbeveiliging stroomopwaarts van deze beveiliging te plaatsen. Sommige energiemaatschappijen staan echter niet toe om op dit niveau van de distributie tussenbeide te komen. Een andere oplossing: Het gebruik van een vermogensschakelaar aan het begin + een differentieellastschakelaar. deuropener/regeling L : verbindingsklasse II differentieel lastschakelaar vermogensschakelaar + differentieel overspanningsbegrenzer verbruikers Gids laagspanningsverdeling 2003 K243 . ZLS-verbruiker.

TN-C en IT-netten PRD65r 16557 1P+N 65 20 20 1.2 PRD40 16567 1P+N 40 15 15 1.5 1.5 1.2 1.2 16563 3P 40 15 1.8 16579 3P+N 8 2 2 1.5 1.2 1.Studie van een installatie Beveiliging tegen de bliksem Gamme en voornaamste karakteristieken van de overspanningsbegrenzers Overspanningsbegrenzers klasse 2 voor LS-netten polen Imax (kA) In (kA) Up (kV) 8/20 µs 8/20 µs CM CM DM CM DM L/t N/t vaste overspanningsbegrenzers voor TT.8 15693 3P+N 15 8 5 2 1. TN-S en IT-netten PF65r 15684 1P+N 65 20 2 15685 3P+N 65 20 2 PF30r 15689 1P+N 30 10 1.2 1.2 16558 3P 65 20 2 16559 3P+N 65 20 20 1.8 1.8 1.2 16578 3P 8 2 1.2 Uc (V) 440 275 440 275 440 275 440 275 440 275 440 440 werkingsreserve b b b b signalisatie op afstand b b b b eindleven signalisatie b b b b b b b b b b b b b b Overspanningsbegrenzers voor communicatienetten referentie PRC PRI 12…48 V PRI 6 V 16593 16595 16594 module van 18 mm 1 1 1 Imax (kA) 8/20 µs CM 10 10 10 In (kA) 8/20 µs DM 5 5 5 Up (kV) CM L/t 300 70 15 Un (V) 200 12…48 6 eindleven signalisatie b b b toebehoren EM/RM 16592 b b b Overspanningsbegrenzers klasse 1 voor LS-netten hoofdbeveiliging PRF1 L40 A referentie polen Iimp (kA) Up (kV) Uc (V) Un (V) 16620 16640 1P 60 i4 255 500 K244 Gids laagspanningsverdeling 2003 .5 1.2 1.2 16568 3P 40 15 1.2 440 440 440 440 440 440 440 440 440 440 440 440 440 440 440 275 275 275 275 275 275 275 275 275 275 230 400 400 230 400 400 230 400 400 230 400 400 230 400 400 b b b b b b Patronen voor PRD naam C65r-440 C65r-275 C40r-440 C40r-275 C40-440 C40-275 C15-440 C15-275 C8-440 C8-275 C neutral r C neutral referentie 16580 16581 16582 16583 16584 16585 16586 16587 16588 16589 16590 16591 Imax (kA) 8/20 µs CM 65 65 40 40 40 40 15 15 8 8 65 65 In (kA) 8/20 µs DM 20 20 15 15 15 15 5 5 2 2 20 20 Up (kV) CM L/t 2 1.8 PF8 15695 1P+N 8 8 2 2 1.8 1. TN-S.2 1.2 1.2 1.8 15688 3P+N 30 10 1.8 16574 3P+N 15 5 5 1.2 1.5 1.2 1.2 1.2 1.8 1.2 PRD40r 16562 1P+N 40 15 15 1.2 PRD15 16572 1P+N 15 5 5 1.2 1.5 15696 3P+N 8 8 2 2 1.2 1.8 PF30 15687 1P+N 30 10 1.2 PRD8 16577 1P+N 8 2 2 1.2 1.2 1.2 MC common mode : beveiliging tussen fase-aarde en nulleider-fase MD differential mode : beveiliging tussen fase-nulleider beveiliging hoofd fijn referentie DM N/L Uc (V) CM DM Un (V) werkingsreserve signalisatie op afstand b b b b b b eindleven toebehoren signaliEM/RM satie 16592 b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b + + + + + + test test test test test test 1 1 1 1 440 440 440 440 440 440 440 440 440 440 440 440 440 440 250 250 250 250 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b 1.2 1.8 16564 3P+N 40 15 15 1.8 1.5 1.5 1.8 15690 3P+N 30 10 1.8 uittrekbare overspanningsbegrenzers voor TT.8 1.5 vaste overspanningsbegrenzers voor IT en TN-C-netten PE65 15683 1P 65 20 2 PE40 15686 1P 40 10 1.8 16569 3P+N 40 15 15 1.8 PE15 15691 1P 15 5 1.2 16573 3P 15 5 1.2 1.8 PF15 15692 1P+N 15 8 5 2 1.2 1.2 1.8 PE8 15694 1P 8 2 1.2 1.

5kV Uc:275V multi 9 PRD C65r-275 Imax:65kA(8/20) In:20kA(8/20) Up:1.O FF ontkoppelings.2 1.5kV Uc:275V C Neutral r C8.O FF O .2 hoofdaardingsklem aardverbinding van de verbruikersmassa’s (aardingslus op de bodem van de bouwput) C65 MC Gids laagspanningsverdeling 2003 K245 .O FF O .5 1.8 k V 1 .2 1.O FF O ..C40 if red replace if red replace if red replace if red replace overspanningsbegrenzer (3P+N) PRD L/N L/ N/ MC/MD of PF30/65 (3P+N) 1.1 k V 2 5 0 /4 4 0 V 15692 overspanningsbegrenzer (1P+N) 4 PF8/15 (1P+N) of PE (3x1P) MC/MD MC/MD hoofdaardingsklem aardverbinding van de verbruikersmassa’s (aardingslus op de bodem van de bouwput) Aardingsschema TT-stelsel stroombord L1 L2 L3 N DDR aardverbinding van de LS-nulleider N 14 11 12 M E R L IN G E R IN PRD (3P+N) MC/MD multi 9 C60N C 40 400Va 6000 1 0 k A IE C 9 4 7 .2 Up (kV) 1. Aardingsschema TT-stelsel stroombord L1 N DDR aardverbinding van de LS-nulleider N M E R L IN G E R IN PRD (1P+N) multi 9 C60N C40 400V a 6000 1 0 k A IE C 9 4 7 .5kV Uc:275V multi 9 PRD C65r-275 Imax:65kA(8/20) In:20kA(8/20) Up:1.Overspanningsbeveiligingstoepassingen 1l in functie van de aardingsschema’s Keuze De keuze van de overspanningsbegrenzer gebeurt op basis van verschillende criteria: c het aardingsschema van de installatie c de behoefte aan een beveiliging in de common mode (MC) en/of in de series mode (MD) c de keuze van een lichtgevende of mechanische signalisatie die het einde van de levensduur aangeeft c het vaste of uittrekbare patroon c de overdracht op afstand c de afmetingen c de prijs..2 PF30/65 (1P+N) MC 1 3 24206 2 ontkoppelingsautomaat O .5 1.O FF te beveiligen uitrusting MC/MD L M E R L IN G E R IN multi 9 PF15 In Im a x U p (L N / U p (L /N ) U c 5 k A (8 /2 0 ) 1 5 k A (8 /2 0 ) ) 1 .2 1 3 5 7 24232 2 4 6 8 O .te beveiligen uitrusting automaat PF8/15 (3P+N) L3 M ERLIN G ERIN L1 L2 L3 16559 N L1 L2 M ERLIN G ERIN M ERLIN G ERIN M ERLIN G ERIN multi 9 Uc (V) 275 440 440 C8.O FF O ...C65 multi 9 PRD C65r-275 Imax:65kA(8/20) In:20kA(8/20) Up:1.

2 1 3 5 24232 2 4 6 8 O .1 k V 2 5 0 /4 4 0 V 15693 overspanningsbegrenzer (3P+N) PF8/15 (3P+N) 7 STH/STM (3P+N) MC MC/MD of PF30/65 (3P+N) hoofdaardingsklem aardverbinding van de verbruikersmassa’s (aardingslus op de bodem van de bouwput) MC K246 Gids laagspanningsverdeling 2003 .O FF O .Studie van een installatie Beveiliging tegen de bliksem Overspanningsbeveiligingstoepassingen in functie van de aardingsschema’s Aardingsschema TN-S-stelsel stroombord ontkoppelingsautomaat aardverbinding van de LS-nulleider te beveiligen uitrusting overspanningsbegrenzer (1P+N) of hoofdaardingsklem aardverbinding van de verbruikersmassa’s (aardingslus op de bodem van de bouwput) Aardingsschema TN-S-stelsel stroombord L1 L2 L3 N PE M E R L IN G E R IN PRD (3P+N) MC/MD STD (3P+N) MC/MD multi 9 C60N C 40 400Va 6000 1 0 k A IE C 9 4 7 .O FF O .O FF ontkoppelingsautomaat te beveiligen uitrusting aardverbinding van de LS-nulleider N L1 L2 L3 M E R L IN G E R IN multi 9 PF15 In Im a x U p (L N / U p (L /N ) U c 5 k A (8 /2 0 ) 1 5 k A (8 /2 0 ) ) 1 .O FF O .8 k V 1 .

2 1 3 24217 2 4 6 ontkoppelingsautomaat O .5 1 ..2 1 ..2 L /N L/ N/ 1 .1l Aardingsschema driefasig TN-C-stelsel stroombord L1 L2 L3 PEN M E R L IN G E R IN PRD (1P) PRD (3P) MC multi 9 C60N C25 400V a 6000 1 0 k A IE C 9 4 7 ..2 PF30/65 (1P+N) MC 1 3 24206 2 4 O ..C65 multi 9 PRD C65r-275 Imax:65kA(8/20) In:20kA(8/20) Up:1.O FF O .O FF te beveiligen uitrusting MC O .2 1 .O FF aardverbinding van de LS-nulleider L1 L2 L3 14 11 12 16558 L1 L2 L3 M ERLIN G ERIN M ERLIN G ERIN M ERLIN G ERIN multi 9 PRD C65r-440 Imax:65kA(8/20) In:20kA(8/20) Up:2kV Uc:440V multi 9 PRD C65r-440 Imax:65kA(8/20) In:20kA(8/20) Up:2kV Uc:440V multi 9 PRD C65r-440 Imax:65kA(8/20) In:20kA(8/20) Up:2kV Uc:440V if red replace if red replace if red replace overspanningsbegrenzer (3P) 5 PE (1P) MC PE (3x1P) MC of STH/STM/STD (1P) STH/STM/STD (3P) MC hoofdaardingsklem aardverbinding van de verbruikersmassa’s (aardingslus op de bodem van de bouwput) MC Aardingsschema eenfasig IT-stelsel stroombord L1 N CPI overspanningsbegrenzer N 14 11 12 M E R L IN G E R IN PRD (1P+N) multi 9 C60N C 40 400V a 6000 1 0 k A IE C 9 4 7 .C 4 0 hoofdaardingsklem aardverbinding van de verbruikersmassa’s (aardingslus op de bodem van de bouwput) Gids laagspanningsverdeling 2003 K247 .5kV Uc:275V C Neutral r if red replace if red replace overspanningsbegrenzer (1P+N) of PF8/15 (1P+N) MC/MD PE (3x1P) MC/MD U p (k V ) 1 .O FF O .5 1 .2 C 8 .O FF ontkoppelingsautomaat te beveiligen uitrusting C65 MC/MD L 16557 aardverbinding van de LS-nulleider N L M ERLIN G ERIN M ERLIN G ERIN Uc (V) multi 9 PRD 275 440 440 C8.

O FF ontkoppelingsautomaat te beveiligen uitrusting aardverbinding van de LS-nulleider L1 L2 L3 M E R L IN G E R IN multi 9 PF15 In Im a x U p (L N / U p (L /N ) U c 5 k A (8 /2 0 ) 1 5 k A (8 /2 0 ) ) 1 .8 k V 1 .2 1 3 5 24232 2 4 6 8 O .O FF aardverbinding van de LS-nulleider L1 L2 L3 5 PE (3x1P) MC M E R L IN G E R IN M E R L IN G E R IN M E R L IN G E R IN multi 9 multi 9 multi 9 PE65 Im a x 6 5 k A (8 /2 0 ) 1 0 0 k A (4 /1 0 ) In U p U c 2 0 k A (8 /2 0 ) 2 k V (8 /2 0 ) 4 4 0 V (8 /2 0 ) PE65 Im a x 6 5 k A (8 /2 0 ) 1 0 0 k A (4 /1 0 ) In U p U c 2 0 k A (8 /2 0 ) 2 k V (8 /2 0 ) 4 4 0 V (8 /2 0 ) PE65 Im a x 6 5 k A (8 /2 0 ) 1 0 0 k A (4 /1 0 ) In U p U c 2 0 k A (8 /2 0 ) 2 k V (8 /2 0 ) 4 4 0 V (8 /2 0 ) If re d r e p la c e If re d r e p la c e If re d r e p la c e 15683 15683 15683 Aardingsschema driefasig IT-stelsel (verdeelde stroombord L1 L2 L3 N CPI overspanningsbegrenzer N M E R L IN G E R IN PRD (3P+N) MC/MD PF30/65 (3P+N) MC multi 9 C60N C 40 400Va 6000 1 0 k A IE C 9 4 7 .Studie van een installatie Beveiliging tegen de bliksem Overspanningsbeveiligingstoepassingen in functie van de aardingsschema’s Aardingsschema driefasig IT-stelsel (niet-verdeelde nulleider) L1 L2 L3 M E R L IN G E R IN PRD (3P) MC multi 9 C60N C25 400V a 6000 1 0 k A IE C 9 4 7 .O FF O .O FF O .O FF O .O FF O .O FF O .1 k V 2 5 0 /4 4 0 V 15693 overspanningsbegrenzer (3P+N) 7 PF8/15 (3P+N) MC/MD of PE (4x1P) MC/MD hoofdaardingsklem aardverbinding van de verbruikersmassa’s (aardingslus op de bodem van de bouwput) K248 Gids laagspanningsverdeling 2003 .2 1 3 24217 2 4 6 O .

1m 1 studie van een installatie 1m installatie in omhulsels beschermingsgraad eigenschappen van metalen omhulsels eigenschappen van kunststof omhulsels thermisch beheer van borden maatbepaling railstellen pag. K250 K251 K252 K253 K256 Gids laagspanningsverdeling 2003 K249 .

I.. Beschermingsgraad tegen mechanische schokken : IK Overeenkomstig de norm NBN EN 50-102 kan de bescherming tegen mechanische schokken weergegeven worden door een kenmerkend cijfer dat toegevoegd wordt aan de beide cijfers van de IPbeschermingsgraad. Indien alleen de beveiliging van personen interessant is om te preciseren worden de twee specifieke cijfers van de IP vervangen door X.D beveiligd tegen de toegang van een werktuig Ø 1 mm beschermd tegen de gevolgen van permanente onderdompeling K250 Gids laagspanningsverdeling 2003 . vergelijkbaar met zeegolven Voorbeeld beveiligd tegen vaste lichamen groter dan 2. deel 1) zijn voldoende vergelijkbaar met de norm NBN C 20-529 en de Europese norm EN 60529 van oktober 1992 om toe te laten aan de hand van de IP-code aan te geven welke bescherming een omhulsel biedt tegen de genaakbaarheid van gevaar-lijke onderdelen en tegen het binnendringen van vreemde vaste voorwerpen of vloeistoffen. uiteenlopen van enkele druppels tot totale onderdompeling.5mm beschermd tegen vaste voorwerpen groter dan 2. c de beschermingsgraden die in deze catalogus vermeld worden gelden voor de omhulsels zoals ze voorgesteld zijn. zwamvorming en ongedierte.. c voor buitenopstelling moeten de kasten uitgerust worden met een beschermingsdak.E. corrosieve produkten.5 mm geen beveiliging 7 8 beschermd tegen de gevolgen van tijdelijke onderdompeling IP 30. . corrosieve dampen. 198911) en de Duitse normen (DIN 40050 van juli 1980 en DIN-VDE 0470.5mm X beschermd tegen vaste voorwerpen groter dan 12 mm 15° ~ beschermd tegen vallende druppels onder een hoek van 15˚ uit de loodlijn 3 Ø 2. Behoud van deze oorspronkelijke beschermingsgraad is echter enkel verzekerd indien de montage van de apparaten en de installatie volgens de regels van het vak uitgevoerd worden.5 mm beveiligd tegen toegang van werktuig Ø 1 mm Belangrijke opmerkingen c de beschermingsgraad IP moet altijd cijfer per cijfer geïnterpreteerd worden en niet als een compleet getal. trillingen. De aanwezigheid van water kan bijv. Deze invloeden kunnen in mindere of meerdere mate optreden. De letter wordt alleen gebruikt als de effectieve beveiliging van personen groter is dan die aangegeven door het eerste cijfer van de IP. gespoten uit alle richtingen 6 volledig beschermd tegen stof 6 beschermd tegen waterstralen. Beschermingsgraad : IP 1ste cijfer Bescherming tegen vaste voorwerpen 2de cijfer Bescherming tegen vloeistoffen 0 1 2 geen bescherming Ø 50mm 0 bescherming tegen vaste voorwerpen groter dan 50 mm geen bescherming 1 2 beschermd tegen verticaal vallende druppels (condensatie) 12 mm Ø 12. heeft een groot aantal uitwendige invloeden waaraan een elektrische installatie kan onderworpen zijn gerepertorieerd en gecodeerd: aanwezigheid van water. Het eerste cijfer kenmerkt de beveiliging van het materieel tegen het binnendringen van vreemde vaste voorwerpen. afhankelijk van de installatieomstandigheden. vaste voorwerpen. schokken. Deze normen mogen niet gehanteerd worden met betrekking tot explosiebeveiliging of speciale omstandigheden zoals vocht.Studie van een installatie Installatie in omhulsels Beschermingsgraad Het A.R. Beschermingsgraad : IP De publicatie IEC 529 (2de uitgave. Bijkomende letter (optioneel) Beveiliging van personen tegen toegang tot gevaarlijke onderdelen (binnen het omhulsel) letter betekenis A beveiligd tegen toegang van werktuig Ø 50 mm B C D beveiligd tegen de toegang van werktuig Ø 12 mm beveiligd tegen toegang van werktuig Ø 2. Bijvoorbeeld: IP XXB.5 mm 3 60° beschermd tegen vallende druppels onder een hoek van 60˚ uit de loodlijn 4 5 Ø 1mm beschermd tegen vaste voorwerpen groter dan 1 mm 4 5 beschermd tegen spattend water uit alle richtingen beschermd tegen stof (geen schadelijke neerslag) beschermd tegen waterstralen. Het tweede cijfer kenmerkt de beveiliging tegen het binnendringen van water met schadelijke gevolgen. De IP-code is samengesteld uit twee kenmerkende cijfers en kan uitgebreid worden met een bijkomende letter indien de effectieve beveiliging van personen tegen de toegang tot gevaarlijke onderdelen beter is dan door het eerste cijfer aangegeven wordt.

bekleed met een film van 150 tot 200 micron. Deze techniek laat een onberispelijke afwerking toe en biedt een uitstekende bescherming tegen corrosie. (ISO 2409) (NFT 30-019) (NFT 30-017) (NFT 30-040) (NFT 30-078) (NFT 30-016) Hittebestendigheid c 24 uur bij 150 °C c behoud van de glans: goed c verkleuring ∆E = 1NBS. De eigenschappen van deze bekleding zijn aanzienlijk beter dan die van traditionele afwerkingsmethoden met epoxypoeders: c betere kleurstabiliteit c beter bestand tegen sterk uiteenlopende temperaturen c verhoogde weerstand tegen atmosferische invloeden. Gids laagspanningsverdeling 2003 K251 .Eigenschappen van de metalen omhulsels 1m Het plaatstaal van de Merlin Gerin kasten wordt bekleed met een thermohardend poeder op basis van door polyesterharsen gewijzigde epoxyharsen. vergeling. Mechanische eigenschappen testvoorwaarden : stalen proefstaafjes van 0.8 mm warm ontvet met ijzerfosfaat hechting (quadrillage en scotch) kerfslagvastheid Ericksen slagvastheid plooitest op cilindrische opspanklemplaat plooitest op conische opspanklemplaat hardheid Persoz klasse O > 8 mm > 1 kg/40 cm 3 mm < 15 mm 300-320 s. duur van de proef (in maanden) 2 4 6 8 10 12 zuren concentratie azijnzuur 20 % zwavelzuur 30 % salpeterzuur 30 % fosforzuur 30 % zoutzuur 30 % melkzuur 10 % citroenzuur 10 % basen soda 10 % ammoniak 10 % water gedistilleerd water zeewater leidingwater verdund bleekwater oplosmiddelen benzine hogere alcoholen alifaten aromaten ketonen-esters tri-perchloorethyleen film onbeschadigd film aangetast (blaasjesvorming. glansverlies) Corrosiebestendigheid zoutnevel (NF X 41-002) 720 uur op metalen omhulsels van verzinkt plaatstaal van 1 mm dikte na ontvetting met amorf ijzerfosfaat c roestvorming R10 (NF T 30-071) c blaasjesvorming 0. Chemische eigenschappen tests uitgevoerd bij kamertemperatuur op gefosfateerde proefstaafjes.

4 V0 bij 1. allyl. chemische industrie.50 tot + 125 4 geen aantasting 10 1.5 mm 750 °C 5 s 115 tot 125 145 .v. kap US) mechanische eigenschappen schokbestendigheid in N/cm2 buigweerstand in N/cm2 trekweerstand in N/cm2 elektrische eigenschappen doorlaatweerstand (klasse) oppervlakteweerstand in Ω diëlektrisch houdvermogen in kV/cm transversale volumeweerstand in Ω.cm vuurbestendigheid zuurstofindex in % O2 vlamtest test met gloeidraad diverse eigenschappen dimensionele stabiliteit (Martens) in °C verwekingstemperatuur (Vicat) in °C temperatuurbestendigheid (continu) in °C stabiliteit t.2 polyester (kasten UP.en furfuryl. .50 tot + 140 7-8 geen aantasting 45 1.. melkerijen.). US) 882 17 640 8 330 600 V 1012 180-200 1014 24..Studie van een installatie Installatie in omhulsels Eigenschappen van kunststof omhulsels De kasten UP en US zijn speciaal bestemd voor gebruik in sterk corrosieve omgevingen (zeekust.75 norm DIN 53453 DIN 53452 DIN 53455 DIN 53480 DIN 53482 DIN 53481 DIN 53482 ASTM D-2863-70 ISO 1210 IEC 695-2-1 DIN 53458 DIN 53460 DIN 53388 IEC 68-2-10 DIN 53472 DIN 53479 Weerstand tegen chemische stoffen (bij omgevingstemperatuur) polycarbonaat concentratie max % v 20 ** 10 ** 10 ** 10 ** ** 50 ** ** v * v v v ** v v ** ** v * v v v v * polyester concentratie max % 30 10 10 70 v ** ** ** * ** ** ** * * ** aceton.o. Karakteristieken polycarbonaat (doorz. ketonen en afgeleide producten zoutzuur citroenzuur melkzuur salpeterzuur fosforzuur zwavelzuur alcoholen (behalve benzyl-.5 mm 960 °C 5 s > 250 . licht (blauwe wol 1-8) tropenvastheid en schimmelbestendigheid waterabsorptie in mg soortelijk gewicht in g/cm3 > 294 > 9 300 6 500 275 V 1015 350 1016 26 V2 bij 1.) zuivere aniline minerale basen benzeen vloeibaar broom vloeibaar chloor zeewater benzine ethers hexaan oliën en vetten aromatische koolwaterstoffen stookolie fenol jodiumtinctuur tolueen trichloorethyleen ureum ** weerstaat * beperkte weerstand v weerstaat niet 5 10 ** ** * v ** v ** ** * v K252 Gids laagspanningsverdeling 2003 .

vermogen (in W) ∆T = Ti – Te S: totale vrije oppervlakte van het omhulsel (in m2) K: thermische geleidingscoëfficiënt van het materiaal (W/m2 °C) K = 5. Gids laagspanningsverdeling 2003 K253 . Voeg ongeveer 30% toe ten behoeve van de aansluitingen en railstellen. Zij laten toe met een aanvaardbare nauwkeurigheid de temperatuursgrenzen en het gedissipeerd vermogen te bepalen in functie van het kasttype. Het is dan ook belangrijk de inwendige temperatuur van het bord binnen deze grenzen te houden: c door een correcte maatvoering bij het ontwerp c door het thermisch gedrag met de beschikbare middelen bij te sturen. 40 °C IP 55 IP 20 max. De onderstaande tabel geeft hiervan een overzicht. belangrijkste warmteuitwisseling max. 40 °C max. Te lage temperatuur Om de inwendige temperatuur van het bord te verhogen wordt gebruik gemaakt van verwarmingsweerstanden : c om de vorming van condensatie te voorkomen bij belangrijke temperatuurschommelingen c om de installatie vorstvrij te houden. 40 °C IP 54 max. gedissip. Voor elke algemene studie van een bord kan men hierop terugvallen. Voor kasten die niet op de volgende pagina vermeld worden dient men de volgende formule te gebruiken : P = ∆T x S x K hierbij is : P: door de apparaten. De eerste twee mogelijkheden zijn bij de omhulsels van Merlin Gerin standaard aanwezig. Gebruikelijke middelen om de inwendige temperatuur te sturen Te hoge temperatuur Er bestaan meerdere mogelijkheden om de hitte die in een bord vrijkomt af te voeren. Methode volgens het rapport IEC 890 In deze bordennorm wordt een berekeningsmethode aangereikt die geldt voor warmteafvoer door convectie en natuurlijke ventilatie. 55 °C IP 55 hoger dan uitwendige temperatuur max. K304).5 W/m2 °C voor geschilderd plaatstaal K = 4 W/m2 °C voor polyester Opmerking : het door de apparaten gedissipeerde vermogen wordt door de fabrikanten opgegeven (voor apparaten Merlin Gerin: zie pag. Opmerking : bij horizontale samenbouw van kasten moet het gedissipeerd vermogen met 10% verminderd worden. 40 °C IP 55 Berekening van de inwendige temperatuur van een bord Berekening van de inwendige temperatuur laat toe te controleren of de thermische grenzen van de apparaten niet overschreden worden. Grafieken voor snelle bepaling (zie volgende pagina) Deze grafieken zijn het resultaat van de ervaring van Merlin Gerin. de derde is op verzoek zonder meer verkrijgbaar en de laatste twee zijn leverbaar mits specifieke aanvraag.Thermisch beheer van borden 1m Een bord is bestemd om bij een normale omgevingstemperatuur te werken. De meeste apparaten werken slechts naar behoren binnen een temperatuurbereik tussen –10 en +50 °C. aansluitingen en railstellen gedissipeerd. convectie 400 W natuurlijke ventilatie 700 W gedwongen ventilatie 2 000 W gedwongen ventilatie met warmtewisselaar 2 000 W gedwongen convectie en koeling 2 400 W gecontrol. +20 tot +45 °C max. vermogen 2 000 x 800 x 400 interne temperatuur externe temperatuur IP max.

diepte 400) Kast Prisma P (IP 2. diepte 600) gedissipeerd vermogen (W) puissance dissipée (W) Kast Prisma P/PH (IP 3. diepte 500) Kast Prisma P (IP 5. diepte 500) gedissipeerd vermogen (W) puissance dissipée (W) Kast Prisma PH (IP 5. diepte 1000) 2000 2000 1500 ∆T= 40°C ∆T= 30°C 500 ∆T= 20°C ∆T=10°C 700 800 900 1000 1100 breedte (mm) largeur (mm) 1500 ∆T= 40°C 1000 ∆T= 30°C 500 ∆T= 20°C ∆T=10°C 700 800 900 1000 1100 breedte (mm) largeur (mm) 300 250 200 150 100 50 0 gedissipeerd vermogen (W) puissance dissipée (W) ∆T= 40°C ∆T= 30°C ∆T= 20°C ∆T=10°C 200 400 600 800 1000 1200 hauteur de kast (mm) hoogte van du coffret(mm) 1000 Kast Prisma PH (IP 5.Studie van een installatie Installatie in omhulsels Thermisch beheer van borden Grafieken voor snelle bepaling van de inwendige temperatuur gedissipeerd vermogen (W) puissance dissipée (W) gedissipeerd vermogen (W) puissance dissipée (W) gedissipeerd vermogen (W) puissance dissipée (W) ∆T= 40°C 2000 ∆T= 40°C ∆T= 30°C 1000 ∆T= 20°C 500 ∆T=10°C 2000 2000 1500 ∆T= 40°C ∆T= 30°C ∆T= 20°C 1500 1500 ∆T= 30°C ∆T= 20°C 1000 1000 500 ∆T=10°C 700 800 900 1000 1100 breedte (mm) largeur 500 ∆T=10°C 700 800 900 1000 1100 breedte (mm) largeur (mm) 700 800 900 1000 1100 breedte (mm) largeur (mm) Kast Prisma P (IP 2. diepte 400) gedissipeerd vermogen (W) puissance dissipée (W) Kast Prisma P (IP 3. diepte 600) gedissipeerd vermogen (W) puissance dissipée (W) Kast Prisma P (IP 2. diepte 1000) gedissipeerd vermogen (W) puissance dissipée (W) puissance dissipée (W) gedissipeerd vermogen (W) 2000 2000 2000 ∆T= 40°C 1500 ∆T= 40°C 1000 ∆T= 30°C ∆T= 20°C 500 ∆T=10°C 700 800 900 1000 1100 largeur (mm) breedte (mm) 1500 ∆T= 40°C ∆T= 30°C 1500 ∆T= 30°C 1000 ∆T= 20°C 1000 ∆T= 20°C 500 ∆T=10°C 500 ∆T=10°C 700 800 900 1000 1100 largeur (mm) breedte (mm) 700 800 900 1000 1100 largeur (mm) breedte (mm) Kast Prisma P (IP 3. diepte 700) Kast Prisma G puissance dissipée (W) gedissipeerd vermogen (W) 2000 puissance vermogen (W) gedissipeerd dissipée (W) 2000 2000 1500 ∆T= 40°C ∆T= 30°C 500 ∆T= 20°C ∆T=10°C 700 800 900 1000 1100 breedte (mm) largeur (mm) 1500 ∆T= 40°C 1000 ∆T= 30°C 500 ∆T= 20°C ∆T=10°C 700 800 900 1000 1100 largeur (mm) breedte (mm) 1500 ∆T= 40°C ∆T= 30°C ∆T= 20°C ∆T=10°C 700 800 900 1000 1100 breedte (mm) largeur (mm) 1000 1000 500 Kast Prisma P (IP 5. diepte 600) Kast Prisma P/PH (IP 5. diepte 1000) K254 Gids laagspanningsverdeling 2003 .

1 x 15 3 D = 122 m/h. Grafiek voor bepaling van de weerstand bij kleine kasten (oppervlakte buitenzijde i 1 m2). Welk debiet moet de ventilator hebben? De totale vrije oppervlakte van de kast bedraagt 4.5 W/m2˚C voor geschilderd plaatstaal K = 4 W/m2˚C voor polyester D: ventilatiedebiet (in m3/u) Opmerking: het door de apparaten gedissipeerd vermogen wordt opgegeven door de fabrikanten (voor apparaten van Merlin Gerin: zie pag. Verwarming van borden De verwarmingsweerstand.5 x 4. Als het bord niet in bedrijf is compenseert de weerstand het thermisch vermogen dat anders door de apparaten afgegeven wordt. Grafiek voor bepaling van de weerstand.9 D = 3. het temperatuursverschil (intern-extern) en de vrije oppervlakte van het omhulsel het benodigde debiet van de ventilator te bepalen. Gids laagspanningsverdeling 2003 K255 . Nuttige gegevens bij de berekeningen P: door de apparaten. ongeacht de oppervlakte van de kast. op basis van de vrije oppervlakte van het omhulsel en het gewenste temperatuursverschil. en verlaat de kast bovenaan c hetzij langs een geventileerd dak c hetzij langs een ventilatieopening Het luchtdebiet van de ventilator wordt bepaald met de onderstaande formule: P D = 3. de aansluitingen en de railstellen gedissipeerd vermogen (in W) Pr : vermogen van de verwarmingsweerstand (in W) Tm : maximale interne temperatuur van de zone met apparaten (in ˚C) Ti : gemiddelde interne temperatuur (in ˚C) Te : gemiddelde externe temperatuur (in ˚C) ∆Tm = Tm – Te ∆T = Ti – Te S: totale vrije oppervlakte van het omhulsel (in m2) K: thermische geleidingscoëfficiënt van het materiaal (W/m2˚C) K = 5. Voorbeeld : Een kast Prisma P van 400 mm diep en 700 mm breed bevat materieel (apparaten. Voeg ongeveer 30% toe ten behoeve van de aansluitingen en railstellen. Het nodige debiet bedraagt dus: 1000 – 5. doorheen de ventilator.en buitentemperatuur niet hoger oploopt dan 10˚C. railstel. zorgt ervoor dat het verschil tussen binnen.90 m2. Het verschil tussen de interne en de externe temperatuur mag niet meer dan 15˚C bedragen. K304).) dat een vermogen van 1000 W afgeeft. die onderaan het bord geïnstalleerd wordt.1m Ventilatie van borden De lucht komt onderaan naar binnen.1 x – KS ∆T De nevenstaande grafiek laat toe op basis van het af te voeren vermogen. enz. ( ) ( ) Uit het gamma toebehoren voor kasten Prisma kan hiervoor een ventilator met 38 W vermogen gekozen worden en een luchtuitlaatrooster. Het vermogen van de weerstand wordt bekomen : c met behulp van de onderstaande formule: Pr = (∆T x S x K) – P c ofwel met behulp van de nevenstaande grafieken.

Deze mechanische factoren zijn bepalend voor de aard van de geleiders en het aantal railsteunen. De geleiders ondergaan een bijkomende verhitting onder invloed van de er doorheen vloeiende stromen. isolatiemateriaal. De railstellen en verdeelsystemen van Merlin Gerin zijn zo bemeten dat ze zonder enige specifieke beperking onder normale omgevingsvoorwaarden kunnen gebruikt worden in Prisma-borden (standaardconfiguratie van het bord. waarbij geen informaties betreffende de belastingstoestand.8 0. die samenhangt met de energie die bij de kortsluiting vrijkomt (met name het vermogen van de kortsluitstroom en zijn duur . De mechanische belasting bij kortsluiting vindt haar oorsprong in de elektrodynamische krachten tussen de fasen. Indien de kast hoofdzakelijk verlichtingskringen omvat wordt aanbevolen de factor te verhogen. Toepassingsvoorbeeld met de railstellen Linergy uit het Prisma-systeem: tabel met het houdvermogen van de diverse Linergy-profielen bij kortsluitstromen Linergy 800 Linergy 1000 Linergy 1250 Linergy 1600 aantal steunen in functie van Icw (kA/1s) 25 30 39 52 60 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 66 85 4 6 Keuze van een railstel 1000 A. aantal kringen 2 en 3 4 en 5 6 t/m 9 10 en meer diversiteitsfactor 0.1 (samenstellen van laagspanningsapparaten) definieert de onderstaande tabel. . enz.6 Maatbepaling met betrekking tot kortsluitstromen De railstellen moeten voldoende houdvermogen hebben ten aanzien van de thermische en mechanische belasting die optreedt bij een stroomafwaartse kortsluiting. 25 kA voor een Prisma-bord: het profiel Linergy 1000 is berekend op de thermische belasting van een kortsluitstroom van 39 kA. mag uiteraard niet hoger oplopen dan de maximumtemperatuur waarvoor deze producten voorzien zijn.9 0. vereist een voldoende doorsnede van de geleiders om deze energie te kunnen verwerken zonder dat de temperatuur oploopt tot een waarde die het product zou kunnen beschadigen. verdeeld over de lengte van het profiel. noch tegelijkertijd gebruikt worden. Hij is van toepassing bij een verdeelkast met meerdere kringen. De temperatuur van geleiders. De aard en de doorsnede van de geleiders moet toelaten de gewenste stroomsterkte te geleiden in functie van de temperaturen die in het bord voorkomen (het hoofdstuk “Thermisch beheer van borden” laat toe deze temperaturen te bepalen). De norm NBN EN 60439.7 0. Gebruiksintensiteit/ geïnstalleerde intensiteit Bij een aftakrailstel mag de gebruiksintensiteit lager zijn dan de geïnstalleerde intensiteit op basis van de diversiteitsfactor. 35˚C buiten het bord...Studie van een installatie Installatie in omhulsels Maatbepaling railstellen Maatbepaling stroomsterkte/temperatuur De maximale gebruiksintensiteit van een railstel hangt af van zijn thermische omgeving. De thermische belasting. Bij overschrijding van deze standaardomstandigheden (die gedefinieerd zijn op de cataloguspagina’s waarop deze producten voorgesteld worden) zijn berekeningen nodig met behulp van de tabellen op de volgende pagina’s. De toegekende diversiteitsfactor laat toe de maximale gebruiksintensiteit te bepalen en dus ook de maatvoering van het railstel. Alle verbruikers die door een railstel gevoed worden zullen niet noodzakelijk op vollast.RI2t). Om de mechanische belasting van een kortsluitstroom van 25 kA op te vangen moeten 3 railsteunen gebruikt worden.). K256 Gids laagspanningsverdeling 2003 .

: als de voeding van het bord gebeurt met kabels die rechtstreeks verbonden zijn met het Linergy-railstel moet een bijkomende railsteun voorzien worden.Hoofdrailstel tot 3 200 A 1m Het hoofdrailstel van een bord is afhankelijk van de nominale stroomsterkte van het aankomstapparaat type profiel In aankomst 630 750 800 900 1 000 1 050 1 250 1 450 1 600 type railstel Linergy 800 Linergy 1000 Linergy 1250 Linergy 1600 IP i 30 Linergy 800 Linergy 800 Linergy 800 Linergy 1000 Linergy 1000 1 250 1 250 1 600 1 600 IP > 30 Linergy 800 Linergy 800 Linergy 1000 Linergy 1000 1 250 1 250 1 600 1 600 aantal steunen in functie van Icw (kA/1s) 25 30 39 52 60 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 66 85 4 6 Opm. Railstel tot 1 600 A (profiel Linergy) Railstel tot 3 200 A (vlakke rails) reset I Gids laagspanningsverdeling 2003 K257 .

De hartafstand tussen deze beide uiterste steunen bedraagt 1750 . in tabel A het aantal rails voor één fase en hun doorsnede (max. in functie van de nominale stroom2 Bepaal. In = 444 A. In tabel B vinden we onder de waarde Icc eff. zonder echter de maximale hartafstand van 475 mm te overschrijden. tabel B aantal rails per fase 1 1 1 2 1 1 2 2 3 2 2 3 3 3 doorsnede 50 x 5 63 x 5 80 x 5 50 x 5 100 x 5 125 x 5 63 x 5 80 x 5 63 x 5 100 x 5 125 x 5 80 x 5 100 x 5 125 x 5 hartafstand tussen de railsteunen Icc eff (kA) 12 23 475 250 550 275 625 325 1000 725 725 375 850 425 1000 850 1000 975 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 1000 30 175 200 250 550 275 325 650 750 1000 1000 1000 1000 1000 1000 39 150 175 425 225 250 500 525 725 775 825 750 775 800 52 66 69 75 85 kast Prisma P : D = 400 kast Prisma PH : D = 500 75 hartafstand tussen de fasen en het te gebruiken type frame. in functie van de kortsluitstroom 3 Tabel C vermeldt de te eerbiedigen sterkte. Kies in tabel A de onmiddellijk hoger liggende waarde. (kA) en met behulp van tabel B. tot 25˚C. Veronderstelde eff. moeten de vermelde waarden met 12% verminderd worden bij IP 20. kortsluitstroom: 8 kA. Aangezien het railstel een lengte van 1750 mm heeft en rekening houdende met de plaatsing van de eerste en de laatste railsteun en de maximale hartafstand van 475 mm tussen de steunen. tabel A toelaatbare (1) stroomsterkte (A) In i 1650 A IP i 30 650 750 1000 1150 1200 1350 1350 1650 1750 1900 2150 2150 2550 3200 IP u 31 600 700 900 1000 1050 1200 1150 1450 1600 1600 1950 1900 2200 2800 tabel C hartafstand fasen In i 3 200 A 125 275 150 175 275 300 400 425 450 400 425 450 175 125 150 175 175 250 275 275 250 250 275 125 150 175 225 250 250 225 250 250 125 125 125 175 200 200 175 200 200 100 100 150 150 175 150 150 175 N L1 L2 L3 kast Prisma P : D = 600-800-1000 kast Prisma PH : D = 700-1200 112. met 15% bij IP 54 c bij lagere temperaturen. resp. resp. Dit geeft als resultaat 1 rail van 50 x 5. 50 400 425 1650 425 400 50 K258 Gids laagspanningsverdeling 2003 .47.Studie van een installatie Installatie in omhulsels Maatbepaling railstellen Hoofdrailstel tot 3200 A maatbepaling voor vlakke railstellen bij Prisma-borden tot 3200 A 1 Kies. 1650 : 475 = 3. 5% bij IP 54. moet men als volgt te werk gaan: c 1 railsteun op 50 mm van het ene uiteinde c 1 railsteun op 50 mm van het andere uiteinde. Aangezien de steunen op het frame van de kast gemonteerd worden (perforaties om de 25 mm). L2 L3 Toepassingsvoorbeeld Railstel met lengte 1750 mm in een kast Prisma P (IP 20). Leidt hieruit het benodigde aantal steunen af. 12 kA de hartafstand 475 mm. afgerond 4 intervallen en dus in totaal 5 steunen. gevoed door een transformator van 315 kVA/400 V.100 = 1650 mm. moet men de 3 overige steunen over deze perforaties verdelen. mogen de vermelde waarden met 6% verhoogd worden bij IP 20. namelijk 650 A. de maximale hartafstand tussen de railsteunen.5 L1 (1) De toelaatbare stroomsterkte is opgegeven voor een uitwendige omgevingstemperatuur van 35˚C. Icc eff. c bij hogere temperaturen. 3 rails per fase). tot 50˚C.

7 10 en meer 0. De toegekende diversiteitsfactor laat toe de maximale bedrijfsintensiteit te bepalen.). De bedrijfsintensiteit wordt dus 1300 x 0. gedefinieerd op de pagina’s waarop deze producten voorgesteld worden. 1m reset I De norm NBN EN 60439. met een totale toegekende stroomsterkte van 1300 A. Deze mechanische belasting bepaalt welke en hoeveel railsteunen nodig zijn. In het vermelde voorbeeld bedraagt de diversiteitsfactor 0. is een berekening nodig aan de hand van de bijgaande tabellen.Keuze van een railstel Hulprailstel Linergy tot 2000 A Berekening van het hulprailstel Linergy Type rails Alle verbruikers van het railstel worden niet noodzakelijk bij vollast.7.. Zijn mechanische en elektrische karakteristieken en zijn duurzaamheid blijven daarbij volledig behouden. noch tegelijkertijd gebruikt. temperatuur 35°C buiten het bord. .. waarvan de afmetingen van het railstel kunnen afgeleid worden. aantal kringen diversiteitsfactor 2 en 3 0. De dimensionering van de railstellen van Merlin Gerin legt geen enkele specifieke beperking op bij gebruik in Prisma-borden en bij normale omgevingskarakteristieken (standaardconfiguratie van het bord.Icc 52 kA. Tabel houdvermogen Linergy-profielen bij kortsluiting type railstel Linergy 800 Linergy 1000 Linergy 1250 Linergy 1600 aantal steunen in functie van Icw (kA/1s) 25 30 39 52 60 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 66 85 4 6 Gids laagspanningsverdeling 2003 K259 . Voorbeeld : aankomstapparaat: Masterpact 2500 A.6 Tabel gebruiksintensiteit van de Linergy-profielen in functie van de omgevingstemperatuur rondom de profielen. hoofdrailstel: vlakke rails 2500 A . Buiten deze standaardomstandigheden. In het hier gehanteerde voorbeeld en bij een temperatuur van 45°C binnen het bord mag door het profiel Linergy 800 maximaal een stroom van 920 A vloeien.1 §4. temperatuur(1) 40 °C 45 °C 50 °C 55 °C 60 °C 65 °C 70 °C 75 °C Linergy 800 950 920 880 850 810 780 750 700 Linergy 1000 1220 1160 1120 1060 1020 960 920 860 Linergy 1250 1450 1400 1320 1280 1250 1140 1060 1000 Linergy 1600 2000 1900 1830 1740 1650 1570 1480 1360 (1) Omgevingstemperatuur rondom het profiel.7 definieert de onderstaande tabel.9 4 et 5 0. Aantal steunen De mechanische belasting bij kortsluiting is een gevolg van elektrodynamische krachten tussen de fasen.8 6 t/m 9 0.7 = 910 A. hulprailstel Linergy dat 7 vertrekken voedt.

K260 Gids laagspanningsverdeling 2003 .

2 2 bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars pag. 2a uitschakeling thermisch-magnetische lossers de elektronische uitschakeling elektronische beveiligingsunits optionele functies uitschakelcurven automaten Multi 9 reflex-uitschakeling vermogensschakelaars Compact NS100 tot 250 vermogensschakelaars Compact NS80 tot 630 voor motorvertrekken vermogensschakelaars Compact NS800 tot 1600 vermogensschakelaars Masterpact NT-NW vermogensschakelaars Masterpact NW voor gelijkstroom K262 K263 K264 K266 K267 K270 K271 K276 K278 K278 K279 2b begrenzing begrenzingsvermogen begrenzingscurven automaten Multi 9 vermogensschakelaars Compact NS100 tot 630 vermogensschakelaars Compact NS80H-MA K281 K282 K289 K291 2c declassering bij temperatuursverhoging automaten en lastschakelaars Multi 9 vermogensschakelaars Compact NS100 tot 630 vermogensschakelaars Compact NS800 tot 1600 vermogensschakelaars Masterpact NT-NW K292 K293 K294 K294 Gids laagspanningsverdeling 2003 K261 .

2 Uitschakelcurve K Beveiliging van kabels die verbruikers met hoge aanspreekstroom voeden Overbelasting : standaard thermische beveiliging. ± 20 %.8 7 10 14 In curve courbe B curve courbe C curve D courbe D Curven B. Bij minimuminstelling van de magnetische standaardbeveiliging type D geldt deze instelling voor Im.D Beveiliging van kabels en leidingen die traditionele verbruikers voeden Overbelasting : standaard thermische beveiliging.2 en 4. Ir : instelstroom van de thermische losser = In bij automaten Multi 9 Im : instelstroom van de magnetische losser. 0 Vorm van de curven G. Kortsluiting : vaste magnetische beveiliging met uitschakelcurve K (Im tussen 10 en 14 In. Kortsluiting : magnetische beveiliging met lage drempel (Im vast bij kalibers i 63 A(2)). C en D overeenkomstig IEC 947.8 In naargelang de apparaten.2). 10 courbe K curve k curve MA courbe MA 14 12 In Curven K en MA overeenkomstig IEC 947.5 In. ± 20 % Bij maximuminstelling van de magnetische standaardbeveiliging type D geldt deze instelling voor Im. ± 20 % K262 . personen en grote kabellengten (bij nulleiderstelsels TN en IT) Overbelasting : standaard thermische beveiliging. polen belast. D. SB en MA I (3) De waarde van de vaste magnetische beveiliging type MA is verzekerd voor Im. curve courbe B curve courbe C 3 5 10 In 3. ± 20 % Gids laagspanningsverdeling 2003 G D SB MA Type TM.2). personen en grote kabellengten (bij nulleiderstelsels TN en IT) Overbelasting : standaard thermische beveiliging (type D).3 tot 12. NS250MA : 8 tot 13 In bij NS400MA en NS630MA (kaliber 320-500): 6. 2 polen belast. overeenkomstig NBN C 61-898. overeenkomstig IEC 60947. Kortsluiting : standaard magnetische beveiliging (Im vast bij kalibers i 160 A en instelbaar tussen 5 en 10 Ir bij kalibers > 160 A(1)).2 Aanduiding 1 : grenzen thermische uitschakeling in koude toestand. NS160MA. Aanduiding 2 : grenzen elektronische uitschakeling. Kortsluiting : vaste magnetische beveiliging met uitschakelcurve B (Im tussen 3 en 5 In of 3. Ir : vaste of instelbare regelstroom van de thermische losser. Type MA Beveiliging van motoraanzetters Overbelasting : geen beveiliging. ± 20 % Bij maximuminstelling van de vaste magnetische beveiliging type MA geldt deze instelling voor Im. 1 1 2 2 Uitschakelcurve C Beveiliging van kabels die gewone verbruikers voeden Overbelasting : standaard thermische beveiliging. Im : regelstroom van de magnetische losser.G Beveiliging van generatoren. Bij maximuminstelling van de vaste magnetische beveiliging type G geldt deze instelling voor Im.2 Curven B en C overeenkomstig EN 60898 en NBN C 61-898 Uitschakelcurve D Beveiliging van kabels die verbruikers met hoge aanspreekstroom voeden Overbelasting : standaard thermische beveiliging. ± 20 % (2) De waarde van de vaste magnetische beveiliging type G is verzekerd voor Im. overeenkomstig NBN C 61-898. overeenkomstig IEC 60947. t Type TM. overeenkomstig IEC 60947.Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars Thermisch-magnetische lossers Automaten Multi 9 en Compact NS vermogensschakelaars t t Uitschakelcurve B Beveiliging van generatoren. EN 60898 en IEC 60947. Kortsluiting : vaste magnetische beveiliging met uitschakelcurve C (Im tussen 5 en 10 In of 7 en 10 In naargelang de apparaten. (1) De vaste magnetische beveiliging type MA is verzekerd voor Im ± 20 %.2). (1) De waarde van de vaste magnetische standaardbeveiliging type D is verzekerd voor Im.2). ± 20 %. Kortsluiting : enkel vaste magnetische beveiliging met uitschakelcurve MA (Im vast afgesteld op 12In (1). EN 60898 en IEC 60947. ± 20 %.2).2 4. t 1 Uitschakelcurve MA Beveiliging van motoraanzetters Overbelasting : geen beveiliging. Bij minimuminstelling van de vaste magnetische beveiliging type MA geldt deze instelling voor Im. Kortsluiting : vaste magnetische beveiliging met uitschakelcurve D (Im tussen 10 en 14 In. Kortsluiting : enkel magnetische beveiliging (3) instelbaar bij NS80H-MA : 6 tot 14 In bij NS100MA.

Elektronische uitschakeling 2a De toepassing van elektronica bij vermogensschakelaars laat toe op zeer eenvoudige wijze de beveiliging en bewaking van LS-verdeelnetten te realiseren.0 A 7. Dit voorkomt de noodzaak tot demontage en/of het inzetten van zware hulpmiddelen. ogenblikkelijk lange vertraging. + 15% bij korte vertraging.2: lange vertraging LT (1 instelling). Dit type beveiligingsunit verenigt de beveiligingsmogelijkheden die gewoonlijk gerealiseerd worden met lossers van het type D.5 tot 10.4 tot 15 Ir afhankelijk van het type losser (1. signalering) c foutmelding (overbelasting. 7. van 2 of 3 tot 8 of van 0. die geïntegreerd zijn in de vermogensschakelaar en werkt met eigen stroomvoorziening (geen hulpbron nodig). Ir instelbaar tussen 0. NW08 tot NW63 b Micrologic 2. kortsluiting.4 en 1 In (1.0 A beveiliging LI LSI LSIV lange vertraging.m. Nieuwe functies c aardlekbeveiliging (brandgevaar) c controle van de belasting (afschakeling.0A. bieden de volgende beveiligingen aan : type 2.20 bij lange vertraging. onafhankelijk van de instelling van de lange en de korte vertraging. korte vertraging. gamma Compact NS NS100 tot NS250 NS400 tot NS630 NS800 tot 1600 Masterpact NT 08 tot 16 MW 08 tot 63 b b b b b b b b b b b b b b b Talrijke voordelen Deze units bieden een oplossing voor alle voorkomende beveiligingsgevallen (kabels. wat constante en nauwkeurige uitschakelkarakteristieken verzekert c totale ongevoeligheid voor storingen op het net dank zij de eigen stroomvoorziening c mogelijkheid tijdens de montage of na de installatie ter plaatse de goede werking te controleren met behulp van een autonome testkit (BU) of een testkoffer. Korte vertraging Voor de beveiliging tegen kortsluiting. herinschakeling.05 tot 1.0 A 5. generatoren).5 of 2. Im instelbaar van 1. Onmiddellijk Vast of regelbaar volgens het type van de beveiligingsunit. 2 of 3 belaste polen). transformatoren. 5. ogenblikkelijk lange vertraging. Zij bieden o. Het wordt gevoed door precisiestroomopnemers. waarbij In staat voor de nominale stroomsterkte van de vermogensschakelaar. korte vertraging. differentiële beveiliging 3 of 4 beveiligingsniveaus Lange vertraging Voor de beveiliging tegen overbelasting. de volgende voordelen: c grotere precisie van de instellingen: 1.0A. ogenblikkelijk. G en SA. waarbij Ir staat voor de instelstroom van de lange vertraging.0A. basisfuncties beveiliging lange vertraging LT beveiliging korte vertraging ST ogenblikkelijke beveiliging INST nieuwe functies ampèremeter (I) signalering (F) differentiëlle beveiliging (I∆N) aardlekbeveiliging (T) controle van de belasting (R) onderhoudsindicator communicatie (C) automatische bewaking logische selectiviteit (Z) verzegelingsplaatje (PB) universele testkit (BU) testkoffer (ME) b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b b Identificaties Voor Compact NS100 tot NS630: c STR: statisch (2de generatie) c cijfers: v 1ste cijfer: gesofistikeerdheid (0 tot 6) (stemt in dit geval overeen met het aantal instelmogelijkheden van de beveiligingen) . korte vertraging ST (1 instelling) v 2de cijfer: familie c letter: toepassing (S) S : selectief Voor Compact NS800/1000/1250/1600 en voor Masterpact NT08 tot NT16. Gids laagspanningsverdeling 2003 K263 . 2 of 3 belaste polen). aardlekfouten) c ampèremeter (uitlezing van de stroomsterkte per fase en van de meest belaste fase) c onderhoudsindicator (bewaking van de staat van de contacten) c teletransmissie c test om de goede werking van de elektronische beveiligingsunit te controleren. Aardlekbeveiliging Voor de beveiliging van goederen tegen brandgevaar. ongeacht de ingestelde waarde c ongevoeligheid voor de omgevingstemperatuur.

Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars

Elektronische beveiligingsunits Vermogensschakelaars Compact NS100 tot NS630
Beveiliging met lange vertraging LT tegen overbelasting, met instelbare drempel Ir, gebaseerd op de werkelijke eff. waarde van de stroom volgens IEC 60947-2, bijlage F: c voorkalibrering Io met 6 standen c fijnregeling Ir met 8 standen. Beveiliging met korte vertraging ST tegen kortsluiting: c met instelbare drempel Im c met vaste tijdvertraging. Ogenblikkelijke beveiliging INST tegen kortsluiting: c met vaste drempel. Beveiliging van de nulleider: c bij vierpolige vermogensschakelaars, instelling met 3-standenschakelaar 4P3l, 4P3l N/2, 4P4l. Beveiliging met lange vertraging LT tegen overbelasting met instelbare drempel, gebaseerd op de werkelijke eff. waarde van de stroom volgens IEC 60947-2, bijlage F: c voorkalibrering Io met 6 standen c fijnregeling Ir met 8 standen. Beveiliging met korte vertraging ST tegen kortsluiting: c met instelbare drempel Im. Ogenblikkelijke beveiliging INST tegen kortsluiting: c met vaste drempel. Beveiliging van de nulleider: c bij vierpolige vermogensschakelaars, instelling met 3-standenschakelaar 4P3l, 4P3l N/2, 4P4l.

STR22SE
Voor Compact NS100 tot NS250

t
seuil LR réglable LT instelbare drempel

seuil CR réglableST instelbare drempel

seuil INST fixe vaste drempel INST

0
Instelling van de beveiligingen

I

STR23SE
Voor Compact NS400 en NS630

t
instelbare drempel seuil LR réglableLT

instelbare réglable seuil CR drempel ST

vaste drempel INST seuil INST fixe

0
Instelling van de beveiligingen

I

STR53UE
Voor Compact NS400 en NS630

Beveiliging met lange vertraging LT tegen overbelasting, met instelbare drempel, gebaseerd op de werkelijke eff. waarde van de stroom, volgens IEC 60947-2, bijlage F: c voorkalibrering Io met 6 standen c fijnregeling Ir met 8 standen c instelbare uitschakeltijd. Beveiliging met korte vertraging ST tegen kortsluiting: c met instelbare drempel Im c met instelbare tijdvertraging, met of zonder functie I2t = constant. Ogenblikkelijke beveiliging tegen kortsluiting: c met instelbare drempel. Beveiliging van de nulleider: c bij vierpolige vermogensschakelaars, instelling met 3-standenschakelaar 4P3l, 4P3l N/2, 4P4l.

t
instelbare drempel LT seuil LR réglable

temporisation LR LT instelbare vertraging réglable

seuil CR réglable instelbare drempel ST ON OFF I2t on-off
instelbare seuil INST réglable drempel INST

0
Instelling van de beveiligingen

I

K264

Gids laagspanningsverdeling 2003

Vermogensschakelaars Compact NS800 tot 1600 Masterpact NT08 tot NT16, NW08 tot NW63
t Ir

2a

Micrologic 2.0 A
De units 2.0 A bieden de volgende beveiligingsmogelijkheden : b lange vertraging LR met drempel Ir instelbaar tegen overbelasting b temporisering tr van de lange vertraging b ogenblikkelijke drempel Isd instelbaar tegen kortsluiting. De drempels zijn voor 1, 2 of 3 belaste polen bepaald.
Isd

tr

0

I

t

Ir tr Isd tsd Ii

Micrologic 5.0 A en 7.0 A
De units 5.0A en 7.0A bieden de volgende beveiligingsmogelijkheden : b lange vertraging LR met drempel Ir instelbaar tegen overbelasting b temporisering tr van de lange vertraging b ogenblikkelijke drempel Isd instelbaar tegen kortsluiting b temporisering van de vaste lange vertraging LT b korte vertraging Isd met drempel Im instelbaar tegen kortsluiting b temporisering tsd van de korte vertraging instelbaar b schakelaar ON-OFF: in stand ON geeft een curve type I2G b ogenblikkelijk Li met vaste drempel I tegen kortsluiting b stand OFF, voor type N en H, schakelt de beveiliging Li uit. De drempels zijn voor 1, 2 of 3 belaste polen bepaald.

0

I

t

I∆n t∆n

Micrologic 7.0 A
I

0

De units 7.0 A omvatten de differentiële beveiling (Vigi) : b instelbare drempel I∆n b temporisering t instelbaar.

Gids laagspanningsverdeling 2003

K265

Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars

Optionele functies

t seuil seuil

Afschakel-/herinschakelingsoptie
De afschakel-/herinschakelingsoptie laat toe de beschikbaarheid van de elektrische energie van de voorrangsvertrekken te verzekeren door de niet-prioritaire belastingen af te koppelen via de contacten M2C of M6C of via een supervisiesysteem. Deze optie is mogelijk met de beveiligingsunits Micrologic P en H, die gebaseerd zijn op: b de instelstroom van de fasen b of op het actief vermogen Deze optie is mogelijk voor: b de Compact NS800 tot 1600 b de Masterpact NT08 tot NT16, NW08 tot NW63.

tempo

tempo I/P

0

Beveiliging tegen isolatiefouten
t I∆n t∆n

0

I

De beveiliging tegen isolatiefouten is een beveiliging van het differentieeltype voor residuele stroom (Vigi). b Deze optie is mogelijk met Micrologic 7.0 A-P-H voor: v de Compact NS800 tot 1600 v de Masterpact NT08 tot NT16, NW08 tot NW63.

Foutsignalering
Aanvullend bij de foutsignalering (handgreep, controlelampje, drukknop, SDE) worden de volgende uitschakelingen standaard en afzonderlijk weergegeven op de voorzijde van de Micrologic beveiligingsunits, meer bepaald door middel van lichtdiodes: lange vertraging, korte vertraging, ogenblikkelijk, aardfout of differentieelfout. Via een drukknop is het mogelijk om de informatie te annuleren door de lichtdiodes uit te schakelen. Deze signalering is op alle Micrologics standaard voorzien voor: b de Compact NS800 tot 1600 b de Masterpact NT08 tot NT16, NW08 tot NW63.

Communicatie (COM)
Deze optie is geschikt voor de transmissie van alle informatie verzonden door de stroomtransformatoren, van alle instellingen met inbegrip van die van de opties, de bedieningsbevelen De signalering van de oorzaken van de uitschakeling en de alarmen, onderhoudsaanduidingen, enz.

Andere functies
In optie verkrijgbare programmeerbare contacten M2C, M6C kunnen gecombineerd worden met alle Micrologic P en H beveiligingsunits om drempeloverschrijdingen of uitschakelingen te signaleren, om een akoestisch of visueel alarm voor de I.U.P.F. te activeren, om een nietprioritaire kring te kunnen openen en sluiten via een afschakel- en herinschakelingsbevel, enz. De modules M2C, M6C vereisen een externe voeding van het type AD (uitgangsspanning 24 V GS). Automatische bewaking Standaard voorzien op het Compact- en Masterpact-gamma. Test Alle beveiligingsunits van de Compact- en Masterpact-apparaten zijn uitgerust met connectoren die de uitvoering van de tests mogelijk maken. Deze elementen voor de uitvoering van de tests bestaan in twee uitvoeringen: b een testkit waarmee de uitschakeling van de beveiligingsschakelaar getest kan worden b een testkoffer waarmee de insteldrempels en -vertragingen en de uitschakeling van de beveiligingsschakelaar gecontroleerd kunnen worden. Voeding De beveiligingsfuncties van de Micrologic beveiligingsunit worden door hun eigen stroom gevoed en hebben geen afzonderlijke stroombron nodig. Met een externe voedingsmodule is het mogelijk om de stromen op alle Micrologic beveiligingsunits vanaf de eerste Ampère weer te geven, op de Micrologic P en H kan de weergave van de foutstromen na de uitschakeling bewaard worden “alarmen en uitschakelingen”: b voeding v 220/240, 380/415 V WS, 50/60 Hz v 24/30, 48/60, 100/125 V GS v uitgangsspanning 24 V GS v rimpelfactor < 5% v isolatieklasse 2

K266

Gids laagspanningsverdeling 2003

Uitschakelcurven Automaten Multi 9

2a

Curve C volgens NBN C61-898 en EN 60898 Het werkingsbereik van de magnetische losser ligt tussen 5 en 10 In.

XC40 curve C
t(s) 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 .5 .2 .1 .05 .02 .01 .005 .002 .001 .5 .7 1

TC16/TC16P curve C
t(s) 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 .5 .2 .1 .05 .02 .01 .005 .002 .001 .5 .7 1

2

3 4 5 7 10

20 30

50 70100

200300 I / In

2

3 4 5 7 10

20 30

50 70100

200300 I / In

Curve C volgens IEC 60947-2 Het werkingsbereik van de magnetische losser ligt tussen 7 en 10 In.

DPN Vigi curve C
t(s) 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 .5 .2 .1 .05 .02 .01 .005 .002 .001 .5 .7 1

2

3 4 5 7 10

20 30

50 70100

200300 I / In

Gids laagspanningsverdeling 2003

K267

Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars

Uitschakelcurven Automaten Multi 9

Curven B en C volgens NBN C61-898 en EN 60898 Het werkingsbereik van de magnetische losser ligt voor : c curve B tussen 3 In en 5 In c curve C tussen 5 In en 10 In.

C60N/H curve B
t (s)
10000 5000 1H 2000 1000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 0,5 0,2 0,1 0,05 0,02 0,01 0,005 0,002 0,001 0,5 1 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70 100 200 I /In

C60a/N/H curve C
t (s)
10000 5000 1H 2000 1000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 0,5 0,2 0,1 0,05 0,02 0,01 0,005 0,002 0,001 0,5 1 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70 100 200 I /In

Curven B, C, D, K en MA volgens IEC 60947-2 Het werkingsbereik van de magnetische losser ligt voor: c curve B tussen 3,2 In en 4,8 In c curve C tussen 7 In en 10 In c curve D tussen 10 In en 14 In c curve K tussen 10 In en 14 In c curve MA bij 12 In.

C60L, C120N/H curve B
t (s)
10000 5000 1H 2000 1000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 0,5 0,2 0,1 0,05 0,02 0,01 0,005 0,002 0,001 0,5 1 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70 100 200 I /In

C60L, C120N/H curve C
t (s)
10000 5000 1H 2000 1000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 0,5 0,2 0,1 0,05 0,02 0,01 0,005 0,002 0,001 0,5 1 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70 100 200 I /In

C60N/H curve D
t (s)
10000 5000 1H 2000 1000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 0,5 0,2 0,1 0,05 0,02 0,01 0,005 0,002 0,001 0,5 1 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70 100 200 I /In

C120N/H curve D
t (s)
10000 5000 1H 2000 1000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 0,5 0,2 0,1 0,05 0,02 0,01 0,005 0,002 0,001 0,5 1 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70 100 200 I /In

De curven geven de grenzen van de thermische uitschakeling weer in koude toestand, met belaste polen en de grenzen van de elektromagnetische uitschakeling met 2 belaste polen.

K268

Gids laagspanningsverdeling 2003

2 .01 .5 .002 .005 .001 .1 .02 .02 .7 1 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70100 200300 I / In 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70100 200300 I / In NG125 curve MA t(s) 10 000 5 000 1h 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 .001 .02 .5 .05 .2 .5 .7 1 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70100 200300 I / In Gids laagspanningsverdeling 2003 K269 .001 .05 .005 .5 .5 .5 .7 1 NG125 curve D t(s) 10 000 5 000 1h 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 .2 .1 .01 .005 .2a C60L curve K t(s) 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 .005 .001 .05 .05 .02 .002 .002 .7 1 C60LMA curve MA t(s) 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 .001 .01 .2 .002 .01 .5 .005 .1 .02 .5 .1 .05 .01 .002 .7 1 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70100 200300 I / In 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70100 200300 I / In NG125 curve C t(s) 10 000 5 000 1h 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 .5 .1 .5 .2 .

2 STR22SE160 Im = 2…10 x Ir NS250 NS400 10 t 8 (ms) 7 6 5 4 .02 .5 . De mechanische uitschakeling van het apparaat wordt bij kortsluiting rechtstreeks veroorzaakt door de druk in de ondrebrekingskamers.Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars Uitschakelcurven Reflex-uitschakeling Uitschakeling STRAB100 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 .5 . 20 NS630 .5 .TM100D NS100-NS160 .05 . Dit versnelt het uitschakelen en zorgt hierdoor voor selectiviteit bij zware kortsluitingen.1 .005 .001 .05 .01 .7 1 I = 12 x In 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 3 2 3 4 6 10 20 30 40 60 100 200 kA eff STRAB160/240 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 .7 1 Reflex-uitschakeling :: reflex tripping tt < 10 ms < 10 ms STRAB400 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 . Dit systeem treedt in werking bij zeer grote foutstromen.002 .005 Reflex-uitschakeling : reflex tripping : t < 10 ms < 10 ms TM160D TM16D.005 .05 . De reflex-uitschakelcurve hangt uitsluitend af van het kaliber van de vermogensschakelaar.5 Im = 2…10 x Ir Ir = 0.5 Ir = 0.5 .002 .001 ..02 .4…1 x In Reflex-uitschakeling Alle vermogensschakelaars Compact NS zijn uitgerust met het exclusieve Reflexuitschakelsysteem.01 .02 .2 .1 .2 .7 1 Im = 2…10 x Ir Reflex-uitschakeling :: reflex tripping tt < 10 ms < 10 ms I = 12 x In I = 11 x In 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 K270 Gids laagspanningsverdeling 2003 .001 ..01 .4…1 x In Ir = 0.1 .4…1 x In .002 .

002 .2 .005 .1 . openingstijd van de vermogensschakelaar door de thermische beveiliging bij overbelasting.5 .Vermogensschakelaars Compact NS100 tot 250 Thermisch-magnetische lossers TM16D / TM16G 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 .7 1 TM40G : 2 x In TM40D : 12 x In TM63D / TM63G t(s) 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 .7 1 TM16G : 4 x In 2a TM25D / TM25G 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) TM16D : 12 x In 2 1 . c de totale onderbrekingstijd bij kortsluiting.01 .05 . waarde van de foutstroom : c de min.002 .02 .5 .1 .5 .001 .5 .02 .005 .01 .005 .1 .01 .5 .5 . en max. Gids laagspanningsverdeling 2003 K271 . in functie van de eff.2 .05 Reflex-uitschakeling : déclenchement réflexe : t 10 ms t < < 10 ms TM63D : 8 x In TM63G : 2 x In .05 .002 .7 1 TM25G : 3.002 .02 .7 1 Reflex-uitschakeling : déclenchement réflexe : t 10 ms t < < 10 ms 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70100 200300 I / Ir 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70100 200300 I / Ir De curven hierboven geven.001 .2 .2 x In TM25D : 12 x In Reflex-uitschakeling : déclenchement réflexe : t < 10 ms t < 10 ms Reflex-uitschakeling : déclenchement réflexe : t 10 ms t < < 10 ms 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 TM40D / TM40G t(s) 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 2 1 .05 .5 .01 .2 .5 .001 .005 .1 .02 .001 .

7 1 TM160D 8 x In Reflex-uitschakeling : déclenchement réflexe : 10 ms t t<<10 ms 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 TM200D / TM250D 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 .02 .01 .5 x In NS100 Im = 8 x In TM125D 10 x In TM80D / TM100D 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 .005 .1 .05 .2 . c de totale onderbrekingstijd bij kortsluiting.1 .5 .5 .002 .5 .05 .001 .01 .2 .7 1 déclenchement réflexe : Reflex-uitschakeling : t < < 10 ms t 10 ms 2 1 .2 .5 .7 1 Reflex-uitschakeling : déclenchement réflexe : t < 10 ms t < 10 ms Im = 5 … 10 x In 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 De curven hierboven geven.002 . en max.02 . K272 Gids laagspanningsverdeling 2003 . in functie van de eff. waarde van de foutstroom : c de min. openingstijd van de vermogensschakelaar door de thermische beveiliging bij overbelasting.1 .02 .001 .005 .Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaar Uitschakelcurven Vermogensschakelaars Compact NS100 tot 250 Thermisch-magnetische lossers TM125D / TM160D 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) NS160/250 Im = 12.5 .001 .5 .05 .005 .01 .002 .

02 .05 .01 .4…1 x In 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) Im = 2…10 x Ir Ir = 0.2 .5 .001 .40…100 A 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 .1 .7 1 Reflex-uitschakeling : reflex tripping : t < < 10 ms t 10 ms STR22GE .01 .01 .05 .001 .05 .5 .Vermogensschakelaars Compact NS100 tot 250 Elektronische beveiligingsunits STR22SE .5 .7 1 Im = 2…10 x Ir Reflex-uitschakeling : déclenchement réflexe : t < 10 ms t < 10 ms I = 11 x In 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 STR22GE .005 .002 .002 .005 .02 .1 .02 .5 .5 .001 .001 .01 .160…250 A 10 000 5 000 2 000 1 000 500 Ir = 0.4…1 x In 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 .2 .5 .002 .4…1 x In 2 1 .4…1 x In Ir = 0.40…100 A 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 .2 .002 .1 .7 1 reflex tripping : Reflex-uitschakeling : t < 10 ms t < 10 ms I = 11 x In = 11 x In II = 11 x In = 11 x In 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 Gids laagspanningsverdeling 2003 K273 .160…250 A 10 000 5 000 Ir = 0.5 Im = 2…10 x Ir Im = 2…10 x Ir .7 1 I = 11 x In Reflex-uitschakeling : déclenchement réflexe : t t <10 ms < 10 ms 2a STR22SE .1 .02 .005 .2 .05 .005 .5 .

1 0 i t OFF 2 I = 11 x In 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 5 7 10 20 30 50 I / In K274 Gids laagspanningsverdeling 2003 .005 .Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars Uitschakelcurven Vermogensschakelaars Compact NS400 tot 630 Elektronische beveiligingsunits STR53UE 10 000 5 000 STR23SE 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 .5 .3 0.7 1 Reflex-uitschakeling : déclenchement réflexe : t < 10 ms t < 10 ms Ir = 0.01 .001 .4…1 x In Reflex-uitschakeling : déclenchement réflexe : t < 10 ms tr = 1…16 s Ii = 1.7 1 Isd = 1.2 .05 .1 .2 .1 .001 .01 .5 .5…11 x In 2 1 .5…10 x Ir i2 t ON 0.02 .002 .4…1 x In 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) Im = 2…10 x Ir Ir = 0.05 .02 .002 .005 .2 0.5 .5 .

1 .002 .4 .5É16 s t(s) 2 1 .1 .2a STR23SE / STR23SV 10 000 5 000 STR53UE / STR53SV 10 000 5 000 2 000 Ir = 0.4É1 x In 2 000 1 000 500 Ir = 0.5 .1 .1 .01 .02 0 reflex uitschakeling .3 .1 .3 0.05 I t OFF 2 0.5 .002 .2 0.2 i t OFF 2 Isd = 1.5É10 x Ir I t ON 2 .5 0.2 .001 30 50 70 100 200 300 .07 .01 .05 0.2 .1 .7 1 2 3 4 5 7 10 20 .005 I = 11 x In dŽclenchement rŽflexe : t < 10 ms .01 .3 .7 1 2 3 5 7 10 20 30 reflex dŽclenchement uitschakeling rŽflexe : t < 10 ms I / In Gids laagspanningsverdeling 2003 K275 .02 .7 1 2 3 4 5 7 10 20 5 7 10 20 30 50 I / Ir I / Ir I / In STR53UE 10 000 5 000 STR23SP 2 000 1 000 500 Ig = 0.4 0.5 0.005 dŽclenchement rŽflexe : t < 10 ms reflex uitschakeling .001 .05 .2 .5 Isd = 2É10 x Ir t(s) 2 1 .5É11 x In tr = 0.05 .005 .5 .02 .4É1 x In 1 000 500 200 100 50 20 10 5 200 100 50 20 10 5 Ii = 1.2É1 x In 200 100 50 20 10 I t ON 2 5 t(s) 2 1 .001 .2 .002 .

001 .01 . weerstand Therm.5…MA100 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 .05 .2 .1 .7 1 Im = 8 …13 x In déclenchement réflexe : Reflex-uitschakeling : t < < 10 ms t 10 ms 2 3 4 5 7 10 I / In 20 30 50 70100 200300 2 3 4 5 7 10 I / In 20 30 50 70100 200300 Het vermelde thermisch houdvermogen geldt voor een vermogensschakelaar werkend bij een omgevingstemperatuur van 65 °C.02 . houdvermogen tenue thermique MA220 MA150 Therm.5 .Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars Uitschakelcurven Vermogensschakelaars Compact NS80 tot 630 Beveiliging motoren Compact NS80 MA1.1 .001 .1 .001 .2 .5 .005 .5 .02 .5 .5…MA80 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 .5 .02 .7 1 déclenchement réflexe : Reflex-uitschakeling : t < 10 ms t < 10 ms MA100 en MA220 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) Im = 6 …14 x In Therm.7 1 Im = 6…14 x In 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 Compact NS100 tot NS250 MA2.002 .01 .2 .002 .01 .05 .005 .002 .05 . houdvermogen tenue thermique 2 1 . K276 Gids laagspanningsverdeling 2003 .5 .005 .

5 .40…220 A 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 .1 .01 . 12.120.02 .5 x In Therm.2 .2a Compact NS100 tot NS250 STR22ME . 320 en 500 A 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 .002 . à froid uitsch.005 . à chaud courbe de décl.5 .002 . classe 10 A .005 .001 .5 .4 x In déclenchement Reflex reflexe uitschakeling : < 10 tt < 10 ms Reflex-uitschakeling : déclenchement réflexe : t < 10 ms t < 10 ms 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 2 3 4 5 7 10 I / In 20 30 50 70100 200300 Gids laagspanningsverdeling 2003 K277 . 200.02 .01 .2 .002 .1 . curve in koude toest.5 .001 .05 .05 .5 .7 1 Ii = 10.02 .01 ...05 .7 1 Im = 6. curvedécl.005 .7 1 I = 15 x In reflex tripping : t < 10 ms Reflex-uitschakeling déclenchement réflexe :: < ms t < t10 10 ms Im = 13 x Ir Klasse 10 (IEC 60947-4) classe 10 (IEC 947-4) Ir 2 3 4 5 7 10 I / Ir 20 30 50 70100 200300 Compact NS400 tot NS630 MA320…MA500 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 .5 Isd = 6…13 x Ir courbe de in warme toest. houdvermogen tenue thermique STR43ME . uitsch.1 .3 .2 .001 .

001 .005 Ii = 2É15 x In .5 Isd = 1.5 I t ON 2 0.01 . OFF (1) .02 .5 .7 1 2 3 4 5 7 10 20 3 5 7 10 20 30 I / Ir x Ir x In Curve IDMTL (Micrologic P en H) 100 000 HVF 10 000 5 000 2 000 1 000 500 EIT t(s) 200 100 VIT 50 20 10 SIT DT 5 2 1 . P.02 .4É1 x In Beveiligingsunits Micrologic Micrologic 2. P.0 10 000 5 000 5 000 Ir = 0.5É10 x Ir 1 .001 .2 .1 0 .4 0.5 .2 I t OFF 2 .05 .NW Micrologic 5.5É10 x Ir t(s) 2 1 .1 .1 0 0.5É24 s t(s) 2 Isd = 1..Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars Uitschakelcurven Vermogensschakelaars Compact NS800 tot 1600. H en 7. H 10 000 Ir = 0.1 .7 1 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70 100 200 300 .5 .0A. Vermogensschakelaars Masterpact NT .3 0.4 0.2 0.4É1 x In 2 000 1 000 500 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 tr = 0.5 .24 s 200 100 50 20 10 5 tr = 0.05 0.2 .3 0.7 1 2 3 4 5 7 10 20 I / Ir K278 Gids laagspanningsverdeling 2003 .005 .002 .002 ..0A.5.01 .

1 .5 kA van 2.25 tot 2.7 1 2 ogenblikkelijke instantanŽ rŽglable beveiligings instelling de 1.001 .02 .02 .05 .5 .002 .25 ˆ 2.001 .25 tot 2.05 .7 1 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70 100 200 300 kA (eff) Gids laagspanningsverdeling 2003 K279 .5 ˆ 5.5400 A 10 000 5 000 2 000 tenue thermique 1 000 500 NW40DC thermisch houdvermogen NW40DC tenue thermique thermisch houdvermogen NW10DC NW10DC 200 100 50 thermisch houdtenue thermique vermogen NW20DC NW20DC thermisch houdtenue thermique vermogen NW10DC NW10DC 20 10 5 2 1 .005 .7 1 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70 100 200 300 kA (eff) kA (eff) Met opnemers .25 tot 2.5 .5 ogenblikkelijke instantanŽ rŽglable beveiligings kA instelling de 5 ˆ 11 van 1.01 .002 .11000 A 10 000 5 000 2 000 1 000 500 tenue thermique thermisch houdvermogen NW40DC NW40DC 200 100 50 thermisch houdtenue thermique vermogen NW20DC NW20DC 20 10 5 thermisch houdtenue thermique vermogen NW10DC NW10DC t(s) 2 1 .01 . L/R = 15 ms) Met opnemers 1250 .001 .1 .5 kA van 1.002 3 4 5 7 10 20 30 50 70 100 200 300 .2 .005 .2 .05 .0 (U = 500 VDC.1 .Vermogensschakelaars Masterpact NW gelijkspanning beveiligingsunits DINA Ogenblikkelijke beveiliging Micrologic DC 1.5 kA t(s) 2 1 .2500 A 10 000 5 000 2 000 1 000 500 200 100 50 20 10 5 t(s) thermisch houdtenue thermique vermogen NW20DC NW20DC 2a Met opnemers 2500 .5 ogenblikkelijke instantanŽ rŽglable beveiligings instelling de 1.2 .02 .5 .01 .5 .5 kA .4 kA .005 .

05 .7 1 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70 100 200 300 .01 .05 .02 .25 ˆ 2.1 .005 .02 .5400 A 10 000 5 000 2 000 1 000 500 thermisch houdtenue thermique vermogen NW20DC NW20DC thermisch houdtenue thermique vermogen NW10DC NW10DC 2 000 1 000 500 thermisch houdtenue thermique vermogen NW40DC NW40DC thermisch houdtenue thermique vermogen NW20DC NW20DC thermisch houdtenue thermique vermogen NW10DC NW10DC 200 100 50 200 100 50 20 10 5 20 10 5 t(s) 2 1 . L/R = 15 ms) Met opnemers 1250 .005 .002 .11000 A 10 000 5 000 2 000 1 000 500 thermisch houdtenue thermique vermogen NW40DC NW40DC thermisch houdtenue thermique vermogen NW20DC NW20DC thermisch houdtenue thermique vermogen NW10DC NW10DC 200 100 50 20 10 5 t(s) 2 1 .25 tot 2.02 .005 .001 .2500 A 10 000 5 000 Met opnemers 2500 .5 .5 tot 2.25 ˆ 5.5 kA t(s) 2 1 .001 .7 1 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70 100 200 300 kA (eff) kA (eff) Met opnemers 500 .0 (U = 900 VDC.2 .5 kA van 1.2 .5 .25 tot 2.5 ogenblikkelijke instantanŽ rŽglable beveiligings instelling de 1.05 .7 1 2 3 4 5 7 10 20 30 50 70 100 200 300 kA (eff) K280 Gids laagspanningsverdeling 2003 .01 .01 .5 kA van 1.2 .5 instantanŽ rŽglable de 5 ˆ 11 kA ogenblikkelijke beveiligings instelling van 1.1 .002 .5 .Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars Uitschakelcurven Vermogensschakelaars Masterpact NW gelijkspanning beveiligingsunits DINA Ogenblikkelijk beveiliging Micrologic DC 1.001 .5 ogenblikkelijke instantanŽ rŽglable beveiligings instelling de 2.1 .5 kA .002 .4 kA .

Toelaatbare belasting van de kabels De onderstaande tabel geeft de toelaatbare thermische belasting van de kabels.52 105 16 3. Thermische invloeden Beperking van de verhitting van de geleiders. d.97 104 8.5 4 6 10 2.5 A. begrensd door een vermogensschakelaar NS80H-MA met kaliber 12. gecombineerd met een thermisch relais LR2-D1312? Antwoord: 4. De door de begrenzingscurven aangegeven waarden wat betreft piekstroom en thermische belasting zijn maximumwaarden. Voorbeeld 1 Hoe groot is de werkelijke waarde van een veronderstelde kortsluitstroom van 70 kA eff.69 106 1.23 107 9. gecombineerd met een thermisch relais? Antwoord: Uit de bijgaande tabel blijkt dat de maximaal toelaatbare belasting 6.39 107 4.26 104 2.5 2. Elke kortsluitstroom op het punt waar een combinatie van NS80H-MA + thermisch relais geïnstalleerd is. met een thermische belasting die kleiner is dan 2. Langere levensduur van de elektrische installaties Het begrenzen van de kortsluitstromen verzwakt in belangrijke mate de schadelijke invloeden van kortsluitstromen op de installatie. De belasting die de foutstroom in het apparaat veroorzaakt wordt in hoge mate beperkt.56 105 1. Deze prestatie.39 106 4.41 105 4.Begrenzingsvermogen 2b Het begrenzingsvermogen van een vermogensschakelaar heeft betrekking op zijn eigenschap bij kortsluiting in min of meerdere mate slechts een kleinere stroom door te laten dan de veronderstelde foutstroom. PVC PRC S mm2 Cu Al Cu Al 1.70 106 35 1.38 106 1.31 107 1. waardoor minder gevaar bestaat voor breuk of vervorming van de elektrische contacten.12 105 4.92 105 6. wordt gewaarborgd op grond van de onderstaande tests: c driemaal na elkaar onderbreken van een foutstroom die gelijk is aan 100% Icu c vervolgens een controle op de normale werking van het apparaat: v het geleidt de nominale stroomsterkte zonder abnormale verhitting v de beveiliging functioneert binnen de door de norm voorziene grenzen v de geschiktheid tot scheiden blijft verzekerd. Voorbeeld 2 Wordt een Cu/PRC-kabel met doorsnede 6 mm2 beveiligd door een NS80H-MA.56 107 1. Elektromagnetische invloeden Verminderde beïnvloeding van meetapparaten die zich in de nabijheid van een elektrische stroomkring bevinden.32 106 5.w. gedefinieerd in de norm IEC 60947-2.10 104 1.105 A2s (curve pagina K291).88 107 Gids laagspanningsverdeling 2003 K281 . het materiaal van de geleiders (Cu of Al) en hun doorsnede.23 106 50 3.35 107 4. De begrenzingscurven zijn opgesteld op basis van testresultaten conform de norm IEC 60947-2. Icc verondersteld Icc piek begrensd Icc begrensd Veronderstelde stroom en begrensde reële stroom.56.64 106 2. rekening houdende met hun isolatie. wat de levensduur van de kabels ten goede komt.39 105 2. Het onderbrekingsvermogen in bedrijf Ics bereikt 100% Icu.62 107 6.82 106 7. Mechanische invloeden Kleinere elektrodynamische afstotingskrachten.76 105 1. (hetzij 155 kÂ).93 106 25 8.26 106 3.4 106 1. zal begrensd worden. De doorsnede is uitgedrukt in mm2 en de belasting in A2s.z.105 A2s bedraagt.7 kÂ. die de volgende gegevens bevatten: c de begrensde piekstroom in functie van de effectieve waarde van de veronderstelde kortsluitstroom (de veronderstelde kortsluitstroom is de stroom die permanent zou vloeien bij afwezigheid van beveiligingsinrichtingen) c de begrensde thermische belasting (in A2s) in functie van de effectieve waarde van de veronderstelde kortsluitstroom. de energie die door de kortsluiting gedissipeerd wordt in een geleider met weerstand 1 Ohm. Het begrenzend vermogen van een combinatie vermogensschakelaar + thermisch relais wordt weergegeven onder de vorm van begrenzings-curven. De beveiliging van de kabel is steeds verzekerd tot aan het onderbrekingsvermogen van de vermogensschakelaar. Icc piek verondersteld Vermogensschakelaars Compact NS : Ics = 100 % Icu Dank zij de Roto-Actieve onderbreking bieden de vermogensschakelaars Compact NS een uitzonderlijk hoog begrenzingsvermogen.

2 .4 .2 .4 .8 .9 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 20 kA eff Stroombegrenzingscurven DPN vigi I(kÂ) 30 20 courant crête non limité niet-begrensde piekstroom 10 8 7 6 5 4 3 2 2 25-40 A 16-20 A 10 A 2-6 A 1 .7.6 .6 .8.5 .8.3 .7.7 .4 .2 .5 .9 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 20 kA eff K282 Gids laagspanningsverdeling 2003 .3 .6 .3 .Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars Begrenzingsvermogen Automaten Multi 9 230/240 V Begrenzing thermische belasting DPN vigi A2s 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 10 2 3 4 5 6 2 25-40 A 16-20 A 10 A 2-6 A .5 .

2 0.2 0. 4 polig k (x10) 20 Courant crête non limité niet-begrensde piekstroom 20 Courant crêtepiekstroom niet-begrensde non limité 10 8 6 5 4 3 2 10 8 6 5 4 3 2 5 4 3 2 1 i 63A i 40A i 25A i 10A i 6A 5 4 3 2 1 i 63A i 40A i 25A i 10 i 6A 1 0.8 1 1.2 0.3 0. (x10) 0.3 0.3 0. 3.5 0.5 0.5 2 3 4 5 6 7 8 9 10 kA eff (x10) Verklaring Type automaat volgens de nummering van de curven: c 1 : C60a c 2 : C60N c 3 : C60H alle kalibers C60L kalibers 50 en 63 A c 4 : C60L kalibers 32 en 40 A C60LMA kalibers 40 A c 5 : C60L kalibers i 25 A C60LMA kalibers i 25 A Gids laagspanningsverdeling 2003 K283 .8 0.5 0.3 0. 3. 4 polig A2 s 3 2 7 7 3 2 10 10 5 10 10 5 5 6 10 4 3 2 i i i i 63A 40A 25A 10A 3 2 6 5 4 3 2 1 i i i i 63A 40A 25A 10A 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 10 5 5 10 1 10 5 3 2 10 4 10 i 6A 4 10 5 3 2 10 i 6A 0.5 0. (x10) Stroombegrenzingscurven C60 : 1 polig k (x10) C60 : 2.8 0.8 1 1.5 0.2 0.5 2 3 4 5 6 7 8 10 kA eff.5 0.2 0.3 0.5 2 3 4 5 6 7 8 10 kA eff.8 1 1.5 2 3 4 5 6 7 8 9 10 kA eff.3 0.2 1 0.8 1 1. (x10) 0.2b Begrenzing thermische belasting C60 : 1 polig A2 s C60 : 2.

3.7.7 .7. K284 Gids laagspanningsverdeling 2003 .4 .4 .2 .7.8.8.6 .3 .9 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 20 kA eff Stroombegrenzingscurven NC100.9 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 20 kA eff Verklaring Type automaat volgens de nummering van de curven : c 1 : NC100H c 2 : NC100LH NC100LMA c 3 : NC125H.3 3 .2 .5 .6 .3 . 3.2 .9 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 20 kA eff 10 2 .7.3 .2 .4 .4 .Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars Begrenzingsvermogen Automaten Multi 9 230/240 V Begrenzing thermische belasting NC100.4 .8.9 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 20 kA eff .2 i 100A = 125A i 63A = 32A i 63A = 32A 3 1 .5 . NC125 : 1 polig I(kÂ) 30 NC100.5 .8.7 .3 .5 .4 . 4 polig A2s 2 3 2 10 6 2 1 i 100A = 125A 5 3 2 i 63A = 32A 1 3 10 5 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 5 i 100A = 125A 3 i 63A = 32A 4 3 .5 .2 .6 . NC125 : 2.8 .3 .6 . 4 polig I(kÂ) 30 20 niet-begrensde non limité courant crête piekstroom 20 niet-begrensde non limité courant crête piekstroom 10 8 7 6 5 4 3 2 1 2 10 8 7 6 5 4 3 2 i 100A = 125A 2 1 1 .5 .6 . NC125 : 1 polig A2s 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 10 2 3 4 5 6 NC100.6 . NC125 : 2.8 .

415V 2. 3.9 = 0.2b Begrenzing thermische belasting C120 : 1 polig C120 : 2.95 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 15 20 30 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 15 20 30 Verklaring Type automaat volgens de nummering van de curven : b rep. 4 polig C120 N/H 240V 2. 3.3 20 15 = 0.7 3 3 2 = 0.9 = 0. 1 : C120N b rep.8 2 1 10 9 8 7 6 5 4 = 0.5 20 15 = 0.95 2 = 0. 240V 1 polig . 3. 2 : C120H Gids laagspanningsverdeling 2003 K285 .5 2 10 9 8 7 6 5 4 = 0.7 = 0.8 1 = 0. 4 polig Stroombegrenzingscurven C120 N/H. 4 polig cos phi = 0.3 cos phi = 0.

4 polig NG125: 1 polig 10 8 5 63A 125A 100A 80A 5s 10ms 10 8 5 10 7 5 50A 40A 32A 25A 20A 10 7 33 22 11 125A 100A 80A 63A 50A 40A 32A 25A 20A 16A 10A 5 125A 100A 80A 63A 50A 40A 32A 25A 20A 16A 10A 5s 10ms 3 2 1 125A 100A 80A 63A 50A 40A 32A 25A 20A 16A 10A 10 6 5 16A 10A 10 6 5 10 5 5 10 5 5 A2s 10 4 5 A 2s 10 4 5 10 3 5 10 3 5 10 2 5 10 2 5 10 1 5 101 5 102 5 103 5 104 5 105 5 10 1 5 101 5 102 5 103 5 104 5 105 5 A eff / rms Verklaring Type van automaat volgens de nummering van de curven : c rep.7 I(k´ ) 5 4 = 0. 1 : NG125N c rep.8 = 0. 2 : NG125H c rep.Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars Begrenzingscurven Automaten Multi 9 400/415 V NG125: 2. 3 : NG125L K286 Gids laagspanningsverdeling 2003 .5 15 3 2 1 10 9 8 7 6 = 0.3 20 3 2 1 = 0.9 3 3 2 = 0.3 NG125: 240V 2. 3 : NG125L NG125: 240V 1 polig cos phi = 0. 1 : NG125N c rep. 2 : NG125H c rep. 3 : NG125L A eff / rms Verklaring Type van automaat volgens de nummering van de curven : c rep.7 10 9 8 7 6 = 0.9 I(k´ ) 5 4 = 0. 3.5 20 15 = 0. 3. 3 : NG125L kA eff / rms Verklaring Type van automaat volgens de nummering van de curven : c rep.95 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 20 30 40 50 100 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 20 30 40 50 100 kA eff / rms Verklaring Type van automaat volgens de nummering van de curven : c rep.95 2 = 0. 2 : NG125H c rep. 4 polig cos phi = 0.8 = 0. 1 : NG125N c rep. 1 : NG125N c rep. 2 : NG125H c rep.

5 : C60L kalibers i 25 A C60LMA kalibers i 25 A.3 0.8 0. (x10) . Gids laagspanningsverdeling 2003 K287 .8 1 1.6 . Verklaring Type van automaat volgens de nummering van de curven c rep. NC125 : 2.4 .5 0.2 0. 1 : C60a c rep. 3. 3 : NC125H.3 i 100A i 125A i 63A i 32A 3 0.8.2 0.2 . 4 polig I(kÂ) (x10) k (x10) NC100.6 .2 .4 .5 0.7.8. NC125 : 2. 3.5 . 1 : NC100H c rep. 3 : C60H. 3.5 2 3 4 5 6 7 8 10 kA eff.3 0. 3. 4 : C60L kalibers 32 en 40 A C60LMA kaliber 40 A c rep.9 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 20 kA eff Stroombegrenzingscurven C60 : 2.3 0.4 .2b Begrenzing thermische belasting C60 : 2. 4 polig A2 s NC100.8 1 1. 2 : C60N alle kalibers c rep. 4 polig A2s 3 2 7 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 10 2 3 4 5 6 2 10 10 5 1 < 100A < 125A 5 6 10 4 3 2 i 63A i 40A i 25A i10A i 6A 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 3 < 63A i 32A 5 10 1 4 10 0.3 .5 0.3 . 4 polig I(kÂ) I(kÂ) (x10) 30 20 niet-begrensde piekstroom Courant crête non limité 20 niet-begrensde piekstroom courant crête non limité 10 8 6 5 4 3 2 5 4 3 2 1 i i i i i 63A 40A 25A 10A 6A 10 8 7 6 5 4 3 2 1 2 1 0. 2 : NC100LH NC100LMA c rep. C60L kalibers 50 en 63 A c rep.6 .2 1 .9 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 20 kA eff Verklaring Type van automaat volgens de nummering van de curven c rep.7.2 .5 2 3 4 5 6 7 8 9 10 kA eff.5 .5 .8 . (x10) .7 .

1 : NG125N c rep.9 = 0. N. L cos phi = 0. H.7 3 2 = 0.8 = 0. Stroombegrenzingscurven NG125. 1 : NG125N c rep.95 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 20 30 40 50 100 Verklaring Type automaat volgens de nummering van de curven : c rep. 2 : NG125H c rep.5 3 1 10 9 8 7 6 5 4 = 0. 2 : NG125L. 3 : NG125L.Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars Begrenzingscurven Automaten Multi 9 NG125 400/415 V Begrenzing thermische belasting NG125. 400/415 V 3 2 10 5 3 2 10 5 5 6 1 125A 100A 80A 63A 50A 40A 32A 25A 20A 16A 10A 2 A2S 2 A2s 10 5 3 2 10 5 3 2 10 2 2 3 4 5 6 7 8 9 10 20 30 40 50 60 3 4 3 100 kA eff / rms Verklaring Type automaat volgens de nummering van de curven : c rep.3 20 2 15 = 0. K288 Gids laagspanningsverdeling 2003 .

Automaten Compact NS100 tot 630 380/415 V Begrenzing thermische belasting 10 5 3 2 10 5 3 2 10 As 2 2b 9 8 NS800N NS1000N NS1250N NS1600N NS800H NS1000H NS1250H NS1600H 7 NS1000L N N H H H N NSA160 L NS800L NS630 L NS400 L 5 3 2 10 5 3 2 10 5 3 2 5 6 NS250 NS160 NS100 TM25 E N TM32É250 TM16 2 3 4 6 10 20 30 40 60 kA eff 100 150 200 300 Stroombegrenzingscurven 300 200 100 80 70 60 50 40 30 20 N NS800N NS1000N NS1250N NS1600N NS800H NS1000H NS1250H NS1600H NS800L NS1000L H L H N E N NSA160 NS630 NS400 NS250 NS160 NS100 k N TM32..250 TM25 TM16 10 8 7 6 5 4 2 3 4 6 10 20 30 40 60 kA eff 100 200 300 Gids laagspanningsverdeling 2003 K289 ..

Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars Begrenzingscurven Automaten Compact NS100 tot 630 660/690 V Begrenzing thermische belasting 109 5 3 2 108 5 3 2 107 As 2 NS800N NS1000N NS1250N NS1600N NS800H NS1000H NS1250H NS1600H 5 3 2 106 5 3 2 105 5 3 2 N H N N H H L NS800L NS1000L NS630 L L NS400 TC150/250/400 NS250 NS160 NS100 TM 25 TM 16 TM 40É100 2 3 4 6 10 20 30 40 60 kA eff 100 150 200 300 Stroombegrenzingscurven 300 200 100 80 70 60 50 k 40 30 20 10 8 7 6 5 4 N NH NS800H NS1000H NS1250H NS1600H NS800N NS1000N NS1250N NS1600N NS800L NS1000L H L NS250 NS160 L NS630 TC150/250/400 NS400 NS100 TM 25 TM 16 TM40É100 2 3 4 6 10 20 30 40 60 100 200 300 kA eff K290 Gids laagspanningsverdeling 2003 .

12.5 01/1.3 A kal.5/08 04/06 2.5 01/1. 80 A kal. 50 A kal.5 A kal.5 A kal. 25 A kal. 6. 50 A kal. 2. 50 A kal.5 A kal.8 0.5 A kal.6/2. 6.5 A kal.3 A kal. 50 A kal.5 A 12.5 A 12.5 A kal.5/08 04/06 2.3 A kal. 12.5 A 10 5 3 2 4 automaat NS80H-MA kal.5/04 1.5 A 2 3 10 5 3 2 2 3 4 6 10 20 30 40 60 100 200 kA eff. 25 A kal. 2. 12.5/04 1.3 A 6.5 A kal.5 A kal. 50 A kal. 12. 12.5 A 12.4 2 3 4 6 10 20 30 40 60 2.5 A 100 200 kA eff.3 A 2. 50 A kal.5 A automaat NS80H-MA kal.Automaten Compact NS80H-MA 380/415 V Begrenzing thermische belasting in 380/415 V A S 2 5 2 2b 80 A 80 A 50 A 50 A 50 A 25 A 25 A 12. 25 A kal. 80 A kal.6/2. 2. 80 A kal. 6. 2. Gids laagspanningsverdeling 2003 K291 . 6.5 A thermisch relais LR2-D33 63 LR2-D33 59 LR2-D33 57 LR2-D33 55 LR2-D33 53 LR2-D33 22 LR2-D13 21 LR2-D13 16 LR2-D13 14 LR2-D13 12 LR2-D13 10 LR2-D13 08 LR2-D13 07 LR2-D13 06 contactor 63/80 48/65 37/50 30/40 23/32 17/25 12/18 09/13 07/10 5.6 LC1-D80 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D09 10 5 3 6. 12.3 A kal.5 A 2. 2.7 0.3 A 2 6.6 LC1-D80 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D32 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D65 LC1-D09 6.5 A 12.5 A thermisch relais LR2-D33 63 LR2-D33 59 LR2-D33 57 LR2-D33 55 LR2-D33 53 LR2-D33 22 LR2-D13 21 LR2-D13 16 LR2-D13 14 LR2-D13 12 LR2-D13 10 LR2-D13 08 LR2-D13 07 LR2-D13 06 contactor 63/80 48/65 37/50 30/40 23/32 17/25 12/18 09/13 07/10 5. 25 A kal.3 A 1 0.6 0.5 0. 80 A kal.5 A Stroombegrenzingscurven in 380/415 V I(kÂ) 20 80 A 80 A 50 A 50 A 10 8 7 6 5 4 3 50 A 25 A 25 A 12.

0 125 40 °C 5.0 125 140 25 °C 10.5 9.96 3.7 9. (A) 20 °C 10 11.7 16 16 15.2 34.5 73.1 14.5 11 15 18 23 26 DPN Vigi.0 40.0 22.24 4.4 35.0 32.0 63 71.5 23.5 57.2 34.7 60 °C 1.0 20 21.0 16 16.2 21. Vermenigvuldig de verminderde waarden met 0.9 63.5 37.4 45.73 32 40 41.5 25.5 87.5 19 24 28 Differentieelschakelaars De inrichting voor thermische beveiliging (overbelasting) stroomopwaarts van de differentieelschakelaar moet rekening houden met de waarden gegeven in de onderstaande tabel.5 32.6 12 11.7 16.8 20.3 16.18 2.6 46.5 49.5 138 30 °C 10.0 25.2 22.50 14.0 32.0 29.40 13.42 45 °C 5.0 55.7 11.0 40 42.5 25 27.0 50 52.88 3.0 120 45 °C 5.80 3.0 43.2 25 27.88 17.52 5. C en K kal.20 15.5 41.2 A.0 100 115.4 12.0 80.96 3.88 5.3 10.0 20.30 15.68 28.0 86.04 4.5 33.0 63.8 14.08 1.8 = 15.28 29.5 32 35.67 13.2 10.0 38.5 102 60 °C 5.92 1.76 5.74 3.8 45 °C 8.16 35 °C 5.00 6 6. Een C60N.0 56.2 13.40 4.48 6.0 43.56 5.5 22.5 19.5 30 °C 9.25 38.5 14 19 23.0 22.08 4 4.80 21.4 60 °C 7.00 15.5 33.4 24.0 70.0 16. (A) 20 °C 25 °C 30 °C 6 6.4 16.12 6.6 42.64 5.0 16.4 45 °C 9. Niet te overschrijden gebruiksstroom: 19 x 0.5 23 29 34 40 °C 8.51 50 °C 5 8 12 55 °C 0.9 41.38 22.4 20.60 19.0 26.8 48.6 21.7 13.45 8.0 104.2 55 °C 1.00 10.92 3.6 25.97 1.8 TC16P kal.5 53.19 34.89 1.5 89.95 1.0 50.5 19.4 37.5 51.0 54.0 54.7 50 °C 1.88 9.5 60.00 4.5 45 °C 0.86 3.00 14.4 A.9 32.0 111.5 19.Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars Declassering bij temperatuursstijging Automaten en lastschakelaars Multi 9 De maximaal toelaatbare gebruiksstroom van een automaat of vermogensschakelaar wordt beïnvloed door zijn omgevingstemperatuur.24 6.8 17.4 14.60 14.9 7.60 15.0 27.5 57.48 20 25 26.48 38.0 82.6 20.8 69.8 43.0 33.4 50 56.4 43.2 25. naast elkaar geïnstalleerd zijn in een kast met beperkte afmetingen.03 2. curve C.5 61.7 27.12 10.8 22.4 55 °C 8.69 37.14 2.0 51.41 16.5 69.55 25 32 33.0 18.5 113 50 °C 5. De term omgevingstemperatuur slaat op de temperatuur in de kast of het bord waarin de vermogensschakelaars of automaten geïnstalleerd zijn.0 21.2 33.2 8.9 17.0 44.5 28.46 8.4 58.5 XC40 cal.60 9.0 41.0 20.44 5. Voorbeeld : Een C60N.80 13.5 13 18 22 28 32 50 °C 55 °C 8 7.82 40 TC16 kal.24 5. die gelijktijdig in bedrijf zijn.0 25 26.0 108 55 °C 5. NC100.20 13.88 5.2 10.2 31.76 18.5 63 72. ID kal.0 47. in een ruimte waar de omgevingstemperatuur 35˚C bedraagt.5 54.99 23.5 50.5 35.0 16 17.1 8.4 21.96 20. NG 125 kal.0 54.08 2.5 48.5 56.7 25.7 30.2 40.05 35.0 63.0 32 33. (A) 20 °C 25 °C 30 °C 2 2. dan zal de hieruit voortvloeiende temperatuurverhoging in de kast een verlaging van de gebruiksstroom tot gevolg hebben. XC/SC40.8 23.0 40 45.0 52.30 40 °C 5.00 2.3 12.24 10 16 16.4 36.4 42.87 9.2 64.9 67.5 91.0 60.4 11.0 C60N. (A) 20 °C 25 °C 30 °C 1 1.96 14.2 35 °C 1.9 9.5 30 35 35 °C 9 13.0 100.26 6.7 15. C60H : curve D C60L : curven B.24 10 11.40 8.80 3.10 1. De referentietemperatuur wordt in de onderstaande tabellen aangegeven door een gekleurde balk.4 12.0 108.8 16.9 60 °C 8. (A) 10 15 20 25 32 38 20 °C 10 15 20 25 32 38 25 °C 9.47 23.00 6.63 41.2 50 °C 8 12 16 20 25 29 55 °C 7.89 36.0 25.04 2.45 32.7 7.93 22.8 14.50 24.90 3.5 83.4 14.0 20.75 15.0 34.72 5.4 34.5 18.0 24.36 5. met kaliber 20 A is geïnstalleerd op een naakt chassis.5 52.52 4.4 9.88 9.0 18.1 40 °C 1.0 40.44 31.6 10.0 135 35 °C 1.5 66.0 41.70 15.39 16 20 20.50 15.0 17.48 10.0 31.0 20.19 18.5 80 92.7 27.13 6 10 10.5 65.08 25.0 68.8 48.6 21.12 4.5 16.0 40 °C 10.5 28.31 8.5 30.58 8.0 26.4 8.84 3.36 6.9 50 °C 9.5 16.80 14.76 9.7 28.0 130 35 °C 5.1 10.0 26.5 96.76 9.52 8.2 28.4 38.0 38. (A) 6 10 16 20 °C 6 10 16 25 °C 5.4 23.33 17.2 40 °C 1.30 7.23 14.5 15.0 45 °C 1.5 19.05 2 2.00 4 4.4 18.8 45.7 9.0 23. C60. Niet te overschrijden gebruiksstroom: 19.4 60 °C 7.87 30.77 16.73 9.2 17.6 44. C60a : curve C C60N.0 32 36. curve C.5 24 31 36.06 28.3 16.8 voor de types TC16.4 16.0 65.2 31.5 35 °C 10.5 76.0 45.0 50.59 55 °C 4.5 17 21 27 31 50 °C 0. Waardevermindering van de kalibers bij installatie in een kast Indien meerdere vermogensschakelaars of differentieelschakelaars.0 29.8 36.7 18.2 40.7 16 17.9 20 22.4 30 °C 5.38 13.24 6 6.5 18.70 14.12 6.2 60 °C 0.5 51.2 19. NC125 en DPN.0 63 66.0 20 22.7 32.6 40 44.4 38.6 11.0 35. C60H : curven B en C kal. in een ruimte waar de omgevingstemperatuur 35˚C bedraagt.43 27. met kaliber 20 A is geïnstalleerd in een kast.5 50 57.4 24.64 9. (30 en 300 mA) kal.64 60 °C 4.8 45 °C 8.7 29. (A) 25 °C 30 °C 40 °C 50 °C 60 °C 25 32 30 25 23 20 40 46 44 40 36 32 63 75 70 63 56 50 80 95 90 80 72 65 100 120 110 100 95 90 NG125NA 125 135 130 125 110 100 K292 Gids laagspanningsverdeling 2003 . (A) 20 °C 25 °C 30 °C 35 °C 40 °C 10 10 9.49 15.00 10 10.2 51.4 C120.16 8.9 17.

93 370 1/0.98 45 °C 615 1/0. Zij gelden eveneens voor uittrekbare vermogensschakelaars.8 505 1/0.8/0.9 Compact NS100 tot NS250 lossers TM-D en TM-G kal.5 125 125 122 119 116 160 160 156 152 147.9 50 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 50 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 160 1 50 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 160 1 250 1 45 °C 400 1/1 390 1/0.88 490 0.8 550 1/0. Gids laagspanningsverdeling 2003 K293 . dan worden de declasseringswaarden hierdoor niet gewijzigd (behalve bij een NS400 of NS630 met Vigi-element of isolatiebewaking).98 390 1/0.2 200 200 195 190 185 250 250 244 238 231 60 °C 14.88 65 °C 550 1/0.88 550 1/0.85 535 1/0.9 60 °C 570 1/0.98 490 0. NS100N/H/L In : 25 A Ir max In : 40 A Ir max In : 63 A Ir max In : 100 A Ir max NS160N/H/L In : 25 A Ir max In : 40 A Ir max In : 63 A Ir max In : 100 A Ir max In : 160 A Ir max NS250N/H/L In : 25 A Ir max In : 40 A Ir max In : 63 A Ir max In : 100 A Ir max In : 160 A Ir max In : 250 A Ir max NS400N/H/L vast met Vigi uittrekbaar NS630N/H/L vast met Vigi uittrekbaar 40 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 40 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 160 1 40 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 160 1 250 1 In : 400 A Io/Ir max In : 400 A Io/Ir max In : 400 A Io/Ir max In : 630 A Io/Ir max In : 570 A Io/Ir max In : 570 A Io/Ir max 45 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 45 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 160 1 45 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 160 1 250 1 40 °C 400 1/1 400 1/1 400 1/1 40 °C 630 1/1 570 1/0.9 570 1/0.5 0.Automaten Compact NS 100 tot 630 2c Met thermischmagnetische losser Deze waarden blijven geldig bij vaste vermogensschakelaars.83 60 °C 380 1/0. uitgerust met een module Vigi of isolatiebewaking.85 475 0.88 55 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 55 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 160 1 55 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 160 1 237. moet met de onderstaande coëfficiënten rekening gehouden worden: losser TM16 tot TM125 TM160 tot TM250 coëfficiënt 1 0.2 14. STR23SE.9 505 1/0. uitgerust met : c module ampèremeter c module stroomtrafo.95 535 1/0.95 380 1/0.93 350 1/0.5 60 58 80 80 78 76 74 100 100 97.85 70 °C 535 1/0. dan heeft dit wél effect op de declasseringswaarden en moeten de onderstaande coëfficiënten gebruikt worden: automaat NS100N/H/L NS160N/H/L NS250N/H/L NS250N/H/L losser STR22SE 25 tot 100 STR22SE 25 tot 160 STR22SE 25 tot 160 STR22SE 250 coëfficiënt 1 1 1 0.83 520 1/0. Bij uittrekbare vermogensschakelaars. STR53UE.95 360 1/0. uitgerust met één van de volgende elementen : c module Vigi c module ampèremeter c module isolatiebewaking c module stroomtrafo.95 (1) Twee instelknoppen bij STR22SE.98 370 1/0.88 350 1/0.8 65 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 65 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 160 1 65 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 160 1 225 0. Indien een uittrekbare vermogensschakelaar uitgerust wordt met c een Vigi-element of een element voor isolatiebewaking.5 0.5 95 92.9 360 1/0.85 340 1/0.93 55 °C 585 1/0.8/0.95 475 0. met fijnregeling.95 50 °C 400 1/1 380 1/0.5 40 40 39 38 37 63 63 61.85 60 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 60 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 160 1 60 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 160 1 237.95 50 °C 600 1/0. (A) 40 °C 45 °C 50 °C 55 °C 16 16 15.8/0.8/0.90 70 °C 360 1/0.98 70 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 70 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 160 1 70 °C 25 1 40 1 63 1 100 1 160 1 225 0.5 23 36 57 72 90 113 144 180 225 Met elektronische beveiligingsunit Indien een vaste vermogensschakelaar uitgerust wordt met c een Vigi-element c een ampèremetermodule c een stroomtransformatormodule.93 520 1/0.8 25 25 24. Opmerking: indien een uittrekbare vermogensschakelaar uitgerust wordt met c een ampèremetermodule c een stroomtransformatormodule.86 De onderstaande tabellen vermelden de maximuminstelling van de drempel LT (waarde aangeduid door de instelknop (1) in functie van de omgevingstemperatuur.90 65 °C 370 1/0.6 15.9 340 1/0. dan worden de declasseringswaarden hierdoor niet gewijzigd.95 55 °C 390 1/0.5 24 23.

Voor een gemengde aansluiting. neemt de tabel voor vooraansluiting. in functie van de temperateurstijging.Bijkomende specificaties van de vermogensschakelaars Declassering bij temperatuursstijging Vermogensschakelaar Compact NS800 tot 1600. die men niet mag overschrijden (waarde aangeduid door de instelknop) in functie van de toepasselijke omgevingstemperaturen. neemt de tabel voor vooraansluiting. Voor temperatuur >60 °C. Ti (2) NS800 N/H/L NS1000 N/H/L NS1250 N/H NS1600 N/H vast apparaat voor en achter horizontaal 40 45 50 800 800 800 1000 1000 1000 1250 1250 1250 1600 1600 1560 uittrekbaar apparaat voor en achter horizontaal 40 45 50 800 800 800 1000 1000 1000 1250 1250 1250 1600 1600 1520 55 800 1000 1250 1510 60 800 1000 1250 1470 65 800 1000 1240 1420 70 800 1000 1090 1360 achter vertikaal 40 45 800 800 1000 1000 1250 1250 1600 1600 achter vertikaal 40 45 800 800 1000 1000 1250 1250 1600 1600 50 800 1000 1250 1600 55 800 1000 1250 1600 60 800 1000 1250 1600 65 800 1000 1250 1510 70 800 1000 1180 1460 55 800 1000 1250 1480 60 800 1000 1250 1430 65 800 1000 1170 1330 70 800 920 1000 1160 50 800 1000 1250 1600 55 800 1000 1250 1560 60 800 1000 1250 1510 65 800 1000 1250 1420 70 800 990 1090 1250 (1) Indien apparatuur horizontaal geplaatst. moet een declassering voor voor en achter aansluiting horizontaal genomen worden. De bijgaande tabel geeft dan ook voor elke Compact de maximale instelling van de drempel Ir (beveiliging lange vertraging). De omgevingtemperatuur heeft evenwel altijd invloed op de apparaten en kan dus in de praktijk bepaalde beperkingen opleggen. temp. Compact NS800 tot 1600 (1) De bijgaande tabel geeft de maximum stroom voor elke type aansluiting. versie type aansl. De elektronica biedt het voordeel dat de beveiligingsunits een grote werkings-stabiliteit vertonen bij uiteenlopende temperaturen. vermogensschakelaar Masterpact NT-NW Instelling van de drempel “Ir” (beveiliging met lange vertraging). ons raadplegen. Ti NT08 H1/L1 NT10 H1/L1 NT12 H1 NT16 H1 NW08 N/H/L NW10 N/H/L NW12 N/H/L NW16 N/H/L NW20 H1/H2/H3 NW20 L1 NW25 H1/H2/H3 NW32 H1/H2/H3 NW40 H1/H2/H3 NW40b H1/H2 NW50 H1/H2 NW63 H1/H2 uittrekbaar apparaat voor en achter horizontaal 40 45 50 55 60 800 1000 1250 1600 1520 1480 1430 800 1000 1250 1600 2000 1980 1890 2000 1900 1850 1800 2500 3200 3100 3000 2900 4000 3900 3750 3650 4000 5000 – – – – – vast apparaat voor en achter horizontaal 55 60 40 45 50 55 60 800 1000 1250 1560 1510 1600 1550 800 1000 1250 1600 2000 1920 – – – – – 2500 3200 3850 4000 3900 3800 4000 5000 6200 – – – – – achter vertikaal 40 45 50 800 1000 1250 1600 800 1000 1250 1600 2000 2000 2500 3200 4000 4000 5000 6300 achter vertikaal 40 45 50 800 1000 1250 1600 800 1000 1250 1600 2000 – – – 2500 3200 4000 4000 5000 6300 55 60 – – K294 Gids laagspanningsverdeling 2003 . Ti : temperatuur in apparatuur en aansluitingen omgevingen. (2) Ti : temperatuur in apparatuur en -aansluitingen omgevingen. Declassering bij temperatuurstijging De bijgaande tabel geeft de maximum stroom voor elke type aansluiting. versie type aansluiting temp. in functie van de temperateurstijging. Ti (2) NS800 N/H/L NS1000 N/H/L NS1250 N/H NS1600 N/H versie type aansluiting temp. Voor een gemengd aansluiting.

K296 K297 K298 K300 Gids laagspanningsverdeling 2003 K295 .3 3 reglementering de norm NBN EN 60439-1 geteste Prisma-borden de typetests de vormen de norm NBN EN 60439-2 geprefabriceerde railkokers pag.

waarop Schneider de 7 typetests van de norm heeft uitgevoerd. De oplossing van Schneider: het geteste Prisma-bord. meting. ingevuld door de bordenbouwer. De uitvoering is identificeerbaar en haar overeenkomstigheid is bewezen De geteste Prisma-borden zijn uitgevoerd overeenkomstig de norm NBN EN 60439-1. De norm NBN 60439-1 heeft tot doel het formuleren van definities. Het is een samenstel dat door de bordenbouwer werd uitgevoerd volgens de regels van het vak en daarna drie individuele tests doorstaan heeft. De norm NBN EN 60439-1 omsluit alle samenstellende onderdelen van een bord. enz. K296 Gids laagspanningsverdeling 2003 . juridische en strafrechterlijke risico’s waaraan hijzelf en zijn onderneming blootgesteld zijn. de gebruiksomstandigheden. omwille van de zware economische gevolgen die langdurige productiestilstanden kunnen hebben. mechanische en elektrische. met de daarmee gepaarde gaande materialen voor besturing. vormt als het ware de handtekening die verzekert dat het geteste Prisma-bord overeenstemt met de norm NBN EN 60439-1. mechanische componenten. Wie verantwoordelijk is voor een installatie en zich bewust is van de professionele. signalering. overeenkomstig de norm 4 de zekerheid te beschikken over een bord dat beantwoordt aan het bestek. dat is : 1 een bord voorschrijven dat beantwoordt aan de norm NBN EN 60439-1 2 100% veiligheid garanderen vanaf de ingebruikneming en voor de hele levensduur van de installatie 3 de investeringen duurzaam maken door een evolutiviteit van de installatie. Bij laagspanningsverdeelborden is improvisatie totaal uit den boze. en hun constructieelementen. software voor berekening en ontwerp. eist van zijn elektrische installatie een hoog veiligheidsniveau. De veiligheidszekerheid van een elektrische installatie berust op het eerbiedigen van de normen die van kracht zijn.Reglementering De norm NBN EN 60439-1 De geteste borden Enkel uitrusting die gebouwd werd volgens de voorschriften van de bordennorm NBN EN 60439-1 garandeert de veiligheid en betrouwbaarheid van de installatie. in aanvulling op de zeven typetests door Schneider. die door de bordenbouwer op het bord aangebracht is. de voorschriften voor de constructie. Een getest Prisma-bord draagt het overeenkomstigheidslabel Het is een bord : c dat samengesteld is met componenten en LS-apparaten. Het geheel is dan door de bouwer gecertificeerd als overeenstemmend met de norm. beveiliging. Dit overeenkomstigheidsattest wordt samen met de overige documenten die bij het bord horen afgeleverd c een genummerde sticker. De norm bepaalt het gehele laagspanningsapparaat (elektrisch bord)als een combinatie van een of meerdere aansluitapparaten met laagspanning. dat aantoont dat de drie individuele tests uitgevoerd werden. de technische specificaties en de tests voor alle laagspanningsapparatuur (U ≤ 1000V). die alle overeenstemmen met hun respectievelijke normen c dat samengesteld is op basis van configuraties uit de catalogus van Merlin Gerin c dat opgebouwd is uit mechanische en elektrische componenten van het Prismasysteem. ze zijn identificeerbaar en hun overeenstemming wordt bewezen door : c een genummerd overeenkomstigheidsattest. Anderzijds wordt van het elektrisch bord onder alle exploitatieomstandigheden een perfecte bedrijfscontinuïteit gevergd. de nodige dossiers voor het ontwerpen en installeren van borden. instelling… volledig gemonteerd op verantwoordelijkheid van de fabrikant. mechanische en elektrische verbindingen. De bordenbouwer krijgt van Schneider alle ondersteuning om geteste Prisma-borden uit te voeren (waarbij hetzelfde veiligheidsniveau verzekerd is als bij uitvoering door Schneider zelf) : basisconfiguraties uit de catalogus LSverdeling. met alle interne verbindingen. In deze definitie is het essentieel te onthouden dat het geheel van de samenstellende elementen van het bord in beschouwing wordt genomen: apparatuur.

Ze zijn bestemd voor de controle van het behoud van de specificaties die tijdens de typetests vastgelegd werden. Deze test heeft o. Wanneer de temperaturen gestabiliseerd zijn. betrekking op de vergrendelmechanismen. De 7 typetests werden uitgevoerd door Schneider in goedgekeurde laboratoria (LOVAG. Test 8-2-7: beschermingsgraad De uitgevoerde tests bepalen de geschiktheid van de uitgeruste kast voor : c de beveiliging van personen tegen toegang tot de gevaarlijke delen c de beveiliging van het materieel tegen het binnendringen van vreemde vaste lichamen en vloeistoffen c de beveiliging van de materialen tegen externe invloeden zoals schokken en corrosie. evenals tussen elke pool en alle andere onderling verbonden polen.m. zal het bord de veroorzaakte belastingen ondergaan (verhitting. Hieraan weerstaan betekent in de eerste plaats gevaar vermijden : breuk of wegslingeren van componenten. individuele tests genoemd. Bij Prisma bedragen de toegekende toelaatbare korte duurstromen : c tot 25 kA eff. in de meest veeleisende configuraties. ontstaan van vonkbogen en uitbreiding buiten het bord. De norm verplicht dat 50 schakelcycli uitgevoerd worden. LCIE…) op het functionele PRISMAsysteem. Test 8-2-2: diëlektrische eigenschappen De testspanning wordt aangelegd tussen alle actieve delen en de massa’s. 10 Gids laagspanningsverdeling 2003 K297 . Test 8-2-4 : doeltreffendheid van de beveiligingskring De doeltreffendheid van de beveiligingskring wordt gecontroleerd aan de hand van twee tests : c kortsluitvastheid tussen de beschermingsgeleider en de meest nabijgelegen fase c controle van de reële verbinding tussen de massa’s van het geheel en de beveiligingskring. …). kasten uitgerust met hun geprefabriceerde systemen voor installatie. Op elk uitgerust bord neemt de bordenbouwer zijn verantwoordelijkheid op door de 3 individuele tests die door de norm worden voorgeschreven uit te voeren. Test 8-2-6: mechanische werking De test op mechanische werking wordt uitgevoerd op een gemonteerd geheel. Tests uitgevoerd op typeconfiguraties Prisma. Test 8-2-5 : isolatie. Elk apparaat wordt doorlopen door de toegekende stroom. aantrekkings. De uitgevoerde test op de hoofdkring is de volgende: c diëlektrische testspanning: 3500 V voor een toegekende isolatiespanning tot 1000 V. SEMA. verdeling en aansluiting.en lekstroomafstanden 6 test 8-2-6: mechanische werking 7 test 8-2-7: beschermingsgraad 3 individuele tests voor een strenge eindcontrole 8 test 8-3-1: inspectie van het geheel 9 test 8-3-2 of 8-3-4: controle van de isolatie test 8-3-3: controle van de beveiligingsmaatregelen en de elektrische continuïteit van de beveiligingskringen. vervuilingsgraad 3 en materiaalgroep IIIa. De minimale lekstroomafstand hangt af van de toegekende isolatiespanning. De tests bevestigen de specificaties van de Prisma-borden IP20 tot IP55 en IK1 tot IK9 volgens de configuraties. GE. mag de opwarming onder andere de volgende grenzen niet overschrijden : c 70 °C voor de aansluitklemmen van de externe geleiders c 15° of 25°C volgens het type materiaal. Er werd bij de isolerende delen van het Prisma systeem geen enkele perforatie of omleiding van bogen vastgesteld. De tests met Prisma hebben uitgewezen dat de verhitting lager ligt of gelijk is aan de waarden opgelegd door de norm.en lekstroomafstanden De waarden in de norm zijn van toepassing bij blanke actieve geleiders en bij de apparaten. uitgerust met een standaard hoofdrailstel bevestigen het naleven van de opgelegde isolatieafstanden en minimale lekstroomafstanden bij een spanning van 1000 V. ASTA. De mechanische werking van de Prismakast behoudt haar oorspronkelijke specificaties. De minimale isolatieafstand in de lucht hangt af van de toegekende schokbestendigheidsspanning en de vervuilingsgraad in het bord. binnen of buiten het elektrisch bord. Beschrijving van de typetests Test 8-2-1: verhittingsgrenzen Deze test moet gebeuren binnen de grenzen van een omgevingstemperatuur tussen +10°C en +40°C. Het betekent ook snel terug bedrijfsklaar zijn na het incident. voor de manuele bedieningsorganen c 30° of 40°C voor de elementen van de behuizing die van buitenaf toegankelijk zijn. RUE. De continuïteit en de kortsluitvastheid van de beveiligingskring stemmen bij Prisma overeen met de norm. vermenigdvuldigd met de diversiteitsfactor. worden uitgevoerd op het volledig afgewerkte bord.3 De norm NBN EN 60439-1 bepaalt tien verplichte tests Ze garanderen de conformiteit van het elektrisch bord en ze zijn bestemd voor het controleren van de specificaties van het bord: c 7 zogenaamde typetests worden uitgevoerd op de onderdelen van het geheel c 3 andere. GR) c tot 85 kA eff.en afstotingskrachten op de geleiders. na de test. ASEFA. Volgens de norm wordt de waarde van de kortsluitstroom voor deze test door de fabrikant bepaald. c duur van de test: 1 minuut./1s bij Prisma P (P. Test 8-2-3 : kortsluitvastheid Bij deze test wordt een incident gesimuleerd dat zich in de praktijk zou kunnen voordoen. De kortsluittests worden uitgevoerd met aansluitingen die vastgeschroefd zijn aan de uiteinden van het hoofdrailstel of de aftakrailstellen. PH). 7 typetests garanderen de opgegeven prestaties 1 test 8-2-1: verhittingsgrenzen 2 test 8-2-2: diëlektrische eigenschappen 3 test 8-2-3: kortsluitvastheid 4 test 8-2-4: doeltreffendheid van de beveiligingskring 5 test 8-2-5: isolatie./1s bij Prisma G (G. Bij een kortsluiting. de vervuilingsgraad en de groep isolerende materialen die de actieve delen scheidt.

Toegang tot de niet afgeschermde aansluitklemmen van het railstel. Vorm 3a Vorm 3b Vorm 4a Vorm 4b K298 Gids laagspanningsverdeling 2003 . afgeschermd van het railstel.Reglementering De norm NBN EN 60439-1 De vormen van borden De scheidingen aan de binnenkant van een geheel worden bepaald in hoofdstuk 7. eveneens aansluitklemmen voor externe geleiders. afgeschermd van het railstel. met uitzondering van functionele eenheden van secundaire vertrekken type Multi 9. eveneens aansluitklemmen voor externe geleiders die deel uitmaken van de functionele eenheid. Vorm 1 Rondom gesloten omhulsel. Ze worden bepaald volgens 4 verschillende vormen om de beveiliging tegen rechtstreekse aanraking te verzekeren. afgesloten langs de buitenzijde. De functionele eenheden zijn van de aansluitklemmen voor externe geleiders gescheiden. onderling afgeschermd. Toegang tot de niet afgeschermde aansluitklemmen van het railstel. Vorm 3a Vorm 1 Toegang tot de functionele eenheden (1). Vorm 3b Toegang tot de functionele eenheden (1). Vorm 2a Toegang tot de functionele eenheden (1). eveneens afgeschermd van het railstel. Toegang tot de aansluitklemmen. Vorm 4b Barrenstel en functionele eenheden zijn gescheiden en de functionele eenheden zijn onderling gescheiden. zonder enige afscherming binnen het omhulsel. met een minimale beschermingsgraad IP 2x.7 van de norm NBN EN 60439-1. want die hebben een beschermingsgraad IP2. Toegang tot de aansluitklemmen. Vorm 2b Toegang tot de functionele eenheden (1). (1) Met "functionele eenheden" worden functionele eenheden van aankomsten en vertrekken bedoeld. eveneens afgeschermd van het railstel. Vorm 4a Vorm 2a Vorm 2b Barrenstel en functionele eenheden zijn gescheiden en de functionele eenheden zijn onderling gescheiden. Ze zijn het onderwerp van een overeenkomst tussen de fabrikant en de gebruiker. onderling afgeschermd.

interventie op een functionele eenheid en het bijhorende kabelvertrek zonder algemene onderbreking Gids laagspanningsverdeling 2003 K299 . elke interventie aan de binnenkant van de behuizing vereist het buiten spanning brengen van die kolom Vorm 2a Vorm 2b Vorm 2a c geen toegang tot de delen onder spanning in het volume van de functionele eenheden c hoog menselijk risico bij interventies in de kabelkoker (aanwezigheid van verticaal railstel) c menselijk risico bij de toegang tot een functionele eenheid (externe invloed van de naburige functionele eenheden) Vorm 2b c geen toegang tot de delen onder spanning c menselijk risico bij toegang tot een functionele eenheid (externe invloed van de naburige functionele eenheden) c goede interventie op een functionele eenheid zonder algemene onderbreking c volgens de fabrikanten kan de vorm 2 lijken op vorm 3 (technologie bord) Vorm 3a Vorm 3b Vorm 3a c geen toegang tot de delen onder spanning c hoog menselijk risico bij tussenkomst in de kabelkoker (aanwezigheid van verticaal railstel) c geen menselijk risico bij toegang tot een functionele eenheid Vorm 3b c geen toegang tot de delen onder spanning c geen menselijk risico bij de toegang tot een functionele eenheid c goede interventie op een functionele eenheid zonder algemene onderbreking Vorm 4a Vorm 4b c geen toegang tot de delen onder spanning c geen menselijk risico bij toegang tot een functionele eenheid en het bijhorende kabelvertrek c maximale beschikbaarheid.3 Vormen Vorm 1 veiligheid c geen toegang tot de delen onder spanning maar bediening via deur (referentie voorzijde) dus toevoeging van een deur wanneer installatie in bepaalde omgevingen beschikbaarheid c geen.

De internationale aanbevelingen zijn aanvaard door de nationale comités. Elektrische specificaties van de samenstellen 4. Dit samenstel kan bestaan uit : c kokerelementen met of zonder aftakking c voedingselementen. Definities Geprefabriceerde railkoker : geheel van in serie geproduceerde apparatuur onder de vorm van een geleidend net in een buis. Verhittingsgrenzen : c van de metalen omhulsels : 30 of 55 K (onmogelijk aan te raken bij normaal bedrijf) c isolerende omhulsels : 40 K of 55 K (onmogelijk aan te raken bij normaal bedrijf) c klemmen voor externe geleiders : 70 K. 2. Voorschriften betreffende de tests De typetests zijn ontwikkeld om de overeenkomst van een gegeven type railkoker met de vermelde voorschriften te controleren. Voorschriften betreffende de tests.Reglementering De norm NBN EN 60439-2 Geprefabriceerde railkokers De norm NBN EN 60439-2 is het 2de deel van de norm NBN EN 60439-1: Samenstellen van laagspanningsapparatuur. K300 Gids laagspanningsverdeling 2003 . Algemeenheden Toepassingsdomein: geprefabriceerde railkokers voor de verdeling van vermogen en verlichting. reactantie en impedantie c stevigheid van de constructie. Deze norm behandelt de bijzondere regels voor geprefabriceerde railkokers. Constructiebepalingen De geprefabriceerde railkokers moeten ontworpen zijn als in serie geproduceerde samenstellen van LS-apparatuur. Inleiding De beslissingen of officiële overeenkomsten van de IEC drukken een internationaal akkoord uit. Een geprefabriceerde railkoker met aftakmogelijkheid moet. zo ontworpen zijn dat onjuiste aansluiting van de aftakkingselementen onmogelijk is. samengesteld uit rails. 3. Constructiebepalingen 5. De geprefabriceerde railkokers moeten beantwoorden aan het geheel van regels gepubliceerd in de publicatie 60439-1 en 2. koker of gelijkaardig omhulsel. De norm is gestructureerd rond de volgende paragrafen : Inleiding Voorwoord 1. Bij driefasige wisselstroom moet de volgorde van de fasen onveranderd blijven over de ganse lengte van het railkokersysteem. Voorwoord Deze norm betreft samenstellen van laagspanningsapparatuur. de te behalen resultaten. 1. Algemeenheden 2. inbegrepen de beveiligingskring en de fase die de hoogste impedantie geeft. Volgens de aanduidingen van de fabrikant zijn de geprefabriceerde railkokers voorzien om mechanische belasting te doorstaan. De norm bepaalt alle voorwaarden en schikkingen met betrekking tot deze tests en. waar nodig. flexibele elementen c aftakkingselementen. 4. 5. ten behoeve van de veiligheid. Definities 3. Elektrische specificaties van de samenstellen De constructie moet de gemiddelde waarden aangeven voor de verschillende fasen: c R: gemiddelde ohmse weerstand van de geprefabriceerde kabelkoker per meter c X: gemiddelde weerstand van de geprefabriceerde kabelkoker per meter c Zf: de impedantie per meter lengte van de lus. De typetests worden uitgevoerd op een exemplaar van de geprefabriceerde railkoker of een gedeelte ervan dat uitgevoerd is volgens dezelfde of gelijkaardige plannen. De beveiliging tegen onrechtstreekse aanraking moet verzekerd worden door automatische onderbreking van de voeding door beveiligingsinrichtingen voor maximumstroom. De typetests omvatten de onderstaande controles : c verhittingsgrenzen c diëlektrische eigenschappen c aarding bij kortsluiting c elektrische continuïteit van de beveiligingskring c isolatieafstanden en de lekstroomlijnen c mechanische werking c beschermingsgraad c weerstand. die omgeven zijn door isolerend materiaal.

4 4 vragen en antwoorden pag. heeft de hoogte invloed op de karakteristieken van een K302 vermogensschakelaar? hoe groot is de elektrische en mechanische K302 duurzaamheid van automaten en vermogensschakelaars? hoe werkt de controle op de belasting en K302 waartoe dient ze? welke is het éénpolig onderbrekingsvermogen van K302 vermogensschakelaars Compact NS en Masterpact? aan welke industriële trillingen mogen K302 de vermogensschakelaars onderworpen worden? wat is de elektromagnetische compatibiliteit van K302 vermogensschakelaars? wat is de tropenvastheid K303 van de apparaten? hoe groot is de isolatieafstand tussen de contacten K303 bij een apparaat in de stand “open”? hoe lang is de uitschakeltijd van een automaat of K303 vermogensschakelaar uitgerust met een uitschakelspoel? mag men een apparaat voeden langs zijn K303 stroomafwaartse klemmen? wat is het thermisch geheugen van een beveiligingsunit K303 met microprocessor? hoe werkt de teletransmissie? K303 hoe groot is het gedissipeerd vermogen per pool? K304 Gids laagspanningsverdeling 2003 K301 .

. Welke is het éénpolig onderbrekingsvermogen van vermogensschakelaars Compact NS en Masterpact? De vermogensschakelaar moet een onderbrekingsvermogen uIcc3 op zijn plaats hebben.5 kA b of een driefasige onderbrekingsvermogen onder spanning 3 = 690 V voor net 400 V.96 x In 3150 750 590 0. ook in het geval van een dubbele fout. en verbindingsverlies of breuk van de mechanische delen veroorzaken. Lloyd’s. bruikbaar voor een signalering en een bediening.of herinschakeldrempel) is gecombineerd met twee contacten. Automaten Multi 9 (zie pag. Hoogte declassering hoogte (m) Compact NS80 tot 630 diëlektrische houdspanning (V) gemiddelde isolatiespanning (V) maximale gebruikspanning (V) gemiddelde thermische stroom op 40 °C (A) Compact NS800 tot 1600 diëlektrische houdspanning (V) gemiddelde isolatiespanning (V) maximale gebruikspanning (V) gemiddelde thermische stroom op 40 °C (A) Masterpact NT/NW diëlektrische houdspanning (V) gemiddelde isolatiespanning (V) maximale gebruikspanning (V) gemiddelde thermische stroom op 40 °C (A) 2000 3000 750 690 1 x In 3500 750 690 1 x In 3000 2500 700 550 0.2 bij 440 V 50/60 Hz In/2 NS100 NS160 NS250 NS400 NS630 30 000 20 000 10 000 6 000 4 000 50 000 40 000 20 000 12 000 8 000 Hoe werkt de controle op de belasting en waartoe dient ze? De controle op de belasting laat toe de evolutie van de belasting van een installatie te volgen. De tests zijn uitgevoerd in overeenstemming met de norm IEC 68-2-6 voor de niveaus Extreem sterke trillingen kunnen de vermogensschakelaars laten springen.2 V 100 Hz: constante versnelling 0. signalering en alarmmelding. d. walkie-talkie. Op grotere hoogte moet men rekening houden met een verlaging van het diëlektrisch houdvermogen en het afkoelingsvermogen van de lucht. Wat is de elektromagnetische compatibiliteit van vermogensschakelaars? De vermogensschakelaars Compact NS en Masterpact zijn beschermd tegen : b overspanningen veroorzaakt door een elektromagnetische onderbreking b overspanningen van atmosferische oorsprong of door onderbrekingen van het elektrische net (b. Dat is voor hoge vermogensschakelaars Compact NS en Masterpact.z.): b 2 V 13. radar. voor zover de 2000 m niet overschreden wordt.Vragen en antwoorden Heeft de hoogte invloed op de karakteristieken van een vermogensschakelaar? De fabricagenorm IEC 60947-2 stelt dat de hoogte op de plaats waar de vermogensschakelaar geïnstalleerd wordt de 2000 m niet mag overschrijden. : uitdoving verlichting) b apparaten die uitzenden (radio uitzender. type apparaat (versies N/H/L) mechanische en elektrische In duurzaamheid volgens IEC 60947.3 van de norm NF C 15-100 bepalen deze voorwaarden voor de fabrikanten van de apparaten. De bijgaande tabel vermeldt de duurzaamheid van de vermogensschakelaars Compact.94 x In Hoe groot is de elektrische en mechanische duurzaamheid van automaten en vermogensschakelaars? Bij de automaten Multi 9 met handbediening bedraagt het aantal schakelingen (cyclus C-O) 20000. De opgegeven testen verzekeren : b de afwezigheid van ongewenste uitschakelingen b de eerbiediging van de uitschakeltijd. ofwel een limietdrempel en een herinschakeldrempel).99 x In 2500 700 520 0. moeten gefabriceerd of gebruikt worden in overeenstemming met een akkoord dat af te sluiten is tussen de fabrikant en de gebruiker.. Volgens de normen heeft deze kortsluiting bij dubbele fout een waarde die maximaal gelijk kan zijjn aan : b 15 % van Icc3 (indien Icc3 y10 000 A) b 25 % van Icc3 (indien Icc3 u10 000 A) De commentarissen van hoofdstuk 533.94 x In 3500 1000 690 1 x In 3150 900 590 0.5 kA vereist door de controle-instellingen voor commerciële scheepvaart (Veritas.99 x In 4000 2100 600 480 0. plaatselijke sturing of informatiebeheer. . met het oog op preventie. die kunnen gebruikt worden om een gedeelte van de stroomafwaartse installatie te bedienen en uitschakeling van de aankomstvermogensschakelaar te voorkomen. Hieruit volgt dat de hoogte geen enkele invloed heeft op de karakteristieken van de vermogensschakelaars.93 x In 2500 700 520 0. Aan welke industriële trillingen mogen vermogensschakelaars onderworpen worden? Compact NS. herinschakelen.2 Hz: amplitude ± 1 mm b 13. Elke drempel (limiet. Bij geautomatiseerde installaties kan de functie gebruikt worden voor afschakelen.96 x In 5000 1800 500 420 0.w. c limietdrempels belasting Indien de stroomsterkte een limietdrempel bereikt: v zal een informatie middels een contact een vertraging op gang brengen v indien de overbelasting aanhoudt zal een contact na de voorziene vertraging omschakelen v indien de overbelasting verdwijnt zal het relais in functie van de afnamesnelheid van de stroomsterkte na een tijdsverloop van 2 tot 10 seconden geïnactiveerd worden c drempel herinschakeling Indien de stroomsterkte beneden een vooraf ingestelde drempel daalt: v wordt onmiddellijk informatie verstrekt bij het overschrijden van deze drempel v begint een vaste vertraging van 60 seconden te lopen v bij het einde van de vertraging wordt een tweede relais geactiveerd. Karakteristieken De controle op de belasting staat steeds in functie van de instelling van de beveiliging met lange vertraging en biedt twee uitschakeldrempels (ofwel 2 limietdrempels.9 x In 2100 600 460 0. Zij is tevens een geschikt hulpmiddel bij het opzoeken van fouten en verzekert de bedrijfscontinuïteit van de hoofdvermogensschakelaar.en Masterpactvermogensschakelaars zijn bestand tegen elektromagnetische of mechanische trillingsniveaus. : b éénpolige onderbrekingsvermogen onder volle lijnspanning.96 x In 2100 600 460 0. Vermogensschakelaars die in dergelijke omstandigheden zullen gebruikt worden. K45) en Compact NS (onder 400-415 V) : v NS100/160/250N : 9 kA v NS80H : 17.v. Deze functie biedt de mogelijkheid over verscheidene drempels te beschikken.7 g v NS400/630N : 12 kA v NS400/630H : 17. Bij de afstandsbediende automaten Reflex XC40 bedraagt het 10000.5 kA v NS100/160/250H : 18 kA v NS100/160/250L : 37.5 kA v NS400/630L : 37. enz… Voor die reden hebben Compact NS en Masterpact apparatuur een aantal testen in verband met elektromagnetische compatibiliteit (EMC) volgens de internationale normen : b IEC 60947-2 bijlage F b IEC 60947-2 bijlage B (losser met Vigi functie). K302 Gids laagspanningsverdeling 2003 .

Voor dit type van transmissie is geen centrale klok vereist. neemt de uitschakeltijd in de curven af. Iedere kortstondige overbelasting zorgt voor een verhitting. De opslag van deze waarde leidt tot een kleinere uitschakeltijd. terwijl de bureaucomputers slechts een RS 232 (point-topoint verbinding) bezitten. c frame: 1 startbit. Over het algemeen gaat het om een RS485 verbinding die gedefinieerd wordt op laag 1 van de OSI. kan de vermogensschakelaar manueel noch elektrisch gesloten worden. 8 databits. c 2 of 4 draden met afscherming. ongeacht de poging tot sluiting. enz. type apparaat C60 C120 XC40 10 20 NS100 tot NS630 N/H/L y 50 y 50 Compact NS 800 tot 1600 y 60 y 95 0. De hoofdcontacten blijven op hun plaats. duur van het openen (in ms) met MX met MN met MNR (in s) Wat is het thermisch geheugen van een beveiligingsunit met microprocessor? Thermisch geheugen Met het thermisch geheugen is het mogelijk om de verhitting en koeling te simuleren die in de geleiders ontstaan als gevolg van stroomvariaties. Het kan eenvoudig en voordelig in werking gesteld worden en biedt dankzij de afscherming een goede immuniteit tegen externe storingen. Bij gebruik van een afstands-bedieningselement MOD op apparaten van het type Multi 9 is stroomafwaartse aansluiting niet toegelaten. c vertragers voor MN: teneinde onbedoeld springen van de vermogensschakelaar bij kortstondige spanningsval (microonderbrekingen) te voorkomen. Telkens als het apparaat opnieuw gesloten wordt vooraleer de tijdconstante (ongeveer 15 min. Voor grote afstanden kan men dankzij aangepaste interfaces ook optische vezels gebruiken.5-0. Keuze van de communicatieverbinding In de industrie wordt een busverbinding het meest gebruikt. zodat de ontvanger zijn eigen klok kan bijstellen met het oog op een goede ontvangst van het bericht. is de tijdconstante groot v bij een beveiliging met lange vertraging wordt de afkoelingscurve na uitschakeling gesimuleerd door de beveiligingsunit. zender émetteur ontvanger zender émetteur ontvanger verzonden bericht begint met een startbit.9-1. Het gekozen protocol is het protocol JBUS master-slave. Permanente voeding van de MX vergrendelt de vermogensschakelaar in geopende stand. c alle beveiligingen hebben.) verstreken is. Deze variaties kunnen veroorzaakt worden door: c het veelvuldig starten van motoren c belastingen waarvan de waarden rond de insteldrempels schommelen c herhaalde sluitingen door fouten Beveiligingsunits zonder thermisch geheugen (in tegenstelling tot bimetalen thermische beveiligingen) reageren niet op dit type van overbelastingen omdat de duur ervan te kort is om een uitschakeling te veroorzaken. master richtingen dankzij de ontdubbeling van de verbinding. Deze constanten zijn afhankelijk van de betrokken vertragingen: als de vertraging klein is.5-3 (4 standen) Mag men een apparaat voeden langs zijn stroomafwaartse klemmen? De beveiligingsinrichtingen kunnen in beide richtingen werken en dus kunnen ook de stroomafwaartse klemmen als voedende zijde gebruikt worden. Compact en Masterpact beantwoorden aan uitvoering 2. Een master apparaat staat in voor het beheer van het netwerk en voor de oriëntering van de transmissie. zijn met een communicatiepoort RS 485 uitgerust. c Seriële/asynchrone transmissie De bits van de gegevens worden één na één via dezelfde draad verzonden. Uitschakeltijden Bijgaande tabel geeft de totale uitschakeltijd in functie van het type apparaat. Alle automaten. vermogensschakelaars.5-0. waarmee op een eenvoudige manier (2 draden. Ieder slave slave slave Karakteristieken c Verbinding De gebruikte verbinding is van het half duplextype. Als de vermogensschakelaar geen voeding krijgt.5-3 (4 standen) Masterpact NT NW y 60 y 60 y 45 y 95 0. die opgeslagen wordt. wordt de actie van de MN vertraagd. De 4-draadse verbinding kan een 2-draadse half duplex-verbinding worden. Een adapter RS 232/ 485 laat toe de poort compatibel te maken. Bij een overbelasting nemen beveiligingsunits met een thermisch geheugen de verhitting op die door de stroom veroorzaakt wordt. hulpelementen en afstands- bedieningen van de gamma’s Multi 9. Hoe werkt de teletransmissie? Teletransmissie van gegevens is een techniek voor de communicatie tussen twee of meer apparaten.4 Wat is de tropenvastheid van de apparaten? De klimatologische omstandigheden waaraan de apparaten blootstaan worden gedefinieerd volgens 2 niveaus: c uitvoering 1: klimatologische type apparaat d (mm) NS100 tot NS250 15 ± 1 x 2 NS400 NS630 20 ± 1 x 2 omstandigheden vochtig en warm c uitvoering 2: elk klimaat. Ze kan bepaald worden door middel van 3 elementen: c de organisatie ervan c de kenmerken ervan c de gebruikte taal of uitwisselingsprocedure Organisatie De organisatie heeft de vorm van een multipoint lokaal netwerk. lastschakelaars. Met deze verbinding is het mogelijk om een groot aantal apparaten aan te sluiten die dit type medium herkennen.) c Drager of medium Dit is het fysisch middel waarlangs de informatie stroomt tussen de zender en de ontvanger. De slaves voeren de bevelen uit die door de master gegeven worden. is de tijdconstante klein v als de vertraging groot is. De gebruikte modus is van het asynchrone type. optische vezel. vóór uitschakeling.9-1. Hoe groot is de isolatieafstand tussen de contacten bij een apparaat in de stand “open”? NS800 tot NS1600 23 ± 2 Masterpact NT08 tot 16 27 ± 2 Masterpact NW08 tot 63 35 ± 2 Hoe lang is de uitschakeltijd van een automaat of vermogensschakelaar uitgerust met een uitschakelspoel? Voltmetrische vermogensschakelaars c voltmetrische vermogensschakelaar (MX): veroorzaakt kortstondige opening van de vermogensschakelaar zodra deze gevoed wordt. Micrologic en het thermisch geheugen Alle Micrologic beveiligingsunits zijn standaard met een thermisch geheugen uitgerust. geen pariteit CRC16 c transmissie: asynchroon. Hiervoor wordt een externe vertrager aangebracht in het circuit van de voltmetrische vermogensschakelaar MN (2 versies: instelbaar en niet-instelbaar). De computers waarop de supervisietoepassingen geïnstalleerd worden. Internet. De gegevens stromen om beurt in de twee Gids laagspanningsverdeling 2003 K303 . Sluiting is pas mogelijk wanneer de voedingsspanning van de vermogensschakelaar 85% van de nominale spanning bereikt. Deze overbelastingen geven echter aanleiding tot een verhoging van de temperatuur en de gevolgen ervan kunnen bij herhaling tot verhittingen in de installatie leiden. c kortstondige voltmetrische vermogensschakelaar (MN): veroorzaakt kortstondige opening van de vermogensschakelaar wanneer de voedingsspanning onder een waarde valt die tussen 35 en 70% van de nominale spanning bedraagt. Taal De apparaten moeten standaard talen gebruiken en herkennen om met andere apparaten te kunnen communiceren. De master ondervraagt de slave(s) naargelang de behoeften. Het verdient echter aanbeveling deze ongebruikelijke werkwijze duidelijk te signaleren op het apparaat. dezelfde tijdconstanten voor de verhitting en koeling. De algemene kenmerken ervan zijn: c afstand 1300 m. …) veel informatie kan worden uitgewisseld (verzenden en ontvangen). Niets belet echter om gateways te gebruiken voor de communicatie op grotere en krachtigere netwerken (Intranet. Het gebruikte medium is een afgeschermd telefoonpaar.

2 INS1250 38 NS400NA 14.9 19.5 2.1 19 40 45 60 65 100 12.4 9.7 6.6 5.8 100 125 160 200 250 320 400 500 630 800 1000 8.9 2.7 6.5 3. NW type apparaat vermogen in W type apparaat vermogen in W type apparaat vermogen in W uittr.2 100 7.6 0.3 3.5 16 25 40 2.9 63 5.5 6 6 7 8 9 1250 1600 2000 2500 3200 vermogensschakelaars Compact NS en C vaste versie 125 160 200 250 320 400 500 630 800 1000 9.17 0.5 4 6.6 8.5 INS2000 48 INS2500 75 Compact NS Masterpact NT.2 INS630 24 INS80 1.5 20 3.3 130 220 16 2.6 4.6 7.2 1 63 6 5.7 7.2 1.7 14.5 4.4 80 8.8 20.4 5 80 8 7.2 14.3 25 Lastschakelaars Interpact type apparaat vermogen in W type apparaat vermogen in W INS40 0.2 2.6 4.48 0.9 3.1 0.5 NW08 137 62 NW50 950 660 INS160 5.4 1.1 7.6 7.2 15.8 8.9 2.9 NT08 140 80 NW25 600 260 NT10 230 110 NW32 670 420 NT12 250 130 NW40 900 650 K304 Gids laagspanningsverdeling 2003 .7 4.7 2.6 4.5 4.6 14.5 3 2.12 0.8 3 8.9 4.9 3 3.5 80 100 125 150 220 320 500 vermogensschakelaars met uitsluitend magnetische beveiliging van het type MA (vast) 5 3.7 2 2 16 2.9 2.3 7.3 2.4 3 2 0.6 5.91 2.7 16.5 40 50 63 80 100 125 2.7 30 52 90 120 150 230 1250 1600 2000 2500 3200 vermogensschakelaars Compact NS en C uittrekbare versie 250 460 1.9 25 3.2 10 12.7 4.9 3.7 2.6 4 4.6 3 4.2 32 3. vast NSA125NA NSA160NA NS160NA 11 15.07 0.05 0.3 1.5 12.3 3.6 2.3 10 2.6 INS63 1.5 INS400 9.Vragen en antwoorden Hoe groot is het gedissipeerd vermogen per pool? De tabellen hieronder geven het verbruik van de apparatuur in Watt aan voor elk kaliber.5 8 11.7 NT16 460 220 NW40b 550 390 INS125 3.4 2.9 25 4 4 4 40 4.4 2.7 7.47 0. vast uittr.2 INS1600 62 NS630NA 22 NW10 150 70 NW63 1200 1050 NW12 330 150 NW16 480 220 INS250 9.9 40 4.4 3 10 3 1. Automaten en vermogensschakelaars Multi 9 kaliber DPN XC40 C60 C120 NG125 kaliber NS100 TM D NS160 TM D NS250 TM D NS100 STR NS160 STR NS250 STR NS400 STR NS630 STR NS800 N/H NS800 L NS1000 N/H NS1000 L NS1250 N/H NS1600 N/H kaliber NS100 TM D NS160 TM D NS250 TM D NS100 STR NS160 STR NS250 STR NS400 STR NS630 STR NS800 N/H NS800 L NS1000 N/H NS1000 L NS1250 N/H NS1600 N/H kaliber C60L NC100L NS100 MA NS160 MA NS250 MA NS400 MA NS630 MA 1 2 3 4 6 2 1.6 5.4 3.4 2.5 1.1 6.6 2.9 3.78 2 63 6.4 2 2.9 3 25 4.2 16 3.9 9.3 12.5 2.4 13.8 INS800 16 INS100 2 INS1000 24 NS250NA 12.4 4.8 5.4 10.

: (02) 373 75 02 Fax: (02) 375 38 58 Website: www.1180 Brussel Tel.be Omwille van de ontwikkelingen van de normen en onze producten kunnen de in deze catalogus verstrekte gegevens eerst dan als bindend worden beschouwd wanneer ze door ons zijn bevestigd.Schneider Electric nv/sa Dieweg 3 . dit document werd gedrukt op milieuvriendelijk papier Realisatie: media express Drukwerk: Deckers Druk 32CG60N 02/03 .schneider-electric.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful